Posts tonen met het label Tweede Wereldoorlog. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Tweede Wereldoorlog. Alle posts tonen

woensdag 3 juli 2013

Wit-Rusland

Woensdag 3 juli 2013
Cover van het boek Wit-Rusland

Belarus
Wit-Rusland is voor velen nog ‘de grote onbekende’ (het Terra Incognita) in Europa. Belarus – want zo wordt het land ook wel genoemd – is pas sinds 1991 onafhankelijk. Het is een groot land, met circa tien miljoen inwoners en met een eigen taal. Het Witrussisch staat dichter bij het Pools dan bij het Russisch.
Vroeger was Wit-Rusland één van de meest westelijke deelrepublieken van de Sovjet Unie. Belarus heeft een woelig verleden, waarin het deel uitmaakte van verschillende landen en rijken, waardoor het ook aanmerkelijk verschilt van Rusland. Geen Europees land werd in de Tweede Wereldoorlog zo ernstig getroffen als Wit-Rusland.

Landenreeks
Geert Groot Koerkamp schreef voor de ‘Landenreeks’ een boek over Wit-Rusland. De Landenreeks is een gezamenlijke boekenserie van KIT Publishers & 11.11.11 & Oxfam Novib, over meer dan zestig landen in de wereld. De Landenreeks geeft een goed beeld van waar het in zo’n land nu werkelijk om draait. De auteurs schetsen het gewone èn het bijzondere van een land, waarbij ook het karakteristieke van de bevolking wordt beschreven.
Geert Groot Koerkamp is als correspondent voor onder andere de NOS en voor de Wereldomroep gestationeerd in Moskou. Vanuit Rusland komt hij al sinds 1992 regelmatig in Wit-Rusland. Hij kent het land door en door.

Het land: Terra incognita, de oostgrens van Europa
Het eerste hoofdstuk gaat over de nog onontdekte natuur van Wit-Rusland.
Uiteraard komen ook de gevolgen van de kerncentraleramp van (de vloek van) Tsjernobyl aan de orde.
Wit-Rusland is geen land van stedelingen. Alhoewel veel Witrussen in de grotere steden wonen, blijft de band met het platteland sterk.

De Bevolking: Mensen van hier
Omdat een nationaal bewustzijn bij de Witrussen eeuwenlang ontbrak, waren het voornamelijk de taal en vooral de religie die voor het identiteitsbesef van de ‘mensen van hier’ (zo noemden ze zichzelf) van cruciaal belang waren. De aanduiding ‘Witrus’ heeft meer een geografische, dan een etnische betekenis.
Het lidmaatschap van een kerk is hier meer een kwestie van nationale identiteit (erbij horen) dan van geloof. Bij dopen en trouwen speelt de kerk veelal een rol, maar regelmatige kerkgang is maar voor circa 6% van de bevolking een feit.
Een afnemende omvang van de landsbevolking wordt deels geweten aan de slechte economische situatie en de daaraan gerelateerde slechte gezondheid en toenemende niet-natuurlijke doodsoorzaken (bijvoorbeeld alcoholslachtoffers).

De Geschiedenis: Land van oorlogsmonumenten
Omdat één op de vier Witrussen in de Tweede Wereldoorlog stierf, is het begrijpelijk dat overal in het land indrukwekkende oorlogsmonumenten staan.
Ook de Eerste Wereldoorlog trof de Witrussen danig. Aangezien de frontlijn toen door dit land liep, werd het grondgebied van 1915-1918 in tweeën gesplitst.

De Politiek: Sovchoz-directeur grijpt de macht
Dit hoofdstuk gaat over de huidige president van het land: Aleksandr Loekasjenko. Dit hoofdstuk beschrijft de wijze waarop deze voormalige Sovchoz-directeur uit Mogilov aan de macht kwam en hoe hij zijn positie handhaaft. Ook de verhouding van president Loekasjenko met zijn Europese en Russische collega-regeringsleiders wordt hier beschreven.

De Samenleving: Landleven zit in het bloed
De meeste inwoners hebben hun ‘roots’ op het platteland, en die band met het landleven zit de Witrussen in het bloed. De gastvrije bevolking spreekt met trots over hun datsja; enerzijds hun plek voor rust & reflectie, maar zeker ook van belang voor de eigen voedselvoorziening.
Koerkamp schrijft in dit hoofdstuk voorts over de stand van de emancipatie, de gezondheids(zorg)problemen en de staat van het onderwijs, dat meer op kennisverwerving dan op individuele ontplooiing is gericht.

De Economie: Planeconomie met kleine privésector
President Loekasjenko herintroduceerde de vijfjarenplannen uit de Sovjetperiode en riep de al op gang komende privatisering een halt toe. De torenhoge inflatie is een lastig probleem voor de Witrussen. De landseconomie is voor een groot deel afhankelijk van Rusland.

De Cultuur: Russificering bedreigt eigen taal
Een meerderheid van de Witrussen spreekt thuis Witrussisch, maar op het werk Russisch. Het onderwijs in het Witrussisch wordt niet gestimuleerd. Russisch is in het land de officiële omgangstaal.
De ramp in de kerncentrale van Tsjernobyl werd een bron van inspiratie voor schrijvers, voor dramaturgen en voor regisseurs. Vroeger was de oorlog een belangrijke inspiratiebron in culturele producties.
Sport is in Wit-Rusland een belangwekkende zaak van nationale prestige, waaraan veel geld wordt besteed.

Worsteling met eigen identiteit
De Witrussische volksschrijver Vasil Bykov geeft aan dat het geringe identiteitsbesef van de Witrussen de verdergaande ontwikkeling van het land in de weg staat. Witrussen erkennen hun inschikkelijkheid.
Het snelgroeiende internetgebruik in het land en ook de toenaderingspogingen van de Westeuropese landen zullen er allicht op termijn toe bijdragen dat Wit-Rusland en de Witrussen in de komende jaren intensiever contacten zullen gaan onderhouden met hun Westeuropese (verre) buurlanden.

maandag 13 mei 2013

Conflict & Verzoening in Colombia

Maandag 13 mei 2013 
Henk Vijver spreekt over Conflict & Verzoening in Colombia























Verzoening in Colombia en in Nederland
Vanmiddag en ook vanavond houdt dr. Henk Vijver een lezing over 'Geweld & Verzoening in Colombia'.
Harry Stinis levert daarbij een bijdrage over 'Verzoening & Herstel in Nederland na de 2e Wereldoorlog'.
Als Regiocomité Fryslân organiseren we deze lezing voor VU-Connected, in samenwerking met Expect Studentenpastoraat Leeuwarden en met Kerk in Actie, waarvoor Henk Vijver werkzaam is in Colombia. 

Vraagstukken over vrede & verzoening
Na decennia van geweld hopen veel mensen in Colombia dat er een tijd van vrede zal aanbreken. Een belangrijke voorwaarde daarvoor is dat de onderhandelingen van de regering en de FARC een positief resultaat zullen hebben. Minstens zo belangrijk is dat er in de samenleving een sfeer van Verzoening ontstaat; en dat het besef doordringt dat maatschappelijke conflicten op vreedzame wijze kunnen worden opgelost.
Het verlangen naar vrede en verzoening - dat momenteel sterk voelbaar is in Colombia - brengt grote vraagstukken met zich mee, zoals:
  • Hoe komt een samenleving een lange periode van geweld en wreedheid te boven? 
  • Hoe kunnen mensen persoonlijk hun traumatische ervaringen overwinnen? 
  • Wat betekent verzoening in maatschappelijk opzicht en hoe verhoudt zich dat tot rechtvaardigheid?
Nederlandse Kerk in Actie in Colombia
Omdat de problematiek van verzoening niet typisch Colombiaans is, maar zich op verschillende plaatsen van de wereld en in allerlei perioden voordoet, neemt de Nederlandse organisatie ‘Kerk in Actie’ deel aan het project op initiatief van dr. Henk Vijver. Hij werkt samen met de Colombiaan dr. Edgar López, docent, theoloog en ethicus. Hun onderzoek en onderwijs richt zich op de maatschappelijke problematiek van conflict en verzoening, en op de rol die de kerken en het christelijk geloof in het proces van verzoening (kunnen) spelen.
Meerdere keren per jaar verblijven López & Vijver (samen of afzonderlijk) in Nederland om aan de Vrije Universiteit te Amsterdam, met kerkelijke groepen en met andere geïnteresseerden te spreken over het project. Vandaag vinden twee van die sessies plaats in het Auditorium van Stenden Hogeschool te Leeuwarden.
 
Henk Vijver
Henk Vijver studeerde theologie aan de Vrije Universiteit en was predikant in Gauw-Terzool en in Oss (2003-2011). Vijver is als studentenpredikant en docent Systematische Theologie werkzaam geweest in Argentinië. In Nederland werkte Henk Vijver ook als gevangenispredikant, en hij was ruim tien jaar een collega van mij, als docent Bedrijfsethiek verbonden aan de Christelijke Hogeschool Nederland te Leeuwarden. Sinds 2012 is Henk Vijver in dienst van ‘Kerk in Actie’ in Colombia.
Vijver:
  • Ik bezoek gemeenschappen in Colombia, waar veel geweld is gebruikt. We laten de mensen dan verhalen vertellen, om ze te documenteren, om te bestuderen hoe mensen omgaan met geweld en verzoening, hoe ze stappen (kunnen) zetten naar een menselijke samenleving;
  • Het is het mooiste land, maar wel een land van zwart-wit-denken;
  • Geweld is hier geen politiek probleem, maar een stukje cultuur van Colombia; men vindt het hier normaal om problemen met geweld op te lossen; mensen geloven er in geweld, geweld is hier normaal;
  • Dat geweld houdt een gezonde ontwikkeling van het land tegen;
  • Ook in 2013 gaat het geweld maar door;
  • Vooral de vrouwen zijn slachtoffer van het geweld; waar halen de vrouwen die door geweld zijn verbrijzeld toch hun kracht vandaan?
  • Maar er gloort perspectief; het begin van verzoening is zichtbaar;
  • We zien vooral een hoofdrol voor vrouwen, want mannen speelden de hoofdrol in de geschiedenis van het geweld, maar vrouwen spelen de hoofdrol in de toekomst van de verzoening.
Een Colombiaanse spreuk:
Voor de wereld ben je één persoon,
maar voor één persoon kun jij de hele wereld zijn.

Harry Stinis
Naast Henk Vijver neemt ook Harry Stinis deel aan het gesprek. Zijn vader was tijdens de Tweede Wereldoorlog bij het verzet betrokken. Zijn schoonvader, een verzetsstrijder in Fryslân, is op 11 april 1945 - dus vlak vóór de bevrijding van Leeuwarden - in Dronryp gefusilleerd. Harry Stinis verzorgt over het onderwerp al jarenlang presentaties in het onderwijs, en vanmiddag en vanavond ook in ons midden.
Stinis:
  • Geschiedenis is voor mij altijd oorlog;
  • Ik ben na de oorlog eerst kwaad geweest op mijn ouders, maar toen ik wist waarom dat zo was, werd ik kwaad op die andere mensen die dat hadden veroorzaakt;
  • 68 jaar na de oorlog lopen er nog steeds mensen rond voor wie die oorlog nog steeds niet voorbij is.
Interactie in vragen & antwoorden
Na de beide presentaties volgt interactie met de aanwezigen in de zaal. Interessante vragen worden gesteld, en boeiende antwoorden worden door de sprekers gegeven:
  • Elke verklaring die je geeft, is niet meer dan een stukje van de puzzel;
  • Wij allen vertegenwoordigen allerlei tinten grijs, tussen zwart en wit;
  • Colombiaanse indianen zijn zo vaak het slachtoffer van geweld, omdat ze een zo ongelooflijk, overdreven bescheiden, vredelievend en lief volk zijn;
  • Wie een tijd in Colombia doorbrengt, wordt hard geconfronteerd met het kwaad dat mensen elkaar aandoen;
  • Verzoening, daar hoort ook een schuldbelijdenis bij, maar hoe krijg je dat voor elkaar?
  • Je kunt heel goed werken met verhalen, ook met bijbelse verhalen, waarin je ziet hoe mensen conflicten en geweld overwinnen;
  • Ik verkondig geen theorie van verzoening, maar mijn en andermans verhalen kunnen misschien wel een opening geven tot verzoening.

zaterdag 4 mei 2013

Dodenherdenking 2013 in Stiens

Zaterdag 4 mei 2013
De vlag hangt halfstok op de Sint-Vituskerk

Herdenkingsdienst in de Sint-Vituskerk
Als we vanavond vanuit de woonwijk Aldlân naar het centrum van Stiens fietsen, hangen hier en daar de Nederlandse en de Friese vlaggen hafstok. Hoog op de toren van de Stienser Sint-Vituskerk hangt ook de nationale driekleur halfstok. Het is nu de avond van Dodenherdenking, waarin we de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog herdenken, en tegenwoordig ook de gevallenen tijdens andere millitaire conflicten (zoals de politionele acties in Nederlands-Indië) en van vredesoperaties (zoals in Libanon, Bosnië of Afghanistan).
Vanaf 19.00 uur wonen Durkje en ik vanavond de Herdenkingsdienst van het Interkelijk Kontakt Werk Stiens bij in de Sint-Vituskerk te Stiens. Voorganger is mevrouw Tine de Vries en medewerking wordt verleend door pianiste Johanna van Dijk & fluitiste Trinette Sloot en door leerlingen van de christelijke basisschool De Sprankel uit Stiens (met onder andere hun tekeningen en gedichten). Muziekdocent Lena Steert uit Stiens zorgt voor de muzikale orgelbegeleiding en voor de bijpassende muzikale intermezzo's.

Basisschoolkinderen van De Sprankel
De kinderen van De Sprankel steken aan het begin van de herdenkingsdienst de twee kaarsen op de liturgietafel aan, waarbij het vuur wordt gehaald van de grote Paaskaars.
Jochem van der Schaaf leest voorafgaand aan de schriftlezingen het gedicht 'Vrijheid' voor van Milan Elshof.
Menno Draaistra leest na de overdenking het gedicht 'Vrijheid' is er om door te geven' voor van Annika Stokvis.
De kinderen van De Sprankel dragen samen met wethouder Meint de Haan de krans en het bloemstuk vanuit de kerk naar het monument.

Dodenherdenking bij het monument in Stiens
We gaan in een lange optocht in stilte van de Sint-Vituskerk naar het Stienser oorlogsmonument op het Gemeentehuisplein achter de trommelaars van Takostu en achter de krans, die wordt gedragen door de wethouder en de basisschoolleerlingen. 
Na de trompetsolo herdenken we om 20.00 uur in de twee minuten nationale stilte in de Stienser oorlogsslachtoffers Arjen Heslinga, Folkert Tolsma en Tamme Zijlstra allen die gedood werden in de Tweede Wereldoorlog, en tegelijk ook alle slachtoffers van de oorlogen die tot op vandaag werden en worden gevoerd.
De krans wordt na het gezamenlijk gezongen "Wilhelmus" bij het monument gezet en daarna volgen de kinderen van de Christelijke Basisschool De Sprankel uit Stiens met hun herdenkingsbloemstuk. Nadat ook alle overige aanwezigen hun bloemen bij het monument hebben gelegd, sluit wethouder Meint de Haan namens de gemeente Leeuwarderadeel met een toespraak deze herdenkingsplechtigheid.

dinsdag 9 april 2013

19.2 Naar Buiten in het Leudal

Zondag 7 april 2013 
De Leubeek stroomt meanderend door het Leudal



















Kasteelontbijt
Na een korte, maar wel goede nachtrust worden we wakker op de bovenverdieping van het koetshuis, dat als verblijfsaccommodatie deel uitmaakt van het Landgoed Nederhoven te Beegden. Het is prachtig weer buiten, dus de wandeling van vandaag zien we met genoegen tegemoet.
Maar eerst gaan we ontbijten. Met onze vriendelijke gastheer & gastvrouw - de heer en mevrouw Van Basten Batenburg-Dahmen hebben we gisteren afgesproken dat we vanmorgen om 8.30 uur bij hen zullen komen ontbijten in de keuken van het kasteeltje van Landgoed Nederhoven. Als we de keuken binnen komen, staat de grote keukentafel keurig gedekt als ontbijttafel. Onze gastheer ontsteekt de kaarsen op tafel als we onze plaats aan de ontbijttafel in nemen. Tijdens een bijzonder onderhoudende conversatie genieten we van een stevig en welverzorgd ontbijt.

Langs heide & beken in Midden-Limburg
Voordat Durkje en ik vandaag weer terug rijden naar Fryslân, gaan we nog een flinke wandeling maken in het Limburgse Leudal, dat ligt tussen de dorpen Haelen en Roggel. Het is de tweede wandeling van het 19e wandel-weekend van de wandelgids 'naar buiten! - 25 wandel-weekenden'. Gisteren liepen we route 19.1 op de Beegderheide. Het thema van deze twee wandelingen is: 'langs heide & beken in Midden-Limburg'. De route die we vandaag lopen - genaamd 'Leudal' - is een wandeling van 13 kilometer langs beken, door begrazingsgebieden en door bos.
Na het ontbijt nemen we afscheid van onze gastvrouw & gastheer en rijden we met de auto van Beegden via Haelen naar het Leudal, waar we vandaag gaan wandelen.

Zelsterbeek en Leubeek
Vanaf de parkeerplaats aan de Roggelseweg lopen we door het bos eerst naar de Zelsterbeek, die we via een hoog boven de beek gelegen parallel bospad volgen. Midden in het bos passeren we - heel verrassend - een aspergeveld, waar de aspergeruggen in lange rijen hoog over de zonovergoten akker lopen.
Op het meest oostelijke punt van onze route - iets ten noorden van het dorp Nunhem - waar de beide beken als Neerbeek verder gaan naar de rivier de Maas, lopen we van de Zelsterbeek naar de Leubeek, die we via de smalle Engelse Brug oversteken. Aan de overzijde beklimmen we de Litsberg en als we daar bovenop staan, hebben we vanaf behoorlijke hoogte een schitterend uitzicht over de Leubeek, die hier veel lager gelegen meanderend door het Leudal stroomt. Hoog boven de Leubeek rijst de steile zandoever van de Litsberg. Dit is de plek waar je met een beetje geluk ijsvogels kunt zien. Dat geluk is ons hier en nu helaas niet gegeven, maar de pracht van de natuur geeft hier desalniettemin wel aanleiding tot verrassing en beleving.

Monument van Verdraagzaamheid
Via een dalend hol bospad lopen we weg van de Leubeek, maar bij de Leuhof en de St. Ursulawatermolen (ofwel Leumolen) komen we weer terug bij de Leubeek, die we hier overigens nog niet oversteken.
Parallel langs de zuidoever van de Leubeek lopen we naar de St. Elisabethshof aan de Roggelseweg. Je ziet hier nabij de vispassage nog enkele restanten van de St. Elisabethsmolen, die in de Tweede Wereldoorlog door Duitse soldaten is opgeblazen. Naast de St. Elisabethshof staan we enige tijd stil bij het Herdenkingsmonument, dat hier in het jaar 2001 is opgericht als 'Monument van Verdraagzaamheid', ter nagedachtenis aan de 687 militairen, die hier in de Tweede Wereldoorlog in het Leudal sneuvelden. Dit monument bevat evenzoveel Maaskeien als gesneuvelde militairen en in de bestrating er omheen zien we 11 stralen, die het aantal nationaliteiten van deze gesneuvelden symboliseren. Zeven kleurrijke kransen liggen op de Maaskeien, aan de voet van het bronzen beeld.

Tungelroysche Beek
We steken de Roggelseweg over en gaan verder met onze wandeling, overigens door een heel ander landschap. We komen langs de 13e eeuwse hoeve 'De Kloosterhof' en lopen over een vlak veld met IJslandse paarden, en verderop door het bos naar café-restaurant 'De Busjop', waar we enige tijd heerlijk in de warme voorjaarszon buiten op het terras pauzeren.
Na deze pauze lopen we door het bos naar het meest westelijke punt van deze wandelroute, waarna we langs de bosrand naar de Tungelroysche Beek lopen, die we via de Speckerbrug oversteken.

Langven
Dan gaan we verder door het bos, om uit te komen op de Speckerweg, die we enige tijd volgen, om dan door het bos om het heideveld van het Langven heen te lopen.
Verderop steken we de Speckerweg weer over, waarna we parallel aan de Tungelroysche Beek door het bos van het Leudal weer terug lopen naar de parkeerplaats bij de St. Elisabethshof aan de Roggelseweg, waar we vanmorgen onze auto parkeerden. De route van 13 kilometer hebben we in ruim 3,5 uur afgelegd.

Theestop in Malden
Om ongeveer 14.00 uur vertrekken we uit het Leudal, om met de auto weer huiswaarts te keren. Na een uur rijden, passeren we de Gelderse plaats Malden, ten zuiden van Nijmegen, waar we de autosnelweg verlaten om bij Eelke & Ike en Gina op bezoek te gaan, waar we in de tuin in de aangenaam warme voorjaarszon theedrinken.
Na deze pauze rijden Durkje en ik weer terug naar Stiens, waar Pieter voor ons allen een heerlijk avondmaal heeft bereid. We eten gezamenlijk, onderwijl onze wederzijdse ervaringen van het afgelopen weekend in Limburg & Gelderland en in Overijssel & Fryslân uitwisselend. We blikken terug op een schitterend weekend!

maandag 25 maart 2013

Regiocomité Fryslân van de VU-Vereniging vergadert in Leeuwarden

Maandag 25 maart 2013
VU-alumni in de Statenzaal van het Friese Provinciehuis in Leeuwarden


















Lazarus wijst op het Paasfeest
Na een goede warme maaltijd in de Canteen van Stenden University Hotel begint de avondvergadering van ons Regiocomité Fryslân van de VU-Vereniging. Het is vandaag de maandag van de Stille Week, dus ik open de vergadering met een evangelielezing van Johannes, over de maaltijd bij Lazarus en de zalving van Jezus. Dit bijbelverhaal speelt zich namelijk af op de zesde dag vóór Pasen, en de aanwezigheid van Lazarus wijst ons er stilletjes al op dat Jezus heer en meester is over leven en dood. Aan het begin van deze Goede Week alvast een goede vingerwijzing naar het komende Paasfeest.

Evaluatie van activiteiten
Na de notulen en alle mededelingen en ingekomen stukken beginnen we aan het eerste inhoudelijke deel van deze zakelijke avondbijeenkomst. Eerst evalueren we de twee onlangs georganiseerde activiteiten, waaronder de derde avondlezing van de drieluik 'Lessen van de Eurocrisis', die werd verzorgd door Wim Boonstra van de Rabobank, inmiddels ook als bijzonder hoogleraar verbonden aan de Vrije Universiteit (VU) te Amsterdam.
De tweede activiteit die we evalueren, is de VU-alumnibijeenkomst 2013, die we in samenwerking met VU-alumna Alice van Unen eind februari 2013 organiseerden in het Friese Provinciehuis te Leeuwarden.
Beide activiteiten zijn met recht bijzonder geslaagd te noemen; met een grote opkomst en interessante sprekers, die hun publiek wisten te boeien met hun presentaties en gesprekken. Dat is waar we het allemaal voor doen: onze gasten een interessante en waarde(n)volle bijeenkomst bieden, met een goede presentator en inhoudelijk een aantrekkelijk programma. Fijn dat onze gasten dat ook zo goed waarderen.

Nieuw programma-aanbod
Het tweede deel van de vergadering gaat over onze volgende publieksactiviteiten. We zijn bijvoorbeeld bezig om een middagprogramma en een avondprogramma te organiseren over 'Geloven in Verzoening', waarbij Henk Vijver uit Colombia en Harry Stinis uit Fryslân zullen spreken over geweld en verzoening in Colombia, en over de wijze waarop wij met name na de Tweede Wereldoorlog in Nederland ook hebben moeten leren om verstandig om te gaan met zaken als verzoening en herstel. Deze activiteit organiseren we als VU-Connected (provinciaal) samen met Expect Studentenpastoraat (lokaal) en met Kerk in Actie ((inter)nationaaal). Het wordt op 13 mei 2013 een boeiend middagprogramma en een identiek avondprogramma in Stenden Hogeschool te Leeuwarden.
Verder zijn we nog bezig met de voorbereiding van een drieluik over voedselvraagstukken, en over medische interventies in gezondheidsvraagstukken vóór, tijdens en na zwangerschap. Ook mogelijke onderwerpen zoals Friese Theologie, kuierend ontmoeten, (on)gezondheid en economie & consumentisme van de medische zorg passeren de revue.

Verenigingszaken landelijk & provinciaal
Het derde en laatste inhoudelijk deel van het vergaderprogramma gaat over allerlei lopende zaken binnen onze VU-Vereniging, zowel op landelijk als op provinciaal nivo. Zo spreken we over het rooster van aantreden en aftreden, over kandidaten voor de verkiezing van Regiocomitélid, over de recente benoemingen van de nieuwe leden van de Raden van Toezicht in ons Verenigingsverband, over diverse perikelen binnen de instellingen van onze vereniging en we blikken alvast vooruit op de agendering van de komende Ledenraadsvergadering, die medio april 2013 in Amsterdam zal plaatsvinden.
Kortom, er is veel gebeurd en gedaan, er staat nog veel moois op stapel en op de horizon zien we alvast de contouren van evenzo mooie nieuwe activiteiten van VU-Connected en van de VU-Vereniging.

zaterdag 15 december 2012

Van Jan Visser tot Yad Vashem



Zaterdag 15 december 2012
Cover van het herdenkingsboek

Sally wordt Jan
Augustus 1942.
Tweede Wereldoorlog in Fryslân.
Het Joodse jongetje Sally Israël Goedel wordt achter op de fiets door een politieagent (plysje Attema) gebracht op de boerderij van het gezin van Halbe & Leeuwkje Osinga-Takoma in Jutrijp.
De familie Osinga neemt deze jonge onderduiker op in hun gezin en vanaf dat moment gaat Sally als de Rotterdamse evacué ‘Jan Visser’ door het leven.

Getuigen van rechtvaardigheid
Over deze gebeurtenis en wat er daarna allemaal gebeurde in het Friese boerengezin en in de jaren daarna, schreef de oudste zoon van dit gezin – Anne Osinga (1935) – het boek ‘Van Jan Visser tot Yad Vashem’. Dat boek kregen we als leden van het Regiocomité Fryslân van de VU-vereniging aangeboden door Hans Capel, tijdens zijn afscheidsdiner in november 2012.
De schrijver Anne Osinga is in Fryslân ook bekend als de voormalige directeur van de ‘Praktijkschool voor de Veehouderij en het Weidebedrijf’ in Oentsjerk.
Osinga wil met zijn boek eraan bijdragen dat wij niet vergeten wat er in de Tweede Wereldoorlog is gebeurd en wenst dat wij ons sterk maken voor de rechtvaardigheid, waar zijn boek van getuigt.

Bezettingsjaren in het Friese Jutrijp
In het eerste hoofdstuk maken we kennis met de Friese dorpje Jutrijp en in het tweede hoofdstuk met de achtergronden van de familie Osinga.
Hoofdstuk 3 gaat over de Duitse bezetting vanaf 1940 en hoofdstuk 4 over het leven in Fryslân tijdens de bezettingsjaren 1942 tot en met 1945.
In het vijfde hoofdstuk staat het oorlogsgeweld in het tweelingdorp Jutrijp-Hommerts centraal.

Contact verloren
De tweede helft van het boek gaat vanaf hoofdstuk 6 over de jaren na de bevrijding. Sally Israël Goedel zijn ouders zijn in de oorlog vermoord in het Poolse concentratiekamp Sobibor. Jan Goedel wordt met zijn broertje Fred herenigd, en ze groeien beiden verder op bij de dames Baljet in Ede. Sally houdt zijn niet-Joodse voornaam ‘Jan’ en krijgt ‘Baljet’ als nieuwe achternaam. Jan verliest dan het contact met de familie Osinga

Contact hersteld
In de zestiger jaren trouwt Jan Goedel met Farida, die in 1979 werk krijgt bij de gemeente Wageningen, waar Anne Osinga op dat moment wethouder is, aldus hoofdstuk 7. Dat toeval zorgt ervoor dat de familie Osinga via Farida Goedel weer in contact komt met Jan Goedel. Hoofdstuk 8 gaat dieper in op de levensloop van Jan Goedel.

Yad Vashem-onderscheiding
In de negentiger jaren krijgt Jan het gevoel dat hij iets terug moet doen voor zijn Friese gastgezin Osinga. Samen met Farida was Jan op bezoek geweest bij het Israëlische oorlogsmonument ‘Yad Vashem’ in Jeruzalem.
Jan besluit daarna om Halbe & Leeuwkje Osinga voor te dragen voor een eervolle onderscheiding van Yad Vashem, de hoogste onderscheiding die Israël uitreikt, aan mensen die om humanitaire motieven hun eigen leven in de waagschaal stelden om tijdens de Holocaust het leven van Joden te redden.
In hoofdstuk 9 van dit boek wordt met behulp van een groot aantal illustraties beschreven hoe de totstandkoming en de uitreiking in 1998 van deze Israëlische onderscheiding geschiedt. Halbe leeft dan al niet meer, maar op 14 juli 1998 is het zover dat Leeuwkje (Luuk) Osinga-Takoma mag beleven dat Halbe postuum en Leeuwkje zelf bij leven de Yad Vashem-onderscheiding ontvangt, als ‘Rechtvaardige’, die het voortbestaan van de wereld en het geloof in de mensheid waarborgde.

De puzzel is af
Jan Goedel zei in zijn toespraak tijdens de uitreiking van deze Yad Vashem-onderscheiding onder andere het volgende:

  • Toen ik mij bewust werd van mijn herkomst, heb ik een innerlijke strijd moeten leveren. Ik ben toen op zoek gegaan naar mijn eigen identiteit.
  • Het uitreiken van deze eremedaille is een afsluiting van een bepaalde fase in mijn leven. De puzzel is af.
  • Naarmate ik ouder word, raak ik emotioneel sterker betrokken bij het verleden.

Anne Osinga laat ons in zijn herdenkingsboek zien en voelen dat er voortdurend mensen zijn die zoeken naar gerechtigheid, die opkomen voor zwakken en bedreigden, en dat deze mensen dan ook later inzien hoezeer zij afhankelijk zijn geweest van deze rechtvaardigen.

zondag 20 mei 2012

Pilgerweg van Duits Aken naar Belgisch Thimister-Clermont


Vrijdag 18 mei 2012
Place de la Halle in Clermont-sur-Berwinne















Start 2daagse wandeling
Om 7.00 uur worden we wakker van de wekker in het Ibis Hotel in Aken. Om 7.45 uur ontbijten we in de ontbijtzaal van het hotel en na het uitchecken in de hotelreceptie staan we om 8.15 uur buiten vóór het hotel. We beginnen nu onze eerste wandeldag van de tweedaagse wandeling van het Duitse Aken naar het Belgische Luik. Daarmee gaan we de voor ons laatste twee trajecten van de Via Mosana bewandelen, die feitelijk de eerste twee dagtrajecten zijn van de pelgrimsroute vanuit Duitsland richting Santiago de Compostela in Spanje. Vandaag willen we de route bewandelen van het Duitse Aken naar het Belgische Thimister-Clermont. De totale afstand van Aken naar Luik is ongeveer 49 kilometer. Vandaag lopen we daarvan de eerste helft: 24,5 kilometer. 

Jacobsstraat en Jacobskerk
Vanuit het hotel lopen we eerst door het stadscentrum naar de Dom van Aken. Daar begint de Via Mosana aan de voet van de toren van de Domkerk. Onderweg kopen we bij een warme bakker enkele broodjes en bij een biologische supermarkt het bijbehorende broodbeleg. Al spoedig wandelen we door de Jacobsstraat van Aken. Daarbij passeren we de Sint-Jacobskerk van Aken. We kunnen niet naar binnen, want bij de ingang van de kerk staat een groep rouwenden klaar om naar binnen te gaan voor een rouwmis. We wandelen derhalve over een voortdurend klimmende route aan de overzijde van de Amsterdamer Ring - via de Preusweg - de stad Aken uit. 

Preuswald
We komen dan in het Preuswald, een bosgebied waarin verschillende grenswandelpaden lopen, waarmee je door de drie landen Duitsland, Nederland en België kunt wandelen. Al vanaf de Dom van Aken volgen we de bewegwijzering van de Pilgerweg, zoals hier de Jacobsweg of Jacobsroute ook wel wordt genoemd. We blijven voortdurend klimmen door het Preuswald. In dit bosgebied passeren we op een gegeven moment de Duits-Belgische grens, wat je kunt zien aan de grensstenen, die hier als een soort van ‘road block’ aan beide zijden van het bospad staan. 

Das Aachener Pilger Kreuz
Voorbij een kruising van bospaden - waar enkele bosarbeiders aan het werk zijn – bereiken we een hoog uitzichtspunt in het bos. Vanuit het bos kunnen we hier mooi in zuidelijke richting over het uitgestrekte dal kijken. Hier staat ook een kruis met als opschrift ‘Die Aachener Pilger 1960. Het bijgeplaatste tekstbord maakt je duidelijk dat het kruis je erop wijst dat je niet alleen je aandacht moet geven aan aardse zaken, maar dat ook de zaken van geestelijke aard je aandacht verdienen. 

Duits-Belgische overdracht van de Via Mosana
We verlaten het Preuswald bij het plaatsje Regina-Moresnet, waar een roestvrijstalen paal staat, waarmee duidelijk wordt gemaakt dat vanaf hier het pelgrimspad door het Duitse pelgrimsgenootschap (Deutsche St. Jakobus-Gesellschaft) wordt overgedragen aan de zorgen van het Belgische pelgrimsgenootschap (Association des Amis de St. Jacques de Compostelle). Daarna wandelen we Moresnet-La Chapelle binnen, waar we de Maria-bedevaartskerk bezoeken. Voorbij Moresnet-Chapelle gaan we over een mooi smal asfaltweggetje naar Moresnet. Onderweg zien we de lange en bijzonder hoge spoorbrug die hier de vóór ons liggende vallei overspant. 

Montzen
Voorbij Moresnet lopen we onder het hoge spoorviaduct door en dan volgen we een mooi bospad over een heuvelkam in de richting van het buurtschap Birken. Voorbij Birken komen we al snel in het dorp Montzen. Nog vóór het dorp gaan we linksaf over de Kinkenweg in zuidwestelijke richting. We hebben tot nu toe prachtig zonnig weer gehad. Een aangename temperatuur om te lopen. Als we hier over een heuvelrug lopen, steekt de wind op en begint het behoorlijk te waaien. In de verte dreigt een onheilspellende lucht, maar regen blijft uit en het blijft bij een lichte temperatuurdaling. Op een splitsing van wegen staat een bankje, waarop we onze eerste rustpauze nemen om wat te eten en te drinken.

Het dal van de Berwinne
Daarna komen we langs een uitgestrekte golfbaan. De golfers hebben vanaf hier een mooi uitzicht over de heuvels en dalen die rond de golfbaan liggen. Voorbij de golfbaan wandelen we het dorp Henri-Chapelle binnen. Na een smal paadje komen we bij een panoramisch uitzichtpunt. Vanaf hier hebben we een schitterend uitzicht over het dal van de rivier de Berwinne. Dan moeten we een eind langs een drukke verkeersweg lopen, waarbij we een monument passeren ter nagedachtenis aan een veldslag die hier heeft plaatsgevonden in 1944 in de Tweede Wereldoorlog tussen het Duitse bezettingsleger en de 1e Amerikaanse Infanterie Divisie. 

Behoud van oude wandelpaden
Via een heel oud steenachtig paadje verlaten we deze drukke doorgaande verkeersweg. Dit smalle pad waarmee we afdalen, wordt waarschijnlijk open gehouden door de hier nog wandelende pelgrims van de Via Mosana. Als die dit pad niet meer zouden gebruiken, zou het waarschijnlijk binnen één of twee jaar geheel zijn overwoekerd en aan het zicht onttrokken zijn. Wandelaars houden veelal – en zo ook hier – hele oude wandelpaden in stand. We wandelen langs de helling van La Viamarie richting Froidthier en komen na enkele kilometers in het gehucht Crawhez uit. 

Remember Museum
Van Crawhez lopen we naar het gehucht Les Biolles. Hier passeren we een hoog in het veld gelegen museum ter nagedachtenis aan de Tweede Wereldoorlog. Een oude Sherman-tank die de Amerikanen hier na de oorlog hebben achtergelaten, is een belangrijke aandachtstrekker van dit kleine museum. We zien hier ook een vrij nieuw monument, dat is gemaakt en geplaatst ter nagedachtenis aan alle dieren die in de oorlog zijn ingezet, waaronder bijvoorbeeld paarden en honden, die in de oorlog een bijdrage leverden aan het redden van mensenlevens. In de hoek bij een schuur staat een betonnen eenmansbunker, van waaruit een soldaat betrekkelijk veilig zijn tegenstander(s) kon beschieten.

Eén van de mooiste plaatsen van België
Inmiddels is de wind weer behoorlijk opgestoken, dus we wandelen tegen een stevige wind op naar het dorp Clermont-sur-Berwinne. Wat een verrassing is het als je de hoek om komt en dan ineens het hele dorpscentrum rond ‘Place de la Halle’ in zijn volle glorie ziet. Een prachtig klein centrum met een schitterend ‘Maison Communale’, dat als een poortgebouw over de doorgaande weg heen is gebouwd. Daarnaast een dorpscafé met een groot terras. En links van het café een betrekkelijk grote kerk. Terecht wordt dit dorp één van de mooiste plaatsen van België genoemd. Naast het Maison Communale staat een Sint-Jacobspaal, waarop staat dat het vanaf hier nog 2.500 kilometer is naar Santiago de Compostela. 

Pelgrimsstempel van Clermont-sur-Berwinne
We gaan het dorpscafé binnen voor onze tweede rustpauze van vandaag. Bij een kop koffie krijgen we ook een Sint-Jacobsstempel in ons routeboekje van de Via Mosana. Bij navraag bij de barkeeper blijkt dat het Maison Communale en de kerk vandaag beide gesloten zijn, dus een bezichtiging zit er voor ons vandaag niet in. Na deze koffiepauze verlaten we Clermont-sur-Berwinne en dan wandelen we in ongeveer twee kilometer naar het dorpje Thimister-Clermont. Daarbij lopen we een eindje over een voormalig spoortracé, dat nu in gebruik is als wandel- en fietspad. Onderweg passeren we het voormalige stationsgebouw van Thimister-Clermont. 

Villa Les Floralies
In Thimister-Clermont lopen we naar Villa Les Floralies, waar we slaapplaats voor een overnachting hebben gereserveerd. De echtgenoot van onze gastvrouw doet de deur open en vertelt dat zijn vrouw over een half uur weer terug is, met daarbij zijn verzoek of we dan weer terug willen komen. Als we hem duidelijk maken dat we hier een kamer hebben gereserveerd, laat hij ons binnen en wijst hij ons onze hotelkamer in hun grote villa. Op dat moment komt onze gastvrouw thuis, die ons vertelt dat we een nog veel grotere kamer kunnen krijgen voor de nacht. We verhuizen naar deze mooie kamer, met wijds uitzicht over de omgeving.

Avondmaal in de bovenzaal
Volgens onze gastvrouw kunnen we in het dorp wel een warme maaltijd krijgen, dus daar gaan we naar op zoek. Het blijkt dat we kunnen kiezen uit de plaatselijke 'friterie' of uit het dorpscafé, waar je ook kunt dineren. In het café worden we naar het bovenzaaltje begeleid, waar een klein, gezellig restaurant is voor zo’n 15 personen. Even later komt een Belgisch stel hier ook dineren. We worden verwend met een heerlijke maaltijd. Volgens ons wordt dit dorpscafé-restaurant gerund door een ouder echtpaar en hun twee zonen. De jongemannen lijken sprekend op de oudere. Alle vier komen ze op hun beurt gedurende de avond voorbij om ons gastvrij te bedienen met het eten en drinken, dat in verschillende gangen wordt geserveerd. Het lekkere eten en drinken en de vriendelijke bediening zorgen voor een genoeglijke avond in het gezellige bovenzaaltje van dit kleine dorpscafé.

zondag 12 februari 2012

Tot hier heeft de Heer ons geholpen


Zondag 12 februari 2012
Cover van het boek van Herman Vuijsje

Godsbeeld en Ietsbeeld
Het gaat niet goed met God in West-Europa. Nederland telt nu al meer mensen die in 'Iets' zeggen te geloven, dan in God. Wat betekent dat voor de morele opvattingen die het christendom ons heeft bijgebracht? Kunnen we ons iets voorstellen bij een 'Ietsbeeld' dat het oude Godsbeeld vervangt? En hoe werkt dat dan door in de rol van religie als leidraad voor geweten en moraal?
Door dit soort vragen is socioloog en schrijver Herman Vuijsje gefascineerd. Zelf mist hij iedere antenne voor het bovennatuurlijke, maar dat staat zijn diepe belangstelling voor religieuze beelden en motieven niet in de weg.

Godsbeeld en Goed gedrag
Herman Vuijsje publiceerde in het jaar 2007 het boek ‘Tot hier heeft de Heer ons geholpen’, met als ondertitel: ‘Over godsbeelden en goed gedrag’. Dit boek kreeg ik in datzelfde jaar als verjaardagskado. Het boek is een beknopte geschiedenis van onze verhouding tot godsdienst en moraal, maar het is ook een speurtocht naar nieuwe beelden van God, van de bovennatuurlijke wereld en van ons eigen hiernamaals. Eén vraag stelt Vuijsje daarbij voorop: wat hebben we aan die beelden voor ons goede gedrag? De centrale vraag daarbij is: hoe zit het met de normen en waarden die de Nederlanders blijkbaar zo dierbaar zijn en die verankerd liggen in een calvinistische geloofsovertuiging? Vuijsje schreef deze godsdienstsociologische studie over de veranderingen van godsbeeld, van godsbeleving en van moraal in Nederland.

Moraal, maar niet moraliseren
Vuijsje onderschrijft het belang van moraal, maar hij moraliseert niet. Hij ziet wèl het gevaar van een moreel vacuüm en laat zien hoe door het blijven vertellen van onze 'grote verhalen' (zoals over de gruwelen van de 2e Wereldoorlog en een groeiende wereldwijde anonieme solidariteit) een nieuwe moraliteit ontstaat, maar nu zonder dreiging van straf of hoop op beloning van God in het hiernamaals.

De Steen der Hoop van Samuël
In vier delen en 15 hoofdstukken gaat Herman Vuijsje op zoek naar het antwoord op de vraag of de HEER ons verder kan helpen. Vuijsje borduurt zo voort op het Bijbelverhaal in het Oudtestamentische bijbelboek I Samuël 7, waar de profeet Samuël de gedenksteen Eben-Haëzer (Steen der Hoop) opricht nadat de Israëlieten de Filistijnen uit hun land hadden verdreven, waarbij Samuël de welbekende woorden uitsprak: “tot hier toe heeft de HEER ons geholpen’. De stenenhoop op de omslag van het boek is dan ook een aardige vingerwijzing naar dat bijbelverhaal.

Goddelijk speculeren
Vuijsje in zijn inleiding:
  • Na dertig, veertig jaar in het verdomhoekje mag God zich weer op straat vertonen.
  • De individualisering in onze samenleving is doorgeslagen en religie kan ons misschien helpen aan een nieuwe gemeenschapszin.
  • In weerwil van mijn eigen non-geloof kan ik bewogen raken door de religieuze toewijding van anderen.
  • Het christendom was de krachtigste motor van onze beschaving; het stelde grenzen en kon rigide zijn, maar had ook iets heilzaams en geruststellends, dat nu heimwee oproept.
  • Religie is een uniek interface tussen persoonlijk handelen en maatschappelijke moraal.
  • De officiële geloofsbeelden van de kerken zeggen weinig meer over wat de gelovigen feitelijk denken.
Deel 1 – Nederland en West-Europa: geen God, geen gebod?
  • In hoofdstuk 1 ‘Eben-Haëzer’ geeft Herman Vuijsje een overzicht van de actuele religieuze veranderingen in West-Europa. Vuijsje: “Het geloof in bovennatuurlijke waarheden houdt op den duur geen stand tegenover wereldwijde historische processen als individualisering, democratisering, globalisering, opkomst van het technisch-wetenschappelijk wereldbeeld, emancipatie en toenemende welvaart en zorg.”
  • In hoofdstuk 2 ‘Nederland uniek’ spitst hij het verhaal toe op Nederland, waar de ontkerkelijking nog sneller verloop dan elders in ons werelddeel. Vuijsje: “Religie houdt ook in dat je je rekenschap geeft van je verhouding tot en je verantwoordelijkheid voor andere mensen.”
  • In hoofdstuk 3 ‘Syncretisme’ beschrijft Vuijsje dat en hoe kerkgenootschappen leentjebuur bij elkaar spelen. Vuijsje: “Relishoppen gaat gepaard met distantie en vrijblijvendheid.”
Deel 2 – Van monotheïsme naar ietsisme: de lotgevallen van het hiernamaals
In dit boekdeel worden de recente veranderingen in Nederland en in West-Europa geplaatst in de grote historische ontwikkeling van religieuze denkbeelden.
  • In hoofdstuk 4 ‘Monotheïsme als intermezzo’ gaat het over de betekenis van het christelijk monotheïsme als ‘morele’ ontwikkelingsfase tussen het pantheïsme van onze voorouders en het ietsisme dat nu opkomt. Vuijsje: “Meer dan vroeger hebben we het gevoel maar wat rond te zwalken op de stroom van de tijd’.
  • In hoofdstuk 5 ‘Hoe God manieren leerde’ beschrijft Herman Vuijsje hoe God in de afgelopen eeuw steeds minder veeleisend en steeds minder ‘persoonlijk’ werd. Vuijsje: “Alles aan God is lief en aardig geworden: een opperwezen dat niet meer boven ons staat, maar naast ons.“
  • In hoofdstuk 6 ‘Kleine geschiedenis van het dood-zijn’ wordt een schets gegeven van de veranderingen in het christelijke idee van ‘dood-zijn’. Vuijsje: “Tegenwoordig is van de nadruk op een individueel voortleven weinig meer over.”
  • In hoofdstuk 7 ‘Predestinatie: de deugd is zijn eigen beloning’ gaat Vuijsje in op de predestinatieleer, die de gedachte van beloning of straf in het hiernamaals radicaal verwierp en daarmee garant stond voor ‘zuivere’ intenties. Vuijsje: “Protestanten hechten veel waarde aan authenticiteit, waarheid en gewetensvorming.”
Deel 3 – Op zoek naar ankers voor gewetensbevestiging
  • In hoofdstuk 8 ‘Nalatigheid in het werelddorp’ gaat het over het gevoel van ‘schuldige nalatigheid’ dat al het leed en lijden van de wereld bij ons teweegbrengt. Vuijsje: “Morele eisen die in geen verhouding staan tot de mogelijkheden die we hebben, leiden er toe dat we het laten afweten en iedere verantwoordelijkheid ontkennen.”
  • In hoofdstuk 9 ‘De banaliteit van het goede’ laat zien dat alle ‘negatieve’ verhalen van de wereld (bv. de volkenmoord in de 2e Wereldoorlog) laten zien dat en hoe dat ook ‘verhalen over goed en kwaad’ zijn, waarin mensen van allerlei religies en achtergrond elkaar kunnen vinden. Vuijsje: “Het ietsisme biedt ons geen nieuw ‘groot verhaal’ waarin we onze morele ideeën kunnen verankeren.”
  • In hoofdstuk 10 ‘Mozes, Kerstman, Sinterklaas’ stelt Herman Vuijsje de vraag of bijvoorbeeld Sinterklaas ook een rol kan spelen als moreel baken. Vuijsje: “Sint en God gingen allebei de weg van intimidatie en spierballenvertoon naar gewetensbevestiging en een beroep op verinnerlijking.”
  • In hoofdstuk 11 ‘Cascorituelen’ schrijft Vuijsje over nieuwe rituelen, die veel ruimte laten voor individuele invulling en die daardoor goed zijn toegesneden op onze tijd en op een multiculturele samenleving. Vuijsje: De pelgrimstocht naar Santiago de Compostela gaat niet meer over lijden, ook niet meer over voleinding of beloning, maar over zelfinzicht, harmonie met je omgeving, opgaan in iets groters.”
Deel 4 – Kan de Heer ons verder helpen?
In dit laatste deel komt Herman Vuijsje uit bij het actuele debat over de vraag of we God nog kunnen inzetten als hoeder van onze moraal.
  • In hoofdstuk 12 ‘God is een ouwe soldaat’ beschrijft hij de nieuwe ideeën over het hiernamaals, die worden aangetroffen onder ‘ietsisten’. Vuijsje: “Iedere Nederlander vindt zichzelf tegenwoordig heel belangrijk.”
  • In hoofdstuk 13 ‘Op de Berg Aso’ gaat het over de vraag of de radicale gerichtheid van het ‘ietsisme’ op zelfontplooiing hand in hand gaat met de opkomst van een samenleving van ieder voor zich. Vuijsje: “Als een mens in nood mij aankijkt, moet ik helpen; in het mij aankijken van die mens, openbaart God zich.”
  • In hoofdstuk 14 ‘Buigen voor Allah, ontbukken voor God’ laat Vuijsje een aantal constructies de revue passeren, waarin theologen en filosofen zich in allerlei bochten hebben gewrongen om God toch nog – dood of levend – te kunnen inzetten voor de goede zaak. Vuijsje: “Wil er een nieuwe grondslag ontstaan voor gemeenschapszin, dan vraagt dat om herstel van respect en eerbied.”
  • In hoofdstuk 15 ‘De Barmhartige Europeaan’ laat Herman Vuijsje zien dat postchristelijk Europa uitgedaagd wordt om ernst te maken met het christelijke ideaal, dat ‘de deugd zijn eigen beloning is’. Vuijsje: “Zomaar een stuk van jezelf weggeven zonder enige tegenprestatie – voor gelovige christenen is het een originele vorm van navolging van Christus.”
Geloven en vertrouwen
In dit boek breekt Herman Vuijsje een lans voor het met respect omgaan met de christelijke traditie en moraal, zijnde de nalatenschap van God in Nederland. Hij roept in dit boek de lezer ook op om de kerken weer gezamenlijk te onderhouden als plekken van bezinning en van gemeenschapsbesef. Vuijsje mag zichzelf dan betitelen als non-gelovige; in deze oproep getuigt hij wel in een groot ‘geloofs’vertrouwen.

zondag 17 april 2011

Staaslân in Stiens

Woensdag 13 april 2011

De Staaslân is een woonstraat in de wijk Aldlân van Stiens. Deze straat vormt de verbinding tussen de Lege Bosse aan de noordzijde en de Mienskar aan de zuidzijde. Het smalle 1/3-wegdeel aan de westzijde is met name bedoeld voor het langzame verkeer en wordt doorgaans ook gebruikt als parkeerstrook. Het brede 2/3-wegdeel aan de oostzijde wordt in principe bereden door het gemotoriseerde verkeer. De Staaslân ligt parallel aan en tussen de westelijk gelegen straat It Swad en de oostelijk gelegen straat de Treem.

De aanduiding 'Staaslân' is nog gebruikt tot aan de Tweede Wereldoorlog. Hiermee bedoelde men dan percelen, die in de Stienhústerpolder lagen, ten noordoosten van 'Brandenburg'. Vermoed wordt dat de naam is afgeleid van het Friese woord 'Stateslân'. Vroeger kenden we zogenoemd "Mandelân", land dat van de gemeenschap was, bedoeld voor gemeenschappelijk gebruik. Stukken land die werden afgescheiden van dat Mandelân, en die daarmee eigenstandigde percelen werden, werden ook wel 'stateslân' genoemd. Dat opsplitsen van gemeenschappelijke gronden was indertijd nodig om dergelijke afgesplitse percelen toe te kennen aan nieuwe boerenbedrijven, wanneer een nieuwe boerderij nabij of op zo'n Mandelân werd gebouwd. Op grond daarvan is het wellicht ook niet geheel toevallig dat de huidige straten Mandelân en Staaslân naast elkaar liggen in het Stienser Aldlân.

zondag 3 april 2011

Lanterfanten over Route 1.2 op Schiermonnikoog

Zaterdag 2 april 2011

In Simmerdei yn'e Maitiid op Skiermûntseach.

Na de verdrietige, drukke dagen van de afgelopen twee weken, gecombineerd met de zomerse weersvoorspelling voor vandaag, leek het Durkje en mij een heilzaam besluit om ons deze zaterdag niet op allerlei zakelijke werkzaamheden te richten, maar eens weer een dag aan de wandel te gaan. Aangezien prachtig weer wordt verwacht met temperaturen die oplopen tussen de 20 en 24 graden Celsius, besluiten we er een eilanddag van te maken. We hebben nog een wandeldag op Schiermonnikoog in de planning staan, dus dat wordt onze bestemming vandaag. We bewandelen vandaag route nummer 1.2. van de wandelgids 'Friesland voor lanterfanters', hetgeen een voettocht van 24 kilometer is. Wandelgidsauteur Fokko Bosker gaf aan deze wandeling het thema mee: 'Natuur krijgt vrije hand op Schiermonnikoog; een eiland als reservaat'.

Met de bijna volle veerboot 'Monnik' vertrekken we rond 9.45 uur vanaf Lauwersoog naar Schiermonnikoog. Om 10.30 uur start onze wandeling vanaf de aanlegsteiger van de veerboot op Schiermonnikoog. Achter de Waddenzeedijk lopen we in oostelijke richting naar het Dijkpad door de eerste uitloper van de duinen. Daarna volgen we het Kwelderpad, waarbij we via een houten brug een brede slenk oversteken in de richting van het uitzichtspunt boven op de Kobbeduinen.

Aan de oostzijde van de Kobbeduinen wordt het minder druk. Hier op het Douwe Hoekstra pad mogen alleen wandelaars over de drassige kwelders lopen. Over twee weken worden deze kwelders afgesloten, aangezien dit een belangrijk broedgebied is voor de vele watervogels die hier nu al met veel kabaal verblijven. We willen naar de oostelijk gelegen Willemsduin, maar dat wordt ons moeilijk gemaakt, omdat we tweemaal voor een brede, met water gevulde slenk komen te staan, waar het pad doodloopt, aangezien er geen bruggetjes over de slenk liggen. Tweemaal lopen we in noordelijke richting langs de slenk om een smaller deel te vinden waar we de slenk over kunnen steken. Hier zie je nagenoeg geen wandelaars meer, maar des te meer volgels en konijnen. Nabij de Willemsduin houden we een rustpunt in een duinvallei. Dit is het meest oostelijke punt van onze wandeldag van vandaag.

Tussen de duinen door lopen we dan naar het Oosterstrand aan de Noordzeekust; langs Paal 13, 12 en 11, aan de noordzijde van de duinenrij. Vanaf Paal 10 gaan we verder aan de zuidzijde van de duinenrij, over het Waterstaatspad, met links van ons een groot rietveld en een brede slenk. Bij Paal 7 nemen we de strandopgang, om daar over het strand naar de vloedlijn te lopen, ter hoogte van het strandpaviljoen. Vanaf dit badstrand lopen we door de duinen over het Johannes de Jong pad. Daar pauzeren we op een bankje. Over het Reddingspad lopen we tussen duinen en drassige duinvalleien naar het veel hoger geleden Vredenhof, een begraafplaats met enkele tientallen zeemansgraven en oorlogsgraven. We ontmoeten hier weer de Braziliaanse chiropractor, die vanmorgen ook bij ons aan tafel zat op de veerboot. We ontmoeten dit fietsend stel vandaag enkele malen op verschillende plaatsen langs onze wandelroute. Vanaf Vredenhof lopen we naar de hoog op een duin gelegen Wassermann Bunker, het restant van een Duitse bunker uit de Tweede Wereldoorlog.

Via een fietspad door de duinen en het Kronkelpad door duin en bos, komen we op het Bospad aan de noordwestzijde van de Schiermonnikoogse duinen. Via achtereenvolgens Jacobspad, Scheepstrapad en nogmaal Jacobspad gaan we door de duinen in zuidelijke richting langs camping Seedúne, langs het voetbalveld en het zwembad naar het enige dorp van dit eiland: Schiermonnikoog. Aan de Langestreek en de Middelstreek is het gezellig druk, vanwege de vele wandelende en fietsende toeristen, die hier en daar de terrassen vol bezetten. Na een korte pauze bij de grote walviskaken in het dorpscentrum, wandelen we via de Westerburenweg het dorp uit, in de richting van de Westerplas. Over de dijk lopen we in zuidelijk richting tussen grote groepen ganzen en eenden door naar het Banck's Monument boven op de Waddenzeedijk.

Daar zien we de veerboot vertrekken vanuit Lauwersoog. Over de Waddenzeedijk lopen we ten zuiden van de Bancks Polder langs de oude veerdam (nu jachthaven) naar de huidige aanlegsteiger van de veerboot. Om 18.00 uur zijn we bij de veerboot, op het moment dat de veerboot bijna arriveert vanuit Lauwersoog. Om 18.30 uur vertrekken we met alweer een volle veerboot naar Lauwersoog aan vaste wal.

We hebben vandaag zo'n zeveneneenhalf uur gedaan over onze wandeltocht. De hele dag was het schitterend weer. De temperatuur is boven de 20 graden Celsius geweest. Af en toe verkoelde de zuidenwind aangenaam, maar waar we vol op de zon en uit de wind liepen, was het behoorlijk warm. Kortom, een topdag om buiten te zijn. Je ziet alle toeristen om je heen in de duinen, op het strand, op te terrassen, wandelend en fietsen ook genieten van het heerlijke weer. Een mooie zomerse dag van dit voorjaar op Schiermonnikoog.

zondag 13 februari 2011

Lentebode in Cornjum

Zondag 13 maart 2011

We zijn in dit kalenderjaar nog maar halverwege de maand februari. Naar de seizoenen kijkend, is het nog winter. Toch dienen de eerste, vroege lenteboden zich al weer aan. Aan de voet van de voormalige Nederlands-Hervormde kerk van het Friese Cornjum (Fries: Koarnjum) bloeit al weer het 'Maarteblomke", ofwel 'de plant die in maart bloeit', hier het Sneeuwklokje (Latijnse naam: Galanthus nivalis). In het Fries doorgaans het "Liderke" genoemd.

Het Sneeuwklokje is een zogenoemde stinsenplant, een plant die in Fryslân van oorsprong groeit op het landgoed van Friese adel en in de grote tuinen van andere aanzienlijke bewoners van Fryslân, zoals bijvoorbeeld rijke boeren, notarissen en predikanten (pastorietuinen). In Fryslân kennen we nogal veel Friese volksnamen van het Sneeuwklokje, zoals onder andere:
- Snieklokje, eigenlijk niet meer dan een letterlijke Friese vertaling van 'Sneeuwklokje';
- (Neakene) Boutsje; vrij te vertalen als"(Naakte) Stengel';
- Neaken Earske, ofwel een 'Naakte Dribbel/Drentel;
- Foarjiersberntsje, ofwel het Voorjaarskindje;
- Wyt Wyfke, ofwel het "Witte Vrouwtje';
- Neaken Manstje/Neaken Wyfke, te vertalen als 'naakt mannetje/naakt vrouwtje'.

Deze kerk van Cornjum is in 1873 gebouwd naar het ontwerp en onder toezicht van architect Foppe Brouwer uit Cornjum. De kerk staat op een vrij lage terp op een ruim kerkhof met een dichte boomzoom. Ten zuiden, aan de voet van deze terp, ligt de laaggelegen ijsbaan van dit Friese dorp. Ten oosten van het koor van de kerk ligt het landgoed van Martenastate, een landgoed dat ook bekend staat vanwege haar mooie stinsenplanten.

In de kerktoren hangen twee luidklokken, die in 1948 de oorspronkelijke luidklokken vervingen, die in de Tweede Wereldoorlog verdwenen. De huidige luidklokken dragen de bijpassende Friese tekst: 'Mei it wrâldsbestel sa forrinne dat hja nou hingjen bliuwe kinne", ofwel de wens dat de situatie in de wereld zo mag voortschrijden dat in elk geval deze klokken hier in de toren mogen blijven hangen. Laten we hopen dat die wens werkelijkheid mag blijven.

Voor de sneeuwklokjes geldt dat in elk geval niet, want het is ijdele hoop om te verwachten deze mooie witte klokjes het jaar rond zullen blijven hangen. Over enige weken zullen deze witte Sneeuwklokjes zijn vergaan, maar we willen er graag op blijven vertrouwen dat we ze in het volgende voorjaar van 2012 - en ook nog vele jaren daarna weer mogen zien als de eerste 'Lentebodes van Cornjum'.

maandag 10 januari 2011

In Europa Scheurkalender 2009

Maandag 10 januari 2011

In het jaar 1999 trok Geert Mak een jaar door Europa. Dat werd een reis door de ruimte van het Europees continent en tegelijk een reis door de tijd van de twintigste eeuw. Mak begon in het Londen en Parijs van 1900 en eindigde in het Moskou en Sarajevo van 1999. Een hele eeuw Europa passeerde zo de revue. Elke dag bracht hij daarvan in een korte momentopname een reisverslag uit, dat werd gepubliceerd als minicolumn op de voorpagina van NRC Handelsblad. Het materiaal dat hij tijdens die tocht verzamelde, vormde gaandeweg de basis voor zijn boek “In Europa”, dat werd gepubliceerd in het jaar 2004.

Over deze reis heeft de VPRO een 35-delige televisieserie gemaakt, die werd uitgezonden in de jaren 2007 tot en met 2009. Ter gelegenheid van deze verfilming van In Europa werden de ongeveer 300 reisimpressies van Geert Mak gebundeld in de “In Europa Scheurkalender 2008”, met als ondertitel “Reizen door de twintigste eeuw”. Ongeveer 30 nieuwe columns schreef Geert Mak extra om deze kalender gevuld te krijgen.

Op verzoek is van deze jaarkalender ook een editie voor het jaar 2009 gemaakt, zodat de historische reis van Geert Mak ook in 2009 dagelijks kon worden gevolgd voor wie deze “In Europa Scheurkalender 2009” in bezit had. De 2009-heruitgave van deze scheurkalender is inhoudelijk gelijk aan die van het voorgaande jaar, maar kent wel een aangepast kalendarium voor 2009.

Geert Mak noemde zijn Europa-reis “een soort inspectietocht”, op zoek naar de laatste sporen en ooggetuigen van de 20e eeuw. Geert Mak ontmoet onderweg bijvoorbeeld:
- Marinus van der Goes van Naters, ex-fractievoorzitter van de PvdA ten tijde van Drees;
- Jacques Thorpe, die zijn vrije tijd besteedt aan de Eerste Wereldoorlog rondom zijn dorp Erquinghem-Lys in België;
- Claes Andersson, schrijver en voorheen Minister van Cultuur in Finland;
- Truusje Roegholt, die schreef over haar jeugd in nazi-Duitsland;
- Milton Wolff, als oud-Spanjestrijder de laatste commandant van het Abraham Lincolnbataljon van de Amerikanen;
- Lucienne Gaillard, presidente van de Franse Bond voor oud-verzetsstrijders in de Tweede Wereldoorlog;
- Anna Smirnova, in de Tweede Wereldoorlog toneelstudente in Leningrad, die in 1942 zo’n honger had dat ze zich niet meer kon bewegen;
- Karel Citroen, de Nederlandse juwelier die D-day meemaakte;
- Max Kohnstamm, die door koningin Wilhelmina werd uitgekozen als privésecretaris;
- Vitor Alves, één van aanvoerders van de Portugese staatsgreep in 1974, daarna vice-premier van het “nieuwe Portugal”;
- Kazimierz Rozkwitalski, die Geert Mak rondleidt over de oude Poolse Leninwerf, waar de toen nog onbekende electriciën Lech Walesa zijn eerste toespraken hield;
- Nikolaj Dmytroek, de onderdirecteur van het Oekraïense ministerie voor Rampen, die Geert Mak rondleidt bij “de sarcofaag” van Tsjernobyl.