Posts tonen met het label filosofie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label filosofie. Alle posts tonen

zondag 21 april 2013

Wereld van waarde

Donderdag 18 april 2013
Keynote speaker minister Jet Bussemaker

HBO-jaarcongres 2013 in Den Bosch
Het jaarcongres 2013 van de HBO-raad (de vereniging van hogescholen) is vandaag in de Brabanthallen in 's Hertogenbosch. Met een deelnemerslijst van meer dan 600 mensen is dit één van de grootste congressen die jaarlijks in, voor en met het Nederlandse Hoger Beroepsonderwijs (HBO) wordt gehouden. Docenten & studenten, managers & bestuurders, onderwijskundigen & personeelsadviseurs, kortom, allerlei medewerkers van hogescholen en van hun partnerorganisaties zijn gisteren of vandaag afgereisd naar Den Bosch, om hier vandaag dit grote HBO-congres bij te wonen. We komen voor plenaire sessies, voor hoorcolleges, voor debatten, workshops, en ook om elkaar in de ontmoeting tussen hogescholen te spreken over ons waardevolle Nederlands hoger beroepsonderwijs.

De waarde van de opleiding
Nadat dagvoorzitter Jet de Ranitz iedereen welkom heeft geheten, volgt de openingsspeech van Thom de Graaf, voorzitter van de HBO-raad.  De Graaf spreekt over de kernfunctie van het HBO en beweert dat ons hoger beroepsonderwijs met sprongen vooruit gaat. Hij prijst onze onderwijsminister, die 'het hoger onderwijs ook van binnenuit kent. Ze weet waar wij mee bezig zijn, en hoe moeilijk dat soms ook is."
Thom de Graaf:
  • Studenten moeten tijd en ruimte houden om naar de wereld te kijken;
  • Goed onderwijs gaat om meer dan rendementen;
  • Het HBO heeft wel rust en stabiliteit nodig;
  • Teveel ministeriële sturing staat innovatie in de weg;
  • Onderzoek in het HBO - in bijvoorbeeld Centers of Excellence en in Lectoraten - leidt tot innovatie.
De HBO-raadsvoorzitter vindt dat we in onze vereniging van hogescholen samen verantwoording moeten afleggen, dat de onderlingen debatten en gesprekken van onderop moeten komen en dat we daarom onze Verenigingsgedachte meer moeten benadrukken. Hij sluit af met de presentatie van de nieuwe naam van de HBO-raad: 'Vereniging Hogescholen'. Zijn nieuwe visitekaartje met daarop de nieuwe verenigingsnaam reikt hij uit aan de volgende spreker: Jet Bussemaker, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCenW).

Onderwijsminister Jet Bussemaker
Dan volgt de voordracht van Jet Bussemaker, voorheen rector van de Hogeschool van Amsterdam, momenteel minister van OCenW.
Het opleiden van professionals aan wie wij ons zelf en ons hele hebben en houden in de toekomst toevertrouwen, is een kernmissie van het HBO, aldus onze minister. Ze geeft aan dat die kernmissie lang niet altijd in voldoende mate op waarde wordt geschat.
Jet Bussemaker:
  • In hogescholen draait alles om die waarde van de professional;
  • HBO-ers zijn waarde(n)dragers & waarde(n)overdragers;
  • De huidige praktijk vraagt om snelle oplossingen;
  • Hogescholen moeten niet universiteitje gaan spelen; nieuwe kennis moet - samen met het werkveld - in de praktijk worden gebracht;
  • Lectoren zijn in het maatschappelijk debat nog te vaak afwezig;
  • Bussemaker wil graag discussie over de toekomst van het HBO, over waar bijvoorbeeld over tien jaar het HBO staat qua digitalisering van het onderwijs.
Voorzittersvoordracht Onderwijsraad
De volgende plenaire voordracht wordt verzorgd door Geert ten Dam, voorzitter van de Onderwijsraad.
Ten Dam:
  • Kritisch leren denken doe je niet in aparte vakken, maar dat leren studenten in praktijkgericht onderwijs;
  • De aansluiting van het HBO op de arbeidsmarkt kan veel doelmatiger;
  • Je moet jezelf zien als iemand die een bijdrage gaat leveren aan waarde(n);
  • Je moet studenten leren te zien dat hun bijdrage aan het beroep en aan de samenleving ertoe doet; zo krijgt onderwijs vormende waarde;
  • Het gaat om het kwetsbare evenwicht van economische, maatschappelijke en persoonlijke waarden;
  • De missies van hogescholen zouden wel wat concreter mogen, want dan spreken ze de studenten ook meer aan;
  • Besteed ook aandacht aan de normatieve kant van bestuur & governance;
  • Je moet doorlopend expliciet nadenken over nieuwe moraliteit.
Cultuur wint altijd!
De eerste deelsessie die ik bijwoon, is het hoorcollege 'Cultuur wint altijd!', van Kristel Baele & Kees Boele, beiden lid van het College van Bestuur van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen.
Baele vraagt zich af wat het voor een hogeschoolbestuurder betekent als hij/zij een inspirerende, professionele onderwijs- en onderzoekscultuur wil creëren, en wat dat met de docent doet als je dat in balans wilt laten zijn met procedurele 'checks and balances'. Baele: 'Ontkennen van kwaliteitsstandaarden helpt niet, ze internaliseren wel.".
Boele vertelt dat docenten inhoud, sfeer en zelfstandigheid belangrijk vinden, maar dat zij momenteel teveel in een kramp zitten en bang zijn om te innoveren. Volgens hem is de cultuur (veel meer dan de structuur) bepalend voor de kwaliteit van het onderwijs. Studenten zouden minder opdrachten moeten krijgen en minder moeten reflecteren. Daarvoor moet meer inhoud in de plaats komen. Niet langer opleiden, maar onderwijzen vanuit ervaring en met wijsheid, want dat vraagt de huidige generatie, aldus Kees Boele.
Zijn oplossing is:
  • Werk vanuit een hoogwaardige, inhoudelijke en collectieve ambitie;
  • Organiseer professionele zelfstandigheid en verantwoordelijkheid;
  • Zorg voor een veilige en inspirerende atmosfeer.
Boele sluit zijn presentatie af met een verwijzing naar de woorden van Moeder Theresa: "We kunnen geen grote dingen doen, alleen kleine dingen met grote liefde".

Verbinden & Samen doen
De tweede deelsessie - een workshop - die ik bijwoon, gaat over 'Verbinding tussen centraal en decentraal overleg', verzorgd door Jos van Hijfte van de Hogeschool van Amsterdam. Gesteld wordt dat je streeft naar verbetering in het onderwijs, en dat zou dan blijken uit de cijfers. Cijfers geven echter geen verbetervoorstellen, maar geven altijd het signaal om een gesprek te voeren.
De derde deelsessie die ik bijwoon, heet: 'Waarom moeilijk doen als het samen kan', en gaat over studiesuccessen door sociale cohesie. In deze workshop van de Christelijke Hogeschool Windesheim presenteert lector Rob Bovens zijn project '#Five', over een fit en veilig Windesheim, over hoe een gezond en veilig hogeschoolklimaat leidt tot studiesucces.

Bas Haring filosofeert over hoger beroepsonderwijs
Het plenaire Slotprogramma wordt aan het eind van de middag verzorgd door filosoof Bas Haring.
De volgende twee thema's komen in zijn verhaal aan de orde:

I. De waarde van het onderwijs:
  • Studenten worden opgeleid om deel te nemen aan hún samenleving, waarin wíj te zijner tijd te gast zijn;
  • Waarde is geborgd in dingen, die er voor ons toe doen;
  • Naarmate de samenleving ingewikkelder wordt, hebben mensen een langer traject nodig om goed deel te kunnen nemen aan de samenleving. En daar komt bij dat als we langer leven en langer werken, wij ook langer moeten studeren.

II. Een onderzoekende houding stimuleren:
  • Beroepsgericht onderzoek in het HBO moet ook wetenschappelijk onderzoek zijn; en daar bestaat dan wel een enorme vrijheid, mits het antwoord op de onderzoeksvraag maar juist is.
  • Als je maar nieuwsgierig bent, mag je best onderzoek doen in het HBO.
Mijn toekomstdroom - aldus Bas Haring - is dat mensen niet direct overal wat van vinden en dat direct ook zeggen, maar dat ze hun oordeel nog even uitstellen.

zaterdag 5 maart 2011

Boekpresentatie Verheldering van de werkelijkheid

Vrijdag 4 maart 2011

Op uitnodiging van Uitgeverij Het Zuiden zijn we vanmiddag bijeen in de kloosterkapel van het voormalige Karmelklooster te Drachten. Hier woon ik de feestelijke presentatie bij van het nieuwe boek van dr. Gerben J. Stavenga uit Buitenpost. Uitgever Jan de Vlieger en auteur Gerben Stavenga bieden ter gelegenheid van deze boekpresentatie een afwisselend programma van drie genodigde sprekers en enkele muzikanten, die solo en samen de muzikale intermezzo's verzorgen tussen de speeches.

Het boek dat vandaag wordt uitgegeven, is getiteld: 'Verheldering van de werkelijkheid'. Als ondertitel is gekozen voor: 'Inzicht in de ontwikkeling van wetenschap en samenleving middels een relationele systeemtheorie'. De wetenschappen hebben een enorme hoeveelheid kennis voortgebracht, maar inzicht in de samenhang en diepere betekenis ontbreekt, volgens Gerben. Om dat inzicht toch te verkrijgen, wordt door dr. Stavenga in zijn boek een specifieke systeemtheorie ontwikkeld, die hij de 'theorie van de vier fundamentele systeeemrelaties' noemt.

Gerben Stavenga studeerde natuurkunde en filosofie. Hij promoveerde op de studie 'Science and Liberation' en was als wetenschapsfilosoof verbonden aan de Faculteit der Wijsbegeerte van de Rijksuniversiteit Groningen (RUG). Na zijn leeftijdsontslag bij de RUG heeft Gerben Stavenga zijn levenswerk in de wetenschap nog zes jaar lang bijna elke werkdag met veel discipline thuis voortgezet, teneinde met dit boek over zijn vandaag geïntroduceerde fundamentele systeemrelaties zijn mijlpaal na jarenlang werk in de wetenschap te zetten. Dit boek mag je dan ook beschouwen als een majeur levenswerk, na al die jaren wetenschappelijke studie, onderwijs, onderzoek, analyse, schrijven en publiceren.

Behalve de auteur komen drie daartoe genodigde sprekers aan het woord als zogenoemde 'critical friends'. De eerste is Gerbens familielid dr. Kai Eigner, docent aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. De tweede critical friend is Gerbens ex-RUG-collega, dr. Hans Harbers, die zich in zijn reflectie op Gerbens boek meer 'critical' dan als 'friend' opstelt. De derde critical friend is de Sneker theoloog, ds. Alex van Ligten, die zich minder 'critical' en meer als 'friend' opstelt in zijn reflectie op dit bijzondere levenswerk.

Na de boekpresentatie is er volop gelegenheid om met de auteur en zijn familie, vrienden en vakgenoten verder te praten over deze nieuwe publicatie van Gerben. De uitgever verkoopt ondertussen goed en op verzoek signeert Gerben Stavenga zijn boek van harte voor wie dat op prijs stelt. Vanmiddag heeft dit boek de studeerkamer verlaten en zal de wereld van onderwijs en wetenschap in gaan, door de één wellicht bekritiseerd en door de ander allicht ook geprezen vanwege zijn visie en moed om een eigen theorie van vier fundamentele systeemrelaties aan ontwikkelde leken, filosofen en andere wetenschappers voor te leggen. De voortschrijdende tijd en nieuwe inzichten zullen nog ons leren welke bijdrage dit boek van Gerben Stavenga levert aan de progressie van de wetenschap.

vrijdag 27 november 2009

Glück

Vrijdag 27 november 2009

Velen zijn op zoek naar geluk. Maar kan het niet zo zijn dat die voortdurende zoektocht naar geluk ons juist ongelukkig maakt? Bovendien, geluk is ook maar een woord. Het gaat erom wat men eronder verstaat, welke betekenissen eraan worden gegeven en dat men zich realiseert dat er niet zoiets bestaat als “het” geluk.

De Duitse filosoof Wilhelm Schmid publiceerde in 2007 zijn boek “Glück, Alles was Sie darüber wissen müssen, und warum es nicht das Wichtigste im Leben ist“. Vorig jaar verscheen dit boek in de Nederlandse vertaling van Willem Visser, met als titel “Geluk, En waarom het niet het belangrijkste in het leven is”.

In dit boek onderwerpt filosoof Schmid de vele betekenissen van geluk aan een nauwkeurig onderzoek, zoals bijvoorbeeld: het toevalsgeluk, het geluk van het goede gevoel, van de volheid en van het ongelukkig-zijn. Tegen de ons omringende geluksprofeten - die met praktische recepten de hele wereld gelukkig willen maken - laat hij zien dat de vraag naar geluk een uitvloeisel is naar diepere levensvragen over de zin van het bestaan, waarvoor echter geen pasklare antwoorden bestaan.

Na de eerste vier hoofdstukken over “geluk”, gaat in hoofdstuk 5 het roer om. Schmidt legt dan uit waarom geluk niet het belangrijkste in het leven is. Dan wijst hij op de vraag naar “zin” en benoemt in de laatste vijf hoofdstukken mogelijke antwoorden op die vraag naar de zin ín èn vàn ons leven. Het tweede deel van zijn boekje gaat dan over: zin die je lichamelijk waarneemt, zin die je het diepst van je ziel voelt, over denkbare zin en over transcenderende zin, die je kunt denken en voelen.

Wilhelm Schmid sluit af met een hoofdstuk over de moderne vraag naar zin, over het alternatief-modern werken aan zin. Hij beweert dat het ons de komende jaren niet meer zal gaan om de negatieve vrijheid van bevrijding, maar om de positieve vrijheid van allerlei nieuwe, door het individu zelf en vrij gekozen bindingen. Hij vermoedt dat het in de toekomst zal gaan om (de utopie van) een ecologische en sociale samenleving op mondiale schaal. Volgens Schmidt kan er alleen sprake zijn van zin als er samenhangen zichtbaar worden in de relaties die mensen met elkaar onderhouden. Daar ligt dus onze uitdaging, aldus filosoof Schmid.

Tenslotte nog een opmerking over de titel van dit boekje. Mijn oud-literatuurdocent (de heer B. de Groot) in het voortgezet onderwijs leerde mij in zijn poëzielessen wat een “chute” (of “volta”) is in een sonnet. In het octaaf van een sonnet (de eerste tweemaal vier regels) lees je een bepaalde gedachtegang, gevoelsstroom of verbeelding. In het sextet van het sonnet (de laatste tweemaal drie regels) wordt op het octaaf gereageerd met een conclusie, toepassing, tegenstelling of verbeelding. Zo staan het octaaf en het sextet in een zekere verhouding tot elkaar. De chute is nu de wending tussen het octaaf en het sextet.

Daar moest ik aan denken bij het lezen van dit boekje van Wilhelm Schmidt. Eerst vier hoofdstukken over “geluk” en tenslotte vijf hoofdstukken over “zin”. Het tussenliggende – vijfde – hoofdstuk is zijn “chute”, waarin Smidt de inhoudelijke wending maakt van geluk naar zin. Als ik de titel voor dit boek had mogen kiezen, was het niet “Glück” geworden, maar zou voor mij de titel zijn geweest: “Glück und Sinn” (Geluk en Zin). Maar ja, dat kan al niet meer, want dat is al de titel van een ander (theologie)boek, geschreven door Jochen Sautermeister.

zaterdag 20 juni 2009

The little book of Bathroom Philosophy

Zaterdag 20 juni 2009

Het is toch al weer ruim 30 jaar geleden dat ik tijdens mijn studie de denkbeelden van de belangrijkste filosofen van de wereld bestudeerde. Tijdens die studie lag de focus op onderwijs. Voldoende aanleiding om mijn kennis van de filosofie weer eens wat op te frissen èn die in een iets breder kader (dan onderwijs) te plaatsen. Het in 2004 gepubliceerde boek "The little book of Bathroom Philosophy" van de Amerikaan Gregory Bergman is daartoe een aanrader. Dit boek is vertaald door Chiel van Soelen en Pieter van der Veen en is in 2009 uitgegeven met als titel: "Filosofie voor in bed, op het toilet of in bad". In dit boek van Bergman passeren veel filosofen en hun denkbeelden.

Twee hoofstromingen van het denken komen hier aan de orde, te weten:
A. de Rationalisten, die geloven dat de rede onderscheiden is van zintuiglijke ervaringen en dat de rede de voornaamste bron is van menselijke kennis;
B. de Empiristen, die stellen dat menselijke kennis ontstaat vanuit zintuiglijke ervaring en die zeggen dat de rede alleen dient om informatie uit zintuiglijke waarneming over te brengen.
De filosofen die hier worden beschreven, richtten zich op onder andere ethiek, politiek, religie, kennisleer (epistemologie), metafysica en/of taal.
Van ruim 20 filosofen (die leefden tusssen 640 voor Christus en 2000 na Christus) las ik hun beknopte levensbeschrijving, hun belangrijkste ideeën en een serie citaten:

1. Thales: "Het oerbeginsel van alles is water; alles heeft zijn oorsprong in water en keert daarin terug";
2. Socrates: "Wees zoals je wilt zijn";
3. Plato: "De richting die de opvoeding geeft aan een mens, zal diens toekomstig leven bepalen";
4. Aristoteles: "Plezier bij het doen, zorgt voor perfectie in het werk";
5. Augustinus: "Leef in een christelijke gemeenschap";
6. Thomas van Aquino: "Liefde begint, waar weten eindigt";
7. René Descartes: "Om te weten wat mensen werkelijk denken, moet men eerder letten op wat ze doen, dan op wat ze zeggen";
8. Thomas Hobbes: "Onmatigheid wordt van nature gestraft met ziekten";
9. Benedictus de Spinoza: "Alles wat is, is in God, en zonder God kan niets zijn of ontstaan";
10. John Locke: "Lezen voorziet de geest alleen van kennismateriaal; het is door ons denken dat we ons eigen maken wat we lezen";
11. David Hume: "Het heeft het onderwijs bepaald geen goed gedaan dat het werd opgesloten in schoolgebouwen en monnikscellen, afgezonderd van de wereld en goed gezelschap";
12. Immanuel Kant: "Het slechte aan oorlog is, dat het meer slechte mensen oplevert dan afvoert";
13. G.W.F. Hegel: "In de wereld is nooit iets groots tot stand gekomen zonder hartstocht";
14. Karl Marx: "De mensheid stelt zich altijd alleen maar taken, die zij in staat is uit te voeren";
15. Jean-Jacques Rousseau: "De mens die niet gauw een belofte doet, houdt zich er het trouwst aan";
16. Arthur Schopenhauer: "Wat men goed leert in zijn jeugd, wordt nooit meer vergeten";
17. John Stuart Mil: "De leerling van wie nooit het onmogelijke geëist wordt, zal nooit doen wat hij kan";
18. Soeren Kierkegaard: "Bidden verandert niet God, maar wel degene die bidt";
19. Friedrich Nietzsche: "Alleen door te doen, leert men";
20. John Dewey: "We vinden het makkelijker om een nieuwe studie, cursus of nieuw type school toe te voegen, dan te kijken naar wat in de bestaande situatie nodig is";
21. Ludwig Wittgenstein: "De grenzen van mijn taal, zijn de grenzen van mijn wereld";
22. Jean-Paul Sartre: "Een verloren strijd, is een strijd die men denkt verloren te hebben";
23. Ayn Rand: "Een argument gebaseerd op intimidatie, is intellectuele onmacht bekennen";
24. W.V.O. Quine: "Leven is wat de minsten van ons, de meesten van ons het gevoel doet geven, dat de minsten van ons, er het meest van maken".

zaterdag 28 maart 2009

Meester Davids

Zaterdag 28 maart 2009

Ruim een maand geleden maakte minister-president Jan Peter Balkenende - na een steeds verder toenemende politieke druk - bekend dat er tòch een commissie komt die als opdracht krijgt om onderzoek te verrichten naar de manier waarop ons kabinet in het jaar 2003 besloot om Nederlandse politieke steun te verlenen aan de Amerikaanse inval in Irak. Deze "Onderzoekscommisie Irak" onder leiding van de voormalig president van de Hoge Raad meester Willibrord Davids wordt inmiddels ook wel de "Commissie Davids" genoemd.

Het tekent meester Davids en het wekt vertrouwen dat niet de door premier Balkenende voorgestelde Ministers van Staat deel uit maken van de Commissie Davids. De commisieleden zijn uiteindelijk geworden: een taalwetenschapper (Monica de Boer, hoogleraar aan de VU), twee historici (Cees Fasseur en Marjan Wegman), een diplomaat (Peter van Walsum), een tweede jurist (Tim Koopmans), een volkenrechtdeskundige (Nico Schrijver) en als secretaris onderzoeker Koos van Bruggen. Dit team zou met alle onderzoekservaring geëquipeerd zijn voor de gewenste waarheidsvinding.

De inmiddels zeventigjarige Willibrord Davids is niet alleen meester in de rechten, maar was in de tachtiger jaren ook "mijn meester" in het onderwijs. Meester Davids groeide op in een Rotterdams onderwijsgezin; vader èn moeder waren beiden werkzaam als leraar cq lerares in het onderwijs. Toen ik in 1979 als docent begon in Delfzijl, trad meester Davids aan als rechter-plaatsvervanger bij de rechtbank in Assen, waarvan hij later rechter en uiteindelijk vice-president werd. Voordat meester Davids in 1986 werd benoemd tot raadsheer bij de Hoge Raad te Den Haag, was Willibrord Davids mijn docent Privaatrecht toen ik voor de onderwijsakte MO-A Boekhouden studeerde in Groningen.

Meester Davids ontpopte zich daar als een buitengewoon bekwaam docent, niet alleen qua inhoudelijke expertise, maar bovenal als fenomenaal docent. Zijn colleges waren bijzonder uitdagend. Het was mijn eerste kennismaking met de socratische onderwijsmethode. De socratische methode (Socrates, 469-400 voor Christus) is een vorm van filosofisch onderzoek. Als je zijn college bezocht, had je alle leerstof voor die dag diepgaand bestudeerd, want die kennis zou je hard nodig hebben om deel te nemen aan zijn vorm van super-activerend onderwijsleergesprek. Socrates noemde zijn filosofie-methode "telenchus", wat je zou kunnen vertalen als "kruisverhoor". Meester Davids koos een juridische casus en startte zijn onderwijs-kruisverhoor onder de aanwezige studenten. Hij stelde vanuit diverse perspectieven aanhoudend feiten, rechtsregels, opvattingen en meningen van casus-opponenten en van ons ter discussie, legde alle overeenkomsten en tegenstellingen daarin bloot en toonde vervolgens aan welke standpunten (on)juist waren.

Als Commissievoorzitter Davids - inmiddels nog eens 22 jaar jaar ervaring bij de Hoge Raad, waarvan 4 jaar als president - zijn commissieleden mee kan en mee zal nemen in zijn socratische onderzoeksmethodiek, heb ik er tot nader order het volste vertrouwen in dat wij in november van dit jaar - als het onderzoek afgerond zal moeten zijn - optimaal inzicht verkrijgen in de resultaten van zijn (methode van) waarheidsvinding.