donderdag 27 augustus 2026

Via Gebennensis - Jakobsweg von Genf nach Le Puy-en-Velay

Donderdag 27 augustus 2026
 
Cover van de wandelgids van de 'Via Gebennenis'

Voortraject
Tijdens onze eerste pelgrimage van Durkje en mij wandelden we van 2005 tot en met 2012 van het Friese Sint-Jacobiparochie (NL) via het Franse Vézelay over de klassieke Franse pelgrimsroute van de Via Lemovicensis naar het Spaanse bedevaartsoord Santiago de Compostela.
Tijdens onze tweede pelgrimage van Durkje en mij wandelden we van 2011 tot en met 2015 vanuit het Franse Le Puy-en-Velay over de klassieke Franse pelgrimsroute van de Via Podiensis wederom naar het Spaanse bedevaartsoord Santiago de Compostela.
Vorig jaar (in 2025) liepen we de verbindingsroute voor pelgrims van de Via Lemovicensis naar de Via Podiensis, namelijk van Vézelay zuidwaarts naar Le Puy-en-Velay. 
 

Via Gebennensis volgens Renate Flori
Dit jaar (in 2026) liepen Durkje en ik de ruim 350 kilometer lange pelgrimsroute ‘Via Gebennensis’, van het Zwitserse Genève naar het Franse Le Puy-en-Velay. 
Dit is met name voor Duitsers, Oostenrijkers en Zwitsers een aanlooproute naar Le Puy-en-Velay, waar ze dan doorstarten op de klassieke Franse pelgrimsroute van de Via Podiensis.
Bij het pelgrimeren op de Via Gebennensis maakten we gebruik van drie pelgrimsgidsen, namelijk:
  • A. de Duitstalige van Renate Flori (in 18 etappes, 2e druk - versie 2023, van uitgeverij Rother);
  • B. de Duitstalige van Hartmut Engel (50 tracé’s, versie 2025, van uitgever Conrad Stein Verlag) en 
  • C. de Frans-Duitstalige van Henri Jarnier (15 etappes, versie 2024, van uitgever Association Rhône-Alpes des Amis de Saint-Jacques)). 
Daarnaast hebben we bij de voorbereiding en in het veld - naast de wandelgids van Flori - ook gebruik gemaakt van de download van de route in de app 'Organic Maps' op onze smartphone.
De titel van de wandelgids van Renate Flori luidt 'Via Gebennensis' met als subtitel 'Jacobsweg von Genf naar Le Puy-en-Velay'.
Deze Duitstalige wandelgids beschrijft de hele pelgrimsroute van Genève tot Le Puy-en-Velay in 18 etappes, en biedt daarbij aanvullende informatie over de infrastructuur - met hoogteprofielen en overnachtingsmogelijkheden - van deze route en van veel  historische achtergronden en bezienswaardigheden onderweg. Middels een QR-code in deze wandelgids kun je de GPS-Tracks van de afzonderlijke etappes downloaden en uploaden in de Rother App in je smartphone. Het zoeken in deze wandelgids wordt je vergemakkelijkt door de inhoudsopgave voorin, en het trefwoordenregister achter in de gids.
In deze routegids staan 18 wandelkaarten, 3 stadsplattegronden en 2 overzichtskaarten van de hele Via Gebennensis. De wandelkaarten tonen nu en dan ook varianten van de hoofdroute, waar je als pelgrim naar eigen gelieven een keus uit kunt maken, bijvoorbeeld omdat je een bepaald object wilt bekijken, of omdat je op een specifieke slaapplaats wilt overnachten.
De wandelgids is geïllustreerd met 144 mooie kleurenfoto's die je vooraf een beeld geven van wat je onderweg zoals zult zien, en na het voltooien van de route vormen die illustraties een bron van herkenning en herinnering. Op de cover van deze routegids staat een foto van het doel van deze pelgrimstocht: de Kathedraal Notre-Dame-du-Puy in het Franse Le Puy-en-Velay.
 

De Via Gebennensis in 20 etappes
Deze wandelgids biedt een etappes-overzicht in 18 etappes, waarbij per etappe de afstand, de wandelduur en ook de daal- en kilometers worden vermeld.
Durkje en ik waren van plan deze verbindende aanloop-pelgrimsroute in 20 etappes te lopen, en dat hebben we uiteindelijk als volgt ook zo kunnen doen in de periode van 19 juli 2026 tot en met 11 augustus 2026:

Zonsondergang in Feinsum

Woensdag 26 augustus 2026
 
Zonsondergang in Feinsum

dinsdag 25 augustus 2026

Turfroute - Wandelroute 13 als rondje De Veenhoop - Kraanlannen - Alde Feanen

Maandagmiddag 24 augustus 2026
 
Op de brug over het Polderhoofdkanaal in De Veenhoop

















Wandelen & fietsen vanaf de Turfroute in Zuidoost-Friesland
De turfvaarten in Zuidoost-Fryslân zijn eeuwenoud en vaak met de hand gegraven. 
De zogenoemde 'Turfroute' verbindt sinds 1974 al die vaarten met elkaar. De kanalen met haaks daarop sloten, bossen, elzensingels, heide, weiden en beekdalen geven het gebied een eigen charme. 
In twintig pakkende verhalen en routes slaan de journaliste Janneke Donkerlo en de schrijver van routegidsen Fokko Bosker als het ware bruggen tussen de vaart en het omliggende landschap. Zij nemen het water als vertrekpunt voor hun rondwandelingen en fietstochten door dit rijk geschakeerde landschap van coulissen van elzen- en eikensingels, in een fijnmazig patroon van vaarten en wijken.
Resultaat van hun werk is de in 2024 uitgegeven routegids 'Wandelen & fietsen vanaf de Turfroute in Zuidoost-Friesland'.

23 tochten met een totale lengte van 746,9 kilometer
Deze routegids bestaat uit 11 fietstochten en 12 wandeltochten, die Durkje en ik van plan zijn om alle te gaan wandelen. 
  • Tien fietstochten hebben een totale lengte van 387,4 kilometer, waarvan de kortste 13,7 km en de langste 63,4 km lang is. Die hebben we inmiddels alle tien gelopen.
  • De twaalf wandeltochten hebben een totale lengte van 134,5 kilometer, waarvan de kortste 4,6 km en de langste 15,9 km lang is.
  • De veel langere 'Fiets-Turfroute' door Zuidoost-Fryslân heeft een totale lengte van 225 kilometer. Ook deze hebben we inmiddels geheel gelopen.
De 23 tochten hebben derhalve een totale lengte van 746,9 kilometer. We zijn van plan die afstand te bewandelen in circa 35 dagetappes, variërend tussen ongeveer 15 en 35 kilometer per dag, zo mogelijk in combinaties van (delen) van die wandeletappes en fietsetappes.

Wandelroute 13 - De Veenhoop - Kraanlannen - Alde Feanen
Vandaag wandelen we twee verschillende rondjes, namelijk vanmorgen eerst al Wandelrondje 14 door De Deelen, en aansluitend nu vanmiddag Wandelrondje 13 vanuit De Veenhoop. 
Die totaal 17,9 kilometers wandelen we vandaag derhalve als volgt:
  • 14. Eerst de 6 kilometer lange Wandelronde 14 door De Deelen. Deze bewandelden we vanmorgen.
  • 13. Dan nu nog de 11,9 kilometer lange Wandelronde 13: De Veenhoop - Kraanlannen - Alde Feanen, die in de wandelgids het thema 'Met de voeten in het water' heeft gekregen. Deze wandeltocht bewandelen we vanmiddag.
We vertrokken daartoe eerder vanmorgen al vanuit Feinsum om 7:30 uur, bij een aanvangstemperatuur van 13 graden Celsius. De temperatuur loopt vandaag op naar zo'n 20 graden Celsius. 
Het weer is vanmorgen nog stralend zonnig, met slechts hier en daar een wolkbaan aan de lucht. Naarmate de dag vordert, neemt de bewolking toe, maar met een aangenaam frisse wind vanuit het noorden blijft het heerlijk wandelweer vandaag.
Vanaf de Fjûrlânswei ten zuiden van Aldeboarn rijden we met de auto naar De Veenhoop. Op Het Stalt parkeren we onze auto voor het tweede rondje van vandaag, dat overigens uit twee sub-rondjes bestaat, maar daarover straks meer.

Vanuit De Veenhoop de Kraanlannen in
Het eerste subrondje van Wandelroute 13 gaat aan de zuidzijde van De Veenhoop door het natuurgebied van de Kraanlannen. Het tweede subrondje van Wandelroute 13 gaat vanuit de Veenhoop ten noorden van de Hooidammen de Alde Feanen in. We beginnen met het subrondje door de Kraanlannen.
Daartoe lopen we vanaf Het Stalt eerst naar de brug over het Polderhoofdkanaal.
Dan nemen we het graspad van de Kanaeldyk langs dat Polderhoofdkanaal.
Een klein eindje verder draaien we naar rechts, dieper de Kraanlannen in.
Onderweg nemen we even de afslag naar de vogelkijkhut van de Kraanlannen, maar vanuit die kijkhut zien we niet veel meer dan eenden en ganzen.
Langs de veenpaden staan verschillende kruiden nog in bloei, en bijen gonzen over de grote bloemen.
Vanuit de Kraanlannen gaan we even later de Kraanlânswei op, en die volgen we tot we om 10:45 uur de bebouwde kom van De Veenhoop weer binnenwandelen.
Bij Het Stalt eindigt dan het kleine subrondje en begint tegelijk het tweede, grotere subrondje van Wandelroute 13.

Vanuit De Veenhoop de Alde Feanen in 
Vanaf Het Stalt lopen we over het Eijzengapaed naar de Noordersluis in het Polderhoofdkanaal. 
Voorbij de brug over het kanaal ligt een kruiser te wachten om de brug en de sluis te passeren om op de Turfroute het Polderhoofdkanaal in te kunnen varen. Wij kunnen daarvóór nog wel de brug over, en lopen dan over het schelpenpad naar de veerpont, die bij onze aankomst vanuit Hooidammen op deze kant van het Grytmansrak aanmeert in De Veenhoop. 
Bij de betaalzuil kopen we twee overtocht-kaartjes, en dan kunnen we direct op de 'De Grietman Eco'-pont, en maken we ook direct de overtocht van De Veenhoop naar Hooidammen. Dit is overigens ook de locatie waar wij in 1983 onze bruidsreportage hebben laten maken, varend op de voormalige dieselpont, op het Drachtster skûtsje en op de brug van de Hooidammen over de Hooidamsloot.
Na de oversteek over deze grote ophaalbrug willen we conform onze wandelgids het natuurgebied van de Alde Feanen binnenwandelen, maar dat kan en dat mag niet, omdat een bord op een afsluitingshek duidelijk maakt dat dit wandelpad door It Fryske Gea tijdelijk is afgesloten wegens werkzaamheden.
Dat is geen probleem, want we kunnen enkele tientallen meters terug wel het schelpenpad op dat langs de Hooidamsloot loopt, en dat is het pad dat we sowieso al moeten volgen in de richting van Earnewâld.
Waar de Hooidamsloot uit komt in de Krúsdobbe, lopen we rechts om de Krúsdobbe, totdat we ter hoogte van het begin van de Fokkesleat af kunnen buigen naar de ingang van Vakantiepark It Wiid. Omdat we nu het verste punt van dit wandelrondje hebben bereikt, kiezen we ervoor om bij de ingang van het Bungalowpark van It Wiid onze lunchpauze te houden.

Lytse Mar
Na deze pauze lopen we een eindje terug naar de Koaidyk, waar we dan onze route vervolgen over brede veenpaden in het waterrijke veengebied van de Lytse Mar. 
Daarbij komen we ook langs het oude moerasbos, waar nog veel afgebroken boomstammen decoratief boven het water-oppervlak van het veenmeer uitsteken, die dus eigenlijk nog 'met de voeten in het water' staan.
Waar ons pad uit komt op een asfaltweg, gaan we de Geau op, die iets verderop overgaat in de Westersânning.

Door de Jan Durkspolder
Maar ook de Westersânning verlaten we al snel, want zodra we over de platte brug en voorbij de noordzijde van het grote veenmeer van de Jan Durkspolder zijn gekomen, gaan we een breed veldpad op dan in zuidelijke richting door de Jan Durkspolder loopt. 
We hebben geluk, want vlak voordat wij hier dit veenpad op gingen, heeft een tractor met hele brede banden het veenpad over de hele breedte gemaaid. De tractor passeert ons nog enkele malen in verschillende richtingen.
Waar we even een bocht van het veldpad langs de Alde Geau moeten volgen, gaat het daarna verder in zuidelijke richting.
We zouden dan een boszoompad kunnen nemen naar de Wolwarren, maar een verbodsbord verbiedt de toegang op dit brede veldpad. Daarvoor in de plaats moeten we een smal bosperceel in de lengterichting doorkruisen, waar bij de ingang een waarschuwingsbord hangt voor het risico of gevaar voor eikenprocessierupsen. 
We volgen de aangegeven wandelroute en zien onderweg inderdaad eiken met de nesten van eikenprocessie-rupsen. Hoe dan ook, het is wel een heel mooi bospad, met aan het eind veel bloeiende reuzenbalsemien.

Met De Grietman Eco van Hooidammen naar De Veenhoop
Dit bospad eindigt op de asfaltweg van de Wolwarren. Die gaan we op in de richting van Hooidammen, waarbij we onder andere Brêgeham Recreatie passeren, dat in eigendom is van een nichtje van onze schoonzus Wytske. Hier kopen we een ijsje, en daarmee wandelen we door naar de ophaalbrug van Hooidammen.
We nemen de brug over de Hooidamsloot, helpen een Vlaams stel bij de overtochtbetaalzuil, en ontmoeten dan op de pont over het Grytmansrak de wielrenster uit Gorredijk, die we vanmorgen ook al hebben gezien toen zij vlak na ons de oversteek maakte van De Veenhoop naar Hooidammen. Ze is blij dat deze electrische pont nu in de vaart is, want ze moet straks tijdig terug zijn bij de basisschool in Gorredijk om daar de kinderen af te halen die straks uit school komen.
Na onze overtocht van Hooidammen naar De Veenhoop, stappen we op Het Stalt in de auto, en rijden dan van De Veenhoop naar Drachten om bij mim op bezoek te gaan. Aan het eind van de middag rijden we terug naar huis. 

maandag 24 augustus 2026

In het middelpunt van de belangstelling: De Deelen

Maandag 24 augustus 2026
 
Op een steiger boven het Alddeel in De Deelen

















Wandelen & fietsen vanaf de Turfroute in Zuidoost-Friesland
De turfvaarten in Zuidoost-Fryslân zijn eeuwenoud en vaak met de hand gegraven. 
De zogenoemde 'Turfroute' verbindt sinds 1974 al die vaarten met elkaar. De kanalen met haaks daarop sloten, bossen, elzensingels, heide, weiden en beekdalen geven het gebied een eigen charme. 
In twintig pakkende verhalen en routes slaan de journaliste Janneke Donkerlo en de schrijver van routegidsen Fokko Bosker als het ware bruggen tussen de vaart en het omliggende landschap. Zij nemen het water als vertrekpunt voor hun rondwandelingen en fietstochten door dit rijk geschakeerde landschap van coulissen van elzen- en eikensingels, in een fijnmazig patroon van vaarten en wijken.
Resultaat van hun werk is de in 2024 uitgegeven routegids 'Wandelen & fietsen vanaf de Turfroute in Zuidoost-Friesland'.

23 tochten met een totale lengte van 746,9 kilometer
Deze routegids bestaat uit 11 fietstochten en 12 wandeltochten, die Durkje en ik van plan zijn om alle te gaan wandelen. 
  • Tien fietstochten hebben een totale lengte van 387,4 kilometer, waarvan de kortste 13,7 km en de langste 63,4 km lang is.
  • De twaalf wandeltochten hebben een totale lengte van 134,5 kilometer, waarvan de kortste 4,6 km en de langste 15,9 km lang is.
  • De veel langere 'Fiets-Turfroute' door Zuidoost-Fryslân heeft een totale lengte van 225 kilometer.
De 23 tochten hebben derhalve een totale lengte van 746,9 kilometer. We zijn van plan die afstand te bewandelen in 36 dagetappes, variërend tussen de 15 en 33 kilometer per dag, zo mogelijk in combinaties van (delen) van die wandeletappes en fietsetappes.

Geen toegang tot De Deelen wegens broedseizoen
Op 14 mei 2025 waren we van plan om de complete Route 14 te bewandelen, bestaande uit een fietsroute van 13,7 km en een wandelroute van 4,6 km (korte versie) of 6 km (lange versie), met derhalve een totale lengte van 18,3 of 19,7 kilometer door veenweidegebied. Onderweg bleek dat dit niet geheel mogelijk was.
Net voorbij het Rustpunt It Fjûrlân zouden we in 2015 op de Fjûrlânswei tijdelijk over moeten stappen van de fietsroute op de wandelroute, die in zuidelijke richting naar De Deelen loopt, waarna we een wandeling door De Deelen zouden maken, om na 4,6 of 6 kilometer weer terug te keren op de Fjûrlânswei, om dan de fietsroute te vervolgen.
Maar dat plan van ons kon op die 14e mei vorig jaar niet doorgaan, want om van wandelknooppunt 41 op de Fjûrlânswei bij wandelknooppunt 46 in De Deelen te komen, moet je over een graspad door graslanden, waar aan de Fjûrlânswei - ter bescherming van de weidevogels - een verbodsbord staat, met daarop de melding dat je hier geen toegang hebt gedurende het broedseizoen, dat jaarlijks tot 1 juli duurt. Dat staat overigens niet vermeld in onze wandelgids, dus dit was voor ons niet voorzien.
Dit betekende dat we vorig jaar die korte wandelroute van zo'n uur naar en door De Deelen niet konden maken. Die sloegen we daarom toen over, om later na 1 juli dit wandeltraject nog eens te combineren met een andere etappe, om dan die wandelroute naar en door De Deelen alsnog te lopen. En dat is wat we vandaag gaan doen.

Door De Deelen in het lage midden van Fryslân
De gecombineerde fiets-/wandelroute nummer 14 gaat door 'It Lege Midden' van Fryslân, door het 'Ontwikkelingsgebied Aldeboarn - De Deelen', waaraan waarschijnlijk ook het thema 'In het middelpunt van de belangstelling' van deze combi-route is ontleend.
We vertrekken vanmorgen vanuit Feinsum om 7:30 uur, en rijden dan naar de Fjûrlânswei ten zuiden van Aldeboarn, waar we onze auto in de berm parkeren vlakbij de opgang naar het veldpad dat naar De Deelen voert.
Bij vertrek vanmorgen in Feinsum was het 13 graden Celsius. De temperatuur loopt vandaag op naar zo'n 20 graden Celsius.
Het weer is vanmorgen stralend zonnig, met slechts hier en daar een wolkbaan aan de lucht. Naarmate de dag vordert, neemt de bewolking toe, maar met een aangename frisse wind vanuit het noorden blijft het heerlijk wandelweer vandaag.

Door natte graslanden en over legakkers tussen petgaten
Om 8:10 uur verlaten we de auto, en circa vijf minuten later verlaten we de Fjûrlânswei om het veld in te gaan.
We nemen dan het veldpad waarmee we vanaf de Fjûrlânswei naar De Deelen kunnen lopen.
Aan het eind van het graspad ligt een houten bruggetje over het Twadde Deel. Die smalle vaart steken we over, en daarmee betreden we het natuurgebied De Deelen.
We moeten dan door hoog gras, dat nog door en door nat is van de dauw, dus binnen de kortste keren zijn onze broekspijpen tot op de knieën ook doornat. Links van het pad staan enkele grote paddenstoelen onder enig struikgewas.
Zo'n tien meter vóór ons zie ik een ree ons veldpad kruisen, en heel snel verdwijnen in de combinatie van riet en struiken. 
Na enkele bochten wordt het wandelen ver-gemakkelijkt als we in zuidelijke richting over een legakker tussen twee petgaten door lopen.
We volgen het mooie brede pad tot aan de het Alddeel, waar we bij het oversteken van deze waterloop een prachtig uitzicht krijgen over dit waterrijke veengebied.
Aan de overzijde van het Alddeel gaat het dan weer verder over een legakker, want we bewandelen de lange variant van deze etappe. Zo gaat het voort, totdat we niet verder zuidwaarts kunnen, op de T-kruising waar we op de brede Heafeart stuiten.

Van de Heafeart terug naar de Fjûrlânswei
Nu volgen we het geasfalteerde fietspad in oostelijke richting langs de Heafeart, totdat we voorbij het bezoekerscentrum van Staatsbosbeheer het natuurgebied weer in kunnen gaan over een met houtsnippers bedekt veenpad. Om daar weer op een legakker te komen, moeten we eerst over een vlonderpad een brede waterloop oversteken.
Iets noordelijker stuiten we dan (uiteraard) weer op het Alddeel, dat we hier via een smal houten bruggetje kunnen oversteken. 
Via prachtige veenpaden door een bebost en waterrijk natuurgebied lopen we terug naar de plek waar we aan de noordzijde eerder vanmorgen De Deelen betraden.
Daar steken we dan via dezelfde houten brug het Twadde Deel weer over, om dan door de twee opeenvolgende weilanden terug te lopen naar de Fjûrlânswei, waar onze auto staat geparkeerd.
Met de auto rijden we vervolgens naar De Veenhoop, omdat we daar onze volgende 11,9 kilometer lange etappe van de 'Turfroute in Zuidoost-Friesland' willen bewandelen. Totaal lopen we vandaag derhalve 17,9 kilometer.

zondag 23 augustus 2026

Kabouter Klauter Touter met dorpsbarbecue in Feinsum

Zaterdag 22 augustus 2026
 
Roelie Adema leest haar zojuist onthulde speeltuingedicht voor

















Dichtwedstriid foar Feinsumers
Vorig jaar in 2025 werd in het Friese Feinsum op It Spoardok bij de Feinsumer jachthaven de vernieuwde speeltuin heropend. In het afgelopen jaar bleek die speeltuin-vernieuwing een groot succes, want kinderen uit Feinsum en uit de omliggende dorpen maken vaak en graag gebruik van dit speel-aanbod in de grote speeltuin van Feinsum.
Er ontbrak nog iets in de speeltuin, en dat was een verwelkomingsbord met daarop een Friestalig kindergedicht over spelen in deze speeltuin.
Daartoe werd in de vroege zomer van dit jaar een dichtwedstrijd uitgeschreven in ons dorp, waarmee de inwoners van Feinsum werden uitgenodigd om een speels Friestalig kindergedicht te schrijven, dat is gericht op de spelende kinderen in deze speeltuin.
Alle inzendingen werden verzameld, en aangeboden aan een onafhankelijke jury van Ciska Vos & Willem Huisman, twee Stiensers met onderwijservaring met jonge en oudere kinderen.
Zij hebben het prijswinnende gedicht gekozen, en daarmee is de Feinsumer vormgever Lucien Bleekemolen aan het werk gegaan om er een aantrekkelijk informatiepaneel voor te maken, die in de speeltuin blikvanger zou zijn.
En vandaag is het dan zover dat bekend wordt gemaakt wie de winnares is van het prijswinnende gedicht. Dat wordt in Feinsum vanmiddag met jong en oud feestelijke gevierd in de speeltuin.

Wolkom
Kinderen en hun ouders (heiten & memmen) en grootouders (pakes & beppes) van Feinsum en omliggende dorpen zijn uitgenodigd om aanwezig te zijn bij de onthulling van het nieuwe welkom-informatiepaneel. 
Nadat Dorpsbelang-voorzitter Ate Reitsma alle aanwezigen welkom heeft geheten op It Spoardok van Feinsum, krijgt Dorpsbelang-secretaris Durkje Koehoorn-de Jong het woord om bekend te maken wie de winnares is van de 'Dichtwedstriid foar Feinsumers'.
De naam van de Feinsumse Roelie Adema schalt over het speelveld, en dan is het aan Roelie om haar prijswinnende gedicht op het informatiepaneel te onthullen.
Roelie leest vervolgens haar gedicht voor, en wordt verrast met een uitbundig boeken bloemen, als dank voor haar mooie Friese kindergedicht. 

Kabouter Klauter Touter
En dan is het de beurt aan alle kinderen, want zij zijn hier in de speeltuin natuurlijk ook gekomen om te spelen. Maar dat gaan niet zomaar ....
Alle kinderen gaan namelijk in het bijzijn van hun begeleiders alle speeltoestellen bij langs, omdat er een speelcircuit is uitgezet met allemaal opdrachten voor kinderen, onder het motto van 'Kabouter Klauter Touter'. 
De kinderen doorlopen een circuit van tien speelobjecten met tien Spoardok-kabouters, waarbij ze tien uiteenlopende opdrachten doorlopen, met hun begeleiders als jury. Voor elke voltooide opdracht krijgen ze een sticker, die ze plakken op een stickervel waarop alle kabouters al staan afgebeeld. Als alle tien opdrachten zijn voltooid, mogen de kinderen in de feesttent verderop een kadootje uitzoeken uit een gevarieerd aanbod van onder andere allerlei grote heliumballonnen. 
Tussendoor worden de kinderen en hun begeleiders getrakteerd op snoep, chips en ijs, en als je goed om je heen kijkt in de speeltuin, zie je dat de kinderen enthousiast hun best doen om alle opdrachten af te werken.
En zo wordt deze 'Kabouter Klauter Touter' voor jong en oud een waar succes.  
En als klap op de vuurpijl staat er dan ook nog een enorm springkussen op het speelveld, waar de kinderen de rest van de middag - en sommigen nog lang in de avond - naar hartenlust in spelen. 

BBQ
Rond 18:00 uur volgt hierop het tweede deel van het dagvullende programma, want dan begint de jaarlijkse dorpsbarbecue op het sportveld achter de speeltuin, naast de jachthaven.
Daar zijn de tenten en tafels en stands vanmorgen al in de luwte opgezet, opdat deze gezellige dorpsavond kan plaatsvinden op een aangename wijze, waarbij we geen last hebben van de stevige noordwesten wind uit zee.
Het organiserende bestuur van Dorpsbelang Feinsum heeft al jarenlang ervaring opgedaan in het organiseren van deze jaarlijkse dorpsbarbecue, waar ook dit jaar weer zo ongeveer de helft van alle inwoners van het dorp aan deelneemt, dus ook dit jaar is alles weer op en top geregeld om de ongeveer tachtig aanwezigen tot in de kleine uurtjes in een gezellige dorpssfeer van lekker eten en drinken te verwennen met vlees, diverse salades, pasta, brood, allerhande dranken, en al wat daar nog meer bij komt kijken.  
De enigszins regenachtige sfeer van vanmorgen heeft opbouwers van de feesttenten en de decorateurs van het speeltuinveld niet weerhouden om alle voorzieningen voor de middag en avond op te tuigen, en dat is maar goed ook, want zowel gedurende de zonnige doch frisse zomermiddag, als gedurende de winderig-frisse avond en nacht kan iedereen zich opperbest vermaken tijdens dit uren durende dagprogramma voor kinderen, tieners, jongvolwassenen, volwassenen en senioren, kortom voor alle Feinsumers.
Een groot dankjewel is dus wel op zijn plaats, en zeker ook omdat er morgenochtend om 11:00 uur al weer een fikse opruimploeg klaar staat om het hele speelterrein te ontruimen en op te ruimen.

Mens, durf(t) te pelgrimeren

Dinsdag 18 augustus 2026
 
Pelgrim Joyce vertrekt uit Refugio Ultreia Feinsum

















Pelgrimeren betekent nogal wat
Verschillende religies kennen het fenomeen 'pelgrimeren' als het op weg zijn naar een heilige plaats.
Zo kennen we vanuit de rooms-katholieke traditie de christelijke pelgrimstochten naar bijvoorbeeld Jeruzalem, Rome en Santiago de Compostela.
Pelgrimeren kun je vandaag de dag doen op grond van uiteenlopende motieven, zoals religieuze, cultuur-historische, natuurminnend, en/of op spirituele of sportieve gronden.
Pelgrimeren doet ieder op eigen wijze. Bijvoorbeeld: te voet of op de fiets, vanuit huis of ergens op de route, in één tocht of in opeenvolgende delen, op heenreis en/of terugtocht, alleen of samengaand.
Het meest essentiële besluit om te gaan pelgrimeren is het besluit om het te gaan doen. Daaruit volgen dan wel de keuzes die je als beginnend pelgrim gaat maken.
Je hebt er wel lef voor nodig om op pelgrimstocht te gaan, want in veel opzichten betekent het nogal wat: vooraf, tijdens en nadien. En dat is best spannend.

Tussen eerste en tweede etappe overnachten in Refugio Ultreia Feinsum
In de afgelopen acht bestaansjaren van onze Refugio Ultreia Feinsum hebben Durkje en ik al veel beginnende en ervaren pelgrims ontvangen in onze refugio, en ieder met een eigen levensverhaal, eigen motieven, en eigen wijzen van pelgrimeren.
En zo ontvingen wij gisteren in onze refugio de Wychense pelgrim Joyce, die op haar individuele tocht op het Jabikspaad bij ons kwam overnachten.
Ze heeft al de nodige ervaring opgedaan met pelgrimeren door vijf weken lang met haar echtgenoot de  ongeveer 570 kilometer lange voettocht van Rome via Assissi naar Florence te lopen, als tegengestelde richting van de Franciscaanse voetreis. 
In aanvulling daarop maakte ze gisteren bij De Groate Kerk van Sint-Jacobiparochie haar begin van het Friese Jabikspaad, de Fries-Overijsselse aanlooproute vanuit Fryslân naar Santiago de Compostela. Voor haar pelgrimage op het Jabikspaad maakte ze de keus om die niet samen, maar alleen te gaan lopen, wat betekent dat je alles zelf moet doen, hetgeen nogal wat betekent, omdat pelgrimeren niet vanzelf gaat; je moet er wel wat voor doen.
Na een eerste ontvangst gistermiddag, een gezamenlijke pelgrimsmaaltijd en aangename gesprekken gisteravond volgde de nachtrust in onze refugio, en vanmorgen vroeg na het ontbijt gaat de rugzak weer op, komt de regenkleding aan tegen de lichte regen, en nemen we bij Refugio Ultreia Feinsum afscheid van pelgrim Joyce, voor haar tweede pelgrimsdag op het Jabikspaad, vanuit Feinsum, via Leeuwarden richting Friens. De eerste etappe ligt al weer achter haar, de tweede etappe brengt vandaag nieuwe verrassingen, nieuwe ontmoetingen en nieuwe ervaringen. 

vrijdag 21 augustus 2026

Pelgrimeren van Saint-Julien-Chapteuil naar Le Puy-en-Velay

Pelgrimsroute van Genève (Z) via Le Puy-en-Velay (F) naar Santiago de Compostela (S)
Via Gebennensis van Genève naar Le Puy-en-Velay
Pelgrimeren van Saint-Julien-Chapteuil naar Le Puy-en-Velay
Dinsdag 11 augustus 2026 – 19,0 km lopen & 19,1 km taxi
Dag 20: 335,9 – 354,9 km
 
Onze zomerpelgrimage 2026 eindigt bij de kathedraal van Le Puy-en-Velay
























Via Gebennensis
Tijdens onze eerste pelgrimage van Durkje en mij wandelden we van 2005 tot en met 2012 van het Friese Sint-Jacobiparochie (NL) via het Franse Vézelay over de klassieke Franse pelgrimsroute van de Via Lemovicensis naar het Spaanse bedevaartsoord Santiago de Compostela.
Tijdens onze tweede pelgrimage van Durkje en mij wandelden we van 2011 tot en met 2015 vanuit het Franse Le Puy-en-Velay over de klassieke Franse pelgrimsroute van de Via Podiensis wederom naar het Spaanse bedevaartsoord Santiago de Compostela.
Vorig jaar (in 2025) liepen we de verbindingsroute voor pelgrims van de Via Lemovicensis naar de Via Podiensis, namelijk van Vézelay zuidwaarts naar Le Puy-en-Velay. 
Dit jaar (in 2026) lopen we de ruim 350 kilometer lange pelgrimsroute ‘Via Gebennensis’, van het Zwitserse Genève naar het Franse Le Puy-en-Velay. 
Dit is met name voor Duitsers, Oostenrijkers en Zwitsers een aanlooproute naar Le Puy-en-Velay, waar ze dan doorstarten op de klassieke Franse pelgrimsroute van de Via Podiensis.
Bij het pelgrimeren op de Via Gebennensis maken we gebruik van drie pelgrimsgidsen, namelijk de Duitstalige van Renate Flori (in 18 etappes, versie 2023, Rother), de Duitstalige van Hartmut Engel (50 tracé’s, versie 2025, Conrad Stein Verlag) en de Frans-Duitstalige van Henri Jarnier (15 etappes, versie 2024, Association Rhône-Alpes des Amis de Saint-Jacques)). 
Wij zijn van plan deze verbindende aanloop-pelgrimsroute in 20 etappes te lopen.

Van start in Saint-Julien-Chapteuil
Vandaag wandelen we van de Via Gebennensis de 20e – en daarmee laatste - etappe, van Saint-Julien-Chapteuil naar Le Puy-en-Velay, over een etappe-afstand van 19,0 kilometer.
De wekker wekt ons om 5:30 uur in onze caravan op Camping Municipal Surnette in Le Mazet-Saint-Voy, onze uitvalsbasis voor deze vijfde (en daarmee laatste) serie van vier wandeldagen.
Na het ontbijt verlaten we de camping om 6:40 uur, en rijden we met de auto vanaf Camping Municipal Surnette in Le Mazet-Saint-Voy naar Saint-Julien-Chapteuil, waar we de auto parkeren op het parkeerterrein tegenover het bureau van de Gendarmerie Nationale. 
Omdat één van onze beide fietsen eergisteren is uitgevallen, en we nog maar twee etappes hadden te gaan, hebben we besloten gisteren en vandaag van een taxi gebruik te maken. Vandaag doen we dat vanmiddag, ten behoeven van onze terugreis.
Het is vanmorgen al 14 graden Celsius als we vanuit Le Mazet-Saint-Voy vertrekken. Het is de hele dag deels bewolkt, later volop zonnig, en toch wel lekker fris. De temperatuur stijgt tijdens deze etappe vandaag naar 30 graden Celsius, en daarmee is het ook vandaag wederom een tropische dag.
We dalen vandaag van 820 meter naar 670 meter hoogte. Volgens de wandelgids is het zo dat we deze etappe vandaag 220 meters klimmen en 400 meters afdalen. 

Vanuit Saint-Julien-Chapteuil de beek Sumène over
Nadat we zijn gearriveerd in Saint-Julien-Chapteuil, maken we ons klaar voor vertrek.
We gaan al om 7:15 uur van start op de locatie waar we gisteren onze etappe eindigden, vlak bij de pelgrimsherberg van deze plaats.
Eerst maken we nog een wandeling door de stad, onder andere langs de Saint-Julien-kerk. 
Een voorbijganger biedt aan hier van ons een foto te maken, hetgeen we hem graag laten doen.
Dan zoeken we het begin van de vervolgroute aan de rand van de bebouwde kom van Saint-Julien-Chapteuil. Daar ontmoeten we dan heel toevallig nog de Franse vrouw die we eergisteren ook al ontmoetten. Zij bewandelt de GR-wandelroute van Saint-Régis, die dezer dagen gelijk is aan die van onze pelgrimsroute. Zij loopt iets langzamer dan wij, dus we zien haar nog geruime tijd achter ons aan lopen.
Als we bij de beek Sumène komen, hoeven we gelukkig niet door de ondergelopen doorwaadbare plaats door het beekwater te lopen, maar kunnen we een eindje verderop via een bruggetje met droge voeten de beek oversteken, waar op dat moment een medewerker van de gemeente bezig is om het graspad aan beide zijden van de beek en van dit bruggetje te maaien.

Tournesols in Tournecol
Aan de overzijde van de beek zien we vóór ons op zeker moment het plaatsje Eynac liggen, te herkennen aan de kolossale rots die achter de eerste huizen is te zien.
Deze vulkaanrots heeft aan onze zijde de vorm van orgelpijpen, wat we gisteren in Queyrières ook hebben gezien.
Om 8:15 uur lopen we in Eynac zo’n beetje aan de voet van die rotspartij het buurtschap in.
Het volgende gehucht dat we naderen, is Tournecols. Op de akker bovenop de heuvel links van de plaats verbouwt een boer zonnebloemen, in het Frans ‘tournesols’ genoemd. Kortom, we zien tournesols in Tournecol.
Verderop is een boer met twee bouwlieden bezig een betonvloer te storten in een houten raamwerk.
Rechts van de weg staat het oude bakhuisje, waarin men vroeger vooral ook brood bakte.
De inrichting ervan is heel traditioneel, met links en rechts tafelbladen en in het midden de grote steenoven, die met hout werd gestookt.
Opmerkelijk is dat naast dit bakhuisje een ander huisje staat, namelijk een houten overblijfsel van wat ooit een mooie Kerststal is geweest. Dag Jozef en dag Maria, maar waar is Jezus?

Thuiskomen in Marnhac
Als we nog maar net het buurtschap Marnhac in zijn gelopen, krijgen we van grote hoogte al mooi het zicht op de plaats Saint-Germain-Laprade, waar we naar op weg zijn.
Het plaatsje ligt mooi te midden van al die oude vulkanen in dit bijzondere landschap.
Bij de oprit van een woning heeft iemand twee houten poppetjes bij elkaar geplaatst. De beide poppen dragen een pelgrimshart van een Jacobsschelp.
Vlak voordat we Marnhac uit lopen, raken we in gesprek met een man, die vertelt dat hij in Nice woont en in Toulouse werkt, en tussen de bedrijven door hier zoveel mogelijk in Marnharc verblijft (vooral als het in Nice heel warm is), op de plek waar hij is geboren en waar hij zijn eerste dertig jaren heeft gewoond. Voor hem is de periodieke tocht van Nice naar Marnharc dus een soort van thuiskomen.

Het resultaat telt in Saint-Germain-Laprade
Wij moeten nu onder een drukke verkeersweg door, om dan over een steenachtig pad verderop parallel aan die weg naar Saint-Germain-Laprade te lopen. Daarbij hebben we voortdurend die plaats met haar markante kerktoren in het zicht.
Van de andere kant komt een grote groep op mountainbikes en hardlopend ons tegemoet. Het zijn tieners, die onder begeleiding van volwassenen fietsend en hardlopend de heuvel op komen. Gezien hun shirts met namen en rugnummers erop, lijkt het om een aantal leden van een sportclub te gaan, die hier in het open veld trimmen.
Bij de Tabac-Bar voorin Saint-Germain-Laprade gaan we naar binnen voor onze koffiepauze van vandaag. De jonge barkeepster is nog niet zo bedreven in haar werk, want van een Café Americano heeft ze nog nooit gehoord, en hoe ze in plaats daarvan een Café Double moet maken met het koffieapparaat, weet ze ook niet. Maar ze krijgt goede hulp van haar collega. Als er een man binnenkomt en een glas witte wijn bestelt, vraagt de vrouw aan de klant of hij de fles witte wijn zelf wil ontkurken, want ze weet niet hoe ze dat moet doen. De man ontkurkt de wijnfles, en dan schenkt de vrouw de wijn in. Maar hoe het ook allemaal verloopt: wij hebben koffie, en de man zijn wijn. Het resultaat telt.
Langs het oude lavoir lopen we het centrum in.
Ons doel is voor nu het bezoeken van de kerk met die markante toren.
Als we de kerk binnenkomen, zit daar een wandelstel in stilte achterin de kerk. Wij maken in stilte een rondje door deze 12e eeuwse kerk, die door haar bouwstijl tamelijk donker is van binnen.
Na dit kerkbezoek lopen we om 10:30 uur de bebouwde kom uit.

Verheugd op de Berg van de Vreugde
Dan zetten we direct een klim in, want we moeten nu over een veldpad bergopwaarts, waarbij we al snel achteromkijkend Saint-Germain-Laprade diep achter ons zien liggen.
We klimmen de Monjoie op, die ook wel de ‘Berg van de Vreugde’ wordt genoemd.
Bovenaan de klim is een speciale plek ingericht met allerhande zaken, met erbij een naambordje van deze top-plek. 
Er ligt ook een grote platte steen bij, met daarop een Jacobsschelp bevestigd, en erboven de pelgrimsgroet ‘Ultreia’, tevens de naam van onze eigen ‘Refugio Ultreia Feinsum”.
Daar, iets verder voorbij de top van de Monjoie, zien we op deze pelgrimage voor het eerst de stad Le Puy-en-Velay in de verte in het dal liggen. Daarom ook de naam van deze bergtop, die de pelgrim verheugt bij het zien van die eeuwenoude pelgrimsstad.
We zijn er nog lang niet, maar nu al kunnen we het Maria-beeld en de kapel elk op de eigen hoge vulkaanrots onderscheiden.

Drie wandelende stellen in Brives-Charensac
Maar voordat we het pelgrimscentrum bereiken, moeten we eerst nog een lange afdaling maken, die uitkomt bij de ruïne van de oude rivierbrug, die in het stadje Brives-Charensac de rivier de Loire nog maar deels overspant.
Met het zicht op de stad, op de Loire, op die brugruïne, en op de huidige rivierbrug zitten we op een bankje hoog aan de Loire, waar we onze koffie met broodjes-pauze houden.
We zien tijdens deze pauze even later ook het wandelaars-stel voorbij komen, dat wij eerder vandaag in Saint-Germain-Laprade in de kerk ontmoetten.
Na deze pauze in de schaduw aan de rivier steken we via de nieuwere stenen boogbrug de Loire over. 
Direct aan de overzijde van de Loire moeten we rechtsaf en dan rechtsom naar beneden, om een pad langs de Loire te volgen, van Brives-Charensac naar Le Puy-en-Velay.
We halen een ouder stel in, waarvan de man direct op ons passeren reageert. Hij vertelt dat hij in 2005 – een jaar na het overlijden van zijn vrouw – een pelgrimstocht heeft gemaakt vanuit Saint-Jean-Pied-de-Port / Roncesvalles naar Burgos, samen met een collega èn toen ook nog met een Japanner die zij onderweg ontmoetten.  
De vrouw die nu bij hem is, is zijn nieuwe partner. Haar man is destijds ook overleden. En samen trekken zij nu op. Hij woont in Le-Puy-en-Velay, en zij in Clermont-Ferrand. En regelmatig wandelen zij langs de Loire tussen Brives-Charensac en Le Puy-en-Velay.
Na een lang gesprek over van alles en nog wat, gaan wij verder, en zij volgen ons op afstand tot in Le Puy-en-Velay, waar we nog afscheid van hen nemen vlakbij de plek waar de man woont.

Langs de Loire en de Borne
Eerst volgen we de paden langs de Loire. Daarbij nemen we enkele onderdoorgangen onder Loire-bruggen door. Eén ervan, een eigentijdse, is uitgebreid gedecoreerd met graffity.
Een eindje verderop, hoog ten opzichte van ons pad, passeren we een hooggebouwde kapel.
Dan gaan we onder een hoge boogbrug door, een stenen spoorbrug.
Direct daarna wandelen we de bebouwde kom van Le Puy-en-Velay binnen. Het grote plaatsnaambord vermeldt dat deze stad door de Unesco is uitgeroepen tot hoofdstad van pelgrimsroutes van Sint Jacob.
Rechts van ons stroomt de snelstromende La Borne.
Als we om een sportveld heen lopen, zien we in de verte weer zowel de kapel als ook het Maria-beeld boven op hun eigen vulkaanrots.
Via een hele lage, platte betonnen brug steken we voor het eerst het riviertje de Borne over.
En enkele minuten later nog eens, dus dan lopen we weer links langs de Borne. 
Niet veel later staan we in Le Puy-en-Velay aan de voet van de kapel op de rots Saint-Michel. 
Hier gaan we steil naar boven de binnenstad in, en dan krijgen we een beter zicht van dichterbij op het enorme Maria-beeld  (Statue de Notre-Dame de France) op de Rocher Corneille. 

In de kathedraal van Le Puy-en-Velay
En dan ineens, om 13:05 uur, staan we aan de voet van de stenen trap, die toegang geeft tot de kathedraal van Le Puy-en-Velay.
Als we naar rechts kijken, zien we de diep naar beneden lopende Rue des Tables in het lage verlengde van de kathedraaltrappen.
Een voorbijgaand toeristenstel uit de Elzas maakt van ons een aankomstfoto onderaan de trappen van de kathedraal, de Notre-Dame du Puy.
We klimmen de trappen op naar de ingang van de kathedraal.
Binnen maken we een rondgang door de prachtige kathedraal, langs de zijkapellen en het koor.
We bekijken de schilderijen, de pracht en praal van het bouwwerk, en de kerkramen van deze enorme kerk. 
Durkje steekt voor ons een kaarsje aan, aan de voet van het beeld van Sint Jacobus, als dank voor onze voorspoedig geslaagde zomerpelgrimage van meer dan 350 kilometers.
In de winkel van de kathedraal krijgen we het kathedraalstempel in onze pelgrimspaspoorten, ter afronding van onze zomerpelgrimage op de Via Gebennensis, de tocht van het Zwitserse Genève tot in deze kathedraal van het Franse Le Puy-en-Velay.
Verder kopen we een en ander in deze kathedraalwinkel.
Onder het andere beeld van de heilige Jacobus in het buitenportaal van de kathedraal verlaten we dit eeuwenoude Godshuis, waar al zoveel pelgrim in en uit zijn gegaan, zoals ook wij eerder al in 2013 en vorig jaar in 2025.

Terug via Saint-Julien-Chapteuil naar Le Mazet-Saint-Voy
Onderaan de trappen van de kathedraal, dalen we verder af naar de benedenstad, door de Rue des Tables.
Onderaan die straat komen we op Place des Tables.
Daar spreken we af dat we verderop op een ons bekend stadsplein eerst een aankomstdrankje zullen nemen, alvorens we de stad gaan verlaten.
Na dat vreugdedrankje lopen we naar de VVV, waar de medewerkster voor ons een taxi belt, waarmee we 20 minuten later de stad kunnen verlaten.
De vriendelijke en spraakzame taxi-chauffeur rijdt ons vlot terug naar Saint-Julien-Chapteuil, waar we vanmorgen vroeg onze auto hebben geparkeerd. Daar vandaan rijden we terug naar de camping in Le Mazet-Saint-Voy.
Tijdens die terugtocht – eerst in de taxi en daarna verder in onze eigen auto – krijgen we te maken met regen en onweer, en zien we de temperatuur heel snel dalen van 30 graden naar 14 graden Celsius. Maar die regen deert ons niet meer, nu wij met zulk schitterend zomers weer vandaag de laatste etappe van de Via Gebennensis zo succesvol en plezierig hebben kunnen voltooien.
 

Resumé van de Via Gebennensis van Genève naar Le Puy-en-Velay
  • De Via Gebennensis hebben we vandaag geheel voltooid. Dat deden we in één keer als volgt:
  • Dit jaar (2026) pelgrimeerden we van 19 juli tot en met 11 augustus 2026 van het Zwitserse Genève naar het Franse Le Puy-en-Velay over de afstand van 354,9 kilometers in een tijdsbestek van 20 wandeldagen. Dat is gemiddeld circa 17,75 kilometer per etappe.
  • Bij de voorbereiding en tijdens het bewandelen van de Via Gebennensis hebben we gebruik gemaakt van de volgende drie wandelgidsen: A. de Duitstalige van Renate Flori (in 18 etappes, versie 2023, Rother), B. de Duitstalige van Hartmut Engel (50 tracé’s, versie 2025, Conrad Stein Verlag) en C. de Frans-Duitstalige van Henri Jarnier (15 etappes, versie 2024, Association Rhône-Alpes des Amis de Saint-Jacques)). De gps-route in Organic Maps gebruiken we waar dat soms even nodig was.
  • Deze drie verschillende wandelgidsen kennen een eigen etappe-indeling, met - uitgaande van hun eigen uitgangspunten - onderling verschillende etappe-afstanden. Daarom hebben wij bij de bepaling van onze eigen wandeletappe-afstanden per etappe het gemiddelde genomen van de hier genoemde wandelgidsen die zo’n etappe beschrijven. 
  • Voordeel van het gebruiken van meerdere wandelgidsen is dat we vooraf en tijdens de pelgrimstocht een goed beeld kregen van alle ins en outs inzake de volgende etappes, waaronder voorzieningen zoals bars, winkels en overnachtingsaccommodaties. 
  • Dan zie je ook welke afwijkende route-variaties de afzonderlijke wandelgidsen vermelden, waaruit we in dergelijke situaties een weloverwogen keus konden maken ten aanzien van de door ons te lopen variant, zoals die door ons alhier zijn beschreven.
  • De ochtendtemperaturen bij de start van een dag-etappe lagen zo ongeveer tussen de 12 en 23 graden Celsius, en de temperaturen liepen gedurende de wandeldagen op tussen circa 24 tot 38 graden Celsius. Gemiddeld genomen liepen we de 20 etappes derhalve met een dagtemperatuur tussen de 16,3 en de 31,6 graden Celsius, met een gemiddelde stijging van de temperatuur gedurende deze 20 dagen van 15,3 graden. Van de 20 wandeldagen liep van 15 dagen de temperatuur op tot 30+ graden, waarmee het aantal tropische dagen dus 15 van de 20 was, ofwel 75% onder tropische omstandigheden. Regen hebben we nauwelijks gehad onderweg. Al met al dus deze keer droge en hete dagen op het pelgrimspad.
  • Opmerkelijk was onderweg het aantal kerken dat open was, waar dan heel vaak ook nog een stempel klaarstond om die in onze pelgrimspaspoorten af te drukken. Waar geen stempel was, troffen we in enkele gevallen kleine stickers aan met daarop het kerkstempel, die we dan in de pelgrimspaspoorten konden plakken. Resultaat aan het eind van deze pelgrimage is dan ook dat we totaal 40 pelgrimsstempels hebben gekregen in onze pelgrimspaspoorten, wat over 20 dagen dus een gemiddelde is van twee stempels per dag, wat vergeleken met de pelgrimage van vorig jaar naar Le Puy-en-Velay betrekkelijk veel is. 
  •  

  • Vergeleken met de pelgrimstocht van Vézelay naar Le Puy-en-Velay, die we vorig jaar in 2025 liepen, viel ons dit jaar op de Via Gebennenis van Genève naar (ook) Le Puy-en-Velay op dat er onderweg op en langs de pelgrimsroute veel meer aandacht wordt gegeven aan het feit dat hier sprake is van het pelgrimspad van Sint Jacob, ofwel Saint-Jacques-de-Compostelle. En dat zag je aan heel veel zaken onderweg, zoals de bewegwijzering, uiteenlopende pelgrimssymbolen en al die beelden en afbeeldingen van Sint Jacob (Santiago / Saint-Jacques) in kapellen, kerken, basiliek, kathedralen, klooster, en op heel veel andere locaties aan de pelgrimsroute. Hier op deze pelgrimsroute merk je ten voeten uit dat je aan het pelgrimeren bent, en mensen spreken je daar ook vaak op aan. Fransen wijzen je de weg, geven tips om Jacobalia te gaan bekijken, geven je een stempel in je pelgrimspaspoort, en bijna dagelijks werd ons onderweg wel water aangeboden; vooral ook op die hete dagen, waarop veel drinken onontbeerlijk is.
  • Als je het niet erg vindt om regelmatig te klimmen en te dalen in heuvels en bergen, en je (dan) verheugt op schitterende vergezichten over heuvels, bergen en dalen, èn als je onderweg geniet van al die zichtbare items die je laten ervaren dat je op de pelgrimsroute van Sint Jacob loopt, dan is de Via Gebennensis als pelgrimsroute voor de wandelende pelgrim een aanrader!
 




 

donderdag 20 augustus 2026

Pelgrimeren van Saint-Jeures naar Saint-Julien-Chapteuil

Pelgrimsroute van Genève (Z) via Le Puy-en-Velay (F) naar Santiago de Compostela (S)
Via Gebennensis van Genève naar Le Puy-en-Velay
Pelgrimeren van Saint-Jeures naar Saint-Julien-Chapteuil
Maandag 10 augustus 2026 – 18,5 km lopen & 19,9 km taxi
Dag 19: 317,4 – 335,9 km
 
Bij Raffy een formidabel uitzicht over het vulkanenlandschap

















Via Gebennensis
Tijdens onze eerste pelgrimage van Durkje en mij wandelden we van 2005 tot en met 2012 van het Friese Sint-Jacobiparochie (NL) via het Franse Vézelay over de klassieke Franse pelgrimsroute van de Via Lemovicensis naar het Spaanse bedevaartsoord Santiago de Compostela.
Tijdens onze tweede pelgrimage van Durkje en mij wandelden we van 2011 tot en met 2015 vanuit het Franse Le Puy-en-Velay over de klassieke Franse pelgrimsroute van de Via Podiensis wederom naar het Spaanse bedevaartsoord Santiago de Compostela.
Vorig jaar (in 2025) liepen we de verbindingsroute voor pelgrims van de Via Lemovicensis naar de Via Podiensis, namelijk van Vézelay zuidwaarts naar Le Puy-en-Velay. 
Dit jaar (in 2026) lopen we de ruim 350 kilometer lange pelgrimsroute ‘Via Gebennensis’, van het Zwitserse Genève naar het Franse Le Puy-en-Velay. 
Dit is met name voor Duitsers, Oostenrijkers en Zwitsers een aanlooproute naar Le Puy-en-Velay, waar ze dan doorstarten op de klassieke Franse pelgrimsroute van de Via Podiensis.
Bij het pelgrimeren op de Via Gebennensis maken we gebruik van drie pelgrimsgidsen, namelijk de Duitstalige van Renate Flori (in 18 etappes, versie 2023, Rother), de Duitstalige van Hartmut Engel (50 tracé’s, versie 2025, Conrad Stein Verlag) en de Frans-Duitstalige van Henri Jarnier (15 etappes, versie 2024, Association Rhône-Alpes des Amis de Saint-Jacques)). 
Wij zijn van plan deze verbindende aanloop-pelgrimsroute in 20 etappes te lopen.

Eerst van Saint-Julien-Chapteuil naar Saint-Jeures
Vandaag wandelen we van de Via Gebennensis de 19e etappe, van Saint-Jeures naar Saint-Julien-Chapteuil, over een etappe-afstand van 18,5 kilometer.
De wekker wekt ons om 5:30 uur in onze caravan op Camping Municipal Surnette in Le Mazet-Saint-Voy, onze uitvalsbasis voor deze vijfde (en daarmee laatste) serie van vier wandeldagen.
Na het ontbijt verlaten we de camping om 6:40 uur, en rijden we met de auto vanaf Camping Municipal Surnette in Le Mazet-Saint-Voy naar Saint-Julien-Chapteuil, waar we de auto parkeren op het parkeerterrein tegenover het bureau van de Gendarmerie Nationale. 
Omdat één van onze beide fietsen gisteren is uitgevallen, en we nog maar twee etappes hebben te gaan, hebben we besloten vandaag en morgen van een taxi gebruik te maken. Daartoe heeft Durkje gisteravond met behulp van de campingbeheerder Philippe een taxi geregeld, die ons vandaag om 7:30 uur zou afhalen vóór het Gendarmerie-bureau. Wij staan op tijd klaar, maar de chauffeuse komt zo’n kwartier te laat, en rijdt ons dan met spoed naar Saint-Jeures, waar onze etappe van deze dag begint.
Het is vanmorgen al 14 graden Celsius als we vanuit Le Mazet-Saint-Voy vertrekken. Het is de hele dag deels bewolkt en lekker fris. De temperatuur stijgt tijdens deze etappe vandaag naar 30 graden Celsius, en daarmee is het ook vandaag wederom een tropische dag.
We dalen vandaag van 1.050 meter naar 820 meter hoogte, maar ertussen moeten we wel klimmen naar 1.280 meter, zijnde het hoogste punt van de hele Via Gebennensis. Volgens de wandelgids is het zo dat we deze etappe vandaag 450 meters klimmen en 680 meters afdalen. 

Via La Rochette en La Bruyère
Nadat we zijn gearriveerd in Saint-Jeures, maken we ons klaar voor vertrek.
We gaan van start tussen de Mairie (de vroegere school) en het oorlogsmonument voor de Eerste Wereldoorlog. Dit is de locatie waar we gisteren onze etappe eindigden. Het is nu 8:15 uur.
Als we de Tabac-winkel in het dorpje passeren, zien we binnen enkele tafels en stoelen staan, en dat een man binnen koffie zit te drinken. Het blijkt dat deze Tabac-winkelier er ook een klein café bij heeft, èn een klein kruidenierswinkeltje met ook nog verse brood-verkoop. We gaan naar binnen, en beginnen met een lekkere kop koffie met een croissant erbij. Dan zijn we helemaal klaar voor vertrek.
Buiten Saint-Jeures komen we op een mooi bospad.
Waar we het buurtschap La Rochette binnenwandelen komen we langs een oude waterbron, en rechts van het pad staat een grote bouwkraan bij een huis in aanbouw.
Even na negen uur krijgen we voor het eerst een vergezicht op Araules, waar we naar op weg zijn. 
Maar eerst komen we nog door La Bruyère, waar een man in een moestuin aardappelen rooit.
Aan het eind van de moestuin langs de weg zijn drie poppen opgesteld, die een man en een vrouw met een meisje en haar pop verbeelden.

Door Araules en Jouye naar Les Quartres Routes
Waar we opklimmen naar Araules passeren we de volop in bedrijf zijnde lokale rioolwaterzuiveringsinstallatie.
In het dorpscentrum aangekomen, zien we de vermelding dat we ons nu bevinden op een hoogte van 1.033 meter.
En op Place du Parc staat een camino-wegwijzer, waarmee duidelijk wordt gemaakt dat het vanaf hier nog 1.551 kilometer is naar Santiago de Compostela.
Aan het eind van het dorpsplein komen we langs Café des Sucs, met in het logo een Jacobsschelp.
Daar is ook de pelgrimsherberg, waarbinnen iemand aan het stofzuigen is, dus kennelijk heeft daar iemand overnacht afgelopen nacht.
Over de weg en verderop op het pad met het straatnaambord Chemin de Compostelle verlaten we Araules. 
Op het eind van een veldpad passeren we een ruig veldkruis.
Vervolgens lopen we door het buurtschap Jouye.
Zoals in zoveel Franse plaatsen vind je ook hier af en toe veelkleurig bloeiende hortensia’s, die de omgeving haar fleurige kleuren geven.
Dit gehucht gaan we uit op het pad met de goed bijpassende straatnaam: Montée des Pélerins.
Als je het nog niet dacht, zie je het al heel snel. Hier moet je omhoog, daarbij stevig, maar vooral voorzichtig klimmend over een ruig pad met puntige rotsen en stenen.
Elke keer als je hier klimt, krijg je meestal wel een prachtig vergezicht kado over het vulkanenlandschap.
We klimmen regelmatig, en komen uiteindelijk op een hoogte aan van al 1.248 meter. Dan zijn we aangekomen op de viersprong van wegen op de kruising van Les Quatre Routes. Op de grasvelden vóór ons zien we dan een groot tentenkamp, waar jongeren over het terrein lopen.
Vanaf hier gaan we nog weer verder omhoog, en komen dan door het bosgebied met prachtige bemoste rotsen en keien, die met de andere vegetatie een sprookjesachtig geheel creëren.

Koffiepauze met fenomenaal uitzicht bij Suchaillou
We moeten nog een eindje verder klimmen om op het hoogste punt van de Via Gebennensis te komen, en ook nu weer krijgen we zo’n prachtig vergezicht over het vulkanenlandschap.
Als we in Raffy aankomen op de asfaltweg, realiseren we ons dat we het hoogte punt van vandaag en tevens van dit pelgrimspad al achter ons hebben gelaten, zonder dat we daar door een bordje op dat hoogste punt van 1.280 meter erop werden gewezen. 
We volgen de asfaltweg een klein eindje.
Dan komen we aan op het uitzichtpunt van Suchaillou, vanwaar we een weids vergezicht krijgen over een enorm vulkanengebied.
Hier gaan we op een rots zitten, om te genieten van onze koffiepauze, maar bovenal om te genieten van dit fenomenale uitzicht.
Onderaan de plek waar we zitten, is een schuilhut van steen gebouwd.
Er steken twee stenen tafelen uit de muur van de schuilhut van Suchaillou, waarop je kunt zitten om van het uitzicht te genieten.
Maar je kunt ook de schuilhut in, waar een gong met een stokje hangt, en waar aan de wanden brede houten banken zijn, waarop je zelfs zou kunnen overnachten.
Vóór de schuilhut staat een panorama-tafel, waarop je kunt aflezen wat je dichtbij of in de verte van het landschap kunt zien.
Rechts onderin zien we Le Puy-en-Velay staan, waar we morgen naar toe wandelen om de Via Gebennensis af te ronden.

Van Le Coudert door Queyrières naar Le Mas
Na deze koffiepauze volgen weer de nodige klim- en daalpartijen over de hellingen van de bergen.
We krijgen bij het oversteken van een asfaltweg alvast een eerste zicht op de plaats Queyrières, dat bekend staat vanwege de vulkaanrots bij het dorp, waarvan de vertikale lijnen als het ware de vorm hebben van orgelpijpen.
We moeten dan nog wel een eind lopen om daar aan te komen, en daarbij moeten we sowieso eerst nog door het gehucht Le Coudert.
Als we dan vlak na de klokslag van twaalf uur het dorp Queyrières hebben bereikt, krijgen we een veel beter zicht op de vormgeving van de elementen van deze enorme rots.
We lopen Queyrières uit onder een uithangbord in de vorm van een jachttafereel van een jager met jachthond en een fazant.
Tegen half één verlaten we het dorp, en dan komen we enkele minuten later langs een oud stenen wegkruis.
Dan lopen we het plaatsje Le Mas binnen.
Voorbij Le Mas gaan we weer een pad op, van waar we wederom een prachtig uitzicht krijgen op de dalen tussen de uitgewerkte vulkaanrotsen.

Monedeyres 
Vanaf behoorlijke hoogte zetten we dan de afdaling in over een ruig steenachtig pad naar het plaatsje Monedeyres.  
Vóórin Monedeyres passeren we de locatie waar een aantal ondergrondse eco-vakantiewoningen zijn gebouwd.
In het dorpscentrum van Monedeyres passeren we de dorpskerk, die helaas gesloten is.
Daarom lopen we door, het dorp al weer uit.
Waar we Monedeyres uitlopen, zetten we de afdaling in over het Sentier du Mont Rouge; ook al weer zo’n ruig pad.
Je kunt zien dat een deel van dit pad vroeger is geplaveid met dikke stenen, maar het wegdek is grotendeels weggevallen in de loop der jaren. Ook kun je links en rechts van het pad en langs de graslanden aan weerszijden van het pad nog oude bermmuurtjes herkennen die vroeger zijn opgericht.

Veel te zien onderweg
We lopen een boerderijerf voorbij, waarvan je door de begroeiing op de gebouwen niet meer kunt zien of er nog iets van in gebruik is momenteel.
Vaak moeten we vanaf een asfaltweg een klim of een daling inzetten, soms naar links, soms naar rechts, en ook daarbij steeds wel weer die mooie uitzichten over de omgeving veraf en dichtbij.
Twee koeien staan in de hoek van een weiland langs de asfaltweg te drinken bij hun drinkbak, zijnde een oude badkuip.
In een buurtschap lopen we langs een bakhuisje, dat in veel dorpen vroeger door de dorpelingen werd gebruikt om hun eigen brood te bakken.
En verderop zien we een hoge vulkaantop oprijzen boven de bomen, en bovenop die vulkaanrotstop staat een rechthoekig bouwwerk, met erboven op een kruis.
Bij de ruïne van een huisje staat nog de ruïne van een kleine schuur. Ook dit is vroeger allemaal natuurlijk volop in bedrijf geweest, maar nu neemt de natuur het allemaal over, en verdwijnt het in de komende jaren onder de begroeiing.

Nieuw routeplan
Dan arriveren we bij een dorpje, waarvan we qua afstand hadden verwacht dat het Saint-Julien-Chapteuil zou zijn. Maar omdat dat niet het geval is, checken we even in Organic Maps op de smartphone, en constateren dan dat we ten zuiden van de pelgrimsroute – tevens GR65 – lopen. Onze conclusie is dat we ergens een bord hebben gemist (niet gezien, of het staat er niet) waarop zou moeten staan dat verschillende GR-routes uiteen gaan. We hebben namelijk steeds nog de wit-rode markeringen gevolgd van de GR (tevens pelgrimsroute), maar duidelijk is nu wel dat het hier gaat om een andere GR dan die van de pelgrimsroute. Met de kaart erbij, passen we onze route aan, en lopen dan iets zuidelijker de stad Saint-Julien-Chapteuil binnen. Daar zien we de Saint-Julien-kerk al snel hoog oprijzen boven de bebouwing van de stad.

Aankomst in Saint-Julien-Chapteuil 
We lopen naar deze hooggebouwde stadskerk om deze te bezichtigen.
Gelukkig is de kerk open, en heel mooi is dat we hier ook een kerkstempel kunnen afdrukken in onze pelgrimspaspoorten.
Na dit kerkbezoek lopen we terug naar de doorgaande pelgrimsroute, en nuttigen onderweg in de schaduw in de stad nog even onze lunch, alvorens we terugkomen bij onze auto, die tegenover het bureau van de Gendarmerie Nationale staat.
We rijden vanuit Saint-Julien-Chapteuil terug naar de camping. Morgen lopen we naar het eindpunt van de Via Gebennensis, naar Le Puy-en-Velay.