donderdag 31 augustus 2023

Pelgrimeren van Mazeray naar Fontcouverte

Pelgrimsroute van Parijs (F) naar Santiago de Compostela (S)
Via Turonensis van Parijs naar Saint-Jean-Pied-de-Port (GR655)
Van Mazeray naar Fontcouverte
Vrijdag 28 juli 2023 – 21,5 km.
Dag 33: 691 – 712,5 km.
 
Wachten tot de hevige regen voorbij is



















Een regenachtige dag
Durkje en ik gaan vandaag in Mazeray beginnen met de negende dag van de voor ons dit jaar nog 28 resterende etappes van de Via Turonensis. Onze etappe van vandaag loopt tot in Fontcouverte.
De wekker wekt ons vanmorgen om 6:00 uur in de caravan op Camping ‘Au fil de l’eau’ in het Franse Saintes.   
Het wordt vandaag een regenachtige dag. Als we vanmorgen vanaf de camping vertrekken, is het droog en 18 graden Celsius, en de temperatuur loopt vanmiddag op tot 22 graden Celsius. 
Als we fietsen vanmorgen, is het droog.
Na het ontbijt verlaten we in onze auto - met achter op het fietsenrek de twee fietsen - om 7:05 uur de camping, om dan eerst van Saintes naar Fontcouverte te rijden. Daar parkeren we de auto op het parkeerterrein bij de dorpskerk.
Dan fietsen wij de 20,4 kilometers van Fontcouverte naar Mazeray.
Onze fietsen stallen we rond 8:45 uur aan een boom op het gazon vóór de Mairie van het dorp.

Motregen
Voordat we Mazeray verlaten, gaan we bij de Mairie naar binnen, om een stempel van de gemeente te vragen voor onze pelgrimspaspoorten. Dat is snel geregeld, dus dan zijn we klaar om naar het punt buiten het dorp te lopen, waar we gisteren de doorgaande pelgrimsroute verlieten, om daar vandaag door te starten.
Vanuit Mazeray lopen we naar het buurtschap Le Châtanet, waar we vóór de toegangspoort van een grote boerenhoeve afdraaien naar het zuiden.
Naar het zuidwesten lopend, komen we steeds dichter bij de A10. Het geluid van het verkeer op die autosnelweg wordt steeds luider naarmate we dichter bij de snelweg komen. Op het punt waar we het dichtst bij de A10 langs zijn, zien we door de bomen heen de auto’s op de tolweg rijden.
Eerst lopen we door bosachtig gebied. Het begint te motregenen. En op een gegeven moment begint het harder te motregenen, zodat we gebruik moeten maken van onze paraplu’s; óók onder de bomen.

De Lanterne des Morts van Fenioux
Voorbij de bospaden volgen veldpaden, onder andere langs verschillende wijngaarden. 
Op  een gegeven moment zien we links van ons over de wijnranken heen de kerktoren van Fenioux.
Bij de asfaltweg aangekomen, lopen we de bebouwde kom van Fenioux binnen.
Eerst brengen we een bezoek aan de Lanterne des Morts, een hoge toren die je via een stenen wenteltrap kunt beklimmen.
Iets hogerop staat de grote kerk van Fenioux. We lopen langs de kerk naar de Mairie, waar we onder een overdekte open ruimte een broodje eten, met het zicht op de grote dorpskerk.
Daarna gaan we terug naar de kerk om die te bezoeken.
Binnen wordt de kerk bekeken.
Bij de ingang van de kerk wordt met wegwijzers duidelijk gemaakt welke kant vanaf hier de GR360 en onze GR655 uit gaat.
De wandelroute van onze GR655 gaat over een oude brug, over een vroegere spoorlijn. De GR655 gaat over deze spoorlijn en de GR360 gaat er hier onderdoor.

Le Frédière en Chez Garnier
Het volgende dorpje waar we doorheen komen, is Le Frédière.
Aan de rand van het dorp staat de 12e eeuwse dorpskerk van Le Frédière. 
Als we om de kerk heen lopen, zien we langs de asfaltweg een oud wegkruis staan.
Aan de achterkant van de kerk kun je zien dat de kerk een vrij laag dak heeft,
We lopen tussen wijngaarden door, en zien aan veel wijnranken al dikke druiventrossen hangen.
Het volgende buurtschap waar we doorheen komen, is Chez Garnier. 
Ook dit is al weer zo’n stille woonplaats in Frankrijk, waar het rustige Franse platteland er veel van heeft.
Een eind verderop gaan we weer tussen wijngaarden door. Ook hier hangen veel en hele forse druiventrossen aan de wijnranken.

Lunchen in Juicq
Via de D230 wandelen we even later het dorp Juicq binnen.
In het dorp draaien we direct al rechtsaf, om dan in de afdaling in de richting van de dorpskerk van Juicq te lopen.
Daarbij passeren we op het veel lager gelegen beboste terrein de voormalige wasplaats van het dorp.
De pelgrimsroute blijkt wel in de richting van de kerk te lopen, maar niet langs de kerk. Op een gegeven moment staan we namelijk aan de voet van de heuvel waarop de kerk staat. Omdat we toch naar en in die kerk willen, gaan we langs een maïsveld over een bandenspoor van een inmiddels geoogst graanveld heuvelopwaarts naar de kerk van Juicq. Die blijkt gesloten te zijn, dus we kunnen niet naar binnen.
Het motregent en het waait stevig, en eigenlijk wilden we bij de kerk onze lunchpauze houden. Rondom de kerk lopend, vinden we aan de voet van de kerkmuur een bermmuurtje langs de doorgaande asfaltweg, waar we heel laag en uit de wind kunnen zitten op dat bermmuurtje, om daar te lunchen. Zo gezegd, zo gedaan. Geen last van de motregen, en geen hinder van de harde wind, en met een mooi uitzicht over de vallei eten en drinken we hier onze lunch.

Overstap van paraplu naar regenkleding
Vanuit Juicq duiken we een donker bosgebied in. Een dicht bladerdek hangt boven de bospaden. Daar hebben we geruime tijd profijt van, ook als de motregen over gaat in regen. De boombladeren houden het nog wel even, maar daarna moeten we over de donkere bospaden toch gebruik maken van onze paraplu tijdens het lopen. 
Naarmate de tijd vordert, begint het vaker en harder en langer te regenen. Vlak voordat we van het ene bosperceel naar het andere moeten oversteken door een open veld, wachten we tot het ophoudt met regenen. Dat blijkt ijdele hoop te zijn, want het regent onophoudelijk en bovendien waait het ook behoorlijk, dus zomaar even oversteken met de paraplu, dat wordt hem niet
Na ruim een half uur zakt de regen een heel klein beetje af, en wagen we het erop. Dan kunnen we met de paraplu over de bospaden weer prima verder.
Maar dan komen we aan in het buurtschap La Charme. Nu begint het toch heel hard te regenen. We gaan gauw een open boerenschuur binnen, en doen daar onze regenkleren aan. Daarmee kunnen we dan weer prima vooruit.
In Le Douhet passeren we het château van Le Douhet.
En iets verderop de karakteristieke kerk van Le Douhet.
Gelukkig is de kerkdeur open, en kunnen we naar binnen om de kerk te bezichtigen.

Het wordt ook weer droog
Pas als we Le Douhet enkele kilometers voorbij zijn, klaart de lucht iets op, en kan de capuchon van de regenjas af. Dat loopt al een stuk frisser. Wel moeten we goed oppassen voor al die waterstromen en waterplassen op de smalle en brede bospaden waarover we voortgaan.
De laatste kilometers gaat het vaker door open veld. Het miezert af en toe nog een heel klein beetje, maar dat deert ons niet. Door een heuvelachtig landschap gaat het dan op naar Fontcouvert.
Bij de oude dorpskern aangekomen, lopen we onder het hoge spoorviaduct door, en zo wandelen we het centrum van Fontcouvert binnen. 
Vrij snel daarna arriveren we bij de kerk van Fontcouvert; helaas gesloten.
Maar daarmee zijn we ook terug bij onze hier geparkeerd staande auto. Dan schijnt de zon zowaar even.
We stappen in en rijden terug naar Mazeray, waar we de beide fietsen afhalen, waarna we - na boodschappen gehaald te hebben in Saintes - terugrijden naar onze camping aan de Charente in Saintes.

Pelgrimeren van Paillé naar Mazeray

Pelgrimsroute van Parijs (F) naar Santiago de Compostela (S)
Via Turonensis van Parijs naar Saint-Jean-Pied-de-Port (GR655)
Van Paillé naar Mazeray
Donderdag 27 juli 2023 – 22,5 km.
Dag 32: 668,5 - 691 km.
 
Bij de ruïne van de voormalige abdijkerk van Saint-Jean d'Angély

Tussen motregen en zonneschijn
Durkje en ik gaan vandaag in Paillé beginnen met de achtste dag van de voor ons dit jaar nog 28 resterende etappes van de Via Turonensis. Onze etappe van vandaag loopt tot in Mazeray.
De wekker wekt ons vanmorgen om 6:00 uur in de caravan op Camping ‘Au fil de l’eau’ in het Franse Saintes.   
Het wordt vandaag een dag met wisselvallig weer. Als we vanmorgen vanaf de camping vertrekken, is  het droog en 18 graden Celsius, en de temperatuur loopt vanmiddag op tot 28 graden Celsius. 
We fietsen vanmorgen echter in de motregen onder een lucht van donkere regenwolken, maar voordat we gaan lopen, is het al weer droog, en het blijft de rest van de dag gelukkig ook droog. Uiteindelijk wordt het half bewolkt, met prachtige zonnige perioden. De temperatuur loopt aan het eind van de middag wel op naar de dertig graden, dus uit de wind en in de zon is het warm, maar als we in het open veld lopen en dan meer met de verkoelende wind te maken krijgen, is het heel mooi wandelweer. 
Na het ontbijt verlaten we in de auto - met achter op het fietsenrek de twee fietsen - om 7:05 uur de camping, om dan eerst van Saintes naar Mazeray te rijden. Daar parkeren we de auto op het grote parkeerterrein tussen de Mairie en het dorpspark.
Dan fietsen wij de 19,2 kilometers van Mazeray naar Paillé.
De fietsen stallen we rond 9:15 uur in het dorpscentrum op het dorpsplein bij de kleine levensmiddelenwinkel van Paillé.

Kerken open langs het pelgrimspad
Voordat we de doorgaande route op gaan, lopen we een ommetje door het dorp naar de 12e eeuwse dorpskerk van Paillé. 
De kerkdeur staat gelukkig open, dus we bezichtigen deze kerk, die naast de kerkzaal ook nog een zijbeuk heeft.
Aan de rand van het dorp staat een betonnen wegwijzer, waarop staat aangegeven dat het vanaf hier naar Saint-Jean d’Angély 17 kilometer gaans is.
Over karrensporen en asfaltwegen gaat het dan door heuvelachtig gebied op naar het dorpje Les Eglises d’Argenteuil. 
Een oudere man op een fiets komt aanrijden, en hij vraagt of hij ons samen even op de foto moet zetten bij het plaatsnaambord. Dat is een prima idee, dus hij maakt een foto van ons samen.
Ook vertelt hij dat hij ’s morgens altijd de deur van de dorpskerk opent, opdat een ieder de kerk kan bezoeken. Hij vraagt ons om hun mooie kerk te gaan bekijken. De kerk is al open, dus we kunnen straks in het dorp de kerk in. Dat doen we graag.
Ook vraagt hij ons om iets in het gastenboek te schrijven, en om er dan bij te zetten uit welk land (NL) wij afkomstig zijn. Ook dat doen we, dus even later in de kerk schrijft Durkje een groet aan de sleutelhouder van de kerk, met uiteraard - op vriendelijk verzoek - ook de land-aanduiding NL erbij.
Het valt ons op dat de meeste kerken langs de pelgrimsroute geopend zijn. Dat is voor de passerende pelgrims elke keer weer een mooie verrassing, en wij genieten ervan om in al die dorpen en steden een kort bezoek te brengen aan dit waarde(n)volle religieus erfgoed.
Als we even later door de hoofdstraat van het dorp lopen, zien we tot onze blijde verrassing dat het dorpscafé open is. Daar houden we onze koffiepauze van vandaag.

Langs erfgoed van Vervant
Daarna verlaten we Les Eglises d’Argenteuil aan de overzijde van de D950, om over een asfaltweg af te dalen in de vallei van de rivier de Boutonne. Voordat we de Boutonne bereiken, wandelen we Vervant binnen.
In het centrum van het dorp komen we langs het imposante château van Vervant.
Het château is op gestelde tijden geopend ter bezichtiging.
In het straatje tegenover het château wandelen we langs een oude waterput van het dorp.
En aan de rand van het dorp, passeren we het gebouw van de voormalige melkfabriek van Vervant.
Dan volgt voorbij Vervant een mooie route over de asfaltweg, die hoger gelegen parallel loopt aan het groene stroomgebied van de Boutonne.

Poursay-Garnaud
Het volgende dorpje waar we door komen, is Poursay-Garnaud.
Ook hier is de dorpskerk geopend voor bezoekers, dus we gaan naar binnen.
In het kerkraam in het koor van de kerk zitten helaas enkele ontsierende gaten.
In het dorp komen we langs een huis met een hele grote tuin vol bloemen en groenten. Een vrouw is in de tuin bezig om de lange rijen gladiolen bij te werken.
Aan de andere kant van het huis loopt een groepje ganzen druk heen en weer als wij passeren.
Bijna aan het eind van het dorp komen we langs de voormalige watermolen van het dorp. Deze moulin heeft nog een prachtige waterpartij rondom het huis.

Twaalf uur in Courcelles
Na het oversteken van de rivier de Boutonne wandelen we al vrij snel na het verlaten van Poursay-Garnaud het dorp Courcelles binnen bij de voormalige wasplaats van het dorp.
Op de T-kruising in het dorp staan enkele wegwijzers, waarvan ook enkele gerelateerd aan de pelgrimsweg van Sint Jacobus.
We moeten eigenlijk linksaf in het dorp, maar we gaan eerst rechtsaf, naar de dorpskerk. Daarbij passeren we de gite ofwel refugio van het dorp, waarop aan de zijgevel een houten bord hangt met het opschrift ‘Santiago 1.048 km’. Ook aan de ingangspartij van het gebouw is duidelijk te zien dat dit de plaatselijke overnachtingsplek voor pelgrims is. 
De Jacobsschelp spreekt in dezen bijvoorbeeld boekdelen voor de pelgrim.
Bij de volgende deur hangt een ansichtkaart van een pelgrim, met daaronder een schrijfbloc met pen. Kennelijk kun je daar voor de refugio-houdster een boodschap achterlaten. 
Wij lopen door naar de dorpskerk verderop, die te midden van een groot kerkhof staat.
Deze Sint-Martinuskerk heeft een klokgevel met drie luidklokken.
We gaan naar binnen, en bekijken het kerkinterieur.
Binnen hangt ook een poster van de pelgrims-website webcompostella.com. De poster toont een mooi overzicht van de pelgrimsroute die Durkje en ik nu lopen.
Buiten vinden we een plek op twee bankjes in de schaduw, waar we genoeglijk genieten van onze lunchpauze. Klokslag twaalf uur begint één van de luidklokken daverend twaalf slagen te slaan. Daarna volgt de tweede luidklok, en tot slot laat ook de derde luidklok nog luid en duidelijk van zich horen. Kortom, we zijn er nu op heel luidruchtige wijze wel op gewezen dat het twaalf uur is.

In de refugio van Courcelles
Als we na deze pauze door de dorpsstraat terug wandelen naar de doorgaande pelgrimsroute, groeten we een oudere vrouw die daar net uit haar auto stapt. We raken met haar in gesprek, en ze vraagt waar wij overnachten. Dan blijkt dat deze vrouw de eigenares is van de gite/refugio van Courcelles. Ze nodigt ons uit om even mee naar binnen te komen. Daar krijgen we stempel van de plaatselijke dorpskerk in onze pelgrimspaspoorten, en ze vraagt ons om op een grote landkaart van Europa te schrijven waar wij onze refugio hebben. Tot slot adviseert ze ons om niet de lage route buiten Courcelles te nemen – want die zou ‘difficile’ zijn, maar om de doorgaande verkeersweg te nemen die hoog over de heuvels loopt.
We bedanken haar voor haar gastvrijheid en goede raad, maar buiten het dorp aangekomen, kiezen we er toch maar voor om de regulier aangegeven pelgrimsroute te volgen, die lager door de riviervallei loopt dan de hoge heuvelroute. Dat beetje stijgen aan het eind van die lage route blijkt helemaal geen probleem te zijn overigens, dus we hebben goed gekozen, vinden we.

Stijgen en dalen met panoramische uitzichten
We lopen nu niet in een rechte lijn naar Saint-Jean d’Angély, maar naderen deze stad via een royaal omtrekkende beweging, die de drukke verkeerswegen rond de stad mijdt. Dan blijkt dat overigens een goede keus te zijn, want nu naderen we het dorp over een heel mooi breed stijgend graspad heuvelopwaarts. We krijgen daarbij een prachtig panoramisch uitzicht van de omgeving, als beloning voor de ‘hoog over’-omweg naar de stad.
In de afdaling rijdt groot materieel vóór ons uit over een singel met een breed graspad. Het zijn boomverzorgers, voor wie kennelijk hun klus erop zit in deze singel, want ze rijden in één keer voor ons uit naar beneden, de stad in.
In die afdaling krijgen we een mooi uitzicht over de stad Saint-Jean d’Angély, waaronder de grote kerktorens van de voormalige abdijkerk van de stad, waar we straks nog langs zullen komen.
Over een bedrijventerrein en langs de Gendarmerie lopen we door een prachtig met bloemen versierd park naar het centrum van de stad.

De stad Saint-Jean d’Angély in
Bij La Tour de l’Horloge – één van de oude stadspoorten van de stad – wandelen we de binnenstad in.
Ons valt op dat de leegstaande panden in het winkelcentrum zijn versierd met kleurrijk gecreëerde doeken die vóór de gevels hangen. Dat is in elk geval een vrolijker gezicht dan troosteloze lege etalages en slecht onderhouden binnenstadspanden.
Hier en daar staan overigens schitterende vakwerkhuizen in de binnenstad.
We komen uit op een stadspleintje met schaduwrijke bomen in het midden, en met enkele grote terrasparasols, die de terrassen van de restaurants en café’s rond dit plein van aangename schaduw voorzien op deze zonovergoten dag. Ook de voormalige waterput van de stad staat op dit stadspleintje.
We nemen plaats op één van de terrassen, en genieten hier van een flesje cola, niet alleen ijskoud, maar op deze warme dag ook garant staand voor aanvulling van ons suikergehalte. We drinken nagenoeg nooit cola, maar tijdens het pelgrimeren hebben we wel geleerd dat koude zoete cola en zoute versnaperingen zoals pinda’s, chips, frites of tortilla patates je als pelgrim een heerlijke en welkome opkikker kunnen geven.
Om twee uur gaat de VVV weer open tegenover ons terras, dus Durkje gaat er direct even naar binnen om een stempel voor onze pelgrimspaspoorten te halen. We nemen er overigens rustig de tijd voor om op het terras te genieten van de schaduw, en van de gezelligheid op de terrassen op dit binnenstadspleintje.

De stad weer uit
Na deze heerlijke middagpauze wandelen we verder door de stad. Daarbij komen we ook langs het terrein van de voormalige abdij van Saint-Jean d’Angély.
Heel prominent staan nog de kerktorens overeind van wat vroeger ooit een majestueuze abdijkerk is geweest.
Eén van de gevolgen van de vreselijke godsdienststrijd van lang geleden is dat de Hugenoten indertijd deze abdijkerk hebben geruïneerd. Men heeft het terrein wel weer andere bestemmingen gegeven, maar de grote kerktorens herinneren ons er aan dat hier ooit een hele grote kerk heeft gestaan.
Dan wordt het tijd om de stad te verlaten. Via allerlei straten bekleed met metalen emblemen die duidelijk maken dat onze pelgrimsroute ook werelderfgoed is, lopen we naar de rand van de stad.
Dan gaan we de Chemin de la Princesse in, die eerst nog een asfaltweg is langs enkele huizen, en die daarna verandert in een halfverhard karrenspoor, dat lang en hoog heuvelopwaarts gaat. Zo laten we de stad Saint-Jean d’Angély ver en diep achter ons.

Door bos en veld naar Mazeray
Dan rest ons nog een slottraject van enkele kilometers door een bosachtig gebied, en tenslotte door een open heuvellandschap met ook hier weer wijngaarden, op naar het eind van deze etappe, naar Mazeray.
Vlak vóór Mazeray komen we nog langs een uitbundig bloeiende zonnebloemenakker.
Even later arriveren we bij de betonnen wegwijzer van de pelgrimsroute, waarop de naam van onze bestemming voor vandaag – Mazeray – staat.
Hier verlaten we de doorgaande pelgrimsroute, om naar de Mairie van Mazeray te lopen, waarachter onze auto staat geparkeerd.
Met de auto halen we dan onze beide fietsen terug vanuit Paillé, om tenslotte vanuit Paillé terug te rijden naar onze camping in Saintes.

Pelgrimeren van Arsanges naar Paillé

Pelgrimsroute van Parijs (F) naar Santiago de Compostela (S)
Via Turonensis van Parijs naar Saint-Jean-Pied-de-Port (GR655)
Van Arsanges naar Paillé
Woensdag 26 juli 2023 – 21 km.
Dag 31: 647,5 – 668,5 km.
 
De imposante Eglise Saint-Pierre van Aulnay


















Nieuwe serie wandeletappes vanuit Arsanges
Durkje en ik gaan vandaag in Arsanges beginnen met de zevende dag van de voor ons dit jaar nog 28 resterende etappes van de Via Turonensis. Onze etappe van vandaag loopt tot in Paillé.
Gisteren hebben we onze caravan verplaatst van Lusignan naar Saintes, waar we nu voor enkele nachten kamperen op de Municipal Camping van de stad, langs de rivier de Charente.
De wekker wekt ons vanmorgen om 6:00 uur in onze caravan op Camping ‘Au fil de l’eau’ in het Franse Saintes.   
Het wordt vandaag een dag met wisselvallig weer. Als we vanmorgen vanaf de camping vertrekken, is het droog en 14 graden Celsius, en de temperatuur loopt vanmiddag op tot 25 graden Celsius. 
We lopen aanvankelijk bij een geheel bewolkte lucht, maar naarmate de ochtend vordert, veranderen de gewone wolken in regenwolken, en krijgen we af en toe met een tijdje miezerige regen te maken. Daar komt bij dat het de hele dag nogal stevig waait. Dat maakt het nodig af en toe de paraplu te gebruiken als bescherming tegen wind en motregen.
Na het ontbijt verlaten we in onze auto - met achter op het fietsenrek de twee fietsen - om 7:10 uur de camping, om dan eerst van Saintes naar Paillé te rijden. Daar parkeren we onze auto op het dorpsplein midden in het dorpje, tegenover de kruidenier van het dorp. Die komt net aanrijden als we de fietsen afladen, en zij sjouwt dan drie grote papieren meelzakken vol met brood – onder andere stokbrood- vanuit haar auto de levensmiddelenwinkel in.
Dan fietsen wij de 15,6 kilometers van Paillé naar Arsanges.
De fietsen stallen we rond 9:00 uur in het dorpscentrum op de driesprong, achter de abri in een tamelijk minimaal speeltuintje. Het is heel stil op straat; geen mens te zien.

Van Deux Sèvres naar Charente Maritime
Vanuit Arsanges steken we de D950 over, en daar begint dan het vervolg van onze pelgrimstocht, waar wij eergisteren de doorgaande route verlieten.
Vanaf de D109 gaan we dan tussen de akkers door wederom de antieke Romeinse heirbaan op. Enkele honderden meters verderop moeten we de D950 weer oversteken, om dan naar de bosrand van Bois d’Ensigné te lopen, waar we rechts omheen lopen.
Op dit stuk van de route krijgen we verrassend te maken met een nieuw soort wegwijzers voor de pelgrims. Op de grens van het departement Deux Sèvres (dat we nu verlaten) en het departement Charente Maritime (dat we nu binnenlopen) staat een witte betonpaal waarop we als pelgrims welkom worden geheten in het voor ons nieuwe departement. 
Vanaf dit moment zullen we merken dat we heel regelmatig dergelijke betonpalen passeren, waarop dan met een pijl is aangegeven welke de juiste richting is voor pelgrims.
Na een eindje in zuidelijke richting gelopen te hebben, komen we op het punt waar de GR36 en onze GR655 voor ongeveer een kilometer samen optrekken door het Bois Bréchou. We volgen die gemeenschappelijke kilometer, totdat we voor de derde keer vandaag bij de D950 komen, op de picknickplek waar de beide Grand Randonnées weer uit elkaar gaan. 

In de Eglise Sainte-Madeleine van La Villedieu
Het vervolgtraject vanuit het Bois Bréchou tot aan La Villedieu gaat over het vervolg van de Romeinse weg die wij tot aan ongeveer Arsanges al bewandelden. Deze Romeinse weg loopt op enige afstand parallel aan de D950. Vlak vóór La Villedieu komen de Romeinse weg en de D950 bij elkaar, op de plek waar we de bebouwde kom van La Villedieu binnen lopen.
Links van ons zien we dan ook een chatêau staan, omringd door muren en bomen.
Over de smalle strook langs de D950 die als drukke verkeersweg door La Villedieu gaat, lopen we tot aan de Eglise Sainte-Madeleine. Op de kerkdeur is een sticker geplakt van ‘Sur la voie de Tours vers Compostelle’.
We gaan deze kerk in om het interieur te bekijken.
In het opengeslagen gastenboek zien we dat de Nederlandse pelgrim Ton – die wij eergisteren in Melle ontmoetten – gisteren een boodschap in dit gastenboek heeft geschreven. 
Als we weer buiten de kerk komen, zien we dat we door een kijkgat in een tuindeur naast de kerk stilzwijgend worden gadegeslagen door een hond.
 
Eerst door Salles-lès-Aulnay
Aan de rand van La Villedieu meldt een departementale wegwijzer dat het vanaf hier naar Aulnay nu nog 7 kilometer is.
Hier gaan we – getuige het straatnaambord – de Chemin de Compostelle op.
We lopen over een breed karrenspoor tussen uitgestrekte akkers door. Een akker met maïs wordt op dit moment beregend.
Het weer wordt er niet beter op, want het begint op deze hoogte van de heuvels te motregenen. Een beetje is niet erg, maar als het iets harder begint te miezeren, wordt het met de aanwakkerende wind minder aangenaam om zonder regenbescherming verder te gaan.
Durkje trekt vlak vóór Salles-lès-Aulnay de regenbroek aan, en gebruikt daarnaast de paraplu.
Maar ja, dan stopt de motregen, op het moment dat we de bebouwde kom in gaan. Bij de kerk in Salles-lès-Aulnay kan de regenbroek dan direct al weer uit, en de paraplu dicht.
We bezichtigen het interieur van deze 12e eeuwse dorpskerk.
Je kunt hier verschillende soorten kaarsen aansteken, zowel kandelaarkaarsen, als kaarsen in glaasjes.
We waren even van de doorgaande route afgeweken, om de dorpskerk te kunnen bekijken. Dit is zoals zoveel andere Franse dorpen een dorp waarvan je kunt zien dat er enkele leegstaande huizen staan die al jaren onbewoond zijn.
Verderop in het dorp komen we langs een mooi woonhuis, waarbij we tegen de muur een groot aantal oude landbouwwerktuigen zien bevestigd.
We maken een omtrekkende beweging onder Salles-lès-Aulnay door om naar Aulnay te lopen.

De imposante Eglise Saint-Pierre van Aulnay
Bij de oude wasplaats aan een beekje arriveren we in het centrum van Aulnay.
Aan het dorpsplein is een terras bij een Tabac-winkel, dus dat wordt voor ons de koffieplek van vandaag. Het is druk op het terras en in het café, maar we krijgen vlot koffie geserveerd.
Op het dorpsplein lunchen we aansluitend.
Na deze dubbele pauze lopen we naar de imposante Eglise Saint-Pierre.
Deze grote kerk staat op een uitgestrekt kerkhof met heel veel oude graven.
We gaan de kerk in, om die te bezichtigen.
Deze kerk heeft een zijkapel, waarin een groot houten kruis hangt.
Voordat we na dit kerkbezoek verder wandelen, gaan we nog even naar de VVV, die enkele meters verderop staat. De VVV is zojuist gesloten, maar de twee VVV-medewerksters komen toch nog even naar buiten om daar voor ons een stempel in onze pelgrimspaspoorten te plaatsen.
Daarna lopen we om de Eglise Saint-Pierre heen, om verder te gaan met onze route. 
Tegenover de kerk grazen twee Poitou-ezels, van het ras dat je hier regelmatig ziet rondlopen in de weilanden.
Naast de kerk staat een informatiebord over Aulnay in relatie met het pelgrimspad als mondiale culturele route. Daarop staat ook een afbeelding van een Sint-Jacobspelgrim.
Aan de rand van Aulnay, bij de uitvalsweg voor pelgrims, zien we een metalen embleem op het wegdek, waarop wordt vermeld dat de pelgrimsroute van Sint Jacob is aangemerkt als Werelderfgoed.
We maken een foto van dit wereld-embleem op het wegdek.

Van Aulnay naar Brie
Ter hoogte van de boerencoörperatie wandelen we Aulnay uit. 
Buiten Aulnay moeten we tamelijk lang heuvelopwaarts klimmen. Ondertussen begint het weer te motregenen, en de harde wind daarbij maakt het nodig dat we ons beschermen tegen de regen met onze paraplu’s. Dat betekent wel dat we ter hoogte van Mondevis moeten opboksen tegen de helling èn tegen de harde wind die we met de paraplu vangen.
We buigen even later naar het westen af, naar het gehucht Brie.
Brie is een aaneenschakeling van doorgaans oudere huisjes.
Bij één van die oude huisjes zijn twee bouwvakkers bezig met een betonmolen. Het ziet er naar uit dat dit pand wordt verbouwd en/of gerenoveerd.
Voorbij Brie gaan we dan door de heuvelachtige velden van Les Rentes verder, over karrensporen tussen uitgestrekte braakliggende akkers, omgeploegde akkers, of akkers waarop nog bloeiende of al uitgebloeide zonnebloemen staan. Rechts vóór ons is de lucht helderblauw met decoratieve kleine witte wolken, maar links achter ons blijven de donkere wolkenluchten dreigend hangen.

Naar een zonnig Paillé
We krijgen echter geen last meer van die regenwolken, want de zon breekt door, en we lopen vol in de zon het dorpje Paillé binnen; de bestemming voor vandaag.
Als we op het dorpsplein van Paillé bij onze auto arriveren, is nog altijd duidelijk de scheiding te zien tussen de zon-lucht aan de ene kant van het dorp, en de regen-lucht aan de andere kant van het dorp.
We stappen vlak vóór 15:00 uur in de auto, en rijden terug naar Arsanges, waar we onze fietsen op het fietsenrek laden. Aan de omgeving, en aan de natte fietsen zien we dat het hier behoorlijk heeft geregend.
Daarna rijden we met onze auto vanuit Arsanges terug naar de camping in Saintes, waar we voor de rest van de dag genieten van mooi zonnig weer.

Pelgrimeren van Saint-Romans-lès-Melle naar Arsanges

Pelgrimsroute van Parijs (F) naar Santiago de Compostela (S)
Via Turonensis van Parijs naar Saint-Jean-Pied-de-Port (GR655)
Van Saint-Romans-lès-Melle naar Arsanges
Maandag 24 juli 2023 – 20,5 km.
Dag 30: 627 – 647,5 km.
 
Stempelen van onze credentials in de Mairie van Saint-Romans-lès-Melle



















Van de regen in de druppeltjes
Wij gaan vandaag in Saint-Romans-lès-Melle beginnen met de zesde dag van de voor ons dit jaar nog 28 resterende etappes van de Via Turonensis. Onze etappe van vandaag loopt tot in Arsanges.
Vanmorgen heel vroeg regent het behoorlijk, dus het is niet zo aantrekkelijk om dan al naar buiten te gaan. We draaien ons nog eens lekker om, en slapen verder.
De wekker wekt ons vanmorgen om 6:00 uur in onze caravan op Municipal Camping de Vauchiron in het Franse Lusignan. De regen is dan al overgegaan in miezerige neerslag.   
Het wordt vandaag overigens wel een zomerse dag om te wandelen, want als we vanmorgen vanaf de camping vertrekken, is het 17 graden Celsius, en de temperatuur loopt vanmiddag op tot 26 graden Celsius. 
Als we van de camping vertrekken, is het gelukkig al droog. We lopen aanvankelijk bij een geheel bewolkte lucht, maar naarmate de ochtend vordert, neemt de bewolking snel af, en krijgt de zon meer kans. Het blijft de hele wandeldag heel mooi zomerweer. Het waait wel stevig, maar omdat het een aangenaam warme wind is, is het heerlijk weer om buiten te lopen.
Na het ontbijt verlaten we in onze auto - met achter op het fietsenrek de twee fietsen - om 7:10 uur onze camping, om dan eerst van Lusignan naar Arsanges te rijden. Daar parkeren we onze auto op een braakliggend terrein midden in het dorpje.
Dan fietsen we de 16,8 kilometers van Arsanges naar Saint-Romans-lès-Melles.
Onze fietsen stallen we in het dorpscentrum op het dorpsplein bij de bakker, de kruidenier, het café en het restaurant van het dorp.

Start met koffie en een stempel in Saint-Romans-lès-Melle
Twee dames komen in winkelkledij uit de kleine supermarkt, en de man uit het café voegt zich bij hen op het terras, waar ze hun koffiepauze hebben. Wij nemen ook plaats op het terras en bestellen koffie. 
Na deze start met koffie verlaten we het dorpsplein, om dan eerst naar de Mairie te lopen, waarvan de deur uitnodigend open staat. We worden daar vriendelijk ontvangen door een mevrouw, van wie we het gemeentestempel in onze pelgrimspaspoorten krijgen. Daarna verlaten we het dorp. Daarmee wandelen we direct het naastliggende dorp binnen: Mazières-sur-Béronne.

Mazières-sur-Béronne
De weg die we dan inslaan, heet heel toepasselijk de ‘Chemin de Saint-Jacques’.
We lopen op een ommuurd woongebouw af, met binnen die tuinmuur ook nog enkele bedrijfsgebouwen en een kerkgebouw. Het is een privé-terrein, dus we mogen het terrein niet op. Aan de tuinmuur hangt een bordje met de aanduiding dat het hier gaat om gebouwd erfgoed.
In de bocht vlak vóór het toegangshek staan bramenstruiken, met daaraan alvast één rijpe braam; de eerste rijpe braam die we dit jaar onderweg zien. 
De braamstruiken hangen al vol met nog niet rijpe bramen.
Bij een houten deurtje boven in de gevel van één van de bedrijfsgebouwen zien we de afbeelding van een Jacobsschelp hangen.
Op een breed tuinmuurtje van een woning langs de route ligt een groot aantal Jacobsschelpen uitgestald.
Even later wandelen we Mazières-sur-Béronne uit.

Nieuwe wegwijzers voor wandelaars en pelgrims
Op een kruispunt van paden zien we een houten paal staan met wegwijzers aan die paal. Het gaat hier om mooie nieuwe wegwijzers met een groene kleur. Zo hebben we ze nog niet eerder gezien. De wegwijzer maakt met de wit-rode strepen en de nummer-aanduiding duidelijk dat het hier om de GR655 gaat, en bovendien staat onder de geel-blauwe strepen met daarin een Jacobsschelp aangegeven dat het hier gaat om de ‘Chemin de Saint-Jacques de Compostela’ en de ‘Voie de Tours’, ofwel de Via Turonensis, waarop Durkje en ik momenteel pelgrimeren. Super duidelijk dus, en bovendien heel mooi uitgevoerd. Hier kunnen pad-zoekende pelgrims nog jaren mee vooruit.
Voordat we een helling op moeten lopen naar het buurtschap Turzay passeren we in het beekdal eerst de plaatselijke wasplaats.
Voorbij het volgende dorp – Etrochon – zien we als gevelsteen tegen een tuinmuur een jaartal met een gestileerde Jacobsschelp. 
In de afgelopen dagen hebben we al heel regelmatig gezien dat mensen die langs de pelgrimsroute wonen, symbolen van het pelgrimeren langs de route hebben aangebracht. Daarmee laat men zien zich terdege bewust te zijn van het feit dat men hier aan een pelgrimsroute woont, en bovendien is het voor al die passerende pelgrims fijn om te zien dat men aandacht heeft voor en geeft aan pelgrims en aan het pelgrimeren.

