donderdag 31 augustus 2023

Van Berg & Dal naar Strand & Zee

Donderdag 24 augustus 2023
 
Strandwandeling over Plage Miramar in het Franse Biarritz

















Rustdag in Saint-Jean-Pied-de-Port
’s Morgens haal ik in het zuid-Franse Saint-Jean-Pied-de-Port stokbrood bij de plaatselijke bakker in de Rue d’Espagne, en betaal daarna - terug op de gemeentelijke camping - alvast de overnachtingen in het Franse Saint-Jean-Pied-de-Port, aan de voet van de Frans-Spaanse Pyreneeën.
Na het ontbijt wandelen Durkje en ik de nu nog koele hoofdstraten Rue d’Espagne en Rue de la Citadelle geheel op en neer door Saint-Jean-Pied-de-Port, en brengen daarbij een bezoek aan de Kuka-winkel, waar we pelgrimskaarten kopen, waarvan we één alvast schrijven voor de bevriende Nederlands-Duitse pelgrims Jeannette & Matthias, die hier op 12 september 2023 zullen arriveren, om vanaf de dag daarna in de daarop volgende weken de Pyreneeën over te steken en over de Camino Franchés dan naar Santiago de Compostela te pelgrimeren. Die wenskaart geven we af bij de plaatselijke pelgrimsherberg Beilari (waar wij in 2014 al eens hebben overnacht), waar zij medio volgende maand de nacht zullen doorbrengen. De eigenaar van deze pelgrimsherberg zal op 12 september 2023 deze wenskaart als bemoediging en aansporing overhandigen aan Jeannette & Matthias bij de start van hún pelgrimage.
Daarna gaan wij vanmorgen (voor ons bijna vanzelfsprekend) met name ook naar de mooie pelgrimsspeciaalzaak in de hoofdstraat, waar we voor mij drie lichtgewicht wandelshirts kopen, en ook alvast een nieuwe wandelgids van de Spaanse 'Camino Mozarabe', want ... wie weet, gaan we die ooit nog eens lopen.
Nog even langs bij de plaatselijke ‘Pharmacie’ voor een spray tegen steekmuggen & teken, en dan gaan we naar de nabije Carrefour Market, waar we onze boodschappen halen. Maar voordat we daar naar binnen gaan, maken we gebruik van de publieke wasmachine-automaat, waar we de was doen, omdat dat op onze gemeentelijke camping niet mogelijk is. Als we een halfuur later de supermarkt uit komen, is de wasmachine bijna uitgedraaid, en is alle was al mooi schoon.

Stranddag in Biarritz
Als - teruggekomen op de camping - de was aan de waslijn hangt, verlaten we de camping, om dan met de auto van Saint-Jean-Pied-de-Port naar Biarritz te rijden. We hebben bij de weerberichten gezien dat de temperatuur hier in Saint-Jean-Pied-de-Port vanmiddag - evenals gisteren - gaat oplopen tot over de 40 graden Celsius, en hebben - op zoek naar een koelere plek - gezien dat de maximumtemperatuur aan zee bij Biarritz 12 graden lager zal zijn, dus we gaan ter lichte verkoeling naar zee.
In Biarritz maken we een lange kustwandeling van de Phare de Biarritz (de historische vuurtoren op een klif) – waar we in het kustpark eerst picknicken – over La Grande Plage (Plage Miramar & Playa de Biarritz) langs Rocher du Basta en door de zeevissershaven naar Rocher de la Vierge, de rotsformatie met het Mariabeeld.  
Ver in zee zien we enkele zwemmers heen en weer zwemmen tussen de kust en het kleine rotseiland in zee. Jonge meeuwen doen zich tegoed aan wat ze aan voedsel op de rotsen vinden.
Boven op deze ver in zee uitstekende rotspunt is het vanwege de verfrissende wind uit zee heerlijk koel vertoeven tijdens deze hete en drukke strandmiddag in Biarritz. 
Aan het eind van de middag lopen we over de boulevard langs het strand weer terug naar de vuurtoren, waar we koffiedrinken op het vuurtorenterras alvorens we Biarritz verlaten.
De dag – maar bovenal onze geslaagde zomerpelgrimage 2023 - sluiten we onderweg terug naar Saint-Jean-Pied-de-Port op deze warme zomeravond met een diner feestelijk af op het hooggelegen terras van Restaurant Bellevue aan de Boulevard des Terrasses in Cambo les Bains, met een prachtig uitzicht over de rivier de Nive en de riviervallei.
Om ongeveer half tien ’s avonds komen we weer terug op de camping, voor de laatste overnachting op deze aangename gemeentelijke camping. Morgen trekken we weer naar het noorden.

Pelgrimeren van Saint-Jean-Pied-de-Port (F) naar Roncesvalles (Sp)

Pelgrimsroute van Parijs (F) naar Santiago de Compostela (S)
Via Turonensis van Parijs naar Saint-Jean-Pied-de-Port (GR655) & Les Ports de Cize
Van Saint-Jean-Pied-de-Port (F) naar Roncesvalles (Roncevaux / Orreaga) (Sp)
Woensdag 23 augustus 2023 – 26 km.
Dag 53:  1.123,5 - 1.149,5 km.
 
De pelgrims boven op de Col de Bentarte in de Pyreneeën

De Kroon-etappe op de Via Turonensis
Durkje en ik gaan vandaag in het zuid-Franse Saint-Jean-Pied-de-Port beginnen met onze volgende pelgrimsetappe, en wel een heel bijzondere.
Gisteren hebben we de Via Turonensis afgerond, die van Parijs naar Saint-Jean-Pied-de-Port loopt.
We hebben nog enkele dagen over van onze zomervakantie 2023, dus we hebben besloten om één van die dagen te gaan benutten voor de grensoverschrijdende pelgrimsetappe van het Franse Saint-Jean-Pied-de-Port naar het Spaanse Roncesvalles, ook wel Roncevaux of Orreaga genoemd.
Deze etappe over de Pyreneeën hebben we al eens gelopen op 20 oktober 2011, als onderdeel van onze eerste pelgrimage van Sint-Jacobiparochie naar Santiago de Compostela. Nu we gisteren aan het eind van de Via Turonensis zijn gekomen, vinden we het een mooie kans om de overtocht over de Pyreneeën nog een keer te maken. Daarmee zou je deze landsgrensoverschrijdende etappe ook wel een soort Kroon-etappe kunnen noemen, omdat die als het ware een kroon vormt op de door ons gisteren afgeronde Via Turonensis.

Om 6:00 uur van start in een donker Saint-Jean-Pied-de-Port
Het wordt vandaag een wandeldag met hoogzomers wandelweer. Tijdens onze etappe is het nagenoemd onbewolkt, en het wordt extreem warm, met een middagtemperatuur die volgens de gastvrouw van het pelgrimsbureau vandaag kan oplopen tussen de 38 en 40 graden Celsius. Dat is ook niet zo verwonderlijk, want grote delen van onder andere het zuiden van Frankrijk kampen de afgelopen dagen met een fikse hittegolf.
Als we vanmorgen vanaf de camping vertrekken, is het nog ochtendfriskoel, maar de temperatuur loopt vandaag wel op tot tropische hoogte. 
De wekker wekt ons vanmorgen om 5:00 uur. Na het ontbijt verlaten we om 6:00 uur de municipal camping Plaza Berri van Saint-Jean-Pied-de-Port. Het is dan nog helemaal donker.

De stad uit, de duisternis in
Naast de camping steken we de rivier de Nive over. We lopen dan langs de rivier naar de verlichte hoofdstraat Rue de la Citadelle van Saint-Jean-Pied-de-Port, waar al enige bedrijvigheid is te zien van de vroege pelgrims die nu vertrekken om ook de Pyreneeën over te gaan.
Een mevrouw ontsluit de deur van de kerk, om de eerste bezoekers toegang te verlenen. Wij lopen bij de kerk onder de stadspoort Porte Notre Dame door, achter enkele andere vroege pelgrims aan. 
Zij gaan nog even bij het geopende bakkerszaakje aan de Rue d’Espagne naar binnen om brood te kopen, en wij lopen naar La Porte d’Espagne, de poort waardoor de pelgrims al eeuwenlang de stad verlaten, op weg naar Spanje, over de Pyreneeën.
Wij gaan de Pyreneeën over via de Col de Bentarte (1.314 meter) en de Alto de Lepoeder (1.410 meter). Langs de weg staat een bord dat die col open is, maar dat ligt in de zomer ook wel in de lijn der verwachting.
We gaan vanuit een verlicht Saint-Jean-Pied-de-Port het stadje uit, de bergen in, de diepe duisternis in.

Bij ochtendgloren de bergen in 
De route is qua richting niet moeilijk, want we moeten gewoon de asfaltweg omhoog volgen, en bovendien staan er op enkele markante punten ook gele richtingbordjes met daarop de juiste richting, die we eerst met de smartphone beschenen goed kunnen lezen, en die we later bij het eerste daglicht ook met het blote oog zo wel kunnen lezen.
We halen ondertussen enkele stellen in, waarvan één met een klein hondje.
Net vóór 7:00 uur verschijnt links van ons een eerste glimp van het ochtendrood boven de bergen.
Dan zien we ook dat het lager dan dat van ons liggende dal is gehuld in een wolkenlaag. We lopen nu al boven die wolkenlaag.
Zo langzamerhand kunnen we dan ook een en ander onderscheiden om ons heen, zoals bijvoorbeeld een kudde koeien die links van onze weg in een weiland zichtbaar wordt.
Als we verderop bij een boerderij een kudde schapen passeren, is het al behoorlijk licht geworden. 
Hoe hoger we komen, hoe meer onderscheid we kunnen maken tussen de wolken in het dal, de donkere bergen en het lichtrood van de opkomende zon.
Om 7:20 uur zijn alle kleuren – zoals van bomen en graslanden – goed te onderscheiden. Het is licht.
Om 7:30 uur passeren we het op 480 meter hoogte gelegen plaatsje Honto.

Voorbij Honto licht en warm
Voorbij Honto staat vóór ons een groepje pelgrims van het uitzicht te genieten. 
Als we dichterbij komen, zien we dat één van de jonge pelgrims de Nederlandse jongeman uit het Achterhoekse Eibergen is die gisteren met ons gelijktijdig de intake deed in het pelgrimsbureau. Hij is dus ook al behoorlijk vroeg van start gegaan, zoals ons geadviseerd door de Nederlandse gastvrouw van het pelgrimsbureau in Saint-Jean-Pied-de-Port.
Vanaf dit punt gaat de route over van de asfaltweg over op een steenachtig bergpad. 
Omdat het nu goed licht is, kunnen we daar prima op vooruit, en bovendien is het met het prachtige uitzicht in het dal achter ons een mooie gelegenheid om een duo-selfie te maken, dus dat doen we.
Inmiddels komt ook de groep jonge pelgrims achter ons aan naar boven.
Verderop horen we veebellen rinkelen. Op de asfaltweg vóór ons zien we een kudde koeien rustig bergopwaarts lopen. 
Een passerende auto heeft moeite om er tussendoor te komen, maar wij kunnen rustig tussen de langzamer lopende koeien door, om hen naar boven toe te passeren.
Rond 8:00 uur begint het warm aan te voelen. Het is net of het asfalt waarop we lopen nog warm is van gisteren, maar die merkbare snelle temperatuurstijging heeft natuurlijk te maken met de opkomende zon, die snel aan kracht en warmte wint. Dan zien we ineens ook onze schaduwen met ons meelopen, glijdend over de hoog opgaande berm langs de asfaltweg.

Koffiepauze bij Refuge Orisson 
Vlak na 8:00 uur naderen we de refugio/pelgrimsherberg van Orisson, gelegen op een hoogte van 770 meter.
Deze refuge heeft een groot terras aan beide zijden van de asfaltweg.
Dit mooie en markante punt hebben wij in gedachten als plek voor onze koffiepauze. Binnen krijgen we een pelgrimsstempel en kopen we koffie, en op het terras in de ochtendzon genieten we van onze koffiepauze.
Ondertussen arriveert ook de groep jonge pelgrims die ons volgde. Ook zij, en andere pelgrims die daar nog op volgen, maken gebruik van de gelegenheid om hier koffie of iets anders te drinken en/of te eten.
Boven het watertappunt van Refuge Orisson staat een mooi beeldje van een pelgrim.

Steenmannetjes en evangelisten in de bergen
Net voorbij deze refugio hangt een poster met informatie over de etappe die Durkje en ik – en overigens honderden anderen - vandaag lopen.
We ontmoeten een schaapherderin die samen met haar schapenhond de schapen weidt tegen de helling van de berg, vlak buiten Orisson.
Dan komen we ook langs de eerste steenmannetjes, de op elkaar gestapelde stenen en andere voorwerpen, die voorbijtrekkende pelgrims om zeer uiteenlopende persoonlijke redenen hier hebben achtergelaten.
Op een hooggelegen punt, waar twee bergkammen bij elkaar komen, passeren we een grote kudde schapen.
De route gaan alsmaar hoger.
Af en toe lopen we even over een bergkam, en hebben dan een mooi uitzicht aan beide zijden van de bergkam.
Ook hier weer passeren we een steenmannetje.
Zo’n bergkam is overigens ook een prachtige plek om een panoramisch filmpje op te nemen van de schilderachtige omgeving hier hoog in de bergen.
Eerder vanmorgen waren we al een tweetal vertegenwoordigers van de Jehovah’s getuigen tegengekomen, die met hun lectuur langs de weg staan om een geloofsgesprek met passerende pelgrims te voeren, en nu we al weer een behoorlijk eind zijn gestegen, komen we wederom langs zo’n evangelisatiepunt.

Langs de foodtruck in de bergen
Koeien en schapen hadden we hier in de bergen al gezien, en daar komen nu ook de bergpaarden bij, die hier vrijelijk op de bergweiden grazen.
Ze grazen ongestoord door als we hen op enige afstand passeren.
En weer komen we langs een steenmannetje in de berm langs de asfaltweg.
Ook hogerop passeren we een grote kudde schapen.
De gastvrouw van het pelgrimsbureau had ons gisteren al verteld dat er inmiddels ook een foodtruck in de bergen staat, waar passerende pelgrims zaken als koffie, fruit en schapenkaas kunnen kopen. En inderdaad, passeren we die op enig moment ook.
Twee Amerikaanse vrouwen spreken me daar aan omdat ze mijn pelgrimshoed zo bijzonder vinden. Ze maken er een foto van en dan gaan wij weer door.
Voorbij de foodtruck vraagt Durkje hoever we nu eigenlijk zijn, en direct daarna worden we in dat opzicht op onze wenken bediend, want iets verderop - bij Croix de Thibaut - staat bij een wel hele grote steenman dat het vanaf hier nog 1,6 kilometer is naar de Col de Bentarte, en dat het nog 9,9 kilometer is naar Roncesvalles.

Col de Bentarte
Hier op deze plek overigens verlaten we de asfaltweg, om dan verder te klimmen over de bergweide.
Verderop gaat het weidepad over in een rotsachtige pad, steeds maar hogerop. 
Als we bovenop de Col de Bentarte zijn, maakt een Amerikaans pelgrimsstel een mooie foto van ons samen.
Daarna lopen we over een breed en steenachtig pad, met rechts een steile helling, die is begroeid met bomen.
Het loopt hier ook heel mooi langs zo’n hellingbos, maar wel heel anders dan door het open berglandschap.
We passeren de grote afstandssteen, waarop staat dat het vanaf hier nog 765 kilometer is naar Santiago de Compostela. Vaak moet je die afstanden met een korreltje zout nemen, want als je zo’n zes kilometer verderop Roncesvalles gaat verlaten, staat daar een bord dat het dan nog 790 kilometer is. Wellicht zit de werkelijkheid er ergens tussenin, maar dat is ook niet zo heel belangrijk voor de pelgrim.

Waterbron voor mens en dier
Daar vlakbij is trouwens de Roeland-waterbron, waar je als pelgrim drinkbaar water kunt tappen. Dit is de plek waar vrijwel iedereen zijn watervoorraad bijvult, en wij maken van de gelegenheid gebruik om hier onze lunchpauze te houden. 
Een kudde schapen loopt hier ook rond. Zij weten kennelijk dat ze hier in een gat in de rots water kunnen drinken, hetgeen ze om de beurt namelijk doen. Maar één van die schapen is iets brutaler, want die gaat boven het watertappunt staan van de Roelandbron, en drinkt dan van dat tappunt, waar voortdurend een reststraaltje water uit komt. Een mooi moment voor de aanwezige pelgrims om dit te fotograferen en te filmen.

Grensovergang van Frankrijk naar Spanje
Zoals we van onze vorige oversteek weten, staat vlak na de Roeland-bron de grenssteen, waarmee duidelijk wordt gemaakt dat we nu hier Frankrijk verlaten, en de regio Navarra van Spanje binnenwandelen.
Vanaf dat moment worden we zeer frequent geleid door de hoge houten palen met daarop de Jacobsschelp en de Caminopijl als richtingwijzer.
We lopen vanaf nu dus in de Pyreneeën over de bergpaden van Spanje.
En dat zijn niet alleen harde, steenachtige bergpaden, maar ook lommerrijke bospaden over de hellingen van de Pyreneeën, heerlijk in de schaduw, op deze toch al wel warme dag. 
Eerder hebben we al veel profijt gehad van de verkoelende vrij stevige wind in de hoge Pyreneeën, maar nu we tussen de bomen lopen, voelen we die wind niet meer.
We passeren ook enkele bergpaarden, die eveneens de schaduw in dit heuvelbos hebben gezocht en gevonden.

Van de hut naar de kapel
Bij Izandorre passeren we de berghut ‘HUT 112’, die hier staat voor noodgevallen.
Binnen ligt materiaal dat passerende pelgrims bij nood kunnen gebruiken.
We komen weer in een open berggebied. 
Hier en daar grazen koeien op de bergweiden.
Nu bereiken we het hoogste punt van deze etappe, namelijk de 1.410 meter hoge Col de Lepoeder. Hier kiezen we ervoor om niet de iets kortere routevariant over de zeer steile boshelling te nemen naar Roncesvalles – zoals we dat in 2011 deden – maar nemen we de historische pelgrimsroute rechtsaf, die iets langer is, maar die veel comfortabeler loopt. We krijgen op dat traject al heel snel het zicht op Roncesvalles. 
We volgen de nu en dan brede en smalle hellingpaden bergafwaarts, en zien dat we steeds dichter bij ons eindpunt van vandaag komen.
Op deze routevariant daal je trouwens eerst af naar de Iglesia de San Salvador de Ibañeta; een modern ogende kapel langs de doorgaande route tussen Spanje en Frankrijk.
Vanaf daar gaan we over hele mooie bospaden naar beneden.
Hier is het heerlijk koel, en bovendien gaat het licht bergafwaarts, dus het loopt comfortabel. 

Wachten op de bus in Roncesvalles 
Om 12:40 uur arriveren we bij de grote pelgrimsherberg van Roncesvalles.
Binnen zijn we nu al welkom om een stempel te halen voor onze pelgrimspaspoorten.
De receptioniste bevestigt dat er over twintig minuten een bus vanuit Pamplona naar Saint-Jean-Pied-de-Port rijdt, dus die proberen we te halen.
Over het voormalige kloosterterrein lopen we snel naar de doorgaande weg door Roncesvalles.
Bij Hotel La Posada is de bushalte.
We moeten nog wel een half uur wachten, maar de bus vanuit het Spaanse Pamplona komt wel. Dan blijkt dat we geluk hebben, want de bus zit al bijna vol, en die hanteert geen staanplaatsen.
Als een Duitse pelgrim en wij tweeën de buschauffeur vijf euro per persoon hebben gegeven, en wij onze rugzakken onderin de bus hebben gelegd, blijkt dat er dan nog maar drie zitplaatsen resteren, en ook die raken alle drie vol. Kortom we hebben wel enig geluk dat we nog mee konden met deze koele bus.

Om 14:00 uur terug in Saint-Jean-Pied-de-Port
In een busrit van zo’n drie kwartier brengt deze Alsa-bus ons door de Pyreneeën over de Spaans-Franse landsgrens naar het centrum van Saint-Jean-Pied-de-Port, waar we om 14:00 uur aankomen.
En dan is het voor ons nog maar een klein eindje lopen naar de camping aan de rivier de Nive.
Als we uit de geaircoolde lijnbus stappen, merken we pas hoe loeiheet het hier in Saint-Jean-Pied-de-Port is.
Maar dat deert ons allemaal niet zozeer, want we hebben de hele overtocht over de Pyreneeën in 6,5 uur gemaakt, en we zijn nu om 14:00 uur nota bene al weer terug in Saint-Jean-Pied-de-Port, waar we vanmorgen vroeg om 6:00 uur het stadje verlieten voor de 26 kilometer lange, maar schitterende tocht over de Pyreneeën.

Terugblik op onze Zomerpelgrimage 2023
Hiermee is een eind gekomen aan onze zomerpelgrimage in deze zomervakantie van het jaar 2023. Een goed moment om eens terug te blikken op deze afgelopen 29 wandeldagen:

In de periode van 19 juli 2023 tot en met vandaag – 23 augustus 2023 – hebben we 29 dagen in voornamelijk Frankrijk en heel kort in Spanje gepelgrimeerd. We begonnen bij de pelgrimsrotonde van Buxerolles nabij Poitiers in Frankrijk, en eindigden bij de grote pelgrimsherberg van Roncesvalles, aan de overzijde van de Pyreneeën in Spanje. Daarbij was sprake van één doorgaande route, namelijk van de Via Turonensis (tevens de GR655), die in Parijs begint en in Saint-Jean-Pied-de-Port eindigt.

Van Buxerolles tot Saint-Jean-Pied-de-Port liepen we de Voie de Tours (zo heet de Via Turonensis in Frankrijk) in Frankrijk in de periode van 19 juli 2023 tot en met 22 augustus 2023. Dat waren 28 etappes, over een totale afstand van 601,5 kilometer, wat neerkomt op een gemiddelde van 21,5 kilometer per dag.
Tot slot liepen we nog in één dag over de Pyreneeën, van het Franse Saint-Jean-Pied-de-Port naar het Spaanse Roncesvalles op 23 augustus 2023, over een afstand van 26 kilometer.

Totaal hebben we tijdens deze zomerpelgrimage van 2023 dus 29 dagen wandelend gepelgrimeerd, over een totale afstand van 627,5 kilometer, wat neerkomt op een gemiddelde etappe van 21,6 kilometer per wandeldag.

In tegenstelling tot de voorgaande jaren hebben we dit jaar tijdens onze pelgrimsdagen op de Via Turonensis geen gebruik gemaakt van het openbaar vervoer, en ook niet van taxi’s, om daarmee de etappe van de dag terug te rijden. Dit jaar hebben we voor onze dagelijkse terugtochten na een groot aantal jaren weer – zoals voorheen - gebruik gemaakt van de fiets, aangezien we nu beiden een e-bike hebben. Dat was deze keer een experiment, en dat is ons goed bevallen, dus ook voor het pelgrimeren in het buitenland is dit voor ons zeker voor herhaling vatbaar. De eerste dag wandelden we eerst de etappe en fietsten we daarna terug naar het beginpunt, maar de andere 27 dagen hebben we eerst de fietstocht van het eindpunt naar het beginpunt van die dag-etappe gemaakt, waarna we de etappe van begin tot eind hebben gelopen. Doordat we voor het terug-verkeer tijdens deze zomerpelgrimage 2023 dagelijks gebruik hebben gemaakt van de fiets, konden we elke pelgrimsdag weer terugkeren naar onze eigen caravan op een camping, om daar te eten en te overnachten.

Gedurende de 28 etappes van dit jaar op de Via Turonensis hebben we totaal 547,2 kilometer gefietst, wat neerkomt op een gemiddelde fietsafstand van 19,5 km per dag.

De totale afstand die we in de 29 pelgrimsdagen over die 29 etappes hebben afgelegd is derhalve 547,2 fiets-kilometers + 627,5 wandel-kilometers = totaal 1.174,7 beweeg-kilometers.

De kortste wandel-etappe had dit jaar een lengte van 17,4 kilometer, en onze langste wandel-etappe was dit pelgrimsjaar 26 kilometer.
De kortste fiets-etappe had dit jaar een lengte van 13,9 kilometer, en onze langste fiets-etappe was 35 kilometer.

In de voorgaande drie jaren hebben wij tijdens onze zomerpelgrimages van 2020 en 2021 en 2022 de afstand overbrugd van het Belgische Maaseik tot het Franse Buxerolles over een totale afstand van 1.024,3 kilometer. Daarbij de 29 etappes van Buxerolles tot Roncesvalles (in Spanje) opgeteld van deze zomerpelgrimage 2023 komt die totale afstand op 1.651,8 kilometer van het noorden van België - door geheel Frankrijk van noord tot zuid - tot het noorden van Spanje.
Daaraan voorafgaand hadden we in 2013 al het pelgrimspad ‘Van Wad tot IJ’ vanuit het Noordhollandse Den Oever gelopen tot aan Amsterdam, en daarna in de periode van 2014 tot en met 2019 het Nederlandse Pelgrimspad (deel 1 & 2) van Amsterdam tot het Belgische Maaseik. En nu hebben we met dit jaar erbij dus het hele traject van Maaseik tot over de Pyreneeën gepelgrimeerd, waarmee we vanuit het noorden van Nederland nu de aansluiting hebben gemaakt op de Camino Franchés, die wij in 2012 al eens liepen. Daarmee is de doorgaande pelgrimsroute van het Nederlandse Den Oever tot aan het Spaanse Santiago de Compostela en het Spaanse Cap Finisterre afgerond.

De volledige Via Turonensis (Voie de Tours) vanuit Parijs (via Orléans en Tours) tot aan Saint-Jean-Pied-de-Port (1.123,5 km in 52 dagen) en tot over de Pyreneeën (+ 26 km op de 53e dag) hebben we gepelgrimeerd in de jaren 2021 en 2022 en 2023. Daartoe hebben we gebruik gemaakt van de volgende drie wandelpelgrimsroutegidsen: 
  • a. de Grande Randonnee 655(1)(est) Sentier vers Saint-Jacques-de-Compostelle van Parijs naar Tours, 
  • b. de Grande Randonnee 655(2) Sentier vers Saint-Jacques-de-Compostelle van Tours naar Mirambeau (Pleine-Selve),
  • c. Sur le chemin de Saint-Jacques-de-Compostelle, La Via Turonensis, le chemin vers l’Atlantique, van Mirambeau (Pleine-Selve) naar Saint-Jean-Pied-de-Port (van Francois Lepère).
We zouden ook nog eens de variant van de westroute (ouest) van de Via Turonensis vanuit Lozère via Chartres naar Tours kunnen lopen. De tijd zal ons leren of dat gaat lukken en – zo ja – wanneer en hoe dat dan zal gaan plaatsvinden.

We zouden daarnaast overigens ook nog eens de aanlooproute van de GR655 vanuit Brussel via Saint-Quentin naar Parijs kunnen lopen, als alternatief van de pelgrimsroute die wij van het Belgische Maaseik via het Franse Saint-Quentin naar Parijs wandelden. De tijd zal ons leren of dat ook nog eens gaat lukken en – zo ja – wanneer en hoe dat dan zal gaan plaatsvinden.

We hebben gedurende deze zomerpelgrimage van 2023 de weersomstandigheden qua maximale dagtemperatuur als aangenaam tot acceptabel ervaren, want een groot aantal dagen eindigden we een etappe met een temperatuur die lag tussen de 25 en 30 graden Celsius. Het heeft slechts een enkele keer geregend.

Gedurende deze 29 wandeldagen zijn we niet ziek geweest, en we hebben gelukkig ook geen ongelukken of blessures gehad onderweg, dus wij prijzen ons heel gelukkig met onze fysieke conditie tijdens deze zomerpelgrimage 2023.

De bijna 1.175 kilometer lange tocht (heen wandelend en terug fietsend) van dit jaar heeft ons door enorm gevarieerde en boeiende landschappen laten gaan; door stille bossen, door buurtschappen, dorpen en steden, langs beekjes en rivieren, door onmetelijke graanstoppelvelden, klimmend en dalend, over zwarte asfaltwegen en groen-overwoekerde paadjes met veel variatie aan fauna en flora, over de hoge bergen van de Pyreneeën, langs moderne architectuur en langs en door eeuwenoude gebouwen, waaronder kloosters, kapellen, kerken, basilieken en kathedralen, met ook dit jaar weer mooie Jacobalia.

De etappes van deze Via Turonensis (ook wel de GR655 genoemd) waren doorgaans goed bewegwijzerd. 
Op de Franse Via Turonensis hebben we (ook dit jaar) slechts enkele medepelgrims ontmoet, dus we kunnen wel stellen dat deze route geen drukke pelgrimsroute is, maar wel heel mooi, dus deze prachtige route verdient het alleszins om meer bewandeld te worden door pelgrims.
 
Het is ons in 2023 niet elke wandeldag gelukt om een pelgrimsstempel in onze credentials te krijgen, maar uiteindelijk hebben we gedurende deze 29 pelgrimsdagen wel 28 nieuwe stempels in onze pelgrimspaspoorten ontvangen, dus gemiddeld toch elke dag één stempel erbij. 

Nu wij dit jaar de Via Turonensis hebben afgerond, zijn we op het punt aangekomen dat Durkje en ik alle vier klassieke Franse pelgrimsroutes hebben afgewikkeld, achtereenvolgens namelijk de:
  • 1. De Via Lemovicensis: vanaf Vézelay (2009) naar Saint-Jean-Pied-de-Port (2011),
  • 2. De Via Podiensis: vanaf Le Puy-en-Velay (2013) naar Saint-Jean-Pied-de-Port (2011),
  • 3. De Via Tolosana: vanaf Arles (2018) naar Col du Somport (2019),
  • 4. De Via Turonensis: vanaf Parijs (2021) naar Saint-Jean-Pied-de-Port (2023).
In elk geval kunnen Durkje en ik met grote tevredenheid en bovenal dankbaar stellen dat we ook dit jaar wederom een schitterende zomerpelgrimage achter de rug hebben, die ons in grote mate motiveert om ook de varianten en andere pelgrimsroute ooit nog eens te bewandelen. Wij zijn na 40 jaar huwelijk nog altijd gezegend met elkaar en tot nu toe beiden ook met een goede gezondheid, en we hopen dat het ons zal worden gegeven om ook volgende pelgrimages te zijner tijd aan te vangen en te voltooien.

Pelgrimeren van Ostabat naar Saint-Jean-Pied-de-Port

Pelgrimsroute van Parijs (F) naar Santiago de Compostela (S)
Via Turonensis van Parijs naar Saint-Jean-Pied-de-Port (GR655)
Van Ostabat naar Saint-Jean-Pied-de-Port
Dinsdag 22 augustus 2023 – 22,9 km.
Dag 52:  1.100,6 – 1.123,5 km.
 
Met medepelgrims wachten bij het Pelgrimsburo in Saint-Jean-Pied-de-Port



















De Bonus-etappe van de Via Turonensis
Durkje en ik gaan vandaag in Ostabat beginnen met onze volgende etappe. Dit is voor ons de achtentwintigste dag van de voor ons dit jaar nog 28 resterende etappes van de Via Turonensis; de laatste dus, want vandaag ronden we de Via Turonensis af.
Onze etappe van vandaag loopt tot in Saint-Jean-Pied-de-Port, waar de Via Turonensis eindigt.
Het wordt vandaag een wandeldag met hoogzomers wandelweer. Tijdens deze etappe is het doorgaans bewolkt, want gedurende nagenoeg de hele etappe zijn de heuvels en bergen om ons heen in wolken gehuld. Pas aan het eind van de etappe breekt de zon door, en zie je de laaghangende bewolking enigszins optrekken.
Tot op dat moment blijft het een nogal benauwde lucht, maar ook dat verbetert enigszins naarmate de tijd voortschrijdt. Alleen als we nu en dan de top van een kale hoge heuvel naderen en er over heen gaan, voelen we even die heerlijke lichte verkoeling van het briesje wind dat er nu en dan is.
Als we vanmorgen vanaf de camping vertrekken, is het al warm, en de temperatuur loopt vanmiddag evenals gisteren op tot 29 graden Celsius. 
De wekker wekt ons vanmorgen om 6:00 uur. Na het ontbijt verlaten we op onze fietsen om 7:10 uur de municipal camping Plaza Berri van Saint-Jean-Pied-de-Port (waar we gisteren naar toe zijn gereden), om dan van Saint-Jean-Pied-de-Port de 19,3 kilometers naar Ostabat te fietsen. In Ostabat stallen we onze fietsen aan een ijzeren hekwerk op het Jeu de Pelote-veld naast de kerk. Om 8:20 uur staan we klaar voor de start van onze volgende etappe.
De etappe van Ostabat naar Saint-Jean-Pied-de-Port hebben we in 2011 ook al gelopen, tijdens onze eerste pelgrimage van Sint-Jacobiparochie naar Santiago de Compostela. Dus eigenlijk hadden we eergisteren toen we bij de Stèle van Gibraltar aankwamen, de hele route van de Via Turonensis al helemaal gelopen. Desalniettemin vinden we het leuk om de etappe van vandaag nòg eens te lopen, omdat je dan toch de Via Turonensis qua opeenvolgende dagen aaneensluitend geheel afrondt. We beschouwen deze dubbele etappe dan maar als een soort bonus-etappe. Het kan ook geen kwaad om een etappe tweemaal te lopen, dus we gaan daar nog maar eens van genieten.

Paden langs boeren met vee
In Ostabat dalen we af van het plein naast de kerk naar het plein in het centrum van het dorpje.
Daar zien we twee pelgrimssymbolen – de pelgrimsstaf en de kalebas – gemetseld tegen de gevel van de expositieruimte van het dorp.
We wandelen Ostabat uit, en dan merk je al direct dat we in een heuvelachtig gebied komen, dat voornamelijk wordt beheerd door boeren. De koeien grazen hoog rechts van ons pad.
We zullen vandaag een groot aantal boerenbedrijven passeren.
Als we het asfalt verlaten, gaat de route verder over onverharde paden, onder andere door boomsingels. Waar we zo’n singel verlaten, zien we recht vóór ons een wegkruis in de berm van de asfaltweg staan.
Langs een boerderij dalen we af naar de D933, en die volgen we over een geasfalteerd fiets- en voetpad achter een dikke betonnen opstaande rand langs de D933. Zo lopen we tot in de plaats Larceveau.
Daar gaan we dan weer over asfalt verder. Daarbij komen we door een buurtschap van enkele woningen, die geen harde bestrating tussen de woningen hebben, maar waarvan de openbare weg tussen de huizen volledig uit grindpaden bestaat.
We groeten er een boer die het pad oversteekt om vanuit zijn huis naar de stal te lopen. De koeien binnen en buiten beginnen te loeien. Links van ons passeren we een weiland met tientallen schapen, achter deze boerderij. Dan kunnen we via een smal bruggetje in de beekvallei een beekje oversteken.
Achter ons horen we de boer herhaaldelijk ‘Allez, allez’ roepen in de schuur, en we zien dat hij de laatste koeien de schuur uit drijft, waarna hij de schuurdeur sluit, en alle koeien buiten lopen in de wei. Ze loeien nog een korte tijd, en dan wordt het weer stil om ons heen.

Ancien Moulin prieure-hopital Utziat
Verderop ontmoeten we een Duits stel pelgrims, dat we op de fiets in Ostabat al hadden gegroet. Voor hen is deze etappe de laatste van deze zomer, want als zij vanmiddag in Saint-Jean-Pied-de-Port arriveren, hebben ze zo’n vijfhonderd kilometer achter de rug.
Als we hen vragen of ze dan – inmiddels goed getraind – als afsluiting wellicht de Pyreneeën nog oversteken, geven ze aan dat niet te doen, want het is mooi geweest, en ze zijn toch ook wel een beetje moe van die lange tocht. Een volgende keer gaan ze dan verder vanuit Saint-Jean-Pied-de-Port.
Verderop komen we weer terug bij de D933, om dan over een smal paadje door de berm van deze drukke weg te lopen. Daarbij passeren we de oude moulin van Utziat.
Die is inmiddels ingericht als een rustplaats voor pelgrims onderweg.
Er hangen enkele afbeeldingen van pelgrims van eeuwen her.
En er is ook voor gezorgd dat passerende pelgrims hier gebruik kunnen maken van een watertappunt.

Over hoge heuvelpaden
We gaan weer heuvelopwaarts en volgen een hoog boven de D933 liggend smal heuvelpad. Langs het pad staat een betonnen ronde paal, met daarop de afbeelding in beton van een Jacobsschelp. Dergelijke palen hebben we in de afgelopen jaren wel vaker langs de pelgrimspaden gezien.
Op een smalle asfaltweg staat een boer met drie pelgrims te praten. Iets later blijkt dat hij staat te wachten op een kudde koeien, want die koeienkudde komt ons even later op de asfaltweg tegemoet, met twee auto’s er achter aan, die de koeien opdrijven naar de verderop wachtende boer.
De koeien laten zich rustig opdrijven door de auto’s, en lopen gestaag door over het asfalt en door de smalle bermen.
Verderop krijgen we Gamarthe in zicht, en op dat moment loopt er ook nog een andere pelgrim voor ons uit.

Door Gamarthe
Even later wandelen we het dorpje Gamarthe binnen.
We hopen hier een kop koffie te kunnen drinken, maar er is hier geen café langs de route in dit dorpje. We gaan dus door, in de hoop dat we een eindje verderop wel koffie kunnen drinken.
In Gamarthe komen we langs een grote schuur langs de weg, waarin tientallen schapen rondlopen.
In het centrum van Gamarthe komen we bij de dorpskerk, waar we in 2011 samen met andere pelgrims hebben gepauzeerd en geschuild, op de dag dat het nagenoeg de hele dag regende.
We zaten toen met een groep pelgrims in de halfopen ruimte onder de kerktoren, waar enkele houten bankjes staan, waarop het goed toeven is op regenachtige dagen; en op zonnige dagen als je als pelgrim op zoek bent naar een koele plek met schaduw. 

Bussunarits-Sarrisquette 
Voorbij Gamarthe volgt een aantal steile klimmen over smalle asfaltwegen, steeds heuvel op en heuvel neer.
Op een verkeersbord dat waarschuwt voor overstekend vee, staat met stift een tekst geschreven, waarmee pelgrims goede moed wordt gewenst. En de koe op het waarschuwingsbord kreeg geloei als tekst bijgeschreven.
Iets verderop passeren we een bord dat passerende pelgrims wijst op de plek om bij een boer te overnachten en/of te eten.
In Bussunarits-Sarrisquette komen we langs wegwerkzaamheden. Het lijkt erop dat men hier bezig is om een smalle voetgangersstrook aan te leggen langs de asfaltweg, om pelgrims van de rijbaan af te houden, zoals men dat verderop ook al heeft gedaan.
In Bussunarits-Sarrisquette passeren we ook een château, met een boerderij aan de andere kant van de weg, die vroeger allicht bij het château hoorde.
Vrij snel daarna wandelen we Bussunarits-Sarrisquette uit.

Na vier uren lopen koffie in Saint-Jean-le-Vieux
We hebben al bijna vier uren aaneensluitend gelopen, en nog steeds zijn we niet langs een plek gekomen waar we koffie kunnen drinken. Onze hoop is dan ook gevestigd op het volgende grote dorp Saint-Jean-le-Vieux.
Daar hebben we geluk want daar is het grote Hotel Restaurant Mendy open, en het is er ook buitengewoon druk, omdat het voor de Fransen lunchtijd is, en dan komen onder andere de werkmannen naar horecagelegenheden om warm te lunchen, en zo ook hier. Maar wij krijgen snel koffie, en genieten tussen Franse, Britse en Amerikaanse pelgrims op het terras van ons heerlijk kopje koffie, en een broodje erbij.
Na deze lunchpauze bezoeken we de dorpskerk.
Het interieur heeft veel donkerbruin houtwerk rondom in de kerk, maar wel heel mooi vormgegeven.
Ook de deur van de hostie-tabernakel is mooi gedecoreerd.
Na dit kerkbezoek steken we de weg over tegenover het restaurant.

Het mooie Magdeleine
We wandelen het dorp uit, en gaan dan verder met onze heuvelroute, over doorgaans asfaltwegen. Op een kruispunt van wegen hebben we een prachtig uitzicht over heuvels en dalen rondom ons.
Het laatste dorpje dat we door komen, is Magdeleine, een dorpje met een kleine kerk en een klein kerkhof eromheen.
We horen het water van de wateroverloop van de Nive, die langs de kerk stroomt.
Ook hier weer zien we het donkerbruine houtwerk rondom in de kerk, maar ook het plafond en het koor van de kerk zijn smaakvol kleurrijk gedecoreerd.
Na dit kerkbezoek steken we naast de kerk via de brug de rivier de Nive over.

Aankomst in Saint-Jean-Pied-de-Port
Nu nog luttele kilometers, en dan bereiken we de eerste huizen van Saint-Jean-Pied-de-Port. Op een muurtje liggen tientallen mooi gedecoreerde Happy Stones.
We ontmoeten er een stel uit het Californische Santa Barbara. Ze zijn op Spaanse en Portugese Camino’s al ervaren pelgrims, en zijn nu in Saint-Jean-Pied-de-Port gearriveerd om morgen de Pyreneeën over te gaan, om dan eerst via de Camino Franchés naar Léon te pelgrimeren, om dan over te stappen naar de Camino Primitivo, die ze eerder bewandelden, maar nog nooit voltooiden. De vrouw haar zoekgeraakte wandelstokken moeten hier vanmiddag of vanavond nog vanuit Parijs van vliegveld Charles de Gaulle arriveren, en anders moeten ze morgenochtend om 7:00 uur nog wandelstokken kopen in het centrum van Saint-Jean-Pied-de-Port, alvorens ze de Pyreneeën morgen oversteken. Ze maken van ons beiden even een foto bij onze aankomst in Saint-Jean-Pied-de-Port. 
Daarna wandelen we door La Porte Saint-Jacques het stadje Saint-Jean-Pied-de-Port binnen.
We lopen door de Rue de la Citadelle naar het pelgrimsburo tegenover de herberg Beilari, waar wij in 2012 overnachtten.

Vooraan in de rij van het pelgrimsbureau
Het pelgrimsburo gaat om 14:00 uur weer open, en dat is over tien minuten. Wij posteren ons derhalve als eersten vóór de deur van het pelgrimsburo, waar zich een andere Nederlandse pelgrim uit Eibergen bij ons voegt. Hij vertelt dat hij zojuist met de trein in Saint-Jean-Pied-de-Port arriveerde, en dat hij morgen begint met de oversteek over de Pyreneeën, op weg naar Santiago de Compostela. 
Als het pelgrimsburo open gaat, worden wij drieën gezamenlijk als eersten geholpen door een Nederlandse gastvrouw-pelgrim, die de startende pelgrim en ons als ervaren pelgrims goed informeert over onder andere hoe morgen verder de Pyreneeën over.
De Nederlandse jongeman koopt een pelgrimspaspoort en een Jacobsschelp, en wij krijgen de routepapieren met de informatie die we afzonderlijk nodig hebben voor ons vervolg. Onze pelgrimspaspoorten worden gestempeld.
Dan verlaten we het pelgrimsburo, en gaan we verder door de Rue de la Citadelle. Er staat dan al een hele lange rij wachtenden om straks geholpen te worden in het pelgrimsbureau.

Tot aan La Porte d’Espagne 
Midden in het centrum bezoeken we de kerk van Saint-Jean-Pied-de-Port. Het is hier iets drukker dan doorgaans in de kerken die we bezoeken.
In de kerk staat een standbeeld van de Heilige Jacobus de Meerdere.
Buiten gekomen, volgen we de hoofdstraat tot aan het eind. Daarbij komen we langs driehoekige straat-emblemen van Saint-Jacques-de-Compostelle.
We lopen de Rue d’Espagne uit tot aan het eind bij La Porte d’Espagne, vanwaar wij morgenochtend heel vroeg van start gaan voor onze oversteek over de Pyreneeën.
Daarna lopen we terug naar Camping Municipal Plaza Berri, waar we onze auto afhalen, om daarmee terug te rijden naar Ostabat, waar we de fietsen afhalen.
Tot slot rijden we dan terug naar de camping in Saint-Jean-Pied-de-Port.
We hebben nu de totaal 1.123,5 kilometer lange ‘Via Turonensis’ geheel voltooid in uiteindelijk 52 wandeldagen.

Pelgrimeren van Bergouey naar Ostabat

Pelgrimsroute van Parijs (F) naar Santiago de Compostela (S)
Via Turonensis van Parijs naar Saint-Jean-Pied-de-Port (GR655)
Van Bergouey naar Ostabat
Zondag 20 augustus 2023 – 25,6 km.
Dag 51:  1.075 – 1.100,6 km.
 
Langs betonnen Jacobsschelpen door Garris

Van start in Bergouey
Durkje en ik gaan vandaag in Bergouey beginnen met onze volgende etappe. Dit is voor ons de zevenentwintigste dag van de voor ons dit jaar nog 28 resterende etappes van de Via Turonensis.  
De etappe van vandaag loopt tot in Ostabat.
Het wordt vandaag een wandeldag met hoogzomers wandelweer. Tijdens onze etappe is het doorgaans half bewolkt, maar grotendeels hangt er een sluierbewolking boven ons. Als we vol in de zon lopen, is het genadeloos warm, maar ook gedurende de sluierbewolking blijft het warm, met een nogal benauwde lucht. Dat benauwde zijn we van de afgelopen dagen trouwens wel gewend, maar die gewenning verandert niet veel aan hoe het op het moment voelt. Alleen als we nu en dan een top van een kale hoge heuvel naderen en er over heen gaan, voelen we even die heerlijke lichte verkoeling van het briesje wind dat er nu en dan is.
Als we vanmorgen vanaf de camping vertrekken, is het al 22 graden Celsius, en de temperatuur loopt vanmiddag evenals gisteren op tot 29 graden Celsius. 
Omdat we een inspannende en lange dag verwachten, laten we ons vanmorgen door de wekker wekken om 5:30 uur. Na het ontbijt verlaten we in onze auto - met achter op het fietsenrek de twee fietsen - om 6:40 uur de camping, om dan in de ochtendschemering eerst van Narrosse naar Ostabat te rijden. Onderweg wordt het langzaam licht. In Ostabat parkeren we de auto tussen de Mairie en de kerk.
Dan fietsen wij in 70 minuten de 30 kilometers van Ostabat naar Bergouey.
Onze fietsen stallen we om 9:40 uur in Bergouey vlakbij de in verbouwing zijnde Mairie aan een paal tegenover de Mairie. Om 9:50 uur staan we klaar voor de start van de volgende etappe.

Naar Jacobus de Meerdere in Viellenave
In het dorpscentrum moeten we even aan de kant voor een tractor met een aanhangwagen vol brandhout.
Vijf minuten later lopen we over een sterk dalend asfaltweggetje Bergouey uit, het diepe dal vóór ons in.
Een kwartiertje later arriveren we in de riviervallei bij het dorpje Viellenave, dat aan de rivier La Bidouze ligt.
We steken de eeuwenoude rivierbrug over om Viellenave binnen te wandelen.
Ook nu weer worden we ingehaald door een tractor met aanhanger, dus we moeten even aan de kant.
Als we achterom kijken naar de rivier, genieten we van dit monumentale plaatje.
Op goed geluk gaan we op deze zondagochtend naar de kerk, in de hoop dat de kerkdeur van deze oude kerk open is. We hebben geluk want de kerk is open, dus we gaan naar binnen. 
Tot onze verrassing zien we in de kerk een heel mooi kerkraam van Sint Jacobus Major, ofwel Jacobus de Meerdere, de beschermheilige van de pelgrims.
In dergelijke kerken is het overigens ook altijd interessant om eens te kijken naar de plek van de hostie-tabernakel, en naar de vaak versierde deur van dergelijke tabernakels.
Na dit kerkbezoek, lopen we langs de rivierbrug naar de oever van La Bidouze.

Stilte na het feest in Labets 
Dan volgen we het oeverpad een tijdje langs de rivier de Bidouze. 
Al vrij snel buigt het veldpad af van de rivier, en gaat het als akkerrandpad verder naar een asfaltweg. We kunnen ons laten leiden door de variëteit aan wegwijzers langs de weg.
Voor het eerst in deze zomerpelgrimage komen we langs een rotswand, in dit heuvelachtige landschap.
We wandelen het dorpje Labets binnen. Het is er muisstil; geen mens op straat. 
Achter de Mairie – op zoek naar het gebruikelijke toilet – treffen we de restanten aan van vermoedelijk het dorpsfeest dat hier hoogstwaarschijnlijk gisteren op het plein vóór de Marie heeft plaatsgevonden. 
In de zondagochtendstilte waarin we het dorpje binnen wandelden, lopen we even later ook het dorp weer uit aan de andere kant.

Drie routevarianten naar Garris
We lopen nu op de D646, en onze pelgrimsgids van Lapère geeft aan dat we die weg zouden moeten blijven volgen, om dan verderop via het plaatsje Sumberraute langs de D11 naar de plaats Garris te lopen. De smartphone-route van ons Nederlands Genootschap van Sint Jacob en ook de bewegwijzering volgt echter niet deze twee asfaltwegen, maar gaat direct voorbij Labets over een smal weggetje zuidwaarts, om daarna over mooie hellingpaden verder te gaan.
Nog een eindje verderop draait de smartphone-route ook naar de D11, maar de bewegwijzering – die wij volgen - blijft doorgaan door een mooi bosachtig gebied. We lopen langs een beekje, en verderop krijgen we te maken met een hele steile klim naar uiteindelijk toch de D11.
We lopen nog een eindje over een akkerrandpad, en moeten daarbij over een omgevallen boom heen, die vanuit de boomwal over de maïsakker is gevallen.

Langs betonnen Jacobsschelpen door Garris
Bij de D11 aangekomen, steken we die drukke weg diagonaal over, om aan de overzijde de plaats Garris binnen te wandelen.
We lopen door een buitengewoon gevarieerd straatbeeld, en toch zie je zo dat dit een Baskisch dorp is.
Over de Chemin de Saint Jacques dalen we af in het dorp.
Dan valt ons op dat men hier in Garris de route in het wegdek aangeeft met grote Jacobsschelpen in beton
Vanuit de laagte zien we de op de hoogte in het dorp gebouwde dorpskerk.
Er is hier enige verspreide horeca, en we zien dat rond dit middaguur de eerste Franse gasten de restaurantjes opzoeken om daar te gaan lunchen op deze vrije zondag.
De betonnen Jacobsschelpen leiden ons het dorp ook weer uit.

Een mooier pad naar Saint-Palais
We gaan nu op weg naar Saint-Palais, maar niet over de asfaltwegen. 
Buiten Garris komen we namelijk eerst op een halfverhard karrenspoor, dat op een lager gelegen niveau over gaat als een mooi hellingpad.
Als we een kudde schapen naderen in een weiland langs ons pad, begint een grote witte hond te blaffen.
Bij deze kudde loopt namelijk een Pyrenese berghond. Deze honden groeien op tussen de schapen, en worden door schaapherders bij de schaapskudde gehouden om de schapen dag en nacht te beschermen tegen vijanden, zoals bijvoorbeeld wolven die een schaap zouden willen aanvallen. 
Na een tijdje zien we in de verte een kerktoren van Saint-Palais. Het andere kerktorentje ernaast, is van een dorp dat een eind verderop in de heuvels ligt.
Om 13:15 uur wandelen we de stad Saint-Palais binnen. 

Kerkgang op zondag in Saint-Palais
Bij het oversteken van de rivierbrug tussen het bedrijventerrein en het stadscentrum zien we rechts van ons aan de rivier de oude ‘moulin’ staan.
Verkeersborden maken duidelijk dat we hier in een halteplaats van pelgrimspaden arriveren.
Saint-Palais heeft in het kader daarvan ook eigen straat-emblemen laten maken en laten aanbrengen op het wegdek, ter bewegwijzering van pelgrims.
Door de winkelstraat met door zondagsluiting gesloten winkels en bedrijven lopen we het stadscentrum in.
In het centrum arriveren we bij een café-terras en een restaurant-terras tegenover elkaar. We willen hier koffiedrinken, maar gaan eerst de kerk bekijken. 
Schitterend van deze kerk zijn de grote beschilderde panelen, het koor rond.
Ook het plafond van het koor is mooi van kleur voorzien. We zien dat in veel oude kerken niet meer, maar bekend is wel dat eeuwenoude kerken vroeger nogal kleurrijk waren geschilderd.
Eén van de kerkramen vertelt het verhaal van de geboorte van Jezus Christus.
Zoals gebruikelijk in dergelijke kerken, branden er kaarsen voor het Mariabeeld.

Gastvrijheid
Van de kerk gaan we - na een broodje bij de kerktoren - naar de kroeg. Maar het café dat we beogen voor onze koffiepauze blijkt nu net gesloten te zijn. Daarom steken we de weg over naar het terras van het restaurant. Veel Franse restaurantterrassen zijn rond het middaguur open voor lunch, maar gesloten voor koffiedrinkers, maar hier geeft de ober wel akkoord op ons verzoek om er koffie te drinken. Dus vandaag wel koffie onderweg.
Na deze koffiepauze gaan we richting stadsrand. Daarbij komen we langs een andere kerk, waar een gestileerd kunstwerk van een pelgrim staat.
Naast de kerk is een pelgrimsherberg gevestigd. We lopen de tuin van deze refugio in, en ontmoeten daar op het overdekte tuinterras twee hospitalero’s. Het zijn een Canadese (Yukon) en een Franse (Martinique) pelgrim, die samen als vrijwilligers namens het Belgische pelgrimsgenootschap de voorbijkomende pelgrims ontvangen voor hun overnachting in Saint-Palais. Ze verwachten vandaag acht pelgrims, maar weten uit ervaring dat er ook altijd wel pelgrims aankloppen die niet hebben gereserveerd. Dat kan prima, want ze hebben hier een capaciteit van 30 bedden.
We krijgen van hen een stempel in onze pelgrimspaspoorten, en een glas ijskoude limonadedrank, met een goed gesprek erbij. 
Daarna laten we ons op straat weer leiden door de pelgrimswegwijzers.

Door een arboretum steil omhoog
Bij één van die wegwijzers gaan we een stroef betonpad op. We komen in een soort aboretum, waar men de variëteit aan bomen langs het pad aanwijst met naambordjes. Dit is een bijzonder pad, want het is gaat super steil de heuvel op, lang en hoog, dus dat is een kwestie van hard werken voor ons.
Als we al een heel eind gestegen zijn, en inmiddels over steeds hoger gaande hellingpaden lopen, krijgen we vanzelfsprekend een prachtig uitzicht over het heuvellandschap rechts van ons.
Het blijft maar stijgen, en het uitzicht wordt steeds weidser. 
Over de top komen we op een plateau, waarop een kunstwerk is geplaatst.
Het gaat hier om een sculptuur van Christian Lapie, die drie mensfiguren heeft gecreëerd van drie hele lange rechtopstaande boomstammen.
De drie houten personen kijken hier vanaf grote hoogte het dal over.
We lopen langs het kunstwerk over een smal hellingpaadje naar beneden.
Langs de asfaltweg waar we dan op komen, passeren we een vrij nieuw huis, in typisch Baskische stijl gebouwd, hoog op een heuveltop staand. Het rood-witte huis steekt prachtig af tegen de blauwe lucht, nu het even nagenoeg onbewolkt is.

De stèle van Gibraltar
We hadden het op de wandelkaart zelf al gezien, en ook wegwijzers wijzen ons er al op dat we straks bij de zogenoemde Stèle van Gibraltar langs komen.  
Pelgrims hebben rondom deze gedenksteen allerhande spullen op het voetstuk van dit monument gelegd, zoals Jacobsschelpen, kralen, kettinkjes, kruisjes en steentjes.
Op dergelijke stèles staan doorgaans ook Baskische symbolen.
Het is al weer zo’n twaalf jaar geleden dat Durkje en ik hier óók passeerden, toen wij tijdens onze eerste pelgrimage via Vézelay en later over de GR65 langs deze bijzondere stèle kwamen.
Vanaf hier is ons de pelgrimsroute bekend, omdat we het hele traject van de stèle tot aan Santiago de Compostela en Cap Finisterre in 2011 en 2012 al hebben afgelegd. De komende kilometers zullen mooie herinneringen oproepen aan onze eerste pelgrimage.

Afhaken kan ook
Vanaf deze stèle gaan we weer een steil traject tegemoet. De route heuvelopwaarts gaat namelijk naar de Chapelle de Soyarce, boven op een hoge heuveltop. 
Als we bij de overgang van asfalt naar natuurpad komen, passeren we een Franse pelgrim. Ze heeft zojuist een automobilist aangehouden, en vraagt of hij haar in de auto naar Ostabat wil brengen. Je kunt aan haar manier van lopen zien, dat het voor haar niet meer te doen is om door te  lopen. En als je dan voor de nu komende beklimming staat, en weet dat je nog ongeveer twee uren moet lopen naar Ostabat, dan is het voor haar hier kennelijk duidelijk geworden dat haar dat niet meer gaat lukken.
De automobilist stemt toe, en de vrouw mag haar zware rugzak in de auto leggen, en stapt in bij de man.

Maar wij gaan door
Maar wij gaan door. We wisten al dat het een lange pelgrimsdag zou worden en dat we betrekkelijk laat aan zouden komen, maar het lopen gaat prima en dus gaan we vol goede moed verder omhoog. 
Het pad dat we nu beklimmen, is een rotspad, bestaande uit rots en rotsstenen. 
We moeten voorzichtig lopen, maar hebben ook prima grip op de ondergrond, en qua kracht en uithoudingsvermogen kunnen Durkje en ik dit prima aan.
Hoger en hoger gaan we voort. Eén pelgrim zien we in de verte vóór ons lopen, en rechts passeren we een zogenoemd ‘steenmannetje’, een stapel op elkaar gelegde stenen en steentjes, die als wegwijzer dienen, maar die – naarmate ze hoger worden - ook lijken op kleine stenen mannetjes.

Bij de Chapelle de Soyarce
Op de top arriveren we bij de Chapelle de Soyarce. Daar is een watertappunt, waar we gebruik van maken.
Bij een Mariabeeldje vlakbij twee Spaanse pelgrimerende dames gaan we op een bankje zitten om iets te eten en te drinken. 
Naast de kapel zit nog een andere pelgrim. Hij gaat aan de slag met een kooksetje. Ik kijk even in de kapel, bij het Mariabeeld en bij de gastenboeken die hier door heel veel pelgrims zijn beschreven met woorden van gebed, bewondering en dank.
Verderop staat een monumentje van steen, met in een nis een houten wandbord in Baskische stijl. 
Voordat we verder gaan, spreken we nog een tijdje met een stel dat op een stenen bankje onder het stenen kruis zit. Ze vertellen dat ze in deze regio wonen, en vandaag naar boven zijn gewandeld om hier te genieten van het uitzicht.
Na dit gesprek gaan wij vanaf de kapel heuvelafwaarts. Als je dan achterom kijkt, zie je de kapel onder de bomen boven op de top. Een bijzondere plek op het pelgrimspad.

Uiteenlopende paden
Veel lager gaat de route verder over een mooi schaduwrijk hellingpad. Links van ons staan tegen de helling veel bomen, waarvan de meeste donkergroen in blad. Maar één boom springt er met een helder lichtgroen bladerdek uit, zo mooi ook beschenen door de zon.
Verderop komen we weer langs een stèle, met een Mariabeeldje onder in de voet van het monumentje. Ook deze stèle is bewerkt met tekst en symbolen in Baskische stijl.
Ineens gaat het onverharde hellingpad over in een nieuwe asfaltweg, en nog iets verderop wordt het een nieuw betonpad. Dat betonpad is deels een verharde holle weg.
Opmerkelijk dat je zo ineens over nogal nieuwe verharding loopt.
We gaan vervolgens naar de Kapel van Harambeltz. 
Helaas is de kapel dicht, dus we laten de kapel achter ons.

Ruige route
En dan op een gegeven moment komt Ostabat voor het eerst in zicht. 
Bij nog eens weer een stèle verlaten we de asfaltweg.
Dan komen we op een wel zeer opmerkelijk pad.  
Het is een rotsachtig en steenachtig pad tussen hoog opgaande wallen, als smalle laan begroeid met bomen en struiken. Aan de koeienvlaaien te zien tussen de rotsen en stenen, is duidelijk dat hier ook wel vee loopt. 
En omdat het zo steil naar beneden loopt, is ook wel duidelijk dat hier een waterloop loopt als het lang en hard heeft geregend.
Maar ook over dit ruige pad gaan we gewoon voort, en we zien op een gegeven moment ook dat we steeds dichter bij Ostabat komen.

Ostabat als openluchtmuseum
Bij een droge beekbedding lopen we de bebouwde kom van Ostabat binnen. Hier ligt een smal stenen bruggetje, waar je met droge voeten over heen kunt als hier water door de bedding stroomt.
Het is een nogal rommelige entree in Ostabat.
Het eerste huis is zwaar vervallen. Wel zie ik een aantal oude Baskische symbolen verwerkt in de latei van één van de ramen in de gevel.
Bij het volgende huis er tegenover kijk ik even in de schuur. Daar zie ik een groot aantal oude boeren-gebruiksvoorwerpen staan, van korven tot landbouwmachines. Je zou er een museum van kunnen maken.
Vanuit een andere schuur iets verderop aan de andere kant van de weg hoor ik kippen kakelen. Die schuur is ingericht met allerlei verschillende soorten kleine hokken en vakken. Al met al lijkt het of je hier in Ostabat bent beland in een openluchtmuseum.
Het straatbeeld in de aanloopstraat is ook niet echt up to date, maar we zien dat men bezig om één van de oude huizen grondig te verbouwen en te renoveren. Er zijn nieuwe kozijnen in gezet, en het stukwerk van de binnenmuren zien er al tiptop uit. Hier wordt iets moois gemaakt.

Na de kerk terug naar de camping
Tegenover de kerk arriveren we bij onze geparkeerde auto. Het is nu 17:45 uur, dus het was een lange pelgrimsdag, maar wel een hele mooie, van 30 kilometer fietsen, en aansluitend 25,6 kilometer lopen. En we voelen ons nog fit, zelfs op deze benauwde, lange dag.
De kerkdeur van Ostabat staat open, dus ik ga naar binnen. 
Prachtig gedecoreerd is het koor van de kerk.
Een jong stel fietspelgrims zit verstild naast elkaar vóórin de kerk. Ik stoor hen niet in hun stiltemoment in deze mooie kerk, en verlaat de kerk door dezelfde kerkdeur.
Met de auto halen we op de terugweg onze fietsen op uit Bergouey, en dan rijden we terug naar de camping in Narrosse, waar we rond 19:30 uur arriveren.

Pelgrimeren van Sorde-l’Abbaye naar Bergouey

Pelgrimsroute van Parijs (F) naar Santiago de Compostela (S)
Via Turonensis van Parijs naar Saint-Jean-Pied-de-Port (GR655)
Van Sorde-l’Abbaye naar Bergouey
Zaterdag 19 augustus 2023 – 19,7 km.
Dag 50:  1.055,3 – 1.075 km.
 
Bij de kerk van Arancou
Van start in Peyrehorade
Durkje en ik gaan vandaag officieel in Sorde l’Abbaye – maar feitelijk in Peyrehorade - beginnen met onze volgende etappe. Dit is voor ons de zesentwintigste dag van de voor ons dit jaar nog 28 resterende etappes van de Via Turonensis.  
De etappe van vandaag loopt tot in Bergouey.
Het wordt vandaag een wandeldag met hoogzomers wandelweer. Tijdens deze etappe is het eerst nog licht bewolkt, maar dat verandert naar bijna onbewolkt. Halverwege de dag is het al behoorlijk warm om in de volle zon te lopen, maar de schaduw van de bomen langs wegen en paden dimmen het felle zonlicht, en het is zo toch nog goed wandelweer, vooral ook omdat we af en toe even kunnen genieten van enige zachtkoele wind, met name als we na enkele klimmen vlak vóór, op of net voorbij heuveltoppen zijn.
Als we vanmorgen vanaf de camping vertrekken, is het al 21 graden Celsius, en de temperatuur loopt vanmiddag evenals gisteren op tot 32 graden Celsius. 
Na het ontbijt verlaten we in onze auto - met achter op het fietsenrek de twee fietsen - om 7:05 uur de camping, om dan eerst van Narrosse naar Bergouey te rijden. Daar parkeren we de auto vlakbij de Mairie en het dorpshuis.
Dan fietsen wij de 17,4 kilometers van Bergouey naar Peyrehorade.
Onze fietsen stallen we om 9:00 uur in Peyrehorade vlakbij de kerk, aan een stalen fietsbeugel tussen een motor en een scooter.

Eerst kerk en koffie in Peyrehorade
Omdat we onze etappe gisteren eindigden in Sorde-l’Abbaye zouden we daar vanmorgen eigenlijk moeten beginnen. Omdat daar de brug van de D123 over Le Gave d’Oloron nog moet worden vervangen, kunnen we vanuit Sorde-l’Abbaye niet verder.
Gisteren vermoedden we dat de route vanwege de brugvervanging is omgeleid via Peyrehorade, en dat we daar nu via de grote rivierbrug de Gave over zouden moeten steken, en dat blijkt bij nader onderzoek het juiste vermoeden te zijn. Vandaar onze start in Peyrehorade. Van hieruit zullen we vast en zeker de nieuwe aansluiting op de oude pelgrimsroute vinden.
Eerst gaan we de plaatselijke kerk bezichtigen. Als we de kerk binnen lopen, is een mevrouw net bezig om alle kerkdeuren te openen, en dat is ook wel nodig, want het is erg warm in de kerk. Even later staan alle deuren open, en waait de frisse ochtendwind verkoelend door de kerk.
De voorstelling op het altaar is duidelijk: de Bijbel moet open, om te worden gelezen.
Voordat we - na het kerkbezoek - vertrekken, gaan we in het centrum van Peyrehorade eerst een kop koffie drinken. En op deze vroege ochtend nemen we er op het terras van de plaatselijke warme bakker ook maar een lekker verse croissant bij. Kortom, een heerlijk begin van deze etappe.
Na het koffiedrinken lopen we naar de grote rivierbrug om die over te steken.
Inderdaad zien we hier op de brug al de wegwijzer voor pelgrims, die ons duidelijk maakt dat de aangepaste pelgrimsroute nu over deze brug gaat.
In de naam van de rivier ‘Les Gaves Réunis’ wordt al duidelijk gemaakt dat de verschillende stromen van de Gave hier nabij Peyrehorade vanuit het achterland bij elkaar komen, en samen verder naar zee stromen. 
Aan de overzijde van de rivier is een uitgestrekte camper-kampeerplaats langs de rivier, waar het nagenoeg vol staat met een groot aantal campers. Kennelijk is dit hier een geliefde plek voor toeristen.

Kunstwerk en oorlogsmonumenten in Oeyregave
Als we Peyrehorade uit lopen, wandelen we het volgende dorp Oeyregave meteen binnen. Onder het kombord wordt ook nog weer met een richtingwijzer-sticker duidelijk gemaakt dat we qua route-wijziging nu goed zitten, dus we kunnen deze wegwijzers vanaf nu gaan volgen, en dat doen we ook.
Zo lopen we eerst naar het centrum van Oeyregave, waar een mooi stalen kunstwerk staat, waarin onder andere riviervissen zijn verwerkt, maar ook een grote Jacobsschelp.
Verderop staat het monument voor de gevallenen van de Eerste Wereldoorlog. 
Nagenoeg elk dorp heeft wel zo’n soort oorlogsmonument in de bebouwde kom staan. Daarnaast worden in veel plaatsen ook de oorlogsslachtoffers van de Tweede Wereldoorlog en van andere oorlogen met monumenten herdacht. Dergelijke monumenten staan veelal op markante plekken in dorpen en steden, en zo dus ook hier in Oeyregave. Verderop staat trouwens het monument voor de ene dorpeling die als gevolg van de Tweede Wereldoorlog stierf.
Aan de boerderijen aan de rand van het dorp kun je zien dat dit hier voor een groot aandeel een agrarisch gebied is.

Rond Roudigou 
Voorbij Oeyregave gaan we het bos van Quartier du Bois in. Heerlijk koel lopen we over het bospad onder het groene dak van bomen. Op een gegeven moment gaan we via een oude brug een rivier over, die grotendeels droog ligt.
We lopen over een prachtig bospad door een schaduwrijke singel.
Hier en daar – waar het bos iets opener is – merken we even hoe warm de zon al is.
Verderop moeten we een niet al te hoge, maar wel steile klim maken, om van het ene niveau van het hellingpad naar het hoger liggende hellingpad-niveau te komen. 
Als we na dit aangename bospad het bos verlaten, zien we dat we in een agrarisch gebied komen van vooral weideland. Hier en daar grazen de koeien.
Vlak vóór het buurtschap Roudigou steken we de D33 over. Een verkeersbord maakt duidelijk dat we ons bevinden op de Voie de Tours, het pelgrimspad van de Via Turonensis, dus wij zitten helemaal goed.
We komen langs een kleine kapel, iets van de weg af.
Aan beide zijden van de afgesloten kapeldeur zien we Jacobsschelpen. 
Door een raampje aan de zijkant kunnen we zien dat deze kapel heel eenvoudig is ingericht.
Tegenover de kapel staan twee mooie palmbomen. Die passen in elk geval heel goed bij de hoge temperatuur van vandaag.
Bij de kapel passeren we een grote oude boerenhoeve.
Tegen één van de muren van de hoeve is een muurtegel-wegwijzer voor pelgrims gemetseld.

Langs fruitbomen naar Léren
Net buiten Roudigou steken we de A64 over via een viaduct.
Iets verderop – daar waar we een tijdje parallel aan de A64 lopen – passeren we de eerste fruitbomen die hier zijn geplant door de vereniging van vrienden van de Chemin Saint-Jacques, die is gevestigd in Saint-Jean-Pied-de-Port. 
De bomen staan hier om de pelgrims in de oogsttijd te kunnen laten eten van de vruchten van deze bomen.
Ook verderop komen we regelmatig dergelijke fruitbomen tegen. Een aantal staan er armetierig bij, maar sommige fruitbomen dragen al veel goede vruchten, bijvoorbeeld appels.
Even later wandelen we ter hoogte van een boerderij het dorpje Léren binnen. Naast het pad staat in een tuin een oude plataan die volledig is afgezaagd en gesnoeid, en toch loopt de boom op de uiteinden al weer uit. Dit beeld zie je hier regelmatig.
Ook bij een hele oude boerenhoeve die deels in de vorm van een burcht is gebouwd (in Fryslân noemen we dat een stins) staan enkele gekortwiekte platanen.
Een eindje verder verlaten we het dorpje Léren, om over een asfaltweg het heuvelland in te gaan.

Akkers en boeren
Als we in de buurt van Tapouble de D28 oversteken, passeren we een door de plaatselijke bewoner mooi gemaakte rustplaats voor pelgrims. In een oud stenen schuurtje staat in de schaduw een grote picknickbank, waar de pelgrim aangenaam kan verpozen. Voor ons is het nog geen tijd voor pauze, dus we maken er geen gebruik van.
En dan komt het moment dat we boven aan een omhoog gaande weg ineens in de verte hoog oprijzende bergen kunnen zien. 
Het kan eigenlijk niet anders dan dat we evenals gisteren nu al de eerste tekenen van de hoge Pyreneeën kunnen zien.
We lopen over asfaltwegen, en passeren af en toe huizen, met erven waarop vaak van alles is te zien.
Dan komen we op een schitterend veldpad, dat tussen de akkers door gaat, waarop bijvoorbeeld uitgebloeide zonnebloemen en nagenoeg volgroeid maïs staat.
Naast een boerderij die we passeren, zien we weer zo’n lang en hoog opgaand bouwwerk van hout op een stenen onderbouw, met gaas rondom, waarin men maïs kon en kan drogen en bewaren.
Voorbij diezelfde boerderij is een boer bezig om met zijn tractor het hooi te schudden. In deze droge en hete dagen is gras snel hooi.

Restanten van de eeuwenoude Chapelle d’Ordios
Dan komen we in Ordios langs de eeuwenoude Chapelle d’Ordios. Het is een heel oud element religieus erfgoed, dat vroeger in gebruik was als pelgrimshospitaal voor zieke en uitgeputte pelgrims, die hier verzorgd werden totdat zij weer verder op pad konden. Nu rest nog slechts een klein deel van deze kapel, die onderdeel uitmaakt van een boerderij. De kapel heeft uitbouwen van boerderijschuren aan drie kanten, maar de voorkant aan de doorgaande weg toont nog de plek waar vroeger een dikke ronde toren tegen de kapel aan heeft gestaan. 
Recht tegenover deze kapel gaan we een steenachtige karrenspoor op, dat we geruime tijd heuvelopwaarts volgen.
Vanaf de heuveltop hebben we een prachtig panoramisch uitzicht over de wijde omgeving.
Aan de andere zijde gaat het heuvelafwaarts.
Ook hier weer lopen we tussen uitgestrekte akkers door, nu naar beneden.
Als we langs een akker met uitgebloeide zonnebloemen achterom kijken, genieten we van het schitterende uitzicht over de heuvels en dalen rondom ons.

Na vier uren lopen de lunchpauze in Arancou
Als we nog eens weer een heuveltop bereiken, krijgen we wederom een prachtig vergezicht over het grote dal op de voorgrond, en de Pyreneeën op de horizon.
We dalen nu af naar het dorpje Arancou. 
Daar staat in het centrum een klein zwart metalen model van een pelgrim.
Tegen de gevel van Gîte Bourthaïre van Arancou hangt een mooi kunstwerk met daarop pelgrims gaand van Parijs via Arancou naar Santiago de Compostela. 
De boodschap is duidelijk: dit dorp ligt halverwege.
Links wordt aangegeven dat het vanaf Parijs tot hier 830 kilometer gaans is.
En rechts staat dat het nog 830 kilometer is tot aan Santiago de Compostela.
We hebben nu aaneensluitend zo’n vier uren gelopen in de warmte, en na al dat drinken wordt het ook wel de hoogste tijd voor onze lunchpauze. We vinden daartoe langs het jeu de pelote-veld een stenen bankje in de schaduw, waar we heerlijk koel kunnen lunchen.
Daarna lopen we enkele honderden meters door het dorp naar de 13e eeuwse dorpskerk van Arancou.
We gaan naar binnen en bezichtigen de oude kerk.
Daarna laten we de kerk achter ons.
We lopen het dorp uit, met nog ongeveer 3,5 kilometers te gaan tot het eindpunt van deze etappe.

Bergouey
Al vrij snel daarna zien we Bergouey in de verte tegen de heuvel liggen.
Op dit punt gaan de GR655 en de pelgrimsroute uiteen. De GR655 gaat hier rechtsaf in de richting van de beboste heuvels, en ons pelgrimspad volgt de asfaltweg die rechtstreeks naar de gemeente Bergouey-Viellenova gaat. Waar we via een bruggetje de beek Le Lauhirasse oversteken, begint deze gemeente.
Nu hoeven we alleen nog maar de asfaltweg te volgen, en zo komen we uiteindelijk in de bebouwde kom van Bergouey.
Als ik achterom kijk, zie ik linksachter in de verte tegen de heuvelhelling een grote steengroeve.
Die is - ziende op alle machinerie erbij – nog steeds in gebruik.
We gaan verder het dorp in, en passeren daarbij de locatie waar vroeger een benzinestation was. De oude benzinepompen staan er nog steeds.
Daarna komen we langs de ertegenover wonende en werkende smid van het dorp.
In het centrum gaan we niet direct terug naar onze auto, maar lopen we nog even door naar de kerk van Bergouey.
Die is open, dus we gaan naar binnen.
Links en rechts van het koor staan de beelden van Maria & Jozef.
Maar heel bijzonder opvallend is het beeld van Maria in het koor van de kerk, achter het altaar. Er ligt een tl-buis aan de voeten van het Maria-beeldje, waardoor het op een bijzondere manier permanent wordt belicht.
Verder is de kerk binnen mooi geschilderd, ook het houten plafond van de kerkzaal.
Bij de ingang/uitgang van de kerk hangen aan beide zijden van de toegangsdeur twee grote Jacobsschelpen voor wijwater.

Fietsen en wandelen bij hoge temperatuur
Als we naar buiten lopen, ontmoeten we daar twee mannen, waarschijnlijk een vader met zoon, die – zo vertellen ze – vanuit hun woonplaats bij La Rochelle een meerdaagse fietstocht maken door deze regio. Ook zij hebben het warm, en praten over de steile klimpartijen op de fiets. 
Als we vertrekken, zoeken ze de koelte van de schaduw achter de hoge kerkmuur.
Wij lopen naar de auto in het dorp, en rijden dan terug naar Peyrehorade, waar we onze fietsen afhalen.
Tot slot rijden we dan terug naar de camping in Narrosse. Het is dan 32 graden Celsius, en het blijft vanmiddag en vanavond nog lang warm.