vrijdag 28 februari 2014

Bouwput voor parkeergarage in Leeuwarder binnenstad

Donderdag 27 februari 2014
De bouwput van de nieuwe parkeergarage

Plangebied
De gemeente Leeuwarden, de provincie Fryslân en de woningbouwcorporatie Elkien ontwikkelen een parkeergarage en woningen in het plangebied tussen de Gedempte Keizersgracht, de Ritsumastraat, de Kruisstraat en de Nieuwe Oosterstraat in Leeuwarden. Eerst wordt de ondergrondse parkeergarage gerealiseerd. Daarna start Elkien met de bouw van de woningen.

Woningen
Elkien sloopte inmiddels haar voormalige appartementen aan het Nieuwstraatje. Ook het Hege Hûs is al gesloopt. Elkien zal te zijner tijd bovenop de nu in aanbouw zijnde parkeergarage stadswoningen bouwen. Bij deze woningen komt op eigen terrein tenminste één parkeerplaats per woning.

Parkeergarage
In dit plangebied komt eerst een ondergrondse parkeergarage. De bouw startte reeds in 2012 en het is de bedoeling dat de parkeergarage dit kalenderjaar - in 2014 – klaar is.
Deze parkeergarage – met een capaciteit van 256 parkeerplaatsen – zal op werkdagen worden gebruikt door de provincie Fryslân. Op donderdagavonden, op zaterdagen en tijdens koopzondagen is deze parkeergarage geopend voor bezoekers van de Leeuwarder binnenstad.
Op dit moment is een groot gedeelte van dit plangebied nog een grote en metersdiepe bouwput, waarin binnenkort de nieuwe parkeergarage wordt gerealiseerd.

donderdag 27 februari 2014

Naai- en breiwerk in Steenwijk

Woensdag 26 februari 2014
Wild breiwerk op een fiets vóór 't Stokpaardje in Steenwijk


















Bedtextiel
Geruime tijd geleden kochten we in Steenwijk een nieuwe matras van Jeroen Huisman, een oud-leerling van me uit de 80er jaren. We beloofden toen dat we te zijner tijd eens naar zijn winkel zouden komen, om er ook een partij bed-textiel bij te kopen. Dat was er nog niet van gekomen - maar beloofd is beloofd - en dan is zo'n doordeweekse dag in de voorjaarsvakantie een mooie dag om eens af te reizen naar Steenwijk, waar we trouwens ook nog voor goede wandelschoenen de outdoor-shop van Bever weer eens wilden bezoeken.  

Weerzien van een oud-MMO-leerling
We lopen door het winkelcentrum van Steenwijk, op zoek naar de Beddenspeciaalzaak van Ageeth & Jeroen Huisman. Jeroen is een oud-leerling van me uit de jaren tachtig, waarin ik de vakken Commerciële Vorming en Praktijkbenadering onderwees in het Middelbaar Middenstandsonderwijs (MMO) aan het Morgenland College te Hoogeveen. Hij heeft jaren geleden de beddenspeciaalzaak van zijn ouders overgenomen, en runt die nu samen met zijn echtgenote Ageeth. Een mooie woonwinkel in de kern van de oude vestingstad Steenwijk.

Wild breien
Tussen de parkeerplaats en de woonwinkel passeren we 't Stokpaardje, een winkel voor Hobby-Handwerk en Kleinvak-artikelen. Vóór de winkelgevel staat op de stoep een bijzonder aangeklede fiets, nagenoeg geheel aangekleed met zogenoemd 'wild breiwerk'.
Wild breien is een vorm van 'street art', waarbij de breisters zich allerlei wilde brei-acties getroosten om de wereld om ons heen een beetje vrolijker te maken. Ook in Fryslân kom je af en toe voorbeelden van wild breiwerk tegen, waar bijvoorbeeld bomen, lantaarnpalen en standbeelden geheel of gedeeltelijk zijn aangekleed met veelkleurig breiwerk. Noem het maar een soort 'brei-graffiti', bedoeld om mensen op straat een vrolijke glimlach te bezorgen.

dinsdag 25 februari 2014

Veujoar in mien toentje

Dinsdag 25 februari 2014
Veujoar mit krokessen in mien toentje

Was dit de winter?
Een strenge winter hebben we tot nu toe in dit jaargetijde (nog) niet gehad. Natuurlijk kan er nog flinke nachtvorst komen, want het is nog maar februari. Maar aangezien we de winter al weer voor tweederde deel achter te rug hebben, rekenen velen er al niet meer op dat ze deze winter bijvoorbeeld nog op natuurijs zullen kunnen schaatsen.

Lenteboden in de tuin
Als je goed om je heen kijkt, zie je op veel plaatsen al weer lenteboden. Ruim drie weken geleden bijvoorbeeld zag ik in het oude stadscentrum van Utrecht al weer het Speenkruid prachtig geel bloeien.
Afgelopen zondag stonden in Drachten grote groepen paarse en witte Krokussen in bloei. Ook in onze tuin staan sinds enkele dagen de Madeliefjes en de Krokussen al weer trots in bloei.
Dergelijke lenteboden bepalen je - mede door de mooie zonnige dagen van de afgelopen week - meer bij de lente dan bij de winter.

Veujoar mit Ede Staal
Bij het voorjaar denk ik ook vaak aan de mooie luisterliedjes van de veel te jong overleden Groninger zanger Ede Staal. In de 80er jaren - toen ik nog docent was aan de Oldenij in Delfzijl - ontmoette ik Ede enkele malen. Hij was toen docent Engels in Woldendorp, en kwam regelmatig bij ons op school voor overleg. Ede Staal schreef en zong prachtige liedjes in de 'Grunneger toal'. Vele malen draaiden we thuis zijn LP met liedjes als: "Veujoar in de kop", "Mien Toentje", en "'t Zel weer veujoar worden".
Zijn melancholieke stem past wel een beetje bij hoe de natuur er nu bij ligt.
Nog even, dan zal de natuur in alle pracht weer ontwaken, en uitbundig groeien en bloeien. De inmiddels nu al bloeiende krokussen zijn alvast de vroege lenteboden van mooi weer en lange dagen.

zondag 23 februari 2014

The Reader

Zondag 23 februari 2014
DVD-hoes van The Reader

Voorlezen tijdens een korte romance
Niet lang na de Tweede Wereldoorlog begint een vijftienjarige jongen - Michael - in Duitsland een geheime liefdesrelatie met een veel ouder vrouw, Hanna Schmitz, die zeker tweemaal zo oud is (als Michael), alleenstaand is, en werkzaam als tramconductrice,
Michael ontmoette Hanna bij toeval bij en in haar woning, toen zij zich over hem ontfermde op het moment dat hij werd overvallen door een aanval van misselijkheid wegens een zich openbarende roodvonk. Hanna verzorgt Michael en brengt hem thuis. Na drie maanden ziek te zijn geweest, zoekt hij haar weer op om haar te bedanken voor haar goede zorg. Als hij bij Hannah in huis is, verleidt ze Michael; het begin van een hartstochtelijke verhouding.
Elke keer als ze elkaar ontmoeten, leest Michael haar voor uit de boeken die hij op school bestudeert.
En dan - na enige tijd - is Hanna op een dag spoorloos verdwenen.

De tragiek van een valse bekentenis
Enkele jaren later zien we Michael weer terug; nu als rechtenstudent. Samen met zijn hoogleraar en met zijn medestudenten gaat de student Michael naar de rechtbank, waar ze gezamenlijk een proces bijwonen tegen enkele vrouwelijke oorlogsmisdadigers. Tot zijn schrik ontdekt Michael dat Hanna Schmitz één van de aanwezige beklaagden is.
Tijdens het proces legt Hanna een valse bekentenis af, omdat ze zich schaamt voor haar geheim. Dat is het onthutsende moment, waarop Michael zich realiseert dat Hanna hoogstwaarschijnlijk analfabeet is. Michael realiseert zich dat Hanna vast en zeker een veel lagere straf had gekregen als zij of hij haar geheim aan de rechtbank had voorgelegd. Michael grijpt echter niet in als Hanna willens en wetens kiest voor de positie van hoofdschuldige in dit proces. Hanna krijgt een levenslange gevangenisstraf.

Liefde op afstand
Michael blijft moeite houden met zijn keus in dit dilemma. Tijdens haar jarenlange gevangenisstraf stuurt hij haar een cassetterecorder en series geluidscassettes, met daarop de door hem voorgelezen boeken. Hanna benut deze postzendingen om zichzelf tijdens haar gevangenschap het lezen en schrijven te leren.
Het hele gebeuren heeft allemaal ook een grote impact op het leven, werken en gebroken gezinsleven van Michael.
Als Hanna bijna vrij komt, regelt Michael een woning en werk voor haar, maar Hanna verkiest de dood. Weer staat Michael alleen, wederom en finaal door Hanna verlaten.

De halve eeuw na de oorlog
Ziehier een deel van het verhaal van een meeslepende film, waarin Kate Winslet (als Hanna) en Ralph Fiennes (als Michael) de hoofdrollen vertolken, in het tijdsbestek van de tweede helft van de 20e eeuw, de periode waarin de oude en de nieuwe generaties Duitsers in het reine moeten zien te komen met de misdaden van de nazi's tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Deze film is een bijzondere visualisatie van het in 1995 gepubliceerde boek 'Der Vorleser', geschreven door de Duitse jurist en hoogleraar Bernhard Schlink (geboren in 1944).
Zijn boek werd indrukwekkend verfilmd, en kreeg als titel: The Reader.

zaterdag 22 februari 2014

Jaarverslag 2012 Dienstenorganisatie Protestantse Kerk in Nederland

Zaterdag 22 februari 2014

Pionieren van Nijkleaster op de cover van het PKN-Jaarverslag 2012























Beelden van Nijkleaster in het PKN-Jaarverslag 2012
Tot onze vreugde zagen we dat de Protestantse Kerk in Nederland in haar Jaarverslag 2012 van de Dienstenorganisatie van de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) royaal aandacht besteed aan haar en onze PKN-Pioniersplek 'Nijkleaster' van onze Friese Stifting Nijkleaster.
Nijkleaster is één van de eerste, en een belangrijke pioniersplek van de PKN, die als doel heeft om een nieuw klooster in Fryslân te stichten, op protestantse leest geschoeid.
Nijkleaster is een succesrijke pioniersplek van de PKN, dus er is ook alle reden om in dit publieksjaarverslag zo royaal in tekst en beeld uit te pakken met Nijkleaster.

Pionieren in woord & beeld
Nijkleaster wordt in de tekst van dit jaarverslag vermeld in het Voorwoord, bij het hoofdstuk over Misionair Werk & Kerkgroei, bij Communicatie & Fondsenwerving, èn er staan 4 hele mooie foto's van Nijkleaster op de vier middenbladen, en 2 ware pioniersfoto's op de voorzijde en achterzijde van de omslag van dit jaarverslag.
Pionieren is staan en gaan met je voeten in de klei. De foto van een Nijkleaster-kuier op de cover van dit publieksjaarverslag is dan ook een buitengewoon representatieve foto, verwijzend naar de pioniers van Nijkleaster, in het Friese Jorwert.

Algemeen directeur Haaije Feenstra over Nijkleaster
In het Voorwoord van dit jaarverslag schrijft algemeen directeur Haaije Feenstra namens het Dienstencentrum van de PKN dat Nijkleaster één van de zes pioniersplekken van de PKN is, waar het PKN-Programma 'Missionair Werk & Kerkgroei' in 2012 in investeerde. In dit in oprichting zijnde nieuwe protestantse klooster in Jorwert - waar rust, bezinning en verbinding centraal staan - zoekt de PKN naar nieuwe manieren van kerk zijn.
Haaije Feenstra: "Pionieren is in de modder staan. ... Nijkleaster toont ons dat de kerk niet bij de pakken neerzit, maar nieuwe wegen vindt om te delen in de levens van mensen. ... De Geest is ons steeds weer te hulp gekomen en we zien geloof opbloeien en kerk ontstaan op de meest onverwachte momenten en plaatsen."

PKN & Stifting Nijkleaster & Westerwert
Na dit voorwoord volgen enkele hoofdstukken over de Missie, het Organogram en de Institutionele Ondersteuning van de PKN-Dienstenorganisatie.
Het hoofdstuk over Missionair Werk & Kerkgroei begint met de stelling dat dit programma plaatselijke gemeenten uitdaagt om kerk te zijn naar buiten. Daartoe nam de PKN enkele pioniers in dienst - waaronder pionierspredikant Hinne Wagenaar - en werden pioniersplekken zoals Nijkleaster gesteund.
Van de pioniersplek Nijkleaster wordt vermeld dat deze nieuwe Friese combinatie van kerk, klooster en kroeg een samenwerkingsverband is van en met de Stifting Nijkleaster en de protestants-kerkelijke gemeente Westerwert, waaraan pioniersdominee Hinne Wagenaar tevens is verbonden.

Pionieren is ...
Daarna volgen hoofdstukken over Kerk in Actie, het PKN-Expertisecentrum, het Jeugdwerk van de PKN en het Human Resource Management binnen en vanuit de PKN-Dienstenorganisatie.
In het hoofdstuk over Communicatie & Fondsenwerving wordt vermeld dat ook in de Persvoorlichting van de PKN veel aandacht is besteed aan nieuwe vormen van kerk zijn, waaronder ook de pioniersplek Nijkleaster, in het Friese Jorwert.
Voordat de Staat van Baten en Lasten van 2012 wordt gegeven, komt de PKN-Gemeente-adviseur Nadine van Hierden aan het woord over onder andere Pionieren: "Pionieren is zoeken: wat wordt in deze context van ons gevraagd? Pionieren is onderweg zijn, leren, Jezus volgen".

Wie helpt ons te bouwen?
Dat is mooi gezegd, en ook zo gevoeld en beoogd door de beroepskrachten, bestuurders en al die andere vrijwilligers, die zich met hart en ziel met grote betrokkenheid inzetten om de pioniersplek van Nijkleaster in Jorwert in de loop van de komende jaren tot een succes te maken. De start van Nijkleaster was goed en hoopgevend, en met Gods onmisbare Zegen zullen we toch vast en zeker wegen vinden om een eigentijdse geloofsgemeenschap van samen wonen, samen werken en samen leven te vormen.
Als bestuur van de Stifting Nijkleaster zijn we dankbaar voor alle steun van bijvoorbeeld de PKN en van de plaatselijke kerkelijke gemeente Westerwert. Toch is dat alleen niet genoeg, want voor het realiseren van onze droom van een eigen klooster - een Nijkleaster - in Jorwert is veel meer nodig. Nog meer mensen, nog meer tijd, en nog veel meer geld om dat allemaal ook fysiek in bijvoorbeeld hout & steen mogelijk te maken. Daartoe hebben we heel veel kleine en ook veel grote financiële giften nodig; eerst om in dit jaar onze tweede bouwfase in de Sint-Radboudkerk mogelijk te maken, en direct daarna ook de derde fase, die van de realisatie van een eigen gebouwencomplex; een nieuw klooster, een Nijkleaster in het stille midden van Fryslân, in of nabij Jorwert.

Wie helpt ons daarbij?
Wordt onze droom eens werkelijkheid?
Kunnen we in het jaar 2018 het nieuwe klooster 'Nijkleaster' openen?

donderdag 20 februari 2014

Teamoverleg in De Koperen Tuin te Leeuwarden

Donderdag 20 februari 2014
De Koperen Tuin in de Prinsentuin te Leeuwarden


















Quality Assurance
Enkele malen per jaar komen we als medewerkersteam van de afdeling Quality Assurance als Bestuursstaf van het College van Bestuur van Stenden Hogeschool bijeen op een externe locatie om daar met volle aandacht bezig te kunnen zijn met de meer verdiepende onderwerpen, die met ons werk binnen Stenden Hogeschool te maken hebben. Zo komen we vanmorgen bijeen in een vergaderkamer in De Koperen Tuin in de Prinsentuin van Leeuwarden.

SWOT
Nadat we alllerlei lopende zaken en nieuwe ontwikkelingen op het gebied van 'Quality' hebben besproken, gaan we aan de slag om na enkele jaren weer eens een SWOT-analyse op te stellen, waarin we komen tot een overzicht van alle sterke (Strengths) en zwakke (Weaknesses) punten van onze afdeling, en van alle kansen (Opportunities) en bedreigingen (Threats), waarmee we als stafafdeling binnen onze hogeschool en in de actuele hoger onderwijswereld te maken krijgen, nu en in de nabije toekomst.

Kwaliteitscultuur en onderwijsverbetering
De resultaten van deze analyse gaan we binnenkort gebruiken om te bepalen hoe we ons als stafdienstmedewerkers van de hogeschool binnen en buiten onze hogeschoolgemeenschap het beste kunnen inzetten om tot een optimale kwaliteitscultuur te komen, waarin naast ontwerpen, ontwikkelen en aanbieden ook het verbeteren van ons hoger beroepsonderwijs geborgd en gerealiseerd worden.

Stichtingsbestuur Jabikspaad Fryslân bijeen

Woensdag 19 februari 2014
De nieuwe poster van het Jabikspaad

Jabikspaadbestuurders in de Jacobshoeve
Als bestuur van de Stichting Jabikspaad Fryslân komen we vanavond bijeen in de Jacobshoeve van Douwe & Klaske Wijbenga in Sint-Jacobiparochie. Zoals dat te doen gebruikelijk is, starten we met het intro-kwartier, waarin alle bestuurders arriveren en met koffie/thee en eigengebakken cake hartelijk worden ontvangen in de voorkamer van deze mooie St-Jabuurster verblijfsaccommodatie.
Eerst bespreken we het afscheid van één van onze stichtingsbestuurders, die op afzienbare termijn met zijn echtgenote vanuit Fryslân de gehele pelgrimstocht naar Santiago de Compostela zal aanvangen.
Daarna volgt de bespreking van een cursus en een vergadering, en we bespreken onze overgang van de Friesland Bank naar de Rabobank, nu onze vorige bank door deze nieuwe bank is overgenomen.

Een nieuwe poster van het Jabikspaad
De ingekomen stukken kunnen we vlot doorlopen, en daarna passeren de notulen, de actielijst en de besluitenlijst naar aanleiding van onze voorgaande vergaderingen.
Een belangrijk punt is de voortgaande bespreking van onze plannen om op niet al te lange termijn een nieuwe website voor het Jabikspaad te ontwikkelen. Na de eerste oriënterende gesprekken, zijn we zover dat we vanavond het eerste concept van een notitie kunnen bespreken, die de basis gaat vormen voor onze volgende stappen in dezen.
Ook de laatste voorbereidingen van onze presentie binnenkort op de Fiets- en Wandelbeurs 2014 in de Amsterdamse RAI, en de voortgaande voorbereidingen van onze Zomerexpositie 2014 in De Groate Kerk van Sint-Jacobiparochie passeren de revue. We hebben inmiddels een nieuwe poster van het Jabikspaad, waarop de gerestaureerde Groate Kerk nu staat.

Gemeentelijke subsidie voor een welverzorgd Jabikspaad
Als stichting kent de Stichting Jabikspaad Fryslân geen leden. We hebben derhalve bijvoorbeeld ook geen inkomen uit bijvoorbeeld contributies van verenigingsleden, en moeten altijd op andere wijzen voorzien in enige inkomsten, die het mogelijk blijven maken dat we ons Fries-Overijssels pelgrimspad correct beheren en onderhouden, en het op eigentijdse wijze mee laten gaan in doorontwikkeling, verbetering en vernieuwing.
Gelukkig zijn enkele gemeenten waar het Jabikspaad doorheen loopt in het verleden zo vriendelijk geweest om ons werk in hun gemeente financieel te ondersteunen, waardoor we vooral ook in die regio de nodige verbeteringen hebben kunnen realiseren.
Ook dit jaar zal weer een brief van ons uitgaan naar alle burgerlijke gemeenten, die een deel van het Jabikspaad in hun gemeente hebben, in de hoop dat zij ook dit jaar weer of voor het eerst een financiële bijdrage willen en zullen leveren om ons werk aan het Jabikspaad ook in die gemeenten mede mogelijk te maken. Uit onderzoek weten we dat de dagrecreanten en de verblijfsrecreanten die het Jabikspaad gebruiken per dag gemiddeld zo'n € 26,- per persoon besteden aan onder andere horeca, detailhandel en andere dienstverlenende bedrijven langs het Jabikspaad, dus we gaan er vanuit dat het de Friese en Overijsselse gemeenten ook wel wat waard is dat wij voor deze wandelaars en fietser een aangenaam verblijf mogelijk maken.

dinsdag 18 februari 2014

Het goede leven is ... zonde?

Dinsdag 18 februari 2014
Cover van de lustrumuitgave van Anton van Harskamp

Zonde?
Toen het Blaise Pascal Instituut van de Vrije Universiteit te Amsterdam in het jaar 2004 haar 25-jarig bestaan vierde, publiceerde dit jubilerende instituut van de VU een Lustrumcassette, met daarin vijf lustrumuitgaven.
De titel van deze Lustrumcassette luidt: 'Het goede leven is ...'.
Eén van de lustrumuitgaven in deze cassette is geschreven door Anton van Harskamp, en kreeg als titel: 'Het goede leven is ... zonde?'.
 
Vijfdelige jubileumserie
Deze jubileumserie van vijf publicaties bestaat uit de volgende delen:
  1. 1. Het goede leven is geluk(t) - van - Bert Musschenga;
  2. 2. Het goede leven is ... zonde? - van - Anton van Harskamp; 
  3. 3. Het goede leven is te weinig groen - van - Jan J. Boersema;
  4. 4. Het goede leven tegenover het kwaad - van - Bettine Siertsema;
  5. 5. Het goede leven is oninvoelbaar - van - Wim Haan.
Godsdienstfilosofie
Professor dr. Anton van Harskamp is als bijzonder hoogleraar (emeritus) verbonden aan de Faculteit der Sociale Wetenschappen, bij de afdeling Culturele Antropologie, van de Vrije Universiteit. Van Harskamp studeerde theologie (godsdienstfilosofie).
In de afgelopen jaren heeft Van Harskamp zich voor de leerstoel 'Religie, identiteit en Civil Society' (in multidisciplinair perspectief) vooral bezig gehouden met het bevorderen van de aandacht voor onderwerpen die op het grensvlak liggen van theologie en levensbeschouwing.
 
Afkeer van het goede leven
Van Harskamp begint direct maar met de mededeling dat Blaise Pascal (1623-1662) niet van het goede leven hield, want hij verafschuwde een levenswijze waarin men er op gericht was om onbekommerd te genieten van aardse 'goederen'; en bovendien leidde Pascal een leven vol eenzaamheid en fysieke en geestelijke pijn. Volgens Blaise Pascal zou het leven bestaan uit ellende, omdat elk mens een natuurlijke begeerte heeft om het geluk te bezitten, terwijl die bezitsdrang nooit vervuld kan worden. En als je dan het geluk toch wel eens zou bereiken, zou de verveling toeslaan, en zou je rusteloos weer op zoek gaan naar een andere bevrediging.
 
Een vreemde religiositeit
In zijn religiositeit legt Blaise Pascal sterk de nadruk op de zonde als wortel van het kwaad. Volgens Pascal is de zonde kenmerkend voor het menselijke doen en laten, en die zonde is de bron van alle kwaad. Ervan uitgaande dat mijn Ik zondig is, en dat die zonde de bron is van alle kwaad, zit er in de ogen van Pascal niets ander op dan je Ik te haten. Bepaald geen optimistisch levensbeeld.
Nu zijn we in onze Westerse religie van 'zonde' langzamerhand opgeschoven naar ' heil & verlossing', en veel jongeren onder ons kunnen zich al niet veel meer voorstellen bij de traditionele band tussen zonde & verlossing; en over 'erfzonde' hoef je onder jongeren tegenwoordig al helemaal niet meer te spreken.
Van Harskamp roept de vraag op wat er met het oog op het streven naar het goede leven gewonnen of verloren is bij de verdwijning van het begrip - en het ervaren van - 'zonde'.
 
Individualisering versus zondebewustzijn
Het doorontwikkelde sociaal-culturele proces van individualisering werkte in de hand dat mensen 'zonde' nog nauwelijks kúnnen denken en ervaren. De moderne mens is dan ook nog in staat een meervoudig bestaan te leiden, in meerdere culturele werelden en leefwerelden. Je loskoppelen van een zondig bestaan is tegenwoordig eenvoudiger dan vroeger. Wij menen vandaag de dag ons eigen leven te moeten maken, een leven dat goed en prettig moet voelen, waarin we ons 'zelf' als goed en prettig beleven. Een 'zondig leven' is uit beeld geraakt.
 
Vervaging van het godsbeeld
Voor velen is het geloof in - een persoonlijk - God afgenomen of verdwenen. Dat geloof is voorwaarde voor het 'kennen van de/je zonde'.
Het geloof in een persoonlijke God heeft bij velen plaats gemaakt voor het geloof in 'een hogere kracht', een 'energie', of in 'iets'.
 
Spiritualiteit
Waar 'kerk en religie' uit de mode raken, doet 'spiritualiteit' zijn intrede. Van spiritualiteit onderscheiden we de volgende twee ideaaltypen:
  • 1. Spiritualiteit is een levensgebied van de individuele mens, met een daarbij behorend specifiek type activiteiten, zoals bijvoorbeeld: inkeer en meditatie.
  • 2. De Spiritualiteit die put uit een traditie, waarin de afstand tussen God en mens wordt benadrukt, en waarin het van buitenaf aangesproken worden van de individuele mens voorop staat, in een sfeer waarin de werkelijkheid in verwondering kan worden waargenomen.
Het eerstgenoemde type heeft momenteel de wind mee, want die vorm van spiritualiteit past beter bij een tijd waarin er behoefte is aan bevestiging, versterking en geborgenheid van het individu.
Ook hier is de zonde niet in beeld.
 
Het goede leven
Vroeger hadden veel mensen besef van hun zonden, maar konden ze nauwelijks aanwijzen in welke menselijke zin ze zondig waren, en voor welke concrete daden ze schuldig waren. Tegenwoordig missen veel mensen dat besef van hun zonden. In die zin had Blaise Pascal wellicht een aangenamer leven geleefd als hij hier en nu had geleefd.
 
Aristoteles
Het goede leven
is het leven dat voor het individu bevredigend is,
en het leven dat moreel verdienstelijk is;
het is die levenswijze die aansluit bij mijn voorkeuren,
waarbij ik tegelijkertijd het welzijn van anderen bevorder.
 
Conclusie van Anton van Harskamp
Met het verlies van de zonde in onszelf,
hebben we ook de mogelijkheid verminderd om naar 'het goede leven' te zoeken.
 
Om over na te denken
Als Religie wordt geboren
uit de tegenspraak tussen het feitelijke leven en het verlangde goede leven,
- en als we dat goede leven zoeken en nastreven -
is er altijd (nieuwe) hoop voor Religie.

zondag 16 februari 2014

Relatie- en Familiedag van A.S. Exstudiantes Groningen Volleybal

Zaterdag 15 februari 2014

Groninger Heren 1 van Exstudiantes wint van Oosterwolde


















Volleybal voor pas afgestudeerden
Als ouders zijn Durkje & ik door Jan Wijbe & Gaby genodigd om vandaag als gast aanwezig te zijn bij de Relatie- en Familiedag van de nieuwe Groninger Alumni Sportclub 'A.S. Exstudiantes Groningen Volleybal'.
Als (ex-)student zijn Jan Wijbe & Gaby enige jaren actief lid geweest van de Groninger studentenvolleybalvereniging Kroton, behalve als spelend lid ook respectievelijk als voorzitter en als commissielid.
Als je echter eenmaal bent afgestudeerd, breekt toch na enige tijd het moment aan dat je afscheid moet nemen van de studentensportclub, om dan in een algemene volleybalvereniging je sportieve inzet voort te zetten.
Maar als je er nog niet aan toe bent als jongere om dan al toe te treden tot zo'n 'all ages-club', maar wel graag met leeftijdsgenoten je teamsport wilt voortzetten, zit er niets anders op dan zelf een sportvereniging op te richten voor de doelgroep waar je zelf deel van uit maakt, namelijk die van alumni, ofwel (pas)afgestudeerden.

A.S. Exstudiantes Groningen Volleybal sinds 2012
Zo gedacht, zo gewenst, zo gedaan; dus Jan Wijbe & Gaby hebben - samen met enkele andere pas afgestudeerden - in het volleybalseizoen 2011-2012 het initiatief genomen om een nieuwe Groninger volleybalvereniging op te richten. Dat werd de tegenwoordige Alumni Sportclub 'A.S. Exstudiantes Groningen Volleybal'; opgericht in 2012.
Deze nieuwe sportclub begon in het volleybalseizoen 2012-2013 al met vier damesteams. En met ingang van het huidige volleybalseizoen 2013-2014 is deze nieuwe volleybalvereniging al uitgegroeid tot een club van twee herenteams en zes damesteams. Jan Wijbe is bestuursvoorzitter en spelend lid van Heren 1, en Gaby is bestuurssecretaris en spelend lid van Dames 1.

Relatie- en Familiedag 2014
Vandaag zijn we aanwezig bij de eerste Relatie- en Familiedag van Exstudiantes, waarvoor onder andere alle sponsoren, ouders, andere familie en naaste vrienden zijn uitgenodigd.
Zo'n kijk- en ontmoetingsdag blijkt wel een succes te zijn, want de opkomst is goed.
Alle dames- en herenteams die deelnemen aan de competitie spelen vandaag een thuiswedstrijd in de Groninger sporthal Selwerd, dus dat is ook de locatie van deze relatiedag. Gaby haar moeder en haar tante, en Baukje & Rauke en Pieter zijn vandaag ook allemaal naar sporthal Selwerd gekomen, dus wij zijn vandaag met zijn allen als familie goed vertegenwoordigd.
Alle gasten worden ontvangen met koffie en een lekkernij, we wonen de competitiewedstrijden bij, er is een loterij met sponsorprijzen, iedereen kan meedoen aan het satébuffet, en vanavond staat de borrel klaar in Kale Jonker in het Groninger stadscentrum. De ingrediënten van een fantastische dag, voor volleyballers en relaties, allen trots op en gezellig met elkaar.

Winst voor Heren 2 èn Heren 1
De teams van Exstudiantes doen het goed vandaag. Eerst wonen we de competitiewedstrijd bij van het team van Heren 1, waar Jan Wijbe in speelt. Zij winnen van de tegenstander uit het Friese Oosterwolde. De triomfantelijke toon is doorgezet, want ook in de voorgaande wedstrijd wonnen de heren van Heren 2 zojuist al.
Daarna worden alle gasten uitgenodigd om naar de sportkantine te komen, voor een korte koffiepauze. In dit tijdsbestek tussen twee wedstrijden wordt ook de loterij gehouden, waarin een groot aantal prijzen kan worden gewonnen, die door allerlei sponsoren aan Exstudiantes ter beschikking zijn gesteld voor dit doel.

Nog Twee Twee Twee en Eén Eén Eén
Na deze koffiepauze gaan we weer in optocht naar de sportzaal, waar wederom op twee van de drie volleybalvelden twee damesteams van Exstudiantes aantreden. Nu speelt ook het Dames1-team van Gaby.
Dat deze relatiedag ook qua opkomst een succes is, blijkt wel uit het feit dat de tribune van Exstudiantes-veld 1 èn van Exstudiantes-veld 3 nagenoeg vol zit. Hartstochtelijk worden Dames 4 en Dames 1 door hun uitgenodigde supporters toegeroepen en toegezongen.
Op het middenveld spelen damesteams van twee andere verenigingen. Op hun tribune zit daarentegen slechts één toeschouwer, bescheiden in stilte tussen de druktemakers op de tribune links en rechts van de man op de tribune.
Het Dames 1-team van Gaby verslaat de tegenstander ook, daarbij ondertussen met groot en stijgend enthousiasme opgezweept door de brullende spreekstemmen van het geestdriftig 'supportive' supporterspubliek:

video

donderdag 13 februari 2014

Hersteltrajecten in het nieuwe accreditatiestelsel: ervaringen en eerste conclusies

Donderdag 13 februari 2014
V.l.n.r.: Mirjam Koster & Tim Lamers & Paul Thijssen & Paul van Deursen






















Herstel na onvoldoende opleidingsbeoordeling
Het nieuwe accreditatiestelsel, dat sinds 1 januari 2011 van kracht is, biedt de Nederlands-Vlaamse  Accreditatieorganisatie (NVAO) de mogelijkheid de bestaande accreditatie te verlengen en een zogenoemde ‘Herstelperiode’ van bruto ten hoogste twee jaar toe te kennen. Dit is het scenario indien tijdens een opleidingsvisitatie blijkt dat de opleiding niet voldoet aan de wettelijk vereiste kwaliteitsstandaarden, die gelden voor een opleiding in het Hoger Onderwijs, aan hogescholen en universiteiten. De NVAO kan bij het verlenen van zo’n herstelperiode de nodige voorwaarden stellen, waaraan bij een herbeoordeling voldaan moet zijn om daarna wel voor accreditatie in aanmerking te komen.
In de jaren 2011 tot en met 2013 werden door de NVAO al 58 herstelperiodes toegekend.
Vanmiddag komen we als vertegenwoordigers van Nederlandse hogescholen bijeen in Utrecht, om in het Platform HBO van het Nederlands Netwerk voor Kwaliteitsmanagement (NNK) de ervaringen met de eerste Nederlandse hersteltrajecten - en ook de eerste conclusies over het effect van deze trajecten - met elkaar te delen.

Grote opkomst voor een spannend traject
Zo’n veertig deelnemers hebben zich voor deze netwerkbijeenkomst opgegeven, hetgeen veel meer is dan te doen gebruikelijk. Dit deelnemersaantal maakt wel duidelijk dat het spannende onderwerp van hersteltrajecten in het Hoger Beroepsonderwijs (HBO) aanspreekt, en alle aanleiding is om vandaag vanuit het hele land naar Utrecht te komen.
Netwerkvoorzitter Paul Nieuwenhuis opent deze middagbijeenkomst in het Utrechtse Cursus- en Vergadercentrum Domstad. De mede-organisator Paul van Deursen introduceert het thema, de perspectieven en de sprekers van vanmiddag. Van Deursen  constateert dat de grootste geheimzinnigheid er zo langzamerhand wel af is. Hogescholen en opleidingen zijn - na hun aanvankelijke aarzeling - inmiddels wel bereid om openlijk te spreken over hun hersteloperaties; zo blijkt ook vandaag.
Vanmiddag zullen veel aspecten van hersteloperaties aan de orde komen. Het is de bedoeling dat dit onderwerp vandaag zal worden besproken vanuit drie verschillende perspectieven, zijnde: vanuit het perspectief van de NVAO (Accreditatie-organisatie), van het Evaluatiebureau (Visiterende en Beoordelende Instantie) en van de Opleiding (die herstelt en heraccreditatie aanvraagt).

Tim Lamers over het perspectief van de NVAO
De eerste spreker is Tim Lamers, beleidsmedewerker van de NVAO. Hij belicht de Hersteltrajecten, gezien vanuit het perspectief van de NVAO, de organisatie die voor de Nederlandse en voor de Vlaamse hoger onderwijs-markt besluit op alle accreditatieaanvragen. Lamers is al veel betrokken geweest bij herstelperiodes, o.a. bij Journalistiek van Windesheim, één van de eerste hersteltrajecten in Nederland.
  • Eerst worden aanleiding, doel en procedure van een herstelperiode genoemd, zulks conform de WHW.
  • In een Herstelplan volstaat het niet om alleen acties op lange termijn te noemen; ook de acties voor de kortere termijn dienen daar in te staan, want de resultaten daarvan kunnen dan binnen de duur van de herstelperiode bij hervisitatie worden beoordeeld. Na de hersteloperatie moet de opleiding voldoen aan alle accreditatiestandaarden. Beoogde resultaten moeten bij de herstelvisitatie zichtbaar zijn, en als dat dan onverhoopt deels nog niet mogelijk is, moeten de waarborgen voor dat beoogd voldoende resultaat wel aantoonbaar zijn.
  • Herstel op herstel is niet mogelijk.
  • De hersteltermijn van ten hoogste 2 jaar gaat in op de datum van het betreffende NVAO-besluit. Uiterlijk een half jaar voordat de hersteltermijn afloopt, moet de opleiding het herstelvisitatierapport met de nieuwe heraccreditatieaanvraag indienen bij de NVAO. De heraccreditatietermijn van 6 jaar gaat in op de datum van het NVAO-heraccreditatiebesluit.
  • De aanleiding van hersteltrajecten is meestal gelegen in een te laag gerealiseerd eindniveau, en bij het HBO heeft dat veelal te maken met de onderzoekscomponent richting afstuderen. Bij de helft van de hersteloperaties behoeft het niveau van de eindwerken verbetering; bij de andere helft is verbetering van het programma nodig.
  • De aanvankelijke hersteltermijn van één jaar bleek vaak te krap.
  • Het HBO heeft kwalitatief inmiddels een inhaalslag gemaakt.
  • De rol van Examencommissies was vaak een pijnpunt.
  • Instellingen gaan heel verschillend om met hun mediabenadering, als ze in een herstelperiode geraken.
  • Volgens Lamers is het nu nog te vroeg voor het verbinden van conclusies aan de opbrengsten. Wel meent hij dat het huidige herstelarrangement ‘een laagdrempelige en transparante methode’ is voor het borgen van onderwijsverbeteringen.
  • Een herstelplan moet vooral onderdeel uitmaken van het kwaliteitszorgsysteem van de betreffende opleiding/instelling.
Paul Thijssen over het perspectief van het Evaluatiebureau
De tweede spreker is Paul Thijssen, directeur van de Netherlands Quality Agency (NQA), het Evaluatiebureau met het grootste marktaandeel in de Nederlandse onderwijsmarkt van visiterende en beoordelende instanties. Hij belicht de Hersteltrajecten, gezien vanuit het perspectief van het Evaluatiebureau, dat de opleidingsvisitatie faciliteert.
  • Thijssen benoemt de rol van het herstelplan. Het huidige accreditatiestelsel biedt ruimte voor de verbeterfunctie, en visitatiepanels kunnen - gemakkelijker dan in het oude stelsel - discrimineren op een Onvoldoende of een Voldoende.
  • Thijssen constateert dat het herstelproces nu nog niet gestandaardiseerd is, en dat het nog een relatief intensief proces is. Er is momenteel nog veel afstemming nodig tussen NVAO, Evaluatiebureau, Visitatiepanel en Opleiding. Zo’n traject is in alle opzichten momenteel dan ook maatwerk. De NVAO is nog onduidelijk over welk panel het herstel zal gaan beoordelen. Het is nog maar de vraag of het verstandig is dat er een nieuw panellid wordt toegevoegd aan het voorgaande visitatiepanel. Paul Thijssen vraag aan de NVAO om hierover vooral duidelijkheid te scheppen in het aanstaande, nieuwe accreditatiekader.
  • De oorzaak van een herstelplan is veelal gelegen in een gegeven onvoldoende op het behalen van eindkwalificaties. Er wordt geen onvoldoende gegeven als bij de student alleen een onderzoekende houding ontbreekt. Vaak gaan de geconstateerde problemen gepaard met tekortkomingen in de uitvoering van de beoordelingssystematiek. Meestal is het zo dat een onvoldoende op Standaard 3 gelegen is in een probleem bij Standaard 2.
  • Volgens Paul Thijssen komt een herstelplan nooit als een verrassing.
  • De NVAO is nog niet afgeweken van de beoordelingen in de visitatierapportages van de NQA.
  • Herstelbeoordelingen zijn qua systematiek identiek aan de initiële beoordeling. De NVAO stelt doorgaans aanvullend nog wel een aantal voorwaarden. Bij de herbeoordeling worden de eindwerken beoordeeld waarvan de opleiding aangeeft dat het herstel daarin redelijkerwijs zichtbaar is. Als een onvoldoende op de combinatie van NVAO-Standaard 2 en 3 wordt gegeven, is een herstelperiode van zelfs 2 jaar in de praktijk waarschijnlijk te kort om tot voldoende succes te leiden.
  • Hoe voorkom je een herstelplan? Opleidingen beloven vaak teveel. Zorg er als opleiding in elk geval voor dat de eindkwalificaties worden gerealiseerd, dat ze ook realiseerbaar zijn. De opleiding moet een duidelijk beeld hebben van het niveau van de opleiding, en doet er verstandig aan dat niveau tussentijds ook kritisch extern te laten toetsen.
  • Vervolgens gaat Paul Thijssen in op de verantwoordelijkheden van NVAO, opleiding en Evaluatiebureau. Hij pleit ervoor dat het Evaluatiebureau wordt betrokken in alle communicatie tussen NVAO en opleiding/instelling.
  • Een herstelplan moet ‘SMART’ worden geformuleerd. “Less is more: minder proces, maar meer professionals erbij betrekken, want die docenten moeten het uiteindelijk waarmaken. Zorg ervoor dat je (her)visitatiepanel optimistisch is over de aanpak van je herstelplan.
  • Schrijf een herstelplan vooral voor jezelf. Notuleer alle verbeteracties. Houd alle verbeteringen bij, registreer ze tijdens de herstelperiode. Stel vast wat klaar is, en wat nog niet. De essentie moet aan het eind van de periode klaar zijn,; enkele losse snippers en open eindjes mogen er echt nog wel zijn.
  • Het hoger onderwijs zou zelfkritisch moeten zijn. Is de sector momenteel wel weerbaar in de acceptatie dat sommige opleidingen onvoldoende zijn?
  • Evaluatiebureau’s zijn naar hun visitatiepanels niet dicterend in oordeelsvorming. Het zijn vooral de ‘peers’ van de visitatiepanels, die je als opleiding de spiegel voorhouden. Het is een zegen dat we in het hoger onderwijs tegenwoordig de gelegenheid krijgen om tekortkomingen op een bedrijfsmatige wijze weg te werken.
  • Paul Thijssen constateert tenslotte dat de bureaucratische last in zijn geheel wel is toegenomen.
Mirjam Koster over het perspectief van de HBO-opleiding
Derde spreekster is Mirjam Koster, directeur van de Hospitality Business School, tevens voorzitter van de Stuurgroep Kenniscentrum Hospitality, van Saxion Hogescholen. Zij belicht de Hersteltrajecten, gezien vanuit het perspectief van de inmiddels herstelde opleiding die accreditatie aanvraagt voor de komende jaren.
  • Mirjam Koster geeft aan dat haar opleiding na de eerste schrik, boosheid en verdriet direct aan de verbeterslag is gegaan. Ze wisten immers wel wat er verbeterd moest worden. Direct werd begonnen met de gewenste verbeteringen, dus toen de uitslag van de NVAO op de toekenning van het herstelplan binnen kwam, was de opleiding al nagenoeg zover dat de resultaten van het herstel beoordeeld zouden kunnen worden. Haar advies: begin direct met verbeteringen, zodra je weet dat je een onvoldoende krijgt/hebt gekregen bij visitatie.
  • Houd als management zelf het stuur in handen. Houd de voorzitter van de Examencommissie heel dicht bij je. Denk goed na over wie je in het herstelvisitatiepanel wilt hebben. Een wisseling in het oude panel kan heel goed werken. Laat vooral de opleidingsdocenten de stukken schrijven, ook het herstelplan, want zij zullen het ook moeten waarmaken. Houd er rekening mee dat het herstelplan ook op de website van de NVAO wordt gepubliceerd.
  • Praat er met elkaar over wat beter moet, en ga het dan ook doen. Zorg voor checks & double checks; laat werkveld en examencommissies steekproeven houden; en zorg voor een klachtencommissie, waarbij in elk geval ook de opleidingsdirecteur betrokken is. Zorg ervoor dat er geen onrust ontstaat. Breng studenten op de hoogte van de status waarin je je als opleiding op dat moment bevindt.
  • Ga af en toe ook eens buurten bij interne en externe collega-opleidingen, die ook in een herstelperiode zitten.
  • Zorg voor rolvastheid van met name docenten, examencommissie en management. Examencommissies moeten vooral hun wettelijke rol pakken en dicht op de docenten gaan zitten, als waren ze de scheids- en grensrechter. Houd ook oog voor docenten die ergens nog kritische vragen stellen; kennelijk zit er dan ergens toch nog iets niet goed.
  • Als er iets aan de hand is met de kwaliteit van je opleiding, grijp dan je kans: verbeter je opleiding en wees trots op de resultaten.
Vragenronde en Discussie
Diverse vragen worden gesteld aan het panel van de drie sprekers van vanmiddag. Een kleine greep daaruit:
  • Tip van NQA: laat je concept-herstelplan eerst even checken door het Evaluatiebureau, alvorens het ter beoordeling naar het herstelpanel gaat.
  • Paul Thijssen adviseert ook je Herstelplan - met een positief advies van het visitatiepanel - alvast naar de NVAO mee te zenden met het Visitatierapport bij je heraccreditatieaanvraag. Tim Lamers reageert daarop: het risico is dan wel dat het herstelplan nog geen rekening heeft gehouden met de aanvullende voorwaarden die de NVAO stelt. Daarnaast kun je in die versie van het herstelplan ook nog geen rekening houden met de hersteltermijn, die pas later door de NVAO wordt toegekend. Hobéon: wij zien geen winst in het eerder aanbieden van het herstelplan; maar natuurlijk kun je wel alvast met je plan en de uitvoering ervan beginnen. Hogeschool Rotterdam geeft aan dat men er wel veel waarde aan hecht om je Herstelplan al zo snel mogelijk bij de NVAO te deponeren. Tim Lamers: je kunt beide scenario’s wel hanteren, maar we moeten dan wel de consequenties van beide scenario’s onder ogen zien als je kiest voor het al dan niet tegelijk inzenden van het herstelplan. Omdat deze procedure in het accreditatiekader nog niet is geprotocolleerd, verzoek ik Tim Lamers om bij de NVAO beide scenario’s eens nader uit te werken, en erin te voorzien dat hogescholen – de scenario’s en hun consequenties overziend – gegeven hun eigen situatie zelf kunnen kiezen om al heel vroeg (bij de eerste heraccreditatieaanvraag) of (en) pas veel later (na toekenning van een herstelperiode met voorwaarden) een Herstelplan aan de NVAO aan te bieden.
En dan is het aan het eind van de middag al weer de hoogste tijd om het plenaire programma van deze netwerkbijeenkomst af te sluiten. Netwerkvoorzitter Paul Nieuwenhuis bedankt de sprekers en rondt deze bijeenkomst af.

woensdag 12 februari 2014

Historische route Santiago de Compostela

Woensdag 12 februari 2014
Cover van de Historische Route

Voor wandelaars en pelgrims
Elk jaar maken velen de pelgrimstocht (de Camino) naar Santiago de Compostela in Noord-Spanje. Vooral in de zogenoemde 'Heilige Jaren' ondernemen honderdduizenden vanuit alle delen van de wereld de tocht naar het graf van de heilige Jacobus. Jan Witte schreef een boek over deze wereldberoemde pelgrimstocht. De titel van zijn boek luidt 'Historische route Santiago de Compostela', met als ondertitel: 'Pelgrimage naar Santiago de Compostela'.
Dit boek over de Sint-Jacobsroute bevat veel historische feiten en achtergronden over deze pelgrimage. Daarom is dit boek geschikte leesstof ten behoeve van een goede voorbereiding voor wandelaars die van plan zijn de weg naar Santiago de Compostela te bewandelen. Maar ook pelgrims die al terug zijn gekeerd uit Santiago de Compostela zullen dit boek met belangstelling en herkenning lezen.

Pelgrims op bedevaart naar het graf van Sint Jacobus
Sinterklaas was vorig jaar zo goed om dit boek voor mij mee te nemen uit Spanje. Met dank aan Sint & Piet ben ik - nieuwsgierig naar de inhoud - in dit informatieve boek begonnen te lezen. Voor een lezende pelgrim is het moeilijk om zo'n boek terzijde te leggen, en 'in een zucht' lees je dit boek dan uit.
Jan Witte beschrijft de pelgrimswegen naar Santiago de Compostela - en alles wat daar langs te zien is - op een aangename en duidelijke manier.
Na een korte inleiding beschrijft hij in het eerste hoofdstuk de achtergrond van de bedevaart.
Daarna volgt een beschrijving van pelgrims; over hun voorbereiding, hun kostuum en pelgrimsattributen, en over de verschillende soorten pelgrims onderweg.
Er wordt ingegaan op achtergronden en historie van de pelgrimage. Daarbij wordt uiteraard ook de begrafenislegende van Sint Jacobus beschreven.
Allerlei gebeurtenissen worden in historisch perspectief gezet, en de auteur schrijft veel over de steden en hun kerken en kloosters langs de diverse routes.

Vier Franse pelgrimswegen naar de Camino
Het grootste deel van dit boek gaat over de wegen naar Santiago de Compostela. Begonnen wordt met de vier hoofdroutes door Frankrijk, die in het grensgebied van Frankrijk en Spanje aansluiten op de Camino door Spanje.
  1. 1. Eerst wordt de weg via Parijs beschreven. Die voert via onder andere Chartres òf Orléans, Tour, Poitiers, Saintes, Blaye, Bordeaux, Belin en Saint Paul-les-Dax naar Saint-Jean-Pied-de-Port.
  2. 2. Dan volgt de route vanuit Vézelay via Nevers, Charité-sur-Loire, Bourges, Issoudun, Chateauroux, La Souterraine, Saint-Léonard-de-Noblat, Limoges, Périgueux en La Reole eveneens naar Saint-Jean-Pied-de-Port.
  3. 3. De derde hoofdroute gaat vanuit Le Puy-en-Velay via Sauges, Aubrac, Conques, Rocamadour, Cahors, Moissac, Condom, en Sauveterre ook naar Saint-Jean-Pied-de-Port.
  4. 4. Tenslotte volgt de vierde weg, van Arles via Saint-Gilles, Montpellier, Gignac, Castres, Toulouse en Lourdes naar Col de Somport.
De Camino Franchés
Vanuit Saint-Jean-Pied-de-Port gaat men via de Col de Cize de Pyreneeën over, en vanuit Lourdes via de Col de Somport.
  1. A. Wie via de Col de Somport de Pyreneeën oversteekt, gaat via Jaca en Monreal naar Puenta la Reina. Daar gaat de pelgrim verder op de Camino Franchés, samen met de andere pelgrims, die vanuit de eerste drie genoemde Franse routes al vanuit het zuid-Franse Ostabat samen optrekken.
  2. B. De pelgrims die via de Col de Cize lopen, gaan onder andere via de volgende plaatsen: Viscarret, Pamplona, Puente la Reina, Estella, Najera, Burgos, Fromista, Sahagun, Léon, Rabanal, Villafranca, Triacastela en Palas del Rey naar Santiago de Compostela.

Santiago de Compostela bereikt
Het laatste hoofdstuk van dit boek gaat over het doel van deze pelgrimstocht: het graf van de heilige Jacobus in de kathedraal van Santiago de Compostela.
Durkje en ik hebben de in dit boek beschreven 2e en 3e Franse wegen door Vézelay (in 2009) en vanuit Le Puy-en-Velay (2013) gelopen, en aansluitend ook de Camino Franchés (2012) vanuit Saint-Jean-Pied-de-Port (in 2011).
Het volbrengen van deze pelgrimage stond in de Middeleeuwen in hoog aanzien. Anno 2014 geldt deze waardering voor het volbrengen van deze vanuit Fryslân meer dan 3.000 kilometer lange pelgrimstocht nog steeds, zo bleek ons, maar voor jezelf is het gevoel van voldoening na het volbrengen van deze beproeving vooral belangrijk.

Start en volbreng
Dat Jan Witte als auteur van dit boek de lezer aan het eind van zijn boek adviseert om deze bijzondere pelgrimage ook te maken, onderschrijf ik als pelgrim dan ook van harte.
Begin nú als het kan en als je het (nu nog) kunt; stel het niet langer uit dan nodig is, want misschien ben je binnenkort en/of later niet wéér in de gelegenheid om deze buitengewone tocht te starten èn te volbrengen.
Deze pelgrimsreis wordt de tocht van je leven!
Ultreia!

Snelle invoering van de Clustergewijze Visitatie in het Hoger Onderwijs

Dinsdag 11 februari 2014

Stephan van Galen van de NVAO geeft tekst en uitleg

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Serious Gaming
Vanaf 1 januari 2015 treedt de Clustergewijze Acreditatie volledig in werking. Hiertoe moeten op korte termijn in alle Hoger Onderwijs-clusters echter nog zogenoemde Visitatiegroepen worden geformeerd. Met ingang van 2015 wordt in hogescholen en universiteiten dan de kwaliteit van alle opleidingen met een vergelijkbare onderwijsinhoud door één Visitatiecommissie per Visitatiegroep beoordeeld.
In korte tijd moet daartoe met veel partijen nog veel worden gedaan. Een tipje van de sluier:

·         Alle hoger onderwijsinstellingen in Nederland kunnen tot 15 april 2014 bij de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO) een voorstel indienen voor de indeling van hun opleidingen in nationale Visitatiegroepen. 

·         De NVAO neemt dan uiterlijk 1 juni 2014 een besluit over die ingediende voorstellen. Voor het Hoger Beroepsonderwijs (HBO) vormt de gisteren vastgestelde-gepubliceerde HBO-Clusterlijst het uitgangspunt voor het vaststellen van de visitatiegroepen. Opleidingen die onderwijsinhoudelijk overeen komen, hoeven niet dezelfde Croho-opleidingsnaam en -opleidingscode te hebben om in dezelfde Visitatiegroep te worden geplaatst. Binnen een opleidingencluster mogen door vergelijkbare opleidingen binnen zo’n cluster wel meerdere visitatiegroepen – met elk een eigen visitatiecommissie - worden opgezet.

·         De NVAO stelt uiterlijk 1 juni 2014 per visitatiegroep ook de (veelal gewijzigde ) datum vast voor het indienen van de accreditatieaanvragen van de opleidingen in zo’n visitatiegroep. Daarmee wordt het huidige aanvraagcriterium van ‘minimaal één jaar vóór de vervaldatum van de huidige accreditatie’ opgeheven. Om dit juridisch te grondvesten, wordt in de komende maanden – lopende deze hogesnelheidsoperatie - tevens het nu geldende Accreditatiekader aangepast.
 
Voor een buitenstaander lijkt bovenstaande schets een prachtig uitdagend scenario voor een Management Game voor bijvoorbeeld hogeschoolbestuurders; een ‘Serious Game’.

Bovenstaande is echter geen spel, maar serieuze werkelijkheid voor bestuurders, managers en beleidsmedewerkers in het hoger onderwijs. De Minister deelt de kaarten uit, nodigt alle spelers in het hoger onderwijs uit om mee te spelen, en stelt de tijdklok in op aflopen per 1 januari 2015. Het spel – een ‘reality game’- is al begonnen!

Informatiebijeenkomst in Utrecht
Tijdens de Algemene Vergadering van de Vereniging Hogescholen is zeven werkdagen geleden gesproken over deze veranderingen in het Nederlandse Accreditatiestelsel voor het Hoger Onderwijs. Omdat deze met spoed in te voeren nieuwe werkwijze (vooral vanwege de korte deadlines) veel vragen oproept in het onderwijsveld, heeft de branchevereniging van de door de overheid bekostigde hogescholen besloten om vanmiddag en vanavond een informatiebijeenkomst te beleggen in Utrecht, waarin de NVAO is uitgenodigd om tekst en uitleg te geven over de snelle invoering, om informatieve vragen te beantwoorden, en om met ons alle denkbare mogelijke uitvoeringsproblemen te inventariseren en zo mogelijk direct op te lossen.

Faciliterende regierol van de Vereniging Hogescholen
Gisteren zijn velen van de aanwezigen nog uitgenodigd om deze bijeenkomst bij te wonen, en vandaag zitten we in een volle vergaderzaal in Utrecht om één en ander met elkaar te bespreken.
Leendert Klaassen - als Voorzitter van het College van Bestuur van Stenden Hogeschool in zijn nieuwe rol als bestuurslid van de Vereniging Hogescholen - heet alle aanwezigen als dagvoorzitter van deze bijeenkomst welkom. Hij rapporteert dat de verenigde hogescholen de invoering van dit spoedtraject als een punt van zorg beschouwen, vooral omdat alle door de minister vastgestelde invoeringsdata dringend en dwingend op korte termijn liggen, en ons allen tussen ministerieel besluit en ingangsdatum slechts weinig tijd rest voor de overgangsfase en voor de feitelijke invoering. Het bestuur van de Vereniging Hogescholen zal dan ook een faciliterende regierol spelen, om één en ander zo snel en goed mogelijk gereed te krijgen. Volgende week zal zij bijvoorbeeld een brief schrijven aan alle hogescholen die lid zijn van onze hogescholenvereniging, waarin zij handvatten zal aanreiken hoe in dezen te opereren.

Hogescholen in gesprek met de NVAO
De NVAO wordt vandaag vertegenwoordigd door haar beleidsmedewerker Stephan van Galen, de accreditatiestelsel-specialist voor wat betreft alle vernieuwingen van het Nederlandse accreditatiestelsel. Enkele zaken die hij vandaag aan ons voorlegt en met ons bespreekt, zijn:

  1. Het systeem van Clusteraccreditatie geldt al per 1 juni 2014, maar de feitelijke uitvoering gaat finaal op 1 januari 2015 van start.
  2. De huidige Clusters zijn samengesteld door de Sectorale Advies Colleges in het HBO, en daarna gisteren vastgesteld door de NVAO.
  3. De huidige Clusterlijst is (nog) geen ‘Wet van Meden en Perzen’. Instellingen en hun opleidingen zijn nu zelf aan zet om aan te geven met welke opleidingen ze vergeleken willen worden.
  4. De hoger onderwijsinstellingen dienen nu zelf een voorstel in te dienen voor de visitatiegroepen, waarvan ze deel wensen uit te maken. Alleen opleidingen binnen hetzelfde cluster kunnen samen een visitatiegroep vormen.
  5. Elke visitatiegroep wordt door één visitatiecommissie gevisiteerd.
  6. De huidige accreditatietermijnen van de verschillende opleidingen binnen een visitatiegroep kunnen door de NVAO met twee jaar worden verkort of verlengd, teneinde alle visitaties binnen zo’n visitatiegroep in een zo kort mogelijk tijdsbestek te laten plaatsvinden. Hogescholen kunnen daarop zelf sturen bij het samenstellen van Visitatiegroepen. Voorstellen kunnen worden ingediend bij de NVAO.
  7. De nieuwe wet spreekt wel van Visitatiegroepen, maar niet over de minimale en maximale omvang daarvan. Die groepsomvang moet in de praktijk voor alle partijen wel hanteerbaar zijn bij visiteren en accrediteren.
  8. Clusters en titulatuur zijn aan elkaar gerelateerd. Binnen een cluster kunnen in een aantal gevallen wel verschillende graden worden uitgereikt bij afstuderen. De NVAO stelt de te verlenen graden vast.
  9. De visitatiegroepen die volgend jaar al moeten worden gevisiteerd, moeten dit jaar exact zijn vastgesteld. Voor de visitatiegroepen die pas over enkele jaren worden gevisiteerd, kan die indeling vooralsnog iets globaler worden voorgedragen aan de NVAO. Finetuning volgt dan zo spoedig mogelijk daarna.
  10. Voortaan zullen ook de visitatiepanelvoorzitters door de NVAO worden getraind. Visitatiecommissievoorzitters van verschillende visitatiecommissies dienen onderling binnen hun cluster als voorzitters zoveel mogelijk af te stemmen. Ook op nationaal nivo zal de NVAO hiertoe initiatieven ontplooien, teneinde een soort standaardkwaliteit visitatie((commissie)(voorzitter)) te realiseren.
  11. Tot 1 januari 2015 zullen alle bestaande contracten tussen hogescholen/opleidingen en hun visiterende instanties worden gerespecteerd.
  12. Aangeraden en gevraagd wordt om aan de NVAO vóór 1 juni 2014 een akkoord te vragen op de panelsamenstelling van alle opleidingen die in het laatste half jaar van 2014 worden gevisiteerd.
  13. Instellingen en hun opleidingen mogen al eerder dan 2015 in de geest van de nieuwe wet werken. Daartoe zouden zij bij het vormen van een visitatiegroep nu alvast de accreditatietermijnen van de opleidingen binnen hun visitatiegroep kunnen verkorten of verlengen, om daarmee tot geschikte visitatiegroepen te komen.
  14. Het voorstel van de NVAO zal luiden dat het gewijzigde accreditatiekader dat op 1 juni 2014 zal worden vastgesteld naar alle waarschijnlijkheid zo’n (3 tot) 6 maanden later (vermoedelijk m.i.v. 1 januari 2015; doch niet later) zal ingaan.
  15. Nu Accreditatiestandaard ‘Toetsing & Gerealiseerde eindkwalificaties’ (BOB3 & UOB16) conform de nieuwe wet wordt gesplitst, blijft van kracht dat beide onderdelen bij een visitatie met tenminste een Voldoende moeten worden beoordeeld om als opleiding te kunnen worden geaccrediteerd.
  16. Een visitatiepanel van een visitatiegroep kan breed worden samengesteld, met specifieke panelleden en referenten, die al dan niet aan één of meer visitaties zullen deelnemen. Daardoor is het mogelijk om als visitatiegroep de ene opleiding door een Nederlands panel(lid) te laten visiteren, en een andere (internationale-engelstalige) opleiding door buitenlandse panelleden te laten visiteren. Bij lerarenopleidingen in het talenonderwijs zou je bijvoorbeeld de samenstelling van een visitatiepanel per instelling kunnen differentiëren naar taal. Definities die het verschil aanduiden tussen wat een panellid en wat een referent is, zijn er nog niet, maar die zullen binnenkort wel van NVAO-zijde komen.
  17. Hoe een visitatiegroep haar visitatiecommissie wil laten faciliteren, staat haar vrij. Zo zouden bijvoorbeeld ook wel twee evaluatieburo’s/visiterende en beoordelende instanties binnen zo’n visitatiegroep een alliantie kunnen vormen ten behoeve van het faciliteren van één visitatiecommissie. De hogescholen bepalen zelf met welk evaluatieburo of met welke evaluatieburo’s, en met welke secretaris(sen) ze in zee gaan. De NVAO blijft de visitatiepanels vooraf goedkeuren.
  18. De minister beoogt dat bekostigde en onbekostigde opleidingen bij elkaar in visitatiegroepen komen, maar organisatorisch is dat volgens de Vereniging Hogescholen qua tijdsklem nu zeker nog een station te ver. Hopelijk zal het ternauwernood lukken om alles in verenigingsverband en op instellingsniveau tijdig gereed te krijgen, laat staan dat ook de onbekostigde instellingen in dit proces zouden moeten worden meegenomen. Individuele afspraken tussen bekostigde en onbekostigde instellingen en opleidingen op eigen initiatief kan altijd, maar tot nader order vallen deze buiten de regie van de Vereniging Hogescholen.
  19. Voor de al lopende planningsneutrale conversie van alle Techniek-opleidingen worden landelijk met de NVAO afzonderlijke afspraken gemaakt v.w.b. de clusters en visitatiegroepen.
  20. De hogescholen geven aan dat het niet acceptabel zou zijn dat een visitatiecommissie de beoordeling van een opleiding uit zou stellen, totdat volgende opleidingen in die visitatiegroep ook zijn gevisiteerd. Op elke visitatie dient onverwijld een beoordeling te volgen. De vergelijking van opleidingen in zo’n visitatiegroep en in zo’n cluster kan dan nog wel worden gedaan zodra alle opleidingen zijn gevisiteerd. Van de visitatiecommissies en van de NVAO wordt verwacht dat individuele opleidingsbeoordeling en groepsgewijze vergelijking volgtijdelijk wordt gescheiden. Vanavond blijkt dat dit voor de hogescholen een principiële kwestie is.
  21. De instellingen voor hoger onderwijs zijn verantwoordelijk voor een goede gang van zaken in deze spoedoperatie. Per sector, per cluster, per opleidingen kunnen instellingen onderling al het nodige en gewenste arrangeren. De Vereniging Hogescholen biedt haar faciliterende regierol aan. De Vereniging Hogescholen gaat hierover in overleg met het Ministerie en met de NVAO, en vormt m.b.t. de aangekondigde regierol een Taskforce van een beperkt aantal hogeschoolvertegenwoordigers, die namens de Vereniging Hogescholen zal gaan regisseren. Volgende week ontvangen de hogescholen een brief van de Vereniging Hogescholen, die een aanzet zal geven tot een stap voor stap-benadering inzake de invoering van deze Clustergewijze Accreditatie.