Posts tonen met het label kwaliteitszorg. Alle posts tonen
Posts tonen met het label kwaliteitszorg. Alle posts tonen

woensdag 13 februari 2013

Hoger Onderwijs-overleg CNVO-Onderwijsinspectie



Woensdag 13 februari 2013
CNV-kantoor in Utrecht















Zorg voor kwaliteit van hoger onderwijs
Vandaag zijn twee vertegenwoordigers van de Onderwijsinspectie op werkbezoek bij CNV-Onderwijs in Utrecht. Het zijn Hoofdinspecteur Rick Steur en Inspecteur Suzan Klaver, beiden met Hoger Onderwijs in portefeuille. Zij zijn hier op werkbezoek om vanuit deze werknemersorganisatie en door medewerkers uit het hoger onderwijs geïnformeerd te worden over een zo groot mogelijk aantal issues die momenteel in het hoger onderwijs spelen, teneinde die aspecten vanuit de praktijk van het hoger onderwijs mee te kunnen nemen in het in ontwikkeling zijnde ‘Toezichtkader Hoger Onderwijs’ van de Inspectie voor Hoger Onderwijs.
Van CNVO-zijde nemen verschillende vertegenwoordigers deel, waaronder beleidsmedewerkers, een regiobestuurder, bestuursleden van de Sector Hoger Onderwijs en leden van de Sector Hoger Onderwijs. Ik ben hiertoe uitgenodigd om mijn bijdrage te leveren, in algemene zin betreffende hoger onderwijs-issues en specifiek voor wat betreft zaken als (externe) kwaliteitszorg, accreditatie, inspectie en overig toezicht op de kwaliteit van hoger onderwijs.

Open agenda kwaliteitsissues Hoger Onderwijs
Het eerste deel van dit werkbezoek is een open gesprek, waarin een breed scala van allerlei thema’s in bespreking wordt genomen, die te maken hebben met de kwaliteit van het hoger onderwijs in het algemeen en met - meer specifiek – bijvoorbeeld regelgeving van overheidswege, implementatie van nieuwe onderwijswet- en regelgeving, de werking van het Nederlandse accreditatiestelsel, het onderwijstoezicht van inspectiewege, doorontwikkeling van onderwijs, het belang en de instellingspraktijk voor wat betreft verdergaande professionalisering van onderwijzend personeel. 
Onderwerpen die in deze eerste ronde de revue passeren, zijn bijvoorbeeld: professionele ruimte, vertrouwen versus controle, deskundigheidsbevordering, (vak)didactiek, pedagogische vaardigheden gericht op jongvolwassenen, audits, (risicogericht) inspectie(toezicht), visitatie & accreditatie, kwaliteitsborging, bestuur & management, de wetsvoorstellen ‘Versterking Kwaliteitswaarborgen hoger onderwijs’ & ‘Strategische Agenda - Kwaliteit in Verscheidenheid’ en regelen & ontregelen.

Monitor Krachtig Meesterschap
In het tweede deel van dit werkbezoek focussen we op de onderzoeksresultaten van de ‘Monitor Krachtig Meesterschap’, waarover binnenkort het onderzoeksverslag van de Onderwijsinspectie zal verschijnen. Een presentatie over deze inspectiemonitor wordt vandaag verzorgd door onderwijsinspecteur Suzan Klaver. Naar aanleiding van deze onderzoekspresentatie spreken we bijvoorbeeld over de Opzet van dit driejarig onderzoek, over de Kennisbasis die uitmondt in landelijke kennistoetsen voor in lerarenopleiding zijnde studenten en over de ins en outs met betrekking tot ‘Opleiden in de School”, waarbij het opleidingsonderwijs en de opleidingsscholen zo goed mogelijk met elkaar samenwerken, om aanstaande leerkrachten gedegen op te leiden tot bekwaam startende leerkrachten in bijvoorbeeld het basis- en voortgezet onderwijs.
Mede omdat we vandaag in deze sessie ook ervaringsdeskundigen uit het opleidingsonderwijs in ons midden hebben, ontstaat een boeiend gesprek over de kansen die we zien om de co-creatie van de eerste- en tweedegraads lerarenopleidingen en de opleidingsscholen in het basis- en voortgezet onderwijs te verzilveren.

maandag 14 januari 2013

Resonansgroep Onderzoek Accreditatiestelsel

Maandag 14 januari 2013 
Auto's komen uit de mist en verdwijnen in de mist op de A27















Weer heen
Nederland is maar een betrekkelijk klein land, en toch kan het weerbeeld van dag tot dag en van regio tot regio zichtbaar en aanmerkelijk verschillen.
Waar we gisteren nog te maken hadden met een mooie (half)bewolkte winterlucht, wordt vandaag door de zware laaghangende bewolking je omgeving plaatselijk aan het oog onttrokken.
Als ik vanmorgen vanuit het noorden van Fryslân vertrek, is het zicht nog prima, maar zodra ik de Noordoostpolder in rijd, is het zicht beperkt. Dikke mistbanken belemmeren je hier en daar enig zicht, in elk geval over grotere afstand. Voorbijrijdende auto's zijn even zichtbaar, en dan al snel weer onzichtbaar. 

Resonansgroep
Ik ben op de A27 onderweg naar Utrecht. In het kantoor van de Inspectie van het Onderwijs komen we vandaag als Resonansgroep voor de tweede maal bijeen (de 1e was in november 2012) om als vertegenwoordigende leden van onze deelnemende organisaties de door de Onderwijsinspectie voorgelegde plannen te bespreken voor het periodiek onderzoek naar het functioneren van het Nederlandse accreditatiestelsel in het hoger onderwijs. De Resonansgroep bestaat uit representanten van de koepelorganisaties, deskundingen vanuit de kringen van visitatiepanels, van docenten (ik vertegenwoordig de onderwijsvakorganisaties via CNV-Onderwijs), van studenten èn een onafhankelijk lid. Als leden van deze Resonansgroep adviseren we vandaag op de beoogde onderzoeksopzet en op de onderzoeksuitvoering; en in een later stadium op de onderzoeksrapportage.

Integraal onderzoek
Het integrale onderzoek naar het functioneren van het accreditatiestelsel zal bestaan uit ten eerste een analyse van alle beschikbare van toepassing zijnde documenten, ten tweede gesprekken met organisaties die binnen het huidige accreditatiestelsel functioneren, ten derde een breedte-onderzoek onder instellingen voor hoger onderwijs en ten vierde een diepte-onderzoek aan de hand van een aantal nog nader te bepalen cases.
Vandaag bespreken we het concept van het 'Toezichtskader Accreditatiestelsel Hoger Onderwijs', de beoogde opzet van het 'Onderzoek Accreditatiestelsel 2012-2013' en het concept van de Vragenlijst met de bijbehorende Toelichting bij die enquête.

Waardering
Het eerste deel van de vergadering wordt besteed aan de bespreking van het Waarderingskader, dat de onderwijsinspectie van plan is te gaan hanteren voor de beoordeling van het functioneren van het accreditatiestelsel.
Er zal met verschillende vragenlijsten worden gewerkt; in te vullen op centraal niveau en door het opleidingsmanagement voor wat betreft een opleidingsbeoordeling, en in te vullen op centraal niveau voor wat betreft een Instellingstoets Kwaliteitszorg.
Met de tien voorgestelde Standaarden als vertrekpunt bespreken we zo'n vragenlijst in detail. Aan de orde komen aspecten zoals: Voorlichting, Onafhankelijkheid, Deskundigheid, Betrouwbaarheid, Validiteit, Zorgvuldigheid, Stimulans, Transparantie en Accreditatielasten. 

Follow up
Na vandaag zullen de inspecteurs het onderzoek verder vorm en inhoud geven. De vragenlijsten zullen worden aangescherpt, er zal een toelichting worden geschreven bij ieder onderwerp en de antwoordcategorieën zullen worden aangepast.
In februari 2013 zal het onderzoek dan van start gaan en in maart 2013 zal onze Resonansgroep voor de derde maal bijeenkomen, om de eerste resultaten van de ingevulde vragenlijsten te bespreken en om te adviseren op de geplande vorm en inhouden van de case studies die aansluitend worden uitgevoerd.

Weer terug
Als ik aan het eind van de middag weer buiten sta, bedekt een dunne laag sneeuw alles om me heen. Voorzichtig rijd ik vanaf het inspectiekantoor naar de Ring van Utrecht, om daar aan te sluiten in de langzaam rijdende stoet auto's op de autosnelweg. 
Ten oosten van Utrecht is de omgeving sneeuwwit, ten noorden van Utrecht wordt de sneeuwlaag in noordelijke richting steeds dunner. En als ik over de A27 Flevoland in rijd, is er nog weinig sneeuw te bekennen. Het is merkbaar nog wel glad op de autosnelweg, dus de meeste auto's op de rechter rijbaan passen hun snelheid voorzichtigheidshalve aan. Het vriest trouwens maar één tot twee graden.

En in Fryslân?
Maar als ik nabij Lemmer het zuiden van Fryslân binnen rijd, is de temperatuur beduidend lager. Hier vriest het nu al vijf graden en er ligt geen sneeuw. Als dit zo de komende dagen zonder sneeuw doorgaat met vriezen, kunnen de Friezen over enkele dagen op de meeste ijsbanen al op grote schaal schaatsen.
Als het buiten kouder wordt, worden de schaatsminnende Friezen warm bij de gedachte dat er kan worden geschaatst op natuurijs.

donderdag 22 november 2012

Prestatieafspraken in het hoger onderwijs



Donderdag 22 november 2012
Kennisuitwisseling in subgroepen















Collegiale verkenning
Tijdens de netwerkbijeenkomst van ons Platform HBO van het Nederlands Netwerk voor Kwaliteitsmanagement (NNK) staan we vandaag stil bij de Prestatieafspraken, die zijn gemaakt tussen enerzijds het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCenW) en anderzijds de instellingen in het hoger onderwijs. Hoewel alle afspraken nog niet formeel afgesloten zijn en er inmiddels een nieuw kabinet is aangetreden, achten we het verstandig om in dit stadium als kwaliteitszorgmedewerkers alvast met elkaar te verkennen wat deze afspraken ons en anderen waard zijn.
Paul Nieuwenhuis – voorzitter van dit HBO-netwerk  - heet de 17 deelnemers welkom in een vergaderzaal van het ‘Cursus- en Vergadercentrum Domstad’ te Utrecht en introduceert het thema “Prestatieafspraken” aan de hand van één van de afspraken (Bachelor-rendement), die Saxion Hogeschool met het onderwijsministerie heeft gemaakt.

Werkvragen
Enkele vragen die in de bijeenkomst van vandaag aan de orde komen, zijn:

  1. Welke Prestatieafspraken hebben de hogescholen gemaakt?;
  2. Hoe zijn die afspraken tot stand gekomen en wie waren daarbij betrokken?;
  3. Hoe zijn en/of worden deze Prestatieafspraken binnen de betreffende hogescholen geïmplementeerd?;
  4. Wat is bij die implementatie de rol van kwaliteitszorgsmedewerkers?;
  5. Hoe kijken instellingen voor hoger onderwijs aan tegen de Prestatieafspraken, en hoe kijkt men van buiten hier naar?

Programma
In vier subgroepen wisselen we eerst uit hoe de verschillende hogescholen met de prestatieafspraken omgaan, uitgaande van de bovenstaande vraagstelling.
Een aantal items die in de terugkoppeling na afloop uit deze subgroepen komen, zijn:

  • De eigen – al bestaande – ambitienivo’s van hogescholen zijn veelal leidend geweest voor het formuleren van de Prestatieafspraken;
  • In dit proces verander(d)en de rollen van enerzijds de afdelingen Planning & Control en anderzijds de afdeling Kwaliteitszorg van een hogeschool. Daarbij kregen de afdelingen Planning & Control – die doorgaans meer procesgeoriënteerd waren/zijn – meer invloed;
  • Prestatieafspraken gaan vaker over het verhogen van normen, dan over het verhogen van de studenteninstroom in het hoger onderwijs;
  • Het formuleren van Prestatieafspraken zorgde doorgaans niet voor een stormachtige sfeer in de hogeschool; ze bouwden namelijk veelal voort op de inhouden van de reeds voorliggende management-contracten;
  • Een ook nu nog voortdurend probleem blijft het hanteren van de verschillende definities omtrent de gehanteerde prestatieafspraken;
  • De meeste Prestatieafspraken zijn niet bijster ambitieus;
  • Sommige hogescholen hebben nu – i.v.m. hun prestatieafspraken – een grote(re) focus op de Studententevredenheidsonderzoeken (van bijvoorbeeld NSE);
  • Sommige Colleges van Bestuur gaven het opleidingsmanagement hoge, strenge normen, maar geven de opleidingen wel volop ruimte om die normen op eigen wijze te behalen;
  • De door de hogescholen vastgestelde Prestatieafspraken worden veelal door één of meer specifieke projectgroepen geïmplementeerd in de staande organisatie van een hogeschool;
  • Veel studentengerelateerde Prestatieafspraken zijn veelal heel concreet geoperationaliseerd en zijn voor studenten en docenten dan ook uitdrukkelijk controleerbaar;
  • Veel Jaarplannen/Teamplannen van opleidingen bevatten inmiddels informatie over instrumenten en middelen, die worden ingezet om de Prestatieafspraken te implementeren en te behalen.

Casus Hogeschool van Amsterdam
Na de pauze volgt een presentatie van beleidsmedewerker Jos van Hijfte, werkzaam bij de Hogeschool van Amsterdam (HvA). Hij neemt ons in zijn presentatie mee in de praktijk van deze hogeschool met betrekking tot het tot stand komen en het implementeren van de Prestatieafspraken.

  • Van Hijfte benadrukt de kwaliteitsproblemen, die onvermijdelijk ontstaan door een te snelle groei van het aantal studenten van een hogeschool.
  • Een ander punt is dat de Planning & Control-processen van een hogeschool veel meer een inhoudelijke component moeten krijgen voor wat betreft onderwijs en onderzoek, maar dan loop je tegen het probleem aan dat dergelijke afdelingen van een hogeschool doorgaans geen expertise bezitten op het gebied van onderwijs en onderzoek in een opleiding voor hoger onderwijs.
  • Naast het proces om te komen tot Prestatieafspraken heeft de HvA parallel ook en proces laten lopen van Profilering (met betrekking tot Urbanisatie en Ondernemerschap).
  • Voor hogescholen vormt het moeten werken met verschillende stelsels voor het fungerende hogeschoolinformatiesysteem een praktisch probleem. Dat ene hogeschoolinformatiesysteem moet nu bijvoorbeeld informatie leveren op grond van vraagstellingen uit de eigen hogeschoolorganisatie, naast de vereisten van de Basisgegevens waar de NVAO om vraagt, naast de gegevens en informatie die hogescholen nu ook nog moeten leveren voor de Prestatieafspraken. Verschillen in definities en verschillen in daarbij behorende systeemvereisten bemoeilijken de invoer, verwerking en uitvoer van respectievelijk gegevens en informatie.

Implementatieperikelen
Bij de HvA worden per Prestatieafspraak de maatregelen benoemd, die nodig zijn om de betreffende Prestatieafspraken te behalen, waarna ook per maatregel zowel kwalitatief als kwantatief monitoring op processen en resultaten plaatsvindt. Bij de implementatie en bij de monitoring worden ook direct de NVAO-standaarden al meegenomen.
Het grootste probleem binnen een hogeschool vormt de stapeling van de dossiers die niet (geheel) op orde zijn. Denk bijvoorbeeld aan onvolkomenheden in studentendossiers/-portfolio’s, in opleidingsrendementen en/of in het niet correct functioneren van opleidingsexamencommissies.
Jos van Hijfte: “Een deel van het geheim van je succes zit in je docenten”.

Afsluiting
Aan het eind van deze bijeenkomst volgt nog een korte ronde ‘Halen en brengen’. Daarna sluit netwerkvoorzitter Paul Nieuwenhuis deze netwerkbijeenkomst.

donderdag 29 maart 2012

Kwaliteitscultuur en Human Resource Management

Donderdag 29 maart 2012 
Presentatie door Pas & Mellema van Fontys Hogeschool ICT















Onderwijskwaliteit door HRM
Er wordt ook in het hoger onderwijs veel gesproken over 'kwaliteitscultuur'. Het is bijvoorbeeld een centraal begrip geworden in de 'Instellingstoets Kwaliteitszorg' van de Nederlands-Vlaamse Accreditatie Organisatie (NVAO), de organisatie die ook de kwaliteit van het Nederlandse hoger onderwijs waarborgt. Maar wat is dan die kwaliteitscultuur van een goede opleiding?
Zeker is in ieder geval dat in een kwaliteitscultuur de docent van doorslaggevende betekenis is. Daarom zou bijvoorbeeld het Human Resource Management (HRM) van een hogeschool een kwaliteitsbepalende factor van betekenis moeten zijn. Je kunt je dan afvragen wat in dat verband dan de relatie is tussen Human Resource Management en Kwaliteitszorg.

Netwerkbijeenkomst
Hoe zou je dan in het hoger onderwijs de kwaliteit van je opleiding een groei-impuls kunnen geven door in te zetten op de kwaliteit van je docenten en van je overige hogeschoolmedewerkers?
Rondom deze vraagstelling zijn we vandaag als leden van het Platform HBO van het Nederlands Netwerk voor Kwaliteitsmanagement bijeen in Utrecht.
De sprekers die vandaag voorafgaand aan de plenaire discussieronden een presentatie verzorgen, zijn Tonnie Huibers van Avans Hogeschool en Adriaan Mellema & Robbert Pas van Fontys Hogescholen.
Deze netwerkbijeenkomst wordt geopend en geleid door onze netwerksecretaris Annemieke Voets, werkzaam bij Avans Hogeschool.

Sociotechnische benadering
Tonnie Huibers is directeur van de Academie voor Sociale Studies van Avans Hogeschool.
Huibers' presentatie is getiteld: 'Organisatiekanteling ASH: ontwerp- en veranderaanpak'.
Huibers vertelt dat hij deze academie bij zijn aanstelling aantrof als een complexe onderwijsorganisatie, waarin docenten gedemotiveerd dreigden te raken. Gebruik makend van inzichten vanuit een sociotechnische benadering heeft Huibers de structuur en de cultuur van zijn academie in samenhang aangepakt.

Tonnie Huibers vertelt:
  • De kern van mijn verhaal gaat over de sociotechnische visie op organiseren;
  • Als we cultuur willen creëren, doen wij dat via het inrichten van systemen, via de structuur (de inrichting van processen), via onze mensen (personeelsmanagement) en via cultuurinvloeden (zij het in geringe mate).
  • De gehanteerde uitgangspunten zijn bijvoorbeeld: de besturingsfilosofie, participatieve beleidsvoering en vormgeving en professionele autonomie. 
  • Ga en blijf met elkaar in gesprek en laat docenten vooral meepraten; hetgeen ze doen in zogenoemde carousselsessies.
  • Het onderwijskundig leiderschap ligt bij de Onderwijscommissie.
  • Onze HRM-er houdt zich alleen bezig met HRM-beheerszaken en is niet betrokken bij de kernteams.
  • Als management moet je geduld hebben en je moet een kernteam ook haar 'shit' gunnen.
  • We hebben geen kernteamhoofden; in een kernteam worden/zijn alle taken onderling verdeeld.
  • De volgende vier docentrollen hanteren we: vakman, collega, organisator en ondernemer.
HRM en beroepenveld
Adriaan Mellema is als onderwijskundige verantwoordelijk voor de kwaliteitszorg binnen Fontys Hogeschool ICT en zijn collega Robbert Pas is als HRM-adviseur verantwoordelijk voor de ontwikkeling en de implementatie van het Personeelsbeleid binnen Fontys Hogeschool ICT.
Hun presentatie is getiteld: 'Kwaliteitscultuur en HRM: ontwikkeling van de brede bachelor HBO-ICT'.
Zij vertellen hoe zij in hun brede opleiding een kwaliteitscultuur willen realiseren via de weg van HRM. Hun Fontys-opleiding ICT beleefde in het jaar 2006 een moeilijke periode. In de aanloop naar de onderwijsvisitatie en de accreditatie van deze opleiding werd besloten tot stevige interventies op het gebied van HRM en op de positionering van het beroepenveld binnen deze HBO-opleiding.

Adriaan Mellema en Robbert Pas vertellen:
  • Onze HBO-bachelor ICT is Nederlands eerste brede ICT-opleiding.
  • We werken met de zogenoemde 'Eén-curriculum-architectuur'.
  • De overstap is gemaakt naar betekenisvol, activerend en ontwikkelingsgericht onderwijs.
  • Onze 'nieuwe werkelijkheid' betekende onder andere: competentiegericht leren, een nieuw onderwijsconcept, samenwerking met industry 'partners in education', een nieuwe curriculumstructuur en een nieuwe toetsstructuur, waarbij de European Credits (cf. ECTS-systeem) worden verdiend door aan de vereiste competenties te voldoen.
  • De opleidingsdocenten kregen vier jaar de tijd om zich aan te passen aan die 'nieuwe werkelijkheid', om 'teamspeler in de arena' te worden.
  • Er wordt gewerkt met teamplannen.
  • Wat goed is voor studenten, is ook goed voor medewerkers.
  • Het HRM-beleid loopt in de pas met het onderwijsbeleid.
  • De gesprekscyclus (met o.a. functioneringsgesprekken) gaat uit van ontwikkelingsgericht HRM-beleid.
  • Zo doorlopen we onder andere de volgende processen:
Van Technology naar Innovation;
Van Vast naar Flexibel;
Van Statisch naar Dynamisch;
Van Plannen en Reguleren naar Faciliteren;
Van Lokalen naar Projectruimtes;
Van Leidinggeven naar Coachen;
Van Toeschouwer naar Teamspeler.

  • Doordat onze formatie sterk groeit, kunnen we die collega's aanstellen, die in de gewenste ontwikkelstand staan. We doen aan actieve 'recruiting'.
  • We zijn overgegaan naar een netwerkorganisatie met tijdelijke samenwerkingsverbanden (subteams).
  • Docenten worden door blokteamhoofden gevraagd in hun team te participeren. Docenten moeten ervoor zorgen dat ze geen leegloopuren hebben. Docenten die veel worden gevraagd, hebben daardoor de mogelijkheid om te kiezen waarin ze participeren. Docenten worden dus niet meer door het management ingezet, maar hun inzet wordt gevraagd door collega-docenten.
  • De HRM-medewerker coacht de teamleiders on the job.
  • We ontkoppelden innoveren van uitvoeren, want uitvoerders zijn geneigd om direct naar de uitvoerbaarheid van innovaties te kijken; bij innovaties moet je juist eerst grensverleggend denken.
  • Wij werken met 'Investor in People', een systeem voor ontwikkelingsgericht Human Resource-beleid.
  • Door al die ontwikkelingen maken we de overstap 'van Reactief naar Proactief' werken.
  • Onze streefnorm voor docenten is dat ze binnen hun aanstellingsomvang 10% van hun tijd besteden aan externe zakelijke dienstverlening, 10% aan onderzoek en  10% aan persoonlijke ontwikkeling.
  • De succesbepalende factoren voor onze aanpak zijn:
De horizon, waar duidelijk en consistent op wordt gestuurd;
Draagvlak en stuurkracht;
Eigenaarschap wordt beloond;
Grote betrokkenheid van medewerkers;
Niet de Studententevredenheid, maar Innovatie staat voorop.

De kracht van deze aanpak van Fontys Hogeschool ICT is gelegen in het feit dat de HRM-medewerker stevig participeert en faciliteert in de (door)ontwikkeling van 'de nieuwe werkelijkheid' in de opleiding.

maandag 5 maart 2012

Afsluiting Leergang Onderwijskwaliteit en Accreditatie


4e sessie van de leergang Onderwijskwaliteit en Accreditatie
Maandag 5 maart 2012

Vierde sessie
In Utrecht woon ik vandaag samen met een collega van de afdeling Quality Assurance van het Corporate Office van Stenden Hogeschool de vierde, afsluitende bijeenkomst bij van de vierdaagse leergang ‘Onderwijskwaliteit en Accreditatie’, die in het eerste kwartaal van dit kalenderjaar wordt aangeboden door het Studiecentrum voor Bedrijf en Overheid. In de eerste sessie stond de Wetgeving inzake Accreditatie centraal, in de tweede sessie de Kritische Reflectie voor een visitatie en in de derde sessie de Samenwerkende Professionals in een kennisorganisatie. De afsluitende bijeenkomst van vandaag is bedoeld om te komen tot een meer integratieve benadering van de afzonderlijke thema’s van de voorgaande drie sessies.

Topics
Ter voorbereiding op deze sessie van vandaag is aan ons als cursisten door de SBO-leergang-coördinator Mathieu Moons gevraagd een vijfminuten-presentatie voor te bereiden, waarin we kort reflecteren op hetgeen we in de voorgaande drie sessies hebben gedaan. Met die presentaties beginnen we vandaag de bijeenkomst. Alle deelnemers  presenteren kort en op eigen wijze wat in de voorgaande sessie is gedaan en geleerd, waarbij ook ruimte is om de leergang te beoordelen en/of aan te geven wat je aan de leergang hebt gehad en/of welke vragen of welke kwesties vanuit je eigen werkpraktijk nog resteren. Enkele zaken die in deze 5minuten-presentaties aan de orde komen, zijn bijvoorbeeld:
  • Als kwaliteitszorg teveel een hobby is geworden van het management, laten we dan proberen om de kwaliteitszorg van het onderwijs weer op opleidingsnivo te krijgen.
  • Na zoveel jaren gewerkt te hebben met het vorige accreditatiestelsel kan het toch niet zo zijn dat het nivo en de toetsing van opleidingen in het hoger onderwijs onder de maat is, en als het zo is dat die mening wel een onderdeel is geworden van de actuele angstcultuur, dan moeten instellingen voor hoger onderwijs die angstcultuur nu zelf doorbreken.
  • Als docent vraag je je af welke werkprocessen je nu allemaal moet vastleggen en hoe je jezelf zover krijgt dat je dat ook gaat zien als iets van jezelf.
  • Het is leuk om een visitatiecommissie te overtuigen van de kwaliteit van je opleiding, maar durf daarbij vooral ook eerlijk te zijn.
  • Naarmate de docenten die afkomstig zijn uit de beroepspraktijk langer docent zijn, zie je bij hen een toename aan onderwijservaring, maar daar staat dan wel een afname van contact met het werkveld tegenover.
Spanning
Als alle vijfminuten-presentaties zijn geweest, maken we een nieuwe ronde, waarbij alle cursisten aangeven wat hen in de presentatie van één van de medecursisten is opgevallen of waar men een vraag of een opmerking bij wil plaatsen. Na een korte pauze krijgen dan de drie aanwezige docenten van de vorige drie bijeenkomsten de gelegenheid om ook kort te reageren op wat ze in het programmadeel vóór de pauze van ons hebben gehoord. Docenten Peter Kwikkers, Pieter Mostert en Paul van Deursen komen ieder tot een reactie vanuit hun eigen expertise, rondom de vier door hen geformuleerde vier items: low trust, stelsel, vastleggen en eerlijk. Genoemd wordt bijvoorbeeld dat er spanning bestaat tussen:
  • Enerzijds Interne Kwaliteitszorg (audits) en anderzijds Externe Kwaliteitszorg (inspectie en NVAO);
  • Enerzijds Verbeteren (overtuigen) en anderzijds Beoordelen (bewijzen);
  • Enerzijds Interne Kwaliteitszorg en anderzijds Verbeteren;
  • Enerzijds Externe Kwaliteitszorg en anderzijds Beoordelen.
Bovenstaande spanning leidt ertoe dat het hoger onderwijs steeds meer verkrampt. We zijn er niet over uit of die spanning op afzienbare termijn zal afnemen, of wellicht nog erger wordt. Het zou kunnen zijn dat de ‘ellende’ (want zo werd het genoemd) nog groter wordt als door de invoering van de ‘overheidsbekostiging op excellente kwaliteit van het hoger onderwijs’ de bestuurlijke druk in en op het onderwijs nog hoger wordt.

Werkprocesbeschrijving
Een ander item waarover in deze bijeenkomst wordt gesproken, is het vastleggen van bijvoorbeeld werkprocessen. Veel in het hoger onderwijs is niet vastgelegd. 
  • Nog weinig kom je bijvoorbeeld opdrachtbeschrijvingen tegen van werkopdrachten waarmee docenten in onder andere onderwijsontwikkeling aan de slag gaan.
  • Veel docenten hanteren een eigen lijst van inlevercriteria van opdrachten, terwijl je er ook voor zou kunnen kiezen om als opleiding één set inlevervoorwaarden voor opdrachten te produceren.
  • Handleidingen voor studenten zijn vaak wel beschikbaar, maar waar zijn de handleidingen voor docenten?
Dat er nog meer op schrift kan worden vastgelegd in het hoger onderwijs, is duidelijk, maar waar ligt de grens van wat al dan niet tenminste moet worden vastgelegd?

“Weg met Prince II-modellen”, wordt geponeerd. Die zijn veel te gedetailleerd voor het onderwijs. Processen moeten op hoofdlijnen wèl worden beschreven. Binnen die beschreven werkprocessen moeten docenten dan hun professionele ruimte pakken. Je moet wel proberen om protocollen op schrift te zetten; niet te gedetailleerd, maar je moet wel netjes de dingen vastleggen.

Gespreksitems

Na een korte pauze resteert nog een groot aantal zaken die onze aandacht vragen in deze leergang. Een aantal zaken die vandaag nog de revue passeren, zijn bijvoorbeeld:
  • Wàt moeten we doen en hóe moeten we het realiseren dat het eigenaarschap van diverse zaken weer terug wordt gegeven aan wie de ware eigenaar zijn van die zaak;
  • Hoe borgen we in de volle breedte de kwaliteit van onderwijsactiviteiten die studenten buiten de hogeschool verrichten, bijvoorbeeld bij een stage of bij een studentenuitwisseling met een buitenlandse hogeschool of universiteit;
  • Wanneer is sprake van ‘High Trust’ en ‘Low Trust’, en hoe ga je daar in die situatie mee om?
  • Hoe voldoe je toch aan de ‘Body of Skills and Knowledge’ van de specifieke opleiding waarin de student afstudeert, als je het gegeven onderwijs vergaand hebt gedifferentieerd, tot soms op individueel studentnivo?
Gestapelde subjectiviteit
De laatste kwestie die we bespreken, betreft de hiërarchisch opeenvolgende vereisten die in het hoger onderwijs gelden voor wat betreft de kwaliteit waaraan het hoger onderwijs moet voldoen. Zo moet  het hoger onderwijs tenminste voldoen aan het gestelde in de ‘Wet op het Hoger Onderwijs en het Wetenschappelijk Onderzoek’ (WHW). Op grond van de inhoud van die Wet en daarbij uitgaande van wat nationaal en internationaal geldt als kwalitatief goed hoger onderwijs, hanteert de Nederlands-Vlaamse Accreditatie Organisatie (NVAO) haar NVAO-beoordelingskaders bij het beoordelen van instellingen en bij het accrediteren van opleidingen in het hoger onderwijs. De in het Nederlandse hoger onderwijs nog steeds functionerende Visiterende en Beoordelende Instanties (VBI) beoordelen de kwaliteit van de gevisiteerde opleidingen op grond van hun operationaliseringskaders, die zijn afgeleid van die NVAO-beoordelingskaders. En vervolgens gaan visitatiecommissieleden op grond van hun eigen referentiekaders op hun beurt nog weer aan de slag met hun eigen uitwerking van die operationaliseringskaders van de VBI’s. Zo stapelen de diverse opvattingen over kwaliteit van hoger onderwijs zich op en hebben opleidingen van hogescholen en universiteiten zich tot die  (hier en nu zo genoemde) ‘gestapelde subjectiviteit’ te verhouden, om uiteindelijk weer voor accreditatie in aanmerking te komen.

Bestuurlijk overleg

En als dat dan in een kritische context leidt tot onenigheid tussen twee of meer van bovenstaande partijen, kun je het maar beter niet op een juridische zaak laten aankomen, want uiteindelijk zal de rechter de gang van zaken slechts marginaal toetsen. Dan kun je beter als hogeschool een stap eerder in zogenoemd Bestuurlijk Overleg treden met de NVAO, om te bespreken op welke gronden de NVAO bijvoorbeeld in redelijkheid tot een goed oordeel heeft kunnen komen. En nog veel beter is het om in het stadium daarvóór met de visitatiecommissie het gesprek aan te gaan om te bespreken welke beoordelingscriteria visitatiepanelleden hebben aangelegd om tot een kwaliteitsoordeel over de opleiding te komen. Als dat niet meer kan op de visitatiedag zelf, zal dat in de fase moeten waarin het visitatierapport door de visitatiecommissie wordt geschreven. In zo’n geval zou het wel eens aanbeveling kunnen verdienen om in die fase een onafhankelijke derde partij in de onderhandelingen te betrekken, om neutraal in beeld te krijgen waar partijen elkaar beter zouden kunnen gaan verstaan inzake het geconstateerde verschil in visie en inzicht.

vrijdag 13 januari 2012

Accreditatie en kwaliteitzorg

Vrijdag 13 januari 2012
Omslag boek Accreditatie en kwaliteitzorg

Kwaliteitszorg & accreditatie
In het kader van mijn deelname als cursist aan een leergang van het Studiecentrum voor Bedrijf en Overheid kreeg ik het boek ‘Accreditatie en kwaliteitzorg’ toegezonden. Dit boek is geproduceerd onder redactie van Peter Kwikkers. Mede-auteurs zijn Don Westerheijden, Noël Vercruysse, Eus Schalkwijk, Chris Peels en Hans Frederik. De ondertitel van dit boek luidt: ‘De accreditatie van hoger onderwijs in Nederland en Vlaanderen'. Het boek is uitgegeven in het jaar 2011; met name naar aanleiding van de per 1 januari 2011 in werking getreden tweede generatie van het accreditatiestelsel voor het Nederlands hoger onderwijs. Voor wie zich voor en/of in het hoger onderwijs professioneel bezighoudt met kwaliteitszorg in het algemeen en met accreditatie in het bijzonder is het zo spoedig mogelijk lezen van dit boek een aanrader. Dit boek is de derde publicatie in de serie 'Wegen voor hoger onderwijs en wetenschap'.

Verbeteren & beoordelen
Hoewel het nieuwe accreditatiemodel van 2010/2011 voor ingewijden veel bekende elementen bevat, moeten onderwijsmakers, managers en bestuurders op een andere manier tegen het operationaliseren, managen en besturen van kwaliteitszorg aankijken. Ook voor leden van Raden van Toezicht is het zaak dat zij hun toezichthoudende taken hierop instellen. Het inmiddels van toepassing zijnde accreditatiemodel is een mengvorm geworden van toetsen & beoordelen op zowel instellingsnivo als opleidingsniveau. Dit boek biedt alle belangengroepen zowel een theoretische als een praktische doorkijk in interne kwaliteitzorg (kwaliteitsverbetering) en in de externe kwaliteitzorg (kwaliteitstoetsing) voor het gegeven en het te geven onderwijs in hogescholen en universiteiten.

Context & content
Het auteursteam beoogt in dit boek antwoord te geven op vragen als:

• Hoe verliep de ontwikkeling van kwaliteitszorg en accreditatie tot nu toe;
• Wat verandert er in dit nieuwe model en en waarom vindt die verandering plaats;
• Wat zijn de toekomstperspectieven voor de werkingsduur van dit wederom doorontwikkelde model;
• Hoe zit het met de kosten en baten van dit accreditatiemodel;
• Wat zijn scenario’s voor het wenkend perspectief, gezien andere veranderingen die ook op stapel staan?

Besproken wordt bijvoorbeeld de zelfevaluatie, de taak, rol, opstelling en positie van de Evaluatiebureau’s, van de visitatiecommissies en hun secretarissen, van de Onderwijsinspectie en van de Nederlands-Vlaamse Accreditatie Organisatie. De onderliggende nieuwe wetgeving en de beoordelingscriteria van het nieuwe Accreditatiekader worden onder de loep genomen, evenals de omgang met de subjectiviteit die in elk beoordelingsproces besloten ligt. De maatstaf in dit boek voor beschrijven, analyseren en beoordelen is de mate waarin onze Nederlandse en Vlaamse modellen van kwaliteitszorg, visitatie en accreditatie meerwaarde leveren voor en toegroeien naar een robuust, werkzaam èn betaalbaar Europees model. Uiteraard ontbreekt in dit boek de internationale context niet, immers, Nederland en Vlaanderen staan naast elkaar in het licht van de internationale ontwikkelingen in het algemeen en van het (Europese) Bolognaproces in het bijzonder.

Concept en context
Hoofdstuk 1 gaat in op de conceptuele aspecten van het begrip accreditatie en op de context waarin de ontwikkeling ervan moet worden geplaatst.

Beleidstheorie en beleid
Hoofdstuk 2 omvat Vlaamse en Nederlandse beleidsontwikkelingen. Het theoretisch kader en een aantal kernbegrippen passeren de revue om een gemeenschappelijk denkkader en eenduidige terminologie te bevorderen.

Internationale ontwikkelingen
Hoofdstuk 3 meet kwaliteitszorg en accreditatie af aan internationale ontwikkelingen en houdt ons een spiegel vanuit andere landen voor.

Accreditatie: wet en recht
Hoofdstuk 4 belicht de nieuwe accreditatiewetgeving, met een beschrijvende analyse van èn reflecties op de bestuurlijk-juridische uitwerkingen en mogelijke effecten daarvan in de praktijk.

Accreditatiekader en Accreditatiebesluit
Hoofdstuk 5 gaat praktijkgericht in op de lagere regelgeving van het Accreditatiekader en van het Accreditatiebesluit.

Kwaliteitszorg en visitatie in voorbereiding
Hoofdstuk 6 behandelt de voorbereidingsfase op de visitatie; bijvoorbeeld de zelfevaluatiefase, die leidt tot een zogenoemde Kritische Reflectie. Ook de voorbereidingen op de visitatie en op de accreditatieaanvraag komen hier aan de orde.

Organisatie van evaluatie en visitatie
Tussen hoofdstuk 6 en 7 vinden we een Intermezzo, waarin een korte beschrijving wordt gegeven van de organisatie en de uitvoering van het proces van evalueren en visiteren. Van vijf evaluatieburo’s die in Nederland werkzaam zijn, worden enkele karakteristieken genoemd.

Rentmeesters van kwaliteit
Hoofdstuk 7 richt zich vooral op ontwikkelingen in de (naaste) toekomst. Wat is te verwachten; worden de doelen gehaald; waar liggen valkuilen, zijn er nog verbeteringen mogelijk?

Rationale
Dit boek helpt je om antwoorden te vinden op de vraag of we voor wat betreft kwaliteitszorg en accreditatie nu het goede model en de goede invulling te pakken hebben èn of het en hoe het vandaag of morgen wellicht nog beter kan. Daarbij kunnen we niet genoeg benadrukken dat voortdurend blijven verbeteren van alles wat we doen in het hoger onderwijs een kwestie is van collectieve verantwoordelijkheid.



donderdag 1 december 2011

Nationaal Hoger Onderwijs Congres 2011

Woensdag 30 november 2011

Jubileumcongres
De jubileumeditie van het (15e) Nationaal Hoger Onderwijs Congres woon ik vandaag bij op de bijzondere locatie van het ‘Cruiseschip SS Rotterdam’ in de Rotterdamse haven. Na ontvangst vanaf 9.00 uur wordt dit congres om 9.30 uur geopend door dagvoorzitter Astrid Feiter. De eerste keynote speaker die zij introduceert , is trendwatcher Adjiedj Bakas, die met zijn openingslezing ‘Wat is de toekomst van werk en dus van ons onderwijs’ vandaag de toon zal zetten.

Adjiedj Bakas
Kinderen die nu geboren worden, kunnen wellicht wel 120 jaar oud worden. Ze zullen langer werken en tijdens hun loopbaan regelmatig switchen van opleiding, school, beroep, baan en werkgever. Door allerlei – ook technologische – ontwikkelingen zullen veel administratieve banen en werkplekken verdwijnen, dus “al die administratieve opleidingen…?, sluiten die hap!”, aldus Bakas. Hij roept ons op om nooit te luisteren naar wat andere mensen tegen je zeggen . ‘Wees vooral eigenwijs’, zegt Bakas. Vervolgens bespreekt hij een aantal trends.

6 trends van Bakas
- U en De Grote Stagnatie (crisis): Het gaat slecht met onze jongens, ik pleit voor jongens- en meisjesscholen. We weten al wat er gaat gebeuren als we naar het verleden kijken.
- Werk in een digitaliserende samenleving: Er komt weer vraag naar ethiek, moraal en spiritualiteit. Never give up. Alle technologie is al aanwezig. Werk en privé gaan in elkaar over. Oude concepten verdwijnen. Als de online wereld belangrijker wordt, wordt de offline wereld ook belangrijker. Er blijft een markt voor papier, want Google biedt je alleen maar wat bij je profiel past, raadpleeg dus ook andere bronnen. De toekomst is hybride.
- Naar vernieuwing van het zorg- en pensioenstelsel.
- Naar miniaturisering van de fabriek.
- Naar nieuwe manieren van winkelen:
Leer techneuten dat een aantal dingen niet werken. Investeer in lef.
- Denk anders: Vorm een coalitie met mensen die wel willen. Het gaat in het leven om passie. Investeer ook in gekte. Verbijster de jury.

Karl Dittrich
Tweede keynote speaker is Karl Dittrich, voorzitter van het bestuur van de Nederlands-Vlaamse Accreditatie Organisatie (NVAO). Hij maakt de overstap van de presentatie van Bakas naar zijn eigen presentatie met een aanvullende 7e trend: ‘Wat er ook gebeurt, we houden altijd universiteiten en hogescholen en hoger onderwijs.' Dittrich wijst op het bewogen jaar 2011, met de invoering van het nieuwe accreditatiestelsel, met de ‘ontploffing’ van hogeschool Inholland, met het onderzoek naar de alternatieve afstudeertrajecten, enz. Het in dit nieuwe stelsel nog beoogde vertrouwen is ineens weer omgeslagen naar wantrouwen en er is nu toch al weer meer toezicht en controle nodig.
Het nieuwe accreditatiestelsel is weer op herstelmogelijkheden gericht. We waren doorgeschoten in protocollering en zijn daarbij de docent kwijtgeraakt. We kregen teveel kwaliteitszorg en te weinig kwaliteit. We waren ook doorgeschoten in wat we van de studie van jongeren konden verwachten en we schoten door in de extensivering van het onderwijs.

Toekomst volgens Dittrich
We gaan weer terug naar de basiswaarden, naar kennis, naar taal, rekenen/wiskunde en naar docenten die iets te vertellen hebben. Elk incident in het hoger onderwijs wordt door de media en de politiek opgeblazen en instellingen kunnen daar niet verstandig op reageren. Media zijn niet geïnteresseerd in uitleg. Studenten vragen tegenwoordig naar meer diepgang. Het bestaan van een kwaliteitscultuur is de belangrijkste voorwaarde. Docenten bepalen hoe hoog de lat ligt, maar zij moeten ook open staan voor kritiek en afstemming. Een sluitend stelsel van toezicht blijft onmogelijk bij de autonomie van de instellingen. We gaan uit van proportionaliteit van toezicht. Bestuurders moeten een veilige omgeving voor docenten creëren. Professionals moeten zich blijven ontwikkelen en studenten moet je betrekken bij kwaliteitszorg. Blijf jezelf doelen stellen en zorg ervoor dat je instelling in control is, dat je weet wat er gebeurt. Voor studenten: je studie is je hoofdfunctie, geen bijzaak naast je baantje.

Adviezen van Dittrich
Pas de wet- en regelgeving goed toe. Zorg voor het reproduceerbaar zijn van het beoordelen van studentenwerk. Doordat we zoveel weten over de kwaliteit van ons hoger onderwijs en omdat we daarin transparant zijn, zijn we kwetsbaar ten opzichte van de politiek en de samenleving. Het autonoom blijvende hoger onderwijs moet haar kwaliteitscultuur verder vergroten. We leiden trouwens niet alleen functiegericht op, maar doen ook meer, zoals bijvoorbeeld burgerschapsvorming. Ga als instelling voor hoger onderwijs uit van wat je kunt en wie je bent en doe dat zo goed mogelijk. Neem er de tijd voor om zaken waar te maken.

De zaak Inholland
Na de Lunch Break in de Queens Lounge woon ik de eerste deelsessieronde bij met als thema: ‘Wat leren we van de zaak Inholland.' Pieter Gerrit Kroeger - de hoofdredacteur van ScienceGuide - interviewt Willem Jan van Gendt en Ron Ritzen (beiden docent en auteur van het boek : De kwaliteit van het hbo’) èn Lieteke van Vucht Tijssen, interim-bestuurslid van Inholland. Bij Inholland kwam teveel nadruk te liggen op het management en op de centrale diensten, in plaats van bij het onderwijsproces. De hogeschoollocaties deden teveel hun eigen ding. Het zelfvertrouwen van de Inholland-docenten heeft door de mediahype een enorme klap gehad. De mediahype is ten onrechte naar heel Inholland en zelfs naar het hele HBO getrokken, maar je moet die boodschappen wel bijzonder serieus nemen. We moeten niet in het frame stappen dat door de media wordt aangeboden. Inholland belooft over vijf jaar een betrouwbare instelling en partner te zijn, waarin het vakmanschap van docenten voorop staat.

Aanscherping van het accreditatiestelsel
De tweede deelsessie die ik bijwoon, gaat over de ‘Aanscherping van het nieuwe accreditatiestelsel.' Deze bijeenkomst wordt verzorgd door Stephan van Galen, coördinator van de 2e accreditatiefase, werkzaam bij de NVAO. Hij vertelt over de aanpassingen die in het huidige, nieuwe accreditatiestelsel zullen worden doorgevoerd in het komende halfjaar. De volgende zaken worden genoemd:
- Instructie aan visitatiepanels: panels selecteren voortaan zelf de te beoordelen eindwerkstukken van studenten en ze selecteren ook de gesprekspartners van de visitatie. Panels wordt ook gevraagd meer gebruik te maken van de mogelijkheid van de herstelperiode van opleidingen.
- Samenstellen van opleidingenclusters en visitatiepanels door de NVAO: we gaan weer over naar clustervisitatie, door de NVAO samen te stellen. Lopende accreditatietermijnen zullen daarop worden aangepast. Ook de visitatiepanels worden binnenkort door de NVAO samengesteld en benoemd. Er mag geen financiële relatie meer zijn tussen de gevisiteerde opleiding (instelling) en het ingezette evaluatiebureau.
- 5 kencijfers: Behalve de reeds gehanteerde opleidingsrendementen, de staf-studentratio en de contacturen zal de NVAO voortaan ook de feitelijk gerealiseerde studielast en het opleidingsnivo van docenten meenemen in de beoordeling van elke opleiding.
- Bewaartermijn afstudeerwerk: de wettelijke bewaartermijn van afstudeerwerken van studenten schuift op naar zeven jaar;
- NVAO-Standaard 3: Het beoordelingscriterium ‘Toetsen en Beoordelen’ wordt in de nieuwe opzet een aparte standaard.

Middagprogramma
’s Middag wordt tijdens deze congresdag de prijs van ‘Lector van het Jaar 2011’ bekendgemaakt. Winnaar is dit jaar Carl Rohde, lector Trendwatching van Fontys Academy for Creative Industries. Omdat Rohde vandaag in New York is, wordt een filmpje vertoond, waarin Rohde ons oproept om vooral onze creatieve en innovatieve vermogens te ontwikkelen.
Na deze prijsuitreiking volgt een plenaire lezing van Hans Adriaansens, de oprichter en voormalig directeur van het University College Utrecht en van de Roosevelt Academy Middelburg. Zijn lezing is getiteld: ‘De aandacht voor profilering, vernieuwing en innovatie is hoog. Dit zorgt voor nieuwe uitdagingen’.
Adriaansens: ‘Het rapport van de Commissie Veerman heeft veel steun gekregen, maar er wordt weinig richting aan gegeven.' Adriaansens pleit niet voor selectie aan de poort voor Bachelor-opleidingen, maar voor een betere matching bij de instroom van nieuwe studenten. Daarentegen pleit hij wel voor selectie aan de poort voor Master-opleidingen. Hij sluit af met een mooie oproep aan allen in de zaal: ‘Zorg ervoor en wees er trots op dat je studenten verder komen en beter worden dan jijzelf.’

Maak van uw school een merk
De eerste middag-deelsessie die ik bijwoon, wordt verzorgd door Marc van Eck, directeur van Business Openers. Hij vertelt dat als je als school een sterk merk wilt worden, je naar buiten heldere verwachtingen moet wekken en dat je die verwachtingen scherp moet waarmaken. Je merk begint met je overtuiging, die je uit jezelf haalt en waarmee je alles doet. Je merk is zo de basis voor al je activiteiten. Ook het onderwijs moet één en al marketing zijn, want het merk is van je hele organisatie. Beloof als school aan de voorkant alleen wat je aan de achterkant ook kunt en zult waarmaken.

Een duik in de jongerenleefwereld
De laatste deelsessie die ik bijwoon aan het eind van de middag gaat over de kenmerken van de jongerenleefwereld. Deze presentatie wordt verzorgd door Marjolein de Jong-Hooiveld, eigenaar van Young Inspiration. Ze begint om voorop te stellen dat jongeren je vragen om ‘Aandacht’, om in het onderwijs geïnspireerd te worden. Jongeren willen bovenal - en terecht- worden gehoord en gezien. Een bevestiging, een schouderklopje, een ‘knuffel’; dat zorgt ervoor dat ze gaan groeien. We moeten kijken door de bril van de jongeren en studenten zijn de spiegel van ons werk. De huidige studentenpopulatie kenmerkt zich door diversiteit en zij maken zich zorgen over de kwaliteit van hun studie en over de gevolgen die de kwaliteit van hun studie heeft voor hun loopbaan en leven. Dilemma’s van jongeren liggen vooral bij de grote hoeveelheid aan keuzes en aan prikkels, bij hun onzekerheid en bij het vaak ontbreken van een goed voorbeeld, bijvoorbeeld een goede docent als rolmodel. Studenten vragen tegenwoordig om inspirerend en uitdagend onderwijs.

Studenten aan het woord
Daarna komen in deze vierde deelsessie drie jongeren aan het woord, drie studenten met een verschillende achtergrond en studie. Zij vertellen ons:
- Zorg voor een levendig klimaat in de school;
- Bindt de studenten aan je instelling;
- Zorg voor veel en goedkope faciliteiten;
- Geef studenten ook naast en na de opleiding veel informatie;
- Help studenten om door te zetten met hun studie;
- Om onderwijskwaliteit te verkrijgen mogen/moeten docenten strenger worden;
- Studenten moeten zich ook naast hun studie ontwikkelen;
- Zorg ervoor dat de student zijn eigen interesse verder kweekt en prikkel ze om ze laten doen wat ze zelf leuk vinden;
- Je moet studenten dromen geven en ze die dromen dan zelf laten waarmaken.
- Laten toekomstige studenten zelf maar bij instroom aan de school duidelijk maken waarom ze naar deze instelling van hun keuze willen om hier te studeren.

vrijdag 29 april 2011

Visitatiedag voor Vrijetijdsmanagement

Donderdag 28 april 2011

Vandaag krijgt de opleiding Vrijetijdsmanagement van Stenden hogeschool te Leeuwarden de gelegenheid om haar kwaliteiten aan te tonen voor een externe Visiterende en Beoordelende Instantie. Volgens voorschrift in het hoger onderwijs wordt elke opleiding in het hoger onderwijs om de zes jaar gekeurd. Dit jaar is Vrijetijdsmanagement aan de beurt om haar wettelijk keurmerk, ofwel haar accreditatie opnieuw aan te vragen. Het zijn steeds wederkerende hoogtijdagen van opleidingen, waaraan vol verve wordt gewerkt.

Alle aspecten van de opleiding zijn in het afgelopen jaar geëvalueerd en daarvan is een evaluatierapport opgesteld, dat vandaag dient als uitgangspunt voor de visitatie door een gezaghebbende, onafhankelijke auditcommissie. Dit visitatiepanel bestudeert allemaal andere onderliggende documenten van de afgelopen jaren en gaat gedurende de hele dag in gesprek met allerlei stakeholders van deze opleiding, zoals: management team, studenten, college van bestuur, alumni, docenten en werkveldvertegenwoordigers. Bij deze audit ben ik vandaag betrokken bij de briefings en debriefings, waarmee alle betreffende groepen worden voorbereid en na afloop met elkaar in gesprek gaan over de ins en outs van de achtereenvolgende interviews. Aan het eind van de dag verzorgt de visitatiecommissie een korte feedbacksessie, waarin de voorzitter van het auditteam aangeeft dat deze opleiding een zeer te waarderen bijdrage levert aan de noordelijke economie van ons land.

De gesprekken van vandaag leveren naast alle beschikbare gegevens ook weer nieuwe informatie, die onze hogeschool en haar opleidingen vervolgens weer gebruiken in ons kwaliteitszorgsysteem. Vandaag heeft deze opleiding vol trots haar resultaten gepresenteerd en aangetoond wat deze hogere beroepsopleiding voor de vrijetijdssector zo bijzonder maakt.

vrijdag 24 september 2010

(Op) weg met de kwaliteitsfunctionaris

Donderdag 23 september 2010

De eerste bijeenkomst van het Platform HBO van het Nederlands Netwerk voor Kwaliteitsmanagement (NNK) van dit collegejaar vindt vandaag plaats in Vergadercentrum Hoog Brabant in Hoog Catharijne te Utrecht. Tijdens deze netwerkbijeenkomst wordt ingegaan op de verschillende visies over de rol van de kwaliteitszorgfunctionaris in het hoger beroepsonderwijs, voor nu en in de toekomst. Het prikkelende thema van de beide lezingen van vandaag is: "(Op) weg met de kwaliteitsfunctionaris". Zo'n 20 kwaliteitszorgmedewerkers van hogescholen en aanverwante organisaties wonen de twee lezingen met aansluitende discussie bij. De bijeenkomst wordt geopend door Paul Nieuwenhuis, de nieuwe voorzitter van het NNK Platform HBO.

Eerste spreker is Jet Langman, Beleidsmedewerker van de Gerrit Rietveld Academie. Als beleidsmedewerker is haar werk steeds meer gaan bestaan uit kwaliteitszorggerelateerde aangelegenheden, zoals visitatie & accreditatie van opleidingen, kwaliteitszorg onderzoek, tevredenheidsonderzoeken en het adviseren over en betrokken zijn bij verbetertrajecten.

Het onderwerp van haar presentatie is: "Hoe krijgen we ze mee?" Als insteek voor kwaliteitszorg wordt binnen de Gerrit Rietveld Academie gekozen voor de vierledige insteek van:
- wat is van waarde in ons kunstonderwijs;
- wat gaat (al) goed; wat waren onze hoogtepunten; pas daarna wordt gesproken over plannen en uitdagingen;
- leren van elkaar (daarvoor zet men bijvoorbeeld de zogenoemde G-Tops is (genoemd naar Gerrit Rietveld);
- hoe kunnen we de docenten faciliteren.
Om zicht te krijgen op stakeholderstevredenheid werkt Jet Langman onder andere aan interne en landelijke tevredenheidsmetingen. Omdat de Gerrit Rietveld Academie met een groot aantal docentenaanstellingen werkt van betrekkelijk kleine omvang en de staf bestaat uit medewerkers met een veel grotere betrekkingsomvang, maakt Jet Langman deel uit van een vaste kern stafmedewerkers, waar docenten en werkplaatsmedewerkers voor hun vragen om ondersteuning dagelijks terecht kunnen.

Tweede spreker is Leny Catsburg, Directeur van de Dienst Onderwijs & Kwaliteitszorg van de veel grotere Hogeschool Rotterdam. De stafmedewerkers van deze dienst zijn klantnabij georganiseerd, overwegend persoonlijk verbonden aan opleidingen en werkend met zogenoemde ondersteuningsovereenkomsten. Ze vraagt zich in deze presentatie af of je wel kwaliteitszorgmedewerkers nodig hebt, immers, de opleidingsdocenten zouden toch de cruciale factor moeten zijn in het continue proces van kwaliteitsverbetering. Dat het veelal in hogescholen zo is dat Colleges van Bestuur alle kaders en richtlijnen naar beneden in de organisatie laten vallen (de wet van de zwaartekracht) wordt door een hier en nu ook aanwezige kwaliteitszorgmedewerker uit het bedrijfsleven als goed beschouwd, maar waarom werkt dat dan niet in het onderwijs?
Catsburg:
- Als je advies geeft als beleidsmedewerker moet je besef hebben over wat je advies betekent voor de ontvanger, wat het kost wat je adviseert en waar je het in de organisatie aan ophangt.
- Je moet ook de actuele managementvraagstukken kennen om je advies daarop in te haken.
- Je moet kwaliteitszorg niet wegorganiseren bij de kwaliteitszorgmedewerker, maar docenten daarvan eigenaar maken; er zijn opleidingsteams die dat kunnen, maar die hebben daartoe wel support nodig; dat moet je via de lijn organiseren.
- Als het human capital (personeel) zo belangrijk is, is Human Resource/Talent Management in je hogeschool belangrijk."

Na de pauze gaan we met elkaar en met de beide sprekers in gesprek over diverse ins en outs aangaande het dagthema, over de beide presentaties en over daaraan verwante hogeschoolzaken. Zaken die aan de orde komen, zijn onder andere: eigenaarschap van kwaliteit, excellent onderwijs, het nieuwe bekostigingsstelsel en de insteek dat dienstverlening binnen hogescholen gericht moet zijn op kwaliteitszorg met een lange cyclus van 6 jaar en niet met een korte cyclus die elke 6 jaar kort voorafgaat aan visitatie en accreditatie.

Aan het eind van deze discussie concludeert één van de aanwezigen": Hoera voor de innovatieve kwaliteitsfunctionaris!"

Deze netwerkbijeenkomst wordt vervolgens afgesloten met de gebruikelijke "Halen en Brengen"-ronde en tenslotte worden nog enkele mededelingen gedaan van huishoudelijke aard, betrekking hebbend op volgende actuele onderwerpen en vergaderlocaties.

zaterdag 26 september 2009

Kwaliteit als opdracht

Zaterdag 26 september 2009

In augustus 2009 heeft de HBO-raad haar nieuwe verenigingsagenda uitgegeven, met als titel “Kwaliteit als opdracht”. Dit zogenoemde “White Paper” van deze vereniging van hogescholen is het document dat de komende vier jaar zal fungeren als richtinggevend kader voor het beleid van de Nederlandse hogescholen. HBO-raad-voorzitter Doekle Terpstra schrijft ons in zijn aanbiedingsbrief: “Gezamenlijk zullen we de uitdaging aangaan die aan hogescholen wordt gesteld en ik hoop dat “Kwaliteit als opdracht” u hierbij kan inspireren”. Dit nieuwe strategische plan van de 40 hogescholen zet hoog in op onderwijskwaliteit.

In hoofdstuk 1 “Traditie en toekomst” wordt enerzijds gewezen op de oriëntatie van ons hoger beroepsonderwijs op de beroepspraktijk en anderzijds op de rol van de hogescholen in de vertikale mobiliteit, bij de emancipatie van bevolkingsgroepen en de enorme toename van het scholingsniveau van onze beroepsbevolking. Het hoger beroepsonderwijs (HBO) van vandaag en morgen moet zorgen voor onderzoekend vermogen bij studenten, zodat zij later bij kunnen dragen aan vernieuwing in hun beroepspraktijk.

In hoofdstuk 2 “Studie en standaard” wordt de nieuwe standaard van hoger beroepsonderwijs beschreven, waarbij de internationale dimensie wordt genoemd van de vier standaarden: het verkrijgen van een gedegen theoretische basis, het verwerven van onderzoekend vermogen, het beschikken over voldoende professioneel vakmanschap en het ontwikkelen van beroepsethiek en maatschappelijke oriëntatie.

Hoofdstuk 3 “Studiekeuze en student” geeft richting aan formele toelatingseisen, studievoorlichting, intake, studiebegeleiding en verwijzing & selectie als oplossing voor het “trilemma” waar hogescholen momenteel voor zijn gesteld, bestaande uit de noodzaak om de bachelor-standaard te verhogen terwijl de kwaliteit van de instroom onder druk staat, afgezet tegen de taakstelling om het onderwijsrendement te verhogen.

Hoofdstuk 4 gaat over “Diversiteit en differentiatie”. Het zogenoemde “Leven Lang Leren”, dat opgeld doet in onze ook nog eens steeds verder diversificerende samenleving, vraagt de hogescholen om verdergaande differentiatie van het aanbod van hoger beroepsonderwijs. Hogescholen doen derhalve hun uiterste best om naast de reguliere bachelor-opleidingen ook met een passend aanbod van Associate degrees en Professional Master degrees te komen.

In hoofdstuk 5 “Onderwijs en onderzoek” verklaart de HBO-raad dat de hogescholen aan willen en aan zullen sluiten bij de recente verklaring van de Europese onderwijsministers in Leuven: “Higher education should be based at all levels on state of the art research and development thus fostering innovation and creativity in society. We recognise the potential of higher education programmes, including those based on applied science, to foster innovation. Consequently, the number of people with research competences should increase”.

Hoofdstuk 6 “Professional en professionaliteit” gaat uit van de aanname dat de kwaliteit van het onderwijs zowel afhankelijk is van de kwaliteit van de hogeschool-organisatie, als van de kwaliteit van de medewerkers. Evenals binnen alle Nederlandse hogescholen, gaan wij ook binnen Stenden hogeschool verder investeren op beide terreinen. Die handschoen pakken we natuurlijk vooral ook binnen mijn afdeling Quality Assurance van het Corporate Office van Stenden hogeschool op. In ons eerstvolgende teamoverleg hebben we derhalve deze White Paper “Kwaliteit als opdracht” geagendeerd. Met onze portefeuilles “Interne”, “Integrale” en “Externe” Kwaliteitszorg” zullen wij dan ook een wezenlijke bijdrage leveren aan het kwaliteitszorgbeleid van onze hogeschool in het bijzonder en van onze hoger onderwijssector in het algemeen. Ook onze afdeling binnen Stenden hogeschool heeft dus “Kwaliteit als opdracht”.

woensdag 17 juni 2009

Raad van Advies van Sociaal Pedagogische Hulpverlening

Woensdag 17 juni 2009

Op uitnodiging van de Raad van Advies van de HBO-Bachelor-opleiding Sociaal Pedagogische Hulpverlening (SPH) van Stenden hogeschool ben ik aanwezig in de periodieke bijeenkomst van dit adviesorgaan om een presentatie te verzorgen en met de Raad in gesprek te gaan over de betrokkenheid van de Raad van Advies bij het reeds ingezette accreditatietraject.

De Raad van Advies is voor het management van de opleiding het werkveld-adviesorgaan dat structureel en actief betrokken is bij de interne kwaliteitszorg van de opleiding. Tijdens de bijeenkomst van vanavond richten we de focus op de taak die de Raad van Advies heeft bij bijvoorbeeld:

* de kennisontwikkeling van studenten, middels het aan de beroepspraktijk ontleend studiemateriaal en/of de interactie met de beroepspraktijk, zoals bijvoorbeeld via toegepast onderzoek;
* de ontwikkeling van beroepsvaardigheden, in bijvoorbeeld de actuele beroepspraktijk;
* het adviseren tijdens het beoordelen, toetsen en examineren van studenten;
* de deskundigheidsbevordering van docenten, zodat zij bijvoorbeeld een optimale verbinding kunnen blijven leggen tussen opleiding en beroepspraktijk;
* het toetsen of studenten aan het eind van hun afstudeerfase aan de vereiste eindkwalificaties voldoen qua nivo, beroepsoriëntatie en aan de specifieke eisen die het domein van de sociaal pedagogische hulpverlening stelt.

In het verlengde van bovenstaande aspecten van interne kwaliteitszorg bespreken we tenslotte de wijze waarop de Raad van Advies van deze opleiding in de nu aangevangen periode van zelfevaluatie en visitatie ook actief, in een adviserende rol, zal worden betrokken als werkveldvertegenwoordigers.

donderdag 11 juni 2009

Certificering, Accreditatie en de Professional

Donderdag 11 juni 2009

Samen met Stenden-collega Nienke Ketelaar woon ik vandaag in Utrecht de periodieke netwerkbijeenkomst bij van het Landelijk Netwerk Kwaliteitszorg (LNK), de sector van het Nederlands Netwerk Kwaliteitszorg (NNK) dat zich bezig houdt met kwaliteitszorg in het Hoger Beroeps Onderwijs (HBO). Het thema van deze bijeenkomst is "Certificering, Accreditatie en de Professional", ontleend aan de titel van het proefschrift van de op 23 april 2009 op deze dissertatie gepromoveerde LNK-collega dr. Everard van Kemenade.

Everard van Kemenade begint ons in zijn presentatie te vertellen dat hij in zijn promotieonderzoek onderzocht onder welke voorwaarden hogeschooldocenten als professionals bereid zijn mee te werken aan een certificeringsproces, zoals bijvoorbeeld het in het HBO gebruikelijke accreditatieproces. Zijn promotieonderzoek bestond uit een theoretische verdieping, een brede enquête van 55 vragen op 3 opleidingen van Fontys hogescholen, een beperkte enquête met 7 stellingen onder 1.500 Nederlandse en Vlaamse hogeschooldocenten en een Delphi-bevraging onder 37 experts op het gebied van accreditatie in het HBO.

De volgende resultaten van dit onderzoek worden door Everard vandaag aan ons gepresenteerd.
Hogeschooldocenten zijn bereid aan accreditatie mee te werken, maar meer dan de helft van deze groep zou zelf niet voor accreditatie kiezen.
Accreditatie verhoogt de werkdruk en zorgt voor stress; hogeschooldocenten hebben daarbij hulp nodig van kwaliteitszorgspecialisten.
Het object en de procedure van de accreditatie moeten motiveren en de leden van de visitatiepanels moeten deskundig zijn.
Bij accreditatieprocessen onderscheiden we onder de betrokkenen een verschil in waardeoriëntatie: enerzijds wordt de docent-eigen betrokkenheid op onderwijsverbetering herkend, terwijl daar tegenover blijkt dat hogeschooldocenten accreditatie ervaren als een aan hen opgelegd beheersingsmiddel.

Onze Vlaamse collega's blijken positiever tegenover accreditatie te staan dan onze Nederlandse collega's en binnen Nederland blijken onze noordelijke collega's positiever in deze dan hogeschooldocenten uit het zuiden van Nederland.
Binnen de verschillende sectoren/domeinen van het HBO zien we een negatiever houding omtrent accreditatie bij de opleidingen voor de kunsten, terwijl de economische opleidingen en de opleidingen in de gezondheidszorg in deze beduidend positiever zijn.
Voor de beleving maakt het geen verschil of hogeschooldocenten al dan niet coördinerende taken hebben en ook is er geen significant onderscheid aan te wijzen onder docenten die te maken kregen met de verschillende Visiterende en Beoordelende Instellingen (VBI's) die Nederland kent.

Everard van Kemenade komt in zijn proefschrift tot de volgende conclusies.
Nederlandse en Vlaamse hogeschooldocenten zijn bereid mee te werken aan het accreditatieproces als:
1. het Certificeringsproces interne meerwaarde heeft, een motiverend object, procedure en subject heeft, eenvoudige basisregels heeft en waarbij het "control" niet als de dominante waarde heeft;
2. de Hogeschooldocent loyaal is, eigenbelang ziet, organisatiebetrokken is en als hij/zij de verantwoordelijkheid niet op anderen afschuift;
3. de Hogeschool het werk niet alleen door kwaliteitsdeskundigen laat doen, als de hogeschool voldoende steun vanuit het management biedt en als de hogeschool de kwaliteitszorg op orde heeft.

Ook als aan al deze succesbepalende factoren is voldaan, ziet Everard van Kemenade toch ook nog een kritische, laatste conclusie onder ogen, namelijk die van - wat hij noemt - de "dramaturgical compliance als risico", wat in en buiten het onderwijs ook wel "window dressing" wordt genoemd, wat in feite betekent dat bij accreditatieprocessen in het hoger beroepsonderwijs de neiging bij hogescholen bestaat om de zaken mooier voor te spiegelen dan ze feitelijk zijn.

Als het nieuwe accreditatiestelsel dat in 2010 in zal gaan, tendeert naar nog meer "accountability" (met goed gevolg verantwoording afleggen teneinde overheidsfinanciering te behouden) in plaats van zich meer te richten op "improvement" (het continu verbeteren van onderwijs), brokkelt de bereidheid van hogeschooldocenten om aan accreditatieprocessen mee te werken nog verder af, waarmee het gevaar bestaat dat het management en bestuur van hogescholen nog meer nadruk zullen gaan leggen op het beheersen van bedrijfskritische processen teneinde het risico van niet-verleende accreditaties te minimaliseren.
Interne kwaliteitszorg (met zelfevaluatierapporten) en externe kwaliteitsverantwoording (met zelfverdedigingsrapporten) dreigen dan uiteendrijvende continenten te worden; een in mijn ogen heil-loze weg.

dinsdag 9 juni 2009

Visitatie International Business and Languages in Emmen

Dinsdag 9 juni 2009

Een belangrijke dag voor onze HBO-Bachelor-opleiding "International Business and Languages" (IBandL) van Stenden hogeschool in Emmen. De opleiding IBandL wordt gevisiteerd om op afzienbare termijn opnieuw voor zes jaar te worden geaccrediteerd door de Nederlands-Vlaamse Accreditatie Organisatie (NVAO). Vorige week dinsdag 2 juni 2009 was daartoe de eerste visitatiedag. Vandaag is de tweede, afsluitende visitatiedag in Emmen, die wordt uitgevoerd door een visitatiecommissie van de Visiterende en Beoordelende Instantie (VBI) "Certiked". De opleiding wordt gevisiteerd door een visitatiepanel bestaande uit gezaghebbende, onafhankelijke deskundigen uit het betreffende werkveld en op het gebied van kwaliteitszorg, hoger onderwijs en studentenzaken.

Voordat docenten, studenten en afgestudeerden (alumni) vandaag in gesprek gaan met het visititiepanel, worden ze door ons in 20 minuten voorbereid op het volgende gesprek. Na afloop van het visitatiegesprek komen ze weer bij ons ondersteuningsteam van management en staf terug voor een 20 minuten durende debriefing. Op deze manier trachten we de visitatiecommissie goed voorbereide gespreksgroepen aan te bieden en bieden we voor alle groepen die de revue passeren de altijd weer gewaardeerde voor- en nazorg op zo'n altijd toch weer spannende werkdag. We dagen elkaar uit, maar bieden elkaar daarbij zo ook de nodige hulp en zorg.

Aan het eind van de dag biedt de visitatiecommissie ons allen een plenaire feedback-sessie aan, waarin kort maar krachtig terug wordt gekoppeld wat de bevindingen van de twee afgelopen visitatiebezoekdagen zijn. Het visitatiepanel laat ons niet al te lang in spanning zitten, want al in het begin van de feedback-sessie wordt ons meegedeeld dat het visitatiepanel zal komen tot een positief accreditatie-adviesrapport. Als de NVAO dit advies te zijner tijd overneemt en de opleiding accrediteert, is dat de kroon op het werk van zes jaar hard werken aan hoger beroepsonderwijs en kan de opleiding met een aantal goed bruikbare kanttekeningen en aanbevelingen de bewezen kwaliteit van de opleiding in de komende zes jaren nog verder optimaliseren.

woensdag 11 maart 2009

Evidence based: het beste onderwijs?

Woensdag 11 maart 2009

Vanmiddag en vanavond vindt de Windesheim Onderwijslezing 2009 plaats in de Christelijke Hogeschool Windesheim te Zwolle. De School of Education van Windesheim en VU podium organiseren jaarlijks deze Onderwijslezing voor een brede doelgroep binnen het onderwijswerkveld, zoals docenten, managers en bestuurders van partnerscholen, onderwijskundigen en studenten. Het thema dit jaar is: ‘Evidence based: het beste onderwijs?’.

Eerst wetenschappelijk bewijzen dat een methode werkt, daarna pas invoeren. Deze Evidence based-aanpak om vernieuwingen in het onderwijs aan te brengen, wint steeds meer terrein. Het Ministerie van OC&W steekt veel geld in projecten zoals "Onderwijs Bewijs". Universiteiten en hogescholen richten onderzoeksinstituten in. Onderzoek wordt steeds belangrijker bij het ontwikkelen en invoeren van onderwijsvernieuwingen. Maar hoe bepaal je de kwaliteit en het resultaat van onderwijs en onderwijsvernieuwingen? Een vraagstuk met zeer uiteenlopende dimensies, dat direct verbonden is aan de dagelijkse onderwijspraktijk en tevens het Windesheim-speerpunt "Pedagogische kwaliteit van het onderwijs".

Vanuit uiteenlopende aandachtsgebieden schenkt de Onderwijslezing 2009 aandacht aan Evidence based-onderwijs. De volgende vier deskundigen geven hun visie:

Prof. dr. Geertje van der Werf, hoogleraar Onderwijs & Leren bij het GION, Gronings Instituut voor Onderzoek van Onderwijs van de Rijksuniversiteit Groningen en van daaruit ook betrokken bij het Top Institute for Evidence Based Education Research (TIER). Van der Werf: We hebben meer Evidence nodig op basis van hoogwaardig onderzoek dat het gegeven onderwijs effectief is. De kwaliteit van het onderwijs moet in de praktijk worden aangetoond. We moeten Evidence based-beleid formuleren, Evidence based-onderwijs in praktijk brengen en een Evidence based-cultuur bevorderen.

Dr. Yvonne Leeman, lector Pedagogische Kwaliteit van het Onderwijs aan Windesheim. Leeman: Onderwijs dat alleen put uit een reservoir van kennis volstaat niet. Beroepsmatig handelen gebeurt op grond van cognitie èn emotie. Je moet kennis leren gebruiken, daarbij gebruik makend van je morele denkkaders en van je creativiteit. Kennis is meetbaar, maar je morele denkkaders en je emotie zijn moeilijk tot niet meetbaar en derhalve in de Evidence based-aanpak eenvoudig terzijde te schuiven. De Evidence based-aanpak biedt dus maar een zeer beperkte kijk op het functioneren van leerkrachten.

Prof. dr. Jan Jacob van Dijk, tweede kamerlid (CDA) met onderwijs in zijn portefeuille. Van Dijk: Het is vrijwel onmogelijk om het te onderzoeken onderwijs zo te isoleren dat je kunt aantonen welk onderwijs het beste is. Omdat taal en rekenen eenvoudig meetbaar zijn, leggen we daar de nadruk op, maar waar blijft nu eigenlijk onze aandacht voor bijvoorbeeld de mate waarin leerlingen leren/kunnen samenwerken? De kwaliteit van de docent is van doorslaggevend belang; ze moeten bovenal een onderzoekende houding aanleren tijdens hun lerarenopleiding.

Dhr. Pierre Noordmans, docent en ontwikkelaar aan het Deltion College te Zwolle. Noordmans: De laboratorium-onderzoeken van de Evidence based-aanpak vertragen alle innovatie, want dan zou we een een onderwijsinnovatie bijvoorbeeld pas na vier jaar onderzoek kunnen invoeren. Dan is die innovatie allang weer verouderd. En de Amerikaanse filosoof Dewey (1859-1952) zei al: "Research can tell us what worked, but cannot tell us what works".

Na de bijdragen van deze vier deskundigen wordt tijdens een paneldiscussie, waarin het publiek een actieve bijdrage heeft, verder ingegaan op de voor- en nadelen van evidence based-onderwijs. Tijdens het buffet krijgen we de opdracht om in subgroepjes een flessenpost-brief op te stellen met daarin een korte beschrijving van ons droom-onderwijs. Die flessen worden van boven uit het raam gegooid, beneden in het duister opgevangen, in een rubberboot geladen en dan verdwijnen ze over water in het duister. Zullen al deze dromen in het toekomstig onderwijs ooit uit komen?