maandag 31 augustus 2009

De hearen fan Fryslân

Moandei 31 augustus 2009

It boek "De hearen fan Fryslân" - skrean troch Arjen Terpstra (jawis, de soan fan de ferneamde Fryske skriuwer Piter Terpstra) is in machtig epos, dat basearre is op wiere barrens yn'e striid fan in man en syn folk. Dizze roman spilet earst yn'e súdwesthoeke fan Fryslân, yn Tsjerkgaast, in lyts boereplakje tusken de Sleattemer Mar en de Grutte Brekken. It ferhaal giet al gau oer nei Amearika en giet dernei hinne en wer fan it iene nei it oare lân. It ferhaal is it machtig debút fan Arjen Terpstra. De tragyk en de humor benimt jo as lêzer no en dan de siken en it is wier mei in daverjende gong skrean, dat it nimt jo mei en foardat jo it witte, binne jo troch it meinimmende ferhaal hinne. It is mar goed dat dizze skriuwer him ris wier ta it skriuwen fan in roman set hat, want as seeman, sjoernalist, cameraman, ûndernimmer en romantikus allinnich kaam it der yn it ferline net fan om tusken alle oare skriuwwurk troch in boek te skriuwen.

It ferhaal beskriuwt de lotgefallen fan'e twillingbroers Tsjalling & Tseard. Hja binnen twa boeresoannen, dy't yn'e tritiger jierren fan'e 20e ieu nei de Feriene Steaten wolle, sille en gean om harren omke Hotse fan'e ûndergong te rêden. Mar it is yn dit ferhaal al lykas yn it wiere libben: ek de emigranten út dit boek fiele harren immen ferskuord troch tsjinstridige gefoelens. Der wiene en der binne mar inkelen, dy't yn in frjemd lân it wiere lok fyne. En it wurd jo ek as lêzer fan dit ferhaal dúdlik dat jo as emigrant it Fryske lân nea ferjitte kinne en dat jo foar jo eigen en foar in oar syn emoasje nea flechtsje kinne, om't jo immen josels, jo holle en jo eigen tinken en gefoel meinimme.

Arjen Terpstra woe gewoan in moai ferhaal skriuwe. Dit ferhaal is in knappe mingfoarm wurden fan feit en fiksje. Sa komme jo ek ta nijsgjirrige titels fan haadstikken lykas: 1929, Speknekke, Monica (mar ek Antsje mei der wêze), I'll ask the manager (wa keapet no sa in auto?), Hearen, The (red) rose of Mudtown, Kreakjend bloed en Wite hynders. Mar mear jow ik no net frij, want jo moatte it boek mar sjen te krijen om it gau te lêzen. It ferhaal bliuwt jo dan noch wol lang by, tinkt my.

zondag 30 augustus 2009

Intrede predikantenechtpaar Overeem & Scholtens in Stiens

Zondag 30 augustus 2009

Voor de kerkelijke gemeente van de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) te Stiens is het vandaag een feestelijke dag. Onze voorheen Gereformeerde Kerk van Stiens voorziet vandaag in de vacature, die ontstond toen dominee Charlotte Kremer-Elzinga Stiens verliet. Vandaag is de Bevestiging & Intrede van maar liefst twee voorgangers, het predikantenechtpaar dominee Jaap Overeem en dominee Desirée Scholtens. Samen zullen ze de full time predikantsplaats van onze vorige voorganger invullen. We zijn allemaal blij dat we vandaag dit jonge gezin met hun tweejarige dochter en hun enkele maanden geleden geboren zoon welkom mogen heten, om deel uit te gaan maken van onze gemeente. Boven het kennismakingsartikel dat ze in ons kerkblad "Twaklank" van augustus 2009 schreven, staat in grote letters "Aangenaam kennis te maken".

Vanmiddag is de bevestigings- en intredekerkdienst in De Hege Stins te Stiens. De bevriende predikant dominee Bart Diemer uit Bedum bevestigt het predikantenechtpaar in hun bijzonder ambt. Het thema dat ze voor deze bijzondere kerkdienst hebben gekozen, is: "Forever Young", naar de song van de band Alphaville. Gemeentelid Taco Osinga vertoonde tijdens de dienst een door hem gemaakte beeldclip, als visuele ondersteuning van het muzieknummer Forever Young, dat daarbij ten gehore wordt gebracht. Na hun officiële intrede en het lezen uit het boek Psalmen en uit 1 Timoteüs volgt de overdenking van de beide nieuwe predikanten van Stiens. Ze doen dat in de vorm van een aantrekkelijke dialoog, waarin ze vertellen waar en hoe ze in het leven en werken staan en waarin ze de gemeente uitnodigen om actief met hen mee te gaan doen.

Met elkaar zingen we het prachtige lied van Builtjes-Faber, dat ik overigens nog niet kende, en dat in alledaags taalgebruik zo veelzeggend is:

Grote God, ik zoek naar U, kon ik U maar ergens vinden.
In de kerk of door de week, kan een mens mij doorverbinden?
Ergens moet U toch bestaan, dichter bij mij dan de maan.

God, kom toch eens dichterbij, dwars door muren, over hekken,
in de kerk of maatschappij. Kunnen mensen mij betrekken,
bij Uw woord en zachte kracht? Help mij toch eens uit mijn nacht.

Sportveld, schoolplein, discotheek, waar kan ik iets van U merken?
Zondag, 's nachts of door de week, zit U vast aan onze kerken?
Noem mij toch eens bij mijn naam: Ik wil niet verloren staan.


De intrede is achter de rug. De toon is gezet. We zien als arbeiders in de wijngaard met onze talrijke talenten uit naar het bewerken van de grond, om veelvoudig vrucht te gaan dragen.
Onze kinderen van de Kindernevendienst sluiten de intrededienst af met vanmorgen zelfgemaakte, naar het predikantenechtpaar omhoog gestoken letterborden, waarvan de letters samen een warm welkom vormen: "Wolkom yn Stiens".

55 jarig huwelijksjubileum op de Bakkeveense heide

Zaterdag 29 augustus 2009

Afgelopen week waren Durkje haar ouders 55 jaar getrouwd. In grote dankbaarheid organiseren we in groot gezinsverband vandaag een familiedag op de Bakkeveense heide. Daartoe zijn we de hele dag bijeen in accommodatie "De Uil" in het conferentieoord "Nieuw Allardsoog" nabij Bakkeveen. Bijna compleet, met een grote schare van 43 kinderen en kleinkinderen, vieren we als nazaten met partners dit zegenrijke huwelijk. Een dag van terugblikken op alle lief en leed van de afgelopen jaren, waarin het geluk van de laatste jaren gelukkig overheerst.

Na ontvangst, welkom, koffie, fotosessie en lunch gaan we in het begin van de middag in subgroepen uiteen. Met een lokale wandelgids, die gespecialiseerd is in de natuur- en milieueducatie in deze natuurrijke regio, gaan we voor een flinke wandeling de Bakkeveense Heide op. De gids laat veel zien van de rijkdom van dit eeuwenoude, gevarieerde landschap van heide, bos, water en grasland, waarin het vrij grazende Drentse heideschaap haar invloed momenteel doet gelden. De gids nodigt ons uit om goed te kijken en vertelt veel over het huidige landschap en over de geschiedenis en de flora en fauna van dit natuurreservaat van It Fryske Gea. Daarbij passeren we ook een dobbe, waarin een grote groep Canadese ganzen verblijft.

Tijdens het aperitief voegen zich ook de broers en zusters van mijn schoonouders zich bij de familie en dan vangt het avondprogramma aan in de Brasserie van Nieuw Allardsoog, waar we onder het genot van een heerlijk dinerbuffet en een aantal creatieve terugblikken veel gelegenheid hebben om alle aanwezige gezins- en familieleden in een gezellige atmosfeer te ontmoeten. Laat in de avond gaat iedereen huiswaarts na deze feestelijke dag.

vrijdag 28 augustus 2009

Voorbereiding voor de loopbrug van Stenden hogeschool Leeuwarden

Vrijdag 28 augustus 2009

Het is de bedoeling dat er op afzienbare termijn een loopbrug wordt gebouwd tussen het hoofdgebouw en het vorig jaar gebouwde Haak-gebouw (zie mijn weblogberichten van 22 augustus en 17 november 2008 en van 6 februari 2009) van Stenden hogeschool in Leeuwarden. Inmiddels zijn de voorbereidingen daartoe in volle gang.

In de afgelopen week zijn de bouwers aan het werk geweest op het dak van de lage uitbouw van de Globe, in de grote hal van het Haak-gebouw. Op dat dak is een nieuwe bouwvloer aangelegd, die mede als basis gaat dienen voor de aanlooproute van de nog te bouwen loopbrug.

donderdag 27 augustus 2009

Regiocomité Fryslân van Vereniging VU-Windesheim vergadert in Leeuwarden

Donderdag 27 augustus 2009

Het is al meer dan vier maanden geleden dat we als Regiocomité Fryslân van de Vereniging VU-Windesheim bijeenkwamen in een vergadering van ons regionaal verband. Maar dat betekent niet dat ons werk zolang stil heeft gelegen, integendeel. Er is in de afgelopen maanden in Friesland en in Amsterdam hard gewerkt om ons activiteitenaanbod voor het komende seizoen goed te regelen. Vanavond kijken we terug op wat klaar is en op wat we voor de korte en voor de middellange termijn nog gaan doen.

In het eerste deel van de vergadering staan de verenigingsaangelegenheden centraal. We bereiden de veranderingen voor, die in de personele bezetting van ons regiocomité aan het eind van dit kalenderjaar reglementair afgerond moeten worden. Daarnaast blikken we terug op onze inbreng en op de resultaten van de landelijke Ledenraadsvergadering die op 12 juni 2009 in Amsterdam werd gehouden (zie ook mijn weblogbericht van 12 juni 2009). Ook bespreken we enkele ins en outs omtrent de komende introductie van VU-Connected, waar het huidge VU-podium en allerlei verenigingselementen met ingang van september 2009 in op zullen worden genomen.

Het tweede deel van de vergadering van vanavond gaat over de activiteiten die we voor en met VU-Connected in Leeuwarden en Drachten gaan organiseren in de komende maanden. Zo organiseren we in september 2009 - samen met het Friesch Dagblad - een Debatcafé in café De Kleine Wereld te Leeuwarden over "Marktwerking in de zorg", in oktober over "Gemeentelijke Herindeling" en in november in Drachten een Debatcafé over de stelling dat "de Protestantse Kerk in Nederland implodeert, maar niet in Drachten." Met het Groninger regiocomité organiseren we in oktober 2009 ook nog een orgelconcert in de Petruskerk te Leens. De statutaire ledenvergadering met aansluitend een openbare lezing zal medio november 2009 zijn in Stenden University Hotel te Leeuwarden.

Voor 2010 staan er inmiddels voor de provincie Friesland zes Debatcafé's, een themadiner, een alumnibijeenkomst, een lezing en een excursie/kuier in de planning. Het is elk jaar weer een mooie uitdaging om een aantrekkelijk jaarprogramma op de kaart te zetten met landelijk en provinciaal vooraanstaande sprekers, over onderwerpen die momenteel in de belangstelling staan en om dat in optimale samenwerking met diverse andere partijen te doen. Als onze sprekers met aansprekende lezingen komen en als er behalve een goede opkomst ook interessante gesprekken ontstaan tussen sprekers en publiek, dan mogen we over enkele maanden weer tevreden zijn over ons aanbod.

dinsdag 25 augustus 2009

Studiedag Accreditatie Techniek in Emmen

Dinsdag 25 augustus 2009

Volgend jaar worden de vijf Techniek-opleidingen van Stenden hogeschool gevisiteerd om voor de komende zes jaar weer het keurmerk te behalen voor het verzorgen van deze vijf technische opleidingen voor hoger beroepsonderwijs in Emmen. Enkele maanden geleden zijn de formele voorbereidingen gestart om tijdens deze zomer het accreditatietraject voor èn met deze opleidingen te starten. Op uitnodiging van Techniek-directeur Ingrid Janssen zijn we met drie medewerkers van de afdeling Quality Assurance van het Corporate Office van Stenden hogeschool aanwezig bij de vandaag gehouden "Studiedag Accreditatie Techniek".

Om alle medewerkers van deze vijf Techniek-opleidingen goed voor te bereiden op het komende visitatie- en accreditatietraject, verzorg ik vanmorgen in Emmen een presentatie over kwaliteitszorg en accreditatie in het algemeen, over het proces dat we daartoe met zijn allen gaan doorlopen èn over de verschillende rollen die alle betrokken partijen in een volledig accreditatietraject vervullen. Daarna verzorgt onze Manager Quality Assurance Helma te Velde een presentatie over de onderwerpen, facetten en criteria die op grond van het Nederlandse Accreditatiekader in de komende maanden tijdens het zelfevalueren en visiteren centraal zullen staan. Daarbij wordt ook gebruik gemaakt van de onderzoeksresultaten, die de opleiding in het voortraject in het kader van de interne kwaliteitszorg produceerde.

Tijdens de middag komen de medewerkers van de vijf Techniek-opleidingen bijeen om met hulp van onze collega's van het Quality Center van de Stenden-Educational Support Organisation (ESO) een eigen plan van aanpak op te stellen voor de komende maanden van zelfevalueren, visiteren en accrediteren. Het is een goede zaak om tijdens zo'n studiedag aan het begin van het nieuwe collegejaar als directie, onderwijzend en ondersteunend personeel volle aandacht te geven aan het accreditatietraject dat we gezamenlijk starten, teneinde in 2011 opnieuw te worden geaccrediteerd.

maandag 24 augustus 2009

Geduld .......... de ruwe bolster moet er nog af!

Maandag 24 augustus 2009

Op een prachtige zomeravond in de tuin aan het werk.
Tijdens de harde wind van vorige week zijn weer enkele bolsters uit de Wilde Kastanje gevallen. Te vroeg in de zomer afgevallen bolsters omvatten nog een witte kastanje. Dan hebben de "ruwe bolsters nog een blanke pit". Van mensen die zo op het eerste gezicht grof lijken te zijn, maar eigenlijk een vriendelijk karakter hebben, wordt onder verwijzing naar de Wilde Kastanje wel gezegd: "Dat is een ruwe bolster met een blanke pit". Als je ooit eens zo'n onrijpe, witte kastanje in zo'n bultige bolster hebt gezien, begrijp je direct dat zo'n typering van "ruw gedrag en zacht karakter" een hele rake is.

Maar het stadium van de nog witte kastanje zijn we nu al lang gepasseerd. Het is tijd geworden voor de glimmende, kastanjebruine kleur van het bittere zaad van de Wilde Kastanje, ook wel Paardekastanje genoemd. De bultige bolster van de vroege zomer is veranderd in een dikkere bolster met scherpe punten. "De ruwe bolster moet er nog af" om het volkomen, glanzende zaad van de Paardekastanje het daglicht te laten zien. Een tweede spreekwoord in de Nederlandse taal dient zich daarmee aan, want van een nog al te onbeschaafd, onbeholpen persoon zeggen we ook wel eens dat "de ruwe bolster er nog af moet".

Bij de kastanje èn óók bij de mens is het doorgaans een kwestie van tijd om aanvankelijk nog tegen de bultige, en later tegen de stekelige bolster aan te kijken. Maar er komt vroeg of laat voor elke bolster een moment, waarop de aanvankelijk onzichtbare blanke pit zijn door de tijd en weer en wind gelouterde, glimmende innerlijke glans laat zien.

Ter afsluiting nog twee andere spreekwoorden, woorden die ook spreken, die veel zeggen:
* Geduld en gras zal melk worden
* Geduld is als een bittere plant die zoete vruchten geeft.

zondag 23 augustus 2009

De Bijbel in Gewone Taal in 2014

Zondag 23 augustus 2009

Op de Regiodagen van het Nederlands Bijbelgenootschap (NBG) in 2009 hebben medewerkers van het NBG aan alle aanwezige vrijwilligers en leden informatie gegeven over de nieuwe Bijbel die het NBG in het jaar 2014 gaat publiceren. Zie bijvoorbeeld ook mijn weblogbericht van 28 februari 2009. Die nieuwe Bijbel moet zoveel mogelijk mensen bereiken en aanspreken en krijgt als titel: "De Bijbel in Gewone Taal". Alle aanwezigen kregen tijdens de Regiodagen alvast een boekje van het NBG mee naar huis, met daarin een serie proefteksten van de Bijbel in Gewone Taal.

De Bijbel is een mooi boek, maar niet gemakkelijk. De al bestaande Bijbelvertalingen zijn het meest geschikt voor geoefende lezers. Maar voor veel andere mensen zijn ook de meest moderne vertalingen nog moeilijk te begrijpen. De zinnen zijn vaak te lang en de woorden te moeilijk.
Het NBG vindt dat iedereen in Nederland de Bijbel moet kunnen lezen en begrijpen. Daarom werkt het NBG op dit moment aan de Bijbel in Gewone Taal. Men schrijft in korte zinnen en het verband tussen de zinnen moet duidelijk zijn.

De Bijbel in Gewone Taal is bijvoorbeeld geschikt voor mensen die niet gewend zijn om veel te lezen. Of voor mensen die het Nederlands als tweede taal hebben. Of voor doven en slechthorenden, die gebarentaal gebruiken. Maar ook voor kinderen en jongeren om bijvoorbeeld samen met volwassenen te lezen. Eigenlijk voor iedereen die benieuwd is naar een Bijbel die in gewone taal is geschreven. Het wordt een volledige vertaling van de hele oorspronkelijke Bijbel, maar duidelijkheid en begrijpelijkheid staan voorop.

Zo wordt bijvoorbeeld geprobeerd om de vele beeldspraak in de Bijbel duidelijk te maken. Nu staat er in de huidige Bijbel in het boek Prediker: "Het is allemaal najagen van wind". Dat zou je in begrijpelijke, gewone taal kunnen vertalen als: "Het is allemaal zo zinloos. Je bereikt er niets mee".

De Bijbel in Gewone Taal wordt ingedeeld in korte stukjes tekst, die allemaal een titel krijgen, die je helpen bij het gaan lezen en begrijpen. Bijbelverzen die bij elkaar horen, komen nu ook bij elkaar te staan. Op dit moment wordt door veel vertaalspecialisten hard gewerkt aan het schrijven van proefteksten voor deze nieuwe Bijbel. Die proefteksten worden getest door een aantal leesgroepen, om er zeker van te zijn dat de nieuwe tekst vooral ook begrijpelijk wordt.

Het maken van zo'n goede vertaling van de Bijbel in Gewone Taal (BGT) is een meerjarenproject. Het kost ongeveer 3,5 miljoen euro. Om dat geld bij elkaar te krijgen, heeft het NBG de "BGT-club" opgericht. De deelnemers van de BGT-club geven allemaal minimaal € 5,- per maand aan de NBG. Mensen die zich in 2009 opgeven (dat kan via www.bijbelgenootschap.nl) en tot 2014 deelnemer blijven van de BGT-club, krijgen bij het verschijnen van de BGT in 2014 gratis een speciale uitgave van deze nieuwe Bijbel in Gewone Taal.

Het jaar 2014 wordt dus een belangrijk jaar. Niet alleen vanwege de Bijbel in Gewone Taal, maar ook omdat het Nederlands Bijbelgenootschap dan al 200 jaar bestaat.

zaterdag 22 augustus 2009

Kuyper in Maassluis

Zaterdag 22 augustus 2009

Op 5 november 2008 is in het centrum van Maassluis een standbeeld onthuld van de calvinist, volksopvoeder en staatsman Abraham Kuyper, die in 1837 in dit stadje is geboren, waar zijn vader toen predikant was. Het bronzen beeld met de markante gestalte van Abraham Kuyper is gemaakt door Frank Letterie. "Kuyper plaatste de Bijbel centraal in kerk, staat en maatschappij. Daarom dit standbeeld", aldus de burgemeester.

Voorafgaand aan de onthulling van het beeld werd tijdens een bijeenkomst onder leiding van EO-presentator Andries Knevel in de Groote Kerk een bijeenkomst gehouden met toespraken van minister-president Balkenende, burgemeester Karssen van Maassluis, voorzitter Hogeweg van de Stichting Monument dr. Abraham Kuyper, directeur Harinck van het Historisch Documentatiecentrum voor het Nederlands Protestantisme van de Vrije Universiteit (VU) en historicus De Bruijn van hetzelfde documentatiecentrum. Alle toespraken zijn gebundeld in het boekje "Kuyper in Maassluis", in april 2009 uitgegeven door het Historisch Documentatiecentrum van de VU.

In zijn toespraak benadrukte minister-president Jan Peter Balkenende het belang van èn de invloed van Kuyper op de actuele samenleving, zoals:
> Kuyper leerde ons dat een samenleving alleen goed kan functioneren met een moreel kompas en met een juiste verdeling van verantwoordelijkheden;
> Kuyper geloofde in de kracht van maatschappelijke verbanden en in de veerkracht van de burgerij, maar de Staat moet dan wel de voorwaarden scheppen, gebaseerd op gemeenschappeijke waarden;
> Kuyper vond dat een pluriforme samenleving alleen kan bestaan met verantwoordelijke burgers, met een krachtig maatschappelijk middenveld, met gemeenschappelijke basiswaarden en met rechtsstatelijkheid;
> Kuyper was gedreven door idealen, maar ook pragmatisch en gericht op resultaat. Met zijn strijdvaardighed, scherpe pen en onverzettelijk karakter liet Abraham Kuyper zien dat je daarmee tot uitzonderlijke prestaties in staat bent.

In zijn toespraak van een aantal jaren geleden heb ik professor James Kennedy eens horen zeggen dat Nederlanders niet of nauwelijks hun trots tonen met betrekking tot Nederlandse "helden"; iets wat in de Verenigde Staten veel meer gebruikelijk is. Ik durf gerust te stellen dat professor Kennedy onze Abraham Kuyper - oprichter van de Vrije Universiteit - zeker in zijn lijstje van belangwekkende Nederlandse helden heeft opgenomen, en hoogstwaarschijnlijk op die lijst ook hoog genoteerd.

woensdag 19 augustus 2009

Seizoensstart Regio Noord van NBG bij Jongbloed in Heerenveen

Woensdag 19 augustus 2009

Bij aanvang van het nieuwe seizoen komen jaarlijks alle Rayoncoaches en alle leden van het Regioteam van onze Regio Noord van het Nederlands Bijbelgenootschap (NBG) bijeen om de activiteiten voor de komende herfst, winter en voorjaar met elkaar te bespreken. Vandaag zijn we daartoe in Heerenveen te gast bij Drukkerij Jongbloed, de drukker en uitgever waarmee het NBG samenwerkt bij de productie en verspreiding van Bijbels voor de Nederlandse en voor de buitenlandse markt.

Voorafgaand aan de gezamenlijke maaltijd worden we in subgroepen rondgeleid door medewerkers van Drukkerij Jongbloed. Deze drukker-uitgever is gespecialiseerd in het drukken van bijbels op flinterdun papier. Alleen met dat uitzonderlijk dun papier kan men de hele bijbel in een omslag binden met een nog acceptabele dikte. Jongbloed is als een van de weinige drukkers ter wereld in staat om tot op minimaal 22 grams gecoat papier te drukken (ter vergelijk: regulier kopieerpapier is 80 grams papier, dus bijna vier maal zo dik). Tijdens de rondleiding zien we het hele productieproces van voorbereiding, printplaatproductie, drukken (op grote rollen met een papierlengte van maar liefst 32 kilometer), katernen bundelen, naaien, snijden, inbinden en verpakken en alles wat daar nog tussen in zit. Er gaat een wereld voor je open als je ziet wat er allemaal bij komt kijken om een perfect uitziende Bijbel verkoopklaar te maken. Zo'n superspecialisme verdient alleszins respect.

Het tweede programmadeel wordt verzorgd door de communicatiespecialist van het NBG: Marloes Keller. Zij gaat met ons in gesprek over de grote vijfjaarlijkse ledenwerfcampagne, die het NBG in 2010 zal gaat voeren. Daarna volgt een informatieronde over het nieuws uit alle NBG-rayons van Noord-Nederland, bespreken we onze plannen voor de Bijbel10daagse van oktober 2009 en bereiden we de 15 Rayonontmoetingen voor die in de maand september 2009 in Regio Noord worden georganiseerd om alle vrijwilligers van het NBG in Noord-Nederland toe te rusten voor hun aanstaande najaarsactiviteiten.

Aan het eind van de vergadering rapporteer ik wat Ria Jonker en ik in het afgelopen jaar als vertegenwoordiger van Regio Noord hebben gedaan in de bijeenkomsten van het Landelijk Beraad van het NBG. De bijeenkomst wordt afgesloten met allerlei zaken van praktische aard, onder leiding van NBG-beroepskracht Henk Ruiter, onze Regiocoördinator voor Noord-Nederland. Laat op de avond van deze warme zomerdag is het buiten nog 25 graden Celsius als alle Rayoncoaches en Regioteamleden van Friesland, Groningen en Drenthe huiswaarts keren.

dinsdag 18 augustus 2009

Johan Schaafsma exposeert in Stiens

Dinsdag 18 augustus 2009

Tot 31 augustus 2009 is in de Openbare Bibliotheek te Stiens een expositie te zien van schilderijen van Johan Schaafsma. Schaafsma woont sinds 1980 in Stiens. In 2001 is hij begonnen met het volgen van schilderlessen, en hij doet dat momenteel nog steeds bij "It Frysk Skildershûs" in Leeuwarden.

Eigenlijk is het schilderen voor Johan Schaafsma een hobby die hij al jaren eerder had willen oppakken en waar hij graag meer tijd aan had willen besteden. Landschappen schilderen is een onderwerp dat hem boeit, met name ook buiten geschilderd. Maar ook stillevens en portretschilderen vind Schaafsma leuk om te doen.

Op de expositie toont Johan Schaafsma een aantal landschapsschilderijen, alle geschilderd in acryl. Eén van zijn in Stiens geëxposeerde werken is het schilderij, getiteld: "Schingen".

zondag 16 augustus 2009

Vakantiebijbelgids 2009 van Ark Mission

Zondag 16 augustus 2009

Elk voorjaar ontvangen we als donateurs thuis de nieuwe Vakantiebijbelgids voor de komende zomervakantie van Ark Mission uit Driebergen, de organisatie die tot en met 2008 bekend was onder de naam Vereniging tot Verspreiding der Heilige Schrift/Bijbel Kiosk Vereniging. Sommige kerken verspreiden de gids huis-aan-huis. Christelijke recreatieorganisaties schenken de gids aan hun gasten. Reisleiders gebruiken de gids bij hun dagopeningen en/of dagsluitingen. En wij nemen al jaren lang de nieuwe gids mee naar onze vakantiebestemmingen, daarbij de doorgaande Bijbellezing van het Nederlands Bijbelgenootschap (NBG) voor de duur van de vakantie even los latend.

De titel van de Vakantiebijbelgids 2009 is: "Met de groeten van ...". Ja, de groeten van wie eigenlijk? Wie zou ons maar liefst 21 keer (3 vakantieweken van 7 dagen) iets belangrijks willen schrijven? Heb je al door welke kant het op gaat? Het zijn de mensen die voorkomen in de Bijbelverhalen. Via dit bijbelleesrooster delen zij in tijd en afstand met ons hun reiservaringen, daarbij ook de innerlijke veranderingen die zij in hun leven meemaakten, met ons delend.

Voor dit jaar hebben drie auteurs een selectie gemaakt uit de mooie verhalen uit de Bijbel. Zij voorzagen die verhalen van een korte vakantiegerichte overdenking.
1. In week 1 nam dr. Hetty Lalleman-de Winkel ons mee met reizende mensen in de Bijbel;
2. In week 2 lazen we van Petra Butler over verhalen van mensen in de persoonlijke sfeer;
3. In week 3 dacht ds. Eugène Baljet voor en met ons na over de toekomst.

Hetty Lalleman-de Winkel: "Als God met je meereist, ben je overal "thuis"."
Petra Butler: "Vader in de Hemel, help mij om U en de mensen om me heen altijd trouw te zijn en lief te hebben, waar ik ook ben."
Eugène Baljet: "Heer, onze God, wij danken U voor de oogst. Wij vragen Uw zegen over ons werk en over deze tijd van rust."

Met de groeten van ...

zaterdag 15 augustus 2009

Sloop Provinciehuis van Fryslân in Leeuwarden vordert

Zaterdag 15 augustus 2009

Het is al geruime tijd geleden dat ik in Leeuwarden op de hoek van de Oosterstraat en de Tweebaksmarkt was. Vanmiddag tijdens een winkelwandeling door de Oosterstraat kwamen Durkje en ik bij het gapende gat in de Leeuwarder binnenstad, dat is ontstaan door de sloop van het Provinciehuis van de provincie Fryslân.

Op 31 maart 2009 werd door mijn ex-college, gedeputeerde Tineke Schokker de eerste, formele sloophandeling verricht van het "Fryske Provinsjehûs" aan de Tweebaksmarkt te Leeuwarden. Tineke Schokker nam hiervoor toen plaats in een kraan en startte daarmee officieel de sloop door een kozijn op de eerste verdieping uit de voorgevel te trekken. Het oorspronkelijke provinciehuis - het pand met het provinciewapen in de gevel - blijft (be)staan.

Hier en daar liggen vanmiddag nog resten van het oude provinciehuis. Op de hoek van de Herestraat en de Oosterstraat is nog een restant van de oude fundering te zien. De rest van het sloop- en bouwterrein is al weer met zandaanvoer enigszins op hoogte gebracht en geëgaliseerd, zodat op die plaatsen de ondergrondse restanten van het gesloopte complex aan het oog zijn onttrokken. Binnenkort kan de bouw van het nieuwe provinciehuis van start gaan.

vrijdag 14 augustus 2009

Een bedstee voor Rembrandt & Saska in Sint-Annaparochie

Vrijdag 14 augustus 2009

Op 10 juni 1634 deed Rembrandt van Rijn in Amsterdam aangifte van zijn huwelijk met de Friese Saskia Uylenburgh. Bijna twee weken later - op 22 juni 1634 - vond de kerkeljke inzegening van hun huwelijk plaats in Friesland, in Sint-Annaparochie, in de gemeente Het Bildt. Hun bruiloft werd gevierd bij de familie Van Loo in het Regthuys te Sint Annaparochie. Het pasgetrouwde stel bracht daar ook de huwelijksnacht door. Het Regthuys is er niet meer. Nu staat op die plek een kringloopwinkel.

Mede door de viering van het Rembrandt400-jaar in 1996 is het bij velen wel bekend dat Rembrandt & Saskia in het Friese Sint-Annaparochie kerkelijk trouwden. Saskia bracht een deel van haar jeugd door bij haar zuster Hiskie, die getrouwd was met de grietenij-secretaris Gerrit van Loo. Van Loo woonde in het Regthuys. Volgens de geschiedschrijving stond het Regthuys vroeger op de plaats waar nu de kringloopwinkels is gevestigd, op de kruising van de Van Harenstraat en de Warmoesstraat in Sint-Annaparochie.

Kringloopbedrijf Estafette heeft als bijdrage aan de Bildtse feestelijkheden van het Rembrandtjaar op 22 juni 2006 (want op 22 juni 1634 trouwde het echtpaar) een bedstee achterin de winkel nagebouwd. Hiervoor kon - dankzij de medewerking van Stichting Ons Bildt - gebruik worden gemaakt van een complete tussenwand met twee bedsteden uit de jaren geleden al afgebroken boerderij van De Vries in de Fries-Bildtse Westhoek.

De herinnering aan deze historische bruiloft en huwelijksnacht wordt door de kringloopwinkel in Sint-Annaparochie tot op vandaag nog steeds in ere gehouden. Achter in de winkel kun je de bedstee en de bedsteewand nog bezichtigen. In de loop van de jaren heeft het kringloopwinkelpersoneel er altijd zorgvuldig voor gezorgd dat het verhaal van de huwelijksnacht - van nu al meer dan 400 jaar jaar geleden - met uiteenlopende, ingebrachte gebruiksvoorwerpen levend blijft. Als je even bij en in de bedstee kijkt, is het net of het huwelijkspaar hier vannacht nog de nacht doorbracht.

woensdag 12 augustus 2009

Sentier vers Saint-Jacques-de-Compostelle via Vézelay - deel I

Woensdag 12 augustus 2009

Al vanaf de 10e eeuw kom je regelmatig in de stegen, straten en in de kerk van Santiago de Compostela Nederlandse, Belgische, Franse en Duitse pelgrims tegen. Deze pelgrims komen vanuit het noordoosten over oude en nieuwe bewegwijzerde pelgrimswegen. Wat beweegt de moderne pelgrim om Anno 2009 de wandelschoenen aan te trekken, om de lange wandeltocht naar dit Spaanse pelgrimsoord te volbrengen?

Hun motieven verschillen per persoon en veelal veranderen die motieven gedurende de tocht ook nog. Voor de één begint het als sportieve prestatie. Anderen gaan voor de natuur- en cultuurbeleving. Of men zoekt overal de historie van stad, platteland, gebouwen en/of mensen. Weer anderen zoeken het in het spirituele en/of het religieuze. Voor elk wat wils, allemaal goed en het mag elke dag weer anders worden beleefd.

Onderweg kom je langs relieken, zoals de voet-relikwieënschrijn van Sint Jacobus in het Belgische Namen. En je bezoekt beroemde toevluchtsoorden, zoals bijvoorbeeld de Sint Maria Magdalena-basiliek in het Franse Vézelay. Is het ook iets voor u of voor jou om te vertrekken en te gaan pelgrimeren in de oude voetsporen van de pelgrims langs de Maas, door de bossen van de Ardennen, door de wijngaarden van de Champagne, langs de Franse meren. Je komt in de Franse kathedralen van Reims en van Auxerre. Je bezoekt de abdijkerk van het Franse La Charité-sur-Loire, de oude priorij die al heel lang geleden bekend stond als religieus centrum dat armen en pelgrims hulp bood.

Op 16 mei 2005 zijn Durkje en ik deze meer dan 3.000 kilometer lange tocht begonnen. We liepen achtereenvolgens over het Jabikspaad, het Hanzestedenpad, het Pieterpad en de Via Mosana naar het Belgische Namen. In Namen zijn we op 15 oktober 2007 begonnen aan de Grande Randonnée nummer 654 (GR654), het zogenoemde "Sentier vers Saint-Jacques-de-Compostelle via Vézelay". Af en toe trekken we de wandelschoenen en de wandelkleding weer aan en pelgrimeren verder. Ook al duurt het tien jaar, bij leven en welzijn zullen we hopelijk ooit eens in het Spaanse Santiago de Compostela arriveren.

Op 22 juli 2009 wandelden we samen Vézelay binnen. Van Namen naar Vézelay was dat voor ons ruim 690 kilometer in 34 wandeldagen, een gemiddelde van ruim 20 kilometer per dag. Bijna altijd eerst in noordelijke richting gefietst en daarna direct aansluitend in zuidelijke richting gewandeld. We liepen door de departementen Namen, Ardennen, Aisne, Marne, Aube en Yonne. We waren in Namen, Rocroi, Reims, Châlons-en-Champagne, Vitry-le-Francois, Bar-sur-Seine, Auxerre en Vézelay.

In Vézelay verruilden we deel I voor deel II van de wandelgids van de GR654. We blikken terug op bijzondere mensen en ontmoetingen, herinneren de seizoensgebonden natuur, zagen oude en nieuwe architectuur, beleefden tegenvallers en meevallers en laten ons elke dag weer verrassen door wat er na de volgende bocht, achter die hoge muur, voorbij dat bos, over die heuvel en na de voorgaande wandeldag te zien en te beleven valt. Foto's en reisverslagen helpen je om het nadien opnieuw te beleven, maar dat blijft altijd maar een fractie van het vele en het goede dat je elke minuut, elk uur en elke dag al wandelend zomaar wordt gegeven, ook aan de moderne pelgrim Anno 2009.

dinsdag 11 augustus 2009

Lanterfanten over Route 2.6 van Ossenzijl naar Mildam

Vrijdag 7 augustus 2009

Vandaag is de laatste van onze Friese wandeldriedaagse van deze week. Nogmaals een warme dag, heerlijk om buiten te zijn. Ons doel is om vandaag van Ossenzijl naar Mildam te lopen. Dat is de 28 kilometer lange 6e route van deel 2 van de wandelgids "Friesland voor lanterfanters". Het thema van deze wandeling is: "Friese rivierendelta vanuit vogelperspectief". In grote lijnen gaat deze tocht in noordoostelijke richting door de vogelrijke rivierendelta van de rivieren de Linde en de Tjonger.

Na een prima nachtrust en een stevig ontbijt op de boerderijcamping "De stille verkwikking" verlaten we even na 9.00 uur Ossenzijl over de Linde. Vlakbij Spanga gaan we op het lange Voetpad dat met een grote boog onder het natuurgebied de Rottige Meente door gaat, op het snijvlak tussen natuur- en cultuurgrond. Ter hoogte van Spanga spreken we een medewerker van Staatsbosbeheer, die het Voetpad naar de begraafplaats van Spanga op het eilandje in het laagveenmoeras begaanbaar maakt en houdt. De eeuwenoude begraafplaats met zijn prominente klokkenstoel en bomenring is hier een bijzondere stilteplek.

Het Voetpad brengt ons op een uniek manier langs Scherpenzeel naar Munnekeburen. Ter hoogte van de dorpskerk van Munnekeburen komt net op dat moment dezelfde medewerker van Staatsbosbeheer bij toeval met zijn dienstwagen bij ons langs. Het portierraam gaat open en hij roept ons gekscherend toe dat hij nog even wilde kijken of wij ons wel aan de voorgeschreven route houden. Dat doen we inderdaad, want vanaf hier verlaten we het Voetpad om via diverse soorten paden de Rottige Meente te doorkruisen, eerst in de riching van de Scheene.

Waar we bij de informatiehut de Scheene zullen oversteken, ontmoeten we twee heren en twee dames, zittend aan een picknicktafel. Het zijn (ook) langeafstandswandelaars, die het Zuiderzeepad lopen, dat ons pad hier in de Rottige Meente kruist. We nemen even rustig de tijd voor elkaar om onze wandelervaringen uit te wisselen. Aan de overzijde van de Scheene gaan we - af en toe over houten vlonders - over een zompig pad verder. Hier midden in het natuurreservaat genieten we even later van de repetitie van een gezelschap, dat hier in een grote feesttent deze dagen repeteert voor de binnenkort uit te voeren opera Elektra, georganiseerd door Stichting Spanga, die jaarlijks een opera uitvoert. Dit jaar doet de bekende opera-zangeres Maaike Widdershoven mee. We genieten bij de tent nu alvast van de zang en het pianospel.

Vanaf Nijetrijne lopen we parallel aan de Helomavaart naar Driewegsluis. Daar komen we voor een geopende brug, waar pleziervaartuigen de sluis uit en in varen. We pauzeren hier enige tijd. Dan volgen vele kilometers fietspad door de Lendevallei, langs de rivier de Linde. Eerst langs de zelfbedieningspont die we gisteren bedienden, dan ook nog een deel van het Jabikspaad langs Het Wijde (deel) van de Linde. Voorbij Het Wijde steken we bij het sluiswachtershuis de Linde over om daarna aan de overzijde verder te lopen tot aan de autosnelweg A32. We moeten regelmatig even in de berm van het fietspad lopen, omdat met grote regelmaat fietsers ons inhalen, danwel ons tegemoetkomen. Daarbij is ook een groot aantal deelnemers van het internationaal gezelschap, dat momenteel deelneemt aan de jaarlijkse Internationale Tandemrally, die momenteel vanuit Appelscha wordt georganiseerd. Voorbij de oude provinciale weg, de spoorlijn en de A32 nemen we een etenspauze.

We steken nu de Linde over, om aan de andere rivieroever weer langs de Linde verder te gaan. Dit is een mooi traject over een grasdijk door een natuurreservaat van It Fryske Gea. Her en der in dit natuurgebied wordt met groot en zwaar materieel volop gemaaid en hooi verzameld, nu na het broedseizoen dit deel van het natuurreservaat is opengesteld voor publiek. We passeren een oude houten sluis, een oude Amerikaanse windmolen en een moerasbos. Om het natuurgebied te verlaten, moeten we tussen twee bosjes door over een ruig terrein, waar gras, distels en Brandnetel hier en daar tot onze schouders reiken. Een ware survival is dat. Je moet er niet aan denken om hier in de distels en Brandnetels te vallen.....

Ten zuiden van Oldeholtpade lopen we door een prachtige Friese houtwal naar het Scheenebospad. Nadat we gepauzeerd hebben, is ons drinken nagenoeg op. Bij een woning met de opvallende Franse wegwijzer "l'Abbaye de Telhouët" vragen we de heer des huizes in zijn tuin of hij onze waterflessen binnen met water wil vullen, zodat wij met voldoende drinken verder kunnen naar Mildam. We raken in gesprek met de bewoner, krijgen ook nog een heerlijk ijsje aangeboden en vragen hem naar zijn verhaal achter deze originele Franse wegwijzer. Hij heeft het bord uit het Franse Bretagne meegenomen, waar zijn zoon een 19e eeuwse boerderij kocht in Paimpont, een gemeente in het departement Ille-et-Vilaine. Zijn boerderij staat vermeld op een kadastrale kaart van 1823 en vormt de steeds voortgeschreden verbouw en uitbouw van de voormalige abdij van Telhouët. Ooit stond deze wegwijzer langs de weg, maar die zet voorbijgangers op het verkeerde been, want het huidige bouwwerk is onmiskenbaar een boerderij. Alleen enkele interieurdelen herinneren nog aan wat vroeger een deel was van de voormalige abdij. De vorige eigenaar had de misleidende wegwijzer dan ook uit het zicht onder een heg op het erf gegooid. Nu heeft het een nieuwe functie in het Friese.

Als we voorbij Ter Idzard naar het gemaal van de rivier de Tjonger lopen, zien we boven Mildam een vervaarlijke onweerslucht verschijnen. Het wordt spannend of we zonder regen en onweer langs de Tjonger droog en veilig in Mildam zullen arriveren. Over de verhoogde rivierdijk lopen we tussen de schapen, ganzen en andere watervogels door naar de eerstvolgende brug over de Tjonger. Nog nèt vóór 18.00 uur lopen we Mildam in. Daarmee beëindigen we nu onze driedaagse, waarin we volgens de routegids in elk geval 82 kilometer hebben gewandeld. Drie mooie dagen in het natuurrijke grensgebied van de provincies Drenthe, Overijssel en Friesland.

Lanterfanten over Route 2.5 van Noordwolde naar Ossenzijl

Donderdag 6 augustus 2009

Gisteren was de krantenkop van het weerbericht in de Volkskrant: "Vandaag warm, morgen warmer, overmorgen ook nog, pas daarna koeler". Een terechte conclusie, want gisteren was het inderdaad warm, maar vandaag komt daar nog eens een schepje bovenop. We wandelen vandaag bij een hoge temperatuur van tegen de 30 graden Celsius. Durkje en ik bewandelen vandaag Lanterfanten-route 2.5 van Noordwolde naar Ossenzijl, een étappe van 28 kilometer.

Vanaf de camping bij Noordwolde - waar we overnachtten - lopen we naar het centrum van Noordwolde, waar we ons dagrantsoen eten en drinken aanvullen in een supermarkt. Ten noordwesten van Noordwolde gaan we langs de heide en door het bos van de Noordwolder Meenthe, waarbij we ook het Nivon-natuurkampeerterrein De Meenthe passeren. Dan volgt een lang recht stuk langs de weg naar De Hoeve. Na een etenspauze volgen we het fietspad naar de rivier de Linde.

Na ongeveer een kilometer door het beekdal van de Linde het fietspad door de Lendevallei gevolgd te hebben, gaan we in zuidelijke richting over het Kuierpad door een mooi waterrijk hoogveen-natuurgebied, bestaande uit onder ander broekbos, petgaten en rietvelden. We lopen op kleine afstand langs een fouragerende ooievaar. Via enkele doorgaande wegen komen we uiteindelijk uit in Peperga, waar we vlak vóór de autosnelweg A32 het stalen driemaster-monument voor Pieter Stuyvesant passeren. De in Peperga rond 1612 geboren Pieter Stuyvesant werd op latere leeftijd zeevaarder en is beroemd geworden als stichter van het Amerikaanse Nieuw Amsterdam, het tegenwoordige New York. Het is dan ook duidelijk dat het thema van deze wandeldag - "Op zoek naar een betere toekomst" - een verwijzing is naar deze Friese kolonisator uit de 17e eeuw.

Na een rustpauze verlaten we ook De Blesse, om ten oosten en ten westen van de Friese Veldweg het bos, de heide en de stuwwal van de Blesdijkerheide/het Friesche Veld van Staatsbosbeheer te doorkruisen. Dit is een mooi deel van de route, waarbij we ook een heideven passeren.
Het eerstvolgende dorp waar we door komen, is Paasloo, bekend om haar uit 1336 daterende markante dorpskerk. Over de Paasloërallee passeren we de replica van de tonmolen van het villapark De Weerribben.

Daarna volgen we ongeveer 4 kilometer het Jabikspaad naar, door èn voorbij Oldemarkt. Voor ons een bekend traject. In Oldemarkt vullen we ons eten en drinken voor de rest van vandaag èn voor morgen bij. Zwaar beladen lopen we dan langs het Mallegat naar de Linde. Met de zelfbedieningspont steken we het Mallegat over, om daarna door de Lendevallei langs de Linde naar Driewegsluis de gaan.

Van Driewegsluis lopen we over de Lindedijk langs natuurgebied de Rottige Meente naar Ossenzijl, waar we om 19.00 uur arriveren. Dan gaan we tenslotte naar de boerderijcamping "De stille verkwikking", waar we - na een warme maaltijd in Recreatiecentrum De Kluft - aangenaam overnachten in het logiesverblijf "Bed & Brood" van de boerderij. Het was een mooie zomerse, bijna tropische, dag.

maandag 10 augustus 2009

Lanterfanten over Route 2.4 van Appelscha naar Noordwolde

Woensdag 5 augustus 2009

Van de driedelige wandelgidsserie "Friesland voor lanterfanters" van Fokko Bosker hebben Durkje en ik inmiddels een aantal routes gelopen, die in de delen 1 en 3 zijn beschreven. Deel 2 staat al geruime tijd ongebruikt in de kast. Daarin komt deze week verandering, want we starten vandaag een driedaagse wandeltocht van Appelscha via Noordwolde en Ossenzijl naar Mildam, beschreven als route 4, 5 en 6 van deel 2 van deze driedelige serie. Vandaag staat étappe 4 van Appelscha naar Noordwolde op het programma, over een afstand van 26 kilometer.

Na een kop koffie in het Bezoekerscentrum "Drents-Friese Wold" van Staatsbosbeheer - nabij Appelscha - starten we onze dagmars om 11.30 uur. Voorbij de paardenweide volgen we het zogenoemde Paddenpad langs een bosmeertje door de bossen van Appelscha. Een schilderachtige route volgt door bos, heidevelden en Kale Duinen, langs de heideschapen die onder verspreid staande bomengroepen de aangename schaduw hebben gevonden. Een door weer en wind mooi gevormde Lijsterbes tekent zich kleurrijk af tegen de Kale Duinen en de blauwe lucht. Rondom de Grenspoel vinden we de in Nederland zeldzame Kleine Zonnedauw in verrassend grote aantallen. Over de Fries-Drentse provinciegrens gaan we in de richting van Zorgvlied.

Het thema van deze wandeling is "Een toren van Babel, ontwoekerd aan de natuur". Een passend thema bij het Doldersummer (heide)Veld dat we daarna doorkruisen. Dit is de plaats waar in de 19e eeuw het te ambitieuze sociale experiment van de Maatschappij van Weldadigheid van generaal-majoor Johannes van den Bosch strandde. In het bos passeren we het behandelcentrum Hoeve Boschoord.

In het Vledderveld tussen Vledderveen en Vledder pauzeren we in de stilte, op de oever van een heideven. Voorbij Vledder gaan we in de richting van het Sterrenbos. Als we het bos uit komen, gaan we over de onverharde Hooiweg naar museum De Koloniehof in Frederiksoord. Daar arriveren we tegen 17.00 uur. Van Frederiksoord lopen we wederom over de ruim 3 kilometer lange Hooiweg, langs Wilhelminaoord, naar Noordwolde.

Tegen 18.30 uur arriveren we in Oosterstreek/Noordwolde(-Zuid) op camping Rotandorp, waar we ons tentje opzetten, eten en de nacht doorbrengen. We blikken terug op een warme zomerdag en een wandelroute, die nagenoeg geheel door natuurgebieden loopt. In dat opzicht een hele mooi wandelroute.

zondag 9 augustus 2009

Pelgrimeren van Châteauneuf-Val-de-Bargis naar La Charité-sur-Loire

Van Sint Jacobiparochie naar Santiago de Compostela

Sentier vers Saint-Jacques-de-Compostelle; via Vézelay
Van Châteauneuf-Val-de-Bargis naar La Charité-sur-Loire
Dinsdag 28 juli 2009 – 25,5 km.
Dag 67: 1390 – 1415,5 km.

Op deze laatste pelgrimsdag van de zomervakantie van 2009 brengen Durkje en ik de fietsen met de auto vanuit Varzy naar La Charité-sur-Loire. Daarvandaan fietsen we over de N151 terug naar Châteauneuf-Val-de-Bargis.
De temperatuur is 15 graden Celsius. Bij La Charité-sur-Loire is het nogal mistig, maar als we Châteauneuf-Val-de-Bargis naderen, is duidelijk te zien dat de mist snel verdwijnt. Het lijkt weer een warme dag te gaan worden.
In Châteauneuf-Val-de-Bargis drinken we tegenover het gemeentehuis bij de Bar-Tabac eerst een kop koffie. Voor Franse begrippen is dit een modern café, met zelfs enkele lounge-plekken. Als we de koffie op hebben, komt een met een caravan passerend Nederlands echtpaar binnen, dat ook even een kop koffie komt drinken. Wij gaan nu op stap.

We gaan langs de N151 het dorp uit. Bij deze uitvalsweg ontmoeten we een Franse jongeman, die hier nòg staat de liften. Hij stond er namelijk ook al toen we op de fiets zojuist voorbijkwamen, dus zijn geduld wordt wel op de proef gesteld. Inmiddels staat hij langs de weg accordeon te spelen. Hij vertelt ons dat hij op reis is om zijn grootouders in Groot-Brittannië te gaan bezoeken.
We lopen Châteaueneuf-Val-de-Bargis uit en meteen het aanliggende gehucht Le Château in.

Aan het eind van dit gehucht steken we de N151 over om eerst door de velden en later door het bos een stevige klim in te zetten om boven in het Bos van Faye te komen. Als we boven zijn, gaan we rechtsaf verder door een lange boslaan. Die verlaten we om over een smal bospad - waarover opvallend veel omgewaaide bomen liggen - een lange afdaling in te zetten.
In het bosperceel Montaillant passeren we hele oude, bemoste muurtjes, die de resten vormen van voormalig ommuurde wijngaarden. Ook hier staan in het bos de mooie fel oranjerood-gekleurde bessen, die in hoge trossen op steel staan. We zagen ze ook als eens langs het Pieterpad in Zuid-Limburg.
Langs de bosrand verlaten we het bos over een met een halve meter hoge begroeiing overwoekerd smal paadje. De zon is hier nog niet over de begroeiing geweest. Het hoogopgeschoten gras is nog nat van de regen en dauw van de nacht en de vroege ochtend. Als we het pad verlaten, waar de akkers aanvangen, zijn onze wandelschoenen, sokken en broekspijpen tot onze knieën door en door nat. Maar tussen de akkers in de - inmiddels - felle zon en bij een warme zomerwind droogt alles snel.
Vlak vóór ons zien we een hert hoog opspringend door een groot graanveld voor ons vluchten. Verderop blijft hij staan kijken, of we hem ook volgen. Daarna loopt hij rustig verder.

In het dal arriveren we na 6,5 kilometer in het dorpje Chasnay. We pauzeren even op een boerenerf tegenover het dorpscafé. We lopen in de richting van de N151 en passeren in het dorp de wasplaats en steken via een bruggetje de beek Sillondre over. Dan verlaten we Chasnay.
Bij de wijncave Les Hauts de Seyr nemen we een onverharde veldweg langs de meanderende Sillondre, tot aan de plaats waar de Sillondre uitmondt in een meertje, vlakbij de 13e-19e eeuwse ruïnes van de voormalige hoogovens van Cramain.

