zondag 19 februari 2012

Vier keer de Samaritaan in Stiens

Zondag 19 februari 2012
Presentatie van de Huiscatechesegroep van de klassen 1 en 2















Gemeentedienst van 4 Catechesegroepen
De Gemeentedienst van vanavond in De Hege Stins van Stiens wordt georganiseerd als Jeugddienst door vier catechesegroepen van de Protestantse Gemeente van Stiens. Deze avonddienst staat onder leiding van domina Desirée Scholtens. De zang wordt op piano begeleid door Age de Vries en Karinus Rauwerda en Pieter Koehoorn bedienen de beamer en de geluidsinstallatie. Als thema voor deze kerkdienst is gekozen voor: 'Vier keer de Samaritaan'. De vier catechesegroepen van vanavond zullen alle op eigen wijze de gelijkenis over de Barmhartige Samaritaan presenteren. Er is veel jeugd aanwezig en uiteraard ook hun ouders, enkele grootouders en daarbij ook alle overige belangstellende gemeenteleden, dus de kerkzaal is prima gevuld. Het wordt een aantrekkelijke, gevarieerde dienst, het resultaat van vier voorbereidingsweken. Durkje en ik wonen deze Jeugddienst bij; Durkje als coördinator van de Catechese in Stiens.

Welkom en inleiding
Durkje heet alle kerkgangers hartelijk welkom bij aanvang van deze Jeugddienst. De jeugd van de vier catechesegroepen gaat één voor één staan, om zich voor te stellen aan de aanwezige kerkdienstbezoekers. Nadat we het lied 'Bijeengeroepen uit onze huizen' hebben gezongen, verzorgt onze predikante een inleiding over de dienst en over het thema van deze Gemeentedienst. Het karakter van de Gemeentedienst komt vanavond heel mooi naar voren. Een Gemeentedienst is een Stienser kerkdienst van een groep gemeenteleden, die door zo'n gemeentegroep wordt voorbereid en in samenwerking met een voorganger wordt aangeboden als avonddienst in één van de beide kerkgebouwen van de Protestantse Gemeente van Stiens. Een grote groep jongeren van de vier catechesegroepen biedt vanavond samen met hun catecheten en met de dienstdoende predikante zo'n Gemeentedienst aan; dus 'van de gemeente, voor de gemeente'.

Basisschool - groep 8
We beginnen met het bekijken van een YouTube-filmpje over de Barmhartige Samaritaan, knap uitgebeeld met Playmobiel-poppetjes. Daarna komt de Basiscatechesegroep van groep 8 naar voren. Zij tonen ons de drie collages die zij hebben gemaakt en ze vertellen daarbij wat de inhoud en de bedoeling van deze collages is. Aansluitend volgt een gebed van twee catechisanten en dat sluiten we af met het zingen van het lied: 'Als je geen liefde hebt voor elkaar'.

Basisschool - groep 7
Dan is groep 7 van de Basiscatechese aan de beurt. Zij beelden een godsdienstles op school uit, waarna één van de klasgenoten buiten de school wordt mishandeld en in de steek gelaten door haar andere klasgenoten. Maar naar analogie van de gelijkenis van de Barmhartige Samaritaan komt er toch iemand voorbij, die het mishandelde meisje met zorg onder haar hoede neemt. Dit deel wordt afgesloten met een gebed van deze groep, met onder andere de gebeden woorden:
"Wilt u bij de mensen op de wereld zijn, 
die niet meer voor zichzelf kunnen zorgen, 
en afhankelijk zijn van hulp van anderen."

Voortgezet Onderwijs - klas 1 en 2
De derde groep die haar vertolking van de gelijkenis van de Barmhartige Samaritaan presenteert, is de Huiscatechesegroep van de klassen 1 en 2 van het voortgezet onderwijs. In een Journaaluitzending gebruiken ze dat verhaal als een spiegel van de verdrukte kerken in het buitenland. Ze hebben ook een eigen filmpje in Stiens opgenomen van een in scène gezette aanval van een jeugdige fietser. Ze sluiten hun act gezamenlijk af op het liturgisch centrum en laten daarbij met een spandoek zien dat zij de dagelijkse realiteit van 'Help elkaar niet en maak ruzie' graag zien omgebogen naar het betere visioen van 'Help elkaar en maak geen! ruzie'. Hun voorstelling sluiten we af met het gezongen lied: 'We shall overcome'.

Voortgezet Onderwijs - klas 3 en 4
Tenslotte volgen de voortgezet onderwijsklassen 3 en 4 van de Huiscatechese. Eerst lezen zij het schitterend verwoorde Friestalige verhaal voor over de Barmhartige Samaritaan, getiteld 'De Skriftgelearde', een verhaal van Gerrie Huiberts (yn it Frysk oerset troch Wim van der Schaaf), voorgelezen uit de nieuwe Friese kinderbijbel 'It heechste wurd' (uitgave: KFFB). Aansluitend organiseert deze groep naar aanleiding van dit bijbelverhaal een 'Waar of Niet Waar'-spel, waarbij wij als kerkgangers met rode en/of groene stembriefjes moeten kiezen welk antwoord volgens ons goed is op de gestelde vragen. Eén van de jongeren loopt met een microfoon door de kerkzaal om een enkel gemeentelid te vragen waarom hij/zij kiest voor 'waar' of 'niet waar'.

De kerk begint als de kerk uitgaat
Dit deel sluiten we af met het zingen van het lied "Toen ik naar mijn naaste zocht, waar was jij, waar was jij?", waarbij we ondertussen allemaal in een hele grote kring langs de muren van de kerkzaal gaan staan. Zo in de kring gaat Desirée Scholtens ons voor in gebed, geeft ze ons de gelegenheid om in stilte voor onze naasten te bidden - óók voor de twee gemeenteleden die nu op dit moment naast ons staan - en sluiten we af met het gezamenlijk uitgesproken gebed 'Het Onze Vader'.
Na de collecte zingen we samen het slotlied 'Vrede van God' en krijgen we allen de zegen voor de komende week mee van dominee Desirée Scholtens.

  • Wat een prachtige kerkdienst. 
  • En wat heeft de jeugd er samen met de catecheten en met onze predikante een mooie Gemeentedienst van gemaakt. 
  • En wat hebben de aanwezige gemeenteleden genoten van de creatieve en vrolijke inbreng van onze catechisantengroepen. 
  • Mooi om samen zo onze zondag hier en nu met elkaar af te sluiten; bij het uitgaan van de kerk je realiserend dat ook ieder ander die je in de komende week zult ontmoeten, je naaste is, die je aandacht en zorg verdient.

zaterdag 18 februari 2012

Interbestuurlijk overleg over Pelgrimscentrum Sint Jacob

Zaterdag 18 februari 2012
Onthulling van het Informatiebord van De Groate Kerk van St. Jabik


















Interbestuurlijk overleg
Inmiddels maken we met meerdere partijen gebruik van De Groate Kerk van Sint-Jacobiparochie en is het moment aangebroken om met die partijen gezamenlijk terug te blikken op onze samenwerking van het afgelopen jaar, vanaf de opening van het Pelgrimscentrum Sint Jacob, in het voorportaal van de monumentale Groate Kerk van Sint Jabik. Vanmorgen en vanmiddag woon ik - samen met twee medebestuurders - dat overleg bij als voorzitter van de Stichting Jabikspaad Fryslân, één van de deelnemende partijen in het Friese Pelgrimsinformatiecentrum.

Nederlands Genootschap van Sint Jacob & Stichting Jabikspaad  Fryslân
Om half elf vanmorgen begint de eerste overlegsessie in het Jabikshuus, het moderne vergadercentrum dat achter De Groate Kerk is aangebouwd. We zitten aan tafel met een bestuursdelegatie van het Nederlands Genootschap van Sint Jacob en van de Stichting Jabikspaad Fryslân, samen met het gezamenlijke, driehoofdige Coördinatieteam van het Pelgrimscentrum Sint Jacob. In dit eerste uur blikken we terug op bijna één jaar werken met èn in ons gezamenlijk pelgrimsinformatiecentrum, dat in het afgelopen jaar op de 2e en de 4e zaterdag van de maand was en is geopend van 11.00-15.00 uur. Aan de hand van de ervaringen van het afgelopen jaar bespreken we de inhoud van het voorliggende concept van de Gebruiksovereenkomst, die in het vervolg van deze sessie zal worden besproken met de andere belanghebbende samenwerkingspartners.

Stichting Alde Fryske Tsjerken 
Om twaalf uur arriveert ook Gerhard Bakker, de directeur van de Stichting Alde Fryske Tsjerken. Met hem bespreken we de uitkomsten van onze voorgaande sessie, waarbij we onze voorstellen met betrekking tot de nog af te sluiten Gebruiksovereenkomst aan hem voor advies voorleggen. We zitten nu als drie partijen goed met elkaar op één lijn, dus we kunnen van start met de derde overlegsessie van vandaag, namelijk met een bestuursdelegatie van Stichting De Groate Kerk. Deze bestuurders arriveren om 12.00 uur en voegen zich ook bij ons.

Informatiebord vóór De Groate Kerk
Maar voordat we met alle vier partijen om tafel gaan, vieren we een heuglijk feit. Gerhard Bakker heeft zojuist namelijk het nieuwe Informatiebord van het Pelgrimscentrum Sint Jacob meegenomen, dat buiten geplaatst zal worden vóór De Groate Kerk. Dit prachtige Informatiebord geeft kort informatie over het Cultureel Centrum dat in deze monumentale Groate Kerk is gehuisvest. Daarnaast wordt gewezen op de aanwezigheid van het Pelgrimsinformatiecentrum, in het voorportaal van De Groate Kerk. De openingstijden en alle betreffende websites worden vermeld en onderaan het bord staan de namen van de zes organisaties, die door een aanmerkelijke financiële ondersteuning het samen met ons mogelijk hebben gemaakt om de herbestemming van De Groate Kerk mogelijk te maken. Vóór De Groate Kerk wordt nu het Informatiebord onthuld.  

Bildtse soete grouwe orten
Deze onthulling 'beklinken' we met een door Stichting De Groate Kerk aangeboden feestelijke snertmaaltijd, gemaakt van de 'Bildtse soete grouwe orten', een heel oud landbouwgewas dat momenteel - zoals weleer - weer wordt verbouwd op de Bildtse zeeklei. Deze traditioneel Bildtse hele erwten (orten) zijn hier en daar in Het Bildt weer te koop. De overheerlijke 'ortesop' (snert) met roggebrood en spek wordt met smaak en grote dank gegeten. Bildts culinair is ook cultuur, dus prima passend in dit goed draaiende "Kultureel Sintrum" van Sint-Jacobiparochie.

Stichting De Groate Kerk
Na deze feestelijke maaltijd start om 13.00 uur het interbestuurlijk overleg van Stichting De Groate Kerk, het Nederlands Genootschap van Sint Jacob, de Stichting Jabikspaad Fryslân en de directeur van de Stichting Alde Fryske Tsjerken. Stichting De Groate Kerk is huurder van De Groate Kerk en het Jabikshuus en het Nederlands Genootschap is huurder van het Voorportaal van De Groate Kerk. Verhuurder is de Stichting Alde Fryske Tsjerken. Beide hurende partijen hebben inmiddels een huurovereenkomst met de verhurende stichting gesloten. Vandaag moeten de Stichting De Groate Kerk en het Nederlands Genootschap van Sint Jacob nog een bilaterale Gebruikersovereenkomst opstellen, waarmee ze als goede gebruikers samen met de Stichting Jabikspaad correct gebruik maken van de eigen en de gemeenschappelijke ruimtes.

Gebruiksovereenkomst
De resultaten van de bestuursvergaderingen van de drie deelnemende gebruikers worden in het interbestuurlijke overleg aan elkaar voorgelegd. Alhoewel we alle drie heel verschillende organisaties zijn, delen we een groot aantal gemeenschappelijke doelen, waar het gaat om de publieksfunctie die wij voor onze in cultuur geïnteresseerde doelgroepen vervullen. Natuurlijk heeft elke organisatie ook haar eigen belangen, maar dankzij de goede start van onze samenwerking, de plezierige en helpende manier waarop we in het afgelopen jaar hebben gewerkt en de wil om er gezamenlijk iets moois en iets goeds van te maken, maakt het mogelijk dat we in goed overleg alle zakelijke aangelegenheden vanuit ieders perspectief transparant aan elkaar kunnen voorleggen, waarna we in een gezamenlijk zoekproces op alle onderhandelpunten in harmonie tot wederzijds geaccepteerde werkwijzen voor toekomstig gezamenlijk gebruik komen.

Jaarlikse Ortefergadering
Ruim een uur later zien dan we dan ook als vertegenwoordigers van alle vier samenwerkende partijen terug op een mooi resultaat van ons werk. We zijn klaar om de finale tekst van de Gebruiksovereenkomst op te stellen, waarna die kan worden ondertekend voor wederzijds akkoord.
Jaarlijks zullen we dan in de maand februari een 'Bildtse Soete Grouwe Ortefergadering' beleggen, waarin we op grond van wederzijdse en gezamenlijke evaluatie onze gemaakte werkafspraken zullen bijstellen, uitgaande van onze dan geldende situatie, wensen en plannen. We spreken naar elkaar uit dat we tevreden zijn over onze samenwerking en zien vol vertrouwen een plezierige samenwerking in het Bildtse met elkaar tegemoet.

foto: Gerhard Bakker (directeur Alde Fryske Tsjerken)

vrijdag 17 februari 2012

Bouw van Bewegingscentrum Leeuwarden gestart

Vrijdag 17 februari 2012
Heien van de eerste palen voor het Bewegingscentrum Leeuwarden















Bouw gestart
Inmiddels is gestart met de bouwwerkzaamheden van het 'Bewegingscentrum Leeuwarden', dat zal worden gebouwd aan de westzijde van de Rengerslaan, tegenover de NHL Hogeschool en ten noordwesten van Stenden Hogeschool. Initiatiefnemer is Joan Boelens, die ook de eigenaar is van het Bewegingscentrum Drachten. Het startschot van de bouw is gegeven door de Leeuwarder burgemeester Ferd Crone. In de afgelopen week hebben de heiwerkzaamheden plaatsgevonden. De planning is dat het Bewegingscentrum in april 2013 gereed zal zijn.

Meer dan een sportschool
In het nieuwe Bewegingscentrum Leeuwarden is 1.500 vierkante meter gereserveerd voor onder andere fitness, spinning en oosterse vechtsporten. Maar het wordt meer dan alleen een sportschool. Zo zal zich in dit centrum bijvoorbeeld een sportarts vestigen en ook de fysiotherapeuten van onder andere Cambuur en Topfysio krijgen hier hun vestiging. Er komt ook een sportarts in een sportmedisch centrum en het Medisch Centrum Leeuwarden vestigt hier een Centrum voor Obesitas.

Nieuw Kenniscentrum op Kenniscampus Leeuwarden
Studenten zullen in dit Bewegingscentrum Leeuwarden praktijkonderwijs volgen en in en vanuit dit centrum ook praktijkonderzoek doen. Maar voor de 22.000 Leeuwarder studenten is hier uiteraard ook volop de gelegenheid om te sporten. Zo wordt dit nieuwe Leeuwarder Bewegingscentrum op de Kenniscampus Leeuwarden een modern en sportief centrum, waarin onderwijs, gezondheid, innovatie, kennisontwikkeling en beweging samengaan. Als dit Bewegingscentrum volgend jaar gereed is, hebben we weer een belangrijke studentenfaciliteit toegevoegd aan de Leeuwarder Kenniscampus; niet alleen ten behoeve van onze studenten, maar ook voor andere belangstellenden die sportief actief zijn.

20 jaar Small Business and Retail Management in Leeuwarden

Donderdag 16 februari 2012 

Ben Vloon als spreker tijdens de SBenRM-jubileumconferentie















20 jaar SBenRM
Dit jaar vieren we binnen Stenden Hogeschool het jubileum ter gelegenheid van het twintigjarig bestaan van de opleiding Small Business en Retail Management (SBenRM) in onze hogeschoolvestiging te Leeuwarden. In het kader van dat jubileum wordt vandaag door deze opleiding een conferentie georganiseerd voor alle oud-medewerkers en voor alle huidige medewerkers van deze HBO-opleiding SBenRM. Als oud-medewerker van SBenRM woon ik deze jubileumbijeenkomst bij, die wordt gehouden in hotel 'Ampt van Nijkerk' te Nijkerk.

Terugblik op 20 jaar
De conferentie wordt geopend door Ralph Ferwerda, de Academic Dean van de opleiding SBenRM van Stenden Hogeschool. Hij vertelt over de start van de opleiding (begonnen met 100 studenten en tegenwoordig al 882 studenten), over wat er in die 20 jaar zoal is gedaan, en hij sluit af met een mooie SBenRM-limerick, de dichtvorm die bij deze opleiding al jaren een veelgebruikte manier van verwoorden is. Dan spreekt Dominicus Kamsma vanuit de VU in Amsterdam de zaal via Skype toe, als voormalig hoofd van de opleiding. Hij vertelt onder andere over de start van het competentiegericht onderwijs en over het begin van de duale onderwijsvorm van deze opleiding.

Initiatieffase
Ondertussen is ook Evert Helfferich gearriveerd, het eerste hoofd van deze opleiding, in de jaren dat de opleiding nog Retail Management werd genoemd en dat de school bekend stond als de Retail Management School Leeuwarden (RMSL). Hij vertelt over de initiatieffase van de jaren 1990-1992 en over de eerste jaren dat de opleiding werd aangeboden. Ook benoemt Evert de internationale oriëntatie waarmee deze voor Nederland toen nog unieke HBO-opleiding begon.

De eerste jaren
Omdat enkele geplande sprekers wegens omstandigheden vandaag niet aanwezig kunnen zijn, had Ralf me zojuist tijdens de ontvangst gevraagd of ik als spreker zou willen fungeren, om iets te vertellen over de wijze waarop de opleiding in 1992 van start is gegaan. In mijn toespraak vertel ik over het onderzoeksproject in het jaar 1991, waarmee ik een door het werkveld gevalideerd beroepsprofiel van de 'Retail Manager’ heb ontwikkeld, dat vanaf 1992 de basis is geweest voor het vierjarige onderwijsprogramma van deze opleiding. Ook komt aan de orde op welke wijze onze vrije afstudeerrichting Retail Management van de CHN-hotelschool een zelfstandige opleiding werd en hoe de combinatie van Small Business en Retail Management uiteindelijk heeft geleid tot de huidige naam en het geldende beroepsopsleidingsprofiel van SBenRM. Ook noem ik enkele resultaten van mijn toenmalige taak van coördinator internationalisering, die onder andere leidde tot een groot aantal samenwerkingsrelaties met bijvoorbeeld buitenlandse universiteiten, hogescholen, stagebedrijven en internationale (Retail)netwerken. Teveel eigenlijk om op te noemen over de periode dat ik nog als docent Store Management van Retail en later als Projectleider Small Business werkzaam was in deze mooie beroepsopleiding.

Doorontwikkeling
Laatste collega-spreker Peter Helderman - voorheen onder andere docent en stagecoördinator - vertelt met gepaste trots over de eerste jaren van de opleiding, waarin met name creativiteit en pionieren centraal stond. Hij vertelt over bijvoorbeeld de tweedejaars stage, het derdejaars leerbedrijf en de wijze waarop dat leidde tot de duale onderwijsvorm van SBenRM. Ook de ‘move’ die de opleiding naar ‘action learning’ maakte, wordt door Peter genoemd.
Een mooie vorm is dit om zo met voormalige collega's terug te blikken op die mooie jaren en om tegelijk ook aan de later ingekomen collega's te vertellen hoe het allemaal begon en doorgroeide.

Future of Retailing for Digital Immigrants and Digital Natives
Keynote speaker tijdens de jubileumconferentie van vandaag is Ben Vloon, eigenaar van 'Crowd+Company’, een Friese onderneming die bedrijven ondersteunt in het vinden, boeien en binden van klanten door middel van een slimme mix van Service Design, Lean, Six Sigma, Marketing en Communicatie. Hij spreekt over de huidige en de toekomstige ontwikkelingen van de retailsector voor wat betreft digitalisering en beleveniscreatie.
Enkele zaken die in de presentatie van Ben Vloon aan de orde komen:

• De generatie van de zogenoemde Digital Natives komt eraan;
• Het merk is niet langer van de retailer;
• We gaan naar andere manieren van samenwerking in de retailbranche;
• Social media zoals Twitter, Facebook, Linkedin en Foursquare zijn 'leuk voor erbij';
• Wij willen dat mensen fan worden van ons merk en dat de merkenloyaliteit op een andere manier tot stand komt;
• Social media bieden kansen: wat is je doel, luister naar je klant, ga dan bouwen en ga er dan iets mee doen;
• Werk volgens de principes van Sharing > Touching > Telling > Selling > Bonding;
• Earned media zijn de media die bewezen hebben dat ze de loyaliteit van klanten hebben gewonnen;
• Wat altijd overblijft, is de noodzaak van de beste service;
• Zorg voor Belevenis en Betekenis.

Informeel programma
Tijdens de avond hebben we vóór, tijdens en ná het buffetdiner volop de gelegenheid om in informeel verband elkaar te ontmoeten, elkaar te vertellen over de oude en de nieuwe verhalen van medewerkers - nu eens terugblikkend, dan eens vooruitkijkend. Deze mooie opleiding heeft toekomst met al die actuele en toekomstige uitdagingen in het werkveld en in het hoger beroepsonderwijs.

woensdag 15 februari 2012

Vrolijk rood op stil wit

Woensdag 15 februari 2012
Valentijnsrood op wit in Stiltecentrum Stenden Hogeschool















Stil wit
Op 29 januari 2012 schreef ik over 'stil wit'; over het witte winterlandschap buiten en over de witte decoratie in het Stiltecentrum van Stenden Hogeschool te Leeuwarden. Zo wit als toen, is het nu binnen en buiten niet meer.

Valentijnsdag
We zijn al weer ruim twee weken verder. Gisteren was het Valentijnsdag, de dag waarop verliefden en geliefden elkaar kadootjes geven om hun verliefdheid of liefde kenbaar te maken of te onderstrepen.

Vrolijk rood
Rood is de kleur van de liefde en van de hartstocht. Rood is ook de kleur van het hart, van warmte en van geluk. Het is dan ook niet verwonderlijk dat rood de kleur is geworden die bij Valentijnsdag hoort.

Warmte en geluk
Dat het gisteren Valentijnsdag was, is in het Stiltecentrum onderstreept door boven en op de witte kleuren op het altaar vrolijk rode kleuren aan te brengen. Tussen de vele witte sterren hangen nu ook enkele rode sterren en op het witte altaarkleed staan enkele rode doosjes in de vorm van een hart, en in en rond die doosjes liggen witte, zachtgele en roze hartensnoepjes. Die enkele vrolijke rode accenten maken dat de geëtaleerde verliefdheid en liefde aan het steriele wit de door de mens zo behoefde warmte en geluk toevoegen.

dinsdag 14 februari 2012

De meerwaarde van samenwerkende professionals in een kennisorganisatie

Dinsdag 14 februari 2012
Paul van Deursen, docent van de SBO-leergang

Onderwijs-kwaliteit  en HRM
Samen met een collega van de afdeling Human Resource Management (HRM) van het Corporate Office van Stenden Hogeschool woon ik vandaag een scholingsbijeenkomst bij in Utrecht. We zijn deelnemer van de derde sessie van de leergang ‘Onderwijskwaliteit en accreditatie’, georganiseerd door het Studiecentrum voor Bedrijf en Overheid. De eerste sessie had vooral een juridisch karakter en de tweede sessie ging met name in op het schrijven van de Kritische Reflectie ten behoeve van een onderwijsvisitatie, waarmee een HBO-opleiding graag in aanmerking komt voor een keurmerk van de Nederlands overheid.

Van school naar kennisorganisatie
De derde bijeenkomst van deze vierdelige leergang handelt over de meerwaarde van samenwerkende professionals in een kennisorganisatie. De Nederlandse hogescholen werken momenteel hard aan de transitie ‘van school naar kennisorganisatie’. Onderwijs en onderzoek gaan ook in het hoger beroepsonderwijs steeds meer hand in hand. Ondertussen is vorig jaar het nieuwe accreditatiestelsel in het hoger onderwijs ingevoerd. Deze twee ontwikkelingen in het hoger onderwijs staan niet los van elkaar, vandaar dat het de voorkeur verdient om in deze leergang ook specifiek aandacht te besteden aan de vraag wat het betekent voor professionele medewerkersteams van hogescholen om enerzijds mee te gaan in die overgang van school naar kennisorganisatie, ondertussen rekening houdend met de kwaliteitscriteria waaraan een hogeschool en een HBO-opleiding nu en op termijn moet voldoen om met vlag en wimpel door de diverse kwaliteitskeuringen te komen

Resumé van sessie 1 en 2
Onze docent vandaag is Paul van Deursen, zelfstandig adviseur en projectleider in het hoger onderwijs, gespecialiseerd in professionalisering en onderwijskwaliteit. Van Deursen begint - uitgaande van zijn eigen focus - met een korte terugblik op wat wij met de beide andere docenten van deze leergang in de eerste bijeenkomst en in de tweede bijeenkomst hebben gedaan. 
  1. Hij stelt bijvoorbeeld dat het nieuwe, huidige accreditatiestelsel opleidingen in het hoger onderwijs uitnodigt om de zogenoemde ‘professionele ruimte’ in te nemen en op eigen wijze in te vullen. 
  2. Met betrekking tot onze vorige bijeenkomst wijst Paul erop dat opleidingen in het hoger onderwijs er ook voor moeten zorgen dat bij visitatiepanelleden het hart wordt geraakt als zij in het kader van een opleidingsvisitatie het rapport van de zelfevaluatie van de te onderzoeken opleiding lezen en daarna met de teamleden van de betreffende opleiding in gesprek zijn.
Twee trends
Paul van Deursen begint zijn presentatie met twee trends, waarmee opleidingsteams te maken krijgen, die acteren als professionele teams in een professionele cultuur.
  1. De eerste trend is de reeds genoemde overgang ‘van school naar kennisorganisatie’. Docenten zijn niet langer meer alleen de overdrager van kennis, maar worden ook ingezet als kenniswerkers, die ook nieuwe kennis genereren en ervoor zorg dragen dat die nieuwe kennis gaat circuleren en wordt toegepast in het onderwijs en in het werkveld waarvoor de student wordt opgeleid.
  2. De tweede trend is die ‘van kwaliteitszorg naar zorg voor kwaliteit’. We zien dat in de afgelopen jaren de systeemkant van kwaliteitszorg in het hoger onderwijs steeds beter is geworden. Dat is winst, maar daar zijn we er nog niet mee, want we moeten ook de menselijke kant van de kwaliteitszorg vooral niet uit het oog verliezen. Kwaliteit moet niet alleen op papier staan, maar het kwaliteitsdenken moet vooral ook doorgroeien in het handelen van de professional in het hoger onderwijs. Daarover gaat deze bijeenkomst van vandaag.
Co-makership
Opleidingsteams realiseren zich terdege dat ze nooit genoegen moeten en willen nemen met een onvoldoende kwaliteit van het aangeboden onderwijs. Wat eenmaal met veel enthousiasme is begonnen, maken we ook af, als het goed is. Daarvoor is het nodig dat teams van docenten en stafmedewerkers oog hebben en houden voor de rationele èn voor de emotionele aspecten die ontwerpen, ontwikkelen, aanbieden, evalueren en verbeteren van onderwijs met zich meebrengen. Een intensieve en bovenal bevlogen samenwerking van vertegenwoordigers van binnen en buiten de hogeschool is essentieel om in zogenoemd ‘co-makership’ te komen tot excellent onderwijs

PDCA
Multidisciplinaire teams van studenten, docenten, stafmedewerkers, onderzoekers en werkveldvertegenwoordigers moeten ‘kwaliteit’ als ‘de manier van werken’ invullen. Het werk en het resultaat van hun werk moet vooral ook inspirerend, adequaat en zinvol zijn. Je moet ‘zeggen wat je doet’ en ‘doen wat je zegt’ en al werkende moet je ervoor zorgen dat je de gebruikelijke PDCA-kwaliteitscyclus van Plan > Do > Check > Act rond maakt en repeterend doorloopt

Professioneel
De Reader van Paul van Deursen die we vooraf hebben bestudeerd, bevat onder andere een aantal algemene artikelen over de lerende kennisorganisatie en over professionele teams. In die reader wordt onder andere uitgelegd wat je kunt verstaan onder begrippen als: professional, professionele cultuur en professionele ruimte.  Zo heeft de moderne onderwijsprofessional tegenwoordig bijvoorbeeld een onderzoekende en flexibele houding, kan hij/zij onzekerheid verdragen en is hij/zij ook op zoek naar feedback in het kader van een evaluerende houding.
In een professionele school is de leraar bovendien de motor van het onderwijsproces en is het management de 'facilitator'. Management en docenten dragen de school gezamenlijk en het management zorgt voor een optimaal personeelsbeleid om de gezamenlijke doelen te (kunnen) realiseren. Collega’s overleggen met elkaar en ondersteunen elkaar waar nodig.

Vijf eigenschappen om als team effectief te zijn
Paul van Deursen betoogt dat professionele onderwijsteams pas effectief kunnen zijn als ze over de volgende vijf eigenschappen beschikken:
  1. Ze doen de goede dingen. Het team werkt vanuit een visie en weet voor welke doelgroep ze werken. Ze weten ook wat hun studenten willen en beschikken over de juiste benchmark-gegevens om goede beslissingen te nemen.
  2. Ze doen de dingen goed. Volgens de PDCA-cyclus wordt gewerkt. Het eigenaarschap van het werk is goed belegd en ‘afspraak is afspraak’ en elkaar daar ook op aanspreken gebeurt als dat nodig is. Over de doorgelopen processen en over de (tussen)resultaten wordt adequaat gecommuniceerd. Als lid van het team voel je je niet alleen verantwoordelijk voor je eigen aandeel, maar ook voor het totaal. Je professionele houding èn je daaruit voortvloeiende professionele gedrag dragen bij tot een professionele cultuur in en van je team.
  3. Ze hebben professioneel plezier. Op grond van intrinsieke motivatie wordt met passie en enthousiasme gewerkt en men respecteert elkaar als medewerker en gaat voor een goed resultaat.
  4. Ze doen de dingen met de juiste mensen. Volgens de principes van een zogenoemde ‘Community of Practice’ wordt gewerkt en er is voor zorg gedragen dat alle rollen, kennisgebieden en competenties in die ‘community’ aanwezig zijn.
  5. Ze hebben voldoende lerend vermogen. Men wil kwalitatief excelleren en creëert daartoe een verbetercultuur. Men gaat  op zoek naar feedback en probeert op grond van evaluatiegegevens van de gemaakte fouten te leren. Er hoeft dan geen angst te zijn voor interne audits en voor externe audits zoals visitaties en inspectiebezoeken. Een lerende (hogeschool)organisatie gaat immers voor excellent onderwijs en kan dat dan ook tijdens het leren realiseren.

maandag 13 februari 2012

Glazen pui van het Fries Museum

Maandag 13 februari 2012 
Glasplaat voor de ingangspartij van het Fries Museum

Bouwput Wilhelminaplein
Twee jaar geleden was het Wilhelminaplein tussen het Zaailand en het Ruiterskwartier in Leeuwarden nog één grote, diepe bouwput. Inmiddels is de ondergrondse parkeergarage gereed en in gebruik genomen. Aan de zuidkant van het Ruiterskwartier staat op de lange, brede strook van het Wilhelminaplein inmiddels de hoogbouw van winkels en woningen. De meeste retail-panden zijn inmiddels door detailhandel en horeca ingericht en geopend.

Nieuwbouw Fries Museum
Aan de oostzijde van het Wilhelminaplein is de nieuwbouw van het Fries Museum verrezen. Een brede en hoge gevel met een ver naar het westen overstekende dakpartij bepaalt het front van dit opvallende museum. Waar aan de westzijde van het Wilhelminaplein de dikke pilaren van het Leeuwarder Gerechtshof het zicht bepalen, is dat aan de oostzijde nu de glazen museumgevel, met daarvóór enkele ranke houten pilaren, op afstand gelijkend op de lange masten van een groot zeilschip.

Bikkel bouwer
Na een lange periode van matige tot strenge vorst is sinds gisteren de dooi weer ingevallen. De temperatuur ligt vlak boven het vriespunt. Eén van de bouwlieden sjouwt enkele ijzeren steigerbuizen naar de andere zijde van het bouwterrein. Ondanks de lage temperatuur loopt hij hier in een t-shirt met korte mouwen; zonder handschoenen; enkele ijskoude steigerbuizen onder de arm genomen.
Bikkels zijn het, zulke bouwvakkers.

Glazen ingangspartij
Vlak vóór de pui van het nieuwe museum staat een oplegger met daarop grote glazen platen. Met behulp van een kraan worden de glazen platen één voor één van de oplegger getild, om vertikaal te worden geplaatst in de pui van het museum. Zo ontstaat glasplaat voor glasplaat de glazen ingangspartij van het nieuwe Fries Museum.

zondag 12 februari 2012

Tot hier heeft de Heer ons geholpen


Zondag 12 februari 2012
Cover van het boek van Herman Vuijsje

Godsbeeld en Ietsbeeld
Het gaat niet goed met God in West-Europa. Nederland telt nu al meer mensen die in 'Iets' zeggen te geloven, dan in God. Wat betekent dat voor de morele opvattingen die het christendom ons heeft bijgebracht? Kunnen we ons iets voorstellen bij een 'Ietsbeeld' dat het oude Godsbeeld vervangt? En hoe werkt dat dan door in de rol van religie als leidraad voor geweten en moraal?
Door dit soort vragen is socioloog en schrijver Herman Vuijsje gefascineerd. Zelf mist hij iedere antenne voor het bovennatuurlijke, maar dat staat zijn diepe belangstelling voor religieuze beelden en motieven niet in de weg.

Godsbeeld en Goed gedrag
Herman Vuijsje publiceerde in het jaar 2007 het boek ‘Tot hier heeft de Heer ons geholpen’, met als ondertitel: ‘Over godsbeelden en goed gedrag’. Dit boek kreeg ik in datzelfde jaar als verjaardagskado. Het boek is een beknopte geschiedenis van onze verhouding tot godsdienst en moraal, maar het is ook een speurtocht naar nieuwe beelden van God, van de bovennatuurlijke wereld en van ons eigen hiernamaals. Eén vraag stelt Vuijsje daarbij voorop: wat hebben we aan die beelden voor ons goede gedrag? De centrale vraag daarbij is: hoe zit het met de normen en waarden die de Nederlanders blijkbaar zo dierbaar zijn en die verankerd liggen in een calvinistische geloofsovertuiging? Vuijsje schreef deze godsdienstsociologische studie over de veranderingen van godsbeeld, van godsbeleving en van moraal in Nederland.

Moraal, maar niet moraliseren
Vuijsje onderschrijft het belang van moraal, maar hij moraliseert niet. Hij ziet wèl het gevaar van een moreel vacuüm en laat zien hoe door het blijven vertellen van onze 'grote verhalen' (zoals over de gruwelen van de 2e Wereldoorlog en een groeiende wereldwijde anonieme solidariteit) een nieuwe moraliteit ontstaat, maar nu zonder dreiging van straf of hoop op beloning van God in het hiernamaals.

De Steen der Hoop van Samuël
In vier delen en 15 hoofdstukken gaat Herman Vuijsje op zoek naar het antwoord op de vraag of de HEER ons verder kan helpen. Vuijsje borduurt zo voort op het Bijbelverhaal in het Oudtestamentische bijbelboek I Samuël 7, waar de profeet Samuël de gedenksteen Eben-Haëzer (Steen der Hoop) opricht nadat de Israëlieten de Filistijnen uit hun land hadden verdreven, waarbij Samuël de welbekende woorden uitsprak: “tot hier toe heeft de HEER ons geholpen’. De stenenhoop op de omslag van het boek is dan ook een aardige vingerwijzing naar dat bijbelverhaal.

Goddelijk speculeren
Vuijsje in zijn inleiding:
  • Na dertig, veertig jaar in het verdomhoekje mag God zich weer op straat vertonen.
  • De individualisering in onze samenleving is doorgeslagen en religie kan ons misschien helpen aan een nieuwe gemeenschapszin.
  • In weerwil van mijn eigen non-geloof kan ik bewogen raken door de religieuze toewijding van anderen.
  • Het christendom was de krachtigste motor van onze beschaving; het stelde grenzen en kon rigide zijn, maar had ook iets heilzaams en geruststellends, dat nu heimwee oproept.
  • Religie is een uniek interface tussen persoonlijk handelen en maatschappelijke moraal.
  • De officiële geloofsbeelden van de kerken zeggen weinig meer over wat de gelovigen feitelijk denken.
Deel 1 – Nederland en West-Europa: geen God, geen gebod?
  • In hoofdstuk 1 ‘Eben-Haëzer’ geeft Herman Vuijsje een overzicht van de actuele religieuze veranderingen in West-Europa. Vuijsje: “Het geloof in bovennatuurlijke waarheden houdt op den duur geen stand tegenover wereldwijde historische processen als individualisering, democratisering, globalisering, opkomst van het technisch-wetenschappelijk wereldbeeld, emancipatie en toenemende welvaart en zorg.”
  • In hoofdstuk 2 ‘Nederland uniek’ spitst hij het verhaal toe op Nederland, waar de ontkerkelijking nog sneller verloop dan elders in ons werelddeel. Vuijsje: “Religie houdt ook in dat je je rekenschap geeft van je verhouding tot en je verantwoordelijkheid voor andere mensen.”
  • In hoofdstuk 3 ‘Syncretisme’ beschrijft Vuijsje dat en hoe kerkgenootschappen leentjebuur bij elkaar spelen. Vuijsje: “Relishoppen gaat gepaard met distantie en vrijblijvendheid.”
Deel 2 – Van monotheïsme naar ietsisme: de lotgevallen van het hiernamaals
In dit boekdeel worden de recente veranderingen in Nederland en in West-Europa geplaatst in de grote historische ontwikkeling van religieuze denkbeelden.
  • In hoofdstuk 4 ‘Monotheïsme als intermezzo’ gaat het over de betekenis van het christelijk monotheïsme als ‘morele’ ontwikkelingsfase tussen het pantheïsme van onze voorouders en het ietsisme dat nu opkomt. Vuijsje: “Meer dan vroeger hebben we het gevoel maar wat rond te zwalken op de stroom van de tijd’.
  • In hoofdstuk 5 ‘Hoe God manieren leerde’ beschrijft Herman Vuijsje hoe God in de afgelopen eeuw steeds minder veeleisend en steeds minder ‘persoonlijk’ werd. Vuijsje: “Alles aan God is lief en aardig geworden: een opperwezen dat niet meer boven ons staat, maar naast ons.“
  • In hoofdstuk 6 ‘Kleine geschiedenis van het dood-zijn’ wordt een schets gegeven van de veranderingen in het christelijke idee van ‘dood-zijn’. Vuijsje: “Tegenwoordig is van de nadruk op een individueel voortleven weinig meer over.”
  • In hoofdstuk 7 ‘Predestinatie: de deugd is zijn eigen beloning’ gaat Vuijsje in op de predestinatieleer, die de gedachte van beloning of straf in het hiernamaals radicaal verwierp en daarmee garant stond voor ‘zuivere’ intenties. Vuijsje: “Protestanten hechten veel waarde aan authenticiteit, waarheid en gewetensvorming.”
Deel 3 – Op zoek naar ankers voor gewetensbevestiging
  • In hoofdstuk 8 ‘Nalatigheid in het werelddorp’ gaat het over het gevoel van ‘schuldige nalatigheid’ dat al het leed en lijden van de wereld bij ons teweegbrengt. Vuijsje: “Morele eisen die in geen verhouding staan tot de mogelijkheden die we hebben, leiden er toe dat we het laten afweten en iedere verantwoordelijkheid ontkennen.”
  • In hoofdstuk 9 ‘De banaliteit van het goede’ laat zien dat alle ‘negatieve’ verhalen van de wereld (bv. de volkenmoord in de 2e Wereldoorlog) laten zien dat en hoe dat ook ‘verhalen over goed en kwaad’ zijn, waarin mensen van allerlei religies en achtergrond elkaar kunnen vinden. Vuijsje: “Het ietsisme biedt ons geen nieuw ‘groot verhaal’ waarin we onze morele ideeën kunnen verankeren.”
  • In hoofdstuk 10 ‘Mozes, Kerstman, Sinterklaas’ stelt Herman Vuijsje de vraag of bijvoorbeeld Sinterklaas ook een rol kan spelen als moreel baken. Vuijsje: “Sint en God gingen allebei de weg van intimidatie en spierballenvertoon naar gewetensbevestiging en een beroep op verinnerlijking.”
  • In hoofdstuk 11 ‘Cascorituelen’ schrijft Vuijsje over nieuwe rituelen, die veel ruimte laten voor individuele invulling en die daardoor goed zijn toegesneden op onze tijd en op een multiculturele samenleving. Vuijsje: De pelgrimstocht naar Santiago de Compostela gaat niet meer over lijden, ook niet meer over voleinding of beloning, maar over zelfinzicht, harmonie met je omgeving, opgaan in iets groters.”
Deel 4 – Kan de Heer ons verder helpen?
In dit laatste deel komt Herman Vuijsje uit bij het actuele debat over de vraag of we God nog kunnen inzetten als hoeder van onze moraal.
  • In hoofdstuk 12 ‘God is een ouwe soldaat’ beschrijft hij de nieuwe ideeën over het hiernamaals, die worden aangetroffen onder ‘ietsisten’. Vuijsje: “Iedere Nederlander vindt zichzelf tegenwoordig heel belangrijk.”
  • In hoofdstuk 13 ‘Op de Berg Aso’ gaat het over de vraag of de radicale gerichtheid van het ‘ietsisme’ op zelfontplooiing hand in hand gaat met de opkomst van een samenleving van ieder voor zich. Vuijsje: “Als een mens in nood mij aankijkt, moet ik helpen; in het mij aankijken van die mens, openbaart God zich.”
  • In hoofdstuk 14 ‘Buigen voor Allah, ontbukken voor God’ laat Vuijsje een aantal constructies de revue passeren, waarin theologen en filosofen zich in allerlei bochten hebben gewrongen om God toch nog – dood of levend – te kunnen inzetten voor de goede zaak. Vuijsje: “Wil er een nieuwe grondslag ontstaan voor gemeenschapszin, dan vraagt dat om herstel van respect en eerbied.”
  • In hoofdstuk 15 ‘De Barmhartige Europeaan’ laat Herman Vuijsje zien dat postchristelijk Europa uitgedaagd wordt om ernst te maken met het christelijke ideaal, dat ‘de deugd zijn eigen beloning is’. Vuijsje: “Zomaar een stuk van jezelf weggeven zonder enige tegenprestatie – voor gelovige christenen is het een originele vorm van navolging van Christus.”
Geloven en vertrouwen
In dit boek breekt Herman Vuijsje een lans voor het met respect omgaan met de christelijke traditie en moraal, zijnde de nalatenschap van God in Nederland. Hij roept in dit boek de lezer ook op om de kerken weer gezamenlijk te onderhouden als plekken van bezinning en van gemeenschapsbesef. Vuijsje mag zichzelf dan betitelen als non-gelovige; in deze oproep getuigt hij wel in een groot ‘geloofs’vertrouwen.

zaterdag 11 februari 2012

Elfstedenschaatsers langs de elf Friese steden

Zaterdag 11 februari 2012
Elfstedenschaatsers op de Feinsumer Feart tussen Alde Leie en Feinsum
Wiebe Wieling: "Het kan niet!"
Het slechte, maar begrijpelijke en verwachte nieuws van de afgelopen week is dat het bestuur van de Koninklijke Vereniging De Friesche Elfsteden heeft besloten dat de 16e Friese Elfstedentocht deze week niet kan en dus ook niet wordt uitgeschreven. Daarentegen was het goede nieuws - tevens oproep - van Elfstedenbestuurder Oostenbrug om deze week vooral wel gebruik te maken van al die geveegde banen, door veel Friese vrijwilligers in de afgelopen week aangelegd.

Elfstedenschaatsers starten en finishen
Van die suggestie en oproep hebben velen graag gebruik gemaakt. Ook vandaag wordt er weer volop in Fryslân geschaatst, en zeker ook op de Elfsteden-schaatsroute. Vanmorgen vroeg zijn velen in Leeuwarden of verder op de route op het ijs gestapt, om vandaag de hele tocht of een deel van de hele route te schaatsen. Deze ervaringsdeskundigen vertellen op radio en televisie dat het hier en daar onderweg inderdaad gevaarlijk is; dat ze ook nog stukken met onbetrouwbaar ijs zijn gepasseerd. Jan Wijbe is vandaag vanuit Groningen met de trein naar Buitenpost gereden, om vervolgens van Buitenpost te lopen naar Kollum, om daar op het ijs van de Dokkumer Trekvaart te stappen, Hij is van Kollum, via Dokkum, Bartlehiem, Wijns en Britsum naar ons in Stiens geschaatst en vertelde dat ook op de Dokkumer Ee veel schaatsers onderweg waren; een aantal allicht Elfstedenschaatsers, onderweg naar Dokkum, of al weer van Dokkum via Bartlehiem en Aldtsjerk richting Leeuwarden, om op de Bonkevaart te finishen.

Vrouwbuurt en Alde Leije
Ook gisteren was het voor alle schaatsers in het algemeen en voor de Elfstedenschaatsers in het bijzonder een hele mooie zonnige schaatsdag, met een matige wind. Ideaal schaatsweer dus. Vanuit Leeuwarden ben ik aan het eind van de middag naar Onze Lieve Vrouwenparochie gereden om daar bij de Vrouwbuurstermolen schaatsers vanuit Franeker vanaf de Blikvaart Vrouwbuurt te zien passeren richting Feinsumer Feart. Daarna kijk ik nog in Alde Leie, waar alle schaatsers bij de nieuwe sluis van de Elfstedenvaarroute passeren, waar voor schaatsers een voortreffelijk kluuntraject is aangelegd met vele traptreden en een kluunpad om op deze manier op snelheid en geleidelijk klimmend en dalend om deze nieuwe sluiskolk heen te kunnen klunen.

Feinsumer Feart
Tenslotte rijd ik vanuit Alde Leie via Feinsum naar Stiens. Tussen Alde Leie en Feinsum passeer je dan de stenen brug over de Feinsumer Feart. Dit is een prachtig uitzichtpunt om de schaatsers vanuit Alde Leie te zien aankomen over de Feinsumer Feart, die vervolgens onder je door schaatsen over de Feinsumer Feart richting Feinsum. Vanuit Feinsum gaan de schaatsers dan verder over deze vaart naar de Dokkumer Ee, om daar noordwaarts te draaien, richting Dokkum. Ik ontmoet een echtpaar, dat vandaag met de auto de hele dag langs de Elfstedenschaatsroute rijdt, om op bepaalde plaatsen langs de route even te stoppen om de Elfstedenschaatsers en al die andere schaatsers te zien passeren.

Elfstedensfeer in Fryslân
Afgelopen week was een week van 'Elfstedenkoorts'; een week hard werken voor baanvegers, een spannende week voor potentiële Elfstedentochtschaatsers en een topweek ook voor de media, die zich vol op een mogelijke Elfstedentocht hebben gestort. En de schaatsers, zij schaatsen door het prachtige Friese landschap, elke kilometer zoveel mogelijk genietend van ijs, landschap, prestatie en sfeer in Fryslân.

vrijdag 10 februari 2012

Vereniging Plaatselijk Belang Stiens 100 jaar

Vrijdag 10 februari 2012
Fanfareorkest Studio met dirigent Andries de Haan

Afgelopen woensdag 8 februari 2012 bestond onze Vereniging Plaatselijk Belang Stiens 100 jaar. Het bestuur heeft alle leden uitgenodigd om dit eeuwfeest vandaag met hen te vieren. Eerst verzorgt het Stienser fanfareorkest o.l.v. dirigent Andries de Haan een jubileumconcert in de Sint-Vituskerk van Stiens, waarna een receptie wordt georganiseerd in De Smalle Brug, het dorpsetablissement waarin onze vereniging al sinds haar oprichting de jaarvergaderingen belegt.

In de goed gevulde dorpskerk vangt het feestelijke concert van Studio aan om 19.30 uur. Samen met Durkje woon ik dit concert bij. Studio begint met een muzikaal intro. Daarna opent voorzitter Jaap Bams deze feestelijke bijeenkomst. Aansluitend worden de eerst twee muziekstukken gespeeld. In het tweede concertblok speelt Studio 'Wijzer (dan je was)', bekend van Nick & Simon, gevolgd door 'Summertime' van Georg Gerschwin. Daarna volgt een romantische vertolking van 'Het dorp' van Wim Sonneveld en het stevig, vrolijk en 'blier' (op zijn Fries) gespeelde mars 'Officer of the day'. De 'officer of today' Jaap Bams presenteert dan het jubileumboek dat de Vereniging Plaatselijk Belang Stiens vandaag publiceert. Het eeuwboek beschrijft in eerst instantie de geschiedenis van de Vereniging, maar daarmee natuurlijk ook de geschiedenis van ons dorp. De voorzitter biedt het eerste exemplaar van het jubileumboek aan aan Willem Jansma, de Stienser die 24 jaar lang bestuurslid was van Plaatselijk Belang, waarvan 12 jaar voorzitter van deze Vereniging.

Na dit bestuurlijk intermezzo speelt Studio het mooie lied 'Joseph and the Amazing Technicolor Dreamcoat' van componist Andrew Lloyd Webber, van de gelijknamige musical. Daarna volgt een medley van 'The Sound of Music' en het jazzy 'Suger Blues'. In het volgende concertblok speelt Studio de medley 'Brilliant Beatles', met allemaal bekende Beatles-songs. Prachtig en divers slagwerk zien en horen we als studio vervolgt met haar vertolking van 'Fascinating Drums'. Het feestconcert wordt afgesloten met 'Puttin' on the Ritz'.

Voorzitter Jaap Bams geeft het woord aan medebestuurslid Lammer Bakker, die het redactieteam van de jubileumbundel naar voren laat komen, om hen te bedanken voor het vele werk dat zij hebben verricht om de geschiedenis van de Vereniging Plaatselijk Belang Stiens in het eeuwboek op schrift te zetten. Na enkele dankwoorden wordt ook het Stienser fanfareorkest Studio met hartelijk applaus bedankt voor haar feestelijke muzikale bijdrage aan dit eeuwfeest, waarna het jubileum evenzo feestelijk wordt voortgezet in café De Smalle Brug, aan de overzijde van de straat.


donderdag 9 februari 2012

Communicerende vaten


Donderdag 9 februari 2012
Presentatie van Arita Baaijens in de Kloosterkerk















We zijn onlosmakelijk verbonden.
Waar één beweegt, bewegen we allemaal.
Samen zoeken we opnieuw balans.

HO-conferentie 2012
Met de titel ‘Communicerende vaten’ èn met bovenstaand onderschrift begint het programmaboekje van de jaarlijkse Hoger Onderwijs-(HO)-conferentie die wordt georganiseerd door de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, die ik vandaag – samen met enkele Stenden-collega’s – bijwoon in Leerhotel Het Klooster te Amersfoort. Deze jaarlijkse conferentie biedt je de mogelijkheid om je op de hoogte te stellen van actuele thema's en ontwikkelingen in het hoger onderwijs en om daarover te spreken met collega's van collega-onderwijsinstellingen.

Speech van de Staatssecretaris Hoger Onderwijs
Even na 10.00 uur opent de dagvoorzitter deze jaarlijkse HO-conferentie en daarna volgt het openingswoord door Regina Riemersma, hoofddirecteur Uitvoering & Dienstverlening van de DUO (voorheen bekend als de IBGroep). Daarna zou een plenaire presentatie volgen van Halbe Zijlstra, staatssecretaris Hoger Onderwijs van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Zijn vervanger van het ministerie – Ron van der Meer -  staat nog in de file, dus zijn speech spreekt hij uit aan het eind van het ochtendprogramma.
Van der Meer spreekt de tekst uit van de speech die de staatssecretaris vanmorgen had zullen uitspreken. Zijn speech over actuele ontwikkelingen in het Hoger Onderwijs en over de Studiefinanciering gaat onder andere over de volgende items:
  • De Wet verhoging collegegeld langstudeerders;
  • Het project BRON-HO;
  • De start van het Diplomaregister;
  • De Strategische Agenda Hoger onderwijs, Onderzoek en Wetenschap;
  • Het werk van de Commissie Prestatieafspraken Hoger Onderwijs;
  • De vernieuwing van de Studiefinanciering.
Ron van der Meer namens Halbe Zijlstra: allemaal ontwikkelingen om samen de kwaliteit van het hoger onderwijs te verhogen.

Hoger onderwijs als ontdekkingsreis
Omdat de speech van staatssecretaris Zijlstra pas later in de ochtend kan worden uitgesproken, is eerder vanmorgen het podium van de Amersfoortse Kloosterkerk voor Arita Baaijens, ontdekkingsreizigster, schrijfster en fotograaf. Met haar plenaire presentatie ‘Succesvol omgaan met veranderingen’ - over haar ontdekkingsreis door de woestijn - beoogt ze suggestieve vingerwijzingen te geven naar ons werk in het hoger onderwijs. Ze spreekt over  de woestijn, die te klein was voor twee grote ego’s en over de angst, die voortkomt uit wat je nog hebt en wat je nog kunt verliezen.
Arita Baaijens:
  • Paniek en te sterke emoties zijn funest, omdat je dan niet meer weet wat je doet;
  • Wat doe je dan wel bij paniek & emoties: Stop, Denk na, Accepteer de feiten, Geef niet op, Analyseer de situatie en Kom in actie;
  • Verzet en stress beperken je mogelijkheden en kosten teveel energie;
  • Bij een positieve mentale houding is alles mogelijk.

Rekenschap
Voor en na de lunch volgen de twee workshoprondes. De eerste workshop ‘Rekenschap’ die ik bijwoon, is de sessie van Natascha van Schie en Anita Schilperoort, werkzaam bij de Directie Rekenschap van de Inspectie van het Onderwijs. De auditoren van deze inspectieafdeling integreren het risicogerichte financieel toezicht met het onderwijskundige kwaliteitstoezicht. De twee Rekenschap-hoofdtaken komen in de workshop aan de orde: enerzijds het toezicht op rechtmatigheid en doelmatigheid en anderzijds het toezicht op de financiële continuïteit. Ze vertellen ook dat in het toezicht op de scheiding van publieke en private geldstromen in het hoger onderwijs, de grenzen tussen publiek en privaat nog iets scherper zullen worden getrokken.

Joint Degree
De tweede workshop die ik na de lunchpauze bijwoon, is de sessie over de ‘Joint Degree’, de graad die hoort bij opleidingen die door twee of meer opleidingen in binnen- en /of met buitenland gezamenlijk worden aangeboden en die bij afstuderen worden afgesloten met een gezamenlijk diploma van die participerende instellingen. In deze workshop wordt uitgelegd dat bij het aanbieden van een joint degree voor gezamenlijke bestaande opleidingen, gezamenlijke nieuwe opleidingen en gezamenlijke afstudeerrichtingen er in alle gevallen voorafgaand accreditatie moet wordt aangevraagd bij de Nederlands-Vlaamse Accreditatie Organisatie (NVAO). Deze accreditatie is vereist om te worden ingeschreven als Joint Degree-opleiding/-programma in het Centraal Register voor het Hoger Onderwijs, het CROHO dat door de DUO wordt beheerd. In deze workshop worden de juridische en uitvoeringsaspecten van een joint degree met ons besproken.

Ga Kathedralen Bouwen
Na de theepauze volgt in de Kloosterkerk plenair een korte terugkoppeling van de inhouden, zoals die de revue zijn gepasseerd in alle workshops van deze dag.
Het middagprogramma wordt plenair afgesloten met een presentatie van Daan Quakernaat.
Daan Quakernaat:
  • Wij zijn bang geworden; we willen alle zekerheid vooraf; daar gaan we aan kapot;
  • We moeten weer leren om mooie dingen te maken, zonder dat we van tevoren weten of het lukt;
  • Problemen moet je oplossen; het domste wat je tijdens het bouwen van je kathedralen kunt doen, is met de bouw te stoppen;
  • Op kwaliteit is nog een hoop te verbeteren; dat moeten we durven en doen!
  • Als je niet kunt leren van je fouten, kun je nooit kathedralen bouwen; dan vind je dus ook nooit de weg naar boven.
  • Reken af en gedoog niet.
  • Vlucht niet in beleid, in administratie en in bureaucratie.
  • Durf radicale, idiote plannen waar te maken, ik vraag van je dat je fouten maakt, elke fout maar één keer, leer daar van. Er moet ruimte zijn om te leren. En ga altijd door met bouwen!

woensdag 8 februari 2012

Life-review & Flying wing

Woensdag 8 februari 2012

CT-eindwerken:  Life-review & Flying wing

Examenwerk CT
Ter gelegenheid van het symposium ‘Vaktherapie in beweging’ van de opleiding Creatieve Therapie van Stenden Hogeschool te Leeuwarden exposeerden vierdejaars studenten van deze HBO-opleiding CT een selectie van hun examenwerk. In hun afstudeerjaar geven studenten vorm aan hun eigen thema's en toetsen ze de relevantie van hun beeldend werk voor de beroepspraktijk van de creatieve therapie. Bij hun examenwerk hebben de afstudeerders met een korte toelichting vermeld wat hen heeft bewogen om tot dit beeldend werk te komen. Twee van die eindwerken zijn van de CT-studenten Lisa Lendzian en Beate Richter.

Life-review
Het geheel witte werkstuk op de achtergrond is van Lisa Lendzian.
De titel van dit papieren eindwerk is: ‘Life-review’.
Lisa gaf bij haar werkstuk de volgende toelichting:
‘Een boek dat je openslaat.
De inhoud:een levensweg,
die de laatste vier jaar de revue laat passeren’.

Flying wing
Het kleurrijke werkstuk op de voorgrond is van Beate Richter.
De titel van dit eindwerk is: ‘Flying wing’.
In het eindwerkstuk is een stoel als materiaal verwerkt. De stoffen winding is gekleurd met ecoline.
In dit werkstuk wil Beate:
de behoefte aan vrijheid uitbeelden
om met de eigen vleugels weg te kunnen vliegen;
maar tegelijk 
drukt de vleugel ook de geborgenheid en de veiligheid uit
in het hier en nu.


dinsdag 7 februari 2012

Schaatsen na schooltijd

Dinsdag 7 februari 2012
Na schooltijd schaatsen op de Kletsefeart in het Stienser Aldlân















Strenge vorst
Toen ik vanmorgen vroeg naar het werk in Leeuwarden reed, vroor het 15 graden. Strenge vorst dus, en een prima temperatuur om een steeds dikkere ijslaag te krijgen op bijvoorbeeld de Friese meren, sloten, kanalen en vaarten. Het is vandaag prachtig winterweer: vriezend en een heerlijke winterzon bij een heldere lucht. Ideaal weer om te schaatsen.

Kletsefeart in Stiens
En dat schaatsen kan al enkele dagen prima op de Kletsefeart, die door de nieuwbouwwijk Aldlân van het Friese dorp Stiens loopt. De omwonenden hebben er in de afgelopen dagen voor gezorgd dat brede schaatsbanen sneeuwvrij zijn gemaakt, dus er kan heerlijk worden geschaatst op de Kletsefeart. En voor wie de Kletsefeart te klein is, is er nog de mogelijkheid om doorschaatsend Stiens te verlaten over de Stienzer Feart - via Britsum - naar de enkele kilometers oostelijker gelegen Dokkumer Ee. Daar kun je dan kiezen om linksaf in noordelijke richting te gaan naar het beroemde bruggetje van Bartlehiem, of in zuidelijke richting naar Leeuwarden naar de Bonkevaart, beide onderdeel van de Friese Elfstedentocht op de schaats.

IJspret voor jong en oud
Nog niet eens zo lang geleden heeft de schoolbel van de beide basisscholen van Stiens-Zuidoost geklonken, of de eerste kinderen verschijnen al met of zonder ouder(s) en schaatsen op het ijs van de Kletsefeart. Snel de schaatsen aan en dan kan de ijspret beginnen. Even later wordt er door jong en oud geschaatst. Sommige ouders lopen met de kleine kinderen die nog niet kunnen schaatsen op het besneeuwde middengebied van de Kletsefeart. Het waait nauwelijks en de winterzon maakt dat het aangenaam vertoeven is op de mooie ijsvloer hier in Stiens.

maandag 6 februari 2012

De muis van het huis


Maandag 6 februari 2012
De muis van Huize Stenden















De Parlementsmuis
Het gebouw van de Tweede Kamer in Den Haag heeft momenteel last van een muizenplaag. Met ‘diervriendelijke’ en dieronvriendelijke muizenvallen wordt momenteel jacht gemaakt op de inmiddels gepolitiseerde Parlementsmuisjes. En niet alleen ons parlement is gezegend met de muis van het huis. Ook de Duitse Bondsdag is inmiddels geconfronteerd met een ware muizenplaag. Vermoedelijk zijn de muizen door de strenge vorst naar binnen getrokken om zich in de gebouwen tegoed te doen aan warmte en eten, beide in parlementsgebouwen royaal aanwezig.

De vorstmijdende muis
Ook in Leeuwarden vriest het dat het kraakt; momenteel dag en nacht. Het ligt derhalve ook voor de hand dat de Friese muizen ingangen proberen te vinden in bewoonbare gebouwen. Voorzover mij bekend heeft Stenden Hogeschool (nog) geen vorstmijdende muizen in huis.

Of toch wel?

De muis van het huis
Toen ik door de lange gang van de Kennisboulevard liep door onze Leeuwarder hogeschoolvestiging, viel mijn oog op een muizenhol met een bijbehorende muis. Dichterbij gekomen, bleef de muis roerloos zitten.
Hier blijkt een creatieve student of medewerker aan het werk te zijn geweest. Van zwart karton is een muizenhol èn een muis geknipt. Beide zijn op de plint van de lange hal gezet. De staart van het muisje is licht gekruld, hetgeen het driedimensionale beeld enigszins bewerkstelligt. Het is dan wel geen Parlementsmuis, maar Stenden heeft nu dus ook een eigen muis van het huis.

zondag 5 februari 2012

De kerk voorbij?


Zondag 5 februari 2012
Cover van de essay-bundel "De kerk voorbij?'

Kerk en religie
Pogingen om de zin van kerk en religie duidelijk te maken, botsen maar al te vaak op Gods goede boodschap voor de mensen, die een boodschap is van bevrijding, verlossing en perspectief. Steeds meer mensen hebben dan ook de neiging om de kerk als instituut achter zich te laten. Maar dat wil niet zeggen dat de mens zijn gevoeligheid voor het religieuze is kwijtgeraakt, integendeel. De belangstelling voor religie en zingeving is groter dan ooit tevoren.

22 essays
Onder redactie van Rinus van Warven verscheen in 1996 het boek ‘De kerk voorbij?”. Van Warven nodigde 22 auteurs uit om ieder in een essay hun visie te geven op de betekenis van de kerk van de toekomst en van een eigentijdse religie in een steeds mondialer en pluriformer wordende samenleving. Het resultaat is deze bundel met 22 essays over geloven en over de kerk, waarin de schrijvers getuigen van hun hoop, hun kritiek en hun geloof in de spirituele belangstelling van de negentiger jaren. Als een rode draad loopt door deze essays de twijfel of het met de georganiseerde kerken nog wel verder gaat. Een andere rode draad is de ervaring van mysterie, de behoefte naar een 'holisme', een spirituele kijk op leven en samenleven.

Hoop, verlegenheid, weemoed, verlangen en kritiek
Als je kennis wilt maken met het gedachtegoed van Nederlanders die op een eigenzinnige manier hun beleving van hun hoop beleven en beschrijven, vind je in dit boek boeiende overwegingen met een autobiografische inslag van de auteurs. Het zijn 22 essays geworden van hoop en verlegenheid, van weemoed, maar ook van verlangen. De auteurs getuigen van de hoop die in hen is, maar ze schuwen ook de kritiek niet. Voortdurend gaat het om de vraag hoe geloofwaardig de ‘goede boodschap’ voor ons is.

Geloof in de toekomst
  • Hans Bouma (dichter-dominee) schijft over de ‘Toekomst voor de kerk’: het fragmenterende denken verscherpt onze kijk op bepaalde aspecten van de werkelijkheid, maar we hebben dit model verabsoluteerd. Wat één van de denkwegen had moeten zijn, is de enige weg geworden; een weg die doodloopt.
  • Herman Wiersinga (theoloog-auteur) bekritiseert in ‘Een kerk die achteruitgaat’ de remmende factor van een te weinig kritische instelling en de desinteresse in de geloofsformulering: ‘Het taalgebruik speelt een centrale rol voor de toekomst van de kerken, juist wanneer het hun spirituele invloed betreft.’

Geloof in ontmoeting
  • Henk Abma (theoloog, docent, journalist) zoekt het in ‘De kerk, het zout en de krenten’ in ruimte voor kerken, die georganiseerd zijn als een open huis, als een plek voor oriëntatie en bezinning; met thematische vieringen, lezingen, concerten en kleinere exposities verdeeld over vaste zondagen.
  • Gilbert Baudet (pastor-predikant) schrijft in ‘De toekomst van de kerk in het derde millennium’ dat God zelf ter discussie staat op de drempel van het derde millennium en dat God niet meer vanzelfsprekend samenvalt met het bestaan van de kerk.
  • Jos Brink (cabaretier, pastor en voorganger) schrijft in ‘Omzien en vooruitkijken’ dat een kerk als organisatie heel dienstig in functioneren kan zijn; een richtinggevende geloofsgemeenschap, waar je je aan elkaar kunt slijpen, aan elkaar kunt warmen en bij elkaar structuur kunt aanbrengen.

Geloof in de kerk
  • Arne Jonges (theoloog in jeugdwerk en onderwijs) schrijft ‘Een nomade in een doorzonwoning’. Over het protestantisme en de katholiciteit schrijft hij dat we zeer wel een verbondenheid in Christus kunnen hebben, terwijl daarover dogmatische verschillen bestaan.
  • Frans Brinkman (predikant-redacteur) schrijft in ‘Een kerk die geen kerk is’: ‘De rekenende burger heeft geen behoefte meer aan georganiseerd beraad (zoals in kerken plaatsvindt)’.

Geloof in de samenleving
  • Ab Harrewijn (bedrijfspastor en destijds partijvoorzitter van Groen Links) schrijft over ‘Vrijplaatsen van medemenselijkheid’. Daarin schetst hij de moderne kerk van de toekomst als een kerkelijke gemeente in de vorm van kleinere groepen van op elkaar betrokken mensen zonder volle hoorzalen en zonder een strikte liturgie.
  • Herman Noordeloos (socioloog-theoloog en publicist) kiest in ‘Krachteloos of zoutend zout?’ voor kerken en christenen die vanuit hun traditie bewust proberen om de ambivalentie van de moderniteit te verminderen in de richting van rechtvaardigheid en duurzaamheid.

Geloof in oecumene
  • Erik Kampes (dramadocent en trainer) geeft in ‘Gebeurt het in de kerk of is het met de kerk gebeurd?’ aan dat de kerkelijke gemeente moet leren denken in termen van mobiel en flexibel zijn en dat in die flexibilisering de vooruitgang zit.
  • Kor Schippers (emeritus-hoogleraar Praktische Theologie) schrijft in ‘Oecumene: nachtmerrie en droom’ dat de heftigheid van de strijd alleen maar lijkt te bevestigen dat het streven naar een verenigde kerk tot de verouderde idealen behoort; er heerst in onze samenleving namelijk een ongekende heterogeniteit.
  • Afra Wamsteker (werkte aan de totstandkoming van een gezamenlijke bovenplaatselijke organisatie voor Samen-op-Weg-kerken) zoekt het in ‘Werp uw brood uit op het water…’ in netwerken tussen mensen in gemeenten, in netwerken tussen gemeenten onderling en in netwerkvorming met behulp van nieuwe media.

Geloof in de Nieuwe Tijd
  • Aleid Schilder (klinisch psychologe-geestelijk verzorger) in ‘Kan de kerk vooruit met de Nieuwe Tijd?’: “Pas door innerlijke vrede te laten ontstaan, via aanvaarding, begrip en vergeving van hoe en wie jij bent, komen we bij de liefde die deze wereld zo nodig heeft.”
  • Jacob Slavenburg (cultuurhistoricus) stelt in ‘Van kerk naar gemeenschap’: “Vrijheid is iets van binnen, niet van buiten.”
  • Hans Stolp (pastor-publicist) is in ‘De aanstaande ommekeer’ hoopvol gestemd, waar hij schrijft dat het geloof in Christus gelukkig niet afhangt van de mens, maar dat Christus Zèlf het geloof teweeg brengt.

Geloof in de stad
  • Constand de Jonge (diaconaal consulent) beweert in ‘Heeft de kerk nog toekomst’ dat er voor de kerk alleen nog toekomst is als die zich bezig houdt met hetgeen er in de samenleving speelt, dus werkend als diaconale gemeente.
  • Hans Visser (indertijd coördinator van de Rotterdamse Pauluskerk) wijst erop in ‘Kerk-zijn in de duale stad’ dat een kerk bestaat uit mensen die geloven in het ideaal van de door God gewenste samenleving; naar het Samaritaanse model, waarin God wordt gediend in de medemens die op onze weg komt.

Geloof in vrede
  • Jan ter Laak (priester-omroeppastor) schrijft in ‘Dialoog als sleutelconcept’ dat hij bij de jongere generatie een welwillende neutraliteit ziet; zij hebben blijkbaar minder behoefte aan een strijdvaardig verzet tegen de kerk.

Geloof in stilte
  • Eric Verseput (pastoraal werker) geeft in ‘De stilte die nooit verveelt’ aan dat het hem opvalt dat er steeds meer wordt gecommuniceerd, maar dat de kwaliteit van de inhoud niet toeneemt. En andere duidelijke taal van zijn zijde: “Voor wie er niets van wil weten, valt er ook niets te weten’.
Geloof in communicatie
  • Anne van der Meiden (theoloog en communicatie-adviseur) wijst er in ‘De kerk die ‘bij’ is gaat ‘voor(t)’ op dat mensen andere vormen van kerk-zijn prefereren en dat zij geen behoefte hebben aan kerkelijke sancties op die andere vormen. Voor hem blijft keihard overeind dat kerken iets te bieden hebben aan de mensen.
  • Rinus van Warven (predikant en radiopresentator) geeft aan in ‘De kerk is dood, leve de kerk!’ dat de toekomst van de kerk, van de religie en van de theologie ligt in de groter wordende roep om zingeving en dat er zeker wel een kerk van de toekomst denkbaar is die zicht biedt op humaniteit.

Geloof in geloven
  • André Lascaris (dominicaan-docent) schrijft in ‘De toekomst van mijn geloven’ dat geloven voor hem een weg zoeken is in de wirwar van het leven nu. Volgens hem moeten we onze angst overwinnen door ons over te geven in vertrouwen in de liefde en in de God die liefde is en die geeft om mensen.