Posts tonen met het label van Kemenade. Alle posts tonen
Posts tonen met het label van Kemenade. Alle posts tonen

donderdag 11 juni 2009

Certificering, Accreditatie en de Professional

Donderdag 11 juni 2009

Samen met Stenden-collega Nienke Ketelaar woon ik vandaag in Utrecht de periodieke netwerkbijeenkomst bij van het Landelijk Netwerk Kwaliteitszorg (LNK), de sector van het Nederlands Netwerk Kwaliteitszorg (NNK) dat zich bezig houdt met kwaliteitszorg in het Hoger Beroeps Onderwijs (HBO). Het thema van deze bijeenkomst is "Certificering, Accreditatie en de Professional", ontleend aan de titel van het proefschrift van de op 23 april 2009 op deze dissertatie gepromoveerde LNK-collega dr. Everard van Kemenade.

Everard van Kemenade begint ons in zijn presentatie te vertellen dat hij in zijn promotieonderzoek onderzocht onder welke voorwaarden hogeschooldocenten als professionals bereid zijn mee te werken aan een certificeringsproces, zoals bijvoorbeeld het in het HBO gebruikelijke accreditatieproces. Zijn promotieonderzoek bestond uit een theoretische verdieping, een brede enquête van 55 vragen op 3 opleidingen van Fontys hogescholen, een beperkte enquête met 7 stellingen onder 1.500 Nederlandse en Vlaamse hogeschooldocenten en een Delphi-bevraging onder 37 experts op het gebied van accreditatie in het HBO.

De volgende resultaten van dit onderzoek worden door Everard vandaag aan ons gepresenteerd.
Hogeschooldocenten zijn bereid aan accreditatie mee te werken, maar meer dan de helft van deze groep zou zelf niet voor accreditatie kiezen.
Accreditatie verhoogt de werkdruk en zorgt voor stress; hogeschooldocenten hebben daarbij hulp nodig van kwaliteitszorgspecialisten.
Het object en de procedure van de accreditatie moeten motiveren en de leden van de visitatiepanels moeten deskundig zijn.
Bij accreditatieprocessen onderscheiden we onder de betrokkenen een verschil in waardeoriëntatie: enerzijds wordt de docent-eigen betrokkenheid op onderwijsverbetering herkend, terwijl daar tegenover blijkt dat hogeschooldocenten accreditatie ervaren als een aan hen opgelegd beheersingsmiddel.

Onze Vlaamse collega's blijken positiever tegenover accreditatie te staan dan onze Nederlandse collega's en binnen Nederland blijken onze noordelijke collega's positiever in deze dan hogeschooldocenten uit het zuiden van Nederland.
Binnen de verschillende sectoren/domeinen van het HBO zien we een negatiever houding omtrent accreditatie bij de opleidingen voor de kunsten, terwijl de economische opleidingen en de opleidingen in de gezondheidszorg in deze beduidend positiever zijn.
Voor de beleving maakt het geen verschil of hogeschooldocenten al dan niet coördinerende taken hebben en ook is er geen significant onderscheid aan te wijzen onder docenten die te maken kregen met de verschillende Visiterende en Beoordelende Instellingen (VBI's) die Nederland kent.

Everard van Kemenade komt in zijn proefschrift tot de volgende conclusies.
Nederlandse en Vlaamse hogeschooldocenten zijn bereid mee te werken aan het accreditatieproces als:
1. het Certificeringsproces interne meerwaarde heeft, een motiverend object, procedure en subject heeft, eenvoudige basisregels heeft en waarbij het "control" niet als de dominante waarde heeft;
2. de Hogeschooldocent loyaal is, eigenbelang ziet, organisatiebetrokken is en als hij/zij de verantwoordelijkheid niet op anderen afschuift;
3. de Hogeschool het werk niet alleen door kwaliteitsdeskundigen laat doen, als de hogeschool voldoende steun vanuit het management biedt en als de hogeschool de kwaliteitszorg op orde heeft.

Ook als aan al deze succesbepalende factoren is voldaan, ziet Everard van Kemenade toch ook nog een kritische, laatste conclusie onder ogen, namelijk die van - wat hij noemt - de "dramaturgical compliance als risico", wat in en buiten het onderwijs ook wel "window dressing" wordt genoemd, wat in feite betekent dat bij accreditatieprocessen in het hoger beroepsonderwijs de neiging bij hogescholen bestaat om de zaken mooier voor te spiegelen dan ze feitelijk zijn.

Als het nieuwe accreditatiestelsel dat in 2010 in zal gaan, tendeert naar nog meer "accountability" (met goed gevolg verantwoording afleggen teneinde overheidsfinanciering te behouden) in plaats van zich meer te richten op "improvement" (het continu verbeteren van onderwijs), brokkelt de bereidheid van hogeschooldocenten om aan accreditatieprocessen mee te werken nog verder af, waarmee het gevaar bestaat dat het management en bestuur van hogescholen nog meer nadruk zullen gaan leggen op het beheersen van bedrijfskritische processen teneinde het risico van niet-verleende accreditaties te minimaliseren.
Interne kwaliteitszorg (met zelfevaluatierapporten) en externe kwaliteitsverantwoording (met zelfverdedigingsrapporten) dreigen dan uiteendrijvende continenten te worden; een in mijn ogen heil-loze weg.

donderdag 12 februari 2009

"Water & Vuur" of "Yin & Yang" ?

Donderdag 12 februari 2009

Als Landelijk Netwerk Kwaliteitszorg (LNK) van het NNK sluiten we vandaag een drieluik van bijeenkomsten over "De Kwaliteitszorgmedewerker" af. Met ongeveer 20 leden komen we bijeen in de Hogeschool Utrecht. Het thema vandaag van deze derde seriebijeenkomst is: "Docenten(teams) & kwaliteitsmedewerkers: water & vuur of yin & yang?". We zetten de rol van docenten(teams) in de verbetering van de kwaliteit het onderwijs centraal en zoeken naar passende manieren op daar als (de)centrale kwaliteitsfunctionaris een bijdrage aan te leveren, middels ondersteuning, stimulering en/of kritische reflectie.

De voorgaande LNK-bijeenkomst ging over de kwaliteitszorgmedewerker in het onderwijs als spil in de kwaliteitszorg (zie mijn weblogverslag van 18 december 2008) en de eerste bijeenkomst van deze LNK-drieluik had als thema: "Wordt de Kwaliteitszorgmedewerker overbodig?" (zie mijn weblogbericht van 17 april 2008).

Voordat we in de workshopsessie uiteen gaan in groepen, worden drie korte presentaties verzorgd. Léon van der Meij van M'ij Organisatieadvies leidt het thema in. Jouko van der Mast van Upstream Consulting bespreekt het verandermodel van Metselaar (1997) over Verandernoodzaak (= moeten), Veranderbereidheid (= willen) en Verandervermogen (= kunnen). Tenslotte volgt Everard van Kemenade van Fontys Hogescholen over een deel van zijn nu in druk zijnde dissertatie, waarin hij de docent als professional definieert en daaraan diens wil/bereidheid koppelt om al dan niet mee te doen aan het afleggen van verantwoording inzake kwaliteitszorg, waarna hij een typering in 10 categorieën toelicht uit zijn promotieonderzoek over hoe hogeschooldocenten reageren op een accreditatieproces.

De real life case die we daarna in subgroepen in de workshop bespreken heet: "Verbeteren kwaliteit van het onderwijs binnen MBO", over een MBO-opleiding die aanvang 2008 bij een kwaliteitsonderzoek door de Onderwijsinspectie een onvoldoende beoordeling kreeg. We krijgen een casusbeschrijving, een overzicht van de kwaliteitsoordelen van de Onderwijsinspectie en de opdracht om als team kwaliteitszorgmedewerkers met een voorstel te komen over de wijze waarop deze opleiding met drie locaties, zes deelteams, 30 medewerkers, 6 teamvoorzitters, 2 opleidingscoördinatoren, een afdelingsdirecteur en het college van bestuur over een jaar de opleiding "in control" heeft, met als ultieme doel de kwaliteit van het onderwijs tijdig op voldoende niveau te krijgen. Complicerende factoren zijn: de verkeerde focus van management & docenten, de samenstelling van het docententeam en de lage "sense of urgency", want eigenlijk had het team tijdens de eerste, vernietigende inspectieaudit het bezoek van deze inspecteurs niet serieus genomen.

Voldoende ingrediënten dus voor een geanimeerde werkbespreking in de subgroepen, gevolgd door korte samenvattingen en conclusies in de plenaire afsluiting. De tijd vliegt om en wel zo snel dat we voortijdig moeten afsluiten, omdat aansluitend in onze vergaderzaal een diplomauitreiking van de Hogeschool Utrecht volgt. We verlaten zo spoedig mogelijk de zaal, want zoals dat op elke hogeschool betaamt: studenten gaan altijd vóór.