vrijdag 24 augustus 2018

Pelgrimeren van Saint-Jean-de-la-Blaquière naar Lodève


Van Arles richting Santiago de Compostela

Via Tolosana van Saint-Jean-de-la-Blaquière naar Lodève
Woensdag 1 augustus 2018 – 15,4 km
Dag 8: 156,7 – 172,1 km

Bij het veldkruis van Soumont, met uitzicht op Lac du Salagou


















Bouwbus als gelegenheidstaxi
Met onze auto rijden we om 7:15 uur vanaf camping Les Sources in Soubès naar Lodève. Daar parkeren we de auto achter de kathedraal Saint-Fulcran. Door de nog stille centrumstraten lopen we naar de markthal in het stadscentrum. Daar gaan we een café binnen om te vragen of ze hier een taxi voor ons kunnen arrangeren. Een cafégast zegt ons tien minuten te wachten, want de caféhoudster is even weg, maar komt zo terug.
Ondertussen begint een cafégast voor ons te proberen een taxibedrijf te regelen, maar na enkele telefoontjes blijkt dat niet te lukken. Dan deelt hij mee dat hij zelf ons naar Saint-Jean-de-la-Blaquière zal brengen, maar dat we dan nog wel vijf minuten moeten wachten, zodat hij zijn koffie kan drinken.
Zijn auto is een witte bouwbus, waarin we onze rugzakken in de grote laadruimte kunnen leggen. Hij vertelt dat hij stucadoor-loodgieter-electriciën is. Hij heeft nu weliswaar geen vakantie (pas in september/oktober, vertelt hij), maar hij heeft nu wel tijd voor onze rit. Hij zet ons af in het centrum van Saint-Jean-de-la-Blaquière, en rijdt dan weer terug.
Onze wandeldag begint hier in Saint-Jean-de-la-Blaquière al om 8:15 uur, bij een temperatuur van 26 graden Celsius.

Voorbij Saint-Jean-de-la-Blaquière
Met een wandelafstand te gaan van 15,4 kilometer hebben we vandaag niet een lange etappe te gaan, maar er zit wel een klim van 420 meter in en een afdaling van 410 meter.
Buiten het dorp geeft een houten richtingwijzer duidelijk aan dat we hier het veld in moeten gaan.
Al snel slaan we linksaf, om ons pad te vervolgen in iets wat meer lijkt op een droge slootbedding dan op een pad. De route voert ons met het nodige hondengeblaf langs de achterkanten van de aanliggende erven van de aan de doorgaande weg staande woningen.
Als we een karrenspoor moeten verlaten, gaan we verder over een klimmend traject over een smal hellingpad. We stijgen voortdurend en krijgen al snel een mooi uitzicht over de omgeving.

Kerk en pelgrimsgraven
Na enige tijd krijgen we het kleine dorpje Uscals–du-Bosc te zien, waarnaar we op weg zijn.
Voordat we daar komen, moeten we eerst over een rotsplateauhelling afdalen.
Zo dalen we af naar een rivierbedding, waarin deels nog een laagje water staat, dat niet meer uit de geïsoleerde bekkens kan stromen.
Daarnáást steken we over op een doorwaadbare plaats, die nu geheel droog ligt, maar waar nog wel enkele stapstenen liggen, ten teken dat je bij hogere waterstand hier met droge voeten via de stapstenen de andere kant van deze heuvelstroom kunt bereiken.
We arriveren in Uscals-du-Bosc en komen langs de dorpskerk.
Verderop kunnen we bij een dorpskraan onze waterfles bijvullen.
Voorbij de kerk is een bijzondere begraafplaats, want hier staan bijna twintig grafstenen op een rij, ter nagedachtenis aan de pelgrims die hier al in de 12e en in de 13e eeuw zijn overleden.
De originele ronde grafstenen (die je hier en zo ook in Baskenland aantreft) worden bewaard in een museum in Lodève. Hier in Uscals staan nu de replica’s op de begraafplaats.
De ronde grafstenen bevatten latijnse en byzantijnse kruisen, en tonen in een enkel geval het beroep van de hier overleden pelgrim.

Forêt d’Usclas
Voorbij Usclas-du-Bosc gaat het weer stevig en lang omhoog. We passeren een in de berm achtergelaten ijzeren raamwerk van een oude boerenhandkar.
We gaan door het Bos van Usclas, over mooie brede stijgende en dalende bospaden. Het is licht bewolkt, en we genieten volop van de af en toe opkomende wind.
Voorbij La Bruyère d’Usclas gaan we verder over hele smalle bospaden, over steenachtige ondergrond, veelal door uitgesleten waterlopen, met dicht op het pad overwoekerende begroeiing. Dat pad voert ons naar een groot kruispunt van veldwegen ter hoogte van een stenen veldkruis.

Priorij van Saint-Michel-de-Grandmont
We zijn nu aangekomen bij het voormalige klooster van Saint-Michel-de-Grandmont.
Het is nu voor bezichtiging opengesteld, maar al lang niet meer als klooster in gebruik.
Binnen bij de receptie krijgen we een stempel van de priorij in onze pelgrimspaspoorten, en daar kopen we koffie, om buiten op de binnenplaats te pauzeren.
Het is hier stil; slechts twee mannen komen samen de priorij bezichtigen gedurende de tijd dat wij hier pauzeren.
Door de grote toegangsdeur van de kloosterkerk zien we de hoog opgaande kerkramen.
Verder is de kerkvloer geheel leeg.