Na enkele tientallen meters over de D222 gelopen te hebben, gaan we over een karrenspoor klimmend het Bos van Sainte-Anne in. Een bord geeft aan dat de toegang voor auto's en motoren verboden is, maar dat het pad door dit privaat bos voor pelgrims naar Santiago de Compostela is opengesteld.
Het is hoog tijd voor een etenspauze. Iets van het bospad af, zien we een wagen van bosarbeiders. Er staan een aantal klapstoelen bij en er ligt een brede dikke balk. Van de balk en de klapstoelen maken we een gerieflijke bank en daarop pauzeren we in de rust van het diepe bos.

Vlakbij het Carrefour des Bois d'Artonne staan we ineens voor de D38. Die D38 zouden we rechtdoor over moeten steken. Als we het smalle taludpad tussen de struiken door lopen, komen we voor een verbodsbord te staan. We mogen het door de wandelgids aangewezen pad niet vervolgen en ons wordt gewezen op een omleiding. Eigenwijs als we zijn, gaan we toch even kijken of we wellicht toch door kunnen lopen over het door de wandelgids aangewezen pad. Maar die vlieger gaat niet op, want het voorheen dichte bos is nagenoeg gekapt, althans zover uitgedund dat van een pad geen sprake meer is en we al helemaal geen bomen met de gebruikelijke wit-rode markering aantreffen. We maken rechtsomkeerd en zien op de wandelkaart dat het mogelijk is om over een asfaltweg verderop vanaf de splitsing in de goede richting verder te gaan.
Vanaf deze splitsing komen we uiteindelijk wel weer uit op het aangegeven wandelpad, dat verderop ook over deze asfaltweg gaat door het Bos van Bertrange. En als we deze asfaltweg op gaan, lopen we langs het gekapte bosperceel, waar we eigenlijk doorheen hadden willen lopen. Van het voorheen dichtbegroeide bosperceel is echter niet veel meer over dan een gering aantal verspreid staande bomen. Logisch dat we hier niet meer doorheen kunnen, want van een pad is ook geen spoor meer te herkennen.

Vóór ons volgt een 3 kilometer lang rechte asfaltbaan door het Bos van La Réserve. We passeren een groepje van drie wandelaars, die rusten langs de weg. Slechts één auto komt ons tegemoet en een eind verderop zien we een groepje van drie andere wandelaars het bos uit komen, onze asfaltweg kruisend oversteken en het bos weer in gaan. Later zien we dat hier twee pelgrimspaden elkaar kruisen.
Negen kilometer voorbij Chasnay komen we in dit bos uit bij de veelsprong van Rond de la Réserve. Een oudere vrouw loopt hier met een hond rond. Ze gaat met een juist arriverende familie met ook een hond het bos is. Wij pauzeren hier op de veelsprong op een bankje in de schaduw.
Het hout van dit bosmassief werd vanaf de 12e eeuw gebruikt voor de houtskoolproduktie voor de lokale hoogovens. Vanaf de 17e eeuw werd het gebruikt als mastbos en tegenwoordig wordt het hier geproduceerde hout gebruikt voor de meubelindustrie en voor (wijn)vaten.

Over de Route de Forrestière de la Vache lopen we het bos uit in zuidwestelijke richting. We passeren de Fontaine de la Vache en komen 3 kilometer verder in het gehucht La Vache. Hier wordt hard gewerkt aan de verfraaiing van een logiesverblijf, dat ook is aangesloten bij de in Bourges gevestigde vereniging van de vrienden van de Sint Jacobspelgrims. In La Vache is nabij het lokale beekje ook nog een oude hoogoven en een 18e eeuws huis van de voormalige meestersmid.
Voorbij La Vache steken we bij het gehucht Les Petites Maisons de D138 over. We lopen naar de vervallen wasplaats tussen Les Petites Maisons en het twee kilometer verder liggende dorp Raveau.

We pauzeren in Raveau bij de Romaanse 11e eeuwse Saint-Gilles-kerk. Verderop vertrekt een drietal langeafstandswandelaar na een rustpauze. Het zijn de jongelui die we eerder vanmiddag in het Bos van Bertranges de asfaltweg zagen oversteken.
We verlaten Raveau via de D179 bij het kerkhof dat hier aan de rand van het dorp ligt. Als we achter de hoog ommuurde begraafplaats van Raveau verder gaan, zien we de stenen kruisen die op bijna alle grafmonumenten staan, net boven de kerkhofmuur uitsteken. Een bijzonder gezicht zo tegen de blauwe lucht; alsof het ons duidelijk wil maken dat we leven en sterven onder het kruis.

Over een mooi begroeide veldweg gaan we tussen de akkers door. Rechts zien we het verkeer op de N151, vóór ons zien we het verkeer op de autoweg N7 en achter de autoweg zien we de eerste gebouwen van ons einddoel van vandaag: La Charité-sur-Loire.
In de verte zien we het andere drietal weer wandelen in de richting van de stad. Even later halen we hen in. Ze rusten nog een keer onder de grote bomen langs dit veldpad. Het zijn drie jongeren, die ons vertellen dat zij in vijf dagen van Vézelay naar Bourges pelgrimeren over de alternatieve historische pelgrimsroute. Maar ook hun einddoel is ooit Santiago de Compostela te bereiken, zo vertelt de best engelssprekende wandelaar van dit gezelschap. Hij maakt even een foto van ons beiden alvorens Durkje en ik verder gaan.

Als we bij de kleine doodlopende doorgang onder de N7 verder gaan in zuidelijke richting langs het talud belt onze jongste zoon Pieter ons. Iets zuidelijker gaan we door het viaduct onder de N7 door. En dan is het over de D245 nog maar een kilometer lopen voordat we 5 kilometer voorbij Raveau de stad La Charité-sur-Loire binnenwandelen.
Om in het centrum van de stad te komen, gaan we via een voettunnel met – aan beide zijden - muurschilderingen onder de spoorlijn door. We komen dan aan de overzijde uit bij het treinstation van La Charité-sur-Loire, waar we vanmorgen onze auto parkeerden.

Eben Haëzer, we zijn er.
Vandaag hebben we 25,5 kilometer gewandeld. De temperatuur liep vandaag op tot 29 graden Celsius. Vooral de laatste vijf kilometers door het veld van Raveau naar La Charité-sur-Loire was een warm traject, maar op zich nog prima wandelweer vanwege de wind in het open veld.
Met dit laatste traject is een eind gekomen aan ons 17 dagen pelgrimeren over het mooie Franse pelgrimspad van de GR654. In deze 17 dagen hebben we totaal zo'n 375 kilometer gelopen, bij een gemiddelde afstand van 22 kilometer per wandeldag, waarbij aangetekend dat we eenzelfde afstand in de meeste gevallen eerst hebben gefietst alvorens onze wandeling aanving.

We beëindigen hiermee onze 67e pelgrimsdag, waarbij de totaalstand van het afgelegde pelgrimspad vandaag op 1415 kilometer is komen te staan. Dat lijkt een heel eind, maar ook hier is alles betrekkelijk, want het is nog niet eens de helft van de totale afstand van het Nederlands-Fries-Bildtse Sint Jabik (Sint Jacobiparochie) naar het Spaanse Sint Jabik (Santiago de Compostela).

De voorheen genoemde stad Seyr aan de rivier de Loire, werd later – vanwege de ervaren vrijgevigheid van hun priors – hernoemd tot La Charité-sur-Loire. Al vele eeuwen stromen pelgrims toe naar dit handelscentrum op de Sint Jacobsroute. Zo – in navolging - ook Durkje en ik Anno Domini 2009.

Pelgrimeren van Varzy naar Châteauneuf-Val-de-Bargis

Van Sint Jacobiparochie naar Santiago de Compostela

Sentier vers Saint-Jacques-de-Compostelle; via Vézelay
Van Varzy naar Châteauneuf-Val-de-Bargis
Maandag 27 juli 2009 – 23,5 km.
Dag 66: 1366,5 – 1390 km.


Ook vanmorgen starten we weer bij de lage temperatuur van 13 graden Celsius. Durkje en ik rijden met de auto en de beide fietsen van de camping van Varzy naar het centrum van Châteauneuf-Val-de-Bargis, waarna we over de N151 direct weer terugfietsen naar Varzy. In het centrum van Varzy drinken we in het dorpscafé een kop koffie.

Rond 10.00 uur wandelen we langs de de Sainte-Eugénie-kerk de Rue Saint-Pierre in. Achter de kerk passeren we de oude, nogal grote wasplaats van Varzy. Daarna gaan we onder de spoorweg door en dan klimmen we door een nieuwbouwwijk het dorp uit in de richting van de N151. Nadat we enkele honderden meters langs de N151 hebben gelopen, gaan we in zuidwestelijke richting het veld in, voortdurend klimmend over een asfalweg, die verderop over gaat in een brede bosweg.

In het bos van Vaumorin komen we vlak langs de kapel van Sint Lazarus. Om de kapel te kunnen bekijken, moeten we even 50 meter naar beneden van ons pad afwijken om op de open plek te komen waar deze kapel staat. De kapel is het gerestaureerde restant van de Middeleeuwse leprozerie van Vaumorin. Deze leprozerie werd in de 12e eeuw toegevoegd aan het door de bisschop van Auxerre gestichte Maison Dieu (ziekenhuis) van Varzy. De monniken van de abdij van Montjou uit de Alpen hebben ervoor gezorgd dat deze lepra-inrichting vanaf 1219 een ware werk- en leefgemeenschap werd.

Wij gaan via een brede bosbaan dieper in zuidelijke richting het Bos van Ronceaux in, steeds verder klimmend tot een hoogte van 342 meter. Vanaf de plaats waar een knik naar het zuidoosten in de brede bosweg zit, gaan we dalend verder in de richting van de D155. Waar we de D155 bereiken, zijn we afgedaald naar een hoogte van 298 meter. De D155 volgen we een kleine kilometer.
We verlaten de D155 om langs de bosrand van de zuidwestpunt van het Bos van Bouhy verder te lopen op een veldpad over de flank van de helling. Vanaf dit hoge punt zien we een pelgrim over de D155 lopen in de richting van Champlemy, hetgeen een afgekorte versie zou betekenen van onze route, die hier een omweg door het bos en het veld neemt. We vermoeden dat het de Franse pelgrim is, die wij gisteren ontmoetten en die vannacht in de refugio van onze camping in Varzy overnachtte.

Via een smalle asfaltweg lopen wij door naar het gehucht Bourras-la-Grange. Voorbij Bourras-la-Grange dalen we de vallei in, waarin we bij de oude wasplaats langs komen. Daarna klimmen we over een onverhard veldpad naar de boerderij van La Ferrière. Vanaf deze boerderij loopt er een bijna 3 kilometer lange asfaltweg door het Bos van Le Château-aux-Chèvres en door het veld naar het dorp Champlemy.
We komen na onze eerste 12 kilometer van vandaag dit dorp in via de D155. Een oude Citroën-bestelauto – zoals die nog zoveel in Frankrijk rijden - staat ergens voor de deur.
Om vanaf de rand van het dorp in het centrum te komen, gaan we over de binnenplaats van een boerderij naar een binnenpad. Achter de boerderij staat een witte koe met zijn voorpoten in een drinkplaats water te drinken. De koe heeft kortgeleden een keizersnee gekregen. De hechtingen zijn nog duidelijk zichtbaar en de vliegen kruipen in grote getale rondom de afgehechte wond. Langs de andere koeien en kalfjes gaan we verder over dit kerkpad langs de gevarieerde erfafscheiding. Verderop gaan we links om de uit 1595 daterende dorpskerk Saint-Maurice heen.

Via een smalle kerksteeg komen we bij het dorpsplein van Champlemy. Op een grote stenen bank rusten we voor het eerst om te eten en te drinken. Verderop drinken we naast de voormalige Jean-Bosco-kerk nog een kop koffie op het terras aan de drukke doorgaande verkeersweg. De oude en jonge dame zorgen wisselend voor de bediening. Het is er allemaal klein en ouderwets van binnen en van buiten. Het toilet buiten achter het café is geenszins een aanrader. Er is geen toiletpapier. En de wc blijkt niet meer te zijn dan een gat in een grote geplastificeerde plaat, boven een anderhalve meter diepe rioolschacht. Er staat een brede gele waterplas op de voorzijde van de zitplaat, waardoor je er niet eens over gaat nadenken om hier überhaupt op plaats te nemen. Hoe is het mogelijk dat je anno 2009 je gasten zo'n abominabel toilet durft aan te bieden.

Langs de openstaande 19e eeuwse voormalige graanhal van het dorp verlaten we Champlemy in westelijke richting. We steken het riviertje de Nièvre over aan de rand van de bebouwde kom. Voorbij de boerderij van Les Couées gaan we een overharde veldweg in. Verderop klimmen we langs een hoge haag en boomwal in de richting van een groot bosperceel. We passeren de vervallen boerderij van Montassé.
We treden het naaldbos van Charnouveau binnen. In dit bos volgen we een eerst stijgende en later dalende - bijzonder brede - onverharde bosweg. Hier en daar ligt kaphout hoog opgestapeld om afgevoerd te worden. Aan de rand van het bos is een flink deel gekapt. We lopen over een iets smaller bospad dat aan beide zijden begroeid is met grote varens. Aan beide zijden van dit bospad is het bos hier volledig gekapt.
Na ongeveer 4 kilometer voorbij Champlemy komen we vlak voorbij het gekapte bosdeel langs de Vijver van La Ferrauderie. Het is een langwerpige vijver met aan de westzijde een brede recreatiezoom met veel gras en bomen. Aan de zuidkop lopen we langs een ruïne, die zo klein is, dat we niet met zekerheid gewaar kunnen worden waarvan dit een overblijfsel is. Achter de ruïne zitten vier langeafstandwandelaars te picknicken. We groeten elkaar in het voorbijgaan.

Een eindje verder steken we de D253 over en gaan we verder door het bos van Les Usages de Champlemy. Voorbij dit bosgebied komen we bij de vervallen boerderij van Les Massons. Zoals bij zoveel oude boerenhoeves in dit gebied staat ook hier nog een oude, niet meer in gebruik zijnde waterput. De hoeve wordt momenteel wel nog gebruikt voor opslag van hooi. Voor de rest is er geen teken van leven.
We steken het riviertje de Nièvre weer over, iets ten zuiden van de plaats waar de beek Le Pélerin (de pelgrim) in de Nièvre uitmondt. Achter het kleine bosperceel - voorbij de Nièvre - passeren we de oude boerderij van La Rolande. Het lijkt zo op het eerste gezicht ook niet meer dan een ruïne. Toch rijdt er zojuist een auto het erf af als we aan komen lopen. Naast het voormalige woonhuis staat een waslijn waar zowaar nog enige was aan hangt van – zichtbaar – een oudere man en vrouw. Er lopen een paar kippen op het erf en verderop staat nog een huisdeurtje open van een gebouwtje aan de binnenplaats, waar waarschijnlijk de bewoners nog in wonen. Het is allemaal vergane glorie, maar de tekenen van leven zijn er zeker nog.

Als we de D117 naderen, zien we boven het Bos van de Rouesses onheilspellende bewolking op ons af komen. Tot nu toe was het nog heel mooi en warm zomerweer met een aangenaam briesje. Maar het begint harder te waaien en de wolken wijzen op naderend onweer. Bij de D117 staat een dode boom, waarvan de stam geheel is bedekt met klimop. De boom tekent waarschuwend af tegen de dreigende bewolking verderop. De eerste regendruppels vallen als wij de beschutting van het Bos van de Rouesses zoeken en vinden.

We volgen een kaarsrecht bospad in zuidwestelijke richting. Bij de eerste open plek in het bos, waar op de veelsprong verschillende bospaden bij elkaar komen, ontmoeten we de Franse pelgrim die we gisteren onderweg en later ook bij ons op de camping in Varzy ontmoetten. Ze rust hier op het snijpunt van bospaden enige tijd. Ze heeft via haar telefoon op internet de weerradar geraadpleegd en vertelt ons dat er regen op komst is. Volgens ons – als we zo naar de lucht kijken – zal die gepaard gaan met onweer. De Franse begint haar spullen in te pakken en wij gaan alvast verder het bos in.

Het bospad is goed begaanbaar. Hier en daar zien we prachtig bemoste bosgrond. Af en toe valt er een regendruppel tussen de boombladeren door, maar de zon beschijnt het mos ook nog schilderachtig mooi.
Ongeveer 6 kilometer voorbij de Vijver van La Ferrauderie begint het steeds harder te regenen, nog voordat we de boerderij Bellevue bereikt hebben. Vanuit het westen horen we enkele zware donderslagen. We schuilen even onder het bladerendek van een boom en een paraplu totdat het weer enigszins droog is. Als we de boerderij Bellevue passeren, maakt een grote erfhond ons duidelijk dat het niet op prijs wordt gesteld dat wij zijn erf betreden, maar ja, dat waren we ook al niet van plan.
Voorbij boerderij Bellevue begint het flink te regenen, dus we schuilen even met onze beide paraplu's, waarbij we met onze rug tegen een een hoogopgaande haag staan om ons te beschermen tegen doorslaande regen en wind. Spoedig is het droog en kunnen we verder over de asfaltweg van Bellevue naar de N151.

We volgen de N151 ongeveer 200 meter en wandelen dan Châteauneuf-Val-de-Bargis in.
Boven het heuvelgebied achter Châteauneuf-Val-de-Bargis zien we nog een aantal bliksemflitsen in het westen. Vanuit het oosten komen de donderslagen. Het blijft nu droog.
Wij lopen aan de noordoostzijde achter het dorp langs, voorbij het kerkhof en langs de sportvelden, in de richting van de dorpskerk.
Spoedig arriveren we na 1,5 kilometer bij de N151 midden in Châteauneuf-Val-de-Bargis op het dorpsplein vóór de Mairie, het gemeentehuis, waarvoor we vanmorgen vroeg onze auto stalden.
De bewoners van dit dorp zijn zich er terdege van bewust dat ze hier aan de route van het pelgrimspad naar Santiago de Compostela wonen en werken. Zo heeft bijvoorbeeld de dorpsbakker één van zijn twee etalages geheel ingericht met allerlei zaken die met pelgrimeren naar Santiago de Compostela te maken hebben. Naast het gemeentehuis kun je ten behoeve van een overnachting een kamer met ontbijt verkrijgen. Boven de toegangsdeur van dit logiesadres hangt een groot gevelbord met het opschrift “l’Etape de Compostelle”. En op de gevel van het gemeentehuis hangt een groot informatiebord over de “Chemins de Saint-Jacques-de-Compostelle”. Daarop staat een mooi geïllustreerde routekaart van het tracé van Vézelay via Varzy (maar ook de variant via Clamecy) naar Nevers, waarbij uiteraard een prominente pop up is afgebeeld van het dorp waarin je je nu bevindt: Châteauneuf-Val-de-Bargis.

We hebben wederom een mooie wandeldag achter de rug. Mooi weer, en dat beetje regen heeft de pret niet gedrukt. Voorts een mooi gevarieerde route over prima toegankelijke paden met geleidelijke klim- en daaltracé's. Al met al een mooie wandeldag van 23,5 kilometer.

zaterdag 8 augustus 2009

Pelgrimeren van Tannay naar Varzy

Van Sint Jacobiparochie naar Santiago de Compostela

Sentier vers Saint-Jacques-de-Compostelle; via Vézelay
Van Tannay naar Varzy
Zondag 26 juli 2009 – 19 km.
Dag 65: 1347,5 – 1366,5 km.


Ook vandaag begint de dag koud. Het was een heldere nacht en daardoor koelde het vannacht behoorlijk af. De lucht is stralend blauw, dus het belooft een zonnige, warme dag te worden.
Iets na 8.00 uur verlaten we de camping van Varzy en fietsen we van Varzy naar Tannay. In Tannay is een kleine warenmarkt bij het café.
We parkeren onze fietsen bij de Saint-Léger-kerk en wandelen naar het café aan het dorpsplein om daar eerst een kop koffie te gaan drinken. Het is er een drukte van belang. Voornamelijk mannen bezoeken het café om koffie, chocolademelk of wijn te drinken en enkelen vullen aan de bar ook een Lotto-formulier in. De in dit café gevallen prijzen van de afgelopen jaren hangen als eervolle vermelding met datum en prijzenbedrag prominent rondom in het café.
Ja, we kunnen hier nog wel even naar het toilet voordat we onze wandeling aanvangen. Daartoe verlaat je achter de bar het café en kom je op een kleine binnenplaats. Een hondje houdt er stil de wacht. Aan de overzijde van het binnenplaatsje staan twee toilet-units; één met een wc-pot achter een deur en één met een urinoir achter saloonklapdeurtjes.

We verlaten het café en lopen door de hoofdstraat van Tannay, waarbij we ook de SuperU weer passeren, waar we gisteren ons dagtraject beëindigden. Getuige het aantal komende, gaande en staande auto's is het vanmorgen veel drukker in de supermarkt èn bij het benzinestation dan gistermiddag, toen we hier arriveerden. Buiten het dorp gaan we vanaf de D119 over de D34 naar de D6, die we een kwart kilometer volgen, om in noordelijke richting een veldweg te nemen. Bij het kruispunt met de D34 gaan twee brandweerwagens ons met gezwinde spoed, zwaailicht en sirene voorbij, ook in noordelijke richting.

Over een boerenerf arriveren wij in het dorp Amazy. De boer die op het erf aan het werk is, groet ons hartelijk. Via de D34 lopen we om de 16e eeuwse Saint-Franchy-kerk heen. De bijzondere achthoekige torenspits van deze kerk is één van de mooiste van de Nivernais.
Dan verlaten we na de eerste 2 kilometers Amazy aan de westzijde.

Over een brede landbouwweg gaan we de velden in. Waar de landbouwweg de D6 bijna raakt, gaan we rechts om een bosperceel heen over een veldweg en dan klimmen we via deze onverharde weg naar de ingang van het bos. De bosweg gaat lang en langzaam klimmend als brede bosweg diep Le Bois Sec in. We klimmen ondertussen van 249 meter naar 334 meter hoogte. Boven op de bosheuvel buigt de bosweg iets naar het westen en als we die afdalen, gaat de bosweg in de afdaling langzamerhand over een in smal, dalend bospad. Op een hoogte van 223 meter verlaten we Le Bois Sec aan de andere zijde van de heuvel nabij een stenen kruis, dat tegen de bosrand staat op de plaats waar de D6 afbuigt naar het noorden en waar wij de veel smallere asfaltweg in zuidelijke richting nemen naar het dorpje Cervenon.

Na 4,5 kilometer voorbij Amazy komen we bij de bebouwde kom van Cervenon. Verderop staat een huis met een opvallende, witte toren, tegen de gevel aan gebouwd. Omdat het nog te vroeg is om te pauzeren, lopen we direct vanaf de dorpsrand over een asfaltweg Cervenon uit, om achtereenvolgens door de bospercelen van Chaume des Epiroux en Le Grachois in noordwestelijke richting te gaan naar het gehucht Thurigny.

De temperatuur is al behoorlijk gestegen. Het wordt vandaag zo'n 27 graden Celsius. Een schaduwrijke plaats voor een etenspauze is ons dan ook bijzonder welkom. Een mooie plaats daartoe vinden we in de voormalige wasplaats van Thurigny, 2,5 kilometer voorbij Cervenon. In de koele, tamelijk donkere wasplaats stroomt nog altijd het water van de lokale waterbron. Op de toegangstrap aan de binnenzijde gaan we zitten voor een korte pauze. Als we daar even rustig genieten van ons eten en drinken, komt een jonge Franse vrouw de wasplaats binnen. Ze heeft ook een grote rugzak bij zich en vraagt ons of wij ook pelgrims van Sint Jacob zijn. Ze vertelt ons dat zij gisteren begonnen is te pelgrimeren in Vézelay en dat ze nu enkele weken op stap gaat met als bestemming Saint-Jean-Pied-de-Port. Vorig jaar liep ze van Le Puy naar Santiago de Compostela. Vandaag is ze van plan in de refugio van onze camping in Varzy te overnachten. Ze gaat verder. Na een kwartier zijn wij ook klaar om verder te gaan. Buiten passeren we een voorheen hele dikke, maar inmiddels omgezaagde boom.

Aan de overzijde van de D23 steken we via de brug van de D6 de rivier de Beuvron over. Aan de overzijde van de Beuvron zien we het veldpad en het hellingpad dat we moeten nemen, onder de stroomdraden door. We zien de Franse pelgrim dan tussen de bomen op de helling verdwijnen. Als we door de boszoom boven op de helling zijn gearriveerd, gaan we verder over een breed landbouwpad. De Franse pelgrim loopt vanwege haar bepakking en de vele foto's die ze onderweg maakt, niet zo snel, waardoor we haar op het open plateau al spoedig inhalen. We wandelen met zijn drieën een eind verder tussen de akkers door. Ze vraagt zich af of wij wel kunnen genieten van het feit dat wij onze dagelijkse route eerst eenmaal fietsen en die daarna ook nog een keer helemaal lopen. We stellen haar gerust, want we genieten er elke dag van, alhoewel de fietstocht vandaag wel in de categorie “zwaar” zal komen, vanwege de vele en lange beklimmingen. Maar als je zo met elkaar weer aan de wandel bent, voert het genoeglijke wandelen weer de boventoon. Na een eind samen wandelen, gaan wij in ons sneller tempo vooruit en zij volgt ons iets langzamer wandelend. Voorbij het bos Verjolet zien we haar niet meer.

Omdat we over dit hooggelegen plateau lopen, genieten we een prachtig uitzicht. Waar ons veldpad weer bij de D6 uit komt, is weer zo' n prachtig graanstoppelveld, waarop de enorme strorollen her en der op het stoppelveld liggen, alsof ze elk moment allemaal tegelijk naar ons toe zouden rollen.

Via de D6 komen we na 4 kilometer aan bij de entree van het dorp Cuncy-les-Varzy. We gaan niet door het dorp, maar over een veldpad onder het dorp door, totdat we bij de D186 komen, die we in noordelijke richting volgen tot in het dorp. Cuncy-les-Varzy verlaten we via de D6 in westelijke richting.
We lopen wel in de richting van Villiers-le-Sec, maar laten dat dorp rechts liggen. Waar de D6 in noordelijke richting naar Villiers-le-Sec draait, gaan wij in westelijke richting verder via een steentjesweg. We passeren een oude wasplaats. Daarbij ligt een ruïne van een nog oudere wasplaats, waarvan niet veel meer dan wat muurtjes resteren. De grote waterbak is nu als een vijver, vol met eendenkroos. Als we langs het water lopen, springen tientallen kikkers van de wal in de vijver. Ze verdwijnen onder het kroos.
Na 2 kilometer komen we bij een kruising van onverharde wegen. Hier komen onze GR654 en de variant van de GR654 die vanuit Vézelay via Clamecy gaat, weer bij elkaar. Bij de opgang naar de D102 staat een GR-markeringsbord, met daarop de aanduiding dat dit richting Santiago de Compostela gaat.

De D102 verlaten we ten zuidoosten van de Mont Charlay. We hoeven niet over deze 358 meter hoge heuvel, maar lopen onder langs de helling van deze heuvel, waarop een telecommast staat. We blijven wel op flinke hoogte lopen, want we hebben ook ver na de Mont Charlay nog een schitterend vergezicht aan beide zijden, maar vooral aan onze zuidzijde in de richting van het dorp Charlay.
We gaan verder over het plateau in de richting van Varzy. Het pad is een bijzonder breed graspad tussen de hooggelegen akkers door. Bij het hoogstaande kruis pauzeren we op het bankje naast het kruis. Vóór ons in het dal zien we het drukke verkeer over de N151 tussen Clamecy en Varzy.

Na onze rustpauze dalen we via de D278 af naar Varzy. Voorbij het hooggelegen kerkhof van Varzy gaan we linksaf over een pad naar beneden, waarna we tegen 15.00 uur via een stenen trap bij de ringweg van en in het dorp Varzy arriveren.
Via de smalle straatjes met verrassende doorzichten gaan we verder naar het dorpscentrum van Varzy. We passeren dan ook nog een Saint-Jacques-de-Compostelle-markering, waarop staat dat het vanaf hier nog 1796 kilometer is naar Santiago de Compostela. In het centrum bij de Sainte-Eugénie-kerk, in de hoofdwinkelstraat en op het langwerpige marktterrein is vandaag een braderie en rommelmarkt. Bij de kerk stopt onze pelgrimswandeling van vandaag.
We hebben vandaag 19 kilometer gelopen bij heel mooi zomerweer. Vanaf de kanunnikenkerk Sainte-Eugénie lopen we nog ruim een kilometer om weer bij onze tent op de municipal camping Moulin Naudin te komen.
Vanaf de camping rijden we met de auto naar Tannay om onze fietsen weer op te halen.
Tegen de avond komt de Franse pelgrim nog even bij onze tent op de camping langs. Zij is vanmiddag rond 17.00 uur op deze camping gearriveerd en heeft inmiddels een slaapplaats gekregen in de refugio van onze camping.

Pelgrimeren van Saint-Père naar Tannay

Van Sint Jacobiparochie naar Santiago de Compostela

Sentier vers Saint-Jacques-de-Compostelle; via Vézelay
Van Saint-Père naar Tannay
Zaterdag 25 juli 2009 – 24 km.
Dag 64: 1323,5 – 1347,5 km.


Het is maar 13 graden Celsius als Durkje en ik vanmorgen even na 8.00 uur de camping van Varzy verlaten. Eerst hebben we nog afscheid genomen van de Nederlandse pelgrim Astrid met haar hondje Foxy, die gisteren toch weer onverwacht bij ons op de camping in Varzy arriveerden en die gisteravond met ons aten en de avond gezellig doorbracht in onze tent. Astrid en Foxy sliepen vannacht met een andere pelgrim in de refugio, die onze camping ook heeft.

We parkeren de auto bij de SuperU van Tannay en dan fietsen we door naar St.-Père. Daar drinken we eerst een kop koffie, alvorens we onze wandeldag aanvangen.
We verlaten St.-Père via de wasplaats even vóór 11.00 uur. We nemen de keitjesweg omhoog en gaan daarna over een veldweg langzaam stijgend in de richting van de Mont Liboeuf. Als we al aardig op hoogte zijn, zien we rechts in de verte Vézelay liggen. Als we in zuidelijke richting de Mont Liboeuf bestijgen, laten we Vézelay letterlijk achter ons. Aan de overzijde van de heuvel dalen we langs de wijngaarden tot een T-kruising. De eerste 1,5 kilometer hebben we nu gehad.
We gaan in zuidwestelijke richting over de flank van de heuvel en lopen verderop over een asfaltweg langs het Bos van Brosse Dart. Daarna lopen we over een begroeide veldweg tussen de akkers door, die liggen tussen het Bos van Châtenay en het Bos van Mont Foyé. We komen uit bij een asfaltweg bij de Mont Lignon, vanwaar we een mooi uitzicht hebben over de Avallonnais en de Morvan. We lopen daarna boven het bosgebied van de Mont Bottrey langs en komen dan in open veld.

Als we over een heuveltje gaan, zien we voor ons een ongelooflijk mooie vallei liggen, die nagenoeg geheel is begroeid met akkers met alleen maar zonnebloemen. De akkers met zonnebloemen worden omgord door de donkergroene boszomen. Het is een sprookjesachtig tafereel, vooral omdat de zon er heerlijk over schijnt. Het is een lust voor het oog om door deze unieke vallei heen te wandelen.
Tussen de veldweg en de akkers met zonnebloemen bloeien ook nog eens prachtige planten, in wit, maar ook de mooie blauwe korenbloemen, die je hier veelvuldig ziet in deze streek.

Daarna gaan we het Bos van de Provenche in. Het is hier aangenaam koel en het bospad is nogal vochtig. Evenals de vorige dagen, zien we ook hier in het bos weer de grote hoeveelheid oranjegekleurde slakken over het bospad kruipen. Een vrolijk gezicht zo op het donkere bospad. Vooral als ze even - tussen de bomen door - door de zon worden beschenen, zijn het de fel-oranje sieraden van het bospad.
In de Grand Molay passeren we volgens de wandelkaart het kleine bosmeertje Le Lac Blanc, maar die kunnen we helaas door de bomen heen niet zien. Een eindje voorbij Le Lac Blanc staat een hele duidelijke wegwijzer naar een enigszins verscholen, begroeide smalle boslaan, die we in gaan. We dalen hier via een diep uitgehold en modderig bospad de helling van Châtillon af. Aan de overzijde van een asfaltweg gaan we het bosgebied van Buisson Boudard in. We klimmen tussen de boszoom van het Bos van de Brosses en de graanvelden door naar de boerderij van La Forêt.

Het is hoog tijd voor een etenspauze, want we hebben al meer dan twee uren aangesloten gelopen. Op het boerderijerf pauzeren we op een gedumpte laadbak van een oude vrachtwagen, temidden van oude voertuigen en naast een klein vijvertje, waarin kleine karpers onrustig tussen de oeverbegroeiing door spartelen.

Ten westen van het bosgebied steken we de D42 over om de lange asfaltweg in de richting van Metz-le-Comte te nemen. De 12e eeuwse Romaanse kerk van Metz-le-Comte, die boven op de 291 meter hoge heuvel van La Montagne staat, is al van veraf duidelijk te zien.
We passeren eerst Moulin Morizot en daarna het gehucht Les Crépillons. Uiteindelijk komen we aan in Metz-le-Comte.
We zijn nu weer 13 kilometer verder en hiermee hebben we vandaag inmiddels 14,5 kilometer afgelegd.
Naast het gemeentehuis zien we een pelgrim rusten. We lopen om het centraal gelegen dorpsveld heen en volgen daarbij de beschrijving van onze wandelgids om via het kalkstenen kruis van Ragon (Anno 1672) het bospad te nemen, dat rondom de heuvel van La Montagne loopt. Dat valt echter niet mee, want men heeft hier de wit-rode markering verwijderd, door die met grijze verf over te schilderen. Met het nodige zoekwerk vinden we uiteindelijk toch de door begroeiing verscholen smalle bosweg, die rondom deze dorpsheuvel gaat. Het is bijna niet te doen, maar er komt ons op dit aan alle kanten zwaar begroeide pad zelfs nog een auto tegemoet, met daarin twee lachende mannen. Ze krijgen het werkelijk nog voor elkaar ook om met hun auto over dit bospad te crossen. Rondom de heuvel vinden we hier en daar weggeschilderde markeringen en af en toe een waarschijnlijk niet ontdekte markering. We slagen erin het pad toch geheel uit te lopen en we komen ter hoogte van een rotsachtige helling weer in het veld aan de westzijde van Metz-le-Comte.

We lopen op een gegeven moment in de richting van de boerderij van Vauprevoir, die we in de verte zien staan. Bij deze boerderij lag vroeger een leproserie, die van de 14e tot de 17e eeuw ook druk werd bezocht door de pelgrims, die onderweg waren naar Santiago de Compostela.

Wij steken de D985 over en steken dan bij Le Moulin d'Asnois een smalle zijtak van de rivier de Yonne over. Verder stroomopwaarts zien we een kleine stuw met wateroverloop. Een klein eindje verder gaan we over een grotere brug, over de vrij snel stromende rivier de Yonne. Tussen de zijtak en de rivier en tussen de rivier en het nu volgende kanaal is veel openbaar groen, dat zichtbaar regelmatig voor recreatieve doeleinden wordt gebruikt.
We steken vervolgens ook de hoge brug over het Kanaal van Nivernais over. Een klein fietspaadje gaat onder deze brug door en verbindt zo de jaagpaden aan beide kanten van de brug langs het kanaal. Hoog op de heuvel vóór ons ligt het Château d’Asnois.

Langs de lokale picknickplaats lopen we via de hoofdstraat omhoog naar het dorpje Asnois. We gaan door het hooggelegen dorpje heen naar de buiten de dorpskom liggende kerk Saint-Loup. Deze kerk met een smalle toren heeft drie schepen en een bijzondere waterspuwer op de kerkgevel in de vorm van een wolvenkop.
We dalen over het pad langs het kerkhof en nemen een zwaar begroeid veldpad tussen twee dichtbegroeide en hoog opgaande wallen door, dat afbuigt en afdaalt naar het kanaal.

Bij een rode ophaalbrug komen we bij het Kanaal van Nivernais. Aan de overzijde van het kanaal staat een mooi bankje voor onze nodige rust, maar het is inmiddels zo warm geworden, dat het daar in de volle zon op een bankje zitten, voor ons teveel van het goede is. We wandelen dus maar door over het jaagpad langs het kanaal, in de richting van de verderop liggende sluis, in de hoop dat we daar wel ergens in de schaduw kunnen rusten, eten en drinken.
Bij deze sluis is het een drukte van belang. Op dit moment wordt een huurboot met een aantal Britse opvarenden geschut. Deze sluis is overigens een dubbele sluis; zeg maar: één met twee verdiepingen. Je wordt eerst van een laag naar een midden-niveau geschut en daarna van het midden- naar een hoog niveau geschut.
We rusten op het muurtje voor het sluiswachtershuisje. De studente die hier het schutten deels met afstandsbediening en deels nog handmatig verricht, heeft het er maar druk mee, maar ondertussen neemt ze toch ook nog de nodige tijd om even met ons te praten. Met een “bon courage”-wens voor ons als pelgrims nemen we afscheid van haar.

Via de D165 steken we het spoor over en daarna gaan we over een oude, onverharde veldweg parallel aan de D165 omhoog naar Tannay. Het is een stevige klim over een waarschijnlijk heel oud karrenspoor, dat ons ter hoogte van de voormalige en inmiddels vervallen wasplaats in de bebouwde kom brengt. Tannay staat bekend om haar vroegere leerlooierijen.
In het dorpscentrum passeren we de voormalige kapittelkerk Saint-Léger, een 13e-14e-15e eeuwse kerk met een reliëf over de legende van Sint Hubertus. We vervolgen de hoofdstraat in westelijke richting en komen dan iets na 17.00 uur aan de rand van de dorpskom bij de SuperU, waar we vanmorgen onze auto parkeerden en waar we nu nog even onze weekendboodschappen voor deze zaterdag en voor morgen halen.
Daarna halen we de fietsen op uit St.-Père en rijden we weer terug naar onze camping in Varzy.
We hebben vandaag 24 kilometer gelopen. Eerst bij een lage temperatuur, maar gaandeweg de dag werd het weer steeds mooier en klom de temperatuur op tot zo' n 20-22 graden Celsius. Mooi wandelweer en overigens een buitengewoon gevarieerde route, met een zeer groot aantal landschapstypen. En dat allemaal op één dag. Heel bijzonder dus.
Je kunt overigens ook duidelijk merken dat je het wijnbouwgebied hebt verlaten en dat je weer deels tussen graanvelden en weilanden loopt. Het gebied waar we vandaag eindigen, heeft een landschap met kleine stukken grasland, hier en daar omzoomd met boomwallen, struiken, en kleine bospercelen.

Pelgrimeren van Lac Sauvin/La Jarrie naar Vézelay & Saint-Père

Van Sint Jacobiparochie naar Santiago de Compostela

Sentier vers Saint-Jacques-de-Compostelle; via Vézelay
Van Lac Sauvin/La Jarrie naar Vézelay & Saint-Père
Woensdag 22 juli 2009 – 14,3 km.
Dag 63: 1309,2 – 1323,5 km.


Vandaag wordt het een bijzondere dag, want op deze 63e pelgrimsdag gaan Durkje en ik Vézelay bereiken. Vézelay is in meerdere opzichten een belangrijke passageplaats, omdat het enerzijds aangeeft welke pelgrimsroute je door Frankrijk hebt gekozen en anderzijds omdat het de plaats is waar het noordelijke traject over gaat in het zuidelijke traject van de Grand Randonnée nummer 654 (afgekort als GR654). Vandaag wisselen we niet alleen van noord naar zuid, maar daarmee ook van wandelgids deel I naar deel II.

Omdat het maar 11 kilometer is van Lac Sauvin/La Jarrie naar Vézelay en omdat Vézelay uittorent boven het landschap (wat voor het fietsen minder geschikt is), kiezen we ervoor vandaag eerst naar Vézelay te lopen, daar ruim de tijd te nemen om Vézelay te bezichtigen, om daarna nog even drie kilometer door te lopen naar het lager gelegen Saint-Père, het eerstvolgende dorp op de zuidelijke pelgrimsroute.
De auto brengen we vanuit Auxerre eerst naar Saint-Père en daarna fietsen we vanuit St.-Père naar Lac Sauvin/La Jarrie.

Op het moment dat we onze fietsen aan een boom vastzetten op het dorpsplein van Lac Sauvin/La Jarrie, komt de Nederlandse pelgrim Astrid met haar hondje het dorpsplein op wandelen. Toch wel héél toevallig dat we elkaar al een aantal dagen op heel verschillende plaatsen steeds weer ontmoeten. Ze is zojuist vanuit Saint-Moré gekomen en wil vandaag ook in Vézelay arriveren. We adviseren haar om daarna - evenals wij - nog even door te lopen, omdat er in St.-Père ook een camping is. Zij loopt nu verder en wij wachten nog even om wat te eten en te drinken alvorens we op pad gaan.

Om 10.30 uur verlaten we Lac Sauvin/La Jarrie. We lopen om het Bos van de Mardelle heen en gaan dan over veldwegen in de richting van de D208. Vanuit het veld zien we nog net Astrid het Bos van Rochignard in wandelen. Een kwartier later zijn wij daar ook.
In het bos passeren we het kruis Saint-Hubert en een asfaltweg en dan wandelen we het Bos van de Mondry in. Bij een jachthut zit er een knik in ons pad.
Op het moment dat we het bos verlaten en langs de bosrand verder lopen, is Astrid met haar hondje Foxy vlak vóór ons.

Met z'n vieren lopen we naar het gehucht Les Hérodats, dat als een oase in een open veld ligt, omringd door bos. Er staan slechts enkele gebouwen in Les Hérodats.
In de deuropening midden in Les Hérodats staat een vrouw ons op te wachten. Ze vraagt ons of we iets nodig hebben alvorens we verder gaan. Astrid blijft met haar hondje nog even in Les Hérodats en Durkje en ik wandelen samen door.
We hebben hier de eerste 4,5 kilometer achter de rug.

We klimmen nu sterk door het Bos van Porot, maar vanaf La Métairie gaat het anderhalve kilometer langzaam dalend door de vallei verder naar het dorp Vaudonjon.
Aan de overzijde van de D21 ten zuiden van Vaudonjon gaan we klimmend het Bos van de Champs Gringaut in. Ten noorden van Beaucharme lopen we de open vlakte in die in dit bosgebied ligt.

Zodra we hier het bos uit komen, zien we recht voor ons in de verte voor het eerst Vézelay hoog op de heuvel liggen. Een prachtig gezicht om de enorme basiliek zo pontificaal boven op die heuvel te zien staan, zo hoog boven de beboste heuvelhelling uit stekend. Het is duidelijk: we zullen spoedig in Vézelay arriveren.
Maar eerst moeten we nog via het stadje Asquins. Door een lange vallei lopen we langs de bosrand naar de D123. Die volgen we enkele honderden meters tot aan de splitsing waar het rood-houten kruis “La Croix Rouge” staat. Asquins is inmiddels in zicht.
Over een begroeide veldweg gaat het verder naar het 5 kilometer van Les Hérodats af liggende Asquins. Ten noordwesten van Asquins komen we uit bij het wit-houten kruis “La Croix Blanche” .

De route gaat hier rechtdoor, maar wij willen eerst nog even de Middeleeuwse kerk van Asquins bezoeken, de zogenoemde Sint Jacobus de Meerdere-kerk, gewijd in de tweede helft van de 11e eeuw en opnieuw ingewijd in 1132, waarbij ze toen al werd aangemerkt als “Ecclesia peregrinorum”, ofwel: pelgrimskerk. Deze kerk is in de 16e en in de 18e eeuw verbouwd en staat momenteel op de Werelderfgoedlijst van de Unesco.
Omdat we voor een gesloten kerkdeur komen, kunnen we helaas de in deze kerk staande buste van Sint Jacob niet bekijken. Aan de noordzijde van het koor op het kerkhof staat een bankje, waarop we voor een etenspauze plaatsnemen. We hebben nu vanaf deze hoogte een prachtig uitzicht over het dal van de rivier La Gravière.

Hier in Asquins verzamelden zich vroeger de pelgrims voor hun bijna 2000 kilometer lange pelgrimage naar Santiago de Compostela. Er wordt beweerd dat Aymery Picaud in de jaren 1135 tot 1140 hier zijn “Liber Sancti Jacobi” heeft geschreven, de eerste wandelgids voor de pelgrims, die momenteel in Santiago de Compostela wordt bewaard.
Op een stapsteen bij de entree van deze kerk van Asquins wijst een grote metalen, opgelegde Jacobsschelp in de richting van Vézelay en Santiago de Compostela.
Ter hoogte van de kerktoren van Asquins heb je - over de huizen van dit dorp heen - een prachtig uitzicht op Vézelay.
Door de smalle straten van Asquins lopen we weer terug naar de pelgrimsroute. Bij La Croix Blanche gaan we in zuidelijke richting verder.

We komen door het gehucht La Bouillère, langs de wasplaats en dan volgt de stijgende steentjesweg van La Cordelle, recht op Vézelay af. Hoog boven ons horen we het luiden van de kerkklokken van de basiliek van Vézelay. Het is 12.00 uur.
We passeren de Kapel van La Cordelle. Het is maar anderhalve kilometer van Asquins naar Vézelay, maar de steile helling maakt dat het een stevige klim is.
Verder naar boven lopend, komen we langs het grote, houten heilige kruis. Bij het kruis voegen zich enkele padvinders bij ons. Ze trekken vóór ons uit, verder en steil naar boven.
De temperatuur is tot tegen de 30 graden Celcius gestegen, dus deze warme klim wordt een ware beproeving. We gaan nu via de Poort van het Heilige Kruis de stad Vézelay in. Tussen de bebouwing door lopen we klimmend naar de imposante basiliek Sainte-Marie-Madeleine.

We zijn in Vézelay!
Al sinds de 11e eeuw is dit pelgrimsoord een belangrijk centrum voor heel Europa. Vézelay was ook het vertrekpunt van de 2e en van de 3e Kruistocht. Vézelay is al eeuwen start- en doorgangsplaats voor grote aantallen pelgrims naar Santiago de Compostela. Het is dan ook niet voor niets dat zo'n kleine plaats met maar amper 500 inwoners zo'n kolossale basiliek heeft.
Wij willen graag eerst even een kop koffie drinken op het terras aan het kerkplein, alvorens we de basiliek gaan bezichtigen, maar door de grote drukte op het terras komt het er niet eens van om überhaupt een bestelling te plaatsen.
Op het terras ontmoeten we een Nederlandse man en vrouw, die enkele dagen geleden bij ons op de camping stonden in Auxerre. Zij vertellen ons dat zojuist een belangrijke mis eindigde. Een Franse bisschop droeg hier vanmiddag de mis op, omdat het – voor ons toevallig – vandaag de naamdag is van de heilige Magdalena. Zij is de vrouw die zo dicht bij Jezus leefde en waarvan wordt beweerd dat de abdij van Vézelay rond het jaar 1050 haar stoffelijke resten verkreeg en dat die resten rusten onder de 12e eeuwse basiliek. die is genoemd naar deze Sainte-Marie-Madeleine. Rond deze Naamdag wordt hier 's avonds een lichtspel uitgevoerd op het kerkplein. Vanaf een hoge tribune kunnen bezoekers dit schouwspel bekijken. We vragen een Fransman of hij van ons beiden een aantal foto's wil maken vanaf de tribune, met de kerkgevel op de achtergrond.

We gaan de basiliek in, door het voorportaal van de kerk. Vanuit het portaal krijgen we een mooi zicht op de immense lengte van het schip van de kerk.
In de basiliek - vlak vóór het liturgisch centrum - staan vandaag de relikwieën van de heilige Magdalena. De relieken – bewaard in een prachtige heilige ark - zijn speciaal voor deze naamdag uit de crypte gehaald. Ze staan staan nu bij uitzondering in de kerk ten behoeve van de twee feestelijke missen die vandaag worden gehouden en ze worden voortdurend bewaakt door een padvinder, waarvan er overigens vandaag velen zijn in Vézelay.
We bezoeken ook de crypte van de kerk en passeren beneden de nis waarin de relikwieën van Sainte-Marie-Madeleine normaal gesproken worden bewaard. In de crypte is een kapel met een Jezusbeeld, waarbij nu in gebedsstilte door velen wordt gebeden.

Bij een expositie over onder andere Calvijn in een kloostergang van de basiliek vragen we een non waar wij een stempel van deze basiliek kunnen krijgen in ons pelgrimspaspoort. Ze neemt ons mee naar een kamer aan het eind van de kloostergang, haalt uit een lade het stempel en plaatst in onze pelgrimspaspoorten een prachtig stempel van Ste.-Madeleine.
De kerk heeft over de volle lengte nissen, waarin aandacht wordt geschonken aan de vele heiligen die de Kerk kent. Wij richten onze aandacht vooral op de nis van Sint Jacobus.
In deze nis wordt enige informatie gegeven over Saint-Jacques, er staat een houten buste aan de rechterzijde en achter in de nis hangt een beeltenis van Sint Jacob.

In een souvenirwinkel kopen we ansichtkaarten om daarmee onze familie en vrienden te melden dat wij inmiddels Vézelay hebben bereikt. Hier - en later op de dag ook in enkele andere winkeltjes – kan ik mijn verzameling pelgrimskaarten verder uitbreiden met ansichtkaarten met daarop Sint Jacobus en/of daarop de Jacobsschelp en/of de pelgrimsroute of welke andere pelgrimage-visualisatie dan ook. Eén van de meest exclusieve winkeltjes heeft een prachtige verzameling van allerlei boeken over bijvoorbeeld pelgrimeren, over Sint Jacob en over Santiago de Compostela.

We lopen om de basiliek heen. Achter de basiliek zitten de genodigden van de naamdag van Sainte-Marie-Madeleine gezellig bij elkaar te eten onder de bomen van het achterterrein van de basiliek, Vanaf de stadsmuren achter de basiliek hebben we een mooi uitzicht over de omgeving van Vézelay.
Op het kerkplein ontmoeten we een Nederlands student van de Hogeschool Utrecht. We vragen hem of hij enkele foto's van ons beiden wil maken bij het timpaan van het portaal van de basiliek, met in die beeltenis van het timpaan de verwijzing naar het Pinksterfeest.

We doen een tweede poging om koffie te drinken op het terras aan het kerkplein. Nu lukt het wel. We hebben een mooi uitzicht op de drukte om de basiliek heen. De kerkklokken beginnen weer te luiden, want de tweede mis gaat beginnen. Het kerkvolk dat zojuist op het uitzichtterras achter de kerk heeft gegeten, gaat onder klokgelui de kerk (weer) binnen.

Voor ons is het tijd om verder te gaan. We laten de basiliek achter ons en gaan de hoofdstraat af, tussen alle winkels en horeca door. Eén van de neringdoenden heeft tussen een tweetal gebouwen een terras met daarop allerlei souvenir-achtige koopwaar. Over de koopwaar heen heb je een mooi uitzicht over het dal van de rivier de Gravière.
We verlaten Vézelay bij de stadspoort aan de zuidwestzijde.

Na een stukje asfaltweg gaan we verder over een overharde weg tussen de velden door. Hier begint ook weer de markering van de GR654 richting Santiago de Compostela. De route over de veldweg van Les Arpents gaat onder Vézelay door. Links zien we hoog boven ons Vézelay liggen, totdat het in een bocht naar rechts voor ons achter de bomen verdwijnt.
Het valt ons op hoe stil het hier weer is. Vanuit de stilte van het bos en het veld waren we even na twaalf uur het gezellige Vézelay binnen gelopen. Daar word je onwillekeurig meegenomen in alle beweging en rumoer. En nu, hier op dit veldpad, is het weer stil. De stilte van de natuur en de rust van het wandelen.

Na 3 kilometer lopen we Saint-Père binnen. Vóór ons zien we de opvallende kerktoren van de 12e-15e eeuwse kerk Notre Dame van het dorp.
We hebben nu de eerste 3 kilometer van het zuidelijke traject van de GR654 alvast achter de rug.
Vandaag hebben we totaal ruim 14 kilometer gelopen bij heel mooi zomers weer. Nu ligt een lang traject vóór ons: de route van Vézelay via la Charité-sur-Loire, via Nevers, via Limoges en via Périgueux naar Montréal-du-Gers; het einde van de GR654.

Als we met de auto door de hoofdstraat van St.-Père rijden, zien we ineens Astrid met haar hondje weer. Ze is zojuist ook in St.-Père gearriveerd vanuit Vézelay en is van plan om nog wat boodschappen in de hoofdstraat te halen alvorens ze naar de camping van St.-Père loopt. Wederom een heel toevallige ontmoeting met Astrid en haar hondje Foxy, voor wie ook deze dag naar en in Vézelay – evenals voor ons beiden - toch wel een bijzondere dag van ons aller pelgrimage is.