dinsdag 2 juni 2026

Pelgrimeren van Alija del Infantado naar La Bañeza

Pelgrimsroute van Sevilla (S) naar Santiago de Compostela (S)
Vía de la Plata van Sevilla naar Astorga
Van Alija del Infantado naar La Bañeza
Zaterdag 2 mei 2026 – 21,7 km.
Dag 33: 665,2 – 686,9 km.
 
Bij het standbeeld van Sint-Jacobus in La Bañeza

Vertrek uit Alija del Infantado
Vandaag lopen we van de Vía de la Plata onze 33e etappe, over een afstand van 21,7 kilometer, van Alija del Infantado naar La Bañeza.
De wekker wekt ons vanmorgen om 6:45 uur. De Spaanse pelgrim die bij ons in de slaapzaal ligt, blijft in bed totdat wij zijn vertrokken. De Spaanse pelgrim in de andere slaapzaal vertrekt als wij net uit bed zijn, en de Nieuw-Zeelandse pelgrim vertrekt als wij aan ons ontbijt gaan beginnen.
We ontbijten in de gemeenschapsruimte van onze gemeentelijke pelgrimsherberg in Alija del Infantado. De eigenaresse heeft brood met margarine en beleg en melk voor ons klaargelegd, en koffie en thee zijn er ook volop, dus dit is een herberg inclusief ontbijt.
Als Durkje en ik klaar zijn met het ontbijt, pakken we onze rugzakken in, en verlaten we de pelgrimsherberg om 8:05 uur. Het heeft zojuist al even heel hard geregend, en de lucht is tamelijk dreigend als we op stap gaan.
We lopen naar het centrum van Alija del Infantado en passeren onderweg een kleurrijk, leegstaand huis met zwembad in de voortuin.
Aan het eind van de dorpsstraat staat de kerk, de Ermita del Cristo de la Vera Cruz.
Naast de kerk staat een wegkruis, met daarop een Sint-Jacobusschelp.
Als we de hoofdstraat vervolgen, worden we gadegeslagen door twee poezen die op de bovenverdieping van een huis door het raam staan de kijken.
Net buiten de bebouwde kom zien we enkele bodegas, die daar zijn ingegraven in de bergwand aan onze linkerhand.

Slagregen vóór La Nora
Dan zijn we Alija del Infantado uit, en ligt er een hele lange rechte asfaltweg vóór ons.
Gedurende de kilometers op deze weg horen we steeds vaker de donderslagen van het onweer, soms links boven de bergen, en ook wel eens vlak boven ons. Achter ons horen we het ruisen van de regen ons achtervolgen, dus we besluiten om de regenpakken aan te doen. Om niet overvallen te worden door de regen pakken we er eerst even een paraplu bij, want als het begint te regenen, kunnen we in elk geval onder de paraplu de regenpakken aantrekken. Maar dan begint het ineens heel hard te regenen. We stappen in een diepe greppel naast de weg bij een grote struik, en wachten eerst maar de slagregen af, want heel dicht tegen elkaar aan staand onder die ene paraplu beperken we de waterschade van deze felle regen. Zodra de intensiteit van de regen afneemt, trekken we snel onze regenbroeken en onze regenjassen aan.  
We zijn dan inmiddels aangekomen in La Nora.
Op de kruising vlak vóór de bebouwing van La Nora, moeten we rechtsaf naar de brug.
Op de brug aangekomen, maken de wegwijzers – waaronder een gele Sint-Jacobsschelp – ons duidelijk dat we linksaf moeten, om daar over een veldweg langs de rivier voort te gaan.

Alternatieve route vanuit La Nora
Maar, als we dan direct al bij een eerstvolgende brug komen, staat daar een banier met een gele pijl op een blauwe ondergrond die naar links over de rivier wijst. Onze pelgrimsroute gaat hier echter rechtdoor langs de rivier.
Op de banier staat daarentegen dat we linksaf moeten op een alternatieve route. Meer informatie hebben we niet, dus veiligheidshalve besluiten we dan maar dat alternatief aan te houden, want het zou best kunnen zijn dat de reguliere route verderop gestremd is, misschien ook wel vanwege wateroverlast, wat wij van Spanje eerder ook wel hebben meegemaakt.
Een klein eindje verderop komt ons alternatieve pad weer terug op de asfaltweg van zojuist, en ook daar staat weer zo’n gele pijl, maar nu rechtsaf de asfaltweg op.
Op onze route-app Organic Maps checken we even wat de consequenties hiervan zijn, en daar zien we dat we deze asfaltweg wel kunnen nemen naar Quintana del Marco, maar dat we dan wel een enigszins grotere afstand moeten afleggen dan volgens de reguliere route langs de rivier.
We gaan dus toch maar gewoon het kilometers lange alternatieve traject van de asfaltweg op. Daarbij komen we een heel eind verder langs een gebied dat geruime tijd geleden zwaar heeft geleden onder een enorme bosbrand. Over een grote afstand zijn de bomen links van de weg tot hoog tegen de berghelling op allemaal verbrand, waardoor we een groot zwartgeblakerd bos links van ons hebben.

Superlaag horecatarief in Genastacio de la Vega  
Een ander gevolg van onze alternatieve route is dat we onderweg op deze asfaltweg ook het dorpje Genastacio de la Vega zullen doorkruisen. Dat dorp wandelen we binnen om 10:00 uur.
Door de hoofdstraat lopen we door het dorp.
Op het dorpsplein aangekomen, zien we verderop rechts in het dorp de dorpskerk staan, en aan het plein is een bar, waar enkele mannen bij de ingang staan. Conclusie is dat de bar open is op deze zaterdagochtend en dat we hier in elk geval koffie kunnen drinken. 
Bovendien is het onderweg al weer zulk mooi weer geworden met zonneschijn dat we de regenjassen al lang hebben uitgetrokken. Maar omdat de buienrader nog regen als onheil voorspelde, hebben we de regenbroeken nog maar aan gehouden. Ondertussen is het echter zo warm geworden dat die regenbroeken toch echt uit moeten. 
We lopen het café binnen waar het al gezellig druk is, en daar trekken we de regenbroeken uit, en bestellen we Café Americano met een heerlijke portie tortilla de patatas erbij. Met onze eigen broodjes erbij genieten we van een heerlijke koffiepauze in een dorpje waarvan we voorheen nooit hadden vermoed dat we hier doorheen zouden komen. 
Uit ervaring weten we dat koffie en andere consumpties in steden en op toeristische plekken (veel) duurder zijn dan waar al dan geen pelgrims door de dorpen komen, maar hier komen normaal gesproken helemaal geen toeristen en geen pelgrims door het dorpje, dus de prijzen voor de lokale bevolking zijn dan vaak (veel) lager. En dat blijkt nu maar al te zeer, want als ik de twee koffie en de twee porties tortilla de patatas moet betalen, blijkt dat totaal maar drie euro te kosten. Daar kun je in Nederland nog maar nauwelijks en soms helemaal geen kop koffie meer voor kopen in de horeca, ondanks het feit dat een kopje koffie in de horeca maar een netto-kostprijs van zo’n tien cent heeft.

In Quintana del Marco weer op de goede weg
In deze bar komt tijdens onze pauze een agent van de Guardia Civil binnen. Hij drinkt een kop koffie aan de bar, en ik ga naar hem toe om hem te vragen waar wij de reguliere pelgrimsroute weer op kunnen gaan. Als ik hem vraag of wij straks in Quintana del Marco het pelgrimspad weer kunnen hervatten, bevestigt hij dat, dus dan vertrouwen we er maar op dat dat goed komt.  
Een half uur later verlaten we Genestacio de la Vega over de hoofdstraat met de voor ons zo passende straatnaam ‘Carretera Vía de la Plata’.
We blijven de LE-114 vanuit Genastacio de la Vega volgen over een parallel voetpad, totdat we Quintana del Marco binnenwandelen. Het is nu 10:45 uur, en het is nog steeds heerlijk zonnig weer, met nauwelijks wind.
We verlaten de hoofdstraat en nemen de zijstraat in de richting van de dorpskerk, omdat we vermoeden dat we daar ergens wel de rivier zouden kunnen oversteken. 
Als we het dorpsplein bij de kerk oversteken, zien we dat hier de bar ook geopend is, dus we hadden hier sowieso ook koffie kunnen drinken als de bar in het vorige dorp gesloten was geweest.
Op de kerktoren hebben enkele ooievaars hun nesten gebouwd, en daar hebben ze het maar druk mee, zo te zien.
Even later steken we via de brug de Río Jamuz over, die het dorp doorsnijdt. 
En daar zien we dan ook weer de gele caminopijlen van de reguliere pelgrimsroute. Langs de rivier lopen we naar de rand van het dorp. Rechts van ons zien we een heel dikke burchttoren, met ernaast het topje van nòg een kerktorentje.
Ook op deze burchttoren zien we meerdere ooievaarsnesten.
Op de hoekpunten van de burchttoren hebben de ooievaars hele hoge nesten gebouwd, waar ze nu bovenop staan.

Padvindend door het open veld van Villanueva de Jamuz naar Santa Elena de Jamuz
Nu we het dorp uit zijn, volgt een kilometers lange route langs de rivier de Río Jamuz. Het eerste deel van die route gaat over een hele brede halfverharde veldweg.
Om 11:25 uur zien we tussen de bomen door in de verte over de rivier heen de gebouwen van het dorpje Villanueva de Jamuz.
Bij de brug over de rivier aangekomen, hoeven we er niet over, en hoeven we het dorp niet in, maar we steken wel even de rivier over om een foto te maken van het dorpsbeeld van Villanueva de Jamuz.
Dan gaan we weer terug over de rivier en vervolgen we onze route langs de rivier. De brede veldweg verandert verderop echter in een smal veldpad langs de rivier. Dit is duidelijk een pad waar het landbouwverkeer niet meer komt. Toch kunnen we hier prima voort.
De routekaart laat zien dat er verderop een knik komt in het pad. Als we daar aankomen, zien we dat het feitelijk betekent dat het smalle veldpad hier stopt. Concreet betekent het dat we hier zelf een weg moeten zoeken door het hoge gras van het open veld. We doen dat precies goed, want een heel eind verderop komen we langs een dikke kei waarop we een gele caminopijl zien staan. Dan zijn de grassen ook niet meer zo hoog en kunnen we – als we heel goed naar de vegetatie kijken – goed inschatten waar het niet veel bewandelde graspad van de Vía de la Plata bedoeld is. 
Het is prachtig zonnig weer, en we lopen hier op goed geluk over een onduidelijk graspad door het uitgestrekte veld.
Om 12:30 uur begint de wolkenlucht wel weer behoorlijk dreigend te worden, en we hopen maar dat het de rest van de etappe toch nog droog zal blijven.
Tussen de begroeiing door zien we links over de rivier heen het dorpje Santa Elena de Jamuz. Ook daar hoeven we straks niet doorheen.
Als we de rivierbrug van de Río Jamuz bij Santa Elena de Jamuz zien, zie ik een bliksemflits links in de verte, en het begint al behoorlijk te onweren in de verte. 
Het weerbeeld is precies gelijk aan vanmorgen toen het zo hard begon te regenen, dus als we bij de rivierbrug ter hoogte van Santa Elana de Jamuz op de asfaltweg aankomen, besluiten we voor de zekerheid toch de regenkleding maar aan te trekken.

Onweer met slagregens en hagelbuien
En dat blijkt een hele goede keuze te zijn, en ook nog maar net op tijd, want als we nog maar net helemaal afgeschermd zijn voor de regen door onze regenbroek en regenjas begint het fiks te regenen. Dat deert ons nu niet meer, dus we wandelen moedig verder over de asfaltweg richting La Bañeza, helaas wel door het onweer en met fikse regen.
Op een gegeven moment wordt het toch wel wat al te dol met de regen, en dan zien we verderop gelukkig een bedrijfsterrein met een afdak. Als we dat terrein op gaan, zien we dat we hier bij een vuilstortstation aankomen van de gemeente, en als we de oprit op gaan, begint het enorm hard te regenen. We lopen snel door het stromende water van boven en over het pad door de toegangspoort naar dat afdak, en zien dat de beheerder van het stortterrein ons wijst dat we snel onder het afdak kunnen gaan staan, maar hij wenkt ook dat we wel bij hem in het receptiegebouw mogen komen. Omdat we doornatte regenpakken aan hebben, gebaren we hem dat het afdak prima is, en dan gaat hij snel weer naar binnen, en wij vinden een prima schuilplek in de schuur waar uiteenlopende afvalsoorten gescheiden kunnen worden aangeboden. 
En dan begint het vreselijk hard te regenen, met ondertussen ook nog onweer. De temperatuur daalt heel snel, en regelmatig krijgen we te maken met een fikse hagelbui. Door de hagel en de slagregen klettert de neerslag met een hard geluid bovenop het dak van de schuur waarin we heerlijk droog staan te schuilen. 
De slagregen en hagelbuien met onweer houden lang aan, dus we blijven geduldig wachten totdat de lucht enigszins opklaart. 
Dan lopen we met een ruime boog om de diepe waterplassen van het vuilstortterrein naar de beheerder van het terrein, en bedanken hem voor zijn vriendelijk gebaar dat we bij hem mochten schuilen.
Langs de rand van de toegangspoort kunnen we nog maar net fatsoenlijk langs het snelstromende regenwater over de weg het terrein verlaten, en dan gaat het voort over de asfaltweg richting La Bañeza.

Inchecken in de pelgrimsherberg Albergue Monte Urba van La Bañeza
We hoeven nu nog maar zo’n drie kwartier te lopen totdat we aankomen in La Bañeza. De harde wind heeft onze regenpakken al heel snel gedroogd, maar ja, de regen is nog lang niet over, dus we krijgen weer met regen te maken.
Gevolg is dat we toch nog weer met natte regenkleding de stad La Bañeza binnenlopen.
Door de straten van La Bañeza volgen we de gele pijlen, totdat we op een hoek de wegwijzer naar de pelgrimsherberg Monte Urba zien staan.
Om 13:45 uur arriveren we bij de pelgrimsherberg, die wordt beheerd door de plaatselijke parochie en de vrienden van de Camino de Santiago.
Binnengekomen, zien we dat de Spaanse pelgrim en ook de Nieuw-Zeelandse pelgrim die vannacht met ons in de herberg in Alija del Infantado waren, al zijn gearriveerd. Zij kregen de grote achtpersoons slaapzaal, waar acht ziekenhuisbedden in twee rijen staan opgesteld. De Nieuw-Zeelander vertelt dat de andere bedden ook al zijn bezet, en dat wij waarschijnlijk dan in een andere slaapzaal komen.
We bellen tegenover de herberg aan bij het huis van de beheerster, maar die reageert niet op de deurbel. Ook op het appje krijgen we geen reactie. Dus bellen we het telefoonnummer van de herbergier, en krijgen dan een man aan de lijn die me vertelt dat we moeten aanbellen bij nummer 20. Als ik vertel dat Mari echter niet reageert, zegt hij bij ons te zullen komen.
Even later is hij gearriveerd en checkt hij ons in, na telefonisch overleg met Mari. Wij krijgen inderdaad de andere slaapzaal toegewezen, waar drie nieuwe stapelbedden staan, met nota bene alles nieuw qua matrassen, kussens en hoezen. Bovendien zegt hij dat wij de enigen zullen zijn in deze slaapzaal. Het is vast en zeker goed geweest dat wij onze komst hebben vooraangemeld, want waarschijnlijk heeft Mari daardoor besloten dat wij als echtpaar niet op de zaal met alleen maar mannen zouden komen te liggen. Wij blij.
De rest van de middag kunnen we douchen, ons installeren, de foto’s en verslagen klaar maken, eten en drinken, de wasmachine gebruiken, onze regenkleding en schoeisel en was buiten drogen (want de zon schijnt al weer, en alles waait heerlijk droog).
Later op de middag komen de andere zes Spaanse mannen als groep binnen, en dan zien we dat dit de zes Spaanse pelgrims zijn die gisteren tegelijk met ons Benavente uit liepen. Hier komen onze wegen dus weer samen in deze pelgrimsherberg.
Vanavond gaan we uit eten bij een pizzeria in het centrum van La Bañeza, nadat we eerst onze boodschappen voor morgen hebben gehaald bij een supermarkt in het stadscentrum.

zondag 31 mei 2026

Pelgrimeren van Benavente naar Alija del Infantado

Pelgrimsroute van Sevilla (S) naar Santiago de Compostela (S)
Vía de la Plata van Sevilla naar Astorga
Van Benavente naar Alija del Infantado 
Vrijdag 1 mei 2026 – 21,3 km.
Dag 32: 643,9 – 665,2 km.
 
Stapelbedden in de slaapzaal van Refugio de Peregrinos van Alija del Infantado


















Vertrek uit Benavente
Vandaag lopen we van de Vía de la Plata onze 32e etappe, over een afstand van 21,3 kilometer, van Benavente naar Alija del Infantado.
De wekker wekt ons vanmorgen om 6:45 uur. 
We ontbijten in de kamer van ons hostal Avenida in Benavente.
Als Durkje en ik klaar zijn met het ontbijt, pakken we onze rugzakken in, en verlaten we het hostal om 7:50 uur. 
We lopen door de binnenstad eerst naar de Plaza Mayor, vanwaar we de route van de Vía de la Plata weer op gaan.
Als we op de brede uitvalsweg Benavente uit gaan lopen, zien we links van ons ineens zes Spaanse pelgrims vanuit een andere uitvalsweg óók de stad uit gaan.
Ze hebben een veel lager groepstempo, dus ze volgen ons geruime tijd.
Er zijn verschillende routes om Benavente te passeren. Eén ervan gaat ruim om de stad heen, één ervan gaat langs de stad, en de route zoals die is beschreven in de Duitstalige routegids die wij gebruiken, beschrijft de etappe door en vanuit de stad. Deze route volgen wij, omdat wij in de stad hebben overnacht. Om 8:20 uur wandelen we de bebouwde kom van Benavente uit.

Over en langs asfalt en door de dehesa
Dan moeten we nog geruime tijd dezelfde asfaltweg blijven volgen. Achter me loopt Durkje, en naast me loopt mijn eigen schaduw met me mee.
We hebben vandaag schitterend wandelweer op de Vía de la Plata. De zon schijnt al vroeg, en ‘s morgens waait het nog aardig, maar gaandeweg gaat de wind liggen, en daarmee is het prima voorjaarsweer voor de pelgrim.
We passeren een momenteel niet in gebruik zijnd benzinestation, dat de treffende naam ‘Camino de Santiago’ draagt.
Tien minuten later gaan we door een klein spoorviaduct, waarmee we het spoorpad kruisen waarop we gisteren iets noordelijker een eind hebben gelopen.
Het spoorpad loopt rechts van de camino, die op een gegeven moment een eerst breed, en later smaller veldpad is dat langs de asfaltweg – eerst links en daarna rechts – loopt.
Richtingwijzers zien we niet of nauwelijks, maar op een gegeven moment zijn ze er weer heel nadrukkelijk.
Waar ons pad wegdraait van de asfaltweg, gaan we omhoog naar een uitgestrekte dehesa, waarop veel steeneiken groeien en bloeien
Voor de tweede maal kruisen we het spoorpad, maar nu gelijkvloers. 
Dan komen we na een lichte klim boven op een voormalige zand- en grind-afgraving.
Vanaf deze hoogte hebben we een mooi uitzicht over het landschap, en ook naar beneden in de afgraving van vroeger.
Als we de derde keer het spoorpad kruisen, zien en horen we vóór ons de autosnelweg A-52.

Villabrázaro
We gaan door een klein viaduct onder de A-52 door.
En dan wandelen we direct daarna om 9:30 uur de plaats Villabrázaro binnen.
Het is vandaag de eerste mei, en dat is voor de Spanjaarden landelijk een vrije dag. Het was in Benavente vanmorgen nog heel stil op straat, en ook hier zien we nauwelijks iemand in het dorp. Het is heel stil op straat.
Links passeren we een vervallen stal, die vroeger van onder andere leem is gebouwd. Leem met stenen en hout werd hier veel toegepast als bouwmateriaal, en inmiddels zijn we veel later in de tijd gearriveerd waarin veel van die lemen bouwwerken tot ruïne vervallen, en zo is dat ook hier bij deze stal het geval.
Volgens onze route-app heeft Villabrázaro twee bars, dus wij doorkruisen het stille dorp in de hoop dat tenminste één van beide open zal zijn. 
Resultaat is dat we de eerste langs onze route niet eens herkennen, en bij de tweede bar aangekomen, blijkt dat dat nu een overnachtingsaccommodatie is, en zeker geen bar meer, ondanks het bord dat nog aan een muur hangt ter hoogte van deze casa rural.
Naast die accommodatie staat de dorpskerk.
Op de kerktoren torent een hoog ooievaarsnest, met daar bovenop een ooievaar.
Aan een muur tegenover de kerk hangt een paneel van de Vía de la Plata, met zoals ook in voorgaande dorpen de naam van het betreffende dorp erop. 
Op het dorpsplein staat een wegkruis.
Onderaan het wegkruis staat een stenen bloembak met de dorpsnaam en met de aanduiding ‘Vía de la Plata’ erop.
Op het wegkruis staan twee afbeeldingen, namelijk één van een Sint-Jacobsschelp aan het kruis, en een Sint-Jacobus eronder.
In alle stilte hebben we dit dorp doorkruist, en evenzo verlaten we het ook.

De Arroyo del Reguero Grande del Valle over
Voorbij Villabrázaro blijven we de lange doorgaande asfaltweg door een open landschap volgen. Er is weinig variatie op de weg, met af en toe een passerende auto, en één of twee wielrenners, die overigens allen hartelijk groeten in het voorbijgaan, en de meesten wensen ons een Buen Camino!
Om 9:50 uur steken we via een bruggetje de Arroyo del Reguero Grande del Valle over.
Links en rechts van de weg zien we hier en daar grote beregeningsinstallaties op de uitgestrekte akkers, en hier en daar ook nog restanten van oude betonnen irrigatiewerken.
We hebben nog geen bar gepasseerd, en ook geen winkel, en hebben nog geen koffie en ook nog geen koffiepauze gehad. Om 10:40 uur vinden we het wel welletjes, want een koffiestop zal er echt niet meer in zitten vandaag, dus daarom zoeken en vinden we ten westen van Pobladure del Valle een betonnen rioolbuis waarop we kunnen zitten voor de door ons meegenomen broodjes met ijsthee.

Stil door Maire de Castroponce
Daarna gaat het weer alsmaar verder over een stille asfaltweg. Nog voordat we in Maire de Castroponce aankomen, lopen we al tussen de verspreid liggende wijnkelders (bodegas) door, die de inwoners hier vroeger hebben ingegraven in de heuveltjes.
Om 11:30 uur wandelen we over een keurig aangelegd lang en breed voetpad het dorp Maire de Castroponce binnen.
In het voetpad liggen putdeksels waarop een afbeelding van een Sint-Jacobsschelp staat.
Enkele minuten later gaan we de bebouwde kom van Maire de Castroponce binnen. 
Voorin het dorp staan een man en een vrouw met elkaar te praten, rechts op grotere afstand slaat een man ons gade als wij het dorp in lopen, en links loopt heel langzaam een oud vrouwtje met een boodschappenwagentje, en dat zijn alle mensen die we in het dorp gewaar worden. Bars zijn hier al helemaal niet, dus we kunnen zo in alle stilte en rust het hele dorp doorkruisen, en dat is dan ook wel heel snel, want zo groot is het ook niet.
In een middenberm staat overigens wel een informatiepaneel van de Vía de la Plata, en daarop staat bovenin het eerste deel van onze etappe van vandaag.

Met de Puente de la Vizana over de Río Orbigo
Voorbij het dorp gaat het verder over alweer asfalt, over de ZA-P-2553, ook nu weer door een golvend open heuvellandschap van weiden en akkers.
Nu hadden we overigens eerder vanmorgen al gezien dat er steeds meer bergen ten westen van ons opdoemen, maar nu we een eindje het vorige dorp uit zijn, vallen ons ook de bergen vóór ons op. We gaan dus het vlakke land verlaten, en zullen zien dat het heuvelachtige te zijner tijd gaat veranderen in een meer bergachtig landschap.
Rond 12:00 uur maakt een groen bord langs de weg ons duidelijk dat we vanaf nu in de provincie Léon zullen lopen.
Dan komt een heel mooi item van de etappe van vandaag, namelijk de oversteek via de Puente de la Vizana over de Río Orbigo. 
We gaan deze 16e eeuwse brug op om de brede rivier over te steken.
Hoog torent deze stenen boogbrug uit boven het water-oppervlak van de Puente de la Vizana.
Aan de overzijde van de rivier staat een voormalig horecagebouw dat al heel lang niet meer in gebruik is. Kennelijk komen hier te weinig bezoekers en passanten om daar nog voldoende mee te verdienen.

Naar de Refugio de Peregrinos van Alija del Infantado
Als we even later op de LE-114 lopen, worden we verrast door de vele dikke en witte pluizen die hier als neerslag op weg, berm en veld vallen. Het witte boompluis ligt hier als sneeuw langs de weg.
Deze weg alsmaar volgend, komen we om 12:40 uur aan bij de dorpsrand van Alija del Infantado, onze bestemming voor vandaag.
We lopen het dorp binnen, en vijf minuten later komen we aan bij de gemeentelijk herberg van het dorp.
We gaan naar binnen en ontmoeten daar een Nieuw-Zeelandse pelgrim, die zo’n vijf camino’s per jaar loopt, en tussendoor door Europa reist. Hij heeft nu eerst de Camino Mozárabe gelopen, en is toen vanuit Malaga begonnen om de hele Vía de la Plata te bewandelen, en gaat daarna evenals wij ook de Camino Invierno lopen.
Wij bellen bij aankomst Elena, de beheerster van de herberg, die ons vlot incheckt, en ons voorziet van de spullen die we in de herberg nodig hebben.
Ze komt later nog tweemaal terug, want later vandaag komen er nog twee Spaanse pelgrims bij, zodat we dan met zijn vijven hier in de herberg zijn, verdeeld over twee slaapzalen met elk zes stapelbedden.
In de gemeenschappelijke ruimte in de vorm van een pijpenla kan ik vanmiddag mijn dagverslag schrijven, en ondertussen doen de andere pelgrims allen hun eigen ding, zoals eten, douchen, wassen, boodschappen halen, slapen, en wat je zoal nog meer doet in en bij een pelgrimsherberg.
Vanavond gaan Durkje en ik naar het plaatselijke benzinestation een halve kilometer verderop in het dorp, waar we op deze landelijke feestdag nota bene nog volop boodschappen kunnen halen en dan ook nog een warme maaltijd kunnen nuttigen in het restaurant achter de benzineshop.

Pelgrimeren van Barcial del Barco naar Benavente

Pelgrimsroute van Sevilla (S) naar Santiago de Compostela (S)
Vía de la Plata van Sevilla naar Astorga
Van Barcial del Barco naar Benavente
Donderdag 30 april 2026 – 8,7 km.
Dag 31: 635,2 – 643,9 km.
 
Lunchen, wasdrogen en verslag schrijven in de hostal-kamer
















Vertrek uit Barcial del Barco
Vandaag lopen we van de Vía de la Plata onze 31e etappe, over een afstand van 8,7 kilometer, van Barcial del Barco naar Benavente.
We hebben daarmee onze aanvankelijke planning enigszins aangepast. Het was namelijk de bedoeling dat we vandaag de 16,7 kilometers vanuit Barcial del Barco via Benavente zouden lopen naar Villabrázaro, en morgen de 13,3 kilometers van Villabrázaro naar Alija del Infantado, maar bij nader inzien willen we graag een middag en nacht doorbrengen in de tussenliggende stad Benavente, dus daarom lopen we vandaag de slechts 8,7 kilometers van Barcial del Barco naar Benavente, en morgen de resterende 21,3 kilometers van Benavente naar Alija del Infantado. Zo kan het ook, en het is vast en zeker wel leuk om wat langer in Benavente te zijn. Zo dachten we eergisteren, en dat blijkt vandaag ook zo te zijn.
De wekker wekt ons vanmorgen niet, want we zijn om 7:30 uur al wakker. Dat is voor ons later dan te doen gebruikelijk, want we hoeven vandaag helemaal niet zover te lopen. 
We ontbijten in de woonkeuken van onze herberg ‘Albergue Las Eras’ in Barcial del Barco. De Oostenrijkse pelgrim Rafaël uit Kufstein is dan ook wakker en voegt zich bij ons.
Als Durkje en ik en Rafaël klaar zijn met het ontbijt, pakken we onze rugzakken in. 
De herberg verlaten we gedrieën om 8:25 uur. We nemen dan afscheid van pelgrim Rafaël, want hij loopt vandaag in tegengestelde richting, namelijk zuidwaarts naar Granja de Moreruela, waar wij gisteren vandaan zijn gekomen. 
We hadden samen met hem een goede tijd in deze herberg en zo ook gisteravond tijdens onze gezamenlijke pelgrimsmaaltijd in bar Borox.
We lopen door de hoofdstraat en passeren een gebouw dat momenteel te koop staat.
We verlaten Barcial del Barco aan de noordzijde.

Spoorpad over twee spoorbruggen
Vlak buiten Barcial del Barco komt van rechtsachter ons de voormalige spoorlijn, die is heringericht voor fietsers en voetgangers. Op dit punt kruist die spoorlijn onze asfaltweg diagonaal, en vanaf dit punt verlaten wij de asfaltweg en gaan we linksaf dit spoorpad op.
Rechts in de verte boven op een heuvel staat weer zo’n groot zwart beeld van een stier (toro), zoals je die op heel veel plekken in Spanje ziet staan.
Hier en daar lopen we over een kaal spoorpad, en op andere plekken lopen we tussen kleurrijke bermvegetatie.
Links van het pad staat een oud sein, een mooie stuk industrieel erfgoed.
Tegen negen uur komen we bij de eerste spoorbrug, die hier hoog door het lager liggende landschap loopt ter hoogte van een meertje waarop we veel zonnepanelen zien. 
De Río Orbigo stroomt hier langs de spoorbrug.
Bijna twintig minuten later komen we verder op dit spoorpad bij de tweede spoorbrug, waar we eerst nog een voormalig tankstation voor treinen passeren.
Deze ruim 250 meter lange spoorbrug is gebouwd in 1932, en werd 17 jaar later al gerenoveerd.
Deze lange spoorbrug ligt hier over de brede Río Esla.
Een kwart kilometer verder komen we aan het eind van deze spoorbrug.
Daar gaat het spoorpad rechtdoor verder, maar onze pelgrimsroute gaat volgens onze routegids en volgens onze route-app Organic Maps hier rechts bij het talud naar beneden, waar we dan een eindje langs de rivier de Río Esla moeten lopen. 
Er zijn geen gele caminopijlen die ons die kant op sturen, maar we maken hier wel de steile afdaling bij het talud neer, en volgen dan toch het karrenspoor langs de rivier.
  
Villanueva de Azoagua
Dit karrenspoor loopt recht op een betonnen irrigatiekanaal af, waar het water vanaf een grote afstand links van ons snel stromend uit de kanaalbak stroomt.
Op de betonnen bak staat hier nu wel een gele caminopijl linksaf, dus daarom lopen we een heel eind over een veldpad parallel aan dat irrigatiekanaal.
Na een bocht naar links voert het veldpad ons naar het dorpje Villanueva de Azoagua.
In het stille dorpje steken we ter hoogte van het gesloten gemeentehuis het dorpsplein van de Plaza Mayor over.
Op een T-kruising aangekomen, nemen we de verkeersweg richting Benavente. Daar passeren we de voormalige gemeentelijke weegbrug. We lopen dan door een bedrijventerrein waarvan de meeste bedrijven al lang geleden zijn gesloten. De suikerfabriek die we even later passeren, is nog wel in bedrijf.
Bij het café-restaurant Kikill zien we een jongeman met enkele honden vóór het gebouw staan. Dichterbij gekomen, zien we tot onze verrassing dat dit de hondenman is die wij zes dagen geleden in Villanueva de Campéan ook hebben ontmoet toen hij zich had geïnstalleerd bij het dorpshuis aldaar.
Iets na tien uur wandelen we de bebouwde kom van Villanueva de Azoagua uit.

Bezoek aan het Monasterio de el Salvador
Vóór ons zien we dan een klooster. Dat blijkt het Monasterio de el Salvador te zijn. De poort van het kloosterterrein staat open, dus we gaan het terrein op in de hoop dat we hier en pelgrimsstempel zouden kunnen verkrijgen.
Op de toegangsdeur staat dat het klooster is gesloten tussen 10:30-11:30 uur. De deur zit nu echter al op slot, dus we lopen naar de kapel links op het terrein. Daar blijkt de kerkdeur wel open te zijn, en dan gaan wij naar binnen. De kerkzaal heeft mooie kerkramen, die echter deels zijn geblindeerd, dus we kunnen ze niet in volle glorie zien. 
We horen damesstemmen ons tegemoet komen door de kloostergang. Dat zijn twee van de 23 nonnen die hier wonen en werken in dit Cisterciënzer vrouwenklooster, waarvan ongeveer de helft Spaans, en anderen voornamelijk uit Zuid-Amerika. Ze verontschuldigen zich voor het feit dat we geen kloosterstempel kunnen krijgen, omdat het komende uur in het teken staat van de eucharistieviering. Eén voor één komen de zusters - ons vriendelijk groetend - in de kerkzaal, en nemen daar hun plaats in voor de viering. 
We nemen afscheid van de Colombiaanse non uit Medellin, en gaan naar buiten om verder te gaan.

Naar Plaza Mayor in Benavente
Tegen half elf naderen we de stad Benavente.
De route loopt eerst een eindje linksom de stad, waar we weer vlak bij het verlengde van het spoorpad van eerder vanmorgen uitkomen. 
We gaan echter het spoorpad niet op, maar gaan in de lengterichting onder een viaduct door, waar de bewoners van het woongebouw verderop de was aan de lijn hebben te drogen.
Aan het eind van het viaduct wandelen we de bebouwde omgeving van Benavente binnen.
Eerst lopen we recht op het Parador af, maar klimmen niet de heuvel op om het te bezoeken. We blijven de doorgaande route aanhouden in de richting van het stadscentrum.
Om 10:40 uur arriveren we op het Plaza de Santa María bij de Iglesia Santa María de Azogue.
Aan de andere zijde van de kerk, gaan we een café in, waar we koffie met churros bestellen voor onze koffiepauze.
Na deze koffiepauze lopen we door het stadscentrum en komen daarbij door een drukke winkelstraat waar je nog maar net op één zijde kunt lopen, omdat hier allerhande wegwerkzaamheden zijn. In het eerste deel van de straat zijn de straters al bezig om heel secuur een nieuwe bestrating feilloos vlak in het beton te zetten. 
Verderop zijn andere werkmannen nog bezig om oude bestrating met een kraan te verwijderen, waar later dan de nieuwe bestrating zal worden gelegd.
Dan komen we aan op het gezellige Plaza Mayor, waar het vandaag marktdag is.

De stad door naar de overnachtingsaccommodatie
Hier gaan we de VVV in, waar we een pelgrimsstempel in onze pelgrimspaspoorten krijgen. Verder maakt de VVV-medewerkster ons met zichtbaar genoegen wegwijs in de stad aan de hand van een stadsplattegrond. 
Het is niet druk in de VVV, dus het is leuk om dan in elk geval mensen uitgebreid wegwijs te maken, en bovendien geeft ze aan het ook heel erg fijn te vinden om het in het Engels te doen, opdat ze haar taalvaardigheid kan trainen.
In de VVV hangt trouwens een replica aan de muur van een beeldje van Sint Jacobus, van het oudst in Spanje bekende beeld van de beschermheilige van de pelgrims, waarvan het origineel zich in Zamora bevindt. 
Voorbij het Plaza Mayor kopen we voor Durkje haar wandelstokken twee rubberen doppen, aangezien de oude versleten zijn.
In het postkantoor een eindje verderop versturen we een pakket papierwerk met daarbij ook een routegids. Dit hebben we allemaal niet meer nodig, en het helpt ons dat we die driekwart kilo niet elke dag hoeven mee te nemen in het vervolgtraject. Hopelijk ligt het thuis bij de post als we over enkele weken thuiskomen.
Dwars over de weg van de straat waar we door lopen, zien we dat men met een stempel grote gele en witte Sint-Jacobsschelpen heeft afgebeeld op het wegdek.
Bij het voormalige hospitaal houden we ook even halt, want de VVV-medewerkster had ons erop gewezen dat we hier iets bijzonders zouden kunnen zien.
Op de deur zit namelijk groot deurbeslag.
En in dat ijzeren deurbeslag vind je op een plek het beeldje van Sint Jacob. En inderdaad, als we goed kijken, zien we een kleine Sint Jacobus inderdaad in het deurbeslag.
Op de gevel zien we trouwens ook nog het grote beeld van een Sint-Jacobsschelp.
De VVV-medewerkster had ons gezegd dat we bij de rotonde met de stierenvechters rechtsaf moeten naar ons hostal, want daar zijn we nu naar op weg, in de hoop dat we alvast naar binnen kunnen om ons daar te installeren.
Bij het hostal aangekomen, hebben we de toegangscode nog niet ontvangen, alhoewel we hadden gevraagd om vervroegd van 14:00 naar 11:00 uur in te kunnen checken. Als we het hostal-nummer bellen, vertelt de telefoniste dat de werksters nog bezig zijn om de kamers schoon te maken, en dat we de toegangscode krijgen als dat klaar is, en in elk geval vóór 14:00 uur.
Even later komen drie schoonmaaksters beneden in de hal, en als één ervan de toegangsdeur opent, vraagt ze of we al een toegangscode hebben, maar die hebben we  nog niet, dus dat wordt een kwestie van wachten.
Omdat we niet bij het hostal willen wachten, gaan we het stadscentrum weer in.

Van de kerk naar het hostal
De VVV-medewerkster had ons al gezegd dat zo rond deze tijd de mis in de Iglesia Santa María de Azogue voltooid zou zijn, en dat we rond deze tijd dan net nog even de kerk zouden kunnen bezichtigen, want na de mis gaat de kerk weer dicht.
We zijn net op tijd, want als we binnenkomen, is de mis precies op dat moment ten einde, en kunnen we een rondgang door deze grote kerk van Benavente maken. 
Opvallend aan weerzijden van de kerk zijn de hoog geïnstalleerde kerkorgels met de horizontale orgelpijpen.
Als we de kerk uit gaan, krijgen we van het hostal de toegangscode via WhatsApp. We kopen onderweg dan wat boodschappen voor een eenvoudige lunch, en wandelen dan naar het hostal, waar we ons inchecken voor verblijf. Daar lunchen we eerst, en dan hebben we de hele middag alle tijd om van alles te doen.
Aan het eind van de middag gaan we naar de grote Gadis-supermarkt aan de andere zijde van ons hostal, waar we de laatste boodschappen voor vanavond en voor morgen halen. We halen niet al te veel boodschappen, in de wetenschap dat het morgen 1 mei is, en dan is in Spanje nagenoeg alles gesloten voor deze landelijke feestdag. We gokken erop en hopen maar dat er morgen in het kleine dorpje Alija del Infantado wel een oplossing komt voor een warme maaltijd, en voor enkele boodschappen voor morgen. Het komt altijd goed, en dat zal morgen ook wel weer lukken. De tijd zal het ons morgen leren, dus we laten dat maar los.
Vanavond gaan we de stad in voor de warme maaltijd van deze pelgrimsdag.

Pelgrimeren van Granja de Moreruela naar Barcial del Barco

Pelgrimsroute van Sevilla (S) naar Santiago de Compostela (S)
Vía de la Plata van Sevilla naar Astorga
Van Granja de Moreruela naar Barcial del Barco
Woensdag 29 april 2026 – 17,9 km.
Dag 30: 617,3 – 635,2 km.
 
Linksaf de Camino Sanabrés, maar wij gaan rechtsaf verder op de Vía de la Plata


















Vertrek uit Granja de Moreruela
Vandaag lopen we van de Vía de la Plata onze 30e etappe, over een afstand van 17,9 kilometer, van Granja de Moreruela naar Barcial del Barco.
De wekker wekt ons om 7:30 uur vanmorgen. Dat is voor ons later dan te doen gebruikelijk, want we hoeven vandaag niet zover te lopen. Het ontbijt staat beneden al voor ons klaar, dus we ontbijten in de grote woonkeuken van ons Casa Rural Donde Victor Luna in het centrum van Granja de Moreruela.
Als Durkje en ik klaar zijn met het ontbijt, pakken we onze rugzakken in.
Als we gereed zijn voor vertrek, sturen we eerst nog een feestbericht, omdat onze oudste kleinzoon Elwin vandaag zijn achtste verjaardag viert.
Dan verlaten we het gastenverblijf om 8:35 uur.
Vijf minuten later staan we achter de dorpskerk op de hoek waar de Camino Sanabrés en de Vía de la Plata uiteen gaan.
Voorzover ons bekend zijn wij de enige twee pelgrims van de 17 die gisteren in Granja de Moreruela overnachtten, die de Vía de la Plata helemaal uitlopen, want alle andere 15 vertelden ons dat ze vanaf hier de Camino Sanabrés op gaan. Wij wandelen daarentegen dus niet richting Ourense, maar gaan in de richting van Astorga, waar de Vía de la Plata eindigt.
We verlaten Granja de Moreruela aan de noordzijde.

Glibberend en glijdend met modderklonten aan de schoenen door het bos
Op het eerste kruispunt op een hoog punt houden we even halt, omdat we voor de jarige Elwin in Denemarken een filmpje willen maken, waarin we hem als pake & beppe op zo grote afstand feliciteren met zijn verjaardag. Dat filmpje sturen we hem daarna direct via WhatsApp. Dan gaan we een kilometers lange rechte veldweg op.
Op een asfaltweg aangekomen, volgen we die heel even naar rechts, om dan vlak vóór de N-630 een bospad op te gaan dat ons door een mooi bosperceel langs de N-630 voert.
Dat de N-630 niet meer zo druk wordt bereden als voorheen, blijkt wel uit het feit dat aan de overzijde van de weg een groot bouwwerk staat, dat lang geleden waarschijnlijk een mooi hotel-restaurant is geweest tegenover dit bos waarin we nu lopen.
Al vanaf dat we Granja de Moreruela uit liepen, miezerde het licht, maar nu we hier door het bos lopen, gaat de miezer over in regen, en wel zo hard dat we het nodig achten om onze regenjassen aan te trekken. Optimistisch als we zijn, trekken we de regenbroeken (nog) niet aan, waarvan we later spijt krijgen, omdat het aanhoudend en nog veel harder begint te regenen. Gevolg: doornatte broek(spijpen) en natte sokken in de wandelschoenen. 
De regen maakt het er niet leuker op, maar we lopen gewoon door, want ook in de regen kun je lopen.
Vooral door het heuvelachtige bosgebied met het onverharde pad wordt het heel erg glibberig, en dikke klonten aarde kleven aan onze schoenen, maar we lopen en glibberen voorzichtig door.
Op een breed steentjespad laten die modderklonten wel weer los, maar het blijft in de regen slalommen tussen alle waterplassen door. Op één plek is het pad over de volle breedte overstroomd, zodat we er niet zomaar doorheen kunnen lopen. Daarom moeten we hier zoals op enkele andere plekken even door de iets hogere bermvegetatie om al balancerend toch zo goed als mogelijk verder te kunnen gaan.

Boodschappen en koffie in Santovenia del Esla
Als we om 10:35 uur het dorp Santovenia del Esla naderen, regent het al iets lichter, en begint het enigszins op te klaren.
In het dorpscentrum aangekomen, steken we eerst de hoofdweg over om in het gemeentehuis een stempel voor onze pelgrimspaspoorten te halen. 
Daarna lopen we de beide bars voorbij, om vlak vóór de kerk linksaf een klein straatje in te gaan, waarvan we op Google Maps hadden gezien dat daar een levens-middelen-winkeltje open is. Dat blijkt inderdaad het geval te zijn, dus hier halen we – nu het nog kan – onze boodschappen voor vandaag en voor morgen, want pas morgenmiddag kunnen we weer boodschappen halen.
Het is inmiddels droog geworden als we van de kruidenier teruglopen naar één van de bars aan de kopse kant van het dorpsplein. Daar gaan we naar binnen, en bestellen we een kop koffie. Aan de wand van de bar hangt een groot schilderij waarop de bar is te zien aan het plein van dit dorp.
We ruimen onze regenkleding op, doen de boodschappen in de rugzak en genieten hier in de bar van onze koffiepauze in den droge.
Daarna wandelen we door de hoofdstraat naar de dorpskerk.
Aan de kerkmuur hangt ook hier evenals in Granja de Moreruela een paneel van de Vía de la Plata, waarop onder andere de naam van het dorp staat.
Voorbij de kerk nemen we een uitvalsweg naar beneden.
Om 11:30 uur verlaten we Santovenia del Esla over een karrenspoor.

Op het rechte pad naar Villaveza del Agua
Ter hoogte van de hoogliggende begraafplaats gaan we de N-630 op, om die een eindje te volgen. Daarna verlaten we de N-630 om eerst een stuk veldweg te nemen vlak langs de N-630.
Daarna draaien we iets verder van de N-630 af, om dan kilometers lang een kaarsrechte veldweg te nemen. Links van het steentjespad loopt een kilometers lang irrigatiekanaal, dat hier en daar haaks naar links draait, opdat de akkers geïrrigeerd kunnen worden in droger tijden.
Een uur nadat we Santovenia del Esla hebben verlaten, krijgen we het volgende dorpje in zicht, namelijk Villaveza del Agua.
De kerktoren steekt prominent boven de bebouwing van het dorp uit.
Om 12:30 uur vlak vóór Villaveza del Agua eindigt een kilometers lange rechte veldweg. Die lange rechte weg was wel wat monotoon, maar het is gelukkig droog en zacht weer, en bovendien heeft de gevangenis die we enkele dagen geleden passeerden ons er toch wel in stilte en ter overdenking op gewezen dat je het beste af bent in je leven als je op het rechte pad blijft. Monotoon is niet altijd even leuk, maar vrijheid is toch wel een hoog goed.
In Villaveza del Agua staat op een braakliggend terrein een mooi boerenhok, dat vroeger van beton en dakpannen is opgebouwd in de vorm van een pagode.
We lopen een eindje door de hoofdstraat van het dorp, tot vlak vóór de voormalige bar, waar we weer een veldpad op gaan.
Op dat pad verlaten we Villaveza del Agua.

Pendelen tussen Bar Borox & Albergue Las Eras in Barcial del Barco
Het is nu nog maar enkele kilometers naar Barcial del Barco. Al zo’n vijf minuten later krijgen we onze plaats van bestemming duidelijk in beeld.
Onze laatste kilometers van vandaag volgen op enige afstand de N-630, en zo rond 13:00 uur lopen we aan de voet van de hogerop gebouwde kerk het dorp binnen.
Boven aangekomen op de hoofdstraat steken we die over ter hoogte van het gesloten gemeentehuis, en gaan we op zoek naar de herberg en naar de bar waar we ons kunnen melden. Een oudere man op straat vraagt ons waar we naar toe willen, en omdat hij toch de kant van de bar op moet, loopt hij met ons mee naar de bar, en vertelt dat we ons binnen kunnen melden om toegang te krijgen tot de herberg ‘Albergue Las Eras’.
Binnen in Bar Borox worden we ontvangen door een vrouw die ons vertelt dat we pas vanaf 14:00 uur in de herberg kunnen. We besluiten die wachttijd te benutten door hier in de bar te lunchen met brood met tortilla de patatas met een kop thee erbij; een heerlijke lunch voor de pelgrim.
Ondertussen komt er nòg een pelgrim binnen, die wij nog niet kennen. Dat is ook wel heel logisch, want deze Oostenrijkse pelgrim uit Kufstein komt van de andere kant, vanuit het noorden aangelopen, vanuit Astorga, gaand in zuidelijke richting naar Salamanca. Dat wij nu op een wel hele stille camino lopen, blijkt wel uit het feit dat hij in de afgelopen vier dagen nog maar drie andere pelgrims tegemoet heeft zien komen. Hij gaat vannacht met ons overnachten in de herberg.
De herbergier neemt na ons inchecken eerst Durkje en mij mee naar zijn herberg, maakt ons daar wegwijs en vertrekt dan weer.
Ik wees de herbergier er zojuist nog even op dat hij hier een schilderij heeft hangen van Barcial del Barco van dezelfde schilder die ook het schilderij had gemaakt van de bar en het dorpsplein van Santovenia del Esla. Aan de foto die ik daar maakte, is overduidelijk dezelfde schilderstijl te zien.
Nu kunnen wij ons installeren, en nadat ik gedoucht heb, komt de herbergier nog eens langs om de Oostenrijkse pelgrim Rafaël toegang te geven tot deze herberg. 
Gedurende de middag komen er geen nieuwe pelgrims meer bij, dus de hele slaapzaal en de herberg wordt vanmiddag en vannacht alleen door ons drieën gebruikt.
Op onze navraag hoe laat we ons vanavond in de bar Borox van de herbergier kunnen melden voor het avondeten, had de vrouw ons eerder al verteld dat dat vanavond vanaf 20:30 uur kan. Voor Nederlandse begrippen is dat wel wat laat, maar voor de Spanjaarden is dat zo ongeveer het moment dat de keukens van restaurants open gaan. Kortom, half negen vanavond avondeten; gezellig samen met Rafaël, die Oostenrijkse pelgrim.

zaterdag 30 mei 2026

Pelgrimeren van Montamarta naar Granja de Moreruela

Pelgrimsroute van Sevilla (S) naar Santiago de Compostela (S)
Vía de la Plata van Sevilla naar Astorga
Van Montamarta naar Granja de Moreruela
Dinsdag 28 april 2026 – 22,5 km.
Dag 29: 594,8 – 617,3 km.
 
De Ermita de la Virgen del Castillo van Montamarta aan de Embalsa de Ricobayo


















Vertrek uit Montamarta
Vandaag lopen we van de Vía de la Plata onze 29e etappe, over een afstand van 22,5 kilometer, van Montamarta naar Granja de Moreruela. We stijgen daarbij van 689 naar 701 meter hoogte.
De wekker wekt ons om 7:00 uur vanmorgen. We ontbijten in de kleine woonkamer van onze herberg ‘Albergue El Tio Bartolo’ in het centrum van Montamarta.
Als Durkje en ik klaar zijn met het ontbijt, en gereed zijn voor vertrek, gaan we weg.
We verlaten de herberg om 8:05 uur, gooien de kamersleutel in de brievenbus, en wandelen naar de straat waar onze route voortgaat.
Door Montamarta loopt een rambla, waardoor alle overtollige hemelwater kan worden afgevoerd door een betonnen kanaalbak.
Dan komen we in het dorp langs de kerk.
Op de kerktoren zien we enkele nesten van ooievaars, zoals je die hier in Spanje vaak ziet op kerktorens.
Op het hoogste nest staat een ooievaar.
Als je het dorp verlaat, zou je door een uitloper van het stuwmeer ‘Embalse de Ricobayo’ het dorp kunnen verlaten, maar dat is momenteel geen optie vanwege de hoge waterstand in het stuwmeer.

Langs de Ermita de la Virgen del Castillo
Aan de overzijde van het stuwmeer zien we de Ermita de la Virgen del Castillo.
Omdat we niet recht door het water willen waden, draaien we om een breder deel van de uitloper van het stuwmeer heen, om dan via de brug die uitloper over te steken. Zo verlaten we Montamarta.
Dan lopen we een eindje langs de asfaltweg, totdat we ter hoogte van de Iglesia de la Virgen del Castilo een veldweg op kunnen gaan.
Verderop passeren we ook de Ierse pelgrim weer, die zijn tempo gaat aanpassen. Hij heeft er namelijk voor gekozen om voortaan elk uur een korte pauze te nemen, om te drinken, en uit te rusten voordat hij voortgaat.
Als we op die veldweg lopen, krijg je van bovenaf nog een mooie terugblik op Montamarta.
Als we op de brede roodgekleurde veldweg voort gaan, zien we op een gegeven moment de Australische pelgrims vóór ons lopen. 
Omdat zij niet zo snel lopen als wij, halen we hen op een gegeven moment in, praten we een tijdje met elkaar tijdens het met elkaar lopen, en daarna laten we hen achter ons, omdat ons tempo beduidend hoger ligt dan dat van hen. Wellicht zien we ze later vandaag of morgenochtend nog, want dan gaan zij de Camino Sanabrés op, en wij vervolgen onze route op de Vía de la Plata.

Langs de ruïne van de vesting Castrotorafe van de Orde van Santiago
We lopen nu hoog langs een snelweg, waar links van ons druk wordt gewerkt aan het frezen van het oude wegdek, en het asfalteren van het nieuwe wegdek.
En rechts van ons zijn mannen en vrouwen aan het werk om alle eucalyptusbomen te verwijderen in een bosperceel van steeneiken.
Om 9:40 uur zien we een eerste deel van het enorme Embalse de Ricobayo, dat hier in de vallei links van ons ligt.
Als we even later een uitloper van dat stuwmeer moeten oversteken, doen we dat via een hoge brug over het water, vanwaar we een groot deel van het stuwmeer ook kunnen overzien.
Een kwartier later verandert het landschap van tamelijk kaal naar meer begroeid. Ineens lopen we door een heuvelachtig landschap waarin veel steeneiken groeien.
Slechts een klein eindje verder volgt de volgende verrassing, als we linksvóór ons de ruïne van Castrotorafe tegen en op een heuvel zien. 
Dit zijn de restanten van een vesting, die in de Middeleeuwen de hoofdzetel was van de Orde van Santiago.
Dit was vroeger nota bene één van de belangrijkste steden van deze regio. 
Maar met de verwoesting ervan begon de neergang van deze imposante vesting, die in de 18e eeuw uiteindelijk werd opgegeven.
De Chinese pelgrim heeft zich even de moeite getroost om de vestingruïne te bezoeken. Hij gaat vlak vóór ons voort op de veldweg.
We laten de ruïne achter ons, en gaan weer heuvelopwaarts, een volgende heuvelkam over.
Er lopen vandaag opvallend veel pelgrims vóór en achter ons.
 
Koffiepauze in Fontanillas de Castro
Om 10:45 uur naderen we het dorpje Fontanillas de Castro.
Rechts van het pad ligt een fors complex van een groentetuin, waar een vrouw en een oude man aan het werk zijn. De man loopt vorsend langs de gewassen, en trekt hier en daar wat onkruid tussen de gewassen vandaan.
Vanaf het eerste kruispunt van het dorp ziet Durkje rechts in de verte een prachtige picknickplek bij enkele fitnesstoestellen, waar twee grote houten banken staan. We zouden nog een uur door kunnen lopen naar het volgende dorp, waar volgens de routegids een bar zou zijn, maar we hebben nu al ruim 2,5 uur onafgebroken gelopen, en vinden het wel tijd voor onze koffiepauze. Daarom gaan we zitten op één van die banken, en genieten van onze koffie- met broodjespauze.
Het is lekker fris weer, met een zwakke wind vanuit het noorden – dus van voren – en af en toe breekt de zon heel zuinig even door de wolken. Prachtig weer voor de wandelende pelgrims is dit.
Na deze koffiepauze lopen we langs de dorpskerk. 
Onder de dakrand van de kerk is het een lawaaierig komen en gaan van zwaluwen, die over de volle lengte van de kerk hun nesten hebben gebouwd. De zwaluwen vliegen af en aan.
Bij de medische post in het centrum kunnen we even naar de wc, ook al weer zo’n hulpvaardige faciliteit voor de passerende pelgrim. Overigens ontmoeten we daar ook de Nederlandse pelgrim, die hier waarschijnlijk heeft gepauzeerd op het bankje bij de medische post.
Op een braakliggend terrein staan twee autowrakken, waarvan er twee op elkaar zijn gestapeld.
Langs de uitvalsweg van het dorp staan enkele muren die lang geleden zijn opgetrokken van steen en leem. Op twee plekken zijn die muren in de loop van de tijd zo zwak geworden, dat er forse gaten zijn gevallen in de muren.

Riego del Camino
Buiten het dorp komen we op een hele brede veldweg, als ware het een snelweg voor rappe pelgrims. Het enige verkeer dat we hier vóór ons zien, is de rustig wandelende Nederlandse pelgrim ver vóór ons.
Zo’n drie kwartier later komen we aan bij het volgende dorpje, waar links van de weg de ruïne staat van een boerenhok, dat ook is gebouwd van leem en steen, en dat grandioos in verval is geraakt.
Het dorpje dat we naderen, is Riego del Camino. Rechts van de weg is een plek gecreëerd waar men vee bij een helling op kan drijven om ze een veewagen in de loodsen.
Om 11:50 uur wandelen we de bebouwde kom van Riego del Camino binnen.
Dan zien we dat de bar voorin het dorp – die in onze routegids werd aangekondigd – gesloten is, dus daar kan niemand van de passerende pelgrims gebruik van maken.
We verlaten Riego del Camino, en gaan het open heuvelachtige veld weer in.
He is hier tamelijk kaal, maar op een heuvel links in de verte zien we een klein bosperceel bovenop die heuvel. Zoiets valt echt op in dit open landschap.

In Granja de Moreruela moet je als pelgrim je route kiezen
Langs het pad staan veel bermplanten prachtig in bloei.
Om 12:45 uur zien we Granja de Moreruela al duidelijk vóór ons liggen.
Een recht en steenachtig veldpad leidt ons naar het eerste gebouw van het dorp, een koeienstal.
Om 13:05 uur wandelen we de bebouwde kom binnen van Granja de Moreruela. 
Rechts staat een lange muur, met daarop een muur-schildering van allerlei voorstellingen die iets te maken hebben met pelgrimeren. Een mooie entree voor ons.
Aan het eind van de muur wordt met een mooi rond logo ons een ‘Buen Camino’ gewenst.
Recht vóór ons staan boven elkaar de twee wegwijzers, die duidelijk maken dat hier de splitsing is voor de pelgrims die linksaf de Vía de la Plata verlaten, om over de Camino Sanabrés naar Santiago de Compostela te gaan, en rechtsaf vervolgen de pelgrims hun route op de Vía de la Plata naar uiteindelijk Astorga. 
Dat is de route die wij morgen vervolgen.
Als we de bocht om gaan, zien we dat ook daar de muur is versierd met een muurschildering, en in dit geval met afbeeldingen die regionaal geörienteerd zijn.
Het is 13:15 uur als we bij het kleine dorpswinkeltje (tienda) langs lopen.
Deze winkel, en ook de andere verderop zijn vanmorgen tot 14:00 uur open, en pas daarna vanmiddag weer vanaf 17:00 uur. 
Tegenover deze ‘tienda’ staat wederom een wegwijzer, waarmee duidelijk wordt gemaakt dat je hier in Granja de Moreruela toch echt moet kiezen om de Sanabrés op te gaan, of de Plata te vervolgen.

Geluk voor pelgrims in Casa Rural Donde Victor Luna
We lopen om de kerk heen, en zien tegen de kerkmuur een paneel met informatie over de Vía de la Plata.
Ook vóór de kerk staat een informatiepaneel, waarop één en ander duidelijk wordt gemaakt over de belangrijke pelgrimsroute van de Vía de la Plata.
Tegenover de kerk gaan we het gemeentehuis in, klimmen naar de bovenverdieping, en vragen en krijgen daar het gemeentestempel in onze pelgrimspaspoorten.
We laten de kerk achter ons en gaan over een smal voetpaadje tussen de huizen en de rambla door naar de kruidenierswinkel verderop, die vlakbij onze overnachtingsplek staat.
In een deuropening staat een vrouw die ons vraagt of we bij haar overnachten. We zeggen dat dat niet hoeft, dat we doorlopen naar de levensmiddelenwinkel verderop.
In die Alimentación kopen we wat we voor vandaag en voor morgen allemaal nodig hebben, en dan lopen we om de winkel heen naar het adres dat wij hadden gekregen van Casa Rural Donde Victor Luna, waar we een kamer voor de komende nacht hebben gereserveerd.
Als we daar binnenkomen aan de andere zijde, blijkt de vrouw die ons zojuist aansprak de herbergier te zijn, die ons hartelijk ontvangt.
We hoeven nog niet in te checken, want dat gaat haar zoon rond het avonduur wel doen, dus ze laat haar gastenverblijven zien, en wijst ons onze kamer boven.
Dan hebben we nog alle tijd om ons te installeren, te douchen, om een komende overnachting te reserveren, en onze foto’s en verslagen gereed te maken.
De herbergier is vanaf de tweede helft van de middag al druk in de weer met het avondeten, want ze moet koken voor ongeveer 13 gasten, die uit ons gastenverblijf komen, maar ook verblijven in het andere gastenverblijf dat zij hier in het dorp hebben. 
We gaan dus vanavond met zo’n 13 gasten gezamenlijk aan tafel, en hebben daarmee ook ons avondeten in het dorp - waar geen restaurant is - geregeld.
De zoon van de herbergier vertelt ons bij het inchecken dat doorgaans ook de pelgrims van de pelgrimsherberg hier bij hen komen eten, maar omdat ze nu zelf al 13 gasten hebben, en de pelgrimsherberg vol zit met 16 pelgrims, kunnen die er vanavond niet meer bij. Kortom, wij zitten goed op deze plek, want wij worden vanavond gelukkig verwend met een warme maaltijd. Soms valt het op het pelgrimspad allemaal mee, en dit is dan zo’n dag.

vrijdag 29 mei 2026

Pelgrimeren van Zamora naar Montamarta

Pelgrimsroute van Sevilla (S) naar Santiago de Compostela (S)
Vía de la Plata van Sevilla naar Astorga
Van Zamora naar Montamarta
Maandag 27 april 2026 – 19,4 km.
Dag 28: 575,4 – 594,8 km.
 
Hier verlaten we Roales del Pan
















Vertrek uit Zamora
Vandaag lopen we van de Vía de la Plata onze 28e etappe, over een afstand van 19,4 kilometer, van Zamora naar Montamarta. We stijgen daarbij van 640 naar 689 meter hoogte.
De wekker wekt ons om 7:00 uur vanmorgen. We ontbijten in de woonkamer van ons appartement ‘Apartementos Turistico Dormi2’ in de binnenstad van Zamora.
Als Durkje en ik klaar zijn met het ontbijt, en gereed zijn voor vertrek, verlaten we ons appartement, en wandelen we om 8:15 uur naar beneden door de stad.
Links van de straat zien we een muurschildering van de gemeente Zamora.
We dalen af naar de rivier de Río Duero, om daar ons pelgrimspad van eergisteren te vervolgen.
Door de smalle stadstraten volgt dan eerst een steile klim naar de Iglesia de San Cipriano.
We volgen de wegwijzers door de straten van Zamora en lopen op een gegeven moment aan de binnenzijde van de eeuwenoude stadsmuren. Vlak voordat we een binnenring over moeten steken, laten we de dikke burchtmuur achter ons.
Dan pakken we een uitvalsweg in de richting van de noordelijke stadsrand. Rechts van de straat zien we op de kopse kant van een groot gebouw een enorme muurschildering.
Aan de rand van de stad zien we aan de overzijde van de brede straat een pelgrim lopen. Als we dichterbij komen, zien we dat het de Ierse pelgrim is. Hij had eind vorige week een dubbele etappe gelopen, en zou geen extra dag in Zamora verblijven, dus we hadden hem hier al lang niet meer verwacht.
We steken de weg over bij de buitenring van Zamora en lopen een eindje met deze Ier mee. Hij vertelt dat hij ziek was geworden, en zich genoodzaakt zag om twee dagen rust te nemen in Zamora, dus dat is de reden dat hij nu weer met ons optrekt.
We passeren een afstandenpaal van de camino.
En dan om 9:10 uur verlaten we de bebouwde kom van Zamora.

Over geplaveide en halfverharde paden
Het pelgrimspad bestaat hier uit een breed steentjespad langs een drukkere verkeersweg. De Ier volgt ons op grote afstand inmiddels, omdat hij niet zo snel loopt.
Waar dit prachtige fiets-/voetpad eindigt, draaien we naar rechts, om dan over een halfverharde veldweg verder te gaan. Daarbij komen we langs een illegale stortplaats, waar de Spanjaarden desalniettemin fikse partijen grofvuil hebben gestort. Van enkele grote stukken stortvuil heeft iemand een heel klein langwerpig hokje gebouwd, waarin een thuis-/dakloze kennelijk een slaapplaats heeft gevonden.
De brede veldweg kruist op een gegeven moment de autosnelweg A-11.
Aan de overzijde van deze snelweg gaan we rechtsaf naar het enige dorp dat we vandaag doorkruisen: Roales del Pan.

Koffie in Roales del Pan 
Vlak vóór 10:00 uur wandelen we de bebouwde kom van Roales del Pan binnen ter hoogte van een mooi cortex-stalen kunstwerk van een pelgrim.
Ernaast staat een natuurstenen wegkruis waarop een beeld van Sint Jacobus staat afgebeeld.
Direct daarna passeren we een erf waarop een groot aantal sculpturen is uitgestald.
Twee van die sculpturen zijn een man en een vrouw met ieder een rugzak, uitgedost als wandelaar of wellicht ook pelgrim.
We lopen langs deze sculpturentuin het dorp in.
Langs het voetpad staat een auto met daarop het logo van een geriatrisch verpleeghuis dat de naam ‘Ruta de la Plata’ draagt. Een heel eind verderop zullen we dat verpleeghuis nog passeren alvorens we het dorp verlaten.
Maandag is hier kennelijk ook wasdag, want bij meerdere huizen langs de hoofdstraat hangen fikse hoeveelheden was te drogen.
Bij een speeltuintje zien we een muurschildering op een blinde muur, waarop enkele afbeeldingen staan die verwijzen naar het pelgrimeren, zoals een tekening van de pelgrim Sint Jacob.
We hebben bijna twee uren gelopen, en een kop koffie zou dan wel een traktatie zijn. Zoekend naar een bar in het dorp, zien we een bordje op een hoek hangen, dat verwijst naar de bar aan de N-630.
We volgen de pijlen, en worden in de woonstraat opgeschrikt door een erfhond die met kop en poten door de spijlen van het toegangshek schiet en een fikse portie blaf ten gehore geeft. Die maakt in elk geval serieus werkt van zijn functie als waakhond. De eigenaresse roept vanachter het huis dat de hond zich rustig moet houden, hetgeen hij ook doet.
We steken de N-630 over en komen dan aan bij de bar, waar een groot aantal werkmannen genieten van hun koffie met broodjes-pauze. Wij bestellen koffie en nemen plaats op het terras aan de N-630 voor onze koffiepauze.

Heuvels op en af 
Na deze pauze steken we de N-630 over, en vervolgen we onze route door het dorp. Daarbij komen we langs het Plaza Mayor, waar ook het gemeentehuis staat. Daar gaan we naar binnen, en krijgen we direct een gemeentestempel in onze pelgrimspaspoorten, en wenst de ambtenares ons een goede camino.
Voorbij het geriatrisch verpleeghuis tonen twee camino-wegwijzers ons de route het dorp uit, langs een uitgebreid fitness-parcours.
Het laatste dat we aan het eind van dat sportparcours van Roales del Pan nog zien, is een routepaal van de Vía de la Plata, waaraan ook een pelgrimsstaf met kalebas en Jacobsschelp.
Als we om 10:50 uur een heuvel op zijn gelopen over een brede veldweg, zien we achter ons Roales del Pan in het dal liggen. Tussen de veldweg en de akkers met rode aarde bloeien de bermplanten al weelderig geel, wit, rood en paars.
Op de veldweg halen we het Australische pelgrimsechtpaar in, dat evenals ons ook een extra dag in Zamora heeft genoten. We lopen een eindje met elkaar op, en halen hen even later in, omdat zij in een lager tempo wandelen.
Het open veld waar we doorheen wandelen, wordt doorsneden door de spoorlijn van de AVE-hogesnelheidslijn. 
Om die spoorlijn te kruisen, moeten we een wijde S-bocht maken, om over het spoorviaduct het treinspoor over te steken. Als we boven op het viaduct staan, zien we achter ons nog een pelgrim volgen. Dat is de vrouw die we eerder al op een steen zagen pauzeren op een kruispunt van veldwegen.
En vóór ons uit zien we een andere man als pelgrim al aardig op weg richting Montamarta.
Aan de voet van het talud van dit spoorviaduct zit een man op een caminopaaltje te pauzeren. 
Als we hem passeren, maakt hij zich gereed voor zijn doorstart. Even later haalt hij – een Nederlandse pelgrim – ons in.

Aankomst in Albergue El Tio Bartolo van Montamarta
Om 12:40 uur krijgen we de plaats van onze dagbestemming Montamara al heel goed in zicht. Dan hebben we echter nog wel enkele kilometers ofwel een uurtje te gaan.
Op de veldweg ligt een dode slang. De mieren hebben de slang al gevonden, en maken gretig gebruik van het kadaver van deze slang.
Tien minuten later wandelen we Montamarta binnen. Het is overduidelijk te zien dat dit een agrarisch georiënteerd dorp is, want we lopen tussen verschillende boerenbedrijven door het dorp in.
Om ongeveer 13:00 uur arriveren we bij de herberg waar we de komende nacht willen overnachten. De huisdeur zit op slot, zien we aan de bewegingen van de Nederlandse pelgrim die hier ook wil overnachten. Wij lopen door naar de Coviran-supermarkt van het dorp, want de eigenaresse Ana van de herberg had ons gisteren al gemeld dat we de sleutel van de herberg tot 14:00 uur af zouden kunnen halen in de supermarkt. In de supermarkt aangekomen, blijkt Ana hier ook te zijn, en dan loopt ze samen met ons naar haar herberg, waar ze ons en ook de Nederlandse pelgrim een rondleiding en instructie geeft. Na het afrekenen en het stempelen van onze pelgrimspaspoorten nemen we de kamer in gebruik die ons is toegewezen.

Aangenaam verblijf in Montamarta
Omdat de supermarkt pas weer open gaat om 17:00 uur gaan wij na het installeren in onze herbergkamer direct terug naar de supermarkt om daar de boodschappen voor vandaag en morgen te halen. 
Om 13:30 uur zijn we in de supermarkt waar we heel mooi bijna alles kunnen kopen wat we voor vandaag en morgen graag willen hebben.
Teruggekomen in de herberg gaan we eerst lunchen, want omdat we onderweg alleen maar een koffiepauze hebben gehad, was de lunchpauze er nog bij ingeschoten. Maar dat maken we nu goed met onze broodjes- met koffiepauze.
Dan is het tijd voor douchen en wassen, en besluiten we in welke herbergen we de komende twee dagen willen verblijven. Voor die van overmorgen hebben we geen keus, want in Barcial del Barco is alleen maar één herberg, en daar kunnen we ook nog wel terecht, zo blijkt.
Dan is het tijd om onze foto’s en dagverslagen in orde te maken.
Ondertussen komen er ook nog drie jonge Zweedse dames in de herberg, en later nog een oudere heer, van wie we horen dat hij de grootvader is van de drie meiden, die met hem een week op pelgrimstocht zijn. Ze komen uit Zweden, en opa is ervaren pelgrim, die zijn drie kleindochters introduceert in het bewandelen van de camino. Ze zijn vanmorgen in Zamora begonnen, en zijn al met al een week op weg om enkele etappes van de Vía de la Plata en van de Camino Sanabrés te lopen.
We verblijven hier in een prachtige en goed geoutilleerde herberg, met buiten een hele grote en zonovergoten binnenplaats, waar de was vanwege de uitbundige zonneschijn in een ommezien droogt.
Vanavond gaan we naar het restaurant van de eigenaresse van onze herberg, waar we genieten van onze avondmaaltijd, zodat we morgen weer gevoed en gelaafd na de nachtrust kunnen beginnen aan onze volgende etappe.

Een dag in Zamora

Zondag 26 april 2026
 
Onder de Puente de Pedra zicht op de kathedraal van Zamora


















Burcht
Vanmorgen slapen Durkje en ik eerst heerlijk uit in ons Apartementos Turisticos Dormi2 in de binnenstad van het Spaanse Zamora.
Na ons ontbijt gaan we eerst de stad in om in de Dia-supermarkt verderop de laatste boodschappen voor vandaag en morgen te halen. 
Teruggekomen in het appartement bepalen we wat we vandaag van Zamora willen gaan bezoeken en bekijken.
Rond 12:30 uur verlaten we het appartement, om dan door de straat van ons appartement – de tamelijk steile Calle de Balborraz - af te dalen naar de rivier de Río Duero. Bij de romaanse boogbrug de Puente de Piedra aangekomen, gaan we daar langs de waterkant er onderdoor, waar we dan al een prachtig zicht hebben op de hooggebouwde kathedraal van Zamora.
Als we verderop over de promenade langs de rivier lopen, ontmoeten we het Australische pelgrimsechtpaar uit Melbourne, dat vandaag ook een dag in Zamora is gebleven om de stad te bezichtigen.
Daarna komen we langs de rivier op de plek waar we aan de overzijde nog enkele restanten zien van de vroegere Romeinse brug over de Río Duero.
En aan onze zijde van de rivier zijn we aangekomen bij de drie oude watermolens die in de rivier zijn gebouwd. Deze 11e/12e eeuwse Aceños de Olivares zijn gesloten, dus we kunnen er niet in.
Daarna volgt de lange klim van de rivieroever naar het kathedraalplein.
We gaan de kathedraal nog niet binnen, want we weten dat de burcht iets verderop straks tot 17:00 uur dicht gaat, en nu kunnen we de burcht nog in.
Daarom lopen we voorbij de kathedraal door Parque del Castillo naar de ingang van de burcht. 
Het is vandaag heel mooi weer, een heldere lucht en zo ongeveer 25 graden Celsius. Begrijpelijk dat de mensen die hier zijn, veelal in de schaduw van de bomen in het park lopen, staan en zitten. 
We maken een rondgang door de ruïne van de Zamorese burcht, beneden en boven, en krijgen van bovenaf van de burchtmuur een mooi uitzicht over de stad Zamora en haar omgeving.

Kathedraal
Als we de burcht uit lopen, zien we heel goed de grote koepel in Byzantijnse stijl van de kathedraal iets verderop. Kenmerkend van deze koepel is de schubachtige dakbedekking van deze enorme koepel.
Bij de receptie in de kathedraal (1151) kopen we toegangskaarten voor de kathedraal, waarbij ons duidelijk wordt gemaakt dat we van het interieur van de kathedraal niet veel krijgen te zien, vanwege het feit dat de kerk geheel in het teken staat van en is ingericht ten behoeve van de grote expositie van religieuze kunst. Nadeel is dat daardoor veel van de kathedraal aan het zicht is onttrokken door bijvoorbeeld hoog opgaande tentoonstellingspanelen, maar voordeel is dat we een hele bijzondere expositie krijgen te zien van oude en enkele nieuwe religieuze kunst uit alle windstreken van Spanje.
We kunnen binnen overigens wel het koor van de kathedraal in om daar het bijzondere koorgestoelte te bekijken.
Als we naar boven kijken, zien we bijvoorbeeld ook de onderkant van de enorme koepel in Byzantijnse stijl van de kathedraal. 
We zien veel beelden en schilderwerken, van bijvoorbeeld de vier evangelisten, Pinksteren, martelaren en heiligen, en aan het eind van de tentoonstelling staat nota bene een heel groot beeld van de apostel Jacobus als pelgrim, een beschilderd houten beeldhouwwerk uit het jaar 1566. Die beschermheer van de pelgrim zien wij natuurlijk graag in een kerk, basiliek of kathedraal, dus ook dit beeld maakt onze dag al goed.

Iglesia de San Cipriano
Als we de expositie en de zichtbare delen van de kathedraal hebben bekeken, wandelen we door de stad naar de volgende kerk. Hier en daar zien we prachtige muurschilderingen, die Spaanse steden en dorpen rijk zijn.
Aangekomen bij de Iglesia de San Cipriano gaan we deze 11e eeuwse kerk binnen met de combi-ticket van de kathedraal en van deze oude stadskerk, één van de oudste kerken van Zamora. 
Een tweede deel van de expositie van religieuze kunst is in deze oude kerk te bezichtigen.
Om 15:15 uur verlaten we deze kerk, na ook deze expositie – zij het veel kleiner dan die in de kathedraal – te hebben bekeken. Vanuit de koelte van de oude kerk gaan we dan de warmte van de binnenstad weer in.

Tapas
Voordat we terug gaan naar ons appartement willen we ergens in de stad nog lunchen. Onderweg van de Iglesia de San Cipriano naar het Plaza Mayor vinden we nog niet iets geschikt voor dat doel, maar als we even een rondje rondom het grote stadsplein maken langs alle terrassen, ontdekken we ineens een heel smal straatje dat vanaf het grote stadsplein wegdraait, waarin het een drukte van belang is vanwege alle kleine horeca-gelegenheden waar de Spanjaarden zijn voor een hapje en een drankje.
We zoeken en vinden in dit gezellig drukke straatje een tapasbar, waar we naar binnen gaan, enkele porties tapas bestellen, die direct voor ons worden bereid, om dan dieper in de bar een tafeltje te vinden waar we heerlijk kunnen genieten van de tapas met een pilsje erbij met al die druk pratende Spanjaarden als achtergrondgeluid, ons na alle jaren in Spanje al zo goed bekend. 
Na dit genot maken we nog een wandeling door de brede, maar nogal stille, winkelstraten van de stad, en dan gaan we terug naar ons appartement om er te rusten, onze foto’s en verslagen gereed te maken, en tot slot het in de keuken van ons welvoorziene stadsappartement bereide avondeten te nuttigen.
Zamora was voor ons een heerlijk rustige oase op ons pelgrimspad, en morgen gaan we verder, voor zo mogelijk een volle week pelgrimeren van Zamora naar het eind van de Vía de la Plata in Astorga.