vrijdag 29 mei 2026

Pelgrimeren van Calzada de Valdunciel naar El Cubo de la Tierra del Vino

Pelgrimsroute van Sevilla (S) naar Santiago de Compostela (S)
Vía de la Plata van Sevilla naar Astorga
Van Calzada de Valdunciel naar El Cubo de la Tierra del Vino
Donderdag 23 april 2026 – 20,2 km.
Dag 25: 523,2 – 543,4 km.
 
Pelgrimsmaaltijd voor tien pelgrims van zeven nationaliteiten
















Vertrek uit Calzada de Valdunciel
Vandaag lopen we van de Vía de la Plata onze 25e etappe, over een afstand van 20,2 kilometer, van Calzada de Valdunciel naar El Cubo de la Tierra del Vino. We stijgen daarbij van 806 naar 840 meter hoogte.
De wekker wekt ons om 7:00 uur vanmorgen, en als we nagenoeg klaar zijn voor vertrek, ontbijten we in de woonkamer van de herberg. 
Eén van de pelgrims is dan al weg, en daarna vertrekken tijdens ons ontbijt twee pelgrimerende echtparen en de Ierse pelgrim,
Om 8:10 uur verlaten we de herberg en lopen we eerst naar het Plaza de los Miliarios aan de rand van het dorp.
Hier staan nog enkele restanten van Romeinse mijlpalen opgesteld, waarmee ook duidelijk wordt dat we hier op een voormalige Romeinse weg het dorp uit gaan.
Bij de uitgang van het dorp staat een kapel die momenteel wordt gerestaureerd.
En iets verderop staat boven op een heuveltop een cortex staten kunstwerk van naar rechts opvliegende eenden, en links korenaren.
Als we een kwartier later een heuvel op zijn gelopen, en op een driesprong aankomen, zien we Calzada de Valdunciel achter ons in het dal liggen. 

Kilometers Romeinse weg
Op deze driesprong geven een hoge steen met daarop een pelgrim afgebeeld met eronder de pelgrimsgroet ‘Buen Camino’, en een wegwijzer richting Santiago aan dat we de afslag rechts moeten nemen, dus dat doen we. 
We volgen de Romeinse weg door een heuvelachtig landschap, heuvel op, heuvel af. Na een half uur over deze meseta zien we twee pelgrims vóór ons lopen.
Als we hen inhalen en een praatje met hen maken, horen we dat ze afkomstig zijn uit Australië. Hun tempo ligt lager, dus wij halen hen in, en gaan voort.
Dan komen we onder een viaduct in de buurt van de Ribera de Canedo. Grote gele pijlen geven aan dat we in de lengterichting onder het viaduct kunnen voortgaan, als er geen water onder het viaduct staat.
We gokken dat we daar langs kunnen lopen, maar die hoop is ijdel, want het water van de Ribera de Canedo is zo breed en zo diep dat het niet mogelijk is om hier de doorsteek te maken.
Daarom keren we om, en nemen we de alternatieve route, waarmee we middels een omweg van circa één kilometer eerst rechtsom een doorsteek moeten maken naar de  N-630, waarna we langs die verkeersweg de Ribera de Canedo met droge voeten kunnen oversteken.
Aan de overzijde moeten we dan weer een eindje teruglopen in de richting van de rivier, waar we dan eveneens met droge voeten onder de autosnelweg A-66 door kunnen lopen, om aan de andere zijde de veldweg langs de snelweg te vervolgen.

Kilometers veedrijverspad 
Vanaf nu zal zo’n 14 kilometer lang de route parallel aan de drukke snelweg lopen. Links ligt een brede halfverharde veldweg, en rechts daarvan loopt het veedrijverspad, waar we steeds tussen twee betonpalen met daarop gele caminopijlen door kunnen lopen tussen de veldweg en de snelweg.
Dat het een veedrijverspad is, blijkt later duidelijk, als we in de bocht van het pad op een gegeven moment langs stenen drinkbakken komen, waar drijvers het vee te drinken kunnen geven.
Links boven op een heuveltop staat een dode boom, die een mooi contrast vormt tegen de blauwe lucht op de achtergrond.
We hebben trouwens prachtig zonnig wandelweer vandaag. Vroeg in de ochtend was het nog wel enigszins fris, maar later loopt de temperatuur op naar aangenaam warm.
De Ierse pelgrim loopt al een tijd vóór ons in het zicht. Als we dichtbij hem zijn, blijft hij stilstaan en staart naar de grond. Als we bij hem komen, zien we een lange stoet rupsen die in optocht, een soort processie, het pad kruisen.
Zoiets hebben we gisteren en vandaag al meerdere keren gezien van lange optochten mieren die het pad oversteken, maar hier dus ook rupsen. En ook verderop zien we nog een keer zo’n rupsenoptocht.
We passeren wederom een kapel aan onze linkerhand.
Als we weer een heuveltop over gaan, zien we rechts vóór ons aan de overzijde van de autosnelweg in de verte en in de diepte de Topas-gevangenis staan, die op onze routekaart al staat aangegeven. Op het gevangenisterrein staat een hele hoge uitkijktoren, van waaruit het gevangenisterrein en de wijde omgeving rondom kan worden geobserveerd.
We hebben nu zo ongeveer drie uren aaneengesloten gelopen, en zoeken een plek om even te pauzeren. 
Die zitplek vinden we op een muurtje van een duiker langs het pad. Op dat betonnen muurtje nemen we naast elkaar plaats voor onze broodjes- met koffiepauze. 
Gedurende de ruim twintig kilometer lange tocht van vandaag passeren we helemaal geen dorp en ook geen horeca, dus we hebben koffie meegenomen vanuit de herberg.
Langs het droge voetpaadje dat we volgen, staan meerdere planten al kleurrijk in bloei, zoals bijvoorbeeld de gele brem en de paarsbloeiende lavendel.
Nog eens weer worden we erbij bepaald dat we op een veedrijverspad lopen, als we rechts in de berm de kop van een schaap zien liggen. Dat schaap heeft in elk geval de lange voorjaarstocht van zuid naar noord niet gehaald.
En ook hier weer prachtig bloeiende struiken langs het pad.
Een vrachtwagenchauffeur die ons parallel aan de snelweg ziet lopen, begroet eerst mij en dan Durkje met een lange claxon-toon tijdens zijn voorbijrijden.

Van het veedrijverspad naar de snelweg voor pelgrims
Het landschap verandert langzamerhand. Van uitgestrekte akkers komen we door een gebied met meer bomen. Een enkel boerenlandgoed passeren we, en voorbij één van die boerderijen ligt links van ons een uitgestrekte dehesa met grazende koeien tussen de vele steeneiken. Typisch Spaans voor deze streek.
Hoe verder we komen, hoe steiler de klimmen en de afdalingen in dit heuvelachtige landschap worden. Na een iets steviger klim kunnen we achteromkijkend een mooi uitzicht krijgen op de verkeerswegen die dit gebied doorsnijden. 
Het is overigens niet erg druk op de wegen vandaag. Waarschijnlijk heeft dat ook te maken met het feit dat het vandaag een regionale feestdag, en daarmee ook vrije dag, is. Op deze feestdag vol geschiedenis en cultuur wordt de Slag bij Villalar van het jaar 1521 herdacht. Dit is de zogenoemde Castille & Léon-dag, die elk jaar op 23 april wordt gevierd.
Een hagedis schiet vóór me langs over het pad, van rechts naar links, van het smalle pad naar een betonnen sleuf. En dan blijkt het even later niet één te zijn, maar zijn het er twee bij elkaar.
Om 12:30 uur gaat de brede halfverharde veldweg over in een brede tweebaans asfaltweg. Dit is het restant van een voormalige verkeersweg, die ter hoogte van een woonhuis geheel is afgesloten. Vanaf hier gaan we derhalve voort over het midden van een brede asfaltweg zonder ander verkeer. Het is als het ware een soort snelweg voor pelgrims.

Inchecken bij Albergue Torre de Sabre
Om 12:50 uur naderen we El Cubo de la Tierra del Vino. Rechts van de weg staat een hoogopgaand bord met daarop een jonge vrouw als pelgrim.
Iets verderop komen we langs een informatiepaneel, waarop de route van de Vía de la Plata ten zuiden en ten noorden van Zamora staat afgebeeld.
Daar staat ook het kombord dat erop duidt dat we nu de bebouwde kom van El Cubo de la  Tierra del Vino binnenwandelen.
Toch gaan we niet in een rechte lijn het dorp in, want rechts onderaan de weg staat een richtingsaanduiding van de herberg waar we de komende nacht zullen overnachten.
We volgen dat halfverharde pad langs een open stal, en verderop enkele woningen.
Even later lopen we de oprijlaan op naar de Albergue Torre de Sabre.
Een andere pelgrim staat te wachten op de herbergier, een voormalige boer, die met zijn vrouw het boerenbedrijf heeft beëindigd en zich nu toelegt op het huisvesten van passerende pelgrims.
Die andere pelgrim blijkt een pelgrim uit Brazilië te zijn. 
De boer-herbergier nodigt ons drieën mee uit naar binnen, waar hij eerst de Braziliaanse pelgrim registreert.
Wij kunnen ondertussen even rondkijken in deze kamer, waarin allerlei zaken hangen en liggen die iets met pelgrimeren te maken hebben.
Dan zijn wij aan de beurt, en registreren wij ons als gast van deze herberg.

Op en neer tussen boerderij en herberg
Als dat klaar is, als wij hebben betaald voor overnachting, diner en ontbijt, nodigt de man ons uit om mee naar buiten te komen, waar zijn auto klaar staat. We gooien alle drie onze rugzakken achter in de auto, en dan rijdt de man ons van de boerderij naar een mooi woonhuis in het dorp. Hier krijgen we van de eigenaar een kamer toegewezen en kunnen we uitpakken en douchen.
We zijn hier vannacht in elk geval met zijn zevenen, samen met een Amerikaans pelgrimsechtpaar, de Ierse pelgrim, de Braziliaanse pelgrim en een Taiwanese pelgrim.
Als we de foto’s en de verslagen van vandaag klaar hebben, wandelen we naar het dorpsplein waar ook de bar is. Binnen bestellen we een pilsje en dan gaan we heerlijk buiten op het terras genieten van het koude drinken. Onderwijl bellen we weer met mim om te vragen hoe het met haar gaat, en dan komt de Ierse pelgrim bij ons aan tafel voor een gezellig gesprek over het Ierse en Nederlandse onderwijs, want de man blijkt ook in het onderwijs gewerkt te hebben.
Tussen 19:00 en 19:30 uur zou de dorpskruidenier een half uurtje open zijn op deze regionale feestdag, dus we gokken erop dat we daarmee geluk hebben. De Ierse pelgrim gaat met ons mee, en dan kunnen we inderdaad voor morgen gelukkig nog de nodige boodschappen halen. De vrouw die de eigenaresse is, spreekt Engels, en vertelt ons dat ze dit half uur vooral voor de pelgrims even geopend is. We bedanken haar voor deze fijne geste.  
Vanavond dineren we vanaf 20:00 uur met alle gasten van de herberg in de boerderij. Daartoe wandelen we van ons gasthuis naar de boerderij. We worden ingehaald door de plaatselijke kunstenaar op zijn bijzondere driewieler-fiets, die in de hoofdstraat van het dorp een grote verkooptentoonstelling heeft van zijn groot aantal ijzeren kunstwerkjes van mens en dier.
We dineren in de boerderij in de grote kamer met zijn tienen: een Australisch echtpaar uit Melbourne, een Amerikaans echtpaar uit Florida, een Taiwanese die de halve voorvoetzool afgeknipt kreeg omdat die door een enorme blaar compleet ontveld was, een Spaanse pelgrim die tamelijke goed Engels spreekt, een Duitse pelgrim en een Poolse. De voertaal kan de hele avond Engels zijn, wat de communicatie en de gezelligheid optimaal maakt. 
We worden verrast met twee hele grote soepschalen, een hoofdgerecht van tomaten met gehaktballen en doperwten met brood en wijn, en na afloop fruit. Al met al een vorstelijke pelgrimsmaaltijd en bovendien een hele gezellig avond zo met zijn tienen, met af en toe ook de vriendelijke herbergier er even bij.
En zo kunnen we morgen dan weer weldoorvoed verder met onze derde dag op de camino.

Geen opmerkingen: