donderdag 15 oktober 2026

PeerkePad- Etappe 12 Zuidwaarts van Valentinuskapel naar Achelse Kluis

Maandag 12 oktober 2026
 
Op de Nederlands-Belgische grens bij de Achelse Kluis

















PeerkePad tussen Wittem & Tilburg
Het PeerkePad is onder andere een wandelroute van circa 165 kilometer tussen het Nederlands-Limburgse dorpje Wittem en de Brabantse stad Tilburg, aangevuld met zeven rondwandelingen.
Deze wandelroute (sinds 2009) laat je lopen door de verrassend mooie bos- en weidegebieden van de Brabantse en (Belgisch-)Limburgse Kempen, door de Maasvallei en door het Limburgse Heuvelland.  
De bijbehorende wandelgids beschrijft deze route zowel noord- als zuidwaarts in zeven of acht trajecten.
Deze wandelroute is helaas niet gemarkeerd en verbindt twee bedevaartsoorden met elkaar, namelijk Wittem (het klooster als bedevaartsoord in het redemptoristenklooster dat aan de heilige Gerardus Majella is gewijd) & Tilburg (waar de zalig verklaarde Peerke Donders is geboren).

Resterende zeven zuidwaartse halve rondwandelingen
Dit jaar (2026) hebben Durkje & ik samen met Durkje haar broer Eelke & schoonzus Ike het PeerkePad noordwaarts bewandeld, zonder onderbreking van Wittem naar Tilburg. Dat deelden we op in eerst een vijfdaagse van 8 tot en met 12 juni 2026, namelijk van Wittem naar Schaft; en tenslotte tien dagen later nog een vierdaagse van 22 tot en met 25 juni 2026, van Schaft naar Tilburg.
Op die route noordwaarts hebben we van de zeven rondwandelingen van het Peerkepad alleen de noordwaarts gerichte delen bewandeld.
Daarom resteren nog de zuidwaartse delen van die zeven rondwandelingen, die wij nu in de periode van 11 tot en met 14 oktober 2026 zullen gaan bewandelen, hetgeen er dan uiteindelijk in resulteert dat we ook de zeven rondwandelingen van het Peerkepad geheel hebben bewandeld; immers twee keer de halve, eerst noordwaarts en nu zuidwaarts.

Etappe 12 van Valentinuskapel naar Achelse Kluis
Vanmorgen wandelen Durkje en ik de twaalfde etappe (de derde zuidwaarts) van het Peerkepad, van de Valentinuskapel van het Noord-Brabantse Westerhoven naar de Achelse Kluis op de grens van Nederland en België, over een afstand van 11,4 kilometer.
Vanmiddag reizen we daarna nog door van het Noord-Brabantse Westerhoven door België naar het Limburgse Veldschuur-Meers-Stein aan de Maas.
We staan om 07:00 uur op, en ontbijten in onze caravan op D'n Droom Minicamping in het Brabantse Westerhoven. Deze camping gebruiken we gedurende de eerste twee wandeldagen namelijk als uitvalsbasis.  
Om 8:15 uur en rijden we met de auto – met de fietsen achter op het fietsenrek - naar het eindpunt van de eerste etappe van vandaag, namelijk naar de Achelse Kluis, het voormalige kloostercomplex dat precies op de grens van Nederland en België ligt, waar we de auto parkeren. Het is nog maar 2 graden Celsius, en het ijs zit op de ramen van de auto als we willen vertrekken.
Dan fietsen we om 8:45 uur door de winterse kou van deze ochtend van de Achelse Kluis de 11,1 kilometers naar onze camping bij Westerhoven, want vanaf deze minicamping D’n Droom begint onze ochtendetappe vandaag. 
We stallen de fietsen bij onze caravan, en drinken bij de caravan eerst een kop koffie alvorens we beginnen aan deze etappe om 9:40 uur.

Eerst naar de Valentinuskapel
Omdat we dit rondje beginnen bij de Valentinuskapel lopen we eerst in noordelijke richting naar het beekje de Keersop.  
Het is onbewolkt, dus helemaal helder, en er ligt een deken van ochtendnevel over het veld, hetgeen tot sprookjesachtige taferelen leidt.
Als we bij de brug over de Keersop komen, en het dorp Westerhoven verderop zien liggen, nemen we een bospad door het beekdal van de Keersop.
Door de combinatie van nevel, dauw en rijp is het landschap rondom ons schilderachtig mooi.
Nadat we de Keersop zijn overgestoken, komen we langs enkele grazende koeien, die hier in het beekdal van de Keersop leven.
Waar we aankomen op de Loverensedijk, staat de Valentinuskapel bij de brug over de Keersop.
We bezoeken de Valentinuskapel; gaan er naar binnen.
Deze kapel staat op de oever van de Keersop te midden van enkele prachtige bomen die deels over de beek hangen.

Over zandpaden en door bos richting Borkel
Aan het eind van de Loverensedijk steken we de Weerderdijk over, om vervolgens over het mooie brede bospad van De Breeputte en ook verderop op de Oude Borkelsedijk langs het hekwerk van het recreatiepark De Kempervennen te lopen.
Waar we van De Breeputte over gaan op de Oude Borkelsedijk hebben we tussen de bomenrij door een heel duidelijk zicht op onze minicamping D’n Droom.
Ook onze caravan zien we duidelijk staan op die camping waar we nu drie nachten hebben overnacht.
Voorbij het buurtschap Klein Borkel gaat het voort over een prachtig bospad in de richting van de Luikerweg.
De drukke Luikerweg steken we over ter hoogte van het oorlogsmonument dat hier is opgericht om ons blijvend te herinneren aan de Operatie Market Garden, waarmee deze plek de eerste plek werd van bevrijd Nederland aan het eind van de Tweede Wereldoorlog.
 
Borkel en Schaft
Om 11:10 uur wandelen we de bebouwde kom van Borkel binnen.
In Borkel passeren we een kleine Mariakapel langs de weg. 
Daarnaast staat de voormalige melkfabriek te koop, waarin zich momenteel drie woonunits bevinden. En daarnaast staat een mooie witte dorpsmolen.
Deze molen is de Sint Antonius Abt Molen.
De molen is momenteel niet open voor publiek, maar we kunnen er door de kruiden- en heemtuin wel half om heen lopen.
Op het dorpsplein bij de plaatselijke muziekkoepel vinden we een bankje dat heerlijk op de zon staat. Voor ons is dit de plek bij uitstek voor onze broodje- met koffiepauze. Een oudere man roept ons toe dat we hier ‘zo schoon’ kunnen zitten.
Aan het eind van dit dorpsplein lopen we langs de Sint-Servatiuskerk, die helaas gesloten is.
Om 11:40 uur steken we het riviertje de Dommel over, en direct erna wandelen we voorbij Borkel de plaats Schaft binnen.
In Schaft passeren we evenals in Borkel ook een Mariakapelletje langs de weg, maar deze Maria heeft het kindje Jezus op de verkeerde arm, zo lazen we zojuist op een informatiepaneel in Borkel. 
Voordat we Schaft verlaten, zien we links van de weg het weilandje met een stenen hut erbij, waar wij afgelopen juni onze vierdaagse op het Peerkepad beëindigden, en tien dagen later vanaf hier met een driedaagse vervolgden.

Van Nederland naar België
We verlaten Schaft over de Grensweg, en verlaten die even later al weer om het veldpad van de Wolfsven op te gaan.
Na het oversteken van een verkeersweg moeten we conform de routebeschrijving verder over de doodlopende Wolfsven om verderop over onverharde paden de grensrivier tussen Nederland en België over te steken. Als we echter op de Wolfsven lopen, worden we ingehaald door de boerin in haar auto. Zij vertelt vriendelijk dat het niet is toegestaan om deze weg te vervolgen omdat die voortgaat over een niet toegankelijke akker. Als alternatief adviseert ze ons hier om te keren, om verderop over een fietspad op enige afstand van de Wolfsven parallel aan de Wolfsven naar de Achelse Kluis te lopen. Wandelaars mogen hier dus niet over de Wolfsven naar de Achelse Kluis lopen.
We volgen het advies op van de boerin, die zojuist haar kinderen uit school heeft gehaald voor de middagpauze thuis.
Om 12:35 uur passeren we het veldkruis met daaraan het beeld van de gekruisigde Jezus, en daarmee naderen we de Achelse Kluis.
Maar eerst moeten we nog via een brug de rivier de Tongelreep oversteken. 
En dan krijgen we op enige afstand voor het eerst zicht op de kloostergebouwen van de Achelse Kluis.
Om 12:45 uur steken we de witte streep op het wegdek over tussen de beide landsvlaggen, waarmee we de landsgrens oversteken van Nederland naar België. 
Links en rechts van de weg staat het prikkeldraad-monument voor de zogenoemde Doodendraad, dat ons herinnert aan de Eerste Wereldoorlog, toen de Duitsers dit dodendraad op de landsgrens tussen België en Nederland spanden om te voorkoen dat jonge Belgische mannen zich zouden groeperen om vanuit Nederland tegen de Duitsers in België te vechten teineinde hun thuisland te bevrijden.
Links gaat een paadje het bos in, over een zogenoemd smokkelpad, waar ook een kunstwerk aandacht vraagt voor de voormalige smokkelroute tussen België en Nederland.
De grote teleurstelling van de dag is het feit dat het hele grote kloostercomplex van de Achelse Kluis vandaag gesloten is, dus we kunnen door geen enkele poort het kloostercomplex binnen gaan.

Van Noord-Brabant via België naar Nederlands Limburg
Daarom stappen we in de auto, en rijden we terug naar onze camping in Westerhoven. Daar maken we de caravan klaar voor vertrek, en dan rijden we van Westerhoven door België naar camping  Aan de Diek in Veldschuur-Meers-Stein aan de Maas, waar we de komende drie nachten zullen kamperen, en die we voor de komende twee wandeldagen gaan gebruiken als uitvalsbasis.
Op deze nog maar anderhalf jaar oude camping op het terrein van een voormalige boerderij voor slachtvee en varkens staan vannacht twee caravans, een camper, twee kampeerbussen en een trekkerstentje van een fietsster.
Morgen wandelen we in Belgisch Limburg en overmorgen in Nederlands Limburg.

PeerkePad- Etappe 11 Zuidwaarts van Middelbeers naar Vessem

Zondagmiddag 11 oktober 2026
 
Op de Landschotse Heide

















PeerkePad tussen Wittem & Tilburg
Het PeerkePad is onder andere een wandelroute van circa 165 kilometer tussen het Nederlands-Limburgse dorpje Wittem en de Brabantse stad Tilburg, aangevuld met zeven rondwandelingen.
Deze wandelroute (sinds 2009) laat je lopen door de verrassend mooie bos- en weidegebieden van de Brabantse en (Belgisch-)Limburgse Kempen, door de Maasvallei en door het Limburgse Heuvelland.  
De bijbehorende wandelgids beschrijft deze route zowel noord- als zuidwaarts in zeven of acht trajecten.
Deze wandelroute is helaas niet gemarkeerd en verbindt twee bedevaartsoorden met elkaar, namelijk Wittem (het klooster als bedevaartsoord in het redemptoristenklooster dat aan de heilige Gerardus Majella is gewijd) & Tilburg (waar de zalig verklaarde Peerke Donders is geboren).

Resterende zeven zuidwaartse halve rondwandelingen
Dit jaar (2026) hebben Durkje & ik samen met Durkje haar broer Eelke & schoonzus Ike het PeerkePad noordwaarts bewandeld, zonder onderbreking van Wittem naar Tilburg. Dat deelden we op in eerst een vijfdaagse van 8 tot en met 12 juni 2026, namelijk van Wittem naar Schaft; en tenslotte tien dagen later nog een vierdaagse van 22 tot en met 25 juni 2026, van Schaft naar Tilburg.
Op die route noordwaarts hebben we van de zeven rondwandelingen van het Peerkepad alleen de noordwaarts gerichte delen bewandeld.
Daarom resteren nog de zuidwaartse delen van die zeven rondwandelingen, die wij nu in de periode van 11 tot en met 14 oktober 2026 zullen gaan bewandelen, hetgeen er dan uiteindelijk in resulteert dat we ook de zeven rondwandelingen van het Peerkepad geheel hebben bewandeld; immers twee keer de halve, eerst noordwaarts en nu zuidwaarts.

Etappe 11 van Middelbeers naar Vessem
Vanmiddag wandelen Durkje en ik de elfde etappe (de tweede zuidwaarts) van het Peerkepad, van het Noord-Brabantse Middelbeers naar Vessem, over een afstand van 11,4 kilometer.
Vanmorgen wandelden we voorafgaand al de tiende etappe, van Tilburg naar Moergestel.
We stonden vanmorgen om 07:00 uur op, en ontbeten toen in onze caravan op D'n Droom Minicamping in het Brabantse Westerhoven. Deze camping gebruiken we gedurende de eerste twee wandeldagen namelijk als uitvalsbasis.
Na onze ochtendwandeling zijn we met de auto – met de fietsen achter op het fietsenrek – van Tilburg naar het eindpunt van de tweede etappe van vandaag gereden, namelijk naar de Pelgrimsherberg Kafarnaüm in Vessem, waar we de auto parkeren.
Dan fietsen we van de pelgrimsherberg vanuit Vessem de 7,5 kilometers naar het sportpark van Middelbeers, want daar begint onze middagetappe vandaag. 
We stallen de fiets op het terrein bij het sportpark en beginnen deze etappe daar dan om 13:50 uur.

Langs de Landschotse Heide richting Vessem
Voorbij Middelbeers lopen we over de Kromvensedijk door een bosperceel. Als we de bosrand bereiken, zien we vóór ons de uitgestrekte vlakte van de laagliggende Landschotse Heide.
Als we over een bospad langs de rand van de Landschotse Heide lopen, zien we hier en daar mooie zwammen.
Voorbij dit heidegebied gaat de route verder over mooie onverharde veldpaden, op de grens van bos en open veld.
Na het oversteken van een asfaltweg gaat de Landschot over in een ruig zandpad in de vorm van een onverhard karrenspoor.
Links van de Landschot zien we in een weiland een mooi vormgegeven hooibult. 
We gaan hier voort over een prachtig pad tussen akkers, grasland en bos.
Om 15:30 uur naderen we Vessem al. We komen op een bospad, dat is afgesloten voor gemotoriseerd verkeer middels een dikke boomstam die de doorgang verspert. Wel hangt er een houten bord aan die boomstam waarop staat dat we hier een Wandelpad op gaan.
Een kwartier later wandelen we de bebouwde kom van Vessem binnen.

Ontmoeting met andere pelgrims in de Pelgrimsherberg Kafarnaüm te Vessem
In Vessem komen we eerst langs de Jacobushoeve. Die lijkt gesloten. We zien geen gasten, en het terras is ook niet in gebruik.
Daarom lopen we door in de richting van de Sint-Lambertuskerk van Vessem, waarin vandaag overigens een kunstbeurs wordt gehouden.
Net voorbij deze Vessemse kerk arriveren we bij de Pelgrimsherberg Kafarnaüm.
We gaan er naar binnen, en worden daar door één van de beide hospitalera’s direct hartelijke welkom geheten, en krijgen koffie aangeboden. 
Aan tafel zit ook nog een derde vrouw, die vandaag hier is gearriveerd om vannacht als pelgrim te overnachten in deze pelgrims-herberg van Vessem. Deze pelgrim Maaike uit Diemen bewandelt in afzonderlijke delen het Pelgrimspad, en beëindigt hier vandaag (tijdelijk) haar meerdaagse tocht op het Pelgrimspad van Amsterdam richting Maastricht. Ze heeft de Camino Portugués al gelopen, en ook de Camino Franchés al tot aan Sahagun. De hospitalera aan tafel heeft vooral pelgrimservaring opgedaan in Italië.
Onder het genot van koffie hebben we veel om van elkaar te horen en aan elkaar te vertellen, dus een uur is dan in zo’n pelgrimsherberg gevoelsmatig heel snel om.
Maar ja, het einde van de middag is in zicht, en wij moeten terug naar onze camping, dus we nemen afscheid van de dames in de pelgrimsherberg.

Zonnige zondag in oktober
We stappen bij de kerk en herberg in de auto, en rijden dan terug naar Middelbeers, waar onze fietsen staan.
Tot slot rijden we terug van Middelbeers naar onze camping D’n Droom te Westerhoven.
Met de twee etappes van vandaag afgerond, hebben we totaal 10,2 + 7,5 = 17,7 kilometer gefietst en 10,0 + 11,4 = 21,4 kilometer gelopen. 
Toen we vanmorgen vanaf de camping vertrokken, had het net even geregend, en was het 6 graden Celsius. Gedurende de beide etappes van deze wandeldag schijnt de zon uitbundig, en loopt de temperatuur op naar 17 graden Celsius. Kortom, heel mooi wandelweer, als een zonkadootje op deze zonnige zondag.

PeerkePad- Etappe 10 Zuidwaarts van Tilburg naar Moergestel

Zondag 11 oktober 2026
 
In de kapel van de Sint-Ceciliakerk van Berkel-Enschot

PeerkePad tussen Wittem & Tilburg
Het PeerkePad is onder andere een wandelroute van circa 165 kilometer tussen het Nederlands-Limburgse dorpje Wittem en de Brabantse stad Tilburg, aangevuld met zeven rondwandelingen.
Deze wandelroute (sinds 2009) laat je lopen door de verrassend mooie bos- en weidegebieden van de Brabantse en (Belgisch-)Limburgse Kempen, door de Maasvallei en door het Limburgse Heuvelland.  
De bijbehorende wandelgids beschrijft deze route zowel noord- als zuidwaarts in zeven of acht trajecten.
Deze wandelroute is helaas niet gemarkeerd en verbindt twee bedevaartsoorden met elkaar, namelijk Wittem (het klooster als bedevaartsoord in het redemptoristenklooster dat aan de heilige Gerardus Majella is gewijd) & Tilburg (waar de zalig verklaarde Peerke Donders is geboren).

Resterende zeven zuidwaartse halve rondwandelingen
Dit jaar (2026) hebben Durkje & ik samen met Durkje haar broer Eelke & schoonzus Ike het PeerkePad noordwaarts bewandeld, zonder onderbreking van Wittem naar Tilburg. Dat deelden we op in eerst een vijfdaagse van 8 tot en met 12 juni 2026, namelijk van Wittem naar Schaft; en tenslotte tien dagen later nog een vierdaagse van 22 tot en met 25 juni 2026, van Schaft naar Tilburg.
Op die route noordwaarts hebben we van de zeven rondwandelingen van het Peerkepad alleen de noordwaarts gerichte delen bewandeld.
Daarom resteren nog de zuidwaartse delen van die zeven rondwandelingen, die wij nu in de periode van 11 tot en met 14 oktober 2026 zullen gaan bewandelen, hetgeen er dan uiteindelijk in resulteert dat we ook de zeven rondwandelingen van het Peerkepad geheel hebben bewandeld; immers twee keer de halve, eerst noordwaarts en nu zuidwaarts.

Etappe 10 van Tilburg naar Moergestel
Vanmorgen wandelen Durkje en ik de tiende etappe (de eerste zuidwaarts) van het Peerkepad, van het Noord-Brabantse Tilburg naar Moergestel, over een afstand van 10,0 kilometer.
Vanmiddag wandelen we aansluitend dan ook nog de elfde etappe.
We staan om 07:00 uur op, en ontbijten in onze caravan op D'n Droom Minicamping in het Brabantse Westerhoven. Deze camping gebruiken we gedurende de eerste twee wandeldagen namelijk als uitvalsbasis.
Om 8:15 uur en rijden we met de auto – met de fietsen achter op het fietsenrek - naar het eindpunt van de eerste etappe van vandaag, namelijk naar de Onze-Lieve-Vrouw van Vrede-kapel aan het Stokeind ten noorden van Moergestel, waar we de auto parkeren.
Dan fietsen we van deze kapel nabij Moergestel de 10,2 kilometers naar het Peerke Donderspark aan de noordelijke stadsrand van Tilburg, want daar begint onze ochtendetappe vandaag. 
We stallen de fiets op het terrein van het Peerke Donderspark en beginnen deze etappe daar dan om 9:50 uur.

Eerst naar Berkel-Enschot
Met een zuidoostelijk omtrekkende beweging gaan we om de noordkant van Tilburg heen, om op het Hazennest-West nog net even de bebouwde kom van Tilburg binnen te lopen. 
Maar direct daarna verlaten we over het Riddershofpad de stad al weer, steken de rijksweg over, en wandelen we naar de bebouwde kom van Berkel-Enschot.
Na het kruisen van de spoorlijn lopen we over De Kraan naar de Sint-Ceciliakerk.
De kerkdeur staat open, en als we de hal van de kerk in lopen, horen we dat binnen de zondagochtendviering bezig is. We gaan de kerkzaal derhalve niet in, maar kunnen de kerkzaal wel bekijken vanuit de kapel naast de hal, van waaruit we door een glazen wand de kerk in kunnen kijken.   
Achter de kerk is een abri, waarin we gaan zitten voor onze koffie-met-broodje-pauze.
Na deze pauze lopen we door naar de Mariahof, naar de oude kerktoren die dateert van de kerk van 1186.
De kerk is in 19e eeuw afgebroken, maar de kerktoren is blijven staan, waarin nu een Mariakapel is gehuisvest.

Heukelom
Buiten de bebouwde kom van Berkel-Enschot wandelen we op de Heukelomseweg het buurtschap Heukelom binnen.
Op de Laag Heukelomseweg komen we langs een langhuis met een wel heel bijzondere tuin, met onder andere schilderijen rondom, en beelden in de tuin, waaronder een beeld van Erasmus.
Daarna kruisen we wederom een spoorlijn.
Ter hoogte van Café Mie Peters stappen autoliefhebbers in hun sportieve oldtimers, voornamelijk jonge oldtimers uit Nederland en België. Ze hebben wellicht koffiegedronken in het café en vertrekken vanaf deze parkeerplek van het café voor hun gezamenlijke autorit.

Door het bos naar de Onze-Lieve-Vrouw van Vrede-kapel van Moergestel 
We zijn de Voorste Stroom al overgestoken, en gaan verderop op de Sparrendreef het bos in, waar we eerst te midden van nogal veel boswandelaars over een zandpad langs een fietspad lopen, en verderop voortgaan over een mooi bospad.
Links en rechts van het bospad zien we al regelmatig verschillende soorten paddenstoelen / zwammen.
De herfst is duidelijk ingevallen, alhoewel we vandaag opvallend mooi zonnig weer hebben.
Toen we vanmorgen vanaf de camping vertrokken, had het net even geregend, en was het 6 graden Celsius. Gedurende deze hele ochtendwandeling schijnt de zon uitbundig, en loopt de temperatuur op naar 16 graden Celsius. Kortom, heel mooi wandelweer.
Even na 12:00 uur arriveren we bij de Onze-Lieve-Vrouw van Vrede-kapel in het bosgebied nabij Moergestel. Zojuist lopen een man en een vrouw de kapel in, steken een lichtje aan, en nemen plaats op de bankjes in de kapel. Inmiddels branden er binnen zo’n dertig kaarsjes.
We stappen in de auto, rijden terug naar het Peerke Donderspark bij Tilburg, om daar onze fietsen af te halen. Vervolgens rijden we door naar Vessem, waar we straks zullen vertrekken voor ons middagprogramma van fietsen en wandelen op het Peerkepad.

Een geschiedenis van de pelgrimage en haar critici

Zaterdagmiddag 10 oktober 2026
 
Lezing van Ineke Albers in Museum Krona te Uden

















Inspiratielezing door Ineke Albers
Vandaag organiseert Museum Krona te Uden in samenwerking met de Camino Academie een inspiratiemiddag in de Kroonzaal van het museum. 
Spreekster is Ineke Albers, lid van de stuurgroep van de Camino Academie, die ons in haar lezing meeneemt in de eeuwenoude en tot op heden voortdurende spanning tussen de pelgrimstraditie en haar critici — van vroegchristelijke kerkvaders tot de moderne, kerkloze Camino-loper.

Een traditie vol tegenspraak
Vrijwel vanaf het ontstaan van het christendom is de pelgrimage een strijdpunt geweest — wat meteen zegt hoe oud die traditie al is. 
De eerste heiligdommen die pelgrims trokken, waren de graven van martelaren, die voor hun geloof gestorven waren. 
Al vroeg klonk er kritiek van kerkvaders: God is alomtegenwoordig, redeneerden zij, dus waarom een gevaarlijke reis ondernemen om aan een graf te bidden, als je dat net zo goed thuis kunt doen? 
De christenen bleven echter pelgrimeren, en dat debat is door de eeuwen heen, tot op de dag van vandaag, in steeds nieuwe gedaanten blijven voortleven.
Maar sinds enkele decennia zijn er pelgrims die wél gebruikmaken van de christelijke religieuze infrastructuur, maar zich op geen enkele manier meer verbonden voelen met de kerk. Ook zij krijgen kritiek; en niet alleen van kerkelijke zijde. 
Tegelijkertijd plaatsen zij met hun 'wilde' pelgrimages onbewust kritische kanttekeningen bij het geïnstitutionaliseerde christendom.

Motto: wie veel te bedevaart gaat, wordt zelden heilig
Pelgrimages bestonden al voordat het christendom is ontstaan, en zelfs als het christendom verdwijnt, zal het pelgrimeren vast en zeker wel blijven bestaan.
Deze lezing in Museum Krona gaat vandaag over de kerkelijke worsteling omtrent de pelgrimage.
Ineke Albers bespreekt vanmiddag eerst het Historisch perspectief en gaat daarna in op het Inhoudelijk perspectief van het pelgrimeren.

Historisch perspectief
  • Christenen die als martelaar stierven in de tijd van de Romeinen kregen vaak een bijzonder graf, met soms een gebouwtje erop, met soms ook een altaar, en op diens sterfdag werd dan het leven van de betreffende martelaar gevierd. Het martelaarsgraf werd zo een heiligdom, en daarmee ook een plek voor pelgrimage.
  • Soms werden de stoffelijke resten van die martelaren opgegraven, vervolgens opgedeeld in stukken, die tot reliek werden verheven, en dan werden die lichaamsdelen verspreid in de wijde omgeving. Die relieken werden bewaard onderin de altaren van kerken, waardoor dergelijke relieken geografisch werden verspreid, ze gemakkelijk konden worden bezocht, en tot plek van pelgrimages werden aangewezen.
  • Van die vroege pelgrimages werden indertijd al verslagen geschreven, bijvoorbeeld over de bedevaart naar Palestina, en verder ook in de wijde omtrek van het Romeinse rijk.  
  • In het begin was er nog geen sprake van de aan een bedevaart verbonden genezing of van de vergeving van zonden, op grond van deze vroegste pelgrimages.
  • Ondertussen ontstond ook de kritiek op dergelijke pelgrimages, want immers: ook Jezus had de mensen daar in het geheel niet toe opgeroepen. De Geest van Jezus zou immers overal wel aanwezig zijn, en God komt voorzeker wel naar jóu toe als je je hart daarvoor openstelt, dus daartoe zou je niet hoeven te pelgrimeren, aldus onder andere Gregorius in de 4e eeuw.
  • Later werd er wel genezing afgeroepen, gekoppeld aan het pelgrimeren. 
  • Boetedoening werd pas veel later aan het pelgrimeren gekoppeld; niet alleen door kerkelijke rechters, maar ook door wereldlijke rechters, want door een misdadiger op het pelgrimspad te sturen, was die dader tenminste immers een tijdje buiten beeld in de gemeenschap waar hij zijn misdaad had gepleegd.
  • De kerkelijke organisatie ondersteunde de reliekenverering op drie gronden, namelijk: 1. Wij eren de overblijfselen van de martelaren om hen te eren; 2. Het dode lichaam wordt geëerd om de ziel van de dode eraan te verbinden; 2. God eert zelf de overblijfselen om er wonderen mee te verrichten.
  • De zogenaamde ‘wilde’ pelgrimages vielen niet onder de regie van de kerk, waar de kerk overigens dan toch wel een graantje van mee wilde pikken.
  • Ook waar de pelgrimsoorden door de kerk werden verboden, bleven de pelgrims toch komen. Ze zijn een duidelijk teken van de discrepantie tussen de kerkelijke hiërarchie en de wereldse machten.
  • Er heerste in kerkelijke kringen een principieel bezwaar tegen het pelgrimeren door vrouwen, want - volgens Bonifatius in één van zijn brieven - zij verworden onderweg allemaal als prostituee. 
  • Het volk mocht overigens wel zijn gang gaan, als de positie van de kerk maar niet gevaar liep.
  • Nederlandse kritiek op het pelgrimeren kwam vanuit de beweging van de Moderne Devotie. God is in de ogen van haar aanhangers immers alom aanwezig, en daarvoor hoef je dus niet te pelgrimeren.
  • Ook Luther keerde zich tegen het pelgrimeren: ieder moest volgens hem in zijn eigen parochie blijven, want daar vind je alles wat je geestelijk nodig hebt. De duivel zou in zijn ogen hierin de hand hebben, en de heiligen waren minder belangrijk dan het geestelijk leven in je eigen parochie. Het verlossingswerk van Christus is immers eenmaal en voor altijd al door Hem voor jou gedaan, dus daarvoor hoefde je niet te pelgrimeren.
  • Protestanten bleven desondanks wel pelgrimeren naar de heiligdommen. 
  • De Jezuïeten hervormden de pelgrimages, door onderscheid te maken tussen echte en twijfelachtige relieken. Verder plaatsten zij Maria in het centrum van devotie. En ze ontwierpen een nieuwe vorm van pelgrimage, namelijk die van de processie in het bijzijn van de plaatselijke geestelijke(n).
  • Broederschappen namen de organisatie op zich van de pelgrimages vanaf de tijd van de Barok, overigens geheel anders dan in de Middeleeuwen. Pelgrimages werden toen gespiritualiseerd. Ondanks het verbod op pelgrimeren, bleven ook de katholieken in protestants Nederlands pelgrimeren, zoals bijvoorbeeld naar het Duitse Kevelaer.
  • In de 18e eeuw werden in heel West-Europa bisschoppelijke verordeningen tegen pelgrimages uitgevaardigd. De gelovigen pasten zich aan aan dergelijke kerkelijke verordeningen, maar pasten daarentegen ook hun pelgrimages daarop aan, en gingen er met die nodige aanpassingen toch wel mee door.
  • Men dacht dat het pelgrimeren vanzelf wel zou verdwijnen, maar dat bleek nadien een misrekening.
  • In de 19e eeuw waren er meerdere (verhalen over) verschijningen van Maria, wat op zich weer nieuwe bedevaarten teweeg brachten. Lourdes werd zo - en is nog steeds - één van de grootste heiligdommen ter wereld. Op dergelijke Maria-verschijningsplekken waren echter geen relieken, maar daarentegen wel getuigenissen van visoenen van veelal kinderen die Maria hadden gezien, vaak bij een rots, en Maria (moeder van Jezus) dan als tiener zonder kind.
  • Er ontstonden georganiseerde treinpelgrimages voor ook zieken, door de opkomst van beter vervoer, en zo werd Lourdes overstelpt met pelgrims uit allerlei landstreken.
  • Uiteindelijk verdween de pelgrimage op den duur uit het blikveld van het volk. De opgestane Heer kwam in het centrum van de theologie te staan.
  • Eind jaren 70, begin jaren 80 van de vorige eeuw, kwam de pelgrimage weer in beeld. Santiago bleek volop in de belangstelling te zijn, om er bijvoorbeeld naar toe te lopen of te fietsen. Maar ook hier en nu rees weer veel kritiek op het – nu moderne - pelgrimeren.
  • Nu veel kerken aan de ene kant leeglopen, is Gods volk daarentegen toch weer op weg als pelgrim.
Inhoudelijk perspectief
  • Dat de alomtegenwoordige God de mensen in de weg stond om als pelgrim te gaan pelgrimeren, komt ook in andere godsdiensten wel voor. Toch bleek dat geen probleem te zijn voor veel pelgrims. De leus ‘Buiten de Kerk geen heil’, bleek namelijk niet bestand tegen de pelgrimages van gelovigen.
  • Ritueel zijn voor pelgrimages van belang: A. het heiligdom en B. de weg er naar toe.
  • Over beweging gesproken: het lopen is heilzaam, wellicht een prima antidepressiva, en wellicht gold dat ook al in de Middeleeuwen. Dergelijke uitspraken doen vermoeden dat het lopen positieve effecten heeft op de mens. 
  • Lopen heeft voor de mens een positieve uitwerking op de cognitie en op de stemming. Al lopend kun je zomaar God ontmoeten. 
  • Geen wonder dat er zoveel nieuwe pelgrimswegen ontstaan, ondanks het feit dat er geen nieuwe heiligdommen meer zijn ontstaan. Die nieuwe, meer eigentijdse zogenoemde pelgrimswegen zijn overigens geen echte pelgrimspaden, want die zijn niet gekoppeld aan een wonder, een verschijning of een heiligdom. En zomaar van een kerk naar een kerk lopen, is géén pelgrimage.  
  • Ruimtelijke concepten spelen een belangrijke rol bij het lopen. Ruimte en een heilige plaats zijn een belangrijk concept in ons denken. Ze zijn aantrekkelijk voor de mens.
  • Een alomtegenwoordige God past niet meer in ons huidige denkkader, want alles heeft in ons denken zijn eigen plaats gekregen, en God woont buiten ons zicht in de hemel. Die hemel is fysiek onbereikbaar. Een heilige plek (bijvoorbeeld onze kerk) op aarde heb je tegenwoordig wel nodig, conform de menselijke geest. 
  • Weg en plaats zijn beide krachtig, en kunnen ook prima los van elkaar haar kracht tonen. Zo vindt de één dat pelgrimeren op weg is naar een heiligdom, en vinden anderen dat lang onderweg zijn ook volstaat als pelgrimeren.
  • De miljoenen pelgrims die alsmaar onderweg zijn, weerleggen alle kritiek van de kerken op het pelgrimeren.
  • Het is trouwens onwaarschijnlijk dat het pelgrimeren als religieuze ervaring uit beeld zal verdwijnen. Mensen zullen altijd blijven pelgrimeren.

De Camino - de reis van je leven

Zaterdag 10 oktober 2026 
 
Camino-expositie in Krona te Uden

Expositie over de Camino
Momenteel is in Museum Krona te Uden een interessante expositie te zien over het fenomeen ‘de Camino’, met als titel: ‘De Camino – de reis van je leven’. 
Vandaag stappen Durkje en ik daar in de wereld van de pelgrim en herbeleven we de beroemde pelgrimsroute de Camino van het Franse Saint-Jean-Pied-de-Port naar het Spaanse bedevaartsoord Santiago de Compostela. 
Na het bezichtigen van deze expositie wonen we vanmiddag in dit Museum Krona dan ook de inspiratielezing over pelgrimeren bij, die wordt verzorgd door Ineke Albers van de Camino Academie.
Daartoe zijn we gisteren met de caravan al naar het Noord-Brabantse Westerhoven gereden, waar we drie dagen kamperen op de minicamping D’n Droom. Vanaf morgen gaan we in vier wandeldagen nog de zeven resterende halve rondjes van het Peerkepad lopen, en daarmee combineren we dezer dagen het kamperen, het museumbezoek, de lezing en de wandelvierdaagse in Noord-Brabant, Belgisch Limburg en Nederlands Limburg.

De reis van je leven 
Tijdens deze bijzondere expositie in het Udense Museum Krona kun je het pad van de tentoonstelling op een speelse manier volgen via een levend ganzenbordspel, waarbij het als wandelspel met 63 velden de route van de Camino verbeeldt en symboliseert. 
Iedere deelnemer loopt een ander parcours, heeft onderweg ontmoetingen met andere spelers en maakt van de expositie diens eigen ervaring, zoals het ook op de echte Camino eraan toegaat.  
Onderweg kom je (kunst)objecten, persoonlijke verhalen, video’s en fotografie tegen. 
Samen laten deze elementen zien dat de Camino een levendige, veelzijdige en tijdloze ervaring is, die nog altijd mensen inspireert. 
De expositie is door Museum Krona ontwikkeld in nauwe samenwerking met het Nederlands Genootschap van Sint Jacob en de Camino Academie.
We bezoeken de expositie tussen 11:00 uur en 13:00 uur en gaan daarna na een pauze van een half uur naar de lezing van Ineke Albers.

donderdag 8 oktober 2026

Dakwerk op de Sint-Vituskerk van Stiens

Donderdag 8 oktober 2026
 
Werkzaamheden op het zadeldak van de Sint-Vituskerk in Stiens

Zadeldak-werk
Op weg naar de winkels in Stiens aan de Langebuorren zie ik dat de doorgang over de Smelbrêge naar het winkel-centrum van Stiens is afgesloten voor alle verkeer, met uitzondering van de doorgang voor voetgangers.
Er staat namelijk een grote kraan op de Smelbrêge, aan de voet van het kerkhof onder aan de forse kerktoren van de eeuwenoude Sint-Vituskerk van Stiens.
In de afgelopen maanden zijn er in de kerk werkzaamheden geweest om het interieur van deze oude terpkerk te veranderen.
Maar ook aan het exterieur van deze kerk is gewerkt, en vandaag vindt dat ook plaats. Twee mannen zijn door de grote kraan tot aan de nok van het dak van de kerktoren getakeld, waar ze werkzaamheden aan het kerktorendak verrichten.
De metalen kooi van waaruit de mannen hun werk verrichten, hebben ze geplaatst tegen de leien van het zadeldak van de kerktoren, waarmee ze de tamelijk harde wind vanuit het noordwest tijdens hun werkzaamheden kunnen trotseren, omdat de werkkooi dan niet al te veel slingert, waardoor het zadeldak zou kunnen beschadigen, en de mannen hun dakwerk vandaag bij deze straffe wind niet zouden kunnen verrichten.

woensdag 7 oktober 2026

Met z'n vieren het Jabikspaad wandelen

Woensdag 7 oktober 2026
 
Samen het Jabikspaad wandelen is gezellig

















Vriendinnentocht op het Friese Jabikspaad
Gisteren ontvingen we al een vooraankondiging: vier vrouwen passeren Feinsum vandaag op het Friese Jabikspaad.
En ja hoor, vanmorgen is het zover. Ik zie ze nog niet, maar hoor ze al wel. Enthousiast wandelen ze de bebouwde kom van Feinsum binnen, op weg naar onze Refugio Ultreia Feinsum.
Eenmaal binnen komen de verhalen. Ze zijn van kindsaf afkomstig uit Hijum & Feinsum, dus heel goed op de hoogte van ons dorp en van haar bewoners. Van de ene wonen omke Jaap & muoike Lena en van de ander wonen heit Rinze & Rosa hier in Feinsum, en al bijna hun hele leven zijn ze hechte vriendinnen, voor wie Hijum & Feinsum vertrouwd terrein is.
Aan tafel in onze refugio komen vanzelf-sprekend veel verhalen los, over hun opgroeien in beide dorpen, over hun vriendschap, over ons pelgrimeren, en over de plannen van dit bevriend viertal om het Jabikspaad helemaal te bewandelen.

Vanuit Sint-Jacobiparochie richting Hasselt
Voor een eerste etappe zijn ze al begonnen in de woonplaats van één van hen, bij de Groate Kerk van Sint-Jacobiparochie en hebben ze gelopen tot in Oude Bildtzijl. 
Eerder vanmorgen zijn ze voor deze tweede etappe doorgestart vanuit Oude Bildtzijl, en deze dagtocht eindigt vandaag in Jelsum, waar één van de vriendinnen woont. Een volgende keer dan door Leeuwarden, waar de derde woont, en verderop passeren ze dan ook Haskerdiken, waar de vierde van het dameswandelvriendinnengezelschap woont.
Dan komen ook hun stempelkaarten van het Jabikspaad op tafel, waar ze alle vier vervolgens het Jabikspaad-stempel van Feinsum en het refugio-stempel van onze Refugio Ultreia Feinsum in krijgen afgedrukt.
Na de koffie & thee dan voorafgaand nog een mooie groepsfoto bij de pelgrimsbank van onze refugio, en dan gaat het viertal uitbundig het Jabikspaad weer op, door naar Stiens en wat daar dan nog gezellig op volgt.

maandag 5 oktober 2026

Langs Feinsum op het Jabikspaad naar Stiens

Maandag 5 oktober 2026
 
Op de foto bij Refugio Ultreia Feinsum en dan verder op het Jabikspaad

















Vanuit Zwolle en Roermond op het Friese Jabikspaad
In de tweede helft van de middag komen twee wandelaars op onze Refugio Ultreia Feinsum af.
Daar worden foto's gemaakt van de pelgrimssymbolen die op deze refugio duidelijk zichtbaar zijn voor de passanten op het Jabikspaad tussen Oude Bildtzijl en Stiens.
Deze twee wandelaars woonden voorheen in Leeuwarden, maar zijn nu woonachtig in Zwolle en in Roermond.
Ze hebben ervoor gekozen om zo mogelijk in zes wandeldagen deze week het hele Jabikspaad te bewandelen van het Bildtse Sint-Jacobiparochie naar het Overijsselse Hasselt. 

Etappe 1 van Sint-Jacobiparochie naar Stiens
Vandaag zijn ze de eerste etappe van de oostelijke route van het Jabikspaad begonnen bij de Groate Kerk van Sint-Jacobiparochie, het startpunt van de aanlooproute richting Santiago de Compostela, het bedevaartsoord in het noordwesten van Spanje.
Hun etappe via Zwarte Haan, over de Waddenzeedijk, door Nieuwe Bildtzijl en Oude Bildtzijl en langs Feinsum eindigt aan het eind van deze middag in Stiens, waar zal worden overnacht. 
Ze krijgen beiden het Jabikspaad-stempel van Feinsum en het refugiostempel van Refugio Ultreia Feinsum, en dan gaat het na het maken van een foto bij de refugio op deze mooi weer-dag voort vanuit Feinsum, over de Hyltsjebrêge verder op het Jabikspaad naar Stiens. Nog ongeveer twee kilometer, en dan zit de eerste etappe er al op.

zaterdag 3 oktober 2026

Zonsondergang in Feinsum

Zaterdagavond 3 oktober 2026
 
Zonsondergang in Feinsum





Linde en Lendevallei van de Provinciewandelgids - Route 21

Zaterdag 3 oktober 2026
 
In de dauw over het veldpad tussen de Idzardaweg en het Scheenebospad

















Provinciewandelgids Fryslân
Wandelroutemaker Bart van der Schagt ontwikkelde in de loop der jaren veel wandelroutes, zoals de welbekende NS-routes en de zogenoemde Groene Wissels.
Zijn focus is breder dan alleen maar natuur en landelijk gebied, want met zijn routes wil Van der Schagt de wandelaars ook laten genieten van leuke dorpjes en gezellige stadjes, kortom niet alleen onverharde routes, maar inclusief de beleving van dorpen & steden en natuur & landschap.
Vandaag wandelen Durkje en ik een route uit zijn in 2023 verschenen wandelgids 'Provinciewandelgids Fryslân'. 
Deze wandelgids bevat 22 wandelroutes, waarvan de diversiteit de karakteristieke kenmerken en de grote verscheidenheid van onze provincie Fryslân laten zien. Van deze 22 wandelroutes gaan er 19 door landschap & natuur (waarvan 4 op de Friese Waddeneilanden) en 3 zijn groene stadswandelingen door Dokkum, Franeker en Leeuwarden. Deze wandelroutes variëren van 5 tot 23 kilometer per route.
In de wandelgids staat van elke route een globaal oriëntatiekaartje, en de link naar de website waar je een meer gedetailleerde kaart en ook een gps-track kunt downloaden.

Route 21 - Linde en Lendevallei
Vandaag lopen Durkje en ik Routenummer 21, met een lengte van 19 kilometer, die als titel heeft: Linde en Lendevallei.
Startplaats en eindpunt van deze route is het NS-station van Wolvega, maar wij kiezen ervoor om onze auto aan de andere zijde van het treinspoor te parkeren aan de Lycklamaweg in Wolvega om daar de route aan te vangen.
Deze route gaat grotendeels over bospaden, landwegen en veel graspaden via het dorpje Oldeholtpade naar de rivier de Linde, waarna we door de Roordapolder in de Lendevallei aan de zuidzijde van de Linde terug wandelen naar Wolvega.
Het thema 'Linde en Lendevallei' van deze wandeltocht is genoemd naar de gelijknamige rivier en riviervallei, waar een aanmerkelijk deel van deze etappe doorheen gaat. 
We vertrekken vanuit Feinsum om 7:50 uur, en rijden dan naar de Heilige Franciscuskerk van Wolvega, waar we onze auto tegen 9:00 uur parkeren tegenover Het Vierkant aan de Lycklamaweg.
Bij aanvang van deze wandeldag is het 12 graden Celsius. Het weer vandaag is aangenaam, heel licht bewolkt, prachtig zonnig, en nauwelijks wind. Bij terugkomst in Wolvega is het 20 graden Celsius. Al met al is het dus heel mooi herfstweer voor een dagwandeling.

Over bospaden en graspaden naar Oldeholtpade
Voor de wandelroute van vandaag gaan we van start tegenover Het Vierkant aan de Lycklamaweg in Wolvega.
Via de Drafsportlaan, de Eikenlaan en de Hoofdweg lopen we de bebouwde kom van Wolvega uit. Aan de overzijde van de Om de Noord gaan we het langgerekte bosperceel in, waar we eerst door het lange gras langs een sloot en verderop over een mooi bospad in noordelijke richting naar de Scheeneweg lopen. In het buurtschap Siegersburen gaan we dan door de lage tunnel onder de A32 door.
Daar gaan we de Idzardaweg op, om dan voorbij de afslag van het Bospad een graspad op te gaan, waarna we over een graspad met hoog en nat gras langs een brede bomensingel in zuidelijke richting lopen.
Het gras is door en door nat, en de vele spinnenwebben vol met dauw tekenen zich prachtig decoratief af in de bermen aan weerszijden van dit veldpad.
Verderop steken we het Scheenebospad over, om dan in een rechte lijn verder zuidwaarts te lopen, en ook hier weer over een graspad, maar nu het veld rechts en de bomenzoom links van ons.
Op de Hoofdweg aangekomen, lopen we om 10:15 uur de bebouwde kom van Oldeholtpade binnen.

Herfstwandelen naar de Kontermansbrug
Al direct voorin Oldeholtpade maken we over een halfverhard pad de doorsteek van de Hoofdweg naar de Stellingenweg.
Ook op de Stellingenweg gaan we rechtdoor verder, om dan over onverharde veldpaden door een mooi coulissenlandschap naar de Vinkegavaartweg te lopen. Onderweg zien we volop tekenen van de herfst, zoals de vuurrode bessen van de hulst en hier en daar verschillende paddenstoelen.
De Vinkegavaartweg blijven we volgen tot aan de Kontermansbrug over de rivier de Linde. 
Aan de overzijde van de Linde lopen we het natuurgebied van de Lendevallei in.
Omdat we in en tussen Oldeholpade en de Linde geen zitbankjes aantroffen voor onze eerste pauze, nemen we hier plaats op één van de vele picknickbanken langs de Linde ter hoogte van de Kontermansbrug.

Langs de Linde door de Lendevallei
Na deze pauze gaat het verder over het Lindepad langs de rivier. 
Vlak vóór de oversteek over een meander van de Linde gaan we het natuurreservaat van de Roordapolder in. Hier gaat het over natte graspaden verder door het moerassige deel van de Roordapolder in de Lendevallei. 
Bij de Steggerdesloot aangekomen, steken we die over middels de lange houten brug over deze brede sloot.
Het oeverpad langs de gehekkelde sloten en langs sloten met gemaaide slootswallen voert ons naar de Hemweg, die we in noordelijke richting volgen, totdat we weer terugkomen op de oever van de Linde. 
Dan gaat het voort over het Lindepad langs de rivier de Linde. Onderweg zien we het materieel nog op het natte land staan en in het water liggen, dat wordt gebruikt bij het reconstrueren van de oude meanders van de Linde, waarvan in de afgelopen week een aanmerkelijk deel is opgeleverd en geopend.
Het Lindepad gaat over in de Domeinenweg, en die blijven we volgen totdat we bij de Noordwolder Vaort aankomen bij de hoge wandel- en fietsbrug over dit gekanaliseerde deel van de Linde. Op deze plek, waar we straks de Linde achter ons zullen laten, gaan we zitten op een picknickbank in de zon ten behoeve van onze lunchpauze.

Terug in Wolvega
Aan de overzijde van de brug lopen we op het Vlinderpad onder de A32 door, en dan buigen we af in noordelijke richting, terug naar Wolvega door de Lendepolder-West.
Daarbij komen we door de Lindewijk, de nieuwbouwwijk van Wolvega, waar nog volop wordt gebouwd in deze dringende tijd van woningnood.
Eerst lopen we op enige afstand langs het kerkhof achter de Heilige Franciscuskerk en dan kunnen we achter de Franciscusschool langs de doorsteek over de Grote Vuurvlinder maken naar onze auto aan de Lycklamaweg. 
Tot slot rijden we om 13:30 uur met onze auto vanuit Wolvega terug naar huis.

vrijdag 2 oktober 2026

Chemin de Saint-Jacques de Genéve au Puy-en-Velay = Via Gebennensis

Vrijdag 2 oktober 2026
 
Cover van de Guide Jaune - Via Gebennensis

Voortraject
Tijdens onze eerste pelgrimage van Durkje en mij wandelden we van 2005 tot en met 2012 van het Friese Sint-Jacobiparochie (NL) via het Franse Vézelay over de klassieke Franse pelgrimsroute van de 'Via Lemovicensis' naar het Spaanse bedevaartsoord Santiago de Compostela.
Tijdens onze tweede pelgrimage van Durkje en mij wandelden we van 2011 tot en met 2015 vanuit het Franse Le Puy-en-Velay over de klassieke Franse pelgrimsroute van de 'Via Podiensis' wederom naar het Spaanse bedevaartsoord Santiago de Compostela.
Vorig jaar (in 2025) liepen we de verbindingsroute voor pelgrims van de Via Lemovicensis naar de Via Podiensis, namelijk van Vézelay zuidwaarts naar Le Puy-en-Velay. 

Via Gebennensis volgens Henri Jarnier
Dit jaar (in 2026) liepen Durkje en ik de ruim 350 kilometer lange pelgrimsroute ‘Via Gebennensis’, van het Zwitserse Genève via Chavanay naar het Franse Le Puy-en-Velay. 
Dit is met name voor Duitsers, Oostenrijkers en Zwitsers een aanlooproute naar Le Puy-en-Velay, waar ze dan doorstarten op de klassieke Franse pelgrimsroute van de Via Podiensis.
Bij het pelgrimeren op de Via Gebennensis maakten we gebruik van drie pelgrimsgidsen, namelijk:
  • A. de Duitstalige van Renate Flori (in 18 etappes, 2e druk - versie 2023, van uitgeverij Rother);
  • B. de Duitstalige van Hartmut Engel (50 tracé’s, 12e druk - versie 2025, van uitgever Conrad Stein Verlag) en 
  • C. de Frans-Duitstalige van Henri Jarnier (15 etappes, versie 2024, van uitgever Association Rhône-Alpes des Amis de Saint-Jacques). 
Daarnaast hebben we bij de voorbereiding en in het veld - naast de wandelgidsen van Engel en Flori - ook gebruik gemaakt van de download van de route in de app 'Organic Maps' op onze smartphone.
De titel van de wandelgids van Henri Jarnier luidt 'Chemin de Saint-Jacques de Genève au Puy-en-Velay' met als subtitel 'Jakobsweg von Genf nach Le-Puy-en-Velay über Yenne, La-Côte-St-André und Chavanay'. 
Deze uitgever heeft drie pelgrimsgidsen uitgegeven, met daarin drie verschillende routevarianten. Die varianten kregen een kleur, zoals: geel, rood en blauw-groen. Durkje en ik hebben vorig jaar - toen we in de kathedraal van Le-Puy-en-Velay deze wandelgids kochten - gekozen voor de gele uitvoering, namelijk die van de route volgens de zogenoemde 'Via Gebennensis'. De Franse uitgever noemt deze gids naar de kleur derhalve de 'Guide Jaune - Via Gebennensis'.
  • Deze Franse 'Guide Jaune' beschrijft de hele pelgrimsroute van de Via Gebennensis (ook wel de 'Voie de Genève' of de 'Genfer Weg' genoemd) van Genève (Genf) tot Le Puy-en-Velay tweetalig, namelijk in het Frans en ook in het Duits.
  • De door ons gebruikte 35e druk van deze Frans-Duitse pelgrimsgids beschrijft de Via Gebennensis in 15 etappes, en biedt daarbij aanvullende informatie over de infrastructuur - zonder hoogteprofielen, maar wel met overnachtingsmogelijkheden - van deze route en met voornamelijk etappe-gewijs enige historische achtergronden en bezienswaardigheden onderweg, veelal per dorp/stad geordend. 
  • De focus van deze gids is vooral gericht op de routekaarten en de overnachtingsmogelijkheden.
  • Voorin de pelgrimsgids staat een deel met korte beschrijvingen van allerhande praktische zaken voor onderweg.
  • Via een QR-code in de gids kun je de GPS-Tracks van de route downloaden en uploaden in je device (zoals smartphone, tablet). 
  • Het zoeken in deze wandelgids wordt je vergemakkelijkt door een overzichtstabel met praktische informatie voor onderweg. Voorin de gids staat een gedetailleerde inhoudsopgave, en een plaatsnamenregister staat achter in de gids.
  • In deze routegids staan globale wandelkaarten en enkele stadsplattegronden.
  • De wandelkaarten tonen nu en dan ook varianten van de hoofdroute, waar je als pelgrim naar eigen gelieven een keus uit kunt maken, bijvoorbeeld omdat je een bepaald object wilt bekijken, of omdat je op een specifieke slaapplaats wilt overnachten.
  • De wandelgids is geïllustreerd met mooie kleurenfoto's die je vooraf een beeld geven van wat je onderweg zoal zult zien, en na het voltooien van de route vormen die illustraties een bron van herkenning en herinnering. Op de cover van deze routegids staat een foto van de plaats van bestemming van de Via Gebennensis, namelijk: Le Puy-en-Velay.
  • De oplettende lezer ziet op de achterkant van het omslag staan dat deze pelgrimsgids (slechts) 200 gram weegt, hetgeen een uitzonderlijke vermelding is op een boek, maar die voor pelgrims uiteraard wel van belang is, omdat zij onderweg op de pelgrimsroute zo weinig mogelijk gewicht proberen te dragen.  

 
















De Via Gebennensis in 15 etappes
Deze wandelgids biedt een etappes-overzicht in 15 etappes, waarbij per etappe de afstand wordt vermeld.
Durkje en ik waren van plan deze verbindende aanloop-pelgrimsroute in 20 etappes te lopen, en dat hebben we uiteindelijk als volgt ook zo kunnen doen in de periode van 19 juli 2026 tot en met 11 augustus 2026:

donderdag 1 oktober 2026

Obe Postmalezing van Anne Merkuur over Veranderend Fries

Donderdag 1 oktober 2026
 
Lezing van Anne Merkuur in Tresoar

Taalverandering en de toekomst van de frisistiek 
Met de start van de nieuwe WO-Bachelor-opleiding ‘Fries’ aan de Rijksuniversiteit Groningen staat ook de vraag naar de toekomst van de frisistiek weer centraal. 
  • Wat is eigenlijk het Fries dat we bestuderen? 
  • Hoe verandert de taal onder invloed van meertaligheid en van nieuwe vormen van taalgebruik? 
  • En hoe gaat de frisistiek met die veranderingen om? 
Anne Merkuur (1989) verzorgt hierover vanmiddag de zogenoemde Obe Postmalezing in Tresoar te Leeuwarden. Merkuur werkt als taalkundige en universitair docent aan de Fryske Akademy en de Rijksuniversiteit Groningen (RUG).
In haar lezing staat Anne Merkuur vanmiddag stil bij de relatie tussen taalverandering en de academische bestudering van het Fries. 
Deze lezing is een vorm van samenwerking tussen Studium Generale Leeuwarden en het Obe Postma Selskip. 
Het Obe Postma Selskip heeft als doel het werk van de Friese dichter Obe Postma (1868-1963) onder de aandacht te brengen (en te houden) van een zo groot en divers mogelijk publiek. Daarmee wil men ook een bijdrage leveren aan een levendige cultuur in Fryslân. Daartoe wordt onder andere eens per jaar, in samenwerking met Tresoar, de Obe Postma-lezing gehouden, en zo vanmiddag de lezing van Anne Merkuur.

Veranderend Fries
Kunst laat iets zien en horen. Dat kan met allerlei vormen van beeldende kunst, en ook met poëzie.
Anne Merkuur gaat vanmiddag iets vertellen over taalkundig realisme en over de toekomst van het Fries, met als titel ‘Feroarjend Frysk’. 
Ze vertelt vanmiddag ook hoe ze de studenten kennis laten maken met het veranderende Fries.
De nieuwe WO-Bachelor-opleiding van de RUG is met drie studenten begonnen dit jaar (2026), en daarnaast zijn er zo’n 15 studenten van andere opleidingen, die het Fries meenemen als bijvak.

Wat is er te zien in de Friese taal?
Daarbij kijken we bijvoorbeeld naar de gebruikers van het Fries, naar sprekers en schrijvers. Voor veel gebruikers is Fries nog niet meer dan alleen een mondelinge taal. De schrijfvaardigheid is in de afgelopen 55 jaar - voor wat betreft het aandeel Fries-schrijvenden - overigens nog wel enigszins gestegen.
  • Qua taaloverdracht wijst onderzoek uit dat naarmate meer mensen de taal gebruiken, die taal ook vaker wordt overgedragen aan volgende generaties. Momenteel ligt dat percentage voor het Fries op zo’n 70 procent, hetgeen een redelijk stabiel laat zien.
  • Een grote taalvaardigheid en ook het positief staan tegenover het Fries zijn succesbepalende factoren om het Fries door te geven aan je volgende generatie.
  • Maar wat is ‘geef Frysk’? (goed Fries). Vertaalprogramma’s op internet en woordenboeken helpen om het Fries zo goed mogelijk te beheersen. Daartoe is ook het boekje ‘Dat is moai Frysk’ uitgegeven. Maar je kunt je de vraag stellen of dat wat erin staat niet juist het verdwijnende Fries is.
  • Verder onderscheiden we allerlei dialect-variaties van het Fries. Dialect-grenzen vervagen in de loop der tijd door de mobiliteit van de Friezen.
  • Er is ook in het Fries sprake van nogal wat variatie, want niet iedereen sprrekt Fries ‘volgens het boekje’ en niet iedereen houdt zich strikt aan de dialectgrenzen.
  • We merken in de dagelijkse praktijk ook dat Friestaligen werken in een tweetalige praktijk, namelijk thuis Friestalig en op het werk Nederlandstalig.
  • We kijken en luisteren vervolgens naar enkele korte filmfragmenten van sporters, en horen dat zij bepaald niet perfect Fries spreken (zonder dat we dat overigens veroordelen). De één is van oorsprong Friestalig, waar de ander duidelijk Fries als tweede taal spreekt. Dat kun je horen.
Hoe kijken wij naar het Fries en naar het gebruik ervan?
Als je dit gaat onderzoeken, kom je in een moeras terecht, want hèt beeld krijg je er niet van, wel allerlei uiteenlopende beelden.
  • We luisterden zojuist in de filmfragmenten al naar het veel voorkomend zogenoemd interferentie-Fries, waarbij Nederlandse termen in het Fries worden opgenomen, en ook het omdraaien van de tijdwoorden.
  • Wat we van en over taal weten (zoals bijvoorbeeld taalkunde, taalvariatie, taalverandering, taaloverdracht) bepaalt mede hoe wij ernaar kijken. 
  • We focussen nu vervolgens op taalvariatie en taalverandering. Daarbij kijken we naar enkele onderzoeksresultaten van Anne Merkuur. Daarbij concludeerde ze dat de taalvariatie tussen de jongeren onderling groter is dan onderling bij de oudere generaties. Daarbij bleek ook dat de taalvaardigheid en het consistente gebruik van taal achteruit gaat naarmate de onderzoeksgroep jonger is.
Wat zien we hier eigenlijk?
We zien in elk geval variatie en verandering, maar we kunnen niet zeggen wat dit betekent, omdat er nog geen duidelijk beeld zichtbaar is. 
  • Verder is het nog de vraag of de taalgebruikers zelf wel consistent zijn in hoe zij de taal gebruiken.
  • Moet taal eigenlijk wel een systeem hebben? Oorspronkelijk werd gedacht van wel, omdat je daarmee dan de ander een taal kunt leren. Tegenwoordig vraagt men zich af of er wellicht acceptabele grenzen zijn van wat wel kan en mag en wat niet acceptabel is qua taaluiting.
  • Uit onderzoek blijkt dat de deelnemers uit een onderzoeksgroep soms ook weigeren om precies te doen wat de onderzoeker vraagt. Ze geven dan hun eigen draai aan taal, en blijven daarbij.
  • We kunnen niet zomaar concluderen dat er sprake is van ons taalverlies, mede ook omdat het heel normaal is dat taal verandert. Daar hoef je je dus niet al te druk over te maken, want het is de normale gang van zaken. Trouwens wellicht gaat die verandering in het Fries wel iets sneller dan bij andere talen? Dat weten we niet.
  • Taalverandering is niet per definitie taalverlies. Belangrijk is wel dat taal wordt overgedragen aan de volgende generatie. En die maken dan wel weer iets van het dan veranderde Fries.
  • Als je taal niet overdraagt, kan het in twee generaties tijd zomaar verdwijnen.
  • Het Fries is wel kwetsbaar. 
  • Niet elke ontstane taalvariatie zal acceptabel zijn. 
Wat zien we (nog) niet?
We moeten dus goed gaan en blijven kijken naar opeenvolgende momentopnames van wat we constateren aan taalverandering. 
  • Een tekortkoming is nog dat alle taalonderzoekers vaak slechts kijken naar een beperkt deel van de taal en van het taalgebruik. De uitdaging is om die expertises bij elkaar te brengen, om daarmee dan een totaalbeeld te verkrijgen. Daar wordt momenteel bij de RUG wel aan gewerkt.
  • Maar ja, wat doen we dan met die geconstateerde taalvariaties. Wat zien we, wat vinden we ervan, en wat doen we er dan al dan niet mee/aan? Dat is nog de vraag.
  • Als we een betere standaard voor het Fries hadden (zonder bijvoorbeeld te lenen van andere talen), zouden we dan het Fries ook stabieler als taal kunnen behouden?  In België blijkt dat hyper-standaardisering in elk geval niet afdoende helpt. Een taalstandaard kan wel verheffen, maar kan ook een nadelig effect geven.
Onze Taal, jullie taal, mijn taal?
  • Hoe homogeen of heterogeen is het taalgebruik in het Fries? Daar hebben we nog niet een goed zicht op, omdat wetenschappers allemaal hun eigen focus hebben, en de onderzoeksresultaten daarvan nog niet bij elkaar zijn gelegd.
  • Zouden we naar een nieuwe beschrijving van het Fries moeten overgaan? In dat geval zou aan de studenten Fries in elk geval ook een beter beeld gegeven kunnen worden. Anne merkuur pleit voor een brede online taalbeschrijving van het Fries. Daarmee zouden studenten - en anderen - tenminste goed in beeld krijgen hoe de Friese taal in elkaar steekt.
Plenaire interactie
  • Docenten Friese taal bewegen zich bij het geven van Friese les nu al in het spectrum tussen ‘geef Frysk’ (wat wordt onderwezen) en het Fries dat de leerlingen thuis en op straat (in de eigen regio) spreken.
  • Bij de overdracht van het Fries aan kinderen in gezinsverband speelt niet alleen de overdracht door hun ouders een rol, maar ook de taaloverdracht door ‘pakes & beppes’ aan hun kleinkinderen.
  • Je ziet dat ook als gevolg van gemengde (taal)huwelijken één van de talen vaak verdwijnt bij het aanbieden van taal aan de kinderen. Bij een meertalige huishouding delft de kleinste taal vaak het onderspit, zeker als de andere taal in hoger aanzien staat.
  • Een taalstandaard heb je beslist nodig om de taal (aan) te leren. 
  • Anne Merkuur pleit ervoor om je voortdurend bewust te zijn van alles wat met taal te maken heeft, want als je daar alert op bent, weet je wat er gebeurt, waar het naar toe gaat, en kun je nadenken over wat daar mee en aan is te doen. 
  • We doen al heel veel aan het Fries, besteden er al veel geld aan, maar als we daar onzorgvuldig in worden, gaat de taal uiteindelijk (deels) verloren.

woensdag 30 september 2026

Camino de Invierno

Woensdag 30 september 2026 
 
Cover van de routegids van de 'Camino de Invierno'
De Spaanse Winterroute voor pelgrims
Dat werd de 'Camino de Invierno', ook wel de 'Winterroute' genoemd, die pelgrims in de Middeleeuwen al bewandelden in de winters dat de Camino Francés door sneeuw op de bergtoppen van O Cebreiro onveilig en daardoor onbegaanbaar was. Dan kon je wachten tot de sneeuw op de bergpas was gesmolten, of je ging via een geringe omweg via Monforte de Lemos door een minder hoog berggebied, dus de Winterroute, ofwel de Camino de Invierno, zoals de Spanjaarden die noemen.

Routegidsen van de Camino de Invierno
We liepen de Camino de Invierno in één keer van 5 tot en met 19 mei 2026 van Ponferrada naar Santiago de Compostela over de afstand van 269,1 kilometers in een tijdsbestek van 14 wandeldagen. Dat is gemiddeld circa 19,3 kilometer per etappe.
Bij de voorbereiding en tijdens het bewandelen van de Camino de Invierno hebben we gebruik gemaakt van de volgende zes wandelgidsen: 
  • A. ‘Vía de la Plata’ (etappes 40 & 41) van Cordula Rabe, in de Nederlandstalige versie van 2023; en 
  • B. ‘Spanien: Jacobsweg Vía de la Plata’ (kaarten 49 t/m 51) van Raimund Joos, in de Duitstalige versie van 2019; en 
  • C. ‘Vía de la Plata’ (pagina 121 t/m 124) van Hans van den Breul, in de Nederlandstalige versie van 2025; en 
  • D. ‘Camino de Invierno / Ponferrada – A Laxe - Santiago’ (etappes 01 tm 08 en 4 & 5) van John Brierley, in de Engelstalige versie; en 
  • E. ‘Camino Invierno’ (alle 10 etappes) van Hans van den Breul, in de Nederlandstalige versie van 2026; en 
  • F. Wintercamino – Camino de Invierno’ (alle 10 etappes) van een Redactie van acht werkgroepleden, in de Nederlandstalige versie van 2016.
De verschillende wandelgidsen kennen een eigen etappe-indeling, met - uitgaande van hun eigen uitgangspunten - onderling verschillende etappe-afstanden. Daarom hebben wij bij de bepaling van onze eigen etappe-afstanden per etappe het gemiddelde genomen van de hierboven genoemde wandelgidsen die zo’n etappe beschrijven. 
Voordeel van het gebruiken van meerdere wandelgidsen is dat we vooraf en tijdens de pelgrimstocht een goed beeld kregen van alle ins en outs inzake de volgende etappes, waaronder voorzieningen zoals bars, winkels en overnachtingsaccommodaties. 
Dan zie je ook welke afwijkende route-variaties de afzonderlijke wandelgidsen vermelden, waaruit we in dergelijke situaties een weloverwogen keus konden maken ten aanzien van de door ons te lopen variant. 

Routegids 'Camino Invierno' volgens Hans van den Breul
De pelgrimsgids van de Camino de Invierno van Hans van den Breul is opgedeeld in 10 etappes, van Ponferrada tot aan Santiago de Compostela.
  • Met maximaal vijf sterretjes geeft hij per etappe de gradatie aan voor wat betreft de moeilijkheidsgraad en de natuurbeleving
  • De routegids bevat ook een lijst met nagenoeg alle overnachtingsadressen langs de Camino de Invierno.
  • De etappekaarten in de gids geven de hoofdroute aan, maar hier en daar zijn ook routevarianten ingetekend en kort beschreven.
  • Onder de etappekaart staat van elke etappe een hoogteprofiel afgebeeld.
  • Verder bevat deze pelgrimsgids enkele inleidende teksten, over bijvoorbeeld: het verhaal achter de pelgrimage, waarom pelgrimeren, het ontstaan van de pelgrimsweg, wie was Jacobus de Meerdere, praktische informatie voor onderweg en enkele fotobladen die een beeldimpressie geven van de route.
  • Achterin de gids wordt kort informatie gegeven over mogelijkheden voor de weg terug naar Nederland.
De Camino de Invierno wordt in deze gids voor de pelgrim 'een absolute aanrader' genoemd voor de pelgrim die wil genieten van een verstild en vele malen betoverend landschap, dat nog door betrekkelijk weinig pelgrims wordt belopen. 
Voorts schrijft Van den Breul: prachtig, zwaar, indelen en plannen is aan te bevelen, reserveren is soms nodig, landschappelijk een juweel, de weinige gehuchten zijn soms nagenoeg uitgestorven en typisch Spaans.

 

Onze 14 etappes van Ponferrada naar Santiago de Compostela
De totale afstand van de 10 etappes volgens deze routegids is ongeveer 260 kilometer.
Durkje en ik hebben die 10 etappes volgens deze pelgrimsgids gelopen in 14 dagen (hieronder 'etappes' genoemd), met een totale afstand van ongeveer 269,1 kilometer, waarmee de gemiddelde afstand per dag/etappe 19,3 kilometer is geworden.
We liepen de 14 etappes (met een rustdag op 12 mei 2026 in Monforte de Lemos) uit deze pelgrimsroutegids op de volgende dagen: