vrijdag 5 juni 2026

Pelgrimeren van Puente de Domingo Flórez naar O Barco de Valdeorras

Pelgrimsroute van Ponferrada (S) naar Santiago de Compostela (S)
Camino de Invierno van Ponferrada naar Santiago de Compostela
Van Puente de Domingo Flórez naar O Barco de Valdeorras
Donderdag 7 mei 2026 – 18,7 km.
Dag 3: 37,0 – 55,7 km.
 
Afdaling naar de oever van stuwmeer 'Embalse de Erós'


















Spaanse Camino de Invierno
Vanuit verschillende windstreken van Spanje lopen allerlei Spaanse pelgrimsroutes naar Santiago de Compostela.
Durkje en ik hebben ervoor gekozen om dit jaar - in 2026 - de gehele Camino de Invierno te lopen tot in Santiago de Compostela.
Deze ‘Camino de Invierno’ is de ongeveer 270 kilometer lange pelgrimstocht van Ponferrada naar Santiago de Compostela.
Vandaag lopen we van deze Camino de Invierno onze 3e etappe, over een afstand van 18,7 kilometer, van Puente de Domingo Flórez naar O Barco de Valdeorras. We dalen daarbij van ongeveer 425 meter naar circa 330 meter hoogte.

Vertrek uit Puente de Domingo Flórez
Onze wekker hadden we voor vanmorgen gezet op 6:45 uur in de gemeentelijke pelgrimsherberg van Puente de Domingo Flórez waar we vannacht in de slaapzaal hebben overnacht met de Spaanse pelgrim uit Vigo, de Nieuw-Zeelandse pelgrim van het Zuider Eiland en de Noorse pelgrim uit de regio van Oslo. Als ik opsta, is de Spaanse pelgrim al weg, en even later vertrekt ook de Nieuw-Zeelandse, en als Durkje en ik met het klaarmaken van ons ontbijt en lunch beginnen, vertrekt ook de Noorse pelgrim.
Durkje en ik ontbijten staande aan het aanrecht in de keuken van de pelgrimsherberg, want een tafel met stoelen heeft deze – overigens echt helemaal gratis - herberg niet, en als we dat klaar hebben, maken we ons gereed voor vertrek.
Om 7:45 uur sluiten we de pelgrimsherbergslaapzaal af en verlaten we onze pelgrimsherberg.
Dan lopen we door het dorp naar de rivierbrug, waarmee we de Río Sil oversteken.

Quereño
Direct buiten Puente de Domingo Flórez wandelen we de bebouwde kom van het naburige dorpje Quereño binnen.
Dan maakt een groot informatiebord ons duidelijk dat we hier de provincie Galicië binnenwandelen. Ook Santiago de Compostela ligt in deze provincie Galicië.

Embalse de Eirós
Aan de dorpsrand van Quereño moeten we om de hoog opgaande damwand van het stuwmeer, de Embalse de Eirós heen lopen.
Voorbij die stuwdam zetten we de klim in over een steenachtig pad.
Na enige tijd zien we van bovenaf heel duidelijk de stuwdam van dit grote stuwmeer. 
We moeten even behoorlijk klimmen, en als we even later over een hoog punt heen zijn gekomen, krijgen we een prachtig uitzicht over het berglandschap dat we vandaag zullen doorkruisen.
We komen op een uitzichtpunt, vanwaar we een schitterend vergezicht krijgen over het stuwmeer.
Vanaf dat moment zetten we de afdaling in langs dit stuwmeer.
Op het steenachtige pad zien we een dode hazelworm liggen.
We gaan door een klein spoorviaduct, om daarna het pad parallel aan dit spoor en het stuwmeer te volgen.
Rechts van het pad zie ik een nog kleine boomstronk met witte zwammen op het dode hout.

Pumares
Bij het dorpje Pumares worden we welkom geheten door een vrolijke afbeelding van een wandelende pelgrim.
Daarmee worden we begroet met de pelgrimsgroet ‘Buen Camino’.
We lopen door de smalle straten van dit kleine bergdorpje.
Rechts bij een woning heeft men een plantenrek opgesteld, waarop ook de pelgrimsgroet ‘Buen Camino’ is geschilderd.
Waar we in het dorp rechtsaf moeten, wijst een informatiebord ons erop dat we iets verder een stempelpost zullen vinden.
En ja hoor, slechts enkele meters verderop bij een huis heeft men een buitenstempelpost ingericht.
Een bonte verzameling van allerlei zaken die te maken hebben met het pelgrimeren, heeft men hier tegen de gevel van het huis tentoongesteld. 
Daarmee kom je als pelgrim heerlijk in de sfeer om een afdruk van dit hier beschikbare stempel in de beide pelgrims-paspoorten te zetten, hetgeen we graag doen.
Er staat een kluisje bij waarin op voorhand bedankt wordt voor een donativo (vrijwillige gift), waar we uiteraard een passende beloning voor de initiatiefnemer in doen. Fijn dat er mensen zijn langs de route die zo zorgvuldig bieden waar de pelgrim vrolijk van wordt.
Voordat we Pumares verlaten, wandelen we nog langs een eenvoudige muurschildering op een kopgevel. 
Daarna zetten we de klim weer in, en laten we Pumares in de diepte achter ons.

De buitenkapel van Nogueiras
Om 9:35 uur bereiken we de ruïnes van Nogueiras. 
Direct bij aankomst zien we bovenaan een met leisteen geplaveid pad een buitenkapel.
We lopen het opgaande pad op, en zien dan een met allerhande versieringen gedecoreerde stenen zuil met daarop Maria boven een groot kruis.
Als we om de ruïne heen draaien, komen we langs het model van een hele oude stenen houtoven, waarmee men in vervlogen tijden bijvoorbeeld brood bakte.
Daarna passeren we in de berm van het bergpad een caminozuil van de provincie Galicië, waarop met een wel al te nauwkeurige aanduiding staat aangegeven dat het vanaf hier nog  222,591 kilometer gaans is naar Santiago de Compostela.

Koffie in Sobradelo
Iets na tien uur zien we in de verte de plaats Sobradelo liggen.
We moeten nog behoorlijk ver voordat we daar zijn, en gaan verder over het prachtige hellingpad dat we vandaag kilometers lang over de flanken van de enorme bergen lopen.
Hier en daar horen we waterstroompjes van boven uit de bergen naar beneden stromen, naar de Rió Sil, links van ons in de diepte van de riviervallei. Eén van die stromen is volgens een naambord erbij de waterval van Milagrosa. Als we de bergwand naar boven bekijken, zien we het water in elk geval op drie plekken in de vorm van een kleine waterval naar beneden vallen.
Twintig minuten later lopen we over de geplaveide weg de plaats Sobradelo binnen.
Rechts van de weg groeit een grote cactus.
Links in de diepte van de riviervallei zien we een kerk van Sobradelo.
Nog iets verder van ons verwijderd, en nog dieper in de vallei zien we de 17e eeuwse boogbrug over de Río Sil, die rust op de fundamenten die hier door de Romeinen zo’n tweeduizend jaar geleden zijn gelegd.
De grote gele pijl wijst ons de weg door het dorp.
Dan zien we recht vóór ons de Bar Mar, met op de muur een enorme gele caminopijl. En ook een zwaardkruis door een Sint-Jacobsschelp met erboven de caminonaam ‘Camino de Invierno’.
Bij de eigenaar Manuel – met een lange grijze baard – bestellen we Café  Americano met toastbrood met tomatenpulp, en dan genieten we op het terras van Bar Mar heerlijk van onze koffiepauze, nu we de eerste tien kilometers van onze dagetappe hebben volbracht.
Vlak voordat we vertrekken, voegt ook de Noorse pelgrim zich bij ons aan tafel, die hier ook zijn koffiepauze houdt.
Manuel wijst ons erop dat zijn hele grote caminopijl op de gevel waarlijk aangeeft dat we naast zijn bar een steegje in moeten, waarin we recht op een metalen gestileerde gele caminopijl aanlopen, die ons duidelijk maakt dat we linksaf moeten gaan.
Om 11:20 uur wandelen we de plaats Sobradelo uit.

Over de Ponte Roma door Entoma
We hebben vandaag prachtig zonnig weer, met volop zon en een bijna helderblauwe lucht. Voorbij Sobradela moeten we langs de drukke autoweg in de richting van Entoma lopen.
Vóór ons zien we dan een aantal grote wijngaarden tegen de hoog opgaande bergwanden.
Ruim een kwartier nadat we Sobradela verlieten, wandelen we al de bebouwde kom van Entoma binnen.
Vanaf de brede asfaltweg gaan we heuvelafwaarts naar het centrum van dit dorpje.
Links van ons groeit en bloeit een grote variatie aan planten tegen de hoge rots- en steenwand langs de straat. 
Rechts komen we langs een metalen hek waarin een groot aantal caminogele pelgrims-symbolen zijn verwerkt, zoals een caminopijl en vooral veel Sint-Jacobsschelpen.
Door de smalle dorpsstraat dalen we af naar de rivier die het dorp doorsnijdt.
De rivier moeten we oversteken via de zogenoemde Ponte Romana, ofwel een romaanse boogbrug die hier over de rivier de Galir is gebouwd.
Aan de overzijde van de rivier zijn enkele mensfiguren opgesteld, waarvan er één een pelgrim is.
Diep onder deze 17e eeuwse rivierbrug stroomt snel de rivier de Galir.
Ook dit dorp is qua straatbeeld weer even schilderachtig als die van de voorgaande dorpen die we doorkruisten.
Door een smal straatje rechts van de dorpsstraat zie ik de kerk staan.
De gevel is op heel traditionele wijze met grote keien opgemetseld, wat een bijzonder decoratief geheel laat zien.
In het dorpscentrum laat een wegwijzer ons zien dat we rechtsaf verder moeten lopen.
Daar staat overigens een al lang leegstaand huis met ook wel weer een heel bijzonder vervallen gevel.
Vlak voordat we het dorp verlaten, ontmoeten we een vrouw, die verderop een groot aantal kruiden heeft geplukt. Het ziet er naar uit dat ze die heeft geplukt om bijvoorbeeld de kippen te voeren. Volgens mij maakt ze ons duidelijk dat we beter over de drukke asfaltweg naar O Barco de Valdeorreas kunnen lopen, dan het zware bergtraject dat volgens de caminoroute nu nog vóór ons ligt. Desalniettemin blijven wij de aangegeven camino-route volgen.

