woensdag 29 augustus 2012

Pelgrimeren van Vega de Valcarce naar O Cebreiro

In het Cantabrisch Gebergte



















Van Sint-Jacobiparochie naar Santiago de Compostela

Camino Santiago > Roncesvalles – Santiago de Compostela

Van Vega de Valcarce naar O Cebreiro
Maandag 13 augustus 2012 – 12 km.
Dag 145: 3110 - 3122 km


Een klim van 700 meter
Nadat we gisteren de aanloop hebben genomen in de richting van O Cebreiro in het Cantabrisch Gebergte, staat vandaag op het programma om een klim van 630 meter naar 1330 meter te maken, zijnde de 12 kilometer lange wandeling van Vega de Valcarce naar O Cebreiro. Het 1e derde deel zal licht omhoog gaan, het 2e derde deel zal de majeure klim zijn en het 3e derde deel zal nog licht klimmend afsluiten. Het is maar een korte wandeling, dus we willen er rustig de tijd voor nemen, om ook volop te kunnen genieten van het weidse uitzicht dat we onderweg zullen verkrijgen.

Vega de Valcarce
Enkele minuten vóór 8.00 uur verlaten we de camping in Villamartín de la Abadia. We parkeren onze auto met de caravan in Vega de Valcarce onder de tientallen meters hoge pijlers van de A6. Om 8.20 uur begint onze wandeling in Vega de Valcarce.
Het is lekker fris weer en het is al behoorlijk licht. Met enkele pelgrims vóór èn achter ons verlaten we Vega de Valcarce. Als we al een eindje buiten het dorp lopen, zien we nog steeds de oude burcht van Vega de Valcarce hoog op één van de lokale bergtoppen.
De A6 die hier hoog boven het dal van de rivier de Valcarce is gebouwd, domineert het beeld van de vallei. Vóór ons zien we dat de A6 met gescheiden rijbanen met een behoorlijk hoogteverschil op twee nivo’s het dal overspant.

Ruitelán
Het eerste dorpje waar we doorheen wandelen, is het plaatsje Ruitelán. In het hele kleine Sint Johannes de Doper-kerkje ligt een pelgrimsstempel klaar voor zelfbediening. Met een mooi kerkstempel in onze pelgrimspassen gaan we verder.

Las Herrerías-Hospital
Spoedig daarna komen we in het dorpje Las Herrerías.
Links van ons zien we steeds meer van de vóór ons opdoemende bergen van het hoge Cantabrisch Gebergte. Hier zijn geen graanvelden en geen wijngaarden meer te zien. We lopen hier door een weidegebied. Koeien met grote koeienbellen om de nek verraden met hun luidende bellen hun aanwezigheid en hun bewegingen.
Via een zijweggetje steken we over een oud Romeins stenen bruggetje de rivier de Río Valcarce over.
Dan komen we in het dorpje Hospital, aan de voet van het Cantabrisch Gebergte.
Na twee bruggen, een voetpad, weiden en een beekdal gaan we vrij steil omhoog naar een bergrug. Tijdens de beklimming ontmoeten we de Friese pelgrim Marloes uit Sneek weer, die we al enkele malen eerder tijdens onze pelgrimsdagen hebben ontmoet.

La Faba
We lopen weer een eindje samen op en als de beklimming veel steiler wordt, gaan we ieder in eigen tempo verder. Boven aan de bergrug komen we uit in het dorpje La Faba, op een hoogte van 900 meter gelegen.
Op het terras van het dorpscafé van La Faba drinken Marloes, Durkje & ik gedrieën koffie. Dan is er ook alle tijd om even rustig met elkaar te praten over onze pelgrimservaringen van de afgelopen dagen.

Historische route
Durkje en ik gaan samen verder voor de volgende klim. We klimmen door een loofbos over een nog goed bewaard gebleven deel van het oude, geplaveide pelgrimspad.
Prachtig om over zo’n eeuwenoud pelgrimspad te gaan, je realiserend dat je hier in de voetsporen gaat van duizenden pelgrims van de afgelopen eeuwen. Niet alleen het pad is mooi, maar ook de hoog opgaande wanden langs het pad zijn schilderachtig fraai.
Voorbij dit eeuwenoude bospad gaat het alsmaar verder omhoog door het open veld, naar de bergrug vóór ons. Hoe hoger we komen, hoe fraaier de vergezichten worden. Het is aangenaam weer en licht bewolkt. Omdat het zulk helder weer is, kun je kilometers ver over de bergen en door de dalen kijken.
Soms wordt het uitzicht je even ontnomen, als het voetpad van de camino over deze bergrug diep ligt, en links en rechts van je hoogopgaande wanden zijn. Dan geniet je van de rijke vegetatie aan beide zijden van het bergpad.
Je moet hier af en toe vooral even stil gaan staan om te genieten van het imposante bergpanorama.

La Laguna
We naderen het dorpje La Laguna, gelegen op een hoogte van 1200 meter.
Bij een boerenerf komen we de plaats La Laguna binnen.
Achter de boerenschuur staat nog een oude, ronde schuur, in de vorm van een zogenoemde ‘palloza’, zoals die al sinds jaar en dag in deze regio zijn gebouwd.
Op het terras van het plaatselijke café nemen Durkje en ik plaats voor de lunchpauze. Het is nu ongeveer 11.30 uur. We wachten op de komst van de Sneker pelgrim Marloes, die op enige afstand achter ons liep. Met zijn drieën lunchen we hier op het terras in de aangename zon.
Daarna gaan Durkje en ik weer verder. We zullen nu nog de klim maken van 1200 meter naar 1330 meter hoogte. Onderweg is het een kwestie van genieten van het mooie bergpad en van de verre uitzichten.

Galicië
Het pad wordt hier boven iets smaller, maar je kunt elkaar als pelgrims nog prima passeren. De wandelstokken van Durkje komen tijdens het vele klimmen goed van pas.
Op een zeker moment steken we een grens over, getuige een grenssteen. Hier betreden we de Spaanse landstreek Galicië. De bijzondere grenssteen nodigt nagenoeg alle pelgrims uit om op dit markante punt een foto te maken.

Jabikspaad Europees (h)erkend
Ongeveer een kwartier nadat we Galicië binnen zijn gewandeld, arriveren we op de plaats van onze bestemming voor vandaag: O Cebreiro. Bij de grote toeristische parkeerplaats van O Cebreiro staat een natuurstenen plaat rechtop, met daarop een metalen tableau van Europa, waarop een aantal Europese pelgrimswegen zijn afgebeeld.
Duidelijk kun je zien dat bóven de vermelde plaatsnaam ‘Leeuwarden’ het Fries-Overijsselse pelgrimspad – het Jabikspaad – begint aan de Friese Waddenzeekust bij Sint-Jacobiparochie en Zwarte Haan. Het Jabikspaad wordt dus ook internationaal beschouwd als het begin van de pelgrimstocht voor Nederlanders, die vanuit Fryslân hun pelgrimage aanvangen.

O Cebreiro
Op het hoogste punt van O Cebreiro kijken we eerst even rond naar het omliggende landschap.
Dan gaan we het dorpje O Cebreiro binnen, op de plaats waar een beeldje van Sint Jacob is uitgehouwen in combinatie met een stenen kruis.
Bij de ingang van de dorpskerk zien we twee monniken bij een tafeltje. Als pelgrim kun je je hier melden om een stempel van de kerk te krijgen in je pelgrimspaspoort.
Nadat ook wij een pelgrimsstempel hebben ontvangen, gaan we de kerk in. Vóórin de kerk staat een mooi gekleurd standbeeldje van Sint Jacob als pelgrim.
Ook heel mooi is de verzameling van zo’n 25 Bijbels in evenzoveel verschillende talen. Ze staan en liggen ter lezing geopend op een brede leesplank in de rechter kapel, waar velen ook een kaarsje aansteken bij het beeld van Maria.
Dan wandelen we door het dorpje. Hier ontmoeten we de Sneker pelgrim Marloes weer, die inmiddels ook is gearriveerd. Bij de twee souvenirwinkels kan ik te kust en te keur voor wat betreft het aanvullen van mijn verzameling pelgrimage-ansichtkaarten.

Palloza
O Cebreiro lijkt wel een soort openluchtmuseum. Het laat een aantal oude gebouwen zien, zoals die hier sinds jaar en dag in deze streek zijn gebouwd. Eén van die gebouwen is de zogenaamde ‘palloza’. Een palloza is een laag, rond of langwerpig-rond gebouw van natuursteen. Ze hebben en brede houten kapconstructie en zijn tot bijna aan de grond met stro gedekt. De oudste types hebben slechts een deurtje als de enige opening. De palloze hier in O Cebreiro is gerestaureerd en als museum ingericht, om te laten zien hoe de mensen hier vroeger in dergelijke palloza’s woonden.
Iets verderop in het dorpje staat een oude waterput, versierd met Jacobsschelpen.

Pech onderweg
De 12 kilometers hebben we vandaag in 4 uren afgelegd.
Als we O Cebreiro hebben bezichtigd, rijden we met de huurauto terug naar Vega de Valcarce. Dan zijn we van plan om met de beide auto’s en de caravan naar onze volgende camping te rijden, in Portomarín. Maar omdat we met onze eigen auto pech krijgen op de A6, laten we de auto voor reparatie morgen transporteren naar een garage in Ponferrada. Een taxibus brengt onze caravan naar de camping van Portomarín, waar we om 21.30 uur arriveren, en waar wij de komende dagen zullen doorbrengen. Morgen gaan we dan verder met onze pelgrimage vanuit O Cebreiro.

Geen opmerkingen: