donderdag 7 augustus 2014

Pelgrimeren van Laredo naar Bareyo

Van Le Puy-en-Velay naar Santiago de Compostela
Camino del Norte > Irún – Santiago de Compostela

Van Laredo naar Bareyo
Zaterdag 19 juli 2014 – 22,9 km.
Dag 13: 233,8 – 256,7 km
 

De beklimming van de El Brusco tussen de stranden van Berria en Noja

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Laredo
Om 6.30 uur gaat de wekker af. We staan op om vroegtijdig de camping van Castro-Urdiales te verlaten om met de auto naar Laredo te rijden. Als we de auto hebben geparkeerd bij het busstation, wandelen we naar het Parque de los Pescadores, waar onze wandeldag vandaag begint bij het vissersmonument.
Vandaag zullen we over een afstand van 22,9 kilometer van Laredo naar Bareyo lopen.
Het eerste traject is een 5,5 kilometer lange wandeling over de Paseo Maritimo, de boulevard van Laredo langs de Playa Salvé, die ons voert naar El Puntal, op het eind van de bijzondere landtong tussen Playa Salvé en Playa el Regatón.
Vanaf El Puntal moeten we met een veerpontje de baai oversteken, om in het aan de overzijde liggende kuststadje Santoña te komen. We hebben het eerste stuk over de boulevard vanaf even vóór 8.00 uur kennelijk snel gelopen, want het is nog geen 9.00 uur als we al op het strand van El Puntal de Laredo aankomen, vanwaar de veerboot vanaf 9.00 uur de hele dag vice versa zal varen.

El Puntal de Laredo
Als we arriveren, zijn er nog weinig medepassagiers, maar als om iets na 9.00 uur de veerpont vanuit Santoña komt overvaren, is er al een behoorlijke groep belangstellenden wachtend op het strand.
Slechts één fietser komt van de overzijde naar Laredo, dus al snel kunnen we inschepen over de loopplank, die vanaf het veerbootje het strand op is geschoven.
Als iedereen – wandelaars, pelgrims, fietsers, en een echtpaar met een buggy - aan boord is, wordt de loopplank ingetrokken, draait de boot, en begint de overtocht.
Ongeveer vijf minuten later kunnen we de boot aan de overzijde in Santoña al weer verlaten, om onze wandeling voort te zetten.

Santoña
We gaan direct weer aan de wandel, want we zijn van plan om pas in Berria een koffiepauze te houden. Eerst komt een lange wandeling door de bebouwde kom van Santoña. We buigen af naar het noorden, in de richting van de Spaanse noordkust. Vóór ons loopt over de asfaltweg een groep dames met rolkoffers, niet bepaald camino-gangers, maar wel een vrolijke boel. Ze dragen allen een geel sportshirt, met ieder een eigen rugnummer. Nu zijn we allen op weg naar Playa de Berria, en als we tijdens het inhalen van deze gele groep aan hen vragen of ze in Playa de Berria wellicht een beachvolleybaltoernooi hebben, is dat direct raak, want onze vraag wordt door hen bevestigend beantwoord. Durkje en ik gaan nu samen voorop, met rugzak, en zij volgen als team, ieder met een rolkoffer. Een wel heel bijzondere optocht.

Playa de Berria
De gele meiden oogsten regelmatig een claxonnade van langsrijdende automobilisten. Als we al een eind voor hen uit lopen, stopt naast de sportvrouwen een busje met een open laadbak. De sporters gooien allen hun rolkoffers in de laadbak, en dan neemt het busje de hele vracht mee naar het strand vóór ons, waar het beachvolleybaltoernooi zal zijn. Op de laadbak liggen allerlei zaken die voor die sportdag – of hoogstwaarschijnlijk is het een tweedaagse – nodig zijn.
We lopen hier langs een imposante hoge muur. Achter die muur bevindt zich de gevangenis van El Dueso. Tegenover de gevangenis staat een langgerekt wooncomplex, waarbij enkele auto’s van de Guardia Civil staan geparkeerd.
We komen bij Playa de Berria, en passeren inderdaad eerst de strandopgang waar straks het beachvolleybaltoernooi van start zal gaan. Nog veel meer volleybalteams arriveren hier in auto’s en gaan het strand op. De muziek van de geluidsinstallatie komt ons van het strand al tegemoet.
Wij lopen een eindje verder, totdat we bij een hotel komen, dat een café-terras aan de zeezijde heeft. Daar drinken we een kop koffie, alvorens we verder gaan.

El Brusco
We vervolgen onze weg langs de weg achter de duinenrij. Hier staat een houten huis, dat geheel is omgeven door hoogopgaande en kleurrijke hortensia’s.
In de bocht van de weg beginnen we aan een flinke klim. Getuige de bladeren, de schors en de verdroogde vruchten die het smalle bospad bedekken, wandelen we hier door een Eucalyptusbos.
Tijdens de beklimming van de berg El Brusco krijgen we rechts een mooi uitzicht over Playa de Berria.
En naarmate we hoger komen, krijgen we achter ons een weids uitzicht over het grote moerasgebied tussen Santoña en Berria.
En vóór ons – in de bocht van de berg die we beklimmen – zien we de uitgestrekte Cantabrische Zee.
Over een heel smal en rotsachtig bergpad klimmen we stapje voor stapje over de berghelling naar boven.
We doen deze beklimming met zijn zevenen, want een Spaanse pelgrim, een Spaans stel en twee Spaanse jongens klimmen tegelijk met ons de berg op, die de natuurlijke afscheiding vormt tussen het strand van Playa de Berria en het strand en de baai van Noja, waar we nu naar toe gaan.

Strandwandeling naar Noja
Op het hoogste punt zien we vóór ons diep in de verte het strand, de baai en de badplaats Noja.
Hier op het hoogste punt houden we even halt, om te genieten van de prachtige vergezichten achter, naast en vóór ons.
Dan zetten ook wij de afdaling in. Stapje voor stapje gaan we voort, steeds heel voorzichtig overwegend waar we een voet plaatsen tussen de uitstekende rotspunten op het neergaande bergpad.
Na deze vrij korte, maar wel uitdagende flinke klim zetten we na enige tijd onze wandelschoenen op het zachte zand van het kilometers lange strand richting Noja.
Nu begint een lange strandwandeling langs de vloedlijn van de Cantabrische Zee.
Onderweg is er voldoende variatie aan rotsen op het strand, zijn er slenken waar we af en toe even om heen moeten lopen, en grote partijen divers gekleurd zeewier dat door de zee op het vlakke strand is geworpen.
Hoe dichter we bij Noja komen, hoe drukker het ook langs de vloedlijn wordt met al die Spanjaarden, die evenals wij genieten van het prachtige zomerse weer en hun heerlijk dagje op het strand.

Op herhaling in Noja
Ook op het strand van Noja zijn enkele beachvollebalvelden uitgezet, en is men volop bezig met deze mooie zomersport.
Op de boulevard vinden we een plekje op het terras van een café, waar we een rustpauze nemen, om ook wat te drinken bij een tapas-portie van gefrituurde garnaal. Hier te zijn, geeft een gevoel van herkenning, want zeven jaar geleden hebben we samen met onze zoon Pieter hier in Noja ongeveer een week gekampeerd op de camping van Noja. Ook als we langs de parochiekerk San Pedro het moderne centrum van deze mooie Noord-Spaanse badplaats door lopen, herkennen we bepaalde punten van zeven jaar geleden. Bij de VVV krijgen we een stempel in onze pelgrimspaspoorten.
Daarna wandelen we door het centrum en door de buitenwijken de gezellige kustplaats Noja uit.

Castillo
We gaan nu weer landinwaarts, wat betekent dat we door een agrarisch getint gebied komen. Het eerste gehucht dat we doorkruisen, is Castillo, dat is gebouwd rond de lage San Pantaleónkerk.
Verderop in Castillo staat de imposante San Pedrokerk.
Aan de voorzijde is het een enorm groot stenen bolwerk; aan de achterzijde bevindt zich de ommuurde begraafplaats, met dáár achter een boerderij.
Niet alleen oude bouwwerken karakteriseren Castillo. Als je even verder het dorp uit loopt, zie je ook fraai vormgegeven nieuwbouw, waaronder een prachtig hoger gelegen landhuis, met een lange oprijlaan, alles weloverwogen en met oog voor detail gebouwd en aangelegd.

San Miguel de Meruelo
Het asfaltweggetje gaat over in een onverharde landweg. Ineens lopen we over een veldpad tussen akkers met hoog opgeschoten maïs.
We zijn nu onderweg naar het dorp San Miguel de Meruelo.
De route gaat niet door het moderne deel van het dorp, maar hoog langs de heuvelhelling langs de oude agrarische bedrijven.
Die opgaande asfaltweg voert ons naar de San Miguelkerk.

Solorga & Solozano
Bij een oude stenen bushalte verlaten we een drukke doorgaande verkeersweg, en dan komen we op een heel smal asfaltweggetje, dat vanaf behoorlijke hoogte afdaalt in een riviervallei. Deze hele oude weg brengt ons naar de brug van Solorga. Dat is de middeleeuwse stenen oeververbinding over de rivier de Solorzano. Onze routegids vermeldt dat hier bij deze karakteristieke stenen brug vroeger een pelgrimshospitium heeft gestaan, een zogenoemd ‘hospital de peregrinos’.

Bareyo
Nu komt voor ons de bestemming van vandaag in beeld, want de volgende plaats waar we nu naar toe lopen, is Bareyo. Om daar te komen, moeten we eerst nog ruim twee kilometer door een open heuvelachtig landbouwgebied lopen, over asfaltweggetjes die alsmaar stijgen, totdat we bij de drukkere doorgaande weg aankomen in Bareyo.
In Bareyo vinden we geen winkels en geen horeca, dus we lopen het dorp helemaal door en uit, om nog even verder te gaan, naar de camping Los Molinos, die vóór ons boven op een heuveltop ligt.

Van een camping naar de camping
Bij de campingreceptie vragen we de receptioniste of ze voor ons een lokale taxi wil bellen. Vijf minuten later rijdt de taxi uit het naburige dorpje Ajo al voor en kunnen we instappen voor onze terugreis van Bareyo naar Laredo.
Vanuit Laredo rijden we met onze auto voor de laatste maal weer terug naar onze camping in Castro-Urdiales. Morgen nemen we de gebruikelijke zondagse rustdag, en dan gaan we ook op zoek naar een volgende camping, ten westen van Santander.

Pelgrimeren van El Pontarrón de Guriezo naar Laredo

Van Le Puy-en-Velay naar Santiago de Compostela
Camino del Norte > Irún – Santiago de Compostela

Van El Pontarrón de Guriezo naar Laredo
Vrijdag 18 juli 2014 – 25 km.
Dag 12: 208,8 – 233,8 km


Santiago Matamoros met zwaard te paard
 
El Pontarrón de Guriezo
Vlak voordat we de camping willen verlaten – om 7.30 uur – gaat de poort van de camping open. We rijden van Camping de Castro vanuit Castro-Urdiales naar El Pontarrón de Guriezo, waar we de auto parkeren. Nog net vóór 8.00 uur beginnen Durkje en ik bij Bar El Pontarrón, om vandaag via de Camino del Norte over een afstand van 25 kilometer naar de Noord-Spaanse kustplaats La     redo te lopen. We wandelen El Pontarrón de Guriezo uit.
Het blijft vandaag de hele dag bewolkt, met af en toe een beetje zonneschijn en een verfrissende wind, bij een temperatuur die oploopt tot 26 graden Celsius; prima wandelweer dus.

Rioseco en El Puente
Het eerstvolgende dorpje waar we binnenlopen, is Rioseco.
Wie nog iets wil kopen voor onderweg, kan dat hier doen in de kleine dorpssupermarkt.
We passeren de ermita van San Blas.
Vanwege ons stevige tempo hebben we al twee pelgrims ingehaald. Verderop zien we de twee Tsjechische pelgrims Lenka & Eva wandelen, die we in de afgelopen dagen hebben ontmoet. Als ze ons zien aankomen, wachten ze ons op. Gevieren lopen we verder, onder andere langs het dorpje El Puente.

La Magdalena
De eerste grotere plaats waar we doorheen komen en waar we via een brug in de doorgaande weg een riviertje oversteken, is La Magdalena.
In het dorp kijkt Lenka even of de deur van de kerk open is, maar dat is helaas niet het geval.
De zusters Eva & Lenka houden hier bij de kerk van La Magdalena een korte rustpauze. Wij gaan door, maar we zullen elkaar vandaag en/of in de komende dagen vast nog wel eens weer ontmoeten.
Tussen de bebouwing door lopen we naar de rand van de bebouwde kom, waar enkele kleine boerenbedrijven zijn. Schapen en paarden grazen hier in de weiden binnen de dorpskom.
Bij een huis tegen de bosrand staan twee kettinghonden ons luid blaffend op te wachten.

Heuvelopwaarts door Eucalyptusbos
Hier begint een lange, maar niet al te zware klim heuvelopwaarts. We klimmen over een mooi breed bospad door een Eucalyptusbos, met ook veel varens.
In het hellingbos passeren we een boerenschuur, die binnen het omringende hekwerk wordt bewaakt door een hond. Hier in dit gebied zien we opvallend vaak dat in verlaten gebieden geïsoleerde stukjes grond (zoals moestuinen) of vervallen boerenschuurtjes (waar nog een beetje vee bij loopt) worden bewaakt door eenzame honden. Een af en toe passerende (groep) pelgrim(s) of wandelaar(s) is dan het enige wat zo’n hond aan menselijke beweging ziet.
Dit bos wordt ook gebruikt als productiebos. Grote voertuigen hebben diepe en brede sporen getrokken door de roodgekleurde bosgrond.

In de vallei van Liendo
Als we aan de overzijde van de beboste heuvel een foto maken van de vallei van Liendo vóór ons, passeert ons een Spaanse wandelaar, die al geruime tijd achter ons heeft gelopen door het bos. We hoorden de hond in het bos al aanslaan vlak nadat wij waren gepasseerd, dus daaraan hadden we al gehoord dat er iemand anders achter ons liep.
Over een breed pad gaan we de vallei in, hier en daar kleine boerenbedrijven, schuren en huizen passerend. Het is een prachtige vallei om in en door te lopen.
Verderop zien we rechtsvóór ons de rest van de vallei liggen. Daar liggen in de verte al de dorpen Rocillo en Liendo, en rechts beneden ons doorsnijdt de autosnelweg A8 slingerend deze vallei. De stilte van de vallei is voorbij, vanaf nu horen we weer veel autoverkeer.

Rocillo
We dalen sterk af, om verderop tussen de tientallen meters hoge pijlers van de A8 onder deze autosnelweg door te lopen. Via een smal steenachtig pad komen we dan in het dorpje Rocillo, op de plaats waar op een schuurtje een kruis is bevestigd, dat is gemaakt van tien Jacobsschelpen.
In deze streek hebben veel huizen op de verschillende verdiepingen houten veranda’s, die vaak mooi zijn versierd met bloemen in allerlei kleuren.
In het centrum van Rocillo wordt momenteel gewerkt aan het metselen van een bermmuur. Op deze langgerekte bouwplaats met veel natuursteen, bouwprofielen en richtsnoeren kunnen we mooi zien op welke wijze dergelijke stenen muurtjes worden opgemetseld op een betonnen funderingsplaat. Duidelijk is in elk geval dat het opmetselen van dergelijke muren met ook dikke natuurstenen lichamelijk een zware klus is.

Tweemaal Santiago te Liendo
Nagenoeg ongemerkt wandel je tussen de bebouwing van de beide valleidorpen zo het volgende dorp Liendo vanuit Rocillo binnen. In Liendo passeren we een groot en ommuurd huis, dat is gebouwd volgens de zogenoemde ‘Indianos architectuur’. Het zijn als het ware opvallende paleisjes, die door de uit Zuid-Amerika teruggekeerde kolonist-emigranten zijn gebouwd om zo hun aldaar vergaarde rijkdom te tonen.
In het dorpscentrum passeren we het terras van een bar, omdat we eerst de grote kerk van Liendo willen bekijken, waarvan de deur uitnodigend open staat. Direct bij binnenkomst worden we aangesproken door een betaalde lokale gids, wiens werk het gedurende het zomerseizoen is om de passerende pelgrims en toeristen te vertellen over de ins en outs van deze kerk. We vragen haar met name iets te vertellen over de beelden van Sint Jacob (Santiago), waarvan we weten dat die hier in de kerk aanwezig zijn. Het ene beeld is een afbeelding van Jacobus als Morendoder (Matamoros met opgeheven zwaard te paard), en het andere - zwaar beschadigde - houten beeld verbeeldt Jacobus als pelgrim (met Jacobsschelp op zijn pelgrimshoed). 
Voorts bezichtigen we ook de rest van het interieur van deze grote kerk, die niet in de vorm van een kruis, maar van een hoogopgaande rechthoek is gebouwd.

Buen Camino!
Na onze koffiepauze bij de bar van Liendo verlaten we dit dorp via een meer dan een kilometer stijgende asfaltweg, die de oude weg is van Liendo naar Laredo. Verderop moeten we een eind langs de N634 lopen, totdat de historische pelgrimsroute afbuigt, een dal in, ter hoogte van de afslag waar een groep Spaanse wandelende jongeren in gele veiligheidshesjes aan de kant van de weg rust. We hebben deze groep jonge wandelaars in de afgelopen dagen al enkele malen eerder ontmoet. Vanuit de groep wordt ons door enkelen het welbekende ‘Buen Camino’ toegeroepen, hetgeen we hen vriendelijk ook terugwensen.

Tarrueza
We duiken nu weer een vallei in, waarin we een grote variëteit aan woonhuizen, agrarische bedrijfsgebouwen en enkele kerken passeren. Ook hier weer die prachtig met opvallende bloemenpracht versierde gevels van woonhuizen.
We passeren halfopen schuurtjes, waarin het vee (koeien) onder een afdakje staat, beschermd tegen de zon.
Een ‘doorleefde’ strontkar staat tegen de gevel van een boerderijtje, langs het doorgaande asfaltweggetje door dit buurtschap.
Dan zien we een uit de kluiten gewassen kerkgebouw staan.
Aan de voorkant lijkt er niets bijzonders aan de hand te zijn met deze kerk, getuige de zwaar uitgevoerde gevel aan de wegzijde.
Aan de achterzijde echter blijkt dat er op de verdiepingsvloer een woonhuis in vakwerkstijl tegen de zijkant is gebouwd, die vanuit de omloop aan de achterzijde toegankelijk is met een vaste trap.
Deze vallei maakt deel uit van de zogenoemde camino-variant van Tarrueza, de historische weg (camino).
In een muur langs de kant van de weg is in 2009 een herdenkingsplaquette bij een monument aangebracht voor een man – waarschijnlijk een pelgrim – die hier in 2008 is overleden.
Verderop grazen enkele geiten bij een vervallen – maar kennelijk nog wel bewoond – boerderijtje.

Laredo
De stilte van dit agrarisch gebied wordt verstoord door de snelweg van de A8, die hier op meters hoogte door de vallei snijdt. Als we de vallei uit komen, zien we ineens ver vóór ons de zee en de kustplaats Laredo, de badplaats met een voor de Cantabrische kust uitzonderlijk uitgestrekt strand.
We gaan over de A8 heen en gaan dan via een stijgend voetpad langs een hellingheuvel langs de toegangsweg naar Laredo.
We hebben eerst een mooi uitzicht over het moderne deel van Laredo, met het 5,5 kilometers lange strand.
Iets verder krijgen we zicht op het eeuwenoude Laredo, waar we straks de stad zullen betreden.
Tussen twee oude stadmuren door gaan we over stenen trappen naar beneden.
We wandelen de stad Laredo binnen door de oude stadpoort.
Door een smal straatje lopen we naar de toegangsweg, die we moeten nemen om in het stadcentrum te komen. Het is hier behoorlijk druk met winkelend publiek, toeristen, en het verkeer dat hier om de beurt ook door de smalle straat moet.
Links en rechts zien we allemaal kleine winkeltjes, waar van alles te koop is.
In een Chinees winkeltje vinden we nog enkele spullen die we nog steeds moesten kopen ter vervanging van hetgeen enkele dagen geleden in Gernika uit onze caravan werd gestolen. We kunnen hier bij een geldautomaat geld pinnen, en gaan dan op zoek naar een VVV en naar een vervoersmogelijkheid terug.

Snelle taxi
Bij de VVV krijgen we een stempel in onze pelgrimspaspoorten. We vragen vanaf welke tijd we morgen de boot vanuit Laredo zouden kunnen nemen om de Ria over te steken naar Santoña. En op onze vraag of we met een bus terug kunnen naar El Pontarrón de Guriezo krijgen we een bevestigend antwoord. Als we een busticket willen kopen in de busterminal van Laredo zien we op het informatiebord dat juist op dat moment onze bus vertrekt, en als we naar buiten kijken, zien we de bus inderdaad weg rijden.
Omdat we niet een uur willen wachten op de volgende bus, zoeken en vinden we naast de busterminal een taxi, die ons voor nog geen 17 euro direct in ongeveer 20 minuten via de A8 terug rijdt naar El Pontarrón de Guriezo, waar we vanmorgen vroeg onze auto parkeerden.
We eten de rest van ons lunchpakket onderweg naar de camping op in Islares aan de kust, en dan rijden we weer terug naar onze camping in Castro-Urdiales.

Pelgrimeren van Castro-Urdiales naar El Pontarrón de Guriezo

Van Le Puy-en-Velay naar Santiago de Compostela
Camino del Norte > Irún – Santiago de Compostela

Van Castro-Urdiales naar El Pontarrón de Guriezo
Donderdag 17 juli 2014 – 10,1 km.
Dag 11: 198,7 – 208,8 km


Route-overleg met de Tsjechische pelgrims Eva & Lenka en met de Spaanse dame 


Allendelagua
Vandaag maar een korte wandeling. Slechts 10,1 kilometer is de afstand tussen onze camping en ons eindpunt vandaag op de Camino del Norte. Durkje en ik beginnen aan de etappe van Castro-Urdiales naar Laredo. Via de korte route langs de N634 is dat 24,8 kilometer, maar de officiële camino-route gaat via La Magdalena over een afstand van 37,1 kilometer. Omdat we dat te lang vinden voor één wandeldag, knippen we dit traject in tweeën; te weten: vandaag naar El Pontarrón de Guriezo, en dan morgen de laatste 25 kilometer naar Laredo. Omdat we gisteren al vanuit Castro-Urdiales over de camino naar de camping zijn gelopen, hoeven we vandaag de eerste twee kilometers van deze lange etappe niet meer te lopen. Om 8.10 uur wandelen we direct vanaf de camping de Camino op.
Via een heel mooi smal binnenweggetje gaan we door een golvend en rotsachtig landschap richting Allendelagua.
Na anderhalve kilometer arriveren we in dit kleine Spaanse dorpje Allendelagua. Onze wandelgids noemt dit ‘het eerste boerendorpje met een zweem van echtheid op de pelgrimsroute door Cantabrië’.
Aan de andere zijde van Allendelagua gaan we linksaf bij een viaduct onder de A8. Door de opening van het viaduct zien we dan de Cantabrische Zee.

Cerdigo
Parallel aan de snelweg wandelen we over een asfaltweg richting Cerdigo. Direct nadat we onder de A8 door zijn gelopen, gaan we linksaf naar boven, het dorp Cerdigo in.
De bewegwijzering wordt hier gedaan met mooie geglazuurde tegels, met als reliëf een Jacobsschelp boven op een blauwe camino-pijl.
In het dorp passeren we ook nog een van klei gebakken informatiepaneel over de Camino del Norte door Cantabrië. Enkele meters verder hangt een mooi tegeltableau aan een muur met daarop de plaatsnaam Cerdigo en de naam en de route van deze camino. Wellicht heeft een plaatselijke pottenbakker-kunstenaar voor deze mooie dorpseigen informatieborden gezorgd.

Kustpad langs de Cantrabrische Zee
Bij de ommuurde begraafplaats van Cerdigo passeren we een pelgrim, en komen we op een mooi smal rotspad door een kustbos.
Net voorbij het toegangshek van dit rotspad passeren we de twee Tsjechische pelgrims die we eergisteren op het strand van Playa de la Arena in Zierbana hebben ontmoet en gesproken.
We vervolgen dit rotspad en zien vóór ons nóg twee wandelaars, het is een Spaans stel.
We komen bij de kust en buigen af naar links, om hoog over de kust langs de Cantabrische Zee te lopen.
Ondanks dat het nog wat schier is over zee, krijgen we naarmate de tijd vordert prachtige vergezichten over de zee en de rotskust vóór ons.

Islares
Na 6,7 kilometer wandelen we de kustplaats Islares binnen.
De Camino komt het dorp binnen ter hoogte van de dorpskerk, waarbij ook de dorpsherberg voor pelgrims is. We hebben ons gisteren door de VVV-medewerkster van Castro-Urdiales laten vertellen dat dit een hele mooie refugio is.
Islares is een ware badplaats aan de Cantabrische Zee, met ook een hele grote camping. De Camino gaat langs de ingang van de camping. Durkje en ik vinden een schaduwrijke en koele plek op het terras van het campingrestaurant. Even afkoelen is geen luxe, want het is behoorlijk warm en het waait niet, althans niet merkbaar. Warm en benauwd dus.
En we zijn hier niet de enigen, want nagenoeg alle pelgrims maken dankbaar van de gelegenheid gebruik om hier even te rusten, af te koelen en een kop koffie of iets anders te drinken. We ontmoeten een Amerikaanse pelgrim die hier is blijven steken vanwege een knieblessure. Haar groepsleden zijn al enkele dagen verder getrokken, en zij vermaakt zich hier prima in deze badplaats, vertelt ze ons.
We wandelen Islares uit via de N634, en krijgen dan een mooi uitzicht over de zee en over de Ria van Oriñón, rechts van ons in de diepte liggend.

Nocina
Een minder aantrekkelijk traject volgt dan. We moeten over de wegkant van de N634 naar El Pontarrón de Guriezo lopen. Daar moeten de pelgrims een keuze maken: de korte route verder langs de N634, of de lange, en veel mooiere officiële camino-route via La Magdalena door het berglandschap.
Voorbij de plaats waar we onder het tientallen meters hoge viaduct van de A8 langs de Ria van Oriñón zijn gelopen, buigt de bewegwijzerde route naar linksboven af. We komen dan in het dorpje Nocina. Bij een vuilniscontainer vragen we aan een bewoner of we op de officiële Camino lopen. Hij vraagt ons of we de korte autowegroute willen lopen of de lange officiële bergroute. We zijn nog steeds op de goede route, zo blijkt. Daarna neemt hij ons mee naar zijn huis, om voor ons uit te tekenen waar we precies langs moeten om de officiële camino-route te blijven volgen. Ondertussen komen de Tsjechische pelgrims er ook bij, en na zijn uitleg lopen we met zijn vieren verder.

Verder of terug
We vervolgen de juiste route, en komen dan op een driesprong, waar je moet kiezen om iets terug te lopen naar El Pontarrón de Guriezo, of om door te lopen richting La Magdalena.
De Tsjechische pelgrims waren aanvankelijk van plan om door te lopen naar Laredo, maar daar zien ze nu vanaf, want ze hadden een vervelende nacht met weinig slaap in de refugio van Castro-Urdiales, de ene heeft last van een allergie en zou eigenlijk even in zee moeten zwemmen, èn het is heel warm vandaag. Reden genoeg voor hen om in El Pontarrón de Guriezo te overnachten in de herberg, en om vanmiddag naar het strand van Islares te wandelen voor een heilzame duik in zee.
Durkje en ik zouden nog wel 4 à 5 kilometer verder willen wandelen, want daar schijnt volgens de Spanjaard van zonet een politiebureau te zijn. Daar zouden we een taxi kunnen regelen, die ons weer terug brengt naar Castro-Urdiales.
Voor de zekerheid vraag ik nog even bij een Spaanse vrouw die op deze driesprong bij een bushalte staat te wachten, of wij de richting terug naar El Pontarrón de Guriezo voor de twee Tsjechische pelgrims en of wij de richting naar het politiebureau voor ons goed hebben ingeschat. Dat blijkt allemaal te kloppen, dus we kunnen alle vier in tweetallen terug en voort zoals we dat wilden.

Busje komt zo
Ik vraag de Spaanse vrouw of ze wellicht op de bus naar Castro-Urdiales staat te wachten. Dat blijkt inderdaad het geval te zijn. Welnu, dan wandelen Durkje en ik nu niet door naar het politiebureau om een taxi te bellen, want dan kunnen we nu beter mee met de in aantocht zijnde bus naar Castro-Urdiales.
Zo gezegd, zo gedaan; de Tsjechische dames wandelen terug naar El Pontarrón de Guriezo, en wij wachten met de Spaanse dame op de bus. Wij hebben nog twee flessen vruchtensap over en omdat we niet weten of zij in het volgende dorpje wel iets te drinken kunnen kopen, geven we dat aan hen mee. Als ze in El Pontarrón de Guriezo geen slaapplaats kunnen krijgen, wandelen ze terug naar Islares om daar een slaapplek te verkrijgen. In dat geval bellen ze ons nog, want dan kunnen wij hen morgenochtend afhalen in Islares, en kunnen ze met ons meerijden naar El Pontarrón de Guriezo, waar we alle vier morgen verder gaan.
Als de bus arriveert, wil ik vervoerskaartjes kopen voor ons beiden, maar de Spaanse haalt haar buskaart driemaal langs de scanner, en rekent zo voor ons de busrit af. De chauffeur, die er helemaal niets van begrijpt, kijkt me verbaasd aan, maar er zit niets ander op dan dat hij Durkje en mij (voor ons) gratis mee laat rijden. Als we wegrijden, wil ik de Spaanse vrouw betalen voor het afrekenen van de busrit, maar dat wil ze niet. We hebben nog een nieuwe fles energiedrank uit Nederland bij ons, dus die geven we haar dan, die ze wel in dank aanvaardt.
Via een lange omweg aan eerst de overzijde van de Ria van Oriñón, en dan pas terug via Islares en Cerdigo rijden we met een steeds voller wordende bus terug naar Castro-Urdiales. Daar nemen we afscheid van onze vriendelijke Spaanse señorita, en dan wandelen wij langs de stierengevechtenarena weer terug naar onze camping aan de overzijde van de A8.
Gelukkig is het harder gaan waaien, dus met enige luchtkoeling komen we na een kwartiertje weer terug bij onze caravan.

Sit mar net yn noed
Alweer een prachtige wandeldag achter de rug, maar ook nu weer heel anders verlopen, dan we vanmorgen hadden gedacht toen we vertrokken. Met hulp van Sint Jacob – die pelgrims welgezind is en helpt – komt het ook altijd wel weer goed, ‘dat sit as pylger mar net te bot yn noed, it komt wol goed!’.

Pelgrimeren van Ontón naar Castro-Urdiales

Van Le Puy-en-Velay naar Santiago de Compostela
Camino del Norte > Irún – Santiago de Compostela

Van Ontón naar Castro-Urdiales
Woensdag 16 juli 2014 – 18 km.
Dag 10: 180,7 – 198,7 km
 


Castro-Urdiales, halteplaats voor pelgrims op de Camino del Norte

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Keurig op tijd
Keurig op tijd komt de gisteravond gereserveerde taxi bij de receptie van Camping de Castro in Castro-Urdiales, om ons om 8.00 uur vanaf de camping naar het dorpje Ontón te brengen. Daar willen we vandaag onze negende wandeldag van deze pelgrimsvakantie aanvangen, om over een afstand van 18 kilometer vanuit Ontón via Castro-Urdiales terug te lopen naar de twee kilometer verderop liggende camping, die we al enige dagen als uitvalsbasis gebruiken.
Het is zo vroeg in de ochtend nog zwaar bewolkt, maar tijdens het verstrijken van de uren zullen we zien dat het helder wordt, en dat de temperatuur snel omhoog gaat. Het wordt warm vandaag.

Ontón
Ruim een kwartier later staan we al bij de brug van Ontón, om te vertrekken.
Hier moet je kiezen voor je route naar Castro-Urdiales. Acht kilometer lopen langs de drukke N634, of 16 kilometer door het binnenland, over de Helguerapas. Wij hebben gekozen voor de lange variant, die door de wandelgids als de officiële Camino wordt aangeduid. Die route voert door de bergen en gaat langs en door enkele kleine bergdorpen.
We zijn nog maar net op weg, als er een auto naast ons stopt. Een oudere Spanjaard wijst ons erop dat we de zware route gaan lopen, en dat we veel beter de korte, lichte route langs de N634 kunnen bewandelen. Als we hem tot tweemaal toe uitleggen dat we toch willens en wetens deze landschappelijke, zwaardere route willen en gaan lopen, schudt hij met zichtbaar onbegrip zijn hoofd, geeft gas en rijdt door. Niet iedere Spanjaard erkent de landschappelijke charme van een ook historisch verantwoorde Camino, zo leerde onze ervaring ons ook al in de afgelopen dagen en jaren.

Baltezana
Vastbesloten en opgewekt beginnen we aan onze pelgrimstocht van vandaag. We verlaten al snel de verkeersweg om over een onverhard pad binnendoor naar het dorp Baltezana te lopen. Onderweg zien we nog enkele ruïnes van voormalige bedrijfsgebouwen, waarschijnlijk ook van de mijnbouw van voorheen.
Buiten Baltezana staat aan het begin van de Helguerapas een camino-wegwijzer, waarop staat aangegeven dat het vanaf hier nog 14 kilometer is naar Castro-Urdiales.

Helguerapas
Langzamerhand zetten we de klim in. Verderop splitst de Camino zich in de route voor de fietsers en voor de wandelaars. Als wandelende pelgrims gaan we door een Eucalyptusbos over een sterk stijgend, en op het eind zelfs bijzonder steil bospad.
Gelukkig is de grond door het mooie weer van de afgelopen dagen gedroogd, dus het is nergens meer glibberig glad, zoals we dat enkele dagen geleden gewend waren tijdens de regenachtige dagen.
Als we de zwaarste klim hebben gehad, komen we weer op de doorgaande asfaltweg, waarover ook de fietsers klimmen. Een langgerekt stuk bos aan onze linkerzijde is geruime tijd geleden verbrand. De zwartgeblakerde resten van de bosbrand zijn nog duidelijk zichtbaar.
Op een driesprong van wegen zijn we onmiskenbaar op het hoogste punt van de Helguerapas gearriveerd. Vanaf deze col gaat het voor de rest van de wandeldag - op een enkele uitzondering na - letterlijk bergafwaarts. Het zwaarste gedeelte hebben we dus bovenop de col van de Helguerapas achter de rug.

Afdaling via voormalige spoorweg
Het eerste deel van de afdaling gaat nog over de doorgaande asfaltweg. Hier en daar krijgen we mooie doorkijkjes met uitzicht over de omgeving. Zo zien we in de verte bijvoorbeeld ook de immense steengroeve nabij Castro-Urdiales.
En dan is al spoedig het moment aangebroken dat we de asfaltweg verlaten, om onze route voort te zetten over het verharde tracé van een voormalige spoorweg langs de berghellingen.
Op grote hoogte passeren we het dorp Otañes, dat in het dal links van ons ligt.
Iets verderop komen we langs het vroegere treinstation van Otañes. Restanten van het oude perron zijn nog duidelijk zichtbaar. De rails en de bielzen zijn echter alle weggehaald.
Het volgende dorpje dat we passeren, is Ota Es.

Koffie met aardappel in Santullán
En nog een eindje verder komen we aan bij en in Santullán.
In Santulán moeten we naar de veel hoger liggende doorgaande weg lopen, waarbij we een geasfalteerde straat naar boven moeten beklimmen, die extreem steil omhoog loopt. Maar dan zijn we ook waar we willen zijn, namelijk in de doorgaande straat waar de kerk en twee café’s staan. Na twee uren lopen, is dit een ideale plek voor een rustpauze met koffie. Op de bar in het café staat een lekker uitziend aardappelgerecht (Tortilla de Patata), waarvan we een stuk nemen, om dat bij het door ons meegenomen brood te eten.

Gerookt naar Sámano
Weldoorvoed verlaten we Santullán, op weg naar Sámano. Tussen beide plaatsen wandelen we over prachtige smalle asfaltweggetjes en boerenpaden tussen de velden door. We moeten halverwege even door een stinkend rookgordijn, op de plaats waar een boer een stapel vochtig bermgras verbrandt.
Bij de hoge kerk wandelen we Sámano binnen. Aan de andere zijde zijn schilders bezig om het stenen hekwerk rond de kerk geheel met witte verf over te schilderen.
We lopen door de moderne buitenwijken van Sámano naar de doorgaande weg, waarlangs we in de richting van de snelweg tussen Bilbao en Santander lopen. We moeten ter hoogte van de brandweerkazerne hier onder de A8 door, om dan Castro-Urdiales binnen te wandelen.

Santiago!
Langs de Rio wandelen we door Castro-Urdiales naar het strand van Playa de Bazomar.
Op het strand is het een drukte van jewelste. Jong en oud vermaken zich hier in groten getale prima op het strand en in de zee. Een peuter van ongeveer drie jaar oud, in een buggy voortgeduwd door een al wat oudere vrouw, roept mij in het voorbijgaan toe: “Santiago!”. De combinatie van rugzak, kalebas, grote hoed en Jacobsschelp zijn voor hem op zo jonge leeftijd kennelijk al genoeg om dat te associëren met de tocht naar Santiago de Compostela. Ik bevestig de associatie van dit schrandere manneke met het beetje Spaans dat ik spreek.

Strandweer in Castro-Urdiales
Tussen het strand en de haven van Castro-Urdiales vinden we een koel stenen bankje in de schaduw. Dan pas komen we er ook achter hoe warm het al is. De zon schijnt al enkele uren onafgebroken, maar wat wij al wandelend nog niet in de gaten hadden, is dat de temperatuur inmiddels is opgelopen naar 33 graden Celsius. Een tropische dag, inderdaad heel geschikt als stranddag.
Na onze verkoelende pauze wandelen we over de zeeboulevard langs de haven van Castro-Urdiales.
We gaan de VVV binnen om een stempel van deze stad te vragen voor onze pelgrimspaspoorten. Als ik de VVV-medewerkster om uitleg vraag over de tekst in het stempel, krijgen we van haar een uitgebreide en interessante uitleg over de camino’s van Santiago èn van Sint Toribius, die hier door de regio Cantabrië lopen. Ze geeft ons ook nog enkele brochures van deze verschillende historische pelgrimsroutes mee.
Ter hoogte van de zeehaven hebben we een prachtig zicht op de kerk en op het kasteel met de vuurtoren van Castro-Urdiales.

Middeleeuws Castro-Urdiales
Over de gezellige havenkade lopen we in de richting van de pier. Daar kunnen we bij de oude trappen omhoog, om over de middeleeuwse Santa Anabrug naar de restanten van het voormalige kasteel te lopen, waar de huidige vuurtoren bovenop staat.
Daarna lopen we door naar de Santa María-kerk, één van de mooiste gotische kerken van Cantabrië.
We gaan de kerk binnen en worden door een jongeman in de gelegenheid gesteld om (verplicht linksom!) de hele kerk te bezichtigen.
Als we de kerk na onze rondgang verlaten, staat hij bij de deur om die voor volgende bezoekers gesloten te houden. Kennelijk gaat de kerk nu sluiten voor een middagpauze. Het is nu 13.00 uur.

Playa Ostende
We blijven in Castro-Urdiales de gele camino-pijlen volgen langs de kust. Voorbij de kazerne van de Guardia Civil komen we bij het langgerekte strand van Playa Ostende. Ook hier worden de vierkante meters strand en branding dankbaar benut door de vele badgasten.
We volgen Playa Ostende tot het eind, en dan gaan we landinwaarts verder op de route, om langs de gemeentelijke pelgrimsherberg naar de tunnel onder de A8 te gaan, waar we door moeten om onze camino-route te vervolgen.

Camping de Castro
Door het uiterst smalle straatje tussen de muurtjes door wandelen we aan de overzijde van de tunnel over de Camino naar Camping de Castro, waar onze caravan staat.
Om 13.30 uur arriveren we op de camping. De rest van deze warme dag kunnen we heerlijk doorbrengen op de camping. Een ijsje, boodschappen halen in de supermarkt, een goede warme maaltijd en een koele avond met vanaf onze kampeerplaats een weids uitzicht over de Cantabrische Zee completeren deze mooie wandeldag. 

Pelgrimeren van Portugalete naar Ontón

Van Le Puy-en-Velay naar Santiago de Compostela
Camino del Norte > Irún – Santiago de Compostela

Van Portugalete naar Ontón
Dinsdag 15 juli 2014 – 18,6 km.
Dag 9: 162,1 – 180,7 km
 


Uitzicht vanaf de voormalige Britse mijnspoorweg langs de Cantabrische Zee

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Geen taxi in Ontón
Rond 8.00 uur verlaten Durkje en ik de camping van Castro-Urdiales met de auto, om naar het dorp Ontón te rijden. Daar willen we een taxi regelen, die ons naar Portugalete brengt. Vanuit Portugalete willen we dan vandaag naar Ontón lopen, over een afstand van 18,6 kilometer.
Als we vanmorgen tegen 7.00 uur opstaan, is de lucht al nagenoeg helemaal helderblauw; alleen hier en daar is nog een enkele bewolkingsstreep te zien. Het belooft een zonnige en wellicht ook warme dag te worden.
In het dorpje Ontón vinden we niets van horeca of detailhandel waar we zouden kunnen vragen om een taxi voor ons af te roepen. Wel zien we bij een rijtje huizen iets van de weg af een man bij de kofferbak van zijn auto. Hij blijkt vroeger in de Rotterdamse haven te hebben gewerkt, een beetje Engels te spreken, belt voor ons naar een taxibedrijf in een nabijgelegen dorp, maar krijgt daar geen gehoor. Van een taxibedrijf in Portugalete heeft hij geen telefoonnummer, maar hij biedt aan ons ruim een kilometer verderop te brengen met de auto, waar een rustplaats is voor chauffeurs, met horeca en een benzinestation. Daar zou men ons vast wel kunnen helpen, aldus de vriendelijke Spanjaard.

20 minuten wordt 45 minuten
Zo gezegd, zo gedaan, we rijden met de man mee naar die plaats, bedanken hem voor zijn hulp, en vragen in het hotel-café om voor ons een taxi te bellen, vanuit Portugalete, naar Portugalete. Over twintig minuten zal de taxi hier zijn, aldus de barkeeper. Dat wordt uiteindelijk ruim drie kwartier, maar dan worden we ook heel snel – in zo’n 20 minuten - via de autosnelweg vervoerd naar Portugalete. De chauffeur zet ons op ons verzoek af bij de parkeergarage waar we gisteren eindigden, en daar vertrekken we vanmorgen om 9.30 uur. Dat valt dus ook nog wel weer mee qua aanvangstijd.

Kilometers maken op de bidegorri
In Portugalete is de route prima bewegwijzerd met moderne caminowegwijzers en gele camino-pijlen.
Hier en daar vinden we op het wegdek ook Jacobsschelpen, met daarop waarschijnlijk het stadswapen van Portugalete.
Via een hele lange rode fiets- en loopbrug, die het netwerk van auto(snel)wegen overspant,  wandelen we Portugalete uit.
We komen dan op een zogenoemde ‘bidegorri’, een fietspad, in dit geval geasfalteerd met drie brede rijbanen: twee voor fietsers en één voor wandelaars. Vele kilometers lang hebben we deze ‘snelweg voor camino-gangers’ voor de boeg.
Er wordt hier overigens volop gewandeld en gefietst. Men kent hier zichtbaar een cultuur van flink bewegen, zowel fietsend als wandelend. Zo trekken wandelaars & fietsers en wandelende & en fietsende pelgrims op een druk bezette bidegorri op en neer op deze keurig aangelegde weg.
We zien slechts één dwarsligger: een enorm grote rups, schitterend geel en groen gekleurd, met zwarte stippen, en een gele krulstaart met witte stippen. In een betrekkelijk hoog tempo kruipt deze prachtige rups haaks over de drie banen van deze bidegorri.
Op deze lange afstand halen we een pelgrimerend Spaans stel in, dat een beetje langzamer loopt dan wij. Na enkele kilometers komen we langs de plaats Ortuella.

Terug naar de kust
We zijn van plan om onze eerste rustpauze te nemen op het strand van Playa de la Arena in de Spaanse badplaats Zierbana. Dat is bijna 12 kilometer lopen vanaf Portugalete. Nagenoeg die hele afstand wandelen we over die moderne bidegorri, die licht stijgt en daalt, en ons in een prima wandeltempo laat voortgaan.
Vanaf Ortuella hebben we nagenoeg alle bedrijfsterreinen, stedelijke bebouwing en drukke verkeerswegen achter ons gelaten, en komen we door een veel natuurlijker terrein, uiteindelijk langzamerhand afdalend door een vallei naar het strand van Zierbana. Tegen 11.00 uur zien we in de verte voor het eerst vandaag de zee.

Playa de la Arena in Zierbana
Om 11.30 uur wandelen we de badplaats Zierbana binnen.
Het heeft geheel de sfeer van een badplaats: nagenoeg volle parkeerterreinen en groepjes badgasten, die vanaf deze parkeerterreinen met hun strandspullen naar het strand wandelen.
We komen bij een goed gevuld strand. Dat is ook geen wonder, want het is prachtig strandweer vandaag, nu al 25 graden Celsius.
Durkje en ik hebben geluk, want bij het begin van het strand vinden we een prachtige zitplaats op een bankje, met uitzicht over het hele strand, en met de zon in de rug, dus we kunnen rustend en etend en drinkend heerlijk genieten van dit gezellige zomerse strandtafereel.
Als we drie kwartier later aanstalten maken om te vertrekken, komen twee pelgrimerende jongedames naar ons toe. Het zijn twee Tsjechische zussen, al aardig bedreven in het pelgrimeren, want de ene loopt nu de vierde camino, en voor de andere zus is dit al haar vijfde camino. Zij nemen ook plaats op de bank, we praten even met elkaar, en dan gaan wij weer verder.

Pobeña
We hoeven nu maar een heel klein eindje te lopen naar de volgende plaats: Pobeña. Dit korte traject van nog geen kilometer voert ons door het hoog begroeide deel van de rivierdelta van de Barbadum, die hier tussen Zierbana en Pobeña in zee uitmondt. De laatste meters lopen we over een plankenpad naar de metalen voetgangersbrug die hier over de Barbadum ligt.
We steken via deze smalle rood-groene brug de rivier over.
In Pobeña arriveert zojuist een grote groep schoolkinderen, die hier kennelijk een dagje naar het strand gaan. Alle kinderen dragen t-shirts in dezelfde groene kleur.
Vanuit Pobeña gaan we bergopwaarts. Dan komen we op een breed hellingpad met uitzicht op zee.
Vanaf deze hoogte zien we in de verte het strand van Playa de la Arena in Zierbana liggen, waar we zojuist pauzeerden.

Voormalige Britse mijnspoorweg
We lopen nu enkele kilometers over een betonpad, dat is aangelegd over het traject van de voormalige mijnspoorweg, die door een Brits mijnbouwbedrijf vroeger is aangelegd om het langs deze kust gewonnen ijzererts te vervoeren van de ijzerertsmijn naar het vroegere laadplatform van La Arena. Over dit mooie betonpad lopen we hoog boven de rotsen en langs de zee in westelijke richting.
We hebben hier een prachtig uitzicht over de Cantabrische Zee en over de kuststrook.
Hier en daar vind je nog overblijfselen van het winnen en vervoeren van ijzererts. Resten van gebouwen, betonnen platforms en takelinstallaties met dikke stalen kabels vind je hier en daar nog langs de kust. Informatieborden geven op gestelde plaatsen in woord & beeld informatie over hoe het hier vroeger was.

El Hoyo
We gaan op enig moment achtereenvolgens naar links en weer naar rechts om zo om een kloof in de kustrotsen te lopen. Dit is ter hoogte van het gehucht El Hoyo.
In El Hoyo staan op twee kleurrijk geschilderde richtingwijzers de bestemmingen Ontón en Santiago aangegeven. Twee slordige gele camino-pijlen erbij, en dan weet een pelgrim genoeg, die kant op!
We verlaten El Hoyo aan zee ter hoogte van twee ruïnes van wat vroeger bedrijfsgebouwtjes waren.

Grens tussen Baskenland en Cantabrië
Volgens de wandelkaart naderen we nu de grens tussen Spaans Baskenland en de nieuwe autonome regio Cantabrië. Waar die grens precies ligt, kunnen we niet zien, maar als we iets verder voor een mijnspoortunneltje staan, waar we doorheen moeten, weten we – getuige onze wandelkaart - zeker dat we de regiogrens zojuist zijn gepasseerd.
Als we de spoortunnel uit komen, krijgen we een prachtig uitzicht over de kuststrook, tot zelfs Castro-Urdiales in de verte.

Ontón
De route van de Camino buigt nu echter landinwaarts af. We gaan richting Ontón, het dorp waar wij vandaag naar toe wandelen. Om daar te komen, moeten we onder het hoge viaduct van de autosnelweg A8 (van Bilbao naar Santader) door lopen.
We lopen onder het viaduct door in de richting van Ontón, dat in een dal aan de voet van enkele bergen ligt.
Twee wegwijzers (een Camino-pijl en een Jacobsschelp) geven aan dat we de verharde weg moeten verlaten, om over een onverhard, rotsachtig pad onder het viaduct bergafwaarts te gaan, waar een smal riviertje vanuit het dorp naar de zee stroomt.
Als we bij de pijlers van het viaduct langs lopen, zien we aan onze rechterzijde rechtsvóór een fabriek hoog op een bergtop aan de kust, en beneden geheel rechts de zee, helderblauw vanwege de wolkenloze lucht.
Als we door het stille Ontón lopen – we zien niemand buiten – komen we langs een tuin, waar een grote struik staat met een groot aantal kolossale bloemen erin.

Afkoelen vóór vertrek
Langs een verlaten woonhuisje klimmen we over een voetpad naar de N634, waar we vanmorgen onze auto hebben geparkeerd bij één van de woonhuizen langs deze verkeersweg. Op een stenen bankje in de schaduw en met een verkoelende zeebries eten en drinken we nog wat, en als we voldoende zijn afgekoeld van deze wandeling (de temperatuur ligt boven de 25 graden Celsius), stappen we in de auto en rijden we terug naar Camping de Castro, in Castro-Urdiales.

Pelgrimeren van Bilbao naar Portugalete

Van Le Puy-en-Velay naar Santiago de Compostela
Camino del Norte > Irún – Santiago de Compostela

Van Bilbao naar Portugalete
Maandag 14 juli 2014 – 17,7 km.
Dag 8: 144,4 – 162,1 km



Stempels van de Santa Maria-basiliek in onze pelgrimspaspoorten

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Terug naar Bilbao
Om 7.45 uur verlaten Durkje en ik de nog stille camping in Castro-Urdiales. Met de auto rijden we naar Portugalete, waar we de auto parkeren in een parkeergarage in het stadscentrum. De receptioniste van de parkeergarage belt voor ons een taxi, die al na enkele minuten voorrijdt. We geven de taxichauffeur het bestemmingsadres op van een kleine woonstraat in Bilbao, de plek waar we afgelopen zaterdag eindigden. Hij maakt ook dankbaar gebruik van de stadsplattegrond die we van de vorige taxichauffeur afgelopen zaterdag kregen, waarop de straat Lezeagu staat, waarnaar we op weg gaan. Om 8.45 uur zet hij ons af bij het pelgrimscafé, vanwaar we direct vertrekken voor onze dagtocht van Bilbao naar Portugalete, over een afstand van 17,7 kilometer.

Vergane glorie van zware industrie
Om de stad uit te komen, moeten we direct flink bij een berghelling op klimmen. Maar dan krijg je ook direct een mooi uitzicht over de enorme stad ver beneden achter je, in het rivierdal van de Nervión.
Als we om de berg heen draaien via een asfaltweg, zien we beneden in de vallei de eerste tekenen van oude industriële gebouwen, die al vele jaren niet meer in gebruik zijn.
Onze routegids geeft aan dat we vandaag door een gebied zullen gaan dat zich kenmerkt door een concentratie van veel zware industrie, waaronder veel overblijfselen van de industriële glorie van weleer. Tussen de bomen van de beboste berghelling door zien we op een gegeven moment een autosnelwegennet liggen, met aan weerszijden grote fabrieksgebouwen.

Lelijk of mooi?
We gaan het diepe dal in over stille hellingpaadjes, waar we niemand anders zien. Als we bij de snelwegen zijn gearriveerd, vinden we de plek waar we onder een snelweg door moeten lopen, om daarna te arriveren in het plaatsje Kastrexana. Ook hier weer een clustering van bedrijfspanden. Je zou het een oude rommel kunnen noemen, maar als je het eens ziet als bewaard gebleven resten van industrieel erfgoed, en als je goed kijkt met hoeveel zorg en met hoeveel oog voor detail de architecten van toen deze gebouwen hebben geschetst, dan zou je aanvankelijke afwijzing van oude fabriekspanden kunnen veranderen in waardering voor de vormen en kleuren van dergelijk industrieel erfgoed. Je ziet het mooie dus pas als je het ook wilt zien.

Puente del Diablo
Verderop naderen we de woonkern van Kastrexena langs een hoger gelegen voetgangerspad langs de spoorlijn en het treinstation van Kastrexena. Het station lijkt niet meer in gebruik te zijn. Toch zit er een vrouw in een wachtruimte te wachten. Wellicht kan er elk moment een trein komen en hier stoppen. Het zou best zo kunnen zijn dat vroeger velen vanuit de stad Bilbao hier op hun werkdagen per trein naar de omliggende bedrijfsgebouwen kwamen voor hun dagelijkse arbeid in de industrie.
We gaan ter hoogte van het treinstation met een spoorbrug over het spoor, en verderop wandelen we de oude stenen rivierbrug van de Puente del Diablo over om in het dorp te arriveren.

Camino over de Calzada
Voorbij het dorp volgt een zware klim via een slingerende asfaltweg. Op een gegeven moment kunnen we een stuk asfaltweg afsnijden. De route voert ons dan door het hellingbos over een zogenoemde Calzada, een eeuwenoude Spaanse weg, geplaveid met platte en ronde stenen. Hier loopt de Camino dus nog over een stukje middeleeuwse Calzada; heel bijzonder om je te realiseren dat je over zo’n oud pad hier je weg vervolgt. Informatiepanelen aan het begin en aan het eind van de Calzada vertellen je over dit bijzondere, oude stenen pad.

Druiven bij de kapel
Via het vervolg van de asfaltweg komen we in een hooggelegen buurtschap, waar een – overigens gesloten – kapel staat.
Een blaffende hond begeleidt ons een eindje bergafwaarts, waar links van ons een wijngaard ligt. De druiventrossen vormen zich zo langzamerhand al behoorlijk aan de voor ons hoog overhangende wijnranken.

Tapas en koffie
Vanaf grote hoogte naderen we een conglomeraat van stedelijke bebouwing en bedrijfsterreinen, diep in de vallei. Eerst komen we aan in Cruces. We lopen het eerste café voorbij, in de hoop en verwachting dat er verderop nog wel andere zullen volgen. Een jong pelgrimsstel komt juist op dat moment uit die eerste bar naar buiten lopen om hun weg te vervolgen. Ze lopen achter ons aan. Iets verderop moeten we linksaf door een parkachtig terrein, maar hier is de camino afgesneden met grote bouwhekken; en met tijdelijke, aangeplakte  provisorische gele camino-pijlen wordt een alternatieve route aangeven op bomen, verkeersborden en lantaarnpalen.
Als we een eind verderop in Cruces al lange tijd geen vervangende pijlen meer hebben gezien, zien we wel een buurtcafé onder een woonblok. Eerst pauze, eerst koffie, dan zien we straks wel of we goed zitten op de alternatieve omleidingsroute. Ook hier op de cafébar staan prachtig gedecoreerde, forse tapas-hapjes. We zoeken er wat lekkers uit, bestellen er twee koppen Café Americano bij, en genieten van de rust en van het lekkers.

Luister naar Spaanse gidsen
Als we de cafébaas vertellen dat we hier in Cruces de omleidingsroute van de Camino del Norte lopen, begint hij al voordat we hem dat kunnen vragen te vertellen hoe we ons alternatieve pad moeten vervolgen. Zo karakteristiek is dat, Spanjaarden helpen je gevraagd en ongevraagd voortdurend om de juiste koers vast te houden of te krijgen.
Als we al weer een eindje op weg zijn, en al weer op de gemarkeerde Camino-route lopen, en even stil houden voor overleg, komt er direct weer een Spanjaard aanlopen. Hij vertelt dat we nu halverwege Cruces en Barakaldo zijn, welke kant we op moeten, en als we onze weg vervolgen, loopt hij nog lange tijd op enige afstand achter ons aan. Je hoeft maar om te kijken, of hij wijst je direct weer de weg linksaf, rechtdoor of rechtsaf. Spanjaarden laten ook door hun aanwijzingen en uitleg blijken dat ze het bijzonder waarderen dat je als buitenlanders en als pelgrims hun Camino loopt.

Barakaldo
We komen aan in Barakaldo, ook al weer een grote stad in de inham van de rivier de Nervión, ten noordwesten van Bilbao. Het is hier een drukte van belang, op de doorgaande wegen, op de trottoirs, in de parken en in de woonstraten. Het is geweldig hoe goed de route van de Camino hier in Barakaldo is bewegwijzerd. Feilloos vinden we onze weg door die wirwar van verkeer en straten.
Aan de rand van Barakaldo komen we langs een begraafplaats.
Langs deze begraafplaats loopt een lange muur parallel aan ons voetpad, waarop een tientallen meters lange muurschildering van een bos is aangebracht, overigens ook aan de overzijde op een andere muur.
Halverwege de langste muur zijn ook twee pelgrims geschilderd in het bos, die van ons af lopen. Een heel herkenbaar plaatje, zoals je dat op de Camino vaak voor je ziet: twee pelgrims, met ieder een rugzak op de rug.

Guardia Civil
We lopen de stad uit, komen langs lange rijen bedrijfsgebouwen, steken een rivier over en wandelen dan voort over een rommelig terrein, met een smal voetpaadje langs een golfplaten schutting, die vol staat met schreeuwerige graffity. Niet het mooiste deel van de route van vandaag, maar wel heel karakteristiek voor dit gebied van glorie van weleer.
Een eindje verderop zien we een bijzonder tafereel. Links onder ons zien we bij de uitgang van een viaduct enkele groene wagens van de Guardia Civil staan. Op de weg bij de uitgang van het viaduct zijn de rijbanen afgescheiden met wegbakens, en aan weerszijden van de rijbaan staat een agent. Auto’s worden staande gehouden. De ene agent praat met de bestuurder, de andere agent loopt met een karabijn om de auto heen en inspecteert zorgvuldig de inhoud van de auto. Achter het viaduct bij de politiewagens staat nog een agent met een karabijn, niet zichtbaar voor de automobilisten, en enige meters verder dan het stilstaande voorbijkomende verkeer staat een andere agent met twee lange spijkermatten in elke hand, klaar om die op de weg te gooien als een automobilist het stopteken van zijn collega negeert. Al met al een indrukwekkend plaatje, hier op zo’n gedateerd bedrijventerrein. We observeren van enige hoogte dit strak geprotocolleerd staande houden van automobilisten, en vervolgen dan onze weg.

Sestao
De volgende plaats die we naderen, is Sestao.
Het is al wéér zo’n verlopen industriestad, getuige de enorme fabriekscomplexen van zware staalindustrie, waarvan een deel verlaten, en een deel ook nog wel in gebruik, getuige de enorme aantallen metaalrollen, die na het walsproces op het grote bedrijventerrein in de buitenlucht worden opgeslagen.
We lopen door naar het centrum van Sestao, waar we op een omsloten plein met speeltoestellen voor kinderen in een winkelcentrumsetting een rust- en etenspauze nemen op een bankje op dit plein.

De Palaciobrug van Portugalete
Nog twee á drie kilometer, dan zijn we in Portugalete, onze bestemming voor vandaag. De plaatsen Sestao en Portugalete lopen vloeiend in elkaar over. Als je goed let op plaatsnaamborden, dan zie je waar die overgang van stad naar stad is. Om 12.40 uur lopen we Portugalete binnen.
Het ziet er hier allemaal wat vriendelijker uit. Zo krijg je bijvoorbeeld direct al een schitterend uitzicht over de riviermonding van de Nervión, die iets verderop in zee uitmondt. Daar zie je ook beroemde Palacio-brug van Portugalete, de metalen gondelbrug die op grote hoogte het hele rivierdal overstrekt van oever tot oever.
Een passagiersgondel schuift - hangende aan dikke stalen kabels - van de ene oever (Portugalete) naar de andere oever (Getxo). Al vele jaren worden passagiers zo van de ene oever naar de andere rivieroever vervoerd.
Onder ons, op de havenkade, staat een mooie geel-blauwgekleurd havengebouw. Van bovenaf zien we dat in elk geval ook de VVV in dit gebouw is gehuisvest.

Het Parochiestempel van de Santa María-basiliek
Opvallend is dat Portugalete heel mooie wegwijzers heeft geplaatst om duidelijk de richting van de Camino aan te geven.
We worden naar de Santa María-basiliek van Portugalete geleid, die we binnengaan. We zijn nog maar net op tijd, want – zo blijkt – de kerk gaat voor de middagpauze dicht. Direct bij binnenkomst worden we welkom geheten, en direct meegevoerd naar een zijkamertje van de basiliek, waar in hoog tempo twee mooie parochiestempels in onze pelgrimspaspoorten worden geplaatst. De man noteert in een uitgebreid register dat wij twee pelgrims uit Nederland zijn, en dan wordt ons gevraagd om de kerk te verlaten, omdat die dicht gaat. Wij doen onze spullen weer in de rugzak, en ondertussen drijft de man alle andere gasten – veel toeristen – uit de kerk, ook vanuit het kerkmuseum, dat een toegangsdeur heeft aan de zijkant in de basiliek. Binnen enkele minuten staat iedereen buiten.

Camino met loopbanden
Door de mooie binnenstad van Portugalete wandelen we verder in de richting van het stadscentrum.
Oud en nieuw zijn ook hier duidelijk zichtbaar. Voorbij het oudste deel van het stadscentrum komen we in een veel nieuwer deel, met zichtbaar nieuwere bedrijfspanden en woonblokken. In een sterk stijgende straat heeft men hier enkele loopbanden in het trottoir aangebracht, waardoor je heel ‘easy’ van het lagere deel naar het hoger gelegen deel van de straat kunt komen. Wij lopen over die rolband naar boven; puur gemak, en lekker snel.

Terug in de parkeergarage
In één van de winkelstraten die we door lopen, kopen we bij een warme bakker enkele broden, en dan zijn we al heel snel gearriveerd bij de parkeergarage – gelegen naast de Camino – waarin we vanmorgen onze auto hebben geparkeerd.
Met de auto rijden we terug naar de camping in Castro-Urdiales.
Na de warme rustdag van gisteren, hebben we vandaag weer heel mooi wandelweer gehad. Het was zwaar bewolkt, aanvankelijk wel een beetje benauwde atmosfeer, een heel klein beetje motregen, maar gedurende het grootste deel van de dag aangenaam fris wandelweer, dat ons wandelgenot zeker bevorderde.