zondag 29 november 2015

1e Advent met Flashmob

Zondag 29 november 2015 
De 1e kaars brandt op de 1e Zondag van Advent

Gelukkig nieuwjaar
Op deze kerkelijke nieuwjaarsmorgen - het is immers de eerste zondag van het nieuwe kerkelijk jaar - komen we in de ochtenddienst bijeen in De Hege Stins te Stiens. Vandaag vieren we de eerste Zondag van Advent. In de Adventsperiode werken we toe naar het Kerstfeest, dat we aan het eind van de vierde Adventsweek zullen vieren.
Op de liturgische tafel voorin de kerkzaal staan de vier kaarsen, waarvan vandaag bij aanvang van deze ochtendkerkdienst de eerste wordt aangestoken door één van de kinderen. Elke week zal er dan een volgende kaars bij worden aangestoken.

Psalm-en-muziek
Op dezelfde tafel liggen op het paarse kleed enkele blokfluiten. Ze staan onder andere symbool voor het feit dat we er vanmorgen vooral een muzikale kerkdienst van zullen maken. De persoon van David zal in de komende weken - maar ook in de rest van ons kerkelijk jaar - centraal staan. Daarmee ligt het voor de hand dat we ook ruimschoots aandacht zullen besteden aan de Psalmen van David. We gaan derhalve vanmorgen vooral Psalmen zingen, en ook enkele andere liederen die zijn afgeleid van Psalmen.
De gemeentezang wordt vandaag begeleid door orgelspel, met de pianoklanken van de vleugel, en bij één van de liederen wordt ook op saxofoon gespeeld.

De verrassende flashmob
Deze eerste Adventsdienst staat onder leiding van onze gemeentepredikant, dominee Jaap Overeem, die niet alleen voorgaat, maar ook de muzikale begeleiding op de vleugel verzorgt. Bij aanvang van de kerkdienst wordt al aangekondigd dat er van alles staat te gebeuren in deze ochtenddienst, maar, dat er tijdens een vrolijke pianosolo ineens iemand in de kerkzaal gaat staan meezingen, en dat daarna om de haverklap iemand ergens anders in de kerkzaal ook gaat staan en meezingt, totdat er op een gegeven moment al enkele tientallen gemeenteleden - jong en oud - staande samen het vrolijke lied zingen, dat is toch wel de grote verrassing van deze ochtend. We kennen dit verschijnsel tegenwoordig als een zogenoemde 'flashmob': ineens is de happening daar, en zo ineens is ie ook weer afgelopen. Maar deze vrolijke muzikale flashmob - met passie gezongen, en met spontaan handgeklap door de gemeente ondersteund - gaat zeker niet zómaar voorbij, want als de laatste klanken van het lied hebben geklonken, antwoorden de kerkgangers dit schitterende muzikale initiatief met een enthousiast en welverdiend applaus.

Het begin van de grote kerststal
Adventsproject voor de kinderen
In de komende Adventsweken - voorafgaand aan het Kerstfeest - gaan de kinderen tijdens de kerkdienst in hun Kindernevendienst hard aan het werk om hun eigen kerststal voor thuis te maken. Op de grote viertafel vóórin de kerk staat al een mooi begin van een grote kerststal.
Maar ook David - uit het voorgeslacht van Jezus - wordt bij dit project en elders in deze kerkdienst niet vergeten. David zong over de Goede Herder, Jezus was de Goede Herder. Koning Saul wordt rustig van de muziek die David maakt. Als Saul somber is, of bang, dan speelt David op zijn harp. Muziek maken in donkere tijden brengt blijdschap. Muziek kan je helpen om vanuit het duister naar het licht te gaan. En daarmee zijn we weer terug bij Advent, gaandeweg en zingend het Licht tegemoet.

zaterdag 28 november 2015

NBG-bestuur bijeen in Haarlem

Vrijdag 28 november 2015 
Poster in het kantoor van het NBG te Haarlem

Afsluiting 2015
Vandaag komen we als bestuur van het Nederlands Bijbelgenootschap bijeen in het kantoor van het het NBG te Haarlem. Omdat we in deze laatste bestuursvergadering van dit kalenderjaar nog zoveel mogelijk zaken van dit jaar en alvast voor volgend jaar willen afwikkelen, komen we vandaag langer dan te doen gebruikelijk bijeen.

Over verleden, heden en toekomst
Eerst blikken we terug op de verslaggevingen in de bestuursperiode van juni 2015 tot en met heden.
Daarna richten we de focus op de financiële zaken, met aandacht voor de kwalitatieve en kwantitatieve prognoses, die de basis vormen voor de Begroting 2016, die we voor het komende boekjaar vaststellen.
Vervolgens bespreken we diverse samenwerkingsvormen van het NBG met organisaties in binnen- en buitenland.
Tenslotte volgt een serie specifieke bestuurszaken, waaronder het nieuwe vergaderschema voor het bestuur en de beoogde invulling van de diverse vacatures in het bestuur en in de Ledenraad van onze NBG-Vereniging.
We sluiten deze bestuursvergadering af met een besloten sessie, waartoe onder andere de interne zelfevaluatie van ons bestuurlijk evalueren geagendeerd staat.

Projectstart Santiago aan het Wad 2018

Donderdag 26 november 2015 
Projectstart in het Jabikshuus van De Groate Kerk te Sint-Jacobiparochie












Sint Jacob aan het Wad

In het kader van Leeuwarden Culturele Hoofdstad 2018 is in 2014 bij de Stichting Jabikspaad Fryslân het idee ontstaan om Sint-Jacobiparochie niet alleen het beginpunt van de pelgrimsroute naar Santiago de Compostela te laten zijn, maar daar met ingang van het jaar 2018 ook het eindpunt van de omgekeerde pelgrimsroute naar Sint-Jacobiparochie van uit te roepen en te maken. Dit concept kreeg als werktitel 'Santiago aan het Wad’.
Zo'n omgekeerde pelgrimage biedt een nieuwe mogelijkheid om de schijnwerpers te richten op de eeuwenoude pelgrimstradities in Fryslân, en om de boeiende geschiedenis en ook de toekomst van de Europese pelgrimspaden naar Fryslân te halen.

Werkgroep 'Santiago aan het Wad'
Inmiddels is er een werkgroep geformeerd, die de mogelijkheden van 'Santiago aan het Wad' inventariseert en in kaart brengt.
Deze werkgroep 'Santiago aan het Wad' bestaat uit vertegenwoordigers van de Stichting Jabikspaad Fryslân, de Stichting Alde Fryske Tsjerken, de afdeling Fryslân van het Nederlands Genootschap van Sint Jacob, de Stichting Kultureel Sintrum De Groate Kerk en van het Pelgrimsinformatiecentrum van het Nederlands Genootschap van Sint Jacob, dat is gevestigd in De Groate Kerk van het Friese Sint-Jacobiparochie.

Ook Nijkleaster is vertegenwoordigd
Deze werkgroep heeft voor vanavond een aantal organisaties en personen uitgenodigd om in de bijeenkomst van vanavond in het Jabikshuus van De Groate Kerk van Sint-Jacobiparochie geïnformeerd te worden over dit project, en om met zijn allen ideeën aan te dragen ten behoeve van dit project, met ook de vraag om samen te onderzoeken waar we elkaar zouden kunnen ondersteunen, aanvullen en samenwerken om hiervan een geslaagd project te maken. Ruim twintig belangstellenden geven gehoor aan deze oproep, dus met een goed gevulde zaal gaan we vanavond met elkaar aan het werk. Durkje en ik wonen deze projectstart beiden als pelgrims ook bij, en ik vertegenwoordig vanavond als bestuurslid ook de Stifting Nijkleaster, die pioniert om te komen tot een modern protestants klooster in het Friese Jorwert, dat ligt op de route van het Fries-Overijsselse Jabikspaad, dat de Fries-Nederlandse aanlooproute vormt van de pelgrimstocht naar het Spaanse Santiago de Compostela.

Drie speerpunten
Dit project 'Santiago aan het Wad' wil focussen op de volgende drie speerpunten:

  1. 1. De ontwikkeling van bijzondere overnachtingsplaatsen voor wandelaars/fietsers/pelgrims, met daarbij zo mogelijk ook een aanbod van pelgrimsmaaltijden;
  2. 2. Het aanbieden van uiteenlopende wandel- en fietsarrangementen;
  3. 3. De digitalisering van de route(informatie) voor de fietsers, wandelaars en pelgrims. 

Daarbij is het van belang om ook veel en goed aandacht te besteden aan provinciale, nationale en internationale promotie van 'Santiago aan het Wad'.
Daarnaast blijft het natuurlijk mogelijk dat er aanvullend ook nog allerlei verschillende andere initiatieven en activiteiten aanhaken; kortom, er is nu en ook later nog van alles mogelijk.

Het Jabikspaad heeft al heel veel
Namens de werkgroep 'Santiago aan het Wad' heet Hans de Jong alle aanwezigen van harte welkom. Eerst blikt hij met ons terug op de succesvolle Zomerexpositie in De Groate Kerk van 2014. Niet alleen die tentoonstelling werd een succes, maar in de praktijk van alle openingsdagen bleek dat deze expositie een geliefde ontmoetingsplaats werd voor pelgrims die al onderweg waren geweest naar Santiago de Compostela, en al die fietsers en wandelaars die nog overwogen om de eerste en/of volgende kilometers af te leggen op het pelgrimspad naar dit Spaanse bedevaartsoord.
Na een uitgebreide (want pelgrims hebben altijd veel te vertellen) voorstelronde verzorgt Hans een presentatie, waarbij hij benadrukt dat we zeker niet vanuit het niets hoeven te beginnen, want er is in de Friese infrastructuur immers al zoveel dat dit project mede faciliteert, Denk daarbij bijvoorbeeld maar eens aan: al die bewegwijzerde fiets- en wandelpaden, de jaarlijkse zomerexpositie, lijsten van alle pelgrimsstempeladressen, een grote variatie aan overnachtingsmogelijkheden, het Pelgrimsinformatiecentrum Sint Jacob, kunst en cultuur zoals een pelgrimsmonument, het pionierende klooster in oprichting van Nijkleaster langs de Jacobsroute door Jorwert, en de driedaagse oefenpelgrimage op de fiets over het Jabikspaad en het Jacobspad. Daarnaast krijgen alle pelgrims in de oude bedevaartsplaats Hasselt in Overijssel een buitengewoon warm onthaal als ze daar het Jabikspaad voltooien. Er is dus al heel veel goeds, en als we daar goede zaken aan toevoegen, krijgen we een bijzonder aantrekkelijk spiritueel en toeristisch totaalpakket voor wandelaars en fietsers, voor toeristen en pelgrims.

Waarde toevoegen
In zijn presentatie noemt Hans de Jong een aantal zaken waaraan je zou kunnen denken bij het vorm en inhoud geven van en aan de hierboven genoemde drie speerpunten. Er is nog zoveel moois waarmee je waarde kunt toevoegen aan het Jabikspaad, waardoor het rijke concept van 'Santiago aan het Wad' op haar beurt nog zoveel waarde kan toevoegen aan Fryslân in het algemeen, en aan het Jabikspaad en aan Leeuwarden Culturele Hoofdstad 2018 in het bijzonder. Na de pauze passeren een aantal van die nieuwe verrijkingspakketten de revue.

AbelLife apps
Zo verzorgt vertegenwoordiger Fred van Schoonhoven van app-leverancier AbelLife een presentatie over de wijze waarop men in de provincie Overijssel succesvol heeft gewerkt aan het toeristisch pakket 'Feel Food' voor bijvoorbeeld fietsers, wandelaars, toeristen en pelgrims in Overijssel.
Van Schoonhoven adviseert ons om in Fryslân vooral heel dicht bij het zogenoemde DNA van onze mooie provincie te blijven. Koester, gebruik en verstevig bijvoorbeeld dat mooie religieuze erfgoed van Fryslân. Ga vooral ook samenwerken, en zorg er samen voor dat toeristen en pelgrims ongekunsteld en eerlijk kunnen beleven wat je hier in Fryslân al hebt. En zorg ervoor dat je vooral aantoont wat de impact en waarde is van dit hele project 'Santiago aan het Wad', en - eenmaal ermee begonnen - moet je ervoor zorgen dat wat je doet ook een duurzame werking heeft, kortom houdt in leven wat je leven inblaast.

Welke tocht leidt in 2018 naar Santiago aan het Wad?
Een volgende presentatie wordt verzorgd door de journaliste en aanbiedster van wandelarrangementen Sietske de Boer. Ze lanceert het idee om in het kader van het 2018-project in 2017 alvast een groepspelgrimage te organiseren van Sint-Jacobiparochie naar Santiago de Compostela. Dat haar voorstel voor zo'n eerste avond al tamelijk concreet is, blijkt uit allerlei concrete reacties die ze daarop vanuit de zaal onmiddellijk terugkrijgt. Zo wordt teruggegeven dat het wellicht beter bij het project past om van deze 2017-groepspelgrimage een omgekeerde pelgrimage te maken, die in het jaar van Leeuwarden Culturele Hoofdstad 2018 vanuit Santiago de Compostela juist voert náár Sint-Jacobiparochie met een doorgang door Leeuwarden, geheel volgens de route van het Jabikspaad.
Weer een ander komt met het voorstel om de vorm van deze groepspelgrimage vast te houden, maar de tocht in 2018 te laten vertrekken vanuit het Deense Aarhus, de vorige Culturele Hoofdstad van 2017, om dan van de vorige (2017) naar de komende Culturele Hoofdstad (2018) te lopen, waarbij je dan ook pelgrimsplaatsen zoals Uithuizen (begin van het Jacobspad), Dokkum (bedevaartsoord met Bonifatiuskapel), Rinsumageest (kerk met beroemde crypte) en Aduard, Bartlehiem en Hallum (3 voormalige kloosterlocaties) doorkruist op weg naar Sint-Jacobiparochie en Leeuwarden.


Het grote feest van Santiago aan het Wad
Zo - en met nog veel meer reacties en waarde(n)volle ideeën - wordt vanavond overduidelijk dat al deze ideeën ruim voldoende voeding geven om de werkgroep 'Santiago aan het Wad' concreet en vlot door te laten starten naar de ideeëngeneratie op weg naar een concreet projectplan. Dit project krijgt ook de insteek om al die boeiende initiatieven te bundelen tot één groot concept, waar dan als geheel iets groots en moois van kan worden gemaakt. Dan zal dat vast en zeker ook nieuwe wegen openen om gebruik te maken van het provinciale Waddenfonds, waar op dit moment meer en veel beter gebruik van kan worden gemaakt, om stevig en duurzaam aandacht te vragen voor het hele Waddengebied als kostbaar 'Waddenzee Werelderfgoed'.
Directeur Gerhard Bakker van de Stichting Alde Fryske Tsjerken sluit aan het eind van de avond deze brainstormsessie af en geeft daarbij aan dat zowel het Nederlands Genootschap van Sint Jacob (in de persoon van voormalig bestuurder Bas Brouwer) als ook de Stichting Alde Fryske Tsjerken zich nadrukkelijk willen verbinden aan dit project. Juist door ons met elkaar te verbinden, kunnen we onder andere het Pelgrimsinformatiecentrum verder opwaarderen, creëren we mogelijkheden om voor fietsers, wandelaars en voor pelgrims routes te digitaliseren, zullen we in staat zijn om een netwerk van refugio's (pelgrimsaccommodaties) langs het Jabikspaad te realiseren, kunnen er in deze provincie allerlei arrangementen voor wandelaars en fietser worden geschapen, en zullen we toch zeker ook zo'n belangrijk jaar willen afsluiten met een groots afsluitend pelgrimsfeest in het Friese 'Santiago aan het Wad'.
 

Bestuursvergadering Nijkleaster met warme aanvang

Dinsdag 25 november 2015 
Nieuwe kaarsen op de viertafel van Nijkleaster

Aangenaam warm
Nu we van de herfst gaandeweg de winter in glijden, wordt het in de eeuwenoude Sint-Radboudkerk ook weer kouder. Toch gaan ook in het najaar en in de winter de korte vieringen van Nijkleaster in deze kerk van Jorwert altijd door. Over de stoelen in het koor van de kerk hangen kleurrijke fleecedekens om op te zitten, of om die om je heen te hangen, teneinde je warmte zoveel mogelijk bij je te houden tijdens de liturgische vieringen.
Om onze kloostergasten zo gerieflijk mogelijk deel te laten nemen aan de vieringen, hebben we bij Nijkleaster vanaf deze maand er nu ook enkele tientallen warmtekussen bij in gebruik genomen. Dit duurzame verwarmingssysteem bestaat uit warmtekussen die draadloos worden verwarmd, en als je erop gaat zitten, krijg je het lekker warm.

Warme opening
Vanavond maken we als bestuur voor het eerst ook gebruik van dit nieuwe plug-and-play-stoelverwarmingssysteem.
Op de viertafel in het koor van de kerk branden nieuwe kaarsen. Komend weekend vangen de weken van Advent aan.
Zoals dat inmiddels te doen gebruikelijk is, beginnen we onze bestuursvergadering van de Stifting Nijkleaster in de binnenkring in het koor van de Sint-Radboudkerk. Voor het eerst op de warmtekussens zitten, een fleecedeken erbij, lekker warm.
De liturgische opening wordt verzorgd door onze Nijkleaster-pionier-predikant Hinne Wagenaar. We beginnen onze bijeenkomst in stilte, daarna lezen we samen, ook in de Bijbel, en voordat we met Gods Zegen de vergadering in gaan, zingen we samen. Een goed begin van deze bestuursvergadering.

Pionieren binnen en buiten Jorwert
Vanuit de Kleasterried komen verschillende gesprekspunten, die we - na het vaststellen van de notulen en de behandeling van de ingekomen post - bespreken. We genieten samen van de prachtige film die studenten van de opleiding Media en Entertainment Managemet van Stenden Hogeschool hebben gemaakt over de Nijkleaster-musicus Hindrik van der Meer. Deze film zal binnenkort ook voor iedereen te zien zijn op de website van Nijkleaster.
Daarna bespreken we de invulling van enkele (aanstaaande) bestuursvacatures, en worden enkele gesprekken met partners van Nijkleaster voorbesproken. Ik rapporteer over de voortgang op diverse assurantiezaken van Nijkleaster.
Aan het eind van de vergadering bespreken we enkele landelijke projecten, waaronder ook programma's voor scholing en ontwikkeling. Een aantal Nijkleasterlingen zullen een aandeel verzorgen in presentaties en cursussen, en enkele bestuursleden zullen in de komende maanden deelnemen aan een scholingsprogramma over kloosters, broederschappen en gastvrijheid.
Het is mooi om te zien dat Nijkleaster zowel lokaal, als provinciaal en landelijk al zo goed op de kaart staat. Ook buiten Jorwert zijn medewerkers en vrijwilligers van Nijkleaster actief op het gebied van voorlichting, scholing, pionieren, innoveren en vernieuwen.

maandag 23 november 2015

Friese Kustpad

Maandag 23 november 2015 
Cover van de routegids 'Friese Kustpad'

Reguliere route
Het Friese Kustpad (LAW 5-4) is een lange-afstand-wandelpad (LAW) met een lengte van 131 kilometer tussen Stavoren (het Friese 'Starum') en Lauwersoog.
In de wandelroutegids 'Friese Kustpad - Deel 4 van het Nederlandse Kustpad' staat de route uitgebreid beschreven van Stavoren naar Lauwersoog, maar voor wie de route in tegengestelde richting wil lopen, bevat de routegids ook de routebeschrijving van Lauwersoog naar Stavoren.
Het traject van Zurich tot aan Lauwersoog maakt deel uit van het gehele 'Hollandse Kustpad' van Bergen op Zoom tot aan Nieuweschans. En dat Hollandse Kustpad maakt deel uit van de lange Europese wandelroute 'E9' van het Franse Hendaye naar het Poolse Gdansk.

Drie alternatieve routes
Maar deze wandelgids bevat nog meer. Zo kun je tussen Roptazijl en Koehoal een alternatieve route van 7 kilometer kiezen, die minder ver landinwaarts gaat dan de reguliere route, waarbij je meer kilometers loopt over de Waddenzeedijk dan op het binnendijkse reguliere traject.
Een ander alternatief dat in de routegids is beschreven, is het 12,5 kilometer lange traject van Holwerd (op het doorgaande Friese Kustpad) landinwaarts naar de Friese Elfstedenstad Dokkum.
En voor de liefhebber is er ook nog een ander scenario voor wie het zogenoemd 'Rondje Noord-Friesland' wil lopen, over een afstand van 55 kilometer. Dat rondje kun je beginnen in Holwerd, om vanuit die kustplaats via het Friese Kustpad naar Lauwersoog te lopen. Daar stap je dan over op het begin van het Friese Woudenpad (LAW 1-1; voorheen het Zevenwoudenpad genoemd), dat je bewandelt van Lauwersoog naar Dokkum. Dat traject van Lauwersoog naar Dokkum wandelden Durkje en ik op 22 en 24 december 2007. En vanuit Dokkum kun je dan de route van Dokkum terug naar Holwerd lopen, via de route die in het 'Friese Kustpad' (LAW 5-4) als alternatief staat beschreven.
Wie al deze trajecten afzonderlijk (waarvan een aantal etappes dan dubbel) loopt, verlengt de wandelafstand van deze routegids van 131 naar 205,5 kilometer.

IJsselmeerkust en Waddenzeekust
De route van het Friese Kustpad is onderweg in beide richtingen gemarkeerd met wit-rode tekens, en als zodanig in de routegids beschreven. De route volgt grotendeels de kusten van het IJsselmeer en van de Waddenzee.
De route begint in Stavoren en volgt de kust van het IJsselmeer tot Hindeloopen, en buigt dan af naar Workum, Makkum en Wons. Het Friese Kustpad gaat dan in noordelijke richting verder naar Harlingen. De hoofdroute gaat via Wijnaldum en Oosterbierum naar Sint-Jacobiparochie. Na Sint-Jacobiparochie wordt bij Zwarte Haan de Waddenzeedijk weer bereikt. De route loopt vervolgens langs een buitendijks kweldergebied, dat aanvankelijk voor drooglegging bestemd was, maar dat inmiddels de functie van natuurgebied heeft gekregen.
De route gaat dan weer landinwaarts naar Ferwerd en Blija. Vlak vóór Holwerd kom je dan weer bij de Waddenzeedijk, en daarna loopt de route langs de zeedijk naar het Lauwersmeer, met uiteindelijk als eindpunt Lauwersoog.

Ruim 150 kilometer Friese Kustpad in 7 etappes
Durkje en ik liepen de 150,5 kilometers van alle etappes van het Friese Kustpad in de jaren 2008 en 2015, en wel als volgt:



zondag 22 november 2015

Thomasviering 'Doodstil' op Memoriazondag

Memoriazondag 22 november 2015
Open viering in de Sint-Vituskerk op de laatste zondag van het kerkelijk jaar


















Door het duister naar het licht
Vanmorgen komen we als Protestantse Gemeente van Stiens bijeen in de Sint-Vituskerk, een kerk waar al honderden jaren het leven en de dood zijn gevierd; de terpkerk waarin al zovelen werden gedoopt, trouwden en rouwden. Vandaag is het op deze laatste zondag van het kerkelijk jaar de zogenoemde 'Memoriazondag', de dag waarop we nadrukkelijk stilstaan bij onze gemeenteleden en alle andere mensen die in het afgelopen kerkelijk jaar zijn overleden. Omdat volgende week de Adventweken in de richting van het licht van het Kerstfeest aanvangen, is deze dodenherdenking een doorgangszondag vanuit het duister van de rouw naar het licht van het geboortefeest van Jezus Christus, dat we over enkele weken tijdens het Kerstfeest gaan vieren. Zo'n Memoriazondag is dus terugkijkend een dag van verdriet om wie ons ontvielen, maar tegelijk ook een dag van vreugde, omdat we ons richten naar het Licht van de belofte die wij tegemoet treden. Dat dubbele gevoel van deze Memoriazondag vieren we vanmorgen met zijn allen in een zogenoemde 'Thomasviering', die ons liturgisch mogelijkheden biedt om op eigen wijze toch samen vanuit dat duister het licht binnen te gaan.

De Peper&Zout-band van Stiens
Halleluja & Welkom in Gods huis
Bij het binnen gaan van de kerkzaal worden we met muziek verwelkomd door de 'Peper&Zout-band', de jeugdband van onze kerkelijke gemeente, onder leiding van Pieter Koehoorn.
De band zingt vóór aanvang van deze ochtenddienst het 'Hallelujah', en na de woorden van welkom door onze voorgangster dominee Desirée Scholtens ook nog het lied 'Welkom in Gods huis.
Bijbellezing 'Alles heeft zijn tijd
Een tijd om te rouwen en ...
Na het eerste gebed zingen we onder leiding van de jeugdband het lied 'Heer U bent welkom'. Voordat we dan ook nog het lied 'Stil mijn ziel, weest stil' zingen, luisteren we naar de bijbellezing uit het boek Prediker 3: 1-8 met als titel 'Alles heeft zijn tijd', waarin Aniek ons onder andere voorleest:
"Er is een tijd om te huilen
en een tijd om te lachten,
een tijd om te rouwen
en een tijd om te dansen."
20 lichtjes voor de overledenen

De heilige chaos
Dan hebben we lang genoeg stil gezeten, aldus dominee Scholtens, dus is het de hoogste tijd om nu iets te gaan doen, om - zo mogelijk en gewenst - in beweging te komen. Ze introduceert de zogenoemde 'heilige chaos', het deel van deze Thomasviering, waarin iedereen door de kerk gaat om op de plaats waar men dat wil iets de doen en iets te beleven aan deze Memoriaviering.
Wie bijvoorbeeld op de preekstoel gaat staan, ziet onderaan dit preekgestoelte in een stille hoek achter het houten hek een lege, geopende doodskist staan. Het is het omhulsel waarin wij onze overleden geliefden zorgvuldig neerleggen, als wij het lichaam toevertrouwen aan de aarde en de ziel aan God. Dat de dood ook bij het leven hoort, toont ons de vloer van deze eeuwenoude kerk, die is geplaveid met hele oude grafstenen. Hier en daar ligt papier dat op een grafsteen kan worden geplakt, om de teksten en symbolen daarop zichtbaar te maken door er met kleurkrijt overheen te gaan. Enkele kinderen proberen de teksten zo te ontcijferen.
Het licht verbreekt het duister

Aan de voet van de hoog opgaande sterrenhemel in het koor van de kerk staan op de grafstenen-vloer twintig lichtjes, waarmee we vandaag de twintig gemeenteleden herdenken die ons in het afgelopen kerkelijk jaar ontvielen. Wie daar een lichtje wil bijplaatsen voor de geliefden die hij of zij vandaag gedenkt, krijgt daar nu de gelegenheid voor. Wie even later op de preekstoel kijkt in de richting van het koor van de kerk, die ziet onder de sterrenhemel het licht van al die waxinelichten, dat het duister en het verdriet van ons leven doet oplichten naar de sterrenhemel, die we over enkele weken in de Kerstnacht weer tegen zullen komen in het geboorteverhaal van Jezus.

Ook met teksten wordt vanmorgen gewerkt. Zo kun je tijdens deze ontdekkingstocht rond het thema 'Doodgewoon' bijvoorbeeld een vraag, een overdenking, een wens, of een gebedsintentie schrijven op een notitieblad, om dat vervolgens te deponeren in het oude doopvont van de kerk. Dichtgevouwen blaadjes blijven dicht, en wie graag wil dat de predikante kennis neemt van de inhoud van diens notitie, kan zijn of haar blaadje geopend in het doopvont leggen.
Langs de wanden hangen bijbelteksten op de zwarte krijt-psalmborden, en rondom hangen witte bladen met daarop allerhande teksten die graag worden gelezen of gezongen tijdens rouwdiensten, Noem deze verzameling maar een soort 'begrafenis-top 10'.
Met al deze vormen tijdens de Thomasviering proberen we met zijn allen zoveel mogelijk zonder taboes onderwerpen als dood, begrafenis en hemel bespreekbaar te maken. Jong, volwassen en (heel) oud ontmoeten elkaar tijdens dit open deel, en je ziet dat de kerkgangers vanmorgen ondertussen met elkaar in gesprek raken over wat hen bezig houdt en wat hen raakt.

Begrafenisrituelen bekijken op de Ipad
Dominee Desirée Scholtens heeft overigens ook nog een slide show gemaakt, die zij voor ieder die dat wil, op haar Ipad laat bekijken door de deelnemers van deze viering. Velen kijken in groepjes even naar deze powerpointpresentatie over verschillende begrafenisrituelen in bijvoorbeeld verschillende culturen.

Rondleiding over het kerkhof van Stiens
Na enige tijd - als iedereen voldoende tijd heeft gehad om overal bij langs te gaan - gaan we plenair weer verder met deze gedenkwaardige kerkdienst. We bidden en zingen met de band het lied 'In Christ alone'.  Na de zegen en heenzending kunnen we ook nog met onze voormalige koster Cees Buisman naar buiten voor een rondleiding over het kerkhof rondom de Sint-Vituskerk. Daar is veel belangstelling voor, dus een grote groep gaat buiten in de frisse lucht en onder het genot van een voorzichtig schijnend zonnetje met Cees mee. Na een halve rondgang over het grindpad tussen de dubbele lindenrij rondom het kerkhof komen we aan de noordzijde weer op het kerkhof, waar we stilstaan en uitleg krijgen bij enkele bijzondere graven op dit Stienser kerkhof. Zo bekijken we de uit het jaar 1610 daterende oudste grafsteen, en komen we langs de graven van hen die eeuwen geleden of soms ook nog heel recent overleden en hier werden begraven.

En als we dan met zijn allen weer binnen komen in de kerkzaal, staat daar de warme chocolademelk voor iedereen klaar. Er is dan nog volop gelegenheid om met elkaar na te praten over deze bijzondere open viering op Memoriazondag 2015
Muzikale begeleiding wordt verzorgd door de Peper&Zout-band van Stiens





zaterdag 21 november 2015

Stil zijn voor de slachtoffers van de aanslagen in Parijs

Zaterdag 21 november 2015 
Stille aandacht in het Stiltecentrum voor de slachtoffer van Parijs















Vluchten of reizen
Nog maar een week geleden werden we opgeschrikt door de bloedige aanslagen in Parijs van vorige week vrijdag. Bij veel mensen zit de schrik nog behoorlijk in de benen. Iedereen gaat daar op zijn eigen manier mee om. Zo meldt de één dat hij of zij een geplande reis naar Parijs annuleerde, terwijl een ander aangeeft nu juist wel een reis naar Parijs te maken, ook al was het alleen al om zijn of haar solidariteit te tonen met de nabestaanden van de slachtoffers in het bijzonder, en met de Parijzenaars in het algemeen.

Voor slachtoffers en hun geliefden
Waar doorgaans wel één lijn in wordt getrokken, is het feit dat men de stilte zoekt om letterlijk en figuurlijk stil te staan bij de oorzaken en bij de 'vrees-selijke' gevolgen van deze gruwelijke moorden. In Parijs, in heel het land, ook in Europa en zelfs ver daarbuiten zijn mensen afgelopen week op gestelde tijden bijeen gekomen om de slachtoffers te gedenken, en om hun nabestaanden en familie te laten merken hoezeer het ons allen pijn doet wat vorige week in Parijs gebeurde.

Veraf en dichtbij
Ook bij ons binnen Stenden Hogeschool was er gelegenheid om stil te staan bij deze aanslagen. Bij een internationale hogeschool zoals Stenden was het zomaar mogelijk geweest dat ook een student of een medewerker van Stenden in Parijs op een of andere wijze slachtoffer was geworden van deze aanslagen. Je moet er toch niet aan denken.
Daar sta je vooral ook even bij stil als binnen Stenden afgelopen week bekend wordt gemaakt dat een afgestudeerde studente van één van onze collega-hogescholen - van Avans Hogeschool - samen met haar vriend bij de aanslag om het leven is gekomen in de concertzaal Bataclan, waar de terroristen vorige week vrijdagavond tientallen mensen in de concertzaal om het leven brachten.

Stil in Stenden
Afgelopen maandag hebben we ook bij binnen Stenden Hogeschool rond het middaguur een minuut stilte in acht genomen voor de slachtoffers van dit geweld in Parijs.
Ook in het Stiltecentrum in het Ontmoetingscentrum van Stenden Hogeschool te Leeuwarden wordt momenteel de gelegenheid geboden om - weg van de hectiek van de dag - stil te worden, stil te zijn en stil te staan bij het leed dat mensen elkaar aandoen, en zich te bezinnen op alle pijn en alle leed dat deze onmenselijke daden teweeg hebben gebracht.
Het Stiltecentrum is daartoe heel eenvoudig ingericht. Alleen een aantal vergrotingen van kleurenfoto's van slachtoffers, van herdenkingen en van symbolen liggen op het altaar in de kapel, en op het altaar en vóór het altaar op een tafeltje ligt een groot vel papier, waarop je als bezoeker kunt schrijven wat je hart je ingeeft. Daar is en wordt zeker ook gebruik van gemaakt.

De stilte zingt U toe, o Heere,
in uw verheven oord.
Wij zullen ons naar Sion keren
waar Gij ons bidden hoort.
Daar zal men, Heer, tot U zich wenden,
tot U komt al wat leeft,
tot U, o redder uit ellende,
die alle schuld vergeeft.


vrijdag 20 november 2015

Afscheidssymposium voor Petra Krajenbrink

Vrijdag 20 november 2015 
Minisymposium voor het afscheid van Petra Krajenbrink bij Stenden in Assen 












Ontmoeten en verdiepen
Na een diensttijd van 15 jaar bij eerst de Hogeschool Drenthe en nu Stenden Hogeschool neemt Petra Krajenbrink afscheid van Stenden Hogeschool. Ze trad in dienst als docente Pedagogiek, werd later locatiedirecteur in Assen en tot op heden was ze Academic Dean bij de School of Education van Stenden Hogeschool.
Ter gelegenheid van haar afscheid wordt in de Stenden-locatie Assen vanmiddag een inspirerend mini-symposium georganiseerd, waarbij dr. Hartger Wassink keynote speaker is.
In zijn verwelkoming van alle gasten noemt Head of School of Education a.i. Paul van Amsterdam dat we Petra deze nieuwe interessante stap in haar loopbaan van harte gunnen, en dat we deze volgende carrièresprong naar de functie van voorzitter van het college van bestuur van de Stichting IJsselgraaf vanmiddag graag willen inluiden met een programma van ontmoeting en verdieping.
Daarna loopt collega-Academic Dean Herma Kortfage met ons het middagprogramma door, waarbij ze vertelt dat de focus van vanmiddag op kwaliteit, professionaliteit en professionele dialoog ook focus items zijn van de School of Education van Stenden Hogeschool.

Hartger Wassink
Hoofdspreker Hartger Wassink is organisatiepsycholoog, onderzoeker en momenteel zelfstandig gevestigd adviseur, die zich vooral heeft gespecialiseerd op het aspect van de 'professionele dialoog' als voorwaarde voor goed onderwijs.
Wassink spreekt over de kwaliteit van de relatie en van de ontmoeting, tussen bijvoorbeeld leerling en leerkracht, intercollegiaal, en tussen medewerker en leidinggevende. Mensen zijn van nature verhalenvertellers. Iedere leerling, iedere student en iedere docent en leidinggevende wil gezien zijn en heeft een eigen verhaal, met passie en emotie, en iedereen voelt ook wat bij de betekenis van 'goed onderwijs'.
Met verhalen kun je ook kennis overbrengen. Als we ons als mens geraakt weten door een ander mens, zegt dat ook iets over de kern van ons onderwijs. Juist daar - met verhalen vertellen tijdens onze ontmoetingen - moeten we iets mee doen. Daarvoor heb je de dialoog nodig.
Presentatie van Hartger Wassink

Oefeningen in dialoog
Om dat te ervaren doen we tijdens deze presentatie in korte intermezzo's enkele oefeningen in tweetallen, om vanuit een oppervlakkig gesprek te komen tot meer focus en verdieping. In de tweede oefening merk je dat het stellen van open vragen, waarmee de ander iets van zichzelf kan prijsgeven, je tot die verdieping brengt, en dat de ontmoeting en je gesprek daardoor betekenisvol wordt.
Daartoe helpt het ons om vragen te stellen, nieuwsgierig te zijn, goed te luisteren, te focussen op een concrete situatie, om je in te leven in de ander, empathisch te zijn, zorgvuldig te spreken, en op zoek te gaan naar een groter, gezamenlijk belang. Als je elkaars gezamenlijk belang kent, en weet waarom je dat belangrijk vindt, ben je al ver en kom je samen een heel eind op de goede weg.
Tussendoor ervaren we ook even wat de fysieke afstand tussen elkaar met je doet als je met elkaar in gesprek bent. Om elkaars lichaamstaal te lezen aan hoofd, handen en lichaamshouding is het wenselijk om op ongeveer armlengte afstand van elkaar te staan.

Moed ontmoeten moet
Aan het eind van zijn presentatie drukt Hartger Wassink ons op het hart dat docenten de echte ontmoeting met hun leerlingen/studenten mogelijk moeten maken, daar ben je óók leerkracht voor.
Maar ook leidinggevenden kunnen hier iets mee. Zij moeten met hun voorbeeld-rol de dialoog vóórleven. Zij moeten heel goed weten in welke richting ze (met het team) verder willen. En ook voor leidinggevenden geldt - evenals voor docenten - dat het niet alleen maar gaat om wat je zegt, maar dat het vooral ook gaat om wat je doet.
Elkaar op het juiste moment met aandacht aankijken, om echt contact met elkaar te maken, helpt om elkaar vertrouwen te schenken. In de dialoog moet je elkaar ook ruimte geven. Voor leidinggevenden en voor docenten is er moed nodig om respectievelijk diens ondergeschikte en leerling op zijn tijd ook los te laten. Soms is er enige moed voor nodig om elkaar de goede vragen te stellen, en er is veelal ook moed voor nodig om iets van jezelf te laten zien. Daarom verwijst Wassink nogmaals naar het thema van zijn presentatie: Moed ontmoeten moet.

Vuurtoren in zicht
Na de inhoudelijke component van deze afscheidsmiddag, krijgt Head of School Ingrid Janssen het woord. In haar afscheidsspeech laat ze aan de hand van een groot aantal foto's en en afbeelding iets zien van de rol die Petra Krajenbrink heeft gespeeld binnen de School of Education van Stenden Hogeschool. Ingrid sluit af met het welgemeende advies aan Petra, dat ze in haar nieuwe functie vooral niet de kapitein zal willen zijn en worden op alle 'scheepjes' binnen haar nieuwe werkomgeving, maar dat ze vooral de vuurtoren zal zijn voor alle 'scheepjes', die aan haar licht en positie steun ontvangen omtrent route, koers en bestemming. Dat beeld onderstreept ze door een zelfgemaakt houtdraai-werkstuk aan Petra te overhandigen: een vuurtoren.
Daarna krijgt Petra uiteraard ook het woord om haar afscheidsspeech te houden ten overstaan van de ongeveer 50 gasten die haar afscheid luister bij zetten. Petra onderstreept dat dit moment voor haar een natuurlijk moment is om afscheid te nemen, en dat het nodig is om iets ouds los te laten als je iets nieuws gaat beginnen. Ze geeft enkele voorbeelden van wat ze in de overgang van haar huidige naar haar nieuwe functie wil loslaten, en benadrukt wat ze in haar nieuwe rol van belang acht.
En voordat alle gasten dan ruimte krijgen voor persoonlijke ontmoeting en afscheid, maken Herma Kortfage en Ingrid Janssen nog van de gelegenheid gebruik om Petra een mooi afscheidskado aan te bieden, een fotokado met uitzicht, dat overigens heel goed past bij het beeld van de vuurtoren.

donderdag 19 november 2015

Industry Fair 2015 Stenden Hotel Management School Leeuwarden

Donderdag 19 november 2015 
Alles staat klaar voor de Industry Fair 2015


















Bijna mystiek
Vanmorgen vroeg om 7.30 uur wandel ik vanuit de ochtendschemering het inmiddels geopende Haak-gebouw binnen van Stenden Hogeschool in Leeuwarden. Achterin dit hogeschoolgebouw staan de deuren van de Tentamenhal van Stenden uitnodigen wijd open.
De tentamenhal is compleet heringericht, zo blijkt. Geen lange rijen met toetstafels en stoelen, maar heel smaakvol ingericht voor de bruisende activiteit die ons vandaag te wachten staat.
Zo op de vroege ochtend, alles staat klaar, niemand te zien, op de grens van stilte nu en drukte straks; het zorgt bijna voor een mystieke sfeer.
Wat staat hier te gebeuren?

Industry Fair 2015
Zo'n 50 nationale en internationale horecabedrijven presenteren zich hier vandaag aan de studenten van onze Stenden-opleidingen voor hoger hotelonderwijs. Deze bevriende organisaties zijn ingegaan op onze uitnodiging om deel te nemen aan de vierde editie van de zogenoemde 'Industry Fair' van onze Stenden Hotel Management School.
De Industry Fair is de jaarlijkse stagebeurs voor studenten van deze horeca-opleidingen. Dit jaar zijn er al 20 stage-aanbieders meer dan vier jaar geleden, toen de hotelschool met de Industry Fair begon.

Hospitality Industry Wordwide
De stagebedrijven zien een grote meerwaarde in de studenten van onze hotelschool. Studenten ronden hun de opleiding af met een tien maanden durende managementstage. Dat is een periode waarin zij de horeca-organisatie intensief leren kennen en waar(in) zij kunnen bewijzen wat ze waard zijn. Veel bedrijven willen deze 'aanpakkers' daarna graag behouden voor hun organisatie.
Bedrijven zoals Hilton Worldwide, Starwood Hotels & Resorts, Marriott en ook de RAI Amsterdam, De Kookfabriek en Post Plaza presenteren zich hier vandaag aan meer dan 900 studenten van de hotelschool.
Daarnaast zijn er vandaag ook vertegenwoordigers vanuit onder andere New York, Bali en Dubai aanwezig, zodat onze hotelschoolstudenten zich ook volop kunnen oriënteren op allerlei stagemogelijkheden wereldwijd.

Lots to do
Items die vandaag tijdens deze drukbezochte Industry Fair 2015 ook centraal staan, zijn: Networking, Industrial Placement Opportunities, Speed Dating, Company Presentations, Career Opportunities en Management Development Programmes.

woensdag 18 november 2015

Onderwijsheid

Woensdag 18 november 2015
Cover van 'Onderwijsheid'

Het boek van de meester voor de vader
Op Vaderdag 2015 kwamen onze kinderen met een goed boek aanzetten, met het boek ‘Onderwijsheid’, geschreven door Kees Boele, dat recent (2015) werd gepubliceerd. De ondertitel van dit boek geeft klip en klaar aan met welk oogmerk Kees Boele dit boek schreef, want, zo geeft hij met deze subtitel aan, we moeten: ‘Terug naar waar het echt om gaat’.
Dr. Kees Boele (1961) promoveerde  in de economie en de theologie. Sinds 1988 is hij bijna onafgebroken werkzaam in het hoger beroepsonderwijs, aanvankelijk als docent, en sinds 2004 als bestuurder. Momenteel is hij voorzitter van het college van bestuur van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen.
Wij allen - jong en oud - worden overstelpt met informatie. Menigeen lijdt aan ‘infobesitas’. Met informatietechnologie proberen we dit te lijf te gaan, maar dat helpt niet echt. Het komt erop aan dat je kunt selecteren welke informatie voor jou echt belangrijk is. Daarvoor heb je ‘wijsheid’ nodig. Daarom moeten – volgens Kees Boele - onderwijsmensen weer gaan doen waar het ten principale in het onderwijs om gaat: ‘Onder-wijzen’, zodat jongeren wijzer worden. Dat kan echter alleen als leidinggevenden hun school echt schóól laten zijn, in plaats van een bedrijf. Niet de managementinformatie moet leidend zijn, maar wel de inhoud van het onderwijs, de passie van docenten en de atmosfeer.

Woord vooraf
Op 23 april 2015 woonde ik het Jaarcongres 2015 bij van de Vereniging Hogescholen. Daar nam ik deel aan de boeiende workshop van Kees Boele, met als thema: ‘Onderwijsheid en arbeidsmarkt; een klassiek-frisse blik’. Die workshop nodigde wel uit om zijn boek te gaan lezen, dus ik begon al spoedig na Vaderdag aan Kees Boele zijn ‘Woord vooraf’.
Zijn ruim 25-jarig dienstverband in het onderwijs bracht Kees Boele ertoe om met name voor bestuurders, docenten en ondersteuners in het onderwijs dit boek te schrijven met de volgende drie kernpunten:
  • Onderwijs moet gericht zijn op het verwerven van wijsheid, opdat wij jongeren helpen richting te vinden in de overweldigende hoeveelheid informatie en keuzemogelijkheden;
  • Het onderwijs wordt belemmerd om dit te doen;
  • Leidinggevenden in het onderwijs moeten daarom gaan sturen op de inhoud en op de ontwikkeling van een ‘kwaliteitscultuur’.

Hoofdstuk 1 - Het probleem: infobesitas
Studenten Anno 2015 zijn veelal snelle en flexibele beslissers; netwerkers, die minder gevoelig zijn voor macht, maar wel gevoelig voor gezag. Echter, het verstrikt raken in de talloze keuzemogelijkheden en alternatieven maakt hen verlammend besluiteloos en resulteert in onzekerheid. Hun multimediale leven in onze attentie- en beleveniseconomie leidt bovendien tot (een stoornis van) aandachtstekort. Uitingen van verveling, apathie, onverschilligheid en stress worden zichtbaar. Mentaalmoeheid wordt in ‘Social Media Stress’ zichtbaar, mede omdat de afstand tussen studie, werk en privé steeds kleiner wordt (overigens niet alleen bij jongeren). Door altijd maar online beschikbaar te zijn voor en bezig te zijn met je werk (studie) leven we inmiddels in de meest uitbuitende en manipulatieve werkcultuur sinds de Industriële Revolutie. De trouw van organisaties aan hun werkers (en andersom ook) is sterk afgenomen. En minder harmonieuze sociale verhoudingen leiden bij de mens altijd tot meer leed en minder geluk.
Het gevoel leeft dat het in je - en om je - misschien wel nooit meer rustig zal worden, en dat er een radicale verandering in de lucht hangt. Als inzicht en overzicht ontbreken, en als mensen een wenkend perspectief en een duidelijke richting missen, regeert de angst. Doordat bij jonge mensen de hersencommunicatie met het ‘emotionele brein’ nog niet geheel is ontwikkeld, nemen jongeren betrekkelijk veel risico’s en vertonen ze vaak impulsief gedrag in hun studie, werk en leven.
De constante honger, en dan het obsessief zoeken naar nieuwe informatie (bijvoorbeeld via Facebook, Twitter, etc.) wordt aangeduid als ‘Infobesitas’. In het onderwijs zouden we onszelf moeten afvragen of het alsmaar produceren en consumeren van enorme hoeveelheden informatie nog wel de doelen van ons onderwijs dient. Als docenten en studenten hoofd- en bijzaken niet meer kunnen onderscheiden, en als ze niet meer met aandacht, geduld en toewijding hun werk (kunnen) doen, leidt dat tot problemen.
Docenten moeten wijs zijn, om een filter op alle informatie te zetten, om tot de gewenste scherpte te komen, om daar te komen waar het echt om gaat in je leven en werken. Dit boek gaat over wat dat onderwijsinhoudelijk betekent, en wat de consequenties daarvan zijn voor management, bestuur en toezicht in het onderwijs.

Hoofdstuk 2 - De remedie: wijsheid
Het Griekse woord voor ‘wijsheid’ (sophia) betekent: kunstvaardigheid. Het Latijnse woord voor ‘wijsheid’ (sapientia) heeft te maken met: proeven, ruiken. Het Hebreeuwse woord voor ‘wijsheid’(chokma) betekent: stevigheid, vastheid. Een wijs mens zou dan bijvoorbeeld de kunst verstaan om goed in te schatten in welke richting (nieuwe) kennis zich moet ontwikkelen. Wijsheid bewijst zich in de praktijk. Wijze docenten geven goed onderwijs als ze de goede dingen onderwijzen en het irrelevante vermijden.

Wijsheid is meer dan kennis en informatie
Expliciete kennis (vastgelegd in procedures, formules, schema’s, handboeken, modellen) leidt niet per definitie tot een betere interpretatie van informatie, en dan ook niet tot een betere kwaliteit van besluitvorming. Impliciete kennis (verkregen door ervaring, oefening, gedrag, waarneming) is persoonlijke kennis. Maar met kennis alleen ben je er niet en kom je er niet.
Boele vindt het van groot belang dat het onderwijs gaat denken in termen van het opklimmen van informatie via kennis naar wijsheid. Als je leerlingen/studenten wijs maakt, hebben zij een filter waarmee ze alle gegevens, informatie en kennis die op hen afkomt, kunnen filteren. Daarmee genees je jongeren van hun infobesitas. Studenten leren dan niet om meer te weten, maar om beter te weten, en onderwijs hoeft studenten dan niet zozeer geleerd te maken, maar wel beter en wijs. Het is een oproep aan docenten om met studenten te werken aan inzicht, onderscheidingsvermogen en deugdzaamheid, om weer terug te gaan naar waar het echt om gaat in het onderwijs.

Hoofdstuk 3 – Van goed onderwijs word je wijs
In dit derde hoofdstuk geeft Kees Boele invulling aan de inhoudelijke betekenis van ‘wijsheid’; daarbij gebruik makend van de klassieke indeling in logica (hoofd), ethica (hart) en fysica (handen).

Logica
Belangrijke doelstelling van het (hoger) onderwijs is dat studenten logisch, zelfstandig, kritisch en creatief leren denken.
Erasmus maakte duidelijk dat menselijk geluk bestaat in goed onderwijs en een juiste opvoeding. Voor Pascal hebben opvoeding, werk en studie de vorming van kritisch vermogen tot doel, en de mens die het eigen ongelijk erkent - en daardoor op een eerder ingenomen standpunt terugkomt - geeft blijk van kracht en wijsheid.
Een goede basiskennis van het eigen vakgebied is daarentegen wel nodig, want creativiteit in denken en doen kan pas ontstaan als je je beweegt op de grenzen van en tussen verschillende vakgebieden. En je bent pas effectief als je je gedachten ook nog goed onder woorden kunt brengen. Scherp dus je oordeel, versterk je geheugen, breng de waarheid naar voren, en bevorder de welsprekendheid.

