Pelgrimsroute van Sevilla (S) naar Santiago de Compostela (S)
Vía de la Plata van Sevilla naar Astorga
Van Benavente naar Alija del Infantado
Vrijdag 1 mei 2026 – 21,3 km.
Dag 32: 643,9 – 665,2 km.
Vertrek uit Benavente
Vandaag lopen we van de Vía de la Plata onze 32e etappe, over een afstand van 21,3 kilometer, van Benavente naar Alija del Infantado.
De wekker wekt ons vanmorgen om 6:45 uur.
We ontbijten in de kamer van ons hostal Avenida in Benavente.
Als Durkje en ik klaar zijn met het ontbijt, pakken we onze rugzakken in, en verlaten we het hostal om 7:50 uur.
We lopen door de binnenstad eerst naar de Plaza Mayor, vanwaar we de route van de Vía de la Plata weer op gaan.
Als we op de brede uitvalsweg Benavente uit gaan lopen, zien we links van ons ineens zes Spaanse pelgrims vanuit een andere uitvalsweg óók de stad uit gaan.
Ze hebben een veel lager groepstempo, dus ze volgen ons geruime tijd.
Er zijn verschillende routes om Benavente te passeren. Eén ervan gaat ruim om de stad heen, één ervan gaat langs de stad, en de route zoals die is beschreven in de Duitstalige routegids die wij gebruiken, beschrijft de etappe door en vanuit de stad. Deze route volgen wij, omdat wij in de stad hebben overnacht. Om 8:20 uur wandelen we de bebouwde kom van Benavente uit.
Over en langs asfalt en door de dehesa
Dan moeten we nog geruime tijd dezelfde asfaltweg blijven volgen. Achter me loopt Durkje, en naast me loopt mijn eigen schaduw met me mee.
We hebben vandaag schitterend wandelweer op de Vía de la Plata. De zon schijnt al vroeg, en ‘s morgens waait het nog aardig, maar gaandeweg gaat de wind liggen, en daarmee is het prima voorjaarsweer voor de pelgrim.
We passeren een momenteel niet in gebruik zijnd benzinestation, dat de treffende naam ‘Camino de Santiago’ draagt.
Tien minuten later gaan we door een klein spoorviaduct, waarmee we het spoorpad kruisen waarop we gisteren iets noordelijker een eind hebben gelopen.
Het spoorpad loopt rechts van de camino, die op een gegeven moment een eerst breed, en later smaller veldpad is dat langs de asfaltweg – eerst links en daarna rechts – loopt.
Richtingwijzers zien we niet of nauwelijks, maar op een gegeven moment zijn ze er weer heel nadrukkelijk.
Waar ons pad wegdraait van de asfaltweg, gaan we omhoog naar een uitgestrekte dehesa, waarop veel steeneiken groeien en bloeien
Voor de tweede maal kruisen we het spoorpad, maar nu gelijkvloers.
Dan komen we na een lichte klim boven op een voormalige zand- en grind-afgraving.
Vanaf deze hoogte hebben we een mooi uitzicht over het landschap, en ook naar beneden in de afgraving van vroeger.
Als we de derde keer het spoorpad kruisen, zien en horen we vóór ons de autosnelweg A-52.
Villabrázaro
We gaan door een klein viaduct onder de A-52 door.
En dan wandelen we direct daarna om 9:30 uur de plaats Villabrázaro binnen.
Het is vandaag de eerste mei, en dat is voor de Spanjaarden landelijk een vrije dag. Het was in Benavente vanmorgen nog heel stil op straat, en ook hier zien we nauwelijks iemand in het dorp. Het is heel stil op straat.
Links passeren we een vervallen stal, die vroeger van onder andere leem is gebouwd. Leem met stenen en hout werd hier veel toegepast als bouwmateriaal, en inmiddels zijn we veel later in de tijd gearriveerd waarin veel van die lemen bouwwerken tot ruïne vervallen, en zo is dat ook hier bij deze stal het geval.
Volgens onze route-app heeft Villabrázaro twee bars, dus wij doorkruisen het stille dorp in de hoop dat tenminste één van beide open zal zijn.
Resultaat is dat we de eerste langs onze route niet eens herkennen, en bij de tweede bar aangekomen, blijkt dat dat nu een overnachtingsaccommodatie is, en zeker geen bar meer, ondanks het bord dat nog aan een muur hangt ter hoogte van deze casa rural.
Naast die accommodatie staat de dorpskerk.
Op de kerktoren torent een hoog ooievaarsnest, met daar bovenop een ooievaar.
Aan een muur tegenover de kerk hangt een paneel van de Vía de la Plata, met zoals ook in voorgaande dorpen de naam van het betreffende dorp erop.
Op het dorpsplein staat een wegkruis.
Onderaan het wegkruis staat een stenen bloembak met de dorpsnaam en met de aanduiding ‘Vía de la Plata’ erop.
Op het wegkruis staan twee afbeeldingen, namelijk één van een Sint-Jacobsschelp aan het kruis, en een Sint-Jacobus eronder.
In alle stilte hebben we dit dorp doorkruist, en evenzo verlaten we het ook.
De Arroyo del Reguero Grande del Valle over
Voorbij Villabrázaro blijven we de lange doorgaande asfaltweg door een open landschap volgen. Er is weinig variatie op de weg, met af en toe een passerende auto, en één of twee wielrenners, die overigens allen hartelijk groeten in het voorbijgaan, en de meesten wensen ons een Buen Camino!
Om 9:50 uur steken we via een bruggetje de Arroyo del Reguero Grande del Valle over.
Links en rechts van de weg zien we hier en daar grote beregeningsinstallaties op de uitgestrekte akkers, en hier en daar ook nog restanten van oude betonnen irrigatiewerken.
We hebben nog geen bar gepasseerd, en ook geen winkel, en hebben nog geen koffie en ook nog geen koffiepauze gehad. Om 10:40 uur vinden we het wel welletjes, want een koffiestop zal er echt niet meer in zitten vandaag, dus daarom zoeken en vinden we ten westen van Pobladure del Valle een betonnen rioolbuis waarop we kunnen zitten voor de door ons meegenomen broodjes met ijsthee.
Stil door Maire de Castroponce
Daarna gaat het weer alsmaar verder over een stille asfaltweg. Nog voordat we in Maire de Castroponce aankomen, lopen we al tussen de verspreid liggende wijnkelders (bodegas) door, die de inwoners hier vroeger hebben ingegraven in de heuveltjes.
Om 11:30 uur wandelen we over een keurig aangelegd lang en breed voetpad het dorp Maire de Castroponce binnen.
In het voetpad liggen putdeksels waarop een afbeelding van een Sint-Jacobsschelp staat.
Enkele minuten later gaan we de bebouwde kom van Maire de Castroponce binnen.
Voorin het dorp staan een man en een vrouw met elkaar te praten, rechts op grotere afstand slaat een man ons gade als wij het dorp in lopen, en links loopt heel langzaam een oud vrouwtje met een boodschappenwagentje, en dat zijn alle mensen die we in het dorp gewaar worden. Bars zijn hier al helemaal niet, dus we kunnen zo in alle stilte en rust het hele dorp doorkruisen, en dat is dan ook wel heel snel, want zo groot is het ook niet.
In een middenberm staat overigens wel een informatiepaneel van de Vía de la Plata, en daarop staat bovenin het eerste deel van onze etappe van vandaag.
Met de Puente de la Vizana over de Río Orbigo
Voorbij het dorp gaat het verder over alweer asfalt, over de ZA-P-2553, ook nu weer door een golvend open heuvellandschap van weiden en akkers.
Nu hadden we overigens eerder vanmorgen al gezien dat er steeds meer bergen ten westen van ons opdoemen, maar nu we een eindje het vorige dorp uit zijn, vallen ons ook de bergen vóór ons op. We gaan dus het vlakke land verlaten, en zullen zien dat het heuvelachtige te zijner tijd gaat veranderen in een meer bergachtig landschap.
Rond 12:00 uur maakt een groen bord langs de weg ons duidelijk dat we vanaf nu in de provincie Léon zullen lopen.
Dan komt een heel mooi item van de etappe van vandaag, namelijk de oversteek via de Puente de la Vizana over de Río Orbigo.
We gaan deze 16e eeuwse brug op om de brede rivier over te steken.
Hoog torent deze stenen boogbrug uit boven het water-oppervlak van de Puente de la Vizana.
Aan de overzijde van de rivier staat een voormalig horecagebouw dat al heel lang niet meer in gebruik is. Kennelijk komen hier te weinig bezoekers en passanten om daar nog voldoende mee te verdienen.
Naar de Refugio de Peregrinos van Alija del Infantado
Als we even later op de LE-114 lopen, worden we verrast door de vele dikke en witte pluizen die hier als neerslag op weg, berm en veld vallen. Het witte boompluis ligt hier als sneeuw langs de weg.
Deze weg alsmaar volgend, komen we om 12:40 uur aan bij de dorpsrand van Alija del Infantado, onze bestemming voor vandaag.
We lopen het dorp binnen, en vijf minuten later komen we aan bij de gemeentelijk herberg van het dorp.
We gaan naar binnen en ontmoeten daar een Nieuw-Zeelandse pelgrim, die zo’n vijf camino’s per jaar loopt, en tussendoor door Europa reist. Hij heeft nu eerst de Camino Mozárabe gelopen, en is toen vanuit Malaga begonnen om de hele Vía de la Plata te bewandelen, en gaat daarna evenals wij ook de Camino Invierno lopen.
Wij bellen bij aankomst Elena, de beheerster van de herberg, die ons vlot incheckt, en ons voorziet van de spullen die we in de herberg nodig hebben.
Ze komt later nog tweemaal terug, want later vandaag komen er nog twee Spaanse pelgrims bij, zodat we dan met zijn vijven hier in de herberg zijn, verdeeld over twee slaapzalen met elk zes stapelbedden.
In de gemeenschappelijke ruimte in de vorm van een pijpenla kan ik vanmiddag mijn dagverslag schrijven, en ondertussen doen de andere pelgrims allen hun eigen ding, zoals eten, douchen, wassen, boodschappen halen, slapen, en wat je zoal nog meer doet in en bij een pelgrimsherberg.
Vanavond gaan Durkje en ik naar het plaatselijke benzinestation een halve kilometer verderop in het dorp, waar we op deze landelijke feestdag nota bene nog volop boodschappen kunnen halen en dan ook nog een warme maaltijd kunnen nuttigen in het restaurant achter de benzineshop.
















