Posts tonen met het label hoger onderwijs. Alle posts tonen
Posts tonen met het label hoger onderwijs. Alle posts tonen

dinsdag 2 juli 2013

Rondje accreditatie rond het IJsselmeer

Dinsdag 2 juli 2013 
Hogeschoolvestiging van Inholland in Den Haag
















Resonansgroep Inspectie Hoger Onderwijs
Vanmorgen zijn we voor de vierde en laatste maal bijeen als Resonansgroep voor de Inspectie van het Hoger Onderwijs. We vergaderen wederom in het kantoor van de Inspectie voor het Onderwijs in Utrecht. De Inspectie heeft een Resonansgroep geïnstalleerd, bestaande uit vertegenwoordigers van verschillende belangenorganisaties, zoals de Verenigingen van instellingen voor bekostigd en onbekostigd Hoger Onderwijs (universiteiten en hogescholen), Evaluatieburo's, het Interstedelijk Studenten Overleg, en ik vertegenwoordig de medewerkers(docenten)belangen namens CNV-Onderwijs.

Kwaliteit Nederlands Accreditatiestelsel
In opdracht van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap houdt de Inspectie van het Hoger Onderwijs toezicht op de kwaliteit van het Nederlandse Accreditatiestelsel in het Hoger Onderwijs. In het kader van die toezichtstaak doet de Onderwijsinspectie in de eerste helft van dit jaar een onderzoek naar de kwaliteit van het huidige Accreditatiestelsel voor hogescholen en universiteiten. Als Resonansgroep adviseren we de Onderwijsinspectie tijdens dit onderzoeksproject op onderdelen zoals de opzet van het onderzoek, de onderzoeksvragen en op het onderzoeksrapport.

Feedback op concept-Inspectierapport
Vanmorgen komen we bijeen om het concept van het onderzoeksrapport te bespreken, waarin de uitkomsten van het onderzoek staan geschreven op het gebied van bijvoorbeeld onafhankelijkheid, deskundigheid, betrouwbaarheid, validiteit, zorgvuldigheid, kwaliteitsborging, stimulerende werking, transparantie, accreditatielasten, dekking en wettelijke vereisten. Daarnaast bespreken we de vijf uitgangspunten bij de invoering van dit nieuwe stelsel en tenslotte nog zaken als conclusies, aanbevelingen, beschouwing en vervolgtoezicht.
Naar verwachting zal in september 2013 het Inspectieonderzoek worden gepubliceerd.

Rondje IJsselmeer
Vanmorgen ben ik vanuit Stiens via Flevoland naar het Inspectiekantoor in Utrecht gereden. 
Als daar de vergadering van de Resonansgroep is afgelopen, rijd ik na het middaguur vanuit Utrecht naar Den Haag, om daar naar een volgende bijeenkomst te gaan in hogeschool Inholland
Aan het eind van de middag rijd ik dan van Den Haag via de Afsluitdijk naar Stiens. 
Daarmee is het rondje rond het IJsselmeer weer rond.

Hersteltrajecten Accreditatie
Het nieuwe Accreditatiestelsel dat wij vanmorgen bij de Onderwijsinspectie bespraken, heeft een verbeterfunctie in zich. Eén van de maatregelen die in dat stelsel kan worden genomen, is dat aan een hogeschool-opleiding een hersteltraject kan worden toegekend, indien de kwaliteit op een accreditatiestandaard niet aan de maat blijkt te zijn tijdens een visitatie.
Enkele hogeschoolopleidingen in Nederland hebben door de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO) inmiddels zo'n verbetertraject toegekend gekregen en zijn nu druk in de weer om op een nader overeengekomen tijdstip aan te tonen dat de beoogde verbeteringen op dat beoordelingsmoment zjn gerealiseerd.

Hogescholen-intervisiegroep Hersteltrajecten
Omdat dergelijke hersteltrajecten in het hoger onderwijs nieuw zijn, hebben een aantal kwaliteitszorgmedewerkers van hogescholen die al dan niet al in zo'n hersteltraject zitten, een kleine intervisiegroep opgericht, waarvan de groepsleden incidenteel bijeenkomen om het opstarten, het doorlopen en het afronden van zo'n hersteltraject met elkaar te bespreken, om zodoende van elkaar te leren en elkaar met raad bij te staan in de keuzes die in zo'n verbetertraject kunnen en moeten worden gemaakt.
In veel Nederlandse hogescholen en universiteiten wordt momenteel hard gewerkt aan de doorgaande kwaliteitsverbetering van het huidige hoger onderwijs. Alle extra inspanningen die hogescholen in dat kader momenteel getroosten, zullen er uiteindelijk toe bijdragen dat het Nederlandse hoger (beroeps)onderwijs goed is en in ruime mate voldoet aan de kwaliteitseisen die Anno 2013 en in de daarop volgende jaren aan het hoger onderwijs worden gesteld.

Accreditatielasten & Accreditatiebaten
Vandaag blijkt maar weer dat overal in het land - bij de Onderwijsinspectie, bij de NVAO, bij Evaluatieburo's, bij hogescholen en universiteiten en bij allerlei belangenorganisatie in het hoger onderwijs - kosten noch moeite worden gespaard om toekomstbestendig hoger onderwijs te ontwerpen, te ontwikkelen en te geven, dat voldoet aan de gestelde kwaliteitscriteria.

donderdag 30 mei 2013

Kwaliteit & Accreditatie van Deeltijd-onderwijs


Donderdag 30 mei 2013
Presentatie van Henri Ponds in het Platform HBO van het NNK
















Aandacht voor Deeltijd & Duaal
Het Platform HBO van het Nederlands Netwerk voor Kwaliteitsmanagement (NNK) komt vandaag bijeen in het cursus- en vergadercentrum Domstad te Utrecht. We komen vandaag bijeen om te luisteren naar èn te spreken over het borgen van de kwaliteit van (verkorte) deeltijdse en duale onderwijsvormen in het Hoger Beroepsonderwijs (HBO).
Twee sprekers zijn uitgenodigd, om vandaag vanuit verschillende perspectieven een presentatie te verzorgen over dit onderwerp. Eerste spreker is Henri Ponds van de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO) en tweede spreekster is Lucie te Lintelo van de Hogeschool van Amsterdam.

Perspectief van de accreditatieorganisatie
De eerste spreker – Henri Ponds – is beleidsmedewerker van de NVAO. Zijn presentatie heeft als titel: ‘Borging van de kwaliteit van deeltijdse en duale varianten en maatwerktrajecten’.
 Henri Ponds spreekt onder ander over de volgende zaken:

  • De Inspectie van het Hoger Onderwijs (IvHO) en de NVAO werken complementair. Aan de hand van een aantal voorbeelden wordt verteld dat deze twee organisaties steeds meer met elkaar samenwerken, nu ook op basis van een nieuw convenant.
  • In het kader van de goede werking van het huidige accreditatiestelsel wil de NVAO toewerken naar (meer) systeembrede analyses, zoals bijvoorbeeld HO-Domeinstudies.
  • Stelling over de zogenoemde ‘formele benadering’: Als je de wet- en regelgeving goed implementeert, bevordert dat de kwaliteit en het behalen van de vereiste resultaten.
  • De beste onderbouwing van het eindoordeel over de kwaliteit van een opleiding verkrijg je bij de input-throughput-output-benadering.
  • Als deeltijdse en duale onderwijsprogramma’s even lang duren als het voltijdse curriculum, vraagt dat om een stevige verantwoording. Ook als aan de student individueel maatwerk wordt geleverd, zul je daarin - meer dan voorheen – moeten zorgen voor  transparantie. Laat in dat kader bijvoorbeeld zien hoe in het concurrency-model het werkplekleren bijdraagt aan het realiseren van de eindkwalificaties. Ook een pro-actieve rol van de opleidingsexamencommissie is hierin gewenst.
  • We moeten toe naar een betere borging van de 240 EC’s, van vrijstellingen en van de studielast op de werkplek. Gebruik daarbij beoordelingskaders, die zijn gerelateerd aan de voltijdse onderwijsvorm van die opleiding.
  • Dat moet allemaal navolgbaar zijn. Individueel maatwerk en/of leerwegonafhankelijk studeren vraagt om extra kwaliteitsborging.

