Posts tonen met het label Utrecht. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Utrecht. Alle posts tonen

dinsdag 2 juli 2013

Rondje accreditatie rond het IJsselmeer

Dinsdag 2 juli 2013 
Hogeschoolvestiging van Inholland in Den Haag
















Resonansgroep Inspectie Hoger Onderwijs
Vanmorgen zijn we voor de vierde en laatste maal bijeen als Resonansgroep voor de Inspectie van het Hoger Onderwijs. We vergaderen wederom in het kantoor van de Inspectie voor het Onderwijs in Utrecht. De Inspectie heeft een Resonansgroep geïnstalleerd, bestaande uit vertegenwoordigers van verschillende belangenorganisaties, zoals de Verenigingen van instellingen voor bekostigd en onbekostigd Hoger Onderwijs (universiteiten en hogescholen), Evaluatieburo's, het Interstedelijk Studenten Overleg, en ik vertegenwoordig de medewerkers(docenten)belangen namens CNV-Onderwijs.

Kwaliteit Nederlands Accreditatiestelsel
In opdracht van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap houdt de Inspectie van het Hoger Onderwijs toezicht op de kwaliteit van het Nederlandse Accreditatiestelsel in het Hoger Onderwijs. In het kader van die toezichtstaak doet de Onderwijsinspectie in de eerste helft van dit jaar een onderzoek naar de kwaliteit van het huidige Accreditatiestelsel voor hogescholen en universiteiten. Als Resonansgroep adviseren we de Onderwijsinspectie tijdens dit onderzoeksproject op onderdelen zoals de opzet van het onderzoek, de onderzoeksvragen en op het onderzoeksrapport.

Feedback op concept-Inspectierapport
Vanmorgen komen we bijeen om het concept van het onderzoeksrapport te bespreken, waarin de uitkomsten van het onderzoek staan geschreven op het gebied van bijvoorbeeld onafhankelijkheid, deskundigheid, betrouwbaarheid, validiteit, zorgvuldigheid, kwaliteitsborging, stimulerende werking, transparantie, accreditatielasten, dekking en wettelijke vereisten. Daarnaast bespreken we de vijf uitgangspunten bij de invoering van dit nieuwe stelsel en tenslotte nog zaken als conclusies, aanbevelingen, beschouwing en vervolgtoezicht.
Naar verwachting zal in september 2013 het Inspectieonderzoek worden gepubliceerd.

Rondje IJsselmeer
Vanmorgen ben ik vanuit Stiens via Flevoland naar het Inspectiekantoor in Utrecht gereden. 
Als daar de vergadering van de Resonansgroep is afgelopen, rijd ik na het middaguur vanuit Utrecht naar Den Haag, om daar naar een volgende bijeenkomst te gaan in hogeschool Inholland
Aan het eind van de middag rijd ik dan van Den Haag via de Afsluitdijk naar Stiens. 
Daarmee is het rondje rond het IJsselmeer weer rond.

Hersteltrajecten Accreditatie
Het nieuwe Accreditatiestelsel dat wij vanmorgen bij de Onderwijsinspectie bespraken, heeft een verbeterfunctie in zich. Eén van de maatregelen die in dat stelsel kan worden genomen, is dat aan een hogeschool-opleiding een hersteltraject kan worden toegekend, indien de kwaliteit op een accreditatiestandaard niet aan de maat blijkt te zijn tijdens een visitatie.
Enkele hogeschoolopleidingen in Nederland hebben door de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO) inmiddels zo'n verbetertraject toegekend gekregen en zijn nu druk in de weer om op een nader overeengekomen tijdstip aan te tonen dat de beoogde verbeteringen op dat beoordelingsmoment zjn gerealiseerd.

Hogescholen-intervisiegroep Hersteltrajecten
Omdat dergelijke hersteltrajecten in het hoger onderwijs nieuw zijn, hebben een aantal kwaliteitszorgmedewerkers van hogescholen die al dan niet al in zo'n hersteltraject zitten, een kleine intervisiegroep opgericht, waarvan de groepsleden incidenteel bijeenkomen om het opstarten, het doorlopen en het afronden van zo'n hersteltraject met elkaar te bespreken, om zodoende van elkaar te leren en elkaar met raad bij te staan in de keuzes die in zo'n verbetertraject kunnen en moeten worden gemaakt.
In veel Nederlandse hogescholen en universiteiten wordt momenteel hard gewerkt aan de doorgaande kwaliteitsverbetering van het huidige hoger onderwijs. Alle extra inspanningen die hogescholen in dat kader momenteel getroosten, zullen er uiteindelijk toe bijdragen dat het Nederlandse hoger (beroeps)onderwijs goed is en in ruime mate voldoet aan de kwaliteitseisen die Anno 2013 en in de daarop volgende jaren aan het hoger onderwijs worden gesteld.

Accreditatielasten & Accreditatiebaten
Vandaag blijkt maar weer dat overal in het land - bij de Onderwijsinspectie, bij de NVAO, bij Evaluatieburo's, bij hogescholen en universiteiten en bij allerlei belangenorganisatie in het hoger onderwijs - kosten noch moeite worden gespaard om toekomstbestendig hoger onderwijs te ontwerpen, te ontwikkelen en te geven, dat voldoet aan de gestelde kwaliteitscriteria.

donderdag 30 mei 2013

Kwaliteit & Accreditatie van Deeltijd-onderwijs


Donderdag 30 mei 2013
Presentatie van Henri Ponds in het Platform HBO van het NNK
















Aandacht voor Deeltijd & Duaal
Het Platform HBO van het Nederlands Netwerk voor Kwaliteitsmanagement (NNK) komt vandaag bijeen in het cursus- en vergadercentrum Domstad te Utrecht. We komen vandaag bijeen om te luisteren naar èn te spreken over het borgen van de kwaliteit van (verkorte) deeltijdse en duale onderwijsvormen in het Hoger Beroepsonderwijs (HBO).
Twee sprekers zijn uitgenodigd, om vandaag vanuit verschillende perspectieven een presentatie te verzorgen over dit onderwerp. Eerste spreker is Henri Ponds van de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO) en tweede spreekster is Lucie te Lintelo van de Hogeschool van Amsterdam.

Perspectief van de accreditatieorganisatie
De eerste spreker – Henri Ponds – is beleidsmedewerker van de NVAO. Zijn presentatie heeft als titel: ‘Borging van de kwaliteit van deeltijdse en duale varianten en maatwerktrajecten’.
 Henri Ponds spreekt onder ander over de volgende zaken:

  • De Inspectie van het Hoger Onderwijs (IvHO) en de NVAO werken complementair. Aan de hand van een aantal voorbeelden wordt verteld dat deze twee organisaties steeds meer met elkaar samenwerken, nu ook op basis van een nieuw convenant.
  • In het kader van de goede werking van het huidige accreditatiestelsel wil de NVAO toewerken naar (meer) systeembrede analyses, zoals bijvoorbeeld HO-Domeinstudies.
  • Stelling over de zogenoemde ‘formele benadering’: Als je de wet- en regelgeving goed implementeert, bevordert dat de kwaliteit en het behalen van de vereiste resultaten.
  • De beste onderbouwing van het eindoordeel over de kwaliteit van een opleiding verkrijg je bij de input-throughput-output-benadering.
  • Als deeltijdse en duale onderwijsprogramma’s even lang duren als het voltijdse curriculum, vraagt dat om een stevige verantwoording. Ook als aan de student individueel maatwerk wordt geleverd, zul je daarin - meer dan voorheen – moeten zorgen voor  transparantie. Laat in dat kader bijvoorbeeld zien hoe in het concurrency-model het werkplekleren bijdraagt aan het realiseren van de eindkwalificaties. Ook een pro-actieve rol van de opleidingsexamencommissie is hierin gewenst.
  • We moeten toe naar een betere borging van de 240 EC’s, van vrijstellingen en van de studielast op de werkplek. Gebruik daarbij beoordelingskaders, die zijn gerelateerd aan de voltijdse onderwijsvorm van die opleiding.
  • Dat moet allemaal navolgbaar zijn. Individueel maatwerk en/of leerwegonafhankelijk studeren vraagt om extra kwaliteitsborging.

Perspectief van een hogeschool-opleiding
De tweede spreekster – Lucie te Lintelo – is projectmanager-consultant bij de HvA. Haar presentatie heeft als titel: ‘De flexibele Deeltijd: Modulair met extra’s’.
Lucie te Lintelo spreekt onder ander over de volgende zaken:

  • De context van deeltijds onderwijs schetst ze aan de hand van marktontwikkelingen, met kwaliteitsaspecten en verwijzend naar de insteek van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, die een ‘leven lang leren’ stimuleert.
  • Ze gaat in haar presentatie uit van de doelgroep van de werkende student/cursist, die in het kader van een individueel loopbaanperspectief effectief en efficiënt onderwijs moet hebben, dat optimaal in balans is qua ‘leren – werken – leven’.
  • We moeten integraal denken over flexibiliteit bij de programmering van het deeltijdse onderwijs, dus rekening houden met onder andere beoogde kwalificaties, met behoeften van de werkenden, met organiseerbaarheid & betaalbaarheid en met de borging van het eindniveau.
  • Als de HvA voor wat betreft deeltijds onderwijs spreekt van ‘modulair met extra’s ‘, bedoelt men individuele leerroutes binnen een gestandaardiseerd aanbod. Elke onderwijsmodule zou een Taakgebied moeten dekken, waarmee het voor het werkveld herkenbaar is. Dus geen moduul ‘Statistiek’ aanbieden, maar bijvoorbeeld wel een moduul ‘Marktonderzoek’. Als zo’n door het werkveld (h)erkend moduul een geheel taakgebied dekt, kun je er ook een certificaat-uitreiking aan koppelen, dat dan weer een civiel effect heeft in dat werkveld.
  • Bij modulair onderwijs moet je onderwijsmodulen ontwerpen van een zodanige omvang, dat ze voldoende diepgang èn binding bieden. Werk bijvoorbeeld ook met verplichte delen èn met keuze-elementen. Samenhang tussen verschillende modulen kun je ook creëren door in de opeenvolgende modulen de studenten te laten werken aan generieke competenties, zoals 'methodisch denken' en 'resultaatgericht werken'. Je kunt binnen zulke modulen ook werken met ‘blended learning’ en met werkplekleren. Een ander ontwerpcriterium bij modulair onderwijs is dat je werkt met leerwegonafhankelijk toetsen, waarbij een beoordelingsmodel centraal staat, waarin de interne opleidingseisen èn de externe werkveldeisen elkaar aanvullen.
  • De borging van het te realiseren eindniveau van een opleiding zit in de één-op-één-relatie met de beoogde opleidingskwalificaties.

Vervolgtoezicht & Vervolgonderzoek
De Inspectie van het Hoger Onderwijs zal in het jaar 2014 vervolgonderzoek doen naar de kwaliteit van het deeltijds en duaal hoger onderwijs. Het inspectierapport ‘Goed Verkort’ van het jaar 2012, waarin met name het deeltijdse en het duale onderwijs onder de loep werd genomen, stelt dat bij de dertien toen door de inspectie onderzochte Nederlandse opleidingen onvoldoende werd voldaan aan de wettelijke kwaliteitswaarborgen, waardoor bij die opleidingen onvoldoende was gewaarborgd dat de beoogde eindkwalificaties in de volle breedte en op het gewenste niveau werden gerealiseerd.
De instellingen voor hoger onderwijs waarvan toen opleidingen werden onderzocht zullen te zijner tijd in het vervolgonderzoek van 2014 moeten aangeven hoe en dat ze hun toenmalige gebreken in hun verbetertrajecten hebben weggenomen. Ook andere opleidingen van andere hoger onderwijsinstellingen die in 2012 nog niet zijn onderzocht, zullen in het inspectieonderzoek van 2014 worden meegenomen.

woensdag 17 april 2013

Resonansgroep Inspectieonderzoek Accreditatiestelsel

Dinsdag 16 april 2013

Kantoor van de Onderwijsinspectie in Utrecht
















Onderzoek naar functioneren accreditatiestelsel
De Onderwijsinspectie stelt periodiek onderzoek in naar het functioneren van het Nederlandse accreditatiestelsel in het hoger onderwijs. Momenteel loopt een onderzoek naar het functioneren van het nieuwe accreditatiestelsel, dat per 1 januari 2010 van start is gegaan. De resultaten van dit inspectieonderzoek zal bijdragen aan de evaluatie van het nieuwe accreditatiestelsel, die het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap uitvoert.

Resonansgroep Inspectieonderzoek
De Onderwijsinspectie heeft een zogenoemde Resonansgroep ingesteld, die de inspectie adviseert over de onderzoeksopzet, over de uitvoering daarvan en over de onderzoeksrapportage. Deze Resonansgroep bestaat uit leden van koepelorganisaties (bv. CNVO, HBO-raad, ISO), deskundigen vanuit kringen van onderzoekspanels (NQA), docenten, studenten en een onafhankelijke buitenstaander. Op verzoek van en namens het bestuur van de onderwijsvakorganisatie CNVO participeer ik in deze Resonansgroep. De Resonansgroep kwam reeds bijeen in november 2012 en in januari 2013. Vandaag is de derde bijeenkomst van de Resonansgroep, in het kantoor van de Onderwijsinspectie te Utrecht.

Het onderzoek
In de voorgaande twee bijeenkomsten bespraken we concepten van het ‘Toezichtkader Accreditatiestelsel Hoger Onderwijs’ en van de ‘Onderzoeksopzet Accreditatiestelsel 2012-2013’. Op grond van onze feedback op die concepten, zijn de nieuwe versies gemaakt. De leden van de Resonansgroep stemmen in met deze bijgestelde versies.
Coördinerend Inspecteur Bert de Vries presenteert een update over de voortgang van het lopende inspectieonderzoek. Er zijn gesprekken gevoerd (met bv. NVAO en VBI’s), documenten zijn bestudeerd, een enquête is uitgezet in instellingen en opleidingen voor hoger onderwijs en er zijn negen cases geselecteerd voor een vervolg-diepteonderzoek.

Resultaten en dieptestudie
Ter voorbereiding op dit overleg hebben we de eerste resultaten - de rechte tellingen en de antwoorden op de open vragen - van de ingevulde vragenlijsten bestudeerd. Vraag voor vraag bespreken we de geanonimiseerde resultaten, zoals die zijn ingevuld op de reeds 81 ingediende vragenlijsten van 38 instellingen voor hoger onderwijs.
We stemmen in met de negen casussen, die in het kader van dit onderzoek voor nog meer diepgang van de onderzoeksresultaten zullen zorgen. Het gaat hier om instellingen die bijvoorbeeld al hebben meegedaan aan de Instellingstoets Kwaliteitszorg, die een Toets Nieuwe Opleiding hebben ondergaan en/of die een Bestaande Opleiding voor accreditatie hebben voorgedragen (beperkt of uitgebreid, al dan niet met een herstelperiode, WO & HBO, Bachelor & Master, met verschillende evaluatieburo’s en een variëteit aan besluiten).

Aanvang Juli 2013 komen we weer bijeen om het concept van het onderzoeksrapport te bespreken.

donderdag 4 april 2013

Betrokkenheid van docenten bij kwaliteitszorg

Donderdag 4 april 2013
Jan Kleijnen vertelt over zijn promotieonderzoek



















NNK-platform HBO en MBO
Als leden van het Nederlands Netwerk voor Kwaliteitsmanagement (NNK) komen we vanmiddag bijeen in het ‘Cursus- en Vergadercentrum Domstad’ te Utrecht. Deze keer zijn er zowel vertegenwoordigers vanuit het HBO als van het MBO aanwezig.
De effectiviteit van de interne kwaliteitszorg van beide onderwijstypen staat in de Nederlandse samenleving regelmatig ter discussie, dus het werd door de NNK-organisatoren van deze netwerkbijeenkomst wenselijk geacht ook eens als MBO en HBO samen te komen rondom een thema dat beide onderwijstypen bezighoudt. 
Als thema voor deze bijeenkomst is gekozen voor: ‘Hoe betrek je docenten bij kwaliteitszorg in de slag om onderwijskwaliteit’. 

Sprekers
Paul Nieuwenhuis, de voorzitter van ons NNK-Platform HBO, opent de bijeenkomst en geeft dan het woord aan medeorganisator Ben van Schijndel, die de sprekers vanmiddag introduceert en de afzonderlijke delen van het programma aan elkaar verbindt.
  1. Eerste spreker vanmiddag is Jan Kleijnen, tot 2009 nog werkzaam als auditor bij Hogeschool Zuyd, en ook jarenlang lid van ons Landelijk Netwerk Kwaliteitszorg. Jan Kleijnen is na zijn vervroegde uittreding verder gegaan met zijn proefschrift, dat inmiddels klaar is, getiteld: ‘Internal quality management and organisational values in higher education; Conceptions and perceptions of teaching staff’. De presentatie van Kleijnen zal grotendeels gaan over de inhoud en de resultaten van zijn promotieonderzoek.
  2. Tweede spreker vandaag is Hilde Paalman, momenteel als docent-teamleider werkzaam bij de Opleiding tot Leraar Basisonderwijs van de Christelijke Hogeschool Ede (CHE). Aan haar presentatie werkt ook Annechien Verkerk mee, die teamhoofd is van de CHE-afdeling ‘Onderwijs en Kwaliteit’. 
Jan Kleijnen
De titel van zijn presentatie luidt: ‘Organisatiewaarden en kwaliteit; hoe betrek je docenten maximaal bij de kwaliteitszorg’. 
  • Kwaliteit wordt altijd vanuit een bepaald perspectief bekeken, bijvoorbeeld als een vanzelfsprekendheid, of voldoend aan standaarden, of als verbeteractiviteit. Bij kwaliteit kun je dan denken aan doelstellingen en aan de methoden om die gestelde doelen te bereiken. Je kunt daar naar kijken vanuit het perspectief van bijvoorbeeld studenten, docenten, werkveld, management en bestuur.
  • Kwaliteitszorg betekent systematisch werken.
  • Het is opvallend dat we in het HBO vaak de discussie voeren of kwaliteitszorg al dan niet zin heeft. Dat heeft te maken met de manier waarop we naar kwaliteitszorg kijken. Leg je bijvoorbeeld de nadruk op de negatieve kanten, zoals bureaucratie, controle, wantrouwen, autonomieverlies en het meetbare belangrijker maken dan het relevante? Of beschouw je kwaliteitszorg als positief, omdat het je bijvoorbeeld een externe oriëntatie biedt, of omdat je evaluaties die leiden tot reflectie positief waardeert, of omdat je het belang ziet van een toenemende betrokkenheid en invloed die allerlei stakeholders krijgen, zoals studenten en werkveldvertegenwoordigers.
  • Heeft kwaliteitszorg iets met je organisatiecultuur te maken? Belangrijk zijn de waarden van je organisatie; hebben die bij jouw opleiding bijvoorbeeld iets te maken met je zorg voor kwaliteit?
  • Geen enkel werkmodel is heilig. Als je in je eigen kwaliteitsmodel excelleert, moet je toch eens goed kijken waar je blinde vlekken zitten.
In een opdracht in subgroepen vergelijken we het Hoofdlijnenakkoord van het HBO met het Actieplan MBO ‘Focus op Vakmanschap’. In de plenaire terugkoppeling bespreken we of we meer of minder ruimte zien komen voor de professionals en voor hun professionele ruimte. En stellen deze beide documenten  lagere of hogere eisen aan de kwaliteit van het onderwijs? En wordt in instellingen en opleidingen in het MBO en in het HBO meer of minder gecontroleerd, en zullen we meer of minder moeten verantwoorden?
Jan Kleijnen zijn promotieonderzoek ging over Organisatiewaarden (welke, het belang en de uitvoering ervan), over Opvatting over Kwaliteit en over de Uitvoering van Kwaliteitszorg. Organisatiewaarden worden door opleidingen in het hoger onderwijs doorgaans moeilijk in de praktijk gebracht, zo bleek uit zijn onderzoek. Daarentegen is de wenselijkheid van ‘Human Relations Value’ overal dominant, blijkt uit Kleijnens onderzoek bij 18 HBO-opleidingen.

Docenten verbeteren
Voldoen aan standaarden en afleggen van verantwoording scoorde gering bij docenten, maar daar staat tegenover dat docenten het meeste oog hadden voor Versterken & Verbeteren van hun Onderwijs. Maar naarmate het Versterken en Verbeteren door docenten sterker werd gevoeld, kwam ook het voldoen aan standaarden en verantwoording sterker naar voren
Bij zijn onderzoeksgroep van 18 HBO-opleidingen waren de verschillen in kwaliteitsopvattingen tussen die opleidingen kleiner, dan de mate waarin zij voldoen aan de daaruit voortvloeiende kwaliteitszorgactiviteiten.
Effectieve HBO-opleidingen kun je – aldus Kleijnen - herkennen aan bijvoorbeeld hun analyseren en reflecteren, hun evalueren en verbeteren, effectief communiceren, het monitoren van hun verbeterprocessen, en aan duidelijkheid omtrent ieders verantwoordelijkheden.

  • Vurig pleit Jan Kleinen ervoor om pas nieuwe kwaliteitsmetingen en evaluaties te organiseren als de daaruit voortvloeiende verbeteracties van de voorgaande meting zijn afgerond, en als in beeld is of die acties al dan niet tot verbetering hebben geleid.
  • Ook wijst Kleinen ons erop dat een stafmedewerker van een HBO-opleiding goed moet kunnen coachen en dat hij/zij er voor op moet passen dat hij/zij niet de uitvoering van allerlei klussen op het gebied van kwaliteitszorg op zich neemt. Kortom, kwaliteitszorg is iets voor en van de docent.
Hilde Paalman & Annechien Verkerk
Na de pauze volgt een ander programmaonderdeel. Hilde Paalman gaat vóór in de zaal in gesprek met Annechien Verkerk. De presentatie van Hilde Paalman gaat over ‘Kwaliteitscultuur van de CHE; merkbaar versus meetbaar’.
In haar gesprek met Verkerk gaat Paalman nader in op onderwerpen zoals de kracht en de structuur van de CHE en of de kwaliteitscultuur van de CHE merkbaar en meetbaar is.
Daarna sluit Hilde Paalman af met de twee volgende praktijkvoorbeelden vanuit de CHE:

  1. Casus Afstudeernivo.  Men loopt bij de CHE bijvoorbeeld aan tegen de meetbaarheid van het afstudeernivo. Is het bijvoorbeeld zo dat op den duur de begeleidende en eerstbeoordelende docent geheel uit beeld verdwijnt ten gunste van een onafhankelijke beoordelaar uit de opleiding en uit het werkveld? En/of is bijvoorbeeld een derde beoordelaar wenselijk bij afstuderen? Verliezen we hiermee de student zelf niet uit het oog? 
  2. Casus Studie-uitval. Hier gaat het over de betrokkenheid van de studieloopbaanbegeleider bij het leerproces van de student. Is er sprake van een discrepantie tussen het enerzijds goed oriënteren, selecteren, doorverwijzen en uitvallen van de student, en anderzijds het behalen van de Prestatieafspraken? Immers, naarmate de selectie van studenten in de propedeuse (en in de hoofdfase) sterker wordt, gaan daarna de opleidingsrendementen naar beneden, waardoor de CHE over enige tijd niet aan haar Prestatieafspraken zal kunnen voldoen.
 Voor de student is de merkbaarheid van kwaliteit van belang;
Voor de opleidingsmanager is de meetbaarheid van kwaliteit van belang; 
En de docent? ….. Die zit daar tussen in.

woensdag 13 februari 2013

Hoger Onderwijs-overleg CNVO-Onderwijsinspectie



Woensdag 13 februari 2013
CNV-kantoor in Utrecht















Zorg voor kwaliteit van hoger onderwijs
Vandaag zijn twee vertegenwoordigers van de Onderwijsinspectie op werkbezoek bij CNV-Onderwijs in Utrecht. Het zijn Hoofdinspecteur Rick Steur en Inspecteur Suzan Klaver, beiden met Hoger Onderwijs in portefeuille. Zij zijn hier op werkbezoek om vanuit deze werknemersorganisatie en door medewerkers uit het hoger onderwijs geïnformeerd te worden over een zo groot mogelijk aantal issues die momenteel in het hoger onderwijs spelen, teneinde die aspecten vanuit de praktijk van het hoger onderwijs mee te kunnen nemen in het in ontwikkeling zijnde ‘Toezichtkader Hoger Onderwijs’ van de Inspectie voor Hoger Onderwijs.
Van CNVO-zijde nemen verschillende vertegenwoordigers deel, waaronder beleidsmedewerkers, een regiobestuurder, bestuursleden van de Sector Hoger Onderwijs en leden van de Sector Hoger Onderwijs. Ik ben hiertoe uitgenodigd om mijn bijdrage te leveren, in algemene zin betreffende hoger onderwijs-issues en specifiek voor wat betreft zaken als (externe) kwaliteitszorg, accreditatie, inspectie en overig toezicht op de kwaliteit van hoger onderwijs.

Open agenda kwaliteitsissues Hoger Onderwijs
Het eerste deel van dit werkbezoek is een open gesprek, waarin een breed scala van allerlei thema’s in bespreking wordt genomen, die te maken hebben met de kwaliteit van het hoger onderwijs in het algemeen en met - meer specifiek – bijvoorbeeld regelgeving van overheidswege, implementatie van nieuwe onderwijswet- en regelgeving, de werking van het Nederlandse accreditatiestelsel, het onderwijstoezicht van inspectiewege, doorontwikkeling van onderwijs, het belang en de instellingspraktijk voor wat betreft verdergaande professionalisering van onderwijzend personeel. 
Onderwerpen die in deze eerste ronde de revue passeren, zijn bijvoorbeeld: professionele ruimte, vertrouwen versus controle, deskundigheidsbevordering, (vak)didactiek, pedagogische vaardigheden gericht op jongvolwassenen, audits, (risicogericht) inspectie(toezicht), visitatie & accreditatie, kwaliteitsborging, bestuur & management, de wetsvoorstellen ‘Versterking Kwaliteitswaarborgen hoger onderwijs’ & ‘Strategische Agenda - Kwaliteit in Verscheidenheid’ en regelen & ontregelen.

Monitor Krachtig Meesterschap
In het tweede deel van dit werkbezoek focussen we op de onderzoeksresultaten van de ‘Monitor Krachtig Meesterschap’, waarover binnenkort het onderzoeksverslag van de Onderwijsinspectie zal verschijnen. Een presentatie over deze inspectiemonitor wordt vandaag verzorgd door onderwijsinspecteur Suzan Klaver. Naar aanleiding van deze onderzoekspresentatie spreken we bijvoorbeeld over de Opzet van dit driejarig onderzoek, over de Kennisbasis die uitmondt in landelijke kennistoetsen voor in lerarenopleiding zijnde studenten en over de ins en outs met betrekking tot ‘Opleiden in de School”, waarbij het opleidingsonderwijs en de opleidingsscholen zo goed mogelijk met elkaar samenwerken, om aanstaande leerkrachten gedegen op te leiden tot bekwaam startende leerkrachten in bijvoorbeeld het basis- en voortgezet onderwijs.
Mede omdat we vandaag in deze sessie ook ervaringsdeskundigen uit het opleidingsonderwijs in ons midden hebben, ontstaat een boeiend gesprek over de kansen die we zien om de co-creatie van de eerste- en tweedegraads lerarenopleidingen en de opleidingsscholen in het basis- en voortgezet onderwijs te verzilveren.

maandag 14 januari 2013

Resonansgroep Onderzoek Accreditatiestelsel

Maandag 14 januari 2013 
Auto's komen uit de mist en verdwijnen in de mist op de A27















Weer heen
Nederland is maar een betrekkelijk klein land, en toch kan het weerbeeld van dag tot dag en van regio tot regio zichtbaar en aanmerkelijk verschillen.
Waar we gisteren nog te maken hadden met een mooie (half)bewolkte winterlucht, wordt vandaag door de zware laaghangende bewolking je omgeving plaatselijk aan het oog onttrokken.
Als ik vanmorgen vanuit het noorden van Fryslân vertrek, is het zicht nog prima, maar zodra ik de Noordoostpolder in rijd, is het zicht beperkt. Dikke mistbanken belemmeren je hier en daar enig zicht, in elk geval over grotere afstand. Voorbijrijdende auto's zijn even zichtbaar, en dan al snel weer onzichtbaar. 

Resonansgroep
Ik ben op de A27 onderweg naar Utrecht. In het kantoor van de Inspectie van het Onderwijs komen we vandaag als Resonansgroep voor de tweede maal bijeen (de 1e was in november 2012) om als vertegenwoordigende leden van onze deelnemende organisaties de door de Onderwijsinspectie voorgelegde plannen te bespreken voor het periodiek onderzoek naar het functioneren van het Nederlandse accreditatiestelsel in het hoger onderwijs. De Resonansgroep bestaat uit representanten van de koepelorganisaties, deskundingen vanuit de kringen van visitatiepanels, van docenten (ik vertegenwoordig de onderwijsvakorganisaties via CNV-Onderwijs), van studenten èn een onafhankelijk lid. Als leden van deze Resonansgroep adviseren we vandaag op de beoogde onderzoeksopzet en op de onderzoeksuitvoering; en in een later stadium op de onderzoeksrapportage.

Integraal onderzoek
Het integrale onderzoek naar het functioneren van het accreditatiestelsel zal bestaan uit ten eerste een analyse van alle beschikbare van toepassing zijnde documenten, ten tweede gesprekken met organisaties die binnen het huidige accreditatiestelsel functioneren, ten derde een breedte-onderzoek onder instellingen voor hoger onderwijs en ten vierde een diepte-onderzoek aan de hand van een aantal nog nader te bepalen cases.
Vandaag bespreken we het concept van het 'Toezichtskader Accreditatiestelsel Hoger Onderwijs', de beoogde opzet van het 'Onderzoek Accreditatiestelsel 2012-2013' en het concept van de Vragenlijst met de bijbehorende Toelichting bij die enquête.

Waardering
Het eerste deel van de vergadering wordt besteed aan de bespreking van het Waarderingskader, dat de onderwijsinspectie van plan is te gaan hanteren voor de beoordeling van het functioneren van het accreditatiestelsel.
Er zal met verschillende vragenlijsten worden gewerkt; in te vullen op centraal niveau en door het opleidingsmanagement voor wat betreft een opleidingsbeoordeling, en in te vullen op centraal niveau voor wat betreft een Instellingstoets Kwaliteitszorg.
Met de tien voorgestelde Standaarden als vertrekpunt bespreken we zo'n vragenlijst in detail. Aan de orde komen aspecten zoals: Voorlichting, Onafhankelijkheid, Deskundigheid, Betrouwbaarheid, Validiteit, Zorgvuldigheid, Stimulans, Transparantie en Accreditatielasten. 

Follow up
Na vandaag zullen de inspecteurs het onderzoek verder vorm en inhoud geven. De vragenlijsten zullen worden aangescherpt, er zal een toelichting worden geschreven bij ieder onderwerp en de antwoordcategorieën zullen worden aangepast.
In februari 2013 zal het onderzoek dan van start gaan en in maart 2013 zal onze Resonansgroep voor de derde maal bijeenkomen, om de eerste resultaten van de ingevulde vragenlijsten te bespreken en om te adviseren op de geplande vorm en inhouden van de case studies die aansluitend worden uitgevoerd.

Weer terug
Als ik aan het eind van de middag weer buiten sta, bedekt een dunne laag sneeuw alles om me heen. Voorzichtig rijd ik vanaf het inspectiekantoor naar de Ring van Utrecht, om daar aan te sluiten in de langzaam rijdende stoet auto's op de autosnelweg. 
Ten oosten van Utrecht is de omgeving sneeuwwit, ten noorden van Utrecht wordt de sneeuwlaag in noordelijke richting steeds dunner. En als ik over de A27 Flevoland in rijd, is er nog weinig sneeuw te bekennen. Het is merkbaar nog wel glad op de autosnelweg, dus de meeste auto's op de rechter rijbaan passen hun snelheid voorzichtigheidshalve aan. Het vriest trouwens maar één tot twee graden.

En in Fryslân?
Maar als ik nabij Lemmer het zuiden van Fryslân binnen rijd, is de temperatuur beduidend lager. Hier vriest het nu al vijf graden en er ligt geen sneeuw. Als dit zo de komende dagen zonder sneeuw doorgaat met vriezen, kunnen de Friezen over enkele dagen op de meeste ijsbanen al op grote schaal schaatsen.
Als het buiten kouder wordt, worden de schaatsminnende Friezen warm bij de gedachte dat er kan worden geschaatst op natuurijs.

dinsdag 27 november 2012

Onderzoek Accreditatiestelsel Hoger Onderwijs

Dinsdag 27 november 2012

Kantoor van de Inspectie van het Onderwijs te Utrecht















Nieuw accreditatiestelsel
De Inspectie van het (Hoger) Onderwijs stelt periodiek onderzoek in naar het functioneren van het Nederlandse accreditatiestelsel in het hoger onderwijs. Momenteel wordt het onderzoek voorbereid naar het functioneren van het nieuwe accreditatiestelsel, dat is gestart met ingang van het jaar 2011. Dit onderzoek draagt bij aan de evaluatie (van het nieuwe stelsel), die het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap uitvoert.
 
Meta-toezicht
De onderwijsinspectie houdt al vanaf de start van het visitatiestelsel zogenoemd ‘meta-toezicht’ op dit stelsel. Bij de start van het huidige accreditatiestelsel - aanvang 2011 - is dit toezicht voortgezet. In dit verband zijn er al diverse evaluaties uitgevoerd en mede op grond hiervan zijn er verbeteringen van het accreditatiestelsel doorgevoerd.

Maatschappelijk vertrouwen
Met het vorige maand begonnen inspectieonderzoek wordt deze lijn voortgezet. Het accreditatiestelsel neemt in de kwaliteitsborging in het hoger onderwijs een centrale positie in. De inspectie wil met haar toezicht op het accreditatiestelsel de kwaliteit van dit stelsel onderzoeken en bevorderen. Dit toezicht staat daarmee ten dienste van een goed functioneren van het accreditatiestelsel, met het oog op het behoud en de versterking van het maatschappelijk vertrouwen in dit stelsel, en daarmee in de kwaliteit van het hoger onderwijs.
 
Resonansgroep
Ten behoeve van dit onderzoek heeft de onderwijsinspectie een Resonansgroep ingesteld, die haar zal adviseren over de onderzoeksopzet, tijdens de uitvoering van dit onderzoek en over de rapportage van dit onderzoek. Deze Resonansgroep bestaat uit leden van koepelorganisaties, deskundigen vanuit visitatiepanels, docentenvertegenwoordigers, een student en een onafhankelijk lid. Vandaag woon ik als representant van de onderwijsvakbond CNV-Onderwijs de eerste bijeenkomst van deze Resonansgroep bij.

Stelselonderzoek
Coördinerend inspecteur hoger onderwijs, onderzoeksleider Bert de Vries legt bij aanvang van deze bijeenkomst in het inspectiekantoor te Utrecht uit dat het hier gaat om een onderzoek, dat het Nederlandse accreditatiestelsel betreft. Dit toezicht betreft dus niet primair het toezicht op de Nederlands Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO) en/of het toezicht op de kwaliteit van het aangeboden onderwijs in een instelling, maar onderzoekt het functioneren van het actuele accreditatiestelsel
 
Gesprekspunten
In deze bijeenkomst spreken we als Resonansgroep vanmorgen over de inhoud van het concept-Toezichtskader en over de beoogde opzet van het reeds aangevangen ‘Onderzoek Accreditatiestelsel 2012-2013’. Een aantal zaken die daarbij onder andere aan bod komen, zijn:
  • Het stapelen van toezicht;
  • Met betrekking tot het stelsel: de basis, de effectiviteit en efficiëntie, de kwaliteit, de mate van tevredenheid en het vertrouwen dat dit stelsel uitstraalt;
  • De gehanteerde definities in het veld;
  • De onderzoeksobjecten: statische elementen zoals het vastgelegde kader en dynamische aspecten zoals latere aanpassingen van het stelsel;
  • Het scheiden van toezicht op het stelsel en op de hoger onderwijsinstellingen;
  • De kwaliteit van Kritische Reflecties en van Visitatiepanels;
  • De verbeterfunctie van het huidige accreditatiestelsel;
  • De administratieve lasten en de kosten van het accreditatiestelsel;
  • Beoordelingsstandaarden, Evaluatievragen en Onderzoeksvragen;
  • De projectopzet en de inrichting van het onderzoek;
  • De inspectierapportage van èn het bestuurlijk vervolg op dit inspectieonderzoek.
Inrichting van het onderzoek
In de volgende bijeenkomsten zal de Resonansgroep met de projectleiding nader ingaan op de onderzoeksvragen en op de nadere inrichting van specifieke case studies in de tweede fase van dit onderzoek. Aan de Resonansgroep is het dan om goed te adviseren op de voorgestelde onderzoeksvragen, waarbij zoveel mogelijk rekening moet worden gehouden met het uniformeren en differentiëren van de onderzoeksvragen, rekening houdend met de diversiteit van het Nederlandse Hoger Onderwijs.

donderdag 22 november 2012

Prestatieafspraken in het hoger onderwijs



Donderdag 22 november 2012
Kennisuitwisseling in subgroepen















Collegiale verkenning
Tijdens de netwerkbijeenkomst van ons Platform HBO van het Nederlands Netwerk voor Kwaliteitsmanagement (NNK) staan we vandaag stil bij de Prestatieafspraken, die zijn gemaakt tussen enerzijds het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCenW) en anderzijds de instellingen in het hoger onderwijs. Hoewel alle afspraken nog niet formeel afgesloten zijn en er inmiddels een nieuw kabinet is aangetreden, achten we het verstandig om in dit stadium als kwaliteitszorgmedewerkers alvast met elkaar te verkennen wat deze afspraken ons en anderen waard zijn.
Paul Nieuwenhuis – voorzitter van dit HBO-netwerk  - heet de 17 deelnemers welkom in een vergaderzaal van het ‘Cursus- en Vergadercentrum Domstad’ te Utrecht en introduceert het thema “Prestatieafspraken” aan de hand van één van de afspraken (Bachelor-rendement), die Saxion Hogeschool met het onderwijsministerie heeft gemaakt.

Werkvragen
Enkele vragen die in de bijeenkomst van vandaag aan de orde komen, zijn:

  1. Welke Prestatieafspraken hebben de hogescholen gemaakt?;
  2. Hoe zijn die afspraken tot stand gekomen en wie waren daarbij betrokken?;
  3. Hoe zijn en/of worden deze Prestatieafspraken binnen de betreffende hogescholen geïmplementeerd?;
  4. Wat is bij die implementatie de rol van kwaliteitszorgsmedewerkers?;
  5. Hoe kijken instellingen voor hoger onderwijs aan tegen de Prestatieafspraken, en hoe kijkt men van buiten hier naar?

Programma
In vier subgroepen wisselen we eerst uit hoe de verschillende hogescholen met de prestatieafspraken omgaan, uitgaande van de bovenstaande vraagstelling.
Een aantal items die in de terugkoppeling na afloop uit deze subgroepen komen, zijn:

  • De eigen – al bestaande – ambitienivo’s van hogescholen zijn veelal leidend geweest voor het formuleren van de Prestatieafspraken;
  • In dit proces verander(d)en de rollen van enerzijds de afdelingen Planning & Control en anderzijds de afdeling Kwaliteitszorg van een hogeschool. Daarbij kregen de afdelingen Planning & Control – die doorgaans meer procesgeoriënteerd waren/zijn – meer invloed;
  • Prestatieafspraken gaan vaker over het verhogen van normen, dan over het verhogen van de studenteninstroom in het hoger onderwijs;
  • Het formuleren van Prestatieafspraken zorgde doorgaans niet voor een stormachtige sfeer in de hogeschool; ze bouwden namelijk veelal voort op de inhouden van de reeds voorliggende management-contracten;
  • Een ook nu nog voortdurend probleem blijft het hanteren van de verschillende definities omtrent de gehanteerde prestatieafspraken;
  • De meeste Prestatieafspraken zijn niet bijster ambitieus;
  • Sommige hogescholen hebben nu – i.v.m. hun prestatieafspraken – een grote(re) focus op de Studententevredenheidsonderzoeken (van bijvoorbeeld NSE);
  • Sommige Colleges van Bestuur gaven het opleidingsmanagement hoge, strenge normen, maar geven de opleidingen wel volop ruimte om die normen op eigen wijze te behalen;
  • De door de hogescholen vastgestelde Prestatieafspraken worden veelal door één of meer specifieke projectgroepen geïmplementeerd in de staande organisatie van een hogeschool;
  • Veel studentengerelateerde Prestatieafspraken zijn veelal heel concreet geoperationaliseerd en zijn voor studenten en docenten dan ook uitdrukkelijk controleerbaar;
  • Veel Jaarplannen/Teamplannen van opleidingen bevatten inmiddels informatie over instrumenten en middelen, die worden ingezet om de Prestatieafspraken te implementeren en te behalen.

Casus Hogeschool van Amsterdam
Na de pauze volgt een presentatie van beleidsmedewerker Jos van Hijfte, werkzaam bij de Hogeschool van Amsterdam (HvA). Hij neemt ons in zijn presentatie mee in de praktijk van deze hogeschool met betrekking tot het tot stand komen en het implementeren van de Prestatieafspraken.

  • Van Hijfte benadrukt de kwaliteitsproblemen, die onvermijdelijk ontstaan door een te snelle groei van het aantal studenten van een hogeschool.
  • Een ander punt is dat de Planning & Control-processen van een hogeschool veel meer een inhoudelijke component moeten krijgen voor wat betreft onderwijs en onderzoek, maar dan loop je tegen het probleem aan dat dergelijke afdelingen van een hogeschool doorgaans geen expertise bezitten op het gebied van onderwijs en onderzoek in een opleiding voor hoger onderwijs.
  • Naast het proces om te komen tot Prestatieafspraken heeft de HvA parallel ook en proces laten lopen van Profilering (met betrekking tot Urbanisatie en Ondernemerschap).
  • Voor hogescholen vormt het moeten werken met verschillende stelsels voor het fungerende hogeschoolinformatiesysteem een praktisch probleem. Dat ene hogeschoolinformatiesysteem moet nu bijvoorbeeld informatie leveren op grond van vraagstellingen uit de eigen hogeschoolorganisatie, naast de vereisten van de Basisgegevens waar de NVAO om vraagt, naast de gegevens en informatie die hogescholen nu ook nog moeten leveren voor de Prestatieafspraken. Verschillen in definities en verschillen in daarbij behorende systeemvereisten bemoeilijken de invoer, verwerking en uitvoer van respectievelijk gegevens en informatie.

Implementatieperikelen
Bij de HvA worden per Prestatieafspraak de maatregelen benoemd, die nodig zijn om de betreffende Prestatieafspraken te behalen, waarna ook per maatregel zowel kwalitatief als kwantatief monitoring op processen en resultaten plaatsvindt. Bij de implementatie en bij de monitoring worden ook direct de NVAO-standaarden al meegenomen.
Het grootste probleem binnen een hogeschool vormt de stapeling van de dossiers die niet (geheel) op orde zijn. Denk bijvoorbeeld aan onvolkomenheden in studentendossiers/-portfolio’s, in opleidingsrendementen en/of in het niet correct functioneren van opleidingsexamencommissies.
Jos van Hijfte: “Een deel van het geheim van je succes zit in je docenten”.

Afsluiting
Aan het eind van deze bijeenkomst volgt nog een korte ronde ‘Halen en brengen’. Daarna sluit netwerkvoorzitter Paul Nieuwenhuis deze netwerkbijeenkomst.

donderdag 27 september 2012

Eindniveau & Examinering in het Hoger Beroepsonderwijs



Donderdag 27 september 2012
Paul Nieuwenhuis introduceert de sprekers van de netwerkbijeenkomst


















Kwaliteitsdiscussie in het HBO
Het is in dit collegejaar de eerste keer dat we als Platform HBO van het Nederlands Netwerk  voor Kwaliteitsmanagement  weer bijeenkomen, deze keer voor het eerst in het Cursus- en Vergadercentrum Domstad van Hogeschool Utrecht, nabij het NS-station Utrecht Centraal.
Het onderwerp dat vanmiddag centraal staat, is: ‘Eindniveau en examinering, wat doe je als kwaliteitszorgmedewerker om het proces te borgen?’

Grote  opkomst
De netwerkbijeenkomst wordt geopend door netwerkvoorzitter Paul Nieuwenhuis. Hij wijst op de grote opkomst van deze middag voor dit actuele en al veelbesproken thema. Met ongeveer 50 mensen zit de zaal vol. Late aanmeldingen moesten helaas worden afgewezen, want ‘vol is vol’. Paul Nieuwenhuis heet iedereen van harte welkom en introduceert de middagvoorzitter Paul van Deursen, die als lid van de agendacommissie het programma met ons zal doorlopen.

Commotie bij MenEM van Inholland
Paul van Deursen start zijn opening met enige inleidende woorden over het verleden en heden omtrent de commotie die ontstond toen bleek dat er bij hogeschool Inholland onder andere iets fout zat bij alternatieve afstudeertrajecten van de opleiding Media en Entertainment Management (MenEM) van Inholland.  Inholland werd in de hectische tijd die daarop volgde voor nader onderzoek bezocht door de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO), de Commissie Dunnewijk en de Onderwijsinspectie. Duidelijk werd dat Inholland veel van haar onderwijsprocessen ‘WHW-proof’ zou moeten maken, ofwel ervoor te zorgen dat alles wat binnen deze hogeschool en haar opleidingen wordt gedaan, ook aan de daartoe geldende hoger onderwijswetgeving zou gaan voldoen. De opleidingen moeten er ook voor zorgen dat het eindniveau van alle afgestudeerde studenten voortaan tenminste op het voorgeschreven niveau zou zijn. Het is aan de hogeschool en aan haar afzonderlijke opleidingen om daarin te voorzien en dat op gestelde tijden aan te tonen. Vanmiddag zullen drie medewerkers van hogeschool Inholland vertellen wat er in de afgelopen jaren is gedaan om de opleiding MenEM weer aan de vereiste kwaliteitsstandaarden te laten voldoen. 

2010
Eerste spreker is Paul van den Bosch, de opleidingsmanager van de opleiding MenEM van de Inholland-vestigingsplaats Rotterdam. Vanuit het directieteeam van de opleiding MenEM is hij het aanspreekpunt voor de opleidingsexamencommissie. Hij heeft tevens ‘Toetsing & Examinering” in portefeuille. En hij was lid van de Projectgroep Accreditatie van MenEM, de groep die de opleiding voorbereidde op de onlangs gehouden NVAO-visitatie.
Van den Bosch neemt ons eerst mee terug naar het jaar 2010, het jaar waarin de nodige ophef ontstond rond de opleiding MenEM van Inholland. Hij vertelt achtereenvolgens onder andere over:
·         Het langstudeerderstraject, waarmee Inholland in de problemen geraakte;
·         De bestuurlijke crisis, die mede als gevolg daarvan daarop volgde;
·         De Domeinvorming die werd ingezet, gekarakteriseerd door afstemming, nieuwe rollen en een nieuwe structuur;
·         De Onderwijsinspectie die haar onderzoek instelde binnen de hogeschool, onder andere om te onderzoeken in welke mate Inholland voldeed aan wettelijke voorschriften uit de WHW;
·         De Commissie Dunnewijk, die voor nader onderzoek bij Inholland op bezoek kwam;
·         De NVAO, die als kwaliteitsbewaker van het hoger onderwijs diepgaand onderzoek instelde naar de wijze en de mate waarin Inholland en haar opleidingen voldoen aan de kwaliteitsstandaarden die gelden voor alle opleidingen in het hoger onderwijs.

2011
In  het jaar 2011 moesten de handen uit de mouwen, want de hogeschool moet erin voorzien dat de hogeschool en haar opleidingen op grond van de nodige verbetertrajecten kwalitatief wel aan de gestelde kwaliteitscriteria zouden gaan voldoen. Paul van den Bosch vertelt volgens welke doorontwikkelingslijnen daaraan in 2011 is gewerkt, zoals:
·         Een Commissiecyclus is doorlopen. Onderwijscommissies zoals Curriculumcommissie, Toetscommissie en Examencommissie moeten hun werk met de nodige onderlinge afstemming adequaat verrichten;
·         Er werd gestart met Interne Audits: onderzoeksteams die checken wat goed is en wat beter kan;
·         Werkprocessen werden herontworpen, waarbij met name docenten werden betrokken, want zij zouden kunnen aangeven welke processen ze wenselijk achten om goed onderwijs op de kaart te zetten;
·         Een onderzoekslijn werd ontworpen;
·         Reviews werden ingezet om te verifiëren of reeds goedgekeurde processen en producten daadwerkelijk aan de maat zijn.
·         Heel belangrijk is de scholing van medewerkers. Scholing bijvoorbeeld op het gebied van het ontwerpen van onderwijs (onderwijskunde), scholing op het gebied van het verzorgen van onderwijs (didactiek), scholing op het  gebied van toetsen, beoordelen en examineren en juridische scholing op het gebied van de wijze waarop de WHW kan en zal worden nageleefd.

2012
En in dit kalenderjaar wordt weer voortgeborduurd op het werk van de voorgaande twee jaren. Dit  huidige kalenderjaar is een tijd van:
·         Borgen en bestendigen;
·         Doorontwikkelen.
Paul van den Bosch vertelt dat Inholland in het verleden de focus had op sterke en snelle groei, maar dat toen - en bij nader inzien - bleek dat de beheersing van die hevige groei niet haalbaar was. En ook nu- na alle ophef en maatregelen – is het zelfs in de fase van het bestendigen lang niet altijd gemakkelijk. Van den Bosch: “Het was èn is bizar!”
Inmiddels staat bij Inholland het primair proces weer centraal en de Inholland-studenten zijn veel kritischer geworden. 
Nu zit men nog steeds in een periode van reorganisatie met een forse reductie van kosten en personeel. Dat bracht en brengt spanning, onzekerheid, angst en weerstand, hetgeen het er niet leuker op maakt en soms heel spannend is.
Inholland werkt nu naar een andere invulling van interne rollen. Opleidingen maken tegenwoordig zelf veel meer keuzes dan voorheen het geval was. De onderwijsdiensten zijn veel minder dwingend en in plaats daarvan nu dienend aan het onderwijs.
De cultuur verandert. Daar waar medewerkers vroeger alleen maar afspraken maakten, gaat men nu een stap verder, door elkaar ook op het nakomen van die gemaakte afspraken aan te spreken. Docententeams zijn nu weer zelf verantwoordelijk voor de kwaliteit van hun onderwijs.
Qua beleid is de focus nu veel meer op onderwijs. Men kiest ervoor om minder te doen, maar het moet wel beter. De docent wordt daartoe meer in positie gebracht en de student wordt centraal gesteld.

Opleidingsexamencommissie
Tweede spreker is Jan Timmerhuis, docent en lid van de Examencommissie van de opleiding MenEM van Inholland. Timmerhuis was evenals Van den Bosch lid van de Projectgroep Accreditatie.
Timmerhuis vertelt over de ins en outs met betrekking tot de Examencommissie in de werkpraktijk van alledag. Hij beschrijft daarbij de volgende drie fasen, die zijn/worden doorlopen, te weten:
·         De inrichting van de Examencommissie;
·         Het WHW-proof maken van de Examencommissie;
·         Als derde stap de fase van het jaarplan en van de beleidsvorming van de Examencommissie. Daarbij gaat hij ook nader in op de relatie van de Examencommissie met de andere onderwijscommissies èn met het management van de opleiding.
Timmerhuis: “Communicatie en Transparantie zijn van groot belang”.
Dit alles leidde uiteindelijk tot een cultuuromslag binnen de opleiding en in de hogeschool. Waar de opleidingsexamencommissie van MenEM voorheen bijvoorbeeld per jaar zo’n 400-500 verzoeken van studenten behandelde in de Examencommissie, is dat inmiddels al opgelopen tot ongeveer 3.500 verzoekschriften per jaar.

Onderwijs & Kwaliteit
Voordat we een korte koffiepauze hebben, komt Reen Pouwels als derde spreekster van Inholland aan het woord. Pouwels is binnen Inholland senior Adviseur Onderwijs & Kwaliteit. Ze begeleidde vanuit de Concernstaf Kwaliteit van Inholland de opleiding MenEM naar de visitatie richting accreditatie en was namens Inholland inhoudelijk contactpersoon naar de NVAO.
Pouwels vertelt ondermeer dat alle veranderingen binnen Inholland er in elk geval toe hebben geleid dat de opleidingsdocenten zich nu weer veel meer eigenaar van het onderwijs voelen dan voorheen het geval was.
Vóór en na de koffiepauze gaan we niet in subgroepen uiteen, zoals aanvankelijk was gepland. Het blijkt dat de aanwezigen in de zaal popelen om allemaal hun vragen te stellen aan de drie sprekers van Inholland. Er zijn heel veel vragen, omdat zoveel hogescholen allemaal voortdurend op zoek zijn naar wat er allemaal moet worden gedaan om aan de geldende regelgeving te voldoen en aan hoe dat allemaal moet worden gedaan om aan de van toepassing zijnde kwaliteitsstandaarden te voldoen.
Vrij lang wordt bijvoorbeeld stilgestaan bij begrippen als afstudeerwerken/eindwerken en bij de verschillende interpretaties die in de werkpraktijk van alledag daaraan worden gegeven in de verschillende hogescholen en opleidingen in Nederland. Duidelijk is wel dat uiteindelijk elke opleiding van elke student zal moeten aantonen dat hij/zij bij afstuderen tenminste voldoet aan alle slaagnormen die gelden voor alle beoordelingcriteria, voor wat betreft de hoogste beheersingsniveau’s per eindterm van een opleiding; zoals bijvoorbeeld gedefinieerd in competenties.
Een ander punt waar enige tijd bij stil wordt gestaan in deze groepsdiscussie is de wijze waarop opleidingen in de opleidingspraktijk omgaan met het geldende vrijstellingenbeleid.

Kwetsbaar transparant
Een boeiend vraag- en antwoordgesprek wordt gevoerd en voordat je het in de gaten hebt, is het al bijna 16.00 uur. Tijd om dit gedeelte van de netwerkbijeenkomst af te ronden, met dank aan onze drie collega’s van Inholland, die – zoals voorzitter Paul Nieuwenhuis  noemt – zich in deze bijeenkomst van ‘quality experts’ kwetsbaar hebben opgesteld door zo transparant te vertellen waar men binnen Inholland momenteel zo hard aan werkt. Een hartelijk applaus volgt daarop vanuit de zaal, waarmee de woorden van de netwerkvoorzitter van harte worden onderstreept door de aanwezigen.
Na een korte ronde van het zogenoemde ‘halen en brengen’ wordt deze netwerkbijeenkomst door de netwerkvoorzitter Paul Nieuwenhuis afgesloten.

zaterdag 23 juni 2012

Van CROHO naar aCROHO


Vrijdag 22 juni 2012
Het Servicekantoor van de Dienst Uitvoering Onderwijs in Utrecht















CROHO
Op uitnodiging van de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) ben ik vandaag in het Servicekantoor van de DUO te Utrecht aanwezig bij een aCROHO-bijeenkomst. DUO is de nieuwe naam van de IBG, de voormalige Informatie Beheer Groep. De huidige DUO is het uitvoeringsorgaan van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, dat behalve het beheer over de Studiefinanciering ook het zogenoemde CROHO beheert, het Centraal Register Opleidingen Hoger Onderwijs, een lijst waarin van alle instellingen voor hoger onderwijs alle geaccrediteerde opleidingen met hun kenmerken staan geregistreerd.

Van analoog naar digitaal
Als vertegenwoordiger van Stenden Hogeschool zorg ik voor alle opleidingsregistraties in het Croho. Tot op heden worden alle veranderingen van de opleidingsregistraties via een mutatiebrief per post door ons doorgegeven aan de DUO te Groningen, waarna de DUO deze veranderingen in het CROHO doorvoert. Die schriftelijke procedure zal komende zomer worden omgezet in een digitale procedure, waarin mutaties via internet kunnen worden doorgegeven, in plaats van via de huidige procedure per briefpost. Daartoe is ‘aCROHO’ momenteel in ontwikkeling bij de DUO.

aCROHO
‘aCROHO’ is de nieuwe webapplicatie, die bedoeld is voor het online aanleveren en verwerken van opleidingsgegevens in het hoger onderwijs. Doel is om een juiste opleidingsregistratie in het CROHO te hebben en te houden. De afdeling binnen de DUO die zich hiermee bezig houdt, is de afdeling SSG, de afdeling StudieSchoolGegevens. De nieuwe web-applicatie aCROHO is ontwikkeld om de papierstroom tussen de onderwijsinstellingen en de DUO te verminderen en om het mutatieproces inzichtelijker te maken. Vandaag verzorgen drie medewerkers van de afdeling SSG van de DUO in Utrecht voor ons een informatieve presentatie over deze nieuwe webapplicatie aCROHO.

Web-applicatie
Zowel medewerkers van onderwijsinstellingen als medewerkers van de afdeling SSG van de DUO kunnen met behulp van deze applicatie wijzigingen doorvoeren in de registratie van het CROHO. Medewerkers van de instellingen voor hoger onderwijs krijgen via een zogenoemde ‘token’ online toegang tot de web-applicatie. Hiermee krijgen zij bijvoorbeeld de mogelijkheid om te zien wat de status van een aanvraag is. Onderwijsinstellingen kunnen via aCROHO uiteraard alleen hun eigen instellings-opleidingsdossiers raadplegen en muteren.

Nieuw mutatieproces
De medewerkers van de DUO laten nu zien hoe de nieuwe web-applicatie van aCROHO met ingang van september 2012 actief zal zijn. Daarbij wordt vandaag binnen de zogenoemde ‘veldtestomgeving’ uitgelegd op welke wijze je lopende aanvragen kunt bekijken, op welke manier je nieuwe opleidingen in het CROHO kunt (laten) registreren en hoe je wijzigingen in het actuele CROHO kunt (laten) invoeren. Als door het College van Bestuur geautoriseerde medewerker kun je vanaf 1 september 2012 alle mutaties in aCROHO online invoeren en bij afronding digitaal verzenden naar de DUO, waarna de SSG-medewerkers van de DUO na een inhoudelijke check de ingevoerde mutatie(s) vastleggen in het CROHO. Vanaf dat moment zijn dan die mutaties verwerkt in het CROHO en zijn die openbaar en derhalve ook publiek te raadplegen via de website van de DUO.

dinsdag 22 mei 2012

Hoger Onderwijs: crisis of kwaliteit?

Maandag 21 mei 2012
Jaap Nammensma,Tiny Hekkenberg en Doekle Terpstra















Doekle Terpstra
De jaarlijkse sectorledenvergadering van de Sector Hoger Onderwijs van CNV-Onderwijs vindt vandaag plaats in het CNV-gebouw te Utrecht. Zoals te doen gebruikelijk komen daarin naast de huishoudelijke zaken ook de actuele ontwikkelingen in het hoger onderwijs aan de orde. Voor het eerste gedeelte van deze bijeenkomst van de Sector Hoger Onderwijs is Doekle Terpstra uitgenodigd; voorheen de voorzitter van het CNV en nadien van de HBO-raad; en vandaag bij ons aanwezig in zijn actuele functie van bestuursvoorzitter van Hogeschool Inholland. Terpstra is als spreker uitgenodigd om zijn bestuurderservaring met ons te delen in het kader van het thema: ‘Hoger Onderwijs: crisis of kwaliteit’.

Crisis of kwaliteit
Doekle Terpstra vertelt over zijn ervaringen op hogeschoolnivo; over wat hij heeft waargenomen als bestuurder en als persoon. Hij geeft aan nog steeds blij te zijn dat hij de stap van de HBO-raad naar Inholland heeft gemaakt; om ook eens in de rol van hogeschoolbestuurder te stappen. Die overstap heeft hem in elk geval zicht gegeven op een aantal onvolkomenheden in het hoger onderwijs, zo vertelt hij.

Lessons learned
Terpstra begint te stellen dat de belangengroep ‘Beter Onderwijs in Nederland’ (BON) achteraf gezien meer gelijk had in haar beweringen dan hij aanvankelijk nog dacht toen hij bij de HBO-raad werkte. Bij Inholland was het bijvoorbeeld bij zijn aantreden zo dat de diensten de dienst uitmaakten, in plaats van dat de mensen uit het primair proces (het onderwijs)– bepaalden wat goed is voor het onderwijs van de hogeschool. De fifty-fifty-verhouding van diensten-onderwijzend personeel was de scheefgetrokken realiteit. Terpstra is duidelijk in zijn opstelling: éénmaal per vijf jaar moet bij organisaties in het publieke domein (zoals onderwijs en zorg) de helft van de staforganisatie eruit.

Hogeschool Inholland
Bij Hogeschool Inholland was in de loop der jaren een bestuurlijke bovenwereld gegroeid, die los van de onderwijsorganisatie functioneerde, los van het primaire proces. De hogeschool had haar zaken ook niet op orde voor wat betreft het naleven van de geldende wet- en regelgeving. Terpstra: “We moeten de wet- en regelgeving niet langer als last beschouwen, maar die als een voertuig hanteren voor ons handelen.” Het nadelige voor een hogeschool als Inholland is dat in zo’n gegeven crisissituatie alle creativiteit plat wordt geslagen en dat je als hogeschool volledig in een kramp schiet als je zo onder de loep wordt genomen. Een reëel risico voor het onderwijs van Inholland is dat docenten van het ene wantrouwen in een ander wantrouwen schieten. Een gebrek aan vertrouwen van de mensen uit het primaire proces in de mensen in de top van organisaties in bijvoorbeeld zorg, onderwijs en banken is momenteel eerder regel dan uitzondering. Vertrouwen daarentegen is een sleutelwoord, want vertrouwen in de top, betekent ook vertrouwen op de werkvloer.

Professionele ruimte
Doekle Terpstra heeft intussen ook zijn beeld over de zogenoemde ‘professionele ruimte’ in het onderwijs bijgesteld. Docenten moeten weer zelf greep krijgen op het primaire proces, op hun onderwijs. Terpstra verwacht veel van een combinatie van het invullen van die professionele ruimte in relatie tot het verantwoording afleggen over het gegeven onderwijs. In het professionele gesprek van docenten onderling moet ook de verantwoording van het eigen handelen ten opzichte van elkaar worden ingevuld. Professionele ruimte dient samen te gaan met een cultuur van elkaar aanspreken op elkaars functioneren. “Dat is een kwetsbaar onderwerp, maar toch moeten we die slag maken in het hoger onderwijs”, aldus Terpstra.
Misschien moeten we in alle arbeidsovereenkomsten ook wel vastleggen op welke wijze de hogeschooldocent zich verhoudt tot het werkveld waarvoor hij de studenten opleidt. Wellicht zouden de vakbonden dat moeten regelen; laat ze die knuppel maar in het hoenderhok gooien. Docenten moeten in hogescholen de regie weer nemen en periodiek in collegiaal verband rekenschap willen afleggen over hun werk.

Bestuur en Toezicht van hogescholen
Terpstra zoekt in zijn betoog de breedte: “We zitten in een systeemcrisis in plaats van in een crisis in één hogeschool. Een ander type leiderschap zal in het hoger onderwijs moeten ontstaan; ik zou dat toejuichen”. Hij gaat verder door te stellen dat meer mensen die afkomstig zijn uit het onderwijs in de Colleges van Bestuur moeten komen. De crisis bij Inholland is ook het resultaat van bestuurlijk falen. In de voormalige Raad van Toezicht van Inhollland zaten zeker wel gerenommeerde toezichthouders, maar die hadden geen verstand van het primaire proces in hun hogeschool. Er moet tenminste één onderwijsexpert in elke Raad van Toezicht van een hogeschool zitten; iemand die bijvoorbeeld weet hoe een OER in elkaar zit, iemand die weet hoe die Onderwijs- en Examenreglementen de hele hogeschoolorganisatie feitelijk sturen.

Centrale en decentrale kwaliteitszorg
Doekle Terpstra sluit af met de stelling dat hogescholen de kwaliteitszorg moeten decentraliseren. Daarentegen moeten Colleges van Bestuur wel de regie houden op die kwaliteitszorg. Zo zou elke hogeschool er bijvoorbeeld voor kunnen zorgen dat ze een onderwijsauditdienst in het leven roepen, die op uitdrukkelijk verzoek van de onderwijsteams periodiek op bezoek komen bij die onderwijsteams om de kwaliteit van hun onderwijs te onderzoeken.

In gesprek met Terpstra
Na deze presentatie van Doekle Terpstra volgt een goed gesprek in grote kring. Terpstra geeft antwoord op informatieve vragen, stelt wedervragen aan de aanwezigen in de zaal en ook inventariseren we gezamenlijk of er al ‘good practices’ zijn in onze hogescholen van de door Terpstra geschetste ideaalbeelden. Die schoolvoorbeelden zijn er wel degelijk, zo blijkt uit de praktijkvoorbeelden die door de aanwezigen op grond van eigen ervaring worden genoemd

Huishoudelijk deel van de sector hoger onderwijs
Na deze boeiende presentatie en discussie gaan we in sectoraal verband verder met de agendapunten van meer huishoudelijke aard. We behandelen het verslag van onze vorige sectorledenvergadering, het jaarverslag 2011 van de Sector Hoger Onderwijs, een wijziging in ons huishoudelijk reglement, de financiële overzichten van 2011 en 2012 en het activiteitenplan voor 2012.
Aan ons jubilerend lid Gert Doornbos wordt de jubileumspeld uitgereikt.
Aan het eind van het programma staat nog de afvaardiging van de Sector Hoger Onderwijs op de agenda, waarbij wordt geïnventariseerd welke leden van onze sector beschikbaar zijn om op 28 november 2012 en op 5 juni 2013 onze sector te vertegenwoordigen in de Algemene Ledenvergadering.

Actuele ontwikkelingen in het hoger onderwijs
Een ander belangrijk agendapunt is het item ‘Actualiteit’. We bespreken de actuele ontwikkelingen in het hoger onderwijs, waaronder ontwikkelingen op hogescholen en de Collectieve Arbeidsovereenkomst (CAO 2012). Zo spreken we bijvoorbeeld over de langstudeerdersmaatregel en de nadelige effectien die deze maatregel heeft voor deeltijdstudenten, met name ook voor de deeltijdse nascholing voor docenten in het kader van hun deskundigheidsbevordering. Met betrekking tot het thema ‘CAO’ komen onder andere de volgende onderwerpen in de plenaire discussie aan de orde: scholing, ontwikkeling, zelfontplooiing en de jaarlijkse 58 uren voor deskundigheidsbevordering van docenten. Ook bij de SOP-regeling en bij de Loonontwikkeling wordt kort stilgestaan.