maandag 6 juni 2016

De Friesche Bijbel

Maandag 6 juni 2016 
Cover van 'De Friesche Bijbel'

Aan het hart des volks
Vierentachtig jaar geleden - in het jaar 1932 - gaf het 'Nederlandsch Bijbel Genootschap' (het tegenwoordige Nederlands Bijbelgenootschap, NBG, Haarlem) een publicatie uit van W. Hielkema met als titel 'De Friesche Bijbel', en met als ondertitel 'Nieuwe vooruitzichten'.
Dit boekje werd in 1932 gedrukt door het 'Leeuwarder Nieuwsblad N.V.', en het NBG gaf op de cover van dit boekje nog een motto mee, dat men letterlijk - als citaat - ontleende aan hetgeen W. Hielkema in dit boekje schreef. Dat citaat luidt:
'Een kerk,
die inderdaad volkskerk wil zijn,
kan niet dicht genoeg aan het hart des volks leven'.

Waarom een Friesche Bijbel?
Hielkema schreef dit boekje bij het gereedkomen van de Friese vertaling van het Nieuwe Testament, zoals die werd bezorgd door de beroemde Friese oud-predikant dr. G.A. Wumkes, uitgegeven door het NBG en in twee verschillende oplagen gedrukt bij de drukkerij firma A. Jongbloed te Leeuwarden (momenteel gevestigd in Heerenveen).
Hielkema vraagt zich in zijn publicatie af of het nodig was om het Nieuwe Testament in het Fries te vertalen.
Opmerkelijk - ziende op het tijdsbeeld waarin Hielkema schreef - is zijn constatering dat zijn eigen vraagstelling eigenlijk een overbodige vraag is, want, zo schrijft Hielkema:
"Immers als het Nederlandsch Bijbelgenootschap 
een dergelijke uitgave noodig acht, 
dan zullen daartoe zeker gewichtige redenen bestaan."

Geen wetenschappelijke belangstelling en kunstwaarde
Desalniettemin somt Hielkema eerst de motieven op die zijns inziens niet hebben gegolden als legitimatie van een Friese bijbelvertaling, handelend over:

  • De wetenschappelijke belangstelling: met zijn stelling dat de Friese taal (in 1932) ten dode zou zijn opgeschreven, kan dit niet het motief van het NBG zijn geweest, immers, het NBG bemoeit zich niet met taalstudie van een ten dode opgeschreven taal, en het NBG zou voor zijn apostolische arbeid eigenlijk alleen levende talen gebruiken.
  • Het motief zou volgens Hielkema ook niet liggen in de 'kunstwaarde van de Bijbel', ook al zijn veel kunstvoortbrengsels ontleend aan bijbelse voorstellingen. Toch meent hij dat de Friese Psalmen qua kunstwaarde voor wat betreft ritme en woordklank boven de Nederlandstalige Psalmen uitblinken, en voorts is het een christenplicht om de Bijbel als 'Boek der boeken' ook in de context van literatuur boven alle andere literatuur voorrang te verlenen.

Rechtsbeginsel en godsdienstig-zedelijk
Voor het NBG zouden in de ogen van Hielkema (en let wel: het NBG gaf zijn boekje uit) wel de volgende argumenten hout snijden:

  • Het rechtsbeginsel: het NBG heeft de apostolische plicht om Gods Woord te brengen in de eigen moedertaal; en niet het Nederlands, maar het Fries is de landstaal der Friezen, kortom, het is een plicht van het Nederlandse volk (en daarmee ook het NBG) om te zorgen voor een Friestalige bijbel, want de Friezen hebben het recht om hun verhouding tot God te beleven in hun eigen Friese taal.
  • Godsdienstig-zedelijke beweegredenen: het zou kortzichtig zijn geweest dat de Gereformeerde Staatskerk ten tijde van de kerkhervorming het Nederlands als kerktaal invoerde, waarmee de Friese landstaal ten onrechte uit de kerk verdween. Het Fries had daar immers van origine de oudste rechten, en het was vroeger ook ondenkbaar dat de Friese kerk de taal van het toenmalig zo gehate Holland zou voeren. Ook toen het Nederlands als administratieve kanselarijtaal, als vreemde taal het Fries in Fryslân ging overheersen, bleef bij 'de besten der friesche natie' het besef levendig dat de eigen moedertaal - het Fries - de eerstaangewezen taal is voor het uitdrukken van de meest verheven gevoelens en gedachten.

Het Koninkrijk van God zal niet eerder in Fryslân komen, 
voordat het Friese volk in zijn eigen taal het Evangelie hoort.
(Johanna Frederika Rutgers, 1876)   

Fries weer als voertaal van het Heilige
In 1884 besefte men in Engeland al dat de Friezen een Friese Bijbel nodig hadden, terwijl in de rest van Nederland (buiten Fryslân) nog geen vinger naar de Friezen werd uitgestoken in dit opzicht.
In Fryslân werd in 1908 het 'Kristlik Frysk Selskip for Fryske Tael- en Skriftekennisse' opgericht, met het doel om de Friese taal weer tot voertaal te maken van 'het Heilige', en daarmee de Friese vertaling van de Bijbel op haar werkprogramma te zetten. Daarmee begon de groei van de beweging om het Fries weer tot kerktaal te verheffen. Het duurde echter nog tot 1915 totdat dr. G.A. Wumkes in het Friese dorp Tsjom de eerste Friese preek hield, waarmee het hele land in beroering kwam.
Resultaat was mede dat de Friestalige godsdienstoefeningen talrijke Friezen tot kerk en geloof hebben teruggebracht.
Twee jaar (1917) later sprak dr. Wumkes de landelijke jaarvergadering van het NBG toe met een inleiding over het zogenoemde 'Bijbelfriesch', waarin hij wees op het belang van het gebruik van de Friese taal in kringen van de protestantse Friezen. De behoefte aan de Friese Bijbel was in 1917 al zo overtuigend merkbaar, dat er bij het NBG niet meer enige twijfel zou bestaan omtrent het belang van een Friese Bijbel.

Is het Fries geschikt als Bijbeltaal?
Al eeuwenlang hebben zendelingsgenootschappen het als plicht en noodzaak opgevat om het Evangelie aan alle volken te brengen in de eigen landstaal. De praktijk heeft al lang bewezen dat geen enkele taal ongeschikt is om als voertaal van de Blijde Boodschap, en om voor de allerhoogste en de meest verhevene gedachten te worden gebruikt. Ook werd gesteld dat de Bijbel voor allen die naar Gods evenbeeld zijn geschapen, in hun eigen taal zou moeten worden gesteld,
Wel zou je kwaliteitseisen aan het gebruik van alle volkstalen moeten stellen - en daarmee ook aan het hedendaagse Fries als bijbeltaal - want de bijbeltaal zou de dagelijkse volkstaal te boven moeten gaan, omdat het Woord van God (de Bijbel) de verhevenheid en de majesteit van God zou moeten laten doorklinken.
Dat was in het begin van de vorige eeuw nog wel een uitdaging, want door de toenmalige verarming van de Friese taal verdwenen juist de meer abstracte begrippen uit het dagelijkse taalgebruik. Dr. Wumkes zag het echter als zijn christelijke geloofsplicht om hier een keer in te brengen, door juist het Bijbelfriesch weer te gaan gebruiken in de Bijbel, in de kerkdiensten, in taal en zang.

De Friese Bijbeltaal
Behalve dat dr. Wumkes ervoor ijverde om de platheid van de volkstaal te vermijden in het Bijbelfriesch, vond hij het ook wenselijk om in het Bijbelfriesch te voorkomen dat al te veel verouderde Friese uitdrukkingen zouden worden gebruikt. In zijn ogen moet je bij het bijbelvertalen nauwkeurig wikken en wegen en ook een uitgebreide kennis hebben van de levende taal om qua bijbelfries de juiste middenweg te vinden, waarmee de Friese bijbeltaal een levende weerklank zou moeten vinden in de geest van de Friezen.
Wumkes waarschuwde ervoor om bij de Friese bijbelvertaling weerstand te bieden aan de verleiding om te dicht bij de 'dietsche Statenvertaling' te blijven, want door al te dicht bij het Nederlands te blijven, zou je de Friese bijbeltaal geweld aan doen. Desalniettemin wijst Wumkes erop dat je er bij de bijbelvertaling wel rekening mee moet houden dat in het dagelijks taalgebruik wel veel geijkte Nederlandstalige uitdrukkingen stevig zijn ingedaald in het geestelijk eigendom van de Friese gelovigen, dus een al te radikale diep-Friese vertaling zou voor de Friezen wellicht als te revolutionair worden aangemerkt, en dat mag - volgens Wumkes - niet het resultaat zijn van de nieuwe Friese bijbelvertaling. Niet het belang van de taal, maar dus het belang van de geest staat voorop.

Friese elementen van opwekkende kracht
In het begin van de vorige eeuw heerste de mening dat de ijdele wancultuur van de steden her en der geestelijke verwoesting aanrichtte, en werd er geklaagd over een slinkende belangstelling voor het kerkelijk leven, en klonk de klacht over het tekort aan gemeenschapszin in de gemeenten.
Zou de kerk wellicht te ver af staan van het volk?, zo vroeg men zich af. En dan komt het citaat van de cover boven water:
'Een kerk,
die inderdaad volkskerk wil zijn, 
kan niet dicht genoeg aan het hart des volks leven'.
Een reformatie zou nodig zijn, om tegen te gaan dat de kerk haar greep op het volksgeweten zou verliezen. De nieuwe Friese bijbelvertaling zou er toe bijdragen dat er opnieuw belangstelling en medeleven wordt (op)gewekt bij de Friezen die de kerk de rug al hebben toegekeerd.
In het gebruik van juist de Friese taal tijdens kerkdiensten zouden de benodigde elementen liggen van opwekkende kracht,  

Na het Oude, ook het Nieuwe Testament in het Fries
Onder toezicht van het Kristlik Frysk Selskip (KFS) kwam de Friese Bijbelvertaling in het begin van de vorige eeuw tot stand. Onmiddellijk na het verschijnen van het Friese Nieuwe Testament in 1932, werd aangevangen met de Friese vertaling van het Oude Testament, waarbij deze grote opdracht werd opgedragen aan dr. G.A. Wumkes en de heer E.B. Folkertsma.




Geen opmerkingen: