woensdag 19 augustus 2026

Pelgrimeren van Auberives-sir-Varèze naar Le Buisson

Pelgrimsroute van Genève (Z) via Le Puy-en-Velay (F) naar Santiago de Compostela (S)
Via Gebennensis van Genève naar Le Puy-en-Velay
Pelgrimeren van Auberives-sir-Varèze naar Le Buisson
Dinsdag 4 augustus 2026 – 18,3 km lopen & 19,3 km fietsen
Dag 14: 229,5 – 247,8 km
 
Bij de Chapelle du Calvaire van Chavanay

Via Gebennensis
Tijdens onze eerste pelgrimage van Durkje en mij wandelden we van 2005 tot en met 2012 van het Friese Sint-Jacobiparochie (NL) via het Franse Vézelay over de klassieke Franse pelgrimsroute van de Via Lemovicensis naar het Spaanse bedevaartsoord Santiago de Compostela.
Tijdens onze tweede pelgrimage van Durkje en mij wandelden we van 2011 tot en met 2015 vanuit het Franse Le Puy-en-Velay over de klassieke Franse pelgrimsroute van de Via Podiensis wederom naar het Spaanse bedevaartsoord Santiago de Compostela.
Vorig jaar (in 2025) liepen we de verbindingsroute voor pelgrims van de Via Lemovicensis naar de Via Podiensis, namelijk van Vézelay zuidwaarts naar Le Puy-en-Velay. 
Dit jaar (in 2026) lopen we de ruim 350 kilometer lange pelgrimsroute ‘Via Gebennensis’, van het Zwitserse Genève naar het Franse Le Puy-en-Velay. 
Dit is met name voor Duitsers, Oostenrijkers en Zwitsers een aanlooproute naar Le Puy-en-Velay, waar ze dan doorstarten op de klassieke Franse pelgrimsroute van de Via Podiensis.
Bij het pelgrimeren op de Via Gebennensis maken we gebruik van drie pelgrimsgidsen, namelijk de Duitstalige van Renate Flori (in 18 etappes, versie 2023, Rother), de Duitstalige van Hartmut Engel (50 tracé’s, versie 2025, Conrad Stein Verlag) en de Frans-Duitstalige van Henri Jarnier (15 etappes, versie 2024, Association Rhône-Alpes des Amis de Saint-Jacques)). 
Wij zijn van plan deze verbindende aanloop-pelgrimsroute in 20 etappes te lopen.

Eerst van Le Buisson/Maclas naar Auberives-sur-Varèze
Vandaag wandelen we van de Via Gebennensis de 14e etappe, van Auberives-sur-Varèze naar Le Buisson, over een etappe-afstand van 18,3 kilometer.
De wekker wekt ons om 5:30 uur in onze caravan op Natural Area Camping Les Cerisiers in Maclas vlakbij Le Buisson, onze uitvalsbasis voor deze vierde serie van vier wandeldagen. 
Na het ontbijt verlaten we de camping in het ochtendgloren om 6:35 uur, en rijden we op de fiets vanaf Natural Area Camping Les Cerisiers bij Maclas naar Auberives-sur-Varèze, waar we de fietsen stallen bij de SuperU-supermarkt, want hier begint vandaag onze etappe.
Het is vanmorgen ongeveer 19 graden Celsius als we vertrekken. Het is aanvankelijk licht bewolkt, en  reeds vroeg in de ochtend breekt de zon door. De temperatuur stijgt tijdens deze etappe vandaag naar 34 graden Celsius. Naarmate de etappe vordert, voelen we steeds vaker een zachte, warme wind, dus al met al is het mooi – maar wel weer tamelijk warm - wandelweer tijdens deze etappe. Het is dus ook vandaag weer een tropische dag.

Auberives-sur-Varèze
Nadat we in Auberives-sur-Varèze de fietsen op slot hebben gezet bij de supermarkt, en de rugzakken vertrekklaar hebben gemaakt, gaan we al om 7:35 uur van start met onze volgende etappe. 
Langs de N7 – die de plaats doorsnijdt – wandelen we via de plek waar we gisteren onze etappe beëindigden naar de rand van de bebouwde kom.
Voorbij Auberives-sur-Varèze komen we langs een kale helling, waarin je in het bodemprofiel mooi kunt zien hoeveel keien en stenen er door de gletsjers in de IJstijd terzijde zijn gedrukt tot heuvels.

Clonas-sur-Varèze
Na een half uur wandelen we in een buitenwijk de plaats Clonas-sur-Varèze al binnen.
We hebben dan nog wel een behoorlijke afdaling te gaan, waarbij we het zicht krijgen op de kerk en haar omliggende gebouwen.
Als we even van de doorgaande route af gaan om het centrum van de plaats te bekijken, lopen we tussen de nieuwbouw rechts van ons, en een café-terras links van ons door.
In het centrum wordt het stadspleintje grondig heringericht, waar op dit moment vier stratenmakers druk mee in de weer zijn.
Op het café-terras zitten al enkele mensen aan een ochtenddrankje, en wij gaan erbij zitten, en bestellen koffie.
Na deze koffiepauze lopen we langs het nieuwe plein naar de Mairie, waar we de medewerkster binnen vragen om een gemeentestempel, maar dat zit er niet in.
Dan maar naar buiten om de kerk er tegenover te bezichtigen, maar ook die vlieger gaan niet op, want de kerkdeur is afgesloten.
Onverrichterzake lopen we langs het café-terras het centrum uit, om Clonas-sur-Varèze achter ons te laten.

De brede Rhône over
Om 8:45 uur hebben we van bovenaf goed zicht op de kerncentrale, die aan de oever van de Rhône staat.
Via nogal wat omweggetjes worden we naar de Rhône-brug geleid. Daarbij moeten we ten zuiden van Saint-Alban-du-Rhône bij een heel steil talud op klimmen, om dan bovenaan over een vangrail te klimmen.
Na deze uitdagende klim en overstap lopen we langs de drukke verkeersweg in de richting van de Rhône, en dan zie je ook waarom wij deze halsbrekende toer uit moesten halen; we moeten namelijk een dubbelspoor oversteken.
Bij één van de huizen aan de rand van Saint-Alban-sur-Rhône lopen we onder een walnotenboom door, waarbij je heel goed de groeistadia van de walnoot, van gladde groene vrucht naar verschrompelde vrucht kunt zien. 
Om 9:35 uur staan we aan het begin van de lange en hoge rivierbrug over de Rhône.
Omdat we hier achter de vangrail liepen, klimmen we daar nu over heen, om op het smalle voetpad van de rivierbrug de hele brede Rhône over te steken.  

Alternatieve route door Chavanay zoeken
Aan de overzijde van de Rhône lopen we direct de bebouwde kom binnen van Chavanay.
Direct bij de oversteek via de brug over de beek Valenzice doet de eerste onregelmatigheid zich al voor. Voor overstekende voetgangers is er bij deze brug - die voor de ene helft is afgesloten - geen instructie gegeven hoe over te steken. Daarom steken we eerst de weg over, en gaan dan over het afgesloten deel van de brug naar de overzijde.
Daar ontdekken we dat de doorgaande pelgrimsroute is afgesloten. Even op de kaarten kijken van boek en telefoon, en dan hebben we al snel een alternatieve route gevonden om de plaats in te gaan. 
Op een zijgevel van een gebouw staat een prachtige muur-schildering, met ook aandacht voor het wandelend pelgrimeren.
Bij de Mairie gaan we naar binnen, en daar krijgen we vlot een gemeentestempel in onze pelgrimspaspoorten.
Dan lopen we verder op de reguliere route, maar ook hierop, bij het opnieuw oversteken van dezelfde beek is geen alternatief gegeven.
In het park naast de route gaan we zitten voor onze koffiepauze, en dan vinden we met de route op Organic Maps wel een prima alternatief.
We kunnen namelijk iets verderop via een noodbrug de Valenzice oversteken, dus dat doen we.
De beek ligt overigens grotendeel droog.
 
Klimmen naar de Chapelle du Calvaire
Buiten Chavanay zetten we een fikse klim in, waarbij we al snel een vergezicht krijgen over de Rhône in de riviervallei achter ons.
We gaan door met de klim over de hellingpaden van de beboste heuvel.
Ook waar we de Chapelle du Calvaire bereiken, hebben we weer een schitterend uitzicht over de Rhône-vallei.
We gaan de kapel binnen en verwonderen ons over de vele Jacobalia die hier in deze hooggebouwde kapel aanwezig zijn.
Binnen staat een kast met onder andere enkele kleine Jacobalia.
Bij de ingang en verderop staan drie beelden, waarvan twee van een pelgrim en de andere van de heilige Jacobus.
Aan de muur hangt een oud handschrift, en op de muur is een fresco geschilderd van verschillende pelgrims.
Op de andere zijde staat een fresco van een processie, en we zien ook nog een kleurrijk kerkraam van – als je goed kijkt - een pelgrim.
Als we alles hebben gezien, maak ik nog even een ommetje om de kapel. 
Zolang we hier verblijven, zit en loopt er ook een groep Franse jongeren, afkomstig uit Nice, die in de regio op vakantie zijn. 
Eén van de jongedames vraagt of ze met onze camera ook even foto’s moet maken van ons samen, hetgeen we haar graag laten doen.
Daarna maken we nog een praatje met deze oudere jongeren. Eén ervan heeft een kindje bij zich, die ze ter plekke nog borstvoeding geeft. 

Door wijngaarden en bos
We gaan verder met onze klim voorbij de kapel, en komen verderop in de wijngaarden van de Rhône-wijnen.
Vlak voordat we het pad tussen de wijngaarden verlaten, om een asfaltweg op te gaan, zie ik onder een wegwijzer nog een hele oude Jacobsschelp op een beton-wegwijzer van de pelgrimsroute, bijna aan het zicht onttrokken door de begroeiing er omheen.
Dan naderen we het dorpje La Ribaudy.
We doorkruisen La Ribaudy overigens ook.
En ook als we La Ribaudy verlaten hebben, volgen we een prachtige route over hellingpaden tussen de wijngaarden door.
Vanuit een wijngaard gaat we een bosgebied in. Daar maken we de afdaling naar een beekje, om daar via een bruggetje het beekje over te steken.
Dan gaan het weer omhoog, het beekdal uit, maar even later gaat het wederom naar beneden, omdat we nog eens weer een nagenoeg droogstaand beekje moeten oversteken via stapstenen.
En ook daarna gaat het weer omhoog, het beekdal uit.

Hete tocht naar Bessey
Het zijn niet alleen maar wijngaarden waar we doorheen lopen, want dit gebied is in grote omtrek ook ingevuld met boomgaarden met heel veel appels, en ook al behoorlijk rijpe peren.
Her en der vind je nog oude schuilhutjes, van steen gebouwd, vaak aan de randen van wijngaarden.
Als we bij het plaatsje Morzelas langs lopen, zien we op een bordje vermeld staan dat we hier op een hoogte van 295 meter lopen.
We gaan nu een mooi smal veldpad op in de richting van Bessey. 
Zo langzamer schijnt de zon genadeloos, en is de temperatuur behoorlijk opgelopen. Vooral daar waar we geen zuchtje wind voelen, is het behoorlijk warm tot heet.
Om 12:25 uur krijgen we voor het eerst het dorpje Bessey in zicht. De kerk is al duidelijk te zien.
Nog eens weer komen we langs een schuilhut op de scheiding van wijngaard en veldpad.
We kunnen overigens niet over vlak terrein naar Bessey lopen, want we moeten eerst nog een afdaling afwikkelen, omdat we het veel dieper gelegen beekje van de Moulina moeten oversteken.
Dan gaat het weer omhoog, dat beekdal uit, en naderen we Bessey. Vanaf enige hoogte zien we ver vóór ons een man lopen op het veldpad richting Bessey, die op kleine afstand gevolgd wordt door een bepakt paard. Wellicht ook een pelgrim?
Even later lopen wij ook over dat veldpad naar Bessey.
Ter hoogte van het wrak van een oude tractor lopen we de bebouwing van Bessey binnen.

Vier pelgrims en een wandelaar in de abri van Bessey
In het dorpscentrum aangekomen, valt ons direct de muurschildering op van een huis naast de dorpskerk.
We lopen naar de Eglise Saint-Jean Baptiste, en maken een rondje door deze dorpskerk.
Bij de kerkdeur hangt een tekening, met daarop de tekst dat we binnen in de kerk een kerkstempel zullen aantreffen voor onze pelgrimspaspoorten. Daar maken wij ook gebruik van. 
Heel mooi van deze kerk is dat er een kerkraam is met daarin de afbeelding van de heilige Jacobus, de beschermheer van de pelgrims van Santiago de Compostela.
Ook zomaar een zijkapel van de kerk is door de lichtinval van dit uur heel mooi.
En zoals in veel kerken, ook hier een afbeelding van het geboorteverhaal van Jezus, in een kerkraam met Jozef, Jezus en Maria.
Toen we deze Johannes de Doper-kerk in gingen, stond de wandelaar met het paard al verderop in het dorp. Als we de kerk uit komen, loopt hij ons net voorbij. 
Ik roep hem om even een praatje met hem te maken. Hij stopt, en vraagt me zorgelijk of ik hopelijk weet waar hij water kan vinden in dit dorpje, want verderop heeft hij geen water aangetroffen. Zijn paard moet nodig drinken, aldus de wandelaar. Durkje raakt gelijktijdig bij de kerkdeur in gesprek met de andere Franse wandelaar die de wandelaar met het paard vergezelt. Samen pelgrimeren ook zij – net als wij - naar Le Puy-en-Velay.
Ik zie een jonge vrouw uit een huis komen, en wijs de paard-begeleider op haar verschijnen, met de melding dat ik al buiten Bessey een aankondiging had gezien dat hier in Bessey een abri voor pelgrims zou zijn met een watertappunt. Voordat de vrouw aangesproken kan worden met de vraag waar we die kunnen vinden, rijdt ze al weg, en komt een jongen op een scooter aangereden. Ik wijs hem op de man die een vraag heeft over water in het dorp, en dan zegt de jongen dat hij de man en zijn paard zal begeleiden naar het watertappunt bij de rustplek voor pelgrims. 
Durkje en ik en de andere Fransman volgen hem, en als we bij de pelgrims-abri arriveren, zit daar ook een andere wandelaar, Pauline, een jonge Franse vrouw, die een wandeltocht maakt over aan elkaar verbonden langeafstandspaden, in Frankrijk de GR’s genoemd.
Het paard krijgt snel water uit de emmer die de man bij zich heeft, en dat paard doet zich direct tegoed aan het verse, koele water. Wij ook overigens, en daarna wordt het paard verderop in de schaduw aan een boom gebonden, en zitten wij met zijn vijven gezellig bijeen voor onze lunchpauze.
Opvallend is trouwens dat hier in het wegdek in Bessey enkele gestileerde Jacobsschelpen zijn aangebracht als wegwijzer.

Via Goëly naar de camping bij Le Buisson, tussen Goëlly en Maclas
Na deze pauze hoeven wij niet zover meer, maar het is wel heel erg warm geworden ondertussen. 
Om 13:30 uur arriveren we in het buurtschap Le Mas de Goëly.
Enkele minuten later lopen we het dorpje Goëly binnen, dat we doorkruisen.
We lopen door over veldpaden in de richting van Le Buisson. Waar een tekstbord ons wijst op onze camping, vervolgen we de route richting Le Buisson linksaf op een ander veldpad.
En als we dan een eind verderop de richtingwijzer naar onze camping bereiken, lopen we nu niet – maar morgen wel - door naar Le Buisson, maar gaan we de camping te midden van de kersenboomgaard op, waar we afdalen naar onze caravan, waar we om 13:50 uur al arriveren.
Na direct even iets kouds uit de koelkast gedronken te hebben, stappen we in de auto, en rijden we van de camping van Maclas naar Auberives-sur-Varèze terug, waar we bij de bakker brood kopen voor morgen, en dan onze fietsen laden op het fietsenrek van de auto.
Daarna rijden we terug naar de camping. De temperatuurmeter geeft dan 37 graden Celsius aan.

Pelgrimeren van Bellegarde-Poussieu naar Auberives-sur-Varèze

Pelgrimsroute van Genève (Z) via Le Puy-en-Velay (F) naar Santiago de Compostela (S)
Via Gebennensis van Genève naar Le Puy-en-Velay
Pelgrimeren van Bellegarde-Poussieu naar Auberives-sur-Varèze
Maandag 3 augustus 2026 – 16,0 km lopen & 15,0 km fietsen
Dag 13: 213,5 – 229,5 km
 
In de kloosterkerk van het Karmelklooster Notre-Dame de Surieu
























Via Gebennensis
Tijdens onze eerste pelgrimage van Durkje en mij wandelden we van 2005 tot en met 2012 van het Friese Sint-Jacobiparochie (NL) via het Franse Vézelay over de klassieke Franse pelgrimsroute van de Via Lemovicensis naar het Spaanse bedevaartsoord Santiago de Compostela.
Tijdens onze tweede pelgrimage van Durkje en mij wandelden we van 2011 tot en met 2015 vanuit het Franse Le Puy-en-Velay over de klassieke Franse pelgrimsroute van de Via Podiensis wederom naar het Spaanse bedevaartsoord Santiago de Compostela.
Vorig jaar (in 2025) liepen we de verbindingsroute voor pelgrims van de Via Lemovicensis naar de Via Podiensis, namelijk van Vézelay zuidwaarts naar Le Puy-en-Velay. 
Dit jaar (in 2026) lopen we de ruim 350 kilometer lange pelgrimsroute ‘Via Gebennensis’, van het Zwitserse Genève naar het Franse Le Puy-en-Velay. 
Dit is met name voor Duitsers, Oostenrijkers en Zwitsers een aanlooproute naar Le Puy-en-Velay, waar ze dan doorstarten op de klassieke Franse pelgrimsroute van de Via Podiensis.
Bij het pelgrimeren op de Via Gebennensis maken we gebruik van drie pelgrimsgidsen, namelijk de Duitstalige van Renate Flori (in 18 etappes, versie 2023, Rother), de Duitstalige van Hartmut Engel (50 tracé’s, versie 2025, Conrad Stein Verlag) en de Frans-Duitstalige van Henri Jarnier (15 etappes, versie 2024, Association Rhône-Alpes des Amis de Saint-Jacques)). 
Wij zijn van plan deze verbindende aanloop-pelgrimsroute in 20 etappes te lopen.

Eerst van Auberives-sur-Varèze naar Bellegarde-Poussieu
Vandaag wandelen we van de Via Gebennensis de 13e etappe, van Bellegarde-Poussieu naar Auberives-sur-Varèze, over een etappe-afstand van 16,0 kilometer.
De wekker wekt ons om 5:30 uur in onze caravan op Natural Area Camping Les Cerisiers in Maclas vlakbij Le Buisson, onze uitvalsbasis voor deze vierde serie van vier wandeldagen.
Na het ontbijt verlaten we de camping om 6:40 uur, en rijden we met de auto – met beide fietsen achterop het fietsenrek - vanaf Natural Area Camping Les Cerisiers bij Maclas naar Auberives-sur-Varèze, waar we de auto stallen bij de SuperU-supermarkt.
Vervolgens fietsen we van Auberives-sur-Varèze naar Bellegarde-Poussieu, want hier begint vandaag onze etappe.
Het is vanmorgen nota bene al 23 graden Celsius als we vertrekken. Het is aanvankelijk bewolkt, maar reeds in de ochtend breekt de zon door. De temperatuur stijgt tijdens deze etappe vandaag naar 37 graden Celsius. Regelmatig voelen we een zachte, warme wind, dus al met al is het mooi – maar wel heet - wandelweer tijdens deze etappe. Het is dus nog eens weer een tropische dag.

Koeler en frisser door het bos
Nadat we in Bellegarde-Poussieu de fietsen op slot hebben gezet bij de begraafplaats, en de rugzakken vertrekklaar hebben gemaakt, gaan we om 8:15 uur van start met onze volgende etappe. 
Bij de start ontmoeten we een vrouw met twee kinderen, een jongen en een meisje, die vanaf hier ook aan de wandel gaan. De jongen heeft een smartphone in de hand, en gebruikt die bij het navigeren. We halen hen in en vervolgen onze route in het verlengde van waar we eergisteren stopten.
De atmosfeer is benauwd en de aanvangstemperatuur al behoorlijk hoog. Als we een bospad op gaan, merk je dat de temperatuur daar iets  lager is, en het voelt ook wat frisser dan erbuiten.
In het bos komen we op een hoog punt langs een waterreservoir, ten behoeve van de drinkwatervoorziening van deze buurt.
Een omgevallen boom ligt in delen over en langs het pad, maar we kunnen gemakkelijk onder de grote takken doorlopen die over het bospad liggen.

Karmelklooster Notre-Dame de Surieu
Om 9:20 uur arriveren we bij het nog steeds in gebruik zijnde Karmelklooster Notre-Dame de Surieu.
Eerst komen we langs een verdiept aangelegd amphitheater, waar de doorgaande pelgrimsroute linksaf buigt.
Dat afslaan doen we nog niet, want we willen eerst een bezoek brengen aan dit klooster. Als we derhalve rechtdoor lopen, komen we eerst langs een burchttoren, die rechts van het pad staat. Een bordje ‘Privé’ erbij maakt duidelijk dat we er niet naar toe mogen lopen.
Dan volgt links een burchtwooncomplex, waar ook op wordt vermeld dat het hier gaat om een privé-woongebouw, dus ook hier mogen en kunnen we niet het terrein op. 
Dan staan we voorbij een kleine parkeerplaats vóór de 12e eeuwse kloosterkerk.
We gaan er naar binnen. Een vrouw verlaat op dat moment de kerk, en een andere vrouw zit in stil gebed achter in de kerk. 
We mogen het koorlicht zelf ontsteken, en dan maken we een rondgang door deze eeuwenoude kloosterkerk.
In het koor hangt een beeldje van de gekruisigde Jezus, en tegen de achterwand van het koor staat een beeldje van Maria met Jezus;
Als we weer buiten staan, ontmoeten we een non van dit Karmelklooster, aan wie we vragen of we een kloosterstempel van dit klooster kunnen krijgen in onze pelgrimspaspoorten. De zuster haalt de stempel, en in het bureau van het kloostergebouw krijgen we dan een stempel van dit Karmelklooster in onze pelgrimpaspoorten. Daarna nemen we afscheid van de zuster, en verlaten we het kloosterterrein.

Afdalen naar Saint-Romain-de-Surieu
Dan zetten we een schilderachtig mooie afdaling in over mooie smalle hellingpaden, het diepe beekdal in.
Het beekje steken we over via een rond boogbruggetje.
Dan komen we langs een in de rots gebouwd vertrek dat een graf in de rots zou kunnen voorstellen. Maar misschien zit er ook wel een bron in dat donkere rotsbouwwerk.
Erbij treffen we een stempelkopie van deze locatie aan voor onze pelgrimspaspoorten, en in hetzelfde bakje treffen we ook een gastenboek aan.
Bijzonder voor ons als pelgrims is, dat er boven een Jacobsschelp aan de muur een nis is gemaakt, waarin een beeldje van de heilige Jacobus staat.
Na een mooie afdaling over een hellingpad gaat het over asfalt verder naar de veel lager liggende plaats Saint-Romain-de-Surieu.
De route loopt echter niet door de bebouwde kom, want al snel nadat we de doorgaande weg  hebben bereikt, verlaten we Saint-Romain-de-Surieu al.

Klim naar de Eglise de Saint-Romain 
Wel gaan we in een steile klim over asfalt tussen enkele huizen door nog langs de Eglise de Saint-Romain. Op de kaart hadden we gezien dat er bij deze 11e/12e eeuwse kerk een picknickplaats is.
Maar daar aangekomen worden we teleurgesteld want er is op de hele grote open ruimte vóór de kerk geen enkele zitplaats, en al helemaal niet in de schaduw. Voor de zekerheid maken we nog een rondje om de kerk, maar ook daar treffen we helaas geen zitplaats aan.

Peperkaasje kopen op de zuivelboerderij 
We komen verderop langs de kaasboerderij waar men de zelf geproduceerde kazen ook verkoopt. We gaan het winkeltje van de kaasboerderij in, en kopen daar een lekker peperkaasje van deze zuivelboerderij Ferme de la Limone.
Vervolgens trekken we verder omhoog, en dan vinden we bij het laatste huis van deze straat op een kruispunt van wegen een hoge betonnen put waarop we enigszins in de schaduw en iets in de wind kunnen gaan zitten. Hier houden we onze eerste broodjespauze. We hebben vandaag geen koffie bij ons, dus we pauzeren met brood en melk; ook een prima combinatie. 
De man die achter ons bezig is met hout zagen, komt even later langs met zijn tractor, met er achterop een partij brandhout. Hij vraagt of we de pelgrimsroute naar Santiago de Compostela lopen, en dat wordt het begin van een gesprek met de belangstellende man over ons pelgrimeren.
Daarna gaan we het bos weer in, waar we op zeker moment moeten afdalen naar een bosbeekje. Dat beekje staat bijna droog, dus we kunnen met droge voeten het bosbeekje oversteken, en dan gaat het weer omhoog, het beekdal uit.
Als we na weer een hete klim in het bos – geplaagd door dikke vliegen – op veel hoger niveau het bos uit komen, zien we vanaf de bosrand in de verte in het dal alvast de plaats Assieu liggen.

IJskoude cola in Assieu
Nu volgt de afdaling naar Assieu.
We weten dat de pelgrimsroute niet door het centrum van Assieu gaat, maar langs de rand van het dorp. Daar begint trouwens de straat met de ons prima passende straatnaam ‘Rue de Saint Jacques de Compostelle’.
Aan het begin van deze straat staat trouwens ook een mooi beeldje van de heilige Jacobus, ofwel Saint-Jacques.
We gaan deze ringweg-straat wel in, maar lopen die niet geheel uit, want we willen in het centrum van Assieu op zoek naar een horecagelegenheid voor een korte koele pauze.
In het centrum aangekomen, zien we de Mairie, waar we dan eerst maar een gemeentestempel halen voor onze pelgrimspaspoorten. Dat gaat vlot in een wel heel goed ge-aircoold gemeentehuis.
De ambtenares vertelt op mijn vraag, dat verderop in het dorp een bar en een restaurant geopend zijn, en dat we daar dus wel terecht kunnen voor onze pauze.
Daarom lopen we vanuit het gemeentehuis langs de gesloten Saint-Pierre-au-Liens-kerk naar de bar op het volgende kruispunt. Daar zitten al enkele mannen op het terras met een drankje, en ook wij settelen ons daar heerlijk in de schaduw met een fris windje op dat terras. IJskoude cola is snel besteld en geleverd, dus binnen de kortste keren laven wij ons beiden aan een flesje ijskoude frisdrank. 
Daarna nog één en dan hebben we zoveel verkoeling en boost verkregen, dat we vol goede moed en energie voort kunnen met de laatste – ongeveer - vijf kilometers van deze hete etappe.

De Rhône-vallei in
Als we weer terug zijn op de ‘Rue de Saint-Jacques-de-Compostelle’, lopen we op die straat het dorp uit, en gaat de verharde weg in het veld over in een halfverhard karrenspoor.
Durkje gaat haar paraplu nu weer gebruiken als schaduwscherm, en zo laten we in het hete open veld de plaats Assieu al snel achter ons. 
En vóór ons zien we over de vlakte van de vallei heel ver in de verte al de bergen die oprijzen aan de overzijde van de Rhône, waar we morgen naar toe lopen.
Ondertussen begint het overigens een beetje harder te waaien, hetgeen ons buitengewoon welkom is. Met dat lichte maar warme briesje gaan we iets frisser voorwaarts, totdat we langs de A7 lopen, en die iets verderop via een viaduct oversteken.
Aan de andere zijde van de A7 lopen we langs uitgestrekte boomgaarden, die hier in de regio heel veel zijn. Grote aantallen appels hangen al aan de bomen in de boomgaarden, maar die appels hebben nog wel de nodige groei-tijd nodig.

Tot slot 38 graden Celsius
Nog geen tien minuten na de oversteek over de A7 lopen we de bebouwde kom van Auberives-sur-Varèze binnen.
Dan hoeven we nog maar een eindje door een woonwijk en langs de N7 te lopen, totdat we arriveren op de plek waar we vanmorgen onze auto bij de supermarkt hebben geparkeerd. We kopen nog enkele boodschappen bij deze Super-U, en dan rijden we met de auto terug naar onze fietsen in Bellegarde-Poussieu. Daar om 13:30 uur aangekomen, bij overigens inmiddels een temperatuur van 37 graden Celsius, laden we de fietsen op het fietsenrek, en voordat we vertrekken, picknicken we nog even met het laatste brood, in de schaduw van een hele grote kastanje, bij de auto. Daarna rijden we terug naar onze camping in Maclas. Als we naar de camping rijden, zien we op het dashboard van de auto dat de buitentemperatuur al is opgelopen naar 38 graden Celsius. Deze dag mag dus met recht een hete wandeldag worden genoemd.

Pelgrimeren van Pommier de Beaurepaire naar Bellegarde-Poussieu

Pelgrimsroute van Genève (Z) via Le Puy-en-Velay (F) naar Santiago de Compostela (S)
Via Gebennensis van Genève naar Le Puy-en-Velay
Pelgrimeren van Pommier de Beaurepaire naar Bellegarde-Poussieu
Zaterdag 1 augustus 2026 – 20,5 km lopen & 15,3 km fietsen
Dag 12: 193,0 – 213,5 km
 
Over de holle weg van het hellingbos naar Bellegarde

Via Gebennensis
Tijdens onze eerste pelgrimage van Durkje en mij wandelden we van 2005 tot en met 2012 van het Friese Sint-Jacobiparochie (NL) via het Franse Vézelay over de klassieke Franse pelgrimsroute van de Via Lemovicensis naar het Spaanse bedevaartsoord Santiago de Compostela.
Tijdens onze tweede pelgrimage van Durkje en mij wandelden we van 2011 tot en met 2015 vanuit het Franse Le Puy-en-Velay over de klassieke Franse pelgrimsroute van de Via Podiensis wederom naar het Spaanse bedevaartsoord Santiago de Compostela.
Vorig jaar (in 2025) liepen we de verbindingsroute voor pelgrims van de Via Lemovicensis naar de Via Podiensis, namelijk van Vézelay zuidwaarts naar Le Puy-en-Velay. 
Dit jaar (in 2026) lopen we de ruim 350 kilometer lange pelgrimsroute ‘Via Gebennensis’, van het Zwitserse Genève naar het Franse Le Puy-en-Velay. 
Dit is met name voor Duitsers, Oostenrijkers en Zwitsers een aanlooproute naar Le Puy-en-Velay, waar ze dan doorstarten op de klassieke Franse pelgrimsroute van de Via Podiensis.
Bij het pelgrimeren op de Via Gebennensis maken we gebruik van drie pelgrimsgidsen, namelijk de Duitstalige van Renate Flori (in 18 etappes, versie 2023, Rother), de Duitstalige van Hartmut Engel (50 tracé’s, versie 2025, Conrad Stein Verlag) en de Frans-Duitstalige van Henri Jarnier (15 etappes, versie 2024, Association Rhône-Alpes des Amis de Saint-Jacques)). 
Wij zijn van plan deze verbindende aanloop-pelgrimsroute in 20 etappes te lopen.

Eerst van Bellegarde-Poussieu naar Pommier de Beaurepaire
Vandaag wandelen we van de Via Gebennensis de 12e etappe, van Pommier de Beaurepaire naar Bellegarde-Poussieu, over een etappe-afstand van 20,5 kilometer.
De wekker wekt ons om 5:30 uur in onze caravan op Camping Rural de Montchardon in Oyeu, onze uitvalsbasis voor deze derde serie van vier wandeldagen.
Na het ontbijt verlaten we de camping om 6:40 uur, en rijden we met de auto – met beide fietsen achterop het fietsenrek - vanaf de Camping Rural de Montchardon van Oyeu naar Bellegarde-Poussieu, waar we de auto stallen bij de begraafplaats.
Vervolgens fietsen we van Bellegarde-Poussieu naar Pommier de Beaurepaire, want hier begint vandaag onze etappe.
Het is vanmorgen al 19 graden Celsius als we vertrekken. Het is aanvankelijk half bewolkt met af en toe zonnige perioden. Later wordt het nagenoeg onbewolkt. De temperatuur stijgt tijdens deze etappe vandaag naar 34 graden Celsius. Regelmatig voelen we een zacht verfrissend windje, dus al met al is het mooi – maar wel tamelijk warm - wandelweer tijdens deze etappe. Het is dus al weer een tropische dag.

Vanuit Pommier de Beaurepaire over veldpaden en bospaden
Nadat we in Pommier de Beaurepaire  de fietsen op slot hebben gezet bij de Mairie, en de rugzakken vertrekklaar hebben gemaakt, gaan we van start met onze volgende etappe. 
We lopen langs de kerk het dorpje uit.
Net buiten Pommier de Beaurepaire staat een grote hijskraan. Een informatiebord bij deze bouwlocatie maakt duidelijk dat hier een nieuw waterreservoir wordt gebouwd, dat te zijner tijd voor de lokale watervoorziening zorg zal gaan dragen.  
Als we het dorp al achter ons hebben gelaten, gaan we een veldpad op, dat verderop door een bosgebied loopt. 
We komen ook langs de locatie van houtopslag.
De route loopt hier afwisselend door het bos en langs de bosrand. 
Op een gegeven moment gaat het bos over in het open veld.
Maar verderop gaat het weer door een stuk bos, waar op een bepaalde plek een steentjesbult is opgeworpen, waar passerende pelgrims hun teksten op die steentjes hebben geschreven of er iets op hebben getekend.
Nog iets verder is een kunsthoekje rondom een boom gecreëerd, waar verschillende maaksels een plek hebben gekregen. De gemeente heeft er een bordje bij geplaatst met de mededeling dat hier geen kaarsen mogen branden. Gezien de huidige enorme bosbranden in het zuiden van Frankrijk is dat kennelijk geen overbodige luxe.

Een lang kampad tussen Pommier de Beaurepaire en Revel-Tourdan
Als we het langgerekte bosperceel achter ons hebben gelaten, gaat de route verder als kampad over de heuvelrug.
Links van het pad horen we een kettingzaag op een locatie waar enorme bulten kaphout liggen. Een man is er bezig om de takken en boomstammen tot open haardhout te verwerken.
Enkele minuten later zien we weer een man aan het werk in de verte. Dat ziet er niet zo goed uit, want hij is bezig bij een lange rij nog staande, verbrande bomen. Hier is dus een kleine bosbrand geweest. Gelukkig is de bosbrand niet verder uitgebreid naar het kleine bosperceel dat daar achter ligt. 
Een man is bij die verbrande bomen bezig om één en ander op te ruimen.
We hebben ze enkele dagen al niet meer gezien, maar hier langs het kampad komen we weer langs wijngaarden, al zijn het nu wel kleine percelen.
Ook hier hangen al behoorlijke druiventrossen aan de druivenranken, maar de druiven zijn nog bitter-zuur, dus ze hebben nog een lange rijpingsperiode nodig.
Ook hier weer hebben we links en rechts van het kampad akkers met hoog opgaande maïsplanten, en al enige tijd geleden geoogste graanakkers. De graanstoppels glimmen nog goudgeel in de volle zon.

Vier Jacobsschelpen en vier koffie in Revel-Tourdan
Ongeveer om 10:15 uur wandelen we de bebouwde kom van Revel-Tourdan binnen. Daar komen we onder andere langs de openbare wasplaats van het dorp.
Ook hier weer zien we dat inmiddels zo herkenbare straatbeeld van deze regio, met daarin huizen die gebouwd zijn met dikke muren van natuursteen, die nog de erfenis vormen van de IJstijd van heel lang geleden.
We gaan de Johannes de Doper-kerk binnen, en vinden daar een kerkstempel dat we in onze pelgrimspaspoorten afdrukken.
In het gastenboek zien we dat de ons voorgaande bezoeker van deze kerk gisteren een zekere Gerrit de Boer was, die afkomstig is uit het Friese Burgum, vlak bij onze woonplaats. Wellicht is hij één van die pelgrims die wij gisteren op grote afstand van ons zagen lopen door Faramans?  
Heel mooi in deze kerk zijn de glas-in-lood-kerkramen. Eén ervan valt ons direct op, aangezien daarin in het onderste deel van het kerkraam vier Sint-Jacobsschelpen zijn afgebeeld.
Dit spreekt ons als pelgrims uiteraard bijzonder aan.
Maar ook een mooi veldboeket in een vaas onder het Mariabeeld is indrukwekkend mooi om te zien.
Kortom, ogenschijnlijk zomaar een kerkje in een dorpje, en dan toch schittert zo’n dorpskerk door een aantal hele mooie items.
We verlaten de kerk, en zien dan links van de kerk een ‘Auberge’.
Daar lopen we naar toe, en dan zien we binnen een dorpscafé, waar enkele mannen met een drankje aan de bar zitten. Wij bestellen en krijgen en drinken hier koffie. De waard vraagt of wij Zwitsers zijn, wat begrijpelijk is, want het zijn ook vaak Zwitsers die deze pelgrimsroute van de Via Gebennensis vanuit Genève maken naar Le-Puy-en-Velay. 
Als deze korte koffiepauze voorbij is, en we buiten verder door het dorpje lopen, komen we langs een schaduwrijke picknickplek, waar we dan toch ook nog maar even gaan zitten om er een meegenomen broodje te eten, en er onze meegenomen koffie op te drinken.

Langzaam dalen en klimmen naar de snelle trein
Buiten Revel-Tourdan zetten we een stevige afdaling in, en steken daarna een eerste asfaltweg over. Tussen die eerste en de tweede asfaltweg blijft het een kwestie van behoorlijk afdalen, waarbij we onder andere de droge bedding van een bosbeekje moeten oversteken.
Na het kruisen van de tweede asfaltweg zetten we de klim weer in op de weg met de voor ons zo passende naam, de Chemin de Saint-Jacques.
Zo ongeveer halverwege die klim passeren we de oprijlaan van de zogenoemde Ferme des 1000 Couleurs. Van deze overnachtingsaccommodatie voor pelgrims hadden we gisteren langs de route al eens een vooraankondiging gezien.
Nog weer een eind verder in de klim, als we linksaf een hellingpad op gaan, hebben we inmiddels een prachtig vergezicht over de vallei achter en links van ons.
Even later gaat het nog verder heuvelopwaarts.

Train Grande Vitesse
We weten dat we straks bij een spoorlijn uit zullen komen, die ons de vlotte doorgang zal belemmeren. En dan ineens horen we een trein naderen. Het is een TGV-trein, zo’n bekende snelle Franse trein, die met een enorme snelheid (270-320 km per uur) Frankrijk doorkruist. Van bovenaf zien we de TGV-trein van links naar rechts flitsen.
Waar we dichtbij de spoorlijn komen, belemmeren hoge hekken ons het kruisen van het TGV-spoor. We moeten nu een eind langs de spoorlijn lopen, totdat we een eind verderop linksaf door een tunnel onder het spoor door kunnen lopen. Ondertussen zijn er al vier TGV-treinen in beide richtingen ons gepasseerd met hoge snelheid.

Voorbij Le Bornet de zuidelijke route
Aan de overzijde van de spoorlijn gaat het weer verder omhoog. We moeten namelijk vanuit de diepe vallei weer op fikse hoogte komen om ons pad te vervolgen. Onderweg kruisen we op een smal asfaltweggetje het verdeelde erf van een boerenhoeve.
We hadden in de afgelopen dagen nog geen Franse watertoren gezien, maar nu is het dan toch zover dat we boven op een kam een watertoren naderen. In de verte zien we dan ook nog de rood-witte zendmast, die we eerder vandaag al steeds konden zien.
Als we op behoorlijke hoogte het bos in zijn gegaan, arriveren we op de locatie Le Bornet, waar de noordelijke en de zuidelijke routevariant van de Via Gebennensis voor enkele kilometers splitsen. Op deze kruising van bospaden staat een grote houten blokhut, waar we naar binnen gaan. 
Het is hier lekker koel in de schaduw, dus we besluiten hier onze lunchpauze te houden, zodat we even heerlijk kunnen afkoelen buiten het bereik van de felle zon.

Op het kampad en door de holle weg
Na deze koele pauze gaan we verder door het bos. 
Als we het bos hebben verlaten, gaat het voort over weer zo’n mooi kampad, vanwaar we een prachtig uitzicht hebben naar de beide valleien links en rechts van ons pad. Op dit kampad lopen we ook door een grote houtopslag, waarvan de stammen en dikke takken aan beide zijden van het kampad liggen.
Links in de gele, droge wei loopt een kudde witte koeien met hun kalveren. Ze zijn een beetje schrikachtig, maar uiteindelijk wint de nieuwsgierigheid het van de eerste schrik, en komen ze in onze richting, om op enige afstand te blijven staan om ons voorbij te zien lopen.
Om ongeveer 13:30 uur volgt een afdaling over een schilderachtig mooie holle weg door het hellingbos.
De bodem van het pad bestaat wisselend uit aarde, rotsen en keien, waarover het overigens wel prima voortgaat.
In de berm zie je hier en daar al de vruchten van de aronskelk, in de kleuren groen tot rood.

Langs Chapelle Notre-Dame de la Salette naar Bellegarde-Poussieu
Om 13:45 uur arriveren we na een mooie afdaling in het plaatsje Bellegarde, waarvan we bij het doorkruisen niet veel meer zien dan een aantal mooie huizen in grote tuinen.
Vanuit Bellegarde volgt weer een behoorlijke klim over graspaden naar de plek waar veel hogerop de Chapelle Notre-Dame de la Salette staat. 
Na het laatste hete klimstuk in de volle zon en uit de wind komen we dan aan bij de kapel, maar als we daar even naar binnen willen gaan, blijkt de kapel afgesloten te zijn. Er staat één groot woonhuis naast, en verder is hier niets te zien.
Daarom gaan we door. En dan komen we een eind verder nog op een hoog uitzichtpunt, vanwaar we een schitterend uitzicht over de breedte van de vallei hebben, en waar een geglazuurde informatietafel staat, waarop je kunt aflezen wat er van de omgeving dichtbij en veraf al dan niet is te zien.
Nog een klein stukje verder, en dan arriveren we om 14:20 uur bij onze auto.
We rijden terug naar de camping, maar halen onderweg eerst nog de fietsen af uit Pommier de Beaurepaire. Met deze etappe van vandaag sluiten we het derde (van de vijf) blokje vierdaagses af. Nog twee van zulke blokjes te gaan. Morgen gaan we onze caravan vier etappes opschuiven, en dan gaan we overmorgen verder vanuit Bellegarde-Poussieu.

Pelgrimeren van Gilonnay naar Pommier de Beaurepaire

Pelgrimsroute van Genève (Z) via Le Puy-en-Velay (F) naar Santiago de Compostela (S)
Via Gebennensis van Genève naar Le Puy-en-Velay
Pelgrimeren van Gilonnay naar Pommier de Beaurepaire
Vrijdag 31 juli 2026 – 17,1 km lopen & 15,7 km fietsen
Dag 11: 175,9 – 193,0 km
 
Pelgrimeren tussen graanstoppels en zonnebloemen

















Via Gebennensis
Tijdens onze eerste pelgrimage van Durkje en mij wandelden we van 2005 tot en met 2012 van het Friese Sint-Jacobiparochie (NL) via het Franse Vézelay over de klassieke Franse pelgrimsroute van de Via Lemovicensis naar het Spaanse bedevaartsoord Santiago de Compostela.
Tijdens onze tweede pelgrimage van Durkje en mij wandelden we van 2011 tot en met 2015 vanuit het Franse Le Puy-en-Velay over de klassieke Franse pelgrimsroute van de Via Podiensis wederom naar het Spaanse bedevaartsoord Santiago de Compostela.
Vorig jaar (in 2025) liepen we de verbindingsroute voor pelgrims van de Via Lemovicensis naar de Via Podiensis, namelijk van Vézelay zuidwaarts naar Le Puy-en-Velay. 
Dit jaar (in 2026) lopen we de ruim 350 kilometer lange pelgrimsroute ‘Via Gebennensis’, van het Zwitserse Genève naar het Franse Le Puy-en-Velay. 
Dit is met name voor Duitsers, Oostenrijkers en Zwitsers een aanlooproute naar Le Puy-en-Velay, waar ze dan doorstarten op de klassieke Franse pelgrimsroute van de Via Podiensis.
Bij het pelgrimeren op de Via Gebennensis maken we gebruik van drie pelgrimsgidsen, namelijk de Duitstalige van Renate Flori (in 18 etappes, versie 2023, Rother), de Duitstalige van Hartmut Engel (50 tracé’s, versie 2025, Conrad Stein Verlag) en de Frans-Duitstalige van Henri Jarnier (15 etappes, versie 2024, Association Rhône-Alpes des Amis de Saint-Jacques)). 
Wij zijn van plan deze verbindende aanloop-pelgrimsroute in 20 etappes te lopen.

Eerst van Pommier de Beaurepaire naar Gilonnay
Vandaag wandelen we van de Via Gebennensis de 11e etappe, van Gilonnay naar Pommier de Beaurepaire, over een etappe-afstand van 17,1 kilometer. We stijgen daarbij van ongeveer 440 meter naar 455 meter hoogte.
De wekker wekt ons om 5:30 uur in onze caravan op Camping Rural de Montchardon in Oyeu, onze uitvalsbasis voor deze derde serie van vier wandeldagen. Dan begint een feestelijke dag, want we vieren vandaag Durkje haar verjaardag.
Na het verjaardagsontbijt verlaten we de camping om 7:00 uur, en rijden we met de auto – met beide fietsen achterop het fietsenrek - vanaf de Camping Rural de Montchardon van Oyeu naar Pommier de Beaurepaire, waar we de auto stallen bij de kerk.
Vervolgens fietsen we van Pommier de Beaurepaire naar Gilonnay, want hier begint vandaag onze etappe.
Het is vanmorgen al 20 graden Celsius als we vertrekken. Het is half bewolkt met af en toe zonnige perioden. De temperatuur stijgt tijdens deze etappe vandaag naar 34 graden Celsius. Heel regelmatig voelen we een zacht verfrissend windje, dus al met al is het mooi – maar wel tamelijk warm - wandelweer tijdens deze etappe. Het is dus wederom een tropische dag.

Rond Gilonnay naar de Saint-Maurice-kerk
Nadat we in Gilonnay de fietsen op slot hebben gezet bij de Residence, en de rugzakken vertrekklaar hebben gemaakt, gaan we van start met onze volgende etappe. 
Vanuit Gilonnay moeten we eerst nog een eindje een hele steile klim met een helling van 20 procent maken naar Château Pontières, waar we de pelgrimsroute hervatten op de plek waar we die gisteren tijdelijk beëindigden.
Hoog langs Gilonnay lopen we in de richting van de Saint-Maurice-kerk, waar de bebouwde kom van Gilonnay begint.
We lopen naar boven om deze kerk zo mogelijk te gaan bezichtigen.
Rechts van de weg ligt het ommuurde kerkhof, zoals dat bij veel kerken in Frankrijk te doen gebruikelijk is.
Bij de ingang van de kerk staat een informatiepaneel, waarop wordt verwezen naar de van oorsprong Nederlandse schilder Johan Barthold Jongkind (1819-1891), die in deze regio heeft gewoond en geschilderd. Hij heeft schilders zoals Monet geïnspireerd om impressionistisch te gaan schilderen.
Direct bij binnenkomst in de kerk, zien we rechts om de hoek op een tafel een houten bord staan, waarop staat geschreven dat de pelgrims van harte welkom zijn in deze kerk.
We maken een rondgang door de kerk om één en ander van het interieur te bekijken.
Opvallend zijn de mooi gekleurde kerkramen van deze kerk.

Verjaardagsfeest met koffie en taart 
Als we weer buiten zijn, lopen we om het kerkhof heen. Dan komen we op de pelgrimsroute op een kunstroute. Het eerste beeld is een vervaarlijk uitziende draak, van cortex stalen elementen gemaakt, getiteld Volkane.
Verderop staat een reproductie van het schilderij van Johan Barthold Jongkind, die in 1882 een landschap schilderde met daarop ook de Saint-Maurice-kerk van Gilonnay. 
Ook verderop komen we nog langs enkele kunstwerken, dichtbij het pad, of iets verder er vanaf.
We vervolgen de pelgrimsroute over veldpaden door een glooiend landschap van akkers.
In een klim lopen we over een veldpad tussen links een graanstoppelakker, en rechts een akker met nog volop in bloei staande zonnebloemen.
Boven aan het pad komen we op een ander veldpad onder een boom door met uitbundig groen, met daar bovenuit de dode takken.
Om 10:10 uur wandelen we de bebouwde kom van La Côte-Saint-André binnen.
Over een smal paadje tussen links en rechts hoge tuinmuren lopen we in de richting van het centrum van de stad.
Daarna komen we langs het Château Louis XI.
Tegenover het château zetten we de afdaling in over een lange serie verschillende trappen in de richting van de oude binnenstad.
Op het moment dat we de eeuwenoude markthal (1309) binnen wandelen, begint het na een korte aanloop pijpenstelen te regenen, met op de achtergrond onweer.
We hebben geluk, want we hoeven maar een klein straatje over te steken vanuit de markthal om een aantrekkelijk koffiespecialiteitencafé binnen te stappen, waar we koffie bestellen, met daarbij twee stukken ‘home made’ blauwe bessentaart, die we ter gelegenheid van Durkje haar verjaardag heerlijk oppeuzelen. 

La Côte-Saint-André
Na deze uitgebreide koffiepauze lopen we door de oude markthal het centrum in.
Al snel komen we dan langs de Saint-André-kerk.
Als we daar naar binnen gaan, kunnen we direct een kerkstempel in onze pelgrimspaspoorten afdrukken. 
Mooi zijn ook de gedetaileerde kerkramen van deze kerk.
Dat dit een romaanse kerk is, is ook wel te zien aan hoe duister het in de kerk is op klaarlichte dag.
Maar je went snel aan het kerkelijk duister, en dan kun je toch alles in de kerk goed bekijken.
Als we deze kerk verlaten, lopen we in het vervolg van onze pelgrimsroute tussen een lange rij Sint-Jacobsschelpen door, die op het wegdek zijn aangebracht.
En voordat we La Côte-Saint-André verlaten, komen we ook nog langs Villa Jongkind, het huis waar de Nederlandse impressionistische schilder Jongkind vroeger heeft gewoond. Bij het huisje staat een mooi profiel-kunstwerk dat Jongkind voorstelt, maar het huisje erachter heeft niets van enige glorie.

Op weg naar en door Ornacieux-Balbins
Voorbij de stad komen we op een smal asfaltweggetje, waarop bij het begin een bord staat met de melding dat deze weg is afgesloten. Voor een wandelende pelgrim zal dat waarschijnlijk geen belemmering zijn, dus we gaan toch deze weg op. Even later blijkt dat de weg voor rijdend verkeer inderdaad volledig is afgesloten, omdat daar bij een woonhuis een grote hoogwerker staat, die het rijdende verkeer de doorgang absoluut belemmert. Een man is op het dak bezig om een lange gleuf in het houten dak te maken, waar een nieuwe balk doorheen moet. 
Wij kunnen over enkele houten dakbalken en ander materiaal heen stappen in de berm, en zo toch door.
Verderop gaan we over een hol pad klimmend omhoog. Omdat de temperatuur nogal hoog is, en de luchtvochtigheid hoog is, is zo’n klim de hele dag een kwestie van hard werken en zweten.
Om 12:15 uur komen we aan in de bebouwde kom van Ornacieux-Balbins.
We lopen in het dorpje naar de grote kerk om die te bezichtigen, maar deze kerk is helaas gesloten.
Wat hier opvalt bij de kerk is het monument voor de gevallenen van de Eerste Wereldoorlog. Vaak zijn dat al oude monumenten in Frankrijk met bijvoorbeeld beelden van Franse soldaten, maar hier bestaat het nogal nieuwe monument uit een samenstel van dikke stenen platen, met daarop de namen vermeld van de gevallenen uit beide dorpen. Zo modern hebben we zo’n monument hier in Frankrijk nog niet eerder gezien, voor zover we ons dat kunnen herinneren.
Als we het dorp doorkruisen, zien we rechts van de weg een kleine oude houten kar bij een woonhuis staan.
Bij de openbare wasplaats is een groot stenen ornament geplaatst met daarop de afbeelding van een Sint-Jacobsschelp, en functioneel is het een watertappunt.
Vijf minuten later komen we langs een oude boerenhoeve, waarvan het woonhuis tip top is gerestaureerd, maar waarvan de grote boerenschuur erachter één en al ruïne is.

Via Moulin Pion Gaud Piongo en Chassagne door het open veld 
Ruim twintig minuten later komen we in een afdaling een bosperceel uit, als we aflopen op de oude watermolen Moulin Pion Gaud Piongo.
Onze route loopt tussen de beide moulin-gebouwen door, en dan kunnen we ook de achterzijde van de oude molen goed bekijken.
Wat bij goed kijken opvalt, is de pauw die in de vensterbank van één van de bovenramen van de moulin staat, ons aankijkend alsof het voor een pauw heel normaal is dat je in een vensterbank op zo grote hoogte gaat staan.
Wij gaan een mooi ruig veldpad op dat achter de moulin begint.
Om 13:00 uur passeren we het kleine buurtschap Chassagne.
De zon prikt met al haar kracht, dus Durkje besluit om op de lange hete trajecten door het open veld, richting Faramans, haar paraplu als zonnescherm te gebruiken tijdens het lopen. 
Nog voordat we Faramans bereiken, komen we langs een stroomversnelling in een klein beekje, waarbij we iets verderop nog een oude openbare wasplaats zien staan.
Langs een hoorbaar stromend beekje bereiken we Faramans.

Faramans
We komen over het sportterrein, en praten bij de kantine met een groep jongeren, die nu even pauze hebben, maar die hier zijn om een groot dorpsfeest te organiseren voor het komende weekend, waar mensen uit de hele omgeving op af zullen komen.
Dan lopen we recht af op het grote Etang le Marais, waar meerdere sportvissers zitten te vissen.
Door dit grote vrijetijdsgebied bij Faramans lopen we over bospaden, waarbij we af en toe middels een klein bruggetje een smalle beek moeten oversteken.
Dan wandelen we even later het dorpscentrum van Faramans binnen. We willen graag een koffie-/lunchpauze houden nabij de dorpskerk.
Ver vóór ons lopen twee medepelgrims, die we nog niet eerder hebben gezien. Met de telelens kan ik wel een foto van hen maken, maar inhalen zit er niet in, dus we ontmoeten elkaar niet.
Als we de rand van de bebouwde kom naderen, realiseren we ons dat de pelgrimsroute helemaal niet langs de dorpskerk komt. We besluiten voor onze pauze niet terug te lopen het dorp in, maar verder te gaan met onze etappe. Aan de rand van Faramans vinden we dan toch nog wel een mooie plek op een laag tuinmuurtje op het voor-erf van een boerenhoeve, waar we onze pauze houden, heerlijk in de schaduw, met tenminste een zacht koel briesje erbij.

Stevige en hete klim naar Pommier Beaurepaire 
Over de asfaltwegen voorbij Faramans gaat het door een vlak en kaal landschap van akkers. We worden ingehaald door een boer op een tractor, die ruige mest dumpt op een akker.
Om 14:45 uur, als we al een tijdje over een schaduwrijk bospad lopen, merken we dat we de klim hebben ingezet naar Pommier Beaurepaire.
Vanaf nu volgt een klim van zo’n twintig minuten over mooie smalle en brede paden heuvelopwaarts, totdat we enkele minuten na drie uur aankomen aan de rand van de bebouwde kom van dit bergdorpje.
Door de eerste bebouwing lopen we naar het dorpscentrum, naar de dorpskerk. 
Gelukkig is van deze kerk de kerkdeur wel open, dus we gaan naar binnen om deze prachtige, kleurrijke kerkzaal te bekijken.
Er ligt geen kerkstempel, maar we vinden er wel een vel met stickers, waarop de afbeelding van het kerkstempel staat. Daarvan nemen we er twee mee, om die in onze pelgrimspaspoorten te plakken.
Ook hier weer mooie kerkramen, waarvan er één de voorstelling is van Johannes de Doper die Jezus doopt in de Jordaan, waarbij hij doopt met het water dat uit een Sint-Jacobsschelp valt.
Bijzonder is het hele grote offerblok dat is gemaakt uit één enorm dikke boomstam. Het is hermetisch afgesloten met ijzeren platen en sloten.
Buiten stappen we in de auto, en rijden we terug naar Gilonnay. Daar halen we de fietsen af, om tot slot terug te rijden naar de camping in Oyeu. Als we op de camping arriveren, is het daar 35 graden Celsius.

Pelgrimeren van Le Pin naar Gilonnay

Pelgrimsroute van Genève (Z) via Le Puy-en-Velay (F) naar Santiago de Compostela (S)
Via Gebennensis van Genève naar Le Puy-en-Velay
Pelgrimeren van Le Pin naar Gilonnay
Donderdag 30 juli 2026 – 22,3 km lopen & 22,4 km fietsen
Dag 10: 153,6 – 175,9 km
 
Ezels in de heuvels tussen Blaune en Cuétan



















Via Gebennensis
Tijdens onze eerste pelgrimage van Durkje en mij wandelden we van 2005 tot en met 2012 van het Friese Sint-Jacobiparochie (NL) via het Franse Vézelay over de klassieke Franse pelgrimsroute van de Via Lemovicensis naar het Spaanse bedevaartsoord Santiago de Compostela.
Tijdens onze tweede pelgrimage van Durkje en mij wandelden we van 2011 tot en met 2015 vanuit het Franse Le Puy-en-Velay over de klassieke Franse pelgrimsroute van de Via Podiensis wederom naar het Spaanse bedevaartsoord Santiago de Compostela.
Vorig jaar (in 2025) liepen we de verbindingsroute voor pelgrims van de Via Lemovicensis naar de Via Podiensis, namelijk van Vézelay zuidwaarts naar Le Puy-en-Velay. 
Dit jaar (in 2026) lopen we de ruim 350 kilometer lange pelgrimsroute ‘Via Gebennensis’, van het Zwitserse Genève naar het Franse Le Puy-en-Velay. 
Dit is met name voor Duitsers, Oostenrijkers en Zwitsers een aanlooproute naar Le Puy-en-Velay, waar ze dan doorstarten op de klassieke Franse pelgrimsroute van de Via Podiensis.
Bij het pelgrimeren op de Via Gebennensis maken we gebruik van drie pelgrimsgidsen, namelijk de Duitstalige van Renate Flori (in 18 etappes, versie 2023, Rother), de Duitstalige van Hartmut Engel (50 tracé’s, versie 2025, Conrad Stein Verlag) en de Frans-Duitstalige van Henri Jarnier (15 etappes, versie 2024, Association Rhône-Alpes des Amis de Saint-Jacques)). 
Wij zijn van plan deze verbindende aanloop-pelgrimsroute in 20 etappes te lopen.

Eerst van Gilonnay naar Le Pin
Vandaag wandelen we van de Via Gebennensis de 10e etappe, van Le Pin naar Gilonnay, over een etappe-afstand van 22,3 kilometer. We dalen daarbij van 520 naar ongeveer 440 meter hoogte, maar we stijgen onderweg ook een keer naar 643 meter hoogte bij Ferme du Fûteau.
De wekker wekt ons om 5:00 uur in onze caravan op Camping Rural de Montchardon in Oyeu, onze uitvalsbasis voor deze derde serie van vier wandeldagen. Dat is een half uur eerder dan gebruikelijk, want de verwachting is dat  het vandaag heet wordt.
Na het ontbijt verlaten we de camping om 6:10 uur, en rijden we met de auto – met beide fietsen achterop het fietsenrek - vanaf de Camping Rural de Montchardon van Oyeu naar Gilonnay, waar we de auto stallen bij een Residence.
Vervolgens fietsen we van Gilonnay naar Le Pin, want hier begint vandaag onze etappe.
Het is vanmorgen al 19 graden Celsius als we vertrekken. Het is lang onbewolkt met de hele dag volop zon. De temperatuur stijgt tijdens deze etappe vandaag naar 35 graden Celsius. Heel regelmatig voelen we een zacht verfrissend windje, dus al met al is het heel mooi – wel tamelijk warm - wandelweer tijdens deze etappe. 
Vlak voordat deze etappe eindigt, begint het heel hard te waaien. Ongeveer een uur eerder is het al licht bewolkt geworden, maar de temperatuur gaat nauwelijks naar beneden. Later vandaag schijnt de zon al weer volop. Het blijft dus een tropische dag.

Van Le Pin naar het klooster Chartreuse de la Sylve Bénite
Nadat we in Le Pin de fietsen op slot hebben gezet bij de Saint-Christophe-kerk, en de rugzakken vertrekklaar hebben gemaakt, lopen we eerst nog even naar het plaatselijke café-terras om daar een kop koffie te drinken - met een croissant erbij van de plaatselijke bakker - alvorens we van start gaan met onze volgende etappe.
Vóór aanvang van de etappe gaat Durkje nog even de kerk binnen, om in het gastenboek van de kerk een persoonlijk dankberichtje te schrijven voor de vaste kerkvrijwilligster Dave (die we gisteren hier hebben ontmoet), die al vijftien jaar elke dag de kerk opent en sluit, en daarnaast altijd klaarstaat voor andere voorkomende activiteiten in deze dorpkerk. 
We beginnen vandaag om 8:30 uur met deze etappe, en lopen vanuit het centrum van Le Pin het dorp uit op de smalle uitvalsweg.
We verlaten de doorgaande asfaltweg door een stijgend hellingpad op te gaan, dat we een tijd over de helling volgen. 
Verderop gaat het hellingpad over in een bospad, en maken we een aangename boswandeling in de schaduw.
Het ommuurde terrein waar we om heen lopen, blijkt een voormalig klooster te zijn, dat dateert van het jaar 1166. Wat nu een privaat terrein is, was voorheen het klooster Chartreuse de la Sylve Bénite.
 
Van Blaune naar Cuétan
Als we het bosgebied verlaten, en het weidegebied in gaan, worden we met het enorme gebalk van één van de drie ezels begroet.
Pas als we vlak bij die balkende ezel zijn gekomen, stopt deze met dat luidruchtige gebalk.
Waar we tussen een grasland heuvelopwaarts en links een akker bij een hoge boerenschuur langs lopen, zien we een kudde koeien rondom de blokschuur eten en herkauwen.
Als we het plaatsje Blaune binnen wandelen, vallen de bossen vetplanten op, die bovenop enkele gemetselde pijlers van een tuin langs de route groeien en bloeien.
We doorkruisen het dorpje Blaune, en verlaten het dorp daarna, om dan over asfaltwegen en een karrenspoor in de richting van de A48 te lopen.
Waar we dichtbij de A48 komen, kunnen we eerst de D520 oversteken, om vervolgens het plaatsje Cuétan binnen te wandelen door dóór de tunnel te lopen die onder de A48 door loopt.
Ook hier in dit dorpje zie je - zoals in deze hele regio - veel oude gebouwen gebouwd met dikke muren van keien en leem, karakteristiek voor deze omgeving.
Ook een oude boerenschuur die nu al voor andere doeleinden wordt gebruikt, is in deze stijl gebouwd.

Over de Col du Crêt naar Ferme du Fûteau
Voorbij Cuétan moeten we een stevige klim inzetten over aanvankelijk een asfaltweg. Aan het begin van deze klim is een man in het weiland bezig om hout uit de bak achter een oldtimer-tractor te halen. Aan de begroeiing onder de tractor te zien, heeft deze tractor al heel lang geen dienst meer gedaan. Toch roept de man ons vragend toe of wij pelgrimeren op de Chemin de Saint-Jacques de Compostelle, en als we dat roepend bevestigen, vraagt hij gekscherend of we zijn tractor wellicht willen gebruiken om de klim heuvelopwaarts te maken.
Dat was  op zich een goed idee geweest, want we moeten lang en steil klimmen. Daarbij komen we hogerop langs een voormalig boerderijtje, dat nu anderszins wordt bewoond.
De asfaltweg is dan al overgegaan in een steentjespad, en na dit huis gaat het wegdek over in een karrenspoor met dikke stenen op het pad.
Om 10:30 uur staan we boven op de top, op de Col du Crêt. 
Vanaf hier hebben we een fenomenaal uitzicht over de uitgestrekte vallei vóór ons in de diepte.
We zetten direct de afdaling in.
Zo’n tien minuten later komen we aan bij de Ferme du Fûteau.
In het stuk land langs het toegangspad loopt een twintigtal koeien met kalveren.
Deze bergboerderij is overigens ook een overnachtingslocatie voor passerende pelgrims, èn voor andere voorbijgangers en toeristen.
Een houten bord dat aan de muur hangt aan de wegzijde getuigt daarvan.

Pauzeren in Le Grand Lemps
Vanaf dit hoge punt zetten we de afdaling in. Zo’n twintig minuten later zien we tussen de bomen door voor het eerst het stadje Le Grand Lemps in de diepte liggen.
Een deel van de afdaling gaat over een hol pad.
Waar we op het geasfalteerde deel komen, zijn twee mannen aan het werk met een electriciteitsleiding in een diep gat in de bocht van deze weg.
Wij willen onze koffiepauze houden in Le Grand Lemps, en lopen door naar het centrum, onder de spoorlijn door, langs het grote mozaïek van het stadswapen.
In de aanloopstraat naar het centrum staat een hoge bouwkraan, maar als voetgangers mogen en kunnen we er wel omheen lopen.
Dan komen we even later bij het langgerekte stadsplein.
Daar zoeken en vinden we op een bankje onder een dikke plataan een schaduwrijke plek voor onze broodjes- met koffiepauze.
Na deze pauze lopen we langs de afgesloten Johannes de Doper-kerk naar de rand van de bebouwde kom. Nog net binnen de bebouwde kom wordt momenteel een omvangrijk wooncomplex gebouwd, waarin trouwens ook een lange muur is vormgegeven op de wijze zoals hier al sinds jaar en dag wordt gebouwd, namelijk met keitjes. Heel mooi om te zien hoe oude en nieuwe bouwstijlen samen komen in zo’n nieuw gebouw.

Genadeloos in de zon op de Chemin de Saint-Jacques-de-Compostelle
Buiten de bebouwde kom gaan we de Chemin des Prairies op, wat een rustige asfaltweg is langs een snelstromend smal beekje links van ons.
De eerste plaats die we daarna doorkruisen, is Bévenais.
Waarschijnlijk is dit al een hele oude pelgrimsroute. Men heeft deze weg de passende straatnaam ‘Chemin de Compostelle’ gegeven. Zo komen historie, functie en naam heel mooi bij elkaar, en ons spreekt dit als pelgrims vanzelfsprekend buitengewoon aan.
We lopen nu trouwens wel heel lang zonder de zo gewenste schaduw. De felle zon is genadeloos, en de temperatuur loopt vandaag op naar 35 graden Celsius. Durkje kiest er dan ook weer voor om haar paraplu te gebruiken als zonnescherm, wat heel goed werkt als je in de volle zon loopt.
Om 12:30 uur komen we weer langs zo’n mooie, karakteristieke Franse boerenhoeve.
Ook op het kale veldpad in de richting van La Frette lopen we in de genadeloos heet schijnende zomerzon.

Naar Château de la Vilardière in La Frette
Bij de plaats La Frette aangekomen, steken we de D154 over.
Aan de overzijde lopen we verder op de Chemin des Pèlerins, ook al weer zo’n passende straatnaam voor de voorbijtrekkende pelgrims van Sint Jacob.
We gaan iets omhoog langs een cluster huizen, die als typisch Frans gekarakteriseerd kunnen worden. Alleen al de luiken en de kleuren waarin die zijn geschilderd, zijn zo eigen aan het Franse.
Als we om een huis heen lopen, zien we dat dit ook een overnachtingslocatie is waar pelgrims terecht kunnen. Langs de oude boerenschuur achter dit huis maken we weer een klim door een laantje.
Als we bovenaan gekomen, linksaf gaan en door een brede oprijlaan met dikke bomen aan weerszijden lopen, zien we links van ons op enige afstand de grote kerk van La Frette staan.
We lopen door deze laan recht af op het Château de la Vilardière. Er wordt van alles aan gedaan om dit mooie bouwwerk te restaureren.

Naar de kerk in Saint-Hilaire-de-la-Côte
Nadat we rechts om het château en het beboste landgoed heen hebben gelopen, komen we in het kleine plaatsje Le Plantier, waar ook al weer zo’n mooie Franse boerenhoeve staat. 
Vanaf nu gaan we op weg naar de volgende plaats: Saint-Hilaire-de-la-Côte. Daartoe moeten we een eind over een karrenspoor vol keitjes over een slingerend pad door de heuvels naar een meer schaduwrijk pad. 
Ondertussen begint het overigens enigszins bewolkt te worden, wat de felle zon tempert, en de hitte dragelijker maakt naar warmte.
Ziende op houten borden komen we ook in Saint-HIlaire-de-la-Côte wederom langs een overnachtingslocatie voor pelgrims. We komen ze regelmatig tegen langs het pad, dus het zal vast en zeker niet al te moeilijk zijn om onderweg aan het pad of dicht bij het pad te overnachten.
We lopen recht af op de kerk met de hoge toren van Saint-Hilaire-de-la-Côte.
De kerkdeur staat open, dus we gaan er naar binnen om de kerk te bezichtigen.
In de kerkzaal staat bij de kerkdeur ook een kerkstempel, waarmee we een afdruk plaatsen in onze pelgrimspaspoorten.
Dan gaan we naar buiten, want we willen onze lunchpauze houden in een overdekte pauzeplek tegenover de kerk, waar een houten bank en tafel staan, met in dit gebouwtje ook nog een toilet. 

Splitsing van pelgrimsroutes en langs Château de Montgontier
Vanaf nu hoeven we niet zo ver meer te lopen. 
Verrassend is overigens verderop dat we langs een stalen kunstwerk komen, dat een driesprong vormt voor passerende pelgrims.
Wat ons wel bekend was, is dat wij hier op de Via Gebennensis rechtdoor moeten lopen, maar dat de andere twee pelgrimspaden naar enerzijds Le Puy-en-Velay van de Via Adresca en anderzijds naar Arles van de Via Rhodana hier linksaf gaan, was ons tot op heden niet bekend.
Het volgende château dat we passeren, is het Château de Montgontier.
Even door de poort lopend, kun je zien dat er een nieuwer wooncomplex op dit terrein is gebouwd, en je kunt dan tussen de bomen door ook net een beetje meer zien van het château.
We lopen om de hoge châteaumuur heen, en vinden aan de achterzijde de pauzeplek die hier is gemaakt om passerende pelgrims een overdekte pauzeerplek te bieden.
Getuige het houten bord erbij is dit niet alleen voor pelgrims, maar ook voor andere wandelaars bedoeld.
Dit is in elk geval een fijn initiatief van de eigenaar van dit château.

Etappe stopt na Château Pontières
Voorbij dit château gaat de route met een sterke afdaling een eind over een bospad door een bosperceel. Dat pad komt weer uit op een asfaltweg, die we vervolgen. 
Deze weg voert ons naar het volgende château, namelijk Château Pontières.
Hier zit het toegangshek hermetisch op slot, dus we kunnen alleen door de spijlen van het ijzeren hekwerk iets van het château en van het terrein zien.
Een klein eindje verderop eindigt onze etappe, want we slaan scherp linksaf naar beneden, naar een Residence, waar we vanmorgen onze auto hebben geparkeerd.
Met de auto rijden we terug naar Le Pin, waar we onze fietsen afhalen, om daarna met de boodschappen van de bakker onderweg – alvast rekening houdend met Durkje haar verjaardag van morgen – terug te keren naar onze camping in Oyeu.
In het laatste kwartier van onze etappe van vandaag is het ineens hard begonnen te waaien, hetgeen de welkome verkoeling heeft gebracht op deze hete wandeldag. 

dinsdag 18 augustus 2026

Pelgrimeren van Les Abrets naar Le Pin

Pelgrimsroute van Genève (Z) via Le Puy-en-Velay (F) naar Santiago de Compostela (S)
Via Gebennensis van Genève naar Le Puy-en-Velay
Pelgrimeren van Les Abrets naar Le Pin
Woensdag 29 juli 2026 – 16,0 km lopen & 13,2 km fietsen
Dag 9: 137,6 – 153,6 km
 
Pelgrimeren over schilderachtige veldpaden
















Via Gebennensis
Tijdens onze eerste pelgrimage van Durkje en mij wandelden we van 2005 tot en met 2012 van het Friese Sint-Jacobiparochie (NL) via het Franse Vézelay over de klassieke Franse pelgrimsroute van de Via Lemovicensis naar het Spaanse bedevaartsoord Santiago de Compostela.
Tijdens onze tweede pelgrimage van Durkje en mij wandelden we van 2011 tot en met 2015 vanuit het Franse Le Puy-en-Velay over de klassieke Franse pelgrimsroute van de Via Podiensis wederom naar het Spaanse bedevaartsoord Santiago de Compostela.
Vorig jaar (in 2025) liepen we de verbindingsroute voor pelgrims van de Via Lemovicensis naar de Via Podiensis, namelijk van Vézelay zuidwaarts naar Le Puy-en-Velay. 
Dit jaar (in 2026) lopen we de ruim 350 kilometer lange pelgrimsroute ‘Via Gebennensis’, van het Zwitserse Genève naar het Franse Le Puy-en-Velay. 
Dit is met name voor Duitsers, Oostenrijkers en Zwitsers een aanlooproute naar Le Puy-en-Velay, waar ze dan doorstarten op de klassieke Franse pelgrimsroute van de Via Podiensis.
Bij het pelgrimeren op de Via Gebennensis maken we gebruik van drie pelgrimsgidsen, namelijk de Duitstalige van Renate Flori (in 18 etappes, versie 2023, Rother), de Duitstalige van Hartmut Engel (50 tracé’s, versie 2025, Conrad Stein Verlag) en de Frans-Duitstalige van Henri Jarnier (15 etappes, versie 2024, Association Rhône-Alpes des Amis de Saint-Jacques)). 
Wij zijn van plan deze verbindende aanloop-pelgrimsroute in 20 etappes te lopen.

Eerst van Le Pin naar Les Abrets
Vandaag wandelen we van de Via Gebennensis de 9e etappe, van Les Abrets naar Le Pin, over een etappe-afstand van 16 kilometer. We stijgen daarbij van 400 naar 520 meter hoogte, maar we stijgen onderweg ook een keer naar 560 meter hoogte in Valencogne.
De wekker wekt ons om 5:30 uur in onze caravan op Camping Rural de Montchardon in Oyeu, onze uitvalsbasis voor deze derde serie van vier wandeldagen.
Na het ontbijt verlaten we de camping om 6:30 uur, en rijden we met de auto – met beide fietsen achterop het fietsenrek - vanaf de Camping Rural de Montchardon van Oyeu naar Le Pin, waar we de auto stallen bij de Saint-Christophe-kerk.
Vervolgens fietsen we van Le Pin naar Les Abrets, want hier begint vandaag onze etappe.
Het is vanmorgen al 18 graden Celsius als we vertrekken. Het is onbewolkt met de hele dag volop zon. De temperatuur stijgt tijdens deze etappe vandaag naar 34 graden Celsius. Heel regelmatig voelen we een zacht verfrissend windje, dus al met al is het heel mooi – wel warm - wandelweer tijdens deze etappe.

Van Les Abrets naar La Rochette 
Na dat we in Les Abrets de fietsen op slot hebben gezet op Place Cuchet, en de rugzakken vertrekklaar hebben gemaakt, lopen we eerst nog even naar het café-terras om daar een kop koffie te drinken, alvorens we van start gaan met onze volgende etappe.
We beginnen vandaag om 8:00 uur met deze etappe, en lopen vanuit het centrum van Les Abrets dan eerst naar de ommuurde begraafplaats. Daar staat een betonnen pilaar met daarop een gele Jacobsschelp, en op de plaquette erbij staat geschreven dat alle pelgrims een goede pelgrimage wordt gewenst.
Hier gaan we een veldpad op, waarmee we Les Abrets verlaten.
Het eerste buurtschap waar we doorheen komen, is La Rochette.
We lopen over een veldpad tussen de graanstoppelakkers door.
Aan beide kanten van het karrenspoor liggen de grote strorollen nog op het land, met links van ons op de verre achtergrond nog vaag de hoge bergen van de Savoie, waar we vandaan komen.
Dan wandelen we langs een boerderij, waar men zelf ook kaas maakt. De koeien staan samengedrukt tegen een hoog hek op het erf, kijkend naar die twee pelgrims, die voorbij gaan.
Drie kwartier na vertrek zijn we op een hoog punt aangekomen, vanwaar we al een mooie terugblik krijgen op Les Abrets in het dal achter ons.

Via Vieux Saint-Ondras klimmen naar Valencogne
Vervolgens lopen we over een mooi veldpad met links en rechts akkers en graslanden.
Rechts op een grasland ligt een lange bult ruige mest, zoals je dat in Frankrijk veel ziet. Die mestbulten blijven soms heel lang – ook wel jaren - onaangeroerd op het land liggen.
In Vieux Saint-Ondras passeren we een voormalige boerenhoeve, waar op het woongebouw ‘La Ferme’ staat genoemd.
De oude schuur staat er achter op het erf.
We klimmen veelvuldig, en komen dan in de bocht van de weg op een duidelijk hoogtepunt, waarop twee grote zendmasten staan opgesteld.
Dan om 9:45 uur krijgen we voor het eerst het zicht op de bebouwing van Valencogne.
Korte tijd daarna wandelen we de bebouwde kom van Valencogne binnen. 
We passeren een opvallend gedecoreerd wegkruis.

In en rond de kerk van Valencogne
Dan komen we bij de grote kerk van Valencogne.
Gelukkig staat de kerkdeur open, en kunnen èn gaan we direct naar binnen.
Rechts en links in de kerk zijn twee grote panelen aan de muur bevestigd, waarop veel valt te lezen en te bekijken omtrent het pelgrimeren naar Santiago de Compostela.
Bij één van die panelen over de vier klassieke pelgrimswegen door Frankrijk staat een houten beeld van Sint Jacobus.
En rechts van dat paneel hangen een Jacobsschelp en een wandelstaf met daaraan een kalebas aan de muur; ofwel de attributen waaraan je de pelgrim kunt herkennen.
Ook hangt daar een drieluikje met daarop drie verschillende kunstuitingen in de regio, aangaande het pelgrimeren naar Santiago de Compostela.
Tegen de achterwand hangt een banier, die met een Jacobsschelp ook verwijst naar het pelgrimeren.
In een zijkapel is een hoekje ingericht, waarin je een stempelsticker kunt krijgen om die als stempel te plakken in je pelgrimspaspoort, hetgeen we doen.
Hierboven en boven het gastenboek op tafel hangt een houtsnijwerk dat de Sint-Jacobsschelp voorstelt.
En links ervan staat een beeldje van Sint Jacob. Veel in deze kerk verwijst dus naar het pelgrimeren.
We kunnen gebruik maken van het openbare toilet naast de kerk, en onze koffiepauze genieten we in de schaduw met een fris windje op de stenen trap vóór de kerk. 

Via Le Brandoux richting Lac de Paladru 
Enkele meters terug - achter de kerk – staat in een kapelletje het beeld van Sint Jacob.
De heilige Jacobus heeft zijn ogen gericht op de route die de pelgrims door het dorp dienen te vervolgen.
Links ervan hangt overigens ook nog een wegwijzer die verwijst naar Santiago de Compostela.
We gaan in de afdaling het dorp uit, maar onder in de vallei aangekomen, gaat het direct al weer omhoog, tot we een laan in gaan ter hoogte van een holle boom.
Verderop gaat het voort over een prachtig karrenspoor tussen weiden en akkers.
Ook hier wordt de pelgrimsroute goed bewegwijzerd.
Tegen twaalf uur lopen we door een heerlijk schaduwrijk hol bospad.
In het buurtschap Le Brandoux staat nog een oude waterput bij een huis.
En verderop op een heuveltop zien we een groene bolle boom, waaruit aan allerlei kanten de takken grillig uitsteken.
De veldpaden waarop we lopen, worden ook gebruikt door passerende mountain bikers, die getuige de richtingwijzers de fiets tracks 65 en/of 66 rijden. Ze passeren ons met behoorlijke snelheid, dus we moeten nu en dan even goed aan de kant om hen veilig voorbij te laten gaan.
Verderop horen we een kerkklok twaalf uur slaan.
Een kwartier later krijgen we vanaf grote hoogte het Lac de Paladru voor het eerst te zien.
Even is het meer voor ons uit het zicht, maar vijf minuten later zien we weer een groot deel van het vijf kilometer lange meer. Bij ons op de camping staat een Franse zeilleraar, die zes maanden per jaar zeilles geeft op dit Lac de Paladru.

Le Pin
Tegen half één krijgen we dan voor het eerst de kerk en haar omliggende gebouwen van Le Pin in zicht. Dit is onze bestemming voor vandaag.
We doen dan nog wel even over de laatste afdaling, maar om 12:45 uur staan we in het centrum van Le Pin bij de dorpskerk.
Bijzonder van deze kerk is dat de kerktoren op haar zijden twee klokken onder elkaar heeft. Boven in de toren hangt het mechanische uurwerk, en eronder hangt een zonnewijzer.
We gaan de Saint-Christophe-kerk binnen. Het is een eenvoudige kerk, maar het interieur is wel rijk versierd.
Decoratief zijn de veelkleurige kerkramen.
Als we de kerk bezichtigen, komt een vrouw de kerk in, en ze doet de verlichting in de kerk voor ons aan. 
Tot onze verrassing spreekt ze Vlaams. De vrouw vertelt geboren te zijn in India, en als kind verhuisd te zijn naar Oeganda, omdat vader daar werk kreeg. Onder druk van de toenmalige Oegandese dictator Idi Amin moest de familie het land uit, en vestigde de familie zich in België. Daar heeft ze haar man leren kennen, die werk kreeg in Frankrijk, waardoor het stel verhuisde en woonde in Parijs. 25 jaar geleden kreeg de man werk in deze regio, en verhuisden ze naar Le Pin. Ze is Hindoe, maar is inmiddels al 15 jaar lang de sleutelhoudster van deze rooms-katholieke kerk. Ze woont met haar man tegenover de kerk, en verricht alle voorkomende werkzaamheden, zoals het dagelijks openen en sluiten van de kerk, het faciliteren van huwelijken, dopen en begrafenissen, en het inzamelen van kleding voor daklozen. Prachtig om te zien met hoeveel toewijding deze vrouw klaarstaat voor wie gebruik wenst te maken van deze kerk. Haar kracht is ook het spreken van vele talen, en daarmee geniet ze zo vaak van haar contacten met mensen van allerlei origine.
Buiten vinden we onder een afdak een geschikte plek voor onze lunchpauze, en daarna rijden we met de auto terug naar Les Abrets, om daar onze fietsen af te halen, alvorens we terugkeren naar de camping in Oyeu.