zondag 19 februari 2017

Evaluaties en Kwaliteitsstandaarden: hypes, hopes, hobbels

Donderdag 16 februari 2017
Groepsgesprek tussen presentatie en terugkoppeling














Dialoog over onderwijskwaliteit
Met het nieuwe - inmiddels huidige - accreditatiestelsel krijgen hoger onderwijsinstellingen, en in het bijzonder hun docenten en studenten, meer ruimte om het eigenaarschap over de onderwijskwaliteit en de kwaliteitszorg op te pakken, aldus de huidige strategische agenda voor het hoger onderwijs. In het nieuwe beoordelingskader van de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO, 2016) staat meer eigenaarschap voor medewerkers en studenten en duurzame kwaliteitsontwikkeling voorop. De medewerkers en studenten krijgen een centrale rol in de manier waarop de opleiding haar kwaliteit aantoont en daarmee in de inrichting van de kwaliteitszorg en in de wijze van evalueren. De instelling kan daar een eigen invulling aan geven, maar dit gaat niet vanzelf. 

  • Stellen de docenten en hun partners de goede vragen aan studenten? 
  • Hoe draagt dit alles bij aan de dialoog over kwaliteitsstandaarden?

Hierover gaan wij vandaag in het cursus- en vergadercentrum Domstad te Utrecht in gesprek tijdens de netwerkbijeenkomst van ons Nederlands Netwerk voor Kwaliteitsmanagement (NNK).

Opening
De netwerkbijeenkomst wordt geopend door Paul Nieuwenhuis, voorzitter van ons HBO-sectie van het NNK.
We zien vandaag een goede opkomst van zo’n 45 deelnemers, en beginnen met een heel kort kennismakingsrondje.
Josefien Lansbergen verzorgt als dagvoorzitter de inhoudelijke opening van deze middag, handelend over zogenoemde ‘verdraaide organisaties’.
Josefien nodigt dan Margreet de Roover en Saar Wisman uit om de eerste presentatie te verzorgen.

Saar Wisman & Margreet de Roover
Meet & discuss where the magic happens
Margreet de Roover en Saar Wisman (senior-adviseurs onderwijs) van Christelijke Hogeschool Windesheim (CHW) vertellen over hoe het eigenaarschap van kwaliteitszorg binnen hun eigen instelling is vormgegeven. Ze vertellen hoe de CHW-kwaliteitszorgmedewerkers de dialoog tussen studenten en docenten (stakeholders) op gang brengen over kwaliteitsstandaarden en over de manier van evalueren. En wat betekent dit voor de rol van de stakeholders, voor de werkwijze en voor de documenten?
Als iemand gaat duwen, ga je niet lopen.
Intrinsieke motivatie is van doorslaggevende betekenis.
Ze gaan binnen Windesheim op zoek naar ‘where the magic happens’, naar de plaatsen binnen de hogeschool en binnen de opleiding waar het echt gebeurt, en daar constateren ze dat ze in complexe werkpraktijken komen. Margreet en Saar willen (zich) daar verwonderen, verbinden, loslaten, vertrouwen en fun beleven. Bij de gesprekken met collega’s van opleidingen zit het hem in hun benadering niet zozeer in het wàt, maar veel meer in het hóe. Ze willen zich waarderend opstellen in het auditen, in dialoog met de opleiding, en geven na afloop van evaluatiegesprekken aan de opleidingen wel een  terugkoppeling, maar geen beoordeling.
De voorbereiding van de visitatie start binnen Windesheim met het eigen verhaal van de opleiding en daagt uit met de waarom-vraag. Samen met alle stakeholders wordt daarmee gezocht naar eigen opvattingen en specifieke behoeften van opleidingen.
Daarna bespreken Saar en Margreet tijdens hun presentatie de voor hen geldende, leidende principes, gericht op vooral ‘minder systeem en meer cultuur’.
Uit de reacties uit de zaal blijkt hier en nu ook wel dat waarderend auditen deuren opent, en dat je collega’s zich daarin open stellen om zichzelf kritisch te bekijken. Zodra je echter (weer) afrekenend gaat auditen, zie je dat de auditees een meer gesloten en verdedigende positie innemen, waardoor de auditee minder kritisch naar zichzelf gaat kijken, omdat de focus dan (weer) ligt op verantwoorden en verdedigen.
Door deze verschuiving naar (waarderend) auditen is het verantwoordelijkheidsgevoel aan de zijde van de opleiding toegenomen.

Petra Szczerba
Dialoog met studenten en met docenten
De tweede presentatie wordt verzorgd door Petra Szczerba, consultant kwaliteitszorg van Fontys Hogescholen. Ze wil vooral in gaan op de Studentendialoog en op de Docentendialoog. Ze neemt ons in haar presentatie mee vanuit het Fontys-beleid voor kwaliteitszorg. Specifiek gaat zij in op de uitkomsten van een dialoog met studenten en docenten over onderwijskwaliteit. Daar vanuit schetst ze een beeld van welke mogelijke kwaliteitsstandaarden studenten en docenten belangrijk vinden. Deze standaarden zouden een plek moeten hebben – of krijgen - in de huidige evaluatiepraktijk. Het doel is om evaluatieresultaten te genereren, die aansluiten op de van toepassing zijnde kwaliteitsstandaarden van de docenten en studenten.
Zaken die in dezen van belang zijn, worden door Petra genoemd, zoals: eigen visie, eigenaarschap, eigen verantwoordelijkheid, maar ook jezelf en elkaar de maat nemen, hoort hierbij.
Na de gesprekken met docenten is men ook in gesprek gegaan me de studenten, met vragen, zoals: wanneer is er sprake van goede onderwijskwaliteit en hoe draagt het onderwijs bij aan talentontwikkeling (studenten zeiden: laat ons vooral oefenen).
Studenten zien en merken dat docenten vaak ook dingen moeten doen die niet in het verlengde van de passie van hun docenten liggen. Docenten doen het dan plichtmatig, omdat het van (het management van) hun organisatie moet.
Aan het eind van haar presentatie laat Petra zien wat in grote lijnen inhoudelijk de resultaten van de dialoogsessies binnen Fontys zijn geweest.
De dialoogsessies hebben een aantal zaken binnen Fontys opnieuw en positief op scherp gezet, en bovendien zorgt zo’n dialoog ook weer eens voor een frisse blik.  

Arline Reijn
Onderwijs evalueren tijdens en na afloop 
Derde en laatste spreker vandaag is Arline Reijn, kwaliteitsmanager van NCOI. Zij licht vanuit het integraal kwaliteitsmanagement (handelend over normstelling, controle, beheersing en borging) de aanpak van evalueren binnen NCOI toe. Men gaat bij NCOI uit van rollenscheiding en van integraal kwaliteitsmanagement. In haar presentatie komen aan de bod: de rol van de kwaliteitsmanagers, de opleidingsmanagers, de docenten, de studenten, alsook het werkveld. Systematisch evalueren is een essentieel borgingsinstrument dat een plek moet hebben in de PDCA-cycli (Plan, Do, Check, Act) van de opleiding.
Al na de eerste twee lessen (in een moduul) van een docent worden de lessen geëvalueerd met studenten, want dan kun je nog in de lopende onderwijsperiode de gewenste zaken aanpassen en verbeteren. Na afloop van een onderwijsperiode wordt dan nog een keer geëvalueerd. Ook de docenten evalueren hun eigen lessen.
Daarna gaat Arline verder met haar presentatie, over trendanalyses, bijvoorbeeld over hoe hun studenten volgtijdelijk scoren, of het verloop van de studententevredenheid over de jaren heen. De trendrapportages leveren heel veel gegevens op om - over bijvoorbeeld tevredenheid en resultatenscores - met elkaar in gesprek te gaan, zoals met studenten, docenten en met het management.
Doel van NCOI is om met al die onderzoeksgegevens op een gegeven moment ook een goed studentenprofiel op te stellen, waar je dan in later instantie op kunt sturen. Gezocht wordt naar voorspellende waarden.

Halen en brengen
Aan ons allen is vooraf gevraagd een praktijkcasus voor te bereiden, die illustreert dat medewerkers en studenten eigenaar zijn van de manier waarop de opleiding de kwaliteit aantoont, en daarmee in de inrichting van de kwaliteitszorg en in de wijze van evalueren. En wat is er al veranderd ten opzichte van het verleden?
Het laatste deel van deze netwerkbijeenkomst begint in enkele subgroepen. Naar aanleiding van de ingebrachte hogeschoolcases gaan we met elkaar in groepsgesprek over evalueren, over de rol van studenten en docenten daarin, over hun tevredenheid over de gekozen evaluatiemanier, en over wat er nu eigenlijk is veranderd na zoveel jaren van kwaliteitszorg.
Deze groepsgesprekken monden uit in een plenaire terugkoppeling vanuit de afzonderlijke subgroepen. Daarbij wordt bijvoorbeeld gesproken over zaken als evaluatiemoeheid, terugkoppeling van evaluatieresultaten en evaluatiewijzen zoals schriftelijk, mondeling in panels, en digitaal met bijvoorbeeld computer of smartphone.

donderdag 16 februari 2017

De onderwijsprofessional en de professionele ruimte

Woensdag 15 februari 2017
Vurig betoog van Stenden-lector Albert Weishaupt





















Studiebijeenkomst
Onderwijsprofessionals hebben professionele ruimte nodig om hun vak vorm en inhoud te kunnen geven op een kwalitatief hoog niveau. Maar hoe verhoudt die professionele ruimte zich tot de eisen die door wet- en regelgeving en/of door het beleid van de eigen onderwijsorganisatie worden opgelegd?
De besturen van de sectorgroepen ‘Hoger Onderwijs’ en ‘Onderwijsdienstverlening’ nodigde haar sectorleden en overige belangstellenden uit om de thematiek van professionele ruimte met elkaar te verkennen tijdens haar gemeenschappelijke studiebijeenkomst vandaag in het CNVO-kantoor te Utrecht.
Deze bijeenkomst wordt geopend door Francis Huisman, voorzitter van de CNVO-sectorgroep Onderwijsdienstverlening. Ze opent met enkele citaten uit de Bildungskalender, onder andere over het begrip vrijheid in relatie tot onderwijs en vorming, met een citaat afkomstig van Von Humboldt.
Francis geeft daarna het woord aan Albert Weishaupt, die bij Stenden Hogeschool lector ‘Professionele Onderwijsorganisaties’ is, en tevens directeur-bestuurder van het Roelof van Echten College in Hoogeveen.
Weishaupt start met de volgende beginzin: ‘We nemen onze verantwoordelijkheid’, maar, is dat wel zo? En kunnen we dat wel? En waarvoor nemen we eigenlijk onze verantwoordelijkheid? Wellicht hebben we hier een probleem en een uitdaging. Dat vraagt om een zoektocht, en die moeten we samen doen.

Goed onderwijs
Ons onderwijs is goed, maar toch is er vaak nog een roep om verbetering van het onderwijs, en een roep om professionalisering van docenten. Gek eigenlijk, want zijn onze docenten dan niet professioneel? Jawel, toch?
Vaak zien we onderwijsinnovatietrajecten vastlopen. En we zouden ook in het onderwijs meer gebruik moeten maken van nieuwe wetenschappelijke inzichten.
We moeten zorgen voor rust en herbezinning. We moeten eens gaan nadenken waar we hier voor zijn in het onderwijs. Wat is ons doel als docent in het onderwijs? En welke soort docent heb je daar dan voor nodig? En hoe moet die docent zich dan verder ontwikkelen?
Wat is goed onderwijs? Onderwijs is een proces, van een startpunt naar een eindpunt. Het moet aansluiten bij de menselijke conditie. Dat is een risicovol proces, want je kunt het niet echt plannen en het dan in de hand houden. Er komen allerlei zaken bij kijken, zoals de student, pedagogiek, didactiek en al die onderwijsleerinhouden.
Onderwijs moet door een democratische dialoog tot stand komen, het kan (dus) niet als een geïsoleerd proces worden gecreëerd. Weishaupt verwijst onder andere naar het gedachtengoed van Gert Biesta, bijvoorbeeld over Socialisatie (zorg voor de wereld), over Subjectwording (verschijnen) en over Kwalificatie (werken). Bij goed onderwijs moet je altijd aan alle drie elementen aandacht geven.

Professionele docent
Bij het formuleren van de kenmerken van professionele docenten, zou je kunnen beginnen bij de vraag wat docenten daar zelf van vinden. Zij willen hun lesgeven steeds verbeteren. Als het goed is, zijn ze daarbij onderzoekend en maken ze gebruik van getoetste kennis.
Albert Weishaupt roept docenten op om in en als een team te werken, dat zich richt op het verbeteren van haar onderwijs. Participeer in je beroepsgroep, en vooral ook buiten je eigen school, want je hebt daar ook anderen voor nodig. De docent moet zich altijd publiek kunnen en willen verantwoorden voor wat hij doet.
Je moet als bestuur en management docenten wel faciliteren om aan teamvorming te werken, om zich in die teams te professionaliseren. Van zogenoemde ‘negatieve professionele ruimte’ is sprake als de ruimte wel wordt gegeven, maar als die ruimte vervolgens niet wordt genomen. Alleen de positieve professionele ruimte brengt ons verder, waar dus de geboden ruimte wèl wordt genomen.
Vraag is nu of professionaliseringsconcepten gezamenlijk het antwoord vormen, ofwel, gaat het dan per definitie wel goed? Nee dus, het gebeurt namelijk niet vanzelf. Docenten moeten zelf in actie (willen en gaan) komen. Je moet actie/beweging zelf creëren. Daarin zit nu juist die positieve professionele ruimte.
Het is wel mooi dat we in het HBO docenten laten studeren tot ze allen tenminste een Master degree hebben en daarna wellicht ook nog promoveren. Maar als ze dan met hun nieuwe graad terugkomen, en je doet er verder niets mee als docent en als hoger onderwijsinstelling, als er dus dan niets verandert, dan helpt al dat professionaliseren helemaal niet. Maar, als er daarentegen wel iets wordt gedaan met de nieuwe ‘drive’ en met nieuwe toekomstbeelden, dan is de kans groot dat professionalisering kan en gaat bijdragen aan een structuur- en cultuurverandering binnen je school. Trap niet in de valkuil dat je begint met een structuuraanpassing, maar ga dus primair iets veranderen op grond van je passie en drive en je (nieuwe) toekomstdroom.

Albert Weishaupt
Albert Weishaupt:

  • Kinderen vallen veel teveel uit in het onderwijs. Dat mag niet, en daar doen we te weinig aan. 
  • De huidige docenten uit het HBO hebben hun sporen verdiend.
  • De rol van docenten is onontbeerlijk bij onderwijs; toch worden docenten vaak buitenspel gezet
  • Bestuurders zijn eigenlijk ballast, en dienen zich ook als zodanig te gedragen. Zij moeten hun rol pakken om alle docenten hun werk goed te laten doen. Bestuurders moeten hun docenten faciliteren in tijd, ruimte, kennis, geld, etc. 
  • Scholen weren kinderen als ze slecht zijn voor de opbrengsten, ofwel voor de rendementen van het onderwijs. Kinderen zijn er niet voor de school; de school is er voor alle kinderen.
  • Resultaten van wetenschappelijk onderzoek worden binnen het onderwijs nog niet breed gebruikt. Maar dat is niet de schuld van de docenten. Onderwijsonderzoek sluit ook niet aan bij de dagelijkse onderwijspraktijk. Docenten maken daarentegen wel gebruik van praktijkkennis (inzichten en vaardigheden). Docenten zouden onderzoek als dagelijks werk beter moeten positioneren, dat koppelen aan de dagelijkse vraagstukken. 
  • Management is een menselijk probleem. Dat moet je wel goed begeleiden. Wanneer is er sprake van professioneel management? Dat schept bijvoorbeeld ruimte om een team te kunnen vormen, door bijvoorbeeld mensen en middelen bij elkaar te brengen ten behoeve van waarde-creatie.  
  • We moeten stoppen met denken als kip zonder kop.
  • Bij moeilijke werkvragen kan ik niet het enig juiste antwoord geven, wel kan ik over mijn ervaring vertellen, kan ik een verhaal vertellen.
  • Als je kijkt naar de rol van de vakbonden, dan zit hier een kans, om samen op weg te gaan, met besturen en met docenten. Als we dat niet doen, zijn we over vijftien jaar met zijn allen nog niets opgeschoten. Het vraagt ook van bestuurders dat zij hun docenten (h)erkennen als de professionals, en als ze dat nu eerst doen, dan wordt het leven van een bestuurder uiteindelijk ook veel prettiger. 

Tiny Hekkenberg sluit voorafgaand aan de pauze het presentatiedeel af. Een welverzorgde maaltijd staat voor ons klaar, en dat biedt ons tegelijk ook mooi de gelegenheid om in kleine groepen aan tafels met elkaar door te praten over de inhoud van de presentatie van Albert Weishaupt. Aangenaam en nuttig gaan zo prima samen. Het is goed om elkaar in zo’n positieve sfeer te ontmoeten.

Ander perspectief op professionele ruimte 
Na de pauze volgt eerst een presentatie van Katalin de Kleuver, beleidsmedewerker van CNV Onderwijs. Zij gaat eerst in op de terminologie van vanavond, geeft daarbij de nodige begripsverduidelijking, en plaatst daarna de thematiek van professionalisering en professionele ruimte van onderwijsprofessionals in een breder verband, met daarbij specifiek aandacht voor het rapport van de Onderwijsraad van september 2016, handelend over het advies van de Onderwijsraad over een ander perspectief op professionele ruimte in het onderwijs.
Professionele ruimte gaat veel verder dan professionele ontwikkeling. De Onderwijsraad noemt in dit verband de term ‘Handelingsvermogen’, dat ontstaat als mensen hun werk zelf mede vorm kunnen geven, als de combinatie van de drie dimensies Competenties, Structuur en Cultuur op elkaar worden en zijn afgestemd.
Zorg ervoor dat de verdere versterking van de competenties van de leraar vanuit de kracht van het team komt. Professional governance moet dan wel het uitgangspunt zijn voor de structuur en cultuur. De cultuur (organisatiecultuur / kwaliteitscultuur / teamcultuur) bepaalt of het mogelijk is voor de docent om de (positieve) professionele ruimte ook daadwerkelijk te pakken.
  
Katalin de Kleuver (CNVO)
Visie van CNVO
Dan volgt het laatste programmadeel, over de visie van CNVO met betrekking tot professionele ruimte.
Eerst passeren de rollen de revue van bestuur, management, team en individuele medewerker met betrekking tot professionele ruimte. Soms is er sprake van een verstoord evenwicht, door bijvoorbeeld (te) weinig vertrouwen en (te) veel controle.
Verder moet je oog hebben voor en rekening houden met diverse spanningsvelden, zoals bijvoorbeeld tussen kaders en regels, tussen doelen en belangen, en tussen sturing en aansturing.
En dan komt in de zaal als vanzelf de hamvraag: wat kunnen we hier nu mee? De groepsdiscussie begint op gang te komen in de zaal. Daarin worden onder andere de sleutelkenmerken van empowerment genoemd, zoals bijvoorbeeld: eigen kracht, zelfbeschikking, persoonlijk overwicht, betekenis en vertrouwen.
Ondertussen mengen ook David Bruning en Dorien Reijn zich in het plenaire groepsgesprek. Beiden zijn bestuurder van CNV Onderwijs, vandaag hier eveneens aanwezig om als CNVO-bestuurders over deze problematiek met de aanwezige leden en overige gasten in gesprek te gaan.
De discussie komt vanavond vaak toch weer terug bij de rol van het middenmanagement – tussen bestuur en docenten – dat meer ruimte moet vragen, krijgen en moet bieden in de professionele ruimte die er zit tussen de ruimte die bestuur biedt en de ruimte die docenten willen nemen. Kortom, een ware uitdaging voor het middenmanagement, dat al te vaak nog als obstakel wordt gezien tussen bestuur en docenten, die het als twee partijen vaak wel verrassend met elkaar eens zijn op drive en droom.

maandag 13 februari 2017

Witte Stenden-draagtas met groen randje

Maandag 13 februari 2017

Biobased
Inmiddels is Stenden Hogeschool in haar winkels 'iShop' in Emmen en Leeuwarden overgestapt op het gebruik en de verkoop van duurzame ‘plastic’ draagtasjes.
De nieuwe draagtas is duurzaam, omdat deze is gemaakt van maïszetmeel en biologisch afbreekbare polymeren.
De tas is derhalve 100% composteerbaar, en energiezuinig en biobased geproduceerd, waardoor er minder CO2 vrijkomt.

Duurzaam
Onze nieuwe Stenden-draagtas herken je aan het 'OK Compost'-label en aan het 'Kiemplant'-logo.
Dit betekent dat de draagtas voldoet aan de Europese norm (EN13432) van composteerbaarheid.
Dia geldt overigens zowel voor de tas als voor de bedrukking.
De tas is bovendien net zo sterk als de traditionele plastic tas, die we voorheen gebruikten.

Composteerbaar
Belangrijk detail: de nieuwe draagtas kun je na het laatste gebruik in de GFT-bak gooien, waar de tas dan mee-composteert.
Maar een zo lang mogelijk hergebruik blijft uiteindelijk natuurlijk altijd beter voor het milieu.
We hebben met de ingebruikname van deze nieuwe Stenden-draagtas in elk geval weer een volgende stap gezet op de weg van en naar de duurzame hogeschool.

vrijdag 10 februari 2017

Spoardyk

Donderdag 9 februari 2017
De onthulling van 'Spoardyk' als naam van het nieuwe Wandel-Fietspad 



















Op het goede spoor
Veel water moest er stromen van de Stienzer Feart via de Dokkumer Ee naar de zee om vandaag een feestelijk punt te zetten achter het lange proces om het voormalige spoortracé tussen Jelsum en Stiens te veranderen in een nuttig wandel-fietspad.
Op dit oude spoortraject van het vroegere 'Dockumer Lokaeltsje' is inmiddels een aantrekkelijk wandel-fietspad aangelegd, dat hoog door een prachtig landschap langs de dorpen Britsum en Koarnjum de nieuwe verkeersader voor langzaam verkeer vormt tussen Stiens en Jelsum.
Enthousiast en dankbaar maken veel wandelaars en fietsers inmiddels gebruik van deze aantrekkelijke route, maar een naam had dit pas in gebruik genomen pad nog niet. Daar komt vandaag verandering in.

Wethouder Rinske van der Meulen: verleden & heden
Daarom schreef de gemeente Leeuwarderadeel een prijsvraag uit om vanuit de bevolking voorstellen van namen te krijgen, waaruit dan de naam van dit nieuwe pad zou worden gekozen. Vandaag zal die naam bekend worden gemaakt in een feestelijk bijeenkomst, die vanmiddag aanvangt in dorpshuis 'De Bining' te Koarnjum.
Tientallen mensen hebben gehoor gegeven aan de uitnodiging van de gemeente om de bekendmaking en de onthulling van de naam van het pad bij te wonen.
Rinske van der Meulen, wethouder van onze gemeente Leeuwarderadeel, heet aan het begin van dit feestelijke middagprogramma alle aanwezigen van harte welkom. Ze vertelt kort over de historie van het spoortracé en over de ontstaansgeschiedenis van dit nieuwe wandel-fietspad. Dat het nieuwe wandel-fietspad in korte tijd al populair is geworden, vertelt ze, blijkt uit het feit dat er nu al veel gebruik van wordt gemaakt.
Zo'n 70 inzending ontving de gemeente voor mogelijke namen voor dit pad. Vier daarvan waren de bedenkers van de naam 'Spoardyk', en onze burgemeester Joop Boertien heeft uiteindelijk door loting bepaald wie van deze vier inzenders officieel zou worden uitgeroepen tot de bedenker van deze naam. Die eer viel de heer Harmen/Harry Dijkstra uit Stiens te beurt, aldus wethouder Van der Meulen.

Gedeputeerde Michiel Schrier: functioneel & toeristisch
Tweede spreker in De Bining is Michiel Schrier, gedeputeerde van de Provinsje Fryslân. Hij vertelt dat we vooral ook het wandelen en het fietsen moeten stimuleren, onder andere om zichtbaar te maken dat we ook hier in deze regio kunnen genieten van ons mooie Friese landschap.
Tevens roept de gedeputeerde de gemeente en de hier aanwezigen op om er ook voor te zorgen dat we met meerdere voorzieningen aansluiten bij dit nieuwe fiets-wandelpad. Michiel Schrier: "Zorg ervoor dat er voorzieningen komen langs dit pad, zoals plekken waar je even koffie of thee kunt drinken, en waar je even naar het toilet kunt." Als bestuur van de Stichting Jabikspaad Fryslân hebben we in de afgelopen jaren er bij de gemeente ook al op aangedrongen om langs het pad bijvoorbeeld banken te plaatsen om onderweg even te pauzeren, of om op bepaalde plaatsen informatiepanelen te plaatsen met onder andere informatie over het Jabikspaad, de Friese aanlooproute van het pelgrimspad naar Santiago de Compostela, dat dit pad op verschillende plekken volgt en kruist. De oproep van onze Friese gedeputeerde is me dan ook uit het hart gegrepen. Behalve nuttig wordt zo'n mooi wandel-fietspad dan ook aangenaam aangekleed, en wordt het behalve een functioneel pad ook een aantrekkelijke toeristisch-recreatieve route. Dus, gewoon doen, direct mee beginnen!

Stienser naamgever Harmen Dijkstra: Spoardyk!
Na de toespraken worden alle gasten uitgenodigd om samen met de wethouder, de gedeputeerde en de bedenker van de nieuwe naam wandelend vanuit De Bining naar de voormalige spoorwegovergang van Koarnjum te lopen, waar de bedenker van de nieuwe naam, de 86-jarige heer Harry Dijkstra, samen met gedeputeerde Michiel Schrier de naam van het nieuwe pad zal onthullen.
We lopen met zijn allen op de muziek af, want het muziekkorps Studio heeft zich inmiddels bij de spoorwegovergang geïnstalleerd om met haar muziek het geheel luister bij te zetten.
Aangekomen bij het naambord van het nieuwe fiets-wandelpad zien we dat de gemeentevlag over het naambord hangt. Als iedereen zich heeft opgesteld rondom het naambord trekken de heren Schrier en Dijkstra samen de gemeentevlag van het naambord weg, en dan kunnen we allen de naam van dit nieuwe pad aanschouwen: Spoardyk!
Met zo'n naam weten de inwoners van Leeuwarderadeel zonder twijfel waar ze deze weg kunnen vinden, en wie in het geheel niet bekend is met onze regio, ziet ziende op dit naambord onmiskenbaar dat hij/zij wandelt of fietst op een voormalig spoortracé. Een heel natuurlijke spoor-naam dus, zowel geografisch als historisch verantwoord. Ik hoor dan ook alleen maar enthousiast-instemmende reacties op deze nieuwe naam; dat is dus alvast een goed begin.


Hapke & sûpke op it spoar
Het muziekkorps begint weer feestelijk te spelen, met fotocamera's, tablets en smartphones worden veelvuldig foto's gemaakt, en de lage temperatuur trotserend, blijven de gasten nog geruime tijd napraten op en langs het pad. De regelmatig passerende fietsers op het tracé moeten voorzichtig tussen het publiek door laveren, onderwijl nieuwsgierig kijkend naar wat hier toch aan de hand is.
De aanwezigen worden allen uitgenodigd om weer mee terug te wandelen naar het Koarnjumer dorpshuis, waar men nog enige tijd kan napraten onder het genot van een hapje en een drankje.
Het wordt dan weer rustig bij de oude spoorwegovergang, waar de passerende fietsers die vanuit Leeuwarden komen tussen de hekken door laverend recht op het nieuwe naambord af rijden, waar ze dan ook kunnen zien dat dit nieuwe wandel-fietspad inmiddels de nieuwe naam draagt: Spoardyk.

donderdag 9 februari 2017

Keltische spiritualiteit: Geloven onderweg

Woensdag 8 februari 2017
Keltisch kruis

Pelgrimeren, natuur en landschap, toen en nu
Op pelgrimstocht gaan, betekent je vertrouwde omgeving verlaten, Je huis en familie, je werk en vrienden, de straat en de buurt waarin je woont. Je laat het los, laat het achter je.
Je komt dan in een nieuwe omgeving – niet in één, maar in meerdere entourages. Daar ontmoet je dan andere mensen, je maakt kennis met andere gewoontes, je komt in een ander taalgebied en je ziet andere bouwstijlen en wandelt door onbekende landschappen. Daar ervaar je de natuur (weer opnieuw).
Hierover nadenken, roept enkele vragen op, zoals:

  • Dat wandelen door natuur en landschap, wat doet dat met je als pelgrim?
  • Ervaar je het landschap dan ook? Maak je er deel van uit, of is het voor jou slechts een decor?
  • Is de natuur meer dan een stoffig pad, meer dan zon, weer en wind?

In een vijftal lezingen gaan gerenommeerde sprekers in op de betekenis van natuur en landschap voor de pelgrim, vroeger en nu. In dit voorjaar van 2017 organiseert de Werkgroep Geschiedenis en Cultuur van ons Nederlands Genootschap van Sint Jacob opnieuw een cyclus van vijf lezingen, dit jaar met het thema: 'Pelgrimeren, natuur en landschap, toen en nu'.
Met deze lezingenserie - in het Institutio Cervantes te Utrecht - willen de werkgroepleden je bewust laten worden van wat natuur en landschap met je (kan) doen.


Lezing 2 - Keltische spiritualiteit: Geloven onderweg
Voor vanavond is Roel Bosch (1958) uitgenodigd, die predikant is van de PKN-NoorderLichtgemeente van Zeist, voor wie zijn speciale aandacht voor de combinatie van natuur en geloof hem bijna als vanzelfsprekend verbond met de spiritualiteit vanuit Keltische kringen.
Bosch gaat in zijn lezing vanavond vooral uit van de vormen van christelijk geloof zoals we die kennen uit Ierland en Schotland.
Nico van Heijingen opent als avondvoorzitter deze bijeenkomst met een korte inleiding over de thematiek van vanavond.
spreker Roel Bosch
Pelgrimage op Iona
Bosch begint bij het Keltische kruis van Iona. We vragen ons nog steeds af: Is de cirkel van dit kruis nu ter versteviging, of is die bedoeld als de zon? Precies op 21 juni valt de schaduw van dit kruis op de ingang van de kapel iets verderop. Bij het kruis van Iona begint de pelgrimstocht van Iona.
Een pelgrimage is ook bedoeld om na te denken over in wiens voetsporen wij voortgaan. Je staat hier op Iona ook stil bij vroegere bewoners, die gastvrij bleven, ook als het levensgevaarlijk was. en je kunt hier op Iona stilstaan bij het harde leven. En je kunt een steentje meenemen van de kust, dat symbool staat voor de last die je meedraagt in je leven. Die last kun je later elders achter je laten. Aan het eind van de pelgrimstocht van Iona kom je bij de kerk uit, het oudste kapelletje van Iona. Daar ga je naar binnen. Vanaf deze heilige plek zijn koningen naar hun laatste rustplaats gebracht.

Dat de weg je tegemoet komt,
dat de wind je steunt in de rug ...,
dat de zon je gezicht warmt,
de regen je veld vruchtbaar maakt
en totdat we elkaar weer zien:
dat God je in de palm van Zijn hand bewaart.

Dat de weg je tegemoet komt ....
De vraag is waarom dit lied zoveel mensen vergezelt, waarom is het zo geliefd? Het is in elk geval als tekst een voorbeeld van een vorm van christelijk geloof, waar ruimte is voor een positieve visie op God.
De Kelten als volksgroep zijn misschien wel afkomstig uit India en Turkije; helemaal zeker weten we het niet.
Keltisch is een taal. In de Keltische taal 'heb je geen boek', maar 'is het boek bij mij'. In de Keltische tradities 'heet ik niet' Wiep Koehoorn, maar 'ligt mijn naam op mij'.

Presence
Roel Bosch vertelt ons vanavond over drie / vier Keltische kernwoorden, die de Keltische spiritualiteit kenmerken en toelichten, te weten: Presence. Poetry, Pilgrimage / en Penitence.
'Presence' gaat over de Aanwezige, over de Eeuwige, in (en door) wat je ziet. De Presence van God als Vader, Zoon en Heilige Geest, werd door de Kelten aangeroepen, ook over bijvoorbeeld de gebruiksvoorwerpen waarmee je werkte. In Keltische spirituele teksten (her)kennen en weten we van Gods nabijheid.

Poetry
Poetry gaat over de schoonheid van taal en beeld en klank, dus ook het Keltische kruis bijvoorbeeld mag worden beschouwd als poetry. Poetry zit daarmee in heel veel van het leven.
Poëzie is een vorm die zomaar opduikt, die je ineens ziet, en die je niet had verwacht.
De eenvoud en de schoonheid van het landschap en de schoonheid van de taal horen bij elkaar. Over de merel bijvoorbeeld gaat de oudste tekst in het Gaelic, op schrift gezet in de marge van een Iers gebedenboek. Ook de Psalmen waren bij de Kelten vroeger al heel geliefd.

Pilgrimage
In de oude Keltische tijd waren er wel heilige plaatsen en heilige mensen. Die trokken rond, waren een vreemdeling (ofwel pelgrim) hier op aarde. Het gaat fout als die rondtrekkende vreemdeling zich vestigt op één vaste plaats. De pelgrim is een oerbeeld van de mens, zowel in het Oude Testament als in het Nieuwe Testament van de Bijbel. Ook de bisschoppen, vagant/reizend, trokken rond. Gelovigen waren reizenden, die tekenden zo het beeld van de Kelten. Als eeuwige zwerver zijn wij onderweg naar de plaats waar wij uiteindelijk willen/gaan herrijzen op 'De Jongste Dag', namelijk op die plaats waar je moet zijn, waar je thuis hoort. Zó zoeken mensen een plaats in deze wereld.

Penitence
Bij pilgrimage hoort ook altijd iets van boetedoening. Áls je vroeger al terugkwam van de toch ook wel gevaarlijke pelgrimage, was je vast en zeker wel een heel ander mens geworden. De pelgrimage vormde - en vormt nog steeds - de kern van de opbouw van het geloof.
De pelgrimstochten van onze voeten, van ons hart - over bergen en door dalen, over zee en over land - spelen mede een rol in de Keltische spiritualiteit. De Keltische spiritualiteit is de eerste christelijke vindplaats van zogenoemde boete-boeken, met eindeloze voorschriften, die ons nu nog veel sociologische inzichten bieden. Zo blijkt bijvoorbeeld uit die boeken dat pesten eigenlijk wel iets van alle tijden is. Gezien het feit dat die penitentieboeken uit oude kloosters komen, kwam dat pesten (ofwel ongewenste onregelmatigheden) dus ook wel in kloosters voor.

Varia

  • Roel Bosch leest vanavond tijdens zijn lezing ook enkele Keltische spirituele teksten voor; het zijn woorden van overgave, rust en vrede.
  • Iona Abbey was eeuwen geleden vervallen; het klooster lag in puin. In 1930 werd de plek door een predikant weer herbouwd, en daar ontstond toen de Iona Community, waar men nu ook bezig is met de heelheid van de schepping. 
  • Soberheid, eenvoud, een trekkend geloof onderweg. Tegenwoordig zie je wel meer dat nieuwe vormen van spiritualiteit ook aansluiten bij Keltische vormen van spiritualiteit.

Vraag & antwoord
Tot slot is er nog volop gelegenheid voor het stellen van vragen aan de spreker. Dan komen in relatie tot het avondthema allerlei vragen, zoals over Bonifatius & Willibrord, over kloosters en hun ordes, over oude en nieuwe vormen van kruisen, over de vraag of er al een Keltisch-religieuze spiritualiteit was voordat het christendom zich verbreidde naar het uiterste westen van Europa,
Gevraagd wordt ook naar de relatie tussen Kelten en natuur. Natuur in onze ogen is iets geheel anders dan natuur zoals die werd beschouwd door de oude Kelten. Die natuur kon – en kan overigens nog steeds – heel gevaarlijk, zelfs levensbedreigend zijn. Voor de Kelten was de wereld – inclusief de mens en de natuur - één geheel; de Kelt maakten daar dus onlosmakelijk deel van uit.
Een pelgrimage hoef je niet alleen ver van huis op weg naar Santiago te doen, maar het kan ook in de stad, of een in een stiltewandeling, of zelfs ook in het met volle aandacht lezen en overdenken van spirituele teksten.

Zegen, God, alles .....
Bosch sluit af met een zegentekst, als een echte dominee, als een ware Kelt:

Zegen, God, onze ziel die bij U vandaan komt,
zegen, God, ons lichaam, gevormd uit aarde,
zegen, God. alles dat onze ogen zien,
elk geluid dat onze oren horen.
Zegen, God, elke geur die onze neus bereikt.
alles dat onze lippen proeven,
elke lichtstraal die ons de weg wijst.
Amen.


dinsdag 7 februari 2017

Proefvisitatie bij Anna Schotanus in Heerenveen

Dinsdag 7 februari 2017 
Terugkoppeling van de auditbevindingen

Woonzorgcentrum
Vandaag zijn we met een team medewerkers van Stenden Hogeschool en een aantal relaties van onze School of Social Work and Arts Therapies aan het werk in Woonzorgcentrum Anna Schotanus te Heerenveen om in een proefvisitatiesetting de aanstaande visitatie van de nieuwe Associate degree-opleiding 'Service, Zorg en Welzijn' van Stenden Hogeschool voor te bereiden.

Associate degree
Een auditteam bestaande uit interne en externe leden gaat vandaag in gesprek met verschillende geledingen die betrokken zijn bij het ontwerp en de ontwikkeling van deze nieuwe HBO-Associate degree-opleiding. Zo spreekt het auditpanel bijvoorbeeld met (oud)studenten die ervaring hebben met werkplekleren, met onderwijskundigen, docenten-coaches en werkveldexperts, en met managementteamleden.

Nuttig en aangenaam
Allerlei basisdocumenten liggen in de proefvisitatiekamer klaar ter bestudering door het proefvisitatiepanel, en tijdens de middagpauze gaan we met zijn allen in duo's naar de diverse huiskamers van dit gastvrije woonzorgcentrum, om samen met de bewoners van Anna Schotanus in het bijzijn van medewerkers en met de aanwezige studenten die hier in opleiding zijn de middagmaaltijd te genieten.

Bevindingen
Aan het eind van de dag verzorgt het auditteam een terugkoppeling van haar bevindingen van deze auditdag, en weten we in grote lijnen wat er nog gedaan kan worden om de puntjes op de 'i' te zetten alvorens een panel van onafhankelijke gezaghebbende experts over enkele weken op bezoek zal komen om de kwaliteit van de opleidingsplannen te beoordelen.

zondag 5 februari 2017

25 jaar licht & zout in deze wereld

Zondag 5 februari 2017
Dominee Ulbe Tjallingii in gesprek met de kinderen van de Kindernevendienst



















Ambtsjubileum
Al bij aankomst bij de Sint-Vituskerk van Stiens kun je zien dat er vanmorgen iets bijzonders staat te gebeuren in de kerk. Rondom de terpkerk staan heel veel fietsen en auto's geparkeerd; voorteken dat de kerk vanmorgen vol loopt. Als de kerkdienst aanvangt, zit de kerk inderdaad vol met Stienser gemeenteleden, en ook met veel familie, vrienden en kennissen van dominee Ulbe Tjallingii.
We beleven vandaag een bijzondere ochtendkerkdienst, want daarin vieren we het jubileum van dominee Tjallingii, die dit jaar viert dat hij 25 jaar predikant is. Begonnen in 1991 in Zwaagwesteinde en van 1996 tot en met 2001 onze gemeentepredikant in Stiens, zette hij daarna zijn loopbaan op veelzijdige wijze voort als onder andere docent, organist, pastor, coach, dirigent, crisismanager, zanger, en nog veel meer.
Als lid van de Beroepingscommissie van de Hervormde Gemeente van Stiens heb ik hem indertijd al leren kennen als een gepassioneerd man op het gebied van theologie & muziek, die de persoonlijke groei op zijn eigen levenspad gewaardeerd inzet(te) in het pastoraal begeleiden van alle ook zoekende medemensen die zijn pad kruis(t)en.

Thuiskomen in Stiens
Alhoewel hij af ten toe nog wel eens voorgaat en aanwezig is tijdens kerkdiensten in Stiens, voelt het ook bij deze bijzondere viering vanmorgen wel als een thuiskomen, voor zowel de voorganger als voor de aanwezige gemeenteleden.
Dominee Tjallingii vertelt dat het in deze jubileumviering vooral zal gaan over het als mens licht en zout te zijn in deze wereld.
Hij roept de kinderen vanuit de kerk naar voren, alvorens zij naar de Kindernevendienst gaan, en hij vertelt hen met metaforen hoe je als mens het licht in de wereld kunt worden en zijn, waarbij hij beelden gebruikt als (het lampje in) zijn smartphone, de (in te vullen) acceptgirokaart van een liefdadigheidsinstelling, (het donorverzoek dat je ontvangt bij) de aanvraag van een paspoort, en het doosje kookpudding, dat met een persoonlijke anekdote symbool staat voor vriendschap bieden en ontvangen.

Geloof & Vertrouwen
De muzikale begeleiding en de muzikale intermezzo's worden vandaag verzorgd door onze gemeenteorganist Auke de Boer achter in de kerk, en onze gemeentepredikant Jaap Overeem als pianist voorin de kerk. Hun bijdragen in de vorm van verrassend en mooi interactief spel, de feestvlaggetjes met de flessenpost, de videoboodschap van het koor van Tjallingii, en de koffie met oranjekoek na afloop; het zijn allemaal veel van de mooie kleuren, die de warme sfeer bevorderen en die zo bijdragen aan het welslagen van deze feestelijke dienst.
Dominee Ulbe Tjallingii:

  • Ik heb een veelkleurig leven tot nu toe. Het leven is veelkleurig, en het leven mag ook veelkleurig zijn.
  • Jezus zei; "Ik ben het licht van de wereld". Licht bestaat uit vele kleuren. God is ook meerkleurig.
  • Wat hier tijdens mijn werktijd in Stiens is gebeurd - zoals ook de begrafenis van een kind - ik zal zulke dingen nooit vergeten.
  • Ik blijf op zoek naar warmte en bezieling. Ik blijf daar naar op zoek in de Bijbel. 
  • De Bijbel kan ook leiden tot oorlog, haat en vervolging. Toch gaat het op elke bladzijde van de Bijbel juist over leven en hoop, over God en de mens, en (mede daarom) is de Bijbel een goede bron om uit te leven.
  • De Hof van Getsemané is het begin van het herstel van de Hof van Eden.
  • Ik heb theologie gestudeerd, en ik weet dat je geloof niet kunt studeren, want geloof ontvang je.
  • Ik ben op zoek geweest naar vertrouwen, en heb het ook ontvangen.
  • De regering van Gods overstelpende liefde gaat boven elk ander bewind.
  • Nu begin ik te begrijpen, nu begin ik te geloven, en op God te vertrouwen. Dát vertrouwen wens ik jullie allen toe. Amen!


donderdag 2 februari 2017

Probleemgestuurd onderwijs of Probleemgestuurd ongeluk

Donderdag 2 februari 2017
"Ik zei toch: diagonaal er overheen, kijk, zo!"



















Probleemstelling
Eerder deze week schreef ik al dat we momenteel binnen Stenden Hogeschool ook de StudieStartWeek hebben voor de nieuw ingekomen studenten die bij de aanvang van het nieuwe semester deze maand hun studie starten in Leeuwarden, Assen, Emmen, Groningen of Meppel.
Eén van de programmapunten waar deze eerstejaars studenten deze week mee te maken krijgen, is een uitgebreide kennismaking met ons onderwijsconcept 'ProbleemGestuurd Onderwijs' (PGO), of - voor de internationals - 'Problem Based Learning' (PBL).
Wie aanvankelijk nog denkt dat deze aanpak van leren gericht is op het zuiver oplossen van - zeg maar - 'platte problemen', weet aan het eind van de StudieStartWeek wel beter, want PGO gaat veel verder dan problemen oplossen. In de dagelijkse onderwijspraktijk merken studenten al vrij snel dat het meer lijkt op 'probleemstellingsgericht leren'.

Geen probleem
Maar van die andere, meer dagelijkse of niet-dagelijkse problemen kun je natuurlijk ook heel veel leren. De praktijk is de beste leermeester, dus laten we eens kijken wat daar buiten de hogeschool zoal valt te leren.
Bij de ingangen van de parkeerterreinen van de Leeuwarder Kenniscampus staan slagbomen, waar je als student of gast een parkeerkaartje vraagt bij de parkeerautomaat als je met je auto het parkeerterrein gaat oprijden.
Het is de bedoeling dat je voorafgaand aan het uitrijden een gering bedrag bij de parkeerautomaat betaalt, waarna je dan een uitrijkaart krijgt voor de slagboom bij de uitgang. Kaart in de automaat, slagboom gaat open, en je kunt uitrijden, zo gemakkelijk is dat. Geen probleem dus.

Wel probleem
Maar, het kan ook anders.
Een enkele keer is er wel eens iemand met een korte four wheel drive-terreinwagen, die hoog op de wielen staat. Die lukt het nog wel om diagonaal de aarden wal rondom het parkeerterrein over te steken.
Een enkele keer is er ook wel eens iemand die met een gewone personenwagen probeert om zonder parkeergeld te betalen de aarden wal over te steken. Maar ook als je diagonaal de aarden wal over gaat, komt al heel snel het moment dat je over de top moet. En daar zit hem nu juist het probleem, want dan blijkt dat de auto niet hoog genoeg op de wielen staat om die hobbel te nemen. En als dan het moment is gekomen dat de aandrijfwielen net over de top geen greep meer op de grasmat hebben, dan is het gebeurd met de pret, en blijft de auto op zijn toppunt hangen, en kan niet meer vooruit of achteruit.

In het probleem gestuurd
En dat is wat vanmiddag weer eens gebeurt. Met een hoog ontwikkeld optimisme en overschatting wordt met de zwarte Renault geprobeerd om het luttele bedrag van de parkeerkosten te besparen, maar die vlieger gaat uiteindelijk niet op. En ziedaar een waar probleem, en los het dan maar eens op.
De auto blijft boven op de aarden wal hangen. en kan niet meer vooruit of achteruit.
En dan begint de kostenteller pas echt snel tot forse hoogte te lopen, want een bergingsvoertuig wordt gebeld en komt erbij om de auto van de aarden wal af te halen. En dan kan voor het eerst ook de schade aan de onderkant - het chassis - van de auto worden bekeken,
Eén ding is zeker: dit gaat veel meer kosten dan het parkeerkaartje; en is daarmee een wijze les voor de volgende kandidaat die overweegt om zich letterlijk al dan niet in de 'problemen te sturen'.
Weer wat geleerd.

Visie op kwaliteit: een waarderende benadering

Woensdag 1 februari 2017 

René Kloosterman tijdens zijn presentatie in Stenden Hogeschool




















Inspiratiesessie over de visie op kwaliteit
Op 5 juli 2016 organiseerden we binnen Stenden Hogeschool voor ons medewerkersteam van zo'n 30 geschoolde, gecertificeerde auditoren een lezing over 'Waarderend auditen', verzorgd door René Kloosterman, de directeur van AeQui, één van de Nederlandse evaluatieburo's, die onder andere opleidingen in het hoger onderwijs visiteren, teneinde de kwaliteit van deze opleidingen te beoordelen.
Wegens het succes van deze bijeenkomst herhalen we een dergelijke sessie, zij het vandaag voor een breder samengesteld gezelschap, want we gunnen vooral ook andere collega's binnen onze hogeschool zo'n inspiratiesessie. Ongeveer 25 collega's gaven zich op, afkomstig van de verschillende Stenden-locaties, waaronder docenten, academic deans, directeuren, adviseurs, teamleiders en beleidsmedewerkers.
De tweede versie van deze lezing wordt wederom verzorgd door René Kloosterman, met als thema: 'Visie op kwaliteit: een waarderende benadering'.
Aan het begin van deze bijeenkomst heet ik alle deelnemers en de spreker hartelijk welkom namens onze afdeling Quality Assurance en vertel over de aanleiding, de bedoeling, de spreker en het programma van dit middagprogramma.

Hoe staan we in de 'wedstrijd'?
Kloosterman vertelt dat we steeds meer opschuiven naar 'visiegerichte kwaliteitszorg', ook omdat de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO) de visie van de hogeschool en van de opleiding - meer dan voorheen - als richtinggevend uitgangspunt voor de opleidingsbeoordeling wil meenemen.
We kijken naar een videofragment van Sir Ken Robinson, over divergent denken.
Evenals in de eerste sessie van juli 2016 komt ook vandaag het onderscheid tussen het zogenoemde Angelsaksische en het Rijnlandse denken aan bod.
  • Bij het werken volgens het Angelsaksische model staan de volgende elementen centraal: in control, controleren, risicomanagement, plan, regels/procedures, audit en problemen oplossen.
  • Bij het werken volgens het Rijnlandse model gaat het daarentegen om: vertrouwen, interesse, kwaliteit, proberen, inzicht, dialoog en ontwikkelen.
En de logische vraag van de spreker aan ons is dan natuurlijk waar wij als hogeschool, als opleiding, als medewerker staan. Mij valt op dat waar de auditoren in de sessie van juli 2016 onze hogeschool iets meer op de kant van het Angelsaksisch denken en handelen vonden staan, dat de medewerkersgroep van vanmiddag vindt dat we meer opschuiven naar het Rijnlands denken en handelen. Overigens wijst de meerjarenpraktijk wel uit dat organisaties in de loop van de tijd wel wat heen en weer bewegen tussen Rijnlands en Angelsaksisch acteren.

Minder PDCA en meer PDTA
René Kloosterman geeft aan dat hij vindt dat de 'populaire' PDCA-cyclus van Plan, Do, Check en Act in zijn ogen zou moeten transformeren naar: Plan, Do, Trust en Attention/Interest.
Hij noemt ook het begrip 'gelegitimeerd vertrouwen', wat een deelnemer in de zaal uitnodigt om daarop te reageren met: "Gelegitimeerd vertrouwen is eigenlijk wantrouwen".

Kloosterman:
  • Een goede visitatie leidt tot het verbeteren van het hoger onderwijs.
  • Bij waarderend auditen kijk je vooral naar wat al goed gaat, maar daarbij moet je uiteraard niet ook de beoordeling van de schaduwzijden uit het oog verliezen.
  • Hoe meer invloed onderwijsondersteuners krijgen, hoe Angelsaksischer het onderwijs wordt.
  • In langer opererende organisaties zie je dat de systeemwereld belangrijker wordt dan de leefwereld, belangrijker dan de oorspronkelijke bedoeling van de organisatie.
Meebewegend auditen
In de ogen van René Kloosterman gaat de NVAO steeds meer meebewegen met de hogeschool en de opleiding, want kijk maar, de regie op de kwaliteit ligt geheel bij de hogeschool en bij de opleiding, en ook de invloed van de opleidingscommissies en van de studenten wordt steeds groter. De NVAO volgt de visie van hogeschool en opleiding, en zorgt er vervolgens voor dat de kwaliteit van instelling en opleiding wordt beoordeeld vanuit het perspectief van die visie, en ook gebaseerd op de beoordelingscriteria zoals die als Standaarden in het NVAO-beoordelingskader staan.
We zijn het er wel over eens dat het bij kwaliteit(szorg) niet alleen zou moeten gaan om de hard controls (volgens het PDCA-model), maar dat het gelijktijdig ook zou moeten gaan over de soft controls, gebaseerd op de kwaliteitscultuur.

dinsdag 31 januari 2017

I love Stenden game @ SSW

Maandag 30 januari 2017
De 'I love Stenden game' wordt voorbereid



















SSW februari-instroom
Wie vorige week door ons hogeschoolgebouw van Stenden Hogeschool liep, viel wel op dat het Toetsweek was.
Wie deze week door het onderwijsgebouw gaat, kan het niet ontgaan dat er weer iets bijzonders valt te beleven. Deze week is het namelijk de StudieStartWeek (SSW) voor de nieuw ingekomen studenten die met ingang van dit tweede semester hun studie aanvangen bij Stenden Hogeschool.

Warme dranken in de skihut-bar
Welcome at Stenden
Enkele honderden studenten uit binnen- en buitenland worden in de centrale ontvangsthal warm onthaald. Ze melden hun aankomst, krijgen een mooie Stenden-trui in een eigen kleur waarmee ze gedurende de StudieStartWeek qua opleiding herkenbaar voor elkaar zijn, en ze kunnen alvast genieten van een warme drank bij de skihut-bar.
In een hoek van de Canteen wordt een opleidingsgroep opgevangen, en daarnaast is een evenementenbureau bezig om de Canteen in te richten voor één van de activiteiten die hier straks zal plaatsvinden.
Een ouderejaars student die deel uitmaakt van het organisatieteam vertelt me desgevraagd dat hier straks de 'I love Stenden game' zal worden gespeeld.

zondag 29 januari 2017

Pelgrimeren van Venlo naar Roermond

Zondag 29 januari 2017
Paddenstoel langs het Nederlands-Duitse grenspad tussen Venlo en Roermond

















De eerste 31 pelgrimsdagen
De eerste pelgrimstocht van Durkje en mij - van het Friese Sint-Jacobiparochie naar het Spaanse Santiago de Compostela - duurde 152 dagen, in de periode van 16 mei 2005 tot en met 21 oktober 2012. Daarna liepen we aansluitend nog vier dagen door naar het ultieme eindpunt van deze pelgrimage op Cabo Fisterra, op de West-Spaanse rotskust van de Atlantische Oceaan.
Van alle 156 pelgrimsdagen schreven we een verslag, dat in combinatie met de onderweg gemaakte foto's een bijzonder document is geworden van een al evenzo bijzondere pelgrimage. Vanaf dag 32 zijn alle dagverslagen in de loop van de jaren gepubliceerd op mijn (deze) weblog. De eerste 31 dagverslagen zijn hier nog niet gepubliceerd, omdat ik in die periode nog geen weblog bijhield.
Om toch het verslag van die hele pelgrimstocht op deze blog te kunnen lezen, ga ik met terugwerkende kracht nog de ontbrekende eerste 31 wandelverslagen op deze weblog plaatsen. Af en toe zal ik zo'n dagverslag hier publiceren. Vandaag ga ik daarmee verder, met het verslag van pelgrimsdag nummer 18, over het traject van Venlo naar Roermond.

Van Sint-Jacobiparochie naar Santiago de Compostela
Pieterpad van Venlo naar Roermond
Dinsdag 22 augustus 2006 – 31 km.
Dag 18: 390,5 - 421,5 km

Venlo
Bij aanvang van het Radiojournaal van 9.00 uur rijden we naar Venlo.
Bij de Q-Park bij het NS-station van Venlo vertrekken we rond 9.30 uur.
Het wordt de laatste in deze serie van drie wandeldagen.
Het weer is aangenaam: droog met af en toe zonnige perioden en alleen halverwege de dag een beetje motregen.
Aan beide zijden van het spoor lopen we in zuidelijke richting naar de Jammerdaalsche Heide, een geologisch reservaat.
Na Camping Onderste Molen passeren we een grote zandafgraving.
Langs het pad vinden we grote bramenstruiken met een overdaad aan lekkere, rijpe bramen.

Langs stenen en dakpannen in Tegelen
Op een gegeven moment komen we op een smal bospad in de richting van Tegelen.
Hier en daar liggen omgevallen bomen over het pad.
We kunnen er omheen of onderdoor lopen.
Maar een eindje verder wordt het oorspronkelijke pad nagenoeg onbegaanbaar, omdat men heeft verzuimd alle omgevallen bomen die hoog en laag over het pad liggen, te verwijderen.
Er ontstaan zo langzamerhand alternatieve, natuurlijke wandelpaadjes, die met een ruime bocht om en langs deze omgevallen bomen lopen.
Als we uiteindelijk het bosperceel verlaten, wandelen we langs een grote steen- en dakpannenfabriek om aan het eind van dit grote fabrieksterrein Tegelen binnen te wandelen.
We doorkruisen Tegelen, passeren het kipkar-monumentje ter herinnering aan de mijnbouw van vroeger in deze streek en verlaten uiteindelijk Tegelen om het bosperceel 'Op de Heide' binnen te wandelen.
Op dat punt eindigt het eerste 5 kilometer lange deel van de 9e Pieterpad-etappe van Venlo naar Roermond.

Nederlands-Duitse grensstreek
Een kilometer verder genieten we van onze eerste korte pauze om even wat te eten en drinken.
Daar passeert ons de oudere dame die twee dagen geleden samen met ons de Maas overstak bij Grubbenvorst.
Later op de dag ontmoeten en spreken we haar nog tweemaal, te weten bij een grenspunt in het Duitse Brachterwald waar zij pauzeert, en bij de grenspost De Witte Steen waar wij daarna weer pauzeren.
Bij deze picknickplaats staat ook een betonnen paaltje dat verwijst naar de persleiding die hier in de bodem ligt.
Men wordt dringend verzocht voorafgaand aan alle grondwerkzaamheden in de nabijheid vooraf contact op te nemen met de exploitant van deze persleiding.
Weldra staan we voor de Nederlands-Duitse grens met aan de Nederlandse zijde een zuidwaarts gaande grensweg, dat wij volgen.
In de komende kilometers passeren we regelmatig in het bos opvallende betonnen grenspalen, stuk voor stuk genummerd.
In het bos vinden we de eerste grote najaarspaddestoelen.

Holtmühle en Maalbeekerhöhe
Vanaf Tegelen zijn we in het gebied Holtmühle regelmatig stukjes gestegen, totdat we op het hoogstgelegen grindrijke hoogterras van deze omgeving arriveren.
Het Pieterpad blijft hier tussen het voormalige grenscafé Maalbeekerhöhe en het grenspunt De Witte Steen aan de Duitse zijde langs de steile zijde van dit hoogste terras.
Aan onze rechterzijde zien we af en toe over de boomtoppen heen het hier veel lager gelegen Nederlandse Limburg in het laagterras, ontstaan door de voormalige uitsnijdingen door de rivier de Maas.

Meerlebroek
Op de plaats waar we de bovengenoemde alleenwandelende dame nogmaals ontmoeten, zijn we weer op een Duits-Nederlands grenspunt aangekomen, waar we aan de bosrand over de grenslijn heen weer ruim zicht hebben over het vlakke Limburgse land, hier Meerlebroek geheten.
Hier zijn we aangekomen op het eindpunt van het 6 kilometer lange 2e deel van onze Pieterpad-étappe.
We hebben vandaag nu de eerste 11 kilometer gelopen.

Grens open en dicht
Hierna volgt een kilometers lang monotoon traject van lange, rechte bos- en grenspaden met weinig afleiding en vooral veel bos.
Na enkele kilometers komen we aan bij de Duits-Nederlandse grensovergang De Witte Steen.
Op dat moment arriveert een vrachtwagen aan de Duitse zijde.
De chauffeur stapt uit de cabine, opent met een sleutel het slot van de slagboom die hier de grensovergang vorm, rijdt over de grens en sluit vervolgens de grens weer af voordat hij verder rijdt.
Waar op de wereld is het nog meer mogelijk dat een vrachtwagenchauffeur zelf de grens opent en sluit?
Even voorbij de plaatselijke grenspaal zoeken we een zonnig plekje op het terras van het grenscafé De Grens, waar we vervolgens genieten van een lekkere lunch.

Berg und Wald
Gevoed en gelaafd gaan we na een half uur pauze verder aan de Nederlandse zijde, over het vervolg van deze kilometers lange grensroute.
Verderop passeren we weer eens de Nederlands-Duitse grens.
Voorbij de Ruhrsteins-Berg en de Dassen-Berg beëindigen we het 3e deel van deze etappe van 4,5 kilometer, waarmee de tussenstand vandaag op 15,5 kilometer komt.
Daarna komt een traject door het Duitse Diergarder Wald met enkele stevig stijgende paden.
Na het hoogste punt daalt het geleidelijk totdat we in het bos bij een slagboom arriveren, die hier de Duits-Nederlandse grensovergang vormt.
Na enkele dalende zandpaden over – hier weer - Nederlands grondgebied komen we na 5 kilometer aan het eind van het vierde deel van deze dagmars.
We hebben dan 20,5 kilometer gewandeld.

Swalmen en Boukoul
Dan gaan we verder in de richting van Swalmen.
Als we het bos uit komen, zijn we vlakbij Swalmen.
Bij de bosrand pauzeren we.
Hier hadden we aanvankelijk ons traject vandaag zullen beëindigen, om vanaf hier Swalmen in te wandelen naar het NS-station om vanaf daar terug te treinen naar Venlo.
Het wandelen bevalt ons vandaag echter buitengewoon goed, het is nog niet zo laat en we hebben vandaag de vaart er ook aardig in.
We besluiten hier niet te stoppen, maar nog even door te wandelen naar Roermond.
Het pad voert vanaf hier verder langs Swalmen; we komen niet in of door deze plaats.
Zuidelijker naderen we het dorpje Boukoul.
Vlak voor het dorp draait het pad om Boukoul heen, totdat we bij een woning met een groot dierenkamp met daarin ook een grote vijver komen.
Hier zijn we bij de entree van de bebouwde kom van Boukoul.

Asenray
Voorbij het sportpark van Boukoul lopen we langs een bosperceel en komen voorbij een stukje open veld in en door het bosperceel Boeshei en langs het daarin gelegen Haambroek.
Daar begint het vandaag voor het eerst licht te regenen.
Het zijn slechts enkele lichte buien die ons nauwelijks overlast bezorgen, aangezien we enkele malen droog blijven onder de grote bomen van dit bos.
Vlak voor Asenray verlaten we het bos bij de N68 - een drukke verkeersweg – om een eindje verder in een café-cafetaria een kopje koffie te drinken en om even te rusten voordat we het laatste stuk wandelen naar Roermond.
We hebben hier weer 6,5 kilometer afgelegd; in totaal vandaag nu 27 kilometer.
Vlak voor Maalbroek gaan we in zuidelijke richting over de Spikkerweg door Asenray in de richting van Roermond.
In de berm bij een woning zit een versufte boerenzwaluw ons aan te staren.
Zelfs als we het vogeltje naderen en naast hem plaatsnemen in het gras, blijft de zwaluw zitten, zonder ook maar een teken van enig vluchtgedrag te vertonen.

Roermond
Enkele honderden meters verder komen we vlak voor Roermond op de plaats waar de nieuwe Rondweg N280 rond Roermond momenteel wordt aangelegd.
Het meeste grondwerk is hier al gereed; waarschijnlijk zal hier spoedig geasfalteerd kunnen worden.
Maar hier en nu ligt alles er nog verstild bij.
Direct daarna komen we bij de bebouwde kom van Roermond, nog voordat we de N271 kruisen die de huidige bebouwde kom van Roermond omsluit.
Vanaf Roermond-Oost doorsnijden we langs een drukke doorgaande toegangsweg Roermond totdat we door een spoortunnel vlak voor 16.30 uur bij het NS-station van Roermond arriveren.
Hier eindigt deze Pieterpad-étappe van vandaag na nog eens 4 kilometer.
Vandaag hebben we uiteindelijk 31 kilometer gewandeld.

Alleenkampeerders
We hoeven niet lang te wachten, want al 5 minuten later zitten we in te trein naar Venlo.
Om ongeveer 17.45 uur zijn we al weer op de camping, waar het prachtig zonnig weer is.
Twee dagen geleden zijn de andere drie kampeerplaatsen door de toen nog resterende toeristen verlaten, dus we staan hier al twee dagen en twee nachten helemaal alleen op dit kampeerterrein, dat uit twee door een dikke bomenrij gescheiden percelen bestaat.
We hebben hier op camping ‘t Karrewiel dus het gehele recreatieve kampeerterrein - inclusief een riant nieuw sanitairgebouw – voor ons beiden ter beschikking.

Geslaagde driedaagse
Na een verkwikkende douche rijden we naar Landal GreenPark Het Roekenbosch in Blitterswijck, waar we met een heerlijk diner onze geslaagde wandeldriedaagse op aangename wijze afsluiten.
Na een goede nachtrust en een zonoverdekt ontbijt op de camping, vertrekken we de volgende ochtend vanaf de camping om onze oudste zoon Jan Wijbe en zijn kameraad Richard af te halen van het nabijgelegen Duitse vliegveld Weeze, waar ze landen na hun vakantievlucht vanuit Rome.
Gevieren rijden we daarna weer naar Stiens.
De weersvooruitzichten voor de afgelopen drie wandeldagen gaven aanvankelijk reden tot enige zorg vanwege de voorspelde grote kans op veel regen.
De praktijk was echter heel anders: weliswaar bewolkt, slechts af en toe een bui en toch ook regelmatig enkele korte zonnige perioden.
Al met al toch nog heel mooi wandel- en kampeerweer.
In de afgelopen drie dagen hebben we op genoeglijke wijze totaal 79 kilometer gewandeld.

donderdag 26 januari 2017

Natuur en landschap als inspiratiebron voor de pelgrim

Woensdag 25 januari 2017 
Beeld van Wildernis in de lezing van professor Matthijs Schouten


















Pelgrimeren, natuur en landschap, toen en nu
Op pelgrimstocht gaan, betekent je vertrouwde omgeving verlaten, Je huis en familie, je werk en vrienden, de straat en de buurt waarin je woont. Je laat het los, laat het achter je.
Je komt dan in een nieuwe omgeving – niet in één, maar in meerdere entourages. Daar ontmoet je dan andere mensen, je maakt kennis met andere gewoontes, je komt in een ander taalgebied en je ziet andere bouwstijlen en wandelt door onbekende landschappen. Daar ervaar je de natuur (weer opnieuw).
Hierover nadenken, roept enkele vragen op, zoals:

  • Dat wandelen door natuur en landschap, wat doet dat met je als pelgrim?
  • Ervaar je het landschap dan ook? Maak je er deel van uit, of is het voor jou slechts een decor?
  • Is de natuur meer dan een stoffig pad, meer dan zon, weer en wind?

In een vijftal lezingen gaan gerenommeerde sprekers in op de betekenis van natuur en landschap voor de pelgrim, vroeger en nu. In dit voorjaar van 2017 organiseert de Werkgroep Geschiedenis en Cultuur van ons Nederlands Genootschap van Sint Jacob opnieuw een cyclus van vijf lezingen, dit jaar met het thema: 'Pelgrimeren, natuur en landschap, toen en nu'.
Met deze lezingenserie - in het Institutio Cervantes te Utrecht - willen de werkgroepleden je bewust laten worden van wat natuur en landschap met je (kan) doen.

Lezing 1 - Natuur en landschap als inspiratiebron voor de pelgrim
Vanavond verzorgt Matthijs Schouten - buitengewoon hoogleraar ecologie en filosofie aan de universiteit Wageningen - de eerste lezing met als thema 'Natuur en landschap als inspiratiebron
voor de pelgrim'. 
Professor Schouten heeft zich sinds zijn studietijd verdiept in de rol die natuur speelt in het menselijk denken. In deze avondlezing besteedt hij aandacht aan de betekenis die natuur en landschap hebben op het levenspad van mensen.
Medeorganisator Herman Holtmaat heet de tientallen belangstellende hartelijk welkom, geeft een korte toelichting op de komende lezingenserie, en introduceert dan de spreker van vanavond.

Wildernis of Arcadië
Professor Schouten maakt onderscheid tussen Wildernis en Arcadië.

  • Arcadië verwijst dan naar bijvoorbeeld het lieflijke platteland, als een droombeeld, een ideaalbeeld vanuit de stad gezien. Je zou het kunnen karakteriseren met termen als sereen, harmonieus, schoon, parkachtig.
  • Bij Wildernis daarentegen denk je veel meer in termen als barbaars, chaotisch, wanordelijk, plaats van monsters. In de wildernis kun je je niet oriënteren, niet in tijd en niet in plaats. Wildernis is tijdloos en je kunt er zomaar in verdwalen. Wildernis gaat voorbij de menselijke maat; je bent en voelt je er niet thuis. In de wildernis gebeuren de andere dingen, daar worden andere gevoelens opgeroepen.

In een landschap zie je veelal ook altijd iets van tijd, omdat landschappen vaak iets tonen van vroeger en van nu. Denk maar aan ruïnes van vroeger en aan fabriekscomplexen van nu. Aan de hand van dergelijke zichtbare landschapselementen kun je als het ware de landschapsgeschiedenis van het landschap 'lezen'.

De wildeman als symbool voor wildernis
Wildernis
In de Middeleeuwen werd de wildernis gezien als een goddeloos gebied. In die wilde vijandige natuur, waar de duisternis heerst, werd God als afwezig beschouwd. Wildernis is in dat opzicht het tegenovergestelde van het paradijs. De wildernis is het domein van de Wildeman, groot en harig, die slechts brabbelt en goddeloos en onverstandig is.
Maar, met voldoende talent voor Heiligheid kon je de wildeman in jezelf verdrijven, en heilig worden. De wildernis wordt dan de plek bij uitstek om God te vinden en Hem daarin te ontmoeten. Wildernis dus als toegang tot de ervaring van God.
Ten tijde van de Renaissance begon men de wildernis als iets spannends te ervaren, waar je aantrekkelijk aangenaam kunt huiveren.
In de 17e eeuw vond men wildernis lelijk en afschuwelijk, want het stond ver af van ordening, van het parkachtige, veraf van een paradijselijk Arcadië. Bos werd bijvoorbeeld geassocieerd met begrippen als vreeswekkend, woest, verlaten, naargeestig en duister.
Ten tijde van de Romantiek in de 18e eeuw krijgt de wildernis weer een goede pers. Wildernis wordt bijna als iets heiligs gezien. Het is dan ook niet zo verwonderlijk dat in deze periode de wandellust in opkomst was. Men trok wandelend vanuit de stad de wildernis in. Wildernis kreeg associaties van betoverend, boeiend, heerlijk, zaligheid, verrukking. heilzaam en was genezend. Wildernis werd beschouwd als de kathedralen van de nieuwe wereld.

Non-lieu
Anno 2017 verlangen we weer terug naar wildernis. Om ons heen zien we immers weer zogenoemde 'nieuwe wildernis' ontstaan, denk bijvoorbeeld aan de Oostvaardersplassen.
Het oorspronkelijke Arcadië is in ons tegenwoordige cultuurlandschap zo goed als verdwenen.
We kennen in Nederland eigenlijk geen wildernis meer, en geen Arcadië meer. Toch zal de moderne pelgrim onderweg in de aaneenschakeling van diverse landschappen wel iets ervaren van wildernis en van Arcadië. De meeste landschappen waar de pelgrim tussen Nederland en Spanje doorheen loopt, karakteriseert professor Schouten als een soort 'niet-landschap' (naar het Franse 'non-lieu', niet-plaats), een landschap bestaande uit geplaveide wegen, over moderne bruggen, langs uitgestrekte bedrijventerreinen,

Orgastisch verbinden met de oergrond van je leven
Na de pauze gaat professor Schouten dieper in op de betekenis van landschappen in onze beleving. Landschappen roepen verschillende zaken op, ze bieden een reflectie op wat je ziet en ervaart. We komen onszelf tegen in het landschap, en daar ontdekken we wie wij zelf zijn.
In dat opzicht is pelgrimeren ook veel meer dan onderweg zijn naar een het einddoel van de heilige plek. De pelgrim trekt er niet alleen op uit, maar hij reist ook naar binnen, treedt onderweg ook in zichzelf en geeft daar betekenis aan. Het landschap waar je doorheen loopt, speelt daarbij een belangrijke rol.
Waar wildernis door ervaren angsten adrenalineverhogend werkt. brengt een arcadisch landschap je veel meer in vervoering door het schone, de harmonie en de rust.
Je kunt op verschillende manieren naar iets kijken en iets ervaren. Zo word je bijvoorbeeld door wat je onderweg ziet, gebracht naar wat diep in je ligt, waar je anders niet zo gemakkelijk bij kunt komen. Als pelgrim wandelend door het landschap kom je dichter bij je diepere zijn. Nietsche noemde dat ook wel 'het orgastisch verbinden met de oergrond van je leven'.


Heroriëntatie
Daarentegen kun je ook wel heel afstandelijk door de natuur gaan. Mensen zijn in die beleving nogal verschillend. Maar ieder mens is in dat opzicht ook wel meerpolig te noemen, want de mens is wel in staat om op beide polen van wildernis en Arcadië nieuwe horizonnen te verkennen.
De pelgrim die de wildernis in gaat, zal er heel anders weer uit komen. Als je te lang in de wildernis blijft, kun je er gek van worden. Als mens hebben we namelijk ordening nodig. We moeten ons in het landschap kunnen oriënteren. Zo moet een pad een begin en een eind hebben. Ten behoeve van de gewenste rust en sereniteit hebben we een zogenoemde 'sense of time' en een 'sense of place' nodig.
Beide soorten landschappen - wildernis en arcadië - versterken elkaar. Het is dan ook jammer dat we die pure landschapsvormen niet of nauwelijks meer hebben, en ze ook niet meer scheppen en bieden. Als we eerlijk zijn, maken we eigenlijk alleen nog maar 'niet-landschappen'. die ons uiteindelijk een diep gevoel van onmacht geven. Onze niet-landschappen roepen eigenlijk een reactie op van 'terug naar de natuur'. De inrichting van onze huidige niet-landschappen geven ons een gevoel van ontworteling; die non-lieus kapen als het ware ons gevoel in negatief opzicht.

Wanneer je goed kijkt
Aan de hand van een Japanse haiku maakt professor Schouten ons duidelijk dat we - waar we ook zijn - zo moeten kijken dat de wereld zich aan ons ook kan laten zien en onthullen. Zalig zij die goed kunnen kijken. Wie zo goed kan kijken, wordt namelijk overal getroffen door het wonder van het leven. En dat kan de natuur voor en met je doen, als je tenminste zo open kúnt kijken.

Religieuze ervaring
Je gaat dan een domein binnen en wordt daar in iets geraakt dat verder gaat dan je eigen zijn. Dat houdt jezelf de spiegel voor. Je gaat daar een relatie aan met iets dat groter is dan jijzelf. En die verbinding noemen we ook wel 'religie'. Dat mensen religieuze wezens zijn, blijkt wel uit het feit dat zelfs in onze tijd van voortschrijdende secularisatie de natuur ook voor de moderne geseculariseerde mens de plaats is voor zingeving. Onderzoek toont aan dat dat tenminste voor 72% van de mensen geldt.
Natuur roept spiritualiteit op, ontzag, verwondering, inspiratie, troost, je ervaart je in het moment, voelt samenhang en eenheid. Het is dan ook wel heel goed te verklaren waarom er in onze tijd momenteel zoveel belangstelling is voor meditatieve stiltewandelingen in de natuur.
En voor de pelgrim geldt dat als hij/zij de natuur in gaat, en zó goed kan kijken, dat je dan waarlijk op pelgrimstocht bent. En eigenlijk is elke wandeling voor de wandelaar dan als het ware al een pelgrimstocht, naar buiten en naar binnen.
Matthijs Schouten roept ons op om altijd respect te hebben voor oude plekken.
Wie zo goed kan kijken, ziet niet alleen meer wat hij ziet, maar is ook in diepere verbinding met wat hij/zij ziet en treedt in diepere verbinding met wie hij/zij onderweg ontmoet.

donderdag 19 januari 2017

Winterwarm wit welkom bij Stenden in Emmen

Donderdag 19 januari 2017 
Winters beeld van de campus van Stenden Hogeschool in Emmen



















Van zwart naar wit

Een witte kerst kregen we afgelopen december 2016 niet, maar nu in januari 2017 is het dan toch zichtbaar dat we momenteel in de winter leven en werken.
Tweemaal deze week werk ik een dag in Emmen, op de hogeschoolcampus van Stenden Hogeschool te Emmen.
Afgelopen maandag en ook vandaag rijd ik in de vroege ochtend vanuit Stiens door de duisternis door een licht winters Fries landschap naar en door een nadrukkelijker winters Drents landschap.

Drenthe in wit
Op maandag is de lucht in Fryslân tamelijk helder, maar in Drenthe aangekomen, duik ik op de weg tussen Beilen en Emmen in een nogal dicht wit mistige lucht, die als een egaal witte deken boven het witte winterlandschap van de Drentse landerijen liggen.

Winterwarm welkom
Vandaag is dat enigszins anders. Nog steeds is het zo dat het landschap onder een dikker laagje sneeuw ligt dan in het noorden van Fryslân, maar het verschil zit hem in het weer en in de lucht. Het is half bewolkt als ik de provincie Drenthe binnen rijd, en de zon breekt daar regelmatig even door, waardoor het Drentse land zich transformeert in een schilderachtig winters landschap, zachtwarm gekleurd door de prille ochtendzon.
Even na 9.00 uur, aangekomen op de hogeschoolcampus van Stenden in Emmen, baden ook het hogeschoolgebouw en de oude bomen in het vroege zonneschijnsel. Het zachte zonlicht zorgt ook voor een mooi decor van warme kleuren op de berijpte bomen die hier en daar op de hogeschoolcampus staan. Een waar winterwarm welkom bij Stenden Emmen.

woensdag 18 januari 2017

Melissa Sijtsma exposeert in Stiens

Woensdag 18 januari 2017 
Kunstwerk van Melissa Sijtsma in het gemeentehuis te Stiens






















Passie voor vorm en kleur
Tot en met eind maart 2017 exposeert Melissa Sijtsma een aantal van haar kunstwerken in het gemeentehuis van de gemeente Leeuwarderadeel te Stiens.
Melissa is nu 22 jaar en woont in Stiens. Haar passie voor tekenen openbaarde zich al op jonge leeftijd. Ze was altijd aan het knutselen en aan het tekenen. Als kind wilde Melissa later iets met tekenen doen. En daar heeft ze nu dan ook werk van gemaakt.

Inspiratie en belofte
Inmiddels heeft Melissa Sijtsma de MBO-opleiding Mediavormgeving aan het ROC Friesland College afgerond. Momenteel studeert ze Communication & Multimedia Design aan de NHL Hogeschool te Leeuwarden.
Melissa's inspiratiebronnen zijn vooral de kunstenaars M.C.Escher en Salvador Dali.
In haar werk probeert ze altijd gekke dingen te verwerken.
Haar werk is bijzonder kleurrijk. Ze probeert namelijk een explosie van kleurgebruik toe te passen, teneinde mensen te inspireren. In de toekomst hoopt Melissa nog veel meer mensen te kunnen inspireren. Haar HBO-opleiding zal daar vast en zeker ook een goede bijdrage aan leveren, dus we zullen de komende tijd wellicht veel meer werk van Melissa onder ogen krijgen.
Totdat het zover is, kunnen we nu alvast een kijkje nemen in de ontvangsthal van het Stienser gemeentehuis, om het gevarieerde werk van Melissa dat al klaar is te bewonderen.

dinsdag 17 januari 2017

Stenden College Tour met Arjen Lubach

Dinsdag 17 januari 2017
Veel belangstelling voor de Stenden College Tour met Arjen Lubach



















Populaire College Tour
Honderden studenten hebben zich vanmiddag verzameld in het grote Atrium van het Studielandschap van Stenden Hogeschool te Leeuwarden.
Niet alleen de hoog opgaande studiezaal zit helemaal vol; ook op de balkons rondom de studiezaal staan en zitten veel studenten die niets willen missen van het populaire evenement in Stenden Hogeschool.
Vanuit Emmen is zelfs een VIP-bus ingezet om een selectie aan belangstellende studenten vanuit andere Stenden-locaties mee te nemen naar dit aantrekkelijk middagprogramma in Stenden Leeuwarden. Veel is er aan gedaan om onze studenten - en ook de Stenden-medewerkers - te laten genieten van dit mooie programma.
Wat beweegt zoveel studenten en medewerkers van Stenden Hogeschool om hier vanmiddag bij te zijn?

Lubach op Stenden
Via de Facebook-pagina van Stenden Hogeschool is de vraag gesteld van welke gastdocent onze studenten graag eens een gastcollege zouden willen volgen in de vorm van een College Tour.
Arjen Lubach was één van de prominent genomineerden, dus Stenden Hogeschool heeft Arjan Lubach uitgenodigd om naar Leeuwarden te komen. En hij is ook gekomen, om vanmiddag oog in oog te staan met honderden nieuwsgierige Stenden-studenten, die hem graag eens willen zien, horen en persoonlijk ontmoeten.
Arjen Lubach is met name bekend van zijn televisieprogramma 'Lubach op Zondag', maar wie hem beter kent, weet dat hij veel meer dan dat doet.

Arjen Lubach beantwoordt vragen uit de zaal

Veelzijdig populair
In het voorprogramma staan de rappende trainer Niek Riemersma en de Stenden-studenten Takudzwa Matondi en Jeffrey Sergio Maduro.
Daarna volgt Arjen Lubach, die vanmiddag te gast is in de Stenden College Tour.
Tijdens het interview vertelt Lubach over welke zijn diepte- en hoogtepunten waren in de afgelopen jaren. Hij vertelt onder andere over zijn overleden moeder, die vroeger als docente Recht verbonden was aan onze hogeschool. Nieuwsgierig naar meer informatie over zijn moeder reageert hij verrast als één van onze collega's zich meldt als één van de collega's die vroeger heeft samengewerkt met Arjen zijn moeder.
Maar ook het succesverhaal van zijn bijzondere single 'Jelle', waarmee hij in 2001 in één klap nationaal beroemd werd, passeert uiteraard de revue. Op de projectschermen wordt dan even een fragment van zijn succesvolle single Jelle vertoond.
Na afloop van zijn College Tour blijft Arjen Lubach nog voor een signeersessie tijdens de boekverkoop van deze populaire en veelzijdige schrijver, cabaretier, televisiepresentator en muziekproducent. En voor wie graag met hem op de foto wil; ook dat kan vanmiddag in Stenden.