vrijdag 2 oktober 2026

Chemin de Saint-Jacques de Genéve au Puy-en-Velay = Via Gebennensis

Vrijdag 2 oktober 2026
 
Cover van de Guide Jaune - Via Gebennensis

Voortraject
Tijdens onze eerste pelgrimage van Durkje en mij wandelden we van 2005 tot en met 2012 van het Friese Sint-Jacobiparochie (NL) via het Franse Vézelay over de klassieke Franse pelgrimsroute van de 'Via Lemovicensis' naar het Spaanse bedevaartsoord Santiago de Compostela.
Tijdens onze tweede pelgrimage van Durkje en mij wandelden we van 2011 tot en met 2015 vanuit het Franse Le Puy-en-Velay over de klassieke Franse pelgrimsroute van de 'Via Podiensis' wederom naar het Spaanse bedevaartsoord Santiago de Compostela.
Vorig jaar (in 2025) liepen we de verbindingsroute voor pelgrims van de Via Lemovicensis naar de Via Podiensis, namelijk van Vézelay zuidwaarts naar Le Puy-en-Velay. 

Via Gebennensis volgens Henri Jarnier
Dit jaar (in 2026) liepen Durkje en ik de ruim 350 kilometer lange pelgrimsroute ‘Via Gebennensis’, van het Zwitserse Genève via Chavanay naar het Franse Le Puy-en-Velay. 
Dit is met name voor Duitsers, Oostenrijkers en Zwitsers een aanlooproute naar Le Puy-en-Velay, waar ze dan doorstarten op de klassieke Franse pelgrimsroute van de Via Podiensis.
Bij het pelgrimeren op de Via Gebennensis maakten we gebruik van drie pelgrimsgidsen, namelijk:
  • A. de Duitstalige van Renate Flori (in 18 etappes, 2e druk - versie 2023, van uitgeverij Rother);
  • B. de Duitstalige van Hartmut Engel (50 tracé’s, 12e druk - versie 2025, van uitgever Conrad Stein Verlag) en 
  • C. de Frans-Duitstalige van Henri Jarnier (15 etappes, versie 2024, van uitgever Association Rhône-Alpes des Amis de Saint-Jacques). 
Daarnaast hebben we bij de voorbereiding en in het veld - naast de wandelgidsen van Engel en Flori - ook gebruik gemaakt van de download van de route in de app 'Organic Maps' op onze smartphone.
De titel van de wandelgids van Henri Jarnier luidt 'Chemin de Saint-Jacques de Genève au Puy-en-Velay' met als subtitel 'Jakobsweg von Genf nach Le-Puy-en-Velay über Yenne, La-Côte-St-André und Chavanay'. 
Deze uitgever heeft drie pelgrimsgidsen uitgegeven, met daarin drie verschillende routevarianten. Die varianten kregen een kleur, zoals: geel, rood en blauw-groen. Durkje en ik hebben vorig jaar - toen we in de kathedraal van Le-Puy-en-Velay deze wandelgids kochten - gekozen voor de gele uitvoering, namelijk die van de route volgens de zogenoemde 'Via Gebennensis'. De Franse uitgever noemt deze gids naar de kleur derhalve de 'Guide Jaune - Via Gebennensis'.
  • Deze Franse 'Guide Jaune' beschrijft de hele pelgrimsroute van de Via Gebennensis (ook wel de 'Voie de Genève' of de 'Genfer Weg' genoemd) van Genève (Genf) tot Le Puy-en-Velay tweetalig, namelijk in het Frans en ook in het Duits.
  • De door ons gebruikte 35e druk van deze Frans-Duitse pelgrimsgids beschrijft de Via Gebennensis in 15 etappes, en biedt daarbij aanvullende informatie over de infrastructuur - zonder hoogteprofielen, maar wel met overnachtingsmogelijkheden - van deze route en met voornamelijk etappe-gewijs enige historische achtergronden en bezienswaardigheden onderweg, veelal per dorp/stad geordend. 
  • De focus van deze gids is vooral gericht op de routekaarten en de overnachtingsmogelijkheden.
  • Voorin de pelgrimsgids staat een deel met korte beschrijvingen van allerhande praktische zaken voor onderweg.
  • Via een QR-code in de gids kun je de GPS-Tracks van de route downloaden en uploaden in je device (zoals smartphone, tablet). 
  • Het zoeken in deze wandelgids wordt je vergemakkelijkt door een overzichtstabel met praktische informatie voor onderweg. Voorin de gids staat een gedetailleerde inhoudsopgave, en een plaatsnamenregister staat achter in de gids.
  • In deze routegids staan globale wandelkaarten en enkele stadsplattegronden.
  • De wandelkaarten tonen nu en dan ook varianten van de hoofdroute, waar je als pelgrim naar eigen gelieven een keus uit kunt maken, bijvoorbeeld omdat je een bepaald object wilt bekijken, of omdat je op een specifieke slaapplaats wilt overnachten.
  • De wandelgids is geïllustreerd met mooie kleurenfoto's die je vooraf een beeld geven van wat je onderweg zoal zult zien, en na het voltooien van de route vormen die illustraties een bron van herkenning en herinnering. Op de cover van deze routegids staat een foto van de plaats van bestemming van de Via Gebennensis, namelijk: Le Puy-en-Velay.
  • De oplettende lezer ziet op de achterkant van het omslag staan dat deze pelgrimsgids (slechts) 200 gram weegt, hetgeen een uitzonderlijke vermelding is op een boek, maar die voor pelgrims uiteraard wel van belang is, omdat zij onderweg op de pelgrimsroute zo weinig mogelijk gewicht proberen te dragen.  

 
















De Via Gebennensis in 15 etappes
Deze wandelgids biedt een etappes-overzicht in 15 etappes, waarbij per etappe de afstand wordt vermeld.
Durkje en ik waren van plan deze verbindende aanloop-pelgrimsroute in 20 etappes te lopen, en dat hebben we uiteindelijk als volgt ook zo kunnen doen in de periode van 19 juli 2026 tot en met 11 augustus 2026:

donderdag 1 oktober 2026

Obe Postmalezing van Anne Merkuur over Veranderend Fries

Donderdag 1 oktober 2026
 
Lezing van Anne Merkuur in Tresoar

Taalverandering en de toekomst van de frisistiek 
Met de start van de nieuwe WO-Bachelor-opleiding ‘Fries’ aan de Rijksuniversiteit Groningen staat ook de vraag naar de toekomst van de frisistiek weer centraal. 
  • Wat is eigenlijk het Fries dat we bestuderen? 
  • Hoe verandert de taal onder invloed van meertaligheid en van nieuwe vormen van taalgebruik? 
  • En hoe gaat de frisistiek met die veranderingen om? 
Anne Merkuur (1989) verzorgt hierover vanmiddag de zogenoemde Obe Postmalezing in Tresoar te Leeuwarden. Merkuur werkt als taalkundige en universitair docent aan de Fryske Akademy en de Rijksuniversiteit Groningen (RUG).
In haar lezing staat Anne Merkuur vanmiddag stil bij de relatie tussen taalverandering en de academische bestudering van het Fries. 
Deze lezing is een vorm van samenwerking tussen Studium Generale Leeuwarden en het Obe Postma Selskip. 
Het Obe Postma Selskip heeft als doel het werk van de Friese dichter Obe Postma (1868-1963) onder de aandacht te brengen (en te houden) van een zo groot en divers mogelijk publiek. Daarmee wil men ook een bijdrage leveren aan een levendige cultuur in Fryslân. Daartoe wordt onder andere eens per jaar, in samenwerking met Tresoar, de Obe Postma-lezing gehouden, en zo vanmiddag de lezing van Anne Merkuur.

Veranderend Fries
Kunst laat iets zien en horen. Dat kan met allerlei vormen van beeldende kunst, en ook met poëzie.
Anne Merkuur gaat vanmiddag iets vertellen over taalkundig realisme en over de toekomst van het Fries, met als titel ‘Feroarjend Frysk’. 
Ze vertelt vanmiddag ook hoe ze de studenten kennis laten maken met het veranderende Fries.
De nieuwe WO-Bachelor-opleiding van de RUG is met drie studenten begonnen dit jaar (2026), en daarnaast zijn er zo’n 15 studenten van andere opleidingen, die het Fries meenemen als bijvak.

