donderdag 31 augustus 2023

Pelgrimeren van Arsanges naar Paillé

Pelgrimsroute van Parijs (F) naar Santiago de Compostela (S)
Via Turonensis van Parijs naar Saint-Jean-Pied-de-Port (GR655)
Van Arsanges naar Paillé
Woensdag 26 juli 2023 – 21 km.
Dag 31: 647,5 – 668,5 km.
 
De imposante Eglise Saint-Pierre van Aulnay


















Nieuwe serie wandeletappes vanuit Arsanges
Durkje en ik gaan vandaag in Arsanges beginnen met de zevende dag van de voor ons dit jaar nog 28 resterende etappes van de Via Turonensis. Onze etappe van vandaag loopt tot in Paillé.
Gisteren hebben we onze caravan verplaatst van Lusignan naar Saintes, waar we nu voor enkele nachten kamperen op de Municipal Camping van de stad, langs de rivier de Charente.
De wekker wekt ons vanmorgen om 6:00 uur in onze caravan op Camping ‘Au fil de l’eau’ in het Franse Saintes.   
Het wordt vandaag een dag met wisselvallig weer. Als we vanmorgen vanaf de camping vertrekken, is het droog en 14 graden Celsius, en de temperatuur loopt vanmiddag op tot 25 graden Celsius. 
We lopen aanvankelijk bij een geheel bewolkte lucht, maar naarmate de ochtend vordert, veranderen de gewone wolken in regenwolken, en krijgen we af en toe met een tijdje miezerige regen te maken. Daar komt bij dat het de hele dag nogal stevig waait. Dat maakt het nodig af en toe de paraplu te gebruiken als bescherming tegen wind en motregen.
Na het ontbijt verlaten we in onze auto - met achter op het fietsenrek de twee fietsen - om 7:10 uur de camping, om dan eerst van Saintes naar Paillé te rijden. Daar parkeren we onze auto op het dorpsplein midden in het dorpje, tegenover de kruidenier van het dorp. Die komt net aanrijden als we de fietsen afladen, en zij sjouwt dan drie grote papieren meelzakken vol met brood – onder andere stokbrood- vanuit haar auto de levensmiddelenwinkel in.
Dan fietsen wij de 15,6 kilometers van Paillé naar Arsanges.
De fietsen stallen we rond 9:00 uur in het dorpscentrum op de driesprong, achter de abri in een tamelijk minimaal speeltuintje. Het is heel stil op straat; geen mens te zien.

Van Deux Sèvres naar Charente Maritime
Vanuit Arsanges steken we de D950 over, en daar begint dan het vervolg van onze pelgrimstocht, waar wij eergisteren de doorgaande route verlieten.
Vanaf de D109 gaan we dan tussen de akkers door wederom de antieke Romeinse heirbaan op. Enkele honderden meters verderop moeten we de D950 weer oversteken, om dan naar de bosrand van Bois d’Ensigné te lopen, waar we rechts omheen lopen.
Op dit stuk van de route krijgen we verrassend te maken met een nieuw soort wegwijzers voor de pelgrims. Op de grens van het departement Deux Sèvres (dat we nu verlaten) en het departement Charente Maritime (dat we nu binnenlopen) staat een witte betonpaal waarop we als pelgrims welkom worden geheten in het voor ons nieuwe departement. 
Vanaf dit moment zullen we merken dat we heel regelmatig dergelijke betonpalen passeren, waarop dan met een pijl is aangegeven welke de juiste richting is voor pelgrims.
Na een eindje in zuidelijke richting gelopen te hebben, komen we op het punt waar de GR36 en onze GR655 voor ongeveer een kilometer samen optrekken door het Bois Bréchou. We volgen die gemeenschappelijke kilometer, totdat we voor de derde keer vandaag bij de D950 komen, op de picknickplek waar de beide Grand Randonnées weer uit elkaar gaan. 

In de Eglise Sainte-Madeleine van La Villedieu
Het vervolgtraject vanuit het Bois Bréchou tot aan La Villedieu gaat over het vervolg van de Romeinse weg die wij tot aan ongeveer Arsanges al bewandelden. Deze Romeinse weg loopt op enige afstand parallel aan de D950. Vlak vóór La Villedieu komen de Romeinse weg en de D950 bij elkaar, op de plek waar we de bebouwde kom van La Villedieu binnen lopen.
Links van ons zien we dan ook een chatêau staan, omringd door muren en bomen.
Over de smalle strook langs de D950 die als drukke verkeersweg door La Villedieu gaat, lopen we tot aan de Eglise Sainte-Madeleine. Op de kerkdeur is een sticker geplakt van ‘Sur la voie de Tours vers Compostelle’.
We gaan deze kerk in om het interieur te bekijken.
In het opengeslagen gastenboek zien we dat de Nederlandse pelgrim Ton – die wij eergisteren in Melle ontmoetten – gisteren een boodschap in dit gastenboek heeft geschreven. 
Als we weer buiten de kerk komen, zien we dat we door een kijkgat in een tuindeur naast de kerk stilzwijgend worden gadegeslagen door een hond.
 
Eerst door Salles-lès-Aulnay
Aan de rand van La Villedieu meldt een departementale wegwijzer dat het vanaf hier naar Aulnay nu nog 7 kilometer is.
Hier gaan we – getuige het straatnaambord – de Chemin de Compostelle op.
We lopen over een breed karrenspoor tussen uitgestrekte akkers door. Een akker met maïs wordt op dit moment beregend.
Het weer wordt er niet beter op, want het begint op deze hoogte van de heuvels te motregenen. Een beetje is niet erg, maar als het iets harder begint te miezeren, wordt het met de aanwakkerende wind minder aangenaam om zonder regenbescherming verder te gaan.
Durkje trekt vlak vóór Salles-lès-Aulnay de regenbroek aan, en gebruikt daarnaast de paraplu.
Maar ja, dan stopt de motregen, op het moment dat we de bebouwde kom in gaan. Bij de kerk in Salles-lès-Aulnay kan de regenbroek dan direct al weer uit, en de paraplu dicht.
We bezichtigen het interieur van deze 12e eeuwse dorpskerk.
Je kunt hier verschillende soorten kaarsen aansteken, zowel kandelaarkaarsen, als kaarsen in glaasjes.
We waren even van de doorgaande route afgeweken, om de dorpskerk te kunnen bekijken. Dit is zoals zoveel andere Franse dorpen een dorp waarvan je kunt zien dat er enkele leegstaande huizen staan die al jaren onbewoond zijn.
Verderop in het dorp komen we langs een mooi woonhuis, waarbij we tegen de muur een groot aantal oude landbouwwerktuigen zien bevestigd.
We maken een omtrekkende beweging onder Salles-lès-Aulnay door om naar Aulnay te lopen.

De imposante Eglise Saint-Pierre van Aulnay
Bij de oude wasplaats aan een beekje arriveren we in het centrum van Aulnay.
Aan het dorpsplein is een terras bij een Tabac-winkel, dus dat wordt voor ons de koffieplek van vandaag. Het is druk op het terras en in het café, maar we krijgen vlot koffie geserveerd.
Op het dorpsplein lunchen we aansluitend.
Na deze dubbele pauze lopen we naar de imposante Eglise Saint-Pierre.
Deze grote kerk staat op een uitgestrekt kerkhof met heel veel oude graven.
We gaan de kerk in, om die te bezichtigen.
Deze kerk heeft een zijkapel, waarin een groot houten kruis hangt.
Voordat we na dit kerkbezoek verder wandelen, gaan we nog even naar de VVV, die enkele meters verderop staat. De VVV is zojuist gesloten, maar de twee VVV-medewerksters komen toch nog even naar buiten om daar voor ons een stempel in onze pelgrimspaspoorten te plaatsen.
Daarna lopen we om de Eglise Saint-Pierre heen, om verder te gaan met onze route. 
Tegenover de kerk grazen twee Poitou-ezels, van het ras dat je hier regelmatig ziet rondlopen in de weilanden.
Naast de kerk staat een informatiebord over Aulnay in relatie met het pelgrimspad als mondiale culturele route. Daarop staat ook een afbeelding van een Sint-Jacobspelgrim.
Aan de rand van Aulnay, bij de uitvalsweg voor pelgrims, zien we een metalen embleem op het wegdek, waarop wordt vermeld dat de pelgrimsroute van Sint Jacob is aangemerkt als Werelderfgoed.
We maken een foto van dit wereld-embleem op het wegdek.

Van Aulnay naar Brie
Ter hoogte van de boerencoörperatie wandelen we Aulnay uit. 
Buiten Aulnay moeten we tamelijk lang heuvelopwaarts klimmen. Ondertussen begint het weer te motregenen, en de harde wind daarbij maakt het nodig dat we ons beschermen tegen de regen met onze paraplu’s. Dat betekent wel dat we ter hoogte van Mondevis moeten opboksen tegen de helling èn tegen de harde wind die we met de paraplu vangen.
We buigen even later naar het westen af, naar het gehucht Brie.
Brie is een aaneenschakeling van doorgaans oudere huisjes.
Bij één van die oude huisjes zijn twee bouwvakkers bezig met een betonmolen. Het ziet er naar uit dat dit pand wordt verbouwd en/of gerenoveerd.
Voorbij Brie gaan we dan door de heuvelachtige velden van Les Rentes verder, over karrensporen tussen uitgestrekte braakliggende akkers, omgeploegde akkers, of akkers waarop nog bloeiende of al uitgebloeide zonnebloemen staan. Rechts vóór ons is de lucht helderblauw met decoratieve kleine witte wolken, maar links achter ons blijven de donkere wolkenluchten dreigend hangen.

Naar een zonnig Paillé
We krijgen echter geen last meer van die regenwolken, want de zon breekt door, en we lopen vol in de zon het dorpje Paillé binnen; de bestemming voor vandaag.
Als we op het dorpsplein van Paillé bij onze auto arriveren, is nog altijd duidelijk de scheiding te zien tussen de zon-lucht aan de ene kant van het dorp, en de regen-lucht aan de andere kant van het dorp.
We stappen vlak vóór 15:00 uur in de auto, en rijden terug naar Arsanges, waar we onze fietsen op het fietsenrek laden. Aan de omgeving, en aan de natte fietsen zien we dat het hier behoorlijk heeft geregend.
Daarna rijden we met onze auto vanuit Arsanges terug naar de camping in Saintes, waar we voor de rest van de dag genieten van mooi zonnig weer.

Pelgrimeren van Saint-Romans-lès-Melle naar Arsanges

Pelgrimsroute van Parijs (F) naar Santiago de Compostela (S)
Via Turonensis van Parijs naar Saint-Jean-Pied-de-Port (GR655)
Van Saint-Romans-lès-Melle naar Arsanges
Maandag 24 juli 2023 – 20,5 km.
Dag 30: 627 – 647,5 km.
 
Stempelen van onze credentials in de Mairie van Saint-Romans-lès-Melle



















Van de regen in de druppeltjes
Wij gaan vandaag in Saint-Romans-lès-Melle beginnen met de zesde dag van de voor ons dit jaar nog 28 resterende etappes van de Via Turonensis. Onze etappe van vandaag loopt tot in Arsanges.
Vanmorgen heel vroeg regent het behoorlijk, dus het is niet zo aantrekkelijk om dan al naar buiten te gaan. We draaien ons nog eens lekker om, en slapen verder.
De wekker wekt ons vanmorgen om 6:00 uur in onze caravan op Municipal Camping de Vauchiron in het Franse Lusignan. De regen is dan al overgegaan in miezerige neerslag.   
Het wordt vandaag overigens wel een zomerse dag om te wandelen, want als we vanmorgen vanaf de camping vertrekken, is het 17 graden Celsius, en de temperatuur loopt vanmiddag op tot 26 graden Celsius. 
Als we van de camping vertrekken, is het gelukkig al droog. We lopen aanvankelijk bij een geheel bewolkte lucht, maar naarmate de ochtend vordert, neemt de bewolking snel af, en krijgt de zon meer kans. Het blijft de hele wandeldag heel mooi zomerweer. Het waait wel stevig, maar omdat het een aangenaam warme wind is, is het heerlijk weer om buiten te lopen.
Na het ontbijt verlaten we in onze auto - met achter op het fietsenrek de twee fietsen - om 7:10 uur onze camping, om dan eerst van Lusignan naar Arsanges te rijden. Daar parkeren we onze auto op een braakliggend terrein midden in het dorpje.
Dan fietsen we de 16,8 kilometers van Arsanges naar Saint-Romans-lès-Melles.
Onze fietsen stallen we in het dorpscentrum op het dorpsplein bij de bakker, de kruidenier, het café en het restaurant van het dorp.

Start met koffie en een stempel in Saint-Romans-lès-Melle
Twee dames komen in winkelkledij uit de kleine supermarkt, en de man uit het café voegt zich bij hen op het terras, waar ze hun koffiepauze hebben. Wij nemen ook plaats op het terras en bestellen koffie. 
Na deze start met koffie verlaten we het dorpsplein, om dan eerst naar de Mairie te lopen, waarvan de deur uitnodigend open staat. We worden daar vriendelijk ontvangen door een mevrouw, van wie we het gemeentestempel in onze pelgrimspaspoorten krijgen. Daarna verlaten we het dorp. Daarmee wandelen we direct het naastliggende dorp binnen: Mazières-sur-Béronne.

Mazières-sur-Béronne
De weg die we dan inslaan, heet heel toepasselijk de ‘Chemin de Saint-Jacques’.
We lopen op een ommuurd woongebouw af, met binnen die tuinmuur ook nog enkele bedrijfsgebouwen en een kerkgebouw. Het is een privé-terrein, dus we mogen het terrein niet op. Aan de tuinmuur hangt een bordje met de aanduiding dat het hier gaat om gebouwd erfgoed.
In de bocht vlak vóór het toegangshek staan bramenstruiken, met daaraan alvast één rijpe braam; de eerste rijpe braam die we dit jaar onderweg zien. 
De braamstruiken hangen al vol met nog niet rijpe bramen.
Bij een houten deurtje boven in de gevel van één van de bedrijfsgebouwen zien we de afbeelding van een Jacobsschelp hangen.
Op een breed tuinmuurtje van een woning langs de route ligt een groot aantal Jacobsschelpen uitgestald.
Even later wandelen we Mazières-sur-Béronne uit.

Nieuwe wegwijzers voor wandelaars en pelgrims
Op een kruispunt van paden zien we een houten paal staan met wegwijzers aan die paal. Het gaat hier om mooie nieuwe wegwijzers met een groene kleur. Zo hebben we ze nog niet eerder gezien. De wegwijzer maakt met de wit-rode strepen en de nummer-aanduiding duidelijk dat het hier om de GR655 gaat, en bovendien staat onder de geel-blauwe strepen met daarin een Jacobsschelp aangegeven dat het hier gaat om de ‘Chemin de Saint-Jacques de Compostela’ en de ‘Voie de Tours’, ofwel de Via Turonensis, waarop Durkje en ik momenteel pelgrimeren. Super duidelijk dus, en bovendien heel mooi uitgevoerd. Hier kunnen pad-zoekende pelgrims nog jaren mee vooruit.
Voordat we een helling op moeten lopen naar het buurtschap Turzay passeren we in het beekdal eerst de plaatselijke wasplaats.
Voorbij het volgende dorp – Etrochon – zien we als gevelsteen tegen een tuinmuur een jaartal met een gestileerde Jacobsschelp. 
In de afgelopen dagen hebben we al heel regelmatig gezien dat mensen die langs de pelgrimsroute wonen, symbolen van het pelgrimeren langs de route hebben aangebracht. Daarmee laat men zien zich terdege bewust te zijn van het feit dat men hier aan een pelgrimsroute woont, en bovendien is het voor al die passerende pelgrims fijn om te zien dat men aandacht heeft voor en geeft aan pelgrims en aan het pelgrimeren.

Gennebrie en non-barrée
In zuidelijke richting lopen we door het open veld, over verschillende soorten karrensporen, tussen akkers met graanstoppels, maïs en zonnebloemen. Een prachtige wolkenlucht hangt boven ons.
In het buurtschap Gennebrie komen we vanuit het veld bij de doorgaande asfaltweg ter hoogte van een oude watermolen boven een beekje.
De oude ‘moulin’ is mooi gerestaureerd, gedecoreerd met rode luiken en groene klimop.
Ook naast de moulin hangt de hedera-klimop decoratief over een pergola.
We gaan een karrenspoor op in de richting van de D740. ‘Route Barrée’ staat aan het begin van het pad, maar meestal is dat voor wandelaars geen probleem. Bij de D740 aangekomen blijkt dat er aan weerszijden in het wegdek een heel groot gat is gegraven, en dat werklui hier twee gaten onder de weg door hebben geboord om er leidingen doorheen te trekken of te duwen. Wij kunnen er echter met gemak om heen, dus voor ons geen ‘barrée’.

Koffie met foodtruck in Brioux-sur-Boutonne
Vlak vóór Coulonges draaien we af naar Bel Air aan de D950. We lopen over een halfverhard pad achter de huizen van Bel Air langs, parallel aan de D950, in de richting van Brioux-sur-Boutonne. Bij de dorpsrand heeft een kiosk-houder aangegeven dat het vanaf hier nog 1.302 kilometers is naar Santiago de Compostela.
Met een langwerpig geel-blauw verkeersbord wordt langs de D950 aangegeven dat deze weg deel uitmaakt van de pelgrimsroute naar Santiago de Compostela. 
Dan komen we bij de brug over de rivier de Boutonne.
We steken de brug over, om Brioux-sur-Boutonne binnen te wandelen.
Voorin het dorp is een Tabac-winkel met een terras. Daarop nemen we plaats en we bestellen koffie.
Op het terras zit een jonge vrouw, die – waarschijnlijk – haar ouders aan de hand van foto’s op haar smartphone vertelt dat ze een foodtruck wil kopen om daarmee een horeca-bedrijfje te beginnen. We raken daarover met elkaar in gesprek. Ze is gemotiveerd om dit te gaan doen, maar de wijze waarop haar vermoedelijke ouders niet deelnemen aan het gesprek spreekt boekdelen: waarschijnlijk zien zij dat niet zo zitten als perspectief voor hun dochter. Maar de jongedame blijft naar ons toe heel enthousiast over haar droom en plan. Als het aan haar ligt, worden droom en plan werkelijkheid.

Koeien in de wei
Na onze pauze wandelen we Brioux-sur-Boutonne uit, en dan valt ons buiten de bebouwde kom direct op dat het landschap aan deze kant van de rivier geheel anders is ingericht dan aan de andere kant van de plaats. Voordat we Brioux-sur-Boutonne binnen liepen, wandelden we door een heuvelachtig open landschap met eigenlijk alleen maar uitgestrekte akkers, terwijl we aan deze kant van de plaats in een veel meer coulissen-achtig landschap komen, met overwegend graslanden, en hier en daar koeien. En koeien hebben we in de afgelopen dagen nauwelijks gezien, en hier zijn ze volop aanwezig in de weilandjes langs het brede pad waarover wij voortgaan.
Vanuit een mooi singelpad wandelen we het dorpje Le Pontioux binnen.
Langs de route komen we langs de tuindeur van één van de huizen, waaraan de figuur van een Jacobsschelp is bevestigd.
Aan de rand van Le Pontioux komen we langs een groenten- en fruit-tuin, waarin een appelboom staat, die vol hangt met kleine rood-groene appeltjes.
Daarna gaan we het open veld weer in, waar we in een gebied komen waarin we een mix van akkers en weilanden aantreffen.

Villefollet
Voordat we het eind van onze etappe bereiken, komen we nog door een ander dorpje, namelijk Villefollet. Via  een betonbruggetje over een beekje wandelen we het dorp binnen.
In het dorp komen we langs het dorpskerkje. Gelukkig is de deur van deze kerk niet op slot, en kunnen we binnen kijken.
Durkje vult het gastenboek in, en ik kijk even rond in de kerkzaal. Aan een deur in het koor van de kerk hangt een kruis, met daarop enkele afbeeldingen die verwijzen naar het bedevaartsoord Lourdes, waar Durkje en ik vorig jaar op één van onze pelgrimages doorheen kwamen.
Boven het gastenboek hangt een oude poster, met daarop afbeeldingen van enkele kerken langs de pelgrimsroutes van Arles en van Le-Puy-en-Velay; twee pelgrimsroutes, die Durkje en ik samen al hebben gelopen.
Bij de gesloten Mairie lunchen we nog kort op een bankje, alvorens we verder gaan.
Aan de rand van het dorp staat een mooi nieuw informatiebord, met informatie over de pelgrimsroute die wij nu bewandelen. De route van Lusignan via Villefollet naar Aulnay staat onder andere op dit informatiepaneel afgebeeld.

Voorbij de wijngaard de Romeinse heirweg op
Voorbij Villefollet volgen enkele kilometers tussen heuvelachtige akkers door. Zover we hier kunnen zien, zijn het grote akker-percelen met zonnebloemen, graan(stoppels) en stukken land waarvan je kunt zien dat die dit seizoen niet eens worden gebruikt. Veel zonnebloemen zijn uitgebloeid, en laten hun koppen al hangen. 
En dan zomaar ineens, midden tussen de grote akkers, komen we langs een klein perceel met druivenstruiken.
De druivenstruiken hangen vol met grote druiventrossen. De druiven zijn echter nog niet rijp. Ze hebben nog wel de nodige zon-uren nodig voordat ze geoogst kunnen worden.
Je ziet het bijna niet, maar net voorbij deze kleine wijngaard komen we op de afslag, waarop we met een scherpe bocht rechtsaf het brede karrenspoor moeten verlaten, om dan over een veldpad rechtsaf verder te gaan. Dit blijkt het restant te zijn van een voormalige Romeinse heirweg, die hier dwars door de heuvels in zuidwestelijke richting gaat. We lopen nu vol op de wind, maar wel een aangenaam warme wind, dus helemaal prima zo.

Einde van de eerste zesdaagse
Vlak voordat we het asfaltweggetje naar Villiers-sur-Chizé kruisen, komen we langs een akker waarop pluimgierst wordt verbouwd. Verderop zien we daar nog een akker mee.
Bij de D109 aangekomen, verlaten we de Romeinse heirweg tijdelijk, want hier stopt voor vandaag onze etappe.
Een eindje verderop steken we via de D109 de D950 over, om dan over de asfaltweg door te lopen naar het dorpje Arsanges, waar we vanmorgen onze auto hebben achtergelaten.
Bij onze auto gekomen, stappen we in, en dan rijden we van Arsanges terug naar Saint-Romans-lès-Melle, waar onze fietsen staan.
Met de beide fietsen op het fietsenrek rijden we dan terug naar onze camping in Lusignan.
Hiermee sluiten we vandaag de eerste serie van zes opeenvolgende pelgrimsdagen af van onze zomerpelgrimage 2023. In die zes dagen hebben we gewandeld van Buxerolles tot aan Arsanges.
Morgen gaan we onze caravan verplaatsen naar een volgende camping. We kunnen dan voor de volgende dagen boodschappen halen, om daarna overmorgen weer verder te gaan waar we vandaag zijn gestopt. 
We kunnen nu alvast terugzien op zes hele mooie en geslaagde pelgrimsdagen.

Pelgrimeren van Sepvret naar Saint-Romans-lès-Melle

Pelgrimsroute van Parijs (F) naar Santiago de Compostela (S)
Via Turonensis van Parijs naar Saint-Jean-Pied-de-Port (GR655)
Van Sepvret naar Saint-Romans-lès-Melle
Zondag 23 juli 2023 – 20,5 km.
Dag 29: 606,5 – 627 km.
 
Bij de Eglise-Saint-Pierre in Melle
Fietsen naar Sepvret
Wij gaan vandaag in Sepvret beginnen met de vijfde dag van de voor ons dit jaar nog 28 resterende etappes van de Via Turonensis. Onze etappe van vandaag loopt tot in Saint-Romans-lès-Melle.
De wekker wekt ons vanmorgen om 6:00 uur in onze caravan op Municipal Camping de Vauchiron in het Franse Lusignan.  
Het wordt vandaag een zomerse dag om te wandelen, want als we vanmorgen vanaf de camping vertrekken, is het 17 graden Celsius, en de temperatuur loopt vanmiddag op tot 27 graden Celsius. We lopen aanvankelijk bij een geheel bewolkte lucht, maar naarmate de dag vordert, neemt de bewolking af, en krijgt de zon meer kans. Het blijft de hele wandeldag heel mooi zomerweer.
Na het ontbijt verlaten we in onze auto - met achter op het fietsenrek de twee fietsen - om 7:10 uur onze camping, om dan eerst van Lusignan naar Saint-Romans-lès-Melle te rijden. Daar parkeren we onze auto op het dorpsplein.
Dan fietsen we de 15,5 kilometers van Saint-Romans-lès-Melle naar Sepvret. Af en toe voelen we enkele druppeltjes regen, maar veel is het niet.
Onze fietsen stallen we in het dorpscentrum van Sepvret, bij de Mairie, en dan maken we ons klaar voor vertrek.
Het is stil op straat, op deze vroege zondagochtend.

Van Sepvret naar Saint-Léger-de-la-Martinière
Durkje en ik verlaten Sepvret aan de zuidkant, om dan over een asfaltweg tussen de akkers van Les Pâturaux te lopen. Waar het asfaltweggetje afbuigt naar links, gaan wij langs zonnebloemen rechtdoor, een karrenspoor op door de velden van Le Chêne Saunier. 
In het buurtschap Le Châtelier zien we een Jacobsschelp op een betonnen paal in de berm bij een huis. 
Verderop staat bij een singelpad een informatiebord over de pelgrimsroute van Sint Jacobus. 
We lopen door Le Coudray.
Bij de oprit van een huis staan de oranje trompetbloemen prachtig in bloei.
In La Martinière moeten we een asfaltweg oversteken, en dan komen we op een mooi singelpad langs een bosperceeltje en akkerland.
Voorbij Chatenay gaan we eerst langs Bois de Melle, en verderop een stukje door dat bos. Tussen het weelderige groen van de bomen valt een dode boom nogal op. De dode takken steken decoratief af tegen de wolkenlucht.
Vlak vóór een waterbassin zien we een vuursalamander, die doodstil op het steenachtige pad blijf zitten als we hem passeren.
Aangekomen bij de D950 wandelen we Saint-Léger-de-la-Martinière binnen.

Van Saint-Léger-de-la-Martinière naar Melle
Daar steken we direct de D950 over, want de route voert ons langs de elfde eeuwse dorpskerk, dus zo’n duizend jaar oud.
De kerkdeur staat open; we gaan naar binnen.
Het is een sobere kerk, maar wel met een mooi kerkraam in het koor van de kerk.
Achterin de kerk hangt een poster uit 1999, met daarop de afbeeldingen van 27 stempels, die even zovele locaties langs de pelgrimsroute in deze regio weerspiegelen.
Bij de grote rotonde steken we nogmaals de D950 over, en dan wandelen we even later de stad Melle binnen.
De lange route naar de binnenstad is fraai gedecoreerd met bloemen en struiken.
Melle heeft een langgerekt arboretum als een ring rond de bebouwde kom. We lopen daar doorheen, op een halfverhard breed pad door een singel met heel veel verschillende bomen, met de boomnamen aangegeven op paaltjes onder de bomen.
De eerste kerk die we passeren, is een Lutherse kerk. Het is vandaag zondagochtend, dus het verbaast ons niet dat hier momenteel de kerkdienst gaande is.
In een verkeersspiegel langs de weg zien wij onszelf voorbij gaan door de straat.
Dan krijgen we even later de kerktoren van de Eglise Saint-Pierre in beeld.
Nog een klein eindje lopen, en dan zien we de kerk in haar volle glorie.
Ook hier is sprake van een sober interieur, een kerk bijvoorbeeld zonder kerkbanken.
Wel zien we een mooi kerkraam met daarop de afbeelding van Maria met haar kindje Jezus.

Nederlandse pelgrim bij de Eglise Saint-Pierre van Melle
Als we op een bankje vóór de kerk een broodje eten, komt de uit Nederland afkomstige pelgrim Ton bij ons langs. We raken met elkaar in gesprek. Hij is in juni jongstleden met pensioen gegaan, en pelgrimeert nu in de overgang van werk naar vrije tijd naar Santiago de Compostela. Met z’n drieën wandelen we even later de binnenstad van Melle binnen. Hij vertelt dat hij afgelopen nacht met twee andere pelgrims heeft overnacht in de nogal spartaanse gemeentelijke overnachtingsgelegenheid in Chenay. 
Melle heeft een gezellig centrum rondom de grote markhal. Daar drinken we koffie op één van de terrassen. Pelgrim Ton gaat op zoek naar een supermarkt om boodschappen te halen. De rest van de dag zien we hem niet weer.
In het centrum van Melle passeren we een imposant bouwwerk, een hôtel.
Iets verderop komen we bij de Eglise Saint-Hilaire; ook al weer zo’n imposante kerk.
Aan de voet van het koor van deze kerk zie ik een lamp die in het donker de kerktoren kan beschijnen. De lamp is bevestigd op een metalen Jacobsschelp.
We horen stemmen en zingen in de kerk, dus we gaan naar binnen. Daar is op dit moment een doopdienst voor enkele kinderen.
Na dit kerkbezoek verlaten we Melle.

Door La Bossiou en langs Trappe
Ten zuiden van Melle moeten we door een donkere tunnel onder de D948 door.
Voorbij de tunnel gaat het een klein eindje verder over grote rotsstenen langs een beekje.
Daarna moeten we een eind klimmen, het talud op, naar een breed bospad, dat wel lijkt op een voormalig spoorttracé.
Het eerstvolgende gehucht waar we doorheen komen, is La Bossiou.
We verlaten dit buurtschap met een afdaling over een mooi graspad tussen de huizen door, en beneden aangekomen, moeten we via een hoog bruggetje een beekje oversteken. 
Dan volgt een aantal asfaltweggetjes door een mooi heuvelachtig landschap, waarbij we ook langs het buurtschap Trappe komen.
En dan wandelen we enkele kilometers verder de plaats Saint-Romans-lès-Melle binnen.

Saint-Romans-lès-Melle
Maar dan zijn we er nog lang niet, want dit is een tamelijk uitgestrekt dorp, met veel huizen aan straten naar boven en naar beneden. We gaan met veel bochtenwerk door het dorp heen. Daarbij komen we hoog langs een château.
Een smal paadje met bermmuurtjes gaat onder een walnotenboom door, waarvan de takken laag boven het pad hangen.
In het dorp bezoeken we de 12e eeuwse dorpskerk. 
Daarin valt ons het blauwe Maltezer kruis op dat prominent in het koor vóór in de kerk staat. 
In een zijkapel ligt een gastenboek op tafel, waarin passanten iets hebben geschreven. Bij het gastenboek liggen twee Jacobsschelpen op tafel.
Na dit kerkbezoek wandelen we door het dorp naar het dorpsplein Place du Champ-du-Foire bij het dorpshuis, de bakker, het café en de kruidenier. In de schaduw op een bankje eten we ons laatste brood van vandaag, en we genieten ondertussen van de schaduw en de heerlijk verkoelende wind van vanmiddag.
Daarna rijden met de onze hier geparkeerde auto terug naar Sepvret, waar we de fietsen afhalen, en tot slot rijden we dan met de fietsen op het fietsenrek terug naar de camping in Lusignan.

Pelgrimeren van Saint-Sauvant naar Sepvret

Pelgrimsroute van Parijs (F) naar Santiago de Compostela (S)
Via Turonensis van Parijs naar Saint-Jean-Pied-de-Port (GR655)
Van Saint-Sauvant naar Sepvret
Zaterdag 22 juli 2023 – 22 km.
Dag 28: 584,5 – 606,5 km.
 
Over karrensporen tussen graanstoppelvelden



















Stil op straat op de vroege zaterdagochtend
Wij gaan vandaag in Saint-Sauvant beginnen met de vierde dag van de voor ons dit jaar nog 28 resterende etappes van de Via Turonensis. Onze etappe van vandaag loopt tot in Sepvret.
De wekker wekt ons vanmorgen om 6:00 uur in onze caravan op Municipal Camping de Vauchiron in het Franse Lusignan.  
Het wordt vandaag een prachtig zomerse dag om te wandelen, want als we vanmorgen vanaf de camping vertrekken, is het 11 graden Celsius, en de temperatuur loopt vanmiddag op tot 26 graden Celsius. We lopen bij een nagenoeg onbewolkte lucht, maar naarmate de dag vordert, neemt de bewolking iets toe, en begint het harder te waaien. Het blijft de hele wandeldag heel mooi zomerweer. Als je het mocht kiezen, zou je dit weer kiezen.
Na het ontbijt verlaten we in onze auto - met achter op het fietsenrek de twee fietsen - om 7:10 uur de camping, om dan eerst van Lusignan naar Sepvret te rijden. Daar parkeren we onze auto tussen de begraafplaats en de Mairie.
Dan fietsen we de 15,2 kilometers van Sepvret naar Saint-Sauvant. 
Onze fietsen stallen we in het dorpscentrum van Saint-Sauvant, op het dorpsplein vóór de Mairie, en dan maken we ons klaar voor vertrek.
Ondertussen komen de dorpsbewoners naar de épicerie (kruidenier) tegenover de Mairie, om daar met name hun stokbrood voor de dag te halen. Verder is het stil op straat, op deze vroege zaterdagochtend.

Van Saint-Sauvant naar Jassay
Om 8:45 uur begint onze etappe in het dorpscentrum van Saint-Sauvant.
In een schuur van één van de woningen zie ik een oud houten rijtuig staan.
We wandelen het dorp uit, en gaan dan eerst naar de driesprong waar we gisteren zijn gestopt, om hier vandaag verder te gaan.
Vanuit Saint-Sauvant lopen we eerst naar het gehucht Chiré, waar een grote manage is gevestigd.
Als we langs de manage lopen, springt een waakhond aan de andere kant van de weg boven op een stenen tuinmuur, om ons blaffend in de gaten te houden.
Aan de andere zijde van de D29 gaan we het open veld in. We lopen hier over karrensporen tussen eindeloze graanstoppelakkers. Hier en daar is het stro al ingepakt in de welbekende grote ronde strobalen.
Hier ergens verlaten we het Franse departement La Vienne, en lopen we het departement Deux-Sèvres binnen.
Voorbij een waterreservoir wandelen we het buurtschap Jassay binnen. 
Jassay is maar klein, dus we zijn er ook snel al weer uit. Aan de rand van het gehucht zien we iets van de weg af een met een ijzeren hekwerk omheinde kleine begraafplaats, weer zo’n kleine protestantse familiebegraafplaats, die je hier regelmatig ziet op particuliere terreinen.
 
Witter naar Chenay
Aan het eind van Les Champs Raux zien we een tractor met hoge snelheid over een steenachtig pad rijden, een enorme steenstofwolk achter zich latend. Gelukkig is die stofwolk al verdwenen op het moment dat wij even later dat steentjespad op gaan. Een heel lang wit recht landbouwpad ligt vóór ons. 
Van het witte steenstof worden onze wandelschoenen wit, maar ook de planten – zelfs de bloeiende bloemen - in de berm zijn al bedekt met een witte steenstoflaag.
Het volgende buurtschap waar we doorheen wandelen, is Le Breuil de Chenay.
Over een smalle asfaltweg gaat het dan verder naar Chenay. Aan de dorpsrand van Chenay draaien we af naar de D950. 
Boven ons cirkelt een para-motor, afkomstig van de plaatselijke luchtvaartschool aan de overzijde van de D950.
Door de Rue des Pélerins wandelen we Chenay binnen, op naar de 11e eeuwse dorpskerk, die overigens gesloten blijkt te zijn.
Onze wandelgids meldt dat we hier koffie zouden kunnen drinken. Langs de D950 – die door het dorp gaat – zien we dat het café al lange tijd is gesloten, en het plaatselijke restaurant gaat vanavond pas om 18:30 uur open. Daarom doen we een tweede koffiestop-poging in een zijstraat bij de Mairie, het dorpshuis en de dorpsbibliotheek, maar ook die blijken op deze zaterdagochtend alle gesloten. Een vrouw komt aanrijden in een auto, en vraagt of ze ons kan helpen. Op onze vraag of we hier in het dorp koffie kunnen drinken, antwoordt ze ontkennend. Daarom lopen we het dorpsparkje in tegenover de Mairie, waar we op een koele stenen bank in de schaduw onze broodjespauze beleggen. Zo kan het ook met het door ons voor onderweg meegenomen eten en drinken. 

Van Plaisance naar Brieuil
Aan de westzijde van de D950 verlaten we Chenay. Als we vlakbij Plaisance het beekje Ruisseau de Foucault oversteken, gaat de routevariant (die we niet nemen) rechtdoor, en onze originele route gaat een heel mooi smal singelpad op. 
Dit met veel mos bedekt pad door de singel is prachtig om te bewandelen.
Verderop, in het open veld, komen we langs een enorme akker met zonnebloemen.
Deze ‘tournesols’ bloeien uitbundig in de volle zon, en de bijen maken dankbaar gebruik van de kans om de grote bloemen te bezoeken.
Op de open plekken tussen de zonnebloemen, bloeit de witte winde rijkelijk.
Even later wandelen we het gehucht Brieuil binnen.
Buiten Brieuil klimmen we in het open veld heuvelopwaarts, tot bij een prachtig panoramapunt. Hier hebben we een schitterend uitzicht over de akkerlanden achter ons.

Naar La Lussaudière en Foucault
We steken de D45 over, en gaan dan heuvelopwaarts, om bijna boven aangekomen, onze route te vervolgen over het mooie kampad over de heuvelrug in zuidoostelijke richting.
Tussen akkers met zonnebloemen en graanstoppels gaat het voort, met een schitterend vergezicht over de veel lager gelegen delen links van ons.
We steken een asfaltweggetje over, en lopen dan door het buurtschap La Lussaudière.
Daarna volgt een schitterend traject over hellingpaden langs een prachtige bosrand en door singels. Even later komen we aan in het gehucht Foucault.
Tegen een schuur is een groot aantal oude dakpannen opgestapeld.
Op het eerste gezicht ziet het buurtschap er onbewoond uit. Aan de geveldecoratie van één van de huizengevels is te zien dat hier voorheen welvarende mensen hebben gewoond. Veel van de muurdecoratie is geruïneerd, alsof dat het resultaat is van een beeldenstorm.

Contrastrijk
Het volgende buurtschap dat we doorkruisen, is – getuige het mooie glaskunstwerk met daarin de naam van het gehucht - La Maisonnière.
De moderne uitstraling van de glaskunst aan de ene kant van het gehucht, staat in schril contract met het imago van een autowrak aan de andere kant van het buurtschap. Positief gesteld zou je de overwoekerde Renault een oldtimer kunnen noemen. Maar dan wel een oldtimer waar bijna geen eer meer aan te behalen is.
Het volgende buurtschap dat we doorkruisen, is Brégion.
Voorbij Brégion volgt nog een schilderachtig mooie route over smalle paden door een heuvelachtig agrarisch landschap. We gaan hier voort over prachtige bospaden langs de oostelijke rand van het Bois de Saint-Martin. 
Verderop stroomt een iele waterloop langs het bospad, dat uiteindelijk uitstroomt in een smalle beek, de Sèvre Niortaise, die wij oversteken via enkele grote natuursteenblokken.

Aankomst in Sepvret
Dan wandelen we voorbij Le Grand-Moulin en na het buurtschap Bireau het dorpje Sepvret binnen, ter hoogte van het Château van Sepvret.
We volgen de D108 die door het dorp loopt, en arriveren even later om 13:45 uur bij de Mairie van Sepvret, waar we vanmorgen onze auto hebben achtergelaten. 
Naast de Mairie staat een stokbroden-automaat, waar een dorpsbewoner een baguette uit koopt en haalt.
Op een bankje eten we ons laatste brood, en dan stappen we in onze auto, en rijden we van Sepvret naar Saint-Sauvant terug. Daar laden we onze fietsen op het fietsenrek, en tot slot rijden we dan vanuit Saint-Sauvant terug naar de camping in Lusignan.

Pelgrimeren van Coulombiers naar Saint-Sauvant

Pelgrimsroute van Parijs (F) naar Santiago de Compostela (S)
Via Turonensis van Parijs naar Saint-Jean-Pied-de-Port (GR655)
Van Coulombiers naar Saint-Sauvant
Vrijdag 21 juli 2023 – 22 km.
Dag 27: 562,5 – 584,5 km.
 
Twee pelgrims, geschilderd door Achile Savagnac

















Aanvangen in Coulombiers
Wij gaan vandaag in Coulombiers beginnen met de derde dag van de voor ons dit jaar nog 28 resterende etappes van de Via Turonensis. Onze etappe van vandaag loopt tot in Saint-Sauvant.
De wekker wekt ons vanmorgen om 6:00 uur in onze caravan op Municipal Camping de Vauchiron in het Franse Lusignan.  
Het wordt vandaag een prachtig zomerse dag om te wandelen, want als we vanmorgen vanaf de camping vertrekken, is het 17 graden Celsius, en de temperatuur loopt vanmiddag op tot 27 graden Celsius. We lopen het eerste deel bij een halfbewolkte lucht. Daarna verdwijnt de bewolking grotendeels, om later toch weer bewolkt te worden. Het blijft de hele wandeldag heel mooi zomerweer.
Na het ontbijt verlaten we in onze auto - met achter op het fietsenrek de twee fietsen - om 7:10 uur onze camping, om dan eerst van Lusignan naar Saint-Sauvant te rijden. Daar parkeren we onze auto bij de dorpskerk.
Dan fietsen we de 19,1 kilometers van Saint-Sauvant naar Coulombiers.
Onze fietsen stallen we in het dorpscentrum van Coulombier, bij de Mairie, en dan maken we ons klaar voor vertrek.
Maar voordat we met deze derde etappe beginnen, gaan we om 9:05 uur eerst de Mairie binnen, om in dit gemeentehuis te vragen of we daar een stempel van de gemeente in onze pelgrimspaspoorten kunnen krijgen.

Koffiedrinken in de Mairie van Coulombiers
Aan een tafel in de hal zitten drie medewerkers van de gemeente koffie te drinken met de receptioniste. We worden door haar heel hartelijk ontvangen, en krijgen direct een stempel in onze beide credentials. Dan neemt ze ons mee naar buiten om ons te wijzen op de prachtige pelgrimssteen die de gemeente vóór de Mairie heeft staan. 
Op de steen staat dat het vanuit Coulombiers nog 1.352 kilometer pelgrimeren is naar Santiago de Compostela.
Als we weer binnen zijn, biedt de receptioniste ons koffie aan. Dat goede aanbod nemen we graag aan. Elders in het dorp hebben we nog geen koffieplek aangetroffen. Bij het koffiedrinken bekijken we met z’n allen het grote aantal pelgrimsstempels in onze credentials.
Als deze verrassende koffiepauze voor ons voorbij is, krijgt Durkje een waaier mee met daarop de naam van het dorp (Coulombiers). We bedanken de gemeentelijke tafelgasten hartelijk voor hun gastvrijheid. Dan gaan Durkje en ik beginnen met de volgende etappe van vandaag.

Gevarieerde paden aan weerszijden van de N11
Direct al buiten Coulombiers gaan we een mooi karrenspoor op, met links en rechts van het pad hoge bermen met mooie begroeiing.
Verderop staat een blauw bordje langs de weg, met daarop een gestileerde gele pelgrim afgebeeld.
Als we het buurtschap La Verrie naderen, zien we ver vóór ons drie patrijzen over de weg lopen. Twee van hen verdwijnen al snel in het struikgewas in de berm, maar de derde blijft honderden meters vóór ons uit lopen, om in het begin van de bebouwde kom in een zijweggetje te verdwijnen.
Met een beetje geluk – weten we uit ervaring - kun je in Frankrijk met name tussen de akkers nog wel eens patrijzen aantreffen.
We steken de N11 over, en komen dan bij een spoorwegovergang. Juist op het moment dat we bijna bij de overweg zijn, gaan de slagbomen naar beneden, en suist er op hoge snelheid een trein aan ons voorbij.
Daarna gaan we voort over prachtige veldpaden langs nu al weer kale akkers. 
Er is trouwens wel veel variatie aan paden, want soms lopen we ook door schaduwrijke singels.
Het landschap is hier heuvelachtig, dus af en toe stijgen en dalen we. Op een gegeven moment komen we op een sterk dalend pad, dat hier en daar rotsachtig en steenachtig is. Even heel voorzichtig afdalen dus.
Prachtig zijn verderop dan weer de hoge bermen, met gevarieerde begroeiing er tegen aan en er bovenop.

Van Roche naar de Vonne 
Waar we van de D92 afslaan naar het buurtschap Roche, staat een bijzondere wegwijzer voor pelgrims. Behalve een rood-witte GR-pijl en de gestileerde Jacobsschelp is aan de houten paal ook een plaat bevestigd, waarop enkele pelgrimspaden staan die door deze regio lopen.
Als we bij het château en een refugio er tegenover Roche binnenwandelen, is het half elf. Op dat moment begint in Broeksterwâld de rouwdienst voor Durkje haar overleden oom Eelke. 
Via de telefoon met de oortjes wordt nu de hele rouwdienst gaandeweg gevolgd, totdat we arriveren in Lusignan.
We steken de N11 nogmaals over, en dan volgt een lange asfaltweg op enige afstand van de N11 in zuidelijke richting.
Waar we de asfaltweg verlaten, gaat de route over in een prachtig breed bospad langs het bos van Lusignan, ook in de richting van Lusignan.
Dan komen we vóór de rivier de Vonne te staan.
Via een ijzeren brug kunnen we links van de doorwaadbare plaats de Vonne oversteken.
En dan wandelen we Lusignan binnen ter hoogte van Chemin de la Plage. Dit is de toegangsweg naar de camping waarop we deze dagen overnachten.

Lusignan 
Vooraan in Lusignan moeten we voor onze route direct een groot aantal stenen traptreden op naar boven, want we moeten van het rivieroppervlak klimmen naar de hoge stadstraten van Lusignan.
Vanuit een langgerekt parkgebied krijgen we dan een mooi uitzicht over de beboste riviervallei van de Vonne. Verderop zien we de hoge stenen spoorbrug die de vallei overspant, en aan de voet van deze spoorbrug zien we enkele tenten, tenthuisjes, caravans en tenten van de Municipal Camping de Vauchiron waarop wij enkele dagen kamperen.
In Lusignan wordt veel opgebouwd voor het middeleeuwse festival dat hier morgen en overmorgen zal zijn.
Bij de VVV vragen en krijgen we om 11:30 uur een mooi pelgrimsstempel in onze pelgrimspaspoorten, en daarna gaan we verder het eeuwenoude stadje in, dat is genoemd naar de familie Lusignan, die hier vroeger de scepter zwaaide. In de hoek van de VVV-ruimte staat overigens de Sint-Jacobsbaton (staf) van deze regio.
We wandelen het stadscentrum in.
Daarbij voert de route ons echter niet in een rechte lijn naar de grote kerk van de stad, want we gaan eerst nog een klein eindje langs de oude stadsmuur van Lusignan.
Daarna komen we langs de grote markthal van de stad.
Achter de markthal komen we aan bij de Notre Dame-kerk van Lusignan.
We gaan naar binnen en bezichtigen deze grote 11e-12e eeuwse kerk.
Ook breng ik een bezoek aan de opengestelde donkere crypte onder de kerkvloer van het koor van de kerk.
Door de kleine ramen valt enig licht naar binnen.
Tegen de muur van de crypte hangt in het duister een kruis, met de daaraan genagelde Jezus.
In de kerkzaal zie ik een schilderij van Achile Savagnac uit het jaar 1809, met daarop de afbeelding van twee pelgrims; met pelgrimshoeden en bekleed met Jacobsschelpen.
Onder het schilderij hangt een heel groot houtsnijwerk.
Na dit kerkbezoek wandelen we de burcht van Lusignan uit. Boven de brug die toegang geeft tot de burcht hangt naast twee wapen-banieren de aankondiging van het middeleeuwse festival van morgen en overmorgen.
Op het plein vóór de Mairie kopen we bij de plaatselijke bakker een boule (rond brood) voor morgen, en daarna pauzeren en lunchen we op een stenen bank op het plein.

Landlopen
Na deze pauze verlaten we Lusignan aan de zuidzijde, om daar het open veld in te gaan. Hier en daar zien we boeren met tractoren aan het werk op de akkers langs de route.
In het buurtschap Mauprié aangekomen, lopen we langs de al jaren niet meer gebruikte toegangspoort van Le Château de Mauprié. Verderop is geen mens te zien.
We lopen om het landgoed heen, en lopen dan aan de zijkant van het château het open veld weer in. Vanaf die kant kun je zien dat deze burchthoeve nog wel in gebruik is.
Vanaf nu zullen we tot aan Saint-Sauvant geen dorpen meer door komen. De route gaat vanaf hier kilometers lang voornamelijk over karrensporen door het land.
De meeste akkers zijn al geoogst, dus akkers zijn vooral graanstoppelakkers.
Hier en daar staan in de bermen wel braamstruiken, maar voor bramen eten is het hier nu nog te vroeg.
Af en toe passeren we ook velden met zonnebloemen.
En op akkers waar het graan al is geoogst, liggen soms de strobalen metershoog opgestapeld op het land.
 
Ommuurde kleine protestantse begraafplaats
Als we het gehucht L’Eterpe naderen, komen we langs een klein ommuurd stukje grond. 
Op het informatiepaneel dat langs ons pad bij de muur staat, is vermeld dat het hier gaat om een protestantse begraafplaats.
Door het struikgewas van deze overwoekerde begraafplaats komen we bij het ijzeren toegangshek, dat open staat.
Binnen de muren vinden we drie tamelijk geruïneerde grafstenen, waarop de namen van de overledenen op de drie graven nog wel leesbaar zijn.
In 1948 is hier nog iemand begraven.

Eindstempel van Saint-Sauvant
We hoeven nu niet ver meer, want Saint-Sauvant komt in zicht. De pelgrimsroute gaat niet door Saint-Sauvant, maar loopt er aan de noordzijde boven langs. 
Wij hebben daar vanmorgen onze auto gebracht, dus wij gaan de plaats straks wel in om de auto daar af te halen. Bij de kruising van ons pad met de D26 gaan we echter nog niet direct over de D26 naar Saint-Sauvant, maar we lopen nog een eindje door, totdat we om 14:45 uur bij de D29 komen, waar de pelgrimsroute afwijkt van Saint-Sauvant. Hier gaan we morgen verder met de volgende etappe.
We wandelen dan over de D29 het dorp in.
In het centrum gaan we eerst naar de Mairie, waar we om 15:00 uur een pelgrimsstempel van de gemeente in onze credentials krijgen.
Dan lopen we door naar de parkeerplaats bij de kerk ,waar onze auto staat geparkeerd.
Vanuit Saint-Sauvant rijden we eerst terug naar Lusignan, waar we bij de plaatselijke supermarkt boodschappen halen voor de komende drie dagen.
Daarna rijden we door naar Coulombiers, waar we onze beide fietsen afhalen, en tot slot rijden we dan terug naar onze camping in Lusignan.

Pelgrimeren van Ligugé naar Coulombiers

Pelgrimsroute van Parijs (F) naar Santiago de Compostela (S)
Via Turonensis van Parijs naar Saint-Jean-Pied-de-Port (GR655)
Van Ligugé naar Coulombiers
Donderdag 20 juli 2023 – 20 km.
Dag 26: 542,5 – 562,5 km.
 
Pelgrimeren door bos, langs akkers en door het veld

















Koffie met iets lekker bij de start in Ligugé
Wij gaan vandaag in Ligugé beginnen met de tweede dag van de voor ons dit jaar nog 28 resterende etappes van de Via Turonensis. Onze etappe van vandaag loopt tot in Coulombiers.
De wekker wekt ons vanmorgen om 6:00 uur in onze caravan op Municipal Camping de Vauchiron in het Franse Lusignan.  
Het wordt vandaag een prachtig zomerse dag om te wandelen, want als we vanmorgen vanaf de camping vertrekken, is het 13 graden Celsius, en de temperatuur loopt vanmiddag op tot 27 graden Celsius. We lopen bij een lichtbewolkte lucht met heel mooi zomerweer.
Na het ontbijt verlaten we in onze auto - met achter op het fietsenrek de twee fietsen - om 7:15 uur onze camping, om dan eerst van Lusignan naar Coulombiers te rijden. Daar parkeren we onze auto.
Dan fietsen we de 14,7 kilometers van Coulombiers naar Ligugé.
Onze fietsen stallen we in het dorpscentrum van Ligugé tussen de Mairie en de abdij, en dan maken we ons klaar voor vertrek.
Maar voordat we met deze tweede etappe beginnen, gaan we eerst koffiedrinken op het terras van de Tabac-winkel tegenover de Mairie. En als we dan bij de naburige bakker ook nog twee pains aux raisins hebben gehaald voor bij de koffie, vinden we dat wij een heerlijk begin hebben van onze dagtocht van vandaag. 

Twee GR’s en drie honden
Vanuit het dorpscentrum beginnen we direct al met een fikse klim in de richting van een hoge tuinmuur, die wel lijkt op een burchtmuur. Onze langgerekte schaduw loopt voor ons uit.
Dit is weer zo’n typisch Frans dorpje, met huizen die deels zijn bekleed met klimop-planten.
Buiten Ligugé gaan we een karrenspoor op door een boomsingel, met een beeld dat heel kenmerkend is voor veel paden in Frankrijk.
Op de wandelkaart hebben we gezien dat we straks op een punt komen waar onze GR655 en de andere GR364 uiteen gaan. Daar moeten we even goed opletten, om te voorkomen dat we op de verkeerde GR-route verder gaan. Op dat punt aangekomen, zien we echter dat met een houten wegwijzer duidelijk is aangegeven in welke richting de twee routes uiteen gaan.
Bovendien volgen we eerst nog enkele kilometers de route die voor beide GR’s geldt. 
Als we in het buurtschap Peu Secret komen, worden we met luid geblaf verwelkomd door drie honden achter een afrastering. Het kleine hondje rent zonder te blaffen met ons mee langs het gaas, maar de twee grote Sint-Bernhardhonden duiken achter de coniferenhaag en laten zich slechts hier en daar even zien, maar ze blaffen bijna voortdurend.
Als we bijna door een spoorviaduct gaan, raast er een trein hoog over het viaduct voorbij.
Vlak daarvóór is de GR364 in de andere richting dan al afgesplitst van onze GR655.

Mazeau en Bourgchambault
In het buurtschap Mazeau komen we langs een leegstaande kerk aan de doorgaande weg. 
Aan de overwoekerde ingangspartij kun je goed zien dat dit kerkgebouw niet meer wordt gebruikt waar die voor is bedoeld.
Aan de buitenkant is overigens in het geheel niet te zien òf dit kerkgebouw nog ergens voor dient.
Bij het volgende buurtschap – Bourgchambault – zien we verderop op een landgoed een landhuis in de steigers staan. Een man is met een tractor en een hark bezig om een grote hoeveelheid takken uit het grasveld te halen. Kennelijk is hier een boom gerooid, en worden de houtrestanten van takken en wortels nog weggehaald.

Stempelen en pauzeren in Croutelle
Even later wandelen we het dorp Croutelle binnen. 
In het dorpscentrum vragen en krijgen we in de Mairie een gemeentestempel in onze pelgrimspaspoorten. Als de ambtenares ziet hoeveel stempels wij inmiddels vanaf België al in onze credentials hebben, roept ze verrast ons toe: “Bravo!” en dan “Bon courage!”
Voorbij dit gemeentehuis is een plantsoen langs het beekje dat door het dorp stroomt. Aan het eind van het plantsoen staat de voormalige wasplaats langs de beek.
Wij vinden voor onze eerste etenspauze een schaduwrijke plek op één van de houten banken in het plantsoen, aan de beek La Feuillante.
Aan de overkant van de drukke verkeersweg door het dorp stroomt La Feuillante verder stroomafwaarts.
Ook hier weer veel huizen met klimop-planten aan de muren.

Abbatiale Notre Dame van Fontaine le Comte
Buiten Croutelle komen we in een langgerekt bosperceel, dat we in de lengterichting doorkruisen.
Als we het bos uit zijn, wandelen we even later het dorp Fontaine le Comte binnen.
Heel prominent vóór ons staat de abdij van het dorp, de Abbatiale Notre Dame.
Gelukkig staat de deur van de abdijkerk open, en kunnen we de lange zaalkerk binnen lopen. Een heel lang tongewelf hangt in de lengterichting boven de lange kerkzaal.
De kerkmuren van het interieur zijn uiterst eenvoudig, maar aan het koor van de kerk is meer aandacht besteed. Boven de koorbanken zien we de kerkramen met eenvoudige patronen en kleuren.
Een houten kruis staat op het liturgisch centrum midden in het koor van de kerk.
Ook in de muren van de zijkapellen zien we de kerkramen in dezelfde stijl als in het koor.
Voor de passerende pelgrims heeft men waterflesjes klaargezet, en nodigt men de passerende pelgrims uit om daar gebruik van te maken. Durkje vult het gastenboek van de kerk in.
Voordat we verder gaan, bekijken we buiten ook nog even het binnenterrein van de voormalige abdij. Boven in het entreegebouw kun je overnachten. Met een moderne lift is het logiesverblijf zelfs rolstoeltoegankelijk.
Vlak buiten de abdij staat een ons welbekende wegwijzer van het pelgrimspad, met op de paal de gestileerde gele Jacobsschelp op een blauwe ondergrond met eronder de verwijzing naar Santiago de Compostela. Helaas ontbreekt daaronder het plaatje waarop altijd de resterende afstand tot Santiago de Compostela staat vermeld.
We laten de abdij achter ons, en wandelen Fontaine le Comte uit.

Door lanen en over veldpaden
Nu volgt een lange asfaltweg door het bos via het buurtschap Le Foy naar de drukke verkeersweg N11. Die steken we over, en dan lopen we in de opgang naar een groot spoorviaduct langs een modern woonwagenkamp, bestaande uit kleine gebouwtjes met daarbij caravans. Kinderen spelen buiten op het kampterrein.
Aan de overzijde van het spoor gaan we naar een brede en vooral schaduwrijke laan, die we volgen in de richting van het buurtschap La Boulletterie. We lopen over mooie veldpaden tussen kale akkers.
Op één van de bomen langs het veldpad is de gebruikelijke rood-witte markering van de GR-routes geschilderd, en eronder hangt een kunststof plaatje met daarop de verwijzing naar de pelgrimsroute die wij nu bewandelen, op zijn Frans de ‘Voie de Tours’, in het Latijn de ‘Via Turonensis’ genoemd.
Over karrensporen tussen kale akkers, en akkers met nog graan, lopen we door een golvend landschap in de richting van het buurtschap Le Hoho.

Stop in Le Hoho
Zo langzamerhand wordt het ook wel tijd voor onze tweede rustpauze, onze lunchpauze.
Verrassend mooi is het dat we het buurtschap Le Hoho naderen op de plek waar de bewoners aan de route kunststof tuinstoelen en een tuinbankje hebben geplaatst. Daarop nemen we graag plaats voor onze broodjeslunch.
Aan de boom boven het bankje heeft iemand een Camino-pijl gehangen, die is gemaakt van negen Sint-Jacobsschelpen, wijzend in de richting van Santiago de Compostela. Heel mooi is dat voor passerende pelgrims.
En aan een andere boom hangt een vuilnisemmertje, met daarop de aanduiding ‘Poubelle’, met een Jacobsschelp erbij getekend. Je kunt hier dus ook nog je afval kwijt, dat je dan niet meer hoeft mee te nemen onderweg. Een mooi voorbeeld van gastvrijheid voor de passerende pelgrim.

Sporen door het landschap
Na deze tweede pauze volgen nog enkele kilometers tot aan Coulombiers. De route bestaat nu uit een opeenvolging van karrensporen, halfverharde paden, veldpaden, en asfaltwegen. Op een gegeven moment kunnen we over een houten bruggetje, op de plaats waar in de weg een doorwaadbare plaats is van een nog stromend beekje. Het water kan er zijn gang gaan, en de pelgrim evenzo.
Verderop steken we via een groot spoorviaduct een aantal parallelle treinsporen over. Treinen kunnen hier op zeer hoge snelheid door het landschap suizen.
Langs een halfverhard karrenspoor verderop zien we in de struiken in de berm een blauw beschilderd bord, met daarop een gele Sint-Jacobsschelp geschilderd. Een mooie wegwijzer voor de langs wandelende pelgrim.
Bij het buurtschap La Fosse Neuf moeten we weer een spoorlijn kruisen. Op het moment dat we het spoorhuisje bij de spoorwegovergang naderen, gaan de slagbomen naar beneden, rinkelen de bellen, en passeert een trein.

Naar Coulombiers
Daarna kunnen we het spoor oversteken, en gaat de route verder over asfaltwegen naar Coulombiers. 
In Coulombiers komen we langs een houten paal, waarop voor ons als pelgrims drie wegwijzers zichtbaar zijn, te weten: een Jacobsschelp, de rood-witte routemarkering, en een plaatje van een gestileerde Jacobsschelp. Duidelijk is wel dat we hier op een pelgrimsroute wandelen.
Langs de drukke verkeersweg door Coulombiers staat de dorpskerk.
We kunnen en gaan naar binnen, om deze kerk te bezichtigen.
Het is een eenvoudige kerk, maar wel met onder andere mooie kerkramen, beelden en een kruiswegstatie.
Hoog achter in de kerk bij het orgel hangt een grote afbeelding van Bernadette (van Lourdes) met Maria.
En in de doopkapel zie ik een bijzondere afbeelding van Maria & Jozef met het kindje Jezus, die zij samen in een doek dragen. Maria heeft de hand over de schouder van Jezus gelegd, opdat Hij niet uit dit doek zou kunnen vallen.
Iets verderop arriveren we op het parkeerterrein naast de Mairie van Coulombiers, waar we vanmorgen onze auto hebben geparkeerd.
Met de auto rijden we terug naar Ligugé, waar we onze fietsen afhalen, om die dan op het fietsenrek mee terug te nemen naar onze camping in Lusignan.

Pelgrimeren van Buxerolles naar Ligugé

Pelgrimsroute van Parijs (F) naar Santiago de Compostela (S)
Via Turonensis van Parijs naar Saint-Jean-Pied-de-Port (GR655)
Van Buxerolles naar Ligugé
Woensdag 19 juli 2023 – 20,5 km.
Dag 25: 522 – 542,5 km.
 
Bij de Notre-Dame-de-la-Grande in Poitiers

















Nog 28 etappes op de Via Turonensis te gaan
Eergisteren zijn Durkje en ik van Feinsum naar Saint-Laurant-Nouan gereden, waar we één nacht hebben overnacht op de Municipal Camping L’Amitié, waar we twee jaar geleden enkele dagen hebben gestaan tijdens onze zomerpelgrimage.
Gisteren reden we van Saint-Laurant-Nouan naar de Municipal Camping de Vauchiron van Lusignan, waar we voor ongeveer een week ons kampement hebben opgeslagen met onze caravan. Van hieruit willen we de eerste zes etappes van deze zomerpelgrimage gaan lopen op de Via Turonensis richting Saint-Jean-Pied-de-Port, de grensplaats waar pelgrims vanuit Frankrijk de Pyreneeën oversteken om aan de overzijde van de bergen in Spanje verder te pelgrimeren op de Camino Franchés naar Santiago de Compostela.
Wij gaan vandaag in Buxerolles beginnen met de eerste dag van de voor ons nog 28 resterende etappes van de Via Turonensis. Onze etappe van vandaag loopt tot in Ligugé.

Startdag van de zomerpelgrimage 2023
De wekker wekt ons vanmorgen om 6:00 uur in onze caravan op Camping de Vauchiron in het Franse Lusignan.  
Het wordt vandaag een prachtig zomerse dag om te wandelen, want als we vanmorgen vanaf de camping vertrekken, is het 14 graden Celsius, en de temperatuur loopt vanmiddag op tot 25 graden Celsius. We lopen bij een halfbewolkte lucht met heel mooi zomerweer.
Na het ontbijt verlaten we in onze auto - met achter op het fietsenrek de twee fietsen - om 7:15 uur onze camping, om dan eerst van Lusignan naar Ligugé te rijden. Daar stallen we onze fietsen tussen het gemeentehuis (Mairie) en de abdij, midden in het dorpscentrum van Ligugé.
Vervolgens rijden we met de auto naar het parkeerterrein bij de Lidl-supermarkt aan de noordrand van Buxerolles, één van de voorsteden van Poitiers. Hier begint vandaag onze wandeldag om 8:30 uur. 

Buxerolles 
Op de naast deze supermarkt liggende rotonde maken we enkele foto’s bij het grote Buxerolles-mozaïek op die rotonde, en bij de cortex-stalen figuren van wandelende pelgrims. 
Op deze plek hebben we vorig jaar in 2022 onze zomerpelgrimage beëindigd. Hier vervolgen we dus onze pelgrimage richting Santiago de Compostela.
Bij de plaatselijke watertoren gaan we een veldpad op.
Eerst volgt een lang recht stuk langs de oostkant van Buxerolles. Daarna gaan we door de woonwijken, en passeren we het grote sportcomplex van Buxerolles. Een eindje verderop is iemand bezig om de posters in abri’s te vervangen.
Even later lopen we over de warenmarkt van Buxerolles.
Daarna merken we duidelijk dat we de afdaling inzetten naar de rivier die door Poitiers stroomt. Waar een steile afdaling begint, staan bij een hoekhuis twee wegwijzers van het Franse pelgrimspad, met daarbij een Jacobsschelp.
Naast het huis langs de route hangen twee andere Jacobsschelpen, ten teken dat we op de goede weg zijn.
Tijdens deze steile afdaling zien we in de verte vóór ons al de grote Notre-Dame-de-la-Grande van Poitiers.
We lopen onder een viaduct door, dat hier hoog over de stad gaat.
De route gaat verder door een straat die parallel aan de rivier de Clain loopt.
Op de plek waar we na het eerste anderhalf uur wandelen de voorstad Buxerolles achter ons laten, gaan we met een brug over de Clain deze rivier over, om dan langs de Tour du Cordier de stad Poitiers binnen te wandelen.

Sint Jacobus in de kathedraal van Poitiers
In Poitiers lopen we eerst naar het kerkplein van de Notre Dame. 
Een voorbijganger maakt een foto van ons beiden, staande vóór deze grote kerk.
Hij vertelt ons ook dat we iets verderop bij de VVV een pelgrimsstempel in onze pelgrimspaspoorten kunnen krijgen, dus daar gaan we naar toe, en daar krijgen we inderdaad een stempel van de vrienden van de camino in onze credentials; de eerste van vandaag, en ook de eerste van deze zomerpelgrimage.
De VVV-medewerkster legt uit hoe we van de helaas gesloten Notre-Dame-de-la-Grande naar de kathedraal van Poitiers kunnen lopen. In de straat die rechtstreeks naar de kathedraal gaat, zijn enkele wegwerkers bezig met asfaltreparaties van het wegdek.
We kunnen er prima om heen lopen, en staan dan even later vóór het front van de kathedraal van Poitiers. Het is hier stil, en het lijkt erop dat we niet naar binnen kunnen door de houten deuren in de gevel van deze kathedraal.
Aan de zijkant kunnen we de kathedraal wel in, dus we gaan naar binnen. Het is stil in de kathedraal, met slechts twee andere bezoekers, toeristen.
De Cathédrale Saint-Pierre heeft een eenvoudig interieur, maar de beide kapellen zijn het mooist van deze grote kerkzaal. 
Tot onze verrassing vinden we in de rondgang achter het koor een beeld van enkele apostelen, waaronder ook de heilige Jacobus, de beschermheer van de pelgrims.
Bij Jacobus staan we even stil.
Nu vinden we het zo langzamerhand wel tijd voor een kop koffie. Maar rond de kathedraal en ook verderop komen we in het geheel niet meer langs een horecagelegenheid waar koffie wordt geschonken. We gaan dus zonder koffiepauze de stad weer uit.
Via de Pont Neuf over de Clain gaan we de binnenstad van Poitiers uit.

Langs Saint Benoit
Eerst lopen we een eind op enige afstand langs de rivier de Clain, dan snijden we een stuk van de grote riviermeander af, en daarna lopen we vanaf Les Sables weer op ruime afstand parallel aan de rivier, nu in zuidelijke richting.
Ter hoogte van Saint Benoit dalen we over een mooi schaduwrijk bospad sterk af naar de oever van de rivier.
Daarna lopen we langs de Clain.
Hier en daar staan paaltjes langs het oeverpad, waarop staat vermeld welke boomsoort op zo’n aangegeven locatie staat. Zo passeren we bijvoorbeeld een hele oude, enorme plataan.
Aan de zuidkant van Saint Benoit steken we via een brug het stroomgebied van de Clain over.
Links zien we een hooggebouwde ijzeren brug over de rivier, en rechts van ons bij de ingang van een park staat een oude watermolen (moulin).
Hier vinden we een hele mooie picknickplek aan de overzijde van de rivier, waar we onze lunchpauze houden om 12:10 uur. We hebben zonder te pauzeren tot hier bijna vier uren gelopen, dus een pauze is welverdiend, vinden we.

Rivierpaden, bospaden en een Romeinse weg
Na deze rustpauze volgt een fikse klim, vanuit de riviervallei een steile helling op, naar het dorpje Naintré.
Waar we Naintré binnenkomen, gaan we direct links langs de dorpsrand, om een eindje verderop al weer het dorp uit te lopen. 
Nu volgt een evenzo steile helling, die we voorzichtig afdalen over een steenachtig hellingpad, tot aan de doorgaande weg bij de rivier de Clain.
Hier steken we diagonaal de weg over, om dan op een mooi pad (promenade) te komen, dat ons langs de rivier voert. 
Al spoedig gaan we onder een hoge spoorbrug door.
Dan volgt een mooi oeverpad over de helling langs de Clain, maar niet zo ver.
Al vrij snel buigt het bospad namelijk af van de rivier, en dan volgen mooie brede bospaden door het Bois de Grand Aiguillon, waar we heerlijk schaduwrijk wandelen.  Onderweg passeren we een avonturen-boomklimtraject, waar je hoog door de bomen een traject kunt afleggen op allerhande manieren.
Vlak voordat we arriveren bij Ligugé komen we tot onze verrassing op een oude Romeinse weg, dwars door het bos.
Deze antieke Romeinse weg volgen we tot in Ligugé. Daar gaan we het dorpscentrum binnen om 13:30 uur. Vlak voor sluitingstijd kunnen we bij de plaatselijke bakker nog een vers brood kopen voor morgen.

Bezoek aan de abdij van Ligugé
In het centrum van Ligugé staan onze fietsen tussen de Mairie en de abdij.
Het gemeentehuis is nog even dicht, maar het toegangsportaal van de abdij is niet afgesloten. We gaan derhalve de abdij binnen, en komen door het portaal op de binnenplaats van de abdij.
Daar ontdekken we dat de kerkdeur van de abdijkerk niet op slot zit, dus we gaan er naar binnen. Op het moment dat we de kerkzaal binnen lopen, beginnen de monniken van de abdij net op dat moment met de gezongen middagviering, die we een tijdje bijwonen. 
Heel mooi en kleurrijk zijn de decoratieve ramen van deze abdijkerk.
Na dit kerkbezoek lopen we over de binnenplaats terug naar de uitgangspartij van deze abdij.

Mairie en Eglise van Ligugé
Als we de abdij verlaten, zien we dat een gemeenteambtenares net op dat moment de deur van het gemeentehuis opent. We lopen achter haar aan naar binnen, en vragen en krijgen daar bij de Mairie-receptie een mooi gemeentestempel in onze credentials. Vandaag hebben we dus al twee nieuwe stempels in onze pelgrimspaspoorten verkregen; zowaar een goede score.
De dorpskerk een eindje verderop ziet er niet goed onderhouden uit, maar als we voor de zekerheid toch even proberen of de vervallen kerkdeur open gaat, blijkt dat we geluk hebben, want de kerkdeur gaat open, en we kunnen naar binnen.
We maken een rondje door deze sobere kerk, die toch ook wel weer een mooie verschijning is.
Na dit kerkbezoek lopen we naar onze fietsen tegenover de kerk, en vertrekken we op onze fietsen richting Buxerolles.
Na eerst 20,5 kilometer gewandeld te hebben, fietsen we nu 14,6 kilometer terug naar onze auto in Buxerolles. Dat gaat doorgaans prima, met uitzondering van het traject dat het navigatieprogramma ons over de smalle en steenachtige bospaden van het Bois de Grand Aiguillon stuurt. Dit is verre van ideaal, want we zijn genoodzaakt om af en toe behoorlijke stukken met de fiets aan de hand over de smalle rotsachtige hellingpaden van dit bos te lopen. Eerder vanmiddag hebben we dit stuk wandelend afgelegd, dus we kennen het pad inmiddels, en weten ook al waar het steenachtige pad straks voorbij de spoorbrug uitkomt op een geasfalteerde doorgaande weg.
Voorbij Saint Benoit gaan we verderop een beetje langs de oostelijke rand van Poitiers richting Buxerolles. In dat stuk door Poitiers is het de bedoeling dat fietsers de brede busbaan volgen, waar ook taxi’s over heen mogen, dus vóór ons liggen hele brede fietspaden door de stadsrand; prima te fietsen.
Om ongeveer 15:00 uur arriveren we bij onze auto aan de noordkant van Buxerolles. De fietsen gaan op het fietsenrek, en dan rijden we van Buxerolles met de auto terug naar onze camping in Lusignan, waar we om 15:45 uur arriveren na een prachtige eerste dag van onze zomerpelgrimage 2023.
Het is nu 25 graden Celsius, en het blijft vanmiddag en vanavond nog heerlijk zomerweer op de camping. Kortom, we hebben een hele mooie eerste dag.

zondag 16 juli 2023

Christoffel de veerman

Maandag 17 juli 2023
 
Cover van 'Christoffel de veerman'

















Beschermheilige voor reizigers
In 1993 verscheen het boek 'Christoffel de veerman', geschreven door dominee Nico ter Linden, en geïllustreerd door Hans Bayens.
Durkje en ik kregen dit boek onlangs van een bevriend echtpaar uit onze Protestantse Gemeente te Stiens, in de veronderstelling dat wij als pelgrims vast en zeker wel belangstelling zouden hebben voor dit boek. Immers, het boek handelt over Christoffel. 
De heilige Christoffel (ook wel Sint Christoforus genoemd) wordt vereerd in de rooms-katholieke kerk, maar ook in de oosters-orthodoxe kerken. Christoffel is de patroonheilige van met name schippers, van reizigers in het algemeen, en van pelgrims in het bijzonder. 
Ook bij reislustige niet-gelovigen is deze heilige vrij populair. De naamdag van Christoffel is jaarlijks op 24 juli. 
Voor pelgrims is daarnaast vooral ook Sint-Jacob(us) hun beschermheilige, en voor deze heilige Jacobus valt de naamdag één dag later, namelijk op de 25e juli.
Maar dit boek gaat dus over de heilige Christoffel.

De reus wordt veerman
Het is een kinderboek, met daarin het verhaal over Christoffel, geschreven voor kinderen èn voor grote mensen die - heel bijbels - 'als een kind' willen worden. 
Volgens de laatmiddeleeuwse legende heette Christoffel vóór zijn levensveranderende ervaring nog Reprobus, wat zoiets betekent als: verworpene, verdoemde, vervloekte.
Dit verhaal gaat over de ongelukkige Reprobus, zo groot als een reus, die op zoek is naar de machtigste koning van de wereld. Maar bij koning en duivel vindt hij niet wat hij zoekt.
Op een goede dag geeft een oude kluizenaar hem het zoek-advies om 'Christus te dienen', door te vasten of door te bidden. En de kluizenaar geeft Reprobus de raad om reizigers te helpen bij het oversteken van een woeststromende rivier. Reprobus is immers zó groot en sterk, dat hij die reizigers met gemak op zijn schouders kan dragen, om hen daarmee veilig en droog naar de overkant te brengen. Zo zou Reprobus mensen dienen, en daardoor een dienaar van Christus zijn. 
Voor de overtocht vroeg Reprobus als beloning voor zijn dienst alleen maar een verhaal van degenen die hij naar de overzijde van de rivier droeg.

De veerman wordt Christusdrager
Tijdens een nacht wordt de reus Reprobus bezocht door een kind, dat hem - na Reprobus driemaal geroepen te hebben - laat weten dat hij óók graag naar de overkant van de rivier gedragen wil worden. 
Voor Reprobus is dat weliswaar ogenschijnlijk een gemakkelijk klusje, maar ... tijdens de overtocht wordt het kind plotseling ondraaglijk zwaar. 
Als Reprobus met in zijn hand de staf (stok) en met het kind op zijn schouders met veel moeite - op het licht af van de kluizenaar - de overkant uiteindelijk toch wel veilig heeft bereikt, vertelt het Kind hem dat hij zojuist Christus - met alle zonden van de wereld - heeft gedragen.
Dan geeft het Christuskind aan Reprobus zijn nieuwe naam: Christoffel (ofwel Christoforus). Die naam betekent zoiets als ‘drager van Christus’.
De volgende ochtend plant Christoffel zijn staf diep in de grond. Die staf gaat bloeien en draagt vruchten, zoals ook de veerman Christoffel tot bloei kwam en vrucht droeg. 

Maar hoe is het nu eigenlijk?
Heeft de veerman Christus gevonden?
Of heeft Christus de veerman gevonden?