Ethica
Kees Boele vindt dat we in het hoger onderwijs het klassieke inzicht in het grote belang van ethiek moeten revitaliseren, omdat de praktijk waar de afgestudeerden terecht komen een moreel geladen praktijk is, en om dat wij qua intelligente vermogens en ook moreel gezien gebrekkige mensen zijn. We zouden studenten dus ook wel degelijk moreel moeten vormen.
Je morele verantwoordelijkheid moet je als mens nemen als je een situatie moet inschatten, bij het maken van afwegingen, bij het nemen van beslissingen, en bij het waarderen van mensen en hun woord & daad. Je bent dus – gegeven een bepaalde context - aanspreekbaar op bepaalde waarden & normen.
We hoeven niet zolang na te denken, om ons in de praktijk van verleden en heden te realiseren dat mensen morele kwaliteit minder belangrijk gaan vinden naarmate men meer waarde gaat hechten aan geld. Gruwelijke wreedheden en onverantwoord handelen liggen op de loer als de vermanende stem van de wijsheid in je ontbreekt. Ook scholen hebben in de rol van ‘karaktervormers’ dan ook een belangrijke opvoedende en onderwijzende taak in het ontwikkelen van eigenschappen die jonge mensen nu en later in staat stellen zich beschaafd en moreel te gedragen.

Fysica
In het begrip ‘fysica’ maakt Boele onderscheid tussen: het lichamelijke, het emotionele en het kunstzinnige.
Bij het jonge kind zou de lichamelijke opvoeding centraal moeten staan, en naarmate de jaren vorderen, en de geest zich meer begint te ontwikkelen, moet de intellectuele training intensiever worden. Daarbij tekent hij aan dat het huidige overwegend feminiene onderwijs voor jongens meer fysiek-emotionele uitdaging en hardere eisen behoeft. Op zoek dus naar een harmonische eenheid van temperament en intellect.
Gezonde en liefdevolle sociale verhoudingen maken mensen zowel gezonder als gelukkiger. Onderwijs moet dan ook leuk zijn. Een intensief contact tussen docent en student is essentieel voor een optimaal leerresultaat. De eerste stap tot kennis is de liefde tot de leermeester.
Ook (uitvoerende) kunstzinnige vorming is van belang in goed onderwijs. Lezen is van onschatbare betekenis. Vrijetijdslezen is een drijvende kracht achter geletterdheid en taalvaardigheid. Muziek draagt bij aan de gelijkmoedigheid en verfijning van het karakter, en aan groepsharmonie. Samenklank verblijdt ons, en muziek kan de diepste emotie tot uitdrukking brengen.

Gezagvolle docenten
Voor goed onderwijs zijn goede (wijze) onder-wijzers onontbeerlijk. Leerrendement is ook afhankelijk van hoe goed het onderwijs is aangeboden. Prestaties van docenten zijn van doorslaggevende betekenis voor de prestaties van studenten. Dat vraagt om gezagvolle docenten (autoriteit, afkomstig van het Latijnse ‘augere’ betekent ‘helpen groeien’), die een toonbeeld zijn van morele verhevenheid, en die intellectueel een autoriteit zijn, en die bovendien een bron van wijsheid zijn. Vooral ook de oudere docenten kunnen door hun beleid, gezag en inzicht grote taken verrichten als onder-wijzer. Een goede docent ‘wijst’ ten behoeve van kennisontwikkeling inhoudelijk in de goede richting, wijst op samenhang, en reikt de student perspectief aan.

Hoofdstuk 4 - Belemmeringen voor onderwijsheid
Jonge mensen moeten liefde tot wijsheid krijgen. Als we daartoe in het onderwijs weer terug willen naar waar het echt om gaat, als we weer gaan ‘onder-wijzen’, krijgen we te maken met enkele belemmeringen. In dit hoofdstuk beschrijft Kees Boele vijf belemmeringen die hij herkent:
  • De 1e belemmering is die van het Postmodernisme. Deze heersende filosofie wijst elke metafysische claim af en heeft een sterke oriëntatie op taal. Kees Boele wijst ‘het nieuwe leren’ (verantwoordelijk zijn voor je eigen leerproces in een ‘ontschoolde’ instelling) af, omdat jongeren moeten genezen van hun ‘infobesitas’ en van hun ‘kies-pijn’. Jongeren moeten weer ‘gewézen worden door ‘onder-wijzers’. Dus niet langer doorgaan met kennisconstructie (sociaal-constructivisme, alhoewel dat het voordeel heeft dat het studenten wel activeert), maar weer werken aan kennisoverdracht.
  • Postmoderne onderwijsfilosofie is volgens Kees Boele te bekritiseren met de volgende drie bezwaren (tegen het ‘nieuwe leren’):
a.       (Kennis)filosofisch bezwaar: Waar de postmodernen de mogelijkheid van zekere, objectieve kennis ontkennen, vraagt Kees Boele zich af of dat ontkennen wel houdbaar is. Extreem postmodernisme leidt door haar al te statisch werkelijkheidsbeeld immers tot een onwerkbare vorm van relativisme, die elke discussie doodslaat. Juist het meerdimensionale - zoals het verdiepende, het morele en het emotionele - ontsluit daarentegen nieuwe perspectieven.
b.      Empirisch bezwaar: Waar het ‘nieuwe leren’ nog empirisch bewijs over zijn effectiviteit ontbeert, is het traditionele leren (het instructivisme) wel als effectief gebleken. Waarom wordt dat instructivisme dan nog nauwelijks toegepast, en voert het nieuwe leren de boventoon?
c.       Pedagogisch bezwaar: Als jongeren die (on)bewust leiden aan infobesitas vragen om stabiliteit, structuur en richting, waarom maken scholen de studenten dan verantwoordelijk voor hun eigen leerproces, en waarom geven de scholen (in navolging van de hele samenleving) hen dan ook nog eens volop (keuze)vrijheid. Met hun kies-pijn verdubbel je zo de onzekerheid van jongeren en doe je hen onrecht. Scholen zouden juist de pedagogische relatie centraal moeten stellen, en een leerklimaat bewerkstelligen waarin (ook) context-onafhankelijke kennis wordt overgedragen. Onderwijs is niet neutraal; het veronderstelt een perspectief, een doel van de onderwijzer. Kees Boele verwijst ook naar het gedachtegoed van professor-auteur Gert Biesta, die als doelen van het onderwijs noemt: Kwalificatie, Socialisatie en Persoonsvorming.  Scholen waarin de ‘leefwereld’ een ‘systeemwereld’ is, noemt Kees Boele ‘verdraaide’ scholen. Scholen zouden daarentegen 3 soorten kapitaal moeten aankweken, zijnde: economisch kapitaal (Ausbildung), Sociaal kapitaal en Geestelijk kapitaal (Bildung). Het bredere vakkenaanbod, de beroepspraktijkvorming en de algemene vorming moeten weer meer aandacht krijgen. Er is al weer behoefte aan een ‘groot verhaal’, en aan mensen die moreel leiderschap laten zien. Pas nadat scholen hebben besproken en besloten waartoe zij dienen, mogen ze gaan spreken over beleid, bestuur en organisatie.

  • De 2e belemmering is die van het Informatieverwerkend denkmodel.
  • De 3e belemmering is die van de Informalisering, die geweld doet aan de autoriteit van de docent en aan de welsprekendheid. In onze samenleving zijn idealen nog maar nauwelijks met ouderdom verbonden. De gezagvolle voorbeeldwerking van ouders maakt een neergang door. Docenten passen zich te gemakkelijk aan hun studenten aan door hun taalgebruik, kleding en omgangsvormen; en ze roepen daarmee niet meer automatisch respect op. Door verkleutering en infantilisering (bijvoorbeeld edutainment) loopt ook het onderwijs gevaar. En dat gaat maar door, terwijl we weten dat jongeren wel degelijk gevoelig zijn voor gezag dat is gebaseerd op kennis en wijsheid (ouderdom). Wijding, waardigheid en stijl vragen om een andere cultuur.
  • De 4e belemmering is die van het Onderzoeksideaal. Hoger onderwijsinstellingen zijn bij uitstek de plaatsen voor kennisoverdracht en voor de verkenning van de zin en het mysterie van het leven, gericht op karaktervorming. Een al te zeer opgaan in het onderzoeksideaal zou de kwaliteit van de opleiding en van het vormingsaspect van de student in de weg kunnen staan.
  • De 5e belemmering is die van het Bedrijfsmatige denken. Eendimensionale prestatienormen werken verstikkend. Ze zorgen voor een forse aanslag op de eigenwaarde van jongeren, die hier niet aan kunnen voldoen. En in goed onderwijs stijgt de kwaliteit als de productiviteit (bijvoorbeeld van een docent) daalt. Het publieke onderwijs heeft een wettelijke taak. In het onderwijs gaat het vooral ook om de betekenis van de docent. In het HBO zou het moeten gaan om waarden & normen, om zin & betekenis en meer om gezag dan om macht. Secularisatie en ontzuiling in het onderwijs leidde tot een vorm van ontzieling. In het HBO zou de nadruk veel meer moeten komen te liggen op de inhoud, op de persoon, op aandacht, op betekenis, op kwaliteit, op de lange termijn, en op gezag.
 
Waarschuwing tegen verenging van het onderwijs
Kees Boele waarschuwt onderwijsinstellingen voor de volgende drievoudige verenging van het onderwijs:
  • 1.       Waar de bijdrage aan de economische groei (van bijvoorbeeld de zogenoemde ‘topsectoren’) de maatstaf wordt voor relevant onderwijs.
  • 2.       Waar de inhoud van het onderwijs/onderwijzen zich verengt tot ‘opleiden’ (kwalificeren op kennis en vaardigheden) van professionals voor de arbeidsmarkt, ten koste van opvoeding, socialiseren en ontwikkeling/vorming voor het leven (de menselijke factor).
  • 3.       Waar het onderwijs (evidence based) focust op meetbare resultaten. Als dit meten doorschiet, zorgt dat voor schadelijke gevolgen. Als meting en meetbaarheid bepalen wat kwaliteit is, telt het niet-meetbare niet langer mee, en wordt het in de school ijzingwekkend stil over wat ons hart echt raakt, over wat echt belangrijk voor ons is, zoals: liefdevol onderwijs. De Belgische arts en theoloog Mark Desmet zei het zo: “We zijn geëvolueerd van evidentie naar te leveren evidence.”

Boele constateert dat deze drie vormen van verenging ertoe leiden dat de gangbare stijl van (heersende) leidinggevenden als ‘beheersmatig’ kan worden beschouwd. Hij ziet daarentegen dat beslissingen op scholen het beste worden uitgevoerd als de uitvoerenden die beslissingen zelf hebben genomen. Hun leidinggevende moet er daarom voor zorgen dat die uitvoerenden de besluiten nemen.
  • -          Er bestaat een essentieel onderscheid tussen ‘resultaten’ (wat je kunt tellen, wat meetbaar is), en ‘effecten’ (wat merkbaar is, waar je over kunt ver-tellen). De merkbare dingen zijn doorgaans belangrijker dan de meetbare.
  • -          Wij waarderen in het onderwijs wat we meten, in plaats van andersom.
  • -          Als je kwaliteit meetbaar maakt, dan wordt het uiteindelijk kwantiteit.
  • -          Onderzoek in de zorgsector illustreerde dat het optuigen van een uitvoerig kwaliteitszorgsysteem in een institutie niet per definitie effect heeft op de kwaliteit van het primaire proces. Dat zou ook wel eens voor het onderwijs kunnen gelden.

Hoofdstuk 5 - Appèl op leidinggevenden
Als je het bederf van het onderwijs wilt tegengaan, moet je de meeste zorg besteden aan de docenten. Omdat hun leidinggevenden de belemmeringen voor goed onderwijs weg moeten nemen, doet Kees Boele in dit laatste hoofdstuk een appèl op de leidinggevenden. Leidinggevenden dienen docenten aan te spreken op hun verantwoordelijkheid, maar zij moeten docenten ook ontzorgen, door van alles voor hen te regelen. Leidinggevenden moeten sturen op een ‘kwaliteitscultuur’, met vooral aandacht voor:
  • 1.       Een collectieve, inhoudelijke ambitie: die tot stand dient te komen in een participatief proces (coalities, platforms, netwerken) met leidinggevende, docenten, onderzoekers. studenten, werkgevers en andere belanghebbenden, want de collectieve wijsheid van een groep is altijd groter dan die van de leider. In het onderwijs zijn niet de middelen, maar goede mensen en hun kennis schaars. Belangrijke innovaties komen tot stand door gebruikmaking van bijdragen en ideeën van anderen. Dergelijke professionele leergemeenschappen (je leert het meeste van elkaar in je eigen organisatie) bevorderen ook de gemeenschapszin. Leidinggevenden die moeilijk kritiek van anderen kunnen hanteren, vergeten wel eens dat zonder dwarsliggers een recht spoor ondenkbaar is. Leidinggevenden moeten goed kunnen reflecteren op het eigen handelen, ze moeten zorgen voor een professionele cultuur, en ze moeten de verwachtingen van alle belanghebbenden kunnen vertalen. Om inhoud leidend te laten zijn, moet je sturen op het ondersteunende karakter van systemen, protocollen en procedures. Als een school geen leidend idee (eigenwijsheid qua koers en richting) heeft, wordt zij een speelbal van management hypes. Scherpe en collectieve inhoudelijke ambities helpen je om nieuwe ideeën snel op waarde te schatten. Bij alle beleidsvorming zou je steeds weer de vraag moeten stellen of het doel van het onderwijs ermee wordt gediend. Management en bestuurders in het onderwijs moeten intrinsiek zijn gemotiveerd en verbonden zijn met de inhoudelijke kant van het onderwijs en met het docentenvak. Eenvoud is het stempel van ieder die zijn doel bereikt. Als je systematisch werkt, hoeft ‘Burning the midnight oil’ (’s avonds ook nog werken) zelfs in drukke tijden niet voor te komen.
  • 2.       Professionele zelfstandigheid en verantwoordelijkheid: zijn beide ingrediënten voor een kwaliteitscultuur. Zelfstandigheid (is wat anders dan solistisch werken) verwijst zowel naar de regelmogelijkheid (met vrijheidsgraden) als naar de capaciteiten van de docent. Het kernmoment van wetenschappelijke creativiteit is niet afdwingbaar, kan niet worden gepland, en ontsnapt aan iedere controle. Verantwoordelijkheid nemen als docent betekent dat je je administratie op orde hebt, dat je je aan de wet houdt, en dat je een bepaalde moraal hanteert. Een goede school kent een begrensde autonomie en een morele orde, die berust op een kern van overgedragen, gedeelde waarden. Een leidinggevende die alles wil regelen, veroorzaakt chaos, want uitputtend ordenen leidt tot chaos. Platte organisaties helpen niet; medewerkers luisteren beter naar hun directe leidinggevende dan naar het bestuur; hiërarchie leidt niet tot lagere overheadkosten, maar discipline heb je daarentegen wel nodig. Kenniswerkers zijn niet te managen door het opleggen van regels en procedures, of door het toepassen van informatiesystemen. Pas als de leidinggevende vertrouwen heeft en geeft in de docent, neemt hij/zij diens verantwoordelijkheid. In een professionele organisatie geef je leiding door de (participatief vastgestelde) doelstellingen te vertalen naar haalbare en uitdagende teamresultaten, die zoveel mogelijk in overeenstemming zijn met de persoonlijke doelen van de teamleden. Docenten moeten zichzelf disciplineren middels het onderhouden van een deugdelijke kwaliteitscyclus, en docenten(teams) dienen zich altijd te (willen) verantwoorden over wat ze doen.
  • 3.       Een veilige en inspirerende sfeer: waarin je successen viert, elkaar waardeert en benoemt wat goed/mooi is; waar je over je fouten kunt praten (ter lering) en kunt zeggen wat je dwars zit. In die sfeer kan een collectieve inhoudelijke ambitie tot stand komen. Een goede leidinggevende inspireert, is gezaghebbend, waardeert wat goed en mooi is, heeft lief en schenkt aandacht, toont respect en is zichtbaar. De goede leider toont belangstelling (ook voor de belangen, de behoeften en de kleine problemen van individuele medewerkers) en gaat verbindingen aan. Daarnaast moet een leidinggevende veel en open communiceren, goed luisteren (met de kwaliteit van gedachten en argumenten voorop) naar het personeel; en het personeel horen, begrijpen en serieus nemen. De leidinggevende moet - naast aandacht voor inhoud en procedures – vooral ook aandacht geven aan processen.

Governance
Onderwijscultuur’ wordt door de Onderwijsraad gedefinieerd als ‘het creëren en in stand houden van een systeem van (ver)deling van bevoegdheden, dat het professioneel-bestuurlijk handelen in onderwijsinstellingen waarborgt’. Belangrijke elementen van een onderwijscultuur zijn: inhoud, zelfstandigheid en sfeer.
Juist ook in het onderwijs hebben we geleerd dat het door middel van codering en protocollering alsmaar stapelen van toezicht om onder andere de volgende redenen niet werkt:
  • 1.       Geen enkele code, geen enkel protocol kan alle gevallen in het onderwijs afdekken.
  • 2.       De grote hoeveelheid codes en regels zijn voor bestuurders niet te hanteren. Een fout(je) is zo gemaakt, en dat leidt al snel tot verscherpt toezicht, en toezicht op toezicht. Inspecteurs spreken elkaar ook regelmatig tegen.
  • 3.       Mensen (ook in het onderwijs) zijn te allen tijde gebrekkig, zowel intellectueel als moreel. Verscherpt toezicht leidt niet per definitie tot integer en foutloos werken; het ondermijnt zelfs het geweten en de eigen verantwoordelijkheid. Verzwaarde administratieve last en verantwoordingslast bevordert (ook elders) ontduikgedrag en/of ander onwenselijk gedrag. Een overmaat aan regels leidt tot uitholling van professioneel handelen. Regels maken controle wel gemakkelijker, maar ze helpen niet echt.
  • 4.       De uitdijende protocollen en procedures dempen de organische kwaliteit. Governance is vaak gebaseerd op wantrouwen. Wantrouwen maakt nerveus, onzeker, risicomijdend en bang. Wat wel goed werkt:
  • - genadig omgaan met gebrokenheid en feilbaarheid;
  • - het verlangen om dienstbaar te zijn, omdat je beseft dat jouw geluk uiteindelijk verborgen ligt in dat van anderen.

De rechtsvorm speelt ons parten
Kees Boele plaatst ook vraagtekens bij de rechtsvorm van hogescholen. Onderwijsinstellingen gaan van oudsher uit van verenigingen, de meest democratische rechtsvorm, vooral vanwege de verenigingsdemocratie. Momenteel gaan scholen meestal uit van stichtingen, de minst democratische rechtsvorm, die veel minder waarborgen voor interne verantwoording en transparantie kent dan de vereniging.

Naar Professionals Governance
We zouden moeten opschuiven van ‘aansprakelijk zijn voor’ naar ‘aanspreekbaar zijn op’. De verantwoordelijkheid moet meer komen te liggen bij de professional, bij de docent. Die onderwijsprofessional heeft namelijk de sleutel in handen voor een goede reputatie van de school. Daarmee schuiven we op naar zogenoemd ‘professionals governance’. Binnen een hogeschool zou dan de verantwoordelijkheid voor het onderwijs tot een hoogtepunt kunnen komen in de Examencommissie.
Dergelijk ‘meesterschap’ wordt in de onderwijspraktijk vooral ontwikkeld door te delibereren en door te reflecteren met anderen. Beroepsverenigingen van docenten kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan het (door)ontwikkelen en behouden van competente leraren.

Als je geen liefde hebt voor anderen, beteken je niets
Volgens de Nederlandse staatsman Thorbecke (in 1863) is het de taak van een directeur in het onderwijs dat hij/zij zorgt voor ‘den samenhang en geregelden gang van het geheel; hij moet als de ziel der school zijn’.
Hiertoe introduceert Kees Boele het begrip ‘liefde’, refererend aan de apostel Paulus: “had ik de liefde niet, ik zou niets zijn’.
Bestuurders en toezichthouders in het onderwijs zouden vooral moeten spreken over de doelen van de onderwijsinstelling en over de waarden van waaruit zij werken. Besturen en toezichthouden is volgens Boele een vorm van liefde; liefde voor je school, liefde voor alle studenten, liefde voor al je collega’s.
Dat doet me overigens denken aan een – hier ook veelzeggend - liedje dat wij vroeger met onze kinderen veel zongen, dat begint met: Als je geen liefde hebt voor elkaar, vallen je dromen in duigen, leef je buiten Gods gloria”.

Wijzen op de componist
In zijn slothoofdstuk geeft Kees Boele het goede voorbeeld door zelf ten finale voor de dag te komen met de achtergrond van zijn keuzes in onderwijs, wijsheid en onderwijsheid. Daarbij verwijst hij naar het begrip ‘Philosophia Christi’, van Erasmus (1516).
Als Boele in de slotalinea van zijn boek schrijft dat ook de ‘onderwijskwaliteitscultuur’ altijd gericht moet zijn op een ideaal dat meer is dan dat van een individu of van de gemeenschap, en hij daaraan voorafgaand aangeeft dat in de muziek niet de muzikant en ook niet de orkestmeester, maar wel de componist de belangrijkste figuur is, dan lijkt het mij wel duidelijk dat Kees Boele hier tot slot op lenige wijze - ook voor wat betreft ‘onderwijsheid’ - als orkestmeester wijst op de componist.
Begrijpt u wat u leest?

Marijke van der Plaats exposeert in Stenden Hogeschool

Dinsdag 17 november 2015 
Werk van Marijke van der Plaats

Schilderijenexpositie
Tot en met 25 januari 2016 exposeert Marijke van der Plaats in de Stenden Art Gallery van Stenden Hogeschool te Leeuwarden.
Deze publiek toegankelijke expositieruimte bevindt zich op de begane grond achter het Auditorium van ons Leeuwarder hogeschoolgebouw aan de Rengerslaan.
Stenden Hogeschool organiseert deze expositie in samenwerking met het Leeuwarder Kunstbureau Art Connection.

Plat vlak met toegevoegde elementen
Deze expositie bestaat uit een serie gevarieerde schilderijen, gemaakt met verschillende materialen en technieken in een geheel eigen stijl.
Marijke van der Plaats: "Als ik bezig ben met kunst, voel ik mij volledig in mijn kracht staan. De kunst die ik maak, komt van binnenuit, ik werk vanuit mijn hart. Als ik met kunst bezig ben, ontwaakt er een innerlijk vuur in mij waardoor ik veel innovatieve ideeën en inspiratie krijg. Vaak heb ik een plaatje in mijn hoofd en op het moment dat ik dit in werkelijkheid ga maken, of dat nou een muurschildering is, een tekening of een schildering met airbrush techniek op een kast, gebeurt er iets in mij en ontstaat het vanzelf. In de loop van deze tekening of schildering voeg ik steeds meer details en elementen toe, zodat het uiteindelijke resultaat een uniek en persoonlijk stuk kunst is."

Psalmen en verhalen van militairen

Maandag 16 november 2015 
Erik Asscher biedt ons het Jaarschrift 'Mensen helpen mens te blijven' aan









Vorming & Toerusting
Vanavond zijn we met ongeveer vijftien mensen bijeen in één van de zalen van kerkelijk centrum De Hege Stins in Stiens. De Commissie Vorming & Toerusting van de Protestantse Gemeente van Stiens heeft krijgsmachtpredikant Erik Asscher (1960) uitgenodigd om iets te vertellen over zijn werk als geestelijk verzorger bij de Vliegbasis Leeuwarden. Daarbij zal hij vandaag een bijzonder perspectief meenemen, namelijk de inzet van militairen in het licht van de Psalmen.
Tine de Vries opent de avond namens de organiserende commissie.

Geestelijke verzorging in de Krijgsmacht
Aandacht voor mensen, bij hen op bezoek gaan, met hen in gesprek gaan, vragen over hoe het met hen gaat, contact leggen en contact houden, zodat ze weten bij wie ze terecht kunnen als er met hen iets aan de hand is. Zo gaat Asscher te werk op de Vliegbasis van Leeuwarden.
Geestelijke begeleiding vindt vaak plaats op verzoek van zijn defensiecollega’s, om hun verhaal kwijt te raken en daarover in gesprek te raken; vaak gekoppeld aan adviesvragen, of als bijvoorbeeld de verhoudingen op de werkplek niet goed zijn.
Maar ook ceremonieel werk wordt gedaan, als er iets gevierd moet worden, een toespraak, een huwelijk of het dopen van een kind. Ook de herdenking van overleden collega’s hoort bij dit werk.

Zinvragen tussen wapensystemen
Defensie als werkomgeving, dagelijks naar je werkplek die is omgeven door een hek, Hier wordt een uniform gedragen. Hier spreekt met bij zware motoren van gevechtsvliegtuigen niet over geluidsoverlast, maar over geluidsbeleving. Hier levert men 'gevechtskracht' – ten behoeve van de vrede - met vliegende wapensystemen. De Krijgsmacht is een organisatie zoals veel andere organisaties, maar hier spreken we over een werkorganisatie waarbij de politiek beslissingen neemt over de inzet. Mede daarom zweren militairen trouw en gehoorzaamheid. Veelal gaat het om inzet in verre landen, met hoge doelen (zoals veiligheid en vrede) en in een harde werkelijkheid (bijvoorbeeld te midden van ellendige armoede). Werken in een omgeving van snelle veranderingen.
Dat alles levert zinvragen op.

Anno Domini MCMXVI Post Christum Natum
Steendruk van Ernst Barlach
Over zinvragen gesproken: Erik Asscher toont ons de afbeelding van een steendruk van Ernst Barlach; 'Anno Domini MCMXVI Post Christum Natum', dus gemaakt 1916 jaar na de geboorte van Jezus Christus, in de Eerste Wereldoorlog. We zien op de litho rechtsboven de diagonaal een ware overvloed aan kruisjes, Twee mannen, de ene met de handen gevouwen en de ander met een wijzende hand, De narigheid van de Eerste Wereldoorlog uitgebeeld met de drie kruisen van Golgotha tegen een wereld die overspoeld wordt door kruisen, Wat betekent Golgotha dan nog? Welk antwoord geeft het christelijk geloof dan nog in een wereld van zoveel onrust in de wereld, Vragen kun je (vooral) ook vandaag nog stellen, na de dodelijke aanslagen in Parijs van afgelopen weekend.
Een zinvraag dus.

Verhaal van een militair
Daarna vertelt Erik Asscher het verhaal van een jonge vrouwelijke militair, die afstand heeft genomen van haar geloof en van de kerk. Iemand die professioneel snel de goede beslissingen kan nemen. Ze vertelt hoe ze betrokken is geweest bij een schietincident in een helicopter boven vijandig gebied. In dit verhaalfragment legt ze wel heel erg de nadruk op de technische aspecten, over wat er feitelijk gebeurt, maar niet over wat het met haar doet, met uitzondering van de melding dat ze op die dag genoeg engeltjes heeft gehad om dit voorval te overleven. Toch biedt zo'n feitenrelaas voldoende ingangen om als geestelijk begeleider samen het verhaal weer in te stappen, om hier en daar vragen bij te deponeren, door de pastor en door de militair. Zinvragen, naar betekenis & zin van dit alles, vragen en antwoorden om achter te laten wat is geweest, en om openingen te bieden naar nieuwe inzet.

Victor Turner, Donald Winnicott en Walter Brueggemann
Daarna vertelt Asscher over drie verschillende wetenschappers, over wie ze zijn, over waar ze zich mee bezig houden, en over wat je met die wetenschap van dezen in je begeleidingswerk kunt.
Victor Turner richt zich op de paradoxen in ons leven, over al die tegenstellingen, over wat redelijk en wat mogelijk is. De helicopterpilote veronderstelde bijvoorbeeld dat ze in haar helicopter onkwetsbaar was en dat alles verklaarbaar is. Na het schietincident was ze echter boos, vooral omdat op haar werd geschoten, boven een terrein en op een hoogte waarvan ze dacht onaantastbaar te zijn. Zo paradoxaal staan haar ingebeelde zekerheid en dit intens beleefde levensgevaarlijke schietincident tegenover elkaar.    
Donald Winnicott is een ontwikkelingspsycholoog, die zich afvraagt wat een mens nodig heeft om zich te ontwikkelen en door te ontwikkelen; als kind, en ook als de volwassene die in zo'n confronterende oorlogservaring weer even 'met beide benen op de grond wordt gezet'. 
Walter Brueggemann is een theoloog, die zich heeft gebogen over de wijsheid uit de Psalmen, Wat kun je - ook als geestelijk verzorger - zoal met de Psalmen,  zodat mensen - ook militairen - er wat aan hebben. Erik Asscher wijst met enkele voorbeelden op het belang van Psalmen, zoals:

  • Tot rust komen, tot inkeer komen. 
  • Ze geven ruimte, om te herinneren en om te rouwen.
  • Ze bieden ook gelegenheid om aan te haken bij het leven van vandaag.

Drie Psalmfragmenten
Dan lezen we vóór de pauze nog drie bijbelfragmenten, uit drie verschillende Psalmen, te weten:
Psalm 10: 12-18: ... Toch ziet u de pijn en het verdriet, u merkt het op en weegt het in uw hand...
Psalm 22: vers 2 en de verzen 12-16: ... U blijft ver weg en redt mij niet, ook al schreeuw ik het uit...
Psalm 119: 165-168: ... Ik verwacht dat u mij redt, Heer...

Psalmen en emotie
Na de pauze heropent Erik Asscher met een terugblik: "Psalmen zijn een bron van inspiratie".
In de Krijgsmachtbijbel staat het hele Nieuwe Testament, en van het Oude Testament alleen de Psalmen. Dat is natuurlijk niet voor niets, want Psalmen hebben een krachtige werking, ook op militairen die opereren in hachelijke situaties van onzekerheid, onveiligheid, in oorlog.
Met militairen die van hun uitzendingsmissie terugkeren naar huis worden eerst zogenoemde 'terugkeergesprekken' gevoerd. Daar komt dan bijvoorbeeld de opgekropte emotie naar boven, waar je vervolgens als militair mee aan de slag moet, om dat een plaats te geven in je werk en in je leven, ook thuis. De geestelijk begeleider kan daar dan een belangrijke rol bij spelen. Voor de krijgsmachtpredikant betekent dat: contact leggen, luisteren en aansluiten bij het verhaal van de militair.

Ethiek en respect
Ethische kwesties staan in de Krijgsmacht niet overal erg in de belangstelling. Toch worden ze wel aan de orde gesteld, bijvoorbeeld in het kader van uitzending naar gebieden waar zwaar wordt gebombardeerd. Hoe ga je bijvoorbeeld om met filmbeelden van bominslagen.
Respect – vooral ook voor de militair - is een belangrijk criterium om de militair in bescherming te nemen, want dit zijn de mensen die in opdracht van anderen de gevaarlijke en vaak ook omstreden klussen verrichten.
Verder is het na de terugkeer van een gevaarlijke missie van belang dat militairen nu geen dingen doen en nu geen dingen zeggen, waar ze later spijt van krijgen. De geestelijk begeleider helpt daarbij zo goed als mogelijk. Onze militairen verdienen ons respect en onze zorg!