Posts tonen met het label Ministerie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Ministerie. Alle posts tonen

dinsdag 2 juli 2013

Rondje accreditatie rond het IJsselmeer

Dinsdag 2 juli 2013 
Hogeschoolvestiging van Inholland in Den Haag
















Resonansgroep Inspectie Hoger Onderwijs
Vanmorgen zijn we voor de vierde en laatste maal bijeen als Resonansgroep voor de Inspectie van het Hoger Onderwijs. We vergaderen wederom in het kantoor van de Inspectie voor het Onderwijs in Utrecht. De Inspectie heeft een Resonansgroep geïnstalleerd, bestaande uit vertegenwoordigers van verschillende belangenorganisaties, zoals de Verenigingen van instellingen voor bekostigd en onbekostigd Hoger Onderwijs (universiteiten en hogescholen), Evaluatieburo's, het Interstedelijk Studenten Overleg, en ik vertegenwoordig de medewerkers(docenten)belangen namens CNV-Onderwijs.

Kwaliteit Nederlands Accreditatiestelsel
In opdracht van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap houdt de Inspectie van het Hoger Onderwijs toezicht op de kwaliteit van het Nederlandse Accreditatiestelsel in het Hoger Onderwijs. In het kader van die toezichtstaak doet de Onderwijsinspectie in de eerste helft van dit jaar een onderzoek naar de kwaliteit van het huidige Accreditatiestelsel voor hogescholen en universiteiten. Als Resonansgroep adviseren we de Onderwijsinspectie tijdens dit onderzoeksproject op onderdelen zoals de opzet van het onderzoek, de onderzoeksvragen en op het onderzoeksrapport.

Feedback op concept-Inspectierapport
Vanmorgen komen we bijeen om het concept van het onderzoeksrapport te bespreken, waarin de uitkomsten van het onderzoek staan geschreven op het gebied van bijvoorbeeld onafhankelijkheid, deskundigheid, betrouwbaarheid, validiteit, zorgvuldigheid, kwaliteitsborging, stimulerende werking, transparantie, accreditatielasten, dekking en wettelijke vereisten. Daarnaast bespreken we de vijf uitgangspunten bij de invoering van dit nieuwe stelsel en tenslotte nog zaken als conclusies, aanbevelingen, beschouwing en vervolgtoezicht.
Naar verwachting zal in september 2013 het Inspectieonderzoek worden gepubliceerd.

Rondje IJsselmeer
Vanmorgen ben ik vanuit Stiens via Flevoland naar het Inspectiekantoor in Utrecht gereden. 
Als daar de vergadering van de Resonansgroep is afgelopen, rijd ik na het middaguur vanuit Utrecht naar Den Haag, om daar naar een volgende bijeenkomst te gaan in hogeschool Inholland. 
Aan het eind van de middag rijd ik dan van Den Haag via de Afsluitdijk naar Stiens. 
Daarmee is het rondje rond het IJsselmeer weer rond.

Hersteltrajecten Accreditatie
Het nieuwe Accreditatiestelsel dat wij vanmorgen bij de Onderwijsinspectie bespraken, heeft een verbeterfunctie in zich. Eén van de maatregelen die in dat stelsel kan worden genomen, is dat aan een hogeschool-opleiding een hersteltraject kan worden toegekend, indien de kwaliteit op een accreditatiestandaard niet aan de maat blijkt te zijn tijdens een visitatie.
Enkele hogeschoolopleidingen in Nederland hebben door de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO) inmiddels zo'n verbetertraject toegekend gekregen en zijn nu druk in de weer om op een nader overeengekomen tijdstip aan te tonen dat de beoogde verbeteringen op dat beoordelingsmoment zjn gerealiseerd.

Hogescholen-intervisiegroep Hersteltrajecten
Omdat dergelijke hersteltrajecten in het hoger onderwijs nieuw zijn, hebben een aantal kwaliteitszorgmedewerkers van hogescholen die al dan niet al in zo'n hersteltraject zitten, een kleine intervisiegroep opgericht, waarvan de groepsleden incidenteel bijeenkomen om het opstarten, het doorlopen en het afronden van zo'n hersteltraject met elkaar te bespreken, om zodoende van elkaar te leren en elkaar met raad bij te staan in de keuzes die in zo'n verbetertraject kunnen en moeten worden gemaakt.
In veel Nederlandse hogescholen en universiteiten wordt momenteel hard gewerkt aan de doorgaande kwaliteitsverbetering van het huidige hoger onderwijs. Alle extra inspanningen die hogescholen in dat kader momenteel getroosten, zullen er uiteindelijk toe bijdragen dat het Nederlandse hoger (beroeps)onderwijs goed is en in ruime mate voldoet aan de kwaliteitseisen die Anno 2013 en in de daarop volgende jaren aan het hoger onderwijs worden gesteld.

Accreditatielasten & Accreditatiebaten
Vandaag blijkt maar weer dat overal in het land - bij de Onderwijsinspectie, bij de NVAO, bij Evaluatieburo's, bij hogescholen en universiteiten en bij allerlei belangenorganisatie in het hoger onderwijs - kosten noch moeite worden gespaard om toekomstbestendig hoger onderwijs te ontwerpen, te ontwikkelen en te geven, dat voldoet aan de gestelde kwaliteitscriteria.

donderdag 30 mei 2013

Kwaliteit & Accreditatie van Deeltijd-onderwijs


Donderdag 30 mei 2013
Presentatie van Henri Ponds in het Platform HBO van het NNK
















Aandacht voor Deeltijd & Duaal
Het Platform HBO van het Nederlands Netwerk voor Kwaliteitsmanagement (NNK) komt vandaag bijeen in het cursus- en vergadercentrum Domstad te Utrecht. We komen vandaag bijeen om te luisteren naar èn te spreken over het borgen van de kwaliteit van (verkorte) deeltijdse en duale onderwijsvormen in het Hoger Beroepsonderwijs (HBO).
Twee sprekers zijn uitgenodigd, om vandaag vanuit verschillende perspectieven een presentatie te verzorgen over dit onderwerp. Eerste spreker is Henri Ponds van de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO) en tweede spreekster is Lucie te Lintelo van de Hogeschool van Amsterdam.

Perspectief van de accreditatieorganisatie
De eerste spreker – Henri Ponds – is beleidsmedewerker van de NVAO. Zijn presentatie heeft als titel: ‘Borging van de kwaliteit van deeltijdse en duale varianten en maatwerktrajecten’.
 Henri Ponds spreekt onder ander over de volgende zaken:

  • De Inspectie van het Hoger Onderwijs (IvHO) en de NVAO werken complementair. Aan de hand van een aantal voorbeelden wordt verteld dat deze twee organisaties steeds meer met elkaar samenwerken, nu ook op basis van een nieuw convenant.
  • In het kader van de goede werking van het huidige accreditatiestelsel wil de NVAO toewerken naar (meer) systeembrede analyses, zoals bijvoorbeeld HO-Domeinstudies.
  • Stelling over de zogenoemde ‘formele benadering’: Als je de wet- en regelgeving goed implementeert, bevordert dat de kwaliteit en het behalen van de vereiste resultaten.
  • De beste onderbouwing van het eindoordeel over de kwaliteit van een opleiding verkrijg je bij de input-throughput-output-benadering.
  • Als deeltijdse en duale onderwijsprogramma’s even lang duren als het voltijdse curriculum, vraagt dat om een stevige verantwoording. Ook als aan de student individueel maatwerk wordt geleverd, zul je daarin - meer dan voorheen – moeten zorgen voor  transparantie. Laat in dat kader bijvoorbeeld zien hoe in het concurrency-model het werkplekleren bijdraagt aan het realiseren van de eindkwalificaties. Ook een pro-actieve rol van de opleidingsexamencommissie is hierin gewenst.
  • We moeten toe naar een betere borging van de 240 EC’s, van vrijstellingen en van de studielast op de werkplek. Gebruik daarbij beoordelingskaders, die zijn gerelateerd aan de voltijdse onderwijsvorm van die opleiding.
  • Dat moet allemaal navolgbaar zijn. Individueel maatwerk en/of leerwegonafhankelijk studeren vraagt om extra kwaliteitsborging.

Perspectief van een hogeschool-opleiding
De tweede spreekster – Lucie te Lintelo – is projectmanager-consultant bij de HvA. Haar presentatie heeft als titel: ‘De flexibele Deeltijd: Modulair met extra’s’.
Lucie te Lintelo spreekt onder ander over de volgende zaken:

  • De context van deeltijds onderwijs schetst ze aan de hand van marktontwikkelingen, met kwaliteitsaspecten en verwijzend naar de insteek van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, die een ‘leven lang leren’ stimuleert.
  • Ze gaat in haar presentatie uit van de doelgroep van de werkende student/cursist, die in het kader van een individueel loopbaanperspectief effectief en efficiënt onderwijs moet hebben, dat optimaal in balans is qua ‘leren – werken – leven’.
  • We moeten integraal denken over flexibiliteit bij de programmering van het deeltijdse onderwijs, dus rekening houden met onder andere beoogde kwalificaties, met behoeften van de werkenden, met organiseerbaarheid & betaalbaarheid en met de borging van het eindniveau.
  • Als de HvA voor wat betreft deeltijds onderwijs spreekt van ‘modulair met extra’s ‘, bedoelt men individuele leerroutes binnen een gestandaardiseerd aanbod. Elke onderwijsmodule zou een Taakgebied moeten dekken, waarmee het voor het werkveld herkenbaar is. Dus geen moduul ‘Statistiek’ aanbieden, maar bijvoorbeeld wel een moduul ‘Marktonderzoek’. Als zo’n door het werkveld (h)erkend moduul een geheel taakgebied dekt, kun je er ook een certificaat-uitreiking aan koppelen, dat dan weer een civiel effect heeft in dat werkveld.
  • Bij modulair onderwijs moet je onderwijsmodulen ontwerpen van een zodanige omvang, dat ze voldoende diepgang èn binding bieden. Werk bijvoorbeeld ook met verplichte delen èn met keuze-elementen. Samenhang tussen verschillende modulen kun je ook creëren door in de opeenvolgende modulen de studenten te laten werken aan generieke competenties, zoals 'methodisch denken' en 'resultaatgericht werken'. Je kunt binnen zulke modulen ook werken met ‘blended learning’ en met werkplekleren. Een ander ontwerpcriterium bij modulair onderwijs is dat je werkt met leerwegonafhankelijk toetsen, waarbij een beoordelingsmodel centraal staat, waarin de interne opleidingseisen èn de externe werkveldeisen elkaar aanvullen.
  • De borging van het te realiseren eindniveau van een opleiding zit in de één-op-één-relatie met de beoogde opleidingskwalificaties.

Vervolgtoezicht & Vervolgonderzoek
De Inspectie van het Hoger Onderwijs zal in het jaar 2014 vervolgonderzoek doen naar de kwaliteit van het deeltijds en duaal hoger onderwijs. Het inspectierapport ‘Goed Verkort’ van het jaar 2012, waarin met name het deeltijdse en het duale onderwijs onder de loep werd genomen, stelt dat bij de dertien toen door de inspectie onderzochte Nederlandse opleidingen onvoldoende werd voldaan aan de wettelijke kwaliteitswaarborgen, waardoor bij die opleidingen onvoldoende was gewaarborgd dat de beoogde eindkwalificaties in de volle breedte en op het gewenste niveau werden gerealiseerd.
De instellingen voor hoger onderwijs waarvan toen opleidingen werden onderzocht zullen te zijner tijd in het vervolgonderzoek van 2014 moeten aangeven hoe en dat ze hun toenmalige gebreken in hun verbetertrajecten hebben weggenomen. Ook andere opleidingen van andere hoger onderwijsinstellingen die in 2012 nog niet zijn onderzocht, zullen in het inspectieonderzoek van 2014 worden meegenomen.

zondag 21 april 2013

Wereld van waarde

Donderdag 18 april 2013
Keynote speaker minister Jet Bussemaker

HBO-jaarcongres 2013 in Den Bosch
Het jaarcongres 2013 van de HBO-raad (de vereniging van hogescholen) is vandaag in de Brabanthallen in 's Hertogenbosch. Met een deelnemerslijst van meer dan 600 mensen is dit één van de grootste congressen die jaarlijks in, voor en met het Nederlandse Hoger Beroepsonderwijs (HBO) wordt gehouden. Docenten & studenten, managers & bestuurders, onderwijskundigen & personeelsadviseurs, kortom, allerlei medewerkers van hogescholen en van hun partnerorganisaties zijn gisteren of vandaag afgereisd naar Den Bosch, om hier vandaag dit grote HBO-congres bij te wonen. We komen voor plenaire sessies, voor hoorcolleges, voor debatten, workshops, en ook om elkaar in de ontmoeting tussen hogescholen te spreken over ons waardevolle Nederlands hoger beroepsonderwijs.

De waarde van de opleiding
Nadat dagvoorzitter Jet de Ranitz iedereen welkom heeft geheten, volgt de openingsspeech van Thom de Graaf, voorzitter van de HBO-raad.  De Graaf spreekt over de kernfunctie van het HBO en beweert dat ons hoger beroepsonderwijs met sprongen vooruit gaat. Hij prijst onze onderwijsminister, die 'het hoger onderwijs ook van binnenuit kent. Ze weet waar wij mee bezig zijn, en hoe moeilijk dat soms ook is."
Thom de Graaf:
  • Studenten moeten tijd en ruimte houden om naar de wereld te kijken;
  • Goed onderwijs gaat om meer dan rendementen;
  • Het HBO heeft wel rust en stabiliteit nodig;
  • Teveel ministeriële sturing staat innovatie in de weg;
  • Onderzoek in het HBO - in bijvoorbeeld Centers of Excellence en in Lectoraten - leidt tot innovatie.
De HBO-raadsvoorzitter vindt dat we in onze vereniging van hogescholen samen verantwoording moeten afleggen, dat de onderlingen debatten en gesprekken van onderop moeten komen en dat we daarom onze Verenigingsgedachte meer moeten benadrukken. Hij sluit af met de presentatie van de nieuwe naam van de HBO-raad: 'Vereniging Hogescholen'. Zijn nieuwe visitekaartje met daarop de nieuwe verenigingsnaam reikt hij uit aan de volgende spreker: Jet Bussemaker, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCenW).

Onderwijsminister Jet Bussemaker
Dan volgt de voordracht van Jet Bussemaker, voorheen rector van de Hogeschool van Amsterdam, momenteel minister van OCenW.
Het opleiden van professionals aan wie wij ons zelf en ons hele hebben en houden in de toekomst toevertrouwen, is een kernmissie van het HBO, aldus onze minister. Ze geeft aan dat die kernmissie lang niet altijd in voldoende mate op waarde wordt geschat.
Jet Bussemaker:
  • In hogescholen draait alles om die waarde van de professional;
  • HBO-ers zijn waarde(n)dragers & waarde(n)overdragers;
  • De huidige praktijk vraagt om snelle oplossingen;
  • Hogescholen moeten niet universiteitje gaan spelen; nieuwe kennis moet - samen met het werkveld - in de praktijk worden gebracht;
  • Lectoren zijn in het maatschappelijk debat nog te vaak afwezig;
  • Bussemaker wil graag discussie over de toekomst van het HBO, over waar bijvoorbeeld over tien jaar het HBO staat qua digitalisering van het onderwijs.
Voorzittersvoordracht Onderwijsraad
De volgende plenaire voordracht wordt verzorgd door Geert ten Dam, voorzitter van de Onderwijsraad.
Ten Dam:
  • Kritisch leren denken doe je niet in aparte vakken, maar dat leren studenten in praktijkgericht onderwijs;
  • De aansluiting van het HBO op de arbeidsmarkt kan veel doelmatiger;
  • Je moet jezelf zien als iemand die een bijdrage gaat leveren aan waarde(n);
  • Je moet studenten leren te zien dat hun bijdrage aan het beroep en aan de samenleving ertoe doet; zo krijgt onderwijs vormende waarde;
  • Het gaat om het kwetsbare evenwicht van economische, maatschappelijke en persoonlijke waarden;
  • De missies van hogescholen zouden wel wat concreter mogen, want dan spreken ze de studenten ook meer aan;
  • Besteed ook aandacht aan de normatieve kant van bestuur & governance;
  • Je moet doorlopend expliciet nadenken over nieuwe moraliteit.
Cultuur wint altijd!
De eerste deelsessie die ik bijwoon, is het hoorcollege 'Cultuur wint altijd!', van Kristel Baele & Kees Boele, beiden lid van het College van Bestuur van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen.
Baele vraagt zich af wat het voor een hogeschoolbestuurder betekent als hij/zij een inspirerende, professionele onderwijs- en onderzoekscultuur wil creëren, en wat dat met de docent doet als je dat in balans wilt laten zijn met procedurele 'checks and balances'. Baele: 'Ontkennen van kwaliteitsstandaarden helpt niet, ze internaliseren wel.".
Boele vertelt dat docenten inhoud, sfeer en zelfstandigheid belangrijk vinden, maar dat zij momenteel teveel in een kramp zitten en bang zijn om te innoveren. Volgens hem is de cultuur (veel meer dan de structuur) bepalend voor de kwaliteit van het onderwijs. Studenten zouden minder opdrachten moeten krijgen en minder moeten reflecteren. Daarvoor moet meer inhoud in de plaats komen. Niet langer opleiden, maar onderwijzen vanuit ervaring en met wijsheid, want dat vraagt de huidige generatie, aldus Kees Boele.
Zijn oplossing is:
  • Werk vanuit een hoogwaardige, inhoudelijke en collectieve ambitie;
  • Organiseer professionele zelfstandigheid en verantwoordelijkheid;
  • Zorg voor een veilige en inspirerende atmosfeer.
Boele sluit zijn presentatie af met een verwijzing naar de woorden van Moeder Theresa: "We kunnen geen grote dingen doen, alleen kleine dingen met grote liefde".

Verbinden & Samen doen
De tweede deelsessie - een workshop - die ik bijwoon, gaat over 'Verbinding tussen centraal en decentraal overleg', verzorgd door Jos van Hijfte van de Hogeschool van Amsterdam. Gesteld wordt dat je streeft naar verbetering in het onderwijs, en dat zou dan blijken uit de cijfers. Cijfers geven echter geen verbetervoorstellen, maar geven altijd het signaal om een gesprek te voeren.
De derde deelsessie die ik bijwoon, heet: 'Waarom moeilijk doen als het samen kan', en gaat over studiesuccessen door sociale cohesie. In deze workshop van de Christelijke Hogeschool Windesheim presenteert lector Rob Bovens zijn project '#Five', over een fit en veilig Windesheim, over hoe een gezond en veilig hogeschoolklimaat leidt tot studiesucces.

Bas Haring filosofeert over hoger beroepsonderwijs
Het plenaire Slotprogramma wordt aan het eind van de middag verzorgd door filosoof Bas Haring.
De volgende twee thema's komen in zijn verhaal aan de orde:

I. De waarde van het onderwijs:
  • Studenten worden opgeleid om deel te nemen aan hún samenleving, waarin wíj te zijner tijd te gast zijn;
  • Waarde is geborgd in dingen, die er voor ons toe doen;
  • Naarmate de samenleving ingewikkelder wordt, hebben mensen een langer traject nodig om goed deel te kunnen nemen aan de samenleving. En daar komt bij dat als we langer leven en langer werken, wij ook langer moeten studeren.

II. Een onderzoekende houding stimuleren:
  • Beroepsgericht onderzoek in het HBO moet ook wetenschappelijk onderzoek zijn; en daar bestaat dan wel een enorme vrijheid, mits het antwoord op de onderzoeksvraag maar juist is.
  • Als je maar nieuwsgierig bent, mag je best onderzoek doen in het HBO.
Mijn toekomstdroom - aldus Bas Haring - is dat mensen niet direct overal wat van vinden en dat direct ook zeggen, maar dat ze hun oordeel nog even uitstellen.

woensdag 17 april 2013

Resonansgroep Inspectieonderzoek Accreditatiestelsel

Dinsdag 16 april 2013

Kantoor van de Onderwijsinspectie in Utrecht
















Onderzoek naar functioneren accreditatiestelsel
De Onderwijsinspectie stelt periodiek onderzoek in naar het functioneren van het Nederlandse accreditatiestelsel in het hoger onderwijs. Momenteel loopt een onderzoek naar het functioneren van het nieuwe accreditatiestelsel, dat per 1 januari 2010 van start is gegaan. De resultaten van dit inspectieonderzoek zal bijdragen aan de evaluatie van het nieuwe accreditatiestelsel, die het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap uitvoert.

Resonansgroep Inspectieonderzoek
De Onderwijsinspectie heeft een zogenoemde Resonansgroep ingesteld, die de inspectie adviseert over de onderzoeksopzet, over de uitvoering daarvan en over de onderzoeksrapportage. Deze Resonansgroep bestaat uit leden van koepelorganisaties (bv. CNVO, HBO-raad, ISO), deskundigen vanuit kringen van onderzoekspanels (NQA), docenten, studenten en een onafhankelijke buitenstaander. Op verzoek van en namens het bestuur van de onderwijsvakorganisatie CNVO participeer ik in deze Resonansgroep. De Resonansgroep kwam reeds bijeen in november 2012 en in januari 2013. Vandaag is de derde bijeenkomst van de Resonansgroep, in het kantoor van de Onderwijsinspectie te Utrecht.

Het onderzoek
In de voorgaande twee bijeenkomsten bespraken we concepten van het ‘Toezichtkader Accreditatiestelsel Hoger Onderwijs’ en van de ‘Onderzoeksopzet Accreditatiestelsel 2012-2013’. Op grond van onze feedback op die concepten, zijn de nieuwe versies gemaakt. De leden van de Resonansgroep stemmen in met deze bijgestelde versies.
Coördinerend Inspecteur Bert de Vries presenteert een update over de voortgang van het lopende inspectieonderzoek. Er zijn gesprekken gevoerd (met bv. NVAO en VBI’s), documenten zijn bestudeerd, een enquête is uitgezet in instellingen en opleidingen voor hoger onderwijs en er zijn negen cases geselecteerd voor een vervolg-diepteonderzoek.

Resultaten en dieptestudie
Ter voorbereiding op dit overleg hebben we de eerste resultaten - de rechte tellingen en de antwoorden op de open vragen - van de ingevulde vragenlijsten bestudeerd. Vraag voor vraag bespreken we de geanonimiseerde resultaten, zoals die zijn ingevuld op de reeds 81 ingediende vragenlijsten van 38 instellingen voor hoger onderwijs.
We stemmen in met de negen casussen, die in het kader van dit onderzoek voor nog meer diepgang van de onderzoeksresultaten zullen zorgen. Het gaat hier om instellingen die bijvoorbeeld al hebben meegedaan aan de Instellingstoets Kwaliteitszorg, die een Toets Nieuwe Opleiding hebben ondergaan en/of die een Bestaande Opleiding voor accreditatie hebben voorgedragen (beperkt of uitgebreid, al dan niet met een herstelperiode, WO & HBO, Bachelor & Master, met verschillende evaluatieburo’s en een variëteit aan besluiten).

Aanvang Juli 2013 komen we weer bijeen om het concept van het onderzoeksrapport te bespreken.

woensdag 6 februari 2013

Kwaliteit als cultuur

Woensdag 6 februari 2013

Paul Zevenbergen over ambities van het accreditatiestelsel















NVAO-Voorjaarscongres 2013
Het Voorjaarscongres van de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO) wordt vandaag georganiseerd in het World Trade Center te Rotterdam. Vanwege een aangepaste dienstregeling van de NS en door de filevorming die beide het resultaat zijn van de sneeuwval van afgelopen nacht, haalt het deelnemersaantal bij de opening van dit congres het verwachte aantal van zo’n 300 nog niet, maar gedurende de openingssessie lopen de rijen stoelen in de grote zaal van het WTC al behoorlijk vol. Het Voorjaarscongres wordt om 9.30 uur geopend door dagvoorzitster Anouschka Laheij.

Paul Zevenbergen
Eerste spreker is Paul Zevenbergen, dagelijks bestuurslid van de NVAO. Hij vertelt over de achtergronden, afwegingen, dilemma’s en ervaringen met het nieuwe, huidige accreditatiestelsel. Ook komt Zevenbergen met de officiële mededeling dat onze minister de heer Anne Flierman heeft benoemd tot nieuwe bestuursvoorzitter van de NVAO en dat mevrouw Ann Demeulemeester is benoemd tot vice-voorziter van het NVAO-bestuur. Paul Zevenbergen sluit af met een toelichting op het congresthema van vandaag: ‘Kwaliteit als cultuur’.

Plenaire ochtendsessies
Na deze opening volgt een interview met Wim Boomkamp (Saxion Hogescholen) en Martin Kropff (Wageningen University & Reseach). De dagvoorzitster voert een vraaggesprek over de ervaringen van hun twee instellingen met betrekking tot de inmiddels afgeronde Instellingstoets Kwaliteitszorg. Ze vertellen over hun ervaringen met deze NVAO-audit en de impact van die audit op de kwaliteitszorg en de kwaliteitscultuur binnen hun beide instellingen. Twee punten die hierin onder andere aan de orde komen, zijn:
  • Kwaliteitszorg doe je niet alleen voor de Instellingstoets, maar voor jezelf. Om die bewustwording te kweken, moet je gesprekken voeren in de hele organisatie.
  • In het nieuwe accreditatiestelsel is het beter dat we nu te maken krijgen met hardere oordelen, maar met zachtere consequenties van die oordelen.
Vóór de koffiepauze volgt dan nog een plenair debat over de kwaliteitscultuur in het hoger onderwijs, onder leiding van Anouschka Laheij. Dit gesprek wordt gevoerd met de aanwezigen in de zaal, met als speciaal hiertoe uitgenodigde panelleden: Tineke Westerveld (UMC), Bas van der Meijden (Windesheim), Thijs van Reekum (ISO), Karlijn Ligtenberg (LSVB) en Lucien Bollaert (NVAO). Dit debat wordt gevoerd aan de hand van drie stellingen.

Breakout over de rol van de docent
Tussen de koffie- en lunchpauze gaan we uiteen in subgroepen. In de bijzalen van het WTC worden zeven breakouts aangeboden over Kwaliteitsstructuur en over Kwaliteitscultuur. De eerste breakout die ik vandaag bijwoon, gaat over het betrekken van de docent bij de kwaliteitscultuur van een instelling voor hoger onderwijs; onder leiding van moderator Ann Demeulemeester (NVAO). Marie-Jet Fennema & Hans de Bresser (beiden UU) en Robert Bouwhuis (HR) presenteren hun good practices binnen hun universiteit en hogeschool. De Universiteit Utrecht (UU) hield zich bezig met de vraagstelling hoe je van kwaliteitscontrôle over gaat naar een kwaliteitscultuur. Ook komt in deze sessie aan de orde dat instellingen af moeten van het docenten uitsluitend opleggen van kwaliteitseisen, maar dat je toe moet naar co-creatie bij het realiseren van kwalitatief goed onderwijs.

Tia Loukkola
Na de lunch luisteren we naar de toespraak van de Finse keynote speaker Tia Loukkola, manager van het Institutional Evaluation Programme van de EUA. De titel die ze aan haar lezing gaf, is: ‘On the importance of quality culture’. Ze geeft aan dat bestuurders in het hoger onderwijs verklaren dat ‘Internationalisering’ en ‘Quality Assurance’ in de nu volgende jaren de hot items zullen zijn in het hoger onderwijs. Ze spreekt over actuele ontwikkelingen voor wat betreft bijvoorbeeld: Compliance Culture en Quality Culture. En ze benadrukt dat de participatie van alle belangengroepen in het hoger onderwijs (en dan vooral ook van studenten) bijdraagt aan het realiseren van een quality culture, waarbij ze afsluitend nog even meldt: “Practising this is quite challenging!”.

Cultuurspiegels
De tweede breakout die ik bijwoon, is getiteld: ‘Cultuurspiegels, integrale benadering van kwaliteitscultuur’, verzorgd door Dries Berings (Hogeschool-Universiteit Brussel). Deze workshop begint met een korte inleiding, waarna we in groepen een reflectieoefening doen, waarna Berings verdere uitleg geeft over zijn quality-model;daarbij een toelichting gevend op de principes, het model, het meetinstrument, de onderzoeksresultaten en de perspectieven. Moderator van deze workshop is Lucien Bollaert (NVAO).

Keynote van het Ministerie van OC&W
Tot 16.30 uur is de laatste keynote speaker: Ron Minnee, de plaatsvervangend Directeur-Generaal Hoger Onderwijs van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCenW). Minnee spreekt over verleden, heden en toekomst van de kwaliteit van het hoger onderwijs. Hij noemt dat het hoger onderwijs met meer excellentietrajecten zal komen, dat het hoger onderwijs uitdagender moet, dat er meer aandacht moet zijn voor de kwaliteit van docenten, en hij ziet dat er meer tevredenheidsmetingen in het hoger onderwijs worden gehouden. Er zijn al veel initiatieven van onderwijsverbetering zichtbaar, toch moeten we blijven doorgaan met het werken aan onderwijsverbetering.
Er zal meer aandacht komen voor externe validering van toetsing en examinering. De omvang van de administratieve last van al die kwaliteitszorgtaken blijft een punt van aandacht. Op dit moment ligt er nog een heel pakket nieuwe maatregelen als wetsvoorstel bij de Tweede Kamer, dat overigens tot na de zomer zal worden aangehouden, om eerst parallel nog een aantal bestuurlijke afspraken te maken in het hoger onderwijs en om de resultaten van het lopende inspectieonderzoek naar de werking van het nieuwe accreditatiestelsel af te wachten.

dinsdag 27 november 2012

Onderzoek Accreditatiestelsel Hoger Onderwijs

Dinsdag 27 november 2012

Kantoor van de Inspectie van het Onderwijs te Utrecht















Nieuw accreditatiestelsel
De Inspectie van het (Hoger) Onderwijs stelt periodiek onderzoek in naar het functioneren van het Nederlandse accreditatiestelsel in het hoger onderwijs. Momenteel wordt het onderzoek voorbereid naar het functioneren van het nieuwe accreditatiestelsel, dat is gestart met ingang van het jaar 2011. Dit onderzoek draagt bij aan de evaluatie (van het nieuwe stelsel), die het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap uitvoert.
 
Meta-toezicht
De onderwijsinspectie houdt al vanaf de start van het visitatiestelsel zogenoemd ‘meta-toezicht’ op dit stelsel. Bij de start van het huidige accreditatiestelsel - aanvang 2011 - is dit toezicht voortgezet. In dit verband zijn er al diverse evaluaties uitgevoerd en mede op grond hiervan zijn er verbeteringen van het accreditatiestelsel doorgevoerd.

Maatschappelijk vertrouwen
Met het vorige maand begonnen inspectieonderzoek wordt deze lijn voortgezet. Het accreditatiestelsel neemt in de kwaliteitsborging in het hoger onderwijs een centrale positie in. De inspectie wil met haar toezicht op het accreditatiestelsel de kwaliteit van dit stelsel onderzoeken en bevorderen. Dit toezicht staat daarmee ten dienste van een goed functioneren van het accreditatiestelsel, met het oog op het behoud en de versterking van het maatschappelijk vertrouwen in dit stelsel, en daarmee in de kwaliteit van het hoger onderwijs.
 
Resonansgroep
Ten behoeve van dit onderzoek heeft de onderwijsinspectie een Resonansgroep ingesteld, die haar zal adviseren over de onderzoeksopzet, tijdens de uitvoering van dit onderzoek en over de rapportage van dit onderzoek. Deze Resonansgroep bestaat uit leden van koepelorganisaties, deskundigen vanuit visitatiepanels, docentenvertegenwoordigers, een student en een onafhankelijk lid. Vandaag woon ik als representant van de onderwijsvakbond CNV-Onderwijs de eerste bijeenkomst van deze Resonansgroep bij.

Stelselonderzoek
Coördinerend inspecteur hoger onderwijs, onderzoeksleider Bert de Vries legt bij aanvang van deze bijeenkomst in het inspectiekantoor te Utrecht uit dat het hier gaat om een onderzoek, dat het Nederlandse accreditatiestelsel betreft. Dit toezicht betreft dus niet primair het toezicht op de Nederlands Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO) en/of het toezicht op de kwaliteit van het aangeboden onderwijs in een instelling, maar onderzoekt het functioneren van het actuele accreditatiestelsel
 
Gesprekspunten
In deze bijeenkomst spreken we als Resonansgroep vanmorgen over de inhoud van het concept-Toezichtskader en over de beoogde opzet van het reeds aangevangen ‘Onderzoek Accreditatiestelsel 2012-2013’. Een aantal zaken die daarbij onder andere aan bod komen, zijn:
  • Het stapelen van toezicht;
  • Met betrekking tot het stelsel: de basis, de effectiviteit en efficiëntie, de kwaliteit, de mate van tevredenheid en het vertrouwen dat dit stelsel uitstraalt;
  • De gehanteerde definities in het veld;
  • De onderzoeksobjecten: statische elementen zoals het vastgelegde kader en dynamische aspecten zoals latere aanpassingen van het stelsel;
  • Het scheiden van toezicht op het stelsel en op de hoger onderwijsinstellingen;
  • De kwaliteit van Kritische Reflecties en van Visitatiepanels;
  • De verbeterfunctie van het huidige accreditatiestelsel;
  • De administratieve lasten en de kosten van het accreditatiestelsel;
  • Beoordelingsstandaarden, Evaluatievragen en Onderzoeksvragen;
  • De projectopzet en de inrichting van het onderzoek;
  • De inspectierapportage van èn het bestuurlijk vervolg op dit inspectieonderzoek.
Inrichting van het onderzoek
In de volgende bijeenkomsten zal de Resonansgroep met de projectleiding nader ingaan op de onderzoeksvragen en op de nadere inrichting van specifieke case studies in de tweede fase van dit onderzoek. Aan de Resonansgroep is het dan om goed te adviseren op de voorgestelde onderzoeksvragen, waarbij zoveel mogelijk rekening moet worden gehouden met het uniformeren en differentiëren van de onderzoeksvragen, rekening houdend met de diversiteit van het Nederlandse Hoger Onderwijs.

donderdag 22 november 2012

Prestatieafspraken in het hoger onderwijs



Donderdag 22 november 2012
Kennisuitwisseling in subgroepen















Collegiale verkenning
Tijdens de netwerkbijeenkomst van ons Platform HBO van het Nederlands Netwerk voor Kwaliteitsmanagement (NNK) staan we vandaag stil bij de Prestatieafspraken, die zijn gemaakt tussen enerzijds het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCenW) en anderzijds de instellingen in het hoger onderwijs. Hoewel alle afspraken nog niet formeel afgesloten zijn en er inmiddels een nieuw kabinet is aangetreden, achten we het verstandig om in dit stadium als kwaliteitszorgmedewerkers alvast met elkaar te verkennen wat deze afspraken ons en anderen waard zijn.
Paul Nieuwenhuis – voorzitter van dit HBO-netwerk  - heet de 17 deelnemers welkom in een vergaderzaal van het ‘Cursus- en Vergadercentrum Domstad’ te Utrecht en introduceert het thema “Prestatieafspraken” aan de hand van één van de afspraken (Bachelor-rendement), die Saxion Hogeschool met het onderwijsministerie heeft gemaakt.

Werkvragen
Enkele vragen die in de bijeenkomst van vandaag aan de orde komen, zijn:

  1. Welke Prestatieafspraken hebben de hogescholen gemaakt?;
  2. Hoe zijn die afspraken tot stand gekomen en wie waren daarbij betrokken?;
  3. Hoe zijn en/of worden deze Prestatieafspraken binnen de betreffende hogescholen geïmplementeerd?;
  4. Wat is bij die implementatie de rol van kwaliteitszorgsmedewerkers?;
  5. Hoe kijken instellingen voor hoger onderwijs aan tegen de Prestatieafspraken, en hoe kijkt men van buiten hier naar?

Programma
In vier subgroepen wisselen we eerst uit hoe de verschillende hogescholen met de prestatieafspraken omgaan, uitgaande van de bovenstaande vraagstelling.
Een aantal items die in de terugkoppeling na afloop uit deze subgroepen komen, zijn:

  • De eigen – al bestaande – ambitienivo’s van hogescholen zijn veelal leidend geweest voor het formuleren van de Prestatieafspraken;
  • In dit proces verander(d)en de rollen van enerzijds de afdelingen Planning & Control en anderzijds de afdeling Kwaliteitszorg van een hogeschool. Daarbij kregen de afdelingen Planning & Control – die doorgaans meer procesgeoriënteerd waren/zijn – meer invloed;
  • Prestatieafspraken gaan vaker over het verhogen van normen, dan over het verhogen van de studenteninstroom in het hoger onderwijs;
  • Het formuleren van Prestatieafspraken zorgde doorgaans niet voor een stormachtige sfeer in de hogeschool; ze bouwden namelijk veelal voort op de inhouden van de reeds voorliggende management-contracten;
  • Een ook nu nog voortdurend probleem blijft het hanteren van de verschillende definities omtrent de gehanteerde prestatieafspraken;
  • De meeste Prestatieafspraken zijn niet bijster ambitieus;
  • Sommige hogescholen hebben nu – i.v.m. hun prestatieafspraken – een grote(re) focus op de Studententevredenheidsonderzoeken (van bijvoorbeeld NSE);
  • Sommige Colleges van Bestuur gaven het opleidingsmanagement hoge, strenge normen, maar geven de opleidingen wel volop ruimte om die normen op eigen wijze te behalen;
  • De door de hogescholen vastgestelde Prestatieafspraken worden veelal door één of meer specifieke projectgroepen geïmplementeerd in de staande organisatie van een hogeschool;
  • Veel studentengerelateerde Prestatieafspraken zijn veelal heel concreet geoperationaliseerd en zijn voor studenten en docenten dan ook uitdrukkelijk controleerbaar;
  • Veel Jaarplannen/Teamplannen van opleidingen bevatten inmiddels informatie over instrumenten en middelen, die worden ingezet om de Prestatieafspraken te implementeren en te behalen.

Casus Hogeschool van Amsterdam
Na de pauze volgt een presentatie van beleidsmedewerker Jos van Hijfte, werkzaam bij de Hogeschool van Amsterdam (HvA). Hij neemt ons in zijn presentatie mee in de praktijk van deze hogeschool met betrekking tot het tot stand komen en het implementeren van de Prestatieafspraken.

  • Van Hijfte benadrukt de kwaliteitsproblemen, die onvermijdelijk ontstaan door een te snelle groei van het aantal studenten van een hogeschool.
  • Een ander punt is dat de Planning & Control-processen van een hogeschool veel meer een inhoudelijke component moeten krijgen voor wat betreft onderwijs en onderzoek, maar dan loop je tegen het probleem aan dat dergelijke afdelingen van een hogeschool doorgaans geen expertise bezitten op het gebied van onderwijs en onderzoek in een opleiding voor hoger onderwijs.
  • Naast het proces om te komen tot Prestatieafspraken heeft de HvA parallel ook en proces laten lopen van Profilering (met betrekking tot Urbanisatie en Ondernemerschap).
  • Voor hogescholen vormt het moeten werken met verschillende stelsels voor het fungerende hogeschoolinformatiesysteem een praktisch probleem. Dat ene hogeschoolinformatiesysteem moet nu bijvoorbeeld informatie leveren op grond van vraagstellingen uit de eigen hogeschoolorganisatie, naast de vereisten van de Basisgegevens waar de NVAO om vraagt, naast de gegevens en informatie die hogescholen nu ook nog moeten leveren voor de Prestatieafspraken. Verschillen in definities en verschillen in daarbij behorende systeemvereisten bemoeilijken de invoer, verwerking en uitvoer van respectievelijk gegevens en informatie.

Implementatieperikelen
Bij de HvA worden per Prestatieafspraak de maatregelen benoemd, die nodig zijn om de betreffende Prestatieafspraken te behalen, waarna ook per maatregel zowel kwalitatief als kwantatief monitoring op processen en resultaten plaatsvindt. Bij de implementatie en bij de monitoring worden ook direct de NVAO-standaarden al meegenomen.
Het grootste probleem binnen een hogeschool vormt de stapeling van de dossiers die niet (geheel) op orde zijn. Denk bijvoorbeeld aan onvolkomenheden in studentendossiers/-portfolio’s, in opleidingsrendementen en/of in het niet correct functioneren van opleidingsexamencommissies.
Jos van Hijfte: “Een deel van het geheim van je succes zit in je docenten”.

Afsluiting
Aan het eind van deze bijeenkomst volgt nog een korte ronde ‘Halen en brengen’. Daarna sluit netwerkvoorzitter Paul Nieuwenhuis deze netwerkbijeenkomst.

zaterdag 23 juni 2012

Van CROHO naar aCROHO


Vrijdag 22 juni 2012
Het Servicekantoor van de Dienst Uitvoering Onderwijs in Utrecht















CROHO
Op uitnodiging van de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) ben ik vandaag in het Servicekantoor van de DUO te Utrecht aanwezig bij een aCROHO-bijeenkomst. DUO is de nieuwe naam van de IBG, de voormalige Informatie Beheer Groep. De huidige DUO is het uitvoeringsorgaan van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, dat behalve het beheer over de Studiefinanciering ook het zogenoemde CROHO beheert, het Centraal Register Opleidingen Hoger Onderwijs, een lijst waarin van alle instellingen voor hoger onderwijs alle geaccrediteerde opleidingen met hun kenmerken staan geregistreerd.

Van analoog naar digitaal
Als vertegenwoordiger van Stenden Hogeschool zorg ik voor alle opleidingsregistraties in het Croho. Tot op heden worden alle veranderingen van de opleidingsregistraties via een mutatiebrief per post door ons doorgegeven aan de DUO te Groningen, waarna de DUO deze veranderingen in het CROHO doorvoert. Die schriftelijke procedure zal komende zomer worden omgezet in een digitale procedure, waarin mutaties via internet kunnen worden doorgegeven, in plaats van via de huidige procedure per briefpost. Daartoe is ‘aCROHO’ momenteel in ontwikkeling bij de DUO.

aCROHO
‘aCROHO’ is de nieuwe webapplicatie, die bedoeld is voor het online aanleveren en verwerken van opleidingsgegevens in het hoger onderwijs. Doel is om een juiste opleidingsregistratie in het CROHO te hebben en te houden. De afdeling binnen de DUO die zich hiermee bezig houdt, is de afdeling SSG, de afdeling StudieSchoolGegevens. De nieuwe web-applicatie aCROHO is ontwikkeld om de papierstroom tussen de onderwijsinstellingen en de DUO te verminderen en om het mutatieproces inzichtelijker te maken. Vandaag verzorgen drie medewerkers van de afdeling SSG van de DUO in Utrecht voor ons een informatieve presentatie over deze nieuwe webapplicatie aCROHO.

Web-applicatie
Zowel medewerkers van onderwijsinstellingen als medewerkers van de afdeling SSG van de DUO kunnen met behulp van deze applicatie wijzigingen doorvoeren in de registratie van het CROHO. Medewerkers van de instellingen voor hoger onderwijs krijgen via een zogenoemde ‘token’ online toegang tot de web-applicatie. Hiermee krijgen zij bijvoorbeeld de mogelijkheid om te zien wat de status van een aanvraag is. Onderwijsinstellingen kunnen via aCROHO uiteraard alleen hun eigen instellings-opleidingsdossiers raadplegen en muteren.

Nieuw mutatieproces
De medewerkers van de DUO laten nu zien hoe de nieuwe web-applicatie van aCROHO met ingang van september 2012 actief zal zijn. Daarbij wordt vandaag binnen de zogenoemde ‘veldtestomgeving’ uitgelegd op welke wijze je lopende aanvragen kunt bekijken, op welke manier je nieuwe opleidingen in het CROHO kunt (laten) registreren en hoe je wijzigingen in het actuele CROHO kunt (laten) invoeren. Als door het College van Bestuur geautoriseerde medewerker kun je vanaf 1 september 2012 alle mutaties in aCROHO online invoeren en bij afronding digitaal verzenden naar de DUO, waarna de SSG-medewerkers van de DUO na een inhoudelijke check de ingevoerde mutatie(s) vastleggen in het CROHO. Vanaf dat moment zijn dan die mutaties verwerkt in het CROHO en zijn die openbaar en derhalve ook publiek te raadplegen via de website van de DUO.

donderdag 9 februari 2012

Communicerende vaten


Donderdag 9 februari 2012
Presentatie van Arita Baaijens in de Kloosterkerk















We zijn onlosmakelijk verbonden.
Waar één beweegt, bewegen we allemaal.
Samen zoeken we opnieuw balans.

HO-conferentie 2012
Met de titel ‘Communicerende vaten’ èn met bovenstaand onderschrift begint het programmaboekje van de jaarlijkse Hoger Onderwijs-(HO)-conferentie die wordt georganiseerd door de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, die ik vandaag – samen met enkele Stenden-collega’s – bijwoon in Leerhotel Het Klooster te Amersfoort. Deze jaarlijkse conferentie biedt je de mogelijkheid om je op de hoogte te stellen van actuele thema's en ontwikkelingen in het hoger onderwijs en om daarover te spreken met collega's van collega-onderwijsinstellingen.

Speech van de Staatssecretaris Hoger Onderwijs
Even na 10.00 uur opent de dagvoorzitter deze jaarlijkse HO-conferentie en daarna volgt het openingswoord door Regina Riemersma, hoofddirecteur Uitvoering & Dienstverlening van de DUO (voorheen bekend als de IBGroep). Daarna zou een plenaire presentatie volgen van Halbe Zijlstra, staatssecretaris Hoger Onderwijs van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Zijn vervanger van het ministerie – Ron van der Meer -  staat nog in de file, dus zijn speech spreekt hij uit aan het eind van het ochtendprogramma.
Van der Meer spreekt de tekst uit van de speech die de staatssecretaris vanmorgen had zullen uitspreken. Zijn speech over actuele ontwikkelingen in het Hoger Onderwijs en over de Studiefinanciering gaat onder andere over de volgende items:
  • De Wet verhoging collegegeld langstudeerders;
  • Het project BRON-HO;
  • De start van het Diplomaregister;
  • De Strategische Agenda Hoger onderwijs, Onderzoek en Wetenschap;
  • Het werk van de Commissie Prestatieafspraken Hoger Onderwijs;
  • De vernieuwing van de Studiefinanciering.
Ron van der Meer namens Halbe Zijlstra: allemaal ontwikkelingen om samen de kwaliteit van het hoger onderwijs te verhogen.

Hoger onderwijs als ontdekkingsreis
Omdat de speech van staatssecretaris Zijlstra pas later in de ochtend kan worden uitgesproken, is eerder vanmorgen het podium van de Amersfoortse Kloosterkerk voor Arita Baaijens, ontdekkingsreizigster, schrijfster en fotograaf. Met haar plenaire presentatie ‘Succesvol omgaan met veranderingen’ - over haar ontdekkingsreis door de woestijn - beoogt ze suggestieve vingerwijzingen te geven naar ons werk in het hoger onderwijs. Ze spreekt over  de woestijn, die te klein was voor twee grote ego’s en over de angst, die voortkomt uit wat je nog hebt en wat je nog kunt verliezen.
Arita Baaijens:
  • Paniek en te sterke emoties zijn funest, omdat je dan niet meer weet wat je doet;
  • Wat doe je dan wel bij paniek & emoties: Stop, Denk na, Accepteer de feiten, Geef niet op, Analyseer de situatie en Kom in actie;
  • Verzet en stress beperken je mogelijkheden en kosten teveel energie;
  • Bij een positieve mentale houding is alles mogelijk.

Rekenschap
Voor en na de lunch volgen de twee workshoprondes. De eerste workshop ‘Rekenschap’ die ik bijwoon, is de sessie van Natascha van Schie en Anita Schilperoort, werkzaam bij de Directie Rekenschap van de Inspectie van het Onderwijs. De auditoren van deze inspectieafdeling integreren het risicogerichte financieel toezicht met het onderwijskundige kwaliteitstoezicht. De twee Rekenschap-hoofdtaken komen in de workshop aan de orde: enerzijds het toezicht op rechtmatigheid en doelmatigheid en anderzijds het toezicht op de financiële continuïteit. Ze vertellen ook dat in het toezicht op de scheiding van publieke en private geldstromen in het hoger onderwijs, de grenzen tussen publiek en privaat nog iets scherper zullen worden getrokken.

Joint Degree
De tweede workshop die ik na de lunchpauze bijwoon, is de sessie over de ‘Joint Degree’, de graad die hoort bij opleidingen die door twee of meer opleidingen in binnen- en /of met buitenland gezamenlijk worden aangeboden en die bij afstuderen worden afgesloten met een gezamenlijk diploma van die participerende instellingen. In deze workshop wordt uitgelegd dat bij het aanbieden van een joint degree voor gezamenlijke bestaande opleidingen, gezamenlijke nieuwe opleidingen en gezamenlijke afstudeerrichtingen er in alle gevallen voorafgaand accreditatie moet wordt aangevraagd bij de Nederlands-Vlaamse Accreditatie Organisatie (NVAO). Deze accreditatie is vereist om te worden ingeschreven als Joint Degree-opleiding/-programma in het Centraal Register voor het Hoger Onderwijs, het CROHO dat door de DUO wordt beheerd. In deze workshop worden de juridische en uitvoeringsaspecten van een joint degree met ons besproken.

Ga Kathedralen Bouwen
Na de theepauze volgt in de Kloosterkerk plenair een korte terugkoppeling van de inhouden, zoals die de revue zijn gepasseerd in alle workshops van deze dag.
Het middagprogramma wordt plenair afgesloten met een presentatie van Daan Quakernaat.
Daan Quakernaat:
  • Wij zijn bang geworden; we willen alle zekerheid vooraf; daar gaan we aan kapot;
  • We moeten weer leren om mooie dingen te maken, zonder dat we van tevoren weten of het lukt;
  • Problemen moet je oplossen; het domste wat je tijdens het bouwen van je kathedralen kunt doen, is met de bouw te stoppen;
  • Op kwaliteit is nog een hoop te verbeteren; dat moeten we durven en doen!
  • Als je niet kunt leren van je fouten, kun je nooit kathedralen bouwen; dan vind je dus ook nooit de weg naar boven.
  • Reken af en gedoog niet.
  • Vlucht niet in beleid, in administratie en in bureaucratie.
  • Durf radicale, idiote plannen waar te maken, ik vraag van je dat je fouten maakt, elke fout maar één keer, leer daar van. Er moet ruimte zijn om te leren. En ga altijd door met bouwen!

vrijdag 14 januari 2011

Werkbezoek met PIE bij NVAO in Den Haag

Donderdag 13 januari 2011

Als vervolg op ons werkbezoek aan het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 26 april 2010 zijn we vandaag voor overleg bij de Nederlands-Vlaamse Accreditatie Organisatie (NVAO), ook te Den Haag. Samen met een medewerker van het Platform for International Education (PIE) gaan we in overleg met twee NVAO-beleidsmedewerkers met als specialismen Internationalisering en het nieuwe Accreditatiestelsel 2010, dat per 1 januari 2011 in werking is getreden.

Vandaag staat de vraag centraal op welke wijze zogenoemde “non-degree courses” met ingang van de invoering van het nieuwe accreditatiestelsel geaccrediteerd kunnen worden, teneinde de mogelijkheid open te houden voor studenten van buiten de Europese Unie om met een door de Immigratie en Naturalisatie Dienst (IND) verstrekte verblijfsvergunning voor de reguliere studieduur een onderwijsprogramma te kunnen volgen bij een in Nederland gevestigde onderwijsaanbieder. Dit vraagstuk is momenteel relevant voor bekostigde hoger onderwijsinstellingen, voor onbekostigde rechtspersonen voor hoger onderwijs en voor alle overige onderwijsaanbieders die opereren in de Nederlandse markt voor hoger onderwijs, indien zij “international non-degree courses” aanbieden, waaraan ook “non-EU-students” deel kunnen nemen.

Met zijn vieren worden alle ons bekend zijnde oplossingsscenario’s geïnventariseerd en komen we tot de beantwoording van de werkvragen met betrekking tot de nieuwe systematiek van accrediteren in het Nederlandse hoger onderwijs. Voor de onderwijsbiedende instellingen en voor hun accreditatiewensen waarin het nieuwe accreditatiestelsel niet voorziet, zal anderszins in tweede instantie moeten worden gezocht naar alternatieve wegen. Komt tijd, komt raad, dus ook voor die vraagstukken zal in de komende maanden wellicht een oplossing volgen.

zaterdag 26 september 2009

Visitatievoorbereiding van een nieuwe HBO-opleiding

Vrijdag 25 september 2009

Het starten van een nieuwe opleiding in het Hoger Beroepsonderwijs (HBO) is geen sinecure. Een jarenlang proces van onder andere marktonderzoek, haalbaarheidsstudie, conceptontwikkeling, ontwerp en curriculumbouw wordt binnen Stenden hogeschool doorlopen, alvorens bij de overheid goedkeuring wordt verkregen om te mogen starten met een nieuwe opleiding.

In de afgelopen jaren heeft Stenden hogeschool zo'n traject doorlopen. Samen met een grote groep vertegenwoordigers uit het werkveld - waarvoor de nieuwe opleiding studenten zal gaan opleiden - is een opleidingsconcept ontwikkeld en is een blauwdruk gemaakt van een HBO-bachelor-opleiding, waarvan het werkveld, de hogeschool en potentiële studenten zeggen dat dit een opleiding wordt waarin studenten goed worden voorbereid om na vier studiejaren als goed gekwalificeerd, beginnend beroepsbeoefenaar het betreffende werkveld in te gaan.

De medewerkers van Stenden hogeschool en de experts uit het werkveld zijn nu klaar om binnenkort de kwaliteit aan te tonen van de ontwikkelde opleidingsplannen. Daartoe zal op afzienbare termijn een visitatiecommissie van de Nederlands-Vlaamse Accreditatie Organisatie (NVAO) bij ons op bezoek komen om de kwaliteit van de planvorming te toetsen aan de toetsingscriteria die voor een nieuwe bachelor-opleiding in het hoger beroepsonderwijs gelden. Als de NVAO besluit om deze nieuwe opleiding te accrediteren, zal Stenden hogeschool bij de Minister van Onderwijs & Wetenschap (OC&W) ook de overheidsbekostiging van deze dan geaccrediteerde opleiding proberen te verkrijgen.

Nu de visitatie van de nieuwe opleiding in zicht is, en alles klaar ligt om geverifieerd te worden, is het moment gekomen om alle deelnemende partijen van de visitatie goed voor te bereiden op de naderende visitatiedag. Het projectmanagement-team van deze nieuwe opleiding heeft mij gevraagd om vanmiddag een presentatie te verzorgen over de wijze waarop de visitatie over enkele weken zal plaatsvinden. Samen met de groep vertegenwoordigers/experts uit het betreffende werkveld loop ik vanmiddag alle relevante zaken daartoe door. Na mijn inbreng volgen een aantal inhoudelijke bijdragen van enkele andere collega's. Aan het eind van de middag zijn de werkveldvertegenwoordigers goed voorbereid om er samen met de vertegenwoordigers van de hogeschool voor te kunnen zorgen dat alle gevraagde informatie binnenkort aan het visitatiepanel van de NVAO wordt gegeven. Deze informatie heeft de visitatiecommissie nodig om vervolgens een beargumenteerd, positief accreditatieadvies uit te kunnen brengen.

dinsdag 7 april 2009

Nachtelijke duikvlucht van vleermuizen onder het Kennisplein

Dinsdag 7 april 2009

In de weken dat de vleermuizen van het Leeuwarder Rengersparkgebied uit hun winterslaap ontwaken, wordt een duiker voor vleermuizen aangelegd, die onder het in aanleg zijnde Kennisplein van de Kenniscampus Leeuwarden door loopt. Na het kappen van bomen voor de nieuwbouw van de NHL aan de Rengerslaan ontstond twee jaar geleden in het voorjaar grote commotie rondom de hier verblijvende vleermuizen. Deze beschermde dieren zouden door de bomenkap van de bomen die langs de Oude Meer stonden hun natuurlijke oriëntatiepunten kwijt zijn.

Verwacht wordt dat deze vleermuizen die in het Rengerspark wonen vanaf begin april 's avonds weer gebruik gaan maken van de gebruikelijke vliegroute naar hun voedselgebied in de Groene Ster ten oosten van Leeuwarden. Op aandringen van onder andere de Algemene Inspectie Dienst (AID) en de Friese Milieu Federatie (FMF) is twee jaar geleden een corridor geplaatst en ook vorig jaar werden de vliegende zoogdieren langs de nieuwbouw tussen de NHL en Stenden hogeschool door geleid.

De corridor bestond vorig jaar uit een drie meter hoog hekwerk dat aan weerskanten van de doorvliegroute kwam te staan. Die schermen werden met zwarte doeken bekleed. Uit onderzoek van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Visserij bleek twee jaar gelden dat de vleermuizen de corridor inderdaad gebruikten.

De aanleg van het Kennisplein tussen Stenden hogeschool en de NHL begint met de gebruikelijke grondwerkzaamheden èn met het ondergronds plaatsen van een grote buis, een zogenoemde "duiker". Deze grote tunnel is speciaal gemaakt voor de bijzondere vleermuizen in dit gebied. De tunnel maakt straks deel uit van de route die de verblijfplaats van de vleermuizen in het Rengerspark verbindt met het voedselgebied in natuurgebied de Groene Ster. Op het Stenden hogeschoolterrein wordt op deze wijze rekening gehouden met de aanwezige vleermuizen. Medio maart is begonnen met de aanleg van de betonnen duiker. Hiermee kunnen de vleermuizen op het traject waar het bovengronds vliegen voor problemen zou kunnen zorgen, door de inmiddels aangelegde duiker deels ook ondergronds van het Rengerspark naar de Groene Ster vliegen.

woensdag 11 maart 2009

Evidence based: het beste onderwijs?

Woensdag 11 maart 2009

Vanmiddag en vanavond vindt de Windesheim Onderwijslezing 2009 plaats in de Christelijke Hogeschool Windesheim te Zwolle. De School of Education van Windesheim en VU podium organiseren jaarlijks deze Onderwijslezing voor een brede doelgroep binnen het onderwijswerkveld, zoals docenten, managers en bestuurders van partnerscholen, onderwijskundigen en studenten. Het thema dit jaar is: ‘Evidence based: het beste onderwijs?’.

Eerst wetenschappelijk bewijzen dat een methode werkt, daarna pas invoeren. Deze Evidence based-aanpak om vernieuwingen in het onderwijs aan te brengen, wint steeds meer terrein. Het Ministerie van OC&W steekt veel geld in projecten zoals "Onderwijs Bewijs". Universiteiten en hogescholen richten onderzoeksinstituten in. Onderzoek wordt steeds belangrijker bij het ontwikkelen en invoeren van onderwijsvernieuwingen. Maar hoe bepaal je de kwaliteit en het resultaat van onderwijs en onderwijsvernieuwingen? Een vraagstuk met zeer uiteenlopende dimensies, dat direct verbonden is aan de dagelijkse onderwijspraktijk en tevens het Windesheim-speerpunt "Pedagogische kwaliteit van het onderwijs".

Vanuit uiteenlopende aandachtsgebieden schenkt de Onderwijslezing 2009 aandacht aan Evidence based-onderwijs. De volgende vier deskundigen geven hun visie:

Prof. dr. Geertje van der Werf, hoogleraar Onderwijs & Leren bij het GION, Gronings Instituut voor Onderzoek van Onderwijs van de Rijksuniversiteit Groningen en van daaruit ook betrokken bij het Top Institute for Evidence Based Education Research (TIER). Van der Werf: We hebben meer Evidence nodig op basis van hoogwaardig onderzoek dat het gegeven onderwijs effectief is. De kwaliteit van het onderwijs moet in de praktijk worden aangetoond. We moeten Evidence based-beleid formuleren, Evidence based-onderwijs in praktijk brengen en een Evidence based-cultuur bevorderen.

Dr. Yvonne Leeman, lector Pedagogische Kwaliteit van het Onderwijs aan Windesheim. Leeman: Onderwijs dat alleen put uit een reservoir van kennis volstaat niet. Beroepsmatig handelen gebeurt op grond van cognitie èn emotie. Je moet kennis leren gebruiken, daarbij gebruik makend van je morele denkkaders en van je creativiteit. Kennis is meetbaar, maar je morele denkkaders en je emotie zijn moeilijk tot niet meetbaar en derhalve in de Evidence based-aanpak eenvoudig terzijde te schuiven. De Evidence based-aanpak biedt dus maar een zeer beperkte kijk op het functioneren van leerkrachten.

Prof. dr. Jan Jacob van Dijk, tweede kamerlid (CDA) met onderwijs in zijn portefeuille. Van Dijk: Het is vrijwel onmogelijk om het te onderzoeken onderwijs zo te isoleren dat je kunt aantonen welk onderwijs het beste is. Omdat taal en rekenen eenvoudig meetbaar zijn, leggen we daar de nadruk op, maar waar blijft nu eigenlijk onze aandacht voor bijvoorbeeld de mate waarin leerlingen leren/kunnen samenwerken? De kwaliteit van de docent is van doorslaggevend belang; ze moeten bovenal een onderzoekende houding aanleren tijdens hun lerarenopleiding.

Dhr. Pierre Noordmans, docent en ontwikkelaar aan het Deltion College te Zwolle. Noordmans: De laboratorium-onderzoeken van de Evidence based-aanpak vertragen alle innovatie, want dan zou we een een onderwijsinnovatie bijvoorbeeld pas na vier jaar onderzoek kunnen invoeren. Dan is die innovatie allang weer verouderd. En de Amerikaanse filosoof Dewey (1859-1952) zei al: "Research can tell us what worked, but cannot tell us what works".

Na de bijdragen van deze vier deskundigen wordt tijdens een paneldiscussie, waarin het publiek een actieve bijdrage heeft, verder ingegaan op de voor- en nadelen van evidence based-onderwijs. Tijdens het buffet krijgen we de opdracht om in subgroepjes een flessenpost-brief op te stellen met daarin een korte beschrijving van ons droom-onderwijs. Die flessen worden van boven uit het raam gegooid, beneden in het duister opgevangen, in een rubberboot geladen en dan verdwijnen ze over water in het duister. Zullen al deze dromen in het toekomstig onderwijs ooit uit komen?

dinsdag 25 november 2008

Proefvisitatie Toets Nieuwe Opleiding in Leeuwarden

Dinsdag 25 november 2008

Stenden hogeschool heeft vergevorderde plannen om een nieuwe opleiding te starten in Leeuwarden. Het is voor Nederland een unieke HBO-Bachelor-opleiding, die eerst nog wel moet worden geaccrediteerd door de Nederlands-Vlaamse Accreditatie Organisatie (NVAO) en waarvan daarna nog de zogenoemde Doelmatigheidstoets zal worden doorlopen bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap teneinde ook voor overheidsbekostiging in aanmerking te komen. De nieuwe opleidingsplannen zijn klaar om gepresenteerd te worden aan de NVAO. Om de opleiding te accrediteren, zal de NVAO in 2009 bij ons op bezoek komen voor een zogenoemd visitatiebezoek. Vandaag vinden in Leeuwarden de voorbereidingen plaats tijdens een daartoe georganiseerde proefvisitatiedag.

De hele dag begeleid ik de te interviewen groepen docenten, management, werkveldvertegenwoordigers en curriculum-ontwikkelaars, voordat ze met een proefvisitatiepanel van interne en externe inhoudsdeskundigen in gesprek gaan. Na alle panelgesprekken verzorg ik ook de debriefings, waarin we van elkaar horen waar we nog enige aandacht aan dienen te besteden. Het is mooi om te zien hoe deskundig en betrokken de geïnterviewde groepen achtereenvolgens de revue passeren. Halverwege de middag kijken we in een plenaire sessie terug op de resultaten van deze dag. We zijn weer een belangrijke stap dichter bij het aanbieden van deze nieuwe opleiding. De toevoeging van deze nieuwe loot aan de Stenden-stam zal een waarde(n)volle bijdrage leveren aan het maatschappelijk profiel van onze hogeschool.

woensdag 1 oktober 2008

Proefvisitatie in Emmen

Woensdag 1 oktober 2008

Stenden hogeschool heeft vergevorderde plannen om een nieuwe opleiding te starten in Emmen. Het is een juweeltje van een opleiding, die eerst nog wel moet worden geaccrediteerd door de Nederlands-Vlaamse Accreditatie Organisatie (NVAO) en waarvan daarna nog de zogenoemde Doelmatigheidstoets zal worden doorlopen bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap teneinde ook voor overheidsbekostiging in aanmerking te komen.

De nieuwe opleidingsplannen zijn klaar om gepresenteerd te worden aan de NVAO. Om de opleiding te accrediteren, zal de NVAO binnenkort bij ons op bezoek komen voor een zogenoemd visitatiebezoek. Vandaag vinden in Emmen de voorbereidingen plaats tijdens een daartoe georganiseerde proefvisitatiedag.

De hele dag begeleid ik de te interviewen groepen docenten, management, bestuur, werkveldvertegenwoordigers en curriculum-ontwikkelaars, voordat ze met een proefvisitatiepanel van interne en externe inhoudsdeskundigen in gesprek gaan. Na alle panelgesprekken verzorg ik ook de debriefings, waarin we van elkaar horen waar we nog enige aandacht aan dienen te besteden.

Het is mooi om te zien hoe kundig, betrokken en enthousiast de geïnterviewde groepen achtereenvolgens de revue passeren. Tegen de avond kijken we in een plenaire sessie met tevredenheid terug op de resultaten van deze dag. We zijn weer een belangrijke stap dichter bij het aanbieden van deze nieuwe HBO-Bachelor-opleiding, waarvan de werkveldvertegenwoordigers ook vandaag weer verklaren dat zij het bijzonder op prijs zouden stellen als Stenden hogeschool samen met het werkveld het nieuwe opleidingsplan realiseert.