Posts tonen met het label de Boer. Alle posts tonen
Posts tonen met het label de Boer. Alle posts tonen

maandag 17 juni 2013

Tegen Beter Weten 6

Maandag 17 juni 2013 
Cover van Tegen Beter Weten deel 6

Poëziewedstrijd
In het jaar 2000 schreef de Vrije Universiteit (VU) van Amsterdam als onderdeel van het themaproject 'Dichter bij de waarheid' voor het eerst een prijsvraag uit om gedichten te schrijven waarin wetenschap een rol speelt. De uitdaging was gelegen in de vraagstelling of dichtkunst en wetenschap niet te ver uiteen lagen om tot een zinvolle, kwalitatief aanvaardbare synthese te geraken.Dat bleek niet het geval te zijn; integendeel!

De levende stad
Daar waar in de eerste jaren de VU-Podium-Poëzieprijs de 'wetenschap in de breedste zin des woord' tot thema heeft, is in het jaar 2005 gekozen voor een minder omvattend subthema: 'de levende stad'. De samensteller en coördinator van deze dichtbundel - Gert J. Peelen - schrijft in zijn woord vooraf dat na het uitschrijven van deze poëzieprijs bleek dat de stad voor velen een onuitputtelijke inspiratiebron is. De meeste deelnemers pikten de kern van dit jaarthema wel op, namelijk, dat 'de mens in weerwil van plannen en projecten de stad tot een dynamisch geheel, tot een levend organisme maakt'.
De uitgave van 2005 kreeg als titel: 'Tegen beter weten 6', met als subtitel: 'de levende stad'. 

Ruim 600 gedichten van circa 200 dichters
Dit jaarthema bood allerlei dichters aanleiding tot een kritische interpretatie van 'de levende stad'. Toen de inzendtermijn sloot, bleek dat de oproep om gedichten in te zenden, leidde tot de eindstand van ongeveer 200 dichters met een totaal van meer dan 600 ingezonden gedichten.

Jury
De jury van VU-podium stond onder voorzitterschap van Theo de Boer. Ook Jan Kal en Rita Vrij maakten deel uit van deze drie leden tellende jury.

Prijzen
Deze bloemlezing bevat 32 gedichten van 23 deelnemende dichters.
De jury heeft Hein Walter bekroond met de ‘VU-podium Poëzieprijs 2005’.
De winnende gedichten zijn:
· 1e prijs: zonder titel van Hein Walter;
· 2e prijs: ‘Adagio D956’ van Dan Falck;
· 3e prijs: ‘Jutphaas' van André Degen.

Poëzieserie
Dit zesde deel in de poëzieserie “Tegen beter weten is een uitgave van het toenmalige VU-podium, gelieerd aan de Vrije Universiteit (VU), het VU-medisch centrum en Christelijke Hogeschool Windesheim.
Andere delen uit deze serie ‘Tegen beter weten’ zijn:
De levende stad van Hein Walter
Het met de eerste prijs bekroonde gedicht van Hein Walter draagt geen titel. Walter vergelijkt in het prijswinnende gedicht de stad met een als goedaardig schepsel bedoeld monster, waar hij het eerste vers afsluit met: 'We dachten een goedaardig schepsel te maken, maar creëerden een monster'.

In deze gedichtenbundel zijn vijf gedichten van Hein Walter gepubliceerd. Eén van die gedichten is getiteld: 

Onderstad

Ze bestaat uit aarden en stenen en resten
van eeuwen van alles en ligt levend begraven
onder stoepen en straten - stedelingen houden
van ordening en schone schoenen.

Ze krijgt haar zuurstof door kieren
en vergeten gaten: een vuilnisveldje of
een braakliggend fabrieksterrein waar ze scheuren
in het cement heeft weten te ademen. Als een weg
wordt aangelegd, bunkert ze diepe teugen lucht.

Ze aanvaardt haar bestaan
niet zonder pesterijtjes: waar ze kan, duwt ze
boomwortels door ons wegdek en onkruid
stookt ze steeds weer tussen onze plantjes
tegen ons op. Maar we krijgen haar wel.

woensdag 27 maart 2013

Vestigingsoverleg Nijkleaster-bestuur

Woensdag 26 maart 2013
Vestigingsoverleg Nijkleaster-bestuur in Jorwert

 













Kloosteractiviteiten
Op 28 oktober 2012 is Nijkleaster officieel geopend. De activiteiten van Nijkleaster zijn inmiddels op bescheiden schaal van start gegaan. Elke woensdagochtend wordt een Kloosterkuier georganiseerd vanuit de Sint-Radboudkerk in Jorwert. Op de derde zaterdag van de maand wordt een Kloosterdag georganiseerd, elke keer met een ander themaprogramma. Binnenkort zal met Pinksteren voor het eerst het 'Nijkleaster Pinksterpaad' worden bewandeld, een driedaagse Pinksterkuier als pelgrimage van Stavoren naar Jorwert. Voor het komende seizoen zijn de organisatoren van Nijkleaster al weer begonnen om meer en ook nieuwe activiteiten voor te bereiden. Stapje voor stapje groeien we qua activiteiten en de opkomst van wat we organiseren, is goed.

Klooster, Kerk, Kroeg
Als bestuur, medewerkers en vrijwilligers zijn we blij dat we voor de beginjaren in Jorwert beschikken over de Voorkerk van de Sint-Radboudkerk en dat Jorwert ook andere voorzieningen rijk is, zoals bijvoorbeeld een café-restaurant. Er is dus al een Kerk, en er is een Kroeg. Het Klooster ontbreekt nog. Uiteindelijk willen we toe naar het driedelig concept van 'Klooster & Kerk & Kroeg'. Het is onze vurige wens als bestuur, medewerkers en vrijwilligers om op afzienbare termijn ook te beschikken over een Klooster, een nieuw protestants klooster in Fryslân, een 'Nijkleaster'.
Een mooie droom, en een geweldige uitdaging om ambitieus aan te werken.

Kloostervestiging
Nu de activiteiten van Nijkleaster afgelopen najaar in Jorwert van start zijn gegaan, is het moment aangebroken om serieus te onderzoeken of en hoe het haalbaar is om een nieuwe klooster in het Friese Jorwert te realiseren. We hebben daar in bestuursvergaderingen al vele malen over gesproken, en vinden dat nu het moment aanbreekt om daar serieus (bouw)werk van te maken.
Om de vaart erin te krijgen qua kloostervestiging zijn we als bestuur op zaterdag 2 maart 2012 bijeen geweest om te brainstormen en te inventariseren waaraan wij denken bij de vestiging van een klooster in Jorwert. Daarbij werden we enkele weken geleden deskundig begeleid door Anton de Boer, eigenaar van De Boer C.S. Organisatieadviseurs uit Leeuwarden.

Dromen, Ideeën, Plannen
We zijn toen een heel eind gekomen, maar vinden dat we nog toe moeten werken naar een verdergaande concretisering van onze dromen, ideeën en plannen. Zo hebben we bijvoorbeeld nog allemaal losse eindjes aan vraagstukken zoals: willen we nieuw bouwen, of vanuit een bestaand gebouw verbouwen/uitbreiden, willen we ons in de bebouwde kom vestigen, of vlak buiten de dorpskom van Jorwert; en hoever mag het klooster dan van de kerk en van de kroeg af staan?
En daarna komen er allerlei andere vragen; over bijvoorbeeld het bouwtempo, de volgorde waarin we (delen van) het klooster willen realiseren. En uit welke onderdelen zou zo'n Nijkleaster dan nu en later moeten bestaan; denk bijvoorbeeld maar aan: vieren, ontmoeten, mediteren, bidden, lezen, studeren, eten en drinken, overnachten, (samen)werken, ontmoeten, recreëren en kuieren.
Vooralsnog dus meer vragen dan antwoorden, en meer ideeën dan snel haalbare uitvoering. Met de aanwas van al die dromen, ideeën en plannen, groeit ook onze ambitie, waarbij aangetekend dat we natuurlijk ook realisme, financiering, exploitatie en haalbaarheid niet uit het oog verliezen. Maar je wilt en moet toch ergens beginnen om je ambitie om te zetten in een klooster, waarin en waarmee we stilte, bezinning en verbinden kunnen realiseren.

Een nieuw klooster in Fryslân
Vanavond komen we als Nijkleaster-bestuur wederom in Jorwert bijeen om ons Vestigingsoverleg van 2 maart 2013 vanavond verder voort te zetten en af te ronden. Fijn dat Anton de Boer ons ook vanavond nogmaals ondersteunt, om de draad van ons eerste, inventariserende overleg weer op te pakken waar we de vorige keer stopten, en om ons doorgaande gesprek te leiden over de eerste concretisering van onze plannen. Zijn (bege)leiding maakt het mogelijk dat alle bestuursleden zich volledig op de inhoud - in plaats van op het overlegproces - (kunnen) richten.
Het gaat vanavond snel. We spreken over organisch ontwerpen, ontwikkelen en bouwen; en over onze wens dat het klooster vanaf het begin het resultaat zal zijn van de inbreng vanuit de provincie. We zoeken namelijk ook de verbinding met alle Friezen, met hun organisaties en met hun dorpen en steden. Nijkleaster moet immers een nieuw klooster in Fryslân en mede van de Friezen worden en zijn.

Het klooster van Jorwert
We spreken over de keuze voor één of voor meer vestigingsplaatsen en of dat alleen in en/of buiten de dorpskom moet zijn. Willen en/of kunnen we huren en/of kopen? Welke panden en welke gronden zijn nu of komen binnenkort beschikbaar? Belangrijk vinden we het dat Nijkleaster vooral ook wordt begrepen en gedragen door de inwoners van Jorwert. Het moet ook passen bij Jorwert als dorp en bij de mensen die hier wonen, waarbij we hopen dat ze later trots zijn op zo'n mooi nieuw klooster op deze bijzondere plek in Fryslân.
We kunnen tot nader order dankbaar gebruik maken van de Voorkerk van de Sint-Radboudkerk, onze spirituele uitvalsbasis voor Nijkleaster; maar voor een eigen klooster moeten we nu wel een goede plek zoeken en vinden, wat overigens ook geldt voor de benodigde financiering van onze plannen.

Begin hier en nu
Het is nu de juiste tijd om knopen door te hakken, dus we besluiten een beredeneerd begin te maken. We selecteren een aantal mensen van buiten en binnen Jorwert, met wie we gesprekken gaan voeren over de mogelijkheden die bijvoorbeeld de passende locaties, de mensen in het bijzonder en de gemeenschap en de gemeente van Jorwert in het algemeen ons kunnen bieden.
Beginnen dus, en dan zien wat die gesprekken ons brengen en wat mens en gemeenschap van ons vraagt en aan ons biedt. Dat dit allemaal spannend is, moge duidelijk zijn, maar we hebben met Nijkleaster in de gemeenschap van Jorwert nu al zoveel goede ervaringen opgedaan, dat we inschatten dat het met alle heil & zegen die we nodig hebben, ook in de nabije en/of verder gelegen toekomst in en/of bij Jorwert en met de mensen van Jorwert, met de Friezen en met al die anderen die zich nu en later aan Nijkleaster verbinden, vast en zeker wel goed zal gaan en komen. 

In Nijkleaster foar de Heare, en foar de minsken
In de komende jaren hopen we ook (veel) geld te vinden om onze uiteindelijke droom waar te maken. Want dan kunnen we ooit eens mensen ontvangen in één gezamenlijk huis, in Nijkleaster, waarin het gemeenschappelijke (samen)leven rondom het Evangelie centraal staat. In een mooi huis van liturgie en ontmoeting, van werk en plezier, van creativiteit en studie, van inkeer en gebed, van aandacht voor God, mens én schepping.
Wij bidden,
moge de HEER ons terzijde staan, 
zodat we samen zullen slagen 
en voor de HEER, onze God, een klooster zullen bouwen, 
zoals dat hier en nu van ons wordt verwacht.
 
No dan, myn soan, 
mei de Heare dy bystean, 
dat it dy slagje mei, in hûs foar de Heare te setten, 
sa’t Er dy tasein hat. 
Boarne: Nije Fryske Bibeloersetting (NBG, 1978): I Kronieken 22 fers 11)

vrijdag 15 maart 2013

Tegen beter weten 5

Vrijdag 15 maart 2013
Cover van deel 5 van Tegen Beter Weten

Poëziewedstrijd
In het jaar 2000 schreef de Vrije Universiteit (VU) van Amsterdam als onderdeel van het themaproject 'Dichter bij de waarheid' voor het eerst een prijsvraag uit om gedichten te schrijven waarin wetenschap een rol speelt.
De uitdaging was gelegen in de vraagstelling of dichtkunst en wetenschap niet te ver uiteen lagen om tot een zinvolle, kwalitatief aanvaardbare synthese te geraken.
Dat bleek niet het geval te zijn; integendeel!

Eerste lustrum
Daar waar in de afgelopen jaren de VU-Podium-Poëzieprijs de 'wetenschap in de breedste zin des woords' tot thema heeft, is er in dit eerste lustrumjaar (2004) gekozen voor een minder omvattend subthema: 'het leesbare landschap'. In de lustrumbundel spelen met betrekking tot het leesbare landschap niet alleen cultuurhistorische elementen een rol, maar bijvoorbeeld ook sociaal-geografische, geologische, biologische en landbouwwetenschappelijke elementen. In het totaal van inzendingen waren deze genoemde wetenschappelijke aspecten van het thema vertegenwoordigd.
Deze lustrum-uitgave van 2004 kreeg als titel: 'Tegen beter weten 5'.

Kwalitatief hoogtepunten
Toen de inzendtermijn sloot, bleek dat de oproep om gedichten in te zenden, leidde tot de eindstand van ruim 300 inzenders met een totaal van meer dan 1.000 gedichten.
Ook inhoudelijk leidden deze inzendingen tot een hoogtepunt, want naar het zich liet aanzien, was het gemiddelde niveau van de inzendingen hoger dan in de voorgaande jaren.

Selectie
Bij een eerste selectie van de inzendingen, waarbij oorspronkelijkheid, thematische gebondenheid en taalgebruik de belangrijkste criteria waren, bleven er ruim 60 gedichten over. Na een tweede selectieronde resteerden 28 gedichten, die een plaats in deze gedichtenbundel kregen.

Jury
De jury van VU-podium stond onder voorzitterschap van Theo de Boer. Ook Rita Vrij en Willem van Toorn maakten deel uit van deze drie leden tellende jury.

Prijzen
Deze bloemlezing bevat 28 gedichten van 23 deelnemende dichters.
De jury heeft Bernard Wesseling bekroond met de ‘VU-podium Poëzieprijs 2004’.
De winnende gedichten zijn:
· 1e prijs: ‘Holysloot van Bernard Wesseling;
· 2e prijs: ‘Koeropaty - Sneeuwklokjesheuvel van Gerrit Massier;
· 3e prijs: Archeologie' van Hein Walter.

Poëzieserie
Dit vijfde deel in de poëzieserie “Tegen beter weten is een uitgave van het toenmalige VU-podium, gelieerd aan de Vrije Universiteit (VU), het VU-medisch centrum en Christelijke Hogeschool Windesheim.
Andere delen uit deze serie ‘Tegen beter weten’ zijn:
Geen vogel dan de Friese leeuwerik
Niet prijswinnend, maar wel een mooi dichtwerk is het in deze bundel gepubliceerde gedicht van Arjen Sevenster:

Friesland

Mijn vader wees - ik was nog klein -
de torens van de kerken aan.
Hij sprak de namen uit, alsof
de dorpen dieren waren, die

hij net geschapen had, alsof
hij voorlas wat rondom
in helder, hoekig handschrift
aan de einder stond geschreven.

Een leeuwerik is opgestegen.
Mijn vader wees hem mij:
'Geen vogel dan de leeuwerik

stijgt aan de wolken nog voorbij'.
En uit mijn vaders blik
sprak trots, toen hij dat zei.
          

zaterdag 2 maart 2013

Breinstoarmmiddei Nijkleaster Jorwert

Zaterdag 2 maart 2013 
Nijkleaster-bestuur kuiert buiten de dorpskom van Jorwert

 













Wintervesper
Om 13.30 uur komen we als bestuur van de Stifting Nijkleaster bijeen in het koor van de oude Sint-Radboudkerk van het Friese Jorwert. In een halve cirkel rond het stenen altaar in het kerkkoor staan houten kerkstoelen; warme plaids over de rugleuningen hangend. In de ijskoude kerkzaal nemen we plaats op de stoelen, daarbij de plaids gebruikend om nog iets van onze eigen lichaamswarmte vast te houden.
Dan volgt een korte vesper onder leiding van Nijkleasters pionierspredikant Hinne Wagenaar. We zingen liederen, luisteren naar schriflezingen, we bidden en zijn enige minuten in stilte ingekeerd. Met het Friestalig gezongen 'God fan fier en hein ús Heit' besluiten we deze wintervesper.