Jungle vol liftende rupsen
Over het volgende tracé vertelt onze Duitstalige wandelgids dat we ons nu gaan begeven in een sprookjesachtige jungle van Mediterrane vegetatie. Dat is een treffende beschrijving, want we gaan nu verder over hele smalle paden, waarop je maar net tussen de hoogopgaande begroeiing door kunt lopen. Op enkele stukken hangt het boven het smalle pad vol met rupsen aan ‘zijden’ draadjes, dus zodra je er langs loopt, hecht de rups zich aan je kleding, en wordt zo door jou als junglewandelaar meegenomen naar een plek verderop. Omdat ik voorop loop, moet ik continu webdraden en liftende rupsen wegvegen van huid, kleding en hoed, en ondertussen moet je ook nog goed opletten dat je niet struikelt over het steenachtige pad onder je wandelschoenen. Het is een ware jungleloop, maar ook hieraan komt na twee van dergelijke trajecten weer een eind.

Rotsroute
Daarna volgt een stuk over behoorlijk vlakke rotsplateau’s. In het steen van de licht hellende rotsen zie je de smalle restanten van jarenlange waterstromen, uitgesleten als kleine waterloopjes in de rotsoppervlaktes.
Op een gegeven moment passeren we een informatiebord als instructieplaats voor beginnende rotsklimmers, die zich hier tegen de onder ons liggende rotswanden prima kunnen bekwamen in het bergbeklimmen.
Op het pad ontmoeten we drie andere mannen, die ons tegemoetkomen met een wandeluitrusting bij zich. Het zijn de enige drie wandelaars die we vandaag onderweg zien, en die lopen dan ook nog in tegenovergestelde richting.

Soumont en Salagou
De volgende plaats die we bereiken, is Soumont.
We arriveren bij de dorpsrand bij een stenen wegkruis, en lopen daarna om het dorp langs een gebouw dat lijkt op een waterpompstation, en langs een veldrestaurant bij een ijzeren veldkruis.
Vanaf deze hoge plek hebben we een schitterend uitzicht over de omgeving, waaronder Soumont, en in de verte zelfs ook Lac du Salagou, een stuwmeer dat dateert van de zestiger jaren van de vorige eeuw.
Dat we hier in een Mediterraan klimaat verblijven, blijkt wel uit de bloeiende cactussen, die we hier vlak voorbij Soumont op de rotsen aantreffen.

Afdalen naar de stad
We beginnen nu aan onze laatste vijf kilometers van vandaag. Eerst gaat de route verder over enkele asfaltwegen, die verderop bij een uitgestrekt paardenpension over gaat in een steenachtig karrenspoor door de velden.
Het pad wordt als hellingpad smaller, en op een zeker moment krijgen we dan een prachtig overzicht vanaf boven over de stad Lodève. Nog enkele kilometers te gaan, en dan zijn we op onze bestemming voor vandaag.
Aan de ondergrond van het pad kun je zien dat dit vroeger een smal heuvelweggetje is geweest. Je vindt er nog restanten van plaveisel van asfalt en beton, maar daar is nog maar weinig van over. Heel bijzonder zijn de rotswanden, die bestaan uit hele kleine stukjes steen, die als het ware aan elkaar zijn versmolten.

Cathédrale Saint-Fulcran
Aan de voet van de heuvel wandelen we de stad Lodève binnen; een stad die onder andere bekend staat om haar militaire kledingindustrie in de Napoleontische tijd. Bij een brede met bloemen versierde rivierbrug steken we La Lergue over.
Het is inmiddels 38 graden Celsius. Dan lopen we alsmaar rechtdoor, door smalle straten naar de kathedraal Saint-Fulcran van Lodève.
We bezichtigen het interieur van de koele kerk, en luisteren naar de orgelmuziek van de organist, die zich nu voorbereidt op de komende orgeldagen van Lodève.
In de kathedraal kunnen we geen kerkstempel verkrijgen, dus proberen we het buiten in het episcopaal centrum. Daarin is ook een deel van het gemeentehuis gehuisvest, en de portier-receptionist opent net de toegangsdeur. Hij zet het gemeentestempel van Lodève in onze pelgrimspaspoorten, dus we hebben zo in elk geval een mooi aandenken aan deze kathedraalstad.

Arrangement voor morgen gereed
Daarna gaan we buiten op zoek naar de VVV die hier vlakbij is. We moeten even – onderwijl een broodje etend – wachten op de openingstijd van 14.00 uur van het toeristenkantoor, maar dan worden we ook prima geholpen door medewerkster Océan. We vragen haar een taxi voor morgenochtend vroeg te regelen in het kleine dorpje Joncels, waar we morgen graag bij onze auto worden afgehaald om ons terug te brengen naar Lodève. Océan probeert door verschillende taxibedrijven te bellen in Lunas en in Lodève om voor ons iets moois te arrangeren, maar dat valt niet mee. Maar na zo ongeveer de zesde poging lukt het haar toch om een taxi voor ons te reserveren. We bedanken haar hartelijk voor haar inzet en voor het gewenste resultaat.
Daarna rijden we met onze auto vanuit Lodève weer terug naar onze camping in Soubès, waar we vanaf ongeveer drie uur nog genoeglijk kunnen genieten van de campingrust, in de schaduw.

Geen opmerkingen: