Posts gesorteerd op relevantie tonen voor zoekopdracht voorsluis. Sorteren op datum Alle posts tonen
Posts gesorteerd op relevantie tonen voor zoekopdracht voorsluis. Sorteren op datum Alle posts tonen

donderdag 18 juni 2015

De zwijgende natuur

Donderdag 18 juni 2015 
Cover van De zwijgende natuur

Het geheim van de natuur
Oeroud is onze angst voor de natuur, maar ook de fascinatie ervoor. De natuur doet zich op heel gevarieerde en tegenstrijdige wijze aan ons voor. De mens heeft daarom steeds zijn houding tegenover de natuur moeten bepalen. 
In de geschiedenis ging de voorkeur heel lang uit naar ordening: de ommuurde tuin als het paradijs. Wanorde was bedreigend. 
De Romantiek echter keert zich tegen dat ordeningsideaal en heiligt alles wat wild is: vervreemd van de natuur zijn wij, en daarmee van onszelf. 
Daarnaast is er ook de moderne natuurwetenschap. Daarin ontfutselt de mens de mysterieuze natuur haar geheimen. De natuur is een gebied geworden dat methodisch kan worden verkend en wetmatig in kaart gebracht. De natuur wordt geëxploiteerd, maar dat is niet het enige. Achter die drang tot exploitatie ligt de behoefte om het geheim van de natuur te ontraadselen. 
Het resultaat is iets nieuws. De natuur raakt onttoverd. Onze beleving van de natuur zegt iets over de natuur, maar kennelijk ook iets over onszelf. 
Wat gebeurt er in onze ervaring van de natuur? 
Wetenschappelijke distantie is iets anders dan de fascinatie door een landschap. 

Natuur tussen ratio en emotie
In het jaar 2002 publiceerde VU-podium in samenwerking met uitgeverij Meinema de essaybundel 'De zwijgende natuur' met als subtitel 'Natuurervaring tussen betovering en onttovering'.
In deze bundel worden twee grondhoudingen geschetst, vanuit hun varianten, hun verschillen en hun overeenkomsten. Enerzijds de houding van de wetenschappelijke distantie (ratio) en anderzijds de persoonlijke fascinatie voor het landschap (emotie).
Deze bundel is geschreven onder redactie van Bart Voorsluis, als programmacoördinator (indertijd) verbonden aan VU-podium, het publiekspodium van de Vrije Universiteit (VU), het VU-medisch centrum en van de VU-Vereniging. Dit podium organiseerde destijds allerlei publieksactiviteiten over de verhouding tussen wetenschap, levensbeschouwing en samenleving.
De artikelen in deze bundel zijn gebaseerd op de voordrachten van het symposium 'De zwijgende natuur', dat VU-podium organiseerde in het najaar van 2001. Een jaar later verscheen deze bundel.

Inleiding
De filosoof-eindredacteur Bart Voorsluis begint deze bundel met een inleiding.
Voorsluis geeft aan dat de natuur de mens altijd aanleiding heeft gegeven tot beelden, tot verbeelden. Deze natuurbeelden kun je beschouwen als het resultaat van onze pogingen om de natuurlijke werkelijkheid zin en vorm te geven.
Voorbij die aan de mens eigen beeldvorming van de natuur, volgt het methodisch natuuronderzoek, dat de plaats inneemt van de beleving. Deze wetenschappelijke benadering schept distantie en neutraliteit jegens de natuur. Wetenschap geeft de mens ook kracht over de natuur. Dat geeft ruimte aan natuurontwikkeling en/of aan het scheppen van nieuwe natuur, maar het blijft maar de vraag of dat wenselijk is, en welke criteria je daarbij zou moeten hanteren.
Bart Voorsluis:

  • Je projectie bepaalt de constructie.
  • Religie wordt vaak verbonden met natuurbeleving.

Voorsluis noemt in zijn inleiding dat in deze bundel de verschillende perspectieven en vragen met betrekking tot natuurbeleving in de tijd rond de millenniumwisseling aan de orde komen.
In deze bundel gaat het over de morele betekenis van het natuurbegrip, en over de ervaring van natuurlijkheid in actuele debatten.

Tussen Arcadië en Wildernis
Het eerste essay is van ecoloog en natuurhistoricus Matthijs Schouten, verbonden aan Staatsbosbeheer en universitair docent in Wageningen en in het Ierse Galway.
Schouten schetst een historisch tableau van de beeldvorming over de natuur(beelden), met als bronnen de westerse literatuur en de beeldende kunst.
Matthijs Schouten:

  • Studies naar beleving van de natuur laten zien dat veel mensen zicht het prettigst voelen in een pastorale omgeving.
  • Tussen de stad en de wildernis vormt zich het 'pastorale' landschap, waar het gecultiveerde zich met het natuurlijke verenigt.
  • In het boek 'Robinson Crusoe' van Daniel Defoe verliest de hoofdpersoon op het afgelegen eiland de beschavingsziekte van de verveling, en vindt hij daar de goedertieren God van de schepping.

Een morele geschiedenis van het Nederlandse landschap
Deze tweede bijdrage is van wetenschapsfilosoof Hub Zwart, hoogleraar aan de Katholieke Universiteit van Nijmegen.
Zwart schrijft een beschouwing over de vorming van het Nederlandse landschap in het licht van levensbeschouwelijke opvattingen.
In zijn historische schets geeft hij aan dat de mens in de loop van de geschiedenis steeds meer een actieve houding aannam jegens de natuur. Het christelijke 'rentmeestermodel' deed zijn intrede. Maar al snel realiseerde men zich dat het menselijk ingrijpen in de natuur ook dramatische gevolgen kan hebben.
Het eigentijdse concept van 'nieuwe natuur' gaat uit van het (soms ook wel onbewust en onbedoeld) scheppen van de juiste condities, om dan de natuur (daarmee) uit te nodigen om zich daar opnieuw te manifesteren.

De natuur in religieuze verbeelding
Het derde essay is van godsdienstpsychologe Joke van Saane, werkzaam bij de Vrije Universiteit in Amsterdam.
Van Saane stelt zich de vraag wat het verband is tussen natuurervaring, verbeelding en religie; over wat de plaats is van de natuur in religieuze opvattingen.
Joke van Saane:

  • Waarom ervaart de ene mens de natuur of een natuurverschijnsel als religieus geladen, en de ander niet?
  • Alle soorten religieuze ervaringen grijpen in de alledaagse ervaring.
  • Een religieuze ervaring kan ook worden opgeroepen door de natuur als symbool. Denk daarbij bijvoorbeeld aan de regenboog als teken van Gods verbond met de mens, als een teken van trouw, hoop, vrede en (behoud van de) schepping.
  • De religieuze ervaring kan worden begeleid door gevoelens, zowel positief (zoals geluk) als negatief (zoals angst en schuld).
  • Hoe verder de wetenschappelijke ontwikkeling voortschrijdt, hoe meer mens en natuur uiteendrijven.
  • De natuur laat iets zien van Gods werkelijkheid, van Gods bedoeling, of van de eigenschappen van God.
  • Alles in de natuur heeft een betekenis, maar die betekenis kan niet begrepen worden.
  • Abstractie is de cognitieve interpretatie van de ervaring; en verbeelding is de affectieve interpretatie daarvan. Wetenschap volgt de weg van de abstractie, en de kunst volgt de weg van de verbeelding.
  • Alle waarneming is ook interpretatie. bepaald door eigenschappen en mentale voorstellingen van de waarnemer. Dominante persoonlijkheidstrekken bepalen de waarneming.
  • Bepaalde persoonlijkheidskenmerken zoals suggestibiliteit, spontaniteit, affectieve gevoeligheid en emotionaliteit maken het waarschijnlijker dat iemand religieuze ervaringen zal hebben.
  • Ook de aanwezigheid van een religieus referentiekader (bijvoorbeeld je opvoeding) kan ertoe bijdragen dat een (bijvoorbeeld natuur-)ervaring kan leiden tot een religieuze betekenis.

De wilde natuur en verlangen naar andersheid
Dit  laatste artikel is geschreven door filosoof Martin Drenthen, ook verbonden aan de Katholieke Universiteit van Nijmegen.
Drenthen stelt zichzelf de vraag naar de morele betekenis van de natuur. In dit laatste artikel wil hij de aandacht verleggen naar de vraag wat het begrip 'natuur' ethisch nog betekent, en nog betekenen kan in onze tegenwoordige tijd en wereld.
Martin Drenthen:

  • Door de natuur weer vrij te laten, zou uiteindelijk spontaan het oorspronkelijke natuurlijke landschap kunnen ontstaan.
  • Je zou ook kunnen stellen dat 'echte natuur' de natuur is die is ontstaan in het eeuwenlange samenspel tussen de mens en zijn omgeving. Vanuit dat oogpunt gezien is de zogenoemde 'nieuwe natuur' een namaakwildernis.
  • Wat je als natuur ervaart, is afhankelijk van je eigen perspectief, van je eigen opvattingen, die berusten op de projectie van je eigen subjectieve vooroordelen op de wereld. 
  • We verlangen naar wilde natuur, maar cultiveren haar onvermijdelijk in de manier waarop we dat verlangen vormgeven.
  • We mogen niet nalaten onze morele ervaringen van natuur steeds opnieuw ter sprake te brengen, en te blijven zoeken naar een adequate uitleg van de morele betekenis van 'echte' natuur, ook al weten we dat die niet bestaat.

vrijdag 30 maart 2012

Moderne spiritualiteit tussen traditie en vernieuwing


Vrijdag 30 maart 2012
Cover van de symposium-publicatie

Moderne spiritualiteit
Moderne spiritualiteit heeft eigen vormen, die getuigen van een soms moeizaam verworven evenwicht tussen traditie en vernieuwing. Dat blijkt als drie twintigste-eeuwse spirituele denkers de revue passeren, zoals hier: Simone Weil, Abraham Joshua Heschel en Dag Hammarskjöld. Bij hen komen bepaalde problemen en spanningen van de moderniteit op indringende wijze aan het licht. Het gaat om spanningen in de verhouding van individu en gemeenschap, om de verbinding tussen handelen en reflectie en om de houding tegenover de eigen religieuze traditie. Maar niet alleen de problemen waarmee zij worstelen, kunnen ons begrip van moderne spiritualiteit verhelderen. Vooral de oplossingen die zij zoeken, staan onder het beslag van de moderniteit.

Van symposium naar publicatie
In december 1996 organiseerde onze Vereniging voor Christelijk Wetenschappelijk Onderwijs (VCWO) in samenwerking met de Faculteit der Wijsbegeerte van de Vrije Universiteit in de VU te Amsterdam het symposium ‘Moderne spiritualiteit tussen traditie en vernieuwing’. De voordrachten van dat symposium werden gebundeld onder redactie van VCWO-staffunctionaris dr. Bart Voorsluis en ze werden in boekvorm uitgegeven in het jaar 1997 met als gelijknamige boektitel: ‘Moderne spiritualiteit tussen traditie en vernieuwing’.
Alleen de in dit boek opgenomen bijdrage over het dagboek van Dag Hammarskjöld is door Voorsluis speciaal voor deze bundel geschreven en toegevoegd als laatste hoofdstuk.

Onderzoeksvraag
De vraag die in dit boek wordt onderzocht is of er een eigen vorm van spiritualiteit bestaat die ‘modern’ of ‘hedendaags’ kan worden genoemd. De volgende drie kwesties worden in de uitwerking meegenomen, te weten:
  • Het op het oog tegenstrijdige verschijnsel van enerzijds een groei in belangstelling voor spiritualiteit en anderzijds de huidige secularisatietendens.
  • De vraag aan welke bronnen de hedendaagse spiritualiteit zich laaft of laat laven.
  • Wat is de relatie tussen spiritualiteit en concrete activiteit dienstbaar aan de maatschappij.
Inleiding
In de verhelderende inleidende beschouwing van Bart Voorsluis komen drie sociologische kenmerken van moderniteit aan het licht, te weten: individualisering, fragmentalisering en instrumentalisering. Ook schetst Voorsluis de relatie tussen spiritualiteit en secularisatie. Volgens Bart Voorsluit biedt moderne spiritualiteit tussen traditie en vernieuwing een inspirerende kennismaking met drie belangwekkende gestalten van hedendaags spiritueel denken. Voorsluis: “De laatste decennia lijkt spiritualiteit ontdaan te worden van haar oorspronkelijke verwijzing naar christelijke bronnen’.

Moderne spiritualiteit en secularisatie
Cultuursociologe Anneke van Otterloo beziet 'moderne spiritualiteit en secularisatie' vanuit haar invalshoek van de sociologie; ze plaatst het tegen de achtergrond van maatschappelijke ontwikkelingen, zoals: fragmentatie en individualisering, en commercialisering en marktwerking. Van Otterloo spreekt niet over ‘secularisatie’, maar over een ‘religieuze verandering’.

