maandag 17 augustus 2026

Pelgrimeren van La Muraille naar Yenne

Pelgrimsroute van Genève (Z) via Le Puy-en-Velay (F) naar Santiago de Compostela (S)
Via Gebennensis van Genève naar Le Puy-en-Velay
Pelgrimeren van La Muraille naar Yenne
Zaterdag 25 juli 2026 – 20,0 km lopen & 17 km fietsen
Dag 6: 78,2 – 98,2 km
 
Oversteek over het Canal de Savières via de Passerelle in Chanaz



















Via Gebennensis
Tijdens onze eerste pelgrimage van Durkje en mij wandelden we van 2005 tot en met 2012 van het Friese Sint-Jacobiparochie (NL) via het Franse Vézelay over de klassieke Franse pelgrimsroute van de Via Lemovicensis naar het Spaanse bedevaartsoord Santiago de Compostela.
Tijdens onze tweede pelgrimage van Durkje en mij wandelden we van 2011 tot en met 2015 vanuit het Franse Le Puy-en-Velay over de klassieke Franse pelgrimsroute van de Via Podiensis wederom naar het Spaanse bedevaartsoord Santiago de Compostela.
Vorig jaar (in 2025) liepen we de verbindingsroute voor pelgrims van de Via Lemovicensis naar de Via Podiensis, namelijk van Vézelay zuidwaarts naar Le Puy-en-Velay. 
Dit jaar (in 2026) lopen we de ruim 350 kilometer lange pelgrimsroute ‘Via Gebennensis’, van het Zwitserse Genève naar het Franse Le Puy-en-Velay. 
Dit is met name voor Duitsers, Oostenrijkers en Zwitsers een aanlooproute naar Le Puy-en-Velay, waar ze dan doorstarten op de klassieke Franse pelgrimsroute van de Via Podiensis.
Bij het pelgrimeren op de Via Gebennensis maken we gebruik van drie pelgrimsgidsen, namelijk de Duitstalige van Renate Flori (in 18 etappes, versie 2023, Rother), de Duitstalige van Hartmut Engel (50 tracé’s, versie 2025, Conrad Stein Verlag) en de Frans-Duitstalige van Henri Jarnier (15 etappes, versie 2024, Association Rhône-Alpes des Amis de Saint-Jacques)). 
Wij zijn van plan deze verbindende aanloop-pelgrimsroute in 20 etappes te lopen.

Eerst van Yenne naar La Muraille
Vandaag wandelen we van de Via Gebennensis de 6e etappe, van La Muraille naar Yenne, over een etappe-afstand van 20,0 kilometer. We dalen daarbij van ongeveer 240 meter naar 227 meter hoogte, maar we gaan ondertussen wel regelmatig hoog over door de bergen van de Savoie.
De wekker wekt ons om 5:30 uur in onze caravan op Camping Kanoti in Yenne, onze uitvalsbasis voor deze tweede serie van vier wandeldagen.
Na het ontbijt verlaten we de camping om 6:45 uur, en rijden we op de beide fietsen vanaf de Camping Kanoti van Yenne naar La Muraille, waarin we onze fietsen stallen aan de overkapping van de daar tentoongestelde oude brandweerspuit van het dorpje. Hier begint vandaag onze etappe.
Het is vanmorgen al 17 graden Celsius als we vertrekken. Het is bewolkt. De temperatuur stijgt tijdens deze etappe vandaag naar 26 graden Celsius. Het weer is instabiel, af en toe zonnig en warm, en met in het tweede gedeelte van de etappe regen en onweer. Verder is de atmosfeer nogal drukkend en vochtig. Behoudens enkele keren schuilen voor een bui en onweer, kunnen we met dit wisselvallige weer prima vooruit.

Van La Muraille langs de Rhône naar Chanaz
Als we de fietsen op slot hebben gezet, en de rugzakken gereed hebben gemaakt voor vertrek, gaan we om 7:45 uur op stap. 
Eerst lopen we door La Muraille naar het spoorviaduct op de oever van de Rhône, want we vervolgen onze route daar, omdat we daar gistermiddag zijn geëindigd.
Hier gaan we de hoge rivierdijk op, die als een dam het achterland langs de Rhône moet beschermen tegen extreem hoge waterstanden.
Op deze dam lopen we richting Chanaz. Eerst komen we een man tegen met een hond. De man gebruikt zijn verrekijker af en toe om de watervogels op de Rhône te observeren. Verder ontmoeten we een verdwaald, mank schaap.
Een meeuw heeft een sta-plek gevonden op een boven het water uitstekende dikke tak van een boom die midden in de Rhône is blijven steken.
We blijven enkele kilometers lang het steentjespad boven op de dam volgen.
Eerder hadden we aan de overzijde van het contra-kanaal links van ons al een kudde schapen gezien en gehoord, maar vlak voordat we Chanaz bereiken, zien we ook nog een kudde schapen lopen op de rivierdam waarop wij lopen.

Eerste koffiepauze in Chanaz
Aan het begin van Chanaz passeren we de aanlegsteiger waar enkele rondvaartboten liggen aangemeerd. 
Als we om de camping van Chanaz heen zijn gelopen, zien we over het Canal de Savières de Passerelle liggen, waarmee we het centrum van Chanaz straks binnen kunnen gaan.
Bij het oversteken van de rondbogige Passerelle krijgen we een mooi uitzicht over het gezellige centrum van Chanaz.
De ronde boog van de Passerelle spiegelt mooi in het stille water van het kanaal eronder.
In het centrum zien we markeringsdriehoeken in het wegdek van Chanaz, waarop ook de Passerelle is afgebeeld.
Bij de plaatselijke bakker kopen we twee rozijnenbroodjes, en op het bijbehorende caféterras bestellen we daar twee koppen koffie bij. Hier houden we aldus onze eerste koffiepauze op een nu al gezellig caféterras.
Voordat we de route vervolgen, lopen we nog even verder door de hoofdstraat, en krijgen we zo nog een beter beeld van het centrum van Chanaz.

Een fikse klim bergopwaarts vanuit Chanaz 
Daarna zetten we ter hoogte van het postkantoor de klim in naar de Mairie van Chanaz.
Daar gaan we verder omhoog, naar de oude Moulin Bimet, die dateert van 1868. 
Deze door water aangedreven molen heeft een klein waterrad bovenin, en een heel groot waterrad onderin het molencomplex.
Maar de klim is nog lang niet voorbij, dus we klimmen stevig door, door een bosgebied boven Chanaz.
In het bovendorp aangekomen, stuiten we weer op een wegafsluiting. We negeren in het smalle straatje ook nu weer het bord Route Barrée, want we willen hier toch echt verder omhoog op onze route. Van de andere zijde komt even later een groep wielrenners ons afdalend tegemoet. De voorste wielrenner vraagt of ze door kunnen of dat ze moeten omkeren. Ik stel hen gerust met de mededeling dat ze prima verder kunnen, ook wel door de wegafsluiting, want die zal ook voor hen geen belemmering zijn.
      
Van buurtschap naar buurtschap
In het veel hoger gelegen plaatsje Le Poisat komen we langs een tuin, waarin een kleurrijk kunstwerk is opgesteld waarin een pelgrim en enkele Sint-Jacobsschelpen zijn verwerkt.
In de volgende plaats – Landard – komen we langs de Chapelle d’Orgeval, die dateert van 1845, waarin bij een restauratie in deze eeuw de originele kleuren weer terug zijn gebracht in het interieur van deze wegkapel.
Zodra we op grote hoogte zijn gekomen, volgen we lange tijd brede karrensporen tussen akkers en weiden, over een hellingpad, met links van ons de oprijzende berghellingen.
En rechts van ons zien we op een gegeven moment de Rhône heel diep in het dal stromen.
Dan komen we aan in Vétrier.
We doorkruisen ook dit stille gehucht.

Door de wijngaarden van de Savoie
Om 10:20 uur komen we langs een informatiebord, waarmee ons duidelijk wordt gemaakt dat we nu het wijngebied van de Savoie binnen wandelen.
Dat betekent dat we vanaf nu regelmatig tussen uitgestrekte wijngaarden door lopen.
Tussendoor doorkruisen we het plaatsje Montagnin.
Aan één van de huizen langs de route door Montagnin hangt een mooie grote gevelsteen, met daarop de afbeelding van de vlag van de Savoie, een zwaardkruis en een Sint-Jacobsschelp, met eronder de pelgrimsgroet Ultreia!
In een oude schuur hangt een schilderwerk op houten planken, gerelateerd aan deze wijnstreek.
En in Montagnin komen we ook langs enkele oude dorpswoningen en voorbij de dorpsoven in het bakhuisje langs de route.
Het volgende buurtschap waarin we binnenlopen, is Crémon.
In Crémon komen we langs een kleine waterval.
Voorbij Crémon volgt dan een mooi traject door het bos.
Er is onderweg altijd iets moois te zien, ook al is het alleen maar een aantal prachtig paars bloeiende veldbloemen bij een houten afrasteringspaal. Als je er oog voor hebt, zijn er heel veel mooie dingen te zien onderweg.
Het volgende gehucht dat we doorkruisen, is Puthod.
En daarna volgt het buurtschap Vraisin.
Als we Vraisin verlaten, is dat op een graspad over een neergaand hellingpad, met direct al een mooi vergezicht over de Rhône in het uitgestrekte rivierdal.
Aan het veldpad op de afgrond staat een houten veldkruis.

Van Jongieux naar Jongieux-le-Haut
Als we om 11.15 uur weer door wijngaarden lopen, komt de plaats Jongieux in zicht, met ervoor en erna enkele bijbehorende buurten.
Diep in het dal vóór ons zien we duidelijk de kerk al van Jongieux.
Tussen de eerste bebouwing treffen we op een Y-splitsing een mooi Mariabeeldje aan, dat is verwerkt in een hele grote rechtopstaande natuursteen.
Even later komen we voorbij het Château de la Mar, dat aan de straatzijde geheel is ommuurd.
We passeren een plaatsnaambord van Jongieux.
De lucht was al dreigend geworden, dus er is beslist regen op komst.
Net voordat we bij de kerk van Jongieux aankomen, regent het al heel licht, en hebben we de paraplu er al bij genomen om droog voort te gaan.
We besluiten in de buurt van de kerk en het gemeentehuis een droge lunchpauzeplek te vinden, hetgeen wel gaat lukken.
Maar dan wordt het ook al weer droog en kiezen we ervoor om naast de kerk (1876), tegenover de Mairie plaats te nemen op een bankje van een royaal gefaciliteerde picknickplek, waar we onze koffiepauze houden, droog en tegelijk in een heerlijk verkoelend briesje.
Na deze pauze volgt een steile klim, recht omhoog, te midden van wijngaarden, naar Jongieux-le-Haut. Daarbij passeren we al weer een picknickplek, heel toepasselijk genaamd: Place des Pélerins. 
Daarna gaat het weer verder bergopwaarts naar het dorpje hogerop.
In Jongieux-le-Haut aangekomen, verslechtert het weer zienderogen. Het begint hard te regenen, en ondertussen onweert het ook zwaar en langdurig. We besluiten even in het hooggelegen bergdorpje te schuilen voor de regen en voor het onweer, om alle ongemak te voorkomen.

Berg-feest voor Sint Jacobus
Zodra het droog is, en het onweer hoorbaar op afstand is, gaan we verder bergopwaarts het dorp uit.
Eerst over asfalt, en daarna over een karrenspoor gaat het verder omhoog in de richting van een kapel boven op de berg vóór ons.
We naderen de Chapelle Saint-Romain. Op de hooggelegen parkeerplaats van deze kapel staan ruim twintig auto’s geparkeerd. 
We vermoeden dat er een bruiloft is, want die worden in Frankrijk vaak op zaterdag georganiseerd.
Dan lopen we van de parkeerplaats naar de  kapel, langs enkele beelden van pelgrims, die hier staan opgesteld aan de voet van de kapel.
Naast de kapel staat een lange rij aaneengeschakelde party-tenten, waarin de gasten aan een lange tafel zitten te eten.
Ze dragen bepaald geen bruiloftskleding, dus is hier wel sprake van een huwelijksfeest?
Als we dichterbij komen, gaat er een gejuich op vanuit de lange tent, en roept iemand ons tegemoet met de vraag of wij pelgrims zijn. Dat bevestigen we.
Dan komt een man snel op ons aflopen, en stelt zich voor als de voorzitter van het pelgrimsgenootschap van de Savoie, dat hier en nu op de Sint-Jacobsdag een feest heeft om de feestdag van de heilige Jacobus – de beschermheer van de pelgrims – te vieren. 
We zijn hier dus aangekomen te midden van zo’n vijftig à zestig enthousiaste medepelgrims uit deze regio.
Als we met enkele toegeschoten pelgrims staan te praten, zet een andere pelgrim het Franse pelgrimslied Ultreia in, en dan worden we massaal met dat pelgrimslied van coupletten en refrein toegezongen op deze feestelijke dag voor de pelgrim wereldwijd.
Gevraagd wordt of we een tijdje willen blijven om mee te eten, maar dat doen we onder dankzegging voor dit gastvrije gebaar maar niet, omdat we weten dat het over twee uren fiks zal gaan regenen, en die tijd hebben we precies nodig om droog aan te komen op het eindpunt van onze etappe van vandaag.
Kortom, we praten nog wel een tijdje na, maar gaan dan toch verder, na een hartelijk afscheid en veel goede pelgrimswensen voor het vervolg van onze pelgrimage.

Gevaarlijke afdaling
Als we over de top zijn achter de kapel, lezen we op een waarschuwingsbord dat we uitermate voorzichtig moeten zijn bij de afdaling van deze berg.
Op de top hebben we trouwens nog wel een magnifiek uitzicht over het Rhône-dal.
En in de verte kunnen we nota bene Yenne al zien liggen, waar we nu naar toe lopen vandaag.
Nu volgt een drie kwartier durende afdaling vanaf deze berg van de Chapelle Saint-Romain. 
Die afdaling is geen sinecure, want door de regen van zojuist zijn de boomwortels en stenen van het bergpad nogal glibberig geworden, en het neergaande bergpad is op bepaalde plekken gevaarlijk steil.
Stapje voor stapje gaan we heel voorzichtig naar beneden, elke stap heel bewust en zo veilig mogelijk zettend. Resultaat is dat we zonder val- en glijpartijen drie kwartier later onderaan de berg staan.

Schaduwrijk bospad langs de Rhône
Bij de asfaltweg van de D921 aangekomen, wijst een richtingwijzer ‘Compostelle’ ons de weg.
Na tweemaal linksaf gegaan te zijn, lopen we op een smal asfaltweggetje het buurtschap Petit Lagneux binnen.
Langs het weggetje zijn enkele dode en bemoste struiken begroeid met bloeiende hybiscusstruiken.
Verderop steken we de D921 over, en dan volgt een veldweg tussen akkers en graslanden in de richting van de Rhône.
Vlak vóór twee uur komen we uit op de oever van de Rhône, die we tussen de bomen door al behoorlijk snel zien stromen.
Ook hier in de bosstrook waarin we nu aankomen, zien we die mooie combinaties van dood en levend hout.
Nu hoeven we alleen nog maar zo’n drie kilometer voort te gaan door een lange bosstrook langs de Rhône. Af en toe kunnen we de Rhône rechts van ons goed zien, en een enkele keer krijgen we wat meer uitzicht over de akkers links van ons als we langs de boszoom lopen. Maar het grootste deel van dit traject bestaat uit een lang en schaduwrijk bospad.

Yenne
Om 14:30 uur bereiken we de plaats Yenne ter hoogte van onze Camping Kanoti. 
Hier kamperen we momenteel enkele dagen voor dit tweede blokje van vier pelgrimsdagen op de Via Gebennensis. We zien onze auto en caravan op de camping al staan.
Langs de Rhône-oever lopen we rechts om de camping heen.
Vlak vóór de grote rivierbrug gaan we linksaf naar de ingang van de camping.
En zo wandelen we om 14:40 uur het terrein van onze camping op, en vragen en krijgen we van de eigenaresse in de campingreceptie het campingstempel afgedrukt in onze pelgrimspaspoorten.
Daarmee besluiten we ook deze etappe.
Met de auto rijden we dan terug naar La Muraille, waar we onze fietsen eerst afhalen, alvorens we terug rijden naar Yenne, waar we op deze zaterdagmiddag dan nog enkele boodschappen halen bij de Carrefour-supermarkt van Yenne.
Terug op de camping krijgen we af en toe nog even te maken met een lichte bui, maar die deert ons niet meer. En verder blijft het ook de rest van de dag een zachte, maar wel behoorlijk drukkende dag.

Pelgrimeren van Seyssel naar La Muraille

Pelgrimsroute van Genève (Z) via Le Puy-en-Velay (F) naar Santiago de Compostela (S)
Via Gebennensis van Genève naar Le Puy-en-Velay
Pelgrimeren van Seyssel naar La Muraille
Vrijdag 24 juli 2026 – 18,0 km lopen & 19,5 km fietsen
Dag 5: 60,2 – 78,2 km
 
In gesprek met het Canadese pelgrimerende gezin



















Via Gebennensis
Tijdens onze eerste pelgrimage van Durkje en mij wandelden we van 2005 tot en met 2012 van het Friese Sint-Jacobiparochie (NL) via het Franse Vézelay over de klassieke Franse pelgrimsroute van de Via Lemovicensis naar het Spaanse bedevaartsoord Santiago de Compostela.
Tijdens onze tweede pelgrimage van Durkje en mij wandelden we van 2011 tot en met 2015 vanuit het Franse Le Puy-en-Velay over de klassieke Franse pelgrimsroute van de Via Podiensis wederom naar het Spaanse bedevaartsoord Santiago de Compostela.
Vorig jaar (in 2025) liepen we de verbindingsroute voor pelgrims van de Via Lemovicensis naar de Via Podiensis, namelijk van Vézelay zuidwaarts naar Le Puy-en-Velay. 
Dit jaar (in 2026) lopen we de ruim 350 kilometer lange pelgrimsroute ‘Via Gebennensis’, van het Zwitserse Genève naar het Franse Le Puy-en-Velay. 
Dit is met name voor Duitsers, Oostenrijkers en Zwitsers een aanlooproute naar Le Puy-en-Velay, waar ze dan doorstarten op de klassieke Franse pelgrimsroute van de Via Podiensis.
Bij het pelgrimeren op de Via Gebennensis maken we gebruik van drie pelgrimsgidsen, namelijk de Duitstalige van Renate Flori (in 18 etappes, versie 2023, Rother), de Duitstalige van Hartmut Engel (50 tracé’s, versie 2025, Conrad Stein Verlag) en de Frans-Duitstalige van Henri Jarnier (15 etappes, versie 2024, Association Rhône-Alpes des Amis de Saint-Jacques)). 
Wij zijn van plan deze verbindende aanloop-pelgrimsroute in 20 etappes te lopen.

Eerst van Yenne via La Muraille naar Seyssel
Vandaag wandelen we van de Via Gebennensis de 5e etappe, van Seyssel naar La Muraille, over een etappe-afstand van 18,0 kilometer. We stijgen daarbij van ongeveer 200 meter naar ongeveer 240 meter hoogte
De wekker wekt ons om 5:30 uur in onze caravan op Camping Kanoti in Yenne, onze uitvalsbasis voor deze tweede serie van vier wandeldagen.
Na het ontbijt verlaten we de camping om 6:45 uur, en rijden we met de auto – met de beide fietsen achter op het fietsenrek - van Yenne naar La Muraille, waarin we onze auto parkeren in de berm langs de doorgaande weg, wat bij terugkomst overigens een private parkeerplek blijkt te zijn. Het was in elk geval een prima plek zo in dit dorpje.
Dan fietsen we van La Muraille naar Seyssel, waar we onze fietsen stallen bij de VVV. Hier begint vandaag onze etappe.
Het is vanmorgen 12 graden Celsius als we vertrekken. Het is onbewolkt, dus we zien een geheel helderblauwe lucht. De temperatuur stijgt tijdens deze etappe vandaag naar 31 graden Celsius. Het weer is stabiel zonnig en warm, en het blijft droog. Omdat de temperatuur langzaam oploopt, en vooral omdat er een licht verfrissend windje waait, blijft het nog wel een goede zomertemperatuur en goed weer – overigens wel warm - om hiermee deze vijfde etappe te wandelen. 

Langs de Rhône-oever naar Pont du Fier
Als we de fietsen op slot hebben gezet, en de rugzakken bij de VVV gereed hebben gemaakt voor vertrek, gaan we om 8:30 uur op stap. 
Vanaf de VVV lopen we naar de Rhône-boulevard, vanwaar we een mooi uitzicht krijgen over de stad, de Rhône-hangbrug en de rivier. 
We volgen de aangegeven pelgrimsroute over het fietsers- en voetgangerspad hoog langs de Rhône. Bij de muurschildering van een grote vlinder moeten we even bukken, want daar hangen de takken en de bladeren van de walnotenboom wel heel erg laag over het pad.
Tien minuten later laten we Seyssel achter ons als we onder de grote rivierbrug over de Rhône doorlopen.
Iets na negen uur komen we aan het eind van dit geasfalteerde pad aan bij de Pont du Fier. Deze brug over de rivier de Fier steken we over, en daarmee verlaten we het departement Haut Savoie, en wandelen we het departement Savoie binnen.
Aan de overzijde van de rivier staat tussen een aantal informatiepanelen ook een paneel met informatie over de Via Gebennensis, de pelgrimsroute van Genève, door deze regio, naar Le Puy-en-Velay.

Van waterstation naar stuwdam
Met een bocht naar rechts wandelen we een groot recreatiegebied in dat aan de Rhône ligt, waar naast een informatiekantoor, een boekingskantoor en horeca een heel mooi en eigentijds uitgerust publiek sanitairgebouw staat, met alles wat je daar sowieso verwacht, maar ook een picknickplek binnen, oplaadpunten voor telefoon- en fietsaccu’s, een fietsreparatiestation, kluisjes, enzovoort. En we kunnen hier ook heel mooi even naar het toilet dat nog maar net schoon is gemaakt.
Voorbij dit vrijetijdscentrum volgen we een brede asfaltweg naar de Barrage de Motz, een grote stuwdam in de Rhône.

In de bakermat van de Côte du Rhône-wijnen
Vanaf hier volgen we de rest van de dag veelal de Rhône, met nu eens heel dicht langs de rivier en dan weer eens een eind er vanaf. Voorbij de stuwdam staat een geel bord, waarmee we welkom worden geheten op de GR65 en het pelgrimspad van Sint Jacob, en daarbij wordt vermeld dat het vanaf hier nog 290 kilometer gaans is naar Le Puy-en-Velay.
Het steentjespad gaat verderop over in een smal bospad, waarop we heerlijk voortgaan.
Later lopen we over een steenachtig pad, waarop we veel voorzichtiger moeten lopen om niet weg te rollen over de stenen. Voorzichtig zijn, helpt, dus ook zo gaan we wel goed voort.
Dan volgt overigens nog wel een uitdaging, want dan moeten we over een pad met dikke stenen heel steil een eind bergopwaarts. Dat moet heel voorzichtig, en gaat langzaam, stapje voor stapje, maar ook dat gaat goed.
Bovenaan gaan we eerst verder over een veldpad langs een wijngaard, waar de druiven al behoorlijk hangen te rijpen. Het is hier de bakermat van de Côte du Rhône-wijnen.

Bewegwijzering en rariteiten
Nog weer een eind verder raken we met de route de drukke D991. Onze pelgrimsroute wordt goed bewegwijzerd, met af en toe een bevestigingssignaal, en heel soms ook een symbool waarmee duidelijk wordt gemaakt dat je die weg of dat pad vooral niet moet betreden.
Waar we een bebost perceel uit komen, inmiddels al weer ver verwijderd van de D991, komen we het bosje uit ter hoogte van een rariteitenerf. Eerst lopen we nog langs een hoge bult met alleen maar druivenstammen, waarschijnlijk om te stoken, maar ze zouden ook heel goed gebruikt kunnen worden door bloemschikkers, die er prachtige bloemstukken mee zouden kunnen maken.  
Op een paal staat een vrouwenhoofd met zonnebril met op het hoofd een oude helm.
En aan de muur van één van de gebouwtjes hangt de aanduiding dat het vanaf hier nog 1.650 kilometer is naar Santiago de Compostela.

Via Les Iles voor koffie met een stempel naar Mathy
Het volgende buurtschap dat we doorkruisen, is Les Iles.
In een grote tuin van één van de huizen staat een rij bijenkasten in de volle zon.
Op het veldpad voorbij Les Iles komen we langs een grote akker met mooie geelbloeiende zonnebloemen, die zich uiteraard tot de vandaag fel schijnende zon keren.
Dan naderen we het plaatsje Mathy, waar we een plek willen zoeken voor onze koffiepauze.
Die vinden we al heel snel tegenover een particulier houtovengebouwtje, waar een overdekte, schaduwrijke rustplek is gebouwd en ingericht, waarin we onze koffiepauze houden. 
Heel mooi is trouwens dat men aan de straatzijde van de muur van dit ovengebouw een stempelkastje heeft bevestigd, waarin een pelgrimsstempel staat, en erbij een gastenboek. Voor ons weer een kans bij uitstek om wederom een stempel in onze pelgrimspaspoorten erbij te krijgen. We komen vandaag in het geheel niet langs kerken, dus ook daardoor kunnen we onderweg geen andere pelgrimsstempels scoren. 
Langs het wegkruis van Mathy - met daaraan ook een Jacobsschelp - vervolgen we onze weg na deze aangename koffiepauze.

Ontmoeting met Canadese en Duitse pelgrims 
Voorbij Mathy gaat het hier in de Rhônevallei verder over mooie veldpaden langs akkers en graslanden. Ook hier weer zonnebloemenakkers.
Vóór ons zien we vier andere wandelaars met rugzakken lopen. We hebben hen vóór Mathy al eens zien pauzeren in een picknickhuisje, maar hen nog niet gesproken. Als we hen inhalen, blijkt het een Canadees gezin uit Quebec te zijn van vader, moeder, zoon en dochter, die vijf dagen op de Via Gebennensis pelgrimeren. 
Ze hebben eerst vaders familie bezocht in Zwitserland, en zijn nu bezig met hun vijfdaagse op het pelgrimspad. De moeder heeft al eens gepelgrimeerd naar Santiago de Compostela, en de andere drie hebben daar nog geen ervaring mee. 
Als we met hen staan te praten, komt van de andere kant ook een wandelend stel met rugzakken aanlopen. Dat blijkt een Duits stel te zijn, zonder pelgrims-ervaring, maar wel met de wens om ooit nog eens naar Santiago de Compostela te pelgrimeren. Zij maken nu een proeftocht in tegengestelde richting, vanuit Les Abrets naar Genève. Ze zijn goed gemutst en het ziet er naar uit dat ze de ware tocht naar Santiago de Compostela nog wel eens zullen gaan maken.
Bij navraag blijkt dat ze het Duitse pelgrimsstel Michaël & Petra – dat een dag vóór ons loopt – niet hebben ontmoet. Wel attenderen ze ons zessen erop dat verderop de route wordt omgeleid wegens gevaarzetting, maar dat zij vanaf de andere kant de reguliere route zonder problemen hebben kunnen volgen.

Wegomlegging wegens aardverschuiving
We nemen afscheid van elkaar, en verderop ontmoeten we drie werkers die met electricitet verbonden ijzeren pennen in de hoge Rhône-oever slaan.
Dan komen we langs een geel bord, met daarop de aanduiding dat de pelgrimsroute (en daarmee ook de GR65) wegens een aardverschuiving linksom is omgeleid. 
We wagen het er maar op, en blijven de reguliere route rechtdoor volgen. 
Op één plek ligt een dikke boom over het pad, die er – gezien de bypass er omheen – al heel lang moet liggen.
We klimmen over de boom, en vervolgen onze route.
Nog een heel eind verderop – als we nog niets hebben gezien van een aardverschuiving – staan we voor verbodsborden: verboden voor fietsers, verboden voor alle verkeer, verboden voor wandelaars.
Nu is er geen alternatief – niet rechtsaf waar de Rhône stroomt, en niet linksaf waar een dicht bos is. We besluiten onze weg maar gewoon te vervolgen, op positief advies van de Duitse pelgrims. 
Dan komen we heel dicht op de hoge oever van de Rhône.
Iets verderop staat een fietsster de rivier over te kijken op een plek waar inderdaad een klein stukje oever is afgeslagen, dus dat zal vast en zeker de gevaarlijke plek zijn. Maar het pad is hier zo breed en heeft nota bene ook nog een brede berm, dus van gevaar is hier nauwelijks tot niet sprake, en zeker niet nu het water van de Rhône een heel eind verderop begint. Dit blijkt nadien ook de meest kritische plek te zijn geweest. Onderwijl zijn ons trouwens ook drie keer wielrenners tegemoet gekomen op dit pad, dus ook zij hebben het oeverpad prima kunnen fietsen.

La Loi bij Ruffieux
Vlak voordat we het plaatsje La Loi bereiken, komen we in een heel dicht bos een hoog en fors betonnen gebouw voorbij dat al heel lang niet meer wordt gebruikt. Wat het is, weten we niet, maar het ziet er naar uit dat dit een oude moulin is.
Als we omhoog klimmen ter hoogte van La Loi, komen we uit boven op een van steen gemetselde dikke muur, wat hoogstwaarschijnlijk een waterkering is om de mensen hier te beschermen tegen een extreem hoge waterstand van de Rhône.
In La Loi komen we uit op een drukke rotonde, ter hoogte van een horecagelegenheid.
Op deze rotonde staat de plaatsnaam Ruffieux vermeld, en er staan drie cortex beelden van twee wielrenners en een wandelaar of pelgrim.
We steken de rotonde recht over, en laten La Loi achter ons.

Le Mollard
Nu gaan we verder door dit uitgestrekte bosgebied, waar jarenlang jonge populieren zijn geplant. Dit populierenbos-aanplantgebied van circa 800 hectare oppervlakte is het grootste in zijn soort van heel Europa. Het is een tamelijk vochtig gebied, en de bomen en omliggende struiken en kruiden staan er ogenschijnlijk goed bij in allerlei schakeringen groen.
Verderop komen we langs enkele identieke posters die aan bomen hangen, waarop de voorbijganger een goede dag in de natuur wordt gewenst.
Dan komen we langs het plaatsje Le Mollard Dessus.
In de berm zien we vlakbij het plaatsnaambord de welbekende rode bessen van de aronskelk. Je ziet ze veel in Frankrijk, maar we hadden ze in de afgelopen dagen nog niet gezien.
De weg voorbij Le Mollard gaat door een bebost gebied, met hier en daar oude en dikke bomen, en links van de weg een enorm hoge rotswand.

Langs Etang Bleu naar La Muraille
Vlak voordat we aan het eind van deze etappe komen, wandelen we langs een caféterras,  met direct erna het Etang Bleu. Er zitten enkele gasten op het terras langs de weg, en verderop langs de oever van de grote vijver zien we een sportvisser staan aan de voet van het spoorlijntalud. 
Als we bij het spoorviaduct aankomen, zien we een zwarte bouwbus staan van de Friese houtbewerker Jan Fleer uit Leeuwarden. 
We lopen tussen de bosjes door even naar de bouwvakker, die vertelt van oorsprong uit Lemmer te komen, maar nu woonachtig is en een houtbewerkingsbedrijf heeft in Leeuwarden. Nabij Ruffieux staan ze op een camping, en van daaruit maken ze uitstapjes in de omgeving. 
Na deze verrassende ontmoeting – en ondertussen zagen we ook nog een waterslang zwemmen - lopen we onder het spoorviaduct door.
Daar verlaten we dan de doorgaande pelgrimsroute, omdat we links langs de spoorbaan naar onze auto in het plaatsje La Muraille kunnen lopen, zo’n honderd meter verderop.
Daar stappen we om 13:15 uur in de auto, en dan rijden we terug naar Seyssel, waar we onze fietsen afhalen, waarna we terug rijden naar de camping in Yenne.

Pelgrimeren van Chaumont naar Seyssel

Pelgrimsroute van Genève (Z) via Le Puy-en-Velay (F) naar Santiago de Compostela (S)
Via Gebennensis van Genève naar Le Puy-en-Velay
Pelgrimeren van Chaumont naar Seyssel
Woensdag 22 juli 2026 – 18 km lopen & 20 km fietsen
Dag 4: 42,2 – 60,2 km
 
Aankomst in Seyssel bij de hangbrug over de Rhône


















Via Gebennensis
Tijdens onze eerste pelgrimage van Durkje en mij wandelden we van 2005 tot en met 2012 van het Friese Sint-Jacobiparochie (NL) via het Franse Vézelay over de klassieke Franse pelgrimsroute van de Via Lemovicensis naar het Spaanse bedevaartsoord Santiago de Compostela.
Tijdens onze tweede pelgrimage van Durkje en mij wandelden we van 2011 tot en met 2015 vanuit het Franse Le Puy-en-Velay over de klassieke Franse pelgrimsroute van de Via Podiensis wederom naar het Spaanse bedevaartsoord Santiago de Compostela.
Vorig jaar (in 2025) liepen we de verbindingsroute voor pelgrims van de Via Lemovicensis naar de Via Podiensis, namelijk van Vézelay zuidwaarts naar Le Puy-en-Velay. 
Dit jaar (in 2026) lopen we de ruim 350 kilometer lange pelgrimsroute ‘Via Gebennensis’, van het Zwitserse Genève naar het Franse Le Puy-en-Velay. 
Dit is met name voor Duitsers, Oostenrijkers en Zwitsers een aanlooproute naar Le Puy-en-Velay, waar ze dan doorstarten op de klassieke Franse pelgrimsroute van de Via Podiensis.
Bij het pelgrimeren op de Via Gebennensis maken we gebruik van drie pelgrimsgidsen, namelijk de Duitstalige van Renate Flori (in 18 etappes, versie 2023, Rother), de Duitstalige van Hartmut Engel (50 tracé’s, versie 2025, Conrad Stein Verlag) en de Frans-Duitstalige van Henri Jarnier (15 etappes, versie 2024, Association Rhône-Alpes des Amis de Saint-Jacques)). 
Wij zijn van plan deze verbindende aanloop-pelgrimsroute in 20 etappes te lopen.

Eerst van Charly naar Seyssel
Vandaag wandelen we van de Via Gebennensis de 4e etappe, van Chaumont naar Seyssel, over een etappe-afstand van 18,0 kilometer. We dalen daarbij van 610 meter naar het veel lagere niveau van de Rhône-oever, op ongeveer 200 meter hoogte
De wekker wekt ons om 5:30 uur in onze caravan op Camping Moulin Dollay in Groisy, onze  uitvalsbasis voor deze eerste serie van vier wandeldagen.
Na het ontbijt verlaten we de camping om 6:40 uur, en rijden we met de auto – met de beide fietsen achter op het fietsenrek - van Groisy naar Seyssel, waar we onze auto parkeren bij La Salle des Fêtes in Seyssel, en ons daar klaarmaken voor vertrek op de fiets.
Dan fietsen we van Seyssel naar Chaumont, waar we onze fietsen stallen bij de kerk van het bergdorp. Hier begint vandaag onze etappe.
Het is vanmorgen 12 graden Celsius als we vertrekken. Het is onbewolkt, dus we zien een geheel helderblauwe lucht. De temperatuur stijgt tijdens deze etappe vandaag naar 33 graden Celsius. Het weer is stabiel zonnig en warm, en het blijft droog. Omdat de temperatuur langzaam oploopt, en vooral omdat er een aangenaam verfrissend windje – vanmorgen vroeg zelfs tamelijk hard - waait, blijft het nog wel een goede zomertemperatuur en goed weer – overigens wel warm - om hiermee deze vierde etappe te wandelen.

Van Chaumont via Collonges naar Frangy
Als we de fietsen op slot hebben gezet, en de rugzakken bij de kerk gereed hebben gemaakt voor vertrek, gaan we op stap. 
In het dorp ontmoeten we een zoekende jongeman, die ook een pelgrim blijkt te zijn. De Duitser vertelt dat hij terugkeert naar Duitsland vanuit Santiago de Compostela, en dat hij niet weet waar hij op de terugreis naar huis vanuit Chaumont het pad weer op moet pakken. We leggen hem uit dat hij daartoe de helling naar beneden kan nemen, en dan op het doorgaande pelgrimspad linksaf moet gaan, waar wij straks rechtdoor zullen lopen (waar hij dus gisteren vandaan kwam). Wij gaan alvast naar dat splitspunt, waar hij straks zijn terugreis doorstart.
Vanuit Chaumont volgt dan een prachtige route, eerst door een schaduwrijke singel over een dalend hellingpad. 
Na ongeveer een half uur verlaten we de singel en gaat het door het open veld over de helling verder.
We doorkruisen het plaatsje Collonges, dat we verlaten tijdens het passeren van het château.
Tegen 10:00 uur in het laatste stuk van de lange afdaling zien we van bovenaf de Saint-Aquillin-kerk van Frangy.

Veel aandacht voor de pelgrim in Frangy
Direct daarna wandelen we Frangy binnen door een straatje met oude, soms ook leegstaande huizen.
Dit aanloopstraatje blijkt de straatnaam ‘Chemin de St-Jacques de Compostelle’ te dragen.
Bij de drukke doorgaande straat aangekomen, zien we aan de overzijde van de straat een cortex-stalen beeld van een pelgrim met Jacobsschelp.
Rechts daarvan is een grote muur beschilderd met allerhande attributen die te maken hebben met deze regio en met het pelgrimeren.
Er tegenover staat de Saint-Aquillin-kerk, waar we naar binnen gaan. 
Het eerste dat in de entree opvalt, is het prachtige kerkraam van de Jacobsschelp.
We maken een rondgang door de kerk, en bekijken de details van het interieur.
Zo hangt er bijvoorbeeld ook een houtsnijwerk, waarin alle kerkdorpen van deze Sint-Jacobsparochie staan gesneden.
Naast de kerk staat het parochiehuis, waarvan de voordeur open staat. We gaan er naar binnen, en worden ontvangen door een vrouw, die ons vlot een parochiestempel van deze Sint-Jacobsparochie in onze pelgrimspaspoorten afdrukt.
Van de kerk lopen we het centrum in, waar we op de kopse kant van een smal pand met aan beide zijden een straat ook nog een andere muurschildering zien, die deels verwijst naar de pelgrimsroute van Sint Jacob.
Dan is het tijd voor koffie, en dat verkrijgen we in een kleine supermarkt waarin ook een klein café is ingericht. We hebben nog maar ruim drie kilometer gelopen, en dan is voor ons een koffiepauze wel heel vroeg, maar ja, 10:30 uur is daarentegen wel een prima koffietijd, dus we nemen het er maar van, en genieten van een vroege pauze.
We verlaten het centrum van Frangy als we de oude stenen boogbrug – de Grand Pont – oversteken.
Aan de overzijde van de rivier moeten we door de voetgangerstunnel van ‘Passage St-Jacques de Compostelle’ om twee drukke wegen veilig te kruisen. 
Dan laten we Frangy achter ons.

Champagne en Tagny
Na een eind over asfaltwegen gelopen te hebben, volgt een lange en fikse klim door de velden bergopwaarts. Het uitzicht achter ons wordt dan steeds mooier over de bergen en dalen om ons heen.
Deze klim door de graslanden eindigt in het plaatsje Champagne.
We doorkruisen Champagne vervolgens.
Bij een boerderij aan de rand van het plaatsje verlaten we Champagne over een breed en steenachtig karrenspoor.
Dat steenachtige pad blijven we lang bergop volgen in de richting van Tagny.
Tagny doorkruisen we, en dan laten we het ook al weer heel snel achter ons.
Als we op een gegeven moment een hele steile klim moeten maken, heeft men daar gelukkig een aantal traptreden gecreëerd, opdat we veel comfortabeler de kleine maar steile klim kunnen maken. Boven aan de traptreden bij een asfaltweg aangekomen, zien we links van ons een kleine Mariakapel, met een boeket kunstbloemen aan de voeten van het Mariabeeldje.

Door Clennaz met zicht op Desingy
Als we verderop een eind over een asfaltweg lopen, zien we rechts in de verte al heel vroeg de plaats Desingy liggen, waar we nu naar op weg zijn.
Maar eerst komen we nog door het buurtschap Clennaz.
Om 12:15 uur wandelen we de bebouwde kom van Desingy binnen.
Vóór ons zien we de markante Saint-Laurent-kerk, die we eerst willen bezichtigen.
Als we de kerk binnen komen, zien we een korfje staan, waarin stickertjes liggen van het stempel van deze kerk. Die stickers plakken we in onze pelgrimspaspoorten, want dat zijn de vervangers van het pelgrimsstempel van deze kerk.
Het koor van deze kerk heeft drie ramen, met kleurrijke decoraties in glas-in-lood.
Achter in de kerk zien we een kerkraam met daarop de voorstelling van Johannes de Doper, die Jezus in de Jordaan doopt met water dat uit een Jacobsschelp stroomt.
En voorin de kerk hangt in het donker een schilderij van het hoofd van Jezus met op zijn hoofd de doornenkroon.
Tegenover de kerk is een bushokje, waarin we heerlijk in de schaduw onze koffie met broodjes-pauze houden. Verderop is ook nog een prima openbaar toilet, dus de passerende pelgrim is hier van alle benodigde gemakken voorzien. Dat is uitzonderlijk op ook deze route. 
We lopen Desingy tegen 13:00 uur uit langs het Mission-wegkruis, dat is versierd met twee verschillende Sint-Jacobsschelpen.
En heel verrassend is dat we voorbij Desingy op een asfaltweg voortgaan met daarop rechts een afzonderlijke wegstrook voor wandelaars, met daarop een grote afbeelding van een wandelaar, waarmee de pelgrims wel bijzonder goed worden gefaciliteerd.

Door Pelly en Moucherin naar Sous les Ralles
Het volgende buurtschap dat we doorkruisen, is Pelly. In de bocht van de weg in het gehucht staat een kudde schapen te grazen. Aan ons wordt ondertussen in ons voorbijgaan door enkele van die schapen de nodige aandacht besteed.
Het volgende buurtschap dat we doorlopen, is Moucherin. Links staat een boerderij, met op het erf een fikse mestbult.
En rechts staat bij een betrekkelijk nieuw huis een oude boerenschuur die grotendeels vervallen is.
Als we enkele minuten later vanaf de asfaltweg rechtsachter ons het dal in kijken, zien we daar het kasteel Château de Pelly in de verte.
Tegen twee uur komt de Rhône in zicht, nog heel ver van ons vandaan, en heel diep in het rivierdal van de Rhône.
We blijven de reguliere pelgrimsroute volgen, tot aan de T-kruising van Sous les Ralles.
Hier op dit punt staat een informatiepaneel over Seyssel.
We kunnen hier rechtdoor op de doorgaand bewegwijzerde pelgrimsroute, maar je kunt hier ook rechtsaf de afdaling inzetten. Dat zou je kunnen doen ingeval je deze etappe hier afsluit om te gaan overnachten in de Gîte l’Edelweiss iets verderop.
Een andere reden om hier de afdaling in te zetten, is het verder gaan op de variant-route via het stadje Seyssel, waar je bijvoorbeeld ook zou kunnen overnachten. Wij hebben besloten om deze etappe niet bij de genoemde gîte te eindigen, maar dat aan de oever van de Rhône te doen in Seyssel.

Lange afdaling naar Seyssel en de Rhône
Bij Sous les Ralles zetten we dus de afdaling in, waarbij we een steeds beter zicht krijgen op de rivier de Rhône, die door Seyssel stroomt.
Voorbij de afslag naar de Gîte l’Edelweiss wandelen we het buurtschap Les Côtes d’en Haut binnen en door.
Om 14:20 uur zijn we al een mooi eind afgedaald, en krijgen we in een bocht van het bergpad een prachtig uitzicht over het stadje Seyssel en de Rhône.
We blijven alsmaar de bewegwijzerde pelgrimsroute volgen, die op deze variant van de Via Gebennensis extra wordt gemarkeerd met een gele stip op de gebruikelijke wegwijzer van de gele Jacobsschelp op de blauwe ondergrond.
Door de buitenwijk van Seyssel lopen we naar de Grand Rue en dan om 14:45 uur komen we aan op het stadspleintje waar ook horeca is. 
Door een boven ons versierde Grand Rue lopen we direct door naar de kerk verderop.
Even later staan we op het pleintje bij de kerk.
Als we rechts om de kerk heen lopen, zien we rechts en vóór ons de overdekte markthal, en daar voorbij de indrukwekkende hangbrug van Seyssel, die hier de brede Rhône overspant.
Rechts zien we een stuw in de Rhône, waar op verschillende lekke plekken het water doorheen stroomt.
Bovenop het middendeel van de Rhônebrug staat een groot Maria-beeld, dat enkele vingers mist. Bovenop het Mariabeeld staat een grote meeuw oplettend om zich heen te kijken.
Als we links om de kerk heen zijn gelopen, krijgen we van de andere kant het zicht op deze mooie rivierbrug en over de Rhône.

Eerst naar de kerk, dan naar het café
We gaan nu de Saint-Blaise-kerk binnen om die te bezichtigen.
We treffen daarin onder andere een Maria-beeld aan, en ook een zogenoemd Croix des Mariniers.
Heel mooi in het koor van deze kerk is het grote kerkraam dat de uitbeelding is van de spreuk ‘In de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest’, woorden die tijdens kerkdiensten veelvuldig klinken in binnen- en buitenland.
Een ander mooi item van deze kerk is het prachtig vormgegeven roosvenster.
Als we de kerk hebben bekeken, gaan we terug naar het stadspleintje, waar we op het ene geopende terras genieten van een ijskoud drankje, dat op deze warme dag van meer dan dertig graden Celsius heerlijk verkoelt.
Dan lopen we terug naar de kerk, en om de kerk heen, om dan langs de Rhône naar de plaatselijke VVV te lopen, waar we het laatste stempel van deze pelgrimsdag in onze pelgrimspaspoorten verkrijgen.
Dan stappen we vlakbij de VVV in onze auto, halen nog enkele boodschappen in Seyssel, en rijden dan terug naar Chaumont, waar we onze fietsen eerst afhalen, alvorens we terug rijden naar de camping in Groisy, waar we nog één nacht zullen overnachten, want morgen wordt onze wisseldag, en trekken we met auto en caravan verder op de route, ten behoeve van ons volgende blokje van vier wandeldagen op de Via Gebennensis.

Pelgrimeren van Charly naar Chaumont

Pelgrimsroute van Genève (Z) via Le Puy-en-Velay (F) naar Santiago de Compostela (S)
Via Gebennensis van Genève naar Le Puy-en-Velay
Pelgrimeren van Charly naar Chaumont
Dinsdag 21 juli 2026 – 16,5 km lopen & 18 km fietsen
Dag 3: 25,7 – 42,2 km
 
Bij de imitatie-Lourdes-grot van Contamine-Sarzin

Via Gebennensis
Tijdens onze eerste pelgrimage van Durkje en mij wandelden we van 2005 tot en met 2012 van het Friese Sint-Jacobiparochie (NL) via het Franse Vézelay over de klassieke Franse pelgrimsroute van de Via Lemovicensis naar het Spaanse bedevaartsoord Santiago de Compostela.
Tijdens onze tweede pelgrimage van Durkje en mij wandelden we van 2011 tot en met 2015 vanuit het Franse Le Puy-en-Velay over de klassieke Franse pelgrimsroute van de Via Podiensis wederom naar het Spaanse bedevaartsoord Santiago de Compostela.
Vorig jaar (in 2025) liepen we de verbindingsroute voor pelgrims van de Via Lemovicensis naar de Via Podiensis, namelijk van Vézelay zuidwaarts naar Le Puy-en-Velay. 
Dit jaar (in 2026) lopen we de ruim 350 kilometer lange pelgrimsroute ‘Via Gebennensis’, van het Zwitserse Genève naar het Franse Le Puy-en-Velay. 
Dit is met name voor Duitsers, Oostenrijkers en Zwitsers een aanlooproute naar Le Puy-en-Velay, waar ze dan doorstarten op de klassieke Franse pelgrimsroute van de Via Podiensis.
Bij het pelgrimeren op de Via Gebennensis maken we gebruik van drie pelgrimsgidsen, namelijk de Duitstalige van Renate Flori (in 18 etappes, versie 2023, Rother), de Duitstalige van Hartmut Engel (50 tracé’s, versie 2025, Conrad Stein Verlag) en de Frans-Duitstalige van Henri Jarnier (15 etappes, versie 2024, Association Rhône-Alpes des Amis de Saint-Jacques)). 
Wij zijn van plan deze verbindende aanloop-pelgrimsroute in 20 etappes te lopen.

Eerst van Chaumont naar Charly
Vandaag wandelen we van de Via Gebennensis de 3e etappe, van Charly naar Chaumont, over een etappe-afstand van 16,5 kilometer. We dalen daarbij van 760 meter naar een hoogte van 610 meter.
De wekker wekt ons om 5:30 uur in onze caravan op Camping Moulin Dollay in Groisy, onze  uitvalsbasis voor deze eerste serie van vier wandeldagen.
Na het ontbijt verlaten we de camping om 6:45 uur, en rijden we met de auto – met de beide fietsen achter op het fietsenrek - van Groisy naar Chaumont, waar we onze auto parkeren bij de kerk in het dorp, en ons klaarmaken voor vertrek op de fiets.
Dan fietsen we van Chaumont via Vers naar Charly, waar we onze fietsen aan een lantaarnpaal stallen bij de Jacobuskapel van het dorp. Hier begint vandaag onze etappe.
Het is vanmorgen 13 graden Celsius als we vertrekken. Het is plaatselijk heel licht bewolkt, en veelal zien we een geheel helderblauwe lucht. De temperatuur stijgt tijdens deze etappe vandaag naar 28 graden Celsius. Het weer is stabiel zonnig en warm, en het blijft droog. Omdat de temperatuur langzaam oploopt, en vooral omdat er een aangenaam verfrissend windje – vanmorgen vroeg zelfs tamelijk hard - waait, blijft het nog wel een goede zomertemperatuur en goed weer – niet al te warm - om hiermee deze derde etappe te wandelen.

Duitse medepelgrims starten ook in Charly 
Als we de fietsen op slot hebben gezet, en de rugzakken bij de kerk gereed maken voor vertrek, zien we dat er twee pelgrims uit de pelgrims-herberg van Charly komen.
Het zijn de Duitse pelgrims Michaël & Petra, die hier vannacht hebben overnacht. Ze pelgrimeren voor het eerst naar Santiago de Compostela, en zijn in het Duitse Stuttgart begonnen. Na een hele mooie tocht door Zwitserland – zo vertellen ze – zijn ze nu op de Via Gebennensis gaandeweg op doortocht naar Santiago de Compostela. Drie weken voordat ze daar aankomen, moeten ze tijdelijk naar huis terug, om later dit jaar nog de laatste drie weken tot in Santiago de Compostela af te maken.
Ze vertrekken nu alvast vanuit de plaatselijke refugio, en we zullen hen vandaag onderweg nog wel weer ontmoeten. 
Om 8:35 uur gaan wij ook van start in Charly.
In de uitvalsstraat van Charly komen we langs een huis waar men over de volle lengte van de tuinmuur een groot aantal Jacobsschelpen heeft gelegd, waar we langs lopen, het dorp uit.
 
Naar de hoogvlakte van Bacchus
Buiten Charly moeten we direct hard aan de slag, want we gaan behoorlijk steil bergop.
Na ruim tien minuten klimmen over de beboste berghelling gaat het bospad over in een veldpad langs een maïsveld, en later door het open veld.
We passeren het kruispunt van paden van La Maroie, op een hoogte van 830 meter, dus na een eerste klim van 70 meter omhoog.
Als we verderop een asfaltweg kruisen, zijn we aangekomen op Col de la Croix Biche, op een hoogte van 801 meter. Hier staat een ijzeren wegkruis op de col.
Aan de overzijde van de weg gaat het veldpad iets verder omhoog. We komen dan even later op de hoogvlakte op het panoramapunt van Bacchus, op een hoogte van 815 meter.
Vanaf dit panoramapunt hebben we een magnifiek uitzicht over het uitgestrekte berglandschap rondom.
Iets verderop in de afdaling zien we overigens nog eens weer rechtsachter ons in de verre diepte de stad Genève liggen aan het Meer van Genève. Waarschijnlijk is dit de laatste keer dat we dit kunnen zien, op al weer onze derde dag vanuit Genève.
Overigens schijnt het vandaag ook mogelijk te zijn om de Mont Blanc te zien. We zien wel heel veel hoge bergen, maar weten niet welke daarvan dan de Mont Blanc is. We hebben hem vast wel gezien.

Van Chez Gresat naar La Motte
Om 9:20 uur krijgen we tijdens de afdaling het buurtschap Chez Gresat in zicht.
In Chez Gresat komen we langs een stenen wegkruis.
Aan de voet van dit wegkruis liggen steentjes en een geëmailleerd tegeltje van de Camino de Santiago.
Om 9:35 uur krijgen we het dorpje La Motte in zicht.
We doorkruisen La Motte. Een vrachtwagen komt aanrijden door de smalle hoofdstraat. We gaan aan de kant om de chauffeur ruim baan te geven. Tijdens zijn langzaam voorbijrijden, vraagt de chauffeur of wij wellicht pelgrimeren op het Franse pelgrimspad, hetgeen we van harte kunnen beamen.

Vrouwen met dochters en honden in het bos
Voorbij La Motte gaan we weer een bosgebied in, waarin we over heerlijk schaduwrijke bospaden lopen, met af en toe een eindje langs de bosrand.
En als we dit bosgebied verlaten, krijgen we weer een schitterend uitzicht over de bergen en dalen die vóór ons liggen.
Waar het karrenspoor uitkomt op een smalle asfaltweg, gaan we linksaf, en onderweg zien we op een straatnaambord dat deze weg heel toepasselijk de Chemin de Compostelle heet.  
Deze asfaltweg voert ons naar een bosrand, waar de weg naar rechts afbuigt. Maar wij moeten hier rechtdoor het bos in. Hier treffen we aan het begin van dit bosgebied een schitterende picknickplek aan, met een picknickbank, en enkele meters verderop nota bene een nagenoeg nieuwe halfopen boshut met daarin een grote nieuwe picknickbank. Daarop nemen we plaats voor onze koffiepauze.
Verderop staat dan ook nog een houten hokje op de rand van een helling, waarin een royaal eco-toilet is gebouwd, waar je prima gebruik van kunt maken als passant. 
Als we zitten te pauzeren, arriveren ook een fietsende moeder en een hardlopende dochter.
Ze maken van het bostoilet gebruik en daarna komen ze naar ons toe voor een praatje bij de koffie. 
We horen dat het vijftienjarige meisje aan het trainen is voor de test om vrijwilligster bij de plaatselijke brandweer te worden. Ze loopt ongeveer 20 kilometer hard. Zeer lovenswaard van haar.
Op school bereidt ze zich voor om na haar eindexamen medicijnen te gaan studeren, want ze wil later graag chirurg worden. Dochter en moeder spreken redelijk goed Engels, dus we hebben hier een heel aardig gesprek met elkaar over de beide dames, die vlakbij in het dorpje Minzier wonen. Daarna gaan ze weer verder, dochter rennend, en moeder begeleidend fietsend. 
Vlak voordat we door gaan, komt een moeder met een klein meisje en een herdershond vanuit het bos aanlopen. De hond krijgt water bij de bronpomp naast het toiletgebouw, en dan gaan ze terug het bos in.
Direct daarna komt een andere vrouw aanlopen, die vier honden aan riemen tegelijk uitlaat. Ook deze honden krijgen water, en dan gaat ze verder het bos uit.
Wij volgen de moeder met het meisje, en lopen achter hen aan het bos in. Vlak voordat we het bos uit gaan, halen we hen in, waar de moeder met een hond in een open veld met een te apporteren bal speelt.
Ter hoogte van Les Combes, waar een informatiepaneel staat over de plaats Marlioz, verlaten we het bos, en slaan we rechtsaf een asfaltweg op. 
Vanaf  hier volgen we overigens niet de variant-route via Marlioz, maar blijven we de reguliere pelgrimsroute volgen tot aan Contamine-Sarzin.

Sprinkhanen en Jacobalia op het pelgrimspad
Als we ten zuidoosten van Prevy een dalend veldpad op gaan, lopen we vol in de warme zon over een karrenspoor met een middenberm van gras. Daaruit springen honderden sprinkhanen op als we dit pad naar beneden volgen.
We kunnen overigens dan al hoog op de berg in de verte de plaats Chaumont zien, waar we nu naar toe lopen vandaag. 
De burchtruïne en de kerk op de bergtop zijn al duidelijk te zien.
Maar daar zijn we nog lang niet, want eerst moeten we nog behoorlijk afdalen naar de beek Coquetière, waar we vervolgens de beek oversteken via een brede stenen brug, waarvan de kopse kanten van de brugmuren van deze Pont Peccoud zijn gedecoreerd met een Jacobsschelp. Zo worden we als pelgrims op deze route steeds weer verrast met Jacobalia, die het gevoel versterken dat we pelgrimeren richting Santiago de Compostela.

Uitstapje naar Contamine-Sarzin
Waar onze reguliere pelgrimsroute en de variant-route bij elkaar komen op de D123 zien we het dorpje Contamine–Sarzin vóór ons liggen.
Ons pelgrimspad gaat hier niet het dorp in, maar dat doen we wel, om daar de dorpskerk te bezoeken.
De Notre-Dame van Contamine-Sarzin is geopend, dus we gaan naar binnen om deze dorpskerk te bezichtigen.
Als we na dit kerkbezoek weer terug zijn gekomen op de D123 zien we overigens dat er drie Jacobsschelpen staan afgebeeld in het gemeentewapen van Contamine-Sarzin.
Inmiddels weer terug op de D123 komen we langs een imitatie van de Lourdes-grot.
Langs de weg is een kopie gemetseld van een grot, en boven in de nis van deze grot staat een wit beeld van Maria. Verschillende kleurrijke bloemen decoreren deze Lourdes-grot-imitatie
In de verte zagen we overigens ook de Duitse medepelgrims van vanmorgen weer terug. 
We volgen hen, en lopen even later na het passeren van Contamine-Sarzin dit dorpje uit ter hoogte van een bermsteen, waarop de naam van het dorp staat.
Op die steen staat trouwens ook dat het vanaf hier nog 1.826 kilometer gaans is naar Santiago de Compostela.

De Pont du Pissieu over de Cascade de Barbannaz van de beek Fornant
Voorbij Contamine-Sarzin volgen we op enige afstand de twee Duitse medepelgrims, die de pas er ook aardig in hebben.
We lopen over asfalt dan langs een boomgaard, waarin al flink wat peren in de perenbomen hangen te groeien en te rijpen.
Vlak vóór een hoge berg wijkt de route af in de richting van het hooggelegen Chaumont. Daar halen we Michaël & Petra in, en lopen we gevieren verder door het veld.
Maar we gaan niet verder omhoog naar Chaumont, integendeel. Eerst moeten we namelijk een heel lang eind afdalen, een beekdal in, over een heel ruig steenachtig pad, waarover we met volle aandacht voorzichtig naar beneden moeten lopen.
Beneden in het beekdal aangekomen, arriveren we bij de ruim vierhonderd jaar oude stenen brug Pont du Pissieu.
Dit is toch wel een spectaculaire oversteek, want deze oude brug (1721) overspant de 50 meter dieper liggende beek Fornant, die hier in de vorm van de tamelijk hoge waterval van de Cascade de Barbannaz diepe sporen heeft uitgesleten in het gesteente onder de brug.
We steken deze eeuwenoude brug over, en lopen een klein ommetje naar de ernaast liggende nieuwere brug, vanwaar we mooi zicht krijgen op de oude stenen brug, de waterval en de in de diepte doorstromende beek Fornant.

Lange steile hete klim naar Chaumont
Nu we helemaal onderin het beekdal van de Fornant zijn gekomen, en we straks aan moeten komen in het hooggelegen Chaumont, is wel duidelijk dat ons nu nog een hele lange klim te wachten staat naar de kerk van Chaumont.
Vol goede moed beginnen we eraan, maar al vrij snel laten Michaël & Petra het afweten in deze fikse klim, die overigens ook een behoorlijk hete klim is vanwege de hoog opgelopen temperatuur van vandaag, 28 graden Celsius. Zij nemen een korte pauze, wij klimmen verder.
Onderweg kruisen we een asfaltweg vlak buiten het dorpje Le Malpas.
Bij een woonhuis heeft iemand van hout en steentjes een angstwekkend monster gecreëerd, dat je van links op het pad aanstaart als je die brute creatie passeert.
In de volle zon, die tussen de bladeren van de bomen en struiken doorschijnt, zetten wij onze klim samen voort.
Dan komen we na een klim van ongeveer een half uur nabij de plek waar we morgen de lagere bebouwing van Chaumont gaan verlaten.
Vanaf hier gaat een smal en steenachtig bergpad steil omhoog naar het centrum van Chaumont. Dat pad gaan we op, om zo direct als mogelijk het centrum van het dorp te bereiken. Ook nu weer is het een kwestie van stevig doorklimmen.
Om 13:30 uur staan we boven bij de kerk van Chaumont, waar onze auto op een parkeerplaats staat.

Pelgrimsstempelen in de Sainte Agathe-kerk van Chaumont
In de Mairie achter de kerk vraag ik om een stempel voor onze pelgrimspaspoorten. De ambtenares vertelt dat we het stempel zullen aantreffen in de geopende dorpskerk, dus daar gaan we naar toe.
In de Sainte Agathe-kerk van Chaumont kunnen we even bijkomen van de hete klim.
Heel mooi van deze kerk zijn de kleurrijke glas-in-lood-ramen van deze kerk.
En inderdaad, in de  kerk staat onder het standbeeld van Sainte Jeanne d’Arc het stempel, dat Durkje afdrukt in onze pelgrimspaspoorten. 
We maken nog een rondje door deze eenvoudig ingerichte Sainte Agathe-kerk.
Dan gaan we naar buiten, naar onze auto, waar we instappen en terugrijden naar de kerk van Charly, waar onze fietsen nog staan.
Na het op het fietsenrek plaatsen van de beide fietsen, gaan we in de koele schaduw zitten op het houten bankje vóór de  pelgrimsherberg van Charly, waar we de auto hadden geparkeerd. Hier houden we eerst onze lunchpauze, alvorens we terugkeren naar de camping.
Vlak voordat we vertrekken, komt een pelgrim aangelopen, die wij attenderen op de pelgrimsherberg waar hij duidelijk naar op zoek is. Hij gaat echter eerst de Jacobuskapel in, voordat hij de herberg binnen gaat. Ondertussen vertrekken wij, en rijden wij terug naar onze camping in Groisy. Bij vertrek uit Charly is het 28 graden Celsius.

Pelgrimeren van Neydens naar Charly

Pelgrimsroute van Genève (Z) via Le Puy-en-Velay (F) naar Santiago de Compostela (S)
Via Gebennensis van Genève naar Le Puy-en-Velay
Pelgrimeren van Neydens naar Charly
Maandag 20 juli 2026 – 12,9 km lopen & 8 km fietsen
Dag 2: 12,8 – 25,7 km
 
Kerkraam van Sint Jacobus in de kapel van Charly
Via Gebennensis
Tijdens onze eerste pelgrimage van Durkje en mij wandelden we van 2005 tot en met 2012 van het Friese Sint-Jacobiparochie (NL) via het Franse Vézelay over de klassieke Franse pelgrimsroute van de Via Lemovicensis naar het Spaanse bedevaartsoord Santiago de Compostela.
Tijdens onze tweede pelgrimage van Durkje en mij wandelden we van 2011 tot en met 2015 vanuit het Franse Le Puy-en-Velay over de klassieke Franse pelgrimsroute van de Via Podiensis wederom naar het Spaanse bedevaartsoord Santiago de Compostela.
Vorig jaar (in 2025) liepen we de verbindingsroute voor pelgrims van de Via Lemovicensis naar de Via Podiensis, namelijk van Vézelay zuidwaarts naar Le Puy-en-Velay. 
Dit jaar (in 2026) lopen we de ruim 350 kilometer lange pelgrimsroute ‘Via Gebennensis’, van het Zwitserse Genève naar het Franse Le Puy-en-Velay. 
Dit is met name voor Duitsers, Oostenrijkers en Zwitsers een aanlooproute naar Le Puy-en-Velay, waar ze dan doorstarten op de klassieke Franse pelgrimsroute van de Via Podiensis.
Bij het pelgrimeren op de Via Gebennensis maken we gebruik van drie pelgrimsgidsen, namelijk de Duitstalige van Renate Flori (in 18 etappes, versie 2023, Rother), de Duitstalige van Hartmut Engel (50 tracé’s, versie 2025, Conrad Stein Verlag) en de Frans-Duitstalige van Henri Jarnier (15 etappes, versie 2024, Association Rhône-Alpes des Amis de Saint-Jacques)). 
Wij zijn van plan deze verbindende aanloop-pelgrimsroute in 20 etappes te lopen.

Eerst van Charly naar Neydens
Vandaag wandelen we van de Via Gebennensis de 2e etappe, van Neydens naar Charly, over een etappe-afstand van 12,9 kilometer. We stijgen daarbij van 570 meter naar een hoogte van 760 meter.
De wekker wekt ons om 5:30 uur in onze caravan op Camping Moulin Dollay in Groisy, onze  uitvalsbasis voor deze eerste serie van vier wandeldagen.
Na het ontbijt verlaten we de camping om 6:45 uur, en rijden we met de auto – met de beide fietsen achter op het fietsenrek - van Groisy naar Charly, waar we onze auto parkeren op het grote parkeerterrein aan de rand van het dorp.
Dan fietsen we van Charly naar Neydens, waar we onze fietsen aan een lantaarnpaal stallen bij de Mairie van het dorp. Hier begint vandaag onze etappe.
Het is vanmorgen 14 graden Celsius als we vertrekken. Het is hoog in de lucht heel licht bewolkt. De temperatuur stijgt tijdens deze etappe vandaag naar 26 graden Celsius. Het weer is stabiel zonnig en warm, en het blijft droog. Omdat de temperatuur langzaam oploopt, en vooral omdat er een aangenaam verfrissend windje waait, blijft het nog wel een goede zomertemperatuur en goed weer – niet al te warm - om hiermee deze tweede etappe te wandelen.

Stempelen bij Sint Jacobus in Neydens
Als we de fietsen op slot hebben staan, gaan we eerst het gemeentehuis in om daar een startstempel van de gemeente voor onze pelgrimspaspoorten te vragen. De ambtenares die we door het openstaande raam aanspreken, verwijst ons echter naar de camping iets verderop, met de mededeling dat zij ons daar een stempel zullen geven.
Bij de Mairie staat een mooi informatiepaneel over Neydens als doorgangslocatie op de Via Gebennensis.  
We beginnen – het is nu 8:00 uur - aan onze etappe, en op het moment dat we enkele minuten later bij Camping La Colombière aankomen, gaan we daar naar de receptie, langs het beeld van de pelgrim, dat vóóraan op de camping staat.
In de campingreceptie aangekomen, wordt ons verteld dat we het pelgrimsstempel zelf in onze pelgrimspaspoorten mogen zetten, hetgeen we graag doen.
Daarna gaan we verder door Neydens, door de straat die gisteren nog was afgesloten wegens de doortocht van de Tour de France gistermiddag.

Steile klim door Moisin
Waar we Neydens verlaten, beginnen we aan een lange en steile klim. Daarbij doorkruisen we eerst het plaatsje Moisin.
Net buiten Moisin staat een mooi standbeeld van een pelgrim met staf. 
Daaronder staat de mededeling dat we ons bevinden op een pelgrimspad. Goed om te weten.
En als we Moisin al weer uit zijn en even later achterom kijken, zien we diep in de verte nog Genève liggen aan het Meer van Genève. 
We moeten even van het smalle asfaltweggetje af, om in de berm een grote tractor met een enorme mestinjecteerder vrije doorgang naar beneden te geven. En even later zien we vóór ons nog zo’n kolos het asfaltweggetje vóór ons oversteken van de ene akker naar de tegenoverliggende akker.

Doorklimmen naar de kapel voor Notre-Dame de la Paix van Verrières
Vlak vóór het begin van de bebouwde kom van het plaatsje Verrières komen we langs de kapel Notre-Dame de la Paix. Een kleine steen blokkeert de deur van de kapel, maar we kunnen wel naar binnen, en dat doen we ook.
Links naast de ingang hangt een schilderij van Sint Jacobus.
Rechts in de muur zien we een kerkraam, met daarin in glas in lood de beeltenis van Sint Jacobus.
Er ligt geen stempel in de kapel, maar er ligt wel een plastic bakje met kleine stickers, waarop het pelgrimsstempel van deze kapel staat afgebeeld. We halen twee van die stickers uit het doosje, en plakken dan die stempelstickers in onze pelgrimspaspoorten. Zo kan het ook.
Daarna laten we deze kapel achter ons.
Direct daarna wandelen we de bebouwde kom van Verrières binnen.
In Verrières komen we langs een groot stenen wegkruis.
Om 8:50 uur laten we Verrières achter ons, en volgt de doorgaande klim bergopwaarts.
Waar het weggetje een klein bosperceel in gaat, staan rechts van de weg twee oude boerenwagens terzijde geschoven.

Bergpaden op weg naar Sint Jacobus in Beaumont
Nu volgt vanuit Verrières een prachtige route door de bergen naar Beaumont. 
Een enkele keer moeten we door een afgesloten veehek, dat we eenvoudig kunnen openen, om het na onze doorgang uiteraard weer te sluiten.
De bergpaden die we bewandelen, gaan over de berghellingen, waarbij we schitterende uitzichten krijgen over de vallei rechts van ons richting Zwitserland.
Bij een boerenhoeve bereiken we Beaumont. Een boer is naast de stal bezig met het verzorgen van de hoeven van één van de vele koeien die hier in de loopstal rondlopen.
Om 9:15 uur gaan we de bebouwde kom van Beaumont binnen.
We hebben inmiddels vijf kwartier zonder te pauzeren gelopen, dus we besluiten hier in Beaumont onze koffiepauze te houden. 
Maar eerst brengen we een bezoek aan de dorpskerk van Beaumont, waar vóór de kerk een mooi standbeeld staat van Sint Jacobus.
Het interieur van de kerk van Beaumont is prachtig geschilderd in pasteltinten.
Heel mooi zijn ook de drie fresco’s op het plafond in het koor van deze kerk.
Verder is de Eglise Saint-Etienne eenvoudig ingericht, maar wel heel mooi qua kleurstelling.
Het schijnt zo te zijn dat deze kerk een heel mooi roosvenster heeft, maar die krijgen we helaas niet te zien, omdat er een groot doek vóór hangt. Jammer, maar we doen het ermee.
Buiten aangekomen, vinden we een schaduwrijk plekje net voorbij de kerk, waar een electriciteitsmonteur pauzeert bij een openstaande straatkast met daarin een indrukwekkend groot aantal schakelaars en draden. Hij zit voortdurend te bellen. Wij drinken onze koffie en eten ons brood.

Voorbij Jussy het bos in
Net buiten Beaumont is een camperplek op een recreatieterreintje, waarbij ook weer zo’n mooi informatiepaneel - over deze keer Beaumont - staat.
Vanaf de asfaltweg tussen Beaumont en Jussy genieten we al wandelend van de schitterende vergezichten rechts van ons in de vallei.
Slechts enkele minuten voorbij Beaumont wandelen we het bergdorpje Jussy binnen.
Voorbij Jussy gaan we al klimmend verder, maar nu over prachtige bospaden door een hellingbos.
Links van het pad zien we een gestileerd metalen beeld van een pelgrim staan.
Het brede bospad is eigenlijk een halfverharde bosweg, want het is zo breed dat er wel een tractor over dit hellingpad kan rijden. 
Even later horen we vóór ons een zaagmachine. Dat blijkt het werk van een boswerker te zijn, die hier een enorme boom langs het pad heeft geveld. Een andere man in een tractor komt ons tegemoet, die wellicht de afgekorte dikke takken bij de ander afhaalt.
Waarschijnlijk hoort dit bosperceel bij Chartreuse de Pomier, want daar arriveren we al heel snel na de ontmoeting met de twee bosarbeiders.

Voormalige kloostercomplex Chartreuse de Pomier
Het prachtige chateau-achtige bouwwerk is nog een restant van het voormalige kloostercomplex Chartreuse de Pomier.
Verderop kunnen we bij de uitgang van dit voormalige kloostergebouw zien hoe groot dit hele kloostercomplex eeuwen geleden is geweest. Daarvan staat nog maar een fractie van al die gebouwen van voorheen.
Aan de gevel van één van de nog resterende gebouwen hangt een informatiebordje, met daarop de mededeling dat zich achter de deur de ‘Chapelle-Sainte-Marie-de-Pomier’ bevindt.
We maken graag van de uitnodiging op die plaquette gebruik, en gaan de kapel in.
Onder een stenen gewelf treffen we een sfeervolle kapel aan.
Links in de hoek staat een beeld van de heilige Jacobus. 
Onder dit Jacobus-beeld staat een tafel met daarop een pelgrimsstempel, die we in onze pelgrimspaspoorten afdrukken.
Durkje vult ook het gastenboek in, dat erbij ligt.
We kijken even rustig rond in de kapel.
De kapel heeft maar één klein raam, en daarin zit de beeltenis van Sint Jacobus in glas-in-lood.
Tijdens ons bezoek aan de kapel komt er ook nog een man met een jongetje en een meisje bij. Zij kijken even rond, en zijn dan al snel weer weg.

Via Saint Blaise naar Mont Sion
Als we dit voormalige kloostercomplex achter ons hebben gelaten, gaat de route verder over een prachtig hellingpad, door een schaduwrijke laan.
Links en rechts van het bergpad liggen graslanden, waar hier en daar het vee graast. Van het nieuwsgierige jongvee hebben we veel bekijks.
Dan komen we op een hoogvlakte, en zien we linksvóór ons de plaats Saint Blaise, met erboven de hoge berg van de Mont Sion.
Tussen de ommuurde begraafplaats rechts van ons en de woongebouwen links van ons, passeren we Saint Blaise.
We komen nog langs een veldkruis op de hoogvlakte, en tijdens de afdaling voorbij een klein bosperceel zien we in de verte nog eens weer de stad Genève liggen.
En ondanks de grote afstand en het hoogteverschil zien we nota bene nog steeds de 140 meter hoge Jet Eau, ofwel de enorme waterfontein in het Meer van Genève, op de plek waar de rivier de Rhone uitstroomt uit het Meer van Genève en daar de stad door gaat, op weg naar Frankrijk.
Om 11:15 uur wandelen we de bebouwde kom van Col Mont Sion binnen.

Lunchpauze op Col Mont Sion
Nog voordat we bij de drukke D1201 aankomen op de Col Mont Sion zien we links van de weg een hoge en rijkelijk versierde kerstboom staan.
Die blijkt te staan op het terrein van Hameau du Père Noël, een attractiepark waarin het hele gebeuren rond winter en kerst centraal staat.
Aan de muur van dit terrein hangt een informatiepaneel over de route van de Via Gebennensis.
We lopen om het parkterrein heen langs de D1201, op zoek naar een schaduwrijke plek op het park waar we onze lunchpauze kunnen hebben. 
Bij de entree van het park vinden we zo’n geschikte plek.
Tegenover ons zien we een hotel, met bij de entree naar het hotelparkeerterrein een man die in een stalletje langs de drukke weg groente en fruit verkoopt.

Bij La Croix de Vin over de top naar Charly
Na afloop van deze lunchpauze steken we de D1201 over, en gaan we aan de overzijde verder bergopwaarts.
Op een hoog panoramapunt staat een groot houten kruis, met enkele grote steenblokken erbij.
Dat kruis draagt de naam ‘La Croix de Vin’.
Hier draaien we op de top naar links, en dan komen we zo’n vijf minuten later langs een driehoekig gebouwtje met een scherpe punt. Het informatiebord erbij maakt duidelijk dat het hierbij gaat om een refugio, ofwel een schuilplaats (bij slecht weer) voor de hier op de berg voorbijtrekkende wandelaar(s) of pelgrim(s).
En na een afdaling van dan nog eens enkele minuten komen we op een pad met links ervan een groot aantal in allerlei kleuren beschilderde Jacobsschelpen aan houten palen. 
Dit schelpen-pad is het toegangspad naar en tot in Charly, waar onze etappe van vandaag eindigt.
Langs het pad staat een groot informatiepaneel over Charly.
We gaan nu vandaag niet verder op de doorgaande pelgrimsroute, maar gaan om 12:15 uur ter hoogte van de plaatselijke herberg (al een hele oude) het dorp in.
Afdalend naar het dorpscentrum komen we langs een huis met een muurschildering, waarop een tafereel is afgebeeld van de bouw van de kapel in het dorp.

In de pelgrimsherberg Chez Odette van Charly
Voordat we naar de kerk lopen, kijken we eerst nog even bij de pelgrimsherberg hier in het centrum naast de kerk.
Deze herberg is de hele dag geopend, opdat pelgrims binnen kunnen komen voor een overnachting. 
Wij gaan naar binnen, en vinden daar de stempel van deze refugio, die we afdrukken in onze pelgrimspaspoorten.
Dan maken we ook nog een kleine rondgang door de pelgrimsherberg, zowel beneden als boven.
Voordat we vertrekken, vult Durkje nog het gastenboek van de refugio in, waarin we zien dat hier eergisteren nog een pelgrim binnen was.
Aan de gevel van deze herberg hangt een informatiebord met in het kort iets over de eeuwenlange geschiedenis van het herbergen van pelgrims in dit bergdorpje.

De Jacobuskapel van Charly
En dan, tot slot, brengen we een bezoek aan de Jacobuskapel van Charly.
In de gevel van de kapel zit een nis, en in die nis staat een beeldje van Sint Jacobus.
Maar dat blijkt niet de enige Jacobus van deze kapel te zijn, want als we de kapel binnen gaan, valt direct al het grote kerkraam vóór ons op, met daarin de afbeeldingen van de apostelen Jacobus de Meerdere (met staf) links en Petrus (met sleutel) rechts.
Het is een mooie gelegenheid om een foto te maken van de heiligen Saint-Jacques en Saint-Pierre.
Links van het liturgisch centrum staan vier beeldjes, van Maria en de drie Wijzen uit het Oosten, van wie je een eenvoudig kerststalletje kunt maken.
Buiten gekomen, zien we een woonhuis met bij de deur van een bovenkamer een Jacobsschelp. Het mooie van deze Via Gebennensis is dat er volop plekken zijn waar je eraan wordt herinnerd dat je pelgrimeert op één van de vele pelgrimsroutes van Sint Jacob.
Tenslotte wandelen we vanaf het kerkplein naar de ruime parkeerplek van het dorp, waar onze auto staat. Op de kopgevel van één van de panden aan dit parkeerplein staat in een muurschildering de afbeelding van een werkende graniteur, ofwel granietwerker, waar dit dorpje Charly bekend om is.
Met de auto rijden we nu terug naar Neydens, waar we de fietsen afhalen, alvorens we terug rijden naar onze camping in Groisy.