maandag 5 mei 2014

Pelgrimeren van Ascain naar Irún

Un Chemin de Saint-Jean-Pied-de-Port à Irún

Pelgrimeren van Ascain naar Irún

Woensdag 30 april 2014 – 18,5 km.

Dag 4: 56,5 – 75 km.
Foto's maken bij de grensbrug van Sint Jacob tussen Frankrijk en Spanje


















Toch nog ontbijt
Om 7.00 uur worden we gewekt door de wekker, en als we de luiken openen, zien we dat het buiten weer zwaar bewolkt is, maar het regent niet. Er is dus enige hoop dat het straks ook nog droog zal zijn als we vertrekken, maar veel vertrouwen hebben we daar niet in, als we de wolkenlucht observeren. We zouden om 8.00 uur ontbijten, maar als we enkele minuten vóór 8.00 uur beneden bij de ontbijtkamer arriveren, is het daar nog donker, zit de deur op slot, en we zien in het schemer van de ontbijtzaal dat er nog niets voor ons klaar staat. Als ik met enige stemverheffing in de deuropening van een privévertrek probeer om met iemand van het eigenaarsgezin contact te krijgen, komt er een jongetje in pyama bij de deur, die me vertelt dat zijn moeder over enkele minuten terug zal komen. En op datzelfde moment komt ze inderdaad terug met een tas vol vers brood, dus ook het ontbijt zal weer helemaal goed komen vanmorgen. We mogen plaatsnemen aan een eenzaam tafeltje in het midden van de ongezellig rommelige ontbijtzaal, en in de belendende bar maakt de eigenaresse het prima ontbijt voor ons klaar. We gaan dus weldoorvoed van start vandaag.

Ingepakt in regenkleding
Om 8.45 uur staan we in de bocht van de rivier de Nivelle, nadat we enkele minuten geleden van start zijn gegaan. Optimistisch vertrokken we zonder regenjassen, maar aangezien het nu al begint te regenen, zit er niets anders op dan de regenjassen toch maar aan te doen. Diep ingepakt in onze regenkleding met de grote bulten van de rugzakken op onze ruggen gaan Frans Beckers, Durkje en ik van start door een betrekkelijk nieuwe buitenwijk van Ascain.

Grensoverschrijdend pelgrimeren
Vandaag gaan we op stap naar het Spaanse Irún. Via Urrugne en de Franse grensplaats Hendaye willen we de Frans-Spaanse grens lopend oversteken, om vandaag na vier dagen pelgrimeren aan te komen in de plaats die Durkje en ik ons voor deze korte pelgrimsvakantie ten doel hebben gesteld: Irún. De lengte van ons wandeltraject van vandaag is 18,5 kilometer en volgens de beschrijving zouden we dat in ongeveer 4,5 uren moeten kunnen doen.

Van Ascain via Gaynékoborda naar Bulantenea
Via stijgende woonstraten verlaten we Ascain, en ook als we buiten Ascain komen en doorlopen naar de gehuchten Gaynékoborda en Bulantenea blijven we voortdurend klimmen, en gaan we alsmaar stijgend door, totdat we na de eerste vijf kilometer uit komen op een kruising met de D-704, die we oversteken.
Dan volgt een prima bewandelbare asfaltweg door de velden, met hier en daar een huis en boerderij links en rechts van de weg. Na nog geen drie kilometer lopen krijgen we Urrugne al in zicht.

Urrugne
We dalen af naar Urrugne, komen dan uit bij de doorgang onder de A-63 door. Vanaf die plaats wordt met hele kleine wegwijzertjes ons de weg gewezen in de richting van het centrum van Urrugne. Als we bijna bij de hooggelegen kerk arriveren, komt van rechts een omroepwagen, die met veel volume aankondigt dat het Guignol Theater hier in Urrugne zal gaan optreden. Wij lopen door naar de kerk, om die eerst te bezoeken, alvorens we naar de VVV gaan om daar een stempel in onze pelgrimspassen te verkrijgen. De nogal smalle kerkdeur is voor ons - inclusief bepakking - veel te smal, dus we openen ook de linkerzijde van de kerkdeur, om dan royaal de donkere kerkzaal te kunnen betreden. Deze kerk heeft een prachtig eigentijds glas-in-lood-raam in de zijmuur, en ook twee moderne schilderijen hangen in het koor van de kerk.
Gelukkig is één van de café’s in Urrugne geopend, dus we kunnen de regenjassen uittrekken om binnen even een droog halfuurtje te beleven, onder het genot van een lekkere kop koffie met een broodje erbij.

Vieille Route d’Espagne
Als we na deze pauze weer buiten komen, regent het nog steeds, zelfs iets harder. Door de aanhoudende regen verlaten we Urrugne, om onze weg over een landelijk gelegen asfaltweg te vervolgen tussen de N-10 in het noorden en de A-63 ten zuiden. We verlaten deze asfaltweg op de plaats waar we over gaan op het onverharde deel van de oude weg naar Spanje. Een eindje verderop begint de zon zowaar te schijnen, en dan is er maar weinig voor nodig om direct de regenjassen uit te doen, om dan in shirt heerlijk verfrissend verder te gaan.

Route d’Orio
Na 3,5 kilometer snijdt onze route de N-10 weer. We steken de N-10 over op de plaats waar momenteel een nieuwe rotonde wordt aangelegd, om vervolgens vanaf La Croix des Bouquets een stukje langs de drukke D-658 te lopen. Als we op de Route d’Orio lopen, moeten we goed opletten, want waar deze weg afbuigt naar rechts moeten we deze asfaltweg verlaten, om via een steile afdaling over een met varens begroeid pad meters naar beneden te gaan naar een dal, om iets verderop vanuit het dal weer omhoog te gaan over een supersteil steenachtig pad.

Zicht op de Golf van Biskaje
We komen boven uit op een deel van de GR10, die we volgen totdat we tot onze verrassing op zeker moment óver een veld heen de Golf van Biskaje kunnen zien! We zijn dus bijna bij de Franse oceaankust. Van bovenaf hebben we een mooi uitzicht over de Golf van Biskaje (met daarachter de Atlantische Oceaan), de kustlijn en de omgeving van Hendaye.
Hier verlaten we de GR10, om linksaf de afdaling in te zetten in de richting van de Frans-Spaanse grensplaats Hendaye. Wandelend zie je de zee en de jachthaven in de diepe verte liggen; een prachtig gezicht, en een mooi vooruitzicht om al spoedig in Hendaye aan te komen.

Vertrek uit het Franse Hendaye
Door de buitenwijk wandelen we Hendaye binnen. Voorbij het gemeentelijk zwembad zetten we de afdaling in door de Rue de Santiago. Vlakbij het treinspoor komen we uit bij de Pont Saint Jacques, de Frans-Spaanse brug over de Bidasoa. Hier zien we helaas geen gelegenheid om een laatste Franse Hendaye-stempel in onze pelgrimspassen te krijgen, dus we maken enkele foto’s van elkaar bij het begin van deze Frans-Spaanse grensbrug.

Puente de Santiago
Ook aan de Spaanse overzijde maken we nog enkele foto’s van de hier zogenoemde Puente de Santiago.

Aankomst in het Spaanse Irún
En dan steken we aan de overzijde de drukke grensverkeersweg over, om langs de linkeroever van een gekanaliseerde zeewaterinlaat naar de parochiekerk van Irún te lopen. We zijn dus nu al in het Spaanse Irún. Helaas is de parochiekerk gesloten, dus we moeten volstaan met het genieten van de mooie portaaldeur van deze kerk.
Op het kerkplein vragen we de weg naar de Paseo Colon. Door deze drukke brede winkelstraat lopen we naar en over de spoorlijn. Vanaf de kerk zagen we geen bewegwijzering meer, maar aan de overzijde van de spoorbrug zien we direct de gele camino-ster met de letter ‘A’, die ons vertelt dat dit de route zal zijn naar de pelgrimsherberg van Irún.

Albergue de Peregrinos Irún
We volgen de gele caminopijlen, en even later staan we voor de ingang van de pelgrimsherberg. Helaas is die pas open om 16.00 uur, en wij zijn hier al gearriveerd om 14.00 uur. Twee werklui in een pand naast de refugio drukken voor ons op de deurbel, en dan blijkt dat we even boven mogen komen in de herberg om onze rugzakken daar binnen te stallen. Een oude Spaanse vrouw laat ons binnen, en we mogen de rugzakken inderdaad – zij het heel snel - even in de hal zetten, maar dan stuurt ze ons ook direct en resoluut weer naar buiten, want registratie kan pas vanaf 16.00 uur.
We gaan gedwee weer naar buiten en vinden enkele meters verder op de hoek van de straat een café, waar we tot 16.00 uur met een drankje kunnen wachten totdat de Spaanse dame ons toe zal laten in de herberg.

Registratie is monnikenwerk
Klokslag 16.00 uur staan we samen met een Italiaanse en een Spaanse pelgrim op de stoep vóór de pelgrimsherberg. Boven ons gaat een raam open, en de oude Spaanse werpt ons de huissleutel toe, waarmee we het pand binnen kunnen gaan.
Boven aangekomen volgt een prachtig verstild ceremonieel, waarin de oude Spaanse vrouw ons één voor één geduldig en nauwgezet inschrijft. Op een groot verzamel-inschrijfformulier worden al onze gegevens nauwkeurig met een pen overgeschreven uit onze pelgrimspaspoorten en uit onze paspoorten. Na elke individuele inschrijving staat de vrouw op om de geregistreerde gast op niet mis te verstane wijze een bed toe te wijzen.
We kunnen ons installeren en ons douchen. Ik begin met het dagverslag, Durkje en Frans halen alvast de boodschappen voor morgen, en daarna zitten we onder het genot van een fles wijn met een zak pinda’s in de keuken van de pelgrimsherberg. Een Franse pelgrim uit Carcassonne komt bij ons om zijn blikbonenmaaltijd te koken en te eten. Daarna gaan we de stad in voor ons diner in een restaurant in Irún.

Restaurante Chino Han-Bar
Rond 19.00 uur vragen we in het winkelcentrum van Irún waar we restaurants kunnen vinden. Een Spaanse dame wijst ons de weg en vertelt erbij dat de meeste restaurants doorgaans pas na 20.00 of na 21.00 uur open zijn voor de avondmaaltijd. Toch gaan we op zoek naar een geopend restaurant voor vroege gasten. Bij het gemeentehuis staan honderden opgewonden mensen. Twee politieagenten staan vóór de deur van het gemeentehuis op wacht. Op het teken van een vrouw beginnen alle mensen op het plein tegelijk zoveel mogelijk lawaai te maken, met muziekinstrumenten, trommels, of fluitend. Het blijkt een lawaaiprotest te zijn tegen de plannen van de gemeente voor de wijk waarin deze demonstranten wonen.
Naast het gemeentehuis gaan we een straat in met links en rechts allemaal café’s. Binnen en buiten is het een drukte van belang. Overal staat men in kleine groepjes met een hapje (tapas) en een drankje. In deze gezellige uitgaansgelegenheid vinden we het Chinees restaurant Han-Bar, dat ons nu al graag ontvangt voor een diner. Frans, Durkje en ik bestellen drie verschillende rijstgerechten, en even later hebben we onze restauranttafel kleurrijk gevuld met een variatie aan overheerlijke maaltijdcomponenten. Een genoeglijke afsluiting van deze al weer bijzondere pelgrimsdag.

Het bleef nog lang onrustig in de herberg
Toen we weer terug kwamen in de pelgrimsherberg waren bijna alle bedden bezet. We gaan tegen 22.00 uur naar bed, en eigenlijk zou het dan ook stil moeten worden en zijn in de herberg. De meesten liggen al op bed, maar ook na 22.00 uur worden toch af en toe nog pelgrims toegelaten, dus het blijft lang onrustig in de Spaanse pelgrimsherberg, die wordt gerund door vrijwilligers van het pelgrimsgenootschap van Irún.

Geen opmerkingen: