donderdag 1 oktober 2026

Obe Postmalezing van Anne Merkuur over Veranderend Fries

Donderdag 1 oktober 2026
 
Lezing van Anne Merkuur in Tresoar

Taalverandering en de toekomst van de frisistiek 
Met de start van de nieuwe WO-Bachelor-opleiding ‘Fries’ aan de Rijksuniversiteit Groningen staat ook de vraag naar de toekomst van de frisistiek weer centraal. 
  • Wat is eigenlijk het Fries dat we bestuderen? 
  • Hoe verandert de taal onder invloed van meertaligheid en van nieuwe vormen van taalgebruik? 
  • En hoe gaat de frisistiek met die veranderingen om? 
Anne Merkuur (1989) verzorgt hierover vanmiddag de zogenoemde Obe Postmalezing in Tresoar te Leeuwarden. Merkuur werkt als taalkundige en universitair docent aan de Fryske Akademy en de Rijksuniversiteit Groningen (RUG).
In haar lezing staat Anne Merkuur vanmiddag stil bij de relatie tussen taalverandering en de academische bestudering van het Fries. 
Deze lezing is een vorm van samenwerking tussen Studium Generale Leeuwarden en het Obe Postma Selskip. 
Het Obe Postma Selskip heeft als doel het werk van de Friese dichter Obe Postma (1868-1963) onder de aandacht te brengen (en te houden) van een zo groot en divers mogelijk publiek. Daarmee wil men ook een bijdrage leveren aan een levendige cultuur in Fryslân. Daartoe wordt onder andere eens per jaar, in samenwerking met Tresoar, de Obe Postma-lezing gehouden, en zo vanmiddag de lezing van Anne Merkuur.

Veranderend Fries
Kunst laat iets zien en horen. Dat kan met allerlei vormen van beeldende kunst, en ook met poëzie.
Anne Merkuur gaat vanmiddag iets vertellen over taalkundig realisme en over de toekomst van het Fries, met als titel ‘Feroarjend Frysk’. 
Ze vertelt vanmiddag ook hoe ze de studenten kennis laten maken met het veranderende Fries.
De nieuwe WO-Bachelor-opleiding van de RUG is met drie studenten begonnen dit jaar (2026), en daarnaast zijn er zo’n 15 studenten van andere opleidingen, die het Fries meenemen als bijvak.

Wat is er te zien in de Friese taal?
Daarbij kijken we bijvoorbeeld naar de gebruikers van het Fries, naar sprekers en schrijvers. Voor veel gebruikers is Fries nog niet meer dan alleen een mondelinge taal. De schrijfvaardigheid is in de afgelopen 55 jaar - voor wat betreft het aandeel Fries-schrijvenden - overigens nog wel enigszins gestegen.
  • Qua taaloverdracht wijst onderzoek uit dat naarmate meer mensen de taal gebruiken, die taal ook vaker wordt overgedragen aan volgende generaties. Momenteel ligt dat percentage voor het Fries op zo’n 70 procent, hetgeen een redelijk stabiel laat zien.
  • Een grote taalvaardigheid en ook het positief staan tegenover het Fries zijn succesbepalende factoren om het Fries door te geven aan je volgende generatie.
  • Maar wat is ‘geef Frysk’? (goed Fries). Vertaalprogramma’s op internet en woordenboeken helpen om het Fries zo goed mogelijk te beheersen. Daartoe is ook het boekje ‘Dat is moai Frysk’ uitgegeven. Maar je kunt je de vraag stellen of dat wat erin staat niet juist het verdwijnende Fries is.
  • Verder onderscheiden we allerlei dialect-variaties van het Fries. Dialect-grenzen vervagen in de loop der tijd door de mobiliteit van de Friezen.
  • Er is ook in het Fries sprake van nogal wat variatie, want niet iedereen sprrekt Fries ‘volgens het boekje’ en niet iedereen houdt zich strikt aan de dialectgrenzen.
  • We merken in de dagelijkse praktijk ook dat Friestaligen werken in een tweetalige praktijk, namelijk thuis Friestalig en op het werk Nederlandstalig.
  • We kijken en luisteren vervolgens naar enkele korte filmfragmenten van sporters, en horen dat zij bepaald niet perfect Fries spreken (zonder dat we dat overigens veroordelen). De één is van oorsprong Friestalig, waar de ander duidelijk Fries als tweede taal spreekt. Dat kun je horen.
Hoe kijken wij naar het Fries en naar het gebruik ervan?
Als je dit gaat onderzoeken, kom je in een moeras terecht, want hèt beeld krijg je er niet van, wel allerlei uiteenlopende beelden.
  • We luisterden zojuist in de filmfragmenten al naar het veel voorkomend zogenoemd interferentie-Fries, waarbij Nederlandse termen in het Fries worden opgenomen, en ook het omdraaien van de tijdwoorden.
  • Wat we van en over taal weten (zoals bijvoorbeeld taalkunde, taalvariatie, taalverandering, taaloverdracht) bepaalt mede hoe wij ernaar kijken. 
  • We focussen nu vervolgens op taalvariatie en taalverandering. Daarbij kijken we naar enkele onderzoeksresultaten van Anne Merkuur. Daarbij concludeerde ze dat de taalvariatie tussen de jongeren onderling groter is dan onderling bij de oudere generaties. Daarbij bleek ook dat de taalvaardigheid en het consistente gebruik van taal achteruit gaat naarmate de onderzoeksgroep jonger is.
Wat zien we hier eigenlijk?
We zien in elk geval variatie en verandering, maar we kunnen niet zeggen wat dit betekent, omdat er nog geen duidelijk beeld zichtbaar is. 
  • Verder is het nog de vraag of de taalgebruikers zelf wel consistent zijn in hoe zij de taal gebruiken.
  • Moet taal eigenlijk wel een systeem hebben? Oorspronkelijk werd gedacht van wel, omdat je daarmee dan de ander een taal kunt leren. Tegenwoordig vraagt men zich af of er wellicht acceptabele grenzen zijn van wat wel kan en mag en wat niet acceptabel is qua taaluiting.
  • Uit onderzoek blijkt dat de deelnemers uit een onderzoeksgroep soms ook weigeren om precies te doen wat de onderzoeker vraagt. Ze geven dan hun eigen draai aan taal, en blijven daarbij.
  • We kunnen niet zomaar concluderen dat er sprake is van ons taalverlies, mede ook omdat het heel normaal is dat taal verandert. Daar hoef je je dus niet al te druk over te maken, want het is de normale gang van zaken. Trouwens wellicht gaat die verandering in het Fries wel iets sneller dan bij andere talen? Dat weten we niet.
  • Taalverandering is niet per definitie taalverlies. Belangrijk is wel dat taal wordt overgedragen aan de volgende generatie. En die maken dan wel weer iets van het dan veranderde Fries.
  • Als je taal niet overdraagt, kan het in twee generaties tijd zomaar verdwijnen.
  • Het Fries is wel kwetsbaar. 
  • Niet elke ontstane taalvariatie zal acceptabel zijn. 
Wat zien we (nog) niet?
We moeten dus goed gaan en blijven kijken naar opeenvolgende momentopnames van wat we constateren aan taalverandering. 
  • Een tekortkoming is nog dat alle taalonderzoekers vaak slechts kijken naar een beperkt deel van de taal en van het taalgebruik. De uitdaging is om die expertises bij elkaar te brengen, om daarmee dan een totaalbeeld te verkrijgen. Daar wordt momenteel bij de RUG wel aan gewerkt.
  • Maar ja, wat doen we dan met die geconstateerde taalvariaties. Wat zien we, wat vinden we ervan, en wat doen we er dan al dan niet mee/aan? Dat is nog de vraag.
  • Als we een betere standaard voor het Fries hadden (zonder bijvoorbeeld te lenen van andere talen), zouden we dan het Fries ook stabieler als taal kunnen behouden?  In België blijkt dat hyper-standaardisering in elk geval niet afdoende helpt. Een taalstandaard kan wel verheffen, maar kan ook een nadelig effect geven.
Onze Taal, jullie taal, mijn taal?
  • Hoe homogeen of heterogeen is het taalgebruik in het Fries? Daar hebben we nog niet een goed zicht op, omdat wetenschappers allemaal hun eigen focus hebben, en de onderzoeksresultaten daarvan nog niet bij elkaar zijn gelegd.
  • Zouden we naar een nieuwe beschrijving van het Fries moeten overgaan? In dat geval zou aan de studenten Fries in elk geval ook een beter beeld gegeven kunnen worden. Anne merkuur pleit voor een brede online taalbeschrijving van het Fries. Daarmee zouden studenten - en anderen - tenminste goed in beeld krijgen hoe de Friese taal in elkaar steekt.
Plenaire interactie
  • Docenten Friese taal bewegen zich bij het geven van Friese les nu al in het spectrum tussen ‘geef Frysk’ (wat wordt onderwezen) en het Fries dat de leerlingen thuis en op straat (in de eigen regio) spreken.
  • Bij de overdracht van het Fries aan kinderen in gezinsverband speelt niet alleen de overdracht door hun ouders een rol, maar ook de taaloverdracht door ‘pakes & beppes’ aan hun kleinkinderen.
  • Je ziet dat ook als gevolg van gemengde (taal)huwelijken één van de talen vaak verdwijnt bij het aanbieden van taal aan de kinderen. Bij een meertalige huishouding delft de kleinste taal vaak het onderspit, zeker als de andere taal in hoger aanzien staat.
  • Een taalstandaard heb je beslist nodig om de taal (aan) te leren. 
  • Anne Merkuur pleit ervoor om je voortdurend bewust te zijn van alles wat met taal te maken heeft, want als je daar alert op bent, weet je wat er gebeurt, waar het naar toe gaat, en kun je nadenken over wat daar mee en aan is te doen. 
  • We doen al heel veel aan het Fries, besteden er al veel geld aan, maar als we daar onzorgvuldig in worden, gaat de taal uiteindelijk (deels) verloren.