Anneke van Otterloo:
  • Veel meer mensen leven nu onder voorwaarden die individuele reflectie en innerlijkheid eenvoudiger mogelijk maken dan vroeger.
  • Men kan aan spiritualiteit doen zonder ergens lid van te zijn of zich aan dwingende regels te houden.
  • Spiritualiteit duidt ook op het verlangen naar een zinvol en moreel bestaan, dat harmonisch en evenwichtig verloopt.
  • In Europa zijn de kerken verschoven van de culturele en maatschappelijke kern naar de rand. Ook op binnenkerkelijk en individueel niveau neemt de (christelijke) godsdienstigheid af.
  • Men behoort tegenwoordig steeds algemener zijn tijd en zijn levenspad te plannen en grotendeels zelf verantwoordelijk te zijn voor de doeleinden die men zich stelt.
De spiritualiteit van Simone Weil
Theoloog Rob Hensen schrijft over de Franse filosofe Simone Weil, die ook wel de 'pelgrim naar het absolute' genoemd. Hij schrijft over haar sterk besef van individualiteit en haar afkeer van het collectief verbinding zoeken met een radicaal afzien van het persoonlijke en van het individuele.

Rob Hensen beschrijft vijf kwesties, namelijk:
  1. Simone Weil is een christen met een agnostische inslag die niet van ontkennende, maar van vragende aard is.
  2. Spiritualiteit is voor haar een persoonlijke volgehouden oriëntatie van denken en handelen.
  3. Naast haar anti-judaïsme had deze anti-joodse een esthetisch-religieuze voorkeur voor het vooral liturgische katholicisme.
  4. Ze gaat niet uit van een psychologische benadering.
  5. Volgens deze filosofe is religie een parallelweg waarlangs de filosofe soms een eindweegs wandelt.
  6. Simone Weil heeft altijd in een politieke en in een sociale context gedacht.
Weil blijft ervan overtuigd dat wij ons niet mogen verbeelden aan de misère van de wereld een einde te kunnen maken, maar dat er wel belangrijke verbindingen te vinden zijn.

Simone Weil schrijft:
  • Aandacht erkent de ander in het ongeluk en het lijden waarin deze zich bevindt; als die ene mens die op dat moment van ons vraagt haar en hem als gelijke te behandelen.
  • Wie in haar en zijn geest enige vorm van geweld toelaat, zet de poort voor toename van geweld wijd open.
  • Hoe zal ik betrouwbaar zijn in woord en daad als ik de motieven van mijn eigen hart en die van de groep waartoe ik behoor, niet heb leren wantrouwen?
  • God oefent zijn almacht niet uit.
  • God zelf doorkruist het universum en komt tot ons..
  • Als God ons raakt en het zaad van zijn goedheid in ons zaait, kunnen we niets anders meer doen dan wachten. Het groeien van het zaad doet pijn.
Spiritualiteit bij Abraham Joshua Heschel
VU-filosoof Evert van Holst schrijft over de - van de drie - meest eigentijdse auteur, Abraham Joshua Heschel, die verbonden is met het jodendom, die vanuit een profetische bewogenheid mensen gevoelig wil maken voor verwondering, voor de openheid voor het mysterie in de werkelijkheid.
Bij Heschel heeft de spiritualiteit haar bron bij de bijbelse ervaringswereld, maar de weg daar naar toe loopt via een soort wijsgerige reflectie. Het kenmerk van de religieuze mens is, dat hij dingen niet vanzelfsprekend vindt. Heschel ziet het als een taak van joden en van christenen om de hardheid van het hart te boven te komen, door onder andere deuren te openen naar de heiligheid in deze tijd. In het uitgedaagd worden, ontdekt de mens zichzelf als menselijk wezen en ontdekt hij een opdracht te hebben. Het menselijk leven krijgt pas betekenis wanneer men zich van die oproep bewust wordt. Het gaat vooral ook om het blijven bij God en het antwoorden, om een leven dat verenigbaar is met Gods aanwezigheid.

Heschel: “Het besef van de wonderen om ons heen is de bron van het gebed en de kern van alle liturgie. In de viering, in de liturgie, wordt - als het goed is – tot verwondering opgeroepen en wordt deze voortdurend levend gehouden. Verwondering maakt de mens gevoelig voor de ervaring van heerlijkheid, dat wil zeggen, van de tegenwoordigheid van God”.

Het dagboek van Dag Hammarskjöld
Bart Voorsluis schrijft over Dag Hammarskjölds dagboek 'Merkstenen', het dagboek van de vroegere secretaris-generaal van de Verenigde Naties, waarin de protestantse Hammarskjöld laat zien hoe de verhouding tussen het contemplatieve en het actieve leven in onze tijd ergens gestalte krijgt. Hammarskjöld laat zien dat hij de idealen - die (ook door zijn ouders) aan hem waren overgedragen - zich gaandeweg werkelijk heeft toegeëigend, waarmee ze voor hem zijn gaan leven; van  traditie naar inspiratie.
In zijn dagboek maakt Hammarskjöld een ontwikkeling door van een sterk op zichzelf gerichte introspectie naar een openheid die gestalte krijgt in een dialogische relatie met God, die ook grote gevolgen heeft voor zijn verhouding (van liefde) tot de medemens.

zondag 8 juli 2012

Pieter Bouw - Liber amicorum

Zaterdag 7 juli 2012
Liber amicorum voor Pieter Bouw



Afscheid van een toegewijd toezichthouder
Op de dag dat we Cees Veerman op 17 december 2011 benoemden tot lid en  tevens beoogd voorzitter van de Raad van Toezicht van de Stichting VU-VUmc èn van de Raad van Toezicht van de VU-Vereniging was al bekend dat de toen zittende voorzitter Pieter Bouw in het voorjaar van 2012 zijn voorzitterschap zou overdragen aan Cees Veerman. Op 20 april 2012 was het zover: Pieter Bouw droeg de voorzittershamer over aan Cees Veerman en Pieter Bouw nam afscheid als voorzitter van de Raad van Toezicht van de Stichting VU-VU-mc èn van de Raad van Toezicht van de VU-Vereniging. Als dank voor het vele en het goede werk dat Pieter Bouw in zijn functies binnen onze Vereniging heeft gedaan, werd hem onder andere een 'liber amicorum' - een vriendenboek - aangeboden, getiteld: 'Pieter Bouw'.

Vriendenboek
Ruim elf jaar heeft Pieter Bouw het voorzitterschap bekleed van de Raad van Toezicht; een lange periode waarin hij op zijn kenmerkende betrokken wijze toezicht hield op onze instellingen de Vrije Universiteit, het VU-medisch centrum, de Christelijke Hogeschool Windesheim en GGZ inGeest èn op onze VU-Vereniging. De bestuursvoorzitters van bovengenoemde instellingen René Smit, Elmer Mulder en Albert Cornelissen hebben een aantal personen die in zijn functies nauw met Pieter Bouw hebben samengewerkt gevraagd een bijdrage te leveren voor dit liber amicorum. Toen mij enkele maanden geleden werd gevraagd daaraan ook een bijdrage te leveren, was ik daar graag toe bereid, teneinde samen met de 31 anderen een zo compleet mogelijk beeld te schetsen van Pieter Bouw als toezichthouder en als integer mens achter deze wijze toezichthouder. Mijn bijdrage bestond uit een korte tekst met daarbij een aantal foto's van Pieter Bouw, waarvan ik een aantal maakte op de plaatsen en de momenten waarop wij in de afgelopen jaren samenwerkten in ons Verenigingsverband.

Betrokken toezicht op gepaste afstand
In zijn werkzame leven is Pieter Bouw vooral ook bekend geworden als de President-Directeur van de KLM en later als voorzitter van de Raad van Bestuur van Swiss International Airlines en als voorzitter van de Bankraad van de Nederlandsche Bank.
In het eerste hoofdstuk van dit lilber amicorum schetst Jan Siersma de rol van Pieter Bouw in de ontwikkeling van onze Vereniging en haar instellingen gedurende de periode van 1990-2012. Daarna volgen drie hoofdstukken van Bart Voorsluis, Wouter Hobbelen en Jan Hoogland over de betrokkenheid van Pieter Bouw op allerlei zaken zoals respectievelijk de publieksactiviteiten van VUSA, VU-podium en VU-connected, de identiteitszoektocht van Windesheim en het bijzondere van de bijzondere Vrije Universiteit.

Persoonlijke bijdragen
Het tweede deel van dit vriendenboek bestaat uit persoonlijke bijdragen van:
  • (Ex)-Toezichthouders: Willems, Leijnse, Van Tilburg, Schaapveld, Weijsenveld, Rijsdijk, De Wit-Nieuwenhuizen, Bikker en Meijerink;
  • (Ex)-Bestuurders: Smit, Mulder, Bouter, Langius, Stalman, Van Ewijk, Cornelissen, Meinsma, Noomen, Rutten, Roeters, Brinkman en Herstel;
  • Leden van de Ledenraad en van de Benoemingsadviescommissie: Koekoek, Hamberg en Koehoorn;
  • Bestuurssecretarissen: Vunderink, Van der Beek en Noorda.
In mei 2012 ontving ik één van de 75 exemplaren die van dit liber amicorum zijn gemaakt, met daarbij een vriendelijke brief van Pieter Bouw, als dank voor mijn persoonlijke bijdrage.

Dag Pieter,
Je grote mate van betrokkenheid op onze Verenigingszaken
en de wijze waarop je ook de verantwoordelijkheid
voor onze instellingen en voor hun studenten en medewerkers hebt genomen,
heb ik gezien en bijzonder gewaardeerd.
Grote dank voor de plezierige wijze 
waarop we in de afgelopen jaren hebben samengewerkt.
Veel Heil & Zegen gewenst in je komende levensjaren
en  graag weer eens tot ziens.

maandag 15 februari 2021

De uniformering voorbij

Zaterdag 13 februari 2021

Cover van 'De uniformering voorbij'

De uniformering voorbij

Het Nederlandse landschap roept ongenoegen op. Steeds luider klinken de klachten over eenvormigheid. Karakteristieke, regionale landschappen en woonoorden zijn na de Tweede Wereldoorlog verdwenen ten gunste van gebieden die volstrekt inwisselbaar lijken.
Deze uniformering heeft met name sinds het laatste decennium van de twintigste eeuw een krachtige reactie opgeroepen. Er is een verlangen naar meer variatie, historisch besef, naar spontaniteit en wildheid. Dit romantische verlangen neemt verschillende gedaanten aan: de bescherming van idyllische cultuurlandschappen, maar ook het scheppen van nieuwe wilde natuur, waarin de menselijke invloed minimaal is; de toegenomen belangstelling voor monumentenzorg, maar ook het bouwen van nieuwe huizen in traditionele stijl; de wens om in het groen te wonen en het idee dat iedereen zijn eigen huis kan laten bouwen.

Een nieuwe romantiek van stad en land
Het boek 'De uniformering voorbij'
(2002) werd samengesteld door Koos Neuvel. De subtitel van deze publicatie is: 'Een nieuwe romantiek van stad en land'.
Deze uitgave kwam tot stand in samenwerking met VU-podium. Socioloog Koos Neuvel was indertijd stafmedewerker van VU-Podium.
In deze bundel interviews gaat Koos Neuvel in gesprek met een aantal deskundigen op het terrein van landschap, architectuur en stedenbouw.
Aan de orde komt de vraag hoe en in welke mate er een uniformering van het landschap heeft plaatsgevonden, en hoe de alternatieven te beoordelen die het landschap een meer gevarieerde aanblik beogen te geven.

  • Is de nieuwe romantiek van stad en land louter een vorm van nostalgie waarmee we de toekomst de rug toekeren?
  • Of is dit romantisch verlangen juist waardevol omdat het leidt tot een inrichting van stad en land waarin een mens zich daadwerkelijk thuis kan voelen?
Het ongenoegen over de inrichting van het Nederlandse landschap wordt steeds luider uitgesproken.
De consensus luidde dat Nederland eenvormiger en daarmee minder aantrekkelijk is geworden.

Inleiding - het onbehagen in het landschap - Koos Neuvel
  • In de loop van de 90-er jaren verbreidde zich een gevoel van onvrede met het Nederlandse landschap en de woonomgeving, dat werd beoordeeld als kaal en monotoon.
  • In de kritiek op de Vinex-wijk (mengvorm van functies zoals: wonen, werken en winkelen, vol levendige stedelijkheid) balde zich a.h.w. het ongenoegen van een kleine halve eeuw uniformering samen.
  • Het onbehagen over de inrichting van Nederland nam ook toe door een onmiskenbare nivellering van het verschil tussen stad en platteland.
  • Iedere eenzijdige ontwikkeling roept zijn tegendeel op. 
  • Tegenover een trend van uniformering en rationalisering van het landschap staat een even snel groeiende behoefte aan wildernisromantiek (van stad en land, van natuur en architectuur).
  • Onder 'behoud door ontwikkeling' van landschap verstaan we niet dat we het verleden moeten bevriezen en musealiseren, maar dat we het landschap moeten revitaliseren.
  • Eén van de belangrijkste doelstellingen is om vanuit recreatief belang de toegang tot het landschap te vergroten.
  • Voor instandhouding van het landschap staan van oudsher twee strategieën ter beschikking: behoud en restauratie.
  • Architecten hebben zich nooit in massapopulariteit mogen verheugen.
  • Moderne woonwijken werden als kil, anoniem en monotoon betiteld, terwijl de oudere vormen van bouwkunst in verband werden gebracht met sfeer, geborgenheid en herkenbaarheid.
  • De kwaliteitseisen van bewoners gingen zich steeds meer richten op een gevarieerde vormgeving van de woonomgeving. De overgangen tussen cultuur en natuur moesten niet scherp, maar juist vloeiend zijn.
  • Architect Carl Weber bepleitte het idee dat in principe alle mensen in staat moesten zijn een huis naar eigen voorkeur te laten bouwen.
  • Gemiddeld 17% van de woningbouwproductie in Nederland werd door particulieren gerealiseerd, maar in een provincie als in Fryslân ligt dat op 40%.
Het romantisch wandelen van Ton Lemaire - Ton Lemaire
  • Voor de Nederlandse cultuurfilosoof Ton Lemaire is wandelen niet een vorm van activiteit, maar meer een bijzonder vorm van passiviteit van het ontvankelijk zijn voor de omgeving, voor het zich open stellen voor alle zintuiglijke indrukken. Wandelen is voor hem het vermogen om stil te staan bij de dingen om ons heen.
  • Natuurgenot is mede mogelijk gemaakt door natuurbeheersing.
  • Het verlangen naar de natuur was voor de Franse schrijver en filosoof Jean-Jacques Rousseau identiek aan verlangen naar vrijheid en authenticiteit. Zijn liefde voor de natuur is een vorm van cultuurkritiek, een verzet tegen de uniformering van het denken en het gedrag.
  • Wie tegenwoordig door het Nederlandse landschap wil wandelen, wordt vooral geconfronteerd met de aanslagen erop.
  • Wanneer het ons allemaal te hard gaat, willen we ontsnappen aan de cultuur en idealiseren we de natuur, verafschuwen we de stad en verheerlijken we het landleven.
  • Het wandelen heeft voor Lemaire altijd te maken gehad met zowel een bewondering voor de natuur als voor de geschiedenis.
  • Behoed ons voor de alles regelende, alles plannende, alles calculerende en alles vermenselijkende geest van de beschaving.
Bijna nergens is stilte te vinden - Ton Lemaire
  • De ruilverkaveling heeft er mede voor gezorgd dat de natuur en het landschap werden verarmd door een rigoureuze aanpassing aan de eisen van de intensieve landbouw en veeteelt.
  • Bergsporten wijzen op een fascinatie voor een ontmoeting met min of meer ongerepte natuur.
  • Thoreau verzucht dat er een beschaving mogelijk moet zijn die ons in staat stelt te genieten van de voordelen van de moderne tijd zonder te lijden onder de nadelen ervan.
Het wezen van het Nederlands landschap ligt in een combinatie van enerzijds nut en noodzaak en anderzijds schoonheid - Gerrie Andela
  • De industrialisering van de landbouw maakte het landschap strakker en kaler, en de regionale landschapsverschillen werden aanzienlijk genivelleerd.
  • Natuurbeleving is altijd een stedelijke aangelegenheid geweest, niet iets van de boeren zelf.
  • Wat de één in een boerderij beoordeelde als krakkemikkigheid, waardeerde de ander juist als charme.
  • Het idee van rationalisering, voortkomend uit het Taylorisme, uitgaande van het principe van arbeidsdeling, specialisatie en efficiënt handelen, kende ook een agrarische pendant.
  • Ruilverkaveling werd landinrichting.
  • Tegenwoordig gebeurt landinrichting vooral op recreatieve en landschappelijke voorwaarden. De landbouw is allang op zijn retour.
  • Andela pleit ervoor het landschap als een ontwerp-opgave te zien.
  • De bedoeling is om natuurgebieden in heel Nederland met elkaar in verbinding te brengen.
  • Nu maken boeren meer gebruik van de mogelijkheid tot het verkrijgen van subsidie voor het onderhoud van natuurwaarden en landerijen. Men probeert allerwegen nieuwe inkomsten te genereren. Tegenwoordig hebben boeren stedelijke nevenfuncties, met name op het terrein van recreatie. Maar achter de ydille speelt zich een drama af. Veel boeren zijn gedwongen hun bedrijf te beëindigen.
  • In Nederland is de inrichting van een gebied geheel het gevolg van overheidsoptreden of van een door de samenleving gewenste functie. Alles is bewust gepland. Ook de functie natuur is gepland. Aan het creëren van soortenrijkdom ligt een technologische handelingswijze ten grondslag.
  • Landschappen zijn geografische eenheden, waarover bij voorkeur op grote schaal moet worden nagedacht.
  • Landschapsarchitecten hebben veel goed werk verricht.
  • Nederland zet steeds opnieuw het landschap naar eigen hand.
Wild is mooi maar het moet niet te gek worden - Henny van der Windt
  • De Nederlandse natuurbescherming had in de beginjaren een licht romantische inslag.
  • De tuinen van het Loo en van Versailles belichamen een extreme vorm van natuurbeheersing.
  • Altijd is er een verlangen naar wildheid en vervolgens een confrontatie met de maatschappelijke praktijk.
  • Vogels zijn de voornaamste representanten van een natuur die mag doen wat die wil.
  • Een natuurmonument is een zeer cultureel verschijnsel.
  • In Nederland was geen natuur in zijn oorspronkelijke vorm te vinden, maar het was ook geen puur cultuur. Het begrip 'half-natuur' was een hele opluchting, een passende omschrijving van het Nederlands landschap.
  • Naarmate de natuur in de loop der eeuwen in toenemende mate van zijn ongereptheid is ontdaan, is het verlangen naar ongereptheid alleen maar toegenomen.
  • Wilde natuur is voor de gemiddelde wereldburger niet anders dan voor de 19e-eeuwse Nederlander: ellende!
  • Hoe groter de dreiging van de natuur, hoe minder natuurbescherming er zal zijn.
  • De grenzen van het verlangen naar een wilde natuur zijn al in zicht gekomen.
  • Niet voor niets hebben we ons de afgelopen eeuwen ontworsteld aan de overmacht van de natuur.
  • Als we terug willen naar de natuur van 400 jaar geleden, krijgen we ook een deel van de last terug die we destijds van de natuur hadden.
  • Men heeft het tegenwoordig wel over natuurethiek, maar dan vooral over de intrinsieke waarde van het landschap, over natuur die een geheel eigen plek dient te hebben.
  • In het woord 're-creatie- zit het eigenlijk al inbegrepen: het je zelf hervinden. We hebben het tegenwoordig over de behoefte om even alleen te zijn, tot rust te willen komen, de gedachten de vrije loop te laten. Het begrip recreatie is zo vanzelfsprekend geworden, dat hoef je niet meer uit te leggen.
  • Babyboomers zijn opgeleid aan democratiserende universiteiten en bezitten een activistische mentaliteit.
  • Natuur mocht geen franje meer zijn, maar moest een geheel eigen politiek beleidsterrein worden.
  • Door de enorme aanwas van leden van natuurorganisaties werden deze organisaties een machtsfactor van belang.
  • Natuurontwikkeling zal veel meer worden gekoppeld aan zaken als waterberging en recreatie.
Ik word bang van die collectieve liefde voor alles wat er is, en die geringe belangstelling voor wat er komen moet - Auke van der Woud
  • Als in de 19e eeuw de begrippen waarheid en karakter in een gebouw belichaamd waren, was sprake van bouwkunst (waarheid = de buitenkant laat zien hoe het gebouw er van binnen uit ziet) ( karakter = een gebouw laat zien welke functie het heeft).
  • Het zoeken naar het karakter van historische voorbeelden is een middel om tot expressie van een eigentijdse architectuur te komen.
  • In de 20e eeuw werd de originele kunstenaar iemand die grenzen verlegde en zich van het verleden niets aantrok.
  • De architecten van de 19e eeuw interesseerden zich voor het verleden, juist omdat de toekomst hen ter harte ging.
  • In de 20e eeuw is de artistieke missie verdwenen; die missie is geïncorporeerd in de techniek van het bouwen.
  • De geschiedenis en het karakter van een gebouw zijn in de modernistische architectuur niet aan de orde.
  • Het Groninger Museum is één van de meest opvallende moderne gebouwen.
  • Schoonheid is iets dat wij kunnen aanvoelen, en mensen met een gemeenschappelijke achtergrond kunnen die elkaar aanwijzen, maar onder woorden brengen, is een stuk moeilijker.
  • Ten onrechte bestaat de indruk dat restaureren een terugbrengen in oude luister is. Er vindt bovendien een musealisering van de oude architectuur plaats. En musealiseren is verstarren.
  • Een reconstructie is altijd een momentopname.
  • De hele cultuur is ingesteld op groei en verandering. En die verandering houd je niet tegen, zo je dat al zou willen.
  • Architectuur en stedenbouw zijn bij uitstek culturele activiteiten.
Sinds men in de Bijlmer met het breken begon, is in Nederland een grote afbraakwoede ontstaan - Koos Bosma
  • Direct na de 2e Wereldoorlog vond in hoog tempo een standaardisering van de woonomgeving plaats.
  • Systeembouw leidt tot verstarring.
  • Wanneer de bevolking tot op zekere hoogte homogeen is, kun je uniform bouwen.
  • De burger wil het liefst een zo leeg mogelijke woning, die hij naar eigen voorkeur kan inrichten.
  • Er is onvoldoende besef geweest dat bij het bouwen van een woning zoveel mis kan gaan.
  • In de wederopbouw maakten mensen zich er minder zorgen over of hun huis wel streekeigen was, en meer over het aantal vierkante meters van de woning.
  • In de Woningwet worden huizen in 50 jaar afgeschreven.
  • De woningplattegronden zijn nog altijd heel kneuterig, en de tuintjes blijven klein. Het probleem van de Vinex-wijken is niet dat ze monotoon in uiterlijk zijn , maar monotoon in functie.
  • Het is niet minder belangrijk een aanzienlijke woningvoorraad te hebben voor de laagste inkomens. 
  • Ook voor de starters op de woningmarkt is het nuttig dat er kleine, goedkope huurwoningen blijven bestaan.
Er ontbreekt een nationaal besef dat het platteland een eigen cultuur bezit - Willem van Toorn
  • Het landschap is leesbaar, de sporen van het verleden vallen er in aan te treffen.
  • Men begrijpt niet dat wanneer je over landschap spreekt, je het niet zozeer over natuur hebt, maar over cultuur.
  • Nederland heeft geen vrije, ongerepte natuur; is al eeuwenlang een park.
  • Het platteland is het recreatiegebied van de stedeling geworden.
  • De stedeling is vervreemd geraakt van het platteland.
  • Gebrek aan kennis is heel gevaarlijk, want dan interesseert het je ook niet meer om iets in stand te houden.
Het moet bedreigd zijn willen we het mooi vinden - Wybren Verstegen
  • Spontane herbebossing is vaak helemaal niet leuk, want dit leidt tot saaie landschappen.
  • Als we het aan de natuur hadden overgelaten, zouden we helemaal geen fraai landschap hebben.
  • De meeste mensen willen een rijkgeschakeerd landschap. We willen afwisseling, en geen eindeloze bossen.
  • Het landschap is ontegenzeglijk verschraald en eenvormig geworden.
  • In Nederland wilde men zelfs ooit de Waddenzee inpolderen. Dat die er nog is, komt omdat we die gronden niet meer nodig hebben.
  • De natuur gaat gewoon haar gang, en weet niets.
  • De mensheid heeft het voor het zeggen op deze planeet.
  • Ieder stukje van het land heeft steeds een scherp afgebakende functie.
  • Er zijn te veel Nederlanders die te veel willen.
De opkomst van het prikkeldraad heeft het aantal landschappelijke prikkels verminderd - Marius de Geus
  • De opkomst van het prikkeldraad betekende een aanslag op de biodiversiteit, aangezien het doorgaans in de plaats kwam van gevlochten heggen; en die vormen een toevluchtsoord voor diverse kleine diersoorten, zoals boomkikkers, vlinders en vogels.
  • Er dient sprake te zijn van een wisselwerking tussen mens (niet als overheerser, maar als participant) en natuur.
  • Het ideaal van De Geus is dat mensen vrijwillig met elkaar samenwerken en een intensievere relatie met het landschap onderhouden.
  • Wij leven in een samenleving die voortdurend in verandering is, waarin flexibiliteit het hoogste goed is.
  • Er moeten oases van wildernis zijn, omdat de mens daar behoefte aan heeft.
  • Een utopie is een niet te realiseren ideaaltoestand, die niettemin wel een richting kan aangeven.
  • Zoals de vele fusies in het onderwijs niet hebben geleid tot kwaliteitsverhoging, zo brengt verstedelijking vaak sociale ellende met zich mee.
  • Goed beschouwd is onze enige wildernis te vinden in het Waddengebied.
  • Ruimte en landschap vormen een sterk veronachtzaamd beleidsgebied.
  • Boeren moeten meer bij het landschapsbeheer betrokken worden. Dan kunnen ze minder eenzijdig afhankelijk worden van landbouw- en veeteeltproductie. Er ontstaat dan voor hen een grotere diversiteit aan inkomstenbronnen.
  • Het doel van het leven is het bereiken van zelfkennis, ontplooiing en geluk (Aristoteles).
Het tempo van verandering maakt ons duizelig - Jan Kolen
  • De geschiedenis kan men alleen maar aan het landschap onttrekken, door haar op te graven en te vernietigen.
  • We weten het meeste van de landschappen die er niet meer zijn.
  • Archeologen moeten meer gebruik maken van de historische verhalen die er al zijn.
  • De verbeeldingskracht mag best aan het werk worden gezet.
  • Individueel gevoel en persoonlijke herinnering zijn waarden die in de moderne samenleving niet erg belangrijk meer worden gevonden.
  • Een hele ervaringseconomie is zich aan het ontwikkelen. Daarin ontbreekt het aan authenticiteit. Mensen willen leerzame en luchtige ervaringen ondergaan.
  • Geschiedenis kan ook buitengewoon traumatisch zijn.
  • Een ernstige bedreiging voor het historisch bewustzijn is het ontwikkelingstempo van het landschap.
  • Er bestaat een voortdurende strijd tussen twee kampen: de behoudzuchtigen versus de ontwikkelingsdenkers.
  • Mensen hechten wel waarde aan het verleden in het landschap.
  • Er bestaat kennelijk een behoefte aan contrasterende landschappen, die niets met ons eigen verleden te maken hebben.
  • De mens heeft de wens om ooit herenigd te worden met plekken en landschappen die in onze persoonlijke geschiedenis of in de geschiedenis van onze voorouders een belangrijke rol hebben gespeeld.
Mensen willen in een sprookje wonen, maar dat mag niet van het gilde van de goede smaak - Vincent van Rossem
  • De consument wil een romantisch huis.
  • De Nederlandse overheid brengt een rigoureuze scheiding aan tussen stad en land.
  • We hebben ruime huizen nodig, minimaal 120 vierkante meter op een redelijke kavel.
  • Op dit moment (2002) zou het voor de volkshuisvesting werkelijk een zegen zijn als de overheid stopt zich ermee te bemoeien.
  • Het kan niet aantrekkelijk zijn om hoog te wonen in een weiland in de buurt van Leeuwarden.
  • Alle modieuze architecten kunnen de meest onbewoonbare woningen ontwerpen en ermee weg komen.
  • Architectuur is volgens Van Rossem iets waar je alleen maar last van hebt.
  • Het is opvallend dat veel architecten in Nederland niet in een door henzelf ontworpen huis wonen.
  • We hebben collectief een hekel aan eigentijdse architectuur.
  • De eentonigheid van de Vinex-locaties zit hem vooral in het woningtype.
  • Het is een wonderlijke manier van denken dat je iets niet zou mogen kopiëren.
  • In de architectuur geldt: een kopie van iets wat goed is, is óók goed. In de praktijk is architectuur vooral een kwestie van goed afkijken. Ongeveer eens in de eeuw staat een architect op die werkelijk creatief is.
  • Tegenwoordig (2002) is modernisme alleen maar vormgeving.
  • Hoe mobieler de burgers, hoe conservatiever de huizenkeus.
  • Een normaal mens wil op een zeker moment tot zichzelf komen.
  • Het getuigt juist van intelligentie om niet consequent te zijn, om het beste van verschillende werelden te combineren.
  • We zijn voortdurend op zoek naar een handig compromis.
  • In hedendaagse (2002) bouwvakbladen staan geen mooie huizen meer, en ze verkopen er ook nog eens kletsverhalen bij.
  • Een huis is geen autonoom kunstwerk, je moet er gewoon in kunnen wonen en werken.
  • De retro-trend is heel stevig, de mensen zijn het modernisme namelijk spuugzat.
  • We willen ons in toenemende mate ontspannen in aantrekkelijke, cultuurhistorische landschappen.
Wij architecten moeten leren om net als in de kledingindustrie confectielijnen te ontwerpen - Carel Weber
  • Het gaat Weber erom dat er een gedifferentieerd woningaanbod komt.
  • Het onderscheid tussen wonen en recreëren is al sterk vervaagd.
  • De staatsbemoeienis leidt tot een zekere eenheid in vorm (bijvoorbeeld: modernistische cultuur), en daarmee tot een specifiek soort esthetiek.
  • Wie bepaalt eigenlijk wat kwaliteit is?
  • Samenhang leidt tot teveel uniformiteit.
  • In het buitenland vernieuwen de steden zich ook van binnen.
  • We hebben bezwaar tegen de vorm, omdat we de vorm van een morele inhoud hebben voorzien; de vorm is verbonden met ideologie.
  • Architectuur is geen vrije expressie. Een architect dient zich te laten leiden door opdrachtgever en overlevering.
  • In de echte architectuur gaat het om de ambitie om een werk de expressie te laten zijn van individuele creativiteit.
  • In de confectie bestaat een enorme diversiteit; waar architecten goed naar moeten kijken.
Alles wat bijdraagt aan de complexiteit en differentiatie van een landschap is een verrijking - Freek Coeterier
  • Mensen willen graag verrast worden.
  • Er bestaat een theorie die zegt dat een bepaalde hoeveelheid activiteit, een hoeveelheid informatie, nodig is om de hersenen op gang te houden.
  • Rustgevend is niet altijd hetzelfde als het ontbreken van prikkels.
  • In Nederland dient ook de wilde natuur er verzorgd uit te zien.
  • Zodra in een historische omgeving de verloedering haar intrede doet, begint een negatieve spiraal van meer verwaarlozing en vandalisme.
  • Het landschap krijgt gevoelswaarden (bijvoorbeeld een beeld van zuiverheid) die het niet had toen mensen er hard moesten ploeteren.
  • Het natuurlijke associëren we met geheimzinnigheid en onvoorspelbaarheid.
  • Een natuurgebied en een historische binnenstad hebben door hun organische uitstraling hetzelfde vermogen om bij mensen een gevoel van intimiteit en geborgenheid op te roepen.
  • Afwisseling moet zich altijd afspelen binnen een zekere samenhang en passen in een geheel; er moet zowel eenheid als verscheidenheid zijn. Als er alleen maar verscheidenheid is, ervaren mensen dat als een rommeltje.
  • Er heeft zich een eenzijdige ontwikkeling voorgedaan, waarbij techniek en functionaliteit de overheersende krachten zijn geworden.
  • Architecten werken alleen voor eigen glorie. Met architecten valt moeilijk samen te werken. Ze voelen zich kunstenaar. 
  • In de moderne architectuur is het bedachte dominant, en het gevoelsmatige nagenoeg afwezig.
  • Moderne gebouwen zijn niet per se slecht, zo lang ze maar aan de behoefte van het gevoel tegemoetkomen.
  • Het is een realiteit dat landschappen in Nederland steeds minder van elkaar zijn gaan verschillen.
  • De eigenheid van het dorp wordt aangetast door de nieuwbouwwijk, door het verschijnsel dat er zoveel forenzen zijn. Landschappen worden soms letterlijk uitgehold, en de beleving daarmee ook. Het typische lokale is aan het verdwijnen.
  • Alles wat bijdraagt aan de complexiteit en differentiatie van het landschap is een verrijking.
  • Laat de mensen maar meedenken over de inrichting van hun omgeving. Dat vergroot niet alleen het draagvlak, maar ook de inspiratie om tot creatieve plannen te komen.
  • We moeten vanuit de bestaande situatie onze omgang met het landschap gaan verbeteren.
De verbondenheid met de geschiedenis gaat niet diep - Hans Mommaas
  • Mensen gunnen zichzelf niet meer de tijd iets langzaam te ontdekken, maar willen bij voorbaat gegarandeerd zijn van de opbrengst van hun schaarse vrije tijd. 
  • Tegenwoordig (2002) is niet de standaardisering aan de macht, maar de diversificatie.
  • De belangrijkste energie van mensen gaat uit naar de eigen woning als centrum van het bestaan, in het bijzonder ook het centrum van ontspanning en vrijetijdsbesteding.
  • Het is een voortdurend gevecht om spaarzame tijd.
  • De economische waarde van de binnenstad is sterk toegenomen.
  • Alle steden zijn in concurrentie met elkaar en investeren hevig in de eigen belevingswaarde. Het historiseren van het stadsbeeld is daar een belangrijk onderdeel van.
  • Uniformering en diversificatie zijn een gevolg van mondialisering en schaalvergroting.
  • Juist door standaardisering wordt het des te belangrijker om iets aan eigenheid te bewaren.
  • Er is een toenemende behoefte en noodzaak om vast te houden aan de eigen identiteit.
  • Het toerisme, en alles wat we meebrengen van elders, is voor een belangrijk deel de inrichting van het land gaan bepalen. Als gevolg van toerisme en migratie komen er andere cultuurelementen in de eigen cultuur.
  • Vroeger bestond er nog een zekere eenheid van tijd en ruimte.
  • De manipuleerbaarheid van de ruimte is veel groter geworden.
  • We creëren een ideaalbeeld van een landschap in de eigen tuin - het pastorale landschap.
  • We willen interessante natuur.
  • Het landschap zal van een typische productiesector steeds meer veranderen in een decor voor consumptie in het kader van de vrijetijdsbesteding. Daarbij willen we iets met bos en water, en in ieder geval veel afwisseling.
  • De mensen in de Vinex-wijken zijn allerminst ontevreden over hun woningen, maar zien hun verblijf wel als een overgangsfase, tot ze echt iets landelijks of stedelijks kunnen krijgen.
  • De diversiteit zal blijvend zijn.
Nabeschouwing: romantiek en natuur - naar een andere beleving - Bart Voorsluis
Voorsluis herneemt het verbindende thema van een nieuwe romantiek en verdiept die nog eens.
  • In Nederland heeft er een omslag plaatsgevonden in waardering voor de omgeving.
  • Na de 2e Wereldoorlog was er een schreeuwende behoefte aan woningen en aan voedsel, en geen van beide was voldoende aanwezig.
  • Wie gewend is Nederland te bezien als een natie waar overleg het basisprincipe van besluitvorming is, wordt getroffen door de allesoverheersende rol van de overheid in dit proces.
  • Bij de herinrichting van het boerenbedrijf ging het vooral om schaalvergroting, doelmatigheid, scheiding van werk en leefsfeer en rationalisering van de voedselproductie.
  • Mensen kunnen zich met smaak onderscheiden en volgens sociologen is smaak in onze vrijwel klassenloze maatschappen verbonden met status en beantwoordt ze aan een algemene distinctiedrift.
  • De Romantiek wil de werkelijkheid begrijpen, interpreteren en ziet in die benadering de mens als een zichzelf ontplooiend wezen.
  • De moderne cultuur schept een vals beeld van de werkelijkheid en vernietigt wat voor ons van wezenlijk belang is.
  • Romantiek is een terugkeer naar de natuur, in naam van de cultuur.
  • De verwantschap met de natuur is door de moderne cultuur verstoord en zelfs vernietigd.
  • We moeten tot het besef komen dat we in disharmonie met onszelf en met onze omgeving leven.
  • Iedereen heeft een eigen schema, een eigen maat en een eigen tempo.
  • Er is sprake van geleidelijke ontplooiing, maar de onbepaaldheid ervan is principieel.
  • Wat je wordt, beantwoordt aan wat je zelf bent.
  • Je herkent gaandeweg steeds beter wat van jezelf is en daarmee wat niet bij je hoort. Het is een groei in bewustzijn.
  • Ik ben, uiteindelijk, mijn eigen criterium en die waarheid betekent iets van vitaal belang: trouw aan mezelf.
  • De natuur is groeikracht en creatie; identiteit is wasdom en rijkdom.
  • Maatschappelijke regels houden de mensen verdeeld, en dringen gevoel en verstand uiteen.
  • Als de cultuur ons omtrent onszelf bedriegt, waar herkent de mens dan nog iets van zichzelf; waartoe behoort hij wezenlijk?
  • We moeten terug naar een oorspronkelijke natuur, naar een houding van aanvaarding en respect, wellicht van overgave. De ongereptheid en de harmonie moeten terugkomen.
  • Nostalgie (pijn om de terugkeer) is lijden aan het bestaande, in het besef dat het eens anders was, maar dat terugkeer niet mogelijk is.