Dinsdag 24 maart 2026
Watertechnologie-maand
Het Europees expertisecentrum voor duurzame watertechnologie Wetsus en de Leeuwarder Courant organiseren in deze maand maart 2026 – in de door hen zo genoemde ‘Watertech-maand’ - samen vijf lezingen, waarin wetenschappelijk onderzoek en praktische toepassingen van watertechnologie centraal staan.
Na het succes van de vorige lezingen-editie in 2024 zijn opnieuw actuele en uitdagende thema’s binnen de watertechnologie geselecteerd.
In deze vijf lezingen van 2026 staan vragen centraal als:
• Wat zijn de problemen en uitdagingen rond water?
• Wat doen technologen en bedrijven om deze aan te pakken?
• En wat kan ik zelf doen?
Deze vijf publiekslezingen vinden ’s avonds plaats in het gebouw van Wetsus in Leeuwarden.
• De eerste lezing op 3 maart 2026 ging over ‘Stikstof voor het oprapen’.
• De tweede lezing op 10 maart 2026 ging over: 'PFAS naar de bliksem'.
• De derde lezing op 17 maart 2026 ging over: 'De rijkdom van het riool'.
• Het thema van de vierde lezing op 24 maart 2026 is: 'AI in de boerensloot'.
Bijdrage van watertechnologie aan oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken
In deze lezingenserie gaan we de wereld van wetenschap en innovatie ontdekken.
De lezingen worden gegeven door onderzoekers van Wetsus.
Ondernemers die rond de besproken technologie bedrijven hebben gebouwd, vertellen vervolgens hoe dit in de praktijk uitpakt.
Onderzoekers van Wetsus en experts uit het bedrijfsleven nemen ons op die wijze mee in hun onderzoek en laten zien hoe watertechnologie bijdraagt aan oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken van vandaag en morgen.
In het voorgaande weekend laat de Leeuwarder Courant ons in haar krant kennismaken met het onderwerp en met de betrokkenen van de komende lezing, en tijdens de lezing wordt dan nader op het thema van de lezing-avond ingegaan.
Artificial Intelligence in de boerensloot
Vanavond wordt de vierde lezing verzorgd door Wetsus-onderzoeker Martijn Wagterveld, die ons vertelt over de wijze waarop meet-data en Artificial Intelligence (AI) kunnen worden gebruikt om ons oppervlaktewater real time te monitoren.
Sensortechnologie en AI groeien momenteel explosief. Door de waterkwaliteit met sensortechnologie continu te meten, en de daaruit verkregen data te matchen met AI, kun je die kunstmatige intelligentie inzetten om patronen te ontdekken. Om bronnen van vervuiling vast te stellen en misschien zelfs wel voorspellingen te genereren, moet je allerlei verschillende invloeden met elkaar verbinden. In het complexe proces van het combineren van veel verschillende metingen kun je AI heel goed inzetten.
Lezing van Martijn Wagterveld
- Bij Wetsus wordt samengewerkt met technologie-ontwikkelaars, met industrie-partners en met eindgebruikers (zoals Vitens-drinkwaterbedrijf en Omrin-afvalverwerker) en met onderzoeksinstellingen (van Wageningen, Enschede en Delft).
- Wagterveld en zijn collega's van aqua-earth ontwikkelen nieuwe sensoren, monitoren data, werken aan data-integratie, en ze doen aan procesbesturing en automatisatie.
- De waterkwaliteit in midden-Europa en daarmee ook in Nederland is niet aan de maat; heeft geen goede ecologische status, en ook geen goede chemische status.
- In Fryslân zijn er verspreid zo’n 24 meetpunten van het oppervlaktewater, waar de mate van waterverontreiniging wordt gemeten. Daarbij worden ook fysisch-chemische metingen verricht. De kosten daarvan zijn ongeveer 20.000 euro per meetpunt voor wat betreft verontreiniging en 10.000 euro voor fysisch-chemische metingen.
- In 2027 willen we in Fryslân dat alle meetpunten aan de Europese waternorm voldoet, en zover is dat nog beslist niet. Daartoe moet het water gelijktijdig aan alle verschillende normen voldoen. De slechtste score bepaalt de uiteindelijke kwaliteit van het water op die plek. De Europese Unie zal hoogstwaarschijnlijk geen uitstel geven, dus dat kan problemen geven voor Nederland in de vorm van boetes, dwangsommen en strengere regelgeving. We moeten dus vooral tijdig en goed handelen voor wat betreft het verbeteren van onze waterkwaliteit.
- Bij baggeren haalt men de bagger met daarin alle nutriënten uit de sloot, dus daarmee kun je al een aantal verontreinigende stoffen verwijderen, maar die vorm is erg duur.
- Je kunt ook voorkómen dat die schadelijke stoffen in de sloot komen, maar dat is ook lastig vanwege de daartoe te nemen regelgeving en verboden.
- 38% van de waterverontreiniging vindt plaats door agrarische activiteiten, voor industrie is dat vervuilingspercentage ongeveer 18%, en door natuurlijke veranderingen (zoals veranderende waterlopen) wordt 40% van de watervervuiling gecreëerd.
- De overheid heeft inmiddels een aantal aandachtsgebieden aangewezen, waar boeren veel minder mogen bemesten, met als gevolg dat die boeren een lager rendement halen. Tussen Leeuwarden, Drachten en Buitenpost is zo’n aandachtsgebied. Daarin liggen circa 35 meetpunten. Dat werkt heel grofmazig, waardoor boeren zomaar belast kunnen worden met maatregelen die op hun areaal eigenlijk niet van toepassing zou hoeven te zijn of is. Met betere, fijnmaziger metingen zou je dus grondiger en betrouwbaarder kunnen werken. Maar daartoe moet je veel meer data verzamelen, in vooral duizenden boerensloten. Juist die kleine wateren zijn heel belangrijk voor de kwaliteit van het water in zo’n aandachtsgebied.
- Daarnaast is er sprake van een heel complex proces, waarbij niet alleen het oppervlaktewater, maar ook het grondwater wordt belast. Maar de oorzaken van bijvoorbeeld grondwatervervuiling kunnen wel het resultaat zijn van heel veel voorafgaande jaren.
- Wetsus probeert nu real time de kwaliteit van het bodem- en oppervlaktewater te monitoren. Daarmee moet een instrument worden ontwikkeld om het water te meten, te monitoren, en tot voorspellingen te komen van wat boeren bijvoorbeeld zouden kunnen/moeten doen om tot een betere waterkwaliteit te komen. Dat kan met een win voor de boer èn tegelijk met een win voor de waterkwaliteit.
- aqua.earth is al begonnen met het indirect meten van de kwaliteit van het water in boerensloten. Dat doen ze met sensoren in het water èn in de bodem. Die sensoren meten met licht. Daarmee kun je niet alle verontreinigingen meten, en daarom combineren ze vervolgens hun metingen met modellen, waarbij AI wordt toegepast.
AI
- Ze willen bij aqua.earth complexe modellen bestuderen en beschrijven. Een AI-model is daartoe bij uitstek geschikt. Maar die geven maar weinig inzicht. Je moduleert dan wel, maar ziet niet wat er gebeurt. Je kunt daarnaast wel mechanistische modellen gebruiken met fysica, chemie en biologie, en je kunt - tussen beide vormen in - ook met hybride modellen werken. De optelsom van allerlei metingen moet uiteindelijk leiden tot een oordeel over de waterkwaliteit.
- Een data-gedreven model (AI) kan tussenliggende waarden niet aan elkaar verbinden, maar dat kun je wel met mechanistische modellen doen.
- Voor AI heb je heel veel data nodig, want daarmee kun je reconstrueren. Maar met weinig data kun je dat veel moeilijker bepalen (ofwel schatten). Met dure mechanistische modellen kan dat wel, maar dat kost dus veel geld, dus kostenbewust wil men daarom gaan werken met een hybride model; met het beste van beide dus.
- Daarom verzamelt men bij Wetsus en aqua.earth zoveel mogelijk data, om te kunnen bepalen wat je met alle meetresultaten het beste kunt gaan doen, bijvoorbeeld het zo goed mogelijk adviseren van boeren.
- En dit doet men ook al in grote steden in het buitenland, waar dan op dezelfde wijze ook de kwaliteit van het water wordt gemeten.
Lezing van Mateo Mayer
Tweede spreker is Mateo Mayer van het bedrijf aqua.earth.
- Bij het meten van de bodem meten ze bij aqua.earth het vocht in de bodem. Daarnaast meten ze de kwaliteit van het oppervlaktewater.
- Vooral de grote watermassa’s worden laagfrequent gemeten, waardoor daar doorgaans maar weinig van bekend is.
- Inmiddels is aqua.earth met het meten begonnen in boerensloten en in woonwijken.
- In woonwijken voldeed zo'n 80% van het oppervlaktewater niet aan de geldende kwaliteitsnorn.
- Ook bij een zwemstrand in Almere is een meting gedaan met sensoren, bijvoorbeeld een meting op blauwalg. Het resultaat was dat er volgens de normen in dat zwemwater niet gezwommen mocht worden. Bovendien spoorden de sensormetingen met de metingen van de watermonsters die daar ook gemeten werden.
- Als je dit in woonwijken en in groter water kunt doen met goede resultaten, dan kun je dit ook gaan doen in heel veel boerensloten. Dan kun je per sloot heel goed bepalen wat de kwaliteit is van de ene sloot ten opzichte van die van de omliggende sloten.
- Meten wordt daar gedaan met sensoren in het slootwater, en ook met pennen met sensoren in de bodem. Zo meet men weliswaar niet precies wat ze willen meten, maar door het meten wil men wel proberen te leren te begrijpen hoe het werkelijk is gesteld met de kwaliteit van het water. Bij heel veel metingen tegelijk kun je dan bepalen waar de slechte waterkwaliteit vandaan komt. Dat is wat voor boeren heel belangrijk is, want daarop kun je sturen.
- Ook voor natuurorganisaties is dat van belang te meten en te weten. Idem voor industriële bedrijven, die kunnen aantonen of/dat ze aan de normen voldoen. En zelfs de burgers zouden zo metingen kunnen verrichten waar ze dat willen doen.
- Men meet dus niet direct het watermonster, maar meet indirect door gebruik te maken van deze sensoren in water en bodem.
- Alle data moet je opslaan op een plek die voor het publiek objectief controleerbaar is. Dan heeft het juridische bewijskracht, dus dat passen ze bij aqua.earth overal toe, en dat werkt goed. De gegevens zijn controleerbaar, niet uit te wissen en niet te veranderen. Dat is belangrijk voor iedereen, om te zien wat er gebeurt en wat de resultaten zijn van gedrag.
- Ook boeren zijn hier erg in geïnteresseerd, dus er zijn op verschillende plekken al sensoren geweest. De sensoren moeten overigens nog robuuster worden gemaakt, en met EU-subsidie heeft men nu een nieuwe test doorlopen met verbeterde sensoren.
- Aqua.earth is lid geworden van Wetsus om haar methode gevalideerd te krijgen. Wetsus kan de sensor-metingen vergelijken met de metingen van watermonsters, en als dat overeenkomt, heeft men overtuigend bewijs dat de sensortechnologie valide is.
- Overheden, kennisinstellingen en bedrijven werken samen in dit sensortechnologietraject, en men hoopt allen dat dit tot een doorbraak kan/zal leiden.
- In Denemarken publiceert men nu al day-to-day de resultaten van de metingen van de waterkwaliteit, dus dan kun je als maatschappij heel snel reageren en verbeteren waar dat nodig is.
- Geconstateerd is nog dat storm, regenbuien en nachtelijk duister nog invloed hebben op de (verschillen in) meetresultaten, terwijl op dat moment de waterkwaliteit natuurlijk niet anders is geworden.
- Bij 100 verschillende watermonsters laat men de computer steeds maar de kwaliteit van het water meten. Het samenstel van al die metingen onder allerlei verschillende omstandigheden moet er uiteindelijk toe kunnen leiden dat de waterkwaliteit betrouwbaar wordt geanalysereerd. Dat kost zoveel tijd, dat je dat als mens niet kunt doen, dus daar wordt AI op losgelaten, want die kan met een enorme rekenkracht met snelle computers met goede grafische kaarten tot snelle en betrouwbare resultaten komen.
- De onderzoekspraktijk heeft inmiddels aangetoond dat deze technologie goed werkt, aangezien de resultaten ook overeenkomen met de metingen van de watermonsters ter plekke. Momenteel worden alle technieken nog gevalideerd voor verschillende soorten water. Het ziet er naar uit dat dit goed werkt. Hier is inmiddels octrooi op aangevraagd.
- De meetmethode werkt en is valide, maar de methode is nu nog niet erkend omdat indirect wordt gemeten. Daarom kan men in principe niet opschalen. Via Wetsus is men in contact gekomen met een ander bedrijf, waar bleek dat deze technologie ook voor andere metingen kan worden gebruikt, bijvoorbeeld bij het meten van lachgas en bij toepassing in waterzuiveringen en waterschappen.
- Vooral bij het lozen van water vanuit waterzuiveringen op het oppervlaktewater kan deze sensortechnologie worden toegepast. Daarmee kan men goede adviezen geven aan rioolwaterzuiveringsinstallaties.
- Ondertussen gaat het hoofdproces van het sensormeten door, deels bekostigd door haar andere activiteiten op bijvoorbeeld rioolwaterzuiveringsvlak.
- aqua.earth wil zich tot nader order nog wel bescheiden blijven opstellen, om de tijd te nemen voor bewijsvoering van het feit dat de indirecte metingen van aqua.earth even betrouwbaar zijn als de al wel gecertificeerde metingen en analyses van watermonsters. Zodra deze sensortechnologie gecertificeerd is, kan het breder - voor allerlei andere doeleinden - worden toegepast.
