woensdag 18 augustus 2021

Pelgrimeren van Torfou naar Etampes

Zondag 25 juli 2021
 

Klimmen op het rotsformatie-bospad van Butte Saint-Martin










Pelgrimsroute van Parijs (F) naar Santiago de Compostela (S)
Via Turonensis van Parijs naar Saint-Jean-Pied-de-Port (GR655)
Van Torfou naar Etampes
Zondag 25 juli 2021 – 25 km.

Dag 4: 68,9 – 93,9 km.

Motregen

De wekker wekt ons om 6:00 uur in onze caravan op Camping ‘Ile de Boulancourt’ in Boulancourt.  
Na het ontbijt verlaten we onze camping om 7:20 uur en rijden we met onze auto naar het dorpje Torfou. Hier start vandaag onze etappe.
Het is vanmorgen lekker fris, met een temperatuur van 17 graden Celsius bij een bewolkte lucht. Onderweg rijden we af en toe door motregen. De zon schijnt vandaag een enkele keer, en dan ook maar heel even. Af en toe krijgen we te maken met buitjes motregen, en eenmaal een korte bui met wat meer neerslag. Maar voor de rest is het fris en droog, dus prima wandelweer om de hele dag buiten onderweg te zijn.

Van Torfou via Chamarande naar Gillevousin
Als we om 8:10 uur vanuit Torfou het veld in gaan, is het droog. De wind is fris, maar in een wandelshirt kun je zo prima lopen. Vooral als we even later het bos in gaan, is een trui teveel van het goede, want we moeten behoorlijk klimmen over het bospad. Dan stijgt je hartslag, en gaat je temperatuur ook omhoog. Warmte genoeg dus.
Vanuit Torfou lopen en klimmen we over mooie bospaden een flink eind door Bois de Chesnay en door Forêt Départementale du Belvédère.
Door een spoortunnel verlaten we dit bosperceel.
Waar we de D146 oversteken, laten we het dorp Chamarande achter ons, en gaat het verder richting Gillevousin.
Even later wandelen we Hameau Gillevousin binnen.
Het is overal nog zo stil op deze vroege zondagochtend.

Schilderachtige veldflora
Vanuit Gillevoisin gaan we het open veld weer in. Langs de al dan niet geoogste graanvelden staat aan weerszijden van de veldpaden een rijke variatie aan bloeiende planten.
We gaan een bosperceel in tussen Le Bois Rond en Bois de la Bouillie. Eigenlijk wandelen we de hele dag afwisselend door bospercelen en door open velden. Op één van de akkers die we passeren, zien we een zee van rode klaprozen tussen het wuivende graan. 

Al die kleuren geel, rood, groen, wit en paars zorgen voor een schilderachtig palet van veldflora.
We gaan het bos weer in en komen op een gegeven moment op open plekken in het bos, met daar flinke zandduinen. Het is alsof je hier door de stuifduinen van het Friese Appelscha of Bakkeveen loopt.

G655 en/of GR11
Voortdurend houden we de rood-witte GR-wegwijzers in de gaten, maar toch gaat het ergens niet goed, zo blijkt even later. We zouden namelijk het bos bij de D148 uit moeten komen ten westen van het dorpje Villeneuve-sur-Auvers, maar op de plek waar we de wit-rode GR-wegwijzer bij de D148 aantreffen, blijkt het om de wegwijzer van de GR11 te gaan, die aan de oostzijde van het dorpje bij de asfaltweg uit komt. Zonder het in de gaten te hebben, zijn wij dus overgegaan van de rood-witte wegwijzers van onze GR655 op die van de GR11.
Dat is overigens geen probleem, want we hoeven alleen maar over de D148 door het dorp te lopen, om verderop weer terug te keren op de route van de GR655, die dan trouwens samenvalt met de GR11.

Auvers-Saint-Georges en Saint-Fiacre
Voordat we de route op de GR655 weer hervatten, krijgen we op de D148 met een regenbui te maken. Het gebruik van de paraplu volstaat daarbij, vooral ook omdat we aan de voet van de hoog opgaande wegberm lopen. De paraplu steekt dan mooi net boven de wegberm uit, en zo worden we helemaal niet nat bij deze toch wel stevige wind en regen. Ook als we door het open veld langs een graanveld links naar het bos lopen, vangt het hoge graan de wind en een deel van de regen op, en kunnen we prima met de paraplu droog verder, totdat we bij het bos arriveren.
In het bos is een paraplu niet nodig, want daar gaan we verder onder een dik en dicht bladerdak. We komen het bos uit bij Challoup, en wandelen het dorp Saint-Fiacre in bij de D148.
Daar zie ik ook een oorlogsmonument staan, met het opschrift dat duidelijk maakt dat dit de kant is waar de Geallieerde bevrijders het dorp binnenkwamen in 1944, wat voor de inwoners van Saint-Fiacre het eind van de Tweede Wereldoorlog betekende.
Waar we Saint-Fiacre binnen gaan, laten we tegelijk de plaats Auvers-Saint-Georges achter ons.
In Saint-Fiacre komen we langs het gebouwencomplex bij de oude watermolen.
Bij deze Moulin de Pierre Broue steken we de rivier de Juine over.
Vlak vóór de N20 verlaten we Saint-Fiacre.

Etrechy en Le Courdray
Aan de andere zijde van de N20 wandelen we de stad Etrechy binnen.
We hebben Etrechy voor onze koffiepauze in de planning, en schatten in dat we de stad wel in moeten om een café te vinden. Dat blijkt echter mee te vallen, want juist op de plaats waar we naar het stadscentrum door zouden moeten lopen, is een Tabac-bar waar ze ook koffie serveren. We bestellen er een dubbele kop koffie en genieten binnen aan een café-tafel tussen de andere gasten van onze koffiepauze.
Daarna kunnen we direct onze route hervatten langs de buitenring van het stadje. Al spoedig wandelen we bij Butte Saint Martin het bos is. Voor ons betekent dat flink klimmen, maar daarbij komen we op de heuveltop in het bos wel op een prachtige rotspartij terecht.
Dat betekent dus eerst flink klimmen, en daarna over de top steil afdalen.
Iets verderop valt het niet mee om de doorgaande route aan te houden, want overal lopen paden verschillende kanten op. Met enige zoeken, en omdat we de richting globaal goed in beeld hebben, komen we uiteindelijk op het juiste spoor.
Afwisselend lopen we door het bos en door het open veld. Zo passeren we ook bij Le Coudray een boerenhoeve. Aan de linkerkant staat een schuur met alle machines.
Aan de overzijde van de weg staat de rest van de boerderij rond een binnenhof.

Naar de Eglise Saint-Quentin van Brières-les-Scellés
Daarna volgt een lang en breed recht boerenpad tussen de akkers door, recht op een bosperceel en een maïsveld af.
Vanaf dat punt lopen we over een graspad met links het bos en rechts maïsvelden en graanvelden. Af en toe voert het pad ons even door het bos, maar steeds komen we weer op de grens van bos en akkers, tot aan Beauregard.
Vanuit dat buurtschap gaat het over een smalle asfaltweg heuvelafwaarts. Af en toe passeren we oude waterbronnen, waarmee de plaatselijke bevolking kon voorzien in haar waterbehoefte.
Onderaan die asfaltweg wandelen we het dorp Brières-les-Scellés binnen, ter hoogte van de eeuwenoude Eglise Saint-Quentin.
De lucht ziet er dreigend uit. We verwachten regen, maar we gaan toch maar op de stenen bank naast de kerk zitten, achter de tuinmuur, dus uit de wind. Als we nog maar net zitten te brood eten, begint het inderdaad licht te regenen. Maar geen nood, want de paraplu erbij en zo zitten we allebei toch droog onder de paraplu te lunchen.

Op naar Etampes
Als we na deze lunchpauze het dorp weer uit willen lopen door de nieuwbouwwijk, begint het harder te regenen; zo hard dat we ervoor kiezen om bij een tuinhek onder de bomen te blijven staan, om onder de paraplu onder het bladerdek eerst de bui af te wachten. Die duurt maar even, dus al snel kunnen we het open veld weer in.
Nog eenmaal vandaag gaan we het bos in, en ook hier betekent dat flink klimmen op het bospad. Tijdens de afdaling voorbij de heuveltop komen we langs de eerste nieuwbouw van Etampes. Een mooie moderne nieuwbouwwijk is hier gebouwd. En verderop is een groot afgeschermde campus, met hoge hekken afgezet, waar militair personeel en personeel van de Gendarme woont. In Frankrijk zien we regelmatig dat politiepersoneel bij elkaar op een beveiligde campus woont.
Op weg naar het stadscentrum van Etampes komen we in een park langs de Tour Guinette, een zogenoemde donjon uit de 12e eeuw. Die staat zo hoog hier op de heuvel dat je deze donjon vanaf grote afstand buiten Etampes ziet staan.

Eglise Saint-Gilles van Etampes
Voorbij dit parkje komen we bij de sporen en het treinstation. Daar kunnen we via een stalen loopbrug over de sporen, en zo het stadscentrum in.
De bewegwijzerde route brengt ons bij de Eglise Saint-Gilles.
Gelukkig is de kerk open, en daarom gaan we naar binnen om het kerkinterieur en de mooie kerkramen te bekijken.
Beelden van bustes van Saint-Gilles (waar de kerk naar is genoemd) en van Saint-Leu (waar de plaats van onze eerste camping van deze zomer naar is genoemd) hangen in één van de zijkapellen aan de kerkmuur.
Daarna gaan we de kerk uit.
Vlak bij de kerk zien we op het trottoir de metalen wegwijzer van de Jacobsschelp, die pelgrims door steden leiden. Behalve de Jacobsschelp zien we hierop ook de tekst van Saint Jacques de Compostelle.
 
Tot aan de buitenrand van Etampes
Door een opeenvolging van centrumstraatjes komen we in het langgerekte parkgebied langs de Avenue Théodore-Charpentier.
In dit parkgebied staan ook nog oude muren en gebouwen van weleer. De zon schijnt aangenaam, dus mede daardoor ziet het er allemaal prachtig uit.
Nog een eindje lopen we door, tot bijna aan de rand van Etampes. Als we bij het treinviaduct arriveren waar we gisteren de huurauto hebben geparkeerd, arriveert boven ons een regionale trein op het hooggelegen station.
Aan de andere zijde van het spoorviaduct stappen we om 14:30 uur in de auto, en met deze huurauto rijden we terug naar Torfou, waar we vanmorgen onze auto hebben geparkeerd voor de etappe van vandaag.
Daarna rijden we met twee auto’s naar Valpuiseaux, waar we de huurauto voor morgen achterlaten, en tenslotte rijden we dan met onze eigen auto terug naar de camping in Boulancourt. Ook op de camping karakteriseert de middag zich door wisselend een bui en warme zonneschijn. De temperatuur is vanmiddag zo’n 22 graden Celsius, dus we kunnen – behoudens tijdens de bui - heerlijk buiten zitten en buiten eten bij de caravan.

Pelgrimeren van Longpont-sur-Orge naar Torfou

Zaterdag 24 juli 2021
 

Uitzicht over Saint-Sulpice-de-Favières










Pelgrimsroute van Parijs (F) naar Santiago de Compostela (S)
Via Turonensis van Parijs naar Saint-Jean-Pied-de-Port (GR655)
Van Longpont-sur-Orge naar Torfou
Zaterdag 24 juli 2021 – 22,3 km.

Dag 3: 46,6 – 68,9 km

Pelgrimeren vanuit een nieuw basiskamp

De wekker wekt ons om 6:00 uur in onze caravan op Camping ‘Ile de Boulancourt’ in Boulancourt.  Deze parkachtige, ecologische (groene) camping zal voor de komende wandeldagen ons basiskamp zijn.
Na het ontbijt verlaten we onze camping en rijden we met beide auto’s eerst naar het dorpje Torfou. Hier laten we de huurauto achter, want vanmiddag eindigt onze etappe in dit dorp.
Daarna rijden we met onze andere auto door van Torfou naar Saint–Michel-sur-Orge, waar we onze auto parkeren op het parkeerterrein van het plaatselijke zwembad. Verderop maken een man en vrouw zich gereed voor een jogging-parcours.
Het is vanmorgen nog lekker fris met een temperatuur van 17 graden Celsius en een heldere lucht. De zon schijnt vanmorgen volop, maar in de middag wordt het bewolkt. De temperatuur loopt vandaag tijdens onze etappe op tot 28 graden Celsius. De wind waait vandaag verfrissend. Kortom, precies het wandelweer zoals we dat graag hebben.

Van Longpont-sur-Orge naar Saint-Germain-lès-Arpajon
Vanaf het zwembadterrein lopen we om 8:30 uur vanuit de westrand van Saint-Michel-sur-Orge naar de oostkant van Longpont-sur-Orge. Dat is slechts enkele honderden meters door een park langs een grote vijverpartij. Hier en daar zijn natuurfotografen in tweetallen op zoek naar geschikte plekken om mooie natuurfoto’s te maken. Bij de houten brug over de Orge stappen we weer op het pelgrimspad, op de plek waar we eergisteren de doorgaande pelgrimsroute tijdelijk onderbraken.
Onze etappe begint met enkele kilometers mooie wandelpaden langs de oevers van de rivier de Orge. Deze mooie brede paden worden volop gebruikt door wandelaars, joggers, hondenuitlaters en fietsers die deze mooie zaterdagochtend in groten getal ook gebruiken voor een sportieve activiteit op deze frisse ochtend. Ook op de Orge is beweging, in elk geval zichtbaar van eenden en ganzen.
Wij lopen langs de Orge onder andere tussen de dorpjes Lenville-sur-Orge en Brétigny-sur-Orge door.
Na zo’n zeven kilometer steken we via een houten bruggetje bij een enorme plataan de Orge over.
Door een parkje wandelen aan de overzijde naar de kerk en de Mairie (het gemeentehuis) van Saint-Germain-lès-Arpajon.

Op zijn Frans met de Fransen in Arpajon
Van Saint-Germain-lès-Arpajon lopen we bijna ongemerkt over in het stadje Arpajon.
Bij een fleurige minirotonde zien we nog wel aan de stadsnaam Arpajon dat we nu het oude stadscentrum van Arpajon binnenwandelen.
Door de hoofdstraat lopen we in de richting van het centrumplein. Eerst passeren we de 13e eeuwse kerk. De kerkdeur van de Saint-Clément staat open, dus mondkapje voor, en naar binnen.
Een jong stel is in de kerkzaal aan het werk om de kerk te versieren voor een aanstaande kerkelijke huwelijksinzegening. Dozen vol decoratiemateriaal hebben ze meegenomen, dus het zal er straks vast en zeker feestelijke uit zien als het bruidspaar arriveert. In de sacristie zie ik een bonte verzameling van allerhande oude en nieuwe gebruiksvoorwerpen van de kerk.
De kerk heeft mooi gedecoreerde kerkramen en ook de eigentijdser kapel ziet er goed verzorgd uit.
Na dit kerkbezoek lopen we door naar de Mairie. De deur staat open, dus wellicht wordt er gewerkt en kunnen we een gemeentestempel verkrijgen voor onze pelgrimspaspoorten. Beneden is niemand te zien, en als ik de trap op ga naar boven, wordt ik getuige van de huwelijkssluiting van een jong stel.
Verder is er niemand in het gemeentehuis, dus na toiletbezoek wandelen we door naar het stadsplein, met daarop de grote oude houten overdekte markthal van de stad.
Het is tijd voor koffie, en hier is volop koffie. We kiezen het terras van de warme bakker en patisserie. Binnen bestellen we koffie met wat lekkers ‘van de chef’ erbij, en even later zitten we heerlijk tussen de Fransen op het terras te genieten van de koffie plus lekkers, en van de aangename Franse sfeer op deze zo aangename Franse zaterdagochtend, zomaar in een stadje midden in Frankrijk. Geen buitenlandse toeristen te bekennen; één worden en één zijn met de Fransen. Alles klopt hier, volgens ons gedeelde gevoel. De klanten van de bakkerij-patisserie staan in een behoorlijke rij - allen met hun mondkapje voor - rustig hun beurt af te wachten. De Franse mevrouw naast ons op het terras wenst ons bij vertrek vooral een fijne wandeling vandaag.

Over de N20 naar en door Egly
Na deze aangename koffie-verpozing wandelen we Arpajon uit. Vlak vóór de N20 wandelen we de plaats Egly al binnen.
Het viaduct over de N20 is afgesloten voor het doorgaande verkeer in verband met wegwerkzaamheden, maar wij hebben geluk, want voor wandelaars is er een smalle doorgang door het midden vrijgehouden, zodat wij toch nog door die corridor de N20 kunnen oversteken. Als dat niet had gekund, hadden we wellicht kilometers moeten omlopen, maar wij kunnen dus prima oversteken zo.
We lopen een eindje parallel aan de N20, en dan buigt de route zich af over een nieuw aangelegd wandelpad langs een behoorlijke nieuwbouwwijk. Zo lopen we Egly ook al snel weer uit.
In het open veld ontmoeten we een jong stel met een klein meisje. Het meisje speelt aan de rand van het graanstoppelveld.

Jacobus als pelgrim en apostel in Boissy-sous-Saint-Yon
Over een smal voetpad door de berm langs een doorgaande weg wandelen we van Egly naar Boissy-sous-Saint-Yon. Ook hier bij het plaatsnaambord weer van die met mooie bloemen gevulde hanging baskets, zoals bij zoveel dorpen in deze streek.
In het centrum van het dorp kopen we bij de warme bakker twee broden, voor morgen (zondag) en voor maandag. Tegenover de bakker staat de oude dorpskerk, de Saint-Thomas-Becket-kerk, die we binnen gaan. In het halfduister hangt een mooi gestileerd schilderij van Maria met haar kindje Jezus.

Tot onze verrassing vinden we tussen de mooie kerkramen van deze kerk ook een groot glas-in-lood-raam van de apostel Jacobus, afgebeeld als pelgrim (met pelgrimshoed, wandelstaf, kalebas en Jacobsschelpen) en als evangelist (met in zijn hand zijn bijbelboek ‘Jacobus’).
Een heel mooi kerkraam, met dus een prachtige afbeelding van de beschermheer van de pelgrims.
Een ander opvallend mooi kerkraam hangt in het koor van de kerk, met daarop de afbeelding van Jezus te midden van veel mensen. En in het koor staat een in het volle licht staand houten beeld van de gekruisigde Jezus. Zijn armen ontbreken, hetgeen het dramatisch effect in deze oude dorpskerk versterkt.

Bijzonder Bois de Baville
Als je nu letterlijk kort door de bocht zou willen gaan, kun je vanuit deze kerk in zuidelijke richting verder gaan, en dan ben je in korte tijd op ons eindpunt van vandaag, in Torfou. Maar die verleiding weerstaan we, want onze hoofdregel is dat we altijd de gehele route lopen, dus zo ook vandaag. Dat betekent dan wel dat we vanaf hier een behoorlijke omweg gaan maken, maar dat blijkt even later de moeite alleszins waard te zijn, want nu volgt een heel mooi stuk van deze etappe. Voorbij Boissy-sous-Saint-Yon gaan we het Bois de Baville in. Bij de ingang van dit bos worden we middels een verkeersbord gewaarschuwd voor het gevaar van teken in het bos.
We gaan het bos in, en wandelen even later door een hol pad, dat in de loop van de tijd is uitgesleten door het van de top van de heuvel neerstromende regenwater. De ondergrond bevat veel zand, en in het midden van het holle pad zie je dat het zand is weggevoerd door de regenwaterstromen, en dat de keitjes zijn blijven liggen in het midden van het pad.
Het is overigens een prachtig bos om in te wandelen. De hoogteverschillen maken het nog eens extra aantrekkelijk.
Rechts van het pad hangen na steeds zo’n 50 meter bordjes aan de bomen, waarmee duidelijk wordt gemaakt dat je niet rechts van het pad het private bosgebied mag betreden. Dat hoeft ook niet, want het loopt hier schitterend. Vlak onder de top en op de top van de beboste heuvel komen we langs een fikse partij rotsblokken in en op de ondergrond. Dit bosgebied is vast niet alleen interessant voor liefhebbers van flora, fauna en landschap, maar zeker ook in geologisch opzicht lijkt dit wel een interessante locatie.
Voorbij de heuveltop zoeken we tussen de rotsblokken door voorzichtig een pad naar beneden. 

Gotiek in Saint-Sulpice-de-Favières
Als we het bos van Baville uit wandelen, zien we ineens hoog vóór ons de hoog oprijzende buitenkant van de gotische kerk van Saint-Sulpice-de-Favières; vast en zeker wel één van de mooiste dorpskerken van Frankrijk.
Hoe imposant hoog deze dorpskerk is, valt je op als je onderaan de kerkmuur van het koor van de kerk staat.
We gaan de kerk binnen om de gotische elementen van heel hoog en veel licht te bewonderen.
Na het kerkbezoek pauzeren we op een stenen bank in het parkje bij de begraafplaats en het oorlogsmonument. Verderop zit een jong Frans stel wandelaars ook te lunchen, en nog iets verder twee Parijse jonge dames eveneens, die ons even later vertellen dat zij vanuit Parijs ook wandelend onderweg zijn naar Saint-Jean-Pied-de-Port.

Nog eens door het bos van Baville
Vanuit Saint-Sulpice-de Favière wandelen we over een mooi begroeide heuvelhelling weer terug naar het Bos van Baville.
Als we achterom kijken, zien we nog de majestueuze kerk van het dorp achter ons in het dal.
Nogmaals valt ons op dat dit een prachtig voorbeeld van gotische kerkbouw is.
Over heel andere bospaden dan zojuist klimmen we weer hoog het bos van Baville in. Op de heuveltop passeren we een mini- bosvennetje.
Daarna gaat het door het bos heuvelafwaarts, totdat we nogmaals arriveren in Boissy-sous-Saint-Yon, zij het nu aan de zuidzijde van het dorp. Daar lopen we naar de N20.
Iets verderop gaan we door een tunneltje onder de N20 door in oostelijke richting.

Door veld en bos naar Torfou
Aan de overzijde van de N20 lopen we eerst langs een bedrijventerrein. Bij de poort van een bedrijf staat een Roemeense vrachtwagen. De gordijnen van de cabine zijn dicht, dus wellicht moet de chauffeur wachten tot maandag om te laden en/of te lossen zodra de poort weer open gaat na het weekend.
Iets verderop passeren we het terrein van de modelvliegclub. Ze hebben een heuse start- en landingsbaan op hun terrein liggen.
Na een eind tussen akkers gelopen te hebben, gaan we ter hoogte van een grote houtopslag het bos van Le Haut des Communes in.
Aan de andere zijde van het heuvelachtige bos komen we weer in het open veld. We wandelen dan even later langs een graanstoppelveld, met Torfou al in zicht. 
In het kleine dorpje Torfu lopen we langs de dorpskerk.
Voorbij de kerk vervolgen we onze route, en dan komen we om 14:30 uur al vrij snel op de parkeerplek waar we vanmorgen onze huurauto hebben geparkeerd.
Met deze auto rijden we terug naar Saint-Michel-sur-Orge, om daar onze andere auto af te halen. Met beide auto’s rijden we dan terug naar Etampes, waar we de huurauto achter laten aan het eind van de route van morgen. Tot slot rijden we met onze eigen auto weer terug naar de camping in Boulancourt. Daar komt vanavond om 18:00 uur de foodtruck van de lokale pizza-bakker. Vanavond eten we (dus) pizza.

Pelgrimeren van Palaiseau naar Longpont-sur-Orge

Donderdag 22 juli 2021
 

Duidelijke wegwijzer voor pelgrims in Palaiseau










Pelgrimsroute van Parijs (F) naar Santiago de Compostela (S)
Via Turonensis van Parijs naar Saint-Jean-Pied-de-Port (GR655)
Van Palaiseau naar Longpont-sur-Orge
Donderdag 22 juli 2021 – 18,5 km.

Dag 2: 28,1 – 46,6 km

Vroege start in Palaiseau

De wekker wekt ons om 6:00 uur in onze hotelkamer van Aparthotel Adagio in Palaiseau.  
Na het ontbijt checken we uit en verlaten we dit hotel om 7:00 lopend. Een mooie vroege start op deze prachtige ochtend. En bovendien is de naam van het hotel ‘Adagio’ (betekent: een langzaam comfortabel tempo) ook wel een suggestie of stille hint als opdracht voor onze wijze van wandelen vandaag.
Het is vanmorgen nog lekker fris, bij een helder blauwe lucht. Het belooft vandaag wederom een warme dag te worden. De zon schijnt de hele dag, en de temperatuur loopt vandaag op tot zo’n 27 graden Celsius tijdens onze etappe.  De wind waait vanmorgen nauwelijks. We hebben vandaag een aangenaam warme wandeldag, vooral ook omdat het later op de dag licht begint te waaien.

Spoorzoeken naar de afsplitsing
Als we het hotel hebben verlaten, wijzen de metalen Jacobsschelpen op het trottoir ons de weg.
Maar ten zuiden van de campus staat een wegwijzer, die ons erop wijst dat de pelgrimsroute van de GR655 hier rechtsaf gaat, en niet linksaf, zoals de wandelgids ons toont. Onze versie van de wandelgids (2013) laat zien dat de afsplitsing van de westroute (via Chartres) en de oostroute (via Orléans) ten zuiden van het treinstation van Lozère ligt. Gisteren hebben we echter gezien dat de oostroute al eerder begon, en nu concluderen we dat dus ook de afsplitsing van de westroute al eerder op het traject ligt, namelijk hier net voorbij het hotel.
Op dit punt gaat de nieuwe westroute rechtsaf en de oude route linksaf. Je moet dus wel goed beseffen wat je doet en wat dat betekent als je één van beide richtingen kiest.
Wij hebben er gisteren voor gekozen om in verband met de locatie van onze overnachtingsplek de klassieke route via Lozère te lopen, dus we gaan nu linksaf. Het zou best eens zo kunnen zijn dat we daar nog oude wegwijzers vinden van de oorspronkelijke route. En dat blijkt ook het geval te zijn, want iets verderop treffen we al de eerste oude wegwijzer aan. Die blijven we volgen over een smal bospad.

Afdaling met omleiding
Maar het zit niet mee, want op de plek waar de betonnen trappen ons naar beneden, naar Lozère zouden brengen, staan hekken en borden, die duidelijk maken dat we hier niet naar beneden mogen vanwege betonstort-werkzaamheden. We besluiten deze keer toch maar de omleidingsroute te volgen, en kunnen dan al enkele honderden meters verderop via een oude betontrap de heuvel afdalen. Waarschijnlijk staan hier geen omleidingswegwijzers omdat de huidige GR655-route hier nu officieel niet meer langs gaat.
Aan de voet van de heuvel komen we bij het treinspoor uit. Met onze navigatie zien we dat we het treinstation van Lozère zojuist al hebben gepasseerd toen we nog boven op de heuvelrug liepen. Daarom wandelen we langs het spoor terug naar het treinstation van Lozère.
Daar arriveert net een trein, en wij kunnen via de hoge stalen stationsbrug  over de trein en de sporen heen naar de ander zijde van de sporen.
Zo komen we uit op het voormalige splitsingspunt van de west- en oostroute van de GR655. Wij gaan hier oostwaarts.

Langs de Yvette naar en door Villebon sur Yvette
Zoals we al vermoedden, zijn de oude wegwijzers van de voormalige route nog goed zichtbaar, dus we kunnen vrij eenvoudig de juiste afslagen pakken om de route letterlijk ‘volgens het boekje’ te volgen. Door enkele woonstraten wandelen we Palaiseau uit, want kennelijk zijn we zonder het te (kunnen) zien van Lozère al weer overgegaan in Palaiseau.
In dit conglomeraat van Parijs loop je overigens zomaar van de ene plaats in de andere plaats, en dat gebeurt ook hier. Waar we aan de ene zijde van het riviertje de Yvette de plaats Palaiseau uit lopen, wandelen we aan de overzijde van de Yvette de plaats Villebon sur Vilette binnen.
Eerst volgen we door een parkachtig stedelijk gebied de loop van het riviertje de Yvette. Verderop gaat het dan weer door woonwijken, waar de bewegwijzering voor ons ook prima is.
Als we Villebon sur Vilette uit lopen, gaan we het viaduct op waarmee we over de drukke A10 (de Aquitaine) heen lopen.
Iets verder moeten we dan ook nog de D59 oversteken.
Op dat kruispunt is een prachtig kleurrijk kruispunt gecreëerd, met veel bloemen en met een soort toren die geheel is omkleed met platgeslagen wijnflesdoppen in allerhande kleuren. Het kleurt dit drukke kruispunt sprookjesachtig. 

Even later lopen we Villebon-sur-Vilette op een andere plaats nogmaals uit.

Villedieu en Saulx-les-Chartreux
We gaan nu een veldpad op, dat tussen allerlei akkers door loopt. Een boer is verderop aan het werk in een veld vol met bloeiende courgetteplanten. Langs het pad ligt een akker waarop peterselie wordt verbouwd. We lopen naar het buurtschap Villedieu.
Als we naar en door Villedieu lopen, komen er dicht na elkaar voortdurend grote verkeersvliegtuigen over ons heen. Waarschijnlijk stijgen ze op van het Parijse vliegveld Orly, want ze vliegen hier nog laag over.
Als we het buurtschap Villedieu uitlopen en achterom kijken op het kombord, dan zien we dat dit gehucht wordt aangegeven met de plaatsnaam Saulx-les-Chartreux. Waarschijnlijk maakt het buurtschap deel uit van dat dorp.

De rotsen van Saulx in het Forêt Dominiale du Rocher de Saulx
Langs een manege lopen we het dorp uit. Een paardenmeisje loopt aan de andere kant van de weg, en gaat het erf van de manege op. Even later passeren we een garage midden in het veld. Bij een groot ijzeren hek staan drie jongemannen te wachten om het terrein op te mogen. Tijdens onze passage opent de garagehouder het hek aan de binnenzijde en laat hij de drie jongemannen het terrein op. Dat zijn vast en zeker drie automonteurs die hier vandaag aan het werk gaan.
Verderop gaan wij het bos in. Dat is het langgerekte Forêt Dominiale du Rocher de Saulx. Een mooie route over een prachtig slingerend dalend en stijgend bospad volgt. Waar bomen zijn omgevallen, moeten we soms even bukken om er onderdoor te kunnen gaan. De ondergrond bestaat op veel plekken uit zand. Als ik stil blijf staan, wordt ik belaagd door een groot aantal steekmuggen, dus ik probeer boven de kritische snelheid te komen en te blijven, waarmee ik ze grotendeels op afstand houd. Dat lukt niet geheel, dus ik kom later met de nodige jeukbulten op armen, handen en schouder het bos uit.
Pas aan het eind van het lange bosperceel begrijpen we waarom dit bos zo heet, want dan passeren we pas namelijk de rotsformaties van de rotsen van Saulx.

Ballainvilliers en Villiers-sur-Orge
Al vrij snel nadat we dit geologisch rijke bos hebben verlaten, wandelen we Ballainvilliers binnen. We komen op een bedrijventerrein binnen, dat ligt aan een belangrijke doorgaande autoweg. Recht vóór ons staat een restaurant van McDonald’s, dus als we geluk hebben dat die nu al open is, kunnen we daar een kop koffie drinken.
En we hebben geluk, want het lijkt gesloten en er zijn geen klanten binnen, maar wij kunnen er wel in. Met een sterk kopje espresso-koffie voorzien we in de gewenste cafeïne-boost van vandaag. Het is weinig, maar wel genoeg.
Met de nodige lussen lukt het ons - geleid door wegwijzers - op de juiste zijde van een drukke verkeersweg te komen aan de overzijde van de autoweg. We moeten daar dan nog wel een eind over een parallelweg langs de weg lopen, maar even later mogen we die weg achter ons laten, en gaat de route verder over een stil veldpad tussen de akkers door.
De route voert ons dan naar Villiers-sur-Orge. Aan het eind van een smal pad passeren we een opslagplaats in de openlucht waar allerhande oude voertuigen staan, zoals een combine, oldtimers, tractoren en roestige landbouwwerktuigen. Het is er een zootje op dit terrein.
Vervolgens gaan we door een woonwijk van Villiers-sur-Orge, en daarna gaan we het dorp al weer uit bij het voetbalveld.

Longpont-sur-Orge
Vanaf het buurtschap Le Perray volgt een mooie groene route door een parkachtig landschap, waar we ook veel andere wandelaars en fietsers ontmoeten. Op een gegeven moment houdt op een T-kruising de bewegwijzering op, maar een stel  wandelaars bevestigt dat wij de goede richting hebben gekozen, namelijk richting Longpont-sur-Orge.
We passeren het plaatsnaambord van Longpont-sur-Orge, hetgeen bevestigt dat we goed zitten.
Nu volgt een mooie laan met bomen langs het riviertje de Orge. Ons pad brengt ons uiteindelijk in de richting van de basiliek van Longpont-sur-Orge, die ons door het wandelend stel al werd voorzegd zojuist. 
Voordat we afbuigen naar links moeten we vlak langs de tegen het open veld staande basiliek lopen.
Het laatste stuk in zuidelijke richting loopt tussen twee grote bosvijverpartijen door.

Terugreis door Parijs en via Chantilly
Nu moeten we opletten, want hier ergens willen we onze etappe van vandaag beëindigen, om vanaf de doorgaande route naar het treinstation van Saint-Michel-sur-Orge te lopen. We hadden namelijk uitgezocht dat daar een rechtstreekse trein terug gaat naar Parijs.
Langs de tennisvelden en het zwembad en over de doorgaande hoofdweg gaan we Saint-Michel-sur-Orge binnen.
Dan hoeven we alleen maar tot het eind van de hoofdstraat te lopen, om aan te komen bij het treinstation.
Het hele stationsgebied wordt momenteel vernieuwd, inclusief het stationsgebouw. We kunnen wel een treinkaartje kopen in de ticket-automaat, en hoeven dan maar zo’n 20 minuten te wachten op de volgende trein van 11:43 uur naar het centrum van Parijs.
We stappen uit bij het ondergrondse station aan de zuidkant van de Seine, en lopen dan de eerste Seine-brug over. Rechtsvóór ons zien we dan weer de Notre Dame in de steigers en onder de reusachtige hijskraan. Gisterochtend was het nog stil in Parijs, maar nu zo rond het middaguur is het een drukte van belang in de Parijse binnenstad. Door de lange Rue Saint Martin lopen we van de Seine naar het treinstation Paris Gare du Nord. Daar kopen we treinkaartjes voor de terugreis naar station Chantilly-Gouvieu, en na enig wachten in de trein zoeven we in zo’n half uur van Parijs naar Chantilly, waar we gisteren onze huurauto hebben achtergelaten op het parkeerterrein van het treinstation. Met de auto rijden we dan naar Saint-Leu d’Esserent, waar we eerst nog even langs de warme bakker gaan voor brood; en tot slot rijden we dan terug naar onze camping.

dinsdag 17 augustus 2021

Pelgrimeren van Parijs naar Palaiseau

Woensdag 21 juli 2021
 

Op de nieuwe splitsing van de oost- en westroute van de GR655 bij Antony









Pelgrimsroute van Maaseik (B) naar Parijs (F)
Le Chemin Estelle van Saint-Quentin (F) naar Parijs
Parijs
Woensdag 21 juli 2021 – de laatste 1,8 km.

Dag 22: 500,5 – 502,3 km

&

Pelgrimsroute van Parijs (F) naar Santiago de Compostela (S)
Via Turonensis van Parijs naar Saint-Jean-Pied-de-Port (GR655)

Van Parijs naar Palaiseau
Woensdag 21 juli 2021 – de eerste 28,1 km.

Dag 1: 0 – 28,1 km


Wat voorafging met 3 andere pelgrimages
Frankrijk kent van origine vier steden van waaruit al sinds de Middeleeuwen met name Europese pelgrims naar het Spaanse bedevaartsoord Santiago de Compostela pelgrimeren. Die historische Franse (door)startsteden zijn Vézelay, Le-Puy-en-Velay, Arles en Parijs.
In drie van die vier pelgrimssteden zijn Durkje en ik in de afgelopen jaren al van (door)start gegaan richting Santiago de Compostela, en wel als volgt:


Wat voorafging aan Parijs
Om in Parijs te komen, hebben Durkje en ik de nodige kilometers al afgelegd vanuit Nederland. Voorafgaand hebben we namelijk de volgende aaneensluitende trajecten wandelend gepelgrimeerd:
  • Tussen 20 februari 2013 en 24 oktober 2013 pelgrimeerden wij van Den Oever naar Amsterdam op het pelgrimspad ‘Van Wad tot IJ’;
  • Tussen 14 oktober 2014 en 6 mei 2015 pelgrimeerden Durkje en ik van Amsterdam naar ’s-Hertogenbosch op het ‘Pelgrimspad deel 1’;
  • Op 22 oktober 2018 hebben we een begin gemaakt met het ‘Pelgrimspad deel 2’, vanuit ’s-Hertogenbosch. Dit tweede deel van het Nederlandse ‘Pelgrimspad’ eindigt in het Belgische Visé, maar zover zijn we nog niet. Wel zijn we op 18 februari 2019 inmiddels gevorderd tot in Sittard. Tussen ’s-Hertogenbosch en Sittard kwamen we op 17 februari 2019 aan in achtereenvolgens Thorn en Maaseik
  • Tussen 17 februari 2019 en 12 juli 2020 pelgrimeerden Durkje en ik van Thorn via Maaseik naar Dassoulx (Cognelée) op de Via Limburgica, en tussen 6 juli 2008 en 15 juli 2020 pelgrimeerden wij van Dassoulx (Cognelée) naar Olloy-sur-Viroin op respectievelijk het eerste deel van de GR654 en op het tweede deel van de Via Monastica;
  • Tussen 17 juli 2020 en 22 juli 2020 pelgrimeerden Durkje en ik van Olloy-sur-Viroin naar Saint-Quentin op de Via Thiérache;
  • Van 13 juli 2021 tot en met vandaag pelgrimeerden en wandelen we op ‘Le Chemin Estelle’ vanuit Saint-Quentin naar het eindpunt van ‘Le Chemin Estelle’: de Tour Saint-Jacques in het centrum van Parijs.
Met bovengenoemde voorgaande routes erbij gaan we vandaag het traject van het Noordhollandse Den Oever tot in het centrum van Parijs afsluiten.
Daarna beginnen we – ook vandaag – aan de Via Turonensis (GR655) van Parijs naar Saint-Jean-Pied-de-Port.
Deze dag wordt dus een mijlpaal op onze lange - vierde - pelgrimage van Nederland naar Spanje.


Terug naar Parijs

De wekker wekt ons om 6:00 uur in onze caravan op Camping l’Abbatiale in Saint-Leu d’Esserent. Na het ontbijt verlaten we de camping om 7:10 uur met onze auto.
Het is vanmorgen nog lekker fris, bij een temperatuur van 17 graden Celsius, en een helder blauwe lucht. Het belooft vandaag wederom een warme dag te worden. De zon schijnt de hele dag, en de temperatuur loopt vandaag op tot zo’n 30 graden Celsius tijdens onze etappe. De wind waait vanmorgen nauwelijks. We hebben vandaag een warme wandeldag, vooral ook omdat het nogal drukkend is, en (omdat) het nauwelijks waait.
Met de huurauto rijden we naar Chantilly. Hier parkeren we de huurauto op het treinstation van Chantilly-Gouvieu. Met de trein van 7:58 uur reizen we dan in iets minder dan een half uur naar Gare du Nord in Parijs.
Vanuit dit Parijse treinstation lopen we rechtstreeks naar de Eglise Saint-Laurent, waar we gisteren onze etappe beëindigden. De kerk is open, dus die bezoeken we bij aanvang van onze etappe van vandaag.

Einde van Le Chemin Estelle in Parijs
Om Le Chemin Estelle (van Saint-Quentin tot Parijs) af te ronden, moeten we door Parijs alleen nog het ongeveer 1,8 kilometer lange traject van de Eglise Saint-Laurent lopen naar de Tour Saint-Jacques. Onderweg passeren we de Tour Saint-Martin.
Verderop komen we langs het Centre (Georges) Pompidou, het beroemde Parijse museum voor moderne kunst.
Nog weer een eindje verder vinden we een beeld van Sint Jacob, tegen de gevel van de Eglise Saint-Merry.
En direct daarna staan we voor het parkje waarin de Tour Saint-Jacques staat.
De toren is nog niet geopend, dus we kunnen er niet in.
Wel kunnen we helemaal rond de toren lopen, die het eindpunt is van Le Chemin Estelle.
Het eerste deel van onze zomerpelgrimage 2021 is hiermee afgerond, namelijk de 163 kilometers lange pelgrimsroute van Saint-Quentin naar Parijs.

Begin van de Via Turonensis (GR655)
Vandaag beginnen we direct aansluitend met de Via Turonensis, de pelgrimstocht vanuit Parijs naar het Franse Saint-Jean-Pied-de-Port; en daarna gaat de pelgrim verder naar het Spaanse bedevaaartsoord Santiago de Compostela.
Het startpunt van deze pelgrimsroute is de Tour Saint-Jacques in het centrum van Parijs.
Vanuit Parijs loop je eerst naar Palaiseau, waar je dan moet kiezen voor de route via Chartres of de route via Orléans. Voor deze pelgrimage hebben Durkje en ik ervoor gekozen om de route via Orléans te gaan lopen. Daar beginnen we vandaag mee. Daarbij maken we gebruik van de Franstalige routegids: ‘Sentier vers Saint-Jacques-de-Compostelle via Tours’ (de GR655).
Om 9:15 uur vertrekken Durkje en ik bij de Tour Saint-Jacques in de Parijse binnenstad.
Eerst steken we de rivier de Seine over.

Wederopbouw van de Notre Dame in Parijs

Zodra we de Seine over zijn, komen we op het plein voor de immense Parijse kathedraal, de Notre Dame.
Vanwege de rampzalige brand die op 15 april 2019 in de Notre Dame heeft gewoed, is de kathedraal jarenlang gesloten, dus we kunnen er niet in.
Wel kunnen we er omheen lopen, dus daar kiezen we dan maar voor.
Op deze wijze kun je zien hoe verschrikkelijk groot de brandschade is waarmee de Notre Dame kampt.
Gelukkig wordt alles op alles gezet om de door de Parijse brandweer nog net geredde Notre Dame weer te herbouwen.
Als we om de kathedraal heen lopen, kunnen we van alle kanten zien hoe en waar momenteel wordt gewerkt om deze 12e eeuwse kerk in oude luister te herstellen. 

Koffie en kerken aan de Rue Saint-Jacques
Als we helemaal rond de kathedraal hebben gelopen, gaan we de Rue Saint-Jacques in, want deze hele lange en drukke Parijse straat is het begin van de route, de stad uit.
Maar voordat we aan de lange etappe beginnen, drinken we eerst een kop koffie op een terras aan de Rue Saint-Jacques.
Daarna gaan we de naastliggende Eglise Saint-Séverin in, om die te bezichtigen.
We krijgen er ook een pelgrimsstempel in onze pelgrimspaspoorten, dus ons eerste pelgrimsstempel hebben we vandaag binnen, van Parijs. We maken een rondgang door deze kerk.
Verderop gaan we de volgende kerk binnen: de ‘Eglise et Hopital de Saint Jacques du Haut Pas’.
In deze kerk vinden we in één van de kapellen een beeld van Sint Jacob.
En iets verderop zien we ook nog een groot houtsnijwerk, met daarop de beeltenis van de heilige Jacobus, de beschermheer van de pelgrims.
In tegenstelling tot de Chemin Estelle, vinden we vanaf vandaag op deze Via Turonensis wel een veelheid van vormen van bewegwijzering van de pelgrimsroute van de GR655.

De groene uitweg
Door een groot aantal straten en boulevards lopen we naar de Porte de Vanves, waar we straks het stadscentrum van Parijs zullen verlaten. We hebben nu aaneengesloten anderhalf uur door Parijs gelopen en kiezen ervoor om tegen twaalven eerst even een broodje te eten, alvorens we de drukke stadsring kruisen.
Na deze pauze wandelen we ten zuiden van de stadsring de voorstad Malakof binnen. Een prachtige kunstboom vol met hanging baskets met veel paarse bloemen erin markeert de entree van Malakof.
Even later passeren we ook de voorstad Vanves.
Het eerste deel van de route loopt parallel aan de treinsporen. Die verlaten we op de plek waar we de warenmarkt van Châtillon op gaan.
Het is opvallend hoe groen de uitweg uit Parijs is. We lopen kilometers ver en urenlang vandaag door een langgerekt parkachtige gebied, met vaak twee of meer parallel slingerende fiets- en wandelpaden. Zo komen we ook door Bagneux.
Deze prachtige fiets- en wandelpaden worden – zien we - door velen gebruikt om te wandelen, te rennen, te joggen, te fitnessen, te spelen, te fietsen, of om er terzijde rustig op een bankje of in het gras te zitten. Vanwege de vele bomen kunnen we heel vaak een groot stuk in de koele schaduw lopen. De paden zijn meestal verhard met asfalt of beton. Parijs zo uit lopen, is zowaar een feestje.

Eerste, nieuwe splitsing
We passeren de stad Sceaux.
Als we daar links kijken, zien we het uitgestrekte landgoed met het prachtige Parc & Château de Sceaux.
Op onze route ontmoeten we een oudere Franse vrouw. Ze is ook een fervent wandel-liefhebster, en vertelt dat ze veelal in groepsverband lange afstanden loopt. We ontmoeten haar enkele malen vanmiddag.  Ze kondigt aan dat we straks de nieuwe (nog niet in onze wandelgids vermelde) splitsing van de GR655 zullen passeren. Voorheen lag die volgens de wandelgids bij het treinstation van Lozère, maar tegenwoordig heb je die al ter hoogte van Antony.
Op dat nieuwe keuzepunt ontmoeten we een man die er wandelt met zijn dochter. Hij wijst haar er op dat wij – gezien onze pelgrimsattributen – pelgrims van Sint Jacob zijn, en hij vraagt ons of hij een foto met onze camera van ons beiden zal maken op dit keuzepunt. Dat vinden we een goed idee, dus hij fotografeert ons hier.
Wij vertellen de man en zijn dochter dat wij wel via Orléans gaan lopen, maar dat we vandaag eerst nog via de variant richting Chartres gaan lopen, om pas morgenochtend bij Lozère gebruik te maken van de voormalige afsplitsing, zoals die nog steeds in de huidige versie van de wandelgids (2013) staat. Bovendien hebben we een overnachtingsaccommodatie gereserveerd vlak vóór Lozère en Palaiseau.

Van Antony naar Igny
We lopen eerst door Antony.
Daarna lopen we tussen de plaatsen Chatenay-Malabry en Verrières-le-Buisson door.
Dat stuk lopen we omdat we naar het Forêt Dominiale de Verrièrs moeten. Dat bosgebied doorkruisen we met een hoog over gaande, slingerende bosroute door de zuidkant van dat grote bosgebied.
Al eerder vandaag moesten we een alternatieve weg zoeken, omdat een deel van de GR655-route tijdelijk was afgesloten voor alle doorgaande verkeer, maar dat moeten we ook tussen het bos en de plaats Igny. Met enig kaartlezen lukt het ons ook deze keer weer om verderop snel op het wel toegankelijke vervolgdeel van de route te komen, met als resultaat dat we bij Igny via een spoortunnel onder de spoorlijnen door lopen om Igny in gaan.
Het is buitengewoon warm, dus de hoge temperatuur begint ook bij ons zijn tol te eisen. We zijn bijna door ons drinken heen, want we hebben onderweg samen al meer dan vijf liter gedronken. Gelukkig vinden we in Igny een kruidenierswinkeltje, waar we onze voorraad drinkflessen geheel kunnen aanvullen met nieuw drinken, en bovendien kunnen we bij de warme bakker in het dorp alvast een brood voor morgen kopen. De twee flesjes ijskoud drinken die we zojuist ook hebben gekocht, drinken we in een ommezien op bij de Mairie van het dorp. Een banaan erbij voor de energie en een tijdje in de koelte van de schaduw zitten, en dan kunnen we weer vol goede moed verder.

L’Abbaye des Bénedictinees de Saint-Louis du Temple

Het einde komt wel in zicht, maar we zijn er nog niet. Een korte bosroute volgt.
Eerst moeten we namelijk nog naar en door de plaats Vauhallan, een mooi dorp, met een hooggebouwde dorpskerk. 
Van Vauhallan klimmen we naar het buurtschap Limon.
We passeren hier ook een oude toren, een zogenoemde ‘colombier’ (duivenhuis), die bijna duizend jaar oud blijkt te zijn, zo horen we even later.
De kaart geeft aan dat hier ook een abdij is.
Dat blijkt niet een ruïne van een abdij te zijn, maar een heuse eigentijdse abdij van de Benedictinessen van Saint-Louis du Temple.
We gaan door de poort het abdijterrein op, waar we welkom worden geheten door een Franse hospitalero van de refugio van deze abdij. We hadden hier nota bene kunnen overnachten, hetgeen we hadden gedaan als we dat vooraf hadden geweten.
In de abdijwinkel worden we geholpen door een Benedictijnse non, die erg haar best doet om met gebruik van de telefoon ervoor te zorgen dat het abdijstempel in de abdijwinkel komt, zodat wij het abdijstempel in onze pelgrimspaspoorten krijgen. 
We krijgen van het Franse hospitalera-stel nog een korte rondleiding op het abdijterrein, en dan nemen we afscheid van de vriendelijke, over-enthousiaste abdij-vertegenwoordigers.

Naar Adagio in Palaiseau
Tot slot volgt nog een heet stuk over een veldpad door het open veld, en over een asfaltweg door een open glooiend landschap. Even later kruisen we de - zichtbaar nieuwe - D36, en dan wandelen we om 17:30 uur de campus op waar onder andere de hogeschool van Palaiseau gevestigd is. Tegenover het hogeschoolgebouw staat het Aparthotel Adagio, waarin we voor de komende nacht een kamer hebben gereserveerd.
We checken in, en de receptioniste geeft aan dat ze het een buitengewone prestatie vindt dat we bij deze hoge temperatuur de bijna dertig kilometer lange tocht van Gare du Nord in Parijs tot aan hun hotel in Palaiseau hebben gelopen. “Jullie zullen vast eerst gebruik willen maken van een prima douche, om daarna heerlijk uit te rusten”, zo geeft ze aan.
Inderdaad: eerst inchecken, een ijskoud pilsje, douchen, en aan het begin van de avond gaan we naar het Chinees restaurant op de hoek onder ons hotel, waar we een eenvoudige maar goede maaltijd krijgen voorgeschoteld. Een heerlijke afsluiting van een lange, ook weer prachtige, maar bovenal warme pelgrims-wandeldag.

Pelgrimeren van Le Mesnil Aubry naar Parijs

Dinsdag 20 juli 2021
 

Buiten Sarcelles verder op weg naar Parijs










Pelgrimsroute van Maaseik (B) naar Parijs (F)
Le Chemin Estelle van Saint-Quentin (F) naar Parijs
Van Le Mesnil Aubry naar Parijs
Dinsdag 20 juli 2021 – 26 km.
Dag 21: 474,5 – 500,5 km

Een aangenaam warme dag
De wekker wekt ons om 6:00 uur in onze caravan op Camping l’Abbatiale in Saint-Leu d’Esserent. Na het ontbijt verlaten we de camping om 7:15 uur met onze auto.
Met beide auto’s rijden we naar Chantilly. Hier parkeren we de huurauto op het treinstation van Chantilly-Gouvieux. Daarna rijden we met onze eigen auto door naar Le Mesnil Aubry, waar we vandaag onze pelgrimstocht richting Santiago de Compostela vervolgen bij de dorpskerk in het centrum van Le Mesnil Aubry, waar we eergisteren onze voorgaande etappe beëindigden.
Het is vanmorgen nog lekker fris, bij een temperatuur van 17 graden Celsius, en een helder blauwe lucht. Het belooft vandaag een warme dag te worden. De zon schijnt de hele dag, en de temperatuur loopt vandaag op tot 30 graden Celsius tijdens onze etappe. De wind waait vanmorgen nauwelijks, maar die trekt gedurende de middag licht aan. We hebben vandaag tamelijk warm wandelweer, maar hebben wandelend geen hinder van de warmte.

Plan van aanpak voor de driedaagse door Parijs van noord naar zuid
Gisteren hebben we na de eerste zes aaneensluitende wandeldagen genoten van een rustdag. Die hebben we onder andere benut om boodschappen voor de komende dagen te halen, en vooral ook om ons te oriënteren op de wijze waarop we de komende drie dagen de stad Parijs willen gaan doorkruisen. We hebben besloten vandaag het centrum van Parijs in te lopen en dan weer terug te gaan naar de camping; om vervolgens morgen en overmorgen de rest van de stad van noord naar zuid te doorkruisen, met een overnachting in een voorstad van Parijs. Overmorgen komen we dan pas weer terug op onze camping.

Van Le Mesnil Aubry naar Ecouen
Vlak vóór 8:00 uur parkeren we onze auto bij de kerk van Le Mesnil Aubry. Hier begint onze etappe van vandaag.
Buiten het dorp gaan we de Chemin du Buquet op. Die oude weg is geplaveid met kasseien, dus het eerste stuk is en blijft het balanceren over de ronde keien. Verderop gaat de kasseienweg verder, maar moeten wij verder over een met hoog gras begroeid veldpad tussen de akkers door.
Omdat het gras nog nat is van de dauw, worden onze wandelbroeken tot onder de knieën nat. Maar met dit weer is dat geen probleem, want ze drogen heel snel. 
Hoog vóór ons zien we het grote château van Ecouen.

In Ecouen lopen we even door naar het stadsplein met de kerk en de VVV.
Beide zijn gesloten, dus we lopen een eindje terug om onze route te  hervatten, door een smal straatje, waar bij de ingang met een bord wordt aangegeven dat het hier gaat om de pelgrimsweg naar Santiago de Compostela via Parijs.
Buiten Ecouen gaan we een bosperceel in, waar de route ons met enige bochten langs de tuinmuur van het Museum van de Renaissance leidt.

Sarcelles
Waar we het bos uit komen, hebben we de keus om de reguliere route te volgen, of om een iets langere, groene,  variant te kiezen, ingeval je het wandelen door de dichtbebouwde kom van het Parijse conglomeraat nog even wilt uitstellen. Wij volgen de reguliere route, door lange woonstraten met korte zij-woonstraten. We lopen heerlijk in de schaduw, dus de zon deert ons niet.
Als we Sarcelles in gaan, lopen we door tot aan de Saint Piere et Saint Paul-kerk.
Deze kerk is open, dus we gaan naar binnen om die te bezichtigen.
Na Sarcelles volgen we de paden langs de D10 en de D316, langs drukke verkeerswegen, richting Pierrefitte sur Seine. Daarbij komen we regelmatig door woonwijken die voornamelijk worden bewoond door allerlei andere – dan Franse – nationaliteiten. Hier wonen dicht op elkaar veel Noord-Afrikanen en we zien bijvoorbeeld ook een auto met daarop een grote banner van Pakistan. Pierfitte sur Seine komen we binnen bij de Eglise Saint Gervais et Saint Protais. Naast de kerk is een warenmarkt met overwegend aardappelen, groenten en fruit.
De winkelstraat bestaat uit een opvallend groot aantal bedrijfjes, winkels, gokkantoren en caféetjes. Veel mensen lopen hier in prachtig geklede gewaden. Af en toe worden we er aangesproken door bedelende vrouwen bij ingangen van winkeltjes en café’s .

Feest in Pierfitte sur Seine
We lopen recht op het gemeentehuis af, en gaan daar naar binnen, om te vragen of we hier een gemeentestempel voor onze pelgrimspaspoorten kunnen krijgen. Twee dames zitten bij de receptie, en een portier staat bij hen. De jonge receptioniste spreekt prima Engels, dus daar kunnen we een goed gesprek mee voeren. Ze vertaalt ondertussen voor de andere twee, die op haar hun vragen voor ons afvuren. Zij vindt het prachtig dat we bij hen langs komen, en geven ons graag hun gemeentestempel mee, en daarnaast stellen ze allerlei vragen, bijvoorbeeld over waar we vandaan komen, waar we naar toe gaan, hoe lang de totale afstand is, en ook hoe we aan onze pelgrimsroute komen. We wijzen hen onder andere op de Jacobsschelpen die wij ook in Pierfitte sur Seine hier en daar aantreffen, zoals op straatmeubilair en op het voetpad. Ze hebben ze nog nooit gezien, zo blijkt.
Op een schaal naast hen staan prachtig gekleurde petit fours, en daar moeten we vooral ook één van nemen. Als ik vraag of dat is ter gelegenheid van wellicht één hunner verjaardag, vertelt de jongedame dat ze die uitdelen omdat het vandaag een moslim-feestdag is.
Na deze mooie ontmoeting nemen we afscheid, en hervatten we onze route langs de drukke N1.

De kathedraal van Saint Denis
Als je Pierfitte sur Seine uit loopt, loop je zo’n beetje tegelijk de volgende stad – Saint Denis – binnen. Hier op straat is het een drukte van belang. Overal mensen die kriskras door elkaar heen lopen. De doorgaande hoofdstraat is afgesloten voor rijdend verkeer, en op veel plekken zien we opvallend zichtbare bewaking van politie en van andere bewakingsdiensten. Vooral bij de overdekte markthal is het druk.
Even later verlaten we de hoofdstraat, om door een brede en ook drukke zijstraat naar de kathedraal van Saint Denis te lopen.
De kerk is open, maar we mogen niet zomaar naar binnen. De druk telefonerende bewaakster bij de ingang maakt ons tijdens haar bellen duidelijk dat ze onze rugzak moet controleren. We hebben onze handen al gedesinfecteerd en dragen al het verplichte mondkapje, en nu moeten de rugzakken open. Ik open de rugzak, maar haal er niets uit. Als ze met een zaklamp bovenin de rugzak schijnt, ziet ze mijn plastic zak met brood, en dat is voor haar kennelijk genoeg, want ik mag zo door naar binnen.
De hoog opgaande kathedraal heeft mooie glas-in-lood-ramen, en in de rondgang rond het koor zien we een omvangrijke opstelling van liggende grafbeelden.
De koorbanken bevatten veel en gedetailleerd houtsnijwerk. In de kerkzaal en in de kapellen wordt gebeden.
Als we er naar vragen, vertelt een medewerker in de kathedraal ons dat we het kathedraalstempel in het kerkelijk centrum tegenover de kathedraal kunnen krijgen. Dat doen we, en daarna nemen we een pauze in de schaduw in een parkje tussen de kathedraal en dat parochiehuis.

Langs rafelrandjes van Aubervilliers naar Parijs
Een eindje voorbij de kathedraal gaat de route door een park verder. Aan de andere zijde van dat park gaan we onder de drukke Autoroute A1 (L’Autoroute du Nord) door, en dan lopen we naar het Canal Saint Denis.
Nu volgt een kilometers lange route over de kade van het Kanaal van Saint Denis.
Al vrij snel gaan we ook onder de drukke stadsring van de Périférique d’Ile de France door. Af en toe moeten we even een ommetje maken, bijvoorbeeld om ruim om een sluiscomplex heen te lopen.
Over de lange kade ontmoet je een breed scala aan mensen. Fietsers, wandelaars, zwervers, Fransen en buitenlanders van allerlei allooi. Links van ons passeren we onder andere de rafelrandjes van de Franse samenleving; terreinen waar overduidelijk wordt gewerkt aan het demonteren van auto’s, scooters, fietsen, en allerlei andere zaken.  
Als we zo de plaats Aubervilliers voorbij zijn, zien we op de andere oever van het Canal Saint Denis de aanduiding dat hier Aubervilliers eindigt, en dat we nu Parijs binnenwandelen.

Zomerse stadsrecreatie langs de kanalen
Bij de kademuren passeren we enkele graffity-spuiters, die hun best doen in de volle zon om hun graffity-handtekening hier achter te laten op de lange muren op de kanaalkade. Er zijn ware kunstwerken bij.
Verderop kom je in een heel ander – veel moderner en schoner – gebied, waar de Cité des Sciences begint. Wij lopen verder over de kade tussen het kanaal en het wetenschapspark.
Op de kruising van het Canal de l’Ourq en Canal Saint Denis en Bassin de la Villette is een parkgebied waar velen recreëren en elkaar ontmoeten. Grote groepen volwassenen (wellicht collega’s van elkaar) en groepen schoolkinderen lunchen hier in het gras en in de schaduw onder de bomen. Het is heel gezellig hier op het kruispunt van deze waterwegen, dus we besluiten hier aan te schuiven op een bank en er te lunchen in de schaduw aan het water.
Na deze lunchpauze vervolgen we onze route, over de gezellige kade van het Bassin de la Villette. Er is hier van alles te doen. Er zijn zelfs strandstoelen en strandtenten langs het kanaal, waar onder andere de aanduiding ‘Paris Plages’ bij staat, ofwel: Parijse stranden.
Mensen liggen er te zonnebaden, zitten er te lunchen, of zijn aan het spelevaren op het brede kanaal.

Paris Nord
Bij het metrostation Jean Jaurès vervolgen we onze route langs het Canal Saint Martin. Iets verderop gaan we door een parkje van het 10e Arrondissement, en dan wandelen we door enkele centrumstraatjes verder. Daarbij passeren we een aantal pop up-tentjes aan weerszijden van de straat, die worden bewoond door Parijse thuis- en daklozen. Hier en daar liggen ze te slapen of zitten ze te bedelen langs de weg.
Als we bij de Boulevard Magenta zijn, houdt hier voor ons vandaag de doorgaande route op.
Morgen gaan we hier verder bij de Saint-Laurentkerk.
Wij buigen nu echter af in de richting van Gare du Nord.
In dit grote Parijse treinstation kopen we treinkaartjes, waarna we met de trein van 15:37 uur vanuit Parijs terugrijden naar Chantilly-Gouvieux. Hier staat onze huurauto sinds vanmorgen op het stationsparkeerterrein. Met deze auto rijden we terug naar Le Mesnil Aubry, waar we onze andere auto afhalen. Tot slot rijden we met beide auto’s terug naar onze camping in Saint-Leu d’Esserent.
Vandaag hebben we Parijs bereikt, op een afstand van ruim 500 kilometer vanaf Maaseik, waar we vorig jaar van (door)start zijn gegaan richting Parijs en Santiago de Compostela.

Pelgrimeren van Senlis naar Le Mesnil Aubry

Zondag 18 juli 2021
 

We passeren het veldkruis La Croix Sainte-Elisabeth










Pelgrimsroute van Maaseik (B) naar Parijs (F)
Le Chemin Estelle van Saint-Quentin (F) naar Parijs
Van Senlis naar Le Mesnil Aubry
Zondag 18 juli 2021 – 24 km.
Dag 20: 450,5 -474,5 km

Een ware zon-dag
De wekker wekt ons om 6:00 uur in onze caravan op Camping l’Abbatiale in Saint-Leu d’Esserent. Na het ontbijt verlaten we de camping om 7:10 uur met onze auto.
Met die auto rijden we naar Senlis, waar we vandaag onze pelgrimstocht richting Santiago de Compostela vervolgen bij een  winkelcentrum aan de rand van Senlis, waar we gisteren onze voorgaande etappe beëindigden.
Het is vanmorgen lekker fris, bij een temperatuur van 14 graden Celsius, en een helder blauwe lucht. Het belooft vandaag een warme dag te worden. De zon schijnt de hele dag, en de temperatuur loopt vandaag op tot 27 graden Celsius tijdens onze etappe, en later loopt de temperatuur nog verder op tot in elk geval 32 graden Celsius. De wind waait vanmorgen nauwelijks, maar die trekt gedurende de middag iets aan. We hebben vandaag tamelijk warm wandelweer; de warmste van deze eerste serie van zes wandeldagen.

Van Senlis door Forêt de Chantilly naar Les Etangs de Commelles
Om 7:40 uur parkeren we onze auto in een woonstraat nabij het winkelcentrum, en dan lopen we langs het winkelcentrum.
Voorbij een school en enkele woonblokken wandelen we Senlis uit, en dan gaan we La Forêt de Chantilly in, het uitgestrekte bos van Chantilly, ten zuiden van Senlis. Daar volgen we eerst nog een stuk van de Romeinse heerweg, de Chaussée Brunehaut, die we eergisteren en gisteren ook bewandelden. Op een gegeven moment gaat de GR655 rechtdoor, maar wij buigen iets meer zuidelijk af over de Route des Bruyères, in de richting van Le Poteau des Bruyères. Daarbij passeren we eerst Poteau Léonard.
Verderop komen we bij een grote veelsprong, met op het midden van de rotonde een grote ronde stenen tafel; de zogenoemde Table de Montgrésin. Het zijn dit soort markeringspunten die het navigeren door dit uitgestrekte bosgebied vergemakkelijken. Vanaf die grote veelsprong (Carrefour) lopen we afdalend in een rechte lijn naar de langgerekte vijverpartij in het bos, Les Etangs de Commelles. Ons pad gaat met een dam door die vijver. Aan de linkerkant zien we eenden zwemmen, en aan de rechterkant staat een bos bomen in het water van de langgerekte vijver.

Deel 2 van Forêt de Chantilly
Via Carrefour Alix en Poteau des Grande Ventes en Carrefour Algrin gaat het daarna in een rechte lijn door het bos naar een T-sprong, vanwaar we parallel aan het spoor door de bosrand verder gaan. Rechts van ons horen en zien we een trein voorbijgaan.
Voorbij de spoortunnel is het station van Orry la Ville-Coye la Forêt. We gaan het stationsperron even op om te onderzoeken of vanaf dit station ook een trein de binnenstad van Parijs in gaat, hetgeen wel het geval is. We zouden dit station kunnen gebruiken voor onze treinritten naar en van het Parijse station ‘Gare du Nord’.
Als we onder het spoor door zijn gelopen, arriveren we in het plaatsje Coye la Forêt.
Daar gaan we met een scherpe bocht verder het bos van Chantilly in. Nu zijn er geen Carrrefour-richtingwijzers meer, maar geeft onze routegids aan dat we in dit gedeelte van het bos tussen genummerde bospercelen door moeten lopen. Zo volgen we bijvoorbeeld de bospaden tussen de percelen 413 & 415 en tussen 461 & 460 en tussen 493 & 492. En zo verlaten we na enkele uren het bos na ongeveer 12 kilometers mooie en gevarieerde bospaden door Forêt de Chantilly. Gedurende de laatste kilometers bospad zien wij gestileerde Jacobsschelp-wegwijzers voor pelgrims op bomen afgebeeld. Die hebben we in de afgelopen dagen nog maar enkele malen gezien, dus hier bevestigen die symbolen dat wij daadwerkelijk een bewegwijzerd pelgrimspad bewandelen.
Bij het wegkruis ‘La Croix Sainte-Elisabeth’ laten we het Forêt de Chantilly achter ons. 

Bellefontaine
Tussen uitgestrekte graanvelden gaan we richting Bellefontaine. Ten noorden van Bellefontaine wandelen we over een dalend hol bospas naar het dorp Bellefontaine.
Beneden, in het dorpscentrum, gaan we met een scherpe bocht om de Mairie heen.
Voorbij het oude dorpscentrum, aan de rand van het dorp, zien we midden op een kleine dorpsrotonde bij de dorpspomp onder een schaduwrijke boom een houten bankje staan. Die is voor ons, want daarop willen we plaatsnemen om af te koelen en om even een broodje te eten.
Na deze broodjespauze verlaten we Bellefontaine over een smal voetpad door een langgerekte boomwal. Waar we die boomwal verlaten, zien we rechtsvóór ons de golfbaan van Bellefontaine. We steken een verkeersweg over en wandelen dan over een bospad langs de uitgestrekte golfbaan.

Parijs in zicht
Onze routekaart geeft aan dat we in het open veld van bospunt naar bospunt moeten lopen.
Maar als we dat doen, blijkt dat pad af te wijken naar Jagny-sous-Bois.
Dat is overigens geen probleem, want in het heuvellandschap kunnen we gemakkelijk linksaf over een ander veldpad naar de doorgaande route van Bellefontaine naar Chatenay-en-France. Bij de aangegeven heuvelopgang richting Chatenay-en-France staat aan het begin van het smalle en overwoekerde veldpad een waarschuwingsbord, dat meldt dat ons pad 700 meter verderop is afgesloten, maar dat weerhoudt ons niet om dit paadje toch op te gaan. En inderdaad het pad is verderop  afgesloten, maar dat is gedaan met een slagboom waar we gemakkelijk omheen kunnen lopen. Het pad loopt langs de lange tuinmuur van het Château van Chatenay-en-France. Behalve van de voorkant vanuit het veld kun je het château vanaf het pad daardoor niet zien.
Op de heuvelkam arriveren we bij de doorgaande weg door Chatenay-en-France.
Rechts van de kruising staat een oorlogsmonument betreffende de Tweede Wereldoorlog, en tegenover het château staat een groot en hoog gebouw: de Orangerie van het château.
Het toegangshek van het château is gesloten, en het betreden van de ommuurde tuin is niet toegestaan.

Wat wel verrassend is, is het feit dat we vanaf deze betrekkelijk hoge heuvelkam voor het eerst Parijs kunnen zien aan de horizon.
En dat het Parijs is, weten we zeker, want we kunnen de Eiffeltoren ook al zien.

Van Chatenay-en-France via Fontenay-en-Parisis naar Le Mesnil Aubry
In een doorgaande lijn lopen we vanuit Chatenay-en-France door de velden naar Fontenay-en-Parisis. We doorkruisen alleen de noordwestelijke punt van het dorp, en steken voorbij de ommuurde begraafplaats de D47 over. Daarmee laten we Fontenay-en-Parisis ook achter ons.
Vóór ons zien we in de lucht voortdurend grote vliegtuigen stijgen en dalen vanaf en naar het Parijse vliegveld De Gaulle.
Over een steenachtig karrenspoor lopen we van de D47 naar de drukke N104, die ook wel ‘La Francilienne’ wordt genoemd. Daar gaan we onder de N104 door naar de overzijde.
Vanaf de Francilienne loopt een kaarsrechte brede betonweg tussen de akkers door naar de D316 en naar Le Mesnil Auby, dat vlak achter de D316 ligt. Het stuk tussen die twee drukke wegen is kaal en vrijwel vlak. Boven ons hangen vele rijen electriciteitskabels, vóór ons zien we iets dat lijkt op een groot zanddepot, links oogst een combine het graan, en boven ons schijnt de zon genadeloos. Het laatste stuk van deze etappe is lang, recht, plat en warm. Gewoon een kwestie van alleen maar doorlopen, totdat je bij de D316 aankomt.
Daar gaan we via een viaduct onder de D316 door en dan wandelen we zo het centrum van Le Mesnil Aubry binnen.
We lopen niet direct door naar onze huurauto, die verderop bij de dorpskerk staat. We hebben namelijk nog maar één pauze gehad, en ondanks het feit dat het nu al 13:30 uur is, hebben we in het open veld nog geen geschikte gelegenheid gevonden om in de koelte te lunchen. Maar hier, in Le Mesnil Aubry vinden we in het groenperk tegenover de Mairie een bankje in de schaduw onder de bomen. Een mooie plek om af te koelen en te lunchen, alvorens we in de auto stappen.

Oriënteren op drie wandeldagen in Parijs
Na deze lunchpauze rijden we met de huurauto naar Senlis, waar we onze andere auto afhalen. Met beide auto’s rijden we daarna door naar onze camping in Saint-Leu d’Esserent.
Morgen nemen we een rustdag, die we ook gaan gebruiken om te bekijken op welke wijze wij de drie Parijs-etappes naar, door en vanuit Parijs zullen organiseren. Ons doel is om in elk geval tijdens onze eerstvolgende etappe Parijs binnen te wandelen, zo mogelijk tot aan of tot in de binnenstad.

Pelgrimeren van Bethisy-Saint-Martin naar Senlis

Zaterdag 17 juli 2021
 

Bij de kathedraal van Senlis










Pelgrimsroute van Maaseik (B) naar Parijs (F)
Le Chemin Estelle van Saint-Quentin (F) naar Parijs
Van Bethisy-Saint-Martin naar Senlis
Zaterdag 17 juli 2021 – 24,3 km.
Dag 19: 426,2 – 450,5 km

Mooi wandelweer
De wekker wekt ons om 6:00 uur in onze caravan op Camping l’Abbatiale in Saint-Leu d’Esserent. Na het ontbijt verlaten we de camping om 7:20 uur met onze auto.
Met de auto rijden we naar Bethisy-Saint- Martin, waar we vandaag onze pelgrimstocht richting Santiago de Compostela vervolgen bij de spoorwegovergang van Bethisy-Saint-Martin, waar we gisteren onze voorgaande etappe beëindigden.
Het is vanmorgen fris, met nog maar 14 graden Celsius, en lichtbewolkt. Het is droog, en dat blijft zo vandaag. De zon zien we later vandaag wel, en de temperatuur loopt vandaag op tot 21 graden Celsius tijdens onze etappe, en later loopt de temperatuur nog hoger op, tot ongeveer 25 graden Celsius.  De wind waait nauwelijks. We hebben vandaag prachtig wandelweer.

Van Bethesy-Saint-Martin naar Néry
Om 8:00 uur parkeren we onze auto op het parkeerplein naast de spoorlijn in Bethisy-Saint-Martin. We steken de spoorlijn over en wandelen naar de dorpskerk, die gesloten is. Door een kier tussen de beide deuren kunnen we iets gewaar worden van het interieur van deze kerk.
Voorbij de kerk volgen we niet de weg met de haarspeldbochten naar boven, maar volgen we de aangegeven wandelroute over het smalle pad naar boven. Een fikse klim zo aan het begin van de dag.
Hiermee wandelen we Bethisiy-Saint-Martin uit. Verderop volgen we een klein stukje de D25. Al snel moeten we die echter verlaten, omdat de route verder gaat over een smal geasfalteerd landweggetje door het open veld. Volgens onze wandelgids zouden we op deze hoogte bij helder weer al de toren van de kathedraal van Senlis moeten kunnen zien, maar die vlieger gaat vandaag niet op, want daarvoor is het vanmorgen nog te mistig over het veld.
We naderen de plaats Néry, maar wandelen niet door Néry. Wel komen we langs La Ferme du Feu; een grote ommuurde boerenhoeve, met op de binnenplaats een torengebouw en een hoge stenen schuur. Ook de gevel aan de voorkant laat iets zien van de ouderdom van deze boerenhoeve.
Bij het wegkruis La Croix de Ladre steken we de D113 over, en dan laten we Néry achter ons.

Van Néry naar Raray
We lopen tussen de akkers door het dorp Néry voorbij. Een boer is bezig machinaal het loof op een aardappelveld te besproeien. Voorbij zijn stuk land verlaten we het veldpad en gaan we het brede veldpad van de Chaussée Brunehaut weer op. Gisteren liepen we een eind noordelijker ook al op deze weg.
Nu volgt een traject van ruim elf kilometer over de Chaussée Brunehaut, alsmaar rechtdoor over een brede halfverharde weg tussen de akkers, en op enige hoogte, zodat we ruim uitzicht over het landschap hebben naar beide zijden van het pad. Na enkele kilometers naderen we het viaduct van de TGV-spoorlijn tussen Parijs en Lille.
Op enige afstand hadden we de TGV-trein al over het verdiept in het landschap liggende spoor zien rijden. Met een beetje geluk zouden we vanaf het viaduct wellicht nog zo’n snelle trein voorbij kunnen zien komen. We wachten even op het spoorviaduct, maar er komt geen trein. We gaan verder en zeggen tegen elkaar dat je straks vast honderd meter verderop bent als een volgende TGV-trein passeert. En dat is precies wat er gebeurt. We horen en zien hem door het landschap zoeven.
Even later komt het dorpje Raray in zicht. We zien het eerste huis van Raray in de verte, maar ook hier gaan we het dorp niet in. Wel passeren we de golfbaan van Raray, gelegen tussen het dorp en de Chaussée Brunehaut.

Over de eeuwenoude Chaussée Brunehaut naar de eigentijdse A1
Even voorbij Raray zien we in de verte mensen staan op de Chaussée Brunehaut. Zouden we dan vandaag de eerste mede-pelgrims ontmoeten?
Naarmate we dichterbij komen, zien we dat het er veel meer dan twee zijn. Het gaat om een groep van zo’n tien dames, die met een gids op stap zijn op de Chaussée Brunehaut. 

In het voorbijgaan vraag ik de gids of deze Chaussée Brunehaut wellicht een oude Romeinse weg is. De gids bevestigt dat. Het is inderdaad een eeuwenoude weg die deze regio in een rechte lijn doorsnijdt.
Na deze ontmoeting zetten wij de pas er weer in, en de groep volgt ons in een lager tempo.
We weten dat we nu de autosnelweg A1 van Lille naar Parijs gaan naderen, en dat horen we ook aan het langzamerhand aanzwellen van het geluid van voorbijrazende auto’s.
Nabij Barbery komen we bij de A1. Daar passeren we een water-overstort, waar het neervallende water uit het achterliggende heuvelgebied het water van het wegstromende riviertje voedt.
Direct daarna gaan we stijgend parallel langs de A1 naar het hoge viaduct over de A1. Boven gekomen, steken we de drukke A1 over.

Pauzeren in Balagny-sur-Aunette
Op onze wandelkaart kun je zien dat er enkele kleine knikjes zitten in onze wandelroute vóór en na de A1. Duidelijk is dat de A1 (Autoroute du Nord) de rechte lijn van de Chaussée Brunehaut onderbreekt. Dat blijkt zo te zijn, want aan de overzijde van de A1 gaat de weg naar Balagny-sur-Aunette inderdaad verder onder de wegnaam ‘Chaussée Brunehaut’.
In het dorpscentrum van Balagny-sur-Aunette nemen we een broodjespauze nabij de oude waterput en naast de dorpskerk.
Na deze ochtendpauze gaan we middels een afdaling naar de voormalige watermolen (Moulin) het dorp uit. We steken het riviertje bij de ‘moulin’ over, en dan gaat de route heuvelopwaarts naar het open veld.

Koffie en een fietspelgrim in Chamant

Op het moment dat we langs een asfaltweg hoog in het open veld lopen, zien we in de verte enkele kilometers verder links de toren van de kathedraal van Senlis, en rechts enkele kilometers dichterbij de kerktoren van Chamant. 
We hebben vandaag nog ongeveer vier kilometer te gaan.
Na enige tijd lopen we de plaats Chamant binnen.
Als we de D932a op gaan, zien we een restaurant aan de overzijde. Het terras achter het restaurant is open, dus daar drinken we een kop koffie.
Na deze koffiepauze gaan we langs de D932a richting Senlis. Een Duitse jongeman op de fiets stopt naast ons en vraagt of zijn conclusie juist is, dat wij als pelgrims onderweg zijn richting Santiago de Compostela. Even later komt een tweede fietser erbij. Dat blijkt een Duitse fietspelgrim te zijn, die vanuit Aken op de fiets onderweg is naar Saint-Jean-Pied-de-Port. Daar wil hij dan zijn fiets terug laten transporteren naar huis, waarna hij de Pyreneeën over gaat lopen, om dan via de Camino Franchés zijn pelgrimstocht wandelend te volbrengen naar Santiago de Compostela. Zijn jongere metgezel vertelt dat hij de (fiets)pelgrim tot en met Parijs begeleidt. Daar wordt hij afgehaald en mee teruggenomen naar Duitsland. Bij ons afscheid wensen we elkaar een ‘buen camino!’.

Geen pelgrimsstempel voor de pelgrims in Senlis
Wij wandelen verder richting Senlis, door het buurtschap Le Poteau.
Na het oversteken van de drukke autoweg D1330 gaan we in een mooie rechte lijn door Senlis naar de oude binnenstad van Senlis. Daar arriveren we bij de kathedraal van Senlis.
We gaan het oude stadspark van Senlis in, tegenover de kathedraal, en vragen bij de achteringang bij de net pauzerende medewerkster van de VVV of we van haar een stempel in onze pelgrimspaspoorten kunnen verkrijgen. Dat gaat niet lukken, volgens haar, want het stempel blijkt zoek te zijn, is onvindbaar. Ook bij het stadsmuseum tegenover de VVV kunnen we geen stempel krijgen.
Op goed geluk gaan we naar de ingang van de kathedraal. Het blijkt dat we wel geluk hebben met het feit dat de kathedraal rond het middaguur open blijft voor het publiek, maar een kathedraalstempel is hier helaas niet verkrijgbaar tijdens de middagpauze.
De hoog opgaande kathedraal heeft schitterende glas-in-lood-ramen.
De brandende kaarsen in de doopkapel en het zonlicht door de kleurrijke kerkramen creëren een mooie licht-sfeer in deze oude kathedraal.
We verlaten de kathedraal na onze rondgang.
We gaan terug naar het stadspark en genieten daar van onze broodjeslunch op een stenen bankje in de zon.

Senlis weer uit
Na deze middagpauze lopen we door het oude stadscentrum in zuidelijke richting. Daarbij passeren we de oude stadsmuur ten zuiden van de oude binnenstad.
Als we nog eenmaal achterom kijken, zien we boven de smalle straat nog de hoge kerktoren van de kathedraal.
Door de nieuwe buitenwijken van Senlis lopen we naar een klein winkelcentrum. Achter dat winkelcentrum hebben we gisteren onze huurauto achtergelaten in een woonwijkje. Hier stappen we om 13:30 uur in de auto, en dan rijden we terug vanuit Senlis naar Bethisy-Saint-Martin, waar we onze andere auto afhalen.
Met beide auto’s rijden we daarna naar Le Mesnil Aubry, waar we de huurauto achter laten voor onze dagtocht van morgen. Tot slot rijden we met onze auto vanuit Le Mesnil Aubry terug naar onze camping in Saint-Leu d’Esserent.