dinsdag 24 maart 2026

Artificial Intelligence in de boerensloot

Dinsdag 24 maart 2026
 
Mateo Mayer & Martijn Wagterveld in Wetsus te Leeuwarden 

















Watertechnologie-maand
Het Europees expertisecentrum voor duurzame watertechnologie Wetsus en de Leeuwarder Courant organiseren in deze maand maart 2026 – in de door hen zo genoemde ‘Watertech-maand’ - samen vijf lezingen, waarin wetenschappelijk onderzoek en praktische toepassingen van watertechnologie centraal staan. 
Na het succes van de vorige lezingen-editie in 2024 zijn opnieuw actuele en uitdagende thema’s binnen de watertechnologie geselecteerd. 
In deze vijf lezingen van 2026 staan vragen centraal als: 
Wat zijn de problemen en uitdagingen rond water? 
Wat doen technologen en bedrijven om deze aan te pakken? 
En wat kan ik zelf doen?
Deze vijf publiekslezingen vinden ’s avonds plaats in het gebouw van Wetsus in Leeuwarden.
De eerste lezing op 3 maart 2026 ging over ‘Stikstof voor het oprapen’.
De tweede lezing op 10 maart 2026 ging over: 'PFAS naar de bliksem'.
De derde lezing op 17 maart 2026 ging over: 'De rijkdom van het riool'.
Het thema van de vierde lezing op 24 maart 2026 is: 'AI in de boerensloot'.

Bijdrage van watertechnologie aan oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken
In deze lezingenserie gaan we de wereld van wetenschap en innovatie ontdekken.
De lezingen worden gegeven door onderzoekers van Wetsus. 
Ondernemers die rond de besproken technologie bedrijven hebben gebouwd, vertellen vervolgens hoe dit in de praktijk uitpakt.
Onderzoekers van Wetsus en experts uit het bedrijfsleven nemen ons op die wijze mee in hun onderzoek en laten zien hoe watertechnologie bijdraagt aan oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken van vandaag en morgen. 
In het voorgaande weekend laat de Leeuwarder Courant ons in haar krant kennismaken met het onderwerp en met de betrokkenen van de komende lezing, en tijdens de lezing wordt dan nader op het thema van de lezing-avond ingegaan.

Artificial Intelligence in de boerensloot
Vanavond wordt de vierde lezing verzorgd door Wetsus-onderzoeker Martijn Wagterveld, die ons  vertelt over de wijze waarop meet-data en Artificial Intelligence (AI) kunnen worden gebruikt om ons oppervlaktewater real time te monitoren. 
Sensortechnologie en AI groeien momenteel explosief. Door de waterkwaliteit met sensortechnologie continu te meten, en de daaruit verkregen data te matchen met AI, kun je die kunstmatige intelligentie inzetten om patronen te ontdekken. Om bronnen van vervuiling vast te stellen en misschien zelfs wel voorspellingen te genereren, moet je allerlei verschillende invloeden met elkaar verbinden. In het complexe proces van het combineren van veel verschillende metingen kun je AI heel goed inzetten.

Lezing van Martijn Wagterveld 
  • Bij Wetsus wordt samengewerkt met technologie-ontwikkelaars, met industrie-partners en met eindgebruikers (zoals Vitens-drinkwaterbedrijf en Omrin-afvalverwerker) en met onderzoeksinstellingen (van Wageningen, Enschede en Delft).
  • Wagterveld en zijn collega's van aqua-earth ontwikkelen nieuwe sensoren, monitoren data, werken aan data-integratie, en ze doen aan procesbesturing en automatisatie.
  • De waterkwaliteit in midden-Europa en daarmee ook in Nederland is niet aan de maat; heeft geen goede ecologische status, en ook geen goede chemische status.
  • In Fryslân zijn er verspreid zo’n 24 meetpunten van het oppervlaktewater, waar de mate van waterverontreiniging wordt gemeten. Daarbij worden ook fysisch-chemische metingen verricht. De kosten daarvan zijn ongeveer 20.000 euro per meetpunt voor wat betreft verontreiniging en 10.000 euro voor fysisch-chemische metingen.
  • In 2027 willen we in Fryslân dat alle meetpunten aan de Europese waternorm voldoet, en zover is dat nog beslist niet. Daartoe moet het water gelijktijdig aan alle verschillende normen voldoen. De slechtste score bepaalt de uiteindelijke kwaliteit van het water op die plek. De Europese Unie zal hoogstwaarschijnlijk geen uitstel geven, dus dat kan problemen geven voor Nederland in de vorm van boetes, dwangsommen en strengere regelgeving. We moeten dus vooral tijdig en goed handelen voor wat betreft het verbeteren van onze waterkwaliteit.
  • Bij baggeren haalt men de bagger met daarin alle nutriënten uit de sloot, dus daarmee kun je al een aantal verontreinigende stoffen verwijderen, maar die vorm is erg duur.
  • Je kunt ook voorkómen dat die schadelijke stoffen in de sloot komen, maar dat is ook lastig vanwege de  daartoe te nemen regelgeving en verboden.
  • 38% van de waterverontreiniging vindt plaats door agrarische activiteiten, voor industrie is dat  vervuilingspercentage ongeveer 18%, en door natuurlijke veranderingen (zoals veranderende waterlopen) wordt 40% van de watervervuiling gecreëerd.
  • De overheid heeft inmiddels een aantal aandachtsgebieden aangewezen, waar boeren veel minder mogen bemesten, met als gevolg dat die boeren een lager rendement halen. Tussen Leeuwarden, Drachten en Buitenpost is zo’n aandachtsgebied. Daarin liggen circa 35 meetpunten. Dat werkt heel grofmazig, waardoor boeren zomaar belast kunnen worden met maatregelen die op hun areaal eigenlijk niet van toepassing zou hoeven te zijn of is. Met betere, fijnmaziger metingen zou je dus grondiger en betrouwbaarder kunnen werken. Maar daartoe moet je veel meer data verzamelen, in vooral duizenden boerensloten. Juist die kleine wateren zijn heel belangrijk voor de kwaliteit van het water in zo’n aandachtsgebied.
  • Daarnaast is er sprake van een heel complex proces, waarbij niet alleen het oppervlaktewater, maar ook het grondwater wordt belast. Maar de oorzaken van bijvoorbeeld grondwatervervuiling kunnen wel het resultaat zijn van heel veel voorafgaande jaren.
  • Wetsus probeert nu real time de kwaliteit van het bodem- en oppervlaktewater te monitoren. Daarmee moet een instrument worden ontwikkeld om het water te meten, te monitoren, en tot voorspellingen te komen van wat boeren bijvoorbeeld zouden kunnen/moeten doen om tot een betere waterkwaliteit te komen. Dat kan met een win voor de boer èn tegelijk met een win voor de waterkwaliteit.
  • aqua.earth is al begonnen met het indirect meten van de kwaliteit van het water in boerensloten. Dat doen ze met sensoren in het water èn in de bodem. Die sensoren meten met licht. Daarmee kun je niet alle verontreinigingen meten, en daarom combineren ze vervolgens hun metingen met modellen, waarbij AI wordt toegepast. 
AI
  • Ze willen bij aqua.earth complexe modellen bestuderen en beschrijven. Een AI-model is daartoe bij uitstek geschikt. Maar die geven maar weinig inzicht. Je moduleert dan wel, maar ziet niet wat er gebeurt. Je kunt daarnaast wel mechanistische modellen gebruiken met fysica, chemie en biologie, en je kunt - tussen beide vormen in - ook met hybride modellen werken. De optelsom van allerlei metingen moet uiteindelijk leiden tot een oordeel over de waterkwaliteit.
  • Een data-gedreven model (AI) kan tussenliggende waarden niet aan elkaar verbinden, maar dat kun je wel met mechanistische modellen doen. 
  • Voor AI heb je heel veel data nodig, want daarmee kun je reconstrueren. Maar met weinig data kun je dat veel moeilijker bepalen (ofwel schatten). Met dure mechanistische modellen kan dat wel, maar dat kost dus veel geld, dus kostenbewust wil men daarom gaan werken met een hybride model; met het beste van beide dus.
  • Daarom verzamelt men bij Wetsus en aqua.earth zoveel mogelijk data, om te kunnen bepalen wat je met alle meetresultaten het beste kunt gaan doen, bijvoorbeeld het zo goed mogelijk adviseren van boeren.
  • En dit doet men ook al in grote steden in het buitenland, waar dan op dezelfde wijze ook de kwaliteit van het water wordt gemeten.
Lezing van Mateo Mayer 
Tweede spreker is Mateo Mayer van het bedrijf aqua.earth.
  • Bij het meten van de bodem meten ze bij aqua.earth het vocht in de bodem. Daarnaast meten ze de kwaliteit van het oppervlaktewater.
  • Vooral de grote watermassa’s worden laagfrequent gemeten, waardoor daar doorgaans maar weinig van bekend is.
  • Inmiddels is aqua.earth met het meten begonnen in boerensloten en in woonwijken. 
  • In woonwijken voldeed zo'n 80% van het oppervlaktewater niet aan de geldende kwaliteitsnorn.
  • Ook bij een zwemstrand in Almere is een meting gedaan met sensoren, bijvoorbeeld een meting op blauwalg. Het resultaat was dat er volgens de normen in dat zwemwater niet gezwommen mocht worden. Bovendien spoorden de sensormetingen met de metingen van de watermonsters die daar ook gemeten werden.
  • Als je dit in woonwijken en in groter water kunt doen met goede resultaten, dan kun je dit ook gaan doen in heel veel boerensloten. Dan kun je per sloot heel goed bepalen wat de kwaliteit is van de ene sloot ten opzichte van die van de omliggende sloten.
  • Meten wordt daar gedaan met sensoren in het slootwater, en ook met pennen met sensoren in de bodem. Zo meet men weliswaar niet precies wat ze willen meten, maar door het meten wil men wel proberen te leren te begrijpen hoe het werkelijk is gesteld met de kwaliteit van het water. Bij heel veel metingen tegelijk kun je dan bepalen waar de slechte waterkwaliteit vandaan komt. Dat is wat voor boeren heel  belangrijk is, want daarop kun je sturen. 
  • Ook voor natuurorganisaties is dat van belang te meten en te weten. Idem voor industriële bedrijven, die kunnen aantonen of/dat ze aan de normen voldoen. En zelfs de burgers zouden zo metingen kunnen verrichten waar ze dat willen doen.
  • Men meet dus niet direct het watermonster, maar meet indirect door gebruik te maken van deze sensoren in water en bodem. 
  • Alle data moet je opslaan op een plek die voor het publiek objectief controleerbaar is. Dan heeft het juridische bewijskracht, dus dat passen ze bij aqua.earth overal toe, en dat werkt goed. De gegevens zijn controleerbaar, niet uit te wissen en niet te veranderen. Dat is belangrijk voor iedereen, om te zien wat er gebeurt en wat de resultaten zijn van gedrag.
  • Ook boeren zijn hier erg in geïnteresseerd, dus er zijn op verschillende plekken al sensoren geweest. De sensoren moeten overigens nog robuuster worden gemaakt, en met EU-subsidie heeft men nu een nieuwe test doorlopen met verbeterde sensoren.
  • Aqua.earth is lid geworden van Wetsus om haar methode gevalideerd te krijgen. Wetsus kan de sensor-metingen vergelijken met de metingen van watermonsters, en als dat overeenkomt, heeft men overtuigend bewijs dat de sensortechnologie valide is.
  • Overheden, kennisinstellingen en bedrijven werken samen in dit sensortechnologietraject, en men hoopt allen dat dit tot een doorbraak kan/zal leiden.
  • In Denemarken publiceert men nu al day-to-day de resultaten van de metingen van de waterkwaliteit, dus dan kun je als maatschappij heel snel reageren en verbeteren waar dat nodig is.
  • Geconstateerd is nog dat storm, regenbuien en nachtelijk duister nog invloed hebben op de (verschillen in) meetresultaten, terwijl op dat moment de waterkwaliteit natuurlijk niet anders is geworden. 
  • Bij 100 verschillende watermonsters laat men de computer steeds maar de kwaliteit van het water meten. Het samenstel van al die metingen onder allerlei verschillende omstandigheden moet er uiteindelijk toe kunnen leiden dat de waterkwaliteit betrouwbaar wordt geanalysereerd. Dat kost zoveel tijd, dat je dat als mens niet kunt doen, dus daar wordt AI op losgelaten, want die kan met een enorme rekenkracht met snelle computers met goede grafische kaarten tot snelle en betrouwbare resultaten komen.
  • De onderzoekspraktijk heeft inmiddels aangetoond dat deze technologie goed werkt, aangezien de resultaten ook overeenkomen met de metingen van de watermonsters ter plekke. Momenteel worden alle technieken nog gevalideerd voor verschillende soorten water. Het ziet er naar uit dat dit goed werkt. Hier is inmiddels octrooi op aangevraagd.
  • De meetmethode werkt en is valide, maar de methode is nu nog niet erkend omdat indirect wordt gemeten. Daarom kan men in principe niet opschalen. Via Wetsus is men in contact gekomen met een ander bedrijf, waar bleek dat deze technologie ook voor andere metingen kan worden gebruikt, bijvoorbeeld bij het meten van lachgas en bij toepassing in waterzuiveringen en waterschappen. 
  • Vooral bij het lozen van water vanuit waterzuiveringen op het oppervlaktewater kan deze sensortechnologie worden toegepast. Daarmee kan men goede adviezen geven aan rioolwaterzuiveringsinstallaties.
  • Ondertussen gaat het hoofdproces van het sensormeten door, deels bekostigd door haar andere activiteiten op bijvoorbeeld rioolwaterzuiveringsvlak.
  • aqua.earth wil zich tot nader order nog wel bescheiden blijven opstellen, om de tijd te nemen voor bewijsvoering van het feit dat de indirecte metingen van aqua.earth even betrouwbaar zijn als de al wel gecertificeerde metingen en analyses van watermonsters. Zodra deze sensortechnologie gecertificeerd is, kan het breder - voor allerlei andere doeleinden - worden toegepast.

maandag 23 maart 2026

Turfroute - Fietsroute 2-zuid wandelen als rondje Hoornsterzwaag

Maandag 23 maart 2026
 
Bij de rechtopstaande kano van de Prikkedam-brug over de Tjonger

















Wandelen & fietsen vanaf de Turfroute in Zuidoost-Friesland
De turfvaarten in Zuidoost-Fryslân zijn eeuwenoud en vaak met de hand gegraven. 
De zogenoemde 'Turfroute' verbindt sinds 1974 al die vaarten met elkaar. De kanalen met haaks daarop sloten, bossen, elzensingels, heide, weiden en beekdalen geven het gebied een eigen charme. 
In twintig pakkende verhalen en routes slaan de journaliste Janneke Donkerlo en de schrijver van routegidsen Fokko Bosker als het ware bruggen tussen de vaart en het omliggende landschap. Zij nemen het water als vertrekpunt voor hun rondwandelingen en fietstochten door dit rijk geschakeerde landschap van coulissen van elzen- en eikensingels, in een fijnmazig patroon van vaarten en wijken.
Resultaat van hun werk is de in 2024 uitgegeven routegids 'Wandelen & fietsen vanaf de Turfroute in Zuidoost-Friesland'.

23 tochten met een totale lengte van 746,9 kilometer
Deze routegids bestaat uit 11 fietstochten en 12 wandeltochten, die Durkje en ik van plan zijn om alle te gaan wandelen. 
  • Tien fietstochten hebben een totale lengte van 387,4 kilometer, waarvan de kortste 13,7 km en de langste 63,4 km lang is.
  • De twaalf wandeltochten hebben een totale lengte van 134,5 kilometer, waarvan de kortste 4,6 km en de langste 15,9 km lang is.
  • De veel langere 'Fiets-Turfroute' door Zuidoost-Fryslân heeft een totale lengte van 225 kilometer.
De 23 tochten hebben derhalve een totale lengte van 746,9 kilometer. We zijn van plan die afstand te bewandelen in 36 dagetappes, variërend tussen de 15 en 33 kilometer per dag, zo mogelijk in combinaties van (delen) van die wandeletappes en fietsetappes.

Rondje Hoornsterzwaag
Vandaag zijn we van plan om het kleinere zuidelijke rondje van de 35,6 kilometer lange Fietsroute 2 te bewandelen, vanuit Hoornsterzwaag langs de Tjonger, via Jubbega, en daarna weer terug naar Hoornsterzwaag, met een lengte van 19,8 kilometer.
Deze dag-etappe bestaat uit twee delen, namelijk ten eerste het 14,0 kilometer lange deel van de fietsroute nummer 2 van deze gids, van Het West (onder de rook van Donkerbroek) naar de Bij de Leijwei van Hoornsterzwaag, en ten tweede een zelf gepland verbindingstraject van 5,8 kilometer tussen de T-kruising van de Dominee Ten Catewei-Bij de Leijwei naar de T-kruising van de Kapelweg en Het West.
We knippen fietsroute 2 derhalve in twee afzonderlijke delen, waarbij het tweemaal identiek doch in omgekeerde richting bewandelen van bovengenoemd verbindingstraject het mogelijk maakt dat we twee afzonderlijke deelrondes lopen. 
We vertrekken daartoe vanuit Feinsum om 8:00 uur, en rijden dan met de auto naar Donkerbroek. Op de de T-kruising van de Kapelweg en Het West laten we onze auto achter in de berm.
Bij vertrek vanmorgen in Feinsum is het 8 graden Celsius, en in Hoornsterzwaag is de temperatuur bij aankomst om 13:00 uur inmiddels opgelopen naar 13 graden Celsius.
Het is de hele dag aangenaam weer, met af en toe een licht zonnige periode, en het waait nauwelijks; kortom heerlijk voorjaarswandelweer.

De Tjongervallei in
Om 8:50 uur gaan we in Donkerbroek op de T-kruising van de Kapelweg en Het West van start.
Eerst volgen we Het West, in zuidelijke richting. In het open veld links van ons rennen vijf hazen met elkaar door het grasland. Af en toe blijven ze even staan om ons goed in de gaten te houden, en dan kiezen ze het hazenpad, en verdwijnen ze in de verte in oostelijke richting.
Wij blijven dan alsmaar de lange en rechte asfaltweg van Het West volgen.
Bij de Tjabbekamp aangekomen, veranderen we van richting, want we gaan de Tjabbekamp op in westelijke richting.
De Tjabbekamp gaat over in de Miedwei, en die naam geeft al aan dat we hier door de uitgestrekte hooilanden lopen, in dit geval van de Tjongervallei.

Langs de Tjonger
Na het kruisen van de Pastorijereed - waarop twee tractoren heen en weer rijden - komen we aan op de Prikkedam. Die Prikkedam volgen we in zuidelijke richting, tot aan de brug over de Tjonger, op de plek waar het cortex stalen kunstwerk van de rechtop staande kano staat.
Vanaf dit punt volgen we de noordelijke oever van de rivier de Tjonger (Tsjonger), die in het Stellingwerfs ook wel de Kuunder (Kuinder) wordt genoemd.  
We volgen de Tjonger tot aan de brug van de Nijeberkoper-weg over de Tjonger, ressorterend onder Jubbega.
We steken de brug van Sluis II over, en komen dan op het riviereiland waarop het Fries-Stellingwerver (taal)grensmonument staat. Hier houden we onze koffiepauze.

Hoornsterzwaag
Na deze koffiepauze steken we de rivier weer over, om dan over de Nijeberkoperweg naar de Tjongervallei te lopen. Die asfaltweg volgen we in oostelijke richting, totdat we bij de Freulewei links afslaan, om dan op de Freulewei de Tjongervallei uit te lopen, naar de Schoterlandseweg.
Even volgen we het fietspad langs de Schoterlandsweg, om dan al snel linksaf te gaan, het halfverharde Rogmonepaed op in noordelijke richting. Dit pad behoort tot Hoornsterzwaag.
Oostelijker op het Tsjerkpaed komen we langs de Alde Pastorije.
Vanaf 1832 was dit daadwerkelijk de pastorie van Hoornsterzwaag, maar vanaf 1920 was dit in gebruik als boerderij, en sinds 1980 is het een woonhuis met Bed & Breakfast.
Voorbij deze voormalige pastorie gaan we linksaf een mooie smal en onverhard bospaadje op, waarmee we de doorsteek maken van het Tsjerkepaed naar de Dominee Ten Catewei; we blijven dus nog even in de sfeer van kerk en dominee.

Aan het eind
Bij een boerderij passeren we een oud hok, dat nog in zwaar vervallen staat in het veld is blijven staan.
De Dominee Ten Catewei lopen we helemaal uit in noordelijke richting, tot aan de Bij de Leijwei. Op die T-kruising - ter hoogte van het kunstwerk van een lawei - zijn twee hoveniers aan het werk met het heraanleggen van de voortuin van een woning.
Op de dam in de vaart zien we een bermmonument. Die is hier geplaatst ter nagedachtenis aan een 15-jarige jongen, die zo'n twee jaar geleden bij een minderjarige vriend zonder rijbewijs in de auto stapte en in die nacht bij een noodlottig verkeersongeval op deze plek zo ernstig gewond raakte, dat hij later aan de gevolgen van dat ongeluk is overleden. Een drama is het elk keer weer dat zoveel jonge mensen op zo tragische wijze nog veel te jong verongelukken, hier zelfs nog maar 15 jaar oud.
Dit is overigens ook het punt waarop wij de doorgaande route van deze fietsronde 2 verlaten, want vanaf hier gaan we de alternatieve doorsteek maken naar ons startpunt van vanmorgen, om zo het eerste van de twee rondjes 'rond' te maken.

Het spoor terug
Bij deze doorsteek volgen we eerst een lang eind de Bij de Leijwei langs de Schoterlandse Compagnonsvaart.
Bij een autobedrijf zien we een een autowrak van een oldtimer, van een nog wel te herkennen voormalige taxi.
Aangekomen bij de Trambrug over deze vaart verlaten we de Bij de Leijwei. 
Deze betonnen Trambrug was indertijd de enige vaste brug over de Schoterlandse Compagnons-vaart met een hoge doorvaart-hoogte.
We komen nu op het voormalige tramtracé van de lijn tussen Oosterwolde en de Driehoek van Lippenhuizen (1911-1948).
In noordelijke richting ging deze lijn naar de Trambrug van Wijnjeterp, maar wij gaan in zuidelijke richting dit tramtalud op, in de richting van Donkerbroek.
Tegenover een boerderij vinden we een houten bank aan de voet van het tramtalud, waarop we onze lunchpauze houden.
Daarna vervolgen we onze route over het trambaantalud, totdat we ter hoogte van de Jelle Heidawei niet verder kunnen op de oude trambaan. Daarom stappen we hier van het spoorpad af, en gaan verder over de Kapellewei.
Op de plek waar de Kapellewei over gaat in de Kapelweg wandelen we de bebouwde kom van het buurtschap Hoornsterzwaag uit.
Even later komen we langs een schaalmodel van een Kleine Henschel-locomotief, die de bewoners in 2008 van een vroegere locomotief hebben gemaakt ten behoeven van het dorpsfeest in Donkerbroek. Die replica staat sindsdien tentoongesteld aan de weg in de tuin van de maker. Een mooie verwijzing naar de tram die hier vroeger passeerde.
Aan het eind van de Kapelweg komen we aan bij onze auto, waarmee we terug rijden naar huis.

Landelijke Voorjaarsbijeenkomst 2026 van het Nederlands Genootschap van Sint Jacob

Zaterdag 21 maart 2026 
 
Zanggroep Buen Camino zingt een gezongen Camino in het Werftheater

















Klank van de Camino
Vandaag wordt de landelijke voorjaarsbijeenkomst gehouden van het Nederlands Genootschap van Sint Jacob, in de Jacobikerk en in een tweetal nabijgelegen locaties in Utrecht. 
Het thema van deze bijeenkomst voor pelgrims is: Klank van de Camino.
De organisatie van deze dag is in handen van de werkgroep Ledenbijeenkomsten van ons pelgrimsgenootschap. 
Deze voorjaarsbijeenkomst 2026 vormt overigens ook de aftrap van ons jubileumjaar 2026. Deze bijeenkomst is daarom extra feestelijk met een concert, muzikale optredens en nog meer verwennerij voor oor en oog.
Ter gelegenheid van het 40-jarig bestaan van het Genootschap vindt vandaag ook de aanbieding plaats van ons jubileumboek ‘De Camino naar Santiago in 101 voorwerpen’, waaraan ik ook een bijdrage heb geleverd. Dit mooie boek wordt vanmorgen door de voorzitter van de Camino Academie (Paul Post)  aangeboden aan de voorzitter van ons pelgrimsgenootschap (Piet van Adrichem). 
 
Programma van de Jubileumbijeenkomst
De inhoud van het dagprogramma is samengesteld op basis van de bijdragen van de werkgroepen van het Genootschap, zowel in lezingen, presentaties, workshops als in de informatiemarkt.
Vast onderdeel van de landelijke ledenbijeenkomst is de Informatiemarkt, waar je de hele dag door tot 16.00 uur bij uiteenlopende stands terecht kunt voor informatie over allerlei pelgrimszaken, zoals routes, herbergen en werkgroepen van het genootschap. Op deze markt vind je ook een aantal statafels waaraan ervaringsdeskundigen je in een één-op-één-gesprek graag iets vertellen over hun favoriete fiets- of wandelroute.
Voorts kun je vandaag ook – zoals gebruikelijk - de Algemene Ledenvergadering (ALV) bijwonen.
Gedurende de hele dag wordt er aan de circa 500 pelgrims/deelnemers een groot aantal deelsessie aangeboden met heel uiteenlopende onderwerpen, waar je je als lid voor kon aanmelden. 
Durkje en ik wonen deze vandaag extra feestelijke Landelijke Voorjaarsbijeenkomst bij, en nemen daarbij onder andere deel aan de volgende deelsessies:

1. Het lied Cantares – Erelid Bram van der Wees
In een programma over de ‘Klank van de Camino’ mag een item over het lied ‘Cantares’ zeker niet ontbreken.  
De Spaanse pelgrims kennen de tekst van buiten en zingen het pelgrimslied onderweg naar Santiago: “Caminante, no hay camino, se hace camino al andar” (ofwel: ‘Wandelaar, er is geen weg, de weg ontstaat in het gaan’). 
Welke pelgrim kent niet die prachtige dichtregels van Antonio Machado, die door Jean Serrat in zijn lied 'Cantares' zijn opgenomen.  
Genootschaps-erelid Bram van der Wees legt ons vandaag in zijn lezing uit waarom de tekst zo populair is geworden bij de Spanjaarden, wie die regels heeft geschreven, wie de muziek erbij heeft gemaakt en wat dictator Franco met het lied te maken heeft.
  • De tekst van dit lied kom je op veel plaatsen op de Camino wel tegen, dus het lied is welbekend.
  • Machado (1875) komt uit een geletterde, welgestelde familie. Zijn grootmoeder was ook schrijfster, en tevens folkloriste. Ook zijn overgrootvader van moeders zijde was schrijver. Zijn vader – overigens geboren in Santiago de Compostela - was eveneens folklorist. 
  • In 1883 verhuizen ze naar Madrid. 
  • Hij en zijn broer studeren Franse taal en letterkunde. 
  • Antonio's eerste bundel krijgt de titel 'Eenzaamheid'. 
  • Hij heeft belangstelling voor wandelen en natuur, en heeft een melancholische inslag.  
  • In 1907 wordt hij leraar Frans in Spanje en wordt dan smoorverliefd op de dochter van zijn hospita. Hij trouwt met haar.
  • Zijn belangrijkste werk is ‘De velden van Castilië’. 
  • In 1912 sterft Antonio zijn vrouw, en raakt hij in diepe rouw. Daarna schrijft  hij veel toneelstukken met zijn broer, en wordt hij weer leraar. 
  • In 1919 krijgt Machado een geheime relatie met een getrouwde vrouw. Over haar schrijft hij dan wel gedichten. 
  • In 1963 breekt hij met zijn broer. Manuel sloot zich namelijk aan bij Franco, maar Antonio vlucht voor Franco en kiest voor de republikeinen. Hij vlucht daarna naar Frankrijk, maar drie dagen daarna overlijdt hij (en zijn moeder overigens dan ook).
  • Het Franco-regime probeert de nagedachtenis aan Machado uit te wissen.
  • Joan Manuel Serrat gaat op 17-jarige leeftijd muziek maken, en wordt daarmee beroemd. Hij mag Spanje vertegenwoordigen in het Eurovisie Songfestival. Omdat hij in het Catalaans wil zingen, mag hij niet mee doen, en wordt hij gepest.
  • Daarna maakt hij een LP met daarop veel teksten van Machado, onder andere het lied 'Cantares'. We kijken en luisteren vervolgens naar een film-registratie daarvan van 1969 in Chili. Dit nummer wordt een nummer-één-hit in Spanje.
  • In 1974 mag Serrat van Franco niet terug naar Spanje, maar in 1975 – als Franco op sterven ligt - mag hij toch weer terug, en geeft Serrat daar een concert.
  • In 2007 is Serrat groot geworden als artiest, óók met zijn lied 'Cantares' van Machado.
  • Inmiddels is op dit lied ook een koorzetting gemaakt. Daarvan bekijken we tot slot zes heel verschillende film-registraties. 
2. Gezongen Camino – Zanggroep Buen Camino
Op verzoek is voor het 40-jarig jubileum en in het kader van het thema ‘De Klank van de Camino’ de zanggroep ‘Buen Camino gevraagd om opnieuw ‘De Reis, een gezongen Camino’ ten uitvoer te brengen. 
In een andere samenstelling heeft deze zanggroep deze uitvoering een aantal jaren geleden met heel veel plezier gedaan voor de regio Noord-Holland benoorden ´t IJ. 
De zanggroep vertelt tijdens hun uitvoering vandaag tussen alle liederen door hun persoonlijke camino-ervaringen en zingt vrolijke, ontroerende en sfeervolle liederen, waarvan ze hopen dat er bij ons iets gaat resoneren.
We genieten van een prachtige uitvoering, met passie en ook humor gebracht.

3. Herinneringen delen – verhalen & muziek van Hella van der Wijst & David Heijmans 
Onder de titel ‘Wandelen met Hella’ gaan we vanmiddag met mediavrouw Hella van der Wijst onderweg in verhalen en prachtige live muziek van David Heijmans.  
Op de manier waarop Hella al jaren levensgesprekken heeft op televisie (bij: KRO De Wandeling, Ik mis je, Geloof en een Hoop Liefde), in diverse bladen en boeken (zoals: Plusmagazine en Wandel.nl, Troost als je iemand mist, De kracht van Samen, Wandelen met Hella) gaat Van der Wijst vandaag met ons in gesprek, en deelt ze haar eigen wandelverhalen.  
Onderweg doorklinkt de Camino in de eigen muzieknummers van kleinkunstenaar David Heijmans. Hij is onlangs afgestudeerd aan de Koningsacademie in Den Bosch, en hij won de Persoonlijkheidsprijs op het 35ste Groninger Studenten Cabaret Festival.
Hij zingt ‘muziek waarvan je gaat wandelen’, onder andere: ‘Ik loop’, ‘Saint Jaume’, ‘De Oversteek’, ‘Vibraties’ en ‘De reiziger’.
  • De kern van de camino is: tot de kern van jezelf te komen.
  • Wandelen is in de loop van Hella's carrière zo’n beetje haar beroep geworden, onder andere met betrekking tot haar tv-programma’s en haar boek.
  • Elke zonsopgang kan de hint zijn van iets nieuws.
  • Besproken wordt wat een goede dag is om gaan wandelen.
  • Een klein gebaar of woord doet wonderen.
  • Tegenwoordig heeft een wandelaar allerlei attributen nodig, om daarna 'wandelaartje te spelen'. En dan heb je ook nog wandelaars die 'pelgrimmetje spelen'. Daarentegen heeft God mij alles gegeven wat ik nodig heb om te wandelen.
  • Wordt wandelen pelgrimeren als je boete doet?, of als je dat doet voor genezing?, òf doe je dat om jezelf tegen te komen, en wijzer te worden? Ga je op zoek naar antwoorden?, of wil/moet je iets verwerken, zoals verdriet? Al wandelend kun je dan het licht zoeken.  
  • Als je je focust op de top, mis je onderweg al het moois.
4. Camino-estafette – Roos Terhorst van het Erfgooiers College 
Sinds 2016 lopen leerlingen van het Erfgooiers College uit Huizen een stuk van de weg naar Santiago de Compostela, zulks in het kader van de jaarlijkse werkweek. 
Het is begonnen met een idee van docente Nicolette Brands, die op de weg van het Franse Le-Puy-en-Velay veel jongeren tegenkwam. 
Samen met haar collega Roos Terhorst - docente aardrijkskunde - hebben zij op school een project gestart: de zogenoemde Santiago-werkweek, waarbij elk jaar een tiental leerlingen zo’n 150 kilometer van de route afleggen. 
Dat is een vast onderdeel van het studieprogramma geworden, waarbij de leerlingen elkaar beter leren kennen en een hechte groep gaan vormen. 
Sommigen zijn later zelfstandig verder gegaan waar ze als groep gestopt zijn; ze gingen alleen op pad, met medeleerlingen of met hun ouders, die inmiddels ook met het pelgrimsvirus besmet waren geraakt. 













Tijdens haar presentatie doet de gepassioneerde docente Roos Terhorst vanmiddag enthousiast verslag van haar ervaringen met het schoolproject. 
  • Ze lopen altijd in 6 van de 8 beschikbare dagen in oktober, en organiseren de tocht zelf als team.
  • De eerste tocht was in 2016, en daarna werd het herhaald in 2017 en 2018. Na een overgangsjaar in 2019 en het Coronajaar in 2020 werd doorgestart. Daarna ging het elk jaar verder vanaf 2021. 
  • Havo 4- en VWO 5-leerlingen gaan nu mee. Meestal gaat het om circa tien leerlingen. 
  • Ze zijn begonnen in Le-Puy-en-Velay; liepen door Frankrijk, over de Pyreneeën en zijn inmiddels ver in Spanje.
  • Vanaf het begin van hun werkweek kenden de leerlingen elkaar overigens niet, maar tijdens het wandelen kwam het onder elkaar wel tot goede gesprekken. 
  • Zes dagen lang lopen ze elke dag zo'n 25 kilometer met bepakking. Dat leidt tot gezelligheid en mooie gesprekken. Onderweg wordt heerlijk lokaal gegeten, en het is wel een beetje afzien, maar het is vooral genieten.
  • Het is een estafette, dus elk volgend jaar gaan ze verder waar de vorige groep in het voorgaande jaar stopte.
  • De groep slaapt minimaal eenmaal in een klooster, en bij voorkeur ook eens in een hele grote slaapzaal, met overall een variatie aan herbergen.
  • Eén van de leerlingen heeft op eigen houtje toch al eens de camino helemaal gelopen. En hij gaat nu ook de Caminho Portugués lopen.
  • Ze hebben nog maar zelden regen gehad onderweg, maar ook als het een keer regent, heeft de jeugd daar wel lol in.
  • De ervaring leert dat je de leerlingen alles moet uitleggen, en dat je bepaalde zaken vóór vertrek strak moet controleren (bijvoorbeeld op de kwaliteit van hun schoeisel).
  • Bijzonder is dat de jongeren, die elkaar aanvankelijk vaak niet eens kenden, binnen de kortste keren toch een hechte groep vormen. Je bent onderweg allemaal gelijk, en dat creëert uiteindelijk toch een band.
Uitzwaaien van vertrekkende pelgrims – koor El Orféon 
Aan het eind van de middag komen we allen weer bijeen in de grote kerkzaal van de Utrechtse Jacobikerk om de middag af te sluiten met een concert van het pelgrimskoor El Orfeón, dat voor ons een aantal pelgrimsliederen ten gehore brengt.
Ondertussen staat genootschapsvoorzitter Piet van Adrichem in het kerkkoor bij het pelgrimskoor om alle genootschapsleden die dit jaar (weer) als pelgrim van start gaan met hun pelgrimstocht het startstempel van het Nederlands Genootschap van Sint Jacob af te drukken in hun pelgrimspaspoort. 
Ook Durkje en ik maken van die gelegenheid gebruik, en gaan met onze credentials in de rij staan om het startstempel van ons pelgrims-genootschap te verkrijgen alvorens wij aan onze volgende pelgrimage gaan beginnen.
Het stempelen wordt dan afgesloten met een ferme handdruk, waarbij de genootschapsvoorzitter ons een 'Buen Camino' wenst.

Turfroute - Fietsroute 8-zuid wandelen als rondje Gorredijk

Vrijdag 20 maart 2026
 
Op de familiebegraafplaats bij De Witte Kerk van Hemrik

















Wandelen & fietsen vanaf de Turfroute in Zuidoost-Friesland
De turfvaarten in Zuidoost-Fryslân zijn eeuwenoud en vaak met de hand gegraven. 
De zogenoemde 'Turfroute' verbindt sinds 1974 al die vaarten met elkaar. De kanalen met haaks daarop sloten, bossen, elzensingels, heide, weiden en beekdalen geven het gebied een eigen charme. 
In twintig pakkende verhalen en routes slaan de journaliste Janneke Donkerlo en de schrijver van routegidsen Fokko Bosker als het ware bruggen tussen de vaart en het omliggende landschap. Zij nemen het water als vertrekpunt voor hun rondwandelingen en fietstochten door dit rijk geschakeerde landschap van coulissen van elzen- en eikensingels, in een fijnmazig patroon van vaarten en wijken.
Resultaat van hun werk is de in 2024 uitgegeven routegids 'Wandelen & fietsen vanaf de Turfroute in Zuidoost-Friesland'.

23 tochten met een totale lengte van 746,9 kilometer
Deze routegids bestaat uit 11 fietstochten en 12 wandeltochten, die Durkje en ik van plan zijn om alle te gaan wandelen. 
  • Tien fietstochten hebben een totale lengte van 387,4 kilometer, waarvan de kortste 13,7 km en de langste 63,4 km lang is.
  • De twaalf wandeltochten hebben een totale lengte van 134,5 kilometer, waarvan de kortste 4,6 km en de langste 15,9 km lang is.
  • De veel langere 'Fiets-Turfroute' door Zuidoost-Fryslân heeft een totale lengte van 225 kilometer.
De 23 tochten hebben derhalve een totale lengte van 746,9 kilometer. We zijn van plan die afstand te bewandelen in 36 dagetappes, variërend tussen de 15 en 33 kilometer per dag, zo mogelijk in combinaties van (delen) van die wandeletappes en fietsetappes.

Rondje Terwispel > Gorredijk > Hemrik > Lippenhuizen > Terwispel
Vandaag zijn we van plan om het kleinere zuidelijke rondje van de 35,2 kilometer lange Fietsroute 8 te bewandelen, van Terwispel via Gorredijk, Hemrik, Lippenhuizen, en daarna weer terug naar Terwispel, met een lengte van 23,4 kilometer.
Deze dag-etappe bestaat uit twee delen, namelijk ten eerste het 16,8 kilometer lange deel van de fietsroute nummer 8 van deze gids, van het kruispunt van de Ald Hearrewei/Bûtewei naar de Trambrug Wijnjeterp, en ten tweede een zelf gepland verbindingstraject van 6,6 kilometer tussen die Trambrug Wijnjeterp en het kruispunt van de Ald Hearrewei/Bûtewei.
We knippen fietsroute 8 in twee afzonderlijke delen, waarbij het tweemaal nagenoeg identiek en in omgekeerde richting bewandelen van bovengenoemd verbindingstraject het mogelijk maakt dat we twee afzonderlijke deelrondes lopen. 
We vertrekken daartoe vanuit Feinsum om 7:50 uur, en rijden dan met de auto naar Terwispel. Tegenover het dorpscafé Kafee Spaltenbrêge laten we onze auto achter.
Bij vertrek vanmorgen in Feinsum is het 6 graden Celsius, en in Terwispel is de temperatuur bij aankomst om 14:05 uur inmiddels opgelopen naar 13 graden Celsius.
Het is de hele dag prachtig zonnig weer, en het waait nauwelijks; kortom heerlijk voorjaarswandelweer.

Langs de Nije Feart
Om 8:35 uur gaan we in Terwispel bij de brug over de Nije Feart van start.
Over de Spaltenbrêge en de Warme Hoek lopen we over het fiets-/wandelpad langs de Nije Feart in zuidelijke richting naar Gorredijk.
In Gorredijk blijven we de Nije Feart volgen over de Kerkewal. Ter hoogte van de sluis bij de Pater van Udendraai wordt momenteel druk gewerkt op en aan de kadewand aan de noordzijde van de sluis. 
En verderop wordt aan de Brouwerswal gemetseld aan de kademuur.
Om te kunnen werken aan de kade op de Langewal en de Brouwerswal heeft men damprofielen dwars over in de vaart gezet, teneinde het waterpeil tot de gewenste laagte te reguleren.
We blijven de Langewal alsmaar volgen, tot aan de Koartsweachsterbrêge over de Nije Feart. 
Als we bij die brug arriveren, komt van de andere zijde juist een groep joggers over de brug in onze richting. Zij gaan de Langewal op en wij wandelen Het Leantsje in.
Via De Vlecke, de Sjoelstrjitte en het Nijlân wandelen we door een woonwijk Gorredijk uit.

Langs de Opsterlandse Compagnonsvaart
Buiten Gorredijk volgen nu kilometers lang wegen en paden langs de Opsterlandse Compagnonsvaart.
Al vrij snel passeren we de Eppingadraai in de vaart.
Daarna volgen de Reitsmadraai, de Pôlebrêge en het Hemrikerverlaat.
Ter hoogte van de Fabryksleane passeren we de voormalige zuivelfabriek De Nijverheid.
Na de Draai Hemrik en de Brug Sparjeburd en haar sluis komen we langs een bosperceel, waar een houten bank staat, waarop we gaan zitten voor onze koffiepauze. We hebben nu bijna tweeëneenhalfuur aaneen gelopen, en we zitten hier heerlijk in de zon met het bos in de rug en vóór ons het water van de vaart.
Na deze koffiepauze is het nog maar een klein eindje tot aan de Trambrêge Wijnjeterp, waar we de doorgaande route van deze fietsronde tijdelijk verlaten, aangezien we dat vervolg afgelopen dinsdag al hebben gelopen.

Naar het Huis Gods van Hemrik
Op de Wijnjeterp Verlaat begint voor ons nu de doorsteek naar het kruispunt van van de Ald Hearrewei/Bûtewei, waar we later vandaag onze doorgaande fietsronde wandelend zullen vervolgen.
Vanaf de Wijnterp gaan we het mooie bospad op door een langgerekt bosperceel, tot aan het retraitecentrum New Eden.
Daar wandelen we het buurtschap Sparjebird binnen, om vervolgens op het fietspad langs de Binnenwei naar Hemrik te lopen.
We gaan hier even een ander stukje doorsteek nemen, omdat we nu niet aan de oostzijde, maar voor de variatie aan de westzijde van Hemrik naar de Bûtewei willen lopen. We doen dat omdat we deze keer langs De Witte Kerk van Hemrik willen lopen. Dit 'Huis Gods' (getuige de gevelsteen van 1739) is gebouwd op een fikse hoogte midden in het dorp.
We maken een rondje rond de kerk bovenop het hooggelegen kerkhof. 
Aan de achterzijde van de kerk bevindt zich de grote familiebegraafplaats van de familie Van der Sluis .
Op deze familieplek is ook haar grafkelder in 1860 gebouwd. 
Daarin liggen inmiddels meer dan 35 familieleden begraven. 
Naast de grafkelder ligt een gedenkplaat met daarin de familiestamboom gegraveerd. 
Andere familieleden zijn rondom de grafkelder begraven.
Dan raken we in gesprek met een vrijwilliger, namelijk een Hemriker klokluider. Op deze begraafplaats staat namelijk ook een klokkenstoel met een schilddak uit 1739. De klok daarin werd gegoten in 1495 door de reizende klokkengieter Geert van Wou. De klok weegt maar liefst 560 kg. en heeft een doorsnede van bijna 100 cm. 
De klokluider houdt tijdens ons gesprek de tijd goed in de gaten, want exact om 12:00 uur begint hij met het luiden van deze klok, die alle werkdagen op dit uur van de dag door een vrijwillige klokluider wordt geluid.
Onder de klokslag van De Witte Kerk verlaten we even later het kerkhof.
Even later wandelen we ter hoogte van 't Koetshuis de bebouwde kom van Hemrik uit.

Door Lippenhuizen terug naar Terwispel
Dan blijven we de Binnenwei nog een eindje volgen, totdat we het smalle weggetje van het Himrikerpaed op gaan. Daarop passeren we het karakteristieke, rietgedekte Slûskeshiem.
Op de kruising met de Bûtewei aangekomen, slaan we linksaf, om die deels verharde en deels halfverharde weg van de Bûtewei in westelijke richting te volgen.
Op de kruising met de Ald Hearrewei zijn we aangekomen op het eind van onze doorsteek-route, en daarmee vervolgen we het traject van deze fietsronde 8.
Aan het eind van de Ald Hearrewei komen we op de Boerestreek, waarop we de bebouwde kom van Lippenhuizen binnenwandelen, ter hoogte van haar forse watertoren.
In het centrum van Lippenhuizen vinden we een geschikte zitplaats voor onze lunchpauze, en ook heerlijk in de zon.
Na deze pauze gaat het verder, over de Buorren door het dorp, totdat we ter hoogte van De Trijehoek de bebouwde kom verlaten.
Hier gaan we de Sweachsterwei op, om een eind verderop weer de Bûtewei op te gaan, richting Terwispel.
Na het oversteken van de Tolhúsleane/Kolderveen lopen we door Terwispel over De Streek naar Kafee Spaltenbrêge, waar we vanmorgen onze auto hebben geparkeerd. 
We stappen in om 14:10 uur en rijden dan terug naar huis.

Zonsondergang in Feinsum

Donderdagavond 19 maart 2026
 
Zonsondergang in Feinsum























 

De noodlottige verzetsgeschiedenis van de familie Sietsma

Donderdag 19 maart 2026
 
Lezing van Kees Sietsma in Tresoar

Doopnamen Kornelis Jan Hendrik Hein
Toen Kees Sietsma in maart 1945 werd geboren, waren drie van zijn broers die in het verzet hadden gezeten, opgepakt door de Duitsers. Ze hadden gestaakt en joden en piloten geholpen. Niemand wist hoe het met ze ging en of ze nog leefden. 
Sietsma’s ouders besloten hun jongste kind (Kees, 1945) te vernoemen naar zijn broers, in volgorde van hun arrestaties, èn naar zijn oom Kees, een predikant die zich tegen het nationaalsocialisme had uitgesproken, van wie toen al bekend was dat hij was bezweken in concentratiekamp Dachau.
Van zijn vier broers Kornelis, Jan, Hendrik en Hein overleefde alleen Henk de verschrikkingen van de Duitse kampen. 
In zijn latere leven heeft de oud-politiecommissaris Kees Sietsma het altijd als een persoonlijke opdracht gevoeld uit te zoeken wat er met zijn familieleden is gebeurd in de oorlog. 
Wat heeft hen bewogen?
Wat hadden ze precies gedaan?
Zijn ze verraden?
Jarenlang deed Kees onderzoek in archieven en sprak hij de laatste getuigen en nabestaanden. 

Vier namen
In zijn publicatie ‘Vier namen’ vertelt hij hun aangrijpende verhalen, met bijzondere aandacht voor de verzetsgroep HEIN (Helpt Elkander In Nood), opgericht door zijn gelijknamige oudste broer, diens hartsvriend en hun verloofdes, èn voor de broer die overleefde, en die zich na de oorlog steeds weer de vraag zou stellen: ‘Waarom zijn zij bezweken en ik niet?’
Kees Sietsma’s boek beschrijft een indringende familiegeschiedenis, die uiteindelijk gaat over de tijdloze dilemma’s die spelen als je in tijden van nood moet kiezen:
Wat doe je dan? 
Wat voor mens wil je zijn?
Hierover gaat vanmiddag de lunchlezing van Kees Sietsma, die Durkje en ik vandaag bijwonen in Tresoar te Leeuwarden.

Beladen familiegeschiedenis
  • Kees groeide op in het buurtschap Holk waar hun vader bovenmeester was. Het was een gezin met 13 kinderen. 
  • Vader trouwde eerst met een Friese vrouw, en samen kregen ze tien kinderen. Uit het tweede huwelijk  van zijn vader werden nóg drie kinderen geboren, waaronder Kees. 
  • De familiegeschiedenis van de Sietsma's is nogal beladen.
  • Kees zijn onderzoek duurde vier jaar, en het schrijfproces duurde daarna één jaar.
  • Verzet hoefde - vonden Kees' broers en anderen - niet met een geweer, want het kon ook heel goed op een andere manier, vechtend tegen onrecht, door elkaar vast te houden, en elkaar te redden waar dat nodig was. 
Oom Kees
  • Oom Kees was in 1896 geboren in het Friese Nijega, en werd na zijn studie in Kampen predikant. Hij (en zijn vrouw Jannie Dekker) ging een mooie carrière tegemoet als predikant. Hij promoveert aan de VU in Amsterdam.
  • Met 181 andere predikanten pleegde oom Kees verzet in de Tweede Wereldoorlog. Zij inspireerden ook een Amsterdamse politiecommissaris om verzet te plegen. 
  • Als je er eenmaal voor koos om geen Joden te vervolgen, was er geen weg meer terug. Als je wel in verzet kwam, werd je verraden, gearresteerd en weggevoerd naar Kamp Amersfoort. Zo verging het ook oom Kees, die daarna in 1942 naar Kamp Dachau werd getransporteerd. Daar stierf hij op 7 september 1942. Daarvóór had oom Kees in Kamp Dachau óók contact met Titus Brandsma. 
  • De dood van oom Kees leidde tot grote verslagenheid in de familie, in het gezin van Kees & Jannie. De woning van Jannie werd toen een schuilplaats voor onderduikers.
Broer Jan
  • Voor zijn broer Jan heeft Kees hele diepe bewondering. Jan weigerde lid te worden van de lokale verzetsgroep, omdat hij dan met een wapen zou moeten werken. Wel deed Jan mee aan een wilde staking, die eigenlijk tot een staking bij de NS had moeten leiden, hetgeen overigens niet lukte. 
  • Voor het verspreiden van pamfletten werd je in die dagen standrechtelijk gefusilleerd.
  • Een NSB-ers zag de verspreiders van de stakingspamfletten aan het werk, en verraadde de verspreiders via een valstrik. 
  • Een overvalwagen kwam thuis bij de familie Sietsma, en Jan vluchtte, maar kwam terug, in de angst dat anders zijn vader wellicht zou worden gefusilleerd. 
  • Jan kreeg toen straf tot opsluiting in een tuchthuis van Ziegenhain, in een gravenslot. Jan kan nog wel een briefje smokkelen naar zijn familie Numan in het Friese Gorredijk, opdat die aan Jans ouders zouden kunnen melden waar hij verbleef. 
  • Door uitputting wegens de zware arbeid sterft Jan uiteindelijk in Ziegenhain. Een dag later bevrijden de Amerikanen Ziegenhain. 
  • Uiteindelijk is Jan herbegraven in Nijkerk.
Broers Henk en Hein
  • Henk heeft de oorlog wel overleefd, maar Hein stierf in Dachau.
  • Beide broers zaten vanaf 1940 al in het verzet. 
  • Ze kregen de vraag om Joden onder te brengen, en uiteraard was dat een groot dilemma. Beide broers wisten dit overigens niet van elkaar, omdat ze in verschillende verzetsgroepen werkten.
  • De verzetsgroep HEIN groeide uit tot 18 mannen en vrouwen, die dag in dag uit onderduikers onderbrachten, verplaatsten en verzorgden. Dat was een enorme inspanning, want er moest heel veel voor worden gedaan om alles voor elkaar te krijgen. 
  • Een constructietekenaar - genaamd Ben - stond hen bij als vervalser van de verzetsgroep. Na de gevangenneming van Ben en zijn vrouw ontsnappen zij gelukkig, en krijgen zij een plek toegewezen in een vervalsingscentrale van de verzetsgroep HEIN. 
  • De groep HEIN had een onderduikadres bij een familie in Ugchelen. Hein bezoekt een Friese familie in 1943 om daar een onderduikersfamilie op te halen en die naar Ugchelen te brengen.
  • Een tweede onderduikadres had de groep HEIN in Hulshorst.
  • Hein werd in 1944 gearresteerd, en in zijn tas werd een pistool en bonkaarten gevonden. Hij wordt vier keer verhoord, en dan preventief van Kamp Vugt naar Kamp Dachau gebracht. 
  • Henk heeft daar in Dachau een ellendig leven, maar overleeft de oorlog wel, en wordt bevrijd door de Amerikanen op 29 april 1945. Henk komt dan in het Amerikaanse noodhospitaal, en overleeft de oorlog en bevrijding.
  • Op 25 mei 1945 reist hij met een ambulance terug naar Nederland, waar hij dan nog een jaar moet kuren.
  • Hein wordt in de trein door de Landwachters gepakt tussen Wolvega en Heerenveen met bonkaarten.
  • Hein gaat naar Kamp Amersfoort, waarin hij met kleine briefjes de verzetsgroep nog kan aansturen. Henk gaat met 600 Puttenaren lopend naar de trein. Hij laat dan nog een afscheidsbriefje vallen vanuit de trein, gericht aan zijn verloofde. 
  • Henk overlijdt in januari 1945 in Dachau. Maar de bevrijding komt eraan. 
  • Acht van de 14 leden van de groep HEIN werden in de eerste vijf maanden van 1945 gedood.
De mens
  • Het recht heeft gezegevierd, alhoewel het onbegrijpelijk blijft dat zoveel mensen het  nationaalsocialisme hebben omarmd.
  • Het zijn mensen die andere mensen ontmenselijken.
  • De keuze welk mens een mens wil zijn, is een keuze die de mens zelf bepaalt.

Hoe gaat het veranderende poolgebied Nederland beïnvloeden?

Woensdagavond 18 maart 2026
 
Lezing van Maarten Loonen over een veranderend Antarctica

















Effecten van de opwarming van het Noordpoolgebied
Ecoloog Maarten Loonen gaat al 35 jaar elke zomer naar Spitsbergen om daar biologisch onderzoek te doen. 
Loonen heeft het Noordpoolgebied zien veranderen door klimaatverandering. Die klimaatverandering heeft gezorgd voor sterke lokale effecten, die ook gevolgen zullen hebben voor Nederland. 
Tijdens zijn lezing legt Maarten vanavond uit waarom het Noordpoolgebied sneller opwarmt dan de rest van de wereld en wat daarvan de effecten zijn voor het lokale dierenleven, de ganzen, de rendieren en de ijsberen. 
Wat gebeurt er als de ijskap van Groenland smelt, en hoe wordt dat gemeten? 
Wat zijn nog onzekerheden in de klimaatmodellen, en wat kunnen wij doen om ons te beschermen?
Deze avondlezing wordt vanavond in De Beurs te Leeuwarden georganiseerd door Studium Generale Leeuwarden. Studium Generale Leeuwarden is  een initiatief van Campus Fryslân - University of Groningen, NHL Stenden Hogeschool en Tresoar te Leeuwarden.

Maarten Loonen 
Maarten Loonen werkt op het Arctisch Centrum van de Rijksuniversiteit Groningen. Als ecoloog bestudeert hij de interactie tussen trekvogels en hun omgeving. 
Door zijn jaarlijks verblijf van twee maanden in het noordelijkste dorp van de wereld, bevat zijn lezing vanavond niet alleen verhalen over dieren, maar ook over de gevolgen van klimaatverandering. 
Door gesprekken met wetenschappers uit allerlei landen en vanuit alle disciplines heeft Maarten veel geleerd. 
Sinds 2021 geeft hij aan Campus Fryslân een cursus over zijn wetenschappelijke kennis en ervaringen, die hij vanavond ook in zijn lezing graag met ons wil delen.

Veranderingen en gevolgen
  • Een groot deel van de CO2 wordt op aarde opgenomen, maar er blijft een aanmerkelijk deel over, dat zorgt voor de opwarming van de aarde.
  • De zeespiegel wordt alsmaar hoger; niet alleen door meer water, maar ook door de opwarming van het water, dus door de hogere temperaturen van het daardoor uitzettende water.
  • In het Noordpoolgebied gaat de opwarming aanzienlijk sneller dan op de rest van de aarde.
  • In de Atlantische Oceaan was in 1980 zo'n 35% van het ijs ouder dan 4 jaar, en in 2023 was dat nog maar 3%. 
  • Zee-ijs wordt overigens nooit dikker dan 4 meter; dat is haar een natuurlijke maximum dikte.
  • In zo’n 30 jaar tijd is ongeveer de helft van alle arctische ijs verloren geraakt.
  • CO2, Methaan en Stikstofoxide zijn de opwarmende gassen in de atmosfeer die ontzettend toenemen. CO2 is dan wel een grote boosdoener (zijnde 30% van het opwarmingseffect), maar CO2 is daarentegen wel onmisbaar, want zonder deze broeikasgassen zou de aarde onleefbaar zijn met zo’n 18 graden onder nul. Door deze gassen is de huidige gemiddeld temperatuur op aarde zo’n 15 graden Celsius.
  • Zee-ijs sluit de Arctische Oceaan af van de atmosfeer en voorkomt de warmteoverdracht tussen de warme oceaan beneden en de koude atmosfeer boven ons. 
  • Geen ijs zou een warmere atmosfeer geven. Warme lucht bevat meer waterdamp. En waterdamp verwarmt de atmosfeer (net zoals CO2).
  • We zien grote veranderingen rond Spitsbergen; een omgeving waar relatief veel ijs is verdwenen. 
  • Als we in de zomer meer wolken hebben, keren die wolken de zonnewarmte, en regent het meer. De  hoeveelheid regen is in het Arctische gebied in de loop der jaren fors toegenomen. 
  • Zelfs in de winter heb je in het Arctische gebied al dat de temperatuur boven het vriespunt komt. De sneeuw bouwt daardoor niet snel meer op.
  • Het winterseizoen is in het Arctisch gebied ook korter geworden. In 30 jaren is dat al een maand opgeschoven.
  • In Alesund konden de inwoners tot 2007 het fjord nog wel oversteken over ijs, en sinds dat jaar heeft het nooit meer gekund. 
  • In 1994 stierf de helft van het aantal rendieren, omdat er regen viel op de sneeuw, en daarop ijzel ontstond, waardoor de rendieren niet meer bij de vegetatie konden komen. Poolvosjes kregen daardoor daarentegen ineens heel veel voedsel. Daardoor zijn er heel veel poolvosjes gekomen, en de ouders daarvan brengen de kuikens van bijvoorbeeld de ganzen naar de jongen, die ze leren begraven als rantsoen voor het winterseizoen. Alle kuikens werden in dat jaar opgegeten, en veel volwassen ganzen ook.
  • Ook het aantal ijsberen neemt toe. De ijsberen waren voorheen al afgeschoten, onder andere met behulp van speciale ijsbeervallen. Daardoor konden de brandganzen op de eilanden van de ijsberen gaan broeden. Maar omdat de ijsberen nu beschermd zijn, zie je ze weer terug komen op de elanden waar de brandganzen broeden. De ijsberen eten de eieren van de brandganzen. Op zo’n eiland kunnen in één zomer alle eieren weg-eten, waardoor de brandganzenpopulatie op zo’n eiland verdwijnt. Ook de burgemeestermeeuwen eten van die brandganzeneieren, waardoor er geen jongen komen.
  • Het aantal ijsberen neemt fors toe. Het vrouwtje houdt de jongen zo’n twee jaar bij zich. 
  • Omdat er ook nog baardrobben in het fjord verblijven, zijn die prooi voor de ijsbeer.
  • De brandganzen komen in het voorjaar vanuit Schotland. Ze vliegen naar het hoge noorden, naar Spitsbergen. Ze volgen daarbij het eiwitrijke gras, en dat doen ze tot aan Spitsbergen.
  • De ganzen moeten continu eten in de zomer. Ze zijn de hele dag bezig met snelle voedselvertering. De rendieren eten de keutels van de ganzen, omdat hun spijsvertering nog iets kan met de (te) snel en deels verteerde grasresten in de keutels van de ganzen. 
  • Zowel de ganzen als de rendieren zijn heel selectief met het vergaren van hun voeding.
  • Op Spitsbergen komt Maarten Loonen elk jaar om te constateren of en wanneer de ganzeneieren uitkomen. 
  • De ganzen zijn steeds eerder gekomen om de eieren te leggen, hetgeen te maken heeft met het eerder sneeuwvrij worden van de toendra. Dat is inmiddels 3 weken eerder, en mede daarom zie je dat de eieren van de ganzen ook al twee weken eerder uitkomen.
  • Alle Arctische gletsjers zijn enorm aan het terugtrekken. De ijsmassa is ontzettend sterk teruggetrokken, zo’n 300-750 meter per jaar. Zo zie je dat het ijs op het water terugtrekt, totdat er alleen nog ijs blijft liggen op het land.
  • Door de heldere lucht kun je op Spitsbergen heel ver kijken, tot wel enkele tientallen kilometers.
  • De echte ijskappen zijn van Groenland en Antarctica. Als alle ijs op Groenland smelt, stijgt de zeespiegel enorm. 
  • Al Gore overtuigde de wereld al dat er iets aan de hand was. 
  • Nederland zal niet heel snel in gevaar komen door het smelten van de ijskap. De zeespiegel in Groenland is veel hoger dan in Nederland. Als de ijskap echter helemaal smelt, zou Nederland nog net op het punt zitten waar niet veel gebeurt, maar in de Stille Zuidzee (dus nog veel zuidelijker dan Nederland) wordt het catastrofaal.
  • Satellieten meten en constateren de afname van de ijskap. Groenland smelt twee keer zo snel als Antarctica.
  • Op Antarctica smelt het ijs, en het kalft ook af door het steeds warmere water van de oceaan.
  • Bij klimaatverandering, krijgen we in Nederland meer droogte, overstromingen, natuurbranden, toenemende neerslag en migratie.
  • We hebben nog steeds de toekomst in eigen hand. Alle kleine beetjes helpen.

Gemeenteraadsverkiezingen 2026 ook in Hijum

Woensdag 18 maart 2026
 
De partijen waarop je kunt stemmen in de gemeente Leeuwarden





















Quotes voor de kiezer
  • Fijn wonen, werken, leven. Met alle plezier.
  • Ek foar dy, ook voor jou.
  • Samen verder.
  • Samen verantwoordelijk.
  • Het kan wél.
  • Opstaan voor het goede.
  • Maak Leeuwarden betaalbaar.
  • Iedere dag Beter.
  • Mensen boven systemen.
  • Hèt grassroots alternatief.
  • Leeuwarden natuurlijk.
Dat zijn zo de spreuken waarmee we worden opgeroepen om deel te nemen aan de Gemeenteraadsverkiezingen van vandaag, en dat zijn ook de richtingwijzers die de politieke partijen in de gemeente Leeuwarden poneren om ons rode potlood neer te laten komen bij hun partij op het stembiljet.

Vandaag is het zover
We kunnen ons begeven naar dorpshuis De Kampioen in het Friese Hijum.
Daar zitten vanmorgen drie heren op een rij achter hun tafel om met groot verantwoordelijkheidsgevoel hun taak overeenkomstig alle geldende regelingen uit te voeren.
Volgens het gebruikelijke stramien wordt mij een stembiljet overhandigd, waarmee ik mijn stem kan uitbrengen, om tot slot het stembiljet in de stembus te deponeren.
En dan nu maar afwachten wat de resultaten zullen zijn van deze gemeenteraadsverkiezingen van vandaag.

donderdag 19 maart 2026

De rijkdom van het riool

Dinsdagavond 17 maart 2026
 
Presentatie in Wetsus over de rijkdom van het riool

















Watertechnologie-maand
Het Europees expertisecentrum voor duurzame watertechnologie Wetsus en de Leeuwarder Courant organiseren in deze maand maart 2026 – in de door hen zo genoemde ‘Watertech-maand’ - samen vijf lezingen, waarin wetenschappelijk onderzoek en praktische toepassingen van watertechnologie centraal staan. 
Na het succes van de vorige lezingen-editie in 2024 zijn opnieuw actuele en uitdagende thema’s binnen de watertechnologie geselecteerd. 
In deze vijf lezingen van 2026 staan vragen centraal als: 
Wat zijn de problemen en uitdagingen rond water? 
Wat doen technologen en bedrijven om deze aan te pakken? 
En wat kan ik zelf doen?
Deze vijf publiekslezingen vinden ’s avonds plaats in het gebouw van Wetsus in Leeuwarden.
De eerste lezing op 3 maart 2026 ging over ‘Stikstof voor het oprapen’.
De tweede lezing op 10 maart 2026 ging over: 'PFAS naar de bliksem'.
Het thema van de derde lezing op 17 maart 2026 is: 'De rijkdom van het riool'.

Bijdrage van watertechnologie aan oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken
In deze lezingenserie gaan we de wereld van wetenschap en innovatie ontdekken.
De lezingen worden gegeven door onderzoekers van Wetsus. 
Ondernemers die rond de besproken technologie bedrijven hebben gebouwd, vertellen vervolgens hoe dit in de praktijk uitpakt.
Onderzoekers van Wetsus en experts uit het bedrijfsleven nemen ons op die wijze mee in hun onderzoek en laten zien hoe watertechnologie bijdraagt aan oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken van vandaag en morgen. 
In het voorgaande weekend laat de Leeuwarder Courant ons in haar krant kennismaken met het onderwerp en met de betrokkenen van de komende lezing, en tijdens de lezing wordt dan nader op het thema van de lezing-avond ingegaan.

Leon Korving & Jouke Boorsma over de rijkdom van het riool
Irene Overduin – waterjournaliste voor de Leeuwarder Courant – heet eerst alle aanwezigen welkom. 

Leon Korving
Vanavond wordt de derde lezing 'pingpongend' verzorgd door Wetsus-onderzoeker Leon Korving & Jouke Boorsma van Aquaminerals, die ons om de beurt vertellen over de schat aan waardevolle grondstoffen (zoals het schaarse fosfaat) die je uit het riool kunt terugwinnen, om ze vervolgens te vermarkten. We zouden dus rijker van het riool kunnen worden als we er met een circulaire blik naar kijken. 
Die winst in euro’s is echter nog niet eens het belangrijkste, want vooral de gezondheidswinst is het grootste goed van bovengenoemde terugwinning van grondstoffen uit het riool. 

Jouke Boorsma
Het bedrijf Aquaminerals (waar Jouke Boorsma werkt) verbindt waterschappen met waterbedrijven.

Waardeloos of waardevol
  • De rioolwaterzuivering begon aanvankelijk met de 'tonnetjes'inzameling, waarvan de inhoud uiteindelijk terecht kwam in de landbouw. Door de uitvinding van de  kunstmest, stopte dit proces.
  • John Snow zag het verband tussen slechte sanitatie en cholera-uitbraken. Resultaat van die constatering was dat rioolwater apart werd ingezameld (zo rond het jaar 1854). 
  • Hoe meer sanitatie, hoe minder diarree-gevallen, dus een goede sanitatie helpt wereldwijd wel degelijk. Daarnaast voorkomt het ook heel veel andere ziektes.
  • Tegenwoordige rioolwaterzuiveringen werken met een biologisch actief slibsysteem. Resultaat is schoon water en slib. Dat rest-slib wordt verbrand in verbrandingsinstallaties. Geprobeerd wordt om dat op afzienbare termijn beter te gaan doen, want momenteel rijden we daardoor nog met veel water (rest in het slib) van de rioolwaterzuiveringsinstallaties naar de verbrandingsovens.
  • In rioolwater zit onder andere voedsel, water, warmte, medicijnen en persoonlijke verzorgingsproducten. Dat gaat allemaal het riool in. Het kost momenteel zo’n 63 euro om circa 4.000 euro aan reststoffen uit het rioolwater te halen.
  • We hebben hoge ambities, want we willen naar: klimaatneutraal en duurzaam.
  • Fosfaat halen we nu van buiten Europa, terwijl we vanuit het rioolwater zelf het fosfaat zouden kunnen halen.
  • We kunnen nu al wel degelijk uit rioolwater winnen wat van waarde is. Dat je zoveel stoffen in voldoende mater uit rioolwater haalt, betekent wel dat je dat dan uit miljoenen liters water moet halen. Je hebt dus veel massa nodig qua input en qua output.
  • Waardevol zijn daarin de organische stoffen, de nutriënten (zoals stikstof, kalium, fosfaat), de warmte en het water.
  • Waardeloze delen zijn vaak nog in te kleine hoeveelheden terug te winnen, of ze verpesten in het proces de terugwinning van de andere, waardevolle nutriënten. Zulke problematische stoffen zijn bijvoorbeeld: medicijnresten, of overige stoffen zoals vochtige doekjes, verfresten en andere chemicaliën, frituurvet en oude medicijnresten. Dat moet allemaal beslist niet in het riool terechtkomen. Daarnaast wil je in het rioolwater eigenlijk ook geen microplastics, zepen, shampoos en stoffen zoals Diclofenac,  Al die zaken zijn heel moeilijk uit het rioolwater te halen. 
Water
  • Water wordt als grondstof heel vaak vergeten, terwijl water voor ons allen wel heel belangrijk is.
  • Er ontstaat grote paniek (in een denkbare situatie) als we in Nederland te maken krijgen met een watertekort.
  • We moeten proberen minder water te gaan gebruiken, naar maximaal 100 liter per persoon per dag. Dat halen we nu echter nog niet.
  • Afvalwater uit rioolwaterzuiveringsinstallaties wordt geloosd in het oppervlaktewater. Industrie loost daar ook op, en datzelfde geldt ook voor de landbouw. 
  • Het helpt al geweldig om medicijnresten uit rioolwater te halen. De rioolwaterzuiveringsinstallatie halen er wel iets uit, maar dat moet veel meer worden, wat overigens wel veel energie kost.
  • Actieve koolinstallaties doen het heel goed in de waterzuivering. De puurwaterfabriek in Emmen wordt daarvan als goed voorbeeld genoemd. 
Organische stof
  • Organische stof is energie, denk in dat kader maar aan de productie van groene energie.
  • Biogas komt ook vrij uit de waterzuivering. Van biogas kun je groen gas maken via membraanscheiding.
  • Het CO2-gas wat je overhoudt, kun je vloeibaar maken. Dat kan nu al op twee plekken in Nederland, waarna het wordt vermarkt, hetgeen bijvoorbeeld nu al naar de glastuinbouw gaat, die het heel graag wil hebben.
  • Koolstoffen zou je kunnen omzetten naar biopolymeren, bijvoorbeeld gel kun je van slib maken. Zulk gel is sterk brandvertragend, maar dat gel kan ook heel goed water vasthouden). 
  • Denk verder ook aan cellulose als zeefgoed, of als afbreekbare plasticvervangers. Ook kun je van cellulose bindmiddelen maken, waarmee je bijvoorbeeld houtdeeltjes kunt verlijmen. 
  • Bacteriën doen daartoe het werk om dit allemaal mogelijk te maken. We moeten dan wel de juiste bacteriën selecteren en ze stimuleren, opdat ze goed gaan functioneren. 
  • Cellulose kan ook de coating gaan vormen van kunstmestkorrels. Verder kun je het gaan gebruiken voor zelfhelend beton. Of je maakt er afbreekbare klemmetjes voor ten behoeve van tomatenstengels, die je dan na het oogsten van de tomaten samen kunt composteren.
  • Uitdaging is nu nog om de productie van de gewenste stoffen op te schalen, om het ook aantrekkelijk te maken voor de markt, die volume nodig heeft voor dergelijke toepassingen.
Nutriënten
  • Fosfaat is de meest cruciale nutriënt in rioolwater. Fosfaat wordt vooral voor kunstmest gebruikt, en voor de kleine rest ook nog wel voor andere zaken.
  • Zonder fosfaat kunnen wij als mens niet leven. 
  • Fosfaat is nog maar uit een klein aantal landen af te halen, met name Marokko. En daarnaast ook nog een klein deel uit landen als Rusland, Irak en China, waar we tegenwoordig liever niet afhankelijk van willen zijn. 
  • Struviettabletten kun je gebruiken als voedingsstof in je tuinvijver. Ook dit wordt gewonnen uit rioolwater. Met struviet kun je veel fosfaat terugwinnen uit rioolwater. Dat kan ook met vivianiet, wat ook uit rioolwaterzuivering ontstaat. Vroeger werd dit als Haarlems blauw ook nog door de Hollandse meesterschilders gebruikt als verfkleurstof.
  • Het gewonnen ijzer kun je gebruiken als kunstmest, en ook kun je er batterijen van maken, namelijk een zogenoemde lithiumijzerfosfaatbatterij.
  • Ook stikstof kun je uit het rioolwater halen. Stikstof is niet schaars. De productie ervan kost momenteel veel energie. 
  • Verder vormt zich lachgas, wat behoorlijk schadelijk is voor de opwarming van de aarde. 
  • Wetsus probeert de technieken van de toekomst te bedenken, waarmee we in rioolwaterzuiveringsinstallaties de stoffen niet meer hoeven af te breken, maar dat we die stoffen met die nieuwe technieken terug kunnen winnen. Dan levert het tenminste iets op.
  • Zo zou je op termijn alle organische materiaal eruit willen halen, daarna aan stikstofwinning doen, en daarna fosfaatwinning, en daarna dan ook nog de medicijnrestenverwijdering. Dát zou de rioolwaterzuivering van de toekomst moeten worden. 
Tot besluit
Hiertoe zit ons nog wel iets in de weg. Dat is namelijk wat we als consumenten acceptabel vinden, en daarnaast ook wat we qua (overheids)regelgeving acceptabel achten. Je moet namelijk in bestaande systemen inbreken.
De overheid werpt (nog) allerlei barrières op, en dat doen veel bedrijven helaas ook (nog). 
Het is dus (nog) geen gemakkelijk te bewandelen weg om bovengenoemde ambities en processen allemaal te realiseren. Maar het is het wel waard, want ... we kennen de rijkdom van het riool.