Zaterdag 7 maart 2026
Lezing van Jan Auke Walburg
Elk jaar organiseert het Genealogisch Werkverband een reeks bijeenkomsten. Haar lezingen worden georganiseerd in Tresoar te Leeuwarden, zo ook vanmiddag.
Vandaag staat er een gemeenschappelijke bijeenkomst op de agenda, georganiseerd door de Friese afdeling van de Nederlandse Genealogisch Vereniging in samenwerking met de Stichting Freonen fan de Argiven yn Fryslân, met het Genealogysk Wurkferbân van de Fryske Akademy en met de Werkgroep Maritieme Geschiedenis van de Fryske Akademy.
Het Genealogysk Wurkferbân laat deze lezing verzorgen door klinisch-psycholoog en bedrijfskundige Jan Auke Walburg, over zijn boek ‘Friezen op zee’.
De emeritus-hoogleraar Jan Auke Walburg was in zijn werkzame leven directeur van verschillende organisaties in de gezondheidszorg, onder andere bij het Trimbos Instituut.
Zijn recente boek ‘Friezen op zee’ kwam tot stand op basis van zijn Friese afkomst, zijn ruime zeilervaring in en rond Fryslân, en van zijn vakgebied.
Op het snijpunt van bovenstaande richtte Walburg zijn belangstelling op de omstandigheden waaronder Friese gemeenschappen enkele eeuwen geleden tot bloei kwamen.
Friezen op zee
Fryslân is meer dan alleen een agrarische provincie.
Eeuwenlang is de welvaart van Friese dorpen en steden bepaald door hun scheepvaart.
Deze Friese bijdrage aan de koopvaardij komt niet uit de lucht vallen.
Al tussen de jaren 750 en 900 beleven de Friezen een eerste bloeiperiode in de handel vanuit de Fries-Frankische koningsstad Dorestad.
Jan Auke Walburg zijn boek ‘Friezen op zee’ vertelt het verhaal van zesentwintig Friese gemeentes, over:
- hoe tienduizenden schepen vanuit Fryslân door de Sont op weg gaan naar de Oostzee;
- hoe boerenzoons op hun eigen land schepen bouwen die de zee opgaan;
- hoe hele families zich gaan richten op de scheepvaart, vaak in samenwerking met hun familieleden in Amsterdam en de Zaanstreek;
- hoe Waddeneilanders hun welvaart met walvisvaart opbouwen;
- hoe marktplaatsen midden in Fryslân uitgroeien tot internationale havens;
- hoe de bewoners van veengebieden hun turf opgraven en vervoeren naar Amsterdam;
- hoe menige Friese plaats een centrum wordt van scheepsbouw en ook
- hoe de koopvaardij ten onder gaat.
Een aantal van bovenstaande items komt vanmiddag in de lezing van Walburg aan de orde in de geheel volle zaal van Tresoar.
De Gouden Eeuw van de koopvaardij in Friese steden en dorpen
Tijdens de 17e en 18e eeuw komt de Friese koopvaardij tot een ongekende bloeiperiode, die vrijwel overal in Fryslân welvaart brengt.
Niet toevallig is die Friese 'Gouden Eeuw' onlosmakelijk verbonden met de Gouden Eeuw van Amsterdam.
Amsterdam heeft het begin van haar groei en ontwikkeling als handelsstad grotendeels aan de Oostzeehandel te danken.
Het zijn vooral de Friezen die de Amsterdammers voeden met het graan dat zij uit de Oostzeegebieden halen, die Amsterdam voorzien van het hout dat nodig is om de stad te bouwen en die later de burgers van Amsterdam en de industrieën van Amsterdam en de Zaanstreek voorzien van turf als brandstof.
Die ‘levenszenuw’ van de Hollandse welvaart ontwikkelt zich in belangrijke mate vanuit de doopsgezinde netwerken die Amsterdam en Fryslân met elkaar verbinden.
In deze doopsgezinde geloofsgemeenschap werkten zij samen in handel en scheepvaart: de Amsterdammers als reders en de Friezen als transporteurs.
Bloeiperiode van de Friese koopvaardij
Voorop wordt door Jan Auke Walburg gesteld dat met de Friese 'Gouden Eeuw' hier de bloeiperiode van de Friese koopvaardij wordt bedoeld, zowel in zijn boek als hier ook vanmiddag in deze lezing.
Zijn boek beschrijft zowel de binnenvaart als de internationale koopvaardij, waarbij wordt beoogd een overzicht te geven van de geschiedenis van de Friese koopvaardij.
Om die geschiedenis te beschrijven, kun je verschillende invalshoeken kiezen. Dat kan bijvoorbeeld maritiem, genealogisch, met uiteenlopende casuïstiek of deelgebieden, middels wetenschappelijk dossieronderzoek of door het bestuderen van veel bronnen van musea, archieven, verenigingen en stichtingen en van registers. Veel van die informatie is onder andere bijeen vergaard hier in Tresoar te Leeuwarden.
Bij de Friese scheepvaart gaat het onder andere om koopvaardij, walvisvaart, visserij en binnenvaart, van het begin van onze jaartelling tot heden (en toekomst), gericht op steden en dorpen.
De zogenoemde Sont-tol-registers/-archieven zijn van de Deense regering, die al zijn gedigitaliseerd, waarin is bijgehouden wie langs de Sont van de Noordzee naar de Oostzee voeren. Elk schip moest zich melden en aangeven wie ze waren en waartoe ze passeerden. Dat is allemaal vastgelegd in deze tolregisters.
Hieronder wordt in enkele sub-thema's één en ander weergegeven van de inhoud van deze middaglezing van Jan Auke Walburg:
1. Het Friese landschap
- Fryslân was aanvankelijk voor een groot deel een nat land met veel kreken en kwelders, waarin zich langzamerhand boeren en vissers vestigden.
- De terpenbouw ontstond, en de uitwisseling van zowel materialen als communicatie onderling vond in het begin met bootjes van uitgeholde boomstammen plaats.
2. De Romeinen (0-500 na Christus)
- De Romeinen veroverden ook Nederland, vooral het deel beneden de grote rivieren werd door hen bezet; en tegen een kleine vergoeding lieten ze de noorderlingen met rust. Zo behielden de Friezen hun vrijheid.
- Toen de Romeinen in de loop der tijden echter teveel begonnen te vragen van de Friezen, hebben de Friezen de Romeinen verslagen bij Velsen, waarbij de Romeinen (die zich in die tijd overigens al terugtrokken uit Nederland), het er maar bij lieten.
- De Romeinse scheepvaart was in die periode al veel verder ontwikkeld dan die van de Friezen. De Friezen hebben daarvan geleerd, en hun bootjes vergroot tot een voor de Friese wateren geschikte lange en smalle platbodems, met daarop een zeil, ten behoeve van hun transport.
- De Romeinen hadden al jaagpaden aangelegd, en ook daarvan leerden de Friezen hoe ze die in Fryslân konden toepassen.
3. De Grote Volksverhuizing
- De Grote Volksverhuizing vond plaats in de jaren tussen 300 en 700.
- De gevolgen van die volksverhuizing konden de Romeinen niet hanteren, dus het Romeinse Rijk stortte in, mede door interne strubbelingen in Rome.
- De Friese nederzettingen lagen in die tijd verspreid tussen het Duitse Hamburg in het noorden en Domburg in Zeeland in het zuiden, dus die lagen nogal sterk verspreid langs de zeekust.
4. Friese handel met Franken vanuit Dorestad (500-900)
- Maar de Friezen trokken ook landinwaarts langs de Rijn naar Dorestad, en dat was in dit tijd een ideale plek om over water naar alle windstreken te varen.
- Dorestad – toen nog een Frankische keizerstad - werd en was voor die tijd groot(s) met voorheen nog ongekende proporties.
5. De Vikingen
- Dorestad verdween later echter langzamerhand; mede door de vele plunderingen van de Vikingen, die daar roofden, maar de rest van de stad dan intact lieten, om er dan enkele jaren later weer terug te komen voor hun volgende portie roofgoed.
- De Friezen hadden eerder al veel van de Romeinen geleerd, en leerden daarna hier in Dorestad ook veel van de Franken, en in diezelfde tijd tegelijk ook van de Vikingen, waarmee de Friezen trouwens ook wel optrokken.
- De Friezen leerden van de Vikingen veel over handel, roof, plunderingen, scheepsbouw (snel voor de strijd, en breed voor de handel) en ook in sociaal-cultureel opzicht.
6. 9e en 10e eeuw Stavoren en Bolsward als hanzesteden
- De bloeitijd van de hanzesteden was ook voor de Friezen een hele rijke periode.
7. Intermezzo: voortdurende strijd in Westlauwers Fryslân (1100-1600)
- De Friezen streden niet alleen tegen het water, maar ook tegen elkaar, tegen de Hollanders, tegen de Saksen, tegen de Bourgondiërs en tegen Spanje.
- De Friezen waren vrij, maar hebben daar wel heel veel voor moeten vechten.
8. Eerste bloeitijd van de Friese koopvaardij (1550-1650)
- Dit is de periode van de opkomst (bloei) van Amsterdam en tegelijk ook de tijd van de vlucht van de doopsgezinden.
- Doopsgezinden mochten niet strijden en niet regeren, en kwamen mede daardoor automatisch terecht in de handel. De Amsterdammers werkten (daardoor) graag met de doopsgezinde Friezen.
- Alle vervoer en transport ging in Fryslân in die tijd meestal over het water, dus de Friezen konden goed met scheepvaart omgaan.
- Rond de Sudersee omstreeks 1300 ontstond een eerste periode van koopvaardij voor de Zuiderzeesteden en voor de Waddeneilanden.
- De Friezen ontwikkelden het hele Baltische gebied qua handel en koopvaardij, waarvan Amsterdam veel heeft geprofiteerd. De hoge opbrengsten daarvan maakten het de Amsterdammers financieel mogelijk om naar de Oost en de West te trekken.
- Harlingen had in die tijd heel veel schippers en schepen, wat leidde tot een enorme opbloei en welvaart. Dat gold overigens ook voor Stavoren, Bolsward, Vlieland en Terschelling.
- Het Oostzee-gebied was een gigantisch groot handelsgebied, waar van alles was wat er in Nederland niet was en wat ze daar dus haalden, zoals: hout, staal, wapens, graan, erts, bont, pek, teer, kruit, ijzer.
- Ze brachten daar daarentegen producten naar toe zoals haring, textiel, wijn, zout, zuivel en later ook koloniale waren.
9. Achteruitgang van de koopvaardij
- De aanvankelijke rust werd echter wreed verstoord door allerlei vormen van strijd tussen landen en regio's.
- Verder was er in dit zeegebied sprake van kapingen en zee-oorlogen,
- Die wantoestanden leidden uiteindelijk tot onder andere afnemend transport tussen Amsterdam en Danzig, tot veranderingen in de Baltische handel, en uiteindelijk ging men over op andere wijze van transport, namelijk gericht op het binnenland en achterland, door de toename van anderssoortig transport tussen Amsterdam en Duitsland.
10. Tweede ronde 18e eeuw: binnenhavens
- De Friese binnenhavens - met ertussen de verschillende Friese vaarten - floreerden met hun regionale en lokale handel en vervoer van goederen.
- Binnen(haven)steden zoals Sloten, IJlst en Woudsend hebben de buiten(zee)havens overtroefd, en gingen later overigens óók internationale handel en transport ontwikkelen.
11. Neergang na de 4e Engelse oorlog & Franse bezetting
- De Nederlandse vloot is door de Vierde Engelse Oorlog vrijwel geheel vernield, en de Fransen hebben Nederland na hun voorafgaande bezetting berooid achtergelaten.
12. 19e eeuw: grote veranderingen in transport
- De 19e eeuw was dynamisch, weliswaar met een sterke afname van onze internationale koopvaardij, maar daarentegen groeide de binnenvaart en het transport over de weg en op het spoor in Fryslân.
- De scheepvaart motoriseerde en de industrie kwam op.
- Harlingen bleef (tot op heden) wèl dé internationale zeehaven van Fryslân.
13. De gouden eeuw van Leeuwarden
- Leeuwarden lag voorheen aan de Bordine (ofwel Middelzee), dus ook Leeuwarden was voorheen een havenplaats.
- Uiteindelijk is de Middelzee ingedijkt en verdween die zee.
- Leeuwarden was daarentegen wel ideaal gepositioneerd als handelsstad in allerlei richtingen, zoals bijvoorbeeld naar Dokkum, Sneek, Harlingen en ook de zee op.
- De boerderijen wilden heel graag hun goederen via schepen naar Leeuwarden vervoeren; denk maar aan hun zuivelproducten zoals boter en kaas.
- Maar de Leeuwarders voeren ook wel degelijk naar de Oostzee; daarvan getuigen de Sonttolregisters.
- Er waren vanuit Leeuwarden allerlei beurtverbindingen met Nederlandse steden, en ook allerlei beurtveren met omliggende dorpen.
- De oriëntatie van de stad verschoof overigens wel naar Leeuwarden zelf.
- Ook Leeuwarden kende haar bloeiperiode door met name industrie, als bestuurscentrum en dienstencentrum.
- De vaarroutes vanuit Leeuwarden met Harlingen, Groningen en Lemmer waren en bleven van belang voor de stad.
- Toen het vrachtvervoer in Leeuwarden afnam, werden de Leeuwarder grachten historisch erfgoed.
- Er is momenteel eigenlijk geen sprake meer van koopvaardijscheepvaart in Leeuwarden.
14. Koopvaardij en genealogie
- In de Sont-tol-registers kun je online ook heel goed genealogisch onderzoek doen naar bijvoorbeeld schippersfamilies.
- Fryslân is trouwens niet zo actief geweest in de Verenigde Oostindische Compagnie. Die VOC trok er ook op uit om te bezetten en te roven, en dat zou mede de reden kunnen zijn dat de vredelievende Friese doopsgezinden niet actief waren in de VOC-vaart.



