Posts tonen met het label stins. Alle posts tonen
Posts tonen met het label stins. Alle posts tonen

woensdag 25 mei 2011

Expositie Walls Between People nu ook in Stenden hogeschool

Woensdag 25 mei 2011

Mensen hebben altijd muren gebouwd. Muren bijvoorbeeld om zichzelf te beschermen. Denk maar aan kasteelmuren en aan de stinsen in Fryslân. Maar men bouwde ook muren om zich van andere mensen af te zonderen, denk maar aan woonhuizen. Wereldwijd zijn er echter ook voorbeelden te over van muren, waarmee je mensen binnen of buiten een bepaald gebied wilt houden. We kennen daarvan allemaal nog wel het voorbeeld van de in 1989 gevallen Berlijnse Muur.

De fototentoonstelling ‘Walls between People’ van het internationale Rode Kruiscomité (ICRC) vertoont een serie foto’s over acht muren in de wereld, die mensen van elkaar scheiden. District Groningen van de Humanitair Oorlogsrecht Groep (HOR-Groep) van het Nederlandse Rode Kruis heeft deze fototentoonstelling vanuit Genève naar Nederland gehaald. Samen met het Koor van Culturele Vereniging 4 Mei-Projekt uit Groningen zijn in Leiden, Groningen, Oude Bildtzijl en Sint-Jacobiparochie deze foto’s tentoongesteld en zong het koor in Groningen, Leiden en Sint-Jacobiparochie liederen die betrekking hebben op landen uit deze fototentoonstelling.

De in 2008 door het Internationale Rode Kruis en Rode Halve Maan geproduceerde fototentoonstelling vraagt middels foto’s en teksten aandacht voor de volgende scheidingen van landen, volken, vrienden, kennissen en families:
1. De Gedemilitariseerde Zone; een strook van zo’n 250 kilometer lang en 4 kilometer breed, die in 1953 is ingesteld na de wapenstilstand tussen het stalinistische Noord-Korea en het kapitalistische Zuid-Korea.
2. De Peace Lines van Noord-Ierland, in 1969 ingesteld om de gevechten tussen protestanten (orange) en katholieken (green) te voorkomen.
3. The Berm, de zandwal in de Westelijke Sahara, ook wel de Marokkaanse Muur genoemd, 2.700 kilometer lang.
4. The Green Line, die vanaf 1964 de demarcatielijn vormt tussen de Griekstalige bevolking en de Turkstalige minderheid.
5. Het hek tussen Mexico en de Verenigde Staten, de 3.200 kilometer lange grens, die moet voorkomen dat Mexicanen en andere Latijns-Amerikanen illegaal de grens naar de VS oversteken.
6. De prikkeldraadhekken rond de Spaanse autonome steden Ceuta en Mellilla, liggend in Marokko, in 1993/1996 geplaatst toen Spanje toetrad tot het Schengen-gebied, sindsdien het symbool van ‘Fort Europa’ geworden.
7. De Line of Control, vanaf 1972 het schrikdraadhek in Kasjmir, een electrische omheining die de scheiding vormt tussen Pakistan en India.
8. De Israëlische Westoeverbarrière, door Israëliers gezien als veiligheidsmuur en door Palestijnen beschouwd als een muur van schaamte; 790 kilometer lang en in de steden bestaande uit betonnen platen van 9 meter hoog.

Deze tentoonstelling staat nog tot 1 juni 2011 opgesteld bij de entree van het Ontmoetingscentrum van Stenden hogeschool aan de Rengerslaan te Leeuwarden. De tentoonstelling is voor iedereen vrij toegankelijk. Studenten, medewerkers en andere bezoekers worden uitgenodigd om authentieke verhalen over hun eigen ervaringen met deze muren op te schrijven. Die getuigenissen worden toegevoegd aan de tentoonstelling om de realiteit van deze ‘Muren tussen Mensen’ zo mogelijk nog realistisch neer te zetten.

De grote expositiedoeken zijn bevestigd aan ijzeren hekwerken, die naast elkaar opgesteld als het ware een ‘ijzeren gordijn’ vormen.

Bij het bezichtigen van deze expositie moest ik vandaag denken aan het Kerstgedicht dat ik na het bezoek van Durkje en mij aan Praag (oktober 1989) schreef in december 1989, in de periode tussen de val van de Berlijnse Muur en het Kerstfeest. Op de door ons verzonden kerstkaart van dat jaar staat dit gedicht:

1989

Men sloot het Bamboe gordijn
men sloot het IJzeren gordijn
Wij sloten onze ogen
en deden óns gordijn maar dicht.

Het waren mensen
die muren zagen vallen
in Jericho
in Oost- en West-Berlijn
in “Tsjechoslowakei”
en wij ….??

Als onze muren vallen
als onze ogen open gaan
dan komen wijzen uit het Oosten
naast ons bij Jezus staan.

Zijn licht straalt door de ramen
wij zagen dat in Praag
Gods Zoon daar in die ramen
de Alpha en de Omega.

donderdag 3 maart 2011

Winterakonieten in bloei op Stienser kerkterp

Donderdag 3 maart 2011

In het nog vroege voorjaar is het lust voor het oog om vanuit het winkelcentrum Langebuorren in Stiens naar de Sint-Vituskerk te rijden. Hoog op de dorpsterp staat deze kerk. Op het omliggende kerkhof en op de aarden wal rondom de dubbele lindenlaan rond de kerk bloeien inmiddels de eerste lentebodes. Hier en daar bloeit het Sneeuwklokje en binnenkort zullen ook de Krokussen hier gaan bloeien.

Maar er bloeit meer. Heel bijzonder zijn de grote aantallen Winterakonieten die we hier op het kerkhof en op de rondgang om de kerk aantreffen. Vandaag schijnt de vrolijke lentezon op de schitterend geelgekleurde Winterakonieten.

De Winterakoniet (Eranthis hyemalis) behoort tot de zogenoemde Ranonkel-familie. Het is een stinsenplant, die in het vroege voorjaar bloeit; doorgaans in de maanden januari, februari en maart. In Nederland is deze plant zeldzaam. Ze komt vooral voor op en in de buurt van oude landgoederen; in Fryslân veelal op terreinen van oude states en stinsen. De Winterakoniet wordt in Fryslân het ‘Ayttablomke’ genoemd.

Dat we de Winterakoniet rond de Stienser terpkerk hebben staan, is de verdienste van de koster van de Sint-Vituskerk: Cees Buisman. Hij zorgt ervoor dat het behoud en de verspreiding van deze zeldzame lentebode is gegarandeerd. Vanmiddag sprak ik Cees Buisman hierover bij de Sint-Vituskerk. Hij vertelde me dat hij elk jaar ervoor zorgt dat de plant steeds verder rondom de kerkterp wordt verspreid. Daartoe moeten bijvoorbeeld de (wortel)knolletjes verder rond de terp worden geplant.

Belangrijk is ook dat Buisman elk jaar met onze gemeente Leeuwarderadeel regelt dat de eerste maaibeurt rond de terp zo lang mogelijk wordt uitgesteld, zodat alle planten na de bloeiperiode voldoende reserves kunnen opbouwen om volgend jaar weer behoorlijk tot bloei te komen. We nemen in Stiens dan graag voor lief dat de terp er na de bloei gedurende enkele weken wat minder mooi bij staat, omdat we weten dat dit van belang is voor de verspreiding en de bloei van volgend jaar.

Koster Cees Buisman vertelde me dat we nog even moeten wachten, want binnenkort zal ook de Holwortel op de kerkterp in bloei komen te staan. Laten we hopen dat het beheer nog vele jaren door Cees zo zorgvuldig gedaan kan worden, want als hij zijn bijzondere werk in dezen voort kan zetten, zullen we in de komende jaren een nog verder uitgebreide krans van bijzonder planten rond de Sint-Vituskerk aantreffen. Zo is niet alleen de kerk, maar wordt ook de flora op het kerkhof en op de rondgang rond de dorpsterp een steeds waardevoller sieraad voor het dorp.

zondag 13 februari 2011

Lentebode in Cornjum

Zondag 13 maart 2011

We zijn in dit kalenderjaar nog maar halverwege de maand februari. Naar de seizoenen kijkend, is het nog winter. Toch dienen de eerste, vroege lenteboden zich al weer aan. Aan de voet van de voormalige Nederlands-Hervormde kerk van het Friese Cornjum (Fries: Koarnjum) bloeit al weer het 'Maarteblomke", ofwel 'de plant die in maart bloeit', hier het Sneeuwklokje (Latijnse naam: Galanthus nivalis). In het Fries doorgaans het "Liderke" genoemd.

Het Sneeuwklokje is een zogenoemde stinsenplant, een plant die in Fryslân van oorsprong groeit op het landgoed van Friese adel en in de grote tuinen van andere aanzienlijke bewoners van Fryslân, zoals bijvoorbeeld rijke boeren, notarissen en predikanten (pastorietuinen). In Fryslân kennen we nogal veel Friese volksnamen van het Sneeuwklokje, zoals onder andere:
- Snieklokje, eigenlijk niet meer dan een letterlijke Friese vertaling van 'Sneeuwklokje';
- (Neakene) Boutsje; vrij te vertalen als"(Naakte) Stengel';
- Neaken Earske, ofwel een 'Naakte Dribbel/Drentel;
- Foarjiersberntsje, ofwel het Voorjaarskindje;
- Wyt Wyfke, ofwel het "Witte Vrouwtje';
- Neaken Manstje/Neaken Wyfke, te vertalen als 'naakt mannetje/naakt vrouwtje'.

Deze kerk van Cornjum is in 1873 gebouwd naar het ontwerp en onder toezicht van architect Foppe Brouwer uit Cornjum. De kerk staat op een vrij lage terp op een ruim kerkhof met een dichte boomzoom. Ten zuiden, aan de voet van deze terp, ligt de laaggelegen ijsbaan van dit Friese dorp. Ten oosten van het koor van de kerk ligt het landgoed van Martenastate, een landgoed dat ook bekend staat vanwege haar mooie stinsenplanten.

In de kerktoren hangen twee luidklokken, die in 1948 de oorspronkelijke luidklokken vervingen, die in de Tweede Wereldoorlog verdwenen. De huidige luidklokken dragen de bijpassende Friese tekst: 'Mei it wrâldsbestel sa forrinne dat hja nou hingjen bliuwe kinne", ofwel de wens dat de situatie in de wereld zo mag voortschrijden dat in elk geval deze klokken hier in de toren mogen blijven hangen. Laten we hopen dat die wens werkelijkheid mag blijven.

Voor de sneeuwklokjes geldt dat in elk geval niet, want het is ijdele hoop om te verwachten deze mooie witte klokjes het jaar rond zullen blijven hangen. Over enige weken zullen deze witte Sneeuwklokjes zijn vergaan, maar we willen er graag op blijven vertrouwen dat we ze in het volgende voorjaar van 2012 - en ook nog vele jaren daarna weer mogen zien als de eerste 'Lentebodes van Cornjum'.

dinsdag 12 mei 2009

Martenastate: een State met een Stinzentuin

Dinsdag 12 mei 2009

Het landgoed Martenastate in Cornjum is een 4,5 hectare groot park rondom Martenastate (zie mijn weblogbericht van 11 mei 2009). Het is één van de rijkste Stinzentuinen van Fryslân. Sinds 2001 wordt het parkbeheer in opdracht van Stichting Martenastate uitgevoerd door It Fryske Gea

Een Stinzenplant is een plant die in bepaalde gebieden in Nederland alleen voorkomt op bijvoorbeeld oude landgoederen, boerenhoven, pastorietuinen en voormalige stadswallen. Het zijn in de regel planten met opvallende bloemen en voorjaarsbloeiers. Deze planten zijn in het verleden van elders aangevoerd en aangeplant om te verwilderen. Sommige soorten - zoals de Vingerhelmbloem - komen van nature wel in Nederland voor. Andere Stinzenplanten - zoals de Holwortel - komen van nature niet in Nederland voor, maar eenmaal aangeplant, verwilderen ze gemakkelijk in het Stinzenmilieu. De laatste categorie zijn de exotische Stinzenplanten, die oorspronkelijk uit Azië komen en die zich wel in het stinzenmilieu handhaven, maar zich daarbuiten niet verder verspreiden.

Het woord "Stinzenplant", komt van het Friese woord "Stins" (steenhuis), dat slaat op een versterkt en met stenen gebouwd huis. Dit waren de woningen van adellijke of anderszins aanzienlijke heren, die dikwijls landgoederen bezaten.

De eerste Stinzenplanten werden al vanaf de late Middeleeuwen gekweekt. Het aanplanten van Stinzenplanten kreeg een grote impuls aan het einde van de 18e eeuw door de opkomst van de Engelse landschapsstijl. Het ideaal van deze tuinarchitectuur was de natuur en men wilde haar verder perfectioneren. Daarom werden er planten uitgezet ter verwildering. Deze werden vaak uit Midden- en Zuid-Europa gehaald. Om de planten te laten aanslaan voegde, men veel kalkrijk puin toe.

Het park van Martenastate wordt omlijst en doorsneden door een aantal lanen met ten dele zeer oude bomen. Onder de oude lanen - zoals bijvoorbeeld die van de Kastanjelaan aan de zuidoostzijde van het park - vormt zich vroeg in het voorjaar een tapijt van duizenden bol- en knolgewassen. In totaal worden er op Martenastate twaalf verschillende soorten stinzenflora aangetroffen. Naast de hierboven genoemde zijn dat ook het Haarlems klokkenspel, de Bostulp, Daslook, Gele anemoon, Adderwortel en de Boerenkrokus.