vrijdag 21 augustus 2026

Pelgrimeren van Saint-Julien-Chapteuil naar Le Puy-en-Velay

Pelgrimsroute van Genève (Z) via Le Puy-en-Velay (F) naar Santiago de Compostela (S)
Via Gebennensis van Genève naar Le Puy-en-Velay
Pelgrimeren van Saint-Julien-Chapteuil naar Le Puy-en-Velay
Dinsdag 11 augustus 2026 – 19,0 km lopen & 19,1 km taxi
Dag 20: 335,9 – 354,9 km
 
Onze zomerpelgrimage 2026 eindigt bij de kathedraal van Le Puy-en-Velay
























Via Gebennensis
Tijdens onze eerste pelgrimage van Durkje en mij wandelden we van 2005 tot en met 2012 van het Friese Sint-Jacobiparochie (NL) via het Franse Vézelay over de klassieke Franse pelgrimsroute van de Via Lemovicensis naar het Spaanse bedevaartsoord Santiago de Compostela.
Tijdens onze tweede pelgrimage van Durkje en mij wandelden we van 2011 tot en met 2015 vanuit het Franse Le Puy-en-Velay over de klassieke Franse pelgrimsroute van de Via Podiensis wederom naar het Spaanse bedevaartsoord Santiago de Compostela.
Vorig jaar (in 2025) liepen we de verbindingsroute voor pelgrims van de Via Lemovicensis naar de Via Podiensis, namelijk van Vézelay zuidwaarts naar Le Puy-en-Velay. 
Dit jaar (in 2026) lopen we de ruim 350 kilometer lange pelgrimsroute ‘Via Gebennensis’, van het Zwitserse Genève naar het Franse Le Puy-en-Velay. 
Dit is met name voor Duitsers, Oostenrijkers en Zwitsers een aanlooproute naar Le Puy-en-Velay, waar ze dan doorstarten op de klassieke Franse pelgrimsroute van de Via Podiensis.
Bij het pelgrimeren op de Via Gebennensis maken we gebruik van drie pelgrimsgidsen, namelijk de Duitstalige van Renate Flori (in 18 etappes, versie 2023, Rother), de Duitstalige van Hartmut Engel (50 tracé’s, versie 2025, Conrad Stein Verlag) en de Frans-Duitstalige van Henri Jarnier (15 etappes, versie 2024, Association Rhône-Alpes des Amis de Saint-Jacques)). 
Wij zijn van plan deze verbindende aanloop-pelgrimsroute in 20 etappes te lopen.

Van start in Saint-Julien-Chapteuil
Vandaag wandelen we van de Via Gebennensis de 20e – en daarmee laatste - etappe, van Saint-Julien-Chapteuil naar Le Puy-en-Velay, over een etappe-afstand van 19,0 kilometer.
De wekker wekt ons om 5:30 uur in onze caravan op Camping Municipal Surnette in Le Mazet-Saint-Voy, onze uitvalsbasis voor deze vijfde (en daarmee laatste) serie van vier wandeldagen.
Na het ontbijt verlaten we de camping om 6:40 uur, en rijden we met de auto vanaf Camping Municipal Surnette in Le Mazet-Saint-Voy naar Saint-Julien-Chapteuil, waar we de auto parkeren op het parkeerterrein tegenover het bureau van de Gendarmerie Nationale. 
Omdat één van onze beide fietsen eergisteren is uitgevallen, en we nog maar twee etappes hadden te gaan, hebben we besloten gisteren en vandaag van een taxi gebruik te maken. Vandaag doen we dat vanmiddag, ten behoeven van onze terugreis.
Het is vanmorgen al 14 graden Celsius als we vanuit Le Mazet-Saint-Voy vertrekken. Het is de hele dag deels bewolkt, later volop zonnig, en toch wel lekker fris. De temperatuur stijgt tijdens deze etappe vandaag naar 30 graden Celsius, en daarmee is het ook vandaag wederom een tropische dag.
We dalen vandaag van 820 meter naar 670 meter hoogte. Volgens de wandelgids is het zo dat we deze etappe vandaag 220 meters klimmen en 400 meters afdalen. 

Vanuit Saint-Julien-Chapteuil de beek Sumène over
Nadat we zijn gearriveerd in Saint-Julien-Chapteuil, maken we ons klaar voor vertrek.
We gaan al om 7:15 uur van start op de locatie waar we gisteren onze etappe eindigden, vlak bij de pelgrimsherberg van deze plaats.
Eerst maken we nog een wandeling door de stad, onder andere langs de Saint-Julien-kerk. 
Een voorbijganger biedt aan hier van ons een foto te maken, hetgeen we hem graag laten doen.
Dan zoeken we het begin van de vervolgroute aan de rand van de bebouwde kom van Saint-Julien-Chapteuil. Daar ontmoeten we dan heel toevallig nog de Franse vrouw die we eergisteren ook al ontmoetten. Zij bewandelt de GR-wandelroute van Saint-Régis, die dezer dagen gelijk is aan die van onze pelgrimsroute. Zij loopt iets langzamer dan wij, dus we zien haar nog geruime tijd achter ons aan lopen.
Als we bij de beek Sumène komen, hoeven we gelukkig niet door de ondergelopen doorwaadbare plaats door het beekwater te lopen, maar kunnen we een eindje verderop via een bruggetje met droge voeten de beek oversteken, waar op dat moment een medewerker van de gemeente bezig is om het graspad aan beide zijden van de beek en van dit bruggetje te maaien.

Tournesols in Tournecol
Aan de overzijde van de beek zien we vóór ons op zeker moment het plaatsje Eynac liggen, te herkennen aan de kolossale rots die achter de eerste huizen is te zien.
Deze vulkaanrots heeft aan onze zijde de vorm van orgelpijpen, wat we gisteren in Queyrières ook hebben gezien.
Om 8:15 uur lopen we in Eynac zo’n beetje aan de voet van die rotspartij het buurtschap in.
Het volgende gehucht dat we naderen, is Tournecols. Op de akker bovenop de heuvel links van de plaats verbouwt een boer zonnebloemen, in het Frans ‘tournesols’ genoemd. Kortom, we zien tournesols in Tournecol.
Verderop is een boer met twee bouwlieden bezig een betonvloer te storten in een houten raamwerk.
Rechts van de weg staat het oude bakhuisje, waarin men vroeger vooral ook brood bakte.
De inrichting ervan is heel traditioneel, met links en rechts tafelbladen en in het midden de grote steenoven, die met hout werd gestookt.
Opmerkelijk is dat naast dit bakhuisje een ander huisje staat, namelijk een houten overblijfsel van wat ooit een mooie Kerststal is geweest. Dag Jozef en dag Maria, maar waar is Jezus?

Thuiskomen in Marnhac
Als we nog maar net het buurtschap Marnhac in zijn gelopen, krijgen we van grote hoogte al mooi het zicht op de plaats Saint-Germain-Laprade, waar we naar op weg zijn.
Het plaatsje ligt mooi te midden van al die oude vulkanen in dit bijzondere landschap.
Bij de oprit van een woning heeft iemand twee houten poppetjes bij elkaar geplaatst. De beide poppen dragen een pelgrimshart van een Jacobsschelp.
Vlak voordat we Marnhac uit lopen, raken we in gesprek met een man, die vertelt dat hij in Nice woont en in Toulouse werkt, en tussen de bedrijven door hier zoveel mogelijk in Marnharc verblijft (vooral als het in Nice heel warm is), op de plek waar hij is geboren en waar hij zijn eerste dertig jaren heeft gewoond. Voor hem is de periodieke tocht van Nice naar Marnharc dus een soort van thuiskomen.

Het resultaat telt in Saint-Germain-Laprade
Wij moeten nu onder een drukke verkeersweg door, om dan over een steenachtig pad verderop parallel aan die weg naar Saint-Germain-Laprade te lopen. Daarbij hebben we voortdurend die plaats met haar markante kerktoren in het zicht.
Van de andere kant komt een grote groep op mountainbikes en hardlopend ons tegemoet. Het zijn tieners, die onder begeleiding van volwassenen fietsend en hardlopend de heuvel op komen. Gezien hun shirts met namen en rugnummers erop, lijkt het om een aantal leden van een sportclub te gaan, die hier in het open veld trimmen.
Bij de Tabac-Bar voorin Saint-Germain-Laprade gaan we naar binnen voor onze koffiepauze van vandaag. De jonge barkeepster is nog niet zo bedreven in haar werk, want van een Café Americano heeft ze nog nooit gehoord, en hoe ze in plaats daarvan een Café Double moet maken met het koffieapparaat, weet ze ook niet. Maar ze krijgt goede hulp van haar collega. Als er een man binnenkomt en een glas witte wijn bestelt, vraagt de vrouw aan de klant of hij de fles witte wijn zelf wil ontkurken, want ze weet niet hoe ze dat moet doen. De man ontkurkt de wijnfles, en dan schenkt de vrouw de wijn in. Maar hoe het ook allemaal verloopt: wij hebben koffie, en de man zijn wijn. Het resultaat telt.
Langs het oude lavoir lopen we het centrum in.
Ons doel is voor nu het bezoeken van de kerk met die markante toren.
Als we de kerk binnenkomen, zit daar een wandelstel in stilte achterin de kerk. Wij maken in stilte een rondje door deze 12e eeuwse kerk, die door haar bouwstijl tamelijk donker is van binnen.
Na dit kerkbezoek lopen we om 10:30 uur de bebouwde kom uit.

Verheugd op de Berg van de Vreugde
Dan zetten we direct een klim in, want we moeten nu over een veldpad bergopwaarts, waarbij we al snel achteromkijkend Saint-Germain-Laprade diep achter ons zien liggen.
We klimmen de Monjoie op, die ook wel de ‘Berg van de Vreugde’ wordt genoemd.
Bovenaan de klim is een speciale plek ingericht met allerhande zaken, met erbij een naambordje van deze top-plek. 
Er ligt ook een grote platte steen bij, met daarop een Jacobsschelp bevestigd, en erboven de pelgrimsgroet ‘Ultreia’, tevens de naam van onze eigen ‘Refugio Ultreia Feinsum”.
Daar, iets verder voorbij de top van de Monjoie, zien we op deze pelgrimage voor het eerst de stad Le Puy-en-Velay in de verte in het dal liggen. Daarom ook de naam van deze bergtop, die de pelgrim verheugt bij het zien van die eeuwenoude pelgrimsstad.
We zijn er nog lang niet, maar nu al kunnen we het Maria-beeld en de kapel elk op de eigen hoge vulkaanrots onderscheiden.

Drie wandelende stellen in Brives-Charensac
Maar voordat we het pelgrimscentrum bereiken, moeten we eerst nog een lange afdaling maken, die uitkomt bij de ruïne van de oude rivierbrug, die in het stadje Brives-Charensac de rivier de Loire nog maar deels overspant.
Met het zicht op de stad, op de Loire, op die brugruïne, en op de huidige rivierbrug zitten we op een bankje hoog aan de Loire, waar we onze koffie met broodjes-pauze houden.
We zien tijdens deze pauze even later ook het wandelaars-stel voorbij komen, dat wij eerder vandaag in Saint-Germain-Laprade in de kerk ontmoetten.
Na deze pauze in de schaduw aan de rivier steken we via de nieuwere stenen boogbrug de Loire over. 
Direct aan de overzijde van de Loire moeten we rechtsaf en dan rechtsom naar beneden, om een pad langs de Loire te volgen, van Brives-Charensac naar Le Puy-en-Velay.
We halen een ouder stel in, waarvan de man direct op ons passeren reageert. Hij vertelt dat hij in 2005 – een jaar na het overlijden van zijn vrouw – een pelgrimstocht heeft gemaakt vanuit Saint-Jean-Pied-de-Port / Roncesvalles naar Burgos, samen met een collega èn toen ook nog met een Japanner die zij onderweg ontmoetten.  
De vrouw die nu bij hem is, is zijn nieuwe partner. Haar man is destijds ook overleden. En samen trekken zij nu op. Hij woont in Le-Puy-en-Velay, en zij in Clermont-Ferrand. En regelmatig wandelen zij langs de Loire tussen Brives-Charensac en Le Puy-en-Velay.
Na een lang gesprek over van alles en nog wat, gaan wij verder, en zij volgen ons op afstand tot in Le Puy-en-Velay, waar we nog afscheid van hen nemen vlakbij de plek waar de man woont.

Langs de Loire en de Borne
Eerst volgen we de paden langs de Loire. Daarbij nemen we enkele onderdoorgangen onder Loire-bruggen door. Eén ervan, een eigentijdse, is uitgebreid gedecoreerd met graffity.
Een eindje verderop, hoog ten opzichte van ons pad, passeren we een hooggebouwde kapel.
Dan gaan we onder een hoge boogbrug door, een stenen spoorbrug.
Direct daarna wandelen we de bebouwde kom van Le Puy-en-Velay binnen. Het grote plaatsnaambord vermeldt dat deze stad door de Unesco is uitgeroepen tot hoofdstad van pelgrimsroutes van Sint Jacob.
Rechts van ons stroomt de snelstromende La Borne.
Als we om een sportveld heen lopen, zien we in de verte weer zowel de kapel als ook het Maria-beeld boven op hun eigen vulkaanrots.
Via een hele lage, platte betonnen brug steken we voor het eerst het riviertje de Borne over.
En enkele minuten later nog eens, dus dan lopen we weer links langs de Borne. 
Niet veel later staan we in Le Puy-en-Velay aan de voet van de kapel op de rots Saint-Michel. 
Hier gaan we steil naar boven de binnenstad in, en dan krijgen we een beter zicht van dichterbij op het enorme Maria-beeld  (Statue de Notre-Dame de France) op de Rocher Corneille. 

In de kathedraal van Le Puy-en-Velay
En dan ineens, om 13:05 uur, staan we aan de voet van de stenen trap, die toegang geeft tot de kathedraal van Le Puy-en-Velay.
Als we naar rechts kijken, zien we de diep naar beneden lopende Rue des Tables in het lage verlengde van de kathedraaltrappen.
Een voorbijgaand toeristenstel uit de Elzas maakt van ons een aankomstfoto onderaan de trappen van de kathedraal, de Notre-Dame du Puy.
We klimmen de trappen op naar de ingang van de kathedraal.
Binnen maken we een rondgang door de prachtige kathedraal, langs de zijkapellen en het koor.
We bekijken de schilderijen, de pracht en praal van het bouwwerk, en de kerkramen van deze enorme kerk. 
Durkje steekt voor ons een kaarsje aan, aan de voet van het beeld van Sint Jacobus, als dank voor onze voorspoedig geslaagde zomerpelgrimage van meer dan 350 kilometers.
In de winkel van de kathedraal krijgen we het kathedraalstempel in onze pelgrimspaspoorten, ter afronding van onze zomerpelgrimage op de Via Gebennensis, de tocht van het Zwitserse Genève tot in deze kathedraal van het Franse Le Puy-en-Velay.
Verder kopen we een en ander in deze kathedraalwinkel.
Onder het andere beeld van de heilige Jacobus in het buitenportaal van de kathedraal verlaten we dit eeuwenoude Godshuis, waar al zoveel pelgrim in en uit zijn gegaan, zoals ook wij eerder al in 2013 en vorig jaar in 2025.

Terug via Saint-Julien-Chapteuil naar Le Mazet-Saint-Voy
Onderaan de trappen van de kathedraal, dalen we verder af naar de benedenstad, door de Rue des Tables.
Onderaan die straat komen we op Place des Tables.
Daar spreken we af dat we verderop op een ons bekend stadsplein eerst een aankomstdrankje zullen nemen, alvorens we de stad gaan verlaten.
Na dat vreugdedrankje lopen we naar de VVV, waar de medewerkster voor ons een taxi belt, waarmee we 20 minuten later de stad kunnen verlaten.
De vriendelijke en spraakzame taxi-chauffeur rijdt ons vlot terug naar Saint-Julien-Chapteuil, waar we vanmorgen vroeg onze auto hebben geparkeerd. Daar vandaan rijden we terug naar de camping in Le Mazet-Saint-Voy.
Tijdens die terugtocht – eerst in de taxi en daarna verder in onze eigen auto – krijgen we te maken met regen en onweer, en zien we de temperatuur heel snel dalen van 30 graden naar 14 graden Celsius. Maar die regen deert ons niet meer, nu wij met zulk schitterend zomers weer vandaag de laatste etappe van de Via Gebennensis zo succesvol en plezierig hebben kunnen voltooien.
 

Resumé van de Via Gebennensis van Genève naar Le Puy-en-Velay
  • De Via Gebennensis hebben we vandaag geheel voltooid. Dat deden we in één keer als volgt:
  • Dit jaar (2026) pelgrimeerden we van 19 juli tot en met 11 augustus 2026 van het Zwitserse Genève naar het Franse Le Puy-en-Velay over de afstand van 354,9 kilometers in een tijdsbestek van 20 wandeldagen. Dat is gemiddeld circa 17,75 kilometer per etappe.
  • Bij de voorbereiding en tijdens het bewandelen van de Via Gebennensis hebben we gebruik gemaakt van de volgende drie wandelgidsen: A. de Duitstalige van Renate Flori (in 18 etappes, versie 2023, Rother), B. de Duitstalige van Hartmut Engel (50 tracé’s, versie 2025, Conrad Stein Verlag) en C. de Frans-Duitstalige van Henri Jarnier (15 etappes, versie 2024, Association Rhône-Alpes des Amis de Saint-Jacques)). De gps-route in Organic Maps gebruiken we waar dat soms even nodig was.
  • Deze drie verschillende wandelgidsen kennen een eigen etappe-indeling, met - uitgaande van hun eigen uitgangspunten - onderling verschillende etappe-afstanden. Daarom hebben wij bij de bepaling van onze eigen wandeletappe-afstanden per etappe het gemiddelde genomen van de hier genoemde wandelgidsen die zo’n etappe beschrijven. 
  • Voordeel van het gebruiken van meerdere wandelgidsen is dat we vooraf en tijdens de pelgrimstocht een goed beeld kregen van alle ins en outs inzake de volgende etappes, waaronder voorzieningen zoals bars, winkels en overnachtingsaccommodaties. 
  • Dan zie je ook welke afwijkende route-variaties de afzonderlijke wandelgidsen vermelden, waaruit we in dergelijke situaties een weloverwogen keus konden maken ten aanzien van de door ons te lopen variant, zoals die door ons alhier zijn beschreven.
  • De ochtendtemperaturen bij de start van een dag-etappe lagen zo ongeveer tussen de 12 en 23 graden Celsius, en de temperaturen liepen gedurende de wandeldagen op tussen circa 24 tot 38 graden Celsius. Gemiddeld genomen liepen we de 20 etappes derhalve met een dagtemperatuur tussen de 16,3 en de 31,6 graden Celsius, met een gemiddelde stijging van de temperatuur gedurende deze 20 dagen van 15,3 graden. Van de 20 wandeldagen liep van 15 dagen de temperatuur op tot 30+ graden, waarmee het aantal tropische dagen dus 15 van de 20 was, ofwel 75% onder tropische omstandigheden. Regen hebben we nauwelijks gehad onderweg. Al met al dus deze keer droge en hete dagen op het pelgrimspad.
  • Opmerkelijk was onderweg het aantal kerken dat open was, waar dan heel vaak ook nog een stempel klaarstond om die in onze pelgrimspaspoorten af te drukken. Waar geen stempel was, troffen we in enkele gevallen kleine stickers aan met daarop het kerkstempel, die we dan in de pelgrimspaspoorten konden plakken. Resultaat aan het eind van deze pelgrimage is dan ook dat we totaal 40 pelgrimsstempels hebben gekregen in onze pelgrimspaspoorten, wat over 20 dagen dus een gemiddelde is van twee stempels per dag, wat vergeleken met de pelgrimage van vorig jaar naar Le Puy-en-Velay betrekkelijk veel is. 
  •  

  • Vergeleken met de pelgrimstocht van Vézelay naar Le Puy-en-Velay, die we vorig jaar in 2025 liepen, viel ons dit jaar op de Via Gebennenis van Genève naar (ook) Le Puy-en-Velay op dat er onderweg op en langs de pelgrimsroute veel meer aandacht wordt gegeven aan het feit dat hier sprake is van het pelgrimspad van Sint Jacob, ofwel Saint-Jacques-de-Compostelle. En dat zag je aan heel veel zaken onderweg, zoals de bewegwijzering, uiteenlopende pelgrimssymbolen en al die beelden en afbeeldingen van Sint Jacob (Santiago / Saint-Jacques) in kapellen, kerken, basiliek, kathedralen, klooster, en op heel veel andere locaties aan de pelgrimsroute. Hier op deze pelgrimsroute merk je ten voeten uit dat je aan het pelgrimeren bent, en mensen spreken je daar ook vaak op aan. Fransen wijzen je de weg, geven tips om Jacobalia te gaan bekijken, geven je een stempel in je pelgrimspaspoort, en bijna dagelijks werd ons onderweg wel water aangeboden; vooral ook op die hete dagen, waarop veel drinken onontbeerlijk is.
  • Als je het niet erg vindt om regelmatig te klimmen en te dalen in heuvels en bergen, en je (dan) verheugt op schitterende vergezichten over heuvels, bergen en dalen, èn als je onderweg geniet van al die zichtbare items die je laten ervaren dat je op de pelgrimsroute van Sint Jacob loopt, dan is de Via Gebennensis als pelgrimsroute voor de wandelende pelgrim een aanrader!
 




 

donderdag 20 augustus 2026

Pelgrimeren van Saint-Jeures naar Saint-Julien-Chapteuil

Pelgrimsroute van Genève (Z) via Le Puy-en-Velay (F) naar Santiago de Compostela (S)
Via Gebennensis van Genève naar Le Puy-en-Velay
Pelgrimeren van Saint-Jeures naar Saint-Julien-Chapteuil
Maandag 10 augustus 2026 – 18,5 km lopen & 19,9 km taxi
Dag 19: 317,4 – 335,9 km
 
Bij Raffy een formidabel uitzicht over het vulkanenlandschap

















Via Gebennensis
Tijdens onze eerste pelgrimage van Durkje en mij wandelden we van 2005 tot en met 2012 van het Friese Sint-Jacobiparochie (NL) via het Franse Vézelay over de klassieke Franse pelgrimsroute van de Via Lemovicensis naar het Spaanse bedevaartsoord Santiago de Compostela.
Tijdens onze tweede pelgrimage van Durkje en mij wandelden we van 2011 tot en met 2015 vanuit het Franse Le Puy-en-Velay over de klassieke Franse pelgrimsroute van de Via Podiensis wederom naar het Spaanse bedevaartsoord Santiago de Compostela.
Vorig jaar (in 2025) liepen we de verbindingsroute voor pelgrims van de Via Lemovicensis naar de Via Podiensis, namelijk van Vézelay zuidwaarts naar Le Puy-en-Velay. 
Dit jaar (in 2026) lopen we de ruim 350 kilometer lange pelgrimsroute ‘Via Gebennensis’, van het Zwitserse Genève naar het Franse Le Puy-en-Velay. 
Dit is met name voor Duitsers, Oostenrijkers en Zwitsers een aanlooproute naar Le Puy-en-Velay, waar ze dan doorstarten op de klassieke Franse pelgrimsroute van de Via Podiensis.
Bij het pelgrimeren op de Via Gebennensis maken we gebruik van drie pelgrimsgidsen, namelijk de Duitstalige van Renate Flori (in 18 etappes, versie 2023, Rother), de Duitstalige van Hartmut Engel (50 tracé’s, versie 2025, Conrad Stein Verlag) en de Frans-Duitstalige van Henri Jarnier (15 etappes, versie 2024, Association Rhône-Alpes des Amis de Saint-Jacques)). 
Wij zijn van plan deze verbindende aanloop-pelgrimsroute in 20 etappes te lopen.

Eerst van Saint-Julien-Chapteuil naar Saint-Jeures
Vandaag wandelen we van de Via Gebennensis de 19e etappe, van Saint-Jeures naar Saint-Julien-Chapteuil, over een etappe-afstand van 18,5 kilometer.
De wekker wekt ons om 5:30 uur in onze caravan op Camping Municipal Surnette in Le Mazet-Saint-Voy, onze uitvalsbasis voor deze vijfde (en daarmee laatste) serie van vier wandeldagen.
Na het ontbijt verlaten we de camping om 6:40 uur, en rijden we met de auto vanaf Camping Municipal Surnette in Le Mazet-Saint-Voy naar Saint-Julien-Chapteuil, waar we de auto parkeren op het parkeerterrein tegenover het bureau van de Gendarmerie Nationale. 
Omdat één van onze beide fietsen gisteren is uitgevallen, en we nog maar twee etappes hebben te gaan, hebben we besloten vandaag en morgen van een taxi gebruik te maken. Daartoe heeft Durkje gisteravond met behulp van de campingbeheerder Philippe een taxi geregeld, die ons vandaag om 7:30 uur zou afhalen vóór het Gendarmerie-bureau. Wij staan op tijd klaar, maar de chauffeuse komt zo’n kwartier te laat, en rijdt ons dan met spoed naar Saint-Jeures, waar onze etappe van deze dag begint.
Het is vanmorgen al 14 graden Celsius als we vanuit Le Mazet-Saint-Voy vertrekken. Het is de hele dag deels bewolkt en lekker fris. De temperatuur stijgt tijdens deze etappe vandaag naar 30 graden Celsius, en daarmee is het ook vandaag wederom een tropische dag.
We dalen vandaag van 1.050 meter naar 820 meter hoogte, maar ertussen moeten we wel klimmen naar 1.280 meter, zijnde het hoogste punt van de hele Via Gebennensis. Volgens de wandelgids is het zo dat we deze etappe vandaag 450 meters klimmen en 680 meters afdalen. 

Via La Rochette en La Bruyère
Nadat we zijn gearriveerd in Saint-Jeures, maken we ons klaar voor vertrek.
We gaan van start tussen de Mairie (de vroegere school) en het oorlogsmonument voor de Eerste Wereldoorlog. Dit is de locatie waar we gisteren onze etappe eindigden. Het is nu 8:15 uur.
Als we de Tabac-winkel in het dorpje passeren, zien we binnen enkele tafels en stoelen staan, en dat een man binnen koffie zit te drinken. Het blijkt dat deze Tabac-winkelier er ook een klein café bij heeft, èn een klein kruidenierswinkeltje met ook nog verse brood-verkoop. We gaan naar binnen, en beginnen met een lekkere kop koffie met een croissant erbij. Dan zijn we helemaal klaar voor vertrek.
Buiten Saint-Jeures komen we op een mooi bospad.
Waar we het buurtschap La Rochette binnenwandelen komen we langs een oude waterbron, en rechts van het pad staat een grote bouwkraan bij een huis in aanbouw.
Even na negen uur krijgen we voor het eerst een vergezicht op Araules, waar we naar op weg zijn. 
Maar eerst komen we nog door La Bruyère, waar een man in een moestuin aardappelen rooit.
Aan het eind van de moestuin langs de weg zijn drie poppen opgesteld, die een man en een vrouw met een meisje en haar pop verbeelden.

Door Araules en Jouye naar Les Quartres Routes
Waar we opklimmen naar Araules passeren we de volop in bedrijf zijnde lokale rioolwaterzuiveringsinstallatie.
In het dorpscentrum aangekomen, zien we de vermelding dat we ons nu bevinden op een hoogte van 1.033 meter.
En op Place du Parc staat een camino-wegwijzer, waarmee duidelijk wordt gemaakt dat het vanaf hier nog 1.551 kilometer is naar Santiago de Compostela.
Aan het eind van het dorpsplein komen we langs Café des Sucs, met in het logo een Jacobsschelp.
Daar is ook de pelgrimsherberg, waarbinnen iemand aan het stofzuigen is, dus kennelijk heeft daar iemand overnacht afgelopen nacht.
Over de weg en verderop op het pad met het straatnaambord Chemin de Compostelle verlaten we Araules. 
Op het eind van een veldpad passeren we een ruig veldkruis.
Vervolgens lopen we door het buurtschap Jouye.
Zoals in zoveel Franse plaatsen vind je ook hier af en toe veelkleurig bloeiende hortensia’s, die de omgeving haar fleurige kleuren geven.
Dit gehucht gaan we uit op het pad met de goed bijpassende straatnaam: Montée des Pélerins.
Als je het nog niet dacht, zie je het al heel snel. Hier moet je omhoog, daarbij stevig, maar vooral voorzichtig klimmend over een ruig pad met puntige rotsen en stenen.
Elke keer als je hier klimt, krijg je meestal wel een prachtig vergezicht kado over het vulkanenlandschap.
We klimmen regelmatig, en komen uiteindelijk op een hoogte aan van al 1.248 meter. Dan zijn we aangekomen op de viersprong van wegen op de kruising van Les Quatre Routes. Op de grasvelden vóór ons zien we dan een groot tentenkamp, waar jongeren over het terrein lopen.
Vanaf hier gaan we nog weer verder omhoog, en komen dan door het bosgebied met prachtige bemoste rotsen en keien, die met de andere vegetatie een sprookjesachtig geheel creëren.

Koffiepauze met fenomenaal uitzicht bij Suchaillou
We moeten nog een eindje verder klimmen om op het hoogste punt van de Via Gebennensis te komen, en ook nu weer krijgen we zo’n prachtig vergezicht over het vulkanenlandschap.
Als we in Raffy aankomen op de asfaltweg, realiseren we ons dat we het hoogte punt van vandaag en tevens van dit pelgrimspad al achter ons hebben gelaten, zonder dat we daar door een bordje op dat hoogste punt van 1.280 meter erop werden gewezen. 
We volgen de asfaltweg een klein eindje.
Dan komen we aan op het uitzichtpunt van Suchaillou, vanwaar we een weids vergezicht krijgen over een enorm vulkanengebied.
Hier gaan we op een rots zitten, om te genieten van onze koffiepauze, maar bovenal om te genieten van dit fenomenale uitzicht.
Onderaan de plek waar we zitten, is een schuilhut van steen gebouwd.
Er steken twee stenen tafelen uit de muur van de schuilhut van Suchaillou, waarop je kunt zitten om van het uitzicht te genieten.
Maar je kunt ook de schuilhut in, waar een gong met een stokje hangt, en waar aan de wanden brede houten banken zijn, waarop je zelfs zou kunnen overnachten.
Vóór de schuilhut staat een panorama-tafel, waarop je kunt aflezen wat je dichtbij of in de verte van het landschap kunt zien.
Rechts onderin zien we Le Puy-en-Velay staan, waar we morgen naar toe wandelen om de Via Gebennensis af te ronden.

Van Le Coudert door Queyrières naar Le Mas
Na deze koffiepauze volgen weer de nodige klim- en daalpartijen over de hellingen van de bergen.
We krijgen bij het oversteken van een asfaltweg alvast een eerste zicht op de plaats Queyrières, dat bekend staat vanwege de vulkaanrots bij het dorp, waarvan de vertikale lijnen als het ware de vorm hebben van orgelpijpen.
We moeten dan nog wel een eind lopen om daar aan te komen, en daarbij moeten we sowieso eerst nog door het gehucht Le Coudert.
Als we dan vlak na de klokslag van twaalf uur het dorp Queyrières hebben bereikt, krijgen we een veel beter zicht op de vormgeving van de elementen van deze enorme rots.
We lopen Queyrières uit onder een uithangbord in de vorm van een jachttafereel van een jager met jachthond en een fazant.
Tegen half één verlaten we het dorp, en dan komen we enkele minuten later langs een oud stenen wegkruis.
Dan lopen we het plaatsje Le Mas binnen.
Voorbij Le Mas gaan we weer een pad op, van waar we wederom een prachtig uitzicht krijgen op de dalen tussen de uitgewerkte vulkaanrotsen.

Monedeyres 
Vanaf behoorlijke hoogte zetten we dan de afdaling in over een ruig steenachtig pad naar het plaatsje Monedeyres.  
Vóórin Monedeyres passeren we de locatie waar een aantal ondergrondse eco-vakantiewoningen zijn gebouwd.
In het dorpscentrum van Monedeyres passeren we de dorpskerk, die helaas gesloten is.
Daarom lopen we door, het dorp al weer uit.
Waar we Monedeyres uitlopen, zetten we de afdaling in over het Sentier du Mont Rouge; ook al weer zo’n ruig pad.
Je kunt zien dat een deel van dit pad vroeger is geplaveid met dikke stenen, maar het wegdek is grotendeels weggevallen in de loop der jaren. Ook kun je links en rechts van het pad en langs de graslanden aan weerszijden van het pad nog oude bermmuurtjes herkennen die vroeger zijn opgericht.

Veel te zien onderweg
We lopen een boerderijerf voorbij, waarvan je door de begroeiing op de gebouwen niet meer kunt zien of er nog iets van in gebruik is momenteel.
Vaak moeten we vanaf een asfaltweg een klim of een daling inzetten, soms naar links, soms naar rechts, en ook daarbij steeds wel weer die mooie uitzichten over de omgeving veraf en dichtbij.
Twee koeien staan in de hoek van een weiland langs de asfaltweg te drinken bij hun drinkbak, zijnde een oude badkuip.
In een buurtschap lopen we langs een bakhuisje, dat in veel dorpen vroeger door de dorpelingen werd gebruikt om hun eigen brood te bakken.
En verderop zien we een hoge vulkaantop oprijzen boven de bomen, en bovenop die vulkaanrotstop staat een rechthoekig bouwwerk, met erboven op een kruis.
Bij de ruïne van een huisje staat nog de ruïne van een kleine schuur. Ook dit is vroeger allemaal natuurlijk volop in bedrijf geweest, maar nu neemt de natuur het allemaal over, en verdwijnt het in de komende jaren onder de begroeiing.

Nieuw routeplan
Dan arriveren we bij een dorpje, waarvan we qua afstand hadden verwacht dat het Saint-Julien-Chapteuil zou zijn. Maar omdat dat niet het geval is, checken we even in Organic Maps op de smartphone, en constateren dan dat we ten zuiden van de pelgrimsroute – tevens GR65 – lopen. Onze conclusie is dat we ergens een bord hebben gemist (niet gezien, of het staat er niet) waarop zou moeten staan dat verschillende GR-routes uiteen gaan. We hebben namelijk steeds nog de wit-rode markeringen gevolgd van de GR (tevens pelgrimsroute), maar duidelijk is nu wel dat het hier gaat om een andere GR dan die van de pelgrimsroute. Met de kaart erbij, passen we onze route aan, en lopen dan iets zuidelijker de stad Saint-Julien-Chapteuil binnen. Daar zien we de Saint-Julien-kerk al snel hoog oprijzen boven de bebouwing van de stad.

Aankomst in Saint-Julien-Chapteuil 
We lopen naar deze hooggebouwde stadskerk om deze te bezichtigen.
Gelukkig is de kerk open, en heel mooi is dat we hier ook een kerkstempel kunnen afdrukken in onze pelgrimspaspoorten.
Na dit kerkbezoek lopen we terug naar de doorgaande pelgrimsroute, en nuttigen onderweg in de schaduw in de stad nog even onze lunch, alvorens we terugkomen bij onze auto, die tegenover het bureau van de Gendarmerie Nationale staat.
We rijden vanuit Saint-Julien-Chapteuil terug naar de camping. Morgen lopen we naar het eindpunt van de Via Gebennensis, naar Le Puy-en-Velay.    

Pelgrimeren van Montfaucon-en-Velay naar Saint-Jeures

Pelgrimsroute van Genève (Z) via Le Puy-en-Velay (F) naar Santiago de Compostela (S)
Via Gebennensis van Genève naar Le Puy-en-Velay
Pelgrimeren van Montfaucon-en-Velay naar Saint-Jeures
Zondag 9 augustus 2026 – 19,0 (+ 3,7 km) km lopen & 17,5 (- 3,7) km fietsen
Dag 18: 298,4 – 317,4 km
 
We zijn bijna in Saint-Jeures



















Via Gebennensis
Tijdens onze eerste pelgrimage van Durkje en mij wandelden we van 2005 tot en met 2012 van het Friese Sint-Jacobiparochie (NL) via het Franse Vézelay over de klassieke Franse pelgrimsroute van de Via Lemovicensis naar het Spaanse bedevaartsoord Santiago de Compostela.
Tijdens onze tweede pelgrimage van Durkje en mij wandelden we van 2011 tot en met 2015 vanuit het Franse Le Puy-en-Velay over de klassieke Franse pelgrimsroute van de Via Podiensis wederom naar het Spaanse bedevaartsoord Santiago de Compostela.
Vorig jaar (in 2025) liepen we de verbindingsroute voor pelgrims van de Via Lemovicensis naar de Via Podiensis, namelijk van Vézelay zuidwaarts naar Le Puy-en-Velay. 
Dit jaar (in 2026) lopen we de ruim 350 kilometer lange pelgrimsroute ‘Via Gebennensis’, van het Zwitserse Genève naar het Franse Le Puy-en-Velay. 
Dit is met name voor Duitsers, Oostenrijkers en Zwitsers een aanlooproute naar Le Puy-en-Velay, waar ze dan doorstarten op de klassieke Franse pelgrimsroute van de Via Podiensis.
Bij het pelgrimeren op de Via Gebennensis maken we gebruik van drie pelgrimsgidsen, namelijk de Duitstalige van Renate Flori (in 18 etappes, versie 2023, Rother), de Duitstalige van Hartmut Engel (50 tracé’s, versie 2025, Conrad Stein Verlag) en de Frans-Duitstalige van Henri Jarnier (15 etappes, versie 2024, Association Rhône-Alpes des Amis de Saint-Jacques)). 
Wij zijn van plan deze verbindende aanloop-pelgrimsroute in 20 etappes te lopen.

Eerst van Saint-Jeures naar Montfaucon-en-Velay
Vandaag wandelen we van de Via Gebennensis de 18e etappe, van Montfaucon-en-Velay naar Saint-Jeures, over een etappe-afstand van 19,0 kilometer.
De wekker wekt ons om 5:30 uur in onze caravan op Camping Municipal Surnette in Le Mazet-Saint-Voy, onze uitvalsbasis voor deze vijfde (en daarmee laatste) serie van vier wandeldagen.
Na het ontbijt verlaten we de camping om 6:35 uur, en rijden we met de auto – met de fietsen achter op het fietsenrek - vanaf Camping Municipal Surnette in Le Mazet-Saint-Voy naar Saint-Jeures, waar we de auto parkeren op een parkeerterrein bij de dorpsschool. Dan fietsen we van Saint-Jeures naar Montfaucon-en-Velay, want daar begint straks onze etappe. Althans, dat was de bedoeling, ware het niet dat we 3,7 kilometer vóór Montfaucon-en-Velay een lekke band krijgen. Daarom lopen we met de fietsen aan de hand nog enkele honderden meters langs de drukke weg door tot net voorbij Les Olmes, en daar stallen we onze fietsen, en melden de bewoner er tegenover wat er aan de hand is. De rest van die resterende 3,7 kilometer lopen we samen langs de D105 naar Montfaucon-en-Velay, waarmee onze totale wandelafstand vandaag eigenlijk op 22,7 komt, en de fietsafstand is derhalve bij 13,8 kilometer gebleven.
Het is vanmorgen al 18 graden Celsius als we vanuit Le Mazet-Saint-Voy vertrekken. En als we vanuit Montfaucon-en-Velay vertrekken, is het daar al 23 graden Celsius. Het is de hele dag bewolkt en tamelijk benauwd. De temperatuur stijgt tijdens deze etappe vandaag naar 33 graden Celsius, en daarmee is het ook vandaag wederom een tropische dag.
We stijgen vandaag van 915 meter naar 1.050 meter hoogte, waarbij we volgens de wandelgids 450 meters klimmen en 320 meters afdalen. 

Via Bronac naar Les Olmes
Nadat we wandelend zijn gearriveerd in het centrum van Montfaucon-en-Velay, drinken we eerst de door ons meegenomen koffie, met daarbij een Belvita. De café’s zijn nog dicht, en bij de bakker staat een lange wachtrij in de bakkerswinkel op deze vroege zondagochtend. Gelukkig zijn we 100% zelfvoorzienend, en gaan we na de koffie op stap.
We vervolgen om 9:00 uur de pelgrimsroute waar we die gisteren beëindigden. Daarbij gaan we nog wèl even de Chapelle Notre-Dame binnen, voor een passende zondagochtendstart.
Buiten het stadje komen we al spoedig langs het eerste wegkruis, La Croix des Lardons, dat hier op een hoogte van 950 meter staat.
Dan gaat het verder over een nogal stenig bospad.
Dat pad voert ons naar het plaatsje Bronac, dat we passeren.
We lopen op een bosperceel af, en slaan net vóór de bosrand af naar rechts.
Prachtig zijn de veldpaden die hierop volgen.
We draaien af naar het zuiden, en komen dan in het buurtschap Les Olmes, waar we achter een boerderij het gehucht naderen.
Door Les Olmes lopen we door naar de D105, en als we daar aankomen, zien we dat we net daarvóór eerder vanmorgen een lekke band hebben gekregen, en dat we voorbij Les Olmes onze fietsen hebben gestald. 
Vanaf de kruising van onze route met de D105 kunnen we de locatie zien waar onze fietsen staan.

Van Brossettes naar La Brosse
We gaan een bosperceel in, dat bestaat uit dicht op elkaar staande bomen, die kaarsrecht omhoog rijzen, met op de bosbodem nauwelijks enige begroeiing. 
Verderop gaat het bospad over in een boszoompad, waar een andere zondagochtend-wandelaar ons tegemoet  komt. Ze groet vriendelijk.
Rechts van het veldpad heeft iemand een klein bezinningsplekje gemaakt, waarin we onder andere Jezus aan het kruis zien en een Mariabeeldje.
Om 10:14 uur wandelen we over een stil boerenerf het plaatsje Brossettes binnen.
We lopen in het centrum langs het hoge wegkruis.
En dan zien we ook nog een kapel, die – ziende op de staat en op de inhoud ervan – al buiten gebruik is gesteld.
Waar we Brossettes uit wandelen, komen we langs een stuk grasland waar een aantal oldtimers staan, waaronder ook het type Ford Taunus uit de zeventiger jaren, waarvan ik indertijd de introductie heb meegemaakt bij Garage Lammers in Drachten. Het was destijds al een markante auto vanwege zijn front, en ook nu nog staat het model er mooi bij, te midden van al die andere oude auto’s.
Aan het eind van Brossettes komen we nog naar een in het bos verscholen pelgrimsaccommodatie.
We lopen enkele meters te ver, omdat we geen wegwijzer rechtsaf zien, en staan dan vóór een onbewaakte spoorwegovergang van het hier populaire museumtreintje. 
Verderop zien we de trein van enige afstand ook rijden.
Het pad dat we hadden moeten nemen, en nu ook hebben genomen, voert ons naar het buurtschap La Brosse, dat we binnenwandelen bij het château.
Direct daarna volgen nog enkele woningen, die wellicht indertijd werden bewoond door de arbeiders van de château-eigenaar.

Van La Petite Papeterie naar Salettes
Waar we de rivier Le Lignon naderen, komen we aan bij La Petite Papeterie, een luxe vakantieverblijf, waar volgens de bordjes ook pelgrims terecht kunnen. Daarom voelen we ons vrij om binnen te vragen om een gîte-stempel voor onze pelgrimspaspoorten. Een tiener die ons de eetzaal binnen ziet komen, roept verschrikt direct “Mama!”, die in de keuken werkzaam is. Het meisje komt terug uit de keuken en als we haar vragen om een stempel van de gîte, krijgen we te horen dat ze die hier niet hebben. 
Daarom gaan we door, en lopen dan langs Le Lignon naar de brug over de rivier. 
Die brug is niet meer toegankelijk. Bij de opgang naar de brug staan twee gedenkstenen. 
De eerste verhaalt over de hele lange geschiedenis van La Papeterie, van oorsprong een papierfabriek, maar later ook gebruikt als interneringskamp, onder andere door de Duitsers, die hier Duitse Joden interneerden, die via een ander kamp werden doorgevoerd naar Auschwitz-Birkenau. Geen opwekkende geschiedenis.
De uit steen gehouwen andere gedenksteen laat op opwekkender wijze beeldend iets zien van de eerste fase van de papierfabriek.
Om 11:40 uur naderen we de stad Tence.
Maar voordat we Tence in kunnen gaan, komen we eerst nog door het aanliggende plaatsje Salettes.
Van Salettes gaan we Tence binnen via een smalle loopbrug over Le Lignon.

Intens Tence
In Tence worden pelgrims direct verwelkomd met metalen plaatjes van twee ons welbekende pelgrimsansichtkaarten, met Jacobsschelpen en met twee provisorisch gecreëerde pelgrimsbeelden.
Vlak vóór twaalf uur wandelen we het centrum in van Tence.
Recht vóór ons zien we de Notre-Dame-kerk.
We lopen direct door naar het centrum van de stad, en passeren daarbij nog een andere – hoger gebouwde – kapel. 
Het is voor onze begrippen verschrikkelijk druk in Tence, want er is van alles te beleven, waaronder een Brocante-warenmarkt. Mensen komen lopend en met auto’s van alle kanten aan, om zich in de enorme drukte van de binnenstad te voegen.
Vanaf het voorterrein van de Mairie hebben we een prachtig uitzicht over de enorme drukte in de horeca en in de straten van Tence.
We wilden in Tence onze koffie-/lunchpauze houden, maar dat gaan we niet doen in deze stadsdrukte. We kopen op deze warme dag nog wel even twee koude flesjes drinken in een kleine supermarkt aan de route, en lopen dan door op de route, de stad uit, steken daarbij Le Lignon over, en willen dan bij de grote en drukke parkeerplaats van de stad een picknickbank in de schaduw gebruiken voor onze pauze. 
Als we daar bijna zijn, komt een groepje van een man en een vrouw en twee jongens aanlopen vanuit hun auto, en neemt plaats op de picknickbank. Ze vragen of wij erbij komen zitten, hetgeen we gezellig doen.
Ze vertellen afkomstig te zijn uit Tibet, en nu al jaren in Europa wonen. De vrouw heeft enkele jaren in Rotterdam gewoond, en gewerkt in het Erasmus Ziekenhuis. Nu wonen ze in Frankrijk, en wonen en werken ze beiden in een winkel in Le Puy-en-Velay. De man is een beetje stilletjes, de jongens spreken heel voorzichtig een beetje Nederlands, en de vrouw is zichtbaar vrolijk geworden van deze ontmoeting en dit gesprek – deels in het Nederlands en in het Engels - met ons. We luisteren naar haar bijzondere levensverhaal, en naar de actuele misstanden van de Chinese overheersing in Tibet.

Water om te koelen en water om te drinken
Na deze pauze lopen we verder langs de oever van de rivier Le Lignon. 
Daarna volgt een lange en steile klim de stad uit, en daardoor krijgen we al snel een prachtig uitzicht over Tence als we een kwartier later achterom kijken.
We komen weer in het buitengebied, en lopen ook langs veel graslanden, waar koeien grazen en herkauwen. Het is nogal warm geworden, en de koeien gaan daar op verschillende manieren mee om. Een voorbeeld: twee koeien staan in de volle zon hooi te eten bij een hooibultje. Een andere koe ligt rustig te herkauwen in de schaduw onder een grote boom. En nog weer een andere koe zien we met zijn poten in het beekje staan, haar kop roerloos naar beneden, in de donkere schaduw van de bomen langs het beekje.
Een kwartiertje later – als we op een asfaltweg langs een vrijstaand huis komen – roept een jongetje ons de vraag toe of wij ook vers water willen hebben. Durkje haar Dopper is bijna leeg, dus die gaat mee naar binnen, en komt gevuld met vers water weer terug. De moeder roept nog of we meer water nodig hebben, maar dan hoeft niet, dus we bedanken de moeder en de jongen voor de volle Dopper, en gaan weer verder.
We komen weer door een bosperceel, lopen verderop over een asfaltweg, en draaien vlak vóór Les Gouttes weer het open veld in.

Van Pouzols naar Les Moulins
Het volgende gehucht waar we vanaf een karrenspoor aankomen, is Pouzols.
Op een T-kruising is een klein kastje aangekleed met een afbeelding van Jacobus de Meerdere. Er staat ook bij dat het vanaf hier nog vier kilometer is naar Saint-Jeures, en nog 38 kilometer naar Le Puy-en-Velay, en nog 1.600 kilometer naar Santiago de Compostela.
Iets verderop zien we op enige afstand het kleine kerkje van Pouzols.
Een oude tractor staat bij een nog oudere boerenschuur. Het zijn enkele beelden van wat je zoal ziet als je door zo’n buurtschap in Frankrijk loopt.
We gaan weer een veldpad op met weelderige bermvegetatie; altijd weer mooi om te zien. Deze keer zijn het heel veel brem-struiken, uiteraard al lang uitgebloeid, en inmiddels vol peulen vol zaden.
Daarna volgt het gehucht Les Moulins. 
Ook al weer zo’n Frans plaatsje, waar je zo in een oogopslag kunt zien welke panden al heel lang niet meer worden gebruikt, waar de natuur zo langzamerhand al de overhand heeft genomen.
In de tuin van een woning staat in de berm langs onze route een pruimenboom, die overvol hangt met rijpe pruimen.
Zulke overvolle vruchtenbomen zijn ook een delicatesse voor de voorbijgaande pelgrims. 

Saint-Jacques & Saint-Régis lopen samen op
Voorbij Les Moulins zien we onder een aantal bomen vóór ons een vrouw opstaan, en een grote rugzak op doen. Ze loopt vóór ons uit, maar omdat ze niet zo snel wandelt, halen we haar al spoedig in. 
De Franse vertelt dat ze de wandelroute van Saint-Régis loopt, die nu even gelijk loopt aan de pelgrimsroute. Haar route is minder lang, en ze overnacht onderweg in accommodaties die ze ongeveer tien dagen ervóór heeft gereserveerd.
Ze loopt niet zo snel, dus we halen haar in, en lopen voor haar uit. 
Dan maken we een foto van Saint-Jeures, dat we op enige afstand vóór ons zien liggen.
De vrouw haalt ons dan in, en vraagt of ze van ons samen een foto moet maken met Saint-Jeures op de achtergrond, hetgeen we haar graag laten doen.
Dan maken we daarna ook zo’n foto van haar met haar smartphone, opdat ook zij een mooie aankomstfoto heeft van deze dag.

Welkom in Saint-Jeures
Om 14:30 uur wandelen we de bebouwde kom van Saint-Jeures binnen. Onder het kombord staat de mededeling dat ‘nomades’ niet welkom zijn om zich hier tijdelijk te vestigen. Frankrijk kent haar Gitanes, die her en der voor bepaalde tijd neerstrijken. Deze gemeente heeft een plek aangewezen waar deze nomaden wel welkom zijn. Verbieden, maar wel een alternatief bieden, dat kan problemen voorkomen.
Wij stappen af op de Saint-Georges-kerk.
We gaan deze 12e eeuwse dorpskerk binnen, om deze te bezichtigen. De kerkdeur staat uitnodigend open, en als we er binnen gaan, voelen we dat het hier heerlijk koel is op deze hete zomerdag.
Heel mooi is dat men ook in deze kerk een kerkstempel heeft klaargezet, opdat pelgrims van Sint Jacob en van Saint-Régis hier hun stempelkaarten kunnen afstempelen. Durkje zet een stempel in onze pelgrimspaspoorten. 
Ondertussen maak ik een rondje door de kerk, en zie daar dat prachtige altaarstuk, dat op een klein altaar in een zijkapel van de kerk staat. Hierop zie ik Jezus bij Maria afgebeeld.
En ook heel bijzonder is de tabernakel, waarin de hosties worden bewaard, vaak een rechthoekig kastje, maar hier in een kunstig houtsnijwerk, waarop twee engelen zijn afgebeeld op beide deurtjes van de tabernakel.
Buiten ontmoeten we nog eens de Saint-Régis-wandelaar, die inmiddels op zoek is naar haar overnachtingsaccommodatie in Saint Jeures.
Wij stappen bij de kerk en de dorpsschool in onze auto, en rijden terug naar Les Olmes, waar we onze fietsen afhalen. Daar spreken we de overbuurman ook nog even.
Teruggekeerd op de camping plakken we de fietsband op nota bene vier verschillende plekken, en dan nog volstaat dat niet. Daarom zetten we de fiets terzijde, en gaan we de laatste twee wandeldagen de fietstrajecten verruilen voor een taxi-rit, dan kunnen we zo morgen en overmorgen onze zomerpelgrimage toch nog afmaken. Zo kan het ook.
Het is met 34 graden Celsius heet vanmiddag, en die hitte sluiten we rond het avonduur af met een behoorlijk onweer en regen. Maar tegen acht uur vanavond zitten we al weer buiten aan de warme maaltijd. Het is dan zo onderhand al wel behoorlijk afgekoeld, wat ook wel lekker is na zoveel hete dagen.

Pelgrimeren van Les Sétoux naar Montfaucon-en-Velay

Pelgrimsroute van Genève (Z) via Le Puy-en-Velay (F) naar Santiago de Compostela (S)
Via Gebennensis van Genève naar Le Puy-en-Velay
Pelgrimeren van Les Sétoux naar Montfaucon-en-Velay
Zaterdag 8 augustus 2026 – 17,0 km lopen & 17,8 km fietsen
Dag 17: 281,4 – 298,4 km
 
Door veld en bos van Coirolles naar Etiennefy



















Via Gebennensis
Tijdens onze eerste pelgrimage van Durkje en mij wandelden we van 2005 tot en met 2012 van het Friese Sint-Jacobiparochie (NL) via het Franse Vézelay over de klassieke Franse pelgrimsroute van de Via Lemovicensis naar het Spaanse bedevaartsoord Santiago de Compostela.
Tijdens onze tweede pelgrimage van Durkje en mij wandelden we van 2011 tot en met 2015 vanuit het Franse Le Puy-en-Velay over de klassieke Franse pelgrimsroute van de Via Podiensis wederom naar het Spaanse bedevaartsoord Santiago de Compostela.
Vorig jaar (in 2025) liepen we de verbindingsroute voor pelgrims van de Via Lemovicensis naar de Via Podiensis, namelijk van Vézelay zuidwaarts naar Le Puy-en-Velay. 
Dit jaar (in 2026) lopen we de ruim 350 kilometer lange pelgrimsroute ‘Via Gebennensis’, van het Zwitserse Genève naar het Franse Le Puy-en-Velay. 
Dit is met name voor Duitsers, Oostenrijkers en Zwitsers een aanlooproute naar Le Puy-en-Velay, waar ze dan doorstarten op de klassieke Franse pelgrimsroute van de Via Podiensis.
Bij het pelgrimeren op de Via Gebennensis maken we gebruik van drie pelgrimsgidsen, namelijk de Duitstalige van Renate Flori (in 18 etappes, versie 2023, Rother), de Duitstalige van Hartmut Engel (50 tracé’s, versie 2025, Conrad Stein Verlag) en de Frans-Duitstalige van Henri Jarnier (15 etappes, versie 2024, Association Rhône-Alpes des Amis de Saint-Jacques)). 
Wij zijn van plan deze verbindende aanloop-pelgrimsroute in 20 etappes te lopen.

Eerst van Montfaucon-en-Velay naar Les Sétoux
Vandaag wandelen we van de Via Gebennensis de 17e etappe, van Les Sétoux naar Montfaucon-en-Velay, over een etappe-afstand van 17,0 kilometer.
De wekker wekt ons om 5:30 uur in onze caravan op Camping Municipal Surnette in Le Mazet-Saint-Voy, onze uitvalsbasis voor deze vijfde (en daarmee laatste) serie van vier wandeldagen.
Na het ontbijt verlaten we de camping om 6:40 uur, en rijden we met de auto – met de fietsen achter op het fietsenrek - vanaf Camping Municipal Surnette in Le Mazet-Saint-Voy naar Montfaucon-en-Velay, waar we de auto parkeren op een parkeerterrein aan de voet van de Eglise Saint-Pierre. Dan fietsen we van Montfaucon-en-Velay naar Les Sétoux, want daar begint straks onze etappe.
Het is vanmorgen nog maar 7 graden Celsius als we vanuit Le Mazet-Saint-Voy vertrekken. En als we vanuit Montfaucon-en-Velay op de fiets vertrekken, is het daar maar 12 graden Celsius. Vooral tijdens het afdalen met snelheden van zo’n 40 kilometer per uur voelt het in de schaduw nogal koud, en zou je bijna handschoenen aan doen. Gelukkig hebben we warme jassen bij ons, waarmee we ons prima warm fietsen. Het is onbewolkt, en reeds vroeg in de ochtend hebben we derhalve volop zon. De temperatuur stijgt tijdens deze etappe vandaag naar 30 graden Celsius. Voor een wandeldag door de beboste bergen en over de hellingen en door de dalen hebben we vandaag heerlijk zomerweer. En ook vandaag is het toch ook wel weer een tropische dag.
We dalen vandaag van 1.142 meter naar 915 meter hoogte, waarbij we volgens de wandelgids 420 meters klimmen en 650 meters afdalen. 

Van Jacobusbeeld naar Jacobusbeeld in Les Sétoux
Nadat we op de fiets na een fikse klim zijn gearriveerd bij het kerkje van Les Sétoux, stallen we de fietsen vóór de kerk bij het oorlogsmonument, waar we eergisteren de auto ook hadden staan.
We vervolgen de pelgrimsroute waar we die eergisteren beëindigden. Maar als pelgrims beginnen we deze etappe in de kerk van Les Sétoux. 
Als we de kerk binnen gaan, begint zacht de kerkmuziek van vrouwenstemmen, en vóórin de kerk zien we de eerste kaarsjes al branden, aan de voet van het beeldje van Sint-Jacobus.
We steken om 8:40 uur de weg over, en lopen tussen de huizen door naar de rand van de bebouwde kom. Daarbij passeren we een erf waarop men een bonte verzameling oude tractoren heeft geplaatst.
En aan de rand van het dorpje, bij de gîte, verlaten we het dorp ter hoogte van het stenen Sint-Jacobsbeeld.
Dit beeld heeft aan de onderzijde een betonplateau waarin enkele woorden, pelgrims en figuren zijn te zien. 
Daarin zie ik pelgrims vanuit allerlei richtingen in de zon over de weg van de sterren en door de bergen opgaan naar de kathedraal van Santiago de Compostela.

Felle keffers tot aan je broekspijpen
Als we op de brede steentjesweg Les Sétoux achter ons hebben gelaten, krijgen we een schitterend uitzicht over het vulkanenlandschap dat we in gaan.
Links van het pad bevindt zich een soort vrijplaats, waar auto’s, een camper en caravans staan, hetgeen waarschijnlijk een buiten de reguliere orde-woonplek van iemand is. 
Zojuist kwam daar een auto vandaag met daarin een man en een vrouw. Als we op die woonplek aankomen, schieten van allerlei kanten fel keffende hondjes ons tegemoet. Zolang we langs de  woonplek lopen, blijven ze achter het gaas, maar zodra we het terrein verlaten, rennen ze agressief blaffend van het terrein achter ons aan. Durkje gaat voorop, en ik loop achteruit achter haar aan, daarbij die acht felle hondjes – die me zo’n beetje tot op de broekspijpen naderen – goed in het oog houdend. Na zo’n honderd meter vinden ze kennelijk dat het genoeg is geweest, want dan blijven ze staan blaffen, en draaien zich om. Die zijn we kwijt, en onze broekspijpen zijn nog heel.

Verkeer regelen in het bos
In het bos worden we ingehaald door een tractor met een grote aanhanger. In de tractorcabine zitten een man en drie jongetjes. Vóór ons zien we even later dat de tractor achteruit gaat rijden. Even later zien we dat er verderop een auto op het bospad staat. De tractorbestuurder heeft plaatsgemaakt voor de auto om in een inham van het bospad te gaan staan, opdat de tractor door kan rijden, en daarna kan de auto ook verder. De boer wenkt de automobilist, maar de auto komt niet in beweging. Ik loop op de auto af, en gebaar dat de chauffeuse kan oprijden naar die inham, hetgeen ze dan doet, en zo kunnen ze elkaar toch nog goed passeren op dit smalle bospad.
 
L’Hermet, en wat daar op volgt
We naderen een buurtschap, L’Hermet genaamd.
Het is maar klein; met overigens wel een grote boerenhoeve. We draaien linksaf om de openbare wasplaats heen, en dan hebben we het al heel snel weer verlaten.
We moeten na een afdaling het beekje de Clavarine oversteken. Eerst steken we een eigentijdse stenen boogbrug over, en daarna een stenen boogbrug van veel ouder datum.
Dan klimmen we het beekdal weer uit over een mooi bospad.
Van het bospad stappen we over op een asfaltweg, en als we dan het bosgebied uit lopen, krijgen we weer zo’n prachtig uitzicht over de schilderachtige omgeving.
Ook vandaag doet het ons goed dat de pelgrimsroute zo goed bewegwijzerd is. Op veel keuzelocaties staan Jacobsschelpen en/of de rood-witte markering van de GR65, die we vandaag op een enkele uitzondering na ook volgen.
We gaan weer bergopwaarts en komen dan voorbij een bosperceel in een open berglandschap van weiden en akkers. We gaan voort over een prachtig hellingpad, dat bijna een kampad is. Als we dan achteromkijken, zien we het gehucht L’Hermet ver achter ons, daar waar we zojuist het buurtschap doorkruisten.
Op een T-kruising van veldpaden staat weer zo’n karakteristieke houten paal, met daarop een Jacobsschelp en er boven de wit-rode strepen die de richting aanduiden.

Coirolles, en wat daar op volgt
Het volgende buurtschap dat we bereiken, is Coirolles.
Ook hier weer een aantal verspreid staande huizen.
In de plaats zien we aan de muur een houten kastje hangen, met daarop een Jacobsschelp. Dat zou kunnen duiden op een stempel voor pelgrims. Als we het kastje openen, blijkt er alleen een gastenboek in de liggen. Helaas, geen stempel van Coirolles in onze pelgrimspaspoorten.
Het is wel het buurtschap waarin we onze koffiepauze willen houden, want we hebben zo onderhand bijna twee uren onafgebroken gelopen. Een geschikte koffieplek vinden we op een fundament-muurtje onderaan een schuur, heerlijk in de schaduw, en naast de openbare wasplaats.
De boer tegenover de wasplaats krijgt bezoek van twee mannen, die koffie bij hem komen drinken. De boer tapt een grote maatbeker water uit het bassin van de lavoir, en gaat ermee naar binnen om koffie te zetten. Even later zie ik dat hij hier ook een sixpack bierflesjes en nog enkele losse flesjes bier in die waterbak heeft staan en liggen, waar hij bij gelegenheid een koud pilsje uit kan ‘tappen’.
Bovenaan een helling van het lavoir staan drie dikke stapels brandhout, rond als een iglo gestapeld, zoals men dat in Frankrijk wel meer doet. 
Als we naast de boerderij een beekdal in gaan, worden we daarbij gadegeslagen door de groepjes koeien die in de wei bij de boerenhoeve lopen.
Vanuit het beekdal gaat het weer bergop.
Als we weer over een top gaan, ligt er weer zo’n prachtig bergpad vóór ons.
Vanuit het open veld gaan we om 10:50 uur het bos in.
Dan volgt weer een behoorlijk traject over mooie bospaden.
We hebben vandaag geluk dat we veel klimtrajecten hebben in bospercelen, hetgeen op deze warme dag heerlijk koel is, en daarmee het klimmen vergemakkelijkt.

Etiennefy, en wat daar op volgt
Als we vanuit het dichte bos over een minder beboste helling lopen, zien we rechts vóór ons een alleenstaande boerenhoeve. Dat is de  hoeve Etiennefy. We moeten nog een royale bocht linksom de helling volgen, en dan komen we vlak langs de boerenhoeve weer op een asfaltweg.
Verderop gaat de route verder door het bos. We passeren in het bos een zogenoemd steenmannetje, in dit geval op een afgezaagde boomstam opgestapelde steentjes, vaak door passerende pelgrims zo geconstrueerd.
Bij Souvignet komen we op een asfaltweg. We zijn nu op een hoogte gekomen van 979 meter.
In het grasland graast een kudde koeien. 
Op de gele wegwijzer op deze plek zien we dat onze pelgrimsroute en de GR65 vanaf nu een eind samen op gaan met een andere GR-route. We moeten dus goed opletten, waar die routes weer uiteen gaan, om niet op een verkeerd pad te komen.
Vanaf de asfaltweg gaan we weer een bosgebied in. Hier volgt een uitdagende afdaling over een steenachtig smal bergpad. Onder ons in het dal horen we crossmotoren. Als we onderaan bij weer een asfaltweg komen, zien we dat aan de overzijde van de weg in een bergkom een langgerekt motorcrosscircuit ligt, waar op dit moment kinderen les krijgen in het motorcrossen.
Als we er langs lopen, is de les kennelijk afgelopen, want ze verzamelen zich bij de auto’s, stappen van de motor, en de helmen komen af.

Van de Ruisseau Saint-Julien naar Les Chomats
In het volgende bosgebied moeten we een snelstromende beek oversteken. Dat is de Ruisseau Saint-Julien. 
Er ligt wel een oude platte brug over de beek, maar de waterloop is hier zo breed, dat er ook stapstenen nodig zijn om over te steken, of via enkele stapstenen de oversteek te maken naar de platte brug over het tweede deel van deze waterloop.
Enkele minuten later gaat het dan voort door het bergbos, over een lastig steenachtig bospad. 
Bij een oud stenen wegkruis verlaten we het bos, en komen we weer in het open veld.
Tien minuten later is het eind van deze etappe in zicht, want we krijgen voor het eerst zicht op Montfaucon-en-Velay.
Er liggen geen bergen meer tussen ons en de stad, dus we hoeven vast niet veel meer te klimmen; het zal voornamelijk afdalen worden. Daarbij komen we langs een grote houtopslag.
Om 13:15 uur wandelen we het buurtschap Les Chomats binnen, ter hoogte van een oude boerenhoeve, waarbij nog een stuk oude muur staat, met daarin een stenen boog als toegangspoort van de binnenplaats van deze boerderij.

De Tour door Montfaucon-en-Velay
We hebben nog een warm stukje te gaan, over een nieuw geasfalteerd weggetje langs een graanstoppelakker.
Bij een rotonde bereiken we Montfaucon-en-Velay.
Als we om de rotonde heen lopen, zien we tot onze verrassing bij twee versierde fietsen een grote banier op de rotonde staan, waarop melding wordt gemaakt van de Tour de France Femmes in deze plaats. 
Hier en verderop is de route versierd met allerhande zaken, dus het lijkt erop dat de Tour voor de vrouwen hier net is geweest of op heel korte termijn zal komen.
We lopen door naar het centrum van de stad.
Bij de VVV aangekomen, vragen en krijgen we daar een stempel in onze pelgrimspaspoorten. Bij navraag bij de VVV-medewerkster blijkt ons dat de Tour de France Femmes eergisteren door Montfaucon-en-Velay is gekomen. Vandaar dus al die decoraties nog in de straten.
Bij het stadhuis staat ook de Eglise Saint-Pierre. We gaan er naar binnen om de kerk te bezichtigen. Maar bij binnenkomst blijkt dat men hier de voorbereidingen treft voor een uitvaartmis, dus een rondgang door deze kerk maken we niet.
Wel lopen we door het stadje nog even door naar de Chapelle Notre-Dame, de tweede grote kerk van Montfaucon-en-Velay. 
Daar kunnen we wel naar binnen, om onder andere langs de twaalf schilderijen te gaan van de kunstenaar Abel Grimmer (1570-119), die deze serie van twaalf schilderijen – voor elke maand één – heeft gemaakt om de ontwikkeling van de natuur van maand tot maand op doek vast te leggen.
De lichten bij de schilderijen gaan aan als we de kerkzaal in lopen, dus ze worden goed belicht. 
Verder valt het vele wit van de bouwstenen op, waarvan de kerkzaal is gebouwd. 
Het koor van deze kerk is rijkelijk versierd.
Na dit kerkbezoek lopen we naar onze auto, waarmee we terug rijden naar Les Sétoux om onze fietsen daar af te halen. Tot slot rijden we dan van Les Sétoux terug naar onze camping in Le Mazet-Saint-Foy.

Pelgrimeren van Bourg-Argental naar Les Sétoux

Pelgrimsroute van Genève (Z) via Le Puy-en-Velay (F) naar Santiago de Compostela (S)
Via Gebennensis van Genève naar Le Puy-en-Velay
Pelgrimeren van Bourg-Argental naar Les Sétoux
Donderdag 6 augustus 2026 – 16,9 km lopen & 23,6 km fietsen
Dag 16: 264,5 – 281,4 km
 
Bij het Jacobusbeeld van de kerk in Les Sétoux

Via Gebennensis
Tijdens onze eerste pelgrimage van Durkje en mij wandelden we van 2005 tot en met 2012 van het Friese Sint-Jacobiparochie (NL) via het Franse Vézelay over de klassieke Franse pelgrimsroute van de Via Lemovicensis naar het Spaanse bedevaartsoord Santiago de Compostela.
Tijdens onze tweede pelgrimage van Durkje en mij wandelden we van 2011 tot en met 2015 vanuit het Franse Le Puy-en-Velay over de klassieke Franse pelgrimsroute van de Via Podiensis wederom naar het Spaanse bedevaartsoord Santiago de Compostela.
Vorig jaar (in 2025) liepen we de verbindingsroute voor pelgrims van de Via Lemovicensis naar de Via Podiensis, namelijk van Vézelay zuidwaarts naar Le Puy-en-Velay. 
Dit jaar (in 2026) lopen we de ruim 350 kilometer lange pelgrimsroute ‘Via Gebennensis’, van het Zwitserse Genève naar het Franse Le Puy-en-Velay. 
Dit is met name voor Duitsers, Oostenrijkers en Zwitsers een aanlooproute naar Le Puy-en-Velay, waar ze dan doorstarten op de klassieke Franse pelgrimsroute van de Via Podiensis.
Bij het pelgrimeren op de Via Gebennensis maken we gebruik van drie pelgrimsgidsen, namelijk de Duitstalige van Renate Flori (in 18 etappes, versie 2023, Rother), de Duitstalige van Hartmut Engel (50 tracé’s, versie 2025, Conrad Stein Verlag) en de Frans-Duitstalige van Henri Jarnier (15 etappes, versie 2024, Association Rhône-Alpes des Amis de Saint-Jacques)). 
Wij zijn van plan deze verbindende aanloop-pelgrimsroute in 20 etappes te lopen.

Eerst van Les Sétoux naar Bourg-Argental
Vandaag wandelen we van de Via Gebennensis de 16e etappe, van Bourg-Argental naar Les Sétoux, over een etappe-afstand van 16,9 kilometer.
De wekker wekt ons om 5:30 uur in onze caravan op Natural Area Camping Les Cerisiers in Maclas vlakbij Le Buisson, onze uitvalsbasis voor deze vierde serie van vier wandeldagen.
Na het ontbijt verlaten we de camping om 6:40 uur, en rijden we met de auto – met de fietsen achter op het fietsenrek - vanaf Natural Area Camping Les Cerisiers bij Maclas naar Les Sétoux, waar we de auto parkeren vóór de dorpskerk. Dan fietsen we om 7:30 uur van Les Sétoux naar Bourg-Argental, want daar begint straks onze etappe.
Het is vanmorgen 19 graden Celsius als we vanuit Maclas vertrekken. Maar als we in de bergen vanuit Les Sétoux op de fiets vertrekken, is het daar maar 13 graden Celsius. Het is aanvankelijk heel licht bewolkt, en reeds vroeg in de ochtend breekt de zon door. De temperatuur stijgt tijdens deze etappe vandaag naar 29 graden Celsius. Halverwege de middag meten we na deze etappe een temperatuur van 34 graden Celsius. Voor een wandeldag door de beboste bergen en op de berg bij Les Sétoux hebben we vandaag heerlijk zomerweer. En ook vandaag is het al weer een tropische dag.
We klimmen vandaag van 550 meter via 1.204 meter naar uiteindelijk 1.142 meter hoogte, dus met een netto stijging van circa 600 meter. 

Koffie met pain aux raisins van de bakker in Bourg-Argental
Nadat we op de fiets zijn gearriveerd in het centrum van Bourg-Argental, stallen we de fietsen op de plek waar we gisteren de auto hadden staan. 
We vervolgen de pelgrimsroute waar we die gisteren beëindigden. De route gaat door het stadscentrum.
Wij komen langs een deel van de warenmarkt.
Dan lopen we in de richting van de Saint-André-kerk.
Rechts van de kerk staan enkele lokale en regionale ondernemers hun soms zelf geproduceerde waren te verkopen.
Wij gaan de kerk in om een rondje door de kerkzaal te maken.
Zoals in zoveel kerken in deze regio vallen ook hier de mooie pastelkleuren op in het interieur van de kerk.
We vinden de plek waar het kerkstempel staat, dus daar zet Durkje het kerkstempel in onze pelgrimspaspoorten.
Bij die tafel staat een pelgrimsstaf, met daaraan enkele beschreven Jacobsschelpen.
In de rondgang door de kerk lopen we langs de zijkapellen, en bekijken we ook het mooie plafond van deze kerk.
De route gaat verder langs de kerk, maar wij maken even een uitstapje door de markthal naar de hoofdstraat, waar we vanaf de fiets zojuist al een bakkerszaak hebben gezien waar ze ook koffie verkopen. Op het terras van deze bakkerszaak drinken we onze koffie, met daarbij de voor ons traditionele pains aux raisins. Achter ons zijn de (banket)bakker en de chocolatier druk aan het werk in de openstaande bakkerij, en voordat we vertrekken, maken we nog even een gezellig praatje met deze beide ambachtslieden.
Om ongeveer 9:15 uur zijn we klaar om deze nu volgende etappe vanuit Bourg-Argental te beginnen. 
Voordat we de stad verlaten, steken we nog het riviertje de Argental over, waarnaar dit stadje is genoemd.

Het hellingpad langs La Déôme
Als we net buiten de bebouwde kom langs de grote voormalige leerlooierij zijn gelopen, gaan we een ruig pad op, dat ons langs de beek La Déôme voert; de beek waar we gisteren ook een eind langs hebben gelopen toen we de stad in gingen.
We zetten direct een flinke klim in, dus na nog maar korte tijd hebben we al een prachtige terugblik op Bourg-Argental in het dal achter ons. 
We lopen over een mooi breed hellingpad, maar op één plek is door een aard-verschuiving een stuk van de helling weggezakt, waardoor het pad zo ongeveer gehalveerd is qua breedte. Het roodwitte lint waarschuwt je ervoor, maar gevaarlijk is het passeren geenszins.

Over het spoorpad van de Via Fluvia door Board
Net na 10:00 uur gaan we van het hellingpad af, en komen we op asfalt te lopen. Dat blijkt ook de fietsroute van de Via Fluvia te zijn, die loopt over het voormalige spoortalud, dus we gaan nu eerst ruim vier kilometers voort over een spoortracé.
We lopen heerlijk in de schaduw soms naar boven, soms naar beneden, en worden niet gehinderd door de warme zon, omdat die achter de berghelling links van ons schijnt.
Onderweg komen we door het buurtschap Board.
Karakteristiek van Board is het al oude plaatsnaambord van houtsnijwerk.
Zo karakteristiek als dit plaatsnaambord is, is ook dit Franse gehucht.
Hier en daar zien we oude spoorbruggen, over een waterloop, of over het spoorpad. Sommige zijn al grotendeels aan het oog onttrokken, omdat ze in de loop der jaren verdwijnen in de oprukkende vegetatie.
Om 10:40 uur krijgen we voor het eerst zicht op de plaats Saint-Sauveur-en-Rue.
De plaats ligt ver vóór ons in het diepe dal.
We gaan weer door een hoog over het spoorpad liggend spoorviaduct.

Koffiepauze in het oude treinstation van Saint-Sauveur-en-Rue
En dan komen we vlak vóór 11:00 uur aan bij het voormalige wachthuisje op het vroegere treinstation van Saint-Sauveur-en-Rue. 
Van dit vroegere wachthuisje heeft men een hele mooie open pauzeplek gemaakt voor passerende wandelaars en fietsers. Er staat een lange houten bank in, met rondom enkele boekenkasten met heel veel meeneemboeken.
Verder vind je er enige informatie bij de tijdlijn inzake deze oude treinlijn.
Een vrouw fietst voorbij, groet ons met een Nederlandsklinkende “bonjour”, en komt direct daarna even terug. “Nederlands zeker?”, vraag ik. De vrouw zegt zich niet te realiseren dat zelfs haar Franstalige groet al Nederlands-gerelateerd klinkt. Maar ik had het dus goed ingeschat. Dan komt haar partner ook aanfietsen, met een klein meisje achterop een aangekoppelde volgfiets. De vrouw vraagt of ze hier ergens water kunnen krijgen, dus we verwijzen hen naar het sanitairgebouw rechtsachter dit wachthuisje, waar wij al drinkwater hadden aangetroffen.
Na het beëindigen van onze koffiepauze, hervatten we onze route over het spoorpad, en komen we bij het kruisen van een asfaltweg direct al langs het woonhuisje van de vroegere spoorwegovergangbeambte.
We gaan daarna verder met onze klim over het spoorpad, en dan zien we na een kwartier nog eens weer Saint-Sauveur-en-Rue diep in het dal liggen, maar nu inmiddels achter ons.

Klimmen naar 1.204 meter hoogte bij Suc du Tronche
Als we het spoorpad hebben verlaten, moeten we een brede bosweg op, die is afgesloten met een ‘Route Barrée’. Dat is voor ons als wandelaars geen aanleiding om een variant op de route te gaan zoeken, dus we gaan gewoon die brede bosweg op, en maken daarbij de eerste klim naar een royaal opgezet kruispunt van boswegen.
De bosweg is al zo prima toegankelijk gemaakt, dat we verder gaan op deze weg. Na nog weer verder klimmen, komen we bij de boshut, de Abri d’Aiguebelle. De boshut staat nagenoeg vol met een ouder Frans stel met daarbij zes andere Aziatische bezoekers, die waarschijnlijk samen met twee auto’s vanaf de andere zijde naar deze boshut zijn gekomen.
Wij gaan door met onze klim, want we moeten uiteindelijk vandaag 654 meter aan hoogte winnen. Het pad gaat verder als een mooie holle bosweg.
De ondergrond van de boswegen en bospaden wisselt voortdurend, maar die is net als de hellinggraad geen belemmering voor een vlotte doortocht. We komen weer op zo’n groot kruispunt van boswegen, bij een grote houtopslag.
Hier bij de Pas Tracol is een steen opgericht, waarop je kunt zien dat we ons hier bevinden op de grens van de departementen Loire en Haut-Loire, en deze wijst ook op de overgang van de regio Rhône-Alpes naar de Auvergne, waar we nu binnen lopen.
Als we bij de wegwijzer van Suc du Tronche zijn aangekomen in het bos, wijst de wegwijzer aan dat we ons nu op een hoogte van 1.204 meter bevinden, en daarmee het hoogste punt van de etappe van vandaag.
Tijdens deze boswandeling ontmoetten we alleen twee rustig voorbijrijdende motorrijders, en een Spaans-Franse jongeman, die vertelde te wandelen van Le Puy-en-Velay naar een klooster nabij Genève. 

Einde van een lange boswandeling
Ruim tien minuten later komen we op een meer open plek in het bos, vanwaar we voor het eerst zicht krijgen op het vulkanenlandschap van de Auvergne.
En omdat we hier op een open plek in het boslandschap staan, zie je om je heen de vegetatie ook heel anders zijn. We zien andere kruiden, en struiken met vruchten van bijvoorbeeld blauwe bessen, lijsterbessen en bramen. Veel meer kleur en fleur dan in het donkere bos.
En dan wandelen we duidelijk het bos uit, en komen in het open veld terecht, met een formidabel vergezicht over de bergen en dalen vóór ons. 
Vlak voordat we het dorpje Les Sétoux binnen wandelen, komen we nog langs een hoog geplaatste panoramatafel, waarop uitleg wordt gegeven over het berglandschap vóór ons.
Op die panoramatafel staat ook de route van het laatste deel van de Via Gebennensis afgebeeld, van Bourg-Argental tot aan Le Puy-en-Velay, met tamelijk in het begin de locatie van Les Sétoux.

Pelgrimsvriendelijk dorp en kerk
Iets na 14:00 uur wandelen we de bebouwde kom van Les Sétoux binnen, op de weg met de voor ons toepasselijke naam: ‘Chemin de Genève’, want daar komen wij immers vandaan, al weer 16 pelgrimsdagen geleden.
Er is een herberg in het dorpje, maar die hebben wij niet nodig, dus die lopen we voorbij.
Enkele minuten later lopen we het kerkplein op, en eindigt daarmee onze etappe.
Bij de ingang van de kerk staat een prachtig vormgegeven beeld van het hoofd van Jacobus. Dit ornament is tevens in gebruik als watertappunt van drinkbaar water.
Als we de oude dorpskerk in gaan, valt ons direct het vele hout op waarmee het interieur van de kerk is aangekleed. 
Het is in veel opzichten een pelgrimsvriendelijke kerk, want heel veel elementen in de kerk verwijzen naar de pelgrimsroute, het pelgrimeren, de pelgrim en Sint Jacobus.
Vóórin de kerk op een tafel vinden we het kerkstempel, waar een watertappende vrouw ons vanmorgen heel vroeg al op had gewezen.
Durkje drukt het kerkstempel af in onze pelgrimspaspoorten.
Onderwijl klinken zacht, maar duidelijk hoorbaar, de klanken van kerkmuziek, hetgeen een hele aangename sfeer creëert in deze bijzondere kerk op deze bijzonder hoge plek in de Franse bergen. 
Voor kouder tijden staat er trouwens ook een enorme kachel midden in de kerk, want ook in winter zitten de kerkgangers er hier natuurlijk graag warm bij.
Als we al dat bijzonders hebben bekeken en beleefd, verlaten we de kerkzaal, en gaan we voor onze lunchpauze in het open kerkportaal op een bankje zitten. Met rechts van ons nog de gewijde kerkmuziek in de oren genieten we van ons laatste brood ter afsluiting van deze bijzonder mooie bergetappe van vandaag.

Pelgrimeren bij tropische temperaturen
Op de terugweg naar de camping bij Maclas halen we onze gestalde fietsen nog op uit Bourg-Argental. Tijdens onze terugreis zien we de bergtemperatuur van 29 graden Celsius verhogen naar de heuveltemperatuur van 34 graden Celsius.
Al weer zo’n hete dag, maar gelukkig hebben wij door het grote bos en als gevolg van de grote hoogte geen last gehad van die tropische temperatuur van vandaag.
Vandaag hebben we het vierde blokje van vier wandeldagen afgerond. Morgen verhuizen we de caravan vier etappes verderop, en overmorgen beginnen we dan aan het vijfde – en daarmee laatste  - blokje van vier pelgrimsdagen, in de hoop dat we al over enkele dagen Le Puy-en-Velay bereiken. 
De verwachting is dat ook in de komende dagen de temperatuur schommelt rond de dertig graden Celsius, met uitschieters daarboven, dus we houden die tropische temperatuur nog wel even.