Posts tonen met het label Eerste Kamer. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Eerste Kamer. Alle posts tonen

donderdag 16 december 2010

Debatcafé Fryslân over Biodiversiteit

Woensdag 15 december 2010

“Door menselijk handelen is het tempo van uitstervende diersoorten met een factor duizend toegenomen. Sinds 1600 zijn wereldwijd 1033 soorten uitgestorven”, zegt VU-hoogleraar Dierecologie Van Straalen. Professor dr. Nico van Straalen is bioloog en verbonden aan de faculteit der Aard- en Levenswetenschappen bij de subafdeling Dierecologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

De belangen voor natuur en biodiversiteit gaan niet hand in hand met die van de boeren, volgens Eerste Kamer-lid Benedictus. Dr. Geart Benedictus is lid van de CDA-fractie in de Eerste Kamer, voorheen Provinciale Statenlid in Fryslân èn dierenarts en directeur van het Gezondheidscentrum voor Dieren in Noord-Nederland; momenteel ook voorzitter van de Bond van Friese Vogelwachten.

Waarom zouden we moeite doen om Biodiversiteit te behouden? Aan het einde van het ‘Jaar van de biodiversiteit’ discussiëren vanavond wetenschapper Van Straalen en politicus Benedictus in het Debatcafé Fryslân over het belang van Biodiversiteit. Om 20.00 uur open ik dit avondprogramma in het bijzijn van zo’n 25 betrokken debatdeelnemers in Tresoar te Leeuwarden. Deze debatavond wordt georganiseerd door VU-connected in samenwerking met het Friesch Dagblad en Tresoar. Zoals gebruikelijk is onze gespreksleider vanavond Siem Jansen, directeur van de Noordelijke Ontwikkelingsmaatschappij.

Tijdens de inleiding op het debat vertelt Nico van Straalen ons dat we bij Biodiversiteit bijvoorbeeld moeten denken aan de volgende elementen:
- de variatie aan landschappen;
- hoeveel biologische soorten erin voorkomen
(een recente schatting voor Nederland kwam op 47.800 soorten, waarvan meer dan de helft insecten, waarvan een heel groot aandeel kevers);
- de genetische variatie binnen die biologische soorten.

Debatleider Siem Jansen krijgt het voor elkaar om middels een mix van scherp doorvragen, de nodige kwinkslagen en het zoeken van de verbale confrontatie van de argumenten van de wetenschapper, de politicus en de enthousiaste deelnemers uit de zaal een stevig debat op de kaart te zetten, waarbij goed wordt geluisterd naar elkaars argumenten en waarin meningen aan elkaar worden gescherpt. Dit debat boeit van de eerste tot de laatste minuut.

Prof. Dr. Nico van Straalen:
* Grote zoogdieren (zwaarder dan 40 kilo) in het wild verdragen zich heel slecht met de mens; * Naarmate een volk rijker is, zou men zich bewuster moeten zijn van Biodiversiteit;
* Opvoeding en onderwijs moeten een beroep doen op jongeren, om het gevoel voor de natuur aan te wakkeren, om vanuit de liefde voor de natuur die natuur te gaan beschermen;
* We hebben de plicht alle dieren te beschermen;
* Een roedel wolven zou – misschien ook in een natuurgebied in Fryslân – een stimulans voor natuurbeleving kunnen geven;
* Het morele beroep op mensen om soorten te beschermen, moet je stimuleren;
* De biodiversiteit is hier in Nederland al geleidelijk verschraald; wij overleven hier nog dankzij de biodiversiteit in alle landen om ons heen; ook door de Biodiversiteit van de Tropen; * Biologen vinden dat agrarisch natuurbeheer niet goed werkt;
* Het soortenbestand groeit door de activiteiten (onderzoek/tellingen) van biologen;
* Het verstand is op zijn retour bij het huidige kabinet. Het CDA zou daartegen te keer moeten gaan, vanuit hun eigen identiteit, namelijk die van het rentmeesterschap;
* Nu we het DNA-materiaal in de bodem onderzoeken, gaat er nog een wereld voor ons open. Als biologen weten we dus nog maar heel weinig over het op lange termijn functioneren van ecosystemen. Dat pleit voor enige voorzichtigheid qua handelen;

Dr. Geart Benedictus:
* Als de wolf aan onze landsgrens staat, hoop ik dat ze hem doodschieten; ze passen niet in onze urbane omgeving; laat ze maar in Oost-Europa blijven;
* Biodiversiteit hebben we in de toekomst hard nodig om te overleven, maar je hoeft niet overal evenveel biodiversiteit;
* Er komen ook soorten weer terug, die lang weg zijn geweest;
* Een kwart van de Europese grutto’s komt hier in Fryslân; we zijn daartoe internationale verplichtingen in Europees verband aangegaan, en dat kan ten koste gaan van andere soorten;
* Sommige diersoorten hebben baat bij de afwezigheid van ecologische verbindingen (zie het Regeerakkoord), want die hebben baat bij het leven in geïsoleerde gebieden;
* Natuurorganisaties zijn kwalitatief lui geworden; ze moeten zich herbezinnen;
* Nederland heeft een voortrekkersfunctie te nemen qua onderzoek;
* Een derde deel van ons voedsel wordt verspild. Laten we eens naar onszelf kijken. We kunnen zelf veel meer bijdragen aan Biodiversiteit.

Ik ben benieuwd wat de wetenschapper Van Straalen vanavond als hartenkreet en oproep aan de politicus Benedicuts mee wil geven, en ik vraag hem daar naar. Aan het eind van het debat doet professor Van Straalen op dat verzoek zijn oproep aan de politiek: “Die 250 miljoen Euro bezuinigen op de Biologische Hoofdstructuur; is dat nog langer te verdedigen door de CDA-fractie in de Eerste en Tweede Kamer? Laat de Regering de ecologische verbindingen tussen grote natuurgebieden alstublieft behouden en verder uitbreiden!”

dinsdag 27 april 2010

Werkbezoek bij Ministerie van OCenW in Den Haag

Maandagmiddag 26 april 2010

Het is al weer zes jaar geleden dat de Christelijke Hogeschool Nederland (CHN) de accreditatie verkreeg voor haar internationale "non-degree courses". Dit kwaliteitskeurmerk werd indertijd verleend door de NCCIC (Netherlands Certification Council for International Courses), opgericht door de NUFFIC, de "Netherlands Organisation for International Cooperation in Higher Education". De CHN was toen de eerste en nog steeds de enige hogeschool die dit kwaliteitskeurmerk verdiende.

Dit keurmerk biedt de garantie dat internationale studenten van buiten de Europese Unie een verblijfsvergunning krijgen van de "Immigratie en Naturalisatie Dienst" (IND) voor de studieduur van geaccrediteerde "international non-degree courses", waartoe ze zijn toegelaten binnen de CHN, de hogeschool die inmiddels opereert onder de nieuwe naam "Stenden hogeschool". Een klein aantal door de overheid niet-erkende onderwijsinstellingen heeft destijds dit keurmerk ook verkregen.

Het was de bedoeling dat de NCCIC de accreditatieorganisatie zou worden voor non-degree courses, zoals de NVAO dat momenteel is voor de (Associate, Bachelor en Master) degree courses. In de sector hoger onderwijs bleek daartoe echter het draagvlak toen nog niet voldoende, met als gevolg dat de NCCIC werd opgeheven en dat met het Ministerie van Binnenlandse Zaken een tijdelijk regeling werd afgesproken voor het verstrekken van verblijfsvergunningen aan internationale non-degree studenten. Toen is ook afgesproken dat bij de start van het nieuwe accreditatiestelsel 2010 opnieuw gekeken zou worden op welke wijze vanaf dat moment ook structureel voorzien zou kunnen worden in de accreditatie van non-degree courses.

Op het moment dat het nieuwe accreditatiestelsel 2010 inmiddels de Tweede Kamer is gepasseerd en binnenkort ook de Eerste Kamer volgens verwachting zal passeren, hebben een aantal organisaties het initiatief genomen om de onderhandelingen te starten, teneinde te komen tot een door de Nederlandse overheid erkend keurmerk voor internationale non-degree courses voor niet-EU-studenten. Stenden hogeschool is wederom één van die initiatiefnemers.

Vanmiddag vindt in dat kader het eerste overleg plaats bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCenW) te Den Haag. Als vertegenwoordiger van Stenden hogeschool neem ik samen met vertegenwoordigers van PIE (Platform for International Education), van de Maastricht School of Management, van PTC+ en van Wageningen University and Research Center (ICRA) deel aan het eerste overleg met drie beleidsmedewerkers van het Ministerie van OCenW, te weten: mevrouw Colijn en de heren Nooij en De Zwaan. In dit gesprek passeren verleden, heden en toekomst.

Aan het eind van het gesprek is ons duidelijk dat we voor het organiseren van het toekomstig keurmerk voor internationale non-degree courses ook in overleg moeten treden met meer partijen in deze onderwijssector, zoals onder andere: Nuffic, HBO-raad, VSNU, Paepon, Ministerie van Binnenlandse Zaken (IND), NVAO en het Ministerie van Economische Zaken. We komen tot de werkafspraak dat we op afzienbare termijn deze en enkele andere relevante partijen zullen uitnodigen om samen met ons te bespreken op welke wijze we op redelijke termijn ons doel kunnen bereiken.

De sleutel voor de oplossing ligt bij de verschillende èn bij de overeenkomende belangen die alle marktpartijen hebben om het aanbod van internationale non-degree courses voor niet EU-studenten in de Nederlandse markt groter te maken, hetgeen goed is voor bijvoorbeeld de kwantitatieve en kwalitatieve groei van het Nederlandse onderwijs, voor de Nederlandse economie en voor de strategische positie van Nederlandse onderwijsaanbieders in een groeiende internationale (ook onderwijs-)markt.

vrijdag 25 september 2009

Wetsontwerp Accreditatie .... What's new?

Donderdagmiddag 24 september 2009

In deze eerste bijeenkomst na de zomervakantie van ons Platform Hoger Beroepsonderwijs (HBO) van het Nederlands Netwerk voor Kwaliteitsmanagement (NNK) gaat de heer Roeland Smits van de HBO-Raad als genodigd spreker in op de laatste ontwikkelingen rond de invoering van het nieuwe accreditatiestelsel. Het onderwerp van zijn presentatie is: "What's new? Het Wetsontwerp Accreditatie, de aanloop, de inhoud en de gevolgen. Roeland Smits is bij de HBO-raad (de vereniging van hogescholen) werkzaam als beleidsadviseur, met als portefeuille: juridische zaken, accreditatiestelsel, makrodoelmatigheid en masteropleidingen. De bijeenkomst vindt plaats in de Hogeschool Utrecht op de locatie De Uithof te Utrecht.

De heer Smits legt eerst uit wat de doelen van het nu nog geldende accreditatiestelsel van 2003 zijn. De evaluatie van dit huidige stelsel leidde tot een herziening van dat stelsel. Aan de kaders van het nieuwe stelsel - dat uit gaat van een Instellingsaudit met aanvullend beperkte opleidingsaccreditaties - wordt momenteel uitwerking gegeven. Omdat de Raad van State in eerste lezing een negatief advies gaf op het wetsontwerp, heeft het wetgevingstraject vertraging opgelopen. Het streven is momenteel om de behandeling in de Tweede en Eerste Kamer te laten plaatsvinden in het laatste kwartaal van 2009. Nog niet duidelijk is en wordt ons vanmiddag wat de ingangsdatum van het nieuwe accreditatiestelsel wordt en hoe de overgangsperiode van het oude naar het nieuwe stelsel zal worden ingericht. Hogescholen gaan zolang door met de lopende trajecten en starten ook alle nieuwe accreditatietrajecten - die vaak looptijden van zo'n twee jaar hebben - op gebruikelijke wijze op met hun externe contractpartijen, de Visiterende en Beoordelende Instanties (VBI's).

Roeland Smits gaat ook in op de inzichten die vanuit de reeds afgeronde pilots naar voren kwamen en hoe deze zijn verwerkt in het voorliggende wetsontwerp. Vooralsnog blijft het nog de vraag welke hogescholen in het nieuwe stelsel zullen gaan voor de Instellingsaudit aangevuld met beperkte Opleidingsaccreditatie en welke hogescholen zullen kiezen voor alleen uitgebreide opleidingsaccreditaties. Ook blijft nog enige maanden de vraag open of wij in het nieuwe stelsel afscheid gaan nemen van de huidige VBI's, of dat wij met deze contractpartners in een andere vorm gaan samenwerken.

Na de presentatie van de heer Smits bespreken we in subgroepen wat het nieuwe accreditatiestelsel mogelijk zal gaan betekenen voor ons werk binnen de hogescholen van Nederland. Daarbij inventariseren we in groepen welke kansen we als hogescholen zien in het nieuwe stelsel. Enkele andere groepen bespreken de voorziene risico's van dat nieuwe stelsel, en hoe we ons optimaal daarop kunnen voorbereiden. Aan het eind van de middag bespreken we plenair de oogst van alle verwachte kansen en risico's en helpen we elkaar bij het vinden van oplossingen om die mogelijke risico's te verminderen en om vooral optimaal gebruik te maken van de kansen die dit nieuwe stelsel het hoger onderwijs waarschijnlijk zal bieden.

Met belangstelling zien we de Kamerbehandeling van dit wetsontwerp tegemoet.
Wordt vervolgd!