Posts tonen met het label Stilte. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Stilte. Alle posts tonen

zaterdag 30 maart 2013

Stil in het Stiltecentrum op Stille Zaterdag

Stille Zaterdag 30 maart 2013 
Verstilde Paasdecoratie als vingerwijzing naar het naderende Paasfeest


















Stille Zaterdag
Stille Zaterdag is de dag ná Goede Vrijdag en ook de dag vóór Pasen.
Stille Zaterdag is de laatste dag van de Vastentijd, de Lijdenstijd, die veertig dagen geleden begon op Aswoensdag.
Stille Zaterdag doet ons denken aan de periode dat de aan het kruis gestorven Jezus Christus dood in zijn graf lag.
Stille Zaterdag is in de kerkelijke traditie de dag waarop we in stilte in afwachting zijn van de Paasmorgen, van het Paasfeest, dat we morgen hopen te vieren.

Stiltecentrum
In het Stiltecentrum van het Ontmoetingscentrum van Stenden Hogeschool in Leeuwarden, konden we in de afgelopen Passieweken stil zijn bij de Paasdecoratie op het altaar in het Stiltecentrum. Deze verstilde decoratie met onder andere Narcissen en eitjes aan Krulhazelaar vormt - voor wie hier de stilte zoekt - een vingerwijzing naar het naderende Paasfeest.
Vandaag, op Stille Zaterdag, herdenken we de tijd dat Christus dood in het graf lag, als ware het een dag van stilte die daartoe in de wereld optreedt.

Leeg en stil wachten
Het kruis waaraan Jezus hing en stierf, is vandaag leeg, en volgens de kerkelijke traditie is in veel kerken het altaar leeg geruimd.
Als het goed is, liggen en staan er nu geen bloemen, kaarsen en/of mooie kleden op het altaar.
Toen we gisterenavond in Stiens in de Sint-Vituskerk de Goede Vrijdag-viering beëindigden, zijn de Paaskaars, de altaarkaarsen, de altaarkleden, de Kanselbijbel en de Bijbel van de lector vanuit het koor van de kerk tussen de kerkbanken door de kerkzaal uitgedragen.
Daarna zijn we allen de kerk uit gelopen, zwijgend, stil, met Stille Zaterdag nog te gaan, om op Paasmorgen triomfantelijk het Paasfeest te vieren.

Lied om stil van te worden
Stille Zaterdag is ook de dag waarop zijn leerlingen - waaronder Johannes - terugblikken op Jezus' leven en op zijn onmenselijk lijden en sterven, en dat allemaal voor ons.  
Timon & Michiel zingen over deze Johannes, Jezus' leerling, die op Stille Zaterdag terugblikt op dat bijzondere leven, lijden en sterven van Jezus Christus, zijn en onze Heiland.

Om stil van te worden ..........

Johannes besluit hoopvol: "Misschien zie ik U morgen weer ....."

zaterdag 10 november 2012

Stille uitnodiging in de Herfst

Zaterdag 10 november 2012 
Herfstpresentatie op het altaar van Stenden Hogeschool















Kloppen in de stilte
In de weken rond de afgelopen herfstvakantie is het Stiltecentrum in het Ontmoetingscentrum van Stenden Hogeschool in Leeuwarden ingericht rond het thema 'herfst'. De kleuren kloppen, de materialen kloppen, en het zachte licht in de matglazen kaarsenpotten klopt.
En (toch) het is stil, stil als in de natuur; stilte om daarin plaats te maken voor de overgang van zomer naar winter.

In een lijstje te vangen
Als je in enig jaargetijde op de dagen dat de natuur in pracht en praal staat iets moois in de natuur ziet, zeg je wel eens dat je het zo mooi vindt dat je het wel in een lijstje zou willen vangen, om dat beeld bijvoorbeeld ergens te laten pronken aan een muur.

Uitnodiging?
Op het mooie herfstkleed op het altaar in de stiltekapel staan ook allemaal fotolijstjes. Direct valt je op dat een aantal lijstjes wel zijn gevuld, en dat een aantal lijstjes nog leeg zijn. Wat zou hiervan de bedoeling zijn?
Zouden de lege fotolijstjes van de maker(s) van deze mooie presentatie een stille uitnodiging zijn aan de bezoekers van het Stiltecentrum om ook andere herfstbladeren mee te nemen naar de stiltekapel, om die vervolgens in zo'n fotolijstje te doen en erbij te zetten?

Uniek!
Zou het de bedoeling zijn dat je een herfstblad meeneemt van een boom of struik, die nog niet op het altaar is vertegenwoordigd?
Dat zou dan mooi passen bij de populatie van studenten & medewerkers van Stenden Hogeschool, want zoals elk boomblad per soort in de natuur uniek is, is ook iedere student en iedere medewerker binnen onze hogeschoolgemeenschap uniek, en mag vooral (ook zo) gezien worden.

zondag 5 februari 2012

De kerk voorbij?


Zondag 5 februari 2012
Cover van de essay-bundel "De kerk voorbij?'

Kerk en religie
Pogingen om de zin van kerk en religie duidelijk te maken, botsen maar al te vaak op Gods goede boodschap voor de mensen, die een boodschap is van bevrijding, verlossing en perspectief. Steeds meer mensen hebben dan ook de neiging om de kerk als instituut achter zich te laten. Maar dat wil niet zeggen dat de mens zijn gevoeligheid voor het religieuze is kwijtgeraakt, integendeel. De belangstelling voor religie en zingeving is groter dan ooit tevoren.

22 essays
Onder redactie van Rinus van Warven verscheen in 1996 het boek ‘De kerk voorbij?”. Van Warven nodigde 22 auteurs uit om ieder in een essay hun visie te geven op de betekenis van de kerk van de toekomst en van een eigentijdse religie in een steeds mondialer en pluriformer wordende samenleving. Het resultaat is deze bundel met 22 essays over geloven en over de kerk, waarin de schrijvers getuigen van hun hoop, hun kritiek en hun geloof in de spirituele belangstelling van de negentiger jaren. Als een rode draad loopt door deze essays de twijfel of het met de georganiseerde kerken nog wel verder gaat. Een andere rode draad is de ervaring van mysterie, de behoefte naar een 'holisme', een spirituele kijk op leven en samenleven.

Hoop, verlegenheid, weemoed, verlangen en kritiek
Als je kennis wilt maken met het gedachtegoed van Nederlanders die op een eigenzinnige manier hun beleving van hun hoop beleven en beschrijven, vind je in dit boek boeiende overwegingen met een autobiografische inslag van de auteurs. Het zijn 22 essays geworden van hoop en verlegenheid, van weemoed, maar ook van verlangen. De auteurs getuigen van de hoop die in hen is, maar ze schuwen ook de kritiek niet. Voortdurend gaat het om de vraag hoe geloofwaardig de ‘goede boodschap’ voor ons is.

Geloof in de toekomst
  • Hans Bouma (dichter-dominee) schijft over de ‘Toekomst voor de kerk’: het fragmenterende denken verscherpt onze kijk op bepaalde aspecten van de werkelijkheid, maar we hebben dit model verabsoluteerd. Wat één van de denkwegen had moeten zijn, is de enige weg geworden; een weg die doodloopt.
  • Herman Wiersinga (theoloog-auteur) bekritiseert in ‘Een kerk die achteruitgaat’ de remmende factor van een te weinig kritische instelling en de desinteresse in de geloofsformulering: ‘Het taalgebruik speelt een centrale rol voor de toekomst van de kerken, juist wanneer het hun spirituele invloed betreft.’

Geloof in ontmoeting
  • Henk Abma (theoloog, docent, journalist) zoekt het in ‘De kerk, het zout en de krenten’ in ruimte voor kerken, die georganiseerd zijn als een open huis, als een plek voor oriëntatie en bezinning; met thematische vieringen, lezingen, concerten en kleinere exposities verdeeld over vaste zondagen.
  • Gilbert Baudet (pastor-predikant) schrijft in ‘De toekomst van de kerk in het derde millennium’ dat God zelf ter discussie staat op de drempel van het derde millennium en dat God niet meer vanzelfsprekend samenvalt met het bestaan van de kerk.
  • Jos Brink (cabaretier, pastor en voorganger) schrijft in ‘Omzien en vooruitkijken’ dat een kerk als organisatie heel dienstig in functioneren kan zijn; een richtinggevende geloofsgemeenschap, waar je je aan elkaar kunt slijpen, aan elkaar kunt warmen en bij elkaar structuur kunt aanbrengen.

Geloof in de kerk
  • Arne Jonges (theoloog in jeugdwerk en onderwijs) schrijft ‘Een nomade in een doorzonwoning’. Over het protestantisme en de katholiciteit schrijft hij dat we zeer wel een verbondenheid in Christus kunnen hebben, terwijl daarover dogmatische verschillen bestaan.
  • Frans Brinkman (predikant-redacteur) schrijft in ‘Een kerk die geen kerk is’: ‘De rekenende burger heeft geen behoefte meer aan georganiseerd beraad (zoals in kerken plaatsvindt)’.

Geloof in de samenleving
  • Ab Harrewijn (bedrijfspastor en destijds partijvoorzitter van Groen Links) schrijft over ‘Vrijplaatsen van medemenselijkheid’. Daarin schetst hij de moderne kerk van de toekomst als een kerkelijke gemeente in de vorm van kleinere groepen van op elkaar betrokken mensen zonder volle hoorzalen en zonder een strikte liturgie.
  • Herman Noordeloos (socioloog-theoloog en publicist) kiest in ‘Krachteloos of zoutend zout?’ voor kerken en christenen die vanuit hun traditie bewust proberen om de ambivalentie van de moderniteit te verminderen in de richting van rechtvaardigheid en duurzaamheid.

Geloof in oecumene
  • Erik Kampes (dramadocent en trainer) geeft in ‘Gebeurt het in de kerk of is het met de kerk gebeurd?’ aan dat de kerkelijke gemeente moet leren denken in termen van mobiel en flexibel zijn en dat in die flexibilisering de vooruitgang zit.
  • Kor Schippers (emeritus-hoogleraar Praktische Theologie) schrijft in ‘Oecumene: nachtmerrie en droom’ dat de heftigheid van de strijd alleen maar lijkt te bevestigen dat het streven naar een verenigde kerk tot de verouderde idealen behoort; er heerst in onze samenleving namelijk een ongekende heterogeniteit.
  • Afra Wamsteker (werkte aan de totstandkoming van een gezamenlijke bovenplaatselijke organisatie voor Samen-op-Weg-kerken) zoekt het in ‘Werp uw brood uit op het water…’ in netwerken tussen mensen in gemeenten, in netwerken tussen gemeenten onderling en in netwerkvorming met behulp van nieuwe media.

Geloof in de Nieuwe Tijd
  • Aleid Schilder (klinisch psychologe-geestelijk verzorger) in ‘Kan de kerk vooruit met de Nieuwe Tijd?’: “Pas door innerlijke vrede te laten ontstaan, via aanvaarding, begrip en vergeving van hoe en wie jij bent, komen we bij de liefde die deze wereld zo nodig heeft.”
  • Jacob Slavenburg (cultuurhistoricus) stelt in ‘Van kerk naar gemeenschap’: “Vrijheid is iets van binnen, niet van buiten.”
  • Hans Stolp (pastor-publicist) is in ‘De aanstaande ommekeer’ hoopvol gestemd, waar hij schrijft dat het geloof in Christus gelukkig niet afhangt van de mens, maar dat Christus Zèlf het geloof teweeg brengt.

Geloof in de stad
  • Constand de Jonge (diaconaal consulent) beweert in ‘Heeft de kerk nog toekomst’ dat er voor de kerk alleen nog toekomst is als die zich bezig houdt met hetgeen er in de samenleving speelt, dus werkend als diaconale gemeente.
  • Hans Visser (indertijd coördinator van de Rotterdamse Pauluskerk) wijst erop in ‘Kerk-zijn in de duale stad’ dat een kerk bestaat uit mensen die geloven in het ideaal van de door God gewenste samenleving; naar het Samaritaanse model, waarin God wordt gediend in de medemens die op onze weg komt.

Geloof in vrede
  • Jan ter Laak (priester-omroeppastor) schrijft in ‘Dialoog als sleutelconcept’ dat hij bij de jongere generatie een welwillende neutraliteit ziet; zij hebben blijkbaar minder behoefte aan een strijdvaardig verzet tegen de kerk.

Geloof in stilte
  • Eric Verseput (pastoraal werker) geeft in ‘De stilte die nooit verveelt’ aan dat het hem opvalt dat er steeds meer wordt gecommuniceerd, maar dat de kwaliteit van de inhoud niet toeneemt. En andere duidelijke taal van zijn zijde: “Voor wie er niets van wil weten, valt er ook niets te weten’.
Geloof in communicatie
  • Anne van der Meiden (theoloog en communicatie-adviseur) wijst er in ‘De kerk die ‘bij’ is gaat ‘voor(t)’ op dat mensen andere vormen van kerk-zijn prefereren en dat zij geen behoefte hebben aan kerkelijke sancties op die andere vormen. Voor hem blijft keihard overeind dat kerken iets te bieden hebben aan de mensen.
  • Rinus van Warven (predikant en radiopresentator) geeft aan in ‘De kerk is dood, leve de kerk!’ dat de toekomst van de kerk, van de religie en van de theologie ligt in de groter wordende roep om zingeving en dat er zeker wel een kerk van de toekomst denkbaar is die zicht biedt op humaniteit.

Geloof in geloven
  • André Lascaris (dominicaan-docent) schrijft in ‘De toekomst van mijn geloven’ dat geloven voor hem een weg zoeken is in de wirwar van het leven nu. Volgens hem moeten we onze angst overwinnen door ons over te geven in vertrouwen in de liefde en in de God die liefde is en die geeft om mensen.

dinsdag 31 januari 2012

Stil wit

Zondag 29 januari 2012
In het Stiltecentrum van Stenden Hogeschool

Sneeuw
Buiten is het winter. Door de matige vorst groeit een ijslaagje langzaam aan. Het heeft heel even gesneeuwd, een dun laagje sneeuw kleurt de omgeving wit.

Stil
Wie zich momenteel tussen de bedrijven door even terugtrekt in het Stiltecentrum in het Ontmoetingscentrum van Stenden Hogeschool te Leeuwarden, komt ook daar in een overwegend witte entourage.

Wit
Op het dieprode tapijt van deze stiltekapel staat zoals altijd het oude altaar. De witte muren omsluiten het altaar. Witte doeken bedekken het altaar geheel. De witte kleden rijzen meters hoog op naar het plafond van het hoge Stiltecentrum. Witte sterren of witte kristallen staan en hangen boven het altaar.

Licht
Toen ik vorige week woensdag even het Stiltecentrum binnenwandelde, brandden achterin de kapel vijf waxinelichtjes in de standaard. Vijf stille, vijf witte getuigen dat hier door of voor vijf mensen een licht is ontstoken, in stilte, voor ............

maandag 8 juni 2009

Zand scheppen en her-scheppen in Stenden hogeschool

Maandag 8 juni 2009

Momenteel is Stenden hogeschool omringd door zand. Zand dat de ondergrond vormt voor de parkeerplaatsen van Stenden hogeschool. Maar ook een enorme zandoppervlakte langs de Dammelaan, waar een grote parkeerplaats voor de Kennis Campus Leeuwarden wordt gerealiseerd. Zware grondverzetmachines en vrachtwagens rijden heen en weer. Lawaai in de hectiek van de dag.

Zand is sinds kort ook te vinden ín het gebouw van Stenden hogeschool. Loop maar eens even binnen in het Stiltecentrum van het Ontmoetingscentrum, gelegen tussen de beide hoogbouwlocaties. Hier geen lawaai. Hier alleen stilte. In die stilte branden vanmiddag in het Stiltecentrum enkele kaarsjes. Kaarsjes van .....? en kaarsjes voor .....?

Collega Jettie Holwerda is hier weer scheppend aan het werk geweest. Op het altaar in het Stiltecentrum staan verschillende zandfiguren. Deze keer geen uitleg erbij. Is het een verwijzing naar de naderende zomervakantie? Met een knipoog naar het strand, waar kinderen zand vorm geven met emmertjes en met andere zandvormpjes?

Of gaat het hier om eens uiteengevallen zand, in stilte (op)nieuw vorm gegeven, als her-schepping, ofwel re-creatie? Hoe sterk of broos is deze herschepping? Hoe lang houdt de nieuwe creatie stand? Een werkweek? Een moduulperiode? Een semester? Of toch een heel nieuw collegejaar?

Laat ons voorzichtig omgaan met wat geschapen of her-schapen is.
En, laten we zorgvuldig omgaan met wie gere-creëerd is.

vrijdag 23 januari 2009

Stilte is de Zendtijd van de Heilige Geest

Vrijdag 23 januari 2009

Het Stiltecentrum in het Ontmoetingscentrum van Stenden hogeschool in Leeuwarden is weer opnieuw ingericht. Het Leeuwarder studentenpastoraat "Expect" heeft bij de driedimensionale presentatie een tekstbord met daarop het gedicht "Stilte" geplaatst; om de stilte te benadrukken; om het in stilte te lezen.

De mijns inziens bijpassende titel van dit weblogbericht van vandaag vond ik in een stilte-oefening voor christelijke leiders, bij Leidraad, van Driestar Educatief, onze collega-hogeschool in Gouda. De oefening heet: "Mag ik even stilte? - over stilte in de omgang met God".

Onderstaand gedicht, waarmee Expect onze hogeschoolgemeenschap het "eenzaam avontuur" van de stilte in wil leiden, is van de dichter-theoloog Willem Barnard, geboren in 1920, één van de belangrijkste dichters van het Liedboek van de Kerken. Deze emeritus-gemeentepredikant schreef onder zijn welbekende pseudoniem "Guillaume van der Graft" het volgende:

Stilte

Zolang er nog ergens iemand bestaat
met wie ik als mens kan spreken
vind ik ook wel een stilte midden op straat
een stilte die niet kan breken.

Een kostbare stilte van zuiver glas
dat ik zelf met mijn stem heb geslepen.
Als ik er niet was en die stem er niet was
had niemand die stilte begrepen.

Maar als Hij er niet was en Zijn stem was er niet
dan was er van stilte geen sprake.
Alleen maar van zwijgen, zo hard als graniet
en dat kan je doodeenzaam maken.

Maar de stilte, dat is een tweestemmig lied,
waarin God en de mens elkaar raken.

Guillaume van der Graft