donderdag 31 augustus 2023

Pelgrimeren van Ostabat naar Saint-Jean-Pied-de-Port

Pelgrimsroute van Parijs (F) naar Santiago de Compostela (S)
Via Turonensis van Parijs naar Saint-Jean-Pied-de-Port (GR655)
Van Ostabat naar Saint-Jean-Pied-de-Port
Dinsdag 22 augustus 2023 – 22,9 km.
Dag 52:  1.100,6 – 1.123,5 km.
 
Met medepelgrims wachten bij het Pelgrimsburo in Saint-Jean-Pied-de-Port



















De Bonus-etappe van de Via Turonensis
Durkje en ik gaan vandaag in Ostabat beginnen met onze volgende etappe. Dit is voor ons de achtentwintigste dag van de voor ons dit jaar nog 28 resterende etappes van de Via Turonensis; de laatste dus, want vandaag ronden we de Via Turonensis af.
Onze etappe van vandaag loopt tot in Saint-Jean-Pied-de-Port, waar de Via Turonensis eindigt.
Het wordt vandaag een wandeldag met hoogzomers wandelweer. Tijdens deze etappe is het doorgaans bewolkt, want gedurende nagenoeg de hele etappe zijn de heuvels en bergen om ons heen in wolken gehuld. Pas aan het eind van de etappe breekt de zon door, en zie je de laaghangende bewolking enigszins optrekken.
Tot op dat moment blijft het een nogal benauwde lucht, maar ook dat verbetert enigszins naarmate de tijd voortschrijdt. Alleen als we nu en dan de top van een kale hoge heuvel naderen en er over heen gaan, voelen we even die heerlijke lichte verkoeling van het briesje wind dat er nu en dan is.
Als we vanmorgen vanaf de camping vertrekken, is het al warm, en de temperatuur loopt vanmiddag evenals gisteren op tot 29 graden Celsius. 
De wekker wekt ons vanmorgen om 6:00 uur. Na het ontbijt verlaten we op onze fietsen om 7:10 uur de municipal camping Plaza Berri van Saint-Jean-Pied-de-Port (waar we gisteren naar toe zijn gereden), om dan van Saint-Jean-Pied-de-Port de 19,3 kilometers naar Ostabat te fietsen. In Ostabat stallen we onze fietsen aan een ijzeren hekwerk op het Jeu de Pelote-veld naast de kerk. Om 8:20 uur staan we klaar voor de start van onze volgende etappe.
De etappe van Ostabat naar Saint-Jean-Pied-de-Port hebben we in 2011 ook al gelopen, tijdens onze eerste pelgrimage van Sint-Jacobiparochie naar Santiago de Compostela. Dus eigenlijk hadden we eergisteren toen we bij de Stèle van Gibraltar aankwamen, de hele route van de Via Turonensis al helemaal gelopen. Desalniettemin vinden we het leuk om de etappe van vandaag nòg eens te lopen, omdat je dan toch de Via Turonensis qua opeenvolgende dagen aaneensluitend geheel afrondt. We beschouwen deze dubbele etappe dan maar als een soort bonus-etappe. Het kan ook geen kwaad om een etappe tweemaal te lopen, dus we gaan daar nog maar eens van genieten.

Paden langs boeren met vee
In Ostabat dalen we af van het plein naast de kerk naar het plein in het centrum van het dorpje.
Daar zien we twee pelgrimssymbolen – de pelgrimsstaf en de kalebas – gemetseld tegen de gevel van de expositieruimte van het dorp.
We wandelen Ostabat uit, en dan merk je al direct dat we in een heuvelachtig gebied komen, dat voornamelijk wordt beheerd door boeren. De koeien grazen hoog rechts van ons pad.
We zullen vandaag een groot aantal boerenbedrijven passeren.
Als we het asfalt verlaten, gaat de route verder over onverharde paden, onder andere door boomsingels. Waar we zo’n singel verlaten, zien we recht vóór ons een wegkruis in de berm van de asfaltweg staan.
Langs een boerderij dalen we af naar de D933, en die volgen we over een geasfalteerd fiets- en voetpad achter een dikke betonnen opstaande rand langs de D933. Zo lopen we tot in de plaats Larceveau.
Daar gaan we dan weer over asfalt verder. Daarbij komen we door een buurtschap van enkele woningen, die geen harde bestrating tussen de woningen hebben, maar waarvan de openbare weg tussen de huizen volledig uit grindpaden bestaat.
We groeten er een boer die het pad oversteekt om vanuit zijn huis naar de stal te lopen. De koeien binnen en buiten beginnen te loeien. Links van ons passeren we een weiland met tientallen schapen, achter deze boerderij. Dan kunnen we via een smal bruggetje in de beekvallei een beekje oversteken.
Achter ons horen we de boer herhaaldelijk ‘Allez, allez’ roepen in de schuur, en we zien dat hij de laatste koeien de schuur uit drijft, waarna hij de schuurdeur sluit, en alle koeien buiten lopen in de wei. Ze loeien nog een korte tijd, en dan wordt het weer stil om ons heen.

Ancien Moulin prieure-hopital Utziat
Verderop ontmoeten we een Duits stel pelgrims, dat we op de fiets in Ostabat al hadden gegroet. Voor hen is deze etappe de laatste van deze zomer, want als zij vanmiddag in Saint-Jean-Pied-de-Port arriveren, hebben ze zo’n vijfhonderd kilometer achter de rug.
Als we hen vragen of ze dan – inmiddels goed getraind – als afsluiting wellicht de Pyreneeën nog oversteken, geven ze aan dat niet te doen, want het is mooi geweest, en ze zijn toch ook wel een beetje moe van die lange tocht. Een volgende keer gaan ze dan verder vanuit Saint-Jean-Pied-de-Port.
Verderop komen we weer terug bij de D933, om dan over een smal paadje door de berm van deze drukke weg te lopen. Daarbij passeren we de oude moulin van Utziat.
Die is inmiddels ingericht als een rustplaats voor pelgrims onderweg.
Er hangen enkele afbeeldingen van pelgrims van eeuwen her.
En er is ook voor gezorgd dat passerende pelgrims hier gebruik kunnen maken van een watertappunt.

Over hoge heuvelpaden
We gaan weer heuvelopwaarts en volgen een hoog boven de D933 liggend smal heuvelpad. Langs het pad staat een betonnen ronde paal, met daarop de afbeelding in beton van een Jacobsschelp. Dergelijke palen hebben we in de afgelopen jaren wel vaker langs de pelgrimspaden gezien.
Op een smalle asfaltweg staat een boer met drie pelgrims te praten. Iets later blijkt dat hij staat te wachten op een kudde koeien, want die koeienkudde komt ons even later op de asfaltweg tegemoet, met twee auto’s er achter aan, die de koeien opdrijven naar de verderop wachtende boer.
De koeien laten zich rustig opdrijven door de auto’s, en lopen gestaag door over het asfalt en door de smalle bermen.
Verderop krijgen we Gamarthe in zicht, en op dat moment loopt er ook nog een andere pelgrim voor ons uit.

Door Gamarthe
Even later wandelen we het dorpje Gamarthe binnen.
We hopen hier een kop koffie te kunnen drinken, maar er is hier geen café langs de route in dit dorpje. We gaan dus door, in de hoop dat we een eindje verderop wel koffie kunnen drinken.
In Gamarthe komen we langs een grote schuur langs de weg, waarin tientallen schapen rondlopen.
In het centrum van Gamarthe komen we bij de dorpskerk, waar we in 2011 samen met andere pelgrims hebben gepauzeerd en geschuild, op de dag dat het nagenoeg de hele dag regende.
We zaten toen met een groep pelgrims in de halfopen ruimte onder de kerktoren, waar enkele houten bankjes staan, waarop het goed toeven is op regenachtige dagen; en op zonnige dagen als je als pelgrim op zoek bent naar een koele plek met schaduw. 

Bussunarits-Sarrisquette 
Voorbij Gamarthe volgt een aantal steile klimmen over smalle asfaltwegen, steeds heuvel op en heuvel neer.
Op een verkeersbord dat waarschuwt voor overstekend vee, staat met stift een tekst geschreven, waarmee pelgrims goede moed wordt gewenst. En de koe op het waarschuwingsbord kreeg geloei als tekst bijgeschreven.
Iets verderop passeren we een bord dat passerende pelgrims wijst op de plek om bij een boer te overnachten en/of te eten.
In Bussunarits-Sarrisquette komen we langs wegwerkzaamheden. Het lijkt erop dat men hier bezig is om een smalle voetgangersstrook aan te leggen langs de asfaltweg, om pelgrims van de rijbaan af te houden, zoals men dat verderop ook al heeft gedaan.
In Bussunarits-Sarrisquette passeren we ook een château, met een boerderij aan de andere kant van de weg, die vroeger allicht bij het château hoorde.
Vrij snel daarna wandelen we Bussunarits-Sarrisquette uit.

Na vier uren lopen koffie in Saint-Jean-le-Vieux
We hebben al bijna vier uren aaneensluitend gelopen, en nog steeds zijn we niet langs een plek gekomen waar we koffie kunnen drinken. Onze hoop is dan ook gevestigd op het volgende grote dorp Saint-Jean-le-Vieux.
Daar hebben we geluk want daar is het grote Hotel Restaurant Mendy open, en het is er ook buitengewoon druk, omdat het voor de Fransen lunchtijd is, en dan komen onder andere de werkmannen naar horecagelegenheden om warm te lunchen, en zo ook hier. Maar wij krijgen snel koffie, en genieten tussen Franse, Britse en Amerikaanse pelgrims op het terras van ons heerlijk kopje koffie, en een broodje erbij.
Na deze lunchpauze bezoeken we de dorpskerk.
Het interieur heeft veel donkerbruin houtwerk rondom in de kerk, maar wel heel mooi vormgegeven.
Ook de deur van de hostie-tabernakel is mooi gedecoreerd.
Na dit kerkbezoek steken we de weg over tegenover het restaurant.

Het mooie Magdeleine
We wandelen het dorp uit, en gaan dan verder met onze heuvelroute, over doorgaans asfaltwegen. Op een kruispunt van wegen hebben we een prachtig uitzicht over heuvels en dalen rondom ons.
Het laatste dorpje dat we door komen, is Magdeleine, een dorpje met een kleine kerk en een klein kerkhof eromheen.
We horen het water van de wateroverloop van de Nive, die langs de kerk stroomt.
Ook hier weer zien we het donkerbruine houtwerk rondom in de kerk, maar ook het plafond en het koor van de kerk zijn smaakvol kleurrijk gedecoreerd.
Na dit kerkbezoek steken we naast de kerk via de brug de rivier de Nive over.

Aankomst in Saint-Jean-Pied-de-Port
Nu nog luttele kilometers, en dan bereiken we de eerste huizen van Saint-Jean-Pied-de-Port. Op een muurtje liggen tientallen mooi gedecoreerde Happy Stones.
We ontmoeten er een stel uit het Californische Santa Barbara. Ze zijn op Spaanse en Portugese Camino’s al ervaren pelgrims, en zijn nu in Saint-Jean-Pied-de-Port gearriveerd om morgen de Pyreneeën over te gaan, om dan eerst via de Camino Franchés naar Léon te pelgrimeren, om dan over te stappen naar de Camino Primitivo, die ze eerder bewandelden, maar nog nooit voltooiden. De vrouw haar zoekgeraakte wandelstokken moeten hier vanmiddag of vanavond nog vanuit Parijs van vliegveld Charles de Gaulle arriveren, en anders moeten ze morgenochtend om 7:00 uur nog wandelstokken kopen in het centrum van Saint-Jean-Pied-de-Port, alvorens ze de Pyreneeën morgen oversteken. Ze maken van ons beiden even een foto bij onze aankomst in Saint-Jean-Pied-de-Port. 
Daarna wandelen we door La Porte Saint-Jacques het stadje Saint-Jean-Pied-de-Port binnen.
We lopen door de Rue de la Citadelle naar het pelgrimsburo tegenover de herberg Beilari, waar wij in 2012 overnachtten.

Vooraan in de rij van het pelgrimsbureau
Het pelgrimsburo gaat om 14:00 uur weer open, en dat is over tien minuten. Wij posteren ons derhalve als eersten vóór de deur van het pelgrimsburo, waar zich een andere Nederlandse pelgrim uit Eibergen bij ons voegt. Hij vertelt dat hij zojuist met de trein in Saint-Jean-Pied-de-Port arriveerde, en dat hij morgen begint met de oversteek over de Pyreneeën, op weg naar Santiago de Compostela. 
Als het pelgrimsburo open gaat, worden wij drieën gezamenlijk als eersten geholpen door een Nederlandse gastvrouw-pelgrim, die de startende pelgrim en ons als ervaren pelgrims goed informeert over onder andere hoe morgen verder de Pyreneeën over.
De Nederlandse jongeman koopt een pelgrimspaspoort en een Jacobsschelp, en wij krijgen de routepapieren met de informatie die we afzonderlijk nodig hebben voor ons vervolg. Onze pelgrimspaspoorten worden gestempeld.
Dan verlaten we het pelgrimsburo, en gaan we verder door de Rue de la Citadelle. Er staat dan al een hele lange rij wachtenden om straks geholpen te worden in het pelgrimsbureau.

Tot aan La Porte d’Espagne 
Midden in het centrum bezoeken we de kerk van Saint-Jean-Pied-de-Port. Het is hier iets drukker dan doorgaans in de kerken die we bezoeken.
In de kerk staat een standbeeld van de Heilige Jacobus de Meerdere.
Buiten gekomen, volgen we de hoofdstraat tot aan het eind. Daarbij komen we langs driehoekige straat-emblemen van Saint-Jacques-de-Compostelle.
We lopen de Rue d’Espagne uit tot aan het eind bij La Porte d’Espagne, vanwaar wij morgenochtend heel vroeg van start gaan voor onze oversteek over de Pyreneeën.
Daarna lopen we terug naar Camping Municipal Plaza Berri, waar we onze auto afhalen, om daarmee terug te rijden naar Ostabat, waar we de fietsen afhalen.
Tot slot rijden we dan terug naar de camping in Saint-Jean-Pied-de-Port.
We hebben nu de totaal 1.123,5 kilometer lange ‘Via Turonensis’ geheel voltooid in uiteindelijk 52 wandeldagen.

Pelgrimeren van Bergouey naar Ostabat

Pelgrimsroute van Parijs (F) naar Santiago de Compostela (S)
Via Turonensis van Parijs naar Saint-Jean-Pied-de-Port (GR655)
Van Bergouey naar Ostabat
Zondag 20 augustus 2023 – 25,6 km.
Dag 51:  1.075 – 1.100,6 km.
 
Langs betonnen Jacobsschelpen door Garris

Van start in Bergouey
Durkje en ik gaan vandaag in Bergouey beginnen met onze volgende etappe. Dit is voor ons de zevenentwintigste dag van de voor ons dit jaar nog 28 resterende etappes van de Via Turonensis.  
De etappe van vandaag loopt tot in Ostabat.
Het wordt vandaag een wandeldag met hoogzomers wandelweer. Tijdens onze etappe is het doorgaans half bewolkt, maar grotendeels hangt er een sluierbewolking boven ons. Als we vol in de zon lopen, is het genadeloos warm, maar ook gedurende de sluierbewolking blijft het warm, met een nogal benauwde lucht. Dat benauwde zijn we van de afgelopen dagen trouwens wel gewend, maar die gewenning verandert niet veel aan hoe het op het moment voelt. Alleen als we nu en dan een top van een kale hoge heuvel naderen en er over heen gaan, voelen we even die heerlijke lichte verkoeling van het briesje wind dat er nu en dan is.
Als we vanmorgen vanaf de camping vertrekken, is het al 22 graden Celsius, en de temperatuur loopt vanmiddag evenals gisteren op tot 29 graden Celsius. 
Omdat we een inspannende en lange dag verwachten, laten we ons vanmorgen door de wekker wekken om 5:30 uur. Na het ontbijt verlaten we in onze auto - met achter op het fietsenrek de twee fietsen - om 6:40 uur de camping, om dan in de ochtendschemering eerst van Narrosse naar Ostabat te rijden. Onderweg wordt het langzaam licht. In Ostabat parkeren we de auto tussen de Mairie en de kerk.
Dan fietsen wij in 70 minuten de 30 kilometers van Ostabat naar Bergouey.
Onze fietsen stallen we om 9:40 uur in Bergouey vlakbij de in verbouwing zijnde Mairie aan een paal tegenover de Mairie. Om 9:50 uur staan we klaar voor de start van de volgende etappe.

Naar Jacobus de Meerdere in Viellenave
In het dorpscentrum moeten we even aan de kant voor een tractor met een aanhangwagen vol brandhout.
Vijf minuten later lopen we over een sterk dalend asfaltweggetje Bergouey uit, het diepe dal vóór ons in.
Een kwartiertje later arriveren we in de riviervallei bij het dorpje Viellenave, dat aan de rivier La Bidouze ligt.
We steken de eeuwenoude rivierbrug over om Viellenave binnen te wandelen.
Ook nu weer worden we ingehaald door een tractor met aanhanger, dus we moeten even aan de kant.
Als we achterom kijken naar de rivier, genieten we van dit monumentale plaatje.
Op goed geluk gaan we op deze zondagochtend naar de kerk, in de hoop dat de kerkdeur van deze oude kerk open is. We hebben geluk want de kerk is open, dus we gaan naar binnen. 
Tot onze verrassing zien we in de kerk een heel mooi kerkraam van Sint Jacobus Major, ofwel Jacobus de Meerdere, de beschermheilige van de pelgrims.
In dergelijke kerken is het overigens ook altijd interessant om eens te kijken naar de plek van de hostie-tabernakel, en naar de vaak versierde deur van dergelijke tabernakels.
Na dit kerkbezoek, lopen we langs de rivierbrug naar de oever van La Bidouze.

Stilte na het feest in Labets 
Dan volgen we het oeverpad een tijdje langs de rivier de Bidouze. 
Al vrij snel buigt het veldpad af van de rivier, en gaat het als akkerrandpad verder naar een asfaltweg. We kunnen ons laten leiden door de variëteit aan wegwijzers langs de weg.
Voor het eerst in deze zomerpelgrimage komen we langs een rotswand, in dit heuvelachtige landschap.
We wandelen het dorpje Labets binnen. Het is er muisstil; geen mens op straat. 
Achter de Mairie – op zoek naar het gebruikelijke toilet – treffen we de restanten aan van vermoedelijk het dorpsfeest dat hier hoogstwaarschijnlijk gisteren op het plein vóór de Marie heeft plaatsgevonden. 
In de zondagochtendstilte waarin we het dorpje binnen wandelden, lopen we even later ook het dorp weer uit aan de andere kant.

Drie routevarianten naar Garris
We lopen nu op de D646, en onze pelgrimsgids van Lapère geeft aan dat we die weg zouden moeten blijven volgen, om dan verderop via het plaatsje Sumberraute langs de D11 naar de plaats Garris te lopen. De smartphone-route van ons Nederlands Genootschap van Sint Jacob en ook de bewegwijzering volgt echter niet deze twee asfaltwegen, maar gaat direct voorbij Labets over een smal weggetje zuidwaarts, om daarna over mooie hellingpaden verder te gaan.
Nog een eindje verderop draait de smartphone-route ook naar de D11, maar de bewegwijzering – die wij volgen - blijft doorgaan door een mooi bosachtig gebied. We lopen langs een beekje, en verderop krijgen we te maken met een hele steile klim naar uiteindelijk toch de D11.
We lopen nog een eindje over een akkerrandpad, en moeten daarbij over een omgevallen boom heen, die vanuit de boomwal over de maïsakker is gevallen.

Langs betonnen Jacobsschelpen door Garris
Bij de D11 aangekomen, steken we die drukke weg diagonaal over, om aan de overzijde de plaats Garris binnen te wandelen.
We lopen door een buitengewoon gevarieerd straatbeeld, en toch zie je zo dat dit een Baskisch dorp is.
Over de Chemin de Saint Jacques dalen we af in het dorp.
Dan valt ons op dat men hier in Garris de route in het wegdek aangeeft met grote Jacobsschelpen in beton
Vanuit de laagte zien we de op de hoogte in het dorp gebouwde dorpskerk.
Er is hier enige verspreide horeca, en we zien dat rond dit middaguur de eerste Franse gasten de restaurantjes opzoeken om daar te gaan lunchen op deze vrije zondag.
De betonnen Jacobsschelpen leiden ons het dorp ook weer uit.

Een mooier pad naar Saint-Palais
We gaan nu op weg naar Saint-Palais, maar niet over de asfaltwegen. 
Buiten Garris komen we namelijk eerst op een halfverhard karrenspoor, dat op een lager gelegen niveau over gaat als een mooi hellingpad.
Als we een kudde schapen naderen in een weiland langs ons pad, begint een grote witte hond te blaffen.
Bij deze kudde loopt namelijk een Pyrenese berghond. Deze honden groeien op tussen de schapen, en worden door schaapherders bij de schaapskudde gehouden om de schapen dag en nacht te beschermen tegen vijanden, zoals bijvoorbeeld wolven die een schaap zouden willen aanvallen. 
Na een tijdje zien we in de verte een kerktoren van Saint-Palais. Het andere kerktorentje ernaast, is van een dorp dat een eind verderop in de heuvels ligt.
Om 13:15 uur wandelen we de stad Saint-Palais binnen. 

Kerkgang op zondag in Saint-Palais
Bij het oversteken van de rivierbrug tussen het bedrijventerrein en het stadscentrum zien we rechts van ons aan de rivier de oude ‘moulin’ staan.
Verkeersborden maken duidelijk dat we hier in een halteplaats van pelgrimspaden arriveren.
Saint-Palais heeft in het kader daarvan ook eigen straat-emblemen laten maken en laten aanbrengen op het wegdek, ter bewegwijzering van pelgrims.
Door de winkelstraat met door zondagsluiting gesloten winkels en bedrijven lopen we het stadscentrum in.
In het centrum arriveren we bij een café-terras en een restaurant-terras tegenover elkaar. We willen hier koffiedrinken, maar gaan eerst de kerk bekijken. 
Schitterend van deze kerk zijn de grote beschilderde panelen, het koor rond.
Ook het plafond van het koor is mooi van kleur voorzien. We zien dat in veel oude kerken niet meer, maar bekend is wel dat eeuwenoude kerken vroeger nogal kleurrijk waren geschilderd.
Eén van de kerkramen vertelt het verhaal van de geboorte van Jezus Christus.
Zoals gebruikelijk in dergelijke kerken, branden er kaarsen voor het Mariabeeld.

Gastvrijheid
Van de kerk gaan we - na een broodje bij de kerktoren - naar de kroeg. Maar het café dat we beogen voor onze koffiepauze blijkt nu net gesloten te zijn. Daarom steken we de weg over naar het terras van het restaurant. Veel Franse restaurantterrassen zijn rond het middaguur open voor lunch, maar gesloten voor koffiedrinkers, maar hier geeft de ober wel akkoord op ons verzoek om er koffie te drinken. Dus vandaag wel koffie onderweg.
Na deze koffiepauze gaan we richting stadsrand. Daarbij komen we langs een andere kerk, waar een gestileerd kunstwerk van een pelgrim staat.
Naast de kerk is een pelgrimsherberg gevestigd. We lopen de tuin van deze refugio in, en ontmoeten daar op het overdekte tuinterras twee hospitalero’s. Het zijn een Canadese (Yukon) en een Franse (Martinique) pelgrim, die samen als vrijwilligers namens het Belgische pelgrimsgenootschap de voorbijkomende pelgrims ontvangen voor hun overnachting in Saint-Palais. Ze verwachten vandaag acht pelgrims, maar weten uit ervaring dat er ook altijd wel pelgrims aankloppen die niet hebben gereserveerd. Dat kan prima, want ze hebben hier een capaciteit van 30 bedden.
We krijgen van hen een stempel in onze pelgrimspaspoorten, en een glas ijskoude limonadedrank, met een goed gesprek erbij. 
Daarna laten we ons op straat weer leiden door de pelgrimswegwijzers.

Door een arboretum steil omhoog
Bij één van die wegwijzers gaan we een stroef betonpad op. We komen in een soort aboretum, waar men de variëteit aan bomen langs het pad aanwijst met naambordjes. Dit is een bijzonder pad, want het is gaat super steil de heuvel op, lang en hoog, dus dat is een kwestie van hard werken voor ons.
Als we al een heel eind gestegen zijn, en inmiddels over steeds hoger gaande hellingpaden lopen, krijgen we vanzelfsprekend een prachtig uitzicht over het heuvellandschap rechts van ons.
Het blijft maar stijgen, en het uitzicht wordt steeds weidser. 
Over de top komen we op een plateau, waarop een kunstwerk is geplaatst.
Het gaat hier om een sculptuur van Christian Lapie, die drie mensfiguren heeft gecreëerd van drie hele lange rechtopstaande boomstammen.
De drie houten personen kijken hier vanaf grote hoogte het dal over.
We lopen langs het kunstwerk over een smal hellingpaadje naar beneden.
Langs de asfaltweg waar we dan op komen, passeren we een vrij nieuw huis, in typisch Baskische stijl gebouwd, hoog op een heuveltop staand. Het rood-witte huis steekt prachtig af tegen de blauwe lucht, nu het even nagenoeg onbewolkt is.

De stèle van Gibraltar
We hadden het op de wandelkaart zelf al gezien, en ook wegwijzers wijzen ons er al op dat we straks bij de zogenoemde Stèle van Gibraltar langs komen.  
Pelgrims hebben rondom deze gedenksteen allerhande spullen op het voetstuk van dit monument gelegd, zoals Jacobsschelpen, kralen, kettinkjes, kruisjes en steentjes.
Op dergelijke stèles staan doorgaans ook Baskische symbolen.
Het is al weer zo’n twaalf jaar geleden dat Durkje en ik hier óók passeerden, toen wij tijdens onze eerste pelgrimage via Vézelay en later over de GR65 langs deze bijzondere stèle kwamen.
Vanaf hier is ons de pelgrimsroute bekend, omdat we het hele traject van de stèle tot aan Santiago de Compostela en Cap Finisterre in 2011 en 2012 al hebben afgelegd. De komende kilometers zullen mooie herinneringen oproepen aan onze eerste pelgrimage.

Afhaken kan ook
Vanaf deze stèle gaan we weer een steil traject tegemoet. De route heuvelopwaarts gaat namelijk naar de Chapelle de Soyarce, boven op een hoge heuveltop. 
Als we bij de overgang van asfalt naar natuurpad komen, passeren we een Franse pelgrim. Ze heeft zojuist een automobilist aangehouden, en vraagt of hij haar in de auto naar Ostabat wil brengen. Je kunt aan haar manier van lopen zien, dat het voor haar niet meer te doen is om door te  lopen. En als je dan voor de nu komende beklimming staat, en weet dat je nog ongeveer twee uren moet lopen naar Ostabat, dan is het voor haar hier kennelijk duidelijk geworden dat haar dat niet meer gaat lukken.
De automobilist stemt toe, en de vrouw mag haar zware rugzak in de auto leggen, en stapt in bij de man.

Maar wij gaan door
Maar wij gaan door. We wisten al dat het een lange pelgrimsdag zou worden en dat we betrekkelijk laat aan zouden komen, maar het lopen gaat prima en dus gaan we vol goede moed verder omhoog. 
Het pad dat we nu beklimmen, is een rotspad, bestaande uit rots en rotsstenen. 
We moeten voorzichtig lopen, maar hebben ook prima grip op de ondergrond, en qua kracht en uithoudingsvermogen kunnen Durkje en ik dit prima aan.
Hoger en hoger gaan we voort. Eén pelgrim zien we in de verte vóór ons lopen, en rechts passeren we een zogenoemd ‘steenmannetje’, een stapel op elkaar gelegde stenen en steentjes, die als wegwijzer dienen, maar die – naarmate ze hoger worden - ook lijken op kleine stenen mannetjes.

Bij de Chapelle de Soyarce
Op de top arriveren we bij de Chapelle de Soyarce. Daar is een watertappunt, waar we gebruik van maken.
Bij een Mariabeeldje vlakbij twee Spaanse pelgrimerende dames gaan we op een bankje zitten om iets te eten en te drinken. 
Naast de kapel zit nog een andere pelgrim. Hij gaat aan de slag met een kooksetje. Ik kijk even in de kapel, bij het Mariabeeld en bij de gastenboeken die hier door heel veel pelgrims zijn beschreven met woorden van gebed, bewondering en dank.
Verderop staat een monumentje van steen, met in een nis een houten wandbord in Baskische stijl. 
Voordat we verder gaan, spreken we nog een tijdje met een stel dat op een stenen bankje onder het stenen kruis zit. Ze vertellen dat ze in deze regio wonen, en vandaag naar boven zijn gewandeld om hier te genieten van het uitzicht.
Na dit gesprek gaan wij vanaf de kapel heuvelafwaarts. Als je dan achterom kijkt, zie je de kapel onder de bomen boven op de top. Een bijzondere plek op het pelgrimspad.

Uiteenlopende paden
Veel lager gaat de route verder over een mooi schaduwrijk hellingpad. Links van ons staan tegen de helling veel bomen, waarvan de meeste donkergroen in blad. Maar één boom springt er met een helder lichtgroen bladerdek uit, zo mooi ook beschenen door de zon.
Verderop komen we weer langs een stèle, met een Mariabeeldje onder in de voet van het monumentje. Ook deze stèle is bewerkt met tekst en symbolen in Baskische stijl.
Ineens gaat het onverharde hellingpad over in een nieuwe asfaltweg, en nog iets verderop wordt het een nieuw betonpad. Dat betonpad is deels een verharde holle weg.
Opmerkelijk dat je zo ineens over nogal nieuwe verharding loopt.
We gaan vervolgens naar de Kapel van Harambeltz. 
Helaas is de kapel dicht, dus we laten de kapel achter ons.

Ruige route
En dan op een gegeven moment komt Ostabat voor het eerst in zicht. 
Bij nog eens weer een stèle verlaten we de asfaltweg.
Dan komen we op een wel zeer opmerkelijk pad.  
Het is een rotsachtig en steenachtig pad tussen hoog opgaande wallen, als smalle laan begroeid met bomen en struiken. Aan de koeienvlaaien te zien tussen de rotsen en stenen, is duidelijk dat hier ook wel vee loopt. 
En omdat het zo steil naar beneden loopt, is ook wel duidelijk dat hier een waterloop loopt als het lang en hard heeft geregend.
Maar ook over dit ruige pad gaan we gewoon voort, en we zien op een gegeven moment ook dat we steeds dichter bij Ostabat komen.

Ostabat als openluchtmuseum
Bij een droge beekbedding lopen we de bebouwde kom van Ostabat binnen. Hier ligt een smal stenen bruggetje, waar je met droge voeten over heen kunt als hier water door de bedding stroomt.
Het is een nogal rommelige entree in Ostabat.
Het eerste huis is zwaar vervallen. Wel zie ik een aantal oude Baskische symbolen verwerkt in de latei van één van de ramen in de gevel.
Bij het volgende huis er tegenover kijk ik even in de schuur. Daar zie ik een groot aantal oude boeren-gebruiksvoorwerpen staan, van korven tot landbouwmachines. Je zou er een museum van kunnen maken.
Vanuit een andere schuur iets verderop aan de andere kant van de weg hoor ik kippen kakelen. Die schuur is ingericht met allerlei verschillende soorten kleine hokken en vakken. Al met al lijkt het of je hier in Ostabat bent beland in een openluchtmuseum.
Het straatbeeld in de aanloopstraat is ook niet echt up to date, maar we zien dat men bezig om één van de oude huizen grondig te verbouwen en te renoveren. Er zijn nieuwe kozijnen in gezet, en het stukwerk van de binnenmuren zien er al tiptop uit. Hier wordt iets moois gemaakt.

Na de kerk terug naar de camping
Tegenover de kerk arriveren we bij onze geparkeerde auto. Het is nu 17:45 uur, dus het was een lange pelgrimsdag, maar wel een hele mooie, van 30 kilometer fietsen, en aansluitend 25,6 kilometer lopen. En we voelen ons nog fit, zelfs op deze benauwde, lange dag.
De kerkdeur van Ostabat staat open, dus ik ga naar binnen. 
Prachtig gedecoreerd is het koor van de kerk.
Een jong stel fietspelgrims zit verstild naast elkaar vóórin de kerk. Ik stoor hen niet in hun stiltemoment in deze mooie kerk, en verlaat de kerk door dezelfde kerkdeur.
Met de auto halen we op de terugweg onze fietsen op uit Bergouey, en dan rijden we terug naar de camping in Narrosse, waar we rond 19:30 uur arriveren.

Pelgrimeren van Sorde-l’Abbaye naar Bergouey

Pelgrimsroute van Parijs (F) naar Santiago de Compostela (S)
Via Turonensis van Parijs naar Saint-Jean-Pied-de-Port (GR655)
Van Sorde-l’Abbaye naar Bergouey
Zaterdag 19 augustus 2023 – 19,7 km.
Dag 50:  1.055,3 – 1.075 km.
 
Bij de kerk van Arancou
Van start in Peyrehorade
Durkje en ik gaan vandaag officieel in Sorde l’Abbaye – maar feitelijk in Peyrehorade - beginnen met onze volgende etappe. Dit is voor ons de zesentwintigste dag van de voor ons dit jaar nog 28 resterende etappes van de Via Turonensis.  
De etappe van vandaag loopt tot in Bergouey.
Het wordt vandaag een wandeldag met hoogzomers wandelweer. Tijdens deze etappe is het eerst nog licht bewolkt, maar dat verandert naar bijna onbewolkt. Halverwege de dag is het al behoorlijk warm om in de volle zon te lopen, maar de schaduw van de bomen langs wegen en paden dimmen het felle zonlicht, en het is zo toch nog goed wandelweer, vooral ook omdat we af en toe even kunnen genieten van enige zachtkoele wind, met name als we na enkele klimmen vlak vóór, op of net voorbij heuveltoppen zijn.
Als we vanmorgen vanaf de camping vertrekken, is het al 21 graden Celsius, en de temperatuur loopt vanmiddag evenals gisteren op tot 32 graden Celsius. 
Na het ontbijt verlaten we in onze auto - met achter op het fietsenrek de twee fietsen - om 7:05 uur de camping, om dan eerst van Narrosse naar Bergouey te rijden. Daar parkeren we de auto vlakbij de Mairie en het dorpshuis.
Dan fietsen wij de 17,4 kilometers van Bergouey naar Peyrehorade.
Onze fietsen stallen we om 9:00 uur in Peyrehorade vlakbij de kerk, aan een stalen fietsbeugel tussen een motor en een scooter.

Eerst kerk en koffie in Peyrehorade
Omdat we onze etappe gisteren eindigden in Sorde-l’Abbaye zouden we daar vanmorgen eigenlijk moeten beginnen. Omdat daar de brug van de D123 over Le Gave d’Oloron nog moet worden vervangen, kunnen we vanuit Sorde-l’Abbaye niet verder.
Gisteren vermoedden we dat de route vanwege de brugvervanging is omgeleid via Peyrehorade, en dat we daar nu via de grote rivierbrug de Gave over zouden moeten steken, en dat blijkt bij nader onderzoek het juiste vermoeden te zijn. Vandaar onze start in Peyrehorade. Van hieruit zullen we vast en zeker de nieuwe aansluiting op de oude pelgrimsroute vinden.
Eerst gaan we de plaatselijke kerk bezichtigen. Als we de kerk binnen lopen, is een mevrouw net bezig om alle kerkdeuren te openen, en dat is ook wel nodig, want het is erg warm in de kerk. Even later staan alle deuren open, en waait de frisse ochtendwind verkoelend door de kerk.
De voorstelling op het altaar is duidelijk: de Bijbel moet open, om te worden gelezen.
Voordat we - na het kerkbezoek - vertrekken, gaan we in het centrum van Peyrehorade eerst een kop koffie drinken. En op deze vroege ochtend nemen we er op het terras van de plaatselijke warme bakker ook maar een lekker verse croissant bij. Kortom, een heerlijk begin van deze etappe.
Na het koffiedrinken lopen we naar de grote rivierbrug om die over te steken.
Inderdaad zien we hier op de brug al de wegwijzer voor pelgrims, die ons duidelijk maakt dat de aangepaste pelgrimsroute nu over deze brug gaat.
In de naam van de rivier ‘Les Gaves Réunis’ wordt al duidelijk gemaakt dat de verschillende stromen van de Gave hier nabij Peyrehorade vanuit het achterland bij elkaar komen, en samen verder naar zee stromen. 
Aan de overzijde van de rivier is een uitgestrekte camper-kampeerplaats langs de rivier, waar het nagenoeg vol staat met een groot aantal campers. Kennelijk is dit hier een geliefde plek voor toeristen.

Kunstwerk en oorlogsmonumenten in Oeyregave
Als we Peyrehorade uit lopen, wandelen we het volgende dorp Oeyregave meteen binnen. Onder het kombord wordt ook nog weer met een richtingwijzer-sticker duidelijk gemaakt dat we qua route-wijziging nu goed zitten, dus we kunnen deze wegwijzers vanaf nu gaan volgen, en dat doen we ook.
Zo lopen we eerst naar het centrum van Oeyregave, waar een mooi stalen kunstwerk staat, waarin onder andere riviervissen zijn verwerkt, maar ook een grote Jacobsschelp.
Verderop staat het monument voor de gevallenen van de Eerste Wereldoorlog. 
Nagenoeg elk dorp heeft wel zo’n soort oorlogsmonument in de bebouwde kom staan. Daarnaast worden in veel plaatsen ook de oorlogsslachtoffers van de Tweede Wereldoorlog en van andere oorlogen met monumenten herdacht. Dergelijke monumenten staan veelal op markante plekken in dorpen en steden, en zo dus ook hier in Oeyregave. Verderop staat trouwens het monument voor de ene dorpeling die als gevolg van de Tweede Wereldoorlog stierf.
Aan de boerderijen aan de rand van het dorp kun je zien dat dit hier voor een groot aandeel een agrarisch gebied is.

Rond Roudigou 
Voorbij Oeyregave gaan we het bos van Quartier du Bois in. Heerlijk koel lopen we over het bospad onder het groene dak van bomen. Op een gegeven moment gaan we via een oude brug een rivier over, die grotendeels droog ligt.
We lopen over een prachtig bospad door een schaduwrijke singel.
Hier en daar – waar het bos iets opener is – merken we even hoe warm de zon al is.
Verderop moeten we een niet al te hoge, maar wel steile klim maken, om van het ene niveau van het hellingpad naar het hoger liggende hellingpad-niveau te komen. 
Als we na dit aangename bospad het bos verlaten, zien we dat we in een agrarisch gebied komen van vooral weideland. Hier en daar grazen de koeien.
Vlak vóór het buurtschap Roudigou steken we de D33 over. Een verkeersbord maakt duidelijk dat we ons bevinden op de Voie de Tours, het pelgrimspad van de Via Turonensis, dus wij zitten helemaal goed.
We komen langs een kleine kapel, iets van de weg af.
Aan beide zijden van de afgesloten kapeldeur zien we Jacobsschelpen. 
Door een raampje aan de zijkant kunnen we zien dat deze kapel heel eenvoudig is ingericht.
Tegenover de kapel staan twee mooie palmbomen. Die passen in elk geval heel goed bij de hoge temperatuur van vandaag.
Bij de kapel passeren we een grote oude boerenhoeve.
Tegen één van de muren van de hoeve is een muurtegel-wegwijzer voor pelgrims gemetseld.

Langs fruitbomen naar Léren
Net buiten Roudigou steken we de A64 over via een viaduct.
Iets verderop – daar waar we een tijdje parallel aan de A64 lopen – passeren we de eerste fruitbomen die hier zijn geplant door de vereniging van vrienden van de Chemin Saint-Jacques, die is gevestigd in Saint-Jean-Pied-de-Port. 
De bomen staan hier om de pelgrims in de oogsttijd te kunnen laten eten van de vruchten van deze bomen.
Ook verderop komen we regelmatig dergelijke fruitbomen tegen. Een aantal staan er armetierig bij, maar sommige fruitbomen dragen al veel goede vruchten, bijvoorbeeld appels.
Even later wandelen we ter hoogte van een boerderij het dorpje Léren binnen. Naast het pad staat in een tuin een oude plataan die volledig is afgezaagd en gesnoeid, en toch loopt de boom op de uiteinden al weer uit. Dit beeld zie je hier regelmatig.
Ook bij een hele oude boerenhoeve die deels in de vorm van een burcht is gebouwd (in Fryslân noemen we dat een stins) staan enkele gekortwiekte platanen.
Een eindje verder verlaten we het dorpje Léren, om over een asfaltweg het heuvelland in te gaan.

Akkers en boeren
Als we in de buurt van Tapouble de D28 oversteken, passeren we een door de plaatselijke bewoner mooi gemaakte rustplaats voor pelgrims. In een oud stenen schuurtje staat in de schaduw een grote picknickbank, waar de pelgrim aangenaam kan verpozen. Voor ons is het nog geen tijd voor pauze, dus we maken er geen gebruik van.
En dan komt het moment dat we boven aan een omhoog gaande weg ineens in de verte hoog oprijzende bergen kunnen zien. 
Het kan eigenlijk niet anders dan dat we evenals gisteren nu al de eerste tekenen van de hoge Pyreneeën kunnen zien.
We lopen over asfaltwegen, en passeren af en toe huizen, met erven waarop vaak van alles is te zien.
Dan komen we op een schitterend veldpad, dat tussen de akkers door gaat, waarop bijvoorbeeld uitgebloeide zonnebloemen en nagenoeg volgroeid maïs staat.
Naast een boerderij die we passeren, zien we weer zo’n lang en hoog opgaand bouwwerk van hout op een stenen onderbouw, met gaas rondom, waarin men maïs kon en kan drogen en bewaren.
Voorbij diezelfde boerderij is een boer bezig om met zijn tractor het hooi te schudden. In deze droge en hete dagen is gras snel hooi.

Restanten van de eeuwenoude Chapelle d’Ordios
Dan komen we in Ordios langs de eeuwenoude Chapelle d’Ordios. Het is een heel oud element religieus erfgoed, dat vroeger in gebruik was als pelgrimshospitaal voor zieke en uitgeputte pelgrims, die hier verzorgd werden totdat zij weer verder op pad konden. Nu rest nog slechts een klein deel van deze kapel, die onderdeel uitmaakt van een boerderij. De kapel heeft uitbouwen van boerderijschuren aan drie kanten, maar de voorkant aan de doorgaande weg toont nog de plek waar vroeger een dikke ronde toren tegen de kapel aan heeft gestaan. 
Recht tegenover deze kapel gaan we een steenachtige karrenspoor op, dat we geruime tijd heuvelopwaarts volgen.
Vanaf de heuveltop hebben we een prachtig panoramisch uitzicht over de wijde omgeving.
Aan de andere zijde gaat het heuvelafwaarts.
Ook hier weer lopen we tussen uitgestrekte akkers door, nu naar beneden.
Als we langs een akker met uitgebloeide zonnebloemen achterom kijken, genieten we van het schitterende uitzicht over de heuvels en dalen rondom ons.

Na vier uren lopen de lunchpauze in Arancou
Als we nog eens weer een heuveltop bereiken, krijgen we wederom een prachtig vergezicht over het grote dal op de voorgrond, en de Pyreneeën op de horizon.
We dalen nu af naar het dorpje Arancou. 
Daar staat in het centrum een klein zwart metalen model van een pelgrim.
Tegen de gevel van Gîte Bourthaïre van Arancou hangt een mooi kunstwerk met daarop pelgrims gaand van Parijs via Arancou naar Santiago de Compostela. 
De boodschap is duidelijk: dit dorp ligt halverwege.
Links wordt aangegeven dat het vanaf Parijs tot hier 830 kilometer gaans is.
En rechts staat dat het nog 830 kilometer is tot aan Santiago de Compostela.
We hebben nu aaneensluitend zo’n vier uren gelopen in de warmte, en na al dat drinken wordt het ook wel de hoogste tijd voor onze lunchpauze. We vinden daartoe langs het jeu de pelote-veld een stenen bankje in de schaduw, waar we heerlijk koel kunnen lunchen.
Daarna lopen we enkele honderden meters door het dorp naar de 13e eeuwse dorpskerk van Arancou.
We gaan naar binnen en bezichtigen de oude kerk.
Daarna laten we de kerk achter ons.
We lopen het dorp uit, met nog ongeveer 3,5 kilometers te gaan tot het eindpunt van deze etappe.

Bergouey
Al vrij snel daarna zien we Bergouey in de verte tegen de heuvel liggen.
Op dit punt gaan de GR655 en de pelgrimsroute uiteen. De GR655 gaat hier rechtsaf in de richting van de beboste heuvels, en ons pelgrimspad volgt de asfaltweg die rechtstreeks naar de gemeente Bergouey-Viellenova gaat. Waar we via een bruggetje de beek Le Lauhirasse oversteken, begint deze gemeente.
Nu hoeven we alleen nog maar de asfaltweg te volgen, en zo komen we uiteindelijk in de bebouwde kom van Bergouey.
Als ik achterom kijk, zie ik linksachter in de verte tegen de heuvelhelling een grote steengroeve.
Die is - ziende op alle machinerie erbij – nog steeds in gebruik.
We gaan verder het dorp in, en passeren daarbij de locatie waar vroeger een benzinestation was. De oude benzinepompen staan er nog steeds.
Daarna komen we langs de ertegenover wonende en werkende smid van het dorp.
In het centrum gaan we niet direct terug naar onze auto, maar lopen we nog even door naar de kerk van Bergouey.
Die is open, dus we gaan naar binnen.
Links en rechts van het koor staan de beelden van Maria & Jozef.
Maar heel bijzonder opvallend is het beeld van Maria in het koor van de kerk, achter het altaar. Er ligt een tl-buis aan de voeten van het Maria-beeldje, waardoor het op een bijzondere manier permanent wordt belicht.
Verder is de kerk binnen mooi geschilderd, ook het houten plafond van de kerkzaal.
Bij de ingang/uitgang van de kerk hangen aan beide zijden van de toegangsdeur twee grote Jacobsschelpen voor wijwater.

Fietsen en wandelen bij hoge temperatuur
Als we naar buiten lopen, ontmoeten we daar twee mannen, waarschijnlijk een vader met zoon, die – zo vertellen ze – vanuit hun woonplaats bij La Rochelle een meerdaagse fietstocht maken door deze regio. Ook zij hebben het warm, en praten over de steile klimpartijen op de fiets. 
Als we vertrekken, zoeken ze de koelte van de schaduw achter de hoge kerkmuur.
Wij lopen naar de auto in het dorp, en rijden dan terug naar Peyrehorade, waar we onze fietsen afhalen.
Tot slot rijden we dan terug naar de camping in Narrosse. Het is dan 32 graden Celsius, en het blijft vanmiddag en vanavond nog lang warm.

Pelgrimeren van Saint-Pandelon naar Sorde-l’Abbaye

Pelgrimsroute van Parijs (F) naar Santiago de Compostela (S)
Via Turonensis van Parijs naar Saint-Jean-Pied-de-Port (GR655)
Van Saint-Pandelon naar Sorde-l’Abbaye
Vrijdag 18 augustus 2023 – 21,5 km.
Dag 49:  1.033,8 – 1.055,3 km.
 
Door de heuvels van Lesparda naar Cagnotte

















Brug of geen brug
Durkje en ik gaan vandaag – na de rustdag van gisteren - in Saint-Pandelon beginnen met onze volgende etappe. Dit is voor ons de vijfentwintigste dag van de voor ons dit jaar nog 28 resterende etappes van de Via Turonensis.  
De etappe van vandaag loopt tot in Sorde-l’Abbaye.
Het wordt vandaag een wandeldag met hoogzomers wandelweer. Tijdens deze etappe is het eerst nog bewolkt, maar dat verandert naar heel licht bewolkt. Halverwege de dag is het al behoorlijk warm om in de volle zon te lopen, maar de schaduw van het bos en van de bomen langs wegen en paden dimmen het felle zonlicht, en het is zo toch nog goed wandelweer, vooral ook omdat we af en toe even kunnen genieten van enige zachtkoele wind. 
Als we vanmorgen vanaf de camping vertrekken, is het al 21 graden Celsius, en de temperatuur loopt vanmiddag op tot 32 graden Celsius. 
Na het ontbijt verlaten we in onze auto - met achter op het fietsenrek de twee fietsen - om 7:05 uur de camping, om dan eerst van Narrosse naar Sorde-l’Abbaye te rijden. Daar parkeren we de auto vlakbij de nieuw te bouwen rivierbrug over Le Gave d’Oloron
Dan fietsen wij de 21,3 kilometers van Sorde-l’Abbaye naar Saint-Pandelon.
Onze fietsen stallen we om 8:45 uur in Saint-Pandelon tegenover de Mairie, tegenover de kerk, aan de houten paal van een promotiebord. Klokslag 9:00 uur staan we klaar voor vertrek.

De heuvels in
We groeten de gemeente-ambtenares door het openstaande raam van de Mairie, en verlaten dan Saint-Pandelon.
We volgen enkele asfaltwegen en komen dan in de richting van Moulin de Benesse al snel in een heuvelachtige landschap.
We hebben in de afgelopen dagen door de bossen van Les Landes nagenoeg geen koeien gezien, maar hier zien we ze weer in een weiland dat we passeren.
Het valt ons direct op dat het pelgrimeren hier echt leeft in deze regio. In Saint-Pandelon steekt een langzaam rijdende automobilist zijn duim op om ons aan te sporen, als we vier Franse wandelaars ontmoeten, wensen ze ons een “Buen Camino”, en een automobilist die van de andere kant komt, remt af, doet zijn autoraam open, en wenst ons een “Bonne Marche”. En verder zien we hier en daar Jacobsschelpen hangen, als symbool van en voor de pelgrim. 
We komen langs de boerderij van Lesparda.
Op het erf zien we een hele grote maïsopslag, zoals je die in vaak kleinere versies ook in Spanje wel ziet.
Er ligt ook nog een partij maïskolven in de opslagruimte.
We wandelen rustig door in een aangenaam glooiend landschap.

Koffiepauze in Cagnotte
Om 10:45 uur wandelen we de bebouwde kom van Cagnotte binnen.
Hier is geen bar-café open, dus dat zou kunnen betekenen dat we hier geen koffie kunnen drinken vanmorgen. 
We ontmoeten bij het sportveld een jonge Franse pelgrim. Ze zit onder een afdak in de schaduw te pauzeren.
We groeten elkaar, en dan lopen Durkje en ik door naar het kruidenierswinkeltje van het dorp. Binnen vragen we of we in het dorp ergens koffie kunnen drinken. Dan zegt de jeugdige winkelbediende dat zij koffie voor ons kan zetten, want ze heeft een Senseo-koffiezetapparaat met alle toebehoren achter de kassa. Het reservoir vult ze met water, en even later staan we twee euro armer buiten de winkel met heerlijk verse koffie. Verderop vinden we een houten bankje bij de voormalige weegbrug, waarop we plaatsnemen voor de koffie en een broodje. Een automobilist stopt naast ons, en vertelt dat we zo’n vijfhonderd meter verderop heerlijk in de schaduw van bomen kunnen pauzeren op een picknickplaats bij de kerk. We bedanken de man voor zijn vriendelijke raad. Altijd mooi dat er mensen zijn die goed willen zorgen voor pelgrims onderweg. We maken dat regelmatig mee, en zo dus ook hier.
Voordat we verder gaan, halen we eerst nog een gemeentestempel voor onze pelgrimspaspoorten, en zoals bij nagenoeg alle Mairies kunnen we ook hier naar het toilet.

Gastvrije ontvangst in de abdijkerk van Cagnotte
Dan lopen we door naar de kerk van het dorp. Daarbij komen we langs een sculptuur van een Sint-Jacobsschelp, met daaronder een wegwijzer naar de refugio voor pelgrims iets verderop.
We arriveren bij de kerk, ter hoogte van de voormalige wasplaats.
In de kerk worden we welkom geheten door drie vrouwen, die in de kerk druk in de weer zijn.
Ze versieren de kerk met bloemen, en die verspreiden nu al een heerlijke geur in de kerkzaal.
In de kerk staan enkele beelden ter aanbidding, en in het koor hangt een kleurrijk kerkraam.
Aan de zijkant van het schip van de kerk is een nis, waarin een beeldje staat van de heilige Jacobus, de beschermheer van de pelgrims.
De drie actieve dames in de kerk hebben er merkbaar genoegen in dat we hun kerk als pelgrims bezoeken. Ze zijn trots op hoe mooi ze de kerk versieren. Prachtig is bijvoorbeeld dat her en der op veel plaatsen in de kerkzaal er witte Jacobsschelpen boven op de kerkbanken zijn gelegd, zodat je door de hele kerk de witte pelgrimssymbolen duidelijk kunt zien.
We bedanken de dames voor hun gastvrijheid, en lopen langs het grote leegstaande gebouw van de voormalige 11e eeuwse abdij van Cagnotte. 
Voordat we het abdijterrein verlaten, komen we nog langs de door de automobilist zojuist aangekondigde picknickplek. Inderdaad een oase om er te rusten in de schaduw, en bovendien is hier een watertappunt met drinkbaar water. Op de zijkant van dit watertappunt is een Jacobsschelp gemetseld. Veel van wat we hier zien in Cagnotte ademt de sfeer van het pelgrimeren. Heel mooi is dat.

Asfalt, veldpaden en bospaden
Voorbij Cagnotte gaan we de heuvels weer in. Hier en daar staan boerderijen, of restanten van wat vroeger ooit een in bedrijf zijnde boerderij is geweest. Het is in Frankrijk tamelijk gebruikelijk dat men alle oud materieel jaren ongemoeid laat staan, zo ook bij een voormalige boerderij, waar onder andere nog een oude tractor vóór de schuur staat.
In een bocht van de asfaltweg moeten we rond een aantal uitbundig bloeiende lagerstroemia’s heen lopen. 
Wel verrassend is dat we verderop langs een klein spoorbruggetje komen, waarvan de restanten zichtbaar zijn gemaakt en gehouden. 
Een informatiebord erbij maakt duidelijk dat dit nog een restant is van de voormalige 31 kilometer lange tramlijn van 1914-1937, tussen Dax en Peyrehorade.
We verlaten de asfaltwegen, en gaan verder over prachtige veldpaden door het heuvellandschap. Het veldpad gaat op een gegeven moment over in een bospad.
Dat is een nogal steenachtig bospad, met veel kleine keien, maar wel heerlijk in de schaduw van het Bois de Cauneille.
Op een bospad, bij een splitsing van twee bewegwijzerde bospaden, ontmoeten we weer de jonge Franse pelgrim. Ze zit hier op de splitsing te lunchen, onderwijl de steekvliegen van haar lijf houdend.
We overleggen met haar of wij nu linksaf moeten om een tamelijk overwoekerd bospaadje op te gaan, of dat we het brede bospad moeten blijven volgen. Zij neemt haar pelgrimsgids van Miam Miam Dodo erbij, die aangeeft dat haar pelgrimsroute (tevens de GR655) naar Sorde l’Abbaye linksaf gaat via Saint-Crique-du-Gave. De route van onze pelgrimsgids van Lepère gaat echter rechtdoor via Peyrehorade naar Sorde-l’Abbaye, dus wij gaan rechtdoor, en zij gaat straks linksaf. We nemen afscheid van elkaar en wensen elkaar een “Bon Chemin”.

Peyrehorade in zicht
Na een lange, maar niet al te steile klim over asfalt, krijgen we een mooi uitzicht vóór ons. Waarschijnlijk kijken we vanaf deze hoogte al uit over de daken van de eerste huizen van Peyrehorade. En bovendien zien we heel ver weg vaag iets van oprijzende bergen. We vragen ons af of dat al de eerste tekenen zijn van de Pyreneeën. Die zijn nog ver weg, maar we weten uit ervaring dat ze wel zo hoog zijn, dat je ze al van verre kunt zien bij helder weer.
Bij een boerderij lopen enkele paarden in de wei. Die worden vergezeld van enkele witte reigers. Dat is een plaatje dat we kennen van onze eerdere pelgrimstochten, want zo’n combinatie zagen we bijvoorbeeld ook al nadat we vanuit Lourdes naar de Pyreneeën liepen.

Picknicken in Peyrehorade aan Le Gave d’Oloron
Om 13:00 uur lopen we het kombord van Peyrehorade voorbij. We zijn hier eerder dan dat we hadden ingeschat.
We moeten echter nog wel een fors eind door deze langgerekte plaats lopen, onder andere langs de sportvelden die Peyrehorade rijk is.
Als we het centrum van Peyrehorade binnen wandelen, zien we dat de slagbomen van de spoorwegovergang dicht zijn voor een passerende trein. Daarna kunnen we het spoor oversteken om Peyrehorade verder in te lopen.
De richtingwijzers van ons pelgrimspad leiden ons naar de uitgestrekte picknickplaats langs de weg die parallel aan de rivier Le Gave d’Oloron naar het centrum van de plaats gaat.
Hier heerlijk in de schaduw nemen we plaats op een picknickbank, te midden van alle Fransen die er al dan niet met camper ook genieten van hun lunchpauze in de schaduw van de platanen.

Oude route of gewijzigde route
Onze routegids meldt dat we nu langs de D29 langs de rivier Le Gave d’Oloron naar Sorde-l’Abbaye moeten lopen. Dat doen we derhalve, overigens ook omdat onze auto daar staat.
Als we langs de D29 lopen in de richting van de brug over de rivier Le Gave de Pau valt ons op dat dit stuk van de route niet wordt bewegwijzerd. Dat is vreemd, want dat is op deze route absoluut niet gebruikelijk. Toch lopen we naar de rivierbrug, zoals in onze routegids staat.
We steken even later Le Gave de Pau over. 
Dan volgt nog een heet stuk langs de D29 naar Sorde-l’Abbaye. Daarbij passeren we ook een boomgaard waarin de bomen vol dikke kiwi’s hangen.
Onderweg denken we na waarom deze weg niet bewegwijzerd wordt. We gebruiken een routegids die al negen jaar oud is, en we weten van een andere Franse pelgrim dat er ook een update is van zo’n twee jaar oud. Het zou kunnen zijn dat de route nu niet meer langs de D29 gaat, maar dat die ten zuiden van Peyrehorade via de grote rivierbrug Le Gave d’Oloron oversteekt, om aan de zuidkant van de rivier de route ten zuiden van Sorde-l’Abbaye te hervatten. 
Als we in Sorde-l’Abbaye aankomen, is wel heel duidelijk dat je hier nu tot in elk geval maart 2024 de rivier niet over kunt, want dan pas is de nieuwe rivierbrug gereed.
Vanmorgen hebben we al gezien dat er nog geen enkel brugdeel over de rivier ligt, dus dat gaat nog vast en zeker wel meer dan dat half jaar duren.

Morgen beginnen in Peyrehorade
Hoe het ook zij, wij zijn van plan om morgenochtend niet hier in Sorde-l’Abbaye te beginnen, want dan zouden we terug moeten lopen naar Peyrehorade. Wij gaan er nu in principe van uit dat we morgenochtend van start gaan in het centrum van Peyrehorade, en dat we daar de grote rivierbrug gebruiken om Le Gave d’Oloron over te steken.  En dan pakken we aan de zuidoever van de rivier de pelgrimsroute van Lepère wel weer op, want we denken overigens dat die vanuit Peyrehorade wel bewegwijzerd zal zijn. Maar dat zien we morgen dan wel.
We zijn nu in elk geval gearriveerd bij onze auto, en rijden terug naar Saint-Pandelon, waar we onze fietsen op het fietsenrek laden, waarna we terugrijden naar de camping in Narrosse, waar we rond 14:45 uur arriveren. De temperatuur op de camping is dan 33 graden Celsius. Het is en was dus een behoorlijk warme dag vandaag op het pelgrimspad.

Pelgrimeren van Gourbera naar Saint-Pandelon

Pelgrimsroute van Parijs (F) naar Santiago de Compostela (S)
Via Turonensis van Parijs naar Saint-Jean-Pied-de-Port (GR655)
Van Gourbera naar Saint-Pandelon
Woensdag 16 augustus 2023 – 18,7 km.
Dag 48:  1.015,1 – 1.033,8 km.
 
Terug bij de kathedraal van Dax



















Pelgrimeren op de dag na Maria Hemelvaart
Durkje en ik gaan vandaag in Gourbera beginnen met onze volgende etappe. Dit is de vierentwintigste dag van de voor ons dit jaar nog 28 resterende etappes van de Via Turonensis.  
De etappe van vandaag loopt tot in Saint-Pandelon.
Het wordt vandaag een wandeldag met zomers wandelweer. Tijdens deze etappe is het halfbewolkt. Halverwege de dag is het al behoorlijk warm om in de volle zon te lopen, maar de bewolking en de schaduw van het bos en van de gebouwen en bomen in de stad dempen het felle zonlicht, en het is zo aangenaam wandelen. 
Als we vanmorgen vanaf de camping vertrekken, is het al 20 graden Celsius, en de temperatuur loopt vanmiddag op tot 30 graden Celsius. 
Na het ontbijt verlaten we in onze auto - met achter op het fietsenrek de twee fietsen - om 7:10 uur de camping, om dan eerst van Narrosse naar Saint-Pandelon te rijden. Daar parkeren we de auto naast de Mairie, bij de kerk.
Dan fietsen wij de 17,8 kilometers van Saint-Pandelon naar Gourbera.
Onze fietsen stallen we om 8:45 uur in Gourbera naast de Mairie, tegenover de kerk, aan de houten paal van een promotiebord. 
Het was gisteren Maria Hemelvaart in Frankrijk, en daarvan zullen we vandaag nog het een en ander aan overblijfselen zien, in de stad en in de kerk.

Botsende priester kan niet in de kerk
Als we bijna klaar zijn voor ons vertrek komen twee Afrikaanse jongemannen in een auto aanrijden, en bij het inparkeren botsen ze tegen het hekwerk van de Mairie. Na enkele keren heen en weer zo recht mogelijk inparkeren, stappen ze uit. Ze vertellen dat ze voor de mis van negen uur komen in de dorpskerk tegenover de Mairie. Aan de toga in hun handen te zien, is de één priester, en de ander wellicht misdienaar. De kerk blijkt nog afgesloten, dus ze wachten op iemand die de kerk opent. Een Franse mevrouw komt aanrijden, maar die blijkt ook geen kerksleutel te hebben. Ze raadpleegt haar smartphone, om wellicht de sleutelhouder te benaderen om de kerk te openen, want over zo’n vijf minuten begint de mis.
Dat wachten we niet af, dus we verlaten het dorp. Buiten het dorp verlaten we de D150 om het bospad van het Forêt Communale op te gaan.
Dan volgt een mooie natuurwandeling door het bos over mooie bospaden. Onderweg zien we aan een boom een wegwijzer van de pelgrimsroute, waarop onder andere staat vermeld dat er in Saint-Paul-lès-Dax een refugio is. Daar komen we later op de route bij langs.

Gevarieerde paden door Forêt Communale
Over een asfaltweg dalen we af naar een beekje. Onder in de beekvallei komen we in het buurtschap Bouhette op de plaats waar we de beek oversteken, ter hoogte van de oude moulin van Bouhette.
Daarna gaan we de beekvallei weer uit, en gaan we over diverse bospaden verder het Forêt Communale in. Zoals zo vaak onderweg bij zonnig weer, fladderen veel en verschillende soorten vlinders over het pad, van bloem naar bloem.
Dan komen we door een gebied met enkele open velden. Die steken we over via smalle graspaadjes door de weilanden.
Dat we vandaag nogal met landschapsvariatie te maken krijgen, blijkt wel uit het feit dat we even later een zwaarder traject krijgen over rulle zandpaden door een duinenlandschap. 
Op zo’n stuk zijn de bermen al weer heel anders, met veel geel- en paarsbloeiende heide, en door de droogte vergeelde varens. We ‘ploegen’ rustig voort door het losse zand.

Opvliegende eend
Vlak voordat we bij de stad komen, wandelen we over een asfaltweg langs een groot privé-terrein met een waterplas, waar omheen allerlei dieren verblijven, zoals eenden, ganzen en geiten. Eén van de eenden is over het hekwerk gekomen, en staat vóór ons op de asfaltweg. De eigenaar van de eend komt met de auto aanrijden, en stopt bij zijn eend, die dan opvliegt en terug vliegt over het hekwerk naar het erf waarop alle andere dieren verblijven.
Als we ruim vóór de N124 rechtsaf verder gaan, wandelen we de bebouwde kom binnen van Saint-Paul-lès-Dax, ter hoogte van een huis met enkele bloeiende lagerstroemia’s: gladde bomen die nauwelijks boombast hebben.

Verkeerscontrole in Saint-Paul-lès-Dax
Op één van de vele rotondes van de N947 houdt de politie een verkeerscontrole. De vele bezoekers van het festival (rond Maria Hemelvaart) van de afgelopen dagen in Dax verlaten nu na afloop van het festival de stad, en de politie haalt nu en dan een auto uit de lange stroom auto’s ten behoeve van een verkeerscontrole.
Wij lopen dit controlepunt voorbij en lopen dan een hele lange rij auto’s tegemoet, die ons langzaam rijdend tegemoet komen. 
Verderop gaan we dwars door Saint-Paul-lès-Dax, waarbij we onder andere een winkelcentrum passeren.
Dan komen we even later bij de plaatselijke kerk.
Tegenover deze kerk is de refugio van de plaatselijke parochie.
Met een informatiebord en de metalen afbeelding van een pelgrim worden passerende pelgrims gewezen op de aanwezigheid hier van de parochiale overnachtingsaccommodatie voor pelgrims.
Ik kijk even op het terrein van de refugio, waar geen pelgrim is te zien, maar waar wel een wasrek vol met was van één of meer pelgrims hangt.

Veel afval en stank in Dax
Vlak vóór het treinstation en de spoorbrug verlaten we Saint-Paul-lès-Dax, en wandelen we de stad Dax binnen aan de overzijde van het spoorviaduct.
Dan steken we even later de rivier de Adour over, via de grote stenen brug. 
Direct valt ons dan al op – evenals in Saint-Paul-lès-Dax – dat men er ook hier al het mogelijke en wenselijke aan heeft gedaan om de grote bezoekersaantallen van het meerdaagse festival zo goed mogelijk in de hand te houden. In Saint-Paul-lès-Dax zagen we al overal hekwerken staan, die het parkeren en kamperen in de stad tegen moeten houden, en ook hier direct al in Dax zien we dat een parkachtig plantsoen helemaal is afgeschermd met ijzeren hekwerken, om de duizenden bezoekers erbuiten te houden.
Er ligt overigens een onbeschrijflijk grote hoeveelheid afval nabij de horecagelegenheden van de stad.
Met man en macht wordt er vandaag aan gewerkt om het op te ruimen en vooral ook schoon te maken. Er hangt een nare stank in de binnenstad van wat al die mensen in de afgelopen dagen hier hebben achtergelaten.

Bezoek aan de kathedraal van Dax
We lopen alle opruimers en schoonmakers voorbij, en gaan eerst naar de kathedraal van Dax.
Die is gelukkig open, dus we gaan naar binnen.
Helaas is het pelgrimsinformatiecentrum in de kathedraal niet open, maar door de tralies heen kunnen we toch nog twee beeldjes zien staan, en een houten wegwijzer met daarop een Jacobsschelp en een caminopijl.
Het ene houten beeldje toont een pelgrim, en bij het andere – aangeklede – beeld staat dat het hier gaat om het model van een middeleeuwse pelgrim.
Heel mooi is de presentatie in het koor, die is gemaakt ter gelegenheid van Maria Hemelvaart, dat gisteren is gevierd.
In één van de zijkapellen hangt een niet al te gebruikelijk schilderij, dat het geboorteverhaal van Jezus afbeeldt.
Ik maak een grote rondgang door de omgang, achter het koor van de kerk langs.
Op mijn vraag om een pelgrimsstempel antwoordt een vertegenwoordigster van de kathedraal dat we die wellicht vanmiddag na vier uur kunnen verkrijgen, maar zeker weet ze het overigens niet.
Bijzonder is het timpaan van de kathedraal. Niet boven de hoofdentree van het exterieur van de kathedraal, maar boven de zij-ingang in het interieur van de kerk.
Tussen de twaalf afgebeelde apostelen in het timpaan, staat ook het beeld van de heilige Jacobus, met Jacobsschelpen, als pelgrim en als beschermheer van de pelgrim.
Ook zie ik een kerkraam, waarop Johannes de Doper Jezus Christus doopt in de Jordaan met een Jacobsschelp, een beeld dat je in meerdere kerken, basilieken en kathedralen kunt aantreffen.
Na een uitgebreide rondgang door deze grote kathedraal, verlaten we de kerk, en gaan we de roerige, rommelige, stinkende binnenstad van Dax weer in.

Koffiedrinken kan buiten de binnenstad
Nu is het tijd voor koffie, èn we willen een brood kopen. We gaan de winkelstraten in, en passeren dan direct al het stadhuis, dat open is, waar we een stempel in onze pelgrimspaspoorten krijgen.
Banketzaken zijn wel open, maar een bakkerswinkel vinden we niet. En ook een terras om koffie te drinken treffen we nog niet aan. Café’s zijn nog te druk met de noodzakelijke schoonmaak.
Meerdere zaken in de winkelstraten hebben hun panden dichtgetimmerd met houten schotten, om de smeerboel en wellicht ook vernielingen van het meerdaagse stadsfestival te voorkomen. 
Enkele ondernemers zijn bezig om die houten schotten te verwijderen, en overal zie je ondernemers en schoonmakers de gevels en de straten schoon te maken. Dat is overigens ook echt nodig, want nu het al weer warmer wordt, stinkt het in de stad van urine en van allerhande vormen van afval.
We steken het stadsplein over, waar de grote stadskermis wordt afgebroken. Daarbij moeten we ook hier laveren tussen al dat afval.
Aan de overzijde van het plein vinden we een terras waar we wel op aangename wijze kunnen koffiedrinken, dus daar maken we gebruik van.

Le Gond
Na deze koffiepauze gaan we weer terug naar de kathedraal, want daar gaat onze pelgrimsroute verder door de stad.
We gaan in zuidoostelijke richting door de stad. Onderweg kopen we bij een bakkerszaak een brood voor onze rustdag van morgen. In de wijk Le Gond vinden we in de schaduw een bank waarop we onze lunchpauze houden.
Le Gond lopen we uit langs het plaatselijke opleidingsinstituut van de rooms-katholieke kerk in Les Landes, dat overigens is genoemd naar Saint-Jacques de Compostelle.
Heel verrassend is dat we ter hoogte van Constentine in een gebied komen met enkele grote vijverpartijen.
We lopen tussen grote vijvers door, die zijn begroeid met geelbloeiende waterplanten.
Dit graspad tussen de vijvers gaat over in een donker bospad, en we horen daar onderweg dat we steeds dichter bij een weg met autoverkeer komen. Als we inderdaad die asfaltweg bereiken, moeten via een houten trap naar boven, om boven aangekomen de rivier Le Luy over te steken.

Saint-Pandelon
Aan de overzijde zetten we een flinke klim in, om al vrij snel daarna Saint-Pandelon binnen te lopen.
We klimmen verder omhoog tot aan de ommuurde begraafplaats van het dorp.  
Op deze begraafplaats staat een baarhuisje, waarvan de deuren aan beide zijden open staan.
Binnen ligt in de hoek onder de houten trap een bult met allerhande zaken, waaronder ook een aantal grafkruisen, die wellicht van oude graven zijn verwijderd.
Kennelijk worden de natuurstenen grafkruisen met daarop de aan het kruis hangende Jezusbeeldjes niet zomaar weggegooid.
Hier verlaten we tot de volgende etappe van overmorgen de doorlopende pelgrimsroute, om naar de dorpskerk bij de Mairie te lopen. 
De kerk is echter gesloten, dus die bezichtigen, zit er vandaag niet in.
Daarom lopen we naar de tegenoverstaande Mairie. 
Die is gesloten, maar we zien een raam wijd open staan op de benedenverdieping. Binnen zitten twee dames te werken. Als we hen vragen om een stempel in onze pelgrimspaspoorten, zeggen ze fijntjes dat de Mairie gesloten is, maar ondertussen pakt één van hen wel het gemeentestempel en zet dat enthousiast in onze pelgrimspaspoorten.
We bedanken de dames hartelijk, en lopen dan naar onze auto naast het gemeentehuis. 
Met de auto rijden we terug naar Gourbera, waar we onze fietsen afhalen, die we daar vanmorgen hebben achtergelaten.
Tot slot rijden we terug naar de camping in Narrosse, waar we iets na drie uur vanmiddag arriveren, met dan nog de grote was in de tweede helft van de middag, en óók de hele avond met prachtig weer voor de boeg.