Steil omhoog en omlaag
We gaan al weer zo’n prachtig hellingpad op, in de vorm van een steenachtig karrenspoor, over de flanken van de bergen.
Zo laten we Entoma achter ons.
Als we een fikse klim hebben gemaakt, en op een tussentijds hoogste punt komen, blikken we terug en zien we Entoma nog in de diepte van de vallei en tegen de bergwand liggen.
En tegelijk zien we vóór ons alvast de eerste gebouwen van O Barco de Valdeorras.
Over dit mooie hellingpad krijgen we onze bestemming van vandaag steeds beter in zicht. 
Langs het hellingpad groeien een aantal hele grote cactussen.
We gaan door een klein spoorviaduct waarin een man bezig is om op electronische wijze de hoogte van de boog te meten.
Omdat we al zo lang en al zo steil de daling hebben ingezet, vermoeden we dat we aan de andere zijde van het spoor verder af zullen dalen naar de Rió Sil. Maar dat is ijdele hoop, want we moeten nog een enorm steile klim maken over een nieuw verharde weg, die zo steil is zoals we die vandaag en ook in de afgelopen dagen niet hebben gezien. Even heel hard werken dus om boven te komen.

O Barco de Valdeorras
Uiteindelijk komen we dan toch in de bebouwde kom van O Barco de Valdeorras. Aan de muur van een café dat we passeren, hangt een paneel met daarop de naam van onze camino, de Camino de Invierno.
We lopen tussen allerlei hoogbouw van slechts enkele verdiepingen hoog. Tegen sommige gevels hangt was te drogen in de uitbundige zon.
Elke keer verbazen we ons ook weer in Spanje over de wijze waarop de electriciteitsdraden in dorpen en steden gewoon in het zicht in dikke kluwens aan de buitenmuren worden bevestigd. Zoiets zien we in Nederland toch zeker niet.
Vóór ons zien we tegen een kopgevel een grote muurschildering.
Rechts van ons dendert een hele lange goederentrein tussen de woongebouwen door.
Bij het stadscentrum aangekomen, zien we een informatiepaneel waarop de pelgrims worden geattendeerd op de twee varianten van de camino-routes die je door de stad kunt volgen, een nieuwe en aanbevolen route laag langs de rivier, of hogerop als eventueel tweede, vroegere optie.

Naar Pensión A Barca in O Barco de Valdeorras 
Bij de lange brug over de Río Sil aangekomen, steken we de rivier over.
We kunnen voor de komende overnachting niet terecht in de door ons beoogde accommodatie in het centrum van  de stad, maar vonden nog wel een plek aan de andere zijde van de rivier, in de plaats Viloira, zoals O Barco de Valdeorras aan de overzijde van de Sil wordt genoemd.
Vierhonderd meter verderop komen we om 13:00 uur aan bij ons Pensión A Barca. 
Na aanbellen en WhatsAppen komen we erachter dat we niet vervroegd kunnen inchecken, want we moeten tot de reguliere inchecktijd van 14:00 uur wachten, omdat – zo krijgen we via WhatsApp te lezen – de kamer nog niet klaar is.
Daarom lopen we zo’n vijftig meter terug, en drinken wat in het café op de hoek.
Als het twee uur is, gaan we terug naar het pension, want we hebben bericht gekregen dat we wel om 14:00 uur kunnen inchecken. Dat blijkt dan Spaanse tijd te zijn, want we moeten ook dan nog na enig heen en weer appen nog zo’n twee minuten wachten, wat in werkelijkheid wel een kwartier wordt.
Maar, geen probleem, want mevrouw wordt door meneer met de auto bij het pension afgezet, en daar worden we met zo weinig mogelijk bewoordingen ingecheckt. Stempel in onze pelgrimspaspoorten kunnen we zelf zetten, we betalen de afgesproken 35 euro, en dan kunnen we ons installeren in een klassiek Spaanse hostalkamer, waar we tot onze verrassing behalve de standaard inventaris nota bene ook nog een koelkast en een magnetron zien staan. Heel mooi en welkom.
We douchen, maken al onze foto’s en verslagen in gereedheid, en gaan tegen 19:00 uur om boodschappen bij de Cóviran-supermarkt om de hoek, en daarna uit eten in de stad in een pizzeria, waar dan een Pizza Grande wel een immens grande pizza blijkt te zijn.
We zijn weer een dag verder op de Camino de Invierno, de derde – en ook vandaag weer hele mooie - dag.

Pelgrimeren van Villavieja naar Puente de Domingo Flórez

Pelgrimsroute van Ponferrada (S) naar Santiago de Compostela (S)
Camino de Invierno van Ponferrada naar Santiago de Compostela
Van Villavieja naar Puente de Domingo Flórez
Woensdag 6 mei 2026 – 20,6 km.
Dag 2: 16,4 – 37,0 km.
 
Muurschildering voor pelgrims in Puente de Domingo de Flórez

















Spaanse Camino de Invierno
Vanuit verschillende windstreken van Spanje lopen allerlei Spaanse pelgrimsroutes naar Santiago de Compostela.
Durkje en ik hebben ervoor gekozen om dit jaar - in 2026 - de gehele Camino de Invierno te lopen tot in Santiago de Compostela.
Deze ‘Camino de Invierno’ is de ongeveer 270 kilometer lange pelgrimstocht van Ponferrada naar Santiago de Compostela.
Vandaag lopen we van deze Camino de Invierno onze 2e etappe, over een afstand van 20,6 kilometer, van Villavieja naar Puente de Domingo Flórez. We dalen daarbij van ongeveer 800 meter naar circa 425 meter hoogte.

Vertrek uit Villavieja
Onze wekker hadden we voor vanmorgen gezet op 6:45 uur in onze pelgrimsherberg Manuel Fuentes in het kleine bergdorpje Villavieja. Vlak voordat de wekker afloopt, begint de Spaanse medepelgrim bij ons in de slaapzaal al rond te scharrelen, waarmee het voor ons ook tijd wordt om op te staan.
Als de Spaanse pelgrim afscheid neemt (we weten al dat we hem vanmiddag in de volgende herberg weer zullen ontmoeten) gaan Durkje en ik ontbijten in de woonkamer van de pelgrimsherberg, en dan maken we ons gereed voor vertrek.
Om 7:50 uur verlaten we onze pelgrimsherberg.
Dan lopen we door het bergdorpje naar het eind van het dorp.
Vlak voordat we het dorp verlaten, komen we langs een waterbron, waarop ook de beeltenis staat van Sint Jacobus. 
Langs de laatste woonhuizen verlaten we Villavieja.
Daarbij passeren we nog een bord met daarop de aanduiding dat het vanaf hier nog 193 kilometer is naar Santiago de Compostela.

Koffie met Belgen bij Castillo Corantel
Het smalle hellingpad waarop we lopen voorbij Villavieja is de enige aan- en afvoerroute naar en van Villavieja, dus ook alle autoverkeer rijdt hier zonodig op en neer voor aankomst of vertrek.
Als we de asfaltweg bereiken, zien we boven ons in de mist het Castillo Corantel.
Bij het toegangspad van het kasteel ontmoeten we een Belgisch stel uit de regio van Brussel. Ze zitten achter de auto uitgebreid te ontbijten, en maken gebruik van de stroom van hun electrische auto om hun ontbijt klaar te maken.  
Ze vertellen dat ze twee maanden op reis zijn met deze electrische personenauto, en dat ze ook in deze auto slapen, en daar verder hun hele hebben en houden in hebben, inclusief bed en twee vouwfietsen. De vrouw heeft een grote hoeveelheid koffie gezet, en vraagt of wij daarvan ook iets willen meedrinken, wat we graag doen.

Optrekkende bewolking
Toen we vertrokken uit Villavieja was het dorpje deels in de wolken gehuld, maar nu we afdalen over de asfaltweg, zien we in de verte in het dal de bewolking optrekken.
Als we een eindje van de Belgen zijn verwijderd, zien we nog steeds het kasteel in een lichte mist/wolk gehuld.
Maar naarmate we verder afdalen, zien we het dal al geheel wolkenloos.
En als we even later achterom kijken, zien we dat ook het kasteel helder is te zien.

Borrenes
Om 9:00 uur wandelen we na de eerste vijf kilometers het dorp Borrenes binnen.
Bij een huis zie ik een takkenbos staan, waarvan die takken doorgaans worden gebruikt voor de houtovens die hier nog wel in gebruik zijn voor het bakken van bijvoorbeeld brood of voor ander eten.
Bij een verkeersspiegel een eindje verderop maken we een selfie van ons, gebruik makend van die bolle spiegel.
Dan passeren we in het dorp de mooie eigentijdse kapel.
Bij de entree van het kapelterrein staat een informatiebord over de Camino de Invierno.
Bij een afbeelding van de Sint-Jacobsschelp maakt een richtingsbord ons duidelijk dat we hier op de Camino Real lopen.
Een huis aan de rechterzijde van de straat heeft niet een houten opgang, zoals we hier veelvuldig zien, maar heeft een hele oude opgang van opgemetselde stenen.
Bij het verlaten van Borrenes zien we bij het fitnessparkje een metalen Sint-Jacobsschelp in het wegdek.

Ernorme schade door bosbrand
We gaan de bergpaden op, en zien op een gegeven moment vóór ons in het dal het dorpje Carucedo liggen. We zullen er wel langs lopen op enige afstand, maar het dorp niet doorkruisen.
En dan komen we voor het eerst in het gebied dat vorig jaar in augustus 2025 werd geteisterd door een enorme bosbrand.
We steken een asfaltweg over, en zien achter ons dan nog de bebouwing van Carucedo. 
In het traject dat dan in de klim naar Las Médulas volgt, worden we voortdurend gecon-fronteerd met de enorme schade die de bosbrand van vorige jaar teweeg heeft gebracht.
Gelukkig herstelt de natuur zich wel weer. Zo zien we bijvoorbeeld de grassen en lage kruiden weer opkomen, en in bloei staan.
Ook enkele dikke bomen hebben het overleefd, want daarin verschijnen al weer de eerste groene bladeren.

Las Médulas
En dan om 10:40 uur na een lange klim, krijgen we voor het eerst de formaties van de Médulas te zien.
Dit prachtige werelderfgoed steekt schitterend rood af tegen en boven de groene bomen aan de voet van de bergformatie.
Gelukkig zijn die bomen gespaard gebleven tijdens de bosbranden van vorig jaar, alhoewel we langs de asfaltweg hier en daar nog wel enkele verbrande bomen zien staan, waaronder ook hele oude en dikke.
Om 11:00 uur wandelen we de bebouwde kom van het dorp Las Médulas binnen.
We doorkruisen het dorp op zoek naar een bar voor onze koffiepauze, maar dat blijkt ijdele hoop te zijn.
Daarom gaan we helemaal terug door het dorp, omdat we daar boven tegen de berghelling een hotel zagen staan, en daar kunnen we in het restaurant gelukkig wel terecht voor een uitgebreide koffiepauze met tortilla de patatas. Dat hebben we nu ook wel verdiend na die kilometerslange klim door de bergen.

Ook klimmen voorbij Las Médulas
Ook voorbij Las Médulas worden we wederom geconfronteerd met de bosbrandschade. 
Als we achterom kijken, zien we nog de schilderachtige formaties van de Médulas, die ons herinneren aan de zoektocht naar goud door de Romeinen, die het goud van hieruit afvoerden naar Italië over onder andere de Vía de la Plata, die wij eergisteren hebben afgerond in tegengestelde richting.
Ook voorbij Las Médulas blijft het pad nog lang stijgen door de bergen, zij het iets lichter dan vóór het dorp.
Als we op het hoogste punt zijn aangekomen, krijgen we nog een prachtige terugblik op Las Médulas en het omliggende berglandschap.

Prachtige afdaling door een schilderachtig berglandschap
Aan de andere kant van de top, krijgen we om 12:25 uur voor het eerst zicht op de grote watermassa ten noorden van Puente de Domingo Flórez.
We zetten de afdaling in, en ook hier is de schade van de bosbrand groot.
Naarmate we verder afdalen, neemt die zichtbare schade duidelijk af, en lopen we op een gegeven moment weer door een groen en bloeiend berglandschap.
We passeren een bermmonument voor iemand die in 2002 is overleden. Of dat een pelgrim is die hier passeerde, kunnen we niet zien.
Wel ligt er een houten plaatje op het herdenkingsmonument met daarop een zwaardkruis, dat verwijst naar Santiago, ofwel Sint Jacobus.
De afdaling gaat langzaam en daardoor over kilometers afstand, met prachtige vergezichten over de bergen rondom.
Om 13:40 uur krijgen we heel goed zicht op de plaats Puente de Domingo Flórez, waarnaar we vandaag op weg zijn.
Enkele minuten later moeten we bij een groepje cactussen een asfaltweg oversteken, om Puente de Domingo Flórez binnen te gaan.

Puente de Domingo Flórez
Door de smalle straten dalen we af naar de rivier.
Daar aangekomen, steken we via de oude stenen rivierbrug de Río Cabreira over.
Het water van de rivier stroomt hier behoorlijk snel in de diepte onder de brug.
Aan de overzijde van de rivier komen we langs een huis, met op de kopse gevel een enorme muurschildering.
Op die afbeelding zien we ook een hele grote figuur van een pelgrim uit vroeger tijden.
Aan de gevel hangt het bordje met de beroemde pelgrims-dichtregel uit het lied van Antonio Machado.
Parallel aan de rivier lopen we van de oude brug naar de nieuwe rivierbrug.
Daar – bij het bordje van de Camino de Invierno – steken we de Río Cabreira weer over.
Langs het dorpsplein wandelen we dan tenslotte naar de herberg. 
Die pelgrimsherberg van dit dorp is een gemeentelijke herberg, gevestigd in het gemeentehuis, en dit jaar geopend.
In het gemeentehuis melden we ons voor de overnachting, en dan loopt een jongedame van de gemeente met ons buitenom naar de pelgrimsherberg, waar ze ons rondleidt, en vertelt dat deze herberg helemaal gratis is, en dat zelfs een donativo (vrijwillige bijdrage) van ons niet wordt verwacht. De gemeente biedt alle pelgrims deze herberg gastvrij aan. Grote dank voor dit grootse gebaar.
Dan is het tijd voor installeren, douchen en wassen en was drogen. 
Later vanmiddag ontmoeten we in de herberg weer de Spaanse pelgrim, die afgelopen nacht ook met ons in de herberg van Villavieja sliep, en ook de Nieuw-Zeelandse pelgrim die we tweemaal bij ons in de herbergen op de Vía de la Plata hebben ontmoet in de afgelopen week, en dan tenslotte is ook de Noorse pelgrim gearriveerd, die wij gisteren in Toral de Merayo hebben ontmoet.  
Behoudens het halen van onze boodschappen bij de Cóviran-supermarkt in het dorp, verblijven we gedurende de middag en avond in de bar/cafetaria van het dorp nabij de herberg, waar we zorgen voor de foto’s en de verslagen van vandaag, en ook alvast enkele overnachtingsreserveringen voor de komende dagen arrangeren, omdat we over drie en vier dagen willen overnachten in hele klein buurtschappen, waar slechts één overnachtingslocatie is. Dat lukt allemaal wonderwel goed, dus ook vandaag hebben we weer een prachtige dag, die we hier met ons avondeten afsluiten in het cafetaria-restaurant van Puente de Domingo Flórez.

woensdag 3 juni 2026

Pelgrimeren van Ponferrada naar Villavieja

Pelgrimsroute van Ponferrada (S) naar Santiago de Compostela (S)
Camino de Invierno van Ponferrada naar Santiago de Compostela
Van Ponferrada naar Villavieja
Dinsdag 5 mei 2026 – 16,4 km.
Dag 1: 0,0 – 16,4 km.
 
Hier begint de Camino de Invierno in Ponferrada


















Spaanse Camino de Invierno
Vanuit verschillende windstreken van Spanje lopen allerlei Spaanse pelgrimsroutes naar Santiago de Compostela.
Durkje en ik hebben ervoor gekozen om dit jaar - in 2026 - de gehele Camino de Invierno te lopen tot in Santiago de Compostela.
Deze ‘Camino de Invierno’ is de ongeveer 270 kilometer lange pelgrimstocht van Ponferrada naar Santiago de Compostela.
Vandaag lopen we van deze Camino de Invierno onze 1e etappe, over een afstand van 16,4 kilometer, van Ponferrada naar Villavieja. We stijgen daarbij van ongeveer 500 meter naar 800 meter hoogte.

Vertrek uit Ponferrada
Onze wekker hadden we voor vanmorgen gezet op 6:45 uur in ons appartement Bierzo Habita Apartemento in het stadscentrum van Ponferrada, waar we gisteren met de bus vanuit Astorga naar toe zijn gereisd.
We ontbijten in het appartement, en dan maken we ons gereed voor vertrek.
Om 8:00 uur verlaten we ons appartement en dan doorkruisen we de stad Ponferrada in zuidelijke richting.
Daarbij passeren we ook de grote burcht van Ponferrada.
Door de hele stad zien we enkele en groepjes pelgrims met rugzakken op weg naar het startpunt van hun volgende etappe. De overgrote meerderheid van hen zal vandaag verder gaan op de Camino Franchés, en slechts een enkeling zal vanuit Astorga evenals wij de Camino de Invierno op gaan. We zullen vandaag zien of er meer pelgrims zullen zijn die ook hun eerste etappe op de Camino de Invierno zullen gaan lopen.
Om 8:25 uur staan we op de rotonde waarop heel prominent het wegkruis staat waarop de beeltenis staat van Sint Jacobus. Dit Sint-Jacobswegkruis wordt beschouwd als het officiële startpunt van de Camino de Invierno.
Iets verderop zien we de eerste wegwijzer van de Camino de Invierno staan. Aan een passerende docente van de school voor voortgezet onderwijs verderop vragen we of zij een foto van ons wil maken bij deze allereerste wegwijzerpaal, hetgeen ze graag voor ons doet.
Dan steken we de weg over, en komen we langs een informatiepaneel van en over de Camino de Invierno.
Hier en nu begint voor ons de pelgrimstocht op de Camino de Invierno van Ponferrada naar Santiago de Compostela. 
We steken de eerste brug over, en komen direct daarna al bij de volgende brug, namelijk de middeleeuwse stenen boogbrug over de Río Boeza.
Als we die oversteken, verlaten we Ponferrada, en is onze tocht begonnen.

Oteiro
Aan de overzijde van de rivier komen we in het plaatsje Oteiro. Daar gaan we rechtsaf parallel aan de rivier in westelijke richting, waar we drie werkmannen ontmoeten, namelijk een straatveger, een man van een waterleidingsbedrijf en een man die de weg afzet vanwege graafwerkzaamheden. Die laatste waarschuwt ons in het voorbijgaan dat wij ons nu niet begeven op de weg naar Santiago de Compostela. Als ik zeg dat we wel op de goede weg zijn, zie je hem denken, en direct daarna vraagt hij of dit dan de route van de Camino de Invierno is, hetgeen ik bevestig. Nu begrijpt hij onze aanwezigheid op deze weg en route.
Slechts enkele minuten later komen we langs de ruïne van een gebouw, waarvan de muren het hebben begeven. Bij het instorten is een naast het gebouw geparkeerd staande auto deels bedolven onder de zware stenen van de muren. 
De auto is total loss, en is afgezet met rood-wit lint en een hek, omdat het geheel deels op de openbare weg staat en ligt.
We lopen nog onder een enorme betonnen buis door, die hier wellicht is opgebouwd voor neerstromend watertransport vanuit de bergen naar Ponferrada.
Net voorbij Casa del Botillo en het bedrijf Embutidos Pajariel voor chorizo en voor andere varkensvleesproducten eindigt de asfaltweg, en gaat die over in een halfverharde weg. 
We lopen nu parallel aan de snelstromende Río Sil, en omdat we klimmen, krijgen we rechts van ons een mooi uitzicht over de stad Ponferrada.

Langs de Monte Parajiel
Een mooi nieuw routepaneel maakt duidelijk dat het nog 3,3 kilometer is naar de volgende plaats, naar Toral de Merayo.
We klimmen alsmaar verder bergop van de Monte Parajiel, en krijgen van steeds hoger nivo een steeds wijder uitzicht over Ponferrada en haar regio.
De bomen zijn prachtig groen in deze tijd, maar we lopen onder een dode boom door, waarbij ik moet denken aan een liedje dat in enigszins gewijzigde vorm daar heel goed bij past, en overigens ook bij deze pelgrimstocht. Het liedje weerklinkt nog lange tijd in mijn gedachten, als volgt:
“Nu gaan de bomen nog dood,
nu gaat de zon nog onder,
en geen mens kan zonder water en zonder brood.
Stil maar, wacht maar, alles wordt nieuw,
de hemel en de aarde,
stil maar, wacht maar, alles wordt nieuw,
de hemel en de aarde.”
We lopen af en toe langs een wijngaard.
Verderop aan de voet van een bergwand zien we een medulas. We zullen ze in de komende dagen veel meer zien.
Om 9:40 uur gaan we over een prachtig hol hellingpad verder, waar de wanden aan beide zijden hoog op gaan.
Dit is een prachtig stuk van deze route.

Koffiepauze in Toral de Merayo
Tien minuten later komen we aan in het dorpje Toral de Merayo. Daar hangt een houten paneel aan een tuinmuur, waarop staat dat het over de Camino de Invierno nu nog 233 kilometer is naar Santiago de Compostela.
We doorkruisen de straten van Toral de Merayo.
Bij de de oude stenen boogbrug – de Puente de Toral de Merayo – aangekomen, zien we dat de bar van de supermarkt nog is gesloten. 
Daarom steken we via deze oude brug de Río Oza over.
Aan de andere kant van de rivier worden we verblijd met een bar die wel open is. Derhalve nemen we plaats op het terras van deze Bar Cantina Marcos, waar we genieten van koffie met cake en toast met tomatenpuree.
Op het terras voegt zich ook een andere pelgrim bij ons. Het is een Noorse pelgrim, die een voorgaande tocht met een Noorse medepelgrim is aangevangen, maar die is wegens fysieke problemen enkele dagen geleden gestopt met het pelgrimeren, dus deze Noor hier bij ons gaat nu alleen verder, en hij loopt dus vandaag ook zijn eerste etappe van de Camino de Invierno, van Ponferrada naar Borrenes, maar hij heeft in de route die wij lopen, een doorsteek van enkele kilometers gemaakt, waarmee hij niet door Villavieja komt, waar wij vannacht overnachten. 
Na deze koffiepauze lopen we langs de eerste kerk, en even later langs de tweede kerk. 
Prachtig om door deze straten van dit dorp te lopen, met al die voor ons zo bijzondere huizen en bouwstijlen aan beide zijden van de straat.

De pas over
Buiten Toral de Merayo passeren we een man die een andere, oudere man voortduwt in een rolstoel. Het is hier nog niet steil, dus zo’n ochtendwandeling is voor hen op deze wijze prima te doen.
Dan verlaten we de verharde weg, en gaat de route verder over een graspad, het open veld in.
We klimmen tussen de wijngaarden door.
Links en rechts gaan de bergmassieven hoog op, maar wij lopen door een lagere pas over deze bergrug, waar we om 11:00 uur het hoogste punt van bereiken.
Enkele minuten later zien we tijdens de afdaling van de pas vóór ons alvast het volgende dorp liggen, namelijk Villalibre de la Jurisdicción.

Villalibre de la Jurisdicción
Om 11:15 uur wandelen we Villalibre de la Jurisdicción binnen. Een vrouw plukt aan de dorpsrand enkele morellen van de boom, en eet ze op. Wij volgen haar voorbeeld, en genieten van de heerlijke smaak van de rijpe bessen.
In een schuur langs de straat staan twee oude wagens, die wellicht niet meer worden gebruikt.
We passeren de dorpskerk.
Ook hier weer een prachtig straatbeeld van de grote variatie aan huizen langs de weg.
Bij twee wegwijzers verlaten we het dorp op de Calle de Camino de Invierno.

Stempelen en lunchen in Priaranza del Bierzo
Zo’n 1,6 kilometer verder wandelen we al weer het volgende dorp binnen, namelijk Priaranza del Bierzo.
Het begint licht te regenen. Langs de kant van de weg bloeien al prachtige planten, met kleurrijke bloemen, waaronder ook paarse lelies.
Rechts van de weg is een ijzeren tuinhek geplaatst, waarin allemaal bloemen en vlinders zijn verwerkt.
En in een tuin enkele huizen verder staat een enorme cactus overdadig in bloei; heel mooi.
In de vensterbank van één van de huizen staat een rieten korf met daarin appels. Op een bordje erbij staat dat passerende pelgrims hiervan een appel mogen meenemen, waar we graag en dankbaar gebruik van maken.
We stoppen even op de doorgaande route, want we willen hier in het dorp even naar het gemeentehuis om daar een stempel voor onze pelgrimspaspoorten te halen. Daar werkt ook de ambtenares Laetitia, die voor ons via WhatsApp twee bedden heeft gereserveerd in de slaapzaal van de  herberg waar we vannacht zullen overnachten.
Bij het gemeentehuis aangekomen, horen we van de oude dames die in de dokterspost zitten te wachten dat het gemeentehuis op de bovenste verdieping is. Boven aangekomen, blijken alle binnendeuren afgesloten te zijn. Er is niemand. Dat is jammer.
Daarom loop ik naar de bar aan de overzijde van de straat, om daar een stempel te halen, en enkele postzegels te kopen in de Tabac-afdeling van deze bar.
Als ik terugkom in het gemeentehuis hoor ik van Durkje dat een man en een vrouw zojuist naar boven zijn gelopen. Met de pelgrimspaspoorten ga ik naar boven, en daar blijkt dat Laetitia inderdaad nu boven aan het werk is. Ik toon haar onze WhatsApp-communicatie en dan zet ze heel enthousiast in onze beide pelgrimpaspoorten ook het stempel van de gemeente. Ze waardeert zichtbaar dat we bij haar op bezoek zijn gekomen.
Op een bankje in de hal van het gemeentehuis houden we onze lunchpauze van de door ons meegenomen broodjes en koffie.
Dan lopen we door de hoofdstraat terug naar de dorpskerk.
Voorbij de kerk dalen we behoorlijk steil af door het dorp, langs smalle steegjes en door smalle straatjes.
Een man is bezig met het voegen van het tegelwerk van een trappetje naar een woonhuis.
Een oude vrouw staat gebukt voorover bij aarden bloempotten om geraniums te verzorgen.
Ook hier weer dat zo eigene straatbeeld van deze streek.
Links van de straat staat een oude kar in een schuur, en rechts op straat staat een oude houten kar bij een huis.
De muren en de kozijnen en deuren in de schuren en huizen vormen een schilderachtig tafereel.

Santalla del Bierzo
We gaan verder naar het volgende dorp. Om 13:00 uur wandelen we de bebouwde kom van Santalla del Bierzo binnen.
Bij de ingang van het dorp is een uitzichtpunt gebouwd, want vanaf deze plek vanaf deze hoogte krijg je een enorm vergezicht te zien over de omgeving ten noorden van het dorp.
Op een helling onderaan de doorgaande weg is een man bezig gras te maaien met een zeis.
We doorkruisen het dorp, en geven onze ogen goed de kost, om te genieten van het straatbeeld van ook dit dorp.
Op de Calle Chaos verlaten we zo’n tien minuten later Santalla del Biezo.
Vanaf nu zetten we weer een fikse stijging in, die pas op ons eindpunt van vandaag zal eindigen.

Voorbij de Ermita Virgen del Carmen bergop
Daarbij komen we langs de Ermita Virgen del Carmen. 
Rondom bij de oever van het beekje zijn enkele banken geplaatst waar je als pelgrim bij mooi weer heerlijk zou kunnen vertoeven. Het regent echter, en het houdt niet op, maar gelukkig blijft het beperkt tot lichte regen, dus een paraplu en regenkleding hebben we bij deze neerslag gelukkig niet nodig.
We gaan een smal hellingpad op naar de N-356.
Bij die asfaltweg aangekomen, steken we de weg over, en daar gaat het verder omhoog.
Over een steenachtig en verderop rotsachtige bergpad gaat het alsmaar hogerop.
Bovenop een bergtop zien we de ruïne van een niet meer te herkennen gebouw. 
Vanaf de N-356 gaat het over een afstand van zo’n 2,5 kilometer steeds verder omhoog, waarbij we een steeds mooier uitzicht krijgen over het bergachtige gebied.
Tegen 14:00 uur lopen we tussen kolossale rotsformaties door, steeds maar hoger.

In de pelgrimsherberg Manuel Fuentes in Villavieja
Een kwartiertje later passeren we een richtingwijzer, die verwijst naar de pelgrimsherberg hogerop in het dorp
Voorin het bergdorpje passeren we een klein steenkolentreintje, dat is tentoongesteld op een spoorrail.
Bij de toeristische Casa Rural van het dorpje wandelen we de bebouwing van Villavieja binnen.
En dan om 14:15 uur arriveren we bij de pelgrimsherberg Manuel Fuentes van het dorp.
We hebben gisteren al van de ambtenares Laetitia de toegangscode van de pelgrimsherberg gekregen, en na het kennisnemen van alle informatie op de deur en op de gevel openen we met die code het sleutelkastje van de herberg.
Als we binnen zijn, zien we dat we de eersten zijn in deze herberg. We weten niet of er nog meer pelgrims zullen komen. Eerst installeren we ons in de goed geoutilleerde herberg, en dan is het tijd om te douchen, en onze foto’s en verslagen gereed te maken. 
Aan het eind van de middag komt er nog een derde pelgrim bij, een Spaanse man van tegen de zestig jaar uit het Spaanse Vigo, die nu al voor de zevende keer deze Camino de Invierno gaat lopen. Bij deze Spanjaard blijft het ook, dus we overnachten vannacht met z’n drieën in een slaapzaal van 16 bedden van 8 stapelbedden.
Omdat dit dorp in het geheel geen voorzieningen heeft, hebben we gisteren alle boodschappen voor vandaag en morgen gehaald, en dat meegenomen in onze rugzakken. Daar zit ook het warm eten bij voor vanavond. Boven op de overloop van de herberg bij de ingang van de slaapzaal hebben we een prachtige verwarmde plek om te verblijven, en te eten.
Als we alles klaar hebben voor vandaag, gaan we naar bed, terugkijkend op een bijzonder mooie eerste dag op de Camino de Invierno.

Doorreisdag van Astorga (Vía de la Plata) naar Ponferrada (Camino de Invierno)

Maandag 4 mei 2026
 
Op weg naar het busstation van Astorga


















Astorga
Na een goede nachtrust en uitslapen in Apartementos Juega de Cañas staan we vanmorgen om 8:00 uur op in het Spaanse Astorga, en dan ontbijten we van het laatste van het oude brood dat we nog over hebben. Resultaat is dat we nu eigenlijk geen eten en drinken meer bij ons hebben.
Daarom gaan we na het eenvoudige ontbijt om 9:15 uur het appartement uit, om de stad in te gaan.
Tegenover de kathedraal en het bisschoppelijk paleis gaan we een bar in, waar we tussen de druk pratende Spanjaarden twee koppen koffie bestellen, met erbij twee tosti’s, die het keukenpersoneel voor ons inpakken, opdat we het als lunchpakket straks mee kunnen nemen in de bus.
Rond 10:00 uur verlaten we de bar en gaan we op stap door het stadscentrum op weg naar het busstation van Astorga. Daartoe moeten we om het stadspark heen lopen dat aan de voet van het bisschoppelijk paleis ligt. Daar ontmoeten we een lotenverkoper, die vermoedt dat we verkeerd lopen, want ja, waar we nu zijn, loopt de camino niet. We leggen hem uit dat we op weg zijn naar het busstation. De Spanjaard vertelt ex-militair te zijn en dat hij vroeger een tijd uitgezonden is geweest naar Afghanistan en naar Serajevo in het vroegere Joegoslavië. Daar heeft hij ook NAVO-militairen uit Amerika en uit Nederland ontmoet, waarover hij bijzonder te spreken is. 
Ter hoogte van het stadspark gaan we nog even de Familia-supermarkt in om voor de busreis nog wat drinken voor onderweg te kopen.

Spaanse bus komt zo
Mooi op tijd om 10:20 uur arriveren we in het busstation van Astorga. Daar zit ook een Aziatische vrouw uit de staat Indiana in de Verenigde Staten, die momenteel de hele Camino Franchés loopt, maar vanwege haar vermoeidheid heeft besloten om nu ruim 50 kilometer over te slaan, en derhalve met de bus van Astorga naar Ponferrada door te reizen. 
De kaartjes-verkoopster vertelt me dat onze bus van 10:50 uur vertrekt van perron 1 of 2, dus daar stellen we ons met z’n drieën de gestelde twintig minuten van tevoren op.
De eerste bus arriveert op perron 2 vlak vóór onze vertrektijd, maar de chauffeur zegt dat we niet met zijn bus moeten reizen. Hij vertelt ons nog even te wachten op de volgende bus.
De volgende bus arriveert op onze vertrektijd op perron 1, dus dat zal dan wel onze bus zijn. Maar ook deze chauffeur zegt dat we niet in zijn bus mee moeten, maar moeten wachten op de volgende bus. Dan begin je je toch af te vragen of er al dan niet een volgende bus komt, want de volgende lijnbus na die van ons (van 10:50 uur) vertrekt pas om 13:20 uur.
Ik vraag twee oudere Spaanse vrouwen die ook bij ons op het perron staan of zij weten of onze bus überhaupt nog komt en hoe laat dat vermoedelijk zal zijn. Ze vertellen dat ook zij op die bus wachten en dat die zeker wel zal komen, echter met de nodige vertraging van zeker vijf minuten. Kennelijk is men dat hier wel gewend.
En ja hoor, ongeveer een kwartier te laat komt onze bus toch nog, en na het inladen van onze rugzakken en het instappen en plaatsnemen, vertrekken we met ruim twintig minuten vertraging met de beoogde bus van Astorga naar Ponferrada.
Om 12:00 uur arriveren we met de bus in het busstation van Ponferrada.
Alle drie stappen we uit, en we nemen daar afscheid van de Amerikaanse, want zij gaat naar haar herberg in Ponferrada en gaat morgen verder op de Camino Franchés richting Santiago de Compostela.

Sesam, open u
Wij lopen nu rechtstreeks van het busstation naar ons appartement in het stadscentrum van Ponferrada. We kregen vooraf al de toegangscodes voor het gebouw en voor onze kamer, maar het lukt ons niet het appartement binnen te komen. Ik ga enkele verdiepingen hoger op het geluid van twee dames af, en daar blijkt het te gaan om de schoonmaaksters. Eén van de dames probeert ook met de juiste code binnen te komen, en dat lukt pas na enkele pogingen. Echt comfortabel voelt dat niet, maar bij het nog enkele malen zelf te proberen, komen wij in haar bijzijn ook binnen. Even later – als we al zo’n tien minuten binnen zijn – klopt ze op de deur en na twee pogingen krijgen wij het electronisch deurslot van binnenuit open. Waarschijnlijk heeft ze de eigenaresse gebeld, en heeft die gezegd dat we ook de sleutel kunnen krijgen, want ze vertelt dat het electronisch slot waarschijnlijk niet goed is, en dan trekt ze het electronisch slot van de deur af, waar een metalen deursleutel in zit. Ze geeft ons die huissleutel en vertelt dat we die prima kunnen gebruiken, en dat we die morgenochtend wel onder de deurmat in de hal achter kunnen laten. Prima oplossing zo, gewoon weer mechanisch werken.

Regelwerk
Na ons geïnstalleerd te hebben en even de keukeninventaris van het appartement gecheckt te hebben, gaan we boodschappen halen voor vandaag, voor morgen en voor overmorgen, want we slapen morgen in het hele kleine dorpje Villavieja, waar in het geheel geen faciliteiten zoals winkels of bars zijn, maar alleen een pelgrimsherberg.
Weer teruggekomen in het appartement lunchen we uitgebreid, en dan is er vanmiddag alle tijd voor bellen naar Nederland, foto’s en verhalen gereed maken en ons voorbereiden op de tocht van morgen en wat daarop volgt. 
Aan het eind van de middag gaan we het centrum van Ponferrada in om het startstempel van Ponferrada in onze pelgrims-paspoorten te krijgen ten behoeve van onze start morgenochtend vanuit Ponferrada naar Villavieja.
Op het postkantoor versturen we enig papierwerk, en het Duitstalige routeboekje van de Vía de la Plata, die we na vandaag niet meer nodig hebben.
Al met al hebben we vandaag een rustige reisdag en een aangename rustpauze tussen de afgelopen zeven wandeldagen en de komende zeven wandeldagen. Morgen gaan we hier in Astorga beginnen met de Camino de Invierno, op naar Santiago de Compostela.

Pelgrimeren van La Bañeza naar Astorga

Pelgrimsroute van Sevilla (S) naar Santiago de Compostela (S)
Vía de la Plata van Sevilla naar Astorga
Van La Bañeza naar Astorga
Zondag 3 mei 2026 – 24,8 km.
Dag 34: 686,9 – 711,7 km.
 
Aankomst bij het bisschoppelijk paleis in Astorga


















Vertrek uit La Bañeza
Vandaag lopen we van de Vía de la Plata onze 34e etappe, over een afstand van 24,8 kilometer, van La Bañeza naar Astorga. Daarmee is het ook de laatste etappe van de Vía de la Plata, want dit ruim 700 kilometer lange pelgrimspad eindigt in Astorga.
De wekker zou ons vanmorgen wekken om 6:45 uur, maar om 6:30 uur zijn we al wakker, en dan horen we dat veel andere pelgrims al druk in de weer zijn om zich klaar te maken voor vertrek. 
We ontbijten in de eetzaal van onze pelgrimsherberg Monte Urba in La Bañeza.
De zes Spaanse pelgrims zijn als eersten vertrokken, en ook de Nieuw-Zeelandse pelgrim is al op stap gegaan voordat we gaan ontbijten. De andere Spaanse pelgrim slaapt waarschijnlijk nog, want ook gisteren sliep hij uit, en we hebben hem vanmorgen niet meer gezien. De fietser die vannacht bij ons toch nog in de slaapzaal heeft geslapen, vertrekt tijdens ons ontbijt. Later in de stad fietst hij ons groetend voorbij, en daarna zien we hem niet weer.
Als Durkje en ik klaar zijn met het ontbijt, pakken we onze rugzakken in, en verlaten we de pelgrimsherberg om 7:45 uur. 
We maken de afdaling van de pelgrimsherberg naar het centrum van de stad, en komen beneden uit bij het standbeeld van Sint Jacobus.
Daar vlak achter staat de San-Salvadorkerk.
We passeren vanaf de kerk de eerste twee (van de vele) muurschilderingen.
In het voetpad liggen in de uitvalsstraten de wegwijzers met daarop de caminopijl en de Sint-Jacobsschelp.
We passeren weer enkele muurschilderingen aan weerszijden van de straat.
De luiken van de huizen zijn op deze vroege zondagochtend nog dicht.
Nog eens weer passeren we een groot aantal muurschilderingen in de vorm van graffity, die op de muren en kopgevels aan beide zijden van de route zichtbaar zijn.

Van Santiago de Valduerna naar Palacios de Valduerna
Vlak vóór het dorpje Santiago de Valduerna lopen we de bebouwde kom van La Bañeza uit,
Over een halfverharde veldweg gaat het dan naar een voormalige spoorbrug. 
Hier steken we de Río Duerna over door de spoorbrug.
Aan de overzijde wordt het spoor weer aan het oog onttrokken door de planten die het spoor dicht hebben overwoekerd. 
Rechts zien we nog een oude spoorbrug over een veldweg liggen.
Dan wandelen we over een halfverharde veldweg in de richting van een drukke autoweg.
We moeten naar de andere kant van die autoweg, en daartoe kunnen we gebruik maken van een viaduct links van ons.
Voorbij het viaduct gaan we dan het verlengde van de veldweg van zojuist op.
Links zien we op grote afstand de besneeuwde bergen.
We blijven alsmaar de veldwegen door het open veld volgen, met hier en daar enkele haakse bochten in de route.
Om 9:05 uur wandelen we het dorpje Palacios de Valduerna binnen.
Links in de verte zien we een oude burchttoren, waar we overigens niet langs lopen.
Wel komen we langs de dorpskerk, met ook hier een ooievaarsnest boven op de kerktoren.
In het centrum van Palacios de Valduerna staat op Plaza de la Constitución een grote stenen wegwijzer van de camino, met daarop een caminopijl en een Sint-Jacobsschelp.
Bij het uitlopen van het dorp, als we rechtsaf gaan, zien we recht vóór ons een heel eind in de verte een kerk bovenop een bergtop staan. 
Een bijzonder huis passeren we als we het dorp bijna uit lopen. 
Rechts van de weg heeft men namelijk de hele gevel van het huis versierd met een groot aantal ingemetselde Sint-Jacobsschelpen.
En als je goed kijkt, zie je links van de regenpijp in kleinere schelpen de naam ‘Santiago Compostela’ geschreven.
We laten Palacios de Valduerna achter ons voorbij de ommuurde begraafplaats aan de rand van het dorp.

Kilometers lange paden door dehesa en bos
Dan gaan we over een brede halfverharde veldweg een groot natuurgebied in. De eerste kilometers daarvan lopen we door een dehesa, waarin we overigens geen vee zien lopen.
Af en toe passeren we een caminopaal.
Na de dehesa volgt een kilometers lange bosweg door een heel groot bosgebied.
Slechts vier wielrenners ontmoeten we gedurende die lange boswandeling, namelijk eerst één en daarna nòg drie mountainbikers.
Aan weerszijden van de bosweg zien we veel steeneiken en olijfbomen, met hier en daar tussendoor ook mooie geelbloeiende bremstruiken.
Een groot aantal bomen wordt belaagd door een parasiet, die zich in de vorm van een soort witte schubben rondom de takken en de boom vermeerderen.
Ze zitten niet alleen op bomen, maar ook op struiken en in de laag bij de grond groeiende planten. Vooral bij de kleine struiken kun je zien dat door deze parasiet die struiken ten dode zijn opgeschreven.
We komen verderop nog andere caminopalen voorbij.
En als we dan na heel veel kilometers dit grote bos hebben verlaten, wandelen we door het open veld in de richting van een autosnelweg, waar we - daar eenmaal aangekomen – een eindje parallel aan lopen.

Eerst koffie en dan over de Puente Valimbre
Dan gaan we door een viaduct onder de autosnelweg door, en tot onze verrassing staan daar dan zomaar twee geelgeverfde betonnen caminopauzebanken op een kruising van veldwegen.
Het is nu al 11:30 uur en we hebben dus bijna 2,5 uur onafgebroken gelopen, dus het is voor ons de hoogste tijd voor de koffiepauze van de door ons zelf meegenomen koffie en broodjes.
 We doen de trui en de jas weer even aan zolang we stil zitten, want de wind is nog wel behoorlijk fris. Maar de zon schijnt af en toe volop tussen de dikke wolken door, en als we dan op het caminobankje zitten, genieten we volop van deze koffiepauze in het verwarmende zonnetje.
Een half uur later arriveren we bij de Puente Valimbre, een hele oude Romeinse boogbrug, die hier over de Río Turienzo ligt. 
We steken deze bijzondere boogbrug over, en houden zo droge voeten bij de oversteek van de waterloop.

Door Celada de la Vega
Dan gaat het verder over niet al te brede veldpaden heuvel op en heuvel af.
Als we over een heuvelkam lopen, zien we voor het eerst de torens van de kathedraal van Astorga in de verte.
Waar we over veldpaden bijna een asfaltweg raken, lopen we er toch weer van af, geleid door de gele caminopijlen langs de route. Vanaf de doorgaande asfaltweg roepen twee mannen vanuit de diepte dat we die asfaltweg moeten volgen.
Maar wij kiezen ervoor om – in tegenstelling tot wat ook in de Organic Maps-app staat - de caminopijlen te blijven volgen, en ook die route voert ons uiteindelijk naar het dorpje Celada de la Vega.
In het dorp worden we bij een woonhuis serieus gewaarschuwd diens terrein niet te betreden. Deze hond met blafdienst blijft ons rondom de tuin blaffend volgen, totdat wij uit zicht zijn,
We komen langs de dorpskerk, en dan verlaten we Celada de la Vega.

Astorga in zicht
Een kwartier later krijgen we de stad Astorga al beter in zicht.
We wandelen over mooie veldpaden door een heuvelachtig landschap, en vooral als we weer een heuveltop hebben bereikt, krijgen we steeds beter zicht op de stad Astorga.
Om 13:15 uur wandelen we de bebouwde kom binnen van Astorga.
Langs een drukke verkeersweg gaan we voort in de richting van het stadscentrum van Astorga.
We gaan over een brede calzada bergop in de richting van het oude stadscentrum.

Druk in Astorga
Aangekomen op de Plaza Mayor merk je pas goed hoe druk het is in de stad op deze zonnige zondag.
Inwoners van Astorga en toeristen en pelgrims lopen kriskras door elkaar over de pleinen en door de straten van Astorga.
Aan de overzijde van het stadsplein, tegenover het stadhuis aan het plein gaan we een smallere straat in.
Links op een kopgevel staat een prachtige muurschildering.
We lopen door een straat met de klinkende naam ‘Calle Santiago’.
We blijven de camino-wegwijzers in de stad volgen, en arriveren om 13:45 uur op het langgerekte stadsplein.
Vóór ons staat de kathedraal van Astorga. Een muziekkorps komt vanaf het feestterrein van het Spaanse kazenfestival al musicerend aanlopen.
Van de kathedraal lopen ze naar en langs het bisschoppelijk paleis van Astorga, dat een ontwerp is van de Spaanse architect-kunstenaar Gaudi.
Een Spaanse tiener maakt enkele foto’s van ons beiden, staand voor het bisschoppelijk paleis en direct daarna staand vóór de kathedraal. Daarmee hebben we in elk geval enkele mooie aankomstfoto’s van ons volbrengen van de Vía de la Plata.
 

Verblijf in Astorga
Bij de VVV aan het plein halen we een stempel voor onze stempelkaarten van de Via de la Plata. Dat is het eindstempel, want we zijn hier vandaag immers aangekomen op het eindpunt van de Vía de la Plata.
We kijken nog even bij de ingang van de kathedraal van Astorga, onder andere bij het enorme timpaan van deze grote kerk.
Dan gaan we op zoek naar een horecagelegenheid waar we even iets kunnen eten en drinken, want onze aankomst in Astorga en daarmee het voltooien van de gehele Vía de la Plata willen we ook vieren met z’n tweeën.
Op het terras van restaurant Different bestellen we twee gerechten, en dan krijgen we met deze twee componenten een heerlijke maaltijd voorgeschoteld, waarmee we vaststellen dat het zoveel en zo goed is, dat we vanavond niet weer de stad in hoeven voor een warme avondmaaltijd.
We gaan eerst naar de accommodatie  ‘Apartementos Turisticos Juegeo de Cañas’ die we voor vannacht hebben geboekt, en dan bekijken we daar later op de middag en in de avond nog wel even wat we nog nodig hebben voor vandaag en morgen.
Morgenochtend vertrekken we met de bus vanuit Astorga naar Ponferrada, want daar willen we overmorgen aanvangen met de ‘Camino de Invierno’ naar Santiago de Compostela.

Resumé van de Vía de la Plata van Sevilla naar Astorga
De Vía de la Plata hebben we vandaag geheel voltooid. Dat deden we in twee opeenvolgende jaren als volgt:
  • Vorig jaar (2025) pelgrimeerden we van 21 maart tot en met 12 april 2026 van Sevilla naar Salamanca de afstand van 506,8 kilometers in een tijdsbestek van 23 wandeldagen. Dat is gemiddeld circa 22 kilometer per etappe.
  • Dit jaar (2026) pelgrimeerden we van 22 april tot en met 3 mei 2026 van Salamanca naar Astorga de afstand van 204,9 kilometers in een tijdsbestek van 11 wandeldagen. Dat is gemiddeld circa 18,7 kilometer per etappe.
  • In die twee jaren (2025 & 2026) pelgrimeerden we derhalve noordwaarts door Spanje van Sevilla naar Astorga over een totale afstand van 711,7 kilometers in een tijdsbestek van 34 wandeldagen. Dat is gemiddeld circa 21 kilometer per etappe.
  • Bij de voorbereiding en tijdens het bewandelen van de Vía de la Plata hebben we gebruik gemaakt van de volgende vier wandelgidsen: A. ‘Vía de la Plata’ van Cordula Rabe, in de Nederlandstalige versie van 2023; en B. ‘Spanien: Jacobsweg Vía de la Plata’ van Raimund Joos, in de Duitstalige versie van 2019; en C. ‘La Vía de la Plata and Camino Sanabrés’ van Nicole Bukaty, in de Engelstalige versie van 2023; en D. ‘Vía de la Plata’ van Hans van den Breul, in de Nederlandstalige versie van 2025.
  • De verschillende wandelgidsen kennen een eigen etappe-indeling, met - uitgaande van hun eigen uitgangspunten - onderling verschillende etappe-afstanden. Daarom hebben wij bij de bepaling van onze eigen etappe-afstanden per etappe het gemiddelde genomen van de hier genoemde wandelgidsen die zo’n etappe beschrijven. Voordeel van het gebruiken van meerdere wandelgidsen is dat we vooraf en tijdens de pelgrimstocht een goed beeld kregen van alle ins en outs inzake de volgende etappes, waaronder voorzieningen zoals bars, winkels en overnachtingsaccommodaties. Dan zie je ook welke afwijkende route-variaties de afzonderlijke wandelgidsen vermelden, waaruit we in dergelijke situaties een weloverwogen keus konden maken ten aanzien van de door ons te lopen variant.
  • Wat bij pelgrims nog wel eens de nodige verwarring oproept, is het feit dat sommige wandelgidsen de Vía de la Plata laten lopen van Sevilla naar Granja de Moreruela, en die daar dan foutief als Vía de la Plata naar het westen laten aftakken via de Camino Sanabrés naar Santiago de Compostela. Historisch gezien is dat onjuist, omdat de Romeinse route van de Vía de la Plata vanuit Granja de Moreruela naar het noorden tot in Astorga doorloopt.
  • De Duitstalige wandelgids van Raimund Joos noemt deze aftakking de zogenoemde ‘Mozarabische Jacobsweg’, wat dan weer verwarring oproept met de ‘Camino Mozárabe’, die vanuit het Zuid-Spaanse Almería noordwaarts tot aan Mérida loopt, waar je dan over kunt stappen op de Vía de la Plata, die op haar beurt vanuit het zuiden vanuit Sevilla door Mérida en via Granja de Moreruela naar Astorga loopt. 
  • De Engelstalige wandelgids van Nicole Bukaty maakt wel onderscheid tussen de Vía de la Plata en de Camino Sanabrés, want laat de pelgrims de Vía de la Plata verlaten in Granja de Moreruela, om dan over de Camino Sanabrés verder te lopen naar Santiago de Compostela, hetgeen de meeste pelgrims ook doen. 
  • Toen Durkje en ik bijvoorbeeld in Granja de Moreruela overnachtten, waren wij daar - voorzover wij dat konden zien - met totaal 17 pelgrims, waarvan wij samen de enigen waren die de Vía de la Plata vervolgden om die af te ronden in Astorga, en alle andere 15 pelgrims draaiden daar van de Vía de la Plata af. 
  • Nicole Bukaty noemt overigens de voortzetting van de Vía de la Plata van Granja de Moreruela tot in Astorga in haar Engelstalige wandelgids de zogenoemde ‘extension’, ofwel de verlenging van de Vía de la Plata.
  • Durkje en ik hebben de combinatie van deze pelgrimsroutes niet in het noorden gezocht en gevonden, maar in het zuiden van Spanje, want in 2024 pelgrimeerden wij op de Camino Mozárabe van Almería naar Mérida, waar we over konden stappen op de Vía de la Plata. Daarna startten we in 2025 ten zuiden van Mérida in Sevilla op de Vía de la Plata, om vervolgens eerst naar Mérida te lopen, en daarop aansluitend de Vía de la Plata via Granja de Moreruela te voltooien in Astorga, waar de Vía de la Plata eindigt op de Camino Franchés, richting Santiago de Compostela. 

dinsdag 2 juni 2026

Pelgrimeren van Alija del Infantado naar La Bañeza

Pelgrimsroute van Sevilla (S) naar Santiago de Compostela (S)
Vía de la Plata van Sevilla naar Astorga
Van Alija del Infantado naar La Bañeza
Zaterdag 2 mei 2026 – 21,7 km.
Dag 33: 665,2 – 686,9 km.
 
Bij het standbeeld van Sint-Jacobus in La Bañeza

Vertrek uit Alija del Infantado
Vandaag lopen we van de Vía de la Plata onze 33e etappe, over een afstand van 21,7 kilometer, van Alija del Infantado naar La Bañeza.
De wekker wekt ons vanmorgen om 6:45 uur. De Spaanse pelgrim die bij ons in de slaapzaal ligt, blijft in bed totdat wij zijn vertrokken. De Spaanse pelgrim in de andere slaapzaal vertrekt als wij net uit bed zijn, en de Nieuw-Zeelandse pelgrim vertrekt als wij aan ons ontbijt gaan beginnen.
We ontbijten in de gemeenschapsruimte van onze gemeentelijke pelgrimsherberg in Alija del Infantado. De eigenaresse heeft brood met margarine en beleg en melk voor ons klaargelegd, en koffie en thee zijn er ook volop, dus dit is een herberg inclusief ontbijt.
Als Durkje en ik klaar zijn met het ontbijt, pakken we onze rugzakken in, en verlaten we de pelgrimsherberg om 8:05 uur. Het heeft zojuist al even heel hard geregend, en de lucht is tamelijk dreigend als we op stap gaan.
We lopen naar het centrum van Alija del Infantado en passeren onderweg een kleurrijk, leegstaand huis met zwembad in de voortuin.
Aan het eind van de dorpsstraat staat de kerk, de Ermita del Cristo de la Vera Cruz.
Naast de kerk staat een wegkruis, met daarop een Sint-Jacobusschelp.
Als we de hoofdstraat vervolgen, worden we gadegeslagen door twee poezen die op de bovenverdieping van een huis door het raam staan de kijken.
Net buiten de bebouwde kom zien we enkele bodegas, die daar zijn ingegraven in de bergwand aan onze linkerhand.

Slagregen vóór La Nora
Dan zijn we Alija del Infantado uit, en ligt er een hele lange rechte asfaltweg vóór ons.
Gedurende de kilometers op deze weg horen we steeds vaker de donderslagen van het onweer, soms links boven de bergen, en ook wel eens vlak boven ons. Achter ons horen we het ruisen van de regen ons achtervolgen, dus we besluiten om de regenpakken aan te doen. Om niet overvallen te worden door de regen pakken we er eerst even een paraplu bij, want als het begint te regenen, kunnen we in elk geval onder de paraplu de regenpakken aantrekken. Maar dan begint het ineens heel hard te regenen. We stappen in een diepe greppel naast de weg bij een grote struik, en wachten eerst maar de slagregen af, want heel dicht tegen elkaar aan staand onder die ene paraplu beperken we de waterschade van deze felle regen. Zodra de intensiteit van de regen afneemt, trekken we snel onze regenbroeken en onze regenjassen aan.  
We zijn dan inmiddels aangekomen in La Nora.
Op de kruising vlak vóór de bebouwing van La Nora, moeten we rechtsaf naar de brug.
Op de brug aangekomen, maken de wegwijzers – waaronder een gele Sint-Jacobsschelp – ons duidelijk dat we linksaf moeten, om daar over een veldweg langs de rivier voort te gaan.

Alternatieve route vanuit La Nora
Maar, als we dan direct al bij een eerstvolgende brug komen, staat daar een banier met een gele pijl op een blauwe ondergrond die naar links over de rivier wijst. Onze pelgrimsroute gaat hier echter rechtdoor langs de rivier.
Op de banier staat daarentegen dat we linksaf moeten op een alternatieve route. Meer informatie hebben we niet, dus veiligheidshalve besluiten we dan maar dat alternatief aan te houden, want het zou best kunnen zijn dat de reguliere route verderop gestremd is, misschien ook wel vanwege wateroverlast, wat wij van Spanje eerder ook wel hebben meegemaakt.
Een klein eindje verderop komt ons alternatieve pad weer terug op de asfaltweg van zojuist, en ook daar staat weer zo’n gele pijl, maar nu rechtsaf de asfaltweg op.
Op onze route-app Organic Maps checken we even wat de consequenties hiervan zijn, en daar zien we dat we deze asfaltweg wel kunnen nemen naar Quintana del Marco, maar dat we dan wel een enigszins grotere afstand moeten afleggen dan volgens de reguliere route langs de rivier.
We gaan dus toch maar gewoon het kilometers lange alternatieve traject van de asfaltweg op. Daarbij komen we een heel eind verder langs een gebied dat geruime tijd geleden zwaar heeft geleden onder een enorme bosbrand. Over een grote afstand zijn de bomen links van de weg tot hoog tegen de berghelling op allemaal verbrand, waardoor we een groot zwartgeblakerd bos links van ons hebben.

Superlaag horecatarief in Genastacio de la Vega  
Een ander gevolg van onze alternatieve route is dat we onderweg op deze asfaltweg ook het dorpje Genastacio de la Vega zullen doorkruisen. Dat dorp wandelen we binnen om 10:00 uur.
Door de hoofdstraat lopen we door het dorp.
Op het dorpsplein aangekomen, zien we verderop rechts in het dorp de dorpskerk staan, en aan het plein is een bar, waar enkele mannen bij de ingang staan. Conclusie is dat de bar open is op deze zaterdagochtend en dat we hier in elk geval koffie kunnen drinken. 
Bovendien is het onderweg al weer zulk mooi weer geworden met zonneschijn dat we de regenjassen al lang hebben uitgetrokken. Maar omdat de buienrader nog regen als onheil voorspelde, hebben we de regenbroeken nog maar aan gehouden. Ondertussen is het echter zo warm geworden dat die regenbroeken toch echt uit moeten. 
We lopen het café binnen waar het al gezellig druk is, en daar trekken we de regenbroeken uit, en bestellen we Café Americano met een heerlijke portie tortilla de patatas erbij. Met onze eigen broodjes erbij genieten we van een heerlijke koffiepauze in een dorpje waarvan we voorheen nooit hadden vermoed dat we hier doorheen zouden komen. 
Uit ervaring weten we dat koffie en andere consumpties in steden en op toeristische plekken (veel) duurder zijn dan waar al dan geen pelgrims door de dorpen komen, maar hier komen normaal gesproken helemaal geen toeristen en geen pelgrims door het dorpje, dus de prijzen voor de lokale bevolking zijn dan vaak (veel) lager. En dat blijkt nu maar al te zeer, want als ik de twee koffie en de twee porties tortilla de patatas moet betalen, blijkt dat totaal maar drie euro te kosten. Daar kun je in Nederland nog maar nauwelijks en soms helemaal geen kop koffie meer voor kopen in de horeca, ondanks het feit dat een kopje koffie in de horeca maar een netto-kostprijs van zo’n tien cent heeft.

In Quintana del Marco weer op de goede weg
In deze bar komt tijdens onze pauze een agent van de Guardia Civil binnen. Hij drinkt een kop koffie aan de bar, en ik ga naar hem toe om hem te vragen waar wij de reguliere pelgrimsroute weer op kunnen gaan. Als ik hem vraag of wij straks in Quintana del Marco het pelgrimspad weer kunnen hervatten, bevestigt hij dat, dus dan vertrouwen we er maar op dat dat goed komt.  
Een half uur later verlaten we Genestacio de la Vega over de hoofdstraat met de voor ons zo passende straatnaam ‘Carretera Vía de la Plata’.
We blijven de LE-114 vanuit Genastacio de la Vega volgen over een parallel voetpad, totdat we Quintana del Marco binnenwandelen. Het is nu 10:45 uur, en het is nog steeds heerlijk zonnig weer, met nauwelijks wind.
We verlaten de hoofdstraat en nemen de zijstraat in de richting van de dorpskerk, omdat we vermoeden dat we daar ergens wel de rivier zouden kunnen oversteken. 
Als we het dorpsplein bij de kerk oversteken, zien we dat hier de bar ook geopend is, dus we hadden hier sowieso ook koffie kunnen drinken als de bar in het vorige dorp gesloten was geweest.
Op de kerktoren hebben enkele ooievaars hun nesten gebouwd, en daar hebben ze het maar druk mee, zo te zien.
Even later steken we via de brug de Río Jamuz over, die het dorp doorsnijdt. 
En daar zien we dan ook weer de gele caminopijlen van de reguliere pelgrimsroute. Langs de rivier lopen we naar de rand van het dorp. Rechts van ons zien we een heel dikke burchttoren, met ernaast het topje van nòg een kerktorentje.
Ook op deze burchttoren zien we meerdere ooievaarsnesten.
Op de hoekpunten van de burchttoren hebben de ooievaars hele hoge nesten gebouwd, waar ze nu bovenop staan.

Padvindend door het open veld van Villanueva de Jamuz naar Santa Elena de Jamuz
Nu we het dorp uit zijn, volgt een kilometers lange route langs de rivier de Río Jamuz. Het eerste deel van die route gaat over een hele brede halfverharde veldweg.
Om 11:25 uur zien we tussen de bomen door in de verte over de rivier heen de gebouwen van het dorpje Villanueva de Jamuz.
Bij de brug over de rivier aangekomen, hoeven we er niet over, en hoeven we het dorp niet in, maar we steken wel even de rivier over om een foto te maken van het dorpsbeeld van Villanueva de Jamuz.
Dan gaan we weer terug over de rivier en vervolgen we onze route langs de rivier. De brede veldweg verandert verderop echter in een smal veldpad langs de rivier. Dit is duidelijk een pad waar het landbouwverkeer niet meer komt. Toch kunnen we hier prima voort.
De routekaart laat zien dat er verderop een knik komt in het pad. Als we daar aankomen, zien we dat het feitelijk betekent dat het smalle veldpad hier stopt. Concreet betekent het dat we hier zelf een weg moeten zoeken door het hoge gras van het open veld. We doen dat precies goed, want een heel eind verderop komen we langs een dikke kei waarop we een gele caminopijl zien staan. Dan zijn de grassen ook niet meer zo hoog en kunnen we – als we heel goed naar de vegetatie kijken – goed inschatten waar het niet veel bewandelde graspad van de Vía de la Plata bedoeld is. 
Het is prachtig zonnig weer, en we lopen hier op goed geluk over een onduidelijk graspad door het uitgestrekte veld.
Om 12:30 uur begint de wolkenlucht wel weer behoorlijk dreigend te worden, en we hopen maar dat het de rest van de etappe toch nog droog zal blijven.
Tussen de begroeiing door zien we links over de rivier heen het dorpje Santa Elena de Jamuz. Ook daar hoeven we straks niet doorheen.
Als we de rivierbrug van de Río Jamuz bij Santa Elena de Jamuz zien, zie ik een bliksemflits links in de verte, en het begint al behoorlijk te onweren in de verte. 
Het weerbeeld is precies gelijk aan vanmorgen toen het zo hard begon te regenen, dus als we bij de rivierbrug ter hoogte van Santa Elana de Jamuz op de asfaltweg aankomen, besluiten we voor de zekerheid toch de regenkleding maar aan te trekken.

Onweer met slagregens en hagelbuien
En dat blijkt een hele goede keuze te zijn, en ook nog maar net op tijd, want als we nog maar net helemaal afgeschermd zijn voor de regen door onze regenbroek en regenjas begint het fiks te regenen. Dat deert ons nu niet meer, dus we wandelen moedig verder over de asfaltweg richting La Bañeza, helaas wel door het onweer en met fikse regen.
Op een gegeven moment wordt het toch wel wat al te dol met de regen, en dan zien we verderop gelukkig een bedrijfsterrein met een afdak. Als we dat terrein op gaan, zien we dat we hier bij een vuilstortstation aankomen van de gemeente, en als we de oprit op gaan, begint het enorm hard te regenen. We lopen snel door het stromende water van boven en over het pad door de toegangspoort naar dat afdak, en zien dat de beheerder van het stortterrein ons wijst dat we snel onder het afdak kunnen gaan staan, maar hij wenkt ook dat we wel bij hem in het receptiegebouw mogen komen. Omdat we doornatte regenpakken aan hebben, gebaren we hem dat het afdak prima is, en dan gaat hij snel weer naar binnen, en wij vinden een prima schuilplek in de schuur waar uiteenlopende afvalsoorten gescheiden kunnen worden aangeboden. 
En dan begint het vreselijk hard te regenen, met ondertussen ook nog onweer. De temperatuur daalt heel snel, en regelmatig krijgen we te maken met een fikse hagelbui. Door de hagel en de slagregen klettert de neerslag met een hard geluid bovenop het dak van de schuur waarin we heerlijk droog staan te schuilen. 
De slagregen en hagelbuien met onweer houden lang aan, dus we blijven geduldig wachten totdat de lucht enigszins opklaart. 
Dan lopen we met een ruime boog om de diepe waterplassen van het vuilstortterrein naar de beheerder van het terrein, en bedanken hem voor zijn vriendelijk gebaar dat we bij hem mochten schuilen.
Langs de rand van de toegangspoort kunnen we nog maar net fatsoenlijk langs het snelstromende regenwater over de weg het terrein verlaten, en dan gaat het voort over de asfaltweg richting La Bañeza.

Inchecken in de pelgrimsherberg Albergue Monte Urba van La Bañeza
We hoeven nu nog maar zo’n drie kwartier te lopen totdat we aankomen in La Bañeza. De harde wind heeft onze regenpakken al heel snel gedroogd, maar ja, de regen is nog lang niet over, dus we krijgen weer met regen te maken.
Gevolg is dat we toch nog weer met natte regenkleding de stad La Bañeza binnenlopen.
Door de straten van La Bañeza volgen we de gele pijlen, totdat we op een hoek de wegwijzer naar de pelgrimsherberg Monte Urba zien staan.
Om 13:45 uur arriveren we bij de pelgrimsherberg, die wordt beheerd door de plaatselijke parochie en de vrienden van de Camino de Santiago.
Binnengekomen, zien we dat de Spaanse pelgrim en ook de Nieuw-Zeelandse pelgrim die vannacht met ons in de herberg in Alija del Infantado waren, al zijn gearriveerd. Zij kregen de grote achtpersoons slaapzaal, waar acht ziekenhuisbedden in twee rijen staan opgesteld. De Nieuw-Zeelander vertelt dat de andere bedden ook al zijn bezet, en dat wij waarschijnlijk dan in een andere slaapzaal komen.
We bellen tegenover de herberg aan bij het huis van de beheerster, maar die reageert niet op de deurbel. Ook op het appje krijgen we geen reactie. Dus bellen we het telefoonnummer van de herbergier, en krijgen dan een man aan de lijn die me vertelt dat we moeten aanbellen bij nummer 20. Als ik vertel dat Mari echter niet reageert, zegt hij bij ons te zullen komen.
Even later is hij gearriveerd en checkt hij ons in, na telefonisch overleg met Mari. Wij krijgen inderdaad de andere slaapzaal toegewezen, waar drie nieuwe stapelbedden staan, met nota bene alles nieuw qua matrassen, kussens en hoezen. Bovendien zegt hij dat wij de enigen zullen zijn in deze slaapzaal. Het is vast en zeker goed geweest dat wij onze komst hebben vooraangemeld, want waarschijnlijk heeft Mari daardoor besloten dat wij als echtpaar niet op de zaal met alleen maar mannen zouden komen te liggen. Wij blij.
De rest van de middag kunnen we douchen, ons installeren, de foto’s en verslagen klaar maken, eten en drinken, de wasmachine gebruiken, onze regenkleding en schoeisel en was buiten drogen (want de zon schijnt al weer, en alles waait heerlijk droog).
Later op de middag komen de andere zes Spaanse mannen als groep binnen, en dan zien we dat dit de zes Spaanse pelgrims zijn die gisteren tegelijk met ons Benavente uit liepen. Hier komen onze wegen dus weer samen in deze pelgrimsherberg.
Vanavond gaan we uit eten bij een pizzeria in het centrum van La Bañeza, nadat we eerst onze boodschappen voor morgen hebben gehaald bij een supermarkt in het stadscentrum.