Posts tonen met het label Van der Werf. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Van der Werf. Alle posts tonen

dinsdag 12 juni 2012

Visitatie Academische Opleiding tot Leraar Basisonderwijs

Dinsdag 12 juni 2012
Rijksuniversiteit Groningen in de voormalige Hortus Botanicus















Voormalige apothekerstuin
Tussen de Groninger Grote Rozenstraat en de Grote Kruisstraat ligt de voormalige Hortus Botanicus van de Rijksuniversiteit Groningen. Deze tuin is in het jaar 1626 aangelegd door de apotheker Henricus Munting. In 1966 verhuisde de Hortus Botanicus naar het landgoed De Wolf in Haren. De gebouwen rondom deze tuin van Muntinge zijn tot op heden in gebruik bij de Rijksuniversiteit Groningen. Eén van deze gebouwen is het Muntinge-gebouw. Dit gebouw is vandaag de locatie waar de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO) onze Academische Opleiding tot Leraar Basisonderwijs visiteert.

AOLB
De Academische Opleiding tot Leraar Basisonderwijs (AOLB) is een initiatief van de Faculteit Gedrags- en Maatschappijwetenschappen van de Rijksuniversiteit Groningen en van de drie Opleidingen tot Leraar Basisonderwijs van de NHL Hogeschool in Leeuwarden en van de Hanzehogeschool en Stenden Hogeschool in Groningen. De nieuwe opleiding bestaat inmiddels twee jaar en de studenten zijn ingeschreven bij de Hanzehogeschool of bij Stenden Hogeschool. Het onderwijs wordt verzorgd in de Groninger vestigingen van de RUG, Hanzehogeschool en Stenden Hogeschool. Afgestudeerde studenten verdienen twee diploma's, te weten: de HBO-Bachelor degree van de Opleiding tot Leraar Basisonderwijs en de WO-Bachelor degree voor de opleiding Pedagogische Wetenschappen.

Advies Nieuw Traject
Nu deze AOLB twee jaar bestaat en volgend jaar het derde jaar en het jaar daarna het vierde leerjaar gaat aanbieden, hebben de vier samenwerkende instellingen voor hoger onderwijs de NVAO uitgenodigd om in het kader van een zogenoemd 'Advies Nieuw Traject' dit nieuwe onderwijstraject te visiteren met een onafhankelijk en gezaghebbend visitatiepanel, teneinde onderzoek te doen naar de kwaliteit van dit nieuwe traject. Daartoe hebben de vier instellingen een Kritisch Reflectie geschreven en is een groot aantal onderwijsdocumenten voorgelegd ter bestudering en beoordeling door het NVAO-onderzoekspanel.

Panelgesprekken
Gedurende de hele visitatiedag begeleid ik met een collega van Stenden Hogeschool en van de Rijksuniversiteit Groningen alle groepen betrokkenen voorafgaand èn na het panelgesprek, dat deze groepen achtereenvolgens voeren met het visitatiepanel. De uit de vier samenwerkingspartners samengestelde groepen waarmee het NVAO-panel gedurende deze dag achtereenvolgens in gesprek gaat, zijn: de Stuurgroep AOLB bestaande uit het management, de Vakdocenten, de Pedagogisch-didactische docenten, Eerste- en tweedejaars studenten en een groep Werkveldvertegenwoordigers.

Terugkoppeling eerste bevindingen
Aan het eind van deze visitatiedag volgt een korte terugkoppeling van de voorlopige bevindingen van het NVAO-visitatiepanel. Panelvoorzitter dr. Gerda Geerdink noemt de Academische Opleiding tot Leraar Basisonderwijs van deze vier samenwerkende hoger onderwijsinstellingen een geweldig initiatief, dat ook zeker moet slagen. Aan de hand van de NVAO-beoordelingsstandaarden wordt een eerste indruk gegeven van de bevindingen van het onderzoekspanel. Daarbij worden alvast enkele aanbevelingen gegeven waarmee de opleiding volgende stappen in ontwikkeling en doorontwikkeling kan maken. Na afloop van deze presentatie wordt het visitatiepanel bedankt door prof. dr. Greetje van der Werf, hoogleraar Onderwijzen & Leren aan de Rijksuniversiteit, tevens voorzitter van de Stuurgroep van het samenwerkingsverband. Ze bedankt de visitatiecommissie voor de grondige wijze waarop het panel haar visitatiebezoek heeft uitgevoerd en voor de eerste resultaten met aanbevelingen.

Wij zien nu met belangstelling uit naar het onderzoeksrapport dat over enkele weken door de NVAO zal worden aangeboden aan de vier samenwerkende instellingen voor hoger onderwijs.


woensdag 11 maart 2009

Evidence based: het beste onderwijs?

Woensdag 11 maart 2009

Vanmiddag en vanavond vindt de Windesheim Onderwijslezing 2009 plaats in de Christelijke Hogeschool Windesheim te Zwolle. De School of Education van Windesheim en VU podium organiseren jaarlijks deze Onderwijslezing voor een brede doelgroep binnen het onderwijswerkveld, zoals docenten, managers en bestuurders van partnerscholen, onderwijskundigen en studenten. Het thema dit jaar is: ‘Evidence based: het beste onderwijs?’.

Eerst wetenschappelijk bewijzen dat een methode werkt, daarna pas invoeren. Deze Evidence based-aanpak om vernieuwingen in het onderwijs aan te brengen, wint steeds meer terrein. Het Ministerie van OC&W steekt veel geld in projecten zoals "Onderwijs Bewijs". Universiteiten en hogescholen richten onderzoeksinstituten in. Onderzoek wordt steeds belangrijker bij het ontwikkelen en invoeren van onderwijsvernieuwingen. Maar hoe bepaal je de kwaliteit en het resultaat van onderwijs en onderwijsvernieuwingen? Een vraagstuk met zeer uiteenlopende dimensies, dat direct verbonden is aan de dagelijkse onderwijspraktijk en tevens het Windesheim-speerpunt "Pedagogische kwaliteit van het onderwijs".

Vanuit uiteenlopende aandachtsgebieden schenkt de Onderwijslezing 2009 aandacht aan Evidence based-onderwijs. De volgende vier deskundigen geven hun visie:

Prof. dr. Geertje van der Werf, hoogleraar Onderwijs & Leren bij het GION, Gronings Instituut voor Onderzoek van Onderwijs van de Rijksuniversiteit Groningen en van daaruit ook betrokken bij het Top Institute for Evidence Based Education Research (TIER). Van der Werf: We hebben meer Evidence nodig op basis van hoogwaardig onderzoek dat het gegeven onderwijs effectief is. De kwaliteit van het onderwijs moet in de praktijk worden aangetoond. We moeten Evidence based-beleid formuleren, Evidence based-onderwijs in praktijk brengen en een Evidence based-cultuur bevorderen.

Dr. Yvonne Leeman, lector Pedagogische Kwaliteit van het Onderwijs aan Windesheim. Leeman: Onderwijs dat alleen put uit een reservoir van kennis volstaat niet. Beroepsmatig handelen gebeurt op grond van cognitie èn emotie. Je moet kennis leren gebruiken, daarbij gebruik makend van je morele denkkaders en van je creativiteit. Kennis is meetbaar, maar je morele denkkaders en je emotie zijn moeilijk tot niet meetbaar en derhalve in de Evidence based-aanpak eenvoudig terzijde te schuiven. De Evidence based-aanpak biedt dus maar een zeer beperkte kijk op het functioneren van leerkrachten.

Prof. dr. Jan Jacob van Dijk, tweede kamerlid (CDA) met onderwijs in zijn portefeuille. Van Dijk: Het is vrijwel onmogelijk om het te onderzoeken onderwijs zo te isoleren dat je kunt aantonen welk onderwijs het beste is. Omdat taal en rekenen eenvoudig meetbaar zijn, leggen we daar de nadruk op, maar waar blijft nu eigenlijk onze aandacht voor bijvoorbeeld de mate waarin leerlingen leren/kunnen samenwerken? De kwaliteit van de docent is van doorslaggevend belang; ze moeten bovenal een onderzoekende houding aanleren tijdens hun lerarenopleiding.

Dhr. Pierre Noordmans, docent en ontwikkelaar aan het Deltion College te Zwolle. Noordmans: De laboratorium-onderzoeken van de Evidence based-aanpak vertragen alle innovatie, want dan zou we een een onderwijsinnovatie bijvoorbeeld pas na vier jaar onderzoek kunnen invoeren. Dan is die innovatie allang weer verouderd. En de Amerikaanse filosoof Dewey (1859-1952) zei al: "Research can tell us what worked, but cannot tell us what works".

Na de bijdragen van deze vier deskundigen wordt tijdens een paneldiscussie, waarin het publiek een actieve bijdrage heeft, verder ingegaan op de voor- en nadelen van evidence based-onderwijs. Tijdens het buffet krijgen we de opdracht om in subgroepjes een flessenpost-brief op te stellen met daarin een korte beschrijving van ons droom-onderwijs. Die flessen worden van boven uit het raam gegooid, beneden in het duister opgevangen, in een rubberboot geladen en dan verdwijnen ze over water in het duister. Zullen al deze dromen in het toekomstig onderwijs ooit uit komen?