zaterdag 27 augustus 2011

Pelgrimeren van Saint Jean de Cole naar Condat-sur-Trincou

Van Sint-Jacobiparochie naar Santiago de Compostela

Sentier vers Saint-Jacques-de-Compostelle; via Vézelay
Van Saint Jean de Cole naar Condat-sur-Trincou
Woensdag 27 juli 2011 – 19,5 km.
Dag 93: 1962 – 1981,5 km.

Om 7.50 uur verlaten Durkje en ik vanmorgen de camping om de auto naar Condat-sur-Trincou te rijden. Dan fietsen we vanuit dit dorpje naar Saint Jean de Cole om daar de fietsen achter te laten. De temperatuur is ongeveer 15 graden Celsius. Het is een beetje mistig, maar de zon probeert al tussen de dunne bewolking door te dringen. Het blijft vandaag droog en de temperatuur loopt op naar zo’n 22 graden Celsius tijdens de regelmatige zonnige perioden. Op de momenten dat de zon volop doorbreekt, is het ook behoorlijk warm om in de volle zon te lopen. Vanaf de D98 beginnen we direct met een flinke klim over asfalt naar het gehucht Le Mazelier.

Op asfalt en daarna over een bospad wandelen we naar de lager gelegen D98, die we oversteken. Dan volgt anderhalve kilometer stenige bosweg door het bos van Saint Jean. Als we het bos achter ons laten, arriveren we in La Baine.
Vanuit La Baine lopen we over een smalle en doodlopende asfaltweg naar Les Cosses. Dit gehucht bestaat uit slechts twee tegenover elkaar liggende huizen met een grote binnenplaats ertussen. Op die binnenplaats loopt een Duitse herder aan een ketting, die erg zijn best doet om blaffend en trekkend aan de ketting duidelijk te maken dat we niet welkom zijn op de binnenplaats. Onze wandelroute voert echter toch over de binnenplaats tussen deze huizen door, dus we gaan rechtdoor, tussen de beide woningen door. De hond kalmeert als we hem passeren.

Aan de andere zijde van de binnenplaats moeten we over prikkeldraad om de wandelroute door het daar achter liggende bosperceel te vervolgen. We lopen nu door een bos in de richting van de ingang van de grotten van Villars. We realiseren ons dat onder onze voeten een netwerk van meer dan 13 kilometer onderaardse gangen loopt. Het is het grootste ondergrondse gangenstelsel van de Perigord. Spoedig komen we bij de ingang van de grotten van Villars. We maken van de gelegenheid gebruik om hier bij de horecagelegenheid buiten op het terras een kop koffie te drinken. Tijdens het koffiedrinken komt een groep kleine kinderen onder begeleiding uit de grot. In een lange rij van twee aan twee stellen ze zich keurig gedisciplineerd op en ze wachten op het sein om in de speeltuin verderop te mogen spelen. Even later komt een groep wat oudere kinderen uit de grot en ook zij mogen in de speeltuin spelen. Na de aangename koffiepauze lopen we naar het naburig gelegen gehucht Le Cluzeau.

Voorbij Le Cluzeau steken we de D82 over en dan klimmen we via een smal en door planten zwaar overwoekerd veldpad naar het gehucht La Barde. Daarna doorkruisen we het gehucht Lavergne. Vlak voorbij Lavergne passeren we een veld met uitgebloeide zonnebloemen. Slechts enkele zonnebloemen staan nog volop in bloei.
Hierna volgt een hooggelegen pad tegen de helling van een heuvelrug. Ver beneden ons zien we de D82, die parallel aan dit hellingpad in het dal loopt. Van hieruit hebben we een prachtig uitzicht over de beide heuvelruggen en over het daar tussenin liggende dal.
Na 1200 meter hellingpad komen we in het gehucht Les Sablières, dat we ook al snel weer achter ons laten.
We dalen over de asfaltweg en gaan dan langs de D82 naar Villars.
We wandelen langs de hoofdverkeersweg door Villars en komen langs de dorpskerk. Boven de ingang van deze kerk zien we een Jacobsschelp in de kerkgevel.

We nemen een etenspauze op een bankje in de schaduw op het Place de la Mairie. Enkele meters van ons af staat de rijdende slager met zijn verkoopwagen. Enkele klanten komen wandelend of met een auto naar de slagerswagen om daar vlees(waren) te kopen. Een oudere man met een witte Lelijk Eend (2CV) met groene spatborden is één van de klanten van de slager. Een klein hondje staat op de rugleuning van de bestuurdersstoel in de Lelijk Eend zolang de oude man bij de slagerswagen staat. Na onze rustpauze verlaten we via de D92 Villars. Vanaf deze weg krijgen we een schitterend uitzicht op het kasteel van Puyguilhem vlak buiten Villars.

Vanaf de D92 volgen we een sterk klimmend stenig pad naar het gehucht Lafarge. Links en rechts staan hier slechts enkele huizen. Aan het verkoopbord te zien, staat hier een kavel al jaren te koop. Een woning in aanbouw is nooit afgebouwd. Enkele kinderen lopen spelend door het straatje tussen de woningen. En voor de rest is het in, tussen èn rondom de enkele huizen een grote bende. Twee keffende honden zetten fanatiek blaffend de gesimuleerde aanval in op Durkje als we tussen de woningen door lopen, maar echt serieus wordt die aanval niet.
Voorbij deze rommelige woonsetting dalen we via een asfaltweg naar het volgende gehucht: Bosschaud. Tussen Lafarge en Bosschaud passeren we eerst nog een lager gelegen ruïne. Dit zijn de behoorlijk beschadigde resten van de oude Cisterciënzer Abdij van Bosschaud. Deze abdij is gesticht in 1163 en heeft zwaar geleden onder de opeenvolgende godsdienstoorlogen. Het is een respectabel abdijcomplex geweest, maar nu resteren nog slechts enkele contouren.

Vrij snel na de abdijruïne arriveren we in Bosschaud. De zon schijnt al volop en het wordt behoorlijk warm om in de zon te wandelen.
Voorbij Bosschaud volgt eerst een veldpad en dan een klim via een prachtig hol bospad.
Het bospad gaat over in een bredere boslaan door het Bos van Coulonges. Aan de korte zijde van een open bosvlakte staan twee oldtimers te vergaan als gevolg van de al jaren durende aantasting door weer en wind.
In de open vlakte in het bos is ook een kleine wijngaard. Zo zien we ze hier regelmatig in dit gebied.

Als we het bos door zijn gewandeld, komen we in het gehucht La Faye.
Voorbij La Faye nemen we de D82 in de richting van Champagnac-de-Belair. Vanuit de wegberm krijgen we een schitterend uitzicht over een rijk bloeiend zonnebloemenveld en over het weidse dal dat daar achter ligt.
Daarna arriveren we in Champagnac-de-Belair.
Dit is een dorp in een lintbebouwing, met aan de andere zijde van het dorpscentrum een moderne nieuwbouwwijk. We nemen onze tweede etenspauze vandaag op een bankje in de schaduw aan de voet van de dorpskerk, op de veranda van de Mairie. De gemeenteambtenaren arriveren na de middagpauze weer in de Mairie en even later komen ook de eerste burgers, om in dit plaatselijke gemeentehuis te worden bediend. Voorbij de nieuwbouwwijk nemen we een veldweg de heuvel op. We passeren weer een bloeiend zonnebloemenveld. Vlak onder de heuveltop hebben we een mooi uitzicht over het dorp achter ons. We zien dan ook een donkere wolk in onze richting komen. De regen blijven we echter vóór.

Aan de andere zijde van de heuveltop zien we onze bestemming voor vandaag vóór ons liggen: Condat-sur-Trincou. Vooraan ligt de begraafplaats en hoger gelegen steekt de eeuwenoude dorpskerk boven de woningen en boven de bomen uit.
Condat–sur-Trincou ligt op een rotswand boven het dal van de Trincou. De dorpskerk, waarschijnlijk 12e eeuws, is gewijd aan Saint Etienne, de eerste christelijke martelaar. Als we de toegang tot het kerkterrein naderen, passeren we een tuin waarin enkele eenden rondscharrelen. Eén van de eenden zit bovenop een gemetselde pilaar, waaraan het hekwerk is bevestigd. De eend kijkt vanaf een hoogte van ruim twee meter op ons neer als wij vlakbij deze eend de pilaar en het hekwerk passeren nabij het kerkterrein.
De Mairie is tegen de kerk aan gebouwd. De kerktoren is even breed als het daar achter liggende schip van de kerk. Vanaf het kerkterrein dalen we over de dorpsstraat.

Beneden aangekomen arriveren we bij onze auto, die we hier vanmorgen achterlieten. Het is nu bijna 14.30 uur. In een kleine vijf uren hebben we de 19,5 kilometer vandaag afgelegd. Tenslotte halen we met de auto de fietsen uit Saint Jean de Cole, alvorens we weer naar de camping in Saint Saud terugkeren.

Pelgrimeren van Saint Saud-Lacoussière naar Saint Jean de Cole

Van Sint-Jacobiparochie naar Santiago de Compostela

Sentier vers Saint-Jacques-de-Compostelle; via Vézelay
Van Saint Saud-Lacoussière naar Saint Jean de Cole
Dinsdag 26 juli 2011 – 25,5 km.
Dag 92: 1936,5 – 1962 km.

In de mist brengen Durkje en ik vanmorgen vanaf de camping eerst de auto naar Saint Jean de Cole. Dan fietsen we in bijna anderhalf uur dezelfde weg terug van Saint Jean de Cole naar Saint Saud-Lacoussière. Het waait bijna niet, de temperatuur is 15 graden Celsius en het is - in tegenstelling tot gisteren - droog. Nadat we de fietsen hebben gestald bij het marktplein drinken we zo rond 10.15 uur iets verderop nog een kop koffie op het terras. Daarna wandelen we om 10.45 uur het dorp uit.

We nemen een heel mooi smal bospad tussen velden en bospercelen door. We komen uit bij de brug over de Dronne, die we hier over steken.Aan de overzijde van de brug gaan we naar beneden om een eindje langs de rivier te lopen. Verderop gaat het sterk stijgend het bos in, over een schitterend hol bospad.Het pad voert ons naar Le Grand-Peytour.Aan de overzijde van de D82 passeren we Boeuf-Mort, een boerenhoeve.Via een laan, een zigzaggende bosweg en een asfaltweg komen we in La Valade.

In La Valade zijn drie mannen bezig om de doorgaande asfaltweg te egaliseren met witte steengruis. Met een zware wals rijden ze over de steentjes om die stenen fijner te vergruizen en ze tegelijk plat te walsen, om zo de oneffenheden in de weg te egaliseren. Buiten het gehucht La Valade gaan we over een sterk stijgende weg omhoog en na een afdaling steken we het beekje de Queue d’Ane over. We passeren de gehuchten La Beaudrigie en Puy Pelat. We vervolgen ons pad over een brede stenige weg door het bos. Op een gegeven moment passeren we een vijver met Waterlelies. Langs de oever staat een houten huisje met een veranda. Op de rand van de veranda zittend, eten en drinken we wat.

Na deze eerste rustpauze daalt de bosweg naar – nogmaals - de Queue d’Ane, die we via een stenen brug over steken. Aan de overzijde volgt een flinke klim over asfalt naar Vieille Abbaye, een gehucht dat vroeger is gebouwd nabij de resten van een oude abdij. Een oudere Britse heer in een auto stopt naast ons om even een praatje te maken. Hij vertelt dat hij hier in de buurt verblijft in zijn caravan op het terrein van vrienden, die hier in de buurt een stuk land met een vijver in eigendom hebben. Hij vertelt dat hij vroeger ook al eens in Santiago de Compostela was en dat het een aanrader is om deze stad te gaan bezoeken. Wij vervolgen onze route in die richting en komen door het gehucht Peyrouse, dat deels is gebouwd van het sloopmateriaal dat resteerde van de afgebroken abdij van Vieille Abbaye.

Daarna volgen verschillende soorten wegen tussen velden door en door het bos. Na anderhalve kilometer asfalt steken we inmiddels voor de derde maal de Queue d’Ane over. Daarna volgt over wederom asfalt een hele lange steile klim tot aan een monument dat hier is geplaatst ter nagedachtenis aan tien inwoners van Les Merles, die hier in 1944 door de Duitse bezetters zijn gefusilleerd. Als we verder wandelen, zien we van boven Les Merles een brede donkere bewolking in onze richting komen. De zwaluwen rond een versterkte boerenhoeve vliegen hier laag. Daarmee wordt ons duidelijk dat het niet lang meer zal duren totdat het begint te regenen.

Toen de mist vanmorgen was opgetrokken, liep de temperatuur snel op. Het was tamelijk warm en benauwd. Geen zuchtje wind ter verkoeling. Als we Les Merles binnenwandelen, begint het voor het eerst vandaag te regenen. Het is maar een zomerbui van korte tijdsduur, maar het regent wel zo hard dat we even onder een afdak van een woning schuilen. Als de regen afneemt en nagenoeg is gestopt, gaan we verder. Maar nog voordat we Les Merles uit kunnen wandelen, begint het wéér zacht te regenen. We wandelen nu verder, onderwijl schuilend onder de paraplu. Ook verderop in het bos hebben we de paraplu nog wel nodig. We gaan verder naar Les Landes de Pauthiers. De regen is al weer gestopt. Dan volgt een twee kilometer lang bospad door het Bos van Vitrac, in de richting van Les Moulières. We slaan linksaf over een brede bosweg naar Les Moulières. Als we aankomen in Les Moulières, ontdekken we dat er ook een smal bospaadje parallel aan de brede bosweg naar dit dorp loopt, wat eigenlijk de GR-route is. Dit bospaadje zien we liggen achter het kasteel van Les Moulières.

Via een mooi bospad gaan we naar een oude spoorlijn, die we naar rechts evenwijdig volgen over een veldpad. Verderop moeten we door een spoortunnelje onder dit spoor door.Aan de andere zijde steken we de D707 over en daar pauzeren we op een picknickbank langs de weg. Daarna wandelen we al spoedig het dorpje Croze binnen. Dit is een mooi klein dorpje. We worden om het dorpje heen geleid en komen daar aan de voet van de hooggelegen woningen langs de oude bron van Croze.Vanuit Croze gaat het door de velden en langs de bosrand door naar Les Grandes Terres. In een grote open ruimte in dit uitgestrekte bos passeren we de kruising van La Baine. Wij gaan rechtdoor door het Bos van Saint Jean. In een andere open ruimte in dit grote bosgebied passeren we een kleine wijngaard.

Dan komen we bij de D98, die we volgen totdat we vooraan bij de toegangsbrug van Saint Jean de Cole arriveren. Het is nu zes uren later en 25,5 kilometer verder. Een behoorlijke afstand en een mooie route door voornamelijk agrarisch gebied.We gaan dit pittoreske, karakteristieke Perigordorpje in. Daar zien we de oude brug en het 15e eeuwse kasteel. Naast het kasteel bezoeken we de 11e eeuwse kerk van Saint Jean de Cole. In deze oude dorpskerk hangt aan de muur een collage over Sint Jacob, die is gemaakt en gepresenteerd ter gelegenheid van het feit dat het gisteren (25 juli) Sint-Jacobsdag was.

Pelgrimeren van Puy Doumaud naar Saint Saud-Lacoussière

Van Sint-Jacobiparochie naar Santiago de Compostela

Sentier vers Saint-Jacques-de-Compostelle; via Vézelay
Van Puy Doumaud naar Saint Saud-Lacoussière
Maandag 25 juli 2011 – 18,5 km.
Dag 91: 1918 – 1936,5 km.

Om 8.00 uur verlaten Durkje en ik op deze Sint-Jacobsdag (elk jaar op 25 juli) de camping om de auto eerst naar Saint Saud-Lacoussière te brengen. Op het marktplein laten we de auto achter, om vervolgens naar Puy Doumaud te fietsen, waar we gisteren onze wandeltocht beëindigden. De temperatuur is aangenaam en die loopt gedurende deze dag op tot 17 graden Celsius. Het weer valt vandaag tegen. Het motregent de hele dag onophoudelijk, dus gedurende de hele fietstocht en de hele wandeltocht moeten we vandaag onze regenkleding dragen. Onze fietsen laten we achter in Puy Doumaud en we verlaten dit gehucht via een onverharde weg langs weilanden en door een bosperceel.

Na een asfaltweg gaan we verder over een bospad. In het dal voorbij het bos steken we het riviertje de Bandiat over. We gaan verder door het bos en komen dan via een asfaltweg in het gehucht Le Theillaud. We gaan het bos weer in en dalen af naar het dal van de Bandiat. We steken de Bandiat over via een houten loopbrug. Het bospad aan de overzijde stijgt en komt uit in Pensol. Voorbij de kerk van Pensol pauzeren we bij een te koop staand café-restaurant. Het is al gesloten, dus een kop koffie zit er voor ons vandaag onderweg helaas niet in. We eten en drinken wat, zittend in de vensterbank van het café-restaurant. Tegenover ons is een medewerker van de Commune de Pensol in het dorpsparkje bezig om de bloemperken onkruidvrij te maken en het geheel weer fleurig op te maken. Na deze pauze verlaten we Pensol.

Als je via de D15 Pensol uit wandelt, loop je enkele meters verder het gehucht Les Petites Landes in. We verlaten Les Petites Landes via een veldpad. Daarna volgt een bospad, een asfaltweg en een brede stenige weg door het Forêt de l’Épinassie. Vlak vóór de eerste huizen van Le Fermiger gaan we rechtsaf, dalend via een bospad. Verderop lopen we over een dam van een bosvijver en dan dalen we via het bospad verder af naar de beek Gamoret. Via een houten loopbruggetje steken we de Gamoret over. Hiermee verlaten we het Franse departement Haute-Vienne en treden we het eveneens Franse departement Dordogne binnen. Dan volgt een steil veldpad, dat uitkomt op een asfaltweg. Voorbij een splitsing en alweer een vijver (étang) wandelen we het gehucht La Mazaurie binnen. Hier staat bij een verlaten, bouwvallig huis een wegwijzer voor pelgrims, waarop staat dat het vanaf hier nog 8 kilometer is naar ons eindpunt van vandaag (Saint Saud-Lacoussière) en dat dáár alle nodige voorzieningen voor pelgrims aanwezig zijn.

We verlaten La Mazaurie via een asfaltweg. Daarna volgt een veldpad en in het verlengde daarvan een smalle asfaltweg tussen de velden door naar La Chapelle-Verlaine. Hier vinden we op de plaats waar we de doorgaande weg over moeten steken een bankje onder een afdak, waar we aangenaam buiten het bereik van de voortdurend aanhoudende motregen kunnen pauzeren, teneinde wat te eten en te drinken. We steken daarna de D85 over en na een stukje asfaltweg volgt een bospad, dat ons naar de grote vijver van Pimpidour voert. De regencape en de regenbroek kunnen hier even uit, maar dat is helaas maar van korte duur.

Aan beide zijden van de asfaltweg die Pimpidour uit gaat, zien we flinke percelen weiland waarin duizenden witte, gekortwiekte eenden scharrelen. Hier in deze streek zijn we al vaker eendenboerderijen gepasseerd. De eenden hebben een vrije uitloop vanuit de lange loodsen naar buiten. Gezien het groot aantal eenden dat hier rondloopt, maken ze ook dankbaar gebruik van die mogelijkheid tot vrije scharrel-uitloop. Verderop volgen een mooi gevarieerd bospad en veldpad. Daarna gaan we verder over een asfaltweg, die langs de toegangsweg van onze camping voert. Voor de grote recreatievijver Le Grand Étang gaan we over mooie veldpaden tussen de velden door. Over een asfaltweg lopen we door het gehucht Le Pic.

Voorbij Le Pic wandelen we langs de D79 onze bestemming voor vandaag binnen: Saint Saud-Lacoussière. Vóór het jaar 1600 heette dit dorp nog Lacoussière-sur-Dronne. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was dit dorp een centrum van verzet. We hebben vandaag tussen 9.40 uur en 14.20 uur een afstand afgelegd van 18,5 kilometer. We kunnen met recht zeggen dat we vandaag maar één regenbui hebben gehad, want het motregende voortdurend vanaf het moment dat we vanmorgen opstonden tot ook nog laat in de avond.

Pelgrimeren van Oradour-sur-Vayres naar Puy Doumaud

Van Sint-Jacobiparochie naar Santiago de Compostela

Sentier vers Saint-Jacques-de-Compostelle; via Vézelay
Van Oradour-sur-Vayres naar Puy Doumaud
Zondag 24 juli 2011 – 23 km.
Dag 90: 1895 – 1918 km.

Na een jaar wachten is het eindelijk weer zover dat we verder kunnen gaan op ons pelgrimspad van Sint-Jacobiparochie naar Santiago de Compostela. Na een lange en een korte dagrit zijn Durkje en ik gisteren gearriveerd op een camping in het gehucht La Bucherie, vlak boven het dorp Saint Saud-Lacoussière. Vanmorgen gaat de wekker om 6.30 uur. Dat betekent opstaan en ons klaarmaken voor de eerste dagmars van deze zomervakantie. Even na 8.00 uur vertrekken we vanaf de camping. Het is dan nog maar 10 graden Celsius. We brengen eerst de auto naar ons eindpunt van vandaag: Puy Doumaud. Daarvandaan fietsen we naar de plaats waar de vorig jaar onze pelgrimage tijdelijk beëindigen: Oradour-sur-Vayres.Voordat we aan de wandel gaan, drinken we hier in een plaatselijk café eerst een kop koffie, temidden van de Franse dorpsbewoners, die hier ook zijn gekomen voor een kop koffie of voor een glas wijn.

Vanaf het voormalige spooremplacement van Oradour-sur-Vayres wandelen we langs het oude treinstation. We gaan dan een veldpad op in zuidelijke richting en passeren daarbij een ‘clédier’, een oud ovengebouwtje, waarin men vroeger kastanjes droogde. Tegenover de clédier ligt een restaurant met gastenverblijven, het eigendom van de Nederlandse familie Kroes. We ontmoeten mevrouw Kroes, die ons vertelt dat ze hier al elf jaar wonen en al meerdere jaren hier deze accommodatie exploiteren. Langs de D22 wandelen we door La Côte, om vervolgens de weg over te steken en aan overzijde naar Le Point te lopen.

