maandag 12 augustus 2013

Pelgrimeren van Lauzerte naar Moissac

GR65 van Le Puy-en-Velay naar Montréal-du-Gers

Sentier vers Saint-Jacques-de-Compostelle; via Le Puy
Pelgrimeren van Lauzerte naar Moissac
Vrijdag 2 augustus 2013 – 28 km.
Dag 17: 390 – 418 km

Vanuit het beekdal van de Barguelonne naar Durfort-Lacapelette


















Vroeger starten dan gebruikelijk
Onze 17e dagtocht begint vandaag in Lauzerte. Durkje en ik gaan vandaag de 17e etappe van de Via Podiensis lopen; van Lauzerte naar Moissac, over een afstand van 28 kilometer. Het thema van deze etappe is volgens onze wandelgids: ‘De abdij der duizend monniken’.
Omdat er voor vandaag weer een hoge temperatuur wordt voorspeld, staan we een uur eerder op, om dat uur eerder met onze wandeling te beginnen; ook al omdat we vandaag een lange route hebben. Om 5.15 uur worden we wakker van de wekker en om 6.45 uur rijden we de camping van Lauzerte af, nadat we de caravan reisklaar hebben gemaakt.

Lauzerte
We rijden vanaf de camping naar de hooggelegen burcht van Lauzerte, waar we om 6.55 uur klaar staan voor vertrek.
Via het prachtige kerkplein met haar arcades gaan we dwars door het stadscentrum op pad. Door de middeleeuwse straatjes gaan we over verschillende etages de plaats Lauzerte uit, waarbij de helling steiler wordt naarmate we verder van het stadscentrum verwijderd raken.
In het dal aan de voet van de heuvel waarop Lauzerte is gebouwd, steken we achtereenvolgens via bruggetjes drie beken over, waaronder de Lendou. Achteromkijkend hebben we steeds een mooi uitzicht op de hooggelegen middeleeuwse stad.

Omhoog naar de duiventil en omlaag naar de kapel
Vanuit het beekdal volgt vóór ons een behoorlijke klim bij de heuvel op. Boven aan de heuvel staat het oude landhuis Le Chartron. In de overtuin van het landhuis staat een bijzonder mooie duiventil, gebouwd in vakwerkstijl, op vier stenen pilaren, met daarop paddenstoelvormige verbredingen, waarop de pigeonnier (want zo noemt men ze hier) is gebouwd. De verbredingen moesten indertijd voorkomen dat kleine roofdieren (zoals ratten en marters) bij de duiven zouden kunnen komen.
In het dal verderop (Combe de Miel; ofwel Honingdal) passeren we de romaanse kapel Saint-Sernin.

Durfort-Lacapelette
Via stijgende en dalende paden en weggetjes door bos en open veld wandelen we langs de boerenhoeve Parry, door het dal van de beek de Barguelonne langs de boom- en wijngaarden naar de Auberge de l’Aube Nouvelle.
Na de eerste 2,5 uren wandelen, arriveren we in onze eerste halteplaats, waar we koffie willen drinken, in Durfort-Lacapelette, een plaatsje op de kruising van de D2 en de D16.
We drinken een kop koffie op het terras van het plaatselijke café, daar onderwijl nader kennismakend met de twee Duitse pelgrims uit Trier, die we gisteren onderweg ook al even hebben gegroet. Het is hun voorlaatste pelgrimsdag voor dit jaar, want voorbij Moissac gaan ze overmorgen vanuit Auvillar weer naar huis, om volgend jaar vanuit Auvillar verder te pelgrimeren.

Asfalt, beekdal en hellingbos parallel aan de D16
Voorbij Durfort-Lacapelette maken we een behoorlijke omweg langs La Bayssade en door Saint-Martin-de-Durfort, om te voorkomen dat we al te lang langs de D16 zouden moeten lopen.
We lopen over een prachtig veldpad door een mooi ruig beekdal. Daarna staat ons weer een klim bij een steile helling op te wachten. Aan de voet van de helling ontmoeten we de twee Duitse pelgrims weer, die eerst een pauze willen houden, alvorens ze de klim aangaan. Wij gaan door, over een mooi bospad bij de helling op, goed oppassend voor de kleine afgezaagde boomstammetjes in het bospad, en af en door een smalle doorgang van enkele bomen die men op dit bospad heeft laten staan.

Van Carbonnières naar Gal-de-Merle
Zo langzamerhand wordt het voor ons beiden ook de hoogste tijd om ergens een lunchpauze te houden. Rusten, eten en drinken zijn alle drie een vereiste om met voldoende kracht en plezier zo’n dagtocht te maken.
We lopen over mooie natuurpaden en passeren de boerenhoeve Carbonnières, waar we voor dit jaar weer de eerste parasoldennen in de tuin zien staan. Maar geen zitplaats hier in de buurt, dus maar verder naar het volgende gehucht. Ook bij de kerk en het kerkhof van het buurtschap Espis lukt het niet een geschikte schaduwrijke pauzeplek te vinden, dus wederom gaan we door.
Ondertussen zien we links vóór ons het immens brede en vlakke rivierdal liggen van de rivieren de Garonne en de Tarn.
We hebben al geruime tijd over een hooggelegen heuvelrug gelopen, maar daar komt vanaf het gehucht Gal-de-Merle een eind aan.

Moissac
We dalen af naar een smal bruggetje over een beek en dan staan we ineens voor de drukke D957. En als we dan naar links kijken, zien we tot onze verrassing al het plaatsnaambord van Moissac staan.
Bij de entree van Moissac ligt een minirotonde, met daarop een silhouet van twee zoekende pelgrims, gemaakt van cortex-staal. Achter de rotonde is een watertappunt, waarachter we heerlijk in de schaduw van onze lunchpauze kunnen genieten, in de wetenschap dat we al binnen de bebouwde kom van Moissac zijn.
Na deze pauze volgen we de route van de GR65 door Moissac. Daarbij steken we de spoorweg over en dan komen we in het oude centrum van Moissac. We lopen langs de kloosterkerk Saint-Pierre om bij het treinstation een taxi te zoeken, die ons terug kan brengen naar Lauzerte.
Uiteindelijk vinden we in het centrum van Moissac bij het zijkanaal van de Garonne een taxichauffeur, die voor ons regelt dat wij een uurtje later vervoerd kunnen worden naar Lauzerte.
Vanuit Lauzerte rijden we dan met onze auto en caravan naar Moissac, waar we voor de komende dagen een kampeerplaats krijgen op de camping van Moissac, die ligt op het eiland in de rivier de Tarn.

Pelgrimeren van Lascabanes naar Lauzerte

GR65 van Le Puy-en-Velay naar Montréal-du-Gers

Sentier vers Saint-Jacques-de-Compostelle; via Le Puy
Pelgrimeren van Lascabanes naar Lauzerte
Donderdag 1 augustus 2013 – 23 km.
Dag 16: 367 – 390 km

De kerk van Rouillac


















Start van een hete wandeldag
Onze 16e dagtocht begint vandaag in Lascabanes. Durkje en ik gaan vandaag de 16e etappe van de Via Podiensis lopen; van Lascabanes naar Lauzerte, over een afstand van 23 kilometer. Het thema van deze etappe is volgens onze wandelgids: ‘Het Toledo van de Quercy’.
Nadat we gisteren de verjaardag van Durkje met een aangename extra rustdag hebben gevierd, staat ons met ingang van vandaag weer een serie van drie aaneensluitende wandeldagen te wachten, tot aan de gebruikelijke zondagse rustdag.
Iets vóór 7.30 uur staan we buiten onze camping in Lauzerte te wachten op de taxichauffeur, die ons volgens de campingeigenares vanmorgen om 7.30 uur zal afhalen. Ruim vóór die deadline komt hij aanrijden, waarna hij ons van Lauzerte naar Lascabanes rijdt.
Om 7.45 uur begint onze pelgrimsdag in Lascabanes, bij de plaatselijke dorpskerk. We zijn niet de enigen die nu starten, want in en vlak buiten Lascabanes ontmoeten we een echtpaar met een zoon, een alleengaande Franse pelgrim èn een alleengaande Aziatische pelgrim.
Het is nu 17 graden Celsius en de temperatuur loopt vandaag op tot 38 graden Celsius; een hete wandeldag dus.

Bij de bron van Saint Jean
Het eerste bijzondere bouwwerk dat we passeren, is de kapel van Saint Jean in Saint-Jean-le-Froid. Achter de kapel welt vanuit een grot bronwater op, dat al in de tijd van de Keltische druïden als geneeskrachtig werd beschouwd. De boerenhoeve Saint Jean is nabij deze bron gebouwd.

Kilometers graan, stro, stoppels en zonnebloemen
We volgen een breed krijtpad door heuvelachtig gebied.
De zon staat zo vroeg in de ochtend nog laag achter ons, en werpt onze lange schaduwen vóór ons uit.
De akkers links en rechts van het veldpad zijn doorgaans bebouwd met graan en met zonnebloemen. De akkers graan zijn al dan niet geoogst en hier en daar ligt nog stro of staan grote stropakken. De grote en nog kleine zonnebloemen richten zich vooral op de zon, dus met de zon achter ons, zien wij links en rechts vóór ons ‘zeeën’ van gele zonnebloemen.

Montcuq
Na twee uren lopen, wandelen we het stadje Montcuq binnen. Het stadsbeeld wordt vooral gedomineerd door de hooggebouwde donjon; de uit de 12e -13e eeuw resterende toren van de voormalige burcht van Montcuq.
De pelgrimsroute gaat niet door het centrum van Montcuq, maar Durkje en ik besluiten Montcuq wel te bezichtigen, om er ook een koffiepauze te houden.
Eerst bezoeken we de twee oude kerken van de stad. Daar zijn geen pelgrimsstempels verkrijgbaar, dus vragen we die bij de plaatselijke Mairie. De gemeenteambtenares heeft wel zo’n acht stempels op haar buro staan, maar verwijst ons onverbiddelijk naar de plaatselijke VVV, want die levert stempels aan pelgrims. Bij de VVV werkt een Britse mevrouw die ons hartelijk ontvangt en daarna een mooi stempel in onze pelgrimspaspoorten zet.
Daarna drinken we een kop koffie op een caféterras in het centrum, vanwaar we andere pelgrims de stad zien binnenkomen, en vertrekken.

Langs kasteel en boerenhoeves
Als we Montcuq verlaten, nemen we de ons van vanmorgen inmiddels bekende Franse pelgrim ‘op sleeptouw’, die zichtbaar verstrooid de juiste weg zoekt. We zagen haar zojuist ook al tweemaal aan Franse voorbijgangers de weg vragen, want ze heeft geen idee meer waar ze het stadje in kwam en hoe ze er weer uit moet, om de juiste weg te vervolgen.
We nemen een smal stijgend bospad naar de veel hoger gelegen D28.
Daarna passeren we het particuliere 16e eeuwse kasteeltje Charry.
We wandelen over het schilderachtige, oude erf van de boerenhoeve Berty.

Rouillac
Ook komen we door het kleine kerkdorpje Rouillac. In de plaatselijke kerk zien we de prachtige wand- en plafondschildering in het romaanse koor van deze dorpskerk.
En als we daarna het dorpje verlaten en aan de voet van de heuvel lopen, waarop deze kerk is gebouwd, zien we een pittoresk plaatje van een lichtgekleurde kerk tegen een helderblauwe lucht, met op de voorgrond felgeel bloeiende grote en kleine zonnebloemen. Een heel mooie combinatie voor een schilderij of voor een ansichtkaart.

Goed geregeld in Montlauzun
We gaan verder naar het gehucht Bonal, en komen langs boerenhoeves met namen zoals: Les Grèzes, Le Sorbier en Combelle.
Hier en daar vind je in de lager gelegen delen van de dalen kleine en grote waterbassins, waar de boeren uiteraard dankbaar gebruik van kunnen maken voor hun vee en gewas.
Bij een boerenhoeve staat op het erf een tafel met koffie klaar voor de hier passerende pelgrims.
We lopen door naar het dorp Montlauzun, waar we onze lunchpauze willen houden. In onze reisgids staat dat er een prachtige picknickplek is tegenover de plaatselijke kerk, dus dat wordt ons volgend subdoel. Het bereiken van die picknickplek vraagt echter wel een offer, want we moeten daarvoor via een lange steile asfaltweg in deze hitte naar boven, om bij de kerk te komen. Het blijkt alleszins de moeite waard te zijn, want we vinden hier een mooie picknickbank onder een oude, schaduwrijke linde, die zojuist wordt verlaten door een tweetal Duitse pelgrims, die weer verder trekken.
Het nieuwe dorpshuis naast de kerk is geopend, en daar kun je prima naar het toilet; dus allemaal goed geregeld hier.

Frisse wind en koele schaduw op de heuvelkam
Nu hebben we nog ongeveer twee uren te gaan. Iets voorbij Montlauzun volgt een stevige klim over een smal steil hellingpad. Maar als we eenmaal boven zijn, kunnen we kilometersver over de hellingkam verder, over prachtige paden door open terrein en door smalle bospercelen. Het is erg warm vandaag, maar in het open terrein waait gelukkig een stevige – zij het warme - wind en voor de rest zijn we gezegend met schaduwrijke paden.
Vanaf deze hoogte krijgen we mooie uitzichten over het linker dal van de Lendou en over het rechter dal van het beekje de Barguelonne.

Afdaling naar Lauzerte
Voorbij de boerderijen Pech de la Rode, Raussou en Montjoie komen we op een ondiepe holle weg, omlaag naar de D54.
Dan ineens zien we in de verte boven op de heuvel het dorp Lauzerte liggen. Daar gaan we vandaag heen.
Via een gevaarlijk steile helling gaan we het dal in. Touwen, houten paaltjes en hier en daar enkele gecreëerde treden voorkomen uitglijden. In het lager gelegen deel komen we op een graspad en voorbij een boerderij weer op een goed begaanbaar dalend hol pad.
De uitzichten vanaf hier naar de hooggebouwde burchtplaats Lauzerte zijn fantastisch.

Aankomst in Lauzerte
In het dal komen we bij een rotonde van enkele verkeerswegen. Hier is een Intermarché, waar we alvast ons brood voor morgen kopen.
Daarna lopen we verder naar Lauzerte.
Na zeven uren zijn we om 14.30 uur al weer op onze camping in Lauzerte, waar we de rest van de middag in het campingzwembad en in de schaduw bij de caravan kunnen genieten van het mooie weer.

Pelgrimeren van Cahors naar Lascabanes

GR65 van Le Puy-en-Velay naar Montréal-du-Gers

Sentier vers Saint-Jacques-de-Compostelle; via Le Puy
Pelgrimeren van Cahors naar Lascabanes
Dinsdag 30 juli 2013 – 23 km.
Dag 15: 344 – 367 km

Samen wandelen met Duitse pelgrims uit Speyer


















De aanloop van Cahors
Onze 15e dagtocht begint vandaag in Cahors. Durkje en ik gaan vandaag de 15e etappe van de Via Podiensis lopen; van Cahors naar Lascabanes, over een afstand van 23 kilometer. Het thema van deze etappe is volgens onze wandelgids: ‘De witte Quercy’.
Iets voor 7.30 uur wandelen we het kampeerterrein af, langs de rivier de Lot, in de richting van Cahors. We moeten eerst ongeveer twee kilometer lopen naar het centrum van Cahors, om vanaf daar onze pelgrimsroute te vervolgen, waar we die gisteren beëindigden.
Even vóór 8.00 uur lopen we over het Place F. Mitterand en iets na 8.00 uur staan we bij de spoortunnel van Cahors, die ons toegang verschaft tot de oude brug over de Lot, de zogenoemde Pont Valentré. Hier begint onze pelgrimstocht van vandaag.
De zon schijnt af en toe even. De wolken laten vandaag af en toe zonnige perioden toe. Met nu en dan een aangename frisse bries is het heerlijk wandelweer, met een temperatuur die oploopt tot 27 graden Celsius.

Klimmen naar het Croix de Magne
Via de Pont Valentré steken we de brede Lot over. Aan de overzijde wacht ons een zware klim, want daar moeten we deels over stenen trappen met hoge traptreden, steil omhoog bij de rotsoever van de Lot. Met twee tussenstops om weer wat op adem te komen, zijn we vele meters geklommen, en hebben we vanaf grote hoogte al een mooi uitzicht over de stad, over de Lot en over de bruggen van Cahors.
Nog verder klimmen we omhoog, maar wel iets minder steil. Uiteindelijk komen we op het hoogste punt bij het Croix de Magne, het grote ijzer kruis van Magne. Vanaf hier hebben we een royaal uitzicht over de stad, de vallei van de Lot en de bergen daar omheen.

Door La Rozière en verder dan Les Mathieux
We dalen naar de nieuwe N20, waar we via een parallelweg langs lopen, totdat we er via een tunneltje onderdoor kunnen gaan.
De wit-rode bewegwijzering voert ons – in tegenstelling tot onze routegids – eerst naar het dorpje La Rozière.
Daarna is het nog maar een klein stukje naar het gehucht Les Mathieux. Voordat we dit plaatsje verlaten, komen we langs een nieuwe refugio-café-restaurant. Er staat een groot beeld van Sint Jacobus langs de weg. Een kleine jongen ziet ons vanuit de bedrijfsbus aankomen en roept ons van verre al de vraag toe of wij gereserveerd hebben voor de refugio. Op zich een goede vraag, maar om al om 9.45 uur aan arriverende pelgrims te vragen of ze gereserveerd hebben, is wel wat al teveel van het goede, omdat voor de doorsnee-pelgrim er na dit tijdstip normaal gesproken nog veel kilometers volgen, alvorens wordt neergestreken in de overnachtingsaccommodatie. De jongen vraagt ons ook of we komen koffiedrinken, en zijn vader – die ondertussen komt aanlopen – biedt ons aan om gebruik van de kraan te maken voor drinkwater. Wij zijn echter van plan om pas bij het volgende dorp koffie te gaan drinken, dus we bedanken vriendelijk voor alle aanbiedingen, en gaan verder

Labastide-Marnhac
Bij een gevaarlijk steil dalend rotspad staat een Jacobsschelp op een wegkruis. Geen overbodige luxe, want deze risicovolle afdaling moeten we nemen.
Na deze uitdagende afdaling gaan we via een tunneltje onder de D653 door, en daarna volgt een lang klimmend pad door een bos naar de top van het berggebied dat we nu betreden.
Het is 10.45 uur als we het dorp Labastide-Marnhac binnen lopen. Dit is onze beoogde koffiepauzeplek. Aan het eind van het dorp vinden we tegenover de Mairie het eerder al aangekondigde café-restaurant met winkel. Een Fransman nodigt ons uit om op het terras plaats te nemen, en binnen de kortste keren hebben we een grote kop koffie vóór ons staan. Een jong stel Franse pelgrims komt ook bij ons zitten, en in wisselend Frans en Engels ontstaat hier het gebruikelijke gesprek tussen pelgrims over je herkomst, je bestemming, je volgende overnachtingsplek en over je pelgrimservaringen.

Quercy Blanc
Een eindje voorbij Labastide-Marnhac zien we aan een routebord dat we zojuist de helft van onze dagtocht van vandaag hebben overschreden.
We lopen nu lange tijd over een wit pad tussen velden en door een natuurgebied. We lopen hier door de ‘Quercy Blanc’, het kalkwitte Quercy, het zuidelijke deel van het Franse departement Lot.
We passeren de boerenhoeve Fabre en het buurtschap Trigodina.

Lopend en fietsend pelgrimeren gaat samen
Daarna volgt zo’n anderhalf uur lopen over een heel mooi pad over de kam van een bergrug. Een prima pad met mooie uitzichten vanaf de bergkam over de valleien aan beide zijden en op de kalkrotsen op de achtergrond.
Vóór ons zien we een pelgrimerende vrouw met een fietsende man aan haar zijde. Omdat we sneller wandelen dan zij, halen we het stel op zeker moment in. Het blijkt een Duits echtpaar te zijn dat hun pelgrimage vanuit het Duitse Speyer is aangevangen en nu na enkele zomervakanties inmiddels tot hier is gekomen. Zij loopt de originele pelgrimsroute en hij zorgt voor alle transport. Ze overnachten – evenals wij – op campings onderweg, en hij zorgt ervoor dat de auto altijd aan het begin- en eindpunt van elke wandeldag komt. Als de auto op het eindpunt staat, fietst hij zijn pelgrimerende echtgenote tegemoet, en dan gaan ze samen – zij wandelend en hij fietsend - verder naar het eindpunt, waar de auto staat.
We lopen een half uurtje met zijn vieren verder, en daarna verhogen wij ons wandeltempo weer.

Merdanson
Als we deze twee Duitse pelgrims achter ons hebben gelaten, komen we op een prachtig vervolg van het bergkampad, dat af en toe mooi tussen twee bomenrijen ligt. Omdat de zon af en toe warm is, is het heerlijk om dan even in de schaduw van de bomen te lopen, terwijl het uitzicht naar de valleien links en rechts mooi blijft.
We nemen een lunchpauze bij een picknickplaats onderweg. Het Duitse echtpaar gaat ons daar dan voorbij en wij vervolgen onze weg even later. Nog een klein uurtje lopen is het tot aan ons eindpunt.
Over een mooi dalend veldpad lopen we naar de beek Merdanson. Bij het bruggetje over de Merdanson en de naastliggende voormalige wasplaats gaan we parallel langs de beek naar de plaats van onze bestemming.

Lascabanes
Via een ander bruggetje steken we de Merdanson over en dan wandelen we Lascabanes binnen. Dit is één van de meest schilderachtige dorpjes van de Via Podiensis. Veel oude huizen in de smalle straten zijn met bloemen versierd. In de zomermaanden wordt hier na de heilige mis in de kerk ook nog de traditionele voetwassing aan de aanwezige pelgrims aangeboden.
We lopen naar de kerk, waar ook de plaatselijke refugio is. Alle 18 bedden zijn al gereserveerd, zo blijkt uit een planbord in de ontvangstruimte van deze refugio. Binnen vragen we of men voor ons hier een taxi wil bestellen, die ons terug kan brengen naar onze camping in Cahors. De vrouw belt het nummer van Taxi David, dat wij gisteren van onze taxichauffeur kregen. Binnen maak ik nog even kennis met een Libanese pelgrim, die inmiddels enkele jaren in het Franse Lyon woont, en die ondertussen ook ‘verslaafd’ is geraakt aan het pelgrimeren. Een half uur later rijdt dezelfde taxichauffeur van gisteren weer voor en brengt hij ons terug naar onze camping in Cahors, waar we al om 15.00 uur arriveren.
Vandaag hebben we onze 23 kilometer dagpelgrimage afgelegd in 6 uren, tussen 8.00 uur en 14.00 uur. Dat is een mooie wandelsnelheid en we zijn dan ook al vroeg in de middag klaar met lopen.

Pelgrimeren van Varaire naar Cahors

GR65 van Le Puy-en-Velay naar Montréal-du-Gers

Sentier vers Saint-Jacques-de-Compostelle; via Le Puy
Pelgrimeren van Varaire naar Cahors
Maandag 29 juli 2013 – 32 km.
Dag 14: 312 – 344 km

Warm welkom en een pelgrimsstempel van de pelgrimsbroederschap van Cahors

Een frisse start
Onze 14e dagtocht begint vandaag in Varaire. Durkje en ik gaan vandaag de 14e etappe van de Via Podiensis lopen; van Varaire naar Cahors, over een afstand van 32 kilometer. Het thema van deze etappe is volgens onze wandelgids: ‘Een kaarsrechte Romeinse weg’.
Een uur voordat de wekker afloopt, horen we op het caravandak dat het buiten regent. Als we om 6.15 uur opstaan, is het al weer droog en buiten is het ook lekker ochtendfris.
Iets voor 7.30 uur rijden we met een taxichauffeur vanaf de camping in Cahors naar ons startpunt van vandaag in Varaire. Onze taxichauffeur vertelt dat hij jaren geleden de pelgrimstocht vanuit het Portugese Porto heeft ondernomen naar Santiago de Compostela.  Pelgrimeren zit er voor hem niet meer in, vanwege een blessure aan zijn knie.
Om precies 8.00 uur staan we in het centrum van Varaire klaar om onze wandeling van vandaag aan te vangen.
De zon schijnt af en toe heel even. De dikke bewolking laat slechts af en toe enige zonneschijn toe. Het is nu nog behoorlijk fris buiten, maar de temperatuur loopt vandaag op tot ongeveer 25 graden Celsius. Schitterend wandelweer.

Van Varaire naar Bach
We starten bij het café-restaurant waar we afgelopen zaterdag zo’n drie uren wachtten op een taxi. We lopen Varaire uit en steken een dal over en buigen dan af naar het zuidwesten.
Van Les Bories lopen we via Mas de Dégot en Mas de Gaston naar het dorp Bach.
In Bach bezoeken we de dorpskerk.

Cami Ferrat
Buiten Bach nemen we een graspad naar de aan het eind ervan liggende Romeinse weg naar Cahors, die hier in deze regio de ‘Cami Ferrat’ wordt genoemd.
De komende uren zullen we deze voormalige Romeinse weg volgen door een stil en prachtig natuurgebied. Hier en daar zijn nog delen van het oude plaveisel uit de Romeinse tijd zichtbaar. Andere delen zijn overdekt met dunne stenen, en hier en daar is de weg geasfalteerd.
Op een kruising met een geasfalteerde weg zijn enkele mannen bezig met grondwerk, om nieuwe leidingen in de grond te leggen. Waar de sleuf al weer dicht is gegooid met grond en steen, is duidelijk zichtbaar dat hier de structuur van de voormalige Romeinse weg geheel overhoop is gehaald.
Ook hier aan weerszijden van de Romeinse weg zie je de bermmuurjes van verschillende omvang. Op een gegeven moment passeren we een plaats waar een beeldje van Sint Jacobus staat, met daarbij een oude klomp, bedoeld om er een vrijwillige bijdragen (een ‘donativo’) in te deponeren.
In het veld en langs de Romeinse weg passeren we af en toe kleine hokken, die zijn gebouwd van de grote stenen, die hier in de regio zijn gevonden.

Dreigende lucht brengt regen
Gedurende deze uren durende wandeling over de Romeinse weg zien we dat de lucht een dreigend weersbeeld aangeeft. Gelukkig kom er geen onweer, maar wel worden we af en toe geconfronteerd met een lichte regenbui. Als de regen te ernstig wordt, halen we onze paraplu uit de rugzak, om ons te beschermen tegen al teveel regen. Echter, alle drie keren regent het maar enkele minuten aaneensluitend, waardoor de paraplu steeds ook weer snel kan worden terug gestopt in de rugzak.

Mas de Vers en Outriols
We lopen door de droogstaande beek Ruisseau des Vaises en komen na ruim drie uren lopen aan in Mas de Vers. Al kilometers terug was langs de weg aangegeven dat hier een verkooppunt van eten en drinken zou zijn. We besloten al die tijd door te lopen, om hier onze dagelijkse kop koffie te halen. Dat lukt helaas niet, want bij de oprit hangt een bord dat alles is gesloten.
Daarom lopen we door, om uiteindelijk in de wasplaats van Outriols, in het beekdal van de Cieurac, een koele zitplaats te vinden, waar we onze lunchpauze houden om 11.45 uur. We hebben na de eerste drie uren en drie kwartier lopen wel verdiend om op een prima zitplaats te pauzeren, vinden we.

De gastvrije pelgrimsbroederschap van Flaujac-Poujols
Dan komen we bij de snelweg A20. Via een smal paadje worden we keurig naar een viaduct geleid, waarmee we onder de snelweg door kunnen. Daarna komen we al vrij spoedig bij de boerenhoeve Le Gariat.
Na deze boerenhoeve volgen we een stijgend pad in de richting van het dorp Flaujac-Poujols. Bij de kantine van het plaatselijke voetbalveld is het een drukte van belang. Een grote groep van onder andere fietsers, wandelaars en pelgrims heeft hier plaatsgenomen op stoelen, krukjes en banken in de schaduw van de bomen. Met behulp van een grote pop langs het pad worden we uitgenodigd om ook langs te komen. Hier bieden de leden van de plaatselijke pelgrimsbroederschap aan alle hier passerende pelgrims een gastvrij onthaal.
Als we het terrein op komen, wordt direct voor ons een set van een tafeltje en twee stoelen klaargezet en droog gemaakt na de regen van zopas. We drinken hier koffie en fris en genieten van de chaotische gezelligheid die hier heerst. Een pelgrim ligt op zijn matje te snurken, anderen zitten in de schaduw met blote voeten in de zon, en een Duitse pelgrim zingt bij zijn ukelele(joekelille)-gitaarspel, af en toe vocaal bijgestaan door enkele andere Duitse pelgrims van de pelgrimsgroep waarvan hij deel uit maakt.

Via La Marchande over de hoogvlakte boven Cahors
Nadat we de gastvrije leden van het pelgrimsbroederschap hebben bedankt, beginnen we aan onze laatste tien kilometers van vandaag.
Eerst dalen we, en dan gaan we stijgend over bospaden naar de boerenhoeve La Quintarde.
Direct daarna komen we door het gehucht La Marchande.
Steeds verder gaan we langzaam stijgend door, totdat we een eind over een mooi hooggelegen pad over een hoogvlakte naar de rand van het plateau lopen, vanwaar we uitzicht krijgen over de stad Cahors, die diep beneden ons in het dal van de Lot ligt.

Warm welkom door en voor pelgrims in de stad Cahors
Via een bochtig en af en toe steil weggetje lopen we naar beneden, naar Cahors. We hebben een prachtig uitzicht over deze oude stad in de bocht van de Lot, waarbij we heel goed het verschil kunnen zien tussen het middeleeuwse deel van de stad en de veel nieuwere delen. De bruggen over de Lot, de rivier en in de stad de kathedraal zijn mooie oriëntatiepunten van deze stad.
We komen in de afdaling nog door het voorstadje Saint-Georges en als we in een draai onder de oude spoorbaan door zijn gegaan, wandelen we de stad Cahors binnen, aan deze zijde van de rivier.
Via de lange rivierbrug Pont de Philippe steken we de Lot over en dan komen we aan de overzijde langs het brughuisje, waarin twee dames van de plaatselijke pelgrimsbroederschap ons van harte welkom heten in de stad. We krijgen heerlijk koude limonade aangeboden, krijgen informatie over de stad en over overnachtingsaccommodaties en ze zetten hun mooie pelgrimbroederschapsstempel in onze pelgrimspaspoorten.

In Cahors
We halen voor twee dagen enige boodschappen in de stad en lopen dan in de richting van de kathedraal van Cahors. Vanaf deze imposante kathedraal gaan we naar de Pont Cabessut, waarmee we de Lot wederom oversteken, om direct daarna linksaf langs de Lot naar onze camping te wandelen.
We arriveerden om 15.30 uur in Cahors, dus de 32 kilometer hebben we in 7,5 uur afgelegd, hetgeen een betrekkelijk snelle tijd is. Na al die hete dagen, was het vandaag een verademing om in dit weerstype van 25 graden Celsius te lopen. Vanmorgen lekker fris, af en toe de paraplu even gebruiken bij korte regenbuien en hier en daar enige zonnige perioden, de doorgaans goed begaanbare paden met mooie uitzichten hebben van deze dag een perfecte wandeldag gemaakt.
Met alle rondzwervingen door de stad en daarna nog doorlopen naar de camping hebben we vandaag toch in elk geval 35 mooie kilometers gelopen, dus we komen tevreden aan bij onze caravan op de camping, waar het zonnetje rond 16.30 uur nog heerlijk schijnt.

Pelgrimeren van Cajarc naar Varaire

GR65 van Le Puy-en-Velay naar Montréal-du-Gers

Sentier vers Saint-Jacques-de-Compostelle; via Le Puy
Pelgrimeren van Cajarc naar Varaire
Zaterdag 27 juli 2013 – 25 km.
Dag 13: 287 – 312 km

Koffiedrinken met Sloveense pelgrims in het veldcafé voor pelgrims van Saint-Jean-de-Laur

Ochtendgloren voor twee doelgroepen in Cajarc
Onze 13e dagtocht begint vandaag in Cajarc. Durkje en ik gaan vandaag de 13e etappe van de Via Podiensis lopen; van Cajarc naar Varaire, over een afstand van 25 kilometer. Het thema van deze etappe is volgens onze wandelgids: ‘Het land van de truffels’.
Rond 7.30 uur rijden we met onze auto en caravan van de camping in Figeac naar het Afrikafestival-parkeerterrein in Cajarc. Hier parkeren we de auto gedurende onze wandeldag. Als we hier om 8.00 uur arriveren, komen de laatste Afrikafestivalgangers net terug van de afgelopen festivaldag, -avond en –nacht. Voor hen eindigt hier de vorige festivaldag; voor ons begint hier de volgende wandeldag.
De zon schijnt al weer zo vroeg in de ochtend. Het wordt weer een hete dag, zo blijkt later, als de temperatuur weer oploopt tot 36 graden Celsius.

Cajarc
Als we door het centrum van Cajarc wandelen, zien we dat er in de festivalstraten wordt opgeruimd van de afgelopen nacht en dat een en ander weer wordt voorbereid voor de nu komende festivaldag. Op het terras van centrumcafé tegenover de VVV zitten hier en daar pelgrims die zich voorbereiden op hun aanstaande wandeldag. We groeten een pelgrimsstel dat we in de afgelopen dagen af en toe ontmoetten. Ook een tiental Duitse mannen die als groep pelgrimeren, zitten hier nog op het terras.
Langs de municipal camping wandelen we Cajarc uit. Ook buiten de camping heeft de gemeente een noodcamping ingericht. Sommige festivalgangers lopen op het pad vanaf en naar de gemeentecamping, waar de noodcampinggasten gebruik kunnen maken van de campingvoorzieningen.

Van Andressac via Gaillac naar de Cause de Limogne
We wandelen naar Andressac, waar we voor het eerst gedurende deze zomervakantie zonnebloemvelden langs het pelgrimspad zien.
Naast de restanten van de oude hangbrug steken we via de nieuwe Pont de Gaillac de rivier de Lot over.
Aan de overzijde van de rivier klimmen we naar het dorpje Gaillac.
Voorbij Gaillac klimmen we langdurig langs een mooi rotshellingpad naar de bergrug van de overzijde van de Lot-vallei. We komen na die klim uiteindelijk in het tamelijk onvruchtbare  landschap van de Causse de Limogne.
Omdat hier in dit desolate landschap nauwelijks woonplaatsen als oriëntatiepunten zijn, moeten we onderweg goed op de bewegwijzering van de GR65 letten, die ervoor zorgt dat we volgens plan ‘en route’ blijven over stenige paden, uitgedroogde kleipaden en smalle asfaltwegen.
We lopen langs de heuvel Pech Niol en passeren verderop een uit het jaar 1740 daterend wegkruis, dat is omhangen met rozenkransen en met een Jacobsschelp.

Koffiedrinken met Sloveense pelgrims bij Saint-Jean-de-Laur
Na ongeveer twee uren lopen, zien we op een informatiebord dat we een zogenoemd ‘Pauze Café’ naderen. We vermoeden dat we pas na vier uren wandelen in een grotere plaats met horeca komen, dus we besluiten om bij dat pauzecafé een koffiestop te maken. Dit pauzecafé blijkt een veldcafé te zijn bij een waterbassin, aan de voet van de berg waarop het dorp Saint-Jean-de-Laur ligt. Het terras van dit openluchtcafé is uitbundig versierd met allemaal beschilderde Jacobsschelpen aan lange snoeren. Er staan tafels en informatieborden met heel veel informatie over pelgrimeren in het algemeen en over de GR65 en deze regio in het bijzonder. De vrijwilliger die hier vandaag dienst doet, vertelt me dat hij een vertegenwoordiger is van de plaatselijke pelgrimsorganisatie van Saint-Jean-de-Laur.
Op het terras zit tot onze aangename verrassing ook het Sloveense pelgrimsechtpaar, dat we enige dagen geleden ook ontmoetten. Zij zitten er wat dromerig bij, want zij hebben vannacht geprobeerd om in een duur hotel te slapen in de halteplaats Cajarc, waarin de hele nacht volop luide muziek werd gespeeld op het Afrika-festival. We drinken gezamenlijk koffie, met een lekkere appeltaart van de gastvrije plaatselijke pelgrimsvereniging. Na de koffie verlaten Durkje en ik deze oase weer en nemen we afscheid van het Sloveense echtpaar, dat hier in Saint-Jean-de-Laur een pelgrimsaccommodatie gaat zoeken om bij te slapen en te rusten voor de volgende pelgrimsdag van morgen.

Mas del Pech, de Bories en Dalat
Door een prachtig landschap gaan we verder naar Mas del Pech.
De meeste paden in dit gebied zijn stenig. Over de volle breedte van het pad liggen dikke en dunne stenen, waartussen je de weg voorzichtig moet zoeken, zonder te struikelen of je enkel te verstuiken. Waar wandelaars hoofdzakelijk lopen, zie je hier en daar iets van een smal voetpad ontstaan over het brede steenpad.
De volgende boerenhoeve die we passeren, is Mas de Bories. Bij het waterbassin - met aan de overzijde van de weg de oude waterpomp - komen we deze boerennederzetting binnen. Een man oogst prei in een groententuintje. Hij groet ons als we voorbij wandelen.
Daarna gaan we eerst omhoog, en daarna omlaag naar Mas de Dalat.

Van Mas de Palat naar Limogne-en-Quercy
Nadat we ook Mas de Palat zijn gepasseerd, gaan we op naar onze volgende pauzeplek.
Wisselend over asfalt en over veldpaden tussen akkers en weiden door, lopen we af en toe langs enkele woningen en bedrijfsgebouwen. Voorbij zo’n buurtschap komt ons een boer op een tractor tegemoet, die in een lager gelegen deel van het veld bij een oude waterput water heeft gepompt, waarmee hij zijn watertank achter de tractor heeft gevuld ten behoeve van het vee verderop.
Prachtige planten staan hier ook langs de paden. Omdat we elke dag zo’n 25 kilometer wandelen, verandert de vegetatie in de loop van de wandeldagen merkbaar. Klimaattype, hoogte, helling en grondsoort zijn mede de basis voor verscheidenheid aan biotopen, die je wandelend onderscheidt.
We gaan naar het dorp Limogne-en-Quercy. Hier pauzeren we op het goed gevulde dorpsterras op een driesprong van straten. Jong en oud luncht hier op het gezellige terras. Opvallend veel jonge gezinnen met kleine kinderen komen hier lunchen. De dorpskerk is open, en de VVV is gesloten; het verkrijgen van een pelgrimsstempel in deze doorgangsplaats is helaas niet mogelijk. We gaan weer verder.

De dolmen
Onze wandelgids en een heel klein houten bordje langs de laan geven aan dat we even honderd meter van het pad af kunnen wijken, om door het bos naar een prehistorische dolmen te lopen op een open plek in het bos. In tegenstelling tot de dolmen van enkele dagen geleden, hebben we hier meer geluk, want hier vinden we een mooi voorbeeld van een dolmen, ingegraven in een kuil op een verhoging, met enkele boompjes eromheen. In Nederland kennen we onze hunebedden van grote zwerfkeien. Hier kent men de dolmen, met een hele grote vlakke deksteen bovenop het oeroude grafmonument.

De truffels van Labenque en Ferriéres Bas
Hier nabij Labenque komen we door een omgeving waarin de truffel een beroemd streekproduct is. Truffels groeien op de wortels van (truffel)eiken en worden in het najaar geoogst en verkocht op bijvoorbeeld speciale truffelmarkten in de winter.
We lopen door het boerengehucht Ferrières Bas.

Wandelen tussen natuurstenen muurtjes
Soms aan één kant, maar veelal aan beide zijden van de wandelpaden zien we natuurstenen muurtjes, die in de loop van de eeuwen hier zijn gebouwd van de in de nabijheid gevonden grote en kleine stenen. Vooral ook door de prachtige plantengroep op en tussen deze muurstenen, vormen ze een prachtig decor voor de voetpaden door dit stille gebied. De muurtjes zijn heel verschillend van vorm; soms laag en smal, maar soms ook behoorlijk hoog en heel dik.

Het mooie van Cajarc
Aan het eind van onze dagroute komen we na ongeveer acht uren aan in het dorpje van onze bestemming: Varaire. Een grote oude visvijver van de voormalige burcht is hier vele jaren geleden omgebouwd tot openbare wasplaats, maar ook die functie heeft het al lang verloren. Een mooi ommuurd, diepgelegen waterbassin met enkele eenden en ganzen erin is het pittoreske resultaat.

De keerzijde van Cajarc
Na het bezoek aan de plaatselijke kerk gaan we vol goede moed naar het dorpscafé om daar wat te drinken en om te vragen of men voor ons een taxi wil bestellen, waarmee we terug kunnen rijden naar Cajarc.
Maar dat is ijdele hoop, want als de herbergier de beide taxicentrales in het nabijgelegen Cajarc en Limogne-en-Quercy belt, krijgt hij alleen het antwoordapparaat te horen. Ook bij een taxibedrijf verderop krijgt hij het hetzelfde non-resultaat. Hij spreekt voor ons op de voice-mail het verzoek in om terug te bellen, zodat we een taxi naar ons toe kunnen laten komen, maar na twee uren wachten, boeken we nog geen resultaat; ook niet na herhaaldelijk bellen. De herbergiers doen hun uiterste best, maar zonder het gewenste resultaat.

Er komt toch nog een taxi
Na twee uren vraag ik de vrouw van de herbergier om dan maar een taxicentrale in de stad Cahors te bellen, nadat ik me ervan heb vergewist of er in het dorp wellicht iemand is die ons op particuliere basis een betaalde lift kan geven. Er wonen hier nauwelijks mensen, krijg ik als reactie, dus een lift ziet zij niet zitten.
De eerste taxicentrale in Cahors vindt het te ver weg. De tweede wil wel komen, maar geeft aan dat het een dure rit gaat worden, omdat de taxi van Cahors, via Cajarc (voor ons) weer terug moet naar Cahors; rijden in de vorm van een driehoek met zijden van zo’n 30 kilometer. We spreken een maximale prijs af en die blijkt uiteindelijk bij aankomst nog een tientje mee te vallen.

Creatief uitrijden
Als de taxichauffeur met ons in Cajarc het parkeerterrein op rijdt, zien we dat onze auto en caravan nagenoeg zijn ingebouwd door later foutgeparkeerde auto’s. De chauffeur vraagt of hij nog even moet wachten om ons uit deze benarde parkeerpositie te bevrijden. Ik zie toch nog een uitweg om met de auto èn caravan weg te rijden, en anders kan de caravan nog losgekoppeld van de auto, om beide in de korte draai tussen de overige auto’s door te krijgen. We nemen afscheid van de attente chauffeur. Het komt zo wel goed.
Eerst halen we boodschappen bij de naastgelegen Intermarché en als we daarna terugkomen bij de auto, blijkt dat een vóór ons geparkeerde auto inmiddels is weggehaald, waardoor we eenvoudig uit kunnen rijden. Ook weer opgelost.

Met noodweer over de Gorges
Als we met de auto en caravan vertrekken uit Cajarc zien we in westelijke richting boven Cahors zwaar dreigende luchten. Aan het eind van deze drukkende dag komt ongetwijfeld zwaar onweer.
Onderweg wordt het steeds donkerder. Het begint hard te waaien. Het begint zwaar te regenen. Het wordt nagenoeg donker. En wij rijden voorzichtig met het overige verkeer door langs de Gorges van de rivier de Lot.
Verderop is het al ernstig zwaar weer geweest, want er liggen veel takken op de weg, waar we voorzichtig omheen rijden. Van de andere zijde komen auto’s met knipperende lichten, om ons – zo blijkt een kilometer verderop – te waarschuwen voor een boom die over onze weghelft is gevallen door de stormachtige wind. Enkele auto’s schermen de boom af en men is al druk aan het zagen om de boom weg te halen.
Nog weer verderop gaan we in een dorpje van de doorgaande weg af, want je hebt nu door het duister en door de harde slagregen onvoldoende zicht om verantwoord door te rijden. Alle verkeer ligt nu even stil.

Het wordt altijd wel weer licht
Als het even later weer lichter wordt, rijden we door harde wind en regen voorzichtig verder tot aan Cahors. Daar komen we veilig aan op de camping aan de rivier de Lot. Ook hier is zichtbaar noodweer geweest, maar behalve bomenschade zien we geen schade aan tenten, auto’s, caravans, campers en chalets. Wel ligt er nog veel water op de paden, evenals op de wegen naar Cahors, waar we ook voorzichtig door grote plassen water (met zand en stenen) reden.
De camping is nagenoeg vol, maar we krijgen een mooie camperplaats toegewezen,waar we ons installeren.
Tijdens onze avondmaaltijd om 20.30 uur zitten we al weer lekker buiten naast de caravan. De temperatuur is vanwege het noodweer in korte tijd van 37 naar 19 graden Celsius gedaald. Buiten is het weer lekker fris en aangenaam qua temperatuur.
Eind goed, al goed.
Morgen is het zondag; onze wekelijkse rustdag.

Pelgrimeren van Figeac naar Cajarc

GR65 van Le Puy-en-Velay naar Montréal-du-Gers

Sentier vers Saint-Jacques-de-Compostelle; via Le Puy
Pelgrimeren van Figeac naar Cajarc
Vrijdag 26 juli 2013 – 30 km.
Dag 12: 257 – 287 km

Aankomst in het schilderachtige Faycelles


















Na onweer en regen volgt zonneschijn en hitte
Onze twaalfde dagtocht begint vandaag in Figeac. Durkje en ik gaan vandaag de twaalfde etappe van de Via Podiensis lopen; van Figeac naar Cajarc, over een afstand van 30 kilometer. Het thema van deze etappe is volgens onze wandelgids: ‘Dolmen en kruisen’.
Als we wakker worden om 6.10 uur horen we dat het onweert en regent. Als we om 7.30 uur de auto van de kampeerplaats naar de parkeerplaats van de camping in Figeac rijden, is het droog en schijnt de zon al weer. Het wordt weer een hete dag, zo blijkt later.
Onze auto en caravan laten we vandaag staan op de camping van Figeac. We zijn van plan die vanmiddag mee te nemen naar een volgende camping, in Cajarc. Het wordt toch anders, zo blijkt later op de dag.

Moeizaam Figeac uit
Vanaf onze camping volgen we de bewegwijzering van de GR65 naar en door Figeac. Als we de Pont Gambetta over de rivier de Célé zijn overgestoken en langs deze rivier naar de volgende brug lopen en die daarna oversteken, begint de onduidelijkheid, vanwege de afwezigheid van routesignalen op kardinale plaatsen. Na enig kaartlezen, lezen en zoeken en vragen, vinden we uiteindelijk het pad dat ons de berg op voert, de stad uit. Een ouder echtpaar dat zichtbaar de weg ook niet kan vinden, volgt ons in goed vertrouwen. Een uur later haalt een pelgrimerende jongen ons in, die ons vertelt dat hij een half uur nodig had om erachter te komen waar en hoe je als pelgrim op de juiste wijze de stad Figeac uit komt.
Buiten de stad volgt een stevige klim bij de berg op, waarna we nabij Le Single Haut een mooi uitzicht krijgen over het in het rivierdal liggende Figeac. Hier op de hoge rots van Le Single Haut staat een metershoog stenen kruis.

De obelisk van Aiguille de Cingle
We lopen verder omhoog en komen dan bij Aiguille de Cingle, waar een metershoog monument staat van natuursteen. Het is één van de vier obelisken, die de hoekpunten bepaalden van de grenzen van de abdij van Figeac. Binnen die vier obelisken was je vroeger als vervolgde en als misdadiger veilig, aangezien het inpalende gebied een vrijplaats was.

Langs Malaret en Buffan door La Cassagnole naar Ferrières
Daarna lopen we over de hooggelegen weg tussen de dalen van de rivieren de Lot en de Célé.
We passeren de de boerenhoeven Malaret en Buffan, en komen dan na ruim een uur in La Cassagnole. Daarna gaan we naar Ferrières. In een schuur langs de weg staat een oude koets.

Schilderachtig Faycelles
Na ongeveer twee uren lopen, komen we in een schitterend stadje, genaamd Faycelles. Het is een schilderachtig oude plaats met een kerk, die nu staat op de plek waar eeuwen geleden een kasteel stond. Alles ademt de sfeer van historie, hier hoog boven het dal van de Lot.
We bezichtigen de kerk, en ontmoeten daar een in Frankrijk wonende Duitser, die nog de Vlaamse taal spreekt van zijn grootouders, die vroeger in Ieper (Ypres) woonden. Een Nederlandstalig praatje op deze vroege ochtend stel hij zichtbaar op prijs.
Bij de VVV krijgen we een pelgrimsstempel in onze pelgrimspaspoorten en daarna nemen we een aangename koffiepauze op een caféterras.
Via de Chemin de St. Jacques verlaten we dit pittoreske stadje.

Door Mas de la Croix en langs Béduer
Over een hete asfaltweg lopen we naar Mas de la Croix.
Daarna buigen we naar links af, in de richting van het dorp Béduer, waar een kasteel staat. Omdat we door een bosperceel langs dit dorp lopen, zien we het kasteel niet, maar wel enkele huizen van Béduer.
We zien vandaag maar heel weinig pelgrims. Wel ontmoeten we enkele malen een stel op mountain bikes, dat onze route fietst, maar daarbij regelmatig moeten afstappen vanwege de rotsachtige ondergrond van de paden waarover we lopen.

Surgues Haut en Combe de Salgues
Daarna gaan we verder over het pad naar Pech Rougié. Na de fontein van Fontieu gaan we over een weg richting Mas de Surgues en Surgues Haut. Ook de boerenhoeve van Combe de Salgues passeren we.

Pauze in Gréalou
Na de Pech Favard gaan we voort door een lang en eenzaam gedeelte van de Causses, naar het gehucht Le Puy Clavel.
We willen eigenlijk doorlopen tot aan het dorp Gréalou, om daar onze volgende rustpauze te nemen. In Gréalou vinden we geen horeca, dus we zullen het vandaag zonder onze gebruikelijk kop thee moeten stellen. Tegenover de kerk Notre Dame d’Assumption nemen we plaats op een stenen muurtje onder een grote linde, dus heerlijk in de schaduw, en met de enigszins verkoelende wind in de rug.

Kruis zonder dolmen
Buiten Gréalou wandelen we langs de ommuurde begraafplaats, om daarna over een hooggelegen brede heuvelkam naar Pech Lagraye te lopen. Hier zouden we dolmen moeten kunnen zien; de grote platte stenen die hier al in de IJstijd zijn opgericht om te dienen als begraafmonument. De Dolmen zijn echter in reconstructie. Één ligt op autobanden op de grond, en iets verderop zijn de fundamenten met plastic afgedekt. Je ziet er dus helaas niets van. Het bijbehorende stenen kruis staat aan de andere zijde van het pad wel fier overeind. Het schijnt één van de oudste kruisen van deze regio te zijn.

Cajarc vanaf grote hoogte gezien
Langs de hoeven van Martigne – onder andere een geitenboerderij - en de huizen van Le Pigeonnier wandelen we naar de kruising van Le Verdier. Hier gaan we rechtsaf om – niet de variant, maar – de hoofdroute van de GR65 te blijven volgen.
Een grote variatie van wegen en paden volgt dan, steeds verder, nu eens in de schaduw, dan in de felle zon.
Uiteindelijk komen we uit op een hoge rots, vanwaar we een mooi uitzicht krijgen over de stad Cajarc, waar we vandaag naar toe lopen.
Als we hier afdalen, komen we onder andere langs een diepe en brede grot in het enorme rotsmassief rechts van ons.

Afrikaans festival in Cajarc
In Cajarc komen we langs de gemeentelijke camping. Die is vol, met opvallend veel Afrikaanse gasten. We hadden vanaf hoog boven Cajarc al veel muziek gehoord vanuit Cajarc en ontdekken hier en nu dat hier in Cajarc momenteel een Afrikaans festival wordt georganiseerd. Op deze volle camping is dus voor ons geen plaats, dus we zullen een andere oplossing moeten bedenken voor de komende nacht.
We lopen vanaf de camping naar het centrum van Cajarc. Overal zijn al marktkramen en terrassen ingericht, waar je volop Afrikaanse producten kunt kopen en eten. Hier en daar zijn podia gebouwd, waarop vanavond en de komende avonden Afrikaanse muziek zal klinken. Het is duidelijk dat het hier de komende dagen, avonden en nachten een groots muziek- en dansfestival zal worden. Het ziet er nu al gezellig uit met al die kleuren, en producten. De muziek is hier en daar al te horen en als je langs de terrassen loopt, vang je al de heerlijke geuren van Afrikaanse gerechten op.

Nogmaals een nacht rust in Figeac
We bezoeken de kerk van Cajarc en vinden daar in een zijkapel een fresco van een Jacobsschelp. Bij de VVV halen we een pelgrimsstempel en de (Nederlandssprekende!)  Franse VVV-medewerkster belt voor ons een taxi, die ons drie kwartier later naar Figeac rijdt.
Dan blijkt dat de temperatuurmeter van de taxi een buitentemperatuur aangeeft van 36 graden Celsius. Nu begrijpen we ook waarom we het zo’n warme wandeldag vonden.
Aan de overzijde van de rivier de Lot is bij Cajarc ook nog een andere camping, maar die zal allicht ook vol zijn, en die ligt in elk geval in het ‘volumegebied’ van het Afrikaanse dansfestival. We hebben besloten dat we vannacht nog maar een nacht (in stilte) overnachten op de camping van Figeac en dan morgen weer verder gaan vanuit Cajarc.

Pelgrimeren van Livinhac-le-Haut naar Figeac

GR65 van Le Puy-en-Velay naar Montréal-du-Gers

Sentier vers Saint-Jacques-de-Compostelle; via Le Puy
Pelgrimeren van Livinhac-le-Haut naar Figeac
Donderdag 25 juli 2013 – 25 km.
Dag 11: 232 – 257 km

Glas in lood-raam van Sint Jacob in Saint-Félix

Met dezelfde chauffeur van Figeac naar Livinhac-le-Haut
Onze elfde dagtocht begint vandaag in Livinhac-le-Haut. Durkje en ik gaan vandaag de elfde etappe van de Via Podiensis lopen; van Livinhac-le-Haut naar Figeac, over een afstand van 25 kilometer. Het thema van deze etappe is volgens onze wandelgids: ‘Waar Christus een kerk wijdde’.
Het is bijna 7.30 uur als onze (gisteren) gereserveerde taxi aankomt bij de receptie van de camping van Figeac. Tot onze verrassing blijkt het de chauffeur met zijn taxibus te zijn, die ons eergisteren ook al vervoerde naar het startpunt van die dag. Vandaag rijdt hij ons beiden in zijn taxibus van Figeac naar Livinhac-le-Haut, waar vandaag onze etappe begint.
Onze auto en caravan laten we vandaag staan op de camping van Figeac, want ook komende nacht overnachten we in Figeac. Vandaag lopen we naar de camping, want de pelgrimsroute loopt langs onze camping, die aan de rivier Le Célé in Figeac ligt.

Pelgrims bereiden zich voor
Met hoge snelheid rijdt de taxichauffeur ons door het berglandschap naar ons startpunt van vandaag. Het is nog maar 7.50 uur als hij ons afzet op het kerkplein bij de kerk en het gemeentehuis van Livinhac-le-Haut. In tegenstelling tot gistermiddag zijn nu wel alle zaken rond het kerkplein geopend. De bakker, de slager, de kruidenier en de pelgrimsherberg met café-restaurant hebben hun deuren geopend. De eveneens vroege pelgrims kopen hun proviand voor vandaag bij de bakker en de kruidenier en maken op de stoep voor de pelgrimsherberg hun rugzakken klaar voor vertrek. Twee pelgrims vertrekken vlak vóór ons en we zien dat enkele anderen ons spoedig zullen volgen.

Een sprookje wordt ruw verstoord
We wandelen Livinhac-le-Haut uit. In het dal links van ons ligt de laaghangende bewolking als een deken tegen de berghellingen. Met de daarop al schijnende zon is dat een sprookjesachtig mooi begin van deze pelgrimsdag.
Dat mooie beeld wordt ruw verstoord als een oude Fransman in een auto ons in La Planque staande houdt. Hij heeft aan onze uitrusting gezien dat we pelgrims zijn. Hij is de plaatselijk krantenbezorger en hij vertelt ons dat er een ernstige treinramp is geweest bij Santiago de Compostela. Hij laat ons de krant zien, waarin wij lezen dat er 35 doden en 200 gewonden zijn te betreuren. Hij vertelt dat deze trein op hoge snelheid is ontspoord, en dat het dodental – volgens een autoradiobericht van zojuist – helaas al is opgelopen tot 77 mensen.

Bonjour Pèlerin!
Voorbij La Planque volgt een stevige klim bergopwaarts. Tot boven in Le Puech del Soyt vormen Durkje en ik nu eens en een ander echtpaar dan eens de kopgroep. Tijdens ultrakorte rust- en drinkpauzes lopen we elkaar hier en daar voorbij.
Er komt uiteraard weer een eind aan de klimpartij en dan gaat het weer verder met af en toe lichte dalingen en stijgingen. We passeren ook het gehucht Le Thabor.
Hier en daar lopen we een stukje over asfalt, maar al snel gaat het dan weer verder over prachtige paden tussen weiden en akkers en door kleine bospercelen.
Bij het begin van zo’n mooi smal voetpad worden we begroet met een bordje met daarop de tekst: ‘Bonjour Pèlerin!’ Dat is toch aardig van die Fransen.

Van Montredon via Lalaubie en Tournié naar Lacoste
We lopen door tot het dorp Montredon. Dat is ongeveer anderhalf uur lopen vanaf ons startpunt. Wellicht dat we daar koffie kunnen drinken. We bezoeken de kerk, maar vinden er geen dorpscafé. Achter de kerk is een klein zaaltje, waar we een kerkstempel zetten in onze pelgrimspaspoorten. Er staat ook siroop en water, en een waterkoker met thee. We besluiten verder te lopen. Allicht dat verderop wel een koffiestop zal zijn.
We passeren achtereenvolgens de gehuchten Lalaubie, Tournié en de oude boerenhoeve Lacoste.

Kapel Sainte-Madeleine van Guirande
Een volgende korte stop maken we bij de kapel Sainte-Madeleine van Guirande. Het is een eenvoudige kapel langs de kant van de weg, maar de muur- en plafondschilderingen zijn wel mooi.
Vóór ons lopen twee groepjes pelgrims. We zien dat het ene groepje de D2 blijft volgen, om zo binnendoor naar Saint-Félix te lopen. De anderen verlaten de D2 en slaan een smal asfaltweggetje in; dat is ook de aangegeven route van de GR65. Ook wij volgen deze bewegwijzerde route, die met een kleine omweg iets verderop over prachtige veldwegen voert.

Wandelen met Slovenen uit Lyon
Op een driesprong halen we het echtpaar weer in, dat vanmorgen vroeg tijdens een klim met ons steeds van koppositie wisselde. We lopen enkele kilometers gezamenlijk verder. Het is een pelgrimerend echtpaar dat oorspronkelijk uit Slovenië komt, maar dat nu al weer zes jaar in het Franse Lyon woont, omdat hij indertijd werk kreeg bij het hoofdkantoor van Interpol in Lyon. Ze zijn met Haagse vrienden ook al eens op bezoek geweest in Fryslân, en zijn lovend over hoe mooi onze Friese provincie is.
Vorig jaar liep dit Sloveense echtpaar de camino naar Santiago de Compostela in de zelfde weken als wij.
Tot en met een prachtig particulier terras lopen we gezamenlijk door. In een buurtschap staat een vrij modern huis in een grote tuin met moestuin. Een groot overdekt terras bevindt zich naast het huis. De eigenaar haalt verse kruiden uit zijn moestuin en roept dat we plaats kunnen nemen onder de overkapping. Even later hebben we een grote mok heerlijke koffie vóór ons staan. Daarna nog een ijskoud drankje, en dan gaan we weer uitgerust en verfrist verder.

Schitterende Sint Jacob in Saint-Félix
Vrij spoedig daarna komen we aan in het dorpje Saint-Félix. Hier bezoeken we de romaanse kerk van de Heilige Radegundis. Voor ons is vooral het schitterende glas in lood-raam interessant met daarin de voorstelling van Sint Jacobus; kleurrijk en mooi afgebeeld met pelgrimsstaf, kalebas en Jacobsschelp.

Saint-Jean-Mirabel
We lopen door naar het dorp Saint-Jean Mirabel. Onze wandelgids meldt dat het de moeite waard is om even van de route af te wijken (en daarna weer terug te keren) om de plaatselijke 13e eeuwse kerk te bezoeken. Dat blijkt inderdaad een prachtige kerk te zijn, met beelden van knielende engelen in het koor, met mooie fresco’s aan het plafond en met een glas in lood-raam dat enkele pelgrimssymbolen voorstelt.
Tegenover de kerk staat een heel groot model van een racefiets, met daarbij een informatiebord, waarop staat dat in het jaar 2004 hier een etappe van de Tour de France passeerde.

Van Le Garric via Bel Air naar La Pierre Levée
We gaan weer verder, in de inmiddels genadeloze hitte van 34 graden Celsius over heet geurend asfalt. We komen door het gehucht Le Garric.
Een klein eindje verder komen we bovenop de verhoging in het landschap in het gehucht Bel Air.
Regelmatig lopen we over een stukje asfalt, om dan vrij snel al weer via smalle bospaadjes of smalle veldpaadjes verder te gaan. Soms even in de schaduw, maar veelal onder de felle zon. We passeren zo ook het gehucht La Pierre Levée.

Aankomst in Figeac
Op een gegeven moment zetten we een afdaling in over een breed veldpad. Ver beneden ons zien we in het dal al de stad Figeac liggen. Daar gaan we heen.
Na deze lange afdaling komen we uiteindelijk aan bij de tunnel die onder het spoor door gaat van de spoorlijn die door Figeac loopt.
Aan de andere zijde van de spoortunnel staan we na een wandeling van 5,5 uur al bij onze camping in Figeac. Hier beëindigen we vandaag deze wederom hete pelgrimsdag. In de schaduw van de grote bomen tussen onze caravan en de rivier Le Célé kunnen we eerst even afkoelen, alvorens we later op de middag boodschappen gaan halen in het gezellig drukke oude winkelcentrum van Figeac.

Pelgrimeren van Conques naar Livinhac-le-Haut

GR65 van Le Puy-en-Velay naar Montréal-du-Gers

Sentier vers Saint-Jacques-de-Compostelle; via Le Puy
Pelgrimeren van Conques naar Livinhac-le-Haut
Woensdag 24 juli 2013 – 24 km.
Dag 10: 208 – 232 km

Samen wandelen met de Franse pelgrim uit Brest



















De pelgrimsbrug van Conque over de Dourdou
Onze tiende dagtocht begint vandaag in Conques. Durkje en ik gaan vandaag de tiende etappe van de Via Podiensis lopen; van Conques naar Livinhac-le-Haut, over een afstand van 24 kilometer. Het thema van deze etappe is volgens onze wandelgids: ‘Terug in het dal van de Lot’.
Onze auto en caravan rijden we vanmorgen tegen 8.00 uur van het campingterrein af, om ze op het parkeerterrein langs de openbare weg naast de camping te parkeren. Dan begint om 8.00 uur onze dagtocht van vandaag, als we vlakbij de camping de uit het jaar 1410 daterende stenen pelgrimsbrug van Conques over de rivier de Dourdou over lopen.

Lonkende klanken van een trekharmonica
Vrijwel direct daarna begint een fikse klim over een steil en rotsachtig bospad over de berghelling aan de overzijde van de Dourdou. Het is hier al net zoals bij de andere beklimmingen van deze pelgrimsroute van de GR65: elke keer als je denkt dat je er bent, of elke keer als je op kruisingen in twee richtingen betrekkelijk horizontaal kunt lopen, moet je natuurlijk net die andere richting hebben, die onbarmhartig steil verder naar boven voert. We klimmen zo ook hier en nu enkele malen bij kruisende paden alsmaar verder omhoog.
Op een gegeven moment horen we hoog boven ons de zachte klanken van een trekharmonica. Boven ons zien we tegen de berghelling in het volle zonlicht de kapel Sainte-Foye staan, waar we nu naar toe klimmen. Als door de Sirenen gelokt, klauteren we vol goede moed verder naar de boshellingkapel. Vóór de kapel zit een jonge Fransman zachtjes op zijn trekharmonica zoete deuntjes te spelen.

Van de bergheide naar Noailhac
En ook voorbij deze kapel gaat het hellingpad stijgend verder. We komen voorbij de beboste helling in meer open hellingterrein, waar ook prachtig paarsbloeiende heide bloeit. Als we achter ons kijken, zien we dat we inmiddels boven de in het dal hangende bewolking lopen. Wat een prachtig gezicht om van de heiderijke rotshelling neer te kijken op de witte wolken in het dal onder ons. Het is als een sprookje zo mooi.
Boven op de bergweide aangekomen, moeten we kiezen uit de natuurroute, of de historische pelgrimsroute. We kiezen voor de oude pelgrimsroute, die ons naar het dorpje Noailhac voert. Eerst bezoeken we de dorpskerk van Noailhac en daarna vinden we verderop een combinatie van café-bar-restaurant-hotel-kruidenierswinkel aan de andere zijde van het dorp. Hier drinken we een heerlijke kop koffie op de loungebanken op het terras, met uitzicht over het dal en over de bergen aan de overzijde.

Driedimensionaal glas in lood
Buiten Noailhac gaat de pelgrimsroute verder over de processieweg van Noailhac. Eerst over asfalt en later over een halfverhard pad gaan we omhoog, daarbij de opeenvolgende wegkruisen van de processieweg passerend, totdat we boven aan de berg uitkomen bij de kapel Saint-Roche van Noailhac.
In een nis in de kapelgevel staat een mooi beeld van Sint-Rochus en vanuit de kerk kun je uitbundig genieten van de twee wonderschone glas in lood-ramen (Anno 1999), die deze kapel rijk is. Het glas is niet alleen mooi in lood gezet, maar de glasdelen zijn ook nog eens ongelijk qua dikte. Dus ook van dichtbij is het glasreliëf uniek mooi.

Via Fonteilles en Laubarède over de Lou Camin Conquet naar Le Plégat
Over en langs asfaltweggetjes gaan we via gehuchten als Fonteilles en Laubarède over hoge hellingen naar de stad Decazeville, zo’n vijfeneenhalf uur gaans van Conques.
Voorbij Laubarède volgen we de Lou Camin Conquet, ofwel de Conques-weg.
Diep in het dal en ver van ons vandaan zien we al de eerste bebouwing van het veel lager gelegen Decazeville.
We lopen tussen prachtige bergweiden, graan(stoppel)velden en akkers met nog niet al te hoogopgeschoten maïs, dat hier en daar wordt geïrrigeerd.
We komen langs het gehucht Le Plégat.

De Franse pelgrim uit Brest
Ver vóór ons zien we een alleengaande pelgrim lopen. Een oranje rugzak en rossig haar, dat kan niet missen: het is de Franse pelgrim uit Brest, die wij al meerdere malen onderweg hebben ontmoet. Ze heeft ons ook gezien en blijft staan om ons op te wachten. Ze is blij dat ze ons weer ontmoet, want ze was al een uur eerder dan wij uit Conques vertrokken, had onderweg de eenzame natuurroutevariant door het bos gekozen, had in de afgelopen vijf uren nog geen enkele andere pelgrim ontmoet en had een vervelende ontmoeting in het bos met een Fransman, die ze niet vertrouwde.
Ze loopt enkele kilometers met ons mee en vertelt onder andere dat ze onderwijzeres is van de onderbouw van een Franse basisschool; wat wij vroeger kleuterleidster noemden in Nederland. Dit is haar voorlaatste pelgrimsdag, want morgen loopt ze naar Figeac, vanwaar ze met de nachttrein naar Parijs reist, om daarna door te reizen naar Brest in het Franse Bretagne. Deze pelgrimsdagen waren voor haar een test om te beoordelen of ze dit leuk vindt. Volgend jaar gaat ze langer pelgrimeren, en dan verder vanuit Figeac in de richting van Saint-Jean-Pied-de-Port, richting Santiago de Compostela.

Lunchen in Decazeville
We moeten even stoppen met lopen, want hoog in een boom boven de weg is een man bezig om dikke takken uit de boom te zagen. Hij stopt even om ons door te laten.
We wandelen na een lange afdaling de stad Decazeville binnen. Daar zoeken we een terras, waar we lunchen en een kop thee drinken.

Sint-Rochuskapel voor pelgrims
Voorbij Decazeville volgt weer een lange en steile klim naar eerst het gehucht La Baldinie en daarna naar de kapel Saint-Roche voorbij dit gehucht.
Een mooi pelgrimsbeeldje staat in een nis van de buitenmuur.
In de kapel wordt veel verwezen naar de pelgrimage, met onder andere afbeeldingen van Sint-Rochus in het bijzonder en van pelgrims in het algemeen. Ook houtsnijwerk met pelgrimssymbolen en de aanduiding dat het vanaf hier nog 1.300 kilometer is naar Santiago de Compostela versiert de kapel.

Warm onthaal in Livinhac-le-Haut
Vóór het gehucht Pomayrols zien we in het dal onze bestemming Livinhac-le-Haut al liggen en voorbij Pomayrols zetten we langs de beboste helling de afdaling naar de nieuwe brug over de rivier de Lot in.
Om 14.30 uur lopen we Livinhac-le-Haut binnen. Rondom het kerkplein is bijna alles gesloten. Alleen het gemeentehuis is geopend. Daar vragen we de receptioniste of ze voor ons een plaatselijk taxibedrijf wil bellen, om voor ons een taxi te laten komen.
Ze belt een taxibedrijf en ruim tien minuten later kunnen we al in de taxi instappen, waarmee we naar Conques rijden.
Vanuit Conques rijden we dan met de auto en caravan naar Figeac, waar we een schaduwrijke kampeerplaats boeken voor de komende twee nachten.
We hebben vandaag de route van 24 kilometer afgelegd in bijna 7 uren wandeltijd, bij een temperatuur bij aankomst van 31 graden Celsius.