Winterkuier
Als bestuur zijn we hier bijeen voor een brainstorm-middag, of op zijn Fries: breinstoarmmiddei. Maar daar beginnen we nog niet mee. Eerst laten we onszelf onder het genot van een kop koffie nog snel even opwarmen in de voorkerk van de Sint-Radboudkerk, de plaats waar Nijkleaster momenteel en tot nader order is gevestigd.
Aansluitend gaan we gezamenlijk naar buiten voor een korte wandeling, identiek aan wat hier elke woensdagochtend bij Nijkleaster gebeurt: vieren, wandelen, stil zijn, bezinnen en verbinden. We wandelen als bestuur een eindje buiten de dorpskom van Jorwert en wandelen daarna nog enige tijd door het dorp, om eens goed in ons op te nemen in welke omgeving en in welk dorp wij beogen om een nieuw Fries protestants klooster te vestigen.

De Zaanse Driehoek
Onze bestuursbijeenkomst in de voorkerk van de Sint-Radboudkerk wordt vanmiddag begeleid door Anton de Boer, eigenaar van De Boer C.S. Organisatieadviseurs uit Leeuwarden. Anton de Boer laat ons als bestuursleden vanmiddag met elkaar in gesprek gaan aan de hand van de 'Zaanse werkdriehoek', een methodiek die uit gaat van een driehoek, waarvan de hoekpunten worden benoemd als: Inhoud, Vorm en Sfeer.
Nijkleaster is momenteel gevestigd in de voorkerk van de Sint-Radboudkerk, maar onze droom en vurige wens is dat er op afzienbare termijn een moment gaat komen dat we in of nabij Jorwert een nieuw klooster - een 'Nijkleaster' - zullen vestigen. Als je van zo'n droom ook werkelijkheid wilt maken, zul je daar vorm en inhoud aan moeten geven. Dat staat vanmiddag centraal in onze bestuurdersbijeenkomst.

Beelden verwoorden en delen
Anton de Boer laat ons vanmiddag starten met een enkele minuten durende individuele brainstorm. We noteren allen zoveel mogelijk trefwoorden en korte vrije beschrijvingen van onze dromen, wensen, ideeën en beelden.
Daarna voeren we enkele gespreksronden, waarbij we om de beurt steeds één van die trefwoorden introduceren, persoonlijk toelichten en gezamenlijk plaatsen op de werkdriehoek.
Het zijn niet alleen de trefwoorden en hun plaats op of in de driehoek die van belang zijn, want vooral het gesprek dat we voeren over en naar aanleiding van die trefwoorden voegt waarde toe. We vertellen over onze droombeelden en luisteren vooral ook naar elkaar en delen daarin onze beelden. Langzaam maar zeker ontstaan er gedeelde beelden en visie en uitgangspunten, zonder ons al te zeer te laten leiden door locatie, functie en vorm. Zo kunnen we een volgende keer verder, zonder in dit stadium al vast te zitten aan vestigingsplaats, bouwspecificaties en architectuur.

Woorden verbeelden om te delen
Binnenkort zullen de resultaten van vandaag op schrift zijn gezet door Hinne Wagenaar en Anton de Boer, zodat we over enkele weken een volgende stap kunnen zetten in de steeds concreter wordende beelden en plannen met betrekking tot een op middellange termijn te openen Nijkleaster bij of in Jorwert.

dinsdag 25 september 2012

CSL krijgt een kunstgrasveld in Britsum

Dinsdag 25 september 2012
Op de achtergrond het vlakke fundament voor het kunstgrasveld van CSL

Jaar in, jaar uit
Al vele jaren gaan de gesprekken bij ons aan tafel af en toe over het al dan niet aanleggen van een kunstgrasveld voor de korfballers van de Korfbalvereniging CSL in Britsum. Onze dochter Baukje heeft het als lid van de korfbalvereniging niet meer meegemaakt, aangezien zij enige jaren geleden al ging studeren in Groningen. Onze zoon Pieter bleef al die jaren spelend lid van deze Britsumer korfbalvereniging en mag het dan nu eindelijk zien en ervaren, want:
CSL krijgt een kunstgrasveld in Britsum.

Aanmerkelijke eigen bijdrage
Na al die jaren lobbyen bij de gemeente en keer op keer met hoop en wanhoop weer naar de leden-achterban te moeten gaan, heeft onze gemeente Leeuwarderadeel dan toch besloten om tot de aanleg van het kunstgrasveld in Britsum over te gaan. Korfbalvereniging CSL moet daarvoor echter wel een fikse eigen bijdrage betalen uit de eigen middelen en de leden zullen ook alles op alles zetten om (soms letterlijk) een steentje bij te dragen, om het geheel haalbaar te maken. Maar de aanhouder wint, en hier terecht en verdiend:
CSL krijgt een kunstgrasveld in Britsum.

De eerste schep
Op maandag 10 september 2012 was het dan eindelijk zover. Na de bestuurlijke 'aftrap' van CSL-voorzitter Sander Schouten zetten wethouder Agda Wachter, CSL-materiaalman Hendrik Liemburg en jongste CSL-lid Willem Holwerda letterlijk de schep in de grond en verwijderden (met enige pijn in het hart?) de eerste graspol uit het korfbalveld. Maar die pijnlijke spade in het grasveld werd al snel financieel verzacht, toen ondernemer-gemeenteraadslid Reitze Ketellapper die eerste graspol onmiddellijk kocht. Na deze vrolijke start kon de Grontmij met de grondwerkzaamheden beginnen, want:
CSL krijgt een kunstgrasveld in Britsum.

Grondig precisiewerk
Vanmiddag rijd ik na het werk langs het Britsumer korfbalveld om eens even te aanschouwen hoever de werkzaamheden zijn. De medewerkers van de Grontmij maken aanstalten om naar huis te gaan; hun werkdag loopt ten einde. Hendrik Liemburg, want wie zou je hier anders ook verwachten, loopt hier ook rond. Hij vertelt me dat de Grontmij het grasveld eerst heeft gefreesd, waarna het veld is uitgegraven. In het uitgegraven deel is een fundament van zand gestort, de drainage is geregeld en het fundament van zand is op de juiste hoogte gebracht en geëgaliseerd. Dat laatste is precisiewerk, want als dit zandbed niet goed ligt, voldoet de bovenlaag van kunstgras te zijner tijd niet aan de kwaliteitsvereisten. Morgen komt een controleur nauwgezet onderzoeken of het fundament goed ligt. Pas als dat goed is, mag het zand worden afgedekt met nog een laag en met daarop een licht verende foamlaag. Daar bovenop komt dan het kunstgrasveld.
CSL krijgt een kunstgrasveld in Britsum.

Nog veel te doen
Maar voordat het allemaal klaar is, moet er nog veel gebeuren. Voor de toeschouwers komen er 'leunbuizen' rondom het veld, het kunstgrasveld wordt rondom bestraat, de grond rondom die bestrating moet geëgaliseerd en ingezaaid met graszaad, het parkeerterrein wordt ongeveer tweemaal zo groot, de functionele groenvoorziening moet worden aangelegd; zomaar een kleine greep uit de grote hoeveelheid werkzaamheden die nog moet worden verricht. Als Hendrik en ik de namiddagzon praten over het verleden, heden en de toekomst van dit korfbalveld, is het dan ook niet verwonderlijk dat Jan de Boer het sportterrein op rijdt, de voorzitter van de CSL-kunstgrascommissie.
CSL krijgt een kunstgrasveld in Britsum.

Oanhâlde as storein
Nagenoeg elke dag even de vinger aan de pols houden en adequaat reageren op alles wat anders moet en wat nog moet worden gedaan; dat is de formule voor een succesvol proces en resultaat; niet alleen in het onderwijs, in zorg en hulpverlening, in industrie en in de tuinbouw, maar ook bij de aanleg van een kunstgrasveld. De motivatie, de spaarzin, de verenigingsgeest, het doorzettingvermogen (oanhâlde as storein), de risico-acceptatie en de onophoudelijke geestdrift van CSL-leden en van het CSL-bestuur zijn de succesbepalende factoren, die ertoe bijdragen dat CSL haar woorden in daden omzet, want:
CSL krijgt een kunstgrasveld in Britsum.

donderdag 31 mei 2012

We worden steeds socialer


Donderdag 31 mei 2012


Presentatie van Pieter van Helvoirt, van Adobe Systems Benelux












Het eerste #ncosm!
Het is vandaag de eerste keer dat het ‘Nationaal Congres Onderwijs & Sociale Media’ wordt georganiseerd. De congrestitel is: ‘We worden steeds socialer’. Deze bijeenkomst wordt georganiseerd door Formedia in hogeschool Inholland in Diemen. Dat er behoefte is aan zo’n congres, blijkt uit het feit dat in betrekkelijk korte tijd de 350 beschikbare plaatsen werden bezet. Alle universiteiten, bijna alle hogescholen en de helft van alle ROC’s is vandaag vertegenwoordigd. Het is een congres om nader kennis te maken met de wereld van de sociale media in het onderwijs, om kennis te nemen van de laatste trends en van ‘best practices’ van collega-onderwijsinstellingen in Nederland en daarbuiten. Om 9.30 uur wordt het congres geopend door congresvoorzitter Sieb Kroeske.