Vanuit La Côte wandelen we door naar La Monnerie. Voorbij het ommuurde landgoed wandelen we hoog achter het grote fabriekscomplex langs van La Monnerie. Na een afdaling gaan we verder langs de D22, vanaf de plaats waar het riviertje La Tardoire onder de D22 doorstroomt, aan de voorzijde van de fabriek van La Monnerie. Via de D22 arriveren we - na onze eerste 5 kilometers van vandaag - in Cussac. Als we ter hoogte van de begraafplaats aan de andere zijde van Cussac het dorp verlaten, zien we tegen de begraafplaatsmuur een bord staan, waarop staat vermeld dat het vanaf hier nog 1552 kilometer is naar Santiago de Compostela. Buiten Cussac gaan we over een bospad omhoog. Een wegwijzer – gesponsord door Gaz de France – maakt ons duidelijk dat we op de GR654 zitten, het Franse pelgrimspad dat wij volgen.

Verderop gaan we over een veldweg in de richting van een ingegraven waterreservoir. Langs het door de velden lopend pad staan bramenstruiken met heerlijk rijpe bramen. Tijd voor het natuurlijke ‘fruithapje’ van de dag. Langs de D42 en over een stijgend bospad arriveren we in La Mauzerie. In een superklein dorpspark pauzeren we op een bankje. Rondom ons lopen voortdurend twee jongemannen met een lange uitschuifladder en een groot schepnet. We zien dat ze verwoede pogingen doen om een ontsnapte, oranje kanarie te vangen. Elke keer als ze hoog op de ladder staand het schepnet over de kanarie willen steken, vliegt de kanarie weg. De mannen volgen het vogeltje waar het heen vliegt. Na deze etenspauze lopen we door naar Les Bonnes Fontaines. Na de wegkapel van Les Bonnes Fontaines wandelen we door naar het volgende gehucht: La Genette.

Na een fikse klim over een mooie holle weg door het bos komen we op de D42, die we volgen in de richting van het kasteel van Brie. In Brie aangekomen, gaan we het landgoed van het kasteel op. Het kasteel van Brie is een versterkt huis, gebouwd in 1484. Het heeft ronde, maar ook een vierkante slottoren. In één van de aanliggende schuren is een bruiloft. Eén van de bruiloftsgasten vragen we een foto van ons beiden te maken bij de voorzijde van het kasteel. Een mooie foto is het resultaat.

Via een asfaltweg, een steil bospad en de D213 bereiken we de bebouwde kom van Le Grand Puyconnieux, gelegen op 498 meter hoogte, ruim honderd meter hoger dan het kasteel van Brie (379 m). Vlak vóór het dorp slaan we rechtsaf om via een bospad Le Grand Puyconnieux links te laten liggen. Over een brede stenige weg - achter een boerderij langs - komen we in een kastanjeplantage.Een groot deel van het oorspronkelijke bos is gekapt, jonge kastanjebomen zijn hierna aangeplant.

Na een holle bosweg en de D64 komen we aan in La Bussière Montbrun. Na het gehucht Bort passeren we de Chemin de Montbrun, de toegangsweg van het 600 meter verderop liggende kasteel van Montbrun. Wij wandelen door naar Mappas, waar we rusten, eten en drinken. Hier in Mappas hebben we zo’n 20 kilometer achter de rug.

Vanuit Mappas gaan we weer over een schitterend bospad, voortdurend stijgend. De temperatuur is inmiddels opgelopen tot net boven de 20 graden Celsius. De zon schijnt voortdurend tussen de lichte bewolking door, dus het loopt hier heerlijk koel onder de bomen over het mooie bospad. We gaan door het gehucht La Croix du Bac. Twee oude vrouwen, die op de dorpsweg met elkaar staan te praten, groeten ons vriendelijk als we passeren. We verlaten La Croix du Bac alweer snel. Dan volgt nog een kilometer lange asfaltweg door het bos naar Les Vergnes.

Voorbij Les Vergnes steken we de D22 over en dan volgt de laatste korte klim van vandaag, over een asfaltweggetje naar het gehucht Puy Doumaud. Hier arriveren we bij onze auto, die we op deze plaats vanmorgen achterlieten. Het is nu 21 graden Celsius. We hebben vandaag 23 kilometer gelopen. Met de auto halen we de twee fietsen weer op uit Oradour-sur-Vayres, om vervolgens naar de camping terug te rijden. Onze eerste pelgrimsdag van 2011 zit erop. Prachtig wandelweer, een mooie route met veel variatie en heerlijk gewandeld.

donderdag 21 juli 2011

Bijbel in Gewone Taal

Donderdag 21 juli 2011


In het jaar 2014 verschijnt een nieuwe Nederlandse vertaling van de Bijbel, de zogenoemde 'Bijbel in Gewone Taal' (BGT). Het Nederlands Bijbelgenootschap (NBG) wil dat iedereen de mogelijkheid heeft om de Bijbel te lezen. Daarom wordt nu naast de Nieuwe Bijbelvertaling (NBV) van 2004 een nieuwe vertaling gemaakt met gewone woorden en overzichtelijke zinnen, met heldere verbanden en een duidelijke tekstindeling. Een nieuwe Bijbel dus in gewone Nederlandse taal, die leesbaar en duidelijk is voor iedereen. Oók voor de geoefende bijbellezer biedt deze BGT-vertaling nieuw perspectief, want je gaat met deze aanpak weer eens met geheel andere ogen naar de inhoud van de Bijbel kijken.

Met deze vertaling wordt de inhoud van de Bijbel niet versimpeld, maar de taal mag niet meer een barrière vormen om bij de inhoud en bij de betekenis van de Bijbel te komen. Je kunt immers pas over de inhoud van de Bijbel goed nadenken, als je ook begrijpt wat er staat. In de Bijbel in Gewone Taal blijven de bijbelse beelden wel bewaard, maar de nieuwe vertaling moet ook duidelijk maken wat er met die bijbelse beelden wordt bedoeld. Bijbelse termen worden bijvoorbeeld uitgelegd.

De Bijbel in Gewone Taal wordt een echte vertaling van de complete Bijbel. Alle boeken van het Oude en van het Nieuwe Testament komen erin. Er wordt rechtstreeks uit de bronteksten vertaald, dus uit het Hebreeuws en uit het Grieks. Twaalf geschoolde vertalers werken momenteel aan deze nieuwe vertaling. Daar zitten kenners van de brontekst van de Bijbel bij, en ook mensen die gespecialiseerd zijn in moderne, begrijpelijke Nederlandse taal. Een brontekstkenner en een neerlandicus werken als koppel samen. De vertalers beoordelen en bespreken elkaars werk, om de vertaling gezamenlijk nog mooier en beter te maken. Adviseurs van de Stichting Makkelijk Lezen geven advies en momenteel zijn diverse meeleesgroepen bezig om commentaar te geven op de eerste resultaten van de nieuwe vertaling.

Om je een voorbeeld te geven van het verschil tussen de Nieuwe Bijbelvertaling (2004) en de Bijbel in Gewone Taal (2014) zie je hieronder eerst de tekst van de NBV en daarna de tekst zoals die hoogstwaarschijnlijk in de BGT van 2014 zal worden. Hieronder volgt tweemaal een vers uit de Bergrede van Jezus, die je kunt vinden in de Bijbel, in het Nieuwe Testament, in het bijbelboek Matteüs 5:6.

In de Nieuwe Bijbelvertaling staat nu:
'Gelukkig wie hongeren en dorsten naar gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden".

In de Bijbel in Gewone Taal zou dat zo kunnen worden:
'Het echte geluk is voor mensen die doen wat God wil, en dat het allerbelangrijkste vinden.
Want God zal hun moeite belonen'.

woensdag 20 juli 2011

Stadsparken in Doha

Woensdag 20 juli 2011

Gisteren schreef ik over de bouwplaats Doha. Brede wegen worden aangelegd op het woestijnzand van Qatar. Hoge bouwwerken worden in no time de woestijngrond van Doha 'uitgestampt'. Dit schijnbaar niet te stuiten proces resulteert over enige jaren in een stedelijk 'landschap' van asfalt en steen, met slechts hier en daar nog een braakliggend stukje woestijngrond.

Net op tijd - maar feitelijk nèt niet - realiseert men zich in Doha dat dit geen duurzaam aantrekkelijk stadsbeeld oplevert. Ik hoorde vorige week tijdens ons werkbezoek in Doha dat men hier heeft besloten dat her en der in de stad parken moeten worden aangelegd om groene verblijfsgebieden in deze hoofdstad van Doha te creëren. Men gaat daartoe rigoureus te werk. Een omvangrijke villawijk van slechts enkele jaren oud, langs een brede doorgaande weg door Doha, is enkele maanden geleden met de grond gelijk gemaakt. Alle villa's zijn geheel gesloopt en alle woonstraten zijn geheel verwijderd. Wat was veranderd van woestijn in woonwijk, is weer geheel teruggekeerd van woonwijk naar woestijn. Eén grote zandvlakte resteert.

Deze stadse zandvlakte zal binnenkort worden getransformeerd in een park. Langs de brede doorgaande hoofdverkeerswegen in Doha worden groene parkstroken aangelegd, of ze zijn al aangelegd. Maar parkflora behoort hier niet tot de gebruikelijk biotoop. Grasvelden, bloemen, struiken en bomen in deze parken zullen doorlopend moeten worden geïrrigeerd om haar groene pracht en praal duurzaam te tonen.

Daar waar wij in Nederland moeite hebben om het zeewater buiten onze dijken en duinen te houden, heeft men in Qatar technisch hoogstaande infrastructuur geïnstalleerd om het zeewater - zij het ontzilt en gezuiverd - het land binnen te brengen. Dat schone, zoete water zal men hier in Doha met al die parken hard nodig hebben om de stad groen te krijgen en groen te behouden.

Eén van de parken die er al keurig bij ligt, is het stadspark langs de kust ter hoogte van het Museum of Islamic Art. Dit museum is in de baai van Doha gebouwd op een kunstmatig eiland. Vanuit de open binnenplaats van dit in 2008 geopende museum zie je tussen de baai en de hoogbouw het inmiddels gereedzijnde stadspark liggen.

Een dissonant in dit stadspark is echter het grote parkeerterrein van het Museum of Islamic Art. Dat parkeerterrein ligt - gezien de hoge temperaturen van dit land - betrekkelijk ver van het museum af, waardoor je voor je gevoel lang in de genadeloze zon moet lopen om in het museum te komen. Maar zoals dat op veel gebieden hier in Qatar het geval is, is dàt geen majeur probleem, want hier rijden chauffeurs met golfkarretjes af en aan tussen het parkeerterrein en het museum, om de museumgasten zo snel mogelijk te vervoeren tussen parkeerterrein en museum.

Ik moest denken aan wat de Nederlandse cabaretier Paul van Vliet vele jaren geleden in zijn theatershow al zei: "Daar hebb'n we het volgende op gevonden".

dinsdag 19 juli 2011

Bouwplaats Doha

Dinsdag 19 juli 2011

Toen we vorige week op werkbezoek waren bij Stenden University Qatar was het met meer dan 40 graden Celcius zo warm - en toen ook extreem vochtig warm - dat het beslist af te raden was om gedurende de dag buiten aan de wandel te gaan. Wandelaars en fietsers zie je dan ook nauwelijks in het stadsbeeld.

Als je van het ene geaircoolde gebouw naar het andere geaircoolde gebouw reist, doe je dat normaal gesproken in een auto, met uiteraard ook een airco. Reizend van de ene locatie naar de andere locatie reden we vorige week maandag langs de brede kustweg door de stad Doha. Deze Qatarese hoofdstad Doha is feitelijk één grote bouwplaats. Overal waar je om je heen kijkt, zie je hoge bouwkranen, immense steigers en lange schuttingen waarachter bouwlieden werken, zelfs bij deze extreem hoge temperaturen. Op veel bouwplaatsen wordt 24 uur per dag gebouwd. Bussen rijden af en aan om buitenlandse arbeidsmigranten uit bijvoorbeeld Sri Lanka, India en Nepal tussen de bouwplaatsen en hun buiten de stad gelegen woonkampementen te vervoeren.

Architectuur is echt een item in Doha. Als de ene bijzonder vormgegeven kantoor- of woonflat bijna gereed is, staan de bouwkranen al weer een eindje verderop om een nog mooier, nog hoger, nog opvallender, nog fantastischer bouwwerk te realiseren. Jaar in, jaar uit gaat deze bouwcompetitie door, dus inmiddels heeft Doha langs de kustlijn een indrukwekkende skyline gerealiseerd.

Als over enkele jaren - in het jaar 2022 - de Wereldkampioenschappen Voetbal hier in Doha worden georganiseerd, zal bij dit huidige bouwtempo en bij deze architectuurcompetitie hier ten tijde van deze voetbalcompetitie een wereldstad zijn verrezen, die de vele televisiekijkers - die zo'n WK met zich meebrengt - van de ene verbazing naar de andere verbazing zal voeren.

maandag 18 juli 2011

Janke de Vries exposeert in Stiens

Maandag 18 juli 2011

Tot en met september 2011 exposeert Janke de Vries (1955) uit Stiens haar schilderijen in de Openbare Bibliotheek van Stiens. In Stiens heeft zij al eerder haar kleurrijke portretten in acryl geëxposeerd. Nu exposeert ze met een aantal schilderwerken uit de jaren negentig.

Een cursus Kunstzinnige Vorming in Meppel bracht haar in het begin van de 80er jaren de liefde voor het schilderen bij. Toen stond niet zozeer het resultaat, maar meer het schilderproces centraal. Na schilderlessen ‘Stillevens en Portretten” en een cursus olieverfschilderen, ontdekte ze het schilderen met acrylverf tijdens haar creatieve therapie van Marianne Nicolai.

Een deel van de nu tentoongestelde schilderijen is beïnvloed door haar reis naar Tanzania. Naar aanleiding van deze reis heeft Janke de Vries zich verdiept in de Afrikaanse kunst van stammen, zoals de Yoruba-stam uit Nigeria, en de kleurrijke afbeeldingen van de Ndebele-vrouwen uit Zuid-Afrika. Deze schilderijen zijn geschilderd in rood, zwart, wit en goud acrylverf op geschept papier.

Verder hangen momenteel in de Stienser bibliotheek acrylschilderijen die zijn geschilderd naar het dagelijkse leven, waarin de werkelijkheid vermengd is met fantasie. Janke de Vries neemt hierin qua vorm vrijheden, die ook in de kleuren van het werk terug zijn te vinden.

In de jaren negentig legde Janke de Vries zich met acrylverf geen beperkingen op met betrekking tot het kleurgebruik en de weergave van de werkelijkheid. Dit gaf haar veel vrijheid in het werken.

In de vitrinekast van de bibliotheek zijn ook een aantal kleinere expressionistische zwart-wit tekeningen te zien, gemaakt met Oostindische inkt, geïnspireerd door Afrika en Mexico.

zondag 17 juli 2011

Ierse zegen van St. Patrick voor reizigers

Zondag 17 juli 2011

Voor een groot deel van Nederland is de zomervakantie al aangebroken. Veel Nederlanders uit de regio Zuid vieren hun vakantie hier in het noorden van Nederland. In regio Noord is de zomervakantie voor het voortgezet en voor het middelbaar onderwijs met ingang van dit weekend aangevangen. Als aan het eind van deze week ook voor de basisscholen in Noord-Nederland de zomervakantie aanbreekt, zal dat het begin inluiden van een groot aantal vakantiereizen in en vanuit het noorden van ons land.

Vroeger was het heel gebruikelijk dat je eerst bij de lokale geestelijke langs ging om een zegen te vragen over een goede reis, een behouden aankomst en een veilige thuiskomst. Eén van die reiszegeningen die heel bekend is geworden, is de Ierse zegen van Saint Patrick (387-461); één van 's werelds meest geliefde heiligen.

Het is al weer enkele weken geleden dat we na afloop van een kerkdienst in De Hege Stins te Stiens als kerkgangers bij de uitgang een ansichtkaart met op de achterzijde de zegen van St. Patrick mee kregen. Het is de zegen voor wandelaars, voor pelgrims, voor fietsers, voor vliegtuigpassagiers, voor pleziervaarders, voor treinpassagiers, voor automobilisten en voor gebruikers van alle andere vervoermiddelen die voor de reis worden ingezet. In deze zomervakantietijd van op reis gaan, op reis zijn en van weer huiswaarts keren, past het ons om elkaar met de nu volgende woorden van St. Patrick te zegenen:

Dat de weg je tegemoet komt,
dat de wind steeds in je rug zal zijn,
dat de zonneschijn je gezicht verwarmt,
dat de regenbuien zacht neerkomen op je velden,
dat de zon je dagen licht maakt.

Dat de sterren je nachten verlichten.
Dat bloemen bloeien langs je levensweg,
dat je huis stevig staat in de storm.

En tot wij elkaar weer ontmoeten
dat God je beware in de palm van Zijn hand.

zaterdag 16 juli 2011

Moeting mei de dea

Sneon 16 july 2011

Wisse Alfred Pierre Smit (1903-1986) – in dominyssoan út Heumen - wie in ferneamd heechleraar yn Utert. Hy skreau in grut tal wittenskiplike wurken op it mêd fan letterkunde en literatuerhistoarje. Doe’t Pierre Smit syn wittenskiplik wurk ôfsletten hie, namen syn krêften ôf, rekke hy slim siik, swevend tusken libben en dea.

Yn die swiere tiid fan deasiik wêzen, begûn Smit wer fersen te skriuwen. Soks hie hy yn syn jongere jierren ek al dien. Yn 1927 ferskynde bygelyks syn dichtbondel ‘Feesten van ’t jaar’, dy’t in soad yndruk makke. Oan de ein fan syn libben begûn Smit kwatrinen te skriuwen. Yn 1984 begûn syn poëtysk skriuwen wylst er fan syn siik wêzen in soad pine hie. Yn de lange, drege nachten skreau Smit syn kwatrinen. It 150e kwatryn wie klear yn it begjin fan 1985. Fansels binne soksoarte fan gedichten persoanlike skriuwsels, mar se binne sa goed skreaun dat men dizze kwatrinen mei bliuwend fêste oandacht lêst.

Hûndert fan dizze 150 kwatrinen hat Smit oardere ta in dichtbondel, dy’t nei de dea fan W.A.P. Smit (yn 1986) ferskynde by útjouwer Kok út Kampen mei de titel: ‘Ontmoeting met de dood’. Dizze dichtbondel lit op tige minsklike wize wat fan syn deadseangst sjen en fan Smits ferwachting om opnommen te wurden yn de hearlikheid fan it Keninkryk fan syn en fan ús Himelske Heit.

Doe’t ik noch yn it bestjoer siet fan de Kristlik Fryske Folksbibleteek (KFFB) kaam de Fryske KFFB-skriuwer Jan Dotinga fan Koatstertille by it KFFB-bestjoer mei de fraach oft wy syn Fryske oersetting fan dizze dichtbondel yn it fûns fan de KFFB opnimme woenen. De oersetting fan sa’n krêftige dichtbondel komt krekt, dat it is perfoarst gjin lúkse dat oersetter Jan Dotinga de taalkundige KFFB-ers Dick Eisma en Jacobus Knol tank seit foar harren stipe by dizze oersetting. De yn it Nederlânsk skreaune kwatrinen binne knap oerset troch Jan Dotinga. De KFFB hat de útjefte fan dizze dichtbondel yn 2011 fersoarge ûnder KFFB-nummer 467 en dizze bondel mei de searje fan 100 kwatrinen is no te keap by de KFFB foar € 7,50. De Fryske titel fan de dichtbondel is: ‘Moeting mei de dea’.

Om ris te sjen hoe’t soks giet, sjogge jo hjirûnder de Nederlânske ferzje fan Pierre Smit fan syn kwatryn ‘Janua aperta' (De deur staat open):
“De dokter heeft het mij vandaag gezegd:
Het kan met mij opeens zijn afgelopen.
Op dat moment heeft God Zijn hand gelegd
Over de mijne: Kijk, de deur staat open.”

Jan Dotinga hat ‘Juana aperta’ (De doar stiet iepen) sa yn it Frysk oerset:
“De dokter hat it hjoed al tsjin my sein:
’t Kin mei my ôfrûn wêze sa ynienen.
Op dat momint hat God syn hannen lein
Oer mines hinne: Sjoch, de doar stiet iepen.”

Sintraal steane yn de kwatrinen fan Smit it deasiik wêzen, it ferstjerren en it dea wêzen. Dotinga jout oan dizze tema’s fan Smit de folgjende beskriuwings yn it Frysk:

It deasiik wêzen:
- op troch him begrinzge grûn;
- tebekgong fan myn krêften;
- d’ ein fan it libbenspaad;
- De wjerglâns fan syn fingers dy’t my winke;
- wachtsje sûnder roer;
- myn wintertiid;
- yn strime en swypslach;
- op reis nei ’t himelsk heitelân;
- dizze lette oere fan myn libben;
- sit de dea by my oan ’t bêd;
- de swiere striid om myn ferlingd bestean.


It ferstjerren:
- de lêste grins fan it libben;
- ’t Momint fan oergong;
- de ein;
- yn dat ljocht opnommen;
- de oere fan út elkoar te gean;
- dat de ivichheid my ta har sûcht;
- alle grinzen sille iepen brekke;
- de nacht begjint te brânen;
- ferreizgje;
- efter myn eagen wurdt it tsjuster gloed;
- troch de dea nei Him ferheffe;
- nei de grins fan ’t libben driuwe;
- omheech nei Him tasûge.

It dea wêzen:
- Yn ’t ljocht te wêzen;
- troch ’t ivich libben wonken;
- syn ûneinich en ûnmjitlik wiid;
- Seizoenleas wêze;
- de rêst;
- oan de ivichheid besibbe
.

Och sa moai bringt Jan Dotinga it proses fan it dichtsjen út de kwatrinen fan W.A.P. Smit nei syn oersetting yn it Frysk, lykas:
‘Mar yn myn geast binn’ fersen oan it driuwen
Dy’t as kwatryn sykj’ om in berteweach.’

vrijdag 15 juli 2011

Mandelân in Stiens

Vrijdag 15 juli 2011

Mandelân is een straat in de wijk Aldlân te Stiens. Vanaf de Truerderdyk (een splitsing) vormt deze doorgaande weg in zuidelijke richting de verbinding met de Brêgeleane (een spiltsing). Onderweg kruist deze straat achtereenvolgens de Lege Bosse (splitsing), De Kaam (een kruispunt) en Mienskar (een kruispunt). Mandelân is één van de weinige straten in het Aldlân met een stoep. De vier woonstraten liggen haaks op het Mandelân en deze straat kent geen postadressen.

De landnaam Mandelân is al een heel oude geografische aanduiding. De naam komt rond het jaar 1500 al in oude geschriften voor. Dit stuk land lag vroeger ten noordoosten van het buurtschap Truerd, in de richting van het huidige Tichelwurk aan de Dokkumer Ee. Het Mandelân was vroeger een stuk land voor gemeenschappelijk gebruik. Tegen betaling mocht iedereen gebruik maken van zogenoemd 'mandelân'.

De naam komt in de Fryslân meer voor. Langs de snelweg A32 van Leeuwarden naar Heerenveen ligt bijvoorbeeld een tankstation met de naam Mandelân.

Vluchten van de woestijn naar de polder

Donderdag 14 juli 2011

Deze dag begint klokslag 5.00 uur met een vriendelijke 'wake up call' van de hotelreceptioniste. Drie kwartier later check ik uit in de hotellobby van Windham Grand Regency hotel in Doha. Eén van de receptionisten - een Nepalese chauffeur - rijdt me met de hotelshuttle naar de terminal van Qatar Airways, vlak buiten Doha.

Hier is het een drukte van belang. Grote aantallen 'expats' verlaten voor de zomerweken het land om in hun thuisland de zomervakantie in familiekring door te brengen. De meeste expats gaan in de zomer naar gezin en familie en aangezien er meer buitenlanders dan Qatari in dit land wonen, is het in de zomervakantieperiode merkbaar stiller in het straatbeeld van bijvoorbeeld Doha. Waar twee lange wachtrijen vóór de paspoortcontrôle bij elkaar komen, ontmoet ik in de wachtrij naast me een collega van Stenden University Qatar met haar echtgenoot, die vandaag voor de zomervakantieweken samen naar hun thuisland Libanon vliegen.

Een kwartier vóór 'boarding time' arriveer ik na het lange wachten bij de 'gate'. Om 8.30 uur vertrekt het vliegtuig voor mijn eerste vlucht naar Frankfurt. Vliegen met Qatar Airways is een absolute aanrader. De stewards en stewardessen zijn voor westerse begrippen buitengewoon vriendelijk, de catering is uitstekend en het materieel is vooroplopend eigentijds. In de hoofdsteun vóór je zit een monitor en dit apparaat heeft een opvallend uitgebreid menu met veel functies; van nieuws tot muziek en van films tot verschillende geopositioneringsbeelden. Zo kun je bijvoorbeeld gedurende de gehele vlucht op de monitor volgen waar het vliegtuig zich op elk moment bevindt. Om 11.30 uur vliegen we over de Zwarte Zee.

In Frankfurt moet ik op het vliegveld tussen de eerste en de tweede vlucht wachten van 14.00-16.45 uur. Als het vertrekmoment is aangebroken, verschijnt de gezagvoerder in de cabine. Hij vertelt dat op Schiphol een landingsbaan buiten gebruik is gesteld vanwege het slechte weer in Amsterdam. Een groot aantal vliegtuigen moet minstens een half uur blijven rondvliegen rond Schiphol om toestemming te krijgen te landen. Ons vliegtuig kreeg van Schiphol een landingstijd toegewezen die een uur later ligt dan de geplande tijd. Ons wordt verzocht om een uur in het vliegtuig te blijven wachten, alvorens we mogen vertrekken. Een uur later wordt meegedeeld dat de complete 'crew' wordt vervangen. Even later arriveert een geheel nieuwe bemanning voor de cockpot en voor de cabine in het vliegtuig. De andere crew vertrekt en dan krijgen we toestemming om te vertrekken.

Snel na opstijgen gaan we door een dik wolkendek. Achter de wolken schijnt de vrolijke zomerzon. We krijgen onderweg regelmatig te maken met turbulentie. De stoelriemen mogen niet los. Ruim een uur later dan gepland landen we schommelend, maar veilig en behouden, op de landingsbaan van Schiphol, waar het flink regent en hard waait. In de aankomstterminal staan lange rijen wachtende vliegtuigpassasiers bij de transferbalies om nieuwe aansluitingen voor doorgaande vluchten te arrangeren. In de ontvangsthal staan enkele honderden mensen te wachten op al die passagiers die later dan gepland nog zullen arriveren.

Tussen de menigte wachtenden door wandel ik naar buiten. De jas moet aan, want het regent pijpenstelen. De Schipholservicetaxi staat klaar om me naar huis te brengen. Om 21.45 uur arriveer ik thuis in Stiens na een totale reistijd van 17 uren.
Goodbye desert ..... welkom in de polder ..... wer thús yn it Stienzer Aldlân.

woensdag 13 juli 2011

3e dag van de Audit @ Stenden University Qatar

Woensdag 13 juli 2011

Om 8.30 uur gaan we vanmorgen van start met de derde van de drie auditdagen van de verschillende hogere beroepsopleidingen die we als Stenden hogeschool aanbieding bij Stenden University Qatar, gevestigd in Doha, de hoofdstad van Qatar. Het internationaal samengestelde visitatiepanel van Hobéon Certificering vangt haar auditwerkzaamheden aan om 9.00 uur.

Samen met de leden van het opleidingenmanagement in Doha en van Leeuwarden verzorg ik in de opeenvolgende, halfuur durende, briefings en debriefings de begeleiding van de serie auditgesprekken van vandaag. Achtereenvolgens passeren bij ons en bij het auditpanel groepen vertegenwoordigers van de studenten, van alumni (afgestudeerden) en van de Werkveldadviesraad in Doha. Onze begeleiding bestaat bij elke gesprekscyclus uit een half uur gedegen voorbereiding van elke vertegenwoordiging en na het uur durende auditgesprek een evaluatiegesprek van een half uur. Ingetogen gaan de groepen naar de visitatiekamer, in afwachting van de vragen die daar aan hen gesteld zullen worden door het auditpanel. Tevreden en veelal ook enthousiast over de sfeer waarin de gesprekken plaatsvinden en over de adequate beantwoording tijdens de panelgesprekken komen de groepen weer bij ons terug in de debriefingssessie.

Na de lunch volgt intern beraad van het visitatiepanel, waarna deze visitatiecommisie nog enkele vragen ter verduidelijking voorlegt in het laatste auditgesprek met het opleidingenmanagement team van Qatar. Daarna formuleert het auditpanel in een laatste interne beraad haar conclusies van het kwaliteitsonderzoek, dat is gebaseerd op het Accreditatiekader van de Nederlands-Vlaamse Accreditatie Organisatie (NVAO). Dat is het beoordelingskader waaraan al onze hogeschoolopleidingen moeten voldoen.

Aan het eind van de middag komen alle medewerkers in de grootste collegezaal bijeen om de plenaire, mondelinge rapportage van de voorlopige bevindingen van het visitatiepanel bij te wonen. In deze feedbacksessie maakt het visitatiepanel duidelijk dat de drie opleidingen voor wat betreft alle 21 beoordelingsfacetten van de NVAO voldoet aan de geldende kwaliteitscriteria. Tijdens de rapportage draagt het panel ook enkele welkome aanbevelingen voor doorontwikkeling aan en tenslotte complimenteert het visitatiepanel de medewerkers van Stenden University Qatar voor het vele en goede werk dat zij in goede samenwerking met de hoofdvestiging van Stenden hogeschool in Leeuwarden hebben verricht, leidend tot kwalitatief goed hoger beroepsonderwijs in deze Qatarese hogeschoolvestiging van Stenden hogeschool.

Dankbaar nemen we de complimenten van dit Hobéon-visitatiepanel in ontvangst. Dit is de kroon op het harde werken van de afgelopen jaren, in veel opzichten ook mede verdiend door de medewerking van de Qatarese werkveldrelaties en uiteraard bovenal ook door de internationaal samengestelde en hard werkende studentenpopulatie hier in Qatar. We hebben hier in Doha een uitgesproken internationaal samengesteld docententeam en studentenpopulatie; waarvan je gerust mag stellen dat die door goed met elkaar samen te werken in staat zijn om kwalitatief prima hoger beroepsonderwijs aan te bieden en te genieten.

Het is mooi dat je de kans krijgt om aan zo'n succesverhaal een bijdrage te mogen leveren, want zulke goede resultaten tonen aan dat we ook op onze buitenlandse hogeschoolvestigingen goed bezig zijn. De audit in Doha rond ik hier vandaag af en vanavond zijn de medewerkers van deze hogeschoolvestiging voor een gezellige, sportieve avond bijeen om terug te blikken op al weer een collegejaar hard werken en om te genieten van de goede resultaten van de audit van de afgelopen drie werkdagen.

dinsdag 12 juli 2011

2e dag van de Audit @ Stenden University Qatar

Dinsdag 12 juli 2011

Tijdens deze tweede van de drie visitatiedagen in Doha staan de gesprekken van onze Stenden-collega's van de site van Doha met het internationale audit team van Hobéon Certificering centraal. De vijf panelleden zien vanmorgen en vanmiddag de volgende medewerkersgroepen achtereenvolgens de revue passeren: het Management Team, de Opleidingscoördinatoren, de Curriculumcommissie, de Examencommissie en Docenten van de drie opleidingen voor Hotel Management, Tourism Management en International Business and Management Studies. Daarnaast bestudeert het auditpanel de opleidingsdocumenten van het Quality Cabinet die in drie kasten in de visitatiekamer aanwezig zijn.

Een belangrijk issue is vandaag de wijze waarop Stenden hogeschool in Nederland èn Stenden University Qatar samen vorm en inhoud geven aan het onderwijsaanbod van de drie genoemde opleidingen voor hoger beroepsonderwijs in Qatar. Voorafgaand aan en na afloop van alle auditgesprekken zit ik de briefing- en debriefingsessies voor, waaraan ook het management team van de drie opleidingen actief participeert. Het is prettig om voorafgaand en nadien met alle groepen Stenden-collega's zo in gesprek te zijn over de relevante ins en outs van de onderhavige opleidingen en over de kwaliteit van de betreffende opleidingen. Het is mooi om te horen en te zien hoe serieus ook hier in Qatar wordt gewerkt aan kwalitatief goed onderwijs binnen deze global campus site van Stenden University Qatar.

Vanavond dineren we met een groepje Stenden-collega's van Leeuwarden en Doha in een restaurant in de 'Cultural Village' van Doha, gelegen aan de boulevard en het strand van de stad. Tijd voor evaluatie, gezelligheid en ontspanning na deze boeiende dag.

maandag 11 juli 2011

1e dag van de Audit @ Stenden University Qatar

Maandag 11 juli 2011

Vandaag begint de eerste dag van de drie auditdagen, die we deze week organiseren in Stenden University Qatar te Doha. Om 10.00 uur wordt het internationaal samengestelde auditpanel welkom geheten door general manager Wayne Johnson van deze global campus site van Stenden hogeschool. Daarna gaan de auditpanelleden met elkaar aan het werk om de audit samen goed voor te bereiden. Ze maken werkafspraken en bestuderen documenten uit het Quality Cabinet van deze site.

Na de lunch woon ik de management meeting bij waarin Wayne Johnson en management teamlid Otmane Sadoki beiden een presentatie verzorgen over de de cultuur en het onderwijssysteem in Qatar. Daarna verzorgen mijn Stenden-collega's IT-manager Waël El Daou en Otmane Sadoki een uitgebreide rondleiding door het vier verdiepingen tellende hogeschoolgebouw. Daarbij worden alle onderwijsfaciliteiten zoals bijvoorbeeld de bibliotheek, de kantine, de computerruimtes, de gebedsruimtes, de tentamenzaal, de ondersteunende onderwijsdiensten en de leslokalen bezichtigd, om tot een goede beoordeling van alle onderwijsfaciliteiten van onze site in Doha te komen.

Aan het eind van de middag gaan we met de Nederlandse auditpanelleden voor een sightseeing door Doha, waarbij we onder andere een bezoek brengen aan het vrij recent geopende "Museum of Islamic Art". We bezichtigen voorts de stedelijke entourage waar onze Stenden-studenten hier in Doha studeren. Tevens bezoeken we het Sheraton Hotel in Doha, één van de indrukwekkende hotels hier in de stad, waar onze studenten van de opleiding Hotel Management tijdens hun praktijkleerperiodes aan het werk zijn in het kader van hun beroepsopleiding. Vanavond gaan we met het management van de drie opleidingen en met het auditpanel naar de Arabische Soek, waar we de avond genieten van een welverzorgde maaltijd. Tegen 22.00 uur worden we weer teruggebracht naar ons hotel en kunnen we terugzien op een geslaagde eerste auditdag.

zondag 10 juli 2011

Klaar voor de audit in Doha

Zondag 10 juli 2011

Na een korte nacht gaat de wekker om 3.00 uur. Tegen vier uur haalt de Schipholservice me uit Stiens voor de nachtelijke rit naar Schiphol. Daar ontmoet ik de Hobéon-auditoren Van Raaijen en Stoltenborg, die vandaag met me meereizen naar Doha, de hoofdstad van Qatar. Tegen 8.30 uur landen we op Frankfurt Airport. Daar moeten we enkele uren wachten voor de overstap naar Doha. Om ongeveer 11.00 uur staat het vliegtuig van Qatar Airways klaar voor vertrek.

Vlak vóór 12.00 uur vertrekken we vanaf Flughafen Frankfurt voor onze aansluitende vlucht naar Qatar. Rond 19.00 uur lokale tijd arriveren we op Doha Airport. Het is al donker in Qatar en het is hier nog erg warm buiten, alsof je in de hete luchtstroom van een hele grote föhn loopt. De hotel shuttle staat klaar om ons naar het hotel te brengen.

Na het inchecken ontmoeten we in de hotellobby mijn Stenden-collega's Grit en Mannen, die hier gisteren zijn gearriveerd. We maken enkele werkafspraken voor morgen, eten nog even wat en zijn de rest van de avond individueel bezig met de voorbereiding van de auditdagen van de komende werkdagen hier in Qatar.

Morgen is hier onze eerste werkdag, maar voor onze studenten en collega's van Stenden University Qatar is het dan al weer de tweede schooldag, aangezien hun eerste werkdag van de week hier altijd op de zondag aanvangt. We zijn klaar voor de baseline measurement, die hier morgen aanvangt op onze Stenden hogeschoollocatie in Doha.

zaterdag 9 juli 2011

Nijkleaster

Zaterdag 9 juli 2011

In april van dit jaar kreeg ik van dominee Hinne Wagenaar de brochure 'Nijkleaster'. Wagenaar en zijn echtgenote Sietske Visser zijn de initiatiefnemers van het project Nijkleaster, dat beoogt een kerkelijk centrum gestalte te geven in de Friese burgerlijke gemeente Littenseradiel, in de kerkelijke gemeente Westerwert, in de omgeving van de dorpen Bears, Jellum, Jorwerd en Weidum. Na hun studie in de Verenigde Staten, hun activiteiten in de geloofsgemeenschap van Holden Village, hun eerst werkervaring in Arnhem, hun uitzending naar de Presbyteriaanse Kerk in Kameroen en hun kennismaking met de gemeenschap van Iona, onstond het plan om in Fryslân een bijzonder kerkelijk centrum te realiseren. Daartoe werd de 'Stifting Nijkleaster' opgericht in het jaar 2009.

Deze brochure biedt teksten en beelden, die proberen te verbeelden waar het deze stichting om gaat bij de planvorming omtrent dit nieuwe, eigentijdse, in oprichting zijnde klooster. De brochure bevat impressies, bezinningsteksten, achtergronden en praktische informatie om als een soort collage en tweetalig - in het Fries en in het Nederlands - duidelijk te maken wat die droom van het Nijkleaster inhoudt.

Doel van dit Nijkleaster is dat mensen zich hier kunnen terugtrekken om te bezinnen en om weer op adem te komen. Het wordt een plaats waar bezoekers elkaar kunnen ontmoeten in liturgie, in gesprek, in studie en werk, in plezier en recreatie. Het wordt een klooster in nieuwe stijl, wel gebonden aan de plaatselijke kerkelijke gemeente, maar open voor iedereen en het kent geen vaste bewoners. Het moet als het ware een dijk vormen tegen het lawaai en de drukte van vandaag de dag. Hier gaat het om onthaasting en mindfullness, om aandacht voor God, voor mens en natuur en om tijd voor jezelf.

In Nijkleaster wil men bewust omgaan met de Friese taal, cultuur en geschiedenis, met kerkelijk en anderszins spiritueel aandacht voor liturgie, taal, cultuur, geschiedenis, muziek, poëzie en politieke strijd.

Westerwert is de naam van een middeleeuws vrouwenklooster dat in de periode tussen 1326-1505 in dit gebied bestond. Nijkleaster zal ook de plaats worden om het kloosterleven te ervaren. Hier kun je stilte zoeken, bezinnen, leren en studeren en meedoen aan de gang door de dag en de week, in maaltijden, gebeden, werk en studie, in inhoudelijke programma's en in ontspanning.

De dagelijkse wandeling maakt deel uit van het dagprogramma. Nijkleaster komt te liggen aan het Jabikspaad, het Fries-Overijsselse pelgrimspad van Sint-Jacobiparochie naar Hasselt. Nijkleaster wordt een pleisterplaats voor pelgrims die over het Jabikspaad dit nieuwe klooster passeren.

Van een deel van de verzameling kloostermoppen van wijlen Loadewyk Damsma wil men hier ook een monument maken, dat de naam "Alde Friezen" krijgt, genoemd naar de Friese naam voor 'kloostermoppen', de stenen waarvan in onze regio in de Middeleeuwen kerken en kloosters werden gebouwd. Dit kloostermoppenmonument gaat de verbinding verbeelden met de kerken en kloosters van onze Friese voorouders en met de Friezen die ons zijn voorgegaan door de eeuwen heen. Het zal dan het tweede kloostermoppenmonument van de stenencollectie van Damsma worden, in navolging van de 'Jinsumer Moeting', het pelgrimsmonument in het Friese Jirnsum, langs de route van het Jabikspaad.

vrijdag 8 juli 2011

Stienzer Bosk in Stiens

Vrijdag 8 juli 2011


In het noorden van Stiens ligt ten oosten van de Lege Hearewei de Stienser woonwijk It Heechhôf en ten noorden van de Truerderdyk ligt het Stienser bedrijventerrein Noarderfjild, en ten noorden daarvan It Hechhôf. Rondom, ten noorden en ten oosten van It Heechhôf en het Noarderfjild, ligt een groene zoom, het zogenoemde Stienzer Bosk. Dit bosperceel is aangelegd in de periode dat de woonwijk It Heechhôf bouwrijp werd gemaakt en in aanbouw was.

In de zomer van het jaar 1992 kwamen wij als gezin in Stiens wonen in de nieuwbouwwijk It Heechhôf. Toen ik in het voorjaar van 1992 onze in aanbouw zijnde woning aan de Kastanjeleane bezocht, ben ik ook even door het toen nog prille bosperceel gaan wandelen. Naast de vijverpartij waren werklieden met een betrekkelijk kleine asfalteermachine bezig om het fiets-/wandelpad door het Stienzer Bosk in eerste aanleg te asfalteren.

Ten noorden en ten oosten van het Stienzer Bosk heb je een wijds uitzicht over de akkers in de richting van respectievelijk Hallum en de Dokkumer Ee. Op diverse plaatsen kun je rondom It Heechhôf het Stienzer Bosk betreden. Eén van toegangswegen van It Stienzer Bosk ligt aan de zuidoostzijde, op de splitsing van de Truerderdyk en de Griene Leane.

Tussen twee opvallende bomen door kun je hier in het Stienzer Bosk de bospaden op. De oude bomen links en rechts van de ingang staan door hun scheefgroei in een karakteristieke V-vorm. Zodra je tussen deze twee majestueuze bomen het geasfalteerde bospad hebt betreden, kun je al linksaf en rechtsaf. Aan beide zijden van het asfaltpad is enkele jaren geleden door het bosperceel een onverhard bospad aangelegd, waarover je wandelend over een gestort zandbed door het drassige bosperceel kunt gaan. In de afgelopen jaren is de ondergrond van deze twee door het bos slingerende wandelpaden links en rechts getransformeerd in wat je je voorstelt bij een echt bospad.

donderdag 7 juli 2011

Ultreia in My Contribution Statement

Donderdag 7 juli 2011

Visitekaartjes zijn er in allerlei maten en uitvoeringen. Op het ene visitekaartje staan voorop de gegevens van de eigenaar, met een blanco achterkant. Andere visitekaartjes zijn tweetalig uitgevoerd, bijvoorbeeld de ene zijde Nederlandstalig en de andere zijde Engelstalig.

Bij Stenden hogeschool is gekozen voor een derde variant. Op de voorzijde staan je gegevens. Op de achterkant staat ‘My Contribution Statement’. Daarmee geef je als medewerker aan wat je als jouw ultieme persoonlijke bijdrage aan je organisatie wilt en kunt schenken. Het gaat over je drijfveer, over wie je bent, over wat je bijdraagt, over je passie in leven en werken.

My Contribution Statement luidt: ‘Ultreia, my road ahead to excellent education’. Daarin staat de uitroep ‘Ultreia’ centraal. Ultreia is een middeleeuwse pelgrimsgroet, tevens pelgrimswens. Het betekent zoveel als: voorwaarts, ga door, geef niet op!
Ultreïa komt van het Latijnse ‘ultra’ of ‘ulterius’, wat betekent: hogerop, vooruit, ga verder, niet opgeven. Je vindt het ook terug in bepaalde wapenspreuken zoals ‘Nec plus ultra’, wat staat voor: het hoogste, het allerbeste, dat wat door niets overtroffen wordt.

De pelgrims onderweg naar Santiago de Compostela gebruiken het woord ‘Ultreia’ sinds de Middeleeuwen ook heden ten dage nog steeds als groet onderweg, in brieven en in emailberichten. Hij wordt ook gebruikt om elkaar een goede reis toe te wensen.

Van jongs af aan sta en ga ik voor het ideaal dat onderwijs de sleutel bij uitstek kan zijn voor een betere wereld, dichtbij en ver weg. Goed onderwijs is van doorslaggevende betekenis voor de (door)ontwikkeling van mens en maatschappij. Onderwijs levert een belangrijke bijdrage aan de kwaliteit van ons leven. Daar wil je geen concessies aan doen, dan ga je voor het beste, dan wil je alleen nog maar excellent onderwijs.

‘My road ahead to excellent education’ zou je kunnen vergelijken met een pelgrimsweg. Niet alleen het doel is belangrijk, ook de weg die tot dat doel leidt, is van belang. Voordat je op weg gaat, kies je een begaanbare weg. Op de kruispunten onderweg moet je voordurend doelgerichte keuzes maken en als je onderweg even het gevoel hebt dat je de weg kwijt bent, moet je je aan de hand van waar je vandaan komt, waar je nu staat en waar je heen wilt goed nadenken over wat de beste oplossing is om weer voort te gaan op de juiste weg naar je bestemming.

Pelgrimeren doe je nooit alleen. Onderweg heb je beslist anderen nodig; om je de weg te wijzen, om je te voeden, om je tot rust te laten komen als je moe bent of als je het even niet meer ziet zitten. Het lijkt wel onderwijs, want ook bij onderwijs heb je beslist anderen nodig. Studenten en docenten hebben elkaar nodig voor een optimaal onderwijsproces en voor een optimaal leerresultaat. Bestuurders, managers, stafmedewerkers en docenten hebben elkaar nodig om de weg niet kwijt te raken, om elkaar de juiste weg te wijzen en om elkaar te ondersteunen waar dat noodzakelijk en waar dat wenselijk is.

We willen het onderwijs voortdurend verbeteren.
Ultreia!
Ook als het even tegen zit en als je het soms even niet ziet zitten als docent of als stafmedewerkers, dan willen we toch door en geven we niet op.
Ultreia!
We willen steeds mooier onderwijs, steeds beter, en volgend jaar weer hoger in de rankings.
Ultreia!
We zoeken voortdurend naar een begaanbare weg, naar de beste route, leidend naar voortreffelijk onderwijzen en leren, resulterend in excellent onderwijs; dat is: ‘my road ahead to excellent education’;
Ultreia!

woensdag 6 juli 2011

De omweg naar Santiago

Woensdag 6 juli 2011

Van het boek ‘De omweg naar Santiago’ van Cees Nooteboom wordt beweerd dat het één van de mooiste reisboeken uit de Nederlandse literatuur is. Het is een documentair reisverslag van de vele omzwervingen van Cees Nooteboom in Spanje. In zijn beeldende verhalen neemt Nooteboom zijn lezer mee op zijn eigen ontdekkingstocht door de geschiedenis, de kunst en de literatuur van Spanje, het land dat hem in de loop der jaren veroverde. Ik las de geïllustreerde editie, de 26e druk uit 2009, met foto’s van Simone Sassen, in zwart-wit en in kleur.

Cees Nooteboom (geboren in 1933) geniet grote bekendheid om zijn literaire reisverhalen. Zijn voorliefde voor Spanje heeft geleid tot deze reisbundel met 25 uitgebreide artikelen over zijn omzwervingen door dit historierijke land. Nooteboom leidt je bijvoorbeeld door de stille Spaanse hoogvlakte, door het grijze noorden en door het Moorse zuiden. Hij beschrijft naast de imposante, Romaanse bouwwerken, de enerverende geschiedenis en de kunstschatten van Spanje ook zijn persoonlijke ervaringen tijdens zijn reisdagen. Het zijn vooral de literaire kwaliteiten van Cees, die leiden tot de zo herkenbare Nooteboom-beschrijvingen.

Dit boek gaat niet zozeer – zoals de titel veronderstelt - over zijn reis naar Santiago de Compostela, maar het beschrijft de omzwervingen van Nooteboom door Spanje in de jaren 1979 tot en met 1992 (met uitzondering van 1980/1984/1989). Reizend, lezend, luisterend en kijkend verdiept Nooteboom zich uitvoerig in de literatuur, de geschiedenis, de cultuur, de architectuur, kortom in de achtergronden van alles wat hij onderweg ziet en beleeft. Geheel passend in de stijl van dit boek voegde Nooteboom achter in dit boek twee uitgebreide registers toe met daarin alle plaatsnamen en alle vermelde personen. Dat maakt het mogelijk dit boek na het gelezen te hebben ook nog gemakkelijk als naslagwerk te gebruiken.

Deze literaire reisreportages heeft weinig te maken met Santiago de Compostela en nog veel minder met de Spaanse pelgrimsroute naar dit bedevaartsoord. Hier en daar komt de pelgrimage en de pelgrim even in beeld, bijvoorbeeld in een definitie van de historicus Labande, over wat een middeleeuwse pelgrim is: ‘een christen die op een gegeven ogenblik besloten heeft zich naar een bepaalde plaats te begeven en die de hele organisatie van zijn bestaan onderwierp aan die eenmaal besloten reis’.

Cees Nooteboom reist voor zijn artikelenserie door Spanje op een geografisch en chronologisch willekeurige wijze. Hij neemt je mee naar onbekende plaatsen, hij verlaat geplande wegen en rapporteert: ‘Naar Santiago wilde ik gaan, maar de wegen splitsten zich als touw, de jaren stapelden zich op, ik raakte steeds verder van mijn doel af, steeds verder verwikkeld in een Spanje dat veranderde en een landschap dat niet veranderde'.

Het is een bijzonder boek geworden; een boek voor doorzetters, een boek voor liefhebbers van Spanje, een boek voor wie houdt van mooie taal, zo vol gevoel, met liefde voor kennis en weten, met liefde voor dat Spanje van toen en nu.

Lees en ervaar ook eens wat Cees Nooteboom in dit boek schrijft:
- op sommige plaatsen in de wereld wordt je aankomst of vertrek op geheimzinnige wijze vermeerderd door de emoties van al diegenen die daar eerder zijn vertrokken of aangekomen;
- nooit ben je ergens niet een naam;
- Elk dorp, elke stad is het middelpunt van een intens sociaal en politiek leven;
- in de regel is het nog steeds zo dat de slachtoffers achter de grote gebeurtenissen verdwijnen;
- De twintigste-eeuwse kijker ziet een verhaal dat hij niet meer kan lezen, waar hij blind voor is;
- Wij zijn voor ieder leven rondom ons verantwoordelijk;
- Zo moet het geheugen van God eruitzien, elke centimeter en elke minuut van iedere plek en ieder mens beschreven en bewaard;
- Al dertig jaar reis ik hier rond, en nooit komt er een einde aan. Het is een werelddeel dat daar achter de Pyreneeën ligt ….. jaren zijn er voor nodig om het voor jezelf op te graven, te ontdekken, met jezelf te bespreken;
- Dan ben ik weg, ik en aan iets anders onderhorig geworden, aan het reizen, aan het ijle element van nergens bij horen, aan het verzamelen van het andere;
- De nieuwe godsdienst bracht een geur van eigenaardige woorden mee, zoals liefde en gerechtigheid, en die werden door de onderdrukten en de slaven goed begrepen;
- Ik heb met hem wat je met geliefde doden hebt. Je kunt je hun dood niet voorstellen;
- Wie bedoelingen heeft met de geschiedenis komt altijd bedrogen uit;
- Als ouders zich nu al van de religie afwenden, hoe zullen hun achterachterkleinkinderen die dan hooghouden?;
- Bewaarde taal die uit levende monden komt, een van de mooiste dingen die er zijn;
- Soms is het alsof Spanje voor Europa nog iets wil bewaren, geluiden, geuren, bezigheden die ergens anders al verdwenen zijn en die ooit zo bij het dagelijkse leven hoorden dat het leek of ze een deel van de natuur waren;
- De krant is lang niet altijd meer het nieuws, maar het is wel de enige werkelijke bevestiging van het nieuws – nu staat het er zwart op wit;
- De schrijver verdwijnt in zijn lezers;
- Reizen is vluchtigheid en daar houd ik van, alle afscheid is een natuurlijke voorbereiding, men hoort zich niet te hechten, dat klopt niet met het lot;
- Maar Nederland is zijn ruimte kwijtgeraakt, en daarmee, vreemd genoeg, zijn tijd, als ik er nu kom proef ik een vluchtigheid, een neurotische onbestendigheid, alsof alles en iedereen haast heeft zich van zijn eigen geschiedenis te bevrijden en zo iets anders te zijn of te worden;
- Maar wat is iets, als het uit zijn betekenis gevallen is, als het niet meer betekent wat het betekende?;
- ‘Eens zal ik het doen,’ zeg je tegen jezelf, en je hoopt dat het waar is;
- Sommige plaatsen hebben dat, een toverkunst, waardoor je deelhebt aan de gedachten van anderen, onbekenden, mensen die in een wereld bestonden die nooit meer de jouwe wordt;
- Misschien is dat wel de diepste melancholie van de reiziger, dat de vreugde van de terugkeer altijd gemengd is met iets wat moeilijker te omschrijven is, dat datgene wat je zo gemist hebt ook zonder jou heeft doorbestaan;
- De echte reiziger leeft van zijn verscheurdheid, van de spanning van het terugvinden en het weer loslaten, en tegelijkertijd is die verscheurdheid de essentie van zijn leven, hij hoort nergens;

en tenslotte:
- Er is een eind aan zijn
(lees: de reiziger, Cees Nooteboom) omweg gekomen. Zijn Spaanse reis is voorbij.

dinsdag 5 juli 2011

Dank aan de kapstok

Dinsdag 5 juli 2011


Het einde van het collegejaar nadert ook op Stenden hogeschool. De laatste tentamens worden gemaakt, moduulopdrachten zijn ingeleverd, enkele studenten moeten nog herkansen, stageperiodes worden afgesloten en afstudeerwerken worden ingeleverd, gepresenteerd en beoordeeld. Een belangrijk deel van de studenten studeert af.

De afstuderende studenten van Creatieve Therapie (CT) laten elk jaar iets tastbaars achter. Op eigen creatieve wijze laten ze aan docenten en overige medewerkers van CT merken dat ze het onderwijs, de begeleiding en de ondersteuning van het medewerkersteam bijzonder hebben gewaardeerd. En wat hebben ze dit jaar bedacht?

Vanmiddag na een Voortgangsconsult bij Creatieve Therapie passeer ik in de wandelgang zo'n blijk van waardering. Aan het begin van de gang waar alle werkkamers van CT-docenten zijn, hebben de afstuderende CT-studenten twee geschilderde kapstokken geplaatst met daaraan allerlei expressieve blijken van waardering. De twee kapstokken vormen als duo een opvallende versiering in de gang, maar ook elk afzonderlijk bedankje is de aandacht waard. Mooie vormen, veel en prachtige kleurschakeringen, waarderende woorden, fijn om te zien en te lezen.

Oók voor studenten die dit niet hebben gemaakt èn óók voor medewerkers voor wie dit niet is gemaakt, is het aangenaam om kennis te nemen van zoveel mooie blijken van waardering, die leden van onze hogeschoolgemeenschap elkaar aanbieden. Een mooie afsluiting van enkele jaren onderwijs verzorgen en van onderwijs genieten en bovendien voor iedereen ook een mooi begin van de zomervakantie.

maandag 4 juli 2011

Schapenpad bij de Dijktempel op de Waddenzeedijk

Maandag 4 juli 2011

Een pad kan uit het niets ontstaan. Een mens of een dier begint ergens te lopen. Als dezelfde persoon met grote regelmaat hetzelfde traject loopt, of als andere mensen of andere dieren het spoor van de eerste volgen, wordt langzamerhand door het gebruik van dit spoor een pad gevormd.

Een mooi voorbeeld van dergelijke paden zijn de schapenpaden. Je vindt ze bijvoorbeeld op de heide of in weilanden. Schapen volgen doorgaans bestaande routes. Dergelijke schapenpaden kun je prima bekijken op de Friese Waddenzeedijk. Op de foto zie je zo'n schapenpad ten westen van de Dijktempel van Ids Willemsma, op de zeedijk ter hoogte van Marrum.

Schapenpaden zijn herkenbaar aan de breedte en aan de vorm. Ze zijn smaller dan wandelpaden die door mensen zijn gevormd en omdat ze door de schapen veelvuldig worden bewandeld, zijn ze doorgaans enigzins uitgesleten in de ondergrond. Voorts vormen schapenpaden nooit een rechte lijn door het landschap. Kenmerk van een door schapen gevormd pad is dat het smalle, uitgesleten pad grillig slingerend door het veld gaat.

zondag 3 juli 2011

Plaats in de herberg

Zondag 3 juli 2011

Om 9.00 uur halen Durkje en ik mem af uit Drachten. Rond half elf worden we verwacht in Apeldoorn voor kraambezoek. Apeldoorn heeft de voormalige vuilnistortplaats De Vellert gesaneerd en getransformeerd in een parkachtig heuvellandschap. Aan de brede voet van deze 20 meter hoge groene heuvelrug is de grond bouwrijp gemaakt voor de nieuwe woonwijk Zuidbroek. In deze nieuwbouwwijk bewonderen we met blijdschap het onlangs geboren familielid.

Rond het middaguur trekken we verder. Na de lunch onderweg bezoeken we een groot recreatiecentrum om hier een groepsaccommodatie te bezichtigen. We willen graag weten of dit onderkomen voor onze familie een geschikte verblijfplaats is als we volgend jaar met een groot aantal naaste familieleden ergens in Nederland enkele dagen zullen verblijven in het kader van het familieweekend dat Durkje en ik voor de familie organiseren.

Op de heen- en terugreis is overduidelijk zichtbaar dat in Nederland de zomervakantie is aangevangen, want zowel vanuit als naar alle windrichtingen rijden motoren, campers en volgeladen auto's, al dan niet een kampeerwagen of caravan trekkend. Op binnenwegen passeren we hier en daar fietsers met hun kampeeruitrusting. De temperatuur komt vandaag bij een stevige frisse wind niet boven de 15 graden Celcius, maar voor de komende dagen beloven de weersvoorspellers meer zon en hogere temperaturen. Dat zal al deze vakantiegangers een waar genoegen zijn.

zaterdag 2 juli 2011

Het Goede Land

Zaterdag 2 juli 2011

Op 12 juni 2011 wandelden Durkje en ik van Hallum via Hegebeintum naar Dokkum. In Hegebeintum passeerden we een woning met een gevelsteen. Op die gevelsteen staan een koe, twee kippen en de tekst “Het Goede Land”.

Waarom deze gevelsteen?
Waarnaar verwijst “Het Goede Land”?

De Friese nieuwssite ‘Frysk Nijs’ noemt de gemeente Ferwerderadiel (waar Hegebeintum deel van uitmaakt) ‘Het Goede Land’ voor haar burgers, maar óók voor gasten uit stedelijke gebieden, die helemaal willen opgaan in ware stilte, op groen land, met de geur van de zilte zee, voor wie nachten willen meemaken waarin het ècht donker is als de maan niet op het Wad schijnt. Het is hier een romantische verwijzing naar het ware leven op het mooie platteland.

Ook elders in Nederland kom je ‘Het Goede Land’ tegen. De protestantse, kerkelijk gemeente van Zwartebroek/Terschuur heeft in Zwartebroek (nabij Barneveld) een bijbelse plantentuin, genaamd ‘Het Goede Land’. Deze tuin is vrij toegankelijk voor iedereen. De bijbelse tuin is in 2003 tijdens de restauratie van het kerkgebouw aangelegd door een hoveniersbedrijf in opdracht van de kerkvoogdij van de Hervormde Gemeente te Zwartebroek /Terschuur.

Deze tuin is samengesteld uit planten, struiken en bomen die in de Bijbel genoemd worden, die in Israël - het beloofde land - groeien. In deze bijbelse tuin groeien onder andere olijven, vijgen, druiven, appels, amandelen, moerbeien en pijnboompitten. Ook kun je hier de bijbelse kruiden vinden zoals de salie, venkel, alsem, laurier, marjolein, munt en de ruit. Deze planten en vruchten waren in Israël in de tijd van de Bijbelverhalen van levensbelang en ze werden daarom ook als een rijke zegen ervaren.

De naam van deze bijbelse tuin verwijst naar een bijbeltekst in het bijbelboek Deuteronomium. In Deuteronomium 8: 7-10 wordt het beloofde land, Israël, ofwel ‘Het Goede Land’ als volgt beschreven:

‘Straks brengt de HEER, uw God, u naar een goed land,
een land van beken, bronnen en waterstromen,
die ontspringen in de valleien en op de bergen,
een land van tarwe en gerst,
van wijnstokken, vijgenbomen en granaatappelbomen,
een land van olijven en honing,
een land waar u niet slechts schamel brood zult eten,
maar waar het u aan niets zal ontbreken,
een land waar u ijzer vindt in het gesteente
en waar u koper delft uit de bergen.
Wanneer u daar in overvloed leeft,
dank de HEER, uw God, dan
voor het goede land dat hij u gegeven heeft.’

vrijdag 1 juli 2011

Friese Computerservice in Stiens

Vrijdag 1 juli 2011

Aan de Smelbrêge in Stiens, verscholen aan het eind van een smalle steeg tussen Reisbureau Stiens en café-restaurant De Smalle Brug is de winkel gevestigd van Friese Computerservice. De Volkswagen Golf-bedrijfswagen van Friese Computerservice staat tijdens de winkelopeningsuren doorgaans langs de Smelbrêge, aan de voet van de kerktoren van de Sint-Vituskerk.

Dit bedrijf is gevestigd in Stiens, maar is actief in heel Fryslân. Als je computer stuk is of als bijvoorbeeld je laptop traag werkt, kun je je computer voor reparatie afgeven in het winkelpand in Stiens. Maar ze kunnen de meeste storingen ook bij je thuis verhelpen.

Goede computerhulp is belangrijk. Een computer gaat voor je gevoel altijd stuk op het moment dat het je beslist niet uitkomt. Als de computer crasht, vrees je al snel voor je bestanden. Sommigen proberen de storing zelf te verhelpen, met ook wel eens alle negatieve gevolgen van dien. Als je computer helemaal niet meer bruikbaar is, of als belangrijke informatie zoals foto’s daarop onvindbaar zijn, is het raadzaam om voor reparatie naar een gespecialiseerd computerreparatiebedrijf te gaan. Daartoe kun je in Stiens naar de Friese Computerservice.

Computers spelen een steeds belangrijker rol in ons leven. E-mail, internetbankieren, producten kopen of verkopen zijn inmiddels dagelijkse activiteiten van velen van ons. Zolang je computer goed functioneert, is er geen vuiltje aan de lucht, maar o wee als hij het niet doet, dan merk je hoe afhankelijk je al bent geworden van een goed functionerende computer en van een goed functionerend internet.

donderdag 30 juni 2011

De generatorgeneratie

Donderdag 30 juni 2011

Het is al weer ruim 25 jaar geleden. Op 26 april 1986 ontplofte in de Oekraïense grensplaats Tsjernobyl een kernreactor. Dat roept in heel Europa - maar ook ver daarbuiten - angst voor radioactieve besmetting op. In Wit-Rusland valt zo’n 70% van de nucleaire neerslag. Tijdens de eerste dagen na deze kernramp weten de meeste mensen in Wit-Rusland van niets. Later gelooft men nota bene dat de stralingsgevolgen wel zullen afnemen als men maar veel wodka drinkt. Niemand kent alle ware feiten en gevolgen. Informatie wordt achtergehouden en de gevolgen worden gebagatelliseerd. Later geconstateerde mismaakte kinderen, extreem veel gevallen van schildklierkanker en vruchtbaarheidsproblemen doen het ergste vrezen.

We zijn nu bijna één generatie verder. De kinderen van toen zijn inmiddels volwassen geworden. Velen tasten nog steeds in het duister over de toedracht en over de ware gevolgen van deze ramp. Freelance journalist Franka Hummels schreef over deze nieuwe generatie een boek vanuit de menselijke invalshoek. Ze sprak daartoe langdurig met veel Wit-Russen over de invloed van deze tragische gebeurtenis op hun leven. Aan de hand van gesprekken en flankerend onderzoek op locatie onthult ze voor haar en voor ons onbekende, soms ook schokkende feiten.

Franka’s boek kreeg als titel ‘De generatorgeneratie’, met als ondertitel ‘Leven na Tsjernobyl’. Ze ontving voor het schrijven van dit boek een beurs van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten. Het boek is dit jaar gepubliceerd. Durkje en ik kochten dit boek tijdens de ‘Landelijke Herdenking Tsjernobyl 25 jaar later’, de conferentie die ik als medelid van het Landelijk Comité Tsjernobyl 25 jaar later’ organiseerde op 23 april 2011 in de Christelijke Hogeschool Windesheim te Zwolle. We kochten het boek van Franka Hummels, die in het plenaire programma van deze conferentie als spreker optrad.

Op de omslag van het boek zie je een foto van het inmiddels wereldberoemde, verroeste en fotogenieke reuzenrad in het kinderpark van de door de kernramp zwaar getroffen Oekraïense stad Pripjat. Deze stad van destijds zo’n 55.000 inwoners werd ontruimd na de kernramp van het nabijgelegen Tsjernobyl. Het is tot op de dag van vandaag een spookstad.
Vóórin het boek staat een Witrussisch overheidskaartje uit 1998 van de gebieden in Oekraïne en Wit-Rusland, die ernstig tot zeer ernstig zijn vervuild met het radioactieve Cesium-137.

Hummels vraagt zich af: kan deze getroffen generatie veilig kinderen krijgen? Is de groente die ze eten gezond of vervuild? Hoe is het om onzekerheid een plek te geven in je leven? Hoe weet je wat door de ramp komt en wat niet? Als je de waarheid nooit zult kennen, is die dan nog belangrijk? Kortom: Hoe is het om te leven in besmet gebied na Tsjernobyl?
Aan de hand van de persoonlijke verhalen van de consultant Halina, van de vertaalster Paulina en van de journalist Siarzhuk probeert Franka Hummels hierop een antwoord te geven.

En wat blijkt?
* Terwijl wij in Nederland in 1986 onze spinazie vernietigden, dansten de mensen in het dorp van Halina in de warme regen. Toch zegt ze dat ze alles aan Tsjernobyl te danken heeft.
* Siarzhuk zag zijn kippen plotseling roze worden. En was zijn verhuizing naar een dorp verder van Tsjernobyl wel zo’n goed idee? Hij heeft er uiteindelijk wèl een vrouw aan over gehouden.
* Paulina komt uit de Tsjernobyl-regio, maar heeft weinig over het onderwerp nagedacht. Het heeft geen betrekking op haar, denkt ze. Maar ze heeft wèl een vergrote schildklier. Maar dat hebben velen rondom haar.

Enkele uitspraken in dit boek van Franka Hummels:
- De meeste mensen vinden het waarschijnlijk geen interessant onderwerp. Het is gewoon voor ons, we zijn eraan gewend;
- Maar als het dan toch een deel van ons leven is, kunnen we er toch maar het best een feestje van maken?;
- Mensen zijn zich daar niet van bewust, maar ik denk dat er inmiddels helemaal geen veilige plek meer bestaat in Wit-Rusland;
- Maar we weten ook dat juist paddenstoelen de meeste radioactieve stoffen uit de grond opzuigen en dus het gevaarlijkst zijn om te eten;
- Honing is naast vis en paddenstoelen het gevaarlijkste product als het om radioactiviteit gaat;
- Als je partij je iets vraagt, dan doe je dat, ook als je er ziek van wordt;
- ….. het karakter van de Wit-Russen. Dat is namelijk het meest rustige en geduldige volk dat er bestaat, heel goede mensen;
- Kanker in een kinderlichaam is altijd gevaarlijker en agressiever dan bij volwassenen;
- Hij laat op een kaartje zien dat kinderen uit de Tsjernobylregio veel vaker schildklierkanker krijgen dan kinderen uit andere gebieden in Wit-Rusland.