zaterdag 17 augustus 2019

Zonsondergang in Feinsum

Dinsdag 13 augustus 2019 

Zonsondergang in Feinsum

Zonsondergang in Feinsum

Maandag 12 augustus 2019 

|Zonsondergang in Feinsum

Pelgrimeren van Jaca naar Puente la Reina de Jaca


Van Arles richting Santiago de Compostela

Camino Aragonés van Jaca naar Puente la Reina de Jaca
Dinsdag 6 augustus 2019 – 20,5 km 
Dag 39: 850,2 – 870,7 km

Koffiepauze met vijf Spaanse pelgrims in Santa Cilia de Jaca


















Nog één dag zomerpelgrimage
Het einde is in zicht van onze zomerpelgrimage. Dit is de laatste dag van deze zomervakantie 2019 op het pelgrimspad.
Vandaag gaan Durkje en ik de pelgrims-etappe vanuit Jaca naar Puente la Reina de Jaca lopen, over een afstand van 20,5 kilometer.
Deze dag begint voor ons in de Spaanse Pyreneeën met een aangename ochtendtemperatuur, en die loopt vandaag weer behoorlijk op, zonder al te warm te worden. Boven de Pyreneeën kun je ook zien dat het qua weertype een overgangsdag is, want we missen vandaag de helderblauwe lucht van de afgelopen dagen, en zien boven de toppen van de Pyreneeën vlagen bewolking hangen. De bewolking neemt gedurende de dag toe. Het waait af en toe lekker, maar als de wind even helemaal stil valt, is het drukkend.

Vertrek uit Jaca
We staan om 6:00 uur op. Om 7.00 uur staan we bij de caravan klaar voor vertrek.
We zijn van plan om vanaf de camping de doorgaande camino-route te lopen naar Puente la Reina de Jaca, om dan bij aankomst op die plaats van bestemming vanmiddag te bepalen of we met de lijnbus of met een taxi weer terug gaan naar onze camping.
We wandelen over een nog stille camping om 7:00 uur naar de uitgang, en steken de N240 over, om onze etappe vanmorgen te beginnen tegenover onze Camping Victoria Jaca.

Langs de N240
Ter  hoogte van de camping verlaten we de bebouwde kom van Jaca, om dan langs de N240 te lopen. Het is nu even na 7:00 uur nog heerlijk koel in de ochtend, mede omdat de zon nog niet zichtbaar is, omdat die nog achter de toppen van de Pyreneeën achter ons schuilgaat.
Een eind buiten Jaca kijken we achterom, en dan zien we de eerste zonnestralen prachtig boven de bergtoppen van de Pyreneeën uit komen, hetgeen een mooie zonsopkomst betekent.



Iets verderop komen we op de locatie waar de nieuwe opgang is gecreëerd van de oude N240 naar de nieuwe A21. Je kunt zien dat de camino-route hier iets is omgelegd. Een bijzonder verkeersbord van een gele pijl op een rond blauw bord maakt duidelijk dat we moeten afbuigen op het brede steenachtige pad, dat iets lager rechts vóór ons onder het viaduct van die nieuwe snelwegopgang door gaat.
Nog weer een eindje verder komen we bij de brug over de Rio Gas.
Voorbij deze brug over de Rio Gas gaan de twee routevarianten van de Camino Aragonés uit elkaar. Linksaf is de variant die wij eergisteren al hebben gelopen, via Monasterio de San Juan de la Peña, en rechtdoor gaat de reguliere camino-route richting Puente la Reina de Jaca. Vandaag gaan we rechtdoor verder, langs de N240.

Hellingpaden langs de riviervallei van de Rio Aragón
Langzaam begint de zon aan kracht te winnen. Omdat de zon nog zo vlak boven de bergtoppen uit komt, werpt de zon een hele lange schaduw tientallen meters vóór ons uit. Altijd weer een bijzonder gezicht, met die lange benen en lange wandelstokken en het dan betrekkelijk korte bovenlijf.
Ook als we verderop aan de overzijde van de N240 een mooi bebost hellingpad gaan nemen, genieten we van het prachtige schijnsel van het prille ochtendlicht op de bomen en andere planten vóór ons.
Het pad brengt ons langs een stenen hok.
Het opschrift boven de ingang vertelt dat het oorspronkelijk een waterleidingfunctie heeft gehad, maar daar is nu binnen niets meer van te zien. Rondom zijn binnen enkele zitbanken gecreëerd voor passerende wandelaars en fietsers die binnen even willen schuilen voor zonnehitte en regen. Op de voorkant van het gebouwtje heeft iemand met grote letters geschreven: ‘Road to Santiago!’.
Dat we nog steeds door de Pyreneeën lopen, blijkt ook wel uit het feit dat we over dit berghellingpad weer omhoog gaan. Daarbij is heel goed te zien dat we vandaag op de zijkant van de brede vallei van de Rio Aragón lopen. Ver beneden ons zien we de rivier, en af en toe horen we vandaag op delen van het traject de betrekkelijk smalle stroomversnellingen. Ook zien we een heel eind verderop in het lager gelegen dal dat daar nog hard wordt gewerkt aan de aansluiting van een lokale weg op de nieuwe A21.

Stijgend en dalend voorwaarts
Als we al een heel eind zijn opgeschoten, en ook op behoorlijke hoogte zijn gekomen, hebben we inmiddels twee groepjes pelgrims gepasseerd, waaronder een Spaans stel en een Spaans drietal van twee mannen en een vrouw, waarvan zij overigens met een pijnlijk gezicht de afdalingen over de rotsachtige paden neemt. Als we haar passeren, roept ze ons toe: “Knee” en “Pain”; kniepijn dus. Later horen we van haar dat ze zijn begonnen op de Puerto de Somport, en dat de steile afdalingen haar gedurende die eerste wandeldag al parten hebben gespeeld.
Op een hooggelegen punt krijgen we een schitterend uitzicht over de vallei vóór ons, en zien we in de verte al de plaats Santa Cilia de Jaca liggen, waar we straks koffie willen drinken.
Ineens staan we voor een vlakte tussen twee berghellingen in. We moeten via een akkerpad oversteken, tussen twee graanstoppelvelden door.
Daarna gaat het weer verder over stijgende en dalende paden. De route brengt ons uiteindelijk op de locatie waar de routevariant vanuit Monasterio de San Juan de la Peña en de hoofdroute van de Camino Aragonés weer bij elkaar komen. Eergisteren kwamen wij van links, om over de hoofdroute verder te gaan richting Santa Cilia de Jaca.

Spaanse Hagenezen uit Madrid
De route laat ons weer een eindje langs de N240 lopen, en zo wandelen we dan de bebouwde kom van Santa Cilia de Jaca in.
We komen evenals eergisteren op het dorpsplein, waar het grote metalen standbeeld van Sint Jacob staat bij het watertappunt. In het dorpsplantsoen erachter eten we in de schaduw een broodje bij een picknickbank.
Daarna wijken we even van de route af, omdat we het dorpje ook willen bekijken. Eerst gaan we op zoek naar de oude Romaanse kerk. In één van de smalle straatjes staat een garagedeur open, en staat een Volvo met Nederlands kenteken uit Den Haag met draaiende motor. Als ik de man in de garage in het Nederlands vraag om de weg naar de dorpskerk, verstaat hij me niet, en vertelt dat hij een Spanjaard is die bij een internationaal bedrijf in Den Haag werkt. Zijn vrouw komt er ook bij staan, en in het geanimeerd gesprek dat daarna ontstaat, blijkt dat haar voornaam ‘Camino’ is. Dat is wel een bekende Spaanse meisjesnaam, maar die komt in Spanje niet veel voor. Ze zijn oorspronkelijk afkomstig uit Madrid; wonen en werken in Den Haag, en zijn hier nu op vakantie, en daarom niet bekend met de situatie hier ter plekke. We nemen afscheid en zoeken en vinden verderop de oude dorpskerk van Santa Cilia de Jaca. In het tuintje vóór de kerk zien we drie hele oude grafstenen – de ronde steles – staan.
Als we verderop door de smalle dorpsstraatjes lopen, vallen ons mooie details op, zoals een houten poortdeur en een stenen torentje boven op een huis.

Koffiepauze op zijn camino’s
Vlak voordat we bij de plaatselijke bar komen, vinden we in een portiek de ingang naar de gemeentelijke pelgrimsherberg van Santa Cilia de Jaca.
En als we dan de bocht om gaan terug richting dorpsplein, komen we in het smalle straatje waar een groep pelgrims zit te pauzeren tegenover een kleine dorpsbar. Binnen bestellen we koffie, krijgen een stempel in onze pelgrimspassen, en gaan naar buiten, waar we te midden van de vijf andere Spaanse pelgrims – die we eerder vanmorgen al passeerden – koffie drinken en een broodje eten.
Binnen staan in de eetzaal op twee lange tafels nog de restanten van het ontbijt voor de pelgrims die vannacht hier in de refugio verderop hebben overnacht. Zo te zien hebben vanmorgen meer dan tien pelgrims hier ontbeten in de bar nabij de refugio. Ze hebben in elk geval geen stevig ontbijt gehad, ziende op de kleine stukjes stokbrood met jam en de kleine fabriekscroissants in plastic, die karakteristiek zijn voor het Spaanse pelgrimsontbijt.

Natte voetenpad
Na de koffiepauze wandelen we Santa Cilia de Jaca uit, op weg naar Puente la Reina de Jaca. Aan de overzijde van de N240 komen we langs de ruïne van een boerderij.
Een smal door planten overwoekerd pad ligt vóór ons tussen de boerderijgebouwen door. Aanvankelijk een mooi paadje, maar dat wordt snel anders, want dit pad lijkt iets verderop meer op een beek dan op een pad. Het pad staat geheel onder stromend water, dus is niet begaanbaar. Twee Spaanse pelgrims zijn er toch doorheen gegaan met hun wandelschoenen aan, dus die hebben gegarandeerd natte schoenen en sokken. Wij breken rechts door de begroeiing en komen dan op een graanstoppelakker, die ook deels onder water staat. Met een beetje heen en weer laveren, kunnen we toch droog een eigen route bepalen over de akker, om enkele tientallen meters verder weer een droge aansluiting te vinden op het doorgaande – wel weer droge - pad van de Camino.

Bospad naar de rivier
We komen wederom bij de N240 en volgen het smalle bermpad langs de drukke verkeersweg. In een bocht kunnen we het bermpad verlaten, om aan de overzijde van de N240 tussen de bomen door een mooi hellingbospaadje af te gaan. Hier gaan we heerlijk in de schaduw langzamerhand bergafwaarts, om steeds dichter bij de Rio Aragón te komen. Tussen de bomen door zien we de brede rivierbedding, waar hier en daar smalle snelle waterstroompjes lopen. Op een plek waar de rivier veel kleine rivierkeien heeft afgezet, hebben ettelijke pelgrims van die keien zogenoemde steenmannetjes gebouwd, bestaande uit op elkaar gestapelde rivierkeitjes. We hebben ze in al die jaren pelgrimeren al zo vaak gezien onderweg, maar zoveel op één plek bij elkaar, dat is toch wel heel bijzonder.
Langs het bospad staat verderop één mooie witte paddenstoel eenzaam mooi te wezen.

Over de Puente
Als we over dit schaduwrijke bospad het bos verlaten vlakbij de rivieroever zien we iets verderop de lange stenen brug (puente) over de brede rotsachtige rivierbedding. Dit is de brug waar de plaats Puente la Reina de Jaca naar is genoemd.
De doorgaande camino passeert op onze oeverzijde deze plaats, maar wij kiezen ervoor om hier via deze brug de Rio Aragón over te steken, om de plaats Puente la Reina de Jaca binnen te wandelen.
Dit is de plaats van onze bestemming voor vandaag, en daarmee ook de tijdelijke eindhalte van onze doorgaande Camino Aragonés.
Aan de overzijde van de brug is het vanwege wegwerkzaamheden lawaaierig en een drukte van belang, dus we lopen snel door naar de horecagelegenheid tegenover het benzinestation van het dorp.

Afsluiting met Tortilla Patates
Het is nog geen 12:00 uur, dus we hebben de afstand van 20,5 kilometer mooi vlot afgelegd vanmorgen. Er zijn twee opties om weer terug te keren naar onze camping, te weten met de lijnbus of met een taxi. De lijnbus vertrekt pas over tweeëneenhalf uur richting Jaca, dus het is qua tijd aantrekkelijker om een taxi terug te nemen. Bij het restaurant hangt een blauw Taxi-bord aan de muur van de bar. Als we binnen de barkeeper vragen naar een taxi vertelt hij dat die over een uur hier langs komt, en dat we dan mee kunnen naar Jaca. Dat komt mooi uit, want dan kunnen we hier in de bar prima pauzeren alvorens we terugrijden.
We bestellen Café Americano met overheerlijke Tortilla Patates met brood erbij, en genieten van een heerlijke Spaanse lunch in de bar, zulks ter aangename afsluiting van onze succesvolle zomerpelgrimage van 2019.
We zijn van plan om volgend jaar de draad hier in Puente la Reina de Jaca weer op te pakken, om onze pelgrimstocht over de Camino Aragonés voort te zetten richting Santiago de Compostela.

Resumé van onze zomerpelgrimage 2019
  • Gedurende deze zomervakantie hebben we 18 dagen gewandeld, waarvan om te beginnen de laatste 15 etappes op de Franse Via Tolosana en tot slot de eerste 3 etappes op de Spaanse Camino Aragonés.
  • De kortste dag-etappe dit jaar had een lengte van 15,8 kilometer en de langste dag-etappe die we tijdens deze vakantie liepen, was 33,7 kilometer.
  • In deze 18 wandeldagen hebben we 435,6 kilometer afgelegd, hetgeen een gemiddelde afstand van 24,2 kilometer per dag-etappe betekent.
  • Bijzonder – toevallig - is dat we zowel dit jaar als ook vorig jaar ongeveer 430 kilometer hebben gepelgrimeerd op de route vanuit Arles richting Santiago de Compostela, en dat we daarmee totaal nu 870 kilometer van deze pelgrimstocht hebben gelopen.
  • Voor deze zomerpelgrimage hebben we gebruik gemaakt van vier uitvalsbases, te weten de drie Franse campings in L’Isle-Jourdain, Marciac, Oloron-Sainte-Marie en de Spaanse camping in Jaca.
  • Voor het heen- en/of weer-verkeer hebben we gedurende elf dagen gebruik gemaakt van een taxi, vier dagen alleen van de trein, twee dagen alleen van de bus, één dag van een combinatie van taxi en trein, één dag van een combinatie van bus en trein, en één keer konden we meeliften met een vriendelijke mevrouw die op weg was naar de plaats van ook onze bestemming. Dat heeft ons uiteindelijk 28 euro gemiddeld per dag gekost, en voor dat bedrag van nog geen drie tientjes waren we elke dag in de gelegenheid om weer terug te keren naar onze camping, waar onze caravan met alle benodigdheden staat om ook buiten de wandeldagen/-uren om een aangenaam verblijf te hebben in de streken die wij doorkruisen. Pelgrimeren en (daarmee) vakantie vieren gaan zo voor ons op voortreffelijke wijze hand in hand.
  • Het hoogste punt dat we tijdens alle beklimmingen dit jaar hebben bereikt, ligt op 1.632 meter, op de Frans-Spaanse grensplek Col du Somport/Puerto de Somport, zijnde de bergpas over het hooggebergte van de Pyreneeën, waar we Frankrijk verlieten en Spanje binnen wandelden.
  • De dagtemperaturen die we tijdens deze 18 wandeldagen hebben gemeten, lagen tussen de 12 en de 40 graden Celsius.
We zijn dankbaar dat het ons is gegeven om samen deze prachtige zomerpelgrimage te maken en gezond en wel te volbrengen. Ruim vierhonderd kilometer gelopen en geen blessure of ongeluk opgelopen, en bovenal elke wandeldag de uitdaging aangegaan om de geplande etappe goed te volbrengen, met af en toe riskante paden, maar toch overwegend prachtige etappes met ook dit jaar weer bijzondere, onvergetelijke ervaringen. Zo’n mooie zomervakantie wens je toch iedereen toe. Wij gaan in elk geval met een heel goed gevoel en tevreden weer terug naar huis, om nog lang na te genieten van onze belevenissen onderweg, en verwachtingsvol vooruit te kijken naar het vele en goede dat ons hopelijk nog toe zal vallen in een toekomst op deze en andere Camino’s.


Pelgrimeren van Jaca naar Santa Cilia de Jaca


Van Arles richting Santiago de Compostela

Camino Aragonés van Jaca naar Santa Cilia de Jaca
Zondag 4 augustus 2019 – 21,5 km 
Dag 38: 828,7 – 850,2 km

Stapje voor stapje voorzichtig over de rotspaden van de Spaanse Pyreneeën


















Vervolg door de Pyreneeën
Vandaag gaan Durkje en ik de pelgrims-etappe vanaf de brug over de Rio Gas (ten westen van Jaca) via het Monasterio San Juan de la Peña naar Santa Cilia de Jaca lopen, over een afstand van 21,5 kilometer.
Deze dag begint voor ons in de Spaanse Pyreneeën met een aangename ochtendtemperatuur, en die loopt vandaag op naar boven de dertig graden Celsius, kortom weer een warme wandeldag op de Camino Aragonés.

Vertrek bij de Rio Gas
We staan om 6:00 uur op. Om 7.00 uur willen we met onze auto de Camping Victoria Jaca verlaten, om naar Santa Cilia de Jaca te rijden, waar we een afspraak met het taxibedrijf van Santa Cilia/Jaca hebben om 7:45 uur voor een rit terug naar ons beginpunt bij de brug over de Rio Gas. Maar wat we ook proberen, onze auto start niet. We hebben hem al niet meer gebruikt sinds onze komst op de camping, en de boardcomputer geeft van beide autosleutels aan dat hij de sleutels niet herkent, en dan start hij niet, en vallen alle functies bij herhaalde pogingen uit.
Dan zit er niets anders op dan het taxibedrijf te bellen met het nummer dat we van de centrale hebben gekregen. Maar ook hiermee hebben we een probleem, want contact krijgen, lukt ons niet. Dan maar bij de campingreceptie proberen, maar die blijkt nog gesloten te zijn, dus ook dat lost niets op. Ondertussen loopt de tijd maar door.

Guardia Civil tot uw dienst
Als we aan de openbare weg staan om te bekijken of er op dit vroege uur van deze zondagmorgen wellicht een Spanjaard voorbij komt die ons verder kan helpen, zie ik een auto van de Guardi Civil aankomen. Die houd ik staande, en leg de situatie uit aan de agenten. Zij proberen eerst ook ons taxibedrijf te bellen, maar geven aan dat ook zij geen contact kunnen krijgen met dit nummer; het schijnt vervallen te zijn, alhoewel dit nummer nog steeds op hun website staat als centraal nummer. Wel vervelend dat we hen helemaal niet kunnen bereiken, maar hier houdt het nu wel op volgens de Guardia Civil.
De agent vraagt of het goed is dat zij een andere taxicentrale bellen, en omdat dat prima is, hebben we direct daarna al de bevestiging van hen dat er een taxi onderweg is vanuit Jaca om ons over zo’n tien minuten af te halen vanaf de camping.
We bedanken de beide hulpvaardige agenten, nemen afscheid, en wachten de taxi af.

Splitsing voorbij de brug over de Rio Gas
Inderdaad ongeveer tien minuten later arriveert de door de Guardia Civil gebelde taxi, en brengt de chauffeur ons net voorbij de brug waar wij onze etappe willen aanvangen. Maar nu moeten we op zoek naar de exacte locatie waar de camino-variant via Monasterio San Juan de Jaca zich afsplitst van de doorgaande camino van Jaca naar Puente la Reina de Jaca. We denken dat de splitsing ten westen van ons ligt, maar na een eindje die kant op gelopen te hebben, zijn we er nagenoeg zeker van dat dat niet klopt. We lopen dat stuk terug in oostelijke richting om de aansluiting ten oosten van ons taxi-oriëntatiepunt te zoeken.
Twee pelgrims komen ons tegemoet. Het is een stel Nieuw-Zeelanders, dat in Groot-Brittannië woont. Zij lopen de rechtstreekse route naar Puente la Reina de Jaca en de vrouw kan ons vertellen waar dat afsplitsingspunt is, want zij heeft dat zojuist gezien toen ze daaraan voorbijliepen. Wij lopen naar de plek die ze ons aanwees, en daar zien we aan de overzijde van de weg inderdaad de bewegwijzering van de camino-variant die langs het klooster in de bergen loopt. Hier begint onze camino-variant-etappe van vandaag.

De Monte Guaso op
Langzaam stijgt het pad bergop. We komen voorbij een grote stal waaruit gemekker klinkt. Als ik naar binnen kijk, zie ik een groot aantal witte geiten in de loopstal rondlopen.
Op een splitsing van twee onverharde wegen en een pad is qua bewegwijzering onduidelijk of we het pad haaks rechtsaf naar beneden moeten nemen of de rechter onverharde weg omhoog. De routebeschrijving noemt dat we naar een beek naar beneden moeten lopen, en die zien we verderop onderaan het pad. Maar voorbij die beek is geen sprake meer van een pad. Dus maar weer omhoog naar de splitsing, en dan blijkt uit een caminopijl een eind verderop dat het toch de onverharde weg moet zijn, dus we zitten nu weer op de goede route.
Dan volgt een lange route bergopwaarts, want we moeten nu de Monte Guaso beklimmen. Ondertussen krijgen we een steeds mooier vergezicht over de vallei van de Rio Aragón, waarin ook Jaca ligt. We moeten fors klimmen, omdat we over een betrekkelijk korte afstand ruim 400 meter moeten stijgen. Daar komt nog bij dat het grotendeels gaat over steile paden, die nogal rotsachtig zijn, dus elke stap bergop moet weloverwogen worden gemaakt tijdens deze klim. Een ongeluk zit immers in een klein steentje.
Aan elke berg komt bovenin altijd weer een eind, en zo ook hier. Als we over de top heen zijn, moeten we weer naar beneden, naar de vallei van de rivier de Baranco de Atarés, omdat we nu op weg gaan naar het dorpje Atarés in die vallei.


Ook nu weer steile paden, met veel grote en losliggende kleine rotsstenen. Voorzichtigheid geboden dus, en het gaan dan ook niet snel naar beneden. Klimmen en dalen op dergelijke bergpaden – ook hier in de Pyreneeën – vraagt concentratie, voorzichtigheid en tijd.

Atarés
Na een lange afdaling krijgen we het dorpje Atarés in zicht, dat zo’n 230 meter onder de top van de Monte Guaso ligt.
We wandelen het kleine kerkdorpje binnen, in de hoop dat we hier in een café een kop koffie kunnen drinken. Maar dat feest gaat niet door, want er is geen café, en we moeten het in dit bergdorpje doen met een overdekt dorpsplein aan de achterzijde van de gesloten dorpskerk. Daar staan enkele bankjes in de schaduw tegen de muur van een woning, en naast de kerk is een watertappunt. Hier pauzeren we om even iets te eten, te drinken en te rusten.

Sierra de San Juan de la Peña
Voorbij Atarés verlaten we de vallei door weer bergopwaarts verder te gaan. We lopen nu door de Sierra de San Juan de la Peña, een onherbergzaam ruig berggebied met een aantal doorkruisende halfverharde en onverharde bergpaden. Het is een gebied met hier en daar lage en ook hoge grillige rotsformaties.
Verderop zien we een groot deel van het berghellingbos dat lang geleden is verbrand bij een hellingbosbrand.
Even later lopen we door een deel van dit verbrande bos. De verbrande bomen staan nog triest overeind, en de natuur begint van onderop weer de berghelling met nieuwe planten op te bouwen. Met name de grassen overheersen nu nog.

San Vincente
We zijn vanuit Atarés bezig met een lange klim, want we moeten vanaf de hoogte van 800 meter van Atarés opklimmen naar bijna de hoogte van de San Vincente, die een top heeft van 1296 meter. Ook nu weer dus zo’n 400 meter klimmen, en ook nu over meestal moeilijk begaanbare rotspaden naar boven.
Het mooie van deze beklimming is natuurlijk wel dat we ondertussen kunnen genieten van de prachtige vergezichten rondom over het hooggebergte van de Pyreneeën waarin we ons nu bevinden.
En als je dan bijna boven bent, is dat het moment bij uitstek om te genieten.
Even al die inspanning van de zware beklimming achter je laten en vergeten, en genieten van het prachtige uitzicht dat je vanaf deze hoogte welverdiend hebt gekregen over de hoge Pyreneeën.

Monasterio San Juan de la Peña
Ten zuiden van de top van de San Vincente volgt nu een opeenvolging van korte stukken asfalt en rotspaadjes, waarmee we naar het Monasterio San Juan de la Peña lopen. Vanuit een bosperceel lopen we door een lange laan recht op dit immense kloostercomplex af.
Dit is de nieuwe, eigentijdse versie van het voormalige oude Monasterio.
Opvallend is het grote moderne gebouw dat in een U-vorm om het kloostergebouw heen is gebouwd. Dat gebouw geeft toegang tot het klooster. Daar vragen we in de kloosterwinkel een stempel van dit klooster voor onze pelgrimspaspoorten. Het is het eerste stempel in deze pas, want ons eerste pelgrimspaspoort is tijdens de vorige dag geheel volgestempeld, sinds ons vertrek vorig jaar uit het Franse Arles.
We gaan naar het café-restaurant van het klooster, waar we in de koelte iets lekkers eten en drinken. Verder kunnen we rondkijken in de rondgang van het klooster. Door de grote ramen zien we op de uitgestrekte binnenplaats een rond bouwwerk, dat wel een oude waterput lijkt.
Opvallend is ook de wijze waarop ze de decoratieve binnenmuren van deze kloosterrondgang hebben gemaakt in een combinatie van voorgevormde metselstenen en rotsstenen.

400 meter bergrotsafwaarts
Buiten gekomen vragen we een medewerker van het klooster langs welke kant we in de richting van Santa Cruz de la Serós kunnen lopen. Dat kan via de asfaltweg linksom, en over het reguliere bergpad van de camino. We kiezen voor het originele bergpad, dat ook langs de voormalige kloostervestiging zou lopen. Onderweg blijkt echter uit de schaarse bewegwijzering, dat we daarvoor na een afdaling weer terug omhoog zouden moeten lopen over een ander pad, maar dat gaat ons voor vandaag te ver, dus we besluiten om dan die oude kloostervestiging letterlijk maar links te laten liggen, en verder te gaan over het bergpad van de camino.
Ook tijdens deze afdaling krijgen we weer prachtige vergezichten over de Pyreneeën.
We moeten ook nu weer steil de berg af, want over een betrekkelijk korte afstand moeten we zo’n 400 meter dalen. Dat gaat wederom over hele steile, en bovenal rotsachtige paden, die bij elke stap het gevaar opleveren dat je weg rolt of weg glijdt over de al dan niet losliggende rotsstenen. Het gaat heel langzaam, stapje voor stapje voorzichtig naar beneden.

Santa Cruz de la Serós
Op zeker moment zien we diep in het dal de plaats Santa Cruz de la Serós al liggen.
Als we dichter bij het dorp komen, worden we achtereenvolgens gepasseerd door vijf snellere bergwandelaars, waarvan de voorste zelfs met een huppeldraf (maar zonder bagage) naar beneden gaat.
Santa Cruz de la Serós is op deze zomerse zondagmiddag een gezellige plaats, zo blijkt. We lopen naar het dorpsplein naast de 11e eeuwse romaanse kloosterkerk. Die is helaas nog gesloten.
Daarom zoeken we een schaduwrijke plek op een terras van een hotel-restaurant, waar we in de koelte van een briesje heerlijk genieten van ijskoude cola en bronwater.

De bus halen?
We zien op het dienstrooster van de streekbus dat er over ruim anderhalf uur een bus door Santa Cilia de Jaca rijdt, die naar Jaca gaat. Als we snel lopen, kunnen we het traject van 7 kwartieren wellicht in zes kwartieren lopen, om dan de bus te halen, waarmee we terug kunnen rijden naar Jaca.
We gaan dan ook met rappe stappen Santa Cruz de la Serós uit. Volgens de routegids zouden we in het komende tracé nog zo’n 150 meter moeten afdalen. Het lijkt er op dat we geleidelijk de vallei in gaan. Maar niets is minder waar, want we zijn nog maar net Santa Cruz de la Serós uit of we moeten al weer flink stijgen. Eerst over een gravelpad, en verderop ook maar weer over rotsachtige paden bergop en bergaf. Weer dus heel voorzichtig lopen, met kracht naar boven, en met tegenkracht naar beneden. Wel is het traject iets beter begaanbaar dan de paden van eerder vandaag, dus het tempo ligt wel hoger, en dat moet ook wel om die bus te halen. Overigens is het wel zo dat als we de bus niet halen, we sowieso wel met een taxi weer terug kunnen naar de camping; ook dat zal wel goed komen.
Met de nodige routine komen we mooi op schema aan in het plaatsje Binacúa. Het vraagt nog wel de beklimming van een steile helling om in het dorpje te komen.
Aan de andere zijde van het hooggelegen dorp staat de oude dorpskerk. Daar verlaten we Bianacúa.

Op tijd in Santa Cilia de Jaca
Vanaf nu gaat het alleen maar naar beneden, vooreerst over asfalt de diepe vallei in. Op een gegeven moment zien we in de verte de oude dorpskerk van Santa Cilia de Jaca staan, en een eind verderop het eerste deel van de autosnelweg A21, die net een maand geleden gereed is tussen Jaca en Santa Cilia de Jaca. Op de klok kijkend, schatten we in dat we de bus net wel of net niet halen. Snel door dus.
Een tegenvaller is dat we een tussendoorsteek moeten maken over een rotsachtig hellingpad tussen een weg en een landbouwpad, maar ook die nemen we vlot.
We lopen tenslotte nog het laatste deel langs de N240 en dan arriveren we in Santa Cilia de Jaca.
Maar nu is het natuurlijk de kunst om op te sporen waar de bushalte van Santa Cilia de Jaca is waar de bus naar Jaca zou stoppen. We lopen langs en door het dorp en vinden de bushalte op het dorpsplein, waar staat dat hier ook een bus naar Jaca passeert. We zijn ruim op tijd, want nog 10 minuten te gaan alvorens de bus hier zou arriveren. Bij deze bushalte staat ook het metalen standbeeld van Sint Jacob, naast een watertappunt in de vorm van een waterput.
Aan een aanwonende vrouw vragen we of we bij de goede bushalte staan. Volgens haar zouden we dan verder het dorp in moeten, voorbij de pelgrimsherberg.
Als we daar naar toe lopen, ontmoeten we drie smartphonende jongens, die ons vertellen dat de bushalte toch echt op het dorpsplein is, waar we al stonden.
Ze lopen met ons mee, terug naar die bushalte, en dan zien we enkele minuten later in de verte, aan de dorpskant van de N240 twee maal een bus rijden, waarvan de één langs het dorp naar het westen en één langs het dorp naar het oosten (onze bus) gaat. Die hebben we dus gemist, maar we weten zeker dat daar – vreemd genoeg - geen bushalte was, want daar liepen we zojuist zoekend langs.
Ik roep de jongens er nog even bij om te overleggen over een taxi. Dan komt tegelijk een taxibus aanrijden, die na ons stopteken een eindje verderop stopt. Daar stappen vier pelgrims uit. Het blijken vier Italiaanse pelgrims te zijn, die hier in het dorp bij de gemeentelijke pelgrimsherberg willen gaan overnachten.
We vragen de taxichauffeur of hij ons naar Jaca kan brengen, maar horen dan van hem dat dat voor ons te lang zou gaan duren, omdat hij eerst nog een andere rit heeft te gaan. Dan belt hij een collega-taxichauffeur uit Jaca, en vertelt ons even later dat die over 10-15 minuten hier bij ons zal zijn, om ons terug te rijden naar Jaca.
Dat gaat prima, want ruim tien minuten later arriveert de taxi, en brengt de chauffeur ons via de  nieuwe A21 keurig weer terug naar onze camping in Jaca.
We hebben vandaag een uitermate zware bergetappe achter te rug, en besluiten morgen een rustdag te nemen, ook al omdat we morgen onze auto weer aan de praat zullen moeten zien te krijgen.

Pelgrimeren van Canfranc Estación naar Jaca


Van Arles richting Santiago de Compostela

Camino Aragonés van Canfranc Estación naar Jaca
Zaterdag 3 augustus 2019 – 22 km 
Dag 37: 806,7 -828,7 km

Langs de rotsformaties in de Spaanse Pyreneeën hoog boven de Rio Aragón


















Vervolg door de Pyreneeën
Vandaag gaan Durkje en ik na twee rustdagen onze pelgrimage vervolgen, door de pelgrims-etappe van het Spaanse Canfranc Estación naar Jaca te lopen, over een afstand van 22 kilometer. Op 31 juli 2019 hebben we de Via Tolosana op de Col du Somport beëindigd, en zijn daar op de Puerto de Somport begonnen aan de Camino Aragonés.
Deze dag begint voor ons in noord-Spanje met een ochtendtemperatuur van 13 graden Celsius. Als we aan het eind van de middag onze etappe in de stad Jaca beëindigen, is het daar zonnig en 32-34 graden Celsius. Aanvankelijk merken we nog niet veel van de zon, want tijdens het begin van de etappe lopen we nog laag in de vallei langs de Rio Aragón, en staat voor ons de zon nog laag achter de bergen van de Pyreneeën.  Maar later op de dag komen we steeds meer vol in de zon, en wordt het halverwege de middag voor ons toch nog een uitermate warme tocht.

Vertrek vanuit Canfranc Estación
We staan om 6:30 uur op. Om 7:30 uur lopen we vanaf onze Camping Victoria Jaca vanaf de rand van de bebouwde kom van Jaca naar het busstation in het centrum van Jaca, want we hebben ons laten vertellen dat we vanaf 8:25 uur met een bus kunnen vertrekken vanuit Jaca, om met die bus naar Canfranc Estación te rijden.
We zijn mooi op tijd in het centrum van Jaca voor de Spaanse bus, dus we gaan eerst nog een kop koffie drinken in een café tegenover het busstation van Jaca.
De bus staat al vroeg klaar in het overdekte busstation van Jaca, dus we kopen buskaartjes en leggen onze rugzakken onder in de bagageruimte van de bus, want het is hier te doen gebruikelijk dat passagiers hun bagage onder in de bus leggen. De bus is goed gevuld als we vertrekken. Aan de sportkleding van de passagiers kun je zien dat velen een sportief dagje in de Pyreneeën hebben gepland.
De bus rijdt door naar en voorbij Somport, maar wij stappen al eerder uit, bij het grote treinstation van Canfranc Estación.
Bij de VVV verifiëren we daar eerst of we aanstaande maandag vanuit Puente la Reine de Jaca gebruik kunnen maken van de bus richting Jaca, hetgeen kan, en de VVV-medewerkster reserveert voor ons alvast een taxi voor morgenochtend in Santa Cilia de Jaca. We krijgen nog twee mooie stempels in onze pelgrimspaspoorten, en dan zijn we om 9:10 uur – staande vóór het treinstation van Canfranc Estación - klaar voor het vertrek voor de etappe van vandaag.

Langs de Rio Aragón
We zijn in Frankrijk de Pyreneeën in gelopen door de vallei van de rivier Gave d’Aspe, en nu in Spanje lopen we de Pyreneeën uit door de vallei van de rivier Rio Aragón. We zullen vandaag veelal lopen in de directe nabijheid van deze Spaanse rivier.
We passeren een betonnen zuil, waarop een beeldje staat van een wandelaar/pelgrim.
Buiten de plaats lopen we naar de stuw die hier in de Rio Aragón is gebouwd.
Op één van de muren van een gebouw staat een graffiti-schets van een gestileerde pelgrim met een zwaardkruis.
We lopen om de stuw heen, en gaan dan voorbij de stuw over een houten brug over de Rio Aragón.
Even later zien we aan de overzijde van de rivier een degelijk stenen verdedigingswerk gebouwd, en aan onze zijde passeren we tegen de rotswand een bunker. Kennelijk is dit in de Tweede Wereldoorlog een belangrijk verdedigingspunt geweest.
We lopen over prachtige hellingpaden langs de Rio Aragón.
Op de plaatsen waar wij in Frankrijk gevaarlijk langs de diepe afgrond boven de rivier moesten lopen, hoeven we ons nu veel minder zorgen te maken, want hier in Spanje heeft men uit voorzorg op dergelijke gevaarlijke plekken houten hekken op de gevaarlijke randen langs de afgrond geplaatst.

Canfranc Pueblo
Het eerste plaatsje waar we doorheen gaan, is Canfranc Pueblo. Via een stenen brug steken we de Rio Aragón over, om door Canfranc Pueblo te kunnen gaan.
In het dorpscentrum komen we langs een herberg-bar, waar we binnen wel koffie kunnen krijgen, maar er iets bij te eten, lukt zo vroeg in de ochtend nog niet, dus we drinken hier alleen koffie in de eetzaal van de herberg.
Na deze koffiepauze lopen we naar het kerkplein. Alle straatnaamborden hebben hier ook een Jacobsschelp bij de straatnaam staan.
Aan het kerkplein staat de oude dorpskerk, en er staat ook een oud treinstel.
Maar het blijft niet bij deze ene kerk, want aan de rand van het dorp komen we ook nog langs de ruïne van een voormalige kerk. Een informatiepaneel bij de ruïne meldt dat er inmiddels een project van start is gegaan om deze kerkruïne te restaureren.
Verderop steken we de Rio Aragón weer over, via een hele oude stenen boogbrug.

Villanúa
Een eind verder moeten we onder een laag viaduct onder het nieuwe tracé van de N330 door gaan.
We zijn overduidelijk nog wel in de Pyreneeën, en lopen af en toe langs hoog opgaande rotsformaties.
De hellingpaden van de Pyreneeën bestaan voor een groot deel uit rotsen en rotsstenen.
Prachtig zijn ook de kleuren van de rotsen waarlangs we lopen.
De volgende plaats die we bereiken, is Villanúa. Eerst komen we langs de VVV, waar we een stempel afhalen voor onze pelgrimspaspoorten. Daarna steken we via de hoge stenen brug de rivier de Rio Aragón over
Daarna lopen we parallel aan de N330 tussen de bebouwde kommen van Villanúa en Urbanización Santiago door. Veel Spanjaarden zijn hier bij de horeca op zoek naar een geschikte lunchlocatie.
Wij lopen nog een eind door, en lunchen aan een picknickbank, die veel verder op het traject ter hoogte van een avonturenpark staat.

Hoog langs de N330
Na deze picknick steken we de N330 over, en gaan we over onverharde steenachtige paden hoog langs de N330 verder. Daarbij komen we ook langs een in de lengte gebouwde betonnen tunnelbak, waarvan later bij een brug blijkt dat het hier gaat om een smalle kanaalbak, waarmee het water vanuit de Pyreneeën wordt geleid naar de plekken waar men dit water wel wenst te krijgen.
Op dit pad komen we ook langs een kruising van paden, waar enkele monumenten staan.
We zien in elk geval een zuil waarop een zwaard en waarop een zwaardkruis staat.
Daarna gaan we verder over de bewegwijzerde route, en zien dan achter ons weer de imposante bergen van de Pyreneeën nog hoog oprijzen.

Castiello de Jaca
De daarop volgende plaats die we bereiken, is Castiello de Jaca.
Dit is een schitterend plaatsje in de Spaanse Pyreneeën.
De straat die we doorlopen, is genoemd naar Sint Jacob.
Diep beneden ons zien we een achttal agenten bij twee politieauto’s op een schaduwrijke plaats genieten van de schaduw en van het beetje koele wind dat waait.
Aan de gebouwen die we passeren, is duidelijk te zien dat dit voorheen een burcht is geweest.
Voordat we de N330 weer oversteken, zien we bij een parkje een standbeeld als ode aan de camino. De naam van de camino staat er in verschillende talen op, en we zien een kruis, herkennen een pelgrim, en zien diens staf met kalebassen.
Aan de overzijde van de N330 nemen we een theepauze op het schaduwrijke terras van een hotel-restaurant-bar. We drinken hete thee, ijskoud bronwater, en laten ons verkoelen in de schaduw van het terras.
Als we na deze koele pauze Castiello de Jaca weer verlaten, lopen we over een prachtig oud pad langs de plaatselijke camping aan de linkerzijde en de Rio Aragón aan onze rechterzijde.
Het is hier trouwens heel goed te zien dat dit stroomgebied van de Rio Aragón in het voorjaar op grote schaal onder water komt de staan, door het smeltwater dat vanaf de Pyreneeën moet worden afgevoerd. Je ziet duidelijk dat de rivier hier dan ver buiten zijn huidige oevers treedt. Stapstenen en houten bruggetjes moeten er dan in voorzien dat passerende pelgrims ook droog en veilig hun weg over de camino kunnen vervolgen.
Op een hoger gelegen pad komen we langs een woning, waar een beeld van een pelgrim in de berm staat.

Kathedraal en Jacobskerk in Jaca gesloten
Vlak vóór Jaca daalt het pad naar een oude stenen brug. Voordat we die oude brug oversteken, komen we langs de Ermita de San Christóbal.
Daarna volgt er nog een hete klim naar Jaca. De temperatuur is al boven de 30 graden Celsius gekomen, en vol op de zon en zonder verkoeling van de wind moeten we nog even vanaf de rivierbrug naar de nieuwbouw van Jaca klimmen. Maar als we daar dan de stad binnen wandelen, kunnen we heerlijk in de schaduw van de grote bomen alsmaar rechtdoor lopen naar het grote fort van Jaca.
In de droge bedding van wat een slotgracht zou kunnen zijn, loopt een grote groep herten, die daar de schaduw zoeken onder de hoge muren van het fort.
We volgen de bewegwijzering van de camino door het centrum van de stad, en komen dan op het gezellige stadsplein bij de kathedraal van San Pedro.
Die is helaas gesloten, dus ons rest alleen een aantal foto’s maken van de buitenzijde van de kathedraal.
De camino-bewegwijzering volgend, laten we de kathedraal achter ons.
We gaan nu op zoek naar de Iglesia de Santiago, de kerk die is gewijd aan Sint Jacob. Als we de bewegwijzering volgen, komen we tot onze teleurstelling niet uit bij deze Sint-Jacobskerk, maar bij een pelgrimsherberg in de stad. Daarom gaan we zelf op zoek naar deze Sint-Jacobskerk, in de hoop dat die open is, en dat we daar een stempel kunnen krijgen in onze pelgrimspaspoorten.
Maar helaas, ook deze kerk is nu gesloten. Het lukt nog wel om van de buitenzijde een foto te maken van het glas-in-lood-raam van de heilige Jacobus.


Door naar de camping
In het stadscentrum pakken we de doorgaande camino-bewegwijzering weer op, en wandelen zo Jaca uit aan de westzijde. We hebben op de camino nu nog ongeveer twee kilometer te gaan, naar de camping waar we vannacht overnachten. Bij de bar van de camping halen we nog een stempel, zodat we in elk geval een stempel van onze overnachtingslocatie in Jaca in onze pelgrimspaspoorten hebben.  Het is het laatste stempel in deze pelgrimspassen, want vanaf Arles is de kaart nu vol.
Vanaf morgen gaan we derhalve verder met een nieuwe pelgrimspas.


Pelgrimeren van Urdos naar Canfranc Estación


Van Arles richting Santiago de Compostela

Via Tolosana van Urdos naar Col du Somport &
Camino Aragonés van Puerto de Somport naar Canfranc Estación
Woensdag 31 juli 2019 – 21 km 
Dag 36: 785,7 – 806,7 km

Aankomst in de Pyreneeën op Col du Somport (Frankrijk) / Puerto de Somport (Spanje)















Een onvergetelijke top-verjaardag
Dit wordt voor ons een top-dag; in meerdere opzichten. Vooreerst omdat Durkje vandaag haar 60e verjaardag viert. Die bijzondere verjaardag zal grotendeels gaan plaatsvinden op de boven op de Pyreneeën aansluitende pelgrimspaden van de Franse Via Tolosana en de Spaanse Camino Aragonés. Ten derde is deze dag zo bijzonder omdat we vandaag als pelgrims lopend de Pyreneeën over zullen gaan steken, nadat we vanuit het Franse Arles dan bijna 800 kilometers hebben gelopen om op de top van de Pyreneeën van Frankrijk op de Col du Somport/Puerto de Somport over te lopen in Spanje.
Vandaag gaan Durkje en ik namelijk de pelgrims-etappe van het Franse Urdos naar het Spaanse Canfranc Estación lopen, over een afstand van 21 kilometer, waarvan nog 13 in Frankrijk en over de col heen nog 8 kilometer in Spanje.
Deze dag begint voor ons in zuid-Frankrijk met een frisse temperatuur van 12 graden Celsius. Als we aan het eind van de middag onze etappe in noord-Spanje beëindigen, is het daar zonnig en 26 graden Celsius. Het is aanvankelijk licht bewolkt en hoe later het wordt, hoe meer de zon zich laat zien. Af en toe waait het even, nooit hard, maar wel lekker fris.
Al met al gaan we vandaag een schitterende top-dag tegemoet; een (verjaar)dag om nooit weer te vergeten.

Vertrek vanuit Urdos
We staan om 6:00 uur op. Met onze auto rijden Durkje en ik om 7:00 uur vanaf camping Pyrénées Nature in het zuid-Franse Oloron-Sainte-Marie door de ruim 8 kilometer lange Somport-tunnel onder de Pyreneeën door naar het noord-Spaanse Canfranc Estación in Spanje.
We zijn mooi op tijd in Canfranc Estación voor de Franse bus, dus we gaan eerst nog een kop koffie drinken tegenover het immense lege treinstation.
De bus arriveert ongeveer 5 minuten te laat, en daarmee rijden we terug door de Somport-tunnel, en worden we ten noorden van de Pyreneeën keurig afgeleverd op busstation Douane in Urdos. Hier in het Franse bergdorpje Urdos dat doorsneden wordt door de N135, begint vandaag onze bijzondere etappe.

Steil bergopwaarts
Over een mooi pad tussen rotsmuurtjes door dalen we buiten Urdos af naar de rivier Le Gave d’Aspe.
Nadat we een eindje over dit pad langs de snel stromende rivier hebben gelopen, kunnen we via een houten brug de rivier oversteken.
Aan de overzijde van de rivier vervolgen we de route over een mooi veldpad. Achter ons zien we dan nog eenmaal het dorpje Urdos liggen.
En dan begint een extreem steile klim bij de beboste berg op. Veel hoger volgt een mooi boshellingpad, af en toe stijgend en dalend, en nu en dan omzoomd met bomen en/of met bermmuurtjes van rotssteen.
Over een asfaltweggetje komen we in het gehucht Naudin. Bouwvakkers zijn bezig een van binnen gestript huis weer als nieuw te maken.

Liefde voor pelgrims in Marrassaa
Na ongeveer een kwartier komen we dan bij de boerderij van Marrassaa. De bewoners van deze boerenhoeve hebben oog en liefde voor de bij hen passerende pelgrims. Bij de boerderij hebben ze onder een boom namelijk een zithoekje gecreëerd, met een tafel, waarop een thermoskan met heet water staat, met daarnaast een bus waarin koffie en thee en toebehoren zit. Een bordje aan de boom nodigt ons uit om het er letterlijk van te nemen. Een heel vriendelijk gebaar van deze gastvrije boerenfamilie.

Stilte op de waterloop en in het gehucht
We gaan weer verder, en kruisen dan een rotsachtige droogstaande waterloop, waarlangs in het voorjaar kennelijk een stevige waterstroom van de berg naar beneden raast, gezien het groot aantal dikke rotsstenen waarmee deze waterloop geplaveid is. Verder staan enkele koeien met koeienbellen ons nieuwsgierig gade te slaan als we deze rotsachtige droge waterloop oversteken.
En eindje verder, nadat we de afdaling hebben ingezet, komen we over een smal hellingpad langs de ruïne-restanten van wat vroeger ooit een klein buurtschap is geweest, gebouwd tegen de bergwand.
Voorbij dit buurtschap wordt het hellingpad veel breder, waarschijnlijk is dit een voormalig karrenspoor dat naar dat gehucht leidde. Onderweg passeren we nog een kleine waterval, zoals we die vandaag nog heel regelmatig tegen zullen komen op plekken waar het hoger gevallen regen-bergwater langs de steile hellingen haar weg naar beneden zoekt, op weg naar beekjes, die verderop samen een bredere rivier (Le Gave d’Aspe) worden.

Lege boerenhoeve van Fouillassar
We dalen inmiddels af naar Le Gave d’Aspe en naar de verkeersweg N134. Daarbij moeten we over een heel smal en steil pad met heel veel rotsstenen op en in het pad. Dat betekent uitermate voorzicht laveren tussen en over die kleine en grote rotsstenen. Bovendien is de ondergrond nog nat van de regen van de afgelopen dagen, dus de ondergrond is behoorlijk glad, en een uitglij-ongeluk zit dan in een klein hoekje. Maar we komen veilig en wel beneden aan in Fouillassar, bij een verlaten boerenhoeve.
In de dikke natuurstenen muur zitten twee oude ruw-houten deuren, waarvan de ene van het woonhuis, en de andere ernaast van een schuur is. Daarboven een balkenplafond voor het erboven liggende overstekende boerderijdak.
We lopen om de boerderij heen.
Het hek staat open, en ik ga de binnenplaats van de boerenhoeve op. Rechts van mij weer twee deuren. De linker is gesloten, waarschijnlijk van een hout- of materiaalhok, en de linker deur staat open. In die kleine ruimte zie ik de wc, niet meer dan een houten plank met een gat erin, zoals ik dat nog ken van toen – ook bij mijn grootouders - nog in gebruik zijnde toiletten.
Links in het hoofdgebouw kan ik door een gat naar binnen kijken, maar kan niet onderscheiden wat zich daar in het donker bevindt. Als ik door het gat een foto met flits maak, zie ik op de foto dat dit de lege, oude stal is; een lage houten ruimte, met een afvoergeul voor de mest, in een betonnen vloer.

Heldergroen Pyreneeënwater
Voorbij deze boerderij steken we de rivier over via een stenen brug. Langs de rivieroever lopen we verder stroomopwaarts, om verderop de N134 over te steken. Vanaf dit punt gaat het de komende uren voornamelijk bergopwaarts. We volgen een mooi bospad, en zien vanaf grote hoogte door de bomen heen een rivierstuw in Le Gave d’Aspe. Stroomopwaarts, waar het waterbassin is, kleurt het water prachtig groen. Dan begrijp je ook waarom het bronwater uit de Pyreneeën hier in de supermarkten wordt verkocht in die heldergroene flessen.

Parc National des Pyrénées Occidentalis
Vanaf nu wandelen we het Parc National des Pyrénées Occidentalis binnen. Dit is een prachtig ruig berggebied met voor ons mooie paden, die af en toe worden gekruist door evenzo ruige watervallen en waterlopen, waarover rotsstenen en hout door het bergwater worden afgevoerd door het snel stromende val-water. Regelmatig moeten we die waterlopen voorzichtig oversteken.
Als we hogerop komen, wordt het berglandschap opener, en lopen we bijvoorbeeld over een smal pad tussen dicht op elkaar staande varens.


Het uitzicht is waarlijk prachtig. Een eind verderop bijvoorbeeld zien we nog eeuwige sneeuw liggen op de noordhelling van een hoge berg.
Soms kunnen we over een smal pad onder een hoge rotsformatie door lopen, om dan om de berg heen naar een volgende te lopen.
Nog weer hogerop komen we over een schitterende bergweide, waar de flora en fauna nog weer anders is. Hier bloeien prachtige bloemen.
Om ons heen fladderen mooi gekleurde vlinders.
Het laatste stuk van de bergweide gaat door een vallei omhoog.

Peyrenère 1420
Boven aan deze bergweide staat een bermmuur, die de doorgaande pasweg scheidt van de bergweide. Achter deze bermmuur komen we aan bij de haarspeldbochten van Peyrenère, gelegen op een hoogte van 1.420 meter.


We zijn nu dus al heel hoog gekomen, maar met nog zo’n 200 meter hoogte te gaan, zijn we er nog niet.
Nog ongeveer drie kwartier verder bergopwaarts.
We steken de pasweg over en gaan dan verder over de bergweide, waar ook koeien grazen.
Tussen de koeien door lopen we naar een houten bruggetje, waarmee we een bergbeekje oversteken.
De koeien met rinkelende bellen grazen rustig verder als we hen passeren.
Eén van de koeien steekt even zijn kop uit boven een bermmuurtje om te zien wie haar hier passeert.
Bijna drie kwartier later, naderen we de col. De uitzichten rondom zijn magnifiek.


Col du Somport in Frankrijk
Op de plek waar een fotograaf met een enorme telelens zit te turen naar de bergtoppen verderop, komen wij aan op het voor ons vandaag hoogste punt: de Col du Somport. Dit is het hoogste punt, en tegelijk ook het eindpunt van de Franse pelgrimsroute Via Tolosana.
We lopen door naar de Frans-Spaanse grens.

Puerto de Somport in Spanje
Op de grens gaat het Franstalige Col du Somport over in het Spaanstalige Puerto de Somport.
Een passerende Spanjaard komt op ons af, en vraagt of hij een foto van ons samen kan maken bij het bord van de Puerto de Somport. Dat is een vriendelijk aanbod, dat wij graag accepteren. Hij maakt een foto van ons, en wenst ons een “Buen Camino!” Mooi dat die pelgrimsgroet direct al op de Spaanse grens begint. We zullen het onderweg nog vaak te horen krijgen van Spanjaarden.
Nu wandelen we na ongeveer 800 kilometer Franse pelgrimspaden van de Via Tolosana het land Spanje binnen, op weg naar de herberg die boven op de col staat.
Direct zien we op het wegdek al de eerste gele caminopijl, ten teken dat hier al de Camino Aragonés begint.
Hoog op de rots staat een mooi gestileerd beeld van een pelgrim.

We ontmoeten hier een oudere Franse man, die vandaag met zijn kleinzoon van 12 jaar oud vanuit Urdos naar boven is geklommen. Hij pelgrimeert dagelijks een stukje pelgrimspad van ongeveer 10-15 kilometer, wat een afstand is die met kinderen van die leeftijd goed te doen is. Zij zullen hier vannacht overnachten in de herberg op de col.
We gaan de herberg binnen, en zien daar zowaar direct de bij ons zo populaire Spaanse Tortilla Patates op de bar staan. We bestellen Café Americano met die twee stukken aardappeltaart, om daar - als vanouds op onze Spaanse pelgrimswegen - van te genieten, met een paar stukken stokbrood erbij. Zo zijn we weer helemaal terug op de Camino. Dat voelt heel goed.

Camino Aragonés
Maar we zijn er nog niet. Wel hebben we de eerste 13 kilometers van vandaag gelopen, maar we moeten nog ruim twee uren verder, naar beneden, naar het 8 kilometer verderop en lager gelegen Canfranc Estación.
Als we de herberg verlaten, zien we boven op de rots een betonnen kapel, met daarop en daarin een rood zwaardkruis, dat ook symbool staat voor Jacobus als Santiago Matamoros, de Morendoder.
Op de plek waar de Camino Aragonés begint, staat dat overduidelijk aangegeven met de gele caminopijlen, en met een betonnen paal, waarop staat het vanaf hier nog 857,9 kilometer gaans is naar Santiago de Compostela. Hier begint dus de Camino Aragonés.
We verlaten de asfaltweg en gaan het bergpad af.


Langs een waterstroompje lopen we bergafwaarts.
De vele caminopijlen wijzen ons feilloos de goede weg.

Ski-oord Candachú
Over een open bergweide gaan we naar beneden.
Omdat het berglandschap hier – zeker vergeleken met de Franse zijde – heel open is, is dit gebied ook heel geschikt als ski-gebied. Het is dan ook niet verwonderlijk dat we al heel snel een eerste ski-oord passeren, de plaats Candachú.
Op de berg tegenover Candachú zien we de stoeltjes van de stoeltjeslift vooralsnog werkeloos aan de kabelbaan bungelen.

Watervallen en bergbeken
Op een lager gelegen berghelling zien we een groot aantal bijenkasten opgesteld staan. Die hebben hier een schitterende locatie, met al die bloeiende planten op deze kleurrijke bergweiden van de Spaanse Pyreneeën.
Enkele malen passeren we schuilhutten, die hier langs het neergaande pad zijn gebouwd.
Evenals vanmorgen in Frankrijk, zien we tussen het bladerdek van de bomen door ook een stuw in een bergriviertje.
En ook hier weer de kleine watervallen, boven in de Pyreneeën, waar de grotere rivieren uit ontstaan.
Er zijn ook grotere watervallen, met hierboven al fikse waterstromen. Eén van die watervallen moeten we met een houten brug oversteken.
Stroomafwaarts is het bergriviertje al behoorlijk breed, en mondt uit in een bredere waterloop, waarbij op dit moment een groep jongeren op een aantal rotsen zit.
Nog weer lager lopen we over smalle bergweiden. Een aantal van die bergweiden zijn helaas geheel overwoekerd door hoog opgaande bereklauw. Als je die hun gang laat gaan, nemen ze in de loop van jaren een hele bergweide over. Voorzichtig lopen we over het smalle bergpad dat tussen die bereklauw door gaat.

Canfranc Estación
Na ongeveer twee uren 8 kilometer bergafwaarts te zijn gegaan, arriveren we op een bedrijventerrein in de plaats Canfranc Estación.
We lopen in de richting van het centrum, en passeren daarbij de tunnelopening van de oude Somport-tunnel die ooit is gemaakt voor het treinverkeer door de Pyreneeën tussen Spanje en Frankrijk.
Je mag de spoortunnel niet in, en ver zou je overigens niet komen, want na zo’n twintig meter zie ik een hek dat de tunnel afsluit voor publiek. Uit de tunnel waait een koude wind.
Aan het begin van de vorige eeuw hebben Spanje en Frankrijk een groots project opgezet om het treinverkeer door de Pyreneeën heen tussen beide landen mogelijk te maken. Het is helaas geen succes geworden, met als gevolg dat de spoorlijn buiten gebruik is gesteld, en de spoortunnel onder de Pyreneeën is gesloten.
Bijzonder is dat Spanje hier in Canfranc Estación indertijd een buitengewoon groot treinstation heeft gebouwd, dat in de ranking van de grootste Europese treinstations op de tweede plaats van boven stond. En nu de spoorlijn buiten gebruik is gesteld, staat het station geheel leeg. Ze zijn het momenteel aan het restaureren, en toeristen met witte bouwhelmen – voornamelijk Spaanse – hebben wel de mogelijkheid om dit extreem grote spook-station te bezichtigen.

Verjaardagsfeest deel 2
We hebben de auto geparkeerd tegenover dit buitengewone stationsgebouw, en stappen in om door de Somport-tunnel weer onder de Pyreneeën door te rijden, terug naar onze camping in Oloron-Sainte-Marie. Hiermee sluiten we het eerste deel van Durkje haar 60e verjaardagsfeest af, terugblikkend op een geslaagde en buitengewoon mooie oversteek over de Pyreneeën heen, van Frankrijk naar Spanje, op het eindstuk van de Via Tolosana en het beginstuk van de Camino Aragonés. We voelen ons gezegend dat wij op deze leeftijd nog zo vitaal zijn dat we beiden èn samen zulke mooie dagen mogen beleven. We realiseren ons maar al te goed dat dat veel andere mensen niet is gegeven, dus voor ons alle reden om dankbaar te zijn met wat ons is geschonken.
De feestvreugde is vandaag bovendien vergroot door – zeg maar – het mooiste weer van de wereld dat je kunt hebben om de hoge bergketen van de Pyreneeën over te steken. De heldere lucht, de aangename zonneschijn, en de heerlijk verkoelende wind hebben er mede toe bijgedragen dat de klim, de top en de afdaling een waar feest zijn geweest.
Bovendien hebben we onderweg de vele telefoontjes en app-jes gehad van onze kinderen, andere familie, vrienden en collega’s, die Durkje op grote afstand de felicitaties bergop hebben gezonden. Met de onderweg gemaakte foto’s hebben we met hen op deze bijzondere verjaardag deze bijzondere topdag gedeeld. Ook dat is veel waard als je urenlang de Pyreneeën beklimt – en onderweg niemand ontmoet – en dan toch ook nog via de moderne communicatiemiddelen zo persoonlijk contact kunt onderhouden.
Op de camping gaan we snel douchen en verkleden, en daarna informeren we bij de campingreceptie waar we in Oloron-Sainte-Marie op wandelafstand een goed restaurant kunnen vinden voor een aangenaam verjaardagsdiner.
We worden verwezen naar een restaurant tegenover de kathedraal van Oloron-Sainte-Marie, slechts op een kilometer wandelen van de camping, dus daar lopen we aan het begin van de avond naar toe, waar we deze vreugdevolle verjaardag afsluiten met een voortreffelijk streekgerecht, met een vriendelijke bediening, op een aangenaam rustig terras tegenover de kathedraal.
Een bijzondere verjaardag, om nooit te vergeten!