Posts tonen met het label Saxion. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Saxion. Alle posts tonen

donderdag 22 november 2012

Prestatieafspraken in het hoger onderwijs



Donderdag 22 november 2012
Kennisuitwisseling in subgroepen















Collegiale verkenning
Tijdens de netwerkbijeenkomst van ons Platform HBO van het Nederlands Netwerk voor Kwaliteitsmanagement (NNK) staan we vandaag stil bij de Prestatieafspraken, die zijn gemaakt tussen enerzijds het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCenW) en anderzijds de instellingen in het hoger onderwijs. Hoewel alle afspraken nog niet formeel afgesloten zijn en er inmiddels een nieuw kabinet is aangetreden, achten we het verstandig om in dit stadium als kwaliteitszorgmedewerkers alvast met elkaar te verkennen wat deze afspraken ons en anderen waard zijn.
Paul Nieuwenhuis – voorzitter van dit HBO-netwerk  - heet de 17 deelnemers welkom in een vergaderzaal van het ‘Cursus- en Vergadercentrum Domstad’ te Utrecht en introduceert het thema “Prestatieafspraken” aan de hand van één van de afspraken (Bachelor-rendement), die Saxion Hogeschool met het onderwijsministerie heeft gemaakt.

Werkvragen
Enkele vragen die in de bijeenkomst van vandaag aan de orde komen, zijn:

  1. Welke Prestatieafspraken hebben de hogescholen gemaakt?;
  2. Hoe zijn die afspraken tot stand gekomen en wie waren daarbij betrokken?;
  3. Hoe zijn en/of worden deze Prestatieafspraken binnen de betreffende hogescholen geïmplementeerd?;
  4. Wat is bij die implementatie de rol van kwaliteitszorgsmedewerkers?;
  5. Hoe kijken instellingen voor hoger onderwijs aan tegen de Prestatieafspraken, en hoe kijkt men van buiten hier naar?

Programma
In vier subgroepen wisselen we eerst uit hoe de verschillende hogescholen met de prestatieafspraken omgaan, uitgaande van de bovenstaande vraagstelling.
Een aantal items die in de terugkoppeling na afloop uit deze subgroepen komen, zijn:

  • De eigen – al bestaande – ambitienivo’s van hogescholen zijn veelal leidend geweest voor het formuleren van de Prestatieafspraken;
  • In dit proces verander(d)en de rollen van enerzijds de afdelingen Planning & Control en anderzijds de afdeling Kwaliteitszorg van een hogeschool. Daarbij kregen de afdelingen Planning & Control – die doorgaans meer procesgeoriënteerd waren/zijn – meer invloed;
  • Prestatieafspraken gaan vaker over het verhogen van normen, dan over het verhogen van de studenteninstroom in het hoger onderwijs;
  • Het formuleren van Prestatieafspraken zorgde doorgaans niet voor een stormachtige sfeer in de hogeschool; ze bouwden namelijk veelal voort op de inhouden van de reeds voorliggende management-contracten;
  • Een ook nu nog voortdurend probleem blijft het hanteren van de verschillende definities omtrent de gehanteerde prestatieafspraken;
  • De meeste Prestatieafspraken zijn niet bijster ambitieus;
  • Sommige hogescholen hebben nu – i.v.m. hun prestatieafspraken – een grote(re) focus op de Studententevredenheidsonderzoeken (van bijvoorbeeld NSE);
  • Sommige Colleges van Bestuur gaven het opleidingsmanagement hoge, strenge normen, maar geven de opleidingen wel volop ruimte om die normen op eigen wijze te behalen;
  • De door de hogescholen vastgestelde Prestatieafspraken worden veelal door één of meer specifieke projectgroepen geïmplementeerd in de staande organisatie van een hogeschool;
  • Veel studentengerelateerde Prestatieafspraken zijn veelal heel concreet geoperationaliseerd en zijn voor studenten en docenten dan ook uitdrukkelijk controleerbaar;
  • Veel Jaarplannen/Teamplannen van opleidingen bevatten inmiddels informatie over instrumenten en middelen, die worden ingezet om de Prestatieafspraken te implementeren en te behalen.

Casus Hogeschool van Amsterdam
Na de pauze volgt een presentatie van beleidsmedewerker Jos van Hijfte, werkzaam bij de Hogeschool van Amsterdam (HvA). Hij neemt ons in zijn presentatie mee in de praktijk van deze hogeschool met betrekking tot het tot stand komen en het implementeren van de Prestatieafspraken.

  • Van Hijfte benadrukt de kwaliteitsproblemen, die onvermijdelijk ontstaan door een te snelle groei van het aantal studenten van een hogeschool.
  • Een ander punt is dat de Planning & Control-processen van een hogeschool veel meer een inhoudelijke component moeten krijgen voor wat betreft onderwijs en onderzoek, maar dan loop je tegen het probleem aan dat dergelijke afdelingen van een hogeschool doorgaans geen expertise bezitten op het gebied van onderwijs en onderzoek in een opleiding voor hoger onderwijs.
  • Naast het proces om te komen tot Prestatieafspraken heeft de HvA parallel ook en proces laten lopen van Profilering (met betrekking tot Urbanisatie en Ondernemerschap).
  • Voor hogescholen vormt het moeten werken met verschillende stelsels voor het fungerende hogeschoolinformatiesysteem een praktisch probleem. Dat ene hogeschoolinformatiesysteem moet nu bijvoorbeeld informatie leveren op grond van vraagstellingen uit de eigen hogeschoolorganisatie, naast de vereisten van de Basisgegevens waar de NVAO om vraagt, naast de gegevens en informatie die hogescholen nu ook nog moeten leveren voor de Prestatieafspraken. Verschillen in definities en verschillen in daarbij behorende systeemvereisten bemoeilijken de invoer, verwerking en uitvoer van respectievelijk gegevens en informatie.

Implementatieperikelen
Bij de HvA worden per Prestatieafspraak de maatregelen benoemd, die nodig zijn om de betreffende Prestatieafspraken te behalen, waarna ook per maatregel zowel kwalitatief als kwantatief monitoring op processen en resultaten plaatsvindt. Bij de implementatie en bij de monitoring worden ook direct de NVAO-standaarden al meegenomen.
Het grootste probleem binnen een hogeschool vormt de stapeling van de dossiers die niet (geheel) op orde zijn. Denk bijvoorbeeld aan onvolkomenheden in studentendossiers/-portfolio’s, in opleidingsrendementen en/of in het niet correct functioneren van opleidingsexamencommissies.
Jos van Hijfte: “Een deel van het geheim van je succes zit in je docenten”.

Afsluiting
Aan het eind van deze bijeenkomst volgt nog een korte ronde ‘Halen en brengen’. Daarna sluit netwerkvoorzitter Paul Nieuwenhuis deze netwerkbijeenkomst.

donderdag 29 maart 2012

Kwaliteitscultuur en Human Resource Management

Donderdag 29 maart 2012 
Presentatie door Pas & Mellema van Fontys Hogeschool ICT















Onderwijskwaliteit door HRM
Er wordt ook in het hoger onderwijs veel gesproken over 'kwaliteitscultuur'. Het is bijvoorbeeld een centraal begrip geworden in de 'Instellingstoets Kwaliteitszorg' van de Nederlands-Vlaamse Accreditatie Organisatie (NVAO), de organisatie die ook de kwaliteit van het Nederlandse hoger onderwijs waarborgt. Maar wat is dan die kwaliteitscultuur van een goede opleiding?
Zeker is in ieder geval dat in een kwaliteitscultuur de docent van doorslaggevende betekenis is. Daarom zou bijvoorbeeld het Human Resource Management (HRM) van een hogeschool een kwaliteitsbepalende factor van betekenis moeten zijn. Je kunt je dan afvragen wat in dat verband dan de relatie is tussen Human Resource Management en Kwaliteitszorg.

Netwerkbijeenkomst
Hoe zou je dan in het hoger onderwijs de kwaliteit van je opleiding een groei-impuls kunnen geven door in te zetten op de kwaliteit van je docenten en van je overige hogeschoolmedewerkers?
Rondom deze vraagstelling zijn we vandaag als leden van het Platform HBO van het Nederlands Netwerk voor Kwaliteitsmanagement bijeen in Utrecht.
De sprekers die vandaag voorafgaand aan de plenaire discussieronden een presentatie verzorgen, zijn Tonnie Huibers van Avans Hogeschool en Adriaan Mellema & Robbert Pas van Fontys Hogescholen.
Deze netwerkbijeenkomst wordt geopend en geleid door onze netwerksecretaris Annemieke Voets, werkzaam bij Avans Hogeschool.

Sociotechnische benadering
Tonnie Huibers is directeur van de Academie voor Sociale Studies van Avans Hogeschool.
Huibers' presentatie is getiteld: 'Organisatiekanteling ASH: ontwerp- en veranderaanpak'.
Huibers vertelt dat hij deze academie bij zijn aanstelling aantrof als een complexe onderwijsorganisatie, waarin docenten gedemotiveerd dreigden te raken. Gebruik makend van inzichten vanuit een sociotechnische benadering heeft Huibers de structuur en de cultuur van zijn academie in samenhang aangepakt.

Tonnie Huibers vertelt:
  • De kern van mijn verhaal gaat over de sociotechnische visie op organiseren;
  • Als we cultuur willen creëren, doen wij dat via het inrichten van systemen, via de structuur (de inrichting van processen), via onze mensen (personeelsmanagement) en via cultuurinvloeden (zij het in geringe mate).
  • De gehanteerde uitgangspunten zijn bijvoorbeeld: de besturingsfilosofie, participatieve beleidsvoering en vormgeving en professionele autonomie. 
  • Ga en blijf met elkaar in gesprek en laat docenten vooral meepraten; hetgeen ze doen in zogenoemde carousselsessies.
  • Het onderwijskundig leiderschap ligt bij de Onderwijscommissie.
  • Onze HRM-er houdt zich alleen bezig met HRM-beheerszaken en is niet betrokken bij de kernteams.
  • Als management moet je geduld hebben en je moet een kernteam ook haar 'shit' gunnen.
  • We hebben geen kernteamhoofden; in een kernteam worden/zijn alle taken onderling verdeeld.
  • De volgende vier docentrollen hanteren we: vakman, collega, organisator en ondernemer.
HRM en beroepenveld
Adriaan Mellema is als onderwijskundige verantwoordelijk voor de kwaliteitszorg binnen Fontys Hogeschool ICT en zijn collega Robbert Pas is als HRM-adviseur verantwoordelijk voor de ontwikkeling en de implementatie van het Personeelsbeleid binnen Fontys Hogeschool ICT.
Hun presentatie is getiteld: 'Kwaliteitscultuur en HRM: ontwikkeling van de brede bachelor HBO-ICT'.
Zij vertellen hoe zij in hun brede opleiding een kwaliteitscultuur willen realiseren via de weg van HRM. Hun Fontys-opleiding ICT beleefde in het jaar 2006 een moeilijke periode. In de aanloop naar de onderwijsvisitatie en de accreditatie van deze opleiding werd besloten tot stevige interventies op het gebied van HRM en op de positionering van het beroepenveld binnen deze HBO-opleiding.

Adriaan Mellema en Robbert Pas vertellen:
  • Onze HBO-bachelor ICT is Nederlands eerste brede ICT-opleiding.
  • We werken met de zogenoemde 'Eén-curriculum-architectuur'.
  • De overstap is gemaakt naar betekenisvol, activerend en ontwikkelingsgericht onderwijs.
  • Onze 'nieuwe werkelijkheid' betekende onder andere: competentiegericht leren, een nieuw onderwijsconcept, samenwerking met industry 'partners in education', een nieuwe curriculumstructuur en een nieuwe toetsstructuur, waarbij de European Credits (cf. ECTS-systeem) worden verdiend door aan de vereiste competenties te voldoen.
  • De opleidingsdocenten kregen vier jaar de tijd om zich aan te passen aan die 'nieuwe werkelijkheid', om 'teamspeler in de arena' te worden.
  • Er wordt gewerkt met teamplannen.
  • Wat goed is voor studenten, is ook goed voor medewerkers.
  • Het HRM-beleid loopt in de pas met het onderwijsbeleid.
  • De gesprekscyclus (met o.a. functioneringsgesprekken) gaat uit van ontwikkelingsgericht HRM-beleid.
  • Zo doorlopen we onder andere de volgende processen:
Van Technology naar Innovation;
Van Vast naar Flexibel;
Van Statisch naar Dynamisch;
Van Plannen en Reguleren naar Faciliteren;
Van Lokalen naar Projectruimtes;
Van Leidinggeven naar Coachen;
Van Toeschouwer naar Teamspeler.

  • Doordat onze formatie sterk groeit, kunnen we die collega's aanstellen, die in de gewenste ontwikkelstand staan. We doen aan actieve 'recruiting'.
  • We zijn overgegaan naar een netwerkorganisatie met tijdelijke samenwerkingsverbanden (subteams).
  • Docenten worden door blokteamhoofden gevraagd in hun team te participeren. Docenten moeten ervoor zorgen dat ze geen leegloopuren hebben. Docenten die veel worden gevraagd, hebben daardoor de mogelijkheid om te kiezen waarin ze participeren. Docenten worden dus niet meer door het management ingezet, maar hun inzet wordt gevraagd door collega-docenten.
  • De HRM-medewerker coacht de teamleiders on the job.
  • We ontkoppelden innoveren van uitvoeren, want uitvoerders zijn geneigd om direct naar de uitvoerbaarheid van innovaties te kijken; bij innovaties moet je juist eerst grensverleggend denken.
  • Wij werken met 'Investor in People', een systeem voor ontwikkelingsgericht Human Resource-beleid.
  • Door al die ontwikkelingen maken we de overstap 'van Reactief naar Proactief' werken.
  • Onze streefnorm voor docenten is dat ze binnen hun aanstellingsomvang 10% van hun tijd besteden aan externe zakelijke dienstverlening, 10% aan onderzoek en  10% aan persoonlijke ontwikkeling.
  • De succesbepalende factoren voor onze aanpak zijn:
De horizon, waar duidelijk en consistent op wordt gestuurd;
Draagvlak en stuurkracht;
Eigenaarschap wordt beloond;
Grote betrokkenheid van medewerkers;
Niet de Studententevredenheid, maar Innovatie staat voorop.

De kracht van deze aanpak van Fontys Hogeschool ICT is gelegen in het feit dat de HRM-medewerker stevig participeert en faciliteert in de (door)ontwikkeling van 'de nieuwe werkelijkheid' in de opleiding.

zaterdag 28 januari 2012

Eerste ervaringen met Instellingstoets Kwaliteitszorg

Donderdag 26 januari 2012
Rob de Goede, Eric Logtenberg, Yvonne Eppink en Stephan van Galen















Instellingstoets Kwaliteitszorg
Als Platform HBO van het Nederlands Netwerk Kwaliteitszorg organiseren we vanmiddag in de Hogeschool Utrecht een netwerkbijeenkomst van het landelijk netwerk voor kwaliteitszorgmedewerkers in het hoger onderwijs. In deze bijeenkomst staat de Instellingstoets Kwaliteitszorg centraal, waarmee instellingen voor hoger onderwijs in de komende jaren door visitatiepanels van de Nederlands-Vlaamse Accreditatie Organisatie kunnen laten verifiëren of de deelnemende hoger onderwijsinstellingen zogenoemd ‘in control’ zijn. De belangstelling voor dit onderwerp is groot. Zo’n 40 deelnemers meldden zich vooraf aan, maar voor veel meer dan deze 40 mensen moeten zitplaatsen worden geregeld bij aanvang van deze bijeenkomst. De zaal zit bijna vol als netwerkvoorzitter Paul Nieuwenhuis de bijeenkomst opent..

De eerste ervaringen
Inmiddels hebben enkele hogescholen en universiteiten de eerste ervaringen opgedaan met deze Instellingstoets Kwaliteitszorg. Tijd dus voor ons om vanuit het perspectief van de onderwijsinstellingen en vanuit de NVAO eens te bespreken wat die eerste ervaringen in het onderwijsveld zijn. Doel van deze netwerkbijeenkomst is om zicht te krijgen op de mate van matching tussen ambities en praktijkervaringen, welke pluspunten en aandachtspunten er nu al zijn te benoemen en hoe de instellingstoets zich nu verhoudt tot de beoordeling van de opleidingen van die instellingen voor hoger onderwijs. Aan de hand van korte presentaties van ervaringsdeskundigen willen we met elkaar de dialoog op gang brengen met betrekking tot bovenstaande doelen.
Hieronder volgen een aantal items die in de afzonderlijke presentaties aan de orde komen.

Saxion Hogeschool
Eerste spreker is Rob de Goede, beleidsmedewerker van Saxion Hogeschool.
  • We hebben minder focus gehad op de Kritische Reflectie, maar meer op de vraag of alle processen op orde zijn en of alle betrokkenen goed op de hoogte zijn van het proces van de Instellingstoets.
  • Het visitatiepanel was op zoek naar hoe de communicatie loopt: bottom up en top down.
  • De eerste visitatiedag begon met gesprekken met centrale diensten en tijdens de rest van de twee trails-dagen is alleen met vertegenwoordigers van opleidingen gesproken.
  • Het visitatiepanel wil vooral de grote lijnen kunnen volgen.
  • Kwaliteitsbeleid moet in heldere doelen zijn geformuleeerd; in kwaliteitskaders per opleiding en per dienst; de vraag is vervolgens of je beleid functioneert.
  • Je documentatie moet op orde zijn; er moest toch ook weer heel veel papierwerk in achtvoud naar de NVAO worden gezonden.
  • Richt je bij de opleidingsvisitatie meer op de resultaten dan op de processen.
  • Bij de Instellingstoets gaat het erom dat je processen/procedures zijn geborgd.

Technische Universiteit Delft
Volgende spreker is Eric Logtenberg, beleidsmedewerker van de Technische Universiteit Delft.
  • Bij een goede samenwerking tussen centrale en decentrale afdelingen is het schrijven van een Kritische Reflectie weliswaar veel werk, maar is dat in twee maanden goed te doen.
  • De visitatiecommissie vraagt in alle geledingen naar dezelfde zaken, dus je moet allemaal dezelfde taal spreken.
  • De Kritische Reflectie moet in alle geledingen van de hogeschool worden (h)erkend.
  • De visitatiecommissie wil ontwikkelpunten zien; heeft het College van Bestuur die bijvoorbeeld gespot? Zijn er verbeterplannen aanwezig, worden die gemonitord en worden de doelen behaald?
  • Visitatiecommissies kunnen er in de trails nog wel eens moeite mee hebben om voldoende vertrouwen te krijgen.
  • Een succesfactor is dat Bestuur, Opleidingen en Diensten zaken goed afstemmen.
  • Middels een Instellingstoets kunnen ook de zwakke (verbeter-)punten van een opleiding naar voren komen, waar je iets mee moet.
  • We hebben inderdaad tijd bespaard op het schrijven van de Kritische Reflectie.
  • Voor de opleiding was de visitatie een prettig bezoek, omdat het minder om procedures en meer over de ontwikkeling van, de visie op en de praktijk van het onderwijs gaat.
  • Het plannen van de trails is agendatechnisch lastig.

Hanzehogeschool Groningen
Derde spreker is Yvonne Eppink, senior beleidsmedewerker van de Hanzehogeschool Groningen.
  • De Hanzehogeschool is redelijk centraal georganiseerd, hetgeen goed past bij de Instellingstoets.
  • Voor en tijdens het visitatiebezoek zijn door de visitatiecommissie veel aanvullende documenten opgevraagd.
  • In de trails zijn we grondig en degelijk bevraagd over de kwestie of ieder zijn verantwoordelijkheid neemt in het verbeterbeleid; zijn we wel in control?
  • Het visitatiepanel kwam na de visitatie met herkenbare aandachtspunten.

Nederlands-Vlaamse Accreditatie Organisatie
Na de pauze volgen twee sprekers van de NVAO. Eerste spreker is Karl Dittrich, voorzitter van het bestuur van de NVAO. Dittrich vertelt over het gesprek dat de NVAO-vertegenwoordigers vandaag hadden met de 2e Kamercommissie Onderwijs. Ook enkele ervaringsdeskundigen uit bijvoorbeeld het onderwijswerkveld namen deel aan dit overleg van vandaag. De bedoeling van dit gesprek was het uitleggen van het accreditatiestelsel.
  • De vertegenwoordigers van de 2e Kamer vragen zich vooral af wat het waarheidsgehalte is van hetgeen tijdens visitaties ter tafel komt.
  • Maak je Kritische Reflectie ook kritisch, want een visitatiepanelonderzoek gaat beter als de opleiding en de instelling niet in het defensief schieten. Bij een open dialoog reageert een visitatiepanel doorgaans met meer begrip.
  • Toon je kwetsbaarheid en erken dat het soms ook wel eens niet goed gaat in je opleiding of instelling.
  • Het gerealiseerd niveau is van doorslaggevend belang.

Stephan van Galen
Laatste spreker is Stephan van Galen, beleidsmedewerker van de NVAO.
  • Probeer een open Kritische Reflectie te schrijven; dat schept vertrouwen.
  • De NVAO praat tijdens de Instellingstoets nu ook met de Raad van Toezicht. De vraag is hoe hoog kwaliteit op de agenda staat.
  • Er wordt ook gesproken met ervaringsdeskundigen op het gebied van studeren met een functiebeperking.
  • Je ziet tijdens visitaties dat taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden niet altijd goed zijn afgebakend in de instelling.
  • Is het wel nodig om een diepgewortelde overlegcultuur te hebben in de instelling?
  • Bij veel evaluatierapportages wordt vaak selectief gewinkeld in de evaluatie-uitkomsten.
  • De uitvoering van verbeterbeleid zou men in instellingen voor hoger onderwijs beter kunnen monitoren.
  • Van het open spreekuur wordt zeer wisselend gebruik gemaakt en het levert weinig nieuwe feiten op.
  • NVAO-visitatiecommissies wennen zo langzamerhand aan hun rol en leren gaandeweg. De NVAO bouwt al aardig expertise op.
  • Momenteel worden nog maar enkele Instellingstoetsen gehouden, maar komend najaar wordt het erg druk.

Paneldiscussie
Voorin de zaal zitten de heren De Goede en Logtenberg, mevrouw Eppink en de heer Van Galen. Op basis van de vragen die de aanwezigen in de zaal aan het panel stellen, ontstaat een plenaire paneldiscussie over onder andere de volgende zaken:
  • Visitatiecommissies moeten documenten ontvangen die inzicht bieden in de reële communicatie tussen Bestuur, Schools en Opleidingen.
  • Probeer op te schuiven van een defensieve naar een meer open houding. Dat moet je wel organiseren, want je moet daartoe de nodige weerstand wegnemen.
  • Het nivo van de opleidingen zal meer aandacht krijgen dan voorheen.
  • Als je een zwak punt noem in je Kritische Reflectie is dat een uitnodiging aan de NVAO om hierover een trail tijdens de Instellingstoets te organiseren.
  • De NVAO maakt voorafgaande aan de visitatie een Accreditatieportret van de instelling op grond van bijvoorbeeld beschikbare informatie over: mislukte Toetsen Nieuwe Opleiding, verzonden Sideletters, Keuzegidsen, Onvoldoende oordelen en eerder geconstateerde verbeterpunten.
  • Een onderzoeksvraag is bijvoorbeeld hoe onderwijsinstellingen omgaan met falen en met problemen.
  • Iedere geleding van de instelling wordt aangesproken op en bevraagd over de eigen taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden ten opzichte van het naastliggende organisatienivo.
  • Ook de financiële kaders worden meegenomen in de beoordeling. Gekeken wordt of in de begrotingen de financiering van grote plannen worden teruggevonden.
  • Bij een positief resultaat op de Instellingstoets zal de Onderwijsinspectie zich qua toezicht minder sterk richten op die instelling.

Wetsvoorstel bij de Raad van State
Het wetsvoorstel inzake de wet op de kwaliteitsborging ligt momenteel al bij de Raad van State. Beoogd wordt daarmee om de clustergewijze opleidingenvisitaties vanaf september 2012 in te laten gaan, met als gevolg dat de wet waarschijnlijk met ingang van aanvang 2013 operationeel wordt in het hoger onderwijs. Op grond van die wet zal de NVAO voortaan de regie krijgen op de samenstelling van visitatiepanels en zal de NVAO op afzienbare termijn een Europese aanbesteding organiseren, waarop de huidige Visiterende en Beoordelende Instellingen kunnen inschrijven per nog nader te omschrijven visitatiecategorie. Per categorie worden dan mantelcontracten opgesteld, gebaseerd op een specifiek programma van eisen.
De kans bestaat dat in de gewijzigde opzet actuele accreditatietermijnen worden verkort en/of verlengd om tot clustervisitaties te komen.

donderdag 29 september 2011

Ervaringen met beperkte opleidingsbeoordeling

Donderdag 29 september 2011

In meteorologisch opzicht een ware zomerse dag in de herfst. De temperatuur loopt in Utrecht op tot boven de 25 graden Celsius; hetgeen bijzonder is voor de tijd van het jaar; in meer dan honderd jaar was dat nog maar 14 keer voorgekomen. Rondom het gebouw van Hogeschool Utrecht aan de Padualaan op de Uithof zitten her en der studenten en hogeschoolmedewerkers te genieten van de warme herfstzon.

Binnen hebben we de bijeenkomst van het Platform HBO van het Nederlands Netwerk voor Kwaliteitsmanagement (NNK), waarin de eerste ervaringen van Nederlandse hogeschoolopleidingen met het nieuwe accreditatiekader voor beperkte opleidingsbeoordelingen centraal staan. Die ervaringen worden vanmiddag van twee kanten belicht; enerzijds vanuit het perspectief van de visitatiepanels en anderzijds vanuit het perspectief van de opleidingen. Voorzitter Paul Nieuwenhuis heet iedereen welkom. Ongeveer 40 belangstellende zijn naar deze bijeenkomst gekomen, hetgeen bijna het dubbele is van de gemiddelde opkomst. Dit onderwerp spreekt de kwaliteitszorgmedewerkers van hogescholen allicht meer dan gemiddeld aan.

De eerste presentatie wordt verzorgd door Ruud van der Herberg, partner van het evaluatiebureau Hobéon Certificering, vandaag hier aanwezig om zijn ervaringen als voorzitter van diverse visitatiecommissies met ons te delen. In zijn presentatie komt onder andere aan de orde:
- Uitgangspunten, opzet en werkelijkheid van het nieuwe accreditatiestelsel;
- Naar beperkter en strikter beoordelen;
- De instellingstoets kwaliteitszorg: is er in het medewerkersteam sprake van een kwaliteitscultuur?;
- De algemene opdracht van visitatiecommissies: kom in het gesprek met de docenten dichter bij de opleiding en bij de actualiteit van het vakgebied;
- Eindkwalificaties van opleidingen met toegenomen aandacht voor internationalisering;
- Onderwijsleeromgeving als containerbegrip, over hoe moeilijk het is om voor NVAO-Standaard 2 een “Goed” als beoordeling te geven en te krijgen en over de zwaardere bewijslast die hier en daar nodig is. Voorts komen hier aan de orde: hersteltermijn, onderwijsprogramma, personeel en voorzieningen. Het geëtaleerde draagvlak van docententeams is van belang voor een goede beoordeling. Onderwijsrendementen worden steeds belangrijker in de beoordeling van opleidingen;
- Toetsing en gerealiseerde eindkwalificaties zijn nu dominant geworden in voorbereiding, uitvoering en nabetrachting. Hoe lang kunnen begeleiders hun studenten nog beoordelen? Worden de (voor)beelden met betrekking tot het nivo van de opleiding door het hele docententeam gedragen? Motiveren en hanteren opleidingen ook tussentijdse voortgangsbeslissingen en –begeleiding tijdens de opleiding, of is de focus uitsluitend op het afstuderen? Hanteren Examencommissie een eigen evaluatieve onderzoeksagenda?
- Hoe komt een visitatiepanel tot een eindoordeel op grond van de relatie tussen de standaarden van het nieuwe accreditatiestelsel?;
- De nieuwe Kritische Reflectie; is die nu werkelijk kritisch en reflectief?;
- De ‘Peers’, die nu een belangrijk element zijn geworden in het nieuwe stelsel;
- De nadruk die op eindwerkstukken en/of portfolio’s is gekomen, waarin het gerealiseerde nivo van de afgestudeerde aantoonbaar is;
- De kwaliteit van de audit met ruimte voor de inhoud van de opleiding;
- Hobéon kiest ervoor om eerst de opleiding te beoordelen, waarna nog een aantal aanvullende verbetervoorstellen worden benoemd in een verbeterparagraaf.

Tweede spreker vanmiddag is Piet Kaashoek, kwaliteitszorgcoördinator van de School voor Journalistiek van Fontys Hogescholen. Hij vertelt dat vier Nederlandse journalistiekopleidingen hebben gekozen voor samenwerking in het visitatietraject: uit kostenoverwegingen, om te kunnen benchmarken, ter tijdsbesparing en om good practices te verkrijgen voor collega-opleidingen binnen de eigen hogescholen. In de zelfevaluatie werkte Fontys met een Verzamelteam, een Onderzoeksteam, een Schrijfteam en een Reflectie-/Leesgroep. Kaashoek pleit voor een rode draad in de Kritische Reflectie, bijvoorbeeld de ontwikkelingslijn van de opleiding, die Hobéon graag als leidraad neemt tijdens visitaties. De tijdsbesparing viel achteraf tegen. Met documentenbeheer in Sharepoint heeft men goede ervaring opgedaan. Een gedigitaliseerde documentenstructuur en een goed werkend digitaal documentenbeheersysteem zijn voor opleiding en evaluatieburo van grote betekenis; daar is vooral nog tijdwinst te behalen voor opleiding en visitatiecommissie. De good practices leidden tot nieuwe standaarden voor volgende opleidingen die gevisiteerd zullen worden en de focus lag in het nieuwe stelsel inderdaad meer dan voorheen op het gegeven onderwijs.

De derde presentatie van vanmiddag wordt verzorgd door Manager Stephan van der Voort en Teamleider Karin Verschoor van de opleiding Fysiotherapie van Saxion Hogescholen. Hun Kritische Reflectie moest vooral de onderwijsinhouden en de gerealiseerde resultaten beschrijven, hetgeen nog niet tot volle tevredenheid met betrekking tot het eindproduct leidde. Ook hier is geen tijdsbesparing ten opzichte van de oude systematiek gerealiseerd. Het blijkt moeilijk te zijn om vanuit de NVAO-items de inhoud van de opleiding beknopt te beschrijven. Benadrukt wordt dat je voldoende openheid als opleiding moet betrachten om in het nieuwe stelsel verantwoord te kunnen worden beoordeeld. Desalniettemin blijkt het voor visitatiepanels moeilijk te zijn om de opleiding op de inhoud van het onderwijs te bevragen. De uitdaging is dan ook om op te schuiven van een procesgeoriënteerd onderzoek (over het hoe) naar een onderwijsinhoudelijk georiënteerde visitatie (over het wat).

Na de drie presentaties ontstaat plenair een geanimeerde discussie met de sprekers voorin de zaal. Het blijkt dat het nog moeilijk is om het visitatiegesprek dichter bij de professional (docent) te brengen. Het gesprek over rendementen en studeren met een handicap is niet goed uit de verf gekomen. Wel is er strenger dan voorheen bevraagd op het functioneren van de Examencommissies. Lesbezoeken hebben in geringe mate plaatsgevonden en het nieuwe verschijnsel van een open spreekuur levert sterk wisselende beelden, waarbij de inhoud niet altijd relevant is voor de lopende visitatie. Gemeld wordt dat de Netherlands Quality Agency haar visitaties start bij de afgestudeerden en bij hun begeleiders. Geconstateerd wordt dat het voor sommige peer-auditoren nog moeilijk blijkt te zijn om goed op onderwijs- en opleidingsinhoud te auditen.

Aan het eind van de middag wordt door één van de ervaringsdeskundigen gesteld dat het nieuwe stelsel in het eerste stadium nog wel als accentverschuiving mag worden gekarakteriseerd, maar dat er (nog) geen sprake is van een duidelijke ommezwaai.

donderdag 31 maart 2011

Op weg naar een beoordeling op instellingsniveau

Donderdag 31 maart 2011

Tijdens de derde module van de SBO-Leergang ‘Werken met het nieuwe Accreditatiestelsel in het Hoger Onderwijs’ staat als thema centraal: ‘Op weg naar een beoordeling op instellingsniveau’. In het ochtendprogramma in Regardz Meeting Center La Vie Utrecht wordt dat thema uitgewerkt vanuit het perspectief van de evaluerende buro’s in het hoger onderwijs, voorheen ook wel de Visiterende en Beoordelende Instanties (VBI) genoemd. Dit onderdeel wordt aangeboden door Wienke Blomen, directeur van de Hobéon Groep B.V., één van de Nederlandse evaluatieburo’s in het hoger onderwijs. Vanmiddag wordt het dagthema uitgewerkt vanuit het perspectief van de hoger onderwijsinstelling. Het middagprogramma wordt verzorgd door Paul Nieuwenhuis, manager afdeling Onderwijsontwikkeling & Kwaliteitszorg van Saxion Hogescholen. De dag staat onder leiding van hoofddocent Pieter Mostert, senior trainer en adviseur, tevens expert op het gebied van accreditatie.

Tijdens zijn inleiding vertelt Wienke Blomen dat Hobéon Certificering waarnemer is geweest bij een pilot-Instellingstoets en mede-uitvoerder is geweest van alle drie HBO-opleidingspilots ter voorbereiding op de invoering van het nieuwe accreditatiestelsel in het hoger onderwijs. Eerst vertelt Blomen over enkele karakteristieken van de nieuwe Instellingstoets in het hoger onderwijs. Kernvraag daarin is of de hoger onderwijsinstelling voldoende in control is. Daarna worden achtereenvolgens de zes standaarden besproken, die bij de beoordeling van de kwaliteit van een hoger onderwijsinstelling worden gebruikt als beoordelingscriterium. Wienke Blomen wijst ons erop dat in het nieuwe stelsel meer dan voorheen bij de beoordeling van de kwaliteit van een instelling gekeken wordt naar de cultuurelementen van kwaliteit, ofwel: stimuleert de instelling haar opleidingen om hun kwaliteit te monitoren en te verbeteren.

Beoordeeld wordt of een hoger onderwijsinstelling visie-gedreven is en hoe en of ze die visie middels een actieve rol van alle betrokkenen ook daadwerkelijk waarmaken. Bij de beoordeling wordt ook onderzocht in hoeverre tijdens de hogeschool-operaties de relatie tussen de zes beoordelingsstandaarden wordt gelegd. De beoordelingspraktijk van 2011 en daarna zal nog moeten uitwijzen waar de grens ligt van het in control zijn van een hogeschool. Is een hogeschool al niet meer in control als ergens in de organisatie een onvolkomenheid wordt geconstateerd op één van de geldende standaarden, of is pas sprake van onvoldoende control als er bijvoorbeeld in één organisatieonderdeel een samenstel van verschillende tekortkoming wordt geconstateerd of als er sprake is van eenzelfde tekortkoming op meer dan één plaats in de organisatie? Duidelijk is ook dat het alleen maar periodiek meten van de kwaliteit in alle organisatie-eenheden niet voldoende is. Op grond van de verkregen meetresultaten zullen de geconstateerde uitkomsten van kwaliteitsonderzoeken ook moeten worden geaggegreerd tot bedrijfsinformatie, die voor een goede besturing van een hoger onderwijsinstelling nodig is.

Kwaliteitsonderzoeken zullen voortaan ook gepaard gaan met horizontale en vertikale trails, om in beeld te krijgen of de onderwijsinstellingen over de breedte van alle organisatie-eenheden en van hoog tot laag in de organisatie in control is. Intern kwaliteitsonderzoek binnen bijvoorbeeld hogescholen zal dan ook moeten leiden tot bestuurlijke uitspraken met verklaringen of de beoogde kwaliteitsdoelen al dan niet zijn bereikt en of de resultaten van alle inspanningen (on)voldoende zijn. Wienke Blomen wijst ons erop dat - ook al komt een hogeschool met vlag en wimpel door een Instellingstoets - het dan nog wèl mogelijk is dat bij de daarna volgende opleidingsvisitaties onvoldoendes kunnen worden gegeven, indien op visitatiedata blijkt dat aanvankelijk positief beoordeelde elementen op de dag van de opleidingsvisitatie toch onvoldoende zijn.

Bij Instellingstoetsen zal de Nederlands-Vlaamse Accreditatie Organisatie (NVAO) onderzoeken of aangetoond wordt dat het geldende kwaliteitszorgsysteem echt werkt. Niet het systeem zelf is relevant, maar de constatering of de Raad van Toezicht, het College van Bestuur en het management van de instelling aantoonbaar de regie voeren, leidend tot het bereiken van de gestelde doelen. Daarna geeft Wienke Blomen nog een aantal aandachtspunten mee die van belang zijn bij een goede voorbereiding en uitvoering van de visitatie in het kader van een Instellingstoets. Ook de rol die de evaluatieburo’s in dit kader kunnen spelen, wordt besproken. In de vorm van een groepsopdracht inventariseren we mogelijke accreditatierisico’s en bespreken op welke wijze we binnen onze instellingen aan risicobeheersing kunnen werken. Eén ding is duidelijk: permanente risico-inventarisatie blijft belangrijk en het gesprek over het al dan niet ontbreken van de kwaliteit van het gegeven onderwijs dient voortdurend hèt punt van gesprek te zijn in en tussen alle lagen van de onderwijsinstelling. De zorg voor kwaliteit is dus van belang voor iedereen en voor elke dag.

Na de lunch gaat Paul Nieuwenhuis verder met ons dagthema, gezien vanuit het perspectief van Saxion Hogescholen, één van de onderwijsinstellingen die heeft deelgenomen aan de pilot omtrent het nieuwe accreditatiestelsel. Dat doet Nieuwenhuis aan de hand van het gehanteerde Saxion Kwaliteitskader Bacheloropleidingen, bestaande uit Producten, Processen en Resultaten, uitgewerkt in Oriënteren, Specificeren, Uitvoeren, Ondersteunen en Kwalitatieve en Kwantitatieve Resultaten. Paul Nieuwenhuis geeft aan dat bestuurders in het onderwijs vooral ook oog moeten hebben voor de kwaliteit van de uitvoering van de onderwijspraktijk in de opleidingen; de zogenoemde ‘going concern’, die Saxion invult m.b.t.: Niveau, Inhoud en Oriëntatie. Profilering van en in het hoger onderwijs is interessant en aantrekkelijk, volgens Nieuwenhuis, maar ze leiden je af van ‘the going concern’. Zorg dus voor een goede balans tussen die twee, aldus Paul Nieuwenhuis.

Het tweede deel van zijn presentatie gaat over de voorbereiding op een Instellingstoets en op een opleidingsbeoordeling. Daarbij komen zaken aan de orde als: centrale vraagstelling, projectmatige aanpak, zelfreflectie en het locatiebezoek. Paul adviseert erop toe te zien dat de schrijvers van een Kritische Reflectie precies weten hoe alle processen binnen de hogeschool zijn ingericht. Hij beschrijft voorbeelden van trails en vertelt over de risico’s van gedifferentieerd beleid en over het gevaar van gefragmenteerd beleid. Interne monitoring met focus op onderwijspraktijk moet een hoge prioriteit krijgen. Rapportages van kwaliteitsmetingen binnen opleidingen moeten naar het management en met bijbehorende actieplannen naar het hogeschoolbestuur, om vooral het gesprek over kwaliteitsverbetering voortdurend te voeren. Nu visitatiepanels meer dan voorheen gaan focussen op de inhoud van de opleiding, is de tijd aangebroken om in Kritische Reflecties minder op processen te focussen en meer nadruk te leggen op de inhoud van het onderwijs, van de doelen, van het opleidingsprofiel, van het vak, van het programma, van nivo en van toetsen & beoordelen.

maandag 2 maart 2009

Informatiebijeenkomst Accreditatie in Deventer

Maandag 2 maart 2009

Stenden hogeschool-collega Helma en ik wonen vanmiddag de Regiobijeenkomst omtrent het nieuwe Accreditatiestelsel 2010 bij. Deze vindt plaats in de Saxion Hogeschool te Deventer en wordt georganiseerd door de HBO-raad, de vereniging van hogescholen. Ongeveer dertig vertegenwoordigers van diverse hogescholen wonen deze collegiale consultatie bij.

Tijdens deze bijeenkomst staan de volgende drie onderwerpen centraal:
1. De ontwikkelingen op landelijk niveau rond het accreditatiedossier en de werking van het nieuwe stelsel, gepresenteerd door de organisator van deze middag: Erwin van Braam, hoofd Algemeen Beleid van de HBO-raad;
2. De bevindingen die door verschillende hogescholen zijn opgedaan met de accreditatiepilots die onlangs hebben plaatsgevonden bij o.a. Saxion Hogeschool (gepresenteerd door Paul Nieuwenhuis) en bij de Hanzehogeschool Groningen (gepresenteerd door Hiltje Burgler);
3. Vervolgens formuleren we gezamenlijk een aantal conclusies & aandachtspunten ten aanzien van het functioneren van het toekomstige stelsel en spreken we af dat we in de komende maanden elkaar af en toe op deze wijze zullen ontmoeten indien daartoe gezien de invoering van het nieuwe accreditatiestelsel concrete aanleiding bestaat.

Vanmiddag is o.a. gesproken over pilotevaluaties, instellingstoets & opleidingsbeoordeling, overgangsmaatregelen, succesfactoren, trailbeoordeling, hogeschoolprofilering, standaarden, track records, instellingsportret, kwaliteitsdoelstellingen, beoordelingsnormen & oordeelsvorming, archivering en benchmarking.

Al met al een welkome, informatieve middag; met dank aan de HBO-raad en de deelnemende hogescholen.