maandag 15 juni 2026

Pelgrimeren van Bandeira naar Outeiro

Pelgrimsroute van Ponferrada (S) naar Santiago de Compostela (S)
Camino de Invierno van Ponferrada naar Santiago de Compostela
Van Bandeira naar Outeiro
Maandag 18 mei 2026 – 17,2 km.
Dag 13: 235,0 – 252,2 km.
 
Vlak vóór Dornelas ontmoeten we de Amerikaanse medepelgrims Rachel & Cynthia



















Spaanse Camino de Invierno
Vanuit verschillende windstreken van Spanje lopen allerlei Spaanse pelgrimsroutes naar Santiago de Compostela.
Durkje en ik hebben ervoor gekozen om dit jaar - in 2026 - de gehele Camino de Invierno te lopen tot in Santiago de Compostela.
Deze ‘Camino de Invierno’ is de ongeveer 270 kilometer lange pelgrimstocht van Ponferrada naar Santiago de Compostela.
Vandaag lopen we van deze Camino de Invierno onze 13e etappe, over een afstand van 17,2 kilometer van Bandeira naar Outeiro. We blijven daarmee zo ongeveer op een 300 meter hoogte, maar moeten wel een afdaling naar 50 meter en een klim naar 340 meter maken.

Vertrek uit Bandeira
Onze wekker hadden we voor vanmorgen gezet op 7:00 uur in de pelgrimsherberg van Bandeira, maar omdat de drie mannelijke medepelgrims (waaronder één Nederlander) al eerder druk in de weer waren, zijn we een kwartier eerder wakker, en staan we direct op. 
Durkje en ik ontbijten in de eetkamer van deze gemeentelijke pelgrimsherberg. De lucht is buiten helder, en het is vannacht flink afgekoeld, dus het is niet alleen in de slaapzaal, maar vooral ook in de eetzaal nogal koud. Ik doe er de electrische verwarming aan, en binnen de kortste keren blaast die de eetzaal behoorlijk warmer op de plek waar we zitten te ontbijten.
Tijdens ons ontbijt komen de Amerikaanse pelgrims Cynthia (moeder) en Rachel (dochter) nog even bij ons langs in de eetzaal om afscheid te nemen. Zij gaan eerst het dorp nog in om in een bar te ontbijten. Wellicht zien we ze later vandaag nog eens. Zij gaan één herberg verderop overnachten, en wandelen morgen dan ook naar Santiago de Compostela.
Om 8:00 uur verlaten we de herberg, om te beginnen aan onze volgende etappe, de voorlaatste van de Camino de Invierno.
Langs de hoofdweg in Bandeira zien we aan de andere kant van de weg een gedenksteen staan die verwijst naar de Camino Mozárabe, die we twee jaar geleden al eens bewandelden.
Aan de rand van het dorp is men bezig geweest met de riolering, heeft men de asfaltweg al opnieuw geasfalteerd, en wordt momenteel gewerkt aan het storten van een nieuw voetpad.

Via Dornelas naar A Carballeira
Voorbij Bandeira maken we direct al een behoorlijke klim. Die gaat langs een hoge aarden wal aan onze rechterhand, waarop overwegend hoge eucalyptusbomen groeien. 
Als we zo’n twintig minuten later door een golvend landschap lopen, zien we rechts van ons in de verte de dikke wolken nog tegen de bergwanden aan liggen. Een sprookjes(pr)achtig gezicht is dat, mede ook door de jonge maïsplanten die al opschieten uit de akkers vlak langs de weg waar wij lopen.
Onderweg ontmoeten we overigens Cynthia en Rachel ook nog. We laten hen achter ons, en zien hen later vandaag niet meer terug.
Om kwart over negen arriveren we in het plaatsje Dornelas, dat ook een pelgrimsherberg heeft. Gisteren hoorden we van pelgrims die bij ons in Bandeira moesten blijven slapen, dat deze herberg in Dornelis afgelopen nacht geheel vol was. Nu hangt er een bordje aan de toegangspoort, waarop staat dat de herberg en de bar binnen vanaf 13:30 uur open zijn.
Verderop in het dorp passeren we de kerk, de Igrexa de San Martiño de Dornelas.
In een tuin linksboven ons zien we een oude hórreo staan.
Voorbij Dornelas gaan we het bos in. Daar komen we langs een holle boom, die in de loop der tijd uitbundig is getransformeerd in een soort herdenkingsboom. Er hangen allerlei bidprentjes in, maar ook nagedachtenissen aan overledenen. 
Een kwartier later komen we voorbij het bos langs een oude schuur, waar diverse aanbieders hun uiteenlopende diensten aanbieden aan de passerende pelgrims, zoals eten, massage en drinken.
Bij het oversteken van de weg voorbij deze schuur komen we langs een houtzagerij.
Er liggen dikke boomstammen op het terrein, en brede gezaagde planken staan rechtop tegen een muur van de houtzagerij te drogen in de zon.
Aan het eind van het terrein is een pauzeplek ingericht, waar drie verkoopautomaten staan, waar je onder andere drinken en snacks kunt kopen. Een dik stuk hout met daarin een scheur gelijkend op een smiley staat erbij.
Enkele minuten later lopen we door het buurtschap A Carballeira.

Steil afdalen door uiteenlopende buurtschappen
Het volgende plaatsje dat we doorkruisen, is O Seixo.
Daar wandelen we langs de zogenoemde Capilla de las Augustias.
Hier staan ook enkele nog kleine palmbomen uitbundig in bloei. 
We lopen door een aaneenschakeling van buurtschappen, en de volgende daarvan is Castro.
Als je door zo’n plaatsje loopt, en je de ogen goed de kost geeft, is er eigenlijk elk moment wel iets bijzonders, iets moois te zien, dat je uitnodigt om er onderweg een foto van te maken.
Als we buiten de bebouwing in een grote bocht afdalen, krijgen we een prachtig gezicht over de riviervallei van de rivier de Río Ulla, waarin we nu gaan afdalen.
Tijdens die afdaling komen we langs het buurtschap Noveledo, waar we dus niet doorheen wandelen.
Het is nogal een fiks steile afdaling, dus we gaan niet heel snel voort, alhoewel het asfalt wegdek ons het afdalen wel vergemakkelijkt. In de berm zien we prachtige kruiden, en bloeiende planten, zoals bijvoorbeeld het vingerhoedskruid nabij het plaatsje Gundian.
Voorbij de huizen van Gundian gaat een deel van de steile afdaling overigens ook over een holle weg.

Over de Río Ulla naar Ponte Ulla
Na een steile en lange afdaling krijgen we dan eindelijk Ponte Ulla in zicht. 
Dan zien we tegelijk ook de stenen brug over de Río Ulla, waar we straks over heen zullen gaan.
Tegenover de opgang naar de brug staat een herdenkingssteen, gerelateerd aan de camino.
Als we de brug over lopen, krijgen we een mooi vergezicht aan beide zijden over de Río Ulla, met aan beide zijden twee bruggen die het rivierdal hoog overspannen.
Direct voorin Ponte Ulla komen we langs de kerk, de Santa María Magdalena de Puente Ulla.
Als we bij de VVV voorin het dorp een pelgrimsstempel willen halen, gaat dat verhaal niet op, want de VVV is gesloten.
Op de eerste T-kruising is een ruimte ingericht als pauzeplek, waar ook verschillende verkoopautomaten staan, waar je eten en drinken kunt kopen, en een passage-stempel kunt zetten in je pelgrimspaspoort.
We gaan er in eerste instantie aan voorbij, want wij willen boodschappen halen bij de Spar-supermarkt verderop. Maar ook dat verhaal gaat niet op, want de Spar hier is op maandag gesloten. Daarom raadplegen we Google Maps om te bekijken wat hier verder de mogelijkheden zijn om boodschappen te halen, want we moeten voor vanavond een warme maaltijd meenemen, en ook voor de rest vandaag, en alvast voor morgen alle boodschappen kopen.

Toch wel boodschappen te halen in Ponte Ulla
We hebben dan toch ook wel weer geluk, want veel hogerop in het dorp langs een drukke autoweg, is een restaurant, met een benzinestation ernaast dat een tankshop erbij heeft. 
We lopen daarom nu eerst de afslag van de camino-route voorbij, en gaan vlak vóór een viaduct via een stenen trap het hoge talud op. In het viaduct heeft men overigens twee muurschilderingen gemaakt, waarvan er één afbeeldingen laat zien met betrekking tot pelgrims.
Bovenaan het talud kunnen we over korte afstand naar het beoogde restaurant lopen. 
Binnen gekomen, bestellen we eerst maar eens koffie, met deze keer een sandwich erbij. Ondertussen kijk ik even in de benzineshop of we daar onze boodschappen in voldoende mate kunnen halen, en dat blijkt rijkelijk het geval te zijn. Met onder andere twee kant en klaar-maaltijden, voldoende eten en drinken voor vandaag en morgen onderweg loop ik terug naar het restaurant, waar dan inmiddels de overheerlijke en verrassend mooi gecreëerde sandwich bij ons op tafel wordt geserveerd.
Deze lekkernij bekronen we dan toch maar feestelijk met nog een extra kop koffie, en dan concluderen we dat we met deze boodschappen en met deze aangename koffiepauze buitengewoon voldaan verder kunnen naar ons eindpunt van vandaag.

Vanuit Ponte Ulla fiks bergop
Eerst dalen we het talud af, terug naar het viaduct van zojuist. Dan moeten we iets verderop de doorgaande camino vervolgen. Van de andere kant komt een jongeman aanlopen met een flesje in de hand en een rugzak schots en scheef op de rug. Hij volgt ons bergopwaarts in een veel lager tempo, en we horen hem nog lang luid zingend voortbewegen op de muziek die hij met zich meedraagt.
Na een eerste klim moeten we een klein eindje langs een drukke verkeersweg, waar we Ponte Ulla uitlopen, en gelijktijdig ook de provincie Pontevedra verlaten.
Ondanks de ietwat onduidelijke bewegwijzering op dit stuk, vinden we de goede route, die ons uiteindelijk eerst links van de weg, en later rechts van de weg verder laat gaan, waar we dan overigens een fikse klim moeten maken over een calzada-achtig bospad. De jongeman van zojuist loopt dan op grote afstand nog steeds achter ons, zien we.
Bovenaan een klim, bereiken we een huis met een tuin aan de wegzijde, waarin een beeldje van de heilige Jacobus tussen enkele dikke keien staat ter decoratie.
Als we dan over enkele open straten een behoorlijke hoogte hebben bereikt, krijgen we een schitterend vergezicht over het diepe dal achter ons.

Aankomst bij Jacobus in Outeiro
We gaan het bos weer in, en als we even later op een kruising van bospaden rechtdoor dienen te gaan, staat daar een richtingwijzer die ons nota bene duidelijk maakt dat de weg rechtdoor naar Santiago de Compostela gaat.
Als we na een lang traject door het bos het bosperceel uit komen, en linksaf de asfaltweg op gaan, zien we direct Outeiro al liggen, en links van ons hebben we weer zo’n mooi uitzicht over het diepe dal en de bergen in de verte.
Bij de Capilla de Santiago komen we Outeiro binnen.
Een plaatsnaambord zien we niet, maar iemand heeft tegen de gevel van diens huis met letters de plaatsnaam aangebracht. Het kan dus niet missen, we zijn nu in Outeiro aangekomen, waar onze laatste overnachting zal plaatsvinden voordat we morgen Santiago de Compostela binnen zullen gaan als alles dan goed gaat.
Tegenover de kerk bevindt zich een waterbron, met een hele forse gebeeldhouwde steen er bovenop. In die steen is Sint Jacobus afgebeeld als pelgrim en apostel.
Jacobus staat hier onder het stenen kruis.
We kunnen de Capilla de Santiago niet binnen, maar kunnen door de tralies van de deur wel zien dat in het midden van het koor boven het altaar een beeld staat van de heilige Jacobus, met links ervan een beeld van de heilige Christoffel, en geheel rechts een beeld van Santiago Matamoros, ofwel Jacobus als Morendoder, met zijn slachtoffers aan de voet van zijn paard.
We lopen verder door de halfverharde hoofdstraat van Outeiro.

Overnachten in de pelgrimsherberg van Outeiro
Dan is het nog maar een klein eindje verder, als we aan het eind van het dorpje arriveren bij de gemeentelijke pelgrimsherberg van Outeiro.
Heel prominent zie je de twee grote slaapzalen, die beide uitkomen op de centrale hal van de herberg.
Bij het pelgrimslogo van de herberg lopen we om 13:15 uur de oprit naar de herberg op.
Binnen worden we ontvangen door een medewerker van de gemeente die ons van achter het glazen scherm van zijn balie incheckt. De man doet dat uiterst secuur, namelijk één voor één. Ik kan bijvoorbeeld ook niet voor ons beiden in één keer betalen, want eerst checkt hij mij uitgebreid in, en krijg ik alles wat ik nodig heb, zoals een textielpakket en een toegangsbewijs, en dan moet ik tien euro betalen. Dan pas herhaalt zich het hele lange inschrijvingsproces voor Durkje nog eens, dat ook wordt afgesloten met het betalen van haar tien euro. Deze secure manier van werken, en alles één voor één compleet registeren en coderen, heeft ook wel weer wat, maar zo uitgebreid is nergens te doen gebruikelijk gebleken in onze afgelopen camino-weken. Als alles helemaal klaar en goed is,  vertelt hij over de verschillende ruimtes die we zullen aantreffen, en dat alle sanitair voor heren en dames hier is gescheiden; helemaal prima. 
En dan kunnen we naar binnen, om ons te installeren in de slaapzaal, waar dan overigens al een Aziatische pelgrim zich bevindt. 
Direct na ons komt nog een Spanjaard met een bagagewagen, later nog een Spaans echtpaar met een bagagewagen, dan ook nog een Frans echtpaar, en voorts nog enkele mannen die individueel pelgrimeren. Al met al zijn er zo’n tien pelgrims vannacht in deze herberg.
Vanmiddag hebben we alle tijd voor de foto’s en voor de verslaglegging, en vanavond bestaat ons avondeten uit de kant-en-klaar-maaltijden, die we eerder vandaag al in Ponte Ulla hebben gekocht. Zo komen we ook deze dag op de camino, onze voorlaatste van deze voorjaarspelgrimage, weer goed door.

Pelgrimeren van Lalín naar Bandeira

Pelgrimsroute van Ponferrada (S) naar Santiago de Compostela (S)
Camino de Invierno van Ponferrada naar Santiago de Compostela
Van Lalín naar Bandeira
Zondag 17 mei 2026 – 22,9 km.
Dag 12: 212,1 – 235,0 km.
 
Via de middeleeuwse Ponte Taboada steken we de Río Deza over



















Spaanse Camino de Invierno
Vanuit verschillende windstreken van Spanje lopen allerlei Spaanse pelgrimsroutes naar Santiago de Compostela.
Durkje en ik hebben ervoor gekozen om dit jaar - in 2026 - de gehele Camino de Invierno te lopen tot in Santiago de Compostela.
Deze ‘Camino de Invierno’ is de ongeveer 270 kilometer lange pelgrimstocht van Ponferrada naar Santiago de Compostela.
Vandaag lopen we van deze Camino de Invierno onze 12e etappe, over een afstand van 22,9 kilometer van Lalín naar Bandeira. We dalen daarbij van ongeveer 525 meter naar circa 300 meter hoogte.

Vertrek uit Lalín
Onze wekker hadden we voor vanmorgen gezet op 6:30 uur in het Hotel Alda Lalín van Lalín. Evenals alle andere pelgrims moesten wij een andere overnachtingsaccommodatie regelen dan de pelgrimsherberg van Lalín, want die bleek tenminste gedurende een jaar gesloten te zijn. Daarom zijn we als pelgrims voor de afgelopen nacht in verschillende accommodaties geweest.
Durkje en ik ontbijten in de hotelkamer.
Om 7:40 uur verlaten we het hotel, om te beginnen aan onze volgende etappe.
Omdat we gisteren al vanuit het stadscentrum naar de uiterste westkant van de stad zijn gelopen, waar ons hotel staat, kunnen we vanmorgen heel kort door de bocht de route van onze camino vervolgen. Daartoe maken we een korte doorsteek van slechts acht minuten in zuidelijke richting, en dan zijn we al aangekomen op de brug waar de camino onderdoor gaat.
We lopen aan de overzijde van de brug naar beneden, en stappen daar op de doorgaande route van de camino van Lalín richting Bandeira. We gaan vooralsnog over het wandelpad parallel aan de Río Pontiñas.

Van A Laxe Bendoiro naar A Laxe
Verderop moeten we over een modderig pad – wat eigenlijk een afwateringsgoot is – naar boven. Om het wandelen hier te vergemakkelijken, heeft men langwerpige granieten stapstroken in de lengterichting aaneengelegd, waarover we met schone en droge schoenen het pad opwaarts kunnen maken.
In de bebouwde kom aangekomen, draaien we langs een betrekkelijk eigentijds kerkgebouw linksaf om door de bebouwing verder te lopen.
Even later lopen we over een breed veldpad met een mooi uitzicht over de vallei links van ons.
Inmiddels hebben we op een bedrijventerrein onze regenkleding aan gedaan, want het begon steeds harder te miezeren, en wel zoveel dat je daar toch behoorlijk nat van wordt. De miezerige regen houdt aan totdat we straks onze koffiepauze zullen hebben, dus het is maar goed dat we vroegtijdig hebben gekozen voor het dragen van de regenpakken.
Tegen negen uur lopen we de bebouwde kom van A Laxe Bendoiro binnen, ter hoogte van de gemeentelijke herberg.
Bij een openbare wasplaats zie ik dat het dak ervan wordt gedragen door een pilaar met daarin een uitgefreesde Sint-Jacobsschelp.
Bij A Laxe komen we op een doorgaande brede asfaltweg, waarbij we vóór ons een viaduct van een verkeersweg hoog over het rivierdal zien gaan.
We volgen de verkeersweg een eind.
Ruim vijf minuten later wandelen we langs een kaasfabriek. Aan het hek hangt een bord, waarop staat dat je hier als pelgrim een pelgrimsstempel in je pelgrimspaspoort kunt verkrijgen. Maar ja, het is zondag, de fabriek ligt stil, het hek is dicht, dus een stempel voor ons zit er op dit moment niet in.

De Ponte Taboada over de Río Deza
Inmddels hebben de Camino de Sanabrés en de Camino de Invierno zich voor ons ongemerkt samengevoegd, dus we kunnen nu ook pelgrims van de Camino de Sanabrés ontmoeten.
We gaan verder over een mooie groen hellingpad. Dat is een steentjespad tussen begroeide bermmuurtjes door en onder al die prachtige kleuren groen van de vele kruiden, struiken en bomen.
Dan gaan we een zogenoemde calzada op, een met platte keien/stenen geplaveide weg, zoals die al sinds de Middeleeuwen is aangelegd.
Deze calzada voert ons naar de Ponte Taboada.
Deze hele oude brug ligt over een rivier tussen twee hoog opgaande, grillige bergwanden.
De brug, die al dateert van het jaar 912, ligt als een hoge stenen boogbrug over de Río Deza.
Via deze eeuwenoude boogbrug steken we de Río Deza over.
Aan de ander zijde blijft het pad een calzada, geheel passend bij de oude brug.
Waar we direct al het volgende dorpje binnenwandelen, staan twee pilaren op het pad met daarop twee Sint-Jacobsschelpen, dus iedereen die hier vanuit dit dorpje de brug wil gaan bekijken, zal kunnen zien dat de camino van Sint Jacob over deze eeuwenoude brug gaat.

Bezoek aan de Iglesia de Santiago de Taboada
We komen verderop op vlakker terrein, ofwel door een golvend landschap. Niet alleen de woonhuizen zijn in deze regio verouderd en verlaten, want dat zelfde geldt hier ook voor veel boerderijen in Galicië.
Als we vanuit een pad omhoog lopen naar een brede asfaltweg, begin een kerkklok te luiden.
Op de asfaltweg aangekomen, zie ik dat een vrouw vóór de kerk staat om met twee touwen de  luidklokken te luiden.
We steken de weg over, op weg naar deze kerk, want die is nu open. Daarbij lopen we langs het stenen beeldje van een pelgrim.
Binnengetreden zien we alle pracht en praal van dit kleine kerkje.
Op een banier links tegen de kerkmuur zie ik de afbeelding van Sint Jacobus te paard als zogenoemde Morendoder. Als ik de klokkenluidster daarop wijs, corrigeert ze me met de mededeling dat het ‘Santiago Apostol’ is, want Spanjaarden willen in deze tijd liever niet de kritiek van het Morendoder over zich heen krijgen. Dan vertelt de vrouw over de relatie van Santiago en deze kerk. Ze vertelt dat Santiago de beschermheer is van deze kerk en van het dorp, en als ik dat verkort weergeef met de aanduiding van ‘patron’, bevestigt ze dat direct.
We hoeven de klokkenluidster er niet eens om te vragen, want ze is even in de consistorie, en daarna komt ze naar ons toe om ons een stempel in onze pelgrimspaspoorten te geven.
De parochiaan die zojuist nog op een stoel vóórin de kerk zat, gaat bij het altaar staan, om de Bijbel klaar te leggen bij de te lezen tekst van vandaag.
De vrouw vertelde ons al dat de ochtendmis over enkele ogenblikken zal aanvangen. Ondertussen komt er ook nog een ander echtpaar binnen. 
We verlaten de kerk, en groeten de heilige Jacobus bij het verlaten van het kerkterrein.

Uitdaging voor wandelaars maar niet te doen voor fietsers
We gaan door, en gaan dan voort over een prachtig breed halfverhard pad, omgeven door oude bomen in allerlei grillige vormen.
Bij een kerkje komen we een volgend buurtschap binnen.
We naderen de stad Silleda, waar we onze koffiepauze willen houden, maar daartoe moeten we nog de nodige acrobatische toeren uithalen op een nat glibberig pad van dikke keien, dat tamelijk steil naar beneden loopt. Aan het begin van dit pad worden we ingehaald door drie mannen op mountain bikes. Die proberen even dit steile pad met hun mountain bikes te bedwingen, wat de voorste fietser aardig lukt. De tweede stapt halverwege af, en loopt verder. De achterste mountain biker geeft het al veel sneller op. Hij glijdt uit, blijft met zijn wiel en ook met een schoen vast zitten tussen de dikke keien, en gaat glibberend en glijdend op zijn fietsschoentjes met de mountain bike aan de hand lopend verder naar beneden.
En dan zien we een langeafstandsfietser eveneens met volle bepakking in tegengestelde richting ons tegemoet komen, omhoog nota bene. We geven elkaar de nodige ruimte, en dan ploetert de al te optimistische mountain biker langzaam naar boven, zijn mountain bike met daarop een behoorlijke bepakking moeizaam omhoog duwend.
Als de fietsers vóór ons uit zicht zijn, moeten wij nog een heel eind verder naar beneden, over de gladde keien, nat en glad geworden door de vele regen.

Uitgebreide koffiepauze in Silleda
Om 11:20 uur – na ongeveer 3,5 uren onafgebroken te hebben geklommen en gedaald – wandelen we over een parkeerterrein van vrachtwagens en andere bedrijfswagens de bebouwde kom van de stad Silleda binnen, op zoek naar een koffiepauzeplek.
Rechts van de weg zien we de eerste citroenen en sinaasappelen in de bomen hangen in een tuin.
Bars en café’s worden al aangekondigd langs de weg, maar op deze zondagochtend zijn die voor een deel gesloten. Maar als we langs de kerk, de Igrexa de Santa Eulalia, het centrum in lopen, vinden we gelukkig toch een bar die geopend is. Hier gaan we koffiedrinken.
Buiten trekken we onze regenkleding eerst uit op het terras, en dan gaan we naar binnen, waar tussen de Spanjaarden in dit volle café ook drie mannelijke pelgrims aan een tafel zitten (waaronder een Nederlander), en naast het tafeltje waar wij nog kunnen zitten, zit een Italiaans pelgrimsstel. 
We bestellen koffie met een croissant en churros, en genieten dan op deze zondagochtend bij de kerk in het café van een heerlijke en welverdiende koffiepauze.
Om 12:05 uur laten we de bebouwde kom van Silleda achter ons. De zon breekt door, en vanaf nu houden we prima wandelweer vandaag, alhoewel de luchten achter ons dreigend blijven. Maar wij kijken vooral naar de opklaringen vóór en naast ons.

Van Foxo de Deza naar Chapa
Voorbij Silleda gaat het dan voort over een heel smal voetpaadje achter de huizen langs. 
Het eerste buurtschap waar we dan doorheen komen, is Foxo de Deza.
In een muur onder een afdak hangt een gevelsteen, met daarop het opschrift ‘Camino Real’.
Het volgende gehucht dat we door komen, is O Espiño.
Links van de straat staat een rechtopstaande steen, met daarin een Sint-Jacobsschelp, waaronder voorheen ooit een waterkraan heeft gezeten. Er hangt nog wel een bordje bij dat verwijst naar drinkwater, maar dat is verleden tijd.
Onderweg krijgen we hier en daar prachtige uitzichten over de valleien.
We moeten via een nogal sterk gehavend bruggetje de Río Toxa oversteken. Rijdend verkeer mag er niet meer overheen, maar voor de wandelende pelgrims wordt een voor ons welkome uitzondering gemaakt.
Dan komen we door een viaduct, waar men in de wanden aan beide zijden ornamenten heeft aangebracht van enkele Sint-Jacobsschelpen en enkele zwaardkruisen.  
Inmiddels hebben we onze plaats van bestemming Bandeira in de verte al zien liggen.
Maar eerst komen we nog door het dorpje Chapa.
Het is één uur in de middag, en de klok van de kerk van Chapa wordt geluid.
Inmiddels zien we de kerk ook, te midden van de huisjes die bij de kerk staan.

Overnachten in de pelgrimsherberg van Bandeira
Nu hebben we ook het volle zicht op de bebouwing van Bandeira.
We moeten eerst nog door een dal langs een bedrijfsterrein waar koeien samengehokt staan, en waar een veewagen van binnen wordt schoongespoten, en dan moeten we het dal weer uit naar boven, om dan om 13:25 uur de plaats Bandeira binnen te wandelen.
In de hoofdstraat kopen we in een klein winkeltje een fles water en een pak melk voor straks, en dan lopen we door naar de gemeentelijke pelgrimsherberg verderop in het dorp.
Daar worden we vlot ingecheckt, en kunnen we ons installeren in de grote slaapzaal.
Inmiddels zijn de drie mannen ook al gearriveerd die we eerder tijdens onze koffiepauze hadden ontmoet in Silleda, en als ik vanmiddag in de eetzaal het verslag van de dag zit te schrijven, komen ook de Amerikaanse moeder Cynthia en haar dochter Rachel in de herberg aan. Rond het avonduur zijn we dus met zeven pelgrims in deze pelgrimsherberg.
Het is vandaag een feestdag in Galicië, want het is de zogenoemde Dag van de Literatuur. Op internet stond gisteren dat de bars in het dorp vanmiddag daarom om 16:00 uur dicht zouden gaan, maar toen we vanmiddag in de eerste bar met restaurant vroegen of dat klopt, vertelde de vrouw binnen dat ze gewoon tot middernacht open zijn, en dat we nu vanavond gewoon langs kunnen komen in de eetzaal voor een pelgrimsmaaltijd. Dat gaan we doen, samen met de Amerikaanse medepelgrims Cynthia & Rachel en de Canadese Daphne.


Pelgrimeren van Rodeiro naar Lalín

Pelgrimsroute van Ponferrada (S) naar Santiago de Compostela (S)
Camino de Invierno van Ponferrada naar Santiago de Compostela
Van Rodeiro naar Lalín
Zaterdag 16 mei 2026 – 22,0 km.
Dag 11: 190,1 – 212,1 km.
 
Koffiepauze met Franse en Italiaanse pelgrims in Eirexe de Pedroso



















Spaanse Camino de Invierno
Vanuit verschillende windstreken van Spanje lopen allerlei Spaanse pelgrimsroutes naar Santiago de Compostela.
Durkje en ik hebben ervoor gekozen om dit jaar - in 2026 - de gehele Camino de Invierno te lopen tot in Santiago de Compostela.
Deze ‘Camino de Invierno’ is de ongeveer 270 kilometer lange pelgrimstocht van Ponferrada naar Santiago de Compostela.
Vandaag lopen we van deze Camino de Invierno onze 11e etappe, over een afstand van 22,0 kilometer van Rodeiro naar Lalín. We dalen daarbij van ongeveer 625 meter naar circa 525 meter hoogte, maar er zitten wel regelmatig klimmen en afdalingen in tot een maximale hoogte van 690 meter.

Vertrek uit Rodeiro
Onze wekker hadden we voor vanmorgen gezet op 7:00 uur in de pelgrimsherberg van Rodeiro
Durkje en ik ontbijten om 7:30 uur in de huiskamer van de herberg, op het moment dat de Amerikaanse pelgrims Cynthia (moeder) en Rachel (dochter) en de Canadese pelgrim Daphne daar net klaar mee zijn. Zij gaan naar het café beneden om nog een kop koffie te drinken, alvorens ze van start gaan. Als we klaar zijn voor vertrek, is alleen de Sloveense pelgrim die vannacht bij ons in de slaapzaal sliep nog aanwezig.
Om 8:15 uur nemen we beneden in de bar afscheid van de eigenaren en van de Amerikaanse en Canadese pelgrims, en verlaten we het hotel voor onze volgende etappe.
Door het centrum van Rodeiro lopen we het stadje uit.
Vóór ons zien we dan het Britse pelgrimsstel uit Cambridge lopen. We zullen hen later op de dag nog ontmoeten.
Bij een gesloten café staat een mooie wegwijzer met routeplan betreffende de Camino de Invierno.
Bij het industrieel gebouw van Cogal – waarop een muurschildering staat afgebeeld – verlaten we de PO-533, en daarmee hebben we Rodeiro geheel achter ons gelaten.

Langs en over de Río Arnego
We gaan nu een asfaltweggetje in, dat verderop overgaat in een veldpad. We zien dan de twee Britse pelgrims en ook de Franse pelgrim Thierry vóór ons lopen.
Het Britse pelgrimsstel draagt alleen een dagrugzakje, dus die hebben de pas er aardig in, maar de Franse pelgrim Thierry halen we al vrij snel in.
We zullen vandaag de Río Arnego veel zien, want die stroomt al slingerend door het gebied dat we vanmorgen doorkruisen. De eerste keer dat we deze rivier kruisen, is bij een aantal stapstenen.
We gaan over een prachtig pad langs de bosrand, met rechts de weilanden.
De bermmuurtjes aan beide zijden van de paden hier in Galicië zijn altijd schilderachtig mooi.
Aan beide zijden van het pad zien we vandaag heel vaak de omgewoelde aarde als resultaat van de wroetende wilde zwijnen die hier op zoek waren naar voedsel op de momenten dat de pelgrims er niet zijn.
Om 9:22 uur kruisen we de Rio Arnego wederom, maar nu over een brede, platte betonnen brug.
In de rivier groeien allerhande planten, die volop in beweging zijn door het snelstromende water van de rivier.

Penerbosa 
Dan komen we aan in Penerbosa. Links van het pad staat hogerop op een weiland een boerenwagen met hoge schotten, die worden gekeerd door berkenstammen. Zo maakt deze boer gebruik van het materiaal dat hij hier voorhanden heeft.
We lopen door dit boerengehucht.
Links van de weg lopen twee honden over een boerderijerf.
Eén van de hondjes zit aandachtig ons voorbijgaan gade te slaan.
Rechts van de weg bij een schuur staat een tractor met een wagen die vol is geladen met takkenbossen.
Enkele minuten later lopen we dit buurtschap al weer uit.

Bergop en bergaf
Dan verlaten we de doorgaande asfaltweg en gaan we een heel breed steentjespad op, dat rechtdoor bergopwaarts gaat. Als we bijna boven zijn, zien we pelgrim Thierry helemaal onderaan nog aan de klim beginnen.
Als we de bergkam over zijn geklommen, krijgen we ook aan de andere zijde een prachtig vergezicht over de bergen en dalen vóór ons.
We moeten nu een flinke afdaling maken, en horen op een gegeven moment rechts van ons een waterval, waarvan het water de Río Arnego in stroomt.
Even later, helemaal afgedaald, steken we deze rivier over via een platte betonnen brug.
En dan moeten we vanuit helemaal onderin het rivierdal uiteraard weer onbarmhartig het rivierdal uitklimmen, want zo gaat dat hier de hele dag.

Een waar mausoleum in A Penela
Als we het buurtschap A Panela binnenkomen, weten we niet wat we zien. 
Bij nader inzien blijkt hier aan de rand van de bebouwde kom een groot mausoleum te zijn gebouwd.
Het is het herdenkingsmonument voor een lange juridische strijd die hier is gestreden inzake een waterloop.
Na dit eens goed bekeken te hebben, wandelen we door het gehucht.
In een boerenschuur zie ik grote bulten brandhout liggen.
Ook hier weer zie je her en der ruïnes van oude boerenbedrijfsgebouwen en huizen staan.
We komen langs een hórreo aan de kant van de weg.
Lang geleden is een boom in de berm omgevallen over het naastgelegen weiland. In Nederland zou zo’n boom al vrij spoedig worden weggehaald, maar aan de staat van de boom is te zien dat die hier al jarenlang heeft gelegen. Als een boom in Spanje niet de weg verspert, laat men hem doorgaans rustig liggen, hetgeen we ook in Frankrijk vaak hebben gezien in agrarische gebieden zoals hier.
Om 10:15 uur wandelen we de bebouwde kom van A Penela uit.

Natuurgebied met granietgroeve
Op een bermmuurtje zit een pelgrimsstel te pauzeren. We kennen hen nog niet. Het blijkt een Italiaans pelgrimsstel te zijn, dat vandaag dezelfde etappe loopt als wij. Straks spreken we hen iets uitgebreider.
Dan komen we op een open veld dat het karakter heeft van een heideveldje. Op een spinnenweb rusten nog waterdruppels, hetgeen een mooi gezicht is.
We doorkruisen dit mooie open natuurgebied.
Een dikke kei op dit terrein is dichtbegroeid met mossen en vetplanten. Zo iets moois wordt niet gemaakt, maar ontstaat in de loop der jaren.
In de verte vóór ons zien we een grote steen(graniet)groeve tegen een rotswand.
Links kun je zien waar het graniet is gewonnen, en rechts zie je de afvalblokken, die men kennelijk niet heeft kunnen gebruiken.

Gastvrij onthaal in Eirexe de Pedroso
Waar rechts in het weiland koeien staan te grazen, lopen we het kleine dorpje Eirexe de Pedrosa binnen. 
Bij een oud stenen wegkruis draaien we rechtsaf.
Dan zien we vóór ons de oude dorpskerk – de San Xiao de Pedroso – en rechts van ons een grote hórreo.
Als we een waterloopje passeren, zien we dezelfde koeien weer, met nu ook het jongvee erbij.
We lopen op een huis af, waaraan een vlag hangt met daarop de aanduiding dat pelgrims hier een stempel en koffie kunnen krijgen.
Een dorpelinge die met Durkje oploopt, wijst haar op deze gastvrije plek. We gaan er naar binnen, en treffen daar het Britse pelgrimsstel uit Cambridge aan.
Zij zijn klaar met hun koffiepauze, en nemen afscheid, en wij gaan in de schuur aan een grote tafel zitten, met links van ons een groot koffieautomaat.
Aan de buitenmuur van het pand hangt een naambord van dit dorpje – A Eirexe – en erbij een wegwijzer die duidelijk maakt dat het vanaf hier nog 14 kilometer is naar Lalín, en nog 69 kilometer gaans naar Santiago de Compostela.
In de muur van een woning ernaast is een gevelsteen ingemetseld met daarop een oud familiewapen.
Als we nog maar net aan de koffie zitten, komt het Italiaanse pelgrimsstel ook binnen voor een koffiepauze, en even later arriveert ook de Franse pelgrim Thierry, die hier ook zijn koffie uit de automaat haalt. Dan komt een forse herdershond binnen, al schooiend, kijkend of er hier bij die pelgrims nog iets te halen is. Dat blijkt voor de hond ijdele hoop te zijn.
Wij zijn de eersten van de vijf pelgrims die deze gezellige koffieplek verlaten, en dan lopen we het dorp uit.

Van Pazos langs Laxas naar de middeleeuwse Ponte Pedroso
Vrij snel daarna passeren we het buurtschap Pazos. Een vrouw brengt samen met een klein meisje met een kruiwagen afval naar de afvalcontainer langs de weg. We groeten elkaar, maar de kleine meid waagt zich daar niet aan, totdat de vrouw zegt toch maar te wuiven, hetgeen ze dan naar ons doet, als antwoord op ons wuiven naar haar.
En spoedig daarna passeren we het buurtschap Laxas.
Op deze plek verlaten we de doorgaande asfaltweg, en gaan we een smal weggetje op, waarbij we afdalen naar de Río Arnego.
Daar staan we dan voor de laat 15e eeuwse stenen boogbrug over de rivier.
Het wegdek van deze middeleeuwse brug is geplaveid als calzada, met grote platte stenen.
Aan de overzijde van de rivier staat een rommelig boerderijtje.
Links op het boerderijerf staat een oud stenen wegkruis.
Rechts aan een paal hangt nota bene nog een poster waarop staat dat pelgrims verplicht een mondkapje moeten dragen. Dat is dus een nogal gedateerde aanwijzing.
Een boer komt aanrijden naar een schuur, waar hij op de weg zijn tractor parkeert, om daar te tanken, vanuit een tank die hij in de schuur heeft staan.

Karrensporen op en neer
Vanaf nu volgt een kilometers lang traject over karrensporen door een stil en eenzaam gebied. Een tractor haalt ons in.
Op de wagen die door de tractor wordt getrokken, staat een meisje, die zich aan een beugel van de aanhangwagen vasthoudt. 
Af en toe zien we grote en kleine paddenstoelen, maar op een gegeven moment zien we links van het pad een aantal groepjes bij elkaar staande paddenstoelen. 
Tegen 12:00 uur zitten we in een fikse klim bergopwaarts, met een steeds weidser uitzicht achter ons over de bergen en dalen.
Dan passeren we een caminopaal, met ernaast een grenspaal van de gemeente Rodeiro.
Een kwartier later bereiken we weer een hoog punt in dit landschap.
Verderop geeft een houten wegwijzer aan dat het vanaf hier nog 58 kilometer lopen is naar Santiago de Compostela.
Even later horen we een tractor met een maaimachine in het weiland. En twee percelen verder is een boer bezig de akker te ploegen.

Lunchen in Palmaz
Het volgende dorp dat we bereiken, is Palmaz.
We zijn al even op zoek naar een geschikte pauzeplek voor onze lunchpauze, en die vinden we in een abri, waarin men een mooie degelijke houten bank heeft getimmerd. Een hele mooie plek voor onze lunchpauze.
Achter de abri graast een kudde koeien in het weiland.
Als we het dorp uit lopen, komen we nog eens weer langs een weiland met grazende koeien.
We hebben nog ongeveer een uur te gaan.

Hoog over naar Lalín
En dan om 13:45 uur moeten we een drukke verkeersweg oversteken, en zien we rechts van ons het kombord van Lalín al staan.
De pelgrimsroute gaat niet langs deze verkeersweg Lalín in, maar voert ons over een smal weggetje hoog in de richting van Lalín.
Op het weggetje ligt een stukje boomtak, en daarop zit een heel klein jong vogeltje. Ze blijft roerloos zitten als we het vogeltje naderen, maar als we de tak willen oprapen om het vogeltje daarmee in de berm te zetten, vliegt ze op, en vliegt tegen een bermmuurtje waar het blijft zitten. Vliegen lukt dus al wel, maar vaardig en krachtig is het zeker nog niet. Waarschijnlijk is het jong uit het nest gevallen uit één van de dikke bomen waaronder we nu staan. Belangrijkste is in elk geval dat het vogeltje van het wegdek af is.
Na een bocht naar rechts zien we tussen de bomen door voor het eerste de bebouwing van Lalín in het dal.

Jacobus en de pelgrim en muziek
We volgen vooralsnog de camino-route door Lalín, en komen dan al snel langs een stenen beeld van Sint Jacobus als pelgrim en als apostel.
Door smalle straten volgen we de route door de stad.
Daarbij komen we ook langs de romaanse kerk, de Igrexa de San Martiño de Lalín de Arriba.
Aan de muur hangt een bordje van de Camino de Invierno van de gemeente Lalín.
Bij het stadsplein aangekomen, zien we linksvóór ons de grote kerk, de N.S. das Dorus-kerk, en dan horen we ook de klanken van een muziekkorps. We lopen in de richting van de muziek. 
Daarbij passeren we ook een cortex stalen beeld van een pelgrim.
In een grote feesttent zit in het bijzijn van publiek binnen en buiten de tent een muziekkorps te spelen. We blijven staan om te kijken en te luisteren naar de vrolijke Spaanse klanken.
Aan de muur van een café ernaast hangt een plaquette, waarop staat dat het vanaf hier nog 54 kilometer is naar Santiago de Compostela.
En in het wegdek van het voetgangersgebied zien we een Sint-Jacobsschelp, met ernaast de naam van de Camino de Invierno.
We zijn nog te vroeg om nu al naar het hotel te gaan, want het duurt nog bijna een uur voordat we kunnen inchecken. Daarom verwennen we ons eerst maar eens met een kop koffie met gebak in een café, om ook deze mooie wandeldag te vieren.

Boodschappen en hotel
Na deze pauze volgen we de kortste weg naar het hotel. Daarbij komen we langs de Gadis Hiper-supermarkt, waar we onze boodschappen halen.
In de grote shopping mall staat een model van het beroemde varkensbeeld van Lalín, waarom Lalín bekend staat.
We halen boodschappen bij de Gadis voor vandaag, voor morgen (zondag) en ook voor onze etappe van overmorgen, want we moeten de komende twee dagen zoveel mogelijk zelfvoorzienend zijn, omdat enerzijds veel levensmiddelenwinkels op zondag gesloten zijn, en er tussen de overnachtingsaccommodaties niet of nauwelijks iets kan worden gekocht.
Dan lopen we door naar het Hotel Alda Lalín, waar we met behulp van een scherm met webcam digitaal moeten inchecken. Een receptionist op het scherm begeleidt ons door de incheckprocedure, en als we daarmee een geldig pasje hebben verkregen, kunnen we naar boven naar onze hotelkamer.
Vanmiddag en vanavond zorgen we daar na het douchen en verkleden voor de foto’s en verslagen, en vanavond gaan we uit eten in de stad, naar een restaurant dat zichzelf aanprijst met een pelgrimsmenu. 
Als we daar binnenkomen, zien we de twee Amerikaanse en de Canadese pelgrim aan tafel zitten. We schuiven bij Cynthia, Rachel en Daphne aan en hebben een gezellige avond met elkaar in het restaurant van het hotel waar deze drie dames vannacht overnachten. Het is al tegen twaalf uur als we naar bed gaan, aan het eind van deze mooie pelgrimsdag.

Pelgrimeren van Vilaseco naar Rodeiro

Pelgrimsroute van Ponferrada (S) naar Santiago de Compostela (S)
Camino de Invierno van Ponferrada naar Santiago de Compostela
Van Vilaseco naar Rodeiro
Vrijdag 15 mei 2026 – 19,5 km.
Dag 10: 170,6 – 190,1 km.
 
In mist en regen klimmend de Monte Faro op



















Spaanse Camino de Invierno
Vanuit verschillende windstreken van Spanje lopen allerlei Spaanse pelgrimsroutes naar Santiago de Compostela.
Durkje en ik hebben ervoor gekozen om dit jaar - in 2026 - de gehele Camino de Invierno te lopen tot in Santiago de Compostela.
Deze ‘Camino de Invierno’ is de ongeveer 270 kilometer lange pelgrimstocht van Ponferrada naar Santiago de Compostela.
Vandaag lopen we van deze Camino de Invierno onze 10e etappe, over een afstand van 19,5 kilometer, van Vilaseco naar Rodeiro. We stijgen daarbij van ongeveer 625 meter naar circa 650 meter hoogte, maar er zit wel een fikse klim naar 1.100 meter hoogte in deze etappe, zijnde het hoogste punt van de Camino de Invierno.

Vertrek uit Vilaseco
Onze wekker hadden we voor vanmorgen gezet op 7:00 uur in de pelgrimsherberg van Hotel Vilaseco in Vilaseco.
Durkje en ik ontbijten om 8:00 uur beneden in de eetzaal van het hotel, samen met de Franse pelgrim Thierry en de Amerikaanse pelgrims Cynthia (moeder) en Rachel (dochter) en de Canadese pelgrim Daphne, waarmee we gisteravond ook gezellig de paëllaschotel hebben gedeeld als pelgrimsmenu. De Sloveense pelgrim zien we vertrekken tijdens ons ontbijt. 
Om 8:35 uur verlaten we het hotel voor de klim over de berg Monte Faro. Nadien horen we dat wij beiden van zeven pelgrims de enigen zijn die de klim over de berg maken. De andere vijf blijken later allen de lagere route rondom de berg te hebben genomen vanwege de slechte weerberichten en (daardoor) het ontbreken van uitzicht. 
We verlaten het hotelterrein, en hervatten de route van de camino die boven langs het hotel gaat. 
Vlak vóór Vilaseco komen we langs een wegkruis, dat in de berm staat.
Dan wandelen we de bebouwde kom van het buurtschap Vilaseco binnen, dat overigens uit slechts enkele boerderijen bestaat.
Links van de weg staat een boom, waarvan de grote rode bloembladen rondom de boom op de grond liggen. 

Penasillás
We vervolgen de asfaltweg van Vilaseco in de richting van Penasilás.
Om 8:55 uur wandelen we de bebouwde kom van Penasillás binnen.
Nabij de dorpskerk van Penasillás staat een wegkruis.
Daarbij staat ook een gebeeldhouwde steen bovenop de afgesloten waterput van het dorp.
We wandelen de bar O Peto van het dorpje voorbij, die nu zelfs al open is, en checken dan eerst het weerbericht, alvorens we de klim bergopwaarts gaan maken. Dan wordt duidelijk dat er een behoorlijk regenfront aan zit te komen in het komende anderhalf uur, dus we trekken alvast de regenbroeken aan, en Durkje daarbij voor het eerst ook haar nieuwe wandelregenjas die we enkele dagen geleden in Monforte de Lemos hebben gekocht.

Monte Faro bergopwaarts in de wolken
Nu gaan we van start met de lange klim van ruim vijf kilometer de berg op, waarbij we steeds minder zicht rondom krijgen vanwege het dichte wolkendek dat de berg omgeeft.
Om tien voor tien worden we ingehaald door een medewandelaar, die met een dagrugzakje ons in hoger tempo voorbij loopt, ons een ‘Buen Camino’ wensend.
In de koude wind met laag over ons overwaaiende wolken klimmen we alsmaar door. In plaats van dat we meer zicht rondom krijgen, wordt het minder zicht om ons heen, maar het brede pad van af en toe steentjes en af en toe ruw beton of ruw asfalt is goed zichtbaar en prima begaanbaar.
Na een klim van twee uren vanuit het hotel bereiken we de top van deze etappe en ook van deze camino. Dat is op de plek waar een kruisweg bergop begint naar een kapel iets hogerop. 
Maar daar gaat de camino niet naar toe, en daarmee hebben we nu de top bereikt van onze camino-etappe. 

Afdaling langs veel windturbines
Dan beginnen we nu aan de afdaling, ook weer over een breed hellingpad, en nog steeds in een dichte mist van wolken.
Maar om 11:15 uur komt daar verandering in, want tijdens de afdaling zien we ineens de wolken optrekken uit het dal.
Prachtig dat we nu meer zicht over de vallei krijgen.
Zo’n vijf minuten later krijgen we zelfs voor het eerst zicht op de enorme windturbines, waarvan we onderweg in de mist steeds al enkele aan onze linkerhand hadden gehoord.
We dalen verder af, met nu wel steeds de windturbines vóór ons.
Zo langzamerhand vinden we het ook wel tijd worden voor een koffiepauze, maar een geschikte luwe plek hebben we nog niet gevonden. Totdat we dicht langs zo’n grote windturbine komen, waarvan we zien dat een stalen trap die toegang geeft tot een deur in de turbine aan de luwe kant van de turbine staat.  
We zetten de rugzakken tegen het hekwerk van de trap op het hoogste plateau, zodat we nog meer wind keren, en dan hebben we met de regencape weer aan een heerlijke plek voor onze koffiepauze gecreëerd. En de zon breekt nota bene ook nog heel even door, dus dat is dan ook al weer een kadootje op zo’n rustmoment.

Zorgzame Guardia Civil voor pelgrims in de regen
Meer realistisch dan optimistisch check ik voor de zekerheid de buienradar weer, want wellicht zouden we zonder regenkleding verder kunnen, en daar zag het vanmorgen vroeg wel naar uit. Echter, de actuele buienradar laat zien dat we de komende uren nog meer buien krijgen, soms licht, en soms wat harder, dus we houden onze regenkleding aan, en dat blijkt later een hele goede keus te zijn, want er komt in de rest van de etappe nog heel regelmatig regen over ons heen,
Om 12:10 uur zijn we bijna bij de verkeersweg aangekomen, waar de lage route en onze hoge bergroute bij elkaar komen. Ineens zien we de Franse pelgrim Thierry op ons af komen. Ik vraag hem wat hij hier doet, want hij loopt voor ons nu in tegengestelde richting. Hij vertelt dat hij de lage route rondom de berg heeft genomen, en dat hij nu nog even bij de kapel op de top wil kijken, in de veronderstelling dat dat dichtbij is. Ik vertel hem dat hij dan nog wel zeker een uur bergopwaarts moet, en dan over hetzelfde traject weer naar beneden. Daar kijkt hij van op, keert resoluut om, en loopt met ons mee naar de verkeersweg.
Daar aangekomen, zie ik rechts over die weg de twee Amerikaanse en de Canadese pelgrims op ons af komen, want ook zij hadden de lage route gekozen.
Wij draaien de asfaltweg op, waar een auto met twee agenten van de Guardia Civil erin staan te kijken welke pelgrims van de hoge en welke pelgrims van de lage route hier kruisen. We weten van voorheen dat de Guardia Civil het ook op zich neemt om op spannende momenten en plaatsen te checken of het onderweg goed gaat met de pelgrims. We groeten hen hartelijk, en zij idem naar ons.

Van Vilanova naar Vilanova de Camba
Aan de overzijde van de asfaltweg gaan we verder over halfverharde paden, en we weten dat we nu nog enkele buurtschappen door moeten om straks in Rodeiro aan te komen.
In optocht lopen we  verder, en ook nu weer langs windturbines, en ook nu steeds weer in de terugkerende regenbuien.
Het eerste gehucht waar we door komen, bereiken we ter hoogte van de openbare wasplaats van Vilanova.
Even later, lopend over een landweggetje, krijgen we Villanova de Camba in zicht. 
Als we het dorp in lopen, regent het behoorlijk, en worden we verwelkomd door een koe, die haar kop door een drinkgat in de muur van de schuur steekt; overigens een vermakelijk gezicht, zo’n nieuwsgierige koe.
Bij de kerk van Villanova de Camba, waar het fiks regent, staan we even onder een hele dikke boom, om daar een foto te maken van de dorpskerk.
Verderop in het veld achter de boerderij is een boer bezig om de mest van de mestbult op het weiland op een wagen te laden.
Wij gaan het buurtschap uit over een karrenspoor met diep ingesleten sporen, langzaam in de afdaling, en in de fikse regen.

Van de boer van Ermida naar inktvis in A Feira
Als we Ermida naderen, begint het zowaar enigszins op te klaren.
Dit buurtschap wandelen we binnen ter hoogte van de overnachtingsaccommodatie Casa do Cazador.
Over het erf van een boerderij lopen we het gehucht vervolgens uit.
Het volgende dorpje waar we doorheen komen, is A Feira. Enkele koeien en een gans staan in een armetierig modderig veldje bij een boerderijschuur.
Langs een Panaderia wandelen we het dorpje binnen.
Aan het dorpsplein hangt een waslijn vol was hopeloos te drogen. 
Ervóór staat een hele grote en oude openbare wasplaats. We gaan de straat in langs de wasstraat, die al lang niet meer in gebruik is.
Rechts van de straat staat een stenen schuur, die bestaat uit een dikke muur in het midden, met aan beide zijden een afdak. Waar dit toe dient of toe heeft gediend, is zo niet te zien.
Als we langs bar O Reicanto lopen, zien we vóór de bar twee dames aan het werk, die hier inktvissen staan te koken in een grote ketel. Eén van de vrouwen is bezig de tentakels van de inktvis in stukken te knippen. 
De ander biedt ons hun product aan met een houten etensbord, en de knippende vrouw vraagt ons of we inktvis van hen willen kopen. We bedanken vriendelijk voor het aanbod, vooral ook omdat we door de regen nu graag onze etappe vlot af willen maken.

Rodeiro
Dat vlot afmaken, vraagt nog wel enig geduld en voorzichtigheid, want we lopen A Feira uit over een smal hol pad, dat welbeschouwd eigenlijk niet meer is dan een rommelige en steenachtige waterloop. 
Maar verderop gaat het lopen over dit pad al veel comfortabeler.
En dan om 13:45 uur krijgen we voor het eerst zicht op Rodeiro.
Langs de brede asfaltweg wandelen we tien minuten later de bebouwde kom van Rodeiro binnen.
Op de rotonde in het dorp oriënteren we ons op de route naar de herberg Carpinteiras, waar we vannacht willen overnachten.
Bij de herberg aangekomen, ontmoeten we de Sloveense pelgrim, die ook al enkele dagen met ons op loopt, maar die zich tot nu toe wat afzijdig heeft gehouden. Ook hij heeft evenals de andere vier pelgrims de lage route rondom de berg genomen, en arriveert nu tegelijk met ons. Gedrieën gaan we naar binnen, waar we vlot kunnen inchecken en een slaapzaal en een stapelbed kunnen kiezen.
Later vanmiddag blijkt dat we hier vannacht in elk geval met tien pelgrims overnachten, namelijk de negen met wie we afgelopen nacht hebben overnacht in Vilaseco, waaronder ook twee Spaanse pelgrims die hun bagage van herberg naar herberg laten vervoeren, en verder is vóór ons al een andere Spaanse pelgrim gearriveerd, die eerder al eens kennis had gemaakt met de Franse pelgrim Thierry. 
Aan het begin van de avond halen we boodschappen in de supermarkt van Rodeiro, en dan eten we van een kant-en-klare maaltijd die we in de supermarkt hebben gehaald
De herberg waar we vannacht in verblijven, is nieuw, heel ruim, van alle gemakken voorzien, waarbij we heel graag ook gebruik maken van de wasmachine en de wasdroger, die overigens de hele middag staat te draaien voor al die inkomende natte pelgrims van vandaag.

zondag 14 juni 2026

Pelgrimeren van Diomondi naar Vilaseco

Pelgrimsroute van Ponferrada (S) naar Santiago de Compostela (S)
Camino de Invierno van Ponferrada naar Santiago de Compostela
Van Diomondi naar Vilaseco
Donderdag 14 mei 2026 – 15,2 km.
Dag 9: 155,4 – 170,6 km.
 
Pelgrimsmaaltijd in de pelgrimsherberg van Hotel Vilaseco



















Spaanse Camino de Invierno
Vanuit verschillende windstreken van Spanje lopen allerlei Spaanse pelgrimsroutes naar Santiago de Compostela.
Durkje en ik hebben ervoor gekozen om dit jaar - in 2026 - de gehele Camino de Invierno te lopen tot in Santiago de Compostela.
Deze ‘Camino de Invierno’ is de ongeveer 270 kilometer lange pelgrimstocht van Ponferrada naar Santiago de Compostela.
Vandaag lopen we van deze Camino de Invierno onze 9e etappe, over een afstand van 15,2 kilometer, van Diomondi naar Vilaseco. We dalen daarbij van ongeveer 630 meter naar circa 625 meter hoogte, maar er zit ook een daling naar 250 en een klim naar 550 meter in deze etappe.

Vertrek uit Diomondi
Onze wekker hadden we voor vanmorgen gezet op 7:00 uur in de parochiale pelgrimsherberg van Diomondi, maar omdat de Franse pelgrim al een half uur eerder begint te scharrelen, zijn wij eerder wakker, en staan we om 6:50 uur op. De Sloveense pelgrim is al wel wakker, maar blijft op bed, in elk geval totdat wij weg zijn. De twee Amerikaanse en de Canadese pelgrims die in de slaapzaal boven sliepen, zijn ook wakker, want we horen hen daar praten en rondlopen.
Durkje en ik ontbijten beneden in de grote eetzaal van de herberg.
Om 8:05 uur verlaten we de pelgrimsherberg.
We lopen nog eens vóór de kerk met het dieren-timpaan langs.
Dan gaan we door het gehucht A Portela van start met deze etappe.

Afdaling van Diomondi naar Belesar
We weten maar al te goed dat het eerste deel van deze etappe getekend zal zijn door de afdaling naar de rivier Río Miñho, en vervolgens een steile klim het rivierdal weer uit.
Maar eerst dus de afdaling vanuit Diomondi over een prachtig bergpad door de beboste berghelling. Dit rotsachtig pad is van oorsprong een onderdeel van de Romeinse weg, genaamd de Via Romana XVIII.
Onderweg gaat het bergpad over in een waar hellingpad met ook een haarspeldbocht.
Na een voorzichtige afdaling van ongeveer een half uur, krijgen we tussen de bomen door voor het eerst het zicht op de Río Miñho. 
En vijf minuten later komen we op een open hellingpad, waardoor we een prachtig uitzicht krijgen over de riviervallei rechtsachter ons en rechtsvóór ons.
Hoe verder we naar beneden lopen over het hellingpad, hoe beter zicht we krijgen op het plaatsje Belesar aan de rivier.
De berghellingen aan de overzijde van de rivier, en ook aan onze zijde van de rivier zijn begroeid met wijngaarden. Vlak vóór het binnenwandelen van Belesar zien we dat de wijnboeren vanaf het hellingpad met platte stenen trappen hebben gemaakt tegen de berghelling, waarmee ze vanaf het hellingpad omhoog kunnen lopen naar de wijngaard boven het hellingpad.
In een schuur bij één van de eerste huizen van Belesar zie ik een partij brandhout liggen, wat ook voor houtovens gebruikt zou kunnen worden.

In Belasar de Río Miñho over
Onderaan het hellingpad in het dorpje eindigt de afdaling bij de openbare wasplaats.
Hier steken we de doorgaande weg langs de rivier over, om via de rivierbrug de Río Miñho over te steken.
Halverwege de brug heeft iemand een paars-geel figuur aan de brugleuning bevestigd, met daarbij een informatieblad in verschillende talen. Gemeld wordt daarop dat er in de regio van Chantada veel mensen lijden aan dementie, maar dat daarop nog een taboe heerst. De initiatiefnemer vraagt derhalve aan alle passerende pelgrims om een foto van zichzelf te maken en die te publiceren op de Facebook-pagina die hiertoe is aangemaakt, om zo zoveel mogelijk aandacht te genereren voor de problematiek van dementie.
Om 9:05 uur staan we aan de overzijde van de rivier. De klok van de kerk heeft zojuist geluid voor het negende uur.
Als we willen beginnen aan de klim vanuit Belesar en nog even achterom kijken naar waar we zojuist de afdaling hebben gehad, zien we dat de Canadese pelgrim Daphne en de twee Amerikaanse pelgrims (moeder Cynthia & dochter Rachel) net op dat moment zichtbaar worden op het hellingpad aan de overzijde, waar je het volle overzicht krijgt over de riviervallei.

Steile klim bergopwaarts
Vergeleken met de afdaling die we zojuist hadden, volgt nu een hele steile klim bergopwaarts.
Bij het eerste huis aan de voet van de berghelling worden we toegeblaft door een grote hond van achter een toegangshek.
We  zetten de steile klim in op een rotsachtig pad.
Het steile bergpad kruist hier en daar de asfaltweg, die met haarspeldbochten bergop gaat. Soms moeten we een eindje over zo’n asfaltweg lopen, bijvoorbeeld waar we het bergdorpje A  Ermida binnen wandelen.
Hier is ook het wijnhuis van de Bodegas Via Romana, waar we aan voorbijgaan.

Van Ponte Ermida naar de top in San Pedro de Lincora
Na het eerste deel van deze klim moeten we ineens een eind bij een hellingpad naar beneden. Dat voelt vreemd bij een klim, maar het klopt wel. 
We dalen af naar de ruïne van de voormalige watermolen aan een bergriviertje. Daar moeten we het snel stromende water oversteken via enkele stapstenen, om droge voeten te houden.
Daarna gaat het direct weer bergopwaarts, langs een huis, waar een bang-achtige kettinghond ons vervaarlijk toeblaft.
Aan het eind van de bebouwde kom staan we weer op de doorgaande asfaltweg.
We volgen de asfaltweg, en het eerste bergdorpje waar we dan doorheen komen, is Os Queixeiros.
Daarna volgt weer een hele steile klim over rotsblokken, met ertussen de vochtige aarde die door wilde zwijnen geheel overhoop is gehaald, omdat ze hier op zoek waren naar tamme kastanjes die hier rijkelijk op het pad liggen.
Bij Rubias ter hoogte van een boerderij eindigt de steile klim.
Dan is het nog maar een klein eindje naar San Pedro de Lincora.
Bij het ommuurde kerkhof met daarop ook de San Pedro-dorpskerk lopen we de bebouwde kom van San Pedro de Lincora binnen.
Zoals dat in Spanje heel gebruikelijk is, zijn ook hier veel graven rijkelijk versierd met bloemstukken, natuurlijke en van kunststof gemaakt.

Door A Ponte naar Chantada
Voorbij de San Pedro-kerk volgen we voortdurend de asfaltwegen richting Chantada. Zo’n 25 minuten later naderen we O Ponte.
Even later wandelen we de bebouwde kom in van O Ponte.
Bij het begin van de bebouwde kom, gaan we een brug op.
Deze brug overspant hier de Río Asma.
Een man zit aan de overzijde van de brug op een muurtje verzonken in zijn smartphone.
Wij lopen langs een parkje naar de binnenstad van Chantada.
Voorbij het politieburo wandelen we onder een arcade door naar de binnenstad. 
Daarbij passeren we de oude kerk van Chantada.
Daar zien we – als we omkijken – de VVV van Chantada, waar we naar binnen gaan. In de ontvangstruimte staat een houten model van een 100-kilometerpaal van de Camino de Invierno. 
Hier kun je ook pelgrimspaspoorten kopen, want als je in Chantada begint en de pelgrimstocht volbracht met tenminste twee stempels per dag in je pelgrimspoort, dan kun je bij aankomst in Santiago de Compostela een getuigschrift krijgen, waarmee de bisschop verklaart  dat je de Camino naar Santiago de Compostela reglementair hebt volbracht.
We krijgen van de VVV-medewerkster de gevraagde stempels in onze pelgrimspaspoorten.
Dan verlaten we de VVV, waar momenteel overigens ook een expositie is te zien van uiteenlopende schilderijen.

Chantada
Als we de kerk passeren, zien we dat de kerkdeur open staat. Dat is niet zo vaak het geval als wij langs een kerk komen, maar nu dus wel, en daar gaan we ook gebruik van maken.
We maken een rondje door de kerkzaal, om de kerk te bezichtigen.
Op een kruispunt van wegen kijken we wat we nu eerst gaan doen. We vragen een vrouw op straat waar hier in de buurt een supermarkt is, want we moeten voor vandaag en voor morgen boodschappen halen, omdat Vilaseco – waar we nu naar toe gaan – geen levensmiddelenwinkel(s) heeft. De vrouw wijst ons de route, en dan lopen we naar de Eroski-supermarkt, waar we alles kunnen kopen wat we voor vandaag en morgen nodig hebben.
Met de boodschappen in de rugzakken en in de hand lopen we een eindje terug, naar een café, waar we onze inmiddels welverdiende koffiepauze zullen hebben. Ieder twee koppen koffie met cake en met een kolossale croissant erbij, en dan zijn wij weer voldoende gevoed voor de tweede helft van onze etappe van vandaag.
Door gezellige straten en door het voetgangersgebied en over een plein doorkruisen we de rest van Chantada.
Dan volgt een klim de stad uit, onder andere langs een schoolpleinmuur, waarop veel muurschilderingen van allerlei aard en kunstzinnigheid staan.  
Over een lange en alsmaar stijgende brede straat lopen we Chantada uit.

Van Centulle via Casasoa naar San Xurxos
Net buiten Chantada komen we eerst door het buurtschap Centulle. 
Duidelijk is te zien dat dit een agrarisch gehucht is.
Datzelfde geldt voor het plaatsje Casasoa, waar in het begin van het buurtschap een prominent hórreo staat.
En ook als we het buurtschap San Xurxos voorbijgaan, kun je wel zien dat dat overwegend agrarisch van aard is.

Nog 99,678 kilometer te gaan 
Voorbij San Xurxos steken we de drukke verkeersweg over, om aan de andere zijde over een smal paadje langs de CG-2-1 te lopen, daarbij gadegeslagen door twee paarden in de wei langs de weg.
Iets verderop draait de route een eindje van de drukke weg af, en gaat de route verder over een halfverhard karrenspoor, parallel aan de CG-2.1.
De Camino-wegwijzerpalen langs de route tellen de kilometers in nota bene drie cijfers achter de komma af, en we zijn ons ervan bewust dat we straks de (nog) 100-kilometerpaal zullen passeren. Maar de exact honderdkilometerpaal staat niet langs het pad, zoals dat wel het geval is bij de Camino Franchés. 
Om 13:04 uur namelijk komen we langs kilometerpaal 99,678, waarmee duidelijk wordt dat het vanaf hier geen honderd kilometer gaans meer is tot in Santiago de Compostela.

Halte Vilaseco
Nu komt overigens ook het einde van onze etappe van vandaag in zicht, want even later wandelen we door het buurtschap Boán.
En dan nog een klein eindje, en we staan op het kruispunt bij het plaatsje A Lucenza.
Hier verlaten we tot nader order de reguliere camino-route, omdat we nu over een alternatief traject eerst naar Hotel Vilaseco wandelen.
Dat luxe hotel heeft op uitzonderlijke wijze op zolder drie grote slaapzalen ingericht, waar pelgrims kunnen overnachten op individuele bedden op rij.
Om 13:35 uur gaan we Hotel Vilaseco binnen.

Overnachten in de pelgrimsherberg van Hotel Vilaseco
We worden binnen ontvangen door een werkneemster, die ons na enig overleg meeneemt naar de bovenverdieping. Ze toont ons daar de sanitaire ruimtes en laat ons kiezen in welke van de slaapzalen we ons willen installeren. 
Later vanmiddag zal de baas komen, vertelt ze, die ons officieel zal registeren/inchecken.
We kiezen slaapzaal twee, en installeren ons daar.
Na het douchen, beginnen we in de ruime huiskamer van het hotel met onze verslaglegging van onze belevenissen van vandaag. Durkje heeft de schone was dan al over haar wandelstokken buiten hangen op het balkon.
Dan arriveert ook de Franse pelgrim Thierry, die wordt ingecheckt door de hoteleigenaar, waarna wij ons ook direct maar registreren als gast.
Later vanmiddag komen de twee Amerikaanse en de Canadese dames er ook nog bij, maar deze drie pelgrims hebben samen één hotelkamer gekozen, en komen dus vannacht niet in één van de slaapzalen.
Nog weer later arriveert ook de Sloveense pelgrim, die zich installeert bij de Franse pelgrim in de slaapzaal naast die van ons.
De hoteleigenaar vertelt dat we vanavond om 20:30 uur worden verwacht in het restaurant voor ons pelgrimsmenu van soep en paëlla, en dat we morgenochtend om 8:00 uur worden verwacht voor het ontbijt.
Ondertussen komen er ook nog enkele andere hotelgasten in het hotel, van wie de rugzakken en een koffer vooraf al zijn bezorgd in de hotelreceptie. Dat blijken twee Spaanse pelgrims te zijn, die een hotelkamer hebben geboekt. 
Vanavond sluiten we deze pelgrimsdag dus af in het restaurant van Hotel Vilaseco met een gezamenlijke pelgrims-maaltijd met acht pelgrims, en dan hebben we al weer een dag op de camino beleefd, en nu geen honderd kilometer meer te gaan naar Santiago de Compostela.

Pelgrimeren van Monforte de Lemos naar Diomondi

Pelgrimsroute van Ponferrada (S) naar Santiago de Compostela (S)
Camino de Invierno van Ponferrada naar Santiago de Compostela
Van Monforte de Lemos naar Diomondi
Woensdag 13 mei 2026 – 22,8 km.
Dag 8: 132,6 – 155,4 km.
 
Lunchpauze op het hoogste punt in Cirdeiro

















Spaanse Camino de Invierno
Vanuit verschillende windstreken van Spanje lopen allerlei Spaanse pelgrimsroutes naar Santiago de Compostela.
Durkje en ik hebben ervoor gekozen om dit jaar - in 2026 - de gehele Camino de Invierno te lopen tot in Santiago de Compostela.
Deze ‘Camino de Invierno’ is de ongeveer 270 kilometer lange pelgrimstocht van Ponferrada naar Santiago de Compostela.
Vandaag lopen we van deze Camino de Invierno onze 8e etappe, over een afstand van 22,8 kilometer, van Monforte de Lemos naar Diomondi. We stijgen daarbij van ongeveer 325 meter naar circa 550 meter hoogte, maar er zit ook een klim in deze etappe tot zo’n 630 meter.

Vertrek uit Monforte de Lemos
Onze wekker hadden we voor vanmorgen gezet op 6:30 uur in La Casita de Sofia in Monforte de Lemos. 
Durkje en ik ontbijten beneden in de woonkeuken van het appartement.
Om 7:35 uur verlaten we ons appartement en dan gaan we in het stadscentrum van start.
Daar komen we over het Plaza España, het kleine stadsplein.
We lopen door het centrum van Monforte de Lemos naar het kleinere plein waar ook het gemeentelijk pelgrimsburo is gevestigd.
Daar steken we dan de Ponte Vella over, de Romeinse brug over de Río Cabe.
Aan de overzijde van de rivier gaan we eerst links en direct rechts om in westelijke richting de stad straks te verlaten. Op een rotonde staat het standbeeld van een middeleeuwse pelgrim, wandelend in vol pelgrimsornaat.

A Corga en A Vida
Het eerste plaatsje waar we buiten de stad aankomen, is A Corga.
Hier verlaten we de asfaltweg, en gaan we het dorpje door, in de verwachting dat we nu op kleinere paden verder zullen gaan. 
Maar dat klopt helemaal niet, want met een boog eerst omhoog en dan omlaag, komen we gewoon weer terug op de doorgaande asfaltweg. We zijn dus alleen maar even van de asfaltweg af gehaald.
Je zou hier trouwens een alternatief traject kunnen gaan volgen, maar dat wordt afgeraden, omdat je dan door een tamelijk nat gebied zou gaan, dat in een deel van het jaar vaak is overstroomd, dus de hoofdroute blijft de asfaltweg volgen, waarmee we op een gegeven moment bij het plaatsje A Vida de dorpskerk met het kerkhof passeren.

Van Os Campos naar Regeiro
Vóór ons zien we een medepelgrim lopen. Dat blijkt even later de Franse pelgrim Thierry te zijn.
We halen hem in en gaan ter hoogte van Os Campos van de asfaltweg af, teneinde rechtsaf verder te gaan.
Dit karrenspoor gaat in de richting van het dorpje Regueiro.
In de verte over het veld zien we de kerk en het dorpje tegen de berghelling liggen. 
Om het dorpje binnen te komen, moeten we bij een doorwaadbare plaats over een stenen bruggetje het water over.
Vlakbij de kerk staat een huis, waar twee stucadoors op steigers bezig zijn om de buitenmuur van keien mooi te stucadoren.
Dan lopen we vóór de kerk langs.
De kerkdeur zit op slot, maar door een vierkante opening in de kerkdeur kan ik toch het interieur van deze dorpskerk bekijken.
Om 9:20 uur laten we Regueiro achter ons, en klimmen we het dal weer uit in de richting van de doorgaande asfaltweg.
We komen dan op een steenachtig pleintje waar aan de binnenkant van een overkapping een hele brede muurschildering is gemaakt.
Een deel van die muurschildering heeft de Camino de Invierno als thema.
Hier zien we ineen ook weer de Franse pelgrim, die toch eigenlijk al ver achter ons moest zijn. Hij heeft dus niet – zoals wij - de aftakking naar Regueiro genomen, maar is rechtdoor over de asfaltweg rechtstreeks hier naar toe gelopen. Zo kan het ook inderdaad.
Nu we hier trouwens staan, zien we een heel eind in de verte achter ons nog de vage contouren van de burcht van Monforte de Lemos.

Voor de koffiepauze van O Reguengo naar San Lourenzo
Het volgende plaatsje waar we doorheen komen, is O Reguengo.
Daar komen we overigens langs een groot ommuurd landgoed, genaamd Pazo O Reguengo.
En om 10:00 uur bereiken we over asfalt het dorpje San Lourenzo.
Vanaf de weg hadden we al gezien dat er een pelgrimsbankje voorin het dorpje staat, een zogenoemde Banco Peregrino. Daar gaan we op zitten, met de rug naar de zon, want we hebben nu 2,5 uur onafgebroken gelopen, en dan is het tijd voor onze koffiepauze. We laten ons het meegenomen brood en de eveneens meegenomen koffie lekker smaken.
Ondertussen komt er een nieuwe pelgrim voorbij. Dat is de Ierse pelgrim Eamon, die enkele jaren geleden met vrienden de Camino Franchés liep van Sarria naar Santiago de Compostela, en die deze camino sinds gisteren voltooide tussen Saint-Jean-Pied-de-Port en Sarria, waarna hij vandaag verder is gegaan met dezelfde etappe die wij vandaag lopen, vanuit Monforte de Lemos, maar hij gaat vandaag via Diomondi nog door naar Chantada.
Na deze koffiepauze lopen we langs de weinige huizen van dit dorp.
Schilderachtig zijn soms de gevels van de oude huizen, die soms ook nog wel worden bewoond.
Even later laten we San Lourenzo achter ons, en gaan we een hellingpad op.

Wasplaats en waterbron in Piñeiro
Het is een smal pad, met veel groen, en met links en rechts kleine bermmuurtjes.
Nog eens weer komen we door een buurtschap, waarvan we de naam niet kunnen achterhalen. Bij één van de huizen hangt de was buiten te drogen.
Als we Piñeiro binnenkomen, zien we dat een vrouw bezig is om de openbare wasplaats schoon te maken, die ze boent met een lange bezem. 
Direct daarna komen we langs de waterbron, waar de Ierse en de Franse pelgrim zitten te pauzeren.
Tegen elf uur verlaten we Piñeiro.

You’re doing great
Bij een gele wegwijzerpijl gaan we weer een hol pad op tegen een beboste helling. Iemand heeft op die gele pijl geschreven: “You’re doing great’.
Het pad dat we nu bewandelen, is tamelijk rotsachtig, met dikke keien, die door de regen van gisteren tamelijk glad zijn, dus we gaan voorzichtig over de stenen en keien voorwaarts.
Wederom lopen we door een buurtschap, voor ons zonder plaatsnaam. 
Daarna gaan we weer een prachtig bospad op, met links en rechts weer die heldergroen bemoste bermmuurtjes, met op veel plekken tussen die keien mooie groene varens.
Iets verderop wordt het een smal en diep hol pad, nog altijd heel mooi om te bewandelen.
De bemoste bermmuurtjes zijn schilderachtig mooi.
Op een plek waar het pad een bosbeek kruist, heeft men van een aantal grote stapstenen in de lengterichting als het ware een plat stenen bruggetje gemaakt, waardoor we met droge schoenen, sokken en voeten deze brede beek over kunnen steken in het bos.

Camiño Grande en Rendal
Dan komen we langs een leegstaand huisje weer in een dorpje. 
Dat blijkt Camiño Grande te zijn.
Voorbij Camiño Grande komen we in het plaatsje Rendal.
Zo gaat de etappe van vandaag door een tamelijk groot aantal buurtschappen en dorpjes, en nagenoeg de hele etappe gaat het alsmaar omhoog. Af en toe zit er een daling in, bijvoorbeeld als we even een beekdal door moeten, maar verder gaat het overwegend omhoog, zij het langzamerhand, maar toch.
Op een kruispunt met een iets brede verkeersweg staat een bord langs de weg bij wat waarschijnlijk een groothandel in kaas en andere levensmiddelen is. Hier kunnen we binnen terecht voor een sanitaire stop, en daarbij krijgen we ook een stempel in onze pelgrimspaspoorten.
Als we de bredere asfaltweg even later oversteken, komt van links een belijningsvoertuig aanrijden.
Twee mannen zitten en staan op deze wagen, die er samen voor zorgen dat langs de kant van de asfaltweg een nieuwe witte belijning wordt gespoten. Aan de voorkant wordt de weg geveegd, dan wordt de nieuwe belijning opgespoten, en achterop staat een jongeman die dan pylonnen op de weg zet, om te voorkomen dat het achteropkomende verkeer over de nog natte witte lijnen zal rijden.

Pauzeren op het hoogste punt
Enkele minuten later wandelen we langs een ruïne van wat vroeger waarschijnlijk een boerenschuur is geweest.
Om 12:25 uur komen we in Vilaravides.
Enkele minuten later lopen we dit buurtschap ook al weer uit.
En direct erna lopen we het plaatsje Sobrado binnen.
Nog geen vijf minuten later zijn we in het buurtschap Cirdeiro.
De routekaart geeft aan dat we tussen deze twee plaatsen Sobrado en Cirdeiro het hoogste punt van vandaag hebben bereikt. Dat zou volgens onze planning dan de locatie voor de lunchpauze moeten zijn.
In Cirdeiro vinden we een mooi breed en tamelijk laag tuinmuurtje, waarop we heerlijk kunnen zitten in de zon voor onze lunchpauze.
Een aanwonende vrouw wandelt voorbij, en meldt ons dat er verderop een pauzeplek is, waar we ook water kunnen tappen. We bedanken haar voor haar aankondiging.

Stempelen en heide bij A Venda Nova
En inderdaad, als we na deze lunchpauze in A Venda Nova arriveren, vinden we daar die vooraangekondigde pauzeplek met twee houten banken, en inderdaad ook de waterkraan.
Daarnaast is er in een vensterbank ook een stempelplek gecreëerd.
Daar maken we graag gebruik van, dus hier zetten we weer een stempel in onze pelgrimspaspoorten.
Enkele minuten later, als we over een asfaltweg voortgaan, komen we – heel verrassend – langs een heideveldje.
 
Door Outeiro en Montecelo richting Diomondi
Nu komen we dan toch in de buurt van onze bestemming voor vandaag, want om 13:10 uur lopen we al de parochie van Diomondi binnen.
Omdat we nu het hoogste punt van vandaag hebben gehad, en weer afdalen naar de rivier de Miño, krijgen we alvast een mooi uitzicht over de riviervallei.
Rechts van de weg staat een mooi huis, met zelfs een mooie tuin, hetgeen je hier in Spanje niet veel ziet. De eigenaresse is in de tuin aan het werk, kennelijk om haar mooie tuin ook goed te onderhouden.
Voordat we in Diomondi aankomen, moeten we eerst nog door het buurtschap Outeiro.
En als we even later in Montecelo aankomen, moeten we opletten, want dan naderen we Diomondi.
Op een T-kruising staat een oude wegwijzer, die verwijst naar de 12e eeuwse romaanse kerk van Diomondi, waar onze pelgrimsherberg van vandaag tegenaan is gebouwd.
Om 13:35 uur staan we op de splitsing van twee routevarianten van deze camino. Linksaf gaat de route verder via het plaatsje A Portela, maar die kant moeten wij nu niet op.
Achter alle wegwijzers, bij een caminopaal staat een nieuwe wegwijzer, waarop staat dat het vanaf hier nu nog 150 meter is naar onze pelgrimsherberg.
Vlak vóór Diomondi staan op een erf twee hórreos, typisch voor Galicië. We zullen ze in de komende dagen hoogstwaarschijnlijk veel zien.

Parochiale herberg van Diomondi
Om 13:40 uur wandelen we de bebouwde kom van Diomondi binnen. 
En dan zijn we ook direct al bij de San Paio-kerk, die rechts van de weg staat. 
We lopen langs de voorkant van deze prominente 12e eeuwse kerk, die ook nog een prachtig timpaan heeft.
Als we om de kerk en de aanbouw heen lopen, gaan we de pelgrimsherberg binnen, waar we hartelijk worden ontvangen door de hospitalera Rosa, die hier tussen 13:00 uur en 22:00 uur als gastvrouw optreedt, voor onder andere het ontvangen van de pelgrims.
We checken in bij Rosa, en daarna geeft ze een rondleiding door de tamelijk nieuwe pelgrimsherberg, met een eenvoudig keukentje, twee hele mooie sanitairruimtes, een slaapzaal boven en één beneden, en een ontvangsthal.
Achter de balie hangt het noodnummer van de Guardia Civil, dat je in Spanje als pelgrim in nood altijd kunt bellen voor ondersteuning.
Aan de constructie in het gebouw – onder andere in de grote ruimte waar twee tafels met stoelen staan, kun je zien dat deze oude aanbouw een geheel nieuw geconstrueerde nieuwbouw heeft gekregen. Het is al met al een prachtige combinatie van oud en nieuw, en op deze manier weer bruikbaar voor nieuwe doeleinden, zoals de pelgrimsherberg.

Bezichtiging van de San Paio kerk van Diomondi
Om vijf uur komt Rosa bij me in de grote zaal waarin ik het verslag zit te schrijven. Ze vertelt dat we het kunnen aangeven als we de nevenstaande kerk ook willen bekijken. Ik roep Durkje erbij en ook de Franse medepelgrim die met ons in deze herberg verblijft, en dan worden we in de gelegenheid gesteld om het interieur van deze mooie kerk te bekijken, waaronder ook San Paio, de patroonheilige van deze kerk en van het dorp.
Verder staat er een beeld van de heilige Fátima in de kerk.
Achterin de kerk staat een houten wagen, waarvan Rosa vertelt dat die wordt gebruikt bij de processies.
Deze kerk wordt nog gebruikt voor de zondagse mis, voor rouwen en trouwen, en voorts bij alle kerkelijke festiviteiten. 
Nadat we alle tijd hebben gekregen voor een rondgang door deze 12e eeuwse Sint Paio-kerk, ga ik verder met mijn verslag.
Om 18:30 uur meldt Rosa dat ze naar huis gaat. Waarschijnlijk zijn alle pelgrims wel binnen die hier vandaag worden verwacht. Naast ons beiden en de Franse pelgrim is er ook een pelgrim uit Slovenië, en drie dames uit de Verenigde Staten en Canada, die de Camino de Invierno ook lopen.
Vanavond eten we van de kant en klaar-maaltijd die Durkje en ik gisteren in Monforte de Lemos hebben gekocht. Dat betekende wel dat we dit - en ook alle andere eten en drinken voor twee dagen - vandaag mee moesten sjouwen in onze rugzakken, maar goed, dan hebben we vanavond ook een lekker avondeten uit de magnetron die deze pelgrimsherberg rijk is.
En zo – met alle voorbereiding van dien – hebben we vandaag ook al weer een prachtige dag op de camino beleefd.