donderdag 20 augustus 2026

Pelgrimeren van Montfaucon-en-Velay naar Saint-Jeures

Pelgrimsroute van Genève (Z) via Le Puy-en-Velay (F) naar Santiago de Compostela (S)
Via Gebennensis van Genève naar Le Puy-en-Velay
Pelgrimeren van Montfaucon-en-Velay naar Saint-Jeures
Zondag 9 augustus 2026 – 19,0 (+ 3,7 km) km lopen & 17,5 (- 3,7) km fietsen
Dag 18: 298,4 – 317,4 km
 
We zijn bijna in Saint-Jeures



















Via Gebennensis
Tijdens onze eerste pelgrimage van Durkje en mij wandelden we van 2005 tot en met 2012 van het Friese Sint-Jacobiparochie (NL) via het Franse Vézelay over de klassieke Franse pelgrimsroute van de Via Lemovicensis naar het Spaanse bedevaartsoord Santiago de Compostela.
Tijdens onze tweede pelgrimage van Durkje en mij wandelden we van 2011 tot en met 2015 vanuit het Franse Le Puy-en-Velay over de klassieke Franse pelgrimsroute van de Via Podiensis wederom naar het Spaanse bedevaartsoord Santiago de Compostela.
Vorig jaar (in 2025) liepen we de verbindingsroute voor pelgrims van de Via Lemovicensis naar de Via Podiensis, namelijk van Vézelay zuidwaarts naar Le Puy-en-Velay. 
Dit jaar (in 2026) lopen we de ruim 350 kilometer lange pelgrimsroute ‘Via Gebennensis’, van het Zwitserse Genève naar het Franse Le Puy-en-Velay. 
Dit is met name voor Duitsers, Oostenrijkers en Zwitsers een aanlooproute naar Le Puy-en-Velay, waar ze dan doorstarten op de klassieke Franse pelgrimsroute van de Via Podiensis.
Bij het pelgrimeren op de Via Gebennensis maken we gebruik van drie pelgrimsgidsen, namelijk de Duitstalige van Renate Flori (in 18 etappes, versie 2023, Rother), de Duitstalige van Hartmut Engel (50 tracé’s, versie 2025, Conrad Stein Verlag) en de Frans-Duitstalige van Henri Jarnier (15 etappes, versie 2024, Association Rhône-Alpes des Amis de Saint-Jacques)). 
Wij zijn van plan deze verbindende aanloop-pelgrimsroute in 20 etappes te lopen.

Eerst van Saint-Jeures naar Montfaucon-en-Velay
Vandaag wandelen we van de Via Gebennensis de 18e etappe, van Montfaucon-en-Velay naar Saint-Jeures, over een etappe-afstand van 19,0 kilometer.
De wekker wekt ons om 5:30 uur in onze caravan op Camping Municipal Surnette in Le Mazet-Saint-Voy, onze uitvalsbasis voor deze vijfde (en daarmee laatste) serie van vier wandeldagen.
Na het ontbijt verlaten we de camping om 6:35 uur, en rijden we met de auto – met de fietsen achter op het fietsenrek - vanaf Camping Municipal Surnette in Le Mazet-Saint-Voy naar Saint-Jeures, waar we de auto parkeren op een parkeerterrein bij de dorpsschool. Dan fietsen we van Saint-Jeures naar Montfaucon-en-Velay, want daar begint straks onze etappe. Althans, dat was de bedoeling, ware het niet dat we 3,7 kilometer vóór Montfaucon-en-Velay een lekke band krijgen. Daarom lopen we met de fietsen aan de hand nog enkele honderden meters langs de drukke weg door tot net voorbij Les Olmes, en daar stallen we onze fietsen, en melden de bewoner er tegenover wat er aan de hand is. De rest van die resterende 3,7 kilometer lopen we samen langs de D105 naar Montfaucon-en-Velay, waarmee onze totale wandelafstand vandaag eigenlijk op 22,7 komt, en de fietsafstand is derhalve bij 13,8 kilometer gebleven.
Het is vanmorgen al 18 graden Celsius als we vanuit Le Mazet-Saint-Voy vertrekken. En als we vanuit Montfaucon-en-Velay vertrekken, is het daar al 23 graden Celsius. Het is de hele dag bewolkt en tamelijk benauwd. De temperatuur stijgt tijdens deze etappe vandaag naar 33 graden Celsius, en daarmee is het ook vandaag wederom een tropische dag.
We stijgen vandaag van 915 meter naar 1.050 meter hoogte, waarbij we volgens de wandelgids 450 meters klimmen en 320 meters afdalen. 

Via Bronac naar Les Olmes
Nadat we wandelend zijn gearriveerd in het centrum van Montfaucon-en-Velay, drinken we eerst de door ons meegenomen koffie, met daarbij een Belvita. De café’s zijn nog dicht, en bij de bakker staat een lange wachtrij in de bakkerswinkel op deze vroege zondagochtend. Gelukkig zijn we 100% zelfvoorzienend, en gaan we na de koffie op stap.
We vervolgen om 9:00 uur de pelgrimsroute waar we die gisteren beëindigden. Daarbij gaan we nog wèl even de Chapelle Notre-Dame binnen, voor een passende zondagochtendstart.
Buiten het stadje komen we al spoedig langs het eerste wegkruis, La Croix des Lardons, dat hier op een hoogte van 950 meter staat.
Dan gaat het verder over een nogal stenig bospad.
Dat pad voert ons naar het plaatsje Bronac, dat we passeren.
We lopen op een bosperceel af, en slaan net vóór de bosrand af naar rechts.
Prachtig zijn de veldpaden die hierop volgen.
We draaien af naar het zuiden, en komen dan in het buurtschap Les Olmes, waar we achter een boerderij het gehucht naderen.
Door Les Olmes lopen we door naar de D105, en als we daar aankomen, zien we dat we net daarvóór eerder vanmorgen een lekke band hebben gekregen, en dat we voorbij Les Olmes onze fietsen hebben gestald. 
Vanaf de kruising van onze route met de D105 kunnen we de locatie zien waar onze fietsen staan.

Van Brossettes naar La Brosse
We gaan een bosperceel in, dat bestaat uit dicht op elkaar staande bomen, die kaarsrecht omhoog rijzen, met op de bosbodem nauwelijks enige begroeiing. 
Verderop gaat het bospad over in een boszoompad, waar een andere zondagochtend-wandelaar ons tegemoet  komt. Ze groet vriendelijk.
Rechts van het veldpad heeft iemand een klein bezinningsplekje gemaakt, waarin we onder andere Jezus aan het kruis zien en een Mariabeeldje.
Om 10:14 uur wandelen we over een stil boerenerf het plaatsje Brossettes binnen.
We lopen in het centrum langs het hoge wegkruis.
En dan zien we ook nog een kapel, die – ziende op de staat en op de inhoud ervan – al buiten gebruik is gesteld.
Waar we Brossettes uit wandelen, komen we langs een stuk grasland waar een aantal oldtimers staan, waaronder ook het type Ford Taunus uit de zeventiger jaren, waarvan ik indertijd de introductie heb meegemaakt bij Garage Lammers in Drachten. Het was destijds al een markante auto vanwege zijn front, en ook nu nog staat het model er mooi bij, te midden van al die andere oude auto’s.
Aan het eind van Brossettes komen we nog naar een in het bos verscholen pelgrimsaccommodatie.
We lopen enkele meters te ver, omdat we geen wegwijzer rechtsaf zien, en staan dan vóór een onbewaakte spoorwegovergang van het hier populaire museumtreintje. 
Verderop zien we de trein van enige afstand ook rijden.
Het pad dat we hadden moeten nemen, en nu ook hebben genomen, voert ons naar het buurtschap La Brosse, dat we binnenwandelen bij het château.
Direct daarna volgen nog enkele woningen, die wellicht indertijd werden bewoond door de arbeiders van de château-eigenaar.

Van La Petite Papeterie naar Salettes
Waar we de rivier Le Lignon naderen, komen we aan bij La Petite Papeterie, een luxe vakantieverblijf, waar volgens de bordjes ook pelgrims terecht kunnen. Daarom voelen we ons vrij om binnen te vragen om een gîte-stempel voor onze pelgrimspaspoorten. Een tiener die ons de eetzaal binnen ziet komen, roept verschrikt direct “Mama!”, die in de keuken werkzaam is. Het meisje komt terug uit de keuken en als we haar vragen om een stempel van de gîte, krijgen we te horen dat ze die hier niet hebben. 
Daarom gaan we door, en lopen dan langs Le Lignon naar de brug over de rivier. 
Die brug is niet meer toegankelijk. Bij de opgang naar de brug staan twee gedenkstenen. 
De eerste verhaalt over de hele lange geschiedenis van La Papeterie, van oorsprong een papierfabriek, maar later ook gebruikt als interneringskamp, onder andere door de Duitsers, die hier Duitse Joden interneerden, die via een ander kamp werden doorgevoerd naar Auschwitz-Birkenau. Geen opwekkende geschiedenis.
De uit steen gehouwen andere gedenksteen laat op opwekkender wijze beeldend iets zien van de eerste fase van de papierfabriek.
Om 11:40 uur naderen we de stad Tence.
Maar voordat we Tence in kunnen gaan, komen we eerst nog door het aanliggende plaatsje Salettes.
Van Salettes gaan we Tence binnen via een smalle loopbrug over Le Lignon.

Intens Tence
In Tence worden pelgrims direct verwelkomd met metalen plaatjes van twee ons welbekende pelgrimsansichtkaarten, met Jacobsschelpen en met twee provisorisch gecreëerde pelgrimsbeelden.
Vlak vóór twaalf uur wandelen we het centrum in van Tence.
Recht vóór ons zien we de Notre-Dame-kerk.
We lopen direct door naar het centrum van de stad, en passeren daarbij nog een andere – hoger gebouwde – kapel. 
Het is voor onze begrippen verschrikkelijk druk in Tence, want er is van alles te beleven, waaronder een Brocante-warenmarkt. Mensen komen lopend en met auto’s van alle kanten aan, om zich in de enorme drukte van de binnenstad te voegen.
Vanaf het voorterrein van de Mairie hebben we een prachtig uitzicht over de enorme drukte in de horeca en in de straten van Tence.
We wilden in Tence onze koffie-/lunchpauze houden, maar dat gaan we niet doen in deze stadsdrukte. We kopen op deze warme dag nog wel even twee koude flesjes drinken in een kleine supermarkt aan de route, en lopen dan door op de route, de stad uit, steken daarbij Le Lignon over, en willen dan bij de grote en drukke parkeerplaats van de stad een picknickbank in de schaduw gebruiken voor onze pauze. 
Als we daar bijna zijn, komt een groepje van een man en een vrouw en twee jongens aanlopen vanuit hun auto, en neemt plaats op de picknickbank. Ze vragen of wij erbij komen zitten, hetgeen we gezellig doen.
Ze vertellen afkomstig te zijn uit Tibet, en nu al jaren in Europa wonen. De vrouw heeft enkele jaren in Rotterdam gewoond, en gewerkt in het Erasmus Ziekenhuis. Nu wonen ze in Frankrijk, en wonen en werken ze beiden in een winkel in Le Puy-en-Velay. De man is een beetje stilletjes, de jongens spreken heel voorzichtig een beetje Nederlands, en de vrouw is zichtbaar vrolijk geworden van deze ontmoeting en dit gesprek – deels in het Nederlands en in het Engels - met ons. We luisteren naar haar bijzondere levensverhaal, en naar de actuele misstanden van de Chinese overheersing in Tibet.

Water om te koelen en water om te drinken
Na deze pauze lopen we verder langs de oever van de rivier Le Lignon. 
Daarna volgt een lange en steile klim de stad uit, en daardoor krijgen we al snel een prachtig uitzicht over Tence als we een kwartier later achterom kijken.
We komen weer in het buitengebied, en lopen ook langs veel graslanden, waar koeien grazen en herkauwen. Het is nogal warm geworden, en de koeien gaan daar op verschillende manieren mee om. Een voorbeeld: twee koeien staan in de volle zon hooi te eten bij een hooibultje. Een andere koe ligt rustig te herkauwen in de schaduw onder een grote boom. En nog weer een andere koe zien we met zijn poten in het beekje staan, haar kop roerloos naar beneden, in de donkere schaduw van de bomen langs het beekje.
Een kwartiertje later – als we op een asfaltweg langs een vrijstaand huis komen – roept een jongetje ons de vraag toe of wij ook vers water willen hebben. Durkje haar Dopper is bijna leeg, dus die gaat mee naar binnen, en komt gevuld met vers water weer terug. De moeder roept nog of we meer water nodig hebben, maar dan hoeft niet, dus we bedanken de moeder en de jongen voor de volle Dopper, en gaan weer verder.
We komen weer door een bosperceel, lopen verderop over een asfaltweg, en draaien vlak vóór Les Gouttes weer het open veld in.

Van Pouzols naar Les Moulins
Het volgende gehucht waar we vanaf een karrenspoor aankomen, is Pouzols.
Op een T-kruising is een klein kastje aangekleed met een afbeelding van Jacobus de Meerdere. Er staat ook bij dat het vanaf hier nog vier kilometer is naar Saint-Jeures, en nog 38 kilometer naar Le Puy-en-Velay, en nog 1.600 kilometer naar Santiago de Compostela.
Iets verderop zien we op enige afstand het kleine kerkje van Pouzols.
Een oude tractor staat bij een nog oudere boerenschuur. Het zijn enkele beelden van wat je zoal ziet als je door zo’n buurtschap in Frankrijk loopt.
We gaan weer een veldpad op met weelderige bermvegetatie; altijd weer mooi om te zien. Deze keer zijn het heel veel brem-struiken, uiteraard al lang uitgebloeid, en inmiddels vol peulen vol zaden.
Daarna volgt het gehucht Les Moulins. 
Ook al weer zo’n Frans plaatsje, waar je zo in een oogopslag kunt zien welke panden al heel lang niet meer worden gebruikt, waar de natuur zo langzamerhand al de overhand heeft genomen.
In de tuin van een woning staat in de berm langs onze route een pruimenboom, die overvol hangt met rijpe pruimen.
Zulke overvolle vruchtenbomen zijn ook een delicatesse voor de voorbijgaande pelgrims. 

Saint-Jacques & Saint-Régis lopen samen op
Voorbij Les Moulins zien we onder een aantal bomen vóór ons een vrouw opstaan, en een grote rugzak op doen. Ze loopt vóór ons uit, maar omdat ze niet zo snel wandelt, halen we haar al spoedig in. 
De Franse vertelt dat ze de wandelroute van Saint-Régis loopt, die nu even gelijk loopt aan de pelgrimsroute. Haar route is minder lang, en ze overnacht onderweg in accommodaties die ze ongeveer tien dagen ervóór heeft gereserveerd.
Ze loopt niet zo snel, dus we halen haar in, en lopen voor haar uit. 
Dan maken we een foto van Saint-Jeures, dat we op enige afstand vóór ons zien liggen.
De vrouw haalt ons dan in, en vraagt of ze van ons samen een foto moet maken met Saint-Jeures op de achtergrond, hetgeen we haar graag laten doen.
Dan maken we daarna ook zo’n foto van haar met haar smartphone, opdat ook zij een mooie aankomstfoto heeft van deze dag.

Welkom in Saint-Jeures
Om 14:30 uur wandelen we de bebouwde kom van Saint-Jeures binnen. Onder het kombord staat de mededeling dat ‘nomades’ niet welkom zijn om zich hier tijdelijk te vestigen. Frankrijk kent haar Gitanes, die her en der voor bepaalde tijd neerstrijken. Deze gemeente heeft een plek aangewezen waar deze nomaden wel welkom zijn. Verbieden, maar wel een alternatief bieden, dat kan problemen voorkomen.
Wij stappen af op de Saint-Georges-kerk.
We gaan deze 12e eeuwse dorpskerk binnen, om deze te bezichtigen. De kerkdeur staat uitnodigend open, en als we er binnen gaan, voelen we dat het hier heerlijk koel is op deze hete zomerdag.
Heel mooi is dat men ook in deze kerk een kerkstempel heeft klaargezet, opdat pelgrims van Sint Jacob en van Saint-Régis hier hun stempelkaarten kunnen afstempelen. Durkje zet een stempel in onze pelgrimspaspoorten. 
Ondertussen maak ik een rondje door de kerk, en zie daar dat prachtige altaarstuk, dat op een klein altaar in een zijkapel van de kerk staat. Hierop zie ik Jezus bij Maria afgebeeld.
En ook heel bijzonder is de tabernakel, waarin de hosties worden bewaard, vaak een rechthoekig kastje, maar hier in een kunstig houtsnijwerk, waarop twee engelen zijn afgebeeld op beide deurtjes van de tabernakel.
Buiten ontmoeten we nog eens de Saint-Régis-wandelaar, die inmiddels op zoek is naar haar overnachtingsaccommodatie in Saint Jeures.
Wij stappen bij de kerk en de dorpsschool in onze auto, en rijden terug naar Les Olmes, waar we onze fietsen afhalen. Daar spreken we de overbuurman ook nog even.
Teruggekeerd op de camping plakken we de fietsband op nota bene vier verschillende plekken, en dan nog volstaat dat niet. Daarom zetten we de fiets terzijde, en gaan we de laatste twee wandeldagen de fietstrajecten verruilen voor een taxi-rit, dan kunnen we zo morgen en overmorgen onze zomerpelgrimage toch nog afmaken. Zo kan het ook.
Het is met 34 graden Celsius heet vanmiddag, en die hitte sluiten we rond het avonduur af met een behoorlijk onweer en regen. Maar tegen acht uur vanavond zitten we al weer buiten aan de warme maaltijd. Het is dan zo onderhand al wel behoorlijk afgekoeld, wat ook wel lekker is na zoveel hete dagen.

Pelgrimeren van Les Sétoux naar Montfaucon-en-Velay

Pelgrimsroute van Genève (Z) via Le Puy-en-Velay (F) naar Santiago de Compostela (S)
Via Gebennensis van Genève naar Le Puy-en-Velay
Pelgrimeren van Les Sétoux naar Montfaucon-en-Velay
Zaterdag 8 augustus 2026 – 17,0 km lopen & 17,8 km fietsen
Dag 17: 281,4 – 298,4 km
 
Door veld en bos van Coirolles naar Etiennefy



















Via Gebennensis
Tijdens onze eerste pelgrimage van Durkje en mij wandelden we van 2005 tot en met 2012 van het Friese Sint-Jacobiparochie (NL) via het Franse Vézelay over de klassieke Franse pelgrimsroute van de Via Lemovicensis naar het Spaanse bedevaartsoord Santiago de Compostela.
Tijdens onze tweede pelgrimage van Durkje en mij wandelden we van 2011 tot en met 2015 vanuit het Franse Le Puy-en-Velay over de klassieke Franse pelgrimsroute van de Via Podiensis wederom naar het Spaanse bedevaartsoord Santiago de Compostela.
Vorig jaar (in 2025) liepen we de verbindingsroute voor pelgrims van de Via Lemovicensis naar de Via Podiensis, namelijk van Vézelay zuidwaarts naar Le Puy-en-Velay. 
Dit jaar (in 2026) lopen we de ruim 350 kilometer lange pelgrimsroute ‘Via Gebennensis’, van het Zwitserse Genève naar het Franse Le Puy-en-Velay. 
Dit is met name voor Duitsers, Oostenrijkers en Zwitsers een aanlooproute naar Le Puy-en-Velay, waar ze dan doorstarten op de klassieke Franse pelgrimsroute van de Via Podiensis.
Bij het pelgrimeren op de Via Gebennensis maken we gebruik van drie pelgrimsgidsen, namelijk de Duitstalige van Renate Flori (in 18 etappes, versie 2023, Rother), de Duitstalige van Hartmut Engel (50 tracé’s, versie 2025, Conrad Stein Verlag) en de Frans-Duitstalige van Henri Jarnier (15 etappes, versie 2024, Association Rhône-Alpes des Amis de Saint-Jacques)). 
Wij zijn van plan deze verbindende aanloop-pelgrimsroute in 20 etappes te lopen.

Eerst van Montfaucon-en-Velay naar Les Sétoux
Vandaag wandelen we van de Via Gebennensis de 17e etappe, van Les Sétoux naar Montfaucon-en-Velay, over een etappe-afstand van 17,0 kilometer.
De wekker wekt ons om 5:30 uur in onze caravan op Camping Municipal Surnette in Le Mazet-Saint-Voy, onze uitvalsbasis voor deze vijfde (en daarmee laatste) serie van vier wandeldagen.
Na het ontbijt verlaten we de camping om 6:40 uur, en rijden we met de auto – met de fietsen achter op het fietsenrek - vanaf Camping Municipal Surnette in Le Mazet-Saint-Voy naar Montfaucon-en-Velay, waar we de auto parkeren op een parkeerterrein aan de voet van de Eglise Saint-Pierre. Dan fietsen we van Montfaucon-en-Velay naar Les Sétoux, want daar begint straks onze etappe.
Het is vanmorgen nog maar 7 graden Celsius als we vanuit Le Mazet-Saint-Voy vertrekken. En als we vanuit Montfaucon-en-Velay op de fiets vertrekken, is het daar maar 12 graden Celsius. Vooral tijdens het afdalen met snelheden van zo’n 40 kilometer per uur voelt het in de schaduw nogal koud, en zou je bijna handschoenen aan doen. Gelukkig hebben we warme jassen bij ons, waarmee we ons prima warm fietsen. Het is onbewolkt, en reeds vroeg in de ochtend hebben we derhalve volop zon. De temperatuur stijgt tijdens deze etappe vandaag naar 30 graden Celsius. Voor een wandeldag door de beboste bergen en over de hellingen en door de dalen hebben we vandaag heerlijk zomerweer. En ook vandaag is het toch ook wel weer een tropische dag.
We dalen vandaag van 1.142 meter naar 915 meter hoogte, waarbij we volgens de wandelgids 420 meters klimmen en 650 meters afdalen. 

Van Jacobusbeeld naar Jacobusbeeld in Les Sétoux
Nadat we op de fiets na een fikse klim zijn gearriveerd bij het kerkje van Les Sétoux, stallen we de fietsen vóór de kerk bij het oorlogsmonument, waar we eergisteren de auto ook hadden staan.
We vervolgen de pelgrimsroute waar we die eergisteren beëindigden. Maar als pelgrims beginnen we deze etappe in de kerk van Les Sétoux. 
Als we de kerk binnen gaan, begint zacht de kerkmuziek van vrouwenstemmen, en vóórin de kerk zien we de eerste kaarsjes al branden, aan de voet van het beeldje van Sint-Jacobus.
We steken om 8:40 uur de weg over, en lopen tussen de huizen door naar de rand van de bebouwde kom. Daarbij passeren we een erf waarop men een bonte verzameling oude tractoren heeft geplaatst.
En aan de rand van het dorpje, bij de gîte, verlaten we het dorp ter hoogte van het stenen Sint-Jacobsbeeld.
Dit beeld heeft aan de onderzijde een betonplateau waarin enkele woorden, pelgrims en figuren zijn te zien. 
Daarin zie ik pelgrims vanuit allerlei richtingen in de zon over de weg van de sterren en door de bergen opgaan naar de kathedraal van Santiago de Compostela.

Felle keffers tot aan je broekspijpen
Als we op de brede steentjesweg Les Sétoux achter ons hebben gelaten, krijgen we een schitterend uitzicht over het vulkanenlandschap dat we in gaan.
Links van het pad bevindt zich een soort vrijplaats, waar auto’s, een camper en caravans staan, hetgeen waarschijnlijk een buiten de reguliere orde-woonplek van iemand is. 
Zojuist kwam daar een auto vandaag met daarin een man en een vrouw. Als we op die woonplek aankomen, schieten van allerlei kanten fel keffende hondjes ons tegemoet. Zolang we langs de  woonplek lopen, blijven ze achter het gaas, maar zodra we het terrein verlaten, rennen ze agressief blaffend van het terrein achter ons aan. Durkje gaat voorop, en ik loop achteruit achter haar aan, daarbij die acht felle hondjes – die me zo’n beetje tot op de broekspijpen naderen – goed in het oog houdend. Na zo’n honderd meter vinden ze kennelijk dat het genoeg is geweest, want dan blijven ze staan blaffen, en draaien zich om. Die zijn we kwijt, en onze broekspijpen zijn nog heel.

Verkeer regelen in het bos
In het bos worden we ingehaald door een tractor met een grote aanhanger. In de tractorcabine zitten een man en drie jongetjes. Vóór ons zien we even later dat de tractor achteruit gaat rijden. Even later zien we dat er verderop een auto op het bospad staat. De tractorbestuurder heeft plaatsgemaakt voor de auto om in een inham van het bospad te gaan staan, opdat de tractor door kan rijden, en daarna kan de auto ook verder. De boer wenkt de automobilist, maar de auto komt niet in beweging. Ik loop op de auto af, en gebaar dat de chauffeuse kan oprijden naar die inham, hetgeen ze dan doet, en zo kunnen ze elkaar toch nog goed passeren op dit smalle bospad.
 
L’Hermet, en wat daar op volgt
We naderen een buurtschap, L’Hermet genaamd.
Het is maar klein; met overigens wel een grote boerenhoeve. We draaien linksaf om de openbare wasplaats heen, en dan hebben we het al heel snel weer verlaten.
We moeten na een afdaling het beekje de Clavarine oversteken. Eerst steken we een eigentijdse stenen boogbrug over, en daarna een stenen boogbrug van veel ouder datum.
Dan klimmen we het beekdal weer uit over een mooi bospad.
Van het bospad stappen we over op een asfaltweg, en als we dan het bosgebied uit lopen, krijgen we weer zo’n prachtig uitzicht over de schilderachtige omgeving.
Ook vandaag doet het ons goed dat de pelgrimsroute zo goed bewegwijzerd is. Op veel keuzelocaties staan Jacobsschelpen en/of de rood-witte markering van de GR65, die we vandaag op een enkele uitzondering na ook volgen.
We gaan weer bergopwaarts en komen dan voorbij een bosperceel in een open berglandschap van weiden en akkers. We gaan voort over een prachtig hellingpad, dat bijna een kampad is. Als we dan achteromkijken, zien we het gehucht L’Hermet ver achter ons, daar waar we zojuist het buurtschap doorkruisten.
Op een T-kruising van veldpaden staat weer zo’n karakteristieke houten paal, met daarop een Jacobsschelp en er boven de wit-rode strepen die de richting aanduiden.

Coirolles, en wat daar op volgt
Het volgende buurtschap dat we bereiken, is Coirolles.
Ook hier weer een aantal verspreid staande huizen.
In de plaats zien we aan de muur een houten kastje hangen, met daarop een Jacobsschelp. Dat zou kunnen duiden op een stempel voor pelgrims. Als we het kastje openen, blijkt er alleen een gastenboek in de liggen. Helaas, geen stempel van Coirolles in onze pelgrimspaspoorten.
Het is wel het buurtschap waarin we onze koffiepauze willen houden, want we hebben zo onderhand bijna twee uren onafgebroken gelopen. Een geschikte koffieplek vinden we op een fundament-muurtje onderaan een schuur, heerlijk in de schaduw, en naast de openbare wasplaats.
De boer tegenover de wasplaats krijgt bezoek van twee mannen, die koffie bij hem komen drinken. De boer tapt een grote maatbeker water uit het bassin van de lavoir, en gaat ermee naar binnen om koffie te zetten. Even later zie ik dat hij hier ook een sixpack bierflesjes en nog enkele losse flesjes bier in die waterbak heeft staan en liggen, waar hij bij gelegenheid een koud pilsje uit kan ‘tappen’.
Bovenaan een helling van het lavoir staan drie dikke stapels brandhout, rond als een iglo gestapeld, zoals men dat in Frankrijk wel meer doet. 
Als we naast de boerderij een beekdal in gaan, worden we daarbij gadegeslagen door de groepjes koeien die in de wei bij de boerenhoeve lopen.
Vanuit het beekdal gaat het weer bergop.
Als we weer over een top gaan, ligt er weer zo’n prachtig bergpad vóór ons.
Vanuit het open veld gaan we om 10:50 uur het bos in.
Dan volgt weer een behoorlijk traject over mooie bospaden.
We hebben vandaag geluk dat we veel klimtrajecten hebben in bospercelen, hetgeen op deze warme dag heerlijk koel is, en daarmee het klimmen vergemakkelijkt.

Etiennefy, en wat daar op volgt
Als we vanuit het dichte bos over een minder beboste helling lopen, zien we rechts vóór ons een alleenstaande boerenhoeve. Dat is de  hoeve Etiennefy. We moeten nog een royale bocht linksom de helling volgen, en dan komen we vlak langs de boerenhoeve weer op een asfaltweg.
Verderop gaat de route verder door het bos. We passeren in het bos een zogenoemd steenmannetje, in dit geval op een afgezaagde boomstam opgestapelde steentjes, vaak door passerende pelgrims zo geconstrueerd.
Bij Souvignet komen we op een asfaltweg. We zijn nu op een hoogte gekomen van 979 meter.
In het grasland graast een kudde koeien. 
Op de gele wegwijzer op deze plek zien we dat onze pelgrimsroute en de GR65 vanaf nu een eind samen op gaan met een andere GR-route. We moeten dus goed opletten, waar die routes weer uiteen gaan, om niet op een verkeerd pad te komen.
Vanaf de asfaltweg gaan we weer een bosgebied in. Hier volgt een uitdagende afdaling over een steenachtig smal bergpad. Onder ons in het dal horen we crossmotoren. Als we onderaan bij weer een asfaltweg komen, zien we dat aan de overzijde van de weg in een bergkom een langgerekt motorcrosscircuit ligt, waar op dit moment kinderen les krijgen in het motorcrossen.
Als we er langs lopen, is de les kennelijk afgelopen, want ze verzamelen zich bij de auto’s, stappen van de motor, en de helmen komen af.

