donderdag 31 augustus 2023

Pelgrimeren van Lesperon naar Gourbera

Pelgrimsroute van Parijs (F) naar Santiago de Compostela (S)
Via Turonensis van Parijs naar Saint-Jean-Pied-de-Port (GR655)
Van Lesperon naar Gourbera
Dinsdag 15 augustus 2023 – 21,4 km.
Dag 47:  993,7 – 1.015,1 km.
 
Bij de pelgrim op de Rond-Point des Jacquaires in Taller



















Pelgrimeren op Maria Hemelvaart
Durkje en ik gaan vandaag in Lesperon beginnen met onze volgende etappe. Dit is voor ons de drieëntwintigste dag van de voor ons dit jaar nog 28 resterende etappes van de Via Turonensis.  
Onze etappe van vandaag loopt tot in Gourbera.
Het wordt vandaag een wandeldag met zomers wandelweer. Tijdens deze etappe is het halfbewolkt. Halverwege de dag is het al behoorlijk warm om in de volle zon te lopen, maar de bewolking en de schaduw van het bos dimmen het felle zonlicht, en daar is het dan aangenaam wandelen. Bovendien voelen we soms even een licht verkoelende bries in de rug.
Als we vanmorgen vanaf de camping vertrekken, is het 17 graden Celsius, en de temperatuur loopt vanmiddag op tot 29 graden Celsius. 
Na het ontbijt verlaten we in onze auto - met achter op het fietsenrek de twee fietsen - om 7:10 uur de camping, om dan eerst van Narrosse naar Gourbera te rijden. Daar parkeren we de auto naast de Mairie,tegenover de kerk.
Dan fietsen wij de 21,4 kilometers van Gourbera naar Lesperon.
Onze fietsen stallen we in Lesperon tussen het dorpscafé en de Mairie, nabij de kerk, aan een stalen fietsenstallingsbeugel. 
Het is vandaag Maria Hemelvaart, en uit ervaring van de afgelopen pelgrimsjaren weten we dat dat in Frankrijk voor de meeste Fransen een kerkelijke feestdag, en daarmee een vrije dag is. Veel is dan gesloten. 

Een huisarts uit Belgisch Gent in Frans Lesperon
Toch hoopten we dat het dorpscafé van Lesperon tenminste vanochtend nog open zou zijn, en dat geluk hebben we inderdaad. Daarom gaan we koffiedrinken op het hooggelegen terras van dit dorpscafé. Daar ontmoeten we een ex-huisarts uit het Belgisch-Vlaamse Gent, die al sinds 1986 een woning heeft in Lesperon, waar hij gedurende de zomermaanden woont. In de winter woont hij in Gent. Het is een interessant moment van deze dag, want we kunnen elkaar uitgebreid bevragen op verschillende terreinen.
Bij de Belg aan zijn terrastafel zit ook een Fransman, die we af en toe even in het Frans meenemen in ons gesprek. Als we de koffie op hebben en vooralsnog uitgepraat zijn met de Belg en de Fransman, rekenen we af bij de jonge uitbater van dit café-restaurant met Tabac-winkel, en dan nemen we afscheid en gaan Durkje en ik op pad. We zijn om 9:15 uur klaar voor de etappe vanuit Lesperon.

Over de D140 Lesperon uit
Voordat we Lesperon verlaten,  gaan we nog even langs het uitgestrekte muurmozaïek waarop ook de pelgrim staat afgebeeld met Jacobsschelpen. Toch heel mooi dat men dat hier in het dorp op zo’n prominente plaats heeft gecreëerd, want het visualiseert en benadrukt zo toch heel mooi de pelgrims die hier door het bosrijke landschap pelgrimeren.
Aan de rand van het dorp steken we via de D140 het beekje van de Ruisseau de Vignac over.
En als we de beekvallei uit zijn geklommen, zie ik een mooie witte caminopijl in de berm, die is gemaakt van kleine witgeschilderde keien. Zomaar nog weer een teken waaruit blijkt dat men zich er in Lesperon terdege van bewust is dat het pelgrimspad naar het Spaanse Santiago de Compostela hier door het Franse Lesperon gaat.
Buiten Lesperon gaan we een lang traject op over de D140. Vlak voordat we bij de A10 komen, zien we een wild zwijn op een draf de weg oversteken. Vrij snel daarna steken wij na de eerste kilometers de autosnelweg A10 over.
Daarna blijven we de D140 alsmaar volgen. Het is op deze landelijke feestdag in elk geval geen drukke weg, dus we kunnen rustig voortgaan over het brede asfalt.
Wat op deze rustige dag de oversteek ook waagt over deze brede asfaltweg is een klein lichtbruin kikkertje. Hopelijk dat deze kikker de oversteek levend haalt.

Parijse fietspelgrims op de paden van Lepère
Op het kilometers lange traject over de D140 passeren we de buurtschappen Péliou, Betille, Nord, Camin en Peyrot. In het gehucht Quillac verlaten we de D140, om dan over een bospad het bos in te gaan in oostelijke richting.
Ook hier weer lopen we door het productiebos van naaldbomen, waarvan de bomen in lange rijen zijn geplant. 
Op het bospad worden we ingehaald door twee mountainbikers. We raken in gesprek met het stel. Ze vertellen te wonen in Parijs, en hun fietspelgrimage te zijn begonnen in Tours, van waaruit zij in één tocht door willen fietsen naar het Spaanse Santiago de Compostela. Daarna gaan ze met hun fietsen in de bus terug naar het Franse Hendaye, en van daaruit nemen ze de fietsen mee in de snelle trein – de TGV – terug naar Parijs. Ze fietsen het hele traject dat wij wandelen, volgens de wandel- en fietsgids van Lepère, en vertellen dat dat af en toe al tegen is gevallen, want sommige trajecten – bijvoorbeeld over rulle zandpaden – zijn nog wel goed bewandelbaar, maar op de fiets zijn dergelijke stukken - om het zacht uit te drukken – nogal een uitdaging. 
Maar ze houden de moed erin en ze fietsen na een gezellig gesprek met ons weer vrolijk verder. Wij wandelen er rustig achteraan.

De stêle van Ouyé 
We dalen ter hoogte van Ouyé af naar een beekje. Vlak vóór het houten bruggetje over deze beek hangt een bakje aan een boom, waarin je je geschreven boodschap en/of gedichtje kunt achterlaten. En daar kun je dan ook de boodschappen en/of gedichtjes van je voorgaande pelgrims lezen.
Er staat ook een houten bank bij de brug op de oever van deze bosbeek.
Aan de overkant van de beek komen we bij de Stêle voor de Pelgrims. 
Op deze stenen pilaar staan onder andere afbeeldingen van een Jacobsschelp en van een veldslag. 
De Jacobsschelp is een belangrijk symbool voor de pelgrim die hier passeert.
De afbeelding van de veldslag verwijst naar de veldslag die de Fransen hier aan het eind van de tiende eeuw hebben gevoerd tegen de hier toen nog overheersende Vikingen.
Al met al is dit een mooi punt op onze etappe van vandaag.
Op de informatieborden wordt overigens vermeld dat het van origine al een grote opgave was om de tocht van Bordeaux naar Dax te pelgrimeren, en dat het traject dat we nu gaan lopen van hier tot aan Taller zonder enige twijfel een origineel tracé is van de eeuwenoude pelgrimsroute via Dax naar Spanje.

Via Bourrat naar Taller
Bij Bourrat komen we in een iets opener landschap, waar zowaar ook maïs wordt verbouwd. Waar we het bos uit komen, staat een irrigatiesysteem voor het hoog opgeschoten maïs, en net op het moment dat wij daar langs moeten, begint die installatie water te spuiten, en ook over het pad dat wij moeten bewandelen. We bekijken even hoe de installatie werkt, en net op het beste moment zetten we de pas erin om over het pad zo droog mogelijk deze sproei-installatie te passeren.
Om 11:45 uur wandelen we de bebouwde kom van Taller binnen.
Links van de weg staat een boerderijschuur, vol met hout, en erom heen oude dakpannen, hout en andere zaken.
Naast de schuur staan twee oude, niet meer in gebruik zijnde benzinepompen.
Bij het wegkruis bereiken we de hoofdstraat van Taller.

De pelgrim van Taller
De pelgrimsroute loopt direct linksaf het dorp al weer uit, maar dat gaan wij nog niet doen. Eerst willen we namelijk de plaatselijke kerk zo mogelijk bezichtigen, en bovendien zijn we toe aan onze lunchpauze.
Eerst lopen we naar de dorpskerk met de dikke burchttoren.
In het koor van de kerk zien we een mooi en kleurrijk kerkraam.
Zoals in zoveel Franse kerken hangt hier ook een afbeelding van Johannes de Doper, die Jezus Christus doopt. In dit geval is het hier een schilderij met die afbeelding.
In de voorhal onder de kerktoren hangt een tekening van Sint Jacobus; Saint-Jacques de Compostelle.
Over de Rue de Compostelle lopen we naar de Mairie.
Als we bij de grote rotonde in het dorp komen, zien we tot onze verrassing dat daar een groot cortex-stalen beeld staat van een pelgrim.
Deze rotonde heet de ‘Rond-Point des Jacquaires’, dus geheel in stijl voor pelgrims.
We steken de weg over naar de Mairie, waar een Jacobsschelp aan de muur is geschroefd bij de ingang.
Vóór de Mairie staan onder de bomen - en dus heerlijk in de schaduw - enkele picknickbanken, waarop wij onze lunchpauze houden.
Diagonaal tegenover de Mairie staat een pracht van een verenigingsgebouw, zoals die in het begin van de vorige eeuw (deze in 1911) door de overheid in heel veel gemeenten van dit departement zijn gebouwd, om het verenigingsleven in de dorpen te stimuleren.
Het is rond 12:00 uur als we hier pauzeren.

Kilometers rechtdoor 
We gaan na onze lunchpauze Taller uit, en komen dan via een asfaltweg op de plek waar we het bos in gaan, over een bospad dat aan beide zijden is begroeid met hoog opgaande frisgroene varens.
En even later buigen we voorbij het gehucht Laborde in het buurtschap Clucq af op een breed bospad, dat we kilometers lang in zuidelijke richting moeten blijven volgen. Warm is het voortdurend, vol in de zon, met een wegdek van wisselende samenstelling. Slechts af en toe is er enige variatie, bijvoorbeeld op de plek waar we te maken hebben met een hoog opgaande zandberm.
Het brede halfverharde pad gaat met twee sporen alsmaar rechtdoor, met slechts lichte stijgingen en dalingen, en alsmaar door een enorm bosgebied.
Een deel van dit rechte stuk kunnen we op een gegeven moment over een smaller veldpad vervolgen, met rechts van ons een open veld, en links van ons hoog opgaande rode struiken van de oosterse karmozijnbes, vol met groene en donkerpaarse bessen.
Enkele malen komen we voorbij grote houten hokken, met electriciteit erin en gasflessen ernaast. We hebben aanvankelijk geen idee waarvoor deze zijn bedoeld, maar een eind verderop zien we een heel groot aantal kippen scharrelen rond deze houten hokken, dus kennelijk zijn het kippenhokken.
Op de plek waar recent een nieuwe electriciteitsmast is gebouwd, eindigt dit lange rechte traject op een rul zandpad bij een asfaltweg.

Warm in Gourbera
Van die asfaltweg gaan we over op de D140, en daarmee naderen we Gourbera, op de plek waar een groot verkeersbord staat, dat meldt dat hier de ‘Voie de Tours’ loopt, als een ‘Chemin de Compostelle’.
Direct daarna wandelen we de bebouwde kom van Gourbera binnen.
Ook hier valt op dat veel huizen zijn gebouwd in vakwerkstijl, met prachtige kleuren.
Na een daling en een laatste klim over de D140 arriveren we in Gourbera bij de kerk en de Mairie waar we vanmorgen onze auto hebben geparkeerd.
We nemen nog een fruitpauze om even te rusten en af te koelen van de temperatuur die tegen de dertig graden is opgelopen, en daarna rijden we van Gourbera terug naar Lesperon om daar onze fietsen af te halen, waarna we terugrijden naar onze camping in Narrosse. Tegen half vijf arriveren wij op de camping.

Pelgrimeren van Cap de Pin naar Lesperon

Pelgrimsroute van Parijs (F) naar Santiago de Compostela (S)
Via Turonensis van Parijs naar Saint-Jean-Pied-de-Port (GR655)
Van Cap de Pin naar Lesperon
Maandag 14 augustus 2023 – 24,7 km.
Dag 46:  969 – 993,7 km.
 
De stenen trappen op naar de kerk van Onesse et Laharie
Pelgrimeren na een rustdag in festivalstad Dax
Gisteren hebben Durkje en ik onze caravan verplaatst vanuit het Franse dorpje Bilos naar de plaats Narrosse nabij de zuid-Franse stad Dax, waar we ons basiskamp nu hebben op Camping Old Sycamore, in het Frans genoemd: Le Vieux Platane. 
Dax staat deze dagen tot en met morgen in het teken van een groot festival, waar duizenden festivalgangers op af zijn gekomen, met opvallend veel Basken, gekleed in het welbekende Baskische wit-rood.
Durkje en ik gaan vandaag in Cap-de-Pin beginnen. Dit is voor ons de tweeëntwintigste dag van de voor ons dit jaar nog 28 resterende etappes van de Via Turonensis.  
De etappe van vandaag loopt tot in Lesperon.
Het wordt vandaag een wandeldag met zomers wandelweer. Tijdens deze etappe is het halfbewolkt. Halverwege de dag is het al behoorlijk warm om in de volle zon te lopen, maar met de bewolking en met de schaduw van het bos dempt het felle zonlicht en is het aangenaam wandelen.
Als we vanmorgen vanaf de camping vertrekken, is het 15 graden Celsius, en de temperatuur loopt vanmiddag op tot 31 graden Celsius. 
Na het ontbijt verlaten we in onze auto - met achter op het fietsenrek de twee fietsen - om 7:05 uur de camping, om dan eerst van Narrosse naar Lesperon te rijden. Daar parkeren we de auto tussen het dorpscafé en de Mairie, bij de kerk.
Dan fietsen wij de 25 kilometers van Lesperon naar Cap-de-Pin.
Onze fietsen stallen we in Cap-de-Pin tegenover het inmiddels leegstaande restaurant Relais Napoleon III aan een electriciteitspaal bij een woning. We zijn om 9:15 uur klaar voor de etappe vanuit Cap-de-Pin.

Bospaden
Vanuit Cap-de-Pin steken we over het viaduct direct de A10 over, en daar hervatten we de doorgaande pelgrimsroute, waar we die eergisteren beëindigden.
Eerst lopen we een eind over de asfaltweg parallel aan de autosnelweg, maar al vrij snel kunnen we dat asfalt verruilen voor het brede zandpad door het bos, waarmee we ons verwijderen van de autosnelweg A10.
We passeren het buurtschap Le Baqué.
Ter hoogte van het gehucht Lesbordes verlaten we het brede bospad, om dan over smallere paden door het uitgestrekte bos verder te gaan. 
Bij een oude houten boerenschuur zien we een oldtimer staan.
De auto is al zo oud en vergaan, dat het alleen voor een kenner nog zichtbaar is welk automerk en model dit is.
We dalen af en komen dan bij een beek-bruggetje waarmee we de Ruisseau de Tounedou over steken. Vlak vóór dat bruggetje komen we langs een huis ver van het pad af. De jongeren die vóór dat huis staan, groeten zwaaiend naar ons in het voorbijgaan.
Na het oversteken van de brug over deze beek gaat het sterk stijgend de beekvallei uit, het bos in.
Het is trouwens opmerkelijk hoe goed het pelgrimspad hier in deze uitgestrekte bossen is bewegwijzerd.

Naar Grand Cout
Als we vóór een grote vlakte in het bos staan, zien we rechts van ons nieuwe bosaanplant van zo’n drie meter hoog, en in de verte ouder bos met een vak bomen van zo’n zes meter hoog, en daarachter een bosvak met bomen van meer dan 12 meter hoogte. En links van ons ligt een heel groot leeg en ruig terrein, waarvan je kunt zien dat dit hele bosvak nog niet zo lang geleden geheel is gerooid. Hier zullen op termijn vast en zeker weer nieuwe bomen worden geplant.
Bij het buurtschap Grand Cout gaan we tijdelijk het bos uit, om over een asfaltweg verder te gaan.

Koffiedrinken in Onesse et Laharie
Dan lopen we de bebouwde kom binnen van het tweelingdorp Onesse et Laharie.
Dat is de Franstalige naam van dit tweelingdorp, maar net zoals in Fryslân worden hier de plaatsnamen ook tweetalig (voor Gascogne) op de plaatsnaamborden vermeld, en voor dit dorp is dat dan Onessa e Laharí.
Bij het binnenwandelen van het dorp valt direct op dat veel huizen zijn gebouwd in vakwerkstijl.
De huizen zijn wit, maar het houtwerk is zwart, rood of blauw.
In het dorp gaan we even van de doorgaande route af, om iets verderop koffie te kunnen drinken en naar de kerk te gaan.
Tegenover de kerk is een klein kruidenierswinkeltje, dat tevens broodverkooppunt is. Binnen kopen we twee broden, twee ‘pain au raisins’ voor bij de koffie, en twee koppen koffie. Buiten is een heerlijk schaduwrijk terras op een houten vlonder, waar we lekker in de schaduw koffiedrinken.
Daarna klimmen we naar de kerk, die helaas gesloten is.
Maar de Mairie naast de kerk is wel open, dus daar halen we een stempel voor onze pelgrimspaspoorten.
Weer teruglopend langs de kruidenier zien we dat één van onze grote ijstheeflessen al leeg, dus we kopen bij de kruidenier een ijskoude fles Orangina, om goed aangevuld met voldoende drinken straks het bos weer in te gaan. Na deze winkel zullen we namelijk geen andere commercie meer passeren op deze etappe.

Motor met zijspan en bolsters in Grand Coulin
We verlaten de D140 en gaan wederom het bos in. Het zijn overwegend naaldhoutbomen, met eronder grote frisgroene varens, die door het dóórdringende zonlicht prachtig worden beschenen. Heel mooi om te zien.
Vlakbij het buurtschap Grand Coulin horen we geschreeuw door het bos, en even later motorgeluid. Dan komt ons een motor met zijspan tegemoet, met een jong stel erop, en twee kleine kinderen met helm op in de zijspan. 
Achter ons keren ze de motor, en dan rijden ze ons van achteren voorbij. Ze hebben veel plezier met zijn vieren op die mooie oude motor met zijspan.
We lopen dit gehucht uit bij een prachtige wilde kastanje.
De boom zit vol hele dikke bolsters.
Prachtig valt het zonlicht over deze mooie groene bolsters.

Herten en bijen in het bos
Op één van de volgende bospaden blijft Durkje plotseling staan, en wijst naar twee herten verderop tussen de varens in het bos. 
De herten vluchten vóór ons en steken daarbij het bospad over. Maar aan de andere kant begint een hond te blaffen, met als gevolg dat één van de herten weer terug vlucht over het bospad, naar het gebied waar die vandaan kwam.
Verderop verruilen we de bospaden weer voor een eind asfaltweg over de D140. Het asfalt is niet zo bijzonder, maar de hoogopgaande bermen langs de weg zijn wel prachtig met veel verschillende planten,waaronder paarsbloeiende heide.
En dan gaan we even later toch weer het bos in. Ter hoogte van het buurtschap Monsaut naderen we een bosrand, waar langs het bospad een groot aantal bijenkasten staat opgesteld. De bijen vliegen af en aan, maar wij kunnen ongehinderd langs de bijenkasten het bospad vervolgen.

Lesperon aan de Voie de Tours
Nog een keer komen we langs een hele grote open vlakte in het bos. Omdat we aan het eind ervan omhoog klimmen, krijgen we achteromkijkend een goed overzicht over deze open bosvlakte met hier en daar nieuwe aanplant van verschillende hoogtes.
Vanaf het hoogste punt kunnen we ook vóór ons een eind in de verte kijken.
Nog eenmaal gaan we het bos uit, om dan over de D140 het laatste eind naar Lesperon te lopen.  Vlak vóór Lesperon staat een groot bord dat alle voorbijgangers erop wijst dat hier de ‘Voie de Tours’ loopt als een ‘Chemin de Compostelle’.
Direct daarna wandelen we Lesperon binnen.

In de kerk van Lesperon
In het dorpscentrum valt ons op hoe fors de kerktoren van de dorpskerk is.
Als we via de kerktoren de kerk binnen lopen, zien we in de dikke muur van de toren een heel smal kerkraam, met daarin kleurrijke decoraties, waarin in elk geval een vlag, en ook een Jacobsschelp en een kalebas zichtbaar zijn; twee symbolen die bij het pelgrimeren horen. 
De kerk heeft een hele brede kerkzaal.
Het koor is prachtig gedecoreerd.
De twee zijbeuken eindigen in de twee zijkapellen, die prachtig versierd zijn.
Tegen het plafond zien we prachtige schilderingen.
De linker zijkapel is op dit moment veel donkerder dan de rechter zijkapel.
Eén van de kerkramen toont de afbeelding van Sint Rochus als pelgrim.

Pelgrimsmozaïek van Lesperon 
Wat ook heel bijzonder is, is het kleurrijke muurmozaïek tegenover de kerk, aan de voet van het dorpscafé-restaurant.
Dat mozaïek verbeeldt onder andere de bosrijke omgeving van Lesperon, en in het midden staat een pelgrim heel mooi afgebeeld met ook Jacobsschelpen op de kleding van de pelgrim èn op de rest van het mozaïek.
In het parkje tegenover de Mairie vinden we een houten bank in de koele schaduw. Daar lunchen we, en dan gaan we terug naar onze auto op het pleintje bij de Mairie.
Met de auto rijden we terug naar Cap-de-Pin, waar we de fietsen afhalen, en dan rijden we tot slot via de A10 weer terug naar Narrosse, naar de camping.

Pelgrimeren van Escoursolles naar Cap de Pin

Pelgrimsroute van Parijs (F) naar Santiago de Compostela (S)
Via Turonensis van Parijs naar Saint-Jean-Pied-de-Port (GR655)
Van Escoursolles naar Cap de Pin
Zaterdag 12 augustus 2023 – 20,4 km.
Dag 45:  948,6 – 969 km.
 
Jacobus de Meerdere in de Sint-Jacobskerk van Labouheure
Omfietsen
Durkje en ik gaan vandaag in Escoursolles beginnen. Dit is voor ons de eenentwintigste dag van de voor ons dit jaar nog 28 resterende etappes van de Via Turonensis.  
Onze etappe van vandaag loopt tot in Cap-de-Pin.
Het wordt vandaag een wandeldag met zomers wandelweer. Tijdens deze etappe begint het met lichte mist, en daarna is het heel licht bewolkt. Vervolgens trekt de wolkenlucht de lucht helemaal dicht. Halverwege de dag is het behoorlijk warm om in de volle zon te lopen, maar naarmate de  bewolking toeneemt, dimt het felle zonlicht en is het aangenaam wandelen. Bovendien genieten we af en toe van enigszins verfrissende zeewind vanuit het westen. 
Als we vanmorgen vanaf de camping vertrekken, is het 17 graden Celsius, en de temperatuur loopt vanmiddag op tot 29 graden Celsius. 
Na het ontbijt verlaten we in onze auto - met achter op het fietsenrek de twee fietsen - om 7:05 uur de camping, om dan eerst van Bilos naar Cap-de-Pin te rijden. Daar parkeren we de auto bij een woonhuis naast de rotonde in het dorp.
Dan fietsen wij de beoogde 21,5 kilometers van Cap-de-Pin naar Escoursolles.
Onze fietsen stallen we in Escoursolles aan een electriciteitspaal op het veldje in de kern van dit gehucht. Omdat we uiteindelijk 35 kilometer moesten fietsen om het fietsen op zandpaden te voorkomen, en we onderweg in Pissos nog een kop koffie hebben gedronken, zijn we pas om 10:15 uur klaar voor de etappe vanuit Escoursolles.

Kilometers over zand en asfalt
Bij het wegkruis - waar we gisteren de Franse pelgrim ontmoetten - nog een wandelschoen beter veteren, en dan verlaten we dit buurtschap. 
Op deze rustplaats voor pelgrims staan twee mooie houten bankjes, en uit het feit dat daarop plaatjes zijn geschroefd die verwijzen naar de Europese Unie, zou het zo kunnen zijn dat deze rustplaats deels is bekostigd door de Europese Unie, en gerealiseerd door het pelgrimsgenootschap in samenwerking met het departement. 
Buiten Escoursolles gaan we direct het deels halfverharde en later onverharde zandpad op, het bosgebied in.
Zo lopen we kilometers lang door het veelal open bosgebied, met links en rechts ook nieuwe aanplant, en hier en daar mooie paarsbloeiende heide langs het brede zandpad.
Na enkele kilometers kunnen we vanaf deze zandweg overstappen op een brede asfaltweg.
En dan volgt een kilometers lang en recht traject over die brede asfaltweg door de bossen van Les Landes, richting Labouheyre. Regelmatig komt een auto langs en af en toe een wielrenner.
Veel variatie is er onderweg niet, maar een boer zorgt toch voor enige afleiding, omdat hij met een grote terreinwagen met hoge snelheid over het zwartachtige zand rondom een maïsveld racet, met als gevolg dat dikke stofwolken opwaaien en over onze asfaltweg drijven.

Naar de heilige Jacobusbron van Labouheyre
Bij één van de eerste huizen van Labouheyre hebben de bewoners langs de asfaltweg een rustplaats gecreëerd voor passerende pelgrims. Heel mooi gedaan, met onder andere water en een pot zoute pinda’s voor de pelgrims, en een blik waarin je als pelgrim een goede wens kunt schrijven . Een heel mooi initiatief voor de pelgrim die kilometers lang alleen maar zand en asfalt in het bos heeft gezien.
Aan het hekwerk heeft men enkele Jacobsschelpen gehangen, om het geheel in de sfeer van het pelgrimeren te decoreren.
Om 12:15 uur wandelen we de bebouwde kom van Labouheyre binnen.
We naderen de Sint-Jacobsbron, als we een ree zien, die zich snel in het struikgewas verschuilt als die ons ziet naderen.
Bij de Jacobusbron is ook een openbare wasplaats.
We steken de weg over, en lopen door deze wasplaats naar een picknickveld achter de wasplaats.
Hier houden we op een picknickbank in de schaduw van grote bomen onze lunchpauze.
Als we dit parkje verlaten, zien we tot onze verrassing dat de feestzaal van het dorp naast dit parkje ook de naam van de heilige Jacobus draagt.
Een beeld van Jacobus staat in de nis van de gevel van dit dorpshuis.
Even verderop passeren we een dorpsboerderij.
Er staat een hooiwagen op het erf, en het huis is gebouwd in vakwerkstijl.
Een mooi klein doorkijkje geeft zicht op een woongebouw verder op het erf.

Nòg een Jacobusverrassing in Labouheyre
Maar de verrassingen zijn de wereld nog niet uit, want even later komen we bij de kerk van Labouheyre. Het is wel een behoorlijk grote kerk, maar niet een kerk die aan de buitenkant opvallend oogt.
We gaan de kerk binnen, en worden blij verrast.
Bij het Maria-beeld kun je kaarsen branden.
De kerk heeft hele mooie kerkramen rondom in het schip van de kerk en in de zijkapellen.
Maar voor ons het mooiste is dat in het koor van deze kerk een groot kerkraam is te zien van Jacobus de Meerdere.
Deze Saint-Jacques Major is de beschermheer van de pelgrim.
Het blijkt dat dit een Sint-Jacobskerk is, dus gewijd aan de heilige Jacobus.
Een daarmee is het dus ook in alle opzichten een ware pelgrimskerk.
Verder staan er meerdere beeldengroepen in de kerk.
En er is dan ook nog een mooi kerkraam dat het geboorteverhaal van Jezus Christus afbeeldt.
Kortom, voor de passerende pelgrim een verrassend mooie kerk om te bezoeken.

Snel en langzaam verkeer
Na dit bijzondere kerkbezoek lopen we verder door het centrum van Labouheyre. We gaan onder de spoorlijn door, en kopen en drinken bij de Intermarché-supermarkt een liter ijskoude yoghurtdrank, alvorens we het dorp gekoeld verlaten. 
Nu volgt enkele kilometers een traject op de parallelweg van de A63, ook wel de Route de Cap-de-Pin genoemd, omdat deze parallelweg van de snelweg leidt naar het plaatsje Cap-de-Pin.
Na de eerste kilometers gaat de route middels een viaduct over de A63 heen. 
Aan de westzijde van de snelweg ligt ook weer zo’n geasfalteerde parallelweg, die wij vervolgen in zuidelijke richting. In de berm tussen de snelweg en de asfaltweg staat een groot bord, dat de voorbijgangers erop attendeert dat we ons hier bevinden op één van de Chemins de Saint-Jacques de Compostelle.
Verderop claxonneert een Duitse automobilist(e) als die ons op de snelweg met hoge snelheid passeert.

Onderbreking in Cap-de-Pin
Bij snelwegafrit nummer 15 arriveren we bij de rotonde waar de wegen van de automobilisten en van de pelgrims bij elkaar komen.
Hier verlaten we voorlopig de pelgrimsroute, om dan via het grote viaduct de A63 over te steken naar Cap-de-Pin.
Op de rotonde van Cap-de-Pin staat een grote cirkel, met daarop de afbeeldingen van enkele historische taferelen uit de regio. Hier eindigt de etappe van vandaag. 
Iets verderop staat onze auto geparkeerd, waarmee we vervolgens de fietsen afhalen uit Escoursolles. 
Tot slot rijden we terug naar Camping Les Bilos in Bilos, waar we nog één nacht zullen overnachten, want morgen gaan we richting Dax, om in die regio ons volgende basiskamp op te slaan.
Dan hopen we onze pelgrimsroute overmorgen – maandag- te hervatten in Cap-de-Pin.

Pelgrimeren van Le Muret naar Escoursolles

Pelgrimsroute van Parijs (F) naar Santiago de Compostela (S)
Via Turonensis van Parijs naar Saint-Jean-Pied-de-Port (GR655)
Van Le Muret naar Escoursolles
Vrijdag 11 augustus 2023 – 21,7 km.
Dag 44:  926,9 – 948,6 km.
 
Bij de afstandssteen en de pelgrim van Moustey

















Fietsen 
Durkje en ik gaan vandaag in Le Muret beginnen. Dit is voor ons de twintigste dag van de voor ons dit jaar nog 28 resterende etappes van de Via Turonensis.  
Onze etappe van vandaag loopt tot in Escoursolles.
Het wordt vandaag een wandeldag met zomers wandelweer. Tijdens deze etappe begint het met lichte mist, en daarna is het licht bewolkt. Vervolgens trekt de wolkenlucht de lucht helemaal dicht, om tenslotte te veranderen in een geheel blauwe lucht, en dán gaat de temperatuur snel omhoog en wordt het heet. We hebben vandaag maar heel weinig wind, dus uiteindelijk wordt het een tropische dag. 
Als we vanmorgen vanaf de camping vertrekken, is het 14 graden Celsius, en de temperatuur loopt vanmiddag op tot 31 graden Celsius. Zomers heet dus.
Na het ontbijt verlaten we in onze auto - met achter op het fietsenrek de twee fietsen - om 7:10 uur de camping, om dan eerst van Bilos naar Escoursolles te rijden. Daar parkeren we de auto op de driehoek midden in het dorp.
Dan fietsen wij de 19 kilometers van Escoursolles naar Le Muret.
Onze fietsen stallen we in Le Muret aan een boom tegenover de Mairie. Om 9:05 uur zijn we klaar voor de etappe vanuit Le Muret.

Van Le Muret door het bos naar Saugnacq
Vanaf de Mairie lopen we eerst wel in de richting van het grote viaduct over de A63, maar daar kruisen we de autosnelweg niet. Daarvoor in de plaats lopen we over een bospad naar een klein tunneltje dat onder de A63 door gaat.
Aan de andere zijde geeft de asfaltweg die parallel ligt aan de A63 ons dan de gelegenheid om het bos in te lopen over een zandpad.
Veel bos in Les Landes is productiebos, waarin de bomen voorheen keurig in tamelijk rechte rijen zijn geplant.
We komen ook door een nog wel vrij open plek in het bos, waarin de jonge aanplant van naaldbomen in frisgroene kleur in lange rijen is geplaatst.
In het gehucht Les Bluhes verlaten we dit bosgebied.
Even later lopen we dan langs het oorlogsmonument het dorp Saugnacq binnen. Daarbij lopen we recht op de dorpskerk af.
De kerk van Saugnacq is gesloten, dus we lopen direct verder, het dorp straks al snel weer uit. Daarbij steken we via de Pont de Saugnacq al vrij snel de rivier L’Eyre over.
Nadat we zijn afgedaald naar de brug die we overstaken, en het klimmend weer verlaten van de riviervallei, gaan we vlak vóór het eind van de bebouwde kom een halfverhard pad op.

Over karrensporen en bruggen naar Moustey
Dan volgt een lang halfverhard breed karrenspoor naar het buurtschap Menoy, waar we de enkele huizen passeren. Voorbij dit gehucht gaat het brede pad verder, tot aan de D134. 
De asfaltweg van de D134 volgen we in zuidelijke richting. Links van de weg passeren we enkele grote akkers, waarop veel voertuigen en aanhangers en machines staan. Er wordt op dit moment niet geoogst, maar bij één van de machines met een transportband is duidelijk te zien dat men hier bezig is met de worteloogst. Gisteren en vandaag hebben we trouwens meerdere malen elders tractoren met aanhangers vol wortelen zien rijden, dus dat is hier in deze grond kennelijk een belangrijk product, en de oogst ervan vindt in deze weken plaats.
Even later steken we het riviertje La Petite Leyre over. Ons valt op dat het water van de waterlopen hier behoorlijk stroomt, dus er is vast en zeker nog wel sprake van een behoorlijk verval in dit gebied. Dat merken we overigens ook wel aan het af en toe moeten dalen en stijgen.
Verderop steken we bij Le Grand Pont – de Pont de Moustey – de rivier La Leyre over.
En zo blijven we de drukke asfaltweg van de D120 volgen, totdat we arriveren in Moustey.

Jezus en Jacobus in de kerk
In Moustey gaan we de eerste oude kerk binnen. Daar zien we de mooie kerkramen, met onder andere het kerkraam dat het geboorteverhaal van Jezus Christus afbeeldt. 
En natuurlijk word je als pelgrim altijd blij als je dan in zo’n kerk ook nog een kerkraam aantreft met daarop de afbeelding van Saint Jacques, de beschermheilige van de pelgrims. 
En dat is hier het geval, want we zien de heilige Jacobus met boekrol als apostel, en met pelgrimsattributen ook als pelgrim.
In een donkere hoek in het toegangsportaal zie ik een groot houtsnijwerk staan. Als ik wat aan het duister gewend ben, zie ik dat ook dit houtsnijwerk Sint Jacobus afbeeldt. Als pelgrim vind ik dat dit grote exemplaar houtkunst een beter zichtbare plaats verdient in het schip van de kerk, en dat zouden voorbijkomende pelgrims zeker waarderen.

Exposition Peinture & Artisanat
Opmerkelijk is dat er nog een tweede kerk naast de eerste staat in Moustey. Deze wordt op posters vermeld als L’Eglise Musée Notre Dame.
We gaan deze museumkerk binnen, en verbazen ons over de grote hoeveelheid kunstwerken van allerhande soort, die hier is geëxposeerd.
We krijgen hier overigens ook een stempel in onze pelgrimspaspoorten.
Daarna bezichtigen we de rijke variatie aan kunstobjecten, die dicht opeen staan en hangen in de kerkzaal.
We vinden onder andere objecten die iets met pelgrimeren te maken hebben, zoals een beeldje van een pelgrim en enkele Jacobsschelpen.
En daarnaast zijn er behalve bijvoorbeeld textielwerken ook schilderwerken te zien, waaronder ook die van door een Russische kunstenares gemaakte baboeshka-poppetjes. In kort bestek krijg je een heel breed en mooi beeld van wat hier in de regio op kunstzinnig gebied allemaal wordt gemaakt.

Nog 1.000 kilometer voor de pelgrim te gaan
Buiten deze museumkerk komen we bij twee objecten die pelgrims in het bijzonder aanspreken. 
Bij de kerk staat namelijk het standbeeld van een pelgrim.
Ernaast staat een oude steen, waarop is vermeld dat het vanaf hier in Moustey nog duizend kilometer is naar Santiago de Compostela.
Bij deze objecten ontmoeten we een vader met zoon en dochter, afkomstig uit Lyon. Ze vertellen over hun vakantietocht, en wij verhalen over onze pelgrimstochten. Tijdens deze ontmoeting vraagt de vader of wij met z’n tweeën ook even op de foto willen bij het pelgrimsbeeld en de afstandssteen. Dat laten we graag doen, en als tegenprestatie zetten we hen ook met beide objecten op de foto.
Na deze ontmoeting drinken we koffie op het terras van een café-restaurant verderop in het dorp.
Het valt ons op dat veel huizen en andere gebouwen hier zijn gebouwd met natuursteen, dat waarschijnlijk hier in de regio is gevonden.
Bijzonder is trouwens de watertoren van Moustey. De meeste watertorens hebben een zwaar uitgevoerd onderstel, maar deze watertoren staat op een waterpilaar met vier uitlopende poten, en is daarmee nogal transparant gebouwd.

Lunchen op weg naar Pissos
We verlaten Moustey via een asfaltweg, maar gaan later over op een zandpad het bos in. Voor het eerst in deze dagen krijgen we nu te maken met zandpaden met nogal rul zand, dus het lopen gaat zwaar door dit losse zand.
Het is trouwens wel een prachtig gebied waar we nu doorheen lopen.
Deze zandpaden voeren ons naar het plaatsje Richet-Le Brous, dat we ter hoogte van de oude wasplaats binnenwandelen.
Via de asfaltweg door het dorpje wandelen we al vrij spoedig dit dorpje weer uit, overigens op zoek naar een geschikte zitplek in de schaduw voor onze lunchpauze.
Na enkele kilometers lopen, vinden we die geschikte lunchplek pas bij de Base de Loisirs de Testarouman, vlakbij Pissos. Hier is heel veel plek om te lunchen, te midden van een groot aantal picknickbanken, die in gebruik zijn bij heel veel kinderen die in de directe nabijheid hun vakantiekampen hebben. Verderop staan veel groepstenten, en achter ons is men druk in de weer om zich voor te bereiden op een middag kanoën in de rivier verderop.
Na deze verkoelende lunchpauze lopen we over een prachtig pad door deze uitgestrekte vakantiekolonie naar het centrum van Pissos.

Prachtige kerk van Pissos
De grijs-wit gekleurde kerk van Pissos steekt prachtig af tegen de helderblauwe lucht.
Door het toegangsportaal onder de kerktoren gaan we de kerk in.
Dan blijkt dat dit een prachtig gedecoreerde kerk is.
Mooie gewelven, een mooi orgel, en veel kunst her en der in de kerkzaal.
Ook de kerkramen zijn prachtig, en we zien bij de ingang van de kerk een poster over het pelgrimspad, over Le Chemin,
Het is nog lunchtijd voor de Fransen, dus her en der zien we op schaduwrijke terrassen veel Fransen zitten te lunchen; een beeld dat voor heel Frankrijk zo herkenbaar is.

Warme kilometers door heet zand
En dan volgen na Pissos de laatste kilometers, en dat worden hele warme kilometers. In Pissos kopen we bij de plaatselijke supermarkt eerst een liter koude yoghurtdrank, en met die koude drank verkoelen we ons eerst zo goed mogelijk. Dat gaat prima trouwens.
Daarna gaan we het bos weer in van het nationaal park, onder een strakblauwe lucht, met nauwelijks wind, en een temperatuur van net boven de dertig graden Celsius. 
We lopen hier een daar behoorlijke stukken door het rulle zand. Dat loopt zwaar, en bovendien is het nogal warm boven het door de zon volop beschenen hete zand.
Maar om ons heen ligt wel een prachtig gebied van wisselend bos en kleurrijke heide. 
Als we door een tamelijk open bos over de hete zandpaden lopen, kun je beter in beweging blijven dan stil gaan staan, want als je stil staat, dan pas merk je hoe heet het is. Gelukkig is er af en toe een boom waarvan we even kunnen genieten van schaduw.
Langs het pad ligt een boomstam, waar de hars uitdruipt, en dat prachtig schittert in de volle zon.

Franse pelgrim in Escoursolles
Na enkele kilometers wandelen we het buurtschap Escoursolles binnen.
Vlak voordat we in de kerk van het gehucht bij onze auto komen, lopen we langs het wegkruis van dit buurtschap. Aan beide zijden van het wegkruis is een houten bank, en achter het wegkruis op een open kapelletje zien we een pelgrim zitten op de bank. 
Dat blijkt een Fransman te zijn, die op 10 mei van dit jaar vanuit zijn woonplaats Bourges is vertrokken om de pelgrimstocht naar het Spaanse Santiago de Compostela te maken. Die heeft hij inmiddels afgerond, en daarna is hij met de trein van Santiago de Compostela  naar de Spaans-Franse grensplaats Irún gereist, vanwaar hij weer is gaan wandelen, maar nu zo veel mogelijk langs de kust noordwaarts, op weg naar Bretagne, de streek waar hij is geboren. Hij zit hier nu even uit te rusten en af te koelen van de hitte.
Wij gaan naar onze auto, en halen dan op de terugweg naar onze camping de beide fietsen eerst op vanuit Le Muret.
Het is half vijf vanmiddag als we op de camping arriveren, waar het dan 31 graden Celsius is.

Pelgrimeren van Marguit naar Le Muret

Pelgrimsroute van Parijs (F) naar Santiago de Compostela (S)
Via Turonensis van Parijs naar Saint-Jean-Pied-de-Port (GR655)
Van Marguit naar Le Muret
Donderdag 10 augustus 2023 – 26 km.
Dag 43:  900,9 -926,9 km.
 
Op de Voie de Tours op weg naar Le Muret



















Fietsen op een warme ochtend
Durkje en ik gaan vandaag in Marguit beginnen. Dit is voor ons de negentiende dag van de voor ons dit jaar nog 28 resterende etappes van de Via Turonensis.  
Onze etappe van vandaag loopt tot in Le Muret.
Het wordt vandaag een wandeldag met zomers wandelweer. Tijdens deze etappe is het licht bewolkt, dus met regelmatig zon en warm. Bovendien waait er een heerlijk verfrissende wind vanuit het westen, van zee. Die combinatie maakt het tot een perfecte weer-dag voor onze etappe.
Gisteren vierden we een tussentijdse rustdag tussen een blokje van vier en drie aaneensluitende wandeldagen. Die rustdag hadden we gisteren, omdat de weersvoorspelling een temperatuur aankondigde van tussen de 34 en 39 graden Celsius. Een goede dag om van de weg af te blijven dus. Ook gisteravond toen we op de fiets uit eten waren in Salles, was het nog warm op het terras, evenals vannacht in de caravan. En als we vanmorgen vanaf de camping vertrekken, is het nota bene nog steeds 21 graden Celsius, en de temperatuur loopt vanmiddag weer op tot 26 graden Celsius. Hoogzomers weer dus.
Na het ontbijt verlaten we in onze auto - met achter op het fietsenrek de twee fietsen - om 7:10 uur de camping, om dan eerst van Bilos naar Le Muret te rijden. Daar parkeren we onze auto naast de Mairie.
Dan fietsen wij de 21,3 kilometers van Le Muret naar Marguit. Met 21 graden Celsius is het zo vroeg al behoorlijk warm op de fiets.
Onze fietsen stallen we in Marguit op het open veldje aan het begin van de eerste bebouwing. Om 8:50 uur zijn we klaar voor de etappe vanuit Marguit.

Eerst naar Béliet
Vanuit de kern van het gehucht Marguit wandelen we eerst een halve kilometer naar de blokhut, waar we eergisteren onze etappe beëindigden. Vanaf hier vervolgen we de doorgaande route, het bos in.
We komen vanaf de smallere bospaden op een brede halfverharde bosweg, die in een rechte lijn door La Lande en door La Courrège kilometers lang in zuidwestelijke richting loopt. 
Aan het eind van deze lange bosweg komen we door de buurtschappen L’Aurignolle en Garot. In Garot aangekomen, draaien we naar het zuidoosten, naar de D3. Om bij de D3 te komen, moeten we door een beekvallei. Eerst dalen we af, de vallei in, en dan steken we de beek over via een bruggetje.
Daarna volgt een klim naar de D3, die we dan volgen tot aan het begin van Béliet, het dorp dat een tweelingdorp vormt met Belin. Ter hoogte van de sportvelden van Béliet zien we de hoge kerktoren van Béliet. 
Deze kerk is kennelijk in slechte staat, want een groot ijzeren hek verspert de toegang tot de kerk, en de kerktoren is rondom ingepakt met een groot net, waarmee vallende delen zoals afbrokkelende stenen geen gevaar voor voorbijgangers vormen.

Dan achterom naar Belin
Onze wandelgids van Francois Lepère laat zien dat de pelgrimsroute door de hoofdstraat gaat die de tweelingdorpen Béliet en Belin met elkaar verbindt. Maar de bewegwijzering volgt een andere route, namelijk heel mooi aan de westkant achter de bebouwing van de beide dorpen langs.
Hier wordt terdege rekening gehouden met passerende pelgrims, want langs dit mooie dorpenpad passeren we een met stoelen gecreëerde rustplaats voor langskomende pelgrims.
Bij een smalle doorgang langs een huis staat een bord met erbij de tekst: Chemin de Compostelle.
Vlak voordat we Belin klimmend in gaan, komen we langs een monument dat de voorbijganger wijst op het kasteel dat hier vroeger in Belin heeft gestaan.
Als we boven aangekomen in de hoofdstraat staan, kunnen we de straat direct oversteken naar de dorpskerk.
De deur van de dorpskerk staat uitnodigend open, dus we gaan er naar binnen, om deze ietwat donkere kerk te bezichtigen. De kerk heeft overigens een mooi vormgegeven koor.
Na dit kerkbezoek kopen we een brood bij de warme bakker tegenover de kerk, en drinken we koffie op het terras van het plaatselijke café-restaurant.

Parc Naturel Régional des Landes de Gascogne
Als we even later na deze koffiepauze het dorp willen verlaten, komen we langs een naambord waarop staat dat we hier in het gebied lopen van Parc Naturel Régional des Landes de Gascogne.
Via de D110 verlaten we bij Les Sables het tweelingdorp Belin-Béliet.
We lopen door de berm van de drukke D110 naar de rivier de L’Eyre. Op het moment dat we de rivierbrug over gaan, gaan enkele vaargroepen vanaf de overkant van start voor een kanotocht op de rivier.
Vlakbij het gehucht Mesplet verlaten we de D110, om dan over een asfaltweg door een bosgebied via La Bone naar Mons te lopen. 
Mons komen we binnen bij de 11e eeuwse kerk.
Langs de kerkhofmuur en over het oude kerkhof lopen we de ingangspartij van de kerk binnen, maar daar merken we dat de kerkdeur afgesloten is.
Bij de kerk staat een huis, met op de muur een mooie afbeelding geschilderd van een pelgrim. De verflaag laat als een vel los, en door dat loszittende stuk met de wandelstokken weer een beetje op zijn plaats te houden, kunnen we toch nog goed zien hoe de schilder deze pelgrim ooit heeft afgebeeld op de muur.
In een houten abri vinden we in Mons een prima zitplaats voor onze lunch.

Alweer anders dan Lepère
Vanuit Mons vindt er weer een verandering plaats in onze beoogde route. We zouden namelijk de route van Francois Lepère volgen, die in zijn wandelgids aangeeft dat de route vanuit Mons langs de N10 en daarna langs de A63 langs Le Muret loopt, maar de bewegwijzering geeft iets anders aan.
Omdat we vanmorgen hebben gezien dat de bewegwijzering niet langs, maar door Le Muret gaat – en daar onze auto staat – kiezen we ervoor om niet de route van Lepère, maar de bewegwijzerde pelgrimsroute te volgen. Dat betekent dat we via de D110e direct al de A63 oversteken.
Daarna verwijdert de bewegwijzerde route zich van de A63, om veel westelijker een asfaltweg in zuidelijke richting te nemen, door een groot bosgebied. Ten eerste is deze route mooier, omdat we nu op betrekkelijk grote afstand van de drukke A63 lopen, en ten tweede is het wel fijn dat we op die zuidgaande route nu door enkele kleine buurtschappen lopen, waarvan Camontes de eerste is.
Een eind verder arriveren we in het tweede gehucht, met de naam Marian.
We worden daar ingehaald door een jonge vrouw in de auto, die naar één van de woningen van Marian zal gaan. Ze stopt, en vraagt ons of we goed ‘en route’ zijn. Dat kunnen we bevestigen door haar te laten bevestigen dat we zo inderdaad naar Le Muret lopen. En daarna vraagt ze nog even of we wellicht ook nog water nodig hebben voor ons vervolg. We bedanken haar vriendelijk, en vertellen dat we genoeg drinken bij ons hebben. Wat fijn dat er toch altijd weer mensen zijn die goed willen zijn voor passerende pelgrims.

Door Gironde en Les Landes naar Le Muret
Het laatste buurtschap waarin we arriveren, is Lilaire.
In deze plaats draaien we op de T-kruising naar het oosten, om dan over de brede asfaltweg door het bosgebied terug naar de A63 te lopen. Daar aangekomen, volgen we in zuidelijke richting de D10e, die parallel aan de snelweg A63 loopt.
De D10e verwijdert zich langzaam van de A63. Dan komen we langs een pelgrimswegwijzer, waarop staat dat het departement Gironde – dat we nu uit lopen – ons een goede voortzetting wenst van de GR655 en de Voie de Tours, ofwel de Via Turonensis.
En ja hoor, enkele meters verder worden we hartelijk welkom geheten op de Voie de Tours door het departement Les Landes, dat we nu binnenlopen.
En nog weer een klein eindje verder staat een groot bord, waarop staat aangegeven dat we hier lopen op de culturele Europese wandelroute van Chemin de Compostelle, en dan in dit geval de Voie de Tours.
En dan nog een eindje verder passeren we het kombord waarmee we duidelijk krijgen dat we nu de plaats Le Muret binnenwandelen, onze bestemming voor vandaag.

Pelgrimeren en kamperen 
Vooraan in Le Muret komen we langs de Chapelle Saint-Roch, ofwel de Sint-Rochuskapel.
We kunnen deze 12e eeuwse kapel niet in, maar kunnen wel binnen de kerkhofmuur over het kerkhof  rond deze eeuwenoude kapel lopen.
Via de hoofdstraat lopen we dan naar de Mairie, waar onze auto staat geparkeerd. Op de gevel van de Mairie staat dat dit gemeentehuis ook een halteplaats is voor pelgrims. 
We gaan naar binnen en vragen en krijgen een mooi gemeentestempel in onze pelgrimspaspoorten.
Daarmee sluiten we deze etappe van de Via Turonensis af.
Met de auto rijden we terug naar Marguit, om daar onze fietsen af te halen, en met de fietsen rijden we dan terug naar de camping in Bilos, waar we rond 16:00 uur arriveren.
Het is ondertussen niet warmer geworden, maar wel iets bewolkter, dus we genieten nog van een heerlijke middag en avond op de gezellige camping Les Bilos.
Om 20:15 uur breekt de aangename avondzon heerlijk tussen de bomen door van de camping, en genieten we nog van een zonovergoten kopje koffie bij onze caravan. Op dat moment heb ik dit dagverslag klaar.

Pelgrimeren van Peyon naar Marguit

Pelgrimsroute van Parijs (F) naar Santiago de Compostela (S)
Via Turonensis van Parijs naar Saint-Jean-Pied-de-Port (GR655)
Van Peyon naar Marguit
Dinsdag 8 augustus 2023 – 19,1 km.
Dag 42:  881,8 – 900,9 km.
 
Het pelgrimspad is goed bewegwijzerd

















Fietsen bij de dorpsoven
Durkje en ik gaan vandaag in Peyon beginnen. Dit is voor ons de achttiende dag van de voor ons dit jaar nog 28 resterende etappes van de Via Turonensis.  
Onze etappe van vandaag loopt tot in Marguit.
Het wordt vandaag een wandeldag met zomers wandelweer. Tijdens onze etappe is het geheel onbewolkt, dus met volop zon en warm.
Als we vanmorgen vanaf de camping vertrekken, is het 10 graden Celsius, en de temperatuur loopt vanmiddag op tot 30 graden Celsius. Er is qua maximumtemperatuur gedurende deze week sprake van een stijgende lijn.
Na het ontbijt verlaten we in onze auto - met achter op het fietsenrek de twee fietsen - om 7:05 uur de camping, om dan eerst van Bilos naar Marguit te rijden. Daar parkeren we onze auto op een klein veldje bij de eerste huizen van het buurtschap. Een hond op het erf naast onze auto blaft af en toe als we de fietsen van het fietsenrek afhalen.
Dan fietsen wij de 22,6 kilometers van Marguit naar Peyon. Met 10 graden Celsius is het nog behoorlijk fris op de fiets.
Onze fietsen stallen we in Peyon onder het afdak van de gezamenlijke dorpsoven van dit ochtendstille gehucht. Om 9:00 uur zijn we klaar voor de etappe vanuit Peyon.

Grindpad en asfaltweg over droge waterlopen
Door Peyon loopt een asfaltweg. Aan het eind van het gehucht stopt de asfaltweg, en gaat die over in een breed grindpad, het open bos in. Dat brede pad is met de auto op zich wel begaanbaar, maar ideaal is het niet voor je auto, en ook op de fiets is het lastig rijden over alle grind op dit brede pad. Maar wandelen gaat prima. Vóór ons ligt een kilometers lange rechte grindweg, die wij conform de routegids van Lepère geheel volgen. Zo lopen we in alle stilte door een uitgestrekt bosgebied.
Aan het eind van dit pad komen we op een asfaltweg, die we een klein eindje naar rechts volgen.
Linksaf gaat het daarna verder, tussen de erven van een boerderij door, en ook nu weer altijd maar rechtdoor door een gebied van velden, akkers en bossen. 
Dan kruisen we het op de wandelkaart aangegeven Grand Canal de Malande. Als je dat vooraf op de kaart ziet staan, denk je een tamelijk breed kanaal over te zullen steken, maar dat is het in het geheel niet. Voor Nederlandse begrippen is het niet meer dan een droge, brede sloot, dus er is ook helemaal geen water in het ‘kanaal’ te zien.
Bij de boerderij aan de overzijde van deze waterloop staat een grote vrachtwagen.
Die is deels al geladen met maïs.
Voorbij de boerderij stroomt volgens de landkaart de beek Ruisseau de Lacanau. Als we die beek oversteken in het bos, blijkt ook deze waterloop geheel droog te staan.
En we blijven alsmaar rustig doorwandelen over de asfaltweg in de richting van de D108.

Van Chantier door het bos naar Le Barp
Als we de asfaltweg van de D108 bereiken ter hoogte van Chantier, draaien we rechtsaf de asfaltweg op, om even later die ook al weer te verruilen voor een mooi breed bospad.
De bewegwijzering van het pelgrimspad is hier in deze regio buitengewoon goed, en hier zien we ook een nieuwe wegwijzer, die zowel voor fietsers als voor wandelaars geldt. Dit type wegwijzer hebben wij in al die jaren nog niet eerder gezien. Mooi en vooral duidelijk zijn ze.
Langs dit bospad bloeit de heide geel en paars; een prachtig gezicht in onder andere de bermen tussen alle andere vegetatie.
Vlak voordat we het centrum van Le Barp bereiken, zien we bij de ingang van een mooi bospaadje een groot kunstwerk staan van verspreide polyester objecten in verschillende kleuren.
Het zijn beeldbepalende elementen bij de ingang van dit bospad.
Bij de ingang van het dorp passeren we de wegwijzer die je verwijst naar de plaatselijke refugio voor de hier overnachtende pelgrims.
Om 11:45 uur arriveren we bij de dorpskerk met de hoge kerktoren. De kerk is helaas gesloten.
Boven de kerkdeur zien we het timpaan van het Bijbelverhaal van de wonderbare visvangst.

Stempelen en koffie
We willen hier straks koffiedrinken in één van de plaatselijke café-restaurants, maar lopen eerst even via de hoofdstraat naar de Mairie, om daar een stempel voor onze pelgrimpaspoorten te halen.
We zijn er ruim vóór twaalf uur, maar de deur van dit gemeentehuis is al gesloten. We zien binnen nog wel personeel, dus blijven we bij de ingang staan wachten, in de hoop dat ze de deur voor ons nog open gaan doen. Ik hoor één van hen binnen zeggen dat wij pelgrims zijn, en omdat ze wel verwachten dat wij alleen maar een stempel hoeven, openen ze de deur en laten ons het gemeentehuis binnen. Een vrouw heeft haar gemeentestempel al in de aanslag, om onze credentials direct af te stempelen en die stempels te dateren. Snel klaar, dus we staan ook al vlot weer buiten; blij met dit stempel. 
Heel mooi van deze gemeente is overigens dat men kleine troittoirtegels rond de Mairie heeft liggen met daarop de afbeelding van een gestileerde Jacobsschelp. Voor pelgrims is zoiets altijd verrassend en mooi.
Gestempeld en wel nemen we plaats op het terras aan de doorgaande weg, en bestellen koffie. Hier lunchen we met een lekkere kop koffie erbij.
Na deze lunchpauze laten we de dorpskerk achter ons, om Le Barp straks te verlaten.
Daarbij wandelen we in Le Barp nog achter de Mediatheque langs; het kleurrijke gebouw waarin ook de dorpsbibliotheek is gevestigd.

Van Castor door koel bos naar Marguit
Door het gehucht Le Pique wandelen we in de richting van het buurtschap Castor. Op de asfaltweg ligt een dode slang, die waarschijnlijk door een auto is doodgereden. We zien ze wel meer op de wegen liggen, maar deze ziet er nog vrij gaaf uit. 
Ik maak er een foto van, en Durkje wandelt ondertussen door richting Castor.
Aan het eind van het gehucht Castor houdt de geasfalteerde weg op, en gaan we het bos in. 
Dan volgt nog een mooie en schaduwrijke route over een aangenaam bospad door het bosgebied tussen Castor en Marguit.
Dat het schaduwrijk is, is aangenaam, want als we om 13:00 uur arriveren bij de blokhut aan het geasfalteerde weggetje naar Marguit, is het onderhand al zo’n dertig graden Celsius geworden.
Hier bij deze blokhut beëindigen we onze etappe van vandaag, om dan nog bijna vijfhonderd meter over het asfaltweggetje te gaan naar het buurtschap Marguit, waar we vanmorgen onze auto hebben geparkeerd.
Bij de auto aangekomen, eten en drinken we nog iets alvorens we met de auto vertrekken naar Peyon, waar we onze bij de dorpsoven gestalde fietsen afhalen.
Tot slot rijden we vanuit Peyon weer terug naar onze camping Le Bilos in Bilos.

Pelgrimeren van Talence naar Peyon

Pelgrimsroute van Parijs (F) naar Santiago de Compostela (S)
Via Turonensis van Parijs naar Saint-Jean-Pied-de-Port (GR655)
Van Talence naar Peyon
Maandag 7 augustus 2023 – 17,4 km.
Dag 41:  864,4 – 881,8 km.
 
Bij de rustende pelgrim van Gradignan



















Fietsen en lopen tussen 8 en 26 graden
Durkje en ik gaan vandaag in Talence beginnen. Dit is voor ons de zeventiende dag van de voor ons dit jaar nog 28 resterende etappes van de Via Turonensis.  
Onze etappe van vandaag loopt tot in Peyon.
Het wordt vandaag een wandeldag met zomers wandelweer. Tijdens deze etappe is het eerst nog licht bewolkt en vanmiddag onbewolkt, dus met volop zon.
Als we vanmorgen vanaf de camping vertrekken, is het nog maar 8 graden Celsius, en de temperatuur loopt vanmiddag op tot 26 graden Celsius. Er is qua maximumtemperatuur gedurende deze week sprake van een stijgende lijn.
Na het ontbijt verlaten we in onze auto - met achter op het fietsenrek de twee fietsen - om 7:00 uur onze camping, om dan eerst van Bilos naar Peyon te rijden. Daar parkeren we onze auto op een klein veldje bij de dorpsoven.
Dan fietsen wij de 18,1 kilometers van Peyon naar Talence. Met maar 8 graden Celsius is het nog behoorlijk koud op de fiets.
Onze fietsen stallen we in Talence bij het McDonald’s restaurant, waar we vanmorgen willen beginnen met een koffiemoment. Een medewerker van McDonald’s vertelt ons dat het risico op fietsendiefstal hier bij hun zaak erg groot is, en hij adviseert ons om in de buurt een andere plek te zoeken waar de fietsen zo mogelijk in een afgesloten ruimte kunnen worden gestald in de stad. 

Stallen achter een metershoog campushek
Nu zijn we gisteren al langs de hoofdingang van de universiteitscampus gelopen, waarvan in verband met de zomervakantie het grote toegangshek is gesloten, maar waar een smal toegangshek voor wandelaars en fietsers wel open staat bij de campusreceptie. Daar proberen we onze fietsen te stallen voor de komende uren. We spreken in de receptie de receptionist-bewaker, die het goed vindt dat wij onze fietsen tegenover het receptiegebouw achter het hoge hek vastzetten aan de paal van een verkeersbord. De kans dat een fietsendief zijn geluk op onze fietsen zal beproeven tegenover deze campusreceptie is klein, dus hier staan de fietsen in elk geval vertrouwder dan in de publieke ruimte bij het restaurant aan de drukke doorgaande weg. Met een vertrouwd gevoel gaan we op pad.

Sint Jacob in Gradignan
We lopen door Talence in zuidelijke richting, de stad Bordeaux steeds verder achter ons latend. Aan de zuidkant van Talence passeren we de plaats Pessac, die ook onderdeel uitmaakt van de grote metropool van Bordeaux.
Daarna lopen we over de Rue de Compostelle de plaats Gradignan binnen.
Vrij snel daarna steken we via een groot viaduct de drukke Rocade van Bordeaux over. Zoals bijna altijd rijdt het verkeer hier ook nu weer over zes tot acht banen langzaam. 
In het centrum van Gradignan komen we langs de kerk.
We kunnen de kerk in, waar mooie kerkramen zijn te zien, van onder andere het geboorteverhaal van Jezus Christus.
En tot onze verrassing staat er tegen de muur naast het koor van de kerk ook een beeld van Sint Jacob.
De heilige Jacobus is hier afgebeeld als apostel (met Bijbel) en als pelgrim (met pelgrimsstaf).
Ook de Jacobsschelpen op zijn tas en op zijn hoed maken duidelijk dat het hier gaat om Jacobus de Meerdere, de beschermheilige van de pelgrims die hier Gradignan passeren, op weg naar Santiago de Compostela.
Bijzonder is ook het gestileerde kruis in het koor van de kerk, waaraan Jezus Christus als genagelde hangt. De wonden van de ijzeren nagels zijn duidelijk zichtbaar aan handen en voeten.
Heel kleurrijk is overigens de mozaïek-deur van de wandtabernakel in de muur, waarin de hosties worden bewaard.

De rustende pelgrim bij de refugio
Na dit kerkbezoek wandelen we verder door Gradignan, en dan komen we bij het château aan de zuidkant van Gradignan.
Vóór het château staat het opmerkelijk mooie kunstwerk van de rustende pelgrim.
Het beeld is meer dan mensengroot, en toont de rustende pelgrim in zithouding, met in zijn hand de pelgrimsstaf, en naast zich op de bank zijn schoudertas en pelgrimshoed met daarop de Jacobsschelp, ten teken dat het hier gaat om een pelgrim.
We lopen tussen de gebouwen van het château door.
De beide gebouwen waar we tussendoor lopen, hebben meerdere ingangen met timpanen.
Aan de achterzijde, in de voormalige priorij, blijkt de pelgrimsherberg gehuisvest te zijn.
Boven de toegangsdeur hangt een mooi geel-blauw mozaïek met daarop pelgrimssymbolen afgebeeld, en aan de deur is het naambord van deze refugio bevestigd.
Daaronder staat dat deze herberg alleen voor pelgrims met credential is, en alleen als ze lopen of fietsen zonder motorische ondersteuning; èn ….. lopende pelgrims hebben voorrang boven fietsende pelgrims.

Langs de zuilen van Léognan naar de wrakken van La Bayche
Dan wordt het nu de hoogste tijd om Gradignan te verlaten. Dat doen we over een smal graspaadje langs het wijnmuseum, om dan om de wijngaard heen achter het wijnmuseum verder te lopen.
Aan de stalen decoratie van de bruggen over de beekjes hier kun je zien dat de stad Gradignan zich terdege bewust is van het feit dat zij aan de pelgrimsroute naar Santiago de Compostela ligt. In de stalen brugleuningen zijn namelijk gestileerde Jacobsschelpen gefreesd.
Over het parallelle fietspad van de D109 lopen we Léognan binnen. 
Op de rotonde net binnen de bebouwde kom staan twee zuilen.
We gaan echter niet naar het centrum van Léognan, want de route buigt al vrij snel af naar rechts. Op weg naar La Bayche komen we langs een tamelijk rommelig erf, waarop allerhande oud materiaal staat, zoals wrakken van auto’s en aanhangwagens.
Even later wandelen we het dorpje La Bayche binnen, maar ook nu gaan we niet door het centrum.

What is your name?
Wat dan volgt, is namelijk een prachtig bospad, met aan beide zijden onder andere varens in allerlei kleuren, en met paarsbloeiende heide daartussen. 
Dit bospad voert ons naar een oude grindput in het bos.
Hier vinden we een mooie plek met enige schaduw, met uitzicht over dit prachtige bosmeer.
Bij het sanitairgebouw spreekt een middenbouwgroep basisschoolkinderen van een vakantiekamp mij aan in het Frans. Ze vragen me of ik Frans spreek. Als ik ze vertel dat ik het een beetje spreek en versta, en aan hen vraag of we ook Engels kunnen praten met elkaar, reageert één van de meisjes direct met de vraag aan mij: “What is your name?” Kijk, nu wordt het leuk.
Ik noem mijn naam, en vraag dan onmiddellijk in het Engels aan het meisje wat haar naam is. Direct antwoordt ze keurig: “My name is Angely”. En dan wijs ik alle andere kinderen één voor één aan, en zij antwoorden allen keurig met “My name is ….”. Nog een ander jongetje komt nieuwsgierig aangelopen, en als het eerste meisje hem vertelt dat hij zijn naam in het Engels aan mij moet noemen- zoals zij dat ook deden – blijft het stil, en giechelt de jongen maar wat. Het meisje zegt dan direct: “His name is Bertrand”.
Dan vertel ik dat Durkje en ik als pelgrim op weg zijn naar Spanje. Of wij dan Spanjaarden zijn, vraagt één van de jongetjes. Nee, maar weten jullie ook welke kant wij op moeten om vanaf dit bosmeer naar Spanje te lopen? Ze wijzen alle kanten op, en ik vertel dat wij er zo niet komen, dus ik neem ze mee naar een paal waarop de wegwijzer voor pelgrims staat, en leg het teken van de Jacobsschelp uit en hoe het werkt met de richtingaanwijzers in rood-wit. 
Een kinderleidster verderop wordt ongerust vanwege die vreemde man bij de kinderen, maar Durkje vertelt haar dat ik bezig ben de kinderen iets uit te leggen. Daarna nemen we afscheid van de leidster en van de kinderen van het kindervakantiekamp hier bij de bosvijver. Deze kinderen hebben hun Engels geoefend, en weten nu iets over symbolen van en richtingwijzers voor pelgrims.

Restauratie, renovatie en nieuwbouw bij Château Léognan
Op de asfaltweg aangekomen, wandelen we het dorpje Mignoy binnen.
Een eind verderop lopen we vlak vóór Château Léognan langs een wijngaard, waar een werker in de wijngaard bezig is om van de lange rijen druivenstruiken de uitlopers met een speciale tractor mechanisch te snoeien.
We gaan het landgoed op van Château Léognan, benieuwd naar wat hier is te zien voor de passerende pelgrim.
Het pas gerestaureerde château (gereed in juni 2023) staat er prachtig bij. De grasveldjes rond het hoofdgebouw zijn opnieuw ingezaaid met gras. Het gebouw is klaar voor een hopelijk lange toekomst.
Vlakbij de in restauratie zijnde pigeonnier zitten drie bouwvakkers te lunchen. We spreken hen kort over hun restauratieobject.
Voorbij het hoofdgebouw wordt gewerkt aan de renovatie en verbouwing van een grote schuur tot hotelcomplex. Rechts ervan wordt de nieuwbouw daar aangebouwd. Dit is een fors bouwproject.

Schilderwerk op hoog niveau
Voorbij dit château vervolgen we de lange asfaltweg op weg naar ons eindpunt van vandaag. We kruisen dan een brede brandgang in het bos, waardoor de hoge electriciteitsmasten lopen, zoals we dat vaak in de Franse bossen zien. Vanuit de brandgang horen we het roepen van mannen.
Als we eens goed in de electriciteitsmasten kijken, zien we dat daar verderop hoog in twee masten zeven mannen aan het werk zijn.
Met de telelens van ons fototoestel kunnen we ze beter bekijken.
Eén van de mannen ziet me staan op de weg, en zwaait vanaf grote hoogte naar mij. Ik zwaai ten groet terug.
Dan zien we dat de mannen boven in de electriciteitsmasten aan het schilderen zijn.
Ze zijn gezekerd om problemen bij het vallen te voorkomen, en hebben een verfemmer aan hun middel bungelen. Het metaal van de masten wordt door hen geschilderd met verfrollers.
Hun onderlinge communicatie vindt plaats door elkaar luid toe te roepen.

Tot de oven van Peyon
We kruisen nog eenmaal een drukke asfaltweg, en volgen dan de smalle asfaltweg naar de huizen die hier en daar aan weerszijden van de weg door Peyon staan. 
Daar arriveren we dan bij de gemeenschappelijke dorpsoven, waarbij we vanmorgen onze auto hebben geparkeerd.
Met de auto rijden we terug naar Talence, waar we onze fietsen afhalen van de universiteitscampus van Bordeaux. 
Dan hoeven we alleen nog maar vanuit Talence over de snelweg door en vanuit Bordeaux in het gebruikelijke langzaam rijdende verkeer weer terug te rijden naar onze camping Le Bilos in Bilos.

Pelgrimeren van Le Pian-Médoc naar Talence

Pelgrimsroute van Parijs (F) naar Santiago de Compostela (S)
Via Turonensis van Parijs naar Saint-Jean-Pied-de-Port (GR655)
Van Le Pian-Médoc naar Talence
Zondag 6 augustus 2023 – 23,8 km.
Dag 40:  840,6 – 864,4 km. 
Pelgrims op de Rond-Point des Pélerins in Le Bouscat

Op een stille zondagochtend
Durkje en ik gaan vandaag in Le Pian-Médoc beginnen. Dit is voor ons de zestiende dag van de voor ons dit jaar nog 28 resterende etappes van de Via Turonensis.  
Onze etappe van vandaag loopt tot in Talence, een onderdeel van het stedelijk conglomeraat van Bordeaux.
Het wordt vandaag een wandeldag met gevarieerd wandelweer. Tijdens onze etappe is het voortdurend bewolkt; eerst zwaar bewolkt, en later op de dag lichtbewolkt met veel zonnige perioden.
Als we vanmorgen vanaf de camping vertrekken, is het 16 graden Celsius, en de temperatuur loopt vanmiddag op tot 24 graden Celsius. Een aangename wandeldag is het zo voor ons, dus al met al zijn we heel tevreden over het wandelweer van vandaag.
Na het ontbijt verlaten we in onze auto - met achter op het fietsenrek de twee fietsen - om 7:05 uur onze camping, om dan eerst van Bilos naar Talence te rijden. Daar parkeren we onze auto op de parkeerstrook nabij de universiteitscampus, tegenover het McDonald’s restaurant.
Dan fietsen wij de 22,5 kilometers van Talence door Bordeaux naar Le Pian-Médoc.
Onze fietsen stallen we daar rond 9:20 uur aan een ijzeren hekwerk naast de Mairie van Le Pian-Médoc. Rond 9:35 uur vertrekken we bij de Mairie, op deze nog zo stille zondagochtend.

Muziek en halleluja
We wandelen het dorp uit, om te beginnen aan een kilometers lange boswandeling. We wandelen over mooie bospaden in de richting van Blanquefort.
Naarmate we dichter bij Blanquefort komen, wordt het drukker in het bos. Joggers, mensen die de hond uitlaten, of met de kinderen het bos in gaan; iedereen heeft zo zijn eigen aanleiding om het bos in te gaan.
Als we de sportvelden van Blanquefort naderen, horen we luide muziek. Als we dichterbij komen, zien we dat het sportveldencomplex nagenoeg vol staat met auto’s en hoofdzakelijk grote caravans.  
Er staat ook een grote witte feesttent op het terrein, en vanuit die tent horen we muziek, de luide stem van een spreker, en tussendoor horen we af en toe een ‘halleluja’. We hebben ons wel eens laten vertellen dat het in Frankrijk gebruikelijk is dat zogenoemde Pinkster-Gitanos (zigeuners of woonwagenbewoners) of in elk geval mensen die met grote caravans-woonwagens een nomadisch bestaan leiden in de zomer op verschillende locaties bijeenkomen voor grootschalige evangelisatiebijeenkomsten. Op enige afstand schatten we in dat daar hier ook sprake van is.

Door Blanquefort
Dan lopen we de bebouwde kom van Blanquefort binnen.
Het mooie van het wandelen door deze plaats is dat we over mooie gravel- en graspaden, door woonstraten en door parkgebieden tussen de woonwijken doorlopen. En een andere topper is dat we door de meer onduidelijke parkgebieden van paal naar paal kunnen lopen. Op die palen staan de wegwijzers.
Verderop gaan we over een goed geasfalteerd voetgangers-/fietspad. Dwars over één van die paden staat een verreiker-auto los van de grond op vier stempels. Deze is gebruikt om een boom in één van de tuinen aan het pad om te zagen.
Om Blanquefort te verlaten, moeten we langs een autoweg verder, en daartoe kunnen we over een smal voetpaadje boven over een hoge aarden wal lopen. 
Verderop zien we een andere pelgrim over hetzelfde pad ver vóór ons lopen.
Nadat we deze hoge aarden wal hebben verlaten, en over asfaltwegen verder gaan, halen we deze pelgrim in; een oudere vrouw.

De Kaptein Mobylette van Bruges
Een eind verder steken we via een lang viaduct de brede noordelijke rondweg van Bordeaux over, en dan lopen we het stedelijk conglomeraat van Bordeaux binnen met daarbinnen alle voorsteden van Bordeaux.
De eerste voorstad die we binnenwandelen, is Bruges.
In het centrum van Bruges komen we langs de kerk. Die is helaas gesloten, dus deze kerk bezichtigen, is niet mogelijk. 
Bij de plaatselijke warme bakker ernaast kopen we een brood voor morgen. 
Even later komen ons twee mannen op twee Solexen tegemoet. Iets verderop op een kruising van straten, staan twee bromfietsers stil met twee oldtimer-bromfietsen. Eén van de mannen heeft een pastelblauwe Kaptein Mobylette. En dat is precies het model waarop mijn grootvader Jan de Vries vroeger reed, en die ik later op 16- tot 18-jarige leeftijd heb gehad.
Bruges verlaten we door door een prachtig beschilderde spoortunnel te lopen.

Le Bouscat
En dan lopen we de bebouwde kom van Le Bouscat binnen.
Vanaf deze plaats komt er een wegwijzer bij. Dat is een metalen embleem met daarop de afbeelding van een gestileerde Jacobsschelp, die net zoals in heel veel andere pelgrimssteden, op markante locaties als wegwijzer zijn bevestigd op het wegdek, doorgaans op de voetpaden.
Op een gegeven moment komen we bij de zogenoemde ‘Rotonde voor Pelgrims’ (Rond-Point des Pélerins). Op die rotonde staan drie zwarte pelgrimsfiguren.
Het zijn metalen mensgrote modellen die de middeleeuwse pelgrims verbeelden op weg naar Santiago de Compostela.

Bordeaux in
Vanuit Le Bouscat wandelen we de binnenstad van Bordeaux binnen. En in Bordeaux komt er nog eens een extra metalen straatembleem bij, één die we tijdens al onze pelgrimstochten nog niet eerder hebben gezien. Dit embleem laat een Jacobsschelp zien, gedecoreerd met vijf sterren.
In de binnenstad komen we ook langs de ruïne van het voormalige amphitheater van Bordeaux.
Tot nu toe hebben we vandaag nog geen enkele gelegenheid gehad om een kop koffie te kopen, maar hier op een Frans pleintje vinden we dan het eerste caféterras waar we een kop koffie kunnen drinken. Dat doen we derhalve, voordat we de binnenstad verder in gaan.

Basilique Saint-Seurin
Direct voorbij dit pleinterras komen we bij de Basilique Saint-Seurin.
Het is een hele grote basiliek, met in één van de zijkapellen een houten beeld van Sint Jacob.
Jacobus de Meerdere is hier afgebeeld als pelgrim (met staf) en als apostel (met Bijbel).
Voor ons een mooi object om te fotograferen, om dit fotografisch beeld als herinnering mee te nemen.
De basiliek heeft prachtige kerkramen.
En ook het koor van de kerk is een pracht om te zien.
Heel bijzonder is overigens de crypte onder deze eeuwenoude basiliek.
We dalen af in de crypte en kunnen daar vrijelijk rondlopen in die betrekkelijk grote ondergrondse ruimte.
Her en der staan allerlei sarcofagen, met een praalgraf in het midden van de crypte.
En zoals dat in veel Franse rooms-katholieke kerken gebruikelijk is, branden hier in het schip van de kerk ook ettelijke kaarsen, als dank of als gebedsondersteuning.
Na een lang bezoek verlaten we deze bijzondere basiliek.
Het pad voorbij de basiliek heet heel toepasselijk de ‘Chemin de Saint-Jacques de Compostelle’. 
Die ligt in de richting van de kathedraal, dus die volgen we.

In de binnenstad van Bordeaux
We komen even later aan in de binnenstad van Bordeaux.
Bij de oude stadspoort is het al een drukte van belang. Terrassen zitten nagenoeg vol op deze mooi weer-zondag.
Naast één van de ronde straatemblemen van het pelgrimspad, zien we op een gegeven moment ook het vierkante metalen straatembleem dat duidelijk maakt dat het pelgrimspad van Sint Jacob als Werelderfgoed wordt beschouwd.
Op weg naar de kathedraal steken we een straat over, en dan zie ik in die straat een heel eind verderop richting rivier La Garonne een enorme drukte van winkelend publiek.
Gelukkig blijft ons hier naar en bij de kathedraal die hectische drukte bespaard.
Hier en daar lopen wel mensen op het plein rond de kathedraal, maar de drukte van hier op deze rustige zondagmiddag valt alleszins mee.
Een straatmuzikant zorgt op het plein bij de terrassen voor accordeonmuziek in Franse stijl.

Pracht en praal van de kathedraal
Ook vóór de ingang van de kathedraal liggen twee grote metalen plaquettes met informatie op het wegdek.
Dan gaan we de imposante kathedraal binnen.
Ook deze kathedraal is een hoogtepunt aan bouwstijl en decoratie.
En ook in deze kerk zien we een groot aantal brandende kaarsen, die door kerkbezoekers zijn ontstoken. Logisch, er is immers zoveel om voor te danken en te bidden.
Bijzonder vind ik het grote kruis dat in het koor van de kathedraal hangt.
Licht en daarmee kleuren spelen de hoofdrol in dit huis van gebed.
In het schip van de kathedraal hangt een grote klok aan de wand. Dat zie je niet vaak zo in kerken.
Als we de kathedraal verlaten, zien we hoe fantastisch de kathedraal en de ernaast staande losse toren zich aftekenen tegen de witte wolken en de blauwe lucht.

Via Sainte-Eulalia naar Talence
Dan is het tijd om de binnenstad te verlaten, en onze pelgrimsroute in zuidelijke richting te hervatten. Daarbij passeren we de beroemde Eglise Sainte-Eulalia. 
Ook die indrukwekkende kerk is open, dus we gaan naar binnen. Daar bewonderen we het schitterende koor van deze kerk.
Heel mooi is ook het kerkraam dat het geboorteverhaal van Jezus Christus afbeeldt.
Na de lange, brede en rechte straten zuidwaarts bereiken we de bebouwde kom van Talence.
Deze plaats is de bestemming voor onze etappe van vandaag. We wandelen door het mooi met bloemen versierde centrum van Talence.   
Daar passeren we ook nog een kerk, met een openstaande deur. Ook in deze kerk zien we een mooi kerkraam van het geboorteverhaal van Jezus.
Het is een kerk met veel wit, en prachtige kleuren. Vooral het bijzondere doopbekken trekt visueel aandacht.
Bij McDonald’s restaurant aan de rotonde, tegenover de campus van de universiteit van Bordeaux eindigt voor ons vandaag deze etappe.
We rijden van hier uit met onze auto terug naar Le Pian-Médoc, waar we onze gestalde fietsen afhalen, en daarna rijden we terug naar onze camping in Bilos, waar we rond 18:30 uur arriveren. We zijn dus op een half uur na vandaag bijna twaalf uren onderweg geweest voor deze 16e etappe van onze zomerpelgrimage 2023.