Sociale media als aanwinst voor het onderwijs
Eerste keynote speaker is Doekle Terpstra, de voorzitter van het College van Bestuur van hogeschool Inholland. Aanvankelijk stond hij sceptisch tegenover sociale media in het onderwijs, maar nadat hij op aanraden van de afdeling Communicatie van Inholland actief werd op Twitter, werd hij actief gebruiker van Twitter, met een groot aantal volgers en overwegend positieve reacties. 
Doekle Terpstra vertelt:
  • Hoge snelheid en groot bereik zijn voordelen van Twitter;
  • Als je niet verbonden bent met deze sociale media, zie je niet meer wat je niet hoeft te zien, maar zie je óók niet wat je wèl had willen zien;
  • De hoogste participatiegraad van sociale media vinden we in de leeftijdsklasse van 40-64 jaar, namelijk 43% van de populatie;
  • Voor mij is de grootste les van sociale media zoals Twitter dat je samen je hogeschool transparant maakt; dat je je verbindt met je ‘stakeholders’, dat je anderen meeneemt en laat delen in je strategische agenda. Het is ook een manier om met elkaar in gesprek te zijn.
  • Met sociale media kun je de reputatie van je hogeschool ‘branden’; dat  hoeft dan niet uitsluitend via je hogeschoolafdeling Communicatie.
  • Je moet er wel voor zorgen dat je je eigen’ zijn’ verbindt met de centrale waarden van je hogeschool; ik doe dat bijvoorbeeld met behulp van mijn nevenwerkzaamheden op het gebied van sport en ook in het politiek-maatschappelijk debat. Uiteindelijk gaat het om jouw kwalitatieve bijdrage aan het versterken van de waarden waar je als hogeschool voor staat.
  • De irritatiefactor van sociale media is groot. Je moet er met name voor zorgen dat je de gebruikelijke gang van zaken in de lijnorganisatie niet frustreert. Het is de kunst - en daar zit de toegevoegde waarde van sociale media – dat je de gewenste reputatie van je hogeschool verbindt met je stijl van leiderschap.
  • Qua impact van sociale media staan we nog op een kruispunt en kennen we de gevolgen van social media voor het onderwijs nog niet. We zitten nog steeds in de experimentele ontwikkeling en de grote doorbraken van sociale media in het onderwijs zullen nog komen. Sociale media zijn niet alleen (meer) fun. We moeten ze veel strategischer inzetten, zeker ook om je studenten aan je hogeschool te verbinden. Sociale media moeten veel meer in onze kernstrategie, in onze communicatie en in ons onderwijs. We moeten de overgang van fun naar strategie realiseren.
  • Waarom zien we er nog niet op toe als bestuur en management dàt onze medewerkers sociale media (gaan) gebruiken. Het onderwijs moet ermee aan de slag. Het moet uitdagender. Onze kennis moeten we steeds transparanter maken; kennis moet de wereld in, moeten we openbreken voor de wereld. Geen protectionisme dus meer, maar overgaan naar open source-aanpak. Hiervoor is een permanente ‘awareness’ nodig en we moeten daarbij het gedrag van onze jongeren meer naar binnen halen.
Pathologie kan ook via Facebook en Youtube
Tweede spreker is prof.dr. Wolter Mooi, hoogleraar Pathologie bij het VU-medisch centrum en enthousiast gebruiker van Facebook en YouTube, teneinde  met zijn webcolleges, digitale practica, kennnisclips en zelftoetsingsapplicaties de afstand tussen de docent en de student te verkleinen.  Zijn lezing is getiteld: ‘Docent, laat je gezicht zien’.
Walter Mooi vertelt:
  • Zoek ook het persoonlijke contact met je studenten.
  • Als Facebook ervoor zorgt dat studeren fun wordt, is Facebook nuttig, want fun is belangrijk, omdat je als student met plezier moet studeren. Youtube is bijvoorbeeld een mooi medium om iets wat ingewikkeld is, duidelijk te maken. Voor jou als docent is Youtube dan heerlijk en kun je daarmee helemaal ‘gaan’. Het doel is ook niet om je collegezaal vol te krijgen – want dat gebeurt toch wel als je het goed doet – maar het gaat vooral om goede prestaties van studenten bij leren en toetsen.
  • Reputatieschade bij Facebook komt hard aan. Zorg er dus voor dat je op Facebook bijvoorbeeld niet negatief bent, niet beledigend, noem geen vertrouwelijke zaken, houd er rekening mee dat een ander iets van jou in jouw nadeel zou kunnen gebruiken, wees zuinig op je persoonlijke online imago en waarschuw elkaar als je iets van elkaar tegenkomt op sociale media wat je riskant voor jezelf of voor die ander vindt.

Drie programmasporen
Tussen 11.30 en 15.30 uur gaat het congresprogramma door in drie sporen, te weten: ‘Marketing, Communicatie en Reputatiemanagement’, ‘Onderwijspraktijk’ en ‘Wegwijs in één dag’. De congresdeelnemers gaan uiteen in de drie programmasporen. Ik woon het eerstgenoemde programmaspoor bij, dat o.a. is gericht op het managen van de reputatie van je onderwijsinstelling.
De eerste spreker van dit spoor is Tracy Playle, oprichter-directeur van Pickle Jar Communications. Ze is een ervaren sociaal mediastrateeg, die inmiddels tientallen Britse hoger onderwijsinstellingen begeleidde. Ze verzorgt vandaag twee lezingen. De eerste is getiteld “Impact of  Social Media on Communications & Marketing Approaches’ en haar tweede lezing later op de middag in het plenaire programma is getiteld: ‘Changing the face of the education landscape’.

Tracy Playle
Sociale media beïnvloeden je marketing en je reputatie. Zorg er bovenal voor dat je het als organisatie goed doet, want dat is de reden dat mensen zich aan jouw organisatie zullen verbinden. ‘Playtime is over’ en sociale media zijn fun, maar we moeten het nu verstandig gaan inzetten in onze strategie en in onze planning. Vaak wordt er als onderwijsinstelling te laat nagedacht over wat je bij bepaalde zaken met sociale media wilt doen. Ga dus je organisatiedoelen met betrekking tot sociale media ‘SMART’ formuleren. Kies een doelgroepgerichte benadering. Houd rekening met wie het allemaal zullen zien en houdt daarbij rekening met culturele verschillen.

Met sociale media is de verandering ook weer niet al te groot, want wat we vroeger aan sociale zaken allemaal al deden, doen we nu nog, maar nu gebruiken we daar technologische middelen voor. Voor wat betreft de inzet van sociale media moeten voortaan het Onderwijs en de afdelingen Marketing en Communicatie met elkaar samenwerken. We moeten ons ernstig afvragen of wij echt geven om onze klant, onze student. Kunnen we het ons eigenlijk wel veroorloven om niets met sociale media te doen? We hebben immers te maken met een ‘power shift in the education landscape’. Onderwijs is voor de student vaak saai, dus we moeten nu wel iets met sociale media in het onderwijs doen, want er gebeurt op het gebied van sociale media momenteel ‘exciting’ veel.

Social Media bij studentenwerving
Dan volgt in dit programmaspoor spreker Steven de Boer, sociale media-redacteur bij de Radboud Universiteit Nijmegen. Hij presenteert allerhande praktijkvoorbeelden met als thema: ‘Sociale Media en Studentenwerving: Luisteren, Reageren, Informeren en Reclame maken’. Hij vertelt over de wijze waarop hij zich verbindt met potentiële studenten in het oriëntatieproces op de vervolgstudie van scholieren. Hij vertelt dat je daarbij met sociale media behulpzaam kunt zijn, 24/7. Zijn voorkeur gaat uit naar een interactieve benadering, gericht op relatie en dienstverlening, opdat je als onderwijsinstelling een positief beeld achterlaat bij de aanstaande student.

Cloud Computing
Tijdens de lunchsessie spreekt Pieter van Helvoirt, werkzaam bij Adobe Systems Benelux. Hij toont voorbeelden van ‘Persoonlijker communiceren door sociale media’. Adobe was vroeger  gericht op ‘Create’, met haar Adobe Creative Solutions, tegenwoordig Adobe Creative Cloud. Adobe heeft de overstap van Create gemaakt naar ‘Publish’ met haar Adobe Marketing Cloud. Men kan tegenwoordig de gecreëerde content in een Tablet Publishing-omgeving met Adobe-tools door middel van metadata gepersonaliseerd naar de gebruiker brengen. Daarmee slaat Adobe de brug tussen met name IT en Marketing.

Reputation Management
Daarna volgt spreker Sjoerd de Vries, universitair docent van de Universiteit Twente en lector ‘Social Media en Reputatiemanagement’ bij de NHL Hogeschool. Zijn lezing gaat over ‘Social Media en Reputatie-, Issue- en Crisismanagement’. Corporate Reputation  Management vraagt doelgericht en systematisch werken. Je moet als onderwijsinstelling meegaan met de trends van sociale media. Sociale media kunnen namelijk sociaal gedrag online mogelijk maken. Sociale media zullen voor een groot deel het mediaproces veroveren  Het reputatiemanagement zal steeds meer ingevuld worden als de optelsom van alles wat medewerkers en studenten van een hogeschool doen op het web. Als hogeschool moet je een kader ontwikkelen om verantwoord en succesvol met sociale media om te gaan. Het gaat er niet om wat de sociale media jou als onderwijsinstelling oplevert; maar het gaat er wèl om wat sociale media je klant, je (potentiële) student, oplevert. Denk dus niet aan jezelf, maar aan wat relevant is voor je klant.

Het onderwijs is leading
De laatste deelsessie in dit programmaspoor wordt verzorgd door Jurgen ten Brummelen van de stafafdeling Communicatie en René Boonstra van de opleiding Communicatie, beiden van Inholland. Hun sessietitel luidt: ‘Wat komt eerst, marketing of onderwijs?’. Ze spreken over Community, Online service, Advertising en Marketing. Volgens hen moet iedereen van Inholland meedoen; iedereen moet meehelpen om de community tree op te tuigen; iedereen moet meedoen om verbinding te maken. De managers moeten draagvlak creëren en medewerkers stimuleren en waarderen. De Inholland-doelen in dezen zijn: verbinden, kennis delen, krachten bundelen en participatie. Om dat allemaal te bereiken, worden community-sessies en kenniscafé’s georganiseerd, worden drempels weggenomen en moeten sociale media in het onderwijs worden geïntegreerd. Men moet durven te experimenteren, ambassadeurs van sociale media zoeken, niet bang zijn en het social DNA laten groeien. Marketing is de aanjager, maar het onderwijs moet ‘leading’ zijn.

Landelijke Benchmark Websites Hoger Onderwijsinstellingen
Voordat Tracy Playle voor de tweede maal spreekt - maar nu als keynote speaker - volgt de voorlaatste spreker. Het is Nico van Hemert, Managing Partner van Strategy on Demand, de mede-initiatiefnemer van ‘Benchmark Websites Hoger Onderwijs’. Nico spreekt over ‘Social Media en het Hoger Onderwijs’ en presenteert de eerste, voorlopige resultaten van het recent afgeronde onderzoek., waarin een groep studenten de websites van Nederlandse universiteiten en hogescholen heeft beoordeeld. Op 21 juni 2012 zal op de “Dag van de excellentie’ het onderzoeksrapport van deze jaarlijkse benchmark worden gepresenteerd.

Food for thought
Aan het eind van haar tweede lezing geeft Tracy Playle de zaal met betrekking tot sociale media nog stof tot nadenken mee, met haar woorden:

How can we have an Impact on the World
if we’re not talking their Language?

vrijdag 9 maart 2012

Tegen beter weten 4

Cover van 'Tegen beter weten 4'
Vrijdag 9 maart 2012

Poëziewedstrijd
Sinds het jaar 2000 schreef de Vrije Universiteit (VU) van Amsterdam als vervolg op het project 'Dichter bij de waarheid' jaarlijks een wedstrijd uit om gedichten te schrijven waarin wetenschap een rol speelt. Bij de oproep om gedichten te schrijven, werd altijd het jaarthema gegeven. In 2003 was het thema: “(dichten over) wetenschap” in de ruimste zin van het woord. Op dat thema hebben 200 inzenders totaal circa 550 gedichten aangeleverd. De drie personen tellende jury van VU-podium onder voorzitterschap van prof. dr. Theo de Boer heeft een gedicht van Juliën Holtrigter bekroond met de ‘VU-podium Poëzieprijs 2003’.

Prijzen
Deze bloemlezing bevat 33 gedichten van 22 deelnemende dichters.
De winnende gedichten zijn:
  • 1e prijs: ‘Dichter’ van Juliën Holtrigter;
  • 2e prijs: ‘Centrifuge-onderzoek' van Inez Bijl;
  • 3e prijs: ‘Gerolamo Cardano’ (een ode aan deze 16e eeuwse wiskundige, geneeskundige en filosoof) van Hein Walter.
Opbrengst
In het Woord ‘Vooraf’ van deze gedichtenbundel schrijft algemeen VU-podium-coördinator Gert Jan Peelen dat de jury de grootste moeite had om uit de vijf uitstekende gedichten die prijswinnaar Juliën Holtrigter had ingezonden, de allerbeste te kiezen. De jury heeft overigens de gedichten geanonimiseerd beoordeeld.

Poëzieserie
Het vierde deel in de poëzieserie “Tegen beter weten 4” is een uitgave van het toenmalige VU-podium, gelieerd aan de Vrije Universiteit (VU), het VU-medisch centrum en Christelijke Hogeschool Windesheim.
Andere delen uit deze serie ‘Tegen beter weten’ zijn:
Prijswinnend gedicht
Dit is het winnende gedicht van Juliën Holtrigter:

Dichter

Als hij steeds weer opnieuw zijn kijken verklikt
in snippers taal en vraagt:
- Luister en lees,
er is daar nog niemand geweest waar wij zijn
in de tijd -, denkt hij: ik ben een dichter.

Hij zal vermijden veel uit te weiden of duister
te zijn. Of hij zal dolen, verdwalen, verdwijnen in
onherbergzame zinnen. Of hij zal zwijgen

om dan toch nog te zeggen waar het op staat:
kijk, ik leef.

Zijn woord zal toch wel iets laten zien van wat
nog nooit is vertoond: het warme heden en hier,
pulserend, zich wurmend naar morgen,
het nog onbekende.

zaterdag 3 maart 2012

The Little Friend


Zaterdag 3 maart 2012
Cover van 'De kleine vriend'

De kleine vriend
Voor mijn verjaardag van het jaar 2003 kreeg ik de in dat jaar uitgegeven editie van de roman “De kleine vriend’, geschreven door de Amerikaanse schrijfster Donna Tartt. De oorspronkelijke versie verscheen met als boektitel ‘The Little Friend’ en werd in het Nederlands vertaald door Christien Jonkheer, Barbara de Lange en Babet Mossel. In het boek zitten een aantal korte vertaalfragmenten van Paul Claes, Peter Verstegen en Driek van Wissen. De eerste editie van de Nederlandse vertaling verscheen in het jaar 2002. Studio Jan de Boer verzorgde het omslagontwerp, met een omslagillustratie van Geoff Spear. Paul Claes vertaalde één van de boekmotto’s (een citaat van Thomas van Aquino) als volgt:
‘En toch is
de geringste kennis over de hoogste dingen
te verkiezen boven
de betrouwbaarste kennis over de geringste dingen’.

Tragische kindermoord
In een kleine stad in Mississippi groeit Harriet Cleve Dusfresnes op, geplaagd door de moord op haar negen jaar oudere broertje, dat opgehangen aan een boom in hun tuin werd gevonden toen zij nog een baby was. Robins moordenaar is nooit gevonden, noch heeft de familie het verlies ooit kunnen verwerken. Met een vader die gescheiden leeft van de familie en een moeder die uitgeschakeld en verlamd is door verdriet, leeft Harriet grotendeels in de wereld van haar eigen verbeelding: eenzaam en alleen - zelfs in het gezelschap van haar oudere zusje, die nimmer meer in staat zou zijn op te roepen wat zij op die verschrikkelijke dag had gezien, en van haar oudere tantes, voor wie de tragedie een grote klap is geweest. Maar voor Harriet is Robin ook de schakel met de gelukkige tijd van vroeger, die ze kent van foto's en verhalen, en dus besluit ze in de zomer van haar twaalfde jaar zijn moordenaar te vinden en revanche te nemen, gedeeltelijk in bondgenootschap met haar vriendje Hely.

Een verloren jeugd
Geladen met zinderende spanning is ‘De kleine vriend’ een verhaal over een verloren jeugd. Het is een ambitieuze, adembenemende roman, die vlijmscherp de paradoxen in onze moraal en in de menselijke zwakheden blootlegt. Donna Tartt toont in deze lijvige roman haar briljante vertelkunst.

Tweede roman
Donna Tartt is in 1963 in de Amerikaanse staat Mississippi geboren. Ze studeerde klassieke talen en filosofie aan Bennington College in Vermont. Op 29-jarige leeftijd debuteerde ze met haar boek ‘De verborgen geschiedenis’ (1992), waaraan ze acht jaar werkte. ‘De kleine vriend’ is haar tweede roman. Deze tweede roman beleefde in Nederland de wereldpremière!
Donna Tartt:
  • Jesus is calling …. by the portals he’s waiting and watching…
  • Wat voor misdrijf precies, of door wie begaan, daarover tastte iedereen in het duister.
  • De meeste mensen werden nu eenmaal niet graag herinnerd aan de dood of aan narigheid.
  • Zonder doel zijn we immers niet gemotiveerd. Want een doel zorgt ervoor dat we ons concentreren op de dingen die van belang zijn.

vrijdag 2 maart 2012

Ruben de Boer exposeert bij Talant in Stiens

Vrijdag 2 maart 2012
Rozen, schilderij van Ruben de Boer

Wonen, werken, schilderen en exposeren
Tot 6 maart 2012 exposeert Ruben de Boer enkele van zijn schilderijen in het hoofdgebouw van Talant in Stiens. Ruben woont en werkt in Talant, de Stienser instelling voor zorg en ondersteuning. Eén keer in de twee weken gaat hij naar het schilderatelier van Caro Kroon - een kunstenares in Leeuwarden - om daar te schilderen. Hij maakt een grote verscheidenheid aan schilderijen: van bijvoorbeeld bekende Nederlandse artiesten, van draakachtige wezens, maar ook van bloemen, zoals bijgaand Ruben de Boer zijn schilderij "Rozen'.

Exposeren op zijn werkplek
Tijdens werkdagen kun je Ruben zijn kunstwerken bekijken op de expositie in het restaurant aan de Ieleane in Stiens. Dit restaurant is ook de werkplek van Ruben de Boer. Op 21 februari 2012 heeft Ruben zijn schilderijententoonstelling zelf op feestelijke wijze geopend. Soms krijgt Ruben een opdracht om een kunstwerk te maken. Een aantal van zijn creaties zijn te koop. De rest van de schilderijen blijft in eigen bezit, want dat zijn de schilderijen die Ruben graag zelf wil houden.