Gennebrie en non-barrée
In zuidelijke richting lopen we door het open veld, over verschillende soorten karrensporen, tussen akkers met graanstoppels, maïs en zonnebloemen. Een prachtige wolkenlucht hangt boven ons.
In het buurtschap Gennebrie komen we vanuit het veld bij de doorgaande asfaltweg ter hoogte van een oude watermolen boven een beekje.
De oude ‘moulin’ is mooi gerestaureerd, gedecoreerd met rode luiken en groene klimop.
Ook naast de moulin hangt de hedera-klimop decoratief over een pergola.
We gaan een karrenspoor op in de richting van de D740. ‘Route Barrée’ staat aan het begin van het pad, maar meestal is dat voor wandelaars geen probleem. Bij de D740 aangekomen blijkt dat er aan weerszijden in het wegdek een heel groot gat is gegraven, en dat werklui hier twee gaten onder de weg door hebben geboord om er leidingen doorheen te trekken of te duwen. Wij kunnen er echter met gemak om heen, dus voor ons geen ‘barrée’.

Koffie met foodtruck in Brioux-sur-Boutonne
Vlak vóór Coulonges draaien we af naar Bel Air aan de D950. We lopen over een halfverhard pad achter de huizen van Bel Air langs, parallel aan de D950, in de richting van Brioux-sur-Boutonne. Bij de dorpsrand heeft een kiosk-houder aangegeven dat het vanaf hier nog 1.302 kilometers is naar Santiago de Compostela.
Met een langwerpig geel-blauw verkeersbord wordt langs de D950 aangegeven dat deze weg deel uitmaakt van de pelgrimsroute naar Santiago de Compostela. 
Dan komen we bij de brug over de rivier de Boutonne.
We steken de brug over, om Brioux-sur-Boutonne binnen te wandelen.
Voorin het dorp is een Tabac-winkel met een terras. Daarop nemen we plaats en we bestellen koffie.
Op het terras zit een jonge vrouw, die – waarschijnlijk – haar ouders aan de hand van foto’s op haar smartphone vertelt dat ze een foodtruck wil kopen om daarmee een horeca-bedrijfje te beginnen. We raken daarover met elkaar in gesprek. Ze is gemotiveerd om dit te gaan doen, maar de wijze waarop haar vermoedelijke ouders niet deelnemen aan het gesprek spreekt boekdelen: waarschijnlijk zien zij dat niet zo zitten als perspectief voor hun dochter. Maar de jongedame blijft naar ons toe heel enthousiast over haar droom en plan. Als het aan haar ligt, worden droom en plan werkelijkheid.

Koeien in de wei
Na onze pauze wandelen we Brioux-sur-Boutonne uit, en dan valt ons buiten de bebouwde kom direct op dat het landschap aan deze kant van de rivier geheel anders is ingericht dan aan de andere kant van de plaats. Voordat we Brioux-sur-Boutonne binnen liepen, wandelden we door een heuvelachtig open landschap met eigenlijk alleen maar uitgestrekte akkers, terwijl we aan deze kant van de plaats in een veel meer coulissen-achtig landschap komen, met overwegend graslanden, en hier en daar koeien. En koeien hebben we in de afgelopen dagen nauwelijks gezien, en hier zijn ze volop aanwezig in de weilandjes langs het brede pad waarover wij voortgaan.
Vanuit een mooi singelpad wandelen we het dorpje Le Pontioux binnen.
Langs de route komen we langs de tuindeur van één van de huizen, waaraan de figuur van een Jacobsschelp is bevestigd.
Aan de rand van Le Pontioux komen we langs een groenten- en fruit-tuin, waarin een appelboom staat, die vol hangt met kleine rood-groene appeltjes.
Daarna gaan we het open veld weer in, waar we in een gebied komen waarin we een mix van akkers en weilanden aantreffen.

Villefollet
Voordat we het eind van onze etappe bereiken, komen we nog door een ander dorpje, namelijk Villefollet. Via  een betonbruggetje over een beekje wandelen we het dorp binnen.
In het dorp komen we langs het dorpskerkje. Gelukkig is de deur van deze kerk niet op slot, en kunnen we binnen kijken.
Durkje vult het gastenboek in, en ik kijk even rond in de kerkzaal. Aan een deur in het koor van de kerk hangt een kruis, met daarop enkele afbeeldingen die verwijzen naar het bedevaartsoord Lourdes, waar Durkje en ik vorig jaar op één van onze pelgrimages doorheen kwamen.
Boven het gastenboek hangt een oude poster, met daarop afbeeldingen van enkele kerken langs de pelgrimsroutes van Arles en van Le-Puy-en-Velay; twee pelgrimsroutes, die Durkje en ik samen al hebben gelopen.
Bij de gesloten Mairie lunchen we nog kort op een bankje, alvorens we verder gaan.
Aan de rand van het dorp staat een mooi nieuw informatiebord, met informatie over de pelgrimsroute die wij nu bewandelen. De route van Lusignan via Villefollet naar Aulnay staat onder andere op dit informatiepaneel afgebeeld.

Voorbij de wijngaard de Romeinse heirweg op
Voorbij Villefollet volgen enkele kilometers tussen heuvelachtige akkers door. Zover we hier kunnen zien, zijn het grote akker-percelen met zonnebloemen, graan(stoppels) en stukken land waarvan je kunt zien dat die dit seizoen niet eens worden gebruikt. Veel zonnebloemen zijn uitgebloeid, en laten hun koppen al hangen. 
En dan zomaar ineens, midden tussen de grote akkers, komen we langs een klein perceel met druivenstruiken.
De druivenstruiken hangen vol met grote druiventrossen. De druiven zijn echter nog niet rijp. Ze hebben nog wel de nodige zon-uren nodig voordat ze geoogst kunnen worden.
Je ziet het bijna niet, maar net voorbij deze kleine wijngaard komen we op de afslag, waarop we met een scherpe bocht rechtsaf het brede karrenspoor moeten verlaten, om dan over een veldpad rechtsaf verder te gaan. Dit blijkt het restant te zijn van een voormalige Romeinse heirweg, die hier dwars door de heuvels in zuidwestelijke richting gaat. We lopen nu vol op de wind, maar wel een aangenaam warme wind, dus helemaal prima zo.

Einde van de eerste zesdaagse
Vlak voordat we het asfaltweggetje naar Villiers-sur-Chizé kruisen, komen we langs een akker waarop pluimgierst wordt verbouwd. Verderop zien we daar nog een akker mee.
Bij de D109 aangekomen, verlaten we de Romeinse heirweg tijdelijk, want hier stopt voor vandaag onze etappe.
Een eindje verderop steken we via de D109 de D950 over, om dan over de asfaltweg door te lopen naar het dorpje Arsanges, waar we vanmorgen onze auto hebben achtergelaten.
Bij onze auto gekomen, stappen we in, en dan rijden we van Arsanges terug naar Saint-Romans-lès-Melle, waar onze fietsen staan.
Met de beide fietsen op het fietsenrek rijden we dan terug naar onze camping in Lusignan.
Hiermee sluiten we vandaag de eerste serie van zes opeenvolgende pelgrimsdagen af van onze zomerpelgrimage 2023. In die zes dagen hebben we gewandeld van Buxerolles tot aan Arsanges.
Morgen gaan we onze caravan verplaatsen naar een volgende camping. We kunnen dan voor de volgende dagen boodschappen halen, om daarna overmorgen weer verder te gaan waar we vandaag zijn gestopt. 
We kunnen nu alvast terugzien op zes hele mooie en geslaagde pelgrimsdagen.

Pelgrimeren van Sepvret naar Saint-Romans-lès-Melle

Pelgrimsroute van Parijs (F) naar Santiago de Compostela (S)
Via Turonensis van Parijs naar Saint-Jean-Pied-de-Port (GR655)
Van Sepvret naar Saint-Romans-lès-Melle
Zondag 23 juli 2023 – 20,5 km.
Dag 29: 606,5 – 627 km.
 
Bij de Eglise-Saint-Pierre in Melle
Fietsen naar Sepvret
Wij gaan vandaag in Sepvret beginnen met de vijfde dag van de voor ons dit jaar nog 28 resterende etappes van de Via Turonensis. Onze etappe van vandaag loopt tot in Saint-Romans-lès-Melle.
De wekker wekt ons vanmorgen om 6:00 uur in onze caravan op Municipal Camping de Vauchiron in het Franse Lusignan.  
Het wordt vandaag een zomerse dag om te wandelen, want als we vanmorgen vanaf de camping vertrekken, is het 17 graden Celsius, en de temperatuur loopt vanmiddag op tot 27 graden Celsius. We lopen aanvankelijk bij een geheel bewolkte lucht, maar naarmate de dag vordert, neemt de bewolking af, en krijgt de zon meer kans. Het blijft de hele wandeldag heel mooi zomerweer.
Na het ontbijt verlaten we in onze auto - met achter op het fietsenrek de twee fietsen - om 7:10 uur onze camping, om dan eerst van Lusignan naar Saint-Romans-lès-Melle te rijden. Daar parkeren we onze auto op het dorpsplein.
Dan fietsen we de 15,5 kilometers van Saint-Romans-lès-Melle naar Sepvret. Af en toe voelen we enkele druppeltjes regen, maar veel is het niet.
Onze fietsen stallen we in het dorpscentrum van Sepvret, bij de Mairie, en dan maken we ons klaar voor vertrek.
Het is stil op straat, op deze vroege zondagochtend.

Van Sepvret naar Saint-Léger-de-la-Martinière
Durkje en ik verlaten Sepvret aan de zuidkant, om dan over een asfaltweg tussen de akkers van Les Pâturaux te lopen. Waar het asfaltweggetje afbuigt naar links, gaan wij langs zonnebloemen rechtdoor, een karrenspoor op door de velden van Le Chêne Saunier. 
In het buurtschap Le Châtelier zien we een Jacobsschelp op een betonnen paal in de berm bij een huis. 
Verderop staat bij een singelpad een informatiebord over de pelgrimsroute van Sint Jacobus. 
We lopen door Le Coudray.
Bij de oprit van een huis staan de oranje trompetbloemen prachtig in bloei.
In La Martinière moeten we een asfaltweg oversteken, en dan komen we op een mooi singelpad langs een bosperceeltje en akkerland.
Voorbij Chatenay gaan we eerst langs Bois de Melle, en verderop een stukje door dat bos. Tussen het weelderige groen van de bomen valt een dode boom nogal op. De dode takken steken decoratief af tegen de wolkenlucht.
Vlak vóór een waterbassin zien we een vuursalamander, die doodstil op het steenachtige pad blijf zitten als we hem passeren.
Aangekomen bij de D950 wandelen we Saint-Léger-de-la-Martinière binnen.

Van Saint-Léger-de-la-Martinière naar Melle
Daar steken we direct de D950 over, want de route voert ons langs de elfde eeuwse dorpskerk, dus zo’n duizend jaar oud.
De kerkdeur staat open; we gaan naar binnen.
Het is een sobere kerk, maar wel met een mooi kerkraam in het koor van de kerk.
Achterin de kerk hangt een poster uit 1999, met daarop de afbeeldingen van 27 stempels, die even zovele locaties langs de pelgrimsroute in deze regio weerspiegelen.
Bij de grote rotonde steken we nogmaals de D950 over, en dan wandelen we even later de stad Melle binnen.
De lange route naar de binnenstad is fraai gedecoreerd met bloemen en struiken.
Melle heeft een langgerekt arboretum als een ring rond de bebouwde kom. We lopen daar doorheen, op een halfverhard breed pad door een singel met heel veel verschillende bomen, met de boomnamen aangegeven op paaltjes onder de bomen.
De eerste kerk die we passeren, is een Lutherse kerk. Het is vandaag zondagochtend, dus het verbaast ons niet dat hier momenteel de kerkdienst gaande is.
In een verkeersspiegel langs de weg zien wij onszelf voorbij gaan door de straat.
Dan krijgen we even later de kerktoren van de Eglise Saint-Pierre in beeld.
Nog een klein eindje lopen, en dan zien we de kerk in haar volle glorie.
Ook hier is sprake van een sober interieur, een kerk bijvoorbeeld zonder kerkbanken.
Wel zien we een mooi kerkraam met daarop de afbeelding van Maria met haar kindje Jezus.

Nederlandse pelgrim bij de Eglise Saint-Pierre van Melle
Als we op een bankje vóór de kerk een broodje eten, komt de uit Nederland afkomstige pelgrim Ton bij ons langs. We raken met elkaar in gesprek. Hij is in juni jongstleden met pensioen gegaan, en pelgrimeert nu in de overgang van werk naar vrije tijd naar Santiago de Compostela. Met z’n drieën wandelen we even later de binnenstad van Melle binnen. Hij vertelt dat hij afgelopen nacht met twee andere pelgrims heeft overnacht in de nogal spartaanse gemeentelijke overnachtingsgelegenheid in Chenay. 
Melle heeft een gezellig centrum rondom de grote markhal. Daar drinken we koffie op één van de terrassen. Pelgrim Ton gaat op zoek naar een supermarkt om boodschappen te halen. De rest van de dag zien we hem niet weer.
In het centrum van Melle passeren we een imposant bouwwerk, een hôtel.
Iets verderop komen we bij de Eglise Saint-Hilaire; ook al weer zo’n imposante kerk.
Aan de voet van het koor van deze kerk zie ik een lamp die in het donker de kerktoren kan beschijnen. De lamp is bevestigd op een metalen Jacobsschelp.
We horen stemmen en zingen in de kerk, dus we gaan naar binnen. Daar is op dit moment een doopdienst voor enkele kinderen.
Na dit kerkbezoek verlaten we Melle.

Door La Bossiou en langs Trappe
Ten zuiden van Melle moeten we door een donkere tunnel onder de D948 door.
Voorbij de tunnel gaat het een klein eindje verder over grote rotsstenen langs een beekje.
Daarna moeten we een eind klimmen, het talud op, naar een breed bospad, dat wel lijkt op een voormalig spoorttracé.
Het eerstvolgende gehucht waar we doorheen komen, is La Bossiou.
We verlaten dit buurtschap met een afdaling over een mooi graspad tussen de huizen door, en beneden aangekomen, moeten we via een hoog bruggetje een beekje oversteken. 
Dan volgt een aantal asfaltweggetjes door een mooi heuvelachtig landschap, waarbij we ook langs het buurtschap Trappe komen.
En dan wandelen we enkele kilometers verder de plaats Saint-Romans-lès-Melle binnen.

Saint-Romans-lès-Melle
Maar dan zijn we er nog lang niet, want dit is een tamelijk uitgestrekt dorp, met veel huizen aan straten naar boven en naar beneden. We gaan met veel bochtenwerk door het dorp heen. Daarbij komen we hoog langs een château.
Een smal paadje met bermmuurtjes gaat onder een walnotenboom door, waarvan de takken laag boven het pad hangen.
In het dorp bezoeken we de 12e eeuwse dorpskerk. 
Daarin valt ons het blauwe Maltezer kruis op dat prominent in het koor vóór in de kerk staat. 
In een zijkapel ligt een gastenboek op tafel, waarin passanten iets hebben geschreven. Bij het gastenboek liggen twee Jacobsschelpen op tafel.
Na dit kerkbezoek wandelen we door het dorp naar het dorpsplein Place du Champ-du-Foire bij het dorpshuis, de bakker, het café en de kruidenier. In de schaduw op een bankje eten we ons laatste brood van vandaag, en we genieten ondertussen van de schaduw en de heerlijk verkoelende wind van vanmiddag.
Daarna rijden met de onze hier geparkeerde auto terug naar Sepvret, waar we de fietsen afhalen, en tot slot rijden we dan met de fietsen op het fietsenrek terug naar de camping in Lusignan.

Pelgrimeren van Saint-Sauvant naar Sepvret

Pelgrimsroute van Parijs (F) naar Santiago de Compostela (S)
Via Turonensis van Parijs naar Saint-Jean-Pied-de-Port (GR655)
Van Saint-Sauvant naar Sepvret
Zaterdag 22 juli 2023 – 22 km.
Dag 28: 584,5 – 606,5 km.
 
Over karrensporen tussen graanstoppelvelden



















Stil op straat op de vroege zaterdagochtend
Wij gaan vandaag in Saint-Sauvant beginnen met de vierde dag van de voor ons dit jaar nog 28 resterende etappes van de Via Turonensis. Onze etappe van vandaag loopt tot in Sepvret.
De wekker wekt ons vanmorgen om 6:00 uur in onze caravan op Municipal Camping de Vauchiron in het Franse Lusignan.  
Het wordt vandaag een prachtig zomerse dag om te wandelen, want als we vanmorgen vanaf de camping vertrekken, is het 11 graden Celsius, en de temperatuur loopt vanmiddag op tot 26 graden Celsius. We lopen bij een nagenoeg onbewolkte lucht, maar naarmate de dag vordert, neemt de bewolking iets toe, en begint het harder te waaien. Het blijft de hele wandeldag heel mooi zomerweer. Als je het mocht kiezen, zou je dit weer kiezen.
Na het ontbijt verlaten we in onze auto - met achter op het fietsenrek de twee fietsen - om 7:10 uur de camping, om dan eerst van Lusignan naar Sepvret te rijden. Daar parkeren we onze auto tussen de begraafplaats en de Mairie.
Dan fietsen we de 15,2 kilometers van Sepvret naar Saint-Sauvant. 
Onze fietsen stallen we in het dorpscentrum van Saint-Sauvant, op het dorpsplein vóór de Mairie, en dan maken we ons klaar voor vertrek.
Ondertussen komen de dorpsbewoners naar de épicerie (kruidenier) tegenover de Mairie, om daar met name hun stokbrood voor de dag te halen. Verder is het stil op straat, op deze vroege zaterdagochtend.

Van Saint-Sauvant naar Jassay
Om 8:45 uur begint onze etappe in het dorpscentrum van Saint-Sauvant.
In een schuur van één van de woningen zie ik een oud houten rijtuig staan.
We wandelen het dorp uit, en gaan dan eerst naar de driesprong waar we gisteren zijn gestopt, om hier vandaag verder te gaan.
Vanuit Saint-Sauvant lopen we eerst naar het gehucht Chiré, waar een grote manage is gevestigd.
Als we langs de manage lopen, springt een waakhond aan de andere kant van de weg boven op een stenen tuinmuur, om ons blaffend in de gaten te houden.
Aan de andere zijde van de D29 gaan we het open veld in. We lopen hier over karrensporen tussen eindeloze graanstoppelakkers. Hier en daar is het stro al ingepakt in de welbekende grote ronde strobalen.
Hier ergens verlaten we het Franse departement La Vienne, en lopen we het departement Deux-Sèvres binnen.
Voorbij een waterreservoir wandelen we het buurtschap Jassay binnen. 
Jassay is maar klein, dus we zijn er ook snel al weer uit. Aan de rand van het gehucht zien we iets van de weg af een met een ijzeren hekwerk omheinde kleine begraafplaats, weer zo’n kleine protestantse familiebegraafplaats, die je hier regelmatig ziet op particuliere terreinen.
 
Witter naar Chenay
Aan het eind van Les Champs Raux zien we een tractor met hoge snelheid over een steenachtig pad rijden, een enorme steenstofwolk achter zich latend. Gelukkig is die stofwolk al verdwenen op het moment dat wij even later dat steentjespad op gaan. Een heel lang wit recht landbouwpad ligt vóór ons. 
Van het witte steenstof worden onze wandelschoenen wit, maar ook de planten – zelfs de bloeiende bloemen - in de berm zijn al bedekt met een witte steenstoflaag.
Het volgende buurtschap waar we doorheen wandelen, is Le Breuil de Chenay.
Over een smalle asfaltweg gaat het dan verder naar Chenay. Aan de dorpsrand van Chenay draaien we af naar de D950. 
Boven ons cirkelt een para-motor, afkomstig van de plaatselijke luchtvaartschool aan de overzijde van de D950.
Door de Rue des Pélerins wandelen we Chenay binnen, op naar de 11e eeuwse dorpskerk, die overigens gesloten blijkt te zijn.
Onze wandelgids meldt dat we hier koffie zouden kunnen drinken. Langs de D950 – die door het dorp gaat – zien we dat het café al lange tijd is gesloten, en het plaatselijke restaurant gaat vanavond pas om 18:30 uur open. Daarom doen we een tweede koffiestop-poging in een zijstraat bij de Mairie, het dorpshuis en de dorpsbibliotheek, maar ook die blijken op deze zaterdagochtend alle gesloten. Een vrouw komt aanrijden in een auto, en vraagt of ze ons kan helpen. Op onze vraag of we hier in het dorp koffie kunnen drinken, antwoordt ze ontkennend. Daarom lopen we het dorpsparkje in tegenover de Mairie, waar we op een koele stenen bank in de schaduw onze broodjespauze beleggen. Zo kan het ook met het door ons voor onderweg meegenomen eten en drinken. 

Van Plaisance naar Brieuil
Aan de westzijde van de D950 verlaten we Chenay. Als we vlakbij Plaisance het beekje Ruisseau de Foucault oversteken, gaat de routevariant (die we niet nemen) rechtdoor, en onze originele route gaat een heel mooi smal singelpad op. 
Dit met veel mos bedekt pad door de singel is prachtig om te bewandelen.
Verderop, in het open veld, komen we langs een enorme akker met zonnebloemen.
Deze ‘tournesols’ bloeien uitbundig in de volle zon, en de bijen maken dankbaar gebruik van de kans om de grote bloemen te bezoeken.
Op de open plekken tussen de zonnebloemen, bloeit de witte winde rijkelijk.
Even later wandelen we het gehucht Brieuil binnen.
Buiten Brieuil klimmen we in het open veld heuvelopwaarts, tot bij een prachtig panoramapunt. Hier hebben we een schitterend uitzicht over de akkerlanden achter ons.

Naar La Lussaudière en Foucault
We steken de D45 over, en gaan dan heuvelopwaarts, om bijna boven aangekomen, onze route te vervolgen over het mooie kampad over de heuvelrug in zuidoostelijke richting.
Tussen akkers met zonnebloemen en graanstoppels gaat het voort, met een schitterend vergezicht over de veel lager gelegen delen links van ons.
We steken een asfaltweggetje over, en lopen dan door het buurtschap La Lussaudière.
Daarna volgt een schitterend traject over hellingpaden langs een prachtige bosrand en door singels. Even later komen we aan in het gehucht Foucault.
Tegen een schuur is een groot aantal oude dakpannen opgestapeld.
Op het eerste gezicht ziet het buurtschap er onbewoond uit. Aan de geveldecoratie van één van de huizengevels is te zien dat hier voorheen welvarende mensen hebben gewoond. Veel van de muurdecoratie is geruïneerd, alsof dat het resultaat is van een beeldenstorm.

Contrastrijk
Het volgende buurtschap dat we doorkruisen, is – getuige het mooie glaskunstwerk met daarin de naam van het gehucht - La Maisonnière.
De moderne uitstraling van de glaskunst aan de ene kant van het gehucht, staat in schril contract met het imago van een autowrak aan de andere kant van het buurtschap. Positief gesteld zou je de overwoekerde Renault een oldtimer kunnen noemen. Maar dan wel een oldtimer waar bijna geen eer meer aan te behalen is.
Het volgende buurtschap dat we doorkruisen, is Brégion.
Voorbij Brégion volgt nog een schilderachtig mooie route over smalle paden door een heuvelachtig agrarisch landschap. We gaan hier voort over prachtige bospaden langs de oostelijke rand van het Bois de Saint-Martin. 
Verderop stroomt een iele waterloop langs het bospad, dat uiteindelijk uitstroomt in een smalle beek, de Sèvre Niortaise, die wij oversteken via enkele grote natuursteenblokken.

Aankomst in Sepvret
Dan wandelen we voorbij Le Grand-Moulin en na het buurtschap Bireau het dorpje Sepvret binnen, ter hoogte van het Château van Sepvret.
We volgen de D108 die door het dorp loopt, en arriveren even later om 13:45 uur bij de Mairie van Sepvret, waar we vanmorgen onze auto hebben achtergelaten. 
Naast de Mairie staat een stokbroden-automaat, waar een dorpsbewoner een baguette uit koopt en haalt.
Op een bankje eten we ons laatste brood, en dan stappen we in onze auto, en rijden we van Sepvret naar Saint-Sauvant terug. Daar laden we onze fietsen op het fietsenrek, en tot slot rijden we dan vanuit Saint-Sauvant terug naar de camping in Lusignan.

Pelgrimeren van Coulombiers naar Saint-Sauvant

Pelgrimsroute van Parijs (F) naar Santiago de Compostela (S)
Via Turonensis van Parijs naar Saint-Jean-Pied-de-Port (GR655)
Van Coulombiers naar Saint-Sauvant
Vrijdag 21 juli 2023 – 22 km.
Dag 27: 562,5 – 584,5 km.
 
Twee pelgrims, geschilderd door Achile Savagnac

















Aanvangen in Coulombiers
Wij gaan vandaag in Coulombiers beginnen met de derde dag van de voor ons dit jaar nog 28 resterende etappes van de Via Turonensis. Onze etappe van vandaag loopt tot in Saint-Sauvant.
De wekker wekt ons vanmorgen om 6:00 uur in onze caravan op Municipal Camping de Vauchiron in het Franse Lusignan.  
Het wordt vandaag een prachtig zomerse dag om te wandelen, want als we vanmorgen vanaf de camping vertrekken, is het 17 graden Celsius, en de temperatuur loopt vanmiddag op tot 27 graden Celsius. We lopen het eerste deel bij een halfbewolkte lucht. Daarna verdwijnt de bewolking grotendeels, om later toch weer bewolkt te worden. Het blijft de hele wandeldag heel mooi zomerweer.
Na het ontbijt verlaten we in onze auto - met achter op het fietsenrek de twee fietsen - om 7:10 uur onze camping, om dan eerst van Lusignan naar Saint-Sauvant te rijden. Daar parkeren we onze auto bij de dorpskerk.
Dan fietsen we de 19,1 kilometers van Saint-Sauvant naar Coulombiers.
Onze fietsen stallen we in het dorpscentrum van Coulombier, bij de Mairie, en dan maken we ons klaar voor vertrek.
Maar voordat we met deze derde etappe beginnen, gaan we om 9:05 uur eerst de Mairie binnen, om in dit gemeentehuis te vragen of we daar een stempel van de gemeente in onze pelgrimspaspoorten kunnen krijgen.

Koffiedrinken in de Mairie van Coulombiers
Aan een tafel in de hal zitten drie medewerkers van de gemeente koffie te drinken met de receptioniste. We worden door haar heel hartelijk ontvangen, en krijgen direct een stempel in onze beide credentials. Dan neemt ze ons mee naar buiten om ons te wijzen op de prachtige pelgrimssteen die de gemeente vóór de Mairie heeft staan. 
Op de steen staat dat het vanuit Coulombiers nog 1.352 kilometer pelgrimeren is naar Santiago de Compostela.
Als we weer binnen zijn, biedt de receptioniste ons koffie aan. Dat goede aanbod nemen we graag aan. Elders in het dorp hebben we nog geen koffieplek aangetroffen. Bij het koffiedrinken bekijken we met z’n allen het grote aantal pelgrimsstempels in onze credentials.
Als deze verrassende koffiepauze voor ons voorbij is, krijgt Durkje een waaier mee met daarop de naam van het dorp (Coulombiers). We bedanken de gemeentelijke tafelgasten hartelijk voor hun gastvrijheid. Dan gaan Durkje en ik beginnen met de volgende etappe van vandaag.

Gevarieerde paden aan weerszijden van de N11
Direct al buiten Coulombiers gaan we een mooi karrenspoor op, met links en rechts van het pad hoge bermen met mooie begroeiing.
Verderop staat een blauw bordje langs de weg, met daarop een gestileerde gele pelgrim afgebeeld.
Als we het buurtschap La Verrie naderen, zien we ver vóór ons drie patrijzen over de weg lopen. Twee van hen verdwijnen al snel in het struikgewas in de berm, maar de derde blijft honderden meters vóór ons uit lopen, om in het begin van de bebouwde kom in een zijweggetje te verdwijnen.
Met een beetje geluk – weten we uit ervaring - kun je in Frankrijk met name tussen de akkers nog wel eens patrijzen aantreffen.
We steken de N11 over, en komen dan bij een spoorwegovergang. Juist op het moment dat we bijna bij de overweg zijn, gaan de slagbomen naar beneden, en suist er op hoge snelheid een trein aan ons voorbij.
Daarna gaan we voort over prachtige veldpaden langs nu al weer kale akkers. 
Er is trouwens wel veel variatie aan paden, want soms lopen we ook door schaduwrijke singels.
Het landschap is hier heuvelachtig, dus af en toe stijgen en dalen we. Op een gegeven moment komen we op een sterk dalend pad, dat hier en daar rotsachtig en steenachtig is. Even heel voorzichtig afdalen dus.
Prachtig zijn verderop dan weer de hoge bermen, met gevarieerde begroeiing er tegen aan en er bovenop.

Van Roche naar de Vonne 
Waar we van de D92 afslaan naar het buurtschap Roche, staat een bijzondere wegwijzer voor pelgrims. Behalve een rood-witte GR-pijl en de gestileerde Jacobsschelp is aan de houten paal ook een plaat bevestigd, waarop enkele pelgrimspaden staan die door deze regio lopen.
Als we bij het château en een refugio er tegenover Roche binnenwandelen, is het half elf. Op dat moment begint in Broeksterwâld de rouwdienst voor Durkje haar overleden oom Eelke. 
Via de telefoon met de oortjes wordt nu de hele rouwdienst gaandeweg gevolgd, totdat we arriveren in Lusignan.
We steken de N11 nogmaals over, en dan volgt een lange asfaltweg op enige afstand van de N11 in zuidelijke richting.
Waar we de asfaltweg verlaten, gaat de route over in een prachtig breed bospad langs het bos van Lusignan, ook in de richting van Lusignan.
Dan komen we vóór de rivier de Vonne te staan.
Via een ijzeren brug kunnen we links van de doorwaadbare plaats de Vonne oversteken.
En dan wandelen we Lusignan binnen ter hoogte van Chemin de la Plage. Dit is de toegangsweg naar de camping waarop we deze dagen overnachten.

Lusignan 
Vooraan in Lusignan moeten we voor onze route direct een groot aantal stenen traptreden op naar boven, want we moeten van het rivieroppervlak klimmen naar de hoge stadstraten van Lusignan.
Vanuit een langgerekt parkgebied krijgen we dan een mooi uitzicht over de beboste riviervallei van de Vonne. Verderop zien we de hoge stenen spoorbrug die de vallei overspant, en aan de voet van deze spoorbrug zien we enkele tenten, tenthuisjes, caravans en tenten van de Municipal Camping de Vauchiron waarop wij enkele dagen kamperen.
In Lusignan wordt veel opgebouwd voor het middeleeuwse festival dat hier morgen en overmorgen zal zijn.
Bij de VVV vragen en krijgen we om 11:30 uur een mooi pelgrimsstempel in onze pelgrimspaspoorten, en daarna gaan we verder het eeuwenoude stadje in, dat is genoemd naar de familie Lusignan, die hier vroeger de scepter zwaaide. In de hoek van de VVV-ruimte staat overigens de Sint-Jacobsbaton (staf) van deze regio.
We wandelen het stadscentrum in.
Daarbij voert de route ons echter niet in een rechte lijn naar de grote kerk van de stad, want we gaan eerst nog een klein eindje langs de oude stadsmuur van Lusignan.
Daarna komen we langs de grote markthal van de stad.
Achter de markthal komen we aan bij de Notre Dame-kerk van Lusignan.
We gaan naar binnen en bezichtigen deze grote 11e-12e eeuwse kerk.
Ook breng ik een bezoek aan de opengestelde donkere crypte onder de kerkvloer van het koor van de kerk.
Door de kleine ramen valt enig licht naar binnen.
Tegen de muur van de crypte hangt in het duister een kruis, met de daaraan genagelde Jezus.
In de kerkzaal zie ik een schilderij van Achile Savagnac uit het jaar 1809, met daarop de afbeelding van twee pelgrims; met pelgrimshoeden en bekleed met Jacobsschelpen.
Onder het schilderij hangt een heel groot houtsnijwerk.
Na dit kerkbezoek wandelen we de burcht van Lusignan uit. Boven de brug die toegang geeft tot de burcht hangt naast twee wapen-banieren de aankondiging van het middeleeuwse festival van morgen en overmorgen.
Op het plein vóór de Mairie kopen we bij de plaatselijke bakker een boule (rond brood) voor morgen, en daarna pauzeren en lunchen we op een stenen bank op het plein.

Landlopen
Na deze pauze verlaten we Lusignan aan de zuidzijde, om daar het open veld in te gaan. Hier en daar zien we boeren met tractoren aan het werk op de akkers langs de route.
In het buurtschap Mauprié aangekomen, lopen we langs de al jaren niet meer gebruikte toegangspoort van Le Château de Mauprié. Verderop is geen mens te zien.
We lopen om het landgoed heen, en lopen dan aan de zijkant van het château het open veld weer in. Vanaf die kant kun je zien dat deze burchthoeve nog wel in gebruik is.
Vanaf nu zullen we tot aan Saint-Sauvant geen dorpen meer door komen. De route gaat vanaf hier kilometers lang voornamelijk over karrensporen door het land.
De meeste akkers zijn al geoogst, dus akkers zijn vooral graanstoppelakkers.
Hier en daar staan in de bermen wel braamstruiken, maar voor bramen eten is het hier nu nog te vroeg.
Af en toe passeren we ook velden met zonnebloemen.
En op akkers waar het graan al is geoogst, liggen soms de strobalen metershoog opgestapeld op het land.
 
Ommuurde kleine protestantse begraafplaats
Als we het gehucht L’Eterpe naderen, komen we langs een klein ommuurd stukje grond. 
Op het informatiepaneel dat langs ons pad bij de muur staat, is vermeld dat het hier gaat om een protestantse begraafplaats.
Door het struikgewas van deze overwoekerde begraafplaats komen we bij het ijzeren toegangshek, dat open staat.
Binnen de muren vinden we drie tamelijk geruïneerde grafstenen, waarop de namen van de overledenen op de drie graven nog wel leesbaar zijn.
In 1948 is hier nog iemand begraven.

Eindstempel van Saint-Sauvant
We hoeven nu niet ver meer, want Saint-Sauvant komt in zicht. De pelgrimsroute gaat niet door Saint-Sauvant, maar loopt er aan de noordzijde boven langs. 
Wij hebben daar vanmorgen onze auto gebracht, dus wij gaan de plaats straks wel in om de auto daar af te halen. Bij de kruising van ons pad met de D26 gaan we echter nog niet direct over de D26 naar Saint-Sauvant, maar we lopen nog een eindje door, totdat we om 14:45 uur bij de D29 komen, waar de pelgrimsroute afwijkt van Saint-Sauvant. Hier gaan we morgen verder met de volgende etappe.
We wandelen dan over de D29 het dorp in.
In het centrum gaan we eerst naar de Mairie, waar we om 15:00 uur een pelgrimsstempel van de gemeente in onze credentials krijgen.
Dan lopen we door naar de parkeerplaats bij de kerk ,waar onze auto staat geparkeerd.
Vanuit Saint-Sauvant rijden we eerst terug naar Lusignan, waar we bij de plaatselijke supermarkt boodschappen halen voor de komende drie dagen.
Daarna rijden we door naar Coulombiers, waar we onze beide fietsen afhalen, en tot slot rijden we dan terug naar onze camping in Lusignan.