donderdag 19 maart 2026

De rijkdom van het riool

Dinsdagavond 17 maart 2026
 
Presentatie in Wetsus over de rijkdom van het riool

















Watertechnologie-maand
Het Europees expertisecentrum voor duurzame watertechnologie Wetsus en de Leeuwarder Courant organiseren in deze maand maart 2026 – in de door hen zo genoemde ‘Watertech-maand’ - samen vijf lezingen, waarin wetenschappelijk onderzoek en praktische toepassingen van watertechnologie centraal staan. 
Na het succes van de vorige lezingen-editie in 2024 zijn opnieuw actuele en uitdagende thema’s binnen de watertechnologie geselecteerd. 
In deze vijf lezingen van 2026 staan vragen centraal als: 
Wat zijn de problemen en uitdagingen rond water? 
Wat doen technologen en bedrijven om deze aan te pakken? 
En wat kan ik zelf doen?
Deze vijf publiekslezingen vinden ’s avonds plaats in het gebouw van Wetsus in Leeuwarden.
De eerste lezing op 3 maart 2026 ging over ‘Stikstof voor het oprapen’.
De tweede lezing op 10 maart 2026 ging over: 'PFAS naar de bliksem'.
Het thema van de derde lezing op 17 maart 2026 is: 'De rijkdom van het riool'.

Bijdrage van watertechnologie aan oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken
In deze lezingenserie gaan we de wereld van wetenschap en innovatie ontdekken.
De lezingen worden gegeven door onderzoekers van Wetsus. 
Ondernemers die rond de besproken technologie bedrijven hebben gebouwd, vertellen vervolgens hoe dit in de praktijk uitpakt.
Onderzoekers van Wetsus en experts uit het bedrijfsleven nemen ons op die wijze mee in hun onderzoek en laten zien hoe watertechnologie bijdraagt aan oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken van vandaag en morgen. 
In het voorgaande weekend laat de Leeuwarder Courant ons in haar krant kennismaken met het onderwerp en met de betrokkenen van de komende lezing, en tijdens de lezing wordt dan nader op het thema van de lezing-avond ingegaan.

Leon Korving & Jouke Boorsma over de rijkdom van het riool
Irene Overduin – waterjournaliste voor de Leeuwarder Courant – heet eerst alle aanwezigen welkom. 

Leon Korving
Vanavond wordt de derde lezing 'pingpongend' verzorgd door Wetsus-onderzoeker Leon Korving & Jouke Boorsma van Aquaminerals, die ons om de beurt vertellen over de schat aan waardevolle grondstoffen (zoals het schaarse fosfaat) die je uit het riool kunt terugwinnen, om ze vervolgens te vermarkten. We zouden dus rijker van het riool kunnen worden als we er met een circulaire blik naar kijken. 
Die winst in euro’s is echter nog niet eens het belangrijkste, want vooral de gezondheidswinst is het grootste goed van bovengenoemde terugwinning van grondstoffen uit het riool. 

Jouke Boorsma
Het bedrijf Aquaminerals (waar Jouke Boorsma werkt) verbindt waterschappen met waterbedrijven.

Waardeloos of waardevol
  • De rioolwaterzuivering begon aanvankelijk met de 'tonnetjes'inzameling, waarvan de inhoud uiteindelijk terecht kwam in de landbouw. Door de uitvinding van de  kunstmest, stopte dit proces.
  • John Snow zag het verband tussen slechte sanitatie en cholera-uitbraken. Resultaat van die constatering was dat rioolwater apart werd ingezameld (zo rond het jaar 1854). 
  • Hoe meer sanitatie, hoe minder diarree-gevallen, dus een goede sanitatie helpt wereldwijd wel degelijk. Daarnaast voorkomt het ook heel veel andere ziektes.
  • Tegenwoordige rioolwaterzuiveringen werken met een biologisch actief slibsysteem. Resultaat is schoon water en slib. Dat rest-slib wordt verbrand in verbrandingsinstallaties. Geprobeerd wordt om dat op afzienbare termijn beter te gaan doen, want momenteel rijden we daardoor nog met veel water (rest in het slib) van de rioolwaterzuiveringsinstallaties naar de verbrandingsovens.
  • In rioolwater zit onder andere voedsel, water, warmte, medicijnen en persoonlijke verzorgingsproducten. Dat gaat allemaal het riool in. Het kost momenteel zo’n 63 euro om circa 4.000 euro aan reststoffen uit het rioolwater te halen.
  • We hebben hoge ambities, want we willen naar: klimaatneutraal en duurzaam.
  • Fosfaat halen we nu van buiten Europa, terwijl we vanuit het rioolwater zelf het fosfaat zouden kunnen halen.
  • We kunnen nu al wel degelijk uit rioolwater winnen wat van waarde is. Dat je zoveel stoffen in voldoende mater uit rioolwater haalt, betekent wel dat je dat dan uit miljoenen liters water moet halen. Je hebt dus veel massa nodig qua input en qua output.
  • Waardevol zijn daarin de organische stoffen, de nutriënten (zoals stikstof, kalium, fosfaat), de warmte en het water.
  • Waardeloze delen zijn vaak nog in te kleine hoeveelheden terug te winnen, of ze verpesten in het proces de terugwinning van de andere, waardevolle nutriënten. Zulke problematische stoffen zijn bijvoorbeeld: medicijnresten, of overige stoffen zoals vochtige doekjes, verfresten en andere chemicaliën, frituurvet en oude medicijnresten. Dat moet allemaal beslist niet in het riool terechtkomen. Daarnaast wil je in het rioolwater eigenlijk ook geen microplastics, zepen, shampoos en stoffen zoals Diclofenac,  Al die zaken zijn heel moeilijk uit het rioolwater te halen. 
Water
  • Water wordt als grondstof heel vaak vergeten, terwijl water voor ons allen wel heel belangrijk is.
  • Er ontstaat grote paniek (in een denkbare situatie) als we in Nederland te maken krijgen met een watertekort.
  • We moeten proberen minder water te gaan gebruiken, naar maximaal 100 liter per persoon per dag. Dat halen we nu echter nog niet.
  • Afvalwater uit rioolwaterzuiveringsinstallaties wordt geloosd in het oppervlaktewater. Industrie loost daar ook op, en datzelfde geldt ook voor de landbouw. 
  • Het helpt al geweldig om medicijnresten uit rioolwater te halen. De rioolwaterzuiveringsinstallatie halen er wel iets uit, maar dat moet veel meer worden, wat overigens wel veel energie kost.
  • Actieve koolinstallaties doen het heel goed in de waterzuivering. De puurwaterfabriek in Emmen wordt daarvan als goed voorbeeld genoemd. 
Organische stof
  • Organische stof is energie, denk in dat kader maar aan de productie van groene energie.
  • Biogas komt ook vrij uit de waterzuivering. Van biogas kun je groen gas maken via membraanscheiding.
  • Het CO2-gas wat je overhoudt, kun je vloeibaar maken. Dat kan nu al op twee plekken in Nederland, waarna het wordt vermarkt, hetgeen bijvoorbeeld nu al naar de glastuinbouw gaat, die het heel graag wil hebben.
  • Koolstoffen zou je kunnen omzetten naar biopolymeren, bijvoorbeeld gel kun je van slib maken. Zulk gel is sterk brandvertragend, maar dat gel kan ook heel goed water vasthouden). 
  • Denk verder ook aan cellulose als zeefgoed, of als afbreekbare plasticvervangers. Ook kun je van cellulose bindmiddelen maken, waarmee je bijvoorbeeld houtdeeltjes kunt verlijmen. 
  • Bacteriën doen daartoe het werk om dit allemaal mogelijk te maken. We moeten dan wel de juiste bacteriën selecteren en ze stimuleren, opdat ze goed gaan functioneren. 
  • Cellulose kan ook de coating gaan vormen van kunstmestkorrels. Verder kun je het gaan gebruiken voor zelfhelend beton. Of je maakt er afbreekbare klemmetjes voor ten behoeve van tomatenstengels, die je dan na het oogsten van de tomaten samen kunt composteren.
  • Uitdaging is nu nog om de productie van de gewenste stoffen op te schalen, om het ook aantrekkelijk te maken voor de markt, die volume nodig heeft voor dergelijke toepassingen.
Nutriënten
  • Fosfaat is de meest cruciale nutriënt in rioolwater. Fosfaat wordt vooral voor kunstmest gebruikt, en voor de kleine rest ook nog wel voor andere zaken.
  • Zonder fosfaat kunnen wij als mens niet leven. 
  • Fosfaat is nog maar uit een klein aantal landen af te halen, met name Marokko. En daarnaast ook nog een klein deel uit landen als Rusland, Irak en China, waar we tegenwoordig liever niet afhankelijk van willen zijn. 
  • Struviettabletten kun je gebruiken als voedingsstof in je tuinvijver. Ook dit wordt gewonnen uit rioolwater. Met struviet kun je veel fosfaat terugwinnen uit rioolwater. Dat kan ook met vivianiet, wat ook uit rioolwaterzuivering ontstaat. Vroeger werd dit als Haarlems blauw ook nog door de Hollandse meesterschilders gebruikt als verfkleurstof.
  • Het gewonnen ijzer kun je gebruiken als kunstmest, en ook kun je er batterijen van maken, namelijk een zogenoemde lithiumijzerfosfaatbatterij.
  • Ook stikstof kun je uit het rioolwater halen. Stikstof is niet schaars. De productie ervan kost momenteel veel energie. 
  • Verder vormt zich lachgas, wat behoorlijk schadelijk is voor de opwarming van de aarde. 
  • Wetsus probeert de technieken van de toekomst te bedenken, waarmee we in rioolwaterzuiveringsinstallaties de stoffen niet meer hoeven af te breken, maar dat we die stoffen met die nieuwe technieken terug kunnen winnen. Dan levert het tenminste iets op.
  • Zo zou je op termijn alle organische materiaal eruit willen halen, daarna aan stikstofwinning doen, en daarna fosfaatwinning, en daarna dan ook nog de medicijnrestenverwijdering. Dát zou de rioolwaterzuivering van de toekomst moeten worden. 
Tot besluit
Hiertoe zit ons nog wel iets in de weg. Dat is namelijk wat we als consumenten acceptabel vinden, en daarnaast ook wat we qua (overheids)regelgeving acceptabel achten. Je moet namelijk in bestaande systemen inbreken.
De overheid werpt (nog) allerlei barrières op, en dat doen veel bedrijven helaas ook (nog). 
Het is dus (nog) geen gemakkelijk te bewandelen weg om bovengenoemde ambities en processen allemaal te realiseren. Maar het is het wel waard, want ... we kennen de rijkdom van het riool.

Turfroute - Fietsroute 8-noord wandelen als rondje Beetsterzwaag

Dinsdag 17 maart 2026
 
Bij de Lippenhuisterbrug over It Alddjip

















Wandelen & fietsen vanaf de Turfroute in Zuidoost-Friesland
De turfvaarten in Zuidoost-Fryslân zijn eeuwenoud en vaak met de hand gegraven. 
De zogenoemde 'Turfroute' verbindt sinds 1974 al die vaarten met elkaar. De kanalen met haaks daarop sloten, bossen, elzensingels, heide, weiden en beekdalen geven het gebied een eigen charme. 
In twintig pakkende verhalen en routes slaan de journaliste Janneke Donkerlo en de schrijver van routegidsen Fokko Bosker als het ware bruggen tussen de vaart en het omliggende landschap. Zij nemen het water als vertrekpunt voor hun rondwandelingen en fietstochten door dit rijk geschakeerde landschap van coulissen van elzen- en eikensingels, in een fijnmazig patroon van vaarten en wijken.
Resultaat van hun werk is de in 2024 uitgegeven routegids 'Wandelen & fietsen vanaf de Turfroute in Zuidoost-Friesland'.

23 tochten met een totale lengte van 746,9 kilometer
Deze routegids bestaat uit 11 fietstochten en 12 wandeltochten, die Durkje en ik van plan zijn om alle te gaan wandelen. 
  • Tien fietstochten hebben een totale lengte van 387,4 kilometer, waarvan de kortste 13,7 km en de langste 63,4 km lang is.
  • De twaalf wandeltochten hebben een totale lengte van 134,5 kilometer, waarvan de kortste 4,6 km en de langste 15,9 km lang is.
  • De veel langere 'Fiets-Turfroute' door Zuidoost-Fryslân heeft een totale lengte van 225 kilometer.
De 23 tochten hebben derhalve een totale lengte van 746,9 kilometer. We zijn van plan die afstand te bewandelen in 36 dagetappes, variërend tussen de 15 en 33 kilometer per dag, zo mogelijk in combinaties van (delen) van die wandeletappes en fietsetappes.

Rondje Beetsterzwaag > Hemrik > Wijnjewoude > Olterterp > Beetsterzwaag
Vandaag zijn we van plan om het grotere noordelijke rondje van de 35,2 kilometer lange Fietsroute 8 te bewandelen, van Beetsterzwaag via Hemrik, Sparjebird, Klein Groningen, Wijnjewoude, Heidehuizen, Olterterp, en daarna weer terug naar Beetsterzwaag, met een lengte van 24,9 kilometer.
Deze dag-etappe bestaat uit twee delen, namelijk ten eerste het 18,3 kilometer lange deel van de fietsroute nummer 8 van deze gids, van de Trambrug Wijnjeterp via Wijnjewoude en Beetsterzwaag naar het kruispunt van de Ald Hearrewei/Bûtewei, en ten tweede een zelf geplande verbindingstraject van 6,6 kilometer tussen dat kruispunt van de Ald Hearrewei/Bûtewei en de Trambrug Wijnjeterp.
We knippen fietsroute 8 in twee afzonderlijke delen, waarbij het tweemaal bewandelen van bovengenoemd verbindingstraject het mogelijk maakt dat we twee afzonderlijke deelrondes lopen. 
We vertrekken daartoe vanuit Feinsum om 7:55 uur, en rijden dan met de auto naar Landgoed Lauswolt. Op het parkeerterrein van Lauswolt laten we onze auto achter.
Bij vertrek vanmorgen in Feinsum is het 6 graden Celsius, en bij Lauswolt is de temperatuur bij aankomst om 14:15 uur inmiddels opgelopen naar 16 graden Celsius.
Het is de hele dag dichtbewolkt. Aanvankelijk waait het nauwelijks, en regelmatig krijgen we langdurig te maken met hele lichte motregen. Het dichte wolkendek was wel voorspeld, maar de aanhoudende motregen was in de weerberichten van de dagen ervóór niet vermeld. Tussen Wijnjewoude en Olterterp genieten we in elk geval van het droogste deel van deze etappe, en pas later op de middag - als we al weer thuis zijn - laat de zon zich heel even zien.

Door het beekdal van het Koningsdiep
Om 8:45 uur gaan we nabij Beetsterzwaag van start op de parkeerplaats van Landgoed Lauswolt.
In de bomen van Lauswolt zien we enkele ooievaars al druk in de weer op hun nesten.
Vanaf de Van Harinxmaweg gaan we tegenover Harinxmastate de Zandlaan op, die parallel aan de golfbaan loopt.
Aan het eind van de Zandlaan ligt een fietsers-/wandelaarsbrug over het Alddjip (ofwel Koningsdiep).
Daar steken we deze Lippenhuisterbrug over, en dan gaat de Zandlaan op de andere oever over in de Ald Hearrewei. 
Het eerste stuk gaat nog door het open veld, maar al spoedig gaan we een bosachtig perceel in en doorkruisen we de Liphústerheide in zuidelijke richting.
Nu al, op de kruising met de Bûtewei verlaten we de doorgaande lijn van de oorspronkelijke fietsroute 8, die vanaf hier rechtdoor gaat naar Lippenhuizen, want vanaf dit kruispunt gaan we de doorsteek maken naar de Trambrug Wijnjeterp, om bij die Trambrug Wijnjeterp aldaar de doorgaande lijn van deze oorspronkelijke fietsroute 8 op te pakken richting Klein Groningen en wat daar dan op volgt.

Alternatieve doorsteek van Ald Hearrewei naar Trambrug Wijnjeterp
Om deze doorsteek te maken, volgen we eerst een heel eind de Bûtewei in oostelijke richting.
Ten oosten van de Engbert Pierswei loopt een veldpad langs een boomsingel. Die gaan we op in de richting van Hemrik.
Dit pad komt uit op de Binnenwei aan de oostkant van Hemrik. Verderop in het dorp zien we het witte kerkje staan van Hemrik.
Dat het gemeenteraadsverkiezingstijd is, blijkt wel als we Hemrik bereiken, want langs de Binnenwei staan allerlei verkiezingsborden opgesteld van politieke partijen en actiegroepen, die zich onder andere keren tegen de zonnepanelen en tegen de omstreden Lelylijn door deze gemeente.
Over het fietspad langs de Binnenwei lopen we vervolgens naar het buurtschap Sparjebird, waar ik vroeger als lagere schoolkind enkele jaren een zomervakantieweek doorbracht in het bos van Sparjeburd.
Vlak vóór de ingang van het retraitecentrum New Eden gaan we een mooi bospaadje op door een langgerekt bosperceel in zuidelijke richting.
Aan het eind van dit bospad gaan we de Wijnterp op, om een eind verderop over te stappen op de Wijnje Terpverlaat, die we volgen totdat we bij de Brug Wijnjeterp de Opsterlandse Compagnonsvaart bereiken. Hier eindigt dan onze doorsteek, en pakken we de doorgaande route van de fietsroute 8 'Gorredijk en Opsterlânske Kompanjonsfeart' weer op.

Via Klein Groningen naar Wijnjewoude
Vanaf de Trambrug Wijnjeterp lopen we aan de noordzijde langs de Opsterlandse Compagnonsvaart in oostelijke richting.
Nadat we onder de N381 door zijn gelopen, komen we bij de vaartbrug aan in Klein Groningen.
Omdat het dorpshuis van Klein Groningen pas vanaf 1 april weer geopend zal zijn voor passerende recreanten, kunnen we daar nog niet naar binnen voor onze koffiepauze. En het is vanwege de aanhoudende motregen te nat om buiten bij het dorpshuis plaats te nemen op de houten bank.
Daarom gaan we direct door en volgen we in en vanuit Klein Groningen de Opper Haudmare, tot aan de Merkebuorren. Die Merkebuorren volgen we dan tot in de bebouwde kom van Wijnjewoude.
Ter hoogte van de dorpskerk aan de Merkebuorren zien we een abri staan, waarin we plaatsnemen voor onze koffiepauze. We hebben nu inmiddels bijna drie uren aaneengesloten gelopen, dus dan hebben we wel een kop koffie met een broodje verdiend, vinden we.

Wijnjeterperschar
Na deze koffiepauze gaan we vanuit Wijnjewoude het fiets-/voetgangerspad van de Finne op.
Die Finne blijven we alsmaar volgen totdat we aankomen op de T-kruising met de Tolleane. Dan zijn we al bijna weer teruggekeerd naar de N381.
Weer terug op de Bûtewei (maar nu helemaal aan het meest oostelijke eind ervan) gaan we onder de N381 door, om dan over de Opper Haudmare naar de zuidoostelijke punt van het Wijnjeterperschar te lopen. 
Aan deze kant van het Wijnjeterperschar zien we dat dit mooie natuurgebied buitengewoon nat is. Verderop zien we enkele heidevennen liggen, en onze route loopt langs een niet toegankelijk broekbos.
Op de Hege Heide aangekomen, lopen we westelijk langs het Wijnjeterperschar naar de Nije Heawei.
In de bocht van de Nije Heawei passeren we een bermmonument dat hier is geinstalleerd ter gelegenheid van het dodelijk ongeval van een 23-jarige jongeman, die hier als passagier als auto-inzittende van een stom-dronken bevriende chauffeur om het leven kwam. 

Over het Alddjip door het bos naar Lauswolt
Vlak in de royale bocht van de Poasen krijgen we het uitzicht over een uitgestrekt veenmeer.
En direct daarna steken we op de Poasen via een brug het Alddjip weer over.
Bij een huis aan deze oude rivier staat een beeldje aan het water van een viertal vissende kinderen, naast elkaar zittend achter een ijzeren hekwerk boven op een hoog opgaande walbeschoeiing.
De Poasen gaat nu over in de Poostweg, en het open veld gaat nu over in bos. Direct daarna gaan we in het buurtschap Heidehuizen het bos in.
We ontmoeten twee natuurbeheerders die hier aan het werk zijn. Hun auto's met een toegangsvergunning achter de voorruit hadden we eerder al gepasseerd.
Ook hier in het bos is het tamelijk nat. Bij een bosvijver kun je bijvoorbeeld zelfs niet meer bij een zitbank komen, om er even aan het water te zitten als passant.
Aan het eind van dit lange bospad komen we ter hoogte van de parkeerplaats van Hotel Restaurant Het Witte Huis op de Van Harinxmaweg. Hier nemen we onze lunchpauze, wederom in een abri.
Daarna is het nog maar een klein eindje tot aan Lauswolt, waar we vanmorgen onze auto hebben achtergelaten.
Vanuit Beetsterzwaag keren we tenslotte huiswaarts.

donderdag 12 maart 2026

De Pelgrimsdroom

Donderdag 12 maart 2026
 
Cover van 'De Pelgrimsdroom'

Op weg naar Santiago de Compostela
De Spaanse bedevaartsstad Santiago de Compostela is voor de ware pelgrim van Sint Jacob nooit het doel van de Camino. De weg is voor haar en hem namelijk het doel, of liever: het bewandelen van die weg (camino).
De wandelende pelgrim zet op weg naar het graf van de heilige Jacobus de ene voet voor de andere, dag na dag, in een parallelle wereld van doen en van denken, van fantasieën en dromen. 
De psychoanalyticus en tevens wandelende pelgrim Thijs de Wolf (1946) wil voor zichzelf en voor anderen verhelderen wat dat bijzondere 'wandelen' betekent. De pelgrim-auteur De Wolf onderzoekt daartoe zijn eigen pelgrimservaringen en deelt die met de lezer in zijn boek 'De Pelgrimsdroom' (2024). 
Onderweg verrast het Thijs oprecht dat het lukt te leven in het nu zonder het verleden kwijt te raken. Het gaat erom dat verleden een plaats te geven.
Maar het is ook een verhaal over angst. Soms lijkt de tocht eindeloos te duren, lijkt een kilometer veel langer dan duizend meter. En het gaat over afscheid. Er vloeien tranen als zijn wandelmaat Jean moet stoppen. Hoeveel pijn het ook doet, het is niet anders. 
Dromen, dat is waar het hart van deze pelgrim ligt.
De tekst van dit boek is gebaseerd op de dagboekaantekeningen die Thijs de Wolf tijdens zijn pelgrimages maakte aan het eind van zijn dag-etappes op de Camino's. Met dit boek wilde Thijs zijn ervaringen onderzoeken en delen. 
De subtitel van dit boek luidt: 'Op weg naar Santiago de Compostela'.

De Pelgrimsdroom
  • De wandelaar is een zoekende, onderweg, om in contact te komen met zijn of haar gevoelsleven, en dat te begrijpen.
  • Gevoelens bestaan pas echt via de ander.
  • Aan het eind van de Camino begint het terugkijken op wat je hebt gedaan en gevoeld, op het leggen van verbanden en het verkrijgen van nieuwe inzichten.
  • Wie wandelt, neemt zichzelf mee.
  • Wandelen gaat over herhalen en herinneren.
Jezelf zijn en toch de ander niet verliezen
  • Eigenlijk weet ik niet goed waarom ik ga. Dat begin ik pas jaren later te begrijpen.
  • Zonder het contact met het verleden is het leven eenzamer, dan wanneer je er in doorleefd contact mee kunt omgaan.
  • Je kunt leven in het nu zonder je verleden kwijt te raken. Daarmee ligt de toekomst open.
  • De wereld van de Camino is de concrete wereld van het nu, bijna magisch.
  • Tijdens de Camino zijn de binnen- en buitenwereld meedogenloos.
  • Voorbij de 400 kilometer verdwijnt het besef van verleden, heden en toekomst; ze verliezen hun betekenis. Er is alleen nog hier en nu.
  • Een wandeling begint ruim voordat je begint met lopen.
  • Tijdens mijn Camino's werd me gaandeweg duidelijk dat wandelen me helpt om de draden waarmee mijn leven geweven is, bloot te leggen en onder ogen te zien.
  • Een moeder neemt onverdraagbare en onbegrijpelijke gevoelens over van haar kind, en geeft die in pure vorm aan hem of haar terug, zodat het kalmeert.
  • De eerste weken thuis mis ik de routine en de rituelen van de Camino.
  • Ik voel me tijdens de tocht verbonden met de mensen die ook het pelgrimspad lopen.
  • Eenzaamheid en gedeprimeerdheid zijn wezenlijke onderdelen van de tocht.
  • Een pelgrim is wezenlijk anders dan een bewoner, een toerist of een monnik.
Binden, loslaten en vooral pijn lijden op de Camino Franchés
  • Pelgrims respecteren het land, maar zonder er deel van uit te maken.
  • Pelgrims zijn op weg; de weg is hun doel; het gaat hen naast de buitenwereld meer om de binnenwereld, meer om het wandelen zelf.
  • In de pelgrimsviering - met daarna de zegen voor de pelgrims - in de kathedraal ben ik toeschouwer en deelnemer tegelijk. Het is fascinerend en emotionerend.
  • In Frankrijk gelden andere gewoonten dan in Spanje.
  • Het loopt een stuk rustiger als je weet dat er een slaapplaats op je wacht.
  • Denken maakt plaats voor doen, het werk verdwijnt steeds verder naar de achtergrond.
  • Iedereen loopt zijn eigen Camino.
  • Het lijf wordt ouder, maar heeft wel een geheugen gekregen.
  • De Camino is verworden tot een commerciële wandelindustrie, ondersteund door Europese subsidies.
  • We horen bij elkaar, voel ik, maar eigenlijk weten we nauwelijks iets van elkaar.
  • Opgeven hoort ook bij de Camino.
  • Na de wandeling denk ik: dit doe ik nooit weer. Maar in het najaar begint het te kriebelen en ga ik voorbereidingen voor de volgende wandeling treffen.
  • Over de laatste 100 kilometer naar Santiago de Compostela moet iedere wandelaar 2 stempels per dag kunnen laten zien.
  • We waren pelgrims, maar in Santiago de Compostela gaan we op in de massa.
Hoe ver en hoe alleen op de Camino de la Plata
  • De Camino de la Plata is de mooiste wandeling die ik ken.
  • Het pad is zompig. Het pad verdwijnt onder water. Paden veranderen in riviertjes. Ineens gaat de weg over in een geelgroene rivier. 
  • Het lichaam neemt het lopen op een vanzelfsprekende wijze over.
  • De route door de Extramadura is heel erg lang en eentonig. Mensen zien we onderweg niet. De eenzaamheid kruipt van buiten naar binnen.
  • Overal voel je de aanwezigheid van het Romeinse en middeleeuwse verleden.
  • In het reine komen met jezelf en je geschiedenis betekent ook het opgeven van illusies en de gedachte dat het nog echt anders gaat worden.
  • Tussen Salamanca en Ourense zijn de dorpen veelal verlaten.
  • Het is een continu proces van verbinden en loslaten, waarbij je een goede balans moet vinden tussen het volgen van je eigen weg en het voegen naar de ander. Je zoekt voortdurend je grenzen op en bewaakt die. Je moet goed voor jezelf zorgen, naar je lichaam luisteren, om niet te bezwijken door overbelasting.
  • Er ontstaat een Camino-gevoel.
  • Wat telt, is het hier en nu, en het overgeleverd zijn aan de natuur, die indrukwekkend mooi is, maar ook hard.
  • Gehechtheid is een manier om angst en stress te reguleren: zo gaat het echt, en het werkt.
  • Als je behoorlijk oud bent, en niet daar bent waar je in je leven wilt zijn, dan is dat heel verdrietig.
Fantasie en werkelijkheid op de Camino de la Plata
  • Je moet je hoe dan ook aanpassen aan de onbuigzame natuur.
  • Deze Camino is er één van uitersten.
  • Ineens kan het pad zomaar verdwenen zijn, onder water.
  • De pijl geeft me een gevoel van veiligheid. Met die bekende gele pijl en met het pad krijg ik een band.
  • Ik leer mezelf over te geven aan wat de wandeling met me doet, zonder me erin te verliezen. Ook het weerzien met de mensen die hetzelfde pad lopen als ik, roept een gevoel op van blijdschap, van herkenning.
  • In toenemende mate voel ik me betrokken bij de anderen, zonder daarbij mezelf uit het oog te verliezen. Zij krijgen betekenis voor mij, maar ik ook voor hen.
De graat van de berg op de Camino Primitivo
  • Samen met iemand lopen, is heel anders dan alleen lopen. Het is minder gericht op jezelf, meer op de verbondenheid met de ander, meer naar buiten gericht.
  • Op de Camino's is het steeds weer opnieuw verbinden, en loslaten.
  • Ik ga me afvragen waarom ik dit allemaal doe.
  • Zo'n wandeling verbroedert. Lontjes worden langer, andere dingen worden belangrijk, je gaat anders met elkaar om. Je gaat je langzaamaan ook anders voelen. Je gaat om je heen kijken, en je voelt ruimte ontstaan in je hoofd. 
  • Juist om dergelijke beproevingen ben ik aan deze tocht begonnen.
  • Het is makkelijk om je mee te laten slepen door wat het pad met je doet.
  • De aankomst in Santiago is tot nu toe altijd een desillusie geweest, als een droom die uiteenspat. Als pelgrim heb je een zekere status. Dat is voorbij in Santiago; daar ben je weer één van de velen, opgenomen in de stad. 
  • Met de stilte is het helemaal gedaan vanaf nu (Santiago de Compostela). De commercie neemt het over van de spiritualiteit.
De grens en van binnen en buiten op de Camino del Norte
  • Ik weet wat ik moet doen: gewoon de gele pijlen volgen. Het zijn er niet al te veel, maar als je ze nodig hebt, zijn ze er, als je oplet.
  • Misschien gaat het er meer om dat we dingen die we (opnieuw) meemaken, willen laten kloppen met hoe wij denken dat de werkelijkheid is.
  • Afgedwaald van het juiste pad mis ik de veiligheid van de gele pijlen. 
  • Gouden bergen en perfecte relaties bestaan niet, maar het is wel troostend erover te kunnen dromen en fantaseren.
  • Ik ben me gaan realiseren hoezeer ik afhankelijk ben van de buitenwereld, en van de natuur.
Veiligheid en vertrouwen op de Camino Franchés
  • Lopend met een ander ben je minder op jezelf gericht, en meer naar buiten, op de verbondenheid met de ander.
  • Soms is je eigen voorstelling van de werkelijkheid, van hoe het zal zijn, te wreed.
  • Positieve herinneringen laten zich makkelijker oproepen dan negatieve ervaringen. Dat is waar de binnenwereld zich vormt, en begint te onderscheiden van de buitenwereld.
  • Als de buitenwereld veilig is, creëert dat gaandeweg veiligheid in de binnenwereld.
  • De Camino is een economische factor van belang.
  • Refugio's helpen me bij mezelf te blijven en mezelf te hervinden.
  • Blootstelling aan waar je bang voor bent, werkt wel.
  • Deze Camino is een tocht die mij veel heeft gekost, maar ook veel heeft gegeven.
  • Het herkennen van het goede in de ander en in jezelf, daar gaat het om in de Camino, in het leven.
Thuiskomen van de Camino de Madrid
  • De paden zijn doorweekt.
  • De eerste paar dagen denk ik: dat nooit meer, waarom zou ik mezelf zo kwellen. Maar de pijnlijke ervaringen verdwijnen naar de achtergrond, en de mooie dingen blijven.
  • Wat is Spanje toch een rijk, prachtig land.
  • Het pad is niet van mij, in zekere zin ben ik van het pad.
  • Ik doe niet anders dan gehoor geven aan het pad en het lopen. Mijn lichaam functioneert op de grens van binnen- en buitenwereld, van biologie en psychologie.
  • Er komt een gevoel van rust over me heen, en van een zekere dankbaarheid.
  • De werkelijkheid is niet van ons, ze is ons toebedeeld.
  • In de psychoanalytische behandeling gaat het - net als bij lopen van de Camino - om het herdenken van de eigen geschiedenis.
  • Het verleden is niet voltooid, maar onvoltooid verleden tijd.
  • Het overdenken van het verleden schept toekomst en herstelt de relatie met het zelf.
  • Weinig mensen lopen deze Camino.
  • Doordat de God van het christendom een gestalte is geworden, een persoon, is de focus komen te liggen op een persoonlijke relatie met God, en niet meer met de natuur waar we onderdeel van zijn.
  • De vreeemdeling is het andere dat ons uitlokt nieuwe perspectieven te onderzoeken en ons vanzelf van vanzelfsprekendheden te ontdoen.
  • Wandelen speelt zich af in het heden.
  • Ik merkte dat ik de tocht niet vast kon houden zoals ik hem gelopen had.
  • Door deze Camino en eerdere wandelingen heb ik voor mezelf nieuwe manieren van kijken weten te creëren.
  • Het lijkt alsof ik mijn dromen heb hervonden, onderweg.

woensdag 11 maart 2026

PFAS naar de bliksem

Dinsdag 10 maart 2026
 
Jan Post en Maurice Tax over PFAS















Watertechnologie-maand
Het Europees expertisecentrum voor duurzame watertechnologie Wetsus en de Leeuwarder Courant organiseren in deze maand maart 2026 – in de door hen zo genoemde ‘Watertech-maand’ - samen vijf lezingen, waarin wetenschappelijk onderzoek en praktische toepassingen van watertechnologie centraal staan. 
Na het succes van de vorige lezingen-editie in 2024 zijn opnieuw actuele en uitdagende thema’s binnen de watertechnologie geselecteerd. 
In deze vijf lezingen van 2026 staan vragen centraal als: 
Wat zijn de problemen en uitdagingen rond water? 
Wat doen technologen en bedrijven om deze aan te pakken? 
En wat kan ik zelf doen?
Deze vijf publiekslezingen vinden ’s avonds plaats in het gebouw van Wetsus in Leeuwarden.
De eerste lezing op 3 maart 2026 ging over ‘Stikstof voor het oprapen’.
Het thema van de tweede lezing op 10 maart 2026 gaat over: 'PFAS naar de bliksem'.

Bijdrage van watertechnologie aan oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken
In deze lezingenserie gaan we de wereld van wetenschap en innovatie ontdekken.
De lezingen worden gegeven door onderzoekers van Wetsus. 
Ondernemers die rond de besproken technologie bedrijven hebben gebouwd, vertellen vervolgens hoe dit in de praktijk uitpakt.
Onderzoekers van Wetsus en experts uit het bedrijfsleven nemen ons op die wijze mee in hun onderzoek en laten zien hoe watertechnologie bijdraagt aan oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken van vandaag en morgen. 
In het voorgaande weekend laat de Leeuwarder Courant ons in haar krant kennismaken met het onderwerp en met de betrokkenen van de komende lezing, en tijdens de lezing wordt dan nader op het thema van de lezing-avond ingegaan.

Jan Post over het oplossen van het PFAS-probleem
Irene Overduin – waterjournaliste voor de Leeuwarder Courant – heet eerst alle aanwezigen welkom. Zo’n 180 mensen hebben zich voor vanavond opgegeven. 
Vanavond wordt de tweede lezing verzorgd door programma-directeur en Wetsus-onderzoeker Jan Post, die ons vertelt over het ontwikkelen van een technologie die PFAS op industriële schaal uit water vangt èn vernietigt.
  • PFAS kom je in heel veel van onze producten tegen, bijvoorbeeld in regenkleding, pannen, verpakking; vooral ook omdat het heel geschikt is in het afstoten van allerhande stoffen. Verder is het ook heel hitte-werend, vandaar dat het ook in blusschuim zit. We kunnen er echter moeilijk afstand van nemen.
  • Deze familie van stoffen zit vol met fluorverbindingen. Het is in de dertiger jaren al uitgevonden en in de veertiger en vijftiger jaren van de vorige eeuw al toegepast als anti-aanbaklaag, en daarna ook in blusschuim. 
  • In de 60er jaren werd het bij de mens al in bloed gemeten, en in de 80er jaren bij heel veel mensen. Rond het jaar 2000 werd er stevig op gealarmeerd. 
  • Inmiddels is er een verbod op PFAS(-vormen) in veel producten. Resultaat van dat verbod kan zijn dat de nieuw ontstane problemen taaier zijn dan die van de voorgaande (inmiddels verboden) stoffen.
  • PFAS trekt water aan, althans de kop ervan, terwijl de staart water afstoot. 
  • PFOA en PFOS zijn de belangrijkste, namelijk de twee grootste PFAS-vormen. 
  • Als PFAS-stoffen andere stoffen tegenkomen, blijven ze daar graag aan plakken, bijvoorbeeld aan klei en slib en aan zeeschuim.
  • Er zijn inmiddels wel grenzen gesteld aan hoeveel PFAS in water mag voorkomen. 
  • Ondanks het feit dat het PFAS-probleem een nano-probleem (dus heel klein) is, is het wel een serieus probleem. 
  • PFAS bouwt zich op in je bloed, en kan leiden tot aantasting van je afweersysteem. We willen dit dus niet in ons systeem en zeker ook niet in ons lichaam hebben.
Hoe haal je PFAS uit het water?
  • Dat kan aan de kop met een electrisch veld. Aan de staart (die daarentegen niet van water houdt) merk je dat die vastplakt aan een andere stof.
  • Fluor houdt van fluor als ze op de juiste afstand van elkaar komen, en dan verbinden ze zich aan elkaar.
  • PFAS gaat gemakkelijk aan kool zitten. Je kunt PFAS ook afvangen door ionen(uit)wisseling. En met omgekeerde osmose kan dat ook, namelijk met omgekeerde filters. 
  • Maar wat als die kool vol zit met PFAS. Dan doe je dat in een oven, waar alles (dus ook de PFAS) wordt afgebrand. En dan blijft na die verbranding alleen de kool over, die dan ten behoeve van hergebruik weer terug gaat naar de zuivering. 
  • Bij het PFAS afvangen door ionenuitwisseling moet je werken met zout. 
  • Bij toepassing van osmose blijft er na zuivering nog een klein beetje PFAS in het water zitten.
  • We moeten uiteindelijk naar een technologie die heel snel en compacter werkt, en die bovendien veel duurzamer en efficiënter is.
  • Met fiber-filters kun je water zuiveren van PFAS.
  • PFAS-verwijdering volgt de volgende stappen: Verwijderen (met filters), Concentreren en Afvoeren 
  • Het verkregen PFAS moet je dan natuurlijk nog wel afbreken, want anders blijft je met dat afgevangen PFAS zitten en blijft daarmee het probleem bestaan.
  • Heel kort over het afbreken van PFAS: eerst haal je de kop eraf, dan breek je de moleculen in stukjes, en dan breek je de fluor eraf. En hoe dat kan, gaat ondernemer Maurice Tax ons (hieronder) vertellen.
Maurice Tax over bliksem & draaikolken 
Maurice is van Bright Spark, zijn onderneming die onder andere werkt aan PFAS-destructie.
Tax is in 2002 gestart met het desinfecteren van water door electrolyse (bijvoorbeeld toegepast in geval van een besmetting met legionella).
De focus van Bright Spark is op waterbehandeling (zuivering), gericht op met name bacteriën, pesticiden, geneesmiddelen, en inmiddels ook op PFAS-destructie.
  • De hoeveelheid PFAS op aarde blijft groeien; al bijna honderd jaar lang, namelijk vanaf 1930. De industrie blijft alsmaar PFAS lozen in het milieu.
  • In een proefopstelling bij Wetsus ging men werken met bliksem ontladen. Bliksem is namelijk heel agressief bij waterbehandeling. Er blijken trouwens geen toxicologische gevolgen te zijn van deze vorm van waterbehandeling. Dat is al een voordeel.
  • Bij deze vorm van PFAS-afbraak middels bliksem en draaikolken gaat het niet alleen om de afbraak van PFAS, want dat proces moet ook nog zo energiezuinig als mogelijk is.
  • In de loop der tijd van de doorontwikkeling van PFAS-afbraak bleek de betrokkenen van Wetsus, Wageningen University en Bright Spark dat ze steeds meer PFAS kapot konden maken. Dat ging dus de goede kant op. Van het bluswater van de Leeuwarder vliegbasis bleek bijvoorbeeld al dat bijna 100% van de daarin aanwezige PFAS afgebroken kan worden.
  • Verwijderen van PFAS kan inmiddels door velen al wel worden gedaan, maar daarmee los je het probleem niet op, want je moet de afgevangen PFAS daarna ook nog echt kapot maken. Bij verbranding ervan zou daardoor extra vervuiling - door uitstoot via de lucht - weer in de natuur komen, en dat wil je natuurlijk niet.
  • We moeten er met z’n allen alles aan doen om PFAS geheel af te breken, want dat is enige manier om de hoeveelheid PFAS op aarde te verminderen.
  • Politiek Den Haag toont wel belangstelling, maar het wachten is nog op verscherpte regelgeving, zulks ter stimulans van een daadwerkelijk verdergaande afbraak van PFAS.
  • Met het inmiddels bij Wetsus ontwikkelde apparaat kun je niet alleen PFAS afbreken, maar ook pesticiden en farmaceutische stoffen, zo bleek al. Dat is al met al een positief resultaat en bovendien hoopgevend voor de toekomst. 

De Wintergast & The Quiet Girl in Filmhuis Nije Skalm Stiens

Maandagavond 9 maart 2026
 
Cover van de film 'The Quiet Girl'

Film over spreken als het nodig is
Vanavond wonen Durkje en ik in filmhuis Nije Skalm te Stiens de Ierse film 'The Quiet Girl' (2022) bij, het speelfilmdebuut van Colm Bairéad, de verfilming van een novelle van schrijfster Claire Keegan.
De film wordt beschreven als een teder drama over de lotgevallen van een gesloten tienjarig meisje op het platteland in Ierland aan het begin van de jaren tachtig.


Wintergast Jacqueline Schrijver 
Maar voordat de speelfilm wordt vertoond, luisteren we naar een interview van Jan van Dijk, die in vraaggesprek gaat met Jacqueline Schrijver, die momenteel directrice is van de culturele Stichting Stinze Stiens.
Jacqueline groeit naar eigen zeggen op als zogenoemd spoorweg-meisje, als dochter van een medewerker van de Nederlandse spoorwegen. Dit Wintergast-interview volgt de levensloop en loopbaan van Jacqueline voor wat betreft haar opleidingen, vrijwilligerswerk en haar loopbaan beroepshalve. 
Voordat Schrijver directeur werd bij Stichting Stinze Stiens werkte ze in het bank- en verzekeringswezen, en was ze onder andere directrice van Film in Friesland. 
De film die vanavond in dit Stienser filmhuis wordt vertoond, is de keuzefilm van Jacqueline.

Het stille meisje
Als de film begint, zie je een open veld en hoor je een koekoek. Dat geluid van de koekoek is heel bewust gekozen. De koekoek legt haar eieren in nesten van andere vogelsoorten, met als gevolg dat die gastvrouw-/gastheer-vogels ook de koekoeksjongen (op)voeden, in plaats van dat de biologische ouders dat zelf doen. Als je de film bekijkt, realiseer je je wel waarom je de koekoek vooraf en nadien hoort.
Het meisje Cáit - hoofdrolspeelster - spreekt alleen als ze dat zelf nodig acht, en dat is niet vaak en ook niet veel. De film speelt zich af in het begin van de tachtiger jaren van de vorige eeuw. Het is dan zomer op het Ierse platteland. 
De tienjarige Cáit wordt door haar vader bij familieleden (bij een nicht van haar moeder) ondergebracht om haar moeder – die in verwachting is van het zoveelste kind – enigszins te ontlasten. 
Haar vader brengt haar in de auto weg, ver weg, drie uren rijden van de thuisplek waar tijdelijk geen plaats voor haar is. 
Haar gastmoeder omringt haar met veel aandacht en liefde. Met haar gastvader krijgt ze heel langzaam, maar wel heel goed contact. Van een kennis in de buurt krijgt ze te horen wat haar gastouders haar niet vertelden, waardoor een aantal zaken voor haar op hun plaats vallen.
Aan het eind van de zomer, als Cáit door haar gastouders weer thuis wordt gebracht bij haar ouders en hun gezin, wordt duidelijk dat het voor Cáit moeilijk wordt om weer thuis te komen, om daar voorgoed te blijven.
We zagen een film waarin ook duidelijk wordt hoe belangrijk het is voor een kind om er te mogen zijn, om gezien te worden en omringd te worden met aandacht, liefde en compassie. Deze film heeft maar weinig woorden nodig om dat te onderstrepen.

dinsdag 10 maart 2026

Turfroute - Fietsroute 7-oost wandelen als rondje Oudehorne

Maandag 9 maart 2026
 
Bij het vervenerhuisje met de Poppebeam van Jubbega

















Wandelen & fietsen vanaf de Turfroute in Zuidoost-Friesland
De turfvaarten in Zuidoost-Fryslân zijn eeuwenoud en vaak met de hand gegraven. 
De zogenoemde 'Turfroute' verbindt sinds 1974 al die vaarten met elkaar. De kanalen met haaks daarop sloten, bossen, elzensingels, heide, weiden en beekdalen geven het gebied een eigen charme. 
In twintig pakkende verhalen en routes slaan de journaliste Janneke Donkerlo en de schrijver van routegidsen Fokko Bosker als het ware bruggen tussen de vaart en het omliggende landschap. Zij nemen het water als vertrekpunt voor hun rondwandelingen en fietstochten door dit rijk geschakeerde landschap van coulissen van elzen- en eikensingels, in een fijnmazig patroon van vaarten en wijken.
Resultaat van hun werk is de in 2024 uitgegeven routegids 'Wandelen & fietsen vanaf de Turfroute in Zuidoost-Friesland'.

23 tochten met een totale lengte van 746,9 kilometer
Deze routegids bestaat uit 11 fietstochten en 12 wandeltochten, die Durkje en ik van plan zijn om alle te gaan wandelen. 
  • Tien fietstochten hebben een totale lengte van 387,4 kilometer, waarvan de kortste 13,7 km en de langste 63,4 km lang is.
  • De twaalf wandeltochten hebben een totale lengte van 134,5 kilometer, waarvan de kortste 4,6 km en de langste 15,9 km lang is.
  • De veel langere 'Fiets-Turfroute' door Zuidoost-Fryslân heeft een totale lengte van 225 kilometer.
De 23 tochten hebben derhalve een totale lengte van 746,9 kilometer. We zijn van plan die afstand te bewandelen in 36 dagetappes, variërend tussen de 15 en 33 kilometer per dag, zo mogelijk in combinaties van (delen) van die wandeletappes en fietsetappes.

Rondje Oudehorne > Schurega > Jubbega > Oudehorne
Vandaag zijn we van plan om het kleinere oostelijke rondje van de 55,4 kilometer lange Fietsroute 7 te bewandelen, van Oudehorne via Schurega en Jubbega, en daarna weer terug naar Oudehorne, met een lengte van 23,1 kilometer.
We vertrekken daartoe vanuit Feinsum om 7:45 uur, en rijden dan met de auto naar Oudehorne. Op de kruising van de Oude Singel en de Tweede Compagnonsweg laten we onze auto achter in de berm.
Bij vertrek vanmorgen in Feinsum is het 2 graden Celsius, en in Oudehorne is de temperatuur bij aankomst om 15:15 uur inmiddels opgelopen naar 16 graden Celsius.
Het is aanvankelijk nog behoorlijk mistig, maar die mist trekt langzamerhand op, en dan is het nagenoeg de hele dag aangenaam zonnig weer; het waait nauwelijks, en gelukkig blijft het droog. Het is vandaag heerlijk warm voor de tijd van het jaar - zodat zowel jas als trui uit kunnen - en daarmee heel mooi zonnig voorjaarswandelweer op deze prachtige lentedag van 2026.

Alpaca's en reeën in Oudehorne
Om 8:30 uur gaan we in Oudehorne van start op de Tweede Compagnonsweg.
Rechts in een weiland zien we een kudde alpaca's grazen.
In de bocht van de weg gaan we rechtdoor, de Ellewijksreed op.
Na de Z-bocht in de Ellewijksreed zien we rechts van ons verderop in het weiland vijf reeën staan. 
Ze houden ons - waaks als ze zijn - heel goed in de gaten, maar vluchten niet.
Als ze zien dat we ons weer van hen verwijderen, gaan ze rustig door met grazen.
Verderop op de reed is een boer rechts van het pad mest aan het uitrijden over het weiland.
En links van de reed zien we de plaatselijke begraafplaats, met daarop ook de klokkenstoel van Oudehorne.
Na de Schoterlandseweg (N380) laten we op de Jan K. Bosmalaan Oudehorne achter ons.

Zwerfkeien op de Kiekenberg
Als we op de Siebe Annesweg vanuit het open veld het bosperceel in zullen wandelen, passeren we aan de zuidkant de Kiekenberg. 
We gaan even dit mooie stukje natuurgebied in, om op de geringe hoogte bij de gestapelde zwerfkeien te kijken.
Vanaf hier heb je een mooi overzicht over dit natuurgebied, waarin de toppen van de heidestruiken zijn bedekt met spinnenwebben, die vanwege de misdruppels erop bijna wit oplichten in het nog schrale zonlicht, hetgeen een bijzondere mystieke sfeer creëert.
Op de Tjongervallei uitgekomen, lopen we naar de Oldeberkoperweg, waar we aankomen bij de rand van de bebouwde kom van Oudehorne.
Vanaf de Oldeberkoperweg dalen we af naar het lager gelegen wandel- en fietspad langs de Tjonger (Tsjonger/Kuinder/Kuunder).
Verderop gaan we niet de rivieroever volgen, maar blijven we op het geasfalteerde pad dat langzaam oploopt, de riviervallei van de Tjonger uit.

Molen en klokkenstoel met haan in Schurega
Over de geasfalteerde Tjongervallei en de Suurdreed lopen we naar de kerk van het buurschap Schurega.
Daar houden we onze koffiepauze, heerlijk in de zon op een bankje bij de kerk.
Ondertussen zien we een vrouw op de fiets aankomen, die de op dat moment nog gesloten kerk in gaat.
Na onze koffiepauze gaan we de kerk ook in, waar we een leuke ontmoeting hebben met mevrouw Hoekstra, de voorzitster van de Plaatselijke Commissie van deze 18e eeuwse kerk.
De kerk (1715) heeft boven de kerkdeur tegen de gevel een sierlijke gevelsteen met wapenschilden, die verwijst naar de familie Scheltinga, die de bouw van deze kerk indertijd mogelijk heeft gemaakt. 
In de kerk zien we twee moderne gebrandschilderde ramen hangen, waarvan één met een molen (2010), en de andere (2020) met daarin een haan en ook de vroegere klokkkenstoel, die tot 1910 nog bij deze kerk stond.
Na deze lange pauze lopen we over de Kerklaan naar de Schoterlandseweg (N380) die we een eindje in oostelijke richting volgen.

De pelgrim van Welgelegen
Over de Bloksreed lopen we in noordelijke richting, want aan het eind van die weg aangekomen, gaat deze route een heel eind verder in oostelijke richting over eerst de Leidijk en daarna over de Luxemburg.
Aan onze linkerzijde passeren we achtereenvolgens de 1e, 2e, 3e, 4e, 5e en 6e wijk, om ter hoogte van de 7e wijk de Dekamaweg op te gaan, in noordelijke richting, naar de Bij de Leijweg in Hoornsterzwaag.
Daar steken we de Bij de Leijweg over, om op een smal fiets-/wandelpad naar de Welgelegen te lopen.
Die Welgelegen (door - inmiddels aangekomen in - Lippenhuizen) lopen we helemaal uit, en aan het eind ervan bij het binnengaan van Jubbega stopt een auto naast ons. In het gesprek dat dan volgt, blijkt de chauffeuse Pytsje te zijn, die ons uitnodigt om bij haar thuis een kop koffie te drinken. Ze vertelt ook als pelgrim op weg te zijn naar Santiago de Compostela, en dat ze later deze week vertrekt voor het volgende pelgrimstraject tussen Limoges en Bordeaux.
Ze rijdt vóór ons uit, en wij wandelen een stuk terug over de Welgelegen, waar we met de gastvrije Pytsje een aangename lunchpauze hebben op het terras in de zon. Heel mooi om zo in onze ontmoeting een en ander uit te wisselen over elkaars pelgrimservaringen en toekomstige pelgrimage-trajecten.

Poppebeam en cortex-kunst in Jubbega
Vanaf de Welgelegen kunnen we ook een alternatieve doorsteek maken door een bosperceel en langs een boomwal naar de Bij de Leijweg waarop we de bebouwde kom van Jubbega binnenwandelen.
Vlak na het binnenlopen van Jubbega komen we langs een 19e eeuws vervenerhuisje (1861) aan de vaart. 
Bij dit vervenershuisje staat een meer dan 150 jaar oude monumentale beuk met een stamomtrek van al meer dan 5,4 meter, die ook wel de Poppebeam van Jubbega wordt genoemd.
Over de Jelle van Damweg doorkruisen we het centrum van Jubbega. Daarbij moeten we tijdelijk even de dorpsvaart oversteken, omdat men aan de overzijde druk bezig met grondwerkzaamheden.
In de Schoterlandse Compagnonsvaart staat een cortex-stalen kunstwerk van een boot met schipper. 
En op het kruispunt met de P.W. Jansenweg heeft men van cortex-staal een replica opgericht van een ophaalbrug over de vaart.
Hier en daar staan cortex-profielen van de turfsteker.
Over de Singel lopen we Jubbega uit. Op het erf bij een boerderijwinkel zien we een lange melkkar staan, met daarop twaalf melkbussen, als stille getuigen van hoe de boeren vroeger de melkbussen bij de weg zetten ten behoeve van het transport naar de melkfabriek.

Hoogspanning en brand
We blijven alsmaar de Singel volgen, die een eind verderop overgaat in De Tsjoele. Daar kruisen we ook weer een wijk, met daarin vlakbij de weg een sluiskolk.
Langs de wijken staan vervenershuisjes en kleine boerderijen, momenteel doorgaans woonboerderijtjes.
Op de N392 passeren we het Hoogspanningsstation Gorredijk van Liander. Direct daarna steken we die Nijewei over, om verder te gaan op de Oude Singel.
Op de plek waar die Oude Singel over gaat in de Tweede Compagnonsweg hebben we vanmorgen onze auto geparkeerd. Als we net bij onze auto arriveren, rijdt een brandweerauto ons met zwaailicht en sirene met hoge snelheid voorbij over de Tweede Compagnonsweg, op weg naar een boerderij in Langsweagen die in brand staat, zo horen we even later op de autoradio.
Vanuit Oudehorne rijden we om 15:15 uur terug naar huis.

zaterdag 7 maart 2026

De Gouden Eeuw van de koopvaardij in Friese steden en dorpen

Zaterdag  7 maart 2026
 
Lezing van Jan Auke Walburg in Tresoar te Leeuwarden













Lezing van Jan Auke Walburg
Elk jaar organiseert het Genealogisch Werkverband een reeks bijeenkomsten. Haar lezingen worden georganiseerd in Tresoar te Leeuwarden, zo ook vanmiddag.
Vandaag staat er een gemeenschappelijke bijeenkomst op de agenda, georganiseerd door de Friese afdeling van de Nederlandse Genealogisch Vereniging in samenwerking met de Stichting Freonen fan de Argiven yn Fryslân, met  het Genealogysk Wurkferbân van de Fryske Akademy en met de Werkgroep Maritieme Geschiedenis van de Fryske Akademy.
Het Genealogysk Wurkferbân laat deze lezing verzorgen door klinisch-psycholoog en bedrijfskundige Jan Auke Walburg, over zijn boek ‘Friezen op zee’.
De emeritus-hoogleraar Jan Auke Walburg was in zijn werkzame leven directeur van verschillende organisaties in de gezondheidszorg, onder andere bij het Trimbos Instituut.
Zijn recente boek ‘Friezen op zee’ kwam tot stand op basis van zijn Friese afkomst, zijn ruime zeilervaring in en rond Fryslân, en van zijn vakgebied. 
Op het snijpunt van bovenstaande richtte Walburg zijn belangstelling op de omstandigheden waaronder Friese gemeenschappen enkele eeuwen geleden tot bloei kwamen.

Friezen op zee
Fryslân is meer dan alleen een agrarische provincie. 
Eeuwenlang is de welvaart van Friese dorpen en steden bepaald door hun scheepvaart. 
Deze Friese bijdrage aan de koopvaardij komt niet uit de lucht vallen. 
Al tussen de jaren 750 en 900 beleven de Friezen een eerste bloeiperiode in de handel vanuit de Fries-Frankische koningsstad Dorestad.
Jan Auke Walburg zijn boek ‘Friezen op zee’ vertelt het verhaal van zesentwintig Friese gemeentes, over: 
  • hoe tienduizenden schepen vanuit Fryslân door de Sont op weg gaan naar de Oostzee;
  • hoe boerenzoons op hun eigen land schepen bouwen die de zee opgaan;
  • hoe hele families zich gaan richten op de scheepvaart, vaak in samenwerking met hun familieleden in Amsterdam en de Zaanstreek;
  • hoe Waddeneilanders hun welvaart met walvisvaart opbouwen;
  • hoe marktplaatsen midden in Fryslân uitgroeien tot internationale havens;
  • hoe de bewoners van veengebieden hun turf opgraven en vervoeren naar Amsterdam;
  • hoe menige Friese plaats een centrum wordt van scheepsbouw en ook 
  • hoe de koopvaardij ten onder gaat.  
Een aantal van bovenstaande items komt vanmiddag in de lezing van Walburg aan de orde in de geheel volle zaal van Tresoar.

De Gouden Eeuw van de koopvaardij in Friese steden en dorpen
Tijdens de 17e en 18e eeuw komt de Friese koopvaardij tot een ongekende bloeiperiode, die vrijwel overal in Fryslân welvaart brengt. 
Niet toevallig is die Friese 'Gouden Eeuw' onlosmakelijk verbonden met de Gouden Eeuw van Amsterdam. 
Amsterdam heeft het begin van haar groei en ontwikkeling als handelsstad grotendeels aan de Oostzeehandel te danken. 
Het zijn vooral de Friezen die de Amsterdammers voeden met het graan dat zij uit de Oostzeegebieden halen, die Amsterdam voorzien van het hout dat nodig is om de stad te bouwen en die later de burgers van Amsterdam en de industrieën van Amsterdam en de Zaanstreek voorzien van turf als brandstof. 
Die ‘levenszenuw’ van de Hollandse welvaart ontwikkelt zich in belangrijke mate vanuit de doopsgezinde netwerken die Amsterdam en Fryslân met elkaar verbinden. 
In deze doopsgezinde geloofsgemeenschap werkten zij samen in handel en scheepvaart: de Amsterdammers als reders en de Friezen als transporteurs.  

Bloeiperiode van de Friese koopvaardij
Voorop wordt door Jan Auke Walburg gesteld dat met de Friese 'Gouden Eeuw' hier de bloeiperiode van de Friese koopvaardij wordt bedoeld, zowel in zijn boek als hier ook vanmiddag in deze lezing.
Zijn boek beschrijft zowel de binnenvaart als de internationale koopvaardij, waarbij wordt beoogd een overzicht te geven van de geschiedenis van de Friese koopvaardij.
Om die geschiedenis te beschrijven, kun je verschillende invalshoeken kiezen. Dat kan bijvoorbeeld maritiem, genealogisch, met uiteenlopende casuïstiek of deelgebieden, middels wetenschappelijk dossieronderzoek of door het bestuderen van veel bronnen van musea, archieven, verenigingen en stichtingen en van registers. Veel van die informatie is onder andere bijeen vergaard hier in Tresoar te Leeuwarden.
Bij de Friese scheepvaart gaat het onder andere om koopvaardij, walvisvaart, visserij en binnenvaart, van het begin van onze jaartelling tot heden (en toekomst), gericht op steden en dorpen.
De zogenoemde Sont-tol-registers/-archieven zijn van de Deense regering, die al zijn gedigitaliseerd, waarin is bijgehouden wie langs de Sont van de Noordzee naar de Oostzee voeren. Elk schip moest zich melden en aangeven wie ze waren en waartoe ze passeerden. Dat is allemaal vastgelegd in deze tolregisters. 
Hieronder wordt in enkele sub-thema's één en ander weergegeven van de inhoud van deze middaglezing van Jan Auke Walburg:

1. Het Friese landschap
  • Fryslân was aanvankelijk voor een groot deel een nat land met veel kreken en kwelders, waarin zich langzamerhand boeren en vissers vestigden.
  • De terpenbouw ontstond, en de uitwisseling van zowel materialen als communicatie onderling vond in het begin met bootjes van uitgeholde boomstammen plaats.
2. De Romeinen (0-500 na Christus)
  • De Romeinen veroverden ook Nederland, vooral het deel beneden de grote rivieren werd door hen bezet; en tegen een kleine vergoeding lieten ze de noorderlingen met rust. Zo behielden de Friezen hun vrijheid.
  • Toen de Romeinen in de loop der tijden echter teveel begonnen te vragen van de Friezen, hebben de Friezen de Romeinen verslagen bij Velsen, waarbij de Romeinen (die zich in die tijd overigens al terugtrokken uit Nederland), het er maar bij lieten.
  • De Romeinse scheepvaart was in die periode al veel verder ontwikkeld dan die van de Friezen. De Friezen hebben daarvan geleerd, en hun bootjes vergroot tot een voor de Friese wateren geschikte lange en smalle platbodems, met daarop een zeil, ten behoeve van hun transport.
  • De Romeinen hadden al jaagpaden aangelegd, en ook daarvan leerden de Friezen hoe ze die in Fryslân konden toepassen.
3. De Grote Volksverhuizing
  • De Grote Volksverhuizing vond plaats in de jaren tussen 300 en 700. 
  • De gevolgen van die volksverhuizing konden de Romeinen niet hanteren, dus het Romeinse Rijk stortte in, mede door interne strubbelingen in Rome.
  • De Friese nederzettingen lagen in die tijd verspreid tussen het Duitse Hamburg in het noorden en Domburg in Zeeland in het zuiden, dus die lagen nogal sterk verspreid langs de zeekust. 
4. Friese handel met Franken vanuit Dorestad (500-900)
  • Maar de Friezen trokken ook landinwaarts langs de Rijn naar Dorestad, en dat was in dit tijd een ideale plek om over water naar alle windstreken te varen.
  • Dorestad – toen nog een Frankische keizerstad - werd en was voor die tijd groot(s) met voorheen nog ongekende proporties.
5. De Vikingen
  • Dorestad verdween later echter langzamerhand; mede door de vele plunderingen van de Vikingen, die daar roofden, maar de rest van de stad dan intact lieten, om er dan enkele jaren later weer terug te komen voor hun volgende portie roofgoed.
  • De Friezen hadden eerder al veel van de Romeinen geleerd, en leerden daarna hier in Dorestad ook veel van de Franken, en in diezelfde tijd tegelijk ook van de Vikingen, waarmee de Friezen  trouwens ook wel optrokken. 
  • De Friezen leerden van de Vikingen veel over handel, roof, plunderingen, scheepsbouw (snel voor de strijd, en breed voor de handel) en ook in sociaal-cultureel opzicht.
6. 9e en 10e eeuw Stavoren en Bolsward als hanzesteden
  • De bloeitijd van de hanzesteden was ook voor de Friezen een hele rijke periode.
7. Intermezzo: voortdurende strijd in Westlauwers Fryslân (1100-1600)
  • De Friezen streden niet alleen tegen het water, maar ook tegen elkaar, tegen de Hollanders, tegen de Saksen, tegen de Bourgondiërs en tegen Spanje. 
  • De Friezen waren vrij, maar hebben daar wel heel veel voor moeten vechten.
8. Eerste bloeitijd van de Friese koopvaardij (1550-1650)
  • Dit is de periode van de opkomst (bloei) van Amsterdam en tegelijk ook de tijd van de vlucht van de doopsgezinden.
  • Doopsgezinden mochten niet strijden en niet regeren, en kwamen mede daardoor automatisch terecht in de handel. De Amsterdammers werkten (daardoor) graag met de doopsgezinde Friezen.
  • Alle vervoer en transport ging in Fryslân in die tijd meestal over het water, dus de Friezen konden goed met scheepvaart omgaan.
  • Rond de Sudersee omstreeks 1300 ontstond een eerste periode van koopvaardij voor de Zuiderzeesteden en voor de Waddeneilanden. 
  • De Friezen ontwikkelden het hele Baltische gebied qua handel en koopvaardij, waarvan Amsterdam veel heeft geprofiteerd. De hoge opbrengsten daarvan maakten het de Amsterdammers financieel mogelijk om naar de Oost en de West te trekken.
  • Harlingen had in die tijd heel veel schippers en schepen, wat leidde tot een enorme opbloei en welvaart. Dat gold overigens ook voor Stavoren, Bolsward, Vlieland en Terschelling.
  • Het Oostzee-gebied was een gigantisch groot handelsgebied, waar van alles was wat er in Nederland niet was en wat ze daar dus haalden, zoals: hout, staal, wapens, graan, erts, bont, pek, teer, kruit, ijzer.
  • Ze brachten daar daarentegen producten naar toe zoals haring, textiel, wijn, zout, zuivel en later ook koloniale waren.
9. Achteruitgang van de koopvaardij
  • De aanvankelijke rust werd echter wreed verstoord door allerlei vormen van strijd tussen landen en regio's.
  • Verder was er in dit zeegebied sprake van kapingen en zee-oorlogen, 
  • Die wantoestanden leidden uiteindelijk tot onder andere afnemend transport tussen Amsterdam en Danzig, tot veranderingen in de Baltische handel, en uiteindelijk ging men over op andere wijze van transport, namelijk gericht op het binnenland en achterland, door de toename van anderssoortig transport tussen Amsterdam en Duitsland.
10. Tweede ronde 18e eeuw: binnenhavens
  • De Friese binnenhavens - met ertussen de verschillende Friese vaarten - floreerden met hun regionale en lokale handel en vervoer van goederen.
  • Binnen(haven)steden zoals Sloten, IJlst en Woudsend  hebben de buiten(zee)havens overtroefd, en gingen later overigens óók internationale handel en transport ontwikkelen.
11. Neergang na de 4e Engelse oorlog & Franse bezetting
  • De Nederlandse vloot is door de Vierde Engelse Oorlog vrijwel geheel vernield, en de Fransen hebben Nederland na hun voorafgaande bezetting berooid achtergelaten.
12. 19e eeuw: grote veranderingen in transport
  • De 19e eeuw was dynamisch, weliswaar met een sterke afname van onze internationale koopvaardij, maar daarentegen groeide de binnenvaart en het transport over de weg en op het spoor in Fryslân. 
  • De scheepvaart motoriseerde en de industrie kwam op.
  • Harlingen bleef (tot op heden) wèl dé internationale zeehaven van Fryslân.
13. De gouden eeuw van Leeuwarden
  • Leeuwarden lag voorheen aan de Bordine (ofwel Middelzee), dus ook Leeuwarden was voorheen een havenplaats.
  • Uiteindelijk is de Middelzee ingedijkt en verdween die zee.
  • Leeuwarden was daarentegen wel ideaal gepositioneerd als handelsstad in allerlei richtingen, zoals bijvoorbeeld naar Dokkum, Sneek, Harlingen en ook de zee op.
  • De boerderijen wilden heel graag hun goederen via schepen naar Leeuwarden vervoeren; denk maar aan hun zuivelproducten zoals boter en kaas.
  • Maar de Leeuwarders voeren ook wel degelijk naar de Oostzee; daarvan getuigen de Sonttolregisters.
  • Er waren vanuit Leeuwarden allerlei beurtverbindingen met Nederlandse steden, en ook allerlei beurtveren met omliggende dorpen.
  • De oriëntatie van de stad verschoof overigens wel naar Leeuwarden zelf.
  • Ook Leeuwarden kende haar bloeiperiode door met name industrie, als bestuurscentrum en dienstencentrum. 
  • De vaarroutes vanuit Leeuwarden met Harlingen, Groningen en Lemmer waren en bleven van belang voor de stad.
  • Toen het vrachtvervoer in Leeuwarden afnam, werden de Leeuwarder grachten historisch erfgoed.
  • Er is momenteel eigenlijk geen sprake meer van koopvaardijscheepvaart in Leeuwarden.
14. Koopvaardij en genealogie
  • In de Sont-tol-registers kun je online ook heel goed genealogisch onderzoek doen naar bijvoorbeeld schippersfamilies.
  • Fryslân is trouwens niet zo actief geweest in de Verenigde Oostindische Compagnie. Die VOC trok er ook op uit om te bezetten en te roven, en dat zou mede de reden kunnen zijn dat de vredelievende Friese doopsgezinden niet actief waren in de VOC-vaart.

donderdag 5 maart 2026

Turfroute - Fietsroute 12a-oost wandelen als rondje Ureterp

Donderdag 5 maart 2026
 
Oversteek over het Alddjip in het beekdal van dat Koningsdiep

















Wandelen & fietsen vanaf de Turfroute in Zuidoost-Friesland
De turfvaarten in Zuidoost-Fryslân zijn eeuwenoud en vaak met de hand gegraven. 
De zogenoemde 'Turfroute' verbindt sinds 1974 al die vaarten met elkaar. De kanalen met haaks daarop sloten, bossen, elzensingels, heide, weiden en beekdalen geven het gebied een eigen charme. 
In twintig pakkende verhalen en routes slaan de journaliste Janneke Donkerlo en de schrijver van routegidsen Fokko Bosker als het ware bruggen tussen de vaart en het omliggende landschap. Zij nemen het water als vertrekpunt voor hun rondwandelingen en fietstochten door dit rijk geschakeerde landschap van coulissen van elzen- en eikensingels, in een fijnmazig patroon van vaarten en wijken.
Resultaat van hun werk is de in 2024 uitgegeven routegids 'Wandelen & fietsen vanaf de Turfroute in Zuidoost-Friesland'.

23 tochten met een totale lengte van 746,9 kilometer
Deze routegids bestaat uit 11 fietstochten en 12 wandeltochten, die Durkje en ik van plan zijn om alle te gaan wandelen. 
  • Tien fietstochten hebben een totale lengte van 387,4 kilometer, waarvan de kortste 13,7 km en de langste 63,4 km lang is.
  • De twaalf wandeltochten hebben een totale lengte van 134,5 kilometer, waarvan de kortste 4,6 km en de langste 15,9 km lang is.
  • De veel langere 'Fiets-Turfroute' door Zuidoost-Fryslân heeft een totale lengte van 225 kilometer.
De 23 tochten hebben derhalve een totale lengte van 746,9 kilometer. We zijn van plan die afstand te bewandelen in 36 dagetappes, variërend tussen de 15 en 33 kilometer per dag, zo mogelijk in combinaties van (delen) van die wandeletappes en fietsetappes.

Rondje Ureterp > Bakkeveen > Frieschepalen > Ureterp
Vandaag zijn we van plan om het grotere oostelijke rondje van de 39,1 kilometer lange Fietsroute 12a te bewandelen, van Ureterp via Bakkeveen (Bakkefean) en Frieschepalen, en daarna weer terug naar Ureterp, met een lengte van 24,9 kilometer.
Dan lopen we gedurende deze etappe de 22,3 kilometer van de 39,1 kilometer lange ronde, maar omdat we vanuit Ureterp (Oerterp) eerst een 2,6 kilometer lange verbindende doorsteek maken naar de doorgaande route op De Mersken wandelen we vandaag uiteindelijk 22,3 + 2,6 = 24,9 kilometer. Voordeel daarvan is dat we dan vandaag niet hoeven te fietsen tussen eind- en beginpunt en ook niet met twee auto's hoeven te rijden naar de eind- en beginpunten van vandaag. Praktisch betekent zoiets voor ons dat we de etappe met ruim een half uur lopen verlengen, zowel vandaag als ook de volgende keer als we het andere deel van deze grote ronde lopen.
We vertrekken daartoe vanuit Feinsum om 7:20 uur, en rijden dan met de auto naar Oerterp. Op De Telle laten we onze auto achter op een parkeerstrook.
Bij vertrek vanmorgen in Feinsum is het 4 graden Celsius, en in Oerterp is de temperatuur bij aankomst om 13:30 uur inmiddels nota bene al opgelopen naar 17 graden Celsius.
Het is de hele dag aangenaam zonnig weer; het waait nauwelijks, en gelukkig blijft het droog. Het is vandaag heerlijk warm voor de tijd van het jaar, en daarmee heel mooi zonnig voorjaarswandelweer op deze prachtige lentedag van 2026.

Het beekdal van het Alddjip in
Om 8:00 uur gaan we in Oerterp van start op De Telle.
Aan het zuidelijke eind van De Telle stappen we via de Bûtewei over op de Merskereed. Dat is een betonpad zuidwaarts tussen voornamelijk weilanden door, met af en toe een akker waar vorig jaar maïs op heeft gestaan.
Dan komen we aan op de Mersken, en stappen we over van het achter ons liggende verbindingsstuk op de doorgaande route van deze fietsronde 12a. 
Van De Mersken gaat het dan wederom verder in zuidelijke richting, over het wandel- en fietspad van het Mûzebiterspaad. We dalen hier het beekdal in van de Friese rivier het Koningsdiep, die in Fryslân ook het Alddjip wordt genoemd. Bij het Alddjip aangekomen, steken we die over via een smalle brug. 
Naar rechts kijkend, kijken we westelijk stroomafwaarts, en naar links kijkend, kijken we dan dus oostelijk stroomopwaarts van het Alddjip.

Langs Freulevijver en Sterrenschans naar Bakkefean
Op De Finne aangekomen, volgen we die in noordoostelijke richting, waarbij we verderop 't Oude Bosch in lopen. 
De Jan Anne Leane door dit bosperceel volgend, komen we langs de Freulevijver.
Aan de noordkant van de Freulevijver is een natuurlijk prieel aangelegd, met erin een pauzebank.
Omdat het nagenoeg niet waait vandaag, ligt het stille wateroppervlak van de Freulevijver blauw van de heldere lucht prachtig te spiegelen.
Alles bij elkaar ontstaat een schilderachtig en verstild tafereel.
Voorbij de Freulesingel stappen we over op de Kromme Singel. Op dit parallel aan het Alddjip lopende betonpad wandelen we het bosgebied achter de Bakkefeanster Slotplaats in.
Op de T-kruising met de Beakendyk aangekomen, gaan we de Beakendyk op. Rechts ligt een waterloopje door het bosgebied. Een dunne berkenstam ligt net onder het oppervlak onder water, en de hoog opgaande bomen van het bos weerspiegelen hier prachtig in het helderblauwe wateroppervlak; een schilderachtig plaatje met veel vorm en kleur.
Aan het eind van de Beakendyk komen we langs de 18e eeuwse Sterrenschans en iets verderop langs een heidemeer.

Varkens en reeën
Op de Duerswâldmer Wei aangekomen, lopen we over het parallelle fietspad de bebouwde kom van Bakkefean binnen.
Op het centrumkruis van Bakkefean nemen we tussen de Houtwâl en de Tsjerkewâl plaats op een metalen zitbank, waarop we onze koffiepauze houden boven de Bakkefeanster Feart.
Na deze koffiepauze lopen we over de Mjumster Wei Bakkefean uit.
Daarbij passeren we de Dagbesteding De Scheperij, gevestigd in een oud woudhuisje.
In de voortuin lopen enkele varkens, waarvan er één naar ons toe komt als we even blijven staan om dit tafereel te bekijken. 
Dan ineens zien we in het weiland naast De Scheperij vier reeën lopen.
Ze rennen snel weg, het weiland uit, springen over de sloot, en steken vóór ons de Mjumster Wei over, om dan in het bosgebied van de Bakkeveense Duinen te verdwijnen.
Dat bosgebied is op veel plekken nogal nat. Dit broekbos is nu in het voorjaar niet te betreden, maar over de iets hoger liggende bospaden kun je met de nodige voorzichtigheid wel door dit broekbos lopen.
Dat hoeven wij echter niet te doen, want onze route gaat de andere kant op, namelijk de Slotleane op, in de richting van De Slotpleats.
Bij de Weverswâl aangekomen, zien we aan de overzijde van de Bakkefeanster Feart de markante Slotpleats staan.

Langs de vaart naar Frieschepalen
Nu volgt een kilometers lang recht stuk langs de Bakkefeanster Feart. Eerst over de Weverswâl op de oostoever richting Siegerswoude.
Ter hoogte van Siegerswoude steken we de Bakkefeanster Feart over.
Daarna gaat het verder over de westoever, langs de Klauwertswei.
Bij de bocht in de vaart gaan we weer naar de andere oever, om dan over de Kromhoek over de noordkant langs de vaart - die hier inmiddels Fryskepeallenfeart heet - naar de bebouwde kom van Frieschepalen te wandelen.
Aangekomen bij het muziekcafé op het kruispunt in het centrum van Frieschepalen maken we even een uitstapje in noordelijke richting over de Hearsterwei, want we willen aan de overkant van de Fryskepeallenfeart even kijken bij de reconstructie van de voormalige schans van de Friese Waterlinie van voorheen.
Hier staat overigens ook de historische grenspaal nummer 14.

Terug naar Oerterp
Langs een andere route lopen we terug naar het centrum van Frieschepalen. Een traumahelicopter cirkelt enige tijd boven het dorp. Een ambulance rijdt ons met sirene en zwaailicht voorbij, en even later volgen twee politiemotoren, eveneens met zwaailicht en sirene.
Via De Slús weer op het centrumkruispunt van Frieschepalen aangekomen, zien we een heel eind in de verte op de Tolheksleane allemaal zwaailichten draaien. Daar is kennelijk iets ernstigs aan de hand. De helicopter is daar ook geland.
Op dit centrumkruis nemen we plaats op een betonnen muurtje, waarop we onze lunchpauze houden.
Daarna gaan we via De Slús en De Bodding met een boog terug naar de Tolheksleane, om die in zuidelijke richting geheel uit te lopen. We komen dan ook langs de calamiteitplek, net op het moment dat de traumahelicopter, de politie en een arts vertrekken. Dan wordt het weer betrekkelijk rustig op de Tolheksleane in Frieschepalen.
Aan het eind van de Tolheksleane gaan we de Boerestreek op in westelijke richting, en enige tijd later wandelen we om 13:10 uur de bebouwde kom van Oerterp binnen.
Dan hoeven we alleen nog maar recht door het dorp te lopen, om door dat bedrijvige dorpscentrum over de Weibuorren terug te lopen naar De Telle, waar we vanmorgen onze auto hebben geparkeerd.
Vanuit Oerterp rijden we eerst naar Drachten voor de theevisite bij mim, en aan het eind van de middag rijden we dan terug van Drachten naar Feinsum.