Posts tonen met het label Benali. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Benali. Alle posts tonen

vrijdag 10 mei 2013

Uitgespuwd



Vrijdag 10 mei 2013

‘Intussen moest ik proberen te luisteren naar wat M zei.
“Geef ze te eten”, zei hij.
Wie bedoelde hij: onze kinderen?
De kinderen in de kelder?
Natuurlijk bedoelde hij de kinderen in de kelder.
Maar hoe?
Vertel me hoe!
Moest ik onze drie meenemen om die twee eten te gaan geven?’

Paasgeschenk van de VU
Zo begint het nieuwe boek van Kristien Hemmerechts, met als titel: ‘Uitgespuwd’.
Waarschuwing – dit is fictie’, staat op de cover geschreven. Een onheilspellende waarschuwing, die de nieuwsgierigheid wekt in de combinatie met de titel van dit boek.
‘Uitgespuwd’ is het literair paasgeschenk 2013 van de Vrije Universiteit (VU) te Amsterdam. Het boek is geschreven door de VU-schrijver van dit seizoen: Kristien Hemmerechts.
Het boek is digitaal verspreid onder de 45.000 medewerkers, studenten en alumni via de E-pub van de VU.
Uitgespuwd is niet in de handel verkrijgbaar, want VU University Press produceerde voor alleen intern gebruik 500 exemplaren in boekvorm. Als lid van het Regiocomité Fryslân en als lid van de landelijke Ledenraad van de VU-Vereniging ontving ik vlak vóór Pasen 2013 een geschenkexemplaar van dit boek.

Op het scherp van de snede
In ‘Uitgespuwd’ komt een vrouw aan het woord, die is veroordeeld vanwege haar aandeel in een berucht Belgisch zedenmisdrijf. In dit verhaal geeft zij haar visie op de feiten, gepresenteerd in een monoloog, waarin ze de lezer confronteert met de rekbaarheid van empathie.
'Heb je de verdoemden lief?' vroeg een dichter zichzelf eens af. Auteur Kristien Hemmerechts stelt die vraag opnieuw. Dit speciaal voor de VU geschreven boek mag worden beschouwd als ‘Literatuur op het scherp van de snede’.

Kristien Hemmerechts
Kristien Hemmerechts fungeerde als ‘Schrijver op Locatie” aan de Vrije Universiteit (VU) te Amsterdam in de periode van februari 2012 tot februari 2013. Zij was de zesde Schrijver op Locatie, die speciaal voor de VU en voor de VU-Faculteit der Letteren een Paasgeschenk schreef (voorheen waren het Kerstgeschenken).
Auteur Kristien Hemmerechts laat in haar verhaal - in navolging van Ronald Giphart vorig jaar - ook een tamelijk opvallend vertelperspectief zien. Schreef Ronald Giphart vorig jaar vanuit het perspectief van een dode; Kristien Hemmerechts schrijft in haar verhaal dit jaar vanuit het beklemmende vertelperspectief van een medeplichtige bij zedendelicten bij kinderen. Dat levert een tamelijk schokkend relaas van een echtgenote van een kindermoordenaar, in wiens taaie huid de lezer kruipt.

Schrijvers op Locatie VU
De volgende vijf Schrijvers op Locatie schreven in de voorgaande jaren een VU-Kerstgeschenk:

  1. - Abdelkader Benali publiceerde in 2007 het verhaal ‘De soefi’;
  2. - Marcel Möring publiceerde in 2008 het essay ‘Een lange weg’;
  3. - Christine Otten publiceerde in 2009 het verhaal ‘Een echt verhaal’;
  4. - Renate Dorrestein publiceerde in 2010 het verhaal ‘Pas goed op jezelf’;
  5. - Ronald Giphart publiceerde in 2011 het verhaal ‘De wake’.

Citaten uit Uitgespuwd

  • Een vraag was een teken van wantrouwen;
  • Elk detail wil ik over de kindermoordenaressen weten;
  • Mannen verdragen het niet dat je hen tegenspreekt;
  • Alles is erger op het net;
  • Internet brengt het slechtste in de mens naar boven;
  • En ook M’s eerste vrouw had me gewaarschuwd. “Maar je wilde niet luisteren.” Ik wilde weg van jou, mama;
  • Ik was de oorzaak van zijn dood;
  • Ze moest liefhebben wat ze verfoeide;
  • Je hebt geen ouders. Ik ook niet. Wij zijn zonder ouders geboren. Ik ben je vader, je moeder, je man, je broer;
  • Voor sommige dingen zijn er geen woorden;
  • Via mij kan God zijn bovenaardse goedheid en fenomenale kracht tentoonspreiden, zoals een pauw zijn staart;
  • Als ik geld nodig had, moest ik ervoor zorgen dat ik het vond;
  • Ook ik heb mijn verstand verloren. Jaren en jaren geleden heb ik het verloren. Ik wil het nooit terug. Nooit wil ik beseffen wat er gebeurd is;
  • Het beste was niets te denken. Gewoon doen wat ik moest doen. Rondlopen met een gezicht waarop niets te lezen stond;
  • Als ik alles deed wat hij vroeg, als ik ophield zelf iets te willen of denken, dan voelde ik mij veilig bij hem;
  • Blijf leven voor mij, voor mijn ziel, de ziel van de meest gehate vrouw van het land.

maandag 22 april 2013

De wake



Maandag 22 april 2013
Cover van De wake

Die man ben ik
‘Vraag aan een man die net is uitgegleden van een berghelling hoe het met hem gaat.
De wereld tolt.
De aarde nadert.
De ademhaling stokt.
In zijn vlucht kijkt hij de vraagsteller aan.
Vlak voordat hij de grond raakt, antwoordt hij met opgetogen verbazing: "Nou, tot nu toe gaat alles goed."
Die man ben ik.'

De dood, dat was ik
Zo begint het verhaal van 'De wake', waarin Siem (een hoogleraar aan de Vrije Universiteit te Amsterdam) met zijn echtgenote Margot een bergwandeling maakt het Härjedalen in Zweden. Dan slaat plotsklaps het noodlot toe. Siem is dood en Margot staat erbij.
De Nederlandse vriendenclub van de hoogleraar besluit dan een oude belofte gestand te doen en houdt een wake. De plaats van samenkomst is daartoe de gebedszaal op de vijftiende verdieping van de Vrije Universiteit. Giphart noemt dit ‘Het hoogstgelegen Nederlandse filiaal van de firma Zingeving & Troost der Bedrukten.’
De dode hoofdpersoon Siem wordt in een dodenwake - gedurende de nacht die voorafgaat aan zijn crematie - omringd door zijn oude studievrienden en enkele jonge studenten.
Wat wordt er over je verteld als je dood bent?
Iedereen zou het willen weten.
Siem maakt het mee.

Ronald Giphart
Ronald Giphart fungeerde als ‘Schrijver op Locatie” aan de Vrije Universiteit (VU) te Amsterdam in de periode van februari 2011 tot februari 2012. Hij was de vijfde Schrijver op Locatie, die speciaal voor de VU en voor de VU-Faculteit der Letteren een Kerstgeschenk schreef.
Het boek wordt beschouwd als een nieuw hoogtepunt in Gipharts rijke en succesvolle oeuvre.
Als overkoepelend thema voor zijn activiteiten aan de VU koos Giphart voor ‘Omzien in Verwondering’. Verwondering is volgens Giphart: “de basis van alle wetenschap, als een bijna geamuseerde verbazing over hoe de wereld in elkaar zit”.
Auteur Ronald Giphart laat in zijn verhaal zien dat hij technisch meer durft. Het vertelperspectief is namelijk tamelijk opvallend: vanuit een dode man. Dat moet je als schrijver durven, want je verhaal moet natuurlijk wel geloofwaardig blijven. In ‘De wake’ lukt dat mijns inziens prima.

Schrijvers op Locatie VU
De volgende vier Schrijvers op Locatie schreven in de voorgaande jaren al zo’n VU-Kerstgeschenk:
- Abdelkader Benali publiceerde in 2007 het verhaal ‘De soefi’;
- Marcel Möring publiceerde in 2008 het essay ‘Een lange weg’;
- Christine Otten publiceerde in 2009 het verhaal ‘Een echt verhaal’;
- Renate Dorrestein publiceerde in 2010 het verhaal ‘Pas goed op jezelf’.
Kerstgeschenk ‘De wake’ is uitgegeven door de VU-Uitgeverij en werd onder VU-medewerkers en VU-relaties verspreid.

Citaten uit De Wake
Enkele citaten uit dit boek van Ronald Giphart:

  • Boeken, kinderen en bomen leven voort, niet de scheppers, zaaiers of planters;
  • Er bestaat naast de doodsangst ook doodshoop, de hoop van mensen dat hun dierbaren er na hun sterven nog zullen zijn;
  • Hoe kon ik zijn overleden en toch mijn vrouw zien wachten op naderende hulp?;
  • Ware vaderliefde is het besef dat je zoons geen jongere versies zijn, maar verbeterde versies. Je zoon is iemand die jij niet meer bent en nooit zult worden;
  • Een mens bestaat uit meer dan zijn karakter en aard; zijn persoonlijkheid wordt ook gevormd door de gebeurtenissen en omstandigheden op zijn pad;
  • Een mens die niets omhanden heeft en geen hartstochten, wordt overvallen door nietigheid en onmacht;
  • Mannen houden ervan als vrouwen om hen lachen;
  • In feite is een herinnering een reconstructie van wat er gebeurd had kunnen zijn, op basis van een paar onthouden details;
  • Wat wonderlijk dat ik eerst had moeten overlijden om te weten te komen hoe aardig men over mij dacht en sprak;
  • Hoe dichter bij de dood, hoe minder onzin en tijdverspilling we onszelf zouden moeten toestaan;
  • Alle tegenslagen en alle voorspoed zit in mijzelf.

maandag 13 juni 2011

Pas goed op jezelf

Maandag 13 juni 2011 – Tweede Pinksterdag

'Niet iedereen is de moeder van een monster. Begrijpelijkerwijs heeft de pers daar heel wat vragen over. Daarom staat u hier nu ook met uw opschrijfboekje en als we de rijen niet sluiten, hebben we straks Twan Huys of Clairy Polak met een camera over de vloer. Maar ons krijgt u heus niet aan de praat. Naar buiten toe zwijgen wij. We vormen één front. "Waar de klok van laster luidt, is spoedig een gelovige gemeente bijeen", zo gaat het gezegde toch?'

'De VU-campus in Amsterdam is niet zo veilig als misschien lijkt. Seksueel geweld komt hier wel degelijk ook voor, alleen reist het kwaad hier onder een andere naam', aldus ‘VU-Schrijver op Locatie’ Renate Dorrestein in het nawoord van haar verhaal. Tijdens haar verblijf aan de VU, als Schrijver op Locatie, sprak ze met veel studenten en ontdekte dat aanrandingen en seksuele intimidatie worden weggestopt achter verhullend taalgebruik. 'Een uit de hand gelopen date', heet dat dan. Ze liet zich erdoor inspireren bij het schrijven van het spannende verhaal ‘Pas goed op jezelf’.

Renate Dorrestein fungeerde als ‘Schrijver op Locatie” aan de Vrije Universiteit (VU) te Amsterdam in de periode van februari 2010 tot februari 2011. Ze was de vierde Schrijver op Locatie, die speciaal voor de VU en voor de VU-Faculteit der Letteren een Kerstgeschenk schreef.
De volgende drie Schrijvers op Locatie schreven in de voorgaande jaren al zo’n VU-Kerstgeschenk:
- Abdelkader Benali publiceerde in 2007 het verhaal ‘De soefi’;
- Marcel Möring publiceerde in 2008 het essay ‘Een lange weg’;
- Christine Otten publiceerde in 2009 het verhaal ‘Een echt verhaal’.
Het Kerstgeschenk ‘Pas Goed op Jezelf’ is uitgegeven door de VU-Uitgeverij en werd onder VU-medewerkers en VU-relaties verspreid. Studenten konden – zo lang de voorraad strekte - het boekje in de VU-Boekhandel gratis ophalen.

Om deze novelle te schrijven heeft Renate Dorrestein vorig jaar binnen de VU gesproken met onder andere decanen, studentenpsychologen, vertrouwenspersonen en pastoraal werkers. Niemand van hen was op de hoogte van voorvallen waarbij een vrouw of meisje te maken had met aanranding of seksuele intimidatie. Maar na gesprekken met studenten ontdekte Dorrestein dat dergelijke voorvallen worden weggestopt achter verhullend taalgebruik. 'In plaats van te spreken over een aanranding of verkrachting, hadden de studenten het wegwimpelend over “een uit de hand gelopen date”. Ik heb geen lijst van incidenten op de campus, maar ik ben van mening dat we voor alles de juiste term moeten gebruiken’, aldus Dorrestein.

Maar wat is dan de juiste term voor een 'uit de hand gelopen date'? "Dan hebben we het over aanranding, over meisjes die worden gedwongen tot bepaalde handelingen. Daar wordt niet expliciet over gepraat, uit zelfbescherming. Ik denk dat er sprake is van ‘peer pressure’, van subtiele sociale sancties als je erover klaagt, daar maakt een meisje zich niet populair mee. Het druist totaal in tegen de idealen waar haar eigen generatie vrouwen voor heeft gevochten”, zegt Dorrestein. “Terwijl vroeger een verkrachte vrouw te maken kreeg met de neiging van ‘blaming the victim’ (had ze zich maar niet zo uitdagend moeten kleden) stoppen de slachtoffers nu zichzelf in een eigenhandig gecreëerde doofpot.”

In deze novelle ‘Pas goed op jezelf’ gaat het over hoe schijn bedriegt. Vanaf komende donderdag is dit spannende verhaal ter gelegenheid van de ‘Week van het Luisterboek’ exclusief bij de Libris-boekhandel als luister-download verkrijgbaar, voorgelezen door Dorrestein zelf. In de komende actieperiode tot 30 juli 2011 kun je de novelle tegen een kleine vergoeding vanaf de Libris-site downloaden. Daarna stijgt de prijs. Vanaf 1 juli 2011 verschijnt dit boek in de ECI-serie ‘Schrijvers van naam’.

Enkele citaten uit dit boek van Renate Dorrestein:
- Hoeveel ouders getroosten zich die moeite of hebben überhaupt de moed om onder ogen te zien dat je een kind maar tijdelijk hebt, een jaartje of achttien, een intermezzo in feite?
- En van haar lieve oma Irene had ze geleerd dat een verhaal pas werkt als het elementen bevat die echt tot de verbeelding spreken;
- Maar u weet toch hoe mannen zijn? Die krijgen nooit de schuld! Het is altijd de moeder die verantwoordelijk is;
- Het is gemakkelijker om een kuiken in z’n ei terug te krijgen dan kwaadsprekerij ongedaan te maken;
- Ik sluit niet uit dat iedereen net zo’n vat vol tegenstrijdigheden is. Daar zijn we nu eenmaal mensen voor;
- Romans leren ons over het leven ….. en vooral over de onontkoombaarheid van conflict en confrontatie. Romans helpen ons de nachtzijde van het bestaan te accepteren in plaats van ervoor weg te hollen, ….. al doende spijkeren ze ons ontoereikende repertoire een beetje bij. We worden er completere mensen door, beter in staat onszelf en elkaar te begrijpen, te vergeven, te verdragen.

zondag 12 september 2010

Een echt verhaal

Zondag 12 september 2010

‘Een flauw zonlicht brak door de wolken en liet de golven glinsteren als zilver. De muziek vulde de kleine ruimte, de ijle, melancholieke tonen van een altviool vermengden zich met het aardse geluid van de cello. Het deed bijna zeer, zo mooi klonk het. Even was het alsof het weidse landschap voortkwam uit de muziek. Alsof het een luchtspiegeling was, een fantasie.’

Hoe dun is het ijs waarover we lopen?

Een succesvolle wetenschapster aan de Vrije Universiteit te Amsterdam (VU) stort in elkaar bij de kassa van een supermarkt. Een daklozenkrant-verkoper ontfermt zich over haar en neemt haar mee naar zijn huis. Dit wordt het begin van een negen maanden durend avontuur dat Irene en Abe - vanuit Amsterdam en via New York - naar Fryslân brengt. Met deze novelle schreef Christine Otten een modern sprookje over vastlopen en durven veranderen.

Sinds 2007 heeft de VU een “Schrijver Op Locatie”. Normaal gesproken worden gastschrijvers door universiteiten aangetrokken om college te geven, maar dat is bij deze Schrijver Op Locatie niet of slechts zeer incidenteel het geval. De Schrijver Op Locatie observeert en schrijft vooral. De schrijver heeft een vrije opdracht, kan zijn of haar eigen programma samenstellen, kan dus ook zelf beslissen welke evenementen of colleges worden bezocht en wat voor soort activiteiten worden ontplooid. Zo’n VU-Schrijver Op Locatie gaat een verbintenis aan voor een jaar. De coördinatie hiervan ligt bij de VU-Uitgeverij en de opdrachtgever is de Faculteit der Letteren van de VU.

Christine Otten is schrijver, journalist en performer en nu al weer de derde Schrijver Op Locatie. In die hoedanigheid schreef zij in de periode van 1 februari 2009 tot 1 februari 2010 deze novelle als kerstgeschenk, dat door het College van Bestuur in december 2009 is aangeboden aan alle VU-medewerkers en aan relaties van de VU.

In totaal zal de VU-Faculteit der Letteren vijf Schrijvers Op Locatie aanstellen.
- In 2007 schreef Abdelkader Benali het eerste kerstgeschenk, de novelle getiteld: “De soefi”.
- In 2008 schreef Marcel Möring het tweede kerstgeschenk, het essay getiteld: “Een lange weg
- In 2009 schreef Christine Otten het derde kerstgeschenk, de novelle getiteld: “Een echt verhaal”.
In 2010 neemt Renate Dorrestein het estafettestokje in dezen van haar over, eveneens voor de periode van een jaar.

In het begin van “Een echt verhaal” kijkt de overspannen VU-professor Irene Smulders - psychiater en hersenwetenschapper - terug op een bewogen jaar, waarin ze een avontuur beleefde met daklozenkrant-verkoper en dichter Abe. Het verhaal is een modern sprookje over twee mensen die beiden op zoek zijn, op zoek naar echtheid, naar liefde, naar hun bestemming in het leven, op verschillende manieren op zoek naar hun kinderen en naar antwoorden op vragen als: Waarom ben ik wie ik ben?, Kan ik beslissen wie ik wil zijn of ligt mijn lot veel meer besloten in de kernen van mijn genetische materiaal? Vragen waarop het vrijwel onmogelijk is antwoorden te bedenken, maar desondanks vragen die er in ieders leven toe doen.

Otten wilde de mensen bij de VU een echt kerstverhaal geven. Hoewel het boekje literaire fictie is, is het deels gebaseerd op waargebeurde verhalen. Ze wilde de academische wereld van de VU èn de wereld van de dak- en thuislozen bij elkaar brengen. “Het mooie van Schrijver op Locatie zijn is dat je alles mag doen wat je leuk vindt”, vindt Otten. Daartoe ging ze naar het VU-medisch centrum en vroeg daar psychiaters en neurologen en neurobiologen het hemd van het lijf. Alle vragen die haar fascineerden, kon ze daar stellen. Bovendien wilde ze graag vooral ook de persoonlijke verhalen van deze wetenschappers horen. Wat haar raakte, was hun gedrevenheid en openheid. De overeenkomsten met de dak- en thuislozenwereld raakte haar ook. Dak- en thuisloze schrijvers en dichters zijn vaak zeer filosofisch ingesteld. Zij worstelen met dezelfde vragen die neurowetenschappers en psychiaters ook stellen.

In haar novelle is de dakloze dichter Abe, bezig zijn levensverhaal op te schrijven. Abe wil een theatermonoloog schrijven, getiteld “De neger van Tijnje”. Hij komt erachter dat zijn verhaal, zijn geschiedenis, belangrijk is, hem houvast geeft; als het ware een soort verklaring is voor hoe hij in het leven staat.

Tenslotte enkele citaten uit dit verhaal om nog eens over na te denken:
* … ik weet hoe vaag en dun de lijn is tussen gezondheid en ziekte, tussen een succesvol leven en ongeluk, tussen bloei en aftakeling.
* … kijken wat er van je overblijft wanneer alle zekerheden wegvallen.
* We zijn geneigd onszelf begrijpelijk te maken, te versimpelen, en daardoor komen we in de problemen.
* We hebben verhalen nodig om te kunnen leven, te kunnen overleven.
* Wanneer je maar lang genoeg loopt bereik je vanzelf een staat van totale gedachteloosheid.
* … het verlangen te vluchten in een tweede wereld die dieper, complexer en rijker is …
* Een missie. Hij knapte er zienderogen van op.
* Ik denk dat onze drijfveren veel onbegrijpelijker en onduidelijker zijn dan we zo graag geloven.


Voor belangstellende lezers, zie en lees de hele novelle:
Christine Otten, Een echt verhaal, 2009.

vrijdag 12 maart 2010

Een lange weg

Vrijdag 12 maart 2010

“De Vrije Universiteit loopt voorop in ‘diversiteit’, in een poging oplossingen te zoeken voor de problemen die ontstaan wanneer opvattingen over mens en maatschappij, moraal en ethiek flink op elkaar botsen. Het klinkt waarschijnlijk vaag en multicultureel (dat schijnt tegenwoordig een vies woord te zijn), maar de benadering van dat begrip diversiteit is buitengewoon pragmatisch. Zo pragmatisch dat grote bedrijven op de nabijgelegen Zuidas al diversiteitsmanagers aanstellen. En dat is weer heel logisch, want er studeren heel veel jonge, talentvolle allochtonen af en die zijn zeer gewild bij banken, verzekeraars, advocatenkantoren en dergelijke. Om sociale frictie te voorkomen en op te lossen, zijn mensen nodig die het waardepluralisme van Isaiah Berlin in praktijk kunnen brengen.”

Zo luidt de omslagtekst van het essay “Een lange weg”, geschreven door Marcel Möring (1957). Hij is de auteur van succesromans en publiceert artikelen en essays, ondermeer in NRC-Handelsblad en in Vrij Nederland. Inmiddels debuteerde hij ook als dichter. Exclusief voor de Vrije Universiteit te Amsterdam (VU) schreef hij dit essay. Dit boek gaat onder andere over de moeite die Nederlanders hebben om ‘het vreemde’, de vreemdeling (de “ander”) en “De Ander” een volwaardige plaats te geven in de eigen samenleving. Dit boek was in december 2008 het Kerstgeschenk van de VU aan haar medewerkers en haar relaties. De Faculteit der Letteren van de VU bood het toen aan haar studenten aan en de Vereniging VU-Windesheim zond het als Kerst- en Nieuwjaarswens aan haar Verenigingsleden.

Marcel Möring fungeerde in de VU - in navolging van Abdelkader Benali (De Soefi) - als tweede (in de serie van de vijf) “Schrijver op Locatie” in de periode van 1 februari 2008–1 februari 2009, om een indruk van de academische wereld van de VU te krijgen. In dit essay beschrijft hij de moeizame en lange tocht (“Een lange weg”) van integratie van zijn (Joodse) voorvaderen in de (ook Nederlandse) samenleving. Hij houdt ons een spiegel voor wat betreft onze vermeende tolerantie.

Möring vraagt zich ook af of die Nederlandse tolerantie na de ontzuiling vanuit desinteresse in de ander is ontstaan. Eigenlijk is het hele boek een pleidooi voor openstaan voor andere invloeden, voor het niet verdelen van de samenleving in "wij" en "zij"; een betoog over aanpassen en inpassen en bovendien over het hebben van geduld bij dergelijke, generaties durende processen. Het is een boeiend en helder betoog, dat je ook weer aan het denken zet over je eigen kennis, inzicht en denkbeelden.

Möring over “Het (de integratie; van ook zijn Joodse voorouders) is een lange weg geweest” in hoofdstuk 1:
- “De aansluiting bij het leven in Holland was moeizaam, ….”;
- “Migratie plaatst het individu bovendien in de moeilijke positie van de ander: ….”;
- “Identificatie met een identiteit is een vorm van zelfobjectificatie: het individu reduceert zichzelf …..”;
- “Bovendien kan het individu zich door zelfobjectificatie buiten de gemeenschap plaatsen waarvan hij nog niet zo lang geleden deel uitmaakte.”:
- “Laat ons allen zwervers op de wereld zijn en geen rechten ontlenen aan of trots zijn op de toevalligheid van onze afkomst of geboorteplek.”;
- “Omdat ik mij niet thuis voelde wilde ik zo anders zijn dat ik kon denken dat zij mij niet afwezen, maar ik hen.”;
- “Identificatie met een identiteit begint altijd daar waar de voordelen van zo’n identiteit het grootst zijn”.;
- ….. aan alles ontlenen mensen (delen van) hun identiteit.”.

In hoofdstuk 2 schrijft Marcel Möring dat de huidige studentenpopulatie van het “University College of London” (waar hij eerder al “writer in residence” was) een logisch gevolg is van de ideeën (van Jeremy Bentham) die 170 jaar geleden ten grondslag hadden gelegen aan de oprichting van het UCL en dat dit UCL als het ware een ingebouwd soort gevoeligheid heeft voor de kwesties waarmee “zij die anders waren” te maken hadden.
Möring over de Nederlandse mythe:
- “…..”iets” ben je thuis en in het publieke domein ben je net als alle anderen “niets”.;
- “Uiteindelijk leidt de Nederlandse voorkeur voor ongedefinieerdheid er toe dat de afkeer van het vreemde, of de vreemdeling, in dit land moeilijk zichtbaar is.”;
- “Deze nieuwe groepen, oude allochtonen en nieuwe vluchtelingen, werden niet geabsorbeerd door het neutrale publieke domein. ….. Zij waren niet van plan om niets te zijn”;
- “Wij hebben ons ontworsteld aan het idee dat je je identiteit aan de groep ontleent en nu komen zij (lees: immigranten) en willen juist dat?”;
Möring over de VU:
- “Er is een borstbeeld van de oprichter Abraham Kuyper, maar dat staat lichtelijk verdekt opgesteld …..”;
- “Er is een kerkzaal, helemaal bovenin het gebouw, die vooral lijkt te fungeren als opslagplaats …..”;
- De andere uitingen van het particuliere, de gebedsruimtes voor moslims en de stilteruimte, zijn evenzeer weggemoffeld.”;
- Er is van alles, maar wat we te zien krijgen lijkt op niets.”;
Ik vraag me af: zou dat laatste ook de foto op de omslag van dit boek verklaren?

In hoofdstuk 3 schrijft Möring over het denken van de Britse politieke filosoof Isaiah Berlin (1909) als volgt:
- “niet alle werkelijke of ware menselijke waarden zijn verenigbaar”;
- “waardeconflicten zijn reëel en onontkoombaar en bestaan soms zonder uitzicht op een bevredigende oplossing”;
Beschaving is volgens Möring:
- wat mensen vrijwillig doen en laten om de ander ruimte ten vrijheid te geven en
- wat het geheel van de samenleving doet en laat om het individu ruimte en vrijheid te verschaffen.
- het andere (leefwijze, cultuur, gevoeligheden en trots) van je naaste kennen (in plaats van je blik afwenden en net doen of die “anderen” er eigenlijk niet zijn).
“Zo raakten wij verder van elkaar verwijderd, zij en wij”, schrijft Möring; en dan vervolgens:
- “Wij in de nieuwe vrijheid, èn nieuwe zakelijkheid, van het publieke domein,
- zij in de beschutting van de zuilen die zij begonnen te vormen om zich te wapenen tegen de kille wind die waaide op dat publieke plein”.
Möring bepleit de methode van Berlin, die al onze verschillende waarden naast elkaar wil laten bestaan, “in het besef dat wij allen tastend door het duister lopen, op zoek naar de lichtknop”.

En tenslotte wijdt Marcel Möring het hele vierde en laatste hoofdstuk van dit boek aan de VU, waar hij onder andere schrijft:
- “De VU is ….. in meer dan één opzicht bijzonder”;
- “De VU is de meest gemengde universiteit van Nederland.”;
- “….. het nog steeds wat brave imago van de VU, maar dat is achterhaald.”;
- studenten met exotische achtergronden kiezen voor de VU, omdat de VU ook “ergens vandaan komt”.;
- De VU maakt een ongedefinieerde indruk en presenteert het eigen gereformeerde verleden low profile;
- De benadering van het begrip “diversiteit” van de VU is buitengewoon pragmatisch;
- De VU loopt het risico zelf aan identiteit in te boeten. “Ik geloof dat dat zelfs al het geval is”;
- De wortels van de VU liggen diep verborgen. “Studenten weten vagelijk dat de VU van huis uit “christelijk” is, maar zien dat slechts als het verleden; ze merken er zelf niet veel van.”;
- Ik geef de voorkeur aan de Engelse methode, waarbij een buste of beeltenis van de grondlegger (lees: Abraham Kuyper) een prominente plaats krijgt.”
- en over het verwachte succesverhaal van de VU aan de Amsterdamse Zuidas: “Maar de vraag is waar de herinnering blijft ….” aan de oprichters en oprichting van de VU.

Möring noemt die geschiedenis van de VU “een lange weg” en een lang verhaal, maar het lijkt hem wel “een weg die herinnerd en een verhaal dat verteld moet worden”.

Marcel Möring heeft de VU al meer dan een jaar geleden weer verlaten.
De VU is nu aan zet!
De Vereniging VU-Windesheim is daarmee ook aan zet!

Voor belangstellende lezers, zie en lees het gehele essay:
Marcel Möring, Een lange weg, Essay, 2008

maandag 11 januari 2010

De Soefi

Maandag 11 januari 2010

“Naast het artikel was een foto van de professor te zien, gekleed in een gewaad dat bij soefirites wordt gebruikt. Speciaal voor Ad Valvas had hij het in zijn kamer aangetrokken. Hij stond erbij alsof hij met lichte tegenzin akkoord was gegaan met de foto. Tamara keek er een halve minuut naar en concludeerde dat ze verkocht was. Het was de laatste zin die haar deed besluiten zich in te schrijven voor zijn college. Het geloof als gebed zonder end. Ze wilde zien hoe zijn ogen bij de taal pasten.”

Bovenstaande is een citaat uit het boek “De soefi” van Abdelkader Benali. Het soefisme staat centraal in deze novelle, die zich afspeelt aan de Vrije Universiteit (VU) in Amsterdam. Het boek is niet in de reguliere boekhandel verkrijgbaar. Medewerkers en relaties van de VU kregen dit boek als speciaal kerstgeschenk van deze eerste “Schrijver Op Locatie” aan de Faculteit der Letterkunde van de VU. Als voorzitter van het Regiocomité Fryslân van de Vereniging VU-Windesheim (VVW) kreeg ik vlak voor Kerst 2007 ook een exemplaar van deze bijzondere uitgave toegezonden. Omdat Benali het belangrijk vond dat ook VU-studenten zijn boek konden krijgen, drukte de VU-uitgeverij nog vijfhonderd extra exemplaren, die per medio december 2007 verkrijgbaar waren in de VU-boekhandel.

“De Soefi” gaat over een Irakese vluchteling die aan de VU wordt aangesteld als Bijzonder Hoogleraar Soefisme. Maar verderop in het verhaal wordt het de lezer duidelijk dat deze man niet is wie hij zegt te zijn. Eén van zijn studentes ontdekt dat hij Nederland is binnengekomen met een vals paspoort. Het verhaal bevat veel verwijzingen naar de actualiteit, zoals bijvoorbeeld: integratie, het islamdebat en de oorlog in Irak.

Je zou het boek ook een relithriller kunnen noemen. De muzikaliteit, de rituelen en het niet-dogmatische van de godsdienstbeoefening, dat is wat Benali zo aanspreekt in het soefisme. Benali maakte nooit zo de indruk veel met religie bezig te zijn, maar het is wel zo dat zijn verblijf aan de VU - als wetenschapsinstelling met veel ruimte voor religie - het hem mogelijk maakte om tijdens zijn schrijven op locatie de Irakese vluchteling-hoofdpersoon in zijn novelle te creëren. Daartoe sprak Benali met VU-studenten, woonde in de VU islamdebatten bij en ontmoette in de VU de Syrische filosoof Sadik al-Azm. Abdelkader Benali fungeerde in de VU als schrijver op locatie in de periode van 1 februari 2007 tot 1 februari 2009.

zondag 10 mei 2009

Van geluk gesproken

Zondag 10 mei 2009

Er zijn veel soorten geluk. Klein geluk en groot geluk. Er is over gezongen (bijvoorbeeld: “Ik ben gelukkig zonder jou”), maar vooral ook over gedicht. Dichters weten veel van voorspoed en geluk: van blij zijn over iets wat je welkom is tot buiten zinnen raken van grenzeloos geluk.“

Geluk is wat je verwacht, niet wat je krijgt”, dicht Ellen Warmond. Soms is er zelfs een poëtisch recept te vinden voor geluk. In deze bloemlezing over geluk tref je een keur aan dichters aan: jong en oud, zeer verdrietig, maar ook intens blij.

Deze bloemlezing is samengesteld door Henk van Zuiden, die ook al eerder een dergelijke bloemlezing samenstelde, namelijk over “gedichten voor het hart”.
De in 2007 uitgegeven gedichtenbundel “Van geluk gesproken” bevat 143 gedichten over voorspoed en geluk, uit Nederland en Vlaanderen, door de eeuwen heen.

Zo lees ik hier in gedichten van:
J.C. Bloem: “’t Geluk is nu eenmaal niet te achterhalen”;
Huub Oosterhuis: “Ik had ook zonder jou gelukkig kunnen leven. Maar nu niet meer.”;
Tom van Katwijk: “nooit geweten dat geluk zó kon stralen.”;
Sylvia Hubers: “wat moet ik met dit doodgelukkige hart!”;
Gerrit Achterberg: “Dichter dan ooit is het geluk nabij.”;
Mark Boog: “Wij zijn niets dan ons geluk, en het geluk is waar wij zijn.”;
Herman van Veen: “geluk is een herinnering, mevrouw”;
Abdelkader Benali: “Het residu van al onze goede bedoelingen om verder te leven noem ik geluk.”;
Liselore Gerritsen: “ik ben dus een van de weinigen die z’n geluk écht niet op kan. Wat nu?”;
Herman de Coninck: “Misschien is geluk: nog een geluk dat.”;
Wout Joling: “Geluk heeft weinig nodig: wolkje warmte, vleugje licht, voor het slapen een gedicht.”.