zondag 21 februari 2021

Een tweedaagse zwerftocht langs de stellingen van de Friese Waterlinie

Zaterdag 20 februari 2021
 
Langs een heideven over de Delleboersterheide naar Oldeberkoop

















Tussen Landweer & Friese Waterlinie
In het jaar 2015 verscheen de wandelgids 'Tussen Landweer & Friese Waterlinie', geschreven door de landschapsjournalist Fokko Bosker. Deze wandelgids bevat vijf Themaroutes, die zijn opgebouwd uit 13 afzonderlijke wandelroutes door de Friese gemeenten Ooststellingwerf & Weststellingwerf, over een afstand van 250 kilometer, en qua etappe-routes gebaseerd op het Friese Wandelknooppuntennetwerk.
De 13 etappes worden door Bosker vooral verhalend beschreven, waarbij de streekhistorie en de flora en fauna van de streek uitgebreid aan bod komen. De gids heeft meer het karakter van een wandelgids, dan een routegids, want je leest wel veel over wat je onderweg wandelend passeert, maar de incidentele teksten over de te wandelen etappe-routes zijn zo globaal, dat ze niet kunnen worden gebruikt om de route onbezorgd foutloos te lopen.

Wandelen in thema's en in etappes
Durkje en ik hebben besloten vandaag de voor ons voorlaatste route te wandelen van de 13 etappes van deze wandelgids. We lopen vandaag de eerste van de twee etappes van Themaroute 2, met als thema-titel 'Et laand van Lend' en Kuunder'. Dat Saksisch Stellingwerver thema verwijst naar de tocht heen en terug tussen Makkinga en Oldeberkoop, waarbij je wandelt door het tweestromenland tussen de twee Friese rivieren Lende (of Linde) ten zuiden en Kuunder (of Kuinder, Tjonger, Tsjonger) ten noorden van deze twee etappes.
Deze eerste etappe van Makkinga naar Oldeberkoop is 19 kilometer lang.
Etappe 2.1 is getiteld: 'Een tweedaagse zwerftocht langs de stellingen van de Friese Waterlinie'. De plaatsen Makkinga en Oldeberkoop liggen namelijk op de eeuwenoude verdedigingslinie - uit de Spaanse tijd - tussen enerzijds het Friese Slijkenburg & Overijsselse Kuinre, voorheen beide gelegen aan de voormalige Zuiderzee, en anderzijds Frieschepalen, op de grens van Fryslân/Groningen, waar dit Friese verdedigingswerk aansloot op de Groninger Waterlinie tot aan Nieuweschans, op de Nederlands-Duitse landsgrens.

Padvinden in het Wandelknooppuntennetwerk van Zuid-Oost Fryslân
Van elke etappe wordt in de wandelgids het startpunt en het eindpunt aangegeven, en de route-aanwijzing bestaat uit de opeenvolgende Wandelknooppuntennummers, die je wandelend 'in het veld' passeert. Het kaartje in de wandelgids met daarin de knooppuntennummers is zozeer verkleind afgebeeld, dat die niet kan worden gebruikt als betrouwbare routegids.
We kunnen vandaag gebruik maken van het Friese Wandelknooppuntennetwerk, waar de routebeschrijving in knooppunten correspondeert met de routeknooppuntpalen in het veld.
We komen vandaag een behoorlijk eind met de Friese Wandelknooppuntendeelkaart 3 van de Wouden, en met alle andere aanwijzingen in de routegids en in het veld, kunnen we de bedoelde route prima volgen zoals die door samensteller Bosker is bedoeld. Onderweg merken we dat de opeenvolgende nummers van de wandelknooppunten uit onze wandelgids niet geheel corresponderen met de Wandelknooppuntpalen in het veld, maar dat is geen belemmering om goed 'en route' te blijven. Enkele tussenliggende wandelknooppunten en hun palen zijn uit het veld verwijderd, maar de nog wel aanwezige Wandelknooppuntpalen houden ons prima op de beoogde route.

Etappe 2.1: Een tweedaagse zwerftocht langs de stellingen van de Friese Waterlinie
Enkele minuten vóór 8:00 uur vertrekken we met twee auto's vanuit een betrekkelijk warm Feinsum. Toen we vorige week vertrokken voor een andere etappe vroor het namelijk zes graden, maar vanmorgen vroeg is de temperatuur al 8 graden Celsius, en daarmee dus op dezelfde tijd 14 graden warmer dan vorige week.
Met beide auto's rijden we eerst naar het centrum van Oldeberkoop. Vlakbij de dorpskerk parkeren we de eerste auto. Daarna rijden we met de andere auto door naar het centrum van Makkinga, zo'n acht kilometer verderop naar het oosten. Tegen 9:00 uur parkeren we onze auto bij de Laurentiuskerk (1775) van Makkinga. Hier begint vandaag onze etappe - letterlijk - bij de klokslag van 9:00 uur..
De temperatuur loopt vandaag op tot 15 graden Celsius. De wind vanuit het zuiden waait niet hard en de zon schijnt vanmorgen al vroeg, dus waar we vorige week zondag nog een winterwandeling maakten tussen Ossenzijl en Wolvega, genieten we vandaag van een ware lentewandeling door de Tjongervallei tussen Makkinga en Oldeberkoop.

Warm wandelen langs ijs en sneeuw
We verlaten Makkinga via de Bercoperweg aan de westzijde, om dan via de Meulebosweg en de Kuinderweg door het open polderlandschap naar de - op een zandrug - hoger gelegen Balkweg te lopen. Links en rechts van ons zien we nog de restanten van het ijs en van de sneeuw van vorige week liggen in de sloten en tegen de oevers van die waterlopen.
Op de Balkweg passeren we het stalen halte-monument van de vroegere tramlijn tussen Oosterwolde en Steenwijk. Enkele honderden meters verder zien we waar dat oude smalspoor vroeger via een spoorbrug de Tjonger overstak.
Bij de huidige brug over de Tjonger slaan we linksaf, om dan het veldpad op te gaan, dat we enkele kilometers volgen op de kade langs de Kuunder. In de rietkraag langs de Tsjonger, en ook in de lange en brede poldersloten richting Makkinga liggen in de Makkingasterpolder ook nog de winterse restanten van ijs en sneeuw van vorige week. Waar in een brede sloot het water opborrelt uit een wel, treffen we evenwel een open plek aan tussen het met sneeuw bedekte ijs.
 

Als we een groot wiel (een oude rivierdoorbraak) passeren ter hoogte van de rivierbrug bij Prikkedam, schijnt de zon al volop en warm. We steken de doorgaande weg over en vervolgen ons veldpad over de kade langs de Kuunder.

Door de Diaconievene en over de Delleboersterheide
Verderop verlaten we de gekanaliseerde Tjonger, om dan door de rivierpolder over drassige paden en over een breed zandpad langs bosperceeltjes naar het buurtschap Egypte te lopen.
Door Egypte lopen we naar het bosperceel van de Diaconievene. Op een houten bank aan de oever van het uitgestrekte water van de ven van Diaconievene nemen we plaats om even te rusten, en om een broodje te eten bij de door ons meegenomen koffie uit de thermosfles. We hebben een schitterend uitzicht over het nog grotendeels met een restantlaagje ijs bedekte veenmeertje.
Na deze koffiepauze lopen we verder door de Diaconievene in de richting van de Delleboersterheide.
Aan de overzijde van de Alberdalaan wandelen we over de Delleburen die Delleboersterheide op. Daarbij passeren we eerst de Catspoele, één van de vennen in dit uitgestrekte heidegebied.
We volgen de af en toe drassige wandelpaden die door het noordelijke deel van de Delleboersterheide lopen. Ook hier passeren we weer een heideven. We ontmoeten er een stel dat enkele dagen in deze streek verblijft - om die vervelende Corona-perikelen even te vergeten - en dat volop geniet van dit mooie natuurgebied.
Waar we door een duinengebied de Tjonger weer zijn genaderd, veranderen we van richting, om dan in zuidoostelijke richting verder te gaan over de Delleboersterheide.


Naar Oldeberkoop
Over een breed zandpad lopen we het heidegebied uit naar de parkeerplaats van de Delleboersterheide aan de Oosterwoldseweg. Twee mannen bekijken daar een auto met een groen kenteken van top tot teen. Kennelijk maken ze een proefritje en checken ze onderweg even deze auto op zichtbare technische mankementen.
Dan rest ons nog enkele kilometers door de berm via de Oosterwoldseweg, langs Deddingabuurt richting Oldeberkoop. Halverwege komen we langs een zitbank, waar we nog even pauzeren om ons laatste meegenomen brood te eten.
Tot slot wandelen we dan langs de Oosterwoldseweg naar Oldeberkoop. Bij het Hof van Oldeberkoop naast de Bonifatiuskerk arriveren we bij onze hier geparkeerde auto. 
Met deze auto rijden we rechtstreeks terug naar Makkinga, waar onze andere auto staat geparkeerd bij de Laurentiuskerk. Dan rijdt Durkje door naar Appelscha, waar ze Baukje met Elwin & Nolan ontmoet voor een korte boswandeling, en rijd ik naar Drachten om op de terugweg nog op bezoek te gaan bij mim. Aan het eind van de middag zijn we beiden weer thuis in Feinsum, terugblikkend op deze prachtige lentewandeldag in het 'Laand van Lend' en Kuunder'.

maandag 15 februari 2021

De uniformering voorbij

Zaterdag 13 februari 2021

Cover van 'De uniformering voorbij'

De uniformering voorbij

Het Nederlandse landschap roept ongenoegen op. Steeds luider klinken de klachten over eenvormigheid. Karakteristieke, regionale landschappen en woonoorden zijn na de Tweede Wereldoorlog verdwenen ten gunste van gebieden die volstrekt inwisselbaar lijken.
Deze uniformering heeft met name sinds het laatste decennium van de twintigste eeuw een krachtige reactie opgeroepen. Er is een verlangen naar meer variatie, historisch besef, naar spontaniteit en wildheid. Dit romantische verlangen neemt verschillende gedaanten aan: de bescherming van idyllische cultuurlandschappen, maar ook het scheppen van nieuwe wilde natuur, waarin de menselijke invloed minimaal is; de toegenomen belangstelling voor monumentenzorg, maar ook het bouwen van nieuwe huizen in traditionele stijl; de wens om in het groen te wonen en het idee dat iedereen zijn eigen huis kan laten bouwen.

Een nieuwe romantiek van stad en land
Het boek 'De uniformering voorbij'
(2002) werd samengesteld door Koos Neuvel. De subtitel van deze publicatie is: 'Een nieuwe romantiek van stad en land'.
Deze uitgave kwam tot stand in samenwerking met VU-podium. Socioloog Koos Neuvel was indertijd stafmedewerker van VU-Podium.
In deze bundel interviews gaat Koos Neuvel in gesprek met een aantal deskundigen op het terrein van landschap, architectuur en stedenbouw.
Aan de orde komt de vraag hoe en in welke mate er een uniformering van het landschap heeft plaatsgevonden, en hoe de alternatieven te beoordelen die het landschap een meer gevarieerde aanblik beogen te geven.

  • Is de nieuwe romantiek van stad en land louter een vorm van nostalgie waarmee we de toekomst de rug toekeren?
  • Of is dit romantisch verlangen juist waardevol omdat het leidt tot een inrichting van stad en land waarin een mens zich daadwerkelijk thuis kan voelen?
Het ongenoegen over de inrichting van het Nederlandse landschap wordt steeds luider uitgesproken.
De consensus luidde dat Nederland eenvormiger en daarmee minder aantrekkelijk is geworden.

Inleiding - het onbehagen in het landschap - Koos Neuvel
  • In de loop van de 90-er jaren verbreidde zich een gevoel van onvrede met het Nederlandse landschap en de woonomgeving, dat werd beoordeeld als kaal en monotoon.
  • In de kritiek op de Vinex-wijk (mengvorm van functies zoals: wonen, werken en winkelen, vol levendige stedelijkheid) balde zich a.h.w. het ongenoegen van een kleine halve eeuw uniformering samen.
  • Het onbehagen over de inrichting van Nederland nam ook toe door een onmiskenbare nivellering van het verschil tussen stad en platteland.
  • Iedere eenzijdige ontwikkeling roept zijn tegendeel op. 
  • Tegenover een trend van uniformering en rationalisering van het landschap staat een even snel groeiende behoefte aan wildernisromantiek (van stad en land, van natuur en architectuur).
  • Onder 'behoud door ontwikkeling' van landschap verstaan we niet dat we het verleden moeten bevriezen en musealiseren, maar dat we het landschap moeten revitaliseren.
  • Eén van de belangrijkste doelstellingen is om vanuit recreatief belang de toegang tot het landschap te vergroten.
  • Voor instandhouding van het landschap staan van oudsher twee strategieën ter beschikking: behoud en restauratie.
  • Architecten hebben zich nooit in massapopulariteit mogen verheugen.
  • Moderne woonwijken werden als kil, anoniem en monotoon betiteld, terwijl de oudere vormen van bouwkunst in verband werden gebracht met sfeer, geborgenheid en herkenbaarheid.
  • De kwaliteitseisen van bewoners gingen zich steeds meer richten op een gevarieerde vormgeving van de woonomgeving. De overgangen tussen cultuur en natuur moesten niet scherp, maar juist vloeiend zijn.
  • Architect Carl Weber bepleitte het idee dat in principe alle mensen in staat moesten zijn een huis naar eigen voorkeur te laten bouwen.
  • Gemiddeld 17% van de woningbouwproductie in Nederland werd door particulieren gerealiseerd, maar in een provincie als in Fryslân ligt dat op 40%.
Het romantisch wandelen van Ton Lemaire - Ton Lemaire
  • Voor de Nederlandse cultuurfilosoof Ton Lemaire is wandelen niet een vorm van activiteit, maar meer een bijzonder vorm van passiviteit van het ontvankelijk zijn voor de omgeving, voor het zich open stellen voor alle zintuiglijke indrukken. Wandelen is voor hem het vermogen om stil te staan bij de dingen om ons heen.
  • Natuurgenot is mede mogelijk gemaakt door natuurbeheersing.
  • Het verlangen naar de natuur was voor de Franse schrijver en filosoof Jean-Jacques Rousseau identiek aan verlangen naar vrijheid en authenticiteit. Zijn liefde voor de natuur is een vorm van cultuurkritiek, een verzet tegen de uniformering van het denken en het gedrag.
  • Wie tegenwoordig door het Nederlandse landschap wil wandelen, wordt vooral geconfronteerd met de aanslagen erop.
  • Wanneer het ons allemaal te hard gaat, willen we ontsnappen aan de cultuur en idealiseren we de natuur, verafschuwen we de stad en verheerlijken we het landleven.
  • Het wandelen heeft voor Lemaire altijd te maken gehad met zowel een bewondering voor de natuur als voor de geschiedenis.
  • Behoed ons voor de alles regelende, alles plannende, alles calculerende en alles vermenselijkende geest van de beschaving.
Bijna nergens is stilte te vinden - Ton Lemaire
  • De ruilverkaveling heeft er mede voor gezorgd dat de natuur en het landschap werden verarmd door een rigoureuze aanpassing aan de eisen van de intensieve landbouw en veeteelt.
  • Bergsporten wijzen op een fascinatie voor een ontmoeting met min of meer ongerepte natuur.
  • Thoreau verzucht dat er een beschaving mogelijk moet zijn die ons in staat stelt te genieten van de voordelen van de moderne tijd zonder te lijden onder de nadelen ervan.
Het wezen van het Nederlands landschap ligt in een combinatie van enerzijds nut en noodzaak en anderzijds schoonheid - Gerrie Andela
  • De industrialisering van de landbouw maakte het landschap strakker en kaler, en de regionale landschapsverschillen werden aanzienlijk genivelleerd.
  • Natuurbeleving is altijd een stedelijke aangelegenheid geweest, niet iets van de boeren zelf.
  • Wat de één in een boerderij beoordeelde als krakkemikkigheid, waardeerde de ander juist als charme.
  • Het idee van rationalisering, voortkomend uit het Taylorisme, uitgaande van het principe van arbeidsdeling, specialisatie en efficiënt handelen, kende ook een agrarische pendant.
  • Ruilverkaveling werd landinrichting.
  • Tegenwoordig gebeurt landinrichting vooral op recreatieve en landschappelijke voorwaarden. De landbouw is allang op zijn retour.
  • Andela pleit ervoor het landschap als een ontwerp-opgave te zien.
  • De bedoeling is om natuurgebieden in heel Nederland met elkaar in verbinding te brengen.
  • Nu maken boeren meer gebruik van de mogelijkheid tot het verkrijgen van subsidie voor het onderhoud van natuurwaarden en landerijen. Men probeert allerwegen nieuwe inkomsten te genereren. Tegenwoordig hebben boeren stedelijke nevenfuncties, met name op het terrein van recreatie. Maar achter de ydille speelt zich een drama af. Veel boeren zijn gedwongen hun bedrijf te beëindigen.
  • In Nederland is de inrichting van een gebied geheel het gevolg van overheidsoptreden of van een door de samenleving gewenste functie. Alles is bewust gepland. Ook de functie natuur is gepland. Aan het creëren van soortenrijkdom ligt een technologische handelingswijze ten grondslag.
  • Landschappen zijn geografische eenheden, waarover bij voorkeur op grote schaal moet worden nagedacht.
  • Landschapsarchitecten hebben veel goed werk verricht.
  • Nederland zet steeds opnieuw het landschap naar eigen hand.
Wild is mooi maar het moet niet te gek worden - Henny van der Windt
  • De Nederlandse natuurbescherming had in de beginjaren een licht romantische inslag.
  • De tuinen van het Loo en van Versailles belichamen een extreme vorm van natuurbeheersing.
  • Altijd is er een verlangen naar wildheid en vervolgens een confrontatie met de maatschappelijke praktijk.
  • Vogels zijn de voornaamste representanten van een natuur die mag doen wat die wil.
  • Een natuurmonument is een zeer cultureel verschijnsel.
  • In Nederland was geen natuur in zijn oorspronkelijke vorm te vinden, maar het was ook geen puur cultuur. Het begrip 'half-natuur' was een hele opluchting, een passende omschrijving van het Nederlands landschap.
  • Naarmate de natuur in de loop der eeuwen in toenemende mate van zijn ongereptheid is ontdaan, is het verlangen naar ongereptheid alleen maar toegenomen.
  • Wilde natuur is voor de gemiddelde wereldburger niet anders dan voor de 19e-eeuwse Nederlander: ellende!
  • Hoe groter de dreiging van de natuur, hoe minder natuurbescherming er zal zijn.
  • De grenzen van het verlangen naar een wilde natuur zijn al in zicht gekomen.
  • Niet voor niets hebben we ons de afgelopen eeuwen ontworsteld aan de overmacht van de natuur.
  • Als we terug willen naar de natuur van 400 jaar geleden, krijgen we ook een deel van de last terug die we destijds van de natuur hadden.
  • Men heeft het tegenwoordig wel over natuurethiek, maar dan vooral over de intrinsieke waarde van het landschap, over natuur die een geheel eigen plek dient te hebben.
  • In het woord 're-creatie- zit het eigenlijk al inbegrepen: het je zelf hervinden. We hebben het tegenwoordig over de behoefte om even alleen te zijn, tot rust te willen komen, de gedachten de vrije loop te laten. Het begrip recreatie is zo vanzelfsprekend geworden, dat hoef je niet meer uit te leggen.
  • Babyboomers zijn opgeleid aan democratiserende universiteiten en bezitten een activistische mentaliteit.
  • Natuur mocht geen franje meer zijn, maar moest een geheel eigen politiek beleidsterrein worden.
  • Door de enorme aanwas van leden van natuurorganisaties werden deze organisaties een machtsfactor van belang.
  • Natuurontwikkeling zal veel meer worden gekoppeld aan zaken als waterberging en recreatie.
Ik word bang van die collectieve liefde voor alles wat er is, en die geringe belangstelling voor wat er komen moet - Auke van der Woud
  • Als in de 19e eeuw de begrippen waarheid en karakter in een gebouw belichaamd waren, was sprake van bouwkunst (waarheid = de buitenkant laat zien hoe het gebouw er van binnen uit ziet) ( karakter = een gebouw laat zien welke functie het heeft).
  • Het zoeken naar het karakter van historische voorbeelden is een middel om tot expressie van een eigentijdse architectuur te komen.
  • In de 20e eeuw werd de originele kunstenaar iemand die grenzen verlegde en zich van het verleden niets aantrok.
  • De architecten van de 19e eeuw interesseerden zich voor het verleden, juist omdat de toekomst hen ter harte ging.
  • In de 20e eeuw is de artistieke missie verdwenen; die missie is geïncorporeerd in de techniek van het bouwen.
  • De geschiedenis en het karakter van een gebouw zijn in de modernistische architectuur niet aan de orde.
  • Het Groninger Museum is één van de meest opvallende moderne gebouwen.
  • Schoonheid is iets dat wij kunnen aanvoelen, en mensen met een gemeenschappelijke achtergrond kunnen die elkaar aanwijzen, maar onder woorden brengen, is een stuk moeilijker.
  • Ten onrechte bestaat de indruk dat restaureren een terugbrengen in oude luister is. Er vindt bovendien een musealisering van de oude architectuur plaats. En musealiseren is verstarren.
  • Een reconstructie is altijd een momentopname.
  • De hele cultuur is ingesteld op groei en verandering. En die verandering houd je niet tegen, zo je dat al zou willen.
  • Architectuur en stedenbouw zijn bij uitstek culturele activiteiten.
Sinds men in de Bijlmer met het breken begon, is in Nederland een grote afbraakwoede ontstaan - Koos Bosma
  • Direct na de 2e Wereldoorlog vond in hoog tempo een standaardisering van de woonomgeving plaats.
  • Systeembouw leidt tot verstarring.
  • Wanneer de bevolking tot op zekere hoogte homogeen is, kun je uniform bouwen.
  • De burger wil het liefst een zo leeg mogelijke woning, die hij naar eigen voorkeur kan inrichten.
  • Er is onvoldoende besef geweest dat bij het bouwen van een woning zoveel mis kan gaan.
  • In de wederopbouw maakten mensen zich er minder zorgen over of hun huis wel streekeigen was, en meer over het aantal vierkante meters van de woning.
  • In de Woningwet worden huizen in 50 jaar afgeschreven.
  • De woningplattegronden zijn nog altijd heel kneuterig, en de tuintjes blijven klein. Het probleem van de Vinex-wijken is niet dat ze monotoon in uiterlijk zijn , maar monotoon in functie.
  • Het is niet minder belangrijk een aanzienlijke woningvoorraad te hebben voor de laagste inkomens. 
  • Ook voor de starters op de woningmarkt is het nuttig dat er kleine, goedkope huurwoningen blijven bestaan.
Er ontbreekt een nationaal besef dat het platteland een eigen cultuur bezit - Willem van Toorn
  • Het landschap is leesbaar, de sporen van het verleden vallen er in aan te treffen.
  • Men begrijpt niet dat wanneer je over landschap spreekt, je het niet zozeer over natuur hebt, maar over cultuur.
  • Nederland heeft geen vrije, ongerepte natuur; is al eeuwenlang een park.
  • Het platteland is het recreatiegebied van de stedeling geworden.
  • De stedeling is vervreemd geraakt van het platteland.
  • Gebrek aan kennis is heel gevaarlijk, want dan interesseert het je ook niet meer om iets in stand te houden.
Het moet bedreigd zijn willen we het mooi vinden - Wybren Verstegen
  • Spontane herbebossing is vaak helemaal niet leuk, want dit leidt tot saaie landschappen.
  • Als we het aan de natuur hadden overgelaten, zouden we helemaal geen fraai landschap hebben.
  • De meeste mensen willen een rijkgeschakeerd landschap. We willen afwisseling, en geen eindeloze bossen.
  • Het landschap is ontegenzeglijk verschraald en eenvormig geworden.
  • In Nederland wilde men zelfs ooit de Waddenzee inpolderen. Dat die er nog is, komt omdat we die gronden niet meer nodig hebben.
  • De natuur gaat gewoon haar gang, en weet niets.
  • De mensheid heeft het voor het zeggen op deze planeet.
  • Ieder stukje van het land heeft steeds een scherp afgebakende functie.
  • Er zijn te veel Nederlanders die te veel willen.
De opkomst van het prikkeldraad heeft het aantal landschappelijke prikkels verminderd - Marius de Geus
  • De opkomst van het prikkeldraad betekende een aanslag op de biodiversiteit, aangezien het doorgaans in de plaats kwam van gevlochten heggen; en die vormen een toevluchtsoord voor diverse kleine diersoorten, zoals boomkikkers, vlinders en vogels.
  • Er dient sprake te zijn van een wisselwerking tussen mens (niet als overheerser, maar als participant) en natuur.
  • Het ideaal van De Geus is dat mensen vrijwillig met elkaar samenwerken en een intensievere relatie met het landschap onderhouden.
  • Wij leven in een samenleving die voortdurend in verandering is, waarin flexibiliteit het hoogste goed is.
  • Er moeten oases van wildernis zijn, omdat de mens daar behoefte aan heeft.
  • Een utopie is een niet te realiseren ideaaltoestand, die niettemin wel een richting kan aangeven.
  • Zoals de vele fusies in het onderwijs niet hebben geleid tot kwaliteitsverhoging, zo brengt verstedelijking vaak sociale ellende met zich mee.
  • Goed beschouwd is onze enige wildernis te vinden in het Waddengebied.
  • Ruimte en landschap vormen een sterk veronachtzaamd beleidsgebied.
  • Boeren moeten meer bij het landschapsbeheer betrokken worden. Dan kunnen ze minder eenzijdig afhankelijk worden van landbouw- en veeteeltproductie. Er ontstaat dan voor hen een grotere diversiteit aan inkomstenbronnen.
  • Het doel van het leven is het bereiken van zelfkennis, ontplooiing en geluk (Aristoteles).
Het tempo van verandering maakt ons duizelig - Jan Kolen
  • De geschiedenis kan men alleen maar aan het landschap onttrekken, door haar op te graven en te vernietigen.
  • We weten het meeste van de landschappen die er niet meer zijn.
  • Archeologen moeten meer gebruik maken van de historische verhalen die er al zijn.
  • De verbeeldingskracht mag best aan het werk worden gezet.
  • Individueel gevoel en persoonlijke herinnering zijn waarden die in de moderne samenleving niet erg belangrijk meer worden gevonden.
  • Een hele ervaringseconomie is zich aan het ontwikkelen. Daarin ontbreekt het aan authenticiteit. Mensen willen leerzame en luchtige ervaringen ondergaan.
  • Geschiedenis kan ook buitengewoon traumatisch zijn.
  • Een ernstige bedreiging voor het historisch bewustzijn is het ontwikkelingstempo van het landschap.
  • Er bestaat een voortdurende strijd tussen twee kampen: de behoudzuchtigen versus de ontwikkelingsdenkers.
  • Mensen hechten wel waarde aan het verleden in het landschap.
  • Er bestaat kennelijk een behoefte aan contrasterende landschappen, die niets met ons eigen verleden te maken hebben.
  • De mens heeft de wens om ooit herenigd te worden met plekken en landschappen die in onze persoonlijke geschiedenis of in de geschiedenis van onze voorouders een belangrijke rol hebben gespeeld.
Mensen willen in een sprookje wonen, maar dat mag niet van het gilde van de goede smaak - Vincent van Rossem
  • De consument wil een romantisch huis.
  • De Nederlandse overheid brengt een rigoureuze scheiding aan tussen stad en land.
  • We hebben ruime huizen nodig, minimaal 120 vierkante meter op een redelijke kavel.
  • Op dit moment (2002) zou het voor de volkshuisvesting werkelijk een zegen zijn als de overheid stopt zich ermee te bemoeien.
  • Het kan niet aantrekkelijk zijn om hoog te wonen in een weiland in de buurt van Leeuwarden.
  • Alle modieuze architecten kunnen de meest onbewoonbare woningen ontwerpen en ermee weg komen.
  • Architectuur is volgens Van Rossem iets waar je alleen maar last van hebt.
  • Het is opvallend dat veel architecten in Nederland niet in een door henzelf ontworpen huis wonen.
  • We hebben collectief een hekel aan eigentijdse architectuur.
  • De eentonigheid van de Vinex-locaties zit hem vooral in het woningtype.
  • Het is een wonderlijke manier van denken dat je iets niet zou mogen kopiëren.
  • In de architectuur geldt: een kopie van iets wat goed is, is óók goed. In de praktijk is architectuur vooral een kwestie van goed afkijken. Ongeveer eens in de eeuw staat een architect op die werkelijk creatief is.
  • Tegenwoordig (2002) is modernisme alleen maar vormgeving.
  • Hoe mobieler de burgers, hoe conservatiever de huizenkeus.
  • Een normaal mens wil op een zeker moment tot zichzelf komen.
  • Het getuigt juist van intelligentie om niet consequent te zijn, om het beste van verschillende werelden te combineren.
  • We zijn voortdurend op zoek naar een handig compromis.
  • In hedendaagse (2002) bouwvakbladen staan geen mooie huizen meer, en ze verkopen er ook nog eens kletsverhalen bij.
  • Een huis is geen autonoom kunstwerk, je moet er gewoon in kunnen wonen en werken.
  • De retro-trend is heel stevig, de mensen zijn het modernisme namelijk spuugzat.
  • We willen ons in toenemende mate ontspannen in aantrekkelijke, cultuurhistorische landschappen.
Wij architecten moeten leren om net als in de kledingindustrie confectielijnen te ontwerpen - Carel Weber
  • Het gaat Weber erom dat er een gedifferentieerd woningaanbod komt.
  • Het onderscheid tussen wonen en recreëren is al sterk vervaagd.
  • De staatsbemoeienis leidt tot een zekere eenheid in vorm (bijvoorbeeld: modernistische cultuur), en daarmee tot een specifiek soort esthetiek.
  • Wie bepaalt eigenlijk wat kwaliteit is?
  • Samenhang leidt tot teveel uniformiteit.
  • In het buitenland vernieuwen de steden zich ook van binnen.
  • We hebben bezwaar tegen de vorm, omdat we de vorm van een morele inhoud hebben voorzien; de vorm is verbonden met ideologie.
  • Architectuur is geen vrije expressie. Een architect dient zich te laten leiden door opdrachtgever en overlevering.
  • In de echte architectuur gaat het om de ambitie om een werk de expressie te laten zijn van individuele creativiteit.
  • In de confectie bestaat een enorme diversiteit; waar architecten goed naar moeten kijken.
Alles wat bijdraagt aan de complexiteit en differentiatie van een landschap is een verrijking - Freek Coeterier
  • Mensen willen graag verrast worden.
  • Er bestaat een theorie die zegt dat een bepaalde hoeveelheid activiteit, een hoeveelheid informatie, nodig is om de hersenen op gang te houden.
  • Rustgevend is niet altijd hetzelfde als het ontbreken van prikkels.
  • In Nederland dient ook de wilde natuur er verzorgd uit te zien.
  • Zodra in een historische omgeving de verloedering haar intrede doet, begint een negatieve spiraal van meer verwaarlozing en vandalisme.
  • Het landschap krijgt gevoelswaarden (bijvoorbeeld een beeld van zuiverheid) die het niet had toen mensen er hard moesten ploeteren.
  • Het natuurlijke associëren we met geheimzinnigheid en onvoorspelbaarheid.
  • Een natuurgebied en een historische binnenstad hebben door hun organische uitstraling hetzelfde vermogen om bij mensen een gevoel van intimiteit en geborgenheid op te roepen.
  • Afwisseling moet zich altijd afspelen binnen een zekere samenhang en passen in een geheel; er moet zowel eenheid als verscheidenheid zijn. Als er alleen maar verscheidenheid is, ervaren mensen dat als een rommeltje.
  • Er heeft zich een eenzijdige ontwikkeling voorgedaan, waarbij techniek en functionaliteit de overheersende krachten zijn geworden.
  • Architecten werken alleen voor eigen glorie. Met architecten valt moeilijk samen te werken. Ze voelen zich kunstenaar. 
  • In de moderne architectuur is het bedachte dominant, en het gevoelsmatige nagenoeg afwezig.
  • Moderne gebouwen zijn niet per se slecht, zo lang ze maar aan de behoefte van het gevoel tegemoetkomen.
  • Het is een realiteit dat landschappen in Nederland steeds minder van elkaar zijn gaan verschillen.
  • De eigenheid van het dorp wordt aangetast door de nieuwbouwwijk, door het verschijnsel dat er zoveel forenzen zijn. Landschappen worden soms letterlijk uitgehold, en de beleving daarmee ook. Het typische lokale is aan het verdwijnen.
  • Alles wat bijdraagt aan de complexiteit en differentiatie van het landschap is een verrijking.
  • Laat de mensen maar meedenken over de inrichting van hun omgeving. Dat vergroot niet alleen het draagvlak, maar ook de inspiratie om tot creatieve plannen te komen.
  • We moeten vanuit de bestaande situatie onze omgang met het landschap gaan verbeteren.
De verbondenheid met de geschiedenis gaat niet diep - Hans Mommaas
  • Mensen gunnen zichzelf niet meer de tijd iets langzaam te ontdekken, maar willen bij voorbaat gegarandeerd zijn van de opbrengst van hun schaarse vrije tijd. 
  • Tegenwoordig (2002) is niet de standaardisering aan de macht, maar de diversificatie.
  • De belangrijkste energie van mensen gaat uit naar de eigen woning als centrum van het bestaan, in het bijzonder ook het centrum van ontspanning en vrijetijdsbesteding.
  • Het is een voortdurend gevecht om spaarzame tijd.
  • De economische waarde van de binnenstad is sterk toegenomen.
  • Alle steden zijn in concurrentie met elkaar en investeren hevig in de eigen belevingswaarde. Het historiseren van het stadsbeeld is daar een belangrijk onderdeel van.
  • Uniformering en diversificatie zijn een gevolg van mondialisering en schaalvergroting.
  • Juist door standaardisering wordt het des te belangrijker om iets aan eigenheid te bewaren.
  • Er is een toenemende behoefte en noodzaak om vast te houden aan de eigen identiteit.
  • Het toerisme, en alles wat we meebrengen van elders, is voor een belangrijk deel de inrichting van het land gaan bepalen. Als gevolg van toerisme en migratie komen er andere cultuurelementen in de eigen cultuur.
  • Vroeger bestond er nog een zekere eenheid van tijd en ruimte.
  • De manipuleerbaarheid van de ruimte is veel groter geworden.
  • We creëren een ideaalbeeld van een landschap in de eigen tuin - het pastorale landschap.
  • We willen interessante natuur.
  • Het landschap zal van een typische productiesector steeds meer veranderen in een decor voor consumptie in het kader van de vrijetijdsbesteding. Daarbij willen we iets met bos en water, en in ieder geval veel afwisseling.
  • De mensen in de Vinex-wijken zijn allerminst ontevreden over hun woningen, maar zien hun verblijf wel als een overgangsfase, tot ze echt iets landelijks of stedelijks kunnen krijgen.
  • De diversiteit zal blijvend zijn.
Nabeschouwing: romantiek en natuur - naar een andere beleving - Bart Voorsluis
Voorsluis herneemt het verbindende thema van een nieuwe romantiek en verdiept die nog eens.
  • In Nederland heeft er een omslag plaatsgevonden in waardering voor de omgeving.
  • Na de 2e Wereldoorlog was er een schreeuwende behoefte aan woningen en aan voedsel, en geen van beide was voldoende aanwezig.
  • Wie gewend is Nederland te bezien als een natie waar overleg het basisprincipe van besluitvorming is, wordt getroffen door de allesoverheersende rol van de overheid in dit proces.
  • Bij de herinrichting van het boerenbedrijf ging het vooral om schaalvergroting, doelmatigheid, scheiding van werk en leefsfeer en rationalisering van de voedselproductie.
  • Mensen kunnen zich met smaak onderscheiden en volgens sociologen is smaak in onze vrijwel klassenloze maatschappen verbonden met status en beantwoordt ze aan een algemene distinctiedrift.
  • De Romantiek wil de werkelijkheid begrijpen, interpreteren en ziet in die benadering de mens als een zichzelf ontplooiend wezen.
  • De moderne cultuur schept een vals beeld van de werkelijkheid en vernietigt wat voor ons van wezenlijk belang is.
  • Romantiek is een terugkeer naar de natuur, in naam van de cultuur.
  • De verwantschap met de natuur is door de moderne cultuur verstoord en zelfs vernietigd.
  • We moeten tot het besef komen dat we in disharmonie met onszelf en met onze omgeving leven.
  • Iedereen heeft een eigen schema, een eigen maat en een eigen tempo.
  • Er is sprake van geleidelijke ontplooiing, maar de onbepaaldheid ervan is principieel.
  • Wat je wordt, beantwoordt aan wat je zelf bent.
  • Je herkent gaandeweg steeds beter wat van jezelf is en daarmee wat niet bij je hoort. Het is een groei in bewustzijn.
  • Ik ben, uiteindelijk, mijn eigen criterium en die waarheid betekent iets van vitaal belang: trouw aan mezelf.
  • De natuur is groeikracht en creatie; identiteit is wasdom en rijkdom.
  • Maatschappelijke regels houden de mensen verdeeld, en dringen gevoel en verstand uiteen.
  • Als de cultuur ons omtrent onszelf bedriegt, waar herkent de mens dan nog iets van zichzelf; waartoe behoort hij wezenlijk?
  • We moeten terug naar een oorspronkelijke natuur, naar een houding van aanvaarding en respect, wellicht van overgave. De ongereptheid en de harmonie moeten terugkomen.
  • Nostalgie (pijn om de terugkeer) is lijden aan het bestaande, in het besef dat het eens anders was, maar dat terugkeer niet mogelijk is.

zondag 14 februari 2021

Onbezorgd lanterfanten in Tweestromenland

Zondag 14 februari 2021 - Valentijnsdag

Over de Oosterdallaan, op de grens van Fryslân en Overijssel

















Tussen Landweer & Friese Waterlinie
In het jaar 2015 verscheen de wandelgids 'Tussen Landweer & Friese Waterlinie', geschreven door de landschapsjournalist Fokko Bosker. Deze wandelgids bevat vijf Themaroutes, die zijn opgebouwd uit 13 afzonderlijke wandelroutes door de Friese gemeenten Ooststellingwerf & Weststellingwerf, over een afstand van 250 kilometer, en qua etappe-routes gebaseerd op het Friese Wandelknooppuntennetwerk.
De 13 etappes worden door Bosker vooral verhalend beschreven, waarbij de streekhistorie en de flora en fauna van de streek uitgebreid aan bod komen. De gids heeft meer het karakter van een wandelgids, dan een routegids, want je leest wel veel over wat je onderweg wandelend passeert, maar de incidentele teksten over de te wandelen etappe-routes zijn zo globaal, dat ze niet kunnen worden gebruikt om de route onbezorgd foutloos te lopen.

Wandelen in thema's en in etappes
Durkje en ik hebben besloten vandaag weer een route te wandelen van de 13 etappes van deze wandelgids. We lopen vandaag de derde en laatste etappe van Themaroute 5, met als thema-titel 'Op het otterpad - Driedaagse dwaaltocht door de laagveenmoerassen in Zuidoost-Friesland'.
Deze etappe van Ossenzijl naar Wolvega is 19 kilometer lang, maar omdat we vanmorgen vanaf de dorpsrand van Ossenzijl eerst nog de laatste kilometer lopen van onze voorgaande etappe van vorige week, komt er feitelijk nog ongeveer een kilometer bij, en is onze wandelafstand vandaag zo'n 20 kilometer.
Etappe 5.2 is getiteld: 'Onbezorgd lanterfanten in Tweestromenland'. Met dat Tweestromenland wordt het gebied tussen de Friese rivieren de Tjonger (Tsjonger) en de Linde (Lende) bedoeld.

Padvinden in het Wandelknooppuntennetwerk van Zuid-Oost Fryslân
Van elke etappe wordt in de wandelgids het startpunt en het eindpunt aangegeven, en de route-aanwijzing bestaat uit de opeenvolgende Wandelknooppuntennummers, die je wandelend 'in het veld' passeert. Het kaartje in de wandelgids met daarin de knooppuntennummers is zozeer verkleind afgebeeld, dat die niet kan worden gebruikt als betrouwbare routegids.
We kunnen vandaag voor een deel wel gebruik maken van het Friese Wandelknooppuntennetwerk, waar de routebeschrijving in knooppunten correspondeert met de routeknooppuntpalen in het veld.
Omdat het wandelknooppuntennetwerk op onze wandelkaarten alleen voor Fryslân goed gedocumenteerd is, en nog niet voor Overijssel, moeten we naast enkele wandelknooppunten-richtlijnen ons vandaag vooral richten op andere aanduidingen, zoals een uitgebreider routebeschrijving, en het volgen van Overijsselse knooppunten. Vandaag lopen we namelijk in het grensgebied van Overijssel en Fryslân. 
We komen vandaag een behoorlijk eind met de Friese Wandelknooppuntendeelkaart 3 van de Wouden, en met alle andere aanwijzingen in de routegids en in het veld, kunnen we de bedoelde route prima volgen zoals die door samensteller Bosker is bedoeld. Al snel hebben we in de gaten dat de wegwijzers van het Waterreijkpad - zoals in de wandelgids vermeld - niet (meer) langs de route staan, maar dat je de groene pijlen-route daarentegen wel prima kunt volgen om 'en route' te blijven.

Etappe 5.3: Onbezorgd lanterfanten in Tweestromenland
Enkele minuten vóór 8:00 uur vertrekken we met twee auto's vanuit een winters en dan al zonnig Feinsum, en rijden we eerst naar het centrum van Wolvega. Vlakbij het treinspoor parkeren we de eerste auto. Daarna rijden we met de andere auto door naar de noordwestelijke dorpsrand van Ossenzijl. Om 9:00 uur parkeren we onze auto in Ossenzijl. Hier begint vandaag onze etappe.
Bij ons vertrek vanmorgen vanuit Ossenzijl vriest het 6 graden, en die temperatuur loopt vandaag op tot net 2 graden boven het vriespunt. Het waait niet hard en de zon schijnt vanmorgen volop, dus bij deze winterse temperatuur is het schitterend winterweer voor onder andere schaatsers en voor ons als wandelaars.

Schaatsweer in een schitterend winterlandschap bij Ossenzijl
In Ossenzijl steken we in het dorpscentrum eerst de brug over. Enkele schaatsers klunen over de brug, en stappen aan de overzijde op de Ossenzijlersloot. Ook op de Motorkade en richting Kalenberg zien we schaatsers gaan en komen. 
Bij Buitencentrum Weerribben en De Kluft nemen we het fietspad van het Breeweersepad langs het Kanaal Steenwijk-Ossenzijl. Op het parkeerterrein bij het Buitencentrum staan nu al veel auto's en we zien tientallen schaatsers met lange streken over het kanaalijs gaan. Gezinnen, schaatsmaten en stelletjes die ervoor hebben gekozen om nu op deze vroege ochtend al te gaan schaatsen, hebben de goede keuze gemaakt, want met die aangename zonneschijn erbij is het hier prachtig schaatsweer in dit schitterende winterlandschap van sneeuw en ijs.
 

Met slechts twee Z-bochten wandelen we in een nagenoeg rechte lijn - richting IJsselham - van Ossenzijl naar Oldemarkt. Daar passeren we eerst de protestantse en daarna de rooms-katholieke kerk, om verderop voorbij de basisschool door een woonwijk naar de Frieseweg te lopen, die we daarna volgen om Oldemarkt aan de oostzijde te verlaten.

Van Oldemarkt langs Paasloo en Blesdijke
Voorbij Oldemarkt volgen we over de Markeweg en over de Oosterdallaan precies de grenslijn tussen Overijssel en Fryslân. De glooiende Oosterdallaan is bedekt met nog een behoorlijke laag sneeuw van de afgelopen week.
Ook in oostelijke richting blijven we nog heel lang de Overijssels-Friese provinciegrens volgen. Over smalle en brede dik besneeuwde veldpaden lopen we achter het dorp Paasloo langs en ook langs het Landgoed De Spinnerskaampe. Bij een bankje tegen een bosrand pauzeren we even om een broodje te eten en de meegenomen koffie uit de thermoskan te drinken. Een schitterende pleisterplek tussen de besneeuwde velden en heerlijk vol in de winterzon. In deze Corona-tijd zijn helaas geen horeca-gelegenheden geopend, maar niet getreurd, want hete koffie uit een thermoskan in het open veld is ook al een heerlijke traktatie onderweg. 
Het veldpad voert ons naar de Paasloërweg, die we een klein stukje volgen, omdat we iets verderop het bos in moeten. Maar voordat we dat bosperceel bereiken, zien we vlak vóór ons twee reeën op ons af komen. Ze willen de Paasloërweg oversteken, maar als ze ons zien, keren ze na enige aarzelen om en spoeden ze zich snel weer het bosgebied in.
Voor ons volgt daarna een mooie boswandeling door de bospercelen aan weerszijden van de Friese Veldweg. Zo lopen we ten zuiden van Blesdijke, en verderop ook nog over de stille Blesdijker Heide. 

Happy Valentijn! met warme chocolademelk in De Blesse
Bij het plaatselijke voetbalveld wandelen we De Blesse in. We weten dat op de hoek van de Steenwijkerlaan en de Spoorlaan een benzinestation met een shop is, en op goed geluk proberen we daar een warm drankje te scoren. Dat lukt, want de shop is open, en de warme dranken-automaat is in werking, dus even later staan we weer buiten met een heerlijke kop warme chocolademelk 'to go'. De shopmedewerker vertelt dat ze er geen slagroom bij kan aanbieden, maar ik krijg bij het afrekenen wel vier roze snoepjes mee in een zakje, want - zegt ze - "het is vandaag een bijzondere dag." Ik moet daar even over nadenken, maar al snel realiseer ik me dat het vandaag Valentijnsdag is. Kortom, warme chocolademelk met roze snoepgoed; Happy Valentijn!

Van Peperga naar de Linde
Na nog weer een broodje met bruine 'zopie' kunnen we gevoed en gelaafd weer verder. In De Blesse steken we de spoorlijn Heerenveen-Steenwijk over, en daarna lopen we onder de A32 door naar de Pieter Stuyvesantkerk met Pieter Stuyvesant-monument bij de entree van Peperga.
In Peperga steken we de weg over naar het Catspolderpad. Dit geasfalteerde fiets- en voetpad is hier en daar besneeuwd, met op enkele plekken nog de restanten van de sneeuwduinen, die afgelopen week tijdens de uren durende sneeuwjacht zijn ontstaan. Fietsen door die sneeuwduinen zal niet gaan, maar wandelend komen we er prima door heen.
Zo lopen we de Lendevallei in, naar de Domeinenweg die parallel aan de Lende loopt. Het fietspad langs deze rivier richting De Hoeve is afgesloten voor alle verkeer, want het gevaarlijke wegdek vraagt om een ingrijpende renovatie.

Door de Lendevallei terug naar Wolvega
Via de hoge fietsers- en voetgangersbrug steken we de bevroren Linde over. Hier bij de rivier staan enkele auto's, hoogstwaarschijnlijk van schaatsers. Twee schaatsers binden hun schaatsen onder, en gaan de Linde op in oostelijke richting, op naar Kontermansbrug bij De Hoeve.
Aan de overzijde van de rivier komen we langs een grote zandwinput, die veelal het domein is van uiteenlopende watervogels. De plas is nu echter een grote ijsvlakte, waar tientallen schaatser dankbaar gebruik van maken. We gaan hier even het ijs op, en zien een mooie ijsvloer liggen, waarop je een grote ronde kunt schaatsen. Dat doen velen dan ook.
Wij wandelen om deze ijsvlakte heen, om zo door de winterse broeklanden van de Lendevallei naar Wolvega te lopen, waar we twee weken geleden zijn begonnen aan deze driedaagse thema-wandeltocht.
Via de Stellingenweg en de Lycklamaweg lopen we tenslotte onder andere langs het Van der Valkhotel, en de Sint-Franciscuskerk weer terug naar de spoorwegovergang in het centrum van Wolvega.
Als we bijna bij de auto zijn, wordt ik geroepen. Als ik om me heen kijk, zie ik mijn naaste collega Geert-Jan staan. We zien elkaar online wel enkele malen per week, maar elkaar ontmoeten is er vanwege de Corona-beperkingen al lange tijd niet van gekomen, dus fijn om elkaar weer even 'live' te ontmoeten.
Met de ene auto rijden Durkje en ik daarna weer terug naar Ossenzijl, waar we onze andere auto afhalen, waarna we tenslotte terug rijden naar huis. Het is nu één graad boven nul, en het wordt al behoorlijk bewolkt, dus we hebben het mooiste deel - het zonnige deel - van deze prachtig winterse zondag goed benut.

Zaterdag is schaatsdag in Feinsum

Zaterdag 13 februari 2021

Schaatsen op It Kanael van Feinsum

















Op redens oer
Wonen aan de route van de Elfstedentocht heeft zo zijn gevarieerde voordelen. Of het nu suppers zijn die via de Feinsumer Feart staand door Feinsum peddelen, of recreanten die met een zeilbootje of een pleziervaartuig ons dorp passeren als passanten van de Elfstedenvaarroute, of bijvoorbeeld Maarten van der Weijden die zwemmend de hele Elfstedenroute zwom; elke passant geniet op zijn of haar manier van de doortocht door Feinsum.
En natuurlijk wachten we al zo lang op het moment dat ook de Elfstedenschaatsers weer in grote getale 'op redens oer' door Feinsum zullen flitsen over het ijs van de Feinsumer Feart. Zal die vermaarde Elfstedenschaatstocht er ooit weer eens van komen? We zullen dat 'bjusterbaarlik barren' hopelijk ooit weer eens zien en beleven.
Maar voor nu kunnen we ook volop genieten van al die schaatsers - jong en oud - die deze dagen op schaatsen door Feinsum glijden. Er wordt door Feinsumers al enkele dagen geschaatst op It Kanael vóór ons huis, en inmiddels is het ook mogelijk om - overigens nog wel rekening houdend met de gevaarlijke windwakken - op de schaats het traject van Oude Leije via Feinsum naar de Dokkumer Ee af te leggen.
Dat daar dankbaar gebruik van wordt gemaakt, blijkt wel uit de auto's die enkele uren per dag geparkeerd staan langs de Holdingawei en de Hege Hearewei in en bij Feinsum.
 
Vandaag zijn wij voor enkelen van die schaatsers in- en uitvalsbasis. Vanmorgen rond 9:00 uur stappen Jan Wijbe en Pieter bij ons op het ijs om over de Feinsumer Feart naar de Dokkumer Ee te schaatsen; eerst naar Bartlehiem, en vervolgens op en neer naar Snakkerburen bij Leeuwarden. En vanmiddag komen Jan, Peter en Jakob vanuit Bartlehiem over de Feinsumer Feart naar Feinsum schaatsen, om na de inname van een warm drankje weer op te stappen op It Kanael in Feinsum, om vervolgens over de Feinsumer Feart weer terug te keren naar de Dokkumer Ee.

Wat is het toch prachtig dat we in deze moeilijke Corona-tijd door de natuur in de gelegenheid worden gesteld om betrekkelijk zorgeloos te genieten van dat waardevolle natuurijs op de Friese boezem, en wat genieten we van dat groot geluk dat we er ook nog heel mooi zonnig winterweer bij hebben. Heel even iets loslaten van al die Covid-zorgen en - zij het blijvend voorzichtig - vooral genieten van al dat moois dat koning winter ons buiten schenkt.  

Al te grote voetstapjes in de sneeuw

Vrijdag 12 februari 2021
 

Hele grote voetstappen in de sneeuw











Sneeuwvertier voor groot en klein

In onze kinderjaren was het te doen gebruikelijk dat je als kind van de zondagschool ter gelegenheid van de viering van het Kerstfeest een mooi kinderboek kado kreeg. De boeken van onder andere schrijver W.G. van de Hulst waren populair om kado te geven en om kado te krijgen.
Eén van de kinderboeken die ik me van mijn kindertijd kan herinneren, is het boek 'Voetstapjes in de sneeuw', geschreven door de kinderboekenschrijver W.G. van de Hulst.
Aan dat boek moest ik denken toen ik in de afgelopen dagen na de urenlange sneeuwval allerlei voetstappen in de sneeuw zag. De pootafdrukken van een hond waren duidelijk zichtbaar, en ook de afdrukken van een rondhuppende haas waren onmiskenbaar zichtbaar in de sneeuw.
Maar van een heel andere orde zijn de voetstapjes - zeg maar gerust reuzenvoetstappen - van heel andere oorsprong. Dit zijn geen behoedzame loopsporen, maar uitbundige sprong-sporen van iemand die met hele hoge sprongen diepgaand door de sneeuwduin in de tuin is gegaan. Een mooi voorbeeld van sneeuwvertier.
Wie, o wie is zo uitbundig expressief met krachtige sprongen diep door de sneeuw gegaan?
Wie het weet, mag het zeggen.


woensdag 10 februari 2021

Hilda van der Veen exposeert in NHL Stenden Hogeschool

Woensdag 10 februari 2021
 

Schilderij 'Dansers / Balans' van Hilda van der Veen

Schilderijen-expositie

Tot en met 25 februari 2021 exposeert kunstschilderes Hilda van der Veen enkele van haar schilderijen in de Art Gallery van NHL Stenden Hogeschool te Leeuwarden.
Deze publiek toegankelijke expositieruimte bevindt zich op de begane grond achter het Auditorium van ons Leeuwarder hogeschoolgebouw aan de Rengerslaan 8.
NHL Stenden Hogeschool organiseert deze expositie in samenwerking met het Leeuwarder Kunstbureau Art Connection.

De wereld zien biedt alle inspiratie.
De drang om weer te geven.
Niet dralen, maar doen en durven.
Alles vervliegt, vervaagt, vastleggen is vergeefs.
Zin blijven zien in schilderen.
Schilderen wat mensen zien in het leven.
De schoonheid en de leegte.

Werk van Hilda van der Veen
Voor Hilda van der Veen zijn schilderen en tekenen als een tweede natuur. Ze maakt voornamelijk figuratief werk.
In haar werk is de 'vergankelijkheid' leidend. Of het nu gaat om verdriet, lust, plezier of verveling;  dagelijkse dingen zetten haar aan tot 'maken', tot 'verbeelden'. Het geeft Hilda een bepaalde ruimte om te doen wat ze wil, en biedt de gelegenheid om haar tijd vreugdevol en zinvol te vullen.
Binnen werkt Van der Veen aan schilderijen van bijvoorbeeld hoofden en mensfiguren. Buiten schildert ze in het landschap de wind, de zon, de kou, de geuren en de kleuren, het licht en de sfeer.

Bij de expositie in NHL Stenden Hogeschool:

Mensenkinderen; hoe kwetsbaar zijn we
Vooruit, we gaan.
Verder en door.
Met immer moed.
Want voort zullen we.
Verliezen zullen we.
Achter laten we.
Laat maar vallen.
Hoe laat leven we eigenlijk?
Terug kunnen we niet.
Maar een moeilijke weg is ook een weg.
Maar niet vallen, pas op dat je niet valt.
Werk als een weerspiegeling van een tijdperk.
In harde lijnen, transparant, in kleur en in zwart.

Zonsondergang in Feinsum

Dinsdag 9 februari 2021

Zonsondergang in Feinsum

maandag 8 februari 2021

Feinsum na de sneeuwjacht

Maandag 8 februari 2021
 

Feinsum bij de Hyltsjebrêge over It Kanael, na sneeuwjacht en vorst











Woest en ledig, of ... toch niet!

Al enkele dagen was Nederland gewaarschuwd voor de uit Rusland en Wit-Rusland komende kou. Gisteren werd in Fryslân het weer getypeerd door urenlang aanhoudende lichte sneeuwval, met temperaturen net onder nul, maar ook met een snijdende harde oostenwind, waardoor de gevoelstemperatuur daalde naar zo'n 15 graden onder nul.

Rond het middaguur deed het uitzicht vanuit onze woonkamer mij gisteren denken aan bijbelteksten uit bijvoorbeeld Genesis (1:1&2 "In den beginne schiep God de hemel en de aarde. De aarde nu was woest en ledig" (NBG51) ) en uit Jeremia (4:23 "Ik zag het land aan, en ziet, het was woest en ledig; ook naar den hemel, en zijn licht was er niet. (SV)").
Maar de 'leegheid' waarover deze twee bijbelteksten spreken, werd even later gevuld door toch nog een ander beeld, namelijk van twee hazen die voortdurend op hoge snelheid heen en weer holden over de kale akkers vóór ons huis.

Sneeuwsculpturen
Vanmorgen vroeg sneeuwt het niet meer. De nogal fijne en droge sneeuwvlokjes zijn grotendeels in westelijke richting gewaaid over de akkers en weilanden. Het gras heeft nog iets van het wit van de sneeuw vastgehouden, maar de akkers liggen er al weer voornamelijk kaal bij.
De doorgaande weg van Feinsum is goed begaanbaar, en hier en daar hebben de opzwepende en draaiende winden prachtige natuurlijke sneeuwsculpturen gecreëerd; niet 'woest en ledig', maar 'verstild en geschapen'. 
De combinatie van fijne sneeuw en felle wind resulteert in schitterende ronde vormen, zoals we die ook wel kennen van zandformaties op de stranden van onze Friese Waddeneilanden.

Winter in Feinsum
Maar niet alleen de sneeuw heeft het landschap veranderd. De vorst van gisteren en van vannacht heeft een dunne ijsvloer gelegd over de Friese wateren. De vorst van slechts enkele graden in Nederland valt echter in het niet bij de barre winterse temperatuur van -25 graden Celsius, waarover Aksana ons vandaag vanuit Wit-Rusland rapporteert. 
Op de Dokkumer Ee, de Feinsumer Feart en op It Kanael tegenover onze woning ligt een grillig geschapen ijsvloer. De wind heeft vrij spel gehad, met als gevolg dat er geen gladde ijsvloer is ontstaan. En door die harde wind zie je op veel plekken - onder andere onder de Feinsumer Hyltsjebrêge - nog grote wakken.
Waar aan de westrand van Feinsum It Kanael en de Feinsumer Feart bij elkaar komen, hebben de watervogels zich gegroepeerd rond het grote wak bij de Feinsumer Brêge. Ik zie de sporen van de hazen in de sneeuw op het land, de meerkoeten op de wal, en rondom het lange wak in de Feinsumer Feart de eenden op het ijs.
Dit is winter in Feinsum.


zondag 7 februari 2021

Hoor de stilte

Zondag 7 februari 2021
 

Cover van de Twaklank, over wandelen in de stilte
Foto gemaakt bij de Feinsumer Feart, zicht op Stiens

Stilte, Besinning, Ferbining
Op 2 november 2020 was ik voor een avondbijeenkomst van Nijkleaster in de Sint-Redbadtsjerke van Jorwert. Tijdens het toiletbezoek halverwege de avond viel mij een korte tekst op, die daar was geschreven op een krijtbordje in de toiletruimte. Op dat bord stond geschreven: ‘Hoor de stilte’.
Sinds 2012 ben ik vice-voorzitter van het kloosterbestuur van Nijkleaster, en in die hoedanigheid is het begrip ‘stilte’ voor mij binnen dit nieuwe Friese klooster een bekend begrip. Nijkleaster staat namelijk vooral voor ‘Stilte, Bezinning, Verbinding’, en ook in die volgorde.
Veel activiteiten van Nijkleaster beginnen met ‘Stilte’. Stilte biedt me de mogelijkheid om naar binnen te kijken, om met volle aandacht in contact te komen met mezelf, met mijn stemming, mijn gevoel, mijn wensen, en met mijn daar achterliggende behoeften.
Vanuit die diepe Stilte krijg je toegang tot Bezinning, waarin we de opening vinden tot Verbinding, met God, met jezelf en uiteindelijk ook met je medemens.


Goede God,
Wijs mij de weg
naar stilte in mijn hoofd
en rust in mijn lijf.
Geef licht op mijn pad,
naar vrede in mijn hart
en liefde in mijn ziel.
(Aalt van de Glind)

Luister en hoor
Maar, over ‘stilte’ gesproken: kun je de stilte eigenlijk wel horen?
Of is het horen van de stilte niet meer dan het besef van de afwezigheid van geluid?
En als je de stilte ergens zou willen zoeken, waar zou je dan heen gaan?
Is er eigenlijk wel een plek op heel de aarde waar je de absolute stilte zou kunnen horen?

Uit eigen ervaring weet ik dat waar ik ooit stil ben geworden, ik altijd wel iets hoor, of juist dán iets hoor. Stil geworden tussen de dikke muren van de eeuwenoude kloosterkerk van Nijkleaster in Jorwert, hoor ik nog net een auto rond de kerk rijden. Op enig andere stille plek hoor ik bijvoorbeeld een vliegtuig of een vogel over vliegen, of hoor ik nog het ritselen van bladeren, of nog net dat zachte suizen van een heel klein beetje wind in en langs mijn oor.

Naar de stilte in mij
Als ik zo dan nergens de stilte kan vinden, moet ik die wellicht anders zoeken en vinden. Als ik die andere stilte wil vinden, moet ik misschien wel tot mezelf komen, me naar binnen richten, en dan in mijzelf de rust en stilte zoeken en vinden. Met enige oefening vind ik daar dan een aangename, warme stilte. En in die innerlijke stilte stel ik mijzelf in de gelegenheid om me in alle rust persoonlijk te bezinnen.
Zo beginnen wij als bestuurders van Stifting Nijkleaster ook altijd onze bestuursvergaderingen, in de kerk, in de kring. Daar in onze Stilte laten we de drukte van onze werkdag los, en Bezinnen we ons op de overgang van de hectiek van de dag naar de aandacht voor reflectie op hoe wij als klooster zin en nieuwe betekenis kunnen geven aan wie wij binnen Nijkleaster ontmoeten. Na dat stiltemoment verlaten we de stille kring, om ons in de Voorkerk als bestuursleden met aandacht te Verbinden met elkaar en met de zaken die wij tijdens de bestuursvergadering bespreken.

Stil gebed
Ga zelf eens op zoek naar die stilte. Misschien thuis op een stille plek, op een stil moment van je dag, of heel vroeg in de ochtend buiten op zoek naar de stilte van de dageraad , of in de stilte van een bos, of zoek het zo mogelijk in een stille winterwandeling in de sneeuw. Tijdens een wandeling in stilte over lange paden door het open veld, over een eindeloos strand of door de duinen kun je zomaar ineens al je woorden loslaten, om dan alleen maar te wandelen, om een kilometer te luisteren naar jezelf. Het kan dan zomaar zo zijn dat je ineens ontdekt dat je in stilte woorden geeft aan je gevoel, aan wat je gelukkig maakt, of aan wat je ten diepste wenst. Het stapje naar een stil gesprek met God is dan nog heel klein, want God hoort in die stilte jouw stil gebed.

Column
Deze (mijn) column werd gepubliceerd in de Twaklank van februari 2021.
Twaklank is het informatie- en opinieblad van de Protestantse Gemeente te Stiens.

 





vrijdag 5 februari 2021

Oude Verdedigingslinie stimuleert natuurontwikkeling

Vrijdag 5 februari 2021
 

Op het voormalige havenhoofd van de Zuiderzee-haven van Kuinre











Tussen Landweer & Friese Waterlinie
In het jaar 2015 verscheen de wandelgids 'Tussen Landweer & Friese Waterlinie', geschreven door de landschapsjournalist Fokko Bosker. Deze wandelgids bevat vijf Themaroutes, die zijn opgebouwd uit 13 afzonderlijke wandelroutes door de Friese gemeenten Ooststellingwerf & Weststellingwerf, over een afstand van 250 kilometer, en qua etappe-routes gebaseerd op het Friese Wandelknooppuntennetwerk.
De 13 etappes worden door Bosker vooral verhalend beschreven, waarbij de streekhistorie en de flora en fauna van de streek uitgebreid aan bod komen. De gids heeft meer het karakter van een wandelgids, dan een routegids, want je leest wel veel over wat je onderweg wandelend passeert, maar de incidentele teksten over de te wandelen etappe-routes zijn zo globaal, dat ze niet kunnen worden gebruikt om de route onbezorgd foutloos te lopen.

Wandelen in thema's en in etappes
Durkje en ik hebben besloten vandaag weer een route te wandelen van de 13 etappes van deze wandelgids. We lopen vandaag de tweede etappe van Themaroute 5, met als thema-titel 'Op het otterpad - Driedaagse dwaaltocht door de laagveenmoerassen in Zuidoost-Friesland'.
Deze etappe van Scherpenzeel naar Ossenzijl is 21 kilometer lang. 
Etappe 5.2 is getiteld: 'Oude Verdedigingslinie stimuleert natuurontwikkeling'. Dat kan verwijzen naar verschillende vormen van verdediging. Zo komen we vandaag bijvoorbeeld op de oude zeewering/zeedijk van de voormalige Zuiderzee. En we bewandelen de Lindedijk, die de diepe polder aan de noordzijde van de Linde behoedt voor overstromingen. Verder komen we langs een linie van schansen - zoals die van Kuinre en van Slijkenburg - die waren opgericht om aanvallen van de Spaanse troepen in de Tachtigjarige Oorlog te weerstaan. Tenslotte lopen we vandaag - alhoewel het niet tot deze etappe behoort - nog over het voetpad van Spanga naar Scherpenzeel, ook al zo'n linie (waterkering), met links door boeren gecultiveerde akkers en weilanden, en rechts van ons het moerasachtige, radiaal verkavelde natuurgebied van de Rottige Meente. Al deze verdedigingslinies hebben nu wel iets in zich van natuurontwikkeling, gerelateerd aan die oude verdedigingslinies.

Padvinden in het Wandelknooppuntennetwerk van Zuid-Oost Fryslân
Van elke etappe wordt in de wandelgids het startpunt en het eindpunt aangegeven, en de route-aanwijzing bestaat uit de opeenvolgende Wandelknooppuntennummers, die je wandelend 'in het veld' passeert. Het kaartje in de wandelgids met daarin de knooppuntennummers is zozeer verkleind afgebeeld, dat die niet kan worden gebruikt als betrouwbare routegids.
We kunnen vandaag voor een deel wel gebruik maken van het Friese Wandelknooppuntennetwerk, waar de routebeschrijving in knooppunten correspondeert met de routeknooppuntpalen in het veld.
Omdat het wandelknooppuntennetwerk op onze wandelkaarten alleen voor Fryslân goed gedocumenteerd is, en nog niet voor Overijssel en de Noordoostpolder, moeten we naast enkele wandelknooppunten-richtlijnen ons vandaag vooral richten op andere aanduidingen, zoals een uitgebreider routebeschrijving, het volgen van Overijsselse knooppunten, en ook fietsknooppunten. 
We komen vandaag een behoorlijk eind met de Friese Wandelknooppuntendeelkaart 3 van de Wouden, en met alle andere aanwijzingen in de routegids en in het veld, kunnen we de route volgen zoals die door samensteller Bosker zo is bedoeld.

Etappe 5.2: Oude Verdedigingslinie stimuleert natuurontwikkeling
Om 7:45 uur vertrekken we bij het ochtendgloren vanuit een druilerig Feinsum, en rijden we naar het Friese Scherpenzeel. Om 8:45 uur parkeren we onze auto in Scherpenzeel. Hier begint vandaag onze etappe.
Bij ons vertrek vanmorgen vanuit Scherpenzeel is het 3 graden, en die temperatuur loopt vandaag slechts een graad op. De lucht is zwaarbewolkt, en we lopen een groot deel van de dag in de regen. Het weer vormt een combinatie van een behoorlijke bui, enkele buitjes, heel even licht zonneschijn, en af en toe een stevig aanwakkerende wind, die vooral koud is op ons kilometers lange traject in oostelijke richting langs de Linde.

Zicht op drie provincies
Aan de zuidkant van Scherpenzeel passeren we het monument voor de Friese zeevaarder en kolonisator Pieter Stuyvesant (stichter van Nieuw Amsterdam; tegenwoordig New York), die in zijn jonge jaren als domineeszoon heeft gewoond in Scherpenzeel. Aan de overzijde van de Pieter Stuyvesantweg staat het ernstig vervallen café-restaurant De Veehandel, waarnaast trouwens een nieuwe bijzaal wordt en is gebouwd. 

Over de betonweg van de Nieuweweg gaan we richting Skoattersyl; onderweg De Gracht overstekend, om aan het eind van de Nieuweweg bij de voormalige Zuiderzeedijk op te klimmen. Als we bovenop de Zeedijk in westelijke richting kijken, zien we eerst over een stukje Fryslân en verderop over de provincie Overijssel, en in de verte zien we Flevoland al liggen. We lopen vandaag een drieprovinciëntocht.
Over de Zeedijk lopen we naar het plaatsje Skoattersyl. Daar steken we de oude zeesluis van de rivier de Tsjonger (Kuinder) over, en als we dan even later op de Worstsloot wandelen, lopen we precies over de Fries-Overijsselse provinciegrens.

Regenloop door het Kuinderbos
Tot nu toe ging het met het weer nog prima. In westelijke richting lopen met de oostenwind in de rug is goed te doen. Maar er dreigt en komt verandering. Vóór ons wordt de lucht boven het Kuinderbos dreigend donker. En nog voordat wij op de Worstsloot het bos bereiken, begint het al te regenen. Wij zijn dan ter hoogte van een 'Rustpunt', maar die is gesloten, dus we nemen de paraplu's ter hand en gaan verder, beschutting tegen de regen krijgend van de paraplu. 
Het begint behoorlijk te regenen, maar het lukt prima om zonder regenkleding verder te gaan, en ook later op de dag hoeft de regenkleding niet aan. De paraplu volstaat keer op keer bij alle "buien en buitjes", zoals weerman Piet Paulusma die vanmorgen voorspelde.
In zuidoostelijke richting doorkruisen we zo ongeveer de helft van het Kuinderbos. De route verlaat het bos bij het voormalige havenhoofd van de oude zeehaven van Kuinre, dat overigens nog een heel eind verder ligt. Daar ontmoeten we een ander stel dat op de parkeerplaats verderop hun auto heeft verlaten om ook even te kijken bij dit gerestaureerde symbool van de Zuiderzeevaart. Ze vinden het jammer dat het voortdurend regent vandaag, en gaan al snel weer terug naar hun auto verderop.
Wij steken de Hopweg over en gaan dan door het zuidoostelijke deel van het Kuinderbos verder, langs de Burcht (de voormalige schans) naar Kuinre.

Van Kuinre naar Slijkenburg
In Kuinre hebben we geluk, want daar passeren we een benzinestation, waar koffie-to go te koop is. Binnen halen we koffie en buiten eten we een broodje en genieten we van de heerlijke warme koffie.
Daarna lopen we verder langs Kuinre, om dan bij de Havendijk de Linde over te steken.
De route gaat dan verder over de Wyberbuurseweg langs de Bij of Tuschenlinde naar Slijkenburg.
Aan de dorpsrand van Slijkenburg staat een abri met een zitbankje. De abri biedt ons perfect bescherming tegen de koude oostenwind, dus daar kunnen we voor het eerst vandaag even een korte pauze zitten om er een broodje te eten.
Na deze lunchpauze wandelen we door Slijkenburg naar het dijklichaam waarop een monument staat - met daarbij een oud kanon - dat de herinnering oproept aan de plek waar vroeger de schans van Slijkenburg stond.

Lindedijk hoog langs de Linde
In Slijkenburg gaan we de hoge Lindedijk (ook wel Waterkeringpad genoemd) op. Omdat deze Lindedijk de meanderende rivier de Linde (Lende) volgt, slingert deze hoge dijk door het landschap. Het regent af en toe en het begint harder te waaien. We lopen boven op de Lindedijk met een koude tegenwind vanuit het verre oosten. Voor de komende week wordt een klassieke winter voorspeld, met behoorlijke vorst, veel sneeuw en een harde wind, waarbij sneeuwjacht wordt verwacht. De koude wind komt vanuit Rusland en Wit-Rusland, en vandaag voelen we hier op de dijk al de eerste tekenen van de komende winterse week.
We komen na enkele kilometers bij de brug over de Linde, bij de Lindehoek. Vanaf hier zouden we volgens onze routegids nog ongeveer een kilometer naar Ossenzijl moeten lopen, maar dat gaan we vandaag nog niet doen. We hebben er namelijk voor gekozen om vanaf deze Lindebrug in noordelijke richting direct terug te lopen naar Scherpenzeel, want vanaf hier is het nog maar zo'n vier kilometer (dus een uurtje wandelen) terug naar Scherpenzeel. Omdat we nu ongeveer 20 kilometer hebben gelopen, kunnen we nog best vier kilometer terug lopen naar Scherpenzeel. Voordeel is dat we dan weer terug komen bij onze auto, die we daar vanmorgen hebben geparkeerd. Omdat dit een prima optie is, kozen we ervoor, want daardoor hoeven we vandaag niet met twee auto's naar het begin- en eindpunt van vandaag te lopen. Dus vanaf De Lindehoek gaan we terug naar Scherpenzeel, zodat we vandaag niet 21 kilometer lopen, maar 24 kilometer.

Voetpad van Spanga naar Scherpenzeel
Maar voordat we teruglopen naar Scherpenzeel loop ik nog even over de Lindebrug naar de hier ter plaatse gevestigde jachthaven van De Lindehoek. Onze volgende etappe begint bij deze jachthaven, en om te voorkomen dat we onze auto hier de volgende keer in de smalle berm zouden moeten parkeren, vraag ik de havenmeester of het akkoord is dat wij de volgende keer onze auto voor enkele uren mogen parkeren op het terrein van deze jachthaven. Dat zal toch vast wel kunnen en mogen op dit grote haventerrein, dacht ik optimistisch, vertrouwend op de gastvrijheid van zo'n recreatie-ondernemer. Maar..., het mag niet van de havenmeester van De Lindehoek. Jammer, dan lossen we het parkeren een volgende keer wel anders op. Komt vast wel goed.
Onverrichterzake gaan we de Linde weer over, en dan wandelen we eerst via de Marktweg, en daarna langs de Scheene, naar het voetpad van Spanga naar Scherpenzeel. We kennen dat mooie schelpenpad langs de Rottige Meente van de vorige keren dat we hier al eens langs liepen. Dit voetpad komt langs de kleine hooggelegen begraafplaats, geheel omgeven met een brede sloot; en op de begraafplaats een klokkenstoel. 
 

Een eindje verder pauzeren we nog eens, om een laatste broodje en onze meegenomen thermoskan-koffie te nuttigen. Even later staan we al weer voor de Pieter Stuyvesantweg. Die steken we over, om vervolgens via de parallelweg terug te lopen naar de dorpsentree van Scherpenzeel, waar we vanmorgen onze auto hebben achtergelaten. Tot slot rijden we weer terug naar huis in Feinsum.