Posts gesorteerd op relevantie tonen voor zoekopdracht burgos. Sorteren op datum Alle posts tonen
Posts gesorteerd op relevantie tonen voor zoekopdracht burgos. Sorteren op datum Alle posts tonen

dinsdag 28 augustus 2012

Pelgrimeren van San Juan de Ortega naar Burgos

Bij de kathedraal van Burgos























Van Sint-Jacobiparochie naar Santiago de Compostela

Camino Santiago > Roncesvalles – Santiago de Compostela

Van San Juan de Ortega naar Burgos
Vrijdag 27 juli 2012 – 26,5 km.
Dag 130: 2756,5 – 2783 km


San Juan de Ortega
Het is 8.00 uur als we vanmorgen met onze auto arriveren in San Juan de Ortega. Na het zware onweer en de flinke regenbuien van gisteravond is het buiten lekker fris. Het is bewolkt, bij een temperatuur van 15 graden Celsius. Een heerlijke temperatuur om vanmorgen hier vanuit San Juan de Ortega te vertrekken voor een wandeling van 26,5 kilometer naar de Spaanse stad Burgos. Het is stil bij de refugio, want de wandelaars zijn nagenoeg allemaal al vertrokken voor hun dagtocht van vandaag. Nog enkele camino-fietsers maken zich klaar voor vertrek. Enkele minuten na 8.00 uur gaan Durkje en ik van start.

Bos en plateau
Na een stukje asfaltweg gaan we verder over een breed bospad. Dit pad door het naaldbos loopt vrijwel zonder stijgen of dalen in westelijke richting. Na ongeveer een half uur gaan we door een smal dal tussen de beide heuvelruggen. Het bospad is vroeger tussen die twee heuvelruggen opgehoogd, waardoor we zonder afdaling en klim zo van de ene heuvelrug naar de andere heuvelrug kunnen lopen.
Als we het bos uit zijn, komen we op een hooggelegen plateau, met onder andere enkele oude eiken langs het pad.
We passeren een picknickplaats en een houten kruis en krijgen dan op de rand van dit plateau een mooi uitzicht over het dal vóór ons. In het dal zien we het dorpje Agés liggen, waar we nu naar toe wandelen.

Nederlandse pelgrims in Agés
Als we Agés binnenwandelen, komt een Spaanse vrouw ons wandelend tegemoet. Verderop zien we iemand op het terras zitten van de plaatselijke refugio bij de entree van Agés.
Als we bij de refugio komen, zien we dat het de Sneker pelgrim Marloes de Jong is, die hier op het terras een sigaret zit te roken. Gisteren onmoetten we deze Friese pelgrim in Villafranca Montes de Oca en vergezelden we elkaar tijdens de beklimming van de Montes de Oca. Marloes vertelt dat ze wacht op het ontbijt, dat binnen in de refugio voor haar en voor haar wandelgenote wordt klaargemaakt.
Binnen maken we kennis met de Doetinchemse pelgrim Helena van Os, die nu al twee weken samen met Marloes pelgrimeert in de richting van Santiago de Compostela. Helena is haar pelgrimage gestart in het Franse Saint-Jean-Pied-de-Port.
In Agés staat bij een andere refugio een bord met daarop de aanduiding dat het vanaf hier nog 518 kilometer is naar Santiago de Compostela. Als we deze refugio passeren, komen twee dames in witte wandelkleding naar buiten. Het is vrijwel zeker een ééneïge tweeling, want de dames lijken op elkaar als twee druppels water.
Voorbij Agés steken we een riviertje over. Er liggen twee bruggen over de rivier. We nemen de smalle, de oudste, die alleen toegankelijk is voor wandelaars en fietsers. Deze oude brug zou volgens onze wandelgids nog kunnen zijn gebouwd in opdracht van San Juan de Ortega.

Atapuerca
We wandelen verder in de richting van de plaats Atapuerca. We gaan weer even van de weg af om in het veld te kijken bij een aantal menhirs die hier zijn opgericht. Deze stenen zijn in het veld geplaatst ter herinnering aan de veldslag die hier in het jaar 1053 is geleverd. Twee Spaanse broers bestreden elkaar hier toen om de macht over Noord-Spanje.
Vlak voordat we Atapuerca binnen wandelen, passeren we een bord waarop staat dat de Unesco deze plaats in het jaar 2000 heeft uitgeroepen tot Werelderfgoed. Hier op deze locatie heeft men namelijk in het gesteente van de Sierra de Atapuerca de beenderresten gevonden van een prehistorische mens, die van de wetenschappers de naam ‘Homo antecessor’ heeft gekregen. De resten zijn zo’n 800.000 jaar oud en daarmee zijn het de oudste mensenresten die ooit in Europa zijn gevonden.
Aan de oostzijde van Atapuerca is een nieuw archeologisch park gebouwd om de mensen een beeld te geven van de prehistorie.
We wandelen het dorp Atapuerca binnen.
In het dorpscentrum lopen we een oudere vrouw met een wandelstok voorbij. Ze heeft onmiskenbaar o-benen, maar loopt met haar stok nog kwiek, in een lichtgekleurde zomerjurk en - zoals zoveel oudere vrouwen hier in de regio – op pantoffels. Ze wenst ons een goede pelgrimstocht.
Bij een combinatie van dorpshuis, dorpswinkel en dorpscafé in Atapuerca bestellen we een kop koffie. Op het terras rusten we en eten we een broodje bij de koffie.
Daarna verlaten we het dorp bij een klein standbeeld van een prehistorische mens, waarschijnlijk een model van de Homo antecessor.

Rennende patrijs
We lopen het dorp uit over een onverharde weg. Op zeker moment schiet een patrijs vlak vóór ons uit de bermbegroeiïng en dan rent de patrijs enkele honderden meters vóór ons uit, voortdurend op een afstand van ons van zo’n 20 meter. Waar wij op een splitsing van veldpaden rechtsaf slaan, rent de patrijs rechtdoor het andere pad op.
Wij beginnen dan aan de beklimming van de Matagrande.

Matagrande
Het pad gaat steil de heuvel op, dus al vrij spoedig hebben we een schitterend uitzicht over het dal achter ons, met het dorpje Atapuerca aan de voet van deze heuvel.
Links en rechts van het heuvelpad, en in het veld rechts van ons, liggen kleine en grote brokken verweerde kalksteen. Het heuvelpad loopt langs een zware, oude prikkeldraadversperring, omdat links van ons vroeger een militair oefenterrein was gevestigd op de heuvel van de Matagrande. Hoe hoger we komen, hoe groter de rotsstenen worden waarover we moeten lopen.
Als we bijna boven op de Matagrande zijn, is het steenachtige pad helemaal veranderd in een rotspad.

Plateau van de Matagrande
Als we boven op de Matagrande komen, zien we aan het begin van het grote heuvelplateau een groot houten kruis staan. Zes vrouwelijke pelgrims zitten en staan gezamenlijk bij het kruis. Het zijn drie pelgrimduo’s die we af en toe ontmoet(t)en.
We lopen over het uitgestrekte heuvelplateau van de Matagrande. Op de grond van het plateau is ooit iemand begonnen om een steeds groter wordende cirkel te vormen van stenen en steentjes. Velen die hier ook voorbijgetrokken zijn, hebben aan deze stenenfiguur letterlijk een steentje bijgedragen, waardoor de cirkel steeds verder is uitgedijd. Je kunt tussen de rijen steentjes rondlopen om uiteindelijk in het midden van de cirkel uit te komen.
Als we bijna aan de rand van het plateau zijn, komen we langs een rechtopstaande betonnen ronde pijler, waar allemaal grote stenen op elkaar gestapeld omheen liggen. Of dit ook enige betekenis heeft, is en blijft ons onduidelijk.
Als we op de rand van het heuvelplateau staan, hebben we een wijds uitzicht over het dal aan de westzijde. In de verte zien we Burgos liggen in het dal.
Rechts van ons zien we de grote steengroeve in een bergwand van de Sierra. Een aantal zendmasten staat boven op de bergen van de Sierra.

Villalval
We dalen via een steenachtig pad de Matagrande af. Verderop buigen we af naar links en dan komen we na enkele kilometers langs het dorpje Villalval.

Cardeñuela Río Pico & Orbaneja Ríopico
Vanaf nu lopen we vele kilometers over asfalt. We volgen de doorgaande asfaltweg naar beneden en komen dan in het dorpje Cardeñuela Río Pico, waar we op een klein terras van het dorpscafé een kop thee drinken bij een meegenomen boterham.
Het volgende dorpje dat we passeren, is de plaats Orbaneja Ríopico. Hier passeren we enkele pelgrims die in dit gehucht gezellig met elkaar op het terras zitten. Zo langzamerhand herkennen we de meeste pelgrims die we onderweg ontmoeten.

Asfalt
Dan volgt een lang, saai stuk asfaltweg, waar ook nauwelijks verkeer passeert. Eerst steken we via een viaduct de autosnelweg A1 over.
Dan moeten we hele grote boog maken rond het vliegveld van Burgos. Vlak voordat we het dorp Villafría de Burgos binnen wandelen, moeten we eerst nog via een spoorbrug de spoorlijn over steken.

Villafría de Burgos
We lopen dan door deze ‘voorstad’ van Burgos. Inmiddels is de temperatuur al opgelopen tot boven de 25 graden Celsius. Tussen de bebouwing waait het nauwelijks, dus het wordt al behoorlijk warm om te lopen.
We komen dan op een heel lang recht traject, waarbij we langs de rechte doorgaande weg tussen de bedrijventerreinen van Villafría de Burgos en Burgos lopen. We doen bijna anderhalf uur over dit ellenlange, warme en verkeerslawaaierige traject.
Na die anderhalf uur arriveren we eindelijk bij de eerste bewoonde gebouwen van Burgos. Het is dan bijna 13.00 uur.

Nieuw Burgos
Vanaf het grote plein van de Glorieta de Logroño lopen we rechtdoor de stad Burgos in. Overal veel verkeer, veel winkels, veel mensen, veel lawaai en warm. De gele camino-pijlen wijzen ons perfect de weg door de stad, dus we hoeven niet steeds de routeaanwijzingen in onze wandelgids er op na te slaan.
We komen langs veel oude gebouwen, maar hier en daar heeft men tussen de oude bebouwing ook qua vorm en kleur mooie nieuwe woonunits gebouwd.
Bij een kinderspeelplaats rusten we even om nog wat te eten en te drinken, alvorens we de binnenstad van Burgos betreden. Na ongeveer een uur vanaf de rand van de bewoonde bebouwing bereiken we de oorspronkelijke stadsmuur van de oude binnenstad van Burgos.

Oude binnenstad van Burgos
Vanaf hier wordt het lopen door de binnenstad al een stuk interessanter vanwege de mooie oude gebouwen, de smalle en gezellige winkelstraten en de rust in de stad, omdat hier nauwelijks nog auto’s de stad doorkruisen.
Bij een textielwinkel kopen we enkele textielemblemen van de Spaanse pelgrimssteden Burgos en Léon.
Bij de gemeentelijke refugio kopen we enkele pelgrimsansichtkaarten. In de wachtruimte van de receptie staat een standbeeldje van Sint Jacobus.

Kathedraal gesloten
Dan staan we aan de achterzijde van de immense kathedraal van Burgos. Daar ontmoeten we drie pelgrims, die we in de afgelopen dagen voortdurend hebben ontmoet. Daarbij is ook de lange Italiaan, die gisteren misselijk terugkeerde vanaf de Montes de Oca naar Villafranca Montes de Oca. Het gaat al weer beter met hem. Eén van de andere mannen zet Durkje en mij op de foto, met de kathedraal op de achtergrond. Ondertussen vraagt hij ons of wij de kathedraal ook op de achtergrond op de foto willen hebben. “Yes, Please!
Daarna lopen Durkje en ik door naar de voorzijde van de kathedraal.
Aan het kerkplein vóór de kathedraal is een souvenirwinkel, waar we nog enkele ansichtkaarten en textielemblemen voor pelgrims kopen.
Dan willen we graag in de kathedraal, maar die blijkt tot 17.00 uur gesloten te zijn. Omdat we daarop niet willen wachten – het is nu 14.15 uur – en de kathedraal morgen pas weer open gaat op het moment dat wij al weer aan de wandel zijn, vragen we aan de zijkant bij het museum van de kathedraal of we de kerk nu nog in kunnen. Dat kan niet. Wel krijgen we nog een stempel van de kathedraal in onze pelgrimspassen.

Basiskamp Burgos
Hier stopt onze wandeling van vandaag. We lopen via de brug over de rivier de Rio Arlanzón, die door Burgos stroomt, en gaan aan de overzijde naar de huurauto, die aan de overzijde van de rivier staat geparkeerd. Met de huurauto halen we onze eigen auto weer op uit San Juan de Ortega en dan brengen we de huurauto voor morgen alvast naar Hornillos de Camino, waar we morgen naar toe willen lopen. Met onze eigen auto gaan we dan tenslotte terug naar de camping in Burgos.
De 26,5 kilometer lange route van vandaag hebben we in 6 uur en een kwartier gelopen. Het eerste deel van deze dagtocht was schitterend en het laatste deel – met uitzondering van de binnenstad van Burgos – was veel minder aantrekkelijk. Maar al met al was het toch weer een mooie en geslaagde pelgrimsdag.

Pelgrimeren van Burgos naar Hornillos del Camino

Wiep met de Nederlandse pelgrims Jaap en Myrthe in Tardajos
















Van Sint-Jacobiparochie naar Santiago de Compostela 

Camino Santiago > Roncesvalles – Santiago de Compostela
Van Burgos naar Hornillos del Camino 
Zaterdag 28 juli 2012 – 20 km. 
Dag 131: 2783 – 2803 km

Rio Arlazón
Om 7.45 uur staan we op de oude stadsbrug over de rivier de Rio Arlanzón, die door Burgos stroomt. Vandaag gaan we onze 131e pelgrimsdag beginnen bij de kathedraal van Burgos. We gaan 20 kilometer wandelen van Burgos naar Hornillos del Camino. Het thema van deze wandeldag is volgens onze routegids: ‘Akkers, dorpjes en calzadas’. Van de akkers en dorpen is nu nog niets te bekennen (dat komt nog wel vandaag), maar de calzadas (geplaveide wegen) zijn hier in de stad ruimschoots aanwezig. Als we de brug over lopen, zien we vóór ons de hoog boven de stadsmuur uitstekende torens van de kathedraal.
 
Kathedraal van Burgos
Aan de overzijde van de rivierbrug lopen we door de stadspoort van de eeuwenoude stadsmuur. De prachtige kathedraal kunnen we dan in haar volle glorie aanschouwen in het nog vroege ochtendlicht. Het is halfbewolkt bij een temperatuur van 18 graden Celsius, dus prima wandelweer.
Het is nog stil op het kerkplein vóór èn naast de kathedraal. Slechts een enkele pelgrim wandelt hier rond. Rechts van ons zien we een bronzen beeld van een zittende pelgrim op een bankje. De pelgrim houdt een pelgrimsstaf met kalebas in zijn linkerhand.
Volgens het bord met daarop de openingstijden zou de kathedraal nu gesloten zijn. Maar als we langs de gevel lopen, zie ik een kleine deur van de kathedraal open staan. Durkje en ik gaan naar binnen. In de grote kapel links van het schip van de kerk is de ochtendmis. Bij de ingang staat een bordje met het verzoek tijdens de mis deze kerkzaal niet binnen te wandelen, hetgeen we uiteraard respecteren.

San Esteban en San Martín
Weer buiten gekomen, gaan we via de hoge trappen vóór de kathedraal naar boven. We wandelen in westelijke richting weg van de kathedraal, daarbij enthousiast uitgezwaaid door een man en een vrouw die achter het raam van de eetzaal van het hotel tegenover de kathedraal zitten te ontbijten. Het hartelijk begroeten van pelgrims onderweg is hier in Spanje meer regel dan uitzondering; zo ook hier.
Voorbij de kerk San Esteban wandelen we door de Calle Doña Jimena naar de westelijke stadspoort van Burgos: San Martín. Door deze poort verlaten we de oude binnenstad.

N120
Via de brug ‘Puente de los Malatos’ steken we de rivier Rio Arlanzón weer over. Daarna lopen we langs de N120 de stad uit. Daarbij passeren we ondertussen een groot standbeeld van een zittende pelgrim, compleet met wandelstaf en Jacobsschelp.

Villabilla de Burgos
We verlaten de N120 bij La Milanesa. Verderop gaat na de laatste bewoonde bebouwing de asfaltweg over in een onverhard, steenachtig breed pad. Dat pad leidt ons naar het dorpje Villabilla de Burgos. We passeren onderweg enkele pelgrims. Als we langs de noordrand om Villabilla de Burgos heen zijn gelopen, halen we weer een pelgrimsstel in. We horen dat ze Nederlands tegen elkaar spreken. Het zijn Jaap & Myrthe uit Amersfoort, die een week geleden in Saint-Jean-Pied-de-Port hun pelgrimstocht richting Santiago de Compostela zijn begonnen. Ze hebben gestudeerd aan de Universiteit van Maastricht en werken nu respectievelijk bij de HAN en bij Achmea. Er is meer dan voldoende stof om al wandelend met elkaar in gesprek te gaan, dus voordat we het weten zijn we met zijn vieren na ruim een uur vanaf Villabilla de Burgos al gearriveerd in het dorp Tardajos.

Tardajos
We drinken met zijn vieren een kop koffie op het terras van de plaatselijke tienda. Bijna alle pelgrims die hier passeren, komen wel even langs om hier iets te kopen en te eten en te drinken, dus het is hier een gezellige boel binnen en op het terras.
De gecombineerde dorpswinkel/dorpscafé is heel klein, maar iedereen kan met enig geduld hier kopen wat hij wenst voor de komende kilometers. Om in het toilet van deze tienda te komen, moet je als gast door het keukentje achter deze Spaanse pappa- en mamma-winkel, via een vaste trap naar boven. Het keukentje is net zo goed georganiseerd als de winkel vóór in de tienda.
Na de koffie wandelen Durkje en ik weer verder. Jaap & Myrthe blijven nog even op het terras. We zullen hen vandaag of morgen of later vast nog wel eens ontmoeten, zo is onze ervaring. We lopen het dorp Tardajos uit. Vóór en achter ons lopen pelgrims, alleen en in duo’s.

Rabé de las Calzadas
Al na een halfuurtje wandelen we het volgende dorp binnen: Rabé de las Calzadas.
Net voorbij de kerk zien we dat de herbergier van de plaatselijke refugio voor een drietal Spaanse tieners een pelgrimsstempel zet in hun pelgrimspassen. Wij sluiten aan in de rij en krijgen van de stempelaar ook een mooi stempel in onze pelgrimspassen. Als snel wandelen we Rabé de las Calzadas uit. Langs de uitvalsweg is met graffiti de tekst ‘Camino de Santiago’ gespoten, met de laatste ‘o’ in de vorm van een Jacobsschelp. Een gele en een blauwe pijl erbij geven de wandelrichting van de camino aan.

Golvend pad tussen de akkers
Buiten het dorp gaat het brede pad glooiend omhoog, tussen de akkers door. Links en rechts staan mooie planten en bloeiende bloemen. We hebben de zon in de rug. Het is nog wel behoorlijk bewolkt en de lucht ziet er trouwens nog wel wat dreigend uit, dus het zou ook zo maar kunnen gaan regenen.
Toch blijf het droog en wandelen we vandaag bij een heerlijke temperatuur van zo’n 18 tot 24 graden Celsius. Een verkoelende wind en een verwarmende zon in de rug, dus helemaal goed zo.
Bij een rustplaats – waar enkele pelgrims bij elkaar zitten onder een afdakje – staat een houten wegwijzer met daarop de tekst: ‘camino de santiago’; een Jacobsschelp er tussenin.

Heuvelplateau
Nadat we een eind over het veelal stijgende pad de heuvels op zijn gelopen, komen we op een uitgestrekt plateau. We hebben hier rondom een prachtig uitzicht over de omgeving. Hier ergens op dit plateau moet in de Middeleeuwen het hospitium ‘Santa María de los Torres’ hebben gestaan.
Als we aan het eind van het plateau zijn gekomen, zien we het dorpje Hornillos del Camino liggen.

Dal en hoogvlakte
Als we over de rand van het plateau de steile afdaling hebben ingezet, krijgen we een mooi uitzicht over de volle breedte van het dal, waarin de plaats Hornillos del Camino ligt. Wij lopen hier boven in de schaduw van dikke wolken, maar de zon schijnt wel volop op het dal. Een sprookjesachtig gezicht is het schilderachtige resultaat van dit zonovergoten dal. Aan de overzijde van het dal zien we de volgende hoogvlakte.

Camino-fietsers
We gaan verder naar beneden. Ondertussen passeren ons ook weer een aantal groepjes camino-fietsers. Je hoort ze meestal wel op tijd aankomen, als de dikke fietsbanden van hun mountain bikes knarsend hun weg zoeken tussen de kleine en iets grotere stenen van het wegdek van het veldpad hier door de heuvels.
Na de afdaling gaat het onverharde pad verder naar een doorgaande asfaltweg. Als we die zijn overgestoken, wandelen we de plaats van onze bestemming voor vandaag binnen: Hornillos del Camino.

Honillos del Camino
Het is nu precies 12.02 uur. Dan hebben we er – inclusief onze koffiepauze – exact vier uren over gedaan om vanuit de kathedraal van Burgos de 20 kilometer naar de dorpsrand van Honillos del Camino te lopen.
Hornillos heeft een heel herkenbare straatbeeld. Links en rechts staan hier vóór in het dorp lange rijen huizen. Qua vorm en steenkleur lijken de huizen allemaal op elkaar. Opvallend is dat een aantal woningen aan onze linkerzijde op de eerste verdieping een met zware houten balken ondersteunde korte uitbouw naar voren heeft, over het trottoir heen.

Theepauze
In het midden van het dorp is een klein pleintje met daaraan de dorpskerk en de gemeentelijke refugio. Beide zijn (nog) gesloten. Een grote groep pelgrims zit of ligt op de trappen en in het portaal van de oude dorpskerk. Ze wachten tot de refugio de deur opent, om zich dan in te kunnen schrijven voor de komende nacht. We kijken nog even rond in het dorp.
Op het terras drinken we tenslotte een kop thee bij de nog resterende meegenomen broodjes. Omdat we maar 20 kilometer hebben gelopen, volstond één rustpauze, dus voordat we hier in de huurauto stappen, nemen we eerst een korte theepauze.

Nieuwe wandelschoenen
Als we op het terras zitten, arriveert ook het Nederlandse pelgrimsduo Jaap & Myrthe. Ook zij pauzeren hier op het terras. Zij gaan straks nog verder naar een volgende dorp. Wij nemen afscheid van hen en rijden met de huurauto vanuit Hornillos del Camino naar Burgos om daar onze auto af te halen.
In Burgos kopen we in een filiaal van Decathlon voor Durkje nog een nieuw paar wandelschoenen en enkele andere wandelkledij, waarna we de huurauto naar Castrojeriz rijden, waar we morgen naar toe zullen lopen. Tenslotte rijden we met onze auto weer terug naar onze caravan op camping Fuentes Blancas in Burgos. Naarmate de middag vordert, wordt het steeds warmer. De temperatuur loopt op tot zo’n 26 graden Celsius en het blijft droog, wat een zegen is voor elke pelgrim.

vrijdag 14 oktober 2022

Ramiro - De Wachters van Bierzo

Vrijdag 14 oktober 2022
 
Cover van 'De wachters van Bierzo'

Intra-historische strip over een pelgrimstocht
Tijdens de landelijke najaarsbijeenkomst van ons Nederlands (pelgrims)Genootschap van Sint Jacob op 15 november 2015 in de Martinikerk te Groningen werd ik door professor Hub Hermans gewezen op de vierdelige stripboekenserie van Ramiro. Hermans is bij de RUG hoogleraar Moderne Romaanse letterkunde en cultuurkunde, in het bijzonder de Spaanse, en hij vertelde dat dergelijke stripboeken de zogenoemde 'intra-historie' beschrijven, ofwel de geschiedenis zoals mensen die door de eeuwen heen ervaren, over wat in de mensen is geworteld, over armen en rijken, over kerken, kastelen, over geloof en over de geschreven teksten uit die tijd.
Voor mij was dat de aanleiding om me aan de hand van deze vierdelige Ramiro-serie eens nader te verdiepen in de intra-historische beschrijving van een pelgrimstocht door Frankrijk en Spanje van eeuwen geleden. Via diverse aanbieders op internet kocht ik de vier delen van deze stripboekenserie, en ik ben na de delen 1 & 2 verder gaan lezen in het derde deel, getiteld ‘Ramiro – De wachters van Bierzo.

Ramiro I is niet Ramiro
Ramiro I leefde van 790-850. Van 843-850 was Ramiro I de koning van het Spaanse Asturië. Ramiro I -  zoon van Bermudo I van Asturië – werd waarschijnlijk al in het jaar 835 door de toen zittende koning Alfons II aangewezen als ‘zijn’ kroonprins.
Tijdens zijn koningschap kreeg Ramiro I te maken met opstandige edelen, met invallen van Noormannen, met rondtrekkende dieven en rovers, en met de toen nog heidens levende geïsoleerde bevolkingsgroepen.
Deze Ramiro I moet je niet verwarren met de Ramiro van deze strip. De strip-Ramiro leefde namelijk zo'n 350 jaar later dan Ramiro I. 

William Vance
William Vance is het pseudoniem van de Belgische striptekenaar William Van Cutsem, geboren in 1935. Van jongs af aan was William gefascineerd door het realistisch werk van sommige illustratoren. Hij leerde het tekenvak in de publiciteitsindustrie, en nam toen ook al zijn schuilnaam aan.
Door zijn overstap van het publiciteitstekenwerk naar het striptekenen, heeft William er mede voor gezorgd dat de strip volwassen is geworden. William Vance beschouwde in zijn tekeningen een combinatie van artisticiteit en degelijk inhoudelijk feitenmateriaal als van doorslaggevende betekenis. Zijn inkadering en zijn kleurennuances bepalen mede (de kwaliteit van) zijn werk.

Ridder Ramiro
William Vance ontpopte zich als een buitengewoon knap striptekenaar. Zijn professionele ontwikkeling naar het realisme zette zich steeds verder door. De hoofdpersoon ‘Ramiro’ in zijn stripboekenserie mag dan zijn verzonnen, de rest – het tijdsbeeld, de gebeurtenissen, de gebruiksvoorwerpen en de gebezigde taal – is gebaseerd op de geschiedenis.
Door zijn knappe tekenwerk, waar de geschiedenis in wordt geweven, word je door William Vance als het ware mee teruggenomen in de tijd van ridder Ramiro. Omdat Ramiro het pelgrimspad richting Santiago de Compostela volgt, ga je figuurlijk samen met Ramiro als pelgrim op pad naar dit beroemde bedevaartsoord.

Deel 3
William Vance zorgde in dit derde deel van de Ramiro-serie voor het tekenwerk. De tekst is van Stoquart (en deels Vance).
Dit stripboek van William Vance wordt gekenmerkt door de bijzondere combinatie van striptekenwerk en fotografie, beide van Vance. Zo vind je bijvoorbeeld voorin het derde deel enkele pagina’s met beschreven foto’s van en over de karakteristieke bouwwerken in pelgrimssteden zoals bijvoorbeeld Estella, Torres del Rio, Burgos, Hornillos del Camino, Castrojeriz, Fromista, Carrion de los Condes, Sahagun en Mansila de Mulos. De teksten bij de foto's zijn van Monique Bosman.
Het grondgebied El Bierzo, dat deel uitmaakt van de Spaanse provincie Léon, dat doorkruist wordt door het pelgrimspad (de camino) naar Santiago de Compostela voert je door plaatsen zoals Ponferrada, Cacabelos en Villafranca del Bierzo.
Achterin het stripboek staat een landkaart van Spanje, waarin zichtbaar is gemaakt waar het grondgebied El Bierzo ligt in de provincie Léon.

Achtervolging en list
De titel van het derde deel van deze Ramiro-serie is: ‘De Wachters van Bierzo’.
Het verhaal van dit stripalbum begint als Ramiro met zijn gevolg in Navarra de stad Cirauqui passeert en dan de rivier de Salado oversteekt. Daar verliezen ruiters regelmatig hun paarden, omdat het water van de rivier giftig is, maar Ramiro is daarvoor gewaarschuwd, dus wordt daardoor niet geraakt.
Ramiro reist door naar de stad Estella, waar hij overnacht met Wilfried (of eigenlijk de Bretonse zeeman Antonin le Goffic) met zijn toekomstige bruid, om daarna door te reizen via Najera naar Burgos.
Ondertussen zetten zijn vijanden namens het klooster van Cluny de achtervolging in. Door een list van Ramiro splitst de groep achtervolgers zich in drie groepen, en komt Ramiro aan bij de poort van Burgos, waar de poortwachters om de tuin worden geleid door Ramiro's vijanden met de mededeling dat Ramiro en zijn gevolg vijanden van de koning zijn. Maar de achtervolgers worden ontmaskerd door Don Ignacio de Lara die Ramiro herkent als Ramiro Quintana del Nogal, en dan mag Ramiro voorbij de poortwachters de stad Burgos in. In Burgos ontmoet Ramiro zijn vader, en daar zijn ook Arnaud de Saint-Loup (raadsheer van de Franse koning Philip Augustus) en ridder-hertog Lucas Amaury de Neuvy, beiden gelieerd aan de Franse koning, die bevriend is met Ramiro's vader.

Wachten op het juiste moment
Vanuit Burgos vertrekt Ramiro vergezeld door de beide laatstgenoemde vertegenwoordigers van het Franse hof, èn samen met het pelgrimsechtpaar, richting Hornillos del Camino, Castrojeriz en Carrion de los Condes.
Ondertussen zinnen de achtervolgende monniken van Cluny op een list om Antonin in de nacht te ontvoeren, opdat de zeeman Antonin vanuit Santiago de Compostela niet zal inschepen richting Zuid-Amerika. In de nacht verijdelt Ramiro dat zijn geldbuidel door de herbergier wordt gestolen.
De volgende dag gaat Ramiro met zijn gezelschap verder, naar Sahagun, voortdurend gevolgd door de monniken, die in Léon willen toeslaan, waar de oom (Alfonso IX) van Ramiro woont.
Maar daar gebeurt ook niets, dus de reis gaat verder via Orbigo en Astorga naar Rabanal del Camino.
Daar zal het gezelschap van Ramiro slapen bij de Tempelier-ridders, de 'Wachters van Bierzo', beschermers van de pelgrims. Door een list weet Ramiro te voorkomen dat de Tempeliers Antonin gevangen nemen. Ramiro vertrekt stilletjes in de nacht met zijn gevolg.

Concurrentie tussen Tempeliers en Cluny
Ramiro wordt gevolgd door de Tempeliers, en de monniken van Cluny halen deze achtervolgers en ook de groep van Ramiro in, om hen allen vóór te blijven. Alleen broeder Juan van Cluny reist - als een spion - samen op met de Tempeliers. 
Juan hoort dat de Tempeliers Ramiro willen overvallen in Ponferrada, en meldt dat bij de achtervolgende monniken van Cluny, die dan het plan bedenken om Ramiro al eerder - in Molinaseca - te overvallen.
Aan het eind van dit stripboek is duidelijk dat zowel de monniken van Cluny als ook de Tempeliers vechten om Ramiro en zijn pelgrimsstel. In deel vier van deze stripboeken-serie zal duidelijk moeten worden hoe dat afloopt.

donderdag 21 januari 2021

Camino de Santiago

Donderdag 21 januari 2021
 

Cover van het boek 'Camino de Santiago'

Heilige mannen van het pelgrimspad

Tussen de steden Nájera en Burgos is de Spaanse Camino de Santiago gekenmerkt door een opvallende concentratie van heiligdommen, waar de middeleeuwse pelgrim halverwege het pelgrimstraject van de Pyreneeën naar Santiago de Compostela kon verpozen.
Eerbiedwaardige mannen - vereerd in de kerken van San Millán de la Cogolla, San Juan de Ortega en Santo Domingo de la Calzada - worden tot op heden nog herdacht in de naamgeving van de plaatsen waar ze leefden en stierven.
In de stad Burgos herinneren de kerk van San Lesmes en de kapel van San Amaro aan twee andere heiligen, die hun leven in dienst stelden van de pelgrims naar Galicia.
Het loont de moeite de grafmonumenten van deze vijf heiligen te bezoeken. Die monumenten werden namelijk met grote kunstvaardigheid opgericht, uit dankbaarheid aan hen die de Camino (het Spaanse pelgrimspad) letterlijk en figuurlijk begaanbaar maakten.

Mireille Madou
Hierover schreef Mireille Madou het boek 'Camino de Santiago', dat ze de pakkende ondertitel gaf van "Heilige pelgrims, pelgrimsheiligen en heiligdommen langs de weg", waarmee ze kort maar kracht aangeeft waarover dit boek gaat.
Dit boek verscheen in het jaar 1990. Gedeelten van dit boek werden eerder gepubliceerd in het pelgrimstijdschrift 'De Jacobsstaf', het magazine dat wordt uitgegeven door het Nederlands Genootschap van Sint Jacob, waarvan Mireille Madou mede-oprichtster en erelid was. Deze vereniging telt momenteel inmiddels zo'n 13.000 leden.
Het boek verscheen eerder ter gelegenheid van de jaarwisseling van 1989-1990, als geschenk voor vrienden en relaties van uitgeverij Conserve.
Schrijfster Mireille Madou (1931-2020) studeerde kunstgeschiedenis. Vanaf 1976 doceerde ze kunstgeschiedenis van de Middeleeuwen aan de Rijkuniversiteit te Leiden. Haar onderzoeksgebied besloeg de heiligeniconografie, de geschiedenis van het middeleeuwse kostuum en de Camino de Santiago.

Heilige pelgrims, pelgrimsheiligen en heiligdommen langs de weg
Levenshoudingen en mentaliteiten veranderen in de loop der tijd. Eeuwen geleden ging men op bedevaart met grote godsvrucht en zachtmoedigheid. De hedendaagse pelgrim vertrekt vaak na een grondige voorbereiding, leest reisgidsen en wegenkaarten, en bezoekt dan met een cultuurhistorische inslag onderweg de diverse monumenten.
De grafmonumenten langs de camino - die in dit boek worden besproken - leggen hun getuigenis af van de waardering van de vijf hier besproken pelgrimsheiligen.
Dit boek is geschreven voor de pelgrims en andere reizigers die de verre reis naar het Spaanse Galicië gaan maken. De inhoud gaat vooral over dat stukje Spaanse Camino tussen de pelgrimssteden Nájera en Burgos. Vijf heiligen van dit stukje pelgrimspad staan in dit boek centraal. Hun leven en werken en hun grafmonumenten worden in deze publicatie belicht, om hen niet te vergeten en om hen onderweg te bezoeken en te gedenken.

San Millán de Cogolla
San Millán de Cogolla is geboren in of rond het jaar 474. Begonnen als schaapherder, ging hij in de leer bij een monnik, om daarna veertig jaar een leven van strenge boete en ontberingen te leiden. De roem van zijn heiligheid verspreidde zich. In het jaar 575 werd hij begraven in de grot waarin hij het grootste deel van zijn leven doorbracht. De plaats San Millán de Cogolla wordt beschouwd als belangrijk voor het ontstaan van een monastieke traditie in Spanje. Het graf van San Millán de Cogolla is in de Middeleeuwen één van de meest bezochte monumenten langs de camino.
Wie het klooster van San Millán de la Cogolla wil bezoeken, verlaat Nájera niet in westelijke richting om naar Santo Domingo de la Calzada te gaan, maar loopt vanuit Nájera in zuidelijke richting, om eerst naar San Millán de Cogolla te gaan, om dan pas na die lange zuidelijke omweg weer noordwestelijk verder te lopen naar Santo Domingo de la Calzada.
Pelgrims bezoeken San Millán de Suso (boven, met daar het praalgraf van San Millán de Cogolla) en San Millán de Yuso (beneden; dat onder invloed van het klooster van het Franse Cluny kwam te staan).

Santo Domingo de la Calzada
Santo Domingo de la Calzada leefde van omstreeks 1019 tot 1109. Deze herdersknaap voelde zich geroepen tot het kloosterleven. Hij koos ervoor om in een paleisruïne bij de plaats Ayuela - ver van de bewoonde wereld - God te dienen in volstrekte eenzaamheid.
Zij roeping werd de verzorging van pelgrims, waardoor hij het bouwen van een pelgrimshospitaal als eerste noodzaak beschouwde. Ook zorgde hij voor een verharde straat (een calzada) tussen Nájera en Redecilla, via Azofra en Cirueña, en hij bouwde een brug voor de pelgrims over de rivier de Oja. 
Vanaf het jaar 1094 werd deze heilige wegenbouwer bijgestaan door Juan de Ortega. 
Na zijn overlijden werd de nederzetting rond het pelgrimshospitaal van deze heilige wegenbouwer genoemd naar hem: Santo Domingo de la Calzada. Hier vinden we tegenwoordig ook het praalgraf van deze heilige patroon van de stad.
Eén van de meest beroemde mirakelverhalen van Santo Domingo de la Calzada is het verhaal van de haan en de hen, die tot op de dag van vandaag nog in levende lijve als witte hen en witte haan zijn te aanschouwen in de 15e eeuwse een kooi tegenover het praalgraf in de kerk van Santo Domingo de la Calzada. Hij is de patroon voor allen die werkzaam zijn in een bouwbedrijf, maar voor de pelgrims is hij de heilige van de haan en de hen.

San Juan de Ortega
San Juan de Ortega leefde tot 1163. Hij koos een gevaarlijk en onherbergzaam gebied om daar zijn levenswerk te realiseren, in dienst van de arme pelgrims. Vijftien jaar lang werkte hij samen met Santo Domingo de la Calzada. 
Na zijn bedevaart naar Rome en Jeruzalem vestigde hij zich als eremiet (kluizenaar) in de omgeving van de plaats Urteca. In het jaar 1120 realiseerde hij er een kapel, en tien jaar later een pelgrimshospitaal.
Hij wijdde zich aan de aanleg van een weg tussen Atapuerca en Villafranca de Montes de Oca en hij bouwde bruggen tussen Logroño en Ortega. In Ortega stichtte hij een kloostergemeenschap, mede voor de veiligheid en een goed onthaal van de pelgrims.
Hij is begraven in zijn kapel van Sint Nikolaas in het tegenwoordige San Juan de Ortega. Hij is de patroon van de metselaars, de architecten en de bruggenbouwers. Zijn grafmonument wordt beschouwd als de meest monumentale 12e-eeuwse grafcreatie in Noord-Spanje.
Zijn ander grafmonument - een praalgraf - is nooit bedoeld geweest voor zijn lichaam, maar om hem ermee te eren en ervoor te zorgen dat zijn wonderdaden in de gedachtenis van latere generaties pelgrims zouden voortleven.

San Lesmes
San Lesmes leefde tot 1097. Als kind onderscheidde hij zich al door zijn deugdzaamheid. Hij deed afstand van al zijn bezittingen ten bate van de armen en ging als arme pelgrim op bedevaart naar Rome.
Terug in Spanje vestigde hij zich bij een kapel in Burgos, waarbij ook een hospitaal stond waar de pelgrims naar Santiago de Compostela een onderkomen vonden. Zijn grootste zorg ging uit naar de pelgrims.
Uiteindelijk werd na zijn overlijden San Lesmes een rustpunt en tevens pelgrimsdoel op zich. Zijn graf in de kerk van San Lesmes ligt aan de camino door Burgos. Zijn praalgraf tonen de vier kardinale deugden: Voorzichtigheid, Rechtvaardigheid, Sterkte en Matigheid. Ontdaan van alle luister rust San Lesmes met grote waardigheid en sereniteit in het graf in het midden van zijn kerk.

San Amaro
Van San Amaro is het sterfjaar niet bekend.
Om de kapel van San Amaro te bezoeken, moet je als pelgrim een kleine omweg maken langs de oude camino, die voorbij het Hospital del Rey door Burgos loopt. Dat koninklijk hospitaal is oorspronkelijk gesticht voor het welzijn van de armen en van de pelgrims.
Als pelgrim op weg naar Santiago de Compostela vond San Amaro een onderkomen in dit hospitaal. Omdat hij hier werd getroffen door de grote liefde waarmee pelgrims werden ontvangen, keerde hij na zijn aankomst in Santiago de Compostela terug naar het Hospital del Rey, waar hij zijn diensten als medewerker aanbood. Zijn zachtmoedigheid en geduld, zijn naastenliefde en godsvrucht werden door iedereen opgemerkt. 

vrijdag 4 oktober 2019

The Roads to Santiago

Vrijdag 4 oktober 2019
Cover van 'De wegen naar Santiago'

Pelgrimsroutes
In 1987 bestempelde de Raad van Europa de bedevaart naar Santiago de Compostela tot de eerste Europese Culturele Weg. In de negentiger jaren van de vorige eeuw kwamen de verschillende pelgrimsroutes door Frankrijk en Spanje op de werelderfgoedlijst van de Unesco terecht.
De pelgrimsroutes lopen door Midden- en Zuid-Frankrijk - met zijn eindeloze vergezichten - en door de moerasdelta van de Camargue, om uiteindelijk samen te komen in Noord-Spanje, waarna ze vervolgen door het landschap van de meseta.

Pelgrims
Het aantal pelgrims groeide intussen gestaag. In het jaar 2004 trokken zo'n 180.000 pelgrims naar Santiago de Compostela, naar de plaats waar de Heilige Jakobus wordt vereerd.
Hun tocht begint vaak in Frankrijk. Behalve de 'erkende' pelgrims, die te voet, te paard of per fiets hun bestemming bereiken, zijn er nog duizenden die al dan niet georganiseerde tochten maken langs delen van de route. Allen genieten onderweg van het adembenemende landschap en van de middeleeuwse architectuur.

Pelgrimeren in woord en beeld
Fotograaf Derry Brabbs weet de spiritualiteit van deze bedevaart in beelden te vangen. Hij is een belangrijke Britse fotograaf van landschappen en van cultureel erfgoed, met al meer dan 25 boeken op zijn naam.
Brabbs produceerde ook het boek 'The Roads to Santiago', in het Nederlands vertaald als: 'De wegen naar Santiago', waarvoor hij duizenden kilometers reisde. Dit boek is uit het Engels vertaald door Susanne Castermans-Nelleke
Derry Brabbs brengt in dit boek de vier belangrijkste Franse bedevaartroutes in beeld. Die lopen via de Pyreneeën uit op de Camino Franchés door Noord-Spanje, en gaan dan als gezamenlijke route naar Santiago de Compostela.
Zijn boek kreeg als ondertitel: 'De middeleeuwse pelgrimsroutes door Frankrijk en Spanje naar Santiago de Compostela'. Het boek biedt een persoonlijke beschrijving van de routes en de monumenten bij de prachtige foto’s van Brabbs. Dit boek zal degenen die overwegen deze pelgrimstocht ooit te gaan maken vast inspireren en enthousiast maken. En degenen die de tocht langs één of meer van deze vier routes al gemaakt hebben, zullen er hun eigen pelgrimage ermee herbeleven. Kortom, een prachtig, rijk geïllustreerde gids in woord en beeld; een mooie warming up voor de beginnende pelgrim, en een feest der herkenning voor de ervaren pelgrim.

Vier middeleeuwse pelgrimswegen
Het boek is bepaald geen gedetailleerde reisgids met routebeschrijvingen. Niet alleen daarom, maar ook vanwege de grote omvang en het gewicht van het boek is het allesbehalve een routegids voor de wandelende pelgrim. De auteur heeft daarentegen wel met een groot aantal kleurenfoto’s - waarvan vele paginagroot - van de religieuze architectuur en het landschap de diepere zin van deze pelgrimsroutes trachten vast te leggen.
Na een algemene inleiding volgt een hoofdstuk over de oorsprong en ontwikkeling van de routes. Daarna volgt een uitgebreide beschrijving in woord en beeld over de vier traditionele routes in Frankrijk, vanuit Le Puy-en-Velay, vanuit Vézelay, vanuit Chartres & Orléans en vanuit Arles.
Daarna volgt de beschrijving van de pelgrimsroute over de Frans-Spaanse Pyreneeën naar het Noord-Spaanse Puente la Reina, waar de vier Franse pelgrimsroutes bij elkaar komen.
De daarop volgende drie hoofdstukken volgen de pelgrimsweg door Spanje via Burgos en Léon naar Santiago de Compostela.
Het laatste hoofdstuk gaan dan tenslotte over Santiago de Compostela.
Tot slot volgen dan nog de Epiloog en een Register.

Inleiding

  • Dit boek is een hulde aan de prachtige religieuze architectuur en het schitterende landschap die de hoofdelementen van deze pelgrimstocht vormen.
  • Alleen wie zelf in het schip van een grote romaanse of gotische kathedraal langs de route gaat staan, kan het geloof, de liefde en de angst ervaren die de basis vormden van het middeleeuwse christendom.
  • De bedevaart naar Santiago de Compostela, naar het graf van de heilige Jacobus, was vroeger zo populair, omdat het de beste manier was om vergeving van God te ontvangen als een soort verzekering voor het hiernamaals, en om de ziel te louteren; en tegenwoordig veel meer om het geloof te bevestigen en om even weg te zijn uit de roerige wereld.
  • Vroeger maakten pelgrims gebruik van de Romeinse wegen. De route werd bepaald door veiligheid en door de spirituele verplichting om onderweg zoveel mogelijk heilige bedevaartsplaatsen en heiligdommen aan te doen.

Oorsprong en ontwikkeling

  • In de twaalfde eeuw was voor christenen de periode waarin de machtige cultus van relikwieën een hoogtepunt beleefde.
  • Toen het graf van Jacobus in Santiago werd ontdekt, hadden de Moren heel Spanje in handen, op een smalle strook kustgebied in het noorden na, die nog steeds in christelijke handen was.
  • Pelgrims droegen de Jacobsschelp oorspronkelijk vol trots alleen als 'ereteken' op de terugreis.
  • De kerken domineren nog steeds het landschap, dat eeuwenlang onveranderd is gebleven.

De Via Podiensis vanaf Le Puy-en-Velay

  1. Le Puy-en-Velay is het beginpunt van de oudste bekend bedevaart van Frankrijk naar Santiago de Compostela.
  2. Deze route was voor middeleeuwse pelgrims waarschijnlijk de minst gebruikelijke van de vier Franse routes, omdat de weg door enorm onherbergzame streken voerde, en Romeinse wegen hier ontbraken.
  3. Pas vanaf de 20e eeuw is de route vanaf Le Puy favoriet.
  4. De kenmerken van het interieur van een bedevaartskerk zijn: brede zijbeuken en kooromgangen, zodat gelovigen gemakkelijk rond het koor met daarin de relikwieën konden lopen.

De Via Lemovicensis vanaf Vézelay

  • Dubbele luchtbogen langs de buitenmuren van gotische kerken gaven met hun functionele rol als steunend element de architect veel meer gelegenheid tot creativiteit in de kerk. 
  • Vaak loopt men door een zeer verlaten landschap en dat vereist wel enige geestkracht.

De Via Turonensis vanaf Chatres & Orléans
  • Zolang je voeten maar min of meer in zuidelijke richting wijzen, valt er veel te ontdekken en te genieten te midden van de vredige dorpjes op het platteland van Frankrijk.
  • Het is niet mogelijk om in de voetsporen van de middeleeuwse voorgangers te treden.
  • Het grondgebied van de Moren bleef beperkt tot de Franse kant van de Pyreneeën.
  • Sommige kerkinterieurs laten zien hoe kleurrijk veel middeleeuwse kerken waren voordat witgekalkte muren de norm werden.
De Via Tolosana vanaf Arles

  • De Via Tolosana is de langste van de vier erkende bedevaartroutes door Frankrijk naar de Pyreneeën.
  • De Via Tolosana is een lange, zware wandeling van ongeveer negenhonderd kilometer. Wie hier aan begint, moet goed voorbereid zijn op extreme weersomstandigheden en zwaar terrein.
  • De Somport-pas is absoluut niet de steilste of zwaarste beklimming tussen de Pyreneeën en Santiago de Compostela.

Van de Pyreneeën naar Puente la Reina

  • Puente la Reina is een van de indrukwekkendste plaatsen op de hele Camino Franchés.

Van Puente la Reina naar Burgos

  • Overal beheersen wijngaarden en wijncoöperaties het landschap.
  • Door de kracht van de hele middeleeuwse cultus van relikwieën en wonderen gingen zelfs de meest rationele geesten op in de algemene euforie rondom de legenden.
  • Burgos heeft de meest bijzondere kunst en architectuur van alle plaatsen langs de camino.

Van Burgos naar Léon

  • Bij aankomst in het schip van de kathedraal van Léon is de indruk van licht, ruimte en kleur overweldigend.

Van Léon naar Santiago de Compostela

  • Veel 12e eeuwse pelgrims overleefden hun reis niet en stierven onderweg na geweld of ziekte en vele anderen kozen ervoor om een nieuw leven te beginnen in graziger weiden.
  • Op de top van de Cebreiro-pas is het ergste achter de rug.

Santiago de Compostela

  • De stad Santiago de Compostela doet altijd iets met je.
  • Op het hoogtepunt van de ceremonie - in de mis in de kathedraal van Santiago de Compostela - raakt de botafumeiro (rookvat) bijna het plafond, en de combinatie van het suizende geluid en de wolken geparfumeerde lucht die door de gaten van de houder naar buiten stromen, maken het tot een onvergetelijke belevenis.
  • De meeste middeleeuwse pelgrims waren analfabeet en zij waren vooral gemotiveerd door de onheilspellende gevolgen van zonde die men zag in de glas-in-loodramen of in andere gebeeldhouwde uitingen.
  • Vaak bestond bij middeleeuwse pelgrims het idee dat goede daden van nut konden zijn zodra men ter verantwoording werd geroepen bij het Laatste Oordeel.

De hedendaagse bedevaart

  • De wegen naar Santiago de Compostela worden inmiddels weer druk belopen.
  • Echte pelgrims moeten gebruik maken van een 'credentiale', een soort paspoort voor pelgrims. Dat moet minstens één keer per dag worden afgestempeld op erkende locaties, bijvoorbeeld bij een gasthuis, een kerk of stadhuis.
  • De pelgrim moet in staat zijn om de autoriteiten in Santiago de Compostela ervan te overtuigen dat de de pelgrimsreis op religieuze gronden is gemaakt.
  • De pelgrimstocht is niet alleen een reis om nader tot jezelf te komen, maar biedt ook een mogelijkheid om te genieten van de schoonheid van de natuur. Het zijn echter de uitingen van geloof in de ontelbare kerken en kathedralen op de route, die het meest memorabel zijn.


dinsdag 28 augustus 2012

Pelgrimeren van Carrión de los Condes naar Ledigos

Het klooster van San Zoilo in Carrion de los Condes























Van Sint-Jacobiparochie naar Santiago de Compostela

Camino Santiago > Roncesvalles – Santiago de Compostela

Van Carrión de los Condes naar Ledigos
Donderdag 2 augustus 2012 – 23 km.
Dag 135: 2869 – 2892 km


Basiskamp verhuisd van Burgos naar Sahagún
Na de rustdag van gisteren, breekt ook voor ons vanmorgen de harde werkelijkheid van de pelgrim weer aan. Vroeg opstaan, aankleden en ontbijten om in de vroege ochtenduren de eerste kilometers op het pelgrimspad te maken.
Gisteren hebben we ’s ochtends de airco van onze auto laten repareren in een garage in Burgos, waarna we met de caravan naar onze volgende camping zijn gereden. Op onze autorit van Burgos naar Sahagún hebben we de in Osorno geparkeerde huurauto meegenomen naar Ledigos, waar we vandaag wandelend zullen arriveren. ’s Avonds hebben we een heerlijk pelgrimsmenu gegeten op het terras van een restaurant aan de Plaza Mayor, temidden van zo’n 15 andere pelgrims. Dat was het uitgestelde verjaardagsdiner dat we ter gelegenheid van de verjaardag van Durkje van eergisteren nog niet hadden gevierd. Deze traktatie hadden we dus nog tegoed.

9 + 1 = 10
De twee fietsende pelgrimsstellen die gisteravond ook bij ons op het restaurantterras zaten, zijn vanmorgen op onze camping tegen 7.30 uur ook al druk in de weer om zich klaar te maken voor de komende pelgrimsdag. Wij vertrekken om 7.34 uur vanaf de camping en rijden met de auto naar Carrión de los Condes, waar vandaag onze wandeling van 23 kilometer naar Ledigos begint. Na onze eerste negen pelgrimsdagen - en gisteren de eerste rustdag – begint hier en nu onze tiende wandeldag van deze zomerpelgrimage. De temperatuur is 13 graden Celsius op dit moment van dag. Een mooie temperatuur om onze tweede serie wandeldagen aan te vangen. De zon komt net boven de heuvels in het oosten.

Carrión de los Condes
Om 8.00 uur lopen we door de hoofdstraat van Carrión de los Condes omlaag naar de oude brug over de rivier de Carrión.
Aan de overzijde van deze brug passeren we aan onze linkerhand het grote kloostercomplex van het klooster van San Zoilo.

Santa María de Benevivere
We steken buiten de bebouwde kom eerst de C615 over en daarna de N120. Aan de overzijde van de N120 gaan we verder over een smalle geasfalteerde weg. Slechts enkele auto’s, een tractor en enkele camino-fietsers komen hier ook langs. Vóór ons lopen twee pelgrims. Als we nabij de ruïne van de abdijkerk van Santa María de Benevivere hen naderen, zien we dat dit het uit Nederland afkomstige pelgrimsstel Jaap & Myrthe is. We ontmoetten hen op 28 juli 2012 ook al.
We passeren eerst de ruïne van de abdijkerk van Santa María de Benevivere.
Even later halen we Jaap & Myrthe in en lopen we een eind gevieren verder. Ze hebben in Carrión de los Condes twee dagen verbleven in verband met een opgelopen voedselvergiftiging en blaren. Dat zijn twee voorbeelden van tegenslagen die je als pelgrim zomaar één of meerdere dagen van de camino af kunnen halen. Maar gelukkig zijn ze nu weer op pad. Zij wandelen vandaag naar Calzadilla de la Cueza om het wandelen weer voorzichtig op te bouwen. Daar gaan wij dan nog 6 kilometer door. Na enige tijd versnellen Durkje en ik onze wandelpas weer en nemen we afscheid van elkaar. Wellicht dat we elkaar vandaag nòg wel eens ontmoeten.

Via Aquitana
Het weggetje is inmiddels afgebogen en we zijn een irrigatiekanaaltje overgestoken. We lopen over een brede, onverharde, rechte weg. Onze routegids toont op de kaart dat we in westelijke richting over de Via Aquitana lopen. Het pad loopt met enkele flauwe bochten door een licht golvend landschap, met uitzicht over grote afstanden rondom. We passeren een picknickplaats. Bij de picknickbanken staan enkele kleine tentjes. Waarschijnlijk van pelgrims die hier de nacht hebben doorgebracht. Eén pelgrims ligt (nog) voorover te slapen op het tafelblad van een picknickbank.

Veldterras in the middle of nowhere
Tussen Carrión de los Condes en Calzadilla de la Cueza komen we door geen enkel dorp of gehucht. De routegids waarschuwt derhalve om voldoende drinken voor onderweg mee te nemen, want de afstand tussen deze twee dorpen is 17 kilometer. Ook twee waterbronnen die we op die 17 kilometer passeren, bieden geen mogelijkheid om iets te drinken, dus wij gaan ervan uit dat we volledig zelfvoorziend deze 17 kilometer moeten overbruggen, wat op zich geen enkel probleem is.
Wel staat in ons routeboekje van de ANWB dat er een uur na de eerste picknickplaats nog een tweede picknickplaats zal zijn. Dat klopt, maar die is veel luxer dan we hadden verwacht. Een Spanjaard heeft hier namelijk een container geplaatst en heeft een terras ingericht waar hij allerlei eten en drinken verkoopt. Als we hier arriveren, zitten enkele andere pelgrims al op dit grote veldterras. Ook wij stoppen hier even vóór 10.00 uur om een kop koffie te drinken.

Warm op de meseta
Als we al even op het terras zitten, komen ook Jaap & Myrthe voorbij deze picknickplaats. Met zijn vieren drinken we gezellig koffie. Als we de koffie op hebben, gaan wij verder; Jaap en Myrthe blijven nog even zitten.
Kilometer voor kilometer wandelen wij verder over het brede, steenachtige pad tussen de velden door. De temperatuur stijgt vandaag gestaag tot 27 graden Celsius. De wind - die af en toe even wat sterker opsteekt - hier op de vlakte van de meseta, verkoelt ons enigszins. Het is in elk geval een warme wandeling over de meseta.

Cañada Leonesa Oriental
Vlak voordat we een heuvelrug over moeten steken, komen we weer bij een picknickplaats. Vóór deze plaats staat een steen met als opschrift: ‘Cañada Real Leonesa’. Links en rechts van ons loopt een brede baan van ruig gras door het landschap, van horizon tot horizon. We steken hier een oude veedrijversroute over, die door dit gebied loopt. In het voorjaar brachten de herders vroeger hun vee vanuit het droge en warme zuiden naar de betere zomerweiden in het noorden van Spanje. En in de herfst keerden de herders dan weer met hun vee terug naar bijvoorbeeld Extremadura en Andalusië. Deze Cañada Leonesa Oriental die we hier oversteken is een zogenoemde ‘cañada real’, wat wil zeggen dat deze veeroute onder bescherming stond van de Spaanse koning. Veel van deze cañadas worden momenteel vanwege hun ecologisch belang beschermd.
Na deze cañada volgt het volgende lange, rechte stuk van de camino. Af en toe halen camino-fietsers ons in: “Buen Camino!”.

Calzadilla de la Cueza
Na een lichte stijging, zien we rechts vóór ons een kerktoren boven het maaiveld uitsteken. Het is de kerktoren op het buiten de bebouwde kom gelegen kerkhof van het dorpje Calzadilla de la Cueza. Op het graanstoppelveld wordt een vrachtwagen door een tractor volgeladen met stropakken.
Bij een refugio komen we het dorp Calzadilla de la Cueza binnen.
We wandelen door naar de volgende dorpsherberg, waar we op het terras een kop thee drinken. Wandelaars en fietser zitten bij elkaar om in deze oase van de meseta te rusten en om even wat te eten en te drinken. Een jonge pelgrim wordt opgehaald door een taxi. We hadden haar vlak voor dit dorp ingehaald en ons was al opgevallen dat ze moeizaam liep. Kennelijk geeft ze het hier op. Doorzetten is belangrijk op de camino, maar als het echt niet gaat, is het verstandig om tijdig (tijdelijk) te stoppen.
Na deze thee pauze wandelen we verder. Vlak voorbij de herberg ontmoeten we Jaap & Myrthe weer. Ze zitten in het dorp op een picknickplaats te eten. Ze blijven voor de rest van de dag hier in Calzadilla de la Cueza en zijn van plan hier te overnachten. We nemen afscheid van hen en lopen dan bij twee graanschuren het dorpje uit.

Door de Páramo
Het thema van het traject van Carrión de los Condes naar Calzadilla de la Cueza is ‘Door de Páramo’. Het Spaanse woord ‘páramo’ betekent ‘koud, leeg gebied’. Het is inderdaad wel een tamelijk leeg gebied, maar het woord ‘koud’ kunnen we wel reserveren voor het voorjaar, het najaar en voor de winter, want van kou hebben wij op de páramo in het geheel geen last gehad, integendeel.
Als we buiten Calzadilla de la Cueza de N120 oversteken, steekt ineens een enorm harde windvlaag op. Heel even maar. We moeten onze pelgrimshoeden goed vasthouden, om ze niet kwijt te raken. Zo snel als de windvlaag kwam, gaat ie ook weer. Daarna resteert nog het gebruikelijke zachte zomerbriesje.
We lopen verder in westelijke richting over een mooi wandelpad dat langs de N120 ligt. We gaan ook door het dal van de Aroyo Fuente Arriba. Aan de overzijde van de N120 passeren we op een gegeven moment een aantal kleine bouwwerken, die deels in en deels tegen de heuvel zijn gebouwd. Dergelijke bouw komen we hier wel vaker tegen.
We gaan alsmaar verder over de camino langs de N120. Af en toe worden we ingehaald door één of meer camino-fietser(s) en af en toe halen wij (een) langzamer lopende pelgrim(s) in. Het pad gaat langzaam omhoog, de Campos op.

Ledigos
Als we over de heuvelrug heen zijn, komen we weer in een dal, het rivierdal van de Arroyo Cueza. Nadat we de N120 over zijn gestoken, wandelen we naar beneden, het dal in, om uiteindelijk aan te komen in het dorpje Ledigos, onze bestemming voor vandaag.
Een oude man met een wandelstok heet ons welkom in het dorp.
Tussen het toegangsweggetje van het dorp en de N120 is een boer bezig met een oude stropakjesmachine op een graanstoppelveld, om daar stropakjes te maken van het stro dat nog op het veld ligt.
Een groot aantal muren en gebouwen hier in Ledigos zijn gemaakt van leem. Vroeger had men hier geen andere keus, want behalve leem had deze streek geen ander bouwmateriaal. De restanten daarvan zijn nog duidelijk te zien in de oude gebouwen van Ledigos.
Het is nu 13.15 uur. We hebben de 23 kilometers van Carrión de los Condes naar Ledigos achter de rug in ruim vijf uren. Ons was een lange, eenzame, eentonige tocht voorzegd. Dat viel echter geweldig mee. Er zijn inderdaad lange, kale stukken, maar toch zit er voldoende variatie in het landschap, zowel nabij als veraf, dus we hebben ons ook onderweg op dit lange rechte traject prima vermaakt.

Met onze huurauto rijden we terug naar Carrión de los Condes, om daar de andere auto af te halen. Dan brengen we de huurauto voor morgen alvast naar Bercianos del Real Camino, waarna we met onze auto terugrijden naar de Camping Pedro Ponce in Sahagún. Het is nog maar 14.45 uur als we de camping weer op rijden.

zaterdag 1 december 2012

Camino de Santiago

Zaterdag 1 december 2012 
Cover van de Michelingids

Michelingids voor pelgrims
Tijdens onze pelgrimage bezochten Durkje en ik op 17 augustus 2011 een boekwinkel in Aire-sur-l'Adour; altijd op zoek naar mooie pelgrimsansichtkaarten of kijkend naar ander drukwerk betreffende de pelgrimstocht naar Santiago de Compostela. In die winkel vond ik de Franse Michelin-wandelgids van de camino, het Spaanse traject van de Camino Francés, vanaf de Frans-Spaanse grensplaats Saint-Jean-Pied-de-Port naar het Spaanse Santiago de Compostela.

Handige wandelgids
Deze zestalige wandelgids is uitgegeven in een handzaam (wandelaars)formaat en geeft in een beknopt overzicht een mooi beeld van de hele camino. Na de legenda volgen 34 pagina's met dagtrajecten. Per dagtraject is een routekaart afgedrukt, met daarboven een dwarsdoorsnede van een gestileerde hoogtekaart. In een klein inzetkaartje kun je aflezen hoeveel van de 777 camino-kilometers je na zo'n dagtraject al hebt afgelegd en nog hebt te gaan. Deze wandelgids bevat geen routebeschrijving, maar die heb je op de camino ook niet nodig, want de bewegwijzering onderweg is bijna overal voortreffelijk.
Van de plaatsen die je onderweg passeert, wordt in deze gids aangegeven welke faciliteiten daar op die plek zijn, zoals winkels, herbergen, stations en medische voorzieningen.
Achterin de wandelgids staan enkele stadsplattegronden van Pamplona, Logroño, Burgos, Léon en uiteraard van het bedevaartsoord Santiago de Compostela.

777 kilometer in 34 dagtrajecten
Durkje en ik hebben de camino in 36 dagen gelopen, in de periode van 20 oktober 2011 tot en met 21 oktober 2012, in respectievelijk de herfstvakantie 2011 (1 dag), de meivakantie 2012 (8 dagen) de zomervakantie 2012 (26 dagen) en de herfstvakantie 2012 (1 dag).
Hieronder staat op welke dagen we de volgende 34 dagtrajecten (conform Michelin) hebben gelopen:

zaterdag 20 februari 2016

Ramiro - Het geheim van de pelgrim

Zaterdag 20 februari 2016 
Cover van Het geheim van de pelgrim

Intra-historische strip over een pelgrimstocht
Tijdens de landelijke najaarsbijeenkomst van ons Nederlands (pelgrims)Genootschap van Sint Jacob op 15 november 2015 in de Martinikerk te Groningen werd ik door professor Hub Hermans gewezen op de vierdelige stripboekenserie van Ramiro. Hermans is bij de RUG hoogleraar Moderne Romaanse letterkunde en cultuurkunde, in het bijzonder de Spaanse, en hij vertelde dat dergelijke stripboeken de zogenoemde 'intra-historie' beschrijven, ofwel de geschiedenis zoals mensen die door de eeuwen heen ervaren, over wat in de mensen is geworteld, over armen en rijken, over kerken, kastelen, over geloof en over de geschreven teksten uit die tijd.
Voor mij was dat de aanleiding om me aan de hand van deze vierdelige Ramiro-serie eens nader te verdiepen in de intra-historische beschrijving van een pelgrimstocht door Frankrijk en Spanje van eeuwen geleden. Via diverse aanbieders op internet kocht ik de vier delen van deze stripboekenserie, en ik ben na deel 1 verder gaan lezen in het tweede deel, getiteld ‘Ramiro – Het geheim van de pelgrim.

Ramiro I is niet Ramiro
Ramiro I leefde van 790-850. Van 843-850 was Ramiro I de koning van het Spaanse Asturië. Ramiro I -  zoon van Bermudo I van Asturië – werd waarschijnlijk al in het jaar 835 door de toen zittende koning Alfons II aangewezen als ‘zijn’ kroonprins.
Tijdens zijn koningschap kreeg Ramiro I te maken met opstandige edelen, met invallen van Noormannen, met rondtrekkende dieven en rovers, en met de toen nog heidens levende geïsoleerde bevolkingsgroepen.
Deze Ramiro I moet je niet verwarren met de Ramiro van deze strip. De strip-Ramiro leefde namelijk zo'n 350 jaar later dan Ramiro I. 

William Vance
William Vance is het pseudoniem van de Belgische striptekenaar William Van Cutsem, geboren in 1935. Van jongs af aan was William gefascineerd door het realistisch werk van sommige illustratoren. Hij leerde het tekenvak in de publiciteitsindustrie, en nam toen ook al zijn schuilnaam aan.
Door zijn overstap van het publiciteitstekenwerk naar het striptekenen, heeft William er mede voor gezorgd dat de strip volwassen is geworden. William Vance beschouwde in zijn tekeningen een combinatie van artisticiteit en degelijk inhoudelijk feitenmateriaal als van doorslaggevende betekenis. Zijn inkadering en zijn kleurennuances bepalen mede (de kwaliteit van) zijn werk. I.

Ridder Ramiro
William Vance ontpopte zich als een buitengewoon knap striptekenaar. Zijn professionele ontwikkeling naar het realisme zette zich steeds verder door. De hoofdpersoon ‘Ramiro’ in zijn stripboekenserie mag dan zijn verzonnen, de rest – het tijdsbeeld, de gebeurtenissen, de gebruiksvoorwerpen en de gebezigde taal – is gebaseerd op de geschiedenis.
Door zijn knappe tekenwerk, waar de geschiedenis in wordt geweven, word je door William Vance als het ware mee teruggenomen in de tijd van ridder Ramiro. Omdat Ramiro het pelgrimspad richting Santiago de Compostela volgt, ga je figuurlijk samen met Ramiro als pelgrim op pad naar dit beroemde bedevaartsoord.

Deel 2
William Vance zorgde in dit tweede deel van de Ramiro-serie voor het tekenwerk. De tekst is van Stoquart (en deels Vance).
Dit stripboek van William Vance wordt gekenmerkt door de bijzondere combinatie van striptekenwerk en fotografie. Zo vind je bijvoorbeeld voorin het tweede deel enkele pagina’s met beschreven foto’s van en over de karakteristieke bouwwerken langs het Frans-Spaanse deel van het pelgrimspad tussen Moissac (Frankrijk) en Puente-la-Reina (Spanje), richting Santiago de Compostela.
Verderop in stripboek zijn - geïntegreerd in het stripverhaal - vier pagina’s opgenomen met beschreven foto’s van en over de schitterende en geheimzinnige cultuur van de Maya's, met foto's van onder andere tempels en goden van de Maya's.

Het geheim van de pelgrim
De titel van het tweede deel van deze Ramiro-serie is: ‘Het geheim van de pelgrim’.
In dit stripalbum is Ramiro vanuit Le Puy-en-Velay richting Santiago de Compostela met zijn geheime opdracht inmiddels aangekomen op de oever van een rivier nabij Oloron, in het zuiden van Frankrijk.
Samen met monnik José – vermomd als ridder - begeleidt ridder Ramiro de twee geheimzinnige Teutoonse pelgrims Wilfried & Gudrun naar Santiago de Compostela. Voortdurend wordt Ramiro met zijn gevolg achtervolgd door huurlingen van de Franse koning Filips Augustus.
Nog steeds zijn we als lezer in het ongewisse wie eigenlijk die twee mysterieuze Beierse pelgrims zijn. En waarom moeten deze Wilfried & Gudrun eigenlijk zo snel naar Santiago de Compostela?
In dit tweede deel komen we te weten waarom de mogendheden Frankrijk, Castilië en Rome zo’n groot belang hebben bij dit geheimzinnige duo? Het geheim van de twee pelgrims wordt blootgelegd in dit tweede deel.

Op de vlucht voor de Franse koning
Ramiro steekt met José en Wilfried & Gudrun de rivier bij Oloron over. Aan de overzijde zien ze dat de achtervolgende hertog Lucas Amaury de Neuvy hen aan andere zijde al weer op de hielen zit.
Voorbij Harambels naby Ostabat slaan ze een aanval van gevaarlijke tolhouders af.
Verderop passeren ze al te gemakkelijk - zij het met een onverwachte aanval van Ramiro - een groep gewapende mannen, die achteraf huurlingen van de Franse koning blijken te zijn. Deze huurlingen voegen zich bij de eveneens passerende hertog Amaury. De diplomatieke betrekkingen tussen de Franse en Spaanse koning schendend zullen ze op instigatie van de nu ook aanwezige Arnaud de Saint Loup (raadsheer van de Franse koning) Ramiro en zijn gevolg ook in het Spaanse Navarra blijven achtervolgen. Maar op aangeven van Arnaud verandert de opdracht van Amaury jegens de twee geheimzinnig pelgrims van gevangen nemen naar behoeden voor gevaar onderweg.

Koning van Frankrijk versus abt van Cluny
In een herberg in Navarra ontdekt Ramiro dat José niet te vertrouwen is, dus als Ramiro onderweg een groep werkeloze toernooiridders van de hertog van Toulouse uit Gascogne ontmoet, neemt hij hen veiligheidshalve in dienst, en gaan ze als grote groep verder.
Bij een volgende herberg lokt Ramiro een andere groep achtervolgers in een hinderlaag. Eén van de gevangenen blijkt broeder Rodrigo te zijn. Deze monnik van Cluny vertelt Ramiro dat Ramiro onder valse voorwendselen samen met José op weg is naar Santiago de Compostela. De achtervolgers uit Cluny zouden Wilfried & Gudrun onderweg moeten ontvoeren, zo luidde de opdracht van de prior van San Quircy aan José en van de abt van Cluny aan Rodrigo.
José ontsnapt aan Ramiro, en Ramiro hoort in de herberg de inmiddels stomdronken Wilfried uit over het geheim van deze twee 'Teutoonse pelgrims'.

Het geheim van de Fransman en de Maya
Wilfried blijkt feitelijk Antonin le Goffic te heten, die schipbreuk had geleden bij de Maya's in Noord-Guatemala. Teruggekomen in Frankrijk met zijn aanstaande Maya-bruid kreeg de abt van het machtige klooster van Cluny er lucht van dat er schatten waren te halen bij de Maya's, en Antonin was de enige die de plaats kon wijzen waar deze Maya-rijkdommen gevonden zouden kunnen worden. De abt van Cluny wilden dit nieuwe Maya-land aan paus Innocentius III in Rome schenken, dus Antonin moest met zijn vrouw via Barcelona met de boot over naar Rome. Daarom zorgden de abten van Cluny en Quircy ervoor dat Antonin en zijn aanstaande vrouw als pelgrims veilig zouden aankomen in Navarra, waar de broeders Rodrigo & José het aanstaande huwelijkspaar dan zou ontvoeren naar Barcelona.
Koning Filips - die inmiddels het geheim van Antonin ook kende - wilde daar een stokje voor steken, en gaf hertog Lucas opdracht om Antonin ook te ontvoeren, ook al zouden ze hem vanuit het Spaanse Navarra moeten ontvoeren en terugbrengen naar de koning van Frankrijk.

Nieuwe missie
Dit allemaal wetende voelt Ramiro zich vrij om - met instemming van Antonin - deze Antonin met zijn toekomstige Maya-vrouw niet naar Santiago de Compostela te brengen, maar naar zijn vader, naar de koning van Castilië, om dit nieuwe land in het oosten (van de Maya's) aan zijn vader, koning en daarmee aan zijn land te schenken.
Raadsheer Arnaud en hertog Lucas zien onder ogen dat hun eerste missie is mislukt, hetgeen betekent dat het tijd is voor hun andere instructies van de koning uit Parijs. Ze gaan op naar Burgos.
Ook Ramiro met Antonin, de Maya-vrouw en de huurlingen van Ramiro gaan richting Burgos, Ze passeren aan het eind van dit stripverhaal de markante brug van Puente-la-Reina. op weg naar Burgos.
Maar:

  • Wat zijn nu eigenlijk de nieuwe instructies van de Franse koning voor Arnaud & Lucas?
  • Waarom stuurde koning Filips deze Franse ruiters toch het buurland Spanje in?
  • Wellicht dat het derde deel van het stripalbum 'De wachters van Bierzo' daar antwoord op geeft?