Posts tonen met het label Workum. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Workum. Alle posts tonen

maandag 10 september 2012

Friesland voor lanterfanters - deel 3

Cover van de wandelgids
Maandag 10 september 2012

Wandelen in Fryslân is populair
‘Slow Tourism’ wint aan belangstelling, ook in Nederland. Langeafstandswandelen – bijvoorbeeld - is momenteel in. Wandeltochten in het hele land, en zeker ook in Fryslân, trekken grote aantallen wandelaars; denk maar aan de succesvolle vierjaarlijkse Slachtemarathon. Ook de wandelroute van het Fries-Overijsselse Jabikspaad geniet een groeiende naamsbekendheid. Dit jaar verscheen al weer de zesde druk van de populaire wandelgids van dit Friese pelgrimspad. Fryslân biedt steeds meer wandelaars aangename wandelingen. Wandelen in grote en kleine groepen, in tweetallen en individueel wint nog steeds aan populariteit.

Wandelserie voor lanterfanters
Op die golf bewoog natuurjournalist Fokko Bosker mee. Bosker schreef inmiddels vier wandelgidsen voor gevarieerde wandelroutes door de provincie Fryslân. De serie van de eerste drie wandelrouteboekjes is uitgegeven met als titel: 'Friesland voor lanterfanters; een voetreis door natuurlijk Friesland in dertig dagen'. De daaraan toegevoegde vierde routegids kreeg als ondertitel: 'een voetreis rond natuurlijk Leeuwarden in 10 dagen'. Dit vierde deel verscheen in het jaar 2010.

De eerste drie deeltjes kwamen in het jaar 2007 uit.


  • Deel 2 met tien wandelingen over totaal 267 kilometer door Oost-Fryslân beschreef ik in mijn weblogbericht van 1 november 2011.

Deel 3
Inmiddels – na gisteren - hebben Durkje en ik ook alle tien wandelingen van het derde deel van deze wandelserie gelopen.
Het derde deel van 'Friesland voor lanterfanters' biedt tien dagmarsen door mooie dorpen en landschappen in de ‘Fryske Greidhoek’ en in zuidwest-Fryslân. Je dwaalt over groene ‘greiden’ (grasland) en langs de Friese meren en over de IJsselmeerdijk. Je gaat over wandelpaden door het laagveenmoeras van De Deelen en krijgt volop gelegenheid om wandelend kennis te maken met het bosrijke Gaasterland en met de Pingjumer Gouden Halsband, te midden van de Friese vette kleigronden.

Achtergrondinformatie
Elke dagwandeling heeft een thema. De routes worden beknopt beschreven en in grote lijnen met een globale wegenkaart ondersteund. De wandelroutes zijn helaas niet bewegwijzerd, hetgeen het niet gemakkelijk maakt om de route exact volgens de beschrijving en de kaart te bewandelen. Fokko heeft bij elke wandelroute ook enige achtergrondinformatie geschreven, met informatie over bijvoorbeeld natuur & landschap, flora & fauna, cultuur & geschiedenis, gehuchten & dorpen, wonen & werken, bewoners en toeristen, waterwegen en monumenten; nu eens kritisch, dan weer lyrisch.

West-Friesland
Deel drie laat je een grillige lus door Fryslân lopen: vanuit Heerenveen, via Sloten, Stavoren, Koudum, Hindeloopen, Workum, Makkum, Sneek, Bolsward, Leeuwarden, Akkrum, en weer terug naar Heerenveen. De wandelingen hebben een gemiddelde afstand van 27,1 kilometer, variërend van 22 tot 34 kilometer per dag, in totaal dus 271 kilometer.

Tien wandelroutes
Op onderstaande data bewandelden en beschreven (zie onderstaande weblinks) Durkje en ik de volgende tien routes van deze wandelgids:
1. Op 14 november 2008 van Heerenveen naar Sloten, 27 kilometer;
2. Op 3 april 2009 van Sloten naar Bakhuizen, 27 kilometer;
3. Op 10 april 2009 van Bakhuizen naar Hindeloopen, 26 kilometer;
4. Op 19 april 2009 van Hindeloopen naar Makkum, 23 kilometer;
5. Op 29 mei 2009 van Makkum naar Allingawier, 31 kilometer;
6. Op 21 oktober 2009 van Allingawier naar Sneek, 26 kilometer;
7. Op 27 mei 2012 van Sneek naar Easterlittens, 28 kilometer;
8. Op 7 juni 2009 van Easterlittens naar Wergea, 22 kilometer;
9. Op 9 september 2012 van Wergea naar Terherne, 27 kilometer;
10. Op 25 september 2011 van Terherne naar Heerenveen, 34 kilometer.

woensdag 1 juni 2011

De oerpolder

Woensdag 1 juni 2011

Voor mijn verjaardag kreeg ik vorig jaar van mijn vier naaste collega’s van Stenden hogeschool het ‘tsjokke’ boek “De oerpolder’, geschreven door Hylke Speerstra. De ondertitel van dit boek luidt: ‘Het boerenleven achter de dijken’. In dit boek beschrijft Speerstra het boerenleven in Het Heidenschap (Frysk: It Heidenskip); gelegen ten zuidoosten van het Friese stadje Workum, aan de oostzijde begrensd door het Friese meer “De Fluessen’. Speerstra schreef het boek in het Fries. Ik kreeg en las derhalve de Nederlandse vertaling.

Dit moerassig gebied, een polder in Zuidwest-Fryslân, is door de eeuwen heen ontworsteld aan de zee. Tot in de 20e eeuw liep het grasland in deze polder ‘s winters vaak onder water. Toch vestigde zich in deze ‘oerpolder’ een boerenbevolking; doorzetters die met veel geploeter het land tot vruchtbare grond omtoverden en het gebied ging bedijken. Met de komst van de bewoners en alle anderen die voor lange of korte tijd in dit gebied verblijven, wordt langzamerhand de oerstilte in de oerpolder verbroken.

De Friese auteur Hylke Speerstra brengt in zijn documentaire roman dit platteland en zijn bewoners uit het verleden weer tot leven. Hij interviewde daartoe twee jaar lang meer dan tweehonderd (oud) Heidenskipsters, en diepte luisterend en lezend familiegeschiedenissen uit aan de hand van privédagboeken en documenten van officiële instanties. Zo ontdekte Speerstra wie die mensen waren, mensen die zich niet lieten afschrikken om meters onder de westelijk gelegen zeespiegel te gaan wonen. Het boek beschrijft hun doorzettingsvermogen in de strijd tegen de natuur, met tegelijkertijd liefde voor het landschap.

Het boek verhaalt niet alleen over feitelijke gebeurtenissen, want Speerstra laat zich ook meevoeren in de verhalen en in de tijd; gaat daarin verder waar het geheugen van de huidige generaties verstek laat gaan. Hij vult de verhalen aan, zoals het toen was of zoals het had kunnen zijn. De auteur probeert zo een werkelijkheid te verbeelden die het dichtst bij de realiteit ligt. Er is al teveel verdwenen om geheel volgens de feiten te vertellen, dus je moet soms flinterdunne feiten met fictie mengen om dicht bij de realiteit van toen te komen. Tijdens het schrijfproces zit de vergankelijkheid Speerstra op de hielen, want veel oude mensen die hij interviewde sterven gedurende de jaren dat het boek wordt geschreven, gedrukt en uitgegeven.
Dood en ellende voeren de boventoon in de oerpolder. Het boek vertelt over geloof en over bijgeloof. Het was een zwaar leven in een zware tijd, in natte polders, in mysterieuze buurtschappen met namen als ‘De Hel’ en ‘Klein Walhalla’. Speerstra schrijft over boerderijen die achter zeventien hekken lagen en over zieken die soms op de keukentafel geopereerd moesten worden omdat vervoer over land, water of ijs niet meer verantwoord of niet meer mogelijk is.

Achterin het boek verantwoordt Hylke Speerstra zijn bronnen: doorvertelde verhalen, dagboeken, boeken, familiearchieven en een gebedenboek. Een uitgebreide bibliografie laat zien dat ook veel lezen aan schrijven vooraf gaat om zo’n boek te schrijven.

zaterdag 12 juni 2010

Friese Hofjes

Zaterdag 12 juni 2010

Verspreid door de hele provincie Fryslân staan huizen, die gebouwd zijn uit liefdadigheid. Vanaf de late Middeleeuwen tot in de 20e eeuw bouwden bijvoorbeeld rijke Friezen en kerkbesturen als “goed werk van barmhartigheid” woningen voor armlastige ouden van dagen en voor zogenaamde proveniers. Proveniers zijn ouderen, die - als een soort van oudedagsverzekering - een verzorgd leven voor zichzelf “kochten” door voortijds een bedrag te schenken of te legateren. Ze woonden in onder andere gasthuizen, hofjes, diaconiehuizen en armenhuizen. Vaak waren deze gasthuizen gebouwd rond een tuin, ook wel “bleek” genoemd. Armen woonden daarin – zoals dat destijds werd genoemd – “om Godswil”, ofwel: gratis. De veelal strenge regels van arbeid, bezinning, kerkgang, gebed en andere huisregels namen de gasthuisbewoners doorgaans volgzaam en voor lief op de kost toe.

In 2007 publiceerde de Friese Pers Boekerij het boek “Friese Hofjes” met als ondertitel “Gasthuizen, Diaconiehuizen en Armenhuizen”. De twee architectuurkenners Peter Karstkarel en Leo van der Laan bespreken in dit boek zo’n 50 – doorgaans nog steeds bestaande - liefdadigheidswoningen en -wooncomplexen in Fryslân. Speciale aandacht schenkt het boek ook aan de her en der nog terug te vinden resten van andere, inmiddels verdwenen hofjes. De vele illustraties en de grote aandacht voor de ontstaansgeschiedenis èn het architectonische belang van deze Friese wooncomplexen maken van dit boek een uniek standaardwerk over de gasthuizen in Fryslân. Het boek laat de lezer veel zien en lezen over de geschiedenis van de woonzorg voor de medemens, zoals weduwen & weduwnaars, minderbedeelden & welgestelden en alleenstaanden & oudere echtparen en voor “oververmoeide vrouwen”.

Karstkarel en Van der Laan beschrijven in dit boek met als architectuurhistorisch perspectief onder andere:
- Gasthuizen van particuliere stichtingen;
- Jonge gasthuizen;
- Diaconale stichtingen en stichtingen van vergelijkbare organisaties;
- Armenhuizen, gesticht door de plaatselijke overheid.

Na een inleidend hoofdstuk nemen de auteurs de lezer mee door de provincie naar de volgende hofjes, gasthuizen, diaconiehuizen en armenhuizen in:
- Akkrum: Coopersburg en Welgelegen;
- Arum: Diaconiehuizen;
- Beetsterzwaag: Diaconie Armenhuis en Van Teylens Fundatie;
- Bolsward: Hendrik Nanneshof, Huize Martinus en Sint-Anthonygasthuis;
- Damwoude: Talmahoeve;
- Dokkum: Laurentiusgasthuis;
- Dronrijp: Armenhuizen en Gasthuis Vredenhof;
- Franeker: Stadsarmhuis en Armenhuisjes van de diaconie, Westergasthuis, Gast- en Weeshuis Godsacker;
- Hallum: Diaconiewoningen;
- Harlingen: Hervormd Rusthuis en Sint-Annahof;
- Kollum: Bethesda en Oostenburg;
- Leeuwarden: Bollemanskamers, Boshuisengasthuis, Fundatie Fribourg, Gabbemagasthuis, Gosen hofje, Hillemakamers, Hofwijck, Liefdes- of Sint-Frederikusgesticht, Luilekkerland, Marcelis Govertsgasthuis, Nieuw Sint-Anthonygasthuis, Oude Sint-Anthonygasthuis, Poptakamers, Ritske Boelemagasthuis en Stadsarmhuis;
- Marssum: Poptagasthuis;
- Menaldum: Armhuis;
- Noardburgum: Armhuis;
- Oudeschoot: Julia Jan Woutersstichting;
- Pingjum: Diaconiegebouw en –huisjes;
- Sint-Annaparochie: De Vlaswiek;
- Sint Nicolaasga: Wilhelminaoord;
- Sloten: Van der Wal’s Rusthuis;
- Sneek: Armhuis, Cruysebroederhof en Nieuw Frittemahof;
- Swichum: Aytta Godshuis;
- Tytsjerk: Stichting op Toutenburg;
- Veenwouden: Talmahuis;
- Vlieland: Armhuis of Diaconiehuis;
- Vrouwenparochie: Armhuis;
- Warten: Armhuis;
- Wergea: Popmagasthuis;
- Workum: Huisjes aan het Skil.

vrijdag 4 april 2008

Friese Kustpad van Stavoren naar Allingawier


Vrijdag 4 april 2008

Vandaag starten Durkje en ik met de Lange Afstandswandeling "Friese Kustpad" (LAW 5-4). Dit wandelpad volgt de Friese IJsselmeer- en Waddenzeekust van Stavoren naar Lauwersoog, over een afstand van 131 kilometer.
Wij wandelen vandaag van Stavoren naar Allingawier: 27 kilometer.
De route loopt eerst van Stavoren over de IJsselmeerdijk via Molkwerum naar Hindeloopen. Daarna over de IJsselmeerdijk tussen de schapen en lammeren door het natuurreservaat Stoenckherne en dan langs It Soal naar Workum. En daarna van Workum via Doniaburen en Ferwoude door de Aaltjemeerpolder en door Parregaastermeer naar het eindpunt Allingawier.