Wat is er te zien in de Friese taal?
Daarbij kijken we bijvoorbeeld naar de gebruikers van het Fries, naar sprekers en schrijvers. Voor veel gebruikers is Fries nog niet meer dan alleen een mondelinge taal. De schrijfvaardigheid is in de afgelopen 55 jaar - voor wat betreft het aandeel Fries-schrijvenden - overigens nog wel enigszins gestegen.
  • Qua taaloverdracht wijst onderzoek uit dat naarmate meer mensen de taal gebruiken, die taal ook vaker wordt overgedragen aan volgende generaties. Momenteel ligt dat percentage voor het Fries op zo’n 70 procent, hetgeen een redelijk stabiel laat zien.
  • Een grote taalvaardigheid en ook het positief staan tegenover het Fries zijn succesbepalende factoren om het Fries door te geven aan je volgende generatie.
  • Maar wat is ‘geef Frysk’? (goed Fries). Vertaalprogramma’s op internet en woordenboeken helpen om het Fries zo goed mogelijk te beheersen. Daartoe is ook het boekje ‘Dat is moai Frysk’ uitgegeven. Maar je kunt je de vraag stellen of dat wat erin staat niet juist het verdwijnende Fries is.
  • Verder onderscheiden we allerlei dialect-variaties van het Fries. Dialect-grenzen vervagen in de loop der tijd door de mobiliteit van de Friezen.
  • Er is ook in het Fries sprake van nogal wat variatie, want niet iedereen sprrekt Fries ‘volgens het boekje’ en niet iedereen houdt zich strikt aan de dialectgrenzen.
  • We merken in de dagelijkse praktijk ook dat Friestaligen werken in een tweetalige praktijk, namelijk thuis Friestalig en op het werk Nederlandstalig.
  • We kijken en luisteren vervolgens naar enkele korte filmfragmenten van sporters, en horen dat zij bepaald niet perfect Fries spreken (zonder dat we dat overigens veroordelen). De één is van oorsprong Friestalig, waar de ander duidelijk Fries als tweede taal spreekt. Dat kun je horen.
Hoe kijken wij naar het Fries en naar het gebruik ervan?
Als je dit gaat onderzoeken, kom je in een moeras terecht, want hèt beeld krijg je er niet van, wel allerlei uiteenlopende beelden.
  • We luisterden zojuist in de filmfragmenten al naar het veel voorkomend zogenoemd interferentie-Fries, waarbij Nederlandse termen in het Fries worden opgenomen, en ook het omdraaien van de tijdwoorden.
  • Wat we van en over taal weten (zoals bijvoorbeeld taalkunde, taalvariatie, taalverandering, taaloverdracht) bepaalt mede hoe wij ernaar kijken. 
  • We focussen nu vervolgens op taalvariatie en taalverandering. Daarbij kijken we naar enkele onderzoeksresultaten van Anne Merkuur. Daarbij concludeerde ze dat de taalvariatie tussen de jongeren onderling groter is dan onderling bij de oudere generaties. Daarbij bleek ook dat de taalvaardigheid en het consistente gebruik van taal achteruit gaat naarmate de onderzoeksgroep jonger is.
Wat zien we hier eigenlijk?
We zien in elk geval variatie en verandering, maar we kunnen niet zeggen wat dit betekent, omdat er nog geen duidelijk beeld zichtbaar is. 
  • Verder is het nog de vraag of de taalgebruikers zelf wel consistent zijn in hoe zij de taal gebruiken.
  • Moet taal eigenlijk wel een systeem hebben? Oorspronkelijk werd gedacht van wel, omdat je daarmee dan de ander een taal kunt leren. Tegenwoordig vraagt men zich af of er wellicht acceptabele grenzen zijn van wat wel kan en mag en wat niet acceptabel is qua taaluiting.
  • Uit onderzoek blijkt dat de deelnemers uit een onderzoeksgroep soms ook weigeren om precies te doen wat de onderzoeker vraagt. Ze geven dan hun eigen draai aan taal, en blijven daarbij.
  • We kunnen niet zomaar concluderen dat er sprake is van ons taalverlies, mede ook omdat het heel normaal is dat taal verandert. Daar hoef je je dus niet al te druk over te maken, want het is de normale gang van zaken. Trouwens wellicht gaat die verandering in het Fries wel iets sneller dan bij andere talen? Dat weten we niet.
  • Taalverandering is niet per definitie taalverlies. Belangrijk is wel dat taal wordt overgedragen aan de volgende generatie. En die maken dan wel weer iets van het dan veranderde Fries.
  • Als je taal niet overdraagt, kan het in twee generaties tijd zomaar verdwijnen.
  • Het Fries is wel kwetsbaar. 
  • Niet elke ontstane taalvariatie zal acceptabel zijn. 
Wat zien we (nog) niet?
We moeten dus goed gaan en blijven kijken naar opeenvolgende momentopnames van wat we constateren aan taalverandering. 
  • Een tekortkoming is nog dat alle taalonderzoekers vaak slechts kijken naar een beperkt deel van de taal en van het taalgebruik. De uitdaging is om die expertises bij elkaar te brengen, om daarmee dan een totaalbeeld te verkrijgen. Daar wordt momenteel bij de RUG wel aan gewerkt.
  • Maar ja, wat doen we dan met die geconstateerde taalvariaties. Wat zien we, wat vinden we ervan, en wat doen we er dan al dan niet mee/aan? Dat is nog de vraag.
  • Als we een betere standaard voor het Fries hadden (zonder bijvoorbeeld te lenen van andere talen), zouden we dan het Fries ook stabieler als taal kunnen behouden?  In België blijkt dat hyper-standaardisering in elk geval niet afdoende helpt. Een taalstandaard kan wel verheffen, maar kan ook een nadelig effect geven.
Onze Taal, jullie taal, mijn taal?
  • Hoe homogeen of heterogeen is het taalgebruik in het Fries? Daar hebben we nog niet een goed zicht op, omdat wetenschappers allemaal hun eigen focus hebben, en de onderzoeksresultaten daarvan nog niet bij elkaar zijn gelegd.
  • Zouden we naar een nieuwe beschrijving van het Fries moeten overgaan? In dat geval zou aan de studenten Fries in elk geval ook een beter beeld gegeven kunnen worden. Anne merkuur pleit voor een brede online taalbeschrijving van het Fries. Daarmee zouden studenten - en anderen - tenminste goed in beeld krijgen hoe de Friese taal in elkaar steekt.
Plenaire interactie
  • Docenten Friese taal bewegen zich bij het geven van Friese les nu al in het spectrum tussen ‘geef Frysk’ (wat wordt onderwezen) en het Fries dat de leerlingen thuis en op straat (in de eigen regio) spreken.
  • Bij de overdracht van het Fries aan kinderen in gezinsverband speelt niet alleen de overdracht door hun ouders een rol, maar ook de taaloverdracht door ‘pakes & beppes’ aan hun kleinkinderen.
  • Je ziet dat ook als gevolg van gemengde (taal)huwelijken één van de talen vaak verdwijnt bij het aanbieden van taal aan de kinderen. Bij een meertalige huishouding delft de kleinste taal vaak het onderspit, zeker als de andere taal in hoger aanzien staat.
  • Een taalstandaard heb je beslist nodig om de taal (aan) te leren. 
  • Anne Merkuur pleit ervoor om je voortdurend bewust te zijn van alles wat met taal te maken heeft, want als je daar alert op bent, weet je wat er gebeurt, waar het naar toe gaat, en kun je nadenken over wat daar mee en aan is te doen. 
  • We doen al heel veel aan het Fries, besteden er al veel geld aan, maar als we daar onzorgvuldig in worden, gaat de taal uiteindelijk (deels) verloren.

woensdag 30 september 2026

Camino de Invierno

Woensdag 30 september 2026 
 
Cover van de routegids van de 'Camino de Invierno'
De Spaanse Winterroute voor pelgrims
Dat werd de 'Camino de Invierno', ook wel de 'Winterroute' genoemd, die pelgrims in de Middeleeuwen al bewandelden in de winters dat de Camino Francés door sneeuw op de bergtoppen van O Cebreiro onveilig en daardoor onbegaanbaar was. Dan kon je wachten tot de sneeuw op de bergpas was gesmolten, of je ging via een geringe omweg via Monforte de Lemos door een minder hoog berggebied, dus de Winterroute, ofwel de Camino de Invierno, zoals de Spanjaarden die noemen.

Routegidsen van de Camino de Invierno
We liepen de Camino de Invierno in één keer van 5 tot en met 19 mei 2026 van Ponferrada naar Santiago de Compostela over de afstand van 269,1 kilometers in een tijdsbestek van 14 wandeldagen. Dat is gemiddeld circa 19,3 kilometer per etappe.
Bij de voorbereiding en tijdens het bewandelen van de Camino de Invierno hebben we gebruik gemaakt van de volgende zes wandelgidsen: 
  • A. ‘Vía de la Plata’ (etappes 40 & 41) van Cordula Rabe, in de Nederlandstalige versie van 2023; en 
  • B. ‘Spanien: Jacobsweg Vía de la Plata’ (kaarten 49 t/m 51) van Raimund Joos, in de Duitstalige versie van 2019; en 
  • C. ‘Vía de la Plata’ (pagina 121 t/m 124) van Hans van den Breul, in de Nederlandstalige versie van 2025; en 
  • D. ‘Camino de Invierno / Ponferrada – A Laxe - Santiago’ (etappes 01 tm 08 en 4 & 5) van John Brierley, in de Engelstalige versie; en 
  • E. ‘Camino Invierno’ (alle 10 etappes) van Hans van den Breul, in de Nederlandstalige versie van 2026; en 
  • F. Wintercamino – Camino de Invierno’ (alle 10 etappes) van een Redactie van acht werkgroepleden, in de Nederlandstalige versie van 2016.
De verschillende wandelgidsen kennen een eigen etappe-indeling, met - uitgaande van hun eigen uitgangspunten - onderling verschillende etappe-afstanden. Daarom hebben wij bij de bepaling van onze eigen etappe-afstanden per etappe het gemiddelde genomen van de hierboven genoemde wandelgidsen die zo’n etappe beschrijven. 
Voordeel van het gebruiken van meerdere wandelgidsen is dat we vooraf en tijdens de pelgrimstocht een goed beeld kregen van alle ins en outs inzake de volgende etappes, waaronder voorzieningen zoals bars, winkels en overnachtingsaccommodaties. 
Dan zie je ook welke afwijkende route-variaties de afzonderlijke wandelgidsen vermelden, waaruit we in dergelijke situaties een weloverwogen keus konden maken ten aanzien van de door ons te lopen variant. 

Routegids 'Camino Invierno' volgens Hans van den Breul
De pelgrimsgids van de Camino de Invierno van Hans van den Breul is opgedeeld in 10 etappes, van Ponferrada tot aan Santiago de Compostela.
  • Met maximaal vijf sterretjes geeft hij per etappe de gradatie aan voor wat betreft de moeilijkheidsgraad en de natuurbeleving
  • De routegids bevat ook een lijst met nagenoeg alle overnachtingsadressen langs de Camino de Invierno.
  • De etappekaarten in de gids geven de hoofdroute aan, maar hier en daar zijn ook routevarianten ingetekend en kort beschreven.
  • Onder de etappekaart staat van elke etappe een hoogteprofiel afgebeeld.
  • Verder bevat deze pelgrimsgids enkele inleidende teksten, over bijvoorbeeld: het verhaal achter de pelgrimage, waarom pelgrimeren, het ontstaan van de pelgrimsweg, wie was Jacobus de Meerdere, praktische informatie voor onderweg en enkele fotobladen die een beeldimpressie geven van de route.
  • Achterin de gids wordt kort informatie gegeven over mogelijkheden voor de weg terug naar Nederland.
De Camino de Invierno wordt in deze gids voor de pelgrim 'een absolute aanrader' genoemd voor de pelgrim die wil genieten van een verstild en vele malen betoverend landschap, dat nog door betrekkelijk weinig pelgrims wordt belopen. 
Voorts schrijft Van den Breul: prachtig, zwaar, indelen en plannen is aan te bevelen, reserveren is soms nodig, landschappelijk een juweel, de weinige gehuchten zijn soms nagenoeg uitgestorven en typisch Spaans.

 

Onze 14 etappes van Ponferrada naar Santiago de Compostela
De totale afstand van de 10 etappes volgens deze routegids is ongeveer 260 kilometer.
Durkje en ik hebben die 10 etappes volgens deze pelgrimsgids gelopen in 14 dagen (hieronder 'etappes' genoemd), met een totale afstand van ongeveer 269,1 kilometer, waarmee de gemiddelde afstand per dag/etappe 19,3 kilometer is geworden.
We liepen de 14 etappes (met een rustdag op 12 mei 2026 in Monforte de Lemos) uit deze pelgrimsroutegids op de volgende dagen:

dinsdag 29 september 2026

Als kinderen niet op school leren hoe je een ‘echte dialoog’ voert, waar leren ze dat dan?

Dinsdag 29 september 2026 
Joke van Balen spreekt over een echte dialoog in de klas

Hoe we kunnen leren om in dialoog te komen met elkaar
De gesprekken die we voeren over alledaagse, sociale, politieke en religieuze onderwerpen bestaan steeds vaker uit het uitwisselen van meningen. Kijk bijvoorbeeld naar de interactie in de Tweede Kamer, op sociale media, op de televisie en op straat. 
De ene mening lokt een volgende, meestal tegenovergestelde, mening uit. 
Er worden weinig vragen gesteld, twijfels geuit of meningen bijgesteld. 
Uit het onderzoek van Joke van Balen blijkt dat zulke patronen ook zichtbaar zijn in de gesprekken die in de klas worden gevoerd op het voortgezet onderwijs. 
Dit roept de volgende dringende vraag op: Als kinderen niet op school leren hoe je een ‘echte dialoog’ voert, waar leren ze dat dan? 
In haar lezing van Studium Generale Leeuwarden bespreekt Joke van Balen vanavond in de Beurs te Leeuwarden wat ervoor nodig is om leerlingen te leren om dialogen te voeren. Dat is een vaardigheid die trouwens voor iedereen van wezenlijk belang is.

Spreekster Joke van Balen in Studium Generale Leeuwarden
Joke van Balen (1976) promoveerde vorig jaar op haar onderzoek naar klasseninteractie in een context waarin de leraar aandacht besteedt aan persoonsvorming, zijnde één van de drie domeinen van ons onderwijs (nl. kwalificatie, socialisatie en subjectificatie (Gert Biesta, 2012)). 
Van Balen is naast onderzoekster bij het lectoraat Meertaligheid en Geletterdheid van de Academie Educatie van NHL Stenden Hogeschool werkzaam als programmamanager Onderwijsregio VO Friesland en Noordelijk Flevoland.

Echte dialoog
Een dialoog is een gelijkwaardige uitwisseling van gedachten. Dat betekent luisteren, zonder te oordelen, en zonder de ander te overtuigen. 
  • Als we niet gevraagd worden om ergens en mening over te geven, geven we die toch gemakkelijk zelf wel, maar ja, dat leidt meestal niet tot een dialoog.
  • Uit onderzoek blijkt dat de verscheidenheid van meningen ons niet zozeer verrijkt, want we hebben de neiging alleen goed kennis te nemen van de mening van gelijkgestemden.
  • We verleren de kunst van het diepe gesprek, zeker als we elkaar niet meer ontmoeten.
  • Dialogen voeren in het onderwijs is waardevol. Het blijkt een effectieve manier te zijn om te leren, voor het construeren van kennis en het kweken van begrip. Het nodigt je uit om een zelfstandige denker te worden. En het draagt bij aan de volgende drie doeldomeinen: 1. socialisatie, 2. kwalificatie en 3. subjectificatie (conform Gert Biesta). Er is lang een beweging geweest in het onderwijs om meer/teveel aandacht te schenken aan kwalificatie, hetgeen ten koste ging van de andere twee doeldomeinen.
  • Dialogen passen heel goed in het doel van subjectificatie. Breng leerlingen in relatie met de vrijheid die ze hebben als mens. 
  • Volgens Biesta moeten we leerlingen stimuleren om zich op volwassen, verantwoordelijke wijze te verhouden tot deze vrijheid van jezelf, en ook die van de ander. De dialoog is daar een hele goede werkvorm voor. 
  • Subjectificatie vraagt om ontmoetingen, vraagt om ruimte om te spreken en te luisteren.
  • Binnen klasseninteractie in het voortgezet onderwijs is de leraar hoofdzakelijk aan het woord, de leraar bepaalt ook wie iets mag zeggen, en de leraar stelt doorgaans vragen waarop hij zelf het antwoord al weet. Daardoor geven leerlingen korte antwoorden, en is er meestal geen sprake van interactie. De leerling blijft daardoor  passief.
Maar hóe krijg je dan de dialoog met leerlingen?
  • Stel vragen waarop je het antwoord zelf niet hoeft te weten, zoveel mogelijk open vragen. 
  • Laat in het gesprek als docent de evaluatie/beoordeling van wat leerlingen zeggen achterwege. 
  • Maak de leerstof betekenisvol en herkenbaar. 
  • Probeer leerlingen aan te moedigen om op elkaar te reageren. 
  • Leerlingen geven wel een mening als daarnaar wordt gevraagd. Maar dan heb je nog geen dialoog. 
  • Leraren reageerden in het onderzoek van Van Balen niet op een mening van de leerling, maar gingen erop in met een vervolgvraag, soms wel en soms ook niet in relatie tot het gegeven antwoord. 
  • Bij een door een leerling ingebrachte mening vraagt de docent waarom de leerling dat zo vindt. Leraren kunnen ook een doorvraag stellen, maar ook door bovenstaande ontstaat nog geen gelijkwaardige dialoog, en dan ontstaat er ook minder snel aanleiding tot reflectie.
  • Als een leraar diens leerlingen vraagt om nog even over een ingebracht vraagstuk na te denken, nodigt dat wel uit tot reflectie, maar leidt dat niet per definitie tot een dialoog.
  • Je ziet in de praktijk dat leerlingen doorgaans nauwelijks reageren op elkaars antwoord. Ze volstaan veelal met het geven van hun eigen mening. 
Wanneer reageren leerlingen wel op elkaar?
  • Dat gebeurt als leerlingen ongevraagd (door de docent) de beurt van een andere leerling overnemen. Die reagerende leerling voelt zich dan kennelijk aangesproken. We noemen dat verschijnsel leerling-initiatieven. Die werden door Joke van Balen in het kader van haar onderzoek geordend in drie vormen, te weten: 1. een vraag, 2. een bevestiging of 3. een mening in de vorm van een tegenwerping. Dat laatste is wat het meeste gebeurde. 
  • Kinderen stellen bijzonder weinig bevestigingsvragen.
  • Als een leerling-initiatief ontstaat, zie je dat dat een reactie van andere leerlingen ontlokt. Zij reageren daar dan op.
  • Als leerlingen op elkaar reageren, kiezen ze vaak een eigen standpunt en komen ze daar meestal niet van terug. 
  • Leraren moeten dus alert zijn op leerling-initiatieven, want dan en daarin ontstaat er ruimte om met elkaar de dialoog te voeren. Er ontstaat dan wel enige chaos in de klas, en ondertussen ontstaan er op verschillende plekken in de klas verschillende gesprekken. Is dat nu erg? Of mag je blij zijn dat de leerlingen met elkaar in gesprek raken? Leraren proberen dan in zo'n geval vaak het gesprek weer centraal te halen, om zelf de regie weer in handen te krijgen.
  • Klassegesprekken leiden niet vanzelf tot een dialoog.
Wat zou een leraar vaker kunnen doen?
  • Stel open vragen.
  • Vraag naar meningen en ervaringen.
  • Laat leerlingen daarop reageren.
  • Wacht als docent langer met reageren op wat leerlingen inbrengen.
  • Laat leerlingen vragen stellen aan elkaar
  • Stop niet alle decentraal ontstane gesprekjes in je klas; laat dat maar gebeuren.
  • Leraren zouden als mens, heel persoonlijk en nabij moeten reageren (dus niet professioneel en niet afstandelijk). Je mag als docent zelf ook zeggen wat je ervan vindt. Daarmee geef je dan tegelijk ook het goede voorbeeld aan de leerlingen.
  • Reageer als docent op een antwoord met een specifieke follow up, en doe zelf mee aan de dialoog.
  • Geef leerlingen gerichte luister-spreek opdrachten.
  • Bespreek met de klas hoe je het gesprek met elkaar voert.
  • Maak leerstof betekenisvol
  • Zet leerlingen in groepjes, of in de kring.
  • Maak hulpkaartjes waarop je uitgestelde vragen kunt stellen.
Wat kunnen we hiermee in onze dagelijkse gesprekken?
  • Wees je bewust dat het geven van een mening ook een mening van de ander uitlokt.
  • Stel vragen aan de ander en aan jezelf.
  • Geef mensen in de dialoog de ruimte, en toon oprechte interesse
  • Verwerk nieuwe informatie in het (her)vormen van je mening.
  • Om je eigen gedachten te verrijken, heb je de ideeën van anderen nodig.

maandag 28 september 2026

Ursula van de Provinciewandelgids - Route 15

Maandag 28 september 2026
 
Het 11Fountains kunstwerk Flora & Fauna bij de Grote Kerk van Hindeloopen

















Provinciewandelgids Fryslân
Wandelroutemaker Bart van der Schagt ontwikkelde in de loop der jaren veel wandelroutes, zoals de welbekende NS-routes en de zogenoemde Groene Wissels.
Zijn focus is breder dan alleen maar natuur en landelijk gebied, want met zijn routes wil Van der Schagt de wandelaars ook laten genieten van leuke dorpjes en gezellige stadjes, kortom niet alleen onverharde routes, maar inclusief de beleving van dorpen & steden en natuur & landschap.
Vandaag wandelen Durkje en ik een route uit zijn in 2023 verschenen wandelgids 'Provinciewandelgids Fryslân'. 
Deze wandelgids bevat 22 wandelroutes, waarvan de diversiteit de karakteristieke kenmerken en de grote verscheidenheid van onze provincie Fryslân laten zien. Van deze 22 wandelroutes gaan er 19 door landschap & natuur (waarvan 4 op de Friese Waddeneilanden) en 3 zijn groene stadswandelingen door Dokkum, Franeker en Leeuwarden. Deze wandelroutes variëren van 5 tot 23 kilometer per route.
In de wandelgids staat van elke route een globaal oriëntatiekaartje, en de link naar de website waar je een meer gedetailleerde kaart en ook een gps-track kunt downloaden.

Route 15 - Ursula
Vandaag lopen Durkje en ik Routenummer 15, met een lengte van 21 kilometer, die als titel heeft: Ursula.
Startplaats en eindpunt van deze route is het treinstation net buiten Hindeloopen, maar wij kiezen ervoor om - dichter bij huis - te starten achter de Grote of Sint-Gertrudiskerk van Workum.
Deze route door het weidse Friese landschap gaat vanuit Workum door de uitgestrekte Ursulapolder naar Hindeloopen, en daarna weer terug naar Workum, maar dan over de IJsselmeerdijk.
Het thema 'Ursula' van deze wandeltocht is genoemd naar de gelijknamige Ursulapolder, waar een aanmerkelijk deel van deze etappe doorheen gaat. 
We vertrekken vanuit Feinsum om 7:50 uur, en rijden dan naar de Sint-Gertrudiskerk van Workum, waar we onze auto om 8:25 uur parkeren aan de Nonnestrjitte.
Bij aanvang van deze wandeldag is het 17 graden Celsius. Het weer vandaag is aangenaam, licht bewolkt en nauwelijks wind. Verder in de ochtend wordt het zonniger en waait het iets harder. Heel even voelen we onderweg een licht regenspatje, maar als we aan het eind van de etappe Workum binnen wandelen, krijgen we te maken met overvloedige zonneschijn. Het is dan 20 graden Celsius. Al met al is het dus prima weer voor een dagwandeling.

Langs waterwegen door Workum
Voor de wandelroute van vandaag gaan we van start achter de Sint-Gertrudiskerk met aan de overzijde de Workumer Klamaerehaven, de passantenhaven aan de Diepe Dolte, waar ook het 11Fountains kunstwerk van de Woeste Leeuwen staat.
Langs de kerk lopen we om 8:30 uur naar de Merk. Tegenover het Waaggebouw zijn horecamedewerkers aan het werk om hun terras op de Merk schoon te maken voor de komende terrasdag.
Over de Doltewâl lopen we langs de Diepe Dolte naar de Dwarsnoard, om daarna via de Noorderbrug deze vaart door Workum over te steken. Door een waterrijke woonwijk lopen we dan in de richting van de N359 om daarna op de Eniggaburren onder de Sudergoabrêge door te lopen, die hier de Trekvaart overspant.
Als we bijna bij de brug over de Horsa zijn, zien we aan de overzijde van de Parallelweg een trein de overweg passeren.

Vanuit It Heidenskip de Ursulapolder in
Waar we de Heidenskipsterdyk op gaan, wandelen we Workum uit, om dan even later al het streekdorp It Heidenskip binnen te wandelen.
Ter hoogte van poldermolen 'De Snip' en ook iets verderop passeren we twee ploegen werklui, die hier beginnen met graafwerkzaamheden voor het leggen van draden, wellicht glasvezel, dat momenteel letterlijk en figuurlijk in Fryslân wordt uitgerold door uiteenlopende graaf- en boorploegen.
Waar de Haaiemer Dolte aan de overzijde van de Heidenskipsterdyk overgaat in de Heidenskipster Feart, gaat we rechtsaf de Ursuladijk op, waarop we even later bij de oversteek van de Nieuwe Luts ook de Ursulapoel passeren.
Waar de geasfalteerde Ursuladijk na enkele bochten overgaat in het fietspad van het Paterspaedje, komen we langs De Jersey Pleats, waar het kadaver van een koe in de berm ligt, om af te worden gehaald voor destructie.
In de Ursulapolder komen we langs een kunstwerkje van vijf melkbussen op een handkar in de berm. Op de bussen staat de naam van de vroegere melkfabriek 'De Goede Verwachting' van Workum, momenteel de grote zuivelfabriek van FrieslandCampina ten oosten van Workum.
Op het Paterspaedje en verderop over de geasfalteerde weg van de Aldedyk volgen we voortdurend de waterloop van de Nije Bloksleat, tot de plek waar deze sloot de Dijkvaart kruist. We blijven dan wel de hoge Aldedyk (een polderdijk) volgen, maar nu langs de Dijkvaart, totdat we weer terugkomen bij de N359.

Langs waterwegen naar Hindeloopen
Daar laten we het buurtschap Kleine Wiske achter ons, en komen we na de onderdoorgang van de N359 langs het buurtschap Groote Wiske. De routebeschrijving geeft aan dat we hier de grasdijk langs de Easterfeart zouden moeten volgen, maar daar zijn werklui met een kraan momenteel bezig met grondwerkzaamheden, dus we maken een hele kleine omweg over de Lange Leane naar de Oosterdijk, waar we de Groote Wiske op enige afstand links laten liggen aan de overzijde van de vaart. Dan zijn we weer terug op de reguliere route.
Enkele minuten later passeren we de spoorwegovergang ter hoogte van het treinstation van Hindeloopen. Verderop zien we een ploeg werklui bezig met spoorwerkzaamheden.
Even later steken we de Easterfeart over, om die te blijven volgen tot aan de T-kruising waar we de Tuinbouwlaan op kunnen gaan, die hier parallel loopt aan de Suderseewei.
Nog vóór de brug over de Yndyk steken we de Suderseewei over, om dan langs de Yndyk naar Hindeloopen te wandelen. Vier kinderen zijn er aan het spelevaren met een door een motorbootje getrokken supplank. 
Enkele bruggetje overstekend, naderen we de brug over de vaart ter hoogte van de Meenscharsteeg.
Aan de overzijde van de vaart zien we al één van de eerste oude panden van Hindeloopen direct aan het water.

Schilderachtige havenstad Hindeloopen 
In de Meenscharsteeg aangekomen, zien we de eerste Hindelooper schilderkunst op de luiken van huizen.
Ook in de Nieuwstad zijn luiken en andere objecten mooi beschilderd met Hindelooper schilderkunst.
Op de Nieuweweg krijgen we het zicht op de Grote Kerk van Hindeloopen. Daar passeren we dan ook het 11Fountain kunstwerk Flora en Fauna.
Enkele kleurrijke kunstvogels spuiten daar om de beurt een waterstraal over het kunstwerk.
Ook hier zien we her en der mooie oude panden van Hindeloopen.
Het is niet zo druk in Hindeloopen, want het zomerseizoen loopt ten einde. Toch ontmoeten we regelmatig toeristen in dit Elfstedenstadje, waaronder opvallend veel Duitsers, en zo ook in de Grote Kerk van Hindeloopen die we bezichtigen.
Na dit kerkbezoek lopen we over Het Oost langs de Hindelooper passantenhaven, met verderop de havenmond naar het IJsselmeer. 
Daar steken we dan ook de sluisbrug van De Zijlroede over ter hoogte van de Hindelooper leugenbank, die overigens opvallend vol zit met veel seniore mannen.
Op de Havenkade vinden we enkele zitbanken, waarop we plaatsnemen voor onze broodjes- met koffiepauze, onderwijl een mooi uitzicht hebbend over de passantenhaven, waar nog veel boten liggen aangemeerd. Regelmatig passeren ons toeristen, waarvan een betrekkelijk groot deel van de boten uit de Hindelooper haven komt.
Om 12:00 uur wandelen we op Het Oost het IJsselmeerstadje Hindeloopen uit.

Langs Stoenckherne en It Soal terug naar Workum
Vanaf de Oosterdijk gaan we de grasdijk van de IJsselmeerdijk op. Links hebben we dan het zicht op het natuurgebied van de Stoenkherne.
Rechts aan de voet van de grasdijk liggen enkele wielen, waarin veel eenden zwemmen. 
Na een kwartier op de IJsselmeerdijk te hebben gelopen, naderen we de voormalige vuurtoren van Workum.
Alhoewel de witte toren al lang niet meer in gebruik is als vuurtoren, wordt de toren en het aangebouwde woongebouw nog steeds wel bewoond. We zien de bewoonster boven op de dijk net het huis in gaan als we de witte vuurtoren passeren.
Links van ons zien we de vaartuigen en machines die momenteel in gebruik zijn om hier een nieuwe strekdam in het IJsselmeer te bouwen.
En rechts kijkend, zien we It Soal stromen, de waterloop naar Workum. Een zeilboot gaat op dit moment het IJsselmeer op, en een andere zeilboot verlaat het IJsselmeer om door It Soal op de motor naar Workum te varen.
Eén van de schapen die op de grasdijk grazen, staat onderaan de dijk bij het water onder een boom.
We blijven op de grasdijk lopen, in de richting van de Lieuwe Klazes Leane, die verderop vanuit de polder de dijk op gaat.
Op de kruising met de Lange Leane en de Hylperdyk komen we langs de zogenoemde Nijlânnermolen (1784), de poldermolen die tot 1950 op windkracht draaide, maar inmiddels de polder bemaalt met hulp van een dieselmotor.

Zonovergoten Workum
Om 12:55 uur wandelen we de bebouwde kom van Workum binnen.
Van bovenaf de Hylperdijk krijgen we dan mooi het zicht over de havenkom met de passantenhaven.
Hier steken we de Diepe Dolte over via de sluisbrug. 
Over de Séburch, het Sylspaed en het Súd lopen we alsmaar nagenoeg recht door Workum naar de Merk, waar de dikke toren los staat van de Sint-Gertrudiskerk.
Naast het Waaggebouw staat het standbeeld van de monnik Uffing van Workum.
Sinds we Workum binnen zijn gewandeld schijnt de zon uitbundig, en we zoeken om 13:15 uur - lunchtijd - een zitbank op te midden van het goed gevulde horecaterras op de Merk, waar we onze lunchpauze houden alvorens we terug gaan naar onze auto.
Achter de kerk stappen we daarna in de auto, en rijden we terug naar Feinsum. 

Goud van New Creation in De Hege Stins van Stiens

Zondag 27 september 2026
 
New Creation zingt in De Hege Stins van Stiens

















Evangelisatie-avondkerkdienst
Vanavond organiseert de Zendings- en Evangelisatiecommissie van onze Protestantse Gemeente te Stiens een themadienst in De Hege Stins van Stiens.
Het thema van deze avondkerkdienst is 'Goud', en dat thema wordt vanavond uitgewerkt en uitgevoerd door de gospelgroep en -band New Creation uit Joure, een gospelcombinatie van ongeveer dertig leden.
Bij aanvang van deze dienst melden ze fijntjes dat het al weer 22 jaar geleden is dat New Creation bij ons medewerking verleende aan een kerkdienst in Stiens. Dat is eigenlijk een te groot aantal jaren, want het was op 17 april in 2011 dat New Creation ook in De Hege Stins bij ons meewerkte aan een kerkdienst, dus feitelijk is het dan nog 'maar' 15 jaar geleden, wat toch óók wel een lange tussenperiode is. Hoe dan ook, aan het eind van deze kerkdienst zegt de organisatiecommissie toe dat het niet weer zolang hoeft te duren, want het enthousiasme van New Creation, de knappe solozangstemmen en de mooie uitvoering van vanavond draagt de belofte in zich om voor een volgende keer in Stiens niet weer zolang te wachten.

Goud
De gospelgroep vangt aan met het lied 'In this house', om duidelijk te maken waarom we hier vanavond in dit huis van God zijn. We zijn onmiskenbaar uitermate welkom in dit huis.
Tussen de songs door klinkt vanavond vaak een spreekstem, die verbindende teksten uitspreekt, en die de nodige vragen aan ons voorlegt. 
Hieronder een korte impressie van de verhaallijn:
  • Welkom, ja, maar ... ben ik eigenlijk wel goed genoeg om hier en nu in dit huis van God te zijn?
  • Als bemoedigend antwoord daarop klinkt het lied: "Kom tot de Vader, kom zoals je bent". Hij wacht namelijk op jou. 
  • Maar, ik wacht al zo lang op Hem. En wat als God helemaal niet bestaat?
  • En dan klinkt ineens als tegengeluid: Sinds ik Hem mijn hart gaf, heb ik God herkend. 
  • Vervolgens luisteren we naar het verhaal en een lied over de verloren zoon, die - echt waar - ondanks alles terugkeert naar en welkom is bij zijn vader (lees: de Vader).
  • In een combinatie van solo en samenzang zingen we daarop dat je genoeg hebt aan de goedheid van God, èn dat Hij je stevig zal vasthouden, opdat je ziel niet verloren gaat.
  • Dan klinkt de song "I am a new creation in Christ!"
  • God wil de brokstukken van je leven herstellen met zijn bloed, ofwel met zijn Goud, opdat je leven mooier wordt dan het was.
  • En weet wel: Welkom thuis, want hier mag je zijn; de Vader viert een feest.
  • In gebed vragen we God of Hij ons heel wil maken met het Goud van Zijn liefde.
  • Als antwoord daarop zingen we samen als slotlied: 'Heer, Uw licht en Uw liefde schijnen'.

zaterdag 26 september 2026

Trije froulje pylgerje troch Feinsum op it Jabikspaad

Sneon 26 septimber 2026
 
In moai fotoportret by Refugio Ultreia Feinsum en dan it Jabikspaad wer op

















Pylgers mei ûnderfining op it Jabikspaad
Lykas earder fan'e wike hjoed al wer pylgers op it Jabikspaad troch Feinsum. 
Fan'e moarn stappe trije froulju Feinsum yn oer it Jabikspaad. It binne trije pylgers, út Burgum en Dronryp.
Hja binne al betûfte pylgers, want - sa fertelle se ús - hja hawwe ôfrûne maitiid (april 2026) yn Portugal-Spanje ûnder oare mei Wiebe de Haan pylgere fan it Portugeeske Porto, earst by de kust del, en dan ynlâns fierder nei de Spaanske beafeartsstêd Santiago de Compostela.
En no binne hja te pylgerjen op it Frysk-Oeriselske Jabikspaad. De earste dei gie it fan de Groate Kerk fan Sint Jabik nei de Aldebildtdyk, en hjoed fan dêr ôf no fia Feinsum en dan troch Stiens op nei Ljouwert.

Stimpelje by Refugio Ultreia Feinsum en dan wer it Jabikspaad op
It is treflik waar om te kuierjen, dat it is net ferkeard om hjoed it Jabikspaad op te gean. 
Hja krije fansels de beide stimpels fan Feinsum en fan ús Refugio Ultreia Feinsum yn harren stimpelkaart, want dêr meie pylgers meastentiids graach oer.
Dan it ôfskie om fierder, mar ynearsten noch in fotoreportaazje by it pylgerbankje fan ús Refugio Ultreia Feinsum. 
Dêrnei sette hja wer útein, de Hege Hearewei op, de Hyltsjebrêge oer en dan fierder oer it Jabikspaad op nei Stiens en wat dêr hjoed noch op folget. 
Op de smelle Hege Hearewei efkes yn'e bjirm om in trekker mei in sûkerbitewein passearje te litten, en dan sette hja fierder útein.

vrijdag 25 september 2026

InZicht - Woorden uit de Bijbel

Zaterdag 25 september 2026
 
Cover van 'Inzicht - Woorden uit de Bijbel'

InZicht
In het jaar 2016 gaf de Bijbelvereniging het boek 'InZicht' uit, met als ondertitel 'Woorden uit de Bijbel'.
De Bijbelvereniging stond voorheen bekend als de Nederlandse Gideons. De Bijbelvereniging plaatst Bijbels in overnachtingslocaties, waaronder hotelkamers, vakantiehuisjes, ziekenhuizen, gevangenissen en scheepshutten en verstrekt kosteloos bijbeluitgaven aan diaconale instellingen, evangelisatiecommissies, missionaire werkgroepen, asielbezoekers, vluchtelingenwerkers, gevangenispastors, verplegenden, ouderenbezoekers, pastoraal werkers en warmhartige christenen, dit alles met als doel: het Evangelie van Jezus Christus dichtbij de mens, dichtbij de lezer te brengen.
In 2020 verscheen de tweede druk van dit bijbelboekje, met dezelfde boektitel: Inzicht - Woorden uit de Bijbel.

Woorden uit de Bijbel
Dit bijbel-boekje is geïllustreerd door de evangelicale presentator-kunstenaar Otto de Bruijne (1949)
Het boek combineert bijbelteksten met beeldende kunst om diepgaande reflecties inzake bijbelse thema's en woorden tot leven te brengen.
Bekende onderwerpen die aan bod komen, zijn onder meer: bidden, ouder worden, veiligheid bij God, en hoop in moeilijke tijden.
De bedoeling van dit boek is dat het de lezers helpt om inzicht te krijgen in de boodschap van de Bijbel, gepresenteerd door een combinatie van een tekening en een korte meditatieve bijbeltekst (in een enkel geval twee korte per dag), waarbij de bijbelteksten zijn ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling van het Nederlands Bijbelgenootschap (2004/2007).
De teksten in dit boek zijn gerangschikt naar twaalf thema’s, van toepassing op veel situaties in het leven. Het gaat daarbij om de volgende 12 thema's:
  • God geeft veiligheid,
  • Ouder worden,
  • De naaste,
  • Onze toekomst,
  • In de put,
  • Bidden,
  • Uit de put,
  • God is met ons,
  • Levenswijsheid,
  • Dankbaarheid,
  • Berouw en Zegen.
De illustraties - voor elke bijbeltekst een eigen illustratie - sluiten aan bij de thema’s en zijn speciaal voor dit boekje ten behoeve van de erin opgenomen bijbelteksten gemaakt door Otto de Bruijne.

donderdag 24 september 2026

Burgumer pelgrims op het Jabikspaad in Feinsum

Donderdag 24 september 2026
 
Burgumer pelgrims passeren Feinsum over de Hyltsjebrêge op het Jabikspaad

















Pelgrims op bezoek in Refugio Ultreia Feinsum
Vanmiddag een verrassend bezoek in Refugio Ultreia Feinsum. Een pelgrimsechtpaar uit Burgum passeert Feinsum op het Jabikspaad. Het zijn Anna & Klaas, die vanmorgen met de bus naar Sint-Annaparochie zijn gereden, en van daaruit naar Sint-Jacobiparochie zijn gelopen, om daar bij de Groate Kerk van start te gaan met de oostelijke routeversie van het Friese Jabikspaad naar het Overijsselse Hasselt.
Dit ervaren pelgrimsechtpaar heeft al ettelijke pelgrimsroutes naar Santiago de Compostela afgerond, onder andere via de Camino Francés vanuit Saint-Jean-Pied-de-Port, de Camino del Norte en Camino Primitivo vanuit Irun en de Camino Portugués vanuit Lissabon. 
Bovendien hebben Anna & Klaas ook veel wandelervaring opgedaan op ettelijke langeafstandswandelroutes in onder andere Fryslân, Nederland, Duitsland, Italië en Nieuw-Zeeland, kortom veel en mooie kilometers in de benen, en bovendien nog vol passie met betrekking tot pelgrimeren en wandelen. 
Durkje en ik documenteren onze pelgrimstochten met verhalen en foto's, en zij doen het naast Polarsteps ook met filmbeelden met muziek als ondertoon.

Nu pelgrimeren in Fryslân en volgend jaar weer in Spanje 
In een lang gesprek aan tafel in onze Refugio Ultreia Feinsum raken we niet uitgepraat over onze wederzijdse passie en over bijzondere belevenissen tijdens onze pelgrimages. Maar ja, de pelgrim moet door, dus na de koffie en een goed gesprek nemen we afscheid bij onze refugio en gaan Anna & Klaas samen het pelgrimspad van het Jabikspaad weer op, de Hege Hearewei op, om via de Hyltsjebrêge over It Kanael de tocht van het Jabikspaad te vervolgen, vandaag nog tot in Stiens. 
Ze hebben mooie plannen, want voor volgend jaar staat de pelgrimstocht van Mérida over de Vía de la Plata en de Camino Sanabrés naar Santiago de Compostela op de agenda, in aansluiting op de al gelopen Camino Mozárabe vanuit Almería naar Mérida.

Acht Friese terpkerkjes van de Provinciewandelgids - Route 12

Woensdag 23 september 2026
 
Aankomst vanuit het veld bij de kerk op de terp van Leons

















Provinciewandelgids Fryslân
Wandelroutemaker Bart van der Schagt ontwikkelde in de loop der jaren veel wandelroutes, zoals de welbekende NS-routes en de zogenoemde Groene Wissels.
Zijn focus is breder dan alleen maar natuur en landelijk gebied, want met zijn routes wil Van der Schagt de wandelaars ook laten genieten van leuke dorpjes en gezellige stadjes, kortom niet alleen onverharde routes, maar inclusief de beleving van dorpen & steden en natuur & landschap.
Vandaag wandelen Durkje en ik een route uit zijn in 2023 verschenen wandelgids 'Provinciewandelgids Fryslân'. 
Deze wandelgids bevat 22 wandelroutes, waarvan de diversiteit de karakteristieke kenmerken en de grote verscheidenheid van onze provincie Fryslân laten zien. Van deze 22 wandelroutes gaan er 19 door landschap & natuur (waarvan 4 op de Friese Waddeneilanden) en 3 zijn groene stadswandelingen door Dokkum, Franeker en Leeuwarden. Deze wandelroutes variëren van 5 tot 23 kilometer per route.
In de wandelgids staat van elke route een globaal oriëntatiekaartje, en de link naar de website waar je een meer gedetailleerde kaart en ook een gps-track kunt downloaden.

Route 12 - Acht Friese terpkerkjes
Vandaag lopen Durkje en ik Routenummer 12, met een lengte van 24 kilometer, die als titel heeft: Acht terpkerkjes.
Startplaats en eindpunt van deze route is het Friese terpdorp Deinum, maar wij kiezen ervoor om te starten in Weidum.
Deze route door het weidse Friese landschap gaat van terpkerk naar terpkerk, dus ook van terp naar terp.
Deze etappe gaat door en langs de volgende acht Friese terpdorpen: Weidum, Jorwert, Leons, Blessum, Deinum, Boksum, Jellum en Bears. Op de terp van elk van deze dorpen staat een prachtige eeuwenoude kerk.
We vertrekken vanuit Feinsum om 7:55 uur, en rijden dan naar de Johanneskerk van Weidum, waar we onze auto parkeren om 8:15 uur.
Bij aanvang van deze wandeldag is het 12 graden Celsius. Het weer vandaag is aangenaam, met in het begin van de ochtend nog wel zonneschijn, maar naarmate de dag voortschrijdt, neemt de bewolking toe, en krijgen we even te maken met lichte motregen. Even later is het al weer droog en kunnen we het laatste stuk van deze etappe droog afwikkelen. Al met al is het toch prima weer voor een dagwandeling in het begin van de inmiddels aangevangen herfst.

Eerst van Weidum naar Jorwert
De wandelgids laat deze route beginnen in Deinum, maar daar kiezen wij niet voor. Durkje en ik willen vanmorgen als onderdeel van deze etappe namelijk de viering bijwonen van de Nijkleasterkuier van Nijkleaster in Jorwert. We schatten in dat we er ongeveer drie kwartier over zullen doen om van Weidum naar Jorwert te lopen, dus als we om 8:30 uur beginnen te wandelen vanuit Weidum, zijn we ruim op tijd in de Sint-Radboudkerk van Jorwert, waar elke week op woensdag de kloosterkuier van Nijkleaster begint met een korte viering in de kloosterkerk. Na deze viering gaan wij dan samen verder met deze etappe.
Bij de Johanneskerk van Weidum aangekomen, zien we een ons bekende bedrijfswagen staan van Vellema Torenuurwerken uit Hallum, en het licht in de 13e eeuwse kerk brandt, dus we hebben een sterk vermoeden dat een uurwerkreparateur in de kerktoren aan het werk is. Ons vermoeden is juist, want als we de kerk binnen gaan, en de toren in lopen, zien we boven op het platform een reparateur bij het torenuurwerk aan het werk. Het uurwerk is door hem net gerepareerd, en we maken nog even een praatje met de reparateur alvorens we het kerkinterieur van deze laat-romaanse kerk bezichtigen.
Om 8:30 uur lopen we over een betonpad langs de pluktuin van het dorp de plaats Weidum uit. 
Vanaf de Hegedyk gaan we de Arsumerdyk op. 
Links van de weg staat de lisdodde te pronken in de boerensloot.




Viering voor de Kleasterkuier van Nijkleaster
Na het oversteken van de spoorlijn tussen Leeuwarden en Mantgum wandelen we om 9:00 uur Jorwert binnen.
Enkele minuten later zijn we dan al bij de Sint-Radboudkerk van Jorwert, de kloosterkerk van Nijkleaster.
We zijn dus mooi op tijd aangekomen bij deze Sint-Redbadtsjerke om de viering van de Kleasterkuier bij te wonen.
Na een bijzonder warm welkom gaan we de kerkzaal in, waar we plaatsnemen in de kring in het koor van deze eeuwenoude dorpskerk, waar om 9:30 uur onder leiding van voorgangster Tjitske Hiemstra de ochtendviering aanvangt.
We zijn met ruim vijftig aanwezigen in de kerk, en beleven een goede viering, waarin we zingen en bidden, ons bezinnen op een voorgelezen tekst, en na afloop met zijn allen koffiedrinken. Na een plenaire kennismakingsronde begint de kleasterkuier. We gaan met zijn allen de kerk uit om Jorwert te verlaten. 
Aan de rand van de bebouwde kom gaan wij de Jaenbuorren op om straks het veld in te gaan. De Nijkleaster-kuiergroep volgt ons even later op afstand. Zij gaan echter richting Fûns.

Door het open veld van de Leonserpolder naar Leons
Wij verlaten de Jaenbuorren, klimmen over een hek en gaan dan het veldpad op, dat ook onderdeel is van het Jabikspaad. Op de dammen kunnen we boven de sloten voorzichtig om de hoge damhekken heen lopen, om onze route door het open veld te vervolgen.
In een sloot zien we een zwanenpaar met nota bene nog vijf al vrij grote zwanenjongen. 
We volgen de wegwijzers van het Jabikspaad door het veld.
We lopen hier door het natuurgebied van de Leonserpolder, met hier en daar grazende paarden, koeien en schapen. En veldmuizen zien we te over vandaag. Die vormen hier momenteel een ware plaag in deze regio. We zien we overal langs de route.
Om 11:20 uur wandelen we vanuit het veld het terpdorpje Leons binnen.
Bij de Catharinakerk van Leons drinken we een kop koffie op een houten bank, en eten we een broodje in de luwte van het huisje naast de oude terpkerk.

Van Hoptille naar de Mariakerk van Blessum
Na deze pauze wandelen we vanuit Leons in de richting van Húns. Maar we komen niet door Húns, want onze wandelroute gaat aan de overzijde van de Boalserter Feart verder over het fiets- en wandelpad langs deze vaart.
We gaan onder de N359 door en komen om 12:00 uur aan bij de brug over Boalserter Feart in Hoptille.
We verlaten Hoptille in oostelijke richting.
Buiten het buurtschap Hoptille gaan we de Hilaardermieden op. Dit fiets- en wandelpad voert ons naar de vogelkijkhut. Vanuit die houten hut zien we verderop een groep witte reigers in het veld foerageren.
Dan steken we de Hilaarder Feart over.
Het verharde pad voert ons naar Blessum, waar we een bezoek brengen aan de recent verbouwde Mariakerk van het dorp.
In de kerkzaal zijn twee mannen aan het werk om ervoor te zorgen dat de kerkzaal wordt voorzien van raambekleding.
In de kerkzaal ligt onder een glazen vloerplaat een enorme grafzerk, die je van bovenaf door het glas goed kunt bekijken.
Na het bezichtigen van deze verbouwde terpkerk lopen we om de kerk heen, en gaan we verder met de route.
Vrij snel daarna verlaten we de bebouwde kom van Blessum via de Buorren.

Door een diepe spoortunnel naar de hoge terp van Deinum
Buiten Blessum gaan we de Aldeleane op. Dit fiets- en wandelpad voert ons naar de nieuwe spoortunnel die onder de spoorlijn tussen Deinum en Dronryp ligt.
Dit deel van de route is tijdens de aanleg van deze tunnel tijdelijk afgesloten geweest, maar er ligt nu een nieuw betonpad opdat je niet meer door het veld hoeft te lopen of te fietsen, de tunnel is al klaar en begaanbaar, en op het moment dat we bij de spoortunnel aankomen, passeert een trein richting Leeuwarden.
Ons valt op hoe enorm steil de neergang en de opgang is van deze spoortunnel. Voor wandelaars is dat geen probleem vanwege de betonnen trap in de tunnel, maar wie hier met een fiets door de fietsgoot naar beneden en daarna naar boven moet, is een dergelijke steile helling een grote uitdaging. Voor senioren met een zware e-bike zal dit absoluut een dilemma zijn. Gelukkig heeft iemand op provisorische wijze een minder steile helling met traptreden van hout in de tunnel getimmerd, zodat je minder steil op en neer kunt gaan. Maar ideaal is dit zeker niet.
Aan de andere zijde van de spoortunnel lopen we naar Deinum, dat we om 13:10 uur binnen wandelen.
In Deinum houden we onze lunchpauze op een bank op het kerkhof bij de helaas gesloten Sint-Janskerk. 

Van Deinum naar de terpkerk van Boksum
Voorbij het treinstation van Deinum gaan we de Hegedyk op. Wat ons vooral opvalt aan de berm tussen het fietspad en de rijweg is de grote verscheidenheid aan paddenstoelen in het hoge gras. Zo zien we hier bijvoorbeeld een enorm groot cluster prachtvlamhoed, en verderop heel veel kleine witte paddenstoeltjes, waarschijnlijk champignons.
Van de Hegedyk gaan we het Blessumerpaed op, waarmee we verderop door een tunnel onder de N359 door gaan. Links van deze toegangsweg naar Boksum graast een grote kudde koeien.
Over de Fockingastrjitte lopen we naar de op een hoge terp staande Sint-Margarethakerk.
Vlak vóór de opgang naar de kerk zijn twee werkmannen bezig om het brugdek van de voetgangersbrug te vervangen met nieuw hardhout. 
Deze Sint-Margaretha-kerk is vaak opengesteld voor het publiek, en zo ook vandaag, dus we kunnen en gaan naar binnen.
Net als in de dorpskerk van Blessum zien we ook hier weer zo'n mooi beschilderd orgelgordijn bij het in 2013 gerestaureerde kerkorgel.

De vlag hangt halfstok op It Westerhûs van Nijkleaster
We laten Boksum achter ons als we het Hylaerderpaed op gaan richting Hilaard. In de verte zien we het klooster van Nijkleaster achter Hilaard. Daar, op It Westerhûs zien we de vlag halfstok hangen.  
Henk Kroes - die van wezenlijke betekenis is geweest voor de ontstaansgeschiedenis van Nijkleaster - is vorige week na een lang ziekteproces helaas overleden. Vanmiddag wordt voor hem de rouwdienst in Boazum in besloten kring gehouden. Gisteravond hebben Durkje en ik zijn gezinsleden gecondoleerd in Boazum. Ruim twaalf jaar heb ik als vice-voorzitter samen met bestuursvoorzitter Henk Kroes en andere bestuursleden en heel veel kleaster-vrijwilligers een bijdrage mogen leveren aan het ontwerp en de ontwikkeling en (op)bouw van Nijkleaster, dus vandaag is voor ons een verdrietige dag van afscheid van Henk Kroes. Vanmorgen hebben we Henk ook herdacht in de ochtendviering in Jorwert, en vandaag hangt de vlag op It Westerhûs dus halfstok, ter eer en nagedachtenis aan deze zo betrokken bestuurder, die ook niet schroomde om de handen uit de mouwen te steken ten tijde van de restauratie en nieuwbouw van ons prachtige klooster onder de rook van Hilaard.

Via Jellum naar de state en kerk van Bears
Maar ons leven en ook onze wandeling gaat door, dus wij lopen over de Hilaarderdyk van Hilaard naar Jellum, waar we op de Smidshoeke de bebouwde kom binnenwandelen.
Dan gaat het over de Hegedyk naar de theaterkerk, het Mammemahuis van Jellum. Deze kerk is helaas gesloten, dus we kunnen er niet naar binnen, en dus gaan we door over de Hegedyk.
We gaan even later de Bearsterdyk op, en om 15:00 uur wandelen we het dorp Bears binnen.  
In Bears moeten we met een grote bocht om het terrein van het voormalige Uniastate heen. Eerst passeren we het oude poortgebouw van Uniastate, dat momenteel in de steigers staat. 
Het dreigde al lang, maar nu begint het dan toch te motregenen, dus we maken gebruik van de paraplu als we om het stateterrein heen lopen. Vanaf de andere zijde krijgen we een mooi vrij zicht op het daar gebouwde geraamte van de vroegere Uniastate.
Dan komen we bij de terpkerk van Bears, waar een banier en twee vlaggen wapperen. Er staan twee fietsen bij de kerk, en de kerkdeur is open, dus we gaan er naar binnen.
Hier bekijken we de schilderijen van mijn vroegere klasgenoot, de kunstschilder Gosse Koopmans, die hier momenteel enkele van zijn schilderstukken exposeert.

Terug naar Weidum na de rondgang om Nijkleaster
Als we even later de kerk van Bears verlaten, is het gelukkig al weer droog buiten, dus kan de paraplu weer in onze rugzak. Dan lopen we terug naar de Hegedyk, en gaan we vooreerst naar het buurtschap It Wiel, waar we de Wielster Feart oversteken.
Daarna gaat het verder over het fietspad langs de Hegedyk, naar Weidum, waar we om 15:50 uur arriveren.
Door de dorpskom wandelen we naar het kaatsveld van Weidum, vanwaar we het zicht krijgen op de dorpskerk Weidum.
Met een omweggetje door de Kûperssteech en door de Bornialeane komen we dan om 16:00 uur weer terug bij de Johanneskerk van Weidum, waar we vanmorgen onze wandeling van 24 kilometer aanvingen.
We stappen in de auto en rijden terug naar huis, na al weer zo'n bijzondere wandeldag, en deze keer met een royale bocht rondom het Friese klooster Nijkleaster, waar we al vele jaren een sterke binding mee hebben.

De kracht van Artificial Intelligence in wijken en dorpen

Dinsdag 22 september 2026
 
Beamerscherm in de presentatie van Gerard Duursma

Artificial Intelligence foar wyk & doarp
De kracht van Artificial Intelligence (AI ofwel Kunstmatige Intelligentie) in wijken en dorpen kan liggen in het versterken van de lokale leefbaarheid, het slimmer organiseren van voorzieningen en het overbruggen van de kloof tussen beleid en burger. 
Waar kunstmatige intelligentie vaak geassocieerd wordt met grote datacenters en grote organisaties, bewijst de praktijk dat kleinschalige, gerichte toepassingen juist in dorpskernen en stadswijken het verschil kunnen maken.
Door beschikbare data en lokale kennis slim te combineren, helpt AI om gemeenschappen bijvoorbeeld toekomstbestendig te houden. 

AI helpt op lokaal niveau in je dorp
Organisaties zoals de Friese stichting Doarpswurk laten zien dat AI lokale verenigingen kan ondersteunen bij administratieve taken, zoals het automatisch controleren van betalingen of het opstellen van dorpsagenda’s en beleidsplannen, het aanvragen van subsidies en vergunningen, en het maken van presentaties. 
Dit verlaagt de druk op vrijwilligers, en maakt het werk voor die dorpsvrijwilligers gemakkelijker en wellicht ook leuker.

Presentatie van Gerard Duursma
Vanavond organiseert het team Gebiedswerkers van de gemeente Leeuwarden een kennismaking met het nieuwe college van 5 wethouders van de gemeente Leeuwarden.
Als gastspreker daarbij is Gerard Duursma uitgenodigd, die een presentatie verzorgt over ‘De kracht van AI in wijken en dorpen’.
Deze bijeenkomst wordt georganiseerd in het Leeuwarder Kooi Stadion, waarin de deelnemers van deze avondbijeenkomst na afloop van de lezing en de kennismaking met de wethouders ook een rondleiding door het Leeuwarder voetbalstadion krijgen.

Duursma over AI 
Duursma begint met de vertoning van een video waarin zijn digitale avatar het woord doet. Daarna neemt hij de presentatie van zijn digi-Duursma over.
Hij begint te vertellen over zijn eigen historie op het gebied van computer- en internetgebruik, thuis en op school en ook als docent bij de toenmalige NHL.
  • De kloof in de mate waarin AI door mensen wordt gebruikt, is tussen die gebruikers extreem groot, en die kloof wordt met de dag groter. Duursma toont ons de verschillen tussen de gebruikersstadia 1 tot en met 4, die van 1. niet gebruiken, via slechts 2. losse vragen stellen, en via 3. structureel samenwerken, naar je 4. werk uiteindelijk anders organiseren.
  • Er zijn verschillende AI-modellen, zoals taalmodellen, beeldmodellen, videomodellen, spraakmodellen en multimodale modellen.
  • Vroeger namen machines eerst het fysieke werk over, maar in de toekomst en ook nu al neemt de nieuwe technologie de denkkracht over. Zo gaan we over van 1. mechanisering via 2. electrificatie en 3. digitalisering naar het 4. AI-tijdperk.
  • Als wij als mensen toegang krijgen tot kennis en denkkracht, verandert ook hoe wij ons werk en onze besluiten organiseren.
  • AI is niet meer dan een soort versterker; het maakt namelijk alleen sterker wat er al is (zoals de ideeën, kennis en creativiteit).
  • Van de eerste weerstand tegen AI gaan we in de loop van de tijd naar een nieuwe manier van werken, waarbij we onze oude manier moeten (leren) loslaten. Maar als je daar doorheen bent, zie je wat AI heeft en kan, wat wij zelf hebben en kunnen.
  • Duursma leeft AI als het ware elke dag. Zijn stem is inmiddels zijn werkinterface. Met zijn podcastmicrofoon geeft hij richting aan AI. 
  • AI kan ook altijd met je mee gaan, op straat, via je stem, via je Ray Ban-bril en via je oortjes. 
  • We moeten het onderwijs veel menselijker maken, door AI te gebruiken, zo stelt Duursma.
Waar zit alle kennis over wijken en dorpen
Na deze algemene inleiding gaat Duursma verder met zijn verhaal, en nu toegespitst op wat AI kan betekenen voor het vrijwilligerswerk in wijken en dorpen:
  • Die kennis zit vaak alleen nog in de hoofden van mensen, soms ook maar in één van al die mensen.
  • Die kennis moet uiteindelijk in een AI-laag boven of tussen organisaties komen te zitten, dan heb je namelijk allen toegang tot alle beschikbare kennis en informatie. 
  • Een bedrijf werkt op de drie assen van 1. medewerkers, 2. processen en 3. technologie, en voor het eerst komen daar nu digitale medewerkers (de zogenoemde AI-agents) bij. Die digitale medewerkers moet je overigens wel eerst opvoeden. 
  • AI gaat je na de nodige voorbereiding uiteindelijk helpen met alle kennis van de wijk of van je dorp. Zo kun je bijvoorbeeld met behulp van AI van een speeltuinidee naar een subsidieaanvraag gaan als je als dorp bijvoorbeeld een speeltuin wilt opknappen.
  • De meest geavanceerde AI-notitie app is momenteel al ter grootte van een credicard.
  • AI helpt mensen met het voorbereiden, en de mensen wegen daarna dan zelf af en beslissen, want mensen blijven de verantwoordelijkheid dragen.
  • We kunnen AI-modellen steeds beter inzetten. AI kon eerst alleen helpen, maar AI verandert straks ook je werkwijze.
  • Het moeilijkste bij de transitie van je huidige werkwijze naar de overstap naar AI-gebruik is je eigen manier van denken en werken.
  • Het innerlijk kompas van de mens wordt overigens wel steeds belangrijker naarmate we meer met AI gaan werken.
  • Automatiseer de routine, en maak dan ruimte voor wat telt, zoals tactisch en strategisch werk, en zorg voor verbinding met jezelf en je omgeving.
In gesprek met spreker, wethouders en rondleiders
Na deze lezing krijgen de genodigden in de volle zaal de gelegenheid om nog enkele vragen aan de spreker te stellen. 
Vervolgens worden de vijf huidige wethouders van het College van B&W van de gemeente Leeuwarden voorgesteld aan de aanwezigen in de zaal, en worden de deelnemers in de zaal in de gelegenheid gesteld om vragen aan deze vijf wethouders te stellen, die zijn vervolgens individueel of één voor één beantwoorden. 
Voordat dit avond-programma wordt afgesloten met een hapje en een drankje, verschijnen vier rondleiders van het Leeuwarder voetbalstadion ten tonele, met Geert van Tuinen in de lead, die ons in vier groepen meenemen door het stadion om ons door het tamelijk nieuwe Kooi Stadion rond te leiden. Zo bezoeken we onder andere een skybox, de perskamer, de tribune, de kleedkamer van de thuisclub en uiteraard buiten ook het grasveld.