donderdag 8 april 2021

Ver onderweg

Woensdag 7 april 2021

Cover van 'Ver onderweg'
Meerwaarde van de Camino
Jeroen Gooskens (1941-2013), oud-Augustijn en voormalig studentenpsycholoog liep in drie etappes in de drie opeenvolgende jaren 1991, 1992 en 1993 als pelgrim naar het Spaanse bedevaartsoord Santiago de Compostela en schreef over zijn eigen pelgrimage op de camino (pelgrimsweg) het bekende boek 'Ver onderweg' (1998). Zijn boek kreeg als subtitel mee: 'Verhaal van een voettocht naar Santiago de Compostela'.
Zijn reisverhaal werd een bestseller in pelgrimsland, met name omdat hij de meerwaarde van de camino in dit boek verwoordde op een aansprekende manier. Ook buiten de kring van pelgrims werd zijn reisverslag gewaardeerd, omdat het boek ook inspirerend bleek te zijn voor het levenspad van ons allen.

Het pelgrimspad als metafoor voor het leven
'Ver onderweg' is een aanstekelijk boek, dat veel lezers meesleept in de wereld van het wandelen. In een eindeloze deining van landschappen en herinneringen zoekt de pelgrim-schrijver overdag zijn weg, en elke avond een bed. 
De natuur beziet hij met liefde voor details. Kloosters zoekt hij op als oude huisvriend. Als vijftiger kijkt hij vaak terug, en soms vooruit. Alles beschrijft Gooskens met mildheid en met veel gevoel voor relativering. 
Elk mens gaat zijn (levens)weg. Elke weg is de moeite waard. Dat geldt voor het leven, en dat gaat zeker ook op voor een voettocht naar Santiago de Compostela. Veel wegen heeft Jeroen Gooskens onderweg links of rechts moeten laten liggen. Slechts één weg kon hij kiezen om voort te gaan. Zijn weg heeft hem in de loop van de tocht bovenmate geboeid. Zijn pelgrimspad heeft Gooskens van dag tot dag getekend, en gaandeweg geslepen van wandelaar tot pelgrim.

Wandelen en verdiepen
Vanwege een fysieke handicap raakte Jeroen Gooskens tegen zijn vijftigste verjaardag vrij van een betaalde baan. Dat maakte het mogelijk zijn pelgrimstocht te lopen, zij het in drie jaar-etappes.
Hij maakt deze pelgrimstocht vanuit Noord-Limburg in de volgende drie etappes:
  1. In 1991 van Molenhoek (NL) naar Olliergues (Frankrijk), over een afstand van 1.357 kilometer;
  2. In 1992 van Olliergues naar Estella (Spanje), over een afstand van 1.088 kilometer;
  3. In 1993 van Estella naar Santiago de Compostela, en tot slot nog door tot Cabo Fisterra; over een afstand van 741 kilometer, waarmee zijn pelgrimstocht totaal op 3.186 kilometer kwam.
Met een vlotte pen beschrijft Gooskens hoe hij dagelijks zijn weg en bed zoekt. Het is grotendeels een solitaire tocht, met enerzijds veel afzien door het bar slechte weer, en anderzijds ook veel verrukking over de landschappen onderweg, ook over flora en fauna. 
Daar tussendoor etaleert de schrijver een grote belezenheid met veel historische weetjes over de dorpen, steden en de legendes van onderweg. Regelmatig is er een verdieping naar zijn herinneringen aan de Rooms-Katholieke Kerk; soms met scepsis, maar meestal met weemoed of verwachtingen. 
Het boek biedt aan een zeer diverse lezersgroep veel herkenning. 
Het boek bevat de drie jaar-routekaartjes èn een zwart-witte afbeelding van een pelgrim, gemaakt door Ruud Harmsen.

Woord vooraf
  • Een wandeling van 3.000 kilometer is voor de meesten een stap te ver; de agenda van hun leven staat volgeschreven met andere prioriteiten.
  • Eenzame kilometers in België en Frankrijk boden alle kans om het leven te beschouwen.
  • Ik vrees het eindpunt meer dan het wenkt; niets is mooier dan onderweg te zijn.
  • Onderweg van alles te zien, is aanleiding om te fantaseren, om te associëren, om te mediteren.
  • Twee polen wisselen elkaar af en vullen elkaar aan: de buitenkant van avontuur en waarneming, de binnenkant van achtergedachten en verdichting.
  • Elke mens gaat zijn weg, elke weg is de moeite waard; dat geldt voor het leven, dat gaat zeker op voor een voetreis naar Santiago.
  • Alleen wie zich thuis veilig geborgen voelt, kan ver onderweg zó genieten.
1991 van Molenhoek naar Olliergues
  • De weg zegt de wandelaar niet wat hem wacht.
  • Elk sterven maakt ruimte voor nieuw leven.
  • Studenten met problemen zijn er te over, aan werk voor studentenpsychologen geen gebrek.
  • Ver weg wil ik, op weg naar het einde van de wereld, op pelgrimstocht naar Santiago.
  • Spanje verdiende ook een part van de heilige koek; daarom kreeg het een apostelgraf om trots op te zijn.
  • Ik verlang naar ongestoord lopen en kijken.
  • Het wordt een zoektocht.
  • Mijn verlangen: als pelgrim onderweg, nergens thuis, overal een buitenbeentje: alle tijd om te beschouwen, de natuur, de mensen, het nu en wat verleden is.
  • Ik kan tegen een stootje en ik ben nieuwsgierig naar de weg, naar de wereld, naar mezelf.
  • Naast het avontuur staat het element van bezinning centraal.
  • In mijn eigen beleving is de tocht geen prestatie, evenmin vakantie, maar een ontdekkingstocht.
  • Stilstaan en terugkijken, daar gaat een mens niet op achteruit.
  • Het is beter weinig nodig te hebben dan veel te bezitten (Regel van Augustinus).
  • De rolwisseling is pijlsnel en levensgroot.
  • Van dag tot dag word ik minder toeschouwer.
  • Een paar vezels heimwee binden me aan thuis, de rest is onderweg.
  • Bewaar ons voor regels en voor Duitsers-met-macht die die regels rücksichtslos toepassen.
  • Alleen-zijn geeft te denken.
  • Ik hoef niet zo nodig een snelle jongen te worden.
  • Godsdienstigheid heeft vele gezichten.
  • Behalve aan ideeën wijd ik me aan kijken.
  • Het is met dorpen al net als met mensen: om mooi te worden, hebben ze geschiedenis nodig.
  • Schoonheid bestaat bij de gratie van afwisseling.
  • Alleen ben ik, maar niet eenzaam.
  • Weer dat gevoel van verwondering over de nabijheid van andere werelden en ongekende ervaringen.
  • Op deze tocht is mijn geluksemmer steeds ruim gevuld, leegte is er niet bij.
  • Ik ken niemand, en niemand kent mij.
  • In de laatste uren van de dag ervaar ik wat een bestaan zonder dak boven je hooft betekent: afhankelijk zijn van vreemden, op wie je voor goed geluk bent aangewezen.
  • De tv aan het plafond past niet bij de behoeften van een pelgrim wiens oog gericht is op hogere zaken.
  • Abstracties leer je later en ze slijten weer eerder, het concrete gaat langer mee.
  • Vervlogen herinneringen kom je niet op het spoor door diep na te denken, wel door het weerzien. Weer zien, is weer weten, herkennen en herbeleven.
  • Een wandeltocht biedt wat het leven niet biedt: een herkansing, de mogelijkheid om alles nog eens over te doen.
  • Ik geef de voorkeur aan mijn eigen waarheid.
  • De ervaring blijkt in werkelijkheid vaak heel anders dan het idee vooraf.
  • In het leven prefereer ik wat reflectie boven veel actie. 
  • Al te vaak werkt noeste ijver averechts: je schiet wel op, maar je komt nergens uit.
  • De natuur is niet zielig, zij is taai.
  • Geluk is niet het product van noeste ijver, maar dat het ons gratis en onverdiend overkomt. Het is het geluk zelf dat zijn gelukkigen uitzoekt.
  • Pas na een paar uur lopen, heb ik mijn ritme weer te pakken en sta ik weer open voor nieuwe indrukken.
  • Toerisme en wandelen is voor de rijken.
  • Een minuscuul creatuur ben ik in een immense natuur. Overweldigend.
  • Een kathedraal blijft voor mij niet alleen een bezienswaardigheid, maar vooral een plaats van gebed. De omgeving maakt het makkelijk om je als mens klein te voelen.
  • Er is op mijn eenzame wandeling niemand die me tegenspreekt, ik heb de wijsheid in pacht.
  • Ik voel me sterk verbonden met allen en alles, dankbaar dat alles is zoals het is. Met elke stap word ik meer pelgrim, ik kan het niet nalaten te bidden.
  • Grote kerken maken nog geen gelovigen.
  • De natuur is er zomaar en altijd, gratis en voor iedereen, veelal ongezien en te vaak ongeroemd.
  • In de wouden zul je meer vinden dan in de boeken, de bomen en de rotsen zullen je dingen leren die geen enkele leermeester je kan vertellen (Bernardus).
  • Alleen een gek loopt met het tempo van gepaste vertraging over de oude Romeinse weg. Zoveel is zeker: tijd en kwantiteit zijn omgekeerd evenredig.
  • Aanvankelijk kleine verschillen hebben grote gevolgen, ook in een mensenleven: minieme zaken veranderen een hele levensloop.
  • Ik geniet hier al van het paradijs. Geluk is op de plaats waar je staat.
  • Voor een ware pelgrim gaat de tocht van de ene kathedraal naar de andere, de wereld is slechts een doorgangshuis.
  • Voor mij is niets mooier dan onderweg zijn.
  • In de immense ruimte voel ik me klein en juist dat maakt me gelukkig. Jezelf nooit te groot voelen, groot is onze God. Wij zijn maar héél klein.
  • Als je vooraf definieert wat geluk is, dan is wat daarbuiten valt pech. Maar als je je vooraf nergens op vastlegt en de gegeven omstandigheden als geluk beleeft, dan kun je wel voor honderd procent geluk hebben.
  • Ik prijs mij gelukkig in mijn toenemende stilte; veel levens worden geleefd met te veel woorden; het zou met minder moeten kunnen.
  • Mijn enige taak is eerbiedig beschouwen en dankbaar genieten.
  • Alleen lopen is een intensieve ervaring, maar je moet ook afzien; niet zozeer van comfort, maar van je vertrouwde sociale contacten.
  • Kloosterleven is leven op het scherp van de snede: compromissen liggen altijd op de loer en hervormingen zijn met de regelmaat van de klok broodnodig.
  • Alleen wie getuige durft te zijn van het verleden, heeft een toekomst voor zich.
  • Met de kerk mag het dan wat minder gaan, met God is er niets mis. God is niet dood, Hij leeft!
  • Veel meer dan verwacht, ben ik op deze wandeling gaan rondwaren in het landschap van mijn verleden. Uit alles droom ik een nieuwe toekomst.
  • In mijn visioen heten de reddende engelen reflectie en zelfkennis, maar allebei kosten ze tijd; en tijd is er in de run op studiepunten juist steeds minder.
  • Nu we met z'n tweeën zijn, word ik socialer, meer gericht op mensen. Je hebt houvast aan elkaar en bent minder kwetsbaar.
  • Tijd is geen geld.
  • Voor weetjes heb ik een slecht geheugen, de ervaring vergeet ik nooit en te nimmer.
  • Het leven is voor mij meer zoeken dan maken.
  • Je bent overal sneller, maar je ziet minder.
  • Waardering blijft een kwestie van smaak.
  • De grote meerderheid kiest voor tempo, een kleine minderheid leert nog kijken.
  • Geld is hier werkelijk een bijkomstigheid, gastvrijheid en gebed zijn de zaken waar het om gaat.
  • Om gelukkig te worden, kun je maar beter niet teveel plannen, het loopt toch anders. De kunst is om je aan te passen hoe het loopt.
  • Ik geef me over aan de beschouwing van het nutteloze, ik lig en ik ben.
  • Hoe verder ik naar het zuiden afzak, hoe meer dingen naar Santiago gaan verwijzen.
  • Dat ik te voet van Nederland naar Compostela loop, vinden de meesten volkomen krankjorum.
  • De wasplaats functioneerde voor de vrouwen als biechtstoel en als therapieruimte.
  • Vrouwelijke aanwezigheid zou werken als duivelse verleiding en je moet de kat niet op het spek binden.
  • Nog steeds heerst in kerkelijke kringen veel onnodige krampachtigheid waarmee de kerk mensen van zich vervreemdt.
  • De paradox van het reizen: ver weg gaan om gelukkig weer thuis te komen.
  • Ik ben zó los geraakt dat een litteken van onthechting voelbaar zal blijven.
  • Soms heb je mensen op wier manier van lopen je valt. Je weet niet precies waar het aan ligt, het is een kwestie van ritme, van melodie.
  • Urenlang dezelfde weg, hetzelfde afzien, hetzelfde uitzicht smeden je tot kameraden.
  • Wandeltherapie: kweekvijver voor solidariteit.
  • Frankrijk is een wispelturige dame vol verrassingen, je weet nooit waar je aan toe bent.
  • Hoe goed ik ook met de andere sekse kan opschieten, samen zo'n wandeltocht maken, is onmogelijk.
  • Abrupt is de stap van tijd naar haast.
  • De nieuwe generatie heeft het in veel opzichten moeilijker. Ze krijgen zoveel, dat ze bijna niet meer leren wat iets waard is; ze krijgen het zo vlug, dat ze niet meer weten dat ze zonder kunnen. Dat maakt hen kwetsbaarder. Een overvloed aan mogelijkheden maakt het moeilijker kiezen.
1992 van Olliergues naar Estella
  • Schrijven blijkt een veeleisend ambacht: schaven aan taal met woorden als weerbarstig materiaal. Maar tegelijk is het een legitieme manier om te verwijlen bij dierbare herinneringen; zo kan ik mijn solotocht delen, een kostbare beleving slijt ik aan anderen.
  • Het onbeschreven blad is het meest ontvankelijk.
  • Dat stoffige rommeltje op zolder, ik voel me er redeloos maar onlosmakelijk mee verbonden; weggooien moeten anderen maar doen, later.
  • Vooruitgang is als een lawine: niet tegen te houden.
  • Nu neem ik mijn lot weer in eigen hand; wandelend ben ik weer eigen baas.
  • Mensen hebben een beter geheugen voor mentale emoties dan voor fysieke sensaties. Fysieke gevoelens zijn onmiskenbaar en vaak opdringerig aanwezig zolang de prikkel duurt, maar na afloop ben je ze ook weer snel vergeten.
  • In de eenzaamheid van de natuur wordt menig mens mensenschuw.
  • Geef mij maar soberheid, dan kun je je beter op de kern concentreren.
  • Het snijvlak tussen God en wereld is scherp, een mens valt er bijna altijd aan één kant vanaf.
  • Waar de heren strijden, lijden de boeren.
  • Het holisme van de Middeleeuwen: wetenschap, kunst en religie vormden nog één geheel, geletterdheid stond gelijk aan godsdienstig.
  • Universiteiten waren een leerschool voor het leven.
  • De wereld zonder gevoel voor transcendentie is mij te plat, de kerk zonder oog voor menselijke waarden schrikt mij af.
  • Vooruit, dus steeds verder.
  • Feit is wel dat in de Middeleeuwen alles nog met alles samenhing.
  • Het dagelijks bestaan in het oude bergland is nog onvoorstelbaar primitief.
  • God zelf is onzichtbaar en niemand heeft Hem ooit gezien, maar we zien overal in de Schepping Zijn sporen, dus weten we dat Hij bestaat.
  • De grote massa houdt de kerk in ere door er zo min mogelijk binnen te komen.
  • De gemeenschappelijkheid van onze herinneringen is kort van duur maar hevig van aard, we vieren een feest van herkenning.
  • De Aubrac is op zijn echtst een plek van diepe verlatenheid.
  • Ik heb van het samenzijn genoten, maar de alleengang zou ik niet willen missen.
  • Het noodzakelijke kwaad van de taal is dat je niet alles tegelijk kunt zeggen, je gaat de heelheid uiteenleggen.
  • Tritsen woorden, maar de ervaring waar het om gaat, is één.
  • Ik beschouw liever. Daarom wandel ik. Alleen.
  • God is het meest tastbaar in stilte en eenzaamheid.
  • Juist een welvarende kerk heeft geen toekomst, rijkdom en macht werken alleen maar averechts en maken God onzichtbaar.
  • Volgens een ruwe schatting kwam de helft van de pelgrims niet levend terug.
  • Zo gaat het ook in het leven: fractionele verschillen hebben grote gevolgen.
  • Ik kies liever minder om me er dieper mee te verbinden.
  • Dieper graven dan de waan van de dag, dat is een wezenlijk aspect van mijn pelgrimstocht.
  • De verrijzenis van ons lichaam is voor mij, kleingelovige, te mooi om waar te zijn.
  • Jaquets zijn pelgrims naar Saint Jacques.
  • In Frankrijk lopen alle grote wegen naar Parijs.
  • Hoe langer de tocht duurt, des te dieper de verstilling.
  • De moderne tijd is niet altijd een zegen.
  • Het lot slaat toe wanneer je er het minst op bedacht bent.
  • De kleur van de dingen wordt niet door de dingen zelf bepaald, maar door het innerlijk van de beschouwer.
  • Ik besef dat onze wereld met al haar dwaze schoonheid zelf een voorbijgaande reiziger is in een universum dat blijft.
  • Mijn mufabel: het multifactorieel belastingsmodel voor lange-afstandswandelaars: Z = AxBxCxPxW. In woorden: de zwaarte van het wandelen wordt bepaald door de factoren Afstand, Bagage, Conditie, Parcours en Weer.
  • De invloed van de leefomgeving op het gedrag van mensen is evident.
  • Het is met zo'n wandeling als met een feest: je kunt het een ander wel proberen naar de zin te maken, maar op de eerste plaats moet iedereen toch zichzelf vermaken,
  • Voor een verdrietig hart is de hele wereld vol tranen.
  • Jongeren hebben een andere zingeving, een andere tijdsbeleving, een andere culturele bagage.
  • Ik hoop voor mijn kinderen dat ze bij alle veranderingen meer winnen dan verliezen; ik hoop dat ze gelukkig worden.
  • Alleen wie zich thuis veilig geborgen weet, durft er zo op uit.
  • Waar de hoop gestorven is, blijft het ritueel in stand.
  • De eerste uren van de dag zijn de uren van de grootste ontvankelijkheid.
  • In tijden van tegenspoed bloeit het geloof; desillusie en armoede drijft de mensen naar de kerk.
  • Druppels hollen de steen uit, het kost alleen tijd.
  • Alle dorpen zijn halteplaatsen op de weg naar Santiago.
  • Je kunt in elk gat wel ergens een stempel krijgen.
  • Eigenlijk moet je de weg in elk seizoen lopen om hem echt te leren kennen.
  • Met al dat comfort dreigt de camino te verworden tot een toeristische trekpleister.
  • De aantrekkingskracht van de camino ligt juist in de binding met verleden en avontuur.
  • Iedere pelgrim gaat zijn eigen weg, geen twee verhalen zijn hetzelfde. Echter, iedereen vindt dat hij het prima getroffen heeft, zonder uitzondering is iedereen enthousiast over zijn eigen tocht. Dat is op zich een wonder.
  • Anderen mogen de wereld besturen, wij lopen er liever in rond, aan kijken hebben we een dagtaak.
  • Niets kan een mens beter doen dan de tijd nemen en wachten op wat komen gaat.
  • In Spanje is 'morendoder' een eretitel. In Nederland is elke spat bloed in naam van de God er één te veel.
  • Spanje is voor mij een nieuwe geliefde vol verrassingen, spannend en onvoorspelbaar.
1993 van Estella via Santiago de Compostela naar Cabo Fisterra
  • De seizoenen gaan voorbij, Santiago moet wachten en wordt er alleen maar aanlokkelijker door: zoals ooit, in de jaren van mijn jeugd, de bruid.
  • Ik verlang naar de eenzaamheid van een eindeloze horizon, weinig mensen met wie ik weinig woorden zal wisselen; ik grijp het beproefde stilzwijgen aan om in te keren.
  • Elke pelgrimstocht is een metafoor van het leven.
  • In mijn hoofd maakt de vitaliteit van mijn jeugd gaandeweg plaats voor meer beschouwelijkheid, een allesoverheersende toekomst ruimt allengs het veld voor wat geweest is.
  • In onze cultuur wordt het stadscentrum vaak beschouwd als een brandpunt van leven; ik zie meer een labyrinth waarin mensen vastlopen en waaruit geen ontsnappen mogelijk lijkt.
  • Zien en gezien worden, niets is Spaanser dan dat.
  • Pas te voet voel ik mij op mijn plek. Terug van weggeweest, ik ben weer thuis op de camino.
  • De camino blijkt voor ons alle drie méér dan zomaar een wandeltocht.
  • Steeds weer doemt de kerk in mijn herinneringen op als armzalig mensenwerk.
  • Volwassenheid heeft zijn prijs.
  • Een rijke kerk, in plaats van het Rijk Gods.
  • Ik ben een wandelaar, een wandelaar wil ik blijven.
  • Elke wandelaar heeft zijn eigen redenen en die weet hij vaak zelf niet.
  • Op de camino groeit een onuitgesproken verbondenheid.
  • Iedereen gaat zijn eigen gang, maar iedereen volgt dezelfde weg en dat werkt als patent bindmiddel.
  • Het hele spul heet pelgrim, en met volslagen vreemden voel je je verbonden.
  • Iedereen gaat zijn eigen gang, niemand stoort zich aan anderen, er heerst bonte verscheidenheid en verdraagzaamheid.
  • Wat is de waarde van een teken dat nauwelijks nog wordt verstaan?
  • Veel komt op rekening van San Iago, want naar hem zijn we onderweg.
  • Het pad van een pelgrim gaat niet over rozen.
  • Ik wandel, dus ik leef.
  • In Spanje is een slaapplaats geen enkel probleem meer, elk dorp langs de camino heeft zijn refugio.
  • De refugio is het keurmerk van de vooruitgang.
  • Ieder gaat zijn eigen gang en verwacht dat ook van anderen, zodoende is het in de refugio's één grote maar gezellige troep.
  • De heiligverklaring van de grootste gemene deler wekt bij mij de neiging om af te wijken.
  • De camino is gewoon een goedkope manier om iets van de wereld te zien, en daarom is het druk.
  • Ik vind meer dan ik zocht.
  • Elke meter die je hoger komt, daalt de welvaart van de bewoners en stijgt hun solidariteit.
  • Rituelen markeren de overgang.
  • In het pastorale landschap past de pelgrim.
  • De keten van frustratie en agressie kent geen einde.
  • Een beetje pelgrim draagt zijn eigen last.
  • Wie van het leven houdt, zou eigenlijk in het hier en nu moeten stilstaan; maar stilstaan wil niemand en vooruitgang is het parool.
  • Een slapende pelgrim moet je niet wakker maken.
  • Knus, kleinschalig en kneuterig, dat is de charme van dit land.
  • Galicië is rijk aan schoonheid, maar rijke boeren vind je er niet.
  • In deze toestand is slapen een illusie: je ligt wat, doet mee in het koor van snotteren en hoesten, je voelt je één met de rest.
  • De corredoiras (paden) lijken op loopgraven: nauwe holle weggetjes tussen hoge wallen van kreupelhout.
  • Met het milieu rommelen ze hier maar wat aan, de lucht is het enige dat hier niet ernstig vervuild is.
  • De privacy die ik vannacht tekort kwam, heb ik overdag in overvloed.
  • Ik proef de Schepping, ik prijs de Schepper en zie dat alles goed is.
  • Helemaal de oude zal ik nooit meer worden.
  • Ook als ik al lang en breed onder de zoden lig en mijn aantekeningen zijn vergaan, ook dan zullen weer nieuwe generaties hetzelfde pad gaan.
  • Mensen zijn schakels die voorbijgaan, wat blijft is de camino.
  • Volgens schattingen kwamen er in de veertiende eeuw in Santiago per dag meer dan duizend pelgrims aan.
  • Ieder heeft zijn eigen ritme en zijn eigen tempo.
  • Het vertrouwde steeds weer loslaten, dat is het harde bestaan van de zwerver.
  • De pelgrimage is een metafoor van het leven zelf, de avontuurlijke weg door een wisselvallige wereld naar de sterren van de eeuwigheid.
  • Het pelgrimsbrevet (de bul) is uniek in haar onbruikbaarheid: het is een getuigenis waarmee je in het leven niets verder komt, en juist daaraan ontleent zij haar waarde. Pure vorm zonder functie. Prachtig!
  • Ik raak verslaafd aan Santiago.
  • De apotheose in en om de kathedraal van Santiago maakt de finale tot een nagerecht, het slotakkoord wordt een toegift.
  • De zee is het begin en het einde van alles.
  • Nu is de cirkel rond, de droom gedroomd.

