zaterdag 6 juni 2026

Pelgrimeren van Soldón naar A Ponte Barxa de Lor

Pelgrimsroute van Ponferrada (S) naar Santiago de Compostela (S)
Camino de Invierno van Ponferrada naar Santiago de Compostela
Van Soldón naar A Ponte Barxa de Lor
Zondag 10 mei 2026 – 22,9 km.
Dag 6: 90,5 – 113,4 km.
 
Over een rotsachtig hellingpad van Ponte Castelo naar Caspedro

Spaanse Camino de Invierno
Vanuit verschillende windstreken van Spanje lopen allerlei Spaanse pelgrims-routes naar Santiago de Compostela.
Durkje en ik hebben ervoor gekozen om dit jaar - in 2026 - de gehele Camino de Invierno te lopen tot in Santiago de Compostela.
Deze ‘Camino de Invierno’ is de ongeveer 270 kilometer lange pelgrimstocht van Ponferrada naar Santiago de Compostela.
Vandaag lopen we van deze Camino de Invierno onze 6e etappe, over een afstand van 22,9 kilometer, van Soldón naar A Ponte de Barxa de Lor. We stijgen daarbij van ongeveer 250 meter naar circa 300 meter hoogte, maar er zitten wel enkele klimmen in deze etappe tot zo’n 600 meter.

Vertrek uit Soldón
Onze wekker hadden we voor vanmorgen gezet op 6:15 uur in het appartement O Muiño in Soldón. 
Durkje en ik ontbijten in de woonkamer van het appartement.
En voordat we vertrekken, hebben we nog iets belangrijks te doen, want onze jongste kleinzoon Simeon in Grou viert vandaag zijn eerste verjaardag. Daartoe maken we in ons appartement eerst een felicitatiefilmpje als pake & beppe, en dat gaat direct met gezwinde spoed via WhatsApp naar huize Koehoorn in Fryslân, waar de naaste familie vandaag bijeen is om die belangrijke eerste verjaardag luister bij te zetten. 
Om 7:35 uur verlaten we ons appartement en dan gaan we van start.
Het viaduct steekt ver boven het dorpje uit.  
We steken eerst via de lage brug de Río Soldón over.
Langs de rivier de Sil lopen we in de richting van Os Sequeiros, maar voordat we dat dorpje aan de rivier bereiken, gaan we onder de verkeersweg door om een klim te maken over een hellingpad in de richting van Os Novais. Al om 8:10 uur krijgen we vanaf de hoogte van het hellingpad het eerste zicht op de stad Quiroga, waar we straks willen pauzeren.

Os Novais
Maar eerst lopen we nog het dorpje Os Novais binnen.
Een groepje van vier katten, die dicht tegen elkaar aan liggen bij de ingang van het dorpje, ziet ons komen en passeren.
In een schuur in het dorpje zien we een oude houten kar, een oude fiets aan de muur, en brandhout.
Voorbij de eerste gebouwen lopen we door naar de oude burcht (Castillo) van Os Novais.
We doorkruisen het bergdorpje Castillo Novais.
Daarbij passeren we ook de kapel van Sint Rochus. In de kapel zien we twee beeldjes staan van deze heilige.
Hoog boven de woonstraat torent de ruïne van de oude burcht van Castillo Novais.
Een geel geschilderde caminopijl wijst ons de weg door de smalle straat.
Bij één van de huizen aan de route hebben de bewoners allerhande curiosa opgehangen die te maken hebben met de Camino de Invierno en met het pelgrimeren in het algemeen.
Er hangt bijvoorbeeld een etappekaart en een aantal Sint-Jacobsschelpen met daarop uiteenlopende teksten geschreven.
Ook hangen er diverse richtingwijzers, specifiek van de Camino de Invierno, en ook in meer algemene zin van de Camino de Santiago.
Als we naar de rand van het dorpje lopen, waar we een smal hellingpad naar beneden zullen nemen, zien we achter ons een contour van een pelgrim geschilderd op een stuk hout. Daar verlaten we het dorpje.
We lopen dan over een ruig hellingpad naar beneden.
Daar steken we een oude stenen boogbrug over. Een informatiepaneel bij deze oude brug meldt dat men vermoedt dat de Romeinen zo’n tweeduizend jaar geleden hier al een stenen boogbrug hebben gebouwd. Daar is in de Middeleeuwen een nieuwe brug voor in de plaats gekomen. Verder meldt dat informatiebord dat de Napoleontische troepen die indertijd optrokken naar Quiroga, hier over deze brug zijn getrokken, op weg naar Quiroga. Wij wandelen hier dus in hele oude voetsporen.
Voorbij deze oude stenen boogbrug gaan we bergopwaarts verder, en dan zien we nog één keer aan de overzijde van de kloof de burchtruïne van Castillo Novais in volle glorie.

Van Castillo Novais via Caspedro richting Quiroga
Het hellingpad waar we nu op voortgaan, is nogal ruig, met een ondergrond van rotsen en dikke stenen, en bovendien nogal nat, dus het is uitkijken geblazen dat we niet uitglijden en vallen.
En dan tot onze verrassing zien we de burcht van Castillo Novais nog eens achter ons.
We volgen de hellingpaden in de richting van Quiroga, en hebben vlak vóór negen uur al een heel duidelijk zicht op de stad waar we koffie willen drinken.
Maar nog voordat we de stad in gaan, komen we door het dorpje Caspedro.
Eén van de huizen in het dorp heeft het deurkozijn geheel gedecoreerd met witte Sint-Jacobsschelpen.
Aan het eind van de bebouwing van Caspedro zien we Quiroga weer in het dal.
In Os Escanos steken we via de brug een beekje over, dat verderop uitmondt in de rivier de Sil, en dan wandelen we de bebouwde kom binnen van Quiroga.

Koffie en inktvis in Quiroga
We volgen de lange hoofdstraat door de stad, en zien op verschillende plekken grote muurschilderingen.
Dan komen we langs de herberg van Quiroga. Vóór de herberg staat een cortex stalen beeld van een pelgrim.
Enkele jonge mensen staan bij de ingang van de herberg. We proberen binnen een herbergstempel te verkrijgen, maar dat lukt niet, want het kantoor van de herberg is gesloten.
Daarom lopen we verder door de hoofdstraat in de richting van het centrum. We passeren dan weer enkele muurschilderingen.
Rechts in een zijstraat zijn marktkooplui bezig de zondagse warenmarkt op te bouwen.
Op een hele grote kopgevel staat een enorme muurschildering van een vrouwelijke pelgrim, met eronder een grote witte Sint-Jacobsschelp geschilderd.
Hier steken we de hoofdstraat over, om bij het café A Bótica binnen te gaan, waar we koffie met tostada tomate bestellen, om hiermee onze koffiepauze op deze Moederdag te vieren. 
Daarna nóg maar een kop koffie, want straks volgt een lange beklimming. Van achter in het café hebben we het zicht op de kerk van Quiroga, die achter de gebouwen van de hoofdstraat is gebouwd.
Er tegenover zien we twee muurschilderingen. 
Als we het café uit komen, zien we dat drie marktkooplui op straat een hele grote ketel met water hebben opgestookt.
Ze koken hier een groot aantal hele grote inktvissen, wellicht om die straks te verkopen.
Als ik er een foto van maak, is één van de vrouwen zo vriendelijk om één van die grote inktvissen even uit de ketel te trekken, om die te laten zien.
Door de hoofdstraat verder lopend, zien we wederom zo’n grote muurschildering op een kopgevel.
Bij de VVV aangekomen, voelt Durkje aan de toegangsdeur, die gesloten blijkt te zijn. Maar de jongedame in de VVV doet de deur open, en dan gaan we naar binnen, om hier een stempel af te halen voor onze pelgrimspaspoorten.
Dan wandelen we naar het eind van de bebouwde kom van Quiroga.
Vlak vóór de lange rivierbrug zien we een tuin, waarin bijzondere objecten zijn geïnstalleerd, waaronder een klein model van een hórreo (graanschuurtje), die in Galicië veel voorkomen.

San Clodio
Dan steken we via de lange rivierbrug de Río Sil over.
We wandelen daar de plaats San Clodio binnen.
Hier en daar in de hoofdstraat van San Clodio zien we de welbekende Banco’s Peregrino staan.
We doorkruisen San Clodio, en komen daarbij langs het plaatselijke treinstation.
Aan het eind van het dorp, voorbij het laatste café steken we via de zogenoemde ‘ijzeren brug’ de rivier Sil weer over, en dan gaat het verder langs de N-120.
Maar voordat we verder gaan, zoeken we even een stille plek op waar we mim in Drachten bellen, want het is vandaag Moederdag, en dan willen we natuurlijk niet vergeten om daar ook de gewenste aandacht aan te besteden. We bellen mim om van beide zijden elkaar op de hoogte te brengen van elkaars wel en wee.

Espandariz en Nocedo
Om 11:05 uur wandelen we de bebouwde kom van Espandariz binnen, waarvan de eerste bebouwing een eindje verderop staat.
We volgen de wegwijzers van de Camino de Invierno en/met de gele caminopijlen.
Waar we op de LU-933 van de N-120 af draaien, komen we bij het dorpje Nocedo.
We hebben tot nu toe vandaag prima weer gehad, behoudens een heel klein beetje miezerachtige regen toen we Quiroga binnen wandelden, maar nu is de wolkenlucht dreigend, begint het harder te waaien, en krijgen we zowaar met regen te maken, en wel zoveel dat we daar niet zonder regenkleding doorheen zouden willen lopen.
Gelukkig staat er vlak vóór het kombord van Nocedo een abri, waarin we kunnen schuilen en onze regenkleding aan zouden kunnen trekken. 
Eerst kijken we nog wel even op de tamelijk betrouwbare buienradar van Weeronline, en wel op de gedetailleerde versie ervan voor wat betreft Nocedo. Die laat zien dat hier sprake is van een bui van ongeveer een kwartier, en daarop vertrouwend, besluiten we de regenkleding niet aan te trekken, maar die bui af te wachten. En zowaar, een kwartier later is het droog, en blijft het droog, precies zoals Weeronline had laten zien.

Een hoge en langdurige klimpartij bergop
We weten dat vanuit Nocedo een lange klimpartij zal volgen, want we moeten over een behoorlijk lange afstand in de bergen nu een klim van zo’n 300 hoogtemeters maken. Daartoe zetten we rustig de eerste klim in over de brede asfaltweg van de LU-933. Ik krijg onderweg last van een stekende pijn in mijn linkerknie, maar kan die verderop na de overgang op een ruig en ongelijk steenachtig bergpad in het volgende traject goed eruit lopen, dus het gaat pijnloos, maar wel nog voorzichtig en met aandacht verder, met goed resultaat. 
Nu volgt een ongeveer vijf kilometer lange klim, alsmaar hogerop, tussen heerlijk geurende geelbloeiende bremstruiken, en verderop door een kaal berglandschap, waarbij we - hoe verder we komen - enorme vergezichten krijgen in dit ruige berglandschap.
Iemand heeft onderweg van stenen een caminokruis geformeerd op het pad, wat ook een teken is dat andere pelgrims ons hier voorgingen. Dat is overigens het enige teken van pelgrimsleven dat we onderweg vandaag zien, want er is vandaag op en langs het pad geen gaande pelgrim te bekennen.
Iets hogerop komen we weer iets meer tussen bomen en struiken te lopen.
En dan rond 13:00 uur zien we boven in de verte de tamelijk grote kapel Capela dos Remedios op eenzame hoogte staan. 
Maar in de bergen kun je niet zomaar rechtdoor daar naar toe lopen, en we zien aan de bergformaties wel dat we nog met een hele grote boog rechtsom over een hellingpad langs de flanken van de bergen een fikse omweg moeten maken.
Daarbij horen we na die lange omweg linksonder ons tegen de berghelling het water snel stromend naar beneden gaan, hetgeen erop wijst dat we een binnenbocht naderen, om voorbij die scherpe bocht weer opwaarts verder te kunnen over het hellingpad.
En dan gaat het zo langzamerhand weer omhoog over het brede bergpad.
Om 13:40 uur bereiken we het hoogste punt, met wederom een enorm vergezicht over de bergen achter ons.

Lunchen op grote hoogte bij de Capela dos Remedios
We zijn nu gearriveerd bij de Capela dos Remedios. 
Helaas is de toegangsdeur van de kapel op slot, dus we kunnen er niet naar binnen.
Door de tralies zien we wel enkele banken langs de muren, en tegen de achterwand het altaar.
We kunnen dus helaas niet naar binnen, om uit de wind even op een bankje te gaan zitten. Ook buiten staat aan geen enkele zijde van de  kapel een bankje waarmee de passerende pelgrim blij gemaakt zou kunnen worden.
We hebben nu twee uren onafgebroken geklommen, en het is de hoogste tijd om onze lunchpauze te houden. We lossen dat op door uit de wind op enkele rotsstenen te gaan zitten tegen de muur van de kapel. Daar houden we onze lunchpauze, en ondertussen begint het even heel licht te regenen, maar gelukkig is het direct daarna al weer droog.

Bergafwaarts door Carbalo de Lor
Als we na deze lunchpauze weer verder gaan, is het einde van onze dagetappe figuurlijk, en zeker ook letterlijk in zicht, want vanaf de berg kunnen we linksvóór ons al ons eindpunt onder het hoge viaduct zien liggen, op grote afstand diep in het rivierdal. Dáár ligt A Ponte Barxa de Lor.
We zetten opgewekt de afdaling in. Het zonnetje schijnt inmiddels heerlijk, en het gaat niet steil naar beneden, dus we lopen heerlijk ontspannen bergafwaarts. 
Eerst komen we nog door het bergdorpje Carbalo de Lor. 
Ook hier zien we verlaten gebouwen, veelal gebouwd van ruig berggesteente.
Tegen een muur zien we een mooie afbeelding van een middeleeuwse pelgrim in traditionele kledij.
Om 14:20 uur lopen we Carbalo de Lor uit.

Over de middeleeuwse brug van A Ponte Barxa de Lor
Dan begint het toch nog weer te regenen. Niet hard genoeg om de regenkleding voor de laatste twee kilometers nog aan te trekken, en eigenlijk net iets te hard om zomaar door te lopen. We schuilen heel even en gelukkig lopen we door een hol bergpad, beschut tegen de aanrukkende wind van links, waardoor het nog wel gaat om zonder regenkleding verder te gaan.
Als we om 14:40 uur A Ponte Barxa binnen lopen, is het nagenoeg droog.
We komen bij de rivier de Lor, bij de hele oude stenen boogbrug.
Deze eeuwenoude brug steken we over om het dorp verder in te kunnen gaan.
Naast de brug staat een hoge ruïne aan de oever van de rivier.
Aan de overzijde van de boogbrug moeten we trouwens direct linksaf om af te dalen in de richting van onze overnachtingsaccommodatie.
Als we het eerste gebouw voorbij lopen, en achterom kijken, krijgen we een prachtig zicht op de hoge stenen boogbrug waar we zojuist over heen zijn gelopen.

Pensión Pacita diep in de vallei van de Río Lor
We hebben zojuist de doorgaande route van het pelgrimspad verlaten, omdat we langs de rivier naar Pensión Pacita moeten lopen, waar we vannacht zullen overnachten.
Het pension staat bijna onder het hele hoge viaduct dat hier over de vallei ligt. 
In de receptie van het pension worden we hartelijk ontvangen door de eigenaren van het pension, een vader en zijn zoon, die hier het pension exploiteren. Moeder is helaas al overleden, dus met zijn tweeën runnen ze nu het pension.
Ze zijn heel vriendelijk en gastvrij, en doen er alles aan om ons hartelijk te ontvangen.
We worden naar onze kamer begeleid, en als we vragen om een ruimte waar we aan een tafel kunnen zitten, blijkt dat ze tegenover onze kamer een ontbijtkamer hebben ingericht, waar van alles klaar staat voor ons verblijf vanmiddag en voor ons ontbijt van morgenochtend.
De verwarming gaat aan, en we hebben vanmiddag twee prachtige kamers waarin we genoeglijk kunnen verblijven.
Vanavond kookt de zoon voor ons, en eten we beneden in de receptie, waar we vriendelijk worden bediend door de zoon. De oude vader is er bij, en geniet er ook van. 
Na het hoofdgerecht krijgen we de vraag welk nagerecht we willen kiezen, waarbij de zoon nog even duidelijk maakt dat hij zelf cheese cake heeft gemaakt. Dan kunnen we dat natuurlijk niet weigeren, dus dat bestellen we, waarna we een buitengewoon heerlijk nagerecht krijgen geserveerd.
Na nog een tijdje met vader en zoon gesproken te hebben, betalen we voor de kamer, het diner en het ontbijt, en nemen we afscheid van de beide hartelijke heren, en vertellen we dat we morgenochtend zo ongeveer om acht uur zullen vertrekken richting Monforte de Lemos.
Maar nu is eerst een goede nachtrust gewenst in de stilte van dit kleine bergdorpje, diep verscholen in de vallei van de Río Lor. 

vrijdag 5 juni 2026

Pelgrimeren van A Rua de Valdeorras naar Soldón

Pelgrimsroute van Ponferrada (S) naar Santiago de Compostela (S)
Camino de Invierno van Ponferrada naar Santiago de Compostela
Van A Rua de Valdeorras naar Soldón
Zaterdag 9 mei 2026 – 21,4 km.
Dag 5: 69,1 – 90,5 km.
 
Met het Belgisch pelgrimsechtpaar afdalen over een glad rotsachtig pad


















Spaanse Camino de Invierno
Vanuit verschillende windstreken van Spanje lopen allerlei Spaanse pelgrimsroutes naar Santiago de Compostela.
Durkje en ik hebben ervoor gekozen om dit jaar - in 2026 - de gehele Camino de Invierno te lopen tot in Santiago de Compostela.
Deze ‘Camino de Invierno’ is de ongeveer 270 kilometer lange pelgrimstocht van Ponferrada naar Santiago de Compostela.
Vandaag lopen we van deze Camino de Invierno onze 5e etappe, over een afstand van 21,4 kilometer, van A Rua de Valdeorras naar Soldón. We dalen daarbij van ongeveer 350 meter naar circa 250 meter hoogte, maar er zitten wel enkele klimmen in deze etappe tot achtereenvolgens ongeveer 505 en 450 en 475 meter, ofwel de hele dag behoorlijk klimmen en dalen.

Vertrek uit A Rua de Valdeorras
Onze wekker hadden we voor vanmorgen gezet op 6:15 uur in hotel Espada in A Rua de Valdeorras. 
Durkje en ik ontbijten in de hotelkamer.
Om 7:30 uur verlaten we ons hotel en dan gaan we van start.
Daarbij lopen we eerst het centrum in van de stad, tot aan de kruising met het stadhuis.
Daar gaan we een eerste – zojuist geopende – bar in, waar we voor ons beiden een kop koffie bestellen, en de barman ook vragen of hij onze thermoskan met vier koppen Café Americano wil vullen. Die gaat vandaag vol mee op pad. We zullen geen horeca zien onderweg, maar koffie hebben we nu wel bij ons.
Aan een muur hangt een bordje met de  mededeling ‘ik loop de camino’. 
We klimmen naar het oude deel van de stad, waar we het pension Pillabán passeren. We worden geroepen, en als we achterom kijken, zien we de Noorse pelgrim op het balkon van het pension staan. We praten onderaan het balkon nog even met hem voordat wij verder gaan.
Tegenover dit pension staat een wegkruis, met daarachter de kerk van onze lieve vrouwe Fátima.
We zien een Aziatische pelgrim vóór ons uit lopen, maar omdat hij nogal snel loopt, ontmoeten we hem de hele dag niet.
We klimmen de stad uit, en krijgen buiten de bebouwde kom een mooi uitzicht over het rivierdal van de Sil, met de bebouwing van A Rua de Valderorras in de diepte.

Voortdurend bergop
Via een hoge bypass komen we langs Hotel Berna. En daarnaast naderen we een ander hotel, waar zojuist vier Spaanse dames het gebouw hebben verlaten, om op stap te gaan met dagrugzakken op de rug.
Twee van hen halen we al in nog voordat ze van start gaan, en de twee anderen lopen vóór ons uit.
Als we over de asfaltweg van de LU-933 lopen, zien we hier ook de resultaten van de verwoestende werking van de bosbrand van vorig jaar augustus 2025.
Op de hellingen linksonder en rechtsboven ons staan veel verkoolde boomstammen nog overeind. 
In de bocht van de asfaltweg passeren we een fabriek, waar op deze vroege zaterdagochtend volop wordt gewerkt.
De weg gaat alsmaar omhoog, dus we krijgen een prachtig uitzicht over de riviervallei van de Río Sil.
Rechts van de weg valt het water van de hoge bergwand als een kleine waterval kletterend naar beneden. 
Om 9:05 uur wandelen we de provincie Ourense uit, en de provincie Lugo binnen.
Vijf minuten later maakt een informatiebord ons duidelijk dat we de bergen van de Montañas do Courel nu betreden, die door de Unesco zijn aangewezen als Geopark.

Verrassend Alvaredos
Om 9:15 uur lopen we de bebouwde kom van het bergdorpje Alvaredos binnen.
Links van de weg staat een boom vol met rijpe morellen, waarvan we enkele plukken en eten. Het aantal pitten op het asfalt maakt duidelijk dat hier ook door anderen al volop is genoten van die lekkere rijpe rode morellen.
We lopen door de smalle straat van Alvaredos.
Aan de bomen op weg naar Alvaredos en nu hier ook in het dorpje zien we allerlei beschilderde figuren, die de bergwand en ook het dorp opfleuren. We vragen ons af of deze wellicht zijn gemaakt, en overal zijn opgehangen om de mensen die hier wonen zo goed mogelijk op te fleuren na die hele angstige tijd die ze vorig jaar zomer in augustus van 2025 hebben beleefd ten tijde van die allesverwoestende bosbranden in deze buurt.
Links tegen een gevel hangt een mooi informatiebord dat verwijst naar de camino.
Dan zien we dat hier een hele mooie stempelplek in ingericht voor de passerende pelgrims van de Camino de Invierno.
We zetten het pelgrimsstempel in onze pelgrimspaspoorten.
Als we de plek goed in ons opnemen, zien we van alles staan en hangen en liggen, wat de passerende pelgrim vrolijk maakt.
Zo staat er bijvoorbeeld een weggeefkorf met pakjes vruchtendrank en appels en sinaasappels.
We nemen er iets van mee, en doen geld in het donativo-geldkistje, om de aardige initiatiefnemer te bedanken voor dit gulle gebaar.
We kunnen hier zelfs nota bene naar de wc.
In een schuur naast een ronde woning mogen we naar binnen, waar achter twee grote ronde vloeistoftanks een sanitairruimte is met zelfs douche en toilet.
Er tegenover is een kippenhok, versierd met kleurrijke afbeeldingen van een haan, een kip en eieren. 
Als we verder trekken, zien we achter ons drie van de vier Spaanse pelgrims in gesprek met de Spaanse mevrouw die ons zojuist de wc wees, en daar staat ook een ons nog niet bekend pelgrimsstel bij. 
Als we de bebouwde kom van Alvaredos uit lopen, worden we in stilte gadegeslagen door een witte kat, die op een tuinmuur ons zit na te kijken.
We lopen nog langs de ruïne van wat vroeger ook een in gebruik zijnd gebouw is geweest.
En dan dalen we af via een smal bergpad, en laten we Alvaredos achter ons.

205 meter afdalen
Vóór ons ligt dan de vallei waardoor de Sil stroomt.
Over een schilderachtig hellingpad zetten we de afdaling in.
Een prachtig kleurrijk lijnenspel ligt vóór ons tegen de berghelling van paden en planten.
In de berm van de berghelling links van ons bloeien volop gele bloemen.
Nu volgt een lange afdaling over een steenachtig hellingpad. 
Onderweg zien we hoe heel langzaam de natuur zich weer herstelt na die verschrik-kelijke bosbrand van vorig jaar. 
Mossen en kruiden brengen weer kleur en geur aan op de verbrande aarde.
Dat ziet er allemaal wel mooi uit, maar de zwartgeblakerde bomen en struiken zullen nog lang de stille getuigen zijn van de dodelijke bosbrand.
We worden ingehaald door het pelgrimsechtpaar van zojuist. Het blijkt een echtpaar uit België te zijn, dat ook de Camino de Invierno geheel bewandelt.
De vrouw heeft al enkele camino’s gelopen, en voor haar echtgenoot is dit de tweede camino.
We lopen voorzichtig naar beneden, want het pad gaat steil naar beneden, en een valpartij heb je zomaar te pakken, dus het gaat langzaam stapje voor stapje naar beneden.

Montefurado
Om 10:15 uur bereiken we het bergdorp Montefurado.
Voorin het dorp lopen we langs het spoor.
Daarbij komen we langs het treinstation, waar we het perron op gaan om te kijken of er ook bankjes staan.
Er blijkt nota bene een overdekte wachtruimte te zijn op het perron. Daar gaan we naar binnen, om hier te genieten van onze koffiepauze.
Het valt ons dan op dat een vinkje verwoede pogingen doet om onze wachtruimte in te vliegen, maar de durf ontbreekt kennelijk. Dan zien we boven op een schakelkast een vogelnestje.
Daar zitten enkele kuikens in, die natuurlijk nog gevoed moeten worden door het vinkje.
Zolang we binnen zitten, komt het ouder-vogeltje de wachtruimte niet binnen, en we zien dat ze ongerust afwacht totdat wij even later vertrekken.
In de verte boven ons zien we alvast de kerk van Montefurado staan.
We lopen de bebouwde kom van Montefurado binnen.
Even later passeren we de kerk met de van dikke rode stenen gebouwde muren. 
We doorkruisen Montefurado door verschillende smalle straten.
Aan de rand van het bergdorpje komen we langs enkele in de rotsen uitgehouwen grotten, waar men vroeger allicht eten en drinken bewaarde.
We gaan bergopwaarts, en krijgen achter ons Montefurado goed in beeld.
Rechts van het pad is nog een andere grot, waarin een heiligenbeeldje staat, zulks ter aanbidding.
Enkele minuten na elf uur ligt Montefurado al diep achter ons.

Dalen en klimmen langs de Sil naar Farrapas
Mooi is het om te zien dat we op heel veel plekken erop worden gewezen dat we op de Camino de Invierno lopen.
Als we nog eens veertig minuten hebben geklommen, genieten we van het prachtige vergezicht over de diepe vallei van de Río Sil.
Het kale, steenachtige pad gaat verderop over in een groen begroeid hellingpad.
We moeten in de bocht van het pad een doorwaadbare plek kruisen.
Direct daarna passeren we wéér zo’n doorwaadbare plek, waar we nog doorheen kunnen, en waar voor de zekerheid voor grote waterstromen stapstenen voor passanten zijn geplaatst, om in elk geval met droge voeten deze waterstromen uit de bergen te passeren.
Waar we vervolgens weer bergop gaan, ruiken we de ons bekende geur van de naast het pad staande enorme eucalyptusbomen.
In de richting van Bendilló moeten we wederom behoorlijk klimmen. We hebben onderweg inmiddels de regenkleding aan gedaan, want het begint licht te regenen, en er wordt een steviger regen voorspeld.
Als we de kapel van Farrapas passeren, zien we daar de vier Spaanse pelgrims met de twee Belgische pelgrims pauzeren.

Bendilló
Om 13:40 uur lopen we de bebouwde kom van Bendilló binnen.
We doorkruisen de smalle straten van dit ook al grotendeels verlaten bergdorpje. 
In de tuin van de dorpskerk zit de Amerikaanse pelgrim Steven uit Seattle te pauzeren. We hadden hem eerder onderweg al ontmoet toen hij ons voorbij ging op het moment dat wij uit voorzorg alvast onze regenbroeken aantrokken. ‘I like your hat’, zegt hij, wijzend op mijn pelgrimshoed. Dat heb ik gedurende deze voorjaarspelgrimage al vaker gehoord. Steven vertelt dat hij vandaag doorloopt naar Quiroga, en dan morgen een korte etappe loopt, dus we concluderen dat we elkaar wellicht morgen of later nog wel eens zullen zien.
We nemen afscheid van elkaar en lopen dan langs de dorpskerk van Bendilló. 
Vanaf daar gaat het verder in de richting van de ommuurde begraafplaats aan de rand van het dorp.
Die ligt zo’n vijftig meter voorbij de kerk.
Vanuit Bendillo gaat het steil naar beneden.

Niet uitglijden in de regen bij stijgen en dalen
Het regent af en toe even matig, en eigenlijk stopt het niet meer, dus de berghelling begint al behoorlijk glad te worden. Voorzichtig gaat het langzaam naar beneden, een glijpartij voorkomend. Dat gaat goed, en ondertussen krijgen we toch regelmatig hele mooie vergezichten te zien over de rivier de Sil.
Om 13:05 uur kunnen we nota bene voor het eerst in de verte en in de diepte een deel van de bebouwing zien van Soldón, waar we naar op weg zijn.
Van Bendilló naar Soldón is het nog wel bijna drie kilometer lopen, waarbij we eerst voorzichtig dalen en daarna ook nog twee lagere toppen over moeten, en bij het gebruikelijke tempo van zo’n drie kilometer per uur, betekent het dat we vanuit Bendilló nog wel een uur onderweg zijn tot we arriveren in Soldón.
We lopen over rotsachtige en steenachtige bergpaden verder.
Om 13:35 uur zijn we Soldón al zo dicht genaderd dat we het naambord van de Río Sil met het blote oog kunnen lezen.
 
Naar een prachtig appartement in Soldón
Met het nodige bochtenwerk in de laatste afdaling wandelen we ter hoogte van het kleine kerkje de bebouwde kom van Soldón binnen.
Door hele smalle, gladde, steile straatjes volgen we de route door Soldón.
Dan komen we om 13:45 uur onder het hoge viaduct uit bij de lage brug over de Río Soldón. Daar hangt bij een tuinmuur een plakkaat van ons appartementencomplex. De poort er naar toe zit echter op slot. We bellen en appen met de eigenaar Luis, waarop hij ons meldt dat we een klein eindje terug moeten lopen, om daar een betonpaadje op te gaan, waarover we het appartementengebouw zouden bereiken. Daarbij komt de mededeling dat er al iemand onderweg is om ons daar te ontvangen. 
We lopen over dat betonpad naar boven, en even later komt Luis met de auto aanrijden, waarna hij ons hartelijk ontvangt en ons rondleidt door ons prachtige appartement. Hij doet direct de verwarming aan, en oppert dat we bij de verwarming maar snel onze regenkleding moeten drogen. 
Hij laat de door ons bestelde boodschappen zien, die al in de koelkast en op het aanrecht liggen, en dan betalen we Luis de verblijfskosten plus de door hem voor ons zo vriendelijk gehaalde boodschappen.
Wel heel fijn dat hij - na zijn aanbod - die boodschappen voor vanmiddag, vanavond en voor morgen voor ons heeft gehaald, want daardoor hoefden wij dat vandaag niet allemaal mee te dragen in onze rugzakken.
Luis vertrekt, en dan kunnen we onze natte spullen drogen (inmiddels regent het al behoorlijk), kunnen we douchen en verkleden, hebben we vanmiddag alle tijd om in een prima geoutilleerd en heerlijk (warm) appartement de nodige tijd te besteden aan de door ons vandaag gemaakte foto’s en voor het schrijven van het dagverslag. 
We kunnen hier niet uit eten in dit verlaten buurtschap, maar met de in huis gehaalde boodschappen koken we onze warme maaltijd, en genieten we volop van dit heerlijke appartement met uitzicht over de Río Soldón.

Pelgrimeren van O Barco de Valdeorras naar A Rua de Valdeorras

Pelgrimsroute van Ponferrada (S) naar Santiago de Compostela (S)
Camino de Invierno van Ponferrada naar Santiago de Compostela
Van O Barco de Valdeorras naar A Rua de Valdeorras
Vrijdag 8 mei 2026 – 13,4 km.
Dag 4: 55,7 – 69,1 km.
 
Pelgrimssymbolen in de regen in Arcos
















Spaanse Camino de Invierno
Vanuit verschillende windstreken van Spanje lopen allerlei Spaanse pelgrimsroutes naar Santiago de Compostela.
Durkje en ik hebben ervoor gekozen om dit jaar - in 2026 - de gehele Camino de Invierno te lopen tot in Santiago de Compostela.
Deze ‘Camino de Invierno’ is de ongeveer 270 kilometer lange pelgrimstocht van Ponferrada naar Santiago de Compostela.
Vandaag lopen we van deze Camino de Invierno onze 4e etappe, over een afstand van 13,4 kilometer, van O Barco de Valdeorras naar A Rua de Valdeorras. We stijgen daarbij van ongeveer 330 meter naar circa 350 meter hoogte.

Vertrek in de regen uit O Barco de Valdeorras
Onze wekker hadden we voor vanmorgen gezet op 6:45 uur in pension A Barca in O Barco de Valdeorras. 
Durkje en ik ontbijten in de hostalkamer van het pension.
We overleggen hoe we het vandaag zullen aanpakken, want het regent. De buienradar laat zien dat het tot ongeveer 9:30 licht tot matig zal regenen. Omdat we vandaag niet zover hoeven te lopen, zouden we tot 9:30 uur in het nabijgelegen café kunnen wachten tot het regenen ophoudt, maar anderhalf uur gaan zitten wachten, is geen aantrekkelijk perspectief, want wie zegt dat het dan echt droog is, en bovendien regent het maar licht tot matig volgens de buienradar. Daarom besluiten we in de hostalkamer de regenbroek en regenjas aan te trekken om in de regen toch wel van start te gaan.
Om 8:25 uur verlaten we ons pension en gaan van start.
In de regen steken we via de nieuwe rivierbrug de rivier de Sil over.
We volgen de aanbevolen route door het stadscentrum, en komen daarbij langs een muurschildering. 
Even later passeren we er nog één, nu van druiven-plukkers, met drie pelgrims op de achtergrond.
Meer dan een half uur lopen we in de regen door het binnenstedelijk gebied van O Barco de Valdeorras, totdat we voorbij een viaduct de plaats Veigamuiños binnenwandelen.

Door de regen van Veigamuiños naar A Proba
Even later begint het toch harder dan verwacht te regenen, waardoor we ervoor kiezen om de heviger regenval maar even af te wachten onder het afdak van een autostalling.
De buienradar geeft aan dat het langer dan verwacht gaat regenen, en dat de regen ook heviger wordt dan matig.
Als we de bebouwing voorbij zijn, zien we de dikke laaghangende bewolking tegen de bergen aan liggen.
Bij A Proba komen we langs een ommuurde begraafplaats.
Het dorpje A Proba lopen we binnen ter hoogte van de dorpskerk. De camino gaat hier langs de kerk, maar de caminopijl op de caminopaal is afgeplakt. Werklui zijn namelijk bezig om naast de kerk een nieuw zandbed te leggen, waarschijnlijk voor het aanbrengen van nieuwe bestrating. 
Daarom heeft men de richtingpijl afgeplakt, en een vervangende pijl geschilderd, en die herhaald op een vuilcontainer iets verderop. Daarom lopen we met een ruimere bocht rechtsom het dorpscentrum binnen. Daar vinden we al snel de gebruikelijke route door het dorp.
Bij een supermarkt verlaten we in de stromende regen het dorpje A Proba.

Regen en waarden in Arcos
Voorbij de grote Gadis Hiper-supermarkt volgen we voortdurend de parallelweg langs de drukke N-120. De etappe van vandaag wordt overigens gekenmerkt door regen, veel stedelijke bebouwing, en veel kilometers langs drukke verkeerswegen. Niet echt aantrekkelijk, en zeker niet vergeleken met die prachtige dag van gisteren, maar ja, ook zo’n dag hoort er gewoon bij op een camino, en daar is niks mis mee.
Om 10:00 uur wandelen we het dorp Arcos binnen. We blijven de doorgaande weg volgen, totdat we bij een camino-wegwijzer langs een serie tekstbordjes komen, waarop 16 waardevolle waarden staan geschreven, zoals bijvoorbeeld: liefdadigheid, respect en tolerantie.
Verderop komen we langs een caminobankje, met ernaast een grote betonnen Sint-Jacobsschelp.
Dan gaan we door een klein spoorviaduct, en vervolgen we onze route langs de Río Sil.

Lange koffiepauze met pizza en donut in Vilamartin
We zijn van plan een koffiepauze te nemen in Vilamartin, want we hadden gelezen dat daar een café is. Bij Vilamartin aangekomen, zien we dat de route niet door maar langs Vilamartin gaat, en dat we 1,2 kilometer van de route af moeten lopen om in Vilamartin bij dat café te komen. Het regent nog behoorlijk, en we besluiten dat toch maar te doen. Dan kunnen we even droog zitten, en een aangename pauze hebben. Zo gezegd, zo  gedaan, dus we gaan opwaarts naar de spoorlijn, moeten die dan nog een eindje volgen, waarna we door een spoorviaduct het centrum van Vilamartin binnen kunnen gaan. 
Bij de bar staan en zitten enkele mannen buiten op het terras onder de overkapping, en daar vinden wij ook een zitplaats. We nemen op het terras plaats, want we trekken wel de regenjassen uit, maar houden de natte regenbroeken aan en gaan met die regenbroeken buiten op de plastic terrasstoelen zitten. 
Binnen bestel ik koffie, en wil er graag iets te eten bij hebben, want we hebben wel ontbeten, maar hebben geen lunch meegenomen, overigens wel de restanten van de twee veel te grote pizza’s die we gisteravond in de pizzeria van O Barco de Valdeorreas hebben meegenomen. Het enige wat de dame van de bar heeft, zijn donuts. Die doen we erbij, maar omdat we toch iets stevigs willen eten, nemen we beiden twee op elkaar gelegde pizzastukken, waarvan we heerlijk zitten te eten. Nog een tweede kop koffie en de zoete donut er achteraan, dan kunnen we na een lange koffiepauze welgevoed weer verder.

Langs de Presa de Santiago
Ondertussen is het tijdens die lange koffiepauze opgehouden met regenen, en we gokken erop dat het droog blijft, en doen daarom onze regenjassen in de rugzak. Dat blijkt een goede keus te zijn, want het begint tijdens de etappe niet weer te regenen. 
We lopen Vilamartin uit, en vervolgen bij het water onze route. Dat brede water wordt hier de Presa de Santiago genoemd, dat ter hoogte van het plaatsje Valencia do Sil veel smaller wordt voorbij de brug.
Onder die brug zitten de stuwen, die het water desgewenst kunnen keren of doorlaten. Slechts één van de stuwen staat open, waardoor het water van het langwerpige en smalle stuwmeer doorstroomt in de richting van A Rua de Valdeorras.

Door de berm en over de asfaltstrook van de N-120
Waar we bij een viaduct onder de N-120 komen, worden twee vervolgroutes aangegeven. Onder het viaduct door en dan verder, staat vermeld als een alternatieve route, waarvan we op de kaart zien dat die met een omweg vooral over paden en landelijke wegen voortgaat. 
De reguliere route gaat over een smal steentjespad achter de vangrails langs van de N-120. Een prima route, maar wel drukker natuurlijk vanwege het verkeer rechts achter de vangrails. We kiezen die reguliere route, en wandelen om 12:20 uur de gemeente Vilamartin uit. 
We hadden het hotel in A Rua de Valdeorras vanuit Vilamartin via WhatsApp al even gemeld dat we iets later dan de afgesproken vervroegde inchecktijd van 12:00 uur zullen arriveren. De nieuwe tijd die we hadden doorgegeven is 13:00 uur.
Voorbij de gemeente Vilamartin eindigt het steentjespad in de berm van de N-120, en moeten we over de smalle strook van de N-120 het laatste stuk naar A Rua de Valdeorras lopen. Dat is een kwestie van goed opletten, want het autoverkeer komt op ons af, en dan gaan wij zoveel mogelijk naar links, en de automobilisten wijken van ons uit gezien even naar rechts, waardoor een veilige doortocht is gegarandeerd. En zo wandelen we om 12:30 uur de bebouwde kom van A Rua de Valdeorras binnen.

A Rua de Valdeorras
Ter hoogte van San Roque helemaal voorin A Rua de Valdeorras trekken we ook onze regenbroeken uit, en kunnen we het laatste stuk door de stad zonder regenkleding droog vervolgen.
We nemen de camino-variant rechtdoor de stad in, en komen op een gegeven moment langs een bakkerszaak met café, waar we een heerlijk geurende verse stokbrood kopen. Die gaat mee naar het hotel verderop aan de hoofdstraat, waar we exact twee minuten vóór de gewijzigd aangekondigde aankomsttijd arriveren.
De receptionist verwacht ons al, en zorgt voor een buitengewoon uitgebreide – en vriendelijke – check in. Als we hebben betaald, loodst hij ons naar de lift, en zegt dat we naar de tweede verdieping moeten gaan. Daar aangekomen, staat hij met de kamersleutel al bij de lift te wachten, hetgeen betekent dat hij heel snel via de trap van nul naar twee is gelopen. Hij gaat ons voor naar de hotelkamer, opent die en laat ons binnen, geeft de kamersleutel, en dan kunnen wij ons installeren in deze ruime hotelkamer.

Hotel Espada in de zon
We lunchen in de hotelkamer van het heerlijk verse brood, en kunnen dan douchen. De zon breekt door, dus we zetten onze natte wandelschoenen in de buitenvensterbank te drogen. Als het onverhoopt dan toch nog weer begint te regenen, gaan de schoenen weer naar binnen, maar als we even later met onze foto’s en verslagen bezig zijn, breekt de zon opnieuw door. Dan kan het kamerraam open, en genieten we van de zonneschijn in onze hotelkamer.
Vanmiddag appen we onze boodschappen door naar ons overnachtingsverblijf van morgen, want we kregen bericht dat we daar geen eten kunnen krijgen, maar dat we daar wel kunnen koken, en dat voor ons de boodschappen wel gehaald kunnen worden. Wat een geweldige service, want dan hoeven we niet voor twee, en zelfs drie dagen, alles mee te sjouwen in onze rugzakken.
Aan het eind van de middag gaan we naar de supermarkt in A Rua de Valdeorres om de boodschappen voor morgen te halen, en vanavond gaan we uit eten in de stad voor een dagmenu in een Spaans restaurant.
Dan zijn we optimaal voorbereid voor de tocht van morgen.

Pelgrimeren van Puente de Domingo Flórez naar O Barco de Valdeorras

Pelgrimsroute van Ponferrada (S) naar Santiago de Compostela (S)
Camino de Invierno van Ponferrada naar Santiago de Compostela
Van Puente de Domingo Flórez naar O Barco de Valdeorras
Donderdag 7 mei 2026 – 18,7 km.
Dag 3: 37,0 – 55,7 km.
 
Afdaling naar de oever van stuwmeer 'Embalse de Erós'


















Spaanse Camino de Invierno
Vanuit verschillende windstreken van Spanje lopen allerlei Spaanse pelgrimsroutes naar Santiago de Compostela.
Durkje en ik hebben ervoor gekozen om dit jaar - in 2026 - de gehele Camino de Invierno te lopen tot in Santiago de Compostela.
Deze ‘Camino de Invierno’ is de ongeveer 270 kilometer lange pelgrimstocht van Ponferrada naar Santiago de Compostela.
Vandaag lopen we van deze Camino de Invierno onze 3e etappe, over een afstand van 18,7 kilometer, van Puente de Domingo Flórez naar O Barco de Valdeorras. We dalen daarbij van ongeveer 425 meter naar circa 330 meter hoogte.

Vertrek uit Puente de Domingo Flórez
Onze wekker hadden we voor vanmorgen gezet op 6:45 uur in de gemeentelijke pelgrimsherberg van Puente de Domingo Flórez waar we vannacht in de slaapzaal hebben overnacht met de Spaanse pelgrim uit Vigo, de Nieuw-Zeelandse pelgrim van het Zuider Eiland en de Noorse pelgrim uit de regio van Oslo. Als ik opsta, is de Spaanse pelgrim al weg, en even later vertrekt ook de Nieuw-Zeelandse, en als Durkje en ik met het klaarmaken van ons ontbijt en lunch beginnen, vertrekt ook de Noorse pelgrim.
Durkje en ik ontbijten staande aan het aanrecht in de keuken van de pelgrimsherberg, want een tafel met stoelen heeft deze – overigens echt helemaal gratis - herberg niet, en als we dat klaar hebben, maken we ons gereed voor vertrek.
Om 7:45 uur sluiten we de pelgrimsherbergslaapzaal af en verlaten we onze pelgrimsherberg.
Dan lopen we door het dorp naar de rivierbrug, waarmee we de Río Sil oversteken.

Quereño
Direct buiten Puente de Domingo Flórez wandelen we de bebouwde kom van het naburige dorpje Quereño binnen.
Dan maakt een groot informatiebord ons duidelijk dat we hier de provincie Galicië binnenwandelen. Ook Santiago de Compostela ligt in deze provincie Galicië.

Embalse de Eirós
Aan de dorpsrand van Quereño moeten we om de hoog opgaande damwand van het stuwmeer, de Embalse de Eirós heen lopen.
Voorbij die stuwdam zetten we de klim in over een steenachtig pad.
Na enige tijd zien we van bovenaf heel duidelijk de stuwdam van dit grote stuwmeer. 
We moeten even behoorlijk klimmen, en als we even later over een hoog punt heen zijn gekomen, krijgen we een prachtig uitzicht over het berglandschap dat we vandaag zullen doorkruisen.
We komen op een uitzichtpunt, vanwaar we een schitterend vergezicht krijgen over het stuwmeer.
Vanaf dat moment zetten we de afdaling in langs dit stuwmeer.
Op het steenachtige pad zien we een dode hazelworm liggen.
We gaan door een klein spoorviaduct, om daarna het pad parallel aan dit spoor en het stuwmeer te volgen.
Rechts van het pad zie ik een nog kleine boomstronk met witte zwammen op het dode hout.

Pumares
Bij het dorpje Pumares worden we welkom geheten door een vrolijke afbeelding van een wandelende pelgrim.
Daarmee worden we begroet met de pelgrimsgroet ‘Buen Camino’.
We lopen door de smalle straten van dit kleine bergdorpje.
Rechts bij een woning heeft men een plantenrek opgesteld, waarop ook de pelgrimsgroet ‘Buen Camino’ is geschilderd.
Waar we in het dorp rechtsaf moeten, wijst een informatiebord ons erop dat we iets verder een stempelpost zullen vinden.
En ja hoor, slechts enkele meters verderop bij een huis heeft men een buitenstempelpost ingericht.
Een bonte verzameling van allerlei zaken die te maken hebben met het pelgrimeren, heeft men hier tegen de gevel van het huis tentoongesteld. 
Daarmee kom je als pelgrim heerlijk in de sfeer om een afdruk van dit hier beschikbare stempel in de beide pelgrims-paspoorten te zetten, hetgeen we graag doen.
Er staat een kluisje bij waarin op voorhand bedankt wordt voor een donativo (vrijwillige gift), waar we uiteraard een passende beloning voor de initiatiefnemer in doen. Fijn dat er mensen zijn langs de route die zo zorgvuldig bieden waar de pelgrim vrolijk van wordt.
Voordat we Pumares verlaten, wandelen we nog langs een eenvoudige muurschildering op een kopgevel. 
Daarna zetten we de klim weer in, en laten we Pumares in de diepte achter ons.

De buitenkapel van Nogueiras
Om 9:35 uur bereiken we de ruïnes van Nogueiras. 
Direct bij aankomst zien we bovenaan een met leisteen geplaveid pad een buitenkapel.
We lopen het opgaande pad op, en zien dan een met allerhande versieringen gedecoreerde stenen zuil met daarop Maria boven een groot kruis.
Als we om de ruïne heen draaien, komen we langs het model van een hele oude stenen houtoven, waarmee men in vervlogen tijden bijvoorbeeld brood bakte.
Daarna passeren we in de berm van het bergpad een caminozuil van de provincie Galicië, waarop met een wel al te nauwkeurige aanduiding staat aangegeven dat het vanaf hier nog  222,591 kilometer gaans is naar Santiago de Compostela.

Koffie in Sobradelo
Iets na tien uur zien we in de verte de plaats Sobradelo liggen.
We moeten nog behoorlijk ver voordat we daar zijn, en gaan verder over het prachtige hellingpad dat we vandaag kilometers lang over de flanken van de enorme bergen lopen.
Hier en daar horen we waterstroompjes van boven uit de bergen naar beneden stromen, naar de Rió Sil, links van ons in de diepte van de riviervallei. Eén van die stromen is volgens een naambord erbij de waterval van Milagrosa. Als we de bergwand naar boven bekijken, zien we het water in elk geval op drie plekken in de vorm van een kleine waterval naar beneden vallen.
Twintig minuten later lopen we over de geplaveide weg de plaats Sobradelo binnen.
Rechts van de weg groeit een grote cactus.
Links in de diepte van de riviervallei zien we een kerk van Sobradelo.
Nog iets verder van ons verwijderd, en nog dieper in de vallei zien we de 17e eeuwse boogbrug over de Río Sil, die rust op de fundamenten die hier door de Romeinen zo’n tweeduizend jaar geleden zijn gelegd.
De grote gele pijl wijst ons de weg door het dorp.
Dan zien we recht vóór ons de Bar Mar, met op de muur een enorme gele caminopijl. En ook een zwaardkruis door een Sint-Jacobsschelp met erboven de caminonaam ‘Camino de Invierno’.
Bij de eigenaar Manuel – met een lange grijze baard – bestellen we Café  Americano met toastbrood met tomatenpulp, en dan genieten we op het terras van Bar Mar heerlijk van onze koffiepauze, nu we de eerste tien kilometers van onze dagetappe hebben volbracht.
Vlak voordat we vertrekken, voegt ook de Noorse pelgrim zich bij ons aan tafel, die hier ook zijn koffiepauze houdt.
Manuel wijst ons erop dat zijn hele grote caminopijl op de gevel waarlijk aangeeft dat we naast zijn bar een steegje in moeten, waarin we recht op een metalen gestileerde gele caminopijl aanlopen, die ons duidelijk maakt dat we linksaf moeten gaan.
Om 11:20 uur wandelen we de plaats Sobradelo uit.

Over de Ponte Roma door Entoma
We hebben vandaag prachtig zonnig weer, met volop zon en een bijna helderblauwe lucht. Voorbij Sobradela moeten we langs de drukke autoweg in de richting van Entoma lopen.
Vóór ons zien we dan een aantal grote wijngaarden tegen de hoog opgaande bergwanden.
Ruim een kwartier nadat we Sobradela verlieten, wandelen we al de bebouwde kom van Entoma binnen.
Vanaf de brede asfaltweg gaan we heuvelafwaarts naar het centrum van dit dorpje.
Links van ons groeit en bloeit een grote variatie aan planten tegen de hoge rots- en steenwand langs de straat. 
Rechts komen we langs een metalen hek waarin een groot aantal caminogele pelgrims-symbolen zijn verwerkt, zoals een caminopijl en vooral veel Sint-Jacobsschelpen.
Door de smalle dorpsstraat dalen we af naar de rivier die het dorp doorsnijdt.
De rivier moeten we oversteken via de zogenoemde Ponte Romana, ofwel een romaanse boogbrug die hier over de rivier de Galir is gebouwd.
Aan de overzijde van de rivier zijn enkele mensfiguren opgesteld, waarvan er één een pelgrim is.
Diep onder deze 17e eeuwse rivierbrug stroomt snel de rivier de Galir.
Ook dit dorp is qua straatbeeld weer even schilderachtig als die van de voorgaande dorpen die we doorkruisten.
Door een smal straatje rechts van de dorpsstraat zie ik de kerk staan.
De gevel is op heel traditionele wijze met grote keien opgemetseld, wat een bijzonder decoratief geheel laat zien.
In het dorpscentrum laat een wegwijzer ons zien dat we rechtsaf verder moeten lopen.
Daar staat overigens een al lang leegstaand huis met ook wel weer een heel bijzonder vervallen gevel.
Vlak voordat we het dorp verlaten, ontmoeten we een vrouw, die verderop een groot aantal kruiden heeft geplukt. Het ziet er naar uit dat ze die heeft geplukt om bijvoorbeeld de kippen te voeren. Volgens mij maakt ze ons duidelijk dat we beter over de drukke asfaltweg naar O Barco de Valdeorreas kunnen lopen, dan het zware bergtraject dat volgens de caminoroute nu nog vóór ons ligt. Desalniettemin blijven wij de aangegeven camino-route volgen.

Steil omhoog en omlaag
We gaan al weer zo’n prachtig hellingpad op, in de vorm van een steenachtig karrenspoor, over de flanken van de bergen.
Zo laten we Entoma achter ons.
Als we een fikse klim hebben gemaakt, en op een tussentijds hoogste punt komen, blikken we terug en zien we Entoma nog in de diepte van de vallei en tegen de bergwand liggen.
En tegelijk zien we vóór ons alvast de eerste gebouwen van O Barco de Valdeorras.
Over dit mooie hellingpad krijgen we onze bestemming van vandaag steeds beter in zicht. 
Langs het hellingpad groeien een aantal hele grote cactussen.
We gaan door een klein spoorviaduct waarin een man bezig is om op electronische wijze de hoogte van de boog te meten.
Omdat we al zo lang en al zo steil de daling hebben ingezet, vermoeden we dat we aan de andere zijde van het spoor verder af zullen dalen naar de Rió Sil. Maar dat is ijdele hoop, want we moeten nog een enorm steile klim maken over een nieuw verharde weg, die zo steil is zoals we die vandaag en ook in de afgelopen dagen niet hebben gezien. Even heel hard werken dus om boven te komen.

O Barco de Valdeorras
Uiteindelijk komen we dan toch in de bebouwde kom van O Barco de Valdeorras. Aan de muur van een café dat we passeren, hangt een paneel met daarop de naam van onze camino, de Camino de Invierno.
We lopen tussen allerlei hoogbouw van slechts enkele verdiepingen hoog. Tegen sommige gevels hangt was te drogen in de uitbundige zon.
Elke keer verbazen we ons ook weer in Spanje over de wijze waarop de electriciteitsdraden in dorpen en steden gewoon in het zicht in dikke kluwens aan de buitenmuren worden bevestigd. Zoiets zien we in Nederland toch zeker niet.
Vóór ons zien we tegen een kopgevel een grote muurschildering.
Rechts van ons dendert een hele lange goederentrein tussen de woongebouwen door.
Bij het stadscentrum aangekomen, zien we een informatiepaneel waarop de pelgrims worden geattendeerd op de twee varianten van de camino-routes die je door de stad kunt volgen, een nieuwe en aanbevolen route laag langs de rivier, of hogerop als eventueel tweede, vroegere optie.

Naar Pensión A Barca in O Barco de Valdeorras 
Bij de lange brug over de Río Sil aangekomen, steken we de rivier over.
We kunnen voor de komende overnachting niet terecht in de door ons beoogde accommodatie in het centrum van  de stad, maar vonden nog wel een plek aan de andere zijde van de rivier, in de plaats Viloira, zoals O Barco de Valdeorras aan de overzijde van de Sil wordt genoemd.
Vierhonderd meter verderop komen we om 13:00 uur aan bij ons Pensión A Barca. 
Na aanbellen en WhatsAppen komen we erachter dat we niet vervroegd kunnen inchecken, want we moeten tot de reguliere inchecktijd van 14:00 uur wachten, omdat – zo krijgen we via WhatsApp te lezen – de kamer nog niet klaar is.
Daarom lopen we zo’n vijftig meter terug, en drinken wat in het café op de hoek.
Als het twee uur is, gaan we terug naar het pension, want we hebben bericht gekregen dat we wel om 14:00 uur kunnen inchecken. Dat blijkt dan Spaanse tijd te zijn, want we moeten ook dan nog na enig heen en weer appen nog zo’n twee minuten wachten, wat in werkelijkheid wel een kwartier wordt.
Maar, geen probleem, want mevrouw wordt door meneer met de auto bij het pension afgezet, en daar worden we met zo weinig mogelijk bewoordingen ingecheckt. Stempel in onze pelgrimspaspoorten kunnen we zelf zetten, we betalen de afgesproken 35 euro, en dan kunnen we ons installeren in een klassiek Spaanse hostalkamer, waar we tot onze verrassing behalve de standaard inventaris nota bene ook nog een koelkast en een magnetron zien staan. Heel mooi en welkom.
We douchen, maken al onze foto’s en verslagen in gereedheid, en gaan tegen 19:00 uur om boodschappen bij de Cóviran-supermarkt om de hoek, en daarna uit eten in de stad in een pizzeria, waar dan een Pizza Grande wel een immens grande pizza blijkt te zijn.
We zijn weer een dag verder op de Camino de Invierno, de derde – en ook vandaag weer hele mooie - dag.

Pelgrimeren van Villavieja naar Puente de Domingo Flórez

Pelgrimsroute van Ponferrada (S) naar Santiago de Compostela (S)
Camino de Invierno van Ponferrada naar Santiago de Compostela
Van Villavieja naar Puente de Domingo Flórez
Woensdag 6 mei 2026 – 20,6 km.
Dag 2: 16,4 – 37,0 km.
 
Muurschildering voor pelgrims in Puente de Domingo de Flórez

















Spaanse Camino de Invierno
Vanuit verschillende windstreken van Spanje lopen allerlei Spaanse pelgrimsroutes naar Santiago de Compostela.
Durkje en ik hebben ervoor gekozen om dit jaar - in 2026 - de gehele Camino de Invierno te lopen tot in Santiago de Compostela.
Deze ‘Camino de Invierno’ is de ongeveer 270 kilometer lange pelgrimstocht van Ponferrada naar Santiago de Compostela.
Vandaag lopen we van deze Camino de Invierno onze 2e etappe, over een afstand van 20,6 kilometer, van Villavieja naar Puente de Domingo Flórez. We dalen daarbij van ongeveer 800 meter naar circa 425 meter hoogte.

Vertrek uit Villavieja
Onze wekker hadden we voor vanmorgen gezet op 6:45 uur in onze pelgrimsherberg Manuel Fuentes in het kleine bergdorpje Villavieja. Vlak voordat de wekker afloopt, begint de Spaanse medepelgrim bij ons in de slaapzaal al rond te scharrelen, waarmee het voor ons ook tijd wordt om op te staan.
Als de Spaanse pelgrim afscheid neemt (we weten al dat we hem vanmiddag in de volgende herberg weer zullen ontmoeten) gaan Durkje en ik ontbijten in de woonkamer van de pelgrimsherberg, en dan maken we ons gereed voor vertrek.
Om 7:50 uur verlaten we onze pelgrimsherberg.
Dan lopen we door het bergdorpje naar het eind van het dorp.
Vlak voordat we het dorp verlaten, komen we langs een waterbron, waarop ook de beeltenis staat van Sint Jacobus. 
Langs de laatste woonhuizen verlaten we Villavieja.
Daarbij passeren we nog een bord met daarop de aanduiding dat het vanaf hier nog 193 kilometer is naar Santiago de Compostela.

Koffie met Belgen bij Castillo Corantel
Het smalle hellingpad waarop we lopen voorbij Villavieja is de enige aan- en afvoerroute naar en van Villavieja, dus ook alle autoverkeer rijdt hier zonodig op en neer voor aankomst of vertrek.
Als we de asfaltweg bereiken, zien we boven ons in de mist het Castillo Corantel.
Bij het toegangspad van het kasteel ontmoeten we een Belgisch stel uit de regio van Brussel. Ze zitten achter de auto uitgebreid te ontbijten, en maken gebruik van de stroom van hun electrische auto om hun ontbijt klaar te maken.  
Ze vertellen dat ze twee maanden op reis zijn met deze electrische personenauto, en dat ze ook in deze auto slapen, en daar verder hun hele hebben en houden in hebben, inclusief bed en twee vouwfietsen. De vrouw heeft een grote hoeveelheid koffie gezet, en vraagt of wij daarvan ook iets willen meedrinken, wat we graag doen.

Optrekkende bewolking
Toen we vertrokken uit Villavieja was het dorpje deels in de wolken gehuld, maar nu we afdalen over de asfaltweg, zien we in de verte in het dal de bewolking optrekken.
Als we een eindje van de Belgen zijn verwijderd, zien we nog steeds het kasteel in een lichte mist/wolk gehuld.
Maar naarmate we verder afdalen, zien we het dal al geheel wolkenloos.
En als we even later achterom kijken, zien we dat ook het kasteel helder is te zien.

Borrenes
Om 9:00 uur wandelen we na de eerste vijf kilometers het dorp Borrenes binnen.
Bij een huis zie ik een takkenbos staan, waarvan die takken doorgaans worden gebruikt voor de houtovens die hier nog wel in gebruik zijn voor het bakken van bijvoorbeeld brood of voor ander eten.
Bij een verkeersspiegel een eindje verderop maken we een selfie van ons, gebruik makend van die bolle spiegel.
Dan passeren we in het dorp de mooie eigentijdse kapel.
Bij de entree van het kapelterrein staat een informatiebord over de Camino de Invierno.
Bij een afbeelding van de Sint-Jacobsschelp maakt een richtingsbord ons duidelijk dat we hier op de Camino Real lopen.
Een huis aan de rechterzijde van de straat heeft niet een houten opgang, zoals we hier veelvuldig zien, maar heeft een hele oude opgang van opgemetselde stenen.
Bij het verlaten van Borrenes zien we bij het fitnessparkje een metalen Sint-Jacobsschelp in het wegdek.

Ernorme schade door bosbrand
We gaan de bergpaden op, en zien op een gegeven moment vóór ons in het dal het dorpje Carucedo liggen. We zullen er wel langs lopen op enige afstand, maar het dorp niet doorkruisen.
En dan komen we voor het eerst in het gebied dat vorig jaar in augustus 2025 werd geteisterd door een enorme bosbrand.
We steken een asfaltweg over, en zien achter ons dan nog de bebouwing van Carucedo. 
In het traject dat dan in de klim naar Las Médulas volgt, worden we voortdurend gecon-fronteerd met de enorme schade die de bosbrand van vorige jaar teweeg heeft gebracht.
Gelukkig herstelt de natuur zich wel weer. Zo zien we bijvoorbeeld de grassen en lage kruiden weer opkomen, en in bloei staan.
Ook enkele dikke bomen hebben het overleefd, want daarin verschijnen al weer de eerste groene bladeren.

Las Médulas
En dan om 10:40 uur na een lange klim, krijgen we voor het eerst de formaties van de Médulas te zien.
Dit prachtige werelderfgoed steekt schitterend rood af tegen en boven de groene bomen aan de voet van de bergformatie.
Gelukkig zijn die bomen gespaard gebleven tijdens de bosbranden van vorig jaar, alhoewel we langs de asfaltweg hier en daar nog wel enkele verbrande bomen zien staan, waaronder ook hele oude en dikke.
Om 11:00 uur wandelen we de bebouwde kom van het dorp Las Médulas binnen.
We doorkruisen het dorp op zoek naar een bar voor onze koffiepauze, maar dat blijkt ijdele hoop te zijn.
Daarom gaan we helemaal terug door het dorp, omdat we daar boven tegen de berghelling een hotel zagen staan, en daar kunnen we in het restaurant gelukkig wel terecht voor een uitgebreide koffiepauze met tortilla de patatas. Dat hebben we nu ook wel verdiend na die kilometerslange klim door de bergen.

Ook klimmen voorbij Las Médulas
Ook voorbij Las Médulas worden we wederom geconfronteerd met de bosbrandschade. 
Als we achterom kijken, zien we nog de schilderachtige formaties van de Médulas, die ons herinneren aan de zoektocht naar goud door de Romeinen, die het goud van hieruit afvoerden naar Italië over onder andere de Vía de la Plata, die wij eergisteren hebben afgerond in tegengestelde richting.
Ook voorbij Las Médulas blijft het pad nog lang stijgen door de bergen, zij het iets lichter dan vóór het dorp.
Als we op het hoogste punt zijn aangekomen, krijgen we nog een prachtige terugblik op Las Médulas en het omliggende berglandschap.

Prachtige afdaling door een schilderachtig berglandschap
Aan de andere kant van de top, krijgen we om 12:25 uur voor het eerst zicht op de grote watermassa ten noorden van Puente de Domingo Flórez.
We zetten de afdaling in, en ook hier is de schade van de bosbrand groot.
Naarmate we verder afdalen, neemt die zichtbare schade duidelijk af, en lopen we op een gegeven moment weer door een groen en bloeiend berglandschap.
We passeren een bermmonument voor iemand die in 2002 is overleden. Of dat een pelgrim is die hier passeerde, kunnen we niet zien.
Wel ligt er een houten plaatje op het herdenkingsmonument met daarop een zwaardkruis, dat verwijst naar Santiago, ofwel Sint Jacobus.
De afdaling gaat langzaam en daardoor over kilometers afstand, met prachtige vergezichten over de bergen rondom.
Om 13:40 uur krijgen we heel goed zicht op de plaats Puente de Domingo Flórez, waarnaar we vandaag op weg zijn.
Enkele minuten later moeten we bij een groepje cactussen een asfaltweg oversteken, om Puente de Domingo Flórez binnen te gaan.

Puente de Domingo Flórez
Door de smalle straten dalen we af naar de rivier.
Daar aangekomen, steken we via de oude stenen rivierbrug de Río Cabreira over.
Het water van de rivier stroomt hier behoorlijk snel in de diepte onder de brug.
Aan de overzijde van de rivier komen we langs een huis, met op de kopse gevel een enorme muurschildering.
Op die afbeelding zien we ook een hele grote figuur van een pelgrim uit vroeger tijden.
Aan de gevel hangt het bordje met de beroemde pelgrims-dichtregel uit het lied van Antonio Machado.
Parallel aan de rivier lopen we van de oude brug naar de nieuwe rivierbrug.
Daar – bij het bordje van de Camino de Invierno – steken we de Río Cabreira weer over.
Langs het dorpsplein wandelen we dan tenslotte naar de herberg. 
Die pelgrimsherberg van dit dorp is een gemeentelijke herberg, gevestigd in het gemeentehuis, en dit jaar geopend.
In het gemeentehuis melden we ons voor de overnachting, en dan loopt een jongedame van de gemeente met ons buitenom naar de pelgrimsherberg, waar ze ons rondleidt, en vertelt dat deze herberg helemaal gratis is, en dat zelfs een donativo (vrijwillige bijdrage) van ons niet wordt verwacht. De gemeente biedt alle pelgrims deze herberg gastvrij aan. Grote dank voor dit grootse gebaar.
Dan is het tijd voor installeren, douchen en wassen en was drogen. 
Later vanmiddag ontmoeten we in de herberg weer de Spaanse pelgrim, die afgelopen nacht ook met ons in de herberg van Villavieja sliep, en ook de Nieuw-Zeelandse pelgrim die we tweemaal bij ons in de herbergen op de Vía de la Plata hebben ontmoet in de afgelopen week, en dan tenslotte is ook de Noorse pelgrim gearriveerd, die wij gisteren in Toral de Merayo hebben ontmoet.  
Behoudens het halen van onze boodschappen bij de Cóviran-supermarkt in het dorp, verblijven we gedurende de middag en avond in de bar/cafetaria van het dorp nabij de herberg, waar we zorgen voor de foto’s en de verslagen van vandaag, en ook alvast enkele overnachtingsreserveringen voor de komende dagen arrangeren, omdat we over drie en vier dagen willen overnachten in hele klein buurtschappen, waar slechts één overnachtingslocatie is. Dat lukt allemaal wonderwel goed, dus ook vandaag hebben we weer een prachtige dag, die we hier met ons avondeten afsluiten in het cafetaria-restaurant van Puente de Domingo Flórez.

woensdag 3 juni 2026

Pelgrimeren van Ponferrada naar Villavieja

Pelgrimsroute van Ponferrada (S) naar Santiago de Compostela (S)
Camino de Invierno van Ponferrada naar Santiago de Compostela
Van Ponferrada naar Villavieja
Dinsdag 5 mei 2026 – 16,4 km.
Dag 1: 0,0 – 16,4 km.
 
Hier begint de Camino de Invierno in Ponferrada


















Spaanse Camino de Invierno
Vanuit verschillende windstreken van Spanje lopen allerlei Spaanse pelgrimsroutes naar Santiago de Compostela.
Durkje en ik hebben ervoor gekozen om dit jaar - in 2026 - de gehele Camino de Invierno te lopen tot in Santiago de Compostela.
Deze ‘Camino de Invierno’ is de ongeveer 270 kilometer lange pelgrimstocht van Ponferrada naar Santiago de Compostela.
Vandaag lopen we van deze Camino de Invierno onze 1e etappe, over een afstand van 16,4 kilometer, van Ponferrada naar Villavieja. We stijgen daarbij van ongeveer 500 meter naar 800 meter hoogte.

Vertrek uit Ponferrada
Onze wekker hadden we voor vanmorgen gezet op 6:45 uur in ons appartement Bierzo Habita Apartemento in het stadscentrum van Ponferrada, waar we gisteren met de bus vanuit Astorga naar toe zijn gereisd.
We ontbijten in het appartement, en dan maken we ons gereed voor vertrek.
Om 8:00 uur verlaten we ons appartement en dan doorkruisen we de stad Ponferrada in zuidelijke richting.
Daarbij passeren we ook de grote burcht van Ponferrada.
Door de hele stad zien we enkele en groepjes pelgrims met rugzakken op weg naar het startpunt van hun volgende etappe. De overgrote meerderheid van hen zal vandaag verder gaan op de Camino Franchés, en slechts een enkeling zal vanuit Astorga evenals wij de Camino de Invierno op gaan. We zullen vandaag zien of er meer pelgrims zullen zijn die ook hun eerste etappe op de Camino de Invierno zullen gaan lopen.
Om 8:25 uur staan we op de rotonde waarop heel prominent het wegkruis staat waarop de beeltenis staat van Sint Jacobus. Dit Sint-Jacobswegkruis wordt beschouwd als het officiële startpunt van de Camino de Invierno.
Iets verderop zien we de eerste wegwijzer van de Camino de Invierno staan. Aan een passerende docente van de school voor voortgezet onderwijs verderop vragen we of zij een foto van ons wil maken bij deze allereerste wegwijzerpaal, hetgeen ze graag voor ons doet.
Dan steken we de weg over, en komen we langs een informatiepaneel van en over de Camino de Invierno.
Hier en nu begint voor ons de pelgrimstocht op de Camino de Invierno van Ponferrada naar Santiago de Compostela. 
We steken de eerste brug over, en komen direct daarna al bij de volgende brug, namelijk de middeleeuwse stenen boogbrug over de Río Boeza.
Als we die oversteken, verlaten we Ponferrada, en is onze tocht begonnen.

Oteiro
Aan de overzijde van de rivier komen we in het plaatsje Oteiro. Daar gaan we rechtsaf parallel aan de rivier in westelijke richting, waar we drie werkmannen ontmoeten, namelijk een straatveger, een man van een waterleidingsbedrijf en een man die de weg afzet vanwege graafwerkzaamheden. Die laatste waarschuwt ons in het voorbijgaan dat wij ons nu niet begeven op de weg naar Santiago de Compostela. Als ik zeg dat we wel op de goede weg zijn, zie je hem denken, en direct daarna vraagt hij of dit dan de route van de Camino de Invierno is, hetgeen ik bevestig. Nu begrijpt hij onze aanwezigheid op deze weg en route.
Slechts enkele minuten later komen we langs de ruïne van een gebouw, waarvan de muren het hebben begeven. Bij het instorten is een naast het gebouw geparkeerd staande auto deels bedolven onder de zware stenen van de muren. 
De auto is total loss, en is afgezet met rood-wit lint en een hek, omdat het geheel deels op de openbare weg staat en ligt.
We lopen nog onder een enorme betonnen buis door, die hier wellicht is opgebouwd voor neerstromend watertransport vanuit de bergen naar Ponferrada.
Net voorbij Casa del Botillo en het bedrijf Embutidos Pajariel voor chorizo en voor andere varkensvleesproducten eindigt de asfaltweg, en gaat die over in een halfverharde weg. 
We lopen nu parallel aan de snelstromende Río Sil, en omdat we klimmen, krijgen we rechts van ons een mooi uitzicht over de stad Ponferrada.

Langs de Monte Parajiel
Een mooi nieuw routepaneel maakt duidelijk dat het nog 3,3 kilometer is naar de volgende plaats, naar Toral de Merayo.
We klimmen alsmaar verder bergop van de Monte Parajiel, en krijgen van steeds hoger nivo een steeds wijder uitzicht over Ponferrada en haar regio.
De bomen zijn prachtig groen in deze tijd, maar we lopen onder een dode boom door, waarbij ik moet denken aan een liedje dat in enigszins gewijzigde vorm daar heel goed bij past, en overigens ook bij deze pelgrimstocht. Het liedje weerklinkt nog lange tijd in mijn gedachten, als volgt:
“Nu gaan de bomen nog dood,
nu gaat de zon nog onder,
en geen mens kan zonder water en zonder brood.
Stil maar, wacht maar, alles wordt nieuw,
de hemel en de aarde,
stil maar, wacht maar, alles wordt nieuw,
de hemel en de aarde.”
We lopen af en toe langs een wijngaard.
Verderop aan de voet van een bergwand zien we een medulas. We zullen ze in de komende dagen veel meer zien.
Om 9:40 uur gaan we over een prachtig hol hellingpad verder, waar de wanden aan beide zijden hoog op gaan.
Dit is een prachtig stuk van deze route.

Koffiepauze in Toral de Merayo
Tien minuten later komen we aan in het dorpje Toral de Merayo. Daar hangt een houten paneel aan een tuinmuur, waarop staat dat het over de Camino de Invierno nu nog 233 kilometer is naar Santiago de Compostela.
We doorkruisen de straten van Toral de Merayo.
Bij de de oude stenen boogbrug – de Puente de Toral de Merayo – aangekomen, zien we dat de bar van de supermarkt nog is gesloten. 
Daarom steken we via deze oude brug de Río Oza over.
Aan de andere kant van de rivier worden we verblijd met een bar die wel open is. Derhalve nemen we plaats op het terras van deze Bar Cantina Marcos, waar we genieten van koffie met cake en toast met tomatenpuree.
Op het terras voegt zich ook een andere pelgrim bij ons. Het is een Noorse pelgrim, die een voorgaande tocht met een Noorse medepelgrim is aangevangen, maar die is wegens fysieke problemen enkele dagen geleden gestopt met het pelgrimeren, dus deze Noor hier bij ons gaat nu alleen verder, en hij loopt dus vandaag ook zijn eerste etappe van de Camino de Invierno, van Ponferrada naar Borrenes, maar hij heeft in de route die wij lopen, een doorsteek van enkele kilometers gemaakt, waarmee hij niet door Villavieja komt, waar wij vannacht overnachten. 
Na deze koffiepauze lopen we langs de eerste kerk, en even later langs de tweede kerk. 
Prachtig om door deze straten van dit dorp te lopen, met al die voor ons zo bijzondere huizen en bouwstijlen aan beide zijden van de straat.

De pas over
Buiten Toral de Merayo passeren we een man die een andere, oudere man voortduwt in een rolstoel. Het is hier nog niet steil, dus zo’n ochtendwandeling is voor hen op deze wijze prima te doen.
Dan verlaten we de verharde weg, en gaat de route verder over een graspad, het open veld in.
We klimmen tussen de wijngaarden door.
Links en rechts gaan de bergmassieven hoog op, maar wij lopen door een lagere pas over deze bergrug, waar we om 11:00 uur het hoogste punt van bereiken.
Enkele minuten later zien we tijdens de afdaling van de pas vóór ons alvast het volgende dorp liggen, namelijk Villalibre de la Jurisdicción.

Villalibre de la Jurisdicción
Om 11:15 uur wandelen we Villalibre de la Jurisdicción binnen. Een vrouw plukt aan de dorpsrand enkele morellen van de boom, en eet ze op. Wij volgen haar voorbeeld, en genieten van de heerlijke smaak van de rijpe bessen.
In een schuur langs de straat staan twee oude wagens, die wellicht niet meer worden gebruikt.
We passeren de dorpskerk.
Ook hier weer een prachtig straatbeeld van de grote variatie aan huizen langs de weg.
Bij twee wegwijzers verlaten we het dorp op de Calle de Camino de Invierno.

Stempelen en lunchen in Priaranza del Bierzo
Zo’n 1,6 kilometer verder wandelen we al weer het volgende dorp binnen, namelijk Priaranza del Bierzo.
Het begint licht te regenen. Langs de kant van de weg bloeien al prachtige planten, met kleurrijke bloemen, waaronder ook paarse lelies.
Rechts van de weg is een ijzeren tuinhek geplaatst, waarin allemaal bloemen en vlinders zijn verwerkt.
En in een tuin enkele huizen verder staat een enorme cactus overdadig in bloei; heel mooi.
In de vensterbank van één van de huizen staat een rieten korf met daarin appels. Op een bordje erbij staat dat passerende pelgrims hiervan een appel mogen meenemen, waar we graag en dankbaar gebruik van maken.
We stoppen even op de doorgaande route, want we willen hier in het dorp even naar het gemeentehuis om daar een stempel voor onze pelgrimspaspoorten te halen. Daar werkt ook de ambtenares Laetitia, die voor ons via WhatsApp twee bedden heeft gereserveerd in de slaapzaal van de  herberg waar we vannacht zullen overnachten.
Bij het gemeentehuis aangekomen, horen we van de oude dames die in de dokterspost zitten te wachten dat het gemeentehuis op de bovenste verdieping is. Boven aangekomen, blijken alle binnendeuren afgesloten te zijn. Er is niemand. Dat is jammer.
Daarom loop ik naar de bar aan de overzijde van de straat, om daar een stempel te halen, en enkele postzegels te kopen in de Tabac-afdeling van deze bar.
Als ik terugkom in het gemeentehuis hoor ik van Durkje dat een man en een vrouw zojuist naar boven zijn gelopen. Met de pelgrimspaspoorten ga ik naar boven, en daar blijkt dat Laetitia inderdaad nu boven aan het werk is. Ik toon haar onze WhatsApp-communicatie en dan zet ze heel enthousiast in onze beide pelgrimpaspoorten ook het stempel van de gemeente. Ze waardeert zichtbaar dat we bij haar op bezoek zijn gekomen.
Op een bankje in de hal van het gemeentehuis houden we onze lunchpauze van de door ons meegenomen broodjes en koffie.
Dan lopen we door de hoofdstraat terug naar de dorpskerk.
Voorbij de kerk dalen we behoorlijk steil af door het dorp, langs smalle steegjes en door smalle straatjes.
Een man is bezig met het voegen van het tegelwerk van een trappetje naar een woonhuis.
Een oude vrouw staat gebukt voorover bij aarden bloempotten om geraniums te verzorgen.
Ook hier weer dat zo eigene straatbeeld van deze streek.
Links van de straat staat een oude kar in een schuur, en rechts op straat staat een oude houten kar bij een huis.
De muren en de kozijnen en deuren in de schuren en huizen vormen een schilderachtig tafereel.

Santalla del Bierzo
We gaan verder naar het volgende dorp. Om 13:00 uur wandelen we de bebouwde kom van Santalla del Bierzo binnen.
Bij de ingang van het dorp is een uitzichtpunt gebouwd, want vanaf deze plek vanaf deze hoogte krijg je een enorm vergezicht te zien over de omgeving ten noorden van het dorp.
Op een helling onderaan de doorgaande weg is een man bezig gras te maaien met een zeis.
We doorkruisen het dorp, en geven onze ogen goed de kost, om te genieten van het straatbeeld van ook dit dorp.
Op de Calle Chaos verlaten we zo’n tien minuten later Santalla del Biezo.
Vanaf nu zetten we weer een fikse stijging in, die pas op ons eindpunt van vandaag zal eindigen.

Voorbij de Ermita Virgen del Carmen bergop
Daarbij komen we langs de Ermita Virgen del Carmen. 
Rondom bij de oever van het beekje zijn enkele banken geplaatst waar je als pelgrim bij mooi weer heerlijk zou kunnen vertoeven. Het regent echter, en het houdt niet op, maar gelukkig blijft het beperkt tot lichte regen, dus een paraplu en regenkleding hebben we bij deze neerslag gelukkig niet nodig.
We gaan een smal hellingpad op naar de N-356.
Bij die asfaltweg aangekomen, steken we de weg over, en daar gaat het verder omhoog.
Over een steenachtig en verderop rotsachtige bergpad gaat het alsmaar hogerop.
Bovenop een bergtop zien we de ruïne van een niet meer te herkennen gebouw. 
Vanaf de N-356 gaat het over een afstand van zo’n 2,5 kilometer steeds verder omhoog, waarbij we een steeds mooier uitzicht krijgen over het bergachtige gebied.
Tegen 14:00 uur lopen we tussen kolossale rotsformaties door, steeds maar hoger.

In de pelgrimsherberg Manuel Fuentes in Villavieja
Een kwartiertje later passeren we een richtingwijzer, die verwijst naar de pelgrimsherberg hogerop in het dorp
Voorin het bergdorpje passeren we een klein steenkolentreintje, dat is tentoongesteld op een spoorrail.
Bij de toeristische Casa Rural van het dorpje wandelen we de bebouwing van Villavieja binnen.
En dan om 14:15 uur arriveren we bij de pelgrimsherberg Manuel Fuentes van het dorp.
We hebben gisteren al van de ambtenares Laetitia de toegangscode van de pelgrimsherberg gekregen, en na het kennisnemen van alle informatie op de deur en op de gevel openen we met die code het sleutelkastje van de herberg.
Als we binnen zijn, zien we dat we de eersten zijn in deze herberg. We weten niet of er nog meer pelgrims zullen komen. Eerst installeren we ons in de goed geoutilleerde herberg, en dan is het tijd om te douchen, en onze foto’s en verslagen gereed te maken. 
Aan het eind van de middag komt er nog een derde pelgrim bij, een Spaanse man van tegen de zestig jaar uit het Spaanse Vigo, die nu al voor de zevende keer deze Camino de Invierno gaat lopen. Bij deze Spanjaard blijft het ook, dus we overnachten vannacht met z’n drieën in een slaapzaal van 16 bedden van 8 stapelbedden.
Omdat dit dorp in het geheel geen voorzieningen heeft, hebben we gisteren alle boodschappen voor vandaag en morgen gehaald, en dat meegenomen in onze rugzakken. Daar zit ook het warm eten bij voor vanavond. Boven op de overloop van de herberg bij de ingang van de slaapzaal hebben we een prachtige verwarmde plek om te verblijven, en te eten.
Als we alles klaar hebben voor vandaag, gaan we naar bed, terugkijkend op een bijzonder mooie eerste dag op de Camino de Invierno.