vrijdag 3 april 2026

De eerste Kleasterlingen van Nijkleaster

Vrijdag 3 april 2026
 
Cover van de brochure 'Kleasterlingen 2023'

Van Pioniersplek naar Kloostergemeente
Het Pinksterfeest van het jaar 2023 hebben we als Stifting Nijkleaster indertijd gemarkeerd als de belangrijke overgang van de toenmalige Protestantse Gemeente Westerwert en de voormalige Pioniersplek Nijkleaster. Ons doel was toen namelijk om deze twee samenwerkende entiteiten met elkaar te verbinden tot een kloostergemeente, gerelateerd aan de Protestantse Kerk in Nederland.
Daartoe hebben we tijdens de Pinksterviering van 2023 de eerste groep van 17 kleasterlingen (kloosterlingen) aan de  in oprichting zijnde kloostergemeente verbonden, en op dezelfde dag werd ons Friese klooster Westerhûs officieel geopend.
Van de eerste 17 kleasterlingen van Nijkleaster werden 13 kleasterlingen 'kleasterlingen buiten de poort', en de overige 4 kleasterlingen werden de eerste inwonende kleasterlingen, die in Kleaster Westerhûs kwamen te wonen.

Belofte van trouw, zuiver leven en eenvoud
Tijdens de Pinksterviering hebben de eerste zeventien kleasterlingen gezamenlijk hun belofte van Trouw, Zuiver Leven en Eenvoud afgelegd.
Hierbij ging het om:
  • Trouw in relatie tot de gemeenschap van Nijkleaster;
  • Zuiverheid in relatie tot jezelf, de mensen en God;
  • Eenvoud in relatie tot de schepping en de mensheid als geheel.
De eerste kleasterlingen van Nijkleaster
Om wereldkundig te maken wie die eerste kleasterlingen waren, werd tijdens het Pinksterfeest een brochure uitgegeven, getiteld 'Kleasterlingen 2023', waarin deze eerste kleasterlingen aangaven wat hun verlangen was, en wat maakte dat zij de stap hebben gezet om kleasterling te worden in deze nieuw-monastieke beweging die 'Nijkleaster' heet.
Hieronder volgen enkele citaten van die eerste zeventien kleasterlingen, zoals geschreven in deze brochure:
  • Hinne: '... ik wil oefenen om ruimte te maken voor God.'
  • Sietske: "Klooster Westerhûs is een plek waar hemel en aarde elkaar raken."
  • Trees: "De drieslag stilte, bezinning en verbinding is ... voeding voor mijn ziel."
  • Reinier: "... ben ik me steeds meer bewust geworden van de kracht van de inmiddels bij velen bekende Nijkleaster-trits: stilte - bezinning - verbinding."
  • Corrie: "Gaandeweg vond ik mijn weg, steeds beter werd me duidelijk waar mijn verlangens naar uitgingen, wat bij mij paste. ... Gaandeweg kom ik mezelf steeds meer op het spoor, maar leer ik ook open te staan voor wat op mijn pad komt en verras ik mijzelf ook nog regelmatig."
  • Nynke: "Deze kans om mee te 'wandelen' en 'verbindingen' te blijven maken grijp ik met beide handen aan!"
  • Annet: "Vriendelijkheid en gastvrijheid zullen de wereld mooier maken."
  • Tytsje: "Mijn verlangen is om de woorden trouw, zuiverheid en eenvoud in mij te dragen."
  • Djoko: "Ruimte maken voor spiritualiteit en geloof is wat ik hoor in de vragen die Huub Oosterhuis stelt"
  • Jurjen: "Maar afstanden zijn niet meer belangrijk als je eenmaal doet wat je hart je ingeeft."
  • Barbara: "Ik koester me in een thuis dat me warm en liefdevol leert."
  • Wikje: "Het heeft in elk geval iets te maken met geraakt worden, met vertrouwen, met loslaten, met in verbinding zijn met mezelf en met de ander..."
  • Susan: "... klooster Westerhuis: een plek waar je verbinding kunt ervaren met God, jezelf. elkaar en de natuur, en waar er ruimte is voor zowel verdieping als humor. Een plek van schoonheid en rust waar je lekker buiten bezig kan zijn. ... Ik wil in mijn leven graag bijdragen aan een positieve verandering in de wereld."
  • Saskia: "Voor mij is het een voorrecht om te mogen bijdragen aan deze beide oases. ... In alles wat er te doen is, hoop ik vooral te helpen de stilte te behoeden." 
  • Albertsje: "Ik hoop als kleasterling bewuster en intenser te leven en ik wil graag dienstbaar zijn om zo andere mensen de mogelijkheid en de ruimte te geven om rust, zingeving, verdieping en verbinding te ervaren."
  • Jolante: "... werd ik enorm geraakt door een gevoel van liefde en thuiskomen. ... Dat dat mag op een manier die bij jou past, zonder oordelen van anderen, vind ik zeer waardevol. Je bent goed en welkom zoals je bent."
  • Anne Marie: "Een eiland van rust in een wereld van onrust. Wel een eiland dat verbonden is met de wereld."

Geen paashaas, maar een haan voor Sint Pieter en Sint Vitus

Donderdag 2 april 2026

Kerkstempel van de Grote of Sint-Vituskerk van Stiens
Sint Jacob
Op 25 juli 1986 werd het Nederlands Genootschap van Sint Jacob opgericht, op de naamdag van de heilige Jacobus de Meerdere, een discipel & apostel van Jezus, ook wel Sint Jacob(us) of Santiago genoemd. Dat is binnenkort veertig jaar geleden. Het Nederlands pelgrimsgenootschap besteedt daar veel aandacht aan, met allerlei activiteiten, en met de uitgave van een jubileumboek en een camino-expositie.
In dat jubileumboek getiteld ‘De Camino de Santiago in 101 voorwerpen - Materiële sporen in heden en verleden’ (2026) worden 101 iconische voorwerpen beschreven, die te maken hebben met het pelgrimeren naar het vermeende graf van Sint Jacob in het Spaanse bedevaartsoord Santiago de Compostela. De redactie van dit jubileumboek heeft mij gevraagd drie van die 101 voorwerpen te beschrijven, te weten: het pelgrimsmonument ‘De Jirnsumer Moeting’, mijn bijzondere pelgrimshoed, en een kerkstempel dat pelgrims onderweg in hun pelgrimspaspoort (laten) zetten. Elk iconisch voorwerp kreeg in dit boek een foto en een beschrijving.

Stempelen voor pelgrims
Voor mijn beschrijving van de stempel voor pelgrims koos ik de kerkstempel van de Sint-Vituskerk van Stiens, staand aan het Friese pelgrimspad ‘Jabikspaad’, dat pelgrims van Sint-Jacobiparochie via Feinsum en Stiens richting Santiago de Compostela leidt. Ons kerkstempel kunnen pelgrims in hun ‘credencial’ afdrukken bij het stempelkastje dat aan de zuidkant van het koor van de Sint-Vituskerk hangt. Over het stempelen en over dat kerkstempel kon ik vrij eenvoudig een hoofdstuk voor dat boek schrijven, maar bij de betekenis van wat op dat stempel staat, stuitte ik op een probleem. Want wat staat op ons kerkstempel, en wat is de betekenis van de symbolen op dat stempel? Om daar duidelijkheid over te krijgen, was een langdurige zoektocht nodig.

Sint Vitus
Mijn zoektocht verliep langs de Stiensers Klaas Bremer, Sjoerd Fennema en Cees Vos, door de archieven van onze kerkelijke gemeente en bij Tresoar in Leeuwarden. Ook informeerde ik bij emeritus professor Paul Post van de Tilburg University, die ooit promoveerde op de vroegchristelijke scène van Petrus en de haan. Dat leverde onder andere het volgende op.
Sint Vitus is de patroonheilige van onze Stienser Sint-Vituskerk. Ook de kerkklok (1509) die elk uur luidt, is gewijd aan de heilige Vitus. 
Sint Vitus herken je veelal aan een vijftal attributen: de haan, de leeuw, de ketel, de palmtak en een boek. De nog heel jonge Vitus leefde in de tijd van de christenvervolging. Hij werd door zijn ouders aangegeven bij de autoriteiten om hem hopelijk op andere gedachten te brengen. De jongen Vitus bleef echter standvastig (symbool daarvan is het boek) in zijn geloof in Christus, en verloochende zijn christelijk geloof niet, ondanks ondervraging en martelingen. Dit in tegenstelling tot de discipel Petrus, die Jezus wel verloochende (daar staat de haan symbool voor). Bij Vitus is de haan dus het symbool van het juist níet verloochenen.

Kerkstempel van de Stienser Sint-Vituskerk
Die haan en (op) dat boek staan op het kerkstempel van de Grote Kerk van Stiens.  
Ook de palmtak (links in het stempel) is het symbool voor standvastig zijn in je geloof. Vitus werd – omdat hij zijn christelijke geloof niet verloochende – in een ketel met kokende olie gestopt, en voor een leeuw geworpen, wat hij in beide gevallen overleefde zonder ‘enig kleerscheuren’. Ook die palmtak staat op ons kerkstempel.
De bijbeltekst (boek & verzen) van Marcus 14:66-72 over de verloochening staat op twee plekken in het stempel, en dat is toch wel bijzonder, want die tekst gaat over Petrus (Sint Pieter) en niet over Sint Vitus.
  • Waarom dan toch die opmerkelijke bijbeltekst in ons stempel?
Welnu, we moesten de draai maken van rooms-katholiek naar protestant.
Ons kerkstempel is gelijk aan de afbeelding van het Stienser kerkzegel. Bij het ontwerpen van dat kerkzegel heeft de kerkvoogdij van de toenmalige Hervormde Gemeente van Stiens de Stichting voor Banistiek en Heraldiek geraadpleegd. 
Stichtingsvoorzitter Klaas Sierksma schrijft in 1985 aan de Hervormde kerkvoogdij geen voorstander te zijn van het voorstel van onze kerkgemeente om de jonge Sint Vitus met boek en palmtak op een leeuw staand af te beelden op het kerkzegel. Die rooms-katholieke voorstelling vond hij een al te onzalige gedachte, en - in zijn woorden - ‘bepaald niet reformatorisch’. De afbeeldingen van het boek, de palmtak, de leeuw en de haan konden wel door de ‘protestantse’ beugel. En om het kerkzegel een iets reformatorischer karakter te geven, stelde Sierksma voor om dan maar de bijbeltekst van Marcus 14:66-71 erbij te vermelden op het kerkzegel. Daarmee zou dan toch nog de standvastigheid in het geloof van Sint Vitus (weliswaar via de discipel-apostel Petrus) doorklinken in het zegel. En zo is het gekomen dat dit de attributen zijn geworden in ons kerkzegel en op het kerkstempel.

Een stempel bij het zegel
Dan nog even een weetje: ik heb me laten vertellen dat het eerste kerkstempel is gemaakt toen de omroepvereniging NCRV haar programma Kerkepad een keer in Stiens liet plaatsvinden. Daartoe moest er op heel korte termijn een kerkstempel komen van onze Sint-Vituskerk, waarbij het kerkzegel ook ons kerkstempel is geworden, helaas zonder dat er toen een uitleg op schrift bij werd gemaakt.

NB.
De jongeheer Vitus overleefde trouwens zijn martelingen wel, dus … standvastig zijn in je geloof loont! Daaraan herinneren dit kerkzegel en dit kerkstempel ons keer op keer.

Column
Deze (mijn) column werd gepubliceerd in de Twaklank van april 2026.
Twaklank is het informatie- en opinieblad van de Protestantse Gemeente te Stiens.
 




donderdag 2 april 2026

Turfroute - Wandelroute 4-noord als rondje tussen Mildam en Oranjewoud

Woensdagmiddag 1 april 2026
 

In het bos van Mildam
Wandelen & fietsen vanaf de Turfroute in Zuidoost-Friesland
De turfvaarten in Zuidoost-Fryslân zijn eeuwenoud en vaak met de hand gegraven.
De zogenoemde 'Turfroute' verbindt sinds 1974 al die vaarten met elkaar. De kanalen met haaks daarop sloten, bossen, elzensingels, heide, weiden en beekdalen geven het gebied een eigen charme.
In twintig pakkende verhalen en routes slaan de journaliste Janneke Donkerlo en de schrijver van routegidsen Fokko Bosker als het ware bruggen tussen de vaart en het omliggende landschap. Zij nemen het water als vertrekpunt voor hun rondwandelingen en fietstochten door dit rijk geschakeerde landschap van coulissen van elzen- en eikensingels, in een fijnmazig patroon van vaarten en wijken.
Resultaat van hun werk is de in 2024 uitgegeven routegids 'Wandelen & fietsen vanaf de Turfroute in Zuidoost-Friesland'.

23 tochten met een totale lengte van 746,9 kilometer
Deze routegids bestaat uit 11 fietstochten en 12 wandeltochten, die Durkje en ik van plan zijn om alle te gaan wandelen. 
  • Tien fietstochten hebben een totale lengte van 387,4 kilometer, waarvan de kortste 13,7 km en de langste 63,4 km lang is. Die hebben we inmiddels alle tien gelopen.
  • De twaalf wandeltochten hebben een totale lengte van 134,5 kilometer, waarvan de kortste 4,6 km en de langste 15,9 km lang is.
  • De veel langere 'Fiets-Turfroute' door Zuidoost-Fryslân heeft een totale lengte van 225 kilometer. Ook deze hebben we inmiddels geheel gelopen.
De 23 tochten hebben derhalve een totale lengte van 746,9 kilometer. We zijn van plan die afstand te bewandelen in circa 35 dagetappes, variërend tussen ongeveer 15 en 35 kilometer per dag, zo mogelijk in combinaties van (delen) van die wandeletappes en fietsetappes.

Wandelroutes 4 - Mildam en omgeving
Vandaag zijn we van plan om de twee rondjes van Wandelroute 4 te bewandelen, vanuit Mildam.
Deze vierde wandelroute bestaat uit twee delen, namelijk:
  • Ten eerste het 16,2 kilometer lange deel ten zuiden van de rivier de Tjonger (Tsjonger, of ook wel Kuinder/Kuunder) tussen Mildam in het noorden en Oldeholtpade in het zuiden. Deze bewandelden we vanmorgen al.
  • Ten tweede het 7,6 kilometer lange deel ten noorden van de Tjonger tussen Mildam in het zuiden en Oranjewoud in het noorden. Deze bewandelen we nu vanmiddag.
We vertrokken daartoe vanuit Feinsum om 8:00 uur, en reden toen met de auto naar Mildam. Op een parkeerplaats nabij restaurant Hof van Schoterland aan de Schoterlandseweg lieten we onze auto achter.
Bij vertrek vanmorgen in Feinsum was het 5 graden Celsius, en in Mildam is de temperatuur bij aankomst na ons tweede rondje om 14:45 uur inmiddels opgelopen naar 10 graden Celsius.
Toen we vanmorgen vertrokken, was het nog betrekkelijk mistig (in het oosten van Nederland gold vanmorgen zelfs code geel), maar langzamerhand trok de mist vanmorgen al op, en werd het een stralend zonnige dag, met gaandeweg de dag een hele lichte bewolking met een zacht briesje. Het blijft wel droog en het is met dit weertype prachtig wandelweer vandaag.

Uitbundige bloei en Ecokathedraal in Mildam
Direct aansluitend op onze ochtendronde begint ons middagrondje om 12:45 in het centrum van Mildam op de kruising van de Schoterlandseweg en de Molenlaan, tegenover het Hof van Schoterland.
Door de Molenlaan gaan we in noordelijke richting. We ontmoeten daar een huisschilder die aan het werk is bij een woning met in de tuin een uitbundig bloeiende witte Japanse kers. 
En als we door de woonwijk erachter lopen, passeren we daar twee uitbundig bloeiende bomen, namelijk een roze Japanse kers en er naast een magnolia. 
Dat het voorjaar is aangebroken, is nu wel kleurrijk duidelijk geworden.
Het verbaast ons derhalve niet dat we even later langs de ijsbaan van Mildam komen, waar met een bord duidelijk is aangegeven dat de ijsbaan gesloten is.
Naast de ijsbaan gaan we het bosperceel van Mildam in. Daar krijgen we een mooi doorkijkje over een sloot heen naar het veld erachter. De bomen in dit bosgebied gaan langzamerhand de winter achter zich laten, want ook hier beginnen de eerste knoppen aan de bomen al klein-lichtgroen te worden.
Door een laan met hoog opgaande loof- en naaldbomen gaan we dieper het bos in in noordelijke richting.
Even later passeren we de Ecokathedraal van Mildam, die in eerste aanleg is gemaakt door en nu wordt doorontwikkeld op het gedachtengoed van kunstenaar Louis Le Roy (1924–2012). Dit gedachtengoed gaat vooral over de visualisering van de wisselwerking tussen mens en natuur. Inmiddels is dit een gemeentelijk monument.

Bos van Oranjewoud en Landgoed Oranjehoeve
Voorbij het bos gaan we de IJntzelaan op, en aan het eind de Weversbuurt in, waarop we de bebouwde kom van Oranjewoud binnen wandelen.
Na het kruisen van de Molenlaan gaan we de Bieruma Oostingweg op, die we overigens als vrij snel voor even verlaten, om over een bospad in noordelijke richting naar de Belvedère Toren van Oranjewoud te lopen. Onderweg daar naar toe zien we rechts van ons een kudde damherten liggen in het bos en grazend in het weiland.
Om 13:30 uur komen we aan bij de Belvedère Toren, waar we aan de voet van de kale, hoge heuvel waarop de hoge toren staat, op een betonnen bank gaan zitten voor onze lunchpauze, met het zicht op enkele grazende paarden in een weiland te midden van bos. 
Daarna gaan we terug naar de Bieruma Oostingweg, die we verderop al weer verlaten, om dan in zuidelijke richting door het Landgoed Oranjehoeve verder te gaan. Twee maal vlak na elkaar is hier recent in dit bosgebied een fikse bosbrand geweest, en hier zien we de gevolgen van de bosbrand van nog maar enkele dagen geleden.
Over hier en daar modderige bospaden gaat het dan verder door dit bos, waarbij we al weer op de terugtocht zijn richting Mildam.

Terug in Mildam
Waar we het bos uit lopen, gaan we de Molenlaan weer op, die in zuidelijke richting ons naar de bebouwde kom van Mildam terug voert. 
Ter hoogte van de vroegere kerk (momenteel een galerie) met ernaast nog de klokkenstoel van Mildam komen we om 14:45 uur terug in het centrum van Mildam. 
We lopen naar onze auto aan de Schoterlandseweg, stappen in, en rijden terug naar huis.

Turfroute - Wandelroute 4-zuid als rondje tussen Mildam en Oldeholtpade

Woensdag 1 april 2026
 
Op het Scheenebospad bij Oldeholtpade

















Wandelen & fietsen vanaf de Turfroute in Zuidoost-Friesland
De turfvaarten in Zuidoost-Fryslân zijn eeuwenoud en vaak met de hand gegraven. 
De zogenoemde 'Turfroute' verbindt sinds 1974 al die vaarten met elkaar. De kanalen met haaks daarop sloten, bossen, elzensingels, heide, weiden en beekdalen geven het gebied een eigen charme. 
In twintig pakkende verhalen en routes slaan de journaliste Janneke Donkerlo en de schrijver van routegidsen Fokko Bosker als het ware bruggen tussen de vaart en het omliggende landschap. Zij nemen het water als vertrekpunt voor hun rondwandelingen en fietstochten door dit rijk geschakeerde landschap van coulissen van elzen- en eikensingels, in een fijnmazig patroon van vaarten en wijken.
Resultaat van hun werk is de in 2024 uitgegeven routegids 'Wandelen & fietsen vanaf de Turfroute in Zuidoost-Friesland'.

23 tochten met een totale lengte van 746,9 kilometer
Deze routegids bestaat uit 11 fietstochten en 12 wandeltochten, die Durkje en ik van plan zijn om alle te gaan wandelen. 
  • Tien fietstochten hebben een totale lengte van 387,4 kilometer, waarvan de kortste 13,7 km en de langste 63,4 km lang is. Die hebben we inmiddels alle tien gelopen.
  • De twaalf wandeltochten hebben een totale lengte van 134,5 kilometer, waarvan de kortste 4,6 km en de langste 15,9 km lang is.
  • De veel langere 'Fiets-Turfroute' door Zuidoost-Fryslân heeft een totale lengte van 225 kilometer. Ook deze hebben we inmiddels geheel gelopen.
De 23 tochten hebben derhalve een totale lengte van 746,9 kilometer. We zijn van plan die afstand te bewandelen in circa 35 dagetappes, variërend tussen ongeveer 15 en 35 kilometer per dag, zo mogelijk in combinaties van (delen) van die wandeletappes en fietsetappes.

Wandelroutes 4 - Mildam en omgeving
Vandaag zijn we van plan om de twee rondjes van Wandelroute 4 te bewandelen, vanuit Mildam.
Deze vierde wandelroute bestaat uit twee delen, namelijk:
  • Ten eerste het 16,2 kilometer lange deel ten zuiden van de rivier de Tjonger (Tsjonger, of ook wel Kuinder/Kuunder) tussen Mildam in het noorden en Oldeholtpade in het zuiden. Deze bewandelen we vanmorgen.
  • Ten tweede het 7,6 kilometer lange deel ten noorden van de Tjonger tussen Mildam in het zuiden en Oranjewoud in het noorden. Deze bewandelen we vanmiddag.
We vertrekken daartoe vanuit Feinsum om 8:00 uur, en rijden dan met de auto naar Mildam. Op een parkeerplaats nabij restaurant Hof van Schoterland aan de Schoterlandseweg laten we onze auto achter.
Bij vertrek vanmorgen in Feinsum is het 5 graden Celsius, en in Mildam is de temperatuur bij aankomst na ons tweede rondje om 14:45 uur inmiddels opgelopen naar 10 graden Celsius.
Als we vanmorgen vertrekken is het betrekkelijk mistig (in het oosten van Nederland geldt zelfs code geel), maar langzamerhand trekt de mist op, en wordt het een stralend zonnige dag, met gaandeweg de dag een hele lichte bewolking met een zacht briesje. Het blijft wel droog en het is met dit weertype prachtig wandelweer vandaag.

Wijs op weg bij de Tjonger in Mildam
Om 8:50 uur begint ons eerste rondje van vandaag in het centrum van Mildam bij het Hof van Schoterland.
Door het Bruggelaantje maken we de doorsteek naar de brug over de Tjonger.
Aan de overzijde zie ik tussen het riet een zwanenpaar zwemmen. Als ik even kijk of er wellicht een zwanennest is te zien tussen het riet, zie ik dat één van de zwanen naar het nest zwemt, en zich daarop nestelt.
In de berm bij het nest staat een kunststof paal met daarop de richtingwijzers van het wandelknooppuntennetwerk van de Marrekrite, en met daarop ook een richtingwijzer van het Friese Jabikspaad. Helaas zijn alle richtingwijzer op dat paaltje ernstig beschadigd en in enkele gevallen zijn de nummers van de knoppunten niet eens meer leesbaar. Wellicht is dit het resultaat van al te ruig maaien van de berm, waarbij de bewegwijzering niet met de nodige voorzichtigheid wordt ontzien.
Aan de andere zijde van de weg hangt een andere wegwijzer van het pelgrimspad Jabikspaad, zoals je die hier in de Stellingwerven op veel plekken ziet hangen.
 
De Zwerfstenen en Filmkerk van Oldeholtwolde
We gaan vanuit Mildam de Ottersweg op in zuidelijke richting. Voorbij de boerderijcamping De Geele Bosch gaan we de Stelweg op, die zuidelijk onder de Zuigerplas door loopt.
Voorbij de Zuigerplas nemen we de Brugslootweg, die op ruime afstand parallel aan de A32 loopt.  
Links in het veld graast een kudde alpaca's, die ons voorbijgaan nieuwgierig volgen.
Waar we iets zuidelijker de Ottersweg weer op gaan, passeren we in de bocht van de weg de Oriëntatietafel Zwerfstenen. Daar wordt nadere uitleg gegeven over de locaties waar de omliggende zwerfstenen van orgine vanuit de IJstijd afkomstig zijn.
Tegen 10:00 uur wandelen we op de Ottersweg het buurtschap Oldeholtwolde binnen.
Aan de zuidelijke rand van dit gehucht aan de Kerkweg komen we langs de plaatselijke kerk, die momenteel door de cineast Steven de Jong wordt gebruikt als zogenoemde Filmkerk.
Een grote banner bij de kerkingang meldt dat deze filmkerk is bedoeld om hier te creëren, te leren en te inspireren.
We lopen langs de filmkerk en verlaten Oldeholtwolde dan op de Kerkweg in zuidelijke richting.

Scheenebospad bij Oldeholtpade
Waar we de A32 nagenoeg zijn genaderd, gaan we de Idzardaweg op, om vlak erna het Bospad op te gaan, dat verderop voorbij de haakse bocht over gaat in het Scheenebospad.
Bij de kruising met de Hamersweg bereiken we het Sportpark Olpea (van Oldeholtpade), waar we even naar de wc kunnen. Hier op het sportpark zijn enkele jongeren bezig om alles in gereedheid te brengen voor het jaarlijks gemeentelijke scholenvoetbaltoernooi dat hier vanmiddag zal worden gehouden. De muziek schalt al over de voetbalvelden, buiten wordt het meubilair schoongemaakt en wordt een grote ontvangstboog opgezet, en binnen is iemand bezig om het scorebord op het beamerscherm klaar te zetten. Vanmiddag komen hier meer dan 200 jongens en meisje voetballen in gemengde teams en in jongens- en meisjesteams, zo wordt ons verteld.
Wij vervolgens onze route over het Scheenebospad, vlak ten noorden van Oldeholtpade.
Een deel van de route hier door het Scheenebos is verhard, en een deel van de aangegeven route is een onverhard bospad.
Delen van dit bosperceel kun je aanmerken als broekbos.

Van de Bonifatiuskerk van Ter Idzard naar het gemaal voor koffie
Uiteindelijk komen we iets noordelijker weer terug op de Idzardaweg, die we op gaan in westelijke richting, tot aan de Bonifatiuskerk van Ter Idzard.
We hadden gehoopt hier bij de dorpskerk een zitbank te vinden, waarop we onze koffiepauze zouden kunnen houden, maar die hoop is ijdele hoop.
Daarom besluiten we door te lopen naar het gemaal verderop. Daartoe laten we de Bonifatiuskerk achter ons, en lopen we langs een sloot, waar in de onderwal inmiddels het speenkruid overtuigend in bloei staat. 
Bovendien zien we links in het grasland de pinkster-bloemen al in grote aantallen bloeien. Het voorjaar is duidelijk begonnen.
Met het op gaan van de Zwarteweg gaan we weer in noordelijke richting terug naar Mildam. Waar we de Slingerweg kruisen, gaat de Zwarteweg over in de Ruskemadenweg, alsmaar in noordelijke richting, naar het gemaal waar we koffie willen gaan drinken.
Bij het gemaal aangekomen, lopen we er om heen, om dan bij de trap af te dalen naar het water.
Daar vinden we een zitplaats op de brede betonnen trap, om aan het water en in de zon te genieten van onze koffiepauze. We hebben nu bijna drie uren aaneengesloten gelopen, en hebben dus best zin in koffie met een broodje erbij.

Fotoshoot voor Joy Beune op de Tjonger
Langs een oude meander van de Tjonger lopen we naar de tegenwoordige loop van de Tjonger, waarna we er van af buigen naar de Ottersweg.
De Ottersweg volgen we in noordelijke richting, weer voorbij De Geele Bosch, naar de ophaalbrug over de Tjonger.
Bij de brug aangekomen zien we dat hier op dit moment op de brug een fotoshoot is van een sportster in fietskledij.  
Dat blijkt tot onze verrassing de langebaan-schaatster Joy Beune te zijn. Joy Beune heeft bij haar olympisch debuut enkele weken geleden direct een olympische medaille veroverd, toen zij samen met Antoinette Rijpma-de Jong en Marijke Groenewoud zilver won op de ploegenachtervolging. 
Het schaatsseizoen is nu afgelopen, en het is dan derhalve tijd voor haar fietstraining. We complimenteren Joy Beune met haar olympische prestatie en lopen dan vanaf de brug naar het centrum van Mildam, waar we dit eerste rondje afronden, om aansluitend direct te beginnen met ons tweede rondje van vandaag.

dinsdag 31 maart 2026

Roest: wapen tegen blauwalg

Dinsdagavond 31 maart 2026
 
Publiekslezing in Wetsus over roest als wapen tegen blauwalg

















Watertechnologie-maand
Het Europees expertisecentrum voor duurzame watertechnologie Wetsus en de Leeuwarder Courant organiseren in deze maand maart 2026 – in de door hen zo genoemde ‘Watertech-maand’ - samen vijf lezingen, waarin wetenschappelijk onderzoek en praktische toepassingen van watertechnologie centraal staan. 
Na het succes van de vorige lezingen-editie in 2024 zijn opnieuw actuele en uitdagende thema’s binnen de watertechnologie geselecteerd. 
In deze vijf lezingen van 2026 staan vragen centraal als: 
Wat zijn de problemen en uitdagingen rond water? 
Wat doen technologen en bedrijven om deze aan te pakken? 
En wat kan ik zelf doen?
Deze vijf publiekslezingen vinden ’s avonds plaats in het gebouw van Wetsus in Leeuwarden.
De eerste lezing op 3 maart 2026 ging over ‘Stikstof voor het oprapen’.
De tweede lezing op 10 maart 2026 ging over: 'PFAS naar de bliksem'.
De derde lezing op 17 maart 2026 ging over: 'De rijkdom van het riool'.
De vierde lezing op 24 maart 2026 ging over: 'AI in de boerensloot'.
Het thema van de vijfde lezing op 31 maart 2026 is: 'Roest: wapen tegen blauwalg'.

Bijdrage van watertechnologie aan oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken
In deze lezingenserie gaan we de wereld van wetenschap en innovatie ontdekken.
De lezingen worden gegeven door onderzoekers van Wetsus. 
Ondernemers die rond de besproken technologie bedrijven hebben gebouwd, vertellen vervolgens hoe dit in de praktijk uitpakt.
Onderzoekers van Wetsus en experts uit het bedrijfsleven nemen ons op die wijze mee in hun onderzoek en laten zien hoe watertechnologie bijdraagt aan oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken van vandaag en morgen. 
In het voorgaande weekend laat de Leeuwarder Courant ons in haar krant kennismaken met het onderwerp en met de betrokkenen van de komende lezing, en tijdens de lezing wordt dan nader op het thema van de lezing-avond ingegaan.

Weg met fosfaat en blauwalg
Irene Overduin – waterjournaliste voor de Leeuwarder Courant – heet eerst alle aanwezigen welkom. Zo’n 140 mensen hebben zich voor vanavond als deelnemer aangemeld. 
Vanavond wordt de vijfde lezing verzorgd door Wetsus-onderzoeker Wokke Wijdeveld, die ons vertelt over de wijze waarop roest als wapen tegen blauwalg kan worden ingezet. Doel daarvan is het verwijderen van fosfaat en het voorkomen van algen in het oppervlaktewater. Dat verwijderen van blauwalg is van belang omdat deze blauwalgen (of eigenlijk zijn het bacteriën) zuurstof uit het water halen en het zonlicht blokkeren, waardoor vissen en planten het moeilijk krijgen in het oppervlaktewater.

Lezing van Wokke Wijdeveld
  • In het westelijke Sahara-gebied wordt fosfaat-erts gewonnen. Fosfaat is een stof die we als mensen allen nodig hebben om te leven. Fosfaat moeten we tot ons nemen via onze voeding, en dat is óók de reden dat fosfaat gebruikt wordt als kunstmest.
  • Als fosfaat via ons riool in het oppervlaktewater terecht komt, zorgt dat voor grote problemen in dat water. Als fosfaat dus op de verkeerde plek komt, kan het gevaar opleveren.
  • Algen groeien, en dekken het oppervlak af van het buitenwater, waardoor alle zonlicht en zuurstof niet meer in het water terecht komt.
  • Europa heeft geen eigen voorraad fosfaat, dus we moeten alle fosfaat importeren uit het buitenland. Zo’n 40% daarvan komt uiteindelijk in de bodem terecht, en maar zo’n 60% komt terecht in ons voedsel, waarvan dan ook nog weer een deel via het afvalwater in de natuur terecht komt.
  • Het is belangrijk dat we het fosfaat uit ons afvalwater terug winnen, om het her te gebruiken. Daarover gaat de presentatie van vanavond.
  • We krijgen uitleg over wat er allemaal al wordt gedaan in een waterzuiveringsinstallatie. Ongeveer 90% van het fosfaat wordt bij zuivering eruit gehaald. 
  • Wetsus doet onderzoek naar de manieren waarop we centraal en decentraal onder andere fosfaat terug kunnen winnen uit het afvalwater. Centraal kan het uit rioolwater worden gehaald. En decentraal zou je dat in woonwijken kunnen doen. Verder kun je fosfaat verwijderen uit mest.
  • Het is lastig om de laatste 10% fosfaat uit afvalwater te halen. Dat kan met chemicaliën, maar dat is erg duur. Een andere manier is dat te doen met roest als wapen (tegen blauwalg). Door gebruik te maken van grove roestkorrels kun je via het proces van adsorptie nog meer (zoveel mogelijk van de laatste 10%) fosfaat uit het restafvalwater halen.
  • Ook als we alle fosfaat uit alle water kunnen halen, dan nog blijft over dat er nog steeds fosfaat in de bodem zit, dat met het grondwater afvloeit naar het oppervlaktewater door fosfaat-uitspoeling.
  • Pompen is erg duur, want dat kost ook veel energie. Op dit moment wordt in Wetsus getest of het ook mogelijk is om een soort van theezak(je) met roest in oppervlaktewater te hangen, waarmee je dan het fosfaat via dat ijzeroxide in die zakken uiteindelijk uit het oppervlaktewater haalt.
  • Deze hele grote theezakjes zou je dan na gebruik weg kunnen halen, om ze te regenereren en ze vervolgens her te gebruiken.
  • Met technieken zoals BioPhree kun je waterkwaliteit verbeteren en fosfaat terugwinnen en hergebruiken.
  • Uiteindelijk is voorkomen natuurlijk beter dan genezen, dus liever heb je helemaal geen fosfaat in het afvalwater dat je op het oppervlaktewater loost.
Lezing van Pim de Jager 
Pim de Jager is de directeur van het bedrijf Aquacare. Hij vertelt over het in de praktijk brengen van de onderzoeksresultaten van roest als wapen tegen blauwalg.
  • Lozingseisen worden opgelegd door de Europese Unie, en het enige wat dat EU-lozingsvoorschrift bepaalt is dat het geloosde water het oppervlaktewater op die lozingslocatie niet slechter mag maken dan dat het daar al is. Daarin wordt dus gedifferentieerd naar locatie, want de kwaliteit van het water waarin wordt geloosd, bepaalt wat er in mag worden geloosd. 
  • We voldoen in Nederland niet aan de vereiste kwaliteit van lozingen van afvalwater. In Nederland voldoet bijvoorbeeld 90% van het oppervlaktewater niet. En we gaan binnen de gestelde termijn de verplichte waterkwaliteit niet halen. Nederland heeft niet voldoende natuurlijke middelen om de normen wel te behalen. Maar met ijzeroxide zou je prima wel fosfaat uit water kunnen verwijderen. We kunnen dus stappen voorwaarts zetten.
  • IJzeroxide kan worden verkregen bij fabrieken die het produceren. Verschillende ijzeroxidesoorten hebben verschillende kwaliteiten, dus de kunst is om de beste ijzeroxiden te selecteren, die precies doen wat we willen, namelijk dat ze via het adsorptie-proces zo goed mogelijk bijdragen aan de waterzuivering. Het vervuilde water gaat door een kolom ijzeroxide, en langzamerhand raakt zo’n hele kolom ijzeroxide verzadigd met fosfaat; en op dat moment van verzadiging moet je de kolom ijzeroxide vervangen. Maar inmiddels is een systeem bedacht om dat ijzeroxide te regenereren met regeneratievloeistof, zodat je de geregenereerde ijzeroxide steeds weer kunt gebruiken. 
  • Het is niet eenvoudig, maar wel tijdrovend en kostbaar om de technologie steeds verder door te ontwikkelen.
  • Je zou deze techniek op veel grotere schaal ook kunnen toepassen op de zuivering van oppervlaktewater, wat zowel in het binnenland als in het buitenland hier en daar en af en toe heel erg nodig is. Als je daar gaat pompen, kun je het vervuilde water direct ook door een adsorptiekolom halen, en daarmee haal je het fosfaat er tegelijk uit.

Turfroute - Fietsroute 2-noord wandelen als rondje Klein Groningen

Dinsdag 31 maart 2026
 
Hier passeren we de Witte Kerk van Hemrik

















Wandelen & fietsen vanaf de Turfroute in Zuidoost-Friesland
De turfvaarten in Zuidoost-Fryslân zijn eeuwenoud en vaak met de hand gegraven. 
De zogenoemde 'Turfroute' verbindt sinds 1974 al die vaarten met elkaar. De kanalen met haaks daarop sloten, bossen, elzensingels, heide, weiden en beekdalen geven het gebied een eigen charme. 
In twintig pakkende verhalen en routes slaan de journaliste Janneke Donkerlo en de schrijver van routegidsen Fokko Bosker als het ware bruggen tussen de vaart en het omliggende landschap. Zij nemen het water als vertrekpunt voor hun rondwandelingen en fietstochten door dit rijk geschakeerde landschap van coulissen van elzen- en eikensingels, in een fijnmazig patroon van vaarten en wijken.
Resultaat van hun werk is de in 2024 uitgegeven routegids 'Wandelen & fietsen vanaf de Turfroute in Zuidoost-Friesland'.

23 tochten met een totale lengte van 746,9 kilometer
Deze routegids bestaat uit 11 fietstochten en 12 wandeltochten, die Durkje en ik van plan zijn om alle te gaan wandelen. 
  • Tien fietstochten hebben een totale lengte van 387,4 kilometer, waarvan de kortste 13,7 km en de langste 63,4 km lang is.
  • De twaalf wandeltochten hebben een totale lengte van 134,5 kilometer, waarvan de kortste 4,6 km en de langste 15,9 km lang is.
  • De veel langere 'Fiets-Turfroute' door Zuidoost-Fryslân heeft een totale lengte van 225 kilometer.
De 23 tochten hebben derhalve een totale lengte van 746,9 kilometer. We zijn van plan die afstand te bewandelen in 36 dagetappes, variërend tussen de 15 en 33 kilometer per dag, zo mogelijk in combinaties van (delen) van die wandeletappes en fietsetappes.

Rondje Klein Groningen
Vandaag zijn we van plan om het grotere noordelijke rondje van de 35,6 kilometer lange Fietsroute 2 te bewandelen, vanuit Klein Groningen, via Donkerbroek, Hoornsterzwaag en Hemrik. en daarna weer terug naar Klein Groningen, met een lengte van 23,2 kilometer.
Deze dag-etappe bestaat uit twee delen, namelijk ten eerste het 17,5 kilometer lange deel van de fietsroute nummer 2 van deze gids, van Klein Groningen via Donkerbroek en Hoornsterzwaag en Hemrik terug naar Klein Groningen, en ten tweede een zelf gepland verbindingstraject van 5,8 kilometer van de T-kruising van de Kapelweg en Het West door Hoornsterzwaag naar de T-kruising van de Dominee Ten Catewei-Bij de Leijwei aan de Schoterlandse Compagnonsvaart.
We knippen fietsroute 2 derhalve in twee afzonderlijke delen, waarbij het tweemaal identiek doch in omgekeerde richting bewandelen van bovengenoemd verbindingstraject het mogelijk maakt dat we twee afzonderlijke deelrondes lopen. 
We vertrekken daartoe vanuit Feinsum om 8:00 uur, en rijden dan met de auto naar Klein Groningen. Op een parkeerplaats aan de Opper Haudmare laten we onze auto achter.
Bij vertrek vanmorgen in Feinsum is het 5 graden Celsius, en in Klein Groningen is de temperatuur bij aankomst om 14:45 uur inmiddels opgelopen naar 10 graden Celsius.
Het is de hele dag licht bewolkt met een doorgaans frisse wind. Het blijft wel droog.

Van Klein Groningen naar Petersburg 
Om 8:45 uur steken we in Klein Groningen de Opper Haudmare over en gaan we de Opperbuorren op, richting Wijnjewoude. Op de Loksleane aangekomen, draaien we naar het zuiden, om dan even later het bosgebied van de Duurswouder Heide in te gaan. 
Op veel plekken in het bos zijn bomen gerooid.
Langs de bosweg liggen de stammen hoog opgestapeld en op dikte geordend.
Als we op de Leidijk weer terug lopen in westelijke richting zien we rechts van ons in het veld twee  grazende reeën. 
Ze zien ons wel, maar grazen rustig verder, omdat we hen op grote afstand passeren.
Nabij een huis ligt in de berm langs het fietspad een leeg eendeëi.
Aan het eind van de Leidijk steken we de Opper Haudmare over en lopen we rechtdoor naar de Opsterlandse Compagnonsvaart, die we over de Petersburg gaan volgen.
De weg langs deze vaart voert ons naar de brug van de Peelrug over de vaart.

Op het spoor van Hoornsterzwaag
Vanaf hier volgen we een heel eind het fietspad langs de Petersburg, totdat we op de Vosseheer langs de Opsterlandse Compagnonsvaart aankomen in Donkerbroek.
Aan het eind van de Vosseheer steken we op de Herenweg via de dorpsbrug de Opsterlandse Compagnonsvaart over.
Aan de overzijde van de vaart passeren we eerst de dorpskerk met bijbehorende klokkenstoel, en even later komen we langs Restaurant 't Witte Huis, en daarna steken we op de Geert Woltjer Smitweg de N381 over.
Dan komen we op Het West, en daarlangs volgen we het fietspad tot in de bocht van Het West, de N380.
In die bocht verlaten we Het West en gaan we de Kapelweg op, alsmaar verder in westelijke richting.
Waar de Kapelweg overgaat in de Kapellewei passeren we de replica van de vroegere lokale tram, en direct daarna lopen we de bebouwde kom van het buurtschap Hoornsterzwaag binnen.
Net voorbij de afslag van de Jan Heidawei verlaten we de Kapellewei, om daar het voormalige tramtalud op de gaan van de vroegere tramlijn tussen Donkerbroek en Lippenhuizen.
Daar volgen we het smalle paadje over het voormalige spoorpad, totdat we bijna aan het eind ervan langs een houten bank komen, waarop we onze koffiepauze houden.
Direct na deze pauze komen we aan het eind van dit hooggelegen spoorpad bij de vroegere betonnen trambrug over de Schoterlandse Compagnonsvaart, zijnde de hoogste vaste spoorbrug van deze oude tramlijn.

Doorsteek van de Schoterlandse naar de Opsterlandse Compagnonsvaart
Ter hoogte van deze betonnen trambrug verlaten we het spoorpad langs de Kapellewei, en gaan we de Bij de Leijweg op om dan op die asfaltweg langs de Schoterlandse Compagnonsvaart in westelijke richting te lopen. 
We weten dat verderop aan het eind van dit verbindingsstuk een bermmonument is geplaatst op de plek waar een vijftienjarige jongen is verongelukt, maar nog voordat we daar langs komen, vinden we in de berm rechts van de weg nog een ander bermmonument voor waarschijnlijk iemand die hier is verongelukt, maar hier ontbreken de persoonlijke gegevens over de persoon om wie het gaat.
Iets voorbij de afslag van de Dekamawei slaan wij af in noordelijke richting, naar het parallel aan de Bij de Leijwei lopende asfaltweggetje van de Welgelegen.
Aangekomen op de Welgelegen moeten we al vrij snel de doorsteek in noordelijke richting maken naar de Opsterlandse Compagnonsvaart.
Rechts van dit schelpenpaadje ligt een brede wijk, die vast en zeker nog resteert van de vervenerstijd van jaren her.
Aan het eind van dat pad gekomen, nemen we de Tjalling Harkeswei in oostelijke richting langs de Opsterlandse Compagnonsvaart, totdat we de oversteek over deze vaart maken ter hoogte van het Hemrikerverlaat.

De lange Bûtewei voorbij Hemrik
Aan de overzijde van de vaart voorbij Verlaat nummer drie komen we langs de meer in het oosten staande vroegere zuivelfabriek De Eendracht, om dan verder linksaf het pad van de Skoalleane op te gaan, dat we volgen tot aan de Binnenwei, waar we de bebouwde kom van Hemrik binnen gaan.
Hier gaan we het dorp in, om op de Binnenwei de Witte Kerk te passeren (waar we onze lunchpauze houden), en daarna ter hoogte van 't Koetshuis het dorp Hemrik al weer uit te lopen.
Ten westen van Hemrik gaan we in noordelijke richting het Himrikerpaed op, waar we het karakteristieke, rietgedekte Slúskehiem passeren.
Op de kruising met de Bûtewei, gaan we dat halfverharde pad op in oostelijke richting, want we moeten uiteindelijk weer terug naar Klein Groningen. Nu volgt een heel lang traject op de stille Bûtewei.
Waar we de Poasen kruisen, passeren we het bosgebied van Sparjeburd, en dan gaat het alsmaar verder over de Bûtewei in oostelijke richting.
Pas in het volle zicht van de N381 verlaten we de Bûtewei, om dan in zuidelijke richting de Tsjerkereed op te gaan.

Van Weinterp terug naar Klein Groningen
Heel toepasselijk komt de Tsjerkereed bij de kruising met de Weinterp uit bij de achttiende eeuwse kerk van Weinterp (1778).
De grootste klokkenstoel van Fryslân staat hier bij deze Weinterper kerk. Deze klokkenstoel telt maar liefst drie luidklokken. 
We lopen de Tsjerkereed helemaal uit tot aan de Opsterlandse Compagnonsvaart. Daar gaan we linksaf om even later onder de N381 door te lopen, onder de Turfbrêge door.
Om 14:30 uur arriveren we bij de brug over de vaart de bebouwde kom van Klein Groningen.
Bij het recreatiegebouw dat tevens als Rustpunt en dorpshuis wordt gebruikt, zijn twee vrouwen bezig met het schoonmaken van de ramen en kozijnen, want vanaf morgen is dit recreantengebouw voor passanten weer opengesteld.
Op de Opper Haudmare aangekomen, arriveren we bij onze hier geparkeerde auto.
We stappen in, en rijden terug naar huis.
Met deze etappe van vandaag hebben we nu alle fietsroutes van deze wandelgids van de Turfroute bewandeld, met een totale lengte van 612,4 kilometer. Vanaf nu volgen dan nog de wandelroutes van de Turfroute (134,5 km), dus we kunnen met deze gids nog wel een aantal wandeldagen vooruit.

maandag 30 maart 2026

Heftig verkeersongeval op de N357 bij de Feinsumer Feart

Maandag 30 maart 2026
 
Ernstig verkeersongeval op de N357 bij de brug over de Feinsumer Feart







Vluchten helpt niet
Na het begaan van een verkeersovertreding geeft de politie een stopteken aan de bestuurder van een bestelbusje. De chauffeur van dat busje weigert te stoppen, en de politie zet in haar snelle Audi de achtervolging in, wat dan tot gevaarlijke verkeerssituaties leidt op de veelal drukke N357.
Deze achtervolging eindigt als de vluchtende chauffeur met zijn bestelbusje frontaal in botsing komt met een vrachtwagen die op de N357 vanuit zuidelijke richting hem tegemoet komt.
De gevluchte bestuurder raakt bij deze botsing zwaargewond, en is na de bevrijding uit zijn autowrak en na een eerste behandeling op de plek van het ongeluk met een traumahelicopter overgebracht naar het ziekenhuis.
De N357 blijft ter hoogte van Feinsum urenlang afgesloten, teneinde de politie-eenheid van Oost-Nederland dit heftige ongeval te laten onderzoeken.
Het verkeer wordt door verkeersregelaars op de N357 van beide zijden naar de smalle Holdingawei door Feinsum gestuurd, waar de dorpsstraat zowel in kwalitatief als ook in kwantitatief opzicht niet is op in ingericht. 
Door het ontbreken van officiële verkeersregelaars verderop op de omleidingsroute ontstaan in en bij Feinsum verschillende risicovolle situaties, waar de omgeleide verkeersdeelnemers allen op hun eigen - niet altijd wijze - wijze mee omgaan. 
Pas vele uren later wordt het weer rustig op de doorgaande dorpsweg door Feinsum. 

zondag 29 maart 2026

Palmpasen-optocht in De Hege Stins van Stiens

Zondag 29 maart 2026
 
De kinderen van de Kindernevendienst gaan in optocht met hun Palmpasenstokken door de kerkzaal










De kracht van het kruis
Voordat de kerkdienst vanmorgen in de Protestantse Gemeente te Stiens vanmorgen aanvangt in De Hege Stins is de leiding van de Kindernevendienst in het Jeugdhonk al druk in de weer om het versieren van de Palmpasenstokken voor te bereiden.
Vandaag begint de Stille Week in de aanloop naar het komende Paasfeest, en dat vieren we vandaag op deze Palmzondag met wat we in de kerk Palmpasen noemen, waarbij de intocht van Jezus in Jeruzalem centraal staat.
Voorganger in onze ochtendkerkdienst is dominee Heeringa uit Dronten, en na de bijbellezingen en de prediking over Absalom (uit het Oude Testament) en Jezus (uit het Nieuwe Testament) luisteren we naar de mooie song 'The Power Of The Cross' van Casting Crowns.
Aan het eind van de kerkdienst zijn de kinderen van de Kindernevendienst klaar met het versieren van hun Palmpasenstokken, en komen zij met muziek de kerkzaal weer in, en worden daar met enthousiast handgeklap verwelkomd als zij enkele rondjes in optocht met hun Palmpasenstokken door de kerkzaal lopen.

vrijdag 27 maart 2026

Turfroute - Fietsroute 12a-west wandelen als rondje Drachten

Vrijdag 27 maart 2027
 
De Papegaaienbuurt van de Torenstraat in Drachten 

















Wandelen & fietsen vanaf de Turfroute in Zuidoost-Friesland
De turfvaarten in Zuidoost-Fryslân zijn eeuwenoud en vaak met de hand gegraven. 
De zogenoemde 'Turfroute' verbindt sinds 1974 al die vaarten met elkaar. De kanalen met haaks daarop sloten, bossen, elzensingels, heide, weiden en beekdalen geven het gebied een eigen charme. 
In twintig pakkende verhalen en routes slaan de journaliste Janneke Donkerlo en de schrijver van routegidsen Fokko Bosker als het ware bruggen tussen de vaart en het omliggende landschap. Zij nemen het water als vertrekpunt voor hun rondwandelingen en fietstochten door dit rijk geschakeerde landschap van coulissen van elzen- en eikensingels, in een fijnmazig patroon van vaarten en wijken.
Resultaat van hun werk is de in 2024 uitgegeven routegids 'Wandelen & fietsen vanaf de Turfroute in Zuidoost-Friesland'.

23 tochten met een totale lengte van 746,9 kilometer
Deze routegids bestaat uit 11 fietstochten en 12 wandeltochten, die Durkje en ik van plan zijn om alle te gaan wandelen. 
  • Tien fietstochten hebben een totale lengte van 387,4 kilometer, waarvan de kortste 13,7 km en de langste 63,4 km lang is.
  • De twaalf wandeltochten hebben een totale lengte van 134,5 kilometer, waarvan de kortste 4,6 km en de langste 15,9 km lang is.
  • De veel langere 'Fiets-Turfroute' door Zuidoost-Fryslân heeft een totale lengte van 225 kilometer.
De 23 tochten hebben derhalve een totale lengte van 746,9 kilometer. We zijn van plan die afstand te bewandelen in 36 dagetappes, variërend tussen de 15 en 33 kilometer per dag, zo mogelijk in combinaties van (delen) van die wandeletappes en fietsetappes.

Rondje Drachten > Selmien > Ureterp > Drachten
Vandaag zijn we van plan om het kleinere westelijke rondje van de 39,1 kilometer lange Fietsroute 12a te bewandelen, van Drachten via Zuidereind, Selmien, De Mersken, Ureterp, Drachten Azeven, en daarna weer terug naar Drachten, met een lengte van 19,4 kilometer.
Dan lopen we gedurende deze etappe de 16,8 kilometer van de 39,1 kilometer lange ronde, maar omdat we onderweg vanaf De Mersken een 2,6 kilometer lange verbindende doorsteek maken naar Ureterp wandelen we vandaag uiteindelijk 16,8 + 2,6 = 19,4 kilometer. Voordeel daarvan is dat we niet met twee auto's hoeven te rijden. Praktisch betekent zoiets voor ons dat we de etappe met ruim een half uur lopen verlengen, zoals we dat de vorige keer op 5 maart 2026 ook deden, toen we het andere deel van deze grote ronde liepen.
We vertrekken daartoe vanuit Feinsum om 7:50 uur, en rijden dan met de auto naar Drachten. Op een parkeerplaats aan de Lavendelheide laten we onze auto achter nabij het Van der Valk-hotel. 
Bij vertrek vanmorgen in Feinsum vriest het één graad, met een licht ijslaagje op het autoraam, en in  Drachten is de temperatuur bij aankomst om 13:05 uur inmiddels opgelopen naar 10 graden Celsius.
Het is de hele wandeldag aangenaam zonnig weer; en er waait wel een koude wind, maar gelukkig blijft het droog. Langzamerhand trekt de bewolking over de streek waarin we lopen, maar wij genieten vandaag van het zonnige deel van deze dag.

Van Van der Valk naar de Papegaaienbuurt
Om 8:30 uur gaan we in Drachten van start op het parkeerterrein bij het Van der Valk-hotel.
Eerst lopen we door het oude buurtschap Ureterp Vallaat dat al tientallen jaren ingeklemd ligt tussen de rijbanen van het A7-klaverblad bij Drachten.
Over het schelpenpad wandelen we langs de Tjaarda-flats in noordelijke richting parallel langs de Wâldwei (N31) naar de flats van de Sint-Jansberg.
Vandaar gaat het door opeenvolgende woonwijken van Drachten door de Langewijk, de Middelwijk en de Houtlaan naar de Torenstraat, waar we de Torenstraat in zuidelijke richting op gaan aan het begin van de beroemde Papegaaienbuurt van Drachten
De woonhuizen hier van de Papegaaienbuurt - bedoeld voor middenstanders uit 1921 - zijn ontworpen door de Drachtster gemeentearchitect Cees Rienks de Boer, en het schilderwerk is naar een ontwerp van  kunstenaar Theo van Doesburg. De primaire kleuren die Van Doesburg voorschreef, bezorgden de wijk de naam Papegaaienbuurt. Het palet van de gevels veroorzaakte indertijd nogal wat ophef in Drachten, waarna de kleuren al in 1922 werden overgeschilderd. Maar later zijn de door de kunstenaar voorgeschreven oorspronkelijke kleuren terug geschilderd, waarmee de Papagaaienbuurt hier weer een kleurrijk geheel vormt.

Drachten door en uit
Vanaf de Torenstraat gaan we de promenade van de Noord- en Zuidkade op, om vervolgens door de Kerkstraat naar het Raadhuisplein te lopen.
Door de Pier Panderstraat maken we de korte doorsteek naar het Museumplein om dan even naar binnen te gaan in de Openbare Bibliotheek van Drachten.
Na het oversteken van het Laweiplein lopen we de Burgemeester Wuiteweg helemaal uit, tot voorbij het voormalige Karmelklooster, waar we door de tunnel onder de A7 door gaan.

Zuiderend door De Forten en langs De Skieppedraai
Aan de andere zijde van de A7 komen we aan bij het buurtschap It Súd.
Daar steken we Het Zuid over, om dan over het Zuiderend naar het buurtschap De Forten te lopen. Aanvang 20e eeuw bouwde de gemeente hier enkele huizen, waarin Drachtsters kwamen te wonen die in het dorp onaangepast gedrag vertoonden. De niet gewenst Drachtsters woonden hier niet alleen in de bakstenen huizen, maar ook in woonschepen (arken). Uiteindelijk werden alle woonplekken weggehaald, en wat er nog resteert van vroeger, is de naam van De Forten. 
Vanuit De Forten gaan we een mooi hooggelegen schelpenpad op door het Zuiderend.
Dat pad voert ons naar De Skieppedraai, waar je vroeger via een kleine smalle loopbrug de Nieuwe Vaart over kon steken.
Een informatiepaneel informeert de passanten tegenwoordig over de historie van deze plek.
In Selmien-West komen we langs een houten bank, waarop we plaats nemen voor onze koffiepauze. We hebben dan de zon in de rug, en zetten onze rugzakken zó naast ons dat we zo weinig mogelijk last hebben van de koude wind.

Klokslag 12 uur op brood & melk bij de Sint-Petruskerk van Ureterp
Over Selmien West lopen we daarna door naar De Mersken. Na het oversteken van het Ureterp Verbindingskanaal komen we langs Camping Koningsdiep. Aan de overkant van de weg loopt een groep paarden. De meeste paarden dragen dekkleden.
De Mersken draait naar het oosten, en gaat verder naar de Opperhaudmare (N381). Vlak vóór de tunnel onder de N381 door zien we links van de weg een dobbe in het veld.
Dan gaan we onder de N381 door, om dan van De Mersken over te stappen op de Merskenreed. Op deze plek verlaten we de doorgaande route van Fietsroute 12a, om vanaf hier de doorsteek te maken naar Ureterp.
Langs de ijsbaan en het multifunctioneel centrum lopen we in een rechte lijn naar het noorden, tot aan de Weibuorren, waar we aankomen in het dorpscentrum van Ureterp. Om 11:50 uur lopen we de bebouwde kom van Ureterp uit. Zo hebben we weer de aansluiting gevonden op de doorgaande route van Fietsroute 12a, waarvan we dan nu nog het laatste deel bewandelen.
Vlak daarna arriveren we bij de Sint-Petruskerk van Ureterp. We worden daar binnengehaald met de luidklok die achter de kerk op het kerkhof hangt in de klokkenstoel met de dubbele klok. Onder deze klokslag nemen we plaats op een houten bank tegen de zuidgevel van de dorpskerk, waar we heerlijk in de zon genieten van onze lunchpauze. Als na enkele minuten de automatisch aangestuurde luidklok ophoudt met luiden, keert de rust op onze lunchplek terug, en zitten we heerlijk in de zon en in de stilte te genieten van onze lunchpauze.

Van Selmien East over de A7 terug naar Drachten
Na deze rustpauze keren we terug naar Drachten. Daartoe gaan we via Selmien East wederom onder de N381 door, om dan door het buurtschap Selmien West te lopen.
Daar buigen we af naar het noorden, om dan over de Bohrlaan het bedrijvenpark Drachten Azeven op te gaan.
Via de Curielaan en de Fahrenheitlaan - waar we tamelijk veel wandelende pauzegangers ontmoeten van dit bedrijvenpark - lopen we westelijk om het bedrijvenpark heen naar de Fietsbrug A7, waarmee we de A7 oversteken.
Twee meisjes die vanuit het voortgezet onderwijs vanuit Drachten huiswaarts keren naar Ureterp duwen hun fiets bij de fietsbrug op, en vragen ons naar onze wandelroute van vandaag. Ze zijn tamelijk onder de indruk van de tocht die we vandaag ondernemen en wensen ons een goede voortzetting van onze etappe. Zij schuiven hun fietsen verder brugopwaarts naar de A7.
Over de Heideanjer en de Zonnedauw komen we weer terug op de Lavendelheide, waar we een inwoonster uit Burgum ontmoeten, die zoekend om zich heen staat te kijken, en vraagt of wij weten waar zij de vestiging van Certe kan vinden. Het adres dat ze heeft, klopt in elk geval wel, dus al redenerend waar pandnummer 12 waarschijnlijk staat, nemen we haar mee in de goede richting, waarna we even later de banier van Certe bij een bedrijvenverzamelgebouw zien wapperen. Daar gaat zij naar binnen, en wij lopen nog een klein eindje door, totdat wij bij de auto op het parkeerterrein van Hotel Van der Valk arriveren.
We stappen in en gaan bij mim eerst nog theedrinken, alvorens we later op de middag terug rijden naar huis. Dan is het al flink bewolkt, en is de zon voor de rest van de dag uit beeld.

dinsdag 24 maart 2026

Artificial Intelligence in de boerensloot

Dinsdag 24 maart 2026
 
Mateo Mayer & Martijn Wagterveld in Wetsus te Leeuwarden 

















Watertechnologie-maand
Het Europees expertisecentrum voor duurzame watertechnologie Wetsus en de Leeuwarder Courant organiseren in deze maand maart 2026 – in de door hen zo genoemde ‘Watertech-maand’ - samen vijf lezingen, waarin wetenschappelijk onderzoek en praktische toepassingen van watertechnologie centraal staan. 
Na het succes van de vorige lezingen-editie in 2024 zijn opnieuw actuele en uitdagende thema’s binnen de watertechnologie geselecteerd. 
In deze vijf lezingen van 2026 staan vragen centraal als: 
Wat zijn de problemen en uitdagingen rond water? 
Wat doen technologen en bedrijven om deze aan te pakken? 
En wat kan ik zelf doen?
Deze vijf publiekslezingen vinden ’s avonds plaats in het gebouw van Wetsus in Leeuwarden.
De eerste lezing op 3 maart 2026 ging over ‘Stikstof voor het oprapen’.
De tweede lezing op 10 maart 2026 ging over: 'PFAS naar de bliksem'.
De derde lezing op 17 maart 2026 ging over: 'De rijkdom van het riool'.
Het thema van de vierde lezing op 24 maart 2026 is: 'AI in de boerensloot'.

Bijdrage van watertechnologie aan oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken
In deze lezingenserie gaan we de wereld van wetenschap en innovatie ontdekken.
De lezingen worden gegeven door onderzoekers van Wetsus. 
Ondernemers die rond de besproken technologie bedrijven hebben gebouwd, vertellen vervolgens hoe dit in de praktijk uitpakt.
Onderzoekers van Wetsus en experts uit het bedrijfsleven nemen ons op die wijze mee in hun onderzoek en laten zien hoe watertechnologie bijdraagt aan oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken van vandaag en morgen. 
In het voorgaande weekend laat de Leeuwarder Courant ons in haar krant kennismaken met het onderwerp en met de betrokkenen van de komende lezing, en tijdens de lezing wordt dan nader op het thema van de lezing-avond ingegaan.

Artificial Intelligence in de boerensloot
Vanavond wordt de vierde lezing verzorgd door Wetsus-onderzoeker Martijn Wagterveld, die ons  vertelt over de wijze waarop meet-data en Artificial Intelligence (AI) kunnen worden gebruikt om ons oppervlaktewater real time te monitoren. 
Sensortechnologie en AI groeien momenteel explosief. Door de waterkwaliteit met sensortechnologie continu te meten, en de daaruit verkregen data te matchen met AI, kun je die kunstmatige intelligentie inzetten om patronen te ontdekken. Om bronnen van vervuiling vast te stellen en misschien zelfs wel voorspellingen te genereren, moet je allerlei verschillende invloeden met elkaar verbinden. In het complexe proces van het combineren van veel verschillende metingen kun je AI heel goed inzetten.

Lezing van Martijn Wagterveld 
  • Bij Wetsus wordt samengewerkt met technologie-ontwikkelaars, met industrie-partners en met eindgebruikers (zoals Vitens-drinkwaterbedrijf en Omrin-afvalverwerker) en met onderzoeksinstellingen (van Wageningen, Enschede en Delft).
  • Wagterveld en zijn collega's van aqua-earth ontwikkelen nieuwe sensoren, monitoren data, werken aan data-integratie, en ze doen aan procesbesturing en automatisatie.
  • De waterkwaliteit in midden-Europa en daarmee ook in Nederland is niet aan de maat; heeft geen goede ecologische status, en ook geen goede chemische status.
  • In Fryslân zijn er verspreid zo’n 24 meetpunten van het oppervlaktewater, waar de mate van waterverontreiniging wordt gemeten. Daarbij worden ook fysisch-chemische metingen verricht. De kosten daarvan zijn ongeveer 20.000 euro per meetpunt voor wat betreft verontreiniging en 10.000 euro voor fysisch-chemische metingen.
  • In 2027 willen we in Fryslân dat alle meetpunten aan de Europese waternorm voldoet, en zover is dat nog beslist niet. Daartoe moet het water gelijktijdig aan alle verschillende normen voldoen. De slechtste score bepaalt de uiteindelijke kwaliteit van het water op die plek. De Europese Unie zal hoogstwaarschijnlijk geen uitstel geven, dus dat kan problemen geven voor Nederland in de vorm van boetes, dwangsommen en strengere regelgeving. We moeten dus vooral tijdig en goed handelen voor wat betreft het verbeteren van onze waterkwaliteit.
  • Bij baggeren haalt men de bagger met daarin alle nutriënten uit de sloot, dus daarmee kun je al een aantal verontreinigende stoffen verwijderen, maar die vorm is erg duur.
  • Je kunt ook voorkómen dat die schadelijke stoffen in de sloot komen, maar dat is ook lastig vanwege de  daartoe te nemen regelgeving en verboden.
  • 38% van de waterverontreiniging vindt plaats door agrarische activiteiten, voor industrie is dat  vervuilingspercentage ongeveer 18%, en door natuurlijke veranderingen (zoals veranderende waterlopen) wordt 40% van de watervervuiling gecreëerd.
  • De overheid heeft inmiddels een aantal aandachtsgebieden aangewezen, waar boeren veel minder mogen bemesten, met als gevolg dat die boeren een lager rendement halen. Tussen Leeuwarden, Drachten en Buitenpost is zo’n aandachtsgebied. Daarin liggen circa 35 meetpunten. Dat werkt heel grofmazig, waardoor boeren zomaar belast kunnen worden met maatregelen die op hun areaal eigenlijk niet van toepassing zou hoeven te zijn of is. Met betere, fijnmaziger metingen zou je dus grondiger en betrouwbaarder kunnen werken. Maar daartoe moet je veel meer data verzamelen, in vooral duizenden boerensloten. Juist die kleine wateren zijn heel belangrijk voor de kwaliteit van het water in zo’n aandachtsgebied.
  • Daarnaast is er sprake van een heel complex proces, waarbij niet alleen het oppervlaktewater, maar ook het grondwater wordt belast. Maar de oorzaken van bijvoorbeeld grondwatervervuiling kunnen wel het resultaat zijn van heel veel voorafgaande jaren.
  • Wetsus probeert nu real time de kwaliteit van het bodem- en oppervlaktewater te monitoren. Daarmee moet een instrument worden ontwikkeld om het water te meten, te monitoren, en tot voorspellingen te komen van wat boeren bijvoorbeeld zouden kunnen/moeten doen om tot een betere waterkwaliteit te komen. Dat kan met een win voor de boer èn tegelijk met een win voor de waterkwaliteit.
  • aqua.earth is al begonnen met het indirect meten van de kwaliteit van het water in boerensloten. Dat doen ze met sensoren in het water èn in de bodem. Die sensoren meten met licht. Daarmee kun je niet alle verontreinigingen meten, en daarom combineren ze vervolgens hun metingen met modellen, waarbij AI wordt toegepast. 
AI
  • Ze willen bij aqua.earth complexe modellen bestuderen en beschrijven. Een AI-model is daartoe bij uitstek geschikt. Maar die geven maar weinig inzicht. Je moduleert dan wel, maar ziet niet wat er gebeurt. Je kunt daarnaast wel mechanistische modellen gebruiken met fysica, chemie en biologie, en je kunt - tussen beide vormen in - ook met hybride modellen werken. De optelsom van allerlei metingen moet uiteindelijk leiden tot een oordeel over de waterkwaliteit.
  • Een data-gedreven model (AI) kan tussenliggende waarden niet aan elkaar verbinden, maar dat kun je wel met mechanistische modellen doen. 
  • Voor AI heb je heel veel data nodig, want daarmee kun je reconstrueren. Maar met weinig data kun je dat veel moeilijker bepalen (ofwel schatten). Met dure mechanistische modellen kan dat wel, maar dat kost dus veel geld, dus kostenbewust wil men daarom gaan werken met een hybride model; met het beste van beide dus.
  • Daarom verzamelt men bij Wetsus en aqua.earth zoveel mogelijk data, om te kunnen bepalen wat je met alle meetresultaten het beste kunt gaan doen, bijvoorbeeld het zo goed mogelijk adviseren van boeren.
  • En dit doet men ook al in grote steden in het buitenland, waar dan op dezelfde wijze ook de kwaliteit van het water wordt gemeten.
Lezing van Mateo Mayer 
Tweede spreker is Mateo Mayer van het bedrijf aqua.earth.
  • Bij het meten van de bodem meten ze bij aqua.earth het vocht in de bodem. Daarnaast meten ze de kwaliteit van het oppervlaktewater.
  • Vooral de grote watermassa’s worden laagfrequent gemeten, waardoor daar doorgaans maar weinig van bekend is.
  • Inmiddels is aqua.earth met het meten begonnen in boerensloten en in woonwijken. 
  • In woonwijken voldeed zo'n 80% van het oppervlaktewater niet aan de geldende kwaliteitsnorn.
  • Ook bij een zwemstrand in Almere is een meting gedaan met sensoren, bijvoorbeeld een meting op blauwalg. Het resultaat was dat er volgens de normen in dat zwemwater niet gezwommen mocht worden. Bovendien spoorden de sensormetingen met de metingen van de watermonsters die daar ook gemeten werden.
  • Als je dit in woonwijken en in groter water kunt doen met goede resultaten, dan kun je dit ook gaan doen in heel veel boerensloten. Dan kun je per sloot heel goed bepalen wat de kwaliteit is van de ene sloot ten opzichte van die van de omliggende sloten.
  • Meten wordt daar gedaan met sensoren in het slootwater, en ook met pennen met sensoren in de bodem. Zo meet men weliswaar niet precies wat ze willen meten, maar door het meten wil men wel proberen te leren te begrijpen hoe het werkelijk is gesteld met de kwaliteit van het water. Bij heel veel metingen tegelijk kun je dan bepalen waar de slechte waterkwaliteit vandaan komt. Dat is wat voor boeren heel  belangrijk is, want daarop kun je sturen. 
  • Ook voor natuurorganisaties is dat van belang te meten en te weten. Idem voor industriële bedrijven, die kunnen aantonen of/dat ze aan de normen voldoen. En zelfs de burgers zouden zo metingen kunnen verrichten waar ze dat willen doen.
  • Men meet dus niet direct het watermonster, maar meet indirect door gebruik te maken van deze sensoren in water en bodem. 
  • Alle data moet je opslaan op een plek die voor het publiek objectief controleerbaar is. Dan heeft het juridische bewijskracht, dus dat passen ze bij aqua.earth overal toe, en dat werkt goed. De gegevens zijn controleerbaar, niet uit te wissen en niet te veranderen. Dat is belangrijk voor iedereen, om te zien wat er gebeurt en wat de resultaten zijn van gedrag.
  • Ook boeren zijn hier erg in geïnteresseerd, dus er zijn op verschillende plekken al sensoren geweest. De sensoren moeten overigens nog robuuster worden gemaakt, en met EU-subsidie heeft men nu een nieuwe test doorlopen met verbeterde sensoren.
  • Aqua.earth is lid geworden van Wetsus om haar methode gevalideerd te krijgen. Wetsus kan de sensor-metingen vergelijken met de metingen van watermonsters, en als dat overeenkomt, heeft men overtuigend bewijs dat de sensortechnologie valide is.
  • Overheden, kennisinstellingen en bedrijven werken samen in dit sensortechnologietraject, en men hoopt allen dat dit tot een doorbraak kan/zal leiden.
  • In Denemarken publiceert men nu al day-to-day de resultaten van de metingen van de waterkwaliteit, dus dan kun je als maatschappij heel snel reageren en verbeteren waar dat nodig is.
  • Geconstateerd is nog dat storm, regenbuien en nachtelijk duister nog invloed hebben op de (verschillen in) meetresultaten, terwijl op dat moment de waterkwaliteit natuurlijk niet anders is geworden. 
  • Bij 100 verschillende watermonsters laat men de computer steeds maar de kwaliteit van het water meten. Het samenstel van al die metingen onder allerlei verschillende omstandigheden moet er uiteindelijk toe kunnen leiden dat de waterkwaliteit betrouwbaar wordt geanalysereerd. Dat kost zoveel tijd, dat je dat als mens niet kunt doen, dus daar wordt AI op losgelaten, want die kan met een enorme rekenkracht met snelle computers met goede grafische kaarten tot snelle en betrouwbare resultaten komen.
  • De onderzoekspraktijk heeft inmiddels aangetoond dat deze technologie goed werkt, aangezien de resultaten ook overeenkomen met de metingen van de watermonsters ter plekke. Momenteel worden alle technieken nog gevalideerd voor verschillende soorten water. Het ziet er naar uit dat dit goed werkt. Hier is inmiddels octrooi op aangevraagd.
  • De meetmethode werkt en is valide, maar de methode is nu nog niet erkend omdat indirect wordt gemeten. Daarom kan men in principe niet opschalen. Via Wetsus is men in contact gekomen met een ander bedrijf, waar bleek dat deze technologie ook voor andere metingen kan worden gebruikt, bijvoorbeeld bij het meten van lachgas en bij toepassing in waterzuiveringen en waterschappen. 
  • Vooral bij het lozen van water vanuit waterzuiveringen op het oppervlaktewater kan deze sensortechnologie worden toegepast. Daarmee kan men goede adviezen geven aan rioolwaterzuiveringsinstallaties.
  • Ondertussen gaat het hoofdproces van het sensormeten door, deels bekostigd door haar andere activiteiten op bijvoorbeeld rioolwaterzuiveringsvlak.
  • aqua.earth wil zich tot nader order nog wel bescheiden blijven opstellen, om de tijd te nemen voor bewijsvoering van het feit dat de indirecte metingen van aqua.earth even betrouwbaar zijn als de al wel gecertificeerde metingen en analyses van watermonsters. Zodra deze sensortechnologie gecertificeerd is, kan het breder - voor allerlei andere doeleinden - worden toegepast.