Pelgrimsroute van Genève (Z) via Le Puy-en-Velay (F) naar Santiago de Compostela (S)
Via Gebennensis van Genève naar Le Puy-en-Velay
Pelgrimeren van Saint-Julien-Chapteuil naar Le Puy-en-Velay
Dinsdag 11 augustus 2026 – 19,0 km lopen & 19,1 km taxi
Dag 20: 335,9 – 354,9 km
Via Gebennensis
Tijdens onze eerste pelgrimage van Durkje en mij wandelden we van 2005 tot en met 2012 van het Friese Sint-Jacobiparochie (NL) via het Franse Vézelay over de klassieke Franse pelgrimsroute van de Via Lemovicensis naar het Spaanse bedevaartsoord Santiago de Compostela.
Tijdens onze tweede pelgrimage van Durkje en mij wandelden we van 2011 tot en met 2015 vanuit het Franse Le Puy-en-Velay over de klassieke Franse pelgrimsroute van de Via Podiensis wederom naar het Spaanse bedevaartsoord Santiago de Compostela.
Vorig jaar (in 2025) liepen we de verbindingsroute voor pelgrims van de Via Lemovicensis naar de Via Podiensis, namelijk van Vézelay zuidwaarts naar Le Puy-en-Velay.
Dit jaar (in 2026) lopen we de ruim 350 kilometer lange pelgrimsroute ‘Via Gebennensis’, van het Zwitserse Genève naar het Franse Le Puy-en-Velay.
Dit is met name voor Duitsers, Oostenrijkers en Zwitsers een aanlooproute naar Le Puy-en-Velay, waar ze dan doorstarten op de klassieke Franse pelgrimsroute van de Via Podiensis.
Bij het pelgrimeren op de Via Gebennensis maken we gebruik van drie pelgrimsgidsen, namelijk de Duitstalige van Renate Flori (in 18 etappes, versie 2023, Rother), de Duitstalige van Hartmut Engel (50 tracé’s, versie 2025, Conrad Stein Verlag) en de Frans-Duitstalige van Henri Jarnier (15 etappes, versie 2024, Association Rhône-Alpes des Amis de Saint-Jacques)).
Wij zijn van plan deze verbindende aanloop-pelgrimsroute in 20 etappes te lopen.
Van start in Saint-Julien-Chapteuil
Vandaag wandelen we van de Via Gebennensis de 20e – en daarmee laatste - etappe, van Saint-Julien-Chapteuil naar Le Puy-en-Velay, over een etappe-afstand van 19,0 kilometer.
De wekker wekt ons om 5:30 uur in onze caravan op Camping Municipal Surnette in Le Mazet-Saint-Voy, onze uitvalsbasis voor deze vijfde (en daarmee laatste) serie van vier wandeldagen.
Na het ontbijt verlaten we de camping om 6:40 uur, en rijden we met de auto vanaf Camping Municipal Surnette in Le Mazet-Saint-Voy naar Saint-Julien-Chapteuil, waar we de auto parkeren op het parkeerterrein tegenover het bureau van de Gendarmerie Nationale.
Omdat één van onze beide fietsen eergisteren is uitgevallen, en we nog maar twee etappes hadden te gaan, hebben we besloten gisteren en vandaag van een taxi gebruik te maken. Vandaag doen we dat vanmiddag, ten behoeven van onze terugreis.
Het is vanmorgen al 14 graden Celsius als we vanuit Le Mazet-Saint-Voy vertrekken. Het is de hele dag deels bewolkt, later volop zonnig, en toch wel lekker fris. De temperatuur stijgt tijdens deze etappe vandaag naar 30 graden Celsius, en daarmee is het ook vandaag wederom een tropische dag.
We dalen vandaag van 820 meter naar 670 meter hoogte. Volgens de wandelgids is het zo dat we deze etappe vandaag 220 meters klimmen en 400 meters afdalen.
Vanuit Saint-Julien-Chapteuil de beek Sumène over
Nadat we zijn gearriveerd in Saint-Julien-Chapteuil, maken we ons klaar voor vertrek.
We gaan al om 7:15 uur van start op de locatie waar we gisteren onze etappe eindigden, vlak bij de pelgrimsherberg van deze plaats.
Eerst maken we nog een wandeling door de stad, onder andere langs de Saint-Julien-kerk.
Een voorbijganger biedt aan hier van ons een foto te maken, hetgeen we hem graag laten doen.
Dan zoeken we het begin van de vervolgroute aan de rand van de bebouwde kom van Saint-Julien-Chapteuil. Daar ontmoeten we dan heel toevallig nog de Franse vrouw die we eergisteren ook al ontmoetten. Zij bewandelt de GR-wandelroute van Saint-Régis, die dezer dagen gelijk is aan die van onze pelgrimsroute. Zij loopt iets langzamer dan wij, dus we zien haar nog geruime tijd achter ons aan lopen.
Als we bij de beek Sumène komen, hoeven we gelukkig niet door de ondergelopen doorwaadbare plaats door het beekwater te lopen, maar kunnen we een eindje verderop via een bruggetje met droge voeten de beek oversteken, waar op dat moment een medewerker van de gemeente bezig is om het graspad aan beide zijden van de beek en van dit bruggetje te maaien.
Tournesols in Tournecol
Aan de overzijde van de beek zien we vóór ons op zeker moment het plaatsje Eynac liggen, te herkennen aan de kolossale rots die achter de eerste huizen is te zien.
Deze vulkaanrots heeft aan onze zijde de vorm van orgelpijpen, wat we gisteren in Queyrières ook hebben gezien.
Om 8:15 uur lopen we in Eynac zo’n beetje aan de voet van die rotspartij het buurtschap in.
Het volgende gehucht dat we naderen, is Tournecols. Op de akker bovenop de heuvel links van de plaats verbouwt een boer zonnebloemen, in het Frans ‘tournesols’ genoemd. Kortom, we zien tournesols in Tournecol.
Verderop is een boer met twee bouwlieden bezig een betonvloer te storten in een houten raamwerk.
Rechts van de weg staat het oude bakhuisje, waarin men vroeger vooral ook brood bakte.
De inrichting ervan is heel traditioneel, met links en rechts tafelbladen en in het midden de grote steenoven, die met hout werd gestookt.
Opmerkelijk is dat naast dit bakhuisje een ander huisje staat, namelijk een houten overblijfsel van wat ooit een mooie Kerststal is geweest. Dag Jozef en dag Maria, maar waar is Jezus?
Thuiskomen in Marnhac
Als we nog maar net het buurtschap Marnhac in zijn gelopen, krijgen we van grote hoogte al mooi het zicht op de plaats Saint-Germain-Laprade, waar we naar op weg zijn.
Het plaatsje ligt mooi te midden van al die oude vulkanen in dit bijzondere landschap.
Bij de oprit van een woning heeft iemand twee houten poppetjes bij elkaar geplaatst. De beide poppen dragen een pelgrimshart van een Jacobsschelp.
Vlak voordat we Marnhac uit lopen, raken we in gesprek met een man, die vertelt dat hij in Nice woont en in Toulouse werkt, en tussen de bedrijven door hier zoveel mogelijk in Marnharc verblijft (vooral als het in Nice heel warm is), op de plek waar hij is geboren en waar hij zijn eerste dertig jaren heeft gewoond. Voor hem is de periodieke tocht van Nice naar Marnharc dus een soort van thuiskomen.
Het resultaat telt in Saint-Germain-Laprade
Wij moeten nu onder een drukke verkeersweg door, om dan over een steenachtig pad verderop parallel aan die weg naar Saint-Germain-Laprade te lopen. Daarbij hebben we voortdurend die plaats met haar markante kerktoren in het zicht.
Van de andere kant komt een grote groep op mountainbikes en hardlopend ons tegemoet. Het zijn tieners, die onder begeleiding van volwassenen fietsend en hardlopend de heuvel op komen. Gezien hun shirts met namen en rugnummers erop, lijkt het om een aantal leden van een sportclub te gaan, die hier in het open veld trimmen.
Bij de Tabac-Bar voorin Saint-Germain-Laprade gaan we naar binnen voor onze koffiepauze van vandaag. De jonge barkeepster is nog niet zo bedreven in haar werk, want van een Café Americano heeft ze nog nooit gehoord, en hoe ze in plaats daarvan een Café Double moet maken met het koffieapparaat, weet ze ook niet. Maar ze krijgt goede hulp van haar collega. Als er een man binnenkomt en een glas witte wijn bestelt, vraagt de vrouw aan de klant of hij de fles witte wijn zelf wil ontkurken, want ze weet niet hoe ze dat moet doen. De man ontkurkt de wijnfles, en dan schenkt de vrouw de wijn in. Maar hoe het ook allemaal verloopt: wij hebben koffie, en de man zijn wijn. Het resultaat telt.
Langs het oude lavoir lopen we het centrum in.
Ons doel is voor nu het bezoeken van de kerk met die markante toren.
Als we de kerk binnenkomen, zit daar een wandelstel in stilte achterin de kerk. Wij maken in stilte een rondje door deze 12e eeuwse kerk, die door haar bouwstijl tamelijk donker is van binnen.
Na dit kerkbezoek lopen we om 10:30 uur de bebouwde kom uit.
Verheugd op de Berg van de Vreugde
Dan zetten we direct een klim in, want we moeten nu over een veldpad bergopwaarts, waarbij we al snel achteromkijkend Saint-Germain-Laprade diep achter ons zien liggen.
We klimmen de Monjoie op, die ook wel de ‘Berg van de Vreugde’ wordt genoemd.
Bovenaan de klim is een speciale plek ingericht met allerhande zaken, met erbij een naambordje van deze top-plek.
Er ligt ook een grote platte steen bij, met daarop een Jacobsschelp bevestigd, en erboven de pelgrimsgroet ‘Ultreia’, tevens de naam van onze eigen ‘Refugio Ultreia Feinsum”.
Daar, iets verder voorbij de top van de Monjoie, zien we op deze pelgrimage voor het eerst de stad Le Puy-en-Velay in de verte in het dal liggen. Daarom ook de naam van deze bergtop, die de pelgrim verheugt bij het zien van die eeuwenoude pelgrimsstad.
We zijn er nog lang niet, maar nu al kunnen we het Maria-beeld en de kapel elk op de eigen hoge vulkaanrots onderscheiden.
Drie wandelende stellen in Brives-Charensac
Maar voordat we het pelgrimscentrum bereiken, moeten we eerst nog een lange afdaling maken, die uitkomt bij de ruïne van de oude rivierbrug, die in het stadje Brives-Charensac de rivier de Loire nog maar deels overspant.
Met het zicht op de stad, op de Loire, op die brugruïne, en op de huidige rivierbrug zitten we op een bankje hoog aan de Loire, waar we onze koffie met broodjes-pauze houden.
We zien tijdens deze pauze even later ook het wandelaars-stel voorbij komen, dat wij eerder vandaag in Saint-Germain-Laprade in de kerk ontmoetten.
Na deze pauze in de schaduw aan de rivier steken we via de nieuwere stenen boogbrug de Loire over.
Direct aan de overzijde van de Loire moeten we rechtsaf en dan rechtsom naar beneden, om een pad langs de Loire te volgen, van Brives-Charensac naar Le Puy-en-Velay.
We halen een ouder stel in, waarvan de man direct op ons passeren reageert. Hij vertelt dat hij in 2005 – een jaar na het overlijden van zijn vrouw – een pelgrimstocht heeft gemaakt vanuit Saint-Jean-Pied-de-Port / Roncesvalles naar Burgos, samen met een collega èn toen ook nog met een Japanner die zij onderweg ontmoetten.
De vrouw die nu bij hem is, is zijn nieuwe partner. Haar man is destijds ook overleden. En samen trekken zij nu op. Hij woont in Le-Puy-en-Velay, en zij in Clermont-Ferrand. En regelmatig wandelen zij langs de Loire tussen Brives-Charensac en Le Puy-en-Velay.
Na een lang gesprek over van alles en nog wat, gaan wij verder, en zij volgen ons op afstand tot in Le Puy-en-Velay, waar we nog afscheid van hen nemen vlakbij de plek waar de man woont.
Langs de Loire en de Borne
Eerst volgen we de paden langs de Loire. Daarbij nemen we enkele onderdoorgangen onder Loire-bruggen door. Eén ervan, een eigentijdse, is uitgebreid gedecoreerd met graffity.
Een eindje verderop, hoog ten opzichte van ons pad, passeren we een hooggebouwde kapel.
Dan gaan we onder een hoge boogbrug door, een stenen spoorbrug.
Direct daarna wandelen we de bebouwde kom van Le Puy-en-Velay binnen. Het grote plaatsnaambord vermeldt dat deze stad door de Unesco is uitgeroepen tot hoofdstad van pelgrimsroutes van Sint Jacob.
Rechts van ons stroomt de snelstromende La Borne.
Als we om een sportveld heen lopen, zien we in de verte weer zowel de kapel als ook het Maria-beeld boven op hun eigen vulkaanrots.
Via een hele lage, platte betonnen brug steken we voor het eerst het riviertje de Borne over.
En enkele minuten later nog eens, dus dan lopen we weer links langs de Borne.
Niet veel later staan we in Le Puy-en-Velay aan de voet van de kapel op de rots Saint-Michel.
Hier gaan we steil naar boven de binnenstad in, en dan krijgen we een beter zicht van dichterbij op het enorme Maria-beeld (Statue de Notre-Dame de France) op de Rocher Corneille.
In de kathedraal van Le Puy-en-Velay
En dan ineens, om 13:05 uur, staan we aan de voet van de stenen trap, die toegang geeft tot de kathedraal van Le Puy-en-Velay.
Als we naar rechts kijken, zien we de diep naar beneden lopende Rue des Tables in het lage verlengde van de kathedraaltrappen.
Een voorbijgaand toeristenstel uit de Elzas maakt van ons een aankomstfoto onderaan de trappen van de kathedraal, de Notre-Dame du Puy.
We klimmen de trappen op naar de ingang van de kathedraal.
Binnen maken we een rondgang door de prachtige kathedraal, langs de zijkapellen en het koor.
We bekijken de schilderijen, de pracht en praal van het bouwwerk, en de kerkramen van deze enorme kerk.
Durkje steekt voor ons een kaarsje aan, aan de voet van het beeld van Sint Jacobus, als dank voor onze voorspoedig geslaagde zomerpelgrimage van meer dan 350 kilometers.
In de winkel van de kathedraal krijgen we het kathedraalstempel in onze pelgrimspaspoorten, ter afronding van onze zomerpelgrimage op de Via Gebennensis, de tocht van het Zwitserse Genève tot in deze kathedraal van het Franse Le Puy-en-Velay.
Verder kopen we een en ander in deze kathedraalwinkel.
Onder het andere beeld van de heilige Jacobus in het buitenportaal van de kathedraal verlaten we dit eeuwenoude Godshuis, waar al zoveel pelgrim in en uit zijn gegaan, zoals ook wij eerder al in 2013 en vorig jaar in 2025.
Terug via Saint-Julien-Chapteuil naar Le Mazet-Saint-Voy
Onderaan de trappen van de kathedraal, dalen we verder af naar de benedenstad, door de Rue des Tables.
Onderaan die straat komen we op Place des Tables.
Daar spreken we af dat we verderop op een ons bekend stadsplein eerst een aankomstdrankje zullen nemen, alvorens we de stad gaan verlaten.
Na dat vreugdedrankje lopen we naar de VVV, waar de medewerkster voor ons een taxi belt, waarmee we 20 minuten later de stad kunnen verlaten.
De vriendelijke en spraakzame taxi-chauffeur rijdt ons vlot terug naar Saint-Julien-Chapteuil, waar we vanmorgen vroeg onze auto hebben geparkeerd. Daar vandaan rijden we terug naar de camping in Le Mazet-Saint-Voy.
Tijdens die terugtocht – eerst in de taxi en daarna verder in onze eigen auto – krijgen we te maken met regen en onweer, en zien we de temperatuur heel snel dalen van 30 graden naar 14 graden Celsius. Maar die regen deert ons niet meer, nu wij met zulk schitterend zomers weer vandaag de laatste etappe van de Via Gebennensis zo succesvol en plezierig hebben kunnen voltooien.
Resumé van de Via Gebennensis van Genève naar Le Puy-en-Velay
- De Via Gebennensis hebben we vandaag geheel voltooid. Dat deden we in één keer als volgt:
- Dit jaar (2026) pelgrimeerden we van 19 juli tot en met 11 augustus 2026 van het Zwitserse Genève naar het Franse Le Puy-en-Velay over de afstand van 354,9 kilometers in een tijdsbestek van 20 wandeldagen. Dat is gemiddeld circa 17,75 kilometer per etappe.
- Bij de voorbereiding en tijdens het bewandelen van de Via Gebennensis hebben we gebruik gemaakt van de volgende drie wandelgidsen: A. de Duitstalige van Renate Flori (in 18 etappes, versie 2023, Rother), B. de Duitstalige van Hartmut Engel (50 tracé’s, versie 2025, Conrad Stein Verlag) en C. de Frans-Duitstalige van Henri Jarnier (15 etappes, versie 2024, Association Rhône-Alpes des Amis de Saint-Jacques)). De gps-route in Organic Maps gebruiken we waar dat soms even nodig was.
- Deze drie verschillende wandelgidsen kennen een eigen etappe-indeling, met - uitgaande van hun eigen uitgangspunten - onderling verschillende etappe-afstanden. Daarom hebben wij bij de bepaling van onze eigen wandeletappe-afstanden per etappe het gemiddelde genomen van de hier genoemde wandelgidsen die zo’n etappe beschrijven.
- Voordeel van het gebruiken van meerdere wandelgidsen is dat we vooraf en tijdens de pelgrimstocht een goed beeld kregen van alle ins en outs inzake de volgende etappes, waaronder voorzieningen zoals bars, winkels en overnachtingsaccommodaties.
- Dan zie je ook welke afwijkende route-variaties de afzonderlijke wandelgidsen vermelden, waaruit we in dergelijke situaties een weloverwogen keus konden maken ten aanzien van de door ons te lopen variant, zoals die door ons alhier zijn beschreven.
- De ochtendtemperaturen bij de start van een dag-etappe lagen zo ongeveer tussen de 12 en 23 graden Celsius, en de temperaturen liepen gedurende de wandeldagen op tussen circa 24 tot 38 graden Celsius. Gemiddeld genomen liepen we de 20 etappes derhalve met een dagtemperatuur tussen de 16,3 en de 31,6 graden Celsius, met een gemiddelde stijging van de temperatuur gedurende deze 20 dagen van 15,3 graden. Van de 20 wandeldagen liep van 15 dagen de temperatuur op tot 30+ graden, waarmee het aantal tropische dagen dus 15 van de 20 was, ofwel 75% onder tropische omstandigheden. Regen hebben we nauwelijks gehad onderweg. Al met al dus deze keer droge en hete dagen op het pelgrimspad.
- Opmerkelijk was onderweg het aantal kerken dat open was, waar dan heel vaak ook nog een stempel klaarstond om die in onze pelgrimspaspoorten af te drukken. Waar geen stempel was, troffen we in enkele gevallen kleine stickers aan met daarop het kerkstempel, die we dan in de pelgrimspaspoorten konden plakken. Resultaat aan het eind van deze pelgrimage is dan ook dat we totaal 40 pelgrimsstempels hebben gekregen in onze pelgrimspaspoorten, wat over 20 dagen dus een gemiddelde is van twee stempels per dag, wat vergeleken met de pelgrimage van vorig jaar naar Le Puy-en-Velay betrekkelijk veel is.
-
- Vergeleken met de pelgrimstocht van Vézelay naar Le Puy-en-Velay, die we vorig jaar in 2025 liepen, viel ons dit jaar op de Via Gebennenis van Genève naar (ook) Le Puy-en-Velay op dat er onderweg op en langs de pelgrimsroute veel meer aandacht wordt gegeven aan het feit dat hier sprake is van het pelgrimspad van Sint Jacob, ofwel Saint-Jacques-de-Compostelle. En dat zag je aan heel veel zaken onderweg, zoals de bewegwijzering, uiteenlopende pelgrimssymbolen en al die beelden en afbeeldingen van Sint Jacob (Santiago / Saint-Jacques) in kapellen, kerken, basiliek, kathedralen, klooster, en op heel veel andere locaties aan de pelgrimsroute. Hier op deze pelgrimsroute merk je ten voeten uit dat je aan het pelgrimeren bent, en mensen spreken je daar ook vaak op aan. Fransen wijzen je de weg, geven tips om Jacobalia te gaan bekijken, geven je een stempel in je pelgrimspaspoort, en bijna dagelijks werd ons onderweg wel water aangeboden; vooral ook op die hete dagen, waarop veel drinken onontbeerlijk is.
- Als je het niet erg vindt om regelmatig te klimmen en te dalen in heuvels en bergen, en je (dan) verheugt op schitterende vergezichten over heuvels, bergen en dalen, èn als je onderweg geniet van al die zichtbare items die je laten ervaren dat je op de pelgrimsroute van Sint Jacob loopt, dan is de Via Gebennensis als pelgrimsroute voor de wandelende pelgrim een aanrader!
















