Posts tonen met het label Onderwijsinspectie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Onderwijsinspectie. Alle posts tonen

donderdag 30 mei 2013

Kwaliteit & Accreditatie van Deeltijd-onderwijs


Donderdag 30 mei 2013
Presentatie van Henri Ponds in het Platform HBO van het NNK
















Aandacht voor Deeltijd & Duaal
Het Platform HBO van het Nederlands Netwerk voor Kwaliteitsmanagement (NNK) komt vandaag bijeen in het cursus- en vergadercentrum Domstad te Utrecht. We komen vandaag bijeen om te luisteren naar èn te spreken over het borgen van de kwaliteit van (verkorte) deeltijdse en duale onderwijsvormen in het Hoger Beroepsonderwijs (HBO).
Twee sprekers zijn uitgenodigd, om vandaag vanuit verschillende perspectieven een presentatie te verzorgen over dit onderwerp. Eerste spreker is Henri Ponds van de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO) en tweede spreekster is Lucie te Lintelo van de Hogeschool van Amsterdam.

Perspectief van de accreditatieorganisatie
De eerste spreker – Henri Ponds – is beleidsmedewerker van de NVAO. Zijn presentatie heeft als titel: ‘Borging van de kwaliteit van deeltijdse en duale varianten en maatwerktrajecten’.
 Henri Ponds spreekt onder ander over de volgende zaken:

  • De Inspectie van het Hoger Onderwijs (IvHO) en de NVAO werken complementair. Aan de hand van een aantal voorbeelden wordt verteld dat deze twee organisaties steeds meer met elkaar samenwerken, nu ook op basis van een nieuw convenant.
  • In het kader van de goede werking van het huidige accreditatiestelsel wil de NVAO toewerken naar (meer) systeembrede analyses, zoals bijvoorbeeld HO-Domeinstudies.
  • Stelling over de zogenoemde ‘formele benadering’: Als je de wet- en regelgeving goed implementeert, bevordert dat de kwaliteit en het behalen van de vereiste resultaten.
  • De beste onderbouwing van het eindoordeel over de kwaliteit van een opleiding verkrijg je bij de input-throughput-output-benadering.
  • Als deeltijdse en duale onderwijsprogramma’s even lang duren als het voltijdse curriculum, vraagt dat om een stevige verantwoording. Ook als aan de student individueel maatwerk wordt geleverd, zul je daarin - meer dan voorheen – moeten zorgen voor  transparantie. Laat in dat kader bijvoorbeeld zien hoe in het concurrency-model het werkplekleren bijdraagt aan het realiseren van de eindkwalificaties. Ook een pro-actieve rol van de opleidingsexamencommissie is hierin gewenst.
  • We moeten toe naar een betere borging van de 240 EC’s, van vrijstellingen en van de studielast op de werkplek. Gebruik daarbij beoordelingskaders, die zijn gerelateerd aan de voltijdse onderwijsvorm van die opleiding.
  • Dat moet allemaal navolgbaar zijn. Individueel maatwerk en/of leerwegonafhankelijk studeren vraagt om extra kwaliteitsborging.

Perspectief van een hogeschool-opleiding
De tweede spreekster – Lucie te Lintelo – is projectmanager-consultant bij de HvA. Haar presentatie heeft als titel: ‘De flexibele Deeltijd: Modulair met extra’s’.
Lucie te Lintelo spreekt onder ander over de volgende zaken:

