Posts tonen met het label Mak. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Mak. Alle posts tonen

zondag 12 mei 2013

Lanterfanten over Route 4.7 van Mantgum naar Deinum

Zondag 12 mei 2013 
Over het Jabikspaad door de weilanden van Jorwert naar Leons



















In een zee van gras
Vandaag lopen Durkje en ik de voor ons laatste wandeling van de vierdelige wandelgidsenserie 'Friesland voor lanterfanters'. Het is de zevende route van het vierde deel, over een afstand van 13 kilometer, van Mantgum naar Deinum. Jan Wijbe & Gaby lopen vandaag ook met ons mee. Een gezellige wandelochtend door het stille midden van de Friese Greidhoek. Deze wandeling 4.7 kreeg als thema mee: 'De lichtheid van het bestaan in een zee van gras'. Waar vroeger het water van de Middelzee landinwaarts stroomde, lopen wij vanmorgen door een 'zee' van kruidig gras, gevuld met heel veel paardebloemen, boterbloemen en pinksterbloemen.

Mantgum
Met beide auto's rijden we van Stiens naar Deinum. Daar laten we de ene auto achter bij het treinstation, om dan met de andere auto door te rijden naar Mantgum, waar onze wandeling vanmorgen even na 9.00 uur begint bij het Mantgumer treinstation.
We lopen langs de kerk door het dorpscentrum van Mantgum, om buiten Mantgum het fietspad richting Weidum te nemen. Buiten Mantgum gaat het dan verder over een smal wandelpaadje naar een boerderij, waar we omheen lopen, om aan de achterzijde onze route te kunnen vervolgen. We lopen dan al vanaf Mantgum over het Jabikspaad.

Nijkleaster in Jorwert
Via een landweg en de Arsumerdyk lopen we naar Jorwert. De Sint-Radboudkerk van Jorwert zien we al van verre staan. In Jorwert lopen we onder andere langs het 'Skriuwershûske' van Geert Mak, de herberg 'Het wapen van Baarderadeel', de pastorie, de notariswoning en ook de deels uit de 12e eeuw stammende Sint-Radboudkerk, waarin wij als bestuur van Stifting Nijkleaster tot nader order Nijkleaster hebben gevestigd.
De geschiedenis van Jorwert voert terug naar de Middeleeuwen, naar de tijd dat Jorwert al als terpdorp lag aan de oude 'heirbaan' vanuit Franeker naar het zuiden.

Over het Jabikspaad van Jorwert naar Leons
Buiten Jorwert gaan we verder over het Jabikspaad, dwars door het open veld, door de met veel veldbloemen bontgekleurde weilanden van Jorwert naar Leons. De routepalen met richtingsborden en wulk-wijzers wijzen ons globaal de weg door deze prachtige 'bonte zee van gras' temidden van paarden, weidevogels en schapen met lammeren. Wie kennis wil maken met de pracht van Fryslân zou er goed aan doen het Jabikspaad te bewandelen, vooral ook dit unieke graspad hier in de 'Fryske greiden' van de Lionser Polder.
Als voorzitter van de Stichting Jabikspaad Fryslân kijk ik onderweg vooral ook naar onze faciliteiten hier in het veld en in de aanliggende dorpen. In het veld vind ik helaas een met bruut geweld afgebroken richtingwijzer, maar in Leons ligt het stempel van het Jabikspaad keurig op de daartoe bestemde stempelplaats. De route van het Jabikspaad is goed bewegwijzerd, dankzij de routebeheerders, die de route daartoe regelmatig inspecteren ten dienste van alle wandelaars en fietsers die het Jabikspaad volgen.

Langs de Bolswardertrekvaart van de Panwurksbrêge naar Hoptille
Tussen Leons en Húns slaan we vanaf de Panwurksbrêge rechtsaf, om over het fiets-wandelpad langs de Bolswardertrekvaart verder te lopen tot aan Hoptille, waar we ter hoogte van het Tolhuis (met een gevelsteen van 1652) deze vaart over kunnen steken. We hebben mooi zonnig wandelweer, maar als de zon even achter de wolken verdwijnt, is de stevige westenwind nogal fris, dus zomaar even onderweg op één van de zitbankjes gaan zitten langs de route is wat teveel van het goede. Je zou te snel afkoelen, dus we hebben doorgelopen, tot we hier bij Hoptille in de luwte van een aantal huizen even kunnen pauzeren voor een broodje en wat drinken.

Blessum
Na de Hilaerdermieden vervolgen we ons voetpad over het Ringiapaad door de weilanden richting Blessum. We passeren hier de mooie vogelkijkhut en zien hier en daar in de slingerende sloten langs het pad enkele meerkoeten broedend op hun nesten zitten. Bij de vogelkijkhut steken we de Hilaardervaart over, die deels nog de route van een oude slenk door de Hilaarder Mieden volgt. We lopen hier over de oostelijke rand van het vroegere eiland Westergo.
In het terpdorp Blessum ontmoeten we de hier wonende Thom Miedema, die als medebestuurder jarenlang met mij in het bestuur zat van de Federatie Christelijk Jeugdwerk Friesland (FCJF), waarvan ik toen bestuursvoorzitter was. Thom vertelt ons een en ander over de oude wandelpaden die vanuit Blessum onder andere liepen en lopen in de richting van bijvoorbeeld Hilaard en Deinum, waaronder ook het voormalige 'Mennistepaed'. In Blessum komen we ook langs de boerderij met het hoogste pannendak van Fryslân.

Deinum, mei de sipel op 'e toer
Over de slingerende Blessumerdyk wandelen we het laatste stuk naar het treinstation van Deinum, waar onze auto staat. Vanuit Deinum halen we de andere auto weer op uit Mantgum, en daarna rijden we met beide auto's weer terug naar huis in Stiens, waar onze thuiskok Pieter voor ons een heerlijke warme maaltijd heeft bereid.
's Avonds vinden we op Facebook onze wandelgegevens van vandaag, die Jan Wijbe voor deze gelegenheid met behulp van het programma Sports-tracker vanmorgen al wandelend heeft laten registeren. Hieronder ter illustratie een overzicht van de door Jan Wijbe aangeleverde gegevens:
  • Een wandelduur van 3 uren en 5 minuten en 23 seconden;
  • De feitelijke wandelafstand was 14,09 kilometer;
  • We liepen een kilometer gemiddeld in 13,09 minuten;
  • Op onze topsnelheid hadden we 6,9 kilometer per uur af kunnen leggen;
  • In werkelijkheid legden we gemiddelde 4,6 kilometer per uur af;
  • We verbruikten bij deze wandeling vanmorgen 744 kilocalorieën.




dinsdag 7 juni 2011

Fol túch de mist yn

Tiisdei 7 juny 2011

Foar myn jierdei krige ik ferline jier fan freonen út Stiens it boek ‘Fol túch de mist yn’, skreaun troch Hidde Boersma. It boek ferskynde yn ‘e moanne maaie fan 2010. It is in bondel mei ferhalen. De haadpersoanen yn dizze ferhalebondel hingje yn it generaal om yn de meast ferskriklike dekôrs dy’t it moderne libben te bieden hat òf hja folderje dêr wat: yn suburbs yn grutte stêden, yn Hoog Catharijne-achtige winkelsintra, yn Nederlân en yn it bûtenlân, bygelyks op de Reeperbahn. Soks smyt fansels bysûndere ynsichten op.

Boersma skriuwt oer in kuier op in stiller wurdend stripe strân bygelyks: ‘Pas dan fyn ik it werklik moai, as de natoer even frijware is fan oare minskebisten’. En as de haadpersoan yn it wetter in noch ticht blikje bier fynt: ‘It libben hat blykber eat te fieren en wy binne te gast. Sokke gastfrijens wolle we net licht mei omspringe’. En wat fyne jo fan dizze: ‘In foaroardiel is úteinlik neat as psychyske ballêst’.

Net allinnich de stêd stiet sintraal. Ek it plattelân is oanwêzich yn dit boek. Wiuwert en omkriten bygelyks - wêr’t skriuwer Hidde Boersma opgroeide - en de winterske sfear op it iis binne foar Friezen tige werkenbere eleminten yn dit boek. Wa’t dizze bondel lêst, sjocht hoe’t it deistich libben derút sjocht fan in stikmannich artistikerige jonge minsken, dy’t mei opsetsin in soad oan it tafal oerlitte. De filosofy fan ‘libje folút en nim dyn gemak’ komt op yntrigearjende wize yn dizze ferhalen fan Boersma boppe.

Boersma skriuwt dêroer: ‘We hoegden mar geduldich te wezen en út te sjen nei de ljochtpuntsjes fan goed útpakkend tafal yn ‘e tsjustere brij fan ‘e takomst. Mei dy hâlding kinne jo gerêst fol túch de mist yn’.

It boek befettet 36 ferhalen mei nijsgjirrige titel, lykas:
- Losse kninen;
- Fakulteit fan ‘e folderology;
- Oftingje by de Egyptner;
- Suver shaky
: ‘Ik haw krekt wat tefolle jûntsjes oan ‘e drank west, of ien te min. Wa wit komt dat jûn goed’;
- Skûlje yn ‘e moardkûle: ‘… mar ik fiel my dapper en kriichshaftich. Neat wol ik hjir misse, al fine se my nea werom! Al fine se my dea werom!’

Boersma brûkt yn syn ferhalen in grut tal bynammen, lykas:
- Geert Nuet (Mak);
- Sturt ’n Bealch;
- Fjoer fan Siden;
- Om ‘e Donder Net;
- Eamelkont.

Op ’e omslach fan it boek sjogge jo in skilderij, makke troch Klaas Lageweg fan Ljouwert. It is in skilderwurk út Lagerweg syn searje ‘Stadsgezichten’. Op it skilderij op it omkaft sjogge jo de bekinde Ljouwerter Jan Elmendorp, op syn bankje by it spoar by de Skrâns.

maandag 10 januari 2011

In Europa Scheurkalender 2009

Maandag 10 januari 2011

In het jaar 1999 trok Geert Mak een jaar door Europa. Dat werd een reis door de ruimte van het Europees continent en tegelijk een reis door de tijd van de twintigste eeuw. Mak begon in het Londen en Parijs van 1900 en eindigde in het Moskou en Sarajevo van 1999. Een hele eeuw Europa passeerde zo de revue. Elke dag bracht hij daarvan in een korte momentopname een reisverslag uit, dat werd gepubliceerd als minicolumn op de voorpagina van NRC Handelsblad. Het materiaal dat hij tijdens die tocht verzamelde, vormde gaandeweg de basis voor zijn boek “In Europa”, dat werd gepubliceerd in het jaar 2004.

Over deze reis heeft de VPRO een 35-delige televisieserie gemaakt, die werd uitgezonden in de jaren 2007 tot en met 2009. Ter gelegenheid van deze verfilming van In Europa werden de ongeveer 300 reisimpressies van Geert Mak gebundeld in de “In Europa Scheurkalender 2008”, met als ondertitel “Reizen door de twintigste eeuw”. Ongeveer 30 nieuwe columns schreef Geert Mak extra om deze kalender gevuld te krijgen.

Op verzoek is van deze jaarkalender ook een editie voor het jaar 2009 gemaakt, zodat de historische reis van Geert Mak ook in 2009 dagelijks kon worden gevolgd voor wie deze “In Europa Scheurkalender 2009” in bezit had. De 2009-heruitgave van deze scheurkalender is inhoudelijk gelijk aan die van het voorgaande jaar, maar kent wel een aangepast kalendarium voor 2009.

Geert Mak noemde zijn Europa-reis “een soort inspectietocht”, op zoek naar de laatste sporen en ooggetuigen van de 20e eeuw. Geert Mak ontmoet onderweg bijvoorbeeld:
- Marinus van der Goes van Naters, ex-fractievoorzitter van de PvdA ten tijde van Drees;
- Jacques Thorpe, die zijn vrije tijd besteedt aan de Eerste Wereldoorlog rondom zijn dorp Erquinghem-Lys in België;
- Claes Andersson, schrijver en voorheen Minister van Cultuur in Finland;
- Truusje Roegholt, die schreef over haar jeugd in nazi-Duitsland;
- Milton Wolff, als oud-Spanjestrijder de laatste commandant van het Abraham Lincolnbataljon van de Amerikanen;
- Lucienne Gaillard, presidente van de Franse Bond voor oud-verzetsstrijders in de Tweede Wereldoorlog;
- Anna Smirnova, in de Tweede Wereldoorlog toneelstudente in Leningrad, die in 1942 zo’n honger had dat ze zich niet meer kon bewegen;
- Karel Citroen, de Nederlandse juwelier die D-day meemaakte;
- Max Kohnstamm, die door koningin Wilhelmina werd uitgekozen als privésecretaris;
- Vitor Alves, één van aanvoerders van de Portugese staatsgreep in 1974, daarna vice-premier van het “nieuwe Portugal”;
- Kazimierz Rozkwitalski, die Geert Mak rondleidt over de oude Poolse Leninwerf, waar de toen nog onbekende electriciën Lech Walesa zijn eerste toespraken hield;
- Nikolaj Dmytroek, de onderdirecteur van het Oekraïense ministerie voor Rampen, die Geert Mak rondleidt bij “de sarcofaag” van Tsjernobyl.

zondag 7 juni 2009

Lanterfanten over Route 3.8 van Easterlittens naar Wergea

Zondag 7 juni 2009

Deze zondag begint al vroeg als een zonnige dag, met later toenemende bewolking. Durkje en ik rijden met de ene auto naar Wergea en dan met de andere auto naar Easterlittens. We bewandelen vandaag route 3.8 van de wandelgids "Friesland voor lanterfanters". De 22 kilometer lange route van Easterlittens naar Wergea heeft als thema: "Op het snijvlak van stad, dorp en platteland".

Onder de nog ver in het veld klinkende afkondigingen van de Easterlittense kaatswedstrijden lopen we over het bijkans overwoekerde fietspad langs de Bolswardertrekvaart vanaf het Krúswetter (Franekervaart) van Easterlittens naar Baard. Vanuit Baard gaan we eerst verder langs de Bolswardertrekvaart in de richting van Húns om vervolgens af te buigen naar Leons.

Bij Leons gaan we het veld in, in de richting van Jorwert. Hier volgen we een oud kerkenpad door de landerijen, over een aantal dammen en hekken, eerst over een veldweg en later over nauwelijk nog zichtbare eenvoetsbrede paadjes door uitgestrekte weilanden, tussen de koeien door en vlak langs een broedende zwaan die tegen een dam op zijn nest zit. We volgen vanaf het Easterlittense Krúswetter tot aan Jorwerd gelijktijdig ook "Etappe 5 West" van het mooie Jabikspaad, het begin van de Friese pelgrimsroute van Sint Jacobiparochie naar Santiago de Compostela. Deze étappe wandelden wij ook al eens op 27 augustus 2006.

In Jorwert lopen we een rondje om de oude dorpskerk, passeren het "Skriuwershûske" van Geert Mak en verlaten dan Jorwert weer in de richting van Hilaard. Vlak buiten Jorwert buigen we bij Fûns echter al af om met verleende toestemming over het erf en een eigen weg van een boer uit Fûns door het veld naar de spoorwegovergang bij Bears te lopen. In Bears drinken we een kop koffie bij Auke de Jong, de eigenaar van Kinderboerderij Jongia State. Voorbij de Mariakerk en het silhouet van Unia State verlaten we Bears om naar Jellum te gaan.

In Jellum bellen we Jochum Rijpma, de biologische boer van de ecologische boerderij "De Swetteblom", met de vraag of hij ons bij zijn boerderijcamping met een bootje over de Zwette wil zetten. Dat wil hij wel, dus over het meer dan een kilometer lange sintelpad lopen we van Jellum tussen de velden door naar zijn boerderij aan de oever van de Zwette. Rijpma leidt ons eerst even rond over zijn boerderijcamping en boomt ons daarna met zijn roeiboot naar de overzijde van de Zwette.

Eerst over het Swettepaad en daarna over de Kempenaarsreed wandelen we naar de spoorwegovergang bij Barrahûs, om dan tussen de spoorweg en de uitvalsweg van Leeuwarden naar Heerenveen naar Goutum te lopen. Vanuit Goutum lopen we door de Leeuwarder nieuwbouwwijk Techum en door de landerijen naar De Hem, waar we onder de Wâldwei door gaan naar Swichum. Vanuit Swichum wandelen we langs de Ringsleat naar ons eindpunt in Wergea.

zaterdag 7 februari 2009

De Goede Steden van Kevin Lynch en Geert Mak

Zaterdag 7 februari 2009

De Amerikaanse stedenbouwkundige Kevin Lynch gaf in 1981 zijn boek "Good City Form" uit. Daarin onderscheidt Lynch drie waardesystemen over het begrip "Goede Stad". Zijn eerste denkcomplex noemt hij het "Kosmische": de stad als plaats waar de mens een veilige en permanente plaats krijgt in het universum, zichtbaar in bijvoorbeeld de wijze waarop steden rondom het religieuze centrum met een kathedraal zijn gebouwd, bijvoorbeeld het Franse Reims, waar Durkje en ik afgelopen zomer op onze pelgrimstocht waren (zie daartoe mijn weblogbericht van 20 juli 2008). Zijn tweede waardesysteem is die van de stad als "Praktische", functionele plaats om te wonen en te werken, met als schoolvoorbeeld het Franse Charleville-Mezière, de stad waar Durkje en ik afgelopen zomer op "Quatorze Juillet" waren; een stad met boulevards, grote pleinen en veel - op machtscentra gerichte - doorzichten, hetgeen ons vanuit het immense reuzenrad toen al direct opviel. Het derde en jongste denkcomplex dat Lynch over de Goede Stad onderscheidt, is die van het "Organische", die vanuit het individualistische op zoek is naar nieuwe vormen van collectiviteit, ingedeeld in bijvoorbeeld stadscentrum, stadsdelen, wijken, buurten en straten, zoals we die in veel moderne Nederlandse steden aantreffen.

Op dit boek van Kevin Lynch baseerde Geert Mak de titel van zijn in 2007 uitgegeven bundel "De Goede Stad", die ik in de afgelopen tijd - evenals enkele andere publicaties van Mak - met aandachtig genoegen heb gelezen. Daarin staat ook zijn inaugurele rede, die Mak op 19 januari 2001 uitsprak bij de aanvaarding van het ambt van bijzonder hoogleraar voor "Grootstedelijke Vraagstukken en Amsterdam in het bijzonder", op de Wibautleerstoel aan de Universiteit van Amsterdam. Behalve deze bijdrage staan er ook andere, opnieuw geredigeerde, geactualiseerde en soms ook uitgebreide lezingen, redes, voordrachten èn een reisreportage in. De laatste - de 14e - bijdrage is zijn afscheidscollege van dezelfde universiteit, bijna drie jaar na zijn inaugurele rede.

Geert Mak is in zijn boeken in staat om zo treffend mensen van voorheen en hun denkbeelden en materie in tijd en ruimte te zetten, om zo oude tijden in je leesproces te laten herleven en je van dat historische gezichtspunt weer mee terug te nemen naar vandaag, om je dan weer terug te plaatsen tussen de mensen van nu, met hun denkbeelden en hun materie in onze huidige tijd en ruimte.

Zo laat Mak je in dit boek nader kennis maken met de Amsterdamse architecten Jacob van Campen en Hendrik Petrus Berlage, met Koning Willem I, met de Amsterdamse monumentenbeschermer Geurt Brinkgreve, met de Friese schrijver Ype Poortinga, met de exotische danseres Margaretha Geertruida Zelle (Mata Hari), met een door een Amerikaanse journalist beschreven Emma Woods, met de directeur van de Amsterdamse Gemeentelijke Woningdienst Arie Keppler, met de Turkse auteur Orhan Pamuk, met de hooggeleerde Casparus Barlaeus, met de stadssociologe Jane Jacobs, met de Amerikaanse journalist Walter Lippmann, met de in 1740 rijkste inwoonster van Amsterdam weduwe A. Pels èn met de smarten van de rijke koopman, burgemeester en topdiplomaat Coenraad van Beuningen.

In zijn afscheidscollege vergelijkt Geert Mak de in 2003 door de Zweedse columniste Göran Rosenberg beschreven pijnlijke en gecompliceerde overgangssituatie, waarin wij momenteel leven. Mak noemt een aantal van Rosenbergs turbulenties, die ook in Nederland in combinatie met elkaar een politieke en morele storm kunnen veroorzaken, zoals: De diepgaande politieke en religieuze overgang die wij momenteel doormaken, De verstedelijking (metroplexen) in Nederland, De vergrijzing die onze kathedraal aan voorzieningen in duigen slaat èn De immigrant die onterecht als zondebok voor alle zorgen en frustaties wordt getypeerd.

Mak: "Een van de historische wetmatigheden waaraan wij ..... weer zullen moeten wennen ..... is dat dingen ook weer slechter kunnen gaan, minder worden, dat verworvenheden verdwijnen, en dat zo'n verlies niet tijdelijk is, maar permanent. Een deel van onze burgercrisis bestaat uit rouw". Hoe waar zijn deze woorden toch zes jaar later, waarin we vandaag de dag te maken hebben met een wereldwijde kredietcrisis, met de vooraankondiging dat we ook na onze 65e verjaardag zullen moeten werken, in een tijd waarin wij bijna allemaal wel iemand kennen die door de laagconjuncturele situatie ontslag kreeg of krijgt.

En hoe bijzonder is het dat Mak in zijn inleiding bij een brainstormbijeenkomst op het Ministerie van Binnenlandse Zaken op 29 maart 2004 de - toen nog - senator zijnde Barack Obama uit 2002 citeerde: "Waar ik me tegen verzet, is een domme oorlog. Waar ik me tegen verzet, is een haastige oorlog, Waar ik me tegen verzet ...... zonder acht te slaan op de kosten in verloren levens en al het leed dat hieruit voort zal komen."

Mak voegt daar in 2004 aan toe: "De Nederlandse regering hield zich blind en doof".
Zeven jaar na Obama en vijf jaar na Mak kondigt Minister-president Balkenende afgelopen week aan dat er de komende maanden tòch een onderzoek - weliswaar geen Parlementaire Enquête, maar wel van een Staatscommissie - komt naar de manier waarop Nederland qua politieke besluitvorming haar bondgenootschap met de Verenigde Staten vorm en inhoud gaf in de gezamenlijke oorlog in Irak.

Door dit boek van Mak te lezen, word ik wederom gesterkt in mijn visie dat het alleszins aanbeveling verdient om weer eens wat vaker ook vergeeld nieuws, gedateerde interviews, vergeten historie en "verouderde" maatschappijkritische lezingen te lezen. Die historische teksten helpen je om de wereld van vandaag weer eens iets anders te beschouwen dan vanuit de waan van de dag.