Posts tonen met het label Tonnerre. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Tonnerre. Alle posts tonen

zaterdag 8 augustus 2009

Pelgrimeren van Epineuil naar Chablis

Van Sint Jacobiparochie naar Santiago de Compostela

Sentier vers Saint-Jacques-de-Compostelle; via Vézelay
Van Epineuil naar Chablis
Vrijdag 17 juli 2009 – 22,5 km.
Dag 59: 1222,2 – 1244,7 km.

Het warme weer van gisteren werd gisteravond genadeloos afgestraft met regen en langdurig onweer. Daardoor is de temperatuur vandaag behoorlijk lager dan gisteren. Waar we gisteren de 32 graden nog haalden, wordt dat vandaag niet veel hoger dan 19 graden Celcius.

Durkje en ik rijden vanmorgen eerst naar Chablis, waar we de auto bij de rivier de Serein parkeren. Dan fietsen we van Chablis naar Epineuil. We parkeren daar de fietsen op de plaats waar we gisteren onze wandeling beëindigden.
We laten Epeneuil verder links liggen en lopen langs de gebouwen van Le Petit-Quincy. Daarna gaan we in westelijke richting verder totdat we bij de D905 komen, die we oversteken.
Iets noordelijker steken we het kanaal over via een in onbruik geraakte, versperde brug. Er missen een aantal brugplanken, maar we kunnen er nog prima over heen.

We volgen het kanaal in de richting van Tonnerre via het westelijk gelegen jaagpad, totdat we in Tonnerre arriveren bij de sluis in het kanaal. Bij de sluis gaan we Tonnerre in. Eerst steken we een al lang geleden drooggevallen rivier over. De brede rivierbedding is al begroeid. Daarna steken we de rivier de Armaçon over.

Verderop gaan we nog onder de spoorweg door en dan lopen we in de richting van het treinstation van Tonnerre. Halverwege passeren we in het park eerst het monument ter herinnering aan de 1e Wereldoorlog en daarna komen we bij het monument ter nagedachtenis aan de gevallen soldaten in de 2e Wereldoorlog. Als we in Tonnerre het Plein van de Republiek over steken, zien we hoog voor ons de Saint-Pierre-kerk.

We lopen door naar de Rue de la Fosse-Dionne en komen dan uit bij de oude wasplaats La Fosse-Dionne, die gelegen is boven een Vauclusische bron. Het is nog steeds een mysterie hoe het kan dat uit deze bijna 60 meter diepe bron altijd turkoois-blauw water stroomt door een zo diep gelegen watergangenstelsel met een lengte van zo'n 360 meter.

We klimmen het steile trappenpad op naar de hooggelegen Sint Pieterkerk, gebouwd in Renaissancestijl en na de brand van 1556 weer herbouwd. Het bijzondere aan de voorgevel zijn de twee grote stenen Jacobsschelpen aan de linker en rechter zijde van de grote kerkdeur in de gevel. Ook boven de kleinere zijdeur aan de linkerzijde van de kerkgevel zitten twee kleinere stenen Jacobsschelpen.
Over de stadsmuur heen hebben we vanaf het voorplein van deze kerk een mooi uitzicht over de stad Tonnerre. Opvallend zijn de Bourgondische rode dakpannen, de smalle huizen en steegjes en verderop de rivier en op de achtergrond de vele wijngaarden van Bourgondië.
We lopen nu de kerk voorbij en gaan bij het nabijgelegen kerkhof via een asfaltweg naar boven.

De weg voert ons langs een telecommast steeds verder naar boven, totdat we in het hooggelegen veld uitkomen bij de boerderij van Les Boussemis.
Achter de boerderij gaan we door het veld verder omhoog over een iets meer dan 1,5 kilometer lange veldweg, eerst tussen de akkers door en later langs het Bos van de Garenne.
We lopen nu in de Vallei van Coquard. De zon begint door de wolken te breken en daarmee wordt het zó warm dat we de trui uit kunnen doen. Toch zijn de luchten voor ons nogal dreigend. Er is zeker regen op komst, maar tot nader order genieten we van dit prachtige veldpad in de zon.

Als we in zuidelijke richting de vallei afdalen, komen we langs de ruïne van de boerderij Chavant. Achter het hekwerk in het bos meen ik een varken of een wild zwijn te horen, maar ik kan hem niet zien. Iets verder lopend, zien we aan de andere zijde van de veldweg iets lager gelegen een drinkplaats voor vee. Daar loopt een groep wilde zwijnen met jongen. Als ze ons zien, lopen ze verder van ons af en blijven bij het water staan om ons goed in de gaten te houden.

Wij dalen over de veldweg totdat we uitkomen bij de kleine spoortunnel onder de spoorlijn van de TGV (Tres Grande Vitesse) door. Ik maak hier een foto van de onderdoorgang en op dat moment horen we de TGV aankomen. Het lukt nu gelukkig om de razendsnel voorbijgaande TGV op de foto te krijgen.
Als we door het spoortunneltje gaan, hebben we vóór ons een prachtig uitzicht over het heuvelachtig gebied waar we straks doorheen zullen wandelen.

We lopen een eindje over de D35 en arriveren dan in het dorpje Tissey. Bij het gemeentehuis vinden we een aantal bankjes, dus hier houden we onze etenspauze. We hebben nu inmiddels 12,5 kilometer zonder rustpauzes gelopen.
Achter Tissey gaat de helling op naar het bosperceel van Les Brúlis. Vlak buiten Tissey worden we nageblaft door een groot aantal jachthonden, die hier in een kennel buiten staan. Ongeveer vijftig meter verder is hoogstwaarschijnlijk onbedoeld een grote strorol uit een hoger gelegen graanveld weggerold, is daarbij over de veldweg gerold naar een lager gelegen graanveld. De strorol is over het graan heen verder gerold met een grote bocht naar links en is een eind verder in het graanveld stil komen te liggen. Een breed spoor van geplet graan heeft de strorol achter zich gelaten.

Wij steken verderop de Vallei van Chamblais over en zien dan in het dal het dorp Collan liggen. Het begint eerst zacht te regenen, en al spoedig neemt de intensiteit toe. We wandelen snel door naar Collan en als we bij de rand van het dorp arriveren, regent het al behoorlijk, vooral ook door de straffe wind die opstak. We schuilen aan de rand van Collan in een boomwal bij een opslagplaats van brandhout en gedumpte voertuigen.
Als de regen stopt, wandelen we door Collan. Als we achterom kijken, zien we haar hooggelegen dorpskerk.

Voorbij Collan gaan we eerst over een asfaltweg en verderop over onverharde landbouwwegen tussen de akkers door. Een oude boer komt ons in zijn auto langzaam tegemoet als we bijna boven op het plateau zijn. We lopen onder een dubbel stel stroomdraden door, die hier ogenschijnlijk eindeloos boven het veld links en rechts verder gaan.
Vlakbij het gehucht Rameau zien we een hert door het graanveld rennen, waarna hij een eindje vóór ons de veldweg oversteekt en snel verdwijnt in het struikgewas tussen de bomen, die hier ten zuiden van ons wandelpad staan.
Hier begint het óók weer te regenen, dus we schuilen even onder een paar bomen, die iets van de veldweg af staan.

Voorbij de boerderij van Carrières volgt over het plateau een kilometers lange onverharde veldweg in de richting van Chablis. We hebben voortdurend een fantastisch vergezicht over landbouwvelden, bospercelen, wegen en wijngaarden. Door de Vallei van Vauvilien wandelen we tussen het bos en de Chablis-wijngaarden door. Als we het bos verlaten, hebben we een schitterend uitzicht over de wijngaarden rond het stadje Chablis.

Als we bijna bij de laatste wijngaard komen, begint het wéér te regenen. We schuilen in een openstaande schuilhut van een wijnboer, aan de rand van de wijngaard. Deze droge plek biedt ons ook de gelegenheid om nog even wat te eten en te drinken.
Het laatste stukje door de wijngaarden gaat via het Chablis-wandelpad dat hier en daar tussen de wijngaarden door loopt.

Daarna steken we de D965 over om over de asfaltweg door te lopen naar de camping van Chablis. Deze camping ligt aan de rivier de Serein.
Wij volgen hier de rivier, die op een gegeven moment ook een aftakking naar het zuiden heeft. We blijven de rivier de Serein volgen, totdat we 10 kilometer verder bij onze auto arriveren.

We hebben nu vandaag 22,5 kilometer gewandeld. Met de auto halen we onze fietsen weer op uit Epineuil.
Het weer is vandaag erg wisselvallig geweest met een stevige wind. Toch hebben de drie regenbuien de pret niet gedrukt, want het was al met al geschikt wandelweer en een mooie landelijke route.

Pelgrimeren van Etourvy naar Epineuil

Van Sint Jacobiparochie naar Santiago de Compostela

Sentier vers Saint-Jacques-de-Compostelle; via Vézelay
Van Etourvy naar Epineuil
Donderdag 16 juli 2009 – 18,5 km.
Dag 58: 1203,7 – 1222,2 km.

Een stralende dag. Bijna geen wolkje aan de lucht te zien. Het is duidelijk dat het vandaag warm gaat worden.
Met de auto rijden Durkje en ik in de richting van Tonnerre. Omdat we weten dat de Tour de France vandaag Tonnerre passeert, gaan we via binnenwegen naar Epineuil, dat achter Tonnerre ligt. Welwillende Fransen en Franse agenten geven ons aanwijzingen en toegang door de wegversperringen heen, zodat we uiteindelijk rond 9.30 uur met de auto en de fietsen in Epineuil arriveren.

We fietsen dan van Epineuil naar Etourvy, waar we vandaag om 11.00 uur starten op het dorpsplein. We gaan over de brug van de beek de Landion en komen dan al snel in het arboretum van Etourvy. Een door kinderen gemaakt bord maakt duidelijk dat we het – nog schaars beplante en helaas armetierig groeiende - arboretum binnenwandelen.
We lopen eerst langs de Landion en gaan daarna klimmend over een steile veldweg een heuvel op, de velden in.

Als we links de flank van de Vallei Mallade aanhouden, passeren we een combine die hier koolzaad oogst. Dat wordt in deze regio momenteel volop gedaan. Verderop volgen we de D82 een eindje linksaf tot aan een bocht, waar een wegwerkersschuilhutje staat. Hier gaan we het veld weer in, in de Vallei van de Melonnière. Ook hier wordt koolzaad geoogst met combines. Lange stoppels van zo'n 40 centimeter blijven staan als de combine voorbij is.

Na enkele bochten tussen verschillende velden door gaan we verder over de weg van de herbebossing, die hier de grens vormt tussen de departementen Aube en Yonne. Dan volgt een bijna 2 kilometer lange landbouwweg door een golvend landschap. Na een afslag en een haakse bocht in de volgende veldweg dalen we langzaam door de Vallei van Perret, tussen twee bospercelen van het Bos van La Chapelle door.

Het veldpad komt uit op de D202, die we volgen totdat we na 8,5 kilometer arriveren bij het dorp Mélisey. Tussen de bomen door zien we de hooggelegen Sint Aventin-kerk staan; een prachtig gezicht.
Vrij snel daarna lopen we de bebouwde kom van Mélisey in. We klimmen flink naar het dorpsplein vóór de kerk. Daar is een klein parkje, waarin we in de schaduw van een boom op een stenen picknickbank een etenspauze houden. Heerlijk om hier even in de schaduw te kunnen zitten, want is het warm vandaag: 32 graden Celcius, de warmste dag tot nu toe.

Na de rustpauze lopen we langs het met bloemstukken gedecoreerde oorlogsmonument op het dorpsplein en dan gaan we over de smalle Rue du Pâtis verder, rekening houdend met de agrarische colonne die ons in dit smalle straatje met signaalauto, tractor met combine-deel en tenslotte een grote combine tegemoet komt. We gaan weer stevig klimmend het dorp uit over een begroeide weg.

Tussen akkers door en langs een klein bosperceel komen we uit in het gehucht Chamelard. Over een boven het dorp liggend bospad verlaten we Chamelard al spoedig.
We slaan daarna linksaf om in zuidwestelijke richting door het langwerpige Bos van Chamelard stevig over een brede bosweg te klimmen naar de veel hoger gelegen boerderij van Casse-Bouteilles. Op deze bosweg passeert ons een jongen in een fourwheeldrive, die wij bij de boerderij weer ontmoeten, waar hij een grote brede eg achter een tractor plaatst. Daarna passeert hij ons op het boerderij-erf met deze combinatie.
Een jongetje speelt op het erf met een speelgoed-combine; zo te zien een echte boerenzoon en boer in dop.

Wij steken verderop een asfaltweg over en gaan via de daarop haaks staande asfaltweg verder, waarbij we de struisvogelboerderij en wijnkelder van Le Petit-Virey passeren.
Verderop nemen we een zandweg, waarmee we dalen door het Bos van Boutot. Na een klein stukje D944 gaan we door het bos van Les Fauconniers. Dit brede bospad eindigt op de plaats waar wijngaarden beginnen. We hebben hier over de wijngaarden heen een prachtig zicht over het vóór ons liggende dal en de daarachter liggende heuvelrug, waartegen Epineuil en Tonnerre zijn gebouwd.
Bij de D944 zien we een zogenoemde “caillebotte”, een klein schuurtje dat door wijnboeren wordt gemaakt van de stenen die ze uit de wijngaarden halen.

Aan de overzijde van de D944 vervolgen we onze weg over een betonweg tussen de wijngaarden door. Aan het eind van de betonweg gaan we - na 10 kilometer in zuidwestelijke richting - dalend naar de bovenweg van Epineuil, waar onze auto staat.
We halen de fietsen weer uit Etourvy en kunnen terugzien op een hele mooie wandeldag van 18,5 kilometer.