dinsdag 18 augustus 2026

Pelgrimeren van Les Abrets naar Le Pin

Pelgrimsroute van Genève (Z) via Le Puy-en-Velay (F) naar Santiago de Compostela (S)
Via Gebennensis van Genève naar Le Puy-en-Velay
Pelgrimeren van Les Abrets naar Le Pin
Woensdag 29 juli 2026 – 16,0 km lopen & 13,2 km fietsen
Dag 9: 137,6 – 153,6 km
 
Pelgrimeren over schilderachtige veldpaden
















Via Gebennensis
Tijdens onze eerste pelgrimage van Durkje en mij wandelden we van 2005 tot en met 2012 van het Friese Sint-Jacobiparochie (NL) via het Franse Vézelay over de klassieke Franse pelgrimsroute van de Via Lemovicensis naar het Spaanse bedevaartsoord Santiago de Compostela.
Tijdens onze tweede pelgrimage van Durkje en mij wandelden we van 2011 tot en met 2015 vanuit het Franse Le Puy-en-Velay over de klassieke Franse pelgrimsroute van de Via Podiensis wederom naar het Spaanse bedevaartsoord Santiago de Compostela.
Vorig jaar (in 2025) liepen we de verbindingsroute voor pelgrims van de Via Lemovicensis naar de Via Podiensis, namelijk van Vézelay zuidwaarts naar Le Puy-en-Velay. 
Dit jaar (in 2026) lopen we de ruim 350 kilometer lange pelgrimsroute ‘Via Gebennensis’, van het Zwitserse Genève naar het Franse Le Puy-en-Velay. 
Dit is met name voor Duitsers, Oostenrijkers en Zwitsers een aanlooproute naar Le Puy-en-Velay, waar ze dan doorstarten op de klassieke Franse pelgrimsroute van de Via Podiensis.
Bij het pelgrimeren op de Via Gebennensis maken we gebruik van drie pelgrimsgidsen, namelijk de Duitstalige van Renate Flori (in 18 etappes, versie 2023, Rother), de Duitstalige van Hartmut Engel (50 tracé’s, versie 2025, Conrad Stein Verlag) en de Frans-Duitstalige van Henri Jarnier (15 etappes, versie 2024, Association Rhône-Alpes des Amis de Saint-Jacques)). 
Wij zijn van plan deze verbindende aanloop-pelgrimsroute in 20 etappes te lopen.

Eerst van Le Pin naar Les Abrets
Vandaag wandelen we van de Via Gebennensis de 9e etappe, van Les Abrets naar Le Pin, over een etappe-afstand van 16 kilometer. We stijgen daarbij van 400 naar 520 meter hoogte, maar we stijgen onderweg ook een keer naar 560 meter hoogte in Valencogne.
De wekker wekt ons om 5:30 uur in onze caravan op Camping Rural de Montchardon in Oyeu, onze uitvalsbasis voor deze derde serie van vier wandeldagen.
Na het ontbijt verlaten we de camping om 6:30 uur, en rijden we met de auto – met beide fietsen achterop het fietsenrek - vanaf de Camping Rural de Montchardon van Oyeu naar Le Pin, waar we de auto stallen bij de Saint-Christophe-kerk.
Vervolgens fietsen we van Le Pin naar Les Abrets, want hier begint vandaag onze etappe.
Het is vanmorgen al 18 graden Celsius als we vertrekken. Het is onbewolkt met de hele dag volop zon. De temperatuur stijgt tijdens deze etappe vandaag naar 34 graden Celsius. Heel regelmatig voelen we een zacht verfrissend windje, dus al met al is het heel mooi – wel warm - wandelweer tijdens deze etappe.

Van Les Abrets naar La Rochette 
Na dat we in Les Abrets de fietsen op slot hebben gezet op Place Cuchet, en de rugzakken vertrekklaar hebben gemaakt, lopen we eerst nog even naar het café-terras om daar een kop koffie te drinken, alvorens we van start gaan met onze volgende etappe.
We beginnen vandaag om 8:00 uur met deze etappe, en lopen vanuit het centrum van Les Abrets dan eerst naar de ommuurde begraafplaats. Daar staat een betonnen pilaar met daarop een gele Jacobsschelp, en op de plaquette erbij staat geschreven dat alle pelgrims een goede pelgrimage wordt gewenst.
Hier gaan we een veldpad op, waarmee we Les Abrets verlaten.
Het eerste buurtschap waar we doorheen komen, is La Rochette.
We lopen over een veldpad tussen de graanstoppelakkers door.
Aan beide kanten van het karrenspoor liggen de grote strorollen nog op het land, met links van ons op de verre achtergrond nog vaag de hoge bergen van de Savoie, waar we vandaan komen.
Dan wandelen we langs een boerderij, waar men zelf ook kaas maakt. De koeien staan samengedrukt tegen een hoog hek op het erf, kijkend naar die twee pelgrims, die voorbij gaan.
Drie kwartier na vertrek zijn we op een hoog punt aangekomen, vanwaar we al een mooie terugblik krijgen op Les Abrets in het dal achter ons.

Via Vieux Saint-Ondras klimmen naar Valencogne
Vervolgens lopen we over een mooi veldpad met links en rechts akkers en graslanden.
Rechts op een grasland ligt een lange bult ruige mest, zoals je dat in Frankrijk veel ziet. Die mestbulten blijven soms heel lang – ook wel jaren - onaangeroerd op het land liggen.
In Vieux Saint-Ondras passeren we een voormalige boerenhoeve, waar op het woongebouw ‘La Ferme’ staat genoemd.
De oude schuur staat er achter op het erf.
We klimmen veelvuldig, en komen dan in de bocht van de weg op een duidelijk hoogtepunt, waarop twee grote zendmasten staan opgesteld.
Dan om 9:45 uur krijgen we voor het eerst het zicht op de bebouwing van Valencogne.
Korte tijd daarna wandelen we de bebouwde kom van Valencogne binnen. 
We passeren een opvallend gedecoreerd wegkruis.

In en rond de kerk van Valencogne
Dan komen we bij de grote kerk van Valencogne.
Gelukkig staat de kerkdeur open, en kunnen èn gaan we direct naar binnen.
Rechts en links in de kerk zijn twee grote panelen aan de muur bevestigd, waarop veel valt te lezen en te bekijken omtrent het pelgrimeren naar Santiago de Compostela.
Bij één van die panelen over de vier klassieke pelgrimswegen door Frankrijk staat een houten beeld van Sint Jacobus.
En rechts van dat paneel hangen een Jacobsschelp en een wandelstaf met daaraan een kalebas aan de muur; ofwel de attributen waaraan je de pelgrim kunt herkennen.
Ook hangt daar een drieluikje met daarop drie verschillende kunstuitingen in de regio, aangaande het pelgrimeren naar Santiago de Compostela.
Tegen de achterwand hangt een banier, die met een Jacobsschelp ook verwijst naar het pelgrimeren.
In een zijkapel is een hoekje ingericht, waarin je een stempelsticker kunt krijgen om die als stempel te plakken in je pelgrimspaspoort, hetgeen we doen.
Hierboven en boven het gastenboek op tafel hangt een houtsnijwerk dat de Sint-Jacobsschelp voorstelt.
En links ervan staat een beeldje van Sint Jacob. Veel in deze kerk verwijst dus naar het pelgrimeren.
We kunnen gebruik maken van het openbare toilet naast de kerk, en onze koffiepauze genieten we in de schaduw met een fris windje op de stenen trap vóór de kerk. 

Via Le Brandoux richting Lac de Paladru 
Enkele meters terug - achter de kerk – staat in een kapelletje het beeld van Sint Jacob.
De heilige Jacobus heeft zijn ogen gericht op de route die de pelgrims door het dorp dienen te vervolgen.
Links ervan hangt overigens ook nog een wegwijzer die verwijst naar Santiago de Compostela.
We gaan in de afdaling het dorp uit, maar onder in de vallei aangekomen, gaat het direct al weer omhoog, tot we een laan in gaan ter hoogte van een holle boom.
Verderop gaat het voort over een prachtig karrenspoor tussen weiden en akkers.
Ook hier wordt de pelgrimsroute goed bewegwijzerd.
Tegen twaalf uur lopen we door een heerlijk schaduwrijk hol bospad.
In het buurtschap Le Brandoux staat nog een oude waterput bij een huis.
En verderop op een heuveltop zien we een groene bolle boom, waaruit aan allerlei kanten de takken grillig uitsteken.
De veldpaden waarop we lopen, worden ook gebruikt door passerende mountain bikers, die getuige de richtingwijzers de fiets tracks 65 en/of 66 rijden. Ze passeren ons met behoorlijke snelheid, dus we moeten nu en dan even goed aan de kant om hen veilig voorbij te laten gaan.
Verderop horen we een kerkklok twaalf uur slaan.
Een kwartier later krijgen we vanaf grote hoogte het Lac de Paladru voor het eerst te zien.
Even is het meer voor ons uit het zicht, maar vijf minuten later zien we weer een groot deel van het vijf kilometer lange meer. Bij ons op de camping staat een Franse zeilleraar, die zes maanden per jaar zeilles geeft op dit Lac de Paladru.

Le Pin
Tegen half één krijgen we dan voor het eerst de kerk en haar omliggende gebouwen van Le Pin in zicht. Dit is onze bestemming voor vandaag.
We doen dan nog wel even over de laatste afdaling, maar om 12:45 uur staan we in het centrum van Le Pin bij de dorpskerk.
Bijzonder van deze kerk is dat de kerktoren op haar zijden twee klokken onder elkaar heeft. Boven in de toren hangt het mechanische uurwerk, en eronder hangt een zonnewijzer.
We gaan de Saint-Christophe-kerk binnen. Het is een eenvoudige kerk, maar het interieur is wel rijk versierd.
Decoratief zijn de veelkleurige kerkramen.
Als we de kerk bezichtigen, komt een vrouw de kerk in, en ze doet de verlichting in de kerk voor ons aan. 
Tot onze verrassing spreekt ze Vlaams. De vrouw vertelt geboren te zijn in India, en als kind verhuisd te zijn naar Oeganda, omdat vader daar werk kreeg. Onder druk van de toenmalige Oegandese dictator Idi Amin moest de familie het land uit, en vestigde de familie zich in België. Daar heeft ze haar man leren kennen, die werk kreeg in Frankrijk, waardoor het stel verhuisde en woonde in Parijs. 25 jaar geleden kreeg de man werk in deze regio, en verhuisden ze naar Le Pin. Ze is Hindoe, maar is inmiddels al 15 jaar lang de sleutelhoudster van deze rooms-katholieke kerk. Ze woont met haar man tegenover de kerk, en verricht alle voorkomende werkzaamheden, zoals het dagelijks openen en sluiten van de kerk, het faciliteren van huwelijken, dopen en begrafenissen, en het inzamelen van kleding voor daklozen. Prachtig om te zien met hoeveel toewijding deze vrouw klaarstaat voor wie gebruik wenst te maken van deze kerk. Haar kracht is ook het spreken van vele talen, en daarmee geniet ze zo vaak van haar contacten met mensen van allerlei origine.
Buiten vinden we onder een afdak een geschikte plek voor onze lunchpauze, en daarna rijden we met de auto terug naar Les Abrets, om daar onze fietsen af te halen, alvorens we terugkeren naar de camping in Oyeu.

Pelgrimeren van Grésin naar Les Abrets

Pelgrimsroute van Genève (Z) via Le Puy-en-Velay (F) naar Santiago de Compostela (S)
Via Gebennensis van Genève naar Le Puy-en-Velay
Pelgrimeren van Grésin naar Les Abrets
Maandag 27 juli 2026 – 18,3 km lopen & 14,4 km fietsen
Dag 8: 119,3 – 137,6 km
 
Op een veldpad tussen Romagnieu en Bénie



















Via Gebennensis
Tijdens onze eerste pelgrimage van Durkje en mij wandelden we van 2005 tot en met 2012 van het Friese Sint-Jacobiparochie (NL) via het Franse Vézelay over de klassieke Franse pelgrimsroute van de Via Lemovicensis naar het Spaanse bedevaartsoord Santiago de Compostela.
Tijdens onze tweede pelgrimage van Durkje en mij wandelden we van 2011 tot en met 2015 vanuit het Franse Le Puy-en-Velay over de klassieke Franse pelgrimsroute van de Via Podiensis wederom naar het Spaanse bedevaartsoord Santiago de Compostela.
Vorig jaar (in 2025) liepen we de verbindingsroute voor pelgrims van de Via Lemovicensis naar de Via Podiensis, namelijk van Vézelay zuidwaarts naar Le Puy-en-Velay. 
Dit jaar (in 2026) lopen we de ruim 350 kilometer lange pelgrimsroute ‘Via Gebennensis’, van het Zwitserse Genève naar het Franse Le Puy-en-Velay. 
Dit is met name voor Duitsers, Oostenrijkers en Zwitsers een aanlooproute naar Le Puy-en-Velay, waar ze dan doorstarten op de klassieke Franse pelgrimsroute van de Via Podiensis.
Bij het pelgrimeren op de Via Gebennensis maken we gebruik van drie pelgrimsgidsen, namelijk de Duitstalige van Renate Flori (in 18 etappes, versie 2023, Rother), de Duitstalige van Hartmut Engel (50 tracé’s, versie 2025, Conrad Stein Verlag) en de Frans-Duitstalige van Henri Jarnier (15 etappes, versie 2024, Association Rhône-Alpes des Amis de Saint-Jacques)). 
Wij zijn van plan deze verbindende aanloop-pelgrimsroute in 20 etappes te lopen.

Eerst van Les Abrets naar Grésin
Vandaag wandelen we van de Via Gebennensis de 8e etappe, van Grésin naar Les Abrets, over een etappe-afstand van 18,3 kilometer. We beginnen en eindigen daarbij op een hoogte van 400 meter hoogte, maar we dalen onderweg ook een keer naar 213 meter hoogte.
De wekker wekt ons om 5:30 uur in onze caravan op Camping Kanoti in Yenne, onze uitvalsbasis voor deze tweede serie van vier wandeldagen.
Na het ontbijt verlaten we de camping om 6:45 uur, en rijden we met de auto – met beide fietsen achterop het fietsenrek - vanaf de Camping Kanoti van Yenne naar Les Abrets, waarin we de auto stallen bij de Carrefour-supermarkt.
Vervolgens fietsen we naar Grésin, want hier begint vandaag onze etappe.
Het is vanmorgen 17 graden Celsius als we vertrekken. Het is eerst nog bewolkt en later op de dag half bewolkt met flinke zonnige perioden. De temperatuur stijgt tijdens deze etappe vandaag naar 29 graden Celsius. Heel regelmatig voelen we een zacht verfrissend windje, dus al met al is het heel mooi wandelweer tijdens deze etappe.

Van Grésin via Bordet naar Côte Envers
Na dat we in Grésin de fietsen op slot hebben gezet bij de Mairie van Grésin, en de rugzakken vertrekklaar hebben gemaakt, lopen we om de dorpskerk heen, en begint hier onze volgende etappe.
We beginnen vandaag met een fikse afdaling de vallei in.  
Daarbij komen we langs een woonhuis met een schuur aan de overzijde van de weg. In de opening van de schuur staat een gedekte tafel met een mooi aanbod van eten en drinken voor de voorbijtrekkende pelgrim. Koffie, gekoelde dranken, zakken walnoten, dus volop keus.
Er staat ook een stempel op tafel, die we gebruiken om een stempel in onze pelgrimspaspoorten af te drukken.
Het eerste buurtschap dat we vandaag doorkruisen, is Bordet.
In Bordet slaan we rechtsaf, om dan verder af te dalen naar de beek van Côte Envers, waarbij we langs een bonenakker komen, waarop de bonen al flink aan het rijpen zijn.
Voordat we bij de beek arriveren in het beekdal, komen we ook nog langs een graanstoppelakker.
Nadat we uit het beekdal zijn geklommen, komen we langs een Chambre d’Hôtes-overnachtingsaccommodatie.
Verderop zijn twee bouwlieden bezit met een dakreparatie.
Daarna komen we langs een bijzonder huis, dat dicht aan de weg staat.
Op de gevel en ook op de zijmuur en op de achtermuur staan allerhande muurschilderingen.
Omdat we al weer behoorlijk hebben geklommen over de berghelling links van de vallei, krijgen we een mooi uitzicht over de gebouwen van woonhuizen, boerderijen en bedrijfsgebouwen diep in het dal rechts van ons.

Door bos en open veld naar Pigneux 
Op een gegeven moment maakt een wegwijzer duidelijk dat we de comfortabele asfaltweg dienen te verlaten, om die te verruilen voor een behoorlijke klim over een bospad. Her en der zijn bomen omgevallen in het bos, en die liggen soms op het pad.
Dan moeten we er even over heen stappen, en in andere gevallen kunnen we er bijvoorbeeld heel goed rechtop onderdoor lopen.
Dit mooie pad eindigt waar we het open veld weer in gaan. Daar draaien we direct al om een huis heen, waar men momenteel bezig is met een uitgebreide verbouwing. Het erf ligt vol met allerhande bouwmateriaal, en aan het huis te zien, gaat het ook nog geruime tijd duren voordat alles gereed is.
Aan het eind van dit stijgende veldpad komen we uit bij een huis op een doodlopende asfaltweg. Die weg gaan we op, en daar krijgen we dan van grote hoogte het eerste zicht op de plaats Saint-
Genix-sur-Guiers, waar we nu naar op weg zijn.
Rechts bij dat eerste huis staat een schuur met daarin en erbij een ratjetoe aan oude gebruiksvoorwerpen en andere zaken.
Voordat we aankomen in Saint-Genix-sur-Guiers komen we nog door Pigneux. Daar staat de grote kapel Notre-Dame de Pigneux langs de pelgrimsroute.
De kapeldeur staat open, dus we gaan naar binnen, waar we enkele vrijwilligers ontmoeten, die druk bezig zijn met de grote interieurschoonmaak van de kerk. 
Ze maken duidelijk dat we er prima tussendoor kunnen lopen om de kapel te bezichtigen.
De kapel heeft een kleurrijk interieur, waaronder ook het koor.
Maar ook de fresco’s van de muren en de kapelramen zijn prachtig.
Als we buiten komen, zien we de prachtige gevel.
En boven in de gevel zien we nota bene drie grote Jacobsschelpen.
Op deze plek stond al vanaf de 8e eeuw een gebedshuis, dus in de afgelopen eeuwen zullen heel veel pelgrims hier langs zijn gekomen om te bidden of - net als wij - de kapel te bezoeken.

Grensplaats Saint-Genis-sur-Guiers
Om 9:50 uur wandelen we de bebouwde kom van Saint-Genis-sur-Guiers binnen.
Links van de weg loopt de helling van een grasland steil naar beneden. Enkele koeien staan ons gade te slaan bij ons voorbijgaan.
Door een kleine oude stadspoort lopen we even later de oude binnenstad in. 
In het stadhuis – ofwel Hotel de Ville – krijgen we op ons verzoek direct en op vriendelijke wijze ieder een gemeentestempel in onze pelgrimspaspoorten.
De pelgrimsgids volgend, zouden we nu direct de stad al moeten verlaten, maar dat doen we niet. We gaan namelijk eerst de binnenstad verder in, op zoek naar een postkantoor (is nog gesloten) en een café voor onze koffiepauze.
Maar eerst brengen we een bezoek aan de stadskerk in het centrum, naast het café.
Het is een forse kerk, met twee extra zijbeuken en tevens een schitterend roosvenster.
Weer buiten gekomen, worden we aangesproken door een Franse jongeman, die ons vraagt waar hij wellicht werk zal kunnen vinden. Hij verblijft sinds kort bij zijn vriendin, die nu bij hem is, en die verderop werk heeft. Tijdens zijn verblijf hier wil hij graag een baantje voor drie of vier uren per dag, maar hij weet niet waar hij moet beginnen te zoeken in deze ook voor hem vreemde stad. We verwijzen hem naar het stadhuis, want wellicht dat één van die vriendelijke dames van de receptie hem verder op weg kan helpen. Dat gaat hij doen.
Als tegenprestatie voor dit advies belt hij voor ons een camping zo’n 70 kilometer verderop om te vragen of wij daar vanaf morgen vijf nachten kunnen overnachten. Dat regelt hij in een ommezien, dus zo hebben we elkaar mooi kunnen helpen.
Nu gaan we koffiedrinken in het Cafés des Sports naast de kerk.
Om 10:45 uur verlaten we Saint-Genix-sur-Guiers als we via de rivierbrug de rivier de Guiers oversteken.

Loslopende schapen op asfalt is Normal
Deze rivier de Guiers is de grensrivier tussen de departementen Savoie en Isère.
Dus we wandelen nu een volgend departement in als we aan de overzijde van de rivier het plaatsje Gare de l’Est (Isère) binnenwandelen
Aan de overzijde van de rivier gaan we direct linksaf, om dan een heel lang traject parallel aan de meanderende Guiers te lopen. 
Daarbij passeren we een eind verderop ook het Lac de Romagnieu, dat momenteel – duidelijk zichtbaar - in gebruik is als recreatiemeer.
Voorbij dit meertje nemen we een veldpad tussen akkers door, waar een boer zijn akker ploegt.
Als we op een asfaltweggetje in de richting van de A43 lopen, zien we twee schapen op de weg lopen bij een woonhuis met een groot erf.
Als we het huis passeren, de hond begint te blaffen, en de eigenaar om de hoek kijkt wat er loos is, attendeer ik de man op de twee loslopende schapen. Hij bedankt voor de tip, en roept hartelijk terug dat dat hier bij hem ‘normal’ is.
Enkele minuten later steken we via een viaduct de autosnelweg A43 over.

Het chateau en de gakkende ganzen van Romagnieu
Aan het eind van het viaduct moeten we direct linksaf, en dan lopen we door Romagnieu langs het oude chateau van het dorp.
Als we voorbij het dorp vanaf de asfaltweg over een erf een veldpad op moeten gaan, beginnen twee waakganzen op het erf luidruchtig te gakken.
We zijn hier toch wel op het juiste pad, want een houten richtingbordje wijst ons de weg richting St.-Jacques de Compostelle.
Wij lopen langs de gakkende ganzen als de eigenaar even lachend om de hoek komt kijken wat er op zijn erf aan de hand is.
We gaan een schitterend veldpad op, tussen allerlei akkers door.
Langzaam klimmen we omhoog naar een asfaltweg, als we verderop een ree vanuit het veld die asfaltweg zien oversteken, om dan te verdwijnen achter een groep bomen.
Wij steken die asfaltweg ook over, en gaan voorbij een aantal huizen wederom een karrenspoor op, om hogerop het bos Bois de Fayet in te lopen.

Bénie 
Het volgende dorpje dat we doorkruisen, is Bénie. In het centrum passeren we het houten Croix de Bénie.
Daar is ook en rustplek voor pelgrims bij ingericht. Een naambord erbij maakt dat duidelijk.
We willen een eindje verderop pauzeren, dus we lopen verder door het dorpje.
Voorbij Bénie maken we de afdaling naar de openbare wasplaats, die daar op een beekje is gebouwd. Daar ligt een dikke kei bij, waarop we gaan zitten voor onze tweede koffiepauze van vandaag, nu inclusief broodjes.
Verder lopend, komen we langs een schuur langs de weg, die volgestouwd ligt met strorollen.
Bij die schuur staat een oude, roestige machine, waarvan ik vermoed dat het een oude betonmixer is.

La Bruyère in en uit en in en uit
Rond één uur zijn we in het dorpje La Bruyère aangekomen.
Op een laag punt in La Bruyère komen we langs de openbare wasplaats.
Maar deze keer is het een bijzondere wasplaats, want op de kopgevel ervan zijn enkele schilderingen aangebracht.
Dat zijn alle schilderingen die te maken hebben met het hele wasproces van kleding.
Als we ogenschijnlijk het dorpje verlaten, doen we dat over een erf waarop van alles is te zien.
En ook de inhoud van de schuur op het erf zou de nodige tijd gaan kosten om dat allemaal te gaan bekijken.
We maken voorbij het erf een klim en komen bovenaan dat veldpad uit bij een kombord van La Bruyère, dus we zijn het dorp nog niet uit, want hier begint ook een deel van de dorpskom.
Als we La Bruyère dan toch wèl uit zijn, gaan we weer een mooi veldpad op, ook weer klimmend.

Fraai boszoompad voorbij Vérou 
Bovenaan het pad – als we weer op een asfaltweg uitkomen - staat in het weiland rechts van ons een aantal koeien met grote horens bij een voederbak.
Het laatste plaatsje waar we nog doorheen komen voordat we ons eindpunt bereiken, is Vérou.
Verderop maken we over een halfrond lopend boszoompad tijdens een afdaling een buitengewoon royale bocht om een aantal akkers heen. Links in de berm zien we een uitgebrande motor liggen, die ziende op de staat ervan hier misschien al wel jaren ligt.
Fraai is de graanstoppelakker met erop een aantal strorollen. De zon schijn schitterend over de akker, waardoor de graanstoppels heel mooi goudgeel kleuren.
Rechts van het pad, verscholen in de bomen en door planten overwoekerd, staat een ruïne van wat ooit een deel van een huis is geweest nog hoog en fier overeind.
Waar dit lange halfronde boszoompad bovenaan de akkers op een kruispunt van wegen eindigt, staan drie afgedankte stoelen, waarop Durkje even plaatsneemt voor een hele korte rustpauze, alvorens we de laatste paar kilometers nog lopen.

Internationale postzegels als uitdaging in Les Abrets
Nadat we een stukje over asfalt hebben gelopen, worden we weer een halfverhard pad op gestuurd. Het lijkt er wel op dat dit een spoorpad is op een voormalig treintracé, maar zekerheid daarover krijgen we niet.
Wel steken we bovenaan dit pad linksaf op fikse hoogte een dubbele spoorlijn over via een spoorviaduct.
En dan om 14:15 uur lopen we een buitenwijk van Les Abrets binnen.
Door brede straten lopen we naar het oude centrum van de stad. Vlak voordat we het centrum bereiken, zien we op de onderzijde van een muur een muurschildering van een breiende haas. 
De geschilderde breidraad loopt over de muur naar de grond, gaat dan verder over de stoep, en komt uit bij een ronde steen, die is beschilderd als een kluwen breiwol. Heel leuk om te zien, en origineel qua concept.
Rechts ervan staat het stadhuis, waar we een stadsstempel halen voor onze pelgrimspaspoorten. 
Een eindje verder van de route af kopen we postzegels in het plaatselijke postkantoor, wat qua aantal, qua prijsstelling en afrekenen voor de postkantoorbeamte – met hulp van een collega - alleszins nog een uitdaging blijkt te zijn. Maar het komt goed, en wij verlaten het postkantoor met de betaalde internationale postzegels.
Daarna lopen we door het centrum langs de grote kerk van Les Abrets.
Daar buigen we af naar rechts om verder te gaan in de richting van de begraafplaats, waar de route de stad uit zal gaan.
Wij slaan echter niet af naar de begraafplaats, maar lopen rechtdoor naar de Carrefour-supermarkt, waar we vanmorgen onze auto hebben geparkeerd.
In de auto rijden we terug naar Grésin, waar we onze fietsen afhalen, waarna we terug rijden naar de camping in Yenne.
Met deze etappe van vandaag sluiten we ons tweede blokje van vier wandeldagen op de Via Gebennensis af. Morgen verplaatsen we onze caravan, en dan gaan we verder met het derde van de vijf etappeblokken.

Pelgrimeren van Yenne naar Grésin

Pelgrimsroute van Genève (Z) via Le Puy-en-Velay (F) naar Santiago de Compostela (S)
Via Gebennensis van Genève naar Le Puy-en-Velay
Pelgrimeren van Yenne naar Grésin
Zondag 26 juli 2026 – 21,1 km lopen & 19 km fietsen
Dag 7: 98,2 – 119,3 km
 
Aankomst in Grésin

















Via Gebennensis
Tijdens onze eerste pelgrimage van Durkje en mij wandelden we van 2005 tot en met 2012 van het Friese Sint-Jacobiparochie (NL) via het Franse Vézelay over de klassieke Franse pelgrimsroute van de Via Lemovicensis naar het Spaanse bedevaartsoord Santiago de Compostela.
Tijdens onze tweede pelgrimage van Durkje en mij wandelden we van 2011 tot en met 2015 vanuit het Franse Le Puy-en-Velay over de klassieke Franse pelgrimsroute van de Via Podiensis wederom naar het Spaanse bedevaartsoord Santiago de Compostela.
Vorig jaar (in 2025) liepen we de verbindingsroute voor pelgrims van de Via Lemovicensis naar de Via Podiensis, namelijk van Vézelay zuidwaarts naar Le Puy-en-Velay. 
Dit jaar (in 2026) lopen we de ruim 350 kilometer lange pelgrimsroute ‘Via Gebennensis’, van het Zwitserse Genève naar het Franse Le Puy-en-Velay. 
Dit is met name voor Duitsers, Oostenrijkers en Zwitsers een aanlooproute naar Le Puy-en-Velay, waar ze dan doorstarten op de klassieke Franse pelgrimsroute van de Via Podiensis.
Bij het pelgrimeren op de Via Gebennensis maken we gebruik van drie pelgrimsgidsen, namelijk de Duitstalige van Renate Flori (in 18 etappes, versie 2023, Rother), de Duitstalige van Hartmut Engel (50 tracé’s, versie 2025, Conrad Stein Verlag) en de Frans-Duitstalige van Henri Jarnier (15 etappes, versie 2024, Association Rhône-Alpes des Amis de Saint-Jacques)). 
Wij zijn van plan deze verbindende aanloop-pelgrimsroute in 20 etappes te lopen.

Eerst van Yenne naar Grésin en terug naar Yenne
Vandaag wandelen we van de Via Gebennensis de 7e etappe, van Yenne naar Grésin, over een etappe-afstand van 21,1 kilometer. We stijgen daarbij van 227 meter naar 400 meter hoogte, maar we klimmen onderweg ook een keer over een bergtop van 835 meter hoogte, waardoor we netto sowieso 600 meter aan hoogte moeten klimmen. Het is dus op en top een ware klimdag.
De wekker wekt ons om 5:30 uur in onze caravan op Camping Kanoti in Yenne, onze uitvalsbasis voor deze tweede serie van vier wandeldagen.
Na het ontbijt verlaten we de camping om 6:45 uur, en rijden we met de auto – met beide fietsen achterop het fietsenrek - vanaf de Camping Kanoti van Yenne naar Grésin, waarin we de auto stallen bij de kerk en het gemeentehuis.
Vervolgens fietsen we – helaas in de regen - in onze regenkleding terug naar Camping Kanoti in Yenne, want hier begint vandaag onze etappe.
Maar hier drinken we eerst koffie, alvorens we lopend vertrekken richting Grésin.
Het is vanmorgen 16 graden Celsius als we vertrekken. Het is zwaar bewolkt en aanvankelijk regenachtig. De temperatuur stijgt tijdens deze etappe vandaag naar 24 graden Celsius. Het weer is instabiel, met vanmorgen lichte regen en later op de dag ook licht zonnig en warm. Verder is de atmosfeer nog wel enigszins drukkend en vochtig, maar ook dat neemt in de loop van de dag af. Jammer van die regen op de fiets vanmorgen, maar voor de rest is het prima wandelweer tijdens deze etappe, dus eind goed, al goed.

Van Camping Kanoti naar Chapelle Notre-Dame de l’Assomption
Als we de koffie op hebben op onze camping, en onze rugzakken gereed hebben gemaakt voor vertrek, gaan we om 9:10 uur op stap. 
We verlaten de camping om in Yenne de vervolgroute op te pakken. 
Buiten Yenne begint het direct al met een klim naar de kapel van Notre-Dame de l’Assomption.
Van notre dame Maria staat een groot beeld bovenop de kapel, en ook in de kapel zien we een beeldje van notre dame staan.
Als we van het kapelterrein af gaan, en het bergpad weer op willen gaan, zien we rechts van ons in de diepte de Rhône stromen, met over de rivier de brug ter hoogte van Yenne.
Links en rechts van het bergbospad zien we de bijzondere spelingen van de natuur, zoals parasitaire planten op het dode hout in het bos.
Het pad over de beboste berg gaat af en toe langs een (overstekende) rotswand.
De mossen en de parasieten zorgen regelmatig voor een sprookjesachtige sfeer van plekken die bezaaid liggen met dood hout, of waar dat nog wèl overeind staat.
Nu eens lopen we over steenachtige paden, en dan weer is het pad vooral rotsachtig.
Omdat het eerder vanmorgen al heeft geregend, blijft voorzichtigheid geboden, om niet uit te glijden over natte stronken en rotsen, of over losliggende stenen of glibberige bosgrond.
Eenmaal zien we op een dikke dode boomstam een hele grote zwavelzwam.
Het is vanmorgen vooral een kwestie van klimmen. Het eerste uur vanmorgen was eigenlijk alleen maar klimmen, en bij tijd en wijle ook nog heel steil. Pas na ongeveer een uur krijgen we af en toe een geleidelijk klimmend pad, maar bijna altijd blijft het klimmen, en vaak steil.
We horen achter ons twee jongemannen dichterbij komen. Beiden dragen ze grote rugzakken.
Ze halen ons in ter hoogte van een ruïne van een gebouw dat hier al heel lang ooit als waarschijnlijk boshuis heeft gestaan.
De Franse wandelaars die ons inhalen, vertellen dat ze iets vóór Genève zijn begonnen, dat dit hun vijfde dag is op het pelgrimspad, en dat ze pelgrimeren tot aan Saint-Jean-Pied-de-Port. Ze halen ons in, en stappen stevig verder. We zullen hen vandaag niet weer zien.

Over bergbospaden naar Bozotel
Het bergbospad draait iets meer af naar de helling, waardoor we even later over een smal pad langs de steile berghelling voorzichtig voortgaan, ons evenwicht onderwijl goed bewarend.
Dan zien we ineens tussen de struiken en bomen door ook de Rhône in het diepe dal stromen. Daar ligt trouwens ook een eilandje in de rivier. 
En als de mist enigszins is opgetrokken, kunnen we ook nog verderop veel van de riviervallei zien.
We passeren één van de vele zijpaden, waar een bord bij staat met daarop de melding dat in de rots links van ons een grot is. Wij gaan daar niet naar toe, want willen verder met de reguliere route door het bos.
Om 11:45 arriveren we op de locatie Botozel, waar ook een grote open plek is in het bos. Hier treffen we de boshut aan met een veranda met een lange tafel, stoelen en banken, en ook drinkwater. Voor ons is dit een plek bij uitstek om onze koffiepauze te houden, want we zullen nog zeker twee uren moeten lopen voordat we weer in een dorp zullen arriveren. 
Tijdens deze pauze bel ik ook Jan in Nederland om hem te feliciteren met zijn verjaardag van vandaag. Geen verjaardagsbezoek, maar wel de hartelijke felicitatie natuurlijk.

Naar het hoog(s)tepunt van vandaag
Na deze pauze gaat het weer verder over een breed scala aan bospaden door dit berggebied. Op een plek is een boom over het pad gevallen, dus daar klimmen we even zonder al teveel moeite overheen.
Ruim twintig minuten later komen we wederom langs een ruïne, maar nu gaat het om lange muurdelen. We kunnen niet ontdekken of hier nu een groot gebouw heeft gestaan vroeger, of dat het uitsluitend om een lange muur gaat. De muurdelen zijn nagenoeg geheel overwoekerd.
Om 13:15 uur komen we aan op zo ongeveer het hoogste punt van deze etappe.
Deze locatie diep in het bergbos heet Pierre Chapeautée, en ligt – getuige een bordje erbij – op een hoogte van 835 meter.
In de open plek in het bos ligt hier ook een dikke kei, waarop men een zogenoemd steenmannetje heeft gebouwd van allerhande stenen en keien uit het bos.
Een kwartier later komen we weer op een open plek in het bos, maar nu veel groter dan de vorige. Aan weerszijden van het bospad groeit de sleedoorn, waar inmiddels de blauwe bessen aan hangen.
Twee meter verderop zien we ook prachtig mos op een dode tak. Ook zulke kleine – bijna onopvallende – zaken in een bos zijn heel mooi.
 
Na Pierre Vire volgt Ultreia
De route voert ons weer terug naar de rotshelling. Daar krijgen we wederom een weids uitzicht over de Rhône en haar rivierdal.
Bij het uitzichtpunt Pierre Vire gaan we van het doorgaande pad af, omdat we bij het grote rotsblok op de punt van dit uitzichtpunt de riviervallei even willen overzien. 
Hier zit ook een Frans stel op een houten bank te picknicken. We raken in gesprek met elkaar, en dan zegt de vrouw dat de man ook heeft gepelgrimeerd, waarna hij ons vertelt dat hij vanuit Le Puy-en-Velay twaalf etappes heeft gepelgrimeerd. Die Via Podiensis hebben wij ook geheel gelopen.
Enkele minuten later passeren we verderop een oude stêle, die men op een stenen onderstel heeft bevestigd van veel jonger datum. Onderaan op dat stenen onderstel staat het jaartal 2008 en de pelgrimsgroet ‘Ultreia’. Erboven is een metalen Jacobsschelp bevestigd. Wat de betekenis van dit object is, blijft voor ons onduidelijk.
En ook nu blijven we alsmaar klimmen en dalen over hier en daar steile bospaden. Het is alsof het nooit ophoudt, maar we weten dat er spoedig een eind zal komen aan alleen maar berg, bos en bospaden.
Om 13:55 uur, dus na ongeveer vier en een half uur bos, komt er een eind aan dit lange bergbostraject, en lopen we voorbij de bosrand het open veld in, waar enkele paarden grazen.

Van Le Bornet naar het Croix de Rivers
Het eerste buurtschap waarin we komen, is Le Bornet. Rechts van de weg op een erf staat het wrak van een kleine oldtimer.
Omdat het autowrak nagenoeg is gesloopt en grotendeels is overwoekerd, kan ik niet meer achterhalen welk automerk deze oldtimer heeft.
Nu lopen we de bebouwde kom van Le Bornet binnen.
Links van de straat in dit gehucht staan een nagenoeg bijna nieuwe houten bank, waarop een metalen plaatje is geschroefd, waarop staat: le banc des pelerinos.
We voelen ons wel van harte genodigd om erop plaats te nemen voor een pauze, maar we willen graag door naar het volgende dorp, om daar onze lunchpauze te houden.
Daarom verlaten we Le Bornet.
Dan volgt een heel mooi veldpad, dat ons naar een schaduwrijke laan voert.
Aan het eind van die laan staat het Croix de Rives.
Het is een wegkruis met daarin een nisje, waarin een beeldje van Santiago staat, dus van de heilige Jacobus, de patroon van de pelgrim.
Er tegenover hangt aan een boom een foto van een prent uit de vijftiende eeuw, waarop een groep pelgrims op de knieën bidt voor een beeldje van de heilige Jacobus. De prent hier zou als vingerwijzing bedoeld kunnen zijn voor alle pelgrims die hier op de Via Gebennensis passeren.

Museum en kerk in Saint-Maurice-de-Rotherens
Tijdens de afdaling door een brede laan krijgen we om 14:30 uur voor het eerst het zicht op de bebouwing van het dorpje Saint-Maurice-de-Rotherens. Dat is het dorp waar we onze lunchpauze willen houden.
Op weg door het dorp naar de kerk komen we langs een boerenschuur waar een groot raster hangt, waarop men walnoten onder een afdak droogt.
Langs het wegkruis lopen we naar de kerk.
Onderweg komen we langs het zogenoemde Radio-museum, als hommage aan Clemens Galletti di Cadilhac, die in het begin van de twintigste eeuw voor de firma Marconi werkte, de meest bekende man van dit dorp. Dit dorp was indertijd ’s werelds grootste Telegrafen-station. En nu is het radio-museum hier naar deze Italiaanse Galletti genoemd. 
Verderop zien we de kerkdeur van de Saint-Maurice-kerk open staan, dus we gaan er naar binnen.
De dorpskerk heeft een mooi vormgegeven koor.
Rechts van het koor staat een houten beeld dat de heilige Jacobus voorstelt, de beschermheilige van de pelgrims.
Achterin de kerk ligt een gastenboek dat Durkje invult, en daar ligt ook een kerkstempel bij, dat ze afdrukt in onze pelgrimspaspoorten.
Na dit kerkbezoek nemen we aan de voet van de kerktoren plaats op een houten picknickbank voor onze lunchpauze, heerlijk in de koelte. Een dorpspoes komt miauwend op ons af, en gaat bij ons liggen op de lage muur naast de picknickbank. 
Na deze pauze gaan we terug naar de hoofdstraat van het dorp, en dan verlaten we langs het sportveld ter hoogte van de kerk het dorp.

Lange afdaling naar Grésin
We gaan nu over mooie paden door een singel en over een graspad alsmaar naar beneden. Na het oversteken van een asfaltweg gaan we verder over een smal pad door een laan, met links van ons een tamelijk diepe kloof.
Over mooie paden – af en toe wel een beetje steil en glad – gaat het alsmaar naar beneden.
Als we om 15:30 uur het zicht krijgen op de kerk van Grésin, heel ver in de diepte, zien we ver achter de kerk ook dikke rookpluimen opstijgen. We hadden al twee keer een sirene gehoord, en straks als we er met de auto passeren, zien we hier drie brandweerauto’s met brandweermannen die een in de brand staand oud gebouw blussen.
Vijf minuten later kunnen we van grote hoogte ook onze auto al zien staan bij de kerk van Grésin, maar daar zijn we nog lang niet. We moeten zelfs nog een eind omhoog en een lange omweg  maken. 
We volgen eerst nog een heel eind een tamelijk droog hellingpad, vanwaar we een schitterend uitzicht hebben over de vallei waarin Grésin ligt.
Om 15:45 uur verlaten we aan het eind van een maïsakker het veldpad, en zijn we bijna bij de kerk.
Rechts zien we dan nog het château van Grésin.

Kerkmuziek in de Notre-Dame de l’Assomption van Grésin
Enkele minuten later wandelen we bij de Mairie, de school en de kerk Grésin binnen.
De kerkdeur - met erachter in de hal drie afbeeldingen van pelgrims – staat uitnodigend open.
We gaan de kerk – de Notre-Dame de l’Assomption – binnen om die te bezichtigen.
Bij de ingang ligt het gastenboek van de kerk, dat Durkje invult.
In een zijkapel van de kerk kun je een kaarsje branden.
Er tegenover ligt het kerkstempel, dat Durkje afdrukt in onze pelgrimspaspoorten.
Bijzonder is dat tijdens onze binnenkomst kerkmuziek ten gehore wordt gebracht. Kennelijk gebeurt dat met behulp van een sensor bij de ingang van de kerk, want na enkele minuten stopt de kerkmuziek en is het tijd voor stilte in de kerk; óók heel passend.
Buiten stappen we in de auto, en rijden we direct terug naar onze camping in Yenne. De rest van de dag blijft het heerlijk zacht zomers weer. 

maandag 17 augustus 2026

Pelgrimeren van La Muraille naar Yenne

Pelgrimsroute van Genève (Z) via Le Puy-en-Velay (F) naar Santiago de Compostela (S)
Via Gebennensis van Genève naar Le Puy-en-Velay
Pelgrimeren van La Muraille naar Yenne
Zaterdag 25 juli 2026 – 20,0 km lopen & 17 km fietsen
Dag 6: 78,2 – 98,2 km
 
Oversteek over het Canal de Savières via de Passerelle in Chanaz



















Via Gebennensis
Tijdens onze eerste pelgrimage van Durkje en mij wandelden we van 2005 tot en met 2012 van het Friese Sint-Jacobiparochie (NL) via het Franse Vézelay over de klassieke Franse pelgrimsroute van de Via Lemovicensis naar het Spaanse bedevaartsoord Santiago de Compostela.
Tijdens onze tweede pelgrimage van Durkje en mij wandelden we van 2011 tot en met 2015 vanuit het Franse Le Puy-en-Velay over de klassieke Franse pelgrimsroute van de Via Podiensis wederom naar het Spaanse bedevaartsoord Santiago de Compostela.
Vorig jaar (in 2025) liepen we de verbindingsroute voor pelgrims van de Via Lemovicensis naar de Via Podiensis, namelijk van Vézelay zuidwaarts naar Le Puy-en-Velay. 
Dit jaar (in 2026) lopen we de ruim 350 kilometer lange pelgrimsroute ‘Via Gebennensis’, van het Zwitserse Genève naar het Franse Le Puy-en-Velay. 
Dit is met name voor Duitsers, Oostenrijkers en Zwitsers een aanlooproute naar Le Puy-en-Velay, waar ze dan doorstarten op de klassieke Franse pelgrimsroute van de Via Podiensis.
Bij het pelgrimeren op de Via Gebennensis maken we gebruik van drie pelgrimsgidsen, namelijk de Duitstalige van Renate Flori (in 18 etappes, versie 2023, Rother), de Duitstalige van Hartmut Engel (50 tracé’s, versie 2025, Conrad Stein Verlag) en de Frans-Duitstalige van Henri Jarnier (15 etappes, versie 2024, Association Rhône-Alpes des Amis de Saint-Jacques)). 
Wij zijn van plan deze verbindende aanloop-pelgrimsroute in 20 etappes te lopen.

Eerst van Yenne naar La Muraille
Vandaag wandelen we van de Via Gebennensis de 6e etappe, van La Muraille naar Yenne, over een etappe-afstand van 20,0 kilometer. We dalen daarbij van ongeveer 240 meter naar 227 meter hoogte, maar we gaan ondertussen wel regelmatig hoog over door de bergen van de Savoie.
De wekker wekt ons om 5:30 uur in onze caravan op Camping Kanoti in Yenne, onze uitvalsbasis voor deze tweede serie van vier wandeldagen.
Na het ontbijt verlaten we de camping om 6:45 uur, en rijden we op de beide fietsen vanaf de Camping Kanoti van Yenne naar La Muraille, waarin we onze fietsen stallen aan de overkapping van de daar tentoongestelde oude brandweerspuit van het dorpje. Hier begint vandaag onze etappe.
Het is vanmorgen al 17 graden Celsius als we vertrekken. Het is bewolkt. De temperatuur stijgt tijdens deze etappe vandaag naar 26 graden Celsius. Het weer is instabiel, af en toe zonnig en warm, en met in het tweede gedeelte van de etappe regen en onweer. Verder is de atmosfeer nogal drukkend en vochtig. Behoudens enkele keren schuilen voor een bui en onweer, kunnen we met dit wisselvallige weer prima vooruit.

Van La Muraille langs de Rhône naar Chanaz
Als we de fietsen op slot hebben gezet, en de rugzakken gereed hebben gemaakt voor vertrek, gaan we om 7:45 uur op stap. 
Eerst lopen we door La Muraille naar het spoorviaduct op de oever van de Rhône, want we vervolgen onze route daar, omdat we daar gistermiddag zijn geëindigd.
Hier gaan we de hoge rivierdijk op, die als een dam het achterland langs de Rhône moet beschermen tegen extreem hoge waterstanden.
Op deze dam lopen we richting Chanaz. Eerst komen we een man tegen met een hond. De man gebruikt zijn verrekijker af en toe om de watervogels op de Rhône te observeren. Verder ontmoeten we een verdwaald, mank schaap.
Een meeuw heeft een sta-plek gevonden op een boven het water uitstekende dikke tak van een boom die midden in de Rhône is blijven steken.
We blijven enkele kilometers lang het steentjespad boven op de dam volgen.
Eerder hadden we aan de overzijde van het contra-kanaal links van ons al een kudde schapen gezien en gehoord, maar vlak voordat we Chanaz bereiken, zien we ook nog een kudde schapen lopen op de rivierdam waarop wij lopen.

Eerste koffiepauze in Chanaz
Aan het begin van Chanaz passeren we de aanlegsteiger waar enkele rondvaartboten liggen aangemeerd. 
Als we om de camping van Chanaz heen zijn gelopen, zien we over het Canal de Savières de Passerelle liggen, waarmee we het centrum van Chanaz straks binnen kunnen gaan.
Bij het oversteken van de rondbogige Passerelle krijgen we een mooi uitzicht over het gezellige centrum van Chanaz.
De ronde boog van de Passerelle spiegelt mooi in het stille water van het kanaal eronder.
In het centrum zien we markeringsdriehoeken in het wegdek van Chanaz, waarop ook de Passerelle is afgebeeld.
Bij de plaatselijke bakker kopen we twee rozijnenbroodjes, en op het bijbehorende caféterras bestellen we daar twee koppen koffie bij. Hier houden we aldus onze eerste koffiepauze op een nu al gezellig caféterras.
Voordat we de route vervolgen, lopen we nog even verder door de hoofdstraat, en krijgen we zo nog een beter beeld van het centrum van Chanaz.

Een fikse klim bergopwaarts vanuit Chanaz 
Daarna zetten we ter hoogte van het postkantoor de klim in naar de Mairie van Chanaz.
Daar gaan we verder omhoog, naar de oude Moulin Bimet, die dateert van 1868. 
Deze door water aangedreven molen heeft een klein waterrad bovenin, en een heel groot waterrad onderin het molencomplex.
Maar de klim is nog lang niet voorbij, dus we klimmen stevig door, door een bosgebied boven Chanaz.
In het bovendorp aangekomen, stuiten we weer op een wegafsluiting. We negeren in het smalle straatje ook nu weer het bord Route Barrée, want we willen hier toch echt verder omhoog op onze route. Van de andere zijde komt even later een groep wielrenners ons afdalend tegemoet. De voorste wielrenner vraagt of ze door kunnen of dat ze moeten omkeren. Ik stel hen gerust met de mededeling dat ze prima verder kunnen, ook wel door de wegafsluiting, want die zal ook voor hen geen belemmering zijn.
      
Van buurtschap naar buurtschap
In het veel hoger gelegen plaatsje Le Poisat komen we langs een tuin, waarin een kleurrijk kunstwerk is opgesteld waarin een pelgrim en enkele Sint-Jacobsschelpen zijn verwerkt.
In de volgende plaats – Landard – komen we langs de Chapelle d’Orgeval, die dateert van 1845, waarin bij een restauratie in deze eeuw de originele kleuren weer terug zijn gebracht in het interieur van deze wegkapel.
Zodra we op grote hoogte zijn gekomen, volgen we lange tijd brede karrensporen tussen akkers en weiden, over een hellingpad, met links van ons de oprijzende berghellingen.
En rechts van ons zien we op een gegeven moment de Rhône heel diep in het dal stromen.
Dan komen we aan in Vétrier.
We doorkruisen ook dit stille gehucht.

Door de wijngaarden van de Savoie
Om 10:20 uur komen we langs een informatiebord, waarmee ons duidelijk wordt gemaakt dat we nu het wijngebied van de Savoie binnen wandelen.
Dat betekent dat we vanaf nu regelmatig tussen uitgestrekte wijngaarden door lopen.
Tussendoor doorkruisen we het plaatsje Montagnin.
Aan één van de huizen langs de route door Montagnin hangt een mooie grote gevelsteen, met daarop de afbeelding van de vlag van de Savoie, een zwaardkruis en een Sint-Jacobsschelp, met eronder de pelgrimsgroet Ultreia!
In een oude schuur hangt een schilderwerk op houten planken, gerelateerd aan deze wijnstreek.
En in Montagnin komen we ook langs enkele oude dorpswoningen en voorbij de dorpsoven in het bakhuisje langs de route.
Het volgende buurtschap waarin we binnenlopen, is Crémon.
In Crémon komen we langs een kleine waterval.
Voorbij Crémon volgt dan een mooi traject door het bos.
Er is onderweg altijd iets moois te zien, ook al is het alleen maar een aantal prachtig paars bloeiende veldbloemen bij een houten afrasteringspaal. Als je er oog voor hebt, zijn er heel veel mooie dingen te zien onderweg.
Het volgende gehucht dat we doorkruisen, is Puthod.
En daarna volgt het buurtschap Vraisin.
Als we Vraisin verlaten, is dat op een graspad over een neergaand hellingpad, met direct al een mooi vergezicht over de Rhône in het uitgestrekte rivierdal.
Aan het veldpad op de afgrond staat een houten veldkruis.

Van Jongieux naar Jongieux-le-Haut
Als we om 11.15 uur weer door wijngaarden lopen, komt de plaats Jongieux in zicht, met ervoor en erna enkele bijbehorende buurten.
Diep in het dal vóór ons zien we duidelijk de kerk al van Jongieux.
Tussen de eerste bebouwing treffen we op een Y-splitsing een mooi Mariabeeldje aan, dat is verwerkt in een hele grote rechtopstaande natuursteen.
Even later komen we voorbij het Château de la Mar, dat aan de straatzijde geheel is ommuurd.
We passeren een plaatsnaambord van Jongieux.
De lucht was al dreigend geworden, dus er is beslist regen op komst.
Net voordat we bij de kerk van Jongieux aankomen, regent het al heel licht, en hebben we de paraplu er al bij genomen om droog voort te gaan.
We besluiten in de buurt van de kerk en het gemeentehuis een droge lunchpauzeplek te vinden, hetgeen wel gaat lukken.
Maar dan wordt het ook al weer droog en kiezen we ervoor om naast de kerk (1876), tegenover de Mairie plaats te nemen op een bankje van een royaal gefaciliteerde picknickplek, waar we onze koffiepauze houden, droog en tegelijk in een heerlijk verkoelend briesje.
Na deze pauze volgt een steile klim, recht omhoog, te midden van wijngaarden, naar Jongieux-le-Haut. Daarbij passeren we al weer een picknickplek, heel toepasselijk genaamd: Place des Pélerins. 
Daarna gaat het weer verder bergopwaarts naar het dorpje hogerop.
In Jongieux-le-Haut aangekomen, verslechtert het weer zienderogen. Het begint hard te regenen, en ondertussen onweert het ook zwaar en langdurig. We besluiten even in het hooggelegen bergdorpje te schuilen voor de regen en voor het onweer, om alle ongemak te voorkomen.

Berg-feest voor Sint Jacobus
Zodra het droog is, en het onweer hoorbaar op afstand is, gaan we verder bergopwaarts het dorp uit.
Eerst over asfalt, en daarna over een karrenspoor gaat het verder omhoog in de richting van een kapel boven op de berg vóór ons.
We naderen de Chapelle Saint-Romain. Op de hooggelegen parkeerplaats van deze kapel staan ruim twintig auto’s geparkeerd. 
We vermoeden dat er een bruiloft is, want die worden in Frankrijk vaak op zaterdag georganiseerd.
Dan lopen we van de parkeerplaats naar de  kapel, langs enkele beelden van pelgrims, die hier staan opgesteld aan de voet van de kapel.
Naast de kapel staat een lange rij aaneengeschakelde party-tenten, waarin de gasten aan een lange tafel zitten te eten.
Ze dragen bepaald geen bruiloftskleding, dus is hier wel sprake van een huwelijksfeest?
Als we dichterbij komen, gaat er een gejuich op vanuit de lange tent, en roept iemand ons tegemoet met de vraag of wij pelgrims zijn. Dat bevestigen we.
Dan komt een man snel op ons aflopen, en stelt zich voor als de voorzitter van het pelgrimsgenootschap van de Savoie, dat hier en nu op de Sint-Jacobsdag een feest heeft om de feestdag van de heilige Jacobus – de beschermheer van de pelgrims – te vieren. 
We zijn hier dus aangekomen te midden van zo’n vijftig à zestig enthousiaste medepelgrims uit deze regio.
Als we met enkele toegeschoten pelgrims staan te praten, zet een andere pelgrim het Franse pelgrimslied Ultreia in, en dan worden we massaal met dat pelgrimslied van coupletten en refrein toegezongen op deze feestelijke dag voor de pelgrim wereldwijd.
Gevraagd wordt of we een tijdje willen blijven om mee te eten, maar dat doen we onder dankzegging voor dit gastvrije gebaar maar niet, omdat we weten dat het over twee uren fiks zal gaan regenen, en die tijd hebben we precies nodig om droog aan te komen op het eindpunt van onze etappe van vandaag.
Kortom, we praten nog wel een tijdje na, maar gaan dan toch verder, na een hartelijk afscheid en veel goede pelgrimswensen voor het vervolg van onze pelgrimage.

Gevaarlijke afdaling
Als we over de top zijn achter de kapel, lezen we op een waarschuwingsbord dat we uitermate voorzichtig moeten zijn bij de afdaling van deze berg.
Op de top hebben we trouwens nog wel een magnifiek uitzicht over het Rhône-dal.
En in de verte kunnen we nota bene Yenne al zien liggen, waar we nu naar toe lopen vandaag.
Nu volgt een drie kwartier durende afdaling vanaf deze berg van de Chapelle Saint-Romain. 
Die afdaling is geen sinecure, want door de regen van zojuist zijn de boomwortels en stenen van het bergpad nogal glibberig geworden, en het neergaande bergpad is op bepaalde plekken gevaarlijk steil.
Stapje voor stapje gaan we heel voorzichtig naar beneden, elke stap heel bewust en zo veilig mogelijk zettend. Resultaat is dat we zonder val- en glijpartijen drie kwartier later onderaan de berg staan.

Schaduwrijk bospad langs de Rhône
Bij de asfaltweg van de D921 aangekomen, wijst een richtingwijzer ‘Compostelle’ ons de weg.
Na tweemaal linksaf gegaan te zijn, lopen we op een smal asfaltweggetje het buurtschap Petit Lagneux binnen.
Langs het weggetje zijn enkele dode en bemoste struiken begroeid met bloeiende hybiscusstruiken.
Verderop steken we de D921 over, en dan volgt een veldweg tussen akkers en graslanden in de richting van de Rhône.
Vlak vóór twee uur komen we uit op de oever van de Rhône, die we tussen de bomen door al behoorlijk snel zien stromen.
Ook hier in de bosstrook waarin we nu aankomen, zien we die mooie combinaties van dood en levend hout.
Nu hoeven we alleen nog maar zo’n drie kilometer voort te gaan door een lange bosstrook langs de Rhône. Af en toe kunnen we de Rhône rechts van ons goed zien, en een enkele keer krijgen we wat meer uitzicht over de akkers links van ons als we langs de boszoom lopen. Maar het grootste deel van dit traject bestaat uit een lang en schaduwrijk bospad.

Yenne
Om 14:30 uur bereiken we de plaats Yenne ter hoogte van onze Camping Kanoti. 
Hier kamperen we momenteel enkele dagen voor dit tweede blokje van vier pelgrimsdagen op de Via Gebennensis. We zien onze auto en caravan op de camping al staan.
Langs de Rhône-oever lopen we rechts om de camping heen.
Vlak vóór de grote rivierbrug gaan we linksaf naar de ingang van de camping.
En zo wandelen we om 14:40 uur het terrein van onze camping op, en vragen en krijgen we van de eigenaresse in de campingreceptie het campingstempel afgedrukt in onze pelgrimspaspoorten.
Daarmee besluiten we ook deze etappe.
Met de auto rijden we dan terug naar La Muraille, waar we onze fietsen eerst afhalen, alvorens we terug rijden naar Yenne, waar we op deze zaterdagmiddag dan nog enkele boodschappen halen bij de Carrefour-supermarkt van Yenne.
Terug op de camping krijgen we af en toe nog even te maken met een lichte bui, maar die deert ons niet meer. En verder blijft het ook de rest van de dag een zachte, maar wel behoorlijk drukkende dag.

Pelgrimeren van Seyssel naar La Muraille

Pelgrimsroute van Genève (Z) via Le Puy-en-Velay (F) naar Santiago de Compostela (S)
Via Gebennensis van Genève naar Le Puy-en-Velay
Pelgrimeren van Seyssel naar La Muraille
Vrijdag 24 juli 2026 – 18,0 km lopen & 19,5 km fietsen
Dag 5: 60,2 – 78,2 km
 
In gesprek met het Canadese pelgrimerende gezin



















Via Gebennensis
Tijdens onze eerste pelgrimage van Durkje en mij wandelden we van 2005 tot en met 2012 van het Friese Sint-Jacobiparochie (NL) via het Franse Vézelay over de klassieke Franse pelgrimsroute van de Via Lemovicensis naar het Spaanse bedevaartsoord Santiago de Compostela.
Tijdens onze tweede pelgrimage van Durkje en mij wandelden we van 2011 tot en met 2015 vanuit het Franse Le Puy-en-Velay over de klassieke Franse pelgrimsroute van de Via Podiensis wederom naar het Spaanse bedevaartsoord Santiago de Compostela.
Vorig jaar (in 2025) liepen we de verbindingsroute voor pelgrims van de Via Lemovicensis naar de Via Podiensis, namelijk van Vézelay zuidwaarts naar Le Puy-en-Velay. 
Dit jaar (in 2026) lopen we de ruim 350 kilometer lange pelgrimsroute ‘Via Gebennensis’, van het Zwitserse Genève naar het Franse Le Puy-en-Velay. 
Dit is met name voor Duitsers, Oostenrijkers en Zwitsers een aanlooproute naar Le Puy-en-Velay, waar ze dan doorstarten op de klassieke Franse pelgrimsroute van de Via Podiensis.
Bij het pelgrimeren op de Via Gebennensis maken we gebruik van drie pelgrimsgidsen, namelijk de Duitstalige van Renate Flori (in 18 etappes, versie 2023, Rother), de Duitstalige van Hartmut Engel (50 tracé’s, versie 2025, Conrad Stein Verlag) en de Frans-Duitstalige van Henri Jarnier (15 etappes, versie 2024, Association Rhône-Alpes des Amis de Saint-Jacques)). 
Wij zijn van plan deze verbindende aanloop-pelgrimsroute in 20 etappes te lopen.

Eerst van Yenne via La Muraille naar Seyssel
Vandaag wandelen we van de Via Gebennensis de 5e etappe, van Seyssel naar La Muraille, over een etappe-afstand van 18,0 kilometer. We stijgen daarbij van ongeveer 200 meter naar ongeveer 240 meter hoogte
De wekker wekt ons om 5:30 uur in onze caravan op Camping Kanoti in Yenne, onze uitvalsbasis voor deze tweede serie van vier wandeldagen.
Na het ontbijt verlaten we de camping om 6:45 uur, en rijden we met de auto – met de beide fietsen achter op het fietsenrek - van Yenne naar La Muraille, waarin we onze auto parkeren in de berm langs de doorgaande weg, wat bij terugkomst overigens een private parkeerplek blijkt te zijn. Het was in elk geval een prima plek zo in dit dorpje.
Dan fietsen we van La Muraille naar Seyssel, waar we onze fietsen stallen bij de VVV. Hier begint vandaag onze etappe.
Het is vanmorgen 12 graden Celsius als we vertrekken. Het is onbewolkt, dus we zien een geheel helderblauwe lucht. De temperatuur stijgt tijdens deze etappe vandaag naar 31 graden Celsius. Het weer is stabiel zonnig en warm, en het blijft droog. Omdat de temperatuur langzaam oploopt, en vooral omdat er een licht verfrissend windje waait, blijft het nog wel een goede zomertemperatuur en goed weer – overigens wel warm - om hiermee deze vijfde etappe te wandelen. 

Langs de Rhône-oever naar Pont du Fier
Als we de fietsen op slot hebben gezet, en de rugzakken bij de VVV gereed hebben gemaakt voor vertrek, gaan we om 8:30 uur op stap. 
Vanaf de VVV lopen we naar de Rhône-boulevard, vanwaar we een mooi uitzicht krijgen over de stad, de Rhône-hangbrug en de rivier. 
We volgen de aangegeven pelgrimsroute over het fietsers- en voetgangerspad hoog langs de Rhône. Bij de muurschildering van een grote vlinder moeten we even bukken, want daar hangen de takken en de bladeren van de walnotenboom wel heel erg laag over het pad.
Tien minuten later laten we Seyssel achter ons als we onder de grote rivierbrug over de Rhône doorlopen.
Iets na negen uur komen we aan het eind van dit geasfalteerde pad aan bij de Pont du Fier. Deze brug over de rivier de Fier steken we over, en daarmee verlaten we het departement Haut Savoie, en wandelen we het departement Savoie binnen.
Aan de overzijde van de rivier staat tussen een aantal informatiepanelen ook een paneel met informatie over de Via Gebennensis, de pelgrimsroute van Genève, door deze regio, naar Le Puy-en-Velay.

Van waterstation naar stuwdam
Met een bocht naar rechts wandelen we een groot recreatiegebied in dat aan de Rhône ligt, waar naast een informatiekantoor, een boekingskantoor en horeca een heel mooi en eigentijds uitgerust publiek sanitairgebouw staat, met alles wat je daar sowieso verwacht, maar ook een picknickplek binnen, oplaadpunten voor telefoon- en fietsaccu’s, een fietsreparatiestation, kluisjes, enzovoort. En we kunnen hier ook heel mooi even naar het toilet dat nog maar net schoon is gemaakt.
Voorbij dit vrijetijdscentrum volgen we een brede asfaltweg naar de Barrage de Motz, een grote stuwdam in de Rhône.

In de bakermat van de Côte du Rhône-wijnen
Vanaf hier volgen we de rest van de dag veelal de Rhône, met nu eens heel dicht langs de rivier en dan weer eens een eind er vanaf. Voorbij de stuwdam staat een geel bord, waarmee we welkom worden geheten op de GR65 en het pelgrimspad van Sint Jacob, en daarbij wordt vermeld dat het vanaf hier nog 290 kilometer gaans is naar Le Puy-en-Velay.
Het steentjespad gaat verderop over in een smal bospad, waarop we heerlijk voortgaan.
Later lopen we over een steenachtig pad, waarop we veel voorzichtiger moeten lopen om niet weg te rollen over de stenen. Voorzichtig zijn, helpt, dus ook zo gaan we wel goed voort.
Dan volgt overigens nog wel een uitdaging, want dan moeten we over een pad met dikke stenen heel steil een eind bergopwaarts. Dat moet heel voorzichtig, en gaat langzaam, stapje voor stapje, maar ook dat gaat goed.
Bovenaan gaan we eerst verder over een veldpad langs een wijngaard, waar de druiven al behoorlijk hangen te rijpen. Het is hier de bakermat van de Côte du Rhône-wijnen.

Bewegwijzering en rariteiten
Nog weer een eind verder raken we met de route de drukke D991. Onze pelgrimsroute wordt goed bewegwijzerd, met af en toe een bevestigingssignaal, en heel soms ook een symbool waarmee duidelijk wordt gemaakt dat je die weg of dat pad vooral niet moet betreden.
Waar we een bebost perceel uit komen, inmiddels al weer ver verwijderd van de D991, komen we het bosje uit ter hoogte van een rariteitenerf. Eerst lopen we nog langs een hoge bult met alleen maar druivenstammen, waarschijnlijk om te stoken, maar ze zouden ook heel goed gebruikt kunnen worden door bloemschikkers, die er prachtige bloemstukken mee zouden kunnen maken.  
Op een paal staat een vrouwenhoofd met zonnebril met op het hoofd een oude helm.
En aan de muur van één van de gebouwtjes hangt de aanduiding dat het vanaf hier nog 1.650 kilometer is naar Santiago de Compostela.

Via Les Iles voor koffie met een stempel naar Mathy
Het volgende buurtschap dat we doorkruisen, is Les Iles.
In een grote tuin van één van de huizen staat een rij bijenkasten in de volle zon.
Op het veldpad voorbij Les Iles komen we langs een grote akker met mooie geelbloeiende zonnebloemen, die zich uiteraard tot de vandaag fel schijnende zon keren.
Dan naderen we het plaatsje Mathy, waar we een plek willen zoeken voor onze koffiepauze.
Die vinden we al heel snel tegenover een particulier houtovengebouwtje, waar een overdekte, schaduwrijke rustplek is gebouwd en ingericht, waarin we onze koffiepauze houden. 
Heel mooi is trouwens dat men aan de straatzijde van de muur van dit ovengebouw een stempelkastje heeft bevestigd, waarin een pelgrimsstempel staat, en erbij een gastenboek. Voor ons weer een kans bij uitstek om wederom een stempel in onze pelgrimspaspoorten erbij te krijgen. We komen vandaag in het geheel niet langs kerken, dus ook daardoor kunnen we onderweg geen andere pelgrimsstempels scoren. 
Langs het wegkruis van Mathy - met daaraan ook een Jacobsschelp - vervolgen we onze weg na deze aangename koffiepauze.

Ontmoeting met Canadese en Duitse pelgrims 
Voorbij Mathy gaat het hier in de Rhônevallei verder over mooie veldpaden langs akkers en graslanden. Ook hier weer zonnebloemenakkers.
Vóór ons zien we vier andere wandelaars met rugzakken lopen. We hebben hen vóór Mathy al eens zien pauzeren in een picknickhuisje, maar hen nog niet gesproken. Als we hen inhalen, blijkt het een Canadees gezin uit Quebec te zijn van vader, moeder, zoon en dochter, die vijf dagen op de Via Gebennensis pelgrimeren. 
Ze hebben eerst vaders familie bezocht in Zwitserland, en zijn nu bezig met hun vijfdaagse op het pelgrimspad. De moeder heeft al eens gepelgrimeerd naar Santiago de Compostela, en de andere drie hebben daar nog geen ervaring mee. 
Als we met hen staan te praten, komt van de andere kant ook een wandelend stel met rugzakken aanlopen. Dat blijkt een Duits stel te zijn, zonder pelgrims-ervaring, maar wel met de wens om ooit nog eens naar Santiago de Compostela te pelgrimeren. Zij maken nu een proeftocht in tegengestelde richting, vanuit Les Abrets naar Genève. Ze zijn goed gemutst en het ziet er naar uit dat ze de ware tocht naar Santiago de Compostela nog wel eens zullen gaan maken.
Bij navraag blijkt dat ze het Duitse pelgrimsstel Michaël & Petra – dat een dag vóór ons loopt – niet hebben ontmoet. Wel attenderen ze ons zessen erop dat verderop de route wordt omgeleid wegens gevaarzetting, maar dat zij vanaf de andere kant de reguliere route zonder problemen hebben kunnen volgen.

Wegomlegging wegens aardverschuiving
We nemen afscheid van elkaar, en verderop ontmoeten we drie werkers die met electricitet verbonden ijzeren pennen in de hoge Rhône-oever slaan.
Dan komen we langs een geel bord, met daarop de aanduiding dat de pelgrimsroute (en daarmee ook de GR65) wegens een aardverschuiving linksom is omgeleid. 
We wagen het er maar op, en blijven de reguliere route rechtdoor volgen. 
Op één plek ligt een dikke boom over het pad, die er – gezien de bypass er omheen – al heel lang moet liggen.
We klimmen over de boom, en vervolgen onze route.
Nog een heel eind verderop – als we nog niets hebben gezien van een aardverschuiving – staan we voor verbodsborden: verboden voor fietsers, verboden voor alle verkeer, verboden voor wandelaars.
Nu is er geen alternatief – niet rechtsaf waar de Rhône stroomt, en niet linksaf waar een dicht bos is. We besluiten onze weg maar gewoon te vervolgen, op positief advies van de Duitse pelgrims. 
Dan komen we heel dicht op de hoge oever van de Rhône.
Iets verderop staat een fietsster de rivier over te kijken op een plek waar inderdaad een klein stukje oever is afgeslagen, dus dat zal vast en zeker de gevaarlijke plek zijn. Maar het pad is hier zo breed en heeft nota bene ook nog een brede berm, dus van gevaar is hier nauwelijks tot niet sprake, en zeker niet nu het water van de Rhône een heel eind verderop begint. Dit blijkt nadien ook de meest kritische plek te zijn geweest. Onderwijl zijn ons trouwens ook drie keer wielrenners tegemoet gekomen op dit pad, dus ook zij hebben het oeverpad prima kunnen fietsen.

La Loi bij Ruffieux
Vlak voordat we het plaatsje La Loi bereiken, komen we in een heel dicht bos een hoog en fors betonnen gebouw voorbij dat al heel lang niet meer wordt gebruikt. Wat het is, weten we niet, maar het ziet er naar uit dat dit een oude moulin is.
Als we omhoog klimmen ter hoogte van La Loi, komen we uit boven op een van steen gemetselde dikke muur, wat hoogstwaarschijnlijk een waterkering is om de mensen hier te beschermen tegen een extreem hoge waterstand van de Rhône.
In La Loi komen we uit op een drukke rotonde, ter hoogte van een horecagelegenheid.
Op deze rotonde staat de plaatsnaam Ruffieux vermeld, en er staan drie cortex beelden van twee wielrenners en een wandelaar of pelgrim.
We steken de rotonde recht over, en laten La Loi achter ons.

Le Mollard
Nu gaan we verder door dit uitgestrekte bosgebied, waar jarenlang jonge populieren zijn geplant. Dit populierenbos-aanplantgebied van circa 800 hectare oppervlakte is het grootste in zijn soort van heel Europa. Het is een tamelijk vochtig gebied, en de bomen en omliggende struiken en kruiden staan er ogenschijnlijk goed bij in allerlei schakeringen groen.
Verderop komen we langs enkele identieke posters die aan bomen hangen, waarop de voorbijganger een goede dag in de natuur wordt gewenst.
Dan komen we langs het plaatsje Le Mollard Dessus.
In de berm zien we vlakbij het plaatsnaambord de welbekende rode bessen van de aronskelk. Je ziet ze veel in Frankrijk, maar we hadden ze in de afgelopen dagen nog niet gezien.
De weg voorbij Le Mollard gaat door een bebost gebied, met hier en daar oude en dikke bomen, en links van de weg een enorm hoge rotswand.

Langs Etang Bleu naar La Muraille
Vlak voordat we aan het eind van deze etappe komen, wandelen we langs een caféterras,  met direct erna het Etang Bleu. Er zitten enkele gasten op het terras langs de weg, en verderop langs de oever van de grote vijver zien we een sportvisser staan aan de voet van het spoorlijntalud. 
Als we bij het spoorviaduct aankomen, zien we een zwarte bouwbus staan van de Friese houtbewerker Jan Fleer uit Leeuwarden. 
We lopen tussen de bosjes door even naar de bouwvakker, die vertelt van oorsprong uit Lemmer te komen, maar nu woonachtig is en een houtbewerkingsbedrijf heeft in Leeuwarden. Nabij Ruffieux staan ze op een camping, en van daaruit maken ze uitstapjes in de omgeving. 
Na deze verrassende ontmoeting – en ondertussen zagen we ook nog een waterslang zwemmen - lopen we onder het spoorviaduct door.
Daar verlaten we dan de doorgaande pelgrimsroute, omdat we links langs de spoorbaan naar onze auto in het plaatsje La Muraille kunnen lopen, zo’n honderd meter verderop.
Daar stappen we om 13:15 uur in de auto, en dan rijden we terug naar Seyssel, waar we onze fietsen afhalen, waarna we terug rijden naar de camping in Yenne.

Pelgrimeren van Chaumont naar Seyssel

Pelgrimsroute van Genève (Z) via Le Puy-en-Velay (F) naar Santiago de Compostela (S)
Via Gebennensis van Genève naar Le Puy-en-Velay
Pelgrimeren van Chaumont naar Seyssel
Woensdag 22 juli 2026 – 18 km lopen & 20 km fietsen
Dag 4: 42,2 – 60,2 km
 
Aankomst in Seyssel bij de hangbrug over de Rhône


















Via Gebennensis
Tijdens onze eerste pelgrimage van Durkje en mij wandelden we van 2005 tot en met 2012 van het Friese Sint-Jacobiparochie (NL) via het Franse Vézelay over de klassieke Franse pelgrimsroute van de Via Lemovicensis naar het Spaanse bedevaartsoord Santiago de Compostela.
Tijdens onze tweede pelgrimage van Durkje en mij wandelden we van 2011 tot en met 2015 vanuit het Franse Le Puy-en-Velay over de klassieke Franse pelgrimsroute van de Via Podiensis wederom naar het Spaanse bedevaartsoord Santiago de Compostela.
Vorig jaar (in 2025) liepen we de verbindingsroute voor pelgrims van de Via Lemovicensis naar de Via Podiensis, namelijk van Vézelay zuidwaarts naar Le Puy-en-Velay. 
Dit jaar (in 2026) lopen we de ruim 350 kilometer lange pelgrimsroute ‘Via Gebennensis’, van het Zwitserse Genève naar het Franse Le Puy-en-Velay. 
Dit is met name voor Duitsers, Oostenrijkers en Zwitsers een aanlooproute naar Le Puy-en-Velay, waar ze dan doorstarten op de klassieke Franse pelgrimsroute van de Via Podiensis.
Bij het pelgrimeren op de Via Gebennensis maken we gebruik van drie pelgrimsgidsen, namelijk de Duitstalige van Renate Flori (in 18 etappes, versie 2023, Rother), de Duitstalige van Hartmut Engel (50 tracé’s, versie 2025, Conrad Stein Verlag) en de Frans-Duitstalige van Henri Jarnier (15 etappes, versie 2024, Association Rhône-Alpes des Amis de Saint-Jacques)). 
Wij zijn van plan deze verbindende aanloop-pelgrimsroute in 20 etappes te lopen.

Eerst van Charly naar Seyssel
Vandaag wandelen we van de Via Gebennensis de 4e etappe, van Chaumont naar Seyssel, over een etappe-afstand van 18,0 kilometer. We dalen daarbij van 610 meter naar het veel lagere niveau van de Rhône-oever, op ongeveer 200 meter hoogte
De wekker wekt ons om 5:30 uur in onze caravan op Camping Moulin Dollay in Groisy, onze  uitvalsbasis voor deze eerste serie van vier wandeldagen.
Na het ontbijt verlaten we de camping om 6:40 uur, en rijden we met de auto – met de beide fietsen achter op het fietsenrek - van Groisy naar Seyssel, waar we onze auto parkeren bij La Salle des Fêtes in Seyssel, en ons daar klaarmaken voor vertrek op de fiets.
Dan fietsen we van Seyssel naar Chaumont, waar we onze fietsen stallen bij de kerk van het bergdorp. Hier begint vandaag onze etappe.
Het is vanmorgen 12 graden Celsius als we vertrekken. Het is onbewolkt, dus we zien een geheel helderblauwe lucht. De temperatuur stijgt tijdens deze etappe vandaag naar 33 graden Celsius. Het weer is stabiel zonnig en warm, en het blijft droog. Omdat de temperatuur langzaam oploopt, en vooral omdat er een aangenaam verfrissend windje – vanmorgen vroeg zelfs tamelijk hard - waait, blijft het nog wel een goede zomertemperatuur en goed weer – overigens wel warm - om hiermee deze vierde etappe te wandelen.

Van Chaumont via Collonges naar Frangy
Als we de fietsen op slot hebben gezet, en de rugzakken bij de kerk gereed hebben gemaakt voor vertrek, gaan we op stap. 
In het dorp ontmoeten we een zoekende jongeman, die ook een pelgrim blijkt te zijn. De Duitser vertelt dat hij terugkeert naar Duitsland vanuit Santiago de Compostela, en dat hij niet weet waar hij op de terugreis naar huis vanuit Chaumont het pad weer op moet pakken. We leggen hem uit dat hij daartoe de helling naar beneden kan nemen, en dan op het doorgaande pelgrimspad linksaf moet gaan, waar wij straks rechtdoor zullen lopen (waar hij dus gisteren vandaan kwam). Wij gaan alvast naar dat splitspunt, waar hij straks zijn terugreis doorstart.
Vanuit Chaumont volgt dan een prachtige route, eerst door een schaduwrijke singel over een dalend hellingpad. 
Na ongeveer een half uur verlaten we de singel en gaat het door het open veld over de helling verder.
We doorkruisen het plaatsje Collonges, dat we verlaten tijdens het passeren van het château.
Tegen 10:00 uur in het laatste stuk van de lange afdaling zien we van bovenaf de Saint-Aquillin-kerk van Frangy.

Veel aandacht voor de pelgrim in Frangy
Direct daarna wandelen we Frangy binnen door een straatje met oude, soms ook leegstaande huizen.
Dit aanloopstraatje blijkt de straatnaam ‘Chemin de St-Jacques de Compostelle’ te dragen.
Bij de drukke doorgaande straat aangekomen, zien we aan de overzijde van de straat een cortex-stalen beeld van een pelgrim met Jacobsschelp.
Rechts daarvan is een grote muur beschilderd met allerhande attributen die te maken hebben met deze regio en met het pelgrimeren.
Er tegenover staat de Saint-Aquillin-kerk, waar we naar binnen gaan. 
Het eerste dat in de entree opvalt, is het prachtige kerkraam van de Jacobsschelp.
We maken een rondgang door de kerk, en bekijken de details van het interieur.
Zo hangt er bijvoorbeeld ook een houtsnijwerk, waarin alle kerkdorpen van deze Sint-Jacobsparochie staan gesneden.
Naast de kerk staat het parochiehuis, waarvan de voordeur open staat. We gaan er naar binnen, en worden ontvangen door een vrouw, die ons vlot een parochiestempel van deze Sint-Jacobsparochie in onze pelgrimspaspoorten afdrukt.
Van de kerk lopen we het centrum in, waar we op de kopse kant van een smal pand met aan beide zijden een straat ook nog een andere muurschildering zien, die deels verwijst naar de pelgrimsroute van Sint Jacob.
Dan is het tijd voor koffie, en dat verkrijgen we in een kleine supermarkt waarin ook een klein café is ingericht. We hebben nog maar ruim drie kilometer gelopen, en dan is voor ons een koffiepauze wel heel vroeg, maar ja, 10:30 uur is daarentegen wel een prima koffietijd, dus we nemen het er maar van, en genieten van een vroege pauze.
We verlaten het centrum van Frangy als we de oude stenen boogbrug – de Grand Pont – oversteken.
Aan de overzijde van de rivier moeten we door de voetgangerstunnel van ‘Passage St-Jacques de Compostelle’ om twee drukke wegen veilig te kruisen. 
Dan laten we Frangy achter ons.

Champagne en Tagny
Na een eind over asfaltwegen gelopen te hebben, volgt een lange en fikse klim door de velden bergopwaarts. Het uitzicht achter ons wordt dan steeds mooier over de bergen en dalen om ons heen.
Deze klim door de graslanden eindigt in het plaatsje Champagne.
We doorkruisen Champagne vervolgens.
Bij een boerderij aan de rand van het plaatsje verlaten we Champagne over een breed en steenachtig karrenspoor.
Dat steenachtige pad blijven we lang bergop volgen in de richting van Tagny.
Tagny doorkruisen we, en dan laten we het ook al weer heel snel achter ons.
Als we op een gegeven moment een hele steile klim moeten maken, heeft men daar gelukkig een aantal traptreden gecreëerd, opdat we veel comfortabeler de kleine maar steile klim kunnen maken. Boven aan de traptreden bij een asfaltweg aangekomen, zien we links van ons een kleine Mariakapel, met een boeket kunstbloemen aan de voeten van het Mariabeeldje.

Door Clennaz met zicht op Desingy
Als we verderop een eind over een asfaltweg lopen, zien we rechts in de verte al heel vroeg de plaats Desingy liggen, waar we nu naar op weg zijn.
Maar eerst komen we nog door het buurtschap Clennaz.
Om 12:15 uur wandelen we de bebouwde kom van Desingy binnen.
Vóór ons zien we de markante Saint-Laurent-kerk, die we eerst willen bezichtigen.
Als we de kerk binnen komen, zien we een korfje staan, waarin stickertjes liggen van het stempel van deze kerk. Die stickers plakken we in onze pelgrimspaspoorten, want dat zijn de vervangers van het pelgrimsstempel van deze kerk.
Het koor van deze kerk heeft drie ramen, met kleurrijke decoraties in glas-in-lood.
Achter in de kerk zien we een kerkraam met daarop de voorstelling van Johannes de Doper, die Jezus in de Jordaan doopt met water dat uit een Jacobsschelp stroomt.
En voorin de kerk hangt in het donker een schilderij van het hoofd van Jezus met op zijn hoofd de doornenkroon.
Tegenover de kerk is een bushokje, waarin we heerlijk in de schaduw onze koffie met broodjes-pauze houden. Verderop is ook nog een prima openbaar toilet, dus de passerende pelgrim is hier van alle benodigde gemakken voorzien. Dat is uitzonderlijk op ook deze route. 
We lopen Desingy tegen 13:00 uur uit langs het Mission-wegkruis, dat is versierd met twee verschillende Sint-Jacobsschelpen.
En heel verrassend is dat we voorbij Desingy op een asfaltweg voortgaan met daarop rechts een afzonderlijke wegstrook voor wandelaars, met daarop een grote afbeelding van een wandelaar, waarmee de pelgrims wel bijzonder goed worden gefaciliteerd.

Door Pelly en Moucherin naar Sous les Ralles
Het volgende buurtschap dat we doorkruisen, is Pelly. In de bocht van de weg in het gehucht staat een kudde schapen te grazen. Aan ons wordt ondertussen in ons voorbijgaan door enkele van die schapen de nodige aandacht besteed.
Het volgende buurtschap dat we doorlopen, is Moucherin. Links staat een boerderij, met op het erf een fikse mestbult.
En rechts staat bij een betrekkelijk nieuw huis een oude boerenschuur die grotendeels vervallen is.
Als we enkele minuten later vanaf de asfaltweg rechtsachter ons het dal in kijken, zien we daar het kasteel Château de Pelly in de verte.
Tegen twee uur komt de Rhône in zicht, nog heel ver van ons vandaan, en heel diep in het rivierdal van de Rhône.
We blijven de reguliere pelgrimsroute volgen, tot aan de T-kruising van Sous les Ralles.
Hier op dit punt staat een informatiepaneel over Seyssel.
We kunnen hier rechtdoor op de doorgaand bewegwijzerde pelgrimsroute, maar je kunt hier ook rechtsaf de afdaling inzetten. Dat zou je kunnen doen ingeval je deze etappe hier afsluit om te gaan overnachten in de Gîte l’Edelweiss iets verderop.
Een andere reden om hier de afdaling in te zetten, is het verder gaan op de variant-route via het stadje Seyssel, waar je bijvoorbeeld ook zou kunnen overnachten. Wij hebben besloten om deze etappe niet bij de genoemde gîte te eindigen, maar dat aan de oever van de Rhône te doen in Seyssel.

Lange afdaling naar Seyssel en de Rhône
Bij Sous les Ralles zetten we dus de afdaling in, waarbij we een steeds beter zicht krijgen op de rivier de Rhône, die door Seyssel stroomt.
Voorbij de afslag naar de Gîte l’Edelweiss wandelen we het buurtschap Les Côtes d’en Haut binnen en door.
Om 14:20 uur zijn we al een mooi eind afgedaald, en krijgen we in een bocht van het bergpad een prachtig uitzicht over het stadje Seyssel en de Rhône.
We blijven alsmaar de bewegwijzerde pelgrimsroute volgen, die op deze variant van de Via Gebennensis extra wordt gemarkeerd met een gele stip op de gebruikelijke wegwijzer van de gele Jacobsschelp op de blauwe ondergrond.
Door de buitenwijk van Seyssel lopen we naar de Grand Rue en dan om 14:45 uur komen we aan op het stadspleintje waar ook horeca is. 
Door een boven ons versierde Grand Rue lopen we direct door naar de kerk verderop.
Even later staan we op het pleintje bij de kerk.
Als we rechts om de kerk heen lopen, zien we rechts en vóór ons de overdekte markthal, en daar voorbij de indrukwekkende hangbrug van Seyssel, die hier de brede Rhône overspant.
Rechts zien we een stuw in de Rhône, waar op verschillende lekke plekken het water doorheen stroomt.
Bovenop het middendeel van de Rhônebrug staat een groot Maria-beeld, dat enkele vingers mist. Bovenop het Mariabeeld staat een grote meeuw oplettend om zich heen te kijken.
Als we links om de kerk heen zijn gelopen, krijgen we van de andere kant het zicht op deze mooie rivierbrug en over de Rhône.

Eerst naar de kerk, dan naar het café
We gaan nu de Saint-Blaise-kerk binnen om die te bezichtigen.
We treffen daarin onder andere een Maria-beeld aan, en ook een zogenoemd Croix des Mariniers.
Heel mooi in het koor van deze kerk is het grote kerkraam dat de uitbeelding is van de spreuk ‘In de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest’, woorden die tijdens kerkdiensten veelvuldig klinken in binnen- en buitenland.
Een ander mooi item van deze kerk is het prachtig vormgegeven roosvenster.
Als we de kerk hebben bekeken, gaan we terug naar het stadspleintje, waar we op het ene geopende terras genieten van een ijskoud drankje, dat op deze warme dag van meer dan dertig graden Celsius heerlijk verkoelt.
Dan lopen we terug naar de kerk, en om de kerk heen, om dan langs de Rhône naar de plaatselijke VVV te lopen, waar we het laatste stempel van deze pelgrimsdag in onze pelgrimspaspoorten verkrijgen.
Dan stappen we vlakbij de VVV in onze auto, halen nog enkele boodschappen in Seyssel, en rijden dan terug naar Chaumont, waar we onze fietsen eerst afhalen, alvorens we terug rijden naar de camping in Groisy, waar we nog één nacht zullen overnachten, want morgen wordt onze wisseldag, en trekken we met auto en caravan verder op de route, ten behoeve van ons volgende blokje van vier wandeldagen op de Via Gebennensis.