Perspectief van een hogeschool-opleiding
De tweede spreekster – Lucie te Lintelo – is projectmanager-consultant bij de HvA. Haar presentatie heeft als titel: ‘De flexibele Deeltijd: Modulair met extra’s’.
Lucie te Lintelo spreekt onder ander over de volgende zaken:

  • De context van deeltijds onderwijs schetst ze aan de hand van marktontwikkelingen, met kwaliteitsaspecten en verwijzend naar de insteek van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, die een ‘leven lang leren’ stimuleert.
  • Ze gaat in haar presentatie uit van de doelgroep van de werkende student/cursist, die in het kader van een individueel loopbaanperspectief effectief en efficiënt onderwijs moet hebben, dat optimaal in balans is qua ‘leren – werken – leven’.
  • We moeten integraal denken over flexibiliteit bij de programmering van het deeltijdse onderwijs, dus rekening houden met onder andere beoogde kwalificaties, met behoeften van de werkenden, met organiseerbaarheid & betaalbaarheid en met de borging van het eindniveau.
  • Als de HvA voor wat betreft deeltijds onderwijs spreekt van ‘modulair met extra’s ‘, bedoelt men individuele leerroutes binnen een gestandaardiseerd aanbod. Elke onderwijsmodule zou een Taakgebied moeten dekken, waarmee het voor het werkveld herkenbaar is. Dus geen moduul ‘Statistiek’ aanbieden, maar bijvoorbeeld wel een moduul ‘Marktonderzoek’. Als zo’n door het werkveld (h)erkend moduul een geheel taakgebied dekt, kun je er ook een certificaat-uitreiking aan koppelen, dat dan weer een civiel effect heeft in dat werkveld.
  • Bij modulair onderwijs moet je onderwijsmodulen ontwerpen van een zodanige omvang, dat ze voldoende diepgang èn binding bieden. Werk bijvoorbeeld ook met verplichte delen èn met keuze-elementen. Samenhang tussen verschillende modulen kun je ook creëren door in de opeenvolgende modulen de studenten te laten werken aan generieke competenties, zoals 'methodisch denken' en 'resultaatgericht werken'. Je kunt binnen zulke modulen ook werken met ‘blended learning’ en met werkplekleren. Een ander ontwerpcriterium bij modulair onderwijs is dat je werkt met leerwegonafhankelijk toetsen, waarbij een beoordelingsmodel centraal staat, waarin de interne opleidingseisen èn de externe werkveldeisen elkaar aanvullen.
  • De borging van het te realiseren eindniveau van een opleiding zit in de één-op-één-relatie met de beoogde opleidingskwalificaties.

Vervolgtoezicht & Vervolgonderzoek
De Inspectie van het Hoger Onderwijs zal in het jaar 2014 vervolgonderzoek doen naar de kwaliteit van het deeltijds en duaal hoger onderwijs. Het inspectierapport ‘Goed Verkort’ van het jaar 2012, waarin met name het deeltijdse en het duale onderwijs onder de loep werd genomen, stelt dat bij de dertien toen door de inspectie onderzochte Nederlandse opleidingen onvoldoende werd voldaan aan de wettelijke kwaliteitswaarborgen, waardoor bij die opleidingen onvoldoende was gewaarborgd dat de beoogde eindkwalificaties in de volle breedte en op het gewenste niveau werden gerealiseerd.
De instellingen voor hoger onderwijs waarvan toen opleidingen werden onderzocht zullen te zijner tijd in het vervolgonderzoek van 2014 moeten aangeven hoe en dat ze hun toenmalige gebreken in hun verbetertrajecten hebben weggenomen. Ook andere opleidingen van andere hoger onderwijsinstellingen die in 2012 nog niet zijn onderzocht, zullen in het inspectieonderzoek van 2014 worden meegenomen.

maandag 27 mei 2013

Accreditatie in het Hoger Onderwijs

Maandag 27 mei 2013 
De cover van het boek over Accreditatie

Van Visitatie naar Accreditatie
Bij de start van het voor Nederland aanvang deze eeuw nieuwe accreditatiestelsel, werd veel geschreven en gepubliceerd over de invoering van het nieuwe accreditatiestelsel in het hoger onderwijs. Eén van die publicaties die bij die overgang van het oude visitatiestelsel naar het nieuwe accreditatiestelsel verscheen, is het boek 'Accreditatie in het Hoger Onderwijs', met als subtitel: 'Achtergrond en praktijk in Nederland en Vlaanderen'.
Dit in december 2003 gepubliceerde boek is geschreven door Peter Kwikkers, Dirk van Damme en Theo Douma. Kwikkers & Douma waren indertijd ook twee van de docenten van een vierdaagse leergang over het nieuwe accreditatiestelsel, die ik in die periode volgde.

Achtergrond & praktijk
De auteurs wilden met hun boek inzicht geven in het door velen indertijd als complex aangemerkte accreditatiestelsel. Zo geeft het boek bijvoorbeeld antwoord op de vraag wat een Visiterende en Beoordelende Instantie (VBI) is, en wat haar positie in het Nederlandse accreditatiestelsel is. Daarnaast wordt beschreven wat de bevoegdheden zijn van de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO) en hoe het staat met de ministeriële verantwoordelijkheid in dit nieuwe stelsel. En uiteraard wordt in het boek ook uitgelegd wat dit nieuwe accreditatiestelsel betekent voor de onderwijsinstellingen in Nederland, en ook in Vlaanderen, want in beide werkgebieden is dit stelsel indertijd volgtijdelijk ingevoerd.
In dit boek bediscussiëren de schrijvers een aantal toen actuele dilemma's, die in deze publicatie worden getoetst aan de visies van gezaghebbende deskundigen op het vlak van hoger onderwijsbeleid.

Tussentijdse balans
Dit boek - een geschreven streven naar een tussentijdse balans - bestaat uit de volgende hoofdstukken:
  1. 1. Accreditatie: concept en context;
  2. 2. Bespiegelingen over beleid;
  3. 3. Bespiegelingen over het recht;
  4. 4. De NVAO en de VBI's;
  5. 5. Werking van het stelsel: gevolgen voor de instellingen;
  6. 6. Risico's en dillemma's.

zondag 21 april 2013

Wereld van waarde

Donderdag 18 april 2013
Keynote speaker minister Jet Bussemaker

HBO-jaarcongres 2013 in Den Bosch
Het jaarcongres 2013 van de HBO-raad (de vereniging van hogescholen) is vandaag in de Brabanthallen in 's Hertogenbosch. Met een deelnemerslijst van meer dan 600 mensen is dit één van de grootste congressen die jaarlijks in, voor en met het Nederlandse Hoger Beroepsonderwijs (HBO) wordt gehouden. Docenten & studenten, managers & bestuurders, onderwijskundigen & personeelsadviseurs, kortom, allerlei medewerkers van hogescholen en van hun partnerorganisaties zijn gisteren of vandaag afgereisd naar Den Bosch, om hier vandaag dit grote HBO-congres bij te wonen. We komen voor plenaire sessies, voor hoorcolleges, voor debatten, workshops, en ook om elkaar in de ontmoeting tussen hogescholen te spreken over ons waardevolle Nederlands hoger beroepsonderwijs.

De waarde van de opleiding
Nadat dagvoorzitter Jet de Ranitz iedereen welkom heeft geheten, volgt de openingsspeech van Thom de Graaf, voorzitter van de HBO-raad.  De Graaf spreekt over de kernfunctie van het HBO en beweert dat ons hoger beroepsonderwijs met sprongen vooruit gaat. Hij prijst onze onderwijsminister, die 'het hoger onderwijs ook van binnenuit kent. Ze weet waar wij mee bezig zijn, en hoe moeilijk dat soms ook is."
Thom de Graaf:
  • Studenten moeten tijd en ruimte houden om naar de wereld te kijken;
  • Goed onderwijs gaat om meer dan rendementen;
  • Het HBO heeft wel rust en stabiliteit nodig;
  • Teveel ministeriële sturing staat innovatie in de weg;
  • Onderzoek in het HBO - in bijvoorbeeld Centers of Excellence en in Lectoraten - leidt tot innovatie.
De HBO-raadsvoorzitter vindt dat we in onze vereniging van hogescholen samen verantwoording moeten afleggen, dat de onderlingen debatten en gesprekken van onderop moeten komen en dat we daarom onze Verenigingsgedachte meer moeten benadrukken. Hij sluit af met de presentatie van de nieuwe naam van de HBO-raad: 'Vereniging Hogescholen'. Zijn nieuwe visitekaartje met daarop de nieuwe verenigingsnaam reikt hij uit aan de volgende spreker: Jet Bussemaker, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCenW).

Onderwijsminister Jet Bussemaker
Dan volgt de voordracht van Jet Bussemaker, voorheen rector van de Hogeschool van Amsterdam, momenteel minister van OCenW.
Het opleiden van professionals aan wie wij ons zelf en ons hele hebben en houden in de toekomst toevertrouwen, is een kernmissie van het HBO, aldus onze minister. Ze geeft aan dat die kernmissie lang niet altijd in voldoende mate op waarde wordt geschat.
Jet Bussemaker:
  • In hogescholen draait alles om die waarde van de professional;
  • HBO-ers zijn waarde(n)dragers & waarde(n)overdragers;
  • De huidige praktijk vraagt om snelle oplossingen;
  • Hogescholen moeten niet universiteitje gaan spelen; nieuwe kennis moet - samen met het werkveld - in de praktijk worden gebracht;
  • Lectoren zijn in het maatschappelijk debat nog te vaak afwezig;
  • Bussemaker wil graag discussie over de toekomst van het HBO, over waar bijvoorbeeld over tien jaar het HBO staat qua digitalisering van het onderwijs.
Voorzittersvoordracht Onderwijsraad
De volgende plenaire voordracht wordt verzorgd door Geert ten Dam, voorzitter van de Onderwijsraad.
Ten Dam:
  • Kritisch leren denken doe je niet in aparte vakken, maar dat leren studenten in praktijkgericht onderwijs;
  • De aansluiting van het HBO op de arbeidsmarkt kan veel doelmatiger;
  • Je moet jezelf zien als iemand die een bijdrage gaat leveren aan waarde(n);
  • Je moet studenten leren te zien dat hun bijdrage aan het beroep en aan de samenleving ertoe doet; zo krijgt onderwijs vormende waarde;
  • Het gaat om het kwetsbare evenwicht van economische, maatschappelijke en persoonlijke waarden;
  • De missies van hogescholen zouden wel wat concreter mogen, want dan spreken ze de studenten ook meer aan;
  • Besteed ook aandacht aan de normatieve kant van bestuur & governance;
  • Je moet doorlopend expliciet nadenken over nieuwe moraliteit.
Cultuur wint altijd!
De eerste deelsessie die ik bijwoon, is het hoorcollege 'Cultuur wint altijd!', van Kristel Baele & Kees Boele, beiden lid van het College van Bestuur van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen.
Baele vraagt zich af wat het voor een hogeschoolbestuurder betekent als hij/zij een inspirerende, professionele onderwijs- en onderzoekscultuur wil creëren, en wat dat met de docent doet als je dat in balans wilt laten zijn met procedurele 'checks and balances'. Baele: 'Ontkennen van kwaliteitsstandaarden helpt niet, ze internaliseren wel.".
Boele vertelt dat docenten inhoud, sfeer en zelfstandigheid belangrijk vinden, maar dat zij momenteel teveel in een kramp zitten en bang zijn om te innoveren. Volgens hem is de cultuur (veel meer dan de structuur) bepalend voor de kwaliteit van het onderwijs. Studenten zouden minder opdrachten moeten krijgen en minder moeten reflecteren. Daarvoor moet meer inhoud in de plaats komen. Niet langer opleiden, maar onderwijzen vanuit ervaring en met wijsheid, want dat vraagt de huidige generatie, aldus Kees Boele.
Zijn oplossing is:
  • Werk vanuit een hoogwaardige, inhoudelijke en collectieve ambitie;
  • Organiseer professionele zelfstandigheid en verantwoordelijkheid;
  • Zorg voor een veilige en inspirerende atmosfeer.
Boele sluit zijn presentatie af met een verwijzing naar de woorden van Moeder Theresa: "We kunnen geen grote dingen doen, alleen kleine dingen met grote liefde".

Verbinden & Samen doen
De tweede deelsessie - een workshop - die ik bijwoon, gaat over 'Verbinding tussen centraal en decentraal overleg', verzorgd door Jos van Hijfte van de Hogeschool van Amsterdam. Gesteld wordt dat je streeft naar verbetering in het onderwijs, en dat zou dan blijken uit de cijfers. Cijfers geven echter geen verbetervoorstellen, maar geven altijd het signaal om een gesprek te voeren.
De derde deelsessie die ik bijwoon, heet: 'Waarom moeilijk doen als het samen kan', en gaat over studiesuccessen door sociale cohesie. In deze workshop van de Christelijke Hogeschool Windesheim presenteert lector Rob Bovens zijn project '#Five', over een fit en veilig Windesheim, over hoe een gezond en veilig hogeschoolklimaat leidt tot studiesucces.

Bas Haring filosofeert over hoger beroepsonderwijs
Het plenaire Slotprogramma wordt aan het eind van de middag verzorgd door filosoof Bas Haring.
De volgende twee thema's komen in zijn verhaal aan de orde:

I. De waarde van het onderwijs:
  • Studenten worden opgeleid om deel te nemen aan hún samenleving, waarin wíj te zijner tijd te gast zijn;
  • Waarde is geborgd in dingen, die er voor ons toe doen;
  • Naarmate de samenleving ingewikkelder wordt, hebben mensen een langer traject nodig om goed deel te kunnen nemen aan de samenleving. En daar komt bij dat als we langer leven en langer werken, wij ook langer moeten studeren.

II. Een onderzoekende houding stimuleren:
  • Beroepsgericht onderzoek in het HBO moet ook wetenschappelijk onderzoek zijn; en daar bestaat dan wel een enorme vrijheid, mits het antwoord op de onderzoeksvraag maar juist is.
  • Als je maar nieuwsgierig bent, mag je best onderzoek doen in het HBO.
Mijn toekomstdroom - aldus Bas Haring - is dat mensen niet direct overal wat van vinden en dat direct ook zeggen, maar dat ze hun oordeel nog even uitstellen.

woensdag 17 april 2013

Resonansgroep Inspectieonderzoek Accreditatiestelsel

Dinsdag 16 april 2013

Kantoor van de Onderwijsinspectie in Utrecht
















Onderzoek naar functioneren accreditatiestelsel
De Onderwijsinspectie stelt periodiek onderzoek in naar het functioneren van het Nederlandse accreditatiestelsel in het hoger onderwijs. Momenteel loopt een onderzoek naar het functioneren van het nieuwe accreditatiestelsel, dat per 1 januari 2010 van start is gegaan. De resultaten van dit inspectieonderzoek zal bijdragen aan de evaluatie van het nieuwe accreditatiestelsel, die het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap uitvoert.

Resonansgroep Inspectieonderzoek
De Onderwijsinspectie heeft een zogenoemde Resonansgroep ingesteld, die de inspectie adviseert over de onderzoeksopzet, over de uitvoering daarvan en over de onderzoeksrapportage. Deze Resonansgroep bestaat uit leden van koepelorganisaties (bv. CNVO, HBO-raad, ISO), deskundigen vanuit kringen van onderzoekspanels (NQA), docenten, studenten en een onafhankelijke buitenstaander. Op verzoek van en namens het bestuur van de onderwijsvakorganisatie CNVO participeer ik in deze Resonansgroep. De Resonansgroep kwam reeds bijeen in november 2012 en in januari 2013. Vandaag is de derde bijeenkomst van de Resonansgroep, in het kantoor van de Onderwijsinspectie te Utrecht.

Het onderzoek
In de voorgaande twee bijeenkomsten bespraken we concepten van het ‘Toezichtkader Accreditatiestelsel Hoger Onderwijs’ en van de ‘Onderzoeksopzet Accreditatiestelsel 2012-2013’. Op grond van onze feedback op die concepten, zijn de nieuwe versies gemaakt. De leden van de Resonansgroep stemmen in met deze bijgestelde versies.
Coördinerend Inspecteur Bert de Vries presenteert een update over de voortgang van het lopende inspectieonderzoek. Er zijn gesprekken gevoerd (met bv. NVAO en VBI’s), documenten zijn bestudeerd, een enquête is uitgezet in instellingen en opleidingen voor hoger onderwijs en er zijn negen cases geselecteerd voor een vervolg-diepteonderzoek.

Resultaten en dieptestudie
Ter voorbereiding op dit overleg hebben we de eerste resultaten - de rechte tellingen en de antwoorden op de open vragen - van de ingevulde vragenlijsten bestudeerd. Vraag voor vraag bespreken we de geanonimiseerde resultaten, zoals die zijn ingevuld op de reeds 81 ingediende vragenlijsten van 38 instellingen voor hoger onderwijs.
We stemmen in met de negen casussen, die in het kader van dit onderzoek voor nog meer diepgang van de onderzoeksresultaten zullen zorgen. Het gaat hier om instellingen die bijvoorbeeld al hebben meegedaan aan de Instellingstoets Kwaliteitszorg, die een Toets Nieuwe Opleiding hebben ondergaan en/of die een Bestaande Opleiding voor accreditatie hebben voorgedragen (beperkt of uitgebreid, al dan niet met een herstelperiode, WO & HBO, Bachelor & Master, met verschillende evaluatieburo’s en een variëteit aan besluiten).

Aanvang Juli 2013 komen we weer bijeen om het concept van het onderzoeksrapport te bespreken.

donderdag 4 april 2013

Betrokkenheid van docenten bij kwaliteitszorg

Donderdag 4 april 2013
Jan Kleijnen vertelt over zijn promotieonderzoek



















NNK-platform HBO en MBO
Als leden van het Nederlands Netwerk voor Kwaliteitsmanagement (NNK) komen we vanmiddag bijeen in het ‘Cursus- en Vergadercentrum Domstad’ te Utrecht. Deze keer zijn er zowel vertegenwoordigers vanuit het HBO als van het MBO aanwezig.
De effectiviteit van de interne kwaliteitszorg van beide onderwijstypen staat in de Nederlandse samenleving regelmatig ter discussie, dus het werd door de NNK-organisatoren van deze netwerkbijeenkomst wenselijk geacht ook eens als MBO en HBO samen te komen rondom een thema dat beide onderwijstypen bezighoudt. 
Als thema voor deze bijeenkomst is gekozen voor: ‘Hoe betrek je docenten bij kwaliteitszorg in de slag om onderwijskwaliteit’. 

Sprekers
Paul Nieuwenhuis, de voorzitter van ons NNK-Platform HBO, opent de bijeenkomst en geeft dan het woord aan medeorganisator Ben van Schijndel, die de sprekers vanmiddag introduceert en de afzonderlijke delen van het programma aan elkaar verbindt.
  1. Eerste spreker vanmiddag is Jan Kleijnen, tot 2009 nog werkzaam als auditor bij Hogeschool Zuyd, en ook jarenlang lid van ons Landelijk Netwerk Kwaliteitszorg. Jan Kleijnen is na zijn vervroegde uittreding verder gegaan met zijn proefschrift, dat inmiddels klaar is, getiteld: ‘Internal quality management and organisational values in higher education; Conceptions and perceptions of teaching staff’. De presentatie van Kleijnen zal grotendeels gaan over de inhoud en de resultaten van zijn promotieonderzoek.
  2. Tweede spreker vandaag is Hilde Paalman, momenteel als docent-teamleider werkzaam bij de Opleiding tot Leraar Basisonderwijs van de Christelijke Hogeschool Ede (CHE). Aan haar presentatie werkt ook Annechien Verkerk mee, die teamhoofd is van de CHE-afdeling ‘Onderwijs en Kwaliteit’. 
Jan Kleijnen
De titel van zijn presentatie luidt: ‘Organisatiewaarden en kwaliteit; hoe betrek je docenten maximaal bij de kwaliteitszorg’. 
  • Kwaliteit wordt altijd vanuit een bepaald perspectief bekeken, bijvoorbeeld als een vanzelfsprekendheid, of voldoend aan standaarden, of als verbeteractiviteit. Bij kwaliteit kun je dan denken aan doelstellingen en aan de methoden om die gestelde doelen te bereiken. Je kunt daar naar kijken vanuit het perspectief van bijvoorbeeld studenten, docenten, werkveld, management en bestuur.
  • Kwaliteitszorg betekent systematisch werken.
  • Het is opvallend dat we in het HBO vaak de discussie voeren of kwaliteitszorg al dan niet zin heeft. Dat heeft te maken met de manier waarop we naar kwaliteitszorg kijken. Leg je bijvoorbeeld de nadruk op de negatieve kanten, zoals bureaucratie, controle, wantrouwen, autonomieverlies en het meetbare belangrijker maken dan het relevante? Of beschouw je kwaliteitszorg als positief, omdat het je bijvoorbeeld een externe oriëntatie biedt, of omdat je evaluaties die leiden tot reflectie positief waardeert, of omdat je het belang ziet van een toenemende betrokkenheid en invloed die allerlei stakeholders krijgen, zoals studenten en werkveldvertegenwoordigers.
  • Heeft kwaliteitszorg iets met je organisatiecultuur te maken? Belangrijk zijn de waarden van je organisatie; hebben die bij jouw opleiding bijvoorbeeld iets te maken met je zorg voor kwaliteit?
  • Geen enkel werkmodel is heilig. Als je in je eigen kwaliteitsmodel excelleert, moet je toch eens goed kijken waar je blinde vlekken zitten.
In een opdracht in subgroepen vergelijken we het Hoofdlijnenakkoord van het HBO met het Actieplan MBO ‘Focus op Vakmanschap’. In de plenaire terugkoppeling bespreken we of we meer of minder ruimte zien komen voor de professionals en voor hun professionele ruimte. En stellen deze beide documenten  lagere of hogere eisen aan de kwaliteit van het onderwijs? En wordt in instellingen en opleidingen in het MBO en in het HBO meer of minder gecontroleerd, en zullen we meer of minder moeten verantwoorden?
Jan Kleijnen zijn promotieonderzoek ging over Organisatiewaarden (welke, het belang en de uitvoering ervan), over Opvatting over Kwaliteit en over de Uitvoering van Kwaliteitszorg. Organisatiewaarden worden door opleidingen in het hoger onderwijs doorgaans moeilijk in de praktijk gebracht, zo bleek uit zijn onderzoek. Daarentegen is de wenselijkheid van ‘Human Relations Value’ overal dominant, blijkt uit Kleijnens onderzoek bij 18 HBO-opleidingen.

Docenten verbeteren
Voldoen aan standaarden en afleggen van verantwoording scoorde gering bij docenten, maar daar staat tegenover dat docenten het meeste oog hadden voor Versterken & Verbeteren van hun Onderwijs. Maar naarmate het Versterken en Verbeteren door docenten sterker werd gevoeld, kwam ook het voldoen aan standaarden en verantwoording sterker naar voren
Bij zijn onderzoeksgroep van 18 HBO-opleidingen waren de verschillen in kwaliteitsopvattingen tussen die opleidingen kleiner, dan de mate waarin zij voldoen aan de daaruit voortvloeiende kwaliteitszorgactiviteiten.
Effectieve HBO-opleidingen kun je – aldus Kleijnen - herkennen aan bijvoorbeeld hun analyseren en reflecteren, hun evalueren en verbeteren, effectief communiceren, het monitoren van hun verbeterprocessen, en aan duidelijkheid omtrent ieders verantwoordelijkheden.

  • Vurig pleit Jan Kleinen ervoor om pas nieuwe kwaliteitsmetingen en evaluaties te organiseren als de daaruit voortvloeiende verbeteracties van de voorgaande meting zijn afgerond, en als in beeld is of die acties al dan niet tot verbetering hebben geleid.
  • Ook wijst Kleinen ons erop dat een stafmedewerker van een HBO-opleiding goed moet kunnen coachen en dat hij/zij er voor op moet passen dat hij/zij niet de uitvoering van allerlei klussen op het gebied van kwaliteitszorg op zich neemt. Kortom, kwaliteitszorg is iets voor en van de docent.
Hilde Paalman & Annechien Verkerk
Na de pauze volgt een ander programmaonderdeel. Hilde Paalman gaat vóór in de zaal in gesprek met Annechien Verkerk. De presentatie van Hilde Paalman gaat over ‘Kwaliteitscultuur van de CHE; merkbaar versus meetbaar’.
In haar gesprek met Verkerk gaat Paalman nader in op onderwerpen zoals de kracht en de structuur van de CHE en of de kwaliteitscultuur van de CHE merkbaar en meetbaar is.
Daarna sluit Hilde Paalman af met de twee volgende praktijkvoorbeelden vanuit de CHE:

  1. Casus Afstudeernivo.  Men loopt bij de CHE bijvoorbeeld aan tegen de meetbaarheid van het afstudeernivo. Is het bijvoorbeeld zo dat op den duur de begeleidende en eerstbeoordelende docent geheel uit beeld verdwijnt ten gunste van een onafhankelijke beoordelaar uit de opleiding en uit het werkveld? En/of is bijvoorbeeld een derde beoordelaar wenselijk bij afstuderen? Verliezen we hiermee de student zelf niet uit het oog? 
  2. Casus Studie-uitval. Hier gaat het over de betrokkenheid van de studieloopbaanbegeleider bij het leerproces van de student. Is er sprake van een discrepantie tussen het enerzijds goed oriënteren, selecteren, doorverwijzen en uitvallen van de student, en anderzijds het behalen van de Prestatieafspraken? Immers, naarmate de selectie van studenten in de propedeuse (en in de hoofdfase) sterker wordt, gaan daarna de opleidingsrendementen naar beneden, waardoor de CHE over enige tijd niet aan haar Prestatieafspraken zal kunnen voldoen.
 Voor de student is de merkbaarheid van kwaliteit van belang;
Voor de opleidingsmanager is de meetbaarheid van kwaliteit van belang; 
En de docent? ….. Die zit daar tussen in.

zaterdag 9 maart 2013

Intervisie in Den Haag



Vrijdag 8 maart 2013
Vestiging van Hogeschool Inholland in Den Haag

Haagse intervisie
Regelmatig komen in Nederland rondom diverse werkvragen groepen collega’s bijeen, die met elkaar willen sparren over kwaliteitszorg in het hoger onderwijs. De ene keer gaat het over de kwaliteitscultuur, dan weer over hoe je een Kritische Reflectie schrijft, of hoe je op behoorlijke wijze de geldende wet- en regelgeving kunt interpreteren, die op het hoger onderwijs van toepassing is.
Vandaag neem ik deel aan zo’n collegiale intervisiegroep, waarbij we specifiek het beoordelen van afstudeernivo van opleidingen in het hoger beroepsonderwijs bespreken. Collega’s van verschillende hogescholen zijn vandaag naar Hogeschool Inholland gekomen in haar vestiging in Den Haag om daarover met elkaar in een collegiaal intervisiegesprek te overleggen.

Gerealiseerd nivo
Na een kennismakingsronde inventariseren we welke items momenteel actueel zijn binnen onze hogescholen voor wat betreft het beoordelen van eindnivo. We hebben allemaal zo onze eigen ervaringen in onze eigen hogescholen met de wijze waarop het nivo van opleidingen wordt geborgd, beoordeeld en geëvalueerd. Niet alleen intern besteden hogeschoolmedewerkers veel aandacht aan het nivo van de opleidingen, ook extern wordt er toezicht uitgeoefend op de wijze waarop en de mate waarin opleidingen erin slagen hun afgestudeerden te brengen naar het vereiste afstudeer-nivo.
Hogescholen laten hun opleidingen periodiek beoordelen door onafhankelijke evaluatieburo’s, waarna de beoordeelde opleidingen op grond van een positief advies in een zogenoemd 'Visitatierapport' voor de komende jaren een keurmerk kunnen aanvragen bij de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO). Als een opleiding niet op alle beoordelingsstandaarden een voldoende oordeel behaalt, bestaat de mogelijkheid dat zo’n hogeschool een hersteltraject krijgt toegewezen, waarbinnen men wordt uitgedaagd om in tweede instantie wel in voldoende mate aan de gestelde kwaliteitscriteria te voldoen.

Accreditatie
Het ligt wel voor de hand dat zo’n periodieke, formele opleidingsbeoordeling een spannende aangelegenheid is voor studenten, docenten, stafmedewerkers, bestuur en raad van toezicht, want er hangt veel af van een positief oordeel . Zo’n accreditatie geeft de hogeschool namelijk het recht om erkende graden (zoals Associate degree, Bachelor, Master) aan afstudeerden te verlenen; studenten van erkende opleidingen verkrijgen het recht op studiefinanciering en de hogeschool wordt door de overheid bekostigd om de opleiding de komende jaren aan te bieden.
Voldoende reden dus om regelmatig met elkaar in gesprek te zijn over de wijze waarop je als hogeschool kwalitatief goed onderwijs blijft aanbieden; om te bespreken hoe je aan de daartoe gestelde criteria kunt (blijven) voldoen, hoe je dat met positief gevolg laat beoordelen, en wat je te doen staat als zo’n opleiding in een herstelperiode verzeild raak, om met een dan vereist herstelplan binnen de daartoe gestelde termijn wel weer aan de wettelijke kwaliteitscriteria te voldoen. Over al deze zaken zijn we vanmiddag met elkaar in gesprek, om elkaar te bevragen, elkaar te informeren, elkaar te adviseren en goed in beeld te krijgen hoe we onze hogeschoolopleidingen goed bij de les (kunnen) houden.

woensdag 13 februari 2013

Hoger Onderwijs-overleg CNVO-Onderwijsinspectie



Woensdag 13 februari 2013
CNV-kantoor in Utrecht















Zorg voor kwaliteit van hoger onderwijs
Vandaag zijn twee vertegenwoordigers van de Onderwijsinspectie op werkbezoek bij CNV-Onderwijs in Utrecht. Het zijn Hoofdinspecteur Rick Steur en Inspecteur Suzan Klaver, beiden met Hoger Onderwijs in portefeuille. Zij zijn hier op werkbezoek om vanuit deze werknemersorganisatie en door medewerkers uit het hoger onderwijs geïnformeerd te worden over een zo groot mogelijk aantal issues die momenteel in het hoger onderwijs spelen, teneinde die aspecten vanuit de praktijk van het hoger onderwijs mee te kunnen nemen in het in ontwikkeling zijnde ‘Toezichtkader Hoger Onderwijs’ van de Inspectie voor Hoger Onderwijs.
Van CNVO-zijde nemen verschillende vertegenwoordigers deel, waaronder beleidsmedewerkers, een regiobestuurder, bestuursleden van de Sector Hoger Onderwijs en leden van de Sector Hoger Onderwijs. Ik ben hiertoe uitgenodigd om mijn bijdrage te leveren, in algemene zin betreffende hoger onderwijs-issues en specifiek voor wat betreft zaken als (externe) kwaliteitszorg, accreditatie, inspectie en overig toezicht op de kwaliteit van hoger onderwijs.

Open agenda kwaliteitsissues Hoger Onderwijs
Het eerste deel van dit werkbezoek is een open gesprek, waarin een breed scala van allerlei thema’s in bespreking wordt genomen, die te maken hebben met de kwaliteit van het hoger onderwijs in het algemeen en met - meer specifiek – bijvoorbeeld regelgeving van overheidswege, implementatie van nieuwe onderwijswet- en regelgeving, de werking van het Nederlandse accreditatiestelsel, het onderwijstoezicht van inspectiewege, doorontwikkeling van onderwijs, het belang en de instellingspraktijk voor wat betreft verdergaande professionalisering van onderwijzend personeel. 
Onderwerpen die in deze eerste ronde de revue passeren, zijn bijvoorbeeld: professionele ruimte, vertrouwen versus controle, deskundigheidsbevordering, (vak)didactiek, pedagogische vaardigheden gericht op jongvolwassenen, audits, (risicogericht) inspectie(toezicht), visitatie & accreditatie, kwaliteitsborging, bestuur & management, de wetsvoorstellen ‘Versterking Kwaliteitswaarborgen hoger onderwijs’ & ‘Strategische Agenda - Kwaliteit in Verscheidenheid’ en regelen & ontregelen.

Monitor Krachtig Meesterschap
In het tweede deel van dit werkbezoek focussen we op de onderzoeksresultaten van de ‘Monitor Krachtig Meesterschap’, waarover binnenkort het onderzoeksverslag van de Onderwijsinspectie zal verschijnen. Een presentatie over deze inspectiemonitor wordt vandaag verzorgd door onderwijsinspecteur Suzan Klaver. Naar aanleiding van deze onderzoekspresentatie spreken we bijvoorbeeld over de Opzet van dit driejarig onderzoek, over de Kennisbasis die uitmondt in landelijke kennistoetsen voor in lerarenopleiding zijnde studenten en over de ins en outs met betrekking tot ‘Opleiden in de School”, waarbij het opleidingsonderwijs en de opleidingsscholen zo goed mogelijk met elkaar samenwerken, om aanstaande leerkrachten gedegen op te leiden tot bekwaam startende leerkrachten in bijvoorbeeld het basis- en voortgezet onderwijs.
Mede omdat we vandaag in deze sessie ook ervaringsdeskundigen uit het opleidingsonderwijs in ons midden hebben, ontstaat een boeiend gesprek over de kansen die we zien om de co-creatie van de eerste- en tweedegraads lerarenopleidingen en de opleidingsscholen in het basis- en voortgezet onderwijs te verzilveren.

donderdag 7 februari 2013

HO-conferentie 2013 - Gegevensloop

Donderdag 7 februari 2013 
Karl Dittrich opent de HO-conferentie in de kloosterkerk















Conferentie in Het Klooster
Evenals vorig jaar wordt de Hoger Onderwijs-conferentie 2013 van de DUO vandaag gehouden in het schitterende Amersfoortse Leerhotel 'Het Klooster' van ROC Amersfoort, een partner van onze Stenden-opleiding Hoger Hotelonderwijs (HHO) en van ons Stenden University Hotel (SUH). Organisator is de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO), een uitvoeringsorgaan van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCenW), de organisatie die zich onder andere bezig houdt met de Studiefinanciering (stufi), met het Centraal Register Opleidingen Hoger Onderwijs (CROHO) en met het Nederlandse Diplomaregister.
In de grote en volle kloosterkerk worden we voor deze jaarlijkse bijeenkomst welkom geheten door Paul Rullmann (TU Delft), die ons vandaag als dagvoorzitter door het programma zal leiden. Aansluitend volgt Rob Kerstens - directeur-generaal van de DUO - met een inleiding op het conferentiethema 'Gegevensloop'.

Meer klachten en claims bij een sociaal leenstelsel
Daarna wordt deze DUO-conferentie geopend door Karl Dittrich (VSNU). Dittrich benadrukt eerst het belang van het werk dat de in de kerkzaal aanwezige collega's dag in dag uit in het hoger onderwijs verrichten. Hij spreekt onder andere over het sociaal leenstelsel, waarvan Karl aangeeft dat hij de kans op invoering van dit stelsel groot inschat. Daardoor zal volgens Karl Dittrich de verhouding tussen de student en de hoger onderwijsinstelling veranderen, want als studenten meer moeten betalen voor hun studie, vragen ze allicht een hogere kwaliteit van hoger onderwijs, en krijgen we met een prominenter consumentengedrag te maken en mogen we erop rekenen dat het hoger onderwijs met veel meer klachten en claims te maken zal krijgen van studentenwegen.

Snelheid en erkenning
Studenten vragen een hogere snelheid van informatie en die moeten wij als hoger onderwijsinstellingen leveren. Daartoe hebben we in onze instellingen professionals nodig bij beleidsvorming, bij beleidsuitvoering en bij beleidsondersteuning. Karl Dittrich wenst de hier aanwezige conferentiegangers veel plezier bij en erkenning voor het werk dat zij in hun instellingen verrichten.

Vrienden moet je goed informeren
Mystery guest en keynote speaker is vanmorgen Ron Jans, voorheen leraar Duitse taal en voetbaltrainer in Groningen, Heerenveen en Luik.
Ron Jans over Gegevensloop:
  • Cijfers nemen geen beslissingen;
  • Gegevens helpen je om de juiste beslissingen te nemen;
  • Het belangrijkste van gegevens is wat je ermee doet;
  • Als je minder financiële middelen hebt, moet je anders en/of beter zijn;
  • Het gaat in het werk om het combineren van statistiek en het meenemen van je mensen;
  • Als je vrienden hebt, moet je ze ook goed informeren;
  • Als je constateert dat iets niet goed is, moet je er ook wat aan doen;
  • Je kunt mensen veranderen, maar als het ècht anders moet, zullen ze het zèlf moeten doen.
Drie workshops
Vóór en na de lunchpauze volg ik drie workshops.
  1. In de eerste workshop worden we door Matthieu Richelle en Eric Surstedt op de hoogte gebracht van de laatste stand van zaken rond de implementatie van BRON-HO
  2. In de tweede workshop 'Kwaliteit in Verscheidenheid' geeft Irma van den Tillaart van het ministerie van OCenW een uitgebreide toelichting op het in de Tweede Kamer ingediende en inmiddels ook al weer aangehouden wetsvoorstel 'Kwaliteit in Verscheidenheid'. Ze plaatst dit wetsvoorstel eerst in het kader van het rapport van de Commissie Veerman (2010), de Strategische Agenda (2011), het Hoofdlijnenakkoord (2011), de Prestatieafspraken (2012), het wetsvoorstel 'Kwaliteitswaarborgen' en de experimenten-amvb's inzake Prestatiebekostiging, Flexibilisering van het onderwijsaanbod, Bindend Studieadvies en Promotieonderwijs. Van den Tillaart gaat uitgebreid met ons in gesprek over de in het eerstgenoemde wetsvoorstel genoemde maatregel: 'De juiste student op de juiste plaats', en laat daarna nog de volgende maatregelen kort de revue passeren: Onderwijsaanbod, Titulatuur, Collegegelddifferentiatie bij bepaalde excellente opleidingen en Arbeidsmarktfixus.
  3. De derde sessie waarin ik participeer is de workshop 'aCROHO'. Nynke de Jong en Jacqueline Pater (beiden van de DUO) laten ons aan de hand van een aantal opdrachten in duo's kennismaken met aCROHO, waarin we leren hoe we binnen onze instelling bepaalde mutaties kunnen aanleveren via aCROHO. Voortaan hoef ik alle Croho-mutaties niet meer via een brief aan te leveren bij de DUO, maar kan ik dat online doen.
Boeiend en uitdagend
Aan het eind van de middag komen we nog eenmaal plenair bijeen in de kloosterkerk van Het Klooster. Paul Rullmann gaat nog even met de microfoon de kloosterkerkzaal door om te inventariseren waar bij de aanwezigen nog knel- schrik- en schokpunten resteren, waarna hij vanaf het podium onze gemeenschappelijke dank uitbrengt aan alle medewerkers en ketenpartners van de DUO, die deze geslaagde Hoger Onderwijs-conferentie 2013 organiseerden.
Na een drankje rijd ik weer huiswaarts. Maandag gewerkt en overnacht in Stenden-Emmen, dinsdag gewerkt in Stenden-Emmen en overnacht in Het Klooster, woensdag de NVAO-conferentie in Rotterdam en weer overnacht in het Amersfoortse kloosterhotel, vandaag de DUO-conferentie en morgen nog aan het werk in Stenden-Leeuwarden en Stenden-Assen; dan zit ook deze boeiende werkweek er al weer op.

maandag 14 januari 2013

Resonansgroep Onderzoek Accreditatiestelsel

Maandag 14 januari 2013 
Auto's komen uit de mist en verdwijnen in de mist op de A27















Weer heen
Nederland is maar een betrekkelijk klein land, en toch kan het weerbeeld van dag tot dag en van regio tot regio zichtbaar en aanmerkelijk verschillen.
Waar we gisteren nog te maken hadden met een mooie (half)bewolkte winterlucht, wordt vandaag door de zware laaghangende bewolking je omgeving plaatselijk aan het oog onttrokken.
Als ik vanmorgen vanuit het noorden van Fryslân vertrek, is het zicht nog prima, maar zodra ik de Noordoostpolder in rijd, is het zicht beperkt. Dikke mistbanken belemmeren je hier en daar enig zicht, in elk geval over grotere afstand. Voorbijrijdende auto's zijn even zichtbaar, en dan al snel weer onzichtbaar. 

Resonansgroep
Ik ben op de A27 onderweg naar Utrecht. In het kantoor van de Inspectie van het Onderwijs komen we vandaag als Resonansgroep voor de tweede maal bijeen (de 1e was in november 2012) om als vertegenwoordigende leden van onze deelnemende organisaties de door de Onderwijsinspectie voorgelegde plannen te bespreken voor het periodiek onderzoek naar het functioneren van het Nederlandse accreditatiestelsel in het hoger onderwijs. De Resonansgroep bestaat uit representanten van de koepelorganisaties, deskundingen vanuit de kringen van visitatiepanels, van docenten (ik vertegenwoordig de onderwijsvakorganisaties via CNV-Onderwijs), van studenten èn een onafhankelijk lid. Als leden van deze Resonansgroep adviseren we vandaag op de beoogde onderzoeksopzet en op de onderzoeksuitvoering; en in een later stadium op de onderzoeksrapportage.

Integraal onderzoek
Het integrale onderzoek naar het functioneren van het accreditatiestelsel zal bestaan uit ten eerste een analyse van alle beschikbare van toepassing zijnde documenten, ten tweede gesprekken met organisaties die binnen het huidige accreditatiestelsel functioneren, ten derde een breedte-onderzoek onder instellingen voor hoger onderwijs en ten vierde een diepte-onderzoek aan de hand van een aantal nog nader te bepalen cases.
Vandaag bespreken we het concept van het 'Toezichtskader Accreditatiestelsel Hoger Onderwijs', de beoogde opzet van het 'Onderzoek Accreditatiestelsel 2012-2013' en het concept van de Vragenlijst met de bijbehorende Toelichting bij die enquête.

Waardering
Het eerste deel van de vergadering wordt besteed aan de bespreking van het Waarderingskader, dat de onderwijsinspectie van plan is te gaan hanteren voor de beoordeling van het functioneren van het accreditatiestelsel.
Er zal met verschillende vragenlijsten worden gewerkt; in te vullen op centraal niveau en door het opleidingsmanagement voor wat betreft een opleidingsbeoordeling, en in te vullen op centraal niveau voor wat betreft een Instellingstoets Kwaliteitszorg.
Met de tien voorgestelde Standaarden als vertrekpunt bespreken we zo'n vragenlijst in detail. Aan de orde komen aspecten zoals: Voorlichting, Onafhankelijkheid, Deskundigheid, Betrouwbaarheid, Validiteit, Zorgvuldigheid, Stimulans, Transparantie en Accreditatielasten. 

Follow up
Na vandaag zullen de inspecteurs het onderzoek verder vorm en inhoud geven. De vragenlijsten zullen worden aangescherpt, er zal een toelichting worden geschreven bij ieder onderwerp en de antwoordcategorieën zullen worden aangepast.
In februari 2013 zal het onderzoek dan van start gaan en in maart 2013 zal onze Resonansgroep voor de derde maal bijeenkomen, om de eerste resultaten van de ingevulde vragenlijsten te bespreken en om te adviseren op de geplande vorm en inhouden van de case studies die aansluitend worden uitgevoerd.

Weer terug
Als ik aan het eind van de middag weer buiten sta, bedekt een dunne laag sneeuw alles om me heen. Voorzichtig rijd ik vanaf het inspectiekantoor naar de Ring van Utrecht, om daar aan te sluiten in de langzaam rijdende stoet auto's op de autosnelweg. 
Ten oosten van Utrecht is de omgeving sneeuwwit, ten noorden van Utrecht wordt de sneeuwlaag in noordelijke richting steeds dunner. En als ik over de A27 Flevoland in rijd, is er nog weinig sneeuw te bekennen. Het is merkbaar nog wel glad op de autosnelweg, dus de meeste auto's op de rechter rijbaan passen hun snelheid voorzichtigheidshalve aan. Het vriest trouwens maar één tot twee graden.

En in Fryslân?
Maar als ik nabij Lemmer het zuiden van Fryslân binnen rijd, is de temperatuur beduidend lager. Hier vriest het nu al vijf graden en er ligt geen sneeuw. Als dit zo de komende dagen zonder sneeuw doorgaat met vriezen, kunnen de Friezen over enkele dagen op de meeste ijsbanen al op grote schaal schaatsen.
Als het buiten kouder wordt, worden de schaatsminnende Friezen warm bij de gedachte dat er kan worden geschaatst op natuurijs.

woensdag 19 december 2012

Proefvisitatie voor Toegepaste Bedrijfskunde

Woensdag 19 december 2012
Het proefvisitatieteam voor Toegepaste Bedrijfskunde














Accreditatie
Ook voor de HBO-bachelor-opleiding Toegepaste Bedrijfskunde van Stenden Hogeschool is het volgend jaar weer zover dat ze voor de periodieke kwaliteitskeuring zal gaan. Aanvang volgend kalenderjaar komt een extern, onafhankelijk en gezaghebbend auditpanel op bezoek om de kwaliteit van deze opleiding te onderzoeken. Elke zes jaar doorloopt een graadverlenende opleiding in het hoger onderwijs een door de overheid voorgeschreven kwaliteitskeuring, om voor de daarop volgende jaren weer het keurmerk te verdienen, als bewijs van aangetoonde kwaliteit. Op grond van de accreditatie van de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie mag zo'n opleiding tot aan de volgende accreditatie de door de overheid erkende HBO-diploma's afgeven.

Zelfevaluatie
Ook de opleiding Toegepaste Bedrijfskunde treft momenteel de voorbereidingen om zo'n visitatie ten behoeve van de volgende accreditatie te organiseren. Daartoe schrijft de opleiding een zogenoemde Kritische Reflectie, zijnde een zelfevaluatierapport met een serie bijlagen, op grond waarvan een visitatiecommissie haar onderzoek zal verrichten. Omdat deze hele kwaliteitscyclus eenmaal in de zes jaren wordt doorlopen, worden alle interne en alle externe deelnemers voorbereid op zo'n onderzoek. Om alle participanten een idee te geven van de ins en out van zo'n onderzoek, wordt enige maanden voorafgaande aan de echte visitatie een proefvisitatie georganiseerd.

Proefvisitatie
Gistermiddag is in onze Leeuwarder hogeschoolvestiging een proefvisitatiecommissie van start gegaan om gisteravond en vandaag de hele dag in gesprek te gaan met alle gespreksgroepen, die tijdens zo'n visitatie de revue passeren. Voor de opleiding Toegepaste Bedrijfskunde is het proefvisitatieteam samengesteld uit enkele medewerkers van de hogeschool die ervaring hebben met visiteren, aangevuld met een werkveldvertegenwoordiger die ook in de Werkveldadvies van deze opleiding zit, èn - last but not least - óók een studente van een verwante opleiding, om met name tevens het studentenperspectief in deze proefvisitatie voldoende mee te nemen.

Verificatie
Gedurende deze proefvisitatie voert het proefpanel een groot aantal gesprekken met onder andere studenten, afgestudeerden, docenten, managementleden, en leden van de diverse onderwijscommissies zoals bijvoorbeeld de opleidingsexamencommissie. Aan de hand van het zelfevaluatierapport en van de onderliggende bewijsdocumenten verricht het auditteam een verificatieonderzoek, enerzijds om te beoordelen of de opleiding aan de gestelde kwaliteitscriteria voldoet, en anderzijds om alle gesprekspanels te laten ervaren op welke wijze zo'n onderzoek naar de kwaliteit van deze opleiding wordt uitgevoerd.

Bevindingen
Aan het eind van dit twee dagen durende proefonderzoek verzorgt de voorzitter van het proefvisitatieteam in een plenaire sessie voor alle deelnemers een korte terugkoppeling van de voorlopige bevindingen. Ruim een week later publiceert het proefpanel haar proefvisitatierapport, met daarin de laatste aanbevelingen voor de opleiding, om nog de laatste puntjes op de 'i' te zetten, alvorens de visitatie aanvang 2013 kan plaatsvinden.
We mogen terugzien op twee geslaagde dagen, waarin we met elkaar bezig zijn geweest om nog eens weer aandachtig te kijken of en in welke mate deze opleiding voldoet aan alle kwaliteitscriteria, die gelden voor een opleiding in het hoger beroepsonderwijs.

dinsdag 27 november 2012

Onderzoek Accreditatiestelsel Hoger Onderwijs

Dinsdag 27 november 2012

Kantoor van de Inspectie van het Onderwijs te Utrecht















Nieuw accreditatiestelsel
De Inspectie van het (Hoger) Onderwijs stelt periodiek onderzoek in naar het functioneren van het Nederlandse accreditatiestelsel in het hoger onderwijs. Momenteel wordt het onderzoek voorbereid naar het functioneren van het nieuwe accreditatiestelsel, dat is gestart met ingang van het jaar 2011. Dit onderzoek draagt bij aan de evaluatie (van het nieuwe stelsel), die het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap uitvoert.
 
Meta-toezicht
De onderwijsinspectie houdt al vanaf de start van het visitatiestelsel zogenoemd ‘meta-toezicht’ op dit stelsel. Bij de start van het huidige accreditatiestelsel - aanvang 2011 - is dit toezicht voortgezet. In dit verband zijn er al diverse evaluaties uitgevoerd en mede op grond hiervan zijn er verbeteringen van het accreditatiestelsel doorgevoerd.

Maatschappelijk vertrouwen
Met het vorige maand begonnen inspectieonderzoek wordt deze lijn voortgezet. Het accreditatiestelsel neemt in de kwaliteitsborging in het hoger onderwijs een centrale positie in. De inspectie wil met haar toezicht op het accreditatiestelsel de kwaliteit van dit stelsel onderzoeken en bevorderen. Dit toezicht staat daarmee ten dienste van een goed functioneren van het accreditatiestelsel, met het oog op het behoud en de versterking van het maatschappelijk vertrouwen in dit stelsel, en daarmee in de kwaliteit van het hoger onderwijs.
 
Resonansgroep
Ten behoeve van dit onderzoek heeft de onderwijsinspectie een Resonansgroep ingesteld, die haar zal adviseren over de onderzoeksopzet, tijdens de uitvoering van dit onderzoek en over de rapportage van dit onderzoek. Deze Resonansgroep bestaat uit leden van koepelorganisaties, deskundigen vanuit visitatiepanels, docentenvertegenwoordigers, een student en een onafhankelijk lid. Vandaag woon ik als representant van de onderwijsvakbond CNV-Onderwijs de eerste bijeenkomst van deze Resonansgroep bij.

Stelselonderzoek
Coördinerend inspecteur hoger onderwijs, onderzoeksleider Bert de Vries legt bij aanvang van deze bijeenkomst in het inspectiekantoor te Utrecht uit dat het hier gaat om een onderzoek, dat het Nederlandse accreditatiestelsel betreft. Dit toezicht betreft dus niet primair het toezicht op de Nederlands Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO) en/of het toezicht op de kwaliteit van het aangeboden onderwijs in een instelling, maar onderzoekt het functioneren van het actuele accreditatiestelsel
 
Gesprekspunten
In deze bijeenkomst spreken we als Resonansgroep vanmorgen over de inhoud van het concept-Toezichtskader en over de beoogde opzet van het reeds aangevangen ‘Onderzoek Accreditatiestelsel 2012-2013’. Een aantal zaken die daarbij onder andere aan bod komen, zijn:
  • Het stapelen van toezicht;
  • Met betrekking tot het stelsel: de basis, de effectiviteit en efficiëntie, de kwaliteit, de mate van tevredenheid en het vertrouwen dat dit stelsel uitstraalt;
  • De gehanteerde definities in het veld;
  • De onderzoeksobjecten: statische elementen zoals het vastgelegde kader en dynamische aspecten zoals latere aanpassingen van het stelsel;
  • Het scheiden van toezicht op het stelsel en op de hoger onderwijsinstellingen;
  • De kwaliteit van Kritische Reflecties en van Visitatiepanels;
  • De verbeterfunctie van het huidige accreditatiestelsel;
  • De administratieve lasten en de kosten van het accreditatiestelsel;
  • Beoordelingsstandaarden, Evaluatievragen en Onderzoeksvragen;
  • De projectopzet en de inrichting van het onderzoek;
  • De inspectierapportage van èn het bestuurlijk vervolg op dit inspectieonderzoek.
Inrichting van het onderzoek
In de volgende bijeenkomsten zal de Resonansgroep met de projectleiding nader ingaan op de onderzoeksvragen en op de nadere inrichting van specifieke case studies in de tweede fase van dit onderzoek. Aan de Resonansgroep is het dan om goed te adviseren op de voorgestelde onderzoeksvragen, waarbij zoveel mogelijk rekening moet worden gehouden met het uniformeren en differentiëren van de onderzoeksvragen, rekening houdend met de diversiteit van het Nederlandse Hoger Onderwijs.

donderdag 27 september 2012

Eindniveau & Examinering in het Hoger Beroepsonderwijs



Donderdag 27 september 2012
Paul Nieuwenhuis introduceert de sprekers van de netwerkbijeenkomst


















Kwaliteitsdiscussie in het HBO
Het is in dit collegejaar de eerste keer dat we als Platform HBO van het Nederlands Netwerk  voor Kwaliteitsmanagement  weer bijeenkomen, deze keer voor het eerst in het Cursus- en Vergadercentrum Domstad van Hogeschool Utrecht, nabij het NS-station Utrecht Centraal.
Het onderwerp dat vanmiddag centraal staat, is: ‘Eindniveau en examinering, wat doe je als kwaliteitszorgmedewerker om het proces te borgen?’

Grote  opkomst
De netwerkbijeenkomst wordt geopend door netwerkvoorzitter Paul Nieuwenhuis. Hij wijst op de grote opkomst van deze middag voor dit actuele en al veelbesproken thema. Met ongeveer 50 mensen zit de zaal vol. Late aanmeldingen moesten helaas worden afgewezen, want ‘vol is vol’. Paul Nieuwenhuis heet iedereen van harte welkom en introduceert de middagvoorzitter Paul van Deursen, die als lid van de agendacommissie het programma met ons zal doorlopen.

Commotie bij MenEM van Inholland
Paul van Deursen start zijn opening met enige inleidende woorden over het verleden en heden omtrent de commotie die ontstond toen bleek dat er bij hogeschool Inholland onder andere iets fout zat bij alternatieve afstudeertrajecten van de opleiding Media en Entertainment Management (MenEM) van Inholland.  Inholland werd in de hectische tijd die daarop volgde voor nader onderzoek bezocht door de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO), de Commissie Dunnewijk en de Onderwijsinspectie. Duidelijk werd dat Inholland veel van haar onderwijsprocessen ‘WHW-proof’ zou moeten maken, ofwel ervoor te zorgen dat alles wat binnen deze hogeschool en haar opleidingen wordt gedaan, ook aan de daartoe geldende hoger onderwijswetgeving zou gaan voldoen. De opleidingen moeten er ook voor zorgen dat het eindniveau van alle afgestudeerde studenten voortaan tenminste op het voorgeschreven niveau zou zijn. Het is aan de hogeschool en aan haar afzonderlijke opleidingen om daarin te voorzien en dat op gestelde tijden aan te tonen. Vanmiddag zullen drie medewerkers van hogeschool Inholland vertellen wat er in de afgelopen jaren is gedaan om de opleiding MenEM weer aan de vereiste kwaliteitsstandaarden te laten voldoen. 

2010
Eerste spreker is Paul van den Bosch, de opleidingsmanager van de opleiding MenEM van de Inholland-vestigingsplaats Rotterdam. Vanuit het directieteeam van de opleiding MenEM is hij het aanspreekpunt voor de opleidingsexamencommissie. Hij heeft tevens ‘Toetsing & Examinering” in portefeuille. En hij was lid van de Projectgroep Accreditatie van MenEM, de groep die de opleiding voorbereidde op de onlangs gehouden NVAO-visitatie.
Van den Bosch neemt ons eerst mee terug naar het jaar 2010, het jaar waarin de nodige ophef ontstond rond de opleiding MenEM van Inholland. Hij vertelt achtereenvolgens onder andere over:
·         Het langstudeerderstraject, waarmee Inholland in de problemen geraakte;
·         De bestuurlijke crisis, die mede als gevolg daarvan daarop volgde;
·         De Domeinvorming die werd ingezet, gekarakteriseerd door afstemming, nieuwe rollen en een nieuwe structuur;
·         De Onderwijsinspectie die haar onderzoek instelde binnen de hogeschool, onder andere om te onderzoeken in welke mate Inholland voldeed aan wettelijke voorschriften uit de WHW;
·         De Commissie Dunnewijk, die voor nader onderzoek bij Inholland op bezoek kwam;
·         De NVAO, die als kwaliteitsbewaker van het hoger onderwijs diepgaand onderzoek instelde naar de wijze en de mate waarin Inholland en haar opleidingen voldoen aan de kwaliteitsstandaarden die gelden voor alle opleidingen in het hoger onderwijs.

2011
In  het jaar 2011 moesten de handen uit de mouwen, want de hogeschool moet erin voorzien dat de hogeschool en haar opleidingen op grond van de nodige verbetertrajecten kwalitatief wel aan de gestelde kwaliteitscriteria zouden gaan voldoen. Paul van den Bosch vertelt volgens welke doorontwikkelingslijnen daaraan in 2011 is gewerkt, zoals:
·         Een Commissiecyclus is doorlopen. Onderwijscommissies zoals Curriculumcommissie, Toetscommissie en Examencommissie moeten hun werk met de nodige onderlinge afstemming adequaat verrichten;
·         Er werd gestart met Interne Audits: onderzoeksteams die checken wat goed is en wat beter kan;
·         Werkprocessen werden herontworpen, waarbij met name docenten werden betrokken, want zij zouden kunnen aangeven welke processen ze wenselijk achten om goed onderwijs op de kaart te zetten;
·         Een onderzoekslijn werd ontworpen;
·         Reviews werden ingezet om te verifiëren of reeds goedgekeurde processen en producten daadwerkelijk aan de maat zijn.
·         Heel belangrijk is de scholing van medewerkers. Scholing bijvoorbeeld op het gebied van het ontwerpen van onderwijs (onderwijskunde), scholing op het gebied van het verzorgen van onderwijs (didactiek), scholing op het  gebied van toetsen, beoordelen en examineren en juridische scholing op het gebied van de wijze waarop de WHW kan en zal worden nageleefd.

2012
En in dit kalenderjaar wordt weer voortgeborduurd op het werk van de voorgaande twee jaren. Dit  huidige kalenderjaar is een tijd van:
·         Borgen en bestendigen;
·         Doorontwikkelen.
Paul van den Bosch vertelt dat Inholland in het verleden de focus had op sterke en snelle groei, maar dat toen - en bij nader inzien - bleek dat de beheersing van die hevige groei niet haalbaar was. En ook nu- na alle ophef en maatregelen – is het zelfs in de fase van het bestendigen lang niet altijd gemakkelijk. Van den Bosch: “Het was èn is bizar!”
Inmiddels staat bij Inholland het primair proces weer centraal en de Inholland-studenten zijn veel kritischer geworden. 
Nu zit men nog steeds in een periode van reorganisatie met een forse reductie van kosten en personeel. Dat bracht en brengt spanning, onzekerheid, angst en weerstand, hetgeen het er niet leuker op maakt en soms heel spannend is.
Inholland werkt nu naar een andere invulling van interne rollen. Opleidingen maken tegenwoordig zelf veel meer keuzes dan voorheen het geval was. De onderwijsdiensten zijn veel minder dwingend en in plaats daarvan nu dienend aan het onderwijs.
De cultuur verandert. Daar waar medewerkers vroeger alleen maar afspraken maakten, gaat men nu een stap verder, door elkaar ook op het nakomen van die gemaakte afspraken aan te spreken. Docententeams zijn nu weer zelf verantwoordelijk voor de kwaliteit van hun onderwijs.
Qua beleid is de focus nu veel meer op onderwijs. Men kiest ervoor om minder te doen, maar het moet wel beter. De docent wordt daartoe meer in positie gebracht en de student wordt centraal gesteld.

Opleidingsexamencommissie
Tweede spreker is Jan Timmerhuis, docent en lid van de Examencommissie van de opleiding MenEM van Inholland. Timmerhuis was evenals Van den Bosch lid van de Projectgroep Accreditatie.
Timmerhuis vertelt over de ins en outs met betrekking tot de Examencommissie in de werkpraktijk van alledag. Hij beschrijft daarbij de volgende drie fasen, die zijn/worden doorlopen, te weten:
·         De inrichting van de Examencommissie;
·         Het WHW-proof maken van de Examencommissie;
·         Als derde stap de fase van het jaarplan en van de beleidsvorming van de Examencommissie. Daarbij gaat hij ook nader in op de relatie van de Examencommissie met de andere onderwijscommissies èn met het management van de opleiding.
Timmerhuis: “Communicatie en Transparantie zijn van groot belang”.
Dit alles leidde uiteindelijk tot een cultuuromslag binnen de opleiding en in de hogeschool. Waar de opleidingsexamencommissie van MenEM voorheen bijvoorbeeld per jaar zo’n 400-500 verzoeken van studenten behandelde in de Examencommissie, is dat inmiddels al opgelopen tot ongeveer 3.500 verzoekschriften per jaar.

Onderwijs & Kwaliteit
Voordat we een korte koffiepauze hebben, komt Reen Pouwels als derde spreekster van Inholland aan het woord. Pouwels is binnen Inholland senior Adviseur Onderwijs & Kwaliteit. Ze begeleidde vanuit de Concernstaf Kwaliteit van Inholland de opleiding MenEM naar de visitatie richting accreditatie en was namens Inholland inhoudelijk contactpersoon naar de NVAO.
Pouwels vertelt ondermeer dat alle veranderingen binnen Inholland er in elk geval toe hebben geleid dat de opleidingsdocenten zich nu weer veel meer eigenaar van het onderwijs voelen dan voorheen het geval was.
Vóór en na de koffiepauze gaan we niet in subgroepen uiteen, zoals aanvankelijk was gepland. Het blijkt dat de aanwezigen in de zaal popelen om allemaal hun vragen te stellen aan de drie sprekers van Inholland. Er zijn heel veel vragen, omdat zoveel hogescholen allemaal voortdurend op zoek zijn naar wat er allemaal moet worden gedaan om aan de geldende regelgeving te voldoen en aan hoe dat allemaal moet worden gedaan om aan de van toepassing zijnde kwaliteitsstandaarden te voldoen.
Vrij lang wordt bijvoorbeeld stilgestaan bij begrippen als afstudeerwerken/eindwerken en bij de verschillende interpretaties die in de werkpraktijk van alledag daaraan worden gegeven in de verschillende hogescholen en opleidingen in Nederland. Duidelijk is wel dat uiteindelijk elke opleiding van elke student zal moeten aantonen dat hij/zij bij afstuderen tenminste voldoet aan alle slaagnormen die gelden voor alle beoordelingcriteria, voor wat betreft de hoogste beheersingsniveau’s per eindterm van een opleiding; zoals bijvoorbeeld gedefinieerd in competenties.
Een ander punt waar enige tijd bij stil wordt gestaan in deze groepsdiscussie is de wijze waarop opleidingen in de opleidingspraktijk omgaan met het geldende vrijstellingenbeleid.

Kwetsbaar transparant
Een boeiend vraag- en antwoordgesprek wordt gevoerd en voordat je het in de gaten hebt, is het al bijna 16.00 uur. Tijd om dit gedeelte van de netwerkbijeenkomst af te ronden, met dank aan onze drie collega’s van Inholland, die – zoals voorzitter Paul Nieuwenhuis  noemt – zich in deze bijeenkomst van ‘quality experts’ kwetsbaar hebben opgesteld door zo transparant te vertellen waar men binnen Inholland momenteel zo hard aan werkt. Een hartelijk applaus volgt daarop vanuit de zaal, waarmee de woorden van de netwerkvoorzitter van harte worden onderstreept door de aanwezigen.
Na een korte ronde van het zogenoemde ‘halen en brengen’ wordt deze netwerkbijeenkomst door de netwerkvoorzitter Paul Nieuwenhuis afgesloten.