zaterdag 31 januari 2026

De transitie in de landbouw versnellen – Van plan naar praktijk

Vrijdag 30 januari 2026
 
Presentatie van Lucas Simons over Duurzame Markttransities in de Landbouw

















Netwerkbijeenkomst Agro-Agenda Noord-Nederland
Iedereen met hart voor de landbouw en voor de natuur is welkom om vanmorgen de netwerkbijeenkomst in de RUG Campus Fryslân bij te wonen in de Beurs van Leeuwarden.
Het wordt een ochtend om geïnspireerd te worden, mee te denken en elkaar (nog beter) te leren kennen.
We worden op deze voorjaarsbijeenkomst - in hartje sneeuwwinter - welkom geheten door gastheer Piet Bouma, de directeur bedrijfsvoering van de RUG Campus Fryslân, een Friese hotspot voor maatschappelijke transities, waar onder andere onderzoek op verbindingen plaatsvindt. In dat opzicht zijn we hier op een goede plek vandaag, in immers niet langer meer de 'zuivel'beurs, maar in de 'kennis'beurs van Fryslân.
Een toelichting op het programma wordt gegeven door Jan Klink, de programmaleider AgroAgenda Noord-Nederland. Daarna wijst Klink op de drie ambities van de AgroAgenda, zijnde: 1. Gewaardeerd ondernemerschap, 2. Water is de basis en 3. Landbouw en natuur in balans. Ook wijst Jan op het bestaan van het Agro Panel Noord-Nederland.

Lucas Simons over duurzame markttransities in de landbouw.
Eerste spreker is Lucas Simons, de auteur van het boek 'Changing the Food Game' (2014) en co-auteur van 'Changing the Game' (2020). Daarnaast geeft Simons les op Business Schools en op universiteiten, over markttransformatie en systeemverandering. 
Zijn inhoudelijke bijdrage gaat vandaag over duurzame markttransities in de landbouw, waarbij de vraagstelling is: Hoe doe je dat, hoe manage je transitie en  transitieversnelling.
  • Waarom doen we eigenlijk dingen waarvan we wel weten dat het niet klopt en dat het niet goed is? 
  • En als we dat dan wel weten, waarom veranderen we dat dan niet?
  • En als we het wel willen veranderen, hoe doe je dat dan?
  • Hoe komt het dat alle landbouwmarkten on-duurzaam worden?
Duurzame markttransformatie wilde Simons toepassen, en dan niet alleen in de landbouwmarkt, maar die ook van toepassing willen laten zijn op alle markten in de maatschappij; en dan bij voorkeur markt-gedreven, waar je dan geld mee kunt verdienen. 
Maar hoe creëer je dan zo’n omgeving? Dat is de centrale vraag.

Wat maakt een probleem complex, en wanneer heb je een transitiestrategie nodig
  • Bij complexe problemen is sprake van: a. veel variabelen, en b. veel partijen.
  • Om iets op te lossen, kunnen we veelal niet doorgaan op de manier die we normaal altijd doen, maar zullen we het radicaal anders moeten doen, radicaal moeten innoveren. Daarbij heb je allerlei partijen nodig, die vaak verschillende en soms tegengestelde belangen hebben.
  • De gekozen transitiestrategie moet in het teken staan van de doelstelling.
  • Een complex probleem proberen we doorgaans simpel op te lossen, en een eenvoudig probleem gaan we vaak ingewikkeld oplossen. En eigenlijk is er dan sprake van uitstel.
  • Nagenoeg alle markten hebben met transitiestrategieën te maken.
Vier 'loops'
Als je een spel volgens dezelfde spelregels blijft spelen, blijf je altijd dezelfde uitkomst houden. 
Dat komt ook bij systeemdenken te kijken, want dat werkt met 'loops' van oorzaak > gevolg. 
Er zijn vier van die loops, die samen de uitkomsten van het systeem bepalen, namelijk:
  • 1. De Nederlandse landbouwmarkt concurreert op de laagste prijs, met alle gevolgen van dien (zoals: schaalvergroting, uitbuiting, mechaniseren, standaardiseren);
  • 2. Het beleidsregime van de overheid, die bepaalt waar de Nederlandse markt op mag concurreren. Maar die is tegenstrijdig aan de eerste loop, omdat niet duurzaamheid voorop staat, maar prijsverlaging.
  • 3. Wie zijn de gedupeerden die hier last van hebben? Denk aan burgers, toekomstige generaties en de natuur. Dat zijn de elementen die doorgaans op afstand staan, en geen invloed hebben.
  • 4. Hoe aantrekkelijk zijn de alternatieven? We kunnen wel verduurzamen, en toch doen we dat in de landbouw niet, omdat de alternatieven niet aantrekkelijk zijn.
De uitkomst van dit spel met deze vier loops, is dat we vast zitten, want we blijven doorgaan met wat we altijd al deden. 
Zo zitten we klem in een systeem waarin we naar elkaar wijzen. 
We zitten dus in een systeem met de verkeerde prikkels. 
En 'ik' wil pas veranderen, als de ander dat eerst doet. 
Dit geldt niet alleen voor de landbouw, maar dat geldt voor elke sector in onze maatschappij.

Transitie
Je doorbreekt dit pas in de wonderlijke wereld van een Transitie, namelijk met een Systeemverandering.
Versnellen van transities gebeurt door middel van opschaling en uitfasering van praktijken, via specifieke interventies.
Hoe ga je van systeem A naar systeem Beter? Dat is een transitie. En een transitie is in elke sector iets anders, omdat de omstandigheden overal verschillend zijn, met heel veel variaties.
Ga eerst maar eens de situatie beschrijven, en laat dat door allerlei partijen doen, om een zo goed mogelijk totaalbeeld te krijgen. Dan pas kun je werken naar een transitie/oplossing.
Daarna kun je gaan afschalen van wat je kwijt wilt, en ga je opschalen in wat je wilt verkrijgen. 
Dat gaat in verschillende (5) fasen, die grillig, maar wel doelgericht verlopen. 
En elke fase komt met dingen die je wel moet doen en dingen die je niet moet doen. 
Maar in de praktijk doen we maar wat; we maken 'herrie', doch we zouden daarentegen over moeten gaan naar 'muziek', door tot slimme samenwerking te komen.
 
  • 1. Inertie -  we blijven vooralsnog hard werken, en doen meer van hetzelfde. We weten dat we een probleem hebben, maar we doen er niets mee, en blijven dus alsmaar hetzelfde doen.
  • 2. Inceptie – de eerste transitiefase is die van pilots en projecten. We hebben vaak geen idee wat we doen, en zetten alles op onze websites, en ondertussen blijven we in het systeem hetzelfde doen. Dus het is een kwestie van niet meer dan 'business as usual'. De uitkomst blijft dan echter hetzelfde. Er moet eerst urgentie komen, en we moeten oplossingsrichtingen formuleren. Hier is leren - in deze fase - belangrijk.
  • 3. Competitie – we moeten nadenken over en zoeken naar koplopers, naar bedrijven die zich inspannen en die risico’s nemen. We moeten hier nadenken over het Business Model, waarin de koplopers beloond worden. Dan zie je ook dat concurrenten nooit hetzelfde gaan doen in een competatieve markt. In Nederland hebben we bijvoorbeeld al tien standaarden gekregen voor duurzame zuivel, die onderling met elkaar concurreren. Dit is de puberteitsfase waarin we momenteel vast zitten.
  • 4. Integratie & synergie – in deze volwassenenfase moeten we opschalen, moeten we door barrières heen, en maximaal druk zetten op de zogenoemde ‘free riders’, opdat zij niet hetzelfde, opdat zij niet het oude kunnen blijven doen. 
  • 5. Institutionalisering – dan kom je in de fase van institutionaliseren, en zijn we aangekomen in de opschalingsfase. 
Transitiemanagement is dus als het ware een schaakspel. Gebruik het hele bord, gebruik alle stukken; echter wel afhankelijk van de situatie.
We moeten gaan van Weten, via Leren en Ervaren naar Toepassen.

Markttransities in de landbouw in de praktijk  
Daarna gaan de volgende vier aanwezigen met elkaar in gesprek, in een panelgesprek onder leiding van Jan Klink, over hoe duurzame markttransities er in de landbouw in de praktijk uitzien:
  • Abel Kooistra, de landbouw-gedeputeerde van de Provincie Fryslân;
  • Ger Evenhuis, de voorzitter van de AgroAgenda Noord-Nederland;
  • Ingrid van Huizen, de manager Perspectief op het boerenbedrijf bij ReGeNL & programmamanager Duurzame Landbouw Transitie bij de Rijks Universiteit Groningen (RUG Campus Fryslân);
  • Eline van der Mast, de manager voedselsysteemperspectief bij ReGeNL (naar een rendabele, regeneratieve landbouw in Nederland).

  • Ze spreken over of en hoe je nu kunt zien hoe bijvoorbeeld een suikerbiet regeneratief is verbouwd, en over hoe je als individuele teler zover kunt komen om regeneratief te telen. 
  • We hebben maar één oogst per jaar, dus we kunnen doorgaans maar kleine stappen langzaam voorwaarts maken. 
  • Een belonende overheid en afnemer zou de regeneratief werkende boer kunnen helpen. 
  • Verder moet de hele keten meedoen, inclusief de collega’s die horizontaal in die keten werken. Gezamenlijkheid is daarbij het sleutelwoord. Samenwerking is de basis.
  • Doelsturing is belangrijk, en daarbij moet de overheid reguleren, stimuleren,  belonen, vergunnen. 
  • De provincie Fryslân heeft die kentering al ingezet, maar het is vandaag nog even afwachten of het nieuwe coalitie-akkoord dat landelijk vandaag wordt geïntroduceerd in dezen helpend zal zijn.
  • Ook publiek-private samenwerking kan een positieve bijdrage leveren.
  • Een volgende stap in die samenwerking zou kunnen zijn dat je komt tot een Noord-Nederlands Landbouwakkoord, met het eind van het perspectief op de langere termijn in zicht. 
  • We moeten naar een top-voedsel in een top-landschap, waarin iedereen zijn rol speelt.
Verrassing
Reinder Hoekstra van de Stuurgroep AgroAgenda meldt dat we vandaag een zogenoemde 'Sexy gewassen-kalender' mee krijgen. 
Daarin staan natuur-inclusieve gewassen in de spotlight, als een aantrekkelijke drager voor een positieve boer-burger beweging. 
Het is bedoeld als een sexy knipoog naar meer bekendheid en interesse, en een hulpmiddel voor het vergroten van vraag en opbrengst van die natuur-inclusieve gewassen.

Deelsessies over duurzame markttransities in de landbouw
Na de pauze gaan we in subgroepen uiteen, voor de volgende vijf deelsessies, die ook in het teken staan van duurzame markttransities in de landbouw:

1. Analyseren en versnellen van transities - Lucas Simons en Bram Stoffele (New Forsight)
  • Hoe kan het TransMissie-model helpen om focus aan te brengen in de transitie-strategie? 
  • Wat is nodig om te bepalen welke stakeholder, wanneer, welke interventies moet uitvoeren? 
En minstens net zo belangrijk: wanneer (nog even) niet? 
In 2 breakout-sessies - waarvan Durkje er een bijwoont - gaan de deelnemersgroepen zelf aan de slag met het TransMissie-model en instrumenten zoals de stakeholder- en interventiematrix. 
Om te beginnen is er ruimte om verdiepende vragen te stellen naar aanleiding van de keynote-presentatie van Lucas Simons. 
Vervolgens wordt een concrete casus stap voor stap doorgelopen, als volgt:
1. In welke fase van de transitie zit de oplossing?
2. Wat is de stand van de sleutelprocessen, en waar zit het grootste knelpunt?
3. Gegeven deze diagnose: welke interventies zijn nu het meest effectief, en welke stakeholder moet wat doen om dit voor elkaar te krijgen? 
Deelnemers gaan naar huis met een duidelijker beeld van het belang van een transitie-strategie, en een concrete aanpak om die te ontwikkelen.

2. De Havercoöperatie: Naakte Haver - Erik Emmens (naakte haver-akkerbouwer in Zijen) en Bianca van den Bos (Naakte Haver Coöperatie) 
In deze sessie - die ik bijwoon - komen de volgende items aan de orde:
  • De vraag naar gezonde, lokaal geteelde granen groeit.
  • De Naakte Haver Coöperatie laat zien hoe boeren samen de keten kunnen sluiten – van teelt tot consument. 
  • Met naakte haver als veelzijdig gewas werken zij aan bodemgezondheid, eiwittransitie en nieuwe verdienmodellen. 
  • Hoe bouw je als boerencoöperatie aan een markt voor een ‘nieuw oud’ gewas?
  • Bianca komt van een boerderij van Holwert, met doorgaans verbouw van aardappelen, uien, granen, pootgoed; en nu ook naakte haver. 
  • Een weerbare bodem geeft een weerbaar gewas.
  • Het was voor Bianca een zoektocht om vanuit een gezonde bodem gezonde gewassen te gaan telen, en daarbij was naakte haver een heel goed alternatief.
  • Daarbij wilde ze ook laten zien aan de samenleving waar ze mee bezig zijn, en probeert ze ook de keten zo kort mogelijk te houden.
  • Omdat haverteelt niet zo’n succes bleek, is ze overgestapt naar naakte haver, een sleutelgewas voor duurzame landbouw. Vorig jaar verbouwde ze voor het eerst vijf hectare. 
  • Het rendement van naakte haver is veel lager dan bij reguliere haver. 15.000 kilo opbrengst krijg je van 5 hectare. 
  • Ze heeft geprobeerd om de oogst zelf in een zo kort mogelijke keten in de markt  te zetten, met bijvoorbeeld: een proefsessie in de boerderij, en met een campagne om rijst te vervangen door naakte haver. 
  • Ze heeft geprobeerd om zoveel mogelijk consumenten te betrekken bij de aankoop van het product. De pers pakte dit overigens goed op. Er kwam een kookboek voor koken met naakte haver. 
  • Een eigen afzetmarkt creëren als boer valt niet mee, maar het bleek wel haalbaar te zijn. Het bleek in 2025 een succesvolle actie te zijn.
  • Een uitdaging is om de afzet in de consumentenmarkt te krijgen, wat in 2025 met heel veel inzet wel lukte, maar wat voor de komende jaren teveel van het goede is.
  • De doelgroep is tot nader order nog de bewuste consument die aandacht heeft voor het eigen voedsel, en die oog heeft voor duurzame teelt.
  • Randvoorwaarde is voor de naakte haver-telers dat ze zelf greep willen houden op de prijsvorming van de  naakte haver, dus dan is het zich overleveren aan bijvoorbeeld supermarktketens wel een kritische. Als je als boer je marge wilt behouden, moet de keten zo kort mogelijk zijn, door bijvoorbeeld zo dicht mogelijk op de consument te blijven qua afzet.
  • Het product krijgt wel steeds meer naamsbekendheid, dus de uitdaging is hoe je greep houdt op de markt van boer en consument. Bij een overaanbod van naakte haver, krijg je problemen met de (te lage) prijsvorming en met de nog tamelijk kleine omvang van de afzetmarkt.
  • De actuele consumentenprijs van naakte haver is € 6,20 per kilo.
  • Een vraagstelling uit de zaal is of het wellicht mogelijk is om het gemak voor wat betreft de bereiding van naakte haver te verhogen, teneinde de consument te faciliteren, om daarmee uiteindelijk de afzetmarkt (van de veel voorkomende gemaksconsument) te vergroten.
3.  Het succes van Nedertarwe - van anoniem rustgewas tot nationale trots - Dirk Lodewijk (Royal Koopmans)
Wat begon als een experiment met Nederlandse tarwe groeide uit tot het succesverhaal van de zogenoemde Nedertarwe. 
Royal Koopmans laat zien hoe samenwerking tussen boeren, verwerkers en bakkers leidde tot een herkenbaar en duurzaam product met korte ketens en een eerlijke prijs. 
Welke lessen biedt het Nedertarwe-model voor andere gewassen en keteninitiatieven?
Daarover gaat deze sessie,

4. Wormen en houtsnippers als oplossing voor het mestprobleem? - Robert Horst en Karst Jan Snip (Biofiltro)
Biofiltro test in Noord-Nederland het BIDA®-systeem, een biologisch proces waarin wormen en micro-organismen mest omzetten in schoon water en vermicompost – met tot 84% reductie van stikstof- en methaanemissie. 
In de pilots bij Snip Jerseys en maatschap Horst-Voskuilen wordt onderzocht hoe dit natuurlijke filtersysteem kan bijdragen aan regeneratieve landbouw en een nieuw verdienmodel voor veehouders.

5. Gezonde bodem & gezonde voeding: de verbinding tussen land en lijf - Jan Buining (TastyBasics)
Gezonde voeding begint bij een gezonde bodem. 
Jan Buining laat zien hoe TastyBasics de kloof tussen landbouw en volksgezondheid verkleint. 
Met producten die de natuurlijke voedingswaarde behouden, werkt het bedrijf aan een systeem waarin preventie en voeding hand in hand gaan. 
Zijn visie beschreef Buining ook in zijn boek ‘De onhoudbare houdgreep’, waarin hij pleit voor een voedingssysteem dat gezondheid als uitgangspunt neemt.

Deze interessante netwerkbijeenkomst wordt afgesloten met een netwerklunch, waarin je nog met elkaar kunt napraten over de inhouden van deze netwerkbijeenkomst.

Geen opmerkingen: