vrijdag 31 juli 2020

Pelgrimeren van Dinant naar Givet

Dinsdag 14 juli 2020
Kerkraam in de kerk van Givet
























Pelgrimsroute van Maaseik naar Saint-Quentin
Via Monastica van Daussoulx naar Rocroi 
Van Dinant (B) naar Givet (F)
Dinsdag 14 juli 2020 – 23,5 km.
Dag 8: 173 – 196,5 km

Abdij van Leffe & kerk van Dinant
De wekker wekt ons om 6:15 uur in onze caravan op Camping Communal Devant Bouvignes in Dinant. Na het ontbijt verlaten we de camping om 7:30 uur en rijden Durkje en ik met beide auto’s van Dinant naar Givet, waar onze etappe van vandaag eindigt. Daarna rijden we met de andere auto weer terug naar Sluis 4 van de Maas in Dinant. Hier begint vandaag onze etappe van het Belgische Dinant naar het Franse Givet.
Voordat we naar het centrum van Dinant gaan, willen we eerst nog een bezoek brengen aan de abdij van Leffe, die vlakbij Sluis 4 staat. Daar treffen we echter zowel de abdijkerk als het abdijkantoor gesloten aan. Daarom lopen we terug naar de Maas, en bezoeken we onderweg een andere kerk.
Daarna lopen we over de Maas-promenade het centrum van Dinant in, bij de Maas-brug.
We hoeven de Maas-brug niet over.

Bij de Maas-brug van Dinant
Bayard en Anseremme
Wel blijven we de Maas-oever volgen, en passeren al vrij snel de kerk van Bayard, die aan de Maas staat.
Op een gegeven moment voegen twee routes zich samen langs de Maas. Dat zijn de Via Monastica die wij nu lopen, en de pelgrimsroute van de GR654 die wij tijdens onze eerste pelgrimage al liepen. Op die combi-route wandelen wij de plaats Anseremme binnen bij de brug over de rivier La Lesse, die hier in Anseremme uitmondt in de Maas.
Als we Anseremme uit lopen langs de Maas, zien we links van ons de grote abdij van Anseremme.
Verderop gaan we over een hoge stenen boogbrug. Het water onder die brug is de doorgang van de Maas naar een jachthaven, waar op dit moment veel pleziervaartuigen aangemeerd liggen.

Om de rots heen en bij de rots omhoog
Toen we vanmorgen vertrokken, was het 14 graden Celsius. De temperatuur loopt op naar een aangename wandeltemperatuur. In de ochtend schijnt de zon heel licht, en we kunnen volop genieten van het prachtige wandelweer.
Het pad langs de Maas wordt steeds mooier. Op een gegeven moment lopen we over een smal pad direct langs de Maas, met links van ons de hoog opgaande rotsen van de beboste Maas-helling.
Toen we hier jaren geleden langs liepen, moesten we op zeker moment de helling beklimmen, omdat een boven de Maas overhangende rotswand het niet mogelijk maakte om die rotswand heen te lopen. Dat betekende toen nog dat deze route met een uur extra wandeltijd werd verlengd, want je moest landinwaarts omlopen, eerst voorzichtig omhoog, en daarna weer voorzichtig naar beneden.
Onze wandelgids van de Via Monastica geeft echter aan dat het probleem van de overhangende rotswand inmiddels is opgelost. Men heeft hier namelijk een smal pad om de rotswand heen gemetseld, net boven het niveau van de Maas, dus je kunt nu voorzichtig om die rotswand heen lopen. Slechts enkele meters is even heel smal, maar de enigszins al te spannende beschrijving van onze wandelgids is een beetje teveel van het goede. Je kunt hier namelijk prima om die overhangende rotswand heen lopen.
Aan de andere kant gearriveerd, zien we een ander wandelend stel op ons wachten, totdat wij beiden dit rotspaadje hebben gepasseerd. Als wij weer op het doorgaande pad staan, maken zij de oversteek.
Dan horen we twee Nederlandstalige jonge mannen op ons af komen uit tegengestelde richting. Zij hebben een uitgebreide klimuitrusting bij zich, want ze zijn van plan iets verderop samen een rots te gaan beklimmen. De oudste heeft al vele jaren klimervaring. Hij heeft een jongen meegenomen, die vertelt al wel veel klimervaring te hebben op Nederlandse klimwanden, maar dat hij nu de stap zet om echte rotsen te gaan beklimmen. Dat hij gisteren zijn eerste rots tot 20 meter hoogte beklom, ervoer hij als spannend. Omdat het gisteren goed ging, gaan ze vandaag de lat iets hoger leggen, door een nog iets hogere rots te gaan beklimmen. Ze hebben er zin in, en de minst ervarene zal vandaag weer een spannende ervaring rijker zijn.

Grazige weiden met koeien, zwanen en Canadese ganzen
Het pad langs de Maas blijft prachtig. Verderop lopen we enkele meters verder van de Maas-oever af, als we door een aantal opeenvolgende graslanden verder lopen over prachtige veldpaden. Hier en daar staan kuddes koeien in de schaduw onder de bomen, of grazen ze in de mooie groene weiden.
Links van ons zwemmen enkele zwanen met hun jongen in een waterpoel.
Rechts van ons wandelen grote aantallen Canadese ganzen met hun jongen langs de bosrand, om tussen de bomen door te gaan zwemmen in de Maas.

Waulsort
Dat we de plaats Waulsort naderen, dat aan de overzijde aan de Maas ligt, zien we aan de grote Benedictijnenabdij aan de overzijde van de rivier.
Een eindje verder passeren we aan onze rivierzijde de jachthaven van Waulsort, waarin tamelijk veel pleziervaartuigen liggen. Toeristen zitten op hun boten, of op de vaste wal. We zien dat hier ook een pontje in de vaart is tussen beide rivieroevers. Wie dus ligt afgemeerd op onze zijde, kan ook even in het dorp aan de overzijde gaan kijken.
Even later arriveren we bij de grote stuw en de sluis van Waulsort. Hier staan enkele picknickbanken, en daar maken wij graag gebruik van. We hebben nu zo’n drie uren zonder pauze gewandeld, dus een mooie gelegenheid hier voor een rustpauze en om iets te eten en te drinken.

Hastière-par-Delà
Na de pauze gaan we verder langs de Maas. We wandelen langs een grote woonwijk met mooie huizen in allerlei vormen en groottes. Dit is een woonwijk van de plaats Hastière-par-Delà.
We naderen dus de plaats Hastière. Bij de Maasbrug staat de voormalige abdijkerk, het restant van wat hier vroeger ooit een grote abdij is geweest. De kerk is helaas gesloten.
Tegenover de kerk is een café-restaurant; gelukkig geopend. Op het terras drinken we een kop koffie; de eerste vandaag.
Voorbij Hastière passeren we een helling, waar het geologisch fenomeen kalktuf te zien is.

Grensovergang België-Frankrijk
Als we bij Hermeton-sur-Meuse aankomen, moeten we naar de andere kant van de rivier. Voor de oversteek maken we gebruik van eerst de stuw, en daarna van de sluis bij Hermeton-sur-Meuse.
Aan de overzijde van de Maas lopen we dan Hermeton-sur-Meuse binnen.
Ook aan de overzijde loopt een jaagpad langs de Maas. Dat pad voert ons naar het plaatsje Heer-Agimont. Vlak vóór de Maas-brug pauzeren we aan de Maas. Onder de Maas-brug wordt met het bord ‘Douane’ duidelijk gemaakt dat we in het grensgebied van België en Frankrijk zijn gekomen.
We hebben vandaag een enkele keer heel even enige lichte regen gevoeld, maar dat was niet noemenswaard. Nu echter begint het langzamerhand steeds harder te regenen.

Givet
We nemen voor de laatste kilometers toch nog maar maatregelen tegen de regen: Durkje haar regenponcho en ik mijn paraplu. Daarmee wandelen we onze bestemmingsplaats voor vandaag binnen: Givet.
En een klein eindje verder wordt ook met een groot bord aangegeven dat we Frankrijk binnen zijn gelopen. We hebben België na acht dagen lopen verlaten, en gaan nu verder in Frankrijk.
In Givet lopen we steeds maar rechtdoor het stadje in. Daarbij passeren we het voormalige treinstation.
Daarna komen we op het grote stadsplein, en dan zien we boven op de heuvel – ver op de achtergrond – de hoog opgaande muren van een indrukwekkend groot kasteel.
Op weg naar de brug over de Maas, zien we op een gegeven moment rechts van ons het stadscentrum van Givet. We nemen die afslag, om toch ook nog iets van het mooie stadscentrum van Givet te bekijken. Dan komen we aan op het kerkplein, waar ook het prachtige gemeentehuis van Givet staat.
Diagonaal tegenover dat gemeentehuis staat de grote kerk van Givet. De kerkdeur staat uitnodigend open, dus we gaan er naar binnen.
Het is een lichte kerk, vooral ook vanwege de grote kerkramen. Dat zijn overigens bijzondere kerkramen, gemaakt in mooie abstracties van glas.
Alle kerkramen zijn verschillend, mooi van vorm, en bijzonder van kleur.
Als we de kerk hebben verlaten, wandelen we door naar de Maas. Via de Maas-brug steken we de rivier over.
Dan lopen we door naar de camper-parkeerplaats, waar we vanmorgen vroeg onze huurauto al hadden geparkeerd. Met deze auto rijden we weer terug naar Dinant. In Frankrijk is het vandaag de welbekende nationale feestdag van de 14e juli. Daarom is in Frankrijk alles gesloten. Maar enkele kilometers verderop – in België – wordt gewoon gewerkt en is alles geopend, dus in Dinant kunnen we nog mooi even boodschappen halen in de Delhaize-supermarkt, alvorens we doorrijden naar onze camping in Dinant.

Pelgrimeren van Namen naar Dinant

Maandag 13 juli 2020
Bij de Sint-Lambertuskerk van Bouvignes-sur-Meuse

















Pelgrimsroute van Maaseik naar Saint-Quentin
Via Monastica van Daussoulx naar Rocroi 
Van Namen naar Dinant
Maandag 13 juli 2020 – 28 km.
Dag 7: 145 – 173 km

Vanuit Namen langs de Maas
De wekker wekt ons om 6:15 uur in onze caravan op Camping Communal Devant Bouvignes in Dinant. Na het ontbijt verlaten we de camping om 7:30 uur en rijden Durkje en ik met onze huurauto van Dinant naar Namen, waar we onze etappe van vandaag beginnen aan de Maas.
Onze eigen auto hebben we vanmorgen achtergelaten op de camping in Dinant; ook aan de Maas. Deze auto hebben we vanmiddag nodig zodra we arriveren in Dinant, want daarmee kunnen we dan de huurauto vanuit Namen weer terughalen naar de camping in Dinant.
Om 8:00 uur staan we klaar op de Maas-promenade van Namen, om de komende 28 kilometers van Namen naar Dinant over de westoever van de Maas te gaan lopen. We bewandelen de Ravel 5, een Belgische lange afstandsroute voor wandelaars en fietsers.

Via La Plante naar Wepion
Het is zo vroeg in de ochtend al prachtig weer, dus jassen en truien hoeven niet aan. De lucht is bijna onbewolkt en de temperatuur loopt vandaag tijdens onze wandeling tot in elk geval 26 graden Celsius op. Omdat we overwegend in zuidelijke richting lopen, draait de zon vanmorgen en vanmiddag om ons heen, van linksachter tot rechtsvoor, ook afhankelijk van de vele royale bochten in de Maas.
Net buiten Namen komen we in de plaats La Plante. Daar staat de kerkdeur uitnodigend open, dus we gaan even naar binnen. Tegen één van de muren staat een standbeeld van Sint Rochus.
Bij Wepion mogen we niet verder langs de Maas-oever. De Ravel is hier afgesloten en we worden omgeleid door het dorp.
Dat biedt ons overigens ook de gelegenheid om in een café bij de Carrefour-hypermarkt een kop koffie te drinken. Dat blijkt een goede keus te zijn, want gedurende de hele verdere tocht is het niet mogelijk om langs de Maas-oever koffie te drinken.
Als we na deze koffiepauze door Wepion weer terug lopen naar de Maasoever, komt het Nederlandse stel ons op hun fietsen tegemoet, dat vannacht bij ons op de camping heeft gestaan. Ze zijn afkomstig uit het Nederlandse Cuyk en al weer op de terugweg naar huis. Vandaag fietsen ze - voor ons in tegenovergestelde richting - van Dinant naar Huy, zo vertellen ze ons.

Schepen, ganzen en schuim in de Maas
Net voorbij Fooz, ter hoogte van Les Collets gaan we onder een Maas-brug door. Hier is ook een sluis aan de oostzijde van de Maas aangelegd, waar de scheepvaart op de Maas gebruik van kan maken. Van achter ons komt zojuist een binnenvaartschip aanvaren, om te gaan schutten in de Ecluse (sluis) alhier.
Iets verderop, nabij Boreauville, is in één van de grote tuinen aan de Maas van steen/beton een replica gebouwd van een heel groot schip op de droge. De ‘kapitein’ staat boven op de brug van het schip, met de verrekijker op de uitkijk.
Dan wandelen we de plaats Profondeville binnen, gelegen aan de dubbele bocht in de Maas.
In Profondeville hebben we ongeveer 12 kilometer gelopen, dus nog ongeveer 17 kilometer voor de boeg, aldus de wegwijzer langs onze route.
In Rivière paradeert een groepje van drie Canadeze ganzen over de Maas-promenade. Eén ervan is een al uit de kluiten gewassen jonge gans. Als we te dichtbij komen, waarschuwen de volwassen ganzen ons met geopende snavel en met een blazend geluid.
Er ligt veel schuim op het wateroppervlak van de Maas, vooral bij de sluizen. Prachtige structuren in die schuimmassa zijn daarin ontstaan.

Van Rouillon naar Anhée
Ter hoogte van Annevoie-Rouillon zien we aan de overzijde van de Maas-brug de plaats Godinne liggen. Dit is de plaats – de brug - waar we tijdens onze eerste pelgrimage de Maas zijn overgestoken van Rouillon naar Godinne.
Een pleziervaartuig dat eerder vanmorgen nog voor ons uit voer op de Maas, heeft hier aangelegd. Onder de Maasbrug zwemt een vrouw in de Maas, en twee puber-jongens gaan in zwembroek de hoge Maas-brug op en springen vanaf de brug van grote hoogte in de rivier.
Hier vinden we een mooie picknickplaats, waar we heerlijk in de schaduw kunnen rusten en even iets kunnen eten en drinken. Een aangenaam pauze-moment van deze warme wandeldag.
Daarna wandelen we Annevoie uit. Een man is bezig om langs de drukke verkeersweg een aanhangwagen te lassen.
Als we nog op betrekkelijk grote afstand van het plaatsje Hun zijn, zie we in de verte al de Notre Dame-kapel.
Hun is maar klein, dus we zijn er ook zomaar weer doorheen.
Als we onder een spoorbrug door lopen, weten we dat we ter hoogte zijn van de plaats Anhée.
Aan de overzijde van de rivier zien we het plaatsje Houx liggen.

Kerk en museum van Bouvignes-sur-Meuse
We hebben nog enkele kilometers te gaan. Wandelen is al een warme bezigheid geworden, want we lopen - met weinig wind - voortdurend in de volle zon, en de temperatuur ligt al op ongeveer 26 graden Celsius.
Onderweg naar Bouvignes-sur-Meuse komen we langs onze camping, die aan de overzijde van de Maas voor een groot deel op een schiereiland in de Maas ligt. Tussen de caravans en de campers door kunnen we net de achterzijde van onze caravan zien.
In Bouvignes-sur-Meuse verlaten we tijdelijk de doorgaande pelgrimsroute, om door de straten naar boven te klimmen, naar de Sint-Lambertuskerk.
Die is helaas gesloten, dus het binnen hangende paneel van Sint Jacobus als pelgrim kunnen we helaas niet bekijken. Wel zien we dat wij binnen de openingsuren van het museum voor middeleeuws erfgoed van de Maas zijn. Wellicht dat we daar een stempel voor onze pelgrimspaspoorten kunnen krijgen? De deur zit echter op slot, dus we bellen aan. Even later komt een jonge dame bij de deur, en zij vertelt ons dat het museum op maandag (dus vandaag) gesloten is, maar ze heeft wel een museumstempel, en die wil ze best in onze pelgrimspaspoorten afdrukken. Zo gezegd, zo gedaan, dus even later nemen we met dank afscheid van haar, en kunnen we vanaf het kerkplein door smalle straatjes weer afdalen naar de Maas-promenade.

De Maas over
Nog een stukje langs de Maas, en dan komen we bij Maas-sluis nummer 4, vlak voor het centrum van Dinant. Hier steken we de Maas over, en dan halen we een enkele boodschap in de Delhaize-supermarkt tegenover Sluis 4. Daarna wandelen we langs de oostelijke Maas-oever terug naar onze camping aan de Maas.
Daar staat onze auto bij de caravan. Deze auto gebruiken we om tenslotte onze huurauto weer terug te halen uit Namen.

Pelgrimeren van Boneffe via Daussoulx naar Namen

Zondag 12 juli 2020
Over een akkerpad richting Wâret-le-Chaussée

















Pelgrimsroute van Maaseik naar Saint-Quentin
Via Limburgica van Maaseik naar Daussoulx & Via Monastica van Daussoulx naar Namen
Van Boneffe via Daussoulx naar Namen
Zondag 12 juli 2020 – 26,7 km.
Dag 6: 118,3 – 145 km

Langs kerk en klooster van Boneffe
De wekker wekt ons om 6:15 uur in onze caravan op Camping Communal Devant Bouvignes in Dinant. Na het ontbijt verlaten we de camping om 7:25 uur en rijden Durkje en ik met onze auto van Dinant naar Boneffe, waar we onze etappe van vandaag beginnen bij een hele grote boerenhoeve aan de rand van de bebouwde kom.
Onze huurauto hebben we gisterochtend al achtergelaten aan de Maas in Namen, dus we hoeven nu alleen maar de pelgrimsroute van Boneffe naar Namen te lopen.
Eerst lopen we naar de Sint-Medarduskerk (1870) van Boneffe. Die is gesloten, dus we kunnen direct door. Door een smal steegje/paadje lopen we het dorp uit, steken we de Méhaigne over en komen we al snel langs een bijzonder groot gebouwencomplex, dat tot aan de Franse Revolutie nog een Cisterciënzer abdij was. Op straat rent een eekhoorntje vóór ons uit, maar hij keert zich om als er een auto van de andere zijde komt, en als hij ons dan weer ziet, keert hij nog eens om, en verdwijnt in een grote boom aan de andere kant van de straat. Bij een kleine replica van de Lourdesgrot verlaten we Boneffe.

Mondkapjes in de berm
Buiten Boneffe gaan we een betonnen ruilverkavelingsweg op. Het heeft even geduurd, en we hadden er op kunnen wachten, maar nu is het dan toch zover dat we het eerste Corona-mondkapje in de berm langs de weg vinden.
Overigens, later op de dag passeren we nogmaals een achtergelaten mondkapje in een wegberm. Er zullen vast nog vele volgen.
Jas en trui kunnen hier op dit betonweggetje in het open veld in de volle zon direct wel uit, want het is al aangenaam warm om hier tussen de akkers door te lopen. Het is bijna windstil, en de temperatuur zal vandaag nog oplopen naar 23 graden Celsius. Kortom, heel mooi zomers wandelweer.
Waar we de N924 oversteken, staat een ruïne van een wegkapel, en aan de overzijde van de weg staat een klein kapelletje op een paal, waarin een beeldje van Sint Rochus staat, herkenbaar aan zijn hond en pelgrimsattributen.
Even later wandelen we het dorpje Hemptinne binnen.

Van Hemptinne via Hambraine naar Cortil-Wodon
Voorbij Hemptinne gaat de asfaltweg over in een onverharde veldweg, een karrenspoor tussen akkers. Verderop draaien we naar een ander, licht stijgend veldpad. Links zien we dan de torentjes van een 17-18e eeuwse boerenhoeve, de Ferme de Montigny.
Over asfaltweggetjes en uiteindelijk over al weer zo’n mooi veldpad naderen we dan het gehucht Hambraine.
Voorbij de Sint-Martinuskerk volgt dan een brede en kaarsrechte lange betonweg richting Cortil-Wodon. Vlak vóór de Ruisseau de Hénémont verlaten we het beton, om over een met lang gras begroeid veldpad verder te wandelen naar de nieuwbouwwijk van Cortil-Wodon.
In Cortil-Wodon passeren we de St-Martinuskerk (1820).
En enkele honderden meters verder staat links van de weg een kapelletje, met daarin een 16e eeuws beeld van de gekruisigde Jezus, geflankeerd door twee andere beeldjes, van Maria en Maria-Magdalena. Ervóór staat een wegkruis. Het is tevens picknickplek.
Even later wandelen we Cortil-Wodon al weer uit.

Veldpaden en akkerpad
Buiten het dorp steken we de Ruisseau de Hénémont weer over, en dan gaan we hoog langs dit beekje verder over een wandelpad, dat door de school van Cortil-Wodon is geadopteerd, door er een natuurleerpad van te maken. Bij veel verschillende bomen langs dit pad staan informatiepanelen met informatie over die specifieke plek.
Nogmaals kruisen we de Ruisseau de Hénémont en voorbij een boerderij gaan we dan het open veld weer in, over een ruig veldpad tussen graanakkers door.
Verderop gaat dit veldpad over in een akkerpad, waar we tussen de suikerbieten door een brede akker moeten oversteken.

Vreemdelingen in Wâret-la-Chaussée
Over asfalt gaat het daarna verder. Voorbij de kruising van de N924 en de N942 wandelen we even later het dorp Wâret-la-Chaussée binnen.
Als we binnen de bebouwde kom even rondom de plaatselijke Sint-Quintinuskerk lopen, komt de overbuurman naar buiten om te zien wie toch die vreemdelingen met grote hoeden zijn die rondom hun kerk lopen. Deze vreemdelingen worden gedoogd; de man gaat weer naar binnen zodra hij ziet dat we hem zien staan. De kerk is gesloten. Het Corona-protocol hangt prominent aan de kerkdeur.
Verderop in het dorp, bij de plaatselijke feestzaal, nemen we een etenspauze in een omheind kinderspeeltuintje, op een prachtig bankje, en heerlijk in de ochtendzon.


Einde van de Via Limburgica
Na deze pauze beginnen we aan de laatste kilometers van de Via Limburgica. Nadat we de N91 zijn overgestoken, wandelen we naar de Ravel 2, het fietspad dat is aangelegd op het spoorpad van de voormalige treinlijn 142 tussen Tienen en Namen. Als we vlak vóór Daussoulx de Ravel 2 bereiken, weten we dat we de 146 kilometers van de Via Limburgica achter de rug hebben, de pelgrimsroute tussen het Nederlandse Thorn en het Belgische Daussoulx. In zeven wandeldagen hebben we de gehele afstand afgelegd.

Vervolg op de Via Monastica
Nu we hier vlak voor Daussoulx de Ravel 2 op stappen, gaan wij de voor ons eerste kilometers lopen op de Via Monastica. Deze Via Monastica begint overigens al in het Nederlandse Vessem, en gaat vanuit Vessem via het Belgische Daussoulx uiteindelijk naar het Franse Rocroi. Durkje en ik zijn van plan om in deze zomerpelgrimage van 2020 het laatste deel van die Via Monastica te wandelen, namelijk van Dassoulx via Namen, Dinant en Givet naar Rocroi in Frankrijk. Op deze wijze schakelen we dus de Via Limburgica en de Via Monastica aan elkaar, en wordt dat voor ons een doorgaande pelgrimsroute richting Santiago de Compostela.

Sporen van Daussoulx via Vedrin naar Saint-Servais
Het bewandelen van dit vervolg van onze pelgrimsdag is vrij eenvoudig, want we hoeven tot in Namen alleen maar op het fietspad van de Ravel 2 te blijven. Het gaat om ongeveer negen kilometer fietspad over het asfalt, dat is gelegd op het oude spoortracé. 
Eentonig is het trouwens niet, want je loopt soms even door een stukje open veld, maar doorgaans veel door een laan van bomen, en af en toe toch ook wel tussen metershoog opgaande rotsen. Al vrij snel passeren we de plaats Daussoulx.
Regelmatig krijgen we mooie doorkijkjes naar het landschap waar we doorheen lopen, en naar de oude boerderijen aan weerszijden van het spoorpad. Ook wandelen we hoog over door het dorpje Vedrin.
Na enkele kilometers merken we dat de dichtheid van de bebouwing toeneemt. We naderen de stad Namen, wat te zien is aan het feit dat we inmiddels de plaats Saint-Servais binnenwandelen, een voorstadje van Namen.

Namen
Nog enkele kilometers en we wandelen de bebouwde kom van Namen in. Daar steken we via een spoorbrug het huidige treinspoor over, vlakbij het treinstation van Namen, en daarna begint de stadswandeling in rechte lijn van de Rue des Combattants en de Rue de Bruxelles naar de Rue Saint
Jacques. In deze Jacobsstraat passeren we de Sint-Jacobskerk van Namen.
Onderweg worden we aangesproken door een Belgische man met zijn Russische vrouw en zoon. Ze vragen of wij richting Santiago de Compostela pelgrimeren, en vertellen dan dat zij ook al enkele malen via verschillende pelgrimsroutes naar Santiago de Compostela hebben gepelgrimeerd. Ze hebben elkaar overigens op de camino ontmoet. Altijd leuk om elkaar als pelgrims zomaar ergens te ontmoeten.
Aan het plein vóór het oude stadstheater vinden we een plek op het terras, waar we een kop koffie drinken. Onderweg hadden we nog geen open horeca-gelegenheid gezien, dus dit is onze eerste kop koffie van vandaag. Het is gezellig druk in Namen, op deze zonnige zondag.

Terug naar Boneffe en de camping
Na deze koffiepauze lopen we verder naar de rivier La Sambre, die in Namen uitmondt in de Maas. Via een brug steken we de Sambre over, en dan wandelen we naar de promenade die langs de Maas loopt.
Over deze rivierpromenade lopen we langs de Maas alvast in de richting van Dinant. Na enkele minuten al komen we aan op de plek waar we gisteren onze huurauto hebben geparkeerd.
Met deze auto rijden we vervolgens van Namen terug naar Boneffe, waar we onze auto afhalen, die we daar vanmorgen hadden geparkeerd. Met beide auto’s rijden we tenslotte terug naar onze camping bij Dinant.

Pelgrimeren van Lens-Saint-Remy naar Boneffe

Zaterdag 11 juli 2020
Bij de Romeinse grafheuvel 'Tombes du Soleil' van Ambresin

















Pelgrimsroute van Maaseik naar Saint-Quentin
Via Limburgica van Maaseik naar Dassoulx
Van Lens-Saint-Remy naar Boneffe
Zaterdag 11 juli 2020 – 19,5 km.
Dag 5: 98,8 – 118,3 km

Nonnen en koeien van Lens-Saint-Remy
De wekker wekt ons om 6:15 uur in onze caravan op Camping Communal Devant Bouvignes in Dinant. Een schilderachtige ochtendnevel onttrekt voor ons delen van Dinant en Bouvignes aan het zicht. Na het ontbijt rijden Durkje en ik met onze auto van Dinant naar Lens-Saint-Remy, waar we onze etappe van vandaag beginnen bij Le Carmel, de vroegere begijnenhof, en klooster voor eerst de zusters van de Augustinessen en later van de Karmelietessen.
Onze huurauto hebben we gisterochtend al achtergelaten in Boneffe, dus we hoeven nu alleen maar de pelgrimsroute van Lens-Saint-Remy naar Boneffe te lopen.
Onze nieuwe etappe begint bij de Sint–Remigiuskerk, die tegenover de gebouwen van Le Carmel staat. De kerk is op dit moment helaas gesloten.
In het dorp passeren we een groep koeien in de wei bij een dorpsboerderij. Als we er een foto van maken, komt de boer door de poort van de er tegenover staande boerderij naar buiten, en vraagt of we de bermbloemen of zijn koeien fotograferen. Ik vertel hem dat het me gaat om de koeien, en dan vertelt hij dat het Blanc Bleu Belgue-koeien zijn, en dat de stier die erbij staat, zo’n 900 kilo zwaar is.
Even later wandelen we Lens-Saint-Remy uit.

Nieuw graan en oude bieten
Als we over een smal weggetje van de N64 naar de N69 wandelen, hebben we rondom een mooi uitzicht over de uitgestrekte akkers om ons heen. Zoals dat ook in Frankrijk heel gebruikelijk is, werpen de boeren ook hier op de akkers grote hoeveelheden mest op. Te zijner tijd zal dat nog wel worden uitgereden over het land.
Ook de hele grote windturbines zijn markante pijlers in het landschap, en langs en tussen het graan groeien en bloeien heel veel klaprozen.
Nadat we de N69 zijn overgestoken, wandelen we het dorpje Avennes binnen.
Aan de andere zijde verlaten we dit dorp bij het voormalige stationscafé, en gaat onze route verder over het geasfalteerde pad van wat voorheen het oude bietenspoor van deze regio was. Een jong stel komt ons joggend tegemoet, onderwijl een klein meisje in de buggy voortduwend.

Koffie tanken
Vervolgens gaan we door een heuvelachtig landschap op weg naar Moxhe.
Vlak vóór Moxhe buigen we af naar rechts, om dan met een ruime bocht hoog over om Moxhe heen te lopen. In het dal links van ons zien we de dorpskerk in de bebouwde kom van Moxhe.
Horeca-gelegenheden zien we vandaag op deze agrarisch georiënteerde route niet, maar als we de N80 oversteken, zien we rechts van ons wel een benzinestation. In het kleine stationswinkeltje aan deze drukke verkeersweg zal ook vast wel koffie worden verkocht, en dat blijkt – binnen gekomen – inderdaad het geval te zijn. Resultaat is dat wij enkele minuten later al genieten van een grote kop lekkere koffie. Een auto stopt bij het benzinestation. Drie jongemannen stappen uit. Twee van hen – met mondkapje – gaan naar binnen, en komen even later met proviand (frisdrank en chips) weer naar buiten.
Aan de overzijde van de N80 gaat het voor ons verder over een smalle weg, en dan moeten we op de top van een heuvel bij een betonnen pulpkuil rechtsaf, een nagenoeg geheel kapot gereden voormalig asfaltweggetje op. Het boerenerf dat we hier passeren, staat vol met afgedankte en oude landbouwwerktuigen.

Handel en oorlog via oude wegen
Aan het eind van dit landbouwpad staat een stenen kruis, dat herinnert aan de negen slachtoffers die de Eerste Wereldoorlog hier nabij Moxhe op 13 augustus 1914 heeft geëist.
Op deze plek draaien we linksaf de Chaussée Romaine op. Dit is de eeuwenoude Romeinse heirbaan tussen Tongeren en Bavay, die in dit gebied over de plateau’s van de omliggende valleien gaat. Lopende op deze oude Romeinse weg hebben we kilometers lang prachtige uitzichten over de valleien en heuvels links en rechts, en tot over hele grote afstand, want het is helder weer, dus veel en goed zicht rondom. 
Als we bij Ambresin de N624 zijn overgestoken, gaat de Romeinse heirbaan verder als onverhard karrenspoor. Mooi draait dit pad heuvelopwaarts naar Tombes du Soleil, een grote Romeinse grafheuvel, met bomen begroeid.
Voorbij deze grafheuvel gaat het pad langs een maïsveld weer heuvelafwaarts.
Een kop koffie hebben we wel gescoord, maar een etenspauze zat er tot op dit moment nog niet in, dus we gaan op zoek naar een geschikte plek om even zittend te rusten en te eten. Zo’n geschikte plek vinden we langs het pad te midden van alle omliggende akkers, op het achtererf van een heel groot boerenbedrijf.

Grafheuvels langs Romeinse heirbanen
Na deze pauze lopen we over veldpaden, betonweggetjes en asfaltwegen naar de plaats Merdorp.
We lopen langs de meest zuidelijke bebouwing, maar gaan het dorp niet in.
Als we bij Merdorp de Romeinse heirbaan vervolgen over een veldpad, komen we nog eens langs een Romeinse grafheuvel, die iets verder van ons pad af ligt, dan die grafheuvel van zojuist bij Moxhe.
Toen we vanmorgen vertrokken, was het 18 graden Celsius. De temperatuur loopt vanmiddag op naar ongeveer 23 graden Celsius. Vanmorgen vroeg was het onbewolkt, maar nu hangt er een lichte bewolking boven ons. Als de zon regelmatig doorbreekt, schijnt zij prachtig over de uitgestrekte graanvelden rondom ons.


Van Branchon naar Boneffe
En steeds maar weer gaan we verder over de eigentijdse versie van dezelfde eeuwenoude Romeinse heirbaan. Deze oude route brengt ons nu in het dorpje Branchon, dat we aan de noordzijde doorkruisen.
En dan rest ons nog twee smalle boerenlandweggetjes voorbij Branchon, om op een gegeven moment naar het zuiden af te buigen, om dan al spoedig te arriveren in het dorpje Boneffe, onze bestemming voor de etappe van vandaag.
Hier op het kruispunt van pelgrimsroute en N624 hebben we gisterochtend onze huurauto geparkeerd. We kunnen nu dus instappen, en rijden dan terug naar Lens-Saint-Remy, waar we vanmorgen onze eigen auto hebben achtergelaten bij Le Carmel.
Met beide auto’s rijden we dan naar Namen, waar we de huurauto parkeren aan de Maas, en dan rijden we met onze eigen auto weer terug naar onze camping aan de Maas, ter hoogte van Bouvignes-sur-Meuse en Dinant.

Pelgrimeren van Lauw naar Lens-Saint-Remy

Donderdag 9 juli 2020
Wandelen tussen eindeloze akkers
























Pelgrimsroute van Maaseik naar Saint-Quentin
Via Limburgica van Maaseik naar Dassoulx
Van Lauw naar Lens-Saint-Remy
Donderdag 9 juli 2020 – 25,6 km.
Dag 4: 73,2 – 98,8 km

Starten in Lauw
De wekker wekt ons om 6:15 uur in onze caravan op Camping Kikmolen in Opgrimbie. Na het ontbijt rijden Durkje en ik met onze auto van Opgrimbie naar Reek, waar we de huurauto afhalen. Daarna rijden we met beide auto’s door naar Lens-Saint-Remy, waar we onze auto parkeren bij de kapel Le Carmel van het vroegere plaatselijke begijnenhof. En dan rijden we met de andere auto terug naar Lauw, waar we de huurauto nabij de dorpskerk parkeren.
We gaan vandaag pelgrimeren van Lauw naar Lens-Saint-Remy, dat aan de overzijde van de Vlaams(Nederlands)-Waalse(Franse) taalgrens in België ligt.
Vanmorgen vroeg heeft het af en toe licht geregend. Gisteren was de weersvoorspelling nog dat het vandaag nagenoeg de hele dag zou regenen, maar vandaag wordt gezegd dat het bijna de hele dag droog zal blijven. Het is vanmorgen bij ons vertrek in Lauw 18 graden Celsius.
We beginnen vandaag in Lauw bij de in verhouding grote Sint-Pieterskerk, die als gevolg van de Corona-crisis ook vandaag gesloten blijft. De vieringen zijn inmiddels wel weer hervat in deze neogotische dorpskerk.

Over de taalgrens
Vanaf het moment dat we Lauw uit lopen, wandelen we langs het riviertje de Jeker, door de Franstaligen verderop de Geer genoemd. De Vlaamse Milieumaatschappij heeft de Jeker vlak buiten Lauw over enkele tientallen meters verbreed, om mede daarmee een gecontroleerd overstromingsgebied te creëren. Wij volgen het smalle wandelpad langs de Jeker.
We passeren nu de Vlaams-Waalse taalgrens. In de ontmoetingen onderweg merken we dat hier inderdaad sprake is van een abrupte taalscheiding.
Voordat we het dorp Otrange bereiken, passeren we nog een replica van de Lourdesgrot, gebouwd aan de Jeker.
In Otrange lopen we langs de hooggelegen dorpskerk.
We vervolgen onze weg niet aan de zuidzijde, maar aan de noordzijde van de Geer, dus zo wandelen we van het centrum van Otrange naar het dorpscentrum van Oreye. In het dorpscentrum komen we langs de kerk, waar we naar binnen gaan. Deze kerk heeft hele mooie glas-in-lood-ramen, die rondom de geboorte, het leven en sterven van Jezus Christus afbeelden.

Van dorp naar dorp, van kerk naar kerk
Vanuit het centrum van Oreye lopen we langs de N3 naar de doorgaande route van de Via Limburgica. Het eerste dorp dat we daarna bereiken, is Lens-sur-Geer. We klimmen de verhoging op, naar de Sint-Hubertuskerk, maar helaas is ook deze kerk wegens Corona-voorzorgsmaatregelen gesloten.
Daarna komen we in Grandville. Vanaf het kruispunt waar wij het dorp direct al weer uit moeten, zien we verderop nog wel de dorpskerk van Grandville.
Vanuit Grandville volgt een mooie route tussen de akkers door naar het dorpje Bergilers.
Op het dorpspleintje zijn drie jonge gemeentewerkers bezig om onkruid te wieden en om het langs de randen van het openbaar groen met branders te laten verdwijnen. Wij passeren hen om naar boven te lopen, naar de plaatselijke Onze Lieve Vrouwkerk.
Die blijkt gesloten te zijn en het kerkhof rondom de kerk ligt er zieltogend bij; geheel overwoekerd door kruiden en struiken. Op dat verwaarloosde kerkhof staat een wit standbeeld van de heilige Sint Christoffel, de patroonheilige van de reizigers, en daarmee ook van de pelgrims, en dus eveneens voor ons.
Op een muurtje van het  toegangspad van de kerk pauzeren we in de heerlijk schijnende zon. Een groot verschil met gisteren. Toen hebben we nagenoeg de hele dag in de regen gelopen, en vandaag hadden we maar heel even enkele regendruppeltjes, en daarna alleen mooi fris zomers weer met heel regelmatig zonnige perioden.
Bruggetje over de Geer in Bergilers
Voorbij deze kerk steken we de Geer over via een kleine ijzeren brug, en daarna lopen we Bergilers uit in de richting van de drukke verkeersweg N69.

Tussen kleurrijke akkers naar Lantremange en Oleye
Aan de overzijde van de N69 gaan we een smal betonnen landweggetje op, dat slingerend tussen de akkers ligt. Hier en daar moeten we even over een akkerrand lopen waar het betonweggetje over de volle breedte onder een grote waterplas van enkele centimeters diepte ligt. Het wandelt hier prachtig in het open landschap. Zover je kunt zien allerlei akkers met onder andere aardappelen, suikerbieten, bonen, kool en heel veel graan. In de groene scheiding tussen akker en weg bloeien vele planten, zoals korenbloem, kamille en klaproos. In combinatie met enerzijds graanvelden en anderzijds bloeiende aardappelvelden is dat een zonovergoten schilderachtig schouwspel.
Het eerstvolgende dorp dat wij bezoeken, is Lantremange. Tegen de toegangspartij van de Sint-Sebastiaanskerk van Lantremange zit een groep gemeentewerkers in gele werkjassen te pauzeren.
Het volgende dorpje dat we door lopen, is Oleye,

Vallend pleisterwerk en houtconstructie
En dan komt de stad Waremme in zicht. Eerst gaan we over de E40, en dan wandelen we al spoedig Waremme binnen. Durkje en ik verlaten hier voor even de doorgaande pelgrimsroute, omdat we eerst in het centrum van Waremme een koffiepauze willen inlassen. Op weg naar het stadsplein bezoeken we eerst de Sint-Pieterskerk van Waremme. Als we de kerk in komen, valt op dat vlak vóór het koor het dak van de kerk niet wordt gedragen door stenen pilaren, maar door een metalen pilarenconstructie. Zoals zo vaak, ga ik weer tegen de wijzers van de klok mijn gebruikelijke ronde door de kerk lopen. Als ik bij het koor kom, valt me direct op dat de kerkvloer bij het koor bezaaid  ligt met grote en kleine stukken dik pleisterwerk. Aan de vorm kun je zien dat het op de stenen kerkvloer aan gruzelementen is gevallen. Als ik omhoog kijk, zie ik een groot gat in het plafond van de kerk. Dan zie ik daar dat het houtwerk waaraan het plafondpleisterwerk hangt het heeft begeven, en dat het pleisterwerk met afgebroken delen hout op de kerkvloer is gevallen.
We verlaten de kerk, want hier is het onveilig onder dit wrakke bepleisterde plafond.

Waremme
Als we even later op het stadsplein een plekje op een buitenterras hebben gevonden, en koffie hebben besteld, wandel ik even naar de VVV van Waremme, ook aan dit plein.
Bij de VVV-medewerker vraag ik om een stempel voor onze pelgrimspaspoorten. De VVV-medewerker verontschuldigt zich voor het feit dat hij alleen maar een VVV-stempel heeft en geen pelgrimsstempel, maar voor ons is dat geen probleem, dus zet hij zijn stempel in onze credentials.
Ook vertel ik hem dat ik zojuist heb ontdekt dat een deel van het plafond van de Sint-Pieterskerk op de kerkvloer stuk is gevallen, dat de kerkdeur nog open staat, en dat het voor bezoekers nu toch te gevaarlijk wordt om door de kerk te lopen. Er zou immers zo nog een deel van het plafond naar beneden kunnen vallen. De VVV-medewerker bedankt me voor deze melding, en zal nu direct iemand bellen om de kerk te checken, opdat die bij genoemd gevaar direct gesloten wordt.
Als we koffie hebben gedronken, lopen we terug naar de pelgrimsroute, en hervatten onze etappe. Daarbij komen we langs het sportcomplex van Waremme, en aan het eind van dit sportcomplex nemen we plaats op een zitbank bij de sportvisvijver, waar we iets eten alvorens we verder gaan. In de vijver zien we dikke karpers zwemmen, en af en toe komt een waterschildpad even boven water kijken.

Via Berloz naar een historierijk Hollogne-sur-Geer
Na deze pauze verlaten we Waremme aan de andere zijde van de spoorlijn. Verderop passeren we het kasteel van Longchamps, gebouwd in 1810 in empire-stijl, en omgeven door een Engels landschapspark. Een eindje verder is de routebeschrijving niet opvolgbaar, omdat in het buitengebied geen straatnamen staan bij de betonnen landbouwwegen. We vragen een oudere Fransman of hij ons de weg kan wijzen op een splitsing van betonpaden. Daarna kunnen we de route op correcte wijze vervolgen. Het eerste buurtschap dat we daarna passeren, is Berloz, bestaande uit slechts enkele huizen aan beide kanten van de weg.
Nadat we de N637 zijn overgestoken, komen we in de plaats Hollogne-sur-Geer, een plaats met een gedenkwaardige historie van kerkelijke twisten, van oorlogen en van industrieel erfgoed. Eerst passeren we de oude watermolen van het dorp, die dateert van het jaar 1646.
Verderop lopen we op enige afstand langs de ruïne van het voormalige kasteel (1652) van Hollogne-sur-Geer.

Door de broekbossen van de Geer
Vanuit Hollogne-sur-Geer beginnen we aan de laatste kilometers van onze etappe van vandaag. Dat is een bijzonder tracé, want het gaat kilometers ver door de langgerekte natte broekbossen aan weerszijden van de rivier de Geer. Over halfverharde en verharde paden, nu eens links en dan weer rechts van de Geer gaat het steeds maar verder.
Zo gaan we ook van dorp naar dorp.
Het broekbospad begint bij de voormalige bezinkingsbekkens voor afvalwater van de vroegere suikerindustrie in Hollogne-dur-Geer. Nu zijn die waterbekkens overwoekerd met allerlei vegetatie, en is daardoor een eldorado voor vogels ontstaan. Dit gebied is dan ook bij vogelaars heel populair.
Als het doorgaande broekbospad een asfaltweg kruist, blijkt dat we hier de tweelingdorpen Ligney en Geer passeren.
Bij een volgende asfaltweg-kruising zien we een eind verderop het plaatsnaambord van Lens-Saint-Servais staan. Pas een heel eind verder buigt het pelgrimspad naar links af, en komen we aan de overzijde van de Geer aan in het dorpscentrum van Lens-Saint-Servais. Hier nemen we een rustpauze op een bankje onder een oude linde.

Van Lens-Saint-Servais naar Lens-Saint-Remy
Na deze laatste pauze beginnen we aan het eind van onze dagetappe. Buiten Lens-Saint-Servais vervolgen we onze wandelroute over een veldpad langs akkers links en weilanden rechts van ons. Onze wandelgids maakt ons duidelijk dat we nu door het gebied lopen waar de bronnen van de rivier de Geer (de Jeker) ontspringen. En dit brongebied is onderdeel van het Natura-2000-netwerk, dus Europees beschermde natuur, die in uitvoering is van de Europese Vogelrichtlijn en van de Habitatrichtlijnen. Het behouden van de lokale biodiversiteit is hier een groot goed.
Door al dit moois wandelen we over een prachtig veldpad door een brede singel naar onze bestemming, naar Le Carmel, een voormalig begijnenhof, tot 1965 nog bewoond door karmelietessen.
Wij hebben vanmorgen onze auto geparkeerd tussen De Karmel en de bijbehorende Sint-Remigiuskerk, dus we kunnen bij aankomst in Lens-Saint-Remy direct instappen, en met onze auto terug rijden naar de camping in Opgrimbie. De temperatuur is vandaag opgelopen tot 23 graden Celsius, en het blijft vanmiddag en vanavond nog lang zonnig.
Hier sluiten we onze eerste serie van vier aaneensluitende dagen van de Via Limburgica af. Morgen gaan we onze caravan verkassen, en dan zijn we van plan om overmorgen de volgende etappe te gaan lopen vanuit Lens-Saint-Remy.

Pelgrimeren van Alden Biesen naar Lauw

Woensdag 8 juli 2020
Bij het monument voor de Friese edelman-pelgrim Sint-Evermarus

















Pelgrimsroute van Maaseik naar Saint-Quentin
Via Limburgica van Maaseik naar Dassoulx
Van Alden Biesen naar Lauw
Woensdag 8 juli 2020 – 24 km.
Dag 3: 49,2 – 73,2 km

Alden Biesen
De wekker wekt ons om 6:15 uur in onze caravan op Camping Kikmolen in Opgrimbie. Na het ontbijt rijden Durkje en ik met beide auto’s vanuit Opgrimbie naar Lauw, waar we onze auto parkeren nabij de dorpskerk. Daarna rijden we met de huurauto terug naar Reek, waar we deze auto parkeren. Van daar uit wandelen we naar Alden Biesen, waar onze etappe van gisteren eindigde, en waar vandaag derhalve onze volgende etappe begint.
We gaan vandaag pelgrimeren van Alden Biesen naar Lauw, dat nog net vóór de Vlaams-Waalse taalgrens in België ligt.
Voordat we in Alden Biesen vertrekken, kijken we nog even op de buitenhof van Alden Biesen. Daarna lopen we over de Maastrichterallee langs Alden Biesen, om aan de andere zijde bij het Apostelhuis dit bijzondere landgoed te verlaten door dat poortgebouw.

Via Weert en Membruggen naar Genoelselderen
Bij dit poortgebouw gaan we niet richting Rijkhoven.
We nemen namelijk de andere uitvalsweg, in de richting van de N758. Die autoweg steken we even later over, en dan volgt een mooi hol pad naar Weert.
Vanaf vanmorgen vroeg regent het al. En het houdt niet op met regenen. Gedurende de hele dag blijft het regenen, af en toe even iets harder, maar nagenoeg de hele dag motregent het. We lopen dan ook vandaag de hele dag met onze regenbroek aan en met onze regenponcho. 
Ons valt direct op dat de route hier heel uitgebreid is bewegwijzerd door het Vlaams Genootschap van Sint Jacob. Dit betekent dat we niet voortdurend de wandelgids hoeven te gebruiken, dus we vertrouwen nu met name op de bewegwijzering met de Jacobsschelp.
Dat gaat geruime tijd goed, totdat op een splitsing geen aanwijzing meer wordt gegeven. We moeten nu zelf weer even gaan oriënteren in het open landschap, en dat gaat goed, want even later komen we bij de rand van de bebouwde kom van het plaatsje Membruggen; en die staat ook op onze wandelkaart als een te passeren plaats.
We gaan over mooie veldpaden en akkerpaden verder, en zien op een gegeven moment het witte kasteel van Genoelselderen verderop staan.
Langs dat wijnkasteel lopen we het centrum van Genoelselderen in. Vlak vóór het dorpscentrum buigt de route al af naar rechts, dus we lopen ook direct het dorp al uit. We ontmoeten een inwoner van dit dorp, die met medelijden meldt dat we niet alleen vandaag, maar ook morgen en een deel van overmorgen nog regen zullen moeten verduren. Op onze vragen vertelt hij dat de kerk waarschijnlijk wel is geopend, maar dat het dorpscafé al langere tijd geleden is gesloten, en horeca is pas ruim anderhalve kilometer vanaf onze doorgaande route beschikbaar.

Over de Galgeberg van Tongeren naar Berg
Daarom lopen wij het dorp uit, overigens langs prachtige druivenvelden van het plaatselijke wijnkasteel, dat ’s lands grootste wijngoed van België is.
We lopen langs Ketsingen en over de Galgeberg van Tongeren naar het dorpje Berg, waar de hooggelegen dorpskerk helaas dicht is; ook vanwege de Corona-crisis.
Langs de doorgaande weg van het dorp passeren we een boerderij, met enkele stallen aan weerszijden van de dorpsstraat.
In één van de boxen zien we een koe met een kalfje, dat – ziende op de koe - met een keizersnee ter wereld is gekomen.

Tongeren
Nadat we door natuurgebied De Kevie langs de rivier de Jeker – en een gerestaureerde watermolen - hebben gelopen, komen we de stad Tongeren binnen door een spoorviaduct. Beschut tegen de aanhoudende regen staan twee fietsers een fruithapje te eten in het viaduct. Het stel vertelt dat ze in de buurt verblijven in een hotel, en dat ze niet de hele dag binnen willen zitten. Evenals wij hebben ze prima regenkleding bij zich, dus ze trekken er ondanks de regen met hun fietsen toch op uit.
Tongeren kom je vanaf deze zijde op prachtige wijze binnen. Eerst loop je langs de Jeker, met aan de overzijde een groot aantal hele oude gebouwen, waaronder een begijnenhof. Daarna steken we de Jeker over en wandelen we naar de Markt met de Onze Lieve Vrouwebasiliek.
Bij de Onze Lieve Vrouwebasiliek van Tongeren
In de basiliek vragen en krijgen we ieder een stempel van deze bijzondere basiliek in onze pelgrimspaspoorten. Op dat moment appt en belt Pieter met de mededeling dat bij ons thuis twee passerende pelgrims op bezoek waren, die graag een stempelkaart van het Jabikspaad wilden kopen, en om een stempel van onze refugio vroegen. Ze zijn zojuist met het afgedrukte refugio-stempel weer verder gaan pelgrimeren.
We bezichtigen de basiliek en luisteren ondertussen naar de orgelrepetitie van een organist. Binnen zien we ook een glas-in-lood-raam met daarin de afbeelding van Jacobus de Mindere. Het is nogal stil in de kerk als het orgel niet wordt bespeeld. Regenachtig weer en corona weerhouden velen ervan om naar deze mooie basiliek te komen.
Mij valt op dat er in de basiliek een informatieplek is ingericht over de pelgrimage naar Santiago de Compostela.
Buiten gekomen duiken we direct een café binnen, om onze eerste kop koffie van vandaag hier te scoren.
Op het marktplein vóór de basiliek spelen twee kleine kinderen tussen de kleurrijk verlichte fonteinen op de Markt.

Friese edelman heilige in Rutten
Doordat het Vlaams Genootschap van Sint Jacob en de gemeente Tongeren hun best hebben gedaan om de route van de Via Limburgica goed te bewegwijzeren, kunnen wij op aangename wijze vlot de stad uit wandelen. Langs de Jeker wandelen we de stad uit over een veldpad.
We gaan nu langs de plaats Koninksem op weg naar de plaats Rutten.
Over natte en glibberige karrensporen en kleine boerenlandweggetjes wandelen we richting Rutten, dat we binnen wandelen ter hoogte van de Scherpenheuvelkapel aan de rand van de bebouwde kom.
In het centrum van Rutten maken we een rondje rond de Sint-Martinuskerk, die helaas ook vanwege de Coronaperikelen tot nader order is gesloten.
Aan de rand van het dorpscentrum staat – voor ons heel verrassend – het standbeeld van de Friese edelman Evermarus, die hier in Rutten is vermoord toen hij als pelgrim op de terugreis naar huis was vanuit Santiago de Compostela.
Deze vermoorde pelgrim Evermarus is hier heilig verklaard, en zijn leven en werken wordt hier in Rutten herdacht tijdens jaarlijkse activiteiten, en met een heuse kapel, met tegenover die Evermaruskapel ook nog een Evermaruszaal.
In de Evermaruskapel staat prominent nog een ander beeld van Sint Evermarus.

Pelgrimeren met gps
Nu ging het bijna de hele wandeldag heel goed met de bewegwijzering van het Vlaams Genootschap van Sint Jacob, dus we vertrouwen er al helemaal op en gebruiken de wandelgids op deze regenachtige dag nauwelijks. Maar dat vertrouwen wordt vlak buiten Rutten danig beschaamd, want we worden met een ons inmiddels welbekende wegwijzer wel het dorp uit geloodst, maar we ontdekken op enig moment – als we al ver voorbij Rutten zijn – dat we op cruciale kruispunten van wegen geen wegwijzers meer hebben. Daarom proberen we met behulp van de gps op onze smartphone het goede pad richting Lauw weer te vinden. Gelukkig komt er net een Belg aan rijden in een Renault, en hij wijst ons aan hoe wij vanaf hier – midden tussen de akkers – de juiste weg naar Lauw kunnen gaan. Wij volgen zijn aanwijzingen en gebruiken de gps-software van de smartphone, en dan wandelen we als spoedig door het dorpje Herstappe.
En dan is het nog maar een klein eindje om twintig minuten later onze bestemmingsplaats Lauw binnen te wandelen.
Daar hadden we vanmorgen onze auto geparkeerd, dus vanaf deze plek rijden we weer terug naar onze camping in Opgrimbie. Het is dan 17 graden Celsius, en het regent nog steeds, zij het inmiddels licht.

Pelgrimeren van As naar Alden Biesen

Dinsdag 7 juli 2020
Alden Biesen, landcommanderij van de Duitse Orde


















Pelgrimsroute van Maaseik naar Saint-Quentin
Via Limburgica van Maaseik naar Dassoulx
Van As naar Alden Biesen
Dinsdag 7 juli 2020 – 24 km.
Dag 2: 25,2 – 49,2 km

Vanuit As de Mechelse Heide op
De wekker wekt ons om 6:15 uur in onze caravan op Camping Kikmolen in Opgrimbie. Na het ontbijt rijden om 7:30 uur vanuit Opgrimbie naar As, waar we onze auto tegenover het hotel naast het voormalige treinstation parkeren.
We gaan vandaag pelgrimeren naar Alden Biesen, naar een vestiging van de Landcommanderij van de Duitse (ridder-)Orde; gelegen tussen Reek en Rijkhoven, ten zuiden van het stadje Bilzen.
Aangekomen in As lopen Durkje en ik eerst om het oudste station van Belgisch Limburg heen.
Vanaf de achterzijde van dit voormalige treinstation steken we via een nieuwe fietsers- en voetgangersbrug eerst de N75 over. We komen dan in het bosperceel van de Mechelse Heide, dat deel uitmaakt van Nationaal Park Hoge Kempen. De routebeschrijving geeft aan dat we de wegwijzers met het wolvenpootje moeten volgen. Dat gaat onder de electriciteitsmasten nog wel goed, maar als we verderop naar de bosrand afbuigen, gaat de route volgens deze wegwijzers direct het bos al in, terwijl onze routekaart van de wandelgids aangeeft dat we toch zeker eerst ruim een kilometer langs de bosrand moeten lopen alvorens we het bosperceel in gaan. Op goed geluk blijven we toch maar de bosrand volgen, en inderdaad komen we dan ruim een kilometer verderop bij een bospad met een scherpe bocht naar rechts, dat we volgen, waarna we even later dan toch weer wegwijzers van de wolvenpoot zien staan. Nu weten we zeker dat we er goed aan hebben gedaan om niet direct de eerste afslag al te nemen. We volgen de route door het bos, af en toe langs een open plek in het bos.

Over het ecoveloduct naar Wiemesmeer
Daarna is de route goed te volgen. We komen nog eenmaal dicht langs de N75 en gaan dan in de richting van het Militair Domein. Bij de E314 steken we via een zogenoemd ecoveloduct de brede snelweg over.
Duidelijk is te zien dat de oude asfaltweg naar het ecoveloduct en aan de overzijde van de E314 abrupt is onderbroken wegens de aanleg van die autosnelweg. Aan beide zijden loopt deze brede asfaltweg voor gemotoriseerd verkeer dood bij de E314.
Aan de overzijde van de E314 wandelen we over de brede in onbruik geraakte asfaltweg naar de plaats Wiemesmeer.
Langs de doorgaande weg staat in het dorp een oude Amerikaanse tank, die hier in 2004 is geplaatst bij de herdenking van het feit dat het toen 60 jaar geleden was dat deze plaats werd bevrijd van de Duitse bezetting gedurende de Tweede Wereldoorlog.
De neogotische Sint-Jozefkerk van Wiemesmeer is helaas gesloten.

Eén van de vele Lourdesgrotten
Daarom wandelen we maar verder naar al weer een replica van de beroemde Franse Lourdesgrot. België kent zo’n 500 grote en kleine replica’s van de Onze Lieve Vrouwe van Lourdesgrot, en ook hier in Wiemesmeer is er één te vinden, en wel een hele mooie. Boven de ingang prijkt de spreuk: ‘Door Maria naar Jezus’.
In de ingangspartij hangt het momenteel van toepassing zijnde Corona-protocol.
Het is een grote Lourdesgrot (1925), met er tegenover veel overdekte banken, zitbanken in de open lucht, twee kaarsenhallen en een grote tuin met een statiebeeldenroute.
Aan de zijkant in de grot zie ik een bourdon staan, een pelgrimsstaf versierd met onder andere enkele Jacobsschelpen.
De Onze Lieve Vrouwe van Lourdesgrot in Wiemesmeer
Hoog in een nis van het front van de grot staat een Mariabeeld.
De beheerder vragen we om een stempel van deze Lourdesgrot voor onze pelgrimspaspoorten. Die heeft hij niet, maar hij wil ons als pelgrims wel iets anders meegeven. Hij gaat naar binnen en als hij weer buiten komt, overhandigt hij ons twee mooie ansichtkaarten van de Lourdesgrot. Die zijn voor ons, ten teken dat wij in deze Lourdesgrot zijn geweest.
We bedanken de goede man vriendelijk en nemen daarna afscheid. Tegenover de Lourdesgrot wordt enkele minuten vóór tien uur de toegangspoort van de horecagelegenheid voor ons geopend, opdat wij hier een kop koffie kunnen drinken alvorens wij verder trekken.

Oude route met nieuwe brug
Als we voorbij Wiemesmeer de N77 zijn overgestoken, komen we weer op onverharde paden. Op zeker moment passeren we het Monostort voor vliegassen. Van achter de afrastering zien we in de diepte een mooi ven liggen binnen dit afgesloten stortterrein.
Over een industriegebied en langs de drukke N750 wandelen we naar de grote verkeersbrug over het Albertkanaal (1946). Via deze betrekkelijk nieuwe kanaalbrug steken we het brede water over.
Dat onze pelgrimsroutebeschrijving verouderd is, blijkt uit de beschrijving voor de overzijde van het kanaal. Dat de manier waarop je van de brug op het jaagpad langs het kanaal niet klopt, en dat ook de nummers van de fietsknooppunten in veel gevallen niet kloppen, vraagt om oplettendheid van onze zijde, maar dat zijn uitdagingen die slechts van mineur belang zijn. Verouderde routebeschrijving en het meegeleverde kaartmateriaal volstaan om op de juiste route te blijven.

Een Noveenkaars uit Munsterbilzen
Nadat we een klein eindje over het jaagpad langs het Albertkanaal hebben gelopen, buigt onze route af naar het zuidwesten, en gaan we het Munsterbos in. Vlak vóór het langgerekte Munsterbilzen komen we het bosperceel uit, om dan een eindje westelijker over het tracé van de Oude Tramweg een heel eind door de relatief nieuwe buitenwijk van Munsterbilzen te lopen.
Waar de Abdijstraat deze lange rechte weg kruist, gaan we even van de doorgaande pelgrimsroute af, om linksaf over het ziekenhuisterrein zo’n 300 meter naar het centrum van Munsterbilzen te lopen.
De kerk is gesloten, maar we hebben wel toegang tot de Mariarots naast de kerk.
Tegenover de kerk is een plantsoen met enkele zitbanken, waar we plaatsnemen voor een tweede rustpauze.
Na deze etenspauze zien we een koster vóór de kerk beginnen met een bladblazer. We gaan naar hem toe en vragen of we gebruik mogen maken van het nieuwe toiletgebouw achter de Mariarots. Dat mag, maar eerst moet het alarm worden uitgeschakeld. Van deze vriendelijke gastheer krijgen wij nog een prachtige Noveenkaars mee, die afkomstig is uit Lourdes. Die is voor ons, om hem te gebruiken waar en waarvoor wij dat wensen. We bedanken de vriendelijke man, en nemen afscheid.

Demerstadje Bilzen
Vanuit Munsterbilzen lopen we naar Bilzen. Eerst bezoeken we daar de neogotische Sint-Mauritiuskerk.
Ook hier weer in de kerk eenrichtingsverkeer, en bij de ingang een Corona-protocol voor de bezoekers.
In de kerk vind ik een glas-in-lood-raam met de beeltenis van Sint-Bonifatius.
Op de Markt van Bilzen vinden we vóór het oude stadhuis vlakbij het Perron (een rijksappel) twee bankjes. Hier nemen we onze derde pauze. Even weer iets eten en drinken, en proberen om binnen een stempel van Bilzen te bemachtigen voor onze pelgrimspaspoorten. Het blijkt dat we nu te vroeg zijn. Het is nog maar 13:10 uur en pas om 14:00 uur gaat het stadhuis weer open. Dan zijn wij al weg, dus dan maar weer door zonder stempel.
Vlak buiten het centrum komen we in en door een mooi park. Veel kinderen en jeugd geniet hier - spelend en pratend - van het park bij mooi weer. De temperatuur is al opgelopen naar 21 graden Celsius en de zon schijnt aangenaam, dus volop genot in dit mooie parkje. Wij lopen door het park langs de Demer, en passeren al snel de Bilzermolen, een 16e eeuwse molen met een groot houten waterrad in de Demer.

Prachtig hellingpad
Aan het eind van het stadspark verlaten we Bilzen als we over een oude stenen brug de Demer oversteken. Onze route gaat verder op het brede pad over de flank van de Katteberg. Almaar hoger gaat het op dit hellingpad, totdat we het brede pad verlaten om over een viaduct de N700 over te steken.
Aan de overzijde vervolgen we de weg, die op zeker moment veel smaller wordt en dan voor gemotoriseerd verkeer eenrichtingsweg wordt. Dat weggetje verlaten we bij een ijzeren draaihekje. Vanaf hier moeten we een rood-wit bewegwijzerde GR-route volgen. Dat pad gaat heuvelafwaarts.
Een prachtig smal paadje tussen de akkers en weiden van de hellingen aan beide zijden van het pad.
Bij een voormalige boerderij staat een oude open koets op het erf langs ons pad.
 
Alden Biesen, landcommanderij van de Duitse Orde
Als we langzamerhand weer heuvelopwaarts gaan, zien we boven vóór ons al de eerste gebouwen van Alden Biesen. Om 14:15 uur betreden we het indrukwekkende landgoed van Alden Biesen door één van de poortgebouwen. Een metalen Jacobsschelp is hier aan het poortgebouw bevestigd.
Door een volgende poort betreden we de grote buitenhof, vanwaar we goed zicht krijgen op veel van de gebouwen rondom. Eerst bezoeken we de voormalige slotkapel, momenteel de Onze Lieve Vrouwe Geboortekerk.
Prachtige doorkijkjes krijg je als je buiten vanaf de Buitenhof om je heen kijkt, bijvoorbeeld over de slotgracht naar het aangrenzende kasteel.
In de hoek tegenover de kerk is een informatiecentrum, dat tevens toegang geeft tot de tentoonstellingsruimte van Alden Biesen.
Nadat we een stempel van de landscommanderij van de Duitse Orde in onze pelgrimspaspoorten hebben gekregen, verwijst de receptioniste ons naar de expositie omtrent de landscommanderij Alden Biesen. In een vitrine vinden we daar een verbeelding van een pelgrim.
Verderop staat een standbeeld van een pelgrim in vol ornaat, compleet met alle pelgrimsattributen.

Terug naar Opgrimbie
Hier eindigt nu ook onze tweede pelgrimsdag. We verlaten Alden Biesen door het poortgebouw, en wandelen naar het naburige buurtschap Reek, waar we gisteren onze huurauto hebben geparkeerd. Met die auto rijden we – na bij Delhaize boodschappen te hebben gehaald in Munsterbilzen – terug naar As, waar we vanmorgen onze etappe aanvingen. Vanuit As rijden we met beide auto’s tenslotte weer terug naar onze camping Kikmolen in Opgrimbie.

Pelgrimeren van Maaseik naar As

Maandag 6 juli 2020
Jacobus de Meeerdere met pelgrimsattributen
























Pelgrimsroute van Maaseik naar Saint-Quentin

Via Limburgica van Maaseik naar Dassoulx
Van Maaseik naar As
Maandag 6 juli 2020 – 25,2 km.
Dag 1: 0 – 25,2 km

Pelgrimeren van Nederland naar Spanje
Op 20 februari 2013 zijn Durkje en ik aan een volgende lange pelgrimstocht begonnen, die loopt vanuit de kop van Noord-Holland naar noordwest-Spanje. 
  • In zes dagen wandelden we in de periode van 20 februari 2013 tot en met 24 oktober 2013 via de pelgrimsroute van ‘Van Wad tot IJ’ vanuit het Noord-Hollandse Den Oever over een afstand van 135 kilometer naar Amsterdam.
  • In acht dagen wandelden we daarna in de periode van 14 oktober 2014 tot en met 6 mei 2015 via de pelgrimsroute deel 1 van het ‘Pelgrimspad’ vanuit het Noord-Hollandse Amsterdam over een afstand van 203 kilometer naar het Brabantse ‘s-Hertogenbosch.
  • In 8 dagen wandelden we daarna in de periode van 22 oktober 2018 tot en met 18 oktober 2019 via de pelgrimsroute deel 2 van het ‘Pelgrimspad’ vanuit het Brabantse ’s-Hertogenbosch over een afstand van 181,5 kilometer via het Belgische Maaseik (161,5 km) naar het Limburgse Sittard. 
Zo’n vier of vijf wandeldagen met een totale afstand van 103 kilometer rest ons nog van het Pelgrimspad, van Sittard naar het Belgische Visé. 
Vanuit Visé hebben Durkje en ik tijdens onze eerste pelgrimage van Sint-Jacobiparochie (2005) naar Santiago de Compostela (2012) gepelgrimeerd.
Die laatste 103 Pelgrimspad-kilometers gaan we later nog wel eens lopen, maar omdat de Via Limburgica begint in het Belgische Maaseik, hervatten we iets noordelijker onze pelgrimage van Den Oever via Parijs richting Santiago de Compostela.

Na de eerste 135 + 203 + 161,5 = 499,5 kilometers van deze pelgrimstocht liggen nu de volgende 347,8 kilometers van het volgende deel van onze pelgrimage vóór ons, dat ons vanuit Maaseik over de drie pelgrimsroutes (1) ‘Via Limburgica’ en deels (2) ‘Via Monastica’ (nl. van Dassoulx tot Olloy-sur-Viroin) en (3) ‘Via Thiérache’ (vanuit Olloy-sur-Viroin) achtereenvolgens zal voeren naar de Franse stad Saint-Quentin, waarna we dan 847,3 kilometers verwijderd zijn van ons startpunt Den Oever.
En vandaag gaan we de eerste dag van deze drie weken durende zomerpelgrimage beginnen in het Belgische Maaseik, om aan het eind van deze eerste dag te eindigen bij het voormalige treinstation van As.

Corona-voorzichtig pelgrimeren
De wekker wekt ons om 6:15 uur in onze caravan op Camping Kikmolen in Opgrimbie. Na het ontbijt rijden van vanuit Opgrimbie naar Maaseik, waar we onze auto vlak buiten het stadscentrum parkeren. We gaan vandaag pelgrimeren naar het plaatsje As, waar we eergisteren onze huurauto al hebben geparkeerd.
Vanwege de corona-crisis willen we voor het heen- of weerverkeer van deze zomervakantiepelgrimage veiligheidshalve geen gebruik gaan maken van het openbaar vervoer of van taxidiensten, dus afgelopen zaterdag hebben we in Roermond een Opel Corsa gehuurd, die we in de komende drie weken elke dag voor het heen- of weerverkeer willen gaan gebruiken. Daarmee kunnen we ook voor het dagelijks heen en terug reizen de gewenste minimale anderhalve meter-afstand veilig borgen, en maakt die voor ons ongebruikelijke vervoersconstructie het toch mogelijk dat we in deze zomervakantie optimaal corona-veilig kunnen pelgrimeren. Door gebruik te maken van deze voorzorgsmogelijkheden kunnen we dit buitengewone corona-jaar op de doorgaande pelgrimswegen dus toch heerlijk ‘stappen’, zoals de Vlaamstalige Belgen dat zo mooi noemen.

Maaseik
Als we de camping verlaten, is het 14 graden Celsius. Het is half bewolkt en het ziet er naar uit dat we geschikt wandelweer krijgen vandaag.
Durkje en ik lopen eerst in de richting van de Maas, naar de Pater Sangersbrug, die hier met het kunstwerk van een handdruk de beide Limburgen met elkaar verbindt. Vanaf de westzijde van de brug hebben we een mooi uitzicht over Maaseik.
We wandelen naar de Markt van Maaseik, en ondertussen passeren we op enige afstand de parochiekerk van Maaseik, en enkele mooie gevels van huizen die zijn gebouwd in Maaslandse stijl. Op de Markt kijken we bij het standbeeld van de hoogstwaarschijnlijk in Maaseik geboren vijftiende eeuwse kunstschilders Hubrecht & Jan van Eyk, wereldberoemd om het schilderij van het ‘Lam Gods’.
Aan de overzijde van de Markt lopen we eerst naar de Sint-Jacobskerk, in de hoop dat die open is, opdat we daar de welbekende Jacobalia kunnen bekijken, en er een pelgrimsstempel in onze pelgrimspaspoorten kunnen scoren. Maar niets van dat al, want deze kerk is wegens de corona-crisis in elk geval tot in september gesloten. Wat we nog wel kunnen bekijken, is het chronogram ‘in CrVCe MVnDI saLVs’ dat ons niet alleen vertelt dat in het kruis het heil van de wereld ligt, maar dat met haar Romeinse cijfers ook duidelijk maakt dat deze kerk dateert van 1767.
Onverrichterzake wandelen we vanaf de Jacobsschelp op het trottoir bij de kerkdeur weer terug naar de Markt, vanwaar we dan direct de Markt in zuidelijke richting verlaten, in de richting van Heppeneert.

Bedevaartsoord Heppeneert
Over het smalle klinkerpad langs de dijkmuur lopen we langs de uiterwaarden van de Maas van Maaseik naar het bedevaartsoord Heppeneert.
Bij de Sint-Gertrudiskerk van Heppeneert staat een beeldengroep van de 'Boetelingen'.
Achter de boetelingen betreden we het terrein van de Sint-Gertrudiskerk. In deze kerk ontmoeten we een mevrouw die erop toeziet dat alles conform Corona-protocol goed verzorgd blijft. Als we haar vragen om een parochiestempel, vertelt ze niet te weten of deze kerk überhaupt een eigen stempel heeft, maar ze zal het direct navragen bij de pastoor in het Ontvangsthuis van de kerk. Even later komt meneer pastoor met een tekststempel van de kerk naar ons toe, en drukt dit stempel af in onze pelgrimspaspoorten. Zo hebben we in elk geval een beginstempel in onze Credentials, en al is het dan niet het stempel van de Sint-Jacobskerk van Maaseik, het is wel een kerkstempel van een heus bedevaartsoord aan de Maas. Sint Gertrudis is de patrones van onder andere de reizigers, en daarmee dus ook van ons.
Voordat we vertrekken, bezoeken we eerst nog de kaarsenhal, waar vele kaarsen branden.

In de kaarsenhal van bedevaartsoord Heppeneert
Door het statieparkje achter de kerk lopen we langs enkele beeldengroepen, van onder andere de Kaartridder, waarvan het verhaal gaat dat hij werd gered van de duivel door de bescherming van Sint Gertrudis.
Voordat we Heppeneert verlaten, passeren we aan de dorpsrand nog het wegkruis van het Sint-Jacobsstokje.

Via Elen naar de Lourdesgrot
Over een mooi pad gaat het verder langs een beekje. Verderop passeren we boerderij Krayenbosch met een boerderijwinkel, waar ze volgens de promotieborden aardappelen en ajuin verkopen. Omdat we niet weten wat ajuin betekent, vragen we dat later vanmorgen ergens in Neeroeteren aan een mevrouw op straat, die ons dan vertelt dat het uien zijn.
Bij het dorpje Elen steken we de N78 over, en daarna volgt een mooi smal en rustig asfaltweggetje, dat voor gemotoriseerd verkeer een verboden verkeersweg is.
Voorbij het vakantiehuis Moskou komen we op de Grotlaan. Daar passeren we een Lourdesgrot, die dateert uit 1932. In de ondiepe stenen grot branden vele kaarsen bij de hier en daar geplaatste beeldjes, waardoor het in deze Lourdesgrot nogal warm is.

Apostelen en profeten in de Sint-Lambertuskerk van Neeroeteren
Even later wandelen we over de Langerenstraat de plaats Neeroeteren binnen. Vlak vóór de kerk lopen we langs de Neermolen.
De deur van de Sint-Lambertuskerk is open, dus we nemen de gelegenheid te baat om deze gerestaureerde kerk te bezichtigen. Binnen valt de plafondschildering op.
Tegen één van de pilaren vind ik een beeld van Jacobus de Meerdere, in vol ornaat met pelgrimsattributen.
De muren van het schip van de kerk zijn gedecoreerd met mooi gerestaureerde fresco’s van profeten, zoals Hosea.
Als we deze kerk verlaten, lopen we in een nieuwbouwwijk achter de kerk naar een bankje, waar we even rusten om iets te eten en te drinken. Deze eerste pauze verlengen we als we in de straat voorbij de kerk een vrije tafel vinden op het buitenterras van het café, waar we een kop koffie drinken. De serveerster en de barman dragen beiden een mondkapje, en verder is het terras en het café Corona-proof ingericht, en hangt er binnen ook een Corona-reglement.
Bij de plaatselijke bakker kopen we nog een grote bol meergranenbrood voor de komende dagen.

Regen langs de vaart en Op Den Berg
We verlaten Neeroeteren door de hoge kanaalbrug van de Zuid-Willemsvaart over te steken. Aan de overzijde volgen we het jaagpad langs dit brede kanaal.
Totdat we bij de brug waren, was het nog steeds mooi wandelweer. Als we echter langs de Zuid-Willemsvaart lopen, begint het te regenen. We hebben echter geluk, want er staan tamelijk dikke platanen langs de vaart, die sterk overhellen over het jaagpad, naar de vaart. Dit betekent dat wij nagenoeg droog over het met een dicht bladerdek overdekt jaagpad kunnen lopen.
Maar als we even later de Bergerstraat op gaan, begint het weer te regenen en zit er voor ons niets anders op dan beschut tegen die regen verder te gaan met behulp van onze paraplu’s.

Ploeteren naar Opoeteren
In het verlengde van de Volmolenstraat passeren we de Volmolen aan de Bosbeek. Een groep kinderen verlaat juist het terrein van de Volmolen als wij er arriveren.
Voorbij de Volmolen moeten we het asfaltpad verlaten, om over paradijselijke bospaden verder te wandelen in de richting van Opoeteren. Maar als we nog maar net in het bos zijn, laten zowel de routebeschrijving als de rode bewegwijzering te wensen over. De beschrijving is te globaal en de rode wegwijzers zijn van de paaltjes onderweg verwijderd. Omdat we nu niet weten wanneer we links, rechtdoor of rechtsaf moeten, maken we even gebruik van de gps op onze smartphone, om tenminste door het bos in de goede richting te lopen. Dat gaat wonderwel goed, want uiteindelijk komen we precies op een rotonde uit, waar een beeldengroep met 177 beeldjes van de plaatselijke schutterij staat, die in ons routeboekje staat beschreven als de plaats waar we in Opoeteren de N771 moeten oversteken.

Twee kilometers lange rechte paden van Opoeteren naar As
We verlaten Opoeteren over de kilometers lange Driepaalweg. Op dit 3,6 kilometer lange traject komen we langs sportvelden, langs het schutterijveld, door een uitgestrekt bosperceel en langs een wegkapel, die hier in de vijftiger jaren is gebouwd door een familie, als dank voor het feit dat deze familie zonder honger en zonder slachtoffers de Tweede Wereldoorlog door is gekomen. Het laatste deel van de Driepaalweg is geplaveid met bol-gelegde kasseien.
Aan het eind van deze Driepaalweg nemen we een smal bospaadje, dat ons voert naar een kilometers lang fietspad, dat op het voormalige spoortracé tussen Maaseik en As is aangelegd.
Onderweg passeren we een heideveldje waarop heideschapen grazen.
Wij moeten nu eens links en dan eens rechts van dit spoorfietspad verder in de richting van eerst Niel-bij-As en even verder tot het plaatsje As.
Bij het voormalige treinstation van As eindigt onze eerste etappe op de Via Limburgica.
De temperatuur is opgelopen naar 21 graden Celsius, en het is nu 15:00 uur, dus we hebben deze etappe van 25,2 kilometer met vier rustpauzes in alle rust afgelegd in zeven uren.
Tot slot lopen we naar onze huurauto, die we afgelopen zaterdag parkeerden tegenover het hotel van As.
Met deze auto rijden we terug naar Maaseik, waar we onze eigen auto afhalen, om vervolgens met beide auto’s door te rijden naar Alden Biesen, waar we de huurauto parkeren, omdat we morgen van As naar Alden Biesen willen pelgrimeren.
Tot slot rijden we met onze eigen auto vanuit Alden Biesen terug naar de camping in Opgrimbie.

vrijdag 3 juli 2020

Het goede nieuws is .....

Vrijdag 3 juli 2020
Ook in een crisis bloeien er bloemen


















Hulp uit onverwachte hoek
Vorig jaar kregen wij een grote buitenpot met mooi bloeiende planten erin. Bij de achterdeur zetten wij die bloempot, opdat we vanuit de woonkamer konden genieten van alle fleur. Het leek zo mooi, maar ook aan al dit moois kwam een keer een eind. Na de bloei verpieterden ook de planten, en betekende dat het eind van de pret. Of … toch niet …?
Het goede nieuws is dat in dit voorjaar in de smalle voegen tussen onze terrastegels op meerdere plekken viooltjes groeien, en uitbundig mooi bloeien. Waarschijnlijk is het zo dat mieren vorig jaar met de viooltjeszaden aan de wandel zijn gegaan, en hier en daar een zaadje hebben verloren, waaruit tegen alle verdrukking in van die smalle betonkieren ineens prachtige viooltjes opschieten en kleurrijk bloeien.
Vergeleken met vorig jaar is de situatie zo geheel anders, en toch bloeit er iets heel moois op.

Ook in een crisis bloeien er bloemen
Bij het zien van die mooie viooltjes vroeg ik mij af of ik daar ook iets goeds uit kon halen in deze huidige Corona-crisis.
Vergeleken met voorgaande jaren is de situatie vandaag de dag ook zo geheel anders.
Bloeit er hier en nu misschien ook iets moois op, net zoals die mooie viooltjes in de knellende kieren tussen het beton?
Het antwoord op die vraag is: Ja! Maar, je moet het wel (willen en kunnen) zien.
Hieronder zomaar enkele voorbeelden van alledag, die laten zien dat wij juist ook in crisistijd in staat zijn goede dingen goed te doen.

De viooltjes van Fryslân
  • Op het prachtige slingerweggetje van de Hege Hearewei bij Feinsum zien wij zomaar weer ouders samen met hun kinderen wandelen en fietsen. Vroeger zo heel gebruikelijk; tot vorig jaar uitzonderlijk, en nu weer helemaal in. 
  • De wegens bezuinigingen protesterende rechtbanktolken vertalen de teksten van de Corona-persconferenties van het kabinet, zodat de in Nederland woonachtige vluchtelingen die de Nederlandse taal nog niet beheersen, toch kennis kunnen nemen van de nieuwe noodverordeningen.
  • Kinderen en volwassenen hebben herontdekt hoe fijn het is om per post weer tekeningen, foto’s, kaartjes en brieven te versturen, waar de ontvangers zo blij van worden.
  • Examenleerlingen die het hele jaar goed gepresteerd hebben, verdienen dit jaar zonder centraal schriftelijk examen hun welverdiend diploma.
  • Passerende wandelaars en fietsers zwaaien naar de mensen in huis, die door ouderdom, ziekte of anderszins aan huis gekluisterd zijn.
  • Grote afstanden blijken met Zoom en Teams ineens heel goed overbrugbaar door beeldbellen met telefoons of computers. (Klein)kinderen en (groot)ouders spreken liefdevol en bemoedigend met elkaar.
  • Bloemen die zakelijk gezien anders waren doorgedraaid op de veiling, worden nu kamer aan kamer verspreid onder patiënten en bewoners van verpleeghuizen en verzorgingshuizen, en worden geschonken aan intensief hardwerkende zorgmedewerkers die dit in alle opzichten verdienen.
  • Bewoners van straten en buurten in steden en dorpen die voorheen niet of nauwelijks contact met elkaar hadden, leggen nieuwe verbindingen en zien om naar elkaar.
  • Een honderdjarige kreeg meer dan 2.500 felicitatiekaarten, en zijn oud-collega’s kwamen helemaal vanuit Maastricht naar Fryslân om met een polonaise de achter het glas zittende eeuweling te feliciteren.
  • In het onderwijs worden docenten heel creatief in het vinden van voor hen nieuwe vormen van afstandsonderwijs, en wordt alles uit de kast gehaald om scholieren te motiveren zich verder te scholen en te ontwikkelen.
  • Een tatoeëerder beschildert het schoeisel van onherkenbaar ingepakt verplegend personeel met mondkapjes, zodat patiënten aan dat schoeisel kunnen zien welke verplegende hen verzorgt.
De viooltjes van de kerk in Stiens
  • Omrop Fryslân TV zendt op zondagochtend weer een kerkdienst uit, vanuit de Franeker Martinikerk. Kijkcijfers wijzen uit dat heel veel tv-kijkers (al dan niet regelmatig kerkganger, uit Fryslân en daarbuiten) kijken. Zij worden geraakt door de Blijde Boodschap, die hoop geeft waar dat zo nodig is; ook in Stiens en omgeving.
  • De Stienser dominee Jaap Overeem vindt samen met onze zoon Pieter en zijn geliefde Esther een hele mooie vorm om tussen het burgerlijk huwelijk van 17 april 2020 en de uitgestelde kerkelijke huwelijksbevestiging van pas mei volgend jaar een zegenrijke viering met dit lieve bruidspaar en hun naaste familieleden te vieren op 18 april 2020, in het Corona-vrij ingerichte en versierde dorpskerkje van Terkaple, om dit jonge bruidspaar hun huwelijk toch wel met Gods gewenste Zegen te laten beginnen.
  • Organisaties en kerken zoals bijvoorbeeld Dorpsbelang Stiens en de Protestantse Gemeente van Stiens slaan de handen ineen om hulpbehoevende inwoners van Stiens te helpen. De kerk is niet alleen in het dorp, maar is er ook voor het dorp.
  • Nu onze mede-gemeenteleden Nasir & Shabana al weken geen inkomen meer hebben met hun foodtruck, bestellen gemeenteleden van onze kerk en ook daarbuiten warme maaltijden bij Nasir & Shabana, die dan door hen bij je thuis worden bezorgd.
  • De Malaap-werkgroep heeft met hulp van onze diaconie van de Protestantse Gemeente van Stiens en van vele gulle gevers ervoor gezorgd dat de broeders & zusters van onze christelijke zuster-gemeenschap in Lahore heel snel voedselpakketten hebben gekregen, nu zij in Pakistan door inkomensgebrek zo lijden aan de huidige Corona-crisis. 
Ultreia fan Boppen
Op 22 april 2020 vlogen er twee drones van de Leeuwarder Courant en Omrop Fryslân boven ons dorp Feinsum, om daar filmopnames te maken van Feinsumers die alle Friezen en buiten-Friezen in deze Corona-tijd een warm hart onder de riem wilden steken. Op de websites van deze twee mediabedrijven zijn nog altijd de filmbeelden te zien dat wij bij ons pelgrimsverblijf ‘Refugio Ultreia Feinsum’ vanaf de grond via de drone onze pelgrimsgroet Ultreia toezwaaien.
Ultreia is een middeleeuwse pelgrimsgroet, tevens pelgrimswens. Het betekent zoveel als: voorwaarts, ga door, geef niet op! Ultreïa komt van het Latijnse ‘ultra’ of ‘ulterius’, wat betekent: hogerop, vooruit, ga verder, niet opgeven.
Die hoopgevende wens willen wij in het bijzonder aan alle lezers van de Twaklank, aan alle gemeenteleden en alle anderen doorgeven als ons bloeiend viooltje tussen het Corona-beton: geef niet op, houd goede moed, en ga met God, want Hij zal ook na het Pinksterfeest met je zijn.

Column
Deze (mijn) column werd gepubliceerd in de Twaklank van juni 2020. 
Twaklank is het informatie- en opinieblad van de Protestantse Gemeente te Stiens.