zaterdag 7 maart 2026

De Gouden Eeuw van de koopvaardij in Friese steden en dorpen

Zaterdag  7 maart 2026
 
Lezing van Jan Auke Walburg in Tresoar te Leeuwarden













Lezing van Jan Auke Walburg
Elk jaar organiseert het Genealogisch Werkverband een reeks bijeenkomsten. Haar lezingen worden georganiseerd in Tresoar te Leeuwarden, zo ook vanmiddag.
Vandaag staat er een gemeenschappelijke bijeenkomst op de agenda, georganiseerd door de Friese afdeling van de Nederlandse Genealogisch Vereniging in samenwerking met de Stichting Freonen fan de Argiven yn Fryslân, met  het Genealogysk Wurkferbân van de Fryske Akademy en met de Werkgroep Maritieme Geschiedenis van de Fryske Akademy.
Het Genealogysk Wurkferbân laat deze lezing verzorgen door klinisch-psycholoog en bedrijfskundige Jan Auke Walburg, over zijn boek ‘Friezen op zee’.
De emeritus-hoogleraar Jan Auke Walburg was in zijn werkzame leven directeur van verschillende organisaties in de gezondheidszorg, onder andere bij het Trimbos Instituut.
Zijn recente boek ‘Friezen op zee’ kwam tot stand op basis van zijn Friese afkomst, zijn ruime zeilervaring in en rond Fryslân, en van zijn vakgebied. 
Op het snijpunt van bovenstaande richtte Walburg zijn belangstelling op de omstandigheden waaronder Friese gemeenschappen enkele eeuwen geleden tot bloei kwamen.

Friezen op zee
Fryslân is meer dan alleen een agrarische provincie. 
Eeuwenlang is de welvaart van Friese dorpen en steden bepaald door hun scheepvaart. 
Deze Friese bijdrage aan de koopvaardij komt niet uit de lucht vallen. 
Al tussen de jaren 750 en 900 beleven de Friezen een eerste bloeiperiode in de handel vanuit de Fries-Frankische koningsstad Dorestad.
Jan Auke Walburg zijn boek ‘Friezen op zee’ vertelt het verhaal van zesentwintig Friese gemeentes, over: 
  • hoe tienduizenden schepen vanuit Fryslân door de Sont op weg gaan naar de Oostzee;
  • hoe boerenzoons op hun eigen land schepen bouwen die de zee opgaan;
  • hoe hele families zich gaan richten op de scheepvaart, vaak in samenwerking met hun familieleden in Amsterdam en de Zaanstreek;
  • hoe Waddeneilanders hun welvaart met walvisvaart opbouwen;
  • hoe marktplaatsen midden in Fryslân uitgroeien tot internationale havens;
  • hoe de bewoners van veengebieden hun turf opgraven en vervoeren naar Amsterdam;
  • hoe menige Friese plaats een centrum wordt van scheepsbouw en ook 
  • hoe de koopvaardij ten onder gaat.  
Een aantal van bovenstaande items komt vanmiddag in de lezing van Walburg aan de orde in de geheel volle zaal van Tresoar.

De Gouden Eeuw van de koopvaardij in Friese steden en dorpen
Tijdens de 17e en 18e eeuw komt de Friese koopvaardij tot een ongekende bloeiperiode, die vrijwel overal in Fryslân welvaart brengt. 
Niet toevallig is die Friese 'Gouden Eeuw' onlosmakelijk verbonden met de Gouden Eeuw van Amsterdam. 
Amsterdam heeft het begin van haar groei en ontwikkeling als handelsstad grotendeels aan de Oostzeehandel te danken. 
Het zijn vooral de Friezen die de Amsterdammers voeden met het graan dat zij uit de Oostzeegebieden halen, die Amsterdam voorzien van het hout dat nodig is om de stad te bouwen en die later de burgers van Amsterdam en de industrieën van Amsterdam en de Zaanstreek voorzien van turf als brandstof. 
Die ‘levenszenuw’ van de Hollandse welvaart ontwikkelt zich in belangrijke mate vanuit de doopsgezinde netwerken die Amsterdam en Fryslân met elkaar verbinden. 
In deze doopsgezinde geloofsgemeenschap werkten zij samen in handel en scheepvaart: de Amsterdammers als reders en de Friezen als transporteurs.  

Bloeiperiode van de Friese koopvaardij
Voorop wordt door Jan Auke Walburg gesteld dat met de Friese 'Gouden Eeuw' hier de bloeiperiode van de Friese koopvaardij wordt bedoeld, zowel in zijn boek als hier ook vanmiddag in deze lezing.
Zijn boek beschrijft zowel de binnenvaart als de internationale koopvaardij, waarbij wordt beoogd een overzicht te geven van de geschiedenis van de Friese koopvaardij.
Om die geschiedenis te beschrijven, kun je verschillende invalshoeken kiezen. Dat kan bijvoorbeeld maritiem, genealogisch, met uiteenlopende casuïstiek of deelgebieden, middels wetenschappelijk dossieronderzoek of door het bestuderen van veel bronnen van musea, archieven, verenigingen en stichtingen en van registers. Veel van die informatie is onder andere bijeen vergaard hier in Tresoar te Leeuwarden.
Bij de Friese scheepvaart gaat het onder andere om koopvaardij, walvisvaart, visserij en binnenvaart, van het begin van onze jaartelling tot heden (en toekomst), gericht op steden en dorpen.
De zogenoemde Sont-tol-registers/-archieven zijn van de Deense regering, die al zijn gedigitaliseerd, waarin is bijgehouden wie langs de Sont van de Noordzee naar de Oostzee voeren. Elk schip moest zich melden en aangeven wie ze waren en waartoe ze passeerden. Dat is allemaal vastgelegd in deze tolregisters. 
Hieronder wordt in enkele sub-thema's één en ander weergegeven van de inhoud van deze middaglezing van Jan Auke Walburg:

1. Het Friese landschap
  • Fryslân was aanvankelijk voor een groot deel een nat land met veel kreken en kwelders, waarin zich langzamerhand boeren en vissers vestigden.
  • De terpenbouw ontstond, en de uitwisseling van zowel materialen als communicatie onderling vond in het begin met bootjes van uitgeholde boomstammen plaats.
2. De Romeinen (0-500 na Christus)
  • De Romeinen veroverden ook Nederland, vooral het deel beneden de grote rivieren werd door hen bezet; en tegen een kleine vergoeding lieten ze de noorderlingen met rust. Zo behielden de Friezen hun vrijheid.
  • Toen de Romeinen in de loop der tijden echter teveel begonnen te vragen van de Friezen, hebben de Friezen de Romeinen verslagen bij Velsen, waarbij de Romeinen (die zich in die tijd overigens al terugtrokken uit Nederland), het er maar bij lieten.
  • De Romeinse scheepvaart was in die periode al veel verder ontwikkeld dan die van de Friezen. De Friezen hebben daarvan geleerd, en hun bootjes vergroot tot een voor de Friese wateren geschikte lange en smalle platbodems, met daarop een zeil, ten behoeve van hun transport.
  • De Romeinen hadden al jaagpaden aangelegd, en ook daarvan leerden de Friezen hoe ze die in Fryslân konden toepassen.
3. De Grote Volksverhuizing
  • De Grote Volksverhuizing vond plaats in de jaren tussen 300 en 700. 
  • De gevolgen van die volksverhuizing konden de Romeinen niet hanteren, dus het Romeinse Rijk stortte in, mede door interne strubbelingen in Rome.
  • De Friese nederzettingen lagen in die tijd verspreid tussen het Duitse Hamburg in het noorden en Domburg in Zeeland in het zuiden, dus die lagen nogal sterk verspreid langs de zeekust. 
4. Friese handel met Franken vanuit Dorestad (500-900)
  • Maar de Friezen trokken ook landinwaarts langs de Rijn naar Dorestad, en dat was in dit tijd een ideale plek om over water naar alle windstreken te varen.
  • Dorestad – toen nog een Frankische keizerstad - werd en was voor die tijd groot(s) met voorheen nog ongekende proporties.
5. De Vikingen
  • Dorestad verdween later echter langzamerhand; mede door de vele plunderingen van de Vikingen, die daar roofden, maar de rest van de stad dan intact lieten, om er dan enkele jaren later weer terug te komen voor hun volgende portie roofgoed.
  • De Friezen hadden eerder al veel van de Romeinen geleerd, en leerden daarna hier in Dorestad ook veel van de Franken, en in diezelfde tijd tegelijk ook van de Vikingen, waarmee de Friezen  trouwens ook wel optrokken. 
  • De Friezen leerden van de Vikingen veel over handel, roof, plunderingen, scheepsbouw (snel voor de strijd, en breed voor de handel) en ook in sociaal-cultureel opzicht.
6. 9e en 10e eeuw Stavoren en Bolsward als hanzesteden
  • De bloeitijd van de hanzesteden was ook voor de Friezen een hele rijke periode.
7. Intermezzo: voortdurende strijd in Westlauwers Fryslân (1100-1600)
  • De Friezen streden niet alleen tegen het water, maar ook tegen elkaar, tegen de Hollanders, tegen de Saksen, tegen de Bourgondiërs en tegen Spanje. 
  • De Friezen waren vrij, maar hebben daar wel heel veel voor moeten vechten.
8. Eerste bloeitijd van de Friese koopvaardij (1550-1650)
  • Dit is de periode van de opkomst (bloei) van Amsterdam en tegelijk ook de tijd van de vlucht van de doopsgezinden.
  • Doopsgezinden mochten niet strijden en niet regeren, en kwamen mede daardoor automatisch terecht in de handel. De Amsterdammers werkten (daardoor) graag met de doopsgezinde Friezen.
  • Alle vervoer en transport ging in Fryslân in die tijd meestal over het water, dus de Friezen konden goed met scheepvaart omgaan.
  • Rond de Sudersee omstreeks 1300 ontstond een eerste periode van koopvaardij voor de Zuiderzeesteden en voor de Waddeneilanden. 
  • De Friezen ontwikkelden het hele Baltische gebied qua handel en koopvaardij, waarvan Amsterdam veel heeft geprofiteerd. De hoge opbrengsten daarvan maakten het de Amsterdammers financieel mogelijk om naar de Oost en de West te trekken.
  • Harlingen had in die tijd heel veel schippers en schepen, wat leidde tot een enorme opbloei en welvaart. Dat gold overigens ook voor Stavoren, Bolsward, Vlieland en Terschelling.
  • Het Oostzee-gebied was een gigantisch groot handelsgebied, waar van alles was wat er in Nederland niet was en wat ze daar dus haalden, zoals: hout, staal, wapens, graan, erts, bont, pek, teer, kruit, ijzer.
  • Ze brachten daar daarentegen producten naar toe zoals haring, textiel, wijn, zout, zuivel en later ook koloniale waren.
9. Achteruitgang van de koopvaardij
  • De aanvankelijke rust werd echter wreed verstoord door allerlei vormen van strijd tussen landen en regio's.
  • Verder was er in dit zeegebied sprake van kapingen en zee-oorlogen, 
  • Die wantoestanden leidden uiteindelijk tot onder andere afnemend transport tussen Amsterdam en Danzig, tot veranderingen in de Baltische handel, en uiteindelijk ging men over op andere wijze van transport, namelijk gericht op het binnenland en achterland, door de toename van anderssoortig transport tussen Amsterdam en Duitsland.
10. Tweede ronde 18e eeuw: binnenhavens
  • De Friese binnenhavens - met ertussen de verschillende Friese vaarten - floreerden met hun regionale en lokale handel en vervoer van goederen.
  • Binnen(haven)steden zoals Sloten, IJlst en Woudsend  hebben de buiten(zee)havens overtroefd, en gingen later overigens óók internationale handel en transport ontwikkelen.
11. Neergang na de 4e Engelse oorlog & Franse bezetting
  • De Nederlandse vloot is door de Vierde Engelse Oorlog vrijwel geheel vernield, en de Fransen hebben Nederland na hun voorafgaande bezetting berooid achtergelaten.
12. 19e eeuw: grote veranderingen in transport
  • De 19e eeuw was dynamisch, weliswaar met een sterke afname van onze internationale koopvaardij, maar daarentegen groeide de binnenvaart en het transport over de weg en op het spoor in Fryslân. 
  • De scheepvaart motoriseerde en de industrie kwam op.
  • Harlingen bleef (tot op heden) wèl dé internationale zeehaven van Fryslân.
13. De gouden eeuw van Leeuwarden
  • Leeuwarden lag voorheen aan de Bordine (ofwel Middelzee), dus ook Leeuwarden was voorheen een havenplaats.
  • Uiteindelijk is de Middelzee ingedijkt en verdween die zee.
  • Leeuwarden was daarentegen wel ideaal gepositioneerd als handelsstad in allerlei richtingen, zoals bijvoorbeeld naar Dokkum, Sneek, Harlingen en ook de zee op.
  • De boerderijen wilden heel graag hun goederen via schepen naar Leeuwarden vervoeren; denk maar aan hun zuivelproducten zoals boter en kaas.
  • Maar de Leeuwarders voeren ook wel degelijk naar de Oostzee; daarvan getuigen de Sonttolregisters.
  • Er waren vanuit Leeuwarden allerlei beurtverbindingen met Nederlandse steden, en ook allerlei beurtveren met omliggende dorpen.
  • De oriëntatie van de stad verschoof overigens wel naar Leeuwarden zelf.
  • Ook Leeuwarden kende haar bloeiperiode door met name industrie, als bestuurscentrum en dienstencentrum. 
  • De vaarroutes vanuit Leeuwarden met Harlingen, Groningen en Lemmer waren en bleven van belang voor de stad.
  • Toen het vrachtvervoer in Leeuwarden afnam, werden de Leeuwarder grachten historisch erfgoed.
  • Er is momenteel eigenlijk geen sprake meer van koopvaardijscheepvaart in Leeuwarden.
14. Koopvaardij en genealogie
  • In de Sont-tol-registers kun je online ook heel goed genealogisch onderzoek doen naar bijvoorbeeld schippersfamilies.
  • Fryslân is trouwens niet zo actief geweest in de Verenigde Oostindische Compagnie. Die VOC trok er ook op uit om te bezetten en te roven, en dat zou mede de reden kunnen zijn dat de vredelievende Friese doopsgezinden niet actief waren in de VOC-vaart.

donderdag 5 maart 2026

Turfroute - Fietsroute 12a-oost wandelen als rondje Ureterp

Donderdag 5 maart 2026
 
Oversteek over het Alddjip in het beekdal van dat Koningsdiep

















Wandelen & fietsen vanaf de Turfroute in Zuidoost-Friesland
De turfvaarten in Zuidoost-Fryslân zijn eeuwenoud en vaak met de hand gegraven. 
De zogenoemde 'Turfroute' verbindt sinds 1974 al die vaarten met elkaar. De kanalen met haaks daarop sloten, bossen, elzensingels, heide, weiden en beekdalen geven het gebied een eigen charme. 
In twintig pakkende verhalen en routes slaan de journaliste Janneke Donkerlo en de schrijver van routegidsen Fokko Bosker als het ware bruggen tussen de vaart en het omliggende landschap. Zij nemen het water als vertrekpunt voor hun rondwandelingen en fietstochten door dit rijk geschakeerde landschap van coulissen van elzen- en eikensingels, in een fijnmazig patroon van vaarten en wijken.
Resultaat van hun werk is de in 2024 uitgegeven routegids 'Wandelen & fietsen vanaf de Turfroute in Zuidoost-Friesland'.

23 tochten met een totale lengte van 746,9 kilometer
Deze routegids bestaat uit 11 fietstochten en 12 wandeltochten, die Durkje en ik van plan zijn om alle te gaan wandelen. 
  • Tien fietstochten hebben een totale lengte van 387,4 kilometer, waarvan de kortste 13,7 km en de langste 63,4 km lang is.
  • De twaalf wandeltochten hebben een totale lengte van 134,5 kilometer, waarvan de kortste 4,6 km en de langste 15,9 km lang is.
  • De veel langere 'Fiets-Turfroute' door Zuidoost-Fryslân heeft een totale lengte van 225 kilometer.
De 23 tochten hebben derhalve een totale lengte van 746,9 kilometer. We zijn van plan die afstand te bewandelen in 36 dagetappes, variërend tussen de 15 en 33 kilometer per dag, zo mogelijk in combinaties van (delen) van die wandeletappes en fietsetappes.

Rondje Ureterp > Bakkeveen > Frieschepalen > Ureterp
Vandaag zijn we van plan om het grotere oostelijke rondje van de 39,1 kilometer lange Fietsroute 12a te bewandelen, van Ureterp via Bakkeveen (Bakkefean) en Frieschepalen, en daarna weer terug naar Ureterp, met een lengte van 24,9 kilometer.
Dan lopen we gedurende deze etappe de 22,3 kilometer van de 39,1 kilometer lange ronde, maar omdat we vanuit Ureterp (Oerterp) eerst een 2,6 kilometer lange verbindende doorsteek maken naar de doorgaande route op De Mersken wandelen we vandaag uiteindelijk 22,3 + 2,6 = 24,9 kilometer. Voordeel daarvan is dat we dan vandaag niet hoeven te fietsen tussen eind- en beginpunt en ook niet met twee auto's hoeven te rijden naar de eind- en beginpunten van vandaag. Praktisch betekent zoiets voor ons dat we de etappe met ruim een half uur lopen verlengen, zowel vandaag als ook de volgende keer als we het andere deel van deze grote ronde lopen.
We vertrekken daartoe vanuit Feinsum om 7:20 uur, en rijden dan met de auto naar Oerterp. Op De Telle laten we onze auto achter op een parkeerstrook.
Bij vertrek vanmorgen in Feinsum is het 4 graden Celsius, en in Oerterp is de temperatuur bij aankomst om 13:30 uur inmiddels nota bene al opgelopen naar 17 graden Celsius.
Het is de hele dag aangenaam zonnig weer; het waait nauwelijks, en gelukkig blijft het droog. Het is vandaag heerlijk warm voor de tijd van het jaar, en daarmee heel mooi zonnig voorjaarswandelweer op deze prachtige lentedag van 2026.

Het beekdal van het Alddjip in
Om 8:00 uur gaan we in Oerterp van start op De Telle.
Aan het zuidelijke eind van De Telle stappen we via de Bûtewei over op de Merskereed. Dat is een betonpad zuidwaarts tussen voornamelijk weilanden door, met af en toe een akker waar vorig jaar maïs op heeft gestaan.
Dan komen we aan op de Mersken, en stappen we over van het achter ons liggende verbindingsstuk op de doorgaande route van deze fietsronde 12a. 
Van De Mersken gaat het dan wederom verder in zuidelijke richting, over het wandel- en fietspad van het Mûzebiterspaad. We dalen hier het beekdal in van de Friese rivier het Koningsdiep, die in Fryslân ook het Alddjip wordt genoemd. Bij het Alddjip aangekomen, steken we die over via een smalle brug. 
Naar rechts kijkend, kijken we westelijk stroomafwaarts, en naar links kijkend, kijken we dan dus oostelijk stroomopwaarts van het Alddjip.

Langs Freulevijver en Sterrenschans naar Bakkefean
Op De Finne aangekomen, volgen we die in noordoostelijke richting, waarbij we verderop 't Oude Bosch in lopen. 
De Jan Anne Leane door dit bosperceel volgend, komen we langs de Freulevijver.
Aan de noordkant van de Freulevijver is een natuurlijk prieel aangelegd, met erin een pauzebank.
Omdat het nagenoeg niet waait vandaag, ligt het stille wateroppervlak van de Freulevijver blauw van de heldere lucht prachtig te spiegelen.
Alles bij elkaar ontstaat een schilderachtig en verstild tafereel.
Voorbij de Freulesingel stappen we over op de Kromme Singel. Op dit parallel aan het Alddjip lopende betonpad wandelen we het bosgebied achter de Bakkefeanster Slotplaats in.
Op de T-kruising met de Beakendyk aangekomen, gaan we de Beakendyk op. Rechts ligt een waterloopje door het bosgebied. Een dunne berkenstam ligt net onder het oppervlak onder water, en de hoog opgaande bomen van het bos weerspiegelen hier prachtig in het helderblauwe wateroppervlak; een schilderachtig plaatje met veel vorm en kleur.
Aan het eind van de Beakendyk komen we langs de 18e eeuwse Sterrenschans en iets verderop langs een heidemeer.

Varkens en reeën
Op de Duerswâldmer Wei aangekomen, lopen we over het parallelle fietspad de bebouwde kom van Bakkefean binnen.
Op het centrumkruis van Bakkefean nemen we tussen de Houtwâl en de Tsjerkewâl plaats op een metalen zitbank, waarop we onze koffiepauze houden boven de Bakkefeanster Feart.
Na deze koffiepauze lopen we over de Mjumster Wei Bakkefean uit.
Daarbij passeren we de Dagbesteding De Scheperij, gevestigd in een oud woudhuisje.
In de voortuin lopen enkele varkens, waarvan er één naar ons toe komt als we even blijven staan om dit tafereel te bekijken. 
Dan ineens zien we in het weiland naast De Scheperij vier reeën lopen.
Ze rennen snel weg, het weiland uit, springen over de sloot, en steken vóór ons de Mjumster Wei over, om dan in het bosgebied van de Bakkeveense Duinen te verdwijnen.
Dat bosgebied is op veel plekken nogal nat. Dit broekbos is nu in het voorjaar niet te betreden, maar over de iets hoger liggende bospaden kun je met de nodige voorzichtigheid wel door dit broekbos lopen.
Dat hoeven wij echter niet te doen, want onze route gaat de andere kant op, namelijk de Slotleane op, in de richting van De Slotpleats.
Bij de Weverswâl aangekomen, zien we aan de overzijde van de Bakkefeanster Feart de markante Slotpleats staan.

Langs de vaart naar Frieschepalen
Nu volgt een kilometers lang recht stuk langs de Bakkefeanster Feart. Eerst over de Weverswâl op de oostoever richting Siegerswoude.
Ter hoogte van Siegerswoude steken we de Bakkefeanster Feart over.
Daarna gaat het verder over de westoever, langs de Klauwertswei.
Bij de bocht in de vaart gaan we weer naar de andere oever, om dan over de Kromhoek over de noordkant langs de vaart - die hier inmiddels Fryskepeallenfeart heet - naar de bebouwde kom van Frieschepalen te wandelen.
Aangekomen bij het muziekcafé op het kruispunt in het centrum van Frieschepalen maken we even een uitstapje in noordelijke richting over de Hearsterwei, want we willen aan de overkant van de Fryskepeallenfeart even kijken bij de reconstructie van de voormalige schans van de Friese Waterlinie van voorheen.
Hier staat overigens ook de historische grenspaal nummer 14.

Terug naar Oerterp
Langs een andere route lopen we terug naar het centrum van Frieschepalen. Een traumahelicopter cirkelt enige tijd boven het dorp. Een ambulance rijdt ons met sirene en zwaailicht voorbij, en even later volgen twee politiemotoren, eveneens met zwaailicht en sirene.
Via De Slús weer op het centrumkruispunt van Frieschepalen aangekomen, zien we een heel eind in de verte op de Tolheksleane allemaal zwaailichten draaien. Daar is kennelijk iets ernstigs aan de hand. De helicopter is daar ook geland.
Op dit centrumkruis nemen we plaats op een betonnen muurtje, waarop we onze lunchpauze houden.
Daarna gaan we via De Slús en De Bodding met een boog terug naar de Tolheksleane, om die in zuidelijke richting geheel uit te lopen. We komen dan ook langs de calamiteitplek, net op het moment dat de traumahelicopter, de politie en een arts vertrekken. Dan wordt het weer betrekkelijk rustig op de Tolheksleane in Frieschepalen.
Aan het eind van de Tolheksleane gaan we de Boerestreek op in westelijke richting, en enige tijd later wandelen we om 13:10 uur de bebouwde kom van Oerterp binnen.
Dan hoeven we alleen nog maar recht door het dorp te lopen, om door dat bedrijvige dorpscentrum over de Weibuorren terug te lopen naar De Telle, waar we vanmorgen onze auto hebben geparkeerd.
Vanuit Oerterp rijden we eerst naar Drachten voor de theevisite bij mim, en aan het eind van de middag rijden we dan terug van Drachten naar Feinsum.

woensdag 4 maart 2026

Stikstof voor het oprapen

Dinsdag 3 maart 2026
  
Presentatie van Sam Molenaar bij Wetsus in Leeuwarden
















Watertechnologie-maand
Het Europees expertisecentrum voor duurzame watertechnologie Wetsus en de Leeuwarder Courant organiseren in deze maand maart 2026 – in de door hen zo genoemde ‘Watertech-maand’ - samen vijf lezingen, waarin wetenschappelijk onderzoek en praktische toepassingen van watertechnologie centraal staan. 
Na het succes van de vorige lezingen-editie in 2024 zijn opnieuw actuele en uitdagende thema’s binnen de watertechnologie geselecteerd. 
In deze vijf lezingen van 2026 staan vragen centraal als: 
Wat zijn de problemen en uitdagingen rond water? 
Wat doen technologen en bedrijven om deze aan te pakken? 
En wat kan ik zelf doen?
Deze vijf publiekslezingen vinden ’s avonds plaats in het gebouw van Wetsus in Leeuwarden.
Het thema van de eerste lezing luidt: 'Stikstof voor het oprapen'.

Bijdrage van watertechnologie aan oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken
In deze lezingenserie gaan we de wereld van wetenschap en innovatie ontdekken.
  • De lezingen worden gegeven door onderzoekers van Wetsus. 
  • Ondernemers die rond de besproken technologie bedrijven hebben gebouwd, vertellen vervolgens hoe dit in de praktijk uitpakt.
Onderzoekers van Wetsus en experts uit het bedrijfsleven nemen ons op die wijze mee in hun onderzoek en laten zien hoe watertechnologie bijdraagt aan oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken van vandaag en morgen. 
In het voorgaande weekend laat de Leeuwarder Courant ons in haar krant kennismaken met het onderwerp en met de betrokkenen van de komende lezing, en tijdens de lezing wordt dan nader op het thema van de lezing-avond ingegaan.

Philipp Kuntke over het terugwinnen van stikstof
Irene Overduin – waterjournaliste voor de Leeuwarder Courant – heet eerst alle aanwezigen welkom. Zo’n 120 mensen hebben zich voor vanavond opgegeven. 
Daarna volgt een woord van welkom en een inleiding door Wetsus-directeur Cees Buisman. Hij vertelt dat deze vijf publieksavonden vooral over de majeure innovaties gaan, waar echt iets kan worden getoond over de vooruitgang in de watertechnologie, waaraan Wetsus sturing geeft.
Even een weetje: Wetsus - zegt hij - is de samengevoegde afkorting van het Friese 'Wetter' en het Engelse 'Sustainability'.
Vanavond wordt de eerste lezing verzorgd door Wetsus-onderzoeker Philipp Kuntke, die ons vertelt hoe je stikstof kunt terugwinnen.
Kuntke heeft zijn wetenschappelijke carrière gewijd aan stikstof, vooral uit urine, een nutriëntenrijke vloeistof, die wij allen afscheiden. 
Kuntke vertelt dat hij eigenlijk per ongeluk met dit thema is begonnen, en er tot op heden niet mee is gestopt.
  • Stikstof is essentieel voor het leven; ook voor ons zelf. In ons DNA zit bijvoorbeeld ook heel veel stikstof.
  • Stikstof is op aarde niet schaars, maar het zit (nog) ergens in opgesloten.
  • We luisteren naar Philipp zijn uitleg over de stikstofkringloop.
  • We verkrijgen stikstof door biologische (natuurlijke) processen of uit industriële processen.
  • We zien nogal veel uitdagingen van een uit balans geraakte stikstofkringloop, zoals bijvoorbeeld: onnodige verliezen, verzuring van de bodem, verlies van biodiversiteit, vervuiling van grondwater door uitspoeling, en achteruitgang van luchtkwaliteit.
  • Stikstof in afvalwater zit bijvoorbeeld in urine, dat zelfs voor zo ongeveer 80% bestaat uit stikstof. Na de fosfaatverwijdering moet je de stikstof uit de urine verwijzen, en dat doe je dan door gebruik te maken van (electrische) stroom.
  • De uit urine ook gewonnen ammoniak zou je heel goed als meststof kunnen gebruiken, hetgeen proeven met radijsteelt al hebben aangetoond.
Sam Molenaar over de toepassing in de praktijk
'Van probleem naar product'. Daarover gaat de presentatie van de tweede spreker van vanavond: Sam Molenaar van de Brabantse Pure Water Group, die zich richt op de productie van puur water, dus zeer zuiver, zelfs zuiverder dan kraanwater. Dat pure water wordt bijvoorbeeld medisch gebruikt als dialysewater, en ook voor industriële doeleinden zoals het naspoelen van pas geproduceerde printplaten, en ook bij nucleaire processen.
Sam Molenaar bij aanvang van zijn duidelijke presentatie:
  • Waarom gaan we eigenlijk stikstof terugwinnen? 
  • En waarom zouden we dat op een andere manier gaan doen?
Welnu, afvalwaterzuivering levert broei- en lachgas op, en de huidige meststoffen gebruiken nog fossiele inputs. Niet ideaal dus.
Verder kennen we nog hoge verliezen, ten nadele van het  milieu (bijvoorbeeld inzake dierlijke drijfmest). Ook dat willen we niet.
  • Stikstof uit dierlijke processen en uit industrie slaat als concentratie behoorlijk dicht neer op de plek waar het wordt uitgestoten, en wordt verspreid door droge en door natte neerslag.
  • West-Europa zou je kunnen beschouwen als één heel grote stikstofdeken. Kortom, stikstof is niet alleen een Nederlands probleem, maar een veel meer omvattend Europees probleem, want ook onze buitenlanden zorgen voor een aanmerkelijk aandeel van de stikstofneerslag.
  • In de industrie wordt tegenwoordig al veel meer dan vroeger gedaan aan het afvangen van stikstof bij de bron.
  • De landbouw/veeteelt heeft hierin echter nog een forse taak te doen. Zo’n twee derde deel van de uitstoot van stikstof is nog een probleem. Dat komt op plekken terecht waar we het eigenlijk niet willen hebben. Daarom wordt eraan gewerkt om die verliezen (die stikstofuitstoot) op te heffen. 
  • We realiseren ons trouwens wel dat als we dit probleem van de stikstof hebben opgelost, er wel weer andere stoffen zijn die we bijvoorbeeld ook uit urine (en ander afvalwater) willen halen. 
  • We moeten dus niet alleen stikstof, maar ook heel veel meer andere nutriënten proberen terug te winnen. 
  • We zouden daartoe bijvoorbeeld naar een 'Efficiënt Plantaardige Agricultuur' over moeten gaan. Dat kan nu al, met bijvoorbeeld hoofdzakelijk plantaardige diëten en/of door precisie-landbouw toe te passen.
  • Er zijn dus nog heel wat uitdagingen te gaan bij de terugwinning uit afvalwater, denk maar aan alle microverontreinigingen (zoals ook PFAS), denk aan ongewenste samenstellingen/verzilting. Het moet dan ook nog goedkoop. Maar komen we er dan - totaal gezien - wel verder mee? Dat is nog steeds de hamvraag.
  • We zouden de infrastructuur rondom het terugwinnen van alle nutriënten duurzamer moeten maken, bijvoorbeeld door het toepassen van het scheiden bij de bron, hetgeen we bij urine bijvoorbeeld met zogenoemde scheidingstoiletten zouden kunnen doen. En zo zijn er nu al wel ettelijke goede voorbeelden van bronscheiding.
  • Uit de waterzuiveringsprocessen worden bijvoorbeeld al medicijnresten, zware metalen, ziekteverwekkers en ook overige organische vervuilingen verwijderd uit afvalwater. Met beluchten en met bacteriën kun je dat al op heel eenvoudige wijze doen. Daarbij gaat - na het verwijderen van micro-organismen - de rest door membranen (onder stroom), waardoor je uiteindelijk heel zuiver water verkrijgt. 
  • Onderzoek wees uit dat bij het terugwinnen van nutriënten het werken met menselijke urine al effectief werkt, met overigens nu al betrekkelijk hoge rendementen.
  • In de nieuw geplande Leeuwarder nieuwbouwwijk Spoordok probeert men zo zuiver als mogelijk te gaan werken, met als ultiem doet dat er geen druppel afvalwater meer de wijk uit hoeft te komen. Belangrijke voorwaarde bij dergelijke systemen is overigens ook dat de veiligheid belangrijk is, want dergelijke processen mogen natuurlijk niet ten koste gaan van de veiligheid voor de mens.
Conclusies, in het kort:
  • Het is dus al mogelijk om stikstof - en ook andere nutriënten - heel goed te scheiden uit afvalwater zoals urine.
  • En ook blijkt dat dit allemaal nu al veiliger en (energie)goedkoper kan dan voorheen.
Sam Molenaar tot slot over wat jij en ik zelf nu ook al kunnen doen:
  • Eet plantaardig, eet minder vlees en geen zuivel;
  • Eet lokaal geteeld voedsel;
  • Voorkom gebruik van verbranding(smotoren);
  • Gebruik je stemrecht, en stem iets groens.

dinsdag 3 maart 2026

Zonsondergang in Feinsum

Maandagavond 2 maart 2026
 
Zonsondergang in Feinsum

Turfroute - Fietsroute 7-west wandelen als rondje Heerenveen

Maandag 2 maart 2026
 
PKN Langsweagen toont symbolen van Pasen bij haar kerk





















Wandelen & fietsen vanaf de Turfroute in Zuidoost-Friesland
De turfvaarten in Zuidoost-Fryslân zijn eeuwenoud en vaak met de hand gegraven. 
De zogenoemde 'Turfroute' verbindt sinds 1974 al die vaarten met elkaar. De kanalen met haaks daarop sloten, bossen, elzensingels, heide, weiden en beekdalen geven het gebied een eigen charme. 
In twintig pakkende verhalen en routes slaan de journaliste Janneke Donkerlo en de schrijver van routegidsen Fokko Bosker als het ware bruggen tussen de vaart en het omliggende landschap. Zij nemen het water als vertrekpunt voor hun rondwandelingen en fietstochten door dit rijk geschakeerde landschap van coulissen van elzen- en eikensingels, in een fijnmazig patroon van vaarten en wijken.
Resultaat van hun werk is de in 2024 uitgegeven routegids 'Wandelen & fietsen vanaf de Turfroute in Zuidoost-Friesland'.

23 tochten met een totale lengte van 746,9 kilometer
Deze routegids bestaat uit 11 fietstochten en 12 wandeltochten, die Durkje en ik van plan zijn om alle te gaan wandelen. 
  • Tien fietstochten hebben een totale lengte van 387,4 kilometer, waarvan de kortste 13,7 km en de langste 63,4 km lang is.
  • De twaalf wandeltochten hebben een totale lengte van 134,5 kilometer, waarvan de kortste 4,6 km en de langste 15,9 km lang is.
  • De veel langere 'Fiets-Turfroute' door Zuidoost-Fryslân heeft een totale lengte van 225 kilometer.
De 23 tochten hebben derhalve een totale lengte van 746,9 kilometer. We zijn van plan die afstand te bewandelen in 36 dagetappes, variërend tussen de 15 en 33 kilometer per dag, zo mogelijk in combinaties van (delen) van die wandeletappes en fietsetappes.

Rondje Heerenveen > Oudehorne > Heerenveen
Vandaag zijn we van plan om het grotere westelijke rondje van de 55,4 kilometer lange Fietsroute 7 te bewandelen, van Heerenveen via Nieuweschoot, Oudeschoot, Oranjewoud, Brongerga, Bontebok, Oudehorne, Jonkersland, Langezwaag en De Knipe, en daarna weer terug naar Heerenveen, met een lengte van 32,5 kilometer.
We vertrekken daartoe vanuit Feinsum om 7:30 uur, en rijden dan met de auto naar het Abe Lenstra Stadion in Heerenveen. Op de Veldschans laten we onze auto achter op het parkeerterrein.
Bij vertrek vanmorgen in Feinsum is het 6 graden Celsius, en in Heerenveen is de temperatuur bij aankomst om 15:20 uur inmiddels opgelopen naar 14 graden Celsius.
Het is nagenoeg de hele dag aangenaam zonnig weer; het waait nauwelijks, en gelukkig blijft het droog. Het is vandaag heerlijk warm voor de tijd van het jaar, en daarmee heel mooi zonnig voorjaarswandelweer op deze prachtige lentedag van 2026.

Heerenveen repeterend in en uit
Om 8:10 uur gaan we in Heerenveen van start op de Veldschans.
Het eerste deel van deze etappe gaat door het zuiden van Heerenveen, over de Atalantastraat, de Koornbeursweg, de Burgemeester Falkenaweg en de Rottumerweg naar het Recreatiegebied De Heide. Door dit parklandschap lopen we op de smalle landtong tussen het Heidemeer links van ons en de Engelenvaart aan onze rechterhand.
Bij de Rotstergaastbrug gaan we de Rotstergaastweg op, en wandelen we de bebouwde kom van Nieuweschoot binnen.
Op deze weg gaat Nieuweschoot op een gegeven moment over in Heerenveen.
Tussen ijsstadion Thialf en de Batavusfabriek stappen we over op de Heremaweg, totdat we aan het eind daarvan op de Marktweg Heerenveen uit lopen, en Oudeschoot binnen wandelen.
Bij de Schotanuslaan passeren we op de Schoterlandseweg de op enige hoogte gebouwde oude Skoattertsjerke (1721).

Door het parklandschap van Oranjewoud en Brongergea
Na de onderdoorgang van de A32 laten we Heerenveen achter ons, en komen we bij het binnenwandelen van het Parklandschap Oranjewoud in een geheel andere entourage.
Door een parkachtig landschap lopen we langs voorname villa's en buitenhuizen naar Oranjewoud, dat we op de aansluiting van de Tjeerd Roslaan en de Tjaarda's Laan ter hoogte van de Eikenhof binnen wandelen.
Exact om 10:00 uur passeren we het glazen kunstwerk van de Blêdeklauer, dat vóór het Parkhotel Tjaarda staat. 
Na de Albertine Agnesweg passeren we op de Lindelaan de parkvilla van Landgoed Oranjewoud.
Bij het landhuis Oranjestein maken we de overstap op de Marijemoiwei. 
Rechts van ons, aan het eind van het open veld, zien we de op een hoogte gebouwde uitkijktoren Belvédère, die inmiddels is ontdaan van alle omringende bomen, die voorheen tegen de helling van deze hoogte groeiden. 
Dan verlaten we Oranjewoud en lopen we het buurtschap Brongergea binnen.
In Brongergea lopen we langs de plaatselijke begraafplaats, met daarop een klokkenstoel, en de opmerkelijke grafkelder van de oud-staatsman Louis Van Limburg Stirum (1802-1884).

Door bos en veld naar Bontebok
Ter hoogte van het kunstwerk van de 'Pauw met Kroon' gaan we het fiets- en wandelpad van De Fuotpaden op.
Als we dan voortgaan op dit asfaltpad gaat het landschap over van parkbos naar open veld, en dat blijft ook na de oversteek van de Jan Jonkmanweg een verhard veldpad door het coulisselandschap op het Imke Klaverpad.
Op de Hogeveensweg wandelen we om 11:10 uur de bebouwde kom van Bontebok binnen.
Dit is een mooi moment om onze koffiepauze te houden, want we hebben inmiddels aaneengesloten drie uren gewandeld. 
Onze pauzeplek vinden we op het kruispunt met de Eerste Compagnonsweg.
Hier nemen we plaats op een houten bank, met in oostelijke richting het prachtige uitzicht over de Schoterlandse Compagnonsvaart, waarin de bomen langs de vaart decoratief spiegelen.

Jonkerslân
Na deze koffiepauze volgt het lange rechte eind over de Eerste Compagnonsweg langs de Skoatterlânske Kompanjonsfeart, totdat we na het passeren van vele wijken op de T-kruising met de Tweede Compagnonsweg aankomen.
Op dit punt verlaten we de doorgaande fietsronde, omdat we nu heel mooi de overstap kunnen maken op het laatste deel van deze lange fietsronde.
Dat doen we door vanaf de Oude Singel de doorsteek te maken over een smal fiets- en wandelpaadje door het open veld naar de Dwersfeart, die noordelijker ligt.
Na dat schelpenpad met zes haakse bochten gaat het dan verder over de Dwersfeart naar De Leijen.
De Leijen gaat over in de Fûgelsang, en die weg volgen we naar het buurtschap Jonkerslân.
Ook hier in de bermen langs de Fûgelsang zien we de eerste voorjaarsbloemen kleurrijk bloeien.

Christelijke paassymbolen in Langsweagen
Dan gaat het alsmaar door over de Fûgelsang in westelijke richting, en als de Fûgelsang al lang is overgegaan in de Boerestreek, wandelen we Langsweagen binnen.
We passeren een boerderij waar over enkele dagen een boerderijwinkel zal gaan openen.
Op de T-kruising van Het Hou en de Tsjerkeleane staan enkele mannen bij de plaatselijke kerk te kijken naar het ophangen van een grote decoratie.
'Daar komen de eerste pelgrims al', roept één van hen ons toe. Als we daar arriveren, blijkt dat de mannen hier een door hen gemaakte Paasfeest-decoratie ophangen. Eén van hen - de plaatselijke predikant, dominee Frans Willem Verbaas - vertelt ons dat enkele hier aanwezige mannen die prachtige decoratie hebben gemaakt, die bestaat uit enkele christelijke symbolen van het aanstaande Paasfeest.
Het grote lege witte kruis en het paaslam symboliseren de gekruisigde, gestorven en opgestane Jezus Christus. De vuurrode roos staan voor Gods liefde en het bloed van Jezus en uiteindelijk voor de opstanding van Gods Zoon. Het licht rond deze symbolen representeert als het ware het licht van de Paaskaars. In combinatie met het wit van kruis & lam getuigt dit van de vreugde omtrent de verrijzenis van Jezus Christus, als hoopgevende overwinning op de dood, na Jezus' lijden en sterven. 
Het Paasfeest is al een groot feest, en dan horen we even later ook nog dat deze Protestantse Gemeente te Langsweagen in de komende vier weken de kerkdiensten gaat verzorgen in het kader van Tsjerke fan 'e Moanne van Omrop Fryslân, zoals wij die in de afgelopen weken in Stiens hebben gehad.
Duidelijk is dat er in deze periode veel Werk aan de Kerk is in Langsweagen, en met deze waarde(n)volle straat-decoratie mag iedereen het weten, zowel op straat als op tv: We gaan het Paasfeest vieren!

Door De Knipe terug naar Heerenveen
Een eindje verderop houden we onze lunchpauze in het dorp, op een bank bij het kleurrijk gedecoreerde watertappunt bij de afslag naar het Paradys.
Aan het eind van Het Hou gaan we het parallelle fietspad op langs het Lang'ein, dat we alsmaar blijven volgen tot aan de rand van de bebouwde kom van De Knipe.
Door de lange streekbebouwing van De Knipe gaat het dan voort in westelijke richting, totdat we om 14:30 uur al weer de bebouwde kom van Heerenveen binnenwandelen.
Toch gaan we niet voortdurend rechtdoor richting voetbalstadion, want de route voert ons eerst nog in zuidelijke richting over de Woudsterweg (tevens Jabikspaad), waar we langs een Amerikaanse windmolen komen, die iets oostelijker in het veld staat. Bij het informatiepaneel van deze windmolen zien we ook het plaatselijke stempelpunt van het Jabikspaad, waar we een pelgrimsstempel van De Knipe kunnen verkrijgen, waarvan we gebruik maken.
Vlak vóór Museum Belvédère steken we driemaal het water over en dan gaat het in de Heerenveense woonwijk Skoatterwâld in een rechte lijn naar de A32.
Daar volgen we - nog steeds zonovergoten - het fiets- en wandelpad Tusken de Fjilden, totdat we voorbij het Heerenveense voetbalstadion onder de A32 terug kunnen lopen naar onze auto.
Voorbij het Abe Lenstra Stadion arriveren we dan om 15:20 uur na ruim 32 kilometer lopen bij onze auto op de Veldschans, waarmee we huiswaarts keren.

woensdag 25 februari 2026

Zonsondergang in Feinsum

Woensdagavond 25 februari 2026
 
Zonsondergang in Feinsum





Turfroute - Fietsroute 13-zuid wandelen als rondje Nij Beets-Tijnje-Ulesprong-Nij Beets

Woensdag 25 februari 2026
 
Op de polderdijk langs de Nieuwe Vaart bij het Sudergemaal

















Wandelen & fietsen vanaf de Turfroute in Zuidoost-Friesland
De turfvaarten in Zuidoost-Fryslân zijn eeuwenoud en vaak met de hand gegraven. 
De zogenoemde 'Turfroute' verbindt sinds 1974 al die vaarten met elkaar. De kanalen met haaks daarop sloten, bossen, elzensingels, heide, weiden en beekdalen geven het gebied een eigen charme. 
In twintig pakkende verhalen en routes slaan de journaliste Janneke Donkerlo en de schrijver van routegidsen Fokko Bosker als het ware bruggen tussen de vaart en het omliggende landschap. Zij nemen het water als vertrekpunt voor hun rondwandelingen en fietstochten door dit rijk geschakeerde landschap van coulissen van elzen- en eikensingels, in een fijnmazig patroon van vaarten en wijken.
Resultaat van hun werk is de in 2024 uitgegeven routegids 'Wandelen & fietsen vanaf de Turfroute in Zuidoost-Friesland'.

23 tochten met een totale lengte van 746,9 kilometer
Deze routegids bestaat uit 11 fietstochten en 12 wandeltochten, die Durkje en ik van plan zijn om alle te gaan wandelen. 
  • Tien fietstochten hebben een totale lengte van 387,4 kilometer, waarvan de kortste 13,7 km en de langste 63,4 km lang is.
  • De twaalf wandeltochten hebben een totale lengte van 134,5 kilometer, waarvan de kortste 4,6 km en de langste 15,9 km lang is.
  • De veel langere 'Fiets-Turfroute' door Zuidoost-Fryslân heeft een totale lengte van 225 kilometer.
De 23 tochten hebben derhalve een totale lengte van 746,9 kilometer. We zijn van plan die afstand te bewandelen in 36 dagetappes, variërend tussen de 15 en 33 kilometer per dag, zo mogelijk in combinaties van (delen) van die wandeletappes en fietsetappes.

Rondje Nij Beets > Tijnje > Ulesprong > Nij Beets
Vandaag zijn we van plan om het kleinere zuidelijke rondje van de 30,6 kilometer lange Fietsroute 13 te bewandelen, van Nij Beets via Tijnje en Ulesprong, en daarna weer terug naar Nij Beets, met een lengte van 16,4 kilometer.
Dat is dan de netto afstand van de af te leggen route, maar feitelijk lopen we meer kilometers. Omdat de zelfbedieningspont Jeltsje tijdelijk uit de vaart is, moeten we totaal zo'n drie kilometer omlopen (waarover verderop uitgebreider wordt geschreven), waardoor de totale wandelafstand oploopt naar ongeveer 19,4 kilometer.
We vertrekken daartoe vanuit Feinsum om 8:00 uur, en rijden dan met de auto naar de Domela Nieuwenhuisweg in Nij Beets. Bij café De Brêge laten we onze auto achter op een parkeerplaats.
Bij vertrek vanmorgen in Feinsum is het 10 graden Celsius, en in Nij Beets is de temperatuur bij aankomst om 12:45 uur inmiddels opgelopen naar 15 graden Celsius.
Het is nagenoeg de hele dag aangenaam zonnig weer; het waait nauwelijks, en gelukkig blijft het droog. Het is vandaag opmerkelijk warm voor de tijd van het jaar, en daarmee heel mooi zonnig voorjaarswandelweer op deze eerste lentedag van 2026.

Salamander, reeën en ganzen
Om 8:45 uur gaan we in Nij Beets van start bij het dorpscafé. Over het fietspad langs de Domela Nieuwenhuisweg lopen we in noordoostelijke richting Nij Beets uit, om even later over de Leppedyk langs de Zandwinput Nij Beets te lopen. Op die Leppedyk zien we een salamander zitten, zich roerloos, heerlijk warmend aan de warme lentezon.
Een man in een auto haalt ons in. Aan het eind van het geasfalteerde deel van de Leppedyk ontmoeten we hem als hij met zijn verrekijker turend in de verte kijkt. Hij vertelt vrijwillige natuurbeheerder te zijn, en dat hij vanaf vanmorgen vroeg - en anders ook met grote regelmaat - het veld in gaat om de natuur te observeren, en daarbij onder andere reeën en ganzen in het veld te tellen. Als hij dode of dodelijk verzwakte ganzen ziet, neemt hij ze mee in een plastic zak om ze af te voeren, want in deze periode zijn dat meestal de slachtoffers van de vogelgriep die alom heerst. De doodzieke en dode ganzen moeten zo snel mogelijk uit het veld worden verwijderd, omdat ze anders de nog gezonde ganzen zouden kunnen besmetten met de dodelijke vogelgriep.

Door het Tynster Bos voor koffie naar Tijnje
Vanaf dit punt gaan we een heel smal schelpenpad op, door de graslanden en langs een sloot.
Aan het eind van dit lange maar smalle wandel-/fietspad komen we aan in het buurtschap P.W. Janssen Stichting. Vóór ons ligt een uitgestrekt plasdras grasland.
Aan het eind van dat deels onder water staande grasland zien we tegen de hogere polderdijk langs It Alddjip een grote groep ganzen foerageren.
Daarna gaan we de Swynswei op om iets verderop de Nieuwe Vaart over te steken via de Rolbrêge.
Aan de overzijde van de vaart nemen we eerst het pad in westelijke richting langs de vaart, en al vrij snel daarna gaan we achter drie wielrensters het smalle asfaltpad op in zuidelijke richting; de eerste helft door het open veld, en de tweede helft door het langgerekte bosperceel van het Tynster Bos.
Op de Rolbrêgedyk wandelen we het dorp Tijnje binnen ter hoogte van de plaatselijke PKN-kerk. 
We kunnen de kerk helaas niet in, maar zien ook vanaf buiten wel dat deze kerk prachtig gekleurde kerkramen heeft.
Het is nu 10:45 uur, tijd voor koffie, dus we nemen onze koffiepauze op één van de twee houten banken in het centrum van Tijnje tegenover de Scandinavische zwerfkei van Tijnje.

Wel? of geen! zelfbedieningspont
Een wandelaar passeert ons daar. Hij vertelt dat hij terug is van een zeven kilometer lange ochtendwandeling. Nog dik in de winterkleren, maar wel met openstaande jas, vertelt hij dat hij het warm heeft gekregen tijdens zijn wandeling op deze heerlijk warme lentedag.
Omdat we gisteravond op internet vier verschillend luidende berichten vonden over het al dan niet in de vaart zijn van de zelfbedieningspont verderop (1. gestremd; 2. in de winter van 2025/2026 uit de vaart; 3. gewoon wel in de vaart; 4. in onderhoud tussen mei 2027 en maart 2007??) vragen we de man of de pont verderop wel of niet in de vaart is. Hij weet het niet, dus we gaan toch maar op goed geluk verder, over de Breewei, en daarna de Riperwei op.
Op de Riperwei komen we langs een huis, met een voortuin die vol staat met witte sneeuwklokjes.
Pas veel verder, op de splitsing van de Riperwei en de Ulesprong - als we in Ulesprong al bijna bij de zelfbedieningspont zijn - zien we het groene bordje in de berm staan waarop voor het eerst staat aangegeven dat de pont buiten gebruik is. Maar ja, dan zijn we er ook al bijna.
Een man die aan het begin van zijn oprit het witte hek staat schoon te maken met een hogedrukspuit bevestigt dat de pont nog buiten gebruik is.
Als we hem vragen of we als alternatief voorbij de pontsteiger en de poldermolen over de grasdijk langs de Nieuwe Vaart in de kortste lijn terug kunnen lopen naar de Rolbrêge, bevestigt hij dat dat wel een mooie wandeling is.

Heen op de hoge polderdijk en terug op de Legewei
Bij de steiger aangekomen, ligt daar inderdaad geen zelfbedieningspont, dus er zit niets anders op dan de poldermolen verderop te passeren, om dan over de hoge polderdijk richting Rolbrêge te lopen. Daarbij passeren we even later het Sudergemaal, dat aan de overzijde van de Nieuwe Vaart staat.
Wij blijven alsmaar de hooggelegen polderdijk langs de Nieuwe Vaart volgen.
Na deze grasdijk gaat het verder over het tamelijk nieuwe betonpad van het verharde deel van de Polderdyk, tot aan het café ter hoogte van de Rolbrêge.
Hier steken we de Nieuwe Vaart over, en dan gaat het in tegenovergestelde richting verder, weer langs de Nieuwe Vaart, nu over de doorgaande weg van de Legewei. Dit stukje heen en weer over de hoge polderdijk en de Legewei betekent voor ons een omweg van totaal zo'n drie kilometer, veroorzaakt door het tijdelijk buiten gebruik zijn van de zelfbedieningspont Jeltsje. 
Aan het eind van de Legewei komen we bij de sluis op de T-kruising van de Nieuwe Vaart en het Polderhoofd-kanaal.
Dan hoeven we alleen nog maar over de Kanaelwei Súd langs het Polderhoofdkanaal terug te lopen naar Nij Beets.

Fries olympisch schaatsfeest in Nij Beets 
In Nij Beets aangekomen, zien we her en der nog de nationale driekleur triomfantelijk hoog in top hangen, wat de restanten zijn van de thuiskomst van haar inwoonster Femke Kok, die gisteravond thuis met veel enthousiasme werd ingehaald wegens haar buitengewone prestaties bij het langebaanschaatsen tijdens de enkele dagen geleden afgesloten Winterspelen in Italië. Tijdens deze recente Olympische Winterspelen 2026 van Milaan won Femke Kok zilver op de 1.000 meter, en op de 500 meter werd zij de eerste Nederlandse olympische kampioen bij de vrouwen. Nij Beets is terecht trots op 'hun' Femke; dat blijkt hier wel in het straatbeeld.
Rond 12:45 uur stappen we in de auto bij het café van Nij Beets, en dan rijden we terug naar huis, na een hele mooie lentewandeling van op deze uitzonderlijk warme februaridag van 2026.

Fries olympisch schaatsfeest in Aldeboarn
Als we daarbij op de terugweg Aldeboarn passeren, zien we bij de entree van het dorp een groot felicitatiebord hangen, met daarop de gelukwensen aan olympisch schaatser Jorrit Bergsma, inwoner van Aldeboarn. Jorrit Bergsma zorgde op de Olympische Spelen 2026 in Milaan onlangs voor een daverende verrassing. Op zijn veertigste won hij olympisch goud op de massastart. En in Milaan pakte hij ook nog brons op de tien kilometer. 
Kortom, op een afstand van nog geen tien kilometer van elkaar heeft Fryslân twee Olympische kampioenen wonen, één in Nij Beets, en één in Aldeboarn. 
En dan hebben we het nog niet eens over Antoinette Rijpma-de Jong, Itzhak de Laat en Marijke Groenewoud - alle drie ook uit Fryslân - die deze week ook een welverdiende gouden medaille mee terug namen uit Milaan. 
Daarbij valt onze bijna twintig kilometer lange wandeling van vandaag in het niet, maar - niet getreurd - elke sportieve prestatie - van wie & waar dan ook - is er één.

dinsdag 24 februari 2026

Presentatie over pelgrimeren voor KBO & PCOB Woudsend

Dinsdag 24 februari 2026
 
Durkje tijdens de presentatie over pelgrimeren in Woudsend

















Presentatie over pelgrimeren
Door het bestuur van het lokale samenwerkingsverband van de Katholieke Bond voor Ouderen (KBO) en de Protestants Christelijke OuderenBond (PCOB) in het Friese Woudsend zijn Durkje en ik uitgenodigd om een lezing te verzorgen voor de februari-bijeenkomst van haar verenigingsverband. Deze lezing vindt vanmiddag plaats in het multifunctioneel centrum De Driuwpôle te Woudsend, bijgewoond door zo'n 25 deelnemers van deze ledengroep.
Nadat de leden en wij door middagvoorzitster Helen Meijer welkom zijn geheten, wordt deze middagbijeenkomst begonnen met enkele huishoudelijke verenigingszaken. 
Daarna krijgen Durkje en ik de gelegenheid om onze presentatie te verzorgen, waarvan een deel vóór en een deel na de thee-/koffiepauze.

Motieven om te pelgrimeren   
Na een korte kennismaking vertel ik over onze opeenvolgende pelgrimstochten naar Santiago de Compostela en in welke relatie die pelgrimages staan met Sint Jacobus, de patroonheilige voor de pelgrims.
Aansluitend vertelt Durkje wat voor pelgrims van vroeger en nu zoal de motieven waren en zijn om te pelgrimeren, en geeft ze kort nog een kleine introductie over wat het jarenlang pelgrimeren voor ons ieder en voor ons samen heeft betekend.
Daarna vertonen we een filmpje van de regionale omroep LEO-Middelsee over onze pelgrimsherberg, de refugio voor pelgrims, waar we na de pauze verder op in zullen gaan. 
In de pauze is er ook gelegenheid om in de zaal langs de presentatietafels te lopen, waarop we een kleine expositie hebben ingericht over allerhande zaken die met (ons) pelgrimeren te maken hebben.

Refugio Ultreia Feinsum
Het KBO-PCOB-combi-bestuur had ons vooraf gevraagd om ook iets te vertellen over onze Refugio Ultreia Feinsum, ons pelgrimsverblijf in Feinsum.
Daarom vertel ik na de pauze eerst iets over de geschiedenis van onze refugio, en welke functies zo'n pelgrimsonderkomen voor de voorbijgaande pelgrims heeft.
En Durkje sluit daar dan op aan, door een aantal voorbeelden te geven van pelgrims die in de afgelopen acht jaren bij ons langs kwamen voor een refugio-stempel en/of voor hun overnachting in onze refugio tussen twee etappes op het Jabikspaad. 
Tijdens en ter afsluiting van onze lezing laten we nog een filmfragment zien van de landelijke omroep KRO/NCRV, die indertijd bij en in onze refugio een mooie televisie-registratie heeft gemaakt.  

Pelgrimeer met God 
Dan is er nog gelegenheid om de laatste vragen te stellen, en kan Durkje als vervolg op het eerste deel van onze presentatie nog iets meer vertellen over onze motieven om al bijna 21 jaar te pelgrimeren richting Santiago de Compostela.
Tot slot zingen we met zijn allen het lied 'Ga met God, en Hij zal met je zijn', het lied dat zo mooi vertolkt hoe je je als pelgrim steeds gedragen weet tijdens je levensveranderende pelgrimstocht naar Santiago de Compostela.
Na de middagsluiting door de voorzitster is er nog volop gelegenheid om bij onze pelgrimage-expositietafels na te praten over wat de aanwezige leden nog willen vertellen of vragen.

Sint-Vituskerk van Stiens te midden van eerste voorjaarsbloei

Maandag 23 februari 2026
 
Stinzenplanten in bloei rondom de Sint-Vituskerk van Stiens

















Van mooi naar nog mooier
Al voordat de dagtemperaturen in de dubbele cijfers terecht komen, begint het inmiddels een lust voor het oog te worden om vanuit het winkelcentrum Langebuorren in Stiens naar de Sint-Vituskerk te lopen of te rijden. 
Hoog op de dorpsterp staat deze eeuwenoude kerk. 
Op het omliggende kerkhof en op de aarden wal rondom de dubbele lindenlaan rond de kerk bloeien inmiddels de eerste lentebodes. 
Binnenkort zullen er nog veel meer - en ook meer soorten - planten gaan bloeien. 
Het is nu al mooi, en wordt dus nog veel mooier.

zondag 22 februari 2026

Grenzeloze liefde in Stiens

Zondag 22 februari 2026 - 1e Zondag van de Veertigdagentijd
 
Voorganger Frits Hartmann in De Hege Stins van Stiens

















Stiens is Tsjerke fan 'e Moanne
Als we vanmorgen De Hege Stins in Stiens naderen, vallen - evenals in de voorgaande drie weken - de omroeptechniekwagens op, die op het parkeerterrein van de kerk van onze Protestantse Gemeente te Stiens staan opgesteld.
In deze maand februari 2026  mogen wij als protestantse gemeente van Stiens namelijk de gastgemeente zijn voor het zondagochtend-tv-programma 'Tsjerke fan ‘e Moanne', van Omrop Fryslân.
Dit kan worden beschouwd als een prachtige kans om met z'n allen te laten zien waar we als kerkelijke gemeente voor willen gaan en op termijn voor staan. Deelname aan dit tv-programma sluit naadloos aan bij enkele van onze beoogde kernwaarden: 'gastvrijheid' en 'beste buren', waarmee onze gemeente een eerste stap probeert te zetten in wat we doen en laten. Door onze deuren open te zetten voor de Friese omroep, om hen in de gelegenheid te stellen onze zondagse vieringen in deze maand te registreren en uit te zenden, ontvangen wij niet alleen de bezoekers in de kerk, maar ook de vele mensen thuis die daar voor de buis met ons meevieren. Het herinnert ons er ook aan dat wij als gemeente geroepen zijn om open en gastvrij te zijn, voor elkaar, voor bezoekers en voor de vele kijkers en luisteraars die nu met ons verbonden zijn. 

Leven & Liefde
We zagen uit naar bijzondere en inspirerende diensten, waarin we samen geloven, vieren en groeien.  
Vieringen waarin ontmoeting centraal staat, waarin jong en oud zich allen welkom voelen, en waarin we laten zien dat traditie en vernieuwing hand in hand kunnen gaan. 
Vanmorgen is het thema van deze ochtendkerkdienst: 'Grenzeloze liefde!', hetgeen ook deze week weer is ontleend aan de bijbelse Bergrede van Jezus, die als een rode draad door de vier zondagen van februari 2026 van 'Tsjerke fan 'e moanne' loopt. 
Dat die grenzeloze liefde van Jezus vandaag centraal staat, past ook goed bij het feit dat het vandaag de eerste zondag is van de huidige Veertigdagentijd, waarin we op weg gaan naar het - voor ons - lijden & sterven van Jezus, dat ter gelegenheid van de opstanding uit de dood van Jezus Christus wordt gevierd in het komende Paasfeest.
De viering begint om 9.45 uur met een korte introductie, en de televisie-uitzending start even later om 10.00 uur. 
Na afloop van de uitzending hebben we als gemeente nog ruimte voor interne mededelingen, die specifiek voor onze eigen gemeente zijn bedoeld.
Voorganger van deze kerkdienst is Frits Hartmann van Ameland, lector is Trienke Sikkes, en muzikale medewerking wordt verleend door onze eigen kerkorganist Olchert Clevering en ook koperblazer Lucjan Anjema op cornet, die de samenzang begeleiden, en die ook enkele muziekstukken voor ons spelen.

"Liefde Gods,,
die elk beminnen hemelhoog te boven gaat,
kom in onze harten binnen met uw milde overdaad."

Grenzeloze liefde
Als inleiding op het thema van vandaag luisteren we naar een kort verhaal over twee dienaren die de opdracht krijgen om in het land te onderzoeken of er ergens oorlog heerst en/of vrede leeft. Conclusie na onderzoek van beide dienaren en inzet van de laat(st) teruggekomen dienaar is dat de oorlog weliswaar voorbij is, maar dat er helaas geen vrede is. Aan vrede moet namelijk worden gewerkt!
In de beide Friestalige schriftlezingen uit het Nieuwtestamentische bijbelboek Mattéus staan 'gjin wraak' en 'leafde foar fijannen' centraal.
Dat zijn ook verwijzingen naar het eind van de Bergrede van Jezus, waarin we worden opgeroepen om onze vijand(en) lief te hebben, en te bidden voor allen die mij/ons vervolgen. 
  • Maar ja, hoe doen we dat? 
  • Zullen we dat maar aan Jezus vragen?
In de verkondiging daarover - en over het thema van deze dienst - wordt veelvuldig verwezen naar het gedachtegoed van C.S. Lewis in zijn christelijke klassieker 'Onversneden Christendom', waaruit wij onder andere kunnen leren dat we geen vergeving krijgen, als wij zelf geen vergeving schenken. Voorts mag ik de zonde wel haten, maar de zondaar mag ik niet haten. Wens die zondaar daarentegen God in zijn leven toe. Als je immers in Jezus'/Gods vrede blijft, kan er geen 'oorlog' meer zijn. 

Wat Jo Leafde Docht
In zijn Slotgebed horen we de voorganger het ons zeggen: "Eén woord uit Uw mond is genoeg voor mij".
Wij mogen in het slotlied dan ook van harte zingen:

"Fan Jo ha wy ûntfongen
de jefte om te sjongen
fan wat Jo leafde docht.

Al kin ik sels net sjonge
omdat it my beset,
it liet op oare tongen seit:
God ferjit dy net!

Troch azemneed befongen,
of troch fertriet soms stil:
Jo liet fan langst te sjongen
hat my nei 't ljocht ta tild."

Vervuld van Gods Zegen gaan wij nu onze wegen, van hier, uit deze kerk waar Zijn stem wordt gehoord. In Christus zijn wij verbonden, en tezamen gezonden, op weg in onze wereld die wacht op Gods Woord. Om daar dan in genade Zijn woorden als zaden te zaaien, tot diep in het donkerste dal. Door liefde gedreven, om wie ook met ons leven, Gods Zegen te brengen, die vrucht dragen zal.

vrijdag 20 februari 2026

Een reis in de tijd langs het werk van fotografe Elske Riemersma

Donderdag 19 februari 2026
 
Lunchlezing van Elske Riemersma in Tresoar te Leeuwarden

















Lunchlezing over fotografie
Vanmiddag wonen Durkje en ik de Lunchlezing bij van Elske Riemersma, die wordt georganiseerd in Tresoar te Leeuwarden.
In deze lunchlezing vertelt fotografe Elske Riemersma over de series en portretten die ze in Fryslân maakte. 
Ze belicht de keuzes in aanpak van fotografie en vertelt over haar contacten met de geportretteerden. 
Daarnaast vertelt ze over de betekenis van het ‘gezien worden’. 
Haar fotografie is sociaal bewogen, waarbij de mens centraal staat.
In deze lezing maken we als het ware ‘Een reis in de tijd langs het werk van fotograaf Elske Riemersma’.

Elske Riemersma
Elske Riemersma (1956) verhuisde op zesjarige leeftijd met haar Friese ouders naar het Friese Tijnje. 
Later verliet Elske Tijnje om te studeren, en werkte ze als jongerenwerkster in Haarlem. 
Nadat ze besloot om fotografe te worden, verhuisde ze terug naar Fryslân. 
Ze werkte als fotografe voor tal van maatschappelijke en culturele instellingen. 
Daarnaast ontwikkelde ze eigen fotoprojecten. 
Naast fotografe is ze ook docente fotografie. In 2012 richtte ze het cursuscentrum voor fotografie ‘de Fotofabryk’ op, en ze geeft hier nog steeds leiding aan. Vanuit de Fotofabryk organiseert ze in samenwerking met dbieb colleges over fotografie.

Lezing
In 1981 maakte ze haar eerste foto’s. Ze fotografeerde, en drukte in die tijd haar foto’s ook zelf af.
Ze werkte in twee vrouwen-fotocollectieven, en kwam terug naar Fryslân, omdat ze de Friezen en de Friese taal miste.
Ze fotografeerde demonstrerende vrouwen die protesteerden tegen de toenmalige behandeling van vrouwen in het arbeidsproces. De Vrouwenbeweging van die tijd was heel erg bepalend voor veel vrouwen van die tijd.
  • De eerste serie foto’s die ze ons vanmiddag laat zien, dateert van 1983, en is gerelateerd aan haar mem. Eerst doorloopt ze met ons de levensloop van haar moeder. Haar mem werd dienstmeisje en huisvrouw. Mem was de hele dag druk, en had heel weinig tijd voor zichzelf.  
Dan maken we de oversteek naar 1988, als ze in een woonschip in Sneek wonen. Daarover maakte ze een fotoreportage, waarbij journalist Ate de Jong de tekst voor het fotoboek schreef. Botsingen met anderen en vrijheid om de trossen los te laten, komen nadrukkelijk aan de orde in dat fotoboek. De bootbewoners (volwassenen en hun kinderen) stonden in die tijd aan de rand van de samenleving. Het thema dat hierbij past, is ‘gezien worden’. Over dat belang van gezien worden, gaat veel van de fotografie van Elske.
  • Dan stappen we over naar de fotografie van woonwagenbewoners in Leeuwarden in 1988, die werd gebruikt voor een tentoonstelling over het wonen en leven in een woonwagenkamp; over warmte en saamhorigheid op het kamp.
  • Vervolgens spreekt ze over haar foto's van vrouwen in de toen voor vrouwen niet-gebruikelijke beroepen en in de kunst in 1988.
  • In de tijd dat Elske kind was, waren getrouwde vrouwen handelingsonbekwaam, en hadden ze voor veel zaken de toestemming van haar man nodig. De wetgeving daarover veranderde in 1955, maar de erfenis van de aloude behandeling van vrouwen ebte nog lang door. Vrouwen waren daardoor toen nog wel heel lang beperkt in hun bewegingsvrijheid.
  • Elske heeft ook gewerkt bij de Vrouw en Werk-winkel in Leeuwarden.
  • Vervolgens maakte ze een serie over de Meisjes in de metaal, in de jaren 1991-1992-1993. De aandacht die de meisje voor hun werk hebben, valt op op de door haar gemaakte foto’s. Het gaat hier om de nasleep van de tweede feministische golf.
  • Van 1997 en 1998 dateren haar foto’s voor de krant ‘Do en ik’, van Kleurrijk Friesland, over de persoonlijke verhalen van mensen uit andere landen. Dit in een tijd die veel vriendelijker was dan nu; waarin mensen veel meer begaan waren met bijvoorbeeld asielzoekers.
  • Dan gaan we naar 2002, naar het lokaaltje achter de Gereformeerde Kerk van Tijnje. Elskes heit was slim en leergierig. Hij had wellicht de universiteit kunnen doen, maar zijn leven verliep heel anders. Hij werd namelijk kapper, eerst bij de Marine, later in Amsterdam, en dan toch weer terug naar Fryslân, waar hij een kapperszaak in Tijnje kocht, en ernaast nog bijbanen had, in de tijd dat ze als gezin in Drachten woonde. Elske maakte een tentoonstelling over de laatste kappersdagen van haar vader. 
  • Vervolgens fotografeerde ze in 2005 de laatste boeren in de Zuidlanden bij Leeuwarden, waar boerengrond zou worden getransformeerd in nieuwbouwland. Ze fotografeerde daartoe uitgebreid bij twee boerenfamilies. 
  • In 2008 maakte ze een serie Studies voor het boek Bûtenkans, over de hulpverlening van mannen, over ‘wâldpiken’, die vanaf 13 à 14 jaar reeds begonnen te werken, en vanaf hun 50e jaar al afgebrand waren, dan vaak ook verslaafd aan de alcohol.   
  • In 2008 liep ook het fotoproject ‘Echt moai/Echt mooi’, over het schoonheidsideaal van vrouwen. Ze fotografeerde vrouwen zo natuurlijk mogelijk, en maakte ook close ups met bijvoorbeeld zichtbaar aanwezige rimpels. Het fotoboek daarover verscheen in het Nederlands en in het Fries, en er kwam een reizende fototentoonstelling, en veel lezingen en uitzendingen, ook op tv. Interviews daarover gingen daarentegen over het innerlijk van vrouwen. Els fotografeerde de vrouwen zo neutraal mogelijk. Dat was niet altijd heel gemakkelijk, want vrouwen zijn meestal heel kritisch op hoe ze over komen op foto’s.  
  • Vervolgens maakte ze foto’s in 2015 over kinderen op hun lievelings(speel)plek in Leeuwarden, om te laten zien hoe kinderen hun leven ervoeren en hoe zij hun toekomst voor ogen zagen.  
  • In 2021-2022 komen we bij haar laatste fotoproject ‘Welkom in Heechterp’. Ze maakte samen met drie andere fotografen reportages over de verhalen en over de dromen van de toenmalige bewoners van de Leeuwarder wijk Heechterp. Haar insteek daarbij was het favoriete recept van de gefotografeerde wijkbewoners. Fotograferen van die bewoners deed in hun eigen leefomgeving. 
Al fotograferend heeft Elske Riemersma in de loop der jaren de veranderingen in de samenleving laten zien.
Ze hoopt in de toekomst nog eens een boek te maken met haar foto’s van de afgelopen jaren.

Marco Polo’s tegenligger – pelgrimage, diplomatie en een onvoorstelbare alliantie tussen Oost & West

Woensdagavond 18 februari 2026
 
Tjalling Halbertsma als spreker in De Beurs

Rabban Bar Sauma
Aan het einde van de 13e eeuw reisde een bijzondere man vanuit China’s hoofdstad als bedevaartganger naar Europa. Deze man begreep dat de wereld groter was dan het rijk waarin hij geboren was. Het gaat hier over de Chinese monnik-diplomaat Rabban Bar Sauma (1220-1294).
Tijdens zijn bezoeken aan Rome, Parijs en Bordeaux ontmoette hij koningen, kardinalen en de paus, en schreef hij een levendig reisverslag. 
  • Wie was deze tijdgenoot van de Italiaanse avonturier Marco Polo (1254-1324)? 
  • Wat had deze Chinese pelgrim en gezant gemeen met het Westen?
  • Waarom zijn we deze bezoeker uit China en zijn reisverslag vergeten? 
  • Wat is de betekenis van deze reiziger uit China voor de wereld van vandaag? 
Het verhaal van deze diplomaat is het verhaal van (a.) de Kerk van het Oosten, (b.) van het Mongoolse wereldrijk en van (c.) een onvoorstelbare alliantie tussen een Mongoolse Khan en de koningen van Europa. 

Tjalling Halbertsma
Vanavond wonen Durkje en ik de lezing over bovenstaande thematiek bij in De Beurs te Leeuwarden. Deze lezing wordt georganiseerd door Studium Generale Leeuwarden. Spreker is Tjalling Halbertsma.
Tjalling Halbertsma is decaan van de faculteit Campus Fryslân en bijzonder hoogleraar aan de Rijksuniversiteit Groningen. Eerder was hij werkzaam voor onder meer de Nederlandse ambassade in China, met standplaats Ulaanbaatar in Mongolië. Hij is auteur van verschillende reisverhalen en boeken over vroege reizigers en ontmoetingen tussen Azië en Europa, en schrijft momenteel aan een boek over Rabban Bar Sauma, die je zou kunnen beschouwen als Marco Polo’s tegenligger.

Rabban Sauma & Mar Markos
Van zijn reis schreef Rabban Sauma een reisverslag. Dat werd een bijzonder verslag van een bijzonder man. Sauma was afkomstig van Peking in China. Daarvandaan reisde hij naar Europa, en arriveerde in het jaar 1287 in het Italiaanse Napels.
De Italiaan Marco Polo maakte in dezelfde tijd zijn reis trouwens precies omgekeerd, namelijk vanuit Italië naar Peking in China.
Zoals Polo een icoon is geworden, is Rabban Sauma eigenlijk in de vergetelheid geraakt.
De tegengestelde reis van Marco Polo is overigens moeilijk te volgen. Het verhaal over Polo is wel boeiend, maar er missen zaken, en het ene klopt wel, maar soms het andere dan weer niet. Kortom, het blijft maar de vraag of Marco Polo die (hele) reis al dan niet zoals beschreven heeft gemaakt
Het reisverslag van Sauma is daarentegen heel goed te volgen, gaand langs plekken die we heel goed kennen.
De Mongoolse heerser en veroveraar Dzjengis Kahn (1162-1227) maakte het uiteindelijk mogelijk dat de hele reis vanuit Peking naar Europa door één persoon kon worden gemaakt. Voorheen kon dat alleen maar in afzonderlijke delen door opeenvolgende reizigers.
Rabban leeft in de jaren dat Kublai Khan- de kleinzoon van Dzjengis - keizer was.
Rabban Sauma groeide op in een gemeenschap van zogenoemde Nestoriaanse christenen, een uit Europa door de roomse kerk verstoten groep christenen.
Rabban gaat het klooster in, wordt monnik, en studeert daar veel. Dan trekt hij zich terug als kluizenaar, een aantal jaren lang. Mar Markos, een andere monnik, komt bij Sauma op bezoek, en komt bij hem in de leer. Mar Markos overtuigt Rabban om samen met hem de grote pelgrimage naar Jeruzalem te maken. Echter, door een wending van het lot, komen ze uiteindelijk in Europa terecht. 
In de geboorteplaats van Mar Markos is nog veel te vinden in de ruïnes van wat daar ooit in de tijd van Mar Markos heeft gestaan; onder andere een Nestoriaans kruis op een grafsteen, zijnde het kruis van de Nestoriaanse christenen in de Kerk van het Oosten. Daaronder staan drie inscripties in twee talen (o.a. Syrisch, Chinees en Turks), verwijzend naar de tijdperken van overheersing. Die restanten zijn eigenlijk heel kosmopolitisch, en dat nota bene daterend uit de 13e eeuw.

Naar Bagdad in plaats van naar Jeruzalem
De beide mannen reizen via diverse Nestoriaans-christelijke gemeenschappen in China naar Kazachstan, en worden onderweg ook gefaciliteerd door andere christelijke gemeenschappen, gedurende hun doorgaande reis naar het Westen.
Onderweg moeten Marco Polo en Rabban Sauma elkaar op een of andere wijze en afstand van elkaar ergens hebben gekruist gedurende hun elkaars tegengestelde wereldreis.
Reizen ging in die tijd lopend of te paard. 
Jeruzalem was echter - zo ontdekten Sauma & Markos - ingenomen door islamitische bezetters, en daarom gaan de beide mannen eerst naar Bagdad, om daar te wachten tot het moment dat ze Jeruzalem wel zouden kunnen bereiken en bezoeken.
Even terzijde: Tariq Aziz (1936–2015), de prominente Iraakse politicus en diplomaat die als vicepremier (1979-2003) en als minister van Buitenlandse Zaken (1983-1991) diende onder Saddam Hoessein, was van origine ook een Nestoriaanse christen. De gemeenschappen van Nestoriaanse christenen leven nog steeds in het Oosten.
 

Rabban Sauma als Mongools diplomaat in Europa
Om Jeruzalem te laten bezetten door de Mongolen, moest door de Mongolen een alliantie worden gesloten. Dat was mogelijk in samenwerking met Europese legers. Daartoe moest een Mongoolse diplomaat naar Europa worden gezonden. En die diplomaat was de christen-pelgrim Rabban Sauma. Hij moest die alliantie smeden tussen de Mongolen en de Europeanen. Zo veranderde de pelgrim Rabban Sauma onderweg in een diplomaat.
Vanuit Bagdad ging Rabban daartoe naar Constantinopel, en dan gaat hij per schip naar het Italiaanse Napels, waar hij in 1287 aankomt. Dat is aantoonbaar, aangezien Sauma de vulkaanuitbarsting van de Etna, en een zeeslag uit die tijd beschrijft in zijn verslag, kortom daardoor is zijn aankomst in dat jaar verifieerbaar geworden.
Vanuit Napels gaat Rabban dan naar de paus in Rome, waar die paus echter inmiddels is overleden, en hij om die reden dan de daar aanwezige kardinalen spreekt. Sauma bezoekt ook verschillende kerken in Rome, onder andere de basiliek van Santa Maria Maggiorekerk, waar in onze tijd de vorige paus (2025) is begraven. De beschrijvingen van Rabban, van zijn bezoeken in Rome zijn levendig en accuraat.
In Parijs ontmoet Rabban Sauma de koning van Frankrijk, en bezoekt hij ook beroemde relieken, waaronder de vermeende doornenkroon van Jezus. 
Dan bezoekt hij overigens ook nog de koning van Engeland, in het Franse Bordeaux.
Uiteindelijk gaat hij terug naar Rome, om daar de nieuw geïnstalleerde paus te bezoeken.
Van de gewenste Mongools-Europese alliantie is uiteindelijk niets terecht gekomen.

Terugblik op de Oost-West-Oost-reis van Rabban Sauma
  • Reisgenoot Mar Markos is uiteindelijk in Bagdad achtergebleven. Die krijgt nota bene het hoogste ambt in de Kerk van het Oosten. 
  • Er bestaan nog ettelijke authentieke documenten, die getuigen van de reis van Rabban. Er is dus heel veel bewijs, er zijn veel en goed gedocumenteerde bronnen van de reis van Rabban (zo ook in het Vaticaan).
  • Vreemd is dat er in de loop der eeuwen ons als Europeanen zoveel van deze reis is ontglipt, en Sauma daardoor alom onbekend geworden.
  • Op het plein in de hoofdstad van Mongolië staat nu een standbeeld van Marco Polo, en - aldus Tjalling Halbertsma - helaas niet een standbeeld van Rabban.
  • Goed beschouwd zijn de ontmoetingen tussen Azië en Europa dus niet iets van pas onze tijd, want deze betrekkingen zijn al heel oud.
  • Het reisverslag van Rabban Sauma is pas veel later ontdekt, en inmiddels bewerkt en vertaald. Daardoor is pas eind 19e eeuw meer duidelijk geworden over wat het ware verhaal is van Rabban Sauma.
  • Rabban gaat na zijn missie in Europa terug naar het Oosten en sterft in Bagdad, zonder dat zijn reisdoel van de alliantie het dus beoogde doel heeft bereikt.
  • Rabban had overigens onderweg een groot reisgezelschap bij zich. Sauma sprak Chinees, Syrisch en Perzisch, en kon middels de meereizende tolken van dat reisteam communiceren met de Europeanen. 
  • Vrouwen hadden indertijd al een prominente rol in de Nestoriaanse kerk, en ook verder hadden vrouwen in de tijd van Rabban Sauma al prominente posities in de Mongoolse samenleving, mede veroorzaakt door het feit dat de mannelijke leiders regelmatig op pad waren voor uiteenlopende zaken, en dan namen hun vrouwen de belangrijke honneurs waar.