dinsdag 6 april 2021

Vier seizoenen in één dag

Dinsdag 6 april 2021
Donkere luchten pakken zich samen boven Hilaard

Rijden over ijs 
Bij de bespreking van het weer wordt op het NOS-journaal het weer van vandaag gekarakteriseerd als 'vier seizoenen in één dag'.
Na het aangename lenteweer dat we vorige week hebben gehad, zijn we inmiddels weer een eindje teruggevallen in hartje winter. 
Toen ik vanmorgen naar Hilaard reed om samen met een ander bestuurslid van Stifting Nijkleaster onze kloosterboerderij Westerhûs door twee assurantie-taxateurs te laten taxeren, werd het onderweg klip en klaar dat de winter bepaald nog niet voorbij is. Als ik voorbij Stiens op de Noordwesttangent rijd, is het oppassen geblazen. Een grote hoeveelheid hagel blijft op het wegdek liggen, omdat het maar één graad boven nul is. Bovendien rijd ik hier door een fikse hagelbui. Door de over de hagel rijdende auto's ontstaat in no time een keiharde ijslaag op het asfalt, dus er is maar één oplossing: met zijn allen heel langzaam rijden.

IJskoude harde wind
Hoe dichter ik bij Hilaard kom, hoe beter het weer wordt. Omdat de buien regen, sneeuw en hagel vandaag steeds even heel heftig en lokaal slechts op een beperkt oppervlak vallen, maakt het nogal wat uit waar je rijdt. In Hilaard bijvoorbeeld ligt in het geheel geen sneeuw of hagel op de weg.
Als we tijdens onze taxatieronde buiten rondom onze kloosterboerderij lopen, word je geconfronteerd met de harde en snijdende ijskoude wind uit het noordwesten. Dan is het al een verademing om in de luwte aan de zuidkant van de boerenschuur te staan praten. 

Winterse wolken en opklaringen
Als na een uurtje de beide taxateurs zijn vertrokken, verlaten ook wij het boerderijerf van Westerhûs. In de verte zie ik boven en achter Hilaard al weer zo'n donkere, dreigende wolkenlucht ontstaan. Achter ons - in het zuiden - ontstaat een opklaring, en de zon schijnt even vanuit het zuiden volop over het erf en op het dorp verderop. De oude dorpskerk van Hilaard is een zonovergoten baken tegen de donkere winterwolken in het noorden. Het is zo overigens wel een prachtig schouwspel van vorm en kleur en van licht en donker.

Lokaal contrast
Ik rijd terug in noordelijke richting, de donkere wolken tegemoet. En weer is het zo dat het Noordwesttangent te lijden heeft van hagel en sneeuw. Het is hier spekglad. Hier en daar zie je aan de bandensporen in de berm dat enkele auto's even met één of twee wielen van de weg zijn geraakt, maar kennelijk toch ook direct al weer de weg op hebben kunnen rijden. Langzaam rijd ik met het andere verkeer over dit gevaarlijk gladde tracé. Ten noorden van Stiens, ter hoogte van Feinsum, ligt helemaal geen sneeuw en/of hagel op de weg; alsof er helemaal niets aan de hand is verderop.

maandag 5 april 2021

Ik ben er voor jou

Paasmaandag 5 april 2021
Cover van de Veertigdagenkalender 2021

Kerk in actie
Vandaag is het al weer Paasmaandag, de tweede Paasdag. Gisteren hebben we het Paasfeest gevierd, en daarmee sloten we de Veertigdagentijd af. 
Pasen vertelt ons het wonderbaarlijke verhaal van Gods niet te bevatten liefde en van Gods genade voor alle mensen.
In de Veertigdagentijd stonden we stil bij het leven van Jezus Christus. Hij inspireert ons. Als ultieme daad van goedheid gaf Jezus Zijn leven voor ons, en stond Hij op uit de dood. Die opstanding vierden we gisteren met Pasen. De hoop die dát geeft, geven we door: door barmhartig te zijn en door goed te doen. Daarmee zijn we als christenen samen een 'Kerk in actie'.

Op weg naar Pasen
Om ons voor te bereiden op het Paasfeest heeft de Protestantse Kerk in Nederland samen met Kerk in Actie en Jong Protestant de Veertigdagenkalender 2021 uitgegeven, die is samengesteld door Xander de Rooij, Tineke van der Stok, Jan Verhage en Riejan de Winter. De illustratie op de cover is gemaakt door Roel Ottow. 
Deze Veertigdagenkalender hoor ook bij Petrus; het magazine met verhalen van geloof, hoop en liefde uit de Protestantse Kerk in Nederland.
De titel van deze Veertigdagenkalender - handelend over 'Op weg naar Pasen' - luidt: 'Ik ben er voor jou'.

Goede daden zijn schakels,
die samen een ketting van liefde vormen.
(Moeder Teresa)

Protestantse Gemeente van Stiens in actie
De Protestantse Gemeente van Stiens heeft deze Veertigdagenkalender 2021 bezorgd op alle adressen van haar gemeenteleden. Het Moderamen en de Kerkenraad van onze Stienser kerkelijke gemeente wilde daarmee haar kerkleden hartelijk groeten en hen op uitnodigende wijze betrekken bij het gemeenteleven in de tijd vóór Pasen, juist ook nu het in het kader van de Corona-pandemie niet verantwoord is om als gemeente samen te komen in de zondagse kerkdiensten en in de vieringen die normaal gesproken tijdens de Stille Week vóór Pasen in onze beide kerkgebouwen plaatsvinden.
Wij zijn op de uitnodiging ingegaan om deze Veertigdagenkalender 2021 elke dag aan tafel te gebruiken bij de dagelijkse bijbellezing na onze maaltijden. 

Geen mens kan iedereen helpen,
maar iedereen kan iemand helpen.
(Max Lucado)
Ik ben er voor jou
Er zijn heel veel mensen die wachten op een beetje barmhartigheid, op een daad van goedheid. 
Jezus laat ons zien wat barmhartigheid is, namelijk: 
1. de hongerigen eten geven, 
2. de dorstigen drinken geven, 
3. de naakten kleden, 
4. de vreemdelingen onderdak bieden, 
5. de zieken verzorgen, 
6. de gevangenen bezoeken en 
7. de doden begraven.
De Veertigdagenkalender bood ons elke dag een bijbeltekst, een vraag om over na te denken, of een oproep om aan de slag te gaan. Dat werd afgewisseld met een vasten-tip, een gedicht, een lied of een quote. Daarmee kwamen we in die tijd van bezinning elke dag een stapje dichter bij het Paasfeest.
Hierboven staan de zogenoemde 'Zeven werken van Barmhartigheid'. In de Veertigdagentijd-campagne van Kerk in Actie stond elke week één van die werken van barmhartigheid centraal, en was die gekoppeld aan een project en aan een vasten-tip. Vasten kan dan betekenen dat je ergens even van af ziet (bijvoorbeeld geen gebruik maken van social media), maar het kan ook betekenen dat je juist iets extra's doet (bijvoorbeeld iemand een kaartje sturen).
De dagteksten van deze Veertigdagenkalender 2021 zijn geschreven door: Daan Damsteeg, Rolinka Klein Kranenburg, Nynke Dijkstra, Marleen van der Louw, Otto Grevink, Paul Visser en René de Reuver.

The Passion en het Paasfeest voor iedereen
Maar er is in 2021 meer dan alleen deze Veertigdagenkalender. Ook dit jaar is er weer een nieuwe aflevering van het populaire Paas-mediaproject 'The Passion'. Ter gelegenheid van The Passion 2021 is een Paas-CD uitgegeven met - ook - de titel 'Ik ben er voor jou’. Deze CD bevat zes prachtige liederen van The Passion 2021. Daarop beluisteren we de volgende songs:
  • 1. Ik ben er voor jou (I'll be there for you), met Freek Bartels als Jezus Christus;
  • 2. Dochters (Zonen), met Trijntje Oosterhuis als Maria, de moeder van Jezus;
  • 3. Blauwe dag, met Freek Bartels als Jezus en met Leo Alkemade als Jezus' discipel Petrus;
  • 4. Ik ben maar een mens (Human), met Rob Dekay als Jezus' discipel Judas;
  • 5. Laat me niet alleen (de vertaling van 'Ne me quitte pas', van Jacques Brel), met Freek Bartels als Jezus;
  • 6. Als ik je zie in de hemel (Tears in Heaven), met Trijntje Oosterhuis als Maria.
Het zijn intieme liederen, die alle zes op hun eigen manier uitdrukken dat jij er voor iemand kunt zijn, omdat Hij er voor jóu is. Een betekenisvolle belofte in tijden van crisis, ook in deze Covid-19-pandemie-crisis.
Omdat alle organiserende partijen deze geloofsschat-CD graag met ons allen wilden delen, werd deze Paas-CD gratis verstrekt. Het Paasfeest is immers voor iedereen!

Cover van de The Passion-CD 'Ik ben er voor jou'

Zonsondergang in Feinsum

Paaszondag 4 april 2021

Zonsondergang in Feinsum


zaterdag 3 april 2021

De platgetreden mythe van het authentieke Drenthe

Stille Zaterdag 3 april 2021

Stapstenen van de voorde in de Grote Masloot voorbij Zeijen

















Fascinerende voetreis door de kop van Drenthe
De Groninger Onlanden en de fijnmazige waterlopen tussen de stad Groningen en het Drentse Veenhuizen vormen een natuurlijke loper die de stad en het platteland verbinden. Hier is in korte tijd een prachtige wildernis geschapen en ontstaan, die zich kan meten aan de vermaarde Oostvaardersplassen of de Veluwe. Reeën foerageren hier tot aan de rand van de Groningse nieuwbouwwijken, de vos struint door het Groninger Stadspark en de bever en de otter voelen zich thuis in de nieuwe, langgerekte moerasdelta.
De in 2016 gepubliceerde wandelgids 'Langs de mooiste diepjes in de kop van Drenthe' is het tweede deel in de 'Wandelknooppuntenreeks' van landschapsjournalist en voetreiziger Fokko Bosker. Deze wandelaar-schrijver neemt je als wandelaar als het ware mee op een voetreis door een fascinerend landschap met een heel eigen geschiedenis.
De twaalf thematische verhalen die bij de twaalf etappes horen, staan stil bij de rijke cultuurhistorie van de streek, bij de opmerkelijke flora en fauna en daarnaast ook bij de ultieme schoonheid van het wandelen. De auteur omarmt de neerbuigende kwalificatie van 'landloper' als geuzennaam en geeft aan het bestaan als lanterfanter een nieuwe, positieve betekenis.
Deze 'landloper' Bosker heeft in zijn wandelgidsen al vele duizenden kilometers in Fryslân en Groningen verkend. De Kop van Drenthe - waarover deze wandelpublicatie gaat - behoort qua afwisseling en ongeplaveide wegen volgens Fokko tot de mooiste streken voor voetreizigers. Bosker voert je met deze wandelgids verhalenderwijs door een wandel-eldorado.

Een lustoord onder handbereik
In zijn wandelgids beschrijft Bosker een uitgestrekt gebied met verhalen, die de historie, de natuurbeleving en het wandelgenot met elkaar verbinden.
De route voert je in zeven etappes over een afstand van 122 kilometer van Groningen, via Roden, Norg en Een naar Veenhuizen, waarna je via Zeijen, Donderen en Eelde weer terug loopt naar de stad Groningen. Deze langeafstandswandeling is verrijkt met vijf rondwandelingen, in en vanuit Roden, Norg, Veenhuizen, Eelde en Groningen, over een totale afstand van 93 kilometer.
De totale afstand van 215 wandelkilometers toont je in twaalf trajecten de schoonheid van de natuur, en vooral van de variatie in oude landschappen. Door het in de loop van de afgelopen jaren herinrichten van de beekdalen is in dit gebied als het ware een samenhangend wildpark van nieuwe natuur geschapen en ontstaan.
In de begeleidende etappeteksten is veel aandacht besteed aan de natte en kruidenrijke groenlanden langs het netwerk van beken en stroompjes, voor de aardkundige vorming van het gebied en voor de cultuurhistorische elementen van deze regio.

Wandelknooppuntenreeks
Alhoewel het boek als tweede deel van een Wandelknooppuntenreeks wordt betiteld, tref je als lezer-wandelaar de Wandelknooppunten niet in de reisgids aan. De wandelgids bevat dus geen routebeschrijving in opeenvolgende wandelknooppunten. Wel wordt in het verhalende deel in globale bewoordingen iets aangegeven van markante punten onderweg, die enige indruk geven van de te volgen route, maar dat is niet een complete routebeschrijving zoals die in wandelgidsen te doen gebruikelijk is. Maar wat wel de route goed aangeeft, dat is de wandelkaart die als bijlage bij deze wandelgids is gevoegd. Die toegevoegde wandelkaart is goed gedetailleerd, en daarop staan in verschillende kleuren de routes van de zeven etappes van het hele traject en ook van de vijf rondwandelingen. Deze wandelkaart zou moeten volstaan om correct 'en route' te blijven.

De platgetreden mythe van het authentieke Drenthe
Durkje en ik hebben ervoor gekozen om vandaag de achtste etappe van deze wandelgids te gaan lopen.
Deze achtste etappe is het traject van Zeijen naar Donderen; volgens de wandelgids 19 kilometer lang. 
Het thema van deze wandeling is 'De platgetreden mythe van het authentieke Drenthe'. In de bij deze route behorende wandelgids schrijft Fokko Bosker dat uit oude publicaties zou blijken dat in een plaats als Zeijen en in het Drentse esdorpenlandschap de tijd landschapstechnisch geruime tijd heeft stilgestaan. Die mythe is later echter ontkracht door onder ander landschapshoogleraar Theo Spek, die met zijn studie aantoonde dat er veel meer dynamiek in het esdorpenlandschap zat dan ooit eerder werd gedacht.  
Deze zevende etappe begint vanuit Zeijen met een rondje om de Zuideresch ten westen van Zeijen. De route voert ons daarna over de Grote Masloot door de Vriezerhoek en De Holten naar Vries, om daarna door het Holtveen en over de Welterberg vervolgens over de grenslijn van de Zuursche Landen (in het westen) en de Zuideresch (in het oosten) naar Donderen te gaan.

Wachtrij bij de bakker op de brink
Om 8:10 uur verlaten we Feinsum en rijden we met beide auto's eerst naar Donderen, waar we één van de auto's achterlaten bij het dorpscafé, het eindpunt van vandaag. Dan rijden we met de andere auto door naar Zeijen. 
Als we vertrekken uit Feinsum is het droog en het ziet er naar uit dat we vandaag wel enige zonneschijn gaan krijgen. De temperatuur loopt vandaag op van 7 naar 10 graden Celsius. We lopen onder een prachtige half bewolkte lucht, met regelmatig zonnige perioden. Kortom, mooi wandelweer. Het voelt lekker warm, maar echt warm is het natuurlijk feitelijk niet bij een maximumtemperatuur van tien graden Celsius. De zonneschijn maakt het voor je gevoel echter wel lekker warm.
We parkeren de auto op de brink van Zeijen. Op de lange zijde van de bomenrijke brink is het nogal druk bij de plaatselijke warme bakker. Vanwege de Corona-maatregelen mogen slechts enkelen gelijktijdig in de bakkerswinkel, en de rest van de klanten staat buiten vóór de winkel te wachten totdat ook zij naar binnen mogen om hun Paas-boodschappen bij de bakker te kopen.

Om de Zeijer Zuideresch heen
We verlaten de brink om 9:30 uur en wandelen over de Oude Norgerweg het dorp Zeijen uit in westelijke richting, de Es op. Net buiten Zeijen verlaten we de geplaveide weg, om dan over zandpaden ten noorden van de Zuideresch naar de Zuiderstraat te lopen. We passeren dan een waterplas op het Haverkamspveen. Waar de weg een bocht naar links maakt, gaan wij rechtdoor een smal voetpad op in de richting van het Zeijerwiekie. Twee boeren zitten vóór hun beide tractoren koffie te drinken, dat hen door een vrouw op de akker is gebracht. Eén van de boeren roept ons lachend toe dat hij 'koek en zopie' in de aanbieding heeft. 
Verderop passeren we een lange rij keitjes, deels wel en deels niet beschilderd, met een bordje erbij met het opschrift: "wil je met ons een slang maken?"
Het pad brengt ons uiteindelijk bij het Zeijerwiekie. Deze wijk is in de jaren twintig van de vorige eeuw gegraven als werkverschaffingsproject, om Zeijen vanaf de Drentse Hoofdvaart per schip bereikbaar te maken. We volgens het voetpad langs de wijk, tot aan een bruggetje over de wijk, op de plaats vanaf waar de wijk en de zwaaikom van het Zeijer haventje vroeger is gedempt.
Wij verlaten de wijk, om dan over zandpaden weer terug te lopen naar de brink van Zeijen.

Van Zeijen naar Vries
Nadat we ter hoogte van de brink via de Oosterweg het dorp Zeijen uit zijn gelopen, gaat de route verder over een zandpad richting Vries. Al vrij snel komen we bij het bruggetje over de Grote Masloot. Dit is de plek van de oude voorde in de Grote Masloot, waar je op het Kerkpad tussen Zeijen en Vries met droge voeten over de stapstenen van deze doorwaadbare plaats de Grote Masloot kon oversteken.
Verderop lopen we om de Vriezerhoek heen, om daarna over het Ridderpad door De Holten naar het dorp Vries te lopen. 
In het winkelcentrum van Vries zien we dat de plaatselijke bakker ook koffie to go verkoopt. We sluiten buiten aan in de Corona-rij en kopen binnen koffie, waarmee we voorbij de supermarkt lopen om verderop bij een cafetaria zittend op een houten terrasbank te genieten van de koffie met iets lekkers van de bakker erbij. Op dat terras raken we in gesprek met de voormalige eigenaar van het cafetaria, die ons vertelt dat hij vroeger (in de jaren dat wij in Delfzijl woonden) eerst bij Aldel werkte, de aluminiumfabriek van Delfzijl. Hij vertelt ons zijn nogal bewogen levensverhaal, en nadien past het ons hem te complimenteren met hetgeen hij in zijn leven desalniettemin toch heeft bereikt qua goede resultaten. 

Pasen 2021: Si Deus pro nobis, quis contra nos?
Op ons verzoek legt hij uit waar we de dorpskerk hier in Vries kunnen vinden, want die willen we graag even bezichtigen. De deur van de Bonifatiuskerk staat uitnodigend open, en we bekijken deze bijzondere 12e eeuwse kerk van binnen en van buiten. Opvallend binnen zijn de beeldjes van Bonifatius, het enorme en kleurrijke kunstwerk van zo'n 5.500 origami-gevouwen kraanvogels, en het beeldengroepje van Het Laatste Avondmaal, zo mooi passend bij de Stille Week waarin wij nu leven en lopen. Met het tekstbordje boven de beeldengroep kunnen we bemoedigd verder: "Si Deus pro nobis quis contra nos" : 'Als God vóór ons is, wie kan dan tegen ons zijn?'

Door het Holtveen naar de Welterberg
Via de Leeuweriklaan verlaten we Vries. Door een bosperceel komen we langs een veenmeertje in het Holtveen. In het bosperceel zien we vandaag de wit bloeiende bosanemonen en het geel bloeiend speenkruid.
Ter hoogte van het ven is het nogal drassig, dus we moeten over een smal aarden walletje tussen het onder water staande pad en de sloot door lopen. Even later gaat het pad gelukkig weer iets omhoog, dus daar kunnen we met droge voeten comfortabeler verder lopen. We komen op de Hooidijk en lopen langs het lager gelegen stroomdal van de Grote Masloot.
Net voorbij een oude boorlocatie komen we bij de Welterberg; een verhoging van 8,2 meter hoogte in het landschap met heidevegetatie, met op de Welterberg een drietal prehistorische grafheuvels. Op deze Welterberg vinden we een mooi hooggelegen plekje waar we even een korte broodjespauze beleggen, heerlijk in het volle zonlicht boven op de stille Welterberg. Nou ja, stil? Verderop horen we enkele voorbijtrekkende sirenes.

In het Drentse esdorpenlandschap tussen Zeijen en Donderen
Na deze zonnepauze gaat het pad verder over zandpaden naar de Zuideresch van Donderen. Het laatste stuk van de route gaat over het Zuideinde, op de scheiding van de Zuursche Landen links en de Zuideresch rechts.
Als we bij de Norgerweg aankomen, slaan we rechtsaf en wandelen we al vrij snel bij boerderij Donder-End het dorp van onze dagbestemming binnen: Donderen. Over de Dorpsweg lopen we om 13:30 uur naar het plaatselijke café, waar we vanmorgen onze auto hebben geparkeerd. 
We stappen in de auto en rijden terug naar de brink van Zeijen, waar onze andere auto staat. Daar scheiden onze wegen, want Durkje gaat aansluitend nog even naar het zuiden op familiebezoek in Westerbork en ik ga naar het noorden op familiebezoek in Drachten. Rond het avonduur zijn wij beiden weer thuis in Feinsum, en kijken we terug op een prachtige wandeldag door het Drentse esdorpenlandschap tussen Zeijen en Donderen.

vrijdag 2 april 2021

Goede Vrijdag vieren met Nijkleaster op Omrop Fryslân TV

Goede Vrijdag 2 april 2021
Nijkleaster-viering van Goede Vrijdag op Omrop Fryslân TV


















Kerkdiensten vanuit de kloosterkerk van Nijkleaster in Jorwert
De vieringen op Omrop Fryslân TV worden in de maand april 2021 uitgezonden vanuit de Sint-Radboudkerk van Jorwert, verzorgd door de geloofsgemeenschap van de Protestantse Gemeente Westerwert met Stifting Nijkleaster, en in samenwerking met de kerkelijke buurgemeente De Slachsang (PKN Wiuwert-Boazum). 
Zoals altijd in Jorwert, wordt zowel de Nederlandse als de Friese taal gebruikt. 
In het liturgieboekje dat Omrop Fryslân op haar website publiceert, kun je ook vaak de Nederlandse vertaling vinden van de Friese teksten; ook van de preek.
De vieringen zijn live te volgen via Omrop Fryslân TV, en daarna ook als 'uitzending gemist' terug te zien.
Voor deze zes april-tv-diensten wordt telkens op de dag van de viering de informatie via de website van Omrop Fryslân TV beschikbaar gesteld. Daar vind je dan een link naar de live-uitzending en naar het liturgieboekje.

Goed Freed: Compassie en verbinding
Gisteren - op Witte Donderdag - was dominee Hinne Wagenaar de voorganger van de dienst.
Vandaag zitten we vanaf 19:00 uur een uurtje voor de televisie om de viering van vandaag - Goede Vrijdag - te beleven, met domina Saskia Leene als voorganger. Zij verzorgt ook de preek over Compassie.
In de Sint-Radboudkerk branden de kerkkaarsen, en in onze huiskamer branden ook kaarsen, als teken van verbinding.

Uitzendingen van Nijkleaster in april 2020
In de komende dagen en weken zullen we de volgende kerkdiensten via het televisiescherm kunnen bijwonen:
  • Paaszondag 4 april 2021 vanaf 10:00 uur onder leiding van Nijkleaster-pionierspredikant ds. Hinne Wagenaar;
  • Zondag 11 april 2021 vanaf 10:00 uur onder leiding van Nijkleaster-gastvoorganger ds. Reinier Nummerdor (in samenwerking met PKN De Slachsang);
  • Zondag 18 april 2021 vanaf 10:00 uur onder leiding van Nijkleaster-pastor da. Saskia Leene;
  • Zondag 25 april 2021 vanaf 10:00 uur onder leiding van ds. Hinne Wagenaar (een zogenoemde LYTS&grut-tsjinst).
Van Witte Donderdag naar Pasen
Tegen 20:00 uur is de viering van Goede Vrijdag afgelopen. 
Het licht van de kaarsen is in de woonkamer sterker zichtbaar geworden.
Buiten gaat de zon onder, ook in Feinsum.
Het is avond, over twee uren gaat de avondklok in.
Het wordt nacht, en dan wordt het zo stil als het graf. 
Morgen is het Stille Zaterdag .....
..... maar aanstaande zondag vieren we het Paasfeest!

* positie Koehoorn, functie elders

Witte Donderdag 1 april 2021

* positie Koehoorn, functie elders


woensdag 31 maart 2021

Afscheid na 42 jaar beroepsonderwijs

Woensdag 31 maart 2021

Achtergrondfoto bij mijn afscheid van NHL Stenden Hogeschool

















1979 - 2021
Na acht jaar gewerkt te hebben in het lager beroepsonderwijs, waarna vijf jaar in het middelbaar beroepsonderwijs, en tot slot 29 jaar in het hoger beroepsonderwijs is na een loopbaan van 42 jaar in het beroepsonderwijs het moment aangebroken om mijn onderwijsloopbaan te beëindigen. Vandaag was mijn laatste werkdag in het onderwijs.
De nieuwe periode van een vervroegd pensioen - Keuzepensioen genoemd - breekt aan.
Afscheid nemen van het onderwijs in deze buitengewone tijd van Covid-19 ofwel Corona is ook evenzo buitengewoon. Een afscheid in grotere kring zoals we dat in de afgelopen jaren gewend waren, is niet verantwoord, dus gingen we op zoek naar een andere vorm.
In een online sessie via Teams heb ik inmiddels 'face tot face' op fijne wijze afscheid genomen van mijn collega's van de Bestuursstaf van het College van Bestuur van onze hogeschool. Verrassend element daarin was dat alle collega's tijdens deze online afscheidsbijeenkomst in de Teams-sessie gebruik maakten van de hierboven door hen gemaakte en afgebeelde achtergrondfoto, waardoor het beeldscherm van ieders computer tijdens dit afscheid een vrolijk kleurig beeld gaf te zien.

As it net kin sa't it moat, dan moat it mar sa't it kin
Om mijn afscheid in bredere kring toch persoonlijk te maken, zijn alle collega's van NHL Stenden Hogeschool uitgenodigd om mij een persoonlijke brief te schrijven. Ik heb hen beloofd dat zij ook allen persoonlijk antwoord zullen ontvangen op hun ingezonden brief.
In Fryslân zeggen we in dergelijke gevallen wel eens: "As it net kin sa't it moat, dan moat it mar sa't it kin', en met dat motto vinden we ook voor dit afscheid een prima alternatief.
De collegiale brieven komen al binnen, digitaal en via de post. Dankbaar lees ik al die reflecties van mijn gewaardeerde collega's. Fijn dat we op deze manier op zo'n bijzonder moment toch een goed begaanbare weg hebben gevonden om met volle aandacht even de tijd voor elkaar te nemen.
Dankbaar blik ik ook terug op het feit dat ik zoveel jaren aaneen op alle nivo's van beroepsonderwijs en in allerlei functies als docent, manager en beleidsmedewerker een bijdrage heb mogen leveren aan het onderwijs en aan de vorming van aanstaande beroepsbeoefenaars, die na hun afstuderen ook echt iets kunnen in het werkveld waarvoor ze zijn opgeleid, en die ieder op hun eigen wijze een bijdrage leveren aan onze samenleving.

zaterdag 27 maart 2021

Geschiedenis van een Tocht

Zaterdag 27 maart 2021
Cover van 'Geschiedenis van een Tocht'


Eerst een televisiedocumentaire
Hans Keller en Cees Nooteboom produceerden de tv-documentaire "Geschiedenis van een Tocht' (1986), over de al duizend jaar bestaande pelgrimsroute naar Santiago de Compostela, in het noordwesten van Spanje. Meer dan duizend jaar geleden ging het gerucht dat het graf van Jezus' apostel Jakobus was gevonden in Santiago de Compostela. Het graf groeide uit tot een bedevaartsoord, dat pelgrims trok uit geheel Europa. De wegen naar Santiago de Compostela waren van belang voor de ontwikkeling van de handel en cultuur. Eén van de verzamelplaatsen van waaruit de tocht naar noordwest Spanje werd ondernomen, was Haarlem. De weg leidde vanuit Haarlem via Belgisch Vlaanderen en Frankrijk naar en door Spanje. Langs deze route zijn eeuwen Europese cultuur af te lezen.
Het voornemen om te pelgrimeren naar Santiago de Compostela is dus al bijna zo oud als onze jaartelling, maar tot op de huidige dag is de pelgrimstocht naar Santiago de Compostela voor iedereen de eerste. 

Vervolgens ook een reisnovelle
Cees Nooteboom is een goede bekende op de Spaanse pelgrimsroute. Samen met Nooteboom maakte Hans Keller over hun reis de televisiefilm ‘Geschiedenis van een tocht’, maar die was voor regisseur Keller pas voltooid met een bijbehorende reisnovelle. Hans Keller gaf zijn reisnovelle dezelfde titel 'Geschiedenis van een Tocht', met als subtitel: 'De Pelgrimsroute naar Santiago de Compostela'.
Dit boek verscheen als deel 3 van de 'Santiago de Compostela-Bibliotheek', in het jaar 1990.
Deze reisnovelle bevat verwijzingen naar en herinneringen aan gebeurtenissen uit de jeugd van Hans Keller, en citaten van andere schrijvers, plus historische beschouwingen over de plaatsen waar men als pelgrim onderweg langs komt. 
De schelp van Sint Jacob - het herkenningsteken van en voor de pelgrims van Sint Jacob - staat op de omslag van dit boek.

Gids ben ik, een rol uit oude tijden, ziener van het geziene
Dit boek begint met een inleiding van Cees Nooteboom, die in 1986 ook in de Volkskrant verscheen met als titel 'Gids ben ik, een rol uit oude tijden, ziener van het geziene'.
Cees Nooteboom:
  • Ik neem het weinige en verwaarloos het vele.
  • Kleren kopen als het moet, is een verschrikking.
  • Het is een rotzooitje, en het is heerlijk.
  • Dat wat wij kunst noemen, hoorde bij de attributen van God; het was de getoonde, de uitgebeelde leer, exegese, moraal.
  • Het 'stenen boek' = de bouwkunst en de beeldhouwkunst.
  • Ik herken alles in de verdubbeling van het herinneren.
Hans Keller verhaalt
Hans Keller begint zijn verhaal te vertellen in Nederland in het algemeen, en in Haarlem specifiek. Hij neemt de lezer als het ware mee op weg, door België, door Frankrijk, en uiteindelijk door Spanje. Opmerkelijk is echter dat de tocht door Spanje slechts een klein deel van dit boek uitmaakt (ongeveer 10 van de 130 bladzijden).
Behalve door Nooteboom wordt Keller ook vergezeld door een productieleider, een fotografe, een cameraman en een geluidstechnicus.
Over de pelgrims van weleer vertelt Hans dat pelgrims de pelgrimstocht eigenlijk drie keer afleggen, namelijk: (1) via de aardse weg, (2) via de hemelse weg (de vergeestelijkte route vlak onder de sterren), en (3) via het pad dat voert naar zelfkennis en verzoening en de genade van de leegheid.
Hans Keller:
  • De pelgrim reisde nooit alleen; in gedachten trokken velen met hem mee.
  • Omdat de pelgrim met diens pelgrimsattributen zoveel leek op de beeltenissen van de heilige Jacobus, werd ook de pelgrim een halve heilige. Hem werd overal doorgang verleend.
  • De Jacobsschelp is de metafoor van de hand die ontvangt en de hand die geeft.
  • Laten we ons beschermen in de herberg van dit leven, als pelgrim die verder moet, en verder - naar het hemelse Jeruzalem.
  • Verdun (WO I, 1914-1918): het verschrikkelijkste altaar dat de mensheid ooit heeft opgericht.
  • De aarde vergeet niets.
  • Als je veel reist, kom je jezelf voortdurend tegen.
  • Hoe werden al die kleine, nog nietszeggende bewegingen op allerlei plaatsen in de wereld in gang gezet?
  • Niets is lang geleden, alles gebeurt in dezelfde tijd.
  • Elk verblijf in Parijs is een aanvullende voetnoot bij het verhaal over de eerste keer.
  • Beleef van nu af aan alles voor het eerst.
  • Cluny (Frans moederklooster) werd het intellectuele centrum van de vroege Middeleeuwen, een opleidingsinstituut voor kerkvorsten en pausen, de verkeers- en alarmcentrale voor kruistochten en andere pelgrimages, het distributiecentrum van heilige patronages en relikwieën voor heel Europa, de internationale academie voor romaanse bouwkunst en het hoogste orgaan voor bijbelinterpretaties, en voor het doorvertellen van legenden. Cluny was het Capitool van de christenheid.
  • In Cluny werd bepaald dat Santiago de Compostela in de hiërarchie van heilige plekken na Jeruzalem en Rome de derde plaats innam.
  • De grote opruiming van Cluny vond plaats tijdens de Franse Revolutie, toen de kloostergebouwen en de hoofdkerk werden gesloopt.
  • Coquilards zijn bandieten, struikrovers die de Jacobsschelp met valse bedoelingen droegen.

Een groet met een knipoog aan landloper Bosker

Vrijdag 26 maart 2021

Over de Reeweg wandelen we Zuidvelde uit

















Fascinerende voetreis door de kop van Drenthe
De Groninger Onlanden en de fijnmazige waterlopen tussen de stad Groningen en het Drentse Veenhuizen vormen een natuurlijke loper die de stad en het platteland verbinden. Hier is in korte tijd een prachtige wildernis geschapen en ontstaan, die zich kan meten aan de vermaarde Oostvaardersplassen of de Veluwe. Reeën foerageren hier tot aan de rand van de Groningse nieuwbouwwijken, de vos struint door het Groninger Stadspark en de bever en de otter voelen zich thuis in de nieuwe, langgerekte moerasdelta.
De in 2016 gepubliceerde wandelgids 'Langs de mooiste diepjes in de kop van Drenthe' is het tweede deel in de 'Wandelknooppuntenreeks' van landschapsjournalist en voetreiziger Fokko Bosker. Deze wandelaar-schrijver neemt je als wandelaar als het ware mee op een voetreis door een fascinerend landschap met een heel eigen geschiedenis.
De twaalf thematische verhalen die bij de twaalf etappes horen, staan stil bij de rijke cultuurhistorie van de streek, bij de opmerkelijke flora en fauna en daarnaast ook bij de ultieme schoonheid van het wandelen. De auteur omarmt de neerbuigende kwalificatie van 'landloper' als geuzennaam en geeft aan het bestaan als lanterfanter een nieuwe, positieve betekenis.
Deze 'landloper' Bosker heeft in zijn wandelgidsen al vele duizenden kilometers in Fryslân en Groningen verkend. De Kop van Drenthe - waarover deze wandelpublicatie gaat - behoort qua afwisseling en ongeplaveide wegen volgens Fokko tot de mooiste streken voor voetreizigers. Bosker voert je met deze wandelgids verhalenderwijs door een wandel-eldorado.

Een lustoord onder handbereik
In zijn wandelgids beschrijft Bosker een uitgestrekt gebied met verhalen, die de historie, de natuurbeleving en het wandelgenot met elkaar verbinden.
De route voert je in zeven etappes over een afstand van 122 kilometer van Groningen, via Roden, Norg en Een naar Veenhuizen, waarna je via Zeijen, Donderen en Eelde weer terug loopt naar de stad Groningen. Deze langeafstandswandeling is verrijkt met vijf rondwandelingen, in en vanuit Roden, Norg, Veenhuizen, Eelde en Groningen, over een totale afstand van 93 kilometer.
De totale afstand van 215 wandelkilometers toont je in twaalf trajecten de schoonheid van de natuur, en vooral van de variatie in oude landschappen. Door het in de loop van de afgelopen jaren herinrichten van de beekdalen is in dit gebied als het ware een samenhangend wildpark van nieuwe natuur geschapen en ontstaan.
In de begeleidende etappeteksten is veel aandacht besteed aan de natte en kruidenrijke groenlanden langs het netwerk van beken en stroompjes, voor de aardkundige vorming van het gebied en voor de cultuurhistorische elementen van deze regio.

Wandelknooppuntenreeks
Alhoewel het boek als tweede deel van een Wandelknooppuntenreeks wordt betiteld, tref je als lezer-wandelaar de Wandelknooppunten niet in de reisgids aan. De wandelgids bevat dus geen routebeschrijving in opeenvolgende wandelknooppunten. Wel wordt in het verhalende deel in globale bewoordingen iets aangegeven van markante punten onderweg, die enige indruk geven van de te volgen route, maar dat is niet een complete routebeschrijving zoals die in wandelgidsen te doen gebruikelijk is. Maar wat wel de route goed aangeeft, dat is de wandelkaart die als bijlage bij deze wandelgids is gevoegd. Die toegevoegde wandelkaart is goed gedetailleerd, en daarop staan in verschillende kleuren de routes van de zeven etappes van het hele traject en ook van de vijf rondwandelingen. Deze wandelkaart zou moeten volstaan om correct 'en route' te blijven.

Een groet met een knipoog aan landloper Bosker
Durkje en ik hebben ervoor gekozen om vandaag de zevende etappe van deze wandelgids te gaan lopen.
Deze zevende etappe is het traject van Veenhuizen naar Zeijen; volgens de wandelgids 17 kilometer lang. 
Het thema van deze wandeling is 'Een groet met een knipoog aan landloper Bosker'. In de bij deze route behorende wandelgids beschrijft Fokko Bosker één van de vroegere bewoners van het Veenhuizer Gesticht No. 3. Fokko verhaalt over de vroegere zeeman Cornelius Bosker (1845-1906), die als landloper werd opgepakt, en daarna in 1899 werd opgesloten in Veenhuizen. 
Deze zevende etappe begint in Veenhuizen. De route voert ons dan over de Slokkert door de Tempelstukken naar Zuidvelde, om daarna door het Noordseveld, langs het Oostervoortse Diep en door de Zeijerstrubben naar Zeijen te gaan.

Balanceren tussen periodieke Controle en verdiend Vertrouwen
Om 8:20 uur verlaten we Feinsum en rijden we met beide auto's eerst naar Zeijen, waar we één van de auto's achterlaten op de Zeijer brink, het eindpunt van vandaag. Dan rijden we met de andere auto door naar Veenhuizen. Als we vertrekken uit Feinsum is het droog en het ziet er naar uit dat we vandaag wel enige zonneschijn gaan krijgen. De temperatuur loopt vandaag op van 10 naar 14 graden Celsius. Onderweg valt er twee maal hele lichte neerslag, dat het niet eens verdient om als regen betiteld te worden. We lopen onder een prachtige half bewolkte lucht, met regelmatig zonnige perioden. Later op de dag zien we de dikke bewolking vanuit het westen steeds dichter op ons af komen. Kortom, mooi wandelweer.
We parkeren de auto bij het voormalige hospitaal van Veenhuizen, waar we Corona-safe een kop koffie 'to go' kunnen kopen alvorens we de tocht van vandaag aanvangen. Op de picknickbank buiten gezeten, valt mijn oog op de grote gevelsteen hoog boven in het vroegere hospitaal. De tekst op die gevelsteen luidt: "Vertrouw op God". Als we om 10:40 uur opstappen, zie ik dat het gebouw naast het hospitaal ook een naam heeft, namelijk 'Controle'. 
Die twee termen in de opschriften van de beide gevelstenen karakteriseren mijn werk binnen NHL Stenden Hogeschool van de afgelopen jaren, waar het vaak een kwestie was van balanceren tussen vertrouwen en controle. Nu eens moet je op het continuüm tussen vertrouwen en controle wat meer opschuiven naar vertrouwen, maar dan evenwel nooit uit het oog verliezen dat controle ook essentieel is; in mijn portefeuille op het snijvlak van interne en externe kwaliteitszorg. Door bij tijd en wijle eens te controleren kom je er achter of het gestelde vertrouwen nog steeds verdiend vertrouwen is. Tot zover over werk; vandaag gaan we wandelen.

Naar het beekdal van de Slokkert
Vanaf 'Bitter & Zoet' lopen we langs het Veenhuizer gevangenismuseum over de Meidoornlaan naar het bosperceel ten oosten van de dorpskom. Door het bos en over de Eikenlaan wandelen we naar de algemene begraafplaats, die de naam 'Het Vierde Gesticht' (1830) draagt; voor de vroeger overleden gestichtsbewoners van de gestichten 1 en 2 en 3 dus hun laatste verblijfplaats, maar dan wel onder de grond. Alleen al in de vakken 5 en 6 van deze begraafplaats liggen ruim 10.000 ex-bewoners van de drie gestichten begraven. Pas vanaf 1875 werd een grafregister bijgehouden en alleen de jongste graven zijn voorzien van een wit kruis.
Verder op de Eikenlaan zouden we linksaf het beekdal van de rivier de Slokkert in moeten lopen, om door dat beekdal naar de Broekdijk aan de overzijde te lopen. Omdat we twee weken geleden daar in tegenovergestelde richting het beekdal hebben doorkruist, weten we dat het beekdal grotendeels onder water staat, en dat je door het onder water gelopen land moet waden. Die natte ervaring van twee weken geleden hebben we achter te rug, en dat hoeft voor ons niet nogmaals. Daarom lopen we over de Eikenlaan door naar de Norgerweg. Daar gaan we via het bruggetje van het fietspad de Slokkert over, en dan proberen we langs de Slokkert naar een laantje te lopen, waarvan we door een witte lijn op de kaart vermoeden dat daar een pad door die laan loopt. Daar aangekomen, zien we echter dat het niet om een pad, maar om een brede vaart gaat, dus daar kunnen we niet langs richting Broekdijk. Daarom lopen we weer terug naar het bruggetje en vervolgen onze route langs de Norgerweg naar de plek waar de Broekdijk de Hoofdweg in het verlengde van de Norgerweg kruist.

Door Zuidvelde en langs het Oostervoortse Diep
In de Tempelstukken gaan we verder over het verlengde van de Broekdijk, door een bosperceel. Waar we het bos uit komen, staat een houten bank, waarop we plaatsnemen voor een kop koffie en een broodje. We zitten hier heerlijk in de volle zon, en vlak vóór ons de dorpskom van Zuidvelde.
Na deze rustpauze verlaten we Zuidvelde over het zandpad van de Reeweg
Daarna gaat het over de es verder over de Peestweg in de richting van Peest. Even verlaten we de Peestweg om met een ruime bocht een veldpad langs de Peestweg te volgen. En een eindje verderop verlaten we de Peestweg, om dan over prachtige onverharde paden het open veld tussen Norg en Peest te doorkruisen.
In het volgende bosperceel kruisen we de Veldweg waarover we drie weken geleden naar het Westerveen liepen. 
Aan de overzijde van de Hoofdweg gaan we het Noordseveld in. Links in het veld zien we verderop een kudde Schoonebeeker heideschapen grazen op het lager gelegen en vochtige land tegen de bosrand. 
Aan de noordzijde van Peest gaat de route dan verder over brede zandpaden door het open veld en door het bos naar het beekdal van het Oostervoortse Diep. Zodra we het Oostervoortse Diep over zijn gestoken, vervolgen we onze weg over het schouwpad langs het Oostervoortse Diep. Op meerdere plaatsen is dit graspad zo drassig en moerassig dat je hier en daar met je hele schoen wegzakt in de zuigende grond. 

Door de Zeijerstrubben naar Zeijen
Vlak voordat we de Peesterweg zouden bereiken, gaat de route verder over een smal veldpad vanuit de diepte van het beekdal naar een hoger gelegen zandpad aan de overzijde van het beekdal. 
Nadat we de Peesterweg hebben gekruist, komen we in het langgerekte bosperceel van de Zeijerstrubben, dat op de hogere delen al behoorlijk droog is, maar op de lager gelegen delen aan de zuidzijde nogal moerasachtig is. Bomen hebben hier geen stevige basis, dus her en der liggen omgevallen bomen in dit bijzondere bosperceel.
In het bos passeren we het oorlogsmonument voor de hier in 1944 gefusilleerde Friese verzetsstrijders dominee Lourens Touwen en Johanna van den Berg, de belangrijkste Friese koerier die in de Tweede Wereldoorlog gekend was met haar schuilnaam Annie Westland.
Als we de Zeijerstrubben uit komen, zien we het dorp Zeijen vóór ons liggen. Nu hoeven we alleen nog maar over een zandpad naar de bebouwde kom te lopen, en volgt tot slot nog een kort stuk door het dorp, tot aan de brink waar we vanmorgen onze auto hebben geparkeerd. Bij de warme bakker van Zeijen staan de klanten met mondkapjes op vóór de winkel hun beurt af te wachten, om straks hun brood en banket in de winkel te kopen. Verder is het rustig en stil in dit mooie Drentse dorpjes, waarin we hier en daar om ons heen verschillende oude boerderijtjes van het Saksische boerderijtype zien staan; die - zo te zien - nagenoeg allemaal woonboerderijtjes zijn tegenwoordig.
We rijden om 15:15 uur vanuit Zeijen naar Veenhuizen om daar de andere auto af te halen, en daarna gaat het weer huiswaarts.

Drachten verandert

Donderdag 25 maart 2021

Cover van het fotoboek 'Drachten verandert'
























Oud en nieuw Drachten
In het jaar 2009 publiceerde mijn mede-studiegenoot, journalist Fokko Wester het fotoboek 'Drachten verandert', dat hij als subtitel meegaf: '50 jaar vernieuwing in beeld'.
Dit boek met foto's in kleur en zwart-wit brengt de dynamiek in beeld van de Friese plaats Drachten. Als daar geboren en getogen Drachtster is zo'n fotoboek een feest van herkenning, en is het bovendien interessant om te zien hoe snel en hoe sterk het straatbeeld van Drachten in de afgelopen decennia is veranderd.
Het boek is in vier afzonderlijke delen opgebouwd, te weten:
  • Noord-Zuid; met beelden van het noordelijk gelegen Hotel Vreewijk tot het in het zuiden van Drachten gelegen Karmelklooster;
  • Oost-West; dat in het oosten begint met een beeld van de Drachtster Vaart aan het Oosteinde, en eindigt in het westen bij de Pijpbrug op de kruising van het Moleneind en de Hogeweg;
  • Dwarsverbindingen; dat ziet op de verbindingen over bijvoorbeeld land (waaronder zandpaden) en water (zoals de vaarten);
  • Philips, nieuwbouw, scholen en renbaan; handelend over onder andere de haven en industrie, over enkele scholen en over de inmiddels verdwenen Drachtster drafbaan.
Fotoalbum met toelichting
In zijn boek begint Fokko Wester met een inleiding over het veranderde Drachten. Uiteraard wordt daar ook de vestiging van de scheerapparatenfabriek van Philips genoemd, want die fabriek heeft veel betekend voor de ontwikkeling van Drachten. 
Natuurlijk ging er veel verloren in en na de tijd dat Zuiderdragt en Noorderdragt zich samen gingen doorontwikkelen als Dragten, tegenwoordig Drachten genoemd. De vooruitgang stond en staat nooit stil; ook niet in Drachten.
Op de tegenover elkaar geplaatste bladzijden vindt de lezer steeds links een foto van vroeger en rechts een foto van meer recente datum. Onder de beide foto's loopt een tekst door, waarin een toelichting wordt gegeven op  wat er op beide foto's is te zien, en waarmee een korte toelichting wordt gegeven op de dynamiek van de afgelopen decennia voor wat betreft die locatie.

Herinneringen en verhalen
Op de foto's zie ik het straatje waarin ik ben geboren (De Kleine Beurs), en ook de kerk (Noorderkerk) waarin ik als baby ben gedoopt. 
Ik zie het klooster van de Zusters van de Ongeschoeide Karmelietessen, die bij ons in de winkel en werkplaats kwamen om hun fietsen te laten repareren. 
Daar is ook het uitgaansgebied van de Kaden, waar wij in onze studententijd gingen stappen. 
Uit dat voormalige Protestantse Ziekenhuis mochten mijn vader en ik in 1971 een kast slopen, die wij thuis als grote voorraadkast goed konden gebruikten. 
En daar is de grote watertoren, waar wij jarenlang vlakbij woonden, waar ik vaak stiekem het terrein op ging om daar de uilenballen weg te halen, om thuis te onderzoeken welke resten van prooidiertjes daar nog in zaten. 
Verderop in het veld lag de afgebeelde houten keetwoning die bewoner Bekkema boven op en bij een op het droge getrokken praam had gebouwd; regelmatig passeerde ik die keetwoning in het veld waar nu bedrijventerrein De Kletten is. 
In gedachten zie, voel, hoor en ruik ik nog de oude stoomtrein die op een foto staat. 
Herinneringen en verhalen komen boven als je stuk voor stuk de ongeveer honderd foto's in dit fotoboek aandachtig bekijkt.

zaterdag 20 maart 2021

Naar de bron in de bovenloop van de diepjes

Zaterdag 20 maart 2021
Bij het Esmeer tussen Veenhuizen en Huis ter Heide

















Fascinerende voetreis door de kop van Drenthe
De Groninger Onlanden en de fijnmazige waterlopen tussen de stad Groningen en het Drentse Veenhuizen vormen een natuurlijke loper die de stad en het platteland verbinden. Hier is in korte tijd een prachtige wildernis geschapen en ontstaan, die zich kan meten aan de vermaarde Oostvaardersplassen of de Veluwe. Reeën foerageren hier tot aan de rand van de Groningse nieuwbouwwijken, de vos struint door het Groninger Stadspark en de bever en de otter voelen zich thuis in de nieuwe, langgerekte moerasdelta.
De in 2016 gepubliceerde wandelgids 'Langs de mooiste diepjes in de kop van Drenthe' is het tweede deel in de 'Wandelknooppuntenreeks' van landschapsjournalist en voetreiziger Fokko Bosker. Deze wandelaar-schrijver neemt je als wandelaar als het ware mee op een voetreis door een fascinerend landschap met een heel eigen geschiedenis.
De twaalf thematische verhalen die bij de twaalf etappes horen, staan stil bij de rijke cultuurhistorie van de streek, bij de opmerkelijke flora en fauna en daarnaast ook bij de ultieme schoonheid van het wandelen. De auteur omarmt de neerbuigende kwalificatie van 'landloper' als geuzennaam en geeft aan het bestaan als lanterfanter een nieuwe, positieve betekenis.
Deze 'landloper' Bosker heeft in zijn wandelgidsen al vele duizenden kilometers in Fryslân en Groningen verkend. De Kop van Drenthe - waarover deze wandelpublicatie gaat - behoort qua afwisseling en ongeplaveide wegen volgens Fokko tot de mooiste streken voor voetreizigers. Bosker voert je met deze wandelgids verhalenderwijs door een wandel-eldorado.

Een lustoord onder handbereik
In zijn wandelgids beschrijft Bosker een uitgestrekt gebied met verhalen, die de historie, de natuurbeleving en het wandelgenot met elkaar verbinden.
De route voert je in zeven etappes over een afstand van 122 kilometer van Groningen, via Roden, Norg en Een naar Veenhuizen, waarna je via Zeijen, Donderen en Eelde weer terug loopt naar de stad Groningen. Deze langeafstandswandeling is verrijkt met vijf rondwandelingen, in en vanuit Roden, Norg, Veenhuizen, Eelde en Groningen, over een totale afstand van 93 kilometer.
De totale afstand van 215 wandelkilometers toont je in twaalf trajecten de schoonheid van de natuur, en vooral van de variatie in oude landschappen. Door het in de loop van de afgelopen jaren herinrichten van de beekdalen is in dit gebied als het ware een samenhangend wildpark van nieuwe natuur geschapen en ontstaan.
In de begeleidende etappeteksten is veel aandacht besteed aan de natte en kruidenrijke groenlanden langs het netwerk van beken en stroompjes, voor de aardkundige vorming van het gebied en voor de cultuurhistorische elementen van deze regio.

Wandelknooppuntenreeks
Alhoewel het boek als tweede deel van een Wandelknooppuntenreeks wordt betiteld, tref je als lezer-wandelaar de Wandelknooppunten niet in de reisgids aan. De wandelgids bevat dus geen routebeschrijving in opeenvolgende wandelknooppunten. Wel wordt in het verhalende deel in globale bewoordingen iets aangegeven van markante punten onderweg, die enige indruk geven van de te volgen route, maar dat is niet een complete routebeschrijving zoals die in wandelgidsen te doen gebruikelijk is. Maar wat wel de route goed aangeeft, dat is de wandelkaart die als bijlage bij deze wandelgids is gevoegd. Die toegevoegde wandelkaart is goed gedetailleerd, en daarop staan in verschillende kleuren de routes van de zeven etappes van het hele traject en ook van de vijf rondwandelingen. Deze wandelkaart zou moeten volstaan om correct 'en route' te blijven.

Naar de bron in de bovenloop van de diepjes
Durkje en ik hebben ervoor gekozen om vandaag de zesde etappe van deze wandelgids te gaan lopen.
Deze zesde etappe is het 'Rondje Veenhuizen', volgens de wandelgids 22 kilometer lang.  
Het thema van deze wandeling is 'Naar de bron in de bovenloop van de diepjes'. De route voert ons namelijk door het brongebied waar verschillende waterlopen (diepjes) hun oorsprong hebben, waaronder het riviertje De Slokkert, die vanuit het Fochteloërveen de oorsprong is van de Aa, het Groote Diep, het Lieversche Diep en het Peizerdiep in noordoostelijke richting. 
Deze zesde etappe begint in Veenhuizen. De route voert ons dan door het Bankenbosch en het Fochteloërveen langs het Esmeer naar het Tonkensbosch bij Huis ter Heide, en vervolgens langs de Slokkert weer terug naar Veenhuizen.

De eerste dag van de lente 2021
Om 8:15 uur verlaten we Feinsum en rijden we met de auto naar Veenhuizen, waar we de auto parkeren op de parkeerplaats van de Hospitaallaan. Als we vertrekken uit Feinsum is het droog en het ziet er naar uit dat we vandaag wel enige zonneschijn gaan krijgen. De temperatuur ligt vandaag tussen 3 en 8 graden Celsius. Het waait niet hard, maar als we vanuit Huis ter Heide tegenwind hebben, is het behoorlijk fris. Vanmorgen is het aangenaam zacht voorjaarsweer met een beetje zonneschijn, maar hoe later het wordt, hoe meer de bewolking de overhand krijgt, en halverwege de middag voelen we een heel lichte, bijna nevelachtige neerslag. Onderweg horen we vanmorgen vroeg via de autoradio dat Piet Paulusma deze dag betitelt als het begin van de lente.

Bankenbosch en Fochteloërveen
We beginnen onze route vandaag om 9:15 uur in Veenhuizen. We lopen links om het gevangenismuseum heen, en passeren verderop de turfpraam, die in een brede sloot bij het Veenhuizer electriciteitshuis ligt. Als we over de Pastoor Smitslaan langs het voetbalveld lopen, zien we aan de overzijde de kinderen op het veld staan. Een ooievaar komt aanvliegen, en landt vlakbij de middenstip op het voetbalveld.
Aan het eind van de Generaal van den Boschweg steken we de Hoofdweg (N919) over, en daarna ook het Veenhuizerkanaal, dat hier ook wel de Kolonievaart wordt genoemd. We volgen in het kolonieveld de aangegeven bospaden door het Bankenbosch, om aan de zuidkant van het bosperceel het Fochteloërveen op te gaan. Daar verlaten we het fietspad, om over een houten vlonderpad het natte veengebied dieper in te gaan, naar een houten plateau in het veen, vanwaar je dan een mooi panoramisch uitzicht hebt over het Fochteloërveen. 
Weer teruggekomen in het Bankenbosch nemen we plaats op de daar aanwezig picknickbank. Onze thermoskan komt tevoorschijn, want hier gaan we koffiedrinken, met van het bos uitzicht op Nederlands laatste levende hoogveen: het Fochteloërveen.

Esmeer en Norgerpetgaten
We ontmoeten een vader en zijn zoon, die vertellen dat ze vandaag samen een tocht van 19 kilometer rond Veenhuizen wandelen. De vader heeft onlangs een gps-apparaat gekocht om zelf zijn routes uit te stippelen nu er in verband met de Corona-crisis geen wandeltochten worden georganiseerd, en de zoon vertelt dat hij nu helemaal niet meer uit kan gaan en niet in de horeca kan stappen vanwege die Corona-crisis, en dat hij vandaag derhalve toch maar op de uitnodiging van zijn vader is ingegaan, om door samen te gaan wandelen, er toch even lekker uit te zijn. Dat eind lopen neemt hij met een positieve insteek dan maar op de koop toe.
Door het Bankenbosch lopen we naar het Esmeer, een grote pingo-ruïne aan de oostzijde van het Fochteloërveen. Daar lopen we een eind om het Esmeer heen, om daarna door de Norgerpetgaten de aangegeven route verder te vervolgen richting Huis ter Heide.

Tonkensbosch bij Huis ter Heide
Aan de overzijde van de N373 (de weg van Assen naar Norg) steken we de Norgervaart over, om dan via de Koelenweg het Tonkensbosch in te gaan. Over mooie bospaden volgen we de aangegeven blauwe paaltjesroute, tot aan de bosrand aan de oostzijde, waar we uitzicht krijgen over het achter dit bosperceel gelegen heideveld. We hadden gehoopt hier een bank aan te treffen, waarop we even een etenspauze zouden kunnen hebben, maar een houten bank is hier niet te vinden. 
Daarom lopen we door het bos langs het heideveld, en verderop gaan we een in het bos opgeworpen aarden wal op, om dan over het smalle bospad verder te gaan in noordelijk richting. Voorbij het bos gaat de route verder over een mooie veldpad langs een boomwal en een zandpad door het Ankehaarveld, weer terug naar de N373. Daar lopen we voorbij de Margarethahoeve de bebouwde kom van Huis ter Heide binnen, maar we gaan de plaats niet in.

Noorderesch en De Slokkert
We zijn nu al weer voorbij het punt op de route dat het verst verwijderd is van ons beginpunt, dus we zijn al weer op de terugtocht naar Veenhuizen. Op het fietspad aan de overzijde van de N373 nemen we dan toch eerst maar een broodje uit het vuistje, want we moeten zo ondertussen toch echt weer even iets eten. De koude wind waait ons vanuit Veenhuizen tegemoet hier over de kale akkers, en hier in het gras te gaan zitten is geen optie, dus we lunchen wandelend met een broodje in de hand.
Over de geasfalteerde wandel- en fietspaden lopen we door het open veld naar een bosperceel ten zuiden van de Noorderesch. Onderweg komen we tot onze verrassing nog wel langs een houten bank achter een boomwal, waar we dan toch maar een rustpauze houden, om nog iets extra's te eten en te drinken.

Sterrebosch
Als we daarna langs het bosperceel naar De Fledders zijn gelopen, volgen we De Fledders totdat we bij het smalle stroompje van De Slokkert een fietspad kunnen nemen, dat op enige afstand van het riviertje ligt.
Door een klein bosperceel bereiken we de Norgerweg. Die volgen we totdat we tegenover een immens munitiedepot van Defensie over het brede zandpad van de Eikenlaan het bosperceel weer in gaan. 
Na verschillende bospaden van het Sterrebosch bereiken we bij een oude boerenschuur de Meidoornlaan. Die volgen we over het smalle schelpenpaadje langs het bredere zandpad tot in Veenhuizen. 
Door de bebouwde kom lopen we langs onder andere de Penitentiaire Inrichting (waar de vlag overigens halfstok hangt) en het gevangenismuseum (voorheen het Tweede Gesticht) weer terug naar onze auto op het parkeerterrein van de Hospitaallaan, tegenover 'Bitter & Zoet', voorheen apothekerswoning, hospitaal en cipierswoningen van het oude verbanningsoord, de landbouwkolonie Veenhuizen. 

22 of meer dan 25 kilometer?
We zien om 15:05 uur dat we bijna zes uren over deze route hebben gedaan. De route leek ons al langer dan de in de wandelgids aangegeven 22 kilometer, en als we op grond van die wandelduur doorrekenen naar de wandelafstand, dan moet de route toch zeker wel meer dan 25 kilometer zijn geweest. 
Nu staat overigens op de wandelkaart ook een afkorting van de route, in noordelijke richting vanaf het Esmeer gerekend. Waarschijnlijk is die verkorte route wel 22 kilometer lang, maar als je de hele route loopt, via Huis ter Heide, mag je wel rekenen op iets meer dan 25 kilometer wandelafstand.
Wat overigens ook opviel tijdens deze route, is het feit dat we nagenoeg de hele dag over onverharde wegen en paden liepen.