donderdag 7 augustus 2014

Pelgrimeren van Lezama naar Bilbao

Van Le Puy-en-Velay naar Santiago de Compostela
Camino del Norte > Irún – Santiago de Compostela

Van Lezama naar Bilbao
Zaterdag 12 juli 2014 – 13,3 km.
Dag 7: 131,1 – 144,4 km

Aankomst in Bilbao, met zicht op het Guggenheim Museum in de stad

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

Klimmen en dalen
Om 8.00 uur verlaten Durkje en ik de camping in Castro-Urdiales en rijden we met de auto naar Lezama, waar we tegen 9.00 uur onze wandeldag aanvangen. Een korte wandeldag vandaag, want we hoeven maar 13,3 kilometer te lopen van Lezama naar Bilbao. De wandelgids geeft aan dat je met zo’n korte wandeling in elk geval de tijd krijgt om ook de stad te bekijken; denk daarbij bijvoorbeeld aan de kathedraal en aan het bijzondere Guggenheim Museum, dat we met Pieter tijdens onze zomervakantie in Noord-Spanje in 2007 al eens bezochten.
De wandelgids geeft vier uren wandelen als richttijd aan, en toont op de hoogtegrafiek dat we vanuit het op 100 meter hoogte liggende Lezama eerst naar 400 meter hoogte moeten klimmen, om daarna naar en in Bilbao tot bijna zeeniveau af te dalen.

Lezama en Zamudio
Ter hoogte van de kerk wandelen we Lezama uit.
Dan lopen we langs de N637 in de richting van Zamudio.
Vlak vóór Zamudio buigen we over het bedrijventerrein Torrelarragoiti af naar links, om daarna door een bosstrook naar een autosnelweg te lopen. Naast de bosstrook is een weiland, waar enkele ezels schuilen voor de lichte regen, die wij trotseren.
Als we onder de autosnelweg door zijn gelopen, volgt een flinke klim over de flanken van de berg Ganguren, eerst over een steentjespad.
Af en toe komen vliegtuigen - eerst rechts en verderop ook achter ons - aanvliegen. Die hebben de landing ingezet om spoedig te landen op het vliegveld van Bilbao, dat iets westelijker ligt.

Monte Avril
Over een afstand van bijna vijf kilometer klimmen we voortdurend, van 100 meter naar 400 meter hoogte, totdat we op de top van de Monte Avril zijn. Vanaf dit hoge punt hebben we een mooie uitzicht in zuidwestelijke richting. We lopen over een asfaltweg net onder de top van de berg, als de gele camino-pijlen ons rechtsaf door het struikgewas naar de top leiden. Een Spanjaard die verderop over de asfaltweg komt aanlopen, roept dat de camino over deze asfaltweg verder gaat, maar wij kiezen ervoor om toch de wegwijzers van de camino te volgen, die naar de top wijzen. Het smalle bergpad is bij tijd en wijle nagenoeg geheel overwoekerd met varens. De planten zijn nat van de regen, en omdat we hier en daar tot borsthoogte tussen de natte varens door moeten lopen, worden we meer nat van de planten dan van de regen, die inmiddels trouwens al is gestopt.
Het smalle bergpad komt uit bij een grote picknickplaats bij een ander asfaltweggetje nabij de parkeerplaats, vanwaar enkele Spanjaarden in groepjes via de verharde weg de Monte Avril op wandelen.

Uitzicht op Bilbao
Als we de afdaling van de Monte Avril naar Bilbao inzetten, begint op het wegdek en in de bermen de geglazuurde tegel-bewegwijzering met de gele Jacobsschelp op de ons welbekende blauwe ondergrond. We volgen de rest van de route vandaag vooral deze wegwijzers van de camino, óók door de stad Bilbao heen.
Tijdens de afdaling komen de moderne buitenwijken van Bilbao in zicht.
Een eind verderop kunnen we ook de oudere delen van de stad Bilbao zien.
En als je goed kijkt, zie je aan de rivieroever - bij de brug met de rode delen - ook het Guggenheim Museum staan.

Koffie met tapas
Vlak voordat we de eerste buitenwijk van Bilbao betreden, komen we langs een bijzonder straatje. Het is afgesloten met een hek, zodat alleen bewoners er in kunnen komen, en het lijkt op een Brits straatje.
In deze buitenwijk nemen we een rustpauze in het eerste buurtcafé dat we passeren. De cafébar is rijkelijk gevuld met allerlei soorten tapas. We zoeken twee voedzame porties uit, bestellen er ook Café Americano bij, en dan smullen we van al dat lekkers, en genieten we van onze eerste pauze, alvorens we de stad Bilbao zullen doorkruisen.

Trouwen in de mooie Begoñabasiliek
Even later wandelen we het oude Bilbao binnen ter hoogte van de mooie 16e eeuwse Begoñabasiliek, één van de mooiste kerken van Bilbao.
Bij de toegangsportaal ontmoeten we de drie jongens, die nu eens vóór ons en dan weer achter ons ook het traject van Lezama naar Bilbao hebben gelopen, en in het voorportaal van de basiliek ontmoeten we het Noorse echtpaar, dat we in de afgelopen dagen enkele malen hebben ontmoet. Zij wandelen alleen morgen nog een dag, en daarna reizen ze naar Nederland om in Vlissingen nog een week bij een tante te logeren, alvorens ze weer naar Noorwegen terugkeren.
Wij bezichtigen de prachtige basiliek, met het rijk versierde koor van de kerk.
Het orgel begint te spelen, daarbij een zangeres begeleidend, die nog even haar stem oefent alvorens ze straks zal zingen voor het bruidspaar, dat hier straks zal binnentreden om hier vanmiddag in het huwelijk te treden.
Als we buiten komen, moeten we op het pleintje aan de voet van het toegangsportaal tussen de bruiloftsgasten door lopen, die staan te wachten op de komst van de bruid en bruidegom.

Virgen de Begoña
Vanaf het kerkplein zetten we de daling in, de binnenstad van Bilbao in. We lopen over een lange opeenvolging van heel veel stenen traptreden, langs de eeuwenoude keien-straat ‘Virgen de Begoña’.
We komen aan de voet van deze stenen trappen op een gezellig pleintje, dat de overgang vormt naar de drukke winkelstraten achter dit plein.
We lopen door deze winkelstraten door de stad.
Bij de ingang van een alternatief winkeltje zien we een bijzonder beeldje van Santiago (Sint Jacob) staan.

Sightseeing Bilbao
We doorkruisen de oude binnenstad, steken de brede spoorbanen van Bilbao over, komen door enkele obscure straatjes met veel tattoo-shops, kleine winkeltjes en allerlei soorten bars en café’s, onderwijl steeds de camino-tegels in het wegdek en de camino-pijlen op allerlei plaatsen volgend.
Als we door de veel bredere uitvalswegen van Bilbao komen, begint het steeds harder te regenen. Met de paraplu lopend, komen we uiteindelijk aan de rand van Bilbao, waar we onder de autosnelweg A8 doorlopen, waarna we een café binnen gaan om te vragen of ze daar voor ons een taxi willen bellen.

De stad uit
Een bereidwillige cafégast belt voor ons een bevriende taxichauffeur, en vijf minuten later worden we met de taxi door de stad gereden, langs het Guggenheim Museum de stad Bilbao uit, langs het vliegveld, naar uiteindelijk Lezama, waar we vanochtend onze auto parkeerden.
We rijden terug van Lezama naar Castro-Urdiales, waar we eerst boodschappen halen, en tegelijk bij een groot filiaal van Eroski ook de meeste spullen kopen, ter vervanging van hetgeen afgelopen donderdag in Gernika uit onze caravan is gestolen. Zo kopen we hier bijvoorbeeld een scheerapparaaat, en kan ik me na enkele dagen weer scheren.
In de afgelopen dagen hebben we er meerdere malen noodgedwongen bij stilgestaan hoe essentieel een aantal ons ontstolen gebruiksvoorwerpen zijn, zoals bijvoorbeeld ook een kam, een zeepbakje, een schaar, een reiswekker, een tandenborstel en shampoo. Tientallen van dergelijke zaken zijn allemaal gestolen; voortdurend word je bij het ontberen van die basale zaken er bij bepaald hoe belangrijk die stuk voor stuk toch ogenschijnlijk onbelangrijke gebruikszaken zijn. Volgens ons hebben we de meest essentiële zaken nu weer aangeschaft, dus we kunnen met ingang van vandaag weer zonder deze zorgjes de komende dagen in.

Ontspanning na inspanning
Morgen hopen we te genieten van een zondagse rustdag, en daarna gaan we maandag weer op voor de volgende serie van zes wandeldagen.
Naarmate de uren vandaag verstrijken, wordt het weer steeds mooier. Vanaf halverwege de middag schijnt de zon volop, bij een temperatuur van zo’n 25 graden Celsius. Mooi vakantieweer!
Maar eerst even onder de douche, lekker uitrusten bij de caravan, en ’s avonds een heerlijke warme maaltijd buiten bij de caravan, op onze hooggelegen kampeerplaats, met een schitterend panoramisch uitzicht over de helderblauwe Cantabrische Zee.

Pelgrimeren van Gernika naar Lezama

Van Le Puy-en-Velay naar Santiago de Compostela
Camino del Norte > Irún – Santiago de Compostela

Van Gernika naar Lezama
Vrijdag 11 juli 2014 – 20,5 km.
Dag 6: 110,6 – 131,1 km


Langs eenzame boerderijen in het berglandschap

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Aangifte van inbraak en diefstal
Om 7.45 uur verlaten Durkje en ik Camping Castro van Castro-Urdiales en rijden we via de autosnelweg naar Lezama. In een café vragen we de barkeeper of ze voor ons een taxi wil bellen, om ons naar Gernika te brengen. In de vijf minuten die we moeten wachten op de taxi drinken we bij haar een kop koffie. De taxichauffeur – voormalig technisch ingenieur, maar door de crisis werkeloos geworden, nu freelance chauffeur – zet ons af bij het busstation van Gernika.
Naast de VVV melden we op het gemeentepolitiekantoor dat er gisteren in Gernika is ingebroken in onze caravan. De agent neemt ons mee naar de VVV, waar de VVV-medewerkster als tolk Engels-Spaans optreedt. De agent verwijst ons voor een aangifte door naar het grote politiebureau verderop in de stad. Daar zijn we al met al ruim een uur bezig om onze aangifte van inbraak en diefstal geheel en correct af te ronden. Ondertussen bellen we ter afstemming ook met de verzekeringsmaatschappij in Nederland voor wat betreft de afhandeling van onze reisverzekering. Volgens ons hebben we deze nare zaak vooralsnog administratief afgehandeld, en kunnen we dat tot nader order loslaten.

Gernika-Lumo
Iets na 11.00 uur staan we weer buiten, en kunnen we teruglopen naar het stadscentrum, om daar onze wandeling van Gernika naar Lezama te beginnen, over een afstand van 20,5 kilometer. Onderweg ontmoeten we in de stad toevallig nog de agent die ons zojuist als eerste hielp. We vertellen hem dat de aangifte gereed is, en bedanken hem nogmaals voor zijn eerste hulp.
Vanaf het ‘Gernika Vredesmuseum’ lopen we naar de Sint-Mariakerk, waar we tegenover de gesloten kerk eerst even wat eten en drinken, alvorens we de stad uit wandelen.
Langs het voormalige hospitaal en de Sint-Clarakerk wandelen we letterlijk klokslag 12.00 uur naar de buitenwijken van Gernika, om de stad achter ons te laten.

Alto de Morga
We zullen vandaag voor een groot deel de Juradera-route bewandelen, een historische weg, momenteel een goed gemarkeerde route over de Morga-pas.
Buiten Gernika moeten we direct behoorlijk klimmen naar de hoge col van de Alto de Morga, die de scheidslijn vormt tussen de valleien van Gernika en Mungia.
Over een beboste berghelling volgen we een hier en daar glibberig bospad, dat veel van ons uithoudingsvermogen en van onze evenwichtskunst vraagt.
Gelukkig komen we zonder valpartijen boven op de col, vanwaar we een prachtig uitzicht over de omgeving hebben.

Eskerika
Over een smal asfaltweggetje lopen we over de heuvelrug de vallei in. Hier en daar staat een boerderij eenzaam in het berglandschap.
We passeren het gehucht Eskerika, waar we de verharde weg weer verlaten.
Met het zich steeds herhalende dalen en klimmen, krijgen we af en toe mooie uitzichten over de omliggende bergen en dalen.

Blaffende honden en zoete pruimen
Hier en daar passeren we buurtschappen van slechts enkele huizen, veelal met één of meer boerderijen bijeen. Bijna overal worden we langs wegen en op erven begroet door soms vervaarlijk uitziende loslopende honden, of erfhonden aan zware kettingen geketend. Gelukkig blijft het tot nu toe uitsluitend bij indrukwekkende blafpartijen, en worden we van erfgrens tot erfgrens nauwlettend letterlijk bijna op de voet gevolgd. Als we het erf voorbij zijn, horen we nog een enkele zware blaf, en dan keert de stilte van de bergen terug.
Aangenamer is een boerenerf waar een boom langs het pad staat, die zwaar is van zoete pruimen.

Goikolexea
Als we ook de bergpas van de col van Aretxabalagana zijn overgestoken, zien we al ver vóór ons de hoge kerk van Goikolexea ver boven de andere bebouwing van het dorpje uit torenen.
Op het kerkplein nemen we enige minuten rust, en constateren we dat ook deze immense dorpskerk gesloten is voor het passerende publiek. Onverrichterzake wandelen we door, het dorp uit.
Het weer is vandaag ook weer wisselvallig. Eerst is de atmosfeer drukkend, en voelt het warm aan, hoewel de temperatuur maar net boven de 20 graden Celsius komt. Onderweg op een breed steenachtig bergpad hebben we een halfuurtje enige regen gehad, en als het weer droog is, is de lucht frisser, waait er een aangename bries, en breekt de zon af en toe even door.

Larrabetzu
Het volgende dorpje dat we door komen, is Larrabetzu.
We hebben niet Goikolexea, maar Larrabetzu uitgekozen als rustpunt, omdat dit dorp op slechts enkele kilometers van onze dagbestemming ligt. Deze late eerste echte rustpauze hebben we ook wel verdiend, vinden we, want we hebben nu in vier uren nagenoeg ononderbroken ruim 17 kilometer gelopen.
Rond het dorpsplein van Larrabetzu vinden we drie café’s met terras. We kiezen het enige café waar al enkele Spaanse gasten zitten. Daar drinken we tussen enkele enigszins druktemakende Spanjaarden een kop thee, en eten we ons laatste brood.
De zon breekt door, het wordt aangenaam warm, en binnen de kortste keren is de over één van de terrasstoelen hangende regenponcho van Durkje al weer droog.
Nog even naar het toilet en de consumpties afrekenen, afscheid nemen van de barkeeper en van de andere terrasgasten, en dan gaan we weer verder.

Lezama
We verlaten Larrabetzu over het voetpad langs de BI-3713. Verderop eindigt dit parallelle trottoir en moeten we langs deze rustige verkeersweg verder, richting Lezama, onze bestemming voor vandaag.
We hebben vandaag af en toe stevig moeten klimmen en dalen, ook over vreselijk drassige steile bospaden, maar doorgaans gaat de route vandaag over prima paden en wegen, deze keer ook tamelijk veel over asfalt en steentjespaden. Hoe verder we komen, hoe lichter de route wordt qua hoogteverschillen en qua ondergrond.
De laatste vijf kilometers gaan voornamelijk over beton en asfalt, hetgeen het wandelen en ons wandeltempo bevordert.
De laatste kilometers langs de N637 lopen we weer over een gescheiden voetpad, dus de laatste drie kilometers hebben we vlot, in zo’n drie kwartier, afgelegd.
Vlak vóór Lezama ontmoeten we nog een Spaanse en de Dominicaanse pelgrims, die we eergisteren ook ontmoetten. Als we hen vragen waarom ze de weg terug lopen, vertellen ze dat de herbergen in Lezama vol zijn, en dat ze nu weer teruglopen naar de twee kilometer terug liggende herberg, om daar hopelijk wel te kunnen overnachten. Voor hen uitermate vervelend dat ze die kilometers terug moeten voor een slaapplaats, maar helaas hoort dat soms ook bij de camino. Het gaat niet altijd zoals je dat graag zou willen. We groeten elkaar ten afscheid en lopen ieder een kant op. Wij wandelen de bebouwde kom van Lezama binnen.

Prima wandeltempo
Om 16.45 uur zien we onze auto weer staan op het parkeerterrein achter het café, waar we de auto vanmorgen parkeerden.
De 20,5 kilometers hebben we vandaag in bijna vijf uren afgelegd. Aangezien de gemiddelde wandeltijd van deze route vijf uur en een kwartier is, hebben wij deze afstand in een prima tijd afgelegd. Het was niet een zware route, en we konden op veel van de deeltrajecten het wandeltempo goed vasthouden.
Met de auto rijden we weer terug naar onze camping in Castro-Urdiales.

Pelgrimeren van Iruzubieta naar Gernika

Van Le Puy-en-Velay naar Santiago de Compostela
Camino del Norte > Irún – Santiago de Compostela

Van Iruzubieta naar Gernika
Donderdag 10 juli 2014 – 20,7 km.
Dag 5: 89,9 – 110,6 km

Pelgrim & pelgrimssymbolen in een nis van de kloosterkerk

Van Zarautz naar Gernika
Met de auto en de caravan verlaten Durkje en ik Gran Camping Zarautz nabij Zarautz. We rijden naar Gernika-Lumo, waar we de auto met de caravan parkeren op het parkeerterrein bij de Eroski-supermarkt, naast het voormalige gebouw van de Astra-fabriek, dat wonder boven wonder in 1937 bij het dramatische bombardement van de Duitsers op Gernika bewaard is gebleven. We zijn nu in de stad, waaraan de kunstschilder Pablo Picasso indertijd de titel en zijn wereldberoemde schilderij naar aanleiding van dit tragische bombardement wijdde.
Bij het treinstation charteren we een taxi, waarmee we naar Iruzubieta worden gebracht. Hier begint onze wandelroute van vandaag, over een afstand van 20,7 kilometer van Iruzubieta naar Gernika.

Ziortza-Bolibar
Als we bij het café van Iruzubieta uitstappen, besluiten we niet hier, maar in het volgende dorp koffie te gaan drinken, in Bolibar.
Over mooie paden wandelen we van Iruzubieta naar Ziortza-Bolibar,
In dit dorp lopen we langs een ijzeren hek, waarin op een mooie manier grote Jacobsschelpen zijn verwerkt. Een mooi decoratief welkom voor de hier binnenkomende pelgrims.
Verderop in het dorp komen we langs het museum, dat is gewijd aan de beroemde Simón Bolivar, de bevrijder van Zuid-Amerika, geboren in Venezuela, maar een afstammeling van de familie Bolivar, die vanuit dit dorp al in de 16e eeuw emigreerde naar  Zuid-Amerika. Bij de entree van het museum staat dat je hier een pelgrimsstempel kunt krijgen, dus gaan we naar binnen om hier een stempel te laten zetten in onze pelgrimspaspoorten. Als pelgrim mogen we het museum gratis bezoeken.
Aan het kerkplein drinken we een kop koffie op een overdekt terras van het dorpscafé.

Monasterio de Zenarruza
Direct buiten Bolibar volgt een met rotsstenen geplaveide zware kruisgang naar het hooggelegen Monasterio de Zenarruza.
Dit is een groot kloostercomplex met de enige kloosterkerk van de streek Viscaya, al in de 11e eeuw gesticht.
Door de ronde poort betreden we dit grote kloostercomplex.
De kloosterkerk is rijk versierd, ook met diverse pelgrimssymbolen, zoals ook de Jacobsschelp.
Ook de kloostergang is versierd met stenen Jacobsschelpen.
Als we de kloosterkerk verlaten, ontmoeten we een andere pelgrim. Ze blijkt nog in Nederland te wonen, maar is van origine Zuid-Afrikaans, en keert daar binnenkort naar terug met haar echtgenoot, wiens moeder uit het Friese Workum afkomstig is. Ze vertelt dat ze de hele dag en ook de nacht in dit klooster zal doorbrengen, om morgen weer verder te gaan. Een trappist ontvangt ons drieën en geeft ons een stempel van dit klooster in onze pelgrimspaspoorten. Daarna gaat de andere Nederlandse pelgrim hier inchecken, en nemen wij afscheid van de Zuid-Afrikaanse en van de Spaanse trappist, en gaan wij verder, bergopwaarts de berg Oiz op.

Uriona
We klimmen over de Gontzegaraipas, over uitermate glibberige bospaden, door de hellingbossen van de bergen.
Daarna lopen we via een rustig weggetje naar het lager gelegen gehucht Uriona. We lopen recht op de brede gevel van de boerderij van Uriona af. Een loslopend hondje verwelkomt ons met zijn druk geblaf en heen en weer geren. Hij blijft echter op gepaste afstand. Verderop bij de boerderijgevel staat een grote hond te blaffen, gelukkig aan een sterke ketting, dus die kan niet bij ons komen.
Naast de boerderij is een hekwerk waar we doorheen moeten, om over het erf langs een daar grazend paard achter de boerderij het veld en de bossen in te gaan.

Gerrikaitz & Munitibar
We komen het bos weer uit bij het tweelingdorp Gerrikaitz en Munitibar.
Aan het begin van de bebouwde kom van Gerrikaitz staat een oud huis, op bijzondere wijze gebouwd in traditionele stijl, met veel hout.
In Gerrikaitz klimmen we naar boven, naar de basiliek, maar die is helaas gesloten.
Dan wandelen we Gerrikaitz uit, om direct ook Munitibar binnen te lopen.
Aan de overzijde van het scheidingsriviertje komen we in Munitibar op het dorpsplein. Op een terras zitten enkele andere pelgrims te pauzeren.
Aan de overzijde van het dorpsplein staat de grote dorpskerk van Munitibar, helaas ook gesloten.

Puente Artzubi
Aan de overzijde van de rivier de Lea gaan we linksaf, sterk stijgend over een asfaltweg.
Op een wederom zeer drassig bospad ontmoeten we weer de Amerikaans-Nieuwzeelandse familie.
Bij een boerderijtje komen we het prachtige bergboslandschap weer uit.
We gaan verder over asfalt, om later weer voorzichtig over drassige paden van de beboste berghellingen te gaan.
In een vallei steken we via een oude stenen brug – de Puente Artzubi – een bergriviertje over.

Marmiz
Dan moeten we vanuit dit rivierdal weer bergopwaarts, naar het dorp Marmiz, herkenbaar aan de op een hoogte gebouwde forse kerk. Het Noorse pelgrimsechtpaar dat we regelmatig ontmoeten, is net klaar voor vertrek, dus zij gaan naar beneden en wij lopen onverrichterzake rond de ook hier gesloten kerk om die te bezoeken. We zijn van plan om pas in Ajangiz nog eenmaal te pauzeren, dus ook wij volgen de kruisweg vanaf de kerk naar beneden, de vallei in. Door het dal stroomt een bergriviertje tussen de beboste berghellingen. Prachtig oranjebloeiende planten staan hier langs de rivier.
Als we de vallei weer zijn uitgeklommen naar veel grotere hoogte dan Marmiz, zien we vanaf deze hoogte tussen enige bomen door neer op de hooggelegen kerk van Marmiz in de verte achter ons.

Noorse pelgrims
Dan zetten we de afdaling in naar eerst Ajangiz, en dan Gernika. Onderweg halen we het Noorse pelgrimsechtpaar in. We lopen een eind met hen naar beneden, onderwijl elkaar vertellend over onze pelgrimstochten en andere lange afstandswandelingen in de Noorse hooglanden. Ze hebben al meerdere camino’s gelopen sinds 2003, en maken ook in Noorwegen regelmatig meerdaagse langeafstandswandelingen door de bergen, van berghut naar berghut, ware wandelaars dus. Op een hellingplateau houden we halt, om ook even te genieten van het uitzicht over Anjagiz en Gernika, diep in de vallei vóór ons.
De Noren gaan weer verder; wij blijven nog even achter om enkele foto’s te maken.

Theepauze in Anjagiz
Dan zetten ook wij de afdaling in. In het plaatsje Anjagiz vinden we aan een klein binnenpleintje bij de kerk en het postagentschap een café, waar we een kop thee drinken en rusten, alvorens we verder gaan naar onze bestemming voor vandaag: Gernika.
Na deze pauze wandelen we langs de verkeersweg Anjagiz uit.

Inbraak en diefstal in Gernika
Via een weg met veel bochten over de berghellingen slingeren we - met links het zicht op de stad - naar Gernika.
In Gernika lopen we eerst voorbij het parkeerterrein waar onze auto met caravan staan, om in de naastgelegen grote supermarkt van Eroski boodschappen voor de komende twee wandeldagen te halen. Als we weer terug komen bij de caravan wacht ons een onaangename verrassing. De caravandeur blijkt niet meer op slot te zitten, het slot is geforceerd en bij controle binnen blijkt dat een groot aantal spullen uit de caravan is gestolen.
Bij deze caravan-inbraak zijn nagenoeg alle toiletspullen en enkele andere kleinere zaken gestolen. Er zit niets anders op dan eerst maar de nodige toiletzaken te kopen, dus we gaan nog eens naar Eroski om een tas vol toiletartikelen te halen. Omdat het al laat is en we nog een eind moeten rijden om veel verderop een volgende camping te zoeken, verlaten we Gernika voor vandaag. Morgen komen we hier wel weer terug, dan kunnen we eerst aangifte doen bij de politie, nadat we vanavond de caravaninventaris hebben gecheckt, om te inventariseren wat er allemaal is gestolen.

Vooruitzien met uitzicht
Van Gernika rijden we richting Castro-Urdiales, omdat we weten dat bij deze kustplaats in elk geval enkele campings zijn. Daar zullen we dan wellicht een uitvalsbasis vinden voor de komende wandeldagen vóór en na het komende weekend.
Tegen 20.00 uur hebben we een mooie kampeerplek gevonden op een terrassencamping, hoog gelegen aan de overzijde van de autosnelweg A8, met een schitterend panoramisch uitzicht over de Cantabrische Zee. Het is al laat als we alles klaar hebben voor de komende wandeldag. Eerst maar een goede nachtrust na deze enerverende dag, dan zien we morgen wel wat we dan weer beleven.

Pelgrimeren van Deba naar Iruzubieta

Van Le Puy-en-Velay naar Santiago de Compostela
Camino del Norte > Irún – Santiago de Compostela

Van Deba naar Iruzubieta
Woensdag 9 juli 2014 – 23,1 km.
Dag 4: 66,8 – 89,9 km


Zelfs de waterplas wijst in de goede richting
Deba
Om 6.45 uur zijn we wakker, en om 7.45 uur verlaten we de camping, om met de auto van Zarautz naar Deba te rijden. Daar gaan Durkje en ik vandaag onze pelgrimage vervolgen op de plaats waar gisteren onze wandeldag eindigde.
We parkeren de auto tussen het treinstation en het strand, en dan lopen we door de smalle straatjes van het stadscentrum naar het stadsplein, op zoek naar een bakker, om daar brood voor onderweg te kopen.
Op het stadsplein vervolgen we onze wandelmeerdaagse rond 8.30 uur.
We steken het treinspoor over, en vrij snel daarna ook de rivier de Deba via de oude brug van de rijksweg, die momenteel als voetgangersbrug dienst doet.

Zoektocht langs weggeschilderde camino-pijlen
Aan de overzijde volgt een steile klim. We wandelen over de beboste berghellingen. Vandaag zullen we voornamelijk door bossen op berghellingen lopen. Hier en daar zien we vandaag een Eucalyptus-boom in de bospercelen die we doorkruisen.
Op een tweesprong is onduidelijk of we linksaf moeten, of rechtdoor. Een auto komt aanrijden, ziet dat we afwegen welke kant we op moeten, en dan wijst de chauffeur dat we linksaf moeten gaan. Dat doen we, maar als we dan langs een rotswand lopen, zien we dat de gele camino-pijlen op één na allemaal zijn weggeschilderd met zwarte verf. Als we verder bergopwaarts komen in het bos, ontbreken de pijlen en de zwarte verf geheel. Rechts ver beneden ons zien we echter dat de rechtdoorgaande asfaltweg parallel loopt aan ons hoger gelegen bospad. We besluiten door te lopen op dit niet-bewegwijzerde bospad. Zo’n anderhalve kilometers verderop kunnen we de parallelweg oversteken naar een hostal, om daar de weg te vragen. De hoteleigenaar vertelt ons dat we het bospad kunnen volgen, maar ook de weg, als we dan op het goede moment maar linksaf gaan, want dan komen we weer op het bospad uit. We kiezen ervoor om het bospad te blijven volgen. Ook vanaf hier zijn de gele camino-pijlen zwart weggeschilderd. Maar vanaf een tweesprong zijn de camino-pijlen weer zichtbaar. We zitten dus toch wel op de goede weg.

Ermita del Calvario
Tot nu toe was het prima wandelweer. Maar nu begint het te motregenen, echter net niet hard genoeg om regenkleding aan te trekken. We hebben overigens deze hele wandeldag een weerbeeld dat varieert tussen korte buien en korte perioden van zonneschijn. Af en toe moeten we heel even gebruik maken van de regenponcho of van de paraplu. Nu en dan is het even behoorlijk fris, maar verder is het overwegend droog, waait het niet al te hard, en loopt de temperatuur op tot zo’n 20 graden Celsius. Met uitzondering van de kortdurende buien hebben we toch een dag met heel mooi wandelweer.
Na een fikse klim arriveren we bij de Ermita del Calvario, vanwaar we ook een mooi uitzicht hebben over de havenstad Mutriku, gelegen aan de Cantabrische Zee.

Van Arnope naar Olatz
Langs de kruisweg lopen we naar beneden, naar het buurtschap Arnope. Links in het dal zien we dan nog Deba liggen.
Nadat we de jeu de pelote-baan van Arnope voorbij zijn gegaan, begint de lange klim omhoog, de berg Arno op, de hoogste berg van de camino in Spaans Baskenland.
Bij Izarbide passeren we nog een refugio, die is gebouwd in een voormalige koeienstal.
Na veel stijgen en dalen komen we in de idyllische vallei, waarin het dorpje Olatz ligt. Tegenover de kerk is een café, waar we naar binnen gaan voor een welverdiende  kop koffie.
Binnen is het gezellig druk. Daar zitten twee Spaanse pelgrims, een Dominicaanse (Republiek) en twee Noorse pelgrims. We kopen koffie met enkele lekkere broodjes, die – zoals te doen gebruikelijk in Spaanse café’s – in ruime mate worden gepresenteerd op de bar. We smullen van al dat lekkers; en wij niet alleen, want ook de andere pelgrims doen zich tegoed aan die streek-lekkernijen van de lokale keuken van deze Baskische streek Guipúzcoa.

De col van de Arno op en af
De twee jongens die ons zojuist met hun mountainbikes met een noodvaart voorbij zijn gesneld op het smalle glibberige bospad, zitten hier op het buitenterras.
We gaan verder de berg Arno op en halen al spoedig de Dominicaanse pelgrim in. Ze vertelt dat ze al geruime tijd in Münster, in Duitsland woont, en dat ze op herhaling is op de camino.
Verderop, bij een geïsoleerde boerderij, passeren we twee Belgische pelgrims, en op de col van de berg Arno passeren we de twee Spaanse pelgrims, die hier stoppen voor een rustpauze. Hier op de col gaan we over de grens van de streek Guipúzcoa naar de landsstreek Vizcaya.
Als je dagenlang de gele camino-pijlen volgt, zie je ze overal. Tijdens onze afdaling na de col ligt vóór ons op een bospad een langgerekte waterplas in de vorm van een meterslange rechtdoorgaande camino-pijl; alsof hij ervoor is gecreëerd.
Het bospad gaat over in een smal betonweggetje, dat slingerend over de berghelling door het landschap gaat.
Links van ons graast een kudde zwarte geiten, met geitenbellen, dus aan geluid hier geen gebrek.

Lastige afdaling over beton
Als we in de meer open berggebieden lopen, hebben we prachtige uitzichten over de bergen en dalen rondom ons.
Tijdens de afdaling ontmoeten we ook de Amerikaans-Nieuwzeelandse familie weer. Ze gaan vandaag niet verder dan Markina-Xemein, en zien vanwege het inspannend stijgen en dalen nu al uit naar hun aankomst in deze pelgrimsdoorgangsplaats.
In de verte zien we een steengroeve.
Na een hele lange en heel steile knieënkneuzende afdaling over een betonpad krijgen we Markina-Xemein in zicht.

Sint Rochus onder enorme rotsblokken
Aan de rand van de bebouwde kom bezoeken we een kerk. Tot onze grote verrassing is de nagenoeg vierkante kerkzaal grotendeels gevuld met een aantal kolossale rotsblokken, die zo immens groot en gestapeld zijn, dat het zo moet zijn dat de kerk indertijd om deze enorme rotsblokkenformatie heen is gebouwd. Onder de rotsblokformatie staat een standbeeld van (hoe kan het ook anders) Sint Rochus met zijn hondje.

Markina-Xemein
In het centrum van Markina-Xemein willen we graag de Santa Mariakerk bezoeken, maar die is gesloten. Een Spaanse toont ons waar we wel even een kop koffie kunnen drinken in een klein café in een smal straatje bij het kerkplein.
Als we buiten de bebouwde kom langs een bedrijfsgebouw de gele camino-pijlen volgen, roept een oude Spanjaard ons terug. Hij vertelt dat die route momenteel doodloopt, omdat een hek de uitgang van dat pad verspert. Hij wijst ons waar we eerst een eind langs de doorgaande weg richting Bilbao kunnen lopen, en waar we verderop rechtsaf moeten slaan om dan langs het riviertje de Artibai richting Iruzubieta te kunnen lopen.
We volgen zijn aanwijzingen, hij loopt op enige afstand achter ons aan, geeft aan wanneer we rechtsaf moeten, en dan gaan wij langs een mooi smal veldpad langs de Aribai verder naar onze bestemming voor vandaag: Iruzubieta.

Babylonische spraakverwarring in Iruzubieta
Via de oude stenen brug steken we in Iruzubieta de Artibai over. Als we één van de café’s binnenstappen, staat de oude Spanjaard hier tot onze verrassing glimlachend met een pilsje aan de bar. Als we hem vertellen dat we graag vanaf hier met een taxi terug willen rijden naar Deba, doet hij pogingen om ervoor te zorgen dat de barjuffrouw voor ons een taxi vanuit Markina-Xemein laat komen, althans, dat denken wij. Kennelijk begrijpen ze toch niet goed wat we precies willen, want binnen de kortste keren zijn meerdere mensen in het café druk in de weer om ons te helpen. Maar een taxi wordt niet gebeld, dus het schiet niet echt op.
We proberen het nog eenmaal om alles uit te leggen: bel voor ons een taxi in Markina-Xemein, die naar Iruzubieta komt om ons op te halen, om ons vervolgens naar Deba te brengen. Nu wordt het hen eindelijk wel duidelijk, want ze bellen een taxibedrijf en ik vraag de barjuffrouw om de taxi hierheen te laten komen. Uiteindelijk lukt het bij het tweede taxibedrijf, en we krijgen de bevestiging dat het nu goed zal komen.

Taxi komt zo
We bestellen een kop koffie en drinken die buiten, vóór het café. Als we daar op de taxi zitten te wachten, komt een andere cafébezoeker met een jonge Spaanse bij ons. Zij is erbij geroepen, omdat zij een beetje Engels spreekt. We leggen haar uit dat het zojuist allemaal is geregeld, dat het nu wel goed zal komen (ze checkt dat nog even voor de zekerheid) en dan bedanken we haar voor haar aanbod om een bemiddelende rol te spelen.
Als we nog maar net de koffie op hebben, rijdt de taxi voor en brengt de taxichauffeuse ons vlot naar Deba.
Vanuit Deba rijden we met onze auto weer terug naar de camping in Zarautz.
De prachtige tocht van vandaag van ruim 23 kilometer hebben we vandaag in een tijdsbestek van bijna acht uren afgelegd.

Pelgrimeren van Zarautz naar Deba

Van Le Puy-en-Velay naar Santiago de Compostela
Camino del Norte > Irún – Santiago de Compostela

Van Zarautz naar Deba
Dinsdag 8 juli 2014 – 22,9 km.
Dag 3: 43,9 – 66,8 km

Ontmoeting met Amerikaanse en Nieuwzeelandse pelgrims
 
Starten vanaf de camping
Om 8.00 uur zijn we klaar voor vertrek voor onze tweede wandeldag. Durkje en ik hebben het vandaag gemakkelijk, want we kunnen vanaf onze kampeerplaats op Gran Camping Zarautz vertrekken. We verlaten de camping aan de zeezijde en lopen dan op een lager gelegen pad onder langs onze caravan.
Op het jongerenkamp - dat vol staat met tenten - is het nog muisstil; niemand te zien, dus waarschijnlijk is de jeugd nog in diepe slaap.
We verlaten de camping en wandelen naar beneden in de richting van Zarautz. Achter ons zien we onze caravan staan op de hoge rand van de berg waarop de camping zich bevindt.

Zarautz
We wandelen Zarautz binnen.
In Zarautz kopen we bij de bakker enkele broodjes voor onderweg. Voordat we Zarautz uit wandelen, kijken we ook nog even achter de doorgaande verkeersweg, op de boulevard langs het strand.
Aan de rand van Zarautz passeren we de Santa María la Realkerk. Die willen we van binnen graag bezichtigen, omdat er een pelgrimsgraftombe in de kerk is. De grote kerk is helaas gesloten, dus onverrichterzake verlaten we Zarautz.
Voordat we verder gaan, maakt Durkje eerst nog een kleine strandwandeling, omdat ze één van de wandelstokken door een gat van het hek tussen de kade en het strand op het meters lager gelegen strand laat vallen.
Als ook deze gevallen wandelstok weer terecht is, zijn we klaar voor een wandeling van enkele kilometers langs de zeekust, van Zarautz naar Getaria.
We zijn al een heel eind verder als we over de zee heen, en langs de zeekust, nog steeds onze hooggelegen camping in de verte kunnen zien.

Getaria
Talloze mensen wandelen over de brede kustpromenade tussen Zarautz en Getaria. Ouderen, jongeren, wandelaars, joggers en pelgrims lopen heen of weer over dit mooie kustpad.
Al vrij snel is Getaria in zicht.
In een bocht van het voetpad wandelen we Getaria binnen.
Getaria is een vissersstadje met een strand rond de baai aan de oostzijde. De oude kerk torent hoog uit boven de rest van de bebouwing. Een grote rotspunt steekt nog ver de zee in. Op die uitstekende rots staat een vuurtoren, die we vanuit onze caravan elke dag zien.
Door een smal straatje wandelen we naar de San Salvadorkerk.
Binnen zien we dat deze kerk een aantal bijzondere glas-in-loodramen heeft, met alleen maar blauwtinten.
Na dit kerkbezoek gaan we in het smalle straatje van Getaria naar een banketbakkerij-café, waar we een kop koffie drinken met iets lekkers erbij van de banketbakkerij.

Meagas
Bij het verlaten van Getaria volgt een zware klim over een breed steil pad de stad uit.
We lopen naar het buurtschap Meagas, op het begin van een voormalige middeleeuwse weg, die van Geteria naar Zumaia voert, die al in de 14e eeuw in gebruik was.
Af en toe passeren we een klein buurtschap.

Eten met een handicap in Askizu
Deze oude pelgrimsroute brengt ons naar het dorpje Askizu.
We horen veel kinderstemmen, maar zien eerst nog geen kinderen. Als we om de San Martinkerk heen zijn gelopen, zien we op het pleintje bij de ingang van de kerk een groot aantal basisschoolkinderen in kringen op de grond zitten. We lopen tussen de groepjes door om te kijken of de kerk geopend is.
De leiding èn de kinderen hebben één hand weggestoken in hun t-shirts. Ze zitten te eten. Het lijkt erop dat ze een opdracht hebben tijdens het eten van hun brood, zoiets van: eten met een handicap.
Omdat de kerk gesloten is, lopen we naar een vervallen dorpsboerderij tegenover de kerk. Daar drinken we even iets, alvorens we verder gaan.

Zumaia in zicht
Buiten Askizu splitst het wandelpad zich in twee paden. Het pad linksaf is een GR-route, aangeduid met de welbekende rood-witte strepen; en onze camino-route gaat rechtsaf verder, aangegeven met de gele camino-pijlen.
We lopen over een grote hoogte als we op een gegeven moment in de verte Zumaia zien liggen, een havenplaats aan de rivier Ría del Urola, die hier uitmondt in de Cantabrische Zee.
Via een lange pad rond de berghelling dalen we langzamerhand af naar Zumaia.
Tot nu toe hebben we prima wandelweer gehad, in elk geval droog, maar zo langzamerhand begint het heel licht te motregenen.

Droog lunchen op een Spaanse leugenbank
We wandelen Zumaia binnen via de voetgangersbrug die naast de autobrug over de rivier ligt.
Op het wegdek zien we roestvrijstalen ronde plaatjes, die op het wegdek zijn aangebracht om de route van de camino aan te geven.
Over de promenade langs de oude haven wandelen we naar de tweede rivierbrug.
Aan de overzijde van de tweede rivierbrug komen we in het centrum van Zumaia. Het is hier een drukte van belang. We zoeken een zitplaats om te pauzeren, en vinden die onder een afdakje van de ‘leugenbank’, waarop ook enkele oudere Spanjaarden zitten te praten.
Het afdakje behoedt ons voor het nat worden vanwege de aanhoudende en iets toenemende motregen.

Elorriaga
Na deze lunchpauze wandelen we Zumaia uit. We komen nu in een open bergweidegebied, met hier en daar een boerderij. We hebben tijdens het wandelen regelmatig een prachtig uitzicht over de Cantabrische Zee aan onze rechterzijde.
Over een smalle asfaltweg lopen we hoog over de bergtoppen, -hellingen en kamwegen.
Verderop gaat de asfaltweg over in een steenachtig boerenpad. Prachtig loopt het hier, met schitterende uitzichten aan alle kanten.
De luchten in de verte zijn dreigend, maar het is droog, het waait stevig en de temperatuur is prima voor het wandelen op grote hoogte.
We passeren Elorriaga. Dit was vroeger de enige doorgang tussen Zumaia en het dal van de rivier de Deba, waar we nu naar toe wandelen. Voor pelgrims en wandelaars is dit nog steeds een hele mooie doorgang over de bergen.

Het bos in
Als we na een lange afdaling een verkeersweg zijn overgestoken, gaat het weer steil naar boven, naar een bosperceel. Vooraan in het bosperceel komen we langs een groepje schapen, dat hier vast en zeker niet zou mogen zijn langs de asfaltweg. Waarschijnlijk zijn ze verderop ergens uit een weiland uitgebroken, om zich hier in het begin van het bos in de bermen van de bosweg tegoed te doen aan het verse hoge bermgras.
We verlaten de asfaltweg en gaan dan verder over een glibberig bospad, waarop we voorzichtig moeten lopen, om te voorkomen dat we in de natte bosgrond of over de gladde natte stenen uitglijders maken.

Paarden in het bos
Als we het bos uit komen, moeten we weer een verkeersweg en ook een autosnelweg oversteken, waarna we enkele honderden meters door de smalle berm van de drukke verkeersweg verder moeten.
Gelukkig kunnen we al spoedig deze weg oversteken, om aan de overzijde weer het bos in te duiken. Dan komen we op een gegeven moment op een kruispunt van paden, waar de gele camino-pijlen ontbreken. Aan de overzijde staan drie paarden bij een hek naar ons te kijken. Op dat hek hangt een bordje met daarop in groene kleur de tekst: Camino de Santiago.
We moeten kennelijk dus door dat hek, en tussen de paarden door. Het voorste paard blijft achter en tegen het hek staan waar hij staat, dus ik moet eerst het paard een beetje aan de kant duwen om daarna met het hek enige ruimte te creëren om door het hek heen te kunnen gaan. We lopen tussen de paarden door en gaan verder over het bospad.

Itziar
Ver vóór ons in het bos zien we een groep wandelaars met kleurrijke regenhoezen om hun rugzakken heen. Dat zijn onmiskenbaar de vijf Amerikanen en de Nieuw-Zeelander, die we gisteren onderweg ook hebben ontmoet. Ze lopen langzaam over het gladde bospad, dus we halen ze al spoedig in. Ze volgen ons dan op betrekkelijk korte afstand, totdat we arriveren in het dorpje Itziar. Daarna zien we hen vandaag niet weer.
We bezoeken hier de plaatselijke 16e eeuwse dorpskerk, die uitnodigend open staat. Deze kerk heeft een 13e eeuws houtsculptuur, waarin de Maagd van Itziar wordt aanbeden door vissers, zeelieden en pelgrims.

Afdaling
Dan volgt ons laatste stuk van vandaag, van Itziar naar Deba. We lopen over prachtige boerenlandweggetjes, over smalle veldpaden, en hier en daar een graspad. In de berm langs de weg staan prachtige paarsbloeiende hoge distels.
Dan is Deba in zicht. Van bovenaf zien we diep in de verte de rivierhavenmond van de stad Deba liggen.
Vanaf dit moment zetten we de lange afdaling in. We lopen langs een bergweide waar roodbonte koeien met rinkelende koeienbellen staan te grazen.
Ook hier zijn de wegbermen schitterend gedecoreerd met prachtig bloeiende bermplanten.
We passeren een klein Santiago-altaartje, dat is ingebouwd in een dikke tuinmuur. Achter het glas staat een beeldje van Sint Jacob.

De lift van de camino
Deba is een stad met fikse hoogteverschillen. We moeten af en toe behoorlijk steil naar beneden, en hebben soms de optie om naast de weg te kiezen voor een serie traptreden, waarmee je even op een wisselende manier kunt afdalen.
En dan volgt een grote verrassing. In een nieuwbouwwijk worden we door de gele camino-pijlen naar een buitenlift geleid, waarmee we in één keer meer dan twintig meter kunnen afdalen naar een veel lager liggende straat. Een lift op de camino, dat hadden we nog nooit gezien.

Deba
Na nog de nodige afdalingen over trappen en door straten arriveren we tegen 15.30 uur op één van de gezellige pleinen van onze bestemmingsplaats van vandaag: Deba.
Op het plein overleggen we even wat we gaan doen: direct met de taxi terug, of eerst de stadskerk bezoeken, of ook naar de VVV voor een pelgrimsstempel, òf nog boodschappen halen voordat we Deba verlaten?
Dan komt een andere pelgrim vanaf een terras op ons aflopen, met de vraag of wij misschien de pelgrimsherberg zoeken. We bedanken hem voor zijn hulp en wandelen naar de kerk en naar de VVV, die beide echter nog gesloten zijn.
Omdat we niet willen wachten tot kerk, VVV en winkeltjes open gaan, lopen we door naar het station van Deba. Daar staan gelukkig twee taxi’s. We overleggen met de beide taxichauffeurs wie van hen ons naar Zarautz kan brengen, en dan worden we met de grote taxibus door één van de chauffeurs naar onze camping in Zarautz teruggereden.

Route met variatie
De 22,9 kilometers hebben we vandaag in ruim zeven uren afgelegd. Aan het eind van de dag knapte het weer zienderogen op. We eindigden in een zonovergoten Deba, bij een temperatuur van 24 graden Celsius. Al met al hebben we vandaag prima wandelweer gehad, en een heel mooi gevarieerde wandelroute.

woensdag 6 augustus 2014

Pelgrimeren van Donostia-San Sebastián naar Zarautz

Van Le Puy-en-Velay naar Santiago de Compostela
Camino del Norte > Irún – Santiago de Compostela

Van Donostia-San Sebastián naar Zarautz
Maandag 7 juli 2014 – 19,5 km.
Dag 2: 24,4 – 43,9 km
 
Met Orio in zicht nog 787 kilometer naar Santiago de Compostela

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Verder op de Camino del Norte
Om 6.45 uur worden we gewekt door de wekker. Om 8.00 uur  moeten we bij de receptie van Gran Camping Zarautz klaar staan om naar Donostia-San Sebastián te worden gebracht.
In de afgelopen twee dagen zijn onze zomervakantiedagen begonnen met twee reisdagen van Stiens naar Zarautz, aan de Cantabrische Zee in de Baskische Golf.
Afgelopen meivakantie hebben Durkje en ik gepelgrimeerd van Saint-Jean-Pied-de-Port via Hendaye en Irún naar Donostia-San Sebastián, om vandaag tijdens onze eerste pelgrimsdag van deze zomervakantie onze pelgrimage op de Camino del Norte te hervatten, richting Santiago de Compostela, ruim 800 kilometer verderop gelegen.
Van de Camino del Norte hadden we op 2 mei 2014 vanuit Irún de eerste 24,4 kilometers al gelopen, en vandaag gaan we op onze eerste wandeldag van deze zomervakantie daaraan 19,5 kilometer toevoegen. We beginnen deze zomerpelgrimage dus met een betrekkelijk korte afstand.

Verlaat weg
De taxi is laat vanmorgen. We staan bijna vijf minuten te wachten als de receptionist om 8.00 uur bij de campingreceptie zijn dienst voor vandaag aanvangt. Hij ziet ons staan en weet van gisteren nog dat wij vandaag zouden worden afgehaald met de taxi. Hij roept ons toe dat hij de taxichauffeur nog eens voor ons zal bellen, om te vragen of die nog komt. Even later roept hij ons vanuit de receptie toe dat de taxi - met enige vertraging - onderweg is. Om 8.17 uur draait de taxi het parkeerterrein bij de campingreceptie op, en kunnen we instappen en vertrekken.

Zware regenbui
In Zarautz was het zojuist nog prima weer, maar naarmate we dichter bij Donostia-San Sebastián komen, wordt de wolkenlucht dreigend, en als we de stad binnen rijden, regent het pijpenstelen. We rekenen in de taxi af met de chauffeur, halen snel onze rugzakken uit de bagageruimte van de auto, en rennen dan ook snel naar de ingang van een overdekt winkelcentrum, om daar te schuilen voor de harde regen, en te wachten tot het droog wordt.
Na ongeveer tien minuten wordt het buiten lichter, is het nagenoeg droog, en durven we het aan om zonder regenkleding aan onze dagtocht te beginnen. Het is ongeveer 8.45 uur als we op straat de nu nog gesloten plaatselijke VVV passeren, waar we op 2 mei 2014 onze eerste wandeldag op de Camino del Norte samen met Frans Beckers beëindigden.
In één van de toegangswegen naar het oude stadscentrum wordt de dagmarkt opgebouwd.  Bloemen, groenten en fruit worden uit de auto’s gehaald, om er de marktkramen mee te vullen.

Langs de stranden van Donostia-San Sebastián
Ook verderop – als we doorlopen in de richting van Playa de la Concha - krijgen we rechts van ons door de smalle straatjes mooie doorkijkjes naar de oude binnenstad.
Op de Paseo de la Concha staan enkele bomen mooi in paarse bloei.
We lopen over de Paseo de la Concha langs Playa de la Concha naar de Miramartunnel.
Aan de overzijde van de Miramartunnel komen we langs het strand van Ondarreta.
Het groot aantal gele camino-pijlen maakt het ons gemakkelijk om de juiste weg te vinden. Aan de voet van de Monte Igueldo staat ook een duidelijke wegwijzer, die we passeren om bergopwaarts de Monte Igueldo te gaan beklimmen.
Boven op de Monte Igueldo krijgen we een prachtig uitzicht over de Cantabrische Zee.

Pelgrim helpt pelgrims
Na deze flinke klim gaat het minder inspannend verder, met licht klimmen en dalen. Bij restaurant Leku Eder en hotel Buenavista proberen we een kop koffie te scoren, maar dat feest gaat niet door. De bar van het hotel blijkt bij navraag gesloten, en om dat te onderstrepen wordt vóór onze neus het ‘gesloten’-bordje omgekeerd met de boodschap naar buiten, naar ons gericht. Dan maar door zonder koffie, en dat is ook geen straf, want de omgeving is hier prachtig.
We komen in Igueldo, waar een ware pelgrim een pleisterplek voor de hier passerende pelgrims heeft ingericht. Pelgrim José María Soroa is al tien keer naar Santiago de Compostela gelopen, en hij heeft hier langs de weg in Igueldo een mooie plek met een tafeltje en enkele stoelen ingericht, waar pelgrims water kunnen krijgen, en een pelgrimsstempel kunnen plaatsen in hun pelgrimspaspoort. Ook wij zetten hier een stempel in onze pelgrimspaspoorten.
Een Spaanse pelgrim die hier na ons arriveert, wacht haar beurt af.

Cantabrische Zeekust
Langs prachtige hellingen en rotsen gaan we over mooie hellingpaden hoog langs de Cantabrische Zee, met schitterende vergezichten over de kust en over de zee.
Koeien liggen ontspannen te herkauwen op de hoge berghelling; op de achtergrond zien we de donkere luchten boven de Baskische Golf, maar het blijft hier bij ons vooralsnog droog.

Wegwijzers in soorten en maten
Via een rotsachtig hellingpad komen we in een klein hellingbosje.
In dit bosperceel passeren we een natuurlijke waterbron, waar de voorbijgangers erop worden gewezen dat dit prima drinkwater is.
We lopen over een variatie aan wandelpaden, van onverharde paden tot weggetjes van beton en van asfalt.
Hier en daar hebben particulieren hun eigen wegwijzers gemaakt, de passerende pelgrims wijzend op de juiste route. Wij volgen deze routetekens, dankbaar voor alle goede aanwijzingen die ons worden geboden door de plaatselijke bevolking.
We komen weer over een heel mooi hellingpad, langs een bergweide met een kleine groep paarden.

Pauzeren bij Sint Martinus van Tours
Dan is op een gegeven moment de zeehavenplaats Orio in zicht.
We zetten dan een lange afdaling in over een glibberig rotspad, met hier en daar ook stapstenen. We ontmoetten eerder op dit deel van de route al een jong stel op mountainbikes. Ze kiezen er nu voor om niet de aangegeven fietsroute te nemen, maar de wandelroute van de camino. Maar omdat die nogal rotsachtig is, schiet het stel bepaald niet op. Wij passeren ze als ze wandelend met de fiets aan de hand over het pad gaan; en verderop - als het pad weer wat egaler is - kunnen zij op de mountainbike weer eens sneller.
We hebben nu al tussen de tien en vijftien kilometer zonder enige rustpauze gelopen, dus als we vlak vóór Orio bij de romaanse kerk van Sint Martinus van Tours enkele mooie picknickbanken zien, wordt dat onze rustplek, alvorens we Orio binnen wandelen.
Dit oude kerkje - dat is gewijd aan de patroonheilige van reizigers en pelgrims - is helaas gesloten. Op de hoek van één van de muren zien we een flinke Jacobsschelp ingemetseld.

Orio
Na deze pauze wandelen we in een afdaling naar Orio.
Vrij snel in Orio passeren we de VVV, waar we een stempel van Orio in onze pelgrimspaspoorten plaatsen.
Daarna bezoeken we de gesloten San Nicoláskerk; een vestingkerk met een nog in tact zijnde hooggelegen loopgang rondom de kerk.
Beneden in het centrum zoeken en vinden we een café, waar we pauzeren en een kop koffie drinken. De Spaanse pelgrim die we vanochtend in Igueldo ontmoetten, zit hier te eten, en een groep Engelssprekende pelgrims staat op om weer verder te gaan. Wij bestellen en krijgen Café Americano, de eerste koffie van de dag.

Hoog over
Na deze koffiepauze verlaten we het café, wandelen naar de rivier, en steken via de brug de rivier over.
Aan de overzijde wandelen we langs de rivier de plaats Orio uit.
Achter ons ligt Orio, en vóór ons zien we de andere brug van de autosnelweg A8 hoog over de brede rivier liggen. Het autoverkeer raast over de hoge brug van deze snelweg tussen Donostia-San Sebastián en Bilbao.

5x USA en 1x Nieuw-Zeeland
We lopen onder de hoge brug van de autosnelweg door, en gaan verder in de richting van de plaats waar de rivier uitmondt in de Cantabrische Zee.
Als we linksaf gaan voor ons laatste deel van de route naar Zarautz hebben we bijna de groep van zes pelgrims ingehaald, die we zojuist ontmoetten in het café in Orio.
Omdat ze veel langzamer lopen dan wij, halen we hen al snel in. We lopen een eindje met hen op. Het is een echtpaar met hun twee dochters, en van de ene dochter een vriendin, en van de andere dochter de vriend uit Nieuw-Zeeland. De andere vijf komen uit North Carolina in de Verenigde Staten. Eén van de dochters heeft aan een Spaanse universiteit nabij Madrid gestudeerd, en loopt ter afsluiting van haar studie nu met de anderen de volledige afstand van de Camino del Norte van Irún naar Santiago de Compostela. Gisteren zijn ze begonnen op een dag met veel regen. Vandaag is dus hun tweede dag. Ze zijn vanmorgen twee uren eerder vertrokken dan wij en zoeken straks een overnachtingsadres in Zarautz. Ze proberen de hele route in vijf weken af te leggen.

Na regen komt zonneschijn
Na enkele kilometers zetten Durkje en ik de pas er weer in en dan is het nog maar een klein stukje voordat we de ingang van onze camping vlak vóór Zarautz bereiken. Inmiddels is het prachtig weer geworden, met een helderblauwe lucht, met hier en daar enkele wolkenvelden. De zon schijnt prachtig over de Cantabrische Zee, die daardoor blauw kleurt.
We passeren langs de camping één van de tentenvelden voor de jeugd. De tenten staan zij aan zij in een groot aantal op een langgerekt kampeerveld.
Om 14.30 uur komen we aan bij de kampeerplek waar onze caravan staat. Vanaf onze stek - hooggelegen aan de westzijde van de camping - hebben we een uniek mooi uitzicht over Zarautz, het strand, de baai en de zee op de voorgrond, en de achter elkaar liggende hoge bergruggen achter de stad Zarautz. Een groep jongeren wandelt door het veld bergafwaarts naar het strand, dat ligt aan de voet van de berg waar de camping op ligt.

Rust met uitzicht
Na vijf en een half uur hebben we onze eerste wandeldag achter de rug. Een dag die begon met zware regen, en die eindigt met een aangenaam zonnig weerbeeld. In de warme zon met een verkoelende zachte zeebries is het aangenaam verpozen naast onze caravan, met uitzicht over het verderop gelegen strand, met haar ruisende branding van de Cantabrische Zee.
Einde van een schitterende eerste wandeldag.