donderdag 22 oktober 2015

Berlijn Mitte

Maandag 19 oktober 2015 
Bij de Berlijnse Dom


















Berliner Stadtmitte
Aan de hand van de stadswandelgids ‘100% Berlijn’ hebben Durkje en ik het plan om vandaag de stadswandeling ‘Mitte’ te volgen, om de bezienswaardigheden langs deze route te bezichtigen. ‘Mitte’ duidt op ‘Stadtmitte’, waarmee wordt bedoeld dat deze route in het midden van de stad ligt, en ons dus door het stadscentrum van Berlijn voert.
Vanuit ons hotel wandelen we over de Kurfürstendamm naar het station Zoologischer Garten, waar we eerst een driedaags OV-abonnement – de ‘Berlin Welcome Card’ – kopen, waarmee we 72 aaneensluitende uren gebruik kunnen maken van alle vormen van openbaar vervoer in de stad. Met de Stadtbahn rijden we dan na een overstap op Berlin Hauptbahnhof naar station Nordbahnhof, dat ten tijde van de Berlijnse Muur een spookstation was, dat aan alle zijden was afgesloten met gemetselde muren en ijzeren hekken bij alle ingangen van dit ondergrondse station. De expositie in dit station getuigt nog van die spannende tijd ten tijde van de Koude Oorlog.

Gedenkstätte Berliner Mauer
Bovengronds bezoeken we de herdenkingsplek waar uitgebreid aandacht wordt geschonken aan de tijd dat de Berlijnse Muur het oosten en westen van Berlijn scheidde. Zo’n 220 meter van de oorspronkelijke Berlijnse Muur staat hier nog fier doch zinloos overeind, op deze indrukwekkende brede strook van de stad, waar nog iets zichtbaar wordt gemaakt van de invloed die de Muur vroeger had op het maatschappelijk leven in Berlijn. We lopen over de langgerekte strook niemandsland, met aan de ene kant nog een stuk van de originele Berlijnse Muur en aan de andere zijde nog een stuk binnenmuur, die was gebouwd tussen de stadswijk en de inmiddels afgebroken Berlijnse Muur aan onze andere zijde. In deze strook tussen beide Berlijnse muren staan diverse informatiezuilen met de moderne geschiedenis van deze scheidingsmuur, en verder is er een monument voor de vele slachtoffers die het gevolg zijn van het doodschieten van de Oost-Duitsers die ten tijde van de Berlijnse Muur op goed geluk – maar tevergeefs - een vluchtpoging van Oost- naar West-Berlijn waagden. Op de verdiepte delen van deze strook zie je ook nog blootgelegde fundamenten van de Berlijnse Muur en van één van de wachttorens die hier vroeger heeft gestaan.

Alexanderplatz 
Omdat het nu – maar eigenlijk de hele dag af en toe – motregent, nemen we de metro vervolgens naar het Alexanderplatz, dat in de DDR-tijd nog het centrale plein was van Oost-Berlijn, ook bekend geworden van de demonstratie die hier vlak voor het vallen van de Berlijnse Muur door de Oost-Duitsers in de nadagen van de DDR-tijd werd georganiseerd.
We bekijken enkele gebouwen – waaronder de shopping mall Alexa – die nog steeds de typische Oost-Duitse sfeer van de DDR-tijd uitstralen. Hier op het Alexanderplatz komen we ook langs de grote Wereldtijdklok, en verderop komen we langs de superhoge Televisietoren (368 meter), waarvan het panoramadeel bovenin in een dikke regenwolk hangt. Naar boven gaan om daar van het uitzicht over de stad te genieten vanuit dit hoogste gebouw van Berlijn heeft dus nu geen zin.

Berlijnse Dom
Daarom pauzeren we eerst in een eetcafé, om vervolgens de stadsrivier de Spree over te steken, waar we op de andere oever arriveren bij de Berlijnse Dom. We kopen een toegangskaartje om deze imposante kerk te bezoeken. Je valt hier binnen van de ene verbazing in de andere, want als je het interieur van de immense kerkzaal op je hebt laten inwerken, kun je een lange serie trappen beklimmen om binnen in en buiten rond de grote koepel te lopen. Tijdens de binnenrondgang kun je zowel naar binnen kijken als ook naar buiten, en tijdens de rondgang buiten kun je rondom - ondanks het regenachtige weer toch nog - grote delen van de stad Berlijn bekijken.
Nadat we ook de crypte met de vele keizerlijke, koninklijke en prinselijke graftombes en sarcofagen hebben bezocht, klimmen we weer naar de begane grond om deze bijzondere Berlijnse Dom weer te verlaten.

Shopping & Dining @ Kurfürstendamm
Buiten is het nu al donker, dus we besluiten om onze stadstour hier te beëindigen. Onderweg terug naar het Alexanderplatz, en na de reis met de S-Bahn in de richting van ons hotel, winkelen we hier en daar nog wat in de nog steeds avondgeopende winkels van Berlijn. 
Tegen 20.00 uur zijn we weer terug op de Kurfürstendamm, waar we een restaurant zoeken voor het avondeten. Na een goede maaltijd wandelen we over de Kurfürstendamm weer terug naar ons hotel, waar we tegen 22.00 uur arriveren.

Met de trein naar Berlijn

Zondag 18 oktober 2015 
In Hannover wachten op de trein naar Berlijn

Gewijzigde dienstregeling in Nederland
Dit jaar begint de herfstvakantie van Durkje en mij met een lange treinreis van Leeuwarden naar Berlijn. Pieter brengt ons met de auto om zeven uur in deze nog donkere zondagochtend van Stiens naar Leeuwarden, zodat we iets na half acht per trein kunnen vertrekken naar Zwolle. Omdat we straks in Almelo de internationale trein zullen nemen richting Berlijn, willen we in Zwolle overstappen in de trein naar Mariënberg, waar we kunnen overstappen op de volgende trein naar Almelo. Maar die vlieger gaat niet op, want onze aansluitende trein is vandaag wegens een sein- en wisselstoring uit de dienstregeling genomen. Met het advies van de medewerkster van de NS-balie besluiten we om dan maar de eerstvolgende trein naar Deventer te nemen, waar we ook op die internationale trein naar Berlijn kunnen overstappen. Zo halen we dan toch nog tijdig onze aansluiting op deze Nederlands-Duitse treinreis.

Gewijzigde dienstregeling in  Duitsland
Iets na kwart over negen vertrekken we met de trein vanuit NS-station Deventer richting Duitsland. Door een zwaarbewolkt Nederland rijden we naar de Nederlands-Duitse grens, waar in Bad Bentheim van treinpersoneel en van locomotief wordt gewisseld, van Nederlands naar Duits.
We weten op voorhand al dat ook deze treinreis volgens een gewijzigde dienstregeling zal gaan verlopen, want in tegenstelling tot wat gebruikelijk is, wordt vandaag wegens werkzaamheden aan het treinmaterieel de eerste trein in Hannover uit de dienstregeling gehaald, en kunnen we in Hannover overstappen in de tweede trein, die ons naar het centraal station van Berlijn zal brengen.
In Hannover aangekomen blijkt na het uitstappen dan onze volgende trein naar Berlijn ook nog een vertraging heeft van 20 minuten, dus het is al bijna 14.00 uur als onze trein van Hannover richting Berlijn vertrekt. Bij het instappen en plaatsnemen op de gereserveerde zitplaatsen blijkt dat een Britse treinpassagier verderop op een gereserveerde plaats is gaan zitten van een ander, waardoor er eerst een herschikking van reeds elders plaatsgenomen treinpassagiers moet plaatsvinden, nadat de nors protesterende Brit na enige overredingskracht van twee oudere dames zijn al te vrijelijk ingenomen plaats afstaat aan de passagier die deze plaats heeft gereserveerd. Even later zit iedereen in onze coupé dan toch op diens gereserveerde plaats. Dan ziet het er binnen en nu zeker ook buiten de trein al weer wat zonniger uit.
De trein is inmiddels vertrokken en die zet de vaart er behoorlijk in; mede om de reeds opgelopen vertraging te minimaliseren bij aankomst in Berlijn. Op het informatiepaneel in de trein zie ik dat we door een open Duits landschap op verschillende trajecten een snelheid bereiken van over de 250 kilometer per uur. Dat schiet behoorlijk op, dus uiteindelijk komen we met een geringe vertraging aan op het verdiept gelegen centraal station van Berlijn.

Aankomst en eerste verkenning van Berlijn
We kunnen vlot overstappen op de Berlijnse S-Bahn, die ons in enkele minuten naar het voor ons bestemde station ‘Zoologischer Garten’ brengt. Van daaruit is het nog slechts enkele honderden meters wandelen naar ons hotel in een zijstraat van de Kurfürstendamm. Om 16.00 uur checken we in bij de receptioniste in ons hotel, na een reis van in totaal negen uren, in zeven delen.
Nadat we ons hebben geïnstalleerd in onze hotelkamer, trekken we er weer op uit. In een andere zijstraat van de Kurfürstendamm vinden we een mooie plek voor een koffiepauze. Eerst bezoeken we de diep gespecialiseerde koffiewinkel, en daarna het bijbehorende café van de ‘Berliner Kaffeerösterei’. Hier drinken we een heerlijke kop koffie met een zoet-Duitse lekkernij erbij.
Daarna maken we een wandeling door de gezellige Kurfürstendamm, waar we na enige tijd kiezen voor één van de vele restaurants in deze beroemde Berlijnse straat. Na een goede avondmaaltijd wandelen we over de Kurfürstendamm weer terug in de richting van ons hotel. Bij de uitbundige kerstetalages van ‘Käthe Wohlfarht’ aan de Kurfürstendamm keren we weer om, om dan weer terug te lopen naar ons hotel.
Tijdens onze koffiepauze in de Berliner Kaffeerösterei hebben we een globaal stadsbezichtigingsplan bedacht voor morgen. We zullen ons morgen vooral richten op het stadscentrum van Berlijn, om in de daaropvolgende dagen de buitenste ringen van het Berlijnse stadscentrum te bezoeken.
De heenreis is goed verlopen, we hebben ons geïnstalleerd in een prima hotel, en we hebben vandaag al een redelijk zicht gekregen op de belangrijkste Berlijnse locaties die we willen bezoeken, dus we zijn klaar voor onze driedaagse bezichtiging van deze enerverende Duitse stad Berlijn.

zaterdag 17 oktober 2015

Modeltimmeren

Zaterdag 17 oktober 2015 
Een deel van de expositie Modeltimmeren

Zie de mens in hout
De nieuwe expositie in de vitrine van de opleiding Creatieve Therapie is ingericht met het werk van eerstejaars studenten van de HBO-Bachelor-opleiding Creatieve Therapie van Stenden Hogeschool te Leeuwarden.
Wie over de brede Kennisboulevard in ons Leeuwarder hogeschoolgebouw langs deze tentoonstellingsvitrine loopt, heeft even tijd nodig om alle tentoongestelde studentenwerken aandachtig te bekijken.
Het geëxposeerde werk bestaat uit modellen van de mens, gemaakt van en geconstrueerd met houten onderdelen. Het thema van dit werk en van deze expositie is: Modeltimmeren.
 

donderdag 15 oktober 2015

Kwaliteitscultuur, advies en ervaring

Donderdag 15 oktober 2015
Presentatie door Bert Dekker van Hogeschool Leiden















Kwaliteitscultuur in het hoger onderwijs
De betekenis van een kwaliteitscultuur voor onderwijskwaliteit staat op alle niveaus in het hoger onderwijs prominent op de agenda. Iedereen lijkt het er over eens te zijn dat die kwaliteitscultuur van doorslaggevende betekenis is; dat we moeten blijven zoeken naar de juiste balans tussen control en vertrouwen, dat we vooral het gesprek met elkaar moeten voeren over de betekenis van onderwijskwaliteit, en dat kwaliteit altijd mensenwerk blijft.
In de netwerkbijeenkomst van het Platform HBO van het Nederlands Netwerk voor Kwaliteitsmanagement verkennen we vandaag in Utrecht die kwaliteitscultuur in het hoger onderwijs; zowel vanuit het bredere perspectief van de organisatiecultuur, als vanuit de dagelijkse praktijk van het onderwijs.
• Hoe komen we van ‘vinken naar vonken’? 
• Wat is het belang van een externe oriëntatie op de kwaliteitscultuur? 
• En vooral: wat kunnen kwaliteitsadviseurs doen om de kwaliteitscultuur te bevorderen, met respect voor de verantwoordelijkheid in het primaire proces? 
• Wat kunnen kwaliteitsadviseurs meer of minder doen, en wat moeten ze misschien wel laten?

Welkom en inleiding
Platformvoorzitter Paul Nieuwenhuis heet iedereen van harte welkom in een volle zaal, waarin ongeveer 50 deelnemers zitten. Daarna neemt Platformorganisator Ouke Pijl de leiding van deze middag over als dagvoorzitter. Hij introduceert de vier sprekers van deze bijeenkomst. We beginnen met een presentatie van de Onderwijsraad, waarna een presentatie wordt verzorgd door de Hogeschool Leiden.

Organisatiecultuur en kwaliteitscultuur
De eerste twee sprekers zijn dr. Raymond Kubben en dr. Stijn Verbeek, beiden lid van het projectteam van de Onderwijsraad, die in augustus 2015 haar adviesrapport publiceerde met als titel ‘Kwaliteit in het hoger onderwijs – Evenwicht in ruimte, regels en rekenschap’. 

Stijn Verbeek: 

  • Dit adviesrapport vraagt zich af op welke manier de kwaliteit van het hoger onderwijs op een verantwoorde manier kan worden geborgd en verbeterd. 
  • Werk in het kwaliteitsbeleid van een hogeschool en opleiding voortdurend aan evenwicht met betrekking tot: Doelen, Instrumenten (kwantitatieve en kwalitatieve), Actoren en hun rollen (met evenwicht tussen verantwoording en eigenaarschap).

Raymond Kubben:
Onder de noemer ‘sterke versus zwakke kwaliteitscultuur’ gaat hij eerst nader in over hoe de Onderwijsraad aankijkt tegen kwaliteitscultuur. Het begrip ‘kwaliteitscultuur’ heeft ook een normerende en disciplinerende werking.
Als elementen van kwaliteitscultuur worden in ‘de zeven lessen’ van de Onderwijsraad genoemd:

  • Een duidelijke, gedeelde en doorleefde onderwijsvisie - voortkomend uit een open dialoog - die ook doorwerkt in het onderwijs.
  • Verbeteringsgerichtheid vanuit collectief en individueel lerend vermogen, in een lerende organisatie.
  • Leiderschap, ook op het lagere opleidingsnivo van het onderwijsleiderschap.
  • Een ondersteunende organisatiestructuur, die aanzet tot teamwerk en samenwerking.
  • Een dragend HRM-beleid, dat het opleidingskwaliteitsbeleid ondersteunt.
  • Een grote studentenbetrokkenheid, met bijvoorbeeld ook gemeenschapsvorming. 
  • Externe oriëntatie, gericht op signalen en feedback van buiten de hogeschool. (Een groep duale studenten kan bijvoorbeeld heel goed iets van buiten naar binnen halen).

Discussiestellingen
Daarna volgen enkele Discussiestellingen, over bijvoorbeeld de rol van de kwaliteitsadviseur in opleidingsgemeenschappen, de doorwerking van kwaliteitsbeleid, over het lerend vermogen van opleidingen, de relatie van personeelsbeleid met het algemene kwaliteitsbeleid, de medeverantwoordelijkheid van studenten, en over de externe oriëntatie van opleidingen.
De Onderwijsraad beschouwt in haar adviesrapport een ‘opleiding’ als een gemeenschap van studenten, docenten, management, en daarbij ook de kwaliteitsadviseurs. Een opleiding is in haar ogen dus meer dan een curriculum, meer dan al die onderwijscomponenten waaruit een opleiding bestaat.
Eén van de aanwezigen in de zaal roemt deze adviesnota van de Onderwijsraad, vooral waar die in gaat op het vragen om aandacht voor ook de pedagogische rol van de docent in diens relatie met de student. Als je echt contact hebt met je studenten, weet je heel goed van je studenten wat de beleefde kwaliteit van je onderwijs is; daar heb je dan geen grote onderzoeken voor nodig. Voorts maakt hij onderscheid tussen ‘tevredenheid’ en ‘kwaliteit’, want – zo zegt hij - je kunt als student ook wel ontevreden zijn over een kwalitatief goede opleiding.

Kwaliteitscultuur vanuit perspectief opleiding en instelling
Het tweede deel van deze middag wordt verzorgd door Leny Baas, (kwaliteitscoördinator van het cluster Management en Bedrijf) en Bert Dekker (kwaliteitszorgcoördinator van de cluster Techniek), beiden werkzaam bij de Hogeschool Leiden.
De titel van hun presentatie is ‘Het ongrijpbare … handen en voeten geven’.
Bij de Hogeschool Leiden kwam het begrip ‘kwaliteitscultuur’ vooral naar boven tijdens de voorbereiding van de Instellingstoets Kwaliteitszorg. Men heeft een notitie geschreven over ‘kwaliteitscultuur’, met daarbij ook een ‘plan van aanpak’, dat uit gaat van een olievlekwerking. Vanuit een zogenoemd ‘Leernetwerk’ met uiteenlopende deelnemers uit de hele hogeschool leert men betreffende verschillende kwaliteitsthema’s van elkaar en deelt men de resultaten daarna in de eigen werkomgeving.

Leidse lessen in kwaliteitscultuur, tussen leefwereld en systeemwereld
In de genoemde Leidse notitie wordt vooral ook aandacht gevraagd voor de volgende items:

  • In Leiden is men zich er ten volle van bewust dat je als collega’s en afdelingen van elkaar afhankelijk bent, wat voorwaardelijk is voor een lerende organisatie. 
  • Je moet de ander open en onbevooroordeeld tegemoet treden en het ook ‘gewoon leuk’ hebben met elkaar. Daarbij hoort ook wel degelijk dat je elkaar tussentijds feedback geeft. Daar moet je dan allen wel voor open staan. 
  • Je moet elkaar kennen en je gekend voelen; je moet leren van elkaar en leren met elkaar.
  • Leg de te nemen besluiten eerst aan elkaar voor, en onderbouw ook waarom je die besluiten wilt nemen. Blijf elkaar inspireren en enthousiasmeren. Hanteer consequent dezelfde stappen in je protocol voor besluitvorming, dus bij het voorbereiden, het besluiten en bij het communiceren.
  • Zorg voor realistische doelen, voor heldere kaders en voorwaarden, en wees resultaatgericht.
  • De ontwikkel-, functionerings- en beoordelingsgesprekken moeten leiden tot concrete resultaatafspraken; met ruimte voor innovatie, creativiteit en flexibiliteit.

Rol van kwaliteitsadviseurs in opleiding en instelling
Na een korte pauze begint de derde ronde van deze bijeenkomst, in een meer workshop-achtige setting. Hier en nu gaat het over onze eigen rol als kwaliteitsadviseur. Dat doen we aan de hand van de volgende gespreksvraag: Wat kunnen kwaliteitsadviseurs doen om de kwaliteitscultuur te bevorderen; wat kunnen zij meer of minder doen, en wat moeten ze misschien wel laten?
In de eerste ronde wordt begonnen met gesprekken in tweetallen over deze gespreksvraag. Daarna is er plenair gelegenheid om aan elkaar vragen te stellen. Een vraag gaat bijvoorbeeld over hoe je bij de resultaten van een studententevredenheidsonderzoek omgaat met nogal kritische opmerkingen over het functioneren van een individuele docent. Spreek je dan die docent daar op aan en/of krijgt iedereen die kritiek zo ook te zien; of cluster je een aantal van die netelige kwesties en ga je daar dan geanonimiseerd als docententeam met elkaar over in gesprek? Heeft de kwaliteitszorgmedewerker hierin eigen wel een rol? En welke rol en taak heeft een opleidingsmanager in dezen? Op zo’n moment is het van belang om je ervan bewust te zijn wie in de organisatie in de lijn, en wie in de staf werkt. Lijn en staf hebben elk een eigen verantwoordelijkheid, die ze ook beide zelf voor hun eigen rekening zouden moeten nemen.

Uitkomsten workshop
Tenslotte volgt plenair een inventarisatie van wat we nu meer en minder zouden moeten doen als kwaliteitsadviseur? Dat levert onder andere de volgende resultaten van de deelnemers:

Meer

  • Meer onderdeel zijn van de opleiding waarvoor je werkt.
  • Meer met elkaar in gesprek zijn.
  • Uitkomsten van evaluaties meer gebruiken.
  • Meer informeel met elkaar in gesprek zijn.
  • Meer inspireren door creatieve werkvormen te gebruiken om resultaten op te roepen.
  • Meer stimuleren en breder delen van plannen, informatie en resultaten.
  • Meer vertrouwen geven.
  • Meer faciliterend werken naar een opleiding.
  • Mensen meer in hun kracht zetten.
  • Meer jezelf de vraag stellen wat het onderwijs beter wordt van jouw inbreng.
  • Meer accepteren dat onderwijskwaliteit feitelijk niet echt meetbaar is.
  • Haal de individuele en de collectieve kwaliteitsbeleving van docenten naar boven, en combineer die dan met het kwaliteitsbeleid van de opleiding.

Minder

  • Minder op papier zetten.
  • Minder moeten, en minder dwingend zijn.
  • De verantwoordelijkheid van de lijn minder op je nemen, en die als stafmedewerker ook niet van een lijnmanager overnemen.
  • Minder controleren, en minder beoordelen.
  • Minder in plannen van aanpak denken, 
  • Minder uitvoerende taken op je nemen.
  • Minder verbeterpunten benoemen vanuit negatieve gevoelens.


woensdag 14 oktober 2015

International Day 2015 @ Stenden University

Woensdag 14 oktober 2015 
Duitse studentes presenteren hun 'Heimat' tijdens de International Day 



















Rijk aan cultuur

  • Voor wie wie zien hoe de mensen zich kleden in het Afrikaanse Ghana ....
  • Voor wie wil proeven wat de mensen in Australië zoal eten ...
  • Voor wie wil weten wat de culturele tradities zijn in ons buurland Duitsland ...
  • Of in het algemeen gesteld: voor wie is geïnteresseerd in de culturen van onze medestudenten ...

... Om antwoord te krijgen op al deze - en nog veel meer vragen - organiseerden studenten en medewerkers van Stenden Hogeschool vandaag de jaarlijkse 'International Day' in de hogeschoolvestiging van Stenden in Leeuwarden.
Een mooie dag om elkaars verschillen en overeenkomsten nog beter te leren kennen, en bovenal een gezellig samenzijn waarin we de veelkleurigheid van onze hogeschoolgemeenschap voelen en vieren.

90 nationaliteiten
Er is ook dit jaar alle reden tot feest, want Stenden is inmiddels al zo'n 90 verschillende nationaliteiten rijk. Met de jaarlijkse International Day creëren onze studenten een kleurrijke, gezellige ontmoetingsplek, waar studenten, medewerkers en onze gasten van vandaag elkaar verrijken door elkaar (nog beter) te leren kennen en meer inzicht te geven in elkaars cultuur en waarden.

International Fair
Hier kun je de internationale sfeer van Stenden Hogeschool proeven tijdens de kleurrijke ‘International Fair’, waar studenten hun culturen presenteren met onder andere eten, drinken, muziek en filmpjes. Over de volle lengte van de brede lange gang van de begane grond staan veel stands, waar studenten hun thuisland vertegenwoordigen in traditionele klederdracht of beschilderd in de kleuren van de nationale vlag, te midden van de heerlijk ruikende etensgeuren van wereldgerechten en ook veel foto’s, vlaggen, nationale dranken, gebruiksvoorwerpen en overal blijde gezichten. Aandacht geven en aandacht krijgen, het doet alle mensen – waar ook ter wereld – zo goed.

dinsdag 13 oktober 2015

Visitatiedag van Media en Entertainment Management @ Stenden

Dinsdag 13 oktober 2015 
De Academic Dean bedankt alle medewerkers van deze visitatiedag















Visitatie
Na een periode van grondige voorbereiding is het vandaag zover dat een auditpanel van de Netherlands Quality Agency (NQA) bij onze HBO-Bachelor-opleiding Media en Entertainment Management op bezoek komt bij Stenden Hogeschool te Leeuwarden.
De visitatiecommissie heeft voorafgaand aan deze auditdag naast het zelfevaluatierapport allerlei bijlagen bestudeerd, waaronder een groot aantal afstudeerscripties, die als eindwerken van deze mooie opleiding worden beschouwd.
Op grond van de bevindingen van dit vooronderzoek is het visitatiepanel vandaag bij ons op bezoek in de congresruimtes van Stenden Hotel, om op de opleidingslocatie een aantal essentiële zaken te verifiëren, middels bronnenstudie en in panelgesprekken.

Beoordeling
Het NQA-onderzoekspanel voert vandaag auditgesprekken met enkele afgestudeerden, een student, docenten, afstudeerbegeleiders, scriptiebeoordelaars, het management team, de scriptie-coördinator en ook de opleidingsexamencommissie.
Gedurende deze onderzoeksdag wordt duidelijk dat het auditpanel tevreden is over de afstudeerresultaten van deze hogere beroepsopleiding van Stenden Hogeschool. Aan het eind van de dag meldt de visitatiecommissie dan ook in haar plenaire terugkoppeling dat de opleiding Media en Entertainment Management van Stenden Hogeschool een goede beoordeling zal krijgen. Het onderzoeksrapport zal over enkele weken door de visitatiecommissie worden aangeboden aan de hogeschool.

Terugkoppeling
Tientallen medewerkers van de opleiding en van de rest van de hogeschool zijn aan het eind van de middag gekomen naar de plenaire terugkoppeling van de bevindingen van dit auditpanel. Daaruit blijkt duidelijk hoe groot de betrokkenheid van onze collega's ook is als het gaat om de kwaliteitsbeoordeling van een opleiding van onze hogeschool. Kwaliteit doet er hier toe.
Na de plenaire terugkoppeling van de visitatiecommissie wordt het visitatiepanel namens de opleiding en de hogeschool voor haar kwaliteitsaudit bedankt door de Academic Dean Marijke de Jager, en daarna richt zij zich tot haar opleidingscollega's en tot alle andere hogeschoolmedewerkers om ook hen te bedanken voor hun inzet en voor de wijze waarop een ieder zijn en haar aandeel heeft geleverd aan het welslagen van deze aangename visitatiedag.

maandag 12 oktober 2015

Toe staan die wêreld stil

Zondag 11 oktober 2015 
CD-cover van 'Toe staan die wêreld stil'





















Zuid-Afrikaanse muziek
Als je Friese familie wordt uitgebreid met Zuid-Afrikaanse aanhang komt er een rijkdom aan taal, waarden, cultuur en nieuwe verhalen binnen. Eén van die cultuurelementen betreft muziek.
Toen we afgelopen zomer in familiekring onder andere spraken over het mooie (Stenden Hogeschool-) kerstconcert van de Zuid-Afrikaanse zangeres Nádine - dat Durkje en ik in december 2011 in Groningen bijwoonden - was dat de aanleiding dat ik enkele weken later een CD-cake-box met ruim 25 CD's met Zuid-Afrikaanse muziek ter beluistering in bruikleen kreeg toegeschoven. Inmiddels heb ik ze bijna allemaal met belangstelling beluisterd; nog slechts een enkele CD te gaan.
En daar bleef het niet bij, want op mijn verjaardag kreeg ik een mooie muziek-CD van de Zuid-Afrikaanse Juanita du Plessis kado. De titel van deze CD is: 'Toe staan die wêreld stil'.   

Dank en eer
In haar 'Dankie' in het CD-tekstboekje schrijft Juanita du Plessis hoe dankbaar ze is voor de goddelijke gave om zo creatief te zijn dat ze van een gedachte een idee kan maken, om dat idee in een zin te verwoorden, die dan uiteindelijk resulteert in een verhaal (en) op een melodie. Haar dankbaarheid betreft ook het feit dat ze door middel van haar songteksten & muziek haar hart & ziel kan delen met de wereld.
Juanita du Plessis: "Alle eer aan my Hemelse Vader wat dit alles uit Sy groot genade aan my geef'."

Playlist
Haar CD bevat de volgende 17 liedjes, alle in het Zuid-Afrikaans gezongen:

  • 1. Lief vir jou, over dat het mooiste geschenk is dat je je hele hart aan die ander hebt toevertrouwd, hetgeen een goede basis biedt om lief voor elkaar te zijn.
  • 2. Ware vriende, over jezelf kunnen zijn bij je ware vriend(in), met wie je jarenlang samen op pad bent geweest, met in beide harten de gedeeelde herinneringen die je nooit weer kunnen worden afgenomen.
  • 3. Bietje van alles, geeft aan dat je in staat moet zijn om ook iets aan een ander te geven van wat jij zelf van een ander wilt ontvangen.
  • 4. Toe staan die wêreld stil, over hoe het voelt als je grote liefde naderbij komt en je in zijn/haar armen sluit.
  • 5. Alles wat daar was, en over wat er nu niet meer is, nu mijn geliefde mij heeft verlaten voor die ander.
  • 6. Hambamba, met de vraag naar water met ijs, om het hart dat in brand staat van vurige liefde te blussen.
  • 7. Wat het van ons geword, nu het tussen ons beiden zo stil is geworden, maar toch blijf ik hopen en dromen dat ik je nooit verlies.
  • 8. Gister is verby, maar laten we alle pijn begraven, en samen weer opnieuw beginnen.
  • 9. Net 'n mens, zo ben ik, met een gebroken hart.
  • 10. Voel my, houd mij vast, en dans met mij.
  • 11. Aanhou om aan te hou, en ik blijf mijn dromen dromen, elk ogenblik, tot het einde.
  • 12. Hou op soek, want alles wat je in een meisje zoekt, vind je in mij.
  • 13. Hier en nou, staan jij en ik steeds sterker, en met jou is alles beter.
  • 14. Sterreveld-serenade, en zoals de vlam van een kampvuur brandt in mij de liefde.
  • 15. Jij groei op my, zoals de zomer, de zon, en alles wat leven geeft, zo groei jij op mij. 
  • 16. Langenhoven, hij fluistert in mij, en ik luister.
  • 17. Ek sal, er altijd voor je zijn, alles voor je doen, en altijd bij je zijn, en met de kracht van Hem daarboven zal ik jou gelukkig houden (een duet met de Zuid-Afrikaanse zanger Theuns Jordaan).. 


zondag 11 oktober 2015

Ravenhart

Zaterdag 11 oktober 2015 
Cover van de roman Ravenhart

De spanning stijgt
Niet in het Fries, maar wel over de Friezen', zo schreef de van oorsprong Friese auteur Jan Visser onder andere in de door hem voor mij gesigneerde historische roman 'Ravenhart'.
Enkele maanden geleden maakte mijn Stenden-collega Mieke Schuurman bekend dat haar echtgenoot in juli van dit jaar zijn nieuwe boek zou gaan publiceren bij Uitgeverij Noordboek, voorheen de Friese Pers Boekerij. Het gaat om een historische roman over 'De opstand van de Friezen tegen de Romeinen', zoals ook de ondertitel van dit boek luidt.
Ik kocht het boek, en las het met toenemende belangstelling naar het verloop en de afloop, want door de goede opbouw van een toenemende heftigheid van gebeurtenissen en intriges in dit historisch verhaal word je steeds sterker gegrepen door de nieuwsgierigheid om het héle verhaal te kennen.
Ravenhart is een meeslepende roman over de opstand van eenvoudige Friezen tegen de machtige Romeinse bezetter. Het is een verhaal over vriendschap en verbittering, vol van geheimen en verraad, en over de duistere, mysterieuze wereld van de natuurgoden en hun Friese aanbidders.

Historische context
In het jaar 12 vóór Christus onderwerpen de Friezen zich aan het machtige Rome. Ze zijn dan verplicht een jaarlijkse belasting af te staan aan de Romeinse keizer. De Friezen profiteren daarentegen van de aanwezigheid van de Romeinen, want er breekt een periode van betrekkelijke rust en stabiliteit aan, waarin de handel opbloeit. Maar onder de oppervlakte van deze Fries-Romeinse alliantie smeult een groeiende weerstand tegen de Romeinse bezetters. Vooral 'Castellum Flevum' - het fort dat de Romeinen vlakbij een voor de Friesen heilige plaats hebben gebouwd - is voor veel godendienende Friezen een doorn in het oog.
Ravenhart is gebaseerd op de verhalen van de Romeinse geschiedschrijver Tacitus en op de bevindingen van de archeologische opgravingen, die onder andere nabij Velsen zijn uitgevoerd. Het Romeinse fort Castellum Flevum heeft in de jaren rond het begin van onze jaartelling werkelijk in de buurt van het huidige Noordhollandse Velsen gestaan, in het gebied dat destijds werd bevolkt door de Friezen.

Rudgar
De hoofdpersoon Rudgar is de zoon van een vooraanstaande Friese boer. Rudgar groeit op in een periode waarin de vijandschap jegens de Romeinse bezetters steeds groter wordt. Als na de aanvankelijke heiligschennis door de Romeinen ook de belasting tot onmogelijke hoogte stijgt, wordt door de groeiende onvrede en boosheid een opstand steeds waarschijnlijker en zelfs onontkoombaar.
Als Rudgar dan ook nog verliefd wordt op de dochter van een vooraanstaand Fries-Romeins echtpaar, brengt hem dat in de lastige positie tussen twee vuren. Terwijl de maatschappelijke onrust toeneemt en de wereld om hem heen dreigt te ontbranden, probeert hij zich staande te houden.
In de periode waarin deze jongen een volwassen man wordt, komt hij er achter dat niet alles is wat het lijkt, omdat er meer is tussen hemel en aarde dan Rudgar vroeger ooit had gedacht. Zijn ontologisch denken maakt hem nu eens bang, en dan weer put hij er de nodige hoop en moed uit. De raaf speelt daarin een belangrijke rol.

Fries-Nederlandse debuutroman
De van oorsprong Zuidoost-Friese Jan Visser woonde voorheen acht jaar in de Verenigde Staten, waar hij als universitair docent werkte. Tijdens zijn verblijf in de Verenigde Staten schreef hij een Engelstalige fantasy trilogie: The Revelations Saga.
Inmiddels woont Jan Visser weer in Nederland. Na het publiceren van een aantal korte verhalen is dit nu zijn eerste Nederlandstalige roman, een historische avonturenroman. Uitgever Andries de Haan van de Leeuwarder uitgeverij Noordboek bood Jan Visser een podium om zijn historische roman ter wereld te brengen. Dit boek op het snijvlak van Fryslân en geschiedenis past perfect in het fonds van deze uitgeverij.
De aanvankelijk nog enigszins mysterieuze toevoeging in de signeertekst over 'leaver dea as slaaf!, maar dan iets langer geleden' is goed gekozen, want het boek van deze auteur met Friese wortels laat iets zien van de Friese trots en vrijheidsidee, want in dit boek herwinnen de Friezen weer enige vrijheid, en in historisch opzicht zijn wij er als Friezen nog altijd trots op dat onze Friese voorouders tot één van de weinige volkeren behoren, die het machtige Rome en diens keizer en legers hebben weerstaan.

Verantwoording
De roman laat zich gemakkelijk lezen, en (op zijn Fries gezegd, en in positief opzicht) 'nimt en hâldt it jo yn 'e besnijing'. De enkele onvolkomenheid - bijvoorbeeld Rudgars neef Gerwen heet verderop in het boek ineens Gerwin - mag de leespret niet drukken; in de tijd van de Romeinse overheersing kenden de Friezen immers ook nog geen burgerlijke stand, dus een 'Friesoor' die daarop let. En of de Friezen van rond het begin van onze jaartelling elkaar ter begroeting ook al een hand gaven? Wie zal het zeggen? Wat in de historische context wel heel goed past, is het kruisigingsverhaal van Rixt, die door de Romeinen wordt gekruisigd. Dat gebruik kennen we dan wel weer uit de bijbelse tijd van Jezus ten tijde van de Romeinse bezetting van het land Israël. Als ik me tijdens het lezen van het verhaal afvraag of men in de tijd van de Friezen & Romeinen elkaar ook al moppen vertelde, krijg ik in de Verantwoording achterin het boek de bijpassende toelichting, waar Jan Visser schrijft dat hij enkele moppen uit de Griekse oudheid (Philogelos) heeft vertaald, en die toen lenig heeft geweven in dit verhaal.

Feit + fictie = beleving
In de Verantwoording achterin het boek licht de auteur toe dat een aantal verhaalinhouden zijn ontleend aan de annalen van de Romeinse geschiedschrijver Tacitus. Zo heeft het Romeinse fort bij Velsen gestaan, zijn de belangrijkste Romeinse boekpersonages historische figuren, zijn de beschrijvingen van landschap en gebouwen gebaseerd op de bewijzen uit archeologisch onderzoek en hebben de opstand en de veldslagen daadwerkelijk plaatsgevonden. Daarnaast heeft Jan Visser zich redelijk veel vrijheden gepermitteerd in zijn beschrijvingen. Terecht, mijns inziens, want de lezer van zo'n historische avonturenroman wil tijdens zijn leesproces ook wat beleven. En dat zit wel goed in dit boeiende boek.

vrijdag 9 oktober 2015

De nieuwe lobby van Stenden Hotel

Vrijdag 9 oktober 2015 
De nieuwe lobby van Stenden Hotel in Stenden Hogeschool te Leeuwarden


















Restyling
Nadat ook de conferentieruimtes en het restaurant van het Stenden Hotel in Stenden Hogeschool te Leeuwarden waren vernieuwd, was ook de hotellobby van het Stenden Hotel aan de beurt voor een grondige update.
Na het geheel strippen van deze ontvangstruimte is de verblijfsruimte geheel opnieuw ingericht. In het centrum van de lobby is een grote lichtkoepel in het dak geplaatst, opdat er naast het kunstlicht nu ook gebruik gemaakt wordt van daglicht.
De grote stamtafel is vervangen door enkele kleinere zitgroepen en rondom zijn grote open kasten gebouwd, waarin afzonderlijke zitgroepen zijn gecreëerd.
Nu de verbouwing en restyling gereed is, kunnen onze studenten en collega's de gasten van de conferentieruimtes, het hotel en het restaurant in deze sfeervolle lobby met gepaste trots ontvangen.

woensdag 7 oktober 2015

Ervaren in leren

Woensdag 7 oktober 2015
Cover van het Koersplan 2015-2018 van het Friesland College



















Doel en richting
Het Friesland College is één van de Regionale Opleidingscentra (ROC) in Fryslân die middelbaar bereoepsonderwijs aanbiedt. Met ruim 10.000 MBO-studenten is het één van de grootste scholen in de provincie Fryslân. Zo'n grote onderwijsorganisatie waar zoveel studenten, docenten en overige medewerkers elke onderwijsdag bijeenkomen heeft voor het optimaal functioneren nu en in de toekomst doel en richting nodig. Eén van de documenten waar het Friesland College daartoe gebruik van maakt, is haar zogenoemde 'Koersplan'. Tijdens de opening van het nieuwe schooljaar op 13 augustus 2015 in het Friese Provinciehuis presenteerde het Friesland College haar nieuwe koersplan, zulks ter implementatie in de jaren 2015 tot en met 2018. Het thema van dit koersplan is: 'Ervaren in leren'.

Koers en kompas
In haar Voorwoord schrijft het College van Bestuur van het Friesland College in het 'Koersplan 2015-2018' dat de directe samenwerking tussen de school en haar omgeving inmiddels door die omgeving en door de eigen studenten en medewerkers wordt herkend als de sleutel naar modern beroepsonderwijs.
Zich realiserend dat het in het huidige tijdsbestek steeds moeilijker wordt om de toekomst te voorspellen, heeft men het aangedufd om toch maar een koers uit te stippelen voor de komende jaren. De grote uitdaging is dan uiteraard om in de komende jaren de ingezette koers vast te houden. Maar - om in scheepstermen door te gaan - dat hoeft niet zonder kompas, want er wordt gekoerst op het kompas van eigentijds en innovatief onderwijs.

Resultaat en focus
In het eerste hoofdstuk van het koersplan de balans opmakend in het doorstartjaar 2015, brengt dat deze onderwijsgemeenschap tot de conclusie dat er sprake is van een breed gedragen visie voor het eigen onderwijsconcept van het zogenoemde 'Praktijkgestuurd leren' (pgl). De afgelopen jaren werd duidelijk dat de combinatie van werken en leren krachtiger onderwijs opleverde, wat bovendien de motivatie van studenten, docenten en werkveldrelaties versterkte. Men is wel zo reëel om te stellen dat er in de dagelijkse operaties nog wel het nodige kan worden verbeterd, maar dat geeft dan ook een mooie focus voor de komende jaren.

Professionaliteit gevraagd
Een school voor beroepsonderwijs die opereert op het snijvlak van school, student en praktijk moet voortdurend oog hebben voor veranderingen binnen en buiten de school. Je moet ook midden in die praktijk staan om in het werkveld waarvoor studenten worden opgeleid kansen te zien en kansen te benutten om het leren van de student (maar ook van de docent en het werkveldlid) bij voortduur effectiever te maken.
Men realiseert zich terecht dat het primaat van kennis al lang niet meer alleen bij de docent ligt. Ook het werkveld, en zeker ook de student van tegenwoordig brengt nieuwe kennis en inzichten in. Daarom moeten alle partijen de ruimte krijgen en de ruimte nemen om ieders eigen 'vak' op professionele wijze uit te oefenen. Het koersplan wijst erop dat het opleidingsmanagement daarin een faciliterende rol heeft. Dat kan alleen maar goed gaan als die leidinggevenden ook weten wat er speelt in de eigen school, in het specifieke werkveld en in de samenleving in het algemeen.

Onderwijs en werkveld
Het Friesland College kiest voor de strategie van 'een duurzaam en goed partnerschap'. Daarin past het ook om aan te sluiten bij de mogelijkheden en wensen van het werkveld waarvoor en waarin de studenten worden opgeleid. Dat leidt onder andere tot praktijkroutes met 'leereenheden', de 'school als werkplaats', en er wordt gewerkt met een 'carousselmodel'.
Omdat de MBO-studenten vanuit andere scholen instromen en later wellicht naar andere scholen uitstromen, is een optimale aansluiting vanuit en naar andere opleidingen ook relevant. Dat leidt bijvoorbeeld tot aansluitingsafspraken, verkorte leerwegen, en doorstroomprogramma's naar het HBO. Excellentieprogramma's in en Crossovers tussen opleidingen zullen onder andere hiertoe worden ontwikkeld.
In het koersplan nodigt het Friesland College haar beide Friese collega-ROC's de Friese Poort en het Nordwin College uit om in de periode 2015-2018 te komen tot een gemeenschappelijke visie op het middelbaar beroepsonderwijs in Fryslân. Ik ben benieuwd naar die te ontwikkelen visie, en naar wat dat concreet gaat betekenen voor bijvoorbeeld de drie ROC's, het werkveld, onze provincie, en voor de drie Friese hogescholen.

Cultuurmanagement
Als je je dan afvraagt hoe je bovenstaande allemaal kunt realiseren, kom je al heel snel uit bij de kwaliteit van het personeel. Dat vraagt om een cultuur van de verantwoordelijkheid nemen voor je eigen loopbaan, en een klimaat waarin je als personeelslid je eigen professionaliteit op peil houdt, teneinde duurzaam inzetbaar te blijven binnen enerzijds het Friesland College en anderzijds ook daarbuiten.
Dat vraagt niet alleen van de individuele docent, maar ook in het team, en bij management en bestuur rekening te houden met uiteenlopende factoren, zoals leeftijdsopbouw, werving, deskundigheidsbevordering, gezondheids- en verzuimmanagement. Dit koersplan bevat ook op die items doelstellingen, nu eens vrij algemeen, en dan eens heel SMART geformuleerd.

Collectieve ambitie
Ambitieus in het koersplan is de beoogde insteek om alle afzonderlijke docentensubteams binnen de zeven scholen de beslissingsbevoegdheid te geven om binnen de geldende budgettaire kaders als team besluiten te nemen over de inzet van het personeel van het eigen team. Teams binnen de zeven scholen krijgen daarbij wel de opdracht om daarin van elkaar te leren. Opeenvolgend zijn koersplan, managementcontract en teamplan uitingen van het beleid op alle drie organisatienivo's.
De paragraaf over Bedrijfsvoering gaat nader in op de diverse elementen van interne en externe kwaliteitszorg, want de kwaliteit van onderwijs en organisatie moet voortdurend op orde zijn. Ook bij het Friesland College is er dus bewust aandacht voor zaken als plannen, organiseren, evalueren en verbeteren.

Ervaren in leren?
Het motto van het voorgaande koersplan was: 'Van buiten naar binnen'.
Ook benieuwd naar wat de gedachtegang is geweest bij het formuleren van de nieuwe subtitel 'Ervaren in Leren' van dit Koersplan ging ik tijdens het lezen van dit koersplan ook op zoek naar de bedoelde betekenis van dit nieuwe Koersplan-motto. Die uitleg heb ik echter gemist in het koersplan. Nu kun je uiteraard voor, tijdens en na het lezen van dit koersplan zelf betekenis gaan geven aan deze subtitel, maar mijn nieuwsgierigheid naar de door het Friesland College bedoelde betekenis van dit nieuwe motto bleef onverminderd groot tijdens en na het lezen van dit koersplan.

Pics & Quotes
Wat dit koersplan mede aantrekkelijk maakt om te lezen, zijn op alle linker pagina's de vele foto's en quotes van onder andere studenten, docenten, en van de werkveldrelaties van het Friesland College. De foto's geven de schoolpopulatie letterlijk een gezicht, en de quotes ondersteunen de koersplanteksten die op alle rechter pagina's van het Koersplan staan.
Zo vertelt een vertegenwoordiger van fabrikant Philips in zijn quote bijvoorbeeld dat het niet gaat om het aantal studenten dat je met een diploma van school laat gaat, maar dat het wel gaat om de kans die je jongeren geeft om hun talent te ontdekken. En een vertegenwoordiger van de zorggroep Alliade borduurt daarop passend voort met: "Ik bied mensen geen baan, maar een kans op een loopbaan. Ze zijn zelf verantwoordelijk voor wat ze daarmee doen."

dinsdag 6 oktober 2015

Dialoogsessie van CNVO met NVAO & Onderwijsinspectie over Eigenaarschap van Kwaliteitszorg in Accreditatiestelsel 3.0

Dinsdag 6 oktober 2015
Presentatie van Paul Zevenbergen van de NVAO













Naar een nieuw Accreditatiestelsel voor het hoger onderwijs
In haar beleidsbrief van 2 juni 2015 kondigt Minister Jet Bussemaker van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen een grondige herziening aan van de verschillende kwaliteitskeuringen van het hoger onderwijs. Ze wil bijvoorbeeld de administratieve lasten van het huidige accreditatiestelsel aanzienlijk verlagen. De Minister wil vooral uitgaan van het zogenoemd ‘verdiend vertrouwen’, en ze wil naast de ‘verantwoording’ vooral het accent leggen op ‘verbeteringen’ van de kwaliteit van het onderwijs. Zij wil breken met de huidige trend van alsmaar uitgebreider controles in het onderwijs.
Deze beleidsbrief van de Minister heeft gevolgen voor het huidige accreditatiestelsel. De Sector Hoger Onderwijs van CNV Onderwijs (CNVO) is betrokken bij het uitwerken van dit nieuwe accreditatiestelsel voor het hoger onderwijs in Nederland. CNV Onderwijs, de Inspectie voor het Hoger Onderwijs en de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO) willen in dit stadium graag onze mening horen over de verschillende thema’s die nu en in de toekomst spelen bij een goede kwaliteitskeuring in het hoger onderwijs, dus van hogescholen en universiteiten.

Oproep van de Minister
Dat is de aanleiding en de reden dat de Sector Hoger Onderwijs van CNVO haar sectorleden en overige belangstellenden heeft uitgenodigd om vandaag in het hoofdkantoor van het CNV te Utrecht in een Dialoogsessie met elkaar in gesprek te gaan over allerlei vragen en wensen die momenteel in het hoger onderwijs leven met betrekking tot het huidige en het toekomstige accreditatiestelsel.
De centrale vraag voor deze Dialoogsessie is de oproep van Minister Bussemaker in haar zomerse Kaderbrief: “Ik roep instellingen op om het eigenaarschap over kwaliteitszorg meer naar zich toe te trekken”. Aan deze oproep geeft CNV Onderwijs graag gehoor, door die oproep vandaag centraal te stellen in deze bijeenkomst, die wordt bijgewoond door medewerkers en sectorleden van CNVO, van de NVAO en van de Inspectie voor het Hoger Onderwijs. Aan deze oproep en aan deze uitnodiging geef ook ik graag gehoor, want bij eigenaarschap hoort ook actieve participatie.

Kwaliteit door balans
De aanwezigen worden welkom geheten door Myriam Lieskamp, beleidsmedewerker onderwijsinhoudelijke zaken bij CNVO, die daarna direct het woord geeft aan Tiny Hekkenberg, die als voorzitter van de Sectorgroep Hoger Onderwijs van CNV Onderwijs een korte inleiding verzorgt op deze bijeenkomst. Tiny Hekkenberg opent met een statement over kwaliteit van het hoger onderwijs: ‘Kwaliteit door balans’. Ze geeft ons in haar intro ook even een doorkijkje in de afzonderlijke taakstellingen van de Onderwijsinspectie en de NVAO voor wat betreft het item ‘Kwaliteit’. Naast de beide sprekers van de NVAO zijn bij deze bijeenkomst van de zijde van de onderwijsinspectie ook Geus Hardeveld en Erik Martijnse aanwezig.

Inleiding van Paul Zevenbergen (NVAO)
NVAO-bestuurder Paul Zevenbergen begint zijn inleidende toespraak met een overzicht van de sterke punten en de knelpunten met betrekking tot het huidige accreditatiestelsel. Deze genoemde items zijn het resultaat van de evaluatie van het huidige accreditatiestelsel, zoals die periodiek onder andere door de Inspectie voor het Hoger Onderwijs op stelselniveau wordt gedaan. Na deze evaluatie werden een Stuurgroep en een Projectgroep opgericht, en is er in het afgelopen jaar veel samenwerking en afstemming geweest met alle belanghebbende partijen in het hoger onderwijsveld. De zogenoemde Expertmeetings van het Ministerie zijn daar een voorbeeld van.
Dan passeren een aantal karakteristieken van het huidige accreditatiestelsel de revue, waaronder de Instellingstoets Kwaliteitszorg, opleidingsaccreditatie, peer review, differentiatie en clustergewijs beoordelen. Daarna volgt een opsomming van de kerndoelstellingen van de actuele accreditatiestelselvernieuwing, waarin met name vertrouwen, administratieve lasten, eigenaarschap en borging richtinggevende elementen zijn. De NVAO zou daaraan ook graag nog de kwaliteitscultuur willen toevoegen.

Paul Zevenbergen:
“De slager mag best zijn eigen vlees keuren,
maar hij moet niet de enige zijn die zijn vlees keurt.”

Presentatie van Lisette Meijer (NVAO)
De nu voorliggende voorstellen zijn verwoord in een advies van de eerder genoemde Stuurgroep en in de ‘Kamerbrief’ van juni 2015 van de Minister. Naast de optimalisatie van het huidige accreditatiestelsel komt er ook ruimte voor een pilot met betrekking tot Instellingsaccreditatie.
NVAO-beleidsmedewerker Lisette Meijer verzorgt het vervolg van de NVAO-presentatie. Ze legt de vorm en inhoud uit van de door de Minister aan de Kamer voorgestelde pilot ‘Instellingsaccreditatie’, en wat de voorstellen zijn met betrekking tot de optimalisatie van het huidige accreditatiestelsel. Zo is het bijvoorbeeld de bedoeling dat op termijn de arbeidsintensieve dubbelingen zoveel mogelijk uit het Nederlandse accreditatiestelsel worden gehaald, opdat de beoordelingen voortaan zo beperkt mogelijk – en toch goed - gaan plaatsvinden. Vooral de scheiding van ‘verantwoorden’ en ‘verbeteren’ krijgt momenteel volop aandacht. Voor de NVAO is het daarbij van essentieel belang dat de NVAO ten behoeve van haar taakstelling van het accrediteren wel voldoende en goede informatie krijgt aangedragen om op volledige en goede gronden te kunnen beoordelen of een opleiding een accreditatie verdient. Inzicht bieden in diverse vormen van samenhang-  zoals bijvoorbeeld met betrekking tot de resultaten van samenwerking met internationale organisaties - kunnen bij visitaties door evaluatiebureau’s en bij accreditaties door de NVAO ook helpen om een verantwoord oordeel te vellen.
De door de Minister beoogde pilot Instellingsaccreditatie moet van de Tweede Kamer nu eerst terug naar de tekentafel. Over één à twee maanden gaat er dan waarschijnlijk een nieuw - enigszins aangepast - voorstel van de Minister naar de Kamer.
Presentatie van Lisette Meijer van de NVAO
Die ruimte is er nu al
Tot opluchting van velen in de zaal vertellen Paul Zevenbergen en Lisette Meijer dat er ook in het huidige accreditatiestelsel nu qua visitatieprotocol al veel meer mogelijk is dan wat momenteel in de visitatiepraktijk van het hoger onderwijs wordt gedacht en gedaan. Zo kun je tijdens een opleidingsvisitatie bijvoorbeeld nu ook al de visitatiedag heel anders indelen dan dat momenteel te doen gebruikelijk is. En ook een knip in de visitatiedag aanbrengen - waarbij je de verantwoordingsgesprekken voorafgaande aan een overall kwaliteitsoordeel scheidt van zogenoemde verbetergesprekken - is nu binnen het huidige accreditatiestelsel zonder meer ook al mogelijk. Hogescholen en opleidingen en evaluatiebureau’s zouden nu al wel veel meer vrijheid in visitatievormen mogen en kunnen hanteren, aldus de aanwezige NVAO-vertegenwoordigers. Alternatieve vormen en inhouden van een opleidingsvisitatie kunnen derhalve ook nu al heel goed onderwerp van de voorbereidingsgesprekken zijn tussen een te visiteren opleiding en haar visiterende en beoordelende instantie. Kortom, neem en benut alle ruimte die er wel degelijk is.

Dialoogronde Papierwerk
Na de broodjesmaaltijd zijn er twee Dialoogtafels met twee verschillende onderwerpen. Per tafel is er een gespreksleider, die ook zorgt voor een goede samenvatting van de opbrengsten van de dialoogronde. De samenvatting van de eerste dialoogronde vormt de basis voor de daarop volgende gespreksronde met de volgende groep.
Het thema van de eerste Dialoogtafel is: ‘Papierwerk bij de accreditatie moet teruggedrongen tot een minimum’
Minister Bussemaker schrijft in haar Kamerbrief de administratieve lasten bij een accreditatie te willen terugdringen tot een minimum. Dat vraagt om meer verduidelijking over wat hoger onderwijsinstellingen dienen aan te leveren in het kader van visitatie en accreditatie. De Minister treedt hierover in overleg met de NVAO. Aan ons als deelnemers van deze dialoogronde wordt gevraagd welk advies wij de NVAO mee willen geven op dit punt. Wat moet en wil je als docent, als opleiding en als instelling bij een visitatie en accreditatie in elk geval en vooral laten zien om aan te tonen dat de kwaliteit van je onderwijs is geborgd? We proberen op die vraag een antwoord te formuleren, en hanteren daarbij als uitgangspunt een inhoudsopgave van een Kritische Reflectie van een collega-hogeschool, om dan een voorkeurslijst van aan te leveren items op te stellen, die kan worden gebruikt bij een opleidingsvisitatie en -accreditatie.

Dialoogronde Docenten
Daarna wisselen we allen van tafel en thema. De gespreksleider geeft eerst een korte samenvatting van de opbrengsten uit de eerste ronde. Vervolgens kunnen we in de tweede dialoogronde die items aanvullen, verbeteren, verdiepen en desgewenst ook doorpraten over dit thema. Aan het eind van deze tweede ronde zijn dan puntsgewijs de opbrengsten van de dubbele dialoog genoteerd, die in de ogen van de deelnemers van beide dialoogrondes relevant zijn voor het nieuw in te richten accreditatiestelsel.,
Het thema van de tweede Dialoogtafel is “We moeten nóg meer toe naar een kwaliteitscultuur waarin de Docent als Professional in de ‘Lead’ is”
Minister Bussemaker zegt in haar juni-brief aan de Tweede Kamer dat ze ervan overtuigd is dat wanneer docenten en bestuurders meer eigenaarschap ervaren over de kwaliteit en over de kwaliteitszorg van het onderwijs, het accreditatiestelsel ook aanzet tot verbeteringen. Ook vindt ze het essentieel dat de docenten het gevoel hebben eigenaar te zijn van hun onderwijs en dat er nog meer een kwaliteitscultuur ontstaat waar de docent als professional in de lead is. De kern van de accreditatie is volgens Bussemaker: het inhoudelijk gesprek met ‘peers’ (vakcollega’s) over de kwaliteit van het onderwijs. Ook hier is weer de vraag welke adviezen wij de NVAO op dit punt mee willen geven. Wat kunnen docenten bijvoorbeeld doen om het eigenaarschap naar zich toe te trekken voor wat betreft het onderwijs, de kwaliteit en de kwaliteitszorg?

Interactief ontwerpproces
Zo geldt bij beide dialoogtafels vandaag de basisvraag op welke manier het accreditatieproces in de plannen voor het nieuwe accreditatiestelsel vooral een stimulerende invloed heeft. Na deze dag zal CNV Onderwijs de opbrengst van beide Dialoogrondes bundelen en het resultaat daarvan voorleggen aan de NVAO, met het verzoek om daar bij het ontwikkelen van het nieuwe kader van het nieuwe accreditatiestelsel rekening mee te houden,
Voorts stelt de Sector Hoger Onderwijs van CNV Onderwijs een Klankbordgroep samen om zoveel mogelijk leden te betrekken en inbreng te laten leveren ten behoeve van alle vragen en adviezen die CNV Onderwijs nog kan en gaat geven gedurende het ontwerp- en ontwikkelproces van ons aanstaande Nederlandse Accreditatiestelsel 3.0

maandag 5 oktober 2015

Janny de Witte-de Groot exposeert in De Hege Stins

Maandag 5 oktober 2015 
Schilderij van Janny de Witte in De Hege Stins



















Doorlopende wisselexpositie
In het kerkelijk centrum 'De Hege Stins' van de Protestantse Gemeente van Stiens wordt doorlopend kunst geëxposeerd in wisselexposities. De organisatie van deze tentoonstellingen is in handen van de Interieurcommissie van de Protestantse Gemeente van Stiens.

Duo-expositie
Op dit moment hangt in de ontvangsthal van De Hege Stins een duo-expositie van de twee zussen Janny de Witte-de Groot uit Stiens en Aukje Bootsma-de Groot uit Makkum.
Janny de Witte stelt zich als volgt voor: "Ik schilder al weer ongeveer twaalf jaar bij een schildersclubje in Goutum. Nadat ik jaren geaquarelleerd heb, schilder ik sinds ongeveer vijf jaar met acrylverf. Dat was heel erg wennen maar ik heb er nu plezier in."

zondag 4 oktober 2015

De vis wordt duur betaald (Wandelen in Fryslân - route 9)

Zondagmiddag 4 oktober 2015 
Over het schapenpaadje op de Waddenzeedijk van Moddergat naar Wierum




















Waddenrondje Moddergat - Wierum - Nes - Paesens
In 2010 publiceerden geograaf Edward Houting & vormgever Jacob van der Vaart via de Friese Pers Boekerij de wandelgids 'Wandelen in Fryslân'. De focus van de 12 wandelroutes in deze wandelgids ligt op cultuurhistorie en landschap.
Vandaag lopen Durkje en ik twee wandelingen uit deze wandelgids. Vanmorgen liepen we reeds de 12 kilometer lange route nummer 2 vanuit Veenklooster, en vanmiddag lopen we ook nog de 10 kilometer lange route nummer 9 vanuit Moddergat. Totaal hebben we vandaag 22 kilometer gelopen.
Als we vanmiddag vanuit Moddergat vertrekken, is het buiten evenals vanmorgen nog steeds ongeveer 16 graden Celsius, en de zon schijnt doorgaans heerlijk, met af en toe een bewolkte periode. Vooral op de Waddenzeedijk genieten we tijdens deze wandeling van een heerlijk verfrissende noordwestelijke zeewind, dus prima wandelweer vandaag.
Het thema van deze negende route is: 'De vis wordt duur betaald'.

Van Moddergat over de zeedijk naar Wierum
Nadat we vanuit Veenklooster naar Moddergat zijn gereden, beklimmen we om ongeveer 14.15 uur ter hoogte van het voormalige garnalenfabriekje van Moddergat de hoge Waddenzeedijk, die hier met een hoogte van zo'n negen meter op Deltahoogte ligt. Het eerste deel van het traject voert ons over het bochtige schapenpaadje bovenop de zeedijk van Moddergat naar Wierum. Rechts hebben we een prachtig uitzicht over het Wierumer Wad met op de horizon de eilanden Schiermonnikoog, Engelsmanplaat en Ameland, en links kijken we uit over het laaggelegen Friese zeekleigebied.
De voormalige zeevissersdorpjes Moddergat en Wierum kennen beide een dramatische scheepsramp, waarbij in respectievelijk 1883 en 1893 van beide dorpsgemeenschappen 17 visserschepen vergingen, waarbij van deze dorpen respectievelijk 83 en 22 zeevissers om het leven kwamen. De monumenten in beide dorpen getuigen nog steeds van deze tragische scheepsrampen. De vis werd dus werkelijk veel te duur betaald.

De Kromme Horne bij Wierum
Als succesvol resultaat van landaanwinning ligt vlak vóór Wierum de Kromme Horne, een kleurrijke strook buitendijks land aan de voet van de Deltadijk.
De 12e eeuwse Wierumer kerk staat binnendijks vlak achter de hoge Waddenzeedijk. De pas gerestaureerde windwijzer in de vorm van een aak schittert van de zon hoog op de zadeldaktoren van deze markante kerk.
We maken een korte dorpswandeling door Wierum en gaan dan weer terug in oostelijke richting, maar nu binnendijks aan de voet van de hoge zeedijk.

Nynke van Nes en Pieter Jelles van Stiens
De route buigt verderop af van de zeedijk, om ons dan naar het Noordfriese dorp Nes te voeren. We komen in Nes ook door de Nynke van Hichtumstrjitte, die is genoemd naar de Friese schrijfster (1860-1939), die de echtgenote was van de Friese dichter en staatsman Piter Jelles Troelstra, en die als schrijfster ook bekend werd vanwege haar beroemde boek 'Afkes tiental'. Nynke woonde vroeger in Nes, en Pieter Jelles woonde vroeger in onze woonplaats Stiens, dus zo zijn Nes en Stiens door hun huwelijk enigszins met elkaar verbonden.

Paesens en Moddergat
Vanuit Nes voert de route ons over smalle boerenlandweggetjes weer terug naar Paesens-Moddergat, de twee verschillende dorpjes, die qua naam vaak in één adem worden genoemd.
Op de grens van het tweelingdorp Paesens-Moddergat komen we Moddergat binnen. Door de hoofdstraat wandelen we dan in westelijke richting voorbij museum 't Fiskershúske het dorp direct weer uit, om bij het gerestaureerde garnalenfabriekje aan de voet van de zeedijk weer terug te keren bij onze auto. Het is nu bijna 17.00 uur, dus deze tien kilometer langer wandelroute over dijk en klei hebben we afgelegd in ruim tweeëneenhalf uur.
Op de terugweg naar Stiens kunnen we nog mooi voor de verjaardagsvisite van Akke in Dokkum terecht voor een kop koffie met gebak, een hapje en een drankje, dus 'welgewandeld en weldoorvoed' komen we tegen 19.00 uur weer thuis in Stiens, terugkijkend op een prachtige wandeldag in dit eerste oktoberweekend.

Van zand naar klei (Wandelen in Fryslân - route 2)

Zondagochtend 4 oktober 2015 
Bij de romaanse kerk van Westergeest




















Veenklooster - Triemen - Westergeest
In 2010 publiceerden geograaf Edward Houting & vormgever Jacob van der Vaart via de Friese Pers Boekerij de wandelgids 'Wandelen in Fryslân'. De focus van de 12 wandelroutes in deze wandelgids ligt op cultuurhistorie en landschap.
Vandaag lopen Durkje en ik twee wandelingen uit deze wandelgids. Vanmorgen lopen we de 12 kilometer lange route nummer 2 vanuit Veenklooster, en vanmiddag lopen we ook nog de 10 kilometer lange route nummer 9 vanuit Moddergat. Totaal hebben we vandaag dan 22 kilometer gelopen.
Als we vanmorgen vanuit Veenklooster vertrekken, is het buiten ongeveer 16 graden Celsius, en die temperatuur blijft gedurende deze hele wandeldag daarop staan. De zon schijnt doorgaans heerlijk, met af en toe een bewolkte periode, en we genieten tijdens deze wandeling van een heerlijk verfrissende wind, dus prima wandelweer vandaag.
Het thema van deze tweede route is: 'Van zand naar klei'.

Van Veenklooster naar Triemen
Omdat het niet is toegestaan om op de brink van het Friese brinkdorp Veenklooster te parkeren, laten we onze auto vanmorgen rond 10.00 uur achter op het grote parkeerterrein achter het voormalige Café De Swaen, voorheen de oude dorpsboerderij die in de jaren 70 en 80 bekend stond als de bij jongeren populaire Ringobar.
Langs een klein arbeidershuisje lopen we Veenklooster uit, om dan over het zandpad van de Ulke Loane naar Triemen te lopen. Langs deze brede onverharde weg worden we verrast door een bonte verzameling van allerlei soorten prachtige paddenstoelen.

Westergeest
Vanuit Triemen gaan we in noordelijke richting naar Westergeest. De ondergrond van deze streek bestaat wisselend uit zand en veen. De dorpjes in deze regio zijn vroeger veelal gebouwd op de hogere zandgronden, die ook wel de 'geesten' of 'gaasten' worden genoemd. Mooie houtsingels begrenzen in dit gebied de akkers en weilanden.
We steken de 17e eeuwse Stroobosser Trekvaart over en wandelen dan door naar Westergeest. Op de Kollenswei van Westergeest zie je dat je naar een iets hoger liggende zandrug loopt, waarop bij een dobbe de grote romaanse kerk van Westergeest is gebouwd. We maken een rondgang rond deze markante 12e eeuwse dorpskerk, om dan via het Tsjerkepaad weer verder te gaan in de richting van het kanaal de Nieuwe Zwemmer.
Aan de zuidkant van dit kanaal ligt een camping, waar we onze koffiepauze willen nemen, maar daar blijkt dat de kantine helaas al is gesloten, omdat het kampeerseizoen al weer ten einde loopt.

Allema State in Oudwoude
We gaan dus maar verder langs de Nieuwe Zwemmer. Verderop buigen we af over een fietspad richting Oudwoude. Dit dorp zouden we al snel weer kunnen verlaten, ware het niet dat we toch ook even willen kijken bij Allema State. Onze wandelgids wijst ons op deze hele oude boerderij, die van oorsprong een laatmiddeleeuwse zaalstins is uit de 14e eeuw. Echt de moeite waard om even onze route te verlaten om in Oudwoude deze grote en zeldzame kop-romp-boerderij te bezoeken.
Daarna wandelen we weer terug naar de route, om dan over de Boskreed het dorp te verlaten richting Kollum. We komen dan bij de Lauwersmeerweg, en maken dan van de gelegenheid gebruik om op het zonovergoten terras van Restaurant Lauwersland van onze nu welverdiende koffiepauze te genieten.

Veelzijdig Veenklooster
Na dit aangenaam verpozen lopen we langs de Lauwersmeerweg in zuidelijke richting, om eerst de Stroobossertrekvaart weer over te steken, om dan over een breed zandpad naar de Fogelsanghloane te lopen, die we dan volgen tot we weer terug zijn in Veenklooster.
Veenklooster is niet alleen beroemd vanwege het jaarlijkse grote meerdaagse Pinksterfeest, maar staat ook bekend om haar bijzondere bouwwerken in dit voorname Friese dorp. Zo passeren we bijvoorbeeld Museum Fogelsanghstate op de plaats waar in de 13e eeuw een klooster werd gesticht, en komen we langs 'It Lytse Slot', dat na 116 jaar adellijke bewoning werd opengesteld als expositieruimte met theeschenkerij. En dan vinden we hier ook nog het landbouwmuseum De Brink, dat een derde toeristische trekker van Veenklooster is.
Als je zo terugblikt op deze mooie drie uren durende zondagochtendwandeling, kun je concluderen dat deze twaalf kilometer lange route over zand, veen en klei te karakteriseren is als een aantrekkelijke combinatie van natuur en cultuur.

Fondsenwerving centraal in bestuursvergadering NBG

Vrijdag 2 oktober 2015
Alef is het nieuwe bijbelblad van het NBG voor kinderen












Samenwerking en Fondsenwerving
In het kantoor van het Nederlands Bijbelgenootschap in Haarlem komen we vandaag als bestuur bijeen. We starten met een uitgebreide vergaderagenda, maar omdat we vandaag vooral en uitgebreid aandacht willen besteden aan een samenwerkingsovereenkomst en aan de fondsenwerving van de toekomst vormen deze twee elementen de belangrijkste bespreekpunten van deze bestuursvergadering.

Management en Bestuur
Drie NBG-managers komen in onze bestuursbijeenkomst op bezoek om iets te vertellen en te laten zien over hun werk binnen het Nederlands Bijbelgenootschap.
Lydia van der Meer-Boer, de manager Vertalen en Bijbelgebruik, introduceert in onze bestuurskring het prachtige nieuwe kindermagazine van het NBG, het bijbelblad genaamd 'Alef', dat tijdens het Bijbelfestival van 24 oktober 2015 zal worden gelanceerd. Met Alef is er voor kinderen nog veel te lezen, te doen en te ontdekken.
Nadat we ook met de NBG-manager Relaties & Evenementen Johan Wijnhorst hebben gesproken over de continuering van een samenwerkingsverband, komt Leddie Valstar in onze vergadering langs om ons uitgebreid te vertellen over allerlei ins en outs met betrekking tot de fonsenwervingsactiviteiten van de toekomst van het NBG, waarmee het NBG het ook voor de komende jaren graag mogelijk wil maken om haar belangwekkende bijbelwerk in binnen- en buitenland voort te zetten.

zaterdag 3 oktober 2015

Er is toekomst voor de christelijke scholenvereniging

Dinsdag 29 september 2015 
Een uitzonderlijke royale opkomst van 256 betrokken leden in Ons Huis


















Van VCBOL naar VCBO G2
In het eind van de negentiger jaren was ik bestuurslid van de 'Vereniging voor Christelijk Basisonderwijs in Leeuwarderadeel' (VCBOL), een christelijke scholenvereniging voor de drie christelijke basisscholen van Britsum en Stiens. Het waren de jaren waarin onze vereniging en ook de scholenvereniging van 3 nabuurgemeenten (samen de 'G4') met elkaar onderzochten of het wenselijk en mogelijk was om samen op te gaan in één grote christelijke vereniging voor christelijk basisonderwijs. Van die gemeenten vielen uiteindelijk Ferwerderadeel en Menaldumadeel af, en het resulteerde in de vorming van de 'Vereniging voor Christelijk Basisonderwijs in de gemeenten het Bildt en Leeuwarderadeel' (VCBO G2).

Statuten en missie & visie
De Vereniging voor Christelijk Basisonderwijs in de gemeente het Bildt en Leeuwarderadeel kreeg het erkennen van de Bijbels als het Woord van God als grondslag, en in de statuten werd tevens vastgelegd dat het bestuur het onderwijs bevordert overeenkomstig deze grondslag.
Het doel van deze vereniging VCBO G2 is het oprichten en instandhouden van scholen voor christelijk basisonderwijs en scholen voor samenwerkingsonderwijs in het Bildt en Leeuwarderadeel.
Dat doel bereiken doet onze vereniging door het zoeken van samenwerking in alles wat tot de belangen van christelijk onderwijs behoort.
De missie van onze vereniging is 'Samen vooruit', en in de visie van de vereniging en van haar christelijke basisscholen staan de volgende termen centraal: onderscheiden en binden, en profilering en identiteit. 

Algemene Ledenvergaderingen in 2015
Met medeweten van de verenigingsleden is het bestuur enkele jaren geleden begonnen om zich te oriënteren op de basisonderwijsmarkt van Noordwest Fryslân, om te onderzoeken en te beoordelen of het wenselijk en haalbaar is om te komen tot nieuwe samenwerkingsvormen of wellicht een fusie, waarbij één van de doelen is dat het basisonderwijs in de kleine kernen zo lang mogelijk wordt behouden. Daarbij is het een optie om ook te onderzoeken of door het fysiek samengaan van een openbare en een christelijke dorpsschool tot een nieuwe basisschool voor samenwerkingsonderwijs tot de mogelijkheden bestaat.
Inmiddels is het zo dat het verenigingsbestuur met instemming van de Gemeenschappelijke Medezeggenschapsraad zover is dat ze aan onze Algemene Ledenvergadering wil voorleggen om te komen tot een zogenoemd Samenwerkingsbestuur, waarbij de openbare basisonderwijsgroep Fier en de christelijke scholenvereniging VCBO G2 samengaan in een nieuwe stichting voor openbaar, christelijk en samenwerkingsonderwijs.
In twee voorgaande Algemene Ledenvergaderingen in juni 2015 hebben veel verenigingsleden duidelijk te kennen gegeven tegenstander te zijn van het opheffen van onze christelijke vereniging, om over te stappen op een stichting onder leiding van een samenwerkingsbestuur.

Van 90 via 195 naar 256
Deze fundamentele discussie breidt zich als een olievlek uit over alle belanghebbenden in en buiten ons verenigingsverband. De interessante Algemene Ledenvergaderingen volgen elkaar snel op. Vóór de zomervakantie heeft het verenigingsbestuur opdracht gegeven aan Verus (Vereniging voor katholiek en christelijk onderwijs) om een quick scan te doen naar de verschillende scenario's die onze vereniging zou kunnen volgen om onze doelen te bereiken. Vanavond zal Verus-onderzoeker Wob van Beek de resultaten van het onderzoek presenteren in de derde Algemene Ledenvergadering van dit jaar. Dat de vereniging in de afgelopen maanden verrassend groot en betrokken is geworden, blijkt wel uit de opkomst van deze ledenvergadering vanavond in het multifunctioneel centrum Ons Huist te Sint-Annaparochie. Waar op de ledenvergadering van 2 juni 2015 nog 90 leden kwamen, en op de ledenvergadering van 16 juni 2015 al 195, overtreft de opkomst vanavond deze aantallen enorm. Als de ledenvergadering vanavond begint, blijkt dat er nota bene 256 leden zijn gekomen naar deze doorslaggevende ledenvergadering. Heel bijzonder is ook het groot aantal twintigers dat afgelopen zomer lid is geworden om haar betrokkenheid bij onze christelijke scholenvereniging te benadrukken. Wat hier momenteel gebeurt in het noorden van Fryslân is heel bijzonder! Jongeren staan op voor christelijk basisonderwijs!

We staan ervoor en we gaan ervoor
Na de onderzoekspresentatie van Verus is er gelegenheid om aan Wob van Beek en aan het verenigingsbestuur vragen te stellen, maar geen van de aanwezigen hoeft daar meer gebruik van te maken.
Daarna worden de aanwezige leden in de gelegenheid gesteld om ieder in een tijdsbestek van zo'n vijf minuten de leden in de zaal toe te spreken. Nog geen tien leden maken van die gelegenheid gebruik. In mijn vijfminutenspeech wijs ik de leden op de aard van onze vereniging. Op grond van onze statuten ligt onze verenigingsfocus op de christelijke vereniging met een christelijk scholenbestuur, dat sturing geeft aan christelijk personeel op bij voorkeur christelijke scholen voor christelijk basisonderwijs. Als verenigingsleden staan we daarvoor, en gaan we daarvoor, zoveel als mogelijk, en geheel conform onze verenigingsstatuten, zoals hierboven gepresenteerd. Ik vraag de Raad van Beheer van onze vereniging daar uitvoering aan te geven, en aan het Toezichthoudende Bestuur daar dan overeenkomstig onze statuten toezicht op te houden.
Omdat de eerste vier scenario's van fuseren met het protestants-christelijk basisonderwijs van Leeuwarden en/of Noardwest Fryslân. of het tot nader order zelfstandig doorgaan als christelijke scholenvereniging meer in het verlengde van onze statuten liggen, dan het voorstel van het verenigingsbestuur om VCBO G2 te fuseren met de openbare onderwijsgroep Fier om dan een samenwerkingsbestuur leiding te laten geven aan een nieuwe stichting in plaats van een vereniging, nodig ik de aanwezige leden uit om tegen het voorstel van het bestuur te stemmen, opdat we verder gaan binnen onze denominatie als christelijke vereniging, want ook daarmee kunnen we onze doelen halen, zij het dan wel binnen ons statutaire kader.

De christelijke scholenvereniging heeft toekomst
Als alle voor- en tegenstanders van het bestuursvoorstel hun zegje hebben gedaan, is het spannende moment van de stemming aangebroken. De schriftelijke stemprocedure wordt uitgelegd en dan worden de stembrieven ingevuld, ingeleverd en geteld.
Na de koffiepauze wordt bekend gemaakt dat alle 256 een geldige stem hebben uitgebracht, Met die 256 stembrieven was 3 maal blanco gestemd, 112 stemden vóór het bestuursvoorstel, en 141 leden stemden tegen het bestuursvoorstel, waarmee dat bestuursvoorstel door de Algemene Ledenvergadering werd verworpen.
De opdracht die de ledenvergadering hiermee nu heeft gegeven aan het verenigingsbestuur is het zoeken naar een toekomst binnen een christelijke scholenvereniging. Naast christelijke basisscholen blijft ook de mogelijkheid bestaan om scholen voor samenwerkingsonderwijs in de kleine kernen op te richten en/of in stand te houden.
Aan het eind van de ledenvergadering meldt het bestuur dat zij zich nu nader zal gaan beraden op alle scenario's die onze vereniging en onze scholen nu ter beschikking staan binnen het verband van een christelijke scholenvereniging.

Wat hebben we afgesproken?
Maar hoe leg je zoiets de volgende ochtend nu uit aan je kind?
Een dag later verwoordde de dochter van één van onze verenigingsleden - een basisschoolkind - de uitkomst van deze Algemene Ledenvergadering in haar eigen woorden als volgt: "Dus jullie hebben afgesproken dat het normaal is dat je op een christelijke school in de Here God gelooft".