vrijdag 29 mei 2026

Pelgrimeren van Zamora naar Montamarta

Pelgrimsroute van Sevilla (S) naar Santiago de Compostela (S)
Vía de la Plata van Sevilla naar Astorga
Van Zamora naar Montamarta
Maandag 27 april 2026 – 19,4 km.
Dag 28: 575,4 – 594,8 km.
 
Hier verlaten we Roales del Pan
















Vertrek uit Zamora
Vandaag lopen we van de Vía de la Plata onze 28e etappe, over een afstand van 19,4 kilometer, van Zamora naar Montamarta. We stijgen daarbij van 640 naar 689 meter hoogte.
De wekker wekt ons om 7:00 uur vanmorgen. We ontbijten in de woonkamer van ons appartement ‘Apartementos Turistico Dormi2’ in de binnenstad van Zamora.
Als Durkje en ik klaar zijn met het ontbijt, en gereed zijn voor vertrek, verlaten we ons appartement, en wandelen we om 8:15 uur naar beneden door de stad.
Links van de straat zien we een muurschildering van de gemeente Zamora.
We dalen af naar de rivier de Río Duero, om daar ons pelgrimspad van eergisteren te vervolgen.
Door de smalle stadstraten volgt dan eerst een steile klim naar de Iglesia de San Cipriano.
We volgen de wegwijzers door de straten van Zamora en lopen op een gegeven moment aan de binnenzijde van de eeuwenoude stadsmuren. Vlak voordat we een binnenring over moeten steken, laten we de dikke burchtmuur achter ons.
Dan pakken we een uitvalsweg in de richting van de noordelijke stadsrand. Rechts van de straat zien we op de kopse kant van een groot gebouw een enorme muurschildering.
Aan de rand van de stad zien we aan de overzijde van de brede straat een pelgrim lopen. Als we dichterbij komen, zien we dat het de Ierse pelgrim is. Hij had eind vorige week een dubbele etappe gelopen, en zou geen extra dag in Zamora verblijven, dus we hadden hem hier al lang niet meer verwacht.
We steken de weg over bij de buitenring van Zamora en lopen een eindje met deze Ier mee. Hij vertelt dat hij ziek was geworden, en zich genoodzaakt zag om twee dagen rust te nemen in Zamora, dus dat is de reden dat hij nu weer met ons optrekt.
We passeren een afstandenpaal van de camino.
En dan om 9:10 uur verlaten we de bebouwde kom van Zamora.

Over geplaveide en halfverharde paden
Het pelgrimspad bestaat hier uit een breed steentjespad langs een drukkere verkeersweg. De Ier volgt ons op grote afstand inmiddels, omdat hij niet zo snel loopt.
Waar dit prachtige fiets-/voetpad eindigt, draaien we naar rechts, om dan over een halfverharde veldweg verder te gaan. Daarbij komen we langs een illegale stortplaats, waar de Spanjaarden desalniettemin fikse partijen grofvuil hebben gestort. Van enkele grote stukken stortvuil heeft iemand een heel klein langwerpig hokje gebouwd, waarin een thuis-/dakloze kennelijk een slaapplaats heeft gevonden.
De brede veldweg kruist op een gegeven moment de autosnelweg A-11.
Aan de overzijde van deze snelweg gaan we rechtsaf naar het enige dorp dat we vandaag doorkruisen: Roales del Pan.

Koffie in Roales del Pan 
Vlak vóór 10:00 uur wandelen we de bebouwde kom van Roales del Pan binnen ter hoogte van een mooi cortex-stalen kunstwerk van een pelgrim.
Ernaast staat een natuurstenen wegkruis waarop een beeld van Sint Jacobus staat afgebeeld.
Direct daarna passeren we een erf waarop een groot aantal sculpturen is uitgestald.
Twee van die sculpturen zijn een man en een vrouw met ieder een rugzak, uitgedost als wandelaar of wellicht ook pelgrim.
We lopen langs deze sculpturentuin het dorp in.
Langs het voetpad staat een auto met daarop het logo van een geriatrisch verpleeghuis dat de naam ‘Ruta de la Plata’ draagt. Een heel eind verderop zullen we dat verpleeghuis nog passeren alvorens we het dorp verlaten.
Maandag is hier kennelijk ook wasdag, want bij meerdere huizen langs de hoofdstraat hangen fikse hoeveelheden was te drogen.
Bij een speeltuintje zien we een muurschildering op een blinde muur, waarop enkele afbeeldingen staan die verwijzen naar het pelgrimeren, zoals een tekening van de pelgrim Sint Jacob.
We hebben bijna twee uren gelopen, en een kop koffie zou dan wel een traktatie zijn. Zoekend naar een bar in het dorp, zien we een bordje op een hoek hangen, dat verwijst naar de bar aan de N-630.
We volgen de pijlen, en worden in de woonstraat opgeschrikt door een erfhond die met kop en poten door de spijlen van het toegangshek schiet en een fikse portie blaf ten gehore geeft. Die maakt in elk geval serieus werkt van zijn functie als waakhond. De eigenaresse roept vanachter het huis dat de hond zich rustig moet houden, hetgeen hij ook doet.
We steken de N-630 over en komen dan aan bij de bar, waar een groot aantal werkmannen genieten van hun koffie met broodjes-pauze. Wij bestellen koffie en nemen plaats op het terras aan de N-630 voor onze koffiepauze.

Heuvels op en af 
Na deze pauze steken we de N-630 over, en vervolgen we onze route door het dorp. Daarbij komen we langs het Plaza Mayor, waar ook het gemeentehuis staat. Daar gaan we naar binnen, en krijgen we direct een gemeentestempel in onze pelgrimspaspoorten, en wenst de ambtenares ons een goede camino.
Voorbij het geriatrisch verpleeghuis tonen twee camino-wegwijzers ons de route het dorp uit, langs een uitgebreid fitness-parcours.
Het laatste dat we aan het eind van dat sportparcours van Roales del Pan nog zien, is een routepaal van de Vía de la Plata, waaraan ook een pelgrimsstaf met kalebas en Jacobsschelp.
Als we om 10:50 uur een heuvel op zijn gelopen over een brede veldweg, zien we achter ons Roales del Pan in het dal liggen. Tussen de veldweg en de akkers met rode aarde bloeien de bermplanten al weelderig geel, wit, rood en paars.
Op de veldweg halen we het Australische pelgrimsechtpaar in, dat evenals ons ook een extra dag in Zamora heeft genoten. We lopen een eindje met elkaar op, en halen hen even later in, omdat zij in een lager tempo wandelen.
Het open veld waar we doorheen wandelen, wordt doorsneden door de spoorlijn van de AVE-hogesnelheidslijn. 
Om die spoorlijn te kruisen, moeten we een wijde S-bocht maken, om over het spoorviaduct het treinspoor over te steken. Als we boven op het viaduct staan, zien we achter ons nog een pelgrim volgen. Dat is de vrouw die we eerder al op een steen zagen pauzeren op een kruispunt van veldwegen.
En vóór ons uit zien we een andere man als pelgrim al aardig op weg richting Montamarta.
Aan de voet van het talud van dit spoorviaduct zit een man op een caminopaaltje te pauzeren. 
Als we hem passeren, maakt hij zich gereed voor zijn doorstart. Even later haalt hij – een Nederlandse pelgrim – ons in.

Aankomst in Albergue El Tio Bartolo van Montamarta
Om 12:40 uur krijgen we de plaats van onze dagbestemming Montamara al heel goed in zicht. Dan hebben we echter nog wel enkele kilometers ofwel een uurtje te gaan.
Op de veldweg ligt een dode slang. De mieren hebben de slang al gevonden, en maken gretig gebruik van het kadaver van deze slang.
Tien minuten later wandelen we Montamarta binnen. Het is overduidelijk te zien dat dit een agrarisch georiënteerd dorp is, want we lopen tussen verschillende boerenbedrijven door het dorp in.
Om ongeveer 13:00 uur arriveren we bij de herberg waar we de komende nacht willen overnachten. De huisdeur zit op slot, zien we aan de bewegingen van de Nederlandse pelgrim die hier ook wil overnachten. Wij lopen door naar de Coviran-supermarkt van het dorp, want de eigenaresse Ana van de herberg had ons gisteren al gemeld dat we de sleutel van de herberg tot 14:00 uur af zouden kunnen halen in de supermarkt. In de supermarkt aangekomen, blijkt Ana hier ook te zijn, en dan loopt ze samen met ons naar haar herberg, waar ze ons en ook de Nederlandse pelgrim een rondleiding en instructie geeft. Na het afrekenen en het stempelen van onze pelgrimspaspoorten nemen we de kamer in gebruik die ons is toegewezen.

Aangenaam verblijf in Montamarta
Omdat de supermarkt pas weer open gaat om 17:00 uur gaan wij na het installeren in onze herbergkamer direct terug naar de supermarkt om daar de boodschappen voor vandaag en morgen te halen. 
Om 13:30 uur zijn we in de supermarkt waar we heel mooi bijna alles kunnen kopen wat we voor vandaag en morgen graag willen hebben.
Teruggekomen in de herberg gaan we eerst lunchen, want omdat we onderweg alleen maar een koffiepauze hebben gehad, was de lunchpauze er nog bij ingeschoten. Maar dat maken we nu goed met onze broodjes- met koffiepauze.
Dan is het tijd voor douchen en wassen, en besluiten we in welke herbergen we de komende twee dagen willen verblijven. Voor die van overmorgen hebben we geen keus, want in Barcial del Barco is alleen maar één herberg, en daar kunnen we ook nog wel terecht, zo blijkt.
Dan is het tijd om onze foto’s en dagverslagen in orde te maken.
Ondertussen komen er ook nog drie jonge Zweedse dames in de herberg, en later nog een oudere heer, van wie we horen dat hij de grootvader is van de drie meiden, die met hem een week op pelgrimstocht zijn. Ze komen uit Zweden, en opa is ervaren pelgrim, die zijn drie kleindochters introduceert in het bewandelen van de camino. Ze zijn vanmorgen in Zamora begonnen, en zijn al met al een week op weg om enkele etappes van de Vía de la Plata en van de Camino Sanabrés te lopen.
We verblijven hier in een prachtige en goed geoutilleerde herberg, met buiten een hele grote en zonovergoten binnenplaats, waar de was vanwege de uitbundige zonneschijn in een ommezien droogt.
Vanavond gaan we naar het restaurant van de eigenaresse van onze herberg, waar we genieten van onze avondmaaltijd, zodat we morgen weer gevoed en gelaafd na de nachtrust kunnen beginnen aan onze volgende etappe.

Een dag in Zamora

Zondag 26 april 2026
 
Onder de Puente de Pedra zicht op de kathedraal van Zamora


















Burcht
Vanmorgen slapen Durkje en ik eerst heerlijk uit in ons Apartementos Turisticos Dormi2 in de binnenstad van het Spaanse Zamora.
Na ons ontbijt gaan we eerst de stad in om in de Dia-supermarkt verderop de laatste boodschappen voor vandaag en morgen te halen. 
Teruggekomen in het appartement bepalen we wat we vandaag van Zamora willen gaan bezoeken en bekijken.
Rond 12:30 uur verlaten we het appartement, om dan door de straat van ons appartement – de tamelijk steile Calle de Balborraz - af te dalen naar de rivier de Río Duero. Bij de romaanse boogbrug de Puente de Piedra aangekomen, gaan we daar langs de waterkant er onderdoor, waar we dan al een prachtig zicht hebben op de hooggebouwde kathedraal van Zamora.
Als we verderop over de promenade langs de rivier lopen, ontmoeten we het Australische pelgrimsechtpaar uit Melbourne, dat vandaag ook een dag in Zamora is gebleven om de stad te bezichtigen.
Daarna komen we langs de rivier op de plek waar we aan de overzijde nog enkele restanten zien van de vroegere Romeinse brug over de Río Duero.
En aan onze zijde van de rivier zijn we aangekomen bij de drie oude watermolens die in de rivier zijn gebouwd. Deze 11e/12e eeuwse Aceños de Olivares zijn gesloten, dus we kunnen er niet in.
Daarna volgt de lange klim van de rivieroever naar het kathedraalplein.
We gaan de kathedraal nog niet binnen, want we weten dat de burcht iets verderop straks tot 17:00 uur dicht gaat, en nu kunnen we de burcht nog in.
Daarom lopen we voorbij de kathedraal door Parque del Castillo naar de ingang van de burcht. 
Het is vandaag heel mooi weer, een heldere lucht en zo ongeveer 25 graden Celsius. Begrijpelijk dat de mensen die hier zijn, veelal in de schaduw van de bomen in het park lopen, staan en zitten. 
We maken een rondgang door de ruïne van de Zamorese burcht, beneden en boven, en krijgen van bovenaf van de burchtmuur een mooi uitzicht over de stad Zamora en haar omgeving.

Kathedraal
Als we de burcht uit lopen, zien we heel goed de grote koepel in Byzantijnse stijl van de kathedraal iets verderop. Kenmerkend van deze koepel is de schubachtige dakbedekking van deze enorme koepel.
Bij de receptie in de kathedraal (1151) kopen we toegangskaarten voor de kathedraal, waarbij ons duidelijk wordt gemaakt dat we van het interieur van de kathedraal niet veel krijgen te zien, vanwege het feit dat de kerk geheel in het teken staat van en is ingericht ten behoeve van de grote expositie van religieuze kunst. Nadeel is dat daardoor veel van de kathedraal aan het zicht is onttrokken door bijvoorbeeld hoog opgaande tentoonstellingspanelen, maar voordeel is dat we een hele bijzondere expositie krijgen te zien van oude en enkele nieuwe religieuze kunst uit alle windstreken van Spanje.
We kunnen binnen overigens wel het koor van de kathedraal in om daar het bijzondere koorgestoelte te bekijken.
Als we naar boven kijken, zien we bijvoorbeeld ook de onderkant van de enorme koepel in Byzantijnse stijl van de kathedraal. 
We zien veel beelden en schilderwerken, van bijvoorbeeld de vier evangelisten, Pinksteren, martelaren en heiligen, en aan het eind van de tentoonstelling staat nota bene een heel groot beeld van de apostel Jacobus als pelgrim, een beschilderd houten beeldhouwwerk uit het jaar 1566. Die beschermheer van de pelgrim zien wij natuurlijk graag in een kerk, basiliek of kathedraal, dus ook dit beeld maakt onze dag al goed.

Iglesia de San Cipriano
Als we de expositie en de zichtbare delen van de kathedraal hebben bekeken, wandelen we door de stad naar de volgende kerk. Hier en daar zien we prachtige muurschilderingen, die Spaanse steden en dorpen rijk zijn.
Aangekomen bij de Iglesia de San Cipriano gaan we deze 11e eeuwse kerk binnen met de combi-ticket van de kathedraal en van deze oude stadskerk, één van de oudste kerken van Zamora. 
Een tweede deel van de expositie van religieuze kunst is in deze oude kerk te bezichtigen.
Om 15:15 uur verlaten we deze kerk, na ook deze expositie – zij het veel kleiner dan die in de kathedraal – te hebben bekeken. Vanuit de koelte van de oude kerk gaan we dan de warmte van de binnenstad weer in.

Tapas
Voordat we terug gaan naar ons appartement willen we ergens in de stad nog lunchen. Onderweg van de Iglesia de San Cipriano naar het Plaza Mayor vinden we nog niet iets geschikt voor dat doel, maar als we even een rondje rondom het grote stadsplein maken langs alle terrassen, ontdekken we ineens een heel smal straatje dat vanaf het grote stadsplein wegdraait, waarin het een drukte van belang is vanwege alle kleine horeca-gelegenheden waar de Spanjaarden zijn voor een hapje en een drankje.
We zoeken en vinden in dit gezellig drukke straatje een tapasbar, waar we naar binnen gaan, enkele porties tapas bestellen, die direct voor ons worden bereid, om dan dieper in de bar een tafeltje te vinden waar we heerlijk kunnen genieten van de tapas met een pilsje erbij met al die druk pratende Spanjaarden als achtergrondgeluid, ons na alle jaren in Spanje al zo goed bekend. 
Na dit genot maken we nog een wandeling door de brede, maar nogal stille, winkelstraten van de stad, en dan gaan we terug naar ons appartement om er te rusten, onze foto’s en verslagen gereed te maken, en tot slot het in de keuken van ons welvoorziene stadsappartement bereide avondeten te nuttigen.
Zamora was voor ons een heerlijk rustige oase op ons pelgrimspad, en morgen gaan we verder, voor zo mogelijk een volle week pelgrimeren van Zamora naar het eind van de Vía de la Plata in Astorga.

Pelgrimeren van Villanueva de Campéan naar Zamora

Pelgrimsroute van Sevilla (S) naar Santiago de Compostela (S)
Vía de la Plata van Sevilla naar Astorga
Van Villanueva de Campéan naar Zamora
Zaterdag 25 april 2026 – 18,7 km.
Dag 27: 556,7 – 575,4 km.
 
Op het plein bij de kathedraal van Zamora
Vertrek uit Villanueva de Campéan
Vandaag lopen we van de Vía de la Plata onze 27e etappe, over een afstand van 18,7 kilometer, van Villanueva de Campéan naar Zamora. We dalen daarbij van 758 naar 640 meter hoogte.
De wekker wekt ons om 7:00 uur vanmorgen. We ontbijten in de woonkeuken van de Albergue Vía de la Plata. De twee Spaanse pelgrims die ieder gisteren zo’n 55 kilometer hebben gelopen, zijn dan al vertrokken voor – zo mogelijk - nog eens weer zo’n lange etappe. De Franse pelgrim uit Périgueux is gereed voor vertrek, en neemt afscheid van ons, en de Nederlandse pelgrim Han smeert zijn voeten nog in met vaseline, en vertrekt even later ook.
Als Durkje en ik klaar zijn met het ontbijt, en gereed zijn voor vertrek, verlaten we onze herberg, en wandelen we om 8:10 uur de hoofdstraat in van het dorp.
Net voorbij de herberg staat op de hoek van een zijstraat een informatiebord van de Vía de la Plata.
Daarop is op het routeplan ook de etappe zichtbaar die we vandaag gaan lopen.
Enkele minuten later verlaten we het dorp door een weg over te steken, om dan voorbij een pilaar van de Vía de la Plata het dorp uit te lopen, en een brede veldweg op te gaan.

Het beekdal van de Arroyo de las Barrios in en uit 
De steenachtige veldweg voert ons door een golvend landschap van akkers, met hier een daar groepjes bomen.
Net na de oversteek van een klein waterloopje komen we op een kruispunt waar een informatiebord staat.
Je kunt vanaf hier een alternatieve route lopen naar en door het dorpje San Marcial, wat handig zou kunnen zijn als je nog zou moeten ontbijten of boodschappen voor onderweg zou moeten halen.
De originele route gaat hier echter rechtsaf, en die volgen wij.
Een klein eindje verderop steken we het beekje over van de Arroyo de las Barrias. Omdat de oversteek over dit beekje bijna geheel onder water staat, rest nog een smal strookje grond om die oversteek droog te maken, en dat gaat prima zo.
Nu zijn we dus onder in het beekdal, en dit betekent dat we er nu weer uit zullen moeten klimmen. Dat gaat echter mooi geleidelijk over een grote afstand, dus prima om te doen.
Op een oversteek met een ander veldpad staat weer een Vía de la Plata pilaar, maar deze keer met erbij een pelgrimsstaf en daaraan een kalebas met Jacobsschelp. De achterzijde van de pilaar meldt dat deze is aangeboden door de Vrienden van de Camino.
Even later moeten we iets steiler klimmen om het beekdal uit te komen, maar dat gaat nog steeds prima.
Op het hoogste punt aangekomen, krijgen we een prachtig panoramisch uitzicht over deze streek, met achter ons het niet meer zichtbare Villanueva de Campéan waar we nu vandaan komen, en vóór ons een heel eind in de verte zien we voor het eerst de stad Zamora liggen.
Dat is onze bestemming voor vandaag.

Koffie bij de schapen
De brede veldweg is inmiddels ruiger en veel smaller geworden, en die voert ons op de heuvelkam naar de asfaltweg van de ZA-305. Die verkeersweg moeten we ongeveer een kilometer volgen over de heuvelkam heen.
Dan verlaten we de asfaltweg en gaat het verder over een onverhard veldpad. 
We komen nog eens weer zo’n Vía de la Plata pilaar voorbij met staf en kalebas en Jacobsschelp, en deze keer staat er nota bene ook nog een pelgrimsbankje bij met een caminopijl als rugleuning. Het opschrift van dergelijke bankjes luidt: Banco Peregrino.
De bank die wij thuis bij onze refugio hebben staan, is een iets aangepaste replica van deze Spaanse pelgrimsbankjes die we onderweg af en toe voorbij komen.
We hebben ongeveer twintig minuten later inmiddels ruim twee uren aaneengesloten gelopen, en het lijkt ons een prima idee om hier ergens in het open veld onze koffiepauze te houden. Veel plek om te gaan zitten is er niet, en om comfortabel te zitten, is al helemaal een uitdaging. Maar we hebben geluk, want we komen langs een schapenstal waar de schapenboer aan het werk is. Twee waakhonden zitten in een hok aan het pad. 
Naast het gebouw van de stallen staat een groot aantal badkuipen, gevuld met water, die worden gebruikt om de schaapskudde hier te drinken te geven. Eén van de badkuipen staat op de kop, en die wordt vanmorgen heerlijk beschenen door de volle zon, en is derhalve lekker warm. Op die omgekeerde, aangenaam warme badkuip gaan we zitten voor onze koffiepauze. De boer is vóór ons aan het werk, en haalt af en toe een strobaal van buiten op zijn kruiwagen naar binnen.

Lozen en laden
Daarna gaan we verder. Hier in het open veld is eigenlijk geen gelegenheid voor een sanitaire stop, dus we lopen een eind verder, totdat we bij een aantal grote struiken langs het veldpad komen, waar een plaspauze geschikt lijkt te zijn. Ook dat moet allemaal gebeuren op zo’n pelgrimsdag, en vaak ergens onderweg in de natuur, want toiletten staan niet in het open veld.
Vlak daarna komen we langs twee lange rijen drinkbekkens die in de vorm van een V zijn opgesteld. Op de punt staat een klein hokje, en daarin bevindt zich allicht de waterput, waar de schaapherders het water kunnen putten, om daarmee de lange betonnen drinkbakken met water te vullen, teneinde de schaapskudde te drinken te geven.
Op een kruispunt midden in het open veld, waar we rechtsaf weer in de richting van Zamora draaien, bloeien veel klaprozen uitbundig rood.

Pleidooi voor godsdiensttolerantie op hoog nivo
Vanaf het hoogste punt van zojuist moeten we wel behoorlijk afdalen naar de rivier waaraan Zamora ligt, maar toch dienen we eerst nog wel enkele lichte afdalingen en klimmen te moeten maken door dit golvende landschap.
Op een iets hogere heuvelkam staan drie hoge stenen tafelen opgesteld rondom een ronde stenen put.
Hier zijn we aangekomen bij El Brocal de las Promesas.
In het midden staat een wens- of votiefput waar je een wens zou kunnen doen.
Dit bijzondere monument is geplaatst op het kruispunt waar lang geleden de paden van christenen, joden en moslims kruisten. Ten tijde van de Moorse bezetting van het huidige Spanje van zo ongeveer tussen de 8e en de 15e eeuw hebben deze religieuze groeperingen in Spanje vreedzaam met elkaar samengeleefd. De bezetting en bevrijding ging uiteraard wel met veel strijd gepaard, maar ten tijde van de Moorse bezetting werden bijvoorbeeld de joden door de Moren gedoogd, en toen de Moorse legers het land uit waren gevochten, zijn toch veel moslims in Spanje achtergebleven, omdat zij zo vreedzaam met de joden en de christenen leefden en bleven samenleven. 
En dit monument waar wij nu bij staan, is een monument dat pleit voor godsdiensttolerantie. Dat verwijst daarmee naar de tolerante opstelling van joden, christenen en moslims eeuwen terug, en dat zou een goede invloed kunnen en moeten hebben op de tolerantie van gelovigen en niet gelovigen, ook en vooral ook in de tijd waarin wij nu leven.
Kortom, hier staan we letterlijk even stil bij een monument dat ook is bedoeld om even stil te staan bij de roep om godsdiensttolerantie.

Glibberen
Maar dan dalen we letterlijk en figuurlijk af naar meer aardse zaken, want we komen in de volgende afdaling over een karrenspoor tussen de akkers, dat grotendeels is stukgereden door zware landbouwvoertuigen. Op verschillende plekken wordt het derhalve voor ons een kwestie van acrobatiek om zonder glibberende valpartijen schoon en droog het karrenspoor tussen de akkers te blijven volgen.
Na het passeren van een bedrijventerrein aan onze linkerhand komen we langs een ommuurd landgoed, waar we op een pilaar bij de toegang van het landgoed de naam La Sierna zien staan, waarboven twee Jacobsschelpen zijn afgebeeld.

Trouwen en eendjes in Barrio San Frontis
Klokslag 12:00 uur wandelen we de bebouwde kom binnen van Barrio San Frontis.
Dan zien we in de verte vóór ons de kathedraal hoog boven de stedelijke bebouwing uitsteken. 
We dalen af naar de brede rivier die tussen Barrio San Frontis en Zamora stroomt.
Links zien we een muurschildering met daarin ook de plaatsnaam van deze plaats.
Ruim tien minuten later staan we vóór de Iglesia San Frontis.
De kerkdeur staat open, en een man verlaat de kerk met grote dozen. Dat lijken we bloemendozen.
Als we de kerk binnengaan, zien we dat een vrouw in het voorportaal bezig is met prachtige bloemenboeketten. 
Eerst maakt ze duidelijk dat we de kerk niet in zouden mogen, maar direct daarna bedenkt ze zich, en laat met een handgebaar zien dat we toch wel heel even de kerk binnen mogen gaan. Dat doen we direct, en dan maken we een rondgang door de kerk.
Waarschijnlijk zal hier vanmiddag een trouwdienst zijn, want de vrouw is bezig de kerkzaal te versieren met bloemen, en de zaterdag is trouwdag in Spanje.
Na het verlaten van de kerk lopen we door naar de promenade langs de rivier de Río Duero. Als we op deze promenade lopen, komt ons een groepje mensen tegemoet, met vóór hen uit lopend een moedereend met een aantal kuikens. 
We gaan even aan de kant om moedereend met haar schare eendenkuikens zo ongestoord mogelijk voort te laten waggelen.
Aan de overzijde van de rivier zien we de stad Zamora duidelijk liggen, met de kathedraal als een opvallend bouwwerk hoog boven de rivier en stad uitstekend.
In de rivier zien we de restanten van wat eeuwen geleden een Romeinse brug en een watermolen was.
Om 12:30 uur staan we bij het begin van de Puente de Piedra, de brug over de rivier.

Naar de kathedraal van Zamora
Via die 12e eeuwse romaanse brug met haar twaalf stenen bogen steken we vervolgens de Río Duero over, en dan arriveren we in de plaats van bestemming voor vandaag: Zamora.
Aan de overzijde van de rivier zien we een muurschildering van de Vía de la Plata.
Onder de route van de Vía de la Plata zijn verschillende voorstellingen geschilderd, die iets te maken hebben met het pelgrimeren.
We stappen hier aan het brughoofd nu af van de doorgaande pelgrimsroute, want we willen eerst een bezoek brengen aan de kathedraal van Zamora, om daar vooreerst een kathedraalstempel te halen voor onze pelgrimspaspoorten. Om 12:50 uur komen we aan bij de kathedraal.
Op het kathedraalplein vinden we het opvallend rustig. Hier en daar wandelen wel enkele toeristen, maar druk is het hier geenszins.
In de entree van de kathedraal wordt ons verteld dat we van de kathedraal geen pelgrimsstempel kunnen krijgen, maar dat dat wel kan bij de VVV verderop.
Daarom wandelen we door naar de VVV, waar we inderdaad vlot een pelgrimsstempel in onze pelgrimspaspoorten krijgen. Tegenover de VVV is een hele hoge blinde muur van een gebouw prachtig beschilderd met een strijder.

Te luxe voor de pelgrim, maar wel puur genieten
In het parkje tegenover de VVV houden we een korte lunchpauze, en daarna lopen we terug naar de rivier, om dan door te wandelen naar de Calle Balborraz, waar we een appartement hebben geboekt voor twee nachten, want morgen willen we Zamora bezichtigen.
De eigenaresse Elena staat ons al op te wachten bij de ingang, want we hadden vanmorgen af en toe al even contact met haar onderhouden over ons moment van aankomst. Ze laat ons binnen, we betalen voor deze accommodatie voor de komende overnachtingen, en dan gidst ze ons heel uitgebreid door het appartement en geeft overal duidelijk uitleg bij wat we in het appartement aan voorzieningen aantreffen.
Dan gaat ze weg, en laat ons achter in een heel groot appartement, dat in veel opzichten de kwaliteiten van de eenvoudige pelgrimsaccommodaties van de afgelopen dagen ver overtreft. Het is hier te mooi voor een pelgrim, maar we kunnen er na de eerste dagen van onze pelgrimstocht wel buitengewoon van genieten.

De stad in
Als we ons hebben geïnstalleerd, gedoucht en verkleed, gaat de was in de wasmachine en hebben we volop tijd om in de warmte van de middag bij zo’n 25 graden Celsius een eerste wandeling te maken door de gezellige binnenstad van Zamora.
Onderweg zien we de Nederlandse pelgrim Han op een pleintje zitten, met wie we in gesprek gaan. Even later komt ook het Amerikaanse pelgrimsechtpaar erbij, en direct daarna bovendien ook nog het Australische pelgrimsechtpaar.
Daarna halen we boodschappen bij een supermarkt, en brengen dat terug naar ons appartement.
Dan is het al 20:30 uur geweest en gaan we direct weer de stad in voor ons avondeten in een restaurant in het stadscentrum. 

Pelgrimeren van El Cubo de la Tierra del Vino naar Villanueva de Campéan

Pelgrimsroute van Sevilla (S) naar Santiago de Compostela (S)
Vía de la Plata van Sevilla naar Astorga
Van El Cubo de la Tierra del Vino naar Villanueva de Campéan
Vrijdag 24 april 2026 – 13,3 km.
Dag 26: 543,4 – 556,7 km.
 
Beboste heuvels met prachtige vergezichten

















Vertrek in de regen?
Vandaag lopen we van de Vía de la Plata onze 26e etappe, over een afstand van 13,3 kilometer, van El Cubo de la Tierra del Vino naar Villanueva de Campéan. We dalen daarbij van 840 naar 758 meter hoogte.
Vannacht word ik wakker van de aanhoudende regen, en bovendien gaat die langdurig gepaard met de lichtflitsen en donder van het nachtelijk onweer. Maar even afwachten wat het weer vanmorgen zal zijn.
De wekker wekt ons om 7:30 uur vanmorgen. Het regent.
Als we klaar zijn voor vertrek, verlaten we ons gasthuis, en wandelen we door de lichte regen naar de boerderij van de herbergier, waar voor ons en voor alle andere pelgrims het ontbijt klaar zal staan.
In de eetkamer waar we gisteravond dineerden, heeft de herbergier alles klaargezet voor het ontbijt, en dat is voor Spaanse begrippen uitgebreid, want er liggen nota bene stokbroden op tafel, en er is volop koffie en melk. De Australische pelgrims zijn zojuist met hun ontbijt begonnen, dus we ontbijten met zijn vieren. Het blijft regenen.
Als het andere stel klaar is, gaan deze Australiërs verscholen in hun regenpakken op pad. Wij nemen alle tijd voor ons ontbijt, want één van de weersvooruitzichten meldt dat het vanaf negen uur droog zal worden.
Maar als we klaar zijn met het ontbijt, regent het nog licht, en besluiten we toch voor zekerheid onze regenkleding maar aan te trekken. Zo gezegd, zo gedaan, maar als we even later buiten staan voor vertrek is het droog.
Omdat de lucht nog dreigend is, en de buienradar nog wel enige regen in het vooruitzicht stelt, houden we onze regenkleding voor de zekerheid nog aan, en dan gaan we op stap.
De herbergier is zojuist al weggereden, maar als we ons gasthuis passeren, zien we zijn auto op het erf staan. Om afscheid van hem te nemen en hem te bedanken voor ons prima verblijf bij hem gaan we het erf op. Juist dan verlaat hij het huis met alle was, dus we kunnen direct afscheid van de man nemen.

Vertrek uit El Cubo de la Tierra del Vino
We lopen door de hoofdstraat van het dorp, en komen vlakbij het dorpsplein langs een huis met een muurschildering.
Op de hoek naar het gemeentehuis staat een ons welbekend caminobankje.
Dan steken we het dorpsplein over, met het gemeentehuis achter ons.
Bij de kerk aangekomen, zien we een mooi wegkruis bij de kerk staan.
Aan het kruis zien we een Jacobsschelp.
Onder het kruis zien we de apostel Jacobus als pelgrim.
En aan de voet van het wegkruis heeft men echte Jacobsschelpen ingemetseld.
Kortom, een mooi passend afscheid voor de pelgrim die El Cubo de la Tierra del Vino verlaat. 
Voorbij de kerk steken we via de brug de rivier over, en dan laten we El Cubo de la Tierra del Vino achter ons.

Romeinse veldweg door de meseta
Direct daarna verlaten we de doorgaande verkeersweg, om een veldweg op te gaan, en daar nogmaals het riviertje over te steken.
We volgen dan vele kilometers de voormalige spoorlijn, waarop al lang geen trein meer rijdt.
De vele regen van afgelopen nacht en van vroeg in de ochtend heeft ervoor gezorgd dat hier en daar grote waterplassen zijn ontstaan op het brede halfverharde pad dat we bewandelen. Af en toe moeten we dus even laverend tussen de waterplassen door lopen.
Slechts eenmaal is de veldweg over de hele breedte overstroomd, maar het water is op één plek net ondiep genoeg om er zo met de wandelschoenen doorheen te lopen. We houden zo gelukkig droge sokken.
We draaien op zeker moment van de spoorlijn weg en komen dan op een meseta, een uitgestrekte hoogvlakte met voornamelijk akkers met hier en daar al gewassen zoals graan. In de verte zien we op de lange rechte veldweg – waarschijnlijk van oorsprong een Romeinse veldweg – het Amerikaanse pelgrimsechtpaar vóór ons uit lopen.
Over een waterbekken heen zien we in de verte de eerste wijngaard van vandaag. Dit is overigens ook de plek waar we de regenkleding uittrekken, want ondanks de nog wel dreigende wolkenlucht breekt de zon al licht door en gokken we erop dat het vanaf nu wel droog zal blijven, hetgeen later gelukkig inderdaad het geval blijkt te zijn.
Tegen elf uur kunnen we duidelijk zien dat we de meseta gaan verlaten, om in een meer bebost gebied te komen.

Glibberige afdaling
Dat betekent overigens ook dat we de hoogvlakte straks gaan verlaten. We gaan rechtsaf het dichter begroeide gebied in.
Direct daarna wandelen we langs een behoorlijke waterpartij, met op de achtergrond de resten van een zand-grind-afgraving.
We zetten de afdaling in langs een wijngaard aan onze linkerhand.
Dat het nu behoorlijk naar beneden gaat, voelen we natuurlijk zelf wel, maar dat is ook goed te zien aan de uitgespoelde grond links van het pad. Een tamelijk diepe groef loopt in de lengterichting naar beneden. We kunnen er prima langs over het glibberige pad. 
Als we de meeste glibberige stukken met de nodige voorzichtigheid hebben gehad, en onze wandel-schoenen met dikke klodders zo goed als mogelijk in het lange gras hebben schoongemaakt, zien we in de verte het Amerikaanse pelgrimsstel achter een heuvelkam verdwijnen. Even later halen we hen ter hoogte van een wijngaard in. Zij trekken hun regenkleding uit, en pauzeren even om straks verder te trekken.
Tien minuten later komen we op een splitsing langs een ruim twee meter hoge stenen routepaal van de Vía de la Plata, waarop alvast staat aangegeven dat we Villanueva de Campéan naderen.
We gaan verder met de lichte afdaling over een droger veldpad dan zojuist.

Aankomst in Villanueva de Campéan
Rond 12:00 uur zien we rechtsvóór ons in de verte het dorpje Casaseca de Campéan liggen, en linksvóór ons ligt Villanueva de Campéan in het dal.
Er tussenin zien we een ruïne. Dat blijkt het voormalige Franciscaanse klooster El Soto (1416) te zijn, met daarbij de 13e eeuwse kerk ‘Iglesia Santa del Soto’.
Vlak vóór Villanueva de Campéan kruisen we een asfaltweg, en passeren we aan de overzijde bij de toegangsweg naar het dorp weer zo’n hoge routepaal van de Vía de la Plata, met onder het opschrift een Arabische tekst geschreven.
Rechts maakt een cortex stalen naambord duidelijk dat we nu de plaats Villanueva de Campéan binnen wandelen.
In de hoofdstraat komen we al vrij spoedig aan bij de Albergue Vía de la Plata. 

Hoe kom je een herberg binnen
De toegangsdeur is gesloten, maar de routegids maakt duidelijk dat de sleutel afgehaald kan worden in de plaatselijke bar. We wandelen door het dorp, en komen daarbij door de straat met het naambord ‘Camino de Santiago’.
Onderweg ontmoeten we nog het Amerikaanse pelgrimsstel, dat staat te wachten bij de ingang van het nog gesloten hotel. Net op dat moment gaat de deur open, en kunnen ze naar binnen.
Op het dorpsplein aangekomen, blijkt het gemeentehuis gesloten te zijn, en de bar is ook gesloten, en daardoor ook nog niet te vinden in de lange rij gebouwen rondom het plein.
Als we langs de dorpskerk lopen, zien we enkele ooievaarsnesten op de kerktoren, zoals we dat hier in Spanje al zo vaak zagen.
Op het bovenste nest is een ooievaar druk in de weer.
Conclusie is dat we in het dorp dus geen sleutel van de herberg kunnen krijgen. Daarom gaan we terug naar de herberg en settelen ons alvast bij de ingang. Daar sturen we een sms-je naar de eigenaar, die daar na enkele minuten nog niet op heeft gereageerd. Dan bellen we hem om te melden dat we bij zijn herberg zijn gearriveerd, en dan zegt hij direct naar ons toe te komen. 
En inderdaad, slechts enkele minuten later arriveert de eigenaar, laat hij ons binnen, registreert ons als pelgrimsgasten, zet de herbergstempel in onze pelgrimspassen, wijst hij ons een tweepersoons kamer toe, betalen we hem, maakt ons snel wegwijs in de herberg, en binnen de kortste keren is hij ook al weer vertrokken.

Verblijf in herberg en dorp
Omdat we het hele traject van ruim dertien kilometer zonder pauze hebben gelopen, beginnen we in de woonkeuken van de herberg eerst maar even met onze lunch.
Daarna gaan we onder de douche, eerst wel onderzoekend welke van de drie douches acceptabel is. Twee van de drie douches zijn incompleet, maar de derde is prima, en bovendien hebben we er warm water uit een enorme boiler.
Daarna is er alle tijd om onze foto’s op orde te brengen, en onze dagverslagen te schrijven.
Ondertussen komt er nog een derde pelgrim binnen. Dat is Han uit Boskoop. 
Dan komt er al heel snel wéér één binnen. Dat is een nogal verstrooide Spanjaard, die hijgend en puffend de herberg binnen strompelt. Hij belt de herbergier, en dan kunnen hij en Han even later inchecken.
Wij hadden van de herbergier al gehoord dat de bar in het dorp om 15:00 uur open zou gaan, en dat we daar wellicht iets te eten zouden kunnen krijgen. Nu echter vertelt hij dat de bar al om 17:00 uur sluit, en het is nu al bijna vijf uur. Han, Durkje en ik spoeden ons zo snel als mogelijk onmiddellijk naar de bar, en kunnen daar op de valreep voor ieder van ons nog een magnetronmaaltijd kopen, met enkele andere zaken voor vanavond en morgen. Een Spanjaard in de bar laat me op zijn vertaal-app zien dat deze bar heel misschien vanavond om 19:00 uur wel weer open gaat, maar die gok willen we niet nemen, dus we nemen het avondeten toch maar mee.
Op de terugweg naar de herberg, ontmoeten we een Franse pelgrim die ook net arriveert. Hij loopt met me mee naar de herberg, en kan daar even later ook inchecken bij de nog eens weer terugkerende herbergier.  
Resultaat is dat we om 18:00 uur inmiddels met zijn vijven in de herberg zijn, dus ook hier is het al weer één en al gezelligheid.
Als de magnetron vanavond gewillig is, betekent het dat we ook vanavond weer een warme maaltijd krijgen, en ook zo zijn we weer een dag verder op de camino. 
Tot nu toe gaat alles prima, dus morgen met goede moed en opgewekt naar Zamora.

Pelgrimeren van Calzada de Valdunciel naar El Cubo de la Tierra del Vino

Pelgrimsroute van Sevilla (S) naar Santiago de Compostela (S)
Vía de la Plata van Sevilla naar Astorga
Van Calzada de Valdunciel naar El Cubo de la Tierra del Vino
Donderdag 23 april 2026 – 20,2 km.
Dag 25: 523,2 – 543,4 km.
 
Pelgrimsmaaltijd voor tien pelgrims van zeven nationaliteiten
















Vertrek uit Calzada de Valdunciel
Vandaag lopen we van de Vía de la Plata onze 25e etappe, over een afstand van 20,2 kilometer, van Calzada de Valdunciel naar El Cubo de la Tierra del Vino. We stijgen daarbij van 806 naar 840 meter hoogte.
De wekker wekt ons om 7:00 uur vanmorgen, en als we nagenoeg klaar zijn voor vertrek, ontbijten we in de woonkamer van de herberg. 
Eén van de pelgrims is dan al weg, en daarna vertrekken tijdens ons ontbijt twee pelgrimerende echtparen en de Ierse pelgrim,
Om 8:10 uur verlaten we de herberg en lopen we eerst naar het Plaza de los Miliarios aan de rand van het dorp.
Hier staan nog enkele restanten van Romeinse mijlpalen opgesteld, waarmee ook duidelijk wordt dat we hier op een voormalige Romeinse weg het dorp uit gaan.
Bij de uitgang van het dorp staat een kapel die momenteel wordt gerestaureerd.
En iets verderop staat boven op een heuveltop een cortex staten kunstwerk van naar rechts opvliegende eenden, en links korenaren.
Als we een kwartier later een heuvel op zijn gelopen, en op een driesprong aankomen, zien we Calzada de Valdunciel achter ons in het dal liggen. 

Kilometers Romeinse weg
Op deze driesprong geven een hoge steen met daarop een pelgrim afgebeeld met eronder de pelgrimsgroet ‘Buen Camino’, en een wegwijzer richting Santiago aan dat we de afslag rechts moeten nemen, dus dat doen we. 
We volgen de Romeinse weg door een heuvelachtig landschap, heuvel op, heuvel af. Na een half uur over deze meseta zien we twee pelgrims vóór ons lopen.
Als we hen inhalen en een praatje met hen maken, horen we dat ze afkomstig zijn uit Australië. Hun tempo ligt lager, dus wij halen hen in, en gaan voort.
Dan komen we onder een viaduct in de buurt van de Ribera de Canedo. Grote gele pijlen geven aan dat we in de lengterichting onder het viaduct kunnen voortgaan, als er geen water onder het viaduct staat.
We gokken dat we daar langs kunnen lopen, maar die hoop is ijdel, want het water van de Ribera de Canedo is zo breed en zo diep dat het niet mogelijk is om hier de doorsteek te maken.
Daarom keren we om, en nemen we de alternatieve route, waarmee we middels een omweg van circa één kilometer eerst rechtsom een doorsteek moeten maken naar de  N-630, waarna we langs die verkeersweg de Ribera de Canedo met droge voeten kunnen oversteken.
Aan de overzijde moeten we dan weer een eindje teruglopen in de richting van de rivier, waar we dan eveneens met droge voeten onder de autosnelweg A-66 door kunnen lopen, om aan de andere zijde de veldweg langs de snelweg te vervolgen.

Kilometers veedrijverspad 
Vanaf nu zal zo’n 14 kilometer lang de route parallel aan de drukke snelweg lopen. Links ligt een brede halfverharde veldweg, en rechts daarvan loopt het veedrijverspad, waar we steeds tussen twee betonpalen met daarop gele caminopijlen door kunnen lopen tussen de veldweg en de snelweg.
Dat het een veedrijverspad is, blijkt later duidelijk, als we in de bocht van het pad op een gegeven moment langs stenen drinkbakken komen, waar drijvers het vee te drinken kunnen geven.
Links boven op een heuveltop staat een dode boom, die een mooi contrast vormt tegen de blauwe lucht op de achtergrond.
We hebben trouwens prachtig zonnig wandelweer vandaag. Vroeg in de ochtend was het nog wel enigszins fris, maar later loopt de temperatuur op naar aangenaam warm.
De Ierse pelgrim loopt al een tijd vóór ons in het zicht. Als we dichtbij hem zijn, blijft hij stilstaan en staart naar de grond. Als we bij hem komen, zien we een lange stoet rupsen die in optocht, een soort processie, het pad kruisen.
Zoiets hebben we gisteren en vandaag al meerdere keren gezien van lange optochten mieren die het pad oversteken, maar hier dus ook rupsen. En ook verderop zien we nog een keer zo’n rupsenoptocht.
We passeren wederom een kapel aan onze linkerhand.
Als we weer een heuveltop over gaan, zien we rechts vóór ons aan de overzijde van de autosnelweg in de verte en in de diepte de Topas-gevangenis staan, die op onze routekaart al staat aangegeven. Op het gevangenisterrein staat een hele hoge uitkijktoren, van waaruit het gevangenisterrein en de wijde omgeving rondom kan worden geobserveerd.
We hebben nu zo ongeveer drie uren aaneengesloten gelopen, en zoeken een plek om even te pauzeren. 
Die zitplek vinden we op een muurtje van een duiker langs het pad. Op dat betonnen muurtje nemen we naast elkaar plaats voor onze broodjes- met koffiepauze. 
Gedurende de ruim twintig kilometer lange tocht van vandaag passeren we helemaal geen dorp en ook geen horeca, dus we hebben koffie meegenomen vanuit de herberg.
Langs het droge voetpaadje dat we volgen, staan meerdere planten al kleurrijk in bloei, zoals bijvoorbeeld de gele brem en de paarsbloeiende lavendel.
Nog eens weer worden we erbij bepaald dat we op een veedrijverspad lopen, als we rechts in de berm de kop van een schaap zien liggen. Dat schaap heeft in elk geval de lange voorjaarstocht van zuid naar noord niet gehaald.
En ook hier weer prachtig bloeiende struiken langs het pad.
Een vrachtwagenchauffeur die ons parallel aan de snelweg ziet lopen, begroet eerst mij en dan Durkje met een lange claxon-toon tijdens zijn voorbijrijden.

Van het veedrijverspad naar de snelweg voor pelgrims
Het landschap verandert langzamerhand. Van uitgestrekte akkers komen we door een gebied met meer bomen. Een enkel boerenlandgoed passeren we, en voorbij één van die boerderijen ligt links van ons een uitgestrekte dehesa met grazende koeien tussen de vele steeneiken. Typisch Spaans voor deze streek.
Hoe verder we komen, hoe steiler de klimmen en de afdalingen in dit heuvelachtige landschap worden. Na een iets steviger klim kunnen we achteromkijkend een mooi uitzicht krijgen op de verkeerswegen die dit gebied doorsnijden. 
Het is overigens niet erg druk op de wegen vandaag. Waarschijnlijk heeft dat ook te maken met het feit dat het vandaag een regionale feestdag, en daarmee ook vrije dag, is. Op deze feestdag vol geschiedenis en cultuur wordt de Slag bij Villalar van het jaar 1521 herdacht. Dit is de zogenoemde Castille & Léon-dag, die elk jaar op 23 april wordt gevierd.
Een hagedis schiet vóór me langs over het pad, van rechts naar links, van het smalle pad naar een betonnen sleuf. En dan blijkt het even later niet één te zijn, maar zijn het er twee bij elkaar.
Om 12:30 uur gaat de brede halfverharde veldweg over in een brede tweebaans asfaltweg. Dit is het restant van een voormalige verkeersweg, die ter hoogte van een woonhuis geheel is afgesloten. Vanaf hier gaan we derhalve voort over het midden van een brede asfaltweg zonder ander verkeer. Het is als het ware een soort snelweg voor pelgrims.

Inchecken bij Albergue Torre de Sabre
Om 12:50 uur naderen we El Cubo de la Tierra del Vino. Rechts van de weg staat een hoogopgaand bord met daarop een jonge vrouw als pelgrim.
Iets verderop komen we langs een informatiepaneel, waarop de route van de Vía de la Plata ten zuiden en ten noorden van Zamora staat afgebeeld.
Daar staat ook het kombord dat erop duidt dat we nu de bebouwde kom van El Cubo de la  Tierra del Vino binnenwandelen.
Toch gaan we niet in een rechte lijn het dorp in, want rechts onderaan de weg staat een richtingsaanduiding van de herberg waar we de komende nacht zullen overnachten.
We volgen dat halfverharde pad langs een open stal, en verderop enkele woningen.
Even later lopen we de oprijlaan op naar de Albergue Torre de Sabre.
Een andere pelgrim staat te wachten op de herbergier, een voormalige boer, die met zijn vrouw het boerenbedrijf heeft beëindigd en zich nu toelegt op het huisvesten van passerende pelgrims.
Die andere pelgrim blijkt een pelgrim uit Brazilië te zijn. 
De boer-herbergier nodigt ons drieën mee uit naar binnen, waar hij eerst de Braziliaanse pelgrim registreert.
Wij kunnen ondertussen even rondkijken in deze kamer, waarin allerlei zaken hangen en liggen die iets met pelgrimeren te maken hebben.
Dan zijn wij aan de beurt, en registreren wij ons als gast van deze herberg.

Op en neer tussen boerderij en herberg
Als dat klaar is, als wij hebben betaald voor overnachting, diner en ontbijt, nodigt de man ons uit om mee naar buiten te komen, waar zijn auto klaar staat. We gooien alle drie onze rugzakken achter in de auto, en dan rijdt de man ons van de boerderij naar een mooi woonhuis in het dorp. Hier krijgen we van de eigenaar een kamer toegewezen en kunnen we uitpakken en douchen.
We zijn hier vannacht in elk geval met zijn zevenen, samen met een Amerikaans pelgrimsechtpaar, de Ierse pelgrim, de Braziliaanse pelgrim en een Taiwanese pelgrim.
Als we de foto’s en de verslagen van vandaag klaar hebben, wandelen we naar het dorpsplein waar ook de bar is. Binnen bestellen we een pilsje en dan gaan we heerlijk buiten op het terras genieten van het koude drinken. Onderwijl bellen we weer met mim om te vragen hoe het met haar gaat, en dan komt de Ierse pelgrim bij ons aan tafel voor een gezellig gesprek over het Ierse en Nederlandse onderwijs, want de man blijkt ook in het onderwijs gewerkt te hebben.
Tussen 19:00 en 19:30 uur zou de dorpskruidenier een half uurtje open zijn op deze regionale feestdag, dus we gokken erop dat we daarmee geluk hebben. De Ierse pelgrim gaat met ons mee, en dan kunnen we inderdaad voor morgen gelukkig nog de nodige boodschappen halen. De vrouw die de eigenaresse is, spreekt Engels, en vertelt ons dat ze dit half uur vooral voor de pelgrims even geopend is. We bedanken haar voor deze fijne geste.  
Vanavond dineren we vanaf 20:00 uur met alle gasten van de herberg in de boerderij. Daartoe wandelen we van ons gasthuis naar de boerderij. We worden ingehaald door de plaatselijke kunstenaar op zijn bijzondere driewieler-fiets, die in de hoofdstraat van het dorp een grote verkooptentoonstelling heeft van zijn groot aantal ijzeren kunstwerkjes van mens en dier.
We dineren in de boerderij in de grote kamer met zijn tienen: een Australisch echtpaar uit Melbourne, een Amerikaans echtpaar uit Florida, een Taiwanese die de halve voorvoetzool afgeknipt kreeg omdat die door een enorme blaar compleet ontveld was, een Spaanse pelgrim die tamelijke goed Engels spreekt, een Duitse pelgrim en een Poolse. De voertaal kan de hele avond Engels zijn, wat de communicatie en de gezelligheid optimaal maakt. 
We worden verrast met twee hele grote soepschalen, een hoofdgerecht van tomaten met gehaktballen en doperwten met brood en wijn, en na afloop fruit. Al met al een vorstelijke pelgrimsmaaltijd en bovendien een hele gezellig avond zo met zijn tienen, met af en toe ook de vriendelijke herbergier er even bij.
En zo kunnen we morgen dan weer weldoorvoed verder met onze derde dag op de camino.

Pelgrimeren van Salamanca naar Calzada de Valdunciel

Pelgrimsroute van Sevilla (S) naar Santiago de Compostela (S)
Vía de la Plata van Sevilla naar Astorga
Van Salamanca naar Calzada de Valdunciel
Woensdag 22 april 2026 – 16,4 km.
Dag 24: 506,8 – 523,2 km.
 
Op het grote Plaza Mayor van Salamanca
Spaanse Vía de la Plata
Vanuit het zuiden van Spanje lopen verschillende Spaanse pelgrimsroutes naar Santiago de Compostela.
Eén van die aanlooproutes die Durkje en ik in 2024 richting Santiago de Compostela al liepen, is de zogenoemde ‘Camino Mozárabe’, die begint in Almería, en dan ongeveer 630 kilometer noordwestelijker eindigt in Merída, waar de Camino Mozárabe aansluit op de ‘Vía de la Plata’, die bij Astorga in het noorden van Spanje aansluit op de Camino Franchés, richting Santiago de Compostela.
Durkje en ik hebben ervoor gekozen om in 2025 te beginnen met de Vía de la Plata, ook vanuit het zuiden van Spanje, en ook richting Santiago de Compostela. De ‘Vía de la Plata’ is de ongeveer 680 kilometer lange pelgrimstocht van Sevilla naar Astorga. In 2025 liepen we al het traject van Sevilla naar Salamanca.
 

















En nu – in 2026 –vervolgen we onze pelgrimage vanuit Salamanca naar Astorga, om daarmee dit jaar de Vía de la Plata geheel uit te lopen, tot de plek waar die pelgrimsroute in Astorga eindigt op de Camino Franchés.
Vandaag lopen we van deze Vía de la Plata onze 24e etappe, over een afstand van 16,4 kilometer, van Salamanca naar Calzada de Valdunciel. We stijgen daarbij van 800 naar 806 meter hoogte.

Het gaat altijd anders dan je denkt 
Pelgrims weten dat je dag als pelgrim altijd anders zal zijn dan dat je had gedacht. En dat geldt Durkje en mij vandaag ook al weer, om die pelgrimsregel maar weer eens te bevestigen.
Het begint nog goed, want onze wekker hadden we voor vanmorgen gezet voor 7:45 uur in Hotel Matilde in Salamanca, en dan maken we ons in de hotelkamer gereed voor vertrek.
Maar dan gaat het direct al mis, want als Durkje haar opgevouwen wandelstokken uit haar rugzak haalt, blijkt dat beide wandelstokken gisteren kapot zijn gegaan, hetgeen moet zijn gebeurd bij de bagage-afhandeling vóór vertrek op Schiphol of bij aankomst op het vliegveld in Madrid. De veiligheidspallen waarmee je de wandelstokken op de gewenste lengte kunt fixeren, zijn op één of andere wijze uit de stokken geraakt, en die kunnen we ook na herhaaldelijke pogingen niet terugplaatsen op de daartoe bestemde plaats in de wandelstokken. Dit betekent dat Durkje haar wandelstokken zo in het geheel niet kan gebruiken tijdens deze voorjaarspelgrimage. We zullen dus voordat we vertrekken een oplossing voor dit gebrek moeten realiseren, of andere wandelstokken kopen. Dat gaan we eerst doen voordat we vertrekken voor onze etappe van vandaag.
Beneden naast ons hotel gaan we om 8:55 uur eerst ontbijten, dan hebben we dat maar alvast gehad, en gebruiken we de wachttijd alvorens de winkels open gaan.

Verlaat vertrek uit Hotel Matilde in Salamanca
Dan gaan we de stad in om enerzijds onze boodschappen voor vandaag en morgen te halen, en anderszins een oplossing te vinden voor onze wandelstokken. We zien dat voorbij een supermarkt een fietsenwinkel is, en omdat die fietsenzaak nog niet open is op dit vroege uur, gaan we eerst onze boodschappen halen in een supermarkt die al wel open is.
Dan vragen we de fietsenmaker of hij een oplossing ziet voor ons probleem. Ik opper een gaatje te boren door de wandelstokken, om er dan een boutje met een moer in te bevestigen waarmee de stokken op hoogte gefixeerd blijven. Hij verwijst ons dan echter door naar een winkel verderop voor orthopedische artikelen, omdat zij wellicht een oplossing vinden voor een kapotte wandelstok.
Daar aangekomen, vragen de medewerkers van de winkel of wij de wandelstokken een dag kunnen missen, want dan kunnen ze mee naar de techniekafdeling in een dorp verderop, en kunnen we ze morgen afhalen. Dat kan niet, dus ik vraag of ze tape hebben, waarmee we de stokken ook op hoogte kunnen fixeren. Dat hebben ze wel en op mijn aanwijzen rollen ze het sterke en brede tape rond de stokken, waarmee ze perfect op hoogte worden gefixeerd. Daarmee hebben we het probleem voor de duur van onze pelgrimage opgelost. En als het op den duur niet meer vast blijft zitten, plakken we er wel weer nieuwe tape omheen. Klaar is Kees.
We lopen terug naar ons hotel, pakken alle spullen in de rugzakken, en zijn dan om 10:50 uur klaar voor vertrek.

Door de oude binnenstad van Salamanca
Na het verlaten van ons hotel beginnen we onze voorjaarspelgrimage in een kerk. Daartoe gaan we de Sint-Maartenkerk binnen aan de overzijde van de straat.
We maken een rondgang door de kerk en vragen een geestelijke of we een stempel in onze pelgrimspaspoorten kunnen krijgen. Dat doet hij in de sacristie, maar die mogen we niet mee naar binnen. In de kerkzaal wachten we tot de man de sacristie uit komt met de stempel van deze parochie in onze pelgrimspaspoorten.
Achter in de kerk worden enkele kostbaarheden getoond in een met glas afsloten nis in de kerk.
Als we de kerk uit gaan, zien we aan het eind van de hoofdstraat nog de kathedraal van Salamanca. Hier en nu is onze pelgrimstocht begonnen.
Direct daarna gaan we het grote Plaza Mayor op, het beroemde stadsplein van Salamanca.
We doorkruisen het plein, omdat we onder het stadhuis onze route moeten vervolgen.
Als we het stadsplein achter ons hebben gelaten en al door de brede Calle de Zamora lopen, worden we aangesproken door een Spaans stel, waarvan de man ons vraagt of wij Padre Blas ook kennen. We vertellen hem dat we pater Blas vorige jaar in een parochiale herberg hebben ontmoet in Fuenterroble de Salvatierra, hetgeen hij prachtig vindt, want hij kent deze beroemde pater persoonlijk.
In een rechte lijn blijven we de brede winkelstraat volgen, en verlaten we het oude stadscentrum.

De stad Salamanca uit
Ook voorbij de grote stierenvechtersarena van Salamanca blijven we die rechte lijn volgen, richting noordelijke uitgang van de stad. 
Dan zien we de eerste wegwijzer van vandaag, namelijk een metalen Jacobsschelp in het wegdek van het voetpad.
We lopen door het bedrijven-terrein aan de noordelijke rand van Salamanca, waar hier en daar leegstaande bedrijfspanden staan, en bedrijfsterreinen een al lang geleden verlaten indruk maken.
Om 11:50 uur wandelen we de bebouwde kom van Salamanca uit.
Voorbij het voetbalstadion Helmántico komen we bij een grote rotonde, waar aan de overzijde van de weg een verkoopstalletje is, waar met name fruit wordt verkocht.
Als we onder de A-62 door zijn gelopen, volgen we een heel eind de N-630, en dan passeren we ook het eerste grote verkeersbord dat automobilisten meldt dat de Camino de Santiago hier langs de drukke verkeersweg loopt.

Naar Aldeaseca de Armuna
We lopen inmiddels links van de weg, en volgen de zo beroemde gele caminopijlen die in Spanje overal langs de route worden geschilderd om de pelgrims de juiste weg te wijzen.
Een kwartiertje later maken enkele wegwijzers ons duidelijk dat we niet langer over de N-630 hoeven te lopen, maar dat we hier een veldweg op dienen te gaan.
Op één van de wegwijzers staat ook het logo van de Ruta Vía de la Plata, om ons maar weer eens duidelijk te maken dat we echt op die lange pelgrimsroute wandelen.
Enkele minuten laten lopen we tussen onder andere bloeiende koolzaadakkers door.
Een boer is met zijn tractor bezig om over grote breedte het gewas te bespuiten met bestrijdingmiddelen.
Bij het eerste huis van Aldeaseca de Armuna zijn twee camino-wegwijzers aangebracht om de pelgrims welkom te heten in het dorp.
Bij een kleurrijke speeltuin worden we aan de Calle Ruta de la Plata met een naambord gewezen op de naam van dit dorp.
We komen in het dorp langs een lange muur met daarop een prachtige muurschildering van de Camino de Santiago.
In het dorpscentrum is de deur van het gemeentehuis open, dus we gaan er naar binnen om te vragen of we een stempel in onze pelgrimspaspoorten kunnen krijgen. Dat gaat helemaal goed, want de ambtenares weet precies wat ze daartoe moet doen, dus heel snel staan we al weer buiten met ons tweede stempel van vandaag.
Bij de dorpskerk aangekomen, gaan we even van de route af, want daar zouden we een bar kunnen vinden die open is, aldus een vrouw die ons daarover informeert.
De bar is open, en we nemen plaats op het terras waar we onze lunchpauze houden met thee en tortilla de patatas met een flesje koud water erbij.
We zitten hier heerlijk in de zon, terwijl een zachte, iets verkoelende wind waait. De temperatuur ligt zo rond de 20 graden vandaag, dus lekker warm wandelweer voor zo’n eerste dag.

Door de riviervallei naar Castellanos de Villiquera
Voorbij Aldeaseca de Armuna gaan we op een veldweg onder de A-66 door, en dan lopen we over die veldweg door naar het buurtschap El Prado.
Daar slaan we rechtsaf, om dan door een weids heuvelland verder te lopen. Verderop gaan we de riviervallei in, waar we op het diepste punt de waterloop van de Arroyo de la Encina oversteken.
Dan gaat het weer heuvelopwaarts de riviervallei uit. Bij de drie sportvelden arriveren we bij het dorp Castellanos de Villiquera. 
Op het clubgebouw staat een muurschildering van voetballers.
Even later zien we Castellanos de Villiquera vóór ons liggen.
Om 14:15 uur wandelen we de bebouwde kom van Castellanos de Villiquera binnen.
Rechts van de toegangsweg is een voormalige wasplaats, waar we enkele mooie muurschilderingen zien op twee naast elkaar staande gebouwen.
In de dorpsstraat komen we langs een huis met daarop een aan de pelgrimstocht gerelateerde muurschildering.
Nabij de kerk halen we in het gemeentehuis een stempel in onze pelgrimspaspoorten.
Prachtig blijkt ook de beschilderde watertoren van het dorp te zijn.
Onder het waterreservoir zien we een Jacobsschelp.
Op de onderzijde van het waterreservoir staat een prachtige muurschildering van de kathedraal van Santiago de Compostela.
Ook aan de andere zijde van de watertoren zien we een mooie muurschildering.
Aan de onderkant van het waterreservoir zien we een muurschildering van twee pelgrims die  door het veld trekken.
En ook als we het dorp uit wandelen, passeren we nog meerdere gebouwen met op de blinde muren mooie muurschilderingen.

Op weg naar Calzada de Valdunciel 
Voorbij Castellanos de Villiquera gaan we weer een breed veldpad op. 
In een lange rechte lijn gaat het dan voort in de richting van Calzada de Valdunciel, dat we rond 14:40 uur duidelijk vóór ons in de verte zien liggen.
Rechts van de veldweg zien we in de berm een rij cactussen staan.
Voordat we de laatste heuvelrug over moeten naar Castellanos de Villiquera komen we langs een rechtop gezette platte steen.
Daarop staat de afbeelding van een pelgrim, met eronder de pelgrimsgroet ‘Buen Camino’, waarmee alle pelgrims op de Vía de la Plata hartelijk welkom worden geheten in het dorp achter de heuvelkam.
In een nog steeds rechte lijn lopen we het dorp binnen, en lopen dan door naar het dorpsplein, waar een mooi gemeentehuis staat.
We zouden hier door kunnen lopen naar de herberg, maar we willen eerst nog een bezoek aan de dorpskerk brengen, want daarin zouden we volgens onze routegids een afbeelding van de apostel Jacobus kunnen zien. Maar helaas, de kerkdeur is gesloten, en we kunnen dus niet naar binnen. Helaas Jacobus.

Reserveringsregistratieproblemen om op te lossen
Dan lopen we weer langs het gemeentehuis en komen we al vrij spoedig aan bij de herberg waar we gisteravond een tweepersoons kamer hebben gereserveerd.
We bellen de herbergier, die na enkele minuten aan komt rijden in de auto, en ons binnen laat. Dan kan hij de kamersleutel niet vinden van de tweepersoons kamer, en belt iemand anders. En dan blijkt dat onze boeking van gisteravond niet is geregistreerd, en bovendien heeft iemand anders die tweepersoons kamer al in gebruik genomen.
De herbergier vraagt ons of wij dan in de vijfpersoonskamer willen overnachten. Dan zouden we 15 euro per bed moeten betalen, maar als we 38 euro betalen (vier euro meer dan voor de tweepersoonskamer), mogen we de hele slaapkamer gebruiken. Dat doen we, want dat is wel zo comfortabel, omdat we de kamer dan af kunnen sluiten en onze spullen daar onbeheerd achter kunnen laten.
Even later komt nog een laatste pelgrim in de herberg, die eveneens een kamer heeft geboekt, en van wie eveneens geen boeking is geregistreerd door de herbergier. Twee mannen halen dan met onze goedkeuring één bed uit onze slaapkamer en sjouwen die naar boven naar een andere kamer waar geen bed staat, en zo lossen de beide heren ook dit non-registratieprobleem op voor de pas gearriveerde Ierse pelgrim.

Overnachten in Albergue La Casona del Molinero
We kunnen hier heerlijk warm douchen, en Durkje kan de was van de dag doen, en op de binnenplaats staat een wasrek, waar de was vol in de zon vlot droogt, dus ook dat is al weer een feestje waard. Schone en droge was kant en klaar, wat wil je nog meer.
De herbergier had op onze vraag al verteld dat alle drie restaurants in het dorp gesloten zijn, maar dat er wel een kruidenierswinkeltje verderop open is. Daar haal ik de boodschappen voor het warm eten van vandaag en voor het ontbijt en de lunch van morgen.
Durkje kookt een lekkere maaltijd in de keuken van de herberg, en ondertussen ga ik weer verder met mijn fotoregistratie en met dit wandelverslag van vandaag. 
Op de binnenplaats en rondom ons in dit grote huis is het gezellig druk met alle andere gasten erbij in deze toeristische herberg, dus we hebben een prima eerste overnachtingsaccommodatie voor de komende nacht.

2e Reisdag van Hoofddorp naar Salamanca

Dinsdag 21 april 2026 
Aankomst in de busterminal van Salamanca 

Nederland
Durkje en ik staan om 7:45 uur op in het OZO Hotel Antares in Hoofddorp, en als we na het ontbijt gereed zijn voor onze doorreis van Hoofddorp naar Salamanca, verlaten we om 9:20 uur ons hotel.
Met de half uur verlate airport shuttle rijden we vervolgens vanuit ons hotel in Hoofddorp naar de vertrekhal van Schiphol Airport.
In de vertrekhal van Schiphol maken Durkje en ik om 10:15 uur onze rugzakken klaar voor het inchecken van onze bagage, en als dat klaar is, gaan we door de Security Check naar de vertrekhal, waar de gates zijn. 
Daar hebben we nog zo’n twee uren om te wachten op de vliegreis, ondertussen de laatste meegenomen Leeuwarder Couranten lezend. 
Om 11:40 uur begint het boarden voor onze vlucht van Schiphol naar Madrid, de hoofdstad van Spanje.

Spanje
Met een vertraging van zo’n 20 minuten – om 12:30 uur – vertrekt het vliegtuig, en dan vliegen we over België en Frankrijk naar Spanje.  
Dan volgt Spanje, van noord naar het midden, totdat we rond 14:50 uur – zo ongeveer volgens vluchtplan - landen op het vliegveld van Madrid. 
Dan volgt ongeveer twee uren wachttijd, omdat we om 17:15 uur de bus zullen nemen van Madrid naar Salamanca. In die wachttijd maken we van de gelegenheid gebruik om in de busterminal een warme maaltijd te nuttigen, dan hoeft dat straks in Salamanca niet meer. 
Bij de bushalte vóór de aankomsthal van Madrid hoeven we dan nog maar zo’n 10 minuten te wachten, en dan rijden we van 17:15 tot 19:45 uur met de bus van het vliegveld van Madrid naar het stadscentrum van Salamanca.
Vóór ons in de bus zit een jong stel. Hij begeleidt haar – zij heeft het been in het gips – naar de stad, waar zij studeert aan de universiteit van Salamanca. Ze helpen ons even om op gang te komen met het reserveren van de eerste twee overnachtingsplekken in de herbergen aan de camino. De ene reserveert hij voor morgen via de telefoon, en de tweede reserveren we zelf via WhatsApp. Overmorgen is een regionale feestdag, waarop de inwoners van deze regio een vrije dag hebben, en alle winkels gesloten zullen zijn. Daarom is het verstandig dat we nu alvast de overnachting van overmorgen – op die feestdag van de regio Castillië & Léon – reserveren, dan zijn we zeker van een overnachtingsplek op die feestdag. En dat lukt allemaal prima gedurende de ruim twee uren durende busrit.
Rond 20:00 uur verlaten we het busstation van Salamanca.

Overnachten in Salamanca
Dan wandelen we direct door de binnenstad van Salamanca naar Hotel Matilde, waar we de komende nacht zullen overnachten. Met de toegangscode die het hotel ons via sms heeft gestuurd, kunnen we de voordeur en ook de hotelkamerdeur openen, en dan hebben we om 20:30 uur de hotelkamer betrokken. We zitten nota bene midden in de stad bij het grote stadsplein, vlakbij het hotel waar we vorig jaar overnachtten, toen we aankwamen in Salamanca vanuit Sevilla. Dit is echt een topplek om te overnachten. Voor nog geen 40 euro zit je hier midden in Salamanca in een prima hotelkamer.
We eten nog een broodje, maken thee klaar in de hotelkamer, en maken ons daar klaar voor de eerste overnachting in Spanje.  
Morgen gaan we de stad Salamanca al direct verlaten, nadat we morgenochtend eerst in de stad ontbijten en de nodige boodschappen voor onderweg halen voor onze eerste en deels tweede pelgrimsdag van deze voorjaarspelgrimage, als doorstart op de Vía de la Plata.
Het is in Spanje vandaag mooi voorjaarsweer, met een temperatuur van rond de 20 graden Celsius, met in het avonduur nog een koel windje en een incidentele regendrup. Maar die drukt de pret niet.