donderdag 12 maart 2026

De Pelgrimsdroom

Donderdag 12 maart 2026
 
Cover van 'De Pelgrimsdroom'

Op weg naar Santiago de Compostela
De Spaanse bedevaartsstad Santiago de Compostela is voor de ware pelgrim van Sint Jacob nooit het doel van de Camino. De weg is voor haar en hem namelijk het doel, of liever: het bewandelen van die weg (camino).
De wandelende pelgrim zet op weg naar het graf van de heilige Jacobus de ene voet voor de andere, dag na dag, in een parallelle wereld van doen en van denken, van fantasieën en dromen. 
De psychoanalyticus en tevens wandelende pelgrim Thijs de Wolf (1946) wil voor zichzelf en voor anderen verhelderen wat dat bijzondere 'wandelen' betekent. De pelgrim-auteur De Wolf onderzoekt daartoe zijn eigen pelgrimservaringen en deelt die met de lezer in zijn boek 'De Pelgrimsdroom' (2024). 
Onderweg verrast het Thijs oprecht dat het lukt te leven in het nu zonder het verleden kwijt te raken. Het gaat erom dat verleden een plaats te geven.
Maar het is ook een verhaal over angst. Soms lijkt de tocht eindeloos te duren, lijkt een kilometer veel langer dan duizend meter. En het gaat over afscheid. Er vloeien tranen als zijn wandelmaat Jean moet stoppen. Hoeveel pijn het ook doet, het is niet anders. 
Dromen, dat is waar het hart van deze pelgrim ligt.
De tekst van dit boek is gebaseerd op de dagboekaantekeningen die Thijs de Wolf tijdens zijn pelgrimages maakte aan het eind van zijn dag-etappes op de Camino's. Met dit boek wilde Thijs zijn ervaringen onderzoeken en delen. 
De subtitel van dit boek luidt: 'Op weg naar Santiago de Compostela'.

De Pelgrimsdroom
  • De wandelaar is een zoekende, onderweg, om in contact te komen met zijn of haar gevoelsleven, en dat te begrijpen.
  • Gevoelens bestaan pas echt via de ander.
  • Aan het eind van de Camino begint het terugkijken op wat je hebt gedaan en gevoeld, op het leggen van verbanden en het verkrijgen van nieuwe inzichten.
  • Wie wandelt, neemt zichzelf mee.
  • Wandelen gaat over herhalen en herinneren.
Jezelf zijn en toch de ander niet verliezen
  • Eigenlijk weet ik niet goed waarom ik ga. Dat begin ik pas jaren later te begrijpen.
  • Zonder het contact met het verleden is het leven eenzamer, dan wanneer je er in doorleefd contact mee kunt omgaan.
  • Je kunt leven in het nu zonder je verleden kwijt te raken. Daarmee ligt de toekomst open.
  • De wereld van de Camino is de concrete wereld van het nu, bijna magisch.
  • Tijdens de Camino zijn de binnen- en buitenwereld meedogenloos.
  • Voorbij de 400 kilometer verdwijnt het besef van verleden, heden en toekomst; ze verliezen hun betekenis. Er is alleen nog hier en nu.
  • Een wandeling begint ruim voordat je begint met lopen.
  • Tijdens mijn Camino's werd me gaandeweg duidelijk dat wandelen me helpt om de draden waarmee mijn leven geweven is, bloot te leggen en onder ogen te zien.
  • Een moeder neemt onverdraagbare en onbegrijpelijke gevoelens over van haar kind, en geeft die in pure vorm aan hem of haar terug, zodat het kalmeert.
  • De eerste weken thuis mis ik de routine en de rituelen van de Camino.
  • Ik voel me tijdens de tocht verbonden met de mensen die ook het pelgrimspad lopen.
  • Eenzaamheid en gedeprimeerdheid zijn wezenlijke onderdelen van de tocht.
  • Een pelgrim is wezenlijk anders dan een bewoner, een toerist of een monnik.
Binden, loslaten en vooral pijn lijden op de Camino Franchés
  • Pelgrims respecteren het land, maar zonder er deel van uit te maken.
  • Pelgrims zijn op weg; de weg is hun doel; het gaat hen naast de buitenwereld meer om de binnenwereld, meer om het wandelen zelf.
  • In de pelgrimsviering - met daarna de zegen voor de pelgrims - in de kathedraal ben ik toeschouwer en deelnemer tegelijk. Het is fascinerend en emotionerend.
  • In Frankrijk gelden andere gewoonten dan in Spanje.
  • Het loopt een stuk rustiger als je weet dat er een slaapplaats op je wacht.
  • Denken maakt plaats voor doen, het werk verdwijnt steeds verder naar de achtergrond.
  • Iedereen loopt zijn eigen Camino.
  • Het lijf wordt ouder, maar heeft wel een geheugen gekregen.
  • De Camino is verworden tot een commerciële wandelindustrie, ondersteund door Europese subsidies.
  • We horen bij elkaar, voel ik, maar eigenlijk weten we nauwelijks iets van elkaar.
  • Opgeven hoort ook bij de Camino.
  • Na de wandeling denk ik: dit doe ik nooit weer. Maar in het najaar begint het te kriebelen en ga ik voorbereidingen voor de volgende wandeling treffen.
  • Over de laatste 100 kilometer naar Santiago de Compostela moet iedere wandelaar 2 stempels per dag kunnen laten zien.
  • We waren pelgrims, maar in Santiago de Compostela gaan we op in de massa.
Hoe ver en hoe alleen op de Camino de la Plata
  • De Camino de la Plata is de mooiste wandeling die ik ken.
  • Het pad is zompig. Het pad verdwijnt onder water. Paden veranderen in riviertjes. Ineens gaat de weg over in een geelgroene rivier. 
  • Het lichaam neemt het lopen op een vanzelfsprekende wijze over.
  • De route door de Extramadura is heel erg lang en eentonig. Mensen zien we onderweg niet. De eenzaamheid kruipt van buiten naar binnen.
  • Overal voel je de aanwezigheid van het Romeinse en middeleeuwse verleden.
  • In het reine komen met jezelf en je geschiedenis betekent ook het opgeven van illusies en de gedachte dat het nog echt anders gaat worden.
  • Tussen Salamanca en Ourense zijn de dorpen veelal verlaten.
  • Het is een continu proces van verbinden en loslaten, waarbij je een goede balans moet vinden tussen het volgen van je eigen weg en het voegen naar de ander. Je zoekt voortdurend je grenzen op en bewaakt die. Je moet goed voor jezelf zorgen, naar je lichaam luisteren, om niet te bezwijken door overbelasting.
  • Er ontstaat een Camino-gevoel.
  • Wat telt, is het hier en nu, en het overgeleverd zijn aan de natuur, die indrukwekkend mooi is, maar ook hard.
  • Gehechtheid is een manier om angst en stress te reguleren: zo gaat het echt, en het werkt.
  • Als je behoorlijk oud bent, en niet daar bent waar je in je leven wilt zijn, dan is dat heel verdrietig.
Fantasie en werkelijkheid op de Camino de la Plata
  • Je moet je hoe dan ook aanpassen aan de onbuigzame natuur.
  • Deze Camino is er één van uitersten.
  • Ineens kan het pad zomaar verdwenen zijn, onder water.
  • De pijl geeft me een gevoel van veiligheid. Met die bekende gele pijl en met het pad krijg ik een band.
  • Ik leer mezelf over te geven aan wat de wandeling met me doet, zonder me erin te verliezen. Ook het weerzien met de mensen die hetzelfde pad lopen als ik, roept een gevoel op van blijdschap, van herkenning.
  • In toenemende mate voel ik me betrokken bij de anderen, zonder daarbij mezelf uit het oog te verliezen. Zij krijgen betekenis voor mij, maar ik ook voor hen.
De graat van de berg op de Camino Primitivo
  • Samen met iemand lopen, is heel anders dan alleen lopen. Het is minder gericht op jezelf, meer op de verbondenheid met de ander, meer naar buiten gericht.
  • Op de Camino's is het steeds weer opnieuw verbinden, en loslaten.
  • Ik ga me afvragen waarom ik dit allemaal doe.
  • Zo'n wandeling verbroedert. Lontjes worden langer, andere dingen worden belangrijk, je gaat anders met elkaar om. Je gaat je langzaamaan ook anders voelen. Je gaat om je heen kijken, en je voelt ruimte ontstaan in je hoofd. 
  • Juist om dergelijke beproevingen ben ik aan deze tocht begonnen.
  • Het is makkelijk om je mee te laten slepen door wat het pad met je doet.
  • De aankomst in Santiago is tot nu toe altijd een desillusie geweest, als een droom die uiteenspat. Als pelgrim heb je een zekere status. Dat is voorbij in Santiago; daar ben je weer één van de velen, opgenomen in de stad. 
  • Met de stilte is het helemaal gedaan vanaf nu (Santiago de Compostela). De commercie neemt het over van de spiritualiteit.
De grens en van binnen en buiten op de Camino del Norte
  • Ik weet wat ik moet doen: gewoon de gele pijlen volgen. Het zijn er niet al te veel, maar als je ze nodig hebt, zijn ze er, als je oplet.
  • Misschien gaat het er meer om dat we dingen die we (opnieuw) meemaken, willen laten kloppen met hoe wij denken dat de werkelijkheid is.
  • Afgedwaald van het juiste pad mis ik de veiligheid van de gele pijlen. 
  • Gouden bergen en perfecte relaties bestaan niet, maar het is wel troostend erover te kunnen dromen en fantaseren.
  • Ik ben me gaan realiseren hoezeer ik afhankelijk ben van de buitenwereld, en van de natuur.
Veiligheid en vertrouwen op de Camino Franchés
  • Lopend met een ander ben je minder op jezelf gericht, en meer naar buiten, op de verbondenheid met de ander.
  • Soms is je eigen voorstelling van de werkelijkheid, van hoe het zal zijn, te wreed.
  • Positieve herinneringen laten zich makkelijker oproepen dan negatieve ervaringen. Dat is waar de binnenwereld zich vormt, en begint te onderscheiden van de buitenwereld.
  • Als de buitenwereld veilig is, creëert dat gaandeweg veiligheid in de binnenwereld.
  • De Camino is een economische factor van belang.
  • Refugio's helpen me bij mezelf te blijven en mezelf te hervinden.
  • Blootstelling aan waar je bang voor bent, werkt wel.
  • Deze Camino is een tocht die mij veel heeft gekost, maar ook veel heeft gegeven.
  • Het herkennen van het goede in de ander en in jezelf, daar gaat het om in de Camino, in het leven.
Thuiskomen van de Camino de Madrid
  • De paden zijn doorweekt.
  • De eerste paar dagen denk ik: dat nooit meer, waarom zou ik mezelf zo kwellen. Maar de pijnlijke ervaringen verdwijnen naar de achtergrond, en de mooie dingen blijven.
  • Wat is Spanje toch een rijk, prachtig land.
  • Het pad is niet van mij, in zekere zin ben ik van het pad.
  • Ik doe niet anders dan gehoor geven aan het pad en het lopen. Mijn lichaam functioneert op de grens van binnen- en buitenwereld, van biologie en psychologie.
  • Er komt een gevoel van rust over me heen, en van een zekere dankbaarheid.
  • De werkelijkheid is niet van ons, ze is ons toebedeeld.
  • In de psychoanalytische behandeling gaat het - net als bij lopen van de Camino - om het herdenken van de eigen geschiedenis.
  • Het verleden is niet voltooid, maar onvoltooid verleden tijd.
  • Het overdenken van het verleden schept toekomst en herstelt de relatie met het zelf.
  • Weinig mensen lopen deze Camino.
  • Doordat de God van het christendom een gestalte is geworden, een persoon, is de focus komen te liggen op een persoonlijke relatie met God, en niet meer met de natuur waar we onderdeel van zijn.
  • De vreeemdeling is het andere dat ons uitlokt nieuwe perspectieven te onderzoeken en ons vanzelf van vanzelfsprekendheden te ontdoen.
  • Wandelen speelt zich af in het heden.
  • Ik merkte dat ik de tocht niet vast kon houden zoals ik hem gelopen had.
  • Door deze Camino en eerdere wandelingen heb ik voor mezelf nieuwe manieren van kijken weten te creëren.
  • Het lijkt alsof ik mijn dromen heb hervonden, onderweg.

woensdag 11 maart 2026

PFAS naar de bliksem

Dinsdag 10 maart 2026
 
Jan Post en Maurice Tax over PFAS















Watertechnologie-maand
Het Europees expertisecentrum voor duurzame watertechnologie Wetsus en de Leeuwarder Courant organiseren in deze maand maart 2026 – in de door hen zo genoemde ‘Watertech-maand’ - samen vijf lezingen, waarin wetenschappelijk onderzoek en praktische toepassingen van watertechnologie centraal staan. 
Na het succes van de vorige lezingen-editie in 2024 zijn opnieuw actuele en uitdagende thema’s binnen de watertechnologie geselecteerd. 
In deze vijf lezingen van 2026 staan vragen centraal als: 
Wat zijn de problemen en uitdagingen rond water? 
Wat doen technologen en bedrijven om deze aan te pakken? 
En wat kan ik zelf doen?
Deze vijf publiekslezingen vinden ’s avonds plaats in het gebouw van Wetsus in Leeuwarden.
De eerste lezing op 3 maart 2026 ging over ‘Stikstof voor het oprapen’.
Het thema van de tweede lezing op 10 maart 2026 gaat over: 'PFAS naar de bliksem'.

Bijdrage van watertechnologie aan oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken
In deze lezingenserie gaan we de wereld van wetenschap en innovatie ontdekken.
De lezingen worden gegeven door onderzoekers van Wetsus. 
Ondernemers die rond de besproken technologie bedrijven hebben gebouwd, vertellen vervolgens hoe dit in de praktijk uitpakt.
Onderzoekers van Wetsus en experts uit het bedrijfsleven nemen ons op die wijze mee in hun onderzoek en laten zien hoe watertechnologie bijdraagt aan oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken van vandaag en morgen. 
In het voorgaande weekend laat de Leeuwarder Courant ons in haar krant kennismaken met het onderwerp en met de betrokkenen van de komende lezing, en tijdens de lezing wordt dan nader op het thema van de lezing-avond ingegaan.

Jan Post over het oplossen van het PFAS-probleem
Irene Overduin – waterjournaliste voor de Leeuwarder Courant – heet eerst alle aanwezigen welkom. Zo’n 180 mensen hebben zich voor vanavond opgegeven. 
Vanavond wordt de tweede lezing verzorgd door programma-directeur en Wetsus-onderzoeker Jan Post, die ons vertelt over het ontwikkelen van een technologie die PFAS op industriële schaal uit water vangt èn vernietigt.
  • PFAS kom je in heel veel van onze producten tegen, bijvoorbeeld in regenkleding, pannen, verpakking; vooral ook omdat het heel geschikt is in het afstoten van allerhande stoffen. Verder is het ook heel hitte-werend, vandaar dat het ook in blusschuim zit. We kunnen er echter moeilijk afstand van nemen.
  • Deze familie van stoffen zit vol met fluorverbindingen. Het is in de dertiger jaren al uitgevonden en in de veertiger en vijftiger jaren van de vorige eeuw al toegepast als anti-aanbaklaag, en daarna ook in blusschuim. 
  • In de 60er jaren werd het bij de mens al in bloed gemeten, en in de 80er jaren bij heel veel mensen. Rond het jaar 2000 werd er stevig op gealarmeerd. 
  • Inmiddels is er een verbod op PFAS(-vormen) in veel producten. Resultaat van dat verbod kan zijn dat de nieuw ontstane problemen taaier zijn dan die van de voorgaande (inmiddels verboden) stoffen.
  • PFAS trekt water aan, althans de kop ervan, terwijl de staart water afstoot. 
  • PFOA en PFOS zijn de belangrijkste, namelijk de twee grootste PFAS-vormen. 
  • Als PFAS-stoffen andere stoffen tegenkomen, blijven ze daar graag aan plakken, bijvoorbeeld aan klei en slib en aan zeeschuim.
  • Er zijn inmiddels wel grenzen gesteld aan hoeveel PFAS in water mag voorkomen. 
  • Ondanks het feit dat het PFAS-probleem een nano-probleem (dus heel klein) is, is het wel een serieus probleem. 
  • PFAS bouwt zich op in je bloed, en kan leiden tot aantasting van je afweersysteem. We willen dit dus niet in ons systeem en zeker ook niet in ons lichaam hebben.
Hoe haal je PFAS uit het water?
  • Dat kan aan de kop met een electrisch veld. Aan de staart (die daarentegen niet van water houdt) merk je dat die vastplakt aan een andere stof.
  • Fluor houdt van fluor als ze op de juiste afstand van elkaar komen, en dan verbinden ze zich aan elkaar.
  • PFAS gaat gemakkelijk aan kool zitten. Je kunt PFAS ook afvangen door ionen(uit)wisseling. En met omgekeerde osmose kan dat ook, namelijk met omgekeerde filters. 
  • Maar wat als die kool vol zit met PFAS. Dan doe je dat in een oven, waar alles (dus ook de PFAS) wordt afgebrand. En dan blijft na die verbranding alleen de kool over, die dan ten behoeve van hergebruik weer terug gaat naar de zuivering. 
  • Bij het PFAS afvangen door ionenuitwisseling moet je werken met zout. 
  • Bij toepassing van osmose blijft er na zuivering nog een klein beetje PFAS in het water zitten.
  • We moeten uiteindelijk naar een technologie die heel snel en compacter werkt, en die bovendien veel duurzamer en efficiënter is.
  • Met fiber-filters kun je water zuiveren van PFAS.
  • PFAS-verwijdering volgt de volgende stappen: Verwijderen (met filters), Concentreren en Afvoeren 
  • Het verkregen PFAS moet je dan natuurlijk nog wel afbreken, want anders blijft je met dat afgevangen PFAS zitten en blijft daarmee het probleem bestaan.
  • Heel kort over het afbreken van PFAS: eerst haal je de kop eraf, dan breek je de moleculen in stukjes, en dan breek je de fluor eraf. En hoe dat kan, gaat ondernemer Maurice Tax ons (hieronder) vertellen.
Maurice Tax over bliksem & draaikolken 
Maurice is van Bright Spark, zijn onderneming die onder andere werkt aan PFAS-destructie.
Tax is in 2002 gestart met het desinfecteren van water door electrolyse (bijvoorbeeld toegepast in geval van een besmetting met legionella).
De focus van Bright Spark is op waterbehandeling (zuivering), gericht op met name bacteriën, pesticiden, geneesmiddelen, en inmiddels ook op PFAS-destructie.
  • De hoeveelheid PFAS op aarde blijft groeien; al bijna honderd jaar lang, namelijk vanaf 1930. De industrie blijft alsmaar PFAS lozen in het milieu.
  • In een proefopstelling bij Wetsus ging men werken met bliksem ontladen. Bliksem is namelijk heel agressief bij waterbehandeling. Er blijken trouwens geen toxicologische gevolgen te zijn van deze vorm van waterbehandeling. Dat is al een voordeel.
  • Bij deze vorm van PFAS-afbraak middels bliksem en draaikolken gaat het niet alleen om de afbraak van PFAS, want dat proces moet ook nog zo energiezuinig als mogelijk is.
  • In de loop der tijd van de doorontwikkeling van PFAS-afbraak bleek de betrokkenen van Wetsus, Wageningen University en Bright Spark dat ze steeds meer PFAS kapot konden maken. Dat ging dus de goede kant op. Van het bluswater van de Leeuwarder vliegbasis bleek bijvoorbeeld al dat bijna 100% van de daarin aanwezige PFAS afgebroken kan worden.
  • Verwijderen van PFAS kan inmiddels door velen al wel worden gedaan, maar daarmee los je het probleem niet op, want je moet de afgevangen PFAS daarna ook nog echt kapot maken. Bij verbranding ervan zou daardoor extra vervuiling - door uitstoot via de lucht - weer in de natuur komen, en dat wil je natuurlijk niet.
  • We moeten er met z’n allen alles aan doen om PFAS geheel af te breken, want dat is enige manier om de hoeveelheid PFAS op aarde te verminderen.
  • Politiek Den Haag toont wel belangstelling, maar het wachten is nog op verscherpte regelgeving, zulks ter stimulans van een daadwerkelijk verdergaande afbraak van PFAS.
  • Met het inmiddels bij Wetsus ontwikkelde apparaat kun je niet alleen PFAS afbreken, maar ook pesticiden en farmaceutische stoffen, zo bleek al. Dat is al met al een positief resultaat en bovendien hoopgevend voor de toekomst. 

De Wintergast & The Quiet Girl in Filmhuis Nije Skalm Stiens

Maandagavond 9 maart 2026
 
Cover van de film 'The Quiet Girl'

Film over spreken als het nodig is
Vanavond wonen Durkje en ik in filmhuis Nije Skalm te Stiens de Ierse film 'The Quiet Girl' (2022) bij, het speelfilmdebuut van Colm Bairéad, de verfilming van een novelle van schrijfster Claire Keegan.
De film wordt beschreven als een teder drama over de lotgevallen van een gesloten tienjarig meisje op het platteland in Ierland aan het begin van de jaren tachtig.


Wintergast Jacqueline Schrijver 
Maar voordat de speelfilm wordt vertoond, luisteren we naar een interview van Jan van Dijk, die in vraaggesprek gaat met Jacqueline Schrijver, die momenteel directrice is van de culturele Stichting Stinze Stiens.
Jacqueline groeit naar eigen zeggen op als zogenoemd spoorweg-meisje, als dochter van een medewerker van de Nederlandse spoorwegen. Dit Wintergast-interview volgt de levensloop en loopbaan van Jacqueline voor wat betreft haar opleidingen, vrijwilligerswerk en haar loopbaan beroepshalve. 
Voordat Schrijver directeur werd bij Stichting Stinze Stiens werkte ze in het bank- en verzekeringswezen, en was ze onder andere directrice van Film in Friesland. 
De film die vanavond in dit Stienser filmhuis wordt vertoond, is de keuzefilm van Jacqueline.

Het stille meisje
Als de film begint, zie je een open veld en hoor je een koekoek. Dat geluid van de koekoek is heel bewust gekozen. De koekoek legt haar eieren in nesten van andere vogelsoorten, met als gevolg dat die gastvrouw-/gastheer-vogels ook de koekoeksjongen (op)voeden, in plaats van dat de biologische ouders dat zelf doen. Als je de film bekijkt, realiseer je je wel waarom je de koekoek vooraf en nadien hoort.
Het meisje Cáit - hoofdrolspeelster - spreekt alleen als ze dat zelf nodig acht, en dat is niet vaak en ook niet veel. De film speelt zich af in het begin van de tachtiger jaren van de vorige eeuw. Het is dan zomer op het Ierse platteland. 
De tienjarige Cáit wordt door haar vader bij familieleden (bij een nicht van haar moeder) ondergebracht om haar moeder – die in verwachting is van het zoveelste kind – enigszins te ontlasten. 
Haar vader brengt haar in de auto weg, ver weg, drie uren rijden van de thuisplek waar tijdelijk geen plaats voor haar is. 
Haar gastmoeder omringt haar met veel aandacht en liefde. Met haar gastvader krijgt ze heel langzaam, maar wel heel goed contact. Van een kennis in de buurt krijgt ze te horen wat haar gastouders haar niet vertelden, waardoor een aantal zaken voor haar op hun plaats vallen.
Aan het eind van de zomer, als Cáit door haar gastouders weer thuis wordt gebracht bij haar ouders en hun gezin, wordt duidelijk dat het voor Cáit moeilijk wordt om weer thuis te komen, om daar voorgoed te blijven.
We zagen een film waarin ook duidelijk wordt hoe belangrijk het is voor een kind om er te mogen zijn, om gezien te worden en omringd te worden met aandacht, liefde en compassie. Deze film heeft maar weinig woorden nodig om dat te onderstrepen.

dinsdag 10 maart 2026

Turfroute - Fietsroute 7-oost wandelen als rondje Oudehorne

Maandag 9 maart 2026
 
Bij het vervenerhuisje met de Poppebeam van Jubbega

















Wandelen & fietsen vanaf de Turfroute in Zuidoost-Friesland
De turfvaarten in Zuidoost-Fryslân zijn eeuwenoud en vaak met de hand gegraven. 
De zogenoemde 'Turfroute' verbindt sinds 1974 al die vaarten met elkaar. De kanalen met haaks daarop sloten, bossen, elzensingels, heide, weiden en beekdalen geven het gebied een eigen charme. 
In twintig pakkende verhalen en routes slaan de journaliste Janneke Donkerlo en de schrijver van routegidsen Fokko Bosker als het ware bruggen tussen de vaart en het omliggende landschap. Zij nemen het water als vertrekpunt voor hun rondwandelingen en fietstochten door dit rijk geschakeerde landschap van coulissen van elzen- en eikensingels, in een fijnmazig patroon van vaarten en wijken.
Resultaat van hun werk is de in 2024 uitgegeven routegids 'Wandelen & fietsen vanaf de Turfroute in Zuidoost-Friesland'.

23 tochten met een totale lengte van 746,9 kilometer
Deze routegids bestaat uit 11 fietstochten en 12 wandeltochten, die Durkje en ik van plan zijn om alle te gaan wandelen. 
  • Tien fietstochten hebben een totale lengte van 387,4 kilometer, waarvan de kortste 13,7 km en de langste 63,4 km lang is.
  • De twaalf wandeltochten hebben een totale lengte van 134,5 kilometer, waarvan de kortste 4,6 km en de langste 15,9 km lang is.
  • De veel langere 'Fiets-Turfroute' door Zuidoost-Fryslân heeft een totale lengte van 225 kilometer.
De 23 tochten hebben derhalve een totale lengte van 746,9 kilometer. We zijn van plan die afstand te bewandelen in 36 dagetappes, variërend tussen de 15 en 33 kilometer per dag, zo mogelijk in combinaties van (delen) van die wandeletappes en fietsetappes.

Rondje Oudehorne > Schurega > Jubbega > Oudehorne
Vandaag zijn we van plan om het kleinere oostelijke rondje van de 55,4 kilometer lange Fietsroute 7 te bewandelen, van Oudehorne via Schurega en Jubbega, en daarna weer terug naar Oudehorne, met een lengte van 23,1 kilometer.
We vertrekken daartoe vanuit Feinsum om 7:45 uur, en rijden dan met de auto naar Oudehorne. Op de kruising van de Oude Singel en de Tweede Compagnonsweg laten we onze auto achter in de berm.
Bij vertrek vanmorgen in Feinsum is het 2 graden Celsius, en in Oudehorne is de temperatuur bij aankomst om 15:15 uur inmiddels opgelopen naar 16 graden Celsius.
Het is aanvankelijk nog behoorlijk mistig, maar die mist trekt langzamerhand op, en dan is het nagenoeg de hele dag aangenaam zonnig weer; het waait nauwelijks, en gelukkig blijft het droog. Het is vandaag heerlijk warm voor de tijd van het jaar - zodat zowel jas als trui uit kunnen - en daarmee heel mooi zonnig voorjaarswandelweer op deze prachtige lentedag van 2026.

Alpaca's en reeën in Oudehorne
Om 8:30 uur gaan we in Oudehorne van start op de Tweede Compagnonsweg.
Rechts in een weiland zien we een kudde alpaca's grazen.
In de bocht van de weg gaan we rechtdoor, de Ellewijksreed op.
Na de Z-bocht in de Ellewijksreed zien we rechts van ons verderop in het weiland vijf reeën staan. 
Ze houden ons - waaks als ze zijn - heel goed in de gaten, maar vluchten niet.
Als ze zien dat we ons weer van hen verwijderen, gaan ze rustig door met grazen.
Verderop op de reed is een boer rechts van het pad mest aan het uitrijden over het weiland.
En links van de reed zien we de plaatselijke begraafplaats, met daarop ook de klokkenstoel van Oudehorne.
Na de Schoterlandseweg (N380) laten we op de Jan K. Bosmalaan Oudehorne achter ons.

Zwerfkeien op de Kiekenberg
Als we op de Siebe Annesweg vanuit het open veld het bosperceel in zullen wandelen, passeren we aan de zuidkant de Kiekenberg. 
We gaan even dit mooie stukje natuurgebied in, om op de geringe hoogte bij de gestapelde zwerfkeien te kijken.
Vanaf hier heb je een mooi overzicht over dit natuurgebied, waarin de toppen van de heidestruiken zijn bedekt met spinnenwebben, die vanwege de misdruppels erop bijna wit oplichten in het nog schrale zonlicht, hetgeen een bijzondere mystieke sfeer creëert.
Op de Tjongervallei uitgekomen, lopen we naar de Oldeberkoperweg, waar we aankomen bij de rand van de bebouwde kom van Oudehorne.
Vanaf de Oldeberkoperweg dalen we af naar het lager gelegen wandel- en fietspad langs de Tjonger (Tsjonger/Kuinder/Kuunder).
Verderop gaan we niet de rivieroever volgen, maar blijven we op het geasfalteerde pad dat langzaam oploopt, de riviervallei van de Tjonger uit.

Molen en klokkenstoel met haan in Schurega
Over de geasfalteerde Tjongervallei en de Suurdreed lopen we naar de kerk van het buurschap Schurega.
Daar houden we onze koffiepauze, heerlijk in de zon op een bankje bij de kerk.
Ondertussen zien we een vrouw op de fiets aankomen, die de op dat moment nog gesloten kerk in gaat.
Na onze koffiepauze gaan we de kerk ook in, waar we een leuke ontmoeting hebben met mevrouw Hoekstra, de voorzitster van de Plaatselijke Commissie van deze 18e eeuwse kerk.
De kerk (1715) heeft boven de kerkdeur tegen de gevel een sierlijke gevelsteen met wapenschilden, die verwijst naar de familie Scheltinga, die de bouw van deze kerk indertijd mogelijk heeft gemaakt. 
In de kerk zien we twee moderne gebrandschilderde ramen hangen, waarvan één met een molen (2010), en de andere (2020) met daarin een haan en ook de vroegere klokkkenstoel, die tot 1910 nog bij deze kerk stond.
Na deze lange pauze lopen we over de Kerklaan naar de Schoterlandseweg (N380) die we een eindje in oostelijke richting volgen.

De pelgrim van Welgelegen
Over de Bloksreed lopen we in noordelijke richting, want aan het eind van die weg aangekomen, gaat deze route een heel eind verder in oostelijke richting over eerst de Leidijk en daarna over de Luxemburg.
Aan onze linkerzijde passeren we achtereenvolgens de 1e, 2e, 3e, 4e, 5e en 6e wijk, om ter hoogte van de 7e wijk de Dekamaweg op te gaan, in noordelijke richting, naar de Bij de Leijweg in Hoornsterzwaag.
Daar steken we de Bij de Leijweg over, om op een smal fiets-/wandelpad naar de Welgelegen te lopen.
Die Welgelegen (door - inmiddels aangekomen in - Lippenhuizen) lopen we helemaal uit, en aan het eind ervan bij het binnengaan van Jubbega stopt een auto naast ons. In het gesprek dat dan volgt, blijkt de chauffeuse Pytsje te zijn, die ons uitnodigt om bij haar thuis een kop koffie te drinken. Ze vertelt ook als pelgrim op weg te zijn naar Santiago de Compostela, en dat ze later deze week vertrekt voor het volgende pelgrimstraject tussen Limoges en Bordeaux.
Ze rijdt vóór ons uit, en wij wandelen een stuk terug over de Welgelegen, waar we met de gastvrije Pytsje een aangename lunchpauze hebben op het terras in de zon. Heel mooi om zo in onze ontmoeting een en ander uit te wisselen over elkaars pelgrimservaringen en toekomstige pelgrimage-trajecten.

Poppebeam en cortex-kunst in Jubbega
Vanaf de Welgelegen kunnen we ook een alternatieve doorsteek maken door een bosperceel en langs een boomwal naar de Bij de Leijweg waarop we de bebouwde kom van Jubbega binnenwandelen.
Vlak na het binnenlopen van Jubbega komen we langs een 19e eeuws vervenerhuisje (1861) aan de vaart. 
Bij dit vervenershuisje staat een meer dan 150 jaar oude monumentale beuk met een stamomtrek van al meer dan 5,4 meter, die ook wel de Poppebeam van Jubbega wordt genoemd.
Over de Jelle van Damweg doorkruisen we het centrum van Jubbega. Daarbij moeten we tijdelijk even de dorpsvaart oversteken, omdat men aan de overzijde druk bezig met grondwerkzaamheden.
In de Schoterlandse Compagnonsvaart staat een cortex-stalen kunstwerk van een boot met schipper. 
En op het kruispunt met de P.W. Jansenweg heeft men van cortex-staal een replica opgericht van een ophaalbrug over de vaart.
Hier en daar staan cortex-profielen van de turfsteker.
Over de Singel lopen we Jubbega uit. Op het erf bij een boerderijwinkel zien we een lange melkkar staan, met daarop twaalf melkbussen, als stille getuigen van hoe de boeren vroeger de melkbussen bij de weg zetten ten behoeve van het transport naar de melkfabriek.

Hoogspanning en brand
We blijven alsmaar de Singel volgen, die een eind verderop overgaat in De Tsjoele. Daar kruisen we ook weer een wijk, met daarin vlakbij de weg een sluiskolk.
Langs de wijken staan vervenershuisjes en kleine boerderijen, momenteel doorgaans woonboerderijtjes.
Op de N392 passeren we het Hoogspanningsstation Gorredijk van Liander. Direct daarna steken we die Nijewei over, om verder te gaan op de Oude Singel.
Op de plek waar die Oude Singel over gaat in de Tweede Compagnonsweg hebben we vanmorgen onze auto geparkeerd. Als we net bij onze auto arriveren, rijdt een brandweerauto ons met zwaailicht en sirene met hoge snelheid voorbij over de Tweede Compagnonsweg, op weg naar een boerderij in Langsweagen die in brand staat, zo horen we even later op de autoradio.
Vanuit Oudehorne rijden we om 15:15 uur terug naar huis.

zaterdag 7 maart 2026

De Gouden Eeuw van de koopvaardij in Friese steden en dorpen

Zaterdag  7 maart 2026
 
Lezing van Jan Auke Walburg in Tresoar te Leeuwarden













Lezing van Jan Auke Walburg
Elk jaar organiseert het Genealogisch Werkverband een reeks bijeenkomsten. Haar lezingen worden georganiseerd in Tresoar te Leeuwarden, zo ook vanmiddag.
Vandaag staat er een gemeenschappelijke bijeenkomst op de agenda, georganiseerd door de Friese afdeling van de Nederlandse Genealogisch Vereniging in samenwerking met de Stichting Freonen fan de Argiven yn Fryslân, met  het Genealogysk Wurkferbân van de Fryske Akademy en met de Werkgroep Maritieme Geschiedenis van de Fryske Akademy.
Het Genealogysk Wurkferbân laat deze lezing verzorgen door klinisch-psycholoog en bedrijfskundige Jan Auke Walburg, over zijn boek ‘Friezen op zee’.
De emeritus-hoogleraar Jan Auke Walburg was in zijn werkzame leven directeur van verschillende organisaties in de gezondheidszorg, onder andere bij het Trimbos Instituut.
Zijn recente boek ‘Friezen op zee’ kwam tot stand op basis van zijn Friese afkomst, zijn ruime zeilervaring in en rond Fryslân, en van zijn vakgebied. 
Op het snijpunt van bovenstaande richtte Walburg zijn belangstelling op de omstandigheden waaronder Friese gemeenschappen enkele eeuwen geleden tot bloei kwamen.

Friezen op zee
Fryslân is meer dan alleen een agrarische provincie. 
Eeuwenlang is de welvaart van Friese dorpen en steden bepaald door hun scheepvaart. 
Deze Friese bijdrage aan de koopvaardij komt niet uit de lucht vallen. 
Al tussen de jaren 750 en 900 beleven de Friezen een eerste bloeiperiode in de handel vanuit de Fries-Frankische koningsstad Dorestad.
Jan Auke Walburg zijn boek ‘Friezen op zee’ vertelt het verhaal van zesentwintig Friese gemeentes, over: 
  • hoe tienduizenden schepen vanuit Fryslân door de Sont op weg gaan naar de Oostzee;
  • hoe boerenzoons op hun eigen land schepen bouwen die de zee opgaan;
  • hoe hele families zich gaan richten op de scheepvaart, vaak in samenwerking met hun familieleden in Amsterdam en de Zaanstreek;
  • hoe Waddeneilanders hun welvaart met walvisvaart opbouwen;
  • hoe marktplaatsen midden in Fryslân uitgroeien tot internationale havens;
  • hoe de bewoners van veengebieden hun turf opgraven en vervoeren naar Amsterdam;
  • hoe menige Friese plaats een centrum wordt van scheepsbouw en ook 
  • hoe de koopvaardij ten onder gaat.  
Een aantal van bovenstaande items komt vanmiddag in de lezing van Walburg aan de orde in de geheel volle zaal van Tresoar.

De Gouden Eeuw van de koopvaardij in Friese steden en dorpen
Tijdens de 17e en 18e eeuw komt de Friese koopvaardij tot een ongekende bloeiperiode, die vrijwel overal in Fryslân welvaart brengt. 
Niet toevallig is die Friese 'Gouden Eeuw' onlosmakelijk verbonden met de Gouden Eeuw van Amsterdam. 
Amsterdam heeft het begin van haar groei en ontwikkeling als handelsstad grotendeels aan de Oostzeehandel te danken. 
Het zijn vooral de Friezen die de Amsterdammers voeden met het graan dat zij uit de Oostzeegebieden halen, die Amsterdam voorzien van het hout dat nodig is om de stad te bouwen en die later de burgers van Amsterdam en de industrieën van Amsterdam en de Zaanstreek voorzien van turf als brandstof. 
Die ‘levenszenuw’ van de Hollandse welvaart ontwikkelt zich in belangrijke mate vanuit de doopsgezinde netwerken die Amsterdam en Fryslân met elkaar verbinden. 
In deze doopsgezinde geloofsgemeenschap werkten zij samen in handel en scheepvaart: de Amsterdammers als reders en de Friezen als transporteurs.  

Bloeiperiode van de Friese koopvaardij
Voorop wordt door Jan Auke Walburg gesteld dat met de Friese 'Gouden Eeuw' hier de bloeiperiode van de Friese koopvaardij wordt bedoeld, zowel in zijn boek als hier ook vanmiddag in deze lezing.
Zijn boek beschrijft zowel de binnenvaart als de internationale koopvaardij, waarbij wordt beoogd een overzicht te geven van de geschiedenis van de Friese koopvaardij.
Om die geschiedenis te beschrijven, kun je verschillende invalshoeken kiezen. Dat kan bijvoorbeeld maritiem, genealogisch, met uiteenlopende casuïstiek of deelgebieden, middels wetenschappelijk dossieronderzoek of door het bestuderen van veel bronnen van musea, archieven, verenigingen en stichtingen en van registers. Veel van die informatie is onder andere bijeen vergaard hier in Tresoar te Leeuwarden.
Bij de Friese scheepvaart gaat het onder andere om koopvaardij, walvisvaart, visserij en binnenvaart, van het begin van onze jaartelling tot heden (en toekomst), gericht op steden en dorpen.
De zogenoemde Sont-tol-registers/-archieven zijn van de Deense regering, die al zijn gedigitaliseerd, waarin is bijgehouden wie langs de Sont van de Noordzee naar de Oostzee voeren. Elk schip moest zich melden en aangeven wie ze waren en waartoe ze passeerden. Dat is allemaal vastgelegd in deze tolregisters. 
Hieronder wordt in enkele sub-thema's één en ander weergegeven van de inhoud van deze middaglezing van Jan Auke Walburg:

1. Het Friese landschap
  • Fryslân was aanvankelijk voor een groot deel een nat land met veel kreken en kwelders, waarin zich langzamerhand boeren en vissers vestigden.
  • De terpenbouw ontstond, en de uitwisseling van zowel materialen als communicatie onderling vond in het begin met bootjes van uitgeholde boomstammen plaats.
2. De Romeinen (0-500 na Christus)
  • De Romeinen veroverden ook Nederland, vooral het deel beneden de grote rivieren werd door hen bezet; en tegen een kleine vergoeding lieten ze de noorderlingen met rust. Zo behielden de Friezen hun vrijheid.
  • Toen de Romeinen in de loop der tijden echter teveel begonnen te vragen van de Friezen, hebben de Friezen de Romeinen verslagen bij Velsen, waarbij de Romeinen (die zich in die tijd overigens al terugtrokken uit Nederland), het er maar bij lieten.
  • De Romeinse scheepvaart was in die periode al veel verder ontwikkeld dan die van de Friezen. De Friezen hebben daarvan geleerd, en hun bootjes vergroot tot een voor de Friese wateren geschikte lange en smalle platbodems, met daarop een zeil, ten behoeve van hun transport.
  • De Romeinen hadden al jaagpaden aangelegd, en ook daarvan leerden de Friezen hoe ze die in Fryslân konden toepassen.
3. De Grote Volksverhuizing
  • De Grote Volksverhuizing vond plaats in de jaren tussen 300 en 700. 
  • De gevolgen van die volksverhuizing konden de Romeinen niet hanteren, dus het Romeinse Rijk stortte in, mede door interne strubbelingen in Rome.
  • De Friese nederzettingen lagen in die tijd verspreid tussen het Duitse Hamburg in het noorden en Domburg in Zeeland in het zuiden, dus die lagen nogal sterk verspreid langs de zeekust. 
4. Friese handel met Franken vanuit Dorestad (500-900)
  • Maar de Friezen trokken ook landinwaarts langs de Rijn naar Dorestad, en dat was in dit tijd een ideale plek om over water naar alle windstreken te varen.
  • Dorestad – toen nog een Frankische keizerstad - werd en was voor die tijd groot(s) met voorheen nog ongekende proporties.
5. De Vikingen
  • Dorestad verdween later echter langzamerhand; mede door de vele plunderingen van de Vikingen, die daar roofden, maar de rest van de stad dan intact lieten, om er dan enkele jaren later weer terug te komen voor hun volgende portie roofgoed.
  • De Friezen hadden eerder al veel van de Romeinen geleerd, en leerden daarna hier in Dorestad ook veel van de Franken, en in diezelfde tijd tegelijk ook van de Vikingen, waarmee de Friezen  trouwens ook wel optrokken. 
  • De Friezen leerden van de Vikingen veel over handel, roof, plunderingen, scheepsbouw (snel voor de strijd, en breed voor de handel) en ook in sociaal-cultureel opzicht.
6. 9e en 10e eeuw Stavoren en Bolsward als hanzesteden
  • De bloeitijd van de hanzesteden was ook voor de Friezen een hele rijke periode.
7. Intermezzo: voortdurende strijd in Westlauwers Fryslân (1100-1600)
  • De Friezen streden niet alleen tegen het water, maar ook tegen elkaar, tegen de Hollanders, tegen de Saksen, tegen de Bourgondiërs en tegen Spanje. 
  • De Friezen waren vrij, maar hebben daar wel heel veel voor moeten vechten.
8. Eerste bloeitijd van de Friese koopvaardij (1550-1650)
  • Dit is de periode van de opkomst (bloei) van Amsterdam en tegelijk ook de tijd van de vlucht van de doopsgezinden.
  • Doopsgezinden mochten niet strijden en niet regeren, en kwamen mede daardoor automatisch terecht in de handel. De Amsterdammers werkten (daardoor) graag met de doopsgezinde Friezen.
  • Alle vervoer en transport ging in Fryslân in die tijd meestal over het water, dus de Friezen konden goed met scheepvaart omgaan.
  • Rond de Sudersee omstreeks 1300 ontstond een eerste periode van koopvaardij voor de Zuiderzeesteden en voor de Waddeneilanden. 
  • De Friezen ontwikkelden het hele Baltische gebied qua handel en koopvaardij, waarvan Amsterdam veel heeft geprofiteerd. De hoge opbrengsten daarvan maakten het de Amsterdammers financieel mogelijk om naar de Oost en de West te trekken.
  • Harlingen had in die tijd heel veel schippers en schepen, wat leidde tot een enorme opbloei en welvaart. Dat gold overigens ook voor Stavoren, Bolsward, Vlieland en Terschelling.
  • Het Oostzee-gebied was een gigantisch groot handelsgebied, waar van alles was wat er in Nederland niet was en wat ze daar dus haalden, zoals: hout, staal, wapens, graan, erts, bont, pek, teer, kruit, ijzer.
  • Ze brachten daar daarentegen producten naar toe zoals haring, textiel, wijn, zout, zuivel en later ook koloniale waren.
9. Achteruitgang van de koopvaardij
  • De aanvankelijke rust werd echter wreed verstoord door allerlei vormen van strijd tussen landen en regio's.
  • Verder was er in dit zeegebied sprake van kapingen en zee-oorlogen, 
  • Die wantoestanden leidden uiteindelijk tot onder andere afnemend transport tussen Amsterdam en Danzig, tot veranderingen in de Baltische handel, en uiteindelijk ging men over op andere wijze van transport, namelijk gericht op het binnenland en achterland, door de toename van anderssoortig transport tussen Amsterdam en Duitsland.
10. Tweede ronde 18e eeuw: binnenhavens
  • De Friese binnenhavens - met ertussen de verschillende Friese vaarten - floreerden met hun regionale en lokale handel en vervoer van goederen.
  • Binnen(haven)steden zoals Sloten, IJlst en Woudsend  hebben de buiten(zee)havens overtroefd, en gingen later overigens óók internationale handel en transport ontwikkelen.
11. Neergang na de 4e Engelse oorlog & Franse bezetting
  • De Nederlandse vloot is door de Vierde Engelse Oorlog vrijwel geheel vernield, en de Fransen hebben Nederland na hun voorafgaande bezetting berooid achtergelaten.
12. 19e eeuw: grote veranderingen in transport
  • De 19e eeuw was dynamisch, weliswaar met een sterke afname van onze internationale koopvaardij, maar daarentegen groeide de binnenvaart en het transport over de weg en op het spoor in Fryslân. 
  • De scheepvaart motoriseerde en de industrie kwam op.
  • Harlingen bleef (tot op heden) wèl dé internationale zeehaven van Fryslân.
13. De gouden eeuw van Leeuwarden
  • Leeuwarden lag voorheen aan de Bordine (ofwel Middelzee), dus ook Leeuwarden was voorheen een havenplaats.
  • Uiteindelijk is de Middelzee ingedijkt en verdween die zee.
  • Leeuwarden was daarentegen wel ideaal gepositioneerd als handelsstad in allerlei richtingen, zoals bijvoorbeeld naar Dokkum, Sneek, Harlingen en ook de zee op.
  • De boerderijen wilden heel graag hun goederen via schepen naar Leeuwarden vervoeren; denk maar aan hun zuivelproducten zoals boter en kaas.
  • Maar de Leeuwarders voeren ook wel degelijk naar de Oostzee; daarvan getuigen de Sonttolregisters.
  • Er waren vanuit Leeuwarden allerlei beurtverbindingen met Nederlandse steden, en ook allerlei beurtveren met omliggende dorpen.
  • De oriëntatie van de stad verschoof overigens wel naar Leeuwarden zelf.
  • Ook Leeuwarden kende haar bloeiperiode door met name industrie, als bestuurscentrum en dienstencentrum. 
  • De vaarroutes vanuit Leeuwarden met Harlingen, Groningen en Lemmer waren en bleven van belang voor de stad.
  • Toen het vrachtvervoer in Leeuwarden afnam, werden de Leeuwarder grachten historisch erfgoed.
  • Er is momenteel eigenlijk geen sprake meer van koopvaardijscheepvaart in Leeuwarden.
14. Koopvaardij en genealogie
  • In de Sont-tol-registers kun je online ook heel goed genealogisch onderzoek doen naar bijvoorbeeld schippersfamilies.
  • Fryslân is trouwens niet zo actief geweest in de Verenigde Oostindische Compagnie. Die VOC trok er ook op uit om te bezetten en te roven, en dat zou mede de reden kunnen zijn dat de vredelievende Friese doopsgezinden niet actief waren in de VOC-vaart.

donderdag 5 maart 2026

Turfroute - Fietsroute 12a-oost wandelen als rondje Ureterp

Donderdag 5 maart 2026
 
Oversteek over het Alddjip in het beekdal van dat Koningsdiep

















Wandelen & fietsen vanaf de Turfroute in Zuidoost-Friesland
De turfvaarten in Zuidoost-Fryslân zijn eeuwenoud en vaak met de hand gegraven. 
De zogenoemde 'Turfroute' verbindt sinds 1974 al die vaarten met elkaar. De kanalen met haaks daarop sloten, bossen, elzensingels, heide, weiden en beekdalen geven het gebied een eigen charme. 
In twintig pakkende verhalen en routes slaan de journaliste Janneke Donkerlo en de schrijver van routegidsen Fokko Bosker als het ware bruggen tussen de vaart en het omliggende landschap. Zij nemen het water als vertrekpunt voor hun rondwandelingen en fietstochten door dit rijk geschakeerde landschap van coulissen van elzen- en eikensingels, in een fijnmazig patroon van vaarten en wijken.
Resultaat van hun werk is de in 2024 uitgegeven routegids 'Wandelen & fietsen vanaf de Turfroute in Zuidoost-Friesland'.

23 tochten met een totale lengte van 746,9 kilometer
Deze routegids bestaat uit 11 fietstochten en 12 wandeltochten, die Durkje en ik van plan zijn om alle te gaan wandelen. 
  • Tien fietstochten hebben een totale lengte van 387,4 kilometer, waarvan de kortste 13,7 km en de langste 63,4 km lang is.
  • De twaalf wandeltochten hebben een totale lengte van 134,5 kilometer, waarvan de kortste 4,6 km en de langste 15,9 km lang is.
  • De veel langere 'Fiets-Turfroute' door Zuidoost-Fryslân heeft een totale lengte van 225 kilometer.
De 23 tochten hebben derhalve een totale lengte van 746,9 kilometer. We zijn van plan die afstand te bewandelen in 36 dagetappes, variërend tussen de 15 en 33 kilometer per dag, zo mogelijk in combinaties van (delen) van die wandeletappes en fietsetappes.

Rondje Ureterp > Bakkeveen > Frieschepalen > Ureterp
Vandaag zijn we van plan om het grotere oostelijke rondje van de 39,1 kilometer lange Fietsroute 12a te bewandelen, van Ureterp via Bakkeveen (Bakkefean) en Frieschepalen, en daarna weer terug naar Ureterp, met een lengte van 24,9 kilometer.
Dan lopen we gedurende deze etappe de 22,3 kilometer van de 39,1 kilometer lange ronde, maar omdat we vanuit Ureterp (Oerterp) eerst een 2,6 kilometer lange verbindende doorsteek maken naar de doorgaande route op De Mersken wandelen we vandaag uiteindelijk 22,3 + 2,6 = 24,9 kilometer. Voordeel daarvan is dat we dan vandaag niet hoeven te fietsen tussen eind- en beginpunt en ook niet met twee auto's hoeven te rijden naar de eind- en beginpunten van vandaag. Praktisch betekent zoiets voor ons dat we de etappe met ruim een half uur lopen verlengen, zowel vandaag als ook de volgende keer als we het andere deel van deze grote ronde lopen.
We vertrekken daartoe vanuit Feinsum om 7:20 uur, en rijden dan met de auto naar Oerterp. Op De Telle laten we onze auto achter op een parkeerstrook.
Bij vertrek vanmorgen in Feinsum is het 4 graden Celsius, en in Oerterp is de temperatuur bij aankomst om 13:30 uur inmiddels nota bene al opgelopen naar 17 graden Celsius.
Het is de hele dag aangenaam zonnig weer; het waait nauwelijks, en gelukkig blijft het droog. Het is vandaag heerlijk warm voor de tijd van het jaar, en daarmee heel mooi zonnig voorjaarswandelweer op deze prachtige lentedag van 2026.

Het beekdal van het Alddjip in
Om 8:00 uur gaan we in Oerterp van start op De Telle.
Aan het zuidelijke eind van De Telle stappen we via de Bûtewei over op de Merskereed. Dat is een betonpad zuidwaarts tussen voornamelijk weilanden door, met af en toe een akker waar vorig jaar maïs op heeft gestaan.
Dan komen we aan op de Mersken, en stappen we over van het achter ons liggende verbindingsstuk op de doorgaande route van deze fietsronde 12a. 
Van De Mersken gaat het dan wederom verder in zuidelijke richting, over het wandel- en fietspad van het Mûzebiterspaad. We dalen hier het beekdal in van de Friese rivier het Koningsdiep, die in Fryslân ook het Alddjip wordt genoemd. Bij het Alddjip aangekomen, steken we die over via een smalle brug. 
Naar rechts kijkend, kijken we westelijk stroomafwaarts, en naar links kijkend, kijken we dan dus oostelijk stroomopwaarts van het Alddjip.

Langs Freulevijver en Sterrenschans naar Bakkefean
Op De Finne aangekomen, volgen we die in noordoostelijke richting, waarbij we verderop 't Oude Bosch in lopen. 
De Jan Anne Leane door dit bosperceel volgend, komen we langs de Freulevijver.
Aan de noordkant van de Freulevijver is een natuurlijk prieel aangelegd, met erin een pauzebank.
Omdat het nagenoeg niet waait vandaag, ligt het stille wateroppervlak van de Freulevijver blauw van de heldere lucht prachtig te spiegelen.
Alles bij elkaar ontstaat een schilderachtig en verstild tafereel.
Voorbij de Freulesingel stappen we over op de Kromme Singel. Op dit parallel aan het Alddjip lopende betonpad wandelen we het bosgebied achter de Bakkefeanster Slotplaats in.
Op de T-kruising met de Beakendyk aangekomen, gaan we de Beakendyk op. Rechts ligt een waterloopje door het bosgebied. Een dunne berkenstam ligt net onder het oppervlak onder water, en de hoog opgaande bomen van het bos weerspiegelen hier prachtig in het helderblauwe wateroppervlak; een schilderachtig plaatje met veel vorm en kleur.
Aan het eind van de Beakendyk komen we langs de 18e eeuwse Sterrenschans en iets verderop langs een heidemeer.

Varkens en reeën
Op de Duerswâldmer Wei aangekomen, lopen we over het parallelle fietspad de bebouwde kom van Bakkefean binnen.
Op het centrumkruis van Bakkefean nemen we tussen de Houtwâl en de Tsjerkewâl plaats op een metalen zitbank, waarop we onze koffiepauze houden boven de Bakkefeanster Feart.
Na deze koffiepauze lopen we over de Mjumster Wei Bakkefean uit.
Daarbij passeren we de Dagbesteding De Scheperij, gevestigd in een oud woudhuisje.
In de voortuin lopen enkele varkens, waarvan er één naar ons toe komt als we even blijven staan om dit tafereel te bekijken. 
Dan ineens zien we in het weiland naast De Scheperij vier reeën lopen.
Ze rennen snel weg, het weiland uit, springen over de sloot, en steken vóór ons de Mjumster Wei over, om dan in het bosgebied van de Bakkeveense Duinen te verdwijnen.
Dat bosgebied is op veel plekken nogal nat. Dit broekbos is nu in het voorjaar niet te betreden, maar over de iets hoger liggende bospaden kun je met de nodige voorzichtigheid wel door dit broekbos lopen.
Dat hoeven wij echter niet te doen, want onze route gaat de andere kant op, namelijk de Slotleane op, in de richting van De Slotpleats.
Bij de Weverswâl aangekomen, zien we aan de overzijde van de Bakkefeanster Feart de markante Slotpleats staan.

Langs de vaart naar Frieschepalen
Nu volgt een kilometers lang recht stuk langs de Bakkefeanster Feart. Eerst over de Weverswâl op de oostoever richting Siegerswoude.
Ter hoogte van Siegerswoude steken we de Bakkefeanster Feart over.
Daarna gaat het verder over de westoever, langs de Klauwertswei.
Bij de bocht in de vaart gaan we weer naar de andere oever, om dan over de Kromhoek over de noordkant langs de vaart - die hier inmiddels Fryskepeallenfeart heet - naar de bebouwde kom van Frieschepalen te wandelen.
Aangekomen bij het muziekcafé op het kruispunt in het centrum van Frieschepalen maken we even een uitstapje in noordelijke richting over de Hearsterwei, want we willen aan de overkant van de Fryskepeallenfeart even kijken bij de reconstructie van de voormalige schans van de Friese Waterlinie van voorheen.
Hier staat overigens ook de historische grenspaal nummer 14.

Terug naar Oerterp
Langs een andere route lopen we terug naar het centrum van Frieschepalen. Een traumahelicopter cirkelt enige tijd boven het dorp. Een ambulance rijdt ons met sirene en zwaailicht voorbij, en even later volgen twee politiemotoren, eveneens met zwaailicht en sirene.
Via De Slús weer op het centrumkruispunt van Frieschepalen aangekomen, zien we een heel eind in de verte op de Tolheksleane allemaal zwaailichten draaien. Daar is kennelijk iets ernstigs aan de hand. De helicopter is daar ook geland.
Op dit centrumkruis nemen we plaats op een betonnen muurtje, waarop we onze lunchpauze houden.
Daarna gaan we via De Slús en De Bodding met een boog terug naar de Tolheksleane, om die in zuidelijke richting geheel uit te lopen. We komen dan ook langs de calamiteitplek, net op het moment dat de traumahelicopter, de politie en een arts vertrekken. Dan wordt het weer betrekkelijk rustig op de Tolheksleane in Frieschepalen.
Aan het eind van de Tolheksleane gaan we de Boerestreek op in westelijke richting, en enige tijd later wandelen we om 13:10 uur de bebouwde kom van Oerterp binnen.
Dan hoeven we alleen nog maar recht door het dorp te lopen, om door dat bedrijvige dorpscentrum over de Weibuorren terug te lopen naar De Telle, waar we vanmorgen onze auto hebben geparkeerd.
Vanuit Oerterp rijden we eerst naar Drachten voor de theevisite bij mim, en aan het eind van de middag rijden we dan terug van Drachten naar Feinsum.

woensdag 4 maart 2026

Stikstof voor het oprapen

Dinsdag 3 maart 2026
  
Presentatie van Sam Molenaar bij Wetsus in Leeuwarden
















Watertechnologie-maand
Het Europees expertisecentrum voor duurzame watertechnologie Wetsus en de Leeuwarder Courant organiseren in deze maand maart 2026 – in de door hen zo genoemde ‘Watertech-maand’ - samen vijf lezingen, waarin wetenschappelijk onderzoek en praktische toepassingen van watertechnologie centraal staan. 
Na het succes van de vorige lezingen-editie in 2024 zijn opnieuw actuele en uitdagende thema’s binnen de watertechnologie geselecteerd. 
In deze vijf lezingen van 2026 staan vragen centraal als: 
Wat zijn de problemen en uitdagingen rond water? 
Wat doen technologen en bedrijven om deze aan te pakken? 
En wat kan ik zelf doen?
Deze vijf publiekslezingen vinden ’s avonds plaats in het gebouw van Wetsus in Leeuwarden.
Het thema van de eerste lezing luidt: 'Stikstof voor het oprapen'.

Bijdrage van watertechnologie aan oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken
In deze lezingenserie gaan we de wereld van wetenschap en innovatie ontdekken.
  • De lezingen worden gegeven door onderzoekers van Wetsus. 
  • Ondernemers die rond de besproken technologie bedrijven hebben gebouwd, vertellen vervolgens hoe dit in de praktijk uitpakt.
Onderzoekers van Wetsus en experts uit het bedrijfsleven nemen ons op die wijze mee in hun onderzoek en laten zien hoe watertechnologie bijdraagt aan oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken van vandaag en morgen. 
In het voorgaande weekend laat de Leeuwarder Courant ons in haar krant kennismaken met het onderwerp en met de betrokkenen van de komende lezing, en tijdens de lezing wordt dan nader op het thema van de lezing-avond ingegaan.

Philipp Kuntke over het terugwinnen van stikstof
Irene Overduin – waterjournaliste voor de Leeuwarder Courant – heet eerst alle aanwezigen welkom. Zo’n 120 mensen hebben zich voor vanavond opgegeven. 
Daarna volgt een woord van welkom en een inleiding door Wetsus-directeur Cees Buisman. Hij vertelt dat deze vijf publieksavonden vooral over de majeure innovaties gaan, waar echt iets kan worden getoond over de vooruitgang in de watertechnologie, waaraan Wetsus sturing geeft.
Even een weetje: Wetsus - zegt hij - is de samengevoegde afkorting van het Friese 'Wetter' en het Engelse 'Sustainability'.
Vanavond wordt de eerste lezing verzorgd door Wetsus-onderzoeker Philipp Kuntke, die ons vertelt hoe je stikstof kunt terugwinnen.
Kuntke heeft zijn wetenschappelijke carrière gewijd aan stikstof, vooral uit urine, een nutriëntenrijke vloeistof, die wij allen afscheiden. 
Kuntke vertelt dat hij eigenlijk per ongeluk met dit thema is begonnen, en er tot op heden niet mee is gestopt.
  • Stikstof is essentieel voor het leven; ook voor ons zelf. In ons DNA zit bijvoorbeeld ook heel veel stikstof.
  • Stikstof is op aarde niet schaars, maar het zit (nog) ergens in opgesloten.
  • We luisteren naar Philipp zijn uitleg over de stikstofkringloop.
  • We verkrijgen stikstof door biologische (natuurlijke) processen of uit industriële processen.
  • We zien nogal veel uitdagingen van een uit balans geraakte stikstofkringloop, zoals bijvoorbeeld: onnodige verliezen, verzuring van de bodem, verlies van biodiversiteit, vervuiling van grondwater door uitspoeling, en achteruitgang van luchtkwaliteit.
  • Stikstof in afvalwater zit bijvoorbeeld in urine, dat zelfs voor zo ongeveer 80% bestaat uit stikstof. Na de fosfaatverwijdering moet je de stikstof uit de urine verwijzen, en dat doe je dan door gebruik te maken van (electrische) stroom.
  • De uit urine ook gewonnen ammoniak zou je heel goed als meststof kunnen gebruiken, hetgeen proeven met radijsteelt al hebben aangetoond.
Sam Molenaar over de toepassing in de praktijk
'Van probleem naar product'. Daarover gaat de presentatie van de tweede spreker van vanavond: Sam Molenaar van de Brabantse Pure Water Group, die zich richt op de productie van puur water, dus zeer zuiver, zelfs zuiverder dan kraanwater. Dat pure water wordt bijvoorbeeld medisch gebruikt als dialysewater, en ook voor industriële doeleinden zoals het naspoelen van pas geproduceerde printplaten, en ook bij nucleaire processen.
Sam Molenaar bij aanvang van zijn duidelijke presentatie:
  • Waarom gaan we eigenlijk stikstof terugwinnen? 
  • En waarom zouden we dat op een andere manier gaan doen?
Welnu, afvalwaterzuivering levert broei- en lachgas op, en de huidige meststoffen gebruiken nog fossiele inputs. Niet ideaal dus.
Verder kennen we nog hoge verliezen, ten nadele van het  milieu (bijvoorbeeld inzake dierlijke drijfmest). Ook dat willen we niet.
  • Stikstof uit dierlijke processen en uit industrie slaat als concentratie behoorlijk dicht neer op de plek waar het wordt uitgestoten, en wordt verspreid door droge en door natte neerslag.
  • West-Europa zou je kunnen beschouwen als één heel grote stikstofdeken. Kortom, stikstof is niet alleen een Nederlands probleem, maar een veel meer omvattend Europees probleem, want ook onze buitenlanden zorgen voor een aanmerkelijk aandeel van de stikstofneerslag.
  • In de industrie wordt tegenwoordig al veel meer dan vroeger gedaan aan het afvangen van stikstof bij de bron.
  • De landbouw/veeteelt heeft hierin echter nog een forse taak te doen. Zo’n twee derde deel van de uitstoot van stikstof is nog een probleem. Dat komt op plekken terecht waar we het eigenlijk niet willen hebben. Daarom wordt eraan gewerkt om die verliezen (die stikstofuitstoot) op te heffen. 
  • We realiseren ons trouwens wel dat als we dit probleem van de stikstof hebben opgelost, er wel weer andere stoffen zijn die we bijvoorbeeld ook uit urine (en ander afvalwater) willen halen. 
  • We moeten dus niet alleen stikstof, maar ook heel veel meer andere nutriënten proberen terug te winnen. 
  • We zouden daartoe bijvoorbeeld naar een 'Efficiënt Plantaardige Agricultuur' over moeten gaan. Dat kan nu al, met bijvoorbeeld hoofdzakelijk plantaardige diëten en/of door precisie-landbouw toe te passen.
  • Er zijn dus nog heel wat uitdagingen te gaan bij de terugwinning uit afvalwater, denk maar aan alle microverontreinigingen (zoals ook PFAS), denk aan ongewenste samenstellingen/verzilting. Het moet dan ook nog goedkoop. Maar komen we er dan - totaal gezien - wel verder mee? Dat is nog steeds de hamvraag.
  • We zouden de infrastructuur rondom het terugwinnen van alle nutriënten duurzamer moeten maken, bijvoorbeeld door het toepassen van het scheiden bij de bron, hetgeen we bij urine bijvoorbeeld met zogenoemde scheidingstoiletten zouden kunnen doen. En zo zijn er nu al wel ettelijke goede voorbeelden van bronscheiding.
  • Uit de waterzuiveringsprocessen worden bijvoorbeeld al medicijnresten, zware metalen, ziekteverwekkers en ook overige organische vervuilingen verwijderd uit afvalwater. Met beluchten en met bacteriën kun je dat al op heel eenvoudige wijze doen. Daarbij gaat - na het verwijderen van micro-organismen - de rest door membranen (onder stroom), waardoor je uiteindelijk heel zuiver water verkrijgt. 
  • Onderzoek wees uit dat bij het terugwinnen van nutriënten het werken met menselijke urine al effectief werkt, met overigens nu al betrekkelijk hoge rendementen.
  • In de nieuw geplande Leeuwarder nieuwbouwwijk Spoordok probeert men zo zuiver als mogelijk te gaan werken, met als ultiem doet dat er geen druppel afvalwater meer de wijk uit hoeft te komen. Belangrijke voorwaarde bij dergelijke systemen is overigens ook dat de veiligheid belangrijk is, want dergelijke processen mogen natuurlijk niet ten koste gaan van de veiligheid voor de mens.
Conclusies, in het kort:
  • Het is dus al mogelijk om stikstof - en ook andere nutriënten - heel goed te scheiden uit afvalwater zoals urine.
  • En ook blijkt dat dit allemaal nu al veiliger en (energie)goedkoper kan dan voorheen.
Sam Molenaar tot slot over wat jij en ik zelf nu ook al kunnen doen:
  • Eet plantaardig, eet minder vlees en geen zuivel;
  • Eet lokaal geteeld voedsel;
  • Voorkom gebruik van verbranding(smotoren);
  • Gebruik je stemrecht, en stem iets groens.

dinsdag 3 maart 2026

Zonsondergang in Feinsum

Maandagavond 2 maart 2026
 
Zonsondergang in Feinsum

Turfroute - Fietsroute 7-west wandelen als rondje Heerenveen

Maandag 2 maart 2026
 
PKN Langsweagen toont symbolen van Pasen bij haar kerk





















Wandelen & fietsen vanaf de Turfroute in Zuidoost-Friesland
De turfvaarten in Zuidoost-Fryslân zijn eeuwenoud en vaak met de hand gegraven. 
De zogenoemde 'Turfroute' verbindt sinds 1974 al die vaarten met elkaar. De kanalen met haaks daarop sloten, bossen, elzensingels, heide, weiden en beekdalen geven het gebied een eigen charme. 
In twintig pakkende verhalen en routes slaan de journaliste Janneke Donkerlo en de schrijver van routegidsen Fokko Bosker als het ware bruggen tussen de vaart en het omliggende landschap. Zij nemen het water als vertrekpunt voor hun rondwandelingen en fietstochten door dit rijk geschakeerde landschap van coulissen van elzen- en eikensingels, in een fijnmazig patroon van vaarten en wijken.
Resultaat van hun werk is de in 2024 uitgegeven routegids 'Wandelen & fietsen vanaf de Turfroute in Zuidoost-Friesland'.

23 tochten met een totale lengte van 746,9 kilometer
Deze routegids bestaat uit 11 fietstochten en 12 wandeltochten, die Durkje en ik van plan zijn om alle te gaan wandelen. 
  • Tien fietstochten hebben een totale lengte van 387,4 kilometer, waarvan de kortste 13,7 km en de langste 63,4 km lang is.
  • De twaalf wandeltochten hebben een totale lengte van 134,5 kilometer, waarvan de kortste 4,6 km en de langste 15,9 km lang is.
  • De veel langere 'Fiets-Turfroute' door Zuidoost-Fryslân heeft een totale lengte van 225 kilometer.
De 23 tochten hebben derhalve een totale lengte van 746,9 kilometer. We zijn van plan die afstand te bewandelen in 36 dagetappes, variërend tussen de 15 en 33 kilometer per dag, zo mogelijk in combinaties van (delen) van die wandeletappes en fietsetappes.

Rondje Heerenveen > Oudehorne > Heerenveen
Vandaag zijn we van plan om het grotere westelijke rondje van de 55,4 kilometer lange Fietsroute 7 te bewandelen, van Heerenveen via Nieuweschoot, Oudeschoot, Oranjewoud, Brongerga, Bontebok, Oudehorne, Jonkersland, Langezwaag en De Knipe, en daarna weer terug naar Heerenveen, met een lengte van 32,5 kilometer.
We vertrekken daartoe vanuit Feinsum om 7:30 uur, en rijden dan met de auto naar het Abe Lenstra Stadion in Heerenveen. Op de Veldschans laten we onze auto achter op het parkeerterrein.
Bij vertrek vanmorgen in Feinsum is het 6 graden Celsius, en in Heerenveen is de temperatuur bij aankomst om 15:20 uur inmiddels opgelopen naar 14 graden Celsius.
Het is nagenoeg de hele dag aangenaam zonnig weer; het waait nauwelijks, en gelukkig blijft het droog. Het is vandaag heerlijk warm voor de tijd van het jaar, en daarmee heel mooi zonnig voorjaarswandelweer op deze prachtige lentedag van 2026.

Heerenveen repeterend in en uit
Om 8:10 uur gaan we in Heerenveen van start op de Veldschans.
Het eerste deel van deze etappe gaat door het zuiden van Heerenveen, over de Atalantastraat, de Koornbeursweg, de Burgemeester Falkenaweg en de Rottumerweg naar het Recreatiegebied De Heide. Door dit parklandschap lopen we op de smalle landtong tussen het Heidemeer links van ons en de Engelenvaart aan onze rechterhand.
Bij de Rotstergaastbrug gaan we de Rotstergaastweg op, en wandelen we de bebouwde kom van Nieuweschoot binnen.
Op deze weg gaat Nieuweschoot op een gegeven moment over in Heerenveen.
Tussen ijsstadion Thialf en de Batavusfabriek stappen we over op de Heremaweg, totdat we aan het eind daarvan op de Marktweg Heerenveen uit lopen, en Oudeschoot binnen wandelen.
Bij de Schotanuslaan passeren we op de Schoterlandseweg de op enige hoogte gebouwde oude Skoattertsjerke (1721).

Door het parklandschap van Oranjewoud en Brongergea
Na de onderdoorgang van de A32 laten we Heerenveen achter ons, en komen we bij het binnenwandelen van het Parklandschap Oranjewoud in een geheel andere entourage.
Door een parkachtig landschap lopen we langs voorname villa's en buitenhuizen naar Oranjewoud, dat we op de aansluiting van de Tjeerd Roslaan en de Tjaarda's Laan ter hoogte van de Eikenhof binnen wandelen.
Exact om 10:00 uur passeren we het glazen kunstwerk van de Blêdeklauer, dat vóór het Parkhotel Tjaarda staat. 
Na de Albertine Agnesweg passeren we op de Lindelaan de parkvilla van Landgoed Oranjewoud.
Bij het landhuis Oranjestein maken we de overstap op de Marijemoiwei. 
Rechts van ons, aan het eind van het open veld, zien we de op een hoogte gebouwde uitkijktoren Belvédère, die inmiddels is ontdaan van alle omringende bomen, die voorheen tegen de helling van deze hoogte groeiden. 
Dan verlaten we Oranjewoud en lopen we het buurtschap Brongergea binnen.
In Brongergea lopen we langs de plaatselijke begraafplaats, met daarop een klokkenstoel, en de opmerkelijke grafkelder van de oud-staatsman Louis Van Limburg Stirum (1802-1884).

Door bos en veld naar Bontebok
Ter hoogte van het kunstwerk van de 'Pauw met Kroon' gaan we het fiets- en wandelpad van De Fuotpaden op.
Als we dan voortgaan op dit asfaltpad gaat het landschap over van parkbos naar open veld, en dat blijft ook na de oversteek van de Jan Jonkmanweg een verhard veldpad door het coulisselandschap op het Imke Klaverpad.
Op de Hogeveensweg wandelen we om 11:10 uur de bebouwde kom van Bontebok binnen.
Dit is een mooi moment om onze koffiepauze te houden, want we hebben inmiddels aaneengesloten drie uren gewandeld. 
Onze pauzeplek vinden we op het kruispunt met de Eerste Compagnonsweg.
Hier nemen we plaats op een houten bank, met in oostelijke richting het prachtige uitzicht over de Schoterlandse Compagnonsvaart, waarin de bomen langs de vaart decoratief spiegelen.

Jonkerslân
Na deze koffiepauze volgt het lange rechte eind over de Eerste Compagnonsweg langs de Skoatterlânske Kompanjonsfeart, totdat we na het passeren van vele wijken op de T-kruising met de Tweede Compagnonsweg aankomen.
Op dit punt verlaten we de doorgaande fietsronde, omdat we nu heel mooi de overstap kunnen maken op het laatste deel van deze lange fietsronde.
Dat doen we door vanaf de Oude Singel de doorsteek te maken over een smal fiets- en wandelpaadje door het open veld naar de Dwersfeart, die noordelijker ligt.
Na dat schelpenpad met zes haakse bochten gaat het dan verder over de Dwersfeart naar De Leijen.
De Leijen gaat over in de Fûgelsang, en die weg volgen we naar het buurtschap Jonkerslân.
Ook hier in de bermen langs de Fûgelsang zien we de eerste voorjaarsbloemen kleurrijk bloeien.

Christelijke paassymbolen in Langsweagen
Dan gaat het alsmaar door over de Fûgelsang in westelijke richting, en als de Fûgelsang al lang is overgegaan in de Boerestreek, wandelen we Langsweagen binnen.
We passeren een boerderij waar over enkele dagen een boerderijwinkel zal gaan openen.
Op de T-kruising van Het Hou en de Tsjerkeleane staan enkele mannen bij de plaatselijke kerk te kijken naar het ophangen van een grote decoratie.
'Daar komen de eerste pelgrims al', roept één van hen ons toe. Als we daar arriveren, blijkt dat de mannen hier een door hen gemaakte Paasfeest-decoratie ophangen. Eén van hen - de plaatselijke predikant, dominee Frans Willem Verbaas - vertelt ons dat enkele hier aanwezige mannen die prachtige decoratie hebben gemaakt, die bestaat uit enkele christelijke symbolen van het aanstaande Paasfeest.
Het grote lege witte kruis en het paaslam symboliseren de gekruisigde, gestorven en opgestane Jezus Christus. De vuurrode roos staan voor Gods liefde en het bloed van Jezus en uiteindelijk voor de opstanding van Gods Zoon. Het licht rond deze symbolen representeert als het ware het licht van de Paaskaars. In combinatie met het wit van kruis & lam getuigt dit van de vreugde omtrent de verrijzenis van Jezus Christus, als hoopgevende overwinning op de dood, na Jezus' lijden en sterven. 
Het Paasfeest is al een groot feest, en dan horen we even later ook nog dat deze Protestantse Gemeente te Langsweagen in de komende vier weken de kerkdiensten gaat verzorgen in het kader van Tsjerke fan 'e Moanne van Omrop Fryslân, zoals wij die in de afgelopen weken in Stiens hebben gehad.
Duidelijk is dat er in deze periode veel Werk aan de Kerk is in Langsweagen, en met deze waarde(n)volle straat-decoratie mag iedereen het weten, zowel op straat als op tv: We gaan het Paasfeest vieren!

Door De Knipe terug naar Heerenveen
Een eindje verderop houden we onze lunchpauze in het dorp, op een bank bij het kleurrijk gedecoreerde watertappunt bij de afslag naar het Paradys.
Aan het eind van Het Hou gaan we het parallelle fietspad op langs het Lang'ein, dat we alsmaar blijven volgen tot aan de rand van de bebouwde kom van De Knipe.
Door de lange streekbebouwing van De Knipe gaat het dan voort in westelijke richting, totdat we om 14:30 uur al weer de bebouwde kom van Heerenveen binnenwandelen.
Toch gaan we niet voortdurend rechtdoor richting voetbalstadion, want de route voert ons eerst nog in zuidelijke richting over de Woudsterweg (tevens Jabikspaad), waar we langs een Amerikaanse windmolen komen, die iets oostelijker in het veld staat. Bij het informatiepaneel van deze windmolen zien we ook het plaatselijke stempelpunt van het Jabikspaad, waar we een pelgrimsstempel van De Knipe kunnen verkrijgen, waarvan we gebruik maken.
Vlak vóór Museum Belvédère steken we driemaal het water over en dan gaat het in de Heerenveense woonwijk Skoatterwâld in een rechte lijn naar de A32.
Daar volgen we - nog steeds zonovergoten - het fiets- en wandelpad Tusken de Fjilden, totdat we voorbij het Heerenveense voetbalstadion onder de A32 terug kunnen lopen naar onze auto.
Voorbij het Abe Lenstra Stadion arriveren we dan om 15:20 uur na ruim 32 kilometer lopen bij onze auto op de Veldschans, waarmee we huiswaarts keren.