Posts tonen met het label Zwarte Haan. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Zwarte Haan. Alle posts tonen

zondag 14 april 2013

Lanterfanten over Route 1.8 van Sint-Jacobiparochie naar Hallum

Zondag 14 april 2013
Op de Oude Bildtdijk passeren we café De Oasthoek


















Regen of geen regen
Als we ons vanmorgen om 8.00 uur gereed maken voor een wandeldag, regent het buiten. Maar dat zal ons er niet van weerhouden om vandaag op stap te gaan. Al dagen noemen weermannen en weervrouwen een temperatuurstijging tot 20 graden Celsius en over regen heb ik ze niet horen spreken. De Buienradar laat zien dat er vroeg in de ochtend inderdaad enkele kleine buien over het noorden van Fryslân trekken, maar dat zal ons niet binnen houden.
Durkje en ik gaan vandaag de wandelroute 1.8 lopen uit de wandelgids 'Friesland voor lanterfanters' van Fokko Bosker. Dit is een 26 kilometer lange wandeling van Sint-Jacobiparochie naar Hallum.
Het thema van deze wandeling is: 'Op schildersezels of Een kwestie van licht', met daarin een verwijzing naar Rembrandt van Rijn, die hier in zijn jonge jaren enige tijd heeft doorgebracht, verliefd op en verloofd (1633) met de toen in Sint-Annaparochie wonende Saskia van Uylenburgh, met wie hij in 1634 trouwde.

Sint Jabik & Westhoek & Ouwedyk & Swarte Haan
Om 9.30 uur vertrekken we bij het Kultureel Sintrum De Groate Kerk (1844) van Sint-Jacobiparochie; het startpunt van het Fries-Overijsselse Jabikspaad. We lopen over het Westeinde langs de Jacobshoeve, om vlak buiten het dorp in noordelijke richting over het schelpenpad naar de Oude Bildtdijk te lopen.
De 14 kilometer lange Oude Bildtdijk (1505) is de langste woonstraat van Nederland, die bovenop de eeuwenoude zeedijk ligt.Vanaf de Westhoek lopen we over de Oude Bildtdijk in oostelijke richting, in de richting van Nij Altoena. Vlak voorbij café De Oasthoek (1889) volgen we het pad langs de naar het noorden lopende Kouwe Faart naar Zwarte Haan, gelegen aan de voet van Waddenzeedijk.

Swarte Haan & Noorderleech & Nijesyl 
Bij het dijkmonument van de Slikwerker gaan we over de Waddenzeedijk, om over het talud halverwege de zeedijk buitendijks in oostelijke richting naar het Noorderleeg te lopen. De zon laat zich niet zien en het waait nog behoorlijk, maar gelukkig hebben we de straffe wind rechtsachter ons, en veel last hebben we er ook niet van hier achter de zeedijk. Duizenden vogels verblijven hier op de kwelders, waaronder honderden ganzen.
Over het Bútendyks Weggy lopen we van het Noorderleeg naar Nieuwe Bildtzijl, waar we een etenspauze houden, zittend op een oude kerkbank, op de plaats waar vroeger de oude sluis in de Nieuwe Bildtdijk zorgde voor de afwatering van de Bildtse polder op de Waddenzee.

Ouwesyl & Alde Leije
Dan gaat het voort naar Oude Bildtzijl, waar we een kop koffie drinken in De Aerden Plaats, waar ook de tenstoonstelling nog is te bezichtigen van de schilderijen van Sytse Keizer.
Vanuit Oude Bildtzijl gaan we langs de Zuidhoekstervaart richting Oude Leije. Bij de nieuwe sluis van Oude Leije ontmoeten we de Stienser Sikke Roosma, die vandaag het traject tussen Sint-Jacobiparochie, Zwarte Haan en Stiens fietst. Dat is het eerste traject van het Jabikspaad naar het Spaanse Santiago de Compostela. Sikke vertelt ons dat hij over twee weken vanuit Stiens op de fiets vertrekt voor een fietspelgrimage van enkele weken naar Santiago de Compostela. We wensen hem een goede pelgrimage en een behouden thuiskomst na afloop.

Froubuurt & Feinsum & Hijum
Van Oude Leije gaan we verder via Vrouwbuurstermolen en over de Slachtedijk en de onverharde Witte Weg in de richting van Stiens. Vlak naast ons slaan vanuit een slootswal twee prachtige reeën voor ons op de vlucht, rennend over de pas ingezaaide akkers. Tussen hen en ons zit een zwanenpaar, ons goed in de gaten houdend.
We lopen niet door naar Stiens, maar buigen af naar het noorden, naar Finkum. In Finkum gaan we verder in noordelijke richting, over het Spoordok, het fietspad over de oude spoorlijn van Stiens naar Hallum. Iets buiten Finkum steken we via de oude spoorbrug de Feinsumer Feart over. Deze vaart is recent verbreed en uitgediept in het kader van de Elfstedenvaarroute.
Over de voormalige spoorbaan van het Dockumer Lokaeltsje arriveren we in Hijum. Daar lopen we langs het voormalige treinstation in westelijke richting naar de Hege Hearewei.

Hallumerhoek & Hallum
De Hege Hearewei gaat over in de Mariëngaarderweg, genoemd naar het voormalige Friese klooster Mariëngaard, dat hier vroeger in deze buurt heeft gestaan.
Vanuit de Hallumerhoek gaat het verder naar Hallum. Ondertussen heeft Pieter ge-sms-t hoe laat wij hem verwachten in Hallum. Over een half uur ontmoeten we elkaar daar op ons eindpunt van vandaag.
Ongeveer een half uur later arriveren we in Hallum op de kruising met de N357. Enkele minuten later arriveert Pieter hier ook vanuit Stiens, en dan brengt hij ons met de auto weer terug naar Sint-Jacobiparochie, waar we vanmorgen startten.
De 26 kilometer hebben we in 6 uren afgelegd, een mooie tijd. De zon heeft vandaag enkele malen haar best gedaan om door de wolken heen te breken, maar dat is niet gelukt. De wind heeft vandaag onophoudelijk stevig gewaaid, maar de temperatuur is inderdaad wel opgelopen naar de beloofde 20 graden Celsius. Slechts een enkel regendruppeltje hier en daar kon de pret niet drukken, dus al met al hebben we een prima wandeldag gehad.

vrijdag 18 januari 2013

Routebeheerders en Stempelhouders van het Jabikspaad

Vrijdag 18 januari 2013 
Jelle Terluin vertelt over de stempels van het Jabikspaad















Jaarlijkse informatieavond
De Stichting Jabikspaad Fryslân wordt in haar werk ondersteund door een groot aantal vrijwilligers. Twee groepen vrijwilligers zijn door het stichtingsbestuur uitgenodigd om vanavond de jaarlijkse informatieavond bij te wonen in ons Pelgrimsinformatiecentrum in De Groate Kerk te Sint-Jacobiparochie. We hebben voor vanavond de Routebeheerders en de Stempelposthouders uitgenodigd voor een wederzijdse informatie-uitwisseling en om elkaar informeel te ontmoeten.

Routebeheerders en stempelposthouders
De Routebeheerders dragen zorg voor een kwalitatief goede bewegwijzering. Zij houden toezicht op de route van ons pelgrimspad voor fietsers en voor wandelaars. Zij zorgen bijvoorbeeld voor duidelijk zichtbare wegwijzers en houden in de gaten of de route niet tijdelijk of permanent wordt onderbroken. Zo nodig stellen ze omleidingen voor, die op de website van de Stichting Jabikspaad Fryslân worden vermeld, voor zolang dat nodig of wenselijk is.
Stempelposthouders beheren een pelgrimsstempel van het Jabikspaad, om zo'n stempel op verzoek van passerende fietsers of wandelaars in het pelgrimspaspoort van die voorbijtrekkende fietser of wandelaar te zetten.

Route en stempels van het Jabikspaad
Bestuurslid Peet Luehof heet alle routebeheerders en stempelposthouders welkom en presenteert een aantal actuele ontwikkelingen rondom het Jabikspaad. Hij vertelt bijvoorbeeld over de dit jaar gepubliceerde nieuwe uitgave van onze wandelgids van het Jabikspaad, waarin ook een aantal routewijzigingen zijn opgenomen. Ook de nieuwe bewegwijzering met routepaaltjes langs het Jabikspaad in de provincie Overijssel en de fietsknooppunten langs het Jabikspaad komen aan de orde.
Bestuurslid Elly Koopman vertelt het een en ander over de pelgrimsstempels van het Jabikspaad. Langs dit Fries-Overijsselse pelgrimspad hebben we momenteel 74 stempelposten. Ze vertelt ook over de nieuwe stempelposten langs de route, waarvan een aantal nieuwe stempelposthouders vanavond aanwezig zijn.

Friese heraldiek voor pelgrims
Daarna volgt een Powerpoint-presentatie van Jelle Terluin over alle verschillende stempels die hij in de afgelopen jaren voor het Jabikspaad heeft ontworpen. Jelle Terluin is lid van de 'Fryske Rie foar Heraldyk' en heeft in de afgelopen jaren een groot aantal unieke pelgrimsstempels ontworpen. Deze stempels zijn door  hem in zwart-wit getekend ten behoeve van de stempels, en in kleur uitgewerkt ten behoeve van bijvoorbeeld stickers, die als souvernir kunnen worden verkocht.

Voorstellingen, plaatsen en symbolen
Aan de hand van zijn stempels volgen we de oostroute en de westroute van het Jabikspaad, van Sint-Jacobiparochie via Jirnsum tot Hasselt. De stempels worden in beide uitvoering op het scherm geprojecteerd en heraldicus Terluin vertelt daarbij wat de symbolen, vormen en kleuren van deze pelgrimsstempels betekenen.
Zo passeren bijvoorbeeld de Slikwerker van Zwarte Haan, het Klooster Mariëngaarde van Hallum, Dekemastate van Jelsum en de Jirnsumer Moeting van Jirnsum. Ook de Overijsselse pelgrimsplaatsen van het Jabikspaad zoals Oldemarkt, Kalenberg en Blokzijl passeren de revue. Jelle Terluin vertelt ons over de symbolen van ons pelgrimspad, over bijvoorbeeld de Jacobsschelp, de wulk, de kloosters, kruisen en sterren.

Beeldverslag van een pelgrimage
Het wordt een uitermate boeiende avond, waarin prachtige stempels worden getoond, met daarbij een duidelijke uitleg van de maker van al deze door fietsers en wandelaars zo gewaardeerde doorgangsbewijzen, die in je pelgrimspaspoort zo'n mooi beeldverslag geven van de pelgrimsroute van onze Fries-Overijselse aanlooproute naar Santiago de Compostela.

donderdag 27 december 2012

Resumé van onze pelgrimstocht 2005-2012

Donderdag 27 december 2012
Zicht op het eindpunt van onze pelgrimage: Finisterre en Cabo Fisterra



















Terugblik
Het jaar 2012 heeft voor Durkje en mij in het teken gestaan van de pelgrimage over de Spaanse camino. In het afgelopen jaar hebben we onze 3.366 kilometer lange pelgrimage van Sint-Jacobiparochie naar Santiago de Compostela en van Zwarte Haan naar Cabo Fisterra afgerond, een project van zeven jaren.
Zo aan het eind van dit kalenderjaar en na afronding van dit pelgrimageproject past het om eens terug te blikken op deze bijzondere wandeltocht, die veel van ons heeft gevraagd, maar die ook heel veel aan ons heeft gegeven.
Als we de balans nu opmaken, kan zonder twijfel worden gezegd, dat het alle inspanningen meer dan waard is geweest om zoveel kilometers te lopen, want het pelgrimspad heeft ons in veel opzichten veel geschonken; het vele dat we niet hadden willen missen en het goede waarvoor we dankbaar zijn.

Resumé
Hieronder volgt in 30 items een - nimmer volledig - resumé van onze inmiddels afgeronde pelgrimage:

  1. De afstand die we wandelend hebben afgelegd, is 3.366 kilometer;
  2. We hebben die afstand in 156 dagen gelopen;
  3. Gemiddeld liepen we 21,6 kilometer per dag;
  4. Deze wandeldagen vonden plaats in de jaren 2005 t/m 2012; totaal dus over 7 jaren verspreid;
  5. Eerst liepen we enkel eens een dag, later enkele dagen aaneen (bv. in een meivakantie/herfstvakantie), nog weer later enkele malen zo’n vier (zomervakantie-) weken aaneensluitend; verspreid over alle jaargetijden;
  6. We liepen bij een temperatuur onder het vriespunt, maar ook eens bij een temperatuur van 42 graden Celsius; tussen die uitersten ligt zo’n 45 graden Celsius;
  7. Ons pelgrimspad liep door Nederland, België, Frankrijk en Spanje;
  8. Van de 156 dagen liepen we 22 dagen in Nederland, 14 dagen in België, 81 dagen door Frankrijk en 39 dagen in Spanje;
  9. Voor ons heeft het pelgrimspad achtereenvolgens uit de volgende wandelpaden bestaan: de oostroute van het Fries-Overijsselse Jabikspaad (143 kilometer in 7 dagen), het noordelijke deel van het Nederlandse Hanzestedenpad (98 kilometer in 4 dagen), het zuidelijke deel van het Nederlandse Pieterpad (255 kilometer in 11 dagen), de Belgische Via Mosana (134 kilometer in 6 dagen), de Belgisch-Franse GR654 (deel I en deel II) (1.640 kilometer in 79 dagen), het westelijke deel van de Franse GR65 (239 kilometer in 10 dagen), de Spaanse Camino Franchés (767 kilometer in 35 dagen) en de Camino Finisterre (90 kilometer in 4 dagen);
  10. Op onze drie pelgrimspaspoorten staan tientallen pelgrimsstempels, als bewijs van doortocht en/of overnachting;
  11. Behalve dat we de hele afstand liepen, hebben we voor terugreizen wisselend gebruik gemaakt van de fiets, de (huur)auto, de taxi, de bus, de trein, de veerpont en het vliegtuig;
  12. Onderweg sliepen we in tenten, in een caravan, in Bed & Breakfasts, pensions, hotels, op een boerderij, bij particulieren en in private en gemeentelijke refugio’s; en o zo vaak ben je onder de indruk van de onverwachte gastvrijheid van je gastheer/gastvrouw;
  13. Als pelgrim leef je ook van wat je onderweg vindt, zoals veel soorten vruchten, allerlei soorten brood (van bakker en venter) en van de karakteristieke streekgerechten van horeca en van particulieren;
  14. De ene dag ben je urenlang nat van aanhoudende regen, of van het zweet omdat je urenlang zonder beschutting in de volle zon loopt;
  15. Voordat je het gelukzalige gevoel van een goed nachtverblijf en een voedzame pelgrimsmaaltijd mag genieten, moet je de ontberingen onderweg doorstaan, zoals: blaren, verbranding door felle zon, wonden door valpartijen, dorst, vermoeidheid, oververhitting en/of uiteenlopende insektenbeten;
  16. We liepen van de Waddenzee naar de Atlantische Oceaan en staken daarbij allerlei waterwegen over, zoals sloten, kanalen, rivieren en meren;
  17. Langs het pad word je geleid door allerlei soorten wegwijzers, in diverse kleuren, materialen en met allerlei symbolen; maar soms sta je stil op belangrijke beslispunten waar de essentiële wegwijzers ontbreken;
  18. Je loopt door een aaneenschakeling van verschillende taalgebieden, zoals bijvoorbeeld: Bildts, Fries, Westellingwerfs, Overijssels, Nederlands, Limburgs, Vlaams, Frans, Baskisch en Spaans;
  19. De duizenden kilometers wegen en paden voerden ons door allerlei landschappen met een grote verscheidenheid aan flora & fauna, tijdens alle jaargetijden, bij heel verschillende weertypes;
  20. Je loopt over smalle bospaden, steile bergpaden, blubberige boerenlandwegen, natte graspaden, kilometerslange steentjespaden, kaarsrechte Romeinse wegen, door de smalle berm van drukke autowegen, over stapstenen bij doorwaadbare plaatsen in riviertjes, koud beton en heet asfalt, door rul zand en over dikke boomstammen, langs een touw heuvelopwaarts en heel voorzichtig over een rotsachtige berghelling bergafwaarts; voorbij die volgende bocht is het altijd maar weer afwachten waar en hoe je verder loopt;
  21. Overal zijn honden: loslopend op erven, aan kettingen, klein en groot, blaffend en jankend, ze liepen soms kilometers lang met ons mee, maar nooit zijn we door een hond gebeten;
  22. Het pelgrimspad loopt door landschappen met zichtbare tekens van de prehistorie, en verderop loop je door Middeleeuwse straatjes en dan ineens langs gebouwen van futuristische architectuur;
  23. De ene dag loop je meer dan tien kilometer over een paradijselijk stil bospaadje door een donker bosperceel en een andere dag loopt je vele kilometers door een lawaaierig en druk bedrijventerrein met industrie en zwaar ronkende motoren van grote transportvoertuigen;
  24. We kochten voor onze verzameling onderweg enkele honderden verschillende pelgrimsansichtkaarten, met daarop aanduidingen van bijvoorbeeld het pelgrimspad, afbeeldingen van Sint Jacob of van pelgrimsattributen, zoals de Jacobsschelp, de kalebas, de pelgrimsstaf en/of het zwaardkruis;
  25. Ik versleet in die zeven jaren vier paar wandelschoenen;
  26. Als pelgrims passeer je allerlei uitingen van oude en nieuwe vroomheid in hout en steen, zoals wegkruisen, schilderijen, beelden en (andere) Jacobalia, begraafplaatsen, klooster, kapellen, dorpskerkjes, basilieken en kathedralen; overal zie je de tekenen en voel je de aanwezigheid van God; als je dat wílt (leren) zien tenminste;
  27. Pelgrims onderweg die nog nooit een band met God hadden, vertellen je onderweg over hun beleefde Godservaringen, die hen als een warme deken overvielen en waar ze geëmotioneerd over vertellen, op een wijze die zij voordien niet voor mogelijk hadden gehouden;
  28. En elke kilometer hebben Durkje en ik samen gelopen; gezegend met een goede gezondheid, en zoveel lieve mensen die ons onderweg begroetten, omringden, verzorgden en vergezelden.
  29. De rest – en dat is veel – is niet in woorden uit te drukken; pelgrims (h)erkennen en weten dat maar al te zeer;
  30. Om elkaar hun belevenissen te vertellen, hebben pelgrims onder elkaar bij wijze van spreken aan een half woord genoeg; toch duurt elke ontmoeting van pelgrims voor je gevoel altijd te kort, want er is – ook na alles wat al is gezegd - altijd nog zoveel meer om te vertellen en om naar te luisteren.

woensdag 31 oktober 2012

Pelgrimeren van Finisterre naar Cabo Fisterra

Dit is het eindpunt van onze pelgrimage op Cabo Fisterra



















Van Zwarte Haan naar Cabo Fisterra

Camino Finisterre > Santiago de Compostela – Cabo Fisterra

Van Finisterre naar Cabo Fisterra
Donderdag 25 oktober 2012 – 4 km.
Dag 156: 3362 - 3366 km.
 

De laatste vier kilometers
Het is al bijna 10.00 uur als ik het grote dubbele raam van onze hotelkamer van Hotel Finisterre open draai. De geluiden van de zeemeeuwen nabij ons hotel in Finisterre zijn direct goed hoorbaar. De zee is maar zo’n honderd meter verwijderd vanaf ons hotel, en luid roepende meeuwen horen dan ook echt bij zo’n havenplaatsje aan de Atlantische Oceaan.
Durkje en ik doen het vanmorgen rustig aan. We hoeven vandaag maar 4 kilometer te lopen, van Finisterre naar Cabo Fisterra. En hetzelfde aantal kilometers terug brengt de kilometerteller voor vandaag maar op totaal acht kilometer. Die twee uurtjes wandelen willen we aan het begin van de middag doen.
Om 12.00 uur zitten we aan een stevig ontbijt op het overdekte terras van één van havenrestaurants van Finisterre. 

Twee camino’s
Als we aan het ontbijt zitten, komt de Nederlandse pelgrim Peter Gog ook op het terras. Hij vertelt dat hij gisteren tot aan Cee is gelopen en dat hij daar heeft overnacht in een nagenoeg lege pelgrimsherberg. Vanmorgen is hij van Cee naar Finisterre gewandeld en zojuist heeft hij zijn rugzak achtergelaten in de herberg, waar hij de komende nacht overnacht. Met z’n drieën drinken we gezellig nog een kop koffie. Wij vertrekken; Peter neemt dan nog een extra kop koffie.
Om 12.30 uur staan Durkje en ik bij de zeehaven klaar voor onze laatste dag op de camino. We kopen nog enkele ansichtkaarten en tappen wat geld uit een gelduitgifteautomaat van de plaatselijke bank, en dan zijn we klaar voor onze laatste etappe.
Na afgelopen zondag de Camino de Santiago afgerond te hebben, zullen we vandaag ook de Camino Finisterre achter ons laten. Vier dagen wandelen van Santiago de Compostela naar Cabo Fisterra vormen voor ons samen de Camino Finistera. Als we vandaag in Cabo Fisterra arriveren, hebben we in 156 wandeldagen de hele afstand van de Nederlands-Friese Waddenzeekust naar de Spaans-Galicische Atlantische Oceaankust afgelegd, over een afstand van 3.366 kilometer. Nog maar vier kilometer, en dan het is voorbij. We vertrekken na ons ontbijt vanuit het centrum van Finisterre.

Naar de kaap
Door de smalle straatjes van Finisterre gaan we stijgend in zuidelijke richting het havenplaatsje uit. In Finisterre passeren we de kapel Bo Succeso en aan de rand van Finisterre komen we langs de Sint-Mariakerk. Dan volgt een hooggelegen asfaltweg langs de oostkust, naar het meest zuidelijke punt van het schiereiland, naar de Kaap (Cabo) van Fisterra.
Als we vlak buiten Finisterre zijn, zien we dat ook medepelgrim Peter al onderweg is. Hij loopt een eindje vóór ons.
We laten Finisterre achter ons. Het is een heerlijk zonnige dag. Het is lichtbewolkt en de blauwe lucht zorgt ervoor dat ook het oceaanwater een mooie blauwe kleur heeft. Het is een mooie nazomerdag om hiermee onze pelgrimage af te sluiten.
Aan de rechterkant van de weg staan enkele kleine bouwwerken, waarvan de buitenmuren zijn beschilderd met onder andere een pelgrim en met enkele woorden van welkom in Finisterre.
Ongeveer halverwege dit traject passeren we het pelgrimsmonument langs de kant van de weg.
Vanaf dit punt kunnen we in de verte de vuurtoren op de kaap van Fisterra al zien staan. Nu nog bijna twee kilometer en dan zijn we er.
De laatste kilometer loop je recht op de vuurtoren af.

Cabo Fisterra
Het is ongeveer 13.10 uur als we Cabo Fisterra naderen.
Bij het kruis ‘Cruz da costa da morta’ biedt een andere pelgrim ons aan een foto van ons samen te maken. Dat aanbod accepteren we graag. Hij maakt een mooie foto van ons, waarbij wij staan op de hoog boven het oceaanoppervlak uitstekende rots.
Het stenen ‘Cruz da costa da morte’ staat vlakbij de vuurtoren van Cabo Fisterra.

0,00 km
De volgende ‘mijl’paal hier op Cabo Fisterra is de nul-kilometerpaal. Jarenlang hebben Durkje en ik vele kilometers gelopen, en steeds onderweg kilometerpalen zien staan, waarop grote afstanden stonden tussen die paal en het eindpunt van onze tocht. Maar nu staan we eindelijk bij de kilometerpaal met het opschrift ‘0,00 km’. Duidelijker kun je het niet krijgen. We zijn nu dus onherroepelijk gearriveerd op het eindpunt van onze pelgrimstocht: Cabo Fisterra!
We lopen door naar de vuurtoren van Cabo Fisterra.

Pelgrimskleding verbranden
Links van het vuurtorengebouw is een stenen trap naar beneden, naar de rotsen van de oceaankust.
Beneden vóór ons op de brede rotspunt staan hier en daar groepjes mensen bij verschillende brandhaarden.
Hier is het gebruikelijk dat de arriverende pelgrim zijn of haar oude, versleten pelgrimskleren uittrekt om die te verbranden. Zo wordt het pelgrimsleven achter zich gelaten. Het is een oude ceremonie, die tot op heden nog in ere wordt gehouden.
Ook een groep jongelui die gezamenlijk vóór ons uit naar Cabo Fisterre is gelopen vanuit Finisterre heeft zich voorbereid op dit pelgrimsritueel. Hier en daar staan groepjes jongeren bij een brandhaard om één voor één iets van hun kleding te verbranden.
Hier op de rots ontmoeten Durkje en ik ook pelgrim Peter Gog weer. Ook hij voltooit hier op ‘het eind van de wereld’ (Finisterre/Fisterra) zijn wekenlange pelgrimstocht. We vieren dat met zijn drieën als Nederlanders op deze Spaanse rotskust.
Dan is het ook aan ons om deel te nemen aan het pelgrimsritueel. Oude wandelsokken komen uit de rugtas. Versleten sokken zijn het, die dun zijn geworden van de vele kilometers die ze hun dienst aan ons hebben bewezen tijdens de lange wandeldagen van de afgelopen jaren. Durkje en ik zoeken een brandhaard op de rotsen, om ook tot verbranding van dit gering ogende, maar wel essentiële wandeltextiel over te gaan. Peter Gog legt dit alles met onze fotocamera vast.
De lichtgekleurde wandelsokken worden al snel prooi van het vuur.
Als de sokken eenmaal vlam hebben gevat, staan ze in een ommezien in lichte laaie en resteert al snel slechts een beetje as.
Ook om ons heen gaat de kledingverbranding bij de jongelui onverminderd door.
Nog een laatste blik over de grote rotssteen heen is genoeg om te constateren dat niet meer zichtbaar is dat wandelsokken van Durkje & Wiep hier hun eind vonden. Rituelen horen bij het leven, zo ook hier.
Een groepje Aziatische toeristen is druk in de weer om me te fotograferen als ‘de kledingverbrandende pelgrim’. Ergens aan de andere kant van de wereld zullen allicht die beelden worden getoond en gezien; van die pelgrim met zijn grote pelgrimshoed en pelgrimsuitrusting, die een deel van zijn kleding verbrandde op het eind van de wereld, zoals een pelgrim dat betaamt.
Vanaf hier kunnen Durkje en ik alleen nog maar terug wandelen. Verder kan niet, want hier houdt de bewandelbare wereld echt op.

Video-boodschappen
Nu wil het geval dat wij van onze kinderen eergisteren al een sms-je kregen, waarin stond dat we ervoor moesten zorgen dat wij in elk geval onze minilaptop bij ons moesten hebben op de dag dat wij het laatste traject van onze pelgrimstocht zouden lopen. Pieter zou namelijk op onze laptop - ergens tussen ‘program files’ - voor ons enkele boodschappen hebben verstopt van alle kinderen afzonderlijk, die wij zouden moeten bekijken op het moment dat wij niet meer verder kunnen op het eind van onze pelgrimage. Boodschappen op het keerpunt van heen en terug staan dus kennelijk op onze kleine reiscomputer. Nieuwsgierig proberen we al op de rotspunt te bekijken wat die boodschappen zouden kunnen zijn. Maar door het felle zonlicht kunnen we niets op het beeldscherm van de laptop zien.
We zullen dus ergens binnen - in één van de gebouwtjes hier op de Kaap - een donkere plek moeten zoeken, waar we wel kunnen zien welke boodschappen onze kinderen aan ons meegeven voordat we terugkeren.
Als we bij de rotsen omhoog klimmen, komen we langs het bronzen beeldje van een wandelschoen van een pelgrim, die hier is bevestigd op een rots.

Wandelen in de Bijbel
In de vuurtoren is een expositie. We gaan daar naar binnen en zoeken in één van de tentoonstellingsruimtes een tafel waarop we het laptopje kunnen plaatsen, om de boodschappen te kunnen lezen.
Diep in een onbeduidende mappenstructuur vinden we op aanwijzing van het ontvangen sms-bericht een map met daarin enkele bestanden van onze kinderen. Vol verwachting openen we achtereenvolgens de berichten.
In het filmbestand van Pieter verschijnt een filmpje van Pieter vóór de webcam van zijn computer thuis. Pieter verontschuldigt zich voor zijn gebrek aan creativiteit, maar komt daarna wel met een indrukwekkende boodschap. Pieter heeft in de Bijbel teksten gezocht die gaan over wandelen. Hij leest ons in zijn videoboodschap voor over wandelen in de Bijbel. Daarna volgt een korte uitleg, waarbij hij de link legt naar de wijze waarop en de opgewekte stemming waarin wij altijd weer thuis komen na meerdaagse langeafstandswandelingen.

Petje af
Het tweede filmpje is van Baukje & Rauke. Ze zitten thuis naast elkaar in beeld en doen tegelijk een oranje petje op. Na hun introductie doen ze de petjes weer af, onder het roepen van hun thema ‘Petje Af’. Ze vertellen dat ze af en toe wel eens gekscherend een foto of een filmpje maken, waarbij zij Durkje en mij als fanatieke wandelaars portretteren (waarbij ze illustratief een voorbeeld van zo’n foto en filmpje als bestand bijsluiten), maar dat ze de prestatie inzake onze lange pelgrimstocht vooral waarderen.  Een ander filmpje dat ze hebben bijgesloten, is het filmpje van ‘The making of Petje af”. Dat is een humoristisch filmpje met daarin alle bloopers tijdens de productie van hun videoboodschap. Petje Af!

Message from Panama City
We willen ook het derde bestand nog bekijken, maar dan komt een medewerker van de vuurtoren ons vertellen dat de vuurtoren nu dicht gaat. We nemen de laptop mee naar buiten en gaan naar het restaurant enkele meters verderop. Om de emotie van de eerste filmpjes even weg te drinken, bestellen we eerst maar eens twee koppen thee.
Dan gaan we ook het filmpje van Jan Wijbe & Gaby bekijken. Zij zijn al twee weken onderweg in Centraal-Amerika en hebben op de boulevard van Panama Stad een videoboodschap gemaakt, waarin ze ons feliciteren met onze wandelprestatie, en tenslotte de suggestie dat het voor ons nu wellicht tijd wordt om vooral te genieten van de rust ná dit intensieve wandelproject.

Kinderen zo ver weg en toch ook zo dichtbij
Buitengewoon indrukwekkend en emotioneel is het om van onze kinderen zulke hartverwarmende videoboodschappen te ontvangen, waarin ze laten zien en horen hoe zij persoonlijk aankijken tegen ons jaren durend doorzettingsvermogen om de hele pelgrimage van begin tot eind te voltooien. Dankbaar voor het geluk dat ons van onze kinderen - en op deze wijze - ten deel valt, praten we na over wat wij samen op het scherm zagen, wat we in de boodschappen hoorden en wat dat voor ons betekent.
Het eerste wat Durkje daarna doet, is alle kinderen een uitgebreid sms-bericht sturen, waarin we melden dat we het eindpunt hebben bereikt, dat we hun videoboodschap hebben bekeken, en dat we hen hartelijk bedanken voor deze gevoelige woorden en beelden.
Als ouders en kinderen zijn we nu duizenden kilometers van elkaar verwijderd, maar hier op de Cabo Fisterra zijn we dit uur wel héél dicht bij elkaar.
Dan is toch het moment gekomen om terug te keren. We verlaten het restaurant op de kaap.

Peace please
We realiseren ons dat we de Vredespaal hier op Cabo Fisterra nog niet hebben gezien. Vanaf de hoge rots waarop het restaurant staat, zien we dat de Vredespaal tussen het restaurant en de vuurtoren staat. We gaan nog even naar het uitzichtpunt waar de Vredespaal staat. Op de paal staat in vier talen de volgende tekst: ‘May Peace Prevail On Earth’. Daar hoef je geen woord aan toe te voegen.
Durkje en ik blikken hier op het eindpunt van onze pelgrimstocht nog eenmaal over de oceaan. De dreigende bewolking trekt op in onze richting. Je kunt zien dat er regen op komst is. Helemaal in de verte, op de horizon, schijnt de zon op het water. We zien de horizon als een witte – door de zon beschenen – streep op de scheiding van lucht en water.

Na zonneschijn komt regen
Dit beeld betekent het eind van onze pelgrimstocht. We keren om en wandelen terug naar Finisterre.
We zijn nog maar net op weg, als het al begint te regenen. Eerst zacht, later harder en zo wisselt die hevigheid van de regen voortdurend. Twee pelgrims, de één met poncho, de ander met paraplu, komen weer aan in de haven van een regenachtig Finisterre.
Ter hoogte van het emigrantenmonument bij de haven overleggen we wat we nu gaan doen.

Ga heen in Vrede
Vanaf het hoger gelegen buitenterras van het havenrestaurant horen we roepen. Eén van de drie oudere dames van het Canadese pelgrimstrio roept en zwaait naar ons. We besluiten daar bij hen een kop koffie te gaan drinken, om ook afscheid van de Canadezen te nemen. Op het terras aangekomen, zien we dat ook de Duitse pelgrim Ralf bij hen op het terras zit.
Ralf moest de laatste dag alleen lopen, omdat zijn wandelmaat uitviel wegens een ernstige voetblessure. Gisteren zijn we samen met Ralf onze pelgrimsdag begonnen, onderweg hebben we hem veel ontmoet en met zijn drieën zijn we in Finisterre aangekomen. In het gemeentehuis van Finisterre hebben we gedrieën onze pelgrimscertificaten van de Camino Finisterre in ontvangst genomen.

Met zijn zessen sluiten we hier op het terras in Finisterre onze pelgrimstocht af: drie Canadezen, één Duitser en twee Nederlanders. Gezien onze samenstelling qua nationaliteiten realiseer ik me dat er sinds de bevrijding aan het eind van de Tweede Wereldoorlog ook veel ten goede is veranderd. We leven in een tijd van eenwording, in Europees verband, maar ook in ‘global’ opzicht.
De camino is een mooi en waarde(n)vol voorbeeld van een ontmoetingsplaats van mensen van over de hele wereld. De populatie van pelgrims op de camino gaat door alle nationaliteiten, religies en culturen heen. Het is één grote familie van pelgrims, die elkaar op de camino leren kennen en waarderen in de ontmoetingen onderweg, en in alle momenten van rust.

  • Hier op de camino is het niet van belang welke status je hebt in je thuisland.
  • Hier op de camino is iedereen gelijk, namelijk: pelgrim door ruimte en tijd.
  • Hier op de camino telt alleen maar dat je mens bent voor elkaar.
  • Hier op de camino wordt iets zichtbaar van het met Kerst zoveel bezongen ‘Vrede op Aarde’.

Of, zoals de Vredespaal op Cabo Fisterra,
op het eind van wereld zegt:
‘May Peace Prevail On Earth’.

Pelgrimeren van Olveiroa naar Finisterre

Uitzicht op Cabo Fisterra en op Finisterre




















Van Zwarte Haan naar Cabo Fisterra

Camino Finisterre & Santiago de Compostela – Cabo Fisterra
Van Olveiroa naar Finisterre
Woensdag 24 oktober 2012 – 31 km.
Dag 155: 3331 - 3362 km.


Ontbijt in herberg As Pias
Om 7.30 uur checken we uit en verlaten we Casa Loncho, de pelgrimsherberg waar we vannacht hebben overnacht. Het is nog donker als we door het centrum van Olveiroa lopen, maar met behulp van de nog brandende straatverlichting vinden we prima de weg naar de andere pelgrimsherberg, waar we vanmorgen ontbijten. De vriendelijke – nog jonge - herbergier, die ons gisteravond bediende tijdens ons pelgrimsdiner, staat nu in de vroegte al weer achter de bar om ons ontbijt klaar te maken en te serveren. Een Spanjaard leest de krant aan de bar, gaat weg, een andere Spanjaard komt binnen, neemt plaats aan de bar en leest ook de krant. Een typisch ochtendritueel van dorpsbewoners, die ’s ochtends even een kop koffie komen drinken in het dorpscafé. Wij ontbijten ondertussen; ook dat zal zeker een typisch ochtendritueel zijn hier het café.
De Duitse pelgrim die we gisteren nog met zijn vriend onderweg enkele malen ontmoetten, komt nu ook in het café. Zij hebben hier in deze herberg overnacht. De jongeman nuttigt hier ook zijn ontbijt. Tegen 8.00 uur – als Durkje en ik het ontbijt op hebben – gaan we naar buiten. Bij de uitgang van deze herberg staat het kunstwerk van een waterput, met daarop twee wandelschoenen en een pelgrimshoed erboven tegen de muur, alles geheel van steen.

Te donker
Vol goede moed gaan we op pad. Door een bijzonder goed verlichte hoofdstraat verlaten we Olveiroa. Dan komen we bij een drukke verkeersweg, die we naar links moeten volgen, via de brug over de Rego do Santa Lucia. Hier is het vanwege het ontbreken van straatverlichting echter nog één en al duisternis. Je kunt hier op de weg nagenoeg geen hand voor je ogen zien. Oriënteren is hier dus volstrekt onmogelijk. Alleen in het schijnsel van de verlichting van een enkele voorbijrijdende auto kun je tijdelijk even een stuk van de weg, de witte streep op het wegdek èn de berm zien. Maar dan is het weer donker om je heen. Ongeveer honderd meter verderop is een afslag naar links. We moeten volgens de routebeschrijving inderdaad ergens naar links, maar we kunnen in het geheel niet zien of dat hier op deze plaats zou moeten zijn, of eerder, of later pas? En ook voorbij die afslag is geen enkel licht, dus het heeft totaal geen zin om nu verder te gaan. We zullen even moeten afwachten tot het een beetje licht begint te worden en we richtingwijzers kunnen zien in het schemer. We lopen terug naar de plaats waar de hoofdstraat van Olveiroa en de autoweg elkaar kruisen. Op deze splitsing is het volop licht van de straatverlichting. We gaan op enkele rotsblokken zitten en wachten tot het licht wordt.

De hoofdlamp van Ralf
Het wachten duurt niet lang, want al na enkele minuten komt de Duitse pelgrims van zojuist op ons af. Hij stelt voor dat hij zijn hoofdlamp uit de rugzak haalt, om dan met zijn drieën te gaan spoorzoeken in het donker verderop. O.k., dat doen we.
Op de afslag waar we zojuist waren, vinden we met de hoofdlamp enkele meters naar links op de afslag een gele caminopijl. En daar achter - bij een splitsing nog zo’n tien meter verderop - weer één, nu naar rechts. Vanaf de verkeersweg gaan we dus linksaf bij de eerste splitsing en rechtsaf bij de daaropvolgende splitsing. Dan volgt een breed pad de heuvels in. Ondertussen wordt het al een beetje licht. Gedrieën gaan we verder op dit nog donkere pad.
Als we de Duitser – Ralf is zijn naam – vragen waar zijn wandelmaat is, vertelt Ralf dat diens voetklachten (heel veel blaren) gisteren zo ernstig pijnlijk zijn geworden, dat hij het niet meer zag zitten om nog verder te lopen. Ralf gaat dus vanaf vandaag alleen verder, tot aan Cabo Fisterra. Zijn wandeltempo is hoger dan die van ons, dus als het voldoende licht is, laten we hem vóór gaan. Ondertussen zien we de caminopalen zonder hoofdlamp ook wel staan. We lopen over een heuvelpad en zien in het ochtendgloren enkele windmolens boven op de heuvel vóór ons staan.
Het pad is rotsachtig, dus we moeten voorzichtig tussen de keien door en over de stenen heen. Het wordt nu snel licht.

Heuvels en rivieren
Als we in het prille ochtendlicht wat verder voor ons uit kunnen kijken, zien we dat we al behoorlijk hoog over het hellingpad lopen en dat beneden in het dal tussen de heuvels door een vrij brede rivier stroomt. Dat is de Río Xallas.
Na een afdaling gaan we over een vrij nieuwe betonnen brug - Puente - over een aftakking van die brede rivier. Hier steken we de Río do Hospital over.

Logoso
Een eindje voorbij deze brug komen we na een stijgend heuvelpad in het dorpje Logoso. Vooraan in dit dorpje is een nieuwe pelgrimsherberg, waarin Ralf inmiddels een kop koffie drinkt. Hij vertelt dat deze herberg pas dit jaar is geopend. Vandaar dat deze refugio en het café dus nog niet in onze wandelgids (2011) worden vermeld.
Als we buiten met Ralf staan te praten, komt ook de Nederlandse pelgrim Peter Gog het dorpje binnenwandelen. Ralf blijft hier nog even, en Peter loopt met ons mee door het dorp.
Midden in Logoso zie ik links van me ineens een grote kop van een koe door een deuropening naar buiten steken. De koe was onderweg naar buiten, maar schrikt en blijft staan. Achter de koe hoor ik een vrouw deze koe aansporen om toch wel naar buiten te lopen. Op het moment dat ik doorloop, loopt de koe achter me aan. De vrouw volgt de koe op de voet en enkele meters verder verdwijnen ze beiden door een openstaande staldeur van de boerderij.
Door een heuvelachtig gebied lopen we verder. Het begint te motregenen, dan is het even droog, en begint de motregen weer en dan wordt de regenval heviger. Over een asfaltweg arriveren we in de regen in het dorpje Hospital.

Hospital
Op een heuvel staat een industrieel complex. Het lijkt wel een oude kolengestookte electriciteitscentrale.
Hier is ook een herberg met café-bar. We hebben nu 5,5 kilometer gelopen en volgens de wandelkaart is de volgende horecagelegenheid pas in de stad Cee, bijna 13 kilometer verderop, dus de verleiding is wel groot om hier onze eerste pauze te nemen. De meeste pelgrims doen dat ook, maar wij besluiten toch door te lopen. Verderop zien we dan wel waar we even kunnen pauzeren. We hebben voldoende eten en drinken bij ons, dus we zijn niet afhankelijk van de plaatselijke horeca.
Via een klein ommetje over een oud weggedeelte komen we voorbij Hospital weer terug op de brede doorgaande weg. Dan komen we op een grote driesprong. Dit is de plaats waar twee camino’s bijelkaar komen, danwel uitelkaar gaan. Op deze driesprong kun je rechtsaf naar Muchía en linksaf naar Finisterre. Wij gaan richting Finisterre.
Dan volgt verderop een kilometers lang pad door heuvelachtig terrein. Omdat we op behoorlijke hoogte wandelen, hebben we een mooi uitzicht over de omgeving.

Ermita das Nieves
Twee kilometer voorbij de driesprong komen we bij een kleine kapel, de Ermita das Nieves. Deze kapel is gesloten, maar naast de ingang is een overdekte ruimte met een hoge stenen tafel tegen de kapelmuur. Daarop liggen allerhande zaken, die pelgrims hier hebben achtergelaten. In een afsluitbaar nisje in de kapelmuur staat een gastenboek achter een te openen glazen deurtje.
Ik blader in dit gastenboek en zie dat een Nederlandse pelgrim – die wij nog niet hebben ontmoet – hier gisteren passeerde.
Als ik het gastenboek teken, komen ook de Duitse pelgrim Ralf en de Nederlandse pelgrim Peter naar deze ‘buitenkapel’. Ralf tekent het gastenboek ook.
Bij de kapel is ook een grote picknickplaats met picknickbanken, waar Durkje en ik pauzeren. Peter en Ralf nemen hier ook een rustpauze.
Vanaf hier is het nog ongeveer acht kilometer naar de stad Cee. Af en toe ontmoeten we enkele andere pelgrims, onder andere een jong Spaans stel en twee meisjes uit Zwitserland. Zo langzamerhand kennen we de meeste pelgrims die iets voor of iets achter ons lopen.

Zee in zicht
Ongeveer halverwege dit traject zien we in de verte ineens de oceaan. Dit is de eerste keer dat we de Atlantische Oceaan op onze jarenlange pelgrimstocht in beeld krijgen. De baai waar we nu het zicht op hebben, is de Ría do Corcubión.
Met dit ruime sop in beeld, komen we wel heel dicht bij het eindpunt van onze pelgrimstocht. Men zegt wel eens dat de pelgrim het einddoel vreest, maar zo voelt dat voor ons niet. We voelen ons bevoorrecht dat we al jaren in goede conditie zijn om deze ruim 3.300 kilometer lange pelgrimage te beginnen, voort te zetten en ook af te ronden.
We gaan alsmaar voort over het steenachtige heuvelpad en passeren daarbij de Alto do Cruceiro. We komen steeds dichter bij de kust.
Voorbij Alto do Cruceiro gaat het heuvelpad behoorlijk steil naar beneden. Als we genieten van het uitzicht en ondertussen langzaam en voorzichtig naar beneden lopen, nadert de Nederlandse pelgrim Peter ons van boven achter ons.
Hier op deze plek kunnen we heel duidelijk de stad Cee en haar zeehaven in de diepte vóór ons zien liggen. Vanaf hier hebben we ook een royaal uitzicht over de oceaan, die tot voorbij de einder reikt. Dit is trouwens ook de eerste keer dat je een heel eind in de verte voor het eerst Finisterre en Cabo Fisterra kunt zien liggen, ver achter Cee.

Spoorzoeken in Cee
We dalen af naar de stad Cee. Als we Cee binnen wandelen, begint het vreselijk te regenen. We schuilen af en toe even bij enkele gebouwen langs de weg als de regen weer verhevigt. Zo lopen we door de hoger liggende delen van Cee in de richting van het stadscentrum. In het centrum ontbreekt helaas de bewegwijzering. Alle pelgrims klagen hierover. Tegenover het busstation gaan we een café binnen voor een rustpauze en om hier te lunchen.
Na deze lunch is het weer droog. Langs het ziekenhuis lopen we naar het stadsstrand van Praia da Concha. Ook hier zie je enkele pelgrims zoekend om zich heen kijken. Nog steeds is er geen bewegwijzering zichtbaar. Op de plaats waar een routevariant aftakt van de doorgaande camino, staan enkele Spanjaarden vertwijfeld te kijken en te overleggen wat nu te doen. Ik pak onze wandelgids erbij en laat op de kaart zien en vertel dat ze hier moeten kiezen om de routevariant richting Corcubión te kiezen, of door te gaan op de oorspronkelijke route. Durkje en ik volgen de camino volgens het oorspronkelijke pad. De Spanjaarden volgen ons en lopen met ons mee naar boven, in de richting van de Capela de Santo Antonio.
Aan de rand van de stad, moeten we over een heel smal en sterk stijgend pad, tussen twee hoge muren door.
In een vrij lange rij gaan we allen langzaam klimmend naar boven. We krijgen een steeds mooier uitzicht over de stad Cee en op de oceaanbaai achter ons. Ook pelgrim Ralf heeft zich weer bij onze tijdelijke groep gevoegd.
Boven komen we door een woonwijk. Verderop lopen we geruime tijd langs een bosperceel. Ook hier staan mooie grote paddenstoelen langs het pad.

Kustroute
We komen dan door dorpjes als Vilar, San Roque en Amarela.
Langs de C-552 (de weg naar Finisterre) komen we in Estorde.
Estorde heeft een strand, genaamd Praia de Estorde. Aan de overzijde van de C-552 ligt de ‘Ruta Finisterre Camping’. De toegangshekken zijn gesloten; het kampeerseizoen is ontegenzeggelijk voorbij.
We verlaten Estorde via de C-552.
Daarna volgt een wat grotere plaats: Sardiñeiro.

Sardiñeiro
De camino neemt hier een oude route, die aftakt van de C-552. We lopen tussen de eerste bebouwing van Sardiñeiro door. Enkele huizen zijn hier bont geschilderd; bruin, geel, groen en blauw; wel een vrolijk gezicht op deze regenachtige dag.
Het blauw-bruine huis is geheel gedecoreerd in pelgrimsstijl. Tegen de gevel van dit woonhuis is bijvoorbeeld een groot blauw tegeltableau aangebracht met daarop een voorstelling van Sint Jacobus de Meerdere als evangelist in Galicié. Jacobus predikt in pelgrimstenue voor een Galicisch gezelschap en links in de verte zie je de kathedraal van Santiago de Compostela afgebeeld.
Nog een ander tegeltableau is aan de muur bevestigd. Dit is een afbeelding van allerlei Galicische pelgrimsroutes richting Santiago de Compostela.
En naast dit huis staat – hoe kan het ook anders – een standbeeldje van Santiago (Sint Jacob) in pelgrimstenue.
We lopen door de hoger liggende woonstraten van Sardiñeiro. We proberen vooral door te lopen, ondanks de onophoudelijke en harde regen. Ter hoogte van één van de laatste huizen van Sardiñeiro passeren we een heel klein kippenhok aan de straatzijde, dat tjokvol kippen zit.
Als we Sardiñeiro over een heuvelpad uit lopen, is het weer even droog. We hebben hier een mooi uitzicht over de Spaanse oceaankust.

Dagbestemming Finisterre
We lopen in de richting van Praia Talón. In een bocht van het heuvelpad krijgen we ineens een heel mooi wijds uitzicht over de kust, met zicht op Finisterre en op Cabo Fisterra.
Nog maar zo’n vier kilometer naar Finisterre en acht kilometer naar Cabo Fisterra.
We hebben besloten dat we vandaag vanuit Olveiroa niet verder zullen gaan dan Finisterre. Die route is 31 kilometer lang. Als je dan ook nog door zou lopen naar Cabo Fisterra, moet je daarna weer terug naar Finisterre; dan zou je totaal voor vandaag op 39 kilometer komen. Dat is ons een beetje al te gortig, dus we lopen vandaag de 31 kilometer naar Finisterre, en dan gaan we morgen op en neer naar Cabo Fisterra.
We genieten even van het uitzicht op onze bestemming voor vandaag en voor morgen.
Daarna dalen we verder, steken we de C-552 over en aan de overzijde gaan we over een steil dalend pad verder naar de kust.
We lopen boven langs een strand. Het waait hier nogal en het ons welbekende geluid van de branding is nadrukkelijk aanwezig.
De Duitse pelgrim Ralf voegt zich weer bij ons. Met zijn drieën lopen we de laatste kilometers.
We arriveren bij het strand van Praia de Langosteira, een top-toeristische strand-locatie hier aan de kust.
Heel even breekt de zon door. Een heerlijk gevoel is dat hier op het strand, nadat we zoveel uren aaneengesloten vrijwel constant regen hebben gehad. We genieten hier van de zon en Ralf legt dat vast op een mooie foto van Durkje en mij.
Over een natuurstenen voetpad lopen we langs het strand van Langosteira verder richting Finisterre. Eerst komen we nog door de kustdorpjes Anchoa en Baixamar.

Fisterrana
Bij het café langs de promenade staan enkele Spanjaarden te roken. Als we ze passeren, groeten ze buitengewoon hartelijk met een ‘buen camino!’.
Bijna ongemerkt gaan deze dorpjes over in de plaats Finisterre. Bij het gemeentehuis komen we Finisterre binnen. Ralf, Durkje en ik gaan hier naar binnen. Ik had onderweg van een Spanjaard gehoord dat de refugio van Finisterre momenteel is gesloten en dat dit de plaats is waar het pelgrimscertificaat normaal gesproken wordt uitgereikt aan pelgrims die Finisterre bereiken. Ik wil binnen vragen of we hier die ‘Fisterrana’ (want zo heet dit certificaat) kunnen verkrijgen. Als we het gemeentehuis binnen lopen, staan we direct bij een brede balie. Vier gemeenteambtenaren staan voor ons klaar om ons de Fisterrana uit te reiken. Maar eerst moet grondig onderzoek worden gedaan of wij dit getuigschrift wel verdienen.
De eerste ambtenaar onderzoekt ons pelgrimspaspoort. Nauwkeurig worden alle pelgrimsstempels bestudeerd, kijkend naar de namen van stempeladressen en naar de stempeldata. Onze pelgrimspassen worden goedgekeurd.
De tweede ambtenaar onderzoekt onze paspoorten. Bij elk paspoort behoort een vraaggesprek, om te achterhalen wat onze voornaam en wat de achternaam is.
De derde ambtenaar krijgt daarna van de tweede instructie om voornaam en achternaam te noteren op de Fisterrana.
Als ik aan de tweede en de derde vraag waar we in Finisterre geschikte overnachtingsadressen kunnen vinden, wordt ons te verstaan gegeven dat de vierde ambtenares Engels spreekt en dat zij ons dat wel duidelijk zal maken. O.k.; we moeten dus de heren vooral geen vragen stellen, want ze spreken geen Engels en hebben het bovendien te druk met hun eigen taak. Prima, doen we het zo!

Hartelijk welkom in Finisterre
De vierde ambtenares is met een precies knipwerkje bezig. Op enkele kopieën staan tabellen, met daarin de vertrektijden van de bussen vanuit Finisterre naar Santiago de Compostela. De tabellen worden dus al klaargemaakt, nog voordat we haar kunnen vragen om de vertrektijden van de bussen. Hier wordt goed voor ons gezorgd, zo blijkt. Bovendien is de dame in kwestie een vrolijke tante, die zichtbaar plezier heeft in het ontvangen en helpen van pelgrims. Ze legt ons uitgebreid uit op welke plaatsen we in Finisterre geschikte accommodaties kunnen vinden en als service geeft ze ook een bustijdentabel als toegift bij de plattegrond van Finisterre. We bedanken haar en haar drie collega’s voor de vriendelijke ontvangst en voor de goede wijze waarop ze ons hebben bediend met certificaat en advies. Alleszins dus een hartelijk welkom in Finisterre.

Einde in zicht
We hebben de 31 kilometers van Olveiroa naar Finisterre vandaag in ongeveer acht uren gelopen. Nog maar vier kilometers morgen en dan is die lange pelgrimage voorbij. Maar eerst zoeken we een hotelkamer in Finisterre. In ‘Hotel Finisterre’ checken we in voor een mooie hotelkamer voor twee nachten. Ook Ralf neemt in dit hotel een kamer. Ralf vertelt dat hij zijn Duitse wandelmaat via de telefoon nog steeds niet heeft kunnen bereiken en dat Ralf vermoedt dat hij vanuit Olveiroa inmiddels terug is gereisd naar Santiago de Compostela. Vanuit Bilbao zullen zij over enkele dagen weer terug vliegen naar Duitsland.
Wij gaan naar onze hotelkamers om een heerlijk warme douche te nemen, als afsluiting van deze regenachtige – maar toch ook wel weer mooie – wandeldag. Vanavond nog een goed restaurant zoeken in de haven, lekker eten en dan na een goede nachtrust morgen de laatste vier kilometers. Het einde is in zicht!

Pelgrimeren van Negreira naar Olveiroa

Drassige bospaden van de camino in de herfst


















Van Zwarte Haan naar Cabo Fisterra

Camino Finisterre > Santiago de Compostela – Cabo Fisterra
Van Negreira naar Olveiroa
Dinsdag 23 oktober 2012 – 33 km.
Dag 154: 3298 - 3331 km.



De duisternis is
Na een overdadig pelgrimsmaal gisteravond, en een goede nachtrust, ontwaken Durkje en ik vanmorgen rond 7.00 uur in Hotel Tamara in Negreira. Om 7.30 uur gaan we voor ons ontbijt naar beneden, waar ons een kop koffie, een glas jus d’orange en een croissant wordt voorgezet. Niet bepaald een stevig ontbijt, maar het kan ermee door. De rest van ons eten zullen we vandaag ergens onderweg wel zoeken en vinden. Even na 8.00 uur steken we vóór ons hotel de drukke verkeersweg over, om in de duisternis te verdwijnen op een smal en stijgend paadje, dat ons weer terug voert naar de verderop hoger gelegen camino.


Negreira
Als we weer op de camino staan, volgen we de asfaltweg, die dalend het dorp Negreira in gaat. Het is niet alleen donker, maar ook mistig. In het centrum van Negreira zien we een standbeeld van Sint Jacob. We maken een foto van dit beeld, maar dat valt niet mee, omdat de cameraflits de mistdruppeltjes weerkaatst.
We hebben een lange wandeling gepland, want we willen vandaag van Negreira naar Olveiroa lopen, over een afstand van 33 kilometer. We vermoeden daar toch zeker zo’n 8 tot 9 uren over te gaan doen.
Vanaf de hoofdweg door Negreira slaan we linksaf om het dorp uit te wandelen. We verlaten Negreira door één van de doorgangen van de oude stadspoort.
We moeten het eerste half uur bijzonder goed letten op de gele caminopijlen op het wegdek en op de betonnen caminopaaltjes met daarop de Jacobsschelp afgebeeld. Het lukt ons om in het duister de goede weg te blijven volgen. Als we in het veel hoger gelegen oude deel van Negreira komen, wordt het al een beetje licht. We passeren verderop de oude dorpskerk van Negreira.

Finisterre of Fisterra
Voorbij de kerk staat in het oude dorpscentrum een hoge betonpaal met daarop een Jacobsschelp en een naambordje van de ‘Camino Fisterra’. Drie Spaanse jonge pelgrims vragen ons of we hen bij dit naambord op de foto willen zetten. Op mijn vraag wanneer je nu ‘Fisterra’ zegt en schrijft in plaats van ‘Finisterre’ vertelt het Spaanse meisje ons dat ‘Fisterra’ de Galicische naam is en dat ‘Finisterre’ de Spaanse naam is. Vervolgens maken zij ook een foto van Durkje en mij bij dit Galicische naambord.
We gaan buiten Negreira over een hellingpad van de beboste heuvelhelling verder. We lopen een stukje langs een brede asfaltweg. Het wordt langzamerhand lichter, en dan zien we ook meer van de mist, die over de velden en over de maïsakkers hangt.

Zonsopgang
We wandelen af en toe door een open gebied en vrij veel door bospercelen. De opgaande zon dringt vanaf de oostzijde door de bomen heen en zorgt samen met de herfstachtige begroeiing langs de bospaden voor een sprookjesachtige sfeer.
Vanwege de aanhoudende regen van de tweede helft van gistermiddag en gisteravond zijn de bospaden nog behoorlijk drassig. We moeten af en toe dan slingerend onze weg zoeken om over de meest droge gedeelten van de bospaden te lopen. Zo houden we onze voeten droog en glijden we niet zo snel uit over de drassige bodem.
De varens langs het bospad variëren qua kleur al van zomers frisgroen tot herfstig diepbruin. Als het ochtendzonlicht hier en daar aan de achterzijde door de varenbladen schijnt, krijg je een prachtige gouden gloed.
De zon komt steeds hoger en zorgt zo voor veel licht in het bos.
Nu het zonlicht over de velden en akkers schijnt, kun je ook goed zien waar dichtbij en veraf de mist nog boven het land blijft hangen.
Dichtbij de grond langs het bospad kun je alles scherp zien, de enigszins bewolkte lucht is kraakhelder, maar tussen land en lucht hangt nog een deken van mist, die hier en daar nog lang blijft hangen. Een heel mooi gezicht is dat.

Camino in de herfst
We komen langs een groentetuin van iemand die hier waarschijnlijk ergens in de buurt woont. Mooie gele, groen en geelgroene courgettes liggen hier in de tuin nog na te rijpen in de vroege ochtendzon. De opbrengst is goed, zo te zien.
Hier en daar passeren we eens één of enkele pelgrims, of worden we door hen ingehaald, als we bijvoorbeeld een foto maken van al het moois om ons heen. We lopen hier en daar door een hol bospad, waar de bruine varens in herfsttooi aan beide zijden van het bospad hoog boven ons uit steken.

A Pena en Portocamiño
Vanwege het grote aantal foto’s dat we nu al hebben gemaakt en vanwege het vele klimmen en dalen, schieten we niet erg op. Het valt ons dan ook wel een beetje tegen dat het al 10.30 uur is als we het gehucht A Peña binnenwandelen. We zijn nu al anderhalf uur onderweg en hebben nog maar zo’n vijf kilometer gelopen. Wel vijf mooie kilometers, overigens.
We zouden hier linksaf kunnen gaan om een eindje van de camino af een kop koffie te gaan drinken in Portocamiño. We blijven echter op de doorgaande route en lopen zo met een ruime bocht om Portocamiño heen.
We gaan verder in westelijke richting en zien op een gegeven moment rechtsonder in het dal dat daar nog steeds een mistbank van vanmorgen in dat dal is blijven hangen.
We gaan door een prachtig heuvelachtig gebied, waarvan een deel natuurgebied is en een ander deel al door boeren in cultuur is gebracht. Er wordt hier in deze regio veel maïs verbouwd. Het is overwegend agrarisch qua bedrijvigheid, met voornamelijk veeteelt. De maïsverbouw staat hier in het teken van het veevoer. Grote bulten oude en nieuwe snijmaïs liggen op de boerenerven en in de voeropslagen van de veeschuren. Op een gegeven moment lopen we dwars door een maïsveld. De camino wordt hier door boer en wandelaars open gehouden, zodat wij vrij baan hebben over het wandelpad met links en rechts maïs.

Vilarserio
Het volgende dorp waar we komen, is Vilarserio.
In onze wandelgids hadden we al gezien dat hier een café is, waar we even wat kunnen eten en drinken en rusten. Volgens diezelfde routegids is het volgende horeca-adres zo’n negen kilometer verder, dus we gaan pauzeren in Vilarserio. Op het terras van A Nosa Casa zitten al enkele andere pelgrims. Af en toe gaan enkele pelgrims weer verder en komen er ook weer andere pelgrims bij, dus het is hier binnen in het café en buiten in de zon op het terras een gezellige boel. We bestellen koffie met een bocadillo en zien tot onze verrassing dat daartoe een hele stokbrood wordt gehalveerd, en dat het brood met kaas en grote plakken spek heerlijk worden gegrild op een grote grillplaat. Het resultaat is een fors belegd brood(je), dat ons voortreffelijk smaakt.

Cornado
Na ook een tweede kop koffie gaan we ruim gevoed en gelaafd weer verder. Het weer is prachtig. Volop zon en een heerlijke temperatuur voor onze nogal lange wandeling van vandaag. Maar we klagen daar niet over, want dit zijn voor ons ideale weersomstandigheden voor een perfecte langeafstandswandeling.
Het is nu al over twaalven en we hebben in vier uren nog maar zo’n 14 kilometer gelopen. Als we in dit tempo door gaan, zullen we tussen 18.00 en 19.00 uur pas in Olveiroa arriveren. We zullen proberen om ons tempo enigszins op te voeren, zodat we in elk geval vóór of uiterlijk 18.00 uur aankomen in Olveiroa.
Het eerste dorp waar we vervolgens door komen, is Cornado.
Daarna volgt een traject van zo’n vijf kilometer door een open heuvelachtig landschap. We lopen overwegend over boerenlandwegen, waarop regelmatig tractoren ons passeren.

Maroñas en Santa Mariña
We steken via een betonnen brug een beek over. Een boer is hier in de beek zijn giertank aan het schoonspoelen. Voorbij de brug arriveren we in het dorp Maroñas; ook een volop agrarisch dorp met veel boerderijen, en bovendien ook veel traditionele horréos (droogplaatsen/opslagplaatsen voor bv. maïs).
Daarna volgt het dorpje Santa Mariña. Voorbij deze plaats moeten we een klein stukje langs de LC-403 lopen. Hier passeren we ook een café, waar enkele pelgrims zitten te rusten onder het genot van een hapje en een drankje. Ook wij nemen plaats op het terras aan de doorgaande weg en drinken hier een lekkere kop thee; ook heerlijk op een warme dag als vandaag.
Voorbij dit café gaan we verder naar het westen, richting Bon Xesús. Vóór ons zien we de hoge bergrug van de Monte Aro, waar we straks over heen zullen gaan.

El Monte Aro
Voorbij het gehucht Gueíma zijn we al een behoorlijke eind geklommen, en hebben we een mooi uitzicht over het dal waar we uit zijn gekomen.
Dan volgt het laatste stuk van de beklimming van de Monte Aro.
Als we over dat hoogste punt heen zijn, zien we rechts vóór ons in het dal het grote stuwmeer ‘Embalse de Ferrenza’ liggen.
Als we dit stuwmeer voorbij zijn, passeren we het dorpje Lago.

Abeleiroas
Het volgende dorpje waar we door wandelen, is Abeleiroas.
Buiten Abeleiroas ontmoeten we een Duitse jongen, die vandaag als pelgrim voortdurend vóór of achter ons loopt. We lopen een eindje met elkaar op. Tijdens het wandelen en praten hebben we niet eens in de gaten dat we over de asfaltweg voortdurend stijgen en dat langzamerhand het landschap ook verandert. Tot onze verrassing zijn we na een aantal bochten in de weg ineens aangekomen bij de top van een heuvel. Een groot rotsblok vormt de top van die heuvel.
Het landschap is hier ook volledig anders dan we de afgelopen kilometers gewend waren. Vandaag liepen we voornamelijk door agrarisch gebied met veel grasland en veeteelt-bedrijven. Hier op de heuvel staan we in een veel meer heideachtig landschap, met behoorlijke hoogteverschillen en een rotsachtige bodem.

Een warme wandeldag
We gaan van de heuvel naar beneden en komen dan langs de begraafplaats van San Christóvo.
Het is een lange wandeldag, waarin de temperatuur stijgt naar zo’n 25 graden Celsius. Een ware pelgrimsdag voor doorzetters, die de volledige afstand van 33 kilometer op één dag willen afleggen. Durkje en ik zijn voornemens om tenminste door te lopen tot Olveiroa, het eindpunt van dit traject. Het eindpunt is overigens ook in zicht als we om 16.15 uur het dorpje O Ponte Olveira binnenwandelen.

Refugio aan de Rio Xallas
Bij de hoofdstraat aangekomen, gaan we rechtsaf en dan zien we direct al de brug liggen die hier over de rivier de Río Xallas ligt. Dit is kennelijk een belangrijke brug over de rivier, want het verkeer rijdt hier af en aan.
Direct voorbij de brug over de rivier ligt buiten de bebouwde kom een vrij nieuwe, gemeentelijke herberg. Een vijftal pelgrims zit op het terras voor de open refugio. Het is nu nog zo’n twee kilometer naar Olveiroa, dus nog ongeveer een half uur lopen. Voor wie dat net een station te ver is, is dit een mooi punt om intrek te nemen in deze refugio. De dagtocht van vandaag is normaal gesproken 33 kilometer, dus voor wie 31 kilometer voor vandaag genoeg of meer dan genoeg is, is dit de kans om te stoppen.
Vanaf het terras begroeten de pelgrims bij de refugio ons als we deze herberg voorbij wandelen. Even later komen we aan in de bebouwde kom van Olveiroa.

Casa Loncho
Al direct vooraan in Olveiroa is een particuliere herberg, gehuisvest in een groot woonhuis. Als we langzaam dit huis voorbij wandelen, komt de vrouw des huizes roepend achter ons aan. Ze probeert ons ervan te overtuigen dat we bij haar intrek zouden moeten nemen. Op onze vraag wat we voor een nacht moeten betalen, vertelt ze dat we voor 12 Euro per persoon kunnen overnachten, inclusief ontbijt, maar als we vragen of we bij haar ook een maaltijd kunnen krijgen, verwijst ze ons door naar de dorpskern verderop, want daar is een herberg met restaurant en een herberg met een kleine winkel, een ‘tienda’.
Durkje en ik besluiten door te lopen, want we waren van plan om in het dorpscentrum een slaapplaats te zoeken in één van die beide herbergen. Als we de dorpskom in wandelen, lopen we recht op de eerste herberg af. Dit Pension Casa Loncho ziet er gezellig uit met een terras op het erf, waar ook al enkele pelgrims zitten. Binnen, in het café met de tienda, vragen we naar een geschikte slaapplaats en die krijgen we direct toegewezen: op de bovenverdieping een hele mooie kamer, inclusief badkamer met douche en toilet; wel luxe voor een pelgrim, maar we mogen onszelf ook best verwennen na zo’n betrekkelijk zware dagtocht. Er zijn op de bovenverdieping ook kamers met gemeenschappelijke badkamer en op de begane grond zijn de slaapzalen met stapelbedden, óók met gemeenschappelijk sanitair. De Nederlandse medepelgrim Peter Gog heeft voor vannacht hier onderdak gekregen in één van beide slaapzalen.
Nadat we ’s avonds heerlijk hebben gegeten van het pelgrimsmenu in het restaurant van de pelgrimsherberg verderop in het dorp, wandelen we weer terug naar ons overnachtingsadres.