zaterdag 27 augustus 2011

Pelgrimeren van Clairac naar Saint-Laurent

Van Sint-Jacobiparochie naar Santiago de Compostela

Sentier vers Saint-Jacques-de-Compostelle; via Vézelay
Van Clairac naar Saint-Laurent
Woensdag 10 augustus 2011 – 23 km.
Dag 104: 2192,5 – 2215,5 km.

Om 7.30 uur brengen we de auto eerst vanaf de camping Moulin Saint-Laurent naar Saint-Laurent. Op de fiets gaan we vervolgens door de redelijk dichte ochtendmist vanuit Saint-Laurent naar Clairac. Bij een waterbron in het centrum van Clairac hangt een model van een Jacobsschelp, waaraan twee kranen zijn bevestigd. Uit één van de kranen stroomt een beetje water.
In het centrum op het terras van het café drinken we eerst een kop koffie. Tegenover het terras wordt de plaatselijke slager bevoorraad. Een vleeswagen staat vóór de winkeldeur en de chauffeur sjouwt op zijn schouder en rug achtereenvolgens twee zware bouten vlees vanuit de koelwagen in de slagerswinkel.

Durkje en ik starten onze wandeling vanuit Clairac om 9.20 uur. De mist is dan al opgetrokken. De zon heeft het gewonnen van de bewolking en de temperatuur die vanmorgen vroeg op de fiets nog maar 9 graden Celsius was, is tijdens onze fietstocht en de koffiepauze erna al opgelopen tot 20,5 graden Celsius. Het is schitterend weer om onze wandeling te beginnen. De lucht is nagenoeg onbewolkt en de temperatuur loopt dan ook vandaag op tot 27 graden Celsius. In het centrum van Clairac passeren we oude vakwerkhuizen.
Tussen de mooie oude panden staan ook enkele panden leeg. Ramen zijn al dan niet dichtgetimmerd en het geheel van niet onderhouden exterieurs en interieurs maakt een nogal verwaarloosde indruk.


We passeren ook het oude huis van Montesquieu. Daarna lopen we langs de abdij de trappen af naar de oever van de rivier de Garonne, die door Clairac stroomt. Bij het strand van Clairac arriveren we bij de oever van de Garonne.
Vanaf het strandpaviljoen zien we in de Garonne de wateroverloop en ver boven de Garonne gaat de brug, waarover we vanmorgen Clairac binnenfietsten.

We verlaten Clairac en steken de D217 over. We wandelen over de asfaltweg langs de grote bomenkwekerij van Gravet-des-Coteaux. Daarna gaan we door het langgerekte Seillade.
Voorbij Seillade klimmen we linksaf over een smalle asfaltweg. We passeren achtereenvolgens de gehuchten Thabor, Claustre en Raulin. Bij Thabor ontmoeten we bij één van de akkers drie mannen en een vrouw, die net klaar zijn met het opladen van de grote geoogste tabaksplanten op de aanhangwagen van een tractor. De chauffeur trekt de geladen boerenwagen met de tractor van het land op de asfaltweg. De vrouw en de andere twee mannen nemen aan de zijkant plaats op de boerenwagen en laten zich zo vervoeren. Als ze zien dat we een foto van dit mooie tafereel willen maken, stopt de tractorchauffeur, kan Durkje plaatsnemen naast de drie op de boerenwagen en verkrijgen we zo een mooie foto van dit bijzondere tabakstransport.

Het duurt maar even of één van de mannen komt al weer terug met een tractor.
Hij gaat met een snijmachine langs een lange rij tabaksplanten, om ze vlak boven de grond af te snijden. De anderen kunnen hem dan volgen om de tabaksplanten op een wagen te laden.

Verder wandelend krijgen we uitzichten over de stad Tonneins, over de dalen van de rivieren de Lot en van de Garonne. Voorbij Raulin gaan we verder over een onverharde weg. Rechts van ons zien we in de verte boven op een heuvel het grote kruis van Pech-de-Berre al staan. Die kant gaan we op, maar we dalen eerst in een heuvelkom. Bij een oude wasplaats gaan we het bos in.
We klimmen door het bos tot boven op het plateau. Rondom op het plateau van Pech-de-Berre is overwegend grasland. We steken het plateau over en passeren daarbij een oude boerderijruïne.
Een eind verder komen we langs een kilometragepaal, waarop staat dat het vanaf hier nog 1116 kilometer is naar Santiago de Compostela.

Vlakbij zien we het monumentale kruis van Pech-de-Berre staan. In 1896 is na een missiepreek in alle parochies die uitkeken op deze hooggelegen plek van Pech-de-Berre gecollecteerd voor dit metalen kruis. Het blauwe kruis is 18 meter hoog en aan het kruis hangt een wit beeld van Jezus Christus. Boven Jezus’ hoofd hangt het welbekende tekstbordje ‘INRI’.
Het kruis staat op een gemetselde verhoging. Het kruis is op de Paasmaandag in het jaar 1897 geïnaugureerd. Met een ingemetselde stenen trap kun je van binnenuit en buitenom naar boven klimmen, waar een plateau is, waarover je een rondgang rond het kruis kunt maken. Achter het kruis staat een overdekte markthal.

Tegenover het kruis nemen we een dalende asfaltweg met haarspeldbochten. Halverwege de afdaling gaan we verder dalend over een onverhard veldpad. Diep beneden in het dal zie je de samenloop van de rivieren de Lot en de Garonne. Beneden komen we langs de begraafplaats in het dorpje Nicole. Daar steken we de N113 over en gaan we onder de spoorlijn door.
Vanuit de spoortunnel krijgen we vóór ons het zicht op de brede rivier de Garonne.
We lopen over het oud geplaveide jaagpad langs de Garonne. Rechts vóór ons zien we Ile Saint Sébastien liggen. Dit riviereilandje wordt afgesneden van de vaste wal door de Canalet, het kleine kanaal, waardoor de schepen de samenloop van de Garonne en de Lot zonder problemen kunnen passeren.

Aan deze zijde ligt een sluis, die de overgang vormt van de Canalet naar de Garonne.
We gaan verder langs de Canalet. We passeren een boomgaard met bomen die vol kiwi’s hangen.
Voorbij deze boomgaard moeten we onder langs de rivierdijk lopen. Als we een asfaltweggetje oversteken, zien we links hoog boven ons het kruis van Pech-de-Berre boven op de heuvel staan.
Aan de overzijde van het asfaltweggetje ligt een hele grote boomgaard. We moeten tussen de percelen met de rijen bomen door. De bomen en de vruchten zijn aan de bovenzijde en aan de zijkanten afgedekt met enorme netten. Links en rechts hangen veel kiwi’s, maar hier en daar komen we ook langs rijen appelbomen. Mooie rode appels hangen hier aan de bomen.

Voorbij de boomgaard en een lange woonstraat aan de voet van de rivierdijk komen we bij de brug over de Lot. Voorbij de brug zien we de electriciteitscentrale en de camping van Aiguillon.
Over deze brug zullen we de Lot oversteken om in Aiguillon aan te komen.
Direct na de brug arriveren we in Aiguillon en gaan we bij het brughoofd naar beneden, richting stadscentrum.
We hebben al ruim drie uren zonder pauze gelopen, dus het wordt zo langzamerhand wel eens tijd om te rusten en wat te eten en te drinken. In een oude stadswijk vinden we tussen twee rijen oude huizen een heel smal grasplantsoen met aan beide zijden een laag muurtje, de ene in de volle zon, de andere in de schaduw. Een hele mooie plek om even te pauzeren, in de schaduw, want het is al warm op dit moment van de dag.

De bastide Aiguillon is in het jaar 1300 gesticht door Philips de Schone. De stad heeft een hertogenkasteel, dat nu Lyceum is. De vesting is hier gesticht vanwege de samenloop van de twee rivieren de Lot en de Garonne. Na onze rustpauze lopen we door het centrum. We bezoeken ook de grote stadskerk met de vele glas-in-loodramen. Daarna wandelen we langs onder andere de watertoren, via de brug over de N113 en door de buitenwijk de stad uit. Bij de nieuwbouwwijk gaat de verharde weg over in een veldpad. Daarna klimmen we over een asfaltweg via de gehuchten Ranse, Le Chey en Salomon. Voorbij Salomon gaat het verder over een onverharde weg op de flank van de helling.

In het veld hogerop moeten we even goed zoeken om bewegwijzeringstekens, maar die vinden we niet. De routekaart laat echter zien dat we langs een bosperceel moeten klimmen, volgens de beschrijving langs een boomgaard, maar dat blijkt een perceel met maïs te zijn. Tussen twee percelen met hoogopgaande maïs gaan we boven verder. Na een bocht tussen de akkers blijven we tussen maïsvelden doorlopen, onder een beregeningsinstallatie door tot over het erf van de boerderij van Perneau.
Op het erf van de boerderij Perneau gekomen, kruipen twee honden blaffend door het gat van een staldeur en blijven daar blaffend staan kijken, totdat we de bocht om zijn en hun erf verlaten. We gaan zigzaggend via een asfaltweg naar beneden, het dal in. Daar lopen we langs het door de bomen aan het zicht onttrokken Chateau des Palais. Vervolgens gaat het via veldpaden tussen de velden door dalend en stijgend naar de volgende heuvelrug. Van bovenaf op de heuvelrug verkrijgen we een schitterend uitzicht over het Garonnedal. In de verte zien we ook twee rokende schoorstenen van een kerncentrale.

In de afdaling volgen we een panoramaweg met mooie uitzichtspunten. Dan dalen we tweemaal steil het dal in. We zijn nu ter hoogte van de plaats Port-Sainte-Marie aangekomen.
Als we een scherpe bocht uit komen, staat ongeveer twintig meter vóór ons een hert, dat heel even stilstaand, ineens in de bossage verdwijnt. We volgen de D304 en komen langs een oude wasplaats. De wasbassins staan beide geheel droog. De plaats Port-Sainte-Marie is vroeger gebouwd op de kruising van drie Romeinse wegen. De havenstad aan de Garonne is ook lang een bedevaartsplaats geweest voor aakschippers, die hier in de kerk de maagd Maria aanbaden om het gevaarlijke stuk van de Garonne naar Bordeaux behouden door te mogen varen. Voorbij het treinstation gaan we rechtsaf onder de spoorlijn door. We komen bij de brug die de plaatsen Port-Sainte-Marie en Saint-Laurent aan beide zijden van de Garonne verbindt. We lopen naar de overzijde.

Aan de andere zijde van de Garonne, arriveren we in Saint-Laurent, onze bestemming voor vandaag. Hier staat de auto geparkeerd. We rijden eerst nog naar Clairac om onze fietsen daar af te halen. Daarna gaan we weer terug naar Saint-Laurent, om daar weer op onze kampeerplaats van camping Moulin Saint-Laurent te arriveren. In iets minder dan 6 uren hebben we de route van vandaag over een afstand van 23 kilometer afgelegd. Ook vandaag weer een hele mooie route met veel verrassende zaken onderweg.

Geen opmerkingen: