zondag 1 november 2026

Eeuwig Licht in de Sint-Vituskerk van Stiens

Zondag 1 november 2026
 
Vesper in de sfeervolle Sint-Vituskerk van Stiens

Vesper in de Sint-Vituskerk 
Vanavond komen we bijeen in de goed gevulde Sint-Vituskerk van Stiens voor de vesper van de Protestantse Gemeente te Stiens.
Het thema van deze vesper is: Eeuwig Licht.
De voorganger vanavond is dominee André Priem, en muzikale medewerking wordt verleend door organist Harry Maring (kerkorgel) en door de VituStinsCantorij van Stiens (vocaal). 
Deze vesper krijgt een bijzonder accent, omdat wij in deze avondviering ook stilstaan bij de recente 
heropening van de inmiddels gerestaureerde Sint-Vituskerk.
In dit voor ons allen zo vertrouwde Godshuis van onze kerkelijke gemeente te Stiens vierden wij recent - en onze voorouders al eeuwenlang - samen geloof, hoop, liefde en verbondenheid. We hopen dat wij dat - en ook ons nageslacht - nog lang mogen voortzetten.

Eeuwig Licht
Voorafgaand aan de viering luisteren we in de sfeervol heringericht dorpskerk naar het orgelspel van Harry Maring.
Bij aanvang van de vesper wordt in deze vernieuwde kerk opnieuw het licht van Christus ontstoken door voor het eerst weer een nieuwe Paaskaars aan te steken. Later wordt ook het licht van de kaars van Verbondenheid erbij ontstoken. 
We zingen in wisselzang afwisselend als cantorij, gemeente en samen. Het Psalmgebed van Lied 27B zingen we: De Heer is mijn Licht en mijn Heil. 
Het thema over licht klinkt in de hele viering door. Het licht van de Paaskaars is het licht dat leven geeft. 
Zonder licht is er geen leven; kunnen wij niet leven. 
God zorgt voor het licht, en Christus is het Licht van de wereld. En wij mogen dat licht uitstralen.
De bijbellezing gaat ook over licht, namelijk over de schepping van het licht, tijdens de Schepping van de wereld, zoals beschreven in het eerste bijbelboek Genesis. 
We luisteren in deze viering ook naar orgelspel in enkele variaties aangaande Het licht dat weer opnieuw begon, en bij de derde variatie wordt het nu dan verrezen licht vervlochten met een ander licht-lied, namelijk dat van Huub Oosterhuis, over Licht dat ons aanstoot in de morgen, voortijdig licht waarin wij staan.
De cantorij zingt de Lofzang van Maria, en dan gaan we samen in gebed, met tussen de voorbeden tussenzang van cantorij en gemeente.
We zingen het Lied 268 over de Goede Herder, als wij slapen, en ontvangen daarna de Zegen, en wel een dubbele, namelijk eerst met de aloude woorden van de Aäronitische (priester)zegen, direct daarop gevolgd door een Ierse zegenbede, in een Friese vertolking gevoelig gezongen door de twee cantorijleden Cees Buisman & Jelte van der Meulen. 
Deze vesper wordt afgesloten als wij luisteren naar een orgelwerk van componist Harry Maring (1951), door hem zelf vanavond in ons midden op kerkorgel gespeeld.

Gezellige drukte op de Boerenstreekmarkt van Alde Leie

Zaterdag 31 oktober 2026
 
Leuk dat je er bent in Alde Leie

De Boerenstreekmarkt van Alde Leie
Vlakbij het Friese dorp Alde Leie vind je de zogenoemde 'Nije Leije', bedoeld als een broedplaats voor natuurlijk ondernemen en toekomstbestendige initiatieven. 
Bij de Nije Leije wil men de natuur verbinden met ondernemerschap, en inventiviteit verbinden met vakmanschap, zulks met respect voor de natuur. 
Geprobeerd wordt om een gemeenschap te creëren, waarin ondernemende huurders, tuinders en vrijwilligers werken en elkaar ondersteunen.
Eén van de initiatieven in de Nije Leije is de zogenoemde Boerenstreekmarkt. 
Dat is een tweewekelijkse warenmarkt met een divers aanbod van lokaal geproduceerde producten, zoveel als mogelijk verkocht door de producenten - zoals de jagers, boeren en ambachtslieden - zelf. 
Veel van die producten worden door de markthandelaren op eigen terrein gemaakt, dus je zou kunnen zeggen dat het vooral producten zijn van de eigen - op z'n Fries - 'pôle'. 
Vandaag is de Boerenstreekmarkt weer open, en drie kwartier na openingstijd wandel ik samen met Aagje, Durkje en Jelke de grote warenmarkthal binnen, op zoek naar het lokale en regionale aanbod aan levensmiddelen, aangevuld met enig non food. 

Gevarieerd aanbod
Het is om 10:45 uur vanmorgen nog betrekkelijk rustig, dus je kunt nog even in alle rust bij alle marktstands langslopen, maar als we zo'n drie kwartier later klaar zijn met onze aankopen van deze biologische en lokale streekproducten, is er al een grotere toeloop aan belangstellenden.  
Het assortiment bestaat uit bijvoorbeeld: aardappelen, groenten, fruit, zuivelproducten, vlees en gevogelte, vis, vruchtensappen, kant-en-klare maaltijden, kruiden, biologisch gekweekte paddenstoelen, brood, maar ook bloemstukken en biologisch gefabriceerde verzorgingsproducten en textielartikelen, waaronder bijvoorbeeld handgebreide wollen sokken. 
In de horecahoek zijn consumpties te koop, die ter plekke ook genuttigd kunnen worden; ook een mooie plek overigens om elkaar even te ontmoeten, want de kijkers en kopers komen vanuit de wijde omtrek naar Alde Leie.

Wat hebben dinosauriërs te maken met het sluiten van de universiteit van Franeker?

Donderdag 29 oktober 2026
 
Tonen van de aangeboden brief over de sluiting van de Universiteit van Franeker

















Paleontologie en Franeker
Vanavond neemt wetenschapshistoricus Ilja Nieuwland ons tijdens de avond van de Vrienden van Tresoar in Tresoar te Leeuwarden mee in een stukje geschiedenis van de paleontologie. 
Voorafgaand en ook aansluitend vertelt Tresoar-directeur Arjen Dijkstra over de sluiting van de Universiteit van Franeker in 1811. 
Dat zijn wel twee heel verschillende onderwerpen, die toch met elkaar samenhangen. 
Hoe? 
Dat wordt duidelijk als vanavond het bestuur van de Stichting Freonen fan Tresoar zijn vriendengeschenk voor 2026 aan Tresoar aanbiedt.

Lezing van Arjen Dijkstra over de sluiting van de Universiteit van Franeker 
Arjen Dijkstra (1979) is directeur van Tresoar en promoveerde op een onderzoek naar wiskunde in Fryslân, met name aan de Universiteit van Franeker, in de zeventiende eeuw. Hij steekt als eerste van wal.
De 'Academia Franekerensis' was van 1585 tot 1811 de universiteit in de Friese stad Franeker, van start gegaan in de Mariakapel van Franeker.
Deze sluiting was en is nog steeds een pijnlijk punt voor veel Friezen. Dat heeft deels te maken met het cadeau dat Tresoar vanavond krijgt van de vrienden van Tresoar.
  • Na Leuven (nu België) kreeg in 1575 Leiden de eerste universiteit in het noorden van toenmalig Nederland, hetgeen bij de Spanjaarden bevochten moest worden. 
  • Het christendom en de religie speelden een belangrijke rol bij de oprichting en de instandhouding van universiteiten. 
  • Harderwijk kreeg een hogeschool in het jaar 1600. Die hadden geen promotierecht, wat Franeker – opgericht in 1585 – wel had. Zo kwamen overal in Nederland hoger onderwijsinstellingen, vooral ook gericht op het opleiden van predikanten, en medici.
  • Het ging de Franeker Universiteit heel goed, als een fantastische instelling voor de opleiding van theologen, van bijvoorbeeld Balthasar Bekker, die als dominee heel invloedrijk is geweest in zijn ambt. 
  • Bij de opheffing van de Franeker universiteit is de universiteitsbibliotheek overgedragen aan de voorganger van Tresoar, dus Tresoar heeft nu een imposante bibliotheek in huis. 
  • Begin 18e eeuw was de universiteit ook befaamd vanwege de studie van de praktische wiskunde, bijvoorbeeld ook gericht op de opleiding tot landmeters.
Aardbevingen, autoriteit, salamanders en dinosauriërs 
Daarna volgt de lezing van Ilja Nieuwland over  aardbevingen, over de autoriteit van Cuvier, over salamanders en dinosauriërs, en daarmee ook de relatie met de paleontologie.
De wetenschaps-historicus Ilja Nieuwland (1970) is verbonden aan het Huygens Instituut van de Koninklijke Nederlandse Academie voor Wetenschappen in Amsterdam. Daar ontwikkelt hij digitaal gereedschap voor historici in Nederland. Hij schrijft artikelen en boeken over onder andere paleontologie en promoveerde op een onderzoek over de invloed die de schenkingen aan Europese musea van gipsen afgietsels van een Diplodocus-fossiel door de Schots-Amerikaanse weldoener Andrew Carnegie in de vroege twintigste eeuw hadden op de Europese wetenschap.
Paleontologen doen wetenschappelijk onderzoek over het leven uit het geologische verleden, zulks aan de hand van fossielen en sporen van organismen.
  • De zeebeving van 1755 in Lissabon had ongeveer een hevigheid van 8 op de schaal van Richter. Dat leidde tot een aardbeving in Lissabon, waarmee de stad grotendeels (zo’n 80%) werd verwoest. Dat leidde overigens ook tot plunderingen en allerlei andere narigheid in de stad. 
  • Dit riep het vraagstuk op hoe die aardbevingen ontstonden. Men wilde dat verklaren als een natuurlijk fenomeen. Anderen wezen daarentegen op de mogelijke straf voor de ondraaglijke zonden van de mens van die tijd. 
  • De lage stad van Lissabon werd volgens strikt geometrische patronen herbouwd, en vooral ook aardbevingsbestendig, zoveel mogelijk conform rationalistische criteria volgens de kenmerken van de Verlichting. Veel werd strak gebouwd, zonder al te veel decoraties. Bij een tweede aardbeving later bleek er veel minder schade te zijn, dus kennelijk heeft deze bouwstijl wel geholpen.
  • Voltaire beschreef die Lissabonse aardbeving, en kreeg veel aandacht voor zijn boek daarover, niet alleen onder filosofen, maar ook onder bestuurders.
  • Daarna kwam de Franse Revolutie in 1789 en kwam de overgang naar een meer rationalistische wereld. In die tijd werden bijvoorbeeld standaarden gesteld, zoals bijvoorbeeld voor afstanden. 
  • Georges Cuvier (1769-1832) – een niet-Franse protestant – maakte carrière in Frankrijk. Cuvier was heel goed in het uitleggen van de natuur, en in het leggen van de verbanden in de natuur, zelfs verdergaand dan op de wijze waarop er toen al over werd gedacht. Hij probeerde ook het diverse Franse onderwijs te standaardiseren. Hij krijgt op zijn denkbeelden toch ook wel heel veel sociale kritiek. Toch wordt hij bij heel veel vraagstukken betrokken, maakt daarbij gebruik van zijn autoriteit en zijn machtspositie en van zijn toch wel autoritaire karakter. Hij is overigens wel gevoelig voor zijn positie in de maatschappij.  
  • Hij is ook bekend geworden als een soort vader van de paleontologie. Hij komt met de stelling dat dieren ook kunnen uitsterven, zoals olifanten, mammoeten en mastodonten. Hij neemt afstand van Lineüs, de hoofdautoriteit van de bestudering van dierenleven. Cuvier gebruikt zijn autoriteit bij zijn stelling dat diersoorten kunnen uitsterven. 
- Lamarck schreef over de overerving van eigenschappen.
- Darwin zegt dat de niet-aangepaste dieren doodgaan, en dat de wel aangepaste dieren blijven bestaan.
- Geoffroy St. Hilaire spreekt over de eenheid qua organische compositie.
  • Cuvier is echter meer van de school die stelt dat de functie van het dier de vorm van het dier bepaalt. Uitsterven gebeurt volgens hem in catastrofes. En het opbouwen van iets nieuws wordt dan aan God toegeschreven.
  • De autoriteit van Cuvier is ondanks zijn missers toch wel heel lang intact gebleven.
  • Als hij onder druk wordt gezet is hij niet bereid concessies te doen, maar zonder of met minder druk wilt hij nog wel eens meebewegen met zijn critici.
  • Hij was eigenlijk de eerste maatschappelijke wetenschapper.
3. Arjen Dijkstra
Dan gaat Arjen Dijkstra verder: deze Cuvier wordt ondermeer naar Franeker gestuurd om te onderzoeken of de Franeker universiteit al dan niet open moet blijven.
Napoleon vraagt zich namelijk af of al die kleine universiteiten wellicht niet wat efficiënter kunnen gaan werken. Cuvier moet dat onderzoeken, en gaat langs Europese instellingen voor hoger onderwijs in Napoleons rijk.
Friezen schenen en bleken volgens Cornelii Ekama bijzonder vaardig in de wiskunde, dus wellicht zou Franeker open kunnen blijven als ze zich zouden specialiseren in de wiskunde. De rector vraagt om de Franeker universiteit niet te sluiten, maar om daarentegen meer te gaan investeren in deze Franeker universiteit. 
Cuvier schrijft dan op waar de Franeker universiteit goed in in, bijvoorbeeld in het opleiden van landmeters. Cuvier had wel degelijk oog voor de kwaliteiten van de universiteit van Franeker (en  van Groningen). 
Toch bleef de Groninger universiteit open, en gaat  de Franeker Universiteit dicht. 
Cuvier schreef in 1811– met groot verdriet - een brief over de sluiting van de Franeker Universiteit. En díe originele brief krijgt Tresoar vanavond officieel aangeboden door de Freonen van Tresoar. 
Vijf jaar later gaat de Franeker universiteit weer open, echter nu als hogeschool, waar dan nog 35 jaar mensen worden opgeleid in een HBO-achtige opzet.
Het archief en de bibliotheek van de voormalige Franeker  universiteit liggen hier in Tresoar; het meubilair van de universiteit is achtergebleven in Franeker. 
Volgens Arjen Dijkstra heeft de Franse Georges Cuvier twee missers gemaakt, namelijk:
1. Op het terrein van de paleontologie miste hij de kans om een dinosauriër te definiëren;
2. Op het terrein van hoger onderwijs miste hij de kans om de universiteit van Groningen te sluiten, in plaats van die van Franeker.

In een interview dat hierop volgt, wordt Arjen Dijkstra gevraagd waarom hij het origineel van deze brief van Cuvier zo graag wilde hebben, en hoe hij tot het idee kwam om de Freonen van Tresoar te vragen om deze brief voor Tresoar te kopen. 
Het bleek trouwens niet eens zo’n groot probleem te zijn om deze brief aan te kopen via een veiling. Die kostte namelijk nog geen duizend euro. Het veilingburo heeft trouwens niet willen vertellen uit welke particuliere collectie deze brief afkomstig is.

zaterdag 31 oktober 2026

Ervaringsverhaal over Oekraïne & Stichting Hope for Ukraine

Woensdagavond 28 oktober 2026 
Moeder Arma & zoon Jetze zijn actief in Oekraïne

Presentatie van Arma & Jetze Regeling
Vanavond organiseert de werkgroep Vorming & Toerusting van onze Protestantse Gemeente te Stiens een avond-programma waarin enkele vormen van humanitaire hulpverlening in Oekraïne centraal staan.
Sprekers zijn moeder Arma en zoon Jetze Regeling, die ieder op eigen wijze actief zijn in een vorm van christelijke hulpverlening van de Nederlandse Stichting Hope for Ukraine.
Ze geven ons vanavond een kijkje in het werk in en de betrokkenheid bij Oekraïne via die Stichting Hope for Ukraine.
Deze christelijke hulpverleningsstichting organiseert onder andere zogenoemde herstel- en bemoedigingsreizen, en draagt zorg voor humanitaire hulptransporten; volgend jaar al zo'n 50 hulptransporten, hetgeen betekent dat zo'n transport op een vrijdag uit Nederland vertrekt, dat de vrijwilligers een week onderweg zijn naar en door Oekraïne en dat ze dan zondag weer thuiskomen in Nederland.
  • Er wordt daar in Oekraïne gewerkt aan bemoediging van slachtoffers van oorlogsgeweld en aan fysiek herstel van gebombardeerde, beschadigde gebouwen.
  • De Stichting Hope for Ukraine werkt ook samen met regionale organisaties, om haar werk in Oekraïne mogelijk te maken.
  • Jetze & Arma werken vooral in de Oekraïense regio van de hoofdstad Kyiv en Irpin, waar ze bijvoorbeeld ook brood en voedselpakketten bezorgen.
  • Oekraïeners houden heel erg vast aan hun geloof, dat óók de motivatie is van Arma & Jetze, hetgeen ze vanavond bijvoorbeeld illustreren met het opwekkingslied ‘Wij zien Jezus’, over dat de wereld soms onzeker, rauw en hard kan zijn; maar: wij zien Jezus, dwars door onmacht en pijn heen.
  • Gerben Huisman, de oprichter van de Stichting Hope for Ukraine, is een kennis van Jetze, die Jetze indertijd uitnodigde om eens mee te gaan op een humanitaire reis naar Roemenië, waar een weeshuis voor Oekraïense  kinderen is gevestigd. Daar heeft Jetze ondersteuningswerk gedaan, en hij was toen ook één dag in Oekraïne, waar hij door anderen werd uitgenodigd om iets te komen doen in Oekraïne,. Dat deed Jetze in 2024 gedurende twee maanden, waar hij toen bijdroeg aan verschillende projecten.
  • Voor Jetze zijn ouders was het natuurlijk moeilijk om hem naar dit land in oorlog te laten gaan, hetgeen er uiteindelijk daarentegen zelfs toe heeft geleid dat ook moeder Arma haar bijdrage is gaan leveren voor en in Oekraïne. Zij meldde zich aan voor met name de bemoedigingsreizen. 
  • In 2025 waren Jetze en Arma beiden - en ook samen - in Oekraïne. Het is trouwens wel begrijpelijk dat ook Arma haar ouders er aanvankelijk nog wel moeite mee hadden dat hun dochter naar Oekraïne ging. 






















Enkele thema’s die vanavond aan bod komen
  • 1. Special Needs programma: daar is Jetze mee bezig geweest. Hier gaat het om activiteiten gelijktijdig organiseren voor kinderen en hun ouders.
  • 2. Community: vrouwen maken bijvoorbeeld camouflagenetten, maken kaarsen, om zo met het materiaal de mannen in het leger aan het front te ondersteunen. 
  • 3. Rebuilding Week: hier gaat het om het herstel van huizen die zijn afgebrand, gebombardeerd, zijn vernietigd. Bij de herbouw en restauratie hebben de mensen ondersteuning nodig. Sommige gezinnen wonen nog maar in één resterende kamer van een beschadigd huis. Vaak worden aan beschadigde woningen extra kamers toegevoegd om het gezinnen iets gemakkelijker te maken. Het is dankbaar werk, en ook gezellig om dat met elkaar te doen. Bouwmaterialen zijn er wel, maar geld ontbreekt om het bouwen mogelijk te maken. Zodra er geld is, wordt met bouwen begonnen.
  • 4. Herstelreis: we kijken naar een filmpje van het mediateam, waarin wordt getoond dat het ook gezellig is om met elkaar aan herstel te werken in Oekraïne. 
  • 5. Mental Hospital: militairen die in een 'mental hospital' zitten, hebben daar drie weken de tijd om te herstellen van hun oorlogsleed. Als er voldoende geld is, kan zo'n verblijf naar behoefte soms iets langer duren. Doel is zoveel mogelijk om daarna weer terug te gaan naar het front. Deze militairen  stralen een zekere trots uit, en zijn dankbaar dat de hulpverleners voor hen aanwezig zijn. 
  • 6. Hulpverlening: er worden familiebezoeken gedaan aan familieleden van militairen, en ook wordt aandacht geschonken aan vrouwen van wie hun man is vermist of is omgekomen in de oorlog. 
  • 7. Roma: ter bemoediging worden ook de Roma-zigeuners bezocht, die momenteel leven op een vuilnisbult, waar ze bijvoorbeeld voedselpakketten krijgen uitgereikt.
Gevolgen van de oorlog
  • We bekijken met zijn allen foto’s van vernietigde gebouwen, auto’s, woonkamers.
  • Oekraïeners maken allerlei herinneringsplekken voor de omgekomen landgenoten, meestal mannen. Het is confronterend om foto’s te zien van omgekomen soldaten die bijvoorbeeld van je eigen leeftijd zijn. De grafvelden staan vol met nationale blauw-gele vlaggen, en indrukwekkend is daar te constateren dat er omgekomen mensen liggen die nog heel kort geleden zijn omgekomen. De grafvelden groeien zienderogen. 
  • De vrijwilligers van de stichting hebben meegereden in een herdenkingsstoet in Oekraïne. Omstanders gaan dan op één knie langs de weg zitten, om te knielen voor de passerende stoet. Dat is ronduit een heftig moment om mee te maken.
  • Oorlog is verschrikkelijk, maar vrijwilligers zoals Arma & Jetze beleven er ook mooie momenten. Zo worden er ook vriendschappen voor het leven gesloten, dus ook dat is er.
  • Afsluitend luisteren we naar het lied ‘God of this City’ van Chris Tomlin: 'Greater things have still to be done here'.

vrijdag 30 oktober 2026

Tsjerke- en Swalkerspaed van de Provinciewandelgids Fryslân

Woensdagmiddag 28 oktober 2026
 
Frjemd bij de brug over de Wimerts in Abbegeasterketting

















Provinciewandelgids Fryslân
Wandelroutemaker Bart van der Schagt ontwikkelde in de loop der jaren veel wandelroutes, zoals de welbekende NS-routes en de zogenoemde Groene Wissels.
Zijn focus is breder dan alleen maar natuur en landelijk gebied, want met zijn routes wil Van der Schagt de wandelaars ook laten genieten van leuke dorpjes en gezellige stadjes, kortom niet alleen onverharde routes, maar inclusief de beleving van dorpen & steden en natuur & landschap.
Vandaag wandelen Durkje en ik een route uit zijn in 2023 verschenen wandelgids 'Provinciewandelgids Fryslân'. 
Deze wandelgids bevat 22 wandelroutes, waarvan de diversiteit de karakteristieke kenmerken en de grote verscheidenheid van onze provincie Fryslân laten zien. Van deze 22 wandelroutes gaan er 19 door landschap & natuur (waarvan 4 op de Friese Waddeneilanden) en 3 zijn groene stadswandelingen door Dokkum, Franeker en Leeuwarden. Deze wandelroutes variëren van 5 tot 23 kilometer per route.
In de wandelgids staat van elke route een globaal oriëntatiekaartje, en de link naar de website waar je een meer gedetailleerde kaart en ook een gps-track kunt downloaden.

Route 16 - Tsjerke- en Swalkerspaed
Vanmiddag lopen Durkje en ik Routenummer 16, met een lengte van 15 kilometer, die als titel heeft: Tsjerke- en Swalkerspaed.
Startplaats en eindpunt van deze route is het treinstation van de Friese Elfstedenstad IJlst. 
Deze gevarieerde route gaat door het Friese polderlandschap eerst naar Oosthem, en dan met een grote bocht ten noorden van de Wimerts langs boerderijen naar het terpkerkje van Abbega, en dan over een historisch kerkpad door weilanden via Feytebuorren en Pikesyl en dan nog eens door de weilanden naar Oosthem en tot slot langs het Easthimmer Mar terug naar IJlst.
Tsjerkepaed verwijst in dezen naar het historische kerkpad dat dwars door de weilanden loopt tussen Abbega en Feytebuorren, en Swalkerspaed duidt op het graspad door de weilanden tussen Pikesyl en Oosthem.
We vertrokken eerder vanmorgen vanuit Feinsum vlak vóór 8:00 uur, en reden eerst naar de rand van Sloten, waar we onze ochtendwandelronde begonnen.
Bij aanvang van deze wandeldag was het 6 graden Celsius. Het weer is vandaag heerlijk warm zonnig voor de tijd van het jaar, nauwelijks bewolkt, en geen hinderlijke wind. 
Vanochtend liepen we vooraf al het rondje van 11 kilometer vanuit Sloten, waarmee onze wandelafstand vandaag 11 + 15 = 26 kilometer is. Bij terugkomst later vanmiddag in IJlst is het 14 graden Celsius. Al met al is het dus heel mooi herfstweer voor een lange dagwandeling.

Via Oosthem en Abbegeasterrige naar Abbegeasterketting
We beginnen deze middagronde bij het kunstwerk van de Nooitgedagt Beitel tegenover het treinstation van IJlst.
Vanaf dat treinstation lopen we over het wandel- en fietspad parallel aan het spoor over de Zuidwesthoekweg naar de Cingelweg, die we na het kruisen van het spoor op gaan om naar Oosthem te wandelen. 
In dit dorp passeren we op de Nessenwei de Johanneskerk met haar opvallend witte kerktoren, die je van ver in de omtrek steeds wijst op de kerk van Oosthem.
We gaan het dorp uit op nog steeds de Nessenwei, op weg naar het buurtschap Abbegeasterrige. 
In het gehucht verandert de straatnaam in de Rige, die we tot aan het eind uit lopen, tot waar die over gaat in de Nijewei. Hier op deze T-kruising gaan we verder in zuidelijke richting over de Abbegeasterketting, vanwaar we door het open polderlandschap achter ons nog steeds Abbegeasterrige zien liggen.
In Abbegeasterketting gaan we met de ophaalbrug over de Wimerts (ofwel Bolswarder Zeilvaart), ter hoogte van het beeld 'Frjemd', waar met dit monument de geschiedenis van Abbegea in de Tweede Wereldoorlog wordt geëerd, omdat hier destijds meer onderduikers zaten dan er inwoners waren. En verder legt dit kunstwerk ook de link naar de vraag hoe gastvrij we vandaag de dag omgaan met nieuwkomers en vluchtelingen. Het eerste Friese openluchtspel van Abbega was trouwens ook aan deze thematiek gewijd.

Van Abbega op het kerkpad door het veld naar Feytebuorren
Om 14:15 uur wandelen we de bebouwde kom van Abbega binnen. Vóór ons zien we de Gertrudiskerk staan.
Voorin Abbega verlaten we overigens het dorp ook al heel snel, om de verharde weg te verruilen voor een tegelpad dat het open veld in gaat, langs de oever van een brede vaart.
Het smalle veldpad is het kerkpad door de weilanden tussen het dorp Abbega en het buurtschap Feytebuorren.
Op dit voetpad door de graslanden passeren we onderweg twee boerderijen die midden in het open polderlandschap staan als kleine eilandjes in het groen. 
Ongeveer twintig minuten later arriveren we vanuit het veld in het buurtschap Feytebuorren, met de eeuwenoude kerk in zicht. Drie zwarte schapen zijn ondanks het schrikdraad uitgebroken uit hun weiland, en lopen kalm vóór ons uit over het tegelpad.
In Feytebuorren maken we een rondgang rond de markante Bartholomeüskerk, en constateren we dat de kerkdeur is gesloten, dus we kunnen er niet zo naar binnen lopen.
Er staat ook geen bankje in de direct nabijheid, dus onze hier beoogde lunchpauze moeten we nog even uitstellen.
Bij het verlaten van dit buurtschap lopen de drie schapen al op de dorpsstraat, dus wij gaan met een boogje om hen heen door de berm, en na het passeren van de drie, drijven we ze weer terug in de richting van het kerkpad in het weiland.

Van Kotsyl & Westhem naar Pikesyl
Over De Kat lopen we Westhem binnen, waarin we al snel bij Kotsyl via de betonnen brug een vaart kruisen.
Direct daarna verlaten we al de bebouwde kom van Westhem, voortgaand over De Kat.
En dan - op de Hissedyk net vóór de bebouwde kom van Pikesyl - zien we bij een huis een bord staan met daarop de tekst 'Rustplek voor wandelaars en fietsers' en een picknickbank, waar we graag gebruik van maken voor onze melk met broodjes-lunchpauze. De rug gekeerd naar de wind maakt dat we hier prima kunnen zitten.
Daarna wandelen we de bebouwde kom van Pikesyl binnen.

Swalkerspaed van Pikesyl naar Oosthem
In Pikesyl verlaten we de Pikesyl/Pikedyk, omdat we nu het Swalkerspaed tussen Pikesyl en Oosthem op gaan.  
Verderop verlaten we de betonweg en gaan we over een heel smal oeverpad het open veld weer in.
Dit smalle pad dicht op de sloot links en het vlak langs het werkende schrikdraad rechts van ons maakt het mogelijk om verderop voorbij een houten hek een hoge kade op te gaan, waar we comfortabeler kunnen lopen.
Op de hoge wal van de Bloedsloot ligt het karkas van een grote snoek boven op de hekkelspecie. De snoek is waarschijnlijk recent uit de brede sloot gehekkeld, op de bult hekkelspecie terecht gekomen, waar het niet weer terug kon spartelen in de sloot, en door de vogels tot prooi is geworden, want alleen de vissenhuid en het karkas resteren nog van deze onfortuinlijke snoek.
Ondanks het feit dat we nauwgezet de wegwijzers van het wandelknooppuntennetwerk volgen, blijkt even later dat we te dicht op de Wimerts zijn gekomen, want bij de polderdijk aangekomen, zien we bij het nieuwe huis dat hier momenteel wordt afgebouwd in het geheel geen bewegwijzering meer, en bovendien geeft de routekaart aan dat we iets zuidelijker langs sloten hadden moeten lopen. 
Maar niet getreurd, want we kunnen prima over de hoge polderdijk en aan de voet van de polderdijk langs De Wimerts verder lopen, totdat we op het smalle Hernepaed komen waar we langs De Wimerts Oosthem weer binnenlopen.

Langs de Easthimmer Mar terug naar IJlst
In Oosthem steken we via de draaibrug De Wimerts over, en ook dan weer passeren we de witte toren van de Johanneskerk van Oosthem.
Op de terugweg naar IJlst nemen we echter niet dezelfde weg terug als de heenreis, maar gaan we door de woonwijk van De Himmen naar het jachthaventje van Oosthem, van waar we het smalle voetpad langs de Easthimmer Mar nemen naar de Parallelwei nabij IJlst.
Om 16:30 uur wandelen we dan de bebouwde kom van IJlst binnen.
Dan hoeven we alleen nog maar terug te lopen in de richting van het treinstation, om tenslotte nabij de Stadsweg terug te keren bij onze daar geparkeerde auto. 
Met de auto rijden we tot slot terug naar Feinsum.

donderdag 29 oktober 2026

Ministad en Maximeer van de Provinciewandelgids Fryslân

Woensdag 27 oktober 2026
 
Elfstedenfontein Kievit in het Friese Sloten
Provinciewandelgids Fryslân
Wandelroutemaker Bart van der Schagt ontwikkelde in de loop der jaren veel wandelroutes, zoals de welbekende NS-routes en de zogenoemde Groene Wissels.
Zijn focus is breder dan alleen maar natuur en landelijk gebied, want met zijn routes wil Van der Schagt de wandelaars ook laten genieten van leuke dorpjes en gezellige stadjes, kortom niet alleen onverharde routes, maar inclusief de beleving van dorpen & steden en natuur & landschap.
Vandaag wandelen Durkje en ik een route uit zijn in 2023 verschenen wandelgids 'Provinciewandelgids Fryslân'. 
Deze wandelgids bevat 22 wandelroutes, waarvan de diversiteit de karakteristieke kenmerken en de grote verscheidenheid van onze provincie Fryslân laten zien. Van deze 22 wandelroutes gaan er 19 door landschap & natuur (waarvan 4 op de Friese Waddeneilanden) en 3 zijn groene stadswandelingen door Dokkum, Franeker en Leeuwarden. Deze wandelroutes variëren van 5 tot 23 kilometer per route.
In de wandelgids staat van elke route een globaal oriëntatiekaartje, en de link naar de website waar je een meer gedetailleerde kaart en ook een gps-track kunt downloaden.

Route 17 - Ministad en Maximeer
Vanmorgen lopen Durkje en ik eerst Routenummer 17, met een lengte van 11 kilometer, die als titel heeft: Ministad en Maximeer. 
Startplaats en eindpunt van deze route is de parkeerplaats tussen het Sleattemer Gat en de Rûnwei bij de Friese Elfstedenstad Sloten. 
Deze route gaat eerst door Sloten met haar nog nagenoeg oorspronkelijke structuur en omwalling, en daarna gaat het grotendeels door een weids en licht glooiend gaasten-landschap. Na het doorkruisen van het Van Coehoornbosk gaat het dan op naar het Slotermeer en over een graspad langs dat Sleattemer Mar, en dan weer terug naar Sloten.
Ministad verwijst in dezen naar Sloten (Sleat) als één van de kleinere Friese elf steden, en Maximeer duidt op het Sleattemer Mar, dat één van de grotere Friese meren is.
We vertrekken vanuit Feinsum vlak vóór 8:00 uur, en rijden dan naar de rand van Sloten, waar we onze auto rond 8:45 uur parkeren aan de Rûnwei net buiten het stadje.
Bij aanvang van deze wandeldag is het 6 graden Celsius. Het weer vandaag is heerlijk warm zonnig voor de tijd van het jaar, nauwelijks bewolkt, en geen hinderlijke wind. 
Vanmiddag lopen we hierna ook nog een rondje van 15 kilometer vanuit IJlst, waarmee onze wandelafstand vandaag 11 + 15 = 26 kilometer is. Bij terugkomst later vanmiddag in IJlst is het 14 graden Celsius. Al met al is het dus heel mooi herfstweer voor een lange dagwandeling.

Van start in Sloten
Waar we op weg naar het stadscentrum de Koestraat in lopen, staat het prachtige kunstwerk van de Elfstedenfontein Kievit. Daarbij staat nu ook een met Hollandse geveltjes beschilderde olifant van het zojuist afgelopen kunstproject Elephant Parade. We zullen onderweg door en bij Sloten nog veel meer divers geschilderde olifanten passeren.
We steken de stadsgracht over, en gaan verder over de Voorstreek langs de gracht.
Bij de Lemsterwaterpoort aangekomen, zien we ook de hoog gebouwde stadsmolen aan het Bolwerk Zuidzijde.
Dan gaat het door het oude stadscentrum in westelijke richting verder, totdat we op de Dubbelstraat de stadsgracht buiten het stadsbolwerk passeren.  
Dan moeten we in zuidelijke richting op de Arjen Rypkemaweg even opletten, want in de bocht van die weg verlaten we de verharde weg, om het open veld in te gaan. Daar lopen we met een ruime bocht om Sloten heen door de weilanden van It Breimer Bûtenfjild over de graspaden van achtereenvolgens het Arend en Jeltsjepaadsje, het Jurjen en Geartsjepaadsje en het Struners Leantsje.

Menno van Coehoorn in Wikel
Verderop op het verharde fiets- en wandelpad bij de jachthaven van Sloten aangekomen, gaat de route verder langs de brede Ie.
Over eerst de Bonnebrekkenwei en verderop over de licht glooiende Gaestfjûrwei gaat het dan voort naar het buurtschap Iwert, waar we de plaats Wikel binnenlopen.
In Wikel komen we langs de Vaste Burchtkerk, maar die is helaas gesloten.
Dit betekent dat we niet in de gelegenheid zijn om de kerk binnen te bekijken, en daarbij een bezoek te brengen aan het indrukwekkende witte praalgraf van de Friese vestingbouwer Menno van Coehoorn.
Daarom lopen we over de Menno van Coehoornweg direct door naar het Wikelerbos, ook wel het Van Coehoornbosk genoemd. Dit bos doorkruisen we over de Meerenstein langs de ijsbaan en het sportveld naar de plaatselijke camping. Aan de kentekenborden van de geparkeerde en rijdende auto's kun je zien dat hier ook ettelijke chalets worden bewoond door vluchtelingen uit Oekraïne, die hier een veilig heenkomen hebben gevonden voor de actuele oorlog tussen Rusland en Oekraïne, waar we vanavond trouwens ook nog aandacht aan zullen schenken in Stiens.

Sleattemer Mar
Na het verlaten van dit Wikeler Bosk gaan we via de Menno van Coehoornweg en de Lytse Jerden in noordelijke richting naar het Sleattemer Mar (Slotermeer).
In een ruime bocht van de Lytse Jerden staat weer zo'n beschilderd kunstwerk; deze keer niet van een olifant, maar van een badeentje. 
Daar gaan we de grasdijk op van de Wikeler Hop. Even later arriveren we op de oever van het uitgestrekte en door riet omzoomde Sleattemer Mar.
Nu blijven we lang de grasdijk volgen langs het Sleattemer Mar. Links zien we diverse watervogels, onder onze wandelschoenen het groot aantal gaten en gangen vanwege de actuele veldmuizenplaag, rechts van ons een gaskanon waar foeragerende ganzen mee worden verjaagd, die overigens verderop waar niet zo'n knalapparaat staat wel in groten getale foerageren, en op de dijk grazen schapen.
Dan passeren we het mini-strand van het meer van Everts Dykje, en gaan we terug in zuidelijke richting over een drassig veldpad vlak langs de sloot.

Terug naar Sloten
Als we dan het meer achter ons hebben gelaten, komen we terug op de Lytse Jerden en wandelen we parallel aan het Sleattemer Gat terug naar Sloten. Hier staat ook weer zo'n beschilderde olifant van de Olifanten Parade, hier fel rood van kleur.
Ter hoogte van het Elfstedenkunstwerk van de Reedrydster gaan we rond 11:00 uur door een tunneltje onder de Rûnwei door.
Aan de andere zijde gaat het dan verder langs het 1e Kanon van Sloten en over de Sneker- of Woudsenderpoort het stadje Sloten weer in, om nog eens weer langs de Elfstedenfontein Kievit het stadscentrum van Sloten te verlaten.
Op de parkeerplaats aan het Sleattemer Gat vinden we een bankje heerlijk in de volop schijnende najaarszon, waar we onze broodjes- en koffiepauze houden, alvorens we in de auto stappen om naar IJlst te rijden, waar onze middagrondwandeling straks zal aanvangen.

maandag 26 oktober 2026

Gezinsweekend 2026 in Waskemeer

Zondag 25 oktober 2026
 
Grote tuin achter de vakantieboerderij tussen Waskemeer en Haulerwijk

















Eergisteren en gisteren
Eergisteren zijn Durkje en ik met al onze kinderen en kleinkinderen voor ons gezinsweekend 2026 bijeengekomen in een groepsaccommodatie aan de Haulerwijkstervaart tussen het Friese Waskemeer en Haulerwijk. 
Gisterochtend hebben we eerst een herfstwandeling gemaakt over en rond de stuifzandvlakte van de Bakkeveense Duinen op het Mandeveld ten oosten van Bakkeveen. Vooral voor de kleinkinderen waren de uitgestrekte zandvlakte met de dikke takken-rijke klimbomen en overal langs de paden een grote variatie aan paddenstoelen een lust. Vlak voordat het begon te regenen zijn we terug gereden naar de vakantieboerderij voor de lunch. Toen het weer in de middag beter was, konden de kleinkinderen heerlijk in de grote tuin achter de verblijfsaccommodatie spelen met onder andere de speelmiddelen die deze vakantieboerderij in de schuur op het erf klaar heeft staan voor buitengebruik. En ook binnen was er in de inpandige schuur van de voormalige boerderij volop gelegenheid voor tafeltennis en tafelvoetbal. Daarnaast boden de meegenomen spellen en de knutselkist volop mogelijkheden voor vertier. En de legpuzzel van 1.000 stukjes was overigens eergisteren direct al geheel gelegd.

Vandaag
Vanmorgen reizen we na het ontbijt af naar Grootegast, om een groot deel van deze gezinsdag door te brengen op het Museumplein Grootegast. 
In dat museum-complex bevindt zicht onder andere het Legio Museum. Dit museum is gewijd aan de geschiedenis en de wereld van Lego. Lego Nederland was van 1963 tot 1998 gevestigd in het huidige museumpand aan de Legolaan in Grootegast. Dit museum is sinds maart van dit jaar uitgebreid met een veel omvangrijker expositie op de bovenverdieping van deze grote museumhal, waarin aan de hand van originele Lego-sets in vitrines, uit alle tijdperken de Lego-geschiedenis wordt getoond. 
In driedimensionale miniatuurwerelden (diorama's) en in kijkkasten wordt een groot aantal bestaande en verzonnen scènes uitgebeeld, van bijvoorbeeld een Friese boerderij met windturbines tot het Academiegebouw van de Rijksuniversiteit Groningen.
Het motto van dit Lego-museum is: Kijken - Bouwen - Spelen, en dat kan door jong & oud hier volop worden gedaan, omdat er op verschillende werkplekken veel Duplo en Lego klaar ligt om er zelf mee te bouwen en te spelen.
Op de bovenverdieping wordt momenteel ook nog een telefoonmuseum ingericht, maar die is vandaag de dag nog niet geopend voor publiek. 
Aan de zijkant van de hal bezoeken we beneden ook het inpandige Vintage Motor Museum. Hier kun je enkele tientallen historische motoren uit het tijdperk van 1925 tot 1975 bekijken, uit het zogenoemde gouden tijdperk van engineering en design. Je vindt er allerhande klassieke motormodellen in nostalgische decors, zoals bijvoorbeeld een model van een motorenwerkplaats. De bijgeplaatste informatieborden geven van de motoren onder andere de technische specificaties, historische context en specifieke merkverhalen.
Om dit langdurige museumbezoek even met een etenspauze te onderbreken, gaan we voor onze middagmaaltijd naar het restaurant The American Dinner, ingericht als Amerikaans restaurant in 50-er jaren-stijl. 
En na dit middageten brengen we dan nog een bezoek aan de twee grote hallen van het Victory Museum 1940-1950, waar je in een indruk-wekkende uitstalling van alles te weten kunt krijgen over de Tweede Wereldoorlog, specifiek over de bevrijding van noord-Nederland.
Ook daarna hoeven we als ouders en grootouders er nog niet aan de denken om huiswaarts te keren naar onze verblijfsaccommodatie van Waskemeer, want weer terug gekomen op de bouw- en speelplek van het Lego-museum moet er vanzelfsprekend door vooral jong en ook oud nog volop worden gespeeld met Duplo en Lego.
Uiteindelijk rijden we dan toch weer terug naar Waskemeer. Dat één van de auto's onderweg een lekke band krijgt, lossen we snel op met een zogenoemde thuisbrenger-reserveband, en dan kunnen de kinderen in de tweede helft van de middag tot groot vermaak ook buiten nog in de tuin van de vakantieboerderij spelen.
Na het avondeten ruimen alle gezinnen hun spullen op, wordt het in de eigen auto's geladen, en rijden ze terug naar huis aan het begin van de avond. Durkje en ik maken dan nog een rondgang door het hele groepsverblijf voor een laatste check, en ook wij rijden dan terug naar huis, terugkijkend op een bijzonder geslaagd drie generaties-gezinsweekend.

vrijdag 23 oktober 2026

Beweeg mee! - Wanneer is dat oké?

Vrijdag 23 oktober 2026
 
Beweeg je mee?
Beweeg je mee? Ojaa 😊 … Ojee … Onee ☹
  • Hang je ook jouw vlag op de kop als je boer-buur dat doet?
  • Ga je ook (ultra-)rechts stemmen als een groeiende groep kiezers daarvoor kiest?
  • Blijf je in de kerk jarenlang hetzelfde doen, omdat je dan zo mooi binnen de lijntjes van de Kerkorde of van het Beleidsplan kleurt?
  • Waai je als een meedrijvend badeentje in de Stienser Feart maar stilletjes wat mee op de wind en golven van wat moderamen en kerkenraad voor jou bedenken?
Kerk-zijn in het krachtenveld van Christus staat komend kerkelijk seizoen ook in onze Protestantse Gemeente te Stiens centraal. 
Beweeg je dit jaar kritiekloos mee? Of nee?

Begin en einde van de Regiegroep en haar beweging
Ook in het komende kerkelijke seizoen zal duidelijker worden welke kant de kerkenraad van onze kerkelijke gemeente op wil bewegen en wie van de gemeenteleden daarop al dan niet gaan mee-bewegen. 
Dat een koers uitzetten in het krachtenveld van Christus moeilijk is en moeizaam gaat, is ons als kerkelijke gemeente wel duidelijk geworden. Even een terugblik:
Onze kerkenraad had aanvankelijk uit haar midden een Regiegroep in het leven geroepen in het kader van ons project ‘Kerk van de Toekomst’. Die Regiegroep was begonnen met het studie maken van onder andere bronnen zoals het boek ‘Samen Jong - kernwaarden van een kerk met alle generaties’. 
Hij pleit voor stil zijn en wachten, voor bezinning, en voor de ontmoeting met gezamenlijke geloofsverdieping, want in die geduldige samenkomst van gemeenteleden stroomt Gods kracht.
De Regiegroep stond klaar om in het kader van dát denken met de gemeenteleden aan de slag te gaan, maar de kerkenraad deelde die visie niet, kwam niet op één lijn met haar Regiegroep, en zette de Regiegroep in de wachtstand.
Dat – en ook andere spanningen - was toen in de ogen van enkele betrokken gemeenteleden een goed moment geweest voor een extern adviserende kerkvisitatie, maar moderamen en kerkenraad wilden daar niets van weten, want deze wind zou wel weer gaan liggen als je er openlijk maar niet teveel aandacht aan besteedt, zo was haar redenering.

Samen kom je verder, maar alleen kun je sneller
Dat visieverschil betekende het einde van de Regiegroep en van de beoogde beweging, met als gevolg dat het moderamen zelf het voortouw nam om een andere beweging op gang te brengen, door een andere draai te geven aan wat de Regiegroep wijs achtte voor onze gemeente.
We zien dat al in de huidige proef van zogenoemde intergeneratieve diensten, heel anders van aard, met een verscheidenheid aan drukte, met sport en spel en met allerhande creatieve uitstapjes tijdens de kerkdiensten van bijvoorbeeld het Pinksterfeest, rond het Avondmaal en tijdens de Startzondag. Het risico van steeds maar weer leuke activiteiten voor gemeenteleden van alle generaties organiseren in kerkdiensten is dat je het bijbelse verhaal en de betekenis ervan – de inhoud dus - verliest. Maar een kerk is geen evenementenburo.
Je kunt je afvragen of de kerk in het algemeen, en of onze gemeente in het bijzonder behoefte heeft aan al die goedbedoelde creativiteit en aan die grote verscheidenheid aan activiteiten in kerkdiensten. 
De zienswijze van de Regiegroep was dat de kerkelijke gemeente in deze tijd behoefte heeft aan een groter wordend vermogen om te luisteren, te bezinnen en stil te wachten, zoals de theoloog Andrew Root beweert.

Met vorm kun je sneller, maar met inhoud kom je verder
We leven momenteel in veel opzichten in een onzekere, spannende tijd. We weten van steeds meer bedreigingen, en realiseren ons maar al te goed hoe kwetsbaar en hoe klein we zijn. 
  • Hoe kunnen wij ons hiertegen geestelijk wapenen? 
  • Wat zegt de Bijbel daarover in Gods naam?
Als kerk, als protestantse gemeente, als gemeenteleden mag als onze opdracht van ons worden verwacht dat we vooral ook in deze tijd een goed verhaal hebben, dat gebaseerd is op het bijbelse verhaal, en dat we kerk-zijn in het krachtenveld van Christus.
God heeft ons in veel opzichten iets goeds te vertellen, en dat vraagt van ons vooralsnog een wachtende, luisterende houding. Daarin staat niet de vorm, maar de inhoud centraal.
Vanuit die alsmaar luisterende houding zullen we - als de tijd daartoe rijp is - opstaan, zullen we in beweging komen, zullen we als gemeente een beweging worden die binnen en buiten onze kerkelijke gemeente zegenrijk werk kan en zal verrichten. We doen al veel, maar het zou zomaar zo kunnen zijn dat we dan nóg beter worden op terreinen zoals pastoraat, diaconaat, missionair werk, duurzaamheid en oecumene.
Ik ben er stellig van overtuigd dat we vanuit de inhoud kunnen groeien, dat we een beweging kunnen worden die van essentiële betekenis is voor elkaar, voor de ander, en voor de Ander. In die beweging wil ik graag mee-bewegen. Dan zeg ik van harte: oké!

"Vader, God in de hemel, we komen tot U
om te vragen of we mogen groeien,
dat we wortels krijgen die uw liefde bereiken,
dat we blijven staan.

En laat uw Geest waaien,
dat we meebewegen in het krachtenveld van Uw liefde.

Dat bidden we U, in Jezus’ naam,
Amen"

(gebeden door ds. Albert-Jan Treur)

Column
Deze (mijn) column werd gepubliceerd in de Twaklank van oktober 2026.
Twaklank is het informatie- en opinieblad van de Protestantse Gemeente te Stiens.
 

donderdag 22 oktober 2026

Tichelpad

Donderdag 22 oktober 2026
 
Cover van de wandelgids 'Tichelpad'

Stichting Hannekemaaierspad
De Stichting Hannekemaaierspad is opgericht om cultuurhistorisch waardevolle wandelpaden te behouden. Om haar doel te bereiken, houdt deze stichting zich sinds 1999 bezig met het ontwikkelen van een wandelpadennetwerk van meerdaagse trektochten, die zijn gebaseerd op de historische reisroutes van de zogenoemde Hannekemaaiers, de trekkende seizoen-arbeiders die al vanaf circa 1600-1650 vanuit Duitsland in Nederland kwamen werken.
Deze stichting vindt het belangrijk dat de bovengenoemde cultuurhistorische paden blijven bestaan, want anders dreigen die meestal onverharde paden in rap tempo te verdwijnen. De stichting beijvert zich er derhalve voor om deze oude wandelpaden op te sporen, teneinde die cultuurhistorische wandelpaden op te nemen in wandelroutegidsen. Zo neemt de bekendheid ervan toe, en worden deze oude paden weer en meer belopen. 

Hannekemaaierspaden tussen Duitsland en Noord-Nederland
De stichting Hannekemaaierspad wil meerdere routes van Hannekemaaierspaden uitwerken. Daarbij wordt aangesloten op een oorspronkelijke trekroute van Bourtange via Bakkeveen naar Lemmer, en daar omheen komen uitbreidingen door het noorden van Nederland, vice versa tussen Duitsland en Nederland.
Een deel van de voormalige hannekemaaiers (1600-1900) ging vanuit Duitsland richting westen eerst aan de slag als veenarbeider in Nederlandse turfwinningsprojecten, voordat men verder trok naar de meer seizoensgebonden maaigebieden op de weidegronden in Fryslân.
Na de Nederlandse landbouwcrisis rond 1880 kwam er ook een omgekeerde stroom van trekarbeiders op gang.
De routes van het Hannekemaaierspad zijn beschreven in enkele handzame wandelgidsen, die zijn voorzien van wandelkaarten met bijbehorende routebeschrijvingen. Verder zijn de gidsen voorzien van achtergrondinformatie over met name de geschiedenis, cultuur en natuur.
Deze routes zijn overigens niet bewegwijzerd, en ze maken ook geen gebruik van het wandelknooppuntennetwerk.

Tichelpad – Hannekemaaierspad van Groningen naar Termunten
In eén van de wandelgidsen van het Hannekemaaierspad beschrijft George van der Peet de 95 kilometer lange trektocht van de Nederlandse stad Groningen naar het Groningse dorpje Termunten, beginnend bij de Martinitoren in de Groninger provinciehoofdstad en eindigend bij de Ursuskerk in Termunten. 
Dit Hannekemaaierspad van Groningen naar Termunten kreeg de naam: 'Tichelpad', verwijzend naar steenbakkers, steenovens en steenfabrieken.
Deze wandelgids legt aan de westzijde in de stad Groningen ook de verbinding met het Hannekemaaierspad van Groningen naar Leeuwarden.
Durkje en ik hebben bij de voorbereiding van het Tichelpad bewandelen, gebruik gemaakt van de Nederlandstalige digitale versie, en van de foutdruk van de Duitstalige eerste drukwerkversie van deze wandelgids, beide uitgegeven in het jaar 2021. Later - vlak voordat we de eerste etappe aanvingen - kregen we van de campingeigenaar van Camping Ekenstein te Appingedam ook nog de Nederlandstalige versie van deze wandelgids van het Tichelpad (2021).

Een trektocht door Groningen voor tichelaars
Deze wandelgids beschrijft in 4 etappes een route die van west naar oost door het noorden van de provincie Groningen loopt. Durkje en ik hebben ervoor gekozen om deze route niet in vier, maar in vijf etappes te wandelen, met een gemiddelde etappe-afstand van 19 wandelkilometer per dag.
Dergelijke routes werden tussen de 16e en de 20e eeuw als jaarlijks terugkerende tocht van Duitsland naar Nederland gelopen door marskramers, turfstekers, blekers, steenbakkers of grasmaaiers. Zulke Duitse mannelijke maar ook wel vrouwelijke trek-handelaren (in textiel), werkten soms zelfstandig, maar soms ook wel voor de Tödden (Duitse kooplui). Deze zogenoemde lapkepoepen (kiepkerels of marskramers) gingen in eerste instantie – onderweg doeken en lakens verkopend - van deur tot deur. 
Daarnaast richt deze wandelgids zich ook op de Duitsers die vroeger (circa 1650-1920) als grasmaaiers (hannekemaaiers) seizoensarbeid verrichtten voor bijvoorbeeld Friese (greid)boeren.
Maar het bleef niet alleen bij arbeiders, want deze regio was ook in trek bij Duitse predikanten, en mensen die een functie hadden in het leger en in het bestuur. Behalve economische, hadden deze Duitse migranten dus ook wel religieuze of politieke motieven om in het noorden van Nederland te komen werken.
Aanvankelijk liepen deze trekarbeiders, maar later werd ook wel gereisd in trekschuiten op turfvaartroutes naar bijvoorbeeld Groningen of Lemmer.

Tichelpad tussen Groningen en Termunten
Centraal in deze route is de aandacht voor de zogenoemde ‘tichelaars’, sinds circa 1650 voornamelijk Duitse ambachtslieden uit de omgeving van Lippe (ook wel de Lipskers genoemd), gespecialiseerd in het bakken van stenen. 
Deze route is deels gebaseerd op de oude Stadsweg uit de 15e eeuw tussen Groningen en Emden. De route voert langs oude landschapselementen en langs de plekken die voor de tichelaars van belang waren, zoals diverse herbergen. Bijzonder zijn de oude kerken, steenfabrieken, een voormalige veldoven, kunst van steen, tichelborgen, kalkovens en de architectuur langs de route.
 

Tichelpad in vijf etappes
Durkje en ik hebben het Tichelpad in de volgende vier etappes gelopen:

woensdag 21 oktober 2026

Diep vanbinnen wil de mens een machine zijn

Woensdag 21 oktober 2026
 
SGL-lezing van Tom Grosfeld over mens & machine

Mens en machine
Je kunt tegenwoordig bijna niet meer om Artificial Intelligence (AI; kunstmatige intelligentie)  heen. Ook filosofen discussiëren en beschrijven wat de effecten ervan op de mensheid zijn. 
Zo beschreef de Duits-joodse filosoof Günther Anders (1902–1992) halverwege de twintigste eeuw al hoe de mens, vergeleken met de machine, maar een achterhaald wezen is en zich daarvoor schaamt. Diep vanbinnen zou hij het liefst een machine zijn; niet geboren, maar gemaakt. Hij noemde dit gevoel ‘Prometheïsche schaamte’: de schaamte die je voelt wanneer je wordt geconfronteerd met de beschamend hoge kwaliteit’ van door de mens gemaakte dingen. 
Door de razendsnelle technologische ontwikkelingen, en vooral de opkomst van kunstmatige intelligentie, is de filosofie van deze 20e eeuwse filosoof actueler dan ooit.

AI en de menselijke reactie op de perfecte machine
Over deze thematiek verzorgt journalist-schrijver Tom Grosfeld vanavond een lezing van Studium Generale Leeuwarden in de Beurs te Leeuwarden. Daarin verkent Grosveld wat de filosofie van die filosoof Günther Anders juist in deze AI-tijden zo actueel en urgent maakt, maar ook wat er van de mens over blijft wanneer zijn schaamte alleen maar verder toeneemt. 
Die gevoelens van schaamte zijn namelijk alleen maar versterkt in de 21e eeuw; denk daarbij bijvoorbeeld aan de komst van het internet, de smartphone, de zelfrijdende auto en de ontwikkeling van kunstmatige intelligentie. 
Deze gevoelens zullen niet afnemen, maar - in tegendeel - nog verder versterken, want we zitten vast in een vicieuze cirkel: hoe beter machines worden, hoe minder bekwaam mensen hoeven zijn, waardoor de mens steeds kleiner lijkt tegenover de grenzeloze mogelijkheden van technologie.
Het thema van deze lezing luidt: ‘Diep vanbinnen wil de mens een machine zijn’, met als subthema: ‘AI en de menselijke reactie op de perfecte machine’.

Mens en/of ding
  • De mythe van Prometeus zegt dat alle dieren zijn uitgerust met passende vermogens, behalve de mens.  Maar een mens stal het vuur van de goden, schonk het aan de mensen, hetgeen erin resulteerde dat de mens symbool stond voor de mens als technologisch wezen. Alleen zo de mens zijn in de wereld.
  • En nu wil de mens gemaakt zijn, maar als mens realiseer je je dat je een minderwaardig mens bent. Alleen machines hebben in dat denken recht om trots te zijn.
  • De mens van nu schaamt zich inmiddels niet alleen maar voor diens gebrekkige lichaam, maar ook voor zij/haar beperkte denkkracht. 
  • De mens zal uiteindelijk kleiner worden ten opzichte van grenzeloze machines, bijvoorbeeld door een als het ware goddelijke AI, dat grenzeloze superintelligentie gaat worden.
  • We zijn in ons tijdsbestek betoverd door AI, tot bijna religieuze hoogtes, omdat we het niet kunnen begrijpen. Technologie wordt daarin tot God verheven, iets wat was, is en altijd zal zijn. Met alle eigenschappen en oneindigheden van dien.
  • De mens is nu meer dan ooit kleiner geworden ten opzichte van de machine. Wij zijn door technologie betoverd, en vervreemden ons van de wereld, worden en zijn incapabel.
  • AI roept nauwelijks weerstand op, en wij willen zo onfeilbaar worden als technologie. AI lijkt ons al geen angst meer in te boezemen. De mens is in het AI-tijdperk gereduceerd tot een soort computer met beperkte rekenkracht, in de hoop dat hij/zij nog wel geoptimaliseerd wordt.
  • Er zijn wel reserve-onderdelen van machines, maar niet van de mens. De mens is niet vervangbaar, en waarom is de mens eigenlijk geen massaproduct?
  • De mens verlangt ernaar onsterfelijk te zijn. We proberen er alles aan te doen om te ontkomen aan de dood. Bijvoorbeeld door het maken van foto’s van onszelf, waarmee we dan denken dat we enigszins onsterfelijk zijn. 
  • In onze poging ons leven te mechaniseren, doen we alsof wij computers zijn. Het zijn onze pogingen als mens om een ding te worden.
  • De mens mag dan wel buiten de natuur staan, maar maakt er desondanks toch onderdeel van uit. Dat is de gespletenheid van de mens.
  • De visie van de transhumanisten luidt: De wereld bestaat uit data. De singulariteit (zijnde: de toestand of het punt waarin normale regels, wetten of berekeningen niet meer geldig zijn of vastlopen) is in aantocht. De mens wordt daarin beschouwd als voorbereiding op een technologische God. 
  • Zou de mens als soort verdwijnen? Als we samensmelten met machines, zou de mens kunnen verdwijnen. Wat in data gevangen kan worden, blijft bestaan; en de rest van de mens zou in die visie verdwijnen.
  • Pogingen om grote IT-bedrijven te beperken, falen, waardoor ons menselijke falen onvermijdelijk wordt. De mens kan nog wel de enorme superintelligentie ontwerpen, en dan zelf ten onder gaan.
  • Als we niet zo technologisch vooruitstrevend waren geweest, hadden we als mens op aarde nog veel langer kunnen bestaan.
  • Dat we als mens verdwijnen, is het resultaat van het feit dat we als mens technologische wezens zijn.
Licht provocerend tegen-idee van Tom Grosman
  • Een digitaal bestaan als mens begrenst onze levens, waaraan we nauwelijks kunnen ontsnappen. We zouden eigenlijk een andere, niet digitale wereld moeten herscheppen
  • Zou nostalgie vervreemdend zijn, en/of zouden we ons daarmee als mensheid op aarde kunnen redden?
  • Zouden wij kunnen besluiten om terug te gaan door een deels niet-digitale wereld te gaan bewonen?
  • Er is onder aanhangers ervan al een analoge wereld aan het ontstaan, als een soort van vaag verlangen,  maar wellicht niet heel serieus verder uit te voeren. Wel verraadt dat onze vervreemding in deze digitale wereld, waarin een filter tussen de digitale wereld en ons bestaat.
  • Verschillende delen van ons leven  zat in afzonderlijke apparaten, waar we vroeger heel aandachtig mee bezig waren (bijvoorbeeld analoog fototoestel, foto-album, bandrecorder). Die fragmentatie schept orde in ons leven.
  • Door de analogisering van onze privé-ruimte kunnen we weer contacten met andere mensen leggen, en neemt de invloed van technologie op ons leven af.
  • Door een groter wordende analoge wereld te creëren, zou de digitale praktijk steeds verder op de achtergrond geraken.
  • Die analoge wereld is goed op ons als mens afgestemd, wat kan leiden tot meer trots en minder schade.
  • Daarbij is overigens wel haast geboden!
Tot slot enkele vraagstellingen ter overdenking naar aanleiding van deze lezing
  • Als alles nu al is ingebakken in technologie, hoe ontsnap je daar dan aan?
  • Zouden wij de computer ook kunnen gebruiken om meer mens te worden?
  • Gaat de Big Tech Industry ons wellicht meer kosten dan dat het ons gaat opleveren?
  • Wordt er momenteel niet al te lauw gereageerd op wat AI ons op den duur gaat brengen of kosten?
  • Klopt het dat steeds meer mensen in deze wereld zichzelf kwijtraken?
  • Is het zo dat de macht van de systemen – dat je bijvoorbeeld heel veel al digitaal moet doen (bv. met een chatbox) – de macht over ons gaat overnemen?
  • Missen we wellicht verbeeldingskracht om te zien wat we onszelf met al die systemen aandoen?
  • Waarom blijven we de technologie toch steeds gebruiken? We weten immers dat dat de verkeerde kant op gaat.

Friese Wouden 1 van de Provinciewandelgids Fryslân

Dinsdagmiddag 20 oktober 2026
 
Na de oversteek door de paardenwei op het Schuinpad

















Provinciewandelgids Fryslân
Wandelroutemaker Bart van der Schagt ontwikkelde in de loop der jaren veel wandelroutes, zoals de welbekende NS-routes en de zogenoemde Groene Wissels.
Zijn focus is breder dan alleen maar natuur en landelijk gebied, want met zijn routes wil Van der Schagt de wandelaars ook laten genieten van leuke dorpjes en gezellige stadjes, kortom niet alleen onverharde routes, maar inclusief de beleving van dorpen & steden en natuur & landschap.
Vandaag wandelen Durkje en ik een route uit zijn in 2023 verschenen wandelgids 'Provinciewandelgids Fryslân'. 
Deze wandelgids bevat 22 wandelroutes, waarvan de diversiteit de karakteristieke kenmerken en de grote verscheidenheid van onze provincie Fryslân laten zien. Van deze 22 wandelroutes gaan er 19 door landschap & natuur (waarvan 4 op de Friese Waddeneilanden) en 3 zijn groene stadswandelingen door Dokkum, Franeker en Leeuwarden. Deze wandelroutes variëren van 5 tot 23 kilometer per route.
In de wandelgids staat van elke route een globaal oriëntatiekaartje, en de link naar de website waar je een meer gedetailleerde kaart en ook een gps-track kunt downloaden.

Route 19 - Friese Wouden 1 
Vanmiddag lopen Durkje en ik Routenummer 19, met een lengte van 13 kilometer, die als titel heeft: Friese Wouden 1.
Startplaats en eindpunt van deze route is het centrum van Beetsterzwaag, in de Hoofdstraat. 
Deze route gaat grotendeels over onverharde en halfverharde paden door bossen en door een coulissenlandschap rondom Beetsterzwaag.
Het thema 'Friese Wouden 1' van deze wandeltocht is zo genoemd, omdat het gebied waar we doorheen gaan, onderdeel is van de Friese Wouden. 
We waren eerder vanmorgen al vertrokken vanuit Feinsum vlak vóór 8:00 uur, en reden toen naar Bakkeveen, waar we de eerste ronde liepen. Bij aanvang van deze wandeldag was het 5 graden Celsius. 
Het weer vandaag is voor de tijd van het jaar aangenaam, nauwelijks bewolkt, prachtig zonnig, maar wel met een stevige koude wind. In het bos hebben we daar nauwelijks last van trouwens.
Vanochtend liepen we voorafgaand aan deze middagronde ook al een rondje van 12 kilometer vanuit Bakkeveen, waarmee onze wandelafstand vandaag 12 + 13 = 25 kilometer is. 
Bij terugkomst later vanmiddag in Beetsterzwaag is het 9 graden Celsius. Al met al is het dus heel mooi herfstweer voor een dagwandeling.

Door het Reigersbos naar het Kortehemsterveld
Als we vanuit Bakkeveen in Beetsterzwaag arriveren, parkeren we de auto aan de Molenlaan, en lopen we naar de Hoofdstraat, waar deze wandelronde begint.
Via de Pastorielaan en het Kerkepad Oost gaan we eerst naar de Sint Martens Dorpskerk, waar we op het kerkhof een driekwart rondje om de kerk maken. 
Dan verlaten we Beetsterzwaag over de Hoofdstraat in westelijke richting, waarbij we ook langs Huize Lyndenstein komen, waar inmiddels de vijf Dierenriembeelden na een rondgang door de provincie weer in de parktuin staan opgesteld.
Aan de westkant van Beetsterzwaag gaan we onder andere via de Helomareed en het Kerkepad West het Reigersbos in. Op het Schuinpad moeten we tussen twee klaphekken door de oversteek maken tussen een kudde paarden door, die hier grazen in de paardenwei. De paarden zijn nieuwsgierig en volgen ons tijdens onze oversteek op de voet.
Eén van deze paarden stelt zich alvast op vóór het klaphek aan de andere zijde van de oversteek, wellicht een kans ruikend om bij onze doorgang door het klaphek de paardenwei te kunnen verlaten. Ik duw het paard zacht naar achteren, en ga tussen het paard en het klaphek staan, om Durkje doorgang te geven, waarna ook ik door het klaphek kan, om het direct daarna te sluiten. Het paard ziet het in alle rust aan, en gunt ons de doorgang.
Even later volgt een prachtig pad door een lange singel in het Reigersbos. 
Na een eindje op It Mear gelopen te hebben, gaan we langs een akkerrand met maïsstoppels op de akker.
Dit pad voert ons naar een bospad, waarover we naar de Boerestreek lopen. 
Inmiddels zijn we dan aangekomen in het Kortehemsterveld.

Door een coulissenlandschap naar Olterterp
Daar waar de Boerestreek de Prikwei en de Boskwei kruist, moeten we een eindje door de smalle berm. Zo'n tien wegwerkers zijn hier bezig met het herasfalteren van dit kruispunt. Zoals de paarden zojuist, bieden ook deze wegwerkers ons vriendelijk de doorgang.
Een eindje verderop is de doorgaande weg ook versperd, want ook waar we de Himsterfinnen verlaten, ligt een stuk wegtracé helemaal klaar voor het opnieuw asfalteren.
Vlak ervóór gaan we een wandel- en fietspad op, en daar gaat het voort door dit mooie coulissenlandschap, gelegen tussen Beetsterzwaag en Drachten. 
Dat asfaltpaadje verruilen we voor een heel smal bospad, waar geen fietsers mogen komen, hetgeen hen overigens ook onmogelijk is gemaakt door het veelvuldig leggen van dikke takken en boomstammen dwars over het pad. Overigens is het pad grotendeels overwoekerd, en op sommige plekken is het ook voor voetgangers een kwestie van enigszins balanceren om op de been te blijven bij het passeren van de obstakels op het pad. Desondanks kunnen we altijd wel door.
Daar waar dit bospaadje uit komt op het Boppefjild wandelen we gelijktijdig ook de bebouwde kom van het buurtschap Olterterp binnen.

Van Olterterp terug naar Beetsterzwaag
Maar direct daarna verlaten we het Boppefjild al weer, omdat de route verder gaat over bospaden door het bos, op weg naar de Sint-Hippolytuskerk van Olterterp.
We maken - met een klein uitstapje van de route af - een rondje rondom deze 15e eeuwse kerk.
Bij Hotel Restaurant Het Witte Huis steken we de Van Harinxmaweg over. Daar ontmoeten we Richard Weel, een ex-collega van (NHL) Stenden Hogeschool, die inmiddels ook al met pensioen is gegaan, hier nu aanwezig met een kampeerbus. In een abri aan de doorgaande weg houden we onze lunchpauze.
Daarna gaan we achter Het Witte Huis de bossen van Olterterp in, waar we zo goed als mogelijk de beschreven - maar niet bewegwijzerde - route langs de bosvennen lopen. 
Op een gegeven moment zijn we de draad van de routebeschrijving kwijt, en maken we gebruik van de digitale routekaarten van Wandelnet, Routefabriek en Organic Maps om de route zo dicht mogelijk langs de route op het globale routekaartje in de wandelgids te volgen. Zo langzamerhand treedt de herfst al in hier in het bos, getuige de eerste verkleuringen van de boombladeren, die ook prachtig contrasteren met de helderblauwe lucht erboven. De zonneschijn maakt het dan ook nog extra mooi vanwege het zonlicht dat op de bomen valt.
Nog eens weer steken we de Van Harinxmaweg over, om dan om 15:15 uur over het Kerkepad Oost de bebouwde kom van Beetsterzwaag binnen te lopen. Daar passeren we dan ook de kerk waarin wij in 1983 ons huwelijk hebben laten inzegenen, met ernaast De Buorskip, de feestzaal waarin aansluitend toen onze bruiloft uitbundig werd gevierd.
Door de Overtuin van het Lycklamahuis komen we terug op de Hoofdstraat, waar deze wandelronde voor ons eindigt.
In de Molenlaan stappen we in de auto, en dan rijden we naar Drachten voor de koffievisite bij mim, waarna we aan het eind van de middag huiswaarts rijden.