Van de Ruisseau Saint-Julien naar Les Chomats
In het volgende bosgebied moeten we een snelstromende beek oversteken. Dat is de Ruisseau Saint-Julien. 
Er ligt wel een oude platte brug over de beek, maar de waterloop is hier zo breed, dat er ook stapstenen nodig zijn om over te steken, of via enkele stapstenen de oversteek te maken naar de platte brug over het tweede deel van deze waterloop.
Enkele minuten later gaat het dan voort door het bergbos, over een lastig steenachtig bospad. 
Bij een oud stenen wegkruis verlaten we het bos, en komen we weer in het open veld.
Tien minuten later is het eind van deze etappe in zicht, want we krijgen voor het eerst zicht op Montfaucon-en-Velay.
Er liggen geen bergen meer tussen ons en de stad, dus we hoeven vast niet veel meer te klimmen; het zal voornamelijk afdalen worden. Daarbij komen we langs een grote houtopslag.
Om 13:15 uur wandelen we het buurtschap Les Chomats binnen, ter hoogte van een oude boerenhoeve, waarbij nog een stuk oude muur staat, met daarin een stenen boog als toegangspoort van de binnenplaats van deze boerderij.

De Tour door Montfaucon-en-Velay
We hebben nog een warm stukje te gaan, over een nieuw geasfalteerd weggetje langs een graanstoppelakker.
Bij een rotonde bereiken we Montfaucon-en-Velay.
Als we om de rotonde heen lopen, zien we tot onze verrassing bij twee versierde fietsen een grote banier op de rotonde staan, waarop melding wordt gemaakt van de Tour de France Femmes in deze plaats. 
Hier en verderop is de route versierd met allerhande zaken, dus het lijkt erop dat de Tour voor de vrouwen hier net is geweest of op heel korte termijn zal komen.
We lopen door naar het centrum van de stad.
Bij de VVV aangekomen, vragen en krijgen we daar een stempel in onze pelgrimspaspoorten. Bij navraag bij de VVV-medewerkster blijkt ons dat de Tour de France Femmes eergisteren door Montfaucon-en-Velay is gekomen. Vandaar dus al die decoraties nog in de straten.
Bij het stadhuis staat ook de Eglise Saint-Pierre. We gaan er naar binnen om de kerk te bezichtigen. Maar bij binnenkomst blijkt dat men hier de voorbereidingen treft voor een uitvaartmis, dus een rondgang door deze kerk maken we niet.
Wel lopen we door het stadje nog even door naar de Chapelle Notre-Dame, de tweede grote kerk van Montfaucon-en-Velay. 
Daar kunnen we wel naar binnen, om onder andere langs de twaalf schilderijen te gaan van de kunstenaar Abel Grimmer (1570-119), die deze serie van twaalf schilderijen – voor elke maand één – heeft gemaakt om de ontwikkeling van de natuur van maand tot maand op doek vast te leggen.
De lichten bij de schilderijen gaan aan als we de kerkzaal in lopen, dus ze worden goed belicht. 
Verder valt het vele wit van de bouwstenen op, waarvan de kerkzaal is gebouwd. 
Het koor van deze kerk is rijkelijk versierd.
Na dit kerkbezoek lopen we naar onze auto, waarmee we terug rijden naar Les Sétoux om onze fietsen daar af te halen. Tot slot rijden we dan van Les Sétoux terug naar onze camping in Le Mazet-Saint-Foy.

Pelgrimeren van Bourg-Argental naar Les Sétoux

Pelgrimsroute van Genève (Z) via Le Puy-en-Velay (F) naar Santiago de Compostela (S)
Via Gebennensis van Genève naar Le Puy-en-Velay
Pelgrimeren van Bourg-Argental naar Les Sétoux
Donderdag 6 augustus 2026 – 16,9 km lopen & 23,6 km fietsen
Dag 16: 264,5 – 281,4 km
 
Bij het Jacobusbeeld van de kerk in Les Sétoux

Via Gebennensis
Tijdens onze eerste pelgrimage van Durkje en mij wandelden we van 2005 tot en met 2012 van het Friese Sint-Jacobiparochie (NL) via het Franse Vézelay over de klassieke Franse pelgrimsroute van de Via Lemovicensis naar het Spaanse bedevaartsoord Santiago de Compostela.
Tijdens onze tweede pelgrimage van Durkje en mij wandelden we van 2011 tot en met 2015 vanuit het Franse Le Puy-en-Velay over de klassieke Franse pelgrimsroute van de Via Podiensis wederom naar het Spaanse bedevaartsoord Santiago de Compostela.
Vorig jaar (in 2025) liepen we de verbindingsroute voor pelgrims van de Via Lemovicensis naar de Via Podiensis, namelijk van Vézelay zuidwaarts naar Le Puy-en-Velay. 
Dit jaar (in 2026) lopen we de ruim 350 kilometer lange pelgrimsroute ‘Via Gebennensis’, van het Zwitserse Genève naar het Franse Le Puy-en-Velay. 
Dit is met name voor Duitsers, Oostenrijkers en Zwitsers een aanlooproute naar Le Puy-en-Velay, waar ze dan doorstarten op de klassieke Franse pelgrimsroute van de Via Podiensis.
Bij het pelgrimeren op de Via Gebennensis maken we gebruik van drie pelgrimsgidsen, namelijk de Duitstalige van Renate Flori (in 18 etappes, versie 2023, Rother), de Duitstalige van Hartmut Engel (50 tracé’s, versie 2025, Conrad Stein Verlag) en de Frans-Duitstalige van Henri Jarnier (15 etappes, versie 2024, Association Rhône-Alpes des Amis de Saint-Jacques)). 
Wij zijn van plan deze verbindende aanloop-pelgrimsroute in 20 etappes te lopen.

Eerst van Les Sétoux naar Bourg-Argental
Vandaag wandelen we van de Via Gebennensis de 16e etappe, van Bourg-Argental naar Les Sétoux, over een etappe-afstand van 16,9 kilometer.
De wekker wekt ons om 5:30 uur in onze caravan op Natural Area Camping Les Cerisiers in Maclas vlakbij Le Buisson, onze uitvalsbasis voor deze vierde serie van vier wandeldagen.
Na het ontbijt verlaten we de camping om 6:40 uur, en rijden we met de auto – met de fietsen achter op het fietsenrek - vanaf Natural Area Camping Les Cerisiers bij Maclas naar Les Sétoux, waar we de auto parkeren vóór de dorpskerk. Dan fietsen we om 7:30 uur van Les Sétoux naar Bourg-Argental, want daar begint straks onze etappe.
Het is vanmorgen 19 graden Celsius als we vanuit Maclas vertrekken. Maar als we in de bergen vanuit Les Sétoux op de fiets vertrekken, is het daar maar 13 graden Celsius. Het is aanvankelijk heel licht bewolkt, en reeds vroeg in de ochtend breekt de zon door. De temperatuur stijgt tijdens deze etappe vandaag naar 29 graden Celsius. Halverwege de middag meten we na deze etappe een temperatuur van 34 graden Celsius. Voor een wandeldag door de beboste bergen en op de berg bij Les Sétoux hebben we vandaag heerlijk zomerweer. En ook vandaag is het al weer een tropische dag.
We klimmen vandaag van 550 meter via 1.204 meter naar uiteindelijk 1.142 meter hoogte, dus met een netto stijging van circa 600 meter. 

Koffie met pain aux raisins van de bakker in Bourg-Argental
Nadat we op de fiets zijn gearriveerd in het centrum van Bourg-Argental, stallen we de fietsen op de plek waar we gisteren de auto hadden staan. 
We vervolgen de pelgrimsroute waar we die gisteren beëindigden. De route gaat door het stadscentrum.
Wij komen langs een deel van de warenmarkt.
Dan lopen we in de richting van de Saint-André-kerk.
Rechts van de kerk staan enkele lokale en regionale ondernemers hun soms zelf geproduceerde waren te verkopen.
Wij gaan de kerk in om een rondje door de kerkzaal te maken.
Zoals in zoveel kerken in deze regio vallen ook hier de mooie pastelkleuren op in het interieur van de kerk.
We vinden de plek waar het kerkstempel staat, dus daar zet Durkje het kerkstempel in onze pelgrimspaspoorten.
Bij die tafel staat een pelgrimsstaf, met daaraan enkele beschreven Jacobsschelpen.
In de rondgang door de kerk lopen we langs de zijkapellen, en bekijken we ook het mooie plafond van deze kerk.
De route gaat verder langs de kerk, maar wij maken even een uitstapje door de markthal naar de hoofdstraat, waar we vanaf de fiets zojuist al een bakkerszaak hebben gezien waar ze ook koffie verkopen. Op het terras van deze bakkerszaak drinken we onze koffie, met daarbij de voor ons traditionele pains aux raisins. Achter ons zijn de (banket)bakker en de chocolatier druk aan het werk in de openstaande bakkerij, en voordat we vertrekken, maken we nog even een gezellig praatje met deze beide ambachtslieden.
Om ongeveer 9:15 uur zijn we klaar om deze nu volgende etappe vanuit Bourg-Argental te beginnen. 
Voordat we de stad verlaten, steken we nog het riviertje de Argental over, waarnaar dit stadje is genoemd.

Het hellingpad langs La Déôme
Als we net buiten de bebouwde kom langs de grote voormalige leerlooierij zijn gelopen, gaan we een ruig pad op, dat ons langs de beek La Déôme voert; de beek waar we gisteren ook een eind langs hebben gelopen toen we de stad in gingen.
We zetten direct een flinke klim in, dus na nog maar korte tijd hebben we al een prachtige terugblik op Bourg-Argental in het dal achter ons. 
We lopen over een mooi breed hellingpad, maar op één plek is door een aard-verschuiving een stuk van de helling weggezakt, waardoor het pad zo ongeveer gehalveerd is qua breedte. Het roodwitte lint waarschuwt je ervoor, maar gevaarlijk is het passeren geenszins.

Over het spoorpad van de Via Fluvia door Board
Net na 10:00 uur gaan we van het hellingpad af, en komen we op asfalt te lopen. Dat blijkt ook de fietsroute van de Via Fluvia te zijn, die loopt over het voormalige spoortalud, dus we gaan nu eerst ruim vier kilometers voort over een spoortracé.
We lopen heerlijk in de schaduw soms naar boven, soms naar beneden, en worden niet gehinderd door de warme zon, omdat die achter de berghelling links van ons schijnt.
Onderweg komen we door het buurtschap Board.
Karakteristiek van Board is het al oude plaatsnaambord van houtsnijwerk.
Zo karakteristiek als dit plaatsnaambord is, is ook dit Franse gehucht.
Hier en daar zien we oude spoorbruggen, over een waterloop, of over het spoorpad. Sommige zijn al grotendeels aan het oog onttrokken, omdat ze in de loop der jaren verdwijnen in de oprukkende vegetatie.
Om 10:40 uur krijgen we voor het eerst zicht op de plaats Saint-Sauveur-en-Rue.
De plaats ligt ver vóór ons in het diepe dal.
We gaan weer door een hoog over het spoorpad liggend spoorviaduct.

Koffiepauze in het oude treinstation van Saint-Sauveur-en-Rue
En dan komen we vlak vóór 11:00 uur aan bij het voormalige wachthuisje op het vroegere treinstation van Saint-Sauveur-en-Rue. 
Van dit vroegere wachthuisje heeft men een hele mooie open pauzeplek gemaakt voor passerende wandelaars en fietsers. Er staat een lange houten bank in, met rondom enkele boekenkasten met heel veel meeneemboeken.
Verder vind je er enige informatie bij de tijdlijn inzake deze oude treinlijn.
Een vrouw fietst voorbij, groet ons met een Nederlandsklinkende “bonjour”, en komt direct daarna even terug. “Nederlands zeker?”, vraag ik. De vrouw zegt zich niet te realiseren dat zelfs haar Franstalige groet al Nederlands-gerelateerd klinkt. Maar ik had het dus goed ingeschat. Dan komt haar partner ook aanfietsen, met een klein meisje achterop een aangekoppelde volgfiets. De vrouw vraagt of ze hier ergens water kunnen krijgen, dus we verwijzen hen naar het sanitairgebouw rechtsachter dit wachthuisje, waar wij al drinkwater hadden aangetroffen.
Na het beëindigen van onze koffiepauze, hervatten we onze route over het spoorpad, en komen we bij het kruisen van een asfaltweg direct al langs het woonhuisje van de vroegere spoorwegovergangbeambte.
We gaan daarna verder met onze klim over het spoorpad, en dan zien we na een kwartier nog eens weer Saint-Sauveur-en-Rue diep in het dal liggen, maar nu inmiddels achter ons.

Klimmen naar 1.204 meter hoogte bij Suc du Tronche
Als we het spoorpad hebben verlaten, moeten we een brede bosweg op, die is afgesloten met een ‘Route Barrée’. Dat is voor ons als wandelaars geen aanleiding om een variant op de route te gaan zoeken, dus we gaan gewoon die brede bosweg op, en maken daarbij de eerste klim naar een royaal opgezet kruispunt van boswegen.
De bosweg is al zo prima toegankelijk gemaakt, dat we verder gaan op deze weg. Na nog weer verder klimmen, komen we bij de boshut, de Abri d’Aiguebelle. De boshut staat nagenoeg vol met een ouder Frans stel met daarbij zes andere Aziatische bezoekers, die waarschijnlijk samen met twee auto’s vanaf de andere zijde naar deze boshut zijn gekomen.
Wij gaan door met onze klim, want we moeten uiteindelijk vandaag 654 meter aan hoogte winnen. Het pad gaat verder als een mooie holle bosweg.
De ondergrond van de boswegen en bospaden wisselt voortdurend, maar die is net als de hellinggraad geen belemmering voor een vlotte doortocht. We komen weer op zo’n groot kruispunt van boswegen, bij een grote houtopslag.
Hier bij de Pas Tracol is een steen opgericht, waarop je kunt zien dat we ons hier bevinden op de grens van de departementen Loire en Haut-Loire, en deze wijst ook op de overgang van de regio Rhône-Alpes naar de Auvergne, waar we nu binnen lopen.
Als we bij de wegwijzer van Suc du Tronche zijn aangekomen in het bos, wijst de wegwijzer aan dat we ons nu op een hoogte van 1.204 meter bevinden, en daarmee het hoogste punt van de etappe van vandaag.
Tijdens deze boswandeling ontmoetten we alleen twee rustig voorbijrijdende motorrijders, en een Spaans-Franse jongeman, die vertelde te wandelen van Le Puy-en-Velay naar een klooster nabij Genève. 

Einde van een lange boswandeling
Ruim tien minuten later komen we op een meer open plek in het bos, vanwaar we voor het eerst zicht krijgen op het vulkanenlandschap van de Auvergne.
En omdat we hier op een open plek in het boslandschap staan, zie je om je heen de vegetatie ook heel anders zijn. We zien andere kruiden, en struiken met vruchten van bijvoorbeeld blauwe bessen, lijsterbessen en bramen. Veel meer kleur en fleur dan in het donkere bos.
En dan wandelen we duidelijk het bos uit, en komen in het open veld terecht, met een formidabel vergezicht over de bergen en dalen vóór ons. 
Vlak voordat we het dorpje Les Sétoux binnen wandelen, komen we nog langs een hoog geplaatste panoramatafel, waarop uitleg wordt gegeven over het berglandschap vóór ons.
Op die panoramatafel staat ook de route van het laatste deel van de Via Gebennensis afgebeeld, van Bourg-Argental tot aan Le Puy-en-Velay, met tamelijk in het begin de locatie van Les Sétoux.

Pelgrimsvriendelijk dorp en kerk
Iets na 14:00 uur wandelen we de bebouwde kom van Les Sétoux binnen, op de weg met de voor ons toepasselijke naam: ‘Chemin de Genève’, want daar komen wij immers vandaan, al weer 16 pelgrimsdagen geleden.
Er is een herberg in het dorpje, maar die hebben wij niet nodig, dus die lopen we voorbij.
Enkele minuten later lopen we het kerkplein op, en eindigt daarmee onze etappe.
Bij de ingang van de kerk staat een prachtig vormgegeven beeld van het hoofd van Jacobus. Dit ornament is tevens in gebruik als watertappunt van drinkbaar water.
Als we de oude dorpskerk in gaan, valt ons direct het vele hout op waarmee het interieur van de kerk is aangekleed. 
Het is in veel opzichten een pelgrimsvriendelijke kerk, want heel veel elementen in de kerk verwijzen naar de pelgrimsroute, het pelgrimeren, de pelgrim en Sint Jacobus.
Vóórin de kerk op een tafel vinden we het kerkstempel, waar een watertappende vrouw ons vanmorgen heel vroeg al op had gewezen.
Durkje drukt het kerkstempel af in onze pelgrimspaspoorten.
Onderwijl klinken zacht, maar duidelijk hoorbaar, de klanken van kerkmuziek, hetgeen een hele aangename sfeer creëert in deze bijzondere kerk op deze bijzonder hoge plek in de Franse bergen. 
Voor kouder tijden staat er trouwens ook een enorme kachel midden in de kerk, want ook in winter zitten de kerkgangers er hier natuurlijk graag warm bij.
Als we al dat bijzonders hebben bekeken en beleefd, verlaten we de kerkzaal, en gaan we voor onze lunchpauze in het open kerkportaal op een bankje zitten. Met rechts van ons nog de gewijde kerkmuziek in de oren genieten we van ons laatste brood ter afsluiting van deze bijzonder mooie bergetappe van vandaag.

Pelgrimeren bij tropische temperaturen
Op de terugweg naar de camping bij Maclas halen we onze gestalde fietsen nog op uit Bourg-Argental. Tijdens onze terugreis zien we de bergtemperatuur van 29 graden Celsius verhogen naar de heuveltemperatuur van 34 graden Celsius.
Al weer zo’n hete dag, maar gelukkig hebben wij door het grote bos en als gevolg van de grote hoogte geen last gehad van die tropische temperatuur van vandaag.
Vandaag hebben we het vierde blokje van vier wandeldagen afgerond. Morgen verhuizen we de caravan vier etappes verderop, en overmorgen beginnen we dan aan het vijfde – en daarmee laatste  - blokje van vier pelgrimsdagen, in de hoop dat we al over enkele dagen Le Puy-en-Velay bereiken. 
De verwachting is dat ook in de komende dagen de temperatuur schommelt rond de dertig graden Celsius, met uitschieters daarboven, dus we houden die tropische temperatuur nog wel even.

Pelgrimeren van Le Buisson naar Bourg-Argental

Pelgrimsroute van Genève (Z) via Le Puy-en-Velay (F) naar Santiago de Compostela (S)
Via Gebennensis van Genève naar Le Puy-en-Velay
Pelgrimeren van Le Buisson naar Bourg-Argental
Woensdag 5 augustus 2026 – 16,7 km lopen & 16,0 km fietsen
Dag 15: 247,8 – 264,5 km
 
De 2 Franse pelgrims met hun paard in Sint-Appolinard boven



















Via Gebennensis
Tijdens onze eerste pelgrimage van Durkje en mij wandelden we van 2005 tot en met 2012 van het Friese Sint-Jacobiparochie (NL) via het Franse Vézelay over de klassieke Franse pelgrimsroute van de Via Lemovicensis naar het Spaanse bedevaartsoord Santiago de Compostela.
Tijdens onze tweede pelgrimage van Durkje en mij wandelden we van 2011 tot en met 2015 vanuit het Franse Le Puy-en-Velay over de klassieke Franse pelgrimsroute van de Via Podiensis wederom naar het Spaanse bedevaartsoord Santiago de Compostela.
Vorig jaar (in 2025) liepen we de verbindingsroute voor pelgrims van de Via Lemovicensis naar de Via Podiensis, namelijk van Vézelay zuidwaarts naar Le Puy-en-Velay. 
Dit jaar (in 2026) lopen we de ruim 350 kilometer lange pelgrimsroute ‘Via Gebennensis’, van het Zwitserse Genève naar het Franse Le Puy-en-Velay. 
Dit is met name voor Duitsers, Oostenrijkers en Zwitsers een aanlooproute naar Le Puy-en-Velay, waar ze dan doorstarten op de klassieke Franse pelgrimsroute van de Via Podiensis.
Bij het pelgrimeren op de Via Gebennensis maken we gebruik van drie pelgrimsgidsen, namelijk de Duitstalige van Renate Flori (in 18 etappes, versie 2023, Rother), de Duitstalige van Hartmut Engel (50 tracé’s, versie 2025, Conrad Stein Verlag) en de Frans-Duitstalige van Henri Jarnier (15 etappes, versie 2024, Association Rhône-Alpes des Amis de Saint-Jacques)). 
Wij zijn van plan deze verbindende aanloop-pelgrimsroute in 20 etappes te lopen.

Eerst van Le Buisson/Maclas naar Bourg-Argental
Vandaag wandelen we van de Via Gebennensis de 15e etappe, van Le Buisson naar Bourg-Argental, over een etappe-afstand van 16,7 kilometer.
De wekker wekt ons om 5:30 uur in onze caravan op Natural Area Camping Les Cerisiers in Maclas vlakbij Le Buisson, onze uitvalsbasis voor deze vierde serie van vier wandeldagen.
Na het ontbijt verlaten we de camping om 6:40 uur, en rijden we met de auto – met de fietsen achter op het fietsenrek - vanaf Natural Area Camping Les Cerisiers bij Maclas naar Bourg-Argental, waar we de auto parkeren in het centrum van de stad. Dan fietsen we van Bourg-Argental terug naar de camping bij Le Buisson / Maclas, want daar begint straks onze etappe.
Het is vanmorgen ongeveer 20 graden Celsius als we vertrekken. Het is aanvankelijk heel licht bewolkt, en reeds vroeg in de ochtend breekt de zon door. De temperatuur stijgt tijdens deze etappe vandaag naar 34 graden Celsius. Naarmate de etappe vordert, voelen we steeds vaker een zachte, licht verfrissende wind, dus al met al is het mooi – maar wel weer een beetje te warm - wandelweer tijdens deze etappe. Het is dus ook vandaag wederom een tropische pelgrimsdag.

Eerst koffie met pain aux raisins op de camping
Nadat we op de fiets terug zijn gekeerd op de camping, gaan we eerst koffiedrinken, alvorens we aanvangen met deze volgende etappe. We hebben zojuist onderweg in Maclas bij de bakker al brood gekocht voor morgen, en twee pain aux raisins gekocht als traktatie bij de koffie vanmorgen. En zo zitten wij na een fietstocht van 16 kilometer door de bergen nu om 8:15 uur al aan de koffie met iets lekkers erbij.
Om 8:30 uur zijn we klaar om deze nu volgende etappe bij de caravan te beginnen. 
Eerst lopen we over het campingterrein heuvelopwaarts, want daar loopt de route van de Via Gebennensis langs. Als we de akkers van de kwekerij van deze camping passeren, roept één van de medewerkers ons een “Goedemorgen!” toe. Het blijkt dat de broer van deze Franse kwekerijmedewerker al jaren in Maastricht woont, en daar heeft deze Fransman goed Nederlands leren spreken. We complimenteren hem dan ook met zijn Nederlandse taalvaardigheid.
Ruim tien minuten na vertrek hebben we de camping al verlaten, hebben we de pelgrimsroute voortgezet, en wandelen we het eerste dorpje Le Buisson binnen.

Van Le Buisson naar Pourzin
Over een mooi veldpad gaan we verder voorbij Le Buisson. Daar passeren we een appelboomgaard, één van de laatste boomgaarden van deze etappe, want vandaag gaan we de regio met al die boomgaarden en wijngaarden verlaten, en gaan we vanuit de heuvels de bergen in, waar het landschap wordt bepaald door velden en weiden.
Op een gegeven moment ruik ik paarden, maar zie ik ze nog niet. Als we een klein eindje verder lopen, zie ik tussen de bomen door een kudde paarden in het naastliggende weiland lopen.
We lopen over hoogliggende veldpaden, waardoor we steeds mooie vergezichten hebben over de heuvels, bergen en dalen verderop.
Om 9:30 uur doorkruisen we het buurtschap Pourzin. 
Op de Route de Bazin verlaten we dit gehucht ook al weer snel.

Van Sint-Appolinard boven naar de Gîte Sainte-Blandine
Zo’n tien minuten later lopen we ter hoogte van een boerderij-erf een buurtschap binnen, dat bij en boven de plaats Appolinard ligt.
Rechts op het erf van een boerderij zie ik de merrie en daarbij dan ook de twee Franse pelgrims die we gisteren hebben ontmoet. Fred is bezig het paard op te zadelen met de mee te nemen bagage. Ze vertellen dat ze afgelopen nacht hier op de boerderij terecht konden met paard en al.
Zij gaan verder met hun voorbereiding, wij gaan alvast verder.
Dan komen we door het buurtschap Merigneux, waar een mooi houten bord hangt met daarop ook twee Jacobsschelpen. Prachtig om te zien dat het pelgrimspad hier zo leeft. 
Dan volgt een lange klim over veldpaden, want we moeten steeds hogerop. 
Een tijdje later zien we in de verte achter ons de beide Franse pelgrims met het paard achter ons naderen.
Als wij bij de Gîte Sainte-Blandine arriveren, maken we een foto van de steen die in de berm staat, waarop staat vermeld dat het vanaf hier nog 1.600 kilometer is naar Santiago de Compostela, en nog 100 kilometer naar Le Puy-en-Velay. Op de zijkant staat GR65, zijnde de lange afstandswandeling die nagenoeg samenvalt met deze pelgrimsroute.
We zien Pauline bij de gîte staan met een vriend. Pauline hebben we gisteren ook ontmoet in Bessey. Zij heeft hier vannacht overnacht, en ze maken zich klaar voor vertrek.
Zij maken nog een praatje met de beide Franse mannen, en wij gaan alvast verder.
Voorbij de gîte passeren we even later het grote kruis op de heuvel, het zogenoemde Croix de Sainte-Blandine.

Combe Noir en Chatagnard
We komen steeds hoger, en krijgen vanaf het bergpad een steeds weidser uitzicht over de omgeving.
Om 10:45 uur wandelen we het buurtschap Combe Noir binnen.
We moeten om enkele huizen heen lopen, en moeten bij het verlaten van dit buurtschap ter hoogte van een moestuin een steil deel naar beneden, waar men gelukkig een behoorlijk aantal treden heeft gemaakt, opdat we comfortabel die afdaling kunnen maken.
Onderaan de treden gaat het dan verder over een mooi smal hellingpad.
Verderop op een breder hellingpad worden we geattendeerd op het feit dat we straks een kudde schapen kunnen ontmoeten, die worden vergezeld door waakhonden. Advies is om de schapen en de honden niet te verstoren, maar er rustig omheen te lopen als je ze tegenkomt. Dat zijn wij wel gewend van onze pelgrimages in Spanje.
Het volgende buurtschap dat we doorkruisen, is Chatagnard. Daar krijgen we tussen de gebouwen van een boerderij een mooi doorkijkje over en voorbij het erf.
Rechts van het pad staat een oldtimer Renault.
Als we Chatagnard verlaten, geeft een straatnaambord aan dat het bergpad dat we nu op gaan, de zogenoemde Chemin de Saint-Jacques-de-Compostelle is.
Om 11:25 uur krijgen we onze eerste tussenhalteplaats in zicht, namelijk Saint- Julien-Molin-Molette, dat diep in het dal ligt.
Die ligging betekent dat we een fiks steile afdaling krijgen.

Wel een paard, maar geen stempel in Saint-Julien-Molin-Molette 
Door een smal straatje lopen we in de plaats recht af op de Saint Julien-kerk van Saint-Julien-Molin-Molette.
Ook deze plaats heeft qua gevels weer dat typisch Franse karakter.
Door een oude straat lopen we naar het centrum van de plaats.
Rechts komen we bij een plein, waaraan de Saint-Julien-kerk staat.
Daar zien we ook het metalen kunstwerk, dat doet herinneren aan het feit dat de plaats bekend stond om haar weverijen.
Een muurschildering borduurt door op het kunstwerk.
We gaan eerst de donkere, koele kerk in, en maken daarin een rondgang.
Opvallend zijn de kerkramen in het koor, die de vier evangelisten, Sint-Julien, Christus en Petrus afbeelden. 
Helaas treffen we in deze kerk geen kerkstempel aan voor onze pelgrimspaspoorten.
Daarom gaan we zonder stempel naar buiten, waar we dan een afstandpaal van de pelgrimsroute zien staan, waarop wordt vermeld dat het vanaf hier nog 1.612 kilometer gaans is naar Santiago de Compostela.
In het parkje onderaan het stadscentrum vinden we een heerlijke schaduwplek voor onze koffiepauze. 
Als we daar zitten te eten, komt de Franse pelgrim Fred met zijn paard het park inlopen. Een vrouw is gecharterd om de grote zwarte emmer met water te vullen voor het paard, en even later komt een man aanlopen met die emmer vol water bij zich.
Man en paard hebben wel bekijks, want veel passanten willen toch graag even een praatje maken met deze paarden-pelgrim.
Fred neemt onze zitplaats over, want wij gaan nu weer verder.
Om toch een stempel te krijgen, proberen we of de VVV open is, maar die is helaas gesloten. Dan maar langs het bijzondere smalle gebouw in het centrum naar de Mairie, maar ook die is gesloten, dus een stempel scoren, gaat hier niet lukken.
Na ook nog enkele boodschappen gedaan te hebben, starten we met de lange en steile klim het stadje uit, over de Montée des Anges.
Vlak vóór de rand van de bebouwde kom, komen we daarbij langs La Calvaire. 
Op dit ommuurde terrein is de hele kruisgang van Jezus uitgebeeld in afbeeldingen en beelden. Rechts van ons zien we bovenaan de drie kruisen op Golgotha, en links van ons is een grot gebouwd, die het lege graf van Jezus uitbeeldt.

Klimmen naar de Col du Banchet
Wij laten Saint-Julien-Molin-Molette achter ons, en klimmen verder bergopwaarts over een prachtig veldpad.
Na tien minuten klimmen hebben we al een prachtig uitzicht over de stad achter ons.
Na een klim van zo’n 25 minuten staat we op een bergtop, waarop een kunstwerk staat met daarop de tekst ‘l’Eau sous les ponts’ (water onder de bruggen). In dit kunstwerk is ook een gestileerde Jacobsschelp verwerkt.
Na deze top gaan we een eindje naar beneden, waar we het buurtschap Lampony in gaan.
Rechts van het pad staat een houten wegkruis.
Een halfhoge bermmuur links van het pad is rijk begroeid met allerlei planten, waaronder ook dikke bossen vetplanten.
Het is 13:15 uur als we aan het eind van een lange klim op een asfaltweg aankomen.
Nu zijn we aangekomen op een bergtop, op de Col du Banchet, op een hoogte van 678 meter.

Bourg-Argental
Vanaf deze plek gaat het nu heel lang naar beneden, een breed steentjespad af in de richting van Bourg-Argental.
In het diepe dal vóór ons zien we de stad, ons einddoel voor vandaag, al liggen. 
Nu volgt een lange afdaling de berg af, over de helling, door het bos en door open bergveld.
Om 13:45 uur komen we aan bij de drukke doorgaande weg, aan het begin van Bourg-Argental.
Maar hier gaan we de stad niet direct in, want de route voert eerst nog met een ruime boog links om de gemeentelijke camping.
Daar lopen we eerst door een parkgebied, en langs de snelstromende brede beek La Déôme, die vol rotsblokken ligt.
Bij een metalen brug aangekomen, is het niet de bedoeling dat we die brug oversteken, want de route draait linksom, en dan moeten we een groot aantal treden op, om zo de hele steile helling links van ons te beklimmen.
Links van het hellingpad waarover we voortgaan, zijn dikke en hoge muren gebouwd, waarschijnlijk om de steile helling stabiel te houden.
Om 14:10 uur steken we dan uiteindelijk wel La Déôme over, en wandelen we de bebouwde kom van Bourg-Argental binnen.
Na een eind doorlopen naar de hoofdweg die door Bourg-Argental loopt, komen we op de T-kruising waar we vanmorgen onze auto hebben geparkeerd.
We stappen in de auto, en rijden terug naar de camping. Als we vertrekken uit Bourg-Argental staat de temperatuurmeter in de auto op 34 graden, en als we op de camping arriveren bij Maclas geeft de temperatuurmeter een temperatuur aan van 31 graden Celsius. Het was dus ook vandaag weer een warme, tropische pelgrimsdag.

woensdag 19 augustus 2026

Pelgrimeren van Auberives-sir-Varèze naar Le Buisson

Pelgrimsroute van Genève (Z) via Le Puy-en-Velay (F) naar Santiago de Compostela (S)
Via Gebennensis van Genève naar Le Puy-en-Velay
Pelgrimeren van Auberives-sir-Varèze naar Le Buisson
Dinsdag 4 augustus 2026 – 18,3 km lopen & 19,3 km fietsen
Dag 14: 229,5 – 247,8 km
 
Bij de Chapelle du Calvaire van Chavanay

Via Gebennensis
Tijdens onze eerste pelgrimage van Durkje en mij wandelden we van 2005 tot en met 2012 van het Friese Sint-Jacobiparochie (NL) via het Franse Vézelay over de klassieke Franse pelgrimsroute van de Via Lemovicensis naar het Spaanse bedevaartsoord Santiago de Compostela.
Tijdens onze tweede pelgrimage van Durkje en mij wandelden we van 2011 tot en met 2015 vanuit het Franse Le Puy-en-Velay over de klassieke Franse pelgrimsroute van de Via Podiensis wederom naar het Spaanse bedevaartsoord Santiago de Compostela.
Vorig jaar (in 2025) liepen we de verbindingsroute voor pelgrims van de Via Lemovicensis naar de Via Podiensis, namelijk van Vézelay zuidwaarts naar Le Puy-en-Velay. 
Dit jaar (in 2026) lopen we de ruim 350 kilometer lange pelgrimsroute ‘Via Gebennensis’, van het Zwitserse Genève naar het Franse Le Puy-en-Velay. 
Dit is met name voor Duitsers, Oostenrijkers en Zwitsers een aanlooproute naar Le Puy-en-Velay, waar ze dan doorstarten op de klassieke Franse pelgrimsroute van de Via Podiensis.
Bij het pelgrimeren op de Via Gebennensis maken we gebruik van drie pelgrimsgidsen, namelijk de Duitstalige van Renate Flori (in 18 etappes, versie 2023, Rother), de Duitstalige van Hartmut Engel (50 tracé’s, versie 2025, Conrad Stein Verlag) en de Frans-Duitstalige van Henri Jarnier (15 etappes, versie 2024, Association Rhône-Alpes des Amis de Saint-Jacques)). 
Wij zijn van plan deze verbindende aanloop-pelgrimsroute in 20 etappes te lopen.

Eerst van Le Buisson/Maclas naar Auberives-sur-Varèze
Vandaag wandelen we van de Via Gebennensis de 14e etappe, van Auberives-sur-Varèze naar Le Buisson, over een etappe-afstand van 18,3 kilometer.
De wekker wekt ons om 5:30 uur in onze caravan op Natural Area Camping Les Cerisiers in Maclas vlakbij Le Buisson, onze uitvalsbasis voor deze vierde serie van vier wandeldagen. 
Na het ontbijt verlaten we de camping in het ochtendgloren om 6:35 uur, en rijden we op de fiets vanaf Natural Area Camping Les Cerisiers bij Maclas naar Auberives-sur-Varèze, waar we de fietsen stallen bij de SuperU-supermarkt, want hier begint vandaag onze etappe.
Het is vanmorgen ongeveer 19 graden Celsius als we vertrekken. Het is aanvankelijk licht bewolkt, en  reeds vroeg in de ochtend breekt de zon door. De temperatuur stijgt tijdens deze etappe vandaag naar 34 graden Celsius. Naarmate de etappe vordert, voelen we steeds vaker een zachte, warme wind, dus al met al is het mooi – maar wel weer tamelijk warm - wandelweer tijdens deze etappe. Het is dus ook vandaag weer een tropische dag.

Auberives-sur-Varèze
Nadat we in Auberives-sur-Varèze de fietsen op slot hebben gezet bij de supermarkt, en de rugzakken vertrekklaar hebben gemaakt, gaan we al om 7:35 uur van start met onze volgende etappe. 
Langs de N7 – die de plaats doorsnijdt – wandelen we via de plek waar we gisteren onze etappe beëindigden naar de rand van de bebouwde kom.
Voorbij Auberives-sur-Varèze komen we langs een kale helling, waarin je in het bodemprofiel mooi kunt zien hoeveel keien en stenen er door de gletsjers in de IJstijd terzijde zijn gedrukt tot heuvels.

Clonas-sur-Varèze
Na een half uur wandelen we in een buitenwijk de plaats Clonas-sur-Varèze al binnen.
We hebben dan nog wel een behoorlijke afdaling te gaan, waarbij we het zicht krijgen op de kerk en haar omliggende gebouwen.
Als we even van de doorgaande route af gaan om het centrum van de plaats te bekijken, lopen we tussen de nieuwbouw rechts van ons, en een café-terras links van ons door.
In het centrum wordt het stadspleintje grondig heringericht, waar op dit moment vier stratenmakers druk mee in de weer zijn.
Op het café-terras zitten al enkele mensen aan een ochtenddrankje, en wij gaan erbij zitten, en bestellen koffie.
Na deze koffiepauze lopen we langs het nieuwe plein naar de Mairie, waar we de medewerkster binnen vragen om een gemeentestempel, maar dat zit er niet in.
Dan maar naar buiten om de kerk er tegenover te bezichtigen, maar ook die vlieger gaan niet op, want de kerkdeur is afgesloten.
Onverrichterzake lopen we langs het café-terras het centrum uit, om Clonas-sur-Varèze achter ons te laten.

De brede Rhône over
Om 8:45 uur hebben we van bovenaf goed zicht op de kerncentrale, die aan de oever van de Rhône staat.
Via nogal wat omweggetjes worden we naar de Rhône-brug geleid. Daarbij moeten we ten zuiden van Saint-Alban-du-Rhône bij een heel steil talud op klimmen, om dan bovenaan over een vangrail te klimmen.
Na deze uitdagende klim en overstap lopen we langs de drukke verkeersweg in de richting van de Rhône, en dan zie je ook waarom wij deze halsbrekende toer uit moesten halen; we moeten namelijk een dubbelspoor oversteken.
Bij één van de huizen aan de rand van Saint-Alban-sur-Rhône lopen we onder een walnotenboom door, waarbij je heel goed de groeistadia van de walnoot, van gladde groene vrucht naar verschrompelde vrucht kunt zien. 
Om 9:35 uur staan we aan het begin van de lange en hoge rivierbrug over de Rhône.
Omdat we hier achter de vangrail liepen, klimmen we daar nu over heen, om op het smalle voetpad van de rivierbrug de hele brede Rhône over te steken.  

Alternatieve route door Chavanay zoeken
Aan de overzijde van de Rhône lopen we direct de bebouwde kom binnen van Chavanay.
Direct bij de oversteek via de brug over de beek Valenzice doet de eerste onregelmatigheid zich al voor. Voor overstekende voetgangers is er bij deze brug - die voor de ene helft is afgesloten - geen instructie gegeven hoe over te steken. Daarom steken we eerst de weg over, en gaan dan over het afgesloten deel van de brug naar de overzijde.
Daar ontdekken we dat de doorgaande pelgrimsroute is afgesloten. Even op de kaarten kijken van boek en telefoon, en dan hebben we al snel een alternatieve route gevonden om de plaats in te gaan. 
Op een zijgevel van een gebouw staat een prachtige muur-schildering, met ook aandacht voor het wandelend pelgrimeren.
Bij de Mairie gaan we naar binnen, en daar krijgen we vlot een gemeentestempel in onze pelgrimspaspoorten.
Dan lopen we verder op de reguliere route, maar ook hierop, bij het opnieuw oversteken van dezelfde beek is geen alternatief gegeven.
In het park naast de route gaan we zitten voor onze koffiepauze, en dan vinden we met de route op Organic Maps wel een prima alternatief.
We kunnen namelijk iets verderop via een noodbrug de Valenzice oversteken, dus dat doen we.
De beek ligt overigens grotendeel droog.
 
Klimmen naar de Chapelle du Calvaire
Buiten Chavanay zetten we een fikse klim in, waarbij we al snel een vergezicht krijgen over de Rhône in de riviervallei achter ons.
We gaan door met de klim over de hellingpaden van de beboste heuvel.
Ook waar we de Chapelle du Calvaire bereiken, hebben we weer een schitterend uitzicht over de Rhône-vallei.
We gaan de kapel binnen en verwonderen ons over de vele Jacobalia die hier in deze hooggebouwde kapel aanwezig zijn.
Binnen staat een kast met onder andere enkele kleine Jacobalia.
Bij de ingang en verderop staan drie beelden, waarvan twee van een pelgrim en de andere van de heilige Jacobus.
Aan de muur hangt een oud handschrift, en op de muur is een fresco geschilderd van verschillende pelgrims.
Op de andere zijde staat een fresco van een processie, en we zien ook nog een kleurrijk kerkraam van – als je goed kijkt - een pelgrim.
Als we alles hebben gezien, maak ik nog even een ommetje om de kapel. 
Zolang we hier verblijven, zit en loopt er ook een groep Franse jongeren, afkomstig uit Nice, die in de regio op vakantie zijn. 
Eén van de jongedames vraagt of ze met onze camera ook even foto’s moet maken van ons samen, hetgeen we haar graag laten doen.
Daarna maken we nog een praatje met deze oudere jongeren. Eén ervan heeft een kindje bij zich, die ze ter plekke nog borstvoeding geeft. 

Door wijngaarden en bos
We gaan verder met onze klim voorbij de kapel, en komen verderop in de wijngaarden van de Rhône-wijnen.
Vlak voordat we het pad tussen de wijngaarden verlaten, om een asfaltweg op te gaan, zie ik onder een wegwijzer nog een hele oude Jacobsschelp op een beton-wegwijzer van de pelgrimsroute, bijna aan het zicht onttrokken door de begroeiing er omheen.
Dan naderen we het dorpje La Ribaudy.
We doorkruisen La Ribaudy overigens ook.
En ook als we La Ribaudy verlaten hebben, volgen we een prachtige route over hellingpaden tussen de wijngaarden door.
Vanuit een wijngaard gaat we een bosgebied in. Daar maken we de afdaling naar een beekje, om daar via een bruggetje het beekje over te steken.
Dan gaan het weer omhoog, het beekdal uit, maar even later gaat het wederom naar beneden, omdat we nog eens weer een nagenoeg droogstaand beekje moeten oversteken via stapstenen.
En ook daarna gaat het weer omhoog, het beekdal uit.

Hete tocht naar Bessey
Het zijn niet alleen maar wijngaarden waar we doorheen lopen, want dit gebied is in grote omtrek ook ingevuld met boomgaarden met heel veel appels, en ook al behoorlijk rijpe peren.
Her en der vind je nog oude schuilhutjes, van steen gebouwd, vaak aan de randen van wijngaarden.
Als we bij het plaatsje Morzelas langs lopen, zien we op een bordje vermeld staan dat we hier op een hoogte van 295 meter lopen.
We gaan nu een mooi smal veldpad op in de richting van Bessey. 
Zo langzamer schijnt de zon genadeloos, en is de temperatuur behoorlijk opgelopen. Vooral daar waar we geen zuchtje wind voelen, is het behoorlijk warm tot heet.
Om 12:25 uur krijgen we voor het eerst het dorpje Bessey in zicht. De kerk is al duidelijk te zien.
Nog eens weer komen we langs een schuilhut op de scheiding van wijngaard en veldpad.
We kunnen overigens niet over vlak terrein naar Bessey lopen, want we moeten eerst nog een afdaling afwikkelen, omdat we het veel dieper gelegen beekje van de Moulina moeten oversteken.
Dan gaat het weer omhoog, dat beekdal uit, en naderen we Bessey. Vanaf enige hoogte zien we ver vóór ons een man lopen op het veldpad richting Bessey, die op kleine afstand gevolgd wordt door een bepakt paard. Wellicht ook een pelgrim?
Even later lopen wij ook over dat veldpad naar Bessey.
Ter hoogte van het wrak van een oude tractor lopen we de bebouwing van Bessey binnen.

Vier pelgrims en een wandelaar in de abri van Bessey
In het dorpscentrum aangekomen, valt ons direct de muurschildering op van een huis naast de dorpskerk.
We lopen naar de Eglise Saint-Jean Baptiste, en maken een rondje door deze dorpskerk.
Bij de kerkdeur hangt een tekening, met daarop de tekst dat we binnen in de kerk een kerkstempel zullen aantreffen voor onze pelgrimspaspoorten. Daar maken wij ook gebruik van. 
Heel mooi van deze kerk is dat er een kerkraam is met daarin de afbeelding van de heilige Jacobus, de beschermheer van de pelgrims van Santiago de Compostela.
Ook zomaar een zijkapel van de kerk is door de lichtinval van dit uur heel mooi.
En zoals in veel kerken, ook hier een afbeelding van het geboorteverhaal van Jezus, in een kerkraam met Jozef, Jezus en Maria.
Toen we deze Johannes de Doper-kerk in gingen, stond de wandelaar met het paard al verderop in het dorp. Als we de kerk uit komen, loopt hij ons net voorbij. 
Ik roep hem om even een praatje met hem te maken. Hij stopt, en vraagt me zorgelijk of ik hopelijk weet waar hij water kan vinden in dit dorpje, want verderop heeft hij geen water aangetroffen. Zijn paard moet nodig drinken, aldus de wandelaar. Durkje raakt gelijktijdig bij de kerkdeur in gesprek met de andere Franse wandelaar die de wandelaar met het paard vergezelt. Samen pelgrimeren ook zij – net als wij - naar Le Puy-en-Velay.
Ik zie een jonge vrouw uit een huis komen, en wijs de paard-begeleider op haar verschijnen, met de melding dat ik al buiten Bessey een aankondiging had gezien dat hier in Bessey een abri voor pelgrims zou zijn met een watertappunt. Voordat de vrouw aangesproken kan worden met de vraag waar we die kunnen vinden, rijdt ze al weg, en komt een jongen op een scooter aangereden. Ik wijs hem op de man die een vraag heeft over water in het dorp, en dan zegt de jongen dat hij de man en zijn paard zal begeleiden naar het watertappunt bij de rustplek voor pelgrims. 
Durkje en ik en de andere Fransman volgen hem, en als we bij de pelgrims-abri arriveren, zit daar ook een andere wandelaar, Pauline, een jonge Franse vrouw, die een wandeltocht maakt over aan elkaar verbonden langeafstandspaden, in Frankrijk de GR’s genoemd.
Het paard krijgt snel water uit de emmer die de man bij zich heeft, en dat paard doet zich direct tegoed aan het verse, koele water. Wij ook overigens, en daarna wordt het paard verderop in de schaduw aan een boom gebonden, en zitten wij met zijn vijven gezellig bijeen voor onze lunchpauze.
Opvallend is trouwens dat hier in het wegdek in Bessey enkele gestileerde Jacobsschelpen zijn aangebracht als wegwijzer.

Via Goëly naar de camping bij Le Buisson, tussen Goëlly en Maclas
Na deze pauze hoeven wij niet zover meer, maar het is wel heel erg warm geworden ondertussen. 
Om 13:30 uur arriveren we in het buurtschap Le Mas de Goëly.
Enkele minuten later lopen we het dorpje Goëly binnen, dat we doorkruisen.
We lopen door over veldpaden in de richting van Le Buisson. Waar een tekstbord ons wijst op onze camping, vervolgen we de route richting Le Buisson linksaf op een ander veldpad.
En als we dan een eind verderop de richtingwijzer naar onze camping bereiken, lopen we nu niet – maar morgen wel - door naar Le Buisson, maar gaan we de camping te midden van de kersenboomgaard op, waar we afdalen naar onze caravan, waar we om 13:50 uur al arriveren.
Na direct even iets kouds uit de koelkast gedronken te hebben, stappen we in de auto, en rijden we van de camping van Maclas naar Auberives-sur-Varèze terug, waar we bij de bakker brood kopen voor morgen, en dan onze fietsen laden op het fietsenrek van de auto.
Daarna rijden we terug naar de camping. De temperatuurmeter geeft dan 37 graden Celsius aan.