  • De context van deeltijds onderwijs schetst ze aan de hand van marktontwikkelingen, met kwaliteitsaspecten en verwijzend naar de insteek van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, die een ‘leven lang leren’ stimuleert.
  • Ze gaat in haar presentatie uit van de doelgroep van de werkende student/cursist, die in het kader van een individueel loopbaanperspectief effectief en efficiënt onderwijs moet hebben, dat optimaal in balans is qua ‘leren – werken – leven’.
  • We moeten integraal denken over flexibiliteit bij de programmering van het deeltijdse onderwijs, dus rekening houden met onder andere beoogde kwalificaties, met behoeften van de werkenden, met organiseerbaarheid & betaalbaarheid en met de borging van het eindniveau.
  • Als de HvA voor wat betreft deeltijds onderwijs spreekt van ‘modulair met extra’s ‘, bedoelt men individuele leerroutes binnen een gestandaardiseerd aanbod. Elke onderwijsmodule zou een Taakgebied moeten dekken, waarmee het voor het werkveld herkenbaar is. Dus geen moduul ‘Statistiek’ aanbieden, maar bijvoorbeeld wel een moduul ‘Marktonderzoek’. Als zo’n door het werkveld (h)erkend moduul een geheel taakgebied dekt, kun je er ook een certificaat-uitreiking aan koppelen, dat dan weer een civiel effect heeft in dat werkveld.
  • Bij modulair onderwijs moet je onderwijsmodulen ontwerpen van een zodanige omvang, dat ze voldoende diepgang èn binding bieden. Werk bijvoorbeeld ook met verplichte delen èn met keuze-elementen. Samenhang tussen verschillende modulen kun je ook creëren door in de opeenvolgende modulen de studenten te laten werken aan generieke competenties, zoals 'methodisch denken' en 'resultaatgericht werken'. Je kunt binnen zulke modulen ook werken met ‘blended learning’ en met werkplekleren. Een ander ontwerpcriterium bij modulair onderwijs is dat je werkt met leerwegonafhankelijk toetsen, waarbij een beoordelingsmodel centraal staat, waarin de interne opleidingseisen èn de externe werkveldeisen elkaar aanvullen.
  • De borging van het te realiseren eindniveau van een opleiding zit in de één-op-één-relatie met de beoogde opleidingskwalificaties.

Vervolgtoezicht & Vervolgonderzoek
De Inspectie van het Hoger Onderwijs zal in het jaar 2014 vervolgonderzoek doen naar de kwaliteit van het deeltijds en duaal hoger onderwijs. Het inspectierapport ‘Goed Verkort’ van het jaar 2012, waarin met name het deeltijdse en het duale onderwijs onder de loep werd genomen, stelt dat bij de dertien toen door de inspectie onderzochte Nederlandse opleidingen onvoldoende werd voldaan aan de wettelijke kwaliteitswaarborgen, waardoor bij die opleidingen onvoldoende was gewaarborgd dat de beoogde eindkwalificaties in de volle breedte en op het gewenste niveau werden gerealiseerd.
De instellingen voor hoger onderwijs waarvan toen opleidingen werden onderzocht zullen te zijner tijd in het vervolgonderzoek van 2014 moeten aangeven hoe en dat ze hun toenmalige gebreken in hun verbetertrajecten hebben weggenomen. Ook andere opleidingen van andere hoger onderwijsinstellingen die in 2012 nog niet zijn onderzocht, zullen in het inspectieonderzoek van 2014 worden meegenomen.

woensdag 17 april 2013

Resonansgroep Inspectieonderzoek Accreditatiestelsel

Dinsdag 16 april 2013

Kantoor van de Onderwijsinspectie in Utrecht
















Onderzoek naar functioneren accreditatiestelsel
De Onderwijsinspectie stelt periodiek onderzoek in naar het functioneren van het Nederlandse accreditatiestelsel in het hoger onderwijs. Momenteel loopt een onderzoek naar het functioneren van het nieuwe accreditatiestelsel, dat per 1 januari 2010 van start is gegaan. De resultaten van dit inspectieonderzoek zal bijdragen aan de evaluatie van het nieuwe accreditatiestelsel, die het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap uitvoert.

Resonansgroep Inspectieonderzoek
De Onderwijsinspectie heeft een zogenoemde Resonansgroep ingesteld, die de inspectie adviseert over de onderzoeksopzet, over de uitvoering daarvan en over de onderzoeksrapportage. Deze Resonansgroep bestaat uit leden van koepelorganisaties (bv. CNVO, HBO-raad, ISO), deskundigen vanuit kringen van onderzoekspanels (NQA), docenten, studenten en een onafhankelijke buitenstaander. Op verzoek van en namens het bestuur van de onderwijsvakorganisatie CNVO participeer ik in deze Resonansgroep. De Resonansgroep kwam reeds bijeen in november 2012 en in januari 2013. Vandaag is de derde bijeenkomst van de Resonansgroep, in het kantoor van de Onderwijsinspectie te Utrecht.

Het onderzoek
In de voorgaande twee bijeenkomsten bespraken we concepten van het ‘Toezichtkader Accreditatiestelsel Hoger Onderwijs’ en van de ‘Onderzoeksopzet Accreditatiestelsel 2012-2013’. Op grond van onze feedback op die concepten, zijn de nieuwe versies gemaakt. De leden van de Resonansgroep stemmen in met deze bijgestelde versies.
Coördinerend Inspecteur Bert de Vries presenteert een update over de voortgang van het lopende inspectieonderzoek. Er zijn gesprekken gevoerd (met bv. NVAO en VBI’s), documenten zijn bestudeerd, een enquête is uitgezet in instellingen en opleidingen voor hoger onderwijs en er zijn negen cases geselecteerd voor een vervolg-diepteonderzoek.

Resultaten en dieptestudie
Ter voorbereiding op dit overleg hebben we de eerste resultaten - de rechte tellingen en de antwoorden op de open vragen - van de ingevulde vragenlijsten bestudeerd. Vraag voor vraag bespreken we de geanonimiseerde resultaten, zoals die zijn ingevuld op de reeds 81 ingediende vragenlijsten van 38 instellingen voor hoger onderwijs.
We stemmen in met de negen casussen, die in het kader van dit onderzoek voor nog meer diepgang van de onderzoeksresultaten zullen zorgen. Het gaat hier om instellingen die bijvoorbeeld al hebben meegedaan aan de Instellingstoets Kwaliteitszorg, die een Toets Nieuwe Opleiding hebben ondergaan en/of die een Bestaande Opleiding voor accreditatie hebben voorgedragen (beperkt of uitgebreid, al dan niet met een herstelperiode, WO & HBO, Bachelor & Master, met verschillende evaluatieburo’s en een variëteit aan besluiten).

Aanvang Juli 2013 komen we weer bijeen om het concept van het onderzoeksrapport te bespreken.

woensdag 13 februari 2013

Hoger Onderwijs-overleg CNVO-Onderwijsinspectie



Woensdag 13 februari 2013
CNV-kantoor in Utrecht















Zorg voor kwaliteit van hoger onderwijs
Vandaag zijn twee vertegenwoordigers van de Onderwijsinspectie op werkbezoek bij CNV-Onderwijs in Utrecht. Het zijn Hoofdinspecteur Rick Steur en Inspecteur Suzan Klaver, beiden met Hoger Onderwijs in portefeuille. Zij zijn hier op werkbezoek om vanuit deze werknemersorganisatie en door medewerkers uit het hoger onderwijs geïnformeerd te worden over een zo groot mogelijk aantal issues die momenteel in het hoger onderwijs spelen, teneinde die aspecten vanuit de praktijk van het hoger onderwijs mee te kunnen nemen in het in ontwikkeling zijnde ‘Toezichtkader Hoger Onderwijs’ van de Inspectie voor Hoger Onderwijs.
Van CNVO-zijde nemen verschillende vertegenwoordigers deel, waaronder beleidsmedewerkers, een regiobestuurder, bestuursleden van de Sector Hoger Onderwijs en leden van de Sector Hoger Onderwijs. Ik ben hiertoe uitgenodigd om mijn bijdrage te leveren, in algemene zin betreffende hoger onderwijs-issues en specifiek voor wat betreft zaken als (externe) kwaliteitszorg, accreditatie, inspectie en overig toezicht op de kwaliteit van hoger onderwijs.

Open agenda kwaliteitsissues Hoger Onderwijs
Het eerste deel van dit werkbezoek is een open gesprek, waarin een breed scala van allerlei thema’s in bespreking wordt genomen, die te maken hebben met de kwaliteit van het hoger onderwijs in het algemeen en met - meer specifiek – bijvoorbeeld regelgeving van overheidswege, implementatie van nieuwe onderwijswet- en regelgeving, de werking van het Nederlandse accreditatiestelsel, het onderwijstoezicht van inspectiewege, doorontwikkeling van onderwijs, het belang en de instellingspraktijk voor wat betreft verdergaande professionalisering van onderwijzend personeel. 
Onderwerpen die in deze eerste ronde de revue passeren, zijn bijvoorbeeld: professionele ruimte, vertrouwen versus controle, deskundigheidsbevordering, (vak)didactiek, pedagogische vaardigheden gericht op jongvolwassenen, audits, (risicogericht) inspectie(toezicht), visitatie & accreditatie, kwaliteitsborging, bestuur & management, de wetsvoorstellen ‘Versterking Kwaliteitswaarborgen hoger onderwijs’ & ‘Strategische Agenda - Kwaliteit in Verscheidenheid’ en regelen & ontregelen.

Monitor Krachtig Meesterschap
In het tweede deel van dit werkbezoek focussen we op de onderzoeksresultaten van de ‘Monitor Krachtig Meesterschap’, waarover binnenkort het onderzoeksverslag van de Onderwijsinspectie zal verschijnen. Een presentatie over deze inspectiemonitor wordt vandaag verzorgd door onderwijsinspecteur Suzan Klaver. Naar aanleiding van deze onderzoekspresentatie spreken we bijvoorbeeld over de Opzet van dit driejarig onderzoek, over de Kennisbasis die uitmondt in landelijke kennistoetsen voor in lerarenopleiding zijnde studenten en over de ins en outs met betrekking tot ‘Opleiden in de School”, waarbij het opleidingsonderwijs en de opleidingsscholen zo goed mogelijk met elkaar samenwerken, om aanstaande leerkrachten gedegen op te leiden tot bekwaam startende leerkrachten in bijvoorbeeld het basis- en voortgezet onderwijs.
Mede omdat we vandaag in deze sessie ook ervaringsdeskundigen uit het opleidingsonderwijs in ons midden hebben, ontstaat een boeiend gesprek over de kansen die we zien om de co-creatie van de eerste- en tweedegraads lerarenopleidingen en de opleidingsscholen in het basis- en voortgezet onderwijs te verzilveren.

maandag 14 januari 2013

Resonansgroep Onderzoek Accreditatiestelsel

Maandag 14 januari 2013 
Auto's komen uit de mist en verdwijnen in de mist op de A27















Weer heen
Nederland is maar een betrekkelijk klein land, en toch kan het weerbeeld van dag tot dag en van regio tot regio zichtbaar en aanmerkelijk verschillen.
Waar we gisteren nog te maken hadden met een mooie (half)bewolkte winterlucht, wordt vandaag door de zware laaghangende bewolking je omgeving plaatselijk aan het oog onttrokken.
Als ik vanmorgen vanuit het noorden van Fryslân vertrek, is het zicht nog prima, maar zodra ik de Noordoostpolder in rijd, is het zicht beperkt. Dikke mistbanken belemmeren je hier en daar enig zicht, in elk geval over grotere afstand. Voorbijrijdende auto's zijn even zichtbaar, en dan al snel weer onzichtbaar. 

Resonansgroep
Ik ben op de A27 onderweg naar Utrecht. In het kantoor van de Inspectie van het Onderwijs komen we vandaag als Resonansgroep voor de tweede maal bijeen (de 1e was in november 2012) om als vertegenwoordigende leden van onze deelnemende organisaties de door de Onderwijsinspectie voorgelegde plannen te bespreken voor het periodiek onderzoek naar het functioneren van het Nederlandse accreditatiestelsel in het hoger onderwijs. De Resonansgroep bestaat uit representanten van de koepelorganisaties, deskundingen vanuit de kringen van visitatiepanels, van docenten (ik vertegenwoordig de onderwijsvakorganisaties via CNV-Onderwijs), van studenten èn een onafhankelijk lid. Als leden van deze Resonansgroep adviseren we vandaag op de beoogde onderzoeksopzet en op de onderzoeksuitvoering; en in een later stadium op de onderzoeksrapportage.

Integraal onderzoek
Het integrale onderzoek naar het functioneren van het accreditatiestelsel zal bestaan uit ten eerste een analyse van alle beschikbare van toepassing zijnde documenten, ten tweede gesprekken met organisaties die binnen het huidige accreditatiestelsel functioneren, ten derde een breedte-onderzoek onder instellingen voor hoger onderwijs en ten vierde een diepte-onderzoek aan de hand van een aantal nog nader te bepalen cases.
Vandaag bespreken we het concept van het 'Toezichtskader Accreditatiestelsel Hoger Onderwijs', de beoogde opzet van het 'Onderzoek Accreditatiestelsel 2012-2013' en het concept van de Vragenlijst met de bijbehorende Toelichting bij die enquête.

Waardering
Het eerste deel van de vergadering wordt besteed aan de bespreking van het Waarderingskader, dat de onderwijsinspectie van plan is te gaan hanteren voor de beoordeling van het functioneren van het accreditatiestelsel.
Er zal met verschillende vragenlijsten worden gewerkt; in te vullen op centraal niveau en door het opleidingsmanagement voor wat betreft een opleidingsbeoordeling, en in te vullen op centraal niveau voor wat betreft een Instellingstoets Kwaliteitszorg.
Met de tien voorgestelde Standaarden als vertrekpunt bespreken we zo'n vragenlijst in detail. Aan de orde komen aspecten zoals: Voorlichting, Onafhankelijkheid, Deskundigheid, Betrouwbaarheid, Validiteit, Zorgvuldigheid, Stimulans, Transparantie en Accreditatielasten. 

Follow up
Na vandaag zullen de inspecteurs het onderzoek verder vorm en inhoud geven. De vragenlijsten zullen worden aangescherpt, er zal een toelichting worden geschreven bij ieder onderwerp en de antwoordcategorieën zullen worden aangepast.
In februari 2013 zal het onderzoek dan van start gaan en in maart 2013 zal onze Resonansgroep voor de derde maal bijeenkomen, om de eerste resultaten van de ingevulde vragenlijsten te bespreken en om te adviseren op de geplande vorm en inhouden van de case studies die aansluitend worden uitgevoerd.

Weer terug
Als ik aan het eind van de middag weer buiten sta, bedekt een dunne laag sneeuw alles om me heen. Voorzichtig rijd ik vanaf het inspectiekantoor naar de Ring van Utrecht, om daar aan te sluiten in de langzaam rijdende stoet auto's op de autosnelweg. 
Ten oosten van Utrecht is de omgeving sneeuwwit, ten noorden van Utrecht wordt de sneeuwlaag in noordelijke richting steeds dunner. En als ik over de A27 Flevoland in rijd, is er nog weinig sneeuw te bekennen. Het is merkbaar nog wel glad op de autosnelweg, dus de meeste auto's op de rechter rijbaan passen hun snelheid voorzichtigheidshalve aan. Het vriest trouwens maar één tot twee graden.

En in Fryslân?
Maar als ik nabij Lemmer het zuiden van Fryslân binnen rijd, is de temperatuur beduidend lager. Hier vriest het nu al vijf graden en er ligt geen sneeuw. Als dit zo de komende dagen zonder sneeuw doorgaat met vriezen, kunnen de Friezen over enkele dagen op de meeste ijsbanen al op grote schaal schaatsen.
Als het buiten kouder wordt, worden de schaatsminnende Friezen warm bij de gedachte dat er kan worden geschaatst op natuurijs.

dinsdag 27 november 2012

Onderzoek Accreditatiestelsel Hoger Onderwijs

Dinsdag 27 november 2012

Kantoor van de Inspectie van het Onderwijs te Utrecht















Nieuw accreditatiestelsel
De Inspectie van het (Hoger) Onderwijs stelt periodiek onderzoek in naar het functioneren van het Nederlandse accreditatiestelsel in het hoger onderwijs. Momenteel wordt het onderzoek voorbereid naar het functioneren van het nieuwe accreditatiestelsel, dat is gestart met ingang van het jaar 2011. Dit onderzoek draagt bij aan de evaluatie (van het nieuwe stelsel), die het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap uitvoert.
 
Meta-toezicht
De onderwijsinspectie houdt al vanaf de start van het visitatiestelsel zogenoemd ‘meta-toezicht’ op dit stelsel. Bij de start van het huidige accreditatiestelsel - aanvang 2011 - is dit toezicht voortgezet. In dit verband zijn er al diverse evaluaties uitgevoerd en mede op grond hiervan zijn er verbeteringen van het accreditatiestelsel doorgevoerd.

Maatschappelijk vertrouwen
Met het vorige maand begonnen inspectieonderzoek wordt deze lijn voortgezet. Het accreditatiestelsel neemt in de kwaliteitsborging in het hoger onderwijs een centrale positie in. De inspectie wil met haar toezicht op het accreditatiestelsel de kwaliteit van dit stelsel onderzoeken en bevorderen. Dit toezicht staat daarmee ten dienste van een goed functioneren van het accreditatiestelsel, met het oog op het behoud en de versterking van het maatschappelijk vertrouwen in dit stelsel, en daarmee in de kwaliteit van het hoger onderwijs.
 
Resonansgroep
Ten behoeve van dit onderzoek heeft de onderwijsinspectie een Resonansgroep ingesteld, die haar zal adviseren over de onderzoeksopzet, tijdens de uitvoering van dit onderzoek en over de rapportage van dit onderzoek. Deze Resonansgroep bestaat uit leden van koepelorganisaties, deskundigen vanuit visitatiepanels, docentenvertegenwoordigers, een student en een onafhankelijk lid. Vandaag woon ik als representant van de onderwijsvakbond CNV-Onderwijs de eerste bijeenkomst van deze Resonansgroep bij.

Stelselonderzoek
Coördinerend inspecteur hoger onderwijs, onderzoeksleider Bert de Vries legt bij aanvang van deze bijeenkomst in het inspectiekantoor te Utrecht uit dat het hier gaat om een onderzoek, dat het Nederlandse accreditatiestelsel betreft. Dit toezicht betreft dus niet primair het toezicht op de Nederlands Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO) en/of het toezicht op de kwaliteit van het aangeboden onderwijs in een instelling, maar onderzoekt het functioneren van het actuele accreditatiestelsel
 
Gesprekspunten
In deze bijeenkomst spreken we als Resonansgroep vanmorgen over de inhoud van het concept-Toezichtskader en over de beoogde opzet van het reeds aangevangen ‘Onderzoek Accreditatiestelsel 2012-2013’. Een aantal zaken die daarbij onder andere aan bod komen, zijn:
  • Het stapelen van toezicht;
  • Met betrekking tot het stelsel: de basis, de effectiviteit en efficiëntie, de kwaliteit, de mate van tevredenheid en het vertrouwen dat dit stelsel uitstraalt;
  • De gehanteerde definities in het veld;
  • De onderzoeksobjecten: statische elementen zoals het vastgelegde kader en dynamische aspecten zoals latere aanpassingen van het stelsel;
  • Het scheiden van toezicht op het stelsel en op de hoger onderwijsinstellingen;
  • De kwaliteit van Kritische Reflecties en van Visitatiepanels;
  • De verbeterfunctie van het huidige accreditatiestelsel;
  • De administratieve lasten en de kosten van het accreditatiestelsel;
  • Beoordelingsstandaarden, Evaluatievragen en Onderzoeksvragen;
  • De projectopzet en de inrichting van het onderzoek;
  • De inspectierapportage van èn het bestuurlijk vervolg op dit inspectieonderzoek.
Inrichting van het onderzoek
In de volgende bijeenkomsten zal de Resonansgroep met de projectleiding nader ingaan op de onderzoeksvragen en op de nadere inrichting van specifieke case studies in de tweede fase van dit onderzoek. Aan de Resonansgroep is het dan om goed te adviseren op de voorgestelde onderzoeksvragen, waarbij zoveel mogelijk rekening moet worden gehouden met het uniformeren en differentiëren van de onderzoeksvragen, rekening houdend met de diversiteit van het Nederlandse Hoger Onderwijs.

donderdag 9 februari 2012

Communicerende vaten


Donderdag 9 februari 2012
Presentatie van Arita Baaijens in de Kloosterkerk















We zijn onlosmakelijk verbonden.
Waar één beweegt, bewegen we allemaal.
Samen zoeken we opnieuw balans.

HO-conferentie 2012
Met de titel ‘Communicerende vaten’ èn met bovenstaand onderschrift begint het programmaboekje van de jaarlijkse Hoger Onderwijs-(HO)-conferentie die wordt georganiseerd door de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, die ik vandaag – samen met enkele Stenden-collega’s – bijwoon in Leerhotel Het Klooster te Amersfoort. Deze jaarlijkse conferentie biedt je de mogelijkheid om je op de hoogte te stellen van actuele thema's en ontwikkelingen in het hoger onderwijs en om daarover te spreken met collega's van collega-onderwijsinstellingen.

Speech van de Staatssecretaris Hoger Onderwijs
Even na 10.00 uur opent de dagvoorzitter deze jaarlijkse HO-conferentie en daarna volgt het openingswoord door Regina Riemersma, hoofddirecteur Uitvoering & Dienstverlening van de DUO (voorheen bekend als de IBGroep). Daarna zou een plenaire presentatie volgen van Halbe Zijlstra, staatssecretaris Hoger Onderwijs van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Zijn vervanger van het ministerie – Ron van der Meer -  staat nog in de file, dus zijn speech spreekt hij uit aan het eind van het ochtendprogramma.
Van der Meer spreekt de tekst uit van de speech die de staatssecretaris vanmorgen had zullen uitspreken. Zijn speech over actuele ontwikkelingen in het Hoger Onderwijs en over de Studiefinanciering gaat onder andere over de volgende items:
  • De Wet verhoging collegegeld langstudeerders;
  • Het project BRON-HO;
  • De start van het Diplomaregister;
  • De Strategische Agenda Hoger onderwijs, Onderzoek en Wetenschap;
  • Het werk van de Commissie Prestatieafspraken Hoger Onderwijs;
  • De vernieuwing van de Studiefinanciering.
Ron van der Meer namens Halbe Zijlstra: allemaal ontwikkelingen om samen de kwaliteit van het hoger onderwijs te verhogen.

Hoger onderwijs als ontdekkingsreis
Omdat de speech van staatssecretaris Zijlstra pas later in de ochtend kan worden uitgesproken, is eerder vanmorgen het podium van de Amersfoortse Kloosterkerk voor Arita Baaijens, ontdekkingsreizigster, schrijfster en fotograaf. Met haar plenaire presentatie ‘Succesvol omgaan met veranderingen’ - over haar ontdekkingsreis door de woestijn - beoogt ze suggestieve vingerwijzingen te geven naar ons werk in het hoger onderwijs. Ze spreekt over  de woestijn, die te klein was voor twee grote ego’s en over de angst, die voortkomt uit wat je nog hebt en wat je nog kunt verliezen.
Arita Baaijens:
  • Paniek en te sterke emoties zijn funest, omdat je dan niet meer weet wat je doet;
  • Wat doe je dan wel bij paniek & emoties: Stop, Denk na, Accepteer de feiten, Geef niet op, Analyseer de situatie en Kom in actie;
  • Verzet en stress beperken je mogelijkheden en kosten teveel energie;
  • Bij een positieve mentale houding is alles mogelijk.

Rekenschap
Voor en na de lunch volgen de twee workshoprondes. De eerste workshop ‘Rekenschap’ die ik bijwoon, is de sessie van Natascha van Schie en Anita Schilperoort, werkzaam bij de Directie Rekenschap van de Inspectie van het Onderwijs. De auditoren van deze inspectieafdeling integreren het risicogerichte financieel toezicht met het onderwijskundige kwaliteitstoezicht. De twee Rekenschap-hoofdtaken komen in de workshop aan de orde: enerzijds het toezicht op rechtmatigheid en doelmatigheid en anderzijds het toezicht op de financiële continuïteit. Ze vertellen ook dat in het toezicht op de scheiding van publieke en private geldstromen in het hoger onderwijs, de grenzen tussen publiek en privaat nog iets scherper zullen worden getrokken.

Joint Degree
De tweede workshop die ik na de lunchpauze bijwoon, is de sessie over de ‘Joint Degree’, de graad die hoort bij opleidingen die door twee of meer opleidingen in binnen- en /of met buitenland gezamenlijk worden aangeboden en die bij afstuderen worden afgesloten met een gezamenlijk diploma van die participerende instellingen. In deze workshop wordt uitgelegd dat bij het aanbieden van een joint degree voor gezamenlijke bestaande opleidingen, gezamenlijke nieuwe opleidingen en gezamenlijke afstudeerrichtingen er in alle gevallen voorafgaand accreditatie moet wordt aangevraagd bij de Nederlands-Vlaamse Accreditatie Organisatie (NVAO). Deze accreditatie is vereist om te worden ingeschreven als Joint Degree-opleiding/-programma in het Centraal Register voor het Hoger Onderwijs, het CROHO dat door de DUO wordt beheerd. In deze workshop worden de juridische en uitvoeringsaspecten van een joint degree met ons besproken.

Ga Kathedralen Bouwen
Na de theepauze volgt in de Kloosterkerk plenair een korte terugkoppeling van de inhouden, zoals die de revue zijn gepasseerd in alle workshops van deze dag.
Het middagprogramma wordt plenair afgesloten met een presentatie van Daan Quakernaat.
Daan Quakernaat:
  • Wij zijn bang geworden; we willen alle zekerheid vooraf; daar gaan we aan kapot;
  • We moeten weer leren om mooie dingen te maken, zonder dat we van tevoren weten of het lukt;
  • Problemen moet je oplossen; het domste wat je tijdens het bouwen van je kathedralen kunt doen, is met de bouw te stoppen;
  • Op kwaliteit is nog een hoop te verbeteren; dat moeten we durven en doen!
  • Als je niet kunt leren van je fouten, kun je nooit kathedralen bouwen; dan vind je dus ook nooit de weg naar boven.
  • Reken af en gedoog niet.
  • Vlucht niet in beleid, in administratie en in bureaucratie.
  • Durf radicale, idiote plannen waar te maken, ik vraag van je dat je fouten maakt, elke fout maar één keer, leer daar van. Er moet ruimte zijn om te leren. En ga altijd door met bouwen!

donderdag 12 februari 2009

"Water & Vuur" of "Yin & Yang" ?

Donderdag 12 februari 2009

Als Landelijk Netwerk Kwaliteitszorg (LNK) van het NNK sluiten we vandaag een drieluik van bijeenkomsten over "De Kwaliteitszorgmedewerker" af. Met ongeveer 20 leden komen we bijeen in de Hogeschool Utrecht. Het thema vandaag van deze derde seriebijeenkomst is: "Docenten(teams) & kwaliteitsmedewerkers: water & vuur of yin & yang?". We zetten de rol van docenten(teams) in de verbetering van de kwaliteit het onderwijs centraal en zoeken naar passende manieren op daar als (de)centrale kwaliteitsfunctionaris een bijdrage aan te leveren, middels ondersteuning, stimulering en/of kritische reflectie.

De voorgaande LNK-bijeenkomst ging over de kwaliteitszorgmedewerker in het onderwijs als spil in de kwaliteitszorg (zie mijn weblogverslag van 18 december 2008) en de eerste bijeenkomst van deze LNK-drieluik had als thema: "Wordt de Kwaliteitszorgmedewerker overbodig?" (zie mijn weblogbericht van 17 april 2008).

Voordat we in de workshopsessie uiteen gaan in groepen, worden drie korte presentaties verzorgd. Léon van der Meij van M'ij Organisatieadvies leidt het thema in. Jouko van der Mast van Upstream Consulting bespreekt het verandermodel van Metselaar (1997) over Verandernoodzaak (= moeten), Veranderbereidheid (= willen) en Verandervermogen (= kunnen). Tenslotte volgt Everard van Kemenade van Fontys Hogescholen over een deel van zijn nu in druk zijnde dissertatie, waarin hij de docent als professional definieert en daaraan diens wil/bereidheid koppelt om al dan niet mee te doen aan het afleggen van verantwoording inzake kwaliteitszorg, waarna hij een typering in 10 categorieën toelicht uit zijn promotieonderzoek over hoe hogeschooldocenten reageren op een accreditatieproces.

De real life case die we daarna in subgroepen in de workshop bespreken heet: "Verbeteren kwaliteit van het onderwijs binnen MBO", over een MBO-opleiding die aanvang 2008 bij een kwaliteitsonderzoek door de Onderwijsinspectie een onvoldoende beoordeling kreeg. We krijgen een casusbeschrijving, een overzicht van de kwaliteitsoordelen van de Onderwijsinspectie en de opdracht om als team kwaliteitszorgmedewerkers met een voorstel te komen over de wijze waarop deze opleiding met drie locaties, zes deelteams, 30 medewerkers, 6 teamvoorzitters, 2 opleidingscoördinatoren, een afdelingsdirecteur en het college van bestuur over een jaar de opleiding "in control" heeft, met als ultieme doel de kwaliteit van het onderwijs tijdig op voldoende niveau te krijgen. Complicerende factoren zijn: de verkeerde focus van management & docenten, de samenstelling van het docententeam en de lage "sense of urgency", want eigenlijk had het team tijdens de eerste, vernietigende inspectieaudit het bezoek van deze inspecteurs niet serieus genomen.

Voldoende ingrediënten dus voor een geanimeerde werkbespreking in de subgroepen, gevolgd door korte samenvattingen en conclusies in de plenaire afsluiting. De tijd vliegt om en wel zo snel dat we voortijdig moeten afsluiten, omdat aansluitend in onze vergaderzaal een diplomauitreiking van de Hogeschool Utrecht volgt. We verlaten zo spoedig mogelijk de zaal, want zoals dat op elke hogeschool betaamt: studenten gaan altijd vóór.