Posts tonen met het label Châteauneuf-Val-de-Bargis. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Châteauneuf-Val-de-Bargis. Alle posts tonen

donderdag 10 maart 2011

3e Prijs in fotowedstrijd Levensbeschouwing op Straat

Donderdag 10 maart 2011

Levensbeschouwing is overal.
Als je goed kijkt, ligt het gewoon op straat.
Kerk, moskee, tempel en synagoge zijn duidelijk zichtbaar.
Soms kun je aan mensen zien welke levensbeschouwing ze hebben.
Levensbeschouwing kun je ook zien aan hun symbolen en hun rituelen.

Op 15 september 2010 schreef ik over de fotowedstrijd die het Centrum voor Levensbeschouwing in het najaar van 2010 had uitgeschreven. Het Centrum voor Levensbeschouwing is gevestigd in Stenden hogeschool te Leeuwarden, werkt nauw samen met opleidingen van Stenden hogeschool en met andere instellingen in Nederland die zijn gespecialiseerd in kennis betreffende levensbeschouwing. De uitnodiging om mee te doen aan deze fotowedstrijd, heb ik beantwoord door het inzenden van enkele thema-foto’s.

Aan deze fotowedstrijd namen 22 fotografen deel. Totaal zonden zij 49 foto’s in. Een fotojury heeft de inzendingen beoordeeld op fototechniek, compositie, creatief gebruik van de openbare ruimte en op het levensbeschouwelijke thema. De jury bestond uit: Suzan Bosch (Stenden-Instituut Service Management), Klaas-Wybo van der Hoek (Stenden hogeschool), Henk Postma (Stenden hogeschool) en Henk Pol (Centrum voor Levensbeschouwing).

De jury heeft zich stapsgewijs gebogen over de inzendingen en is zo tot een fotoselectie gekomen. Eerst werd beoordeeld of was voldaan aan de opdracht het thema ‘Levensbeschouwing op Straat’ in beeld te brengen. Foto’s die de opdracht op al te traditionele wijze uitbeeldden, werden terzijde gelegd. Foto’s van esthetische kwaliteit of verrassende verbeelding werden in rangorde gelegd.

De prijswinnaars met de winnende foto’s zijn inmiddels bekend gemaakt op de website van het Centrum voor Levensbeschouwing. De eerste prijs ging naar Nicole Loeve, de tweede prijs naar Abe Maaijen en mij viel de derde prijs ten deel. Eervolle vermeldingen werden toegekend aan Leonie Zuijdervliet en Yvon Salié, voor hun prachtige foto’s.

Mijn prijswinnende foto maakte ik op 28 juli 2009, op de laatste pelgrimsdag van Durkje en mij in 2009, toen wij het pelgrimspad bewandelden van het Franse Châteauneuf-Val-de-Bargis naar La Charité-sur-Loire. Het laatste dorpje dat we passeerden vóórdat we de oversteek door het veld maakten naar La Charité-sur-Loire was het dorpje ‘Raveau’. Evenals veel Franse dorpen ligt ook in Raveau de oude, geheel ommuurde begraafplaats vlak buiten het dorp. Het pelgrimspad loopt langs de hoge muur van deze begraafplaats en als je over de muur kijkt, zie je de laag en hoog boven de grafstenen uitstekende kruisen, van verschillende materialen en in uiteenlopende vormen gemaakt.

Deze foto deed mij denken aan een oud gezegde, dat je tegenwoordig bijna nooit meer iemand hoort zeggen, namelijk: “Wij leven onder het kruis’. Het leven gaat niet elke dag over rozen, niet elke dag halleluja en in de gloria. Zo is onze werkelijkheid van gisteren, vandaag en morgen. We hebben wel van die gelukzalige momenten, waarop als het ware de hemel voor ons open gaat, momenten waarop je niets anders kunt en wilt dan God loven en prijzen. Af en toe is onze weg echter geen gemakkelijke weg, een weg van pijn en verdriet, van ziekte, sterven en rouw; in bijbelse termen: onze weg door de woestijn; maar ... dan wel op weg naar het beloofde land, naar Kanaän.

Nog even en dan zitten we al weer in de Passietijd, de weken die voorafgaan aan het Paasfeest. Een tijd om ook stil te staan bij ons leven onder het kruis, ons kruis dragen op onze weg door de woestijn, stilstaan onder het kruis, stilstaan bij Jezus’ sterven aan het kruis, met elk jaar weer dat hoopgevend en wenkend perspectief van Pasen: opstanding uit de dood.

zondag 9 augustus 2009

Pelgrimeren van Châteauneuf-Val-de-Bargis naar La Charité-sur-Loire

Van Sint Jacobiparochie naar Santiago de Compostela

Sentier vers Saint-Jacques-de-Compostelle; via Vézelay
Van Châteauneuf-Val-de-Bargis naar La Charité-sur-Loire
Dinsdag 28 juli 2009 – 25,5 km.
Dag 67: 1390 – 1415,5 km.

Op deze laatste pelgrimsdag van de zomervakantie van 2009 brengen Durkje en ik de fietsen met de auto vanuit Varzy naar La Charité-sur-Loire. Daarvandaan fietsen we over de N151 terug naar Châteauneuf-Val-de-Bargis.
De temperatuur is 15 graden Celsius. Bij La Charité-sur-Loire is het nogal mistig, maar als we Châteauneuf-Val-de-Bargis naderen, is duidelijk te zien dat de mist snel verdwijnt. Het lijkt weer een warme dag te gaan worden.
In Châteauneuf-Val-de-Bargis drinken we tegenover het gemeentehuis bij de Bar-Tabac eerst een kop koffie. Voor Franse begrippen is dit een modern café, met zelfs enkele lounge-plekken. Als we de koffie op hebben, komt een met een caravan passerend Nederlands echtpaar binnen, dat ook even een kop koffie komt drinken. Wij gaan nu op stap.

We gaan langs de N151 het dorp uit. Bij deze uitvalsweg ontmoeten we een Franse jongeman, die hier nòg staat de liften. Hij stond er namelijk ook al toen we op de fiets zojuist voorbijkwamen, dus zijn geduld wordt wel op de proef gesteld. Inmiddels staat hij langs de weg accordeon te spelen. Hij vertelt ons dat hij op reis is om zijn grootouders in Groot-Brittannië te gaan bezoeken.
We lopen Châteaueneuf-Val-de-Bargis uit en meteen het aanliggende gehucht Le Château in.

Aan het eind van dit gehucht steken we de N151 over om eerst door de velden en later door het bos een stevige klim in te zetten om boven in het Bos van Faye te komen. Als we boven zijn, gaan we rechtsaf verder door een lange boslaan. Die verlaten we om over een smal bospad - waarover opvallend veel omgewaaide bomen liggen - een lange afdaling in te zetten.
In het bosperceel Montaillant passeren we hele oude, bemoste muurtjes, die de resten vormen van voormalig ommuurde wijngaarden. Ook hier staan in het bos de mooie fel oranjerood-gekleurde bessen, die in hoge trossen op steel staan. We zagen ze ook als eens langs het Pieterpad in Zuid-Limburg.
Langs de bosrand verlaten we het bos over een met een halve meter hoge begroeiing overwoekerd smal paadje. De zon is hier nog niet over de begroeiing geweest. Het hoogopgeschoten gras is nog nat van de regen en dauw van de nacht en de vroege ochtend. Als we het pad verlaten, waar de akkers aanvangen, zijn onze wandelschoenen, sokken en broekspijpen tot onze knieën door en door nat. Maar tussen de akkers in de - inmiddels - felle zon en bij een warme zomerwind droogt alles snel.
Vlak vóór ons zien we een hert hoog opspringend door een groot graanveld voor ons vluchten. Verderop blijft hij staan kijken, of we hem ook volgen. Daarna loopt hij rustig verder.

In het dal arriveren we na 6,5 kilometer in het dorpje Chasnay. We pauzeren even op een boerenerf tegenover het dorpscafé. We lopen in de richting van de N151 en passeren in het dorp de wasplaats en steken via een bruggetje de beek Sillondre over. Dan verlaten we Chasnay.
Bij de wijncave Les Hauts de Seyr nemen we een onverharde veldweg langs de meanderende Sillondre, tot aan de plaats waar de Sillondre uitmondt in een meertje, vlakbij de 13e-19e eeuwse ruïnes van de voormalige hoogovens van Cramain.

Na enkele tientallen meters over de D222 gelopen te hebben, gaan we over een karrenspoor klimmend het Bos van Sainte-Anne in. Een bord geeft aan dat de toegang voor auto's en motoren verboden is, maar dat het pad door dit privaat bos voor pelgrims naar Santiago de Compostela is opengesteld.
Het is hoog tijd voor een etenspauze. Iets van het bospad af, zien we een wagen van bosarbeiders. Er staan een aantal klapstoelen bij en er ligt een brede dikke balk. Van de balk en de klapstoelen maken we een gerieflijke bank en daarop pauzeren we in de rust van het diepe bos.

Vlakbij het Carrefour des Bois d'Artonne staan we ineens voor de D38. Die D38 zouden we rechtdoor over moeten steken. Als we het smalle taludpad tussen de struiken door lopen, komen we voor een verbodsbord te staan. We mogen het door de wandelgids aangewezen pad niet vervolgen en ons wordt gewezen op een omleiding. Eigenwijs als we zijn, gaan we toch even kijken of we wellicht toch door kunnen lopen over het door de wandelgids aangewezen pad. Maar die vlieger gaat niet op, want het voorheen dichte bos is nagenoeg gekapt, althans zover uitgedund dat van een pad geen sprake meer is en we al helemaal geen bomen met de gebruikelijke wit-rode markering aantreffen. We maken rechtsomkeerd en zien op de wandelkaart dat het mogelijk is om over een asfaltweg verderop vanaf de splitsing in de goede richting verder te gaan.
Vanaf deze splitsing komen we uiteindelijk wel weer uit op het aangegeven wandelpad, dat verderop ook over deze asfaltweg gaat door het Bos van Bertrange. En als we deze asfaltweg op gaan, lopen we langs het gekapte bosperceel, waar we eigenlijk doorheen hadden willen lopen. Van het voorheen dichtbegroeide bosperceel is echter niet veel meer over dan een gering aantal verspreid staande bomen. Logisch dat we hier niet meer doorheen kunnen, want van een pad is ook geen spoor meer te herkennen.

Vóór ons volgt een 3 kilometer lang rechte asfaltbaan door het Bos van La Réserve. We passeren een groepje van drie wandelaars, die rusten langs de weg. Slechts één auto komt ons tegemoet en een eind verderop zien we een groepje van drie andere wandelaars het bos uit komen, onze asfaltweg kruisend oversteken en het bos weer in gaan. Later zien we dat hier twee pelgrimspaden elkaar kruisen.
Negen kilometer voorbij Chasnay komen we in dit bos uit bij de veelsprong van Rond de la Réserve. Een oudere vrouw loopt hier met een hond rond. Ze gaat met een juist arriverende familie met ook een hond het bos is. Wij pauzeren hier op de veelsprong op een bankje in de schaduw.
Het hout van dit bosmassief werd vanaf de 12e eeuw gebruikt voor de houtskoolproduktie voor de lokale hoogovens. Vanaf de 17e eeuw werd het gebruikt als mastbos en tegenwoordig wordt het hier geproduceerde hout gebruikt voor de meubelindustrie en voor (wijn)vaten.

Over de Route de Forrestière de la Vache lopen we het bos uit in zuidwestelijke richting. We passeren de Fontaine de la Vache en komen 3 kilometer verder in het gehucht La Vache. Hier wordt hard gewerkt aan de verfraaiing van een logiesverblijf, dat ook is aangesloten bij de in Bourges gevestigde vereniging van de vrienden van de Sint Jacobspelgrims. In La Vache is nabij het lokale beekje ook nog een oude hoogoven en een 18e eeuws huis van de voormalige meestersmid.
Voorbij La Vache steken we bij het gehucht Les Petites Maisons de D138 over. We lopen naar de vervallen wasplaats tussen Les Petites Maisons en het twee kilometer verder liggende dorp Raveau.

We pauzeren in Raveau bij de Romaanse 11e eeuwse Saint-Gilles-kerk. Verderop vertrekt een drietal langeafstandswandelaar na een rustpauze. Het zijn de jongelui die we eerder vanmiddag in het Bos van Bertranges de asfaltweg zagen oversteken.
We verlaten Raveau via de D179 bij het kerkhof dat hier aan de rand van het dorp ligt. Als we achter de hoog ommuurde begraafplaats van Raveau verder gaan, zien we de stenen kruisen die op bijna alle grafmonumenten staan, net boven de kerkhofmuur uitsteken. Een bijzonder gezicht zo tegen de blauwe lucht; alsof het ons duidelijk wil maken dat we leven en sterven onder het kruis.

Over een mooi begroeide veldweg gaan we tussen de akkers door. Rechts zien we het verkeer op de N151, vóór ons zien we het verkeer op de autoweg N7 en achter de autoweg zien we de eerste gebouwen van ons einddoel van vandaag: La Charité-sur-Loire.
In de verte zien we het andere drietal weer wandelen in de richting van de stad. Even later halen we hen in. Ze rusten nog een keer onder de grote bomen langs dit veldpad. Het zijn drie jongeren, die ons vertellen dat zij in vijf dagen van Vézelay naar Bourges pelgrimeren over de alternatieve historische pelgrimsroute. Maar ook hun einddoel is ooit Santiago de Compostela te bereiken, zo vertelt de best engelssprekende wandelaar van dit gezelschap. Hij maakt even een foto van ons beiden alvorens Durkje en ik verder gaan.

Als we bij de kleine doodlopende doorgang onder de N7 verder gaan in zuidelijke richting langs het talud belt onze jongste zoon Pieter ons. Iets zuidelijker gaan we door het viaduct onder de N7 door. En dan is het over de D245 nog maar een kilometer lopen voordat we 5 kilometer voorbij Raveau de stad La Charité-sur-Loire binnenwandelen.
Om in het centrum van de stad te komen, gaan we via een voettunnel met – aan beide zijden - muurschilderingen onder de spoorlijn door. We komen dan aan de overzijde uit bij het treinstation van La Charité-sur-Loire, waar we vanmorgen onze auto parkeerden.

Eben Haëzer, we zijn er.
Vandaag hebben we 25,5 kilometer gewandeld. De temperatuur liep vandaag op tot 29 graden Celsius. Vooral de laatste vijf kilometers door het veld van Raveau naar La Charité-sur-Loire was een warm traject, maar op zich nog prima wandelweer vanwege de wind in het open veld.
Met dit laatste traject is een eind gekomen aan ons 17 dagen pelgrimeren over het mooie Franse pelgrimspad van de GR654. In deze 17 dagen hebben we totaal zo'n 375 kilometer gelopen, bij een gemiddelde afstand van 22 kilometer per wandeldag, waarbij aangetekend dat we eenzelfde afstand in de meeste gevallen eerst hebben gefietst alvorens onze wandeling aanving.

We beëindigen hiermee onze 67e pelgrimsdag, waarbij de totaalstand van het afgelegde pelgrimspad vandaag op 1415 kilometer is komen te staan. Dat lijkt een heel eind, maar ook hier is alles betrekkelijk, want het is nog niet eens de helft van de totale afstand van het Nederlands-Fries-Bildtse Sint Jabik (Sint Jacobiparochie) naar het Spaanse Sint Jabik (Santiago de Compostela).

De voorheen genoemde stad Seyr aan de rivier de Loire, werd later – vanwege de ervaren vrijgevigheid van hun priors – hernoemd tot La Charité-sur-Loire. Al vele eeuwen stromen pelgrims toe naar dit handelscentrum op de Sint Jacobsroute. Zo – in navolging - ook Durkje en ik Anno Domini 2009.

Pelgrimeren van Varzy naar Châteauneuf-Val-de-Bargis

Van Sint Jacobiparochie naar Santiago de Compostela

Sentier vers Saint-Jacques-de-Compostelle; via Vézelay
Van Varzy naar Châteauneuf-Val-de-Bargis
Maandag 27 juli 2009 – 23,5 km.
Dag 66: 1366,5 – 1390 km.


Ook vanmorgen starten we weer bij de lage temperatuur van 13 graden Celsius. Durkje en ik rijden met de auto en de beide fietsen van de camping van Varzy naar het centrum van Châteauneuf-Val-de-Bargis, waarna we over de N151 direct weer terugfietsen naar Varzy. In het centrum van Varzy drinken we in het dorpscafé een kop koffie.

Rond 10.00 uur wandelen we langs de de Sainte-Eugénie-kerk de Rue Saint-Pierre in. Achter de kerk passeren we de oude, nogal grote wasplaats van Varzy. Daarna gaan we onder de spoorweg door en dan klimmen we door een nieuwbouwwijk het dorp uit in de richting van de N151. Nadat we enkele honderden meters langs de N151 hebben gelopen, gaan we in zuidwestelijke richting het veld in, voortdurend klimmend over een asfalweg, die verderop over gaat in een brede bosweg.

In het bos van Vaumorin komen we vlak langs de kapel van Sint Lazarus. Om de kapel te kunnen bekijken, moeten we even 50 meter naar beneden van ons pad afwijken om op de open plek te komen waar deze kapel staat. De kapel is het gerestaureerde restant van de Middeleeuwse leprozerie van Vaumorin. Deze leprozerie werd in de 12e eeuw toegevoegd aan het door de bisschop van Auxerre gestichte Maison Dieu (ziekenhuis) van Varzy. De monniken van de abdij van Montjou uit de Alpen hebben ervoor gezorgd dat deze lepra-inrichting vanaf 1219 een ware werk- en leefgemeenschap werd.

Wij gaan via een brede bosbaan dieper in zuidelijke richting het Bos van Ronceaux in, steeds verder klimmend tot een hoogte van 342 meter. Vanaf de plaats waar een knik naar het zuidoosten in de brede bosweg zit, gaan we dalend verder in de richting van de D155. Waar we de D155 bereiken, zijn we afgedaald naar een hoogte van 298 meter. De D155 volgen we een kleine kilometer.
We verlaten de D155 om langs de bosrand van de zuidwestpunt van het Bos van Bouhy verder te lopen op een veldpad over de flank van de helling. Vanaf dit hoge punt zien we een pelgrim over de D155 lopen in de richting van Champlemy, hetgeen een afgekorte versie zou betekenen van onze route, die hier een omweg door het bos en het veld neemt. We vermoeden dat het de Franse pelgrim is, die wij gisteren ontmoetten en die vannacht in de refugio van onze camping in Varzy overnachtte.

Via een smalle asfaltweg lopen wij door naar het gehucht Bourras-la-Grange. Voorbij Bourras-la-Grange dalen we de vallei in, waarin we bij de oude wasplaats langs komen. Daarna klimmen we over een onverhard veldpad naar de boerderij van La Ferrière. Vanaf deze boerderij loopt er een bijna 3 kilometer lange asfaltweg door het Bos van Le Château-aux-Chèvres en door het veld naar het dorp Champlemy.
We komen na onze eerste 12 kilometer van vandaag dit dorp in via de D155. Een oude Citroën-bestelauto – zoals die nog zoveel in Frankrijk rijden - staat ergens voor de deur.
Om vanaf de rand van het dorp in het centrum te komen, gaan we over de binnenplaats van een boerderij naar een binnenpad. Achter de boerderij staat een witte koe met zijn voorpoten in een drinkplaats water te drinken. De koe heeft kortgeleden een keizersnee gekregen. De hechtingen zijn nog duidelijk zichtbaar en de vliegen kruipen in grote getale rondom de afgehechte wond. Langs de andere koeien en kalfjes gaan we verder over dit kerkpad langs de gevarieerde erfafscheiding. Verderop gaan we links om de uit 1595 daterende dorpskerk Saint-Maurice heen.

Via een smalle kerksteeg komen we bij het dorpsplein van Champlemy. Op een grote stenen bank rusten we voor het eerst om te eten en te drinken. Verderop drinken we naast de voormalige Jean-Bosco-kerk nog een kop koffie op het terras aan de drukke doorgaande verkeersweg. De oude en jonge dame zorgen wisselend voor de bediening. Het is er allemaal klein en ouderwets van binnen en van buiten. Het toilet buiten achter het café is geenszins een aanrader. Er is geen toiletpapier. En de wc blijkt niet meer te zijn dan een gat in een grote geplastificeerde plaat, boven een anderhalve meter diepe rioolschacht. Er staat een brede gele waterplas op de voorzijde van de zitplaat, waardoor je er niet eens over gaat nadenken om hier überhaupt op plaats te nemen. Hoe is het mogelijk dat je anno 2009 je gasten zo'n abominabel toilet durft aan te bieden.

Langs de openstaande 19e eeuwse voormalige graanhal van het dorp verlaten we Champlemy in westelijke richting. We steken het riviertje de Nièvre over aan de rand van de bebouwde kom. Voorbij de boerderij van Les Couées gaan we een overharde veldweg in. Verderop klimmen we langs een hoge haag en boomwal in de richting van een groot bosperceel. We passeren de vervallen boerderij van Montassé.
We treden het naaldbos van Charnouveau binnen. In dit bos volgen we een eerst stijgende en later dalende - bijzonder brede - onverharde bosweg. Hier en daar ligt kaphout hoog opgestapeld om afgevoerd te worden. Aan de rand van het bos is een flink deel gekapt. We lopen over een iets smaller bospad dat aan beide zijden begroeid is met grote varens. Aan beide zijden van dit bospad is het bos hier volledig gekapt.
Na ongeveer 4 kilometer voorbij Champlemy komen we vlak voorbij het gekapte bosdeel langs de Vijver van La Ferrauderie. Het is een langwerpige vijver met aan de westzijde een brede recreatiezoom met veel gras en bomen. Aan de zuidkop lopen we langs een ruïne, die zo klein is, dat we niet met zekerheid gewaar kunnen worden waarvan dit een overblijfsel is. Achter de ruïne zitten vier langeafstandwandelaars te picknicken. We groeten elkaar in het voorbijgaan.

Een eindje verder steken we de D253 over en gaan we verder door het bos van Les Usages de Champlemy. Voorbij dit bosgebied komen we bij de vervallen boerderij van Les Massons. Zoals bij zoveel oude boerenhoeves in dit gebied staat ook hier nog een oude, niet meer in gebruik zijnde waterput. De hoeve wordt momenteel wel nog gebruikt voor opslag van hooi. Voor de rest is er geen teken van leven.
We steken het riviertje de Nièvre weer over, iets ten zuiden van de plaats waar de beek Le Pélerin (de pelgrim) in de Nièvre uitmondt. Achter het kleine bosperceel - voorbij de Nièvre - passeren we de oude boerderij van La Rolande. Het lijkt zo op het eerste gezicht ook niet meer dan een ruïne. Toch rijdt er zojuist een auto het erf af als we aan komen lopen. Naast het voormalige woonhuis staat een waslijn waar zowaar nog enige was aan hangt van – zichtbaar – een oudere man en vrouw. Er lopen een paar kippen op het erf en verderop staat nog een huisdeurtje open van een gebouwtje aan de binnenplaats, waar waarschijnlijk de bewoners nog in wonen. Het is allemaal vergane glorie, maar de tekenen van leven zijn er zeker nog.

Als we de D117 naderen, zien we boven het Bos van de Rouesses onheilspellende bewolking op ons af komen. Tot nu toe was het nog heel mooi en warm zomerweer met een aangenaam briesje. Maar het begint harder te waaien en de wolken wijzen op naderend onweer. Bij de D117 staat een dode boom, waarvan de stam geheel is bedekt met klimop. De boom tekent waarschuwend af tegen de dreigende bewolking verderop. De eerste regendruppels vallen als wij de beschutting van het Bos van de Rouesses zoeken en vinden.

We volgen een kaarsrecht bospad in zuidwestelijke richting. Bij de eerste open plek in het bos, waar op de veelsprong verschillende bospaden bij elkaar komen, ontmoeten we de Franse pelgrim die we gisteren onderweg en later ook bij ons op de camping in Varzy ontmoetten. Ze rust hier op het snijpunt van bospaden enige tijd. Ze heeft via haar telefoon op internet de weerradar geraadpleegd en vertelt ons dat er regen op komst is. Volgens ons – als we zo naar de lucht kijken – zal die gepaard gaan met onweer. De Franse begint haar spullen in te pakken en wij gaan alvast verder het bos in.

Het bospad is goed begaanbaar. Hier en daar zien we prachtig bemoste bosgrond. Af en toe valt er een regendruppel tussen de boombladeren door, maar de zon beschijnt het mos ook nog schilderachtig mooi.
Ongeveer 6 kilometer voorbij de Vijver van La Ferrauderie begint het steeds harder te regenen, nog voordat we de boerderij Bellevue bereikt hebben. Vanuit het westen horen we enkele zware donderslagen. We schuilen even onder het bladerendek van een boom en een paraplu totdat het weer enigszins droog is. Als we de boerderij Bellevue passeren, maakt een grote erfhond ons duidelijk dat het niet op prijs wordt gesteld dat wij zijn erf betreden, maar ja, dat waren we ook al niet van plan.
Voorbij boerderij Bellevue begint het flink te regenen, dus we schuilen even met onze beide paraplu's, waarbij we met onze rug tegen een een hoogopgaande haag staan om ons te beschermen tegen doorslaande regen en wind. Spoedig is het droog en kunnen we verder over de asfaltweg van Bellevue naar de N151.

We volgen de N151 ongeveer 200 meter en wandelen dan Châteauneuf-Val-de-Bargis in.
Boven het heuvelgebied achter Châteauneuf-Val-de-Bargis zien we nog een aantal bliksemflitsen in het westen. Vanuit het oosten komen de donderslagen. Het blijft nu droog.
Wij lopen aan de noordoostzijde achter het dorp langs, voorbij het kerkhof en langs de sportvelden, in de richting van de dorpskerk.
Spoedig arriveren we na 1,5 kilometer bij de N151 midden in Châteauneuf-Val-de-Bargis op het dorpsplein vóór de Mairie, het gemeentehuis, waarvoor we vanmorgen vroeg onze auto stalden.
De bewoners van dit dorp zijn zich er terdege van bewust dat ze hier aan de route van het pelgrimspad naar Santiago de Compostela wonen en werken. Zo heeft bijvoorbeeld de dorpsbakker één van zijn twee etalages geheel ingericht met allerlei zaken die met pelgrimeren naar Santiago de Compostela te maken hebben. Naast het gemeentehuis kun je ten behoeve van een overnachting een kamer met ontbijt verkrijgen. Boven de toegangsdeur van dit logiesadres hangt een groot gevelbord met het opschrift “l’Etape de Compostelle”. En op de gevel van het gemeentehuis hangt een groot informatiebord over de “Chemins de Saint-Jacques-de-Compostelle”. Daarop staat een mooi geïllustreerde routekaart van het tracé van Vézelay via Varzy (maar ook de variant via Clamecy) naar Nevers, waarbij uiteraard een prominente pop up is afgebeeld van het dorp waarin je je nu bevindt: Châteauneuf-Val-de-Bargis.

We hebben wederom een mooie wandeldag achter de rug. Mooi weer, en dat beetje regen heeft de pret niet gedrukt. Voorts een mooi gevarieerde route over prima toegankelijke paden met geleidelijke klim- en daaltracé's. Al met al een mooie wandeldag